Posts Tagged ‘uitgever’

De Jong Intra Vakanties past affiliate attributiemodel aan  

Posted 07 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Jong Intra Vakanties heeft in samenwerking met TradeTracker een nieuw attributiemodel ontwikkeld waarmee alle sitebeheerders die betrokken zijn in het conversiepad worden beloond.

‘Last-click-counts’ zijn hiermee verleden tijd. De Jong Intra heeft ervoor gekozen om te werken met een custom model waarbij de focus op twee pijlers komt te liggen.

De eerste is de positie die een uitgever inneemt in het conversiepad. Er zijn drie rollen die een affiliate kan hebben: initiator, assist en converter. De uitgevers met respectievelijk het eerste en laatste klantcontact binnen de attributieperiode worden initiator en converter genoemd. Sitebeheerders die gedurende de customer journey helpen worden assists genoemd.

De tweede pijler betreft het sitetype, oftewel het soort site dat de producten van de Jong Intra Vakanties promoot. Aan elk sitetype zijn door de adverteerder relatieve gewichten verbonden die bepalen hoe de verdiensten onder publishers worden verdeeld.

Met deze twee pijlers en een attributieperiode van honderd dagen beloont de Jong Intra Vakanties alle activiteiten binnen het conversiepad. “Hierdoor is het voor publishers mogelijk om op ieder moment in de customer journey promoties te doen voor de Jong Intra Vakanties,” zegt Marvin Soekra, team lead online marketing bij de touroperator. “Ons voordeel hierbij is dat publishers ons nu op veel meer manieren kunnen promoten, wat resulteert in meer aandacht voor onze reizen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Nieuwe privacyregels hinderen digitale journalistiek’

Posted 07 Jun 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Het zogeheten ePrivacy-voorstel, waarmee de Europese Commissie browsermakers wil verplichten opties opties in te bouwen om tracking cookies te blokkeren, is slecht voor de digitale journalistiek. Dat stelt een groep van 33 Europese nieuwsuitgevers…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

FD Mediagroep investeert in Springest

Posted 06 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

FD Mediagroep neemt een strategisch belang in online leerplatform Springest. Dat gebruikt het nieuwe geld om te groeien op de Duitse markt.

Zojuist maakten de partijen de strategische samenwerking bekend. Met de nieuwe investering neemt Springest afscheid van angel investors als Patrick Kerssemakers en Floris Rost van Tonningen. Oprichter en directeur Ruben Timmerman houdt ook na de deal de meerderheid van de aandelen.

Financiële details over de transactie worden niet bekendgemaakt.

Timmerman licht aan Emerce toe: “Ik was op zoek naar een partij die voor langere duur wilde investeren. Dan valt venture capital al af. FD Mediagroep deelt deze visie. Inhoudelijk sluiten we ook goed aan. Hun belang is dat ze strategisch gezien willen groeien buiten de eigen kernbusiness.” De uitgeverij kocht eerder specialisten als Energeia, Webservices.nl, Company.info en Redactiepartners (nu: Contenture).

FD Mediagroep is onderdeel van investeerder HAL.

Twee jaar geleden onderzocht Timmerman of hij wilde uitbreiden naar Engeland of Duitsland. De oostelijke markt reageerde beter op het experiment. De Nederlandse tak van Springest is winstgevend, maar om in Duitsland te kunnen groeien is nu extra geld nodig. “Onze activiteiten in Duitsland zijn even groot als in Nederland. En dat terwijl we in Nederland eigenlijk nog geen bekend merk zijn. We kunnen hier nog wel acht keer groter worden. De potentie van Duitsland is dan nog eens vijf of zes keer hoger.”

De op- en uitbouw van de Duitse activiteiten is een kwestie van geduld, investeren en aandacht. “Je moet vertrouwen opbouwen. Dat we nu Siemens als eerste echt grote klant tekenen, moet daar aan bijdragen. We proberen nu ook onze Nederlandse klanten met Duitse activiteiten te interesseren.” Dat zijn bijvoorbeeld partijen als ING, PostNL, Stork en Vattenfall (Nuon).

Over zijn Duitse ambities zei hij eerder in Fast Moving Targets:

Algemeen directeur Eugenie van Wiechen van FD Mediagroep: “Wij willen de beslissers van Nederland helpen met het nemen van de beste besluiten. Dat doen we door het bieden van onafhankelijk nieuws, kennis, data en het bijbehorende netwerk. Met de komst van Springest bieden we onze doelgroep nu ook toegang tot opleiding en ontwikkeling. Als professional weet je waar je moet zijn. Hun software en diensten helpen organisaties het maximale uit hun werknemers te halen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google bouwt adblocker in Chrome: drama of goed voor adverteerder?

Posted 06 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google introduceert een adblocker – of adfilter zoals het bedrijf het liever noemt – in Google Chrome. Website-eigenaren en adverteerders krijgen in ieder geval zes maanden de tijd om wat te doen aan de ‘foute reclame’. Is dit een gedurfde zet of een (gevaarlijke) stap om de eigen macht nog wat verder te vergroten?

Google zal in navolging van andere browserbouwers Chrome voorzien van een ingebouwde adblocker. Volgens ingewijden waarmee The Wall Street Journal heeft gesproken werkt het blokkerend mechanisme zowel op mobiele apparaten als desktops. Advertenties die voor een slechte gebruikerservaring zorgen worden in dat geval standaard van het scherm geweerd.

Interessant is dat de druk om wat aan storende reclameformaten te doen zowel bij het medium en de afzender wordt gelegd. Bevat een site te veel verboden reclame dan worden namelijk alle advertenties gefilterd. En niet alleen de meest storende. Via de speciale webtool ‘Ad Experience Reports’ kan de site-eigenaar nagaan of er nu advertenties worden getoond die in het vervolg worden geweerd. In een toelichting zegt Google dat advertenties die via Googles eigen servers zijn ingekocht niet worden ontzien. Fout is dus fout.

Afbeelding: voorbeeldrapport

Googles mogelijke motieven

Het nieuws dat Google Chrome wil voorzien van een standaard geactiveerde adblocker komt niet uit de lucht vallen. De eerste (hardnekkige) geruchten dateren al van eind april. Dat de eerste berichten hierover van The Wall Street Journal niet zijn bevestigd, heeft ruimte gegeven voor een hoop speculatie. Want waarom zou het bedrijf dat ironisch genoeg afhankelijk is van advertentie-inkomsten online reclames bestrijden?

De adblocker zou iedereen vooral als advertentiefilter moeten zien. Daarmee biedt Google een antwoord op de (eerder) stormachtige opkomst van adblockers als Adblock Plus. Deze populaire software is in feite ook geen blocker, maar eerder een filter tussen adverteerders en de consument. Tegen betaling laat Adblock Plus de reclames van ‘gekeurde’ bedrijven namelijk wel door. Iets dat Google nu een hoop geld kost. Door Chrome met een vergelijkbare oplossing uit te rusten zit dit bedrijf in ieder geval niet meer in de weg.

Er zijn inmiddels nogal wat theorieën die Googles overweging verklaren – keurig op een rij gezet door uitgever Digiday. Het meest voor de hand liggende motief is geld. Is Google bij machte om bepaalde advertenties te weren dan zullen bedrijven meer geld uitgeven aan adblocker-vriendelijke tekstadvertenties of videoreclame op YouTube. Een andere theorie is dat Google bedrijven als Outbrain en Taboola wil dwarsbomen, verantwoordelijk voor de contentaanbevelingen die rondom veel online artikelen verschijnen. Iedereen zal beamen dat die netwerken naast geld vooral vervuiling opleveren en voor de term ‘native advertising’ weinig goeds betekenen. Slecht voor de gebruikerservaring dus en ook weer een bedreiging voor Googles portemonnee. Volgens oudere geruchten zou de gigant al enige tijd werken aan een alternatief.

‘Nog minder controle voor de rest’

Het laat zich raden dat er in de kritiek op het plan met name aandacht is voor Googles machtspositie. Meagan Lopez, de Global Business Director van The New York Times verwoordde het helder: Google beheerst hiermee ieder aspect van de advertentiewereld. Van de techniek om te kunnen zoeken, tot het uitserveren van reclames en het meten van het effect ervan. Daar zou dan de positie van poortwachter voor Chrome-gebruikers bijkomen. ‘Dat betekent dat alle anderen alleen maar minder controle hebben.’

En inderdaad: wie zegt dat Google de eigen advertenties geen voorrang geeft? Volgens de plannen zoals die er nu liggen is Google niet van plan in zijn eentje voor scheidsrechter te spelen. De ‘Coalition for Better Ads’ zal leidend zijn en de spelregels opstellen. Deze coalitie heeft al eerder laten weten zich vooral te storen aan pop-ups, videoreclames die automatisch starten met het volume op honderd en reclames die gedurende enkele seconden de site-inhoud blokkeren. 

Of dit samenwerkingsverband echt onafhankelijk opereert valt te betwijfelen. Google is er niet alleen oprichter van, algemeen wordt aangenomen dat het ook een dikke vinger in de pap heeft. Facebook en News Corp (met CEO Rupert Murdoch – moederbedrijf van The Wall Street Journal) zijn andere deelnemers. Dat plotseling  de reclames van Googles eigen YouTube worden bekritiseerd lijkt daarom vrijwel uitgesloten. 

En de gebruikerservaring?

Het zou flauw zijn om alleen de inkomsten als mogelijk belangrijkste motief aan te voeren. Kan het Google inderdaad allereerst om de gebruikerservaring gaan? Door de meest storende advertenties van het web te weren doet het vooral de gebruikers immers een groot plezier. Daardoor zouden die Chrome sneller als favoriete browser gaan zien en zo profiteert Google daar indirect van. Achter Googles Accelerated Mobile Pages (AMP) zit een vergelijkbare logica. Door de content te filteren die het mobiele web doorgaans zo langzaam maakt wordt het surfen prettiger. Daar profiteren de gebruikers van en uiteindelijk dus ook de uitgevers en adverteerders.

Tot een vergelijkbare gedachte komt Pepijn Breijder, Managing Director Benelux & Nordics bij Criteo. Dat de selectie van acceptabele danwel onacceptabele advertenties wordt gedaan door een onafhankelijk orgaan wekt in zijn ogen in ieder geval sympathie. Het is wat hem betreft ook vrij logisch dat een bedrijf dat 85 procent van de inkomsten genereert via online reclame de eigen markt wil beschermen. “Als je zelf verantwoordelijkheid neemt over de kwaliteit van zowel de advertenties die je zelf serveert als degene die je accepteert binnen je netwerk zal de drang naar een mogelijk nog agressievere vorm van adblockers afnemen”, zegt hij.

Breijder denkt daarbij ook aan de concurrentiestrijd met Facebook. Dat bedrijf heeft door de gesloten structuur – de eigen app – weinig tot geen last van adblockers. “Google is afhankelijk van het open web en zal moeten meebewegen met het sentiment van de gebruiker. Dan kun je dit net zo goed zelf beheren en er een commercieel model op bouwen”, denkt hij. “Het is over het algemeen een gezond streven om te zorgen voor relevantere en beter gewaardeerde advertenties. Dat is alleen maar goed voor het behoud en de groei van het ecosysteem van exploitant, publisher, gebruiker en ook de adverteerder.”

Nu is het mogelijk Google dat advertenties wil filteren, maar eigenlijk zouden veel meer platformen en bedrijven dit moeten omarmen. Dit stelt Diederick Ubels, CEO van MobPro. “Dit is een tendens waar ieder platform in gaat voorzien”, reageert hij. Er worden grenzen gesteld aan wat gebruikers ‘is aan te doen’. “Advertentieruimte wordt steeds kostbaarder. Minder ruimte zorgt voor schaarste en dus zullen adverteerders echt hun best gaan doen om het maximale uit die ruimte te halen. Dat leidt alleen maar tot een kwaliteitsimpuls en minder irrelevante en overmatig irritante reclames.”

Hij verwacht niet alleen dat meer platformen en apps vergelijkbare stappen zullen zetten, hij raadt het de achterliggende bedrijven sterk aan. Liever dat dan maar zoveel mogelijk ruimte en opdringerige advertentieformaten aan te bieden om een beetje geld te verdienen. “Google neemt de verantwoordelijkheid voor een prettige gebruikerservaring: met AMP en ook met het verdwijnen van de ‘non-skippable’ YouTube-reclame.”

Of de invloed van Google hierdoor nog groter en misschien dus te groot wordt, weet Ubels niet. “Die is al immens. Van iedere euro in deze markt gaat 90 procent naar Google en Facebook. Ik zie dit vooral als slimme zet richting nog meer groei.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Startup haalt 35 miljoen op in 24 seconden

Posted 06 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Softwarebedrijf Brave, van een Mozilla-oprichter, haalde met blockchaintechnologie Ethereum 35 miljoen dollar groeigeld op in 24 seconden. De financiers waren geen dure durfinvesteerders, maar gewone geïnteresseerde mensen.

Hij schreef al twee keer geschiedenis, Brendan Eich: toen hij Javascript uitvond en later een van de oprichters van Mozilla was. Eind vorige week kreeg hij nog een notitie in de geschiedenisboeken van het internet. Zijn nieuwe bedrijf, browsermaker Brave, haalde in recordtijd groeigeld op met een spiksplinternieuwe technologie daarvoor.

Om Brave door te ontwikkelen, richtte Eich zich voor geld niet tot traditionele venturecapitalisten maar tot het grote, technisch geïnteresseerde publiek. Op basis van Ethereum, een blockchaingebaseerd ontwikkelplatform, creëerde hij (dat mag, red.) een eigen munteenheid: de BAT (Basic Attention Token). Op 31 mei stelde hij een miljard tokens (‘muntjes’) ter beschikking in een ICO (initial coin offering). Eigenaren van Ether, de naam van de cryptocurrency bij Ethereum, konden daarop intekenen. Niet bieden per opbod, maar kopen tegen een vaste prijs. Op is op. Brave haalde 35 miljoen dollar op in welgeteld 24 seconden.

Hieronder een uitleg van deze specifieke ICO tot in detail:

En een analyse van het gekkenhuis achteraf:

Het bijzondere aan Brave is niet alleen hoe het aan zijn groeigeld komt, maar ook hoe de software is ontwikkeld en wat de plannen zijn. Ook daarin spelen de BAT’s een belangrijke rol.

De browser Brave heeft standaard een ingebouwde adblocker en is ontwikkeld op basis van code van Mozila, WebKit, Chromium en Microsoft. Brave is niet tegen internetreclame. Integendeel. Wel is het zo, dat het bepaalt welke reclame wordt getoond. De huidige dominante reclame-industrie, die doldriest met cookies strooit, heeft daar niets over te zeggen.

Brave koopt advertenties niet-programmatic in op basis van interesses van zijn gebruikers en toont die in webpagina’s. De opbrengsten van de advertenties worden verdeeld. Zo gaat 55 procent naar de uitgever van de site, 15 procent naar de browsermaker en 10 tot 15 procent naar de eindgebruiker.

Bij de ICO, dus de uitgifte van de BAT-cryptocurrency, werd een miljard BAT in omloop gebracht maar werden er ook vijfhonderd miljoen opzij gelegd. Die worden gebruikt om gebruikers te stimuleren de browser te gebruiken. Zij sparen als het ware gebruikerspunten die zijn in te wisselen voor features in de browser. Uitgevers krijgen BAT’s als beloning voor het beschikbaar stellen voor reclameruimte.

ICO’s (lijst) staan niet onder toezicht van financiële instellingen.

Hieronder een recent interview met Brendan Eich over zijn nieuwe werkterrein: aandacht, technologie en geld verdienen.

Foto: Sam Galison (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

WPG Uitgevers boekt verlies van 2,5 miljoen euro

Posted 06 Jun 2017 — by Villamedia
Category nieuws

WPG Uitgevers heeft vorig jaar afgesloten met een nettoverlies van 2,5 miljoen euro, tegenover 2,3 miljoen euro winst in 2015. De omzet daalde van 141 miljoen euro tot 136…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘Dit maakt performance interessant voor native en brands’

Posted 06 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Performancenetwerk TradeTracker brengt een systeem dat uitgevers anders, ‘eerlijker’ beloont dan nu. Met ‘Real Attribution’ kan iedereen die bijdroeg aan een conversie daar een vergoeding voor krijgen. “Performance is in een keer interessant voor native advertising, storytelling en merkadverteerders”, aldus directeur Bas Dokter.

Na drie jaar denken en sleutelen aan het concept en de techniek bracht TradeTracker vorige week zijn nieuwe advertentiesysteem op de markt. Tot op heden werkte het, zoals velen nog steeds doen, volgens het ‘last cookie counts’-principe. Dat houdt in, dat de website die de laatste click naar een sale realiseert de commissie krijgt toegewezen.

Het idee van conversiepad gaat er echter vanuit, dat er meer partijen zijn die op een of andere manier bijdragen aan een uiteindelijke aankoopbeslissing. Iemand die graag een stedentrip in Berlijn wil doen, zal zich inlezen op blogs maar kan daar geen vlucht en hotel boeken. Het blog krijgt dus geen vergoeding voor de verkoop die een reiswinkel doet. Real Attribution verandert dat, als het blog ook is aangesloten op TradeTrackers netwerk.

“Een half jaar geleden introduceerden we een conversiepadtracking dat de touchpoints in het conversiepad inzichtelijk maakt. Nu kan de adverteerder”, de reiswinkel in bovenstaand voorbeeld “iedere touchpoint in die keten belonen.”

Adverteerders kunnen alle schakels in die keten een gelijke vergoeding geven of de zwaarte van de beloningen variëren. “Een product waar veel in branding moet worden geïnvesteerd om uiteindelijk een sale te realiseren, kan dan meer waarde toekennen in de upper funnel. Wie zwaar op traffic stuurt, kan zijn beloningsstructuur daar ook op inrichten”, aldus Dokter.

Een van de voorwaarden voor dit systeem om te kunnen werken, is dat de adverteerder exclusief met TradeTracker moeten werken. Niet met andere netwerken, omdat het netwerk van TradeTracker anders geen volledig beeld heeft van de customer journey van de consument. “We moeten alle touchpoints kunnen zien.”

Het Nederlandse bedrijf zegt de eerste in de wereld te zijn onder de affiliatenetwerken die diepe, geautomatiseerde vorm van conversie-attributie en -beloning kan bieden. De eerste resultaten noemt Dokter veelbelovend: “Meer publishers in de keten merken dat ze beloond worden en gaan daar traffic op sturen. Dat leidt tot meer traffic en transacties”, en dus meer omzet.

“En omdat je nu ook de upper funnel kunt gaan belonen, wordt online advertising in totaliteit performancebased.” Achter de schermen voert TradeTracker al enige tijd voorbereidende gesprekken met grotere en gespecialiseerde uitgevers en merkadverteerders om hen aan te sluiten op het nieuwe systeem. “Zij worden beloond voor het vertellen van hun verhaal in de upper funnel en hoeven niet meer per se met fixed feeds of CPM-budgetten te werken.”

TradeTracker is actief in twintig overwegend Europese landen.

Foto: Peter Boer (c)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Verlies WPG Uitgevers van 2,5 miljoen euro

Posted 05 Jun 2017 — by Adformatie
Category nieuws

In 2015 werd nog een nettowinst geboekt van 2,3 miljoen.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Subscription commerce, de nieuwe cashcow?

Posted 03 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Subscription commerce wint rap aan populariteit. Na Spotify en Netflix kiezen ook het Nederlandse bol.com en Blendle voor een abonnementsmodel. Is het dé nieuwe cashcow voor bedrijven? Of spelen andere motieven een rol?

“There is no such thing as a free lunch”, zei de econoom Milton Friedman decennia geleden. Internet met zijn minimale datakosten leek het ongelijk van de Nobelprijswinnaar te bewijzen, maar inmiddels moeten digitale bedrijven ook gewoon winstgevend zijn. Steeds populairder lijkt daarbij het subscriptionmodel: terwijl een paar jaar geleden specialisten als HelloFresh, Beautybox en de Dollar Shave Club hiermee furore maakten, komen almaar meer sectoren met abonnementsmodellen. En wordt door marketeers steeds strenger onderscheid gemaakt tussen gratis en premium.

“In de begintijd trokken foodboxen zoals HelloFresh natuurlijk veel probeerders, maar ze voorzagen ook echt in een behoefte”, zegt Timo Zuidgeest, CEO van Subscription Factory. “Mensen willen ontzorgd worden. Daarnaast is er een verschuiving gaande van bezit naar gebruik: consumenten willen een product of dienst alleen als ze hem écht nodig hebben.”

Mindswitch
Netflix en Spotify zijn wellicht de bekendste voorbeelden waarbij gebruikers zonder nadenken een maandelijkse fee betalen om een dienst te gebruiken, waar ze vroeger juist de fysieke producten – zoals cd’s en dvd’s – kochten. Dat gaat niet vanzelf, want Netflix-CEO Reid Hastings investeert doodleuk honderd miljoen dollar in twee nieuwe seizoenen House of Cards. Gezien de aantrekkingskracht ervan is dit feitelijk een koopje vergeleken met de benodigde licentiedeals voor films met onder meer Paramount, Lionsgate en MGM ter waarde van circa tweehonderd miljoen dollar.

Het is overigens lastig om vanuit het niets een abonnementenmodel op te tuigen. Zo lanceerde Adobe cloud-based subscription om piraterij tegen te gaan, maar dat kan ook als je goeddeels monopolist bent. Tinder-concurrent Happn kondigde in april nog betaalde lidmaatschappen aan, teneinde na drie jaar eindelijk winst te schrijven en daarmee de investeerders tegemoet te komen. Vergelijkbaar is de spraakmakende onthulling door techblog The Verge dat het noodlijdende Twitter overweegt om een betaalde variant in te voeren met extra functies, zoals uitgebreide statistieken. Deze premiumdienst, die zo’n twintig dollar per maand zou moeten gaan kosten, lijkt vooral interessant voor bedrijven, marketeers en journalisten. In ruil krijgen ze ook geen advertenties meer voorgeschoteld.

De meest uiteenlopende bedrijven willen tegenwoordig een abonnementenmodel, constateert Zuidgeest. “Belangrijk is dat organisaties echt een mindswitch maken. Want bestaande klanten laten overstappen naar een abonnement is lastig. Zeker voor verkopers die al vele jaren gewend zijn om producten eenmalig te verkopen. Bovendien moet de automatisering geschikt worden gemaakt voor maandelijkse facturatie.”

Piraterij
Met Kobo Plus lanceerde bol.com in februari samen met Rakuten een gezamenlijk e-bookabonnement dat voor een tientje per maand toegang geeft tot meer dan veertigduizend digitale boeken. Waaronder ruim zestienduizend Nederlandstalige titels. Het aanbod varieert van nieuwe releases tot klassiekers. Vanwege beursregels deelt de Ahold-dochter niet het aantal betalende klanten, maar pr-manager Marjolein Verkerk meldt wel dat inmiddels twintigduizend mensen zich hebben aangemeld om de dienst dertig dagen gratis uit te proberen.

“We hebben een paar jaar aan deze dienst gebouwd. Om het te laten slagen, is het wel belangrijk dat iedereen binnen de branche ervan profiteert.” Uitgevers en de Auteursbond zijn echter kritisch, omdat ‘all you can read’-abonnementen per boek per definitie minder opleveren dan losse verkoop.

“Er is geen sprake van kannibalisatie, want wij vergroten juist de markt”, verdedigt Verkerk zich. “Het aantal verkochte e-readers staat namelijk in geen verhouding tot het aantal verkochte e-books. Feit is wel dat nu zeventig tot tachtig procent van alle e-books qua verdiensten geheel aan de auteur voorbijgaan door illegaal downloaden. Daar gaan we gezamenlijk iets aan doen. Als je iets aantrekkelijks aanbiedt qua prijs, denken wij dat de stap naar piraterij groter wordt. Voor dit abonnement hebben we dan ook goed gekeken naar de muziekindustrie, al is het product duidelijk anders.”

Bol.com verwijst naar een intern onderzoek waaruit blijkt dat klanten die eerst alleen papieren boeken lazen – en zijn begonnen met digitaal lezen – onder aan de streep meer uitgeven aan boeken. “We verwachten met dit abonnement dan ook klantgroepen aan te trekken die nauwelijks e-books kochten of deze illegaal verkregen. Zo creëren we een nieuw publiek.” Bovendien blijkt dat lezers door middel van een abonnementsmodel sneller geneigd zijn om een nieuwe auteur of genre uit te proberen.

Pay-out
Een vergelijkbare uitkomst geeft het Tilburgse onderzoek naar streamingdiensten zoals Spotify, dat binnenkort in het wetenschappelijk tijdschrift Marketing Science verschijnt. Een overstap van iTunes naar streaming zorgt in een half jaar tijd voor gemiddeld vijftig procent meer beluisterde muziek, waarbij het aantal beluisterde artiesten met een derde groeit.

“Bij streamen versus kopen is het ontdekken van nieuwe dingen heel belangrijk”, zegt Hannes Datta, universitair docent aan de Tilburg School of Economics and Management, die samen met twee collega-wetenschappers publieke gebruiksdata op Last.fm onderzocht. “Daar ligt ook een link met prijs: als je niet per liedje hoeft af te rekenen, ga je actief op zoek naar wat je echt wilt luisteren. We signaleren daarbij een fors toegenomen consumptie, en ook een veel bredere interesse naar genres. Daar profiteert de long tail van, de kleinere artiest.

Desondanks wordt er door muziekdiensten nog altijd volop gesleuteld aan hun businessmodel. Zo maakt Spotify speciale afspraken met platenmaatschappijen over het selectiever aanbieden van nieuwe muziek. Universal sloot als eerste met hen een deal die vastlegt dat betalende muziekfans sommige albums tot twee weken eerder kunnen beluisteren. De Zweedse unicorn gaat daardoor per stream ook minder geld aan het platenlabel afdragen.

Daar waar Spotify en ook Tidal (eigendom van rapper Jay-Z) afspraken maken met de muziekindustrie over het selectief beschikbaar stellen van nieuwe albums voor betalende leden, zegt marketingmanager Hoite Polkamp van Deezer Nederland dat zijn werkgever een andere koers vaart. “Wij zijn geen voorstander van exclusiviteit. Onze doelstelling is om muziek altijd en overal beschikbaar te stellen voor iedereen. Uiteindelijk wordt de consument de dupe van exclusiviteit. We kunnen alleen bestaan als de consument ons gebruikt.”

Blendle
Abonnementen zijn uitermate gangbaar in de journalistiek, traditiegetrouw vooral voor print. Betalen voor online content blijkt echter lastig, tenzij gecombineerd met een papieren krant. Een succesvolle uitzondering is De Correspondent, de opiniesite van Rob Wijnberg (ex-NRC.next) die grotendeels wordt gefinancierd door abonnees. Op kleinere schaal probeert Follow The Money dat ook, maar dit platform is toch vooral een plek waar traditionele media hun onderzoeksjournalistiek inkopen.

Krantenconcern De Persgroep lanceerde van zijn kant in 2015 de digitale abonnementsvorm Paper, maar verkocht die na uitblijvend succes vorig jaar alweer aan Blendle. Sindsdien zet de uitgever van dagbladen als Trouw, Volkskrant en AD in op de dienst Topics, die de eigen abonnees digitale toegang biedt tot alle Persgroep-titels. “Met gepersonaliseerde lijsten in Topics hebben we een manier gevonden om ons wekelijkse aantal van vijftienduizend artikelen te ontsluiten”, aldus Koen Verwee, CEO van Persgroep Publishing. “Topics zal de journalistiek niet redden, maar ik ben ervan overtuigd dat het zal helpen ons overeind te houden.”

Het kanaal dat zich wel profileert als dé redding van de journalistiek, is Blendle. Met een compleet ander verdienmodel (betalen per artikel), maar daar kwam begin dit jaar ineens ook een abonnementsmodel bij: Blendle Premium. Voor een vast bedrag per maand krijgen gebruikers ‘het beste uit alle kranten en tijdschriften voor jou geselecteerd’. Medeoprichter Alexander Klöpping signaleert dat een hele generatie er niet over piekert om abonnee te worden van een krant of tijdschrift, maar wél betaalt voor Spotify en Netflix. “Dat komt omdat die diensten extreem verslavend zijn. Heerlijke apps, met prachtige interfaces. Ze tonen alleen dingen die relevant voor je zijn.”

Belonen
Premium kreeg direct kritiek uit de hoek van de uitgeverijen. “Wij vrezen oprecht dat deze dienst op middellange termijn niet goed is voor de journalistiek”, reageert NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch stellig. Zijn krant stapte in april uit Blendle. Het krantbedrijf haalde vorig jaar naar eigen zeggen tweehonderdduizend euro extra omzet uit Blendle: te weinig. De komst van Premium gaf de doorslag: “Onze financiële basis dreigt hiermee te worden aangetast. Met de Premium-versie wordt Blendle ook zelf een uitgever, met onze content. Voor een tientje per maand. Trek daar de btw vanaf en verdeel de rest tussen honderdtwintig titels en je begrijpt dat we onze journalistiek dan zo goed als gratis weg dreigen te geven.”

Verdienmodellen voor online media houden de gemoederen ook internationaal bezig. De gratis dienst Medium.com gooide in maart namelijk het roer volledig om met een betaalde dienst. “We hebben een nieuw model nodig voor media op internet”, riep oprichter Ev Williams bij de lancering in 2012. Vijf jaar later is het alweer tijd voor een ander model, want Medium ontbeerde een oplossing om aan kwalitatieve content te kunnen verdienen. “We willen geen kapot systeem zijn”, aldus Williams. “Reclamegedreven online media zijn dat kapotte systeem, omdat ze niet gebouwd zijn om mensen te bedienen. Ideeën moeten worden beloond, niet het trekken van een paar seconden aandacht.”

Valkuilen
Er liggen echter ook talloze valkuilen te wachten voor wie een subscriptionmodel overweegt. Zo wordt te vaak gestart met een te ingewikkelde propositie, stelt Zuidgeest. “Bepaal vooraf dus goed welke dienst je via subscription aanbiedt en via welke kanalen je dit wil verkopen. Tegelijkertijd moet je ook eerlijk zijn tegen jezelf: het is onzin dat iedereen alles in abonnementsvorm wil. En waak ervoor dat consumenten abonnementenmoe worden.”

Voor bedrijven die hun inkomen verdienen aan abonnees is focus op de churn essentieel. “Als je klanten namelijk niet kunt vasthouden, gaat een subscriptionmodel nooit werken. En dus moet je goed naar hen luisteren. Wellicht is je product te duur of niet divers genoeg.”

Freemium blijkt vooral zinvol om mensen een dienst te laten uitproberen, aldus Zuidgeest. “Het kan resulteren in een grootschalige lock-in. Zorg er dan wel voor dat je een grote groep benadert en vertel er duidelijk bij dat die gratis variant een tijdelijke aanbieding is. Een grote speler als Spotify kan dit makkelijk doen, omdat men daar inmiddels prima kan inschatten welk percentage gebruikers na verloop van tijd overstapt naar de betaalde variant. Heb je daar geen enkel zicht op, dan loop je echter een groot risico.”

De vraag is natuurlijk wat het alternatief wordt voor de subscription hype. Zuidgeest: “De volgende stap wordt dat je alleen nog gaat betalen wanneer je een dienst echt gebruikt. Daarvoor betaal je vervolgens een lager bedrag dan een regulier abonnement. Abonnees hebben toch vaak het gevoel dat ze uiteindelijk te veel betalen. En past een usage-model beter, zoals we dat kennen van leenauto’s en de telco-markt.”

Versnipperd
Hoewel subscription services populair zijn, leiden ze ook tot veel opzeggingen. Dit blijkt uit Amerikaans onderzoek uit maart van AYTM Market Research. De helft van alle respondenten maakt gebruik van abonnementsdiensten. Bijna twee vijfde heeft ze echter ook alweer opgezegd. Dat afhaak- of overstapgedrag is altijd een groot risico voor abonnementsmodellen. En de reden waarom andere inkomstenbronnen belangrijk blijven. Zo heeft beautyspeler Birchbox ook fysieke winkels.

Volgens rankingsite Hitwise steeg het bezoek aan subscriptionwebsites in januari overigens met achttien procent. Een jaar eerder was die groei nog groter (56 procent). Met name Food en Mode vertonen verzadiging. De markt raakt bovendien versnipperd door steeds meer nieuwe toetreders in deze populaire segmenten.

Gewoontedier
Hoite Polkamp van Deezer maakt wat betreft gebruikers onderscheid tussen mensen die lean forward zijn (zelf actief hun profiel inrichten) en degenen op wie lean backwards meer van toepassing is. “Veel mensen willen gewoon relaxen en van muziek genieten. Voor hen hebben we Flow gelanceerd, de gepersonaliseerde radio die via een continu lerend mechanisme precies aansluit bij wat jij wilt horen.” Met een forse positieve invloed op het aantal streams per gebruiker tot gevolg.

Consumenten losweken bij de concurrentie is overigens geen speerpunt van Polkamp. “Overstappers zijn in streaming een echte uitdaging. Mensen zijn gewoontedieren, hebben geen zin om voor een tweede keer een eigen muziekbibliotheek aan te maken. De cost to switch is dan ook hoog. Op zich geen probleem: streaming is een groeimarkt en er is ruimte voor meerdere aanbieders, dus mikken we vooral op de grote groep die nog geen abonnement heeft.”

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#158).

Foto: Gauthier DELECROIX (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe bereiken we de connected consumer?

Posted 02 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Consumenten raken steeds meer verbonden. Toch missen merken nog regelmatig het fingerspitzengefühl om het online gedrag van mensen werkelijk te begrijpen. Het gat tussen de ervaringen die mensen willen en wat ze krijgen neemt eerder toe dan af.

Kantar TNS doet wereldwijd onderzoek naar ons immer ‘connected life’. Jaarlijks brengt het onderzoeksbureau de connectiviteit van 70 duizend personen in 57 landen in kaart. Geprikkeld door de sessie ‘Welke experience zoekt mijn connected consumer op social?’ door Judith ten Bokkel van Kantar TNS tijdens de Social Conference eerder dit jaar dook ik dieper de materie in. Op zoek naar de vraag: Hoe ervaren consumenten hun online leven en hoe kunnen bedrijven daar beter op inspelen?

Vier essentiële zaken

Zoals gezegd, consumenten raken steeds meer verbonden. Daar hebben ze alle middelen en gelegenheid toe. Dat zou betekenen: meer kansen en momenten voor organisaties en bedrijven om op de wensen van hun doelgroep in te spelen. Alleen, de perceptie die zij hebben om waardevol en relevant te zijn, komt niet overeen met die van de consument die ze proberen te beïnvloeden. De mate van van verbondenheid en de manier waarop mensen relaties aangaan met merken, media-uitgevers en technologieplatforms verandert. Om winstgevend te groeien in de ‘connected world’ moeten organisaties die aspecten echter wel zien te doorgronden, inclusief de content waarnaar consumenten op zoek zijn. Zo leert het onderzoek.

Je haakt af

Het gat dat er nu is wordt onbedoeld door diezelfde organisaties veroorzaakt en zelfs versterkt. Ondanks – of misschien zelfs juist door – alle technologische middelen die voorhanden zijn. Consumenten voelen zich steeds vaker gestalkt door bedrijven en merken. Uit het onderzoek van Kantar TNS blijkt dat wereldwijd 34 procent dit zo voelt. Herkenbaar? Bij mij wel. Voorbeeld: als ik Wordfeud speel, krijg ik keer op keer advertenties voor een soort wargame voorgeschoteld. Als we nu al zo ver zijn met slimme technologie, hoe kan het dan dat die systematiek: A. niet kan achterhalen dat ik dit soort spelletjes niet speel en B. dat als ik ze wegklik, ze toch tot vervelens toe terugkomen? Het moet toch mogelijk zijn met algoritmes op basis van big data dat je dan een andere advertentie voorgeschoteld krijgt? Nee, ongewenste content blijft je achtervolgen. Resultaat: je haakt af.

Gezeik achteraf

En andersom werkt het ook zo. Wat laatst pijnlijk duidelijk werd bij geenstijl.nl, het online relschoppertje van de Telegraaf Media Groep. Adverteerders trokken zich terug omdat automatisch geplaatste advertenties op plekken kwamen die hen niet bevielen (bron).

Wat ontbreekt is de menselijke factor, een laatste controleslag in het belang van adverteerder en consument. Nog niet eens zo heel lang geleden, al klinkt begin 2000 als een eeuwigheid terug, werkte ik voor het prepress-bedrijf van De Telefoongids. Toen die nog bestaansrecht had. In het bedrijvengedeelte stonden behalve vermeldingen ook advertenties. In een voor die tijd nogal fancy digitaal systeem plaatsten we die advertenties op vooraf afgesproken, strategische plaatsen ten opzichte van de vermelding van de adverterende opdrachtgevers. Handmatig. Een tijdrovende klus, maar het gaf de klant wél waar ie voor betaald had en voorkwam gezeik achteraf.

Kortom: leuk die automatisering, maar echt onder controle hebben we het dus niet altijd. Er is zoveel data en zoveel technologie, en toch verprutsen we het nog regelmatig. Conclusie: heb je je big data niet voor elkaar, doe het dan niet.

Maar wat kunnen merken doen om de perceptie te voorkomen dat het publiek heeft dat ze gestalkt worden en daar niets voor terug krijgen? Des te beter merken de algoritmes snappen die de distributie van content regelen, des te groter de kans dat hun content aanslaat. Bedrijven moeten zich daarbij afvragen: zijn de content en de ervaringen die je levert nuttig voor je doelgroep, of zijn ze gemaakt voor de doelgroep om je eigen doelstellingen te behalen?

Steeds meer mensen interacteren via hun mobiel met merken, zowel in ontwikkelde als opkomende markten. Tegelijkertijd verbreden socialmediaplatforms hun aanbod aan functionaliteiten en creëren hiermee verschillende soorten contactmogelijkheden voor die merken. Consumenten brengen steeds meer tijd door op social en zien het steeds meer als onderdeel van de customer experience: om vragen te stellen of informatie in te winnen. Dat betekent voor organisaties: verwachtingen managen. Want een uur wachten op een reactie via Whatsapp voelt als heel lang. Terwijl dat eigenlijk best snel is.

Wat niet wil zeggen dat social altijd de meest logische weg is. In de VS, VK en andere Europese landen, waar mensen meer digitale touchpoints hebben dan in de rest van de wereld, kiezen velen ervoor om juist contact te zoeken via de website van het bedrijf, of door naar een winkel te gaan om iemand persoonlijk te spreken.

Connecten met consumenten

Of het nou via mobiel is in opkomende markten of op meerdere devices in ontwikkelde regio’s, gebruikers hebben de hele dag behoefte aan content. Budgetten om uitputtend ervaringen te creëren op elk mogelijk ‘touchpoint’ zijn er op dit moment niet, dus marketeers moeten prioriteiten stellen. Wat ze nodig hebben, zo onderstreept het onderzoek van Kantar TNS, zijn geïntegreerde strategieën gericht op de belangrijkste touchpoints en ervaringen, op de momenten die er toe doen bij de doelgroep. Momenten die er toe doen. Typisch zo’n zin die vragen oproept. Welke momenten zijn dat? En hoe benut je ze?

Ik vroeg het ervaringsdeskundige Stephan van Slooten, partner bij Altuïtion, consultancybureau voor customer experience. Als co-auteur van De 9+ organisatie weet hij hoe je als merk je klant, gebruiker of gast bindt door op cruciale contactmomenten een 9-plus te scoren. Volgens die theorie scoor je het beste door dit op een structurele manier in te bedden in de communicatiestrategie van je bedrijf. Door dienstbaar in te spelen op de emoties van mensen. Want de beslissingen die consumenten nemen zijn voor het overgrote deel bepaald door emotie en niet door ratio.

Mooi verhaal, maar hoe doe je dat? Voorbeeld: Oogziekenhuis Rotterdam bereidt aanstaande patiënten voor op ziekenhuisbezoek door de angst voor slecht zien zoveel mogelijk weg te nemen. Met slimme con­tent­mar­ke­ting en goede online vind­baar­heid richt het ziekenhuis al hun com­mu­ni­ca­tie op angst­re­duc­tie. Een zelflerende bi­bli­o­theek met voorleesfunctie en speciale af­beel­din­gen om mensen niet ongerust te maken bereiden patiënten voor op een eventuele ingreep, en de app OOGdruppelen ondersteunt de nazorg. Resultaat? De website van het oogziekenhuis staat al lange tijd bovenaan in de zoekresultaten en het aantal bezoekers groeide met 500 procent tot 60 duizend per maand. (Bron)

Record op Snapchat

Marketeers weten vaak wel de doelgroep te vinden, maar missen de nuance om hun werkelijke gedrag te begrijpen. Ze moeten targetten op ‘connected behaviours’. Oftewel, wie doet wat waar en op welk moment. In de VS bijvoorbeeld, zijn 16- tot 24-jarigen óók functionele gebruikers van technologie. Ze zijn minder betrokken bij digitale platforms in het algemeen en zien social media meer als een middel om transacties te doen, dan een kanaal voor entertainment. Om segmentaties echt te laten slagen moet je kijken naar hóé mensen digitale en sociale media gebruiken, niet alleen wélke.

TexMex-gigant Taco Bell schoot vorig jaar in de roos met een campagne op Snapchat, zo voerde Judith tijdens haar presentatie als ultieme business case aan. Het merk lanceerde een gesponsord filter waarmee je je hoofd in een enorme taco kon laten veranderen om Cinco de Mayo (vijf mei is een feestdag in Mexico en de VS) te vieren. De actie verpulverde alle records: 224 miljoen weergaven op één dag. Timing tot in de perfectie. Volgens hun senior manager of social strategy: “Van content op Snapchat wordt verwacht dat deze luchtig en grappig is, en het platform maakt het mogelijk hier op een soepele en efficiënte manier creatief mee om te gaan. Wat niet betekent dat het geen vakmanschap vergt. Er zit enorm veel tijd en inspanning in om het verhaal te ontwikkelen; van concept tot storyboard en continu nieuwsgierig te blijven naar hoe het de volgende keer nóg beter kan.”

Alle touchpoints coherent

Marketeers moeten dus daar zijn waar hun publiek is, alleen dat publiek bevindt zich op steeds meer verschillende plekken, zowel online als offline. Tegelijkertijd willen mensen een coherente, consistente merkbeleving. Hoe meer mensen verbonden zijn, des te vaker ze gefrustreerd raken door merken die hen anders behandelen afhankelijk van de omgeving waar ze contact hebben. En dat zijn er teveel, concludeert de studie Connected Life. Opvallend genoeg voelen wereldwijd meer jongeren dan ouderen een discrepantie tussen online en offline bij hetzelfde merk; 36 procent van de 16- tot 24-jarigen ten opzichte van 26 procent onder 45- tot 54-jarigen. Dat zijn cijfers die waarschijnlijk door organisaties anders worden ingeschat.

Het probleem ligt vaak bij bedrijven intern. Eindgebruikers (klanten, consumenten, shoppers) worden meestal door verschillende teams binnen een organisatie benaderd, en behandeld als aparte groepen. Hierdoor is het extreem moeilijk om een consistente klantervaring te bieden. Als dit niet op orde is, bijvoorbeeld bij klantenservice, kan het een merkcampagne op social laten ontsporen. De beste manier om dit te voorkomen is door zeker te stellen dat alle touchpoints een coherente merkbeleving leveren. Concreet: wil je als merk een nieuw kanaal of nieuw touchpoint inzetten, denk dan eerst na of deze goed bij je past en of het in je totale aantal touchpoints een coherentie merkbeleving biedt.

De sleutel naar succes ligt in het kiezen van een context die niet alleen de doelgroep past, maar ook de kracht van het merk en het doel van zijn activiteiten. Dit geldt zowel voor marketingcampagnes als voor customerservice en informatievoorziening. Het Britse giffgaff, een virtuele mobiele provider en onderdeel van O2, heeft hier baanbrekende stappen in gezet. Zij besteden de klantenservice uit te aan hun eigen klanten en beantwoorden zo met slechts twaalf fulltimers op de helpdesk de servicevragen van meer dan een miljoen gebruikers. Dat is nog eens je payoff waarmaken: the mobile network run by you. Binnen de giffgaff-community wordt 68 procent van de vragen opgelost, met een gemiddelde responstijd van zeven minuten. Nogal uniek in de branche. Klanten zijn geneigd minder snel op te stappen, brengen zelf nieuwe klanten en productideeën aan én dragen bij aan een meer coherente merkbeleving voor alle anderen in de community. Mooi.

De volgende generatie

De content die mensen zoeken, tot zich nemen en delen, bepaalt voor een groot deel hun online identiteit. En het groeiende aantal bronnen voor content leidt ertoe dat mensen die identiteit op steeds nieuwe manieren uitdrukken. Dat geldt zeker voor jonge mensen, zij focussen zich op vloggers en andere influencers met verreikende sociale netwerken – bronnen die voor eerdere generaties niet beschikbaar waren. De meest succesvolle influencers zijn niet degenen met de grootste budgetten, maar zij die het beste begrijpen wat het publiek nodig heeft.

In een tijd waar iemand die vlogt over games tweemaal zoveel volgers heeft als Justin Bieber, moeten marketeers zich wel aanpassen. Zorgen dat ze cultureel relevant zijn. Cijfers uit het onderzoek onderstrepen: 16- tot 24-jarigen bekijken vaker user generated content dan content van tv-stations of van merken. En het percentage mensen dat branded content op prijs stelt is laag in ontwikkelde landen: 21 tot 30 procent in de VS en UK, nog minder in Nederland: 11 tot 20 procent!

We leven in een tijd waarin er mogelijkheden en kansen te over zijn. Het onderzoek van Kantar TNS concludeert: toenemende connectiviteit levert kansen op voor probleemloze customer journeys. Het geeft merken de gelegenheid een meer relevante, intuïtieve en waardevolle rol te spelen bij de reis van de consumenten. Maar betere relaties aangaan met consumenten via technologie gaat niet zo maar. En het vergroot ook de kans dat er bij organisaties meer inconsistentie ontstaat doordat ze vooral hun eigen agenda bepalen en missen wat het publiek écht belangrijk vindt, met alle frustrerende gevolgen van dien. Merken die vooral hun best doen een zo groot mogelijk bereik te hebben en er altijd en overal willen zijn, missen vaak effectiviteit.

Kortom, marketeers moeten hun prioriteiten bijstellen en de focus verleggen om te voorkomen dat ze worden buitengesloten van de momenten die er toe doen in de levens van hun klanten. Om die momenten niet te missen en er het maximale uit te halen is effectieve planning van levensbelang. Misschien een open deur, maar uiteindelijk gaat het om de optimale mix van drie dimensies: het juiste medium, de juiste boodschap en het juiste moment. Door deze op elkaar af te stemmen vergroot je je merkwaarde en/of stijgt je omzet.  



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mediahuis-topmannen voorwaardelijk lid RvC TMG

Posted 02 Jun 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Gert Ysebaert en Paul Verwilt, respectievelijk de ceo en coo van de Vlaamse uitgeverij Mediahuis, zijn voorwaardelijk benoemd tot lid van de Raad van Commissarissen van de Telegraaf Media Groep (TMG). Dat meldt TMG naar aanleiding van zijn Algemene…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Kostenreductie dagbladuitgevers werpt vruchten af

Posted 01 Jun 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Dagbladuitgevers hebben de afgelopen vijftien jaar fors in de kosten gesneden, wat betekent dat zelfs met teruglopende advertentie-inkomsten de bedrijfsresultaten eigenlijk prima zijn. Dat stelt media-onderzoeker Piet Bakker na analyse van jaarverslagen…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Nieuwe online titel voor moeders van pubers

Posted 30 Mei 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Snippet Media, de online uitgeverij van Femke Sterken en Barbara van Erp, lanceert een nieuwe titel: tishiergeenhotel.nl. Het online magazine richt zich op moeders van pubers, en is opgericht door journalisten…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Europese nieuwsuitgevers klagen in Europa angstig over cookies

Posted 30 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dertig van Europa’s grootste nieuwsuitgevers beklagen zich met een open brief bij Europese parlementariërs en ministers over de toenemende macht van Google, Apple, Facebook, Microsoft en Mozilla.

De uitgevers publiceerden gisteren een open brief om de besluitvorming over nieuwe privacyregels te beïnvloeden. Meer in het bijzonder gaat het om de wijze waarop profielen van internetgebruikers worden samengesteld voor reclamedoeleinden. Nu moet een consument per website aangeven of de uitgever een cookie mag plaatsen om zijn gedrag te meten. Het ziet er echter naar uit dat dat mechanisme gaat veranderen.

Politici willen namelijk dat die toestemming niet meer op siteniveau wordt geregeld maar centraal via de webbrowser. Hierdoor ontstaat een alles of niets-situatie. Consumenten kunnen niet meer per site bepalen of ze die partij wel of geen de reclamegelden gunnen.

Hierdoor blijven er maar vier partijen, schetsen de uitgevers, die de toegang tot consumentenprofielen behoren. Dat zijn de browsermakers Google, Apple, Microsoft en Mozilla. Zij hebben een gezamenlijk marktaandeel in Europa van negentig procent.

Bovendien komen Facebook en Google in deze geschetste nieuwe situatie verder op voorsprong omdat zij gedragsprofielen bouwen op basis van data van ingelogde gebruikers. Daarmee worden geen gecalculeerde aannames over profielen gebruikt, maar daadwerkelijk gemeten gedrag van unieke individuen. Vorige week tijdens het congres Interact van IAB Europe veegde Facebooks Europabaas Nicola Mendelsohn in dit kader cookies dan ook als afval van tafel omdat het geen nuttige vehikels voor internetreclame.

Het zit de uitgevers ook erg dwars dat de reclame-euro’s niet in Europa blijven maar de oceaan oversteken naar Amerika. Bij de partijen die de open brief ondertekenden, zitten ook toekomstig Telegraaf-eigenaar Mediahuis, NRC en de Persgroep. Daarnaast tekenden uitgevers als Daily Mail, the Guardian, Le Monde, Die Zeit, Sanoma en Schibsted.

Een aantal grote Nederlandse uitgevers heeft in de afgelopen maanden met elkaar gesproken om geanonimiseerde surfdata te bundelen richting de advertentiemarkt. Concurrenten zouden moeten samenwerken om de gezamenlijke reclametaart groter te maken en tegenwicht tegen Facebook en Google te bieden. Het sentiment is goed, zegt een ingevoerde bron tegen Emerce, maar tot daden is het vooralsnog niet gekomen.

Foto: redvers (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Outbrain sluit aan op AppNexus

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het tot nu toe gesloten contentmarketingnetwerk Outbrain lanceert Outbrain Programmatic Access (OPA) en stelt zijn inventory beschikbaar via AppNexus’ Marketplace.

Hierdoor kunnen gebruikers van AppNexus gaan bieden op plaatsing van hun contentmarketingitems in het netwerk van Outbrain. Het Amerikaanse bedrijf exploiteerde dat netwerk tot nu toe zelf op sites van grote, vaak ook internationale uitgevers.

Met meer aanbod in zijn netwerk bij gelijkblijvende vraag verwacht Outbrain hogere CPM-prijzen te kunnen vragen. Uitgevers en adverteerders die het netwerk willen inschakelen hoeven geen aparte investeringen in technologie te doen.

Foto: Bartosz Mogiełka (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »