Posts Tagged ‘zoekmachine’

Hands-on: Surface Laptop

Posted 22 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Je kunt merken dat er tegenwoordig een frisse wind waait door de burelen van Microsoft. Het bedrijf dat zijn software steeds vaker migreert naar de cloud, maar er ook niet meer voor terugschrikt om eigen tablets en laptops te maken. Mooie hardware bovendien, die ongetwijfeld de aandacht van Apples Jonathan Ive moet hebben getrokken.

Neem de Surface Laptop, het eerste eigen notebook van Microsoft, en een regelrechte concurrent van Apples MacBook. Mooi afgewerkt in magnesium, met een prettig toetsenbord en een helder scherm. Met luidsprekers die onder het toetsenbord verstopt zitten en een prima geluid geven.

Voor de duidelijkheid: de Surface Laptop is geen Surface Book, waarvan het scherm ook los als tablet is te gebruiken, maar hij heeft wel een aanraakscherm. Of je dat in de praktijk veel gaat gebruiken is de vraag, onze vingers gingen eerlijk gezegd zelden naar het scherm. Al was het maar omdat er een toetsenbord tussenzit.

Qua design is deze eerste laptop van Microsoft zonder meer geslaagd. Een tikkeltje zwaar, maar daar valt mee te leven. Wel maken we ons (net als veel andere reviewers) zorgen over het alcantara, waarmee het binnenwerk is bekleed. Deze stof wordt veel gebruikt voor bekleding van meubels, maar ook autostoelen van bepaalde merken.

Of dat mooi schoon blijft, na intensief gebruik of een ongelukje met een kop koffie weten we niet. Microsoft adviseert om het alcantara iedere maand met een vochtig doekje en een beetje handzeep af te nemen. Dat klinkt niet erg geruststellend, maar de vuiltest moest helaas worden overgeslagen. Volgens enkele testen op internet is de stof waterbestendig, maar wanneer je koffievlekken niet meteen verwijdert, blijven ze wel zitten.

Qua poorten houdt de laptop helaas niet over: meer dan een minidisplayport een USB 3.0 is er niet, al is dat altijd nog beter dan bij de goedkoopste MacBook, die maar een enkele USB-C poort heeft. Microsoft komt nog met een verloopstekker voor een USB-C aansluiting, maar heeft bewust voor USB 3.0 gekozen omdat die nu nog alomtegenwoordig is. Overigens is een extra USB-poort aanwezig op de voeding, maar die moet je dan wel uit de tas halen.

Meest opvallend is dat de laptop is voorzien van Windows 10S, een normale versie van Windows, maar met een belangrijke restrictie: hij draait alleen software uit de Windows Store. Microsoft claimt dat 10S minder vatbaar is voor virussen en de belangrijkste markt is dan ook het onderwijs, waar het IT-onderhoud beperkt moet blijven.

Nu wordt Windows standaard geleverd met programma’s waar je best mee uit de voeten kunt, zoals Mail, de browser Microsoft Edge en een tekstverwerker en er zijn bovendien 700.000 programma’s te vinden in de Store. Ook een speciale Office versie is op Surface Laptop te gebruiken (in elk geval voor het einde van het jaar).

Maar een alternatieve browser als Firefox en Chrome (met bijbehorende extensies) vind je niet in de Store (op Opera na), programma’s voor snelle toegang tot bestanden zoals Dropbox, Box of Google Drive werken niet, net zomin als Adobes Photoshop (de professionele versie), en voor externe apparaten moeten de stuurprogramma’s in Windows zelf aanwezig zijn, want meegeleverde software voor printers en scanners is ook niet te installeren. In Windows 10S kun je verder geen alternatieve browser of standaard zoekmachine instellen. Je moet het doen met Bing.

Voor de meesten onder ons zal de 10S versie dan ook veel te beperkt zijn. Daarom biedt Microsoft gebruikers de optie om Windows 10 Pro te installeren. Dat is nu nog gratis, maar na 1 januari kost dat tachtig euro extra.

Op zich is er weinig aan te merken op de Surface Laptop. Het uitgeleende exemplaar met Core i5-7200U-processor, 8GB geheugen en een 256GB SSD reageerde vlot, werd soms wel snel warm, maar werkte verder prima.

Maar die versie kost dan ook 1449 euro. Het instapmodel met de dezelfde processor, 4GB geheugen en 128 GB opslag kost iets van 1100 euro. Zet je daar Windows Pro op, dan zouden de prestaties wel eens kunnen tegenvallen, in elk geval bij rekenintensieve programma’s.

De prijs bepaalt dan ook ons eindoordeel: Je betaalt een premium prijs voor een laptop met een gemankeerde versie van Windows. Een beetje Windows laptop van een ander merk – zonder restricties – is al te koop vanaf 500 euro.

Een meer realistische prijs voor het instapmodel zou iets van 800 euro zijn, maar kennelijk durft Microsoft concurrerende merken niet voor het hoofd te stoten. Dat zijn immers ook afnemers van Windows.

In het duurdere segment is er weer aardig wat concurrentie, met bovenal meer mogelijkheden.

Daar komt bij dat Windows 10S eigenlijk bedoeld is voor low-end laptops, maar dat is de Surface Laptop nou juist niet. Microsoft had wat ons betreft dan ook gewoon een aparte Surface Laptop-lijn voor de onderwijswereld moeten lanceren, al dan niet voor een lagere prijs, naast een normale serie. Dat schijnt overigens alsnog te gebeuren.

Het loont dus de moeite om even te wachten. In Nederland wordt het goedkoopste model bij sommige winkels nu al voor 100 euro minder aangeboden. Wacht zes maanden en de prijs zal ongetwijfeld verder omlaag gaan. Sowieso is de Surface Laptop op dit moment nog niet in alle kleuren te koop.

Maar laat er geen misverstand over bestaan: de Surface Laptop kan alleen maar beter worden. Een volgend instapmodel met 8GB geheugen en USB-C zou pas echt een aanrader zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Headless CMS’en: ‘Ja, een hype. Maar dat is niet slecht”

Posted 21 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Er wordt vaak aangenomen dat ontwikkelaars blij zijn met zogenaamde headless CMS’en.  Een gewoon content management systeem zou ze te log, te complex en te beperkend zijn. Hoe denkt een ontwikkelaar daar zelf eigenlijk over? “Het is een hype. Maar dat is niet iets slechts.”

In tegenstelling tot een traditioneel content management systeem levert een headless CMS de inhoud niet af bij de eindgebruiker. De inhoud wordt via een API richting een interface gedistribueerd. Vooral ontwikkelaars schijnen hier nogal blij mee zijn omdat het de flexibiliteit vergroot. Het CMS en de content zijn geschikt voor ieder denkbaar kanaal en de ontwikkelaar wordt niet geremd door de front-end-beperkingen van een standaard CMS.

De daadwerkelijke eindgebruiker merkt weinig van de keuze voor een headless CMS. Die bewerkt zijn content in een gebruiksvriendelijke webtool, de content wordt vervolgens waar nodig afgeleverd. Een headless CMS moet dus eigenlijk gezien worden als een nieuwe service: Content as a Service. Bekende namen op dit vlak zijn Confentful, Directus, Built.io en Kentico Deliver.

Een CMS dat nog een stapje verder gaat is Instant, hier eerder beschreven op Emerce. Hiermee is de inhoud van een site in-line, vanuit de browser zelf, te veranderen. Voor het draaien van dit CMS is niet eens servercapaciteit nodig. Die capaciteit wordt op afroep afgenomen via de ‘serverless’ oplossingen van Amazon en Google.

‘De hype is waardevol’

Dergelijke headless CMS’en krijgen dus nogal wat aandacht en voordelen toegedicht. Maar is dat terecht? Of is er sprake van een hype? “Het is zeker een hype”, zegt Erik Westra die als Lead Developer werkt voor Kaliber. “Want vroeger heette dit gewoon Content Repository”, reageert hij. “Een bekend voorbeeld daarvan is Hippo dat gebaseerd is op Apache Jackrabbit uit 2004. Maar is een hype daarmee iets negatiefs? Ik denk het niet. Er zit vaak meer waarde in dat je zou denken. Voor mij betekent een hype namelijk ook dat een groter publiek open staat voor het gebruik ervan.”

De situaties waarin een headless CMS uitkomt zijn reeds beschreven. Wil iemand niet-webcontent publiceren, dat multichannel doen of bepaalde inhoud aggregeren dan is zo’n onthoofd CMS inderdaad een optie. Daarnaast ziet Westra nog één heel belangrijke plus: applicaties moeten vandaag de dag schaalbaar zijn. Neemt door een marketingcampagne ineens de load toe, dan moet de capaciteit zijn uit te breiden. “Met een traditioneel CMS is dit wel mogelijk, maar ze zijn er eigenlijk niet voor gemaakt. Het levert veel meer gedoe op. Met een headless CMS is het makkelijker om dat deel van de site waar veel gebruikers komen op te schalen.”

Een dergelijk soort CMS gebruiken voor het beheren van websites ligt veel minder voor de hand. “Daarvoor is het vrijwel nooit nodig. Content wordt nooit één-op-één beschikbaar gemaakt in een ander kanaal.” Bij de meeste bedrijven is de content namelijk niet het belangrijkste, maar de conversie. “Om die conversie te optimaliseren spits je content toe op een specifiek kanaal. Je zou kunnen zeggen dat zo’n CMS het hergebruik van content zelfs aanmoedigt. En dat heeft een negatief effect op de conversiecijfers.”

‘Niet automatisch kiezen voor headless’

Maar hoe enthousiast ontwikkelaars ook zijn over de flexibiliteit die ze wordt geboden, zou de keuze voor een CMS in Westra’s ogen niet automatisch moeten leiden tot een oplossing als Contentful. “Gebruik het echt alleen als het de beste keuze is voor de oplossing die je als ontwikkelaar wil aanbieden. Het geeft vrijheid, maar maakt andere onderdelen veel moeilijker.”

Een van de grootste problemen vindt hij bijvoorbeeld dat de structuur van de content vaak niet kan leven naast de code van de applicaties. Maken een website en mobiele app gebruik van dezelfde content dan draaien de codes naast elkaar, legt hij uit. “Je moet extra moeite doen om de structuur van de content in de website en app gelijk te laten lopen. Sommige headless CMS’en hebben wel een API voor, maar dat vraagt om extra stappen tijdens het uitbrengen van updates.”

Met name bij startups zou het enthousiasme iets te groot zijn. Jonge programmeurs bouwen bijvoorbeeld enthousiast aan ‘single page applications’ (SPA’s) – websites waarbij de gebruikersinterface met javascript wordt getekend. “Vaak wordt er pas tegen het einde van het project nagedacht over het delen van pagina’s op sociale media en de indexatie door Google en andere zoekmachines. Hiervoor is het belangrijk dat de site op de opgegeven URL daadwerkelijk content serveert. Met een SPA wordt die content door javascript uit het headless CMS opgehaald en is dat dus niet het geval.” Bij bedrijven met ervaren programmeurs is daar vaak in een eerder stadium al aan gedacht denkt Westra. “Dat er nu zoveel over wordt geschreven maakt het praten over de voor- en nadelen in ieder geval makkelijker.”

‘Goed stuk gereedschap’

Al met al is er bij Kaliber regelmatig mee geëxperimenteerd, maar is het niet vaak de uitkomst gebleken. Westra ziet een headless CMS vooral als een goed stuk gereedschap in zijn gereedschapskist.

“Als goed bureau help je bij het kiezen van een oplossing die past bij het vraagstuk en het budget. Alleen voor het beschikbaar maken van content in apps is dit dit een verbetering, maar weegt het in mijn ogen niet op tegen de voordelen van een traditioneel CMS. De meeste CMS’en beschikken namelijk over een API om de content op een andere manier beschikbaar te maken. Kiezen voor een maatwerkoplossing die de content met andere bronnen verweeft is meestal slimmer dan een nieuw type CMS met bijbehorende leercurve.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Top tien feiten en fabels over WordPress

Posted 14 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

De één gebruikt het dagelijks en verdient er zijn brood mee, de ander heeft er echt geen kaas van gegeten: WordPress. Het Content Management Systeem bestaat inmiddels veertien jaar, en maar liefst 28 procent van alle websites wereldwijd draaien erop. Je zou denken dat een dergelijk populair platform na al die jaren niet veel geheimen meer heeft, maar er zijn nog altijd een aantal hardnekkige mythes die er over WordPress de ronde gaan. In dit artikel hebben we de tien meest interessante feiten én fabels over WordPress voor je op een rijtje gezet.

  1. Het WordPress systeem is bedoeld om mee te bloggen (FABEL)

Hoewel WordPress oorspronkelijk is ontstaan als blog-software, is het inmiddels veel meer dan dat. WordPress is geschikt voor het ontwikkelen van zowel eenvoudige als complexe websites, zakelijke websites, webwinkels, blogs, portfolio sites, forums en nog zoveel meer. Wel is het zo dat de kant-en-klare sites die je op WordPress.com kunt aanmaken, wel specifiek bedoeld zijn om te bloggen. Er zitten dan ook een aantal substantiële verschillen tussen WordPress.com en WordPress.org.

  1. WordPress bezit meer dan 50% van het CMS marktaandeel (FEIT)

Volgens Wappalyzer bezit WordPress inmiddels 76.4 procent van het CMS-marktaandeel. Dat wil zeggen dat van alle websites waar een Content Management Systeem achter hangt, meer dan driekwart op WordPress draait. Zelfs Joomla en Drupal, die op de tweede en derde plek staan, bezitten respectievelijk slechts 9,4 en 5,5 procent van het CMS-marktaandeel. SquareSpace, Weebly, TYPO3, Jimdo, Microsoft Sharepoint, DNN en Wix komen bij lange na niet in de buurt.

  1. Met WordPress kan ik in een handomdraai een prachtige website bouwen (FABEL)

Websites blijven maatwerk. Als een goede website bouwen echt zo simpel was, dan zouden webdevelopers geen werk meer hebben, nietwaar? Webdevelopment is een vak waar tijd in gestoken moet worden. Natuurlijk is het mogelijk om zelf een professionele website te bouwen. Maar je moet dan wel bereid zijn om de nodige tijd en moeite te investeren. Om ervoor te zorgen dat het voor iedereen mogelijk is om een website bouwen, is WordPress Handleiding in het leven geroepen. Deze website specialiseert zich in het creëren van duidelijke, Nederlandstalige (!) WordPress handleidingen voor zowel beginners als gevorderden. De handleidingen zijn te downloaden als e-books en worden geregeld geüpdatet.

  1. De naam WordPress is bedacht door een vriendin van Matt Mullenweg (FEIT)

Christine Selleck Tremoulet, een prominente blogger en vriendin van Matt Mullenweg (de oprichter van WordPress en CEO van Automattic), kwam met het idee voor de naam WordPress.

  1. Door een backup terug te zetten los je het probleem van een gehackte website op (FABEL)

Als je een backup hebt teruggezet werkt je WordPress-website meestal wel weer naar behoren. Maar dat betekent nog niet dat het probleem is opgelost! Er zit nog steeds ergens een lek, wat betekent dat je site gevoelig blijft voor hacks. Het is daarom van essentieel belang om een grondig onderzoek naar de oorzaak van de hack uit te voeren en het lek te dichten. Als je zelf niet zo goed weet hoe je dit moet aanpakken of het liever aan een professional overlaat, dan is de Website Recovery Service van WP Handleiding een aanrader. Daarmee heb je altijd iemand achter de hand die je kan helpen je website na een hack te herstellen én te voorkomen dat het nog eens gebeurt.

  1. WordPress wordt ook door overheden gebruikt (FEIT)

Mensen die in de veronderstelling zijn dat WordPress niet veilig genoeg is voor overheden hebben het mis: wereldwijd draaien er talloze overheidswebsites op WordPress! WordPress of niet, voor alle websites geldt dat het niet nemen van voorzorgsmaatregelen gelijk staat aan de voordeur van je huis open laten staan – vroeg of laat zal er iemand naar binnen wandelen die alles leegrooft.

Er is niets mis met de veiligheid van WordPress, zolang je het maar goed aanpakt. Dat betekent ten eerste een goede security plugin en WordPress firewall installeren en zorgen dat je WordPress zelf en alle WordPress thema’s en plugins altijd up-to-date houdt. Maar er zijn nog meer dingen die je kunt doen om je site veiliger te maken. Denk bijvoorbeeld aan een goede hostingpartij kiezen, sterke wachtwoorden kiezen, een SSL-certificaat regelen, je WordPress loginpagina verplaatsen of verbergen, je WordPress Admin Directory beveiligen met een extra wachtwoord, en zorgen dat je geen verouderde plugins gebruikt.

  1. Als ik WordPress gebruik dan wordt mijn website goed gevonden in Google (FABEL)

Ondanks het feit dat WordPress heel veel mogelijkheden biedt op het gebied van zoekmachine-optimalisatie (SEO), betekent dat niet dat je gewoon een website kunt lanceren en dan maar verwachten dat je hoog in de zoekresultaten terecht komt. Zoekmachine-optimalisatie vergt de nodige kennis en expertise van zowel techniek als content. Bovendien is het een doorlopend proces: als je alleen in het begin aandacht besteedt aan het achterhalen van relevante keywords en het optimaliseren van je content, en er vervolgens niet meer naar omkijkt, zul je nooit hoog scoren. Wil je goed gevonden worden in Google, dan zul je hier altijd mee bezig moeten blijven. Het installeren van een goede SEO-plugin zoals Yoast SEO is een goed begin.

  1. Er zijn WordPress Events in verschillende landen (FEIT)

Officiële WordPress-evenementen worden WordCamps genoemd. In 2016 vonden er maar liefst 115WordCamp Events plaats, in verschillende 41 landen. Deze werden bezocht door in totaal zo’n 36.000 WordPress gebruikers. Ook in Nederland vinden jaarlijks meerdere WordPress-evenementen plaats. Zo wordt er dit jaar in oktober weer een WordCamp georganiseerd in de Jaarbeurs Utrecht.

  1. Je moet betalen voor WordPress (FABEL)

WordPress is open source. Dat wil zeggen dat de broncode voor iedereen beschikbaar is om te bekijken, te gebruiken en te bewerken. Maar het betekent ook dat WordPress gratis is! Waar je wel voor moet betalen zijn je hosting en je domeinnaam, maar die staan los van WordPress.

Er zijn ook veel (meer dan 50.000!) gratis WordPress-plugins te downloaden waarmee je de standaard functionaliteit van WordPress kunt uitbreiden. Wel moet je er rekening mee houden dat gratis plugins niet allemaal even goed ondersteund en up-to-date worden gehouden. Premium plugins verdienen dan ook meestal de voorkeur. Wil je per se gratis plugins gebruiken, zorg dan dat je van tevoren een aantal reviews doorleest en bekijkt of mensen tevreden zijn. Plugins die langer dan twee jaar niet geüpdatet zijn moet je altijd vermijden.

  1. Er zijn meer dan 1 miljard plugins gedownload (FEIT)

In 2015 waren er in totaal meer dan een miljard WordPress plugins gedownload. In 2016 waren dat er al 1.48 miljard! De kans bestaat dus dat de mijlpaal van twee miljard gedownloade WordPress plugins dit jaar al bereikt wordt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De grootste SEA-trends en ontwikkelingen tot nu toe in 2017

Posted 12 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dit jaar zijn er weer veel dingen veranderd in de zeer beweeglijke SEA-markt. Tijd om de belangrijkste ontwikkelingen en trends tot nu toe op een rijtje te zetten.

Vorig jaar was overduidelijk het jaar waarin mobiel echt dominant werd en het jaar waarin Google belangrijke wijzigingen doorvoerde, zoals wijzigingen als de terugkeer van device bidding en de invoering van uitgebreide tekstadvertenties. 

Wat zijn halverwege 2017 al de belangrijkste ontwikkelingen en trends?

De Google Adwords & Bing Ads interface

In 2017 heeft Google al meer dan een miljoen extra adverteerders toegang verleend tot de nieuwe Adwords-interface. Steeds meer marketeers zien hun vertrouwde Adwords Interface vervangen worden door de nieuwe, veel strakkere variant. Google heeft beloofd dat eind 2017 alle adverteerders toegang zullen hebben tot de nieuwe interface.

Op het gebied van Quality Score was er in 2017 een belangrijke update waar veel adverteerders al lang op zaten te wachten. Het is vanaf half mei mogelijk om de historische Quality Score data van individuele keywords te bekijken. Voorheen waren er diverse tools en scripts die dit mogelijk maakten maar nu is deze informatie direct in de Adwords interface beschikbaar.

Ook bij Bing zaten ze niet stil en rolden zij expanded device targeting en mobile only campagne wereldwijd uit voor alle adverteerders. Hiermee brachten ze de mogelijkheden binnen het Bingplatform weer in lijn met de mogelijkheden binnen Adwords.

Het jaar van Machine Learning?

Machine learning is in rap tempo bezig om een revolutie te ontketenen in diverse markten. Google heeft met alle data die zij in hun bezit hebben natuurlijk een ideale uitgangspositie om diensten en producten te verbeteren aan de hand van slimme, zelflerende algoritmes. Dat ze bij Google zeker van plan zijn om alles uit deze nieuwe ontwikkelingen te halen bleek wel tijdens het Google Marketing Next-event waarbij Machine Learning een rol speelde in bijna alle nieuwe aankondigingen.

Een voorbeeld van hoe Google Machine Learning gebruikt is de nieuwe smart display campagne. Deze nieuwe campagnes zijn bijna geheel geautomatiseerd. De gebruiker voorziet de campagne van uitingen en vervolgens optimaliseert de campagne zichzelf op basis van Machine Learning om een zo gunstig mogelijke CPA te behalen.

Daarnaast was er de minder populaire aankondiging dat Google exact match keyword verder ging verwateren. Dit door niet meer te letten op woordvolgordes en bijvoorbeeld lidwoorden te negeren. Deze wijziging kon worden doorgevoerd omdat de algoritmes van Google voldoende in staat zouden zijn om zelf te bepalen of een exact zoekwoord relevant genoeg is voor een bepaalde sterk gelijkende zoekopdracht.

We verwachten voor de rest van 2017 nog een aantal aankondiging van Google op het gebied van Machine Learning voor de verschillende tools in de Google Advertising Stack.

Advertenties

Ook op het gebied van advertenties is het een en ander veranderd in 2017. Google koos officieel voor de groene variant van het ‘ad’ label om betaalde zoekresultaten aan te duiden op de zoekmachineresultatenpagina.

Daarnaast rolde Google uitgebreide tekstadvertenties uit voor dynamic search campagnes en begon zij met het testen van een tweede beschrijvingsregel om adverteerders nog meer ruimte te geven om relevante advertenties te schrijven.

 

Voorbeeld van een tweede beschrijvingsregel in de Adwords Interface

Ook werden in maart prijsextensies uitgerold voor alle apparaten. Deze zijn meestal zichtbaar in de vorm van een carroussel, een vormfactor die we steeds vaker terug zien in de Google interfaces.

Verder nam Google stappen in haar missie om het internet sneller te maken door een bèta voor ‘ads for AMP’ uit te rollen en ‘Purchases on Google’ beschikbaar te maken voor adverteerders in de VS. Consumenten kunnen nu producten van adverteerders kopen zonder de Google-omgeving te verlaten.

Conversie en Attributie

Op het gebied van optimaliseren voor conversies lanceerde Google de nieuwe automatische biedstrategie ‘Maximaliseer conversies’ om zo veel mogelijk conversies te genereren binnen het dagbudget van de adverteerder.

Ook nam Google afscheid van de metric ‘geconverteerde klikken’ en kondigde het de nieuwe tool Google Attribution aan op het Google Marketing Next-event. Deze gratis versie van de Attributie 360 tool zal data uit Google Analytics, Google Adwords en Doubleclick Search samenvoegen en bewerken om tot datagedreven inzichten te komen voor de optimalisatie van campagnes.

Verder lanceerde Google het in-store sales measurement programma waarmee eigenaren van fysieke locaties klant data kunnen uploaden om offline verkopen te koppelen aan onlinemarketingactitiviteiten in Google Adwords. Ook is het meten van offline winkelbezoeken na een interactie met een online advertentie uitgebreid naar YouTube campagnes.

Doelgroepen

Tot slot rolde Google in-market doelgroepen en vergelijkbare doelgroepen uit voor Google search en shopping campagnes. De verwachting is dat ook Bing deze wijziging nog in 2017 zal doorvoeren.

Zoals gezegd was de eerste helft van 2017 een bewogen half jaar voor zoekmachine marketeers. Als we de geruchten en aankondigingen mogen geloven zal het tweede half jaar minstens net zo veel veranderingen met zich mee gaan brengen.

*) Dit artikel heb ik geschreven in samenwerking met Levi van Wijngaarden van Prodos Online Marketing.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Aantal cloudvacatures groeit razendsnel

Posted 12 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het aantal cloudvacatures groeit bijna dubbel zo snel als het aanbod van de gehele IT-sector. Dat blijkt uit onderzoek van metabanenzoekmachine Joblift.

Wel blijft het aantal vacatures voor cloudbeveiligers relatief laag en staan de vacatures die worden uitgeschreven duidelijk langer open dan andere cloudvacatures. Het MKB, dat enkele jaren geleden nog niet echt warmliep voor het gebruik van de cloud, is deze achterstand aan het inlopen.

54 procent van alle vacatures werden door het MKB uitgeschreven. Ter vergelijking: over de gehele Nederlandse arbeidsmarkt ligt dit percentage op 51 procent. Niet geheel verassend zijn het wel grote bedrijven die de meeste vacatures uitschreven: Oracle staat met 314 vacatures duidelijk op nummer een, gevolgd door Microsoft (76 vacatures) en Sogeti (69 vacatures).

Sinds juli 2014 werden er in Nederland 5.604 cloudvacatures uitgeschreven. De gemiddelde maandelijkse vacaturegroei over deze periode was 5,7 procent, een duidelijk verschil met de 3,2 procent van de vacaturegroei in de gehele IT-sector gedurende deze periode.

Niet alleen de groei, maar ook het aantal cloudvacatures is hoog in vergelijking met andere opkomende technologieën, zoals internet of things (389 vacatures) en blockchain (178 vacatures in het afgelopen jaar).



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Cuba beste bestemming voor digital detox’

Posted 11 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wie op vakantie zo min mogelijk ‘connected’ wil zijn moet volgens hotelzoekmachine Kayak naar Cuba. Maar liefst 98 procent van de hotels in hoofdstad Havana beschikt namelijk niet over wifi.

Op de gedeelde tweede plaats staan Manilla en Seoel, al is wifi daar aanzienlijk gebruikelijker: 27 procent van de hotels hebben geen draadloze internetverbinding. De rest van de top-10 ziet er als volgt uit:

Mumbai 25 procent
Beijing 24 procent
Tokyo 24 procent
New Delhi 24 procent
Shanghai 24 procent
Marrakech 23 procent
Osaka 23 procent

Azië is dus the place to go voor een digital detox. Opvallend in de lijst zijn de metropolen Tokio, Osaka en Seoel, waarvan de inwoners toch bekend staan als tech-savy. Daar zit juist de verklaring, stelt Kayak. “Het mobiele netwerk is in Japan en Korea supergoed ontwikkeld. Iedereen maakt daar gebruik van 4G en niet van wifi. In cafés is er wel wifi maar daar moet je voor betalen. Het aantal openbare wifiplekken is verder zeer beperkt,” aldus een woordvoerder.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Digitalisering onder kleine en middelgrote bedrijven in Nederland hapert’

Posted 10 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zijn nog lang niet massaal overtuigd van het belang van online zakendoen. 45 procent zegt weinig waarde te hechten aan verdere digitalisering en de inzet van online marketing. Dat blijkt uit de vierde editie van de MKB Online Monitor 2017, een onderzoek onder 1606 MKB-ondernemers uitgevoerd door Kantar TNS, in opdracht van DTG en MKB-Nederland.

Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf zijn nog lang niet massaal overtuigd van het belang van online zakendoen. 45 procent zegt weinig waarde te hechten aan verdere digitalisering en de inzet van online marketing. Dat blijkt uit de vierde editie van de MKB Online Monitor 2017, een onderzoek onder 1606 mkb-ondernemers uitgevoerd door Kantar TNS, in opdracht van DTG en MKB-Nederland.

Na jaren van groei stabiliseert de digitalisering onder kleine en middelgrote bedrijven in Nederland, zo blijkt uit de monitor.

Net als in 2015 heeft 76 procent van de ondernemers een website, heeft 69 procent een bedrijfspagina op één of meerdere websites en heeft 16 procent in 2017 een webshop. Niet geheel verrassend is de penetratie website, webshop en bedrijfsprofielen in de detailhandel, groothandel en horeca het hoogst De bouw- en transportsector blijven hierbij echter achter.

Ook de inzet van zoekmachine-optimalisatie (SEO, 29 procent) en e-mailmarketing (31 procent) is nauwelijks veranderd. Weliswaar zijn meer ondernemers online gaan adverteren, de gemiddelde besteding ligt daarbij lager dan twee jaar geleden.

Het uitblijven van groei in online marketing wordt volgens het onderzoek wellicht verklaard door het relatief kleine deel van het MKB dat hier op dit moment waarde aan hecht.

Het aantal MKB’s met online marketingactiviteiten is met 49 procent zelfs licht gedaald ten opzichte van 2015. Binnen deze groep plant slechts een kwart deze activiteiten. De meeste ondernemers zetten online marketingactiviteiten ad hoc in en slechts 6 procent reserveert hiervoor een apart budget.

Bijna driekwart van de ondernemers zegt geen drempels te ervaren bij het inzetten en optimaliseren van hun online marketingactiviteiten. Toch weet het overgrote deel nog geen 5 procent van hun omzet uit online kanalen te realiseren. Voor 6 procent is internet het belangrijkste afzetkanaal

Bijna 70 procent van de MKB’ers heeft een of meer bedrijfsprofielen op bedrijvensites en sociale media. De meest gebruikte sociale media zijn Facebook (44 procent), LinkedIn (29) en Google +/ Google Mijn bedrijf (25). De inzet van Twitter (15 procent), YouTube (10), Instagram (6), Pinterest (3) en Snapchat (1) is relatief nog beperkt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Nog hogere boete voor Google vanwege misbruik Android’

Posted 06 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Europese Commissie overweegt Google opnieuw een boete op te leggen, ditmaal voor machtsmisbruik van het Android systeem. Een panel bestudeert de aanklacht voor een tweede opinie, aldus Reuters.

Naar verluidt valt deze tweede boete zelfs hoger uit dan de 2,4 miljard euro die de EU Google oplegde vanwege machtsmisbruik rond Google Shopping. Dat was al de grootste boete ooit die het dagelijks bestuur van de EU voor een dergelijk vergrijp heeft uitgedeeld.

Directe aanleiding tot de Android boete zijn klachten van lobbygroep FairSearch, Disconnect Inc (adblockers), de Russische zoekreus Yandex een Portugese ontwikkelaar van apps.

De EU heeft een dezer dagen al wel bevestigd dat er een onderzoek loopt naar Android, maar wil niet op de conclusies vooruitlopen.

Wat de aanklacht inhoudt is niet bekend. Maar een heet hangijzer is het feit dat smartphonefabrikanten gedwongen worden om Android inclusief Google diensten af te nemen willen zij toegang krijgen tot de appwinkel Google Play. Afname zonder Google diensten is mogelijk, Android is immers open source software, maar dan wordt ook Google Play niet meegeleverd. Dat is weinig aantrekkelijk voor de meeste fabrikanten.

Voor Yandex is het een frustratie dat Google bij Android als standaard zoekmachine is ingesteld.

Het zou dus kunnen dat de commissie gaat eisen dat Google Play wordt ‘ontbundeld’. Of het panel de aanklacht reeds heeft beoordeeld, is volgens Reuters niet bekend.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Kayak: vliegtickets en hotels zoeken met emoji’s

Posted 06 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Kayak heeft emoji’s geïntroduceerd in het zoekproces. Wie een vliegticket naar of hotel in Dublin zoekt, hoeft alleen een klavertje in te vullen in het bestemmingsveld.

Vooralsnog is emoji-zoeken alleen beschikbaar voor reizigers die zijn gevestigd in Noord-Amerika en die mobiel boeken of via de chatbot op Facebook Messenger.

Kayak heeft de eerste tien bestemmingen een emoji toegewezen. New York is bijvoorbeeld gekoppeld aan het Vrijheidsbeeld en Tokio aan sushi. Voor de volgende vijftien roept de metazoekmachine de hulp in van gebruikers. Welke stad past het beste bij de bierpul, hoge hakken en pizza?

Naast deze vijftien zal Kayak met ingang van 17 juli ook de landenvlaggen meenemen in de booking flow.

Eerder introduceerde KLM emoji’s op Facebook Messenger als manier om de weg te vragen.

Kayak emoji travel search



Lees het volledige bericht op Emerce »

Adobe met analytics voor digitale spraakhulpjes

Posted 05 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Adobe gaat voortaan als onderdeel van zijn Analytics Cloud de prestaties meten van stemhulpjes als Alexa, Siri, Google Assistant, Cortana en Samsungs Bixby. Het bedrijf claimt daarmee een internationale primeur te hebben.

De inzet van spraaktechnologie wordt steeds belangrijker. Met name Amazons Alexa duikt tegenwoordig in de meest uiteenlopende apparaten op, waaronder slimme luidsprekers als de Echo. Volgens Reuters komt ook Alibaba met een stemgestuurde slimme luidspreker. Vooralsnog spreekt die alleen Chinees.

Ze vormen een alternatief voor zoekmachines en kunnen bijdragen aan de conversie bij de aanschaf van producten en diensten.

De verkoop van stemgestuurde apparaten neemt toe. Adobe Digital Insights schat de groei op basis van eigen gegevens uit Adobe Analytics Cloud op 39 procent.

Amazon biedt sinds april al wel analytics aan voor zijn Alexa technologie. Voor Google Assistant verwijst de zoekgigant vooralsnog naar startup VoiceLabs.

Het voordeel van de oplossing van Adobe is volgens het bedrijf zelf de mogelijkheid om datasets te combineren en gebruikers via meerdere apparaten te volgen, oftewel de klantreis beter in kaart te brengen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Booking.com experimenteert met vluchten en huurauto’s

Posted 03 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Booking.com biedt bij wijze van test de mogelijkheid op de website om vluchten, autohuur en restaurants te boeken. De content is afkomstig van andere leden van de Priceline Group. 

Wie op het tabje vliegtickets klikt, komt terecht op een door metazoekmachine Kayak verzorgde subsite. Reizigers die willen boeken worden vervolgens doorverwezen naar de desbetreffende airline. De inzet van Kayak voor de tickets is in lijn met de nieuwe standaard setting van de metazoekmachine: in plaats van hotels, start de homepage met een zoekscherm voor vluchten.

De huurauto’s op Booking.com lopen via Rentalcars.com en de restaurants via OpenTable. De vakantiecomponenten zijn niet geïntegreerd in het boekingssysteem van de accommodaties die Booking.com aanbiedt, dus van combinatieaanbiedingen zoals bijvoorbeeld Expedia doet (vlucht plus hotel) is geen sprake.

Het is dus nogal een voorzichtige stap die Booking.com zet naar het uitbreiden van de boekbare diensten, waarbij de reiziger niet met een one-stop-shop wordt bediend, zoals bij moederbedrijf Priceline wel het geval is.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google stopt met scannen van Gmail content. Wat zijn de effecten?

Posted 03 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs kondigde Diane Green, Google’s Senior Vice President of Cloud Business, in een blogpost aan dat Google nog dit jaar gaat stoppen met het gebruiken van de inhoud van de Gmail inbox van gebruikers om advertenties te tonen. Het targeten op basis van keywords en domeinen uit de content van de Gmail inbox is momenteel de meest efficiënte manier om performance gerichte Gmail-ads campagnes op te zetten. Geen goed nieuws dus. Wat betekent dit voor Gmail-ads en hoe blijf je Gmail-ads efficiënt inzetten?

Wat is er straks wel en niet meer mogelijk en hoe zorg je er voor dat Gmail-ads binnen Google Adwords een waardevol onderdeel van je online marketing strategie blijft?

Prospect targeting in Gmail-ads

Remarketing is een van de best presterende campagne-targetingmethodes voor campagnes in het zoeknetwerk en Google Display Netwerk. Binnen Gmail-ads campagnes kunnen marketeers bijna alle typen targeting gebruiken die ook in het Google Display Netwerk beschikbaar zijn. Alleen remarketinglijsten en vergelijkbare doelgroepen zijn niet beschikbaar, met uitzondering van van e-maillijsten voor klanten en vergelijkbare doelgroepen op basis van e-maillijsten.

Door een slimme truc is het momenteel toch mogelijk om bestaande klanten en websitebezoekers te bereiken met Gmail-ads campagnes. Door brand keywords, domeinnaam en zinnen te targeten die voorkomen in je mailings kun je klanten en prospects die je e-mail in hun Gmail inbox hebben retargeten met relevante Gmail-ads.

Zo kun je bijvoorbeeld prospects nogmaals bereiken die je een e-mail hebt verzonden naar aanleiding van een evenement of een actie op je website. Volgens de jaarlijkse e-mail benchmark van E-village is de gemiddelde CTO 17 procent, dat betekent dat 83 procent van de prospects geen interactie heeft met je e-mail. Dit is dus een ideale doelgroep om opnieuw te bereiken met een relevante Gmail Ad. Deze manier van targeting zal na de aangekondigde wijziging in het beleid van Google niet meer mogelijk zijn. Maak er dus nog gebruik van zolang je kunt.

Concurrenten targeten

Een andere manier om met Gmail-ads zeer gericht geïnteresseerde klanten te targeten op basis van data uit de Gmail inbox, is door de merknaam of domeinnaam van concurrenten te targeten. Zo kun je potentiële klanten bereiken die ingeschreven zijn voor de nieuwsbrief van concurrenten.  Of – nog beter – die bezig zijn met het aankoopproces bij een concurrent. Deze mogelijkheid tot het targeten op basis van de inhoud van de mailbox van gebruikers zal in 2018 helaas niet meer beschikbaar zijn. Echter, tot die tijd kun je deze manier van targeten zeer efficiënt gebruiken voor je campagnes.

Zo hebben wij vorig jaar met veel succes een Gmail-ads campagne gedraaid voor Energiewonen, een grote zonnepanelen leverancier, door te targeten op potentiële klanten die offertes van concurrenten in hun Gmail inbox hadden. Door keywords te targeten zoals ‘offerte concurrent X’ en ‘bedankt voor uw aanvraag bij concurrent Y’ lukt het om met Gmail-ads een groot volume aan leads binnen te halen tegen een lagere CPL dan via zoekmachine advertenties.

Een ander voorbeeld is een campagne die we momenteel beheren voor ishipit, een start-up binnen de pakketdistributie. Deze partij concurreert met onder andere PostNL en DHL en biedt klanten de mogelijkheid om pakketten te laten bezorgen binnen een tijdvak van een half uur. Via Gmail-ads is het mogelijk om alleen consumenten te targeten die recent een online bestelling hebben gedaan bij een grote webshop of die recent een interactie hebben gehad met een van de concurrenten.

Denk hier bij aan keywords zoals ‘Uw bestelling met bestelnummer Y bij webwinkel X’ of ‘Concurrent X Shipment Notification’. Door in de advertenties zeer direct te communiceren met de voordelen ten opzichte van de concurrenten behalen we zeer goede resultaten met heel weinig verspilling.

Dit zijn slechts twee voorbeelden van de mogelijkheden die marketeers momenteel hebben om de data die Google uit Gmail accounts van gebruikers scant te gebruiken om zeer efficiënte en doelgerichte Gmail-ads campagnes te maken. Later dit jaar zullen deze mogelijkheden dus verdwijnen, hoe zorg je er als marketeer voor dat je Gmail-ads toch waardevolle resultaten opleveren?

Gebruik je e-maildata om betere Gmail-ads te maken

Wanneer je met Gmail-ads begint hoef je meestal niet helemaal op nul te beginnen met het testen van titels en onderwerpen. Volgens Chief Marketer is e-mail marketing de meeste gebruikte manier om leads te genereren en zet momenteel al 87 procent van alle bedrijven e-mailmarketing in om leads te genereren voor hun producten en/of diensten. Grote kans dus dat jouw bedrijf al een waardevolle schat aan data bezit over welke triggers en onderwerpen in email wel en niet werken. Gebruik de inzichten uit deze data om direct succesvolle Gmail-ads campagnes op te starten en het bereik van je meest succesvolle email campagnes te vergroten.

In-market doelgroepen

Google is doorlopend bezig met het verbeteren van de in-market doelgroepen binnen Adwords. Steeds meer databronnen worden aangesloten om de doelgroepen nog beter te maken. Tijdens Google Marketing Next kondigde Google aan dat In-Market doelgroepen ook beschikbaar worden voor zoekmachinemarketingcampagnes. Hierdoor kan Google nog sneller data verzamelen over de in-market doelgroepen en zullen de doelgroepen effectiever worden. Hierdoor zullen in-market doelgroepen straks de meest interessante manier van targeting worden als targeting op basis van de Gmail inbox gaat verdwijnen. Daarnaast verwachten we dat Google ook andere targetingmethoden, zoals aangepaste affiniteitsdoelgroepen, beschikbaar zal gaan maken voor Gmail-ads campagnes.

Maak gemakkelijk unieke en interactieve Gmail-ads met Mailchimp

Google Adwords biedt een aantal standaardmogelijkheden voor het ontwerpen van Gmail-advertenties in de Adwords interface. Je kunt kiezen uit vijf mogelijkheden waarvan vier standaardontwerpen die je zelf kunt vullen met afbeeldingen, tekst en buttons. De vijfde optie is echter de meeste interessante, hier heb je de mogelijkheid om zelf een aangepast HTML-bestand te uploaden. Zo kun je bijvoorbeeld het template gebruiken dat binnen je bedrijf al gebruikt wordt voor e-mails of in een tool als Mailchimp een geheel custom mail template bouwen. Hierin heb je alle vrijheid qua rich content, invulvelden en interactie. Ervaring leert dat met custom-templates de beste resultaten behaald worden omdat deze meer overeenkomsten hebben met email dan de bannerachtige advertenties die standaard als Gmail-ads gebruikt kunnen worden.

Door deze best practices te gebruiken kun je zeer effectieve en efficiënte Gmail-ads campagnes opzetten, ook als het straks niet meer mogelijk is om te targeten op basis van de inhoud van de Gmail inbox van gebruikers.

*) Dit artikel heb ik geschreven in samenwerking met Corné Degen van Prodos Online Marketing.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe zoeken naar een hotel op Google je traffic beïnvloedt

Posted 30 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Welke veranderingen in search engine marketing (SEM) hebben invloed op de manier waarop reizigers naar hotels zoeken? En hoe beïnvloeden hun zoekopdrachten op Google het verkeer naar de website van je hotel? Een overzicht van de uitdagingen van het veranderende SEM-landschap voor hoteliers.

Elk jaar zijn er meer kennis en vaardigheden nodig om klanten te ‘vangen’ die op Google zoeken naar een hotel. Google evolueert de methodologie, technologie en gebruikerservaring, zodat gebruikers steeds relevantere resultaten zien en Google zelf winstgevender wordt met dank aan slimme geïntegreerde advertenties.

Reizigers gebruiken op hun beurt steeds meer devices en kanalen om hun trips te plannen, schermen worden kleiner en de spreekwoordelijke ‘boven de vouw’-rangschikking is niet meer zaligmakend, waardoor hoteliers voor allerlei uitdagingen komen te staan. En dan zijn er ook nog eens nieuwe kanalen zoals voice search die de hotelier moet zien te doorgronden.

In dit artikel bekijken we de meest recente uitdagingen op het gebied van Google, de consument en nieuwe technologieën en geven we tips voor hoteliers die search marketing graag ten volste willen benutten.

 

Bron: 2017 Website Traffic Distribution sample from Vizergy Data Warehouse (data van de best presterende hotels die minimaal 38 procent van hun directe omzet uit de eigen website halen)

In de grafiek hierboven zie je een gezonde verdeling van het websiteverkeer voor een typisch hotel. Voor de meeste hotels zijn organische zoekopdrachten de grootste bron van bezoekers, waardoor ze van kritiek belang zijn voor een gezonde ROI. Hoteliers moeten bereid zijn om een flink deel van hun marketingbudget, aandacht en andere bronnen besteden aan de uitdagingen rond SEO.

Om meer directe boekingen te genereren, moeten hoteliers fors investeren in search marketing. Gegevens van Google laten zien dat 38 procent van de reizigers begint met het plannen van een reis op zoekmachines in plaats van bij online reisagenten (OTA’s), die in de oriëntatiefase slechts 8 procent van het verkeer verzorgen.

Bron: Google Report: Summer 2017 Hotel Search Opportunity

Uitdaging #1: Steeds verdere verfijning van Googles advertentiemodel

Een grote upgrade van Googles overzicht van lokale vermeldingen van hotels heeft gezorgd voor de belangrijkste verstoring van zoekverkeer in het afgelopen jaar. Google Mijn Bedrijf fungeert feitelijk als een metazoekmachine en haalt (betaald) veel aandacht weg bij de gratis organische resultaten. Je kunt het zien als een alternatieve vorm van adverteren. De sterke plaatsing van deze vermeldingen boven de natuurlijke resultaten heeft een nadelig effect op het organische verkeer. Sinds het vierde kwartaal van 2016 zijn metazoekplatformen dan ook uitgegroeid tot het belangrijkste advertentiekanaal voor hotels, waarbij zelfs AdWords wordt verslagen.

Bron: Fastbooking “2017: The State of Metasearch” Report

Zowel qua klikvolume als rendement op advertentie-uitgaven heeft Google Hotel Ads een exponentiële groei laten zien. En er zijn geen voortekenen die wijzen op stagnatie.

Hoe komt dit?

De pagina met zoekresultaten op Google omvat nu een aantrekkelijke metazoekfunctionaliteit die in de directe zichtlijn van gebruikers wordt weergegeven, zodat de aandacht wordt weggetrokken van de organische resultaten.

Travel Tripper, een hoteltechnologiebedrijf, heeft onderzoek gedaan naar oogbewegingen van gebruikers die online naar een hotel zoeken. Hun blik wordt getrokken naar de eerste paar betaalde advertenties, de ‘Google Mijn Bedrijf’-lijst en de metazoekfunctionaliteit, die kamerprijzen uit verschillende distributiekanalen laat zien. Dit alles gaat ten koste van de gewone zoekresultaten.

Bron: Travel Tripper

Op desktop

Naast de focus op effectieve organische zoekmarketing om zo hoog mogelijk in de resultatenlijst te worden weergeven, wordt het dan ook steeds belangrijker om evenveel aandacht te besteden aan betaalde manieren waarmee je dit kunt bereiken.

Bij generieke hotelzoekopdrachten, zoals ‘hotels in Parijs’ krijgen gebruikers meteen een aantal betaalde advertenties te zien, gevolgd door de metazoekmachine inclusief een landkaart, klantrecensies, contactinformatie, beste beschikbare tarieven, foto’s en meer. Organische zoekresultaten worden onder deze twee features gepubliceerd, ver onder de vouw.

Op mobiel

Voor gebruikers die op mobiele telefoons zoeken, omvatten de ‘Google Mijn Bedrijf’-vermeldingen en metazoekmachine het hele scherm, met veel functionaliteiten die de aandacht trekken. De organische zoekresultaten vallen buiten deze aantrekkelijke display.

Vanuit het perspectief van de gebruikerservaring heeft Google de metazoeksectie ontworpen als een zeer grafische, informatieve, gebruikersvriendelijke tool. Dit contrasteert sterk met hoe de organische zoekresultaten worden getoond, die saai, ongeorganiseerd en zeer tekstgericht overkomen.

Onderzoeken zoals die van Travel Tripper tonen aan dat optimalisatie van de betaalde zoekresultaten en Google Mijn Bedrijf-vermeldingen steeds belangrijker worden. Het is niet in het belang van het hotel om alle eieren in één mandje te leggen (of dat nu organisch of betaald zoeken is).

Marketeers in de hotelindustrie zijn zich steeds meer bewust van de monopoliepositie van Google, die jaarlijks alleen al aan de reisbranche meer dan 12 miljard dollar verdient. Maar tenzij wetgevers hierop inspringen, hebben hoteliers geen keuze en moeten zij proberen het meeste te maken van de beschikbare tools in een poging online business aan te trekken.

Uitdaging #2: diversiteit aan devices en kanalen die worden gebruikt voor zoeken en boeken

Met het kleiner worden van de beeldschermen groeit het belang van agressieve strategieën voor zoekmachinemarketing. Alleen zo kun je je positie op de ranglijst behouden en het marktaandeel uitbreiden.

Volgens Google zoekt 45 procent van de zomervakantiegangers langer dan zes weken voor vertrek naar hotels.

Bron: Google Report: Summer 2017 Hotel Search Opportunity

Hotelgasten doen dat in toenemende mate op mobiele devices. In het rapport ‘From Search Engine to Booking Engine’ van Google en Sojern staat een aantal interessante feiten over het koopgedrag van de hedendaagse reiziger:

  • Het zoeken naar hotels gebeurt vooral op mobiele apparaten;
  • Mobiele zoekopdrachten genereren bijna 75 procent van het totaal voor sommige budgetmerken;
  • Naar luxehotels wordt relatief minder vaak gezocht op mobiel; het gemiddelde is 45 procent;
  • Mobiele zoekopdrachten groeien snel in alle hotelsegmenten, waarbij luxehotels het hoogste groeitempo zien: een plus van 23 procent vergeleken met vorig jaar;
  • Mobiele boekingen zijn goed voor 9 tot 15 procent van het totale aantal hotelboekingen;
  • In het weekend wordt het vaakst mobiel geboekt;
  • Toch boeken de meeste reizigers hun verblijf op een desktop.

Het aandeel mobiele zoekopdrachten per hotelsegment

De verschuiving richting mobiele apparaten betekent dat de complexiteit die gepaard gaat met het optimaliseren van de gebruikerservaring veel groter is geworden. Ontwerpers moeten immers rekening houden met allerlei verschillende schermtypes.

Onnauwkeurige attributie is een andere bron van zorg voor hotels. Dit geldt met name voor ‘click-to-call’ leads en boekingen (oftewel een online zoektocht wordt telefonisch afgerond), die de online/offline verhouding in klantacquisitie vaak verkeerd weergeven. Uiteraard zijn hier tools voor, die volgen wat er gebeurt in de verschillende kanalen waarin je leads genereert (website PPC campagnes, Google Mijn Bedrijf, et cetera) en kloppende rapportages uitbrengen met de juiste merkimpressies en activiteiten.

Als je bijvoorbeeld ziet dat het websiteverkeer is gedaald maar de merkimpressies zijn gestegen, dan kan het dashboard van zo’n tool laten zien dat een deel van die impressies afkomstig zijn van Google Mijn Bedrijf.

Bron: Vizergy Digital Marketing System – Website Traffic, Calls and Google My Business Analytics Dashboard

Uitdaging #3: nieuwe groeikansen, zoals voice search

Om het allemaal nog ingewikkelder te maken ontstaan er nieuwe dimensies in zoeken, waardoor hoteliers moeten beslissen hoeveel tijd, energie en geld ze gaan investeren in deze opkomende technologieën. Voor hotelzoekmarketing is voice search een van de belangrijkste innovaties.

Een aantal bevindingen van comScore en MindMeld hieromtrent:

  • 40 procent van de Amerikaanse volwassenen gebruikt voice search dagelijks;
  • 60 procent van deze ‘stem-zoekers’zijn er in het afgelopen jaar mee begonnen en 41 procent in het afgelopen halfjaar.

Op dit moment zijn er vier belangrijke spelers in de voice search: Siri (Apple), Google Now, Cortana (Microsoft) en Alexa (Amazon). De hamvraag luidt natuurlijk: is je hotel klaar voor een spraakzoekopdracht, zoals: ‘Hé Google, ik heb een hotel in Orlando nodig voor minder dan 100 dollar.’? Gezien de huidige adoptie van voice search en het groeitempo moeten hoteliers leren hoe ze deze technologie kunnen gebruiken bij hun zoekmarketing.

Aandachtspunten voor hotelmarketeers

Uit alle geschetste ontwikkelingen valt een aantal conclusies af te leiden voor hoteliers ten aanzien van hun zoekmarketingstrategieën:

  • Implementeer een multi-channel aanpak, waarbij je zowel organisische als betaalde marketingcomponenten inzet;
  • Hoteliers zijn te afhankelijk van één bron van zoekverkeer, waardoor ze kwetsbaar zijn voor disruptie als gevolg van de evoluerende interface van Google;
  • Geef evenveel aandacht aan desktop- en mobiele gebruikers en ontwikkel campagnes voor meerdere platformen;
  • Zorg ervoor dat de website mobielvriendelijk is en snel laadt, zodat reizigers op elk device tevreden zijn;
  • Hoewel de meeste boekingen nog steeds op desktop worden gemaakt is er een shift gaande richting mobiel voor de hele customer journey;
  • Bepaal op basis van het marktaandeel hoeveel je moet investeren in elk kanaal;
  • Zorg voor een robuuste analytics tool waarmee je de tactiek continu kunt testen, meten en verfijnen en de juiste beslissingen kunt nemen;
  • Zet een systeem op waarmee je de telefonische conversie accuraat bijhoudt en laadt in Google Hotel Ads, in plaats van te vertrouwen op Googles methode waarbij de conversie wordt bepaald aan de hand van de lengte van het gesprek;
  • Geef aandacht aan voice search, gezien het huidige gebruiksniveau en de explosieve groei.

Je concurrenten hebben (ook dit jaar) flink geïnvesteerd in zoekmarketing in de maanden mei tot juli voor de zomervakantie. Ben je klaar voor die strijd?

Bron: Google Report: Summer 2017 Hotel Search Opportunity

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe het ‘nieuwe’ Google Shopping eruit kan zien

Posted 30 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het grote nieuws dinsdag was de 2,42 miljard euro boete voor het machtsmisbruik van Google in de prijsvergelijkmarkt. In de woorden van de Deense Eurocommissaris Mededinging Margrethe Vestager: “Googles strategie voor prijsvergelijkingen ging meer om marktdominantie en dat is illegaal onder de Europese wetgeving”. Hoewel het persbericht van de Europese Commissie erg definitief klinkt is de uitleg die in de begeleidende factsheet wordt gegeven door de Europese Commissie een stuk voorzichtiger dan de heldere taal die Vestager dinsdag sprak in het wijdverspreide persbericht.

Allereerst opent de uitleg van de Europese Commissie met het feit dat het hebben van een machtspositie of een hoog marktaandeel niet illegaal is onder de antitrustregels van de Europese Unie. Hiermee bevestigt de Europese Commissie dat het hen inziens geen fundamenteel probleem is dat Google in vele lidstaten een marktaandeel heeft van meer dan 90 procent.

Google heeft namelijk naast het bouwen van een superieure zoekmachine geen illegale activiteiten ondernomen om deze machtspositie te verkrijgen, maar het markaandeel berust op de keuze van de consument om massaal de zoekmachine te gebruiken. Waar de Europese Commissie de boete voor oplegde aan Google is de manier waarop Google haar machtspositie binnen de zoekmachine markt gebruikte om een grote speler te worden met Google Shopping binnen de markt voor prijsvergelijkers.

Waar Vestager in haar uitspraak aanpassingen aan de zoekmachine van de zoekgigant direct lijkt te bestempelen als een illegale manier om markdominantie te verkrijgen tussen 2008 en 2017, ligt de volledige uitleg van de Europese Commissie, waar zij als eurocommissaris deel van is, een stuk genuanceerder. De factsheet benadrukt namelijk dat Google zelfs met de machtspositie de ruimte moet behouden om consumenten een superieure zoekervaring te geven door de zoekresultaten aan te passen.

De Europese Commissie geeft namelijk twee elementen van de zoekmachine van Google die effect hadden op het door Google verkregen marktaandeel binnen de prijsvergelijkmarkt, namelijk de prominente plaatsing van Shopping advertenties boven de organische zoekresultaten en het benadelen van andere prijsvergelijkers binnen de organische resultaten.

Hierbij plaatst de Europese Commissie meteen de kanttekening dat noch de prominente positie van Shopping advertenties, noch het benadelen van prijsvergelijkers binnen de organische resultaten op zichzelf een illegale manier is van het verkrijgen van marktaandeel:

Het besluit van de Commissie maakt geen bezwaar tegen het ontwerp van de generieke zoekalgoritmen van Google of aan het benadelen van andere prijsvergelijkers als zodanig, noch op de manier waarop Google de zoekresultatenpagina’s toont of organiseert (bijv. Het weergeven van een vak met vergelijkende winkelresultaten die prominent in een rijke, Aantrekkelijk formaat).”

Datgeen waarvoor Google uiteindelijk beboet is, is de combinatie tussen beide tactieken in combinatie met een dominantiepositie in zoekmachine markt om het marktaandeel van Google Shopping als prijsvergelijker te vergroten. Hierdoor is er een situatie ontstaan waardoor voor een zoekopdracht, zoals ‘Weber BBQ’ de prijsvergelijker Google Shopping meteen bovenaan de zoekopdrachten vertoond wordt, terwijl een concurrent als Beslist pas veel lager getoond wordt dan de Europese Commissie reëel acht. De hierdoor ontstane verschillen in CTR tussen de advertentieresultaten van de Google prijsvergelijker, ten opzichte van concurrerende prijsvergelijkers in de organische resultaten is hierdoor te ver uit elkaar gedreven.

“Waarom een boete van 2.42 miljard?”

Waarop baseerde de Europese Commissie de boete aan Google?

Als basis voor de berekening van de boete die Google moet betalen wordt de omzet gebruikt die direct of indirect is verkregen door het breken van de Europese antitrustregels in de landen waar het misbruik plaatsvond. Dit beginpunt van de boeteberekening wordt de ‘Waarde van de verkopen’ genoemd. Op basis van de waarde van verkopen wordt de hoogte van de initiële boete berekend waarna ook nog extra boetes kunnen worden opgelegd op basis van de manier waarop Google omgaat met de opgelegde boete. Hoewel deze vuistregel relatief simpel klinkt, begint hier al de problematiek rondom de interpretatie van de richtlijnen die de Europese Commissie gebruikt voor het berekenen van een dergelijke boete.

Allereerst moest besloten worden in hoeverre alleen de directe omzet uit Google Shopping in de periode vanaf 2008 tot nu wordt meegenomen of dat de totale omzet van Google/Alphabet Inc. wordt meegenomen. Verder geven de richtlijnen de mogelijkheid om de berekening te baseren op de omzet in de Europese landen waar de inbreuk plaatsvond of op de totale markt waar het de machtspositie heeft misbruikt.

Op basis van de factsheet dat de Europese Commissie naar buiten bracht als ondersteuning van haar persbericht wordt duidelijk dat er gekozen is om de minst ruime interpretatie van de regels te hanteren. Namelijk een basisboete die alleen gebaseerd wordt op de omzet behaald uit Google Shopping in de dertien Europese landen waar de inbreuk plaatsvond in 2016.

Er werd dus niet gekozen om de mondiale omzet van Alphabet uit 2016 te hanteren als basis voor de berekening. Hoewel het afzien van het gebruiken van de mondiale omzet van Alphabet een eerste meevaller is, blijft de omzet uit Google Shopping in 2016 in de desbetreffende landen vele malen hoger dan de gemiddelde omzet die Google sinds 2008 heeft gehaald uit Shopping. Verder ligt de 2.42 miljard euro vele malen hoger dan de verwachte boete van 1.1 miljard euro.

Hoe werd de boete van Google vervolgens berekend?

Na het bepalen van de waarde van de omzet uit Google Shopping in 2016 volgt een relatief duidelijk berekening, namelijk:

De hoogte van de initiële boete: Percentage afhankelijk van de zwaarte van de inbreuk (0% tot 30%)  * Waarde van de verkopen in 2016 x Het aantal jaren dat de inbreuk plaatsvond.

Deze wegingsfactor van 0 tot 30 procent wordt vervolgens bepaald op basis van een scala aan niet volledig door de richtlijnen verklaarde factoren, waaronder: het effect van de inbreuk op andere prijsvergelijkers, het totale marktaandeel van Google Shopping in de markt van prijsvergelijkers, de hoeveelheid landen waarin de inbreuk plaatsvond en of het misbruiken van de machtspositie op de zoekmachine markt een bewuste keuze was van Alphabet.

Hoe komt het dat de boete hoger was dan verwacht?

Een veel gestelde vraag is waarom analisten eerder berichtten dat de boete voor het misbruiken van de machtspositie van de Google zoekmachine op de prijsvergelijkmarkt 1.1 miljard euro zou betreffen, terwijl dinsdag een bedrag van 2.42 miljard euro naar buiten werd gebracht door de Europese Commissie.

Een belangrijke factor in het hoger uitvallen van de boete is het marktaandeel dat Google bezit in zowel de zoekmachine markt als de markt voor prijsvergelijkers. Het spel dat grote bedrijven al jaren met de Europese Commissie spelen is de discussie wat markten zijn en hoeverre het bedrijf onderdeel is van een bepaalde markt.

Op basis van onduidelijke definities rondom wat precies een markt is kan een bedrijf als Google beredeneren dat bijvoorbeeld zoekmachines maar een klein aandeel hebben in de grotere markt om met technologische oplossingen voor vraagstukken van mensen. In vele situaties lukt het lobbyisten van deze grote bedrijven om de Europese Commissie en mededingingsautoriteiten te overtuigen van deze grotere markten of voordelige manieren om markten te berekenen waardoor het marktaandeel relatief laag uitvalt.

In dit geval is er uiteindelijk gekozen om het hoge marktaandeel van Google op de zoekmachinemarkt mee te nemen (hoger dan 90% in de meeste Europese landen) en daarnaast het marktaandeel van Google in de prijsvergelijker markt te baseren op basis van het aantal klikken dat verschillende prijsvergelijkers behalen via de Google zoekmachine.

Wat had de maximale boete voor Google kunnen zijn?

De richtlijnen van de Europese Commissie rondom het opleggen van boetes geven ook een begrenzing aan van de maximale boete. Deze mag maximaal uitkomen op tien procent van de totale omzet in 2016 van het moederbedrijf van Google. Aangezien Alphabet in 2016 een omzet draaide van 89.46 miljard dollar had deze boete maximaal kunnen uitkomen op 8,95 miljard dollar (omgerekend 7,9 miljard euro).

“De maximale boete voor Google had kunnen oplopen tot 8,95 miljard dollar”

Deze maximale boete biedt dus nog de ruimte voor de Europese Commissie om de boete te laten oplopen als Google niet in beroep gaat en geen gehoor geeft aan het verzoek tot het staken van de illegale activiteiten met betrekking tot het gebruiken van zowel een prominente positionering van Google Shopping resultaten en de het benadelen van prijsvergelijkers binnen de organische resultaten.

De Europese Commissie heeft aangegeven dat er vijf procent van de dagelijkse omzet van Alphabet zal worden toegevoegd aan de basisboete van 2,4 miljard, mocht Google haar illegale activiteiten niet staken. Volgens een berekening van de Engelse krant The Guardian komt dit percentage van de dagelijkse omzet uit op 10,6 miljoen euro per dag. Hierdoor zou de boete van 2,42 miljard nog verder kunnen oplopen met 0,95 miljard euro in Q4 van 2017 naar een totaal bedrag van 3,37 miljard euro.

Gaat Google ook daadwerkelijk betalen?

Het huidige antwoord: dit is volledig afhankelijk van of Google in beroep gaat. CNBC bracht het nieuws naar buiten dat Google verwacht de boete te incasseren in Q2 van 2017, terwijl het general counsel van Google, Kent Walker in zijn bericht aangeeft een beroep te overwegen. In het geval van een beroep hoeft Google in eerste instantie niet te betalen. In een dergelijk beroep krijgt Google de ruimte om haar eigen licht te schijnen op de door de Europese Commissie gehanteerde formules voor het berekenen van de machtspositie van Google op de zoekmachine markt en de grote van het misbruik van deze machtspositie. Hierdoor zou de boete deels of geheel kunnen vervallen.

Waar ligt de ruimte om in beroep te gaan?

Zoals eerdergenoemd in dit artikel blijft een basis van de berekening van de boete het marktaandeel dat Google heeft op de markt voor prijsvergelijkers. Zo is er in de huidige boete gekozen om het effect van de acties van Google te baseren op het gemiddelde aantal klikken dat verschillende prijsvergelijkers behalen op basis van bepaalde zoekopdrachten binnen de zoekmachine van Google.

Bij het hanteren van een dergelijke berekening scoort Google natuurlijk ontzettend slecht, aangezien Google Shopping boven organische resultaten wordt vertoond en andere prijsvergelijkers binnen het zoekalgoritme van Google worden benadeeld. Oftewel, de Europese Commissie gebruikt momenteel een metriek die het misbruik op een zo extreem mogelijke manier berekent. Google zal in haar beroep pogen te substantiëren dat enerzijds de markt voor prijsvergelijkers verkeerd berekend is, anderzijds dat het vergrijp verkeerd berekend is, en dat het gedrag van consumenten heeft geresulteerd in de huidige situatie.

Hoe zou Google een lager marktaandeel kunnen beargumenteren?

Allereerst is essentieel in het beroep om te kijken naar een andere metriek dan sitebezoek om het marktaandeel in de prijsvergelijker markt te duiden, maar bijvoorbeeld het aantal klikken op producten binnen een prijsvergelijker of de totale omzet die door partijen is gerealiseerd. Net als in het voorgaande scenario, pakt deze lezing van het marktaandeel positiever uit voor Google dan het aantal klikken wat prijsvergelijkers verkrijgen in de de Google zoekmachine.

Verder zou Google naast een marktaandeel op basis van de advertising mogelijkheden van prijsvergelijkers naast de Google zoekmachine, kunnen beargumenteren dat het vergrijp een stuk kleiner is dan de Europese Commissie in de huidige doet lijken. Net als dat er mensen direct naar een prijsvergelijker browsen door het domein in te typen, zouden consument tegenwoordig ook bewust naar Google gaan om Google Shopping resultaten te zien.  

Daaropvolgend zou Google inzichtelijk kunnen maken dat consumenten functiewoorden gebruiken in zoekopdrachten om aan te geven dat zij opzoek zijn naar een andere prijsvergelijker dan Google Shopping, door bijvoorbeeld ‘Beslist’ of ‘Vergelijk’ in de zoekopdracht mee te nemen om aan te geven dat zij op zoek is naar een prijsvergelijker in de organische resultaten. Door een ander beeld te schetsen van het gedrag van consument in de zoekmachine van Google zou het mogelijk zijn om een veel positiever beeld te schetsen van het misbruik, dan de huidige berekening dat doet.

Door via een beroep een kleiner marktaandeel of een kleiner vergrijp te beargumenteren zou de zwaarte van de inbreuk kunnen afnemen. Een lagere zwaarte van de inbreuk die via een wegingsfactor van 0 tot 30 procent wordt meegenomen in de berekening van de boete zou dus kunnen leiden tot een daling van de boete met honderden miljoenen.

Wat zouden een aantal aanpassingen kunnen zijn vanuit Google?

In de huidige uitingen van de Europese Commissie lijkt het probleem te liggen in de combinatie van zowel het prominent vertonen van Google Shopping resultaten als het benadelen van prijsvergelijkers in organische resultaten. Deze beoordeling van het gecombineerde effect als illegaal wordt gebaseerd op het verschil tussen de CTR van Google Shopping resultaten ten opzichte van de organische resultaten van prijsvergelijkers voor een gelijke zoekterm. Zo wordt op een zoekwoord als ‘Weber BBQ’ Google Shopping in Nederland bovenaan de eerste pagina getoond, terwijl Beslist pas onderaan de eerste pagina voorkomt.

Als Google niet in staat is de Europese Commissie te overtuigen van andere metrieken voor het berekenen van marktaandeel, noch in staat is om de Europese Commissie te overtuigen dat consumenten andere zoekopdrachten gebruiken als zij zoeken naar een organisch resultaat van een prijsvergelijker, dan wordt Google gedwongen om:

  • of de dagelijkse boete te incasseren bovenop de eenmalige basisboete
  • of een aanpassing te maken in de combinatie tussen de prominente positie van Google Shopping en het benadelen van prijsvergelijkers in de organische resultaten.
Als Google toch moet aanpassen: hoe gaat het ‘nieuwe’ Shopping er dan uit zien? 

De meest voor de hand liggende oplossing ligt in opheffen of minimaliseren van het gecombineerde effect van het prominent weergeven van Shopping-advertenties en het benadelen van prijsvergelijkers in de organische resultaten. Voor het minimaliseren van dit gecombineerde effect zijn ontzettend veel opties.

Momenteel worden prijsvergelijkers benadeeld in de organische zoekresultaten via demotions. Prijsvergelijkers worden simpelweg benadeeld voor het zijn van een prijsvergelijker. Google acht dit minder relevant voor haar gebruikers. Door deze demotions worden prijsvergelijkers vaak niet op de eerste pagina van de zoekresultaten getoond, maar bijvoorbeeld pas op pagina 4-8 van de zoekresultaten. Google zou deze demotions kunnen afzwakken waardoor de kans groter is dat een prijsvergelijker op een hogere positie terechtkomt in de organische zoekresultaten.

Daarnaast zou Google op basis van zogenaamde contextuele signalen kunnen bepalen dat mensen op zoek zijn naar een prijsvergelijker. Een signaal voor het algoritme zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat er al een keer op Google Shopping is geklikt in de recente zoekopdrachten. In dit geval zou bijvoorbeeld de demotion volledig kunnen worden opgeheven om een eerlijkere concurrentie van prijsvergelijkers mogelijk te maken in de organische resultaten. Bijvoorbeeld als een zoekende in een voorgaande zoekopdracht gebruik heeft gemaakt van Google Shopping, zou het algoritme de benadeling voor prijsvergelijkers kunnen opheffen aangezien de zoekende wel behoefte toont aan prijsvergelijking op de getoonde resultatenpagina. In het meest extreme geval zou Google gedwongen kunnen worden het benadelen van prijsvergelijkers in de zoekresultaten volledig te staken.

Het is natuurlijk ook mogelijk dat Google besluit (of gedwongen wordt) om aanpassingen te maken aan de prominente positionering van Google Shopping. Dit zou kunnen gebeuren door Google Shopping naar een andere plek te verplaatsen op de zoekresultaatpagina, of om minder items per shoppingresultaat mee te nemen. Of, in het meest extreme geval, om Google Shopping niet langer in zoekresultaten te tonen, maar alleen nog mee te nemen als apart product in de navigatie van de zoekmachine.

Natuurlijk is er ook de optie waarbij Google een aanpassing moet doen in zowel de organische resultaten als de prominente positionering van Google Shopping. Gezien de huidige voorzichtige begeleidende teksten van de Europese Commissie lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat Google gedwongen wordt om zowel het benadelen van prijsvergelijkers in de organische resultaten als het prominent positioneren van Google Shopping volledig op te heffen.

*) Een verkorte versie van dit artikel staat op de website van Traffic Builders.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Commissariaat hijst de stormbal over Nederlandse media

Posted 30 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Commissariaat voor de Media maakt zich zorgen over de pluriformiteit van de Nederlandse media. Steeds meer mensen halen hun informatie voornamelijk van internet, waar algoritmes ervoor zorgen dat we in onze eigen informatiebubbel leven.

‘We zien, horen en lezen dan nog enkel feiten en meningen die in ons straatje passen, afwijkende geluiden worden niet meer gehoord,’ schrijft het commissariaat in een jubileumeditie van de Mediamonitor (pdf) die gisteren tijdens het Mediajaarcongres in Hilversum door collegevoorzitter Madeleine de Cock Buning werd uitgereikt aan Jan Bonjer, hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad.

Krantenoplages dalen, titels verdwijnen, en de nieuwe generatie kijkt steeds minder tv. Tegelijk groeit de rol van sociale media in de nieuwsvoorziening. Met de komst van digitale media als Twitter, Facebook en Google is de fragmentatie van het publiek definitief begonnen.

Tegelijk zorgt ook toenemende marktconcentratie voor afnemende pluriformiteit. Want hoe minder partijen het media-aanbod verzorgen, hoe minder divers dat wordt. Het gaat er niet om hoeveel aanbod er is, maar hoe divers het aanbod is. De Cock Buning: ‘Kijk naar de regionale dagbladen: daar zijn steeds minder titels, dus steeds minder inhoudelijke diversiteit. Het probleem is dat onze democratische rechtstaat niet kan bestaan zonder pluriforme en onafhankelijke media. Vrije meningsvorming en -uiting zijn misschien wel de belangrijkste pijlers onder onze democratie.’

En er is meer. Een dagblad biedt een moment van bewust gekozen concentratie en reflectie op dat wat er gebeurt in de wereld, aangeboden door een redactie die op basis van kennis, inzicht en ervaring selecteert wat nieuwswaardig is. Dat lijkt nu te veranderen: bepaalde eerst de krantenredactie wat de lezer zou lezen, nu gaat de lezer steeds meer bepalen wat de redactie moet schrijven. De massa volgt niet meer, de massa bepaalt. Vooral met likes en analytics.

Het tempo waarmee veranderingen zich in de media en in het mediagebruik kunnen voltrekken, ligt hoog, schrijft het commissariaat. ‘Het is niet overdreven te stellen dat nieuwe – nog onvoorspelbare – ontwikkelingen snel grote gevolgen kunnen hebben voor de onafhankelijkheid en pluriformiteit van ons media-aanbod.

Het Commissariaat wil het aspect van de pluriformiteit de komende tijd scherp in de gaten houden. ‘Als we onze informatievoorziening overlaten aan algoritmes, hoe weten we dan of we goed en divers worden geïnformeerd?’

Het commissariaat zegt dat het niet de enige Europese toezichthouder is die de stormbal hijst. In Duitsland rapporteert de Kommission zur Ermittlung der Konzentration im Medienbereich, kortweg KEK, over mediamarkten en eigendomsverhoudingen. Naar aanleiding van het twintigjarig bestaan, in mei 2017, wees de KEK erop dat de omwentelingen in de mediasector de nodige risico’s voor de onafhankelijkheid en pluriformiteit met zich meebrengen. Om die het hoofd te bieden, is het volgens de Duitse mediatoezichthouder noodzakelijk om de scope van de monitoring te verbreden. Ook de zogenaamde ‘intermediairs’, zoals zoekmachines en sociale media, moeten voortaan bij het toezicht worden betrokken, omdat zij inmiddels een belangrijke rol in het proces van opinievorming spelen.



Lees het volledige bericht op Emerce »