Posts Tagged ‘vakblad’

Drie finalisten voor SAN New Kids on the Block

Posted 09 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Hammerfest, Phenomenons en Vertigo 6 zijn de finalisten van SAN New Kids on the Block, de verkiezing van de nieuwe generatie bureaus die enkele jaren terug is overgenomen door de Stichting Adverteerdersjury Nederland van de initiatiefnemers B&BA/Brand & Business Architects en het vakblad FONK.

De uiteindelijke winnaar wordt bekend gemaakt tijdens de uitreiking SAN Accenten 2017 op donderdag 31 mei in Studio 21 te Hilversum.

De hoofdjury staat onder leiding van Guda van Noort, in het dagelijks leven directeur van het SWOCC en Associate Professor aan de UVA.

Foto: Nicolette Hulsebos (FONK), Baba Touré (Hammerfest) Jasper van der Pijl (Pon/SAN) Guda van Noort (voorzitter, SWOCC), Guy Lokhoff (Hammerfest), Mike Hendrixen (Vertigo 6), Rob Benjamens (B&BA) en Fred Moolhuijsen (B&BA). Onder Ruben Smit (Phenomenons).

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

De online lessen van Theo van Vugt (Cobouw)

Posted 02 mei 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Nu steeds meer redacties online gaan werken steekt de vraag de kop op: wat werkt wel en wat niet? Villamedia legt die vraag voor aan redacties die voorop lopen. In deze aflevering: Theo van Vugt, hoofdredacteur van bouwvakblad Cobouw.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Vernieuwde online platform Adformatie gelanceerd

Posted 06 apr 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Vakblad Adformatie heeft zijn website vernieuwd. Met ingang van vrijdag 6 april staat het vernieuwde online platform online. Het nieuwe Adformatie richt zich op marketing, media, creatie en communicatie, meldt…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Zamro’s uitdaging: ‘Werven van programmeur én technische vakman’

Posted 20 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Voor een jong e-commercebedrijf is het een uitdaging om de eigen groei bij te benen. Afgelopen jaar nam Zamro dertig nieuwe medewerkers aan, dit jaar groeit het B2B-bedrijf waarschijnlijk met weer eenzelfde aantal. Sourcer en recruiter Adriaan van der Heijden deelt zijn aanpak en kijk op werving op Emerce Recruitment. “Werving kan over het algemeen een stuk creatiever.”

Zamro, online groothandel voor technische onderdelen en gereedschap, groeit. Tegen het einde van afgelopen jaar maakte het bedrijf bekend precies op het goede moment te zijn gestart. Kleine en middelgrote bedrijven zoeken naar online alternatieven voor bijvoorbeeld de traditionele groothandel. Het bedrijf draaide ieder kwartaal dubbele groeicijfers.

Developer naast vakman

Die groei gaat hand in hand met meer personeel, vertelt Adriaan van der Heijden, die zich er sinds enkele maanden richt op de werving. De uitdaging daarvan is dat er niet alleen ontwikkelaars nodig zijn – doorgaans al een flinke opgave – maar ook allerlei productspecialisten met een technische achtergrond. “Behalve specialisten in javascript zoek ik dus bijvoorbeeld experts in draaien en frezen. We willen onze klanten daadwerkelijk ondersteunen bij hun aankoop, daarvoor moet je kennis in huis halen.”

Voor de invulling van al die posities gebruikt Van der Heijden steeds minder ‘klassieke’ recruitment. In plaats van een vacature te publiceren en te hopen op tientallen sollicitanten, gelooft hij sterk in het precies weten wat je als bedrijf zoekt. Mensen die passen bij het profiel worden vervolgens persoonlijk door hem benaderd. In het algemeen zou ‘sourcing’ wat hem betreft wel een stuk creatiever mogen. Hij ziet recruiters nog geregeld met hagel schieten. “Een algemeen spambericht voor honderden Linkedin-gebruikers, bijvoorbeeld. Ik geloof er niet in.”

‘Bied eigen mensen zicht op promotie’

De eerste stap van werving is om naar jezelf te kijken, legt Van der Heijden uit. “Welke talenten hebben we nodig en waar kunnen de huidige collega’s naartoe groeien? Het is ontzettend belangrijk om een bedrijf zo op te bouwen dat medewerkers mogelijkheden zien voor groei. Daarmee bied je mensen niet alleen een uitdaging, er ontstaat daardoor een cultuur die aan nieuwe mensen laat zien dat iedereen vooruit wil.”

Moeten er voor de nieuwe ‘gaten’ vervolgens mensen worden aangetrokken, dan werkt hij graag met referrals uit het netwerk van Zamro-mensen. “Dat werkt nog altijd het beste. Slimme mensen willen namelijk met slimme mensen werken.” De uitdaging is dan om dan ook daadwerkelijk iedereen hierbij te betrekken. Mede hiervoor is de ‘company stand-up’ in het leven geroepen, het wekelijkse moment waarop alle afdelingen een korte update geven van hun werk. “Dat moment grijpen we aan om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en actief mensen te vragen om personen uit hun netwerk te polsen.”

Op Emerce Recruitment zal Van der Heijden een aantal van zijn favoriete tools delen om mensen persoonlijk te kunnen benaderen. LinkedIn Premium, de betaalde variant, voegt in zijn werk opvallend genoeg weinig toe. Liever zoekt hij op een slimme manier naar websites om achter iemands daadwerkelijke interesses te komen. Speciale Google Alerts die hem wijzen op persoonlijke blogs van ontwikkelaars hebben al eerder hun vruchten afgeworpen. “Het helpt echt als je laat zien er moeite in te stoppen.”

‘Referral op één’

Lastig is het natuurlijk wel om technische specialisten – die soms nog met de ‘poten in de klei’ staan – online te bereiken. Ook de advertentie komt dus nog voor in Van der Heijdens repertoire. “Ik kan inderdaad niet doen alsof we al zonder kunnen. Maar omdat we alles doormeten en dit niet van toevalligheden aan elkaar laten hangen, zie ik exact welke activiteiten ons iets opleveren. De referral staat echt op nummer één, gevolgd door het persoonlijk benaderen.”

Zo heeft Zamro op dit moment een campagne lopen voor de vacature van een technische productspecialist. Het aantal reacties valt echter nog tegen. Niet zo gek ook, die mensen staan op dit moment nog in een werkplaats. Ze overtuigen van het feit dat een kantoorbaan bij een hip e-commercebedrijf dan óók een optie is, lukt online niet altijd. Een volgende stap is daarom om voor dit doel de meer klassieke vakbeurs in te zetten. “We staan daar al voor onze marketing. Mensen die de overstap al hebben gemaakt kunnen ter plaatse en via content in vakbladen hun verhaal delen.”

Emerce Recruitment is op 5 april in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Informatie over tickets vind je hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ronneke van der Genugten aan de slag bij Ariez Medical Publishing

Posted 20 mrt 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Ronneke van der Genugten (1965) is sinds begin maart Publishing Manager bij uitgeverij Ariez in Zaandam (medische vakbladen).

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘Flexwerk holt Nederlandse welvaart uit’

Posted 08 feb 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Flexcontracten hebben een sterk negatieve impact op lonen in Nederland en daarmee bestedingen en welvaart. Twee onderzoekers van De Nederlandsche Bank en vakblad voor economie ESB komen tot die conclusie. Particuliere consumptie per hoofd van de bevolking…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

MediaPersDienst start syndicatiedienst

Posted 01 feb 2018 — by Emerce
Category nieuws

Profactys start in samenwerking met het uitgeversplatform voor freelance journalisten Reporters Online de MediaPersDienst. Die biedt uitgevers en andere partijen de mogelijkheid hoogwaardige journalistieke artikelen over te nemen.

Profactys selecteert een dagelijks aanbod van journalistieke artikelen die honderden freelancers op Reporters Online publiceren. Uitgevers kunnen deze artikelen eenmalig en niet-exclusief publiceren in hun eigen krant, magazine, vakblad, nieuwsbrief of website, voor een vast bedrag per artikel.

In Nederland bestond er op het gebied van fotografie al een dergelijk platform, maar voor geschreven tekst bestonden tot op heden geen mogelijkheden.

Volgens Elise Oosterhof van Profactys is er behoefte aan syndicatdiensten. Uitgevers zijn de afgelopen jaren steeds vaker gaan werken met een kernredactie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vaker online is een race to the bottom

Posted 22 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vast onderdeel van mijn ochtendritueel: de wekker op mijn iPhone gaat af, half in slaap unlock ik hem en open direct een min of meer willekeurig gekozen app. Met één oog in mijn kussen probeer ik een artikel in de NOS-app te lezen. Tijdens het tandenpoetsen scroll ik door Facebook en bij het ontbijt kijk ik naar YouTube. Hè lekker, een nieuwe dag!

Ik vertel niks nieuws als ik praat over de enorme rol die schermen in ons leven hebben ingenomen. De telefoon, laptop, auto en zelfs billboards op straat stralen dag en nacht dwingend hun licht op ons. We kijken ongeveer vijf keer per uur op onze telefoon en brengen gemiddeld acht uur per dag starend naar een beeldscherm door.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onze beeldschermverslaving een grote impact op ons brein heeft: we zijn sneller afgeleid en slapen bijvoorbeeld slechter. Dr. Aric Sigman, verbonden aan de British Psychological Society, heeft de invloed van het gebruik van schermen op de hersenen van jonge kinderen onderzocht en komt tot de conclusie dat het voor permanente schade zorgt: het beschadigt de ontwikkeling om te focussen, te concentreren en het aanleren van cognitieve vaardigheden.

We zijn ons steeds meer bewust van de impact die deze prikkels op ons leven hebben en de meesten van ons voelen zich hier niet altijd even prettig bij. Initiatieven, zoals Timewellspent.io, Freedom of Moments komen steeds vaker (op onze timelines) voorbij. En in de boekwinkel staan boeken als The best Interface is no interface en Irresistible op de cadeautafel.

Hoewel schermen letterlijk de helft van de tijd voor onze neus staan, lijkt het soms een ver-van-ons-bed discussie. We geven liever af op ‘anderen’ die voortdurend op hun telefoon kijken en analyseren uitgebreid hoe grote techbedrijven ons leven infiltreren. We vergeten daarbij na te denken over onze eigen rol in dit proces. Want wij, de digitale professional, draaien zelf ook aan deze knoppen.

Zien en gezien worden

Als strateeg bij TamTam (part of Dept) ben ik dagelijks bezig met de digitale aanwezigheid en zichtbaarheid van onze klanten: Hoe zorgen we ervoor dat we meer touchpoints creëren en welke diensten/producten kunnen we bedenken om continue top-of-mind te zijn? We leren elkaar dat marketing gelijk staat aan gezien worden. Het ‘de-klant-staat-centraal-adagium’ bestaat te vaak uit simpelweg méér aanwezig zijn, waarbij we ons onvoldoende afvragen of die klant daar wel op zit te wachten. Want even eerlijk, hoe interessant is je woonverzekering, pensioen of je nieuwe tandenborstel nou echt? Is het nodig om iedere maand een push-notificatie te ontvangen met daarin een gedetailleerde uitsplitsing van je energierekening?

“Merken worden steeds minder gebouwd door campagnes en steeds meer door onderscheidende, relevante customer experiences” las ik laatst in een vakblad voor de reclame. Betekent dit dat we steeds meer tijd van onze klanten moeten vragen door platformen en apps rondom producten te bouwen, of ze zonder duidelijke aanleiding e-mails en notificaties te sturen? Zijn we bang dat we vergeten worden en onze klant naar de concurrent surft om daar een woonverzekering af te sluiten, omdat die een app heeft met tips over het brandveilig maken van je huis, schuur of auto?

Minder, minder, minder

Ik denk het niet. Dus waarom draaien we het niet om? We creëren juist minder touchpoints, stoppen zoveel mogelijk van het proces onder water, maken onszelf onzichtbaar en zijn alleen daar waar en wanneer de klant ons nodig heeft. Die heeft tenslotte al voor ons gekozen. Onze propositie en reclames hebben hem al over de streep getrokken. We zijn al lang een match.

Misschien voelt het alsof ik bijt in de hand die me te eten geeft of dat ik het werk van ons, de (digitale) bureauwereld, bij het grofvuil zet. Maar ons credo lijkt ‘meer, meer, meer’ en dat is een race to the bottom. Kijk naar jezelf als consument: je zit helemaal niet te wachten op een overdosis aan uitingen en informatie. De angst als merk niet gezien of vergeten te worden is ongegrond. Die zou zich moeten richten op het averechtse effect van alles wat we maken. Heel veel maken creëert slechts behoefte voor een kleine groep (of helemaal niemand), de rest vindt het voornamelijk irritant.

Paradox

En daar ligt de paradox, want iedereen is er klaar mee. De consument, de bureaus, maar ook onze klanten die hun geld veel beter anders zouden kunnen besteden. We schreeuwen nu collectief de naam van het merk, terwijl de focus zou moeten liggen op service, die je – als het goed is – vaak helemaal niet ziet. Voor de duidelijkheid: ik pleit er niet voor te stoppen met het ontwikkelen van concepten of services die mensen graag gebruiken, maar wel dat we nadenken over de gevolgen van wat we maken. Dat we niet blind achter KPI’s aanhollen zonder na te denken over de toegevoegde waarde voor de consument of het merk waarvoor we werken.

Wij, als bureaus die merken helpen succesvol te zijn, hebben de verantwoordelijkheid om na te denken over wat we met onze creaties teweegbrengen. Natuurlijk moeten we nadenken over de belangen van de klant en die van onszelf. Maar het moet beginnen met de realisatie dat we niet zo belangrijk zijn als we denken of hopen, en dat dat oké is. (Digitale) technologie heeft als doel mensen te ontzorgen, ze te verwonderen. Dit stuk is een oproep tot het aangaan van een discussie over onze rol. Een aanzet tot het formuleren van een ethisch kader, een visie op wat wel kan en wat we beter kunnen laten. Dacht je tijdens het lezen: ‘Verdomd, hij slaat de spijker op z’n kop!’ of neig je meer naar: ‘Probeert die junk onze business nou van binnenuit te saboteren?’ Schroom dan vooral niet je te mengen in de discussie, ik trakteer graag op taart.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Multinationals vleugellam met toekomstige technologie

Posted 14 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

De marketeers van multinationals zitten niet te wachten op noviteiten als AI predictive modelling, programmatic marketing en het Internet of Things. Ze kunnen geen mensen vinden om ermee om te gaan.

Tussen de vijftig en 75 procent van de marketeers van multinationals geeft deze specifieke gebieden aan als punten van zorg qua recruiting. Dat blijkt uit een onderzoek van Circus Street voor de World Federation of Advertisers (WFA), een groep wiens leden jaarlijks negenhonderd miljard dollar reclamegeld besteden.

De respondenten willen niet per se experimenteren met de nieuwste technologieën, maar wel de zin en onzin van elkaar kunnen scheiden. Een actueel voorbeeld is blootstelling aan advertentiefraude op programmatic exchanges. Meer of grotere eigen programmaticteams zouden de risico’s op dat gebied kunnen terugdringen.

Een blik in de keuken van de 22 ondervraagde bedrijven, samen goed voor budgetten van 25 miljard dollar, brengt ook andere zorgen aan het licht. Er blijken grote gaten aanwezig tussen de bestaande en gewenste praktijk op het gebied van digitale transities en e-commerce. Bij acht op de tien is transitie een prioriteit, maar scoort performance met 41 procent ronduit laag.

De rondvraag verraadt ook dat er op digitaal gebied fundamentele gebreken zijn op het gebied van kennisverwerving. Slechts 31 procent doet nieuwe kennis op via training & coaching. De meesten betrekken hun kennis uit het nieuws en vakbladen, associaties, onderlinge contacten en netwerkbijeenkomsten.

Foto: Jon Jordan (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Amazon stopt met AmazonFresh in diverse steden

Posted 03 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amazon stopt met zijn boodschappenbezorgdienst AmazonFresh in diverse Amerikaanse steden. De retailer heeft klanten per mail geïnformeerd.

Naast Pennsylvania en New Jersey hebben ook klanten in Californië en Maryland te horen gekregen dat de dienst na 30 november niet meer beschikbaar is. Amazon heeft dat bevestigt, maar zegt dat de dienst wel blijft bestaan in enkele andere grote steden, waaronder Los Angeles en Tokio.

Het Duitse vakblad LebensmittelZeitung meldt op basis van bronnen in de branche dat de dienst in Duitsland juist wordt uitgebreid. In het stadsdeel Daglfing in München is het logistieke centrum gereed gekomen dat voor AmazonFresh kan worden ingezet.

AmazonFresh werd tien jaar geleden al opgestart, maar heeft geen enorme impact gemaakt. Een woordvoerder laat aan Reuters weten dat het besluit niets te maken heeft met de overname van Whole Foods Market.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Programmatic: een jaar na de ANA Papers

Posted 14 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De reclamewereld was een jaar geleden in de ban van de ANA Papers. De discussie over fraude en torenhoge marges vlakte af, maar Procter & Gamble zwengelde haar onlangs weer aan. Veel vingers wijzen naar programmatic advertising. Hoe gaat de branche het imago herstellen?

“Als al je vrienden van een klif springen, doe jij dat dan ook?” Met die woorden hekelde Marc Pritchard, Procter & Gambles Chief Brand Officer, begin dit jaar op een IAB-meeting in Florida het ontbreken van een marktbrede standaard van digitale platforms voor het meten van de zichtbaarheid van advertenties. De speech maakte veel los en het bleef niet alleen bij woorden: P&G maakte vlak voor de zomer bekend honderd miljoen dollar te snoeien in het eigen budget voor online marketing. De reden: een overdaad aan bot clicks met aantoonbaar ineffectieve campagnes tot gevolg.

Deze rigoureuze bezuiniging kwam precies een jaar na het spraakmakende onderzoek van K2 Intelligence voor de Association of National Advertisers (ANA) naar de transparantie van de Amerikaanse reclame-industrie, dat al gauw te boek stond als de ANA Papers. De conclusies: bij mediabureaus blijft te veel geld aan de strijkstok hangen voor totaal niet transparante diensten. Met veel te hoge marges en obscure geldstromen waarvan publishers extreem weinig terugzien. En waarbij met name de transparantie van programmatic buying en trading desks ter discussie staan.

Is de discussie uit de ANA Papers ruim een jaar na dato terug van weggeweest? “De overheid heeft het nog steeds in het vizier”, zegt internetondernemer Maarten Roelofs, die in 2016 stevig de noodklok luidde over de uitwassen in de VS die ook in Nederland zichtbaar waren. “In de industrie van programmatic buying is sindsdien in essentie weinig veranderd. Wel is het zo dat er veel aandacht is voor partijen die meer transparantie beloven.”

Marges
Het grote probleem is natuurlijk de almacht van de dominante techreuzen. “De hele displaymarkt verliest razendsnel terrein. Het geld loopt niet meer via de mediabureaus, maar direct naar Google en Facebook. Ook influencer- en contentmarketing betekent vaak direct zakendoen. Bureaus verdienen alleen maar aan gefactureerde uren advieswerk, aan contracten. Ze kunnen hun inkomen niet meer uit marges halen. Bureaupitches gaan dan ook niet meer over mediabestedingen, maar louter over advisering. De hele free ride is voorbij.”

En dat werd hoog tijd, vindt Roelofs. “Qua overheidscontracten is er in tien jaar tijd zo’n half miljard euro aan verborgen marges verdampt. Inkoopprijzen gingen drie of vier keer over de kop. Dat gebeurt trouwens nog steeds.”

In de hoop meer transparantie op de Nederlandse markt af te dwingen, presenteerde de Bond van Adverteerders (BVA) afgelopen zomer een modelcontract voor mediabureaus. Het contract is ontwikkeld door adviesbureau Ebiquity, waar voormalig BVA-mediaspecialist Bart van der Gaag tegenwoordig werkt.

“Het sluit aan bij de veranderende werkelijkheid en de digitale ecosystemen zoals die er nu zijn”, zegt Van der Gaag. “Ook is rekening gehouden met de General Data Protection Regulation (GDPR) die volgend jaar in de hele EU in werking treedt. Het doel is om wederzijds volledig transparante afspraken te kunnen maken.” Ook de BVA zelf benadrukt het belang van transparantie, evenals het opkrikken van het digitale kennisniveau van adverteerders.

Ook IAB onderneemt actie. Internationaal kwam de digitale branchevereniging met Ads.txt, dat adverteerders middels tekstcodes duidelijkheid biedt over het eigenaarschap van reclame-inventory. Daarmee wordt doorverkoop en ander gerommel met reclameposities tegengegaan. In Nederland maakt de branchevereniging zich intussen hard voor nieuwe online advertisingrichtlijnen, waarbij wordt gewerkt met het mondiale principe van L.E.A.N. (Light, Encrypted, Ad Choice Supported, Non-invasive Ads).

Duopolie
De vraag is in hoeverre dit soort initiatieven het speelveld echt structureel veranderen. “Dit brengt echt wel wat teweeg in het ecosysteem”, reageert Harmen Tjaarda, COO bij JustPremium, een geautomatiseerd platform voor rich media. “Het zijn stuk voor stuk goede initiatieven, al zijn ze niet allemaal even helder. Hoe dan ook moet er iets gebeuren. Er is tegenwicht nodig voor de duopolie van Google en Facebook. Dan is het goed om de krachten te bundelen, zoals met de Coalition for Better Ads.”

Transparantie bereik je natuurlijk niet zonder de duopolisten, erkent de COO. “Kleine initiatieven zijn niet de scheidsrechters, want dat is Google. Het signaal van Procter & Gamble betekent dat er nu echt ergens een lijn moet worden getrokken. En Google gaat die lijn trekken, niemand anders.”

Met zijn zoekmachine en de dominante browser Chrome heeft het advertentiebedrijf natuurlijk alle macht in handen. “Het spelletje wordt omgedraaid”, zegt Tjaarda. “Als een publisher zich niet aan de spelregels houdt, worden zijn pagina’s nog wel getoond, maar zonder advertenties. Want dan activeert Google een adblocker voor die bewuste websites. Van die nieuwe Chrome-toepassing bestaat nu al een mobiele bètaversie, maar in het eerste kwartaal van 2018 gaat hij echt live. Dan gaat er veel veranderen. Voor de consument betekent dit wel aanzienlijk minder intrusive advertenties.”

Tjaarda heeft ook goede hoop over de IAB-initiatieven. “Ads.txt is een goed begin om het doorlussen van advertenties aan te pakken. Daisy chaining, ofwel het inkopen en meteen doorverkopen van advertentieruimte, wordt bemoeilijkt, omdat je voortaan moet aangeven dat jij de erkende verkoper bent van een bepaalde positie. Op zijn beurt gaat L.E.A.N. bijdragen aan zaken als hogere laadsnelheden.”

Wake-upcall
‘ANA-cadabra’ noemt zelfstandig media-adviseur Peter Wiegman de huidige retoriek over transparantie in het reclamevak. “Het is maar de vraag of er veel is veranderd na de publicatie van de ANA-Papers. Het modelcontract van BVA is een stap in de goede richting, maar misschien ook een druppel op de gloeiende plaat.”

Het valt hem op dat header bidding ineens als panacee wordt aangedragen. “Het lijkt een manier om de omzet aan de kant van publishers op te krikken.” Improve Digital slaat ermee op de trom, getuige een recente blog van Michele Appello en Jan-Willem Borsboom. “Header bidding is hoofdzakelijk een hack”, schrijven zij. “Een manier voor contentproviders om de adserver-waterval te omzeilen. Een poging om concurrentie binnen de veiling te verhogen en uiteindelijk ook meer inkomsten te genereren. Maar zoals voor de meeste hacks geldt, is dit niet de meest duurzame oplossing.”

Header bidding heeft wel een relatie met transparantie, maar het is geen instrument dat zich daar specifiek op richt. “Deze hele discussie draait sowieso niet om tools, maar om mensen die hun verantwoordelijkheid moeten nemen”, zegt Sebastiaan Moesman, CEO van Improve Digital. “De discussie over transparantie gaat volgens hem over twee verschillende thema’s: enerzijds fraude bestrijden en viewability maximeren, anderzijds eerlijke businessmodellen. “Adverteerders als Procter & Gamble en Unilever praten hier al jaren over, dus is de recente ophef niet echt een verrassing. De markt heeft het zichzelf een beetje aangedaan. Programmatic is oorspronkelijk ontstaan in de Long Tail, voor advertentieruimte die publishers niet verkocht kregen. Na bijna tien jaar mogen adverteerders inmiddels wel een behoorlijke kwaliteit en betrouwbaarheid verwachten.” Dat spreekt volgens de CEO ook uit de reactie van P&G, dat honderdveertig miljoen dollar online advertentiebudget heeft ingetrokken omdat het probleem niet snel genoeg wordt opgelost. “Het klopt natuurlijk ook niet dat adverteerders zelf zouden moeten gaan checken of Chinese serverfarms massaal op hun advertenties klikken. De markt zit in een moeilijke fase, waarbij dit echt een wake-upcall is.”

Smart contracts
Op zoek naar transparantie in programmatic advertising ligt het voor de hand om ook naar blockchain te kijken. “Die techniek leent zich uiteindelijk perfect voor programmatic”, zegt Tim Geenen, oprichter van Faktor, een op blockchain gebaseerd platform dat identiteiten beheert voor uitgevers, merken en consumenten. “Bijkomend voordeel: van elke persoon die zich via blockchain aanmeldt en een transactie doet, weet je zeker dat het een echt mens is, dus geen bot. Zo ben je er zeker van dat je geen advertenties uitserveert aan botnetwerken.”

Een belangrijke meerwaarde voor een succesvolle toepassing in programmatic is volgens Geenen het eigenaarschap: geen enkele partij is exclusief eigenaar van de data. “Het is heel democratisch: het netwerk als geheel bepaalt of iets de waarheid wordt. Het draait allemaal om vertrouwen. Ik zie daarbij een grote uitdaging voor de tussenlaag van bureaus, netwerken en technologieleveranciers die geen directe relatie hebben met de consument. Die partijen zullen hun eigen toegevoegde waarde opnieuw moeten ontwikkelen.”

Ook wat de strijkstokdiscussie van de ANA Papers betreft, biedt blockchain serieuze kansen om het roer rigoureus om te gooien. Geenen: “In smart contracts komen alle afspraken digitaal vast te liggen in een chain. En door de toepassing van boolean logic worden de slimme contracten alleen uitgevoerd als er aan de juiste voorwaarden voldaan wordt. Er komt geen menselijke interventie meer aan te pas. Dan weten alle partijen precies waar ze aan toe zijn. Als je dat op grote schaal toepast voor advertising, zetten we echt een grote stap vooruit.”

Zekerheid
De tijd van de ‘cowboymarges’ is inmiddels voorbij, maar volgens Moesman (Improve Digital) is daarmee het lek nog niet boven. “Schoon schip maken betekent voor veel partijen ook zelf veel inkomstenverlies, terwijl investeerders hoge resultaten verwachten. Op hun beurt hebben adverteerders jarenlang geprofiteerd van heel lage tarieven. Nu ze roepen om een optimale inventory, zouden ze daar ook weer meer voor moeten willen betalen.”

Volgens Roelofs lost het probleem zich vanzelf op. “Het wordt kleiner door directe geldstromen van adverteerders richting partijen als Google. Bureaus moeten zichzelf nu hervormen. Je ziet WPP-topman Sorrell zich beklagen over marginale groei. De tijden van enorme marges zijn voorbij. Mediabureaus tuigen hun eigen inkoopplatforms op (zoals Xaxis van GroupM), waar kennis en data worden geclusterd. Tegelijk klinkt een dwingende roep vanuit adverteerders om gegarandeerde zichtbaarheid, bijvoorbeeld via opvallende take-overs of wallpaper-ads. Zo’n oproep van P&G is natuurlijk een schreeuw om aandacht of simpelweg een onderhandelingsstrategie. Adverteerders willen gewoon meer zekerheid.”

Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven van zowel bureaus, adverteerders als uitgevers die de hele keten onder druk zetten, constateert Geenen. Bureaus valideren steeds meer het verkeer dat ze inkopen op kwaliteit en op het gebied van blockchain blijkt MadHive een goed voorbeeld, dat met adverteerders- en uitgeversconsortium Adledger nieuwe standaarden ontwikkelt. Plus dat uitgevers via header bidding de ‘adserver-waterval’ proberen te corrigeren. “Liefst wil je alles in één model proppen. Of dat nu via business rules of via een veiling gaat; je wil het speelveld homogeniseren en zelf bepalen waar de meeste waarde zit. In principe doet header bidding nu wat uitgevers altijd al wilden, namelijk dat alle vraag op een centrale plek kan worden verwerkt. Het is de ultieme manier om een positie te verwerven in een markt die totaal wordt gedomineerd door Amazon, Criteo, Google en Facebook.”

Schokgolven
Zoals het statement van P&G maatgevend is voor de veranderende opstelling van adverteerders, geldt dat evenzeer voor de bureauwereld als WPP-topman Martin Sorrell zich uitspreekt. Eind augustus liet de geridderde Brit nadrukkelijk van zich horen tijdens de presentatie van de halfjaarcijfers van zijn mediaconcern. Daar noemde hij 2017 het slechtste boekjaar van het laatste decennium, onder druk van ‘schokgolven’ die de reclame-industrie teisteren. Het resultaat: een omzetkrimp van een halve procent, waar een kleine groei was verwacht. Bovendien verwacht ’s werelds grootste reclameconcern voor dit jaar nauwelijks nog groei. Sorrell voerde de meest uiteenlopende oorzaken aan, van politieke onzekerheid tot de invloed van fake news. Vakblad AdAge ziet het simpeler: de roep om transparantie lijkt de belangrijkste oorzaak, waarbij de ANA Papers eindelijk echt hun tol beginnen te eisen.

Groei
Programmatic advertising is in 2016 met twintig procent sterk gegroeid, naar een omzet van 225 miljoen euro in Nederland. Dit blijkt uit de ‘Programmatic Advertising Study’ die Deloitte vlak voor de zomer publiceerde in opdracht van IAB Nederland. Programmatic video laat een omzetstijging zien van 95 procent en heeft daardoor nu een vijftien procent omzetaandeel binnen programmatic advertising. Ook mobile inventory blijft groeien: 35 procent van de exchange-omzet komt van mobieltjes of tablets.

De respondenten verwachten meer experimenteerdrift met header bidding (bieden op impressies die bij meerdere exchanges tegelijk worden aangeboden), dat dit jaar vijf procent van de programmatic-omzet zou moeten kunnen halen. Ook transparantie is een trending topic. Steeds meer URL-informatie van de aangeboden impressie wordt vrijgegeven binnen de exchange. Waarbij in 2012 van alle ingekochte impressies vijftien procent werd ingekocht zonder te weten waar deze zou worden geuit, is ‘blind’ inkopen nu vrijwel volledig verdwenen.

* Dit artikel verscheen eerder in het oktobernummer van Emerce magazine (#161).

Beeld: Isengardt (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Printmedianieuws-oprichter Erik van Erp met pensioen

Posted 06 okt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Erik van Erp, een van de oprichters van het online vakblad Printmedianieuws, gaat met pensioen. Dat meldt zijn eigen website. Van Erp was van 1971 tot…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Abe Nijdam nieuwe zakelijk leider NVJ/Villamedia

Posted 05 okt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Abe Nijdam is begonnen als zakelijk leider bij journalistenvereniging NVJ. Hij is in die capaciteit ook zakelijk leider van vakblad Villamedia. Nijdam was de afgelopen zeven jaar directeur van het Landelijk Bureau van GroenLinks, maar werkte daarvoor…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

KLM: ‘Service op de grond en online moet even goed zijn’

Posted 28 sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

KLM heeft de achterstand op de grond vergeleken met online grotendeels ingehaald. Dit stelt president-directeur Pieter Elbers. “We hebben zoveel geïnvesteerd in social media, dat we daar in het eerste rijtje van de Eredivisie staan. Maar het personeel op de grond moet over dezelfde informatie beschikken. Daar hebben we hard aan gewerkt en investeren we fors in, onder andere door onze cockpit-, cabine- en grondmedewerkers te voorzien van 14.000 iPads.”

Elbers deed zijn uitspraken tijdens de RE-conferentie van branchevereniging NATM en het vakblad Zakenreis.

Volgens Elbers heeft KLM’s digitale strategie twee speerpunten: personalisatie en distributie. “Een derde van onze passagiers vliegt intercontinentaal en is acht à negen uur aan boord. Er is dus genoeg tijd om deze mensen een memorabele beleving te geven. Maar ook op de kortere afstanden kunnen we het verschil maken. Digitalisering geeft ons betere inzichten in de passagier, zodat we een persoonlijke service kunnen bieden aan boord, maar ook in de after sales, het call center, enzovoorts. We hebben negenduizend cabinepersoneelsleden uitgerust met een iPad, zodat zij problemen ter plekke kunnen oplossen. Je overtreft de verwachtingen van de klant als je de balans weet te vinden tussen de menselijke factor en digitale interactie.”

Distributie is een heet hangijzer in de luchtvaart. Van oudsher lag de focus op prijs en beschikbaarheid. Nu airlines steeds meer gebruikmaken van à la carte prijzen, waarbij het vervoer van A naar B de basisticketprijs vormt en de passagier dat product aan kan kleden met betaalde extra’s, is een nieuwe manier van distribueren noodzakelijk. Branchevereniging IATA heeft daarom de New Distribution Capability (NDC) ontwikkeld, een standaard die het mogelijk maakt om door middel van rijke content te laten zien wat de passagier precies kan kopen bij de airline. Elbers is daar blij mee. “Er worden eindelijk stappen gezet zodat we ons product beter kunnen vermarkten. NDC is een moderne manier om ons aanbod te verkopen. Het geeft meer transparantie in pricing en de klant heeft de controle over wat hij boekt.”

Daarbij is de traditionele rol van de reisdistributiesystemen (GDS’en) zoals Amadeus, Sabre en Travelport, geen vaststaand feit. Elbers zegt dat ook KLM ‘direct connect’, dus rechtstreekse links met content aggregators en grote corporates, mogelijk zal maken. “Het is niet zo dat de GDS’en zullen verdwijnen in het nieuwe distributielandschap. Maar dan zullen ze wel hun businessmodel moeten aanpassen en de gebruikers toegevoegde waarde bieden als content aggregator.”

Zijn waar de klant is

Voor KLM zijn de belangrijkste digitale touchpoints de website, social media en de KLM-app. “We proberen een consistent beeld te hebben van onze klanten en de interacties. Daar hebben we veel in geïnvesteerd,” zegt Elbers. “Wat we zien is een duidelijke shift in het gedrag. De gemiddelde klant vliegt 1,4 keer per jaar. Zij gebruiken vijf tot zes apps per dag, zo’n 10 procent van wat ze op hun telefoon hebben geïnstalleerd. Onze conclusie is dat wij moeten zijn waar deze groep zich bevindt in plaats van te proberen ze naar onze app te lokken. Dat is de reden dat we op WeChat, Facebook Messenger en WhatsApp actief zijn geworden. De app blijft belangrijk, omdat de frequente reiziger deze graag gebruikt. Zij vliegen heel vaak en om dat zo gemakkelijk mogelijk te maken, ontwikkelt de app zich in de richting van een reisassistent.”

KLM heeft een voortrekkersrol in de luchtvaart. Zo verstuurde de airline als eerste vluchtinformatie op Facebook Messenger, is het de eerste niet-Chinese airline die betalen mogelijk maakt op WeChat en ook de officiële corporate account op WhatsApp was een primeurtje. Jongste wapenfeit is de chatbot BB waarmee vliegtickets op Messenger kunnen worden geboekt. “We hebben het geluk dat veel technologiebedrijven met ons willen werken. We zijn klein genoeg om niet als bedreiging te worden gezien en met 32 miljoen passagiers per jaar groot genoeg om interessant en relevant te zijn als samenwerkingspartner.”

Dat betekent wel dat een deel van de klantinteracties op platformen van derden plaatsvinden. Wat betekent dat voor de privacy van de passagiers? “De wetgeving speelt daar een belangrijke rol in, de overheid moet de grenzen aangeven. Technologiebedrijven als Google weten veel meer van de reiziger dan wij. Onze passagiers geven zelf aan of ze bijvoorbeeld via Facebook Messenger hun instapkaart willen ontvangen. Met de partijen waarmee wij samenwerken hebben we een duidelijke overeenkomst over welke gegevens gebruikt mogen worden.”

De grote uitdaging voor KLM is om álle touchpoints met elkaar te verbinden. “Er is soms nog een discrepantie tussen de online service en wat de operationele staf kan doen. Het is natuurlijk heel vervelend als onze medewerkers nog in de veronderstelling zijn dat een vlucht op tijd vertrekt terwijl de passagier online al heeft gezien dat dit niet zo is. We investeren miljoenen om dat gat te dichten en dat lukt in toenemende mate.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vakblad de Architect vernieuwd en dikker

Posted 20 sep 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Vakblad de Architect verschijnt deze maand in een volledig gerestylede uitgave. Omdat het tijdschrift nu een kwartaaluitgave is geworden, is het blad ook fors dikker geworden.

Lees het volledige bericht op Villamedia »