Posts Tagged ‘twitter’

Simon Hania (TomTom) naar Uber

Posted 19 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Simon Hania wordt data protection officer voor Uber in Europa en werkt direct samen de nieuw aangestelde Chief Privacy Officer.

Op Twitter maakt hij bekend dit najaar zijn werkgever TomTom te verlaten. Daar bekleedt hij een topfunctie met verantwoordelijkheid voor privacy en security. In die hoedanigheid is hij bekend met datastromen, gebruikersgegevens, landkaarten, zelfrijdende auto’s en Europese en internationale privacywetgeving.

I’m joining Uber in the Fall as Data Protection Officer. Details: https://t.co/RrylljHt6x Very excited about that, but please bear with me, for now that’s all I’m going to say.

— Simon Hania (@simonhania) 18 juli 2018

Details over zijn nieuwe functie kan de Nederlander nog niet geven.

Naast Hania stelt Uber ook Ruby Zefo aan als chief privacy officer. Die functie bestond daar niet eerder. Zij komt bij Intel vandaan. Daar gaf ze leiding aan het privacy- en beveiligingsteam. Beiden leggen verantwoording af aan Ubers chief legal officer, Tony West.

Hieronder een video van begin 2018 waarin Hania zijn visie op privacy engineering geeft:

Foto: (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Instagram-proof ontbijt is potentiële goudmijn voor horeca’

Posted 18 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ontbijten buiten de deur raakt meer en meer in trek in de Nederlandse economie. Voor horecaondernemers ligt hier een kans. Zorg er dan wel voor dat het design van het ontbijt geschikt is om op Instagram te delen.

Amerikanen lopen op ons voor als het gaat om buiten de deur ontbijten. Het zit ook in de cultuur. Enkele jaren geleden was ik in Portland, Oregon op vakantie en gingen we ’s morgens de binnenstad in. Wat opviel: een leger aan vooral jongere mensen ontbeet buiten.

Ontbijten buitenshuis groeit

Ook in Nederlandse binnensteden wordt steeds meer buitenshuis ontbeten: werd in 2009 nog slechts drie procent van de consumenten een of meer keer per week buiten de deur wakker bij zijn ontbijt, in 2016 was dit percentage meer dan verdrievoudigd naar tien procent. Een op de tien consumenten – wie weet zijn het er inmiddels al meer – ontbijt dus graag buitenshuis. Dat kan bij ontbijtrestaurants en koffietentjes, maar steeds vaker ook bij ketens als McDonalds.

Voor meer horeca-ondernemers is de populariteit van het ontbijt een kans. Door als lunchroom of restaurant een ‘nieuw’ eetmoment aan te bieden, kun je – mits je het goed aanpakt – meer omzet maken en de vaste kosten over meer uren en omzet verdelen. Cafetaria-keten ‘Kwalitaria’ voerde deze strategie eerder succesvol uit door naast het diner ook lunch aan te gaan bieden. Kwalitaria deed dit via een een samenwerking met lunchroom Délifrance, wiens producten een plekje in een aantal vestigingen kregen van Kwalitaria. De aanpak werkte. De betreffende Kwalitaria-winkels gingen beter draaien. Dergelijke samenwerkingen kunnen horeca-ondernemers ook rond een ontbijt inzetten.

Groei consumptie en gedrag millennials

Er liggen meerdere trends ten grondslag aan de stijging van het ontbijten buiten de deur. Zo hebben mensen de laatste jaren weer meer te besteden, en hebben zij ook het benodigde vertrouwen om extra inkomen daadwerkelijk uit te geven. Bovendien hebben millennials een sterke affiniteit met het eten buitenshuis. Sterker nog: één op de drie millennials in Nederland eet minimaal één keer per maand buitenshuis. Samen geven zij in een jaar tijd 428 miljoen euro uit aan ontbijten buiten de deur. 20% van de millennials eet zelfs minimaal een keer per week buiten de deur, wat aanzienlijk hoger eis dan de huidige oudere generaties. De verwachting is dat deze gewoonte alleen maar zal groeien als milennials de komende jaren aan het werk gaan en meer te besteden zal hebben dan ervoor.

Dat millennials graag buitenhuis eten, komt mede door hun behoefte aan gemak. Zo constateerde het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) dat millennials aanmerkelijk minder tijd aan voorbereiding, presentatie en opruimen van eten en drinken besteden dan de oudere generatie.
Zij vinden het echter wél van belang dat wat zij voorgeschoteld krijgen, er goed uitziet; millennials ontlenen hun identiteit vanuit food en kunnen dit delen. Liefst 69% van de millennials maakt een foto of video van hun eten en drinken en plaatst dit op social media, blijkt uit Canadees onderzoek door Mary/Matchbox. Dat maakt het nog aantrekkelijker om buiten de deur te ontbijten.

De Amerikaanse fastfoodketen Taco Bell begrijpt begrijpt dit fenomeen. Bij de lancering van een nieuw ontbijtmenu gaf Taco Bell 1000 consumenten een telefoon, waarbij ze de opdracht kregen allerlei foto’s met Taco Bell-snacks op Twitter en Instagram zetten. Met name laatstgenoemde kanaal lijkt zeer geschikt voor dergelijke foto’s.

Een belangrijke les hieruit voor horeca-ondernemers: wanneer je ontbijt aanbiedt, besteedt veel aandacht aan de opmaak, en maak dit zo ‘Instagrammable’ mogelijk. Deze term is in opkomst in de food-wereld, bewijst bijvoorbeeld deze website vol met ‘Instagrammable’ foto’s van ontbijt en lunch in de Amerikaanse stad Charlotte, North Carolina.

Winkelgebied

Overigens hoef je als restaurateur niet in je eentje aan de slag. Natuurlijk wil je als individuele ondernemer de strijd winnen van de concurrentie, maar onderschat ook niet de kracht van verschillende ondernemers in een winkelgebied die goede ontbijtmogelijkheden aanbieden – eventueel in samenwerking met elkaar. En natuurlijk is het belangrijk eerst huiswerk te doen: is de demografie g op een bepaalde locatie geschikt voor een ontbijtmenu? Dit zal in een grote stad eerder het geval zijn dan in een klein plaatsje.

Wanneer meer ondernemers in een winkelgebied hierop inzetten, kan dit een positief effect hebben op de gezelligheid in een winkelgebied en daarmee op alle horecaondernemers. Maar dan nog steeds geldt: denk aan Instagram.

Ik wacht nog even af en kijk om me heen. Welk winkelgebied transformeert het eerst in het nieuwe Portland?



Lees het volledige bericht op Emerce »

David Schwartz, Ripple: “We zijn allen kwetsbaar om technologisch voorbijgestreefd te worden”

Posted 17 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het Ripple-project is een opvallend cryptoproject, waarbij niet iedereen precies weet wat van te vinden. Chief Cryptographer David Schwartz verduidelijkt. “Wat ik me afvraag is of wij de Google in deze industrie gaan worden.”

Ripple bouwt op de XRP ledger, met cryptovaluta XRP als digitale valuta. Het wil met haar project internationale betalingen vergemakkelijken middels het gebruik van die digitale valuta XRP. Het bedrijf bestaat nu zo’n zes jaar, met David Schwartz als man van het eerste uur. In die zes jaar tijd is het bedrijf ongelooflijk gegroeid. Schwartz was de initiator in de ontwikkeling van de XRP-ledger, een ledger dat lage transactiekosten kent en tevens een hoge transactiesnelheid. Het kent verschillende features, inclusief een gedecentraliseerde exchange.

Wat zijn de bepalende verschillen in vergelijking met andere gedecentraliseerde blockchains?

“Een groot verschil is dat wij geen POW (proof of work) kennen, een proces dat bijzonder duur is. Bitcoin kost per dag miljoenen dollars, enkel om de blockchain veilig te houden. Andere POW-blockchains hebben in de tussentijd ook al flinke aanvallen te verduren gekregen. Dat wij die zwakte niet hebben, is een groot verschil. Daarnaast bouwen wij verschillende features in het protocol, specifiek gericht op betalingsgemak. Veel blockchains zijn gericht op verschillende use-cases, terwijl wij altijd de focus hebben gehad op internationale betalingsverwerking.”

BM: Hoe snel zijn die betalingen eigenlijk?

“Met grote zekerheid is te zeggen dat betalingen binnen vijf seconden worden afgehandeld maar vaak is dit nog sneller, een kwestie van seconden. In vergelijking: bij bitcoin is dat bijvoorbeeld twintig minuten tot een uur. Wanneer je een betaling van de VS naar Mexico doet, en je wil van Amerikaanse dollar naar Mexicaanse peso’s gaan, dan wil je niet te lang een cryptovaluta vasthouden die die betaling faciliteert (in dit geval XRP). Vooral nu cryptovaluta’s nog steeds bijzonder volatiel zijn. XRP is met zijn hoge snelheid alleen daarom al bijzonder interessant.”

Tegen wat voor soort uitdagingen lopen jullie aan?

“Omdat we nog een jong bedrijf zijn en bijzonder hard groeien is de opschaling en de daarmee gepaard gaande managementbeslissingen een punt van zorg. Zover ik dat in kan vullen in ieder geval niet de partnerships. In 2014 waren wij al met verschillende banken in gesprek. Toen was het moeilijk om de juiste mensen bij elkaar te vinden die zowel iets van digitale valuta als de bankenwereld af wisten. Dat probleem hebben we nu niet meer. Tegenwoordig werken we samen met zo’n honderd banken dus dat probleem hebben we wel getackeld. Nu gaat het er vooral om dat we onze groei voort kunnen zetten. We begonnen met twee man maar tegenwoordig werken er 250 man fulltime voor Ripple. Dat geeft de nodige uitdagingen.”

Is het moeilijk om talent aan te trekken?

“Vooral op technologisch vlak vind ik het aardig meevallen. Mensen zijn in ieder geval niet zo belust op geld als dat men zou denken. Jongere mensen willen vooral een goed CV opbouwen. Bij ouderen zie je dat ze vaak een sociale impact willen bewerkstelligen, de wereld verbeteren. Dat zijn de voornaamste drijfveren.

Bedrijven zonder specifieke visie hebben het volgens mij wel moeilijk. Mensen in deze sector zijn behoorlijk specifiek en selectief, maar met de juiste kaarten in handen is het prima te doen. Wat me verder is opgevallen is dat mensen die eerder niet voor ons wilden werken dat nu wel willen en vice versa. Dat heeft te maken dat ze niet bij een klein bedrijf willen werken, maar nu we gegroeid zijn dat wel aantrekkelijk vinden. Anderen die er van het begin af aan bijzaten zijn vertrokken omdat ze juist niet bij een groot bedrijf werkzaam willen zijn.”

Zijn jullie met XRP ook op zoek naar samenwerking met partijen als Western Union of MoneyGram?

“Absoluut. xRapid betreft ons eerste product dat daadwerkelijk internationale betalingen verwerkt waarmee XRP wordt gebruikt. Daarbij zijn wij zeker op zoek naar partners. We hebben daarbij pilots gedraaid met zowel Western Union als MoneyGram maar ook met andere bedrijven. Zij zien daarbij significante besparingen tussen liefst 40 tot 60 procent.”

Is het ook mogelijk om jullie technologie te integreren bij PayPal bijvoorbeeld?

“Zeker. Iets waar we erg op focussen maar waar we eigenlijk weinig over praten, omdat het commercieel gezien niet per se hoofdzaak is, is de compatibiliteit tussen verschillende ledgers. Wij denken dat het niet verstandig is om interoperabiliteit (de mogelijkheid van verschillende autonome, heterogene systemen om met elkaar te communiceren en samen te werken) tussen blockchains te bouwen. Veel mensen werden aangetrokken door deze cryptosector vanwege het feit dat er allerlei silo’s aan bedrijven waren die niet of nauwelijks samenwerken. Om dat probleem op te lossen is bitcoin in principe ook in het leven geroepen zodat iedereen dat systeem ging gebruiken, waarmee het interoperabiliteitsprobleem werd opgelost.

Nu we duizenden cryptovaluta’s hebben zien we juist duizenden cryptosilo’s die het interoperabiliteitsprobleem op hebben willen lossen maar niet interoperabel zijn. Dat schiet natuurlijk niet op. Ons protocol genaamd interledger, dat een bijzonder simpel interoperabiliteitsprotocol betreft, interesseert het niet met wat voor soort ledger er wordt gewerkt. Of het nu blockchains zijn, banken of bedrijven als PayPal. Volgens mij hebben we daarmee het potentieel om dat probleem voorgoed te tackelen en kunnen we dat wat het Internet of Value genoemd wordt een realiteit maken. Het overdragen van waarde over het internet moet daarmee net zo makkelijk worden als het verzenden van een email.”

Dus Ripple wil met dit protocol leidend worden?

“Uiteraard gaan wij voor een leidende rol in de verwerking van internationale betalingen. Het zou super zijn als XRP daarin zou domineren. Niet dat dit een zekerheid is maar het is wel onze ambitie. Anderen bouwen weer andere zaken bovenop de XRP ledger voor bijvoorbeeld gedecentraliseerde beurzen. Het betreft een “general purpose systeem” dat in principe gebruikt kan worden voor van alles. Wij willen zelf echter niet overal de beste in zijn, dat is simpelweg onmogelijk. Dus onze focus ligt echt op de verwerking van internationale betalingen.”

BM: Hoe zie jij projecten als IOTA of Hedera Hashgraph die zonder blockchain werken?

“We zitten echt in een beginfase van deze technologie. Ik verdeel technologie eigenlijk in drie fases. De eerste is de “wat is dit fase?“. Daar zijn we met bitcoin en blockchain redelijk overheen. Vervolgens komen we in de tweede fase waarbij we alles proberen op te lossen. Hoe gooien we alles op het internet? Hoe gooien we alles op de blockchain? In dat stadium zitten we nu. Daarna komen we in de volgende fase, waarbij er zaken ontstaan als Facebook en Twitter. Dingen die we nooit hadden kunnen voorspellen of hadden kunnen voorstellen die het levenslicht gaan zien.

Daarbij is alles op dit moment kwetsbaar voor technologische vooruitgang en vernieuwing. Het is werkelijk een ongelooflijk disruptieve sector. Is de XRP-ledger de beste die er ooit zal zijn? Waarschijnlijk niet. Is dat bitcoin? IOTA? Allen zijn ze kwetsbaar om technologisch gezien voorbijgestreefd te worden. Waar wij op focussen is of de technologie juist ingezet kan worden voor bepaalde use case. Met XRP zitten we daar vooralsnog goed bij in die tweede fase.”

Maar hoe voorkomen jullie eenzelfde lot als Netscape?

“Wat ik me inderdaad afvraag is of wij de Google in deze industrie gaan worden. Het is leuk om de eerste te zijn, het is leuk om een hoop geld te hebben, leuk om er goed voor te staan en ook zeker leuk om een heldere visie te hebben. Maar dat geeft geen enkele garantie.

Dit zijn de dingen die mij ‘s nachts uit mijn slaap houden. Komt er iemand met een betere technologie of zou iemand het beter uit kunnen voeren? We zouden zo maar uit het veld geslagen kunnen worden. Daarom ben ik zo gedreven het beste systeem te bouwen als mogelijk.

Mocht Ripple uiteindelijk niet als winnaar uit de bus komen zou ik daarmee kunnen leven, ten minste als iemand anders betreffende problemen beter op weet te lossen. Maar uiteraard zou ik Ripple het liefst als nummer een zien. De ontwikkeling van de techniek en het oplossen van dit probleem is voor mij echter veel belangrijker dan dat anderen mogelijk met de hoofdprijs naar huis gaan.”

BM: Is dit niet gewoon een grote bubbel?

“Op een gegeven moment zag je dat alle knappe koppen werkzaam waren voor Microsoft, vervolgens Apple. En daarna Facebook, Uber, noem maar op. En nu zie je veel van hen de cryptospace opzoeken. Niet alleen ontwikkelaars maar ook marketing, sales, etc. Dat wil toch zeker wat zeggen niet?

Daarbij heeft niet een enkele knappe kop de waarheid in pacht. Sommige ideeën zullen slecht zijn. Dus ja, wellicht zitten we op dit moment in een bubbel. Ik heb geen idee. Er worden inderdaad nu al genoeg slechte ideeën gepitcht, waarbij die slechte ideeën ook bijzonder veel geld op hebben gehaald. Maar de potentie van deze sector is gigantisch”

Gecentraliseerde en gedecentraliseerde oplossingen, hoe sta jij daar persoonlijk in?

“Wanneer je me op Twitter volgt dan weet je dat ik in dit soort interacties behoorlijk actief ben. Wat ik eigenlijk de hele tijd over probeer te brengen is dat mensen enorm in modewoorden blijven hangen. “Is het gedecentraliseerd? Is het een cryptovaluta? Is het een token?” Ik vind dit soort argumenten weinig constructief. Ik vergelijk het met het beargumenteren of een auto een paard of een wagen is. Een auto is een auto. Punt.

Wanneer we allemaal begrijpen wat voor eigenschappen deze systemen hebben om ze vervolgens in al bestaande boxen te plaatsen, dat is naar mijn mening weinig zinvol. Wanneer iemand mij vraagt of het uitmaakt of een cryptosysteem gecentraliseerd of gedecentraliseerd is, dan zet ik een stapje terug en zeg “waar we het over eens zijn, dat doet er toe“.

Voor mij is het belangrijk dat het gebruikers eerlijk behandeld, dat iedereen gebruik kan maken van het systeem, dat de regels goed te begrijpen zijn en dat er geen administratiefunctie is. Wanneer het daaraan voldoet is het voor mij niet belangrijk of het een token is of een cryptovaluta. Of een gecentraliseerd of gedecentraliseerd systeem is. Wat er toe doet is of het voldoet aan de eigenschappen die je nodig hebt voor de specifieke use case.

Zo ook de discussie of XRP een blockchain is of niet. Het gaat maar net om de manier waarop je uitlegt of iets een blockchain is of niet. XRP zou op beide wijze uitgelegd kunnen worden, maar waar het om gaat is dat het nog steeds dezelfde oplossing biedt.”

En het debat tussen bitcoin en bitcoin cash?

“Daar probeer ik buiten te blijven. Ten eerste heb ik al heel veel tijd geïnvesteerd om dat debat te proberen te begrijpen en ik snap er nog steeds niets van. Ik weet niet welke kant gelijk heeft of dat er überhaupt iemand gelijk heeft. Het andere probleem is dat iemand uit het ene of het andere kamp dingen zegt die gewoonweg niet kloppen.

Wanneer ik me ergens mee bemoei, en dat doe ik zo nu en dan, dan heb ik geen aandeel in dat gevecht. Ik probeer met redelijke argumenten iets duidelijk te maken. Ik sta niet aan de ene of de andere kant. Om mij vervolgens volledig met de grond gelijk te maken, omdat je het niet met me eens bent is simpelweg toxic. Iets waar de cryptogemeenschap geen baat bij heeft. Terwijl ik deze gemeenschap behoorlijk ken, heb ik al geen zin in dit soort discussies.

Moet je voorstellen dat je jonger bent of minder ervaren en in principe gewoon uit pure interesse je inmengt. Om vervolgens volledig met de grond gelijk gemaakt te worden omdat je het niet precies eens bent met wie dan ook. Dat is weinig bevorderlijk, sterker nog: vergif voor de sector.”

Investeer je zelf ook in crypto’s?

“Er zijn enkele cryptovaluta’s die ik al heel lang aanhoud, ik speculeer zelf niet actief. Voornamelijk omdat echte kwaliteitsinformatie slecht voorhanden is. Het is bijzonder moeilijk goede projecten te selecteren. Evengoed ben ik redelijk gediversifieerd. Maar ik heb geen precies idee in wat. Sterker nog, mijn vrouw houdt die portfolio bij want ik wil er geen tijd mee kwijt zijn. Ik focus me op dat waar ik verstand van heb.”

Als laatste. Hoe zie je de sector in zijn algemeenheid ontwikkelen de komende 5 tot 10 jaar?

“Het is enorm moeilijk te voorspellen. Mocht ik iets zeggen zal ik het achteraf waarschijnlijk toch fout hebben. In ieder geval een ding: mochten we het interoperabiliteitsprobleem kunnen oplossen en de Internet of Value visie uitwerken dan gaan betalingen bijzonder snel, goedkoop, veilig en simpel zijn. En dat zal op velerlei wijze een enorme impact gaan hebben.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

AR op je tijdlijn en schrikken bij Twitter

Posted 16 jul 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Contentmarketing bureau Blauw Gras praat je bij in de #lekkersociaal!

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Google Brain opent kantoor in Amsterdam

Posted 13 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google gaat ook vanuit Amsterdam onderzoek doen naar toepassingen van kunstmatige intelligentie en opent daartoe een tak van zijn AI-divisie Brain in Amsterdam.

Onderzoeker Nal Kalchbrenner meldde dat afgelopen dinsdag op Twitter:

Exciting news: @Google Brain expands to Amsterdam 🚲🚣🌳 Looking forward to working on core AI challenges with @TimSalimans, Lasse Espeholt and researchers across Google and beyond!

For RE and RS roles, reach out or apply here: https://t.co/Cqjmiz7h7u
Great times ahead! https://t.co/1jJQCxPGHm

— Nal Kalchbrenner (@NalKalchbrenner) 10 juli 2018

Een woordvoerder van het technologiebedrijf bevestigt dat aan Emerce.

“Een kleine groep AI-onderzoekers is begin juli in Amsterdam aan de slag gegaan. Ze werken vanuit ons kantoor in Google Amsterdam. Het is nog te vroeg om iets te zeggen over mogelijke groei in de toekomst. Over het algemeen is de belangrijkste reden voor onze keuze voor onderzoeklocaties voor AI de beschikbaarheid van talenten die al in het gebied wonen of zich aangetrokken voelen om daarheen te gaan. Afgezien daarvan zijn het de gebruikelijke factoren, zoals de kracht van lokale academische instellingen, een zakelijke omgeving en een goede vervoersinfrastructuur.”

Er zijn nog vacatures bij Brain maar er werken in ieder geval al drie AI-onderzoekers in het kantoor aan de Zuidas.

Looking forward to my first ICML as a Googler, working alongside Lasse Espeholt and @NalKalchbrenner at a new Google Brain office in Amsterdam! #ICML2018 #GoogleBrain

— Tim Salimans (@TimSalimans) 10 juli 2018

Google Brain is in 2010 opgericht door Jeff Dean (foto) en Andrew Ng. Dean stond onder meer aan de basis van reclamediensten AdWords en AdSense, MapReduce en BigTable en Tensorflow. Dat zijn stuk voor stuk technische zaken die aan de basis van Googles commerciële successen staan. Ng werkt nu voor Baidu.

Typische onderzoeksgebieden van het Brain-team zijn Biowetenschappen, Muziek & Kunst, Machine Learning, Robotica en natuurlijke taalherkenning. In twee blogberichten van begin 2018 sommen de wetenschappers op wat ze in 2017 hebben gerealiseerd.

Foto: Daniel Cukier (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Social Travel 30: nieuwe nummer één

Posted 12 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

De zon schijnt, de scholen sluiten de deuren en de koffers staan al klaar. Tijd voor vakantie en de jubileumeditie van de Social Travel 30. Met dit keer een nieuwe nummer 1 en een paar verrassingen. 

OBI4wan heeft op verzoek van Emerce onderzocht welke Nederlandse reismerken in de periode april tot en met juni 2018 het beste presteerden op het gebied van online berichtgeving. Sinds de eerste editie is er uitgebreid naar bijna honderd merken die worden gemonitord met de OBI Brand Monitor van OBI4wan. Hoeveel berichten zijn er in de afgelopen drie maanden verschenen op social media, hoeveel bereik hadden deze berichten en wat is het sentiment van de berichten? Op basis van de drie scores wordt de Social Travel 30 samengesteld. Met als eerste opvallende feit dat KLM in deze editie de eerste plek af heeft moeten staan aan hotelketen Van der Valk.

KLM werd op 7 juni 2018 bekroond met de Social Travel Awards 2018 tijdens Emerce Travel. In deze editie wordt de maatschappij echter van de troon gestoten door Van der Valk. De hotelketen won van KLM op sentiment en scoort daarom net iets hoger.

Niet helemaal nieuw, maar wel de hoogste binnenkomer, is Sunweb. De reisorganisatie stond al in eerdere edities van de Social Travel 30 en kwam in deze opnieuw binnen op de derde plaats. Voor de derde keer op rij blijft Landal Greenparks op de vierde plaats staan. Transavia zakte twee plekken en vinden we nu op de vijfde plaats.

Er zijn zes nieuwe organisaties binnengekomen in de top 30, waaronder Sunweb, Travelbird en Travelhome. Acht reisorganisaties hebben hun positie verbeterd ten opzichte van de vorige editie en dit kwartaal vinden we maar liefst veertien dalers in de lijst. Landal Greenparks en Expedia behouden beide de positie.

Wat valt op?

In deze editie scoren de Nederlandse vliegvelden goed. Eindhoven Airport, Rotterdam The Hague en Schiphol Airport vinden we terug in de bovenste twintig. Gezamenlijk werden de vliegvelden het afgelopen kwartaal meer dan achtduizend keer genoemd op social media. De meeste berichtgeving ging over vakantievoorpret op het vliegveld, webcarevragen en de Haagse vlag die eindelijk wappert op Rotterdam/The Hague Airport.

Volume: KLM blijft onverslaanbaar

Als het gaat om het volume van berichtgeving blijft KLM heer en meester. Het afgelopen kwartaal verschenen er meer dan vijftigduizend berichten rondom de luchtvaartmaatschappij. Vooral via Twitter worden er veel vragen gesteld aan het webcareteam. Vragen als “Bij welke gate moet ik zijn?” en “Kan ik mijn vlucht omboeken?” worden gesteld via Twitter, met de verwachting op een snelle reactie. Ruim zestig procent van de berichtgeving gaat via het social media kanaal.

Naast KLM hebben Transavia, Van der Valk, Sunweb en Vrijuit dit kwartaal de grootste volumes. Hotelketen Van der Valk werd bijna achtduizend keer genoemd op social media. Dit zijn berichten die de hotelketen zelf deelt, bijvoorbeeld in verband met openstaande vacatures, maar ook berichten waar Van der Valk in getagd is, zoals bij een evenement of huwelijk.

Public Relations: sportevenementen dragen bij aan de PR

Transavia werd de afgelopen tijd voornamelijk genoemd in combinatie met het vliegveld in Lelystad en de ‘belevingsvlucht’. Op 30 mei voerde Transavia een oefenvlucht uit voor de omwonenden van Lelystad Airport. Dit om een beeld te geven van de geluidsoverlast van de startende en landende vliegtuigen. Lelystad Airport gaat voornamelijk vakantievluchten overnemen van Schiphol. Op social media was #belevingsvlucht een tijdje trending en werd Transavia meer dan duizend keer genoemd in combinatie met de vlucht.

Ook werd Sunweb dit kwartaal regelmatig genoemd op nieuwssites. Naast het begin van het vakantieseizoen draagt de sponsoring van wielerploeg Sunweb bij aan de naamsbekendheid van de organisatie. In totaal werd Sunweb ruim zevenduizend keer genoemd in onder andere nieuwsberichten. Ongeveer de helft van deze berichtgeving had te maken met de wielerploeg.

Sentiment: kleinere partijen blijven goed scoren

In de categorie sentiment zien we elke editie opvallende organisaties en daar is deze editie geen uitzondering op. Hoewel Secret Escapes, Voigt Travel en Cruisetravel niet in de totale top 30 staan, scoren deze organisaties dit kwartaal wel het beste op positief berichtsentiment.

Secret Escapes wordt vooral positief benoemd naar aanleiding van de nieuwe reclamecampagne die 1 juli gelanceerd werd. In de weken voor de lancering werd er al met veel lof gesproken over de nieuwe aanpak, waarbij de organisatie de sceptische Hollander omarmt. De champagne draait om de wantrouwende kijk van Nederlanders op mooie deals. “Te mooi om waar te zijn, maar het is toch echt zo,” is het thema.

Ook nicheorganisatie Voigt Travel scoort goed op het gebied van sentiment dit kwartaal. De aanbieder van onder andere reizen naar de Poolcirkel wordt genoemd om de persoonlijke aanpak en de kwaliteit, zoals bijvoorbeeld in dit blog van metkidsdewereldrond.nl.

Welke gebeurtenissen hebben de reisbranche het afgelopen kwartaal beïnvloed?

Met de afschaffing van roamingkosten is het datagebruik tijdens vakanties explosief gestegen, blijkt uit een artikel van het AD. Binnen de EU kan je nu zonder extra kosten te maken, gebruik maken van je databundel. Vooral in de meivakantie is hier veelvuldig gebruik van gemaakt.

Verder zorgden de verschillende stakingen van de afgelopen maanden voor veel oponthoud op onder andere Schiphol. In de meivakantie staakten zowel het openbaar vervoer als de afhandelaars van bagage en passagiers op Schiphol. Er vertrokken zo’n 200.000 passagiers per dag vanaf de luchthaven. De stakingen resulteerden in lange wachtrijen en vertragingen. Op social media werd hier voornamelijk negatief op gereageerd.

Voor het onderzoek is gekeken naar het volume van de berichten op social media, de pr-waarde van de berichten en het positief sentiment van de berichten. Wil je meer weten over de berekening? Neem dan contact met ons op.

In het onderzoek zijn de volgende organisaties opgenomen: ANWB Reizen, Barqo, Beachmasters, Bebsy, Belvilla, Better Places, Bizztravel, BookerZzz, Booking.com, Bungalows.nl, Bungalowspecials, Casamundo, Center Parcs, Cheaptickets, Citizen M, Corendon, Cruisereizen, Cruisetravel, D-reizen, De Jong Intra Vakanties, De Vakantiediscounter, Djoser, EasyJet, Ebookers, Ecart Skitours, Eindhoven Airport, Elizawashere, Eurail.com, Expedia, Fletcher Hotels, Fox Verre Reizen, GOGO, Hotelspecials, Husk, Inezia Tours, Jan Doets, Jiba, KLM, Kras, Landal Greenparks, Natuurhuisje.nl, Neckermann, NH Hotels, Novasol, NS International, Odyssee, Paperflies, Pharos Reizen, Polarsteps, Preston Palace, Prijsvrij.nl, Primavera, Reisgraag.nl, Resirest, Riksja Travel, Roompot Vakanties, Rotterdam The Hague Airport, Ryanair, Sawadee, Schiphol Airport, Schipholtickets, Secret Escapes, Shoestring, Silverjet, Skikot, Skistuds, Skyscanner, Snowblend, SNP Natuurreizen, srprs.me, Stena Line, Stip Reizen, Sunweb, Surfblend, Tiqets, Tix.nl, Transavia, Travelassist, Travelbird, Travelhome, TripAdvisor, Trivago, Tubber, TUI Nederland, Vacanceselect, Vacansoleil, Vakantiepiraten.nl, Vakanties.nl, VakantieXperts, Van der Valk Hotels, Vliegtickets.nl, Vliegwinkel.nl, Voigt Travel, Vrijuit, Vueling, Weekendjeweg.nl, With Locals, Wizzair, WTC.nl en Zoover.

Mis je een organisatie? Laat het ons weten en dan nemen we deze mee voor de volgende editie van de Social Travel 30.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Zeer snel besluit over logistieke hub Alibaba in Luik’

Posted 05 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Er valt zeer binnenkort een besluit over de Europese logistieke hub van Alibaba in Luik. Daar komt een groot distributiecentrum van de Chinese retailer.

Topman Jack Ma was deze week in België om met Eerste Minister Charles Michel te spreken. De gesprekken zouden zich in een vergevorderd stadium bevinden, maar geen van de partijen wil op dit moment een toelichting geven.

Ma wil in Europa een logistiek netwerk dat pakketjes binnen 24 uur na bestelling kan afleveren. Internationaal moet dat binnen 72 uur zijn. Waarschijnlijk wordt Luik alleen gebruikt om pakketjes vanuit Europa naar China te sturen.

Vijf steden zijn onlangs door Alibaba uitgeroepen tot internationale hubs. Tot de ‘pilotsteden’ behoren behalve Alibaba’s thuishaven Hangzhou ook Dubai, Kuala Lumpur, Moskou en Luik in België. Die laatste stad is vooral gekozen vanwege de luchthaven.

De komst van Alibaba naar Wallonië zou een grote opsteker zijn. De deelstaat liep eerder nog een investering van de Duitse e-commercegigant Zalando mis.

🔛”J’ai une obsession: ce sont les jobs en Belgique ! Il faut aller chercher la croissance là où elle se trouve : c’est-à-dire avoir un ancrage international et européen”.

Communiqué▶https://t.co/UfdYfhbD5h

cc @AlibabaGroup #begov #jobsjobsjobs pic.twitter.com/nLyVTvbpu6

— Charles Michel (@CharlesMichel) July 3, 2018



Lees het volledige bericht op Emerce »

Opnieuw een overstap van Nieuwsuur naar RTL Late Night

Posted 03 jul 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Parlementair verslaggever Marloes Lemsom vertrekt bij Nieuwsuur. Ze stapt in september over naar RTL Late Night, meldt ze op Twitter.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Crossbordermarketing in China. Waar start je?

Posted 28 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Met een e-commerce waarde groter dan die van de VS, UK, Japan, Duitsland en Frankrijk bij elkaar, is China de grootste crossbordermarkt ter wereld. Niet gek dat China voor veel bedrijven een enorm aantrekkelijke vijver is om in te vissen. Maar: de vorm van de vijver is anders, net als het water en de vissen die je wilt vangen. Daarbij: Chinese klanten zijn flexibel, ze veranderen gemakkelijk van aanbieder en proberen vaak nieuwe producten uit.

Uit een recent Ad Spend-rapport blijkt dat de advertentiemarkt in China naar verwachting 6,5 procent zal groeien in 2018 tot 630 miljard RMB en daarmee 16,2 procent van de wereldwijde advertentie-investeringen vertegenwoordigt.

Gewaxed paard – kies de juiste merknaam

Denk niet te lichtzinnig over de Chinese versie van je merknaam. Consumenten zien misschien een Engels logo maar spreken de Chinese naam uit. Letterlijk vertaald, kan je naam een andere betekenis hebben. Coca-Cola “Ko Ka Ko La,” betekent voor Chinezen zoiets als een gewaxed paard. Gelukkig koos het merk voor de naam “Ke Kou Ke Le” dat staat voor ‘tasty’ en ‘happy’, veel beter passend hij haar merkwaarden. Als de Chinese consument de letterlijke vertaling van je merk niet begrijpt, zullen ze er een eigen betekenis aan geven. Ralph Lauren heeft haar naam letterlijk vertaald naar het Chinees maar was zo weinigzeggend voor de Chinese consument, dat men het merk, op basis van het logo, een eigen naam gaf: ‘the three legged horse’. Het beste is om je merknaam dus zowel letterlijk als fonetisch af te stemmen. Het groeiende aantal Chinese merknaambureaus zegt genoeg. 

Begrijp het speelveld

Westerse merken hebben tegenwoordig niet per definitie een voorsprong in de markt. In sommige gevallen kun je meeliften op het voordeel van andere buitenlandse merken. Dit hangt sterk af van de productcategorie. Zo zijn Nutrilon en Friso (Friesland Campina) erg succesvol. Dit hebben ze mede te danken aan de voedselschandalen in China en de hoge kwaliteit babymelkpoeder uit Nederland. Door de goede naam die Nederlandse producten hebben in de categorie babyproducten, kunnen nog onbekende merken in China hiervan profiteren. De meest populaire categorieën in buitenlandse producten zijn cosmetica, mode, levensmiddelen, babyproducten en gezondheidsproducten. De snelst groeiende online sectoren in China zijn deelfietsen, food delivery-diensten, taxi services en financiële dienstverleners. (iResearch, 2017 APP Ranking, July 2017)

Voordat je de Chinese markt induikt, denk dus goed na over:

  • Concurrentie. Welke aanbieders zijn er op dit moment en welke behoefte vervullen zij?
  • Het imago van jouw productcategorie. Heb je hier als buitenlandse speler een voordeel of juist niet?

Leer de Chinese consument kennen
Naast het huidige speelveld is het dus belangrijk om te snappen wat de Chinese consument beweegt. Hoewel er veel regionale verschillen zijn in China, is de groep die voor het merendeel van de online aankopen verantwoordelijk is, jong (20-35), vrouwelijk en woont vaak in de stedelijke kustgebieden. Zij staan, net als Nederlandse jongeren, continue in verbinding met hun smartphone en volgen de nieuwste trends via de Chinese social media. In 2016 besteedt meer dan 25% van de vrouwen maandelijks meer dan 1.000 RMB aan mobiel online winkelen (iResearch, 2017). In 2016 is de vrouwelijke markt 2.500 miljard RMB waard en deze zal naar verwachting in 2019 4.500 miljard RMB bedragen (JD Big Data Institute, 2017).

Een aantal karakteristieken en trends binnen het Chinese consumentengedrag

  • Vergeleken met Nederland is de functionaliteit en esthetiek van het product belangrijker dan in Nederland
  • Chinese klanten zijn flexibel, ze veranderen gemakkelijk van aanbieder en proberen vaak nieuwe producten uit
  • Toch is branding van je product belangrijk. Chinese klanten doen steeds meer aankopen die hun individuele identiteit reflecteren. De merkwaarden moeten passen bij de persoonlijke waarden van de consument
  • ‘Guanxi’, het opbouwen van relaties en groepscohesie, blijft, ondanks de individuele wensen van de consument, een belangrijke waarde
  • Chinese consumenten zijn communicatief, ze hebben graag vaak contact met de aanbieder – meer dan de 70% maakt gebruik van klantenservice voor het plaatsen van de bestelling. Ook laten ze relatief vaak beoordelingen achter
  • China loopt voorop als het gaat om mobiele betalingen. Zowel online als offline in de krantenkiosk, kun je betalen via een QR-code. De betalingen lopen vooral via Alipay of WeChat pay.

Belangrijke consumententrends:

  • Socialized online shoppen: mond-tot-mondreclame van vrienden is het meest effectief om inspiratie om te zetten in aankopen. Aangezien WeChat niet meer weg te denken is uit het dagelijks leven, stimuleert het delen van producten en diensten in WeChat Moments (nieuwsfeeds van berichten van vrienden) en gesprekken tussen vrienden, het aantal impulsaankopen.

  • Ervaringen: 59 procent van de ondervraagde personen is het erover eens dat winkelen niet alleen over producten gaat, maar ook over de ervaring. Scenario-gebaseerde ervaring en participatieve winkelervaring worden steeds belangrijker. Zo hebben wij voor Cornetto een mobile first campagne gelanceerd waarin millenials elkaar via Wechat een QQ de liefde konden verklaren. Isobar heeft een serie smeltende digitale liefdesbrieven gecreëerd. Via een QR-code op de Cornetto-verpakking konden verliefde hun kleurrijke biechtsjablonen selecteren, unieke eigen bekentenissen creëren en de liefdesbrieven sturen via WeChat of QQ. De ontvanger heeft slechts 520 seconden om de bekentenis te lezen voordat deze wegsmelt. Het idee hebben we ook offline doorgevoerd. In de grote steden hebben we Cornetto automaten geplaatst op meerdere datingshotspots in grote steden zoals Beijing, Shanghai en Guangzhou. In deze automaat kunnen consumenten eenvoudig een verliefde foto maken met behulp van de camera van de automaat, hun liefdesboodschap maken en een op maat gemaakte DIY-verpakkingssticker afdrukken, zodat het Cornetto-ijs wordt omgevormd tot een exclusieve valentijnskaart.  
  • Online-offline convergentie: het is niet meer online vs. offline maar online én offline.  Online winkelen gaat meer over gemak en snelheid, terwijl offline winkelen meer gaat over een alles-in-een naadloze ervaring. (dineren, winkelen en ontspannen).
  • Het omarmen van de waarde economie: meer waardevolle aankopen doen. Winkelen is meestal impulsief gedrag. Meer dan 50% van de ondervraagde proefpersonen geeft aan dat ze de producten die ze kochten na een tijdje niet meer gebruiken. Chinese consumenten worden zich steeds meer bewust van het doen van waardevolle aankopen en zullen meer geld besteden aan producten en diensten die een ‘goed gevoel’ geven.  
    Bron: Chinese Consumer Digital Trends Report van Accenture 2017-2018

In de praktijk: rebranding van Mamaway

Een goed voorbeeld van een merk dat in China succes heeft geboekt door slim gebruik te maken van doelgroepinzichten en het in kaart brengen van concurrentie, is Mamaway. Dit van origine Taiwanese bedrijf verkoopt allerlei babyproducten. In de loop van de jaren is het productaanbod breder geworden waardoor de merkbelofte ‘het oplossen van borstvoedingsproblemen’ niet meer passend was. Vanwege de grote concurrentie in babyproducten, was het belangrijk dat Mamaway een relevante boodschap zou afleveren aan de doelgroep. Met Big Data ontdekten we bij Isobar China één van de belangrijkste uitdagingen waar jonge moeders mee worstelen; de behoefte aan zelfontwikkeling. Dus anders dan de traditionele ideologie waarbij de baby topprioriteit is, moedigden we moeders aan om het stereotype van “onvoorwaardelijke toewijding” te doorbreken. Zo hielpen we Mamaway om een ​​nieuwe standaard op te stellen voor succesvolle moderne moeders. Deze doelgroep inzichten gaven ons de gelegenheid om
Mamaway onderscheidend neer te zetten ten opzichte van andere merken in deze productcategorie.  


Gebruik de juiste platformen 

Vergeet dus je zorgvuldig opgebouwde reputatie. In China begin je van voor af aan. Meer dan 98% van alle zoekopdrachten wordt uitgevoerd in Mandarijn. Engelse, laat staan Nederlandse content, positieve reviews en de meeste westerse platforms zijn niet zichtbaar op het Chinese internet. Je kunt het zien als een aparte internetregio afgesloten door de enorme Chinese firewall. Bedrijven zonder Chinese entiteit kunnen alleen een eigen winkel openen op een cross-border platform. Daarnaast werken Chinese derde partijen liever samen met bedrijven die enige naamsbekendheid hebben. Dit vraagt om een frisse aanpak om via verschillende Chinese platformen aan je zichtbaarheid te werken. Het eerdergenoemde ad spend rapport laat zien dat online reuzen Baidu, Alibaba en Tencent (BAT) naar verwachting 80% van de totale ad spend groei zullen vertegenwoordigen, wat hun dominantie van de markt onderstreept. Hieronder een overzicht van de belangrijkste cross-border platformen:

Tmall (Alibaba)
Tmall is het belangrijkste platform in China, maar vooral weggelegd voor de meest succesvolle spelers. In de meeste gevallen worden merken door Tmall afgewezen. Tmall selecteert alleen merken die al een sterk imago, reputatie en aanzienlijke omzet binnen China hebben.

Taobao (Alibaba)
Op dit B2C platform zijn vooral veel midden en kleinbedrijven te vinden. Als je start met een kleine onderneming, dan is Taobao een geschikt platform om te starten.

JD (deels Tencent)
Dit is het 2e e-commerce platform van China. Het voordeel van JD is dat het een ver ontwikkelde eigen logistiek heeft, waar winkeleigenaren voor vergoeding gebruik van kunnen maken. JD (voorheen 360Buy) was aanvankelijk een pure online retailer van elektronica, maar is de afgelopen jaren uitgebreid dankzij haar tamelijk goed ondersteunde en gereguleerde markplaats. JD is vergelijkbaar met Tmall en dus ook vooral voor de grotere merken in de markt.

WeChat stores (Tencent)
Een ander effectief alternatief voor deze platforms is het gebruik van WeChat Stores. De WeChat-winkel is de beste en meest effectieve tool. Dit zijn in deze app gehoste winkels die zijn gekoppeld aan een officieel account.

Vergeet Google, YouTube en Facebook. In China is voor elk kanaal een alternatief. Dit zijn geen simpele copy-cats, hoewel de logo’s soms anders doen vermoeden. Deze kanalen zijn slimme en innovatieve ecosystemen en zijn voorlopers, zowel in functionaliteit als design.

WeChat (Tencent)
WeChat begon ooit als een soort WhatsApp en is inmiddels niet meer weg te denken uit de levens van vele Chinezen. Het is een mega app waarin verschillende platformen schuilen zoals online winkels, fora, ook kun je betalen met deze app. Ben je als merk zichtbaar op een van deze platformen, dan is het belangrijk om te weten dat het aangaan van persoonlijke interacties met de consument een belangrijke manier is om merkvoorkeur te creëren.

Baidu
Net als Google heeft Baidu een enorm bereik in China met 75% van al het online zoekverkeer. Baidu is echt een portaal naar China. Als bedrijf moet je hier zichtbaar zijn met een kwaliteitssite, bestemmingspagina, inhoud en verwijzingen van derden die worden weergegeven bij het zoeken op basis van Mandarin Character Keywords. Een combinatie van SEA en SEO kan veel kwaliteitsverkeer opleveren.

iQiyi (Baidu)
Hier kan men videocontent streamen zoals documentaires en films. Vorig jaar heeft iQiyi een samenwerking getekend met Netflix. Deze platformen zijn vergelijkbaar, het verschil zit in het verdienmodel; Netflix is gebouwd als abonnementsmodel en iQiyi als advertentiemodel.

Concurrentie landschap in China, gedomineerd door de Baidu, Alibaba en Tencent.

Youku (Alibaba)
Youku kun je het beste vergelijken met YouTube. Het is een B2C en C2C platform waar men zelf kanalen kan aanmaken en video’s kan uploaden. Ook hier wordt veel gebruik gemaakt van prerolls, die in tegenstelling tot YouTube niet skippable zijn. Ook biedt het de directe link met e-commerce. Adverteerders kunnen hun logo – alleen in eigen videocontent – plaatsen die direct doorlinken naar Tmall of Taobao. Het belangrijkste verschil tussen Youku en YouTube is het principe see now buy now. Ook in het menu is er een koppeling gemaakt met online winkels. Wat je ziet in de video, kun je binnen hetzelfde venster aankopen.

Sina Weibo (Alibaba)
Een soort combinatie van Twitter en Facebook waar gebruikers microblogs kunnen achterlaten. Dagelijks worden er 100 miljoen berichten op Sina Weibo achtergelaten, dankzij de meer dan 500 miljoen gebruikers.

De mogelijkheden zijn eindeloos. Het nadeel van werken met Chinese platformen is dat zij nauwelijks tot geen data vrijgeven om zo beter inzicht te krijgen in het gedrag van je doelgroep. Samenwerken met een digitaal marketingbureau in China is aan te raden. Zo hebben we bij Isobar China toegang tot alle data van de B.A.T platformen en werken we met dataspecialisten die jouw data kunnen omzetten naar waardevolle inzichten over het gedrag van je doelgroep. Deze inzichten zijn cruciaal om te zien welke kansen er liggen in de Chinese markt en vormen de basis van een creatieve marketingstrategie. Juist in een snelle digitale markt als China is het zo belangrijk om branding en sales dichterbij elkaar te brengen. Internationale merken die wij hebben geholpen om aan te sluiten bij de Chinese markt zijn onder andere: Cornetto, Coca-Cola, Mastercard, Estee Lauder en Volvo.

Verdiep je dus goed in de markt en vergroot daarmee je kansen om je merk succesvol neer te zetten in China én te blijven.

Tot slot nog een interessante video die laat zien waarom en hoe afhankelijk de Chinese consument is van e-commerce platformen en hoe zij winkelen. http://www.alizila.com/video/chinese-consumers-want/

Bronnen:
Chinese Consumer Digital Trends Report van Accenture 2017-2018
McKinsey Global Institute. China’s Digital Economy: A Leading Global Force, August 2017
CNNIC, 41st Internet Development Statistical Report in China, December 2017
JD Big Data Institute, 2017

 

https://www.rvo.nl/onderwerpen/internationaal-ondernemen/landenoverzicht/china/marketing https://rebrand.com/merit-mamaway/



Lees het volledige bericht op Emerce »

Advertenties voor cryptomunten mogen weer bij Facebook

Posted 27 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Facebook laat weer advertenties voor cryptomunten toe, maar wel onder strikte voorwaarden. Alleen vooraf goedgekeurde adverteerders zijn toegestaan, en promoties voor Initial Coin Offerings (ICO’s), een alternatieve beursgang, mogen nog steeds niet.

Facebook besloot in januari tot een verbod nadat twijfels waren ontstaan over de bedoelingen van sommige adverteerders en het speculatieve karakter.

Google volgde het voorbeeld van Facebook in maart en ook Twitter en Snap legden adverteerders beperkingen op.



Lees het volledige bericht op Emerce »

AzG reageert op klachten seksueel misbruik en zeikt criticus af op Twitter  

Posted 24 jun 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Hulporganisatie wil dialoog, maar vliegt uit bocht met een flauwe reactie. 

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Mobiele reclamecampagne AB InBev in blockchain

Posted 22 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

AB InBev denkt dat het de eerste is die een mobiele reclamecampagne heeft gedraaid met blockchain. De bierbrouwer wil transparant werken en realiseert ook nog eens kostenbesparing tussen de tien en dertig procent.

Het idee achter de campagneopzet is dat de metadata een keer per uur naar een blockchain wordt weggeschreven. Die data-invoer is onomkeerbaar en niet te wijzigen.

Door de keten tussen zender en ontvanger, en alle schakels daartussen, inzichtelijk te maken kan AB InBev zijn campagnes beter beteren. Reclamefraude moet omlaag gaan en de betrokken bureaus kunnen elkaar afrekenen op een en dezelfde databron.

AB InBev heeft de technologie, ontwikkeld door Kiip, onder meer gebruikt voor campagnes van Bud Light, Budweiser, Michelob Ultra, Estrella Jalisco en Stella Artois.

Het bedrijf Kiip gebruikt naast zijn blockchainproduct verscheidene reclameproducten. Daarbij gebruikt het stimulans- en responsetechnieken die bekend zijn uit de mobiele gamewereld.

Directeur en oprichter Brian Wong was eerder deze week in Cannes op het reclamefestival om over zijn werk te vertellen.

Fun conversation tonight with @brian_wong and the #CannesLions School. pic.twitter.com/s0W5W0Dt5g

— Diana O’Brien (@DianaMOBrien) 19 juni 2018

Foto: raek23 (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sociale media minder belangrijk als nieuwsbron

Posted 18 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sociale media zijn minder belangrijk geworden als bron van nieuws en niet toevallig is daar vooral Facebook de oorzaak van. Een en ander blijkt uit onderzoek van het Reuters Institute for the Study of Journalism.

Nieuwssites zijn nog altijd de belangrijkste bron voor nieuws (32 procent), gevolgd door zoekmachines (24 procent) en sociale media. Die laatste categorie wordt vooral geconsumeerd door jongeren.

Sociale media kwamen de laatste jaren als nieuwsbron flink opzetten, met in de VS een aandeel van wel 51 procent, maar dat is inmiddels sterk teruggelopen. Het patroon is in alle landen hetzelfde. Ook in Engeland is sprake van teruggang. In Brazilië begon het al veel eerder. Nederland noteerde eerder dit jaar een terugloop van 3 procent.

De belangrijkste oorzaak is Facebook. Die heeft zijn algoritmen aangepast waardoor vooral berichten van vrienden op de tijdlijn verschijnen en veel minder gedeelde nieuwsverhalen. Een uitgever Little Things ging eerder dit jaar failliet en noemde Facebook als oorzaak. Het bedrijf kreeg minder verwijzingen en dus bezoekersverkeer.

Uitgevers hebben hun strategie inmiddels wel aangepast en richten hun energie minder op Facebook, en bijvoorbeeld meer op Instagram Stories. De BBC bereikt via dit laatste medium al 4,8 miljoen volgers. Snapchat werd als bron gebruikt voor de beschietingen van een school in Florida in februari 2018.

Naast de algoritmen van Facebook heeft ook de discussie rond nepnieuws een rol gespeeld of de invloed van trollen op Twitter. Consumenten vertrouwen het nieuws via sociale media minder dan voorheen. In landen met een strenge mediacensuur als Turkije komen versleutelde berichtenapps als WhatsApp sterk opzetten.

De nieuwshonger is niet minder groot dan in het verleden: 93 procent van de Nederlandse jongeren zegt geïnteresseerd te zijn in nieuws, 46 procent zelfs zeer geïnteresseerd. Ook in politiek nieuws is 65 procent van hen geïnteresseerd.

Via sociale media komt weliswaar 45 procent van de jongeren nieuws tegen, maar ze zijn daar wel bijzonder kritisch over. Meer dan de helft vindt dat je nieuws op sociale media niet kunt vertrouwen. De voornaamste toegang tot nieuws is voor jongeren dan ook een nieuwswebsite of -app (36 procent) en niet sociale media (26 procent). Alleen het besef dat betrouwbaar nieuws ook moet worden gefinancierd, is onvoldoende aanwezig. De bereidheid om volgend jaar voor online nieuws te betalen, is veel lager dan de bereidheid om reclame met een adblocker te weren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De ongemakkelijke strijd tegen nepnieuws

Posted 16 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sociale media worstelen al langere tijd met (politieke) beïnvloeding. Er liggen allerlei voorstellen op tafel om nepnieuws te bestrijden, maar zo makkelijk is dat niet. Hoe krijgen media weer grip op de waarheid?

Hij moest in grote advertenties in Britse kranten zijn excuses aanbieden voor het lekken van gegevens van mogelijk 87 miljoen gebruikers. Facebook-CEO Mark Zuckerberg kroop diep door het stof voor het incident met het schimmige Britse bedrijf Cambridge Analytica, dat op basis van gebruikersprofielen het Amerikaanse kiespubliek probeerde te bereiken via op maat gemaakte berichten over toen nog de republikeinse kandidaat Trump.

Het schandaal kreeg een vieze bijsmaak toen bleek dat Cambridge Analytica niet alleen zonder toestemming gegevens via Facebook had vergaard, maar ook afkeurenswaardige tactieken inzette om Trump aan zijn verkiezingsoverwinning te helpen. De leiding van het bedrijf vertelde voor een verborgen camera van Channel 4 dat ze niet terugdeinsde voor het betalen van steekpenningen, spionage of het inzetten van prostituees.

Niet dat Facebook daaraan bewust had meegewerkt, maar het bedrijf liet het wel gebeuren. Het gaf weer eens aan dat het bedrijf veel te ver is doorgeschoten met het delen van gebruikersdata.

Bij het verhoor in het Amerikaanse Congres en het Huis van Afgevaardigden had Zuckerberg zeven pagina’s nodig om uit te leggen dat Facebook zich heeft geconcentreerd op ‘al het goede dat het verbinden van mensen kan brengen’, maar dat hij ‘geen brede kijk op onze verantwoordelijkheid had’. ‘Ik begon Facebook, en ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt.’

Facebook laat een onafhankelijke commissie van academische deskundigen onderzoek doen naar de vermeende beïnvloeding van de verkiezingen. Zij moet ook met aanbevelingen komen. Een aantal filantropische instellingen zorgt voor de financiering.

Gevoelig
Het bedrijf heeft verder technische maatregelen aangekondigd: apps en games krijgen bijvoorbeeld alleen nog maar toegang tot naam, e-mailadres en de profielfoto van de gebruiker. Ontwikkelaars die meer willen, zullen een contract moeten ondertekenen met behoorlijk wat juridische clausules. Datasets waarmee adverteerders gebruikers kunnen analyseren en gerichte advertenties kunnen voorzetten worden beperkt. In de tijdlijn van gebruikers wordt getoond welke apps toegang hebben tot hun data. Zij kunnen daarmee ook apps de toegang ontzeggen.

Ondanks de toezeggingen blijft er nog veel uit te leggen: aan de EU, zeker in het licht van de aanstaande Europese privacywetgeving, maar ook aan de Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC). Deze toezichthouder wil weten of het technologiebedrijf zijn eigen privacyrichtlijnen heeft geschonden. Facebook heeft in 2011 namelijk al een strengere privacybescherming toegezegd, en een van de vragen is of het bedrijf zich hieraan heeft gehouden.

Extra pijnlijk waren in dit verband de opmerkingen van Apple-topman Tim Cook, die op de vraag wat hij zou doen als hij in de schoenen van Zuckerberg zou staan, antwoordde ‘dat mij dit nooit zou zijn overkomen’. Simpelweg omdat de missie van Apple nooit geweest is om de data van gebruikers te verkopen.

Cambridge Analytica was zeker niet het enige incident. Vorig jaar moest Facebook toegeven dat zeker veertig procent van de Amerikaanse kiezers tijdens de presidentsverkiezingen in aanraking was gekomen met nepnieuws dat via Rusland werd verspreid in de vorm van betaalde advertenties. Aangeleverd door een trollenfabriek, genaamd Internet Research Agency.

Over de aanpak hiervan schijnt bij het social platform intern grote onenigheid te zijn ontstaan. Het hoofd beveiliging van het mediabedrijf, Alex Stamos, kondigde onlangs zijn vertrek aan, omdat hij het niet eens was met de manier waarop Facebook de verspreiding van nepnieuws en desinformatie wil bestrijden. Stamos wilde openheid van zaken geven over pogingen van Rusland om via Facebook de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden, maar dat lag kennelijk te gevoelig bij de top van het bedrijf.

MIT
Aanvankelijk ging de discussie over de politieke beïnvloeding via sociale media toch vooral over de vraag of hier eigenlijk wel sprake van was. Kort na de verrassende verkiezingsuitslag in de VS vermoedde ook Google-topman Sundar Pichai dat nepnieuws daarbij een rol had gespeeld. De verkiezingen waren immers een nek-aan-nekrace. Een kleine groep kiezers kon de uitslag bepalen. Maar bewijzen kon hij het niet.

De vraag hoe je dit soort ontwrichtende propaganda moet aanpakken, is dan ook nog lastiger te beantwoorden. Het verspreiden van onwaarheden valt immers grotendeels onder de vrijheid van meningsuiting. Voor een individueel bericht is dit meestal geen probleem, maar het totale effect van individuele foutieve berichten kan substantieel zijn, constateert het Centraal Planbureau (CPB) in een onlangs verschenen advies. Als het onderliggende probleem meer een gebrek aan kennis is dan een gebrek aan goede prikkels, dan zou voorlichting of onderwijs in mediawijsheid kunnen helpen.

De kracht van internet – het rechtvaardigheidsprincipe waarbij het niet noodzakelijk is dat elke speler evenveel kansen heeft om te slagen, maar wel dat alle spelers het spel volgens dezelfde regels spelen – is tegelijk zijn grote zwakte gebleken. Dat begon natuurlijk al vroeg met commerciële beïnvloeding. Spammers wisten de zoekresultaten bij Google zo te manipuleren dat bedrijfsnamen en producten hoog scoorden. Zoekmachines moesten hun algoritmen regelmatig bijstellen in wat een grenzeloos kat-en-muisspel leek. Achter de schermen werden nieuwe technieken ontwikkeld om consumenten op basis van slimme profielen zeer gericht te benaderen met op maat gesneden advertenties.

En die technieken worden tegenwoordig ook volop ingezet om propaganda te verspreiden. Na het bestuderen van 126.600 berichten die door drie miljoen Twitteraars zijn verzonden en gedeeld, concludeert het Massachusetts Institute of Technology (MIT) dat nepnieuws zich sneller verspreidt dan echte journalistieke verhalen.

Experts beweren dat het Google-zoekalgoritme de verspreiding van nepnieuws juist heeft bevorderd door de kans te berekenen dat een internetgebruiker ook daadwerkelijk zal klikken op een zoekresultaat. Dit soort user engagement moet volgens kenners anders worden gewogen.

Response team
Veel van de voorgestelde maatregelen werken echter niet of nauwelijks. Facebook wilde eerst onafhankelijke factcheckers in de arm nemen en dubieuze nieuwsberichten voorzien van een waarschuwing. Was een bericht eenmaal aangemerkt als verdacht, dan werden ook geen advertenties meer getoond. Maar ook dit heeft zo zijn nadelen: want wie bepaalt wat precies de waarheid is? Onderzoek van Yale University laat zien dat een nepnieuwslabel bij artikelen eerder contraproductief werkt. Trump-aanhangers en jonge lezers bleken zelfs eerder geneigd een dergelijk artikel te geloven.

Het rechtvaardigheidsprincipe zorgt ook voor lastige keuzes: betrouwbare en minder betrouwbare bronnen zijn op internet nauwelijks van elkaar te onderscheiden, maar een schifting op basis van betrouwbaarheid geeft een ongemakkelijk gevoel: alternatieve opinies moeten ook gehoord kunnen worden.

Sommige landen schieten helemaal door. Duitsland wilde de verspreiding van nepnieuws tegengaan door wetgeving. Met boetes die tot vijfhonderdduizend euro kunnen oplopen. SPD-voorman Thomas Opperman benadrukte dat het niet de bedoeling is om een meningspolitie of waarheidscommissie in het leven te roepen. Het wordt echter een lastige discussie om te bepalen wat precies nepnieuws is. Het Netzwerkdurchsetzungsgesetz blijkt nu al niet te werken, omdat ruziënde burgers elkaar aangeven.

Groot-Brittannië heeft daarbij zelfs plannen voor een rapid response team, dat bevoegdheid krijgt om op te treden tegen ‘desinformatie’ op sociale media en andere online platformen.

Maleisië op zijn beurt dreigt zelfs met tien jaar gevangenisstraf voor het verspreiden van nepnieuws. Amnesty International zag dit gelijk als een poging om kritiek op de regering tegen te houden: nieuwe wetten maken critici monddood en de persvrijheid wordt aan banden gelegd. Waarbij ook in Singapore en de Filipijnen de autoriteiten overwegen om nepnieuwswetgeving in te voeren. Amnesty riep alle landen in de regio op deze gevaarlijke ontwikkeling tegen te houden.

Protest
Dat toezicht helemaal geen zoden aan de dijk zet, bewees de Europese commissie tegen nepnieuws EU vs Disinfo. De Europese taakgroep, die vanuit Brussel nepnieuws analyseert, ontvangt sinds vorig jaar ruim een miljoen euro uit het budget voor strategische communicatie en heeft veertien mensen in dienst. Maar de werkgroep ligt onder vuur. Die bleek gemakshalve ook GS Media, De Persgroep en The Post Online tot verspreiders van nepnieuws te rekenen. Na dreiging met een kort geding volgde een rectificatie.

De advocaten van deze mediabedrijven haalden dan ook flink uit. Overheid blijf ver weg bij het beoordelen van het werk van journalisten, luidde hun kritiek. De EU heeft volgens de juristen boter op haar hoofd als zij beweert dat het haar als koene ridder van de waarheid alleen zou gaan om het bestrijden van ‘pro-Kremlin-desinformatie’. Haar campagne diende eerder de belangen van de EU in de regio rond Rusland en was overduidelijk onderdeel van het beleid van de EU richting deze regio.

Uitwassen kun je natuurlijk wel bestrijden. In een gesprek met The Washington Post gaf de Amerikaan Paul Horner in 2016 ronduit toe dat hij al jaren leefde van nepnieuws via advertenties. Tijdens de verkiezingscampagne publiceerde hij berichten die door het Trump-kamp gretig werden overgenomen, zoals het verhaal dat een democratische demonstrant 3500 dollar betaald had gekregen om te protesteren bij een rally van Trump.

Google heeft inmiddels paal en perk gesteld aan de mogelijkheden van bloggers en vloggers om geld te verdienen met nepnieuws. Mede onder druk van adverteerders. Zij hebben miljoenen dollars ingetrokken, omdat ze hun advertenties niet meer bij dubieuze content willen zien staan.

Waar echter nog te weinig mee wordt gedaan, zijn algoritmen die bepalen wat consumenten zelf betrouwbaar vinden. Facebook laat gebruikers al wel bepalen welke nieuwsbronnen betrouwbaar zijn. Andere bronnen worden dan naar de achtergrond gedrukt.

Identiteitscontrole
Sommige critici zien ondanks de uitdagingen ook een positieve ontwikkeling. Naarmate meer mensen zich zorgen maken over desinformatie, neemt de waardering voor betrouwbare informatie toe. Zorgwekkend is wel dat één op de drie Nederlanders in een onderzoek van de Volkskrant zegt ‘tegenwoordig vaak niet meer te weten wat waar is en wat onwaar’, slechts 29 procent zegt ‘echt nieuws van nepnieuws te kunnen onderscheiden’.

Mede hierdoor hebben Kamerleden Hans van der Molen (CDA) en Kees Verhoeven (D66) al gepleit voor een bewustwordingscampagne over nepnieuws, de invloed van geldschieters op advertenties en meer kennis over algoritmes van Twitter en Facebook die bepalen wat gebruikers zien. De BBC helpt middelbare scholieren nu al om echt nieuws van nepberichten of stukken met valse informatie te onderscheiden.

Het CPB stelt nog andere maatregelen voor: een online platform zou iedere gebruiker de mogelijkheid moeten geven om zijn identiteit te laten controleren. De gebruiker kan baat hebben bij identiteitscontrole, omdat andere gebruikers hem of haar dan eerder vertrouwen. Zogenoemde verified accounts moeten een recht worden, geen privilege. Dat kunnen platforms in principe zelf organiseren, maar de overheid kan ook een DigID-achtig platform aanbieden om identificatie te faciliteren, aldus het CPB. Mogelijk biedt blockchaintechnologie hier een efficiënte oplossing.

Grote internetbedrijven hebben al wel toegezegd meer uitleg te zullen verschaffen over hoe de selectie van nieuws werkt. En ook zij willen meer maatregelen gaan nemen, al dan niet met behulp van machine learning die verdachte patronen herkent. Facebook, Twitter en Google zijn daarnaast onderdeel geworden van een 39 leden tellende adviesgroep onder leiding van de Nederlandse hoogleraar Madeleine de Cock Buning. In het advies blijft een belangrijke rol voor factchecken weggelegd, maar dan via een netwerk van onafhankelijke Europese centra voor (academisch) onderzoek.

Nederlands probleem?
Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) spiegelde eerder dit jaar voor dat nepnieuws ook in Nederland een groot probleem is. De bewindsvrouw noemde als voorbeeld de Russische pogingen om de meningsvorming over de ramp met de MH17 te beïnvloeden. Universitair docent politieke communicatie Sanne Kruikemeier, die onlangs onderzoek deed naar online activiteiten van Nederlandse kiezers, maakt zich echter geen zorgen. Nederlanders consumeren informatie nog steeds via traditionele media, zoals het NOS Journaal, de krant en sociale contacten. Ons land is ook minder gepolariseerd, waardoor de motivatie voor beïnvloeding minder urgent aanwezig is.

Vergunning
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft eind vorig jaar een advies uitgebracht over een vergunningstelsel voor online platforms. Zo’n vergunning zou gericht moeten zijn op Europese gebruikers. In de financiële sector stellen toezichthouders hoge eisen aan bankvergunningen, dus waarom zou je zoiets ook niet kunnen verlangen van nieuwsleveranciers? Platforms kunnen verplicht worden om berichten met ongewenste of schadelijke informatie te markeren of te filteren. De bestaande regulering voor informatiemakelaars, nu voornamelijk verankerd in mediabeleid, is veelal ontworpen voor (traditionele) offline bedrijven en daardoor ontoereikend voor de risico’s die digitale platforms met zich meebrengen.

Trollenfabriek
Blogsite Tumblr, onderdeel van Yahoo, heeft naar eigen zeggen 84 accounts aangetroffen die duidelijke banden hebben met de trollenfabriek van de Russische overheid in Sint-Petersburg. Die accounts werden vooral ingezet om in aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 onrust te zaaien en presidentskandidate Clinton in diskrediet te brengen. De financiering en leiding van de trollenorganisatie zou in handen zijn van restaurateur Jevgeni Prigozjin, ook wel de ‘kok van Poetin’ genoemd. Om hun achtergrond te verhullen, huurden de Russen Amerikaanse servers. Pas in maart 2018 heeft de Amerikaanse regering van Trump Rusland sancties opgelegd voor wat het noemde ‘destabiliserende activiteiten’.

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#165).

Illustratie: Eva Straver (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Amerikaanse cartoonist ontslagen na kritiek op Trump

Posted 15 jun 2018 — by Villamedia
Category nieuws

De Amerikaanse prijswinnende cartoonist Rob Rogers is na 25 jaar werken bij de Pitsburgh Post-Gazette ontslagen vanwege zijn kritiek op de Amerikaanse president. Dat meldt hij zelf op Twitter.

Lees het volledige bericht op Villamedia »