Posts Tagged ‘twitter’

Column: New Dutch Wave

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ik heb doorgaans niets met congressen, beurzen of conferenties. Veel blabla, met visitekaartjes strooien en weinig mogelijkheden om echt te netwerken. Tijdens mijn bezoek aan het South by Southwest (SxSW) festival in Austin kwam ik er echter achter hoe het gelukkig ook kan. Hoe het moét.

SxSW is een jaarlijks terugkerend festival, gestart in 1987, waar muziek, films en interactieve media centraal staan. Tech is daar, zoals in zoveel industrieën en op zoveel plaatsen, steeds een vast onderdeel van. Niet voor niets was het onder meer de kraamkamer van Twitter, Foursquare, Meerkat en Gowalla. En nadat zelfs Obama het festival vorig jaar had bezocht, en ook Jay-Z en Drake er graag geziene gasten zijn, werd het hoog tijd om zelf eens poolshoogte te gaan nemen.

Dit jaar was extra speciaal. Want een enorme Nederlandse delegatie had van de gelegenheid gebruikgemaakt om onder de noemer ‘New Dutch Wave’, onder aanvoering van Z.K.H. Prins Constantijn, naar SxSW af te reizen. De Wave is naast een fysieke ontmoetingsplek en een showcase-paviljoen, vooral een online meetingpoint voor toonaangevende creatieve bedrijven. Het benadrukt tevens de top 10-positie van Nederland als creatief land en de kracht van de verschillende creative cities daarbinnen. Daarnaast was er ook een ‘Take Over House’, waar gedurende het festival volop ruimte was voor onder meer meet-ups, startup-pitches en netwerkbijeenkomsten.

Door middel van deze Nieuwe Nederlandse Golf, bestaande uit zo’n zestien tech-startups, presenteren we ons als dé innovatiehaven van Europa. En terecht, ik heb er een van de tofste merkactivaties ooit mogen aanschouwen – ja, u zou het bijna niet geloven – The Mummy VR experience met Tom Cruise. En – in de optiek van Amerikanen – de mooiste feesten. Want dat kunnen we altijd nog als de beste.

Mocht u SXSW hebben moeten missen, wees dan niet getreurd. NXNE, oftewel North by Northeast gaat in juni van start in Toronto, Canada. En zal – naar alle waarschijnlijkheid – ook onder de Nederlandse enclave wederom veel aandacht krijgen. Logisch, want links- of rechtsom is bij de Amerikanen alles larger. Van budgetten, schaalgrootte tot de way of doing business. Mijn advies, skip de Nederlandse conferenties en gebruik je spaarzame tijd en geld voor een van deze trips. Een echte eye-opener. En met directe impact op je balans.

* Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).



Lees het volledige bericht op Emerce »

CEO LaDress: ‘Data is niet leidend’

Posted 15 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Simone van Trojen (47) is verkozen tot een van de meest inspirerende tech-vrouwen van ons land. Mede door haar fashionlabel LaDress, dat vrouwen middels ‘het perfecte jurkje’ wil empoweren in hun dagelijkse leven. En niet zonder succes. “Ik doe geen marktonderzoek, maar vertrouw op mijn intuïtie.”

In 2006 begon Van Trojen – die tot dan toe niets met fashion van doen had – met haar eigen label, ladress.com. Destijds bestaande uit een jurkje dat in vier kleuren kon worden besteld. Alleen online. “Uit eigen behoefte. Omdat je als vrouw vandaag de dag zoveel rollen hebt – van zakenvrouw, moeder, partner tot vriendin – en niet dagelijks al te veel tijd kwijt wilt zijn met de vraag wat je die dag aan gaat doen.” De verkoop van de tijdloze en kwalitatief hoogwaardige jurkjes ging zo voorspoedig dat ze na twee jaar al de huiselijke werkomgeving verruilde voor een kantoor op de Amsterdamse Keizersgracht.

Inmiddels is LaDress alweer enkele jaren gevestigd op het bedrijventerrein Schinkel in Amsterdam-Zuid, waar ze met ruim tachtig medewerkers ruim zestigduizend klanten bedient. Afkomstig vanuit de hele wereld, maar met name uit Europa. “Het gros, ongeveer 85 procent, komt daarbij uit Nederland, gevolgd door Duitsland en België. Met in de slipstream landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten.”

Wie een LaDress-jurkje wil bestellen, heeft tegenwoordig de keuze uit wel vierhonderd soorten. In tal van kleuren. Indien gewenst met bijpassende kleding, zoals blouses, broeken, leggings en jassen. Ondanks dat Van Trojen liever geen omzetcijfers prijsgeeft, wil ze wel kwijt dat LaDress vorig jaar ruim honderdduizend jurkjes heeft verkocht (opgeteld goed voor zo’n vijftien miljoen euro, red.). En dan te bedenken dat de omzet sinds de oprichting jaarlijks gemiddeld met “ruim 65 procent” is gegroeid.

Je staat voor het eerst vermeld in de Nederlandse Inspiring Fifty, en bent daarmee een van vrouwelijke rolmodellen in de tech-industrie. Had je dat ooit verwacht?
“Nee, het is een hele eer en erkenning van hetgeen we al ruim tien jaar doen. Waarbij onze jurk mijn metafoor is voor empowerment. Onze ambitie is altijd al geweest om vrouwen zelfvertrouwen te geven, zodat ze hun dromen waar kunnen maken. Ik hoop dat mijn aanwezigheid in de lijst daar tevens een steentje aan bijdraagt. Zelf word ik geïnspireerd door iemand als Brigitte Bardot, maar ook door andere vrouwen die het leven ten volle omarmen. Uit mijn omgeving, maar ook vrouwen uit het bedrijfsleven, van Natalie Massenet, oprichter van luxe designer webshop Net-a-Porter, tot Gillian Tans, CEO van Booking.com. Zo zijn er nog legio voorbeelden.”

Je vertrouwt vanaf het begin heel erg op je gevoel. Zowel wat betreft de collectie als de ontwikkeling van de website. Is dat nog steeds het geval?
“Absoluut. Wel gebruiken we data om te toetsen of onze intuïtie nog klopt. En niet andersom. Ik probeer ook continu te denken vanuit onze doelgroep en klanten. Door bijvoorbeeld met ook niet-klanten van gedachten te wisselen, veel te lezen, elke dag nieuwsgierig te zijn en dergelijke. Soms word ik nog weleens verrast, maar dat is dan juist ook weer leuk.”

De fashionindustrie staat erom bekend dat er veelvuldig van collectie wordt gewisseld. Hoe gaan jullie daarmee om?
“Op diverse manieren. Zo doen we niet aan uitverkoop, brengen twee keer per week nieuwe jurkjes uit en houden we vast aan onze ambachtelijke manier van werken en de premium Italiaanse en Franse stoffen die we gebruiken. Wel doen we af en toe aan sample sales, voor jurkjes en andere items waarvan het tijd wordt dat ze uit het assortiment gaan. Op dit moment hebben we vier designlijnen: LaDress (de jurk waar alles mee begon), Couture (in samenwerking met kennis en couturier Frans Hoogendoorn), Girls (een collectie gericht op jonge meisjes) en Balance (home-, yoga- en sportgerelateerde kleding). Ook hierbij laten we ons niet leiden door de markt, maar door mijn eigen behoefte. Waardoor onze collectie organisch blijft groeien. Dus wie weet wat er nog gaat komen… Momenteel betreft zo’n zeventig procent van onze verkoop de oorspronkelijke LaDress-jurk, in al haar varianten. Dat is onze kern, en dat zal nog wel even zo blijven.”

Waarom niet ook schoeisel en dergelijke?
“Haha, vooralsnog vind ik dat echt een ander métier. Wij zijn goed in jurkjes en de stoffen waar we nu mee werken. Het eventueel partneren met een bestaand schoenenmerk zie ik hierbij ook niet als optie. Onze focus ligt echt op LaDress. We zijn geen platform voor andere merken of fashionlabels. Als we iets doen, willen we het altijd zelf ontwikkelen. Hoe verleidelijk het andere ook is. Uiteindelijk is het wel ons streven dat onze klanten 24 uur per dag LaDress kunnen dragen.”

Elke vrouw heeft een andere pasvorm, hebben jullie daardoor niet relatief veel retouren?
“Die hebben we nauwelijks. Natuurlijk wordt er weleens wat teruggestuurd, maar dat is veelal bij nieuwe klanten die hun maat nog niet weten. Dan wel bestaande klanten die meer bestellen dan ze uiteindelijk willen kopen. We besteden sowieso heel veel aandacht aan de pasvorm, zodat de kleding veel vrouwen afkleedt. Daar nemen we ook de tijd voor en dat doen we tot in detail. Net zolang totdat we tevreden zijn. Dat kan ook omdat we zelf bepalen wanneer een collectie wordt uitgebreid. Zelf pas ik, net als toen we begonnen, nog steeds alles door. En doordat we niet afhankelijk zijn van seizoenen, kunnen we onze toeleveranciers (de producten worden in Roemenië, Portugal en Nederland gemaakt, red.) het hele jaar door werk garanderen. Wat ook weer prettig is voor hun medewerkers.”

Tot 2011 was LaDress een pure player, daarna zijn jullie offline gegaan. Eerst met een pop-upstore. Vervolgens met shop-in-shops in warenhuizen in binnen- en buitenland. Die laatste hebben jullie niet meer. Waarom?
“In Nederland waren we inderdaad te koop bij de Bijenkorf, omdat we onze hele collectie wilden kunnen aanbieden. En we meer invloed wilden hebben op de winkelomgeving – lees: experience – zijn we daarmee gestopt. Mede daarom zijn we ook niet actief op een platform als bol.com of Zalando. In onze huidige winkels, in Amsterdam en de tweede net geopende in Den Haag, kan dat gelukkig wel. En voel je bij binnenkomst direct wie we zijn. In elke brand boutique tref je daarom ook dezelfde collectie aan, die we vanuit één centraal magazijn bevoorraden. Naast dit alles hebben we inderdaad een pop-upstore, genaamd LaDress Boutique, waarmee we door het hele land reizen. Een mooie manier om lokale zichtbaarheid te creëren en mensen met ons in contact te brengen, ook op plekken waar we niet snel een winkel zouden openen.”

Hoeveel fysieke winkels ga je de komende jaren nog openen?
“In Nederland zal dat onder meer in Maastricht zijn (in mei, red.), maar we kijken ook naar Rotterdam. Uiteraard staat het buitenland eveneens op de planning. Met België en Duitsland als eerste landen. En Parijs als dé kers op de taart, ergens in de toekomst. Als we elders lokaal actief worden, zullen we daar overigens ook een reizende pop-upstore introduceren. Na lancering in de ons omringende landen is het de vraag of we noordwaarts gaan of juist naar het zuiden afreizen. Afhankelijk van de reacties en de verkopen aldaar. En de kansen die zich aandienen, want een winkelpand of bepaalde locatie ligt niet altijd voor het oprapen. Overigens komt momenteel meer dan vijftig procent van onze omzet uit online. Dat willen we ook zo houden als we verder groeien. Met onze multichannelpropositie verwachten we dat de verkoop exponentieel zal groeien. Waardoor we eind 2018 zo’n 20 à 25 miljoen euro omzet zullen doen.”

Wat is jullie belangrijkste marketingkanaal?
“Dat is absoluut mond-tot-mondreclame. Daar geloven we ook erg in. Online is Facebook ons belangrijkste kanaal, met ruim 270.000 volgers. Waarbij we heel gericht met onze doelgroep communiceren. De interactie die we er hebben, vinden we heel waardevol. Ook op Twitter en Instagram zijn we actief, maar die zijn minder leading voor ons. Op Pinterest doen we niks meer, daar zat te weinig tractie in. We doen overigens niet aan aparte marketingcampagnes above of below the line. Onze bestaande klanten zijn namelijk by far onze grootste en beste merkambassadeurs. Om hen aan ons te binden, verwennen we ze ook altijd met een cadeautje als ze voor meer dan 250 euro aan LaDress-producten kopen. Voor vaste klanten hebben we daarnaast nog een Gold en Diamond lidmaatschap, elk met bepaalde privileges. Dat wordt zeer gewaardeerd. Een klassiek spaarboekje met gouden stickers die je zelf moet inplakken, is daar onderdeel van. Voor een persoonlijk gevoel in een digitaal tijdperk.”

Naast een online blog over alles rondom jullie merk doen jullie ook aan incentives. Tijdje terug nog ‘the things we love’, waarbij jij een centrale rol speelde. Is dat bewust?
“We bestonden toen tien jaar en hadden bedacht dat het leuk zou zijn dat klanten spullen konden winnen waar ik persoonlijk van houd. Zoals mijn Cartier-horloge, geurstokjes en andere zaken. Hiermee gingen we van storytelling naar storyliving. Iets waar we in de toekomst meer mee willen doen, net als met onze events en speciale avonden die we organiseren. Normaliter blijven we zo veel mogelijk weg van mijn persoonlijkheid, maar rondom ons tienjarig bestaan vond ik het wel gepast. Het idee van storyliving betekent overigens niet dat onze site over een paar jaar allerlei niet-kledinggerelateerde producten zal bevatten. Het is vooral een vorm van marketing.”

Ga je, nu je aan de vooravond van een versnelling staat, achter de schermen alvast online opschalen of zaken anders inrichten?
“Nee hoor, net als voorheen laten we op momenten onze site door een externe partij reviewen. Verder proberen we zaken zo veel mogelijk intern te doen. Van content tot A/B-testen, wat we overigens mondjesmaat doen. Afhankelijk van de tractie die we door onze offline aanwezigheid genereren, zullen we stappen zetten. Omdat we niet een op de massa gericht fashionlabel zijn, kunnen we dat voorlopig managen met wat we online hebben staan.”

Wil je internationaal gaan groeien, dan heb je meestal funding nodig. Hoe zit dat bij jullie?
“Wij financieren alles zelf en hebben dus geen extern groeigeld nodig. Zelf heb ik nog steeds ongeveer negentig procent van de aandelen in handen. De komende drie jaar ligt onze focus overigens geheel op Europa en niet daarbuiten. Dus voor ons nog even geen plannen in de Verenigde Staten of China. We hebben hier nog meer dan genoeg te doen.”

* Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).

Foto: Alek (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

NLE ziet waardering toenemen: NPS stijgt van -45 naar +15

Posted 14 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse Energie Maatschappij (NLE) zag de Net Promoter Score (NPS) in een aantal jaar stijgen van -45 naar +15. Dat vertelt Olaf Ouwerkerk die sinds 2015 de titel ‘Voice of the Customer’ draagt bij het bedrijf. Hoewel het bedrijf eerder bij veel mensen vooral bekendstond om de reclames is dat volgens hem nu wel anders. “We komen van ver. Maar op basis van de NPS zijn we nu de meest klantgerichte energieleverancier. Het gemiddelde in de branche ligt met -25 een stuk lager.”

De soms agressieve boventoon die de reclames kenmerkte werkte voor een relatief nieuwe marktspeler als NLE goed, vertelt Ouwerkerk. Maar eind 2012 nam het effect van de reclames af. Klanten vroegen, hoe cynisch, op den duur zelfs of het misschien nog iets minder sympathiek kon. “We moesten steeds meer doen voor hetzelfde rendement.”

Maar hoe leuk is ondernemen nog als de klanten je niet leuk vinden? Die vraag werd intern geregeld gesteld, zegt Ouwerkerk. Zo is NLE in feite teruggefloten. “Hoewel we er nog steeds trots op zijn, hebben we ons misschien wat verloren in de aanpak. Als we echt een duurzaam bedrijf willen bouwen moeten we de relatie opzoeken. Die moet zeker in een energiemarkt subliem zijn. Juist dat bindt.”

NLE’s roer ging radicaal om

Na dat inzicht is het roer naar eigen zeggen vrij radicaal omgegaan. “NLE is een kleine en platte organisatie dus dat kan. Het nieuwe doel sinds eind 2012: het meest klantgerichte bedrijf van Nederland worden.” Uit een eerste meting naar de Net Promoter Score (de mate waarin een klant het bedrijf aan anderen zou aanraden) bleek er op zijn zachtst gezegd ruimte voor verbetering. “We zijn te rade gegaan bij bedrijven als Coolblue en Xs4all om van hen te leren.”

Iedereen weet eigenlijk wel wat er nodig is om die klantfocus intern te borgen, zegt Ouwerkerk over zijn aanpak. “Je moet de basis op orde hebben. En je moet gekwalificeerd personeel in huis hebben dat het intrinsiek leuk vindt om de klant te helpen en een extra stap te zetten.” De organisatie heeft als het ware een bloedtransfusie gekregen. Veel medewerkers van het eerste uur zijn vertrokken, die bleken niet geschikt voor de nieuwe organisatie. De opzet waarin met name met productspecialisten werd gewerkt is losgelaten.

“Op de klantenservice waren medewerkers ‘single skilled’ opgeleid. Iedereen had zijn eigen specialiteit. De een richtte zich bijvoorbeeld op vragen over de meterstanden, de ander op administratieve. Als klant word je dan continu doorverwezen, dat irriteert op den duur.” Daarvoor in de plaats kwam ‘multi-skilled’ personeel. “Servicemedewerkers beantwoorden nu alle soorten klantvragen. Doordat ze vaak een achtergrond in de horeca of hospitality hebben, weten ze bovendien hoe je het een klant naar de zin maakt.”

Naast basis gaat het om proces- en systeemkeuze

Naast de mensen gaat het in die basis voor succes natuurlijk ook om interne processen. “Ook al bestaan we pas twaalf jaar, ook hier is al sprake van wat legacy”, vertelt NLE’s ‘Voice of the Customer’ hierover. “Op basis van dagelijkse klantfeedback en klantpanels hebben we verbeteringen kunnen doorvoeren in proces- en systeemkeuzes. Een typische procesverbetering is bijvoorbeeld dat nieuwe klanten eerder pas na vier weken kregen te horen wat het te betalen termijnbedrag zou worden. “Je koopt iets en hoort pas na een maand wat je gaat betalen. Dat klopt natuurlijk niet. Zoiets hoor je binnen een uur te berekenen.”

Met de basis op orde scoor je in de regel goed, en klim je richting een NPS van nul, zegt Ouwerkerk. “En dan komt het wat mij betreft aan op de emotionele verbinding. We dagen medewerkers uit om het verhaal achter het verhaal te achterhalen. Een simpel voorbeeld: belt een vrouwelijke klant op om haar termijnbedrag te verhogen en is daar gezien het verbruik nog geen aanleiding voor dan kom je er al pratende wellicht achter dat ze zwanger is. Dat betekent dat ze wat vaker thuis zal zijn en waarschijnlijk meer energie verbruikt. Het is leuk als je klanten dan kunt verrassen. Een handgeschreven kaartje is leuk, dat doen wel meer bedrijven. Wij geven medewerkers de ruimte om dan een toepasselijk cadeautje te sturen. Voor veel mensen is er niets saaiers dan zakendoen met een energiebedrijf, maar je kunt wel leuke dingen toevoegen. Echt een connectie zoeken.”

De nadruk lijkt nogal te liggen op de NPS. En hoewel het natuurlijk een heel gangbare meeteenheid is om de klanttevredenheid in uit te drukken, is er ook de nodige kritiek op. Tevredenheid bestaat uit veel meer factoren dan alleen de bereidheid iets door te vertellen, zeggen critici. Ouwerkerk deelt die visie. “Ons gaat het ook niet om het absolute getalletje”, reageert hij. “Veel belangrijker vinen we het of de score stijgt.” Het zou in ons geval ook onterecht zijn om medewerkers af te rekenen op die Net Promotor Score. Anders dan bij andere energiebedrijven zoeken we jaarlijks actief contact om te vragen of ze hun contract wil verlengen. Hoe goed zo’n gesprek ook verloopt, soms zegt iemand op om een reden die niets met de service te maken heeft, maar met de tarieven. Een NPS van zo’n opzegger is vaak laag. Het is natuurlijk niet eerlijk om dat een medewerker aan te rekenen.”

Nieuwe servicekanalen voor hogere NPS?

NLE focust zich daarom op meer dan alleen de NPS. Ook de Customer Effort Score en rapportcijfers zijn belangrijk. “Na ieder klantcontact krijgt een medewerker een rapportcijfer voor zijn expertise. Dat weegt hier misschien nog wel zwaarder.”

In een aantal jaar is de waardering dus flink toegenomen. Biedt dit ruimte voor een groei richting de +40? Met nieuwe servicekanalen wellicht? Groeien in NPS wordt wel steeds lastiger, geeft Ouwerkerk toe. Aan de andere kant ziet hij wel dat de introductie van een tastbaar product helpt – NLE levert sinds een jaar ook internet, televisie en telefonie. Na de installatie krijgt het bedrijf een NPS van +28. Een score van +30 lijkt hem daardoor heel reëel. Ook de keuze voor servicekanalen beïnvloedt de tevredenheid. Zo worden zeker onder de jonge doelgroep online kanalen bovengemiddeld goed beoordeeld. Met name op de ‘gesloten’ kanalen. “WhatsApp, Direct Messages op Twitter en de Facebookchat. Webcare wordt hoe dan ook steeds meer een één-op-ééngesprek. Klanten hebben wel de voorkeur voor social, maar dan privé.”

Daarom kijkt Ouwerkerk “natuurlijk” ook naar nieuwe kanalen en technieken om klanten mee te bedienen. Chatbots, kunstmatige intelligentie en videobellen zijn opvallende ontwikkelingen. Maar het is in zijn ogen allemaal nog lang niet zaligmakend. “Het aanbieden van nog meer servicekanalen is ook niet de oplossing. Dat is ook. verwarrend voor de klant. Je kunt beter vier kanalen goed bedienen dan zes matig. Wat dat betreft moeten we misschien ooit afscheid nemen van een aantal kanalen. Ik vind het sterk om keuzes te maken. Internet, televisie en telefonie-klanten bedienen we al uitsluitend online.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Progressive web apps: wat houdt je tegen?

Posted 10 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Progressive web apps zijn een serieuze concurrent van native apps. Ze zijn sneller, veiliger en goedkoper om te bouwen. Wat houdt de online wereld nog tegen?

Het is niet voor het eerst dat het web met een antwoord moet komen op de technologie van iemand anders. Er was een tijd dat elke website Flash nodig had om interactieve content te tonen. Dankzij HTML5 en krachtiger browsers is die technologie niet meer nodig en zijn irritaties bij de gebruiker over de gebruikerservaring (Flash moest continu worden geüpdatet anders deden sites het niet) weggenomen.

Hetzelfde zie je op het gebied van apps gebeuren. Vanuit de gebruiker bezien is het best tegenstrijdig dat je op een website de vraag krijgt of je een app wilt downloaden. Waarom niet gewoon vanuit de browser die informatie en functionaliteiten bieden, geoptimaliseerd voor het device? Op dat vraagstuk is inmiddels een antwoord gevonden in de vorm van progressive web apps (PWA).

Waarom wel?

De mooiste concrete voorbeelden van PWA’s vind je bij Google, de bedenker van het concept. Dochterbedrijf YouTube maar ook Twitter en de Chinese retailgigant Alibaba bieden alle mobiele verkeer via PWA’s aan.

Een PWA start je vanaf de browser en net als bij een native app kun je een icoontje installeren op het home screen. De technologie is snel is en je kunt er ook offline mee werken. Je hoeft niets te downloaden en daardoor is de PWA altijd up-to-date. Verder helpt het hebben van een PWA bij SEO. Google stelt tools beschikbaar om te testen of je PWA goed genoeg is, waarbij vooral een snelle laadtijd en de beveiliging (een HTTPS-verbinding is verplicht) belangrijk zijn.

Voor de contentmanager betekent een PWA minder werk. In plaats van de website plus twee apps (Android en iOS) te moeten onderhouden, wordt de content nu vanaf één platform gedistribueerd. Daar komt bij dat je niet te maken hebt met de eisen en eventuele geografische restricties van app stores.

Waarom niet?

Genoeg voordelen dus. Waarom de PWA de native app dan nog niet heeft verdrongen? Ik hoor vaak het argument dat bedrijven vanuit hun branding zichtbaar willen zijn in de Play of App Store. Mijn antwoord: als je in Google te vinden bent, hoef je niet ook nog in een app-winkel geëtaleerd te worden.

Een ander veelgenoemd bezwaar is dat de technologie niet ondersteund wordt door iOS. Apple gaat er inderdaad minder hard in mee, wat logisch is, want het ondermijnt het verdienmodel van de App Store. PWA’s werken wel op iPhones, maar niet alle functionaliteiten doen het. Denk daarbij aan offline werken en pushnotificaties versturen. Ik denk dat Apple uiteindelijk wel mee gaat doen, al was het alleen maar omdat klanten een goede ervaring verwachten op alle platformen. Positief teken is dat Apple overweegt om Service Worker te implementeren, de proxy voor het netwerk die de kern van de PWA vormt. Hierin ligt bijvoorbeeld vast wat er moet gebeuren als de verbinding wegvalt, hoe lang of hoe kort er moet worden gecachet, et cetera.

Derde struikelblok is dat niet alle functionaliteiten van een native app nu al beschikbaar zijn voor ontwikkelaars van PWA’s (zie overzicht). Bluetooth en Near Field Communications (NFC) ontbreken bijvoorbeeld nog, al ondersteunen sommige browsers nu al web bluetooth. En PWA’s hebben geen toegang tot de contactenlijst van de gebruiker.

Wat verder ontwikkeld moet worden, is het verdienmodel. Wie in een native app niet lastig wil worden gevallen met reclame, koopt een pro-versie voor 99 cent of meer. Dat kan bij een PWA niet. En omdat het webtechnologie is, loop je het risico dat de PWA volloopt met banners. De vraag is dus hoe je advertenties kunt weergeven zonder dat die hinderlijk zijn voor de gebruikerservaring.

Je moet sowieso goed nadenken over het design, de snelheid en de veiligheid. Een voorbeeld: iOS heeft geen back button. Die moet je er dus zelf inzetten, wil je dezelfde gebruikerservaring bieden als in een Android-browser. Het is dus goed om je te realiseren dat PWA’s geen wondermiddel zijn die alle verschillen tussen de bestaande besturingssystemen weghalen.

Progressive versus native?

Wat mij betreft zijn PWA’s geschikt voor ieder bedrijf dat online actief is. Maar ik denk niet dat er een ‘progressive web apps versus native apps’-tegenstelling zal ontstaan. Natuurlijk blijven native apps bestaan, al was het alleen maar omdat Google en Apple er veel geld aan verdienen. Dus ja, er is een beweging gaande richting het open web, en nee, dat betekent niet het einde van het lucratieve gesloten systeem. Zoals zo vaak zullen de voorkeuren van de consument uiteindelijk bepalend zijn voor de toekomst van PWA’s en native apps.

wat kan op internet



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twitter voegt locatiedata toe aan Direct Messages

Posted 05 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Twitter voegt voortaan locatiedata toe aan zijn berichtensysteem. Bedrijven kunnen op deze manier locatiegegevens bij klanten opvragen.

Hilton Hotels zou bijvoorbeeld via Direct Messages (DM) klanten kunnen verwijzen naar de vestiging die het dichtst in de buurt is.

De optie is beschikbaar via het ontwikkelaarsprogramma van Twitter. Gebruikers moeten wel toestemming geven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Internetpoot Verizon gaat Oath heten

Posted 04 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

AOL en Yahoo fuseren deze zomer onder Verizon als Oath. Het betekent overigens niet dat de oude handelsnamen verdwijnen.

De gezamenlijke internetpoot zal ruim 1 miljard klanten bedienen onder twintig merken.

Yahoo-topvrouw Marissa Mayer krijgt geen functie meer binnen dit geheel. Verizon betaalde 4,6 miljard dollar voor het internetbedrijf, 250 miljoen dollar minder dan was afgesproken, vanwege het laat opbiechten van datalekken.

Billion+ Consumers, 20+ Brands, Unstoppable Team. #TakeTheOath. Summer 2017. pic.twitter.com/tM3Ac1Wi36

— Tim Armstrong (@timarmstrongaol) April 3, 2017



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google, Facebook, Microsoft en Twitter bundelen krachten tegen extremistische content

Posted 03 Apr 2017 — by Adformatie
Category nieuws

De belofte komt na een meeting met de Britse minister van Binnenlandse Zaken.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

‘Startups zijn overglorified’

Posted 01 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Aziatische reclamewereld durft anders te denken dan het westen, stelt Dick van Motman, CEO van Dentsu Aegis Network South East Asia. Ook zijn ze slimmer en sneller met nieuwe verdienmodellen. “Innovatie draait om waarde, niet om de vorm.”

Midden jaren negentig streek Van Motman als bureauman in Azië neer. En werd hij In 2012 als eerste niet-Japanner door Dentsu gevraagd om er CEO te worden. Toen het bedrijf twee jaar later Aegis Media kocht, kreeg hij de leiding over de Zuidoost-Aziatische tak van deze reclamemoloch.

Daags voor het interview is er aandacht in de Aziatische media voor een nieuwe overname: die van het Indonesische geïntegreerde mediabureau Dwi Sapta Group, wat wordt omschreven als een van de grootste acquisities in de historie van de Indonesische reclame-industrie. “Een big deal”, zegt Van Motman, bij wie uiteraard persoonlijke sentimenten spelen. Hij heeft Indonesisch bloed in zijn aderen, gecombineerd met Nederlandse, Portugese en Joodse wortels. “Natuurlijk heeft dit voor mij een speciaal tintje. Daarnaast vind ik dat zo’n groot land in Azië ook voorop moet lopen.”

Context
Van Motmans multiculturele achtergrond was voor Dentsu Aegis een belangrijke reden om hem voor zijn huidige functie te benaderen. “Dat ik een mix ben van twee werelden heeft zeker geholpen.” Hij trekt het wel direct breder: “Context is alles. Daarmee is álles duidelijker en verrijkender.”

Ook merken en business worden volgens hem steeds meer ‘contextual’. En wel door het samensmelten van technologie, media en creatie. “Uiteindelijk draait het allemaal om data, maar aan informatie op zich heb je niets. Pas als de creatieven de kunst doorkrijgen om nieuwe inzichten op microniveau te vertalen, krijg je proximity-marketing waarmee mensen beter en met meer impact worden bereikt. Deze ontwikkelingen vereisen wel dat dit vak heel andere creatieven dan tien jaar geleden. Nu gaan de mogelijkheden die programmatic biedt voorbij aan de dinosaurussen in onze industrie.”

Vooroordeel
De CEO bestrijdt het vooroordeel dat de Aziatische markt alleen maar adaptief is. “Azië zal nooit de humor uit de ‘witty’ Britse reclamewereld kunnen evenaren. Grappen maken over anderen is hier sowieso not done. De creativiteit is een andere. Men is hier echter wel heel goed in het bedenken van nieuwe businessmodellen. Neem WeChat: dat is echt duizend keer beter dan Twitter, inclusief een goede e-commercekoppeling.”

Een ander klassiek beeld van Azië zijn de harde werkers, dag en nacht. De keerzijde daarvan kwam recentelijk aan het licht door de zelfmoord van een Japanse Dentsu-medewerker. “Hard werken en commitment horen bij de Japanse cultuur. Tegelijk hebben wij ons als bedrijf wel echt gecommitteerd aan een goede work/life-balance. Verschrikkelijk treurige uitwassen als deze komen daar echter helaas nog in voor.”

Mid-term
Wat doet Dentsu Aegis eigenlijk anders dan de concurrentie? “Wil je razendsnel kunnen schakelen, dan moet je per land alle diensten onder één verantwoordelijke laten vallen. Om dat te realiseren, zijn we horizontaal georganiseerd, waar veel andere concerns juist kiezen voor een verticaal ingerichte organisatie.”

Ondanks die focus op snelheid kenmerkt de Aziatische economie zich volgens Van Motman juist door langetermijndenken. “Het westen heeft een kortere focus, in het gunstigste geval van een jaar. Hier draait het juist veel meer om mid-term plans.”

Naast zijn werk voor Dentsu Aegis begeleidt de CEO ook startups. “Laten we eerlijk zijn: startups zijn ‘overglorified’. Hun magie is niet de technologie of het geld, maar de afwezigheid van angst. Die houding is de grootste uitdaging voor veel traditionele bedrijven.” Innovatie wordt volgens hem in het westen nog te veel gezien als synoniem voor technologie. “Het gaat juist om de waardepropositie en niet om de vorm ervan. Wat dat betreft maakt Azië ook grotere sprongen.”

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#156).

Foto: Frank Ruiter (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Automatisch nepnieuws genereren als onderzoeksproject

Posted 01 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoogleraar Heike Trautmann van de Universiteit Leiden onderzoekt de kenmerken van nepnieuws. Met sociale bots verspreidt ze zelf automatisch nepnieuws. Wel in een beschermde omgeving.

Samen met studenten creëert haar groep in Münster zogenoemde Social Bots. Dat zijn automatische systemen die zelfstandig berichten verspreiden. Vanaf april laten ze de Social Bots nepnieuws verspreiden. Ze halen hun informatie uit betrouwbare journalistieke websites en uit sociale media als Facebook. Vervolgens daagt men een grote groep studenten uit om het nepnieuws te herkennen.

Een vergelijkbaar project met nep-opinietweets werd in december gehouden, samen met een landelijke tv-zender. Binnen een week had men 1500 volgers en stond men in de Duitse Twitter Hot Topic list.

In dit nieuwe project maken de onderzoekers het extremer met nieuws in plaats van meningen. ‘We willen achterhalen wat de cruciale kenmerken van een nepbericht zijn. Als we dat weten, kunnen we vervolgens hopelijk gaan werken aan preventiemethodes.’

Trautmann presenteerde haar onderzoek tijdens de Pascallezing. De hoogleraar Statistiek en Data Science aan de Universiteit Münster bekleedt dit jaar de Pascalleerstoel aan het Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe ‘social’ is social media nog?

Posted 30 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De wereld van social media is enorm in beweging. Waar social media tijdens het ontstaan nog een netwerk was voor het onderhouden van sociale contacten, is het nu ook steeds meer een bron van nieuws geworden. Daarnaast is het voor merken een belangrijk content platform om met de doelgroep in contact te komen. Maar waar blijft het social aspect in al de veranderingen als social platforms zichzelf nieuwssites gaan noemen? En rennen de gebruikers van sociale media door alle advertising niet juist weg?

De grote vraag die dan ook centraal stond tijdens de 10de editie van The Social Conference op donderdag 23 maart was: Shedding the social tag? Sprekers waaronder Marc de Vries, voormalig manager van Twitter, Marcel Molenaar, manager van LinkedIn en influencer Anna Nooshin kwamen bijeen om hun visie op de social wereld en alle ontwikkelingen te delen.

Social is je persoonlijke nieuwszender

Voor veel mensen zijn socialmediaplatforms een grote bron van nieuws geworden. Video is hierin een zeer belangrijke driver. Facebook speelt daarop in en brengt persoonlijk nieuws door middel van video. Mark Zuckerberg zei vorig jaar al: “Within five years, Facebook wil be mostly video”.

Deze ontwikkeling is al zichtbaar door de komst van Facebook Live. Met Facebook Live is het mogelijk voor bedrijven en personen om live video’s op Facebook te plaatsen. Het organisch bereik van bedrijven op Facebook is al een tijdje dood, maar doordat het algoritme van Facebook de voorkeur geeft aan video, biedt Facebook Live hier een nieuw alternatief voor.

Een goed voorbeeld van de inzet van Facebook Live is de video van NOS over de terroristische aanval bij het Brits parlement.

Facebook gaat de live video’s ook uitzenden via je smart TV en onderbreekt deze video’s met mid-roll ads. Deze mid-roll ads bieden bedrijven de mogelijkheid om te adverteren tijdens de live video. Waarbij je met reclames via de traditionele tv niet gericht kan targeten op je doelgroep, is dit juist de kracht van Facebook. Facebook biedt namelijk de mogelijkheid om te targeten op de doelgroep die je wilt bereiken.

Ook Marc de Vries van Twitter liet tijdens The Social Conference zien dat er steeds meer aandacht is voor video. Sinds Twitter alle video’s die korter zijn dan 6,5 seconden in een loop plaatst, is ook op Twitter de verschuiving duidelijk zichtbaar.

Video in je marketingstrategie

Video wordt inmiddels ook steeds vaker ingezet in de marketingstrategie van merken. Manon Fennis, marketingmanager van muziekbrand XITE, vertelde over een succesvolle samenwerking met H&M om millennials te bereiken door middel van vloggen. Ze startten een zoektocht naar nieuw vlogtalent en lieten hun doelgroep millennials zelf vlogs creëren waarmee ze kans maakte op het bijwonen van verschillende festivals.

De audities vonden plaats via YouTube en dit werd aangejaagd door bekende online influencers. Dit alles resulteerde in honderden user-generated content en een online bereik van elf miljoen. XITE vergrootte op deze manier niet alleen hun online community maar zorgden ook voor een betrokken doelgroep. Een succesvolle marketingstrategie die ook de kracht van video niet schuwt.

Video is niet alleen geschikt voor het genereren van merkbekendheid maar kan de gehele customer journey van brand awareness tot conversie ingezet worden. Je kunt de mensen die jouw brand video hebben bekeken in een groep plaatsen en retargeten met een relevante advertentie. Zo kun je een tweede contactmoment maken en de relevante persoon converteren naar een klant.

Een andere aanpak om de gehele customer journey te bedienen is door je brand video’s af te wisselen met video’s met commerciële boodschappen waarbij bepaalde of nieuwe producten kunnen worden gepromoot. Zo kunnen video’s goed in je marketingstrategie worden geïntegreerd.

Shedding the social tag?

Ondanks alle verschuiving in het social medialandschap blijft de kern social. De interactie met de content door te reageren of te delen zorgt ervoor dat het sociale aspect blijft bestaan. Door het toenemende gebruik van video, met name door millennials, ontstaan er allemaal nieuwe mogelijkheden voor merken om in contact te treden met de doelgroep. Sociale platformen spelen hierop in door met nieuwe mogelijkheden te komen voor het aanbieden van (live) video content. Voor merken is het de uitdaging om creatieve content te creëren die de doelgroep aanspreekt en bereid is om te delen met vrienden.

Kortom: de vorm van social media verandert, maar het sociale aspect blijft aanwezig.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Periscope krijgt reclame

Posted 30 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Periscope is niet langer reclamevrij. In navolging van moeder Twitter krijgt ook Periscope, de app voor live-uitzendingen, preroll advertenties.

Vanuit het oogpunt van content-aanbieders is de introductie van advertenties overigens goed nieuws. De opbrengsten worden gedeeld. Aanbieders krijgen 70 procent, Twitter 30 procent.

Vooralsnog hebben adverteerders beperkt toegang tot het programma, maar dat gaat wel veranderen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe je op LinkedIn artikelen publiceert voor leadgeneratie

Posted 30 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

LinkedIn is veruit het beste socialmediaplatform voor B2B-bedrijven om leads te genereren, zo blijkt uit onderzoek van Buzzsumo en Content Marketing Institute. Maar hoe haal je hier het optimale rendement uit?

LinkedIn is al jaren een van de populairste socialmediaplatformen. Uit het meest recente socialmedia-onderzoek van Newcom komt weliswaar naar voren dat LinkedIn in Nederland het aantal gebruikers over 2016 jaar nauwelijks heeft zien toenemen, maar met meer dan zes miljoen geregistreerde gebruikers wordt er al een flinke markt bediend.

Van alle socialmediaplatformen heeft LinkedIn het meest zakelijke karakter, wat ook terug te zien is in de leeftijdsgroepen die het platform gebruiken. Positief is daarbij dat het dagelijks gebruik van LinkedIn in 2016 is toegenomen.

De manieren om op LinkedIn te publiceren

LinkedIn is dus een platform waar professionals waardevolle content consumeren van zowel bekende uitgevers als mensen binnen hun eigen netwerk. Als je dit op de juiste manier inzet komt je content direct onder de aandacht bij je gewenste doelgroep. Tegelijkertijd werk je aan je naamsbekendheid en autoriteit binnen je vakgebied.

Je kunt een statusupdate plaatsen die jouw netwerk ziet maar je kunt ook andere vormen van content publiceren. LinkedIn biedt hierbij twee mogelijkheden voor het publiceren van andersoortige content:

In dit artikel gaan we in op hoe je het beste rendement haalt uit het publiceren van (lange) artikelen via LinkedIn Publishing.

Let op! Door onder meer de lay-out vernieuwingen ervaren sommige gebruikers momenteel problemen met LinkedIn Publishing. Wat kan helpen is om de taalinstelling voor een of meerdere dagen om te zetten naar het Engels. Na een paar dagen kun je dit weer terugzetten en gewoon Nederlandstalige artikelen publiceren.

Tips voor een groot bereik voor jouw LinkedIn artikelen

Uit data van Buzzsumo en Content Marketing Institute (bron) blijkt dat in 2014 alle gebruikers bij elkaar opgeteld ongeveer 1.000 artikelen per maand publiceerden. In 2015 was dit gestegen tot 80.000 per maand en in 2016 stond de teller op 130.000 artikelen op maandbasis.

Buzzsumo heeft voor een verdere verdieping van het onderzoek 228.000 artikelen die tussen 2012 en januari 2017 op LinkedIn zijn gepubliceerd geanalyseerd en komt tot de volgende conclusies:

  • De volumegroei van het aantal artikelen op LinkedIn lijkt voorlopig nog niet ten einde
  • LinkedIn was voor sommige onderwerpen het belangrijkste distributienetwerk
  • Langere artikelen worden het meest gedeeld, tussen de 1.000 en 3.000 woorden
  • Je hoeft niet een ‘influencer’ te zijn om je artikel veel gedeeld te krijgen (maar het helpt wel)
  • De inhoud van het artikel gaat in op “How-to” of bevat een opsomming/lijst
  • Originele content verwerft maar weinig links

In het verlengde hiervan deed Buzzsumo eerder al samen met Uberflip onderzoek naar welke content de meeste shares en links oplevert. De zes onderstaande B2B-contentvormen presteerden volgens het onderzoek continu beter dan gemiddeld:

  • Praktisch
  • Hot Topics
  • Onderzoek
  • Case studies
  • Infographics
  • Autoritair sectornieuws

Zeker op een socialmediaplatform is het belangrijk om je content te voorzien van een persoonlijke toon. Buzzsumo geeft de volgende tips om van je content op LinkedIn een succes te maken. Zorg ervoor dat deze:

  • Praktisch is
  • Professionaliteit uitstraalt
  • Persoonlijk is
  • Uitlegt hoe mensen iets kunnen veranderen
  • Wijst op concreet gehaalde resultaten
Voordelen van doorplaatsen van je content op LinkedIn

Je hoeft niet altijd nieuwe artikelen te plaatsen. Je kunt namelijk ook eenvoudig content hergebruiken, bijvoorbeeld door een artikel op je eigen website opnieuw (deels) te publiceren op LinkedIn Publishing.

Maak je daarbij geen zorgen over dubbele content. In een uitgebreid onderzoek gaat Ryan Battles in op de gevolgen wanneer je artikelen opnieuw publiceert op media als LinkedIn Publishing. Battles stelt dat er een aantal voordelen zijn om je content ook op andere platformen te publiceren.

Groter bereik voor je content

Allereerst wijst Battles erop dat het potentiële bereik van je content veel groter is als je het op meerdere platformen plaatst, wat bijdraagt aan je naamsbekendheid en autoriteit.

Wel loop je het risico dat het platform waarop je de content plaatst uiteindelijk hoger in de organische zoekresultaten komt te staan dan je eigen website, waardoor je website bezoekers misloopt. Vooralsnog heeft Battles dit echter nog niet zelf meegemaakt met de content die hij zowel op zijn eigen website als LinkedIn Publishing heeft geplaatst.

Scoren op meer zoekwoorden

Vaak heb je al onderzoek gedaan op welke zoekwoorden je graag wilt scoren met je content. Door je content opnieuw te publiceren op andere platformen maar deze daarbij licht aan te passen, bijvoorbeeld door de titel te veranderen waarin andere relevante zoekwoorden zijn verwerkt, kun je op andere zoekwoordencombinaties scoren.

Conversie is lastiger te meten

Een nadeel van de content die je plaatst op socialmediaplatformen als LinkedIn Publishing is dat de conversie een heikel punt is. In tegenstelling tot je eigen website is het op dit soort platformen namelijk lastiger om conversiegerichte blokken in te zetten waar mensen zich kunnen inschrijven voor je nieuwsbrief of een proefperiode voor je dienst kunnen aanvragen.

Battles stelt dat dit is te ondervangen door in de artikelen die je plaatst op LinkedIn Publishing meer links op te nemen die verwijzen naar pagina’s op je eigen website.

Stappenplan voor opnieuw plaatsen van content

Battles geeft een simpel stappenplan voor het opnieuw plaatsen van dezelfde content. Zorg er ten eerste voor dat je je eigen website ziet als het belangrijkste platform en daar dan ook altijd je content plaatst. Platformen als Linkedin Publishing kunnen namelijk altijd ophouden te bestaan. We weten allemaal hoe het bijvoorbeeld met Hyves is afgelopen.

Wanneer je de content hebt geplaatst, raadt Battles aan om 1 tot 7 dagen te wachten voordat je dezelfde content op een ander platform plaatst. Dit geeft Google namelijk de tijd om de content op je eigen website als eerste te indexeren, wat de kans vergroot dat deze als eerste getoond wordt in de organische zoekresultaten.

Hoe je opvalt binnen je LinkedIn netwerk

LinkedIn zorgt ervoor dat je artikelen in de tijdlijn van je netwerk te zien zijn. Wanneer zij vervolgens je artikel liken en/of delen zijn deze ook zichtbaar voor hun netwerk.

Het onderzoek van Buzzsumo en Content Marketing Institute analyseerde hoe vaak B2B-content gemiddeld wordt gedeeld op de verschillende socialmediaplatformen. LinkedIn verslaat zowel Facebook als Twitter, zelfs als de gedeelde content niet is gepubliceerd op LinkedIn. Als voorbeeld is het onderwerp ‘content marketing’ genomen.

Hoe kom je in de LinkedIn tijdlijn?

Het algoritme van LinkedIn zorgt ervoor dat wanneer je een like geeft aan een bericht van iemand, deze eerder naar voren komt in zijn/haar tijdlijn en netwerk. Onderstaand bericht van Coolblue komt bijvoorbeeld eerder weer naar voren omdat verschillende mensen uit mijn netwerk dit een like hebben gegeven.

Het is nog effectiever om te reageren op een bericht. Zorg er natuurlijk voor dat je reactie van meerwaarde is voor de persoon en zijn netwerk. Bijvoorbeeld door te verwijzen naar een onderzoek dat gerelateerd is aan het bericht. Wanneer je een reactie geeft op een bericht verschijnt deze eveneens bovenaan de tijdlijn van de betreffende gebruiker en zijn directe netwerk.

Ga het contact aan

Een reactie op LinkedIn is een perfect aanknopingspunt om met iemand in contact te komen. Wanneer deze persoon nog niet tot je netwerk behoort kun je een persoonlijke uitnodiging sturen. Je kunt ook een stap verder gaan en direct contact opnemen met die persoon via zijn e-mailadres. Hunter.io is bijvoorbeeld een handige Google Chrome extensie om snel e-mailadressen te achterhalen van LinkedIn-gebruikers.

De volgende stap is om deze interactiedata weer te koppelen aan je eigen CRM en lead software. Stel dat iemand eerst reageert op een artikel van je op LinkedIn, vervolgens je LinkedIn-profiel bezoekt en daarna ook nog je website. Dan weet je dat diegene meer over jou, je bedrijf of je diensten/producten wil weten.

Vervolgens kun je deze persoon benaderen en informatie toesturen die aanhaakt op het artikel dat je hebt geplaatst op LinkedIn, of dat dieper ingaat op de reactie die diegene heeft geplaatst. Op deze manier help je deze persoon die interesse heeft in jouw product of dienst en bouw je een relatie op die uiteindelijk kan leiden tot een sale.

Wanneer is het beste tijdstip om te publiceren op LinkedIn?

Uit onderzoek van HubSpot komt naar voren dat de beste dagen voor het plaatsen van content op LinkedIn dinsdag, woensdag en donderdag zijn. Daarbij kun je het beste je artikelen tussen 7:30-8:30 uur, rond 12 uur of 17-18 uur op deze dagen plaatsen en tussen 10 en 11 uur op dinsdag.

Dit is vrij logisch gezien het zakelijke karakter van LinkedIn. Mensen zullen eerder tijdens werktijd aanwezig zijn op LinkedIn dan in hun vrije tijd. Op dezelfde manier als dat mensen de dag beginnen door nieuwswebsites en -apps te bezoeken, gebruiken zij LinkedIn om weer op de hoogte te zijn over de activiteiten en nieuws binnen hun netwerk en sector.

Het is daarom ook verklaarbaar dat maandag en vrijdag de minste interactie oplevert voor de artikelen die je publiceert op LinkedIn. Op maandag hebben veel mensen meetings en op vrijdag stoppen sommige mensen eerder op de dag of zijn ze zelfs vrij. Tegelijkertijd kan het ook juist en goed moment zijn om andere soorten content te publiceren die meer in lijn liggen met de gemoedstoestand van iemand. Op vrijdag kijken veel mensen bijvoorbeeld uit naar het weekend en door content te plaatsen die daarop inhaakt genereer je juist weer positieve interactie. Hetzelfde geldt voor de maandag, wanneer mensen vol energie en focus hebben om de uitdagingen die liggen te wachten aan te gaan.

Conclusie

LinkedIn biedt vele mogelijkheden voor B2B-bedrijven om beter bij hun doelgroep onder de aandacht te komen en met hen de interactie aan te gaan. Zeker nu het algoritme van LinkedIn content nog meer onder de aandacht brengt in de tijdlijn van gebruikers. Daarnaast is de kans dat je bericht een like ontvangt of wordt gedeeld op LinkedIn groter dan op Facebook of Twitter, terwijl het aantal shares via LinkedIn nog altijd groeit. Door deze gegevens vervolgens te koppelen aan je CRM-systeem krijg je waardevolle informatie over potentiële leads en kun je daar vervolgens de juiste vervolgacties op ondernemen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Spaanse vrouw krijgt jaar gevangenisstraf om Twitter-grappen

Posted 30 Mrt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

In Spanje is met verbazing en boosheid gereageerd op de veroordeling van een 21-jarige vrouw vanwege een reeks grappen op Twitter. Ze is veroordeeld tot één jaar cel vanwege “het verheerlijken van terreur en het vernederen van slachtoffers…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Betaalbedrijf Square zet eerste stap in Europa

Posted 29 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Betaalbedrijf Square zet eindelijk de stap in Europa met de introductie van zijn diensten in Engeland. Groot Brittannië wordt het vijfde land na Japan, Australië, Canada en de VS.

Square gaat zijn Square Reader, die als draagbare kassa fungeert, voor 39 pond verkopen. Klanten betalen verder een percentage over de omzet, 1,5 procent voor transacties in fysieke winkels.

Square is het bedrijf van Twitter CEO Jack Dorsey en doet het financieel beter dan het microblog.

In Europa heeft Square aardig wat concurrenten. Enkele jaren terug heeft Square al eens zijn software verkocht in Engeland.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Generatie Alpha en de toekomst van voice ads

Posted 27 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Twee weken geleden liet Google, naar wat het lijkt, de eerste audio-advertentie van Walt Disney horen op de Google Home, wat resulteerde in een storm van kritiek op Twitter en Reddit. Deze ongevraagde promotie benadrukt dat Google zoekende is naar een balans tussen het verdienen aan nieuwe zoekvormen en de tolerantie van gebruikers voor meer en nieuwe advertenties. Op het eerste gezicht lijkt Google te kunnen rekenen op weinig tot geen tolerantie, maar nieuwe generaties bieden kansen.

Recap: wat gebeurde er?

Gebruikers van de spraakgestuurde speaker van Google, de Google Home, hoorden tijdens het doornemen van hun agenda een 15-seconde durende promotie voor de nieuwe film ‘Belle en het Beest’ van Walt Disney. De promotie werd ook voorgelezen op smartphones die beschikken over Google Assistant, de digitale assistent-technologie van Google, die ook verwerkt is in de speakers.

De promotie begint met: “By the way, Disney’s live-action Beauty and the Beast opens today,” gecombineerd met Google’s mening “In this version of the story, Belle is the inventor instead of Maurice. That rings truer if you ask me.” Na het toelichten van enkele details vervolgd de promotie met een call-to-action: “For some more movie fun, ask me to tell you something about Belle.” Bryson Meunier filmde zijn ervaring en deelde deze op zijn Twitter.

De reacties die volgden waren niet lovend.

Wel of geen advertentie

Of dit wel of geen advertentie was is niet helemaal duidelijk. Alphabet, het moederbedrijf van Google, kwam al snel onder vuur te liggen en trok de promotie in.

Alphabet liet later in een verklaring aan de Wall Street Journal weten dat “Disney niet betaald heeft voor de promotie, maar wel toestemming heeft gegeven voor het experiment”. Dat maakt Disney de lachende derde in deze situatie, die door alle controverse extra veel publiciteit heeft gegenereerd.

Want ook Bryson was niet gecharmeerd van de ongevraagde promotie, maar op de achtergrond hoor je iemand die dat wel was: zijn kleine zoontje.

Generatie Alpha groeit op met spraakassistenten

Brysons zoontje behoort tot generatie Alpha (2010 – 2025). Deze generatie groeit op met voice search en AI (Artificial Intelligence), en krijgt dit praktisch met de paplepel ingegoten. Zijn generatie zal er door gevormd worden, net zoals zijn opa en oma gevormd werden door televisie toen zij klein waren.

Generatie Alpha ziet spraakassistenten dan ook niet als een hulpmiddel of software zoals hun ouders, maar als een volwaardig lid van de familie. De manier van gebruiken van deze hulpmiddelen verschilt daardoor ook enorm. Ouders checken het weer, willen weten of er files staan of bestellen eten. Kinderen gebruiken deze apparaten veel intensiever. Ze maken er huiswerk mee, voeren gesprekken en spelen er mee.

Het is zelfs zo populair onder kinderen dat speelgoedgigant Mattel onlangs Aristotle lanceerde. Ook dit is een spraakassistent verpakt in een slimme speaker, maar focust zich uitsluitend op kinderen. Aristotle vertelt verhaaltjes voor het slapen gaan, helpt met huiswerk en biedt simpele spelletjes waar kinderen slimmer van worden. Daarnaast heeft Aristotle een opvoedende functie, want het doet alleen iets wanneer het netjes wordt gevraagd.

Dit intensieve gebruik zorgt ervoor dat er een band ontstaat tussen de gebruiker en Google Home, wat resulteert in vertrouwen. En dat vertrouwen is hard nodig om advertenties te kunnen serveren via spraakassistenten in de toekomst.

Audio ads voor een nieuwe generatie

Het experiment lijkt op het eerste gezicht niet geslaagd gezien de golf van kritiek, wat niet geheel terecht is. Ten eerste omdat Google flink wat waardevolle inzichten heeft opgedaan tijdens dit experiment, zoals hoeveel mensen ingingen op de call-to-action om meer informatie te krijgen over Belle.

Helaas voor Google resulteerde de rest van het experiment in kritiek, wantrouwen en een duidelijk signaal dat de gebruiker hier niet op zit te wachten. Tegelijkertijd groeit er een generatie op met deze technologie die straks niet meer zonder kan. Vergeet niet dat Bryson Meuniers zoontje enthousiast stond te juichen op de achtergrond. En dat maakt dit filmpje een prachtig praktijkvoorbeeld om het verschil tussen generaties uit te lichten.

Want toen Meunier later gevraagd werd via Twitter of hij van plan is om zijn zoontje mee te nemen naar de film, was het antwoord dat hij “waarschijnlijk hem en zijn 5-jarige zusje mee zal nemen om hem te zien. Maar niet vanwege de advertentie.” Ik wil hem graag geloven, maar iets wat je gehoord hebt kan je niet meer ongedaan maken.

Wat betekent dit voor de toekomst?

Voice search is in Nederland bij lange na niet zo populair als in de Verenigde Staten, maar dit zou snel kunnen veranderen zodra de Google Home ook in Nederland officieel verkrijgbaar is. Daarnaast groeit er nu een generatie op die deze zoekvorm nog wel eens heel groot kan gaan maken.

Voice ads zijn daarom onvermijdelijk, aangezien in voice search geen ruimte is voor traditionele zoekadvertenties zoals wij die nu kennen. Het is daarom belangrijk om de komende tijd alvast de eerste stappen te zetten op dit gebied, en voor ons consultants, om goed na te denken wat dit betekent voor ons werk en onze klanten in de toekomst.



Lees het volledige bericht op Emerce »