Posts Tagged ‘zoekmachine’

Na megaboete EU Android niet langer gratis?

Posted 19 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google mag smartphonefabrikanten in Europa niet langer verplichten om Google apps mee te leveren als ze Android gratis willen gebruiken voor hun toestellen. Daarmee valt een belangrijke inkomstenbron voor Google weg. Moeten fabrikanten straks gaan betalen voor Android?

Voor alle duidelijkheid: smartphonefabrikanten zijn niet verplicht om de apps van Google te installeren. Android is open source en in de loop der jaren zijn dan ook diverse varianten van de mobiele systeemsoftware uitgebracht, waaronder eentje die retailer Amazon gebruikt voor zijn tablets. Ook aanpassingen zijn toegestaan, vandaar dat veel fabrikanten zoals Samsung ook nog eigen software schrijven die met Android samenwerkt.

Het probleem is dat een kale versie van Android niet interessant genoeg is. Fabrikanten willen gebruikers ook toegang kunnen bieden tot miljoenen apps in de Google Play Store. Ook is het handig als gebruikers kunnen e-mailen (via Gmail) of browsen (via Chrome). De meeste fabrikanten willen dit soort software niet zelf schrijven.

Google levert in dat geval een volledig pakket oplossingen, waarover dan wel contractuele afspraken worden gemaakt. Deze ‘lock-in’ is waar de EU over valt. Rivalen als zoekmachine Yandex krijgen dan geen kans meer om afspraken met fabrikanten te maken.

Google CEO Sundar Pichai suggereert in een blogpost dat de maatregelen wel eens zouden kunnen leiden tot een ander verdienmodel. Per slot van rekening moet Google miljarden dollars aan ontwikkelingskosten zien terug te verdienen, wat nu tenminste nog lukt via diverse apps. Aan deze volgens Pichai ‘fijne balans’ zou zomaar eens een einde kunnen komen.

Theoretisch zou Google fabrikanten geld kunnen vragen voor het gebruik van Android. Die kosten worden dan meestal aan consumenten doorberekend. Het was een van de (pers)vragen gisteren aan Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging): worden Android smartphones als gevolg van de boete juist niet duurder?

Vermoedelijk niet. Ten eerste gelden de beperkingen alleen voor Europa, weliswaar een belangrijke afzetmarkt, maar elders kan Google gewoon zijn gang gaan.

Ten tweede kan de EU fabrikanten niet verplichten om een verscheidenheid aan apps van verschillende leveranciers op hun toestellen te installeren. Fabrikanten kunnen nog steeds kiezen voor Google apps en anders zijn die wel makkelijk te downloaden. Vroeger konden Google apps op Android moeilijk verwijderd worden, dat is al een stuk makkelijker geworden.

Wat dat betreft doet deze zaak erg denken aan de boetes die Brussel in het verleden aan Microsoft oplegde. Die moest gebruikers van Windows-software meerdere browsers aanbieden in plaats van alleen het eigen Internet Explorer. Maar wie tegenwoordig de nieuwste Windows 10 versie van het net haalt ziet nog altijd geen keuzescherm. Het gros van gebruikers interesseert zo’n keuzescherm al helemaal niet.

Sterker nog: Internet Explorer heeft al jaren geleden marktaandeel verloren aan Google dankzij de truc met het koekoeksei. Telkens wanneer Internet Explorer gebruikers gaan googelen worden ze gewezen op die mooie browser Chrome die je met een simpele muisklik kunt downloaden. Chrome kan tegenwoordig 55 procent marktaandeel claimen, IE is gedaald naar een magere 6 procent. Het effect van de boetes was in dit geval nul.

Google mag in Europa dan geen keiharde afspraken meer maken met smartphonefabrikanten, in de praktijk gaat er vermoedelijk niet veel veranderen. Menige Android telefoon zal nog steeds worden geleverd met Google Maps, Gmail, Chrome, Google Play en Google Search en geen gebruiker gaat daar over klagen.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google krijgt boete van 4,3 miljard euro voor marktmisbruik Android

Posted 18 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google krijgt een boete 4,3 miljard euro opgelegd vanwege misbruik van de dominante marktpositie met het mobiele besturingssysteem Android. Google krijgt 90 dagen de tijd om zijn voorwaarden aan te passen. Het bedrijf gaat in beroep.

De boete valt fors hoger uit dan de straf van 2,4 miljard euro die Google vorig jaar opgelegd kreeg van Brussel. De maximale boete die de EU kan opleggen is 10 procent van de jaaromzet van Google of moederbedrijf Alphabet. Omgerekend is dat 9,3 miljard euro.

Google-directeur Sundar Pichai zou dinsdag al zijn ingelicht door Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging).

De illegale praktijken hebben volgens de EU vooral plaatsgevonden tussen 2011 en 2014. Vanaf 2013 werden de voorwaarden al aangepast.

De Europese Commissie heeft grote problemen met Android omdat smartphonefabrikanten worden gedwongen Google apps te installeren willen zij gebruik kunnen maken van de Play Store. Ook al zijn er alternatieve appwinkels, ze kunnen moeilijk om de Play Store heen.

Android is formeel open source, fabrikanten betalen geen licentie voor het gebruik ervan, zoals in het verleden met Windows Mobile het geval was. Daar staat tegenover dat Google wel aan de ontwikkeling van de systeemsoftware wil verdienen. De software heeft een marktaandeel van 90 procent. Gebruikers die overstappen van Android naar Apple hebben volgens de EU niet echt een alternatief. Google is daar de standaard zoekmachine.

Google heeft volgens de Europese Commissie ook fabrikanten betaald om de Google Search app exclusief op smartphones geïnstalleerd te krijgen.

Volgens Vestager betekent de boete niet dat Google geld zou moeten vragen voor het gebruik van Android op hun smartphone. “Er zijn voldoende manieren om te verdienen aan Android. De Google Play Store is nog altijd een belangrijke inkomstenbron.”

Google reageert als volgt: ‘Android heeft meer keuze voor iedereen gecreëerd, niet minder. Een levendig ecosysteem, snelle innovatie en lagere prijzen zijn klassieke kenmerken van robuuste concurrentie. We zullen in beroep gaan tegen de beslissing van de Commissie.’

EU-commissaris Vestager bevestigde dat er nog een onderzoek loopt naar ‘verticale zoekmarkten’ waarin Google actief is. Ook moet de commissie nog kijken naar de maatregelen die Google heeft genomen naar aanleiding van de boete die de EU het bedrijf heeft opgelegd voor Google Shopping. Het bedrijf trok de zoekresultaten van de eigen dienst voor.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

17.000 oude boeken in Delpher

Posted 11 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Zoekmachine Delpher is uitgebreid met 17.000 nieuwe boektitels, met name afkomstig van de Vrijmetselaren en van drie microfilmprojecten van de Universiteit Utrecht, Universiteit Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek.

Het is de tweede grote uitbreiding binnen een half jaar. In april kwamen 8545 extra boeken beschikaar uit de twintigste eeuw: Van oorlogsboeken en studies tot kleurrijke kinderboeken en religieuze uitgaven.

Eind vorig jaar verschenen in Delpher alle naoorlogse uitgaven van de Volkskrant, Trouw en Het Parool.

De boeken zijn digitaal volledig te lezen en de downloaden. Een volledige lijst is hier te vinden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Booking Holdings koopt Australische metazoekmachine

Posted 09 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Booking Holdings, het moederbedrijf van Booking.com, heeft de Australische metazoekmachine HotelsCombined gekocht voor een onbekend bedrag. HotelsCombined zal als merk rapporteren aan Kayak.

Belangrijkste reden voor de acquisitie is dat Booking voet aan de grond wil krijgen in Australazië. Kayak is daar al wel vertegenwoordigd, maar dan met name op het gebied van vluchten. HotelsCombined biedt de mogelijkheid om ook in accommodaties te groeien. HotelsCombined laat weten dat de overname schaalgrootte, innovatie en verbreding van het productaanbod mogelijk zal maken.

De metazoekdivisie van Booking Holdings telt al een flink aantal merken, waaronder Kayak, Momondo, Cheapflights, Swoodoo en Checkfelix. Het ligt dan ook in de lijn der verwachting dat HotelsCombined als afzonderlijk merk blijft bestaan, maar dit is niet bevestigd door Booking Holdings.
HotelsCombined werd in 2005 opgericht en het hoofdkantoor bevindt zich in Sydney. De overname door Booking Holdings is goedgekeurd door de raad van bestuur en aandeelhouders en wordt later dit jaar afgerond onder voorbehoud van goedkeuring van de betrokken autoriteiten.

Met de investering geeft Booking Holdings het signaal af vertrouwen te hebben in de metamarkt, ondanks de concurrentie van Google, die in het jaarverslag van 2017 als grote rivaal werd benoemd. “Google’s metazoekdiensten Google Hotel Ads en Google Flights groeien snel en hebben een significant marktaandeel verworven in een relatief korte periode.”

Daarnaast erkent Booking Holdings in het verslag dat het gebruik van metazoekmachines door de consument ertoe kan leiden dat de boekingsplatformen in de groep business verliezen aan concurrenten. Kayak laat immers ook de prijzen zien van leveranciers (luchtvaartmaatschappijen en hotels) waar direct geboekt kan worden en van OTA’s die niet in de groep zitten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Infographic: SEO voor YouTube

Posted 07 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

De tweede zoekmachine na Google? YouTube, ook van Google. Goed voor maar liefst 3 miljard zoekopdrachten per week. En dus is het zaak dat je video ook echt gevonden wordt. Deze infographic van One Productions zet de SEO learnings voor YouTube op een rij.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Browsermaker Opera in de VS naar de beurs

Posted 02 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het Noorse Opera Ltd, het bedrijf achter de gelijknamige browser, gaat in de VS naar de beurs.

Vorig jaar genereerde Opera 128 miljoen dollar aan operationele omzet, al bleef onder de streep slechts 6,1 miljoen over.

De advertentiepoot Otello maakt geen onderdeel meer uit van Opera. Opera Ltd is in Chinese handen.

Opera heeft browsers voor nagenoeg ieder apparaat. Op Android zijn er alleen al drie smaken: Opera, Opera Mini en Opera Touch. Op iOS is er alleen Opera Mini.

Opera claimt 182 miljoen actieve maandelijkse gebruikers.

Inkomsten komen vooral van deals met zoekmachines zoals Yandex en adverteerders.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Is Google AdWords effectiever dan adverteren op Facebook en Instagram?

Posted 29 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Voor veel organisaties is Google AdWords inmiddels een vertrouwde en vanzelfsprekende manier van adverteren. Facebook en vooral Instagram zijn in dat opzicht nog relatieve nieuwkomers, maar hebben een enorm bereik. Kun je die nog links laten liggen? Een vergelijking.

Het bereik van Facebook is nog steeds groot in Nederland. Volgens het Nationaal Social Media onderzoek dat in maart 2018 is gepubliceerd, heeft Facebook 10,8 miljoen gebruikers in Nederland. Bijna 8 miljoen van deze gebruikers loggen dagelijks in op Facebook. Sinds de berichtgevingen over privacyschending van Facebook, is het gebruik in Nederland maar beperkt afgenomen.

Het gebruik van Instagram, sinds 2012 in handen van Facebook, maakt zelfs een flinke groei door. Instagram wordt door 4,1 miljoen Nederlanders gebruikt. Het aantal dagelijkse gebruikers op Instagram is ten opzichte van 2017 zelfs met veertig procent gestegen. Deze groei is te zien onder alle leeftijdsgroepen, dus niet alléén onder jongeren.

Per dag vinden er een kleine vier miljard zoekopdrachten plaats op Google. Daarmee heeft Google een marktaandeel van circa negentig procent in Nederland. Google en de advertenties op Google die steeds meer ruimte innemen op de zoekmachineresultaten pagina’s zijn niet meer weg te denken.

Op welk advertentieplatform kun je het beste adverteren?

AdWords heeft in de afgelopen tien jaar een vaste plek verworven in het mediabudget van veel bedrijven. Maar dankzij de effectiviteit van het veilingsysteem en de nog altijd groeiende populariteit van online adverteren, worden de clicks er in sommige branches niet goedkoper op. Denk aan CPC-prijzen van meer dan tien euro voor een zoekwoord als ‘hypotheekadviseur’. Genoeg reden dus voor adverteerders om ook andere kanalen in te zetten. Zoals Facebook en Instagram.

Verschillen tussen AdWords en Facebook & Instagram

Even een stapje terug: hoe zit het ook al weer? Bij Google AdWords worden advertenties getoond op basis van zoekopdrachten. De ‘zoeker’ heeft (kort door de bocht) een concrete behoefte aan een product of dienst en gebruikt Google als kanaal om die behoefte in te vullen. Als bedrijf kun je met Google AdWords ervoor zorgen dat jouw (tekst)advertentie wordt getoond op het moment dat iemand een specifieke zoekopdracht intypt in Google. Daarnaast beschikt Google AdWords ook over de mogelijkheid om te adverteren op het Display Netwerk, waarbij wordt geadverteerd op basis van interesses of context.

Door te adverteren op Facebook en Instagram benader je interessante doelgroepen op basis van interesses, (online) gedrag of demografische gegevens. Mensen zijn op Facebook en Instagram niet actief op zoek naar producten of diensten. Maar als adverteerder op Facebook en Instagram kun je optimaal gebruikmaken van de data die bekend zijn van de gebruikers van deze platformen.

Waarom adverteren op Google AdWords zo effectief is

Het marktaandeel van Google in Nederland is in Q1 op Desktop 89,33%, op Smartphones zelfs 98,80%. Google AdWords is marktleider in de online advertisingbranche. Dagelijks worden wereldwijd meer dan 3,5 biljoen zoekopdrachten gedaan. Google biedt adverteerders een gigantisch bereik onder potentiële gebruikers. Het grote voordeel is en blijft het bereik van iedereen die in Google gericht iets zoekt. Met een goede inzet van Google AdWords vinden geïnteresseerde doelgroepen vervolgens jouw organisatie.

Adverteren kan via het Zoeknetwerk, maar ook via het Display Netwerk van Google. Naast het bereik in de zoekmachine zelf, biedt het Google Display Netwerk adverteerders nog een extra bereik van ongeveer 95% van het internet. Een geweldige keuze voor adverteerders die naast het bereiken van resultaatgerichte conversiedoelstellingen ook bredere marketingdoelen nastreven zoals het vergroten van de naamsbekendheid.

Eén van de grote voordelen van advertenties in Google AdWords is de grote hoeveelheid features die je als adverteerder tot je beschikking hebt om advertenties nog interessanter te maken. Nieuwe advertentie extensies zoals promotie extensies of nieuwe Display strategieën zoals Custom intent audiences maken dat je advertenties optimaal kunt finetunen voor jouw doelgroep.

Maar ook Facebook en Instagram hebben voordelen

Vergeleken met Google AdWords, is adverteren op Facebook en zeker op Instagram vrij nieuw. Net als Google AdWords hebben Facebook en Instagram een groot publiek en bereik. Dagelijks gebruiken circa 2 miljoen mensen Instagram en zo’n 8 miljoen mensen Facebook in Nederland. De grote kracht van Facebook en Instagram is de grote mate van nauwkeurigheid waarmee gebruikers getarget kunnen worden.

Gebruikers van Facebook en Instagram delen belangrijke levensgebeurtenissen op de platformen. Denk aan de geboorte van kinderen, de aankoop van een nieuw huis of het vieren van een nieuwe baan. Niet alleen het delen van content maar ook het ‘liken’ van content of  het ‘volgen’ van pagina’s door gebruikers, zorgt voor unieke kansen voor adverteerders. Zo ‘weet’ Facebook meer over doelgroepen dan alleen wat iemand zelf invoert. Denk aan kant-en-klare doelgroepen als ‘eigenaren van kleine bedrijven’ of ‘mensen die twee weken geleden zijn teruggekomen van een reis’.

Lookalike audiences binnen Facebook

Facebook en Instagram lanceren regelmatig nieuwe features. Denk aan de recente lancering van Instagram Stories of Canvas Ads. Een handige tool is bijvoorbeeld ook ‘lookalike audiences’, ook wel ‘vergelijkbare doelgroepen’ genoemd. Daarmee maak je een doelgroep voor je advertenties binnen Facebook die lijkt op de bezoekers van je website of je bedrijfspagina op Facebook. Je kunt zelfs een klantenbestand importen en daarvan een vergelijkbare doelgroep aanmaken. De grootte van de doelgroep kun je zelf bepalen: het gaat altijd om een percentage (1% tot 10%) van het totaal aantal gebruikers op Facebook in een land of regio. Een lookalike audience voor Nederland heeft dus altijd iets meer dan 100.000 mensen.

Facebook en Instagram advertenties zijn heel visueel. Advertenties passen helemaal in het format van Facebook en Instagram en daarmee onderscheiden ze zich enorm van de welbekende tekstadvertenties en Display advertenties in Google AdWords. Adverteren op Facebook & Instagram wordt ook wel native advertising genoemd. Facebook ziet niet graag tekst in je afbeelding, dat lijkt een nadeel, maar daardoor lijkt je advertentie wel meer op een gewone post. Advertenties gericht op traffic (niet op conversie) doen het in onze ervaring bijvoorbeeld vaak veel beter zónder call-to-action button, waarschijnlijk omdat ze zo nog meer op echte content lijken.

Wie conversie zegt, zegt retargeting

Wil je je websitebezoekers nog een keer herinneren aan jouw product of dienst? Dan biedt Google AdWords diverse mogelijkheden met:  

  • Remarketing voor Search (RLSA),
  • Remarketing binnen het Display netwerk
  • Dynamic Remarketing voor producten (m.b.v. productfeeds)

En ook Facebook en Instagram bieden interessante retargeting mogelijkheden. Als je de Facebook Pixel geïnstalleerd hebt, kun je specifiek de bezoekers van je website of van bepaalde pagina’s retargeten, met als doel meer likes of meer conversies.

Google AdWords of Facebook en Instagram: welke heeft de voorkeur?

Of je nu adverteert op Facebook, Instagram of Google: als ondernemer wil je via al deze platformen je naamsbekendheid vergroten en uiteindelijk meer producten of diensten verkopen. Google en Facebook zijn in Nederland veruit de grootste spelers op de advertentiemarkt. Instagram is een snelgroeiend platform en daarmee gelijk ook heel interessant voor adverteerders. De combinatie tussen al deze platformen zorgt een effectieve online advertising strategie.

Welk platform heeft de voorkeur? Het antwoord op die vraag, begint met een wedervraag: wat is het doel van je advertenties? Natuurlijk is er nog veel meer nuance te brengen in dit beslissingsproces, maar we doen hierbij een voorzet.

  1. Is je doel vooral naamsbekendheid, dan zijn Facebook en Instagram en Google’s Display Netwerk het best geschikt.
  2. Maar ga je voor conversies? Dan is het Zoeknetwerk van Google moeilijk te verslaan. Als je de click kunt betalen, tenminste. Zo niet, wijk dan uit naar de conversie advertenties van Facebook en Instagram – nog steeds een prima alternatief.

Dit artikel is samen geschreven met Jeroen van Putten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google optimalisatie: van mobile-first naar AI-first index

Posted 27 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De afgelopen twee jaar werd er – in aanloop naar de mobile-first index – veel nadruk gelegd op het mobielvriendelijk maken van websites. Het is de vraag of we daarmee de lading van de ‘mobile-first ontwikkeling’ wel écht goed dekken. Zo begint artificial intelligence (AI) een toenemende rol te spelen in de zoekresultaten. Maar hoe kun je je focus verschuiven van mobile-first naar een AI-index? Welke ontwikkelingen maakt Google hierin door en hoe kun je als SEO consultant op de kansen van de AI-first index inspelen?

Eerst een blik op SEO hoe het was. In eerste instantie was SEO vooral gericht op domeingerelateerde aspecten. Zo hebben techniek, keywords en links altijd een grote rol gespeeld in het algoritme van Google. Hoewel graag vastgehouden wordt aan de bekende methodes om beter in Google te ranken en meer traffic naar sites te genereren, lijkt dit in 2018 niet meer voldoende om SEO-succes te waarborgen. Dus stellen we ons steeds meer de vraag waar we in moeten investeren om anno 2018 je vindbaarheid op peil te houden.

Daar komt AI en Machine Learning (ML) al snel om de hoek kijken. Want, zoals gezegd, draait de mobile-first ontwikkeling om meer dan alleen een transitie van desktop naar mobiel en baseert Google steeds meer zoekmachine resultaten op AI en ML. Simpelweg mobile-first denken, in het kader van een mobielvriendelijke website, lijkt dus niet genoeg om organisch vindbaar te blijven in Google.

Tijdens de laatste editie van Google I/O liet het bedrijf zien dat het via kunstmatige intelligentie in staat is om content en intentie beter te begrijpen. Een kleine greep uit de interessantste AI-ontwikkelingen.

Google News – De zoekmachine lanceerde vorige maand al een nieuwe versie, waarbij “de beste kunstmatige intelligentie wordt ingezet om de beste menselijke intelligentie te vinden”. Daarmee gaat Google de eeuwige stroom aan nieuws organiseren en beoordelen op kwaliteit. Het geeft publishers een sterk platform, maar laat ook zien dat het zeer goed is in het herkennen en analyseren van tekstuele content.

Google Assistant – De chatbot Google Duplex neemt een volgende stap in spraakassistentie. Wil je een afspraak maken bij de kapper? Of een tafeltje voor twee reserveren? Door middel van kunstmatige intelligentie wordt het mogelijk om een belletje te laten maken naar een bedrijf. En dat met een natuurlijke stem.

Gmail – Gmail wordt geavanceerder met Smart Compose, waarbij AI wordt ingezet om taal beter te begrijpen en slimme antwoorden te genereren. De nieuwe feature geeft interactieve suggesties terwijl je typt. Nog een bewijs van dat ML de core van Google’s producten bepaalt.

De ontwikkelingen van Google tonen dat AI steeds meer ingezet wordt om gebruikers sneller in hun informatiebehoefte te voorzien. Maar wat voor impact heeft dat op SEO?

De CTR in Google naar organische resultaten is op mobiel in drie jaar tijd gedaald van 65,6% naar 38,9%.

Op basis van recente data, gepubliceerd door Rand Fishkin, wordt er steeds minder geklikt op organische mobiele zoekresultaten. De oorzaak hiervan ligt vooral bij de antwoorden die bezoekers vinden in zoekmachines. Naast zogeheten direct answers zie je steeds meer dat reserveringen en shopping mogelijkheden bezoekers binnen het platform van de zoekmachine houden. De focus van zoekmachines komt dus steeds meer te liggen om het doel van gebruikers binnen de eigen omgeving te vervullen. Het zal je niet verbazen, maar ook dat wordt mede mogelijk gemaakt door de inzet van AI. Hierdoor neemt de noodzaak om naar een website te navigeren af. En dat is frustrerend wanneer je doel is om meer verkeer naar je website te sturen.

Hoe kun je als SEO-consultant concreet inspelen op de AI-index?

1.Optimaliseer je Rich Results. Dit zijn AI-gestuurde resultaten, zoals recepten carrousels, afbeeldingen en local packs waarmee meer zichtbaarheid wordt gecreëerd op de resultatenpagina.

2. Houd structured data in je achterhoofd. Deze spelen namelijk een essentiële rol voor Google om content beter te begrijpen en interactieve resultaten weer te geven. Het is relatief eenvoudig te implementeren en zorgt voor verhoogde vindbaarheid binnen de SERP die constant verandert. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat je in de volgende AI-resultaten terecht komt:

  • Local
  • Video’s
  • Foto’s
  • Podcasts
  • Jobs
  1. Let ook vooral op ontwikkelingen als Voice, PWA en AMP. Dit zijn de disrupters van het turbulente SEO-landschap. Bereid je hierop voor door deze technologieën te testen en hier development resources voor vrij te maken.

Voice Search – Reserveren bij een restaurant of een pizza bestellen? Voice Actions zorgen ervoor dat je dit via spraak kan doen. Featured snippets krijgen een steeds grotere rol bij het beantwoorden van spraak gestuurde vragen. Optimaliseer voor voice search door gebruik te maken van structured data en conversatiegerichte content. Lees hier de tips op Search Engine Land.

PWA – De technologie die een app-ervaring via de browser mogelijk maakt. PWA’s brengen naast betere performance ook engagement en offline functionaliteiten met zich mee. Zo kun je een website, na een aantal interacties, via een icon aan je startscherm toevoegen. Ook Dept heeft hierop ingespeeld.

AMP – Accelerated Mobile Pages zorgen ervoor dat content snel wordt geladen en vanuit de zoekmachine instant worden weergegeven, mede doordat ‘prerendering’ en ‘prefetching’ slim worden ingezet. De laatste ontwikkelingen over AMP zijn door mijn collega Jason van Alphen opgesomd.

PWAMP – PWA en AMP combineren heeft een versterkend effect op performance en engagement. Zo kun je bijvoorbeeld:

  • PWA-features in AMP-pagina’s toevoegen
  • Een AMP-pagina gebruiken als entry voor een PWA
  • Wanneer je al AMP hebt geïmplementeerd kan AMP ook worden gebruikt als content- en databron voor een PWA.
Verleg je focus

Dat Google het AI-first denken toepast in al haar producten en dus ook in de zoekmachine is duidelijk. Tegenwoordig wordt bij het weergeven van resultaten gebruik gemaakt van meerdere algoritmes voor meer relevante en gepersonaliseerde resultaten. Staar je daarom niet blind op enkel het mobielvriendelijk maken van je website, maar zorg dat je investeert in nieuwe technologieën zoals PWA en AMP. Hou ook Rich Results en Voice Search in gedachten om zo optimaal van de AI-first index te profiteren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

MKB Online Benchmark: ondernemingen laten wel heel veel SEO-kansen liggen

Posted 26 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Niet elke bakker op de hoek hoeft evenveel van online marketing te weten als een CoolBlue of Bol.com. Maar het mkb in Nederland lijkt volgens recent onderzoek wel erg veel online kansen te laten liggen.

Het is niet dat ondernemers niet willen. De ambities zijn er wel degelijk. Maar het daadwerkelijk aan social media, SEO en e-mailmarketing bestede uren loopt flink achter bij de gewenste uitkomsten. Dat blijkt uit de MKB Online Benchmark 2018 van webtexttool en e-Ziner.

Met name op het gebied van online vindbaarheid is er nog een wereld te winnen. Daarom lees je in dit artikel negen direct uitvoerbare stappen om meer rendement uit je zoekmachineoptimalisatie te halen.

MKB Online Benchmark 2018

Maar eerst duiken we wat dieper de cijfers in. De online economie in Nederland groeit al jaren. Kleine ondernemingen lijken daar weinig van te profiteren. Veel kleine en middelgrote bedrijven hebben niet in beeld hoeveel omzet ze online behalen of het is slechts een beperkt percentage. Een minderheid scoort online wel goed.


Bron: MKB Online Benchmark

Voor de MKB Online Benchmark 2018 vulden ruim driehonderd ondernemers en marketeers uit het mkb een vragenlijst in over hun online strategie. Meer dan de helft heeft als ambitie om social media effectiever in te zetten, het rendement van de website te verbeteren en online beter vindbaar te worden middels SEA en SEO.


Bron: MKB Online Benchmark

Maar tussen ambitie en realiteit lijkt nog wel een flink gat te zitten. Want hoewel een meerderheid van de mkb’ers al rekening houdt met zoekmachineoptimalisatie (SEO)..

Bron: MKB Online Benchmark

..besteden ze er in de praktijk nauwelijks uren aan.


Bron: MKB Online Benchmark

En dat terwijl het grootste deel van de online bezoekers volgens eigen zeggen via zoekmachines binnenkomt.

Bron: MKB Online Benchmark

Benieuwd hoe je eigen bedrijf ervoor staat ten opzichte van de concurrentie? Op de website van e-Ziner kun je zelf de MKB Online Benchmark invullen voor een vergelijking met de markt.

Leestip: SEO Trends 2018

Nu aan de slag met je SEO in 9 stappen

Behoor je tot de groep die online wel meer klanten wil binnenhalen, maar tot nog toe te weinig met zoekmachineoptimalisatie heeft gedaan?

Dan kun je met onderstaande stappen een begin maken aan je SEO-strategie. Dat lijkt ingewikkeld, maar valt in de praktijk best mee.

#1 Voldoende tijd vrijmaken

Met een uurtje per week – of zelfs per maand – ga je de slag om de internetbezoeker niet winnen. Hoeveel tijd je dan precies nodig hebt, hangt natuurlijk helemaal af van het gewenste resultaat.

Probeer het aantal uur dat je nu aan online marketing besteedt eens af te zetten tegen het percentage omzet dat je online wilt behalen.

Vraag je af hoeveel tijd je (medewerkers) vrij kunnen maken aan SEO-activiteiten en hoeveel je hiervan eventueel kunt uitbesteden.

Overigens zul je in het begin bij het opzetten van een SEO-strategie veel meer uren kwijt zijn, dan later bij de uitvoering ervan.

Leestip: SEO-teksten schrijven: zo pak je het écht slim aan

#2 Doelen stellen

Bron: MKB Online Benchmark

Wie zijn website vooral als visitekaartje ziet, is niet veel tijd kwijt aan zoekmachineoptimalisatie. Zorg er in ieder geval voor dat je je aanmeldt bij Google Mijn Bedrijf en de naam van je bedrijf duidelijk vermeldt in de titel van je webpagina’s. Zo kom je vanzelf bovenaan in Google wanneer iemand je naam intypt. Het probleem is alleen dat dat vaak niet gebeurt.


Iemand zoekt bijvoorbeeld op ‘dierenwinkel Deventer’ of nog specifieker ‘vissenvoer kopen’ (op een smartphone in Deventer). Welke van bovenstaande resultaten vind je er het aantrekkelijkst uitzien?

Ik zou voor Pets Place gaan, de enige partij die serieus werk heeft gemaakt van z’n SEO (terwijl ze niet eens een winkel in Deventer hebben! – maar je kunt er wel direct online bestellen). Wie daarom ‘leads werven’ of ‘verkopen’ als doel heeft wil hoger in de ranking terugkomen dan zijn concurrenten.

#3 Zoekwoorden om mee te scoren

Maar wat betekent dat precies ‘hoger komen in de ranking’. Hoe weet je nu waar je doelgroep op zoekt in Google? Beter dan aannames maken, is het om zoekwoordenonderzoek te doen.

Begin je onderzoek met een ouderwetse brainstorm. Betrek daar ook vooral je huidige klanten bij. Over welke onderwerpen wil je doelgroep tijdens hun klantreis informatie vinden?

Wanneer je een shortlist aan goede onderwerpen hebt, kun je gerelateerde zoektermen gaan onderzoeken.

Je wilt daarbij twee dingen weten:

  • Hoeveel wordt er op deze term gezocht? (volume)
  • Hoe hoog is de concurrentie op deze term? (concurrentie)

Het meeste rendement haal je wanneer je goede content maakt voor een zoekterm met een hoog volume en lage concurrentie.

Met een tool zoals de Keyword Planner vind je hier meer informatie over.

#4 Contentkalender

Met advertenties (SEA) kom je direct hoger in de zoekresultaten. SEO is echter een inspanning voor de lange termijn.

Door structureel goede content op voor jou relevante zoektermen te blijven plaatsen, kom je hoger in de organische (niet-betaalde) resultaten. Vaak zie je echter dat bedrijven enthousiast beginnen met bloggen en dat halverwege het jaar de slop erin komt.

Slimmer is het daarom om niet te wachten op ‘inspiratie’, maar van tevoren een uitgebreide contentkalender te maken met duidelijke deadlines. Dat kan gewoon een simpele Excelsheet zijn (voorbeeld).

#5 Pakkende titel

Nu komt het leukste gedeelte van zoekmachineoptimalisatie: interessante content maken. Dat begint al bij de titel van je stuk. Deze moet de zoeker overtuigen om erop te klikken. Je kunt een belofte doen in de titel, maar die moet je wel waar kunnen maken. Ook wil je het belangrijkste zoekwoord in de titel verwerken.

#6 Een duidelijke structuur

In je artikelen wil je zowel aan Google als je bezoeker duidelijk laten weten waar elk stukje over gaat. Beide lezen ze vaak scannend. Daarom kun je belangrijke termen dikgedrukt maken en je tekst opdelen in korte alinea’s met beschrijvende tussenkopjes.

#7 Leesbare teksten

Je kunt wel hoog komen in de zoekresultaten, maar als je teksten niet lekker weglezen heb je daar weinig aan.

Met slecht leesbare teksten worden je bezoekers geen klant en zal Google je (na een aantal wegklikkers) weer lager gaan ranken.

Zorg er daarom voor dat je leesbaar schrijft.

Wat betekent dat concreet?

  • Korte alinea’s met 3-5 zinnen.
  • Wissel korte en lange zinnen af.
  • Kies consequent voor één aanspreekvorm (je/jij/u).
  • Schrijf met actieve werkwoordsvormen.
  • Gebruik niet te veel moeilijke woorden.
#8 User experience

Evengoed belangrijk is dat je website gebruiksvriendelijk is. Dit heeft zowel direct als indirect invloed op je positie in de zoekresultaten.

Een langzaam ladende website (>3 seconden) komt bijvoorbeeld automatisch lager in de zoekresultaten.

Maar ook een website waar niet duidelijk is waar je op moet klikken krijgt indirect een slechtere ranking. Veel ontevreden zoekers zullen namelijk terugkeren naar Google (en dat wordt door de zoekgigant weer bestraft).

#9 Tot slot: vergeet de conversie niet

Nu je zoveel uren werk in je zoekmachineoptimalisatie hebt gestoken, zou het zonde zijn om al die nieuwe bezoekers weer te laten gaan.

Vergeet daarom de Call-to-Action (CTA) niet. Dat kan bijvoorbeeld zijn:

  • Je dienst dertig dagen gratis uitproberen.
  • Een product in de webshop kopen.
  • Inschrijven voor de nieuwsbrief.
  • Een offerte aanvragen.

Internetgrootmachten zoals Booking.com zijn voortdurend bezig om hun CTA’s zo aantrekkelijk mogelijk vorm te geven. Ook als mkb’er kun je natuurlijk experimenteren met schaarste, social proof en gemak als argumenten om je bezoeker te verleiden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe machine learning vacatures bij de juiste kandidaten brengt

Posted 25 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google’s Cloud Job Discovery is een revolutionaire ontwikkeling in de online vacature-industrie – dat beweert het bedrijf in ieder geval. Wat Google wil bereiken? De juiste mensen naar de juiste posities leiden en vice versa. Machine learning moet het onderscheid brengen met de huidige vacaturesites.

Het grootste probleem dat bedrijven hebben bij het vinden van de juiste mensen voor hun vacatures en dat werkzoekenden hebben bij het vinden een passende werkgever, is dat ze elkaar doorgaans gewoon niet kunnen vinden. Het internet brengt vraag en aanbod al een stuk dichter bij elkaar, maar de totale hoeveelheid vacatures is overweldigend en de meeste kandidaten kunnen door de bomen het bos niet meer zien.

Kandidaten kijken natuurlijk niet naar alle beschikbare vacatures. Ze zoeken naar een baan in de buurt van de plaats waar zij wonen, waarvoor een bepaalde deskundigheid is vereist en die aansluit op hun persoonlijke interessegebied. Wanneer een vacaturesite vervolgens een zoekopdracht ontvangt, dan zoeken zij daar een passend resultaat bij in hun vacature-index op basis van trefwoorden. Dit lijkt een goede manier om werkzoekenden te koppelen aan vacatures. Als de trefwoorden waarnaar zij zoeken, voorkomen in de functieomschrijving, dan moet deze wel relevant zijn. Toch?

Nee dus. Uiteraard zijn veel zoekresultaten in zekere mate relevant, maar in de meeste gevallen leveren de zoekresultaten geen passende vacature op. Het onderstaande voorbeeld laat een veelvoorkomend resultaat zien.

Dat is behoorlijk irritant. Voor werkzoekenden, omdat ze tijd verspillen aan vacatures die niet goed matchen, maar ook voor werkgevers, omdat zij veel tijd en geld investeren in het zoeken naar de juiste mensen voor hun vacatures. Zij adverteren op vacaturesites en optimaliseren hun functiebeschrijvingen voor bepaalde trefwoorden. Google’s Cloud Job Discovery belooft nu het zoekproces naar een baan te optimaliseren.

Wat doet Google’s Cloud Job Discovery precies?

Cloud Job Discovery maakt gebruik van de ‘machine learning’ mogelijkheden die ook voor zoekopdrachten in Google worden gebruikt om gebruikers de beste resultaten voor hun zoekintentie te tonen. Het is een plug-and-play cloud-service die kan worden gebruikt door allerlei vacature-gerelateerde organisaties, zoals vacaturesites, carrièresites en uitzendbureaus. Merk wel op dat het verkrijgen van de beste match voor een zoekterm of voor de intentie van de zoeker twee totaal verschillende dingen kan betekenen.

Hoe werkt dat nu precies in de praktijk?

Google maakt gebruik van ‘machine learning’ om erachter te komen wat werkzoekenden daadwerkelijk bedoelen met hun zoekopdracht. Dit betekent dat ze niet alleen kijken naar de trefwoorden die op dat moment worden ingetypt, maar dat ze ook de kennis gebruiken die de machine heeft vergaard via alle andere zoekopdrachten. Omdat de hoeveelheid gegevens waarvan de machine leert blijft toenemen, blijft het model zich voortdurend verbeteren.

Daarnaast is het model zo ‘getraind’ dat het rekening houdt met zaken als vaktaal in zoekopdrachten, functieclassificaties, op beroepen gebaseerde semantiek, de locatie vanaf waar wordt gezocht, synoniemen en het herkennen van trefwoorden die worden gebruikt voor vaardigheden. Verder houdt Google rekening met de gewenste reistijd en de wijze van vervoer van de zoeker.

Als gevolg van al deze kennis, geeft de zoekmachine Cloud Job Discovery veel meer relevante vacatures weer voor werkzoekenden. Dit zorgt ervoor dat werkzoekenden minder tijd hoeven te besteden aan het zoeken en betere resultaten krijgen, terwijl de bedrijven die vacatures plaatsen meer waar voor hun geld krijgen, omdat de mensen die een vacature bekijken ook vaker daadwerkelijk zullen solliciteren.

Gedetailleerde uitleg

Om voor een zoekopdracht een passende vacature te vinden, gaat Google’s Cloud Job Discovery als volg te werk:

Om te beginnen wordt de content van de vacaturesite die gebruik maakt van de Job Discovery-functionaliteiten opgenomen in het Google Cloud Platform. Vervolgens begint Job Discovery de functienamen te normaliseren naar functienamen die veel worden gezocht. Alle content wordt in kaart gebracht in een vooraf getraind datamodel dat de content classificeert en ‘begrijpelijk’ maakt voor het zoekalgoritme. Daarna herkent het systeem trefwoorden in zoekopdrachten zoals ze bedoeld zijn, zoals vaardigheden, locaties, salaris en opleiding.

Dankzij dit algoritme zullen de zoekresultaten niet alleen de beste match opleveren voor iemands zoekopdracht, maar ook soortgelijke functies die daarop lijken, zelfs als deze met totaal andere trefwoorden zijn beschreven.

Het maakt niet uit of je je droombaan probeert te vinden of je vacatures bij de juiste kandidaten probeert te krijgen. Machine learning brengt je mogelijk een stuk dichter bij je doel. Ga naar de Google webpagina Cloud Job Discovery voor meer informatie of om toegang aan te vragen.

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe haal je alles uit het marktplaatsmodel?

Posted 19 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De strijd om de aandacht van de online-consument speelt marktplaatsen in de kaart. Zij bieden gemak en een allesomvattend assortiment, of het nu gaat om een niche als nepwimpers of om telefoonhoesjes. Bijna elk product dat je nodig kunt hebben kan je vinden bij marktplaatsen als Amazon of Bol.com. Hoe maak je succesvol gebruik van dit businessmodel?

Het cijfer is bekend: in de VS start 63 procent van de consumenten hun zoektocht naar een product direct op Amazon. Ze vergelijken geen websites meer en doen geen onderzoek op recensiesites omdat ze erop vertrouwen dat Amazon de juiste prijzen en een geweldige koopervaring biedt en daar ook beoordelingen van consumenten worden gegeven. In Nederland zie je hetzelfde gebeuren met Bol.com.

Tot een paar jaar geleden was de technologie niet klaar voor deze manier van verkopen. Je moet immers als marktplaats toegang hebben tot de productcatalogi en actuele voorraad van tal van partners – in het geval van Amazon miljoenen – en de betalingen aan de verschillende leveranciers goed kunnen afhandelen.

Vliegwieleffect

Waarom zijn marktplaatsen nu zo interessant? Dit is te verklaren met het vliegwieleffect: meer aanbod trekt meer kopers die weer meer aanbieders aantrekken. Vaak leidt dit tot meer efficiency wat weer lagere prijzen als gevolg heeft en dus een verdere versnelling van het vliegwiel.

Voor bijvoorbeeld groothandels – die zich in toenemende mate zorgen maken over hun toegevoegde waarde – is het creëren een marktplaats en aantrekkelijk manier om hun product range te vergroten zonder enorme investeringen in extra voorraad.

Een aannemer die een dakkapel gaat plaatsen wil niet vijf leveranciers af moeten gaan om alle materialen bij elkaar te sprokkelen. Die surft naar een marktplaats voor bouwmaterialen en bestelt alles in één keer. Dat zijn winkelmandje door verschillende leveranciers wordt gevuld, daar merkt hij niets van.

Nu het realiseren van een marktplaats, door de ontwikkelingen in de techniek, technisch eenvoudiger wordt, zullen we een aanzienlijk groei in marktplaatsen gaan zien. Zeker in de B2B is er volop ruimte voor verticale marktplaatsen.

Hoe ga je hier nu mee om als online retailer of groothandel? In een eerder blog beschreven we al dat er twee mogelijkheden zijn:

  1. Je start zelf een marktplaats;
  2. Je sluit je bij een bestaand platform aan.
 1. Je start zelf een marktplaats

Als je een marktplaats wilt oprichten, dan is er een aantal zaken die de kans op succes vergroten:

  • Ben je in staat om een allesomvattend assortiment te voeren in je branche (horizontaal) of alle producten in een bepaalde niche (verticaal)?
  • Kun je je businessmodel en organisatie snel aanpassen aan de nieuwe manier van zakendoen? Je gaat externe partijen aansluiten op je platform – hoe doe je de on-boarding, welk producten biedt je aan, hoe ga je om met prijzen – sta je prijsconcurrentie toe op je marktplaats – en hoe richt je de klantenservice in?
  • Ben je eigenaar (of kun je dat worden) van alle interfaces? (hierover later meer)

De belangrijkste vraag die je moet beantwoorden als je een marktplaats start, is natuurlijk of het een probleem oplost. Een marktplaats voor laptops heeft niet zoveel zin – Amazon verkoopt ze immers ook al. Maar stel, je biedt refurbished Macbooks aan. Dat is een dusdanig nicheproduct dat de grote spelers het niet in hun assortiment hebben. Je zou dus andere refurbishers kunnen aanspreken en een marktplaats beginnen met dat specifieke aanbod. Of begin een marktplaats met alle benodigdheden die een boer zou kunnen inkopen; van veevoeder tot schrikdraad en kalverdekken. Dat zijn niches die nog niet in de long-tail van de grote marktplaatsen zitten maar wel een publiek hebben.

Wanneer je hebt bepaald wat je wilt aanbieden op je marktplaats, dan is er vervolgens geld en tijd nodig om het businessmodel goed vorm te geven. Het is niet iets wat je er even bij doet, niet alleen vanwege de technologische complexiteit maar ook vanwege de impact op je eigen producten.

Daar kwam automaterialenketen Halfords in de UK achter – de eigen omzet daalde omdat andere producenten de voorkeur kregen van bezoekers van de Halfords-marktplaats. Maar als je je businessmodel zodanig inricht dat de kannibalisatie op het eigen assortiment wordt gecompenseerd door meer bezoek (vliegwieleffect!) en commissie inkomsten over verkopen van derden, dan worden dit soort teleurstellingen voorkomen.

Er zijn meerdere strategieën mogelijk bij het oprichten van een marktplaats. Drie modellen die zich in de praktijk hebben bewezen zijn:

  • De start-up

Zoek investeerders en creëer een nieuw bedrijf met een digital-first aanpak en nieuwe medewerkers. Zo word je een agile, softwaregedreven, pure-player. Dit is de beste aanpak als je jaren van change management, debatten over cultuurverschillen en de last van legacy processen en software wilt voorkomen. Je begint vanaf nul zodat de marktplaats perfect aansluit op de markt. Dit model werkt met name in niches.

  • De buy-in

Werk samen met fabrikanten of zelfs de concurrent. Start een coöperatieve marktplaats met andere spelers in je markt en zorg voor een long-tail aanbod dat andere verkopers niet hebben. Je deelt kosten en opbrengsten en verhoogt je marktaandeel ten opzichte van niet-deelnemers. Dit model is heel geschikt voor markten waar de concurrentie moordend is.

  • De uitbreider

Dit model spreekt vooral marktleiders aan die bang zijn om marktaandeel te verliezen aan disruptieve spelers. De bestaande e-commerce website wordt omgeturnd tot een marktplaatsplatform waar andere spelers hun producten op kunnen verkopen. Let wel, het is een langetermijnstrategie. Het vergt een investering in processen en geld maar op den duur betaalt het zich terug in traffic en conversie.

Je sluit je aan bij een bestaande marktplaats

Het feit dat consumenten hun tijd niet wensen te besteden aan het aflopen van verschillende webshops levert de marktplaatsen veel traffic op en een hoge positie in de zoekmachineresultaten. Voor een nieuwe webshop wordt het heel moeilijk om op SEO te scoren en de kosten van SEA zijn niet op te brengen door de moordende concurrentie. Dan ligt het voor de hand je aan te sluiten bij een bestaande marktplaats.

Dat besluit is nog maar het begin. Marktplaatsen zeggen allemaal hoe gemakkelijk het is om je aan te sluiten en dat succes dan volgt. Maar het maken van de connectie met het platform is niet de uitdaging, dat is de stap die daarna komt: hoe ga je succesvol producten verkopen op een marktplaats? Heb je de juiste prijs en content voor je aanbod? Hoe weet je zeker dat je producten bovenaan de zoekresultatenpagina’s komen te staan?

Sommige marktplaatsen geven verschillende mogelijkheden om je producten voor het voetlicht te brengen op hun platformen. De drie meest voorkomende zijn: de marktplaats koopt de producten in verkoopt die zelf (1P), een reseller verkoopt je producten namens jou of je doet alles zelf (3P).

Interface-imperialisme

Aan de twee keuzemogelijkheden zitten voor- en nadelen. Wat echter de doorslag geeft bij het besluit zelf doen of aansluiten, is het antwoord op de vraag: bezit je alle interfaces zoals desktop, mobiel, maar ook slimme luidsprekers of zelfs slimme koelkasten?

Succesvolle merken, retailers en groothandels zijn eigenaar van de interfaces die hun klanten gebruiken, wat we interface-imperialisme noemen. De logica achter deze vorm van imperialisme is simpel: als je eigenaar van de interface bent, ben je ook eigenaar van de klant, en dus eigenaar van de data. En als je de data bezit, heb je de toekomst in handen.

Als je deze strijd niet kan winnen, dan zal je moeten sluiten bij een partij die wel alle interfaces bezit. Amazon is een goed voorbeeld van een ecosysteem dat geschikt is voor elke digitale interface en ontworpen is om een geweldige gebruikerservaring te bieden, of het nu om een smartphonescherm gaat of een ‘spraakassistent’.

De glazen bol

Digitale marktplaatsen spelen goed in op de klantvraag van vandaag. Ze bieden een prettige ervaring en lossen problemen op. Ze besparen de consument immers tijd, geven gemak door producten en diensten van over de hele wereld bij elkaar te brengen en het zijn platformen waar merken, fabrikanten, kopers en verkopers ervaringen en ideeën kunnen delen.

Wij verwachten dat marktplaatsen in de toekomst alleen maar socialer en persoonlijker worden door groei in en toepassing van data en machine-learning. Er zijn twee mogelijke scenario’s:

  • Iedereen wordt eigenaar van of integreert met een marktplaats.

Het effect is dat marktplaatsen het traditionele e-commerce model vervangen. Omdat iedereen met elkaar verbonden is, is dit feitelijk een nulsomspel.

  • The winner takes it all.

Dit is een waarschijnlijker scenario. Enkele grote spelers overleven de interface-race waarna een beperkt aantal grote B2C-platformen en D2C-shops van sterke merken het internet domineert. In B2B zal er zeker ruimte zijn voor meerdere specialistische marktplaatsen, maar ook daar zet de consolidatie door. De overige (multi-brand) retailers moeten aansluiting zoeken bij een bestaande marktleider, anders worden ze steeds minder relevant en lopen zij het risico dat ze zullen verdwijnen.

Headerfoto: Radu Bercan / Shutterstock.com



Lees het volledige bericht op Emerce »

Uitdaging voor reisbranche zit in data-analyse

Posted 19 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sommige reizigers bezoeken wel 38 websites voordat zij daadwerkelijk een ticket boeken. Om deze potentiële klanten voor zich te winnen, moet de reisbranche zich aanpassen aan nieuwe digitale-marketingstrategieën. Hoe helpt kunstmatige intelligentie hierbij?

Met het grote aantal zoekmachines, booking-apps, online reisbureaus en sites met speciale deals kunnen consumenten continu zoeken naar de beste reisaanbiedingen. Toch vindt 39 procent van de vakantiegangers en 45 procent van de zakelijke reizigers dat zij te veel verschillende websites gebruiken om vliegtickets te vinden. Bovendien wil 43 procent van de toeristen en 51 procent van de zakenreizigers minder tijd besteden aan het zoeken naar vluchten. Aanbieders van vliegtickets, hotels en huurauto’s kunnen hierbij helpen door op het juiste moment gepersonaliseerde advertenties te tonen.

Deep learning

Deep learning is een innovatieve tak van kunstmatige intelligentie, waarbij de activiteit van het menselijk brein wordt nagebootst bij dataverwerking en het creëren van patronen voor besluitvorming. Deep learning-technologie kan helpen bij het voorspellen van unieke gewoonten en behoeften van gebruikers. Het vereenvoudigt de dagelijkse gebruikerservaring door zeer gerichte advertenties aan te bieden, bijvoorbeeld met aanbiedingen of diensten die we sneller geneigd zijn te kopen. Maar ook met aanbod dat we nog niet eerder hebben gezien of producten waar we nog niet eens aan hebben gedacht, maar waarschijnlijk wel graag willen hebben. En dat kan nuttig zijn, want dertig procent van de mensen geeft aan dat zij na het zien van een aanbiedingsactie bereid zijn een reis te ondernemen, zelfs als ze dat niet van plan waren. 25 procent geeft zelfs aan een andere bestemming te overwegen dan oorspronkelijk gepland, na het zien van een advertentie.

Segmentatie

Gebruikerssegmentatie is belangrijk bij het realiseren van een unieke customer journey. In het geval van vliegtickets wordt dit bijvoorbeeld gedaan door gebruikers onder te verdelen in mensen die uitgebreid zoeken naar een vlucht en mensen die slechts af en toe of last-minute vliegen. De eerste groep zal eerder specifiek gerichte aanbiedingen ontvangen, terwijl de tweede groep informatie ontvangt over de laatst beschikbare stoelen in een vliegtuig.

Segmenteren kan ook op basis van het kanaal waar mensen vandaan komen – via de site van een luchtvaartmaatschappij, een online reisbureau of een reiswebsite – of op basis van stoelklasse, zoals gebruikers die geneigd zijn over te stappen naar eersteklas of businessclass. De huidige performance-based marketingcampagnes kunnen getarget worden op zoveel verschillende variabelen dat je vooral moet ontdekken welke voor jouw business het best werken.

Neem als voorbeeld reiswebsite Musafir.com, die ook heeft ondervonden dat het waardevol is om segmenteren. Zij richtten zich op reizigers met unieke en persoonlijke berichten. Elk bericht bevat een aanbieding die overeenkomt met het online koopgedrag, de behoeften en de koopintentie van de gebruiker. Hiermee wisten ze hun conversion rate met acht procent te vergroten.

Cross-selling

Volgens PWC is het belangrijk om ook aandacht te besteden aan aanvullende aanbiedingen, zoals accommodaties, huurauto’s, entertainment en gepersonaliseerde rondreizen. Voor luchtvaartmaatschappijen is het daarom belangrijk om digitale-marketingmogelijkheden verder te ontwikkelen en zich te richten op het verzamelen van zoveel mogelijk klantdata. Zo kunnen zij een gedetailleerd profiel van de reiziger creëren en deze informatie vervolgens omzetten in een gepersonaliseerd aanbod, inclusief een huurauto ter plaatse, informatie over lokale evenementen of mogelijkheden voor sightseeing. Hier ligt de ware potentie van deep learning: deep learning-algoritmes kunnen data verzamelen, bekijken en analyseren, om op maat gemaakte advertenties te creëren die voor elke gebruiker op persoonlijk niveau werken.

Retargeting

Retargeting – waarbij bezoekers van een website op andere sites worden uitgenodigd om terug te keren naar de website van de adverteerder – biedt een hoop creatieve mogelijkheden om een merk succesvol te promoten. Bijvoorbeeld met eenvoudige banners die oproepen tot het boeken van een reis of die de meest aantrekkelijke bestemmingen op dat moment uitlichten, zoals exotische bestemmingen in de winter of speciale aanbiedingen in de aanloop naar nationale feestdagen. Ook interessant is het promoten van bestemmingen met bepaalde extra’s, zoals aantrekkelijke vliegtijden, businessclass-plaatsen, gratis onbeperkte wifi of de goedkoopste aanbiedingen.

Door op het juiste moment relevante aanbiedingen te tonen, is het ook Flyin.com gelukt om reizigers in de markt opnieuw te betrekken. Elke bezoeker uit het verleden kreeg gepersonaliseerde aanbiedingen te zien, bestaande uit reisbestemmingen die hen het meest interesseren en tot boekingen kunnen inspireren. Dankzij de campagne-optimalisaties werden de conversies van Flyin.com tot 23 procent verhoogd.

Data-analyse is de sleutel

Het verkrijgen van data is eenvoudig; de echte uitdaging zit ‘m in het analyseren en het trekken van de juiste conclusies. Ook hier spelen kunstmatige intelligentie en deep learning een grote rol. Hoe meer data je algoritmes analyseren, hoe beter de resultaten. De reisbranche moet zich een nieuwe mindset aanmeten, gericht op het verzamelen en correct analyseren van data. Alleen zo kan écht een compleet beeld worden gecreëerd van het aankoopproces van reizigers.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sociale media minder belangrijk als nieuwsbron

Posted 18 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sociale media zijn minder belangrijk geworden als bron van nieuws en niet toevallig is daar vooral Facebook de oorzaak van. Een en ander blijkt uit onderzoek van het Reuters Institute for the Study of Journalism.

Nieuwssites zijn nog altijd de belangrijkste bron voor nieuws (32 procent), gevolgd door zoekmachines (24 procent) en sociale media. Die laatste categorie wordt vooral geconsumeerd door jongeren.

Sociale media kwamen de laatste jaren als nieuwsbron flink opzetten, met in de VS een aandeel van wel 51 procent, maar dat is inmiddels sterk teruggelopen. Het patroon is in alle landen hetzelfde. Ook in Engeland is sprake van teruggang. In Brazilië begon het al veel eerder. Nederland noteerde eerder dit jaar een terugloop van 3 procent.

De belangrijkste oorzaak is Facebook. Die heeft zijn algoritmen aangepast waardoor vooral berichten van vrienden op de tijdlijn verschijnen en veel minder gedeelde nieuwsverhalen. Een uitgever Little Things ging eerder dit jaar failliet en noemde Facebook als oorzaak. Het bedrijf kreeg minder verwijzingen en dus bezoekersverkeer.

Uitgevers hebben hun strategie inmiddels wel aangepast en richten hun energie minder op Facebook, en bijvoorbeeld meer op Instagram Stories. De BBC bereikt via dit laatste medium al 4,8 miljoen volgers. Snapchat werd als bron gebruikt voor de beschietingen van een school in Florida in februari 2018.

Naast de algoritmen van Facebook heeft ook de discussie rond nepnieuws een rol gespeeld of de invloed van trollen op Twitter. Consumenten vertrouwen het nieuws via sociale media minder dan voorheen. In landen met een strenge mediacensuur als Turkije komen versleutelde berichtenapps als WhatsApp sterk opzetten.

De nieuwshonger is niet minder groot dan in het verleden: 93 procent van de Nederlandse jongeren zegt geïnteresseerd te zijn in nieuws, 46 procent zelfs zeer geïnteresseerd. Ook in politiek nieuws is 65 procent van hen geïnteresseerd.

Via sociale media komt weliswaar 45 procent van de jongeren nieuws tegen, maar ze zijn daar wel bijzonder kritisch over. Meer dan de helft vindt dat je nieuws op sociale media niet kunt vertrouwen. De voornaamste toegang tot nieuws is voor jongeren dan ook een nieuwswebsite of -app (36 procent) en niet sociale media (26 procent). Alleen het besef dat betrouwbaar nieuws ook moet worden gefinancierd, is onvoldoende aanwezig. De bereidheid om volgend jaar voor online nieuws te betalen, is veel lager dan de bereidheid om reclame met een adblocker te weren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De ongemakkelijke strijd tegen nepnieuws

Posted 16 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sociale media worstelen al langere tijd met (politieke) beïnvloeding. Er liggen allerlei voorstellen op tafel om nepnieuws te bestrijden, maar zo makkelijk is dat niet. Hoe krijgen media weer grip op de waarheid?

Hij moest in grote advertenties in Britse kranten zijn excuses aanbieden voor het lekken van gegevens van mogelijk 87 miljoen gebruikers. Facebook-CEO Mark Zuckerberg kroop diep door het stof voor het incident met het schimmige Britse bedrijf Cambridge Analytica, dat op basis van gebruikersprofielen het Amerikaanse kiespubliek probeerde te bereiken via op maat gemaakte berichten over toen nog de republikeinse kandidaat Trump.

Het schandaal kreeg een vieze bijsmaak toen bleek dat Cambridge Analytica niet alleen zonder toestemming gegevens via Facebook had vergaard, maar ook afkeurenswaardige tactieken inzette om Trump aan zijn verkiezingsoverwinning te helpen. De leiding van het bedrijf vertelde voor een verborgen camera van Channel 4 dat ze niet terugdeinsde voor het betalen van steekpenningen, spionage of het inzetten van prostituees.

Niet dat Facebook daaraan bewust had meegewerkt, maar het bedrijf liet het wel gebeuren. Het gaf weer eens aan dat het bedrijf veel te ver is doorgeschoten met het delen van gebruikersdata.

Bij het verhoor in het Amerikaanse Congres en het Huis van Afgevaardigden had Zuckerberg zeven pagina’s nodig om uit te leggen dat Facebook zich heeft geconcentreerd op ‘al het goede dat het verbinden van mensen kan brengen’, maar dat hij ‘geen brede kijk op onze verantwoordelijkheid had’. ‘Ik begon Facebook, en ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt.’

Facebook laat een onafhankelijke commissie van academische deskundigen onderzoek doen naar de vermeende beïnvloeding van de verkiezingen. Zij moet ook met aanbevelingen komen. Een aantal filantropische instellingen zorgt voor de financiering.

Gevoelig
Het bedrijf heeft verder technische maatregelen aangekondigd: apps en games krijgen bijvoorbeeld alleen nog maar toegang tot naam, e-mailadres en de profielfoto van de gebruiker. Ontwikkelaars die meer willen, zullen een contract moeten ondertekenen met behoorlijk wat juridische clausules. Datasets waarmee adverteerders gebruikers kunnen analyseren en gerichte advertenties kunnen voorzetten worden beperkt. In de tijdlijn van gebruikers wordt getoond welke apps toegang hebben tot hun data. Zij kunnen daarmee ook apps de toegang ontzeggen.

Ondanks de toezeggingen blijft er nog veel uit te leggen: aan de EU, zeker in het licht van de aanstaande Europese privacywetgeving, maar ook aan de Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC). Deze toezichthouder wil weten of het technologiebedrijf zijn eigen privacyrichtlijnen heeft geschonden. Facebook heeft in 2011 namelijk al een strengere privacybescherming toegezegd, en een van de vragen is of het bedrijf zich hieraan heeft gehouden.

Extra pijnlijk waren in dit verband de opmerkingen van Apple-topman Tim Cook, die op de vraag wat hij zou doen als hij in de schoenen van Zuckerberg zou staan, antwoordde ‘dat mij dit nooit zou zijn overkomen’. Simpelweg omdat de missie van Apple nooit geweest is om de data van gebruikers te verkopen.

Cambridge Analytica was zeker niet het enige incident. Vorig jaar moest Facebook toegeven dat zeker veertig procent van de Amerikaanse kiezers tijdens de presidentsverkiezingen in aanraking was gekomen met nepnieuws dat via Rusland werd verspreid in de vorm van betaalde advertenties. Aangeleverd door een trollenfabriek, genaamd Internet Research Agency.

Over de aanpak hiervan schijnt bij het social platform intern grote onenigheid te zijn ontstaan. Het hoofd beveiliging van het mediabedrijf, Alex Stamos, kondigde onlangs zijn vertrek aan, omdat hij het niet eens was met de manier waarop Facebook de verspreiding van nepnieuws en desinformatie wil bestrijden. Stamos wilde openheid van zaken geven over pogingen van Rusland om via Facebook de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden, maar dat lag kennelijk te gevoelig bij de top van het bedrijf.

MIT
Aanvankelijk ging de discussie over de politieke beïnvloeding via sociale media toch vooral over de vraag of hier eigenlijk wel sprake van was. Kort na de verrassende verkiezingsuitslag in de VS vermoedde ook Google-topman Sundar Pichai dat nepnieuws daarbij een rol had gespeeld. De verkiezingen waren immers een nek-aan-nekrace. Een kleine groep kiezers kon de uitslag bepalen. Maar bewijzen kon hij het niet.

De vraag hoe je dit soort ontwrichtende propaganda moet aanpakken, is dan ook nog lastiger te beantwoorden. Het verspreiden van onwaarheden valt immers grotendeels onder de vrijheid van meningsuiting. Voor een individueel bericht is dit meestal geen probleem, maar het totale effect van individuele foutieve berichten kan substantieel zijn, constateert het Centraal Planbureau (CPB) in een onlangs verschenen advies. Als het onderliggende probleem meer een gebrek aan kennis is dan een gebrek aan goede prikkels, dan zou voorlichting of onderwijs in mediawijsheid kunnen helpen.

De kracht van internet – het rechtvaardigheidsprincipe waarbij het niet noodzakelijk is dat elke speler evenveel kansen heeft om te slagen, maar wel dat alle spelers het spel volgens dezelfde regels spelen – is tegelijk zijn grote zwakte gebleken. Dat begon natuurlijk al vroeg met commerciële beïnvloeding. Spammers wisten de zoekresultaten bij Google zo te manipuleren dat bedrijfsnamen en producten hoog scoorden. Zoekmachines moesten hun algoritmen regelmatig bijstellen in wat een grenzeloos kat-en-muisspel leek. Achter de schermen werden nieuwe technieken ontwikkeld om consumenten op basis van slimme profielen zeer gericht te benaderen met op maat gesneden advertenties.

En die technieken worden tegenwoordig ook volop ingezet om propaganda te verspreiden. Na het bestuderen van 126.600 berichten die door drie miljoen Twitteraars zijn verzonden en gedeeld, concludeert het Massachusetts Institute of Technology (MIT) dat nepnieuws zich sneller verspreidt dan echte journalistieke verhalen.

Experts beweren dat het Google-zoekalgoritme de verspreiding van nepnieuws juist heeft bevorderd door de kans te berekenen dat een internetgebruiker ook daadwerkelijk zal klikken op een zoekresultaat. Dit soort user engagement moet volgens kenners anders worden gewogen.

Response team
Veel van de voorgestelde maatregelen werken echter niet of nauwelijks. Facebook wilde eerst onafhankelijke factcheckers in de arm nemen en dubieuze nieuwsberichten voorzien van een waarschuwing. Was een bericht eenmaal aangemerkt als verdacht, dan werden ook geen advertenties meer getoond. Maar ook dit heeft zo zijn nadelen: want wie bepaalt wat precies de waarheid is? Onderzoek van Yale University laat zien dat een nepnieuwslabel bij artikelen eerder contraproductief werkt. Trump-aanhangers en jonge lezers bleken zelfs eerder geneigd een dergelijk artikel te geloven.

Het rechtvaardigheidsprincipe zorgt ook voor lastige keuzes: betrouwbare en minder betrouwbare bronnen zijn op internet nauwelijks van elkaar te onderscheiden, maar een schifting op basis van betrouwbaarheid geeft een ongemakkelijk gevoel: alternatieve opinies moeten ook gehoord kunnen worden.

Sommige landen schieten helemaal door. Duitsland wilde de verspreiding van nepnieuws tegengaan door wetgeving. Met boetes die tot vijfhonderdduizend euro kunnen oplopen. SPD-voorman Thomas Opperman benadrukte dat het niet de bedoeling is om een meningspolitie of waarheidscommissie in het leven te roepen. Het wordt echter een lastige discussie om te bepalen wat precies nepnieuws is. Het Netzwerkdurchsetzungsgesetz blijkt nu al niet te werken, omdat ruziënde burgers elkaar aangeven.

Groot-Brittannië heeft daarbij zelfs plannen voor een rapid response team, dat bevoegdheid krijgt om op te treden tegen ‘desinformatie’ op sociale media en andere online platformen.

Maleisië op zijn beurt dreigt zelfs met tien jaar gevangenisstraf voor het verspreiden van nepnieuws. Amnesty International zag dit gelijk als een poging om kritiek op de regering tegen te houden: nieuwe wetten maken critici monddood en de persvrijheid wordt aan banden gelegd. Waarbij ook in Singapore en de Filipijnen de autoriteiten overwegen om nepnieuwswetgeving in te voeren. Amnesty riep alle landen in de regio op deze gevaarlijke ontwikkeling tegen te houden.

Protest
Dat toezicht helemaal geen zoden aan de dijk zet, bewees de Europese commissie tegen nepnieuws EU vs Disinfo. De Europese taakgroep, die vanuit Brussel nepnieuws analyseert, ontvangt sinds vorig jaar ruim een miljoen euro uit het budget voor strategische communicatie en heeft veertien mensen in dienst. Maar de werkgroep ligt onder vuur. Die bleek gemakshalve ook GS Media, De Persgroep en The Post Online tot verspreiders van nepnieuws te rekenen. Na dreiging met een kort geding volgde een rectificatie.

De advocaten van deze mediabedrijven haalden dan ook flink uit. Overheid blijf ver weg bij het beoordelen van het werk van journalisten, luidde hun kritiek. De EU heeft volgens de juristen boter op haar hoofd als zij beweert dat het haar als koene ridder van de waarheid alleen zou gaan om het bestrijden van ‘pro-Kremlin-desinformatie’. Haar campagne diende eerder de belangen van de EU in de regio rond Rusland en was overduidelijk onderdeel van het beleid van de EU richting deze regio.

Uitwassen kun je natuurlijk wel bestrijden. In een gesprek met The Washington Post gaf de Amerikaan Paul Horner in 2016 ronduit toe dat hij al jaren leefde van nepnieuws via advertenties. Tijdens de verkiezingscampagne publiceerde hij berichten die door het Trump-kamp gretig werden overgenomen, zoals het verhaal dat een democratische demonstrant 3500 dollar betaald had gekregen om te protesteren bij een rally van Trump.

Google heeft inmiddels paal en perk gesteld aan de mogelijkheden van bloggers en vloggers om geld te verdienen met nepnieuws. Mede onder druk van adverteerders. Zij hebben miljoenen dollars ingetrokken, omdat ze hun advertenties niet meer bij dubieuze content willen zien staan.

Waar echter nog te weinig mee wordt gedaan, zijn algoritmen die bepalen wat consumenten zelf betrouwbaar vinden. Facebook laat gebruikers al wel bepalen welke nieuwsbronnen betrouwbaar zijn. Andere bronnen worden dan naar de achtergrond gedrukt.

Identiteitscontrole
Sommige critici zien ondanks de uitdagingen ook een positieve ontwikkeling. Naarmate meer mensen zich zorgen maken over desinformatie, neemt de waardering voor betrouwbare informatie toe. Zorgwekkend is wel dat één op de drie Nederlanders in een onderzoek van de Volkskrant zegt ‘tegenwoordig vaak niet meer te weten wat waar is en wat onwaar’, slechts 29 procent zegt ‘echt nieuws van nepnieuws te kunnen onderscheiden’.

Mede hierdoor hebben Kamerleden Hans van der Molen (CDA) en Kees Verhoeven (D66) al gepleit voor een bewustwordingscampagne over nepnieuws, de invloed van geldschieters op advertenties en meer kennis over algoritmes van Twitter en Facebook die bepalen wat gebruikers zien. De BBC helpt middelbare scholieren nu al om echt nieuws van nepberichten of stukken met valse informatie te onderscheiden.

Het CPB stelt nog andere maatregelen voor: een online platform zou iedere gebruiker de mogelijkheid moeten geven om zijn identiteit te laten controleren. De gebruiker kan baat hebben bij identiteitscontrole, omdat andere gebruikers hem of haar dan eerder vertrouwen. Zogenoemde verified accounts moeten een recht worden, geen privilege. Dat kunnen platforms in principe zelf organiseren, maar de overheid kan ook een DigID-achtig platform aanbieden om identificatie te faciliteren, aldus het CPB. Mogelijk biedt blockchaintechnologie hier een efficiënte oplossing.

Grote internetbedrijven hebben al wel toegezegd meer uitleg te zullen verschaffen over hoe de selectie van nieuws werkt. En ook zij willen meer maatregelen gaan nemen, al dan niet met behulp van machine learning die verdachte patronen herkent. Facebook, Twitter en Google zijn daarnaast onderdeel geworden van een 39 leden tellende adviesgroep onder leiding van de Nederlandse hoogleraar Madeleine de Cock Buning. In het advies blijft een belangrijke rol voor factchecken weggelegd, maar dan via een netwerk van onafhankelijke Europese centra voor (academisch) onderzoek.

Nederlands probleem?
Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) spiegelde eerder dit jaar voor dat nepnieuws ook in Nederland een groot probleem is. De bewindsvrouw noemde als voorbeeld de Russische pogingen om de meningsvorming over de ramp met de MH17 te beïnvloeden. Universitair docent politieke communicatie Sanne Kruikemeier, die onlangs onderzoek deed naar online activiteiten van Nederlandse kiezers, maakt zich echter geen zorgen. Nederlanders consumeren informatie nog steeds via traditionele media, zoals het NOS Journaal, de krant en sociale contacten. Ons land is ook minder gepolariseerd, waardoor de motivatie voor beïnvloeding minder urgent aanwezig is.

Vergunning
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft eind vorig jaar een advies uitgebracht over een vergunningstelsel voor online platforms. Zo’n vergunning zou gericht moeten zijn op Europese gebruikers. In de financiële sector stellen toezichthouders hoge eisen aan bankvergunningen, dus waarom zou je zoiets ook niet kunnen verlangen van nieuwsleveranciers? Platforms kunnen verplicht worden om berichten met ongewenste of schadelijke informatie te markeren of te filteren. De bestaande regulering voor informatiemakelaars, nu voornamelijk verankerd in mediabeleid, is veelal ontworpen voor (traditionele) offline bedrijven en daardoor ontoereikend voor de risico’s die digitale platforms met zich meebrengen.

Trollenfabriek
Blogsite Tumblr, onderdeel van Yahoo, heeft naar eigen zeggen 84 accounts aangetroffen die duidelijke banden hebben met de trollenfabriek van de Russische overheid in Sint-Petersburg. Die accounts werden vooral ingezet om in aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 onrust te zaaien en presidentskandidate Clinton in diskrediet te brengen. De financiering en leiding van de trollenorganisatie zou in handen zijn van restaurateur Jevgeni Prigozjin, ook wel de ‘kok van Poetin’ genoemd. Om hun achtergrond te verhullen, huurden de Russen Amerikaanse servers. Pas in maart 2018 heeft de Amerikaanse regering van Trump Rusland sancties opgelegd voor wat het noemde ‘destabiliserende activiteiten’.

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#165).

Illustratie: Eva Straver (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Onderzoek: verschuiving Nederlandse investeringen marketingtechnologie

Posted 14 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Nederlandse bedrijven verleggen de focus als het gaat om investeringen in marketingtechnologie. Vooral de aanschaf van datagedreven marketingoplossingen staat hoog op de agenda. Oplossingen voor Content en Experience zijn minder in trek. Dit blijkt uit het eerste onderzoek van Emerce Research en VODW Consultancy naar de ‘martech stacks’ in ons land, ongeveer 250 leveranciers en de geplande veranderingen. Het bijbehorende rapport is zojuist gepubliceerd.

De komende jaren wordt er 10 tot 25 procent meer uitgegeven aan marketingtechnologie. Zo verwacht de overgrote meerderheid van de ruim zevenhonderd bedrijven die hebben meegedaan aan dit onderzoek.

De belangrijke trend die zich in de marketingtechnologie heeft voorgedaan zet door en zal dus zijn effecten hebben op de budgetverdeling. Waar de afgelopen twee jaar al duidelijk is geworden dat aparte oplossingen voor CRM, e-mail en analytics plaatsmaakten voor marketing automation suites, zeggen bedrijven dit jaar te kijken naar oplossingen om de benodigde data beter te ontsluiten.

Met name grotere bedrijven hebben bijvoorbeeld een Customer Data Management-platformen in het vizier, zo blijkt uit het rapport. Zelfs in situaties waar een marketingteam verantwoordelijk is voor de gekozen technologie, blijkt dat de systemen niet zo zijn opgezet dat ze met elkaar kunnen communiceren. Een volledig klantbeeld ontbreekt daardoor nogal eens. De respondenten verwachten dit euvel met een platform voor data management in ieder geval deels te verhelpen.

In de categorie Customer Data Solutions behoren Blueconic en Tealium tot de populaire leveranciers, bedrijven die geïnteresseerd zijn in een data managementplatform hebben nog geen uitgesproken favoriet.

Terwijl de grotere bedrijven druk zijn met hun datavraagstukken, hebben kleinere ondernemingen zo hun eigen uitdagingen. Afgelopen jaar investeerden ze nog in e-mail, content management en de middelgrote bedrijven in marketing automation. Dit jaar verwachten mkb’ers hun budgetten in te zetten voor zoekmachine marketing en dashboarding. De middelgrote bedrijven zullen opnieuw aandacht hebben voor marketing automation en in toenemende mate de conversie-optimalisatie. Hubspot en Optimizely zijn daarbij veel gekozen aanbieders.

Gemiddeld genomen werken Nederlandse bedrijven met zes verschillende tools. Uitgesplitst naar bedrijfsgrootte blijken de bedrijven van formaat vooral de grootverbruikers. Binnen die groep geeft 19 procent aan zelfs 25 of meer tools af te nemen. Opvallend is wel dat de ‘martech stack’ doorgaans bestaat uit losse, onafhankelijk van elkaar gekozen, technieken. Van een volledige integratie is vaak nog geen sprake. Dit draagt ongetwijfeld bij aan de eigen beoordeling: de helft van de bedrijven zegt in redelijke mate effectief te zijn in het gebruiken van functionaliteiten. Ze denken daarin met betere integraties en een bredere strategie over de rol en het doel van marketingtechnieken nog een slag te kunnen maken.

Behalve de genoemde categorieën bevat het rapport analyses over Advertising en Promotion, E-commerce en Sales, Content en Experience, Data en Analytics, Management en Relationship en Social – inclusief bijbehorende subcategorieën.

Het rapport van Emerce Research en VODW is verkrijgbaar in de Emerce Knowledgebase.



Lees het volledige bericht op Emerce »