Posts Tagged ‘tweet’

Twitter laat ‘nieuwswaardige’ Trump-tweets ongemoeid

Posted 26 Sep 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Na de zoveelste tirade van president Trump (en in het bijzonder een dreigement rond de ‘totale vernietiging’ van Noord-Korea) klaagden Twitter-gebruikers dat de Amerikaanse president de gebruiksregels van Twitter omtrent bedreigingen overtreedt.…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Ninja Card: fantasieën tot leven wekken zónder VR-bril

Posted 19 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

In de toekomst kijken én aanpassen wat je ziet. Met Ninja Card kan het, maar dan zonder alle poespas van een VR-bril. “Op elk gewenst moment en ter plekke maak je met je smartphone en een Ninja Card je ideeën concreet”, zegt Tsuwann Elburg, oprichter van creatief 3D-bureau Ninja Wall. Het biedt niet alleen kansen voor planologen en architecten, maar ook voor marketeers.

Tsuwann, hoe zou je Ninja Card in één tweet omschrijven?

“Ninja Card is de toegangspoort tot een interactieve stedelijke 3D-omgeving, waarin je live rondloopt.”

Wat is Ninja Card precies?

“De kaart, ter grootte van een visitekaartje, geeft je de mogelijkheid om met een app te zien, voelen en spelen met het toekomstige uiterlijk van een stad. Je opent de app, scant de Ninja Card en door je telefoon te bewegen zie je een 3D-beeld van een gebouw, stad of omgeving. Zonder een VR-bril nodig te hebben.”

Maar is het dan VR of wat anders?

“Nee, Ninja Card creëert een ‘mixed reality-omgeving’ die je volledig naar wens kunt inrichten. Met Ninja Card gebruik je geen bril, maar heb je de stad in je hand. Het is co-creatief: als gebruiker kies je hoe je de omgeving wilt hebben. Op je telefoon zie je in vogelperspectief een levendige stad waarop je kunt inzoomen. Je ziet wolken, gebouwen, mensen, auto’s, bomen en meer. Wanneer je inzoomt, is het net alsof je je verplaatst in een door jou ontworpen stad. Zo je wilt in het donker of in de sneeuw.”

Voor wie is Ninja Card?

“Ninja Card is voor marketeers, beleidsmakers, investeerders, ontwerpers, gebruikers – eigenlijk iedereen die een interactief 3D-beeld wil laten zien van wat dan ook. Stel je voor dat je plannen hebt om een nieuwe wijk aan te leggen, dan kun je dat interactieve digitale beeld gemakkelijk inladen op je Ninja Card die je bij je steekt. Vandaar dat we zeggen: de digitale stad in je broekzak. VR-brillen en laptops en kantoorinfrastructuur zijn overbodig. Je gaat gewoon met de kaart ter plaatse om het daadwerkelijk voor je te zien. Het geeft een heel andere beleving en verbeelding.”

Wat is er ‘ninja’ aan Ninja Card, vanwaar die keuze?

“‘Ninja’ past bij onze dienstverlening en bij het product: capabel en efficiënt. Met een Ninja Card laat je je telefoon magische verbeeldingen vertonen. En als bedrijf onderzoeken we eerst grondig wat de wens van de klant is. Vaak komen dan onverwachte zaken naar boven die positief verrassen en een blik in de toekomst geven. Dat heeft ons al een paar keer de bijnaam ‘ninja-architecten’ opgeleverd.”


En wat is de toegevoegde waarde voor marketeers?

“Zij zouden met de Ninja Wall-technologie campagnes tot leven kunnen brengen. Net als architecten zijn marketeers conceptueel en visionair bezig. Wij helpen bij de concretisering van ideeën die moeilijk voor te stellen zijn. Denk aan de aankleding van een winkelcentrum, feestmaanddecoraties in de winkelstraten hangen of je plaatst kerstbomen in woonkamers. Ninja Card brengt je boodschap heel dynamisch dichterbij, en dat via een single-source framework dat alle media-touchpoints aanstipt. Je kunt content delen op social media en we bieden een feedbacksysteem.”


Hoe ben je op het idee voor Ninja Card gekomen?

“Als architect promootte ik vastgoed en ik heb daarom in de loop der tijd veel technische tekeningen, artistieke impressies en 3D-video’s gerealiseerd. Dat zijn allemaal statische visualisaties. Een architect schept een toekomstbeeld, zijn klanten investeren in feite in een abstractie. Terecht menen velen dat het onvoldoende is: ze willen voelen hoe het is om door een buurt of stad te wandelen voordat ze een grote investering doen. Die wens wilde ik gaan invullen zónder VR-bril maar wel met de beleving daarvan. Dit heeft uiteindelijk geleid tot Ninja Card.”

Wat was jouw eureka-moment?

“Toen een gemeente in Midden-Nederland ons benaderde met de vraag naar een toepassing die stadsplanologie ter plekke tot leven wekt. Die concrete aanvraag was de aanleiding om daadwerkelijk iets met het idee te gaan doen. Door hun feedback en later ook van andere klanten is Ninja Card echt een op zichzelf staand product geworden.”

Heb je concurrentie?

“Ja en nee. Ons product is een combinatie van bekende technologie zoals VR en sensoren. Waarop we ons onderscheiden, is het ontwerp. Dat brengt diverse technieken samen. Ook de kwaliteit van de 3D-ervaring is exceptioneel. Gebruikers geven aan dat het er net zo uitziet als in het echt en dat ze steeds weer verrast worden, net als bij hun eerste kennismaking met Ninja Card. ”

Wat heeft de toekomst in petto voor Ninja Card?

“Ninja Card kan in principe een stad in nood te hulp schieten bij een ramp of om een ongeluk bij drukbezochte evenementen te melden. Ook in minder dringende situaties kan het van pas komen, bijvoorbeeld om je vrienden te vinden en als leerzaam en plezierig hulpmiddel voor leraar en kind. Over vijf jaar willen we een gevestigde naam zijn op het gebied van mixed reality-projecten en met de lancering van Ninja Card willen we de eerste grote stap zetten.”


*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Eline van Vliet.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Jack Dorsey (Twitter): ‘We blijven ons op adverteerders richten’

Posted 13 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Twitter blijft zich richten op adverteerders. Dat vertelde Twitter-CEO Jack Dorsey vanochtend tegen Sir Martin Sorrell, CEO van WPP, op de marketingbeurs DMexco in Keulen. Sorrell vroeg hem of het bedrijf ook abonnementen overweegt. Daar kwam geen duidelijk antwoord op.

“We hebben het voor adverteerders niet altijd makkelijk gemaakt, dat zijn we aan het verbeteren”, aldus Dorsey. “Ook moeten we zorgen dat gebruikers hun interesses beter kunnen volgen.” Bijvoorbeeld via livekanalen.

Sorrell hield Dorsey voor dat het noodzakelijk is voor adverteerders dat er een derde kracht ontstaat naast Facebook en Google. Die partijen zijn volgens de reclameman te dominant. Dorsey antwoordde dat Twitter in elk geval een grote naamsbekendheid heeft. “We hebben een enorm krachtig merk, maar we zien ons niet als een sociaal netwerk zoals Facebook, Twitter draait wel rond conversaties. Ook zijn we een open platform. Tweets worden overal geplaatst, ook op websites.”

Gevraagd naar Donald Trump, inmiddels de bekendste Twitteraar, hield Dorsey zich op de oppervlakte. “Hij twittert al sinds 2012 en doet dat consequent. Ik vind dat goed, of ik het nu met hem eens ben of niet, leiders moeten verantwoording afleggen. Daaraan draagt een communicatiekanaal bij.”

Dorsey erkende wel dat hij een tegenstander is van het besluit van Trump om het programma DACA voor jonge illegale immigranten stop te zetten. “Die mening heb ik ook op Twitter verkondigd.”

Waar staan je bedrijven over vijf jaar, wilde Sorrell weten, doelend op Twitter en zijn betaalbedrijf Square. Blijven ze onafhankelijk? Dorsey leek dat te bevestigen. Vorig jaar kon Dorsey niet naar DMexco komen omdat werd onderzocht of Twitter overgenomen kon worden. Dat zou voor het bedrijf de druk van de ketel halen. Nu noemt Dorsey onafhankelijkheid als ‘onze grootste kracht’.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Fited: vechten tegen scoliose met 3D-technologie

Posted 12 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

“Net als gips moeten braces en ortheses als gegoten zitten”, zegt Akanksha Vyas, oprichter van Fited. Samen met Erdem Ay staat zij aan het roer van de tech startup Fited, dat met foto’s en 3D-printing een geheel nieuw licht werpt op een werkproces dat in honderd jaar nauwelijks veranderd is. Ik sprak Akanksha over de e-health-oplossing van Fited, die helpt om scoliose de wereld uit te krijgen.

Akanksha, hoe zou je Fited in één tweet omschrijven?
Fited maakt braces en ortheses met 3D-printing op basis van gewone en röntgenfoto’s.”

Wat doet Fited precies?
“Braces en ortheses beschermen en ondersteunen het menselijk lichaam bij herstel en genezing. Fited maakt momenteel vooral braces voor mensen met de rugaandoening scoliose, later willen we het assortiment uitbreiden met ortheses. Denk daarbij aan een kniebrace, een bandje voor een tenniselleboog of een enkelvoetorthese.”

Hoe werkt Fited?
“Van de cliënt in sportkleding worden vier foto’s gemaakt en een paar röntgenfoto’s. Hierdoor wordt net als in het traditionele proces duidelijk waar het probleem zit. Maar diezelfde vier foto’s zijn voldoende om met Fited een 3D-ontwerp te ontwikkelen en printen van een brace of orthese, dat voor de cliënt zeer comfortabel zit en op de juiste plek ondersteuning biedt.”

Hoe gaat dat normaal gesproken, een brace of orthese aanmeten?
“De behandelend arts of orthopeed maakt een röntgenfoto om het probleem vast te stellen. Vervolgens worden in het lab mallen gemaakt die als basis dienen voor het omvangrijke eindproduct. Een expert verwerkt de mallen met de hand, maar door het precieze werk is dit gedeelte van het proces zeer tijdrovend. Toch is deze werkwijze de afgelopen honderd jaar in essentie nauwelijks veranderd. Daar brengen wij nu verandering in.”

Wat betekent de naam ‘Fited’?
“De naam Fited is gebaseerd op ‘fitted’. We kunnen precies passende braces of ortheses maken voor iedereen.”

Vanuit welke visie werk je?
“De markt voor braces en ortheses is zeer gesegmenteerd, ofwel: de apparatuur en middelen zijn niet overal waar het nodig is beschikbaar. We willen dat mensen over de hele wereld de mogelijkheid hebben om gebruik te maken van Fited. Dat verbetert niet alleen leefomstandigheden, maar helpt ook de acceptatie van zulke medische hulpmiddelen te vergroten. Doordat er maar weinig middelen nodig zijn voor Fited, kan het eenvoudig worden toegepast in ontwikkelingslanden.”

Wat was de aanleiding om met Fited te beginnen?
“De moeder van Erdem heeft scoliose. Zij heeft al haar hele leven rugpijn, maar de diagnose scoliose werd niet tijdig gesteld. Jaren later is haar een brace aangemeten, maar ze liep tegen dezelfde dingen aan als ieder ander. De brace was oncomfortabel dus ze droeg ‘m niet, met pijn in het dagelijks leven en verschillende complicaties als gevolg.”

Wat hebben jullie toen gedaan?
“Erdem en ik hebben in het verleden samen voor een bedrijf gewerkt dat 3D-gepersonaliseerde binnenzolen vervaardigt. Daar leerden we dat het proces al zó lang hetzelfde is – terwijl wij volop technische mogelijkheden zagen. Door de huidige technologieën, onze eigen kennis en het probleem van Erdem zijn moeder te combineren zagen we een kans om dit te verbeteren voor haar en andere patiënten.”

Wie is de doelgroep van Fited?
“Iedereen die een brace nodig heeft . Wij werken samen met ziekenhuizen en artsen, voornamelijk orthopeden. Scoliose start gebruikelijk op tien- of elfjarige leeftijd en komt meer voor bij meisjes. Als de kinderen een brace dragen tot zestien á zeventien jaar, kan een operatie op latere leeftijd voorkomen worden. Wel 2% van de wereldwijde bevolking heeft last van scoliose, en maar bij 30% wordt dit vastgesteld.”

In welke landen ben je actief?
“We richten ons nu in de beginfase op de Verenigde Staten, Turkije en Nederland. De drie landen zijn gekozen omdat we tijdens de oprichting van Fited beiden in de VS woonden. Erdem is afkomstig uit Turkije en heeft daar connecties. Onze keuze voor Nederland is gebaseerd op de open innovatiecultuur, wat het tot een uitstekende basis maakt voor de Europese markt.”

Wie zijn je concurrenten?
“Een grote concurrent zijn de traditionele scoliose-labs, die de traditionele manier van plastic braces en ortheses volgen. Daarnaast is er één bedrijf uit de VS (Unyq) en één bedrijf uit het Verenigd Koninkrijk (Andiamo), maar zij maken de producten niet met foto’s. Fited is ook degene die het hele proces exploiteert.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?
“De verkoopprijs ligt rond de twee- à drieduizend US-dollar. Medici besluiten uiteindelijk of ze dit gaan adviseren aan cliënten. Gelukkig valt ons product wel onder de verzekering en wordt het vergoed.”

Wat staat er momenteel op de agenda?
“Op dit moment zijn we aan het testen in een aantal ziekenhuizen, in Istanbul en Nederland. Zo werken we in Nederland samen met Lodewijk van Rhijn, hoofd van de orthopedieafdeling bij  Universitair Medisch Centrum Maastricht. In overleg test hij onze braces op enkele patiënten. Begin 2018 is de testfase afgerond en wordt ons product daadwerkelijk gelanceerd.”

Wat doe je om meer aandacht te krijgen voor scoliose?
“We zijn bezig met een Scoliose Awareness Program. Het is een samenwerking met The Bayer Foundation. We hebben een applicatie ontworpen die in alle informatie over scoliose kan voorzien. Hiermee willen wij de bekendheid van scoliose vergroten, een community creëren en over de hele wereld mensen bereiken om meer bekendheid te geven aan de ziekte. Hoe eerder we scoliose aan het licht brengen bij screenings, hoe meer gevallen we kunnen voorkomen.”

Wat is de grootste uitdaging voor Fited?
“In het begin hebben we vooral veel aandacht geschonken aan ons product en de werking ervan. Maar toen we zijn gaan testen in de Verenigde Staten en Nederland is naar boven gekomen dat bij 70% van de mensen scoliose te laat wordt vastgesteld. Dit is dus voor ons het belangrijkste dat we met de samenwerking met Bayer willen bereiken.”

Waarom heb je Fited ingeschreven voor de Accenture Innovation Awards?
Omdat we heel graag in contact komen met mensen die kunnen bijdragen en meewerken aan onze missie: meer bekendheid en acceptatie voor scoliose. Daarnaast willen we in het algemeen meer mensen bereiken. Het ultieme doel is dat we op den duur bereiken dat iedereen op de wereld gescreend wordt op scoliose en toegang heeft tot de benodigde hulp.”


*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Eline van Vliet.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Column: Get me Roger Stone

Posted 11 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Netflix heeft er weer een pareltje bij: Get Me Roger Stone. De documentaire volgt dirty trickster Roger Stone, de man die al in 1988 het idee opperde om Trump als presidentskandidaat naar voren te schuiven. En vandaag de dag een van zijn belangrijkste adviseurs is.

Stone, ook wel de meester van de duisternis genoemd, opereert al sinds jaar en dag in de politieke krochten van Washington en maakte vooral faam door de introductie van slijmerige politieke advertenties en het verspreiden van roddels gedurende campagnetijd. En niet geheel onverdienstelijk: hij hielp zowel Richard Nixon als George W. Bush in het presidentiële zadel.

De docu geeft een feilloos inkijkje in de gevoerde campagne, waarbij de kracht van offline aanwezigheid en online targetingtechnieken maximaal wordt benut. Waarbij eens te meer duidelijk wordt dat lobbyisten, het gevoel voor finesse en het spelen van sluwe spelletjes een must-have zijn wil je aan de macht komen en blijven.

Zo is Stone – in samenwerking met het beruchte lobbybureau Black, Manafort, Stone & Kelly – dé man achter de dagelijkse dosis tweets van Trumps. En was het zijn idee om te focussen op minderheden, en hen via social media zo te bewerken dat ze wel overstag zouden gaan.

Om dit doel te bereiken werd overigens alleen al in de laatste drie weken van de verkiezing een slordige honderdvijftig miljoen dollar aan targetingcampagnes gespendeerd. Geheel gericht op jonge Afro-Amerikaanse vrouwen. Allen afkomstig uit een database met 220 miljoen tellende burgerprofielen die speciaal voor dit doel was opgetuigd.

Het team van Trump kocht daarbij vooral politieke getinte advertenties op Facebook, Instagram en diverse datawarehouses in. Een truukje dat zijn succes bij Obama’s campagne al eens had bewezen. Een mechanisme waarop men zelf overigens op trotse wijze erg open en transparant over was. Want voor het ultieme doel – het wegkapen van kiezers bij Hillary Clinton – was alles geoorloofd, aldus Brad Parscale, de enige beheerder van Trumps Facebook- en Twitter-feed.

De orkestratie van de on- en offline verleidingstechnieken tijdens Trumps verkiezingscampagne is iets waar veel start-ups en corporates nog lering uit kunnen trekken. Het is een samenspel dat nog te vaak wordt onderschat. Ook in Nederland. Doe er dus je voordeel mee. En creëer je eigen meesterwerk. Met dank aan Roger Stone.

*) Dit artikel verscheen eerder in het septembernummer van Emerce magazine (#160).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nog meer inspiratie tijdens het tweede Dept Festival

Posted 05 Sep 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Bureaunetwerk Dept verbouwde de Thuishaven in Amsterdam tot festivalterrein. Een terugblik in Tweets en filmpjes.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Sensiks: stap in een zinnenprikkelende cabine…. en relax

Posted 05 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Heimwee naar de vakantie? Alweer tot over je oren in het werk? Met sensory reality-technologie roept Sensiks de ultieme volledige ontspanning op. In de speciale cabine proef, ruik, zie, voel en hoor je wat jou relaxt maakt. “Je reset jezelf door al je zintuigen te prikkelen”, zegt Fred Galstaun, oprichter en chief experience officer van Sensiks.

Fred, hoe zou je Sensiks in één tweet omschrijven?

Sensiks biedt een multisensorische ervaring, prikkelt je emoties en geeft je een euforische beleving.”

Hoe krijg je dat voor elkaar? Wat is Sensiks?

“Sensory reality is een nieuwe technologie die wij bedacht en gelanceerd hebben. Die komt tot uiting in de Sensiks-pod: een cabine groot genoeg voor één persoon, met een VR-bril, koptelefoon, infraroodlampen, geurverstuivers en blazers. Daarmee creëren we een 360°-totaalbeleving. In de Sensiks-omgeving kan iedereen bestaande audiovisuele content ‘sensifyen’: je bent zelf de regisseur van je eigen ervaring. De naam Sensiks staat ervoor dat je door middel van sensory reality bijna je zesde zintuig ervaart, oftewel sense en six.”

Dat kun je toch ook met virtual reality doen?

“Je kunt VR vergelijken met in een auto door de bergen rijden. De omgeving is mooi en je krijgt een idee van de beleving, maar pas wanneer je uitstapt en eropuit trekt doe je échte ervaringen op. Je brein reageert niet alleen op het geluid en de mogelijkheid om rond te kijken, maar ook op de temperatuur, het briesje en de geur. Wat je buiten de auto ervaart, is het terrein van sensory reality. Het is VR in het kwadraat.”

Voor wie is Sensiks?

“Enerzijds kan Sensory Reality een positieve invloed hebben op mensen die te maken hebben met depressiviteit, stress, dementie of een handicap. Zij kunnen zich met Sensiks beter voelen en uit de dagelijkse sleur worden gehaald. Zo werken wij nu samen met zorgaanbieder Philadelphia, voor wie we met een volledige beleving emoties van cliënten tot leven brengen.”

Wat is het resultaat van de samenwerking?

“Voor deze samenwerking heeft Sensiks een cabine beschikbaar gesteld, die de zintuigen prikkelt van cliënten met een beperking. Medewerkers geven aan dat ze verbetering zien in de gesteldheid en het gedrag van deze cliënten. Sensiks lost niet op waar je last van hebt, maar maakt het leven wel aangenamer.”

Is die werking bewezen?

“Ja, TNO heeft onderzoek gedaan naar wat multisensory-stimuli met je brein doen, het effect is bewezen. Daarnaast hebben wij samen met Philadelphia onderzocht wat het effect van de Sensiks-pod is na drie maanden. Wekelijks heeft een aantal cliënten een sessie gedaan, waarbij we keken naar hun emotionele situatie en hoe die verschilde ten opzichte van andere cliënten en vanaf het begin van de test. We merkten daarbij echt verschil. Binnenkort gaan we een wetenschappelijk onderzoek doen naar de invloed van sensory reality op stresslevels, waar TNO ons weer bij gaat helpen.”

En voor wie is Sensiks nog meer?

“Je kunt er allerlei bijzondere ervaringen mee vormgeven. Ik durf bijna wel te zeggen dat er ongekende mogelijkheden zijn. Zo maken we met Thomas Cook London een preview voor vakantiebestemmingen. Zodat je ’s ochtends op je werk kunt zeggen ‘ik ben vanochtend even met vakantie geweest’. Marketingbedrijf en merkenbouwer Geometry Global, dat wereldwijd in 56 markten actief is, heeft vorige week een samenwerking met ons aangekondigd. Samen zetten we ons product voor totaal nieuwe merkervaringen. Als je mensen een beleving kunt geven, dan kun je ze binden aan je merk.”

Hoe ben je op het idee gekomen?

“In een grijs verleden heb ik een depressieve periode meegemaakt. Toen ik in die periode met vakantie ging, ervaarde ik hoe rustgevend dat was en hoe mijn overspannenheid afnam. Ik dacht toen: zou ik dit gevoel niet op een of andere manier kunnen nabootsen, zodat ik niet elke keer weg hoef? De gedachte dat ik zeker niet de enige ben die zich weleens terneergeslagen voelt, was de start voor mijn motivatie voor Sensiks.”

Kun je alle soorten films sensifyen?

“Ja, in principe kun je heel Netflix met al je zintuigen beleven. Om een voorbeeld te geven, het deel waar Rose op de boeg van de Titanic staat, zou je nu zelf kunnen beleven. Op het moment dat ze haar kajuit uitstapt ruik je de zeelucht, je voelt de wind en ziet het prachtige uitzicht wat zij zag. De volgende ochtend komt de zon op en tegelijkertijd voel je de warmte vanuit het oosten. Deze beleving is voor elke film mogelijk.”

Wat kost de Sensiks-pod? Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“We verkopen ‘m voor ongeveer twintigduizend euro, de exacte kosten zijn afhankelijk van de afname. Zo heeft Van der Valk laatst een aantal pods aangeschaft voor hun hotel- en restaurantgasten. De contentmaker bepaalt de prijs voor de gebruiker. Stel: zij vragen vier euro per beleving en maken de content zelf, dan ontvangen zij 80% van de omzet en Sensiks krijgt de overige 20%. Voor onze klanten is het rendabel, want als er maar twintig mensen per dag gebruikmaken van de pod, dan heb je de aanschaf er binnen een jaar al uit.”

Is huren ook mogelijk?

“Ja, voor bijvoorbeeld een evenement kun je Sensiks huren. Die prijs verschilt per soort evenement, hoe veel mensen er komen, wat je aan begeleiding nodig hebt, maar zal tussen de nul en tweeduizend euro liggen.”

Wat is nu je grootste uitdaging?

“We willen nu onze nieuw ontdekte productcategorie zoveel mogelijk ook zelf claimen. Het idee is wel om de nummer één in de wereld te zijn, dus we willen geografisch gaan opschalen. Binnenkort houden we een investeringsronde, want na het intense ontwikkelingsproces is het geld op. We hebben per 1 september een CFO aangenomen die daar volledig mee aan de slag gaat.”

Sensiks doet mee aan de Accenture Innovation Awards, wat hoop je daaruit te halen?

“Alleen al meedoen heeft nu al een effect op ons netwerk. Op 27 oktober staan we op de Innovation Summit. Als er dit jaar weer pitch-arena’s zijn om de interesse van investeerders te wekken, dan willen we daar vooral laten zien waarom zij voor ons zouden moeten kiezen. De vraag naar Sensiks is er, dus een investeerder haalt per definitie zijn geld eruit.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Sanne van den Berg en Eline van Vliet



Lees het volledige bericht op Emerce »

Returnista introduceert on-demand retourservice samen met Sandd

Posted 31 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De twintigers Olivier en Quinten Muller van Returnista starten in samenwerking met postbedrijf Sandd een on-demand retourservice. De retourservice, niet te verwarren met het bekende modebedrijf Fashiolista, heeft de ambitie om e-commercemanagers te helpen met het verhogen van hun Net Promoter Score middels het aanbieden van on-demand returns. Wat betekent dat? “Retourneren waar en wanneer uw klant dat wilt, thuis of op kantoor”, aldus Quinten Muller, de jongste van de twee broers.

Returnista is een mooi voorbeeld van hoe ondernemers slim gebruik maken van de mogelijkheden om een nieuw idee (Returnista) te combineren met de bestaande infrastructuur van een groot bedrijf (Sandd). Het bedrijf heeft grote ambities. Olivier Muller: “We willen met onze retourservice een keurmerk worden voor webshops. Als de consument weet dat retouren goed geregeld zijn door ons, doen ze sneller een aankoop bij die winkel.”

Waarom zijn jullie Returnista gestart?

“Vanuit eigen frustratie. We deden altijd veel online aankopen net als onze vrienden en familie. We zagen dat in 40 procent van de gevallen dat je in een pakketpunt staat omdat je schoenen weer eens niet passen. Wij vonden dat dat anno 2017 een stuk beter kan. Dus wilden we een service introduceren waarbij een klant waar en wanneer hij dat wilt een product kan retourneren.”

Hoe zouden jullie Returnista omschrijven in een tweet?

“De manier om je klanten aan je te binden met een steengoed retourproces (die de customer journey compleet maakt) #returnista #nps-omhoog”

Welk probleem lossen jullie op?

“Onze propositie is grotendeels uit consumentenperspectief geredeneerd. Als consument wil je het gevoel hebben dat als je een aankoop doet, dat je indien het product niet bevalt met een overzichtelijk proces kan retourneren. De e-commercepartij die dat het best faciliteert wint.”

Wat is jullie propositie voor E-commerce managers?

“Het is inmiddels bij de meeste e-commercemanagers bekend dat een beter retourproces leidt tot meer verkopen. Wij faciliteren een beter retourproces door, waar en wanneer de klant van onze klant dat wil, het retourpakket weer op te halen. Een gevolg van het inzetten van onze service is een verhoogde NPS-score voor onze klanten, de webshop. We merken in de praktijk dat gebruikers van de service erg blij zijn en dit vaak delen met vrienden en familie. Dat is voor een e-commercemanager een groot goed. De eindgebruiker associeert de ophaalservice ook met het merk, bijvoorbeeld OMODA, want wij zitten er als logistieke partij niet tussen met onze eigen branding. Wij faciliteren, that’s all.”

Hoe komen jullie aan de investering?

“Sandd stelt middelen en infrastructuur ter beschikking. We wilden graag gebruik maken van hun bestaande netwerk van bezorgers. Wij denken dat het belangrijk is om goed te weten welk stukje van de waardeketen je wilt verbeteren en dat je niet het hele wiel opnieuw probeert uit te vinden. Verder sluit de filosofie van flexibiliteit en duurzaamheid van Sandd goed aan op wat wij met Returnista willen uitstralen.”

Waarom hebben jullie gekozen voor Sandd?

“Sandd heeft een groot en professioneel netwerk. Dat zelf opzetten zou gekkenwerk zijn, het netwerk ligt er immers al. Daarbij sluit de filosofie van Sandd met haar focus op flexibiliteit en duurzaamheid heel goed aan bij wat wij met Returnista willen bereiken.”

Hebben jullie al klanten?

“Momenteel draaien we een pilot in Rotterdam en Amsterdam met onder anderen Omoda, Ace & Tate en Oger en nog een tiental klanten. Onze klanten zagen dat als je een beter retourproces aanbiedt,  de NPS en de conversie omhoog gaan.”

Hoe ziet het verdienmodel er uit?

“We rekenen een fee per geretourneerd pakket. De fee hangt af van het volume van de klant.”

Wat is jullie groeistrategie?

“Onze groeistrategie bestaat uit drie stappen. Ten eerste zijn we nu bezig met een pilot in Rotterdam en Amsterdam met middelgrote bedrijven. Ten tweede willen we gaan samenwerken met grote klanten waar we landelijke dekking voor nodig hebben. Ten derde willen we uitbreiden naar de rest van Europa.”

Wie zijn jullie potentiële concurrenten?

“Eventueel partijen zoals Uber en Picnic.”

Hoe groot is de markt eigenlijk?

“In Nederland zijn er zo’n 200 miljoen pakketbewegingen per jaar, waarvan er zo’n vijftien procent (30 miljoen) retour worden gezonden. De markt groeit met zo’n tien tot twintig procent per jaar.”

Welk knelpunt kom je tegen als nieuwe speler?

“Er zijn twee uitdagingen. Ten eerste, we voeren nu gesprekken met de grootste e- commercepartijen van Nederland. Wat we merken is dat de ‘lead time’ bij B2B-sales lang is. Het is dus belangrijk voor ons om geduld te hebben tijdens de verkooptrajecten. Ten tweede, het vinden van goede mensen om ons team mee uit te breiden! We zijn nu met een team van vijf en verwachten voor het einde van het jaar met meer dan vijftien te zijn. Je moet dan vooral denken aan ontwikkelaars en natuurlijk een geweldige klantenservice.”

Waar staat Returnista in 2025?

“Over acht jaar moet Returnista de nummer 1 zijn op het gebied van inbound logistics in Europa. We zitten sterk op de customer experience en willen daar ook nog fors in groeien. Voorbeelden? Bijvoorbeeld dat je op het moment van retourneren het geld al weer terug op je rekening hebt. Dat duurt nu vaak te lang, dat is echt een frustratie bij mensen die we graag wegnemen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

BitSensor: in 50 milliseconden een hack opsporen in je webapplicaties

Posted 29 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

“Elke organisatie kan gehackt worden, dat is inmiddels geen nieuws meer. Wel dat maar vijf procent van de hacks wordt gevonden, en dan nog na gemiddeld negen maanden”, zegt Alex Dings, oprichter van BitSensor. Hun handige plug-in belooft daar in een oogwenk verandering in te brengen.

Alex, hoe zou je BitSensor in één tweet omschrijven?
“BitSensor is een webapplicatie-plug-in, die binnen 50 milliseconden effectief een hacker stopt.”

Wat doet BitSensor precies?
“BitSensor werkt via een plug-in voor bedrijfssoftware, vooral voor omvangrijke webapplicaties die talloze gebruikers hebben en waarin gevoelige klantgegevens opgeslagen zijn. Denk aan internetbankiertoepassingen van grootbanken of aan DigiD. De plug-in ziet exact wat gebruikers doen, en welke data zij bekijken. Vervolgens rapporteert BitSensor waar kwetsbare plekken zitten. Ook herkent de plug-in aanvalspatronen.”


Maar dat doet reguliere beveiligingssoftware toch ook?
“Traditionele oplossingen zitten als een vangnetje om de software van webapplicaties heen en blokkeren voornamelijk bekende hacks. Maar hackers bedenken nieuwe aanvalstactieken en als zij een gaatje vinden, hebben zij feitelijk vrij spel. BitSensor is een plug-in: het is in de software van een applicatie geïnstalleerd. Hierdoor leert BitSensor bij en weet het of de aanval succesvol is.”

Is dat wat BitSensor vooral onderscheidt?
“Ja, en de snelheid waarmee het werkt. Onderzoek van Verizon laat zien dat het bedrijven gemiddeld negen maanden kost totdat ze een hack ontdekken. BitSensor doet dat in een mum van tijd, en dat beperkt eventuele schade. De 95 procent komt pas aan het licht totdat iemand daar toevallig op stuit of wanneer een klant zelf iets verdachts heeft gezien. En dan is het al te laat.”

Hoe kan BitSensor zo snel en goed zijn?
“BitSensor is zo geprogrammeerd dat er als het ware altijd iemand van binnenuit meekijkt. Reguliere beveiliging kijkt naar een uitputbare lijst met input en blokkeert het IP-adres dat de hack initieert, zónder te weten wat er daadwerkelijk gebeurt in de applicatie. BitSensor zit ín de applicatie en weet zo hoe data verwerkt worden. BitSensor kijkt daarbij niet alleen naar het IP van een hacker, maar ook naar zijn locatie, zijn aanvalspatroon en de middelen die gebruikt worden. Combineer dit met de snelheid, en je hebt een krachtig middel om schade te beperken en over bedreigingen te leren.”

Hoe ben je op het idee gekomen?
“Hoe meer mensen online zaken regelen, hoe beter hun privacy gewaarborgd moet zijn. Wij springen in op de groeiende vraag naar eenvoudig beveiligde webapplicaties. Van begin af aan spelen we in op nieuwe regelgeving, wat ons een voorsprong geeft op de concurrentie.”

Wat zijn ervaringen van BitSensor-gebruikers?
“BitSensor wordt gepersonaliseerd naar werking van de software van de klant. Doordat klanten zo specifiek bediend worden, blijven ze vaak voor langere tijd klant met de mogelijkheid om maandelijks op te zeggen.”

Vind jij reguliere beveiligingssoftware per definitie waardeloos?
“Nee, absoluut niet. Reguliere beveiligingssoftware beveiligt alle bekende en verouderde hacks en houdt de eerste laag van aanvallen tegen. BitSensor speelt in op de nieuwe onbekende hacks. Voor grote organisaties met veel gevoelige klantgegevens is dit van belang, vandaar dat daar onze focus op ligt.”

Wie is je grootste concurrent?
“De gangbare beveiligingsoplossingen, die in onze optiek schijnveiligheid geven, en controleren op een inputlijst van bekende hacks. Dus je kunt ook wel zeggen dat de mindset van potentiële klanten onze grootste concurrent is. BitSensor overtuigt een klant met interesse door een proefconcept te realiseren, dat dan vergeleken wordt met de huidige beveiliging die het bedrijf gebruikt.”

Wie is je doelgroep?
“We zijn begonnen op de mkb-markt, maar daar zijn de budgetten voor softwarebeveiliging laag en als een project niet doorging, dan ging de aanschaf van BitSensor ook niet door. We werken nu vooral voor bedrijven in de financiële sector die een hoog risico lopen. Maar we verwelkomen alle organisaties die soepel en gedegen beschermd willen worden tegen bedreigingen van buitenaf.”

Met welke regelgeving houd je rekening?
“Met GDPR en PSD2, die in mei 2018 in de EU van kracht worden. Het zijn nieuwe, aangescherpte privacymaatregelen voor consumentendata waaraan elk bedrijf in Europa moet voldoen. Hiermee worden consumenten binnen de EU beschermd. Voor bedrijven is het moeilijk om al je consumentengegevens aan te passen naar deze regelgeving, maar met BitSensor blijven applicaties veilig.”

Volta Ventures heeft onlangs in BitSensor geïnvesteerd, hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
“Diverse durfkapitalisten hadden interesse in onze investeringsronde. De keuze viel op Volta Ventures omdat zij het beste bleken mee te denken met onze doelen. We waren namelijk expliciet op zoek naar een investeerder die onze groei bijhoudt en versterkt met zijn netwerk. In drie weken was de samenwerking met Volta Ventures rond. Dat kwam op een gunstig moment: na onze verkenning van de mkb-markt. Met de investering konden we aanpassingen doen in BitSensor zodat we voor de grotere bedrijven kunnen gaan.”

Hoe zien jullie de toekomst van BitSensor?
“We willen meer technisch talent aantrekken en internationaal groeien. Volgend jaar gaan we opschalen in onze buurlanden. Daarbij helpt onze deelname aan de Accenture Innovation Awards: we gaan voor de Blauwe Tulp maar minstens even belangrijk is dat we ons netwerk uitbreiden en meer mensen introduceren met deze nieuwe manier van veiligheid.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Eline van Vliet en Sanne van den Berg.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hands-on: VanMoof Electrified S (editie 2017)

Posted 23 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Aan de buitenkant ziet de vernieuwde versie van de VanMoof Electrified S er niet veel anders uit dan zijn voorganger. Onder de motorkap is echter veel veranderd, aangepast en toegevoegd. Zodanig dat je zou kunnen spreken van een Electrified S Plus of een Enhanced versie. In deze Hands-on keer ik de fiets binnenstebuiten, maar je kan het ook bekijken:

Allereerst is er een nieuwe voorwielmotor, een 250 Watt naafmotor van Bafang. Wat gelijk opvalt, is dat de Electrified S ontzettend stil is. Dat merk je vooral als je naast een andere electrische fiets fietst en je ineens een hoog zingend geluid waarneemt.

Het verschil zit ‘m in de aansturing van de controller-unit en de gebruikte software. Doordat deze zo goed op elkaar zijn afgesteld, is de rijervaring vlekkeloos. Zo heb je nooit het idee dat je vooruit wordt getrokken of dat de motor er met de fiets vandoor gaat. Simpelweg omdat er beweging is. De nieuwe controller stuurt ook de tweetrapsversnelling aan, het is namelijk een automaat.

In vergelijk met de andere elektrische fietsen, die meestal acht versnellingen hebben, zou je verwachten dat twee versnellingen niet genoeg is, maar daar had ik persoonlijk geen last van. Het schakelen verloopt ongemerkt en nooit heb je het idee dat de fiets harder gaat dan je kan trappen.

Bediening
Aangezien alles vanzelf gaat, hoef je alleen nog maar je trapondersteuning te bepalen. Deze heeft vier standen en selecteer je in de bijhorende app (iOS of android) of op het gebogen touchscreen in het midden van het frame. Het moet gezegd worden dat dit tijdens het fietsen erg lastig gaat en daarom beter vooraf gekozen kan worden. Dat kan tegelijk als je de fiets ontgrendeld. Dit doe je namelijk op dezelfde manier: via de app of op het touchscreen. Met Touch Unlock hoef je zelfs niet meer je telefoon uit je zak te halen. Als deze eenmaal gekoppeld is aan je fiets, kun je aangeven dat als je binnen een bepaalde radius van je fiets verwijderd bent, deze door een simpele aanraking op het display van de fiets van het slot gaat. Hierna kun je de ketting verwijderen.

Tesla
De VanMoof Electrified S wordt soms wel de Tesla onder elektrische fietsen genoemd. Met de toevoeging van een boostknop is de vergelijking met ludricous speed dan ook niet ver te zoeken. Het doet ook precies wat de naam aangeeft: in één keer snelheid tot vol vermogen. Voor die momenten dat het net even wat zwaarder fietst of als je heel veel haast hebt.

In theorie kun je deze knop continu ingedrukt houden, maar hou er dan wel rekening mee dat de batterij een stuk sneller leeg is. De maximale snelheid van de fiets wordt ook in de app bepaald. Je stelt hier namelijk in of je hem in Europa gebruikt (max. 25 km/u) of in de VS (max. 32 km/u).

Toegestaan of niet, deze laatste setting is ook in Europa aan te raden. Niet zozeer om die maximale snelheid eruit te persen, maar als je rond de 25 km/u rijdt, heb je niet de hele tijd het idee dat je tegen een plafond aanzit, en dus nog wat speling hebt.

Uiterlijk
Verder ziet de nieuwe Electrified S er nog precies hetzelfde uit als zijn voorganger. Gelukkig maar, want het design spreekt mij erg aan (en blijkbaar vele anderen). Stoer, strak, simplistisch, functioneel, oog voor detail, no nonsense dutch design zijn wat termen die ik langs hoorde komen.

Net zoals de lampen, is bijna alles netjes weggewerkt in het frame: de smart module, controller en de 418 wH accu. Het enige verschil met de standaardfietsen van Vanmoof is de externe ketting die in een lederen opbergvakje tussen de stangen wordt opgeborgen. Tevens een groot verschil met andere fabrikanten is dat er weinig variatie en opties zijn: je kiest voor een grijs of zwart model in één frameformaat voor mensen vanaf 1 meter 75. Er is zelfs geen lage instap of damesmodel.

Meer dan een stadsfiets
Nou heb ik al aardig wat elektrische fietsen gereden, vanaf de allereerste modellen van zo 20 jaar geleden tot de laatste s-pedelecs van boven de 7000 euro. Ik kan dus een aardig vergelijk maken en het eerste wat me in deze test vooral te binnen schiet ‘plezier’. Echt, zodra je gaat rijden, word je blij en heb je zin om te fietsen. De gehele rijervaring is sportief en direct te noemen. Dat is lekker voor in de stad en prima voor korte ritjes van rond de 15 km. Iets ruiger werk is ook geen probleem, maar voor lange tochten is het harde zadel, de leunende houding op je armen en het gebrek aan vering wel een gemis. Desondanks heb ik op één dag met gemak 80 km gereden, zonder ergens bezweet aan te komen. Een echte stadsfiets voor woonwerkverkeer.

Bike Hunter
Nou zijn VanMoof-fietsen al aardig dief- en hufterproof. Zo zijn de bouten en moeren door het bedrijf zelf ontworpen en heb je specifiek gereedschap nodig om bijvoorbeeld het zadel te verhogen of een wiel te verwijderen. Wil iemand toch proberen om je fiets mee te nemen, dan wordt dit door een G-sensor geregistreerd en via de app aan je doorgegeven. Heeft iemand het dan toch voor elkaar om je fiets mee te nemen (de lichte fiets til je natuurlijk zo op, als je de ketting alleen door het achterwiel rijgt en niet om een paal heen), kan de fiets via GSM en GPS worden getraceerd.

Hiervoor heb je wel het Peace-of-Mind-abonnement nodig. Kosten: 100 euro per jaar. En VanMoof garandeert dat je je fiets binnen twee weken terugkrijgt en anders zelfs een nieuwe fiets tegemoet kunt zien. Ze hebben hiervoor speciaal personeel in dienst, genaamd Bike Hunters, dat alleen maar mee bezig is om jouw fiets terug te vinden. (Die baan mag wat mij betreft gelijk op het lijstje van meest coole banen op dit moment. Bij het lezen van al hun avonturen, snap je niet waarom Discovery ze nog niet heeft benaderd voor eigen serie, Dutch Bike Hunters.)

In de toekomst worden extra functies en verbeteringen ‘in the air’ verstuurd naar de fiets. Zo is onlangs de functie Park Location aan de app toegevoegd. Bij elke functie of verbetering wordt door het gloednieuwe interne softwareteam van Vanmoof gekeken of het daadwerkelijk ook iets toevoegt en de gebruikerservaring niet onnodig complexer maakt. Kijk je dan nog eens naar de prijs van 2899 euro, dan is deze vergeleken met de concurrentie meer dan billijk.

Pluspunten

  • Stille motor
  • Automatische versnelling
  • Peace-of-Mind
  • Mooi design
  • Ingebouwde batterij

Minpunten

  • Ingebouwde batterij
  • Trapondersteuning moeilijk instelbaar tijdens het fietsen

BewarenBewaren



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Pas op met humor in online klantcontact’

Posted 23 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bedrijven doen er goed aan het gebruik van humor wat te minderen. Een kleine grap en wat ‘persoonlijkheid’ in het online klantcontact kunnen geen kwaad, maar medewerkers moeten zich realiseren dat de grens tussen vervelend en ‘cool’ heel dun is. Dat concludeert Sprout Social, het bedrijf achter de gelijknamige software, na een onderzoek.

Zeker op Twitter en Facebook kan een scherpe reactie in hoog tempo duizenden positieve reacties opleveren. De community manager van Wendy’s die gevat reageerde op Carter Wilkersons vraag hoeveel retweets hij nodig zou hebben voor een jaar gratis kipnuggets, droeg onbewust bij aan een wereldrecord: het bericht is nu het meest gedeelde Twitterbericht ooit. Leuk voor Wilkerson, nog leuker voor de keten.

Maar dat een jolige toon lang lang niet altijd gewaardeerd wordt moge duidelijk zijn. Het gaat geregeld mis. Het valt Sprout Social op dat bedrijven bewust de grens opzoeken: nog een meme en een zoveelste woordgrap moeten het bedrijf wat ‘persoonlijkheid’ geven. Dat wordt gewaardeerd, maar het moet geen doel op zich zijn. Dit concludeert het bedrijf na een analyse van bijna vier miljard berichten op 289 duizend accounts en een onderzoek onder consumenten.

Waar het de klanten uiteindelijk om gaat is dat de bedrijven eerlijk, vriendelijk en behulpzaam zijn. Maar of bedrijven meegaan met de laatste social-hypes doet er dan weer niet toe. Humor wordt natuurlijk gewaardeerd, stelt het onderzoeksverslag. Maar het is wat Sprout Social betreft goed om rekening te houden met de verwachtingen per platform. Zo leent Facebook zich voor een persoonlijk gesprek, in algemene zin wordt hier op andere kanalen minder waarde aan gehecht.

Bedrijven die grappen maken ten koste van klanten – iets dat in bescheiden vorm regelmatig voorkomt – kunnen daar maar beter mee ophouden. Net als praten over politiek, hip woordgebruik en de grappen over concurrenten roept dit vooral ergernis op bij klanten. Videoclips en GIFjes vallen wel in de categorie ‘cool’. Niet onbelangrijk: bedrijven die reageren op algemene vragen, deelnemen aan gesprekken en inspelen op de actualiteit scoren bij millennials eveneens punten. Ouderen zijn hier wat minder van gediend.

Humor wordt over de hele linie wel gewaardeerd, concludeert Sprout Social, maar het is maar de vraag of het ook iets oplevert. Driekwart zegt de online humor van bedrijven leuk te vinden. Maar een veel kleinere groep (36 procent) neemt dit mee in de overweging ergens (nog eens) iets te kopen. Het aantal negatieve gevolgen van misplaatst online gedrag lijkt veel groter: de helft van de ondervraagden zou een bedrijf ontvolgen. Een kwart zegt de berichten (ook) te blokkeren, of negatief te reageren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hashtag vandaag tien jaar oud

Posted 23 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De hashtag is vandaag tien jaar oud. Op 23 augustus 2007 stelde Twitter-gebruiker Chris Messina voor om de hashtag te gebruiken om conversaties op het platform met elkaar te verbinden. Van #Trump tot #pokemonGO, hashtags zijn tegenwoordig niet meer weg te denken

Hashtags zijn ook voor merken een impactvolle tool geworden om hun bereik te vergroten en op relevante online conversaties in te haken, zegt het Nederlandse mediabedrijf BrandDeli, dat de hashtag vandaag extra in de schijnwerpers zet. Een marketingcampagne is niet meer compleet zonder een hashtag en met het gebruik van een hastag kunnen bedrijven aandacht genereren voor hun product of merk. Hashtags hebben volgens BrandDeli ook massaal hun weg gevonden naar productverpakkingen, billboards, printadvertenties en tv-commercials.

Merken ondervonden de kracht van de hashtag door gemeenschappen rondom hun merk te starten. Een bekend voorbeeld is @KLM met de #happytohelp campagne. De luchtvaartmaatschappij bedacht de hashtag #happytohelp om passagiers en andere reizigers hulp te bieden.

De hashtag biedt merken ook de mogelijkheid om in te haken op unieke gebeurtenissen. Toen Luis Suarez tijdens het WK voetbal in 2014 voor de derde keer een tegenstander beet, sprong Snickers hierop in met de tweet More satisfying than Italian #luissuarez.

Hashtags worden ook gebruikt om grote groepen mensen te mobiliseren, denk aan #BlackLivesMatter of #JeSuisCharlie. Een bijzonder Nederlands voorbeeld is #lakvoortijn. Via Twitter kon de gebruiker zijn of haar donatie voor een geneesmiddel tegen hersenstamkanker delen met een gelakte nagel onder de hashtag #lakvoortijn. Ook veel grote merken doneerden een aanzienlijk bedrag en deelden hun steun aan #lakvoortijn via Twitter.

Met het opzetten van eigen hashtag-campagnes kunnen merken momentum creëren en op een unieke wijze een conversatie ownen, zegt BrandDeli. Afgelopen mei bracht Nike in de #Breaking2 campagne drie van ‘s werelds beste renners samen om in Italië een nieuw marathonrecord te rennen, sneller dan de twee uur die er minimaal voor staat. De poging werd live uitgezonden op Twitter, met een unieke hashtag.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Inclusive design maakt e-mail toegankelijk voor iedereen

Posted 21 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

In dit artikel sta ik stil bij een belangrijke ontwikkeling in 2017: Inclusive design in e-mail. Oftewel: e-mail toegankelijk maken voor iedereen, inclusief ouderen en mensen met een functiebeperking.

Op het web wordt al langere tijd steeds meer rekening gehouden met mensen met een beperking. Dit wordt ook wel inclusive design genoemd. In e-mail zien we dit echter helaas nog niet vaak terug. Met als gevolg dat grofweg 25 procent van de Nederlandse bevolking hinder kan ondervinden bij het lezen van een e-mail. En daar moet verandering in komen.

Ik noem inclusive design bewust geen trend, omdat trends vaak overwaaien. Dit mag niet overwaaien en dient een standaard te worden. Het toegankelijker maken van e-mail is namelijk niet alleen voor mensen met een beperking prettig, iedereen heeft hier baat bij. Niemand is gebaat bij lange zinnen, paragrafen met allerlei toeters en bellen, te veel of te weinig contrast of rare uitlijning.

De cijfers op een rij

Toegankelijkheid in e-mails is vooral prettig voor de circa 3,5 tot 4 miljoen mensen in Nederland met een beperking, van wie 1,7 miljoen met een beperking in het zicht of dyslexie. Van hen zijn 320.000 tot 350.000 mensen blind of slechtziend. Eén op de 12 mannen en één op de 200 vrouwen heeft een vorm van kleurenblindheid. Daarnaast heeft een gedeelte van de bevolking ook een vorm van dyslexie (schattingen liggen tussen de 1% en 5%).

Het is dan ook niet de vraag of er mensen in je e-maildatabase zitten met enige vorm van beperking. Je kunt je beter afvragen hoeveel het er zijn en waarom je nog nooit met hen rekening hebt gehouden.


Bron: Microsoft

Toegankelijker maken doe je zo

Gelukkig kun je al vrij snel en simpel je e-mails toegankelijker maken. Door rekening te houden met de wijze waarop teksten worden weergegeven (contrast en kleurgebruik), doe je mensen met (een vorm van) kleurenblindheid of dyslexie al een groot plezier. Door het toevoegen van role=”presentation” aan tabellen in je HTML wordt het voor de screenreader en dus de ontvanger een stuk prettiger om jouw e-mail te lezen.

Toegankelijker maken van tekst
  • Beperk het gebruik van lettertypes met een schreef, gebruik deze bijvoorbeeld alleen voor titels.
  • Vermijd lange paragrafen en houd zinnen kort en simpel (max. 70-80 karakters per regel).
  • Zorg voor voldoende contrast, maar overdrijf niet. Zwart op wit is bijvoorbeeld te veel. Gebruik liever donker- op lichtgrijs.
  • Beperk het gebruik van cursieve, dikgedrukte en ondersteepte tekst. Gebruik dit alleen wanneer het echt nodig is, zoals het onderstrepen van een link.
  • Lijn je tekst links uit en niet centreren of uitvullen.
  • Gebruik een fontgrootte van minimaal 14px en een lijnhoogte van minimaal 1,5 keer de fontgrootte.

Alleen al door deze tips in acht te nemen verklein je het risico op een aantal effecten die mensen met bijvoorbeeld dyslexie kunnen ervaren, waaronder…

Het River-effect


Dit wordt veroorzaakt door te veel witruimte in een tekst, iets wat veelal ontstaat door het uitvullen van tekst.

Het Blur-effect


Dit beeld wordt veroorzaakt door het gebruik van te veel woorden en te lange paragrafen.

Het Washout-effect


Dit effect wordt veroorzaakt door te veel formatting op tekst.

Contrast en kleurgebruik

Door in je e-mail rekening te houden met contrast en kleurgebruik maak je het lezen van e-mails, vooral voor de mensen die een vorm van kleurenblindheid hebben, een stuk toegankelijker. Een veelvoorkomende variant van kleurenblindheid is rood-groenkleurenblindheid. Voor deze personen is het niet of nauwelijks mogelijk om onderscheid te maken tussen rood en groen. En dat kan voor verwarring zorgen, dat zie je bijvoorbeeld in onderstaand voorbeeld van het Google-logo.

Rood en groen is nauwelijks te onderscheiden voor mensen met rood-groenkleurenblindheid.

Screenreaderoptimalisatie

In Nederland zijn ongeveer 320.000 tot 350.000 mensen blind of slechtziend. Deze mensen zijn voor het ‘lezen’ van webpagina’s en e-mails afhankelijk van bijvoorbeeld screenreaders. Screenreaders zorgen ervoor dat alle relevante informatie die op webpagina’s en in e-mails staat wordt voorgelezen. De wijze waarop een webpagina of e-mail is gebouwd, bepaalt in sterke mate hoe goed of hoe slecht een screenreader de inhoud ervan kan voorlezen.

Taal

Speciaal voor deze groep ontvangers is het daarom belangrijk dat je ook in de HTML van je e-mail rekening houdt met toegankelijkheid. Door het toevoegen van de taalcode weet de screenreader in welke taal de e-mail voorgelezen dient te worden. Dit doe je door het toevoegen van het ‘lang-attribuut’ aan je HTML tag.

Op deze wijze snapt een screenreader hoe woorden moeten worden uitgesproken.

Karakterset

Definieer een karakterset, zodat de screenreader snapt hoe bijvoorbeeld speciale karakters geïnterpreteerd dienen te worden.

Deze wordt overigens vaak vervangen door de eigen karakterset van bijvoorbeeld webclients, maar voor een online versie is deze nog steeds van belang. UTF-8 is de standaard en ondersteund de meeste karakters.

Tabellen

Binnen e-mail bevat niet elke tabelcel een waarde, maar als een screenreader je e-mail voorleest, gaat deze wel elke tabelcel langs. Dit kun je voorkomen door op alle tabellen het ‘role=“presentation”-attribuut’ toe te voegen. Elementen met role=“presentation” worden namelijk door screenreaders genegeerd, waardoor enkel de relevante content wordt voorgelezen.

Headers & paragrafen

In het verleden werd altijd afgeraden om headers (h1 t/m h6) en paragrafen (p) te gebruiken in e-mail-HTML vanwege het risico op een niet-wenselijke uitlijning in bijvoorbeeld Hotmail. Tegenwoordig juichen we dat juist toe. Ze zijn voor screenreaders namelijk belangrijk om bijvoorbeeld de hiërarchie van de e-mail te kunnen begrijpen. E-mailprogramma’s die hier niet mee konden omgaan, zijn vervangen of worden zelden meer gebruikt. Daarnaast kun je eventuele niet-wenselijke uitlijning en styling goed ondervangen.

Titles op links

Vermijd in je HTML het gebruik van het ‘title-attribuut’ op links. Screenreaders kunnen óf het voorlezen van je content onderbreken óf screenreaders lezen de inhoud van het ‘title-attribuut’ überhaupt niet, waardoor je omschrijvende tekst bij je ‘lees meer’ link geen nut heeft voor mensen met een beperking in het zicht. In beide gevallen werkt dit verwarrend. Het is daarom beter om de belangrijkste informatie in de link zelf en/of in de linktekst te verwerken.

Alt’s op afbeeldingen

Daarentegen is het wel belangrijk om een omschrijving mee te geven aan de afbeelding die je gebruikt ter ondersteuning van je boodschap. Maak daarom wel gebruik van het ‘alt-attribuut’ op deze afbeeldingen. Bij afbeeldingen die geen bijdrage aan de boodschap leveren, bijvoorbeeld ouderwetse spacer-afbeeldingen of afbeeldingen die puur voor het uiterlijk dienen, kun je het ‘alt-attribuut’ leeg laten.

Hoe toegankelijk is jouw e-mail?

Ik hoop dat je geïnspireerd bent geraakt door deze blogpost en dat je veel zin hebt gekregen om ook jouw e-mails toegankelijker te maken. Ben je benieuwd hoe toegankelijk jouw e-mails zijn? Collega e-mailgeeks Maarten Lierop en Jordie van Rijn hebben, naast een tweetal hele goede artikelen over toegankelijkheid in e-mail, een handige tool ontwikkeld waarmee je je e-mail op toegankelijkheid kunt testen.

Mocht je op zoek zijn naar nog meer tips en informatie over toegankelijkheid in e-mail, ik hou een lijstje bij van allerlei interessante artikelen over dit onderwerp op GitHub. Ik heb hier mede dit artikel over inclusive design op gebaseerd.

Mocht je zelf nog meer goede tips & tricks of feedback hebben of heb je zelf ervaring met een beperking? Join de discussie over dit onderwerp in de groep E-mailmarketing Nederland op LinkedIn.

Bronnen (naast de hierboven genoemde):
Microsoft 
Accessibility 

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van e-Village.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Big data-analyse van tweets onthult kansen voor toerisme

Posted 21 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Door de informatie in tweets slim te combineren kun je opkomende toeristische ‘hotspots’ aanweijzen. Dat ontdekte Tobias Brandt van Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) na de analyse van 600.000 in San Francisco verstuurde tweets.

Het ‘oogsten’ van openbare twitter-data biedt volgens Brandt interessante mogelijkheden voor overheid en bedrijven. Voor zijn onderzoek selecteerde de onderzoeker gedurende drie maanden allereerst alle tweets met de lokatie-aanduiding San Francisco. Aan de hand van de exacte coördinaten plaatsten de onderzoekers deze tweets op een kaart. Hiermee werd al duidelijk hoeveel mensen zich op welk moment van de dag zich in de stad bevinden.

Inzicht in bezoekersaantallen kan op zich al nuttige informatie zijn voor instanties die zich bezighouden met veiligheid en regulering van verkeer, maar het zegt nog niets over de intenties van die bezoekers, aldus Brandt.

Dat werd pas duidelijk toen ook de foto’s of video’s in de tweets werd meegenomen. Sommige plekken hadden relatief weinig bezoekers, bleek uit de ruwe aantallen, maar als mensen daar eenmaal waren maakten, en deelden, ze er relatief vaak veel foto’s. Twin Peaks was zo’n plaats: een bergketen die prachtig uitzicht geeft over de stad, maar wel eerst beklommen moet worden en dus relatief een laag aantal bezoekers heeft.

Die combinatie van laag volume, maar veel foto’s verraadt een toeristische hotspot in de stad. Bestuurders van toeristisch minder ontwikkelde steden zouden na zo’n analyse kunnen besluiten van nieuwe hotspots de toegankelijkheid te vergroten, de plek meer te promoten, of de bewegwijzering te verbeteren.

Op zichzelf is deze informatie waardevol voor marketingcampagnes die zoveel mogelijk mensen in de openbare ruimte proberen te bereiken, bijvoorbeeld met billboards. Uiteindelijk gelooft Brandt dat de meerwaarde van zijn aanpak niet ligt in deze losse analyses, maar juist in het combineren ervan. En daarvoor kunnen net zo goed andere openbare berichten met ‘geo-tags’ gebruikt worden van Facebook, Instagram of Flickr als tweets.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Accerion: flexibele robots dankzij vingerafdruk van de werkvloer

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

We kennen allemaal de robotstofzuiger en -grasmaaier, maar werkt deze technologie ook bij autonome robots in bijvoorbeeld magazijnen? “Nee”, zegt Willem-Jan Lamers – oprichter van Accerion. “Deze robots vragen om technologie die betrouwbaarder en nauwkeuriger is, aangezien ze heel precies een pallet of ander object op moeten kunnen pakken.” Hij legt uit hoe hun technologie ’s werelds eerste is in infrastructuur-vrije mobiele robots die op deze manier een bestaande vloer als referentie gebruiken.  

Willem-Jan, hoe zou je Accerion omschrijven in één tweet?

“Accerion heeft een baanbrekende positioneringstechnologie voor mobiele robots ontwikkeld, die 100 procent infrastructuur-vrij is.”

Wat doet Accerion?

“We ontwikkelen positioneringstechnologie voor mobiele robots. We zorgen dat zelfrijdende robots in bijvoorbeeld opslagplaatsen autonoom hun weg kunnen vinden op de werkvloer. Deze robots verplaatsen pallets of producten van het magazijn naar de productiemachine en terug, waarbij ze op een nauwkeurige en veilige manier rond moeten kunnen rijden.”

Welk probleem los je op?

“Huidige systemen werken vaak met een infrastructuur die aangebracht moet worden in het gebouw: er moet iets fysiek gemonteerd worden. De kosten en het onderhoud hiervan is duur en veel werk. Ook kan een robot vaak niet afwijken van de bekende locaties, waardoor het systeem niet flexibel is. Accerion heeft een volledig infrastructuurloze technologie ontwikkeld.”

Wat voor infrastructuur gebruiken huidige systemen?

“AGV’s (Autonoom Geleide Voertuigen) bestaan al meer dan een halve eeuw. De eerste robots reden op rails op de vloer. Recentere systemen werken met kleine magneetjes of sensoren in de grond. De laatste AGV’s bewegen door radiosignalen of met lasersystemen, waarvan de bakens of reflectoren aan de muur of het plafond worden bevestigd. Andere systemen herkennen vaste punten in de omgeving met lasers.”

Hoe pakt Accerion het aan?

“Ons product bestaat uit een sensormodule – een kastje dat op de robot wordt gemonteerd – waardoor de robot zelf in staat is zijn omgeving te bepalen. Dit kastje analyseert de magazijnvloer met behulp van artificial intelligence-algoritmes waardoor de robot weet waar hij is.” Hierbij combineert de sensor een relatieve (vergelijkbaar met het principe van een computermuis) en absolute technologie. Door deze te combineren weet de sensor, en daarmee de robot, exact waar hij is.

Hoe weet de robot waar hij heen moet?

“Een robot moet eenmalig op een paar locaties gezien hebben welk stukje vloer waar op de plattegrond thuishoort: wij noemen dit inleren. We maken een wiskundig model van de relevante ondergrond, de ‘strategische locaties’. Daarbij zijn vooral kruispunten en doorgangen belangrijk, omdat de robot daar vaak voorbijkomt.”

Werkt het als een robotstofzuiger in huis?

“Het werkt nauwkeuriger en betrouwbaarder. Zo’n stofzuiger rijdt rond in je huis en botst weleens ergens tegenaan. Op basis van deze botsingen maakt hij een plattegrondje van bijvoorbeeld je woonkamer. Bij industriële robots, die pallets of producten oppakken en rondrijden, moet dat natuurlijk voorkomen worden.”

Bouwen jullie zelf de robot?

“Nee, wij richten ons alleen op de ontwikkeling van de technologie voor de positionering van de robot. Tijdens de prototypefase bleek de technologie inzetbaar voor zeer veel robot-applicaties. De technologie is dus heel generiek in te zetten, terwijl robots zelf vaak zeer specifiek voor een bepaalde industrie en functie gebouwd worden. Het richten op de positioneringstechnologie zorgt ervoor dat we ons kunnen focussen op onze unieke waarde en zo echt een verschil kunnen maken.”

Wat voor robots werken zoal met jullie technologie?

“Elke mobiele robot die in een bepaalde omgeving – zowel binnen als buiten – zelfstandig moet kunnen rondrijden, kan onze technologie gebruiken. Wij richten ons daarbinnen voornamelijk op de logistieke en productie-automatiseringsmarkt, zoals magazijnen en fabrieken. Daarnaast kun je binnen de service-roboticamarkt denken aan schoonmaakrobots en binnen de procesindustrie aan bijvoorbeeld pijpleidinginspectie-robots. Denk tenslotte aan geautomatiseerd personenvervoer op bijvoorbeeld vliegvelden of agrarische robots die autonoom dieren voeren of oogstkarren in kassen verplaatsen.”

Ontwikkelen jullie alleen nog de Jupiter-technologie?

“Op het moment is ons product, Jupiter, in de pilot-fase bij verschillende klanten in zowel Europa als de VS, maar zijn we ondertussen ook bezig met twee nieuwe producten. Deze zijn beide afgeleid van ons hoofdproduct Jupiter en bieden een speciaal aantal functies voor de servicerobotica-markt. Bijvoorbeeld schoonmaakrobots vragen enkel om een deel van de functionaliteiten van Jupiter.”

Wie zijn je klanten?

“De robotfabrikanten. Onze klanten plaatsen onze technologie op hun robots en verkopen deze vervolgens aan de eindgebruiker: bijvoorbeeld een eigenaar van een magazijn. We werken nu met een pilotprojecten bij vijf internationale klanten. Maar ook de TU/Eindhoven gaat onze technologie gebruiken in een onderzoek.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“We verkopen met name het sensorproduct Jupiter, maar ook de technologie erachter in licentie. Daarnaast doen we ook projecten op maat, waarbij we een complete oplossing aan klanten bieden – bijvoorbeeld bij tankinspectie-robots. Tijdens deze projecten werken we in sommige gevallen ook samen met onze partner Nobleo Technology.”

Komt je software in de toekomst in zelfrijdende auto’s?

“Technisch gezien zou het kunnen, maar de technologie van bijvoorbeeld Google en BMW is verder ontwikkeld voor die applicatie. Wel worden we interessant als je denkt aan autonoom parkeren in parkeergarages waar je de gps-ontvangst verliest.”

Heeft Accerion concurrentie?

“Wat betreft positioneringstechnologie wel, zoals de besproken rails-, laser- of magneetsystemen. Maar met de manier waarop wij dit oplossen, zonder infrastructuur, zijn wij wereldwijd uniek.”

Hoe is Accerion ontstaan?

“In 2012 legde ik de basis voor de technologie in mijn eenmanszaak, waarbij ik me in eerste instantie richtte op personenauto’s en vrachtwagens. Al snel bleek de technologie geschikter voor autonome robots. Tijdens de Startup Bootcamp Hightech XL in Eindhoven hebben mijn toenmalige medeoprichters en ik het idee op zijn kop gegooid: in plaats van de robots legden we de focus op de positioneringstechnologie. We zijn verschoven van de agrarische naar de logistieke markt, aangezien daar veel meer vraag bleek te liggen.”

En toen?

“Toen mijn mede-eigenaren uit het bedrijf stapten, vond ik –  na intensieve samenwerking in de business accelerator – in 2016 mijn huidige mede-eigenaar Vincent Burg. Inmiddels zijn we met een internationaal team van acht personen gevestigd in Venlo.”

Welk knelpunt kom je tegen als startup?

“Het grootste probleem is de lange verkoopcyclus. Vanaf het moment dat we een pilotproject verkopen bij een klant, gaat er eerst zes tot twaalf maanden overheen voordat alle tests gedaan zijn. Zodra de klant akkoord gaat, moet de technologie geïntegreerd worden in hun product en vervolgens moeten zij het doorverkopen aan de eindgebruiker. Je hebt een lange adem nodig voordat je volume hebt opgebouwd.”

Waarom doe je mee aan de Accenture Innovation Awards?

“Vorig jaar bereikten we de halve finale, dit jaar doen we weer enthousiast mee aan de Accenture Innovation Awards. We merkten vorig jaar dat het moeilijk is om onze ingewikkelde technologie in één minuut te pitchen aan het grote publiek. We zijn hard aan het werk om dit verhaal korter en krachtiger te krijgen, met voorbeelden die tot de verbeelding spreken. De AIA winnen zou voor ons een mooie manier zijn om ons verhaal te vertellen aan de wereld.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Accerion deed mee aan de AIA 2016 en doet opnieuw mee dit jaar. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016.

 

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »