Posts Tagged ‘zoekmachine’

Wigwam Travel: ‘Beleving is belangrijker dan prijsknallers’

Posted 31 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De beleving is belangrijker dan de laagste prijs, dat is het motto van de doelgroep van de start-up Wigwam Travel. De nieuwe reisorganisatie wil inspelen op reizigers die op zoek zijn naar een goede prijs-kwaliteitverhouding en niet zozeer de prijsknallers. “Niemand is blij met een goedkope reis als het hotel in een achterbuurt blijkt te staan,” zegt medeoprichter Jens Steenhuis.

Je bent bekend van de site PaperFlies. Waarom hebben jullie voor Wigwam Travel een aparte site gelanceerd waar je ook weer marketingkosten voor moet maken?

PaperFlies is een online zoekmachine die reissites vergelijkt voor de beste prijzen van vliegtickets en pakketreizen. Wigwam Travel is een reisorganisatie die zelf pakketreizen samenstelt en dus ook verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan. Het zijn twee aparte bedrijven met eigen teams en een eigen doelgroep en dus allebei een eigen site.”

Hoe zijn jullie op het idee voor Wigwam Travel gekomen?

“Vanuit PaperFlies zagen we hoe reispartijen werken. De prijs van een reis is doorslaggevend bij de bekende online spelers. Dat gaat voorbij aan het feit dat de klant een bepaalde kwaliteit verwacht. Als je altijd op de laagste prijs zit, dan valt met name de accommodatie vaak tegen, zo bleek uit een analyse van recensies die wij hebben uitgevoerd. Daar spelen wij op in met Wigwam Travel. We zijn niet de allergoedkoopste – bij ons betaal je zo’n 50 euro meer per persoon vergeleken met andere pakketreisaanbieders – maar we letten op de kwaliteit. We werken samen met goede hotels die we selecteren vanwege de ligging, service en moderne inrichting. En bij de selectie van de vluchten zorgen we voor goede vluchttijden.”

Hoe bepaal je de content van de site?

“Boeken kan bij ons op dit moment maximaal zo’n drie maanden voor vertrek, dus wat je nu op de site ziet zijn vooral zonbestemmingen en stedentrips. Afhankelijk van de trends van het seizoen bepalen we de bestemmingen en zoeken daar hotels bij. Dat zijn echt partnerships die we aangaan. Met luchtvaartmaatschappijen hebben we nog geen prijsafspraken, maar we hopen dat dat in de toekomst wel gaat gebeuren als we enige schaalgrootte hebben gerealiseerd.”

Kun je al iets zeggen over de animo?

“We zijn 1 augustus live gegaan en hebben een paar boekingen per dag. We hadden een langere aanlooptijd verwacht, dus dat is positief. Veel klanten komen binnen via online marketing. We maken gebruik van Google Adwords en social media en we proberen mensen te verleiden om zich in te schrijven voor de nieuwsbrief.”

Met wie gaan jullie de strijd aan?

“Iedereen die pakketreizen aanbiedt is een concurrent, want de reiziger kan zijn geld maar één keer uitgeven. Maar we gaan uit van onze eigen kracht. Ik denk dat we een leuke niche hebben gevonden, met een doelgroep die een goede prijs-kwaliteitverhouding zoekt en weg wil van de massaliteit. Het zijn mensen die een goede smaak hebben en service waarderen. We willen het concept in eerste instantie simpel houden en daarom is het aanbod niet zo uitgebreid. Experts stellen de reizen samen. We willen een kompas zijn voor de reiziger en een vertrouwensband met hem opbouwen. Wie zelf vluchten wil selecteren en uit honderden accommodaties wil kiezen, moet niet bij Wigwam Travel zijn.”

Wat zijn je plannen voor de korte termijn?

“We gaan het aantal accommodaties uitbreiden en meer data aanbieden. De aanbiedingen die nu op de site staan zijn tot drie maanden geldig. We willen ernaartoe dat je een halfjaar van tevoren bij ons kunt boeken. De beschikbaarheid is overigens realtime – als je boekt, dan is de reis bevestigd.”

Wat wil je uiteindelijk bereiken met Wigwam Travel?

“Ons doel is natuurlijk om zoveel mogelijk klanten op reis te sturen. We houden goed in de gaten of het aanbod aansluit bij de wensen van onze doelgroep. Klanten die bellen vragen we ook altijd om feedback. We willen een gerenommeerde speler in Nederland worden en dan uitbreiden naar het buitenland.”

Oprichters Bob Stolk (l) en Jens Steenhuis



Lees het volledige bericht op Emerce »

BookerZzz creëert voorspellende score voor SEA bid management

Posted 30 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ruim 6.000 accommodaties op twaalf verschillende websites die dagelijks verschillen qua beschikbaarheid, prijzen en unieke deals en ruim 400.000 advertentiegroepen binnen Google AdWords en Bing Ads die hierop bijgestuurd moeten worden. Hoe ga je dan efficiënt om met werkuren én de marketingkosten? Dit is de dagelijkse uitdaging voor veel bedrijven. Het onlinemarketingteam van HotelSpecials & BungalowSpecials is op zoek gegaan naar een oplossing om dit efficiënter te managen.

Of het nu gaat om een hotelovernachting, vliegticket of geheel verzorgde reis, in het hoogseizoen liggen de prijzen hoger. Daarnaast zijn bepaalde dagen populairder dan andere waardoor er beperkte beschikbaarheid ontstaat. Als onlinemarketeer probeer je hier continue op in te spelen, met als doel zoveel mogelijk conversies te behalen en de marketingkosten zo laag mogelijk te houden. BookerZzz, holding van de labels HotelSpecials en BungalowSpecials, ziet dat deze variabelen veel invloed hebben op de prestaties van de SEA-campagnes. “Zeg nu zelf, waarom zou je een advertentie op de eerste positie van de SERP willen tonen voor een hotel dat volledig is volgeboekt. Als het een populair hotel is met veel zoekvolume, dan rijzen de advertentiekosten de pan uit en worden er geen boekingen gemaakt” zegt Rick ten Cate, Online Marketeer bij BookerZzz.

Specials Performance Indicator

Om vooruit, in plaats van terug te kijken op de resultaten, is het team aan de slag gegaan om een voorspellende waarde te creëren. Deze waarde voorspelt idealiter de kans op een conversie.

Alle variabelen die bepalend zijn voor deze waarde zijn in kaart gebracht. Zo is het zoekvolume een belangrijke indicator en wordt er gekeken naar de meest gezochte aankomstdata op de website. Hierin weegt bijvoorbeeld de meest gezochte datum het zwaarste mee in de formule. Onderstaande afbeelding laat de beschikbaarheid van een hotel zien. De data in het groen en rood zijn het populairste. Op de dagen in het groen zijn er nog hotelkamers beschikbaar en op de datum in het rood is er geen hotelkamer beschikbaar. Dit is een voorbeeld van een hotel met hoge score, want op negen van de tien dagen zijn nog hotelkamers boekbaar.

Afbeelding 1; beschikbaarheidskalender op HotelSpecials.nl

Tevens wordt er nog gekeken naar de prijs van de accommodatie en of er een speciale deal beschikbaar is.
Al deze variabelen bepalen uiteindelijk het cijfer, ook wel de Specials Performance Indicator (SPI) genoemd. Het cijfer is een getal van 1 tot 10, waarbij 10 de grootste kans op een conversie aanduidt.

“Om de SPI tot stand te brengen hebben we veel data moeten analyseren om tot het eindresultaat te komen. De formule is meerdere malen aangepast aan de hand van de inzichten die we gaandeweg zijn tegengekomen.”, aldus Rick ten Cate.

Automatiseren van de campagnes op basis van SPI

BookerZzz maakt gebruik van de bid management tool bGenius om de SPI in te laden en op basis daarvan automatische biedingen in te stellen voor Google AdWords en Bing Ads. Per zoekwoord wordt er gekeken naar de gemiddelde positie, en aan de hand van de SPI wordt bepaald of de advertentie een hogere of lagere positie verdient. Wanneer de gemiddelde positie laag is en de SPI hoog wordt de maximale CPC opgeboden. De advertentie krijgt dan een betere positie in de zoekmachine waardoor er naar verwachting meer klikken en conversies worden gegenereerd.

Afbeelding 2 geeft weer hoe de SPI per zoekwoord wordt geladen in bGenius.


Afbeelding 2; zoekwoordoverzicht in bGenius met SPI score

Er zijn veel verschillende scenario’s en daarom veel geautomatiseerde regels opgesteld. Zoekwoorden die bijvoorbeeld een gemiddelde positie van 4 hebben en een SPI van 9, worden opgeboden met 30 procent. Deze geautomatiseerde regels, ook wel filter actions genoemd, zijn gedurende de test periode meerdere keren bijgesteld op basis van de resultaten.

Afbeelding 3 laat een voorbeeld zien van een geautomatiseerde regel waarbij de zoekwoorden die een lagere positie hebben dan 2,5 en SPI van 10 bevatten worden opgeboden.

Afbeelding 3: geautomatiseerde regel in bGenius

Resultaten

De campagnes worden nu al een aantal maanden geautomatiseerd bijgestuurd en inmiddels zijn de testresultaten significant om conclusies te trekken.
Afbeelding 4 geeft de SPI scores van 1 tot en met 10 weer in de maanden mei en juni 2017. In de derde kolom is het aandeel van het conversiepercentage ten opzichte van het gemiddelde te zien.
Het conversiepercentage voor de hotels met een hoge score ligt ruim boven het gemiddelde en vice versa.


Afbeelding 4; het aandeel ten opzichte van de gemiddelde conversie per SPI en gem. positie

Afbeelding 5 is een voorbeeld van de prestaties voor een hotel met SPI 9.

Afbeelding 5: resultaten van zoekwoorden met SPI 9

Conclusie

Over het algemeen hebben de advertentiegroepen met een hogere SPI een hogere conversie dan de advertentiegroepen met een lagere SPI. Deze groepen worden dan ook opgeboden en krijgen een hogere positie in de SERP.

“Geautomatiseerd bid management is iets wat vele partijen al doen met behulp van de bekende tools. Bid management  gebeurt vaak door terug te kijken naar de resultaten over een bepaalde periode. In plaats daarvan proberen we nu juist vooruit te kijken. De eerste resultaten zijn veelbelovend en we gaan de komende tijd aan de slag om een SPI per bestemming, regio en land uit te werken. We zijn erg benieuwd naar de resultaten op lange termijn”, concludeert Alain Manche, Manager Online Marketing bij BookerZzz.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Vacaturebanken slordig met privacy’

Posted 30 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vacaturebanken nemen het niet zo nauw met de privacywetgeving. Dat stelt Privacy Zeker na controle bij sites als Intermediair, Nationalevacaturebank en indeed. Het is voor vrijwel iedereen eenvoudig te achterhalen wie op dit moment actief naar een nieuwe werkgever op zoek is.

In de zoekmachines van Nationale Vacature Bank en Intermediair worden alle gegevens geïndexeerd. Wanneer er binnen de online CV database gezocht wordt naar een naam, adres of bijvoorbeeld telefoonnummer komen de gegevens van de ingeschreven kandidaat direct naar boven.

De werkgever kan dus makkelijk achterhalen of medewerkers op zoek zijn naar een andere baan en wanneer ze beschikbaar zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe vertaaldienst claimt betere resultaten dan Google

Posted 29 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Duitse DeepL introduceert vandaag zijn gratis online vertaaldienst op basis van kunstmatige intelligentie. De resultaten zouden beter zijn dan van Google Translate.

DeepL Translator is vanaf vandaag voor iedereen gratis te gebruiken. De dienst ondersteunt onder andere Nederlands, Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans.

De nieuwe vertaaldienst is eigenlijk het uithangbod voor DeepL, dat in 2009 onder de naam Linguee werd opgericht. Linguee is de eerste zoekmachine voor vertalingen op het internet. Linguee heeft inmiddels al meer dan 10 miljard zoekopdrachten van meer dan 1 miljard gebruikers verwerkt.

Om de neurale vertaalmachines te trainen, is een supercomputer in Ijsland gebouwd die volgens DeepL meer dan 5 100 000 000 000 000 floating point operations per seconde uitvoert. In de ranglijst van de beste 500 supercomputers ter wereld zou deze supercomputer op plaats 23 staan.

De neurale netwerken trainen ondertussen al om in de toekomst nog meer talen zoals Mandarijn, Japans en Russisch te beheersen.

DeepL is ook van plan om in de komende maanden een API uit te brengen waarmee vertaaltechniek ook in andere producten ingezet kan worden, zoals digitale assistenten, woordenboeken, apps voor het leren van talen en professionele vertaalprogramma’s.

In Keulen zoekt men nog naar ‘uitzonderlijke talenten en heldere geesten met verschillende achtergronden die kennis hebben over neurale netwerktechnologie en de wiskunde die daarachter zit’.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zeven handige LinkedIn marketingtips voor 2017

Posted 28 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

LinkedIn is al lang niet meer een verzameling cv’s voor recruiters. Juist voor (B2B) verkopers en marketeers heeft LinkedIn zich de laatste jaren ontwikkeld tot een onmisbaar platform. In dit artikel deel ik zeven handige marketing en sales tips voor LinkedIn met je, zodat je ook de kracht van de laatste updates van LinkedIn optimaal kunt benutten voor de groei van je bedrijf.

Dit ga je leren:

  • Het belang van een ‘klantcentrisch’ LinkedIn profiel.
  • De formule voor een succesvolle LinkedIn post.
  • Hoe je het beste artikelen kunt publiceren op LinkedIn.
  • Hoe je effectief nieuwe klanten vindt door te ‘linktinderen’.
  • Hoe je opvalt in de massa met LinkedIn native video’s.
  • Hoe je jouw websitebezoekers analyseert met LinkedIn Website Demographics.
  • Waar je meer uitstekende informatie kunt vinden over LinkedIn als marketing tool.
LinkedIn anno 2017

LinkedIn is anno 2017 in Nederland met ruim zes miljoen gebruikers (35,3% van de bevolking) het tweede sociale netwerk na Facebook. Groter dan Twitter. Wereldwijd timmert LinkedIn na de overname door Microsoft ook flink aan de weg. Zo doorbrak het zakelijke sociale netwerk in april 2017 de magische grens van 500 miljoen gebruikers. Ook lanceert LinkedIn regelmatig nieuwe toepassingen, niet alleen voor recruiters en werkzoekenden, maar steeds meer ook voor verkopers en marketeers.

LinkedIn is anno 2017 in Nederland met ruim 6 miljoen gebruikers het tweede sociale netwerk na Facebook.

Het belang van een ‘klantcentrisch’ LinkedIn-profiel

Als verkoper of marketeer kun je je LinkedIn-profiel beter niet inrichten als een CV. (Tenzij je op zoek bent naar een baan natuurlijk.) Je potentiële klanten hoeven toch niet te weten dat jij een pitbull bent met een instelling van ‘always be closing’? Of dat je op de hoogte bent van de beste psychologische manipulatietrucjes?

Wat je nodig hebt, is een LinkedIn-profiel dat functioneert als een landingspagina die bezoekers converteert tot connecties. Deze ‘landingspagina’ bestaat uit zes belangrijke onderdelen waaraan je aandacht moet besteden om ze op de juiste manier in te richten.

social-selling-linkedin-profiel-best-practices

1. Je achtergrondfoto

Gebruik een eigen, unieke achtergrondfoto in plaats van de standaard achtergrond die LinkedIn je geeft. Met de achtergrondfoto kun je meer van jezelf en/of je bedrijf laten zien.

2. Je profielfoto

Een klantcentrisch LinkedIn-profiel heeft in ieder geval een perfecte profielfoto. Lees in dit artikel hoe je een perfecte profielfoto voor LinkedIn maakt. Volgens LinkedIn ontvangen profielen met foto 21X meer bezoekers dan profielen zonder foto.

3. Je naam

Je naam: Alleen je naam en eventuele titel.

4. Je functieomschrijving

Laat vooral zien wat je voor je klanten doet en met name bereikt.

De eerste twee regels moeten de bezoeker direct pakken, want alleen de eerste circa 213 tekens zijn zichtbaar.

5. Je samenvatting (zichtbaar):

De eerste twee regels moeten de bezoeker direct pakken, want alleen de eerste circa 213 tekens zijn zichtbaar. Vergelijk het met de zoekresultatenpagina (serp) in Google. Je naam en functieomschrijving zijn dan de titel en de eerste 213 tekens van je samenvatting zijn dan de meta-omschrijving. Tezamen moeten ze de bezoekers verleiden om de rest van je profieltekst te lezen door op de knop ‘meer weergeven’ te klikken.

6. Je samenvatting (verborgen):

De rest van je samenvatting is verborgen achter de knop ‘Meer weergeven’. Hier heb je nog zo’n kleine 1.800 tekens om je landingspagina compleet te maken. Gebruik deze ruimte, dat helpt met de nodige zoektermen om je profiel beter vindbaar te maken.

Lees meer: Social Selling 2.0 met LinkedIn

De formule voor een succesvolle LinkedIn-post

Uit gegevens van LinkedIn blijkt dat 60 procent van de LinkedIn-gebruikers geïnteresseerd zijn in branchespecifieke kennis. Bedrijfsnieuws is interessant voor 53 procent van de LinkedIn leden, gevolgd door nieuwe producten en diensten (43 procent).

Deel daarom je kennis met je LinkedIn connecties. Wees behulpzaam en transparant wanneer je kennis en informatie deelt op LinkedIn. Deel met name zoveel mogelijk branchespecifieke kennis met je netwerk. Zorg ervoor dat de content die je deelt relevant en praktisch inzetbaar is voor je volgers. LinkedIn zegt het zo:

“Your followers are active on LinkedIn because they want to be more productive and successful professionals. Informative, useful updates receive the highest engagement rates because that’s the information members expect from companies they follow on LinkedIn.”

De succesvolle Engelse LinkedIn-trainer Mark ‘Mr LinkedIn’ Williams deed in het voorjaar van 2017 een onderzoek naar welke posts het beste werken op LinkedIn. En daaruit kwamen best verrassende resultaten naar voren. Dit zijn zijn tips:

Je kunt het beste lange tekstberichten posten. Zorg er in ieder geval voor dat de eerste twee zinnen zo boeiend zijn, dat de lezers op de ‘meer weergeven’ (see more)  link klikken om de rest te kunnen lezen. Dit is een duidelijk signaal voor het algoritme van LinkedIn dat je post interessant is. LinkedIn zal je post dan aan meer mensen tonen. Je kunt er plaatjes of zelfs meerdere plaatjes bij zetten, maar de klik op ‘meer weergeven’ (see more) blijft essentieel.

Video werkt goed, en dan met name LinkedIn native video (waarover verderop meer).

LinkedIn wil, net als Facebook, mensen zolang mogelijk vasthouden op het eigen platform.

Vermijd externe links (!). Dit is een lastige. Je doel is natuurlijk om bezoekers naar je eigen website te krijgen. Maar uit het onderzoek van Mark Williams blijkt dat posts met externe links veel slechter presteren dan posts zonder externe links. LinkedIn wil namelijk, net als Facebook, mensen zolang mogelijk vasthouden op het eigen platform. Plaats externe links daarom in een reactie onder de post in plaats van in de post zelf, is zijn advies. Of link naar je LinkedIn artikel (waarover verderop meer).

Reageer op de posts van anderen. Het algoritme van LinkedIn kijkt ook naar hoe actief je zelf bent op het platform. Plaats je vaak reacties bij posts en artikelen van anderen, dan helpt dat de zichtbaarheid van je eigen posts.

Lok reacties uit. Likes zijn leuk, maar reacties zorgen er pas echt voor dat je post tractie krijgt. Zorg dus dat je post goed opvalt in de newsfeed. Zet bijvoorbeeld een paar pakkende woorden helemaal in hoofdletters (niet te schreeuwerig). Gebruik eventueel emoji’s. En gebruik een afbeelding die niet alles al uitlegt, maar juist een vraag oproept.

Kies spraakmakende onderwerpen. Posts die discussie uitlokken krijgen doorgaans meer reacties dan posts die alleen maar informatie overdragen.

Stel een vraag. Wanneer je een vraag stelt, activeer je het brein van de lezer. Mensen willen vragen nu eenmaal graag beantwoorden. Door vragen te stellen aan je publiek vergroot je de kans op reacties.

Noem relevante mensen. Je kunt bij je post een aantal mensen uit je netwerk noemen via een @mention. Zij krijgen dan een bericht en als de post relevant voor hen is, is de kans groot dat ze erop zullen reageren en hem wellicht ook delen met hun netwerk.

Deel een unieke, persoonlijke ervaring. Posts die een persoonlijk, menselijk verhaal vertellen worden aanzienlijk meer gedeeld en lokken meer reacties uit dan zakelijke posts. Laat daarom zo nu en dan je persoonlijkheid lekker spreken.

Reageer snel. LinkedIn heeft in de zomer van 2017 de statusweergave van je contacten geïntroduceerd. Je kunt nu dus middels een groen bolletje of cirkeltje zien of je contact online is, of kort geleden online was. Smeed het ijzer als het heet is en ga de conversatie aan.

Houd in Google Analytics goed bij welke soorten posts de meeste bezoeken brengen. En zorg ervoor dat je een LinkedIn bedrijfspagina hebt ingericht en dat je al je statusupdates daar ook post. Daarvan kun je de betrokkenheid goed meten via de statistieken van LinkedIn.

Als je tools als Buffer, Hootsuite, Oktopost of Edgar gebruikt, vind je daarin ook veel statistische informatie over de betrokkenheid van je volgers.

Leestip: Social Media: De Psychologie van het Delen

LinkedIn Artikelen

LinkedIn begon in 2013 met het publiceren van artikelen van beroemde ‘influencers’ zoals Richard Branson. Sinds 2015 kan iedereen een influencer zijn op LinkedIn door zijn of haar eigen content te publiceren op het blogplatform van LinkedIn.

Als je nog geen blog hebt, is dit een perfecte manier om met bloggen te beginnen. Het gebruiksgemak van LinkedIn articles is uitstekend. Je kunt je blogs mooi opmaken en verrijken met afbeeldingen, video’s, citaten etc.

Als je nog geen blog hebt, is dit een perfecte manier om met bloggen te beginnen.

Als je wel al een blog hebt, is het toch de moeite waard om je artikelen ook op LinkedIn te publiceren. Je vergroot daarmee namelijk je zichtbaarheid op LinkedIn en je versterkt je professionele aanwezigheid en de uitstraling van je profiel ermee. En, zoals ik hierboven al aangaf, blijft de lezer op het platform van LinkedIn, en daar houdt het algoritme van.

Wacht wel met het publiceren op LinkedIn tot Google je eigen blog heeft geïndexeerd en plaats een link naar je originele blogpost. Zo voorkom je dat zoekers op Google naar je post op LinkedIn gaan in plaats van naar je eigen blog. Tenzij dat je niet uitmaakt natuurlijk.

Het plaatsen van een artikel op LinkedIn is eenvoudig. Ga naar de startpagina van LinkedIn en klik bovenaan op de link ‘Artikel schrijven’ (zie afbeelding hieronder).

Dit opent de blogtool van LinkedIn. Geef een titel op, upload een pakkende afbeelding en schrijf je artikel. Het werkt behoorlijk intuïtief.

Een uitgebreide uitleg over de werking van LinkedIn articles lees je in onze eerdere blogpost met de titel ‘Een Artikel Plaatsen op LinkedIn: Best Practices‘.

‘Linktinderen’

LinkedIn biedt een ijzersterke combinatie van marketing- en salestools. Deze hulpmiddelen stellen je in staat om continu nieuwe klanten te vinden door als het ware te ‘linktinderen’.

Linktinderen? Wat hebben LinkedIn en Tinder met elkaar te maken? Ik hoor het je denken. Geduld. Ik leg het je hieronder haarfijn uit.

Maar eerst een gewetensvraag: connect jij alleen met mensen die je ook persoonlijk kent?

Dat is prima als je geen verantwoordelijkheid hebt om meer verkopen te realiseren. Maar als je wel new business zoekt, kom je met die instelling niet ver.

Leestip: Waarom ik graag link met onbekenden op LinkedIn – Corinne Keijzer

De term zegt het al: new business. Daarvoor moet je nieuwe mensen leren kennen. En LinkedIn leent zich daarvoor uitstekend.

Maar hoe laat je nou zowel de kwaliteit als de kwantiteit van je LinkedIn connecties razendsnel groeien?

Hoe kun je connecten met mensen op schaal? Zonder dat ze je als een stalker gaan zien.

Om die vraag te beantwoorden kun je het beste eerst een andere vraag aan jezelf stellen: kijk je wel eens op LinkedIn naar wie jouw profiel hebben bezocht?

Anders dan bij Facebook, kun je op LinkedIn zien wie jouw profiel heeft bekeken. Bij de gratis versie is dit weliswaar beperkt tot de laatste vijf, maar in de betaalde versies van LinkedIn kun je zien wie jouw profiel de afgelopen 90 dagen hebben bezocht.

Wat doe je als zo’n profiel jouw interesse wekt? Als je denkt dat die persoon misschien wel interessant voor je kan zijn? Dan kijk je terug toch?

Het op schaal bezoeken van LinkedIn profielen kost natuurlijk veel tijd. Dus dat gaan we automatiseren.

Bezoek daarom dagelijks zoveel mogelijk profielen van tweedegraads connecties die binnen jouw doelgroep vallen. Je zult zien dat veel van de mensen die jij hebt bezocht ook jouw profiel zullen bekijken. En dat biedt een prima gelegenheid om ze een connectieverzoekje te sturen. Vandaar de term ‘linktinderen’.

Maar het op schaal bezoeken van LinkedIn profielen kost natuurlijk veel tijd. Dus dat gaan we automatiseren. En daarvoor gebruiken we twee tools:

Wil je graag meer weten over deze vorm van social selling? Lees dan zeker mijn artikel Social Selling 2.0 met LinkedIn.

LinkedIn native video’s

Sinds augustus 2017 rolt LinkedIn in navolging van Facebook en Twitter ook native video uit. Dat wil zeggen dat je nu ook video’s direct in LinkedIn kunt posten.

Je hoeft ze dus niet meer eerst naar Youtube te uploaden om ze vervolgens te linken. Net als Facebook geeft ook LinkedIn extra aandacht aan native video’s. Het uploaden van jouw video’s direct naar LinkedIn is dan ook zeer de moeite waard.

Net als Facebook geeft ook LinkedIn extra aandacht aan native video’s.

Tip: maak snel en eenvoudig korte video’s van je bestaande blogposts met Lumen5.  Deze online dienst maakt het kinderlijk eenvoudig om video’s te maken op basis van een bestaande blogpost. Je geeft de url van je blogpost op en vervolgens maakt Lumen5 een eerste opzet van je video. Kies de juiste stukjes tekst, pas ze eventueel aan, zoek passende rechtenvrije afbeeldingen, video’s en muziek via de ingebouwde zoekmachine en klaar is Kees.

Dit is de eerste video die ik met Lumen5 heb gemaakt in ongeveer 30 minuten:

Dit is de handleiding van Lumen5:

Ten tijde van het schrijven van dit artikel had nog niet iedereen de beschikking over native video op LinkedIn. Zoals de laatste jaren gebruikelijk, introduceerde LinkedIn native video eerst in de mobiele app en daarna ook op desktop.

Hieronder zie je het icoontje waarop je kunt klikken om video’s te uploaden vanaf je telefoon.

Hieronder zie je het icoontje waarop je kunt klikken om video’s te uploaden vanaf je desktop:

Tip: Zie je het video icoontje niet? Schakel dan om op Engelstalig in je instellingen. De kans is groot dat je dan wel native video’s kunt uploaden.

LinkedIn Website Demographics

 

Een geweldige nieuwe functie van LinkedIn voor marketeers is Website Demographics. Kijk je nu wel eens naar de statistieken van wie jouw profiel hebben bekeken of hoe vaak jouw profiel voorkomt in zoekopdrachten? Dan weet je dat je daar kunt zien bij welke bedrijven de mensen werken die jouw profiel hebben bekeken, welke functies ze vervullen en nog meer waardevolle informatie.

Een geweldige nieuwe functie van LinkedIn voor marketeers is Website Demographics.

Deze gegevens zijn nu ook beschikbaar voor de bezoekers van je website. Tenminste, als je een adverteerdersaccount bij LinkedIn activeert en de LinkedIn tracking pixel in je website plaatst. LinkedIn heeft deze handige functionaliteit voor marketeers in hun adverteerdersomgeving geplaatst in de hoop dat je daardoor kennis maakt met hun advertentieplatform. Maar vrees niet, je hoeft niet te adverteren om het te laten werken. Maak gewoon een ontwerp (draft) campagne aan, maar activeer hem niet.

Ga naar LinkedIn adverteren. Je vindt deze link rechts boven in de menubalk van LinkedIn onder de knop ‘work’ (zes stippen):

Je komt dan terecht op de LinkedIn Advertising homepage:

Klik op ‘manage ads’ en log opnieuw in. Je komt dan op je LinkedIn Campaign Manager uit:

Als je nog geen LinkedIn bedrijfspagina hebt gekoppeld, moet je dat nu eerst doen. Vervolgens klik je door op het bijbehorende account en kom je terecht op je overzicht van advertentiecampagnes. Die laten we nu voor wat ze zijn. Belangrijk is dat je in de navigatie ziet staan ‘Website Demographics’.

Zie je de link ‘Website Demographics’ niet? Probeer dan de taal om te zetten naar Engels, en als dat niet helpt…. zit er niets anders op dan geduld hebben tot ook jij aan de beurt bent.

Je komt nu in een wizard terecht waarmee je een zogenoemde LinkedIn Insight Tag kunt aanmaken om in je website te plaatsen.

Plaats de code volgens de instructies van LinkedIn in je website en je begint gelijk met tracken.

Tip: gebruik Google Tag Manager om de code heel eenvoudig in je website te plaatsen. Lees hier alles over Google Tag Manager.

Zodra de tag tenminste 300 bezoekers heeft geregistreerd worden je statistieken zichtbaar.

Bekijk hieronder een korte introductie en handleiding van LinkedIn Website Demographics:

Tip: ‘De 3’ Webcopy Tips & Tricks

Wil jij beter leren schrijven voor het web? Abonneer je dan op ons Youtube kanaal ‘De3’ en ontvang elke week een korte video met drie handige schrijftips die je direct kunt toepassen.

Meer uitstekende informatie over LinkedIn
Mark ‘Mr LinkedIn’ Williams

Ik kijk wekelijks uit naar deze informatieve en vermakelijke podcast met het laatste LinkedIn-nieuws, vragen van luisteraars, interviews en achtergronden. Mark Williams heeft een aangename stem om naar te luisteren en is denk ik een van de best geïnformeerde LinkedIn experts ter wereld. Het muziekje van zijn podcast vind ik ook helemaal top.

Corinne Keijzer

Een van de meer bekende Nederlandse auteurs en LinkedIn trainers. Ze blogt met regelmaat en publiceert boeken over LinkedIn.

https://www.corinnekeijzer.nl/

LinkedTips

Grootste Nederlandstalige LinkedIn-groep over LinkedIn. Beheerder Perry van Beek is een van de meest bekende LinkedIn trainers en keynote sprekers van Nederland. Heb je een vraag over LinkedIn? Hier krijg je altijd antwoord.

The Missing Link Show

Podcast en besloten LinkedIn groep met veel up-to-date informatie, nieuws en achtergronden over LinkedIn. Vooral ook interessant vanuit een internationaal perspectief.

Tip: Word lid van onze LinkedIn groep Online Marketing Trends NL.

We publiceerden deze blogpost oorspronkelijk op 27 maart 2014, maar hebben hem uitgebreid en up-to-date gemaakt met o.a. nieuwe onderzoeken, bronnen en voorbeelden op 4 februari 2016 en volledig herschreven en uitgebreid met de nieuwste informatie over LinkedIn articles, ‘linktinderen’, native video, website demographics en andere nuttige bronnen op 24 augustus 2017.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe data-regels en travel: wat kan je gebeuren?

Posted 24 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De reisbranche wordt gekenmerkt door de grote hoeveelheden – al dan niet gevoelige – persoonlijke data die worden verzameld en opgeslagen. Wat voor gevolgen heeft de nieuwe Europese General Data Protection Regulation (GDPR) voor reisbedrijven?

Deze vraag stond centraal tijdens een webinar dat werd georganiseerd door Eye for Travel. GDPR is bedacht om de bescherming van persoonsgegevens te harmoniseren binnen de EU en burgers de controle te geven over hun data. Europese bedrijven, maar ook internationale organisaties die zakendoen met Europeanen of vestigingen hebben in Europa, zullen drastisch anders om moeten gaan met data privacy. De regels zijn al van kracht en met ingang van 25 mei 2018 kunnen organisaties die er niet aan voldoen forse boetes worden opgelegd, tot 4 procent van de jaaromzet met een maximum van 20 miljoen euro per overtreding.

William Beckler is medeoprichter van hotelzoekmachine AllTheRooms.com en jurist. Tijdens de webinar van Eye for Travel laat hij vanuit die gecombineerde expertises zijn licht schijnen op de impact van GDPR op de reisbranche. “De bedrijven die het best presteren in travel zijn de partijen die klantdata gebruiken voor het optimaliseren van hun aanbod,” zegt Beckler. “De reisbranche wordt dan ook gekenmerkt door grote hoeveelheden data. Daardoor zijn reisbedrijven een geliefd doelwit van hackers. Bij IHG is bijvoorbeeld ingebroken bij alle point-of-sale-systemen, restaurants en frontdesks waarbij de betaalgegevens van honderdduizenden klanten werden buitgemaakt. En begin dit jaar toonde een hackerscollectief aan dat de reisreserveringssystemen (GDS’en) onvoldoende beveiligd waren en persoonlijke gegevens van reizigers gemakkelijk waren in te zien door de boekingscode (PNR) te raden.”

Gezien deze schets van Beckler is het dus niet zo gek dat de reisbranche streng moet toezien op de bescherming van persoonsgegevens. Wat zijn de belangrijkste veranderingen? Beckler bespreekt vier consumentenrechten en hun implicatie voor travel:

Recht op toegang

Recht op toegang zegt onder andere dat iedereen van wie je data verzamelt het recht heeft om te weten of je die data hebt en waar die gegevens zijn opgeslagen. Dus als de klant erom vraagt moet bijvoorbeeld een hotel kunnen zeggen of zijn gegevens zijn opgeslagen en wanneer hij in het hotel heeft verbleven. Dat kan problematisch zijn, zegt Beckler. “Veel hotels gebruiken property management systems (PMS) of reserveringssystemen die niet in staat zijn om dergelijke historische data op te roepen. Dus de vraag wat voor data, waar, met welke intentie en hoelang deze zijn opgeslagen van een bepaalde persoon, kunnen deze hotels niet beantwoorden. Dat betekent dat ze de wet overtreden.”

De consument heeft ook het recht om te weten wat derden met hun data doen. Als hotel X werkt met PMS Y, dat data geeft aan bedrijf Z om te consolideren en analyseren, dan moet X al die processen begrijpen en kunnen uitleggen aan de klant. Dat zorgt voor complexiteit. “In de reisindustrie kan de informatie van de klant algauw vier of vijf systemen passeren voordat er een reservering plaats vindt. Dit proces moet voortaan worden getraceerd, in twee richtingen. Als data in opdracht van de klant moeten worden gewist, dan moet dat in de hele keten gebeuren. Dat is nieuw. Je moet zowel in de contracten met de tussenpersonen als in de systemen zelf deze mogelijkheid opnemen.”

Recht om te wissen/rectificeren

Elke klant heeft het recht om te vragen dat zijn data worden gewist of aangepast. Dit moet je doen tenzij je die data nodig hebt, stelt Beckler. “Dus als een klant wil dat gegevens worden gewist terwijl diegene een reis heeft geboekt die nog moet plaats vinden, dan hoef je niet aan het verzoek te voldoen. De data zijn immers nodig en worden gebruikt waarvoor ze verstrekt zijn, namelijk het correct uitvoeren van de reis. Zo zijn er meer voorbeelden te bedenken waarin je niet aan het verzoek van de klant hoeft te voldoen. Airlines en vliegticketverkopers zijn bijvoorbeeld wettelijk verplicht om de gegevens van passagiers op te slaan. GDPR staat niet boven andere wetten.”

Dataportabiliteit

Dataportabiliteit is een enorme technologische uitdaging. De meeste reissystemen staan erom bekend dat ze niet kunnen praten met andere systemen. GDPR eist echter dat klanten hun data kunnen verplaatsen van het ene bedrijf naar het andere in een format dat zo gemakkelijk mogelijk is. Beckler: “Stel, iemand verhuurt via HomeAway zijn huis aan toeristen. Hij heeft veel foto’s en persoonlijke informatie geüpload en wil dat die informatie wordt overgezet naar Airbnb. Dan zou HomeAway die gegevens in een gemakkelijk downloadbaar format moeten sturen naar Airbnb, zodat het vakantiehuis bij een concurrent op de website komt te staan.”

Volgens Beckler is het achterliggende idee van deze regel om monopolies zoals die van Facebook te doorbreken en het gemakkelijk te maken naar een ander platform over te stappen. “Maar de tekst van de wet beperkt zich niet tot social media, dus ook in de reisbranche moet iedereen hieraan voldoen. Elke consument heeft het recht op hun gegevens zodat ze eenvoudig van het ene bedrijf naar het andere kunnen overstappen. Dit geldt dus bijvoorbeeld ook voor reisbedrijven die veel persoonlijke informatie van de klant hebben opgeslagen om personalisatie en sneller boeken mogelijk te maken. Ook deze data moeten gemakkelijk over te dragen zijn aan een ander bedrijf als de klant dat wil.”

Profileren en het recht om bezwaar te maken

“Profileren is iets waar iedereen zich altijd zorgen over maakt,” zegt Beckler. “Krijg ik dezelfde prijs, hetzelfde product, dezelfde behandeling als anderen? Misschien wordt mijn IP-adres geassocieerd met een buurt waar veel lage inkomens worden en word ik daardoor niet behandeld als waardevolle klant. Als bedrijven persoonlijke data gebruiken om een oordeel te vellen dat leidt tot een aangepaste ervaring, kun je daar bezwaar tegen aantekenen.”

Een bedrijf kan om toestemming te vragen om te profileren maar dan moet het wel logisch zijn. Een hotel dat alleen mensen die meer dan tien keer een verblijf hebben geboekt toegang wil geven tot een bepaalde deal, mag dat doen op basis van profilering. En ook als contractueel is vastgelegd dat er profilering plaats moet vinden, is het toegestaan. “Als agent heb je bepaalde contractuele verplichtingen waaraan je moet voldoen bij de verkoop van producten. Booking.com eist dat je ingelogd bent om bepaalde speciale hotelprijzen kunnen zien. Dit is contractueel vastgelegd in de agentuurovereenkomst tussen Booking.com als tussenpersoon en de hotels die die speciale tarieven bieden. Dit is afdoende reden om te profileren en dus kan de klant er geen bezwaar tegen maken. Maar dan moet het dus wel expliciet in je contracten staan.”

Voor de reisbranche kan met name de profileringsregel grote gevolgen hebben. Het is immers heel gebruikelijk om per land of regio verschillende prijzen te rekenen. “Als een hotel prijzen laadt in metazoekmachines zoals Trivago, TripAdvisor of Google Hotel Ads, dan heeft het hotel de optie om te zeggen dat mensen in Amerika prijs 1 krijgen en in Europa prijs 2, of voor mensen in Frankrijk is prijs 1 van toepassing en in Duitsland prijs 2,” bevestigt Beckler. “Ook kun je de afstand waarop de klant zich bevindt van het hotel hanteren als criterium. Die verschillende prijzen zijn gebaseerd op persoonlijke informatie die wordt gebruikt voor profilering. Dit soort activiteiten moet dus expliciet aan klanten worden gecommuniceerd, zodat zij hiervoor toestemming kunnen geven als de wet dat vereist. Dit geldt ook voor loyaliteitsprogramma’s die intern maatstaven hanteren om klanten te segmenteren en bepaalde aanbiedingen wel of niet te laten zien. Segmentatie is in de reisbranche aan de orde van de dag. Sommige partijen zullen door GDPR hun businessmodel moeten veranderen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Holland TripBuilder moet ook in 2018 toerisme spreiden

Posted 22 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

NBTC Holland Marketing heeft samen met Expedia een tool ontwikkeld waarmee reizigers worden gestimuleerd buiten de platgebaande paden te treden. Doel is om het toerisme beter over Nederland te spreiden, vertelt Sandra Ishmael van NBTC.

NBTC heeft de HollandCity-strategie ontwikkeld om Nederland te promoten, waarbij het hele land onder de aandacht wordt gebracht. “Het idee is om bezoekers erop te wijzen dat Nederland meer te bieden heeft dan wat ze al weten en dat ze gemakkelijk en snel op die plekken kunnen komen. Nederland wordt gepositioneerd als één grote stad,” zegt Ishmael. “We hebben een aantal thema’s – of passies zoals wij ze noemen – vastgesteld op basis van onderzoek naar de reismotieven van de consument, zoals erfgoed, Dutch design en Hollandse meesters, met de bijbehorende attracties en steden. Op die manier verbinden we plekken met elkaar. Een van de manieren om de strategie tot leven te brengen en dat is de Holland TripBuilder geworden. Daarbij hebben we gebruikgemaakt van de technologische kennis en data van Expedia, die al langer een partner van ons is.”

Zes bezoekersmarkten

TripBuilder is wereldwijd en het hele jaar online toegankelijk, maar qua promotie richt NBTC zich op de zes grootste bezoekersmarkten: het Verenigd Koninkrijk, de VS, Frankrijk, België, Duitsland en Italië. De consument ‘landt’ op TripBuilder en heeft dan de keuze: ‘I want to’ – voor degenen die al een idee hebben van wat ze willen op vakantie in Nederland – en ‘discover’ voor bezoekers die algemene informatie zoeken. TripBuilder laat zien waar ze bijvoorbeeld wild kunnen eten als ze voor het gourmet thema hebben gekozen of welke plekken belangrijk waren voor Van Gogh. Ze kunnen hun reis vervolgens rond die suggesties plannen. De keuze van thema’s en bestemmingen wordt gemaakt op basis van interesses van de consument en in samenwerking met de partners van NBTC, onder andere Marketing Groningen en Holland boven Amsterdam. “De lokale collega’s uit de zes bezoekerslanden weten wat reizigers uit hun markt interessant vinden en die informatie hebben we gebruikt bij het invullen van TripBuilder. Alles is erop gericht om een logische content flow te creëren voor de consument.”

NBTC verdient geen geld aan de boekingen die uit de tool voortkomen, zegt Ishmael. “Er hangt geen verdienmodel aan, we zijn een stichting met als doel het promoten van Nederland als reis- en congresbestemming. De hoofddoelstelling van TripBuilder is inspireren. Expedia daarentegen is natuurlijk een commerciële organisatie die profiteert van boekingen die via TripBuilder binnenkomen.”

Inspiratie en awareness

De tool wordt vroeg in de customer journey ingezet, omdat de focus ligt op de ‘awareness’-fase. “Om de consument te bereiken zetten we statische en 360-graden banners in op Expedia en bij andere publishers op basis van target audiences. De 360-graden banners geven een voorproefje van de tool. Als mensen binnen die banner niet kunnen vinden wat ze zoeken, kunnen ze alsnog doorklikken naar TripBuilder. We hebben de marketingcampagne verdeeld over twee bursts, waarvan de eerste in juli heeft plaatsgevonden. We zien dat mensen steeds vaker buiten de gebruikelijke steden verblijven en dat de betrokkenheid bij de tool hoog is. TripBuilder geeft ons ook inzicht in welke passies voor welke markten interessant zijn, wat nuttige strategische informatie is. De tweede burst gaat half september van start. We verwachten dan meer organisch verkeer via de zoekmachines. En we denken dat de interesse in minder vaak bezochte delen van Nederland verder zal toenemen.”

Hoewel de tweede campagneperiode dus nog moet beginnen weet Ishmael al te melden dat TripBuilder ook volgend jaar zal worden ingezet als marketinginstrument. “We gaan er in 2018 mee door, met wat aanpassingen. We willen het gebruik van de tool wat simpeler maken, ook binnen de 360-graden banners. Daarnaast gaan we de content verder verrijken. De gesuggereerde reisschema’s zijn nu een nogal statische lijst, dat wordt persoonlijker, aantrekkelijker en warmer.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Microsoft Bing: 9 procent marktaandeel in Nederland

Posted 21 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zoekmachine Bing van Microsoft heeft in Nederland een marktaandeel van 9 en in België van 12 procent. Dat blijkt uit gegevens van Microsoft zelf.

Nederland haalt daarmee het Europees gemiddelde. Alleen in Engeland wordt een kwart van de zoekopdrachten via Bing verwerkt.

Microsoft heeft de door comScore verzamelde cijfers vooral bekend gemaakt om aan te geven dat de zoekmachine ‘groter is dan je denkt’. In de VS komt het marktaandeel uit op 33 procent. Daar is zoekmachine goed voor 5 miljard maandelijkse zoekopdrachten. Bing is ook de zoekmotor achter Yahoo.

In Nederland heeft Microsoft het marktaandeel ongetwijfeld te danken aan het feit dat Bing de standaardzoekmachine is voor de Microsoft browsers Internet Explorer en Edge.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google for Jobs (2): wat is de beste manier om je vacatures zichtbaar te maken?

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs stelden we de vraag: “Google for Jobs: einde van de traditionele jobboards?” Het voorlopige antwoord; nee niet perse. Maar het organische verkeer naar de jobboards, waar deze toch voornamelijk van moeten leven, zal wel drastisch af gaan nemen. Wat betekent dit voor de zichtbaarheid van vacatures van je organisatie? En dan specifiek de vacatures die je ook op je eigen website hebt staan?

Jouw vacature op twee plekken

Een aspect wat bij de vraag van vorige week onderbelicht is gebleven is hoe Google omgaat met meerdere varianten van dezelfde vacature. Een doorn in het oog van de gemiddelde werkzoekende; het vier keer tegenkomen van dezelfde vacature op verschillende sites. Ondertussen is jouw doel om de kans op een ideale kandidaat te optimaliseren.

Wat nu als je als werkgever je vacatures op je eigen website hebt staan, netjes opgemaakt met de JobPosting structured data en deze graag in Google Jobs wil zien staan. In de nabije toekomst verwachten we dat dit ook naar Nederland gaat komen en gezien de eerste resultaten wil je dat natuurlijk! Om je kansen te vergroten heb je ook jouw vacature netjes aangemeld op je ‘go to jobboard’. Wat gebeurt er dan met je vacature en welke variant is dan zichtbaar in Google Jobs?

Duplicate content

Google gaat nog radicaler om met duplicaten in Google Jobs dan met reguliere zoekresultaten. In het laatste geval wordt het duplicaat afgewaardeerd en lager geplaatst ten opzichte van het origineel. Met wat moeite is het duplicaat nog wel te vinden in de zoekmachine. Google Jobs ontdubbelt de vacatures alvorens deze weer te geven binnen de vacature zoekmachine.

Als SEO-er kan ik dat wel waarderen, SEO gaat tenslotte om het beste antwoord geven op de vraag die een gebruiker stelt en zo bovenaan in de zoekresultaten komen. Niets is daarbij vervelender dan dubbele/dezelfde informatie meerdere keren tegenkomen. Dit betekent wel dat Google een keuze maakt welke bronvermelding er bij een vacature komt te staan. Nu is dat wellicht niet perse een probleem als je eenmalig voor de plaatsing betaalt bij een jobboard, maar kan het wel nadelig zijn als je een fee betaalt aan een recruitment bureau als iemand via dat bureau wordt voorgesteld.

Daarnaast wil je als werkgever ook graag zichtbaar zijn met naam en toenaam omdat employer branding steeds belangrijker wordt. De grote vraag is dus: hoe bepaalt Google welke vacature – of misschien beter gezegd: welke vacaturebron – wordt getoond en welke niet? Samen met Rituals hebben wij dit getest in de Verenigde Staten.

Zichtbaarheid van organisatie vacatures vergroten

Bij Rituals hebben ze de proef op de som genomen met de vacatures in de Verenigde Staten. De vacatures van Rituals staan op hun eigen recruitmentplatform, maar zijn ook gedeeld op het jobboard Glassdoor.

De vacaturepagina’s van Rituals zijn voorzien van Structured Data en de meeste aanbevolen velden zijn ingevuld. Bij Glassdoor is minder informatie opgemaakt met structured data, ondanks dat alle vereiste velden wel zijn ingevuld.

Afb 3. Boven de JobPosting data van de Rituals-website, onder van Glassdoor. Warnings zijn aanbevolen additionele waarden voor de vacature structured data.

Het komt dus niet door de kwaliteit van de vacature, komt het dan wellicht door het moment van plaatsen? Dat kan het ook niet zijn, aangezien de vacature van Rituals al beschikbaar was op het eigen platform voor de aanmelding via Glassdoor. Beschikbaar betekent echter niet per se dat de pagina ook al geïndexeerd was door Google. Helaas hebben we geen inzicht in wanneer Google een individuele pagina indexeert.

We vermoeden dat hier een aantal zaken spelen:

  1. Glassdoor heeft een directe integratie met Google Jobs (net zoals bijv. Linkedin) en dit zou kunnen betekenen dat dit als bron wordt gezien;
  2. Het subdomein van Rituals waar de vacatures op staat is vrij recent en heeft derhalve nog geen hoge ‘autoriteit’. De Jobboards hebben dit wel, derhalve wordt die als bron gekozen;
  3. Google heeft mede door de lagere autoriteit van het subdomein niet de tijd/moeite genomen om de structured data van de vacature bij Rituals op te nemen. Bij lagere autoriteitdomeinen duurt het opnemen van additionele informatie langer doordat er minder vaak gecrawld wordt.

Geen definitief antwoord tot dusver hoe Google de bronvermelding bepaald heeft, en een uitgebreide zoektocht over het internet biedt ook geen antwoord naar ‘hoe’ het gebeurt. Wel ‘dat’ het gebeurt.

Wat kun je zelf doen?
  1. De vacature-informatie die je invoert in het CMS moet direct wordt opgemaakt met Structured data. Zo zorg je ervoor dat Google altijd de context van de informatie op een pagina begrijpt, in dit geval de vacature.
  2. Zet je vacatures niet op een subdomein (vacatures.jouwbedrijf.nl) bijvoorbeeld. Google ziet een subdomein als een losse website en zal dit minder snel indexeren.
  3. Zorg ervoor dat je een goede, dynamische xml sitemap hebt. Zodra je daar een nieuwe vacature / pagina in hebt staan, waarbij de laatste wijzigingsdatum (‘lastmod’) aangeeft dat het een nieuwe pagina voor Google is, zal Google deze eerder oppakken.
  4. Overweeg je publicatie op andere platformen een paar dagen uit te stellen als je denkt hier voordeel uit te kunnen halen, zo vergroot je de kans dat jouw resultaat als ‘origineel’ wordt bestempeld.
  5. Ongeacht hoe je er staat wil je sowieso tussen Google Jobs staan, sluit je daarom aan bij de juiste jobboards. Nog niet alle jobboards zijn klaar voor een integratie met Google Jobs, vraag dan aan je contactpersoon of het op de roadmap staat!
Slotwoord

Ondanks dat Google Jobs structured data vereist om de vacatures weer te (gaan) geven hebben, we in de afgelopen maanden erg mooie resultaten kunnen boeken met JobPosting in Nederland, maar ook met andere vormen van Structured data.

Het verschaffen van context aan de informatie op een pagina aan zoekmachines werkt erg goed en we raden aan, ongeacht of je voornemens bent actief te zijn op Google Jobs, aan de slag te gaan met Structured data om betere organische resultaten te behalen.

Daarnaast geloof ik persoonlijk in de kracht van gespecialiseerde jobboards naast een generiek platform zoals Google dat aanbiedt, waarbij specialistische filters het vinden van de juiste vacature veel gemakkelijker maken. Mijn advies: Ga mee in de stroom van Google, maar differentieer en specialiseer je daarnaast ook in een markt / niche om organisch goed vindbaar te blijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mobiele optimalisatie met AMP? Pas op voor deze misvattingen

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Behalve nieuwssites kiezen steeds meer ‘gewone’ sites voor webstandaard AMP. Is het nodig de laadtijd van de mobiele pagina’s omlaag te brengen en is AMP daarvoor de oplossing? Bij het maken van die keuze komen doorgaans nogal wat misvattingen voorbij.

Samen met enkele andere internetbedrijven ontwikkelde Google de open webstandaard Accelerated Mobile Pages (AMP). Een raamwerk voor een lichtgewicht web zogezegd. De op basis van deze AMP-standaard ontwikkelde pagina’s bestaan uit componenten die zijn geoptimaliseerd voor de mobiele gebruiker. Bovendien worden deze sites opgenomen in Googles cache waardoor de bezoekers die vanaf een zoekresultatenpagina komen de site direct – zonder laadtijd – kunnen bekijken.

Wat begon als een project om met name mobiele nieuwspagina’s sneller te laten laden, breidt zich nu in hoog tempo uit. China’s grootste zoekmachine Baidu, Japans meest bekeken site Yahoo en tal van andere bedrijven hebben aangekondigd AMP te omarmen: Bing, TripAdvisor, Pinterest LinkedIn en Tumblr. Het doel is simpel: mobiele gebruikers bevrijden van pagina’s die er tien seconden of meer over doen volledig in beeld te verschijnen.

‘Al 20 procent verkeer afkomstig van AMP’

Voor veel bedrijven dient zich nu de vraag aan of zij ook moeten overstappen. En in die zoektocht komen nogal wat misvattingen voorbij, stelt expert Christian Oliveira: argumenten die als een voor of tegen klinken, maar feitelijk geen invloed zouden mogen hebben op de uiteindelijke beslissing.

Een van de meest gehoorde argumenten vóór AMP is dat bij die ene grote nieuwssite X al Y procent van het organische zoekverkeer ‘afkomstig’ is van AMP-pagina’s. Zo viel bijvoorbeeld dit voorjaar nog op Digiday te lezen dat meer dan de helft van The Guardians mobiele verkeer richting de geoptimaliseerde content ging. Dat zegt echter niet dat de omarming van de webstandaard een succes is, betoogt Oliveira. Constateert Google dat er voor een bestaande pagina een AMP-variant beschikbaar is, dan neemt het die in de zoekresultaten op. Zo’n getal over The Guardian zegt dus hooguit dat meer dan de helft van de pagina’s is geoptimaliseerd. Het zou veel interessanter zijn om te weten of het mobiele verkeer is toegenomen. Dat zijn echter cijfers die veel minder vaak worden gedeeld.

Bouncepercentage verkeerd berekend

Een vaak beschreven kritiek is dat het bouncepercentage erg hoog is voor AMP-pagina’s. Bezoekers zouden dus relatief vaak weer vertrekken na het zien van één enkele mobiele pagina. Ook dat is geen argument (tegen) vindt hij. Het bouncepercentage is waarschijnlijk gewoon verkeerd berekend. De wijze waarop AMP is ontwikkeld zorgt ervoor dat een analysetool als Google Analytics een incorrecte toename van het aantal sitebezoeken registreert. Dit leidt weer tot een miscalculatie van het bouncecijfer. Google is hiervan op de hoogte en werkt aan een oplossing. Tot die tijd is het onverstandig om hieraan het succes af te meten.

AMP als rankingfactor

Misschien wel het grootste misverstand over AMP is dat Google de gebruikers ervan bevoordeelt. Zo is er bovenaan Googles eigen zoekresultatenpagina een box te zien met uitgelicht nieuws dat er zou zijn voor AMP-content. De artikelen die hierin verschijnen zijn inderdaad vrijwel altijd opgemaakt in AMP-formaat.

Maar is het daarmee een ranking factor? Nee, niet direct. De box bestond namelijk al voordat de webstandaard beschikbaar was. En, zo voert Oliveira terecht aan, het is hoe dan ook lastig om de content in deze carrousel te krijgen: met name de grote nieuwsuitgevers kunnen op aandacht rekenen. Google laat er vooral content zien die mobielvriendelijk is. Vaak is dat AMP-content. Soms ook niet. Voor alle andere organische zoekresultaten geldt hetzelfde: er zijn geen gegevens beschikbaar die aantonen dat een AMP-pagina beter scoort.

Dat Google onder de AMP-zoekresultaten een bijbehorend AMP-symbool plaatst zou natuurlijk wel de CTR (doorklikratio) positief kunnen beïnvloeden. Mogelijk dat gebruikers op den duur liever een AMP-resultaat aanklikken dan een gewone pagina. Er zijn al wat uitgevers, The Guardian bijvoorbeeld, die dat effect hebben gemeten.

Op de vraag of bedrijven AMP moeten omarmen is dus niet een panklaar antwoord te geven. Velen gaan ervan uit dat Google bedrijven met harde of zachte hand in die richting zal bewegen. Maar voorlopig is daar nog geen sprake van. Het gebruik van AMP zorgt in ieder geval voor snellere mobiele webpagina’s – iets dat volgens de experts bij ieder bedrijf hoog op de prioriteitenlijst zou moeten staan. Het is daarmee vooral een goede en handige verzameling van ‘best practices’ die bedrijven in staat stelt snel te optimaliseren en up-to-date te te blijven. Maar zo zeggen ciritici terecht: die optimalisatie kun je ook op andere manieren voor elkaar krijgen. Zorg er in ieder geval voor dat de verschillende misvattingen niet de doorslag geven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

StartPage.com: wat gebeurt er met je zoekhistorie?

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De keerzijde van personalisatie is dat de consument zijn privacy op moet offeren. Volgens Christiaan Solcer van StartPage.com ontbreekt bij veel mensen het besef dat hun jarenlange online zoekhistorie ergens in Amerika ligt opgeslagen.

StartPage is een zoekmachine die geen gegevens bijhoudt van de gebruiker. “Het werkt zoals je gewend bent bij Google, alleen dan zonder advertenties die je achtervolgen en zonder persoonlijke resultaten die je kunnen vangen in een soort van filterbubbel,” zegt Solcer tijdens Tech Live! 2017.

Solcers bezwaar tegen personalisatie in advertising is dat zoekmachines zoekopdrachten gebruiken om je te profileren en die informatie doorverkopen aan adverteerders. Gepersonaliseerde zoekresultaten zijn kwalijk, omdat de gebruiker wordt gesterkt in zijn of haar standpunt doordat er geen afwijkende meningen of resultaten worden getoond online. De nuance is dus zoek.

Op zich vindt Solcer het prima als mensen Google blijven gebruiken. “Als mensen blij zijn met persoonlijke resultaten dan moeten ze dat vooral blijven doen. Ik zeg niet dat het per se heel erg fout is, dat het zwart-wit is. Wat voor mij belangrijk is, is dat mensen nadenken over wat er met hun data kan gebeuren en dat ze zich bewust zijn van alternatieven.”

Twintig jaar aan zoekopdrachten

Worst case scenario is dat je hele zoekhistorie wordt misbruikt, zegt Solcer. “Twintig jaar aan zoekopdrachten wordt opgeslagen ergens in een database in Amerika zonder dat je weet wat ermee wordt gedaan. Nu zitten we in een relatief veilige omgeving, zeker in Nederland. De Tweede Wereldoorlog is heel lang geleden. Maar je weet niet wie er nog meer aan de macht gaat komen en dan staat er al wel ergens een bakje met mijn naam erop met twintig jaar aan data – al mijn zoekopdrachten over ziektes, relatieproblemen, financiële gegevens, alles is ergens opgeslagen. Dat zou zomaar ooit tegen me gebruikt kunnen worden.”

Maar is privacy in het social-mediatijdperk niet gewoon een achterhaald concept? We laten ons e-mailadres achter voor 5 euro korting. Solcer ziet dat met name Nederlanders vrij gemakkelijk zijn in het opofferen van persoonlijke gegevens. “Wij vinden privacy wel belangrijk maar we nemen niet direct actie om het te waarborgen.”

Dat is anders in Duitsland en Amerika, waar StartPage veel wordt gebruikt als zoekmachine. “Duitsland heeft een recentere historie met de keerzijde van privacyschending vanuit bijvoorbeeld het Stasi-tijdperk. Die mensen zijn heel bewust nog bezig met privacy. Zij betalen niet zomaar met creditcard en denken echt wel na voordat ze iets delen. Dat is wel onze doelgroep.”

Vanuit de EU wordt er ook nagedacht over de bescherming van persoonsgegevens. Dat heeft geleid tot de General Data Protection Regulation die per 25 mei 2018 van kracht wordt. Dit betekent echter niet dat de consument zich niet meer met privacy bezig hoeft te houden, aldus Solcer. “Het zorgt er wel voor dat bedrijven zich bewuster bezighouden met wat er met klantdata gebeurt. Maar wat voor mij belangrijker is, is hoe Amerikaanse diensten die data gaan gebruiken. Google, Yahoo, Microsoft – de data van alle systemen die wij op kantoor gebruiken gaan naar Amerika terwijl we niet weten wat ermee gedaan wordt. Dan heb ik het niet alleen over de commercialisering maar ook de diensten die meekijken zoals een NSA.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Baidu integreert e-commerce van JD.com

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Chinese gebruikers van Baidu-apps moeten met een enkele vingerbeweging items kunnen kopen bij JD.com. Dat vloeit voort uit de niet-exclusieve samenwerking tussen de twee partijen uit het Verre Oosten.

Afgelopen weekend maakten de bedrijven een strategische samenwerking bekend waarbij JD.coms kennis over consumentengedrag en het bereik van Baidu worden gecombineerd. Dat moet tot betere targeting en, daarmee, effectievere reclame leiden en voor JD.com tot hogere conversieratio’s.

Concreet gaat het om de zoekmachine Baidu, diens landkaarten-, muziek- en videodienst en zijn chatplatform waarin het e-commerceaanbod wordt versleuteld. Veel meer dan mobiele internetgebruikers in het Westen willen Chinezen geïntegreerde diensten: één app met daarin ze zo veel mogelijk verschillende functies.

WeChat is daarbij een goed voorbeeld. Dat brengt alle denkbare internetdiensten, via externe koppelingen, allemaal in dat ene chatprogramma bijeen.

JD.com krijgt ook toegang tot de diepe kennis over kunstmatige intelligentie van Baidu.

Hieronder een demonstratie van WeChat:



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google verboden als voorkeurszoekmachine in Rusland

Posted 09 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Russische variant van Android-browser Chrome vraagt gebruikers voortaan om hun favoriete zoekmachine in te stellen. Door een antimededingingszaak aangespannen door Yandex, geldt in Rusland een verbod op Google als voorkeurszoekmachine.

Aanvankelijk kreeg Google een boete van omgerekend 6,75 miljoen dollar opgelegd, maar het bedrijf wist uiteindelijk een schikking te treffen met de Russische Federatie.

Wie nu Chrome voor het eerst opstart, krijgt een keuzemenu te zien en kan zelf zijn favoriete zoekmachine selecteren. Naast Google zijn dat Yandex en Mail.ru.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Phocuswright: digitalisering reisbranche staat op omslagpunt

Posted 03 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Er zijn grote veranderingen op til voor airlines, hotels en andere spelers in de reisbranche. Nieuwe technologieën en veranderende doelgroepen maken dat de digitalisering van travel in een stroomversnelling raakt. Phocuswright kijkt in 2017 Phocus Forward: The Year Ahead in Digital Travel naar de trends en ontwikkelingen die op stapel staan.

Om te beginnen met de luchtvaartmaatschappijen: in Europa en Noord-Amerika is de markt zo goed als verzadigd. Azië ziet wel groei, omdat de middenklasse en dus het reizende deel van de populatie daar steeds groter wordt. De verwachting is dat de helft van alle vliegtickets in Europa eind dit jaar online zal worden geboekt. In de VS is dat 60 procent. Azië heeft een achterstand in te halen en zit in 2020 naar verwachting op 50 procent.

Phocuswright signaleert dat projecten rond de New Distribution Capability, een standaard waarmee luchtvaartmaatschappijen niet alleen vliegtickets, maar ook de bijbehorende extra’s gemakkelijk online boekbaar maken, eindelijk van de grond komen. Hierdoor wordt het mogelijk om het gehele vliegproduct te verkopen via messenger-apps.

Deze ontwikkeling is aan de late kant. Luchtvaartmaatschappijen bieden al jaren geen all-in vliegtarieven meer aan. In plaats daarvan selecteert de passagier uit een soort à la carte menu welke extra’s, zoals ruimbagage of een stoel met meer beenruimte, hij nodig heeft. Een andere mogelijkheid is dat de airline ‘fare families’ aanbiedt – gebundelde tarieven, waarbij het goedkoopste tarief alleen het vervoer van A naar B omvat, terwijl het duurste gratis annuleren en omboeken mogelijk maakt, alsmede het kosteloos meenemen van ruimbagage, enzovoorts.

Een aantal start-ups is in het gat gesprongen dat door deze complexiteit wordt veroorzaakt. Zo maakt Flyiin het mogelijk om gebundelde prijzen te vergelijken van verschillende carriers en zorgt Air Black Box ervoor dat luchtvaartmaatschappijen elkaars extra’s kunnen verkopen als er sprake is van een traject met meerdere airlines. Maar, zo waarschuwt Phocuswright, deze initiatieven hebben de consument alleen wat te bieden als de luchtvaartmaatschappijen ze massaal omarmen.

Andere ontwikkelingen die in de whitepaper worden gesignaleerd zijn chatbots die de klant helpen bij boeken en informatie verstrekken. Bij Kayak en Hipmunk kunnen reizigers op Facebook Messenger op zoek gaan naar hun ideale vakantie, alleen blijven de boekingen achter. En China Southern Airlines geeft vluchtsuggesties als antwoord op voice search op het populaire platform WeChat. “In de volgende fase van dit voortdurende partijtje touwtrekken zullen de winnaars degenen zijn die opkomende technologieën en platformen weten te benutten,” aldus Phocuswright.

Hotellerie: Airbnb en OTA’s

De uitdagingen van de hotellerie blijven ongewijzigd: directe boekingen genereren om de afhankelijkheid van online reisagenten (OTA’s) te verminderen en de concurrentie van alternatieve accommodaties (lees: Airbnb) het hoofd bieden. In 2016 werd er in de VS voor het eerst meer geboekt via OTA’s dan direct bij de hotelketens. In gefragmenteerde markten zoals Europa is de balans al langer doorgeslagen ten faveure van de OTA’s. Hotels proberen gasten terug te lokken naar hun eigen website door members-only tarieven te bieden aan leden van het loyaliteitsprogramma.

Wat de alternatieve accommodaties betreft, zoeken hotels het antwoord in allerlei innovaties op het gebied van de merkbeleving, technologie en content. Sommige hotelketens zoals Accor proberen een graantje mee te pikken van de vakantieverblijfmarkt door zelf dergelijke platformen in te lijven (onefinestay, Travel Keys, Oasis Collections).

Die vervaging van grenzen zie je ook op het gebied van zoeken en boeken van reizen. Metazoekmachines als Kayak is gekocht door Priceline, Skyscanner door Ctrip en Trivago door Expedia. TripAdvisor probeert als metazoekmachine juist functionaliteiten toe te voegen waarbij bezoekers direct op de site boeken. En aan de top van funnel krijgt Google steeds meer grip op hoe reizigers hun trips zoeken en boeken. Phocuswright verwacht dan ook veel disruptie op dit dynamische speelveld.

Tot slot staan chatbots in combinatie met Artificial Intelligence (AI) en voice search natuurlijk op het punt om kritische massa te bereiken. “Chat en voice zijn de nieuwe media voor reizigers,” stelt Phocuswright. Maar net als bij mobiel geldt hier dat de bereidheid om te boeken achterblijft bij het zoekgedrag.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Arla Lactofree: online zichtbaarheid vergroten met behoud van privacy

Posted 02 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoe target je consumenten met gezondheidsproducten zonder hun privacy te schenden? En hoe ondersteun je offline verkopen zo goed mogelijk met de online content? Dit waren de twee grootste vraagstukken bij het opzetten van de online-marketingstrategie van Arla Lactofree.

Arla Foods is een coöperatie van Europese melkveehouders. Het bedrijf is in Nederland bekend van de merken Arla, Apetina, Castello, Lurpak en Melkunie. Met Arla Lactofree is Arla Foods samen met Expand Online (part of Dept) gestart met het opstellen van een online-marketingstrategie.

Arla Lactofree is een lijn producten, geschikt voor mensen met een lactose-intolerantie – 1,5 miljoen mensen in Nederland alleen al. De missie van Arla is om in 2020 de marktleider te zijn in lactosevrije zuivel. Voor dit jaar is de doelstelling om bewustwording te creëren bij de lactose-intolerante doelgroep. Onze opdracht als Expand Online is om relevante zichtbaarheid te creëren rond Arla Lactofree.

Het merendeel van de doelgroep start haar zoektocht online. Negenendertig procent is ‘heavy user’ van internet. Ze zoeken hoge kwaliteit content, die ze op het juiste moment goed moeten kunnen vinden. Daarvoor zijn Google Search en Google Display Network (GDN) de aangewezen kanalen maar er zitten wat haken en ogen aan. Als het om gezondheid gaat mag je iemand namelijk niet volgen via cookies en op basis daarvan targeten of remarketen. Dat was de eerste uitdaging bij het bepalen van de strategie.

Tweede uitdaging met Arla Lactofree was om online en offline te verbinden en het effect te meten. De daadwerkelijke conversie vindt in de supermarkt of speciaalzaak plaats. Er zijn tools waarbij je het point of sale meet en koppelt aan bijvoorbeeld display advertising. Het kassasysteem wordt dan gelinkt aan de Google ID. Of als de klant een loyaltycard heeft dan weet je meteen wat je online boodschappen offline teweegbrengen. Maar zover zijn we nog niet met Arla. In eerste instantie hebben we ons gericht op de ondersteuning van offline conversie door de online activiteiten.

Customer journey

Met deze twee uitdagingen in het achterhoofd hebben we de volgende customer journey beschreven en op basis daarvan de SEO, SEA en GDN ingericht:

Arla Lactofree

Brand awareness

In de eerste fase van de customer journey zoekt de consument informatie op Google over de symptomen van lactose-intolerantie en mogelijke oplossingen. Om ervoor te zorgen dat Arla Lactofree aanwezig is met de antwoorden, wordt gebruikgemaakt van zoekmachineoptimalisatie, voor trefwoorden die betrekking hebben op symptomen. Voor zoektermen die te maken hebben met lactose-intolerantie gebruiken we Paid Search en via Google Display Network zorgen we voor zichtbaarheid op interessante websites. We kijken dus op microniveau wat de gebruiker buiten de Arla-website doet. Als iemand bijvoorbeeld op Gezondheidsplein.nl een artikel leest over lactose-intolerantie, dan kunnen we die persoon targeten met informatie over Arla-producten.

Om voor relevantie te zorgen in deze fase is de website van Arla uitgebreid met een tool waarmee gebruikers ingrediënten kunnen checken op de aanwezigheid van lactose. Daarnaast worden de Google Search- en Display-advertenties samen met de brand en online content manager van Arla Foods geschreven, zodat de tekst niet alleen technisch goed scoort maar ook inhoudelijk de spijker op zijn kop slaat.

Brand consideration

In de tweede fase weet de consument dat hij lactose-intolerant is. Hij is bezig met een aanpassing van zijn levensstijl en dieet. In de organische zoekresultaten wordt Arla gevonden bij trefwoorden die te maken hebben met lactosevrije recepten. Paid Search is gericht op zoekwoorden rond lactosevrije producten en zuivelvervangers en GDN draait wederom om zichtbaarheid op gerelateerde websites of onderwerpen, zoals een artikel over lactose-intolerantie op Libelle.nl.

De content op de website wordt momenteel uitgebreid op basis van zoekgedrag van de consument. Zo komen er veganistische recepten op te staan. De toon van de advertenties is positief: ‘Geniet ervan, het kan…!’ is de boodschap. Van alle banners zijn twee A/B-varianten gemaakt zodat de campagne kan worden geoptimaliseerd. Het opvallendste testresultaat zagen we bij een bannerset die consumenten wijst op de nieuwsbrief met lactosevrije recepten, restaurants en andere tips. Variant A heeft als call-to-action ‘meld je aan voor de nieuwsbrief’ terwijl die van variant B ‘ontdek meer lactosevrije recepten’ is. A heeft een CTR van 0,18 procent en een conversieratio van 0,54 procent. B lijkt beter te scoren met een CTR van 0,23 procent maar converteert in slechts 0,21 procent van de gevallen. Variant A heeft dus de voorkeur.

Brand action

Dit is de laatste fase van het online gedeelte van de customer journey. De consument is gewend aan zijn lactosevrije levensstijl en weet welke producten en merken daarbij helpen. Hij wil genieten en zich goed voelen. Dit is het moment waarop Arla Lactofree als merk wordt geïntroduceerd. Zowel in de organische zoekresultaten op Google als bij Paid Search gebeurt dat als er trefwoorden worden ingevoerd die te maken hebben met Arla en Lactofree. GDN draait nog steeds om het tonen van banners op relevante websites.

Op de website van Arla worden lactosevrije restaurants aanbevolen. Daarnaast heeft Arla een nieuwsbrief voor de consumenten die zich in deze fase bevinden. De advertenties zijn vrolijk van toon en gericht op het introduceren van het merk Arla Lactofree als traktatie voor jezelf.

Point of conversion

De consument weet alles van de producten, ingrediënten en smaken van Arla Lactofree en kan de juiste keuze maken. De aanschaf gebeurt zoals gezegd offline, maar de online content ondersteunt het moment van conversie. In de zoekresultaten en in Paid Search komt Arla naar voren als op lactose-gerelateerde termen wordt gezocht. De GDN-aanpak is hetzelfde als in de vorige fases.

De content is gericht op uitgebreide productinformatie. In de banners staan de producten ook centraal.

Resultaten

We zijn nog niet zolang bezig met deze case, maar kunnen alvast enkele resultaten delen met betrekking tot de GDN-campagnes. Door websites die zich richten op buikklachten (zoals maagdarmlever.nl en opgeblazenbuik.nl) te combineren met zoekwoorden die symptomen van lactose-intolerantie zijn (bijvoorbeeld diarree en buikpijn) kunnen we specifiek targeten. Daardoor is de CTR van de advertenties 0,57 procent. Een nog beter resultaat leveren de banners op die we tonen aan bezoekers van websites die gaan over lactose-intolerantie: 0,75 procent. Gemiddeld is de CTR bij GDN-campagnes 0,05 procent.

Ten aanzien van het websitebezoek zien we een stijgende lijn in zowel de time on site als het aantal pages per visit. De bounce rate daalt. De kwaliteit van de website is dus goed, zodat we ons nu kunnen richten op het maximaliseren van het vertoningsaandeel om zo een groter marktaandeel te verwerven.

Dit zijn bemoedigende eerste resultaten maar er valt nog meer te halen uit de online aanwezigheid van Arla Lactofree. Daarom gaan we de komende tijd nog meer werken aan SEO en de content op de website (denk aan recepten, een symptoomchecker en tips voor een andere levensstijl). Ook zullen we dynamische landingspagina’s introduceren, zodat de site nog relevanter wordt voor bezoekers. De Nederlandse markt is de eerste waarop op deze manier online marketing wordt toegepast door Arla Foods. Daarin zullen we blijven door ontwikkelen zodat we hopelijk over drie jaar de ambitie om marktleider te zijn in lactosevrije en plantaardige zuivel hebben gerealiseerd.



Lees het volledige bericht op Emerce »