Posts Tagged ‘zoekmachine’

Doelgroeptargeting: zo bereik je de juiste groep

Posted 13 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Op basis van alleen demografische gegevens lopen adverteerders een groot deel van de doelgroep mis, zegt onderzoek van Google en Compete. Hoe bereik je ze dan wel? 

Sporten is voor mannen. Gamen is voor kinderen. Vrouwen richten het huis in. Mannen kopen auto’s. Klopt dat? Uit onderzoek blijkt dat:

  • 60% van de relevante sportcontent wordt bekeken door vrouwen;
  • 45% van gaming-gerelateerde zoekopdrachten op mobiel wordt gedaan door 35+;
  • 40% van de huis (product) gerelateerde zoekopdrachten wordt gedaan door mannen;
  • 60% van autogerelateerde zoekopdrachten op mobiel wordt gedaan door vrouwen.

De drie pijlers van doelgroeptargeting

Er zijn drie soorten targetingcriteria binnen Google om de gewenste doelgroep op het juiste moment te bereiken.

1. Remarketing
  • Remarketing kan worden ingezet op twee manieren; de eerste zijn cookies die worden verzameld van bezoekers die jouw website hebben bezocht. De tweede manier is op basis van CRM-data, dat kunnen emailadressen zijn maar ook bijvoorbeeld postcodes of telefoonnummers.
2. Affinity, in-market & similar audiences
  • Google beschikt inmiddels over zoveel data dat ze ook doelgroepen (audiences) hebben gedefinieerd die voldoen aan vooraf bepaalde kenmerken die door Google worden meegegeven. Deze doelgroepen worden onder andere affinity-doelgroepen (affiniteits doelgroepen) genoemd, waarbij het mogelijk is om mensen te bereiken die affiniteit hebben met een bepaald onderwerp.
  • Daarnaast zijn er ook doelgroepen die al wat verder in de oriëntatiefase zitten voor het aankopen van producten of diensten, deze doelgroepen worden gedefinieerd als ‘In-market doelgroepen’.
  • Deze affinity -en in-market doelgroepen worden vervolgens verrijkt door er extra demografische targeting aan toe te voegen om nog beter de gewenste doelgroep te kunnen bereiken. Als laatste is het ook mogelijk om similar audiences te gebruiken, dit zijn doelgroepen die vergelijkbare kenmerken vertonen als mensen in jouw remarketinglijsten.
3. Zoekwoorden
  • De meest gangbare manier van doelgroep targeting is nog steeds zoekwoord targeting. Dit bestaat enerzijds uit de zoekwoordopdrachten in de zoekmachine en anderzijds uit contextual advertising. Hierbij kan er op basis van ingegeven zoekwoorden in een Adwordscampagne overeenkomstige content op websites uit het Google Display Netwerk worden getarget.

Als we ons vervolgens verder verdiepen in de doelgroeptargeting van deze drie pijlers kunnen we dat verder onderverdelen in twee onderdelen; mensen die je kent en mensen die je niet kent.

Bereik mensen die we kennen

Mensen die we kennen op basis van onze eigen beschikbare data kunnen we bereiken via verschillende kanalen; Adwords, Gmail, YouTube en het Google Display Netwerk. Daarbij is het vanzelfsprekend dat we in de communicatie richting deze doelgroep een andere boodschap laten zien dan mensen die we niet kennen. Dit sluit nauw aan op het See, Think, Do & Care model dat wij hanteren. In onderstaande tabel staat duidelijk aangegeven via welke kanalen de verschillende manieren van contact met een reeds bekende doelgroep kan worden ingezet.

Bereik mensen die we niet kennen

Mensen die je niet kennen kunnen bereikt worden op basis van vergelijkbare doelgroepen. Deze vergelijkbare doelgroepen kunnen worden opgebouwd aan de hand van aanwezige remarketing- of emaillijsten. Daarbij kan er ook onderscheid worden gemaakt in loyale klanten en historische klanten, zodat hier een eventueel verschil in prestaties goed inzichtelijk gemaakt kan worden en hier vervolgens op bijgestuurd kan worden. Naast vergelijkbare doelgroepen kunnen nieuwe mensen/prospects ook goed worden bereikt met In-Market, Affiniteitsdoelgroepen en contextuele doelgroepen.

Nieuw: Custom Intent. Sinds eind 2017 heeft Google ook de targetingmogelijkheid gelanceerd om op basis van zoektermen en URL’s of zelfs webpagina’s toe te voegen als input voor de aangepaste intentiedoelgroep om jouw doelgroep te bereiken op Google & YouTube. Dat maakt targeting nog unieker.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Consument krijgt te vaak producten aangeboden die inferieur zijn aan eigen keuzes

Posted 06 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Bedrijven weten steeds meer van de consument. Die kennis kan ten goede, maar ook ten kwade gebruikt worden. Dat vraagt om een nieuwe standaard, een zorgplicht die daarop is toegesneden. Daarvoor is een discussie op Europees niveau nodig. Laat de industrie zich daarin ook roeren en het voortouw nemen. Met mogelijk zelfregulering als uitkomst, inclusief een stok achter de deur.

Waarom zijn de risico’s op misbruik online eigenlijk groter aan het worden dan offline? Dat heeft te maken met de mogelijkheden voor bedrijven om de consument – inclusief zijn zwaktes – steeds beter te leren kennen. Hotelboekingssites, telecomaanbieders, webwinkels, zoekmachines en appstores – via slimme algoritmes bepalen zij welk aanbod onder onze aandacht wordt gebracht. En via het voortdurend testen van hun websites en apps (A/B-testing) leggen ze consumenten de keuzes steeds slimmer voor. Ze optimaliseren de zogenaamde ‘keuzearchitectuur’ en bepalen in hoge mate wat we kiezen.

Dat kan, omdat wij, consumenten, eigenlijk heel voorspelbaar zijn. Zo klikken we bij de resultaten van een online zoekopdracht in 75 procent van de gevallen op een van de eerste vier zoekresultaten, ongeacht de kwaliteit of relevantie. In de appstores kiezen wij in 87 procent van de gevallen voor een app uit de gepresenteerde top vijf. En bij zorgverzekeringen kiezen we voor de middelste van drie opties. Of voor ‘meest gekozen’.

Dit scheelt ons een hoop tijd. Daarnaast blijkt trouwens dat als je zelf minder in het keuzeproces hebt geïnvesteerd, je achteraf ook veel minder onvrede of twijfel kent. Helemaal niet zo gek dus, zo’n keuzearchitectuur. Zolang de architect maar niet dwars tegen jouw belangen in gaat.

Feit is dat het belang van de consument het soms verliest van het belang om de verkoop te verhogen. Hoe zorgen we dat bedrijven consumenten niet stiekem in hun grootste valkuilen laten vallen?

We weten dat we als mensen beperkt rationeel zijn en vaak beslissingen nemen op basis van impulsen in plaats van intenties. Of anders gezegd: wie het menu bepaalt, bepaalt de uitkomst. En dan wil je als consument niet dat de ‘kok’ daar misbruik van maakt. Bijvoorbeeld door ons ongemerkt en stelselmatig te laten kiezen voor een product waar het platform een hogere commissie voor krijgt, of om de standaardinstellingen zo te houden dat er grote hoeveelheden data worden uitgelezen.

‘Deceived by design’ noemt de Noorse consumentenorganisatie dat in een recent rapport. Wij signaleren dat deze technieken steeds vaker worden toegepast en zien hier risico’s in.

Door ongewenste sturing komen consumenten lang niet altijd bij de voor hen meest optimale beslissing uit. Onderzoek laat zien dat wij gemiddeld vaker producten aangeboden krijgen die inferieur zijn aan de producten die we zelf hadden uitgezocht.

Zo kan slechts 3 procent van de consumenten de beste lening vinden als deze op de tweede pagina van de zoekresultaten wordt getoond, tegen 27,5 procent als de resultaten in willekeurige volgorde getoond worden. En 72 procent van de Nederlandse premiebetalers heeft volgens een recente studie van de Autoriteit Consument en Markt en de Nederlandse Zorgautoriteit een basisverzekering waarvoor een vergelijkbaar – maar goedkoper – alternatief bestaat. 80 procent van ons kiest voor een privacyvriendelijke app als informatie over privacy prominenter wordt weergegeven, versus 30 procent als die informatie moeilijk te vinden is.

Het consumentenrecht richt zich vooral op informatievoorziening, die de ‘redelijk geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument’ moet helpen bij het maken van zijn keuze. Maar ook online diensten die hun informatievoorziening op orde hebben, kunnen de omgeving zo ontwerpen dat consumenten toch gestuurd worden naar voor hen schadelijke keuzes.

In onlangs gepresenteerde voorstellen van de Europese Commissie (‘New Deal’) staat dat bedrijven transparant moeten zijn naar de consument over de parameters die zij gebruiken om de keuzeomgeving vorm te geven. Daar is dus al aandacht voor. Nu nog de stap van transparantie naar verantwoordelijk gedrag.

Dit artikel verscheen ook in Het Financieele Dagblad en is met toestemming van de ACM overgenomen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

SEO-expert heeft steeds meer technische kennis nodig

Posted 04 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Je ziet het design en de functionaliteiten van websites enorm veranderen, doordat gebruikers veeleisender zijn geworden. Zij verwachten een interactieve ervaring die vergelijkbaar is met een mobiele app. Twee technische ontwikkelingen die hieruit voortvloeien zijn voor SEO-experts van groot belang: JavaScript en Progressive Web Apps.

Kennis over traditionele SEO-technologie en -activiteiten is niet meer voldoende om succes te blijven boeken op het gebied van search. Een focus op techniek, content en autoriteit is weliswaar nog steeds relevant, maar voor toekomstgerichte SEO-activiteiten moet je ook rekening houden met vier belangrijke technische invloedfactoren: syntax (data en content toegankelijk maken op basis van de principes van zoekmachines), semantics (betekenis en context geven aan die data), user experience en AI. In dit artikel lichten we de experience-laag van de SEO-piramide toe aan de hand van twee actuele technische ontwikkelingen, JavaScript en Progressive Web Apps (PWA’s).

Afb. 1 De vier lagen van de SEO Value Piramid


JavaScript

Om een mooie userinterface en goede functionaliteiten te kunnen bieden, kiezen steeds meer ontwikkelaars voor JavaScript. Sinds de introductie van frameworks zoals Angular is het mogelijk om hele websites in JavaScript te bouwen. Dit noemen we Single Page Applications (versus Multiple Page Applications, de traditionele website die is gebouwd in HTML).


Afb. 2 Verschil MPA en SPA

Deze ontwikkeling is van belang voor eenieder die zich bezighoudt met zoekmachineoptimalisatie. Er kleeft namelijk vanuit SEO bezien twee grote nadelen aan het gebruik van JavaScript waar je een oplossing voor moet zien te vinden:

 1. Crawlen gebeurt minder vaak en diep

Bij een Multiple Page Application (MPA) heeft elke pagina zijn eigen HTML-bron. Bij een Single Page Application (SPA) is er één HTML-bron voor alle pagina’s die bovendien ook nog eens leeg is, als je het vanuit het perspectief van de crawlbot bekijkt. Er staan immers geen metadata, content of links in, alleen verwijzingen naar JavaScript en CSS.

De crawlbot zal in plaats van de HTML-bron bij SPA’s gebruik moeten maken van het Document Object Model (DOM), de dynamische weergave van de pagina zoals de browser die ziet. Om dat mogelijk te maken moet er client-side rendering plaats vinden. Google kan dit als enige zoekmachine maar het duurt wel vijf keer zolang als het crawlen van MPA’s.

Dit betekent ook dat er veel tijd overheen gaat voordat nieuwe of bijgewerkte content zichtbaar is. Sites worden dus minder vaak én minder diep gecrawld waardoor ze niet volledig worden geïndexeerd en je content niet altijd te vinden is met als gevolg minder organisch verkeer.

Hoewel Google met behulp van haar web rendering service (WRS) JavaScript kan renderen is deze dienst gebaseerd op een oude versie van de Google Chrome-browser. Die versie is niet zo geavanceerd als de browsers die op dit moment door websitebezoekers wordt gebruikt. Dat betekent dat Googlebot en andere search bots geholpen moeten worden.

Een oplossing hiervoor en voor de overige zoekmachines (anders dan Google) die niet met JavaScript overweg kunnen, is pre-rendering. Voordat je een website lanceert of een nieuwe release doet maak je van alle pagina’s een statische HTML-snapshot. Hierbij moet wel worden aangetekend dat dit niet kan bij heel grote sites met duizenden pagina’s die regelmatig worden bijgewerkt.

Aan pre-rendering kleeft bovendien een risico: als de snapshot die je hebt gemaakt niet overeenkomt met het resultaat van de web rendering service, oftewel als er verschillen zitten tussen pre-rendering en rendering, dan is er sprake van cloaking en krijg je mogelijk een penalty van Google.


Afb. 3 Verschillende vormen van rendering

Google adviseert zelf als oplossing voor deze problematiek Isomorphic JavaScript. Dit is een complexe techniek waarvoor je aardig wat technische kennis in huis moet hebben. Maar op dit moment is het wel de beste optie om een website die bestaat uit een groot aantal pagina’s en is ontwikkeld met een JavaScript-framework toch goed weer te geven in de zoekmachine. Andere, minder complexe vormen van rendering zijn server-side rendering en dynamic rendering.

 2. Zware websites brengen laadtijd in gevaar

Een ander gevaar bij veel gebruik van JavaScript binnen de website zit hem in de performance. JavaScript kan de website heel erg zwaar maken waardoor de laadtijd te lang duurt, wat nadelig is voor de user experience. Het duurt door JavaScript niet alleen langer voordat de pagina wordt weergegeven, maar ook langer voordat de pagina of browser kan reageren op input (klikken, scrollen, toetsaanslagen) van gebruikers. Een pagina die geladen lijkt, is nog niet klaar voor gebruik en reageert niet of met aanzienlijke vertraging.

De laadtijd wordt in Nederland niet zozeer bepaald door het netwerk, omdat we bijna overal 4G hebben. Het uitvoeren van JavaScript bij een complexe applicatie is daarentegen wel een issue. Minder krachtige devices kost het veel inspanning (lees: tijd) om de pagina van een SPA te renderen. De processor van de smartphone van de gebruiker is de bottleneck in de performance en daar wordt nauwelijks rekening mee gehouden. Met als gevolg dat de website het prima doet op een desktop maar niet is getest op de smartphones die de doelgroep gebruikt.

 Afb. 4. Browserverwerkingstijd voor toegepaste JavaScipt van de website cnn.com | bron

Met de mobile-first filosofie van Google kan het zijn dat als je het heel slecht doet qua mobiele laadtijd, je minder goed gaat ranken. Zorg er daarom voor dat je weet welk device je doelgroep overwegend gebruikt en neem die mee in de test. Er zitten namelijk grote verschillen tussen de snelle iPhone en andere high-end modellen met krachtige processors en de goedkopere Android-smartphones.

Of je in de gevarenzone zit, kun je eenvoudig zien. Google meet via Google Chrome laadtijden van pagina’s door. Ze kijken dus naar de ervaring van echte gebruikers, op verschillende locaties, devices en verbindingen. Deze data (voor je eigen site en in vergelijking met concurrenten) zijn te vinden in het Chrome User Experience Report (CrUX) en beschikbaar in Google BigQuery.

Afb. 5 Performance dashboard op basis van CrUX data

Overigens is dit een kwestie van ‘pick your battles’: als je een snelle website nog sneller weet te maken, zal je die inspanning niet of nauwelijks terugzien in de ranking. Google wil met name de websites die slecht presteren stimuleren om een betere gebruikerservaring te bieden.

Daar staat tegenover dat de laadtijd van pagina’s ook invloed heeft op de conversie. Snellere pagina’s resulteren in meer omzet. Gebruik de Google Speed Scorecard om de snelheid van je site te vergelijken met die van je belangrijkste concurrenten en bereken met de Impact Calculator hoeveel extra omzet het oplevert als je site sneller wordt dan die van de snelste concurrent.

Progressive Web Apps (PWA’s)

PWA’s zijn ontstaan als alternatief voor native iOS en Android apps en leggen de lat van mobielvriendelijkheid aanzienlijk hoger. Responsive sites die op mobiel worden geopend hebben meestal de basis op orde, zoals niet in hoeven zoomen om iets te lezen, geen omleidingen naar irrelevante pagina’s en gemakkelijk de juiste link aanraken.

Afb. 6 Voordelen PWA

PWA’s gaan een paar stappen verder: zij kunnen gebruikmaken van de functionaliteiten waar de browser in combinatie met het besturingssysteem ondersteuning voor biedt, zoals notificaties en toegang tot de camera en contacten. Hierdoor kun je een rijkere of betere user experience bieden. Een ander belangrijk voordeel is dat PWA’s niet in een app-store hoeven te worden gedownload. Updates gebeuren automatisch dus de gebruiker heeft er geen omkijken naar.

Misverstanden over PWA’s

Er zijn veel misverstanden over het gebruik en de ontwikkeling van Progressive Web Apps. Met de volgende punten hopen we die enigszins weg te nemen:

  • Elke website kan een PWA zijn;
  • Een PWA kan functioneren en aanvoelen als een native app, maar is opgebouwd met webtechnieken als HTML, CSS & JavaScript;
  • Een PWA hoeft geen Single Page App te zijn en het is ook niet nodig om een JavaScript framework te gebruiken (maar het kan wel);
  • Zelfs met AMP kan een PWA ontwikkeld worden;
  • Een PWA is bedoeld voor elk device, niet alleen voor smartphones en zeker niet alleen voor Android;
  • Door een sterke focus op (client-side) caching laden PWA’s sneller, zijn ze betrouwbaarder en zelfs beschikbaar wanneer de gebruiker offline is;
  • Een PWA vormt voor Google geen rankingfactor, maar kan een betere user experience en daarmee een beter antwoord bieden voor gebruikers van Google.

Voor de zoekmachinevriendelijkheid van een PWA gelden dezelfde vereisten als elke andere website. Wanneer een SPA de basis vormt van een PWA betekent dat er rekening gehouden moet worden met de client-side rendering-capaciteit van zoekmachines, zoals hierboven beschreven.

Is een PWA noodzakelijk?

Of je een PWA moet laten ontwikkelen hangt af van het type website, toegepaste technieken en doelgroep. Als je nu bijvoorbeeld voor een e-commerce site een iOS-, Android- en webversie in beheer hebt, kun je overwegen om daar met behulp van een PWA één versie van te maken.

Vooral online shoppers hebben een duidelijk voorkeur voor het web boven apps. Met een PWA ligt de focus met name op een betere user experience. Een PWA biedt wellicht betere kansen om de doelstellingen te realiseren en combineert het bereik van het mobiele web met de capaciteiten van een native app.

Met technische kennis je SEO-strategie waarborgen

De gebruikerservaring bepaalt in welke richting websites en apps zich ontwikkelen. Hoe die verandering wordt vormgegeven, is bij de meeste bedrijven in handen van developers, voor wie SEO waarschijnlijk niet meeweegt als keuzefactor. Des te belangrijker is het om je als SEO-expert te verdiepen in de technische implicaties van nieuwe ontwikkelingen zoals JavaScript en PWA’s. Zo word je een serieuze gesprekspartner voor developers en kun je de voordelen van nieuwe webtechnieken benutten en de nadelen goed managen. Maar ook voor marketeers is dit belangrijke informatie waarmee je de SEO-experts en developers waar je mee werkt bewust kunt maken van de impact van nieuwe ontwikkelingen.

Mobile SEO in 2018

Sinds juli 2018 betekent langer wachten (lees: een langere laadtijd) een lagere organische ranking voor mobiele pagina’s. Dit geldt voor alle pagina’s en staat los van de technologie die toegepast wordt. Deze en andere ontwikkelingen zijn van grote invloed op het succes van mobile SEO. Wij hebben deze ontwikkelingen daarom gebundeld in een whitepaper. Wil je weten aan welke eisen een mobiele website anno 2018 nog meer moet voldoen? In ons whitepaper lees je hoe je op het gebied van mobile SEO kunt excelleren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlandse consumenten shoppen in Google Images

Posted 03 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google geeft adverteerders nu ook de mogelijkheid shoppingadvertenties te plaatsen bij de afbeeldingen in zijn zoekmachine. Inmiddels is te zien dat voor Nederlandse accounts zo’n 30 procent van de shoppingvertoningen van deze nieuwe plaatsing komen, met goede resultaten voor adverteerders als resultaat.

Hoe hebben we die 30 procent berekend? Door het totale aantal shoppingvertoningen te delen door alle Image-shoppingvertoningen. Hiervoor is de ROAS conform klantdoelstelling als maatstaf genomen. Ook zijn de resultaten vergeleken met die van traditionele shoppingcampagnes. Reden genoeg om eens dieper te duiken in de vraag: hoe maak je effectief gebruik van deze nieuwe manier van advertising?

Wegens overvolle Search Engine Results Pages en steeds grotere concurrentie van platformen als Amazon is Google op zoek naar nieuwe advertentiemogelijkheden. Hierbij zijn de Google Images-zoekresultaten lang buiten beeld gebleven, maar daar komt nu verandering in.

In Google Images vertoont Google namelijk sinds kort een versimpelde versie van de shoppingadvertenties. Hierdoor zijn de mogelijkheden je als adverteerder te onderscheiden kleiner, maar past de advertentie wel beter bij de organische zoekresultaten. Inmiddels is deze shopping carrousel feature op zowel desktop als mobiel uitgerold. De advertenties linken direct door naar het artikel op de webshop van de adverteerder. Dit ziet er als volgt uit:

Marktaandeel van Google Shopping

Alhoewel Google Images al lang bestaat, geeft Google Support aan dat image search vanuit advertisingperspectief nog geen deel uitmaakt van de core zoeksites (search, maps, play en shopping). De resultaten van de advertenties in image search worden dan ook gerapporteerd als searchpartnervertoningen.

Als we hier dieper induiken, blijkt het aantal zoekpartnervertoningen sinds de uitbreiding gegroeid naar zo’n 30 procent van alle shoppingvertoningen. De uitbreiding naar Google Images geeft shoppingcampagnes dus een flinke boost in inventory en potentiële inkomsten voor Google. Aan de hoeveelheid klikken en conversies is bovendien te zien dat de Nederlandse consument gevoelig is voor deze advertenties. De uitbreiding sluit daarom ook nog eens aan bij Googles doelstelling om vaker het startpunt te zijn in het (online) aankoopproces.

Productadvertenties steeds visueler

De online advertentiemarkt voor webshops is de afgelopen jaren steeds visueler geworden. Wat ooit begon met tekstadvertenties heeft zich ontwikkeld tot een diverse branche met steeds meer nadruk op visuals. Zo vertonen retailers steeds vaker productadvertenties op social media als Facebook en Pinterest. Ook wordt dynamische remarketing met tools als ProductsUp en DoubleClick steeds vaker visueel aantrekkelijk gemaakt. Webshops blijven niet achter bij deze ontwikkeling en maken in toenemende mate gebruik van 3D-afbeeldingen en videocontent.

Met showcase shopping ads (die overigens nog niet beschikbaar zijn in Nederland) en de uitbreiding van shopping naar de Google Images, sluit Google zich aan bij de visuele trend. Het belang van kwalitatief goede productfotografie is toegenomen. Ook zullen afbeeldingen met modellen en een visueel aantrekkelijk achtergrond de komende tijd een grotere rol gaan spelen.

De volgende stap voor adverteerders

Wanneer je shoppingcampagnes inzet, is de kans groot dat deze sinds de uitbreiding zijn uitgeleverd op Google Images. De enige voorwaarde hiervoor is namelijk dat search partners aan staan.

Vaak is te zien dat de CPC en de CTR tot wel 50 procent lager zijn dan voor normale shoppingadvertenties. Dankzij vergelijkbare conversiepercentages draaien de advertenties op beide zoekresultatenpagina’s toch vrijwel dezelfde ROAS. Door de afbeeldingen en je vertoningsaandeel te optimaliseren, valt er dan dus ook veel omzet te winnen.

Tip: let op wanneer je een automatische biedstrategie gebruikt die zich richt op KPI’s als CTR of CPC. Door de verschillen in prestaties tussen de normale en image zoekresultaten kan dit onevenredig impact hebben op het vertoningsaandeel. Aangezien de echte KPI voor de meeste webshops omzet/winst is, pakt dit vaak ongelukkig uit.

Kortom, visuele content speelt een steeds centralere rol in e-commerce. De huidige toevoeging van shoppingadvertenties in Google Images sluit aan bij deze trend. Consumenten reageren hier goed op en dat biedt zeker kansen om het online marktaandeel te vergroten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google maakt historische vliegprijzen inzichtelijk

Posted 31 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google brengt een nieuw hulpmiddel op de markt voor reizigers: een ticketboeker met een historisch tariefoverzicht erbij.

Met het oog op de feestdagen aan het einde van het jaar publiceert de zoekgigant deze nieuwe tool. Hij wordt gepromoot met Amerikaanse gebruiksscenario’s erbij, maar hij werkt net zo goed in Nederland en de rest van de wereld.

Gebruikers van het zoekhulpje kunnen op een kalender aangeven wanneer ze ongeveer willen reizen en waar naartoe. De keuze uit de tijdspanne is: een weekend, een week of twee weken. De zoekmachine toont vervolgens de laagste, gemiddelde en duurste prijzen over een periode van twee maanden.

Een reis van Amsterdam naar Berlijn in september geeft bijvoorbeeld dit resultaat:

Foto: mrhayata (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe regelgeving online platformen: Europese Commissie wordt strenger

Posted 29 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het is voor ondernemingen voordelig om aansluiting te zoeken bij e-commerce platforms, bijvoorbeeld op het gebied van marketing. Deze online platformen krijgen echter steeds meer macht en kleine ondernemers zijn daar vaak de dupe van. Daarom heeft de Europese Commissie (EC) een voorstel gedaan voor nieuwe regelgeving die ingrijpende gevolgen heeft voor de online platformen.

Steeds meer bedrijven bieden hun producten of diensten niet (alleen) aan via een eigen webshop, maar steeds vaker via online platformen. Deze platformen hebben namelijk een veel groter bereik en je hoeft niet zelf een website te bouwen. Tegelijkertijd neemt de macht van deze platformen erg toe. Online platformen hebben door de afhankelijkheid van de zakelijke gebruiker een sterkere onderhandelingspositie.

Bij de tussentijdse evaluatie van de Digital Single Market strategie kwam ook naar voren dat er problemen zijn bij online platformen. De EC vreest dat de online platformen zonder duidelijke regulering misbruik maken van hun positie ten opzichte van de afhankelijke ondernemingen. Op dit moment bestaat er geen specifieke Europese regelgeving voor online platformen. Daarom heeft de EC op 26 april 2018 een voorstel gedaan voor een nieuwe verordening.

EC stelt nieuwe regelgeving voor

De EC schrijft dat de afhankelijkheid van zakelijke gebruikers ertoe leidt dat de online platformen de gelegenheid hebben om potentieel schadelijke handelspraktijken toe te passen. Het gaat hier vooral om: het wijzigen van de algemene voorwaarden zonder verklaring en zonder voorafgaand kennisgeven, het beëindigen van de dienst door een online platform zonder duidelijke motivering en het gebrek aan transparantie. Het doel van de nieuwe verordening is om een beter ondernemingsklimaat te bieden met een ‘level playing field’. De belangrijkste punten van de verordening zijn:

  • Regels omtrent de algemene voorwaarden
  • Motivering van opschorting en beëindiging levering van diensten
  • Regels omtrent ranking en gedifferentieerde behandeling
  • De toegang tot gegevens
  • Verplichting van een intern klachtenafhandelingssysteem en bemiddeling
Voor wie geldt de nieuwe verordening?

De verordening is van toepassing op ‘aanbieders van online-tussenhandelsdiensten’ (met andere woorden: ‘online platformen’) die hun diensten aanbieden aan zakelijke gebruikers die:

  • in de EU gevestigd zijn; en
  • hun goederen of diensten aanbieden aan consumenten in de EU.

Hieronder vallen online marktplaatsen, online winkels voor softwaretoepassingen (appstores), prijsvergelijkingswebsites, zoekmachines en sociale media. Maar de verordening is dus niet van toepassing als de zakelijke gebruikers niet in de EU zijn gevestigd, of wel in de EU zijn gevestigd maar alleen verkopen aan consumenten buiten de EU of geheel niet aan consumenten verkopen (B2B).

Verordening moet zakelijke gebruiker beschermen

Binnen het contractenrecht is het uitgangspunt contractsvrijheid. Partijen zijn vrij om te beslissen of zij en met wie zij een overeenkomst aangaan en wat er in deze overeenkomst staat. Er bestaan een aantal beperkingen op deze vrijheid om een zwakkere contractspartij te beschermen. Zo worden onder andere consumenten beschermd tegenover verkopers, werknemers tegenover werkgevers en huurders tegenover verhuurders. Meestal zijn dit dus particulieren die door de wetgever beschermd worden. De nieuwe verordening introduceert dus regels om de zakelijke gebruiker van online platformen (dus de verkopers) te beschermen tegenover het online platform.

Dit is deel 1 van 3 uit de serie ‘Nieuwe regelgeving online platformen’ waarin de aanleiding van het voorstel van de EC wordt beschreven en er kort wordt weergegeven wat deze verordening inhoudt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Nieuwe Google Pixel verschijnt 9 oktober’

Posted 28 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het paradepaardje van de Android-telefoons, Googles Pixel 3, wordt op 9 oktober in New York gepresenteerd, weet persbureau Bloomberg.

In een maand tijd zullen zowel Apple als Google hun respectievelijke nieuwe topmodellen aan de markt tonen. Apple op 12 september, Google toont de Pixel 3 en Pixel 3 XL volgens Bloombergs bronnen op 9 oktober.

De grote verrassing van de nieuwe Androids is al verdwenen omdat een Oekraïense heler al meerdere toestellen illegaal op de markt bracht.

pic.twitter.com/XtAtAeWreH

— Максим Хорошев (@khoroshev) 22 augustus 2018

Het grootste nieuws van de nieuwe Pixel-toestellen betreft niet de hardwarespecifcaties, maar het nieuwe besturingssysteem. Deze telefoonlijn is de eerste die standaard wordt uitgeleverd met Android 9.0 Pie.

Een overzicht van de nieuwigheden daarin:

Kunstmatige intelligentie speelt een grote rol in alle nieuwe apparaten en diensten die Google introduceert. De snelheid van de nieuwe Pixel-telefoons en het grote scherm stimuleren bijvoorbeeld het gebruik van spraakbutler Google Assistant. Slechts een klein deel van de spraakcommando’s bestaat uit opdrachten voor de zoekmachine.

Android draait op 85 procent van de smartphones. Bijna geen telefoon draait de huidige hoogste versie, 8.x. Negentig procent van de Androids draait op een oudere versie. De helft op versie zes en zeven. Bij Apple daarentegen draait meer dan tachtig procent op de meest recente iOS-versie.

Wellicht 12 september lanceert Apple zijn nieuwste iPhones. Bloomberg bevestigde maandag dat het om drie modellen gaat. Alle toestellen krijgen het uiterlijk van de iPhone X.

Foto: Jörg Schubert (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Lesara opent nieuw distributiecentrum

Posted 20 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Online warenhuis Lesara heeft afgelopen vrijdag zijn eerste, eigen distributiecentrum geopend.

De logistieke hub in Erfurt (kaart) is 31.000 vierkante meter groot en kostte 45 miljoen euro om te bouwen. Het doel van de nieuwe locatie is vooral om de handel richting consumenten te versnellen.

In een interview met tv-zender ARD zegt oprichter en algemeen directeur Roman Kirsch dat het grootste deel van de nieuwe ruimte wordt gebruikt voor overslag. Opslag is slechts in mindere mate een doel. Dat komt voor de snelheid waarmee het bedrijf opereert.

Lesara is een warenhuis met mode- en lifestyleproducten. Het samenstelling van het assortiment wordt constant aangepast op basis van de vragen in de zoekmachine van de winkel. Als er vraag naar iets nieuws ontstaat, laat Lesara dat maken in Polen, Turkije en China en verkoopt dat zo snel mogelijk tegen scherpe prijzen.

Eerder deze zomer haalde de Europees werkende webwinkel uit Duitsland dertig miljoen euro nieuw groeigeld op. Investeerders in deze ronde zijn 3L Capital, Northzone, Mangrove Capital Partners en Vorwerk Ventures. Deze kapitaalinjectie brengt het totaal aan extern aangetrokken durfkapitaal op negentig miljoen euro.

Het snelgroeiende bedrijf is in 2013 opgericht. Roman Kirsch was vorig jaar een van de sprekers op Emerce eDay (slidedeck).



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Reisbranche heeft moeite met het benutten van klantdata’

Posted 20 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Betaald of onbetaald, je komt niet meer zo gemakkelijk bovenaan de zoekresultaten van Google te staan. Dus zal je je marketingeuro’s slim moeten inzetten door de klant zo goed mogelijk te leren kennen, is de boodschap van het rapport Understanding The Travel Consumer van Eye For Travel. Maar dat blijkt in de praktijk nog niet zo gemakkelijk.

De positie van organische zoekresultaten staat onder druk doordat advertenties een prominentere plek hebben gekregen. Het aantal ‘natuurlijke’ resultaten is van tien naar zeven gegaan en elk zichzelf respecterend reismerk optimaliseert daarvoor. In SEA is de situatie niet veel beter: de concurrentie in de biedingen op zoekwoorden is moordend. Kennis van de klant is belangrijker dan ooit om de kanalen te vinden waar je nog wel het verschil kunt maken, stelt Eye For Travel.

Data centraal opslaan is de eerste stap richting het benutten van de mogelijkheden van de digitale wereld zonder te bezwijken aan de kosten. Maar veel reisbedrijven worstelen daarmee, blijkt uit het onderzoek. Wat ze willen weten is welke consument hun website heeft bezocht, op welke devices en wat de belangrijkste reden is om een boeking te maken. Meer dan de helft van 450 door Eye for Travel ondervraagde grote reismerken heeft echter moeite met het tracken van bezoekers. Daardoor worden er onvoldoende data verzameld om een veelomvattend klantprofiel op te stellen. Alleen gegevens uit e-mail, CRM en zoekmachines wordt door meer dan de helft gemonitord.

Cross-device attributie wordt bijvoorbeeld nauwelijks gedaan. Slechts 9,6 procent van de reisbedrijven zegt dat ze de individuele gebruiker kunnen volgen over alle devices en touchpoints heen. Dat komt doordat de data versnipperd zijn opgeslagen en doordat het klantgedrag eenzelfde versnippering toont. Reizigers doen vanaf allerlei devices en kanalen onderzoek naar hun vakantie. Mobiele boekingen voegen complexiteit toe aan het attributie-vraagstuk omdat deze vooral worden gebruikt voor last-minute boekingen.

Klant laten inloggen

Als je als merk alleen kijkt naar de last touch, dan mis je behoorlijk veel informatie over je klanten. Dat terwijl personalisatie nog belangrijker is geworden door de opkomst van voice en chatbots, die niet geschikt zijn voor het overbrengen van een lange lijst mogelijkheden. Het gebruik van cookies en een datamanagementplatform is hiervoor een veelgebruikte oplossing, aldus Eye for Travel. Datagedreven attributiemodellen gaan nog een stap verder maar hiervoor heb je wel enige kennis nodig om het goed te implementeren. Modellen waarbij bezoekers worden aangemoedigd om in te loggen zijn ook een goede manier om een klantbeeld op te bouwen, maar dan moet je natuurlijk wel iets te bieden hebben om de consument te overtuigen van het nut van registratie.

Bij Booking.com is het klantprofiel van cruciaal belang om het juiste resultaat te tonen. Hiervoor gebruikt het bedrijf niet alleen de intentie (welke filters vinkt de klant aan) en de context (hoe komt hij binnen op de site) maar bijvoorbeeld ook de lead time (wanneer wil de klant weg) en prijsgevoeligheid. Naast de bekende AB-testen is het personaliseren van content een belangrijk middel voor Booking.com om conversie te realiseren.

De data die nodig zijn om de klant echt goed te leren kennen, moeten centraal worden opgeslagen. De inzichten die uit analyses voortkomen moet je visualiseren voor medewerkers zodat zij beter begrijpen wat er gebeurt en wat er van hen wordt verwacht. En het verzamelen moet uiteraard conform de AVG-regels gebeuren. “Als je wilt concurreren in een digitale wereld waar mensen ‘on the fly’ boeken en beïnvloed worden door andermans recensies, centraliseer dan je data, leer je klanten beter kennen en geef ze wat ze willen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe vliegticketzoekmachine compenseert CO2-uitstoot

Posted 17 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse start-up FlyGRN is live gegaan. Deze zoekmachine voor vliegtickets compenseert de CO2-uitstoot van de vliegreis gedeeltelijk of helemaal zonder dat de reiziger daar een toeslag voor betaalt.

Het milieuaandeel van de luchtvaart is 2 procent van de totale door de mens veroorzaakte CO2-uitstoot per jaar. Naar verwachting is dit percentage – als er niets gebeurt – over twintig jaar verdubbeld. FlyGRN zegt met het compensatie-initiatief te willen bijdragen aan het (indirect) verminderen van de milieu-impact van vliegen.

Het zoeken van vliegtickets werkt als op elke andere website: je voert de vertrek- en aankomstluchthaven in, data en aantal personen en FlyGRN toont je opties. Wat anders is, is dat er nadrukkelijk wordt gewezen op het feit dat de CO2-uitstoot (deels) wordt gecompenseerd. Gemiddeld is dat 50 procent. Het daadwerkelijke percentage hangt af van welk boekingsplatform de reiziger kiest – bij de test die wij deden met een vlucht van Amsterdam naar Malaga bestond de keuze uit Kiwi.com (76 procent compensatie), Expedia (22 procent compensatie) en Supersaver (100 procent compensatie).

Waar komen die verschillen vandaan? Oprichter Jelle Bekirovic geeft uitleg: “Net als andere vergelijkingssites hebben we voor elke verkochte vlucht afspraken over de fee die wij ontvangen en deze verschillen per aanbieder. Het grote verschil is dat wij de fee gebruiken om CO2 mee te compenseren. Hoe hoger de fee, hoe meer wij kunnen compenseren.”

Wie doorklikt naar een vlucht krijgt te zien hoeveel kg CO2-uitstoot deze veroorzaakt. In het Malaga-voorbeeld is dat 597 kg. Als FlyGRN niet de volledige hoeveelheid compenseert, kunnen reizigers ervoor kiezen om zelf de rest te doen. Daarbij wordt volledig inzicht gegeven in hoe de CO2 wordt gecompenseerd, belooft de start-up. “FlyGRN is deels ontstaan uit frustratie over het gebrek aan details bij de huidige CO2-compensatiediensten. Het is vaak onduidelijk wat er precies gebeurt met CO2-compensatie en waar het geld naartoe gaat.”
Boekers krijgen daarom een online CO2-bewijs met certificaatnummer en duidelijke informatie over de compensatieprojecten die worden gesteund.

De resultatenpagina van FlyGRN

Op de site meldt FlyGRN zelf al dat het pas echt milieuvriendelijk is als je niet kiest voor het vliegtuig. Daarom brengt de zoekmachine ook opties om ‘anders’ of lokaal te reizen onder de aandacht, zoals de trein in plaats van het vliegtuig. Ook is het op de site ook mogelijk om hotels en huurauto’s te vergelijken. Daarbij plant FlyGRN een boom voor elke 100 euro besteed aan hotels of huurauto’s.

Het verdienmodel van FlyGRN is gebaseerd op commissie die het bedrijf ontvangt per verkochte vlucht, vertelt Bekirovic. “FlyGRN is ontstaan vanuit idealisme. Een deel van de inkomsten gaat naar CO2-compensatie, een ander deel dekt de kosten van FlyGRN zelf. Verder proberen we upsells te genereren met hotels, autohuur en CO2-compensatie. Vooral op hotels en autohuur zit er een ruimere marge.”

Influencers en goodwill

Zoals gezegd is FlyGRN net live gegaan. De komende maanden staan dan ook in het teken van naamsbekendheid verwerven. Daarvoor gaat FlyGRN samenwerken met reis- en duurzaamheidsinfluencers, zegt Bekirovic. “Daarnaast proberen we samenwerkingen op te zetten met duurzame initiatieven. Ten slotte focussen we ons op search en display op het gebied van CO2-compensatie. De storytellingcomponent ontbreekt nog veel bij CO2-compensaties en die proberen wij te benadrukken. Als mensen bij ons hun CO2-compenseren zien ze een online certificaat met storytelling. We moedigen hierin vooral aan dat mensen dit bewijs delen met vrienden aan familie. En natuurlijk willen we ook inspelen op de goodwill van onze bezoekers, want qua marketingbudget zullen we het niet meteen winnen van andere partijen in de markt. We proberen dezelfde ervaring te leveren als vergelijkbare vluchtzoekmachines, behalve dat bij ons gratis de CO2 (gedeeltelijk of volledig) gecompenseerd wordt.”

Nog een laatste vraag werpt zich op: de Nederlandse overheid wil vliegen ontmoedigen door een vliegtaks in te voeren – maakt dit het FlyGRN-initiatief niet overbodig? “Met de opbrengst van de vliegtaks wil het kabinet de belastingen op werken en ondernemen verlagen. Er is dus geen sprake van het compenseren van de milieueffecten van vliegen zelf. Bij ons gaat zoals gezegd een deel van de ontvangen fee rechtstreeks naar compensatie van de CO2 van de vlucht. Ik denk dat deze dienst en de vliegtaks dus eerder complementair aan elkaar zijn.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bezoek nieuwssites via Google groeit rap

Posted 15 aug 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Het aantal internetters dat op nieuwssites terecht komt via zoekmachine Google is het afgelopen jaar flink gegroeid. Dat meldt Chartbeat. Tussen januari en augustus 2017…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Interne Linkwaarde – 8 concrete take-aways voor maximaal on-site rendement

Posted 14 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Autoriteit is één van de belangrijkste factoren binnen SEO en zal de aankomende jaren nóg belangrijker worden in de strijd om topposities. Waar vroeger autoriteit nog ‘gekocht’ kon worden, moet je het nu verdienen. Hoe rijker en waardevoller de content is, hoe groter de kans dat deze gedeeld zal worden. Oftewel: van kwantiteit naar kwaliteit; van linkbuilding naar authority building. Maar hoe behoud je de behaalde linkwaarde?

Linkwaarde is, zoals de naam doet vermoeden, de waarde van een link. Maar wanneer is een link nou iets waard? We spreken over backlinks (een link van een externe website) en interne links (een link binnen de eigen website). Een backlink heeft een hoge waarde als de relevantie hoog is.

Bied jij een vakantie naar Mexico aan, dan zal een link van Heineken van weinig meerwaarde zijn, ondanks de hoge autoriteit van Heineken, tenzij het staat in een blog over een bezoek aan de Heinekenbrouwerij in Mexico tijdens een vakantie. Nu is de relevantie al een stuk hoger. Ook geldt dat hoe hoger een link in de structuur van de website staat, des te hoger de linkwaarde is die overgedragen kan worden. Voor interne links geldt dan ook dat een link uit het hoofdmenu een veel grotere waarde heeft dan een link in een sub-submenu.

Linkjuice

Linkwaarde noemen we ook wel linkjuice. Als het ware een vloeistof die via links door het web ‘stroomt’. Hoe meer linkjuice naar een bepaalde pagina stroomt, des te makkelijker deze pagina een toppositie kan halen binnen Google en andere zoekmachines door de hogere autoriteit van deze pagina.

Interne linkwaardeverdeling: hoe werkt het?

Hoe werkt interne linkwaardeverdeling nou eigenlijk? Zoals eerder al aangegeven wordt over het algemeen de meeste autoriteit overgedragen van de pagina’s die het hoogst in de structuur zitten. De beste oplossing is dus om een link naar alle belangrijke pagina’s in de footer te zetten op de homepage. Toch? Nee, we hebben namelijk te maken met blokverdeling.

Google weet dat pagina’s die rechtstreeks vanuit het hoofdmenu te bereiken zijn waarschijnlijk belangrijke pagina’s zijn, dus krijgen links uit dit blok meer linkwaarde dan een link die in een ‘top 5’ lijstje staat, wat overigens wel een heel goede manier is om belangrijke pagina’s een boost te geven. Links die in een tekst geplaatst zijn, zijn het meest relevant en geven over het algemeen de meeste linkwaarde mee. Daarentegen heeft een link die in de footer geplaatst is vrij weinig nut. Vanuit dit blok wordt nauwelijks dan wel geen linkwaarde overgedragen.

Er zijn verschillende interne linkwaarde-verdelingstrategieën. In de basis komen ze allemaal op hetzelfde neer: zorg ervoor dat je website op een logische manier wordt opgebouwd, zodat de gebruiker gemakkelijk haar weg kan vinden.

Don’t spoil linkjuice, use it wisely

Autoriteit opbouwen is één ding. Om het vervolgens optimaal in te zetten is iets anders. Linkwaarde kan namelijk gemakkelijk verloren gaan, waardoor alle moeite om linkwaarde te vergaren voor niets is geweest. In de basis zijn er drie manieren waarop dit kan gebeuren:

  1. Duplicate content.
  2. Technische instellingen.
  3. Inefficiënte linkstructuur.

Er zijn vele manieren waarop dit tot uiting kan komen. De gevolgen kunnen afhankelijk van de situatie erg groot zijn, terwijl de oplossing soms heel simpel is.

Waar moet je op letten om te signaleren of er op jouw website linkwaarde verloren gaat? Met deze acht concrete take-aways zorg je ervoor dat je deze gemakkelijk te maken fouten kunt opsporen en de autoriteit van je belangrijkste pagina’s een boost kunt geven.

Linkwaarde gaat verloren door duplicate content

Duplicate content kan op vele manieren ontstaan. Duplicate content houdt in dat meerdere pagina’s vrijwel exact dezelfde content bevatten, maar toch op verschillende locaties (URL’s) staan. Als hier niet goed mee omgegaan wordt, zal de autoriteit over meerdere pagina’s verdeeld worden, waarmee een lagere positie behaald wordt. Wij gaan hier vooral in op duplicate content die ontstaat door parameters.

Take-away 1: passieve parameters in URL

Parameters kunnen om verschillende redenen achter een URL staan. Een passieve parameter heeft geen invloed op hoe de inhoud wordt weergegeven. Vaak geven deze weer waar de bezoeker vandaan komt, zoals de UTM-tagging van Google. Deze wordt automatisch herkent door Google. Andere parameters moeten apart worden opgegeven via Search Console, of middels een canonical aangegeven worden. Als dit niet gebeurt, dan kan het door de crawler gezien worden als duplicate content en wordt de autoriteit verdeeld over de pagina zonder parameter en de pagina met parameter.

Best practice: indien het niet om UTM-tagging gaat, zorg er altijd voor dat de parameter wordt opgegeven via Search Console of dat middels een canonical is aangegeven wat de hoofd-URL is.

Take-away 2: Actieve parameters in URL: paginatie

Een voorbeeld van een actieve parameter is paginatie. Een actieve parameter zorgt er in tegenstelling tot een passieve parameter voor dat de content van de website wél veranderd. In de meeste gevallen is het niet wenselijk om een tweede, derde of tiende pagina (voorbeeld.nl/artikelen?page=2) in de zoekresultaten naar voren te laten komen. Als dit niet juist aangegeven wordt, zal de linkwaarde verdeeld worden over al deze pagina’s en is de kans kleiner dat je een hoge positie behaald.

Best practice: er zijn meerdere oplossingen om ervoor te zorgen dat linkwaarde optimaal behouden blijft. De beste oplossing is doorgaans de rel=”prev” & rel=”next” tag. Hiermee geef je de relatie tussen de verschillende pagina’s aan.

Take-away 3: Actieve parameters in URL: Productfilters

Een ander filter dat vaak toegepast wordt is een productfilter. Een online kledingwinkel biedt duizenden producten aan met ieder haar eigen eigenschappen. Voor al deze eigenschappen is vaak een filter beschikbaar, zoals: kleur, merk, maat, geslacht, pasvorm, prijs en ga maar door. Al deze filtercombinaties kunnen soms wel miljoenen resultaten opleveren, terwijl maar een klein deel hiervan opgenomen hoeft te worden in de zoekresultaten, namelijk die waar naar gezocht wordt. Als dit niet aangegeven wordt, zal de linkwaarde verdeeld worden over alle filtercombinaties. Idealiter gezien, concentreer je de linkwaarde van al deze filtercombinaties op de combinaties waarbij het wel van belang is dat zij in de zoekresultaten naar voren komen.

Best practice: Op basis van zoekvolume bepalen welke filtercombinaties open moeten staan voor indexatie en op de overige combinaties een canonical zetten naar de meest relevante combinatie.

Linkwaarde gaat verloren door technische instellingen

Onder technische instellingen verstaan wij onder andere de no-follow tag en de no-index tag. Vaak worden deze met een reden ingezet, maar niet iedereen weet wat het gevolg is voor andere pagina’s wanneer één van deze tags wordt gebruikt.

Take-away 4: no-follow

Met een no-follow is aan te geven dat een bepaalde link niet moet worden gevolgd door de crawler. Dit kan zowel voor externe links als voor interne links. Bij het instellen van een no-follow is het van belang om te weten dat linkwaarde letterlijk verloren gaat. De linkwaarde die nu niet naar de no-follow gaat, zal namelijk niet extra worden verdeeld over de andere links.

Take-away 5: no-index

Met een no-index wordt alleen de pagina waarop de no-index staat niet geïndexeerd. De waarde wordt nog wel doorgegeven en zo ook aan alle onderliggende pagina’s. Echter zorgt een no-index net als een no-follow er nog steeds voor dat er waarde verloren gaat.

Take-away 6: 404 pagina’s

Misschien wel heel erg voor de hand liggend, maar voorkom ten alle tijde 404-pagina’s (niet gevonden) in de interne structuur.

Best practice: spoor alle 404-pagina’s die intern bereikbaar zijn op met bijvoorbeeld een programma als Screaming Frog. Vervang alle interne links die een 404 statuscode weergeven voor een werkende (200 statuscode) link.

Linkwaarde gaat verloren in de linkstructuur

De linkstructuur is erg belangrijk voor een juiste linkwaardeverdeling. De volgende drie situaties kunnen gemakkelijk voorkomen.

Take-away 7: Belangrijke vs niet-belangrijke pagina’s in de structuur

Linkwaarde stroomt als een vloeistof door de website. Vaak heeft de homepage de meeste linkwaarde. Toch zien we vaak dat belangrijke pagina’s pas na meerdere klikken vanaf de homepage bereikt kunnen worden en dat totaal onbelangrijke pagina’s heel hoog in de structuur hangen. Hierdoor vloeit er meer linkwaarde naar de onbelangrijke pagina’s dan naar de belangrijke pagina’s, want: hoe verder deze pagina’s weg staan van de homepage, des te minder linkwaarde zij krijgen.

Best practice: zet de belangrijke pagina’s eens hoger in de structuur. Past het niet binnen het menu? Link er dan bijvoorbeeld naar vanuit de homepage met een top-5 lijstje. Zo’n lijstje wordt vaak gebruikt om de vijf best verkochte producten in op te nemen. Door deze op de homepage te zetten, krijgen deze pagina’s een extra boost in autoriteit, omdat er van hoger in de structuur naartoe gelinkt wordt.

Take-away 8: pagina’s die niet doorlinken hoog in de structuur

Wat ook regelmatig voorkomt is dat er een pagina hoog in de structuur staat die geen link naar belangrijke pagina’s heeft. Hierdoor krijgt de pagina veel linkwaarde, maar wordt er vervolgens niets meer doorgegeven. In onderstaande afbeelding is deze situatie geschetst. Zowel pagina A als pagina B krijgen linkwaarde. Pagina B linkt vervolgens door, terwijl pagina A dat niet doet. Uiteindelijk is de totale waarde binnen pagina B (groen) en de pagina’s waar naartoe gelinkt wordt veel groter dan de waarde op pagina A (rood).

Versla je concurrent en verover die topposities

Uiteindelijk zijn er vele manieren waarop linkwaarde verloren kan gaan. De vraag is daarom niet of dit gebeurt, maar hoe ermee om te gaan. Hele simpele aanpassingen kunnen al zorgen voor een grote boost in autoriteit. Zoek je al tijden naar een oplossing om die concurrent voorbij te streven? This might just be it!



Lees het volledige bericht op Emerce »

SEO: 9 factoren die de waarde van een link bepalen

Posted 13 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Al geruime tijd benadrukken zoekmachines het belang van duurzaamheid en kwaliteit als het gaat om externe verwijzingen of links. Links verdienen in plaats van kunstmatig genereren. Liever één kwalitatieve vermelding dan tien laagwaardige- of zelfs spamachtige links. En natuurlijk: niet manipuleren, over-optimaliseren of betalen als het gaat om, de besmette woorden, ‘link building’. Maar waar letten we in de praktijk nu eigenlijk op als het gaat om de waarde van een link?

Dat links nog altijd de fundering vormen voor de algoritmes en indexen van zoekmachines, moge geen verassing meer zijn. Dit zal de komende jaren ook niet snel veranderen. Echter, de exacte waarde van een link kan nogal verschillen. Sommige links doen bovendien meer kwaad dan goed en kunnen de organische posities van je site effectief schaden. Het aspect van kwaliteit wordt vaak uit het oog verloren bij link building campagnes, waardoor link building minder effectief is dan beoogd.

Dit artikel helpt je om de kwaliteit van een link te bepalen, zodat je kunt inschatten of de link een duurzame bijdrage zal leveren aan je linkprofiel of niet. Rand Fishkin schreef al eerder over dit onderwerp, waar ik graag dieper op in ga. Een selectie van negen factoren die je meteen kunt toepassen na het lezen.

Classificering op basis van data als eerste stap

De waarde van een link is veelal een kwantitatief gegeven, opgebouwd uit vele kwaliteitsindicatoren. De belangrijkste eerste stap die je daarom maakt voordat je begint met links verzamelen, is het inrichten van een (zoveel mogelijk geautomatiseerd) controlemechanisme dat alle kwaliteitsindicatoren bijhoudt, zoals de Trust Flow of de Domein Autoriteit. Dan pas kun je eigenlijk iets zeggen over de waarde van een link. Het bijhouden dwingt je om kwaliteit structureel te checken voorafgaand aan een linkaanvraag. Een spreadsheet kan uitkomst bieden, net zoals elke willekeurige andere tool die hiervoor in het leven is geroepen.

Wat doe je dan straks met al die kwaliteitsindicatoren die allemaal iets zeggen over de kwaliteit van die link? Hoe zie je door de bomen het bos nog? Het antwoord kan simpel zijn: beoordeel de waarde op basis van de factoren die je het belangrijkst vindt en besluit op basis daarvan om de link wel of niet te kiezen. Zo kun je een link bijvoorbeeld kiezen aan de hand van een lage Moz spamscore (<5) in combinatie met een hoge Domein Autoriteit (>40). Of hanteer een iets doordachtere strategie: maak een indexering met verschillende wegingen voor elke factor. Dat laatste is statistisch het meest verantwoord, mits je de index op een correcte (gestandaardiseerde) manier opbouwt. Oordelen over de kwaliteit van een link wordt in ieder geval wel makkelijker en minder foutgevoelig met een index.

De ‘houdbaarheidsdatum’

Permanente links zijn logischerwijs waardevoller dan links die bijvoorbeeld na een jaar weer verwijderd worden. Houd hier, indien mogelijk, rekening mee bij het maken van afspraken of het doen van aanvragen. Wees je in ieder geval bewust van het feit dat links niet altijd permanent zijn en vraag altijd naar de ‘houdbaarheidsdatum’. Links van startpagina’s of soortgelijke directories verlopen bijvoorbeeld vaak al na één jaar. Ook gebeurt het regelmatig dat links verwijderd worden zonder legitieme reden. Check daarom regelmatig je backlinks via Search Console, Majestic, Ahrefs of een andere tool en neem contact op als je links onverwacht zijn verwijderd.

 2. De link is vrij van spamsignalen

Zoekmachines pretenderen op te treden tegen te kunstmatig verkregen links. En dat doen ze ook, vooral als het ‘manipuleren’ op grote schaal gebeurt. Dit gaat automatisch via het algoritme middels een lagere waardering of handmatig met een ouderwetse penalty. Vermijd daarom de volgende spamsignalen zoveel mogelijk:

  • Een hoge spamscore op de schaal van Moz. Kijk extra kritisch bij een score hoger dan 4/17.
  • Een directe wederzijdse uitwisseling van links tussen twee websites. Dit komt ook regelmatig voor in een natuurlijke situatie en is dus niet meteen een slecht gegeven, maar wees wel voorzichtig en zorg ervoor dat je nieuwe link niet de zoveelste directe uitwisseling is. Zeker niet in combinatie met over-geoptimaliseerde anchorteksten.
  • Linkuitwisselingen als onderdeel van een groter linknetwerk dat gebaseerd is op indirecte uitwisselingen en deals tussen verschillende partijen.
  • Een betaalde link. Zoekmachines willen niet dat je betaalt voor een link, tenzij je de link een ‘nofollow’ attribuut meegeeft.
  • Te vaak dezelfde server-IP’s. Wederom een link van een domein met hetzelfde server-IP-adres is niet aan te raden, omdat het weinig natuurlijk oogt voor zoekmachines.
  • Overgrote hoeveelheden backlinks van hetzelfde domein. Ook dit oogt geforceerd, zeker als het op grotere schaal plaatsvindt. Een onbewuste link in een footer hier en daar is niet meteen het einde van de wereld.
  • Links op directories, startpagina’s of overige sites met zeer lage kwaliteitsscores (zie uitleg Trust Flow en Trust Ratio) of spamachtige inhoud. De kans dat zoekmachines deze kwaliteitskenmerken ook zien is groot.

  • Een link op een pagina waar overgrote hoeveelheden links naar andere sites op staan. Dit verraadt dat de pagina gemaakt is voor stelselmatige link building en is makkelijk te begrijpen voor zoekmachines.
  • Over-geoptimaliseerde anchorteksten. Een onnatuurlijke verhouding tussen (het aantal verschillende) zoekwoorden en niet-zoekwoorden in het linkprofiel van een website is een sterke spamindicator.
  • In verhouding veel links vanaf blog- of forumopmerkingen onderaan een pagina. Een linkprofiel dat voornamelijk opgebouwd is uit veel van dit type links is weinig waard. Een natuurlijke balans tussen dit type links en andere soorten links is belangrijk.
  • Automatisch gegeneerde links die zijn verkregen door ‘slimme’ programma’s of software die helpt om links te genereren.
 3. Autoriteitsscores

Zowel de Domein Autoriteit van het verwijzende domein als de Pagina Autoriteit van de verwijzende pagina zijn bewezen pijlers van linkwaarde, wederom in het leven geroepen door Moz. Ze vertellen ons hoe ‘krachtig’ jouw website of pagina is als het gaat om ranken in zoekmachines. Onthoud wel dat deze indexen relatief zijn, ten opzichte van andere domeinen en pagina’s. Een verandering van je score op deze index kan daardoor meerdere oorzaken hebben, zoals een reset van de index of stijgingen/dalingen op andere domeinen.

 4. Trust

Trustscores, van welke tool dan ook, zeggen iets over de kwaliteit van het linkprofiel. Zo heb je bijvoorbeeld Majestic’s Trust Flow, de MozTrust of de Ahrefs Rank. Allemaal weerspiegelen ze de kwaliteit van een linkprofiel op een index van 0 tot 100. Deze scores bestaan overigens op zowel domein- als paginaniveau.

Majestic geeft de volgende definitie van Trust Flow: “Majestic collated many trusted seed sites based on a manual review of the web. This process forms the foundation of Majestic Trust Flow. Sites closely linked to a trusted seed site can see higher scores, whereas sites that may have some questionable links would see a much lower score.

Hoe hoger deze score, des te meer de link zal bijdragen aan de kwaliteit van je linkprofiel. Ten minste, als de verhouding met de complementaire indicator Citation Flow goed is. De Citation Flow vertelt ons meer over de impact van een pagina of domein op basis van de hoeveelheid sites die daar naar linken.

Zodoende is de zogenaamde Trust Ratio (Trust Flow/Citation Flow) een goede maatstaf om de kwaliteit van een domein te bepalen. Een Trust Ratio hoger dan 1,0 geeft aan dat het domein betrouwbaar is en geen spamachtige signalen bevat. Een score hoger dan 0,7-0,8 wordt vaak als acceptabel gezien. Bij domeinen met een Trust Flow die al relatief hoog is (bijvoorbeeld 40 of hoger), kun je ervoor kiezen om minder streng te kijken naar de Trust Ratio.

De Trust– en Citation Flow scores op individueel paginaniveau zijn niet altijd betrouwbaar, omdat ze soms op weinig tot geen data berusten. Daarom kiezen veel mensen ervoor om meer waarde te hechten aan de scores van het hele domein.

 5. Linkende domein is ‘nieuw’

Een link van een domein dat nog niet verwijst naar je website zal over het algemeen meer impact hebben dan een link van een domein waarvan je reeds een link hebt. Probeer daarom zoveel mogelijk te mikken op nieuwe domeinen.

Het betekent overigens niet dat een tweede of derde link van eenzelfde domein waardeloos is. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je al links van een domein had, maar heel diep verstopt in het URL-pad. Een extra link vanaf bijvoorbeeld een homepage kan in zo’n geval relatief veel waarde toevoegen.

 6. Links van hoog rankende websites

Scoor je een link van een website met een hoge positie in een zoekmachine op een voor jou belangrijk onderwerp of zoekwoord? Dan zal jouw website ook als relevanter op dit topic worden beoordeeld door de zoekmachine.

 7. Paginacontext

De context van de pagina waar de link op staat is van belang. Vraag jezelf af: wordt de pagina veel bezocht? Staat de link bovenaan de pagina? Wordt er vaak geklikt op de link? Is de pagina gebruiksvriendelijk? Zo ja, dan zijn dat positieve signalen die kwaliteit indiceren. Bovendien krijgt je link meer waarde als deze verwerkt is in een inhoudelijke artikel (in-content), het liefst zonder te veel andere uitgaande links op de pagina. Maar ook: sluit het onderwerp van de pagina aan bij het onderwerp van jouw website? Heeft de pagina een natuurlijk doel of is deze kunstmatig in het leven geroepen om links te plaatsen?

8. Linkcontext

Een kwalitatieve link voegt altijd waarde toe aan het hele domein, ongeacht de anchortekst en bestemmingspagina. Wil je echter een specifiek zoekwoord of een specifieke pagina boosten? Dan is het slim om te kiezen voor een linktekst die gelijk of nauwverwant is aan het zoekwoord en een bestemmingspagina die gekoppeld is aan dit zoekwoord. Let er op dat je niet over-optimaliseert.

Zorg voor een natuurlijke verdeling tussen geoptimaliseerde- en niet geoptimaliseerde anchorteksten. Controleer daarnaast altijd de URL zodra de link is geplaatst. Deze dient de exacte URL te bevatten van de gewenste bestemmingspagina. Dus ook bijvoorbeeld met ‘https://’ en met ‘www’. Anders treedt een redirect op, waardoor de link in waarde vermindert.

9. Topicrelevantie

Kijk kritisch naar het onderwerp van het domein en het topic van de pagina waarvan je een link ontvangt. Sluiten deze aan bij het onderwerp van jouw website en pagina? De link stijgt in waarde als dit
het geval is. Tools als Majestic kunnen je helpen bij het bepalen van de onderwerpen van een website.

Ook je Trust Flow zal sneller stijgen als je links ontvangt van domeinen met dezelfde onderwerpen als jouw site. De Topical Trust Flow van Majestic geeft bovendien aan in hoeverre het domein in kwestie autoriteit op deze onderwerpen is.

Hoe nu verder?

Aan de hand van de in dit artikel beschreven kwaliteitsindicatoren in combinatie met de tips van Rand Fishkin kun je als marketeer of specialist beter sturen op de kwaliteit van links. Neem niet elke link zomaar aan, maar kies bewust. Niet elke mogelijkheid dient namelijk verzilverd te worden. Een duurzame groei van een linkprofiel en de verbetering in organische prestaties van websites gaan vooral schuil in de kwaliteit van de links die je vergaart.

Pas je strategie ook hierop aan. Liever energie steken in die ene link die je verdient door het creëren en slim uitzetten van relevante content, dan geld en tijd steken in het verkrijgen van een handvol links van startpagina’s.

Waar vind je die kwalitatieve links?

Kwalitatieve links komen op heel veel verschillende plekken voor. Toch is er een aantal locaties waar vaker dan gemiddeld links van hoge kwaliteit voorkomen:

  • Websites van overheden en gemeenten;
  • Inhoudelijke blogs die aansluiten bij het onderwerp van je website ;
  • Websites van universiteiten, hogescholen of soortgelijke educatieve instellingen;
  • Websites van banken, verzekeraars en andere organisaties in de financiële sector;
  • Veelgelezen websites van traditionele- en online (niche)media.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tiqets wil cultuur voor iedereen toegankelijk maken

Posted 09 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Tiqets is een schoolvoorbeeld van een startup die een probleem oplost waar je je pas van bewust bent als je er tegenaan loopt: je bent in een stad, hebt zin om naar een museum of attractie te gaan en wil direct een kaartje regelen om rijen voor de kassa te vermijden.

Maar technologie is niet de sterkste kant van culturele instellingen en dus was online boeken bij veel attracties ofwel niet mogelijk, ofwel een onhandig, frustrerend proces. Die constatering leidde in 2013 tot de oprichting van Tiqets, dat is uitgegroeid tot het grootste wereldwijde platform voor toegangsbewijzen voor musea en attracties. De missie van het snelgroeiende Nederlandse bedrijf is om cultuur en entertainment beter toegankelijk te maken. Dat klinkt simpel maar het is best lastig, zegt CEO Luuc Elzinga.

“Je hebt te maken met taalbarrières, omslachtige boekingsprocedures en het creëren van zichtbaarheid – wat is er te doen, waarom moet iemand naar die venue toe? Wij hebben een technologische oplossing voor deze drie problemen bedacht die zowel de consument als de venues toegevoegde waarde biedt én schaalbaar is. Inmiddels zijn we actief in veertig landen.”

Het duurde wel even voor de juiste oplossing was gevonden voor het geconstateerde probleem. Toen Tiqets eind 2013 begon was dat met een ander businessmodel, vertelt Luuc. “In de begintijd waren we meer een metazoekmachine – we aggregeerden content. De gebruiker had in die opzet echter geen seamless ervaring. Het was lastig om de actuele beschikbaarheid weer te geven en veel venues verwachten dat toegangskaartjes werden uitgeprint, wat natuurlijk heel onhandig is als je spontaan ergens naartoe wilt of simpelweg niet over een printer beschikt. Dus besloten we het model te veranderen en directe verbindingen aan te gaan met de venues. We zijn een echte partner geworden. Onze kracht is dat je last-minute een ticket kan bestellen, die je op je mobiel ontvangt, zodat je direct naar binnen kunt bij het museum, pretpark, et cetera.”

Er is maar één Louvre

De markt van attracties en musea is heel anders dan bijvoorbeeld de hotellerie, waar de consument de macht heeft. Er is immers maar één Louvre en één Van Gogh Museum, stelt Luuc. “Van ons wordt verwacht dat we niet alleen nieuwe bezoekers brengen maar ook waarde halen uit bestaande bezoekers. De Sagrada Familia is prachtig maar je hebt een audioguide nodig om het hele verhaal te begrijpen. Dat moeten wij goed overbrengen aan de bezoekers. Op die manier helpen wij venues om hun marketingdoelstellingen te behalen. Het mobiele ticket speelt hierbij een cruciale rol. Het is een entreebewijs maar ook een manier om te zorgen dat de customer journey wordt verlengd. Je kunt in contact blijven met de bezoeker, cross- en upselling doen, nieuwsbrieven sturen, hem of haar donateur maken.”

De uitdagingen waarvoor Tiqets zich ziet gesteld, zijn aan de aanbodkant het aansluiten van nieuwe venues. Aan de vraagkant draait het om het aantrekken van nieuwe klanten, meer waarde halen uit bestaande klanten en het managen van de distributiepartners.

Om met de venues te beginnen: hoe bepaalt Tiqets welke musea en attracties aan het aanbod moeten worden toegevoegd? “Daarvoor hebben we een slim algoritme ontwikkeld, dat kijkt naar de populariteit van de stad waar de attractie is gevestigd, het aantal bezoekers, de taal die er wordt gesproken, enzovoorts. Zo identificeren we de hot prospects die we vervolgens proberen binnen te halen. We kijken hoe ze de marketing en distributie hebben geregeld en waar kansen liggen voor ons. De doorlooptijd voordat we van een interessante venue een partner hebben gemaakt is lang. We hebben te maken met musea die veelal eigendom zijn van de staat met de bijbehorende bureaucratie van een grote overheidsinstantie. We willen de sales pipeline strak houden en gebruiken hiervoor Salesforce Sales Cloud. Dat doen we actie-gedreven – er staat altijd een actie open bij de venue. Het streven is om bij elk contactmoment een betere indruk achter te laten dan daarvoor en zo gaan we door tot het contract is getekend.”

Segment of one

Voor het onderhouden van de relatie met de consument wordt Salesforce Marketing Cloud ingezet. “De consument boekt direct bij ons. Wij communiceren per e-mail namens de venue en hebben daarnaast campagnes die het Tiqets-platform en de bestemmingen onder de aandacht brengen. Personalisatie is daarbij heel belangrijk: ik geloof in een segment of one. Door de data te laten spreken kun je groepen identificeren en de boodschap aan hen aanpassen. Doordat wij een deel van de marketing overnemen van de musea en attracties beschikken we over een schat aan data en hebben we heel veel kennis opgebouwd. Met veertienhonderd venues in ons bestand profiteren onze partners van de best practices. In de VS zijn ze bijvoorbeeld heel erg goed in het converteren van bezoekers tot members. Dat wordt in Europa ook steeds belangrijker. Wij kunnen door onze internationale ervaring helpen bij de implementatie.”

De belangrijkste kanalen voor consumentenmarketing zijn Google Ads, SEO, influencers en affiliates. Luuc: “Paid traffic wordt vooral ingezet om een stad op de kaart te zetten en onder de aandacht te brengen, dat is niet zozeer een investering waar we direct conversie uithalen. In de upper funnel is daarnaast met name SEO belangrijk. We willen al in de oriëntatie naar boven komen, iets wat een individuele venue moeilijk voor elkaar kan krijgen. Verder werken we met influencers en affiliates. Bij alles proberen we nieuwe markten aan te boren voor de venue, met name door te adverteren in talen die de attractie zelf niet aanbiedt.”

Distributiepartners

Er zijn vele wegen die naar de content van Tiqets leiden. Allereerst kunnen consumenten boeken op de website en app. Daarnaast heeft Tiqets een groot netwerk van distributiepartners, zoals bloggers, online reisagenten en mediabedrijven. “Zij gebruiken onze content om hun klanten en bezoekers te inspireren en daar zelf natuurlijk aan te verdienen. We gebruiken affiliate partners om traffic te genereren. Daarnaast is ons aanbod ook geïntegreerd in websites, een soort co-branded oplossing waarvan wij de technologie leveren. Ook is het mogelijk om via API-koppelingen toegang te krijgen tot ons aanbod. Onze voorkeur gaat echter uit naar onze eigen kanalen, de website en de app, en naar affiliate partners omdat we dan controle hebben over de kwaliteit en data. Zo kunnen we er bijvoorbeeld beter voor zorgen dat onze e-mails niet in de spam terechtkomen en extra informatie sturen zoals een routebeschrijving zodat mensen niet te laat komen voor het tijdslot dat ze hebben geboekt. Als we de boeking niet zelf in de hand hebben weten we niet wie de klant is en kunnen we de relatie niet onderhouden.”

En de toekomst? Voor Tiqets zelf is de ambitie helder: groei. “We hebben schaalgrootte nodig en willen elk jaar verdubbelen qua omzet. Wat de sector betreft denk ik dat AR en VR een grote rol gaan spelen, al weten we nog niet precies welke. Als je de Nachtwacht wilt zien, dan gaat niets boven een bezoek aan het Rijksmuseum. De drukte, sfeer en het gebouw zijn onderdeel van de beleving. Maar ik kan me wel zo voorstellen dat AR en VR hieraan een bijdrage leveren, bijvoorbeeld doordat Rembrandt vertelt over wat hij doet. Kunst wordt nog veel interessanter als het verhaal en de context goed worden verteld. Door nu alvast de digitale relatie met de klant aan te gaan bereidt de venue zich voor op deze toekomst.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

SEO copywriting: van keywords naar navigatiestructuur

Posted 02 aug 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Benieuwd hoe je de teksten op de pagina’s zo kunt schrijven dat ze lekker lezen én goed scoren in zoekmachines?

Lees het volledige bericht op Adformatie »