Posts Tagged ‘video’

In dit tijdperk van data & techniek blijft creativiteit key

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een veelbesproken onderwerp in Cannes is of de techniek vele malen belangrijker wordt dan creatie. Ik kan dan ook geen betere plek bedenken om het nieuwste speerpunt van IAB Nederland aan de sector te presenteren: ‘creativiteit in het tijdperk van data & technology’. Let’s give it a name: new creativity.

Waarom new creativity? Creativiteit is en blijft de onderscheidende kracht om nieuwe mogelijkheden van data en techniek echt efficiënt te laten zijn. Data en techniek leveren vanwege de effectieve insights nieuwe kansen, maar het concept brengt het naar het onderscheidende niveau en laat de kracht van deze techniek- en datakennis pas echt ‘shinen’. En aangezien nieuwe digitale mogelijkheden het mogelijk maken dat creativiteit wordt gemeten, zorgen technische innovaties voor meer flexibiliteit. Hierdoor zijn we in staat om continu verschillende boodschappen voor verschillende klanten te optimaliseren. Content op maat. We roepen het al jaren, maar het gaat er nu echt van komen. Kijk bijvoorbeeld maar naar deze cases: QQ Alert (goud), Hungerithm van Snickers (goud) Nosferatu van Getty Images (brons) en A world with no heroes van Ubisoft (goud en brons).

Vloeken in de kerk

Dat zie je bijvoorbeeld terug op de Lion Creative Effectiveness, waarvan het aantal inzendingen met 59 procent is gestegen ten opzichte van 2016. Bij Creative Effectiveness draait het puur om de meetbare impact van creativiteit. Tot voor kort was dat vloeken in de kerk, omdat de meetbaarheid juist de creativiteit zou inperken. Erwin Boogaart van Emerce omschreef het al heel mooi: “Een moderne opvatting is echter dat het niet inperkend is maar faciliterend. Helemaal in de context van dynamische creatie, waarbij profielinformatie van de ontvanger wordt verbonden aan de inhoud van de boodschap.” Ook in Nederland zie ik dat we steeds grotere stappen zetten en focussen we ons op edgy technology, waaruit nieuwe (digitale) producten ontstaan. Prachtige voorbeeldcases op Cannes vind je hier: Max Motor Dreams van Ford (goud), Hostile Takeover van Activision (goud), Snacker Hacker van Kerry Foods (brons). Digitale producten waarin artdirection en design steeds belangrijker zijn geworden, en dat belang zal alleen maar toenemen.

IAB Nederland Taskforce: New Creativity

Gelukkig zien we in Nederland sinds jaar en dag de kracht van creativiteit. As we speak verbindt de Embassy of Dutch Creativity in Cannes Nederlandse bedrijven met de wereldwijde creatieve industrie. Laten we samenwerken en als IAB ook onze rol pakken. Als eerste stap presenteert IAB Nederland de speciale Taskforce New Creativity, die de sector gaat helpen om de synergie van creatie, big data, AI en slimme algoritmen tastbaar te maken.

Vanzelfsprekend zal deze taskforce niet in totale afzondering kunnen opereren. Creativity is aanwezig in alle vezels van onze industrie. Tijdens en voorafgaand aan de speciale kick-off sprak ik daarom met onze huidige IAB Taskforce-voorzitters over hoe belangrijk creativiteit is binnen hun discipline. Hieronder hun visie. Binnenkort komt IAB Nederland naar buiten met de plannen en invulling van deze nieuwe taskforce.

Creativiteit en programmatic

Creativiteit en programmatic zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tim Geenen, voorzitter IAB Taskforce Programmatic, wist dit natuurlijk al, maar toch viel hem tijdens het reviewen van de cases voor de Programmatic Awards op dat de sterkste inzendingen in de categorie ‘Data Driven Creative’ zaten. Volgens Tim is programmatic bij uitstek het middel om data, strategie, planning en creatie om te zetten in de meest relevante boodschap voor de consument. Toch kan de programmatic-sector op het gebied van creatie nog flinke stappen maken. De eerste stap voor de Taskforce Programmatic is dan ook om creatieve bureaus te betrekken bij de verdere ontwikkeling van de markt en natuurlijk nauw samen te werken met de nieuwe Taskforce Creatie.

Creativiteit in online video en search

Volgens Michele Appello, voorzitter IAB Taskforce Online Video, is creativiteit de drijvende kracht achter innovatie. Zonder creativiteit zou het onmogelijk zijn om nieuwe tools, praktijken en inzichten in de online video-industrie te creëren. Het laat onze industrie bloeien en zorgt ervoor dat gebruikers betrokken blijven. Justin Wevers, voorzitter IAB Taskforce Search, deelt de mening van Michele, al werkt het op het gebied van search net even anders. Volgens Justin is search tot een commodity voor veel bedrijven en marketeers uitgegroeid. Dit maakt het gemakkelijk om niet te investeren in innovatieve onderwerpen als bijvoorbeeld automatisering. Als taskforce willen ze daarom vooral marketeers met elkaar verbinden, uitdagen en hen helpen om groter te denken en beter te doen. Als vanzelfsprekend speelt creativiteit daarin een heel belangrijke rol.

Creativiteit in mobile

Ook Diederick Ubels, voorzitter IAB Taskforce Mobile, wist tijdens ons gesprek precies te vertellen wat bedrijven moeten doen en hoe belangrijk creativiteit in dit proces is. Volgens Diederick zullen bedrijven om de consument te bereiken en te betrekken bij het merk steeds meer leunen op het vermogen relevant te zijn. Creativiteit speelt daar misschien wel de allerbelangrijkste rol in. Voor de Taskforce Mobile geldt daarom dat zij de drempels willen wegnemen om creativiteit op mobile de vrije hand te geven. Sterker nog, creatief omgaan met de mogelijkheden die platformen, apparaten en technologie te bieden hebben, kan zorgen voor nog grotere relevantie.

De laatste die ik over de lancering van ons nieuwe speerpunt sprak was Jeroen van de Ven, voorzitter IAB Taskforce Content Marketing, en hij gaf mij een oneliner die alles fantastisch samenvat:

“Creativiteit is de sleutel voor het leveren van de juiste inhoud in de juiste context, zonder creativiteit zou je niet één dag overleven in de jungle van de aandacht.”

Creativiteit in de praktijk

Voldaan door de lange dagen jureren, de mooie feestjes en het initiëren van deze nieuwe initiatieven duizelt het mij soms. Wat is het toch een prachtig vak. Gisteren sloot ik mijn magische Jury in Cannes af en vloog ik terug naar Nederland. Komende week, zoals beloofd, zal ik hier op Emerce eindelijk de crème de la crème van de 1.000 cases met je delen. Pareltjes die inhaken op de nieuwe marketingcommunicatiewerkelijkheid. Prachtige, consistente, langlopende programma’s met heel veel data-intelligentie, die absoluut een belangrijke inspiratiebron voor mij, jou en de Taskforce Creatie zullen zijn. En later meer over de aanpak en invulling van onze nieuwe taskforce.

With love from Cannes!

Headerfoto: Nattapat Jitrungruengnij / Shutterstock.com



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online content: welke bezoekers willen betalen en waarvoor?

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Steeds meer digitale contentpublishers kijken naar hun bezoekers als mogelijke inkomstenbron, vooral als gevolg van de teruglopende advertentie-inkomsten. Zoals eerder op Emerce beschreven: Consumenten betalen wel voor online content. Niet alle bezoekers, maar sommigen zijn – zo blijkt uit dat onderzoek – zeker betalingsbereid. Alleen: hoe weet je welke van jouw bezoekers gaan betalen?

Blijvende zoektocht

De opties om geld verdienen met online content is een veelgehoorde topic op seminars en congressen. Betalen consumenten voor nice-to-know content, zoals shownieuws, kookrecepten, opvoedtips, en zo ja, hoeveel, wanneer, op welke manier?

Tijdens het jaarlijkse grote internationale publisherscongres van FIPP bijvoorbeeld was één van de zeven besproken kernthema’s: monetisation. Verschillende merken, zoals de nieuwssite Quartz, gaven aan dat zij willen verschuiven van advertentiegedreven content naar consumenteninkomsten. Maar hoe dat zou moeten, bleef nog hangen in algemeenheden.

Een van de vaak genoemde opties is het freemiummodel: hierbij is een deel van de content voor een groot publiek gratis, en zijn extra’s (al dan niet in de vorm van content of services) beschikbaar voor de groep die daarvoor wil betalen. Laat bijvoorbeeld je bezoekers betalen voor het downloaden van een collage (Picsart) of voor het maken van een langere video (Animato). Al in 2009 beschreef Chris Anderson van Wired in zijn boek ‘Free’ (mooi toepasselijk qua freemium-constructie: gratis te lezen voor iedereen!) de vele mogelijkheden op dit gebied.

Subscription commerce of freemium

In Emerce Magazine (5/2017) beschrijft Jeroen Mirck de mogelijkheden van subscription commerce als verdienmodel: de consument ‘moet’ abonnee worden. Geen probleem als je Netflix, FTM.nl of HelloFresh bent, maar als een ander (soms groot) deel van je inkomsten bestaat uit advertisinginkomsten, dan loop je liever geen traffic mis. Een deel van je bezoekers zal nooit voor je content gaan betalen, maar zorgt wel voor indirecte inkomsten.

Kortom: voor een contentpublisher die primair stuurt op veel traffic, lijkt het freemiummodel de meest interessante optie als je (ook) geld aan consumenten wilt verdienen. De gratis toegang bied je als contentmaker adverteerdersinkomsten, en de premiumvariant additionele inkomsten aan consumentenzijde. Bij de ontwikkeling van zo’n freemiumaanbod is het dan wel belangrijk te weten wie van jouw totale doelgroep wil gaan betalen voor de content.

Internationaal onderzoek naar betalers

In 2013 onderzocht marketingprofessor Girish Punj van de Universiteit van Connecticut (VS) de relatie tussen betalingsbereidheid en consumenteneigenschappen: welke bezoekers zullen eerder betalen voor content? Hij stelde – in lijn met de meeste Nederlandse digital publishers – dat alle content ook gratis op het web te vinden is. Toch zullen mensen de afweging maken of zij willen betalen voor het gemak de content ‘direct’ te krijgen, of te accepteren dat zij een zoektocht naar een gratis variant moeten maken. De conclusies uit dit grootschalige onderzoek waren opvallend: geslacht en leeftijd bepalen sterker of mensen bereid zijn te betalen voor content dan opleiding en inkomen. Vrouwen betalen eerder (maar minder!) dan mannen. Rijk en hoogopgeleiden betalen minder vaak, maar als zij betalen, vaak wel weer meer dan de lager geschoolden. Lezers die in principe prima in staat zijn om te betalen voor content, zijn daar dus niet erg toe bereid.

Een betalende doelgroep overhalen

Uit dit onderzoek van Punj blijkt dus dat vooral laagopgeleide vrouwen bereid zijn om te betalen voor de content op je site. Misschien richt je je al op deze groep? Mooi! En anders: zorg dat je ook interessant wordt voor deze groep. Niet dat je een andere redactionele koers moet gaan varen, maar een freemium-constructie en paar meer marketinggerichte ingrepen kunnen al aanzienlijke resultaten opleveren.

Wat kun je daarvoor doen?

  • Start met testen: welke koppen, welke foto’s en welke kleuren spreken de lager opgeleide vrouwen uit jouw doelgroep het meeste aan? Neem deze uitkomsten mee in de daaropvolgende publicaties.
  • Vrouwen betalen wel eerder, maar ook minder dan mannen. Zorg dus voor een gedifferentieerd prijsaanbod in je premiumomgeving. Grote freemiumsites doen dat al: Spotify, New York Times, Mailchimp.
  • Onderzoek wijst uit dat een koper online bijna altijd kiest voor het ‘middelste’ aanbod. Zorg dus voor een drietal premiumvarianten, waarbij de middelste voor jouw business het meest rendabel is.

De keuze om te betalen komt voort uit twee factoren: de tijdwinst (in plaats van zelf over het net te moeten surfen en zoeken) en het gemak (alles op de juiste plek, met bronnen, etc.). Benadruk beide elementen dus expliciet in je premium aanbod.Met een grote groep lager opgeleide vrouwen in je bezoekersgroep werk je vanzelf aan bestendig verdienmodel op basis van consumenteninkomsten!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Futureproof belonen: aandacht voor de interactie

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Anders dan weleens wordt aangenomen zijn millennials net zo trouw aan bedrijven als de generaties daarvoor. Wel willen ze op een heel nieuwe manier worden beloond. In plaats van alleen de transactie (de uiteindelijke koop) zou ook de interactie centraal moeten staan.

De millennials zijn veelbesproken en vaak onbegrepen. Afgelopen maanden nog trokken er weer meerdere columnisten van leer. Die ‘jongeren’ – geboren tussen 1980 en 2000 – zouden lui en vooral heel erg verwend zijn. Eigenschappen die al vaker hebben geleid tot de doodverklaring van loyaliteitsmarketing. Als het klanten in deze leeftijdscategorie maar even niet bevalt zouden ze overlopen naar de concurrent. Opvallend genoeg geloven zelfs de millennials inmiddels in dat idee: zeven op de tien denken bijvoorbeeld dat leeftijdsgenoten minder trouw zijn dan ouderen.

Maar is dat wel zo?

Toch klopt dat beeld niet. Want bijna iedere millennial neemt bijvoorbeeld wel deel aan een loyaliteitsprogramma of schreef zich er recent nog voor in. Ze staan ook wel degelijk open voor een langdurige relatie. Sterker nog: driekwart van ruim vijftienduizend jonge Amerikanen die onlangs door Facebook zijn ondervraagd keert telkens weer terug naar dezelfde bedrijven.

Dat klanten vertrekken is dus niet altijd omdat ze ergens anders een net iets betere deal kunnen scoren. Ze hebben vooral andere behoeften. Loyaliteitsprogramma’s draaiden van oudsher slechts om één moment: de transactie. Trekt iemand zijn portemonnee dan wordt diegene daarvoor beloond. Vaak met spaarpunten die te besteden zijn aan een uitgestelde beloning: een korting of een gratis product. Alleen lijken millennials daar niet echt warm voor te lopen. Loyaliteit is voor deze groep vooral een bewust of onbewust gevoel bij een bedrijf. Een emotie die veel vaker wordt beïnvloed dan bij de kassa alleen.

Herkenning, geven en nemen leiden tot een relatie

In de klantinteractie draait het om het creëren van ‘golden moments’ en loyaliteitsprogramma’s zullen klanten op meer momenten moeten ‘zien’. Weten bedrijven de klanten niet te betrekken vanuit waardevolle interacties dan haken die simpelweg af. Twee jaar geleden toonde een onderzoek dat al aan. De analyse van 160 loyaliteitsprogramma’s uit zeven verschillende branches liet zien dat het aantal actieve deelnemers tegenvalt. De meningen over de programma’s zijn bovendien meestal neutraal of negatief. De oorzaak: de traditionele vorm. Slechts drie procent beloonde klanten op andere manieren dan met spaarpunten na de koop.

Voor millennials staat loyaliteit vooral voor een gevoel van wederkerigheid. In zo’n relatie gaat het om geven en nemen. Iedere interactie vraagt bijvoorbeeld om een heel kleine beloning. Het mooie is natuurlijk dat bedrijven nu al druk zijn met het koppelen van digitale kanalen. Ze kunnen daardoor klanten herkennen, gedrag goed in kaart brengen en vervolgens de interactie leidend maken.

Blijk van waardering geven

Zeker in een tijd dat op steeds meer apparaten adblockers draaien, zijn consumenten makkelijker te overtuigen en bereiken met online content dan met een advertentie. Er zijn al bedrijven die hun waardering uiten als klanten de moeite nemen blogs of video’s te bekijken. Lancôme beloont klanten bijvoorbeeld voor het kijken van tutorials. Hoewel dat niet direct tot een verkoop leidt, helpt het cosmeticamerk de klanten wel verder in de verkooptrechter richting een volgende aankoop. Iedere kleine stap in de funnel is voor het bedrijf een waardevolle stap.

Anderen zouden hiervoor met succes hun online community kunnen inzetten. De trouwste ambassadeurs en fans zijn heel goed in staat vragen van andere klanten te beantwoorden. Dat doen ze zoals hier bij T-Mobile graag en vrijwillig – het helpen van anderen levert immers voldoening op. Vaak zijn het diezelfde loyale klanten die geregeld productreviews en feedback achterlaten. Natuurlijk profiteren ze ervan als de dienstverlening verbetert, maar dat is doorgaans niet hun belangrijkste motivatie. Klanten zijn enthousiast en hopen anderen te helpen. Een blijk van waardering zorgt er niet alleen voor dat deze klanten uiteindelijk zelf meer binding ervaren met een bedrijf, met hun gedrag vergroten ze de zichtbaarheid van het merk.

En is het al gelukt met een app een plek te verwerven op iedereens zesde zintuig – de smartphone – dan zijn de offline en online wereld makkelijk te verbinden. De Amerikaanse retailer Walgreens is daarvan een goed voorbeeld. Zo keert het bedrijf extra spaarpunten uit als klanten de mobiele barcodescanner gebruiken om een herhaalaankoop te plaatsen. Het maakt de verwerking van de order immers makkelijker. Als doorontwikkeling van het programma heeft het bedrijf de app gekoppeld aan slimme gezondheidsmeters van Fitbit en Withings. Vertonen klanten gedrag dat goed is voor hun gezondheid dan worden ze daar in het loyaliteitsprogramma voor beloond.

Exclusief en persoonlijk

Belangrijk aan het nieuwe belonen is dat er ook samenhang ontstaat tussen al die interacties. De klantervaring staat dan echt centraal. Zo heeft Hilton het ‘Hilton Honors’-programma gekoppeld aan tientallen trein- en vliegmaatschappijen en is onlangs ook de app van Uber geïntegreerd. Gasten sparen niet alleen bij Hilton zelf, maar ook bij de aangesloten partners. Omdat de bijbehorende app extra privileges biedt – zelf een kamer selecteren, digitaal in- en uitchecken en onderweg al een restaurantmaaltijd bestellen – krijgen gasten op allerlei momenten tijdens hun reis iets terug. Niet alleen de overnachting, de gehele trip en alle interacties die daarbij horen dragen zo bij aan de emotionele binding met Hilton. Zestig miljoen gasten nemen al deel aan het programma.

Millennials zijn loyaal, maar die loyaliteit wordt op een nieuwe manier verdiend. Klanten zijn op zoek naar verrassingsmomenten en zijn gek op een vorm van exclusiviteit of goede content. Ze verwachten als ze zich kenbaar hebben gemaakt op hun mobiele telefoon herkend te worden en bovenal moet ieder contactmoment gepersonaliseerd en relevant zijn. Waar marketeers met traditionele loyaliteitsprogramma’s uitdragen alleen geïnteresseerd te zijn in de transactie, is de interactie wat relaties mooier en sterker maakt. Een goede CRM-database zorgt ervoor dat iedereen wordt gezien als individu: dan neemt niet alleen de loyaliteit toe, er is 85 procent meer kans op een volgende aankoop.



Lees het volledige bericht op Emerce »

YouTube verleidt reclamebranche tot bumper ads

Posted 21 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bumper ads op YouTube dragen substantieel bij aan brand awareness en ad recall, aldus onderzoeksresultaten die de videodochter van Google gisteren op Cannes Lions deelde. Om meer kunde in de markt te brengen, publiceert het ook een online cursus voor creatieven.

Tijdens een persbijeenkomst op het strand van Cannes gaf YouTube toelichting op enkele cijfers rondom de merkeffecten van bumper ads. Dat is een nieuwe vorm van reclame op YouTube die staat voor een commercial van zes seconden die kijkers niet kunnen overslaan.

Voorbeeld:

Uit analyse van een paar honderd campagnes blijkt dat ze brand awareness gemiddeld met negen procent verhogen en ad recall met 38 procent.

Op de bijeenkomst in de Franse badplaats presenteerde vertegenwoordigers van YouTube ook een nieuwe gids voor creatieven. Het zogeheten ‘Playbook for Creative Advertising’ is eigenlijk een soort cursus in het maken van goede video’s. Dat omvat niet enkel de genoemde bumper ads maar ook zaken als live streaming, remarketing en het omgaan met de analyticsdashboarden.

Ter inspiratie werden ook de wereldwijd meestbekeken reclamevideo’s van afgelopen jaar gepresenteerd. Met kijkcijfers van tientallen miljoenen per clip wordt de lat wel erg hoog gelegd.

Nummer 1 – Nike

Nummer 2 – Knorr

Nummer 3 – Clash of Clans



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bezoekers zien ‘uithoek’ van Cannes door mobile ads

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een bistro in Cannes ontdekte het potentieel van mobile advertising toen een Zwitserse start-up kamp opzette ín het etablissement en met een campagne zakelijk publiek naar zijn tafeltjes lokte.

Met een investering van precies vijftig euro wist bistro Les Fiston afgelopen zaterdag 64 nieuwe klanten te trekken op een dag. Volgens het Duitse vakblad, dat het verhaal optekent, stonden de rijen er voor de deur.

Het verrassende resultaat van de mobiele reclame was deels uit nood geboren. Video Intelligence uit Zürich kon, of wilde, de portemonnee niet trekken om een dure plek te huren op de boulevard van Cannes ter gelegenheid van het Lions-festival dat daar deze week plaatsvindt. Daarom sloten de ondernemers een marketingpact met crêperie Les Fiston.

De campagne bestond uit een panorama die in 360 graden kon worden bekeken. Met behulp van geotargeting kregen jonge food- en cultuurgevoelige gebruikers van lifestyle-, travel- en messagingapps een reclameboodschap voorgeschoteld.

De bedenkers leggen uit:



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat digital agencies kunnen leren van SoDA’s Global Digital Outlook 2017

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De jaarlijkse Global Digital Outlook Study door SoDA en Forrester is live. Als onderdeel van SoDA, het netwerk van de honderd meest innovatieve en bekroonde digitale bureaus ter wereld, zetten we de zeven belangrijkste resultaten voor je op een rij.

1. 48 procent van de marketeers verwacht stijging in digitaal

Het is bijna geen nieuws meer te noemen, maar wel fijn om te concluderen dat 48 procent van de marketeers verwacht dat de budgetten voor digital ook het komende jaar gaan stijgen. Dat wil zeggen; over het grote geheel blijven de totale marketingbudgetten gelijk, maar het merendeel (27%) verwacht een groter deel daarvan naar digitale projecten en campagnes te schuiven. Desondanks verwacht maar liefst 21 procent van de marketeers significant minder te investeren in online. En dat is ogenschijnlijk veel, aangezien vorig jaar slechts 11 procent van de marketeers aangaf een daling te verwachten in digital marketing budget. Waar dat dan in zit? Daar geeft het rapport helaas geen antwoord op.

2. We gaan voor Programmatic, VR & Voice

Aan welke projecten wordt dit budget dan uitgegeven? Net als vorig jaar staan digitale experiences (web en mobiel), content, digitale services en analytics bovenaan de lijst. Als het gaat om digital media spend verwachten de marketeers de meeste uitgaven te doen op het gebied van Video Advertising (49%) en Social Content (47%). Nieuwe, kortetermijninvesteringen worden volgens marketeers verwacht op het gebied van Programmatic Advertising, VR/AR en Voice/Chatbots. Als we dezelfde vraag stellen aan digital agencies blijkt dat de meesten – gelukkig – een aardig goed beeld hebben van waar klanten in willen investeren.

3. Innovatie Labs FTW

Als het gaat over de manier van samenwerken tussen marketeers en agencies, verwacht een groot aantal dat echte samenwerking met multi-agency teams het speerpunt van 2017 zal zijn. Daarbij ziet het grootste gedeelte van de bureaus het aantrekken van talent en continu ontwikkelen van nieuwe services en diensten als belangrijkste strategie om succesvol te zijn. Ook het creëren van een Innovatie Lab – helaas, je dacht waarschijnlijk uniek te zijn – is bij 66 procent van de agencies al een feit, en het blijkt daadwerkelijk een vruchtbare manier om nieuwe services snel uit te kunnen rollen.

4. Meerdere, gespecialiseerde bureaus krijgen de voorkeur

Het is interessant om te zien dat de ene helft van de bureaus gelooft in specialisatie voor groei, terwijl de andere helft juist gaat voor het combineren van meerdere diensten. Marketeers zelf (40%) geven de voorkeur aan meerdere, gespecialiseerde digitale bureaus om hun activiteiten onder te brengen. Benieuwd waarom marketeers de samenwerking met een bureau stoppen? Dat is meestal het gebrek aan innovatie of – hoe kan het ook anders – de prijs.

5. Daar komen de consultancy firms…

Innovatie. Waar in 2015 nog 66 procent van de marketeers dacht dit intern te kunnen organiseren, is deze verwachting over 2017 slechts bij 14 procent blijven leven. Slecht nieuws voor ons als digitale bureaus is dat consultancy firms als Accenture en Deloitte Digital op de eerste plek staan als het gaat om het brengen van deze innovatie, nog boven digital media partners als Google en Facebook. Wat er wellicht mee te maken heeft is dat inmiddels 49 procent van de marketeers aangeeft dat C-level collega’s worden aangehaakt bij het selecteren van digitale partners. De bureaus zelf verwachten overigens dat digital agencies met hun ‘makers’-mentaliteit de top 3 te kunnen behouden.

6. Aantrekken van talent grootste probleem bij insourcing digitale teams

58 procent van de digitale bureaus verwacht dat insourcing van digitale teams een bedreiging wordt voor hun werkzaamheden. Vooral op het gebied van social media, analytics en digital experiences lijken de corporate marketeers daar ook steeds beter in te slagen. Hun prioriteiten liggen dit jaar op data, de organisatiecultuur en -structuur en customer insights. Interessant om te zien is dat de verwachtingen van marketeers over insourcing hooggespannen zijn, maar als de data wordt vergeleken met 2016 blijkt dat het vaak nog bij plannen blijft. De reden? De zoektocht naar talent blijkt voor marketeers aan klantzijde nog veel ingewikkelder dan bij ons als digitale bureaus.

7. Innovatie? Creativiteit & data it is!

Een mooie conclusie van het rapport is dat marketeers en digital agencies wat betreft digitale innovatie recht over elkaar lijken te staan. 78 procent van de marketeers gelooft dat zijn of haar organisatie klaar is om de innovatie aan te gaan, terwijl slechts 23 procent van de digitale bureaus het daarmee eens is. Teveel bezig zijn met de business-as-usual en geen proces voor innovatie zijn volgens de digitale bureaus de belangrijkste reden dat innovatie niet kan slagen. Terwijl de bureaus lijken te focussen op innovatie zijn marketeers vrij concreet in wat ze van bureaus willen. Beter design en creative (44%) en beter kunnen inspelen op data (43%) blijken de belangrijkste peilers.

De conclusie? Als digital agency lijken we niet te ontkomen aan insourcing, de grote consultants en zoektocht naar talent. Maar laten we met z’n allen zorgen dat de marketeers de meerwaarde zien van makers, een blik van buitenaf en van ‘digital natives’ die zijn gewend zijn aan snelheid van de wereld van vandaag. Let’s practice what we preach!



Lees het volledige bericht op Emerce »

B2B e-commerce platformen: wordt het all-in-one, best-in-breed of headless?

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

B2B-klanten verwachten een rijkere koopbeleving en meer content als ze zich op producten oriënteren. Voor veel B2B-bedrijven is dat reden om legacy e-commerce en ERP-systemen te vervangen door wendbaarder platformen. Drie ervaringsdeskundigen aan het woord over deze keuze.

Uit onderzoek van Forrester blijkt dat snelle time-to-market, personalisatie, omni-channel ondersteuning en data analytics de belangrijkste eisen zijn die B2B-bedrijven aan een e-commerce platform stellen. Dirk de Bruijn is zelfstandig e-commerce professional en herkent dat rijtje zeker. “Ik begeleid organisaties bij het zoeken naar het juiste platform en de implementatie daarvan. De reden daarvoor is tweeledig: ofwel ze zetten voor het eerst de stap naar e-commerce, ofwel het oude systeem voldoet niet meer. Ik werk nu bijvoorbeeld bij een organisatie die een online bestelsysteem gebruikt dat is gelinkt aan het ERP-systeem. Zij zijn toe aan een geavanceerdere oplossing. Maar het komt ook vaak voor dat bedrijven een systeem gebruiken dat stug en inflexibel is, waardoor ze de snelle ontwikkelingen op het gebied van e-commerce niet kunnen bijbenen en de time-to-market te lang is. Als het businessmodel verandert, is het heel veel werk om zo’n legacy systeem daarop aan te passen.”

Personalisatie speelt ook in de ervaring van Dirk in het B2B-segment een grote rol. “Er is immers vaak sprake van klantspecifieke prijzen. Daar moet het e-commerce pakket mee om kunnen gaan. Daarnaast wil je op basis van het klantprofiel de juiste content serveren. Als iemand steeds in een bepaalde productcategorie zoekt, dan moet die uitgelicht worden. Dat kan ook proactief gebeuren: als je weet wanneer iemand een bepaalde koffiemachine heeft gekocht, kun je voorspellen wanneer hij wat nodig heeft op het gebied van koffiebonen en toebehoren en onderhoud. Hieruit volgt logischerwijs de eis dat het platform data verzamelt en analyseert. Zonder die informatie kun je niet personaliseren.”

De omni-channel eis is volgens Dirk klantgedreven. Zij willen self- en full-service de koop kunnen sluiten, online en offline, direct en indirect. “Er moet een mix van kanalen gefaciliteerd worden. Een vertegenwoordiger moet het e-commerce pakket ook kunnen gebruiken om de order van de klant te plaatsen.”

Welke set-up?

Niet alleen de functionele eisen, ook de opzet van het e-commerce platform zelf is iets waar bedrijven over na moeten denken. Forrester onderscheidt hierbij drie opties:

All-in-one

Een alles-in-een oplossing biedt alle pijlers van e-commerce aan (commerce management, marketing, experience management, order management en PIM) en is volgens Forrester vooral interessant voor bedrijven die hun bestaande platform willen vervangen, MKB’ers die niet het budget hebben om verschillende tools op elkaar af te stemmen en bedrijven die net begonnen zijn met het ontwikkelen van e-commerce. Daarnaast ziet Dirk de Bruijn mogelijkheden voor pure players. “Ik sprak pas een technologische groothandel die een aparte online formule heeft opgezet, waarbij alleen via internet wordt verkocht. Als je daarmee snel van start wilt gaan, dan is een all-in-one oplossing een goede optie.”

Best-in-breed

Het is ook mogelijk om voor elke benodigde functionaliteit de beste oplossing op de markt te kopen en al die oplossingen aan elkaar koppelen. Dat kost wel veel tijd en geld. Een meer strategische aanpak is om een e-commerce platform als uitgangspunt te nemen en waar nodig aanvullende toptools te implementeren. Dit gebeurt met name op enterprise-niveau en bij bedrijven die veel ervaring hebben in e-commerce.

Headless

Headless e-commerce platformen hebben geen front-end, waardoor de userinterface op maat moet worden gemaakt. Bedrijven die hiervoor kiezen hebben veelal een web CMS en marketingtoolsets waar ze gebruik van willen blijven maken of ze willen innoveren met e-commerce op nieuwe interfaces zoals conversational of social commerce. “Ik heb zo’n oplossing tot nu toe bij één organisatie gezien,” zegt Dirk. “Zij hadden een ERP-systeem voor alle backend-processen en een data-assetmanagement-tool voor foto’s en video’s en een e-commerce platform. Al die data werden gerenderd naar een Javascript generator die de front-end vormt. Dit bedrijf was heel erg gefocust op snelheid aan de voorkant, dus een korte laadtijd van de site voor de gebruiker.”

Kiezen in de praktijk: Fluiconnecto

Fluiconnecto is gespecialiseerd in hydrauliek en actief in 31 landen. Eind vorig jaar werd besloten om e-commerce ‘op te tuigen’, vertelt Group E-commerce Manager Krimo Maadi. “Steeds meer klanten willen online kunnen bestellen en wij zien het daarnaast als een goede mogelijkheid om nieuwe klanten te vinden. Onze producten lenen er zich ook goed voor. Daarom zijn we vorig jaar zomer begonnen met ons te oriënteren op hoe we dit kunnen opzetten.”

Uitgangspunt bij de selectie van een e-commerce platform is vooral om in zoomen op bedrijfsspecifieke vereisten, stelt Krimo. “Ieder platform biedt tegenwoordig de belangrijkste standaardfunctionaliteiten zoals een winkelmandje. Voor ons als Fluiconecto is het belangrijk dat het platform geschikt is voor het beheer van meerdere webshops in verschillende talen én dat we aan medewerkers rollen kunnen toekennen met de bijbehorende autorisatieniveaus. We hebben de marketing decentraal ingericht, omdat lokale mensen de meeste kennis van de markt hebben. Maar zij hoeven niet in detail te kunnen zien wat er in de andere landen gebeurt.”

In het selectieproces heeft Krimo ervoor gekozen zich niet op de standaardfunctionaliteiten te concentreren. “De feature list kun je downloaden op de website van de leverancier. Wij hebben vooral gekeken naar de vendor zelf en diens partners, het financiële model, de architectuur van het platform, integratiemogelijkheden en gebruikersvriendelijkheid. De RFP/RFI richtte zich dus op zakelijke en technische punten die van belang zijn als je zo’n investering doet. Van daaruit hebben we eerst het platform gekozen. Vervolgens hebben we implementatiepartners uitgenodigd voor interactieve demo’s van een aantal specifieke use cases, zodat we konden zien hoe partners daarmee omgaan, wat de dynamiek is met de leverancier, enzovoorts. Dit traject hebben we in drie maanden doorlopen.”

Er is vervolgens gekozen voor Intershop als platform met daarnaast een aparte PIM-tool. “Gaandeweg zullen we andere tools aankopen, we gaan voor de best-in-breed aanpak. Maar dat is toekomstmuziek. De basis zoals we die nu hebben is voldoende om goed van start te kunnen gaan.”

MS Schippers: B2C look & feel, B2B achterkant

Jules van der Werf is marketingmanager bij MS Schippers, toeleverancier van agrarische bedrijven. De webshop is actief in tien landen en zeven talen en kenmerkt zich door een B2C look & feel. “Dat is natuurlijk een bewuste keuze. We willen nieuwe klanten trekken en dat gaat gemakkelijker als de site vertrouwd aanvoelt.”

Van belang bij de selectie van een e-commerce platform was dat deze nieuwe technologische ontwikkelingen (mobile, responsive) en de verschillenden landensites en talen aan zou kunnen. Aan de achterkant moest het systeem een aantal specifieke B2B-kenmerken kunnen ondersteunen. “Herhaalbestellingen zijn op ons vakgebied heel belangrijk, dat zie je bij bol.com en CoolBlue natuurlijk minder. Verder zorgen we er door middel van favorietenlijsten voor dat de verschillende typen agrarische bedrijven bij de juiste informatie terechtkomen. Een pluimveehouder kan kippen hebben vanwege de eieren, maar ook om kuikens te fokken. Beiden hebben behoefte aan andere producten. Maar de personalisatie gaat nog verder. Een varkenshouder krijgt straks geen foto van een koe meer te zien op onze site. Dat levert een spanningsveld op, want de hoeveelheid content neemt enorm toe als je dit goed wilt doen. We zijn nu aan het kijken hoe snel we dit kunnen invoeren.”

Een ander typisch B2B-kenmerk dat het platform volgens Jules aan moet kunnen, is het feit dat agrariërs vaak verschillende bedrijven hebben. “Als ze meer stallen hebben dan zijn die ondergebracht in aparte bv’s. Maar de eigenaar moet wel kunnen zien wat er overal is besteld, dus het moet makkelijk zijn om tussen accounts te switchen. Het prijsbeleid is ook een groot verschil tussen B2B en B2C. We hebben met bepaalde klanten prijsafspraken en die moeten natuurlijk wel online zijn verwerkt anders kunnen zij niet in de webwinkel bestellen. Verschillen in belastingen dangerous goods-heffingen verhogen de complexiteit.”

Dit alles leidde ertoe dat de keuze op Intershop viel. “Wat een beetje meespeelde was dat we hier een aantal Java-developers hebben zitten die al ervaring met dat platform hadden. Dat scheelt in de implementatietijd. In 23 weken zijn we live gegaan met tien landen. We zitten nu in de feedbackfase. Onze salesmedewerkers gebruiken hetzelfde systeem als de klant en dat levert ons heel veel goede respons op. Mijn belangrijkste adviezen zijn dan ook: zorg dat je helder hebt aan welke bedrijfsspecifieke eigenschappen het systeem moet voldoen en betrek de medewerkers bij het verbeteren van de gebruikerservaring.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nominaties Lokale Omroep Awards 2017 bekend

Posted 19 Jun 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De organisatie van lokale omroepen in Nederland, OLON, heeft de nominaties bekendgemaakt voor de Lokale Omroep Awards 2017. Dit jaar zijn er 26 nominaties verdeeld over de categorieën: Innovatie, Presentatietalent, Video, Nieuws en Audio.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘Online video-industrie moet zich meer als artdirector gedragen’

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Online video wordt de komende jaren alleen maar korter en platter, dat zegt Lawrence Kao van The Narrative Digital Studios op VidCon Europe. Dat is in zijn ogen alleen maar slecht voor het ambacht filmmaken. Hij hoopt dat de industrie zich meer gaat gedragen als artdirector en nadenkt over de vraag hoe je digitale makers met grotere en betere projecten kunt belonen.

Kao’s productiehuis The Narrative werkt met voor omroepen en filmstudio’s die ruimte geven voor journalistiek en goede verhalen. Het Londense bedrijf werkte bijvoorbeeld aan digitale series voor de BBC, National Geographic en CNN. Hij ziet zichzelf daarom liever als filmmaker dan als producent van content. Wat hem betreft draait het om het vakmanschap: langere ontwikkeltijden en goede narratieven. ‘Heel eerlijk gezegd denk ik dat niemand op VidCon ooit het doel had om videomaker of beautyvlogger te worden. Ze zijn waarschijnlijk geïnspireerd door een film- of TV-ster.’

Doordat hij zowel voor Europese als Amerikaanse opdrachtgevers werkt, ziet Kao dat de online video-industrie hier anders omgaat met digitale content dan in de VS. ‘Amerikaanse omroepen en platformen kijken voornamelijk naar de cijfers en de populariteit van YouTube-makers. In Europa gaat het allereerst om het verhaal.’ Natuurlijk zegt hij ook te streven naar bereik, distributie en samenwerking met het grootste talent. Maar het moet vooral bijdragen aan het grotere idee.

‘BBC’s Planet Earth krijgt echt niet zoveel views door David Attenboroughs stem alleen. Dat is het resultaat van geweldig geproduceerde content. Online video benaderen ze op een zelfde wijze. Anders krijg je alleen maar oppervlakkige content.’

Agile werken als filmmaker

Met een achtergrond als programmeur is Kao voor de filmwereld een vreemde eend in de bijt. Maar wat hem betreft helpt zijn vroegere werk hem juist om de traditionele filmwereld te veranderen.

Zo vertelt hij jarenlang gewerkt te hebben met de watervalmethode voor software-ontwikkeling. Een methode die uitgaat van de vaststaande fases analyse, ontwerp, implementatie en verificatie. ‘Op een dag werkte ik als filmmaker aan een project en realiseerde me dat ik geld had gereserveerd voor onderzoek, ontwikkeling, design productie en post-productie’, vertelt hij op VidCon Europe. Terwijl de softwarewereld inmiddels weet dat dit een verre van ideale werkwijze is, is de filmwereld nog altijd hetzelfde. ‘Waarom is dat in de laatste dertig jaar niet veranderd?’ Met respect voor het traditionele filmmaken zegt Kao het ‘agile’ alternatief te gebruiken voor de productie van online video’s. ‘Als we YouTubes principes en het agile werken goed combineren denk ik dat we sneller dan anderen hits scoren.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sony duo verhuist naar Apple

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Apple heeft twee directeuren van Sony Pictures in dienst genomen. Jamie Erlicht en Zack Van Amburg gaan de video-activiteiten van Apple verder uitbouwen.

Bij Sony waren beiden verantwoordelijk voor enkele van de populairste series van het afgelopen decennium, zoals de toppers Breaking Bad (en de spin-off Better Call Saul), The Crown, Rescue Me en andere.

Apple wil in navolging van onder meer Amazon meer eigen producties gaan aanbieden via iTunes. Recentelijk werd Planet of the Apps uitgebracht en in het najaar volgt Carpool Karaoke.

Behalve het Sony duo zou ook HBO’s Michael Lombardo Apple gaan versterken.

Het duo rapporteert aan Eddy Cue, hoofd software en diensten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Emerce eFashion: ‘Digital stórmt de winkels binnen’

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Retail zit middenin de grootste revolutie uit haar geschiedenis. Een golf van innovatie, creativiteit en verfrissend ondernemerschap. Hoe kies je uit alles wat crossborder in multi- en omnichannel te bieden heeft de juiste partners en distributiemodellen? Pak de kansen, word winner. Ger Boersma, gepokt en gemazeld in de internationale retail in directiefuncties, geeft op Emerce eFashion een overzicht van de huidige en toekomstige mogelijkheden.

Je recente boek heet Retail in oorlog. Is er nog wel sprake van een gevecht? De aanvallers (online) hebben weinig moeite om retailers van de markt te drukken.


“Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad zo dat de ene winkelketen na de andere omvalt onder het geweld van de aanvallers. Ooit onverwoestbare merken verdampen. Zelfstandige retail wordt bijna uit de markt gedrukt. Winkelstraten in losersteden zien er beroerd uit. De opmars van de aanvallers lijkt niet te stuiten.

“Maar zo eenvoudig is het toch niet. Revoluties gaan nu eenmaal niet zonder geweld en retail zit middenin de grootste van alle revoluties uit haar geschiedenis. De muntjes en krachten zijn ook nog eens oneerlijk verdeeld. De moderetailer die geld van de bank wil krijgt niet eens koffie, de bankmannen sprinten naar hun leasebak als de retailer binnenkomt. De grote jongens als Amazon, Alibaba en in de mode Zalando komen op een makkelijke manier aan geld. In de top tien van de meest waardevolle bedrijven ter wereld staan maar liefst acht technologieconcerns. Zowel privépersonen als fondsen investeren als gekken in deze bedrijven om vooral niets te missen aan waardevermeerdering en klagen tegelijkertijd dat het zo slecht met de stenen retail gaat. Die heeft dan ook weinig kans tegen de opmars van online.

“Er is echter meer aan de hand. E-commerce versmelt met retail tot een digitaal distributiemodel. Digital sluipt instore retail binnen, beter gezegd stórmt de winkels binnen. On- en offline groeien naar elkaar toe. Amazon opent boekwinkels, kassaloze foodstores en food drive-ins. Zalando opent outletstores, koopt ketens en biedt ship from store concepten aan waar een volledige integratie plaatsvindt tussen merk, marketplace en retailer. Het is dus niet zo simpel dat online de stenen wegblaast; er vindt een wedergeboorte van de stenen winkels plaats, zou je bijna zeggen.

“Dat proces wordt zoals gezegd aangejaagd door het geld vanuit investeerders, maar laten we vooral ook Koning Leeuw (de consument) niet vergeten. De wereld is in korte tijd omgekeerd: de consument bepaalt nu waar, wanneer en bij wie wordt gekocht. Grenzeloos. Dat was vijftig jaar geleden wel even anders. De producent was de baas en de winkel een doorgeefluik naar de consument. De retailers riepen in koor dat de klant koning was, wat heel lang onzin is geweest. Nu niet meer: de rollen zijn omgedraaid. De koning heerst als een leeuw over zijn onderdanen, in dit geval de merken en de retailers. De prooi wordt 24/7 opgejaagd en het smakelijke hapje wordt verschalkt als het goed of goedkoop genoeg is.

“Het onder vuur liggende deel van retail voelde zich altijd superieur, heeft te lang zitten wachten, te weinig geïnvesteerd in vernieuwing en heeft de aanvaller niet zien aankomen. Schoenen moet je immers in de winkel passen en kleding moet je kunnen voelen. Dat kun je niet via internet verkopen. Dat weten we ondertussen, ieder vierde paar schoenen gaat in ons land via het net. Bij onze oosterburen wordt al bijna een derde in mode, schoenen en sport via het net verkocht. En de rek is er nog niet uit. Het is als een communicerend vat, wat er bij de een bijkomt gaat er bij de ander af. Of toch niet?

“Eén ding is zeker, het aandeel van de stenen retail slinkt naar zo’n 60 procent in de komende jaren. Waar staan we nu? De wedstrijd is op dit moment een gelijkspel tussen ups en downs. Alles is mogelijk. Niemand is op voorhand verloren, maar niemand is ook zeker van zijn voortbestaan. Dus aanvallen. Er zijn voldoende kansen. Meer dan ooit misschien wel, zij het gepaard aan reusachtige risico’s. Is het nog wel de moeite waard om die risico’s te nemen? Met die mentaliteit is niet alleen Amazon groot geworden. Nieuwe merken en initiatieven en start-ups schieten als paddestoelen uit de grond omdat het lef van de geldschieters en initiatiefnemers groot is, of omdat ze heilig geloven in wat ze doen, of omdat ze hopen ‘helemaal binnen te lopen’.”

“Het gevecht is nog niet afgelopen, het is net begonnen, het is dag 1 van de geschiedenis van internet. Het veranderingsproces gaat in een duizelingwekkend tempo en is bijna niet bij en vol te houden, in ieder geval niet voor de minder kapitaalkrachtige retailers. Retail is en blijft een orgie van innovatie, ondernemerschap, creativiteit, organisatie en technologie — en van concurrentie natuurlijk. Het gaat er hard aan toe. Winner takes all, lijkt het wel. De namen van de huidige winnaars kennen we allemaal, of zien we er een paar over het hoofd? Zijn de winnaars van de komende jaren de gedoodverfde kandidaten van nu, of worden de kaarten toch steeds opnieuw geschud?”

In de schoenenbranche zijn de afgelopen jaren bijna 800 winkels verdwenen. Zijn er nog winkels in de fashionsector die wel succes hebben? Wat is hun geheim?

“Er zijn duizenden winkels verdwenen, niet alleen schoenenwinkels, ook in de mode en sport heeft er een behoorlijke kaalslag plaatsgevonden. En het einde is nog niet in zicht, de komende jaren verdwijnen er nog eens duizenden winkels. De weidewinkels doen het de laatste jaren gewoon goed, het kan dus wel. In kleinere steden als Bavel, Franeker, Tiel, Zuid-Beijerland, Wilp, Rijssen, Gorredijk, Tilligte en Dussen staan hele grote winkels met een breed assortiment in mode. Bedrijven die worden gerund door vaak meerdere generaties van families. De benaming ‘weidewinkels’ doet ze eigenlijk geen eer aan, want het zijn stuk voor stuk modepaleizen met een enorm aanbod aan merken en een geweldige service. Vijf- tot zevenhonderd modemerken onder één dak is zeker geen uitzondering. Goede parkeergelegenheid in combinatie met een breed aanbod en een café en restaurant maakt een bezoek aan dat soort winkels tot een dagje uit. Plezierige ontvangst, vermaakservice als de broek of rok net iets te lang is en een verkoper die je op een aangename en niet opdringerige wijze in het verkoopproces begeleidt. Dit soort bedrijven hanteert vaak slimme loyaltysystemen en biedt soms een gratis kopje koffie of livemuziek waardoor de klant graag terugkomt.

“Verder zie je dat retailers en ketens die hebben begrepen dat de nieuwe wereld om data draait succesvol zijn. Hunkemöller wordt daarin vaak genoemd, er zijn gelukkig ook zelfstandige retailers die dat goed aanpakken. Ze zijn echter in de minderheid, voor het overgrote deel houdt technologie op bij het hebben van een elektronisch telraam en voor velen is zelfs dat al uitdagend, data uitwisseling via EDI is daar een goed voorbeeld van.

“Bij het gros van de merken is het overigens niet anders gesteld, mode- en schoenenmerken zijn emogedreven, het gaat om het kleurtje en het stofje. De nieuwe wereld is kil en rationeel, datagedreven. Een wereld van verschil. Data en systemen inzetten in een klantgericht model, daar draait het voor de retailer om. Terug naar ieders kerncompetentie. Die van producent en merk is het product, die van de retailer het verkopen van dat product. Aan elkaar gekoppeld via de moderne platformtechniek. Voor de retailer geldt dat data en systemen in combinatie met e-marketing in een klantgerichte aanpak de sleutel tot succes is. Een mondvol kreten die door veel retailers niet worden begrepen, er zit domweg te weinig kennis die de nieuwe aanvallers wel bezitten.

“Succes in de toekomst zit in nieuwe samenwerkingsmodellen waar voorraad uit de keten wordt gehaald. Ook ketenverkorting speelt een belangrijke rol. Alleen zo kunnen midsized merken en retailers overleven. Niet de retailer ‘volstoppen’ met spullen omdat het salesbudget van het merk met 5 procent is verhoogd. Het merk zal moeten leven met het feit dat risicodragend voorraad wordt gehouden. Zij zijn uiteindelijk ook degene die horen te weten wat de consument in de komende maanden wil kopen. Het gevolg hiervan is dat de retailer een lager kapitaalbeslag heeft voor financiering van de voorraad. Het vrijvallende geld kan dan worden geïnvesteerd in zijn kerncompetentie, klantgerichte retailing. Voor producent en merk geldt dát het merk wordt gekocht, voor de retailer wáár het wordt gekocht, en door wie. Zo simpel zijn de kaarten verdeeld.

“Verder is er een hoofdrol weggelegd voor delen. Delen van data, delen van verkoopinformatie, delen van voorraden, delen van kennis en delen van marges. Sharing economy in optima forma. De Airbnbs en Ubers doen het ons voor via de platformtechniek waar service providers en users worden geconnect voor wederzijds voordeel. Een vergelijkbaar platform is ook beschikbaar voor producent, merk en retailer in fashion, schoenen en sport. Op eFashion is dit mijn hoofdthema, maak data systeemonafhankelijk via het platform voor alle deelnemende partijen op een simpele wijze toegankelijk.”

In Zevenaar wil men een Factory Outlet Center openen. Zijn deze outlets niet een beetje als de Actions onder de modewinkels? De belevenis van graaien en goedkoop kun je online nog moeilijk evenaren.

“De vergelijking met Action vind ik niet opgaan. Deze keten zit aan de onderkant van de prijsmatrix met een breed assortiment in een low price aankleding. De outletcenters zijn stuk voor stuk architectonische hoogstandjes waar ook hoge eisen aan de winkels worden gesteld. Veel outletwinkels misstaan niet in de normale voetgangerszones. Wel is er een duidelijke trend in de Aldisering van de mode, goede artikelen tegen lage prijzen. Buiten de Nikes en Adidassen lijken de merkwaardes voor de nieuwe generaties af te nemen waardoor goed en goedkoop in fashion prima samengaan. Het succes van H&M, de Inditex merken en Primark spreekt boekdelen.

“Consumenten zijn altijd in voor een koopje. Dat is het principe waaraan de outletcenters hun bestaansrecht danken. Omgekeerd zijn investeringsfondsen altijd in voor een goed rendement, ook daaraan danken de outletcenters hun bestaansrecht. Tel beide zaken op, voeg er nog wat village-uitstraling en enthousiasme van consument en merk aan toe, en we zien een fenomeen dat zich op een ongekend succesvolle manier heeft bewezen in de zich verder stroef ontwikkelende Europese stenen retailindustrie.

“Het outletstore concept is overgewaaid vanuit Amerika. Ooit gestart als fabriekswinkelverkoop van beschadigde goederen. In de jaren zeventig ontstonden daar de eerste multibrand-outletcenters die uiteindelijk uitgroeiden tot de designer outletcenters zoals we die nu kennen in Lelystad, Roermond en Roozendaal. In Europa staan honderden van dit soort centers. Bezoek het mekka van de outlets eens in het vlakbij Stuttgart gelegen Metzingen. Daar kan niet meer gesproken worden van outlets, het zijn luxe winkels waarvan een aantal op de Champs-Élysées niet zouden misstaan. Puma heeft er net als Oakley, Move, Marc O’Polo, Tommy Hilfiger een slagschip staan en de vernieuwde en sterk vergrote Hugo Boss vestiging kent op zaterdag lange wachtrijen. Bally, Miu Miu, Ermenegildo Zegna, Porsche Design, Tod’s, Swarowski, Diesel maar ook Lindt, Milka en Tchibo hebben er outletwinkels. Een aantal jaren geleden is het concept omgedoopt tot ‘Outlet City Metzingen’ en de stad met twintigduizend inwoners verwelkomt bijna vijf miljoen bezoekers per jaar.

“Online zijn er voldoende mogelijkheden om te graaien, er zijn tientallen off-priced marketplaces, vaak bedrijven met honderden miljoenen en soms miljarden omzet. Voorbeelden hiervan zijn Vente Privee, Zulily, Monoqi, Clubsale, Ozsale, Limango, Secret Sales, Clubsale, Ruelala. Zalando kent Zalando Lounge waar merken tot wel 70 procent korting worden aangeboden. Amazon is gestopt met Myhabit en BuyVIP. Op zich niet onlogisch, het aanbod op deze gigant is zeer breed en de prijstransparantie is maximaal. Even goed zoeken en je vindt de Samsonite koffer er met 100 euro prijsverschil, ook van de nieuwste collecties. Check ook nog even op één van de andere Europese Amazon landen of de koffer mogelijk nog goedkoper wordt aangeboden. Een Levis 501 vind je in 1 kleur en 1 maat met prijsverschillen van factor twee tot drie. En als klap op de vuurpijl kun je ook via de Amazon app instore de barcode van het artikel even scannen om te zien welke prijs Amazon biedt. Horror voor retailers.”

Sommige winkels proberen nieuwe technologie: interactieve spiegels. Maar nog even en deze spiegels staan bij ons thuis. We kunnen dat jurkje meteen virtueel aantrekken, de maat wordt door de spiegel gemeten, en hoeven alleen nog op de bezorgers te wachten. Verwacht jij die toekomst ook?

“Je hoeft niet eens meer op de bezorger te wachten, van de Israëlische designer Danit Peleg kun je de artikelen thuis 3D printen. Het is allemaal geen toekomst meer, het bestaat al, kunstmatige intelligentie rukt in snel tempo op. AI – artificial intelligence – gaat ons leven in snel tempo veranderen. Ongemerkt is het onze smartphones binnengeslopen. Amazons Echo is alive and kicking en nu al niet meer weg te denken. Zelfs met deze kleine greep uit wat er nu al speelt, zie je dat het tempo hoog ligt

“De paskamer in de winkel is verlegd naar die in de woonkamer. De consument is de baas. Schakels zonder meerwaarde verdwijnen. In de keten wordt door alle partners samengewerkt, naadloos zoals ondergoed naadloos kan zijn. IBM, Apple, Amazon en hun soortgenoten hebben kunstmatige intelligentie geïntegreerd in onze dagelijkse samenleving. In het koopgedrag weten merk en retailer alles van de consument via big data en cognitieve systemen.

“Het koopgedrag is vereenvoudigd: wat je à la minute nodig hebt, is beschikbaar via geautomatiseerde processen. Winkels zijn daarvoor niet meer nodig, want producenten verzorgen de directe levering. Logistieke processen nemen in belangrijkheid toe.

“De Amazons en Zalando’s spelen daar op in. Spreek met Alexa en de pizza wordt geleverd. De Zalando-bot kleedt je. Apple, Google en Facebook zijn de nieuwe bank. Amazon Polly leest je via AI het artikel uit de krant voor. Spraak naar tekst was er al, tekst naar spraak is er nu ook.

“De CV-ketel bestelt de printplaat, de vaatwasser regelt na vijftig spoelbeurten dat er vaatwastabletten worden besteld. De huisairco bestelt via Amazon de monteur die minstens vier sterren heeft. En dan zijn er de abonnementen. Nieuwe business modellen waarin ook de producent op een simpele wijze aan de retail voorbijgaat. De producent levert direct aan de consument. Via smartphones, muziek via Spotify, films via Netflix, een abonnement op ondergoed of scheermesjes als Shaversclub of Dollar Shave Club, het foodabonnement van Hello Fresh, Delivery Hero of Marley Spoon. Na de consumentenbestelling vanuit een van de deelnemende webshops snijdt de bloementeler de bloemen vers af. PostNL levert het boeket slim verpakt next day. Verser gaat niet, het model is up and running. Van Samsung leasen we licht, lampen gaan langer mee. Al deze producten en diensten worden mobiel of thuis geleverd en slaan de stenen retail over.

“De passpiegel is er al, Amazons Echo Look gaat nog een stap verder. Je videoot jezelf met Echo, speelt het af op je smartphone en via AI krijg je kleedadvies en spraakgestuurd bestel je een artikel. Wel één lastig puntje, als je als merk of retailer dan niet op dat kanaal aanwezig bent mis je omzet.

Suitsupply en Zalando zijn begonnen met online adviseurs. Gaan we dat vaker zien?

“De Zalando Man Box is niets anders dan een predictive delivery op de voorkeuren die je zelf hebt aangegeven. Via je smaakvoorkeur, je favoriete muziek, je vrijetijdbesteding, je favoriete vakantieland en je eetvoorkeuren weet de AI welke kleding en merken je leuk vindt en stelt op basis daarvan de Man Box samen.

“AI geeft ons chatbots die snel leren en op alle vragen antwoorden geven. Alibaba beheerst de techniek al zo ver dat dagelijks 1 miljoen vragen van klanten volledig door de chatbot worden beantwoord. In Australië heeft de chatbot zelfs al een menselijk gezicht die tegen je praat; ik laat dat op eFashion zien. Online adviseurs zijn robots die via AI met de cloud verbonden zijn en dat zijn de nieuwe verkopers. Mogelijk kijkt er in deze fase nog een mens van vlees en bloed mee, in de toekomst is ook dat overbodig.

“Griezelig? Ja en nee. Merk en retail moeten er op inspelen om te overleven. En dat spelletje beheersen Suitsupply, Zalando en de andere grootmachten tot in de perfectie. Suitsupply is geen pakkenverkoper, het is een technologiebedrijf in een klantgericht model waar 100 man op de IT afdeling werken. Niets doen is geen optie. Of je kiest er voor een minispeler te zijn die een nichemarkt bedient, of je pakt het op in de nieuwe stijl.

“Het oude model is of gaat dood. Belangrijk is dat merken en retailers keuzes maken, uiteindelijk is iedere keuze legitiem. Durf te kiezen voor nieuwe samenwerkingsvormen. Kies voor delen. Of ga verticaal. Grenzen tussen de bedrijfsmodellen vervagen. Er is keus te over en uiteindelijk is de consument de baas – totdat AI bepaalt wat we kopen en dragen. In Retail in oorlog lees je de veranderingen in het distributiemodel én de oplossingen voor producent, merk en retailer hoe in nieuwe businessmodellen kan worden samengewerkt.”

Emerce eFashion wordt gehouden op 22 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

CEO TradeCast: ‘We blijven liever klein’

Posted 17 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zwolle is de stad van wehkamp, maar sinds kort ook wel een beetje van TradeCast. En met een forse investering van twee miljoen euro maakt het jonge videoplatform nog dit jaar de sprong naar Silicon Valley, aldus CEO Yillmaz Schoen.

 Met TradeCast kunnen bedrijven beschikken over een videokanaal in eigen beheer. Zo kunnen bijvoorbeeld brancheverenigingen hun eigen kanaal inrichten of sportbonden hun eredivisies live uitzenden. Waarbij kijkers bovendien deelnemers kunnen worden in de programmering.

Het is een pure cloudoplossing, waaraan ook allerlei verdienmodellen zijn te koppelen, inclusief advertenties. Software hoeft niet geïnstalleerd te worden en ook de hosting is er onderdeel van. De goedkoopste licentie kost 250 euro per maand en geeft je inzicht in kijkersgegevens en analytics, met 2500 euro krijg je alle toeters en bellen, zoals de ondersteuning voor mobiele platforms en kastjes van Roku, Apple TV tot Chromecast. Aan de abonnementen zelf zijn weer bundels gekoppeld voor datagebruik.

YouTube
Daarmee ben je er uiteraard nog niet, want als bedrijf moet je wel zelf investeren in hardware en montage. “Dat hoeft echter niet veel te kosten”, stelt Schoen. “We begeleiden partners daar ook wel in. Hoewel we ook klanten hebben die reeds gepokt en gemazeld uit de video- of omroepwereld komen.”

Opmerkelijk is dat het bedrijf werd uitgenodigd door de organisatie van de NAB Show in Las Vegas, veruit de belangrijkste omroepbeurs in de Verenigde Staten. En daar ook nog een mooie prijs in de wacht sleepte. “We hebben nu eenmaal weinig echte concurrenten. Natuurlijk zijn er veel partijen met video on demand-platformen, maar een alles-in-één uitzendoplossing in de cloud is iets waarmee de sector niet veel ervaring heeft.”

En dat is dan ook de reden dat de CEO voorheen nogal eens als reactie kreeg dat wat TradeCast aanbiedt, je ook op YouTube kunt doen. Maar YouTube heeft als nadeel dat willekeurige advertenties voor en na de content worden getoond. Verder zijn er slechts summiere cijfers over kijkgedrag beschikbaar en zijn kijkers niet rechtstreeks te benaderen. Bij TradeCast wel.

Valley
Overigens heeft techreus Google, het moederbedrijf van YouTube, al in een vroeg stadium interesse getoond om van gedachten te wisselen over de wereldwijde uitrol.

Die er nu ook lijkt te komen, zij het vooralsnog zonder Google. Na de eerste stappen in 2014 zijn de ontwikkelingen de laatste maanden namelijk in een stroomversnelling geraakt. Met dank aan een nieuwe financieringsronde. Na enige tijd geleden al eens 1,2 miljoen euro opgehaald te hebben bij privé-investeerders, komt daar nu twee miljoen euro bij.

Hoewel het bedrijf de internationale markt tot nu toe vanuit Zwolle heeft bediend, wordt nog dit jaar een bescheiden kantoor in Silicon Valley geopend. Wat Schoen betreft blijft het hoofdkwartier in Zwolle. Want zoals de stad trots is op TradeCast, geldt dat ook vice versa. En – niet onbelangrijk – wordt via Regiozwolle.tv ook regionaal nieuws aangeboden.

Zo groot als stadsgenoot wehkamp wil Schoen op termijn ook niet worden, stelt hij. “Ik wil hier geen honderden mensen hebben werken. Met vijftig mensen kunnen we prima de wereldmarkt bedienen.”

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#159).

Foto: Vincent Boon (in opdracht  van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

De belangrijkste veranderingen in WordPress 4.8

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs bracht WordPress haar nieuwste versie, WordPress 4.8, uit. Traditiegetrouw draagt ook deze editie de bijnaam van een jazzmuzikant, dit keer Bill Evans. Hoewel 4.8 minder spannende features dan 4.7 bevat, is dit hét moment om te updaten mocht je dat nog niet gedaan hebben. In dit artikel de belangrijkste nieuwe features op een rij.

Nieuwe features voor gebruikers

  • Nieuwe media-widgets

Widgets zijn in intuïtiever en gebruiksvriendelijker dan in voorgaande WordPress-versies. Dankzij de text-, image-, video-, en audiowidget hoeft een gebruiker geen HTML-code meer in te voeren voor dynamische content. Tekst is via een WYSIWYG-editor in te voegen en beeldmateriaal is eenvoudig up te loaden.

  • Link boundaries

Het updaten van een link ging voorheen niet altijd even makkelijk, maar met de nieuwe ‘link boundaries’ features gaat het nu iets eenvoudiger. Als je een link selecteert, geeft deze in het blauw de grenzen aan. Hierdoor kun je gemakkelijk een tekst toevoegen aan het begin of eind van de link. Wat misschien een kleine toevoeging lijkt, is iets wat WordPress uiteindelijk nog intuïtiever maakt dan het al is, zo lijkt het.

  • Dichtstbijzijnde WordPress-meetups

In 4.8 krijg je in het dashboard te zien waar de dichtstbijzijnde WordPress-bijeenkomsten zijn. Helaas dit jaar geen landelijke WordCamp maar mogelijk vindt er wel een event plaats bij jou in de buurt. Vanaf nu kan je dat dus handig zien en bijhouden vanuit het dashboard.

Onder de motorkap

Onder de motorkap zijn er ook een paar kleine veranderingen gedaan in WordPress 4.8.

  • Customizer is responsive geworden

De Customizer van WordPress is responsive geworden. Het schalen van de Customizer feature gebeurt nu op basis van percentages in plaats van pixels, waardoor het beter en scherper op grotere (retina) schermen te zien is.

  • Core support voor WMA en WMV-file formats verdwijnt

WordPress 4.8 zal geen ondersteuning meer bieden aan WMA en WMV-file formats. Deze werden in voorgaande versies gebruikt voor het embedden van bijvoorbeeld Silverlight-toepassingen.

  • Veranderingen in de editor API

Er is een nieuwe API voor de TinyMCE editor. Daarmee kan de editor dynamischer samenwerken via JavaScript.

Upgraden voor betere veiligheid

Is je versie ouder dan of gelijk aan versie 4.7 of versie 4.7.1? Dan is het hoe dan ook verstandig op te updaten naar versie 4.8. In WordPress-versies 4.7 en 4.7.1 zat namelijk een kwetsbaarheid verstopt waarmee kwaadwillenden via contentmodules de WordPress-website konden infecteren. Updaten naar de nieuwste versie bied je dus wat extra veiligheid.

Overigens kun je ook andere dingen inregelen om WordPress veilig te houden. Lees de tips van onze servicemanager Arne Coomans om WordPress veilig te houden.

*) Dit artikel is tevens gepubliceerd op de website van True.nl



Lees het volledige bericht op Emerce »

New York Times, Bellingcat en Hackerspace op Dutch Digital Day

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De sprekers van Dutch Digital Day zijn bekend, de derde editie van de inspiratiedag van Dutch Digital Agencies. Centraal thema is: de impact van digitale superkrachten.

In een tijd van alternatieve feiten, naderende vloedgolven en vergaande vrijheidsverwaarlozing is er nog meer reden om impact te maken en de wereld verder te veranderen. Daarom staat Dutch Digital Day op vrijdag 30 juni in het teken van ‘With great power comes great responsibility‘.

De locatie is Undercurrent in Amsterdam.

Eerder werden Yu-Kai Chou (SXSW-spreker en Gamification Expert) en Mandy Smith (TEDx-spreker en bekend met Papersmith), Justin van der Lek (Visual Effects Artist, o.a. Star Wars), Taira Akbar (producent documentaire ‘When two worlds collide‘) en Sam van Aken (Tree of 40 Fruit) al aangekondigd.

Inmiddels kunnen Christiaan Triebert van Bellingcat en Deborah Acosta (videojournalist New York Times) aan de line up toegevoegd worden. Japie Stoppelenburg zal ingaan op de eeuwige strijd als creative aan de hand van zijn boek ‘You are a legend and everybody else sucks‘. Pieter Omvlee van Sketch zal dieper ingaan op het ontstaan van Sketch en de manier waarop dit zijn leven veranderd heeft. De dag zal worden afgesloten door icoon Mitch Altman van Hackerspace, die zal vertellen over de impact van hacken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sabine van der Plas (Sweek): ‘Wat YouTube is voor video’s zijn wij voor verhalen en fictie’

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een open en sociaal platform voor lezers en schrijvers. Dat is Sweek.com. Bedacht in Rotterdam, negen maanden geleden live gegaan en inmiddels 130.000 gebruikers wereldwijd. Waarbij Latijns Amerika de grootste markt vormt.

“Het past heel erg bij de levensstijl en cultuur daar”, aldus Sabine van der Plas, co-founder en marketing manager bij Sweek. Zij doelt op een jongerencultuur waarbij de smartphone centraal staat en online sociaal gedrag belangrijk is. 



Lees het volledige bericht op Emerce »