Posts Tagged ‘youtube’

Zeven handige LinkedIn marketingtips voor 2017

Posted 28 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

LinkedIn is al lang niet meer een verzameling cv’s voor recruiters. Juist voor (B2B) verkopers en marketeers heeft LinkedIn zich de laatste jaren ontwikkeld tot een onmisbaar platform. In dit artikel deel ik zeven handige marketing en sales tips voor LinkedIn met je, zodat je ook de kracht van de laatste updates van LinkedIn optimaal kunt benutten voor de groei van je bedrijf.

Dit ga je leren:

  • Het belang van een ‘klantcentrisch’ LinkedIn profiel.
  • De formule voor een succesvolle LinkedIn post.
  • Hoe je het beste artikelen kunt publiceren op LinkedIn.
  • Hoe je effectief nieuwe klanten vindt door te ‘linktinderen’.
  • Hoe je opvalt in de massa met LinkedIn native video’s.
  • Hoe je jouw websitebezoekers analyseert met LinkedIn Website Demographics.
  • Waar je meer uitstekende informatie kunt vinden over LinkedIn als marketing tool.
LinkedIn anno 2017

LinkedIn is anno 2017 in Nederland met ruim zes miljoen gebruikers (35,3% van de bevolking) het tweede sociale netwerk na Facebook. Groter dan Twitter. Wereldwijd timmert LinkedIn na de overname door Microsoft ook flink aan de weg. Zo doorbrak het zakelijke sociale netwerk in april 2017 de magische grens van 500 miljoen gebruikers. Ook lanceert LinkedIn regelmatig nieuwe toepassingen, niet alleen voor recruiters en werkzoekenden, maar steeds meer ook voor verkopers en marketeers.

LinkedIn is anno 2017 in Nederland met ruim 6 miljoen gebruikers het tweede sociale netwerk na Facebook.

Het belang van een ‘klantcentrisch’ LinkedIn-profiel

Als verkoper of marketeer kun je je LinkedIn-profiel beter niet inrichten als een CV. (Tenzij je op zoek bent naar een baan natuurlijk.) Je potentiële klanten hoeven toch niet te weten dat jij een pitbull bent met een instelling van ‘always be closing’? Of dat je op de hoogte bent van de beste psychologische manipulatietrucjes?

Wat je nodig hebt, is een LinkedIn-profiel dat functioneert als een landingspagina die bezoekers converteert tot connecties. Deze ‘landingspagina’ bestaat uit zes belangrijke onderdelen waaraan je aandacht moet besteden om ze op de juiste manier in te richten.

social-selling-linkedin-profiel-best-practices

1. Je achtergrondfoto

Gebruik een eigen, unieke achtergrondfoto in plaats van de standaard achtergrond die LinkedIn je geeft. Met de achtergrondfoto kun je meer van jezelf en/of je bedrijf laten zien.

2. Je profielfoto

Een klantcentrisch LinkedIn-profiel heeft in ieder geval een perfecte profielfoto. Lees in dit artikel hoe je een perfecte profielfoto voor LinkedIn maakt. Volgens LinkedIn ontvangen profielen met foto 21X meer bezoekers dan profielen zonder foto.

3. Je naam

Je naam: Alleen je naam en eventuele titel.

4. Je functieomschrijving

Laat vooral zien wat je voor je klanten doet en met name bereikt.

De eerste twee regels moeten de bezoeker direct pakken, want alleen de eerste circa 213 tekens zijn zichtbaar.

5. Je samenvatting (zichtbaar):

De eerste twee regels moeten de bezoeker direct pakken, want alleen de eerste circa 213 tekens zijn zichtbaar. Vergelijk het met de zoekresultatenpagina (serp) in Google. Je naam en functieomschrijving zijn dan de titel en de eerste 213 tekens van je samenvatting zijn dan de meta-omschrijving. Tezamen moeten ze de bezoekers verleiden om de rest van je profieltekst te lezen door op de knop ‘meer weergeven’ te klikken.

6. Je samenvatting (verborgen):

De rest van je samenvatting is verborgen achter de knop ‘Meer weergeven’. Hier heb je nog zo’n kleine 1.800 tekens om je landingspagina compleet te maken. Gebruik deze ruimte, dat helpt met de nodige zoektermen om je profiel beter vindbaar te maken.

Lees meer: Social Selling 2.0 met LinkedIn

De formule voor een succesvolle LinkedIn-post

Uit gegevens van LinkedIn blijkt dat 60 procent van de LinkedIn-gebruikers geïnteresseerd zijn in branchespecifieke kennis. Bedrijfsnieuws is interessant voor 53 procent van de LinkedIn leden, gevolgd door nieuwe producten en diensten (43 procent).

Deel daarom je kennis met je LinkedIn connecties. Wees behulpzaam en transparant wanneer je kennis en informatie deelt op LinkedIn. Deel met name zoveel mogelijk branchespecifieke kennis met je netwerk. Zorg ervoor dat de content die je deelt relevant en praktisch inzetbaar is voor je volgers. LinkedIn zegt het zo:

“Your followers are active on LinkedIn because they want to be more productive and successful professionals. Informative, useful updates receive the highest engagement rates because that’s the information members expect from companies they follow on LinkedIn.”

De succesvolle Engelse LinkedIn-trainer Mark ‘Mr LinkedIn’ Williams deed in het voorjaar van 2017 een onderzoek naar welke posts het beste werken op LinkedIn. En daaruit kwamen best verrassende resultaten naar voren. Dit zijn zijn tips:

Je kunt het beste lange tekstberichten posten. Zorg er in ieder geval voor dat de eerste twee zinnen zo boeiend zijn, dat de lezers op de ‘meer weergeven’ (see more)  link klikken om de rest te kunnen lezen. Dit is een duidelijk signaal voor het algoritme van LinkedIn dat je post interessant is. LinkedIn zal je post dan aan meer mensen tonen. Je kunt er plaatjes of zelfs meerdere plaatjes bij zetten, maar de klik op ‘meer weergeven’ (see more) blijft essentieel.

Video werkt goed, en dan met name LinkedIn native video (waarover verderop meer).

LinkedIn wil, net als Facebook, mensen zolang mogelijk vasthouden op het eigen platform.

Vermijd externe links (!). Dit is een lastige. Je doel is natuurlijk om bezoekers naar je eigen website te krijgen. Maar uit het onderzoek van Mark Williams blijkt dat posts met externe links veel slechter presteren dan posts zonder externe links. LinkedIn wil namelijk, net als Facebook, mensen zolang mogelijk vasthouden op het eigen platform. Plaats externe links daarom in een reactie onder de post in plaats van in de post zelf, is zijn advies. Of link naar je LinkedIn artikel (waarover verderop meer).

Reageer op de posts van anderen. Het algoritme van LinkedIn kijkt ook naar hoe actief je zelf bent op het platform. Plaats je vaak reacties bij posts en artikelen van anderen, dan helpt dat de zichtbaarheid van je eigen posts.

Lok reacties uit. Likes zijn leuk, maar reacties zorgen er pas echt voor dat je post tractie krijgt. Zorg dus dat je post goed opvalt in de newsfeed. Zet bijvoorbeeld een paar pakkende woorden helemaal in hoofdletters (niet te schreeuwerig). Gebruik eventueel emoji’s. En gebruik een afbeelding die niet alles al uitlegt, maar juist een vraag oproept.

Kies spraakmakende onderwerpen. Posts die discussie uitlokken krijgen doorgaans meer reacties dan posts die alleen maar informatie overdragen.

Stel een vraag. Wanneer je een vraag stelt, activeer je het brein van de lezer. Mensen willen vragen nu eenmaal graag beantwoorden. Door vragen te stellen aan je publiek vergroot je de kans op reacties.

Noem relevante mensen. Je kunt bij je post een aantal mensen uit je netwerk noemen via een @mention. Zij krijgen dan een bericht en als de post relevant voor hen is, is de kans groot dat ze erop zullen reageren en hem wellicht ook delen met hun netwerk.

Deel een unieke, persoonlijke ervaring. Posts die een persoonlijk, menselijk verhaal vertellen worden aanzienlijk meer gedeeld en lokken meer reacties uit dan zakelijke posts. Laat daarom zo nu en dan je persoonlijkheid lekker spreken.

Reageer snel. LinkedIn heeft in de zomer van 2017 de statusweergave van je contacten geïntroduceerd. Je kunt nu dus middels een groen bolletje of cirkeltje zien of je contact online is, of kort geleden online was. Smeed het ijzer als het heet is en ga de conversatie aan.

Houd in Google Analytics goed bij welke soorten posts de meeste bezoeken brengen. En zorg ervoor dat je een LinkedIn bedrijfspagina hebt ingericht en dat je al je statusupdates daar ook post. Daarvan kun je de betrokkenheid goed meten via de statistieken van LinkedIn.

Als je tools als Buffer, Hootsuite, Oktopost of Edgar gebruikt, vind je daarin ook veel statistische informatie over de betrokkenheid van je volgers.

Leestip: Social Media: De Psychologie van het Delen

LinkedIn Artikelen

LinkedIn begon in 2013 met het publiceren van artikelen van beroemde ‘influencers’ zoals Richard Branson. Sinds 2015 kan iedereen een influencer zijn op LinkedIn door zijn of haar eigen content te publiceren op het blogplatform van LinkedIn.

Als je nog geen blog hebt, is dit een perfecte manier om met bloggen te beginnen. Het gebruiksgemak van LinkedIn articles is uitstekend. Je kunt je blogs mooi opmaken en verrijken met afbeeldingen, video’s, citaten etc.

Als je nog geen blog hebt, is dit een perfecte manier om met bloggen te beginnen.

Als je wel al een blog hebt, is het toch de moeite waard om je artikelen ook op LinkedIn te publiceren. Je vergroot daarmee namelijk je zichtbaarheid op LinkedIn en je versterkt je professionele aanwezigheid en de uitstraling van je profiel ermee. En, zoals ik hierboven al aangaf, blijft de lezer op het platform van LinkedIn, en daar houdt het algoritme van.

Wacht wel met het publiceren op LinkedIn tot Google je eigen blog heeft geïndexeerd en plaats een link naar je originele blogpost. Zo voorkom je dat zoekers op Google naar je post op LinkedIn gaan in plaats van naar je eigen blog. Tenzij dat je niet uitmaakt natuurlijk.

Het plaatsen van een artikel op LinkedIn is eenvoudig. Ga naar de startpagina van LinkedIn en klik bovenaan op de link ‘Artikel schrijven’ (zie afbeelding hieronder).

Dit opent de blogtool van LinkedIn. Geef een titel op, upload een pakkende afbeelding en schrijf je artikel. Het werkt behoorlijk intuïtief.

Een uitgebreide uitleg over de werking van LinkedIn articles lees je in onze eerdere blogpost met de titel ‘Een Artikel Plaatsen op LinkedIn: Best Practices‘.

‘Linktinderen’

LinkedIn biedt een ijzersterke combinatie van marketing- en salestools. Deze hulpmiddelen stellen je in staat om continu nieuwe klanten te vinden door als het ware te ‘linktinderen’.

Linktinderen? Wat hebben LinkedIn en Tinder met elkaar te maken? Ik hoor het je denken. Geduld. Ik leg het je hieronder haarfijn uit.

Maar eerst een gewetensvraag: connect jij alleen met mensen die je ook persoonlijk kent?

Dat is prima als je geen verantwoordelijkheid hebt om meer verkopen te realiseren. Maar als je wel new business zoekt, kom je met die instelling niet ver.

Leestip: Waarom ik graag link met onbekenden op LinkedIn – Corinne Keijzer

De term zegt het al: new business. Daarvoor moet je nieuwe mensen leren kennen. En LinkedIn leent zich daarvoor uitstekend.

Maar hoe laat je nou zowel de kwaliteit als de kwantiteit van je LinkedIn connecties razendsnel groeien?

Hoe kun je connecten met mensen op schaal? Zonder dat ze je als een stalker gaan zien.

Om die vraag te beantwoorden kun je het beste eerst een andere vraag aan jezelf stellen: kijk je wel eens op LinkedIn naar wie jouw profiel hebben bezocht?

Anders dan bij Facebook, kun je op LinkedIn zien wie jouw profiel heeft bekeken. Bij de gratis versie is dit weliswaar beperkt tot de laatste vijf, maar in de betaalde versies van LinkedIn kun je zien wie jouw profiel de afgelopen 90 dagen hebben bezocht.

Wat doe je als zo’n profiel jouw interesse wekt? Als je denkt dat die persoon misschien wel interessant voor je kan zijn? Dan kijk je terug toch?

Het op schaal bezoeken van LinkedIn profielen kost natuurlijk veel tijd. Dus dat gaan we automatiseren.

Bezoek daarom dagelijks zoveel mogelijk profielen van tweedegraads connecties die binnen jouw doelgroep vallen. Je zult zien dat veel van de mensen die jij hebt bezocht ook jouw profiel zullen bekijken. En dat biedt een prima gelegenheid om ze een connectieverzoekje te sturen. Vandaar de term ‘linktinderen’.

Maar het op schaal bezoeken van LinkedIn profielen kost natuurlijk veel tijd. Dus dat gaan we automatiseren. En daarvoor gebruiken we twee tools:

Wil je graag meer weten over deze vorm van social selling? Lees dan zeker mijn artikel Social Selling 2.0 met LinkedIn.

LinkedIn native video’s

Sinds augustus 2017 rolt LinkedIn in navolging van Facebook en Twitter ook native video uit. Dat wil zeggen dat je nu ook video’s direct in LinkedIn kunt posten.

Je hoeft ze dus niet meer eerst naar Youtube te uploaden om ze vervolgens te linken. Net als Facebook geeft ook LinkedIn extra aandacht aan native video’s. Het uploaden van jouw video’s direct naar LinkedIn is dan ook zeer de moeite waard.

Net als Facebook geeft ook LinkedIn extra aandacht aan native video’s.

Tip: maak snel en eenvoudig korte video’s van je bestaande blogposts met Lumen5.  Deze online dienst maakt het kinderlijk eenvoudig om video’s te maken op basis van een bestaande blogpost. Je geeft de url van je blogpost op en vervolgens maakt Lumen5 een eerste opzet van je video. Kies de juiste stukjes tekst, pas ze eventueel aan, zoek passende rechtenvrije afbeeldingen, video’s en muziek via de ingebouwde zoekmachine en klaar is Kees.

Dit is de eerste video die ik met Lumen5 heb gemaakt in ongeveer 30 minuten:

Dit is de handleiding van Lumen5:

Ten tijde van het schrijven van dit artikel had nog niet iedereen de beschikking over native video op LinkedIn. Zoals de laatste jaren gebruikelijk, introduceerde LinkedIn native video eerst in de mobiele app en daarna ook op desktop.

Hieronder zie je het icoontje waarop je kunt klikken om video’s te uploaden vanaf je telefoon.

Hieronder zie je het icoontje waarop je kunt klikken om video’s te uploaden vanaf je desktop:

Tip: Zie je het video icoontje niet? Schakel dan om op Engelstalig in je instellingen. De kans is groot dat je dan wel native video’s kunt uploaden.

LinkedIn Website Demographics

 

Een geweldige nieuwe functie van LinkedIn voor marketeers is Website Demographics. Kijk je nu wel eens naar de statistieken van wie jouw profiel hebben bekeken of hoe vaak jouw profiel voorkomt in zoekopdrachten? Dan weet je dat je daar kunt zien bij welke bedrijven de mensen werken die jouw profiel hebben bekeken, welke functies ze vervullen en nog meer waardevolle informatie.

Een geweldige nieuwe functie van LinkedIn voor marketeers is Website Demographics.

Deze gegevens zijn nu ook beschikbaar voor de bezoekers van je website. Tenminste, als je een adverteerdersaccount bij LinkedIn activeert en de LinkedIn tracking pixel in je website plaatst. LinkedIn heeft deze handige functionaliteit voor marketeers in hun adverteerdersomgeving geplaatst in de hoop dat je daardoor kennis maakt met hun advertentieplatform. Maar vrees niet, je hoeft niet te adverteren om het te laten werken. Maak gewoon een ontwerp (draft) campagne aan, maar activeer hem niet.

Ga naar LinkedIn adverteren. Je vindt deze link rechts boven in de menubalk van LinkedIn onder de knop ‘work’ (zes stippen):

Je komt dan terecht op de LinkedIn Advertising homepage:

Klik op ‘manage ads’ en log opnieuw in. Je komt dan op je LinkedIn Campaign Manager uit:

Als je nog geen LinkedIn bedrijfspagina hebt gekoppeld, moet je dat nu eerst doen. Vervolgens klik je door op het bijbehorende account en kom je terecht op je overzicht van advertentiecampagnes. Die laten we nu voor wat ze zijn. Belangrijk is dat je in de navigatie ziet staan ‘Website Demographics’.

Zie je de link ‘Website Demographics’ niet? Probeer dan de taal om te zetten naar Engels, en als dat niet helpt…. zit er niets anders op dan geduld hebben tot ook jij aan de beurt bent.

Je komt nu in een wizard terecht waarmee je een zogenoemde LinkedIn Insight Tag kunt aanmaken om in je website te plaatsen.

Plaats de code volgens de instructies van LinkedIn in je website en je begint gelijk met tracken.

Tip: gebruik Google Tag Manager om de code heel eenvoudig in je website te plaatsen. Lees hier alles over Google Tag Manager.

Zodra de tag tenminste 300 bezoekers heeft geregistreerd worden je statistieken zichtbaar.

Bekijk hieronder een korte introductie en handleiding van LinkedIn Website Demographics:

Tip: ‘De 3’ Webcopy Tips & Tricks

Wil jij beter leren schrijven voor het web? Abonneer je dan op ons Youtube kanaal ‘De3’ en ontvang elke week een korte video met drie handige schrijftips die je direct kunt toepassen.

Meer uitstekende informatie over LinkedIn
Mark ‘Mr LinkedIn’ Williams

Ik kijk wekelijks uit naar deze informatieve en vermakelijke podcast met het laatste LinkedIn-nieuws, vragen van luisteraars, interviews en achtergronden. Mark Williams heeft een aangename stem om naar te luisteren en is denk ik een van de best geïnformeerde LinkedIn experts ter wereld. Het muziekje van zijn podcast vind ik ook helemaal top.

Corinne Keijzer

Een van de meer bekende Nederlandse auteurs en LinkedIn trainers. Ze blogt met regelmaat en publiceert boeken over LinkedIn.

https://www.corinnekeijzer.nl/

LinkedTips

Grootste Nederlandstalige LinkedIn-groep over LinkedIn. Beheerder Perry van Beek is een van de meest bekende LinkedIn trainers en keynote sprekers van Nederland. Heb je een vraag over LinkedIn? Hier krijg je altijd antwoord.

The Missing Link Show

Podcast en besloten LinkedIn groep met veel up-to-date informatie, nieuws en achtergronden over LinkedIn. Vooral ook interessant vanuit een internationaal perspectief.

Tip: Word lid van onze LinkedIn groep Online Marketing Trends NL.

We publiceerden deze blogpost oorspronkelijk op 27 maart 2014, maar hebben hem uitgebreid en up-to-date gemaakt met o.a. nieuwe onderzoeken, bronnen en voorbeelden op 4 februari 2016 en volledig herschreven en uitgebreid met de nieuwste informatie over LinkedIn articles, ‘linktinderen’, native video, website demographics en andere nuttige bronnen op 24 augustus 2017.



Lees het volledige bericht op Emerce »

YouTube-algoritme wist potentieel uniek documentair materiaal

Posted 23 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Videoplatform YouTube heeft duizenden video’s gewist die hun gebruiksvoorwaarden wat betreft gewelddadige en extremistische inhoud zouden overtreden. Door die opruimwoede werden video’s van onder meer…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘Geen machtspositie voor streamingdiensten’

Posted 23 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Online streamingdiensten als Netflix, YouTube en Facebook hebben geen dominante grip op de Nederlandse markt en op de advertentiegelden die daarin omgaan. Grote spelers als YouTube en Facebook hebben elkaar als concurrent, en ook kleinere spelers hebben…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘Geen dominante marktmacht bij online videostreaming platforms’

Posted 22 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Toezichthouder ACM ziet geen risico’s voor de concurrentie in de online videomarkt. Videoplatforms als YouTube, Facebook, Netflix en Dumpert zijn redelijk goed gewaagd aan elkaar. Wel trof de ACM oneerlijke algemene voorwaarden aan.

In zijn studie schetst de toezichthouder diverse mogelijke probleemscenario’s rond het inzamelen van consumentendata, de bundeling van eigen technologie en advertentieruimte en de afhankelijkheid van uitgevers van een grote marktpartij.

Geen van de online videoplatforms heeft op dit moment een dominante positie op de markt voor online video’s en de advertenties daaromheen. De grote, internationale platforms, zoals YouTube en Facebook, ondervinden op deze markten concurrentie van elkaar en van kleinere spelers.

Online videoplatforms voeren verder een hevige strijd om de aandacht van de consument. Deze strijd wordt vooral gevoerd door focus op de inhoud van de video’s en nieuwe diensten.

Er zijn grote en kleine ondernemingen in de markt voor online videostreamingdiensten. Daarbij komen er voortdurend nieuwe initiatieven of marktspelers bij, zoals bijvoorbeeld Telegraaf VNDG of Appie Today.

Online advertenties kunnen op veel manieren worden geplaatst. Er zijn ook veel verschillende bedrijven die advertentieruimte verkopen en advertenties plaatsen. Adverteerders kunnen kiezen met welk soort advertentie en met wie ze in zee gaan en gebruiken die mogelijkheden ook.

Ook tussen de ondernemingen die de handel in advertentieruimte faciliteren, is er voldoende concurrentie, vindt de ACM.

Maar de algemene voorwaarden die online videoplatforms stellen aan consumenten, zijn niet op orde. De ACM breidt het onderzoek naar deze voorwaarden nu uit, samen met de Europese collega’s.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google bekritiseerd om datagebruik van betaal- en klantkaarten

Posted 22 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Of een online advertentie ook meetbaar effect heeft op het gedrag in de winkelstraat is voor veel adverterende bedrijven dé te beantwoorden vraag. In de VS en Engeland steekt Google de helpende hand toe: het koppelt het offline gebruik van betaal- en klantkaarten aan het surfgedrag.

Retailers met vestigingen in de winkelstraat hebben vaak geen idee of hun online marketinginvesteringen effect hebben op het offline koopgedrag van klanten. Of die reclamereeks ervoor zorgt dat klanten op termijn een bestelling plaatsen in de webwinkel kunnen ze meestal wel meten. Maar vult iemand zijn HEMA-mandje vaker? Of raakt het Albert Heijn-karretje er voller van?

Britse proef

Google wil winkelbedrijven helpen die vraag te beantwoorden. De data die Google heeft uit creditcards en andere betaalkaarten zou het kunnen koppelen aan iemands Google-account. En dus ook aan (een deel) van het surfgedrag en de gemeten (advertentie)klikken. Een andere mogelijkheid die bedrijven wordt geboden is om de data die zijn verzameld met een loyaliteits- of spaarprogramma te uploaden naar Google.

Deze nieuwe dienst van Google, ‘Store Sales Measurement’ genaamd, is eerder dit jaar gelanceerd in de VS. In augustus berichtte de Britse krant The Telegraph dat er bij wijze van proef nu ook een klein aantal niet bij naam genoemde Britse ketens mee werkt. Deze retailers zouden door de strengere regelgeving echter geen gebruik kunnen maken van de data uit betaalkaarten.

Voor het delen van de data uit de loyaliteitsprogramma’s is volgens de krant geen extra toestemming vereist. Als retailers in hun privacy-afspraken met klanten hebben opgenomen dat zij de data met derden uitwisselen, is dat voldoende.

Hoeveel andere retailers op deze manier hun ‘offline conversie’ in kaart willen brengen is niet duidelijk. Een woordvoerder van Google zegt tegen de Britse uitgave dat de dienst later dit jaar op grotere schaal wordt uitgerold. Of dat ook betekent dat de zoek- en advertentiegigant hiermee het Europese vasteland betreedt is evenmin gezegd.

Nauwkeurig bepalen advertentie-effect

The Washington Post maakte afgelopen mei als een van de eersten melding van Store Sales Measurement. In een publicatie legt het uit dat Google inmiddels beschikt over betaalkaartinformatie van 70 procent van de Amerikaanse consumenten. Transacties die het voornamelijk heeft weten te verzamelen door samenwerkingen te sluiten met creditcardbedrijven.

Met een wiskundige formule worden die data vervolgens geanonimiseerd en voorzien van encryptie en gelinkt aan de mobiele gebruikers van Google-diensten als Gmail, Maps en YouTube.  Iemands vastgestelde mobiele locatie wordt dan dus gekoppeld aan een betaaltransactie bij de kassa. Google zegt niet te beschikken over persoonsnamen of andere privégegevens en zal dan ook geen data op persoonsniveau delen met adverteerders. Adverteerders ontvangen alleen geaggregeerde inzichten. Informatie als: ‘deze nieuwe-collectiecampagne heeft 20 duizend bezoekers opgeleverd, twaalf procent daarvan kocht daarna iets.’

Retailers die beschikken over een eigen loyaliteitsprogramma – denk aan de Media Markt Club en ‘Meer HEMA’ – zijn natuurlijk het meest gebaat bij de dienst. Die bedrijven kunnen tijdens praktisch iedere aankoop vaststellen wie ze voor zich hebben. Wordt dit doorgegeven aan Google dan kan het tot zeer nauwkeurig uitrekenen welke advertenties daarvoor hebben gezorgd.

Google benadrukt in alle publicaties dat het zich inzet voor de privacy van gebruikers en iedereen zich kan afmelden. Toch krijgt het bedrijf de nodige kritiek te verduren. Dat Google niet precies zegt hoe het algoritme werkt en met welke betaalbedrijven er wordt samengewerkt valt bijvoorbeeld niet in goede aarde. Maar retailers zelf worden natuurlijk ook aangesproken. ‘Bedrijven moeten transparant zijn over hoe data worden gebruikt. De bedrijven die onze aankoopgegevens delen met Google doen er slim aan dat zelf heel duidelijk te maken’, zegt een belangenorganisatie dan ook. Verschuil je als retailer niet achter de privacyvoorwaarden en de ‘afspraak’ dat de gegevens uit een spaarprogramma nu eenmaal gedeeld mogen worden met derden, zo luidt het advies.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google Digital Academy: ‘Urgentie zorgt voor transformatie’

Posted 19 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Digitale transformatie is een opgave voor elk bedrijf, vindt Joris Merks-Benjaminsen (40), European Head of Curriculum Design van Google Digital Academy. “Mijn werk is nutteloos als ik niet iemands beslissing beïnvloed.”

Het kan verkeren. Inmiddels een hoge functie bij Google, maar ooit begonnen als onderzoeker bij GfK en later MetrixLab. “Ik heb negen à tien jaar onderzoek gedaan, aanvankelijk naar brand- en advertisingtracking”, vertelt Merks. “Daarbij ontdekte ik dat creatie en media veel te vaak los van elkaar werden gepland. Terwijl ze heel veel invloed op elkaar hebben.” Vanwege de opkomst van online marketing ontwikkelde hij samen met Lucas Hulsebos bij MetrixLab een crossmedia-analyse. “Die werd zo vaak door Google gekocht dat ik een jaar lang bijna alleen maar studies voor hen deed.” Vervolgens gebeurde het onvermijdelijke: Merks werd Head of Research bij de internetreus.

“Onderzoek is voor mij nutteloos als je niet op een of andere manier iemands beslissing hebt beïnvloed”, stelt de transformatie-expert. “Data is leuk, maar niet het einddoel. Daarom ging ik meer tijd steken in mijn presentaties. Die werden steeds meer een eigen verhaal, een eigen framework. Dat ben ik gaan opschrijven in een aantal boeken.”

Nachtwerk
De schrijverij bleek een schot in de roos. Met de titels ‘Schizofrene Marketing’ en ‘Online Brand Identity’ won Merks tot twee keer toe de PIM Marketing Literatuur Prijs, in 2013 en 2015. “Ik merkte dat ik niet echt onderzoeker meer was, maar meer een consultant die bedrijven helpt met marketingtransformatie. Ik heb toen intern een nieuwe functie beschreven en die is uiteindelijk ook voor mij gecreëerd: Head of Digital Transformation.”

Uit die zelfgecreëerde positie binnen Google ontstond weer een andere rol: de door Merks ontwikkelde trainingen gingen reizen en vergden specifieke begeleiding. Zo werd de Nederlander medio vorig jaar European Head of Curriculum Design van Google Digital Academy in Londen. “Door de opkomst van een veelheid aan specialisten ontstaat er behoefte aan inzicht hoe je die afzonderlijke specialismen op een betekenisvolle manier bij elkaar kunt brengen. Zodat het samenspel een zinvolle strategie vormt. Dat is de rol die we met de Academy vervullen.”

De tweevoudige boekenprijswinnaar voldoet allerminst aan het stereotype beeld van een schrijver. Waarom dan toch zo dol op dit klassieke medium? “In mijn hoofd stond mijn laatste boek ‘Online Brand Identity’ al een tijdje van begin tot eind klaar. Ik raakte gefrustreerd dat ik in presentaties hooguit een klein deel ervan kon vertellen, dus kreeg ik de onbedwingbare drang om het in boekvorm te vatten. Ik nam vijftien dagen vakantie en heb de eerste versie van het verhaal toen in één keer geschreven. Het moest eruit!”

In vier jaar tijd schreef Merks opgeteld vier boeken. “Ik heb hiervoor een efficiënte manier van werken ontwikkeld, waarbij ik op het juiste moment mijn gedachten orden en dat vervolgens allemaal uitschrijf. Een van mijn boeken is zelfs hoofdzakelijk ’s nachts tot stand gekomen. Inmiddels heb ik mijn vrouw wel beloofd voorlopig even geen boek meer te schrijven.”

Reclamebudget
Merks is van mening dat er tegenwoordig twee mediamixen zijn: een traditionele en een digitale, waarbij de eerste steeds meer in de tweede schuift, omdat alles digitaliseert. “Traditionele media zullen voorlopig blijven bestaan, maar je ziet heel goed de dalende kijktijd. Een paar jaar geleden ging het vooral om bepaalde doelgroepen zoals jongeren, maar nu zie je in de rapportages echt een flinke daling in de brede doelgroep van 20-49 jaar. Dat wil niet zeggen dat het tv-scherm geen belang meer heeft. Het krijgt immers dezelfde digitale infrastructuur als de laptop, net zoals de smartphone. Dat werkt volgens andere regels: consumenten accepteren minder reclame en verwachten een relevanter aanbod. Adverteerders die daar niet in meegaan, verliezen het contact met de doelgroep.”

Wat hem dwarszit, is het schijnbaar onuitroeibare grp-denken bij mediabureaus en adverteerders. “Het wordt alleen maar erger. Bereik zegt helemaal niets over impact. Je hebt heel veel ad-formats die lijken op tv-commercials, maar net even anders zijn. Denk aan de prerolls op YouTube, video’s op Facebook of banners die een complete game zijn of die pas bij een doorklik een video tonen. Als je dat allemaal in bereik uitdrukt, kwantificeer je de verschillen tussen die soorten video’s helemaal niet. De impact van al die verschillende impressies kan gerust met een factor tien verschillen. Als je bereikcijfers corrigeert voor de mate van relevante aandacht en interactie per advertentieformaat, ga je veel betekenisvoller met je reclamebudget om.”

Urgentie
Er zijn drie soorten bedrijven waarbij digitale transformatie de belangrijkste uitdaging is, constateert Merks. “Ik werk veel met bedrijven die hardcore traditioneel zijn en pakweg tachtig procent van hun omzet uit offline retail halen. Aan de andere kant van het spectrum heb je ondernemingen die de online verkoop van hun belangrijkste product al snel op gang zagen komen, zoals de reisbranche. Zij scoren goed op het ‘last click’-denken vlak voor de aankoop, maar ze bouwen nog niet echt aan hun merk. Tot slot bestaat de derde groep uit partijen die wel weten hoe ze merken moeten bouwen, maar waarbij online meer oriëntatie plaatsvindt dan echte verkoop. Het probleem is hier dat traditionele en digitale marketing opereren als twee elkaar beconcurrerende afdelingen. Bij dit soort bedrijven is integratie en een betere interne samenwerking nodig.”

Er is bijna geen bedrijf dat niet worstelt met digitale transformatie. De vraag is natuurlijk waarom bedrijven niet sneller leren en zich aanpassen aan deze innovatieve tijden. “De praktijk is dat het moeilijk blijft”, stelt Merks. “Het zijn namelijk altijd organisatieveranderingen en die zijn doorgaans heel complex. Het enige wat verandert is het gevoel van urgentie. Naarmate die urgentie hoger wordt, ontstaat er steeds meer openheid binnen alle lagen van een bedrijf om van digitaal én elkaar te leren. Die samenwerking geeft de energie die je nodig hebt voor de volgende stappen in transformatie.”

Aikido
Hoe krijg je bedrijven dan zo ver dat ze echt gaan transformeren? “We richten ons sowieso alleen op organisaties die het zelf willen, anders heeft het geen zin. Daarna is het zaak om alle stakeholders uit het bedrijf, zowel horizontaal als verticaal, in één ruimte bijeen te krijgen. De afdelingen die langs elkaar heen werken, maar ook de directeur die gewoon eens met de programmeur in gesprek gaat en diens taal leert begrijpen.”

E-learning wordt daarbij steeds belangrijker. “Daar bouwen wij nu aan”, vertelt Merks. “Je kunt er snel een kritische massa mee bereiken in alle lagen van een bedrijf. En iedereen geven wat hij specifiek nodig heeft, variërend van productinfo tot strategische modellen. Ook creëer je zo op schaal een gemeenschappelijke taal tussen al die silo’s, een besef van waar je allemaal tegenaan kunt lopen. Vervolgens kun je in face-to-facesessies met de ‘kartrekkers’ de exacte richting bepalen.”

Merks’ eigen carrière is in feite het gevolg van digitale transformatie van het landschap. “Door de nieuwe ontwikkelingen, zoals programmatic en machine learning, krijg je elke twee jaar het gevoel dat je eigen rol niet meer klopt. Dat moet je op tijd aanvullen en erop anticiperen. Zo’n houding zou elke professional moeten hebben.”

Dat zoeken naar de eigen rol was voor de jonge Merks nog wel eens een worsteling. Na verloop van tijd voelde hij echter aan wanneer het moment daar was. Geholpen door de oosterse vechtsporten judo, aikido en jiujitsu, waarover hij in zijn eerste managementboek ‘Samurai Business’ schreef. “Die sporten maakten deel uit van mijn identiteit. Ik begon er op mijn zesde mee en moest als 21-jarige stoppen vanwege een blessure. Toch kan ik er nog steeds wat mee. De digitale ontwikkelingen gaan zo snel dat ze – net als een gevecht – kunnen aanvoelen als een wervelwind. Op zo’n moment mag je niet bevriezen, maar moet je rustig en gefocust blijven. Ook al weet je niet precies waar je naartoe wilt. Het is een kwestie van dingen durven proberen.”

* Dit artikel verscheen eerder in Emerce100 (editie 2017)

Foto: Vincent Boon (in opdracht  van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Bingekijken’ neemt toe dankzij Netflix

Posted 18 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het aantal ‘bingeviewende’ Nederlanders neemt toe. Keek in 2015 nog de helft van de Nederlanders één of meer afleveringen van een serie achter elkaar, inmiddels is dat 61 procent, grotendeels dankzij diensten als Netflix. Dat blijkt uit het rapport Video behaviour of Dutch consumers 2017 Q2.

Nederlanders kijken steeds meer Video on Demand (VoD). Netflix lijkt de grote aanjager van deze ontwikkeling. Televisie blijft het belangrijkste apparaat om streaming video te bekijken, maar moet steeds meer de laptop, smartphone of tablet naast zich dulden.

Het aantal minuten per dag dat er gemiddeld wordt gekeken naar series, films en documentaires van on demand diensten zoals Netflix en Videoland, is in de afgelopen twee jaar zowat verdubbeld. Werd er begin 2015 nog 11 minuten per dag besteed aan deze vorm van content kijken, in het tweede kwartaal van 2017 ligt dat op 23 minuten per dag. Het zijn vooral twintigers die de afgelopen kwartalen meer on demand zijn gaan kijken, inmiddels gemiddeld 43 minuten per dag.

De afgelopen twee jaar verdubbelde volgens Telecompaper ook het aantal Netflix-abonnementen: van 1,1 miljoen naar ruim 2,3 miljoen huishoudens. Daarmee wordt momenteel bijna een derde van alle Nederlandse huishoudens bereikt.

Na Netflix zijn Videoland en RTL XL de meest populaire on demand diensten met allebei ruim 300.000 abonnees. Het succes van Amazon Prime Video, wel gerealiseerd in de Verenigde Staten, Duitsland en Engeland, blijft vooralsnog uit in Nederland.

Niet alleen de komst van Netflix, maar ook de live TV apps van KPN/Ziggo en korte video’s op YouTube en Facebook zorgen ervoor dat de televisie niet langer het middelpunt is. Twintigers kijken 60 procent van de tijd via de televisie, de overige 40 procent kijken zij content via een desktop, laptop, tablet of smartphone. Per dag bekijkt een twintiger gemiddeld 40 minuten aan video content op zijn smartphone een deel hiervan is live tv. Bijna 1,8 miljoen Nederlanders gebruiken wekelijks de Live TV apps van Ziggo of KPN op hun smartphone.



Lees het volledige bericht op Emerce »

#BOOS mag gewoon worden uitgezonden

Posted 17 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De nieuwste aflevering van het YouTube-programma #BOOS, waarin te zien is hoe de ontmoeting van presentator Tim Hofman met de Nijmeegse pandjesbaas Ton Hendriks uitdraaide op een handgemeen, mag vanmiddag gewoon worden uitgezonden. Dat heeft de kantonrechter…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

BNN doet aangifte tegen huisbaas na gebroken kaak Tim Hofman

Posted 16 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

BNN en presentator Tim Hofman doen aangifte tegen de Nijmeegse huisbaas die de presentator een gebroken kaak sloeg bij een confrontatie in het kader van Hofmans YouTube-programma #BOOS. Klachten van een een huurder waren aanleiding voor Hofman om langs…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Tim Hofman en team belaagd tijdens opnames

Posted 14 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Programmamaker Tim Hofman en zijn team hebben vanmorgen tijdens de opnames van YouTube-programma #BOOS rake klappen gekregen. Hofman draaide een item in Nijmegen, waar hij een huisbaas aan de tand wilde voelen…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Facebook start videoplatform Watch

Posted 11 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Het sociale netwerk Facebook gaat met ‘Watch’ de concurrentie aan met andere videoplatformen als Youtube en traditionele tv dankzij…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Facebook start eigen videodienst Watch

Posted 10 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Facebook is officieel gestart met zijn eigen videodienst Watch, die moet concurreren met YouTube en in mindere mate met Netflix. Voorlopig echter alleen in de VS.

De programmering start officieel op 28 augustus met een veertigtal producties, die in opdracht van Facebook zijn ontwikkeld.

Video is enorm belangrijk geworden voor Facebook en ook een manier om meer advertenties te verkopen.

Voor Watch is (nog) geen aparte app beschikbaar. De video’s zijn te vinden onder een apart tabblad in de Facebook app. Onder de video’s kan worden gereageerd. Er kunnen ook chatgroepen voor specifieke shows worden aangemaakt.

Shows worden gerubriceerd als Most Talked About, What’s Making People Laugh en What Friends Are Watching.

Video’s zijn op dit moment worden aangeboden zijn Returning the Favor met Dirty Jobs acteur Mike Rowe, wekelijks een wedstrijd uit de Major League Baseball en de serie Bae or Bail. Ook Nuseir Yassin heeft een eigen programma. Ook komen er nog producties van BuzzFeed en Vox, waarmee Facebook eerder een overeenkomst sloot.

Uit de aankondiging blijkt dat Facebook Watch ook internationaal wil uitrollen, maar een termijn wordt niet genoemd.

Google dochter YouTube zag de bui kennelijk al hangen en heeft deze week een chatfunctie toegevoegd aan zijn YouTube apps. Die is beschikbaar via het tabblad Shared. Deel je een video met meerdere personen, dan ontstaat automatisch een groepschat.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit waren de 5 best bekeken video’s op YouTube in Q2

Posted 09 Aug 2017 — by Adformatie
Category nieuws

YouTube maakt de best bekeken commercials in Nederland in het tweede kwartaal van dit jaar bekend.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Rijksmuseum maakt tour met YouTuber Furtjuh speciaal voor scholieren

Posted 01 Aug 2017 — by Adformatie
Category nieuws

De tour is te volgen in SnapGuide, een webapp speciaal voor leerlingen uit het Voortgezet Onderwijs.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Google bouwt weer aan Google Plus

Posted 31 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google weigert zijn grotendeels mislukte sociale platform Google Plus los te laten. Het bedrijf test nieuwe functies en zoekt daarvoor proefpersonen.

Toen Google Plus voor het in de markt werd gezet, was de dienst gekoppeld aan allerlei andere Google producten. Zo was een Google Plus profiel voor veel andere diensten verplicht. Dat werd geen succes. Sindsdien is Google Plus weer ontkoppeld van bijvoorbeeld YouTube en de Play Store.

Google Plus volgde eerdere experimenten Orkut, Buzz en Wave op, die ook geen van allen zijn aangeslagen.

Om welke nieuwe functies het gaat, is niet bekend. Wel wil Google kenbaar gemaakt dat het proefpersonen wil die actief deelnemen en ook hun mening willen laten horen. Aanmelden kan hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »