Posts Tagged ‘video’

Emerce Tech Live: de strijd om de VR headsets

Posted 18 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google werkt met HTC en Lenovo aan een VR headset die dankzij een nieuwe trackingtechnologie een meer natuurlijke ervaring moet gaan geven. Ook Facebook-dochter Oculus sleutelt aan hardware die ervoor moet zorgen dat beelden binnen scherper en natuurlijker worden weergegeven. Met de nieuwe techniek is het mogelijk om objecten die op de voorgrond staan naar voren te trekken.

Mogelijk volgen Google en Oculus start-up Avegant. Die liet een dezer dagen ook al een nieuw type headset met scherptediepte zien. Het belangrijkste voordeel van de toegepaste lichtveld-techniek is dat je naar keuze op verschillende dieptes kunt scherpstellen.

Daarmee barst de strijd om de VR brillen weer in alle hevigheid los. Op het VR Event van Emerce Tech Live (30 mei) zal de technologie die VR en zusje AR mogelijk maakt uitgebreid ter sprake komen.

De markt voor VR-headsets wordt momenteel verdeeld in smartphone headsets zoals Gear VR van Samsung en Googles Daydream View, en meer duurdere hedsets die via kabels aan een pc zijn gekoppeld, zoals de HTC Vive en Oculus Rift. Technisch gezien kan er nog veel verbeterd worden.

De markt voor VR headsets moet eigenlijk nog op gang komen. Zo zullen later dit jaar een hele reeks headsets verschijnen die draaien op het zogeheten mixed reality-platform van Microsoft. Asus, Intel en HP werken stuk voor stuk aan VR-brillen die werken op deze technologie van Microsoft. Deze brillen zijn geschikt voor augmented reality, waarbij virtuele objecten in een echte omgeving kunnen worden gepositioneerd.

Ondanks de beperkingen gaat de verkoop best goed. De vraag naar de Playstation VR van Sony is bijvoorbeeld al dermate groot dat het bedrijf heeft besloten om de productie op te schroeven.

Wereldwijd zouden er vorig jaar, zegt v3 UK, 12,2 miljoen VR headsets zijn verkocht. Volgend jaar moeten dat er al 25 miljoen zijn. Dat is dan wel inclusief goedkope kartonnen brilletjes die met een smartphone werken. De markt voor VR headsets is momenteel zo’n 78 miljard dollar waard.

De wereldwijde VR content markt is wel vele malen groter. Die zou kunnen groeien naar 41 miljard dollar in 2023 van 147 miljoen in 2015. De belangrijke stimulans komt niet verrassend van videogames.

Sprekers op het VR Event

Steye Hallema: story-designer en freelance regisseur voor Jaunt VR.

Claudia Zwitser (Nederlandse Spoorwegen): verzorgde marketingcommunicatie bij het Spoorwegmuseum.

Maarten Witteveen (Manus VR): medeoprichter en CTO van het in 2014 opgerichte Manus VR, waarbij de focust ligt op het mogelijk maken van natuurlijke handinteractie in virtual reality.

Amir-Esmaeil Bozorgzadeh (Virtuleap): een van de initiatiefnemers van ‘s werelds grootste WebVR Hackathon. Hij is daarnaast ook Tech Contributor voor VentureBeat en TechCrunch.

Thomas Husson (Forrester Research): geeft inzicht in de VR markt.

Martin de Ronde (Force Field): Martin is twintig jaar werkzaam in de videogames industrie.

Kris Smith (MediaMonks): digital veteran en innovator.

Het VR Event is een van de zes tracks op Emerce Tech Live! eind mei in de Beurs van Berlage. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Consument ziet autodeeldiensten als alternatief voor autobezit

Posted 18 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een derde van de consumenten ziet het delen van auto’s en het gebruik van digitale platformen voor autodeeldiensten als een serieus alternatief voor eigen autobezit. De helft van de consumenten beschouwt autodeeldiensten als Uber, Didi en BlaBlaCar juist als aanvulling.

Dit blijkt uit het alweer zeventiende Cars Online rapport van Capgemini, Beyond the Car, een jaarlijks terugkerend onderzoek van Capgemini onder ruim 8.000 consumenten uit acht landen.

Uit dat rapport blijkt dat jongere autokopers (18-34 jaar) de autodeeldiensten vaker als aanvulling op het eigen autobezit beschouwen. Ook in China (77 procent) en India (63 procent) ligt dit percentage hoger.

De uitkomsten onderstrepen het belang voor autofabrikanten om te investeren in autodeeldiensten: twee derde van de respondenten geeft aan dat een automerk een belangrijke rol speelt in hun keuze voor een autodeeldienst. Daarmee zouden de autodeeldiensten een belangrijk onderdeel kunnen worden in de salescyclus van nieuwe auto’s.

Overigens merkt de auto-industrie maar weinig van de concurrentie. De autoverkoop zit wereldwijd in de lift. Wel zou die industrie de komende jaren sterk kunnen veranderen. Consumenten tonen steeds meer interesse in auto’s van technologiemerken: hoewel er nog geen concrete voorbeelden bekend zijn, is de geruchtenstroom over autolanceringen van Google en Apple blijkbaar voldoende om de bereidwilligheid onder consumenten om een auto van een technologiebedrijf te kopen te doen stijgen (van 49 naar 57 procent).

Consumenten blijven ook interesse tonen in zelfrijdende auto’s: 81 procent van de consumenten is bereid om extra te betalen voor auto’s die zijn uitgerust met functionaliteit op het gebied van zelfrijdend vermogen.

De vraag naar digitale showrooms blijft een uitdaging voor traditionele partijen. De consument geeft geïnteresseerd te zijn in virtuele presentatie van auto’s, live chats en video blogs van gebruikers.

De zorgen om de veiligheid nemen toe. In de vorige editie van Cars Online gaf slechts een derde van de consumenten aan zich zorgen te maken over de digitale veiligheid van hun auto, terwijl dit jaar twee derde van de respondenten zegt dat cyberveiligheid een belangrijke rol speelt in de keuze voor de aanschaf van een nieuwe auto.

Autodeelplatform ParkFlyRent maakte woensdag bekend dat het een crowdfundingcampagne via het Symbid platform is gestart om verdere expansie te financieren. Binnen 1 week is reeds meer dan 80.000 euro geïnvesteerd. ParkFlyRent is actief op Schiphol en Eindhoven Airport.



Lees het volledige bericht op Emerce »

WikiLeaks-klokkenluider Manning vandaag op vrije voeten

Posted 17 Mei 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Later vandaag verlaat klokkenluider Chelsea Manning na zeven jaar celstraf de militaire gevangenis in Fort Leavenworth in Kansas. Manning lekte honderdduizenden documenten en diplomatiek verkeer aan WikiLeaks, waaronder een video van een helikopteraanval…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Site a.s.r. ingeruild voor chatinterface: de eerste inzichten en resultaten

Posted 17 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

De verzekeraar a.s.r. heeft de traditionele homepage in één klap volledig ingeruild voor een ‘conversational interface’ – beter bekend als chatbot. Hoe is een computergestuurd gesprek te rijmen met de persoonlijke adviesrelatie die het bedrijf ook belooft? En wat levert deze vrij opmerkelijke keuze op? Nu de site enkele maanden draait dienen zich de eerste inzichten aan.

Het is nogal een transformatie: geen zoveelste site waarop de informatiedichtheid een hoogtepunt bereikt, maar een uitgeklede variant met daarin een prominent chatvenster. De homepage ís eigenlijk een chatbot. De lancering zorgde begin december voor nogal wat opgetrokken wenkbrauwen. Want vlekkeloos werkte de bot toen zeker niet. Door het statement erboven – ‘a.s.r. gelooft in de kracht van adviseurs’ – deed het zelfs aan een PR-stunt denken. ‘Grapje klanten. Natuurlijk gaan we niet mee met die hype. Want bij a.s.r. geloven we in adviseurs. Mensen die mensen helpen.’

Afbeelding: conversational interface a.s.r. (tekst loopt door aan onderzijde)

‘Vooral nieuwe manier van navigeren’

Een hype kun je al die chatbots makkelijk noemen. Toch is de oude website niet ingeruild om de techniek op zich, vertelt Nick Aanraad die bij a.s.r. verantwoordelijk is voor de customer experience. De verzekeraar had een heldere probleemstelling voor Studio Dumbar – het bureau, onderdeel van het Dept netwerk, dat tekende voor het ontwerp. “Uit de analytics bleek met name dat klanten online lang niet altijd hun doelen bereikten: informatie werd niet gevonden of ze gebruikten de verkeerde telefoonnummers en moesten alsnog worden doorverbonden. We zagen het ook terug in de customer journey’s: er trad verspilling op in de processen. Online liep het niet helemaal lekker dus.”

Hoewel Studio Dumbar drie verschillende concepten presenteerde als oplossing is deze uiteindelijke conversational interface een heel logische uitkomst, zegt Wouter Dirks – online strateeg bij het bureau. Het doel is namelijk om de klantvraag écht centraal te stellen. De bezoekers, met name bestaande klanten, worden direct bij binnenkomst getrakteerd op de servicevraag. ‘Waarmee kunnen we je helpen?’. Tijdens de chat krijgen ze zoveel mogelijk antwoord op vragen of worden ze verwezen naar de dieperliggende pagina’s.

En ook bijzonder: de site is verder helemaal ontdaan van banners en ander marketingmateriaal. De content die er normaal is om over de beschikbare producten te vertellen is grotendeels ingeruild voor de content tijdens de chat. “In mijn visie is dit niet zozeer een geautomatiseerd gesprek maar een andere manier van navigeren.”

‘Techniek moet niet leidend zijn’

Maar waarom niet een meer subtiel chatvenster als toevoeging aan een meer traditioneel vormgegeven site? “Daarmee zouden we ons doel niet bereiken”, legt Aanraad uit. “We kiezen er vrij rigoureus voor om de boel om te draaien. Bedrijven publiceren normaal allemaal inhoud waarvan ze vermoeden dat klanten dat interessant vinden. Vervolgens moet iedere bezoeker zichzelf al filterend een weg banen door al die content. We stellen de vraag liever centraal. Vergelijk het met Google: vertel waarmee je zit, dan snijden wij de rest weg.”

Dat de adviseurs zo nadrukkelijk in beeld komen, is ook een strategische keuze. “We werken met meer dan vijfduizend onafhankelijke adviseurs die een grote rol spelen in de klantbediening en proposities. Hiermee laten we zien te geloven in die meerwaarde van een adviseur. Als een vraag aan de chatbot te complex is wordt iemand doorverwezen.” Dat de foto’s verwarrend kunnen zijn blijkt wel uit de eerste data. Er komt daarom binnenkort een update van de homepage uit. Met behulp van de nu vergaarde data zijn de adviseurs ‘natuurlijker’ op te nemen in de flows. Precies wanneer het voor de vraag relevant is, komt een adviseur dan in beeld.

Voor de ontwikkeling van de ‘conversational interface’ heeft Studio Dumbar opmerkelijk genoeg geen gebruikt gemaakt van kunstmatige intelligentie. “De techniek moet niet leidend zijn”, zegt Aanraad. “Met name de Nederlandse oplossingen op dat vlak zijn niet zaligmakend. We zijn daarom van de inhoud uitgegaan. Met slimme software die de taal interpreteert en ‘human intelligence’ is de chatbot live gegaan. Kunstmatige intelligentie wordt in de gaten gehouden voor een toekomstige versie.”

Concreet betekent dit dat allerlei bedrijfsonderdelen van a.s.r. zijn betrokken bij het project. Daarmee zijn alle mogelijke vragen geïnventariseerd en is vastgesteld welk kanaal op welk moment meerwaarde biedt. “Samen met die service agents zijn allerlei ‘flows’ ontwikkeld. Welke kant stuur je de vragensteller op? Op welk moment bied je contact via live chat of telefoon aan? Die hele complexe beslisboom vormde de basis voor het programmeerwerk.”

‘Data zijn belangrijke meerwaarde’

Zoals uit a.s.r.’s lancering blijkt begint een belangrijk deel van het werk eigenlijk pas na de livegang, bevestigt ook Aanraad. Dat er wat kritiek volgde op de versie uit december was dan ook wel ingecalculeerd. “Wat we online hebben gezet was echt een MVP – een minimaal levensvatbaar product. Juist door live te gaan ontvang je ontzettend waardevolle feedback in de vorm van gebruiksdata. We zijn geen webwinkel met miljoenen bezoekers. De tool moest dus wel een tijdje draaien voor we konden optimaliseren. Dan blijken er altijd mensen te zijn die hun vraag weer net anders stellen dan verwacht of hele andere informatie zoeken. De reacties waren inderdaad wisselend, maar we wisten dat we eerst met de billen bloot moesten.”

Met name al die data zijn een belangrijke meerwaarde voor een bedrijf als a.s.r. Aan het taalgebruik ziet het bedrijf letterlijk hoe klanten zoeken. De een schrijft een heel verhaal, de ander juist kernachtig en kordaat. “Dat leert ons heel goed hoe we klanten straks nog beter kunnen bedienen. De gespreksopening kun je zo bijvoorbeeld personaliseren.”

Wat Aanraad wel ziet is dat een niet onbelangrijk deel van de bezoekers toch het traditionele menu gebruikt terwijl ze de betreffende pagina of informatie sneller hadden gevonden via de chatbot. Hij zegt hier vooral uit op te maken dat bezoekers nog wat ondersteuning kunnen gebruiken bij het formuleren van hun vragen. “We kunnen daarin op verschillende manieren sturen. Door met de openingszin te experimenteren en ook de mate waarin je het initiatief naar je toetrekt. De uitdaging is dat we een open gesprek voeren en niet maar twee keuzemogelijkheden geven. Bij veel andere chatbots die verschijnen wordt er maar een klein aantal bedrijfsonderdelen opgenomen in de beslisboom, wij hebben al onze processen hierin betrokken. We willen dus initiatief nemen en gebruikers in de juiste flow houden, maar wel relevant en open communiceren.”

Natuurlijk levert al die gebruiksdata welkome inzichten op die ook intern bruikbaar zijn. Omdat tijdens elk gesprek wordt gevraagd naar de ervaringen – door de context voelt zo’n vraag niet als enquete terwijl het dat in feite natuurlijk wel is – zijn er goede analyses te maken voor de klantcontactstrategie, vertelt Aanraad. “Via welk kanaal kun je het beste een bepaalde vraag beantwoorden, welk kanaal krijgt de hoogste Net Promotor Score en welke informatie ontbreekt er waar? Het spel van online en offline contact wordt heel tastbaar.”

‘Chatbot is een voortdurend procent’

De bedoeling is dat er zo meer samenhang ontstaat tussen de kanalen. Ontvangt de klant een e-mail en klikt diegene door naar de site dan zou het logisch zijn om op een homepage te landen waar al een chat is gestart. ‘We zien dat je net een bericht hebt ontvangen over je autoverzekering. Wil je meer weten? Of direct een berekening maken?’. In plaats van een homepage met een bak aan informatie krijgt de bezoeker direct antwoord bij zijn zoektocht.

Hoeveel zo’n chatbot nu onderaan de streep scheelt, kan hij nog niet precies zeggen. Maar de Customer Effort Score, de Net Promotor Score en de First Time Fix Rate (percentage van fouten dat tijdens een eerste contact is opgelost) zijn de belangrijke KPI’s. “Daarop is onze nieuwe site echt van positieve invloed.”

Zoals gezegd zien beiden de chatbot als een voortdurend proces. Op korte termijn wil a.s.r. vooral gesprekken optimaliseren en nieuwe content toevoegen. Voor sommige vragen komt videocontent bijvoorbeeld beter tot zijn recht dan tekst. Op de iets langere termijn lijkt het logisch de chatbot te integreren met andere systemen. Een integratie met een inlogomgeving zou de communicatie nog persoonlijker kunnen maken. Een bot speciaal voor Facebook Messenger is niet iets waar a.s.r. nu concreet naar kijkt. Aanraad: “We focussen ons op de eigen website als platform. Ook de koppeling met software van partnerbedrijven staat op de wensenlijst. Dan til je de service echt naar een nieuw niveau.”

Beiden adviseren anderen vooral lef te hebben. “Nee de technieken zijn nog niet perfect”, realiseert Dirks zich ook. “Twee jaar wachten op de perfecte bot is dan een optie. Maar a.s.r. beschikt straks over twee jaar aan statistieken. Al die learnings zijn heel erg welkom als de stap naar kunstmatige intelligentie wel is te zetten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

BPD herontwikkelt de digitale bouwwereld

Posted 16 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Toen ik BPD in 2014 leerde kennen was ik net gestart als strateeg bij TamTam (part of Dept), en klaar voor een nieuw avontuur met nieuwe mensen. BPD, toen nog Bouwfonds geheten, had destijds een kleine vraag. Ze wilden graag een ‘mijn-omgeving’. Op het eerste gezicht niet echt een spectaculaire opdracht, maar als je wat langer nadenkt toch best spannend. Want wat moest die ‘mijn omgeving’ dan wel niet doen? En voor wie? Het maakt dingen mogelijk. Maar welke?

Ik besloot onder te duiken in de wondere wereld van de gebiedsontwikkeling.

BPD – vormgevers van Nederland

BPD ontwikkelt nieuwbouwwijken en woningen in 144 plaatsen in Nederland. En is daardoor de grootste gebiedsontwikkelaar van Nederland. Sinds het bestaan hebben ze ruim 330.000 huizen gebouwd, dus de kans is vrij groot dat je één van hun woningen wel eens van dichtbij hebt gezien.

Toen ik BPD in 2014 leerde kennen had het bedrijf flink last van de recessie. Want waar voor de crash de huizen niet aangesleept konden worden, was dat nu heel anders. Dit had grote impact op de organisatie die vanouds gericht was op het bouwproces en niet per sé op de klantreis. Want die klanten kwamen in het verleden immers vanzelf.

Om onderscheid te maken in een concurrerende markt moest BPD zich gaan richten op de wensen van de klant. Een transformatie waar elk bedrijf vroeg of laat mee te maken krijgt. Maar ook een pijnlijk proces, dat grote gevolgen hee voor eigenlijk alles binnen je organisatie: visie, strategie, propositie, personeel, merk, marketing en technologie.

De eerste stap had BPD in 2014 zelf al genomen met de ontwikkeling van een klantcontactstrategie. Wat vraagt de klant in de verschillende fasen van zijn customer journey? Hoe verhoudt dat zich tot ons bouwproces? Het was destijds heel sterk van BPD om hier zelf het voortouw in te nemen. Je moet er als bedrijf namelijk wel echt voor gaan. Processen op de schop durven te nemen. Anders wordt een ‘klant centraal visie’ al snel een lege belofte.

Een nieuwe stip aan de horizon

Terug naar de originele vraag. Bij nader onderzoek onder gebruikers, customer journeys en bedrijfsdoelen bleek al snel dat de ‘mijn-omgeving’ niet per sé de hoogste prioriteit op de digitale roadmap zou moeten hebben. Het is namelijk een service tool die voornamelijk voor bestaande kopers en klanten is bedoeld. De grote vraag was echter hoe we die grote groep nieuwe klanten aan konden trekken.

We zijn gestart door de focus te leggen op de oriëntatie-, toe-eigenen en beslisfase. Daarbij stond centraal: hoe bereiken we meer prospects en verleiden we ze om een BPD-huis te kopen?

Terug naar de tekentafel dus. Aan de hand van alle beschikbare insights over de business, de klant, de organisatie en de techniek hebben we samen met BPD een nieuwe digitale ambitie ontwikkeld.

Deze ambitie stond aan de basis van een digitale roadmap en bestond uit de volgende thema’s:

  1. Een nieuw framework
  2. Aanbod ontsluiten
  3. Woonconfigurator
  4. Services voor eigenaren
  5. Online kopen

Een roadmap vol ambitie dus. Een grote stap voor BPD én voor mij. Ineens werkte ik niet meer aan een mijn-omgeving, maar aan een spannend digitaal innovatieprogramma met een klant die bereid was zichzelf opnieuw uit te vinden.Stap 1 – Een nieuw framework

Een nieuw framework

Een huis is de duurste aankoop van je leven en dus best wel spannend. Een nieuwbouwhuis kopen is eigenlijk nog nét iets spannender dan een bestaand huis. Het bestaat namelijk nog niet. Je koopt een belofte. Een virtueel product. Je kunt er niet doorheen lopen, het niet aanraken of er een nachtje in slapen voordat je beslist een paar ton uit te geven. Ook staat het niet in een mooie lommerrijke omgeving, maar meestal op een winderig weiland dat nog bouwrijp gemaakt moet worden.

Om mensen te verleiden zo’n ongrijpbaar en ‘gevaarlijk’ product te kopen hebben we alle zeilen bijgezet om ze helpen te laten voelen hoe het leven in hun toekomstige droomhuis zal zijn. Het kopen van een nieuw huis is en blij immers een gevoelskwestie.

Wat opviel bij de bestaande websites van BPD was dat er veel ruimte was voor het logo en de interface: het ‘merk’ van de wijk. Foto’s en video waren vaak klein en ingekaderd. Voelden daardoor ook niet ruimtelijk en groots. Eén van de redenen hiervoor was dat mooie content pas laat in het bouwproces beschikbaar kwam. Lekkere 3D-renders die emotie opwerken waren van oudsher pas bij de start van de verkoop beschikbaar.

Toch weet iedereen dat beelden verkopen. Daarom hebben we de beslissing genomen om als eerste stap in de roadmap alle projectwebsites te vernieuwen en vol in te zetten op productie van krachtige visuele content. De websites hebben we omgebouwd om die content zo goed mogelijk te etaleren. De bovenkant van de website is één en al beleving. Hierdoor nemen we mogelijke kopers mee in een zo vroeg mogelijk stadium van de voorbereiding van verkoop. Want in de oriëntatiefase kijken geïnteresseerden naar de grote lijnen. Wil ik wel een nieuwbouwhuis? Wat is het karakter van het huis? Voelt het goed?

Mensen die snel beslissen nemen niet de tijd om uitgebreid rond te neuzen en verwachten ‘instant- gratification’. Voor hen hebben we een VR-experience ontwikkeld waarmee je thuis op de bank met een cardboard 3D-bril in je toekomstige huis en buurt rond kunt wandelen. Voor de kopers die langer de tijd willen nemen zijn er uitgebreide omschrijvingen, specs, maps en planningen.

Aanbod ontsluiten

Inmiddels heeft BPD met haar eigen contentteam meer dan 200 nieuwe projectwebsites (!) online gezet. Het Content Management Systeem (Umbraco) maakt het mogelijk om zelf websites uit te rollen. Elke website heeft dezelfde functionaliteiten. De look-and-feel is echter elke keer compleet anders door het gebruik van andere beelden, video’s, VR-experiences en teksten. Het is een content- first platform geworden.

De resultaten van deze nieuwe aanpak zijn behoorlijk indrukwekkend:

  • –  94% meer leads
  • –  195% meer conversie
  • –  35% langere sessieduur
  • –  44% meer mobiel gebruik

En het aandeel vrouwen wat de website bezoekt is ook een stuk groter. En dat is belangrijk, aangezien vrouwen toch vaak de lead nemen in de online zoektocht naar een nieuwe huis.

De woonconfigurator.. of doe toch maar een webshop

De volgende halte in de roadmap zou de ontwikkeling van een VR-woonconfigurator zijn. Echter, mijn partner in crime, Erik van der Wal van BPD, vertelde een paar weken voor de start van de conceptontwikkeling van de configurator schoorvoetend dat de plannen enigszins veranderd waren.

Walter de Boer, CEO van BPD en voorvechter van de nieuwe digitale ambitie, wilde dat we binnen één jaar online een huis hadden verkocht. Een Big, Hairy, Audacious Goal van heb ik jou daar. Versnelling in denken en doen. Bij ons stond online een huis kopen achteraan op de roadmap. Vooral omdat het nog nooit was gedaan. En we eigenlijk niet wisten of het überhaupt wel kon. Veiligheid, wetgeving, technologie, user experience. Allemaal big unknowns.

Door de gesprekken met klanten wisten we wel dat een bepaalde groep kopers de aankoop van hun huis het liefst volledig online wil regelen. Geen gedoe met tussenpersonen. Gewoon alles zelf doen.

Ook lieten voorlopers als Tesla zien dat er genoeg mensen zijn die een auto van 100.000 euro gewoon via de website bestellen. Vrienden van mij, Tesla fanboys, waren niet stil te krijgen over de fantastische track-and-trace functionaliteit waarmee je op de website kunt zien waar je nieuwe auto op de lopende band in de fabriek staat.

Maar goed, terug maar ons Big, Hairy, Audacious Goal. Zoals we altijd bij dit soort projecten doen, zijn we gestart met het schetsen van de ideale user experience. Design thinking is een krachtige methode om complexe zaken te simplificeren en visueel te maken. Zodat je het eerst kunt zien voordat je het voelt en gelooft.

Al tekenend kregen we het gevoel dat het online koopproces nog wel eens mee zou kunnen vallen. Want op dat moment moest bijvoorbeeld voor het aanvragen van een brochure, tien keer zoveel velden worden ingevuld dan voor een voorlopig koopcontract. Ook bleek dat digitaal ondertekenen geheel rechtsgeldig én secure is.

Eerste wireframes van koopproces

Mijn Salesforce Omgeving

Ineens was de mijn omgeving dus weer prominent in beeld. Tijdens de strategiefase was reeds onderzocht wat mogelijke kopers allemaal in een account gedeelte zouden willen doen. Daar kwam de volgende wishlist uit:

  • Huizen liken en opslaan
  • Een huis configureren
  • Een optie op een huis nemen
  • Een huis digitaal kopen
  • Documentbeheer
  • Nieuwsupdates ontvangen
  • Voortgang van het koop/bouwproces volgen
  • Buren leren kennen
  • Samen dingen kopen/lenen/beslissen

Met die kennis kwam ook het besef dat de ‘mijn omgeving’ geen los onderdeel mocht zijn, maar een integraal onderdeel van de website moest worden. Met dezelfde uitstraling en gebruikservaring als het publieke gedeelte. Het gedeelte waar gebruikers moeiteloos tussen het publieke en gesloten gedeelte heen en weer kunnen navigeren.

Naarmate prospects verder in het koopproces komen zullen ze namelijk steeds meer gebruik maken van de ‘mijn omgeving’ en steeds minder van het publieke gedeelte. Kortom, de ‘mijn omgeving’ is je website voor een groot gedeelte van je hot leads en je klanten. Je komt er niet mee weg om een generiek product van de plank te gebruiken. Het servicegedeelte hee net zoveel liefde nodig als het verkoopgedeelte.

BPD gebruikte reeds Salesforce voor al haar relatie- en documentbeheer. Het lag dus voor de hand om Salesforce ook voor de ‘mijn omgeving’ te gebruiken. Salesforce is een fantastisch en zeer uitgebreid pakket. Maar van de out-of-the-box ‘mijn omgeving’ van Salesforce waren we niet onder de indruk.

Na wat testen is er besloten om zelf een custom front-end (html, css, javascript) te ontwikkelen en die te koppelen aan het Salesforce framework. Dit gaf ons de ruimte om een ‘mijn omgeving’ te ontwikkelen die dezelfde user experience hee als de website. Gebruikers hebben niet in de gaten dat ze switchen tussen twee systemen. Een seamless-integratie.

Online kopen

Ruim binnen het jaar was de eerste webshop voor huizen klaar. We lanceerden de webshop in vier pilotprojecten en binnen een paar weken werden tien woningen online verkocht. Een wereldwijde primeur. Gevraagd naar hun ervaringen zeiden de digitale kopers dat ze het eigenlijk allemaal vrij simpel en logisch vonden. Na een enquête bij een grotere groep prospects bleek 25 procent geïnteresseerd te zijn in deze vorm van kopen. En zo was ineens het laatste taboe in e-commerce doorbroken. Ook een huis kun je prima online kopen.

Al snel kreeg de media lucht van deze primeur en stonden we met mooie artikelen in de kranten en vakbladen. En met een Lovie Award, SpinAward en een Webby nominatie begint de prijzenkast zich ook goed te vullen. Niet heel belangrijk, maar wel leuk voor alle mensen bij BPD en TamTam die keihard hebben gewerkt aan dit mooie project.

What’s next?

Op dit moment zijn we druk bezig met de ontwikkeling van een inspirerende woonconfigurator en uitbreiding van de services voor eigenaren. Samen met de marketing afdeling van BPD zijn we daarnaast aan het onderzoeken wat de wensen van de B2B partners van BPD zijn. Ook daar zal een stip aan de horizon en bijbehorende roadmap komen die we volgens de inmiddels beproefde methodes gaan omzetten naar digitale services en producten.

Als ik kijk naar de afgelopen 2,5 jaar dan ben ik trots op wat we samen hebben neergezet. Mijn belangrijkste learnings?

  1. Re-invention lukt niet zonder groot denken. Denk aan je industrie over drie jaar, denk in mogelijkheden.
  2. Zet de klant voorop, altijd en overal. Dat is waar je het verschil maakt. Test je ideeën continue. Bij klanten, bij potentiële klanten, bij stakeholders.
  3. Zoek een externe partner, dit gee je de blik naar buiten. Probeer vervolgens te vertrouwen, samen te werken en samen te doen. Zoek een partij waar je een goed gevoel over hebt, wees bereid om samen op onderzoek uit te gaan.
  4. Leg nooit het project volledig buitenshuis neer – daar leert de organisatie niet van en de kans dat het gene wat je agency oplevert gedragen zal worden is klein.
  5. Ga voor grote doelen maar ga snel, verdeel het in kleine stapjes, die je volgende week al live kunt hebben.
  6. Dit houdt de energie erin en versnelt.

Uiteindelijk is innoveren een proces waar je beter in wordt als je het vaker doet.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Programmatic TV staat nog in de kinderschoenen

Posted 15 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Stel: je bent je wereldreis aan het plannen en je hebt je gisteren uitgebreid op internet georiënteerd op vliegtickets en backpackgear. Nu zit je lekker op de bank te genieten van RTL Late Night. Het reclameblok begint en je ziet Bever Sport met een promotie van allerlei backpackessentials. Vervolgens komt Zalando voorbij met een aanbieding voor wandelschoenen en ook KLM komt nog langs met de ‘Werelddeal Weken’. Zou dit de toekomst worden van Programmatic TV?

Een andere belangrijke vraag, wat gebeurt er met de verhouding tussen mediabureaus en online bureaus? Mediabureaus hebben veel kennis van ATL en TV, maar online bureaus bezitten de kennis – en andere kanalen – van programmatic. Worden mediabureaus online bureaus, of worden online bureaus mediabureaus?

Afgelopen woensdag waren we aanwezig bij hét programmatic TV event van het IAB. Dat steeds meer media digitaal wordt verhandeld wisten we al. Het is enkel wachten op televisie voordat álle media digitaal wordt verhandeld. Verschillende sprekers uit het speelveld hebben hun visie op Programmatic TV gegeven. Wat voor impact heeft dit op de consument, maar ook op de hele mediawereld?

Nou, op de korte termijn nog niks! Uit de verhalen van de verschillende sprekers, waaronder Kyra Steegs van Improve Digital en Anna-Maria Vuijnovic van RTL, blijkt dat programmatic vooral nog in de kinderschoenen staat! Wanneer we het over programmatic TV hebben, dan hebben we het over veel meer dan alleen wat video wegdraaien op uitzendinggemist.

Hindernissen

Her en der wordt er wereldwijd wat geëxperimenteerd, maar om echt programmatic tv in te zetten is het van essentieel belang dat alle grote TV-zenders mee doen. Zoals het er nu uitziet steven we af op een complex ecosysteem zoals we dat kennen van programmatic display. Tal van partijen en (tussen)partijen met allemaal hun eigen systemen en belangen.

Nieuwe standaard

Daarnaast is er op techniek nog een hele slag te slaan.  Om wat voorbeelden te noemen; Reclames op televisie hebben allemaal verschillende duur, maar om dit op een automatische wijze te kunnen verhandelen/RTB te kunnen veilen moet er een vaste lengte komen per reclame. Tijdvakken van 20 à 30 seconden zullen de nieuwe standaard moeten worden. Dit wijkt af van hoe men het altijd al heeft gedaan in de mediawereld en zal dus voor enige weerstand zorgen.

Een ander voorbeeld: RTL speelt met de mogelijkheid om op korte termijn livestream aan te bieden op mobiel. Dat betekent dat je op je mobieltje vanuit je bed de finale van The Voice kan kijken. Op analoge tv zijn de reclameblokken zes minuten lang, kort genoeg om achter de tv te blijven zitten. Echter op je mobieltje zit je in één swipe op je Facebook de zwangerschapsecho’s van je schoonzus te bekijken, om zo het reclameblok aan je voorbij te laten gaan. Wat doe je als televisiezender hiermee? Reclameblokken van drie minuten zouden beter aansluiten bij dit device, maar je kunt moeilijk de andere drie minuten zwart beeld vertonen terwijl op tv de reclames rustig verder gaan. Een definitief antwoord hierop is nog niet gevonden. Dit is slechts een greep aan technische obstakels in het Programmatic TV-verhaal.

Juridische hindernissen

Ook is er een heel scala aan legal issues. In hoeverre mag je data inzetten om commerciële doeleinden na te jagen? Wat voor image laat je als bedrijf achter als je zelfs op de televisie gaat retargeten, en in hoeverre is de consument eigenaar over de data die bedrijven over hem/haar in handen hebben. En wat wordt de standaard met betrekking tot het inwinnen van data over de consument, opt-in of opt-out?

Relevantie

Ook dit heeft grote consequenties voor de hoeveelheid aan data die adverteerders kunnen inzetten om reclame relevanter te maken. Hoe relevanter de data, hoe meer gepersonaliseerd de reclames kunnen worden. Maar komt audience wel overeen met de gebruiker? Op je telefoon zit je meestal alleen, maar achter de televisie zit je soms wel met het hele gezin. Hoe relevant zijn de gepersonaliseerde reclameblokken dan nog?

Impact op de mediawereld

Veel ATL inkoop (lees: TV) wordt op dit moment nog door ‘traditionele’ mediabureaus gedaan. Ofschoon zij steeds meer de shift naar online maken, ligt in Nederland een groot gedeelte van de online inzet nog bij gespecialiseerde online bureaus. Wanneer TV zo meteen programmatic kan worden ingekocht hebben online bureaus toegang tot een nieuw medium waarbij ze qua kennis en knowhow verder zijn dan mediabureaus.

Één ecosysteem

Maar waar reken je een TV-campagne nou eigenlijk op af? Vorige week woensdag werd erg duidelijk dat online minded mensen toch het liefst in performance KPI”s denken en TV zelfs willen afrekenen op een CPA en dat video (zelfs op een TV scherm) clickable moet zijn. In de mediawereld waren er voorstanders voor het behouden van GRP’s. Dit geeft maar weer aan dat we bij programmatic tv te maken hebben met twee werelden die nog samen moeten komen. We moeten eerst toe naar één ecosysteem met nieuwe spelregels, dan pas kunnen we verder kijken.

Als je als online bureau straks wil meedoen met de grote jongens, dan is het eerst zaak om goed te gaan snappen wat ATL is en hoe je dit afrekent! Gelukkig heeft iedereen nog genoeg tijd, want het gaat nog wel even duren voordat we TV programmatic kunnen inkopen!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Durf jij te LinkTinderen? Social Selling 2.0

Posted 15 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Heb je het gevoel dat jouw contentmarketing-inspanningen niet genoeg rendement opleveren? Dat de tijd die je erin stopt niet in verhouding staat tot de omzet die het genereert? Dan ben je zeker niet alleen.

Contentmarketing werkt fantastisch om bekendheid te krijgen, waardevol te zijn voor je doelgroep, volgers en fans te krijgen. En ja, ook leads en zelfs klanten te werven.

Toch merken veel bedrijven, zeker MKB bedrijven, dat de conversie van blogbezoekers en socialmediavolgers naar leads, prospects en klanten kan tegenvallen. Kijkers zijn nu eenmaal lang niet altijd kopers.

Zelf merkte ik dit ook. Mijn niet geringe inspanningen op het gebied van contentmarketing de afgelopen jaren leveren zeker veel goodwill, zakelijke contacten, partnerships en ja, ook klanten op. Maar voor mijn gevoel moest er veel meer in zitten. In verhouding tot de hoeveelheid exposure, vond ik het rendement relatief onder de maat.

Ontbrekende schakel: de telefoon

Ik had het gevoel dat ik iets over het hoofd zag bij mijn onlinemarketingaanpak. Maar wat?

Het kwartje viel toen ik klanten die bij CopyRobin een proefopdracht hadden ingeschoten, maar daarna, ondanks onze follow up e-mails, stil bleven, ging nabellen. Het bleek te helpen. Na een hartelijk telefoongesprek converteerden de meesten alsnog tot klant.

In een telefoongesprek kon ik snel de vragen waarmee ze zaten beantwoorden en twijfels wegnemen. Ik had de ontbrekende schakel gevonden: de telefoon.

Koud bellen?

Omdat ik voor CopyRobin snel meer klanten wilde werven, besloot ik om proactief prospects te benaderen door middel van social selling via LinkedIn.

Ik verdiepte me in de materie. Luisterde naar en las een aantal boeken (verderop vind je mijn boekenlijst) en kwam tot de conclusie dat ik om meer resultaat te halen de telefoon weer moest herontdekken als verkooptool.

Maar ‘koud’ bellen? Daar geloof ik nog steeds niet in. Waarom zou ik een ander iets aandoen dat ik zelf verschrikkelijk vind?

Social selling 2.0

Ik sprokkelde alle goede ideeën uit de boeken die ik heb gelezen en geluisterd bij elkaar en formuleerde een nieuwe social selling strategie om tot betere verkoopresultaten te komen. Die social selling strategie bestaat er in het kort uit dat ik mijn online presence inzet als een ijsbreker voor mijn outbound verkoop: ‘social selling 2.0’.

Het komt erop neer dat ik mijn online reputatie gebruik om in contact te komen met zoveel mogelijk mensen die in mijn ‘target profile’ passen. Vervolgens start ik online een conversatie met ze, met als doel om bij de meest geschikte prospects de relatie naar offline te halen. Een telefoongesprek en uiteindelijk een afspraak.

Deze zogenoemde ‘outbound prospecting’ is tijdrovend. Het is dus zaak om je tijd zo effectief mogelijk te besteden. Daarom heb ik een proces uitgewerkt dat ik hieronder met je ga delen.

Gebruik het ter inspiratie, maar pas het vooral naar je eigen inzichten en mogelijkheden aan. Ieder mens is anders. Iedere doelgroep is anders. Maar als je de outline van mijn social selling 2.0 proces volgt, bespaar je jezelf gelijk al een hoop kostbare tijd.

Stap 1: Bepaal het ‘target profile’ van je prospect

Om effectief met je tijd om te gaan, kun je het beste eerst een ‘target profile’ formuleren van de prospects die je wilt gaan benaderen. Daar kunnen we ingewikkeld over doen, maar wat naar mijn ervaring het beste werkt is om je ideale klant in gedachten te nemen en die goed te beschrijven.

Wat zijn de grootste uitdagingen waarmee deze mensen dagelijks te maken hebben en waarvoor jouw bedrijf de beste oplossing biedt?

In mijn geval koos ik voor internetbureaus. Dat had namelijk een aantal voordelen:

  • Ik kon me heel goed in hun situatie verplaatsen, omdat ik zelf jarenlang een internetbureau heb gerund.
  • Daardoor wist ik dat voor veel internetbureaus het produceren van teksten voor hun opdrachtgevers vaak een bottleneck is. Een duidelijk pijnpunt.
  • Internetbureaus werken voor veel opdrachtgevers, dus met een bureau haal ik potentieel veel werk binnen.
  • CopyRobin levert naar mijn mening de beste oplossing, namelijk het op schaal super gestroomlijnd produceren van originele teksten.

Ik verfijnde mijn target profile verder tot bureaus met 20 tot 200 medewerkers. Kleinere of grotere bureaus kunnen ook prima bij ons terecht, evenals tal van andere bedrijven, maar dit werd mijn focus.

In totaal bestond mijn doelgroep daardoor uit zo’n 250 internetbureaus. Een aantal dat goed is te overzien. Want de kracht van social selling 2.0 is dat je al je communicatie zo efficiënt mogelijk kunt inzetten. Je moet je marketing en sales content zo min mogelijk per lead hoeven aanpassen. Dat scheelt veel tijd.

Actiepunt: Omschrijf voor jouw bedrijf je meest waardevolle klant en vertaal dat naar een target profile.

Stap 2: Publiceer waardevolle informatie

Als je nog niet aan content marketing doet, kijk wat de mogelijkheden zijn. Heb je tijd en inspiratie om te bloggen, begin dan zeker met een blog. Al is het alleen op LinkedIn.

Het voert te ver om in het kader van dit artikel al te diep in te gaan op het publiceren van waardevolle informatie, maar ik heb al talloze eerdere artikelen over dit onderwerp gepubliceerd.

Heb je geen tijd om te bloggen, of is schrijven niet je ding? Er zijn tal van mogelijkheden om het uit te besteden.

Als zelf content publiceren geen optie is, kun je ook een heel eind komen door content van anderen te delen. Zorg ervoor dat het content is die voor jouw target profile waardevol is en dat je er zoveel mogelijk zelf waarde aan toevoegt door de content in context te plaatsen.

Tip: Gebruik Sniply om meer waarde te halen uit de content die je deelt. Sniply plaatst namelijk een kleine banner met jouw boodschap onder de pagina die je deelt.

Actiepunt: Publiceer regelmatig content die interessant is voor je doelgroep. Eigen content en/of content van derden waar je zelf jouw inzichten aan toevoegt (content curation).

Stap 3: Maak een klantcentrisch LinkedIn profiel

Nu komt een essentieel onderdeel van deze aanpak: een super converterend ‘klantcentrisch’ LinkedIn profiel.

Zoals je verderop zult zien, wordt jouw LinkedIn profiel als het ware een landingspagina die tot taak heeft om bezoekers te converteren tot connecties.

Deze ‘landingspagina’ bestaat uit 6 belangrijke onderdelen waaraan je aandacht moet besteden om ze op de juiste manier in te richten.

1. Je achtergrondfoto

Gebruik een eigen, unieke achtergrondfoto in plaats van de standaard achtergrond die LinkedIn je geeft. Met de achtergrondfoto kun je meer van jezelf en/of je bedrijf laten zien.

2. Je profielfoto

Een klantcentrisch LinkedIn profiel heeft in ieder geval een perfecte profielfoto foto. Lees in dit artikel hoe je een perfecte profielfoto voor LinkedIn maakt. Volgens LinkedIn ontvangen profielen met foto 21 keer meer bezoekers dan profielen zonder foto.

3. Je naam

Je naam: Alleen je naam en eventuele titel.

4. Je functieomschrijving

Laat vooral zien wat je voor je klanten doet en met name bereikt.

5. Je samenvatting (zichtbaar):

De eerste twee regels moeten de bezoeker direct pakken, want alleen de eerste circa 213 tekens zijn zichtbaar. Vergelijk het met de zoekresultatenpagina (serp) in Google. Jouw naam en functieomschrijving zijn dan de titel en de eerste 213 tekens van je samenvatting zijn dan de meta omschrijving. Tezamen moeten ze de bezoekers verleiden op de rest van je profieltekst te lezen door op de knop ‘meer weergeven’ te klikken.

Tip: Gebruik bijzondere tekens om extra op te vallen.

6. Je samenvatting (verborgen):

De rest van je samenvatting is verborgen achter de knop ‘Meer weergeven’. Hier heb je nog zo’n kleine 1.800 tekens om je landingspagina compleet te maken. Gebruik deze ruimte, dat helpt met de nodige zoektermen om je profiel beter vindbaar te maken.

Maak er in ieder geval geen C.V. van! Tenzij je op zoek ben naar een andere baan uiteraard. Maar als je vooral in contact wilt komen met de juiste prospects, schrijf dan de tekst zoals je een goede landingspagina zou schrijven.

Tip: luister naar deze aflevering van de podcast Linkedinformed en bezoek dit artikel op Inc. en deze blog van LinkedIn.

Actiepunt: Update je LinkedIn profiel zodat het een perfecte klantcentrische landingspagina is gericht op jouw target profile.

Stap 4: Ga ‘LinkTinderen’

Ik hoor nog regelmatig mensen zeggen dat ze alleen connecten op LinkdIn met mensen die ze ook persoonlijk kennen. Prima als je geen verantwoordelijkheid hebt om meer verkopen te realiseren. Maar als je wel new business zoekt, kom je met die instelling niet ver.

Leestip: Waarom ik graag link met onbekenden op LinkedIn – Corinne Keijzer

Het woord zegt het al: new business. Daarvoor moet je nieuwe mensen leren kennen. En LinkedIn leent zich daarvoor uitstekend.

Maar hoe laat je nou zowel de kwaliteit als de kwantiteit van je LinkedIn connecties razendsnel groeien?

Hoe kun je connecten met mensen op schaal? Zonder dat ze je als een stalker gaan zien.

Om die vraag te beantwoorden kun je het beste eerst een andere vraag aan jezelf stellen: kijk je wel eens op LinkedIn naar wie jouw profiel hebben bezocht?

Anders dan bij Facebook, kun je op LinkedIn zien wie jouw profiel heeft bekeken. Bij de gratis versie is dit weliswaar beperkt tot de laatste vijf, maar in de betaalde versies van LinkedIn kun je zien wie jouw profiel de afgelopen 90 dagen hebben bezocht.

Wat doe je als zo’n profiel jouw interesse wekt? Als je denkt dat die persoon misschien wel interessant voor je kan zijn? Dan kijk je terug toch?

Lok spontane connectieverzoeken uit

Dit is dus waar stappen 1 t/m 3 zich gaan uitbetalen. Want als het goed is, heb je een perfect, klantcentrisch profiel, waarop je regelmatig waardevolle content deelt gericht aan precies de juiste doelgroep. En als je veel profielen bezoekt die aansluiten bij jouw target profile, zul je zien dat veel van die mensen jouw profiel gaan bekijken.

Goedkoper adverteren bestaat niet. Als jouw profielpagina is ingericht als een landingspagina die interessant is voor jouw target profile, zul je veel terugkijkers krijgen. En zelfs veel spontane connectieverzoeken.

Zie het als ‘LinkTinderen’.

Je hebt elkaar bekeken en als er een match is, is een connectieverzoekje snel gestuurd en vrijwel altijd geaccepteerd.

Maar het op schaal bezoeken van LinkedIn profielen kost natuurlijk veel tijd. Dus dat gaan we automatiseren. En daarvoor gebruiken we twee tools:

Pak je target profile erbij en zoek op LinkedIn naar mensen die daarbij matchen. In LinkedIn Sales Navigator gaat dat heel makkelijk met ‘lead builder’. Dat is de uitgebreide zoekfunctie van Sales Navigator die je in staat stelt om heel gericht bedrijven (accounts) te vinden die passen bij jouw target profile en vervolgens de juiste mensen (leads) binnen die bedrijven.

Sales Navigator Lead Builder:

Sales Navigator is echter nogal kostbaar (vanaf zo’n € 48 per maand). Als je die kosten niet kunt of wilt dragen, kun je ook prima zoeken met de standaard zoekfunctie.

LinkedIn standaard zoekfunctie:

Gebruik de diverse filters tot je een goed zoekresultaat hebt. Bij voorkeur ergens tussen de 200 en 3000 profielen. In Sales Navigator kun je de zoekopdracht nog verfijnen tot uitsluitend mensen die de afgelopen 30 dagen actief waren op LinkedIn. Op die manier verspil je geen bezoeken aan mensen die waarschijnlijk toch niet kijken. (Zo’n 25% van alle profielen op LinkedIn is inactief).

Bewaar het zoekresultaat voor later:

Automatiseer het bezoeken van profielen

Nu ga je aan de slag met je geheime wapen: Dux-Soup. Met deze tool kun je automatisch de LinkedIn profielen van je zoekresultaat bezoeken, terwijl jij ondertussen iets nuttigers – of leukers – doet.

Daarnaast stelt Dux-Soup je in staat om tags en notities toe te voegen aan LinkedIn profielen. Een functionaliteit die LinkedIn enige tijd geleden heeft overgeheveld van de gratis versie naar Sales Navigator. Ook in Sales Navigator is deze functie van Dux-Soup handig. Met name de ruimte voor notities, want die staat veel meer tekens toe dan Sales Navigator zelf.

De gratis versie stelt je in staat om maximaal 150 profielen per dag te bezoeken. Er is ook een betaalde ($10 per maand) versie waarmee je tot wel 800 profielen per dag kunt bezoeken (kijk daar wel mee uit, want LinkedIn kan dat als ongewenst gedrag zien). Ook kun je met de betaalde versie de e-mailadressen van 2e graads connecties ophalen.

Tip: Gebruik de autotag functie van Dux-Soup om automatisch bij elk bezocht profiel een tag te plaatsen waardoor jij straks weet dat een bepaalde persoon daadwerkelijk jouw profiel eerst heeft bekeken. Dat ga je namelijk gebruiken in de tekst bij je connectieverzoek.

Connect met de mensen die jouw profiel hebben bekeken

Nu komt het: nadat Dux-Soup zijn werk heeft gedaan, analyseer je de mensen die jouw profiel hebben bekeken. Je zult merken dat dit er veel meer zijn dan voorheen. Ook zul je merken dat je al snel een paar spontane connectieverzoeken per dag extra krijgt.

Scan de profielen van de mensen die jouw profiel hebben bezocht en stuur een connectieverzoek naar ieder persoon die voldoet aan jouw target profile. Ik raad je aan om een gepersonaliseerd bericht mee te sturen.


Ik gebruik daarvoor een standaard bericht dat voor 95 procent van toepassing is op mijn target profile en ik varieer daar een beetje in per verzoek. Sowieso gebruik ik altijd de voornaam van de persoon in de aanhef en varieer ik een beetje met de functie naam waar nodig.

Tip: Gebruik TextExpander om snel je standaard teksten in je berichten te plakken. Dat scheelt veel tijd.

Zodra iemand je connectieverzoek heeft geaccepteerd stuur je hem of haar een welkomstbericht. Zorg dat je welkomstbericht jouw nieuwe connectie verrast door niet te pitchen, maar juist te helpen.

Wijs ze gerust op je blog of nodig ze uit je te volgen op Twitter of om lid te worden van een LinkedIn groep of Facebook groep die je beheert. Zolang het maar dienstbaar is en niet opdringerig.

Tip: Verderop deel ik al mijn template teksten met je, zodat je een paar concrete voorbeelden hebt ter inspiratie.

Deel updates en content van je leads

Sales Navigator heeft een handige newsfeed die alleen de updates van jouw accounts toont. Dit maakt het makkelijk om de updates van accounts en bijbehorende leads te volgen. Deel, like of plaats een opmerking bij de updates van je leads. Dat zal hen zeker niet ontgaan. Zo bouw je stapje voor stapje aan de relatie met je prospects.

Home screen LinkedIn Sales Navigator met in het midden de newsfeed van geselecteerde leads en accounts:

Het contact is gelegd. Nu begint het echte werk: van online naar offline.

Actiepunt: Connect met zoveel mogelijk mensen die passen bij jouw target profile en vergroot je zichtbaarheid door regelmatig artikelen of updates te posten en hun content te delen.

Power tip: LinkTinder met bezoekers van je website

Er bestaan tegenwoordig veel tools die bedrijven herkennen die je website hebben bezocht.


Ik heb de afgelopen jaren regelmatig trial accounts van dergelijke tools aangemaakt, maar ik vond het zonde van m’n tijd. Ja, ik kon zien welke bedrijven mijn website hadden bezocht, maar wat moest ik met die informatie?

Ik kon ze moeilijk benaderen met de mededeling dat ik had gezien dat ze m’n website hadden bezocht. Da’s nogal creepy. Maar in combinatie met ‘LinkTinderen’ werkt het prima.

Je ziet dat een bedrijf dat past bij je target profile je website heeft bezocht. Vervolgens zoek je op LinkedIn het bedrijf op en klik je op een overzicht van alle medewerkers en LinkTinderen maar! Wacht af wie er terugkijken en stuur een connectieverzoek.

Ik heb een aantal van dergelijke tools bekeken: Online Succes, Leadforensics, Whoisvisiting  en Leadfeeder. Mijn keuze viel uiteindelijk op Leadfeeder om twee belangrijke redenen:

  • Ten eerste hoef je bij Leadfeeder, in tegenstelling tot de overige tools, geen code in je website te plaatsen. Het werkt met Google Analytics. Dat heeft als voordeel dat je gelijk bij de start van je trialperiode al een geschiedenis van 30 dagen kunt inzien. De trial is met 30 dagen ook lekker lang.
  • Ten tweede is Leadfeeder (vanaf 59 euro per maand) de helft goedkoper dan de concurrenten en daarmee in een prijsbereik dat ik acceptabel acht voor een dergelijke tool. En voor zover ik kan zien herkent Leadfeeder even veel bedrijven als de andere tools.

Tip: Maak ‘custom feeds’ aan om snel de meest waardevolle prospects te vinden. Bijvoorbeeld inschrijvingen op je nieuwsbrief of mensen die je contactpagina hebben bezocht. Hieronder wat voorbeelden van Mediaweb in Leadfeeder:

Stap 5: Bellen!

Het doel van social selling 2.0 is om in gesprek te komen met interessante prospects. En de beste manier om met je prospects te praten is via de telefoon, videogesprek of uiteraard een persoonlijk gesprek op locatie.

Afhankelijk van hoe moeilijk bereikbaar jouw prospects doorgaans zijn, zul je daarvoor waarschijnlijk meerdere contactmomenten nodig hebben. En daarbij zet je ook meerdere communicatiemiddelen in:

  • LinkedIn berichten
  • E-mail
  • Voicemail
  • SMS/Whatsapp/Facebook Messenger
  • Telefoongesprek

Als het goed is, heb je een overzichtelijke lijst met prospects en heb je een eerstegraads connectie met ze op LinkedIn. Jullie hebben een paar berichtjes uitgewisseld. Je hebt al een tijdje zo nu en dan updates en content van ze geliked, gedeeld of van een comment voorzien.

Als je ze nu gaat bellen, zullen ze het niet als koude acquisitie ervaren. Ze kennen je al enigszins. Je hebt ze al waarde gegeven. Neem maar van mij aan dat als je ze nu gaat bellen, ze je vriendelijk te woord zullen staan. Dus, wees niet bang. Klim in die telefoon!

Je eerste gesprek heeft alleen maar tot doel om erachter te komen of het zin heeft om een afspraak te maken voor een langer gesprek face to face of via een video conference.

Tip: stuur je prospects een link naar een online agenda waarmee ze zelf makkelijk een afspraak met je kunnen plannen. Er bestaan meerdere oplossingen, maar mijn keuze is gevallen op Youcanbook.me.

Veel mensen zetten hun mobiele nummer in hun contactgegevens op LinkedIn. Ik bel bij voorkeur zo’n mobiel nummer. Want als je dat doet, kunnen er drie dingen gebeuren:

  • De prospect neemt zelf op
  • Je wordt doorgeschakeld naar voicemail
  • Er is geen verbinding
Voicemail: spreek altijd iets in

Je zult vaak de voicemail krijgen, Spreek altijd een bericht in met wie je bent en waarom je belt. Noem je telefoonnummer twee keer. Houd het kort. Minder dan vijftien seconden is ideaal. Maak het in ieder geval niet langer dan 30 seconden. Zorg dat je een voicemail template hebt, zodat je niet met een bek vol tanden staat. Maar laat nooit meer dan eens dezelfde boodschap achter bij een prospect.

Gatekeeper: benader als belangrijkste prospect

Als je een vast nummer belt, is de kans groot dat je een ‘gatekeeper’ krijgt. Tenzij je de directe lijn van je prospect hebt natuurlijk. Gatekeepers zijn receptionisten, office managers, collega’s etcetera. Er bestaan tal van boeken over het omgaan met gatekeepers. Mijn advies: behandel ze altijd vriendelijk en wees transparant over je bedoelingen. Stel hem of haar gewoon de vragen die je ook aan je prospect zou stellen. Als je waardevol overkomt, is de kans groot dat ze je doorverbinden of een serieuze terugbelnotitie sturen.

Prospect direct aan de lijn: kom snel ter zake

Als je geluk hebt, krijg je jouw prospect direct aan de lijn. Zorg dan zeker dat je niet met je bek vol tanden staat. Bereid je gesprek altijd goed voor. Houd een script voor het gesprek bij de hand, maar lees het niet letterlijk op. Dat komt onnatuurlijk over. Noem je naam, verwijs naar jullie connectie op LinkedIn en kom snel ter zake.

Mijn ervaring is dat verreweg de meeste prospects aangenaam verrast zijn. Serieus. Meestal is de eerste reactie een kreet van herkenning in de trant van: “Hee Eric!”. Dit is geen koude acquisitie. Integendeel.

Vertel na het moment van herkenning direct waarom je belt. Draai niet om de hete brij heen. Verwijs naar jullie eerdere contacten via LinkedIn en zeg bijvoorbeeld dat je kort wilt overleggen of een afspraak voor nader onderzoek zinvol is.

Powertip: Time blocking

Blokkeer vaste tijden in je agenda om telefonisch te prospecten. Doe het bij voorkeur in de ochtend, voordat je aan je dagelijkse beslommeringen begint. Je bent dan nog fris en na afloop heb je voor de rest van de dag al een super voldaan gevoel.

Actiepunt: Blokkeer elke week een paar vaste momenten in je agenda om prospects te bellen.

Social Selling 2.0 Templates PDF

Het voert te ver om in dit artikel in detail te beschrijven hoe je deze moderne vorm van telefonische acquisitie doet. Maar gelukkig zijn daar een flink aantal uitstekende boeken over geschreven. Ook biedt deze blogpost niet de ruimte om alle voorbeeldteksten te plaatsen.

Daarom heb ik een PDF voor je gemaakt met daarin een lijst met de beste boeken over prospecting en sales van dit moment en al mijn templates voor de diverse berichten:

  • Connectieverzoeken
  • Bedanken na acceptatie
  • Welkomstbericht inkomende verzoeken
  • Telefoon script
  • Voicemail script

Kopieer en pas aan naar eigen smaak en omstandigheden.

Stuur me een gepersonaliseerd connectieverzoekje via LinkedIn en verwijs naar dit artikel. Dan stuur ik je de PDF met liefde toe.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bol.com voert Workplace in

Posted 12 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs is Workplace by Facebook succesvol gelanceerd bij bol.com. Dit artikel beschrijft de belangrijkste aspecten die hebben bijgedragen aan dit succes.

Wat is Workplace by Facebook?

Workplace werd in oktober 2016 officieel gelanceerd, als professioneel communicatie- en samenwerkingsplatform voor gebruik binnen bedrijven. Het is een zakelijke variant op Facebook, dat we vooral kennen van privégebruik. Voor 90 procent komen de functionaliteiten overeen met die van Facebook. Op Facebook is het grootste deel van de activiteit gericht op het posten op je eigen ‘wall’ of die van een ander. Op Workplace is dat anders. Omdat het daar gaat om samenwerken, draait alles om activiteit in groepen. Een uitgebreide recensie over Workplace vind je hier.

Waarom koos bol.com voor Workplace?

Bol.com is een snel groeiende organisatie. Een van de consequenties van de almaar groeiende groep medewerkers is het feit dat niet iedereen elkaar meer kent en het moeilijker wordt om precies te weten wat er speelt in de organisatie en wie waarmee bezig is, ofwel de vindbaarheid wordt een steeds grotere uitdaging. Een nieuw intern sociaal-professioneel netwerk werd als onderdeel van de oplossing gezien. Om de vindbaarheid te vergroten in de groeiende organisatie werden drie thema’s benoemd waar Workplace een bijdrage aan moest leveren:

  1. Elkaar kunnen vinden op functie, vakgebied, kennis, ervaring of interesses.
  2. Elkaar gemakkelijk vertellen waar je mee bezig bent en de hoogte blijven van elkaars werk. Dit wordt Working Out Loud genoemd.
  3. Meer betrokkenheid bij bol.com door betere interne communicatie en engagement.

Bol.com had al min of meer een intranet-platform geselecteerd toen eind 2016 Workplace beschikbaar werd. Het team besefte dat zij het platform Workplace, met een dergelijke achtergrond rond het verbinden van mensen, niet kon negeren in haar onderzoek naar de beste oplossing. Uit een grondige analyse bleek dat Workplace op essentiële punten, met name de gebruiksvriendelijke en herkenbare interface, het beste voldeed aan hun idee van interne communicatie en samenwerking van de toekomst en daarbij het oplossen van het vindbaarheidsvraagstuk.

Lancering en adoptie

Bol.com heeft een aantal zeer bewuste keuzes gemaakt voor de lancering en adoptie van Workplace. Mede hierdoor hoort de lancering van Workplace bij bol.com wereldwijd tot de besten. Zo hadden binnen een week 90 procent van de mensen hun profiel ingevuld en na twee maanden was dit opgelopen tot 95 procent. 87 procent van de mensen komt wekelijks op Workplace.

Annelies Elsendoorn van interne communicatie bij bol.com: “Het projectteam was ervan overtuigd dat je een tool als Workplace maar een keer goed kan lanceren. Doe je dit niet goed en biedt het eerste bezoek geen toegevoegde waarde voor de medewerker dan is de kans groot dat zij het platform niet snel nog een keer zullen bezoeken en de meerwaarde van het platform voor de hele organisatie uitblijft. We hebben daarom veel tijd gestoken in een goede voorbereiding van de lancering.”

Het gaat niet om de tool!

Veel bedrijven geven bij de lancering van een nieuwe tool of platform de technologie veel aandacht. Vaak leidt dat tot weerstand bij medewerkers. Een aanpak waarmee je op meer enthousiasme en medewerking kan rekenen is om de problemen die je oplost of de kansen die je creëert te benoemen en de technologie secundair te maken.

De verbindende dialoog

Het belangrijkste instrument dat werd ingezet bij de lancering van Workplace was een vraag van algemeen directeur en oprichter Daniel Ropers. Hij stuurde alle medewerkers een e-mail met daarin het verzoek om na te denken over en bij te dragen aan een van de strategische pilaren van bol.com.

De vraag werd zo gekozen en geformuleerd dat iedereen in het bedrijf eraan bij kon dragen en zich betrokken voelde bij de dialoog. Aan het einde van de e-mail stond een link naar de plek waar het gesprek plaats zou vinden. Binnen zeer korte tijd had het overgrote gedeelte van de organisatie het platform bezocht om de dialoog met Ropers te bekijken.

Koppeling met een groot company event

De lancering werd zo gepland dat een week na de vraag van de directeur een groot intern bedrijfsevenement plaatsvond. Op deze dag brengt bol.com bijna al haar medewerkers bij elkaar en bespreekt strategie van het bedrijf. Collega’s inspireren elkaar met workshops voor en door bol.commers, hierin laten ze zien en brainstormen zij met elkaar hoe zij de winkel elke dag een stuk beter kunnen maken dan de dag ervoor.

Workplace werd op die dag benut als interactie-instrument tussen directie, collega’s en collega’s onderling.  Ook werden er online vragen gesteld om de betrokkenheid bij de dag verder te vergroten. Na het event waren er veel medewerkers die met foto’s en video’s lieten blijken dat ze geïnspireerd waren. De online aanwezigheid gaf een extra dimensie aan deze dag en was voor veel medewerkers een goede reden om hun profiel in te vullen (een belangrijk onderdeel om de vindbaarheid te vergroten) en de Workplace apps te downloaden om via hun mobiel te kunnen participeren tijdens het event.

Use case pilots

In de aanloop naar de lancering werd een aantal pilots gedraaid. Op basis van specifieke use cases, zoals uitdagingen of mogelijkheden tot concrete verbetering, gingen medewerkers in groepen aan de slag op Workplace. Het doel van dit soort pilots is het creëren van ‘inhouse’ voorbeelden die anderen na de lancering kunnen inspireren om met hun eigen team uit te proberen.

Teamgroepen zijn de motor van succes

Een graadmeter van het succes van sociale intranetten is het gebruik door teams voor hun dagelijks werk of voor communicatie met hun stakeholders. Bol.com heeft hierop stevig ingezet en een kleine 80 procent van de groepen op workplace is teamgerelateerd.

Contentarchitectuur

Veel organisaties maken de fout dat ze denken dat social tools zichzelf wel zullen reguleren. Dat gaat echter vaak mis, waardoor er bijvoorbeeld dubbele groepen ontstaan, er in bepaalde groepen ‘lawaai’ ontstaat en mensen zich juist een beetje verloren voelen als ze voor het eerst op het platform komen.

Bol.com heeft van te voren goed nagedacht en gezorgd dat er een basisstructuur aanwezig was op het platform met voor iedere medewerker een aantal waardevolle groepen om zich bij aan te sluiten. Dit was het vertrekpunt voor het moment dat iedereen toegang kreeg tot het platform. Daarnaast was er ook ruimte voor nieuwe initiatieven en groepen, waar ook royaal gebruik van is gemaakt.

Een deel van de groepen verdient speciale aandacht: er was bij bol.com een e-mailfunctie waarmee iedereen naar alle ruim 1500 collega’s kon e-mailen. Veel mensen bij bol.com waren er trots op dat een bedrijf van die omvang haar mensen voldoende vertrouwt met een dergelijk instrument. Dit e-mailadres kreeg zijn evenknie op het platform in de vorm van de groep ‘bol.com everything’.

Voordeel van deze groep is dat medewerkers zelf kiezen om de berichten uitgebreid te lezen of er alleen overheen te scrollen als ze zien dat het voor hen niet van toepassing is. Een e-mail levert in dat laatste geval meer werk en ergernis op. Naast deze groep startte de communicatie-afdeling ook het meer formele zusje ‘bol.com everyone’, waar het bedrijf officiële berichten plaatst. Andere goede voorbeelden waren een levendige groep rond innovatie van de webwinkel en de servicekanalen voor facilitaire zaken en kantoorautomatisering.

Annelies van Elsendoorn: “Binnen onze cultuur is het heel belangrijk dingen te delen met de hele organisatie. Een e-mailadres waar iedereen zijn nieuws naar toe stuurt is natuurlijk heel mooi. Maar omdat wij steeds groter worden hoorden we ook steeds meer collega’s die berichten zoals je lampen staan nog aan of ik ben vandaag jarig meer als spam zagen dan als leuk nieuws van je collega’s. Hier wil je als interne communicatie afdeling een goede balans in vinden en niet zomaar ‘cultuur elementen’ afsluiten. Met Workplace hebben we twee goede alternatieven kunnen bieden, waarbij collega’s zich ook weer vrij voelen te reageren op elkaars ideeën en er leuke gesprekken ontstaan die door iedereen te volgen zijn. Dat was eerder niet zo want een reactie naar alle collega’s mailen doe je niet zo snel, omdat je een overload aan mails voor collega’s wilt voorkomen.”

Goede informatie over privacy

Het grootste deel van de medewerkers in organisaties vindt het leuk als een platform als Workplace wordt geïntroduceerd. Er is ook een gezonde hoeveelheid voorzichtigheid ten aanzien van Facebook als het gaat om privacy en beveiliging.

Bol.com heeft daarom uitgebreide documentatie intern beschikbaar gesteld over de wijze waarop Facebook zijn zaken voor Workplace regelt en over de afspraken die op het gebied van security en legal met Facebook zijn gemaakt.

Succesfactoren

Bol.com heeft op een weloverwogen wijze en bijzonder succesvol ‘Workplace by Facebook’ in gebruik genomen om de vindbaarheid in de organisatie te vergroten. De belangrijkste redenen voor succes waren:

  • Focus niet op de tool
  • Lanceer met een bedrijfsbrede dialoog waar iedereen zich betrokken bij voelt en waaraan iedereen kan bijdragen. Dat dit plaatsvindt op Workplace is bijna bijzaak
  • Een belangrijk bedrijfsevenement kort na lancering kan helpen de adoptie verder te verbeteren en kan in het bijzonder de adoptie van de mobiele app vergroten
  • Creëer vooraf pilots rond use cases voor de lancering. Deze pilots kunnen anderen inspireren om na lancering ook aan de slag te gaan
  • Teams die het platform veel gebruiken zijn de motor van adoptie. Maak onboarding van teams een centraal onderwerp in je strategie
  • Creëer een goede contentarchitectuur
  • Neem eventuele zorgen over privacy serieus

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

RLVNT maakt nieuwe campagne Tikkie

Posted 12 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

RLVNT ontwikkelde en bouwde de online reclamecampagne voor Tikkie, de app voor onderlinge betalingen die via Whatsapp werkt.

Eerder deze week ging de campagne van start om Tikkie bekend te maken onder het grote publiek. Het gaat uitingen op Facebook en Instagram die in de komende weken te zien zijn. Daarnaast worden op videosites prerolls getoond en worden gif’jes ingezet.

RLVNT zegt: “De uitingen zijn geslaagd wanneer je bij het kijken van de uitingen meteen zin krijgt in het volgende mooie moment met jouw vrienden, collega’s of familie, er brede glimlach op je gezicht verschijnt en je natuurlijk Tikkie meteen installeert.”

Tikkie is ontwikkeld binnen ABN AMRO. Wie de app installeert, via Whatsapp betaalverzoeken uitzetten. Bijvoorbeeld om de rekening van een etentje of cadeautje te vereffenen. De ontvanger krijgt een link die hem naar iDEAL voert. Zeventig procent van de betaalverzoeken zou binnen vijf minuten worden ingewilligd.

De video’s zijn geproduceerd door Made for Digital, Universal is het mediabureau.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mediabedrijf Vivendi brengt (indirect) bod uit op Havas

Posted 12 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Mediabedrijf Vivendi wil de Franse reclamegroep Havas overnemen. Er is een bod van 2,36 miljard euro uitgebracht op het belang van zestig procent dat Groupe Bolloré heeft in Havas.

Vivendi is eigenaar van Canal Plus en Universal Music Group. Ook heeft het een controlerend belang in Telecom Italia, Gameloft en videoplatform Dailymotion.

De appel valt overigens niet ver van de boom. Vincent Bolloré is behalve voorzitter van Groupe Bolloré ook bestuurder van Vivendi. En de vader van CEO Yannick Bolloré van Havas.

De bedoeling is dat alle banen behouden blijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe zet je Google Search Console optimaal in?

Posted 11 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Met Google Search Console kom je achter eventuele problemen die goede posities in de zoekresultaten in de weg zitten. Daarnaast krijg je ook mogelijkheden om je vindbaarheid verder te verbeteren. En het is nog gratis ook. In dit artikel leg ik uit wat Google Search Console is en welke onderdelen je als marketeer kunt inzetten om meer gratis verkeer uit Google te krijgen.

Wat is Google Search Console?

Google Search Console (GSC), voorheen bekend als Google Webmaster Tools, is een gratis online tool van Google, waarmee je de aanwezigheid van je website in de zoekresultaten van Google kunt monitoren en onderhouden. Het is niet verplicht om Google Search Console te hebben om zichtbaar te zijn, maar het helpt je om te begrijpen hoe Google je website ziet. Daarnaast kun je ook je website voor de zoekresultaten optimaliseren.

Als je Google Search Console nog niet hebt dan kun je hier lezen hoe je het kunt installeren.

Wat kun je met Google Search Console?

De mogelijkheden van Google Search Console zijn divers. Een aantal hiervan zijn handig voor website-techneuten. In dit artikel hebben we het vooral over de mogelijkheden die interessant zijn voor marketeers, namelijk:

  • Berichten van Google ontvangen
  • Gestructureerde gegevens instellen (zonder ook maar één regel code te schrijven)
  • HTML-verbeteringen opsporen
  • Zoekverkeer analyseren
  • Links naar je website (externe links) in kaart brengen
  • Links binnen je website (interne links) in kaart brengen
  • Handmatige acties van het anti-spamteam van Google ontdekken en oplossen
  • Voor zoekmachines geblokkeerde content opsporen
  • Indexatieproblemen ontdekken door middel van sitemaps
  • Serverfouten en 404-pagina’s ontdekken
Berichten van Google ontvangen

Deze is makkelijk, want je hoeft hier niets voor te doen. Dit is standaard ingesteld en ik raad je aan dit zo te laten. Je kunt controleren of je E-mailmeldingen van Search Console ontvangt door te gaan naar het tandwielicoontje rechts bovenin en dan naar Voorkeuren voor Search Console. Als je een vinkje ziet staan zit je goed.

Je krijgt nu belangrijke meldingen, bijvoorbeeld wanneer je site gehackt is of er een toename is in het aantal 404-pagina’s.

Gestructureerde gegevens instellen

Het instellen van gestructureerde gegevens, ook wel rich snippets genoemd, zorgt ervoor dat bepaalde informatie op je website mooier en overzichtelijker getoond wordt in de zoekresultaten.

Omdat dit vrij technisch is, heeft Google een versimpelde manier bedacht om een aantal van deze gestructureerde gegevens op te geven via Google Search Console. Deze tool vind je onder het kopje Zoekopmaak links in het menu en heet Gegevens markeren. Klik op de blauwe knop Markeren starten om te beginnen.

Geef eerst de URL op van de pagina(‘s) die je wilt gaan opmaken, bijvoorbeeld jouwwebsite.nl/blog. Als er meerdere soortgelijke pagina’s zijn, zoals je blogartikelen, hoef je dit maar één keer te doen.

Selecteer met je muis de gedeelten van de pagina die je wilt markeren. In het geval van je blogartikel is dit in ieder geval de titel en optioneel de auteur, de publicatiedatum, afbeelding, categorie en gemiddelde waardering.

Let er wel op dat deze informatie op dezelfde manier in je andere artikelen staat, zodat Google de opmaak voor alle soortgelijke pagina’s kan gebruiken.

Als je klaar bent druk je op Gereed. Je maakt dan een paginaset aan, waar soortgelijke pagina’s in worden opgemaakt. Nadat je deze gecontroleerd hebt op juiste indeling druk je op Publiceren.

GefeliciteerJe hebt zojuist gestructureerde gegevens ingesteld zonder een regel code te schrijven.

HTML-verbeteringen

Dit klinkt technischer dan het is. Als marketeer kun je deze functie, die je vindt onder Zoekopmaak > HTML-verbeteringen,  gebruiken om achter problemen te komen die je met een CMS zoals WordPress met Yoast SEO plugin vaak zelf kunt oplossen.

De content problemen die je kunt achterhalen met Google Search Console zijn:

  • Metabeschrijving
    • Dubbele beschrijvingen
    • Te lange beschrijvingen
    • Te korte beschrijvingen
  • Title-tag
    • Ontbrekende “title”-tags
    • Dubbele “title”-tags
    • Lange tekst tussen “title”-tags
    • Korte tekst tussen de “title”-tags
    • Niet-informatieve tekst tussen de “titel”-tags
  • Content die niet is te indexeren

Als er verbeteringen zijn dan wordt dit aangegeven met een blauwe link. Klik er op om de details te zien. Ga in je website-CMS naar de betreffende pagina en pas de title tag en/of metabeschrijving aan.

Houd als vuistregel aan dat de title tag ongeveer 70 karakters lang mag zijn of 612 pixels. Voor de meta beschrijving kun je 160 karakters aanhouden. De Yoast SEO plugin helpt WordPress-gebruikers door middel van een groen balkje of je je aan de aanbevolen lengte houdt.

Als iedere pagina een unieke titel en meta beschrijving heeft voorkom je dat Google je pagina niet toont in de zoekresultaten, omdat het een andere pagina toont die er veel op lijkt.

Ook voorkom je zo dat de titel en omschrijving worden afgekapt omdat deze te lang is. Een pagina met een geoptimaliseerde titel en beschrijving wordt netter getoond en krijgt daarom vaak meer kliks.

Zoekverkeer analyseren

Een door marketeers veel gebruikte tool binnen Search Console is de Zoekanalyse, die onder Zoekverkeer te vinden is.

De tool is bedoeld om de prestaties van de website in Google Zoeken te analyseren. De opties die je hier krijgt zijn:

  • Klikken
  • Vertoningen
  • CTR (Click Through Rate of doorklikpercentage)
  • Positie

Je kunt binnen deze gegevens filteren op onder meer zoekopdrachten, pagina’s, landen, apparaten en zoektype (web, afbeelding of videobestanden).

Wat je allereerst moet weten is dat de data die je te zien krijgt niet 100 procent betrouwbaar is.

Zo worden niet alle vertoningen bijgehouden en posities zijn gemiddelden. Het kan voorkomen dat je op 1 staat voor een zoekterm, maar je een heel andere positie terug ziet in de statistieken. Ook zijn de statistieken niet real-time.

Dit artikel van Moz gaat dieper in op de (on)betrouwbaarheid van de data in Search Console.

Er zijn betaalde alternatieven waaronder MozAhrefs en Majestic die meer betrouwbare data aanbieden.

Waar gebruik je Zoekanalyse dan wel voor?

Sinds Google de organische zoektermen in Google Analytics grotendeels heeft vervangen voor de term “Not Provided”, wordt deze data gezien als een alternatief.

Door de lijst met zoekopdrachten door te nemen kom je achter zoektermen waar je (volgens Google) op gevonden wordt. Als je een zoekterm tegenkomt die voor jou interessant is, kun je besluiten om je website hiervoor te optimaliseren.

Dat kan op twee manieren:

  • Kijk of je al een pagina over dat onderwerp hebt en kijk kritisch hoe je de pagina nog beter kunt maken.
  • Maak een nieuwe pagina die zo goed mogelijk het onderwerp behandelt.

Gebruik de data dus voornamelijk als inspiratiebron voor nieuwe of bestaande zoektermen om je posities te verbeteren.

Links naar je website (externe links)

Een van de meest besproken onderwerpen in zoekmachine-optimalisatie is links. En niet ten onrechte, want de hoeveelheid en kwaliteit van de links naar je website bepaalt grotendeels je positie in Google.

Aan de andere kant, als er links van websites met een spam-achtig karakter naar jouw website gaan kan dit de posities in negatieve zin beïnvloeden.

Het is daarom erg handig om inzicht te krijgen in welke links naar jouw website verwijzen. Google Search Console verschaft deze data bij Zoekverkeer > Links naar uw site.

Er zijn twee categorieën: De meeste links naar uw site en Uw content met de meeste links. Klik op de link Meer >> om de volledige lijst in te zien en optioneel te downloaden naar een spreadsheet.

Ook hier worden helaas niet alle links getoond en geldt dat betaalde alternatieven als Open Site Explorer van Moz, Ahrefs, Majestic en SEO Spyglassvan Link-Assistant completere data bieden.

Wil je geen geld uitgeven? Dan kun je vaak met de gratis (proef)versies toch al aardig wat inzichten verkrijgen in het zogenoemde linkprofiel van je website.

Pro tip: Link Research Tools legt in dit artikel uit hoe je meer links uit Search Console kunt halen door meerdere pagina’s binnen je account te verifiëren.

Wat te doen

Als je weet welke websites spontaan naar een pagina op je website linken, dan kun je deze informatie gebruiken om contact te leggen met de webmaster van die website. Wellicht zijn er meer mogelijkheden met deze site, zoals het schrijven of plaatsen van een gastblog.

Verder zie je aan de hand van inkomende links welke van de door jou besproken onderwerpen populair zijn bij andere websites. Deze kennis gebruik je vervolgens als je nieuwe content wilt publiceren. Pitch deze nieuwe content ook bij de websites die al naar je eerdere pagina hebben gelinkt. Grote kans dat ze ook geïnteresseerd zijn in je nieuwe content.

Leestip: The Definitive Guide to Linkbuilding (2017 edition)van Brian Dean.

Links afwijzen

Als er links naar je website gaan die van te lage kwaliteit zijn en daarmee jouw posities negatief beïnvloeden, dan kun je deze inkomende links afwijzen via Search Console.

Door een bestand te uploaden communiceer je direct met Google en geef je per link aan dat je niet wilt dat deze meetelt voor jouw linkwaarde-beoordeling. In dit artikel van Google staat hoe en waar je links kunt afwijzen.

Links binnen je website (interne links)

Niet alleen externe links, zoals hierboven beschreven, tellen mee voor je positie in Google. Ook interne links dragen hier – weliswaar in mindere mate –  aan bij. Door op je eigen pagina’s te verwijzen naar andere pagina’s op je website geef je aan dat die pagina belangrijk voor je is. Hierdoor kunnen bezoekers, maar ook zoekmachines, je content beter vinden.

Search Console toont onder Zoekanalyse > Interne links de pagina’s op jouw website en hoeveel interne links er naar toe gaan. Door op de betreffende doelpagina te klikken zie je welke pagina’s er naar verwijzen.

Als online marketeer is het je taak om te zorgen dat bezoekers en zoekmachines jouw belangrijkste content goed kunnen vinden.

Bekijk daarom in dit gedeelte van Search Console of jouw belangrijkste pagina’s ook de meeste interne links krijgen. Dit kun je doen door een link op te nemen in een menu, zoals in de header of de footer, maar ook door in de content van een pagina een link op te nemen.

Let er wel op of het voor bezoekers logisch is dat je op een pagina naar een andere pagina verwijst. Link altijd in de eerste plaats om de gebruikers van je website andere hulpvaardige content te laten vinden.

Handmatige acties ontdekken en oplossen

Dit is het onderdeel van Search Console dat je hopelijk niet hoeft te gebruiken. Toch is het belangrijk om te noemen.

Google gebruikt Search Console om met jou als website-eigenaar of -beheerder te communiceren.

Als een menselijke controleur heeft vastgesteld dat er pagina’s op je website niet voldoen aan Google’s kwaliteitsrichtlijnen voor webmasters dan komt in het gedeelte Zoekanalyse > Handmatige acties te staan welke actie er is ondernomen en hoe je dit kunt oplossen.

Veel voorkomende handmatige acties zijn onder andere:

  • Gehackte site met malware
  • Door gebruikers gegenereerde spam
  • Gratis website hosting met veel spam
  • Content die verborgen is voor bezoekers
  • Onnatuurlijke links naar of op de website

Door meldingen aan te houden kom je op de hoogte wanneer er een handmatige spamactie heeft plaatsgevonden. Let wel, een handmatige actie is iets anders dan een verlaging van je posities door het algoritme van Google. Deze kun je dan ook niet via Search Console zien.

Informatie over gehackte inhoud vind je ook wel onder het kopje Beveiligingsproblemen.

Geblokkeerde content opsporen

In het gedeelte Google-index > Geblokkeerde bronnen kun je zien welke gedeelten van de website Google niet indexeert, omdat je dit hebt geblokkeerd.

Als marketeer kun je deze pagina’s bekijken en beoordelen of dit de bedoeling is.

Een normale uitsluiting van zoekmachines is bijvoorbeeld een bedankpagina die getoond wordt nadat iemand een contactformulier heeft ingevuld. Je wilt niet dat iemand via Google op deze pagina terecht kan komen, omdat je dit ingesteld hebt als doel in Google Analytics.

Als je in de lijst met geblokkeerde bronnen pagina’s tegenkomt waarvan je juist wél wilt dat deze wel vindbaar zijn in Google, dan staat er mogelijk iets niet goed in het robots.txt bestand. Laat iemand met verstand van website techniek deze indexeringsfouten oplossen.

Sitemaps

Als je website een sitemap heeft, dan kun je de locatie hiervan opgeven in Google Search Console. Ga hiervoor naar Crawlen > Sitemaps.

Druk rechts bovenin op de knop Sitemap Toevoegen/Testen en vul de locatie in. Dat kan bijvoorbeeld zijn jouwwebsite.nl/sitemap.xml of als je de Yoast plugin voor WordPress gebruikt jouwwebsite.nl/sitemap_index.xml.

Het is ook mogelijk om een pagina met uitsluitend links naar je pagina’s, bijvoorbeeld jouwwebsite.nl/sitemap, op te geven als sitemap. Zie voor meer informatie over sitemaps deze uitlegpagina van Google.

Als Google je website heeft geïndexeerd kun je zien of het aantal geïndexeerde pagina’s overeenkomt met het aantal pagina’s dat in de sitemap staat. Is dit niet het geval, dan heb je mogelijk een indexatieprobleem dat je met je webbouwer kunt oplossen.

Meer informatie over eventueel aangetroffen fouten in de sitemap vind je eveneens in dit onderdeel van Search Console.

Als het geen technisch probleem is dan kan het ook zijn dat je veel pagina’s hebt die Google niet interessant genoeg vindt om op te nemen. Dit wordt ook wel ‘thin content’ genoemd. In dat geval kun je de content op die pagina’s verbeteren of de pagina’s verwijderen.

Tip: meld nieuwe pagina’s handmatig ter indexatie aan bij Google. Ga daarvoor in het zijmenu naar Crawlen >> Fetchen als Google en vul de url in het formulier aan. Klik op de rode knop Ophalen en vul de Captcha correct in om aan te tonen dat je een mens bent. Google weet nu dat je een nieuwe pagina hebt om te indexeren. Hierdoor zal je pagina normaal gesproken sneller in Google te vinden zijn dan wanneer je dit niet doet.

Serverfouten en 404-pagina’s opsporen

Als je linkt naar een pagina die niet (meer) bestaat wordt er een zogenoemde ‘404-fout’ gegeven. Dit is een slechte gebruikerservaring en daarom moet je dit zo veel mogelijk voorkomen.

Gelukkig helpt Google je een handje. Ga naar Crawlen > Crawlfouten . Onder het kopje URL-fouten vind je de top 1000 pagina’s met fouten.

Klik op de getoonde URL om de foutdetails te bekijken. Klik vervolgens op het tabje Met links vanaf om te zien welke pagina’s links hebben die naar deze 404-pagina linken.

Ga vervolgens naar het CMS van je website en pas deze links aan om de fout op te heffen.

Google Search Console voor marketeers: Conclusie

Google Search Console gebruik je als marketeer om achter website problemen te komen die je vaak zelf al kunt oplossen. Als dit niet mogelijk is dan kun je de webbouwer met een gerichte opdracht aan het werk zetten. Op deze manier houd je jouw website in tip-top conditie.

Daarnaast kun je de zoekresultaten van jouw pagina’s verder optimaliseren, zodat ze beter opvallen in de zoekresultaten.

Met ZoekanalyseLinks naar je website en Links binnen je website heb je waardevolle data in handen om content te creëren waar naar gezocht wordt. Promoot deze content bij websites die eerder naar jou linkten en link vanuit artikelen op je eigen website. Op die manier krijg je steeds sterkere posities in de zoekresultaten.

Tot slot: Search Console is de manier om met Google te communiceren. Als je getroffen bent door hackers of spam ben je als eerste op de hoogte om dit pro-actief op te lossen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

E-sites Group lanceert nieuw label Breese

Posted 11 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Brabantse bedrijvengroep E-Sites richt een nieuw label op. Breese gaat zich toeleggen op contentmarketing.

De groep is reeds actief op het gebied van online strategie, concept, design, development, e-commerce, mobile, content en internetmarketing. Content is een grote gemene deler hierin, maar geen expertise dat E-Sites in huis had.

Partner Sjoerd van Oosten is verantwoordelijk voor de oprichting en uitvoering van de eerste activiteiten van Breese. ““We constateren een toenemende vraag naar eigenlijk alle soorten content. Bijvoorbeeld naar webteksten, blogartikelen of whitepapers. Maar ook visuals en hoogwaardige videoproducties. Breese bedenkt en creëert digitale content. Van communicatiestrategieën en contentarchitectuur tot aan de daadwerkelijke productie.”

Foto: damon jah (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom Walter Wallet alleen voor Facebook kiest

Posted 11 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Walter Wallet is een pasjeshouder dat groeit in populariteit onder mannen. “Het is een mannengadget, vrouwen worden later enthousiast”, vertelt Karin Stoevenbeld. Het succes komt door Facebook: “We gebruiken alleen maar Facebook als communicatiekanaal, met een budget van 2000 a 3000 euro per dag.”

“We begonnen in april 2016 met een klein budget. Onze video kreeg heel veel bereik op Facebook. We dachten eerst: we gaan op een beurs staan en we zoeken een distributeur, een retailer om vervolgens naar de consument te gaan. Maar nu doen we het juist andersom, en de distributiemodellen komen op een andere manier naar ons toe”, schetst Stoevenbeld. Komt het wel uit qua budget? Stoevenbeld antwoordt: “Ja, we geven nu bijna een ton per maand uit aan Facebook. Het levert meer op dan het kost. We zijn daar erg goed in geworden.” Ze sluit af met praktische tips voor conversie op Facebook.



Lees het volledige bericht op Emerce »

E-sports in de toekomst steeds meer mobiel

Posted 11 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

E-sportgames zullen in de toekomst zeker ook mobiel worden gespeeld. Dat is de overtuiging van CEO en Nederlander Wouter Sleijffers van Fnatic, een van de succesvolste e-sportorganisaties ter wereld. Hij staat op de cover van de nieuwe Emerce.

“Mobiel is absoluut een trend,” aldus Sleijffers. “We hebben zelf ook al een mobiel gameteam dat geheel vanaf de smartphone of tablet een game speelt. In dit geval de videogame Vainglory. Hoewel het vooralsnog een beetje weird aanvoelt, kan het zeker een global hardwareplatform worden. Maar dan moet het ecosysteem eromheen, van het aantal gamers, de beschikbaarheid van spellen tot de gamedevelopment nog wel een aantal serieuze stappen voorwaarts maken.”

Het competitief spelen van online games – van first person shooters als Counter-Strike tot multiplayer role playing games – is in de afgelopen tien jaar uitgegroeid tot een mondiale sport. En is met name populair bij 21- tot 35-jarigen.

Dat e-sport volwassen is geworden, blijkt ook uit de wereldwijde fanbase. Momenteel zo’n 385 miljoen in aantal, een kleine twintig procent meer dan in 2016. Hoewel 51 procent van hen zich in Azië bevindt, wordt er in Noord-Amerika – waar slechts 13 procent van de fans woont – het meeste geld aan verdiend: 257 miljoen dollar. Een omzet die medio 2020 rond de 607 miljoen zal uitkomen.

Europa doet volgens Sleijffers nauwelijks voor de Amerikaanse markt onder. “Wat betreft het aantal events en het prijzengeld gaan we gelijk op. Kijk je naar de interesse van investeerders en merken, dan lopen we hier wel een dik jaar achter op de Verenigde Staten.”

De Aziatische markt is qua omzet volgens hem een goede derde, en groeit het hardst, met tientallen procenten in het afgelopen jaar.

Het complete interview lees je in Emerce. Word lid van Emerce voor 119 euro per jaar en ontvang een jaar lang Emerce magazine (zowel print als digitaal) inclusief diverse specials waaronder Emerce 100, de 250 pagina’s dikke eGuide en speciaal ledentarief voor meer dan twintig Emerce-events.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Adobe: hogere advertentiekosten, lager rendement

Posted 11 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Er is online meer concurrentie om de aandacht van de consument. Marketeers worden geconfronteerd met hogere advertentiekosten en een lager rendement. Dat is de belangrijkste conclusie uit het Adobe Digital Insights rapport The State of Digital Advertising: Europe, dat gisteren werd gepresenteerd tijdens Adobe Summit EMEA 2017.  

De toename van het aantal digitale kanalen zorgt ervoor dat advertentiebestedingen ieder jaar weer stijgen. Vorig jaar was de prijsstijging van Cost-per-Click (CPC) bij zoekadvertenties al 4,5 keer hoger dan de inflatie in Europa. De kosten zijn met 16 procent toegenomen, terwijl de inflatiestijging 3,5 procent bedraagt.

De hogere advertentiekosten zetten het budget van Europese marketeers dan ook onder druk. Merken hebben de afgelopen twee jaar gemiddeld 47 procent meer uitgegeven aan zoekadvertenties. En het heeft minder rendement opgeleverd dan gehoopt: het aantal websitebezoeken steeg met slechts een derde (33 procent).

Qua engagement is er ook al geen positief nieuws: het engagement liep voor 2016 voor alle platformen terug. Europese consumenten verbleven in 2016 gemiddeld 8 seconden korter op iedere website die zij bezochten in vergelijking met een jaar eerder (343 seconden in 2016 in vergelijking met 351 in 2015).

Het engagement varieert wel per land. In Frankrijk, Nederland en Duitsland is de tijd die bezoekers besteden op websites bijvoorbeeld gedaald met 28,44 procent en 8 seconden tussen 2015 en 2016. In het Verenigd Koninkrijk is hert engagement van het online publiek relatief hoog met een toename van 31 seconden gedurende dezelfde periode. Binnen de Europese retail- en reissector komt slechts één op de drie nieuwe websitebezoekers terug.

Ondertussen blijft mobiel adverteren in Europa nog altijd sterk groeien. Mobiel is verantwoordelijk voor bijna de helft van alle websitebezoeken in Europa (49 procent in eerste kwartaal van 2017). Adobe ziet een significante investering van merken in mobiel in de hele regio en de aankoop van het aantal mobiele advertentie-impressies door marketeers is gestegen met 19 procent tussen 2015 en 2016.

Hoewel mobiel dus belangrijker wordt, hebben ook gebruikers van mobiele apparaten een aanzienlijk kortere aandachtsspanne dan wanneer zij content bekijken via een desktop. In Europa haakt 18 procent van de consumenten bij het bekijken van videoreclame op hun mobiel al na vijf seconden af. 63 procent bekijkt de volledige reclame en dit is significant lager dan het percentage van 80 procent bij videoreclame op de desktop.

Europese consumenten hebben volgens de onderzoekers  verder een sterke behoefte aan personalisatie van advertenties, zolang dit op een goede manier wordt gedaan. Meer dan de helft (53 procent) van de ondervraagde millennials, in de leeftijdscategorie 18 tot 34 jaar, heeft een voorkeur voor content die is afgestemd op persoonlijke interesses en slecht een vijfde (21 procent) geeft aan helemaal geen behoefte te hebben aan personalisatie.

Er is nog ruimte voor verbetering, aangezien ongeveer een derde (31 procent) aangeeft dat gepersonaliseerde advertenties geen verbetering zijn in vergelijking met meer generieke advertenties.



Lees het volledige bericht op Emerce »