Posts Tagged ‘uitgever’

De Persgroep koopt Reclamefolder.nl

Posted 04 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Persgroep verwerft het complete eigendom over Reclamefolder.nl RTL Ventures verkoopt zijn belang van 34,8 procent. Ook H2 Equity Partners en de oprichters Robin Streng en Jeffrey van Rossum stappen helemaal uit.

De Persgroep krijgt hiermee een platform in handen wiens folders maandelijks zeker 25 miljoen keer worden bekeken door twee miljoen gebruikers. Dat sluit inhoudelijk en commercieel gezien goed aan bij de eigen activiteiten van de krantenuitgever op landelijk niveau. Daarnaast sluit het aan bij de plannen van Reclamefolder.nl zelf, dat nu meer de regio in wil.

Voor Vincent Pieterson van RTL Ventures waren er meerdere partijen geïnteresseerd in zijn belang en het bedrijf als geheel. Dat hangt samen met de consolidatie die plaatsvindt in de markt van digitale reclamefolders. En die speelt zich voornamelijk op internationaal niveau af. Het zijn vooral Bonial (Axel Springer) en Shopfully die fors in techniek en internationale expansie investeren. De Persgroep stak hen de loef af.

“RTL heeft Reclamefolder.nl goed geholpen zijn bereik te vergroten, samenwerking te sluiten en landelijke deals met adverteerders te sluiten. Als investeren kijk je altijd naar wanneer het juiste moment is om in- en uit te stappen en dat is nu. De Persgroep kan goed helpen bij de ambitie om dieper de regio in te gaan.”

Ruud Giebels, directeur Reclamefolder.nl: “Het samengaan past in onze gemeenschappelijke ambitie om dé sterkste conversie partner van Nederland te worden.”

Financiële details rondom de transactie zijn niet bekendgemaakt.

Foto: FaceMePLS (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Oud-uitgever Theo Sontrop (86) overleden

Posted 04 Sep 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Voormalige literair uitgever en dichter Theo Sontrop is zondag op 86-jarige leeftijd overleden.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

NVJ teleurgesteld over verloop cao Uitgeverijbedrijf

Posted 01 Sep 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Het wil niet vlotten met de onderhandelingen voor een nieuwe cao Uitgeverijbedrijf. Dat meldt de NVJ na de laatste ronde van onderhandelen. De werkgevers willen het salaris verhogen met niet meer dan 1 procent en weigeren serieus te praten over het…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Business Insider start vacaturesite

Posted 01 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse editie van het internationaal succesvolle Business Insider start een vacaturesite om zijn carrièregerichte publiek extra te bedienen.

Op vacatures.businessinsider.nl kunnen bedrijven vacatures plaatsen en kandidaten kunnen hun profiel achterlaten. De technische kant van dit platform wordt uitgevoerd door Exenzo, een aanbieder van arbeidsmarktcommunicatie voor uitgevers.

Volgens Business Insider zelf bezoeken maandelijks een miljoen, veelal zakelijke, belangstellenden de Nederlandse editie. Internationaal verwerkt de titel, eigendom van de bekende Duitse uitgever Axel Springer, meer dan honderd miljoen unieke bezoekers.

Foto: Tobias Zils (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Uit Getty’s data: dit zijn de belangrijke trends voor visuele content

Posted 31 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wat zijn op dit moment de trends op het vlak van visuele content en hoe maken bedrijven hier gebruik van? Een van ’s werelds grootste fotosites zocht het uit.

Als ’s werelds bekendste fotosites verzamelt Getty een ongekende hoeveelheid data over beeldtrends en -voorkeuren. Naast de klanten die jaarlijks 400 miljoen beelden kopen, gebruikt nog eens 97% van de bezoekers de site als foto- en inspiratieboek. Uit al die bezoeken leert Getty welke beelden nu aanspreken. In een ebook somt het de belangrijkste ontwikkelingen op. Een ding is overduidelijk, schrijft Getty, bedrijven kiezen voor de meer realistische beelden. Millennials vragen om echt.

Virtual Reality als nieuwe realiteit

Het aantal zoekopdrachten naar Virtual Reality (VR) is in een jaar tijd meer dan verdriedubbeld, het vinden van 360 graden-beelden nam met 94 procent toe. Volgens het bedrijf is de ontwikkeling helder: VR is geland. Getty zegt daar zelf over dat zowel consumenten als bedrijven zoeken naar een ‘diepere connectie’. Via VR en 360 graden-beelden worden kijkers op een heel nieuw niveau betrokken bij een verhaal. Ze stippelen zelf een route uit door de content.

De Unicef-campagne ‘Clouds over Sidra’ wordt bijvoorbeeld aangehaald als zo’n casus. Kijkend door de ogen van een jong meisje dat in een Syrisch vluchtelingenkamp leeft, roept Unicef op tot doneren.

Kleur heeft een centrale rol

Op veel plekken zie je het terug: onconventionele kleurcombinaties en kleuren die een centrale rol opeisen in fotografie. De nostalgische kleurtonen uit Instagrams filters zijn ingeruild voor de gewaagde, felle en in het oog springende tinten. Niet alleen in films als La La Land maar ook in merkcampagnes wordt dit nog populairder, zo verwacht Getty. Uitgever NewsCred haalt alvast onderstaande reclamecampagne aan ter inspiratie.

Ongefilterd beeld

Het is niet dat millennials zich voor niets meer interesseren, schrijft Getty, maar de verhalen moeten op een nieuwe manier worden verpakt. Merken zullen daarom de principes van de fotojournalistiek omarmen om hun verhalen te vertellen. Het is een trend die haaks staat op de glossy beelden die jarenlang te zien waren op sites en in advertenties.

Millennials reageren op merken die de waarde kennen van waarden, zegt de fotosite in het ebook. De content wordt redactioneel, in tekst en beeld, zodat klanten zich voor langere tijd kunnen binden aan een bedrijf. Een belangrijk voorbeeld daarin is Vice dat millennials aan het roer heeft en de opinie niet schuwt. Bedrijven die het lef hebben zich radicaal anders op te stellen in hun visuele communicatie zullen het winnen van concurrenten, denkt Getty.

NewsCred haalt onderstaande campagne van Ad Council aan als goed voorbeeld. Deze non-profit die gesteund wordt door bedrijven als Coca Cola, Unilever en Google lanceerde ‘love has no labels’. Met deze site en campagne vol van ‘gewone mensen’ wil het een einde maken aan de vooroordelen.

Vrouwen anders in beeld

Hoe vrouwen worden neergezet in beelden verandert langzaam – het aantal zoekopdrachten naar ‘vrouw + held’ is verdubbeld. Getty spreekt zelf van een ‘Gritty Woman’ die onderdeel moet zijn van de visuele contentstrategie. ‘Een vrouw die zich drukker maakt over wat ze kan dan hoe ze eruit ziet.’ – bloed, blauwe plekken, spieren. De manier waarop sportmerk Reebok de vrouw toont wordt als goed voorbeeld gezien daarvan. Niet alleen de campagnes, maar alle beelden op sociale media zijn hierop afgestemd.

De wereld als lokale buurt

Grenzen vervagen, de hele wereld is in feite een lokale buurt. Dat principe gaan we volgens Getty nog vaker terugzien in de beelden die bedrijven gebruiken. Dat betekent dat bedrijven regionaal gebonden beelden gaan gebruiken in de wereldwijde communicatie. Een reclame van Apple zet de toon: van een Grieks eiland tot aan de beelden van het Braziliaanse carnaval komen voorbij. Bedrijven zullen hun beelden steeds minder afstemmen op één lokale markt, voorspelt een expert. Een ervaring aan de andere kant van de aarde kan zeker ook Europeanen aanspreken.

Een beetje speels en naïef

Complexe communicatie is uit. Spontaan, snel en grappig is in. Emoji’s, memes en grappige GIFjes zijn binnen een paar tellen te verwerken en trekken dus de aandacht. De manier waarop MailChimp communiceert is daarvan een toonbeeld, vult NewsCred aan. Het maakt een grap van de eigen bedrijfsnaam en ‘vergeet’ in de bijbehorende campagne te communiceren wat MailChimp eigenlijk is. In plaats daarvan focust het op gekkigheid en creativiteit. Precies waar het bedrijf voor wil staan.

Meer over deze visuele trends is te lezen in het ebook ‘Getty Images 2017 Visual Trends

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

E-privacy: Alle macht naar Google, Microsoft en Apple?

Posted 29 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

We maken ons allemaal druk om de Europese General Data Protection Regulation (GDPR) die op 25 mei 2018 van kracht wordt. Maar vergeet daarbij de nieuwe cookiewetgeving niet (de e-privacyverordening), die in potentie een veel grotere impact kan hebben.

GDPR zorgt ervoor dat we duidelijker moeten zijn en beter moeten registreren wat we met persoonsgegevens doen. Het is gericht op de communicatie met de consument. Wie een goed gestructureerde database heeft en zich altijd aan de regels heeft gehouden, zou met enige inspanning goed aan de nieuwe regels moeten kunnen voldoen. Dit geldt echter niet voor organisaties die zich richten op direct marketing. Hiervoor gelden veel striktere regels, met name een absoluut recht voor consumenten te weigeren dat hun data worden gebruikt voor direct marketing.

Privacy by design: hoe heet wordt de soep?

Wat voor alle bedrijven een onderbelicht obstakel is, is de privacy by design-clausule. Volgens de nieuwe EU-wet moeten organisaties ervoor zorgen dat gegevens continu worden beschermd met de nieuwste technologische mogelijkheden. Bij het ontwerpen van nieuwe processen en systemen moet er dan ook terdege rekening worden gehouden met de bescherming van persoonsgegevens. De vraag is hoe heet de soep zal worden gegeten. Geldt de privacy by design-regel voor bestaande systemen of alleen nieuwe? Mijn verwachting is dat bedrijven met systemen die belangrijke persoonsgegevens bevatten ervoor moeten zorgen dat de beveiliging daarvan doorlopend up-to-date is. Dat heeft snel heel veel impact, want systemen zullen bijvoorbeeld encryptie en een 2-way authenticatieprocedure moeten gaan toepassen. Wanneer bijvoorbeeld een e-mailmarketingsysteem dit niet doet, moet je als bedrijf overstappen op software die wel aan de eisen voldoet. En blijven alle persoonsgegevens zichtbaar in het systeem of moet je als marketeer alleen een selectie kunnen maken, zonder dat de daadwerkelijke data in te kunnen zien? Ik ben benieuwd hoe dit soort vraagstukken zich gaat ontwikkelen na 25 mei 2018.

Nieuwe cookieregels

Daarnaast horen we er verder weinig over dat de EU tegelijk met de GDPR ook nieuwe cookieregels wil introduceren. De huidige Nederlandse cookiewet zal per 25 mei 2018 mogelijk worden vervangen door een nieuwe Europese cookiewet namelijk, de door de Europese Commissie (EC) voorgestelde e-privacyverordening (EPV). Een cookie valt onder persoonsgegevens en je moet daarom sinds 2014 websitebezoekers om toestemming vragen om deze te verzamelen en in je privacy statement precies zeggen wat je ermee doet. De EU signaleert echter dat de consument nog altijd geen idee heeft waar hij precies mee instemt. Bovendien omvat de huidige cookiewet niet alle manieren waarop een websitebezoeker gevolgd kan worden, zoals bijvoorbeeld via device fingerprinting. Daarom gaan de cookieregels tegelijk met de bescherming van persoonsgegevens op de schop. Wel is het zo dat de EVP nog uitgesteld kan worden. De grote uitgevers van Europa zijn momenteel hard aan het lobbyen voor andere regels en ik begrijp wel waarom.

De bedoeling is namelijk dat vanaf 25 mei 2018 de toestemming om cookies te verzamelen via de browser wordt geregeld. Er komt dus meer macht te liggen bij de grote mediapartijen, Apple, Google en Microsoft. De gebruiker krijgt handvatten over wat er met cookies gebeurt en kan instellen of deze mogen worden verzameld en voor welke doeleinden. Het is de vraag hoe de browsers daarmee om zullen gaan. Wordt er bijvoorbeeld op bedrijfsniveau om toestemming gevraagd of op een ander niveau? Wordt het een simpele klik of moet je actief websites toevoegen? Zijn er verschillen per browser? Cookies zijn een belangrijke inkomstenbron voor veel partijen waaronder zeker de uitgevers.

Terug naar bulkmarketing?

Het ligt dus in de lijn der verwachting dat er explicietere cookievragen worden gesteld aan de browsergebruiker. De wijze van vragen is nog gissen. De kans is aanwezig dat bedrijven veel minder cookies kunnen verzamelen en dus over minder data beschikken van bezoekers. Zonder cookies wordt alles wat we met data-driven marketing doen lastig – van het volgen van de customer journey tot storytelling en personalisatie. Wat ga je doen om aan data te komen als je via cookies minder gegevens verzamelt? Ik heb daar nog geen antwoord op. Gaan we terug naar bulkmarketing?

Op zich is het logisch dat de EU de browsers beschouwt als de poortwachters van internet en daar de verantwoordelijkheid neerlegt. Maar je kunt je tegelijkertijd ook afvragen of je deze macht moet geven aan partijen die een kennelijk belang hebben. Google, Apple en Microsoft zijn immers zelf publishers en kunnen geneigd zijn om hun eigen positie te bevoordelen.

Controle schiet vaak tekort

Het is natuurlijk goed mogelijk dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen. We zien dat bedrijven langzaam wakker worden en de mogelijke impact van de GDPR beginnen in te zien. Zeker als ze hun data niet op orde hebben, kan het veel werk met zich meebrengen en hebben de nieuwe regels wel degelijk gevolgen. Echter, bij de nieuwe telecomwet in 2009 schoten we ook in de stress en bleek er uiteindelijk weinig opvolging plaats te vinden vanuit de overheid. Dat gold ook voor de daaropvolgende aanscherpingen en wijzigingen in de regelgeving. Veel partijen zijn daardoor vervallen in een grijs gebied. De mogelijkheden van commerciële nieuwsbrieven zijn bijvoorbeeld in de regelgeving ingeperkt, maar er vindt amper controle plaats. Wie heeft zich niet weleens uitgeschreven voor een nieuwsbrief om deze na zes maanden gewoon weer te ontvangen? Dat is niet het ergste wat er kan gebeuren, maar wel symptomatisch voor hoe dit soort nieuwe regels van overheidswege worden gehandhaafd. Instanties zijn zwaar onderbemand en hebben niet de middelen om de markt echt te controleren.

De branche speelt hier zelf natuurlijk ook een rol in. We stellen gedragscodes op omdat de overheid wil dat de markt zichzelf reguleert. Maar hoe streng wordt er toegezien op de naleving daarvan? Dus: goed dat er nieuwe regels komen, maar zowel overheid als branche zullen zich over de controlemechanismen moeten buigen. Alleen zo lijden de goeden niet onder de kwaden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Robert van den Ham begint automotive uitgeverij Currus Media

Posted 28 Aug 2017 — by Adformatie
Category nieuws

De Nederlandse uitgave van de Britse tijdschrift Autocar verschijnt dit najaar op de Nederlandse en Vlaamse markt.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Naspers behoudt belang in Tencent

Posted 28 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nederlander Koos Bekker van het Zuid-Afrikaanse Naspers, ooit een grote uitgever van kranten, wil zijn belang van 33 procent in de Chinese internetgigant Tencent voorlopig niet kwijt. Dat belang is intussen 132 miljard dollar waard, meer dan Naspers zelf.

Aandeelhouders hebben aangedrongen op verkoop van het belang in het Chinese bedrijf achter WeChat, eigenlijk net zoals dat het geval was met Yahoo, waarvan de waarde vooral werd bepaald door het belang in Alibaba.

Topman Bekker verzet zich echter tegen de plannen, vertelde hij vorige week tegen Reuters. ‘We krijgen dat advies om te verkopen al vanaf de dag dat Tencent naar de beurs ging in 2004.’ En dat wil hij niet want de som der onderdelen is wat hem betreft belangrijker.

De beurswaarde van Naspers explodeerde destijds van 231 miljoen naar 114 miljard dollar. Met dat geld heeft Nasper onder meer kunnen investeren in e-commerce bedrijven als Letgo en OLX, een soort Marktplaats voor India en Brazilië.

Tencent had overigens geen mooie kwartaalcijfers. De e-commerce poot noteerde een verlies van 682 miljoen dollar.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Global Savings Group schermt met zwarte cijfers

Posted 25 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het internationale bedrijf achter Kortingscode.nl heeft het jaar 2016 operationeel winstgevend afgesloten. De aanhoudende groei komt vooral vooruit het de geografische expansie naar nieuwe markten.

Het internationale netwerk van kortingscodesites, actief met tie merken in 23 landen, geeft geen exacte cijfers maar claimt dat het winstgevend is. Het enige getal dat de leiding vrijgeeft is het bruto totaal van de gerealiseerde handelswaarde voor zijn klanten: 463 miljoen euro, een plus van 99 procent ten opzichte van 2015.

Global Savings Group (GSG) ziet zichzelf als een bedrijf dat besparingen helpt realiseren voor consumenten. Het publiceert kortingscodes van webwinkels en distribueert dit via zijn eigen sites, e-mailnieuwsbrieven en socialmediakanalen. In ruil daarvoor betalen adverteerders, webwinkels, een vergoeding.

De publieke winstclaim lijkt ingegeven door een van de grote aandeelhouders achter GSG, dat tot voor kort Cuponation heette. Rocket Internet, namelijk, belooft zijn eigen aandeelhouders namelijk al langer dat een paar van zijn grote merken nu eindelijk zwarte cijfers zullen rapporteren. Dit lijkt de inlossing van die claim via de achterdeur.

Andere aandeelhouders in GSG zijn Holtzbrink Ventures, New Enterprise Associates (NEA), e.ventures en ru-Net. Samen staken zij in de afgelopen jaren zestien miljoen euro in het bedrijf. Het is niet bekend tegen welke waarderingen dat gebeurde.

Het Nederlandse bedrijf Imbull, de uitgever van Kortingscode.nl, Flipit en Actiepagina.nl, werd in 2015 gekocht om het eigen geografisch bereik te vergroten. In 2016 breidde GSG uit met Blog de Chollos en SerialDealer uit Spanje en Frankrijk. Ook lanceerde het kortingsportals in Engeland en sloot het verscheidene samenwerkingen met grote uitgevers.

Foto: fresh_foto (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

De relatie tussen responsive en adaptive webdesign

Posted 23 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bij elke website-optimalisatie hoort standaard het advies: maak je website responsive! De term responsive webdesign is dan ook niet weg te denken uit het internetjargon. Daar kan tegenwoordig ook de term adaptive webdesign aan toegevoegd worden. Een term die aan populariteit wint, maar tot de dag van vandaag nog steeds niet duidelijk geformuleerd is. Staat het gelijk aan responsive webdesign, zijn het tegenpolen of hebben ze een andere relatie?

Old school: fixed, fluid en mobiele lay-outs

Tot 2010 waren de meeste websites gebaseerd op een fixed lay-out, ingericht voor schermen van 800 en later 1024 pixels breed. Ongeacht of je op een mobiel, tablet of desktop een website opende, altijd kwam een website met een vaste breedte tevoorschijn. Dit zorgde voor het nodige gezoom en gesleep op apparaten met kleine schermen, wat natuurlijk niet erg gebruiksvriendelijk was. Bezoek bijvoorbeeld eens de website van Coudal op je mobiel om dit zelf te ervaren.

Er is overigens wel geëxperimenteerd met lay-outs gebaseerd op percentages van het scherm, zogenaamde fluid of liquid lay-outs. In tegenstelling tot een fixed lay-out schaalt een fluid lay-out altijd mee met de grootte van het scherm. Alhoewel dit een verbetering was voor mobiele schermen, had ook deze aanpak zijn minpunten:

  • Afbeeldingen schalen naar overdreven kleine afmetingen of worden zelfs afgehakt op kleinere schermen.
  • Teksten springen over andere teksten heen.
  • Werken met meer dan twee kolommen wordt een nachtmerrie.

Inspecteer maar eens dit voorbeeld in je browser en verklein het venster zo ver mogelijk om te zien waar het fout gaat.

Een andere oplossing was om mobiele versies van een website te maken. Deze versies waren gebaseerd op een fixed lay-out en meestal speciaal ingericht op de breedte van één type apparaat, bijvoorbeeld de iPhone. Naarmate de diversiteit in mobiele apparaten toenam, bleek ook deze methode geen flexibele oplossing. Bovendien moet je als websitebeheerder steeds twee of meerdere (mobiele) versies van je website onderhouden.

De reddende engel genaamd responsive webdesign (2010)

En toen kwam CSS3 met de introductie van geavanceerde media query’s die het mogelijk maakten om de lay-out van een website verregaand aan te passen op basis van schermgrootte. Zo kon je bijvoorbeeld instellen om één kolom tekst te tonen op schermen met een breedte kleiner dan 400 pixels. Voor schermen die boven deze grens – ook wel breekpunt genoemd – uitkwamen, werden drie kolommen tekst getoond. Dit bracht Ethan Marcotte tot een revolutionair idee dat hij deelde met de wereld in 2010: responsive webdesign.

Responsive webdesign is volgens Ethan de combinatie van flexibele website-elementen en breekpunten. Eigenlijk een volwassen versie van de hiervoor besproken fluid lay-out. Met responsive webdesign is het mogelijk om een website zelfs voor de kleinste schermen zonder nare bijwerkingen aan te passen. Verklein nu dit voorbeeld om het verschil te zien met een fluid lay-out.

Ethan vermeldt in zijn betoog dat het niet alleen om de technieken gaat die gebruikt worden. Responsive webdesign is volgens hem ook een nieuwe manier van denken, waarbij we bij het maken van een website niet meer uit mogen gaan van één standaardmodel:

“Fluid grids, flexible images, and media queries are the three technical ingredients for responsive web design, but it also requires a different way of thinking. Rather than quarantining our content into disparate, device-specific experiences, we can use media queries to progressively enhance our work within different viewing contexts…

Now more than ever, we’re designing work meant to be viewed along a gradient of different experiences. Responsive web design offers us a way forward, finally allowing us to “design for the ebb and flow of things.”

Een nieuwe speler: adaptive webdesign (2011)

In 2011 riep Aaron Gustafson de term adaptive webdesign in het leven. Het creëren van een zo goed mogelijke gebruikservaring (zowel in vorm als functie) staat centraal, mede door optimaal gebruik te maken van de beschikbare mogelijkheden van het apparaat van een bezoeker.

Een website moet daarnaast voor elke bezoeker toegankelijk zijn zonder technische restricties, ongeacht het apparaat dat gebruikt wordt. Geavanceerde functies en handige extra’s worden later via de strategie van ‘progressive enhancement‘ toegevoegd voor apparaten en browsers die dit ondersteunen. Maar de basisversie werkt voor iedereen.

Alhoewel het grote idee achter adaptive webdesign goed te begrijpen valt, is het verschil met responsive webdesign minder duidelijk. Beide methoden zijn tenslotte bedoeld om de bezoeker de beste gebruikservaring te bieden wanneer hij een website bezoekt. Ook wordt er in beide gevallen verwezen naar de strategie van progressive enhancement. Een duidelijk verschil met responsive webdesign is daarom niet zo makkelijk te trekken, evenals het geven van een duidelijke definitie van adaptive webdesign. Dat blijkt ook uit de uiteenlopende meningen die in de loop der tijd gevormd zijn. Laten we ze erbij pakken.

Opvatting #1: het verschil zit ‘m in de fluid lay-out

Een veelgehoorde opvatting is dat responsive en adaptive webdesign twee verschillende methoden zijn om een lay-out aan te passen. Het verschil is dat responsive webdesign gebruikmaakt van een fluid lay-out en dus altijd zichzelf aanpast naarmate het scherm verandert. Grote aanpassingen gebeuren via breekpunten. Adaptive websites passen zichzelf ook aan via breekpunten, maar niet in combinatie met een fluid lay-out. Dit zorgt ervoor dat een adaptive website zich alleen op bepaalde punten aanpast. Visueel ziet dit verschil er zo uit:

Responsive versus adaptive webdesign example

Bron: csstricks.com

Verklein je browservenster ook eens op Healthcare.com en Healthcare.gov om het verschil in de praktijk te ervaren.

Adaptive webdesign lijkt hiermee een simpelere vorm van responsive webdesign: alleen het gebruik van een fluid lay-out ontbreekt. Het is dan ook merkwaardig dat het twee verschillende methoden worden genoemd die los van elkaar staan. Nog merkwaardiger is misschien dat in deze opvatting enkel het gebruiken van een fluid lay-out deze twee revolutionaire ideeën onderscheidt.

Is dat niet te kort door de bocht? Veel schrijvers vinden van niet. Zelfs in 2017 wordt deze opvatting nog gedeeld. Het bekendste voorbeeld is misschien wel het artikel uit 2015 van Geoff Graham van CSS-Tricks. Na een storm aan kritiek van de community, lijkt hij zijn artikel te hebben aangepast:

“There has been a lot of awesome conversation in the comments about the difference between responsive and adaptive design. The important takeaway is that the difference comes down to more than media queries and pixel units…”

Geoff is niet de enige, ook anderen lijken te twijfelen over de bovenstaande definitie van adaptive webdesign en hun artikelen aan te passen.

Zelfs de grondlegger van adaptive webdesign, Aaron Gustafson, springt ook in de discussie. Volgens hem is de bovenstaande opvatting inderdaad te simpel. Er kan hier hooguit gesproken worden van ‘adaptive lay-outs’. Maar adaptive webdesign is zoveel meer dan alleen de lay-out van een website aanpassen op basis van breekpunten:

“For the record, I do think it’s important to draw a distinction between “adaptive web design” and “adaptive layouts” because “adaptive layouts” implies only the use of media queries, which may not be done in a progressively enhanced way…”

Opvatting #2: twee namen, hetzelfde beestje?

Zijn responsive en adaptive webdesign dan twee exact dezelfde begrippen? Vooralsnog lijkt hier niemand van uit te gaan. In de documentatie over Material Design leek Google dit even te doen door de term adaptive UI te gebruiken voor de uitleg van een responsive UI:

“This adaptive UI guidance includes a flexible grid that ensures consistency across layouts, breakpoint details about how content reflows on different screens, and a description of how an app can scale from small to extra-large screens.”

Hier zijn ze later op teruggekomen: de documentatie spreekt nu alleen nog over een responsive UI.

Opvatting #3: adaptive webdesign is onderdeel van responsive webdesign

Zeldman, de uitgever van Ethan Marcotte’s boek ‘Responsive Webdesign’, stelt dat het idee van responsive webdesign een vangnet is voor de verschillende methoden om een website automatisch mee te laten schalen met de schermgrootte. Niet alleen het gebruik van fluid lay-outs en breekpunten vallen hieronder. Zo vindt hij (terecht) het recente Flexbox behoren tot responsive webdesign. Maar ook adaptive webdesign neemt hij mee in de opsomming en noemt het zelfs een simpelere vorm van responsive webdesign. Iets dat bij het eerste punt al aangehaald is en te kort door de bocht leek. Bovendien zijn er weinig andere schrijvers te vinden die deze opvatting delen.

Opvatting #4: responsive webdesign is onderdeel van adaptive webdesign

Wat je tegenwoordig vaker tegenkomt, is de opvatting dat responsive webdesign een onderdeel is van adaptive webdesign. Onder andere Brad Frost heeft dit aangehaald in zijn artikel en de grondlegger van adaptive webdesign, Aaron Gustafson, geeft hem geen ongelijk.

Brad noemt responsive webdesign een manier om enkel de lay-out van een website aan te passen op basis van de schermgrootte die gebruikt wordt. Alhoewel dit een stap in de goede richting is om bezoekers een optimale ervaring op een website te bieden, zijn er tegenwoordig meerdere punten waarmee je rekening kan houden.

Denk bijvoorbeeld aan touchscreensupport, geolocatie of een belfunctie. Wanneer je deze functionaliteiten detecteert op een apparaat, wordt bijvoorbeeld het volgende mogelijk:

  • Toon een galerij waar je doorheen kan swipen wanneer een bezoeker gebruikmaakt van een touchscreen. Hierdoor hoeft hij niet steeds op een knop te drukken om de volgende foto te bekijken.
  • Bereken automatisch de route naar jouw winkel wanneer je toegang hebt tot de locatie van de bezoeker. Hierdoor hoeft hij niet meer handmatig naar je winkel te zoeken.
  • Laat een belknop zien wanneer een bezoeker jouw website op zijn mobiel bezoekt. Doet hij dit niet, toon dan een e-mailknop.

Adaptive webdesign lijkt hiermee veel verder te reiken dan alleen het aanpassen van de lay-out van een website op basis van schermgrootte. Er wordt rekening gehouden met de gebruikservaring en inhoud van een website in zijn totaliteit. Een aangepaste lay-out op basis van de schermgrootte is daar onderdeel van, maar hier stopt het niet. Adaptive webdesign gooit alle contextuele omstandigheden en functies van een apparaat of browser in de strijd.

Ronan Cremin spreekt ook wel van resolution independence en content adaption. Responsive webdesign zorgt ervoor dat je niet meer afhankelijk bent van de grenzen van het scherm. Maar het zorgt er niet (altijd) voor dat je website hiermee volledig gebruiksvriendelijk is voor je bezoekers. Adaptive webdesign doet beide.

Opvatting #5: client-side versus server-side

In een interview uit decemer 2016 met Karen McGrane en grondlegger van responsive webdesign, Ethan Marcotte, wordt voortgeborduurd op de vorige opvatting en concreter uitgelegd waar de grens ligt:

“Adaptive is server-side…”, “Adaptive is when you need to get the server involved…”, “There are very solid cases when you want to serve different content…”, “when you want to serve something device-specific…”, “when you want to tailor the experience to the context that someone’s in…”, “we often represent responsive and adaptive as they are in competition when in fact it doesn’t work that way.”

Hierin wordt uitgelegd dat responsive webdesign uitsluitend gebruikmaakt van de browser/front-end-methoden om lay-outelementen te verschuiven naarmate het scherm verandert.

Ook het vergroten, verkleinen of zelfs verbergen van lay-outelementen via bijvoorbeeld de CSS-regel “display:none” vallen naar mijn mening hieronder. In die gevallen wordt tenslotte ook alleen de front-end ingezet.

Russ Danner noemt het in essentie meerdere user interfaces binnen één codebase: je stuurt alle informatie naar de browser van een bezoeker, en die zoekt uit welke informatie er getoond moet worden.

Adaptive webdesign maakt gebruik van de server/back-end-methoden om verregaande aanpassingen te doen op basis van elke context. Een layout aanpassen op basis van schermgrootte is slechts het begin. Het inzetten van een server maakt het mogelijk om unieke templates te serveren voor unieke gevallen en zelfs aan de slag te gaan met bijvoorbeeld gepersonaliseerde userinterfaces.

In tegenstelling tot responsive webdesign stuur je bovendien niet alle informatie naar de browser van een bezoeker, enkel de informatie die nodig is voor zijn specifieke geval. Dit kan de laadtijd ten goede komen.


Responsive of adaptive?

Dat adaptive webdesign ruimer is dan responsive webdesign betekent niet dat je er meteen gebruik van moet maken en responsive webdesign aan de kant kan schuiven. Zoals besproken dienen beide methoden hetzelfde doel en vullen ze elkaar aan. De een is misschien zelfs onderdeel van de ander.

Responsive webdesign maakt het mogelijk om via front-end-methoden als CSS media query’s aanpassingen in de lay-out aan te brengen op apparaten met verschillende schermgrootten. Dit is een minimale basis voor een goede user experience en vaak ook voldoende om je bezoekers op je website te houden.

Adaptive webdesign doet hier een schepje bovenop door daarnaast de kracht van de server erbij te betrekken en de user experience nog verder uit te breiden op basis van meer dan de schermgrootte alleen. De technische vaardigheden die hiervoor nodig zijn, reiken natuurlijk verder dan het installeren van een responsive WordPress-thema of het instellen van Flexbox. Adaptive webdesign is daarom niet voor iedereen weggelegd.

Waar je ook voor kiest, ga er in ieder geval niet vanuit dat elke bezoeker op je website dezelfde ervaring verdient. We leven tenslotte niet meer in de jaren 90 waar iedereen een desktop met dezelfde schermresolutie gebruikt. Hou daarom rekening met de context en vele apparaten waarmee je website benaderd wordt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe lokale krant voor Haarlemmermeer

Posted 22 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Uitgeverij Rodi Media lanceert woensdag 27 september een nieuwe huis-aan-huiskrant in de regio Haarlemmermeer: Nieuwsblad Haarlemmermeer. De krant zal wekelijks verschijnen in een oplage van 55.000 exemplaren.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘Geen dominante marktmacht bij online videostreaming platforms’

Posted 22 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Toezichthouder ACM ziet geen risico’s voor de concurrentie in de online videomarkt. Videoplatforms als YouTube, Facebook, Netflix en Dumpert zijn redelijk goed gewaagd aan elkaar. Wel trof de ACM oneerlijke algemene voorwaarden aan.

In zijn studie schetst de toezichthouder diverse mogelijke probleemscenario’s rond het inzamelen van consumentendata, de bundeling van eigen technologie en advertentieruimte en de afhankelijkheid van uitgevers van een grote marktpartij.

Geen van de online videoplatforms heeft op dit moment een dominante positie op de markt voor online video’s en de advertenties daaromheen. De grote, internationale platforms, zoals YouTube en Facebook, ondervinden op deze markten concurrentie van elkaar en van kleinere spelers.

Online videoplatforms voeren verder een hevige strijd om de aandacht van de consument. Deze strijd wordt vooral gevoerd door focus op de inhoud van de video’s en nieuwe diensten.

Er zijn grote en kleine ondernemingen in de markt voor online videostreamingdiensten. Daarbij komen er voortdurend nieuwe initiatieven of marktspelers bij, zoals bijvoorbeeld Telegraaf VNDG of Appie Today.

Online advertenties kunnen op veel manieren worden geplaatst. Er zijn ook veel verschillende bedrijven die advertentieruimte verkopen en advertenties plaatsen. Adverteerders kunnen kiezen met welk soort advertentie en met wie ze in zee gaan en gebruiken die mogelijkheden ook.

Ook tussen de ondernemingen die de handel in advertentieruimte faciliteren, is er voldoende concurrentie, vindt de ACM.

Maar de algemene voorwaarden die online videoplatforms stellen aan consumenten, zijn niet op orde. De ACM breidt het onderzoek naar deze voorwaarden nu uit, samen met de Europese collega’s.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuw in het videolandschap: programmatic podding

Posted 18 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Programmatic ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. En terwijl de term ‘podding’ redelijk nieuw is, gaan partijen zoals BrandDeli en Ster bij SpotX een stap verder door ad pods op een programmatic wijze in te zetten. Er is echter nogal wat verwarring over wat (programmatic) podding inhoudt en daarom ga ik daar graag dieper op in. Wat is programmatic podding en wat zijn de voordelen?

Podding

Podding is het proces om advertenties in een blok te plaatsen, ook wel ‘ad pods’ genoemd. Dankzij podding kunnen meerdere advertenties afgespeeld worden in een break tussen de content. Je kunt ad pods ook vergelijken met advertentieblokken in een commercial break op lineaire tv. Het is bijna hetzelfde, maar dan online. Voorheen was er maar één advertentie mogelijk die voor, tussen of na de content in een online video voorkwam. Dankzij podding kunnen uitgevers meerdere online advertenties plaatsen in een break en hierdoor hun video-inventory vergroten.

 (Bron: SpotX)

Voordelen

Programmatic podding maakt het mogelijk om de advertenties in een online reclameblok te plaatsen met de voordelen van realtime bidding (RTB). Dat houdt in dat er gerichter geadverteerd kan worden met behulp van beslissingen die gebaseerd zijn op data. Realtime bidding is het inkopen van video ad inventory (impressies) tegen een dynamisch bepaald tarief in een realtime veiling. Dit gebeurt allemaal in een aantal milliseconden. Programmatic podding houdt dus in dat er in een blok meerdere videoadvertenties in realtime wordt verkocht en vertoond. Maar meer is geen doel op zich.. Het klakkeloos inplakken van pre-rolls en mid-rolls is niet meer van deze tijd. Hoe de kijker een advertentie ervaart staat centraal. Podding zorgt ervoor dat er geen herhaalde advertenties binnen een korte tijdspanne voorkomen. En dankzij programmatic kan men met data gerichter adverteren en minder storende en relevante content voor de consument creëren.

Meer controle

Programmatic podding wordt in de markt enthousiast ontvangen. Het is een interessante ontwikkeling, omdat het uitgevers meer controle geeft over hoe de content door de kijker ervaren wordt. Zo bepaalt de uitgever zelf wat de maximale duur is van de pod, de duur per opgevraagde advertentie en het aantal ads binnen de pod. De uitgever hoeft maar één keer aan te geven aan welke voorwaarden een advertentie moet voldoen en krijgt vervolgens meerdere ads terug die geschikt zijn en geplaatst kunnen worden. Dit kan in een bepaalde volgorde, met als garantie dat eenzelfde ad niet twee keer voorkomt in een pod en daarmee tegemoet komt aan de customer experience van de gebruiker.

Maar programmatic podding is daarnaast ook voor adverteerders en mediabureaus interessant. Deze nieuwe vorm van online adverteren maakt het voor hen bijvoorbeeld veel gemakkelijker om te voorkomen dat meerdere ads die in dezelfde IAB-categorie vallen, in dezelfde pod worden afgespeeld.

Meer impressies voor early adopters als Ster en BrandDeli

Ster en BrandDeli hebben zich positief opgesteld tegenover deze ontwikkelingen en zijn als early adopters een test met SpotX aangegaan. En met succes! Zo heeft BrandDeli dertien procent meer impressies gerealiseerd ten opzichte van soortgelijke inventory zonder podding. Ook Ster is recent gestart met het aanbieden van programmatic inkoopmogelijkheden van pre-rolls. Doordat zij gebruik maken van podding verwachten we een uplift in (programmatic) inventory van 20 procent.

Stap voorwaarts in het digitale medialandschap

Net als Ster en BrandDeli zie ik programmatic podding als een logische reactie op de verschuiving die gaande is van lineair kijken naar on-demand consumptie. Podding is voor media owners en uitgevers de ideale tool om de opbrengsten uit de verkoop van hun digitale video advertentieruimte te optimaliseren. En voor de adverteerder betekent het meer mogelijkheden met de voordelen van realtime bidding. Maar het is vooral een stap voorwaarts voor de consument. In programmatic staat het belang van de consument voorop. Door gericht adverteren mogelijk te maken wordt reclame weer leuk en interessant (en niet-storend) voor de consument. En kunnen zij kwalitatieve programma’s blijven kijken zonder daar extra voor te hoeven betalen.

Relevantie verhogen voor adverteerder en consument

Ik ben mij ervan bewust dat nog niet iedereen klaar is om volledig programmatic te gaan. Desondanks kan iedereen nu al gebruikmaken van de commerciële voordelen die programmatic podding met zich meebrengt. Je moet alleen de stap durven zetten. Programmatic podding maakt het mogelijk om de relevantie van een gehele batch aan communicatieboodschappen op een efficiënte manier te verhogen voor zowel de adverteerder als de consument.



Lees het volledige bericht op Emerce »

GroupM en adverteerders eisen betere viewability

Posted 18 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De mediatak van WPP, GroupM, voert nieuwe eisen door aan de viewability van reclame op websites, video en social apps. Het wordt gesteund door grote klanten als Unilever, Shell, Subway en Volvo. Vanwege de grote reclamebudgetten van deze bedrijven luisteren internetbedrijven daar naar.

Drie jaar geleden voerde GroupM voor het eerst dit soort eisen in. Bedrijven als Google, Snapchat en Facebook pasten er hun reclameformats en -rapportages op aan. Zo moesten display ads bijvoorbeeld helemaal in beeld zijn, willen als ‘gezien’ tellen. En bij video moest een kijker die bewust, actief zelf aanzetten en moest geluid worden afgespeeld.

De nieuwe realiteit van vandaag de dag vergt een update aan ijkpunten.

Een display-uiting telt nu pas als ‘gezien’ als hij een seconde lang bij iemand in beeld is geweest. Daarmee wordt voorkomen dat een reclame als geldig telt, terwijl de consument enkel snel door zijn timeline scrollt en geen moment daadwerkelijk aandacht had voor de commerciële boodschap.

GroupM is niet per se strenger in zijn nieuwe eisen over viewability. Wel realistischer. En die houding wordt gevoed door het onderzoeken en bespreken van zijn ervaringen met zijn opdrachtgevers, de grote adverteerders. Die zien ook wel dat Facebook autoplay voor video niet heeft uitgezet en dat videomakers er rekening mee houden dat veel video’s niet standaard het geluid aan hebben. Daarom tellen video’s met autoplay en mute wel als gezien. Zo lang de vroegere eis van ‘minimaal vijftig procent gezien’ maar overeind blijft. En zelfs daar schijnt rek in te zitten.

Deze nieuwe video-eis geldt overigens enkel voor socialmediabedrijven, niet voor andere online uitgevers.

De resultaten van de nieuwe zichtbaarheidseisen zullen in de komende kwartalen worden gemeten met tools als die van DoubleVerify, Moat en IAS. GroupM brengt die bij elkaar, onderzoekt de data en verbindt er betekenis aan voor de marketeers van zijn klanten. Dat soort informatie gebruiken ze in gesprekken en onderhandelingen met bedrijven als Facebook en Snapchat.

Foto: Shawn Allen (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Duitse mediabedrijven vangen weer bot in zaak tegen Adblock Plus

Posted 18 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Drie grote Duitse mediabedrijven zijn er nog altijd niet in geslaagd om Adblock Plus tegen te houden. Ook de arrondissementsrechtbank in München ziet geen bezwaren tegen het gebruik van adblockers, bleek donderdag.

De Süddeutsche Zeitung, reclameverkoper IP-Deutschland en ProSiebenSat1 voeren al langer een juridische strijd tegen Eyeo GmbH, het Duitse bedrijf achter Adblock Plus. Hun eerste poging bij een arrondissementsrechtbank in Keulen strandde.

Ook gisteren tijdens het hoger beroep werden alle bezwaren, zoals marktmisbruik, inbreuk van het auteursrecht en beperking van de persvrijheid, van tafel geveegd. Het komt er op neer dat gebruikers volledig in hun recht staan om advertenties tegen te houden.

Uitgevers zitten in de maag met adblockers, vooral AdBlock Plus, dat al dan niet tegen betaling bepaalde advertenties wel doorlaat. Maker Eyeo stelt daarvoor strenge criteria vast, zo mogen de advertenties niet te ‘schreeuwerig’ zijn. Dit is een doorn in de oog van de uitgevers, die de regie over hun advertenties kwijtraken.

Eerdere pogingen om AdBlock Plus aan te pakken faalden ook al. RTL, Axel Springer en ProSiebenSat1 hebben Eyeo GmbH, het bedrijf achter Adblock Plus, reeds in 2014 al eens vergeefs gedagvaard. Duitse uitgeverijen Zeit Online en Handelsblatt kwamen ook al niet ver.

In 2015 steeg het wereldwijde adblockergebruik reeds met 41 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Pagefair en Adobe schatten destijds dat de markt zo’n 21,8 biljard dollar misloopt door deze plotselinge groei.

Soms worden kleine succesjes geboekt. Adverteerders hebben onlangs het bedrijf Admiral ingezet. Die heeft een (gecompliceerde) maas in de zogenoemde Digital Millennium Copyright Act (DMCA) gevonden. Deze Amerikaanse wet kan worden gebruikt om tools aan te pakken waarmee bepaalde toegangscontroles kunnen worden omzeild. Zo wist Admiral een adverteerder van een zwarte lijst voor adblockers af te krijgen.

Wat Duitsland betreft is die Amerikaanse wet geen optie. De mediabedrijven moeten het nu hogerop zoeken: het Bundesgerichtshof, maar dat zal op zijn vroegst pas volgend jaar worden. Eyeo CEO Till Faida gaf gisteren aan dat hij het liefst een constructief gesprek wil met de uitgevers, als het even kan buiten de rechtbank om.



Lees het volledige bericht op Emerce »