Posts Tagged ‘uitgever’

Senzie aan de slag voor game-uitgever 2K

Posted 22 Feb 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Utrechts reclamebureau gaat online campagnes maken voor Amerikaanse gamegigant.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

WPG schrapt uitgeversfunctie: Van den Ham en Hollander weg

Posted 21 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

WPG Media schrapt een managementlaag in de organisatie. In de tijdschriftentak van de uitgeverij komt de functie van uitgever te vervallen. Dat meldt het AD.…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘TMG-top kiest voor De Mol’

Posted 21 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Managers direct onder de raad van bestuur bij TMG zien de overname van het bedrijf door John de Mol wel zitten. Een groep van dertig leidinggevenden wil liever de tv-producent dan de Vlaamse dagbladuitgever Mediahuis als nieuwe eigenaar, meldt het…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

WPG Media krijgt één uitgeefdirecteur, Van den Ham en Hollander weg

Posted 21 Feb 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Robert van den Ham is nu uitgever bij VI, Ruud Hollander bij Happinez.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Jeroen Verkroost naar Adoptiq

Posted 20 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Jeroen Verkroost is in dienst getreden bij advertentieplatform Adoptiq, een marktplaats die digitale media-inkoop faciliteert voor papieren kranten en tijdschriften.

Verkroost werkte eerder voor de Persgroep als chief digital officer en is nog steeds interimdirecteur bij IAB Nederland. Daarnaast is hij nu eindverantwoordelijk voor de dagelijkse operaties van Adoptiq.

“Het is een start-up van twee jaar met dertig man in dienst die de papieren reclame-inventory van kranten en tijdschriften digitaal ontsluit.”

De meeste reclameruimte in papieren uitgaven wordt nu nog telefonisch verkocht. De uitgevers die aan het Nederlandse systeem zijn verbonden, kunnen aangeven welk aanbod ze aan adverteerders beschibkaar maken. En tegen welke voorwaarden. Ze automatiseren de papieren reclameverkoop.

“Op termijn gaan we naar audience buying. Maar we faciliteren net zo goed het verkopen van reclameposities in de aangesloten titels. Dat is waar adverteerders om vragen.”

Verkroost komt aan boord, als COO, om het bedrijf de volgende groeifase in te helpen. Tot nu toe was men vooral met productontwikkeling bezig, nu gaan de commerciële registers open en wordt de organisatie daar ook op aangepast waar nodig. Adoptiq is actief in Nederland, Duitsland, Engeland en Amerika.

De operaties zijn tot nu toe bekostig vanuit een investering door, de onlangs overleden, Rinke Visser. Hij was een van de oprichters van WeTransfer. Daarnaast is er financiering vanuit de RVO.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Turks blad Girgir opgedoekt

Posted 20 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De uitgever van het Turkse satirische tijdschrift Girgir heeft vrijdag de stekker getrokken uit het blad, nadat het een cartoon van de profeet Mozes had gepubliceerd die beledigend zou zijn voor joden en moslims. De medewerkers zijn ontslagen, berichtte…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

De Mol geeft strijd om TMG niet op

Posted 20 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Talpa Holding trekt zijn bod op de Telegraaf Media Groep van 5,90 euro per TMG aandeel niet in nu Mediahuis zijn bod op de uitgever heeft verhoogd. Een aanvraag tot goedkeuring van het concept biedingsbericht zal voor 17 april 2017 door Talpa bij de AFM ingediend worden.

Mediahuis en VP Exploitatie verhoogden hun bod op TMG een dag nadat John de Mol in de Telegraaf had gezegd dat hij eigenaar van de uitgever wil worden om ‘een Nederlands mediabedrijf te bouwen’. Mediahuis en VP Exploitatie bieden 5,90 euro per aandeel, een premie van 70 procent ten opzichte van de slotkoers van 13 december 2016, toen beide bedrijven hun intenties bekend maakten.

Talpa heeft ‘kennisgenomen van de verhoging van het voorgenomen bod van Mediahuis en VP Exploitatie en zal zich hierover beraden’, aldus een maandag verschenen persverklaring.

Talpa heeft toestemming gekregen om een boekenonderzoek uit te voeren en er zijn verscheidene gesprekken gevoerd met de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van TMG.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mediahuis verhoogt bod op Telegraaf Media Groep

Posted 19 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Mediahuis en VP Exploitatie verhogen hun bod op TMG een dag nadat John de Mol in de Telegraaf heeft gezegd dat hij eigenaar van de uitgever wil worden om ‘een Nederlands mediabedrijf te bouwen’.

Mediahuis en VP Exploitatie bieden 5,90 euro per aandeel, een premie van 70 procent ten opzichte van de slotkoers van 13 december 2016, toen beide bedrijven hun intenties bekend maakten.

Mediahuis heeft het aandelenbelang van 6,7 procent dat Navitas B.V. houdt in TMG inmiddels overgenomen voor een prijs van 5,90 euro per aandeel. Het bod is daarmee even hoog als dat van De Mol. Eerder bood Mediahuis 5,25 euro per aandeel.

Met de belangen van VP Exploitatie, Delta Lloyd Levensverzekeringen en Navitas hebben Mediahuis en VP Exploitatie zekerheid over bijna 60 procent van de aandelen in TMG, waarbij geldt dat de aandelen van Delta Lloyd direct zullen worden geleverd op het moment dat Mediahuis en VP Exploitatie het bod uitbrengen.

De Mol zal vermoedelijk niet opgeven. Hij vergrootte in januari zijn belang in TMG van 18,4 procent naar 20,15 procent.

‘Ik heb in het verleden een aantal keren pogingen gedaan om in dit land een mediabedrijf op te zetten,’ zegt De Mol in De Telegraaf. ‘De oude media, waaronder kranten en tv, moeten een enorme omslag gaan maken om het te gaan redden tegenover nieuwe media die een grote voorsprong hebben.’

Het boekenonderzoek rechtvaardigt geen hogere indicatieve prijs, zegt Gert Ysebaert, CEO van Mediahuis. ‘Dit is een prijs die ook recht doet aan onze intentie om nu snel tot een afronding te komen samen met management en commissarissen van TMG. Wij willen ook graag om de tafel met Talpa Holding, zodat er goed overleg kan plaatsvinden over de bestaande en toekomstige relaties tussen Talpa en TMG. Bovenal is het in het belang van journalisten en andere medewerkers, maar ook van de vele nieuwsconsumenten die TMG bedient, dat er nu snel duidelijkheid en stabiliteit binnen TMG komt.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Verwarring over veilige websites door Chrome update

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vorige maand heeft Google de weergave van beveiligde HTTPS-verbindingen in Google Chrome gewijzigd. Het doel hiervan is het begrijpelijker maken van een beveiligde verbinding voor website bezoekers. Omdat hierbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen SSL-certificaten zonder of met bedrijfsgegevens, toont de browser ook het label ‘Secure’ als een malafide of phishing site met kwade bedoelingen een SSL certificaat heeft. Wat kunnen we hieraan doen?

Naar een volledig versleuteld internet

Onder andere Google is al geruime tijd bezig met het stimuleren van het gebruik van SSL-certificaten omdat dat leidt tot een veiliger internet. Zo neemt Google sinds enkele jaren het gebruik van HTTPS op de website al mee als rankingfactor in de Google zoekresultaten, en ze nemen vaak het voortouw bij het ontmoedigen van het gebruik van verouderde certificaten. Ook Mozilla Firefox gaat op korte termijn waarschuwen bij webpagina’s met onveilige invulvelden. Sinds kort wordt de meerderheid van alle webpagina’s via HTTPS opgevraagd, en het gebruik van HTTPS neemt continu toe. Mede dankzij de gratis certificaten van Symantec, Comodo en Let’s Encrypt is het aantal domein gevalideerde (DV) certificaten op dit moment 12,2 miljoen. Ter vergelijking: in januari 2016 was dit nog 3,2 miljoen.

Organisaties achter websites niet gecontroleerd

“Dat is toch positief?” zullen velen denken. Absoluut, maar het heeft ook een keerzijde: kwaadwillenden profiteren óók van de betere bereikbaarheid van goedkope of zelfs gratis DV SSL-certificaten. Voor de uitgifte wordt hiervoor alleen gecontroleerd of de aanvrager toegang heeft tot het domein waarvoor een certificaat wordt aangevraagd. Dit zegt dus niets over de organisatie achter de website.

In 2005 is als reactie op de wildgroei van beperkt gecontroleerde DV-certificaten het Extended Validation certificaat geïntroduceerd: een voor bezoekers aan de groene adresbalk duidelijk herkenbare hoge standaard van strenge controles. De insteek hierbij is dat een gebruiker niet alleen kan zien dat er een veilige verbinding is, maar ook met wie deze verbinding is. De langere levertijd en strenge voorschriften hebben echter ook gezorgd voor een moeilijk imago bij velen. De groei van het gebruik van EV-certificaten blijft dan ook achter, al is er wel een groei van veertien procent gemeten over het afgelopen jaar. In Nederland blijkt uit onderzoek dat slechts 0,3 procent van alle zakelijke websites, en 3,3 procent van alle webshops EV-certificaten gebruiken.

Domeinen niet gecontroleerd

DV-certificaten worden niet handmatig gecontroleerd. Commerciële certificaatuitgevers werken met een systeem dat waarschuwt bij high-risk domeinen (bijvoorbeeld een domein dat erg lijkt op een populair domein zoals PayPal.com). Op dat moment wordt er een handmatige controle gedaan. Voor gratis certificaatdiensten is zo’n handmatige check niet haalbaar. Let’s Encrypt heeft bijvoorbeeld al ruim 400 certificaten uitgegeven waarbij ‘PayPal’ in de domeinnaam voorkomt. Het aanvragen van een Let’s Encrypt certificaat voor appleappstore.eu en googleplaystore.eu is dan ook geen enkel probleem. Overigens staat wel ter discussie of deze controle de verantwoordelijkheid is van certificaat uitgevers. Let’s Encrypt heeft hier een duidelijk standpunt over.

Google Chrome toont onveilige websites ook als veilig

Sinds de laatste update van Chrome toont de browser een label met de term ‘Unsecure’ (of Niet Veilig) bij het ontbreken van https:// op webpagina’s met invulvelden. Als er wel een beveiligde verbinding is toont de browser ‘Secure’ (of ‘Veilig’, afhankelijk van de taalinstellingen) in het groen, wat erg veel lijkt op de groene adresbalk van het EV certificaat. Voor het tonen van de secure label wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de gratis verkrijgbare en nauwelijks gecontroleerde DV certificaten en de wél gecontroleerde certificaten met bedrijfsgegevens.

Overheden en banken hebben via diverse campagnes websitebezoekers geleerd te letten op de groene adresbalk als kenmerk van een veilige website. De groene ‘Secure’ melding wekt de indruk dat het om een betrouwbare site van een gecontroleerde organisatie gaat, terwijl in de praktijk alleen de controle over het domein is gecontroleerd. Secure betekent hier dus alleen dat er een HTTPS-verbinding aanwezig is, het zegt niets over de organisatie achter de website. Het wijzigen van de security indicators was juist bedoeld om bezoekers meer duidelijkheid te geven, maar geeft op deze manier een verkeerde indruk van veiligheid.

Meer aandacht voor high-risk domeinen

Uiteraard zijn het niet alleen de certificaatuitgevers die een rol spelen in het voorkomen van phishing sites: registrars zouden eventueel kunnen letten op welke domeinen ze verkopen, browsers zouden (beter) kunnen controleren op SSL-certificaten die na misbruik of vermoeden van fraude door een Certificaat Uitgever (CA) ingetrokken zijn. Websitebezoekers kunnen een bijdrage leveren door phishing websites door te geven aan blocklists van browsers.

Maar hoe dan wel?

In een ideale wereld bekijkt een bezoeker iedere website kritisch: wat is de volledige URL, ken ik de website en de organisatie erachter, zijn er NAW-gegevens, voorwaarden en contactmogelijkheden aanwezig? Komt de organisatienaam in het SSL certificaat overeen met de inhoud van de website, en vertrouw ik deze organisatie met mijn gegevens?

In de praktijk blijkt dit echter niet haalbaar. Dat Google het gebruik van HTTPS stimuleert en het duidelijker wil maken voor gebruikers is een positieve ontwikkeling. De onveilig-waarschuwing bij onbeveiligde invulvelden is hierin een waardevolle stap voorwaarts. We moeten alleen uitkijken dat het geen schijnveiligheid gaat bieden omdat de aanduiding veilig in veel gevallen niets zegt over de organisatie. Een simpele oplossing zou het aanpassen van de melding zijn: bijvoorbeeld ‘verbinding veilig, identiteit onbekend’ bij DV certificaten en bij Extended Validation certificaten met bedrijfsgegevens ‘verbinding veilig, identiteit organisatie gecontroleerd’. Dán weet je als bezoeker zeker naar wie je je persoonlijke informatie verstuurt.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Thuiswinkel

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sjors Fröhlich: ‘Radio is impactvoller dan tv, podcasts impactvoller dan radio.’

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

In de jacht naar pageviews verliezen veel uitgevers hun unieke signatuur. In dit artikel vraag ik Sjors Fröhlich, hoofdredacteur van BNR naar zijn missie en de keuzes die hij maakt als het gaat om verhalen, vorm en distributie. BNR maakt sinds oktober eigen podcasts en in maart gaat hun Expertnetwerk van start, waarbij BNR podcasts van deskundigen cureert, faciliteert en distribueert.

Wat voegen de podcasts toe aan de reguliere radioprogramma’s?

‘BNR wil altijd en overal bereikbaar zijn voor luisteraars. Ik zou graag zien dat we straks uit twee takken bestaan: aan de ene kant liveradio, waarbij we snel duiding geven op het nieuws, en aan de andere kant bijvoorbeeld een show over juridische zaken dat je kunt beluisteren als het jou uitkomt. Die combinatie is volgens mij essentieel voor het voortbestaan van BNR.’

Het FD werkt bijvoorbeeld digital only, is dat bij BNR ook zo? Of toch eerder radio first?

‘De strategie is zeker radio first. Het radiostation is het hart. Maar net als het FD, dat nadenkt over onafhankelijk worden van de papieren krant, is voor ons het voortbestaan zonder FM-frequentie de stip op de horizon. Vorig jaar kwam dat erg dichtbij toen onduidelijk was of we nog wel een FM-frequentie zouden krijgen. Dat kunnen we overleven, maar het zou wel een flinke tik betekenen. We hebben gewoon ook nog het bereik van radio nodig om de podcasts in de etalage te zetten. We digitaliseren enorm, we organiseren events, onze redacteuren maken ook video’s – die worden op social veel beter verspreid dan bijvoorbeeld audio-quotes, maar audio zal altijd het hart blijven.’

Het is relatief eenvoudig om een podcast te maken en daardoor zijn er ontzettend veel. Hoe maken jullie scherpe keuzes over welke podcasts jullie maken en welke jullie selecteren voor het Expertnetwerk?

‘We hebben een zin die we niet op zender gebruiken, maar die intern leidend is voor alles wat we doen: “BNR is aanjager van de vooruitgang”. We willen ondernemend Nederland helpen bij het nemen van beslissingen en dat doen we op een aantal specifieke domeinen, zoals ondernemen, innovatie, mobiliteit en internationale politiek. De Expertpodcast die wij selecteren, hebben een BNR-kwaliteitskeurmerk: ze voldoen aan technische en inhoudelijke kwaliteitseisen en zijn onafhankelijk.’

“Uiteindelijk willen we met BNR de destination zijn voor de zakelijke podcast.”

Waar zit voor jou het zwaartepunt: distributie via iTunes, Spotify en Soundcloud of luisteraars naar het eigen platform krijgen?

‘Distributie is ongelooflijk belangrijk, maar ik heb luisteraars liever in onze eigen omgeving. Dat is commercieel interessanter en het is duidelijker dat BNR de afzender is. Uiteindelijk willen we de destination zijn voor de zakelijke podcast. Als je iets wilt weten over leiderschap of innovatie, dan vind je sowieso iets op BNR.nl.’

Als je ’s ochtends je computer opstart, naar wat voor cijfers kijk je om te kijken of het goed gaat?

‘Het liefst zou ik de luistercijfers van gisteren willen zien. Maar bij de radio hebben we alleen de beschikking over genormaliseerde cijfers van de afgelopen twee maanden, die gebaseerd zijn op wat luisteraars bijhouden in dagboeken. We hebben wél goede metrics over wat er gebeurt in de app. We kunnen precies zien wanneer mensen inschakelen en zelfs wanneer mensen de livestream harder of zachter zetten. Dat is erg gaaf, want dan kun je dus precies zien welke items luisteraars kunnen waarderen, en welke niet. Zo weten we precies dat mensen bij ons inschakelen voor de blokken over economie. Items over sport vinden mensen minder interessant. Het mooie is dat we gedrag meten en niet meer afhankelijk zijn van sociaal gewenste antwoorden op enquêtes. En in plaats van twee maanden, wordt er nu per dag gerapporteerd en gaan we toe naar realtime cijfers.’

De volgende vraag is dan natuurlijk: ga je het realtime dashboard ook in de studio hangen?

‘Dat is wel mijn droom, maar daar moet ik natuurlijk mee oppassen. Ik vind het al gaaf als we met de ochtendploeg om 10 uur al kunnen kijken naar het rapport van die ochtend. De cijfers geven echt richting: we kunnen veel beter de selectie maken van welke items we herhalen. De digitalisering bij het Nationaal Luisteronderzoek gaat me dan ook veel te langzaam. Ik begrijp dat er haken en ogen zijn, maar er spelen ook teveel belangen mee. Veel partijen zijn bang dat realtime-cijfers zullen tegenvallen.’

“Podcast-luisteraars zijn waardevoller dan luisteraars die toevallig de radio aan hebben staan tijdens het autorijden.”

Als er achtduizend mensen luisteren naar een programma over politiek en vierduizend naar een programma over tech en innovatie, dan kun concluderen dat je moet stoppen met het techprogramma. Maar misschien is dat laatste programma wel onmisbaar voor de luisteraar en dat haal je niet uit deze cijfers. Hoe evalueer je dat?

‘Nu komen we precies op de toegevoegde waarde van podcasts. De podcasts gaan dieper in op de domeinen. In de podcast De Technoloog praten ze rustig een uur over Google. Op de radio zouden luisteraars na een tijdje wel afhaken, maar de echte geïnteresseerde vindt het heerlijk om een uur naar Herbert Blankesteijn en Ben van der Burg te luisteren. De luistercijfers van podcasts liggen een stuk lager en het duurt ook langer voordat het bereik zich opbouwt, maar die luisteraars hebben wel heel bewust gekozen om naar dat onderwerp te luisteren. Dat zijn waardevollere luisteraars dan degenen die toevallig de radio aan hebben staan tijdens het autorijden.’

Wat is het verschil in impact tussen radioprogramma’s en podcasts?

‘Ik zie dit verschil in het rijtje tv, radio, podcasts. Bij tv zit je met z’n vieren op de bank te kijken, bij radio zit Bas van Werven bij wijze van spreken naast je in de auto als je ‘s ochtends naar je werk rijdt, en een podcast is nog meer één-op-één. Een podcast begint niet met een tune, maar met Petra Grijzen die je welkom heet. Een podcast is intiemer en persoonlijker. Bij een podcast gaat het ook echt om de persoonlijkheid: mensen luisteren nog meer voor de persoon die presenteert. Radio is impactvoller dan tv, en een podcast is weer impactvoller dan radio.’

Na muziek waren de kranten aan de beurt, en nu ziet televisie het kijkgedrag digitaliseren. Hoe zie je de toekomst van radio?

‘De auto zal voor ons nog belangrijker worden. We moeten mensen tijdens de spits voorzien van het urgente nieuws, of ze de mogelijkheid geven te kiezen voor een podcast. Er luisteren per week nog miljoenen mensen naar Edwin Evers, terwijl je de nummers die hij draait ook op Spotify kunt horen. Het is ook wel eens fijn om niet zelf alles on demand te moeten kiezen en juist weer verrast te worden. Er zal een behoefte blijven aan een trusted party als BNR om het nieuws voor jou te selecteren. En vanwege die combinatie van live radio en on demand ben ik absoluut niet pessimistisch over de toekomst van radio.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Redactie HMC wil ‘deëscaleren’

Posted 16 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De redactie van de regionale kranten van uitgever HMC wil ‘deëscaleren’ in het conflict met de directie. Dat staat in een motie waarover de redactieleden tot maandag online kunnen stemmen. Tijdens een redactievergadering donderdag, waar…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Redactie HMC wil ‘de-escaleren’

Posted 16 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De redactie van de regionale kranten van uitgever HMC wil ‘de-escaleren’ in het conflict met de directie. Dat staat in een motie waarover de redactieleden tot maandag online kunnen stemmen. Tijdens een redactievergadering donderdag, waar…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

wehkamp vernieuwt affiliateprogramma

Posted 14 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

wehkamp gaat woensdag voor zijn affiliateprogramma een nieuw commissiemodel introduceren. Het huidige commissiemodel is volgens het bedrijf erg ingewikkeld en enigszins verouderd. Van standaardcommissies gaat wehkamp naar een bonusmodel.

Het nieuwe commissiemodel heeft voor iedere uitgever een ander effect. Tegelijkertijd biedt het volgens de online retailer vooral heel veel extra kansen.

Zo is er een speciaal premium partnership programma ontwikkeld. De inzet van extra budget gaat wehkamp structureel plannen. ‘Samen zullen we groeidoelstellingen bepalen, op maat gesneden deals ontwikkelen en de beste manier vinden om jou hiervoor uit te betalen.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Monster kan Randstad 23 miljoen euro aan synergie opleveren

Posted 14 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De overname van Amerikaanse Monster, in Nederland vooral bekend als Monsterboard, kan eigenaar Randstad 23 miljoen euro aan synergie opleveren. Dat staat in de toelichting op de jaarresultaten van het uitzendbureau.

De Amerikaanse vacaturesite, waar het eigenlijk niet goed mee gaat, krikte de brutomarge van Randstad in het vierde kwartaal op van 18,8 naar 20 procent en droeg 4 miljoen bij aan het bedrijfsresultaat.

Randstad betaalde ‘slechts’ 429 miljoen dollar voor het Amerikaanse bedrijf. Ooit stond de koers van het aandeel Monster op 91 dollar, maar aandeelhouders moesten genoegen nemen met 3,40 dollar.

Precies de lage koers was de reden voor krantenuitgever MediaNews om dwars te liggen. Het riep beleggers op om hun aandelen niet te verkopen. De directie van Monster veroordeelde die houding scherp.

In het vierde kwartaal zette Randstad 5,5 miljard euro om, tegen 5,0 miljard in 2015 (pdf).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Viewability vendors getest: opmerkelijke resultaten

Posted 10 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Viewability, veelbesproken in de online marketingbranche. Adverteerders die weten of en hoe lang hun uitingen daadwerkelijk in beeld zijn, kunnen hun mediabudget effectiever uitgeven. Gespecialiseerde viewability vendors leveren de benodigde data aan, maar hoe betrouwbaar zijn die? Namens ING en Mindshare namen we de proef op de som.

Voor deze onderzoeksprimeur selecteerden we de tien meest gebruikte viewability vendors in het Nederlandse online medialandschap: AOL/Adtech, Sizmek, Active View, Comscore, Integral Ad Science, Alenty, Meetrics, MOAT, DMA en Double Verify. Door het aanleveren van viewability data, dus de mate waarin online advertenties daadwerkelijk zichtbaar zijn voor bezoekers, spelen deze vendors een belangrijke rol bij het beoordelen van de effectiviteit van online campagnes.

Om de accountability van online marketing te verhogen, heeft het IAB in 2014 een viewability standaard geïntroduceerd. Daarin is onder meer bepaald dat een online display-advertentie pas officieel als ‘zichtbaar’ mag worden geregistreerd als deze minimaal één seconde, voor vijftig procent in beeld is geweest bij een websitebezoeker.  Viewability kan hiermee een belangrijke factor worden bij de berekening van de vergoeding die adverteerders aan publishers betalen voor het vertonen van hun advertenties.

Objectieve data

Belangrijke voorwaarde is uiteraard dat adverteerders kunnen beschikken over objectieve data, waarin de zichtbaarheid van hun advertenties ondubbelzinnig is vastgelegd. Naast de door publishers zelf aangeleverde data, maken adverteerders hiervoor vaak gebruik van onafhankelijke viewability vendors. Probleem is echter dat de door hen aangeleverde data (soms sterk) verschilt. Voor adverteerders is het daardoor lastig de partij te kiezen die het best bij hun doelstellingen past.

Om ING hierbij te assisteren ontwikkelden we een objectieve test. Daarvoor benaderden we tien van de meest gebruikte viewability vendors in het Nederlandse online medialandschap. Uiteindelijk zegden acht partijen hun medewerking toe aan de test, waarin de accuratesse en consistentie van hun technologie tegen het licht werd gehouden. Daarbij keken we zowel naar directe als naar programmatic ingekochte impressies.

Diverse testscenario’s

Om dat objectief te kunnen doen hebben we de technologie van deze acht vendors in een speciaal voor dit doel ontwikkelde website geladen. “Voor het eerste deel van de test zijn dertien verschillende testscenario’s ontwikkeld”, vertelt Patrick Boux de Casson, Quality & Control Executive. “Die hebben we telkens identiek op de testwebsite herhaald. Daarbij scrolde een denkbeeldige bezoeker bijvoorbeeld op verschillende snelheden van bovenin naar een onderaan weergegeven banner, of werd een banner geheel niet getoond. Omdat we van tevoren per scenario wisten wat de uitkomst moest zijn, konden we nauwkeurig beoordelen hoe precies de vendors rapporteren”

Het tweede onderdeel bestond uit een live test, waarin de technologieën in een directe inzet en een programmatic inzet werden toegepast bij enkele grote publishers: Sanoma, RTL, Persgroep, Telegraaf en Marktplaats. Precies dezelfde traffic werd beschikbaar gesteld op een programmatic deal en een directe inzet. Doel hiervan was om na te gaan of de viewability vendors in staat zouden zijn om eenduidig te rapporteren via deze twee methoden. Voor adverteerders die overkoepelende afspraken willen maken met publishers over viewability, is dat immers van groot belang.

Opmerkelijke resultaten

Door de resultaten in de gecontroleerde omgeving naast die van een ‘live’ test te leggen, verkregen onze onderzoekers helder inzicht in de nauwkeurigheid en consistentie van de door de vendors geleverde rapportages. Dat leverde een aantal opmerkelijke resultaten op. Zo rapporteerden bijna alle geteste vendors een slechts 0,5 seconden zichtbare banner als ‘getoond’, terwijl daar dus minimaal een seconde voor staat.

De prestaties van één geteste vendor waren zelfs zo ontoereikend dat de onderzoekers deze niet meer meenamen in het tweede deel van de test. De vendors namen overigens deel onder strikte voorwaarde dat er in resulterende publicaties geen specifieke, aan vendors gekoppelde testresultaten genoemd zouden worden.

Ook andere resultaten van de test waren overigens ook erg opvallend. Hoewel de omstandigheden waarover zij rapporteerden dus exact gelijk waren, vertoonden de rapportages van de verschillende vendors een zeer grote spreiding. Zo was het verschil tussen de meest en minst nauwkeurige metingen tijdens de lab test 22 procent, en bij de live test zelfs 39 procent.

Aangezien wij niet in de keuken van de vendors kunnen kijken, kunnen we de exacte oorzaken hiervoor niet benoemen. Maar in algemene zin is wel duidelijk dat de technologie van een aantal vendors bij de door ons ontwikkelde scenario’s in ieder geval minder nauwkeurig waren.

Om te voorkomen dat je de campagne stuurt naar posities c.q. uitgevers waar de uitingen onvoldoende in beeld zijn, is het uiteraard belangrijk met een nauwkeurige vendor in zee te gaan. De keuze van de vendor bepaalt hierdoor mede het succes van de campagne.

Meer inzicht

Op basis van beide tests kwamen MOAT, Sizmek en IAS uit de bus als de beste vendors voor de doelstellingen van ING. Hierbij keken de onderzoekers dus uitsluitend naar de viewability metrics van de vendors. Zaken als service, prijs en onderling verband werden dus niet meegenomen. Adverteerders die willen weten welke partijen het beste aansluiten bij hun doelstellingen zullen dus zelf een partij moeten benaderen met de know how om de prestaties van genoemde vendors objectief te meten en naast de genoemde doelstellingen te leggen.

Voor opdrachtgever ING zijn de resultaten van de test om meerdere redenen waardevol. “ING heeft een sterke focus op brand advertising”, stelt Arjan Grootveld, die ING als zelfstandig programmatic consultant adviseert op dit gebied. “Uiteraard willen wij precies weten of het hiermee gerapporteerde bereik ook daadwerkelijk is gerealiseerd. Met de geverifieerde viewability data in handen kunnen we ook maatregelen nemen om te zorgen dat ons budget optimaal wordt besteed. Bijvoorbeeld door budget te verschuiven, of scherpere afspraken te maken met publishers waar viewability tegenvalt.”

Daarbij komt dat de rapportage volgens Grootveld het inzicht in de dynamiek en de spelregels binnen dit complexe speelveld vergroot. “Hoewel er bijvoorbeeld allerlei vast omlijnde definities worden gebruikt, zie je dat toch niet alle partijen zich daaraan houden. Zie bijvoorbeeld het gegeven dat bijna alle onderzochte vendors een uiting van een halve seconde toch als ‘vertoond’ rapporteren. Dat is toch wel erg opmerkelijk.”

Grootveld is dan ook blij met de verbeterde transparantie die uit dit soort onderzoeken voortkomt. “We leren hierdoor ook meer over viewability en de wijze waarop dit wordt gemeten, en kunnen later weer ons voordeel doen met deze kennis”, stelt hij. “Mede gezien de snelle ontwikkelingen kan ik me dan ook voorstellen dat we in de toekomst meer van deze test zullen laten doen. En daarbij onder meer ook gaan kijken naar gerelateerde zaken, bijvoorbeeld mobile en video. Als adverteerder kun je eigenlijk niet genoeg hebben van dit soort waardevolle inzichten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »