Posts Tagged ‘tweet’

GeenStijl op zwart vanwege ‘Media sterfhuis’

Posted 25 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

GeenStijl is sinds vanochtend op zwart gegaan uit protest tegen wat het bedrijf het ‘Media sterfhuis’ noemt. De nieuwe eigenaar van de Telegraaf Media Groep, het Belgische Mediahuis, wil van de omstreden opiniesite af.

Het lijkt een stil protest te zijn, want alleen in de broncode van de site is een verwijzing naar het Mediahuis te vinden. De Telegraaf zelf schijnt evenmin de reden te weten. Wel wordt een tweet van Joris von Loghausen geciteerd: ‘Operation Chrashing Eagle is go!’

Waarom de site vandaag op zwart is gegaan is niet duidelijk. De plannen voor het afstoten van de site zijn al langer bekend en GeenStijl reageerde daar destijds in gepaste stijl op. Wellicht komt er vrijdag meer duidelijkheid als TMG zijn halfjaarcijfers publiceert.

Het Mediahuis neemt zelf geen besluit over het afstoten van GeenStijl en zustersite Dumpert. Dat is een zaak van TMG zelf, aldus topman Gert Ysebaert.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Webtexttool: ‘Iedereen kan effectieve content schrijven’

Posted 18 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoe schrijf je een goede webtekst zonder expert te zijn in SEO? Webtexttool biedt de oplossing. “Iedereen moet de kans krijgen om de optimale online tekst te publiceren,” vertelt Marcel Leeman – medeoprichter en CEO van Webtexttool.

Marcel, hoe zou je Webtexttool omschrijven in één tweet?

“Een jong, snelgroeiend bedrijf dat tienduizenden gebruikers helpt met tips die leiden tot betere ranking, conversie en klanten.”

Wat doet Webtexttool?

“Webtexttool is een online omgeving waarin je webteksten kunt optimaliseren. Ons uitgangspunt is dat een goede tekst onder andere vindbaar moet zijn via Google – dus SEO-geoptimaliseerd – en moet converteren – dus de juiste gevolgen hebben bij lezers, zoals informatie aanvragen of iets kopen. Webtexttool coacht de gebruiker tijdens het schrijven, live en geautomatiseerd, om de optimale online tekst te realiseren.”

Welke visie schuilt erachter?

“Wij geloven dat iedereen de kans moet krijgen om de optimale online tekst te publiceren, ook als je geen verstand hebt van SEO of niet genoeg geld hebt voor een SEO-expert. Het is zonde als iemand veel werk en creativiteit steekt in een tekst, maar deze vervolgens niet wordt gelezen. Daarom willen wij mensen de mogelijkheid bieden om die tekst eenvoudig en goedkoop te optimaliseren.”

Waarom is deze optimalisatie belangrijk?

“Voor het hoofddoel van marketing: omzet maken. Om dit te behalen, moet je website onder andere hoog scoren in Google, via SEO-optimalisatie. Vervolgens wil je dat als mensen op je website belanden, ze de tekst lezen en de gewenste actie ondernemen – zoals doorklikken, klant worden, contact opnemen. Als je de SEO en de vervolghandeling onder controle hebt, kun je effectieve marketing voeren.”

Hoe werkt het precies?

“Je gaat naar de Webtexttool-website en logt in. Je begint met het juiste zoekwoord vast te stellen. Je wilt gevonden worden op een woord dat relevant is voor je website, waar weinig anderen op optimaliseren en waar veel mensen naar zoeken. Vervolgens schrijf je de tekst en krijg je tegelijkertijd feedback op wat beter kan, zoals een beschrijving van je afbeelding, het gebruik van koppen of de lengte van je tekst.”

En de derde stap?

“Na publicatie kun je nog de page tracker instellen. Die houdt bij op welke positie je website staat in Google en of je optimalisatiescore verandert. Zo zorg je dat je pagina hoog in de lijst blijft, ondanks eventuele wijzigingen in de regels van Google.”

Het is dus bruikbaar voor dummies?

“Absoluut. Je hoeft geen verstand te hebben van SEO-gericht schrijven of conversie om Webtexttool te gebruiken, de technologie doet het moeilijke werk. Lukt het toch niet? Alle stappen worden begeleid door een handleiding die zelf herkent waar je mee bezig bent. Daarnaast hebben we een uitgebreide hulp-functie met vragen en instructievideo’s, geven we SEO-cursussen en webinars en is er altijd nog de chatfunctie in de tool zelf.”

Hoe zorgen jullie voor een stijging in Google-ranking en leestijd?

“Vergelijk het met een hardloopwedstrijd: als je wilt winnen, zul je moeten trainen en de juiste kleding moeten dragen. Maar dan nog bestaat de kans dat de concurrentie je verslaat. Net zo is SEO een voorwaarde om überhaupt mee te dingen in de Google-ranking, maar we kunnen natuurlijk niets garanderen. Wel laat onze ervaring zien dat de teksten bij Webtexttool gemiddeld driehonderd procent stijgen in Google, en dat de leestijd verdubbelt.”

Werkt Webtexttool internationaal?

“Ja, we zijn de trotse eigenaar van klanten uit elke tijdzone. Europa is onze thuismarkt, maar we zijn eveneens actief in Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Onze tool werkt in 42 verschillende talen en kan zelfs Arabische teksten optimaliseren.”

Wie zijn de klanten van Webtexttool?

“Bedrijven en particulieren met een commerciële inslag, die online goed vindbaar willen zijn. We hebben zowel B2C- als B2B-klanten. Grote bedrijven helpen we ook met de implementatie van Webtexttool, aangezien zij vaak hulp willen bij de samenwerking tussen teamleden.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“Klanten betalen maandelijkse of jaarlijkse abonnementskosten voor de licentie. Kleine bedrijven of ZZP’ers met een lager budget komen we tegemoet met een jaarabonnement van 15 euro per maand. Wat grotere klanten kunnen het jaarlijkse businessabonnement afsluiten voor 59 euro per maand. Voor organisaties met meer dan twintig medewerkers berekenen we een prijs op aanvraag.”

Wie zijn je concurrenten?

“Naar mijn weten is er geen tool die precies dezelfde aanpak toepast, waarbij je kan samenwerken aan een tekst in zoveel talen. Je hebt wel de zogenoemde SEO-checkers – zoals TestSeo of SeoTesterOnline waar je je tekst in uploadt en je een SEO-kwaliteit ontvangt. Maar hierbij krijg je alleen het probleem te horen en weet je als leek niet ‘hoe nu verder’. Webtexttool adviseert proactief wat er aangepast moet worden: daar zit het verschil met concurrenten.”

En Yoast dan, de plug-in van WordPress?

“Die checkt maar enkele velden en werkt alleen in WordPress zelf. Niet iedereen heeft een WordPress-website en sommige collega’s – zoals vaak de schrijver van de content – werken niet in het CMS.”

Hoe is Webtexttool ontstaan?

“Medeoprichter Kyrill Poelmans en ik kennen elkaar als collega’s bij Achmea, waar we verantwoordelijk waren voor verschillende websites en interne applicaties. In 2010 startten we een eigen bedrijf, waarmee we andere bedrijven adviseerden over online-strategieën. Dat bedrijf hebben we verkocht en daarna begonnen we Webtexttool, dat live ging in januari 2016.”

Hoe ben je op het idee gekomen?

“Bij Achmea hadden we een ruim budget om de websites vindbaar te maken. Pas toen we ons eigen bedrijf begonnen, merkten we hoe lastig het is voor kleinere organisaties met weinig middelen. Wij dachten: waarom zouden we dit niet automatiseren, zodat het toegankelijk is voor iedereen? Nu werken we met een team van twaalf man in Arnhem en hebben we al twintigduizend gebruikers.”

Welk knelpunt kom je tegen als start-up?

“Het gat tussen de hoeveelheid werk die je hebt liggen en de hoeveelheid geld die je kunt uitgeven aan werknemers om dat op te pakken. Vaak heb je het geld niet om iemand aan te nemen door een te lage omzet. Maar zonder extra capaciteit kun je de gewenste groei niet verwezenlijken. Daardoor moet je als beginnend ondernemer constant vooruit investeren. In juni hebben we een investering binnengehaald van Topfonds Gelderland. Dat helpt bij dit probleem.”

Wat staat er op de planning?

“We willen een aantal functies toevoegen, zoals een optimalisatie van de tekstleesbaarheid. Hierbij checkt Webtexttool of je tekst niet te complex is. Daarnaast is onze nieuwste functie afgelopen woensdag gelanceerd, waarbij inzicht wordt gegeven in de zoekwoorden die anderen gebruiken in hetzelfde werkveld. Ten slotte willen we toevoegen dat Webtexttool via taalgebruik vaststelt of je tekst geschikt is voor een bepaalde doelgroep, bijvoorbeeld mannen of vrouwen.”

Jullie doen mee aan de Accenture Innovation Awards?

“Ja, een award als van Accenture geeft een enorme boost in publiciteit. We zijn momenteel druk bezig met de Social Voting-campagne van deze periode, waarbij we onze eigen website, social media-kanalen en netwerk inzetten om uiteindelijk de Publieksprijs te kunnen winnen.”

Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Webtexttool doet mee aan de (Social Voting-campagne van de) Accenture Innovation Awards van dit jaar en is daarnaast een partner van Accenture. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mantelzorg met minder regelstress dankzij familie-app Fello

Posted 11 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wat is het beste verzorgingstehuis voor oma? Wie kan er bij de dermatologie-afspraak van tante zijn? De tuin van opa moet worden opgeknapt… “In het veranderende zorgsysteem krijgen mantelzorgers steeds meer taken en functies. Het leidt tot een hoop geregel dat ten koste gaat van werkelijke zorg en aandacht”, vindt Fello-mede-oprichter Elien Phernambucq.

Elien, hoe zou je Fello omschrijven in één tweet?

“Say hello to Fello: een gedeelde agenda-app waarmee je samen voor een familielid zorgt. Makkelijk en gratis!”

Wat gebeurt er in de mantelzorg?

“In de zorg vindt momenteel een verschuiving plaats, waardoor meer verantwoordelijkheden bij de familie komt te liggen. Mantelzorgers moeten zelfredzamer zijn, zelf zaken regelen en plannen. Tijdens zo’n zorgtraject moeten veel beslissingen worden genomen, van ‘nemen we een traplift voor m’n langdurig zieke zus?’ tot ‘naar welk verzorgingstehuis moet oma toe?’. Dit veroorzaakt soms veel stress bij mantelzorgers.”

Welk probleem lost Fello op?

“Mantelzorgers doen nobel werk, maar ervaren veel rompslomp bij de dagelijkse afstemming van wie wat wanneer doet. Ook beslissen over de zorg van hun familielid kan veel uren in beslag nemen. Als de regelstress verdwijnt uit de mantelzorg, blijft er meer tijd over voor de werkelijke zorg en aandacht. Hier komt Fello kijken.”

Hoe pakt Fello het probleem aan?

“Wij hebben een gedeelde agenda gemaakt voor families die voor iemand zorgen, in de vorm van een gratis app. De app maakt het dagelijkse geregel overzichtelijk en gemakkelijk, waardoor mantelzorgers gemakkelijk hulp kunnen inschakelen, goed kunnen communiceren over beslissingen, tijd kunnen besparen in het regelwerk en zich zo kunnen richten op de echte zorg.”

Wat kunnen mantelzorgers met de app?

“De weekplanner wordt het meest gebruikt. Het is een visueel weekoverzicht, waar familieleden gemakkelijk afspraken kunnen inplannen en inzien. Weet je nog niet wie er meekan naar de doktersafspraak van je moeder, dan krijgen alle groepsleden een melding waarbij ze kunnen aangeven of ze erbij zijn of niet. Ook kunnen gebruikers met elkaar chatten per onderwerp – van ‘het huis van oma moet gepoetst worden’ tot ‘dit was de uitslag bij de cardioloog’. Ten derde bieden we partnerdiensten aan via de app.”

Partnerdiensten?

“Met de app willen we de familie koppelen aan relevante informatie en dienstverlening. Een voorbeeld is Senior Service: een bedrijf dat mantelzorgers helpt bij de zorg als de druk hen te groot wordt. Op tijd hulp inschakelen helpt hen om zelfredzamer te zijn. Senior Service is de eerste partnerdienst die we aanbieden in de Fello-app, maar we willen in de toekomst meer diensten toevoegen.”

Met wie werkt Fello nog meer samen?

“De Achmea Foundation steunt ons in de vorm van kennis en financiën. Daarnaast is het Zilveren Kruis een goede partner die ons naast hulp bij de app ook geloofwaardigheid geeft. Fello kwam als tweede uit de bus bij hun test waarin verzekerden mantelzorgapps beoordeelden.”

Waar ligt de kracht van de Fello-app?

“We hebben de app bewust heel eenvoudig gehouden. Het is zo simpel als WhatsApp, maar dan toegespitst op de zorg. Het biedt naast chatten ook een agenda en diensten, maar biedt tegelijk ook mensen die niet zo technisch zijn de kans om mee te doen. Laatst sprak ik nog een gebruiker van ver in de tachtig, dat is toch fantastisch? Maar het is tegelijk hip genoeg voor het nichtje van dertien. Die eenvoud is het succes van Fello.”

Is de app ook internationaal inzetbaar?

“We bieden Fello momenteel alleen in het Nederlands aan. Technisch gezien kunnen we vrij gemakkelijk meertalig uitbreiden. Het punt is dat de zorgmarkt heel landspecifiek is. We hebben strategische partners nodig in het buitenland om de app daar draagvlak te geven.”

Hoe verhoudt de Nederlandse zorgmarkt zich vergeleken met het buitenland?

“Waar het in Zuid-Europa bijvoorbeeld heel normaal is om oma in huis te nemen, is dat in Nederland veel minder gebruikelijk. Onze maatschappij kent gender-gelijkheid, fulltimewerkweken en sociale druk. Dat vereist organisatie en veroorzaakt geregel. In Nederland zijn momenteel vier miljoen mantelzorgers actief.”

Ontwikkelt Fello de software zelf?

“Ja, we hebben zelf ontwikkelaars in huis. Daarnaast werken we veel samen met redacteuren, marketeers en onderzoekbureaus. De kerntaken, van ontwikkeling tot klantenservice en design, doet Fello allemaal zelf.”

Hoe ziet Fello’s verdienmodel eruit?

“We zijn opgestart dankzij investeringen van onder andere Vodafone en de Achmea Foundation. Om impact te blijven maken, is het nu belangrijk om een goed verdienmodel te bouwen. Dit willen we in de toekomst doen door de samenwerking met partnerdiensten. Als onze gebruikers hun dienst in gebruik nemen, berekenen we marge. Voor mantelzorgers blijft de app gratis.”

Kunnen alle mantelzorgers de app gebruiken?

“Ja. Wel merken we dat elke situatie om andere informatie en hulp vraagt. Daarom willen we de app in de toekomst toespitsen op ziektebeelden. Samen met zorginstellingen kunnen we specifieke informatie en diensten aanbieden die relevant zijn voor dat type mantelzorger.”

Heeft Fello concurrentie?

“Er bestaan verschillende cliëntportalen vanuit zorginstellingen – Alzheimer Nederland heeft bijvoorbeeld een app om mensen te ondersteunen die dementerenden verzorgen. Ook Caren Zorgt is bijvoorbeeld een grote partij die hiermee bezig is. Wij zien dit eerder als collega-app, in plaats van concurrentie. We vullen elkaar aan.”

Hoe is het idee van Fello ontstaan?

“De vier oprichters – Niels Meijssen, Johan Langendoen, Michael Noom en ik – kennen elkaar van ons webbureau De Wortel van Drie. De moeder van Niels is wijkverpleegkundige bij Buurtzorg en zij merkte dat mensen steeds meer moeite hebben met mantelzorgorganisatie. Zij kwam bij ons op zoek naar een oplossing. In januari 2015 zijn we officieel live gegaan met Fello in de AppStore en PlayStore.”

Hoe groot is Fello nu?

“Fello heeft nu meer dan zesduizend gebruikers en groeit nog steeds hard. In 2015 wonnen we het programma van Vodafone – Mobiles For Good – en vorig jaar hebben we de HeldCare-prijs van de Achmea Foundation gewonnen. Het zijn twee grote prijzen die onze groei versneld hebben.”

Hoe pak je de marketing aan?

“De marketing van Fello is een grote uitdaging, aangezien we een versnipperd publiek willen bereiken. In feite kan iedereen mantelzorger zijn. We publiceren regelmatig artikelen over specifieke problemen, tips of ervaringen van mantelzorgers. Daarnaast bezorgt mond-tot-mondreclame ons veel gebruikers. Maar één persoon hoeft van onze app te horen, waardoor die hele familie Fello gebruikt. Hiermee willen we voor het einde van het jaar twintigduizend gebruikers hebben.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Social Travel 30: Landal GreenParks, D-reizen en Belvilla koplopers

Posted 06 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Welk Nederlandse reismerken scoren het best op social media? Emerce en Buzzcapture presenteren de kwartaalmonitor Social Travel 30. Met een verrassend grote rol voor vakantieparken/-huizen.

Van vijftig Nederlandse reismerken houdt Buzzcapture elk kwartaal bij voor Emerce Travel hoe ze het doen op social en in de online media – wat is het bereik, sentiment en de PR-waarde van de ‘buzz’ rond het merk? Op basis van de positie op die drie ranglijsten wordt de ultieme top-30 samengesteld. Met in het afgelopen kwartaal (april tot en met juni) Landal GreenParks als koploper. De bungalowketen behaalde respectievelijk de zesde plek op social media, werd vijftiende qua PR-waarde en tweede qua sentiment. De sentimentscore telt twee keer mee. Opgeteld leverde dat Landal GreenParks de eerste positie op in de ranglijst, gevolgd door D-reizen en Belvilla.

Social media score

De luchthaven Schiphol staat met bijna 70.000 uitingen bovenaan qua volume op social media. Trending topics in de gemeten periode zijn de aanhoudende drukte op de luchthaven en de aankomst van de reuzenpanda’s Wu Weng en Xing Ya uit China – en vooral de rol van Schiphol in de aankomst van de dieren. De berichten over de drukte betroffen met name klachten en vragen. Sommige tweets geven met een foto aan dat het toch echt hoog tijd is dat er wat aan de wachtrijen wordt gedaan.

Bij Ryanair kwam door deze tweet naar voren dat de maatschappij mensen opzettelijk uit elkaar zou zetten, om ze zo extra geld in rekening te kunnen brengen. Dit zorgde voor veel negatieve buzz rondom de organisatie.

De campagne van TUI in combinatie met Ajax pakte op Twitter erg goed uit. De tweet die je moest retweeten om kans te maken op een reischeque ter waarde van 750 euro kreeg ruim 1.100 retweets en zorgde zo voor een opvallende piek in het volume op social media van TUI Nederland.

Public Relations

Roompot Vakanties kreeg veel aandacht in de media door de sponsoring van het Nederlandse wielerteam: Roompot – Nederlandse loterij. Ruim 1.000 berichten zijn gerelateerd aan deze sponsoring. Het zijn voornamelijk persberichten over het wielerteam, zoals deze recente publicatie op AD.nl over ploegleider Breukink.

Schiphol en KLM werden beide veel genoemd in de media in het afgelopen kwartaal. De pieken lopen hierin ook redelijk gelijk, bijvoorbeeld nadat KLM’s president-directeur Pieter Elbers vertelde lange wachtrijen te verwachten tijdens de zomermaanden met mogelijke reputatieschade voor zowel KLM als Schiphol als gevolg.

EasyJet kreeg veel aandacht in de media vanwege een toestel dat een noodlanding maakte, omdat passagiers hintten op een terroristische actie. De reacties op social media op deze nieuwsberichten zijn positief. ‘Beter voorkomen dan genezen’ is de algemene tendens.

Sentiment

Opvallend is dat de top drie uit de sentiment top-30 allemaal iets te maken hebben met vakantiehuisjes. Bungalowspecials, Landal GreenParks en Pierre & Vacances Center Parcs scoren hoog. Veel bezoekers delen hun positieve ervaringen op social media zoals Instagram en Twitter.

Wat verder opvalt, is dat Rotterdam/The Hague Airport 11 procent negatief sentiment kent. Dit komt voornamelijk doordat milieuactivisten het onderzoek van GroenLinks delen. Uit dit onderzoek bleek dat een uitbreiding van de luchthaven slecht zou zijn voor het milieu.

Emerce top 30 q2

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Een artikel plaatsen op LinkedIn: Best Practices

Posted 26 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het publicatieplatform van LinkedIn, ook wel ‘LinkedIn articles’ genoemd, groeit hard. Veel B2B-bedrijven halen al indrukwekkende resultaten met het publiceren van langere artikelen op LinkedIn. In dit artikel leer je wat het publiceren van artikelen op LinkedIn je kan brengen, hoe je dit het beste kunt aanpakken en welke valkuilen je beter kunt vermijden.

Begin nu met het genereren van meer hoogwaardige leads via LinkedIn dankzij het publiceren van LinkedIn articles.

Waarom een artikel plaatsen op LinkedIn?

Via LinkedIn articles kun je zogenoemde ‘long form posts’ publiceren. Duizend woorden of meer. Net als bij Google, hoe meer hoe beter. Zo lang je het maar relevant houdt. Het is een manier om je expertise onder de aandacht te brengen bij een groter publiek. Zeker wanneer die je content gaan liken en delen.

Voor de B2B-marketeer is LinkedIn als prominent business platform een krachtig kanaal. Zeker als je nagaat dat LinkedIn al meer dan een half miljard gebruikers heeft, waarvan zeven miljoen in Nederland. Wij Nederlanders behoren trouwens tot de meest actieve LinkedInners, nog een reden om met LinkedIn articles te starten.

Vandaag de dag is content meer dan ooit king. Elke zichzelf respecterende marketeer heeft zijn of haar contentstrategie intussen klaar of werkt eraan. Waarom? Met steeds strenger wordende privacy wetgeving moet je eigenlijk wel. Iemand ‘out of the blue’ een reclame mailtje sturen of een potential zonder toestemming opbellen kan niet meer. De tijd dat alleen de markt je afstraft is voorbij. Binnenkort krijg je er gewoon een boete voor.

Dus hoe kom je dan aan je nieuwe leads? Door deze met originele, authentieke en relevante content naar je toe te trekken. Een van de beste manieren voor B2B-marketeers is om dat te doen door regelmatig LinkedIn artikelen te publiceren.

LinkedIn Articles begon een paar jaar geleden als ‘LinkedIn Pulse’. In eerste instantie was Pulse een exclusief platform voor ‘thought leaders’ zoals Sir Richard Branson. Sinds het in 2015 open is gegaan voor een groter publiek luistert het naar de naam LinkedIn Articles en mag iedereen publiceren.

To blog or not to blog

Je kunt het publiceren op LinkedIn zien als een vorm van bloggen. Het kan heel goed werken zolang je maar niet teveel wilt verkopen met wat je schrijft. Hou het bij kennis delen. Veel geven dus, zaaien. Het oogsten komt pas later. Je schrijft je blogs of artikelen om aan je autoriteit te bouwen. Investeren in naamsbekendheid. De return op dat investeren komt terug in de vorm van een groeiend aantal contacten en, daar gaat het uiteindelijk om, aanvragen voor offertes.

Overigens hoef je je blogs natuurlijk niet per se zelf te schrijven. Niet iedereen wil dit. Tijdgebrek is ook wel eens een reden. Wil je toch onder eigen naam iets publiceren dan kun je een ghostwriter inhuren. Dat is een copywriter die je van een tekst voorziet die je dan zelf kunt publiceren, alsof je het zelf hebt geschreven.​​

Bloggen, net als een nieuwsbrief via e-mail, werkt alleen goed als je dit met enige frequentie doet. Zo zorg je voor een natuurlijke pull. Ook hier kan een externe partij verlichting bieden. Voor goede content abonnementen kun je terecht bij CopyRobin of de CopyMaker.

Zo publiceer je een artikel op LinkedIn Articles

In het begin bleek het nog best lastig om zo’n longpost te schrijven. Niet iedereen kreeg namelijk toegang. Dat moet nu over zijn. Sinds de interface-aanpassing na de overname door Microsoft zie je bovenaan een knop met ‘artikel schrijven’. Deze knop brengt je rechtstreeks naar de editor van LinkedIn Articles. Of publicaties, als je LinkedIn op Nederlands hebt staan.

De editor spreekt qua gebruik voor zich. Kopjes, quotes of een linkje invoegen gaat gemakkelijk met de knoppen bovenaan de pagina. Plakken vanuit een andere editor kan natuurlijk ook. Loop wel je tekst even na of alle opmaak correct is overgenomen. Wanneer je uit Microsoft Word plakt dan zul je merken dat de headers niet overgenomen worden als kopjes. Dit moet je handmatig doen. Om op safe te spelen is het een handige tip om, na het plakken, de gehele tekst te selecteren (ctrl-a op een windows pc) en deze naar de ‘normale’ opmaak te zetten. Dan ga je je kopjes af en stelt deze opnieuw in als kop 1 of kop 2.

Ben je klaar met schrijven dan publiceer je het artikel door op de blauwe ‘publiceren’ knop te drukken rechtsboven. Je krijgt dan een dialoogkader te zien waar je wat extra tekst en tags kunt toevoegen om jouw artikel beter vindbaar te maken. Vergeet dus vooral niet om je steekwoorden of zoekbegrippen met een ‘#’ toe te voegen. Je ziet ook nog een voorbeeld hoe dit artikel eruit ziet in de nieuwsfeed. Meestal zul je een thumbnail van de gekozen cover image zien en de titel. Plus je naam omdat je de auteur bent van het artikel. Dit is het moment om te bedenken of de door jou gekozen titel voldoende pull heeft. Ben je tevreden? Dan druk je op publiceren. Anders kun je nu nog terug naar de editor om de titel aan te passen.

Let op dat het artikel in je persoonlijke activiteiten terecht komt. Vanuit een bedrijfspagina kun je nog geen artikel plaatsen op LinkedIn. Dat los je anders op, daar komen we straks bij de promotie nog op terug. Jouw artikelen blijven online staan en je kunt ze altijd aanpassen. Merk je dat je te weinig response krijgt? Dan ga je terug in de editor (op dezelfde manier als hierboven omschreven), druk op het knopje ‘meer’ en kies voor ‘artikelen’. Nu kun je een eerder geschreven artikel weer oproepen, aanpassen en opnieuw publiceren.

Statistieken en tien optimalisatietips

Er is nog niet zoveel bekend over impact van deze artikelen en welke technieken het beste werken. Zoek je naar statistieken dan zul je vooral gegevens vinden die over ‘pulse’ gaan, dus voordat iedereen artikelen mocht schrijven. Een van de weinige artikelen met een analyse van de huidige situatie werd door Paul Shapiro geschreven. Hij geeft hierin, op basis van de analyse van ongeveer 3000 LinkedIn artikelen, inzicht in welke elementen leiden tot het hoogste aantal views, likes en shares. Dit zijn de tips en tricks:

  1. Gebruik een titel van 40 tot 49 karakters.
  2. Gebruik acht afbeeldingen in de tekst.
  3. Kijk uit met het embedden van video, audio of andere multimedia.
  4. Kopjes. Geen vragende zinnen als kopjes gebruiken, wel ‘hoe doe je…’ of lijstjes.
  5. Een tekst met vijf kopjes scoort het beste.
  6. De sweetspot voor LinkedIn articles is 1900-2000 woorden. Die worden het beste gelezen.
  7. Schrijf met een neutraal sentiment.
  8. Gebruik eenvoudige taal, alsof je voor een 11 jarige schrijft.
  9. Promoot je artikel ook op andere social media.
  10. Je doel is zoveel mogelijk likes scoren. Daaruit volgen de shares en comments vanzelf.

Vooral punt 3 en 4 vond ik verrassend. Jij ook? Ik heb altijd het tegendeel geleerd. Tijd dus om te experimenteren. Zou LinkedIn de uitzondering op de regel zijn of hebben we te maken met een trend die verandert. Ik ben benieuwd naar jouw mening, wil je die delen in de comments?

Mengvormen en syndicatie

Wil je aan de slag hiermee en een artikel plaatsen op LinkedIn? Dan kan ik me voorstellen dat je je afvraagt of dat dan ook weer originele content moet zijn. Terecht. Voor onze SEO-strategie straft Google ons uiteindelijk af wanneer we een identieke tekst (duplicate content) op meerdere plaatsen publiceren.

Wat blijkt? Het gezaghebbende Yoast heeft precies deze vraag al beantwoord. Het is geen probleem om een blog dat je eerder op jouw eigen website plaatste ook op LinkedIn te publiceren. Bij voorkeur in die volgorde. En laat wat tijd ertussen om Google de blog van je website te indexeren. Publiceer daarna op LinkedIn en plaats een opmerking eronder dat je dit artikel al eerder op jouw eigen website publiceerde. Dan is er niets aan de hand.

Het is wel mogelijk dat Google het LinkedIn artikel hoger rankt dan de blog op je eigen site. Daar kun je natuurlijk gebruik van maken. Publiceer een deel van het blog op LinkedIn en link dan door naar jouw eigen site en de volledige blog daar. Zo genereer je nog extra verkeer naar je eigen site ook. Een mooie mengvorm om te gebruiken. Het mooiste is wanneer je door middel van een ‘bookmark’ linkt naar de plek waar de lezer verder kan lezen, niet naar de bovenkant van de blog.

Voor wie schrijf je?

Een van de belangrijkste regels bij het maken van content of teksten is dat je het voor de lezer doet. Het is misschien wat breder dan enkel voor LinkedIn maar zeker van belang. Zonder lezers geen likes, toch? Laat je dus, ook op LinkedIn, niet verleiden tot allerhande professioneel klinkende terminologie. Schrijf je verhaal op alsof je tegen één persoon aan het praten bent, het liefst een tiener. En blijf onthouden, het gaat niet om wat jij kunt maar om wat de lezer wil weten.

Wanneer publiceer je je artikel

Het tijdstip van publiceren is ook zo’n vraag waar eigenlijk geen generiek antwoord op mogelijk is. Het hangt, opnieuw, van je publiek of doelgroep af. Veel experts zullen donderdag als beste publicatiedag aandragen. Het is ook de dag die het artikel van Paul Shapiro bevestigt. Ik heb zelf een tijdje goede ervaring gehad met woensdagmiddag. Dan was mijn doelgroep (ouders met kinderen op de basisschool) namelijk thuis en ging facebooken en Linkedinnen. Test hier dus mee. Ook de tijdstippen waarop je publiceert zijn van belang.

Hoe zorg je ervoor dat jouw artikel gelezen wordt?

Natuurlijk heb je content in handen die superinteressant is en hyperrelevant. Leuk geschreven in de juiste tone of voice. Daar ligt het dus niet aan. Uitsluitend een artikel plaatsen op LinkedIn is niet voldoende. De manier waarop het systeem van LinkedIn werkt maakt dat bij het publiceren het artikel in jouw ‘feed’ terecht komt. Dat betekent dat het potentieel door jouw connecties wordt gezien. Maar niet allemaal natuurlijk. Tijd om wat aan promotie te doen!

Je kunt vandaag nog niet vanuit een bedrijfspagina een artikel plaatsen op LinkedIn. Je kunt natuurlijk wel dat artikel delen. Doe dat dan ook. Dan staat het namelijk ook meteen op jouw LinkedIn-bedrijfspagina. Verder is het verstandig om het artikel ook te delen in relevante LinkedIn-groepen. Zo vergroot je het bereik. Promoot het artikel ook vanuit andere kanalen die je gebruikt, bijvoorbeeld via Twitter. Hoe meer je dit artikel onder de aandacht brengt, hoe groter de kans dat jouw likes, comments en shares groeien.

Tenslotte: promotie mag in dit geval schaamteloos. Je hoeft je echt niet tot één keer delen te beperken. Bedenk bijvoorbeeld vijf tweets om je artikel te promoten en stuur deze met een link naar het artikel op verschillende momenten rond. Een tooltje zoals Tweriod kan je helpen bij het kiezen van de juiste momenten. Zo zorg je ervoor dat het artikel door zoveel mogelijk mensen wordt gezien en hopelijk ook gelezen (en geliked!). Hou in het achterhoofd dat van alle dingen die je deelt, vaak maar een procent of twintig wordt gezien. Zeker bij mensen met veel connecties. Die hebben een erg drukke persoonlijke feed.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Nepnieuws is gewoon te koop’

Posted 14 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nepnieuws is te koop. Beweert in elk geval Trend Micro in het rapport ‘The Fake News Machine: How Propagandists Abuse the Internet and Manipulate the Public’. Een twaalf maanden durende campagne om verkiezingsuitslagen te beïnvloeden kost zo’n 357.700 euro. Het in diskrediet brengen van een journalist kost ongeveer 49.175 euro.

Het produceren en ‘vermarkten’ van nepnieuws door cybercriminelen is lucratief op het darkweb, zegt Trend Micro. Er heeft zich inmiddels een volledig nieuwe dienst ‘nepnieuws-as-a-service’ ontwikkeld die het wel erg gemakkelijk maakt om via sociale media en andere online platformen ‘nieuws’ te promoten om zo de publieke opinie te beïnvloeden.

Het rapport schetst de stappen die worden gezet om de publieke opinie te beïnvloeden; van het verkennen van de doelgroep en de voorbereiding van het nepnieuwsbericht tot en met de publicatie en exploitatie daarvan via sociale media en andere kanalen.

Er blijken talloze ‘ondergrondse’ sites actief te zijn die nepnieuws georiënteerde diensten tegen betaling aanbieden. In veel gevallen is dit een uitbreiding op andere frauduleuze praktijken zoals black hat SEO, klikfraude en botverkeer.

Die diensten die online worden aangeboden omvatten onder meer het creëren van nepprofielen en -groepen op sociale media, schrijven van nepberichten, het aanjagen van likes en retweets om de verspreiding van het nepbericht te bevorderen en zelfs het bouwen van een niet van echt te onderscheiden nieuwswebsite.

Voor een meerprijs is het ook mogelijk om meerdere nieuwssites te kopen die onderling naar elkaar verwijzen en linken, wat de campagne meer authenticiteit geeft. Het onderzoek toont ook de verschillen aan tussen nepnieuws afkomstig van Chinese, Russische, Arabische en Engelstalige ondergrondse zwarte markten. Zo kun je in China al nep-advertorials kopen voor ongeveer CNY 100 (zo’n 12,50 euro.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ubiqu: ‘Wij geloven dat je telefoon je sleutels en pasjes kan vervangen.’

Posted 06 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vertrekken van huis met alleen je telefoon op zak. Bij Ubiqu zijn ze er zeker van dat we in de toekomst geen pinpassen en sleutels meer nodig hebben. Deuren openen, geld pinnen en inloggen op websites doe je veilig en gemakkelijk met de software van Ubiqu. Oprichters Guus Stigter en Boris Goranov vertellen hoe hun software een sleutelloze toekomst binnen handbereik brengt.

Hoe zou je Ubiqu omschrijven in één tweet?
“Met Ubiqu kun je inloggen met een app: geen gebruiksnaam of wachtwoord, wel de veiligheid van een smartcard.”

Een sleutelloze toekomst: vertel eens?
“Smartphones kunnen steeds meer, maar we merken dat consumenten met sleutels en inloggegevens erg voorzichtig zijn. Ze vinden het eng om belangrijke wachtwoorden online te beheren. Wij willen de verandering van offline- naar onlinesleutels versnellen met onze software, waarmee we veiligheid en gemak garanderen. Wij geloven dat je telefoon al je sleutels en pasjes kan vervangen.”

Wat houdt de software in?
“Oorspronkelijk zijn we in 2010 met Ubiqu begonnen met software waarmee je met je mobiele telefoon fysieke deuren kon openen, zonder sleutel op pad dus. We vonden het opmerkelijk dat dit nog niet met een slimme vervanger van sleutels en pasjes kon. Omdat je natuurlijk niet wil dat iemand de voordeur van je huis hackt, was de software optimaal veilig. In het verlengde kon je met deze voorganger van Ubiqu ook andere deuren offline besturen – wat goed van pas komt in parkeergarages bijvoorbeeld.”

Hoe is dit uitgebreid naar andere gebruiksvormen?
“Drie jaar geleden hadden we het eureka-moment dat onze software zó veilig was dat het veel breder toepasbaar is dan alleen op deuren. Je kunt er ook mee inloggen op websites, juridisch geldige handtekeningen zetten, transacties goedkeuren en zelfs pinnen bij een pinautomaat. Al deze verschillende opties kun je beheren met één pincode op je mobiele telefoon.”

Dit is dus wel veilig?
“Zeker. Het is bij veel bedrijven een eeuwig gevecht tussen veiligheid en gebruiksvriendelijkheid. ‘Zware’ smartcards – met chips die de veiligheid van het signaal controleren – zijn veilig maar gelimiteerd. Lichtere mobiele opties zijn niet veilig genoeg voor geldtransacties of wachtwoordbeheer. Wij hebben veiligheid en gebruiksvriendelijkheid wel weten te combineren, waardoor al je wachtwoorden worden vervangen door één pincode.”

Veiliger dan apps van banken?
“Ja. Banken willen aan de ene kant een app waarin je alles kunt doen, maar om dit veilig te maken gebruiken ze nog hardware in de vorm van een kaartlezer. In de app zelf zitten restricties zoals een maximaal bedrag dat je kunt overmaken. Dat is zakelijk gezien niet goed te gebruiken. Met onze software kun je ook geld pinnen, wat de kans op een geskimde pinpas wegneemt.”

Hoe zorgt Ubiqu voor deze optimale veiligheid?
“Als je je als gebruiker aanmeldt op een website, krijg je een gebruikersnaam en wachtwoord. Bij zaken die meer veiligheid nodig hebben – zoals bankzaken of de overheidswebsite – krijg je een bankpas, kaartlezer of een ID-verificatie met sms-code. Ubiqu geeft je de kans om dit allemaal thuis te laten, door de Ubiqu-app aan dat pasje of die verificatie te koppelen. Omdat de gegevens daarvan in de cloud worden opgeslagen, kun je al je wachtwoorden, ID’s en sleutels virtueel gebruiken. Alles is veilig opgeslagen in een beveiligde computer, ofwel hardware security module, in een beveiligd datacenter.”

Hoe is Ubiqu innovatief?
“Doordat alle beveiligde informatie is opgeslagen in de cloud, kan de gebruiker zijn pasjes, wachtwoorden en sleutels gemakkelijk gebruiken via zijn mobiele telefoon. Je wachtwoorden zijn zo ook beschermd tegen hackers, aangezien de software constant geüpdatet wordt. Zelfs als je je telefoon verliest, kan het gemakkelijk overgezet worden naar een ander apparaat.”

Waar werken jullie mee naast banken?
“We zijn momenteel bezig met twee grote projecten. Met KPN werken we aan een DigiD-oplossing. DigiD bleek niet veilig genoeg door het gebruik van sms’jes, dus KPN wordt onderdeel van de vervanging: Idensys. Wij leveren de techniek achter het inlogscherm van de app, waardoor op een veilige manier kan worden ingelogd, transacties worden goedgekeurd en bijvoorbeeld belastingaangifte worden gedaan, gemakkelijk via een app.”

En het andere project?
“Pakketbezorging. We werken aan een oplossing waarbij je bestelling ’s nachts in je auto wordt bezorgd. Je auto fungeert hierbij als een kluis – de bezorger kan de achterklep openmaken en het pakketje in je auto leggen. Vannacht besteld, voor zeven uur ’s ochtends bezorgd. Het biedt voordelen voor alle partijen. Bezorgers kunnen snelheid maken zonder files en gesloten voordeuren, consumenten hoeven niet thuis op hun pakketje te wachten. TNT heeft een vergelijkbaar systeem met NOX, waarbij ’s nachts materialen en gereedschap wordt geleverd in bedrijfsbusjes van monteurs. Wij willen samen met TNT deze dienst naar de particuliere consument halen.”

Wat zit er inbegrepen bij Ubiqu’s dienst?
“Wij leveren puur de software voor de techniek achter inlogschermen. We zijn een kleine component in het hele product, maar wel de belangrijkste. Wat we doen, zit in het inlogschermpje van apps verstopt, of bijvoorbeeld het pincode-scherm van een pinautomaat. Voor het openen van deuren hebben we ‘Ubiqu Access’ en om in te loggen op websites heet het product ‘Ubiqu ID’.”

Waar komt de naam Ubiqu vandaan?
“Het idee komt van Mark Weiser van Xerox Parc. Ubiqu is vernoemd naar ubiquitous computing – een software-concept waarbij gebruik van een computer altijd en overal beschikbaar wordt gemaakt. Daarnaast is ‘ubique’ Latijns voor ‘algeheel/alles’. Ubiqu maakt het mogelijk om alles beschikbaar te maken op je telefoon/computer.”

Hoe werkt de software?
“Het is een app waarbij we een koppeling hebben gemaakt met een secure element op de server. De crux is dat onze ‘hardware’ opgeslagen is in de cloud. Hiermee veranderen we je mobiele telefoon in de best mogelijke afstandsbediening die er bestaat: veilig en gemakkelijk. Je hebt je telefoon altijd bij je en je kunt met één zelfgemaakte pincode – of bijvoorbeeld je vingerafdruk – allerlei sleutels en wachtwoorden vervangen.”

Het is dus zowel voor websites als fysieke producten inzetbaar?
“Ja, ons bedrijf heeft twee takken. Aan de ene kant de online IT-tak waarbij we apps verbeteren en inloggegevens vervangen. Aan de andere kant zetten we fysieke sleutels – van bijvoorbeeld je huis, auto of je pinpas – om naar een online pincode. We gebruiken dezelfde techniek, maar de markt is anders.”

Hebben jullie de software zelf ontwikkeld?
“Ja, inclusief intellectueel eigendom en vijf patenten. Het bleek echt uniek te zijn om software te hebben die zo veilig en tegelijk gebruiksvriendelijk is. Hierin zijn we de eerste ter wereld.”

Hoe beschermt Ubiqu de software tegen hackers?
“Het is moeilijk om te zeggen dat je geheel niet te hacken bent, maar wij maken het erg moeilijk op verschillende manieren. Ten eerste hebben we ervoor gezorgd dat de software niet als geheel te hacken is, maar alleen per los apparaat. Omdat je telefoon een extra controle biedt van bijvoorbeeld een transactie via je computer of de pinautomaat, kun je gemakkelijk zien of het wel klopt – ook als er bijvoorbeeld een virus op je laptop zit.”

En verder?
“Daarnaast gebeurt het inlogproces online en kunnen wij dit 24/7 monitoren. Als we iets alarmerends zien, kunnen we ingrijpen. Zo kunnen we de app constant blijven vernieuwen, wat het oninteressant maakt voor hackers. Stel: ze hacken één keer de telefoon van klant X, dan kunnen ze deze informatie niet gebruiken om een ander apparaat of later nog een keer te hacken. Ons secure element zit in de cloud, dus die vernieuwen we constant.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?
“Onze klanten zijn nu nog alleen bedrijven, die de software kopen en in hun eigen app of product verwerken. Wij rekenen in abonnementsvorm: een klein bedrag per gebruiker per jaar. Omdat wij ons focussen op de massamarkt, dus bedrijven met miljoenen gebruikers, kunnen we het veel goedkoper houden dan andere veiligheidsdiensten. Die rekenen vaak eenzelfde bedrag per maand in plaats van per jaar. Ook willen we in de toekomst aan de particulier zelf kunnen aanbieden.”

Hoe gaat Ubiqu voor consumenten eruitzien?
“Op dit moment krijg je je pasjes altijd via het bedrijf – bijvoorbeeld de bank, KPN of de overheid. Maar voor je eigen website of Twitter-account gebruik je nog steeds wachtwoorden. Wij onderzoeken hoe we particulieren een gratis versie van onze software kunnen bieden, die je kunt gebruiken om zowel je eigen wachtwoorden, pasjes en sleutels te vervangen, als die van bedrijven.”

Hebben jullie concurrenten?
“Je hebt altijd concurrenten, maar wij zijn geheel uniek in onze combinatie van veiligheid en gebruiksgemak. Er zijn bijvoorbeeld al verschillende veilige opties, zoals de kaartlezers, maar die hebben de hardware nodig. Daarnaast bestaan er al apps – zoals de internetbankieren-apps, maar die komen niet in de buurt van ons niveau van veiligheid en hebben daardoor veel restricties.”

Wat zijn de toekomstplannen van Ubiqu?
“Uitbreiden in het buitenland. In Europa en Azië zijn we nu al in overleg, maar willen we uiteindelijk ook de markt veroveren. Daarnaast willen we onze software zoveel mogelijk bij de particuliere consument krijgen, in de vorm van bijvoorbeeld het gratis pakket en de nachtelijke bezorgservice bij TNT. Het ultieme doel is toch wel om in de toekomst geen sleutels meer te hebben – dat iedereen onze dienst gebruikt om deuren en websites te openen en geld te pinnen.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Opera stopt met iOS’

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Opera gaat vooralsnog niet verder met zijn browsers voor iOS. De ontwikkeling is tot nader orde stopgezet, zo laat een van de ontwikkelaars in een tweet weten.

De twee browsers voor iOS Opera Mini en Opera Coast zijn dit jaar niet meer bijgewerkt. Een reden daarvoor is niet bekend, maar het is geen geheim dat Apple ontwikkelaars weinig keuze laat. Zij moeten gebruikmaken van Safari’s webkit voor iOS.

Opera gaat wel verder met Android, Mac en Windows.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Populier twittert over zijn gezondheid

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wageningen University & Research claimt de primeur van de eerste Nederlandse Twitter boom. Een ruim dertig jaar oude populier twittert over hoe hij warme, droge dagen met watertekort ervaart en onder welke omstandigheden hij prima groeit.

De twitterende boom stuurt als @TreeWatchWUR berichten over hoeveel water er door zijn vaten stroomt en hoe hard hij groeit. Watertekort tijdens een periode met hete en droge dagen leidt tot ‘stress’ voor de boom en vertraagt de groei.

De tweets zijn bedoeld als gimmick om bewustzijn bij het publiek te creëren voor de interactie tussen bomen en hun omgeving. De verzamelde gegevens dienen voor het vergroten van kennis over fysiologische processen in bomen in relatie tot weersomstandigheden en implicaties van toekomstige klimaatverandering.

De boom in Wageningen is de vijfde twitterende boom in Europa. Naast de Nederlandse boom twitteren nog een eik, een esdoorn en een beuk in België en een grove den in Duitsland. Doel is om twitterende bomen te laten aansluiten bij al bestaande netwerken waarin onderzoek naar de groei, koolstofvastlegging en het watertransport in bomen wordt gedaan.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Stewardessen Air New Zealand krijgen Hololens

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Air New Zealand gaat proeven doen met een Hololens om te onderzoeken of en hoe het service naar reizigers aan boord kan verbeteren.

Het is de wens van iedere luchtvaartmaatschappij: het cabinepersoneel laten weten wie de mens achter al die gezichten aan boord is. Tablets in het vliegtuig zijn een stapje in die richting en nu kijken ze in Nieuw Zeeland of augmented reality de volgende stap is.

Cabinepersoneel met een Hololens ziet een projectie met informatie over de de persoon die ze op dat moment aankijken. Heeft iemand speciale voorkeur voor voedsel? Wat is zijn emotionele status? Is hij vaste klant? Technisch gezien zouden zelfs klaagtweets over de reis nog in de lucht kunnen worden afgehandeld.

De AR-proef wordt gedaan in samenwerking met IT-bedrijf Data Dimension.



Lees het volledige bericht op Emerce »

No Isolation: robot redt het sociale leven van langdurig zieke kinderen

Posted 23 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Veel langdurig zieke kinderen gaan lange tijd niet naar school. Behalve lessen missen ze sociaal contact, terwijl dat juist essentieel om een zo ‘normaal’ mogelijk leven te leiden. De AV1 van No Isolation doorbreekt de eenzaamheid. “De robot neemt in de klas fysiek de plaats in van het kind,” zegt Elisa Salemink, Community Manager Nederland bij No Isolation – made in Norway.

Elisa, wat is No Isolation in één tweet?

Mensen uit hun isolement halen en eenzaamheid voorkomen. Iedereen moet een sociaal leven kunnen hebben.”

Hoe gaat No Isolation eenzaamheid tegen?

“Met gespecialiseerde communicatieproducten die we sinds 2015 ontwikkelen. Het speciale zit ‘m erin dat we onze producten volledig aanpassen aan de behoefte en wensen van een bepaalde doelgroep. Wat onze producten delen, is dat ze mensen in contact brengen met hun omgeving in tijden dat ze dit zelf niet kunnen. De AV1 is daar het eerste voorbeeld van.”

Wat is de AV1?

“De AV1 is een tele presence-robot die fungeert als een avatar voor langdurig zieke kinderen die noodgedwongen verzuimen. Langdurig zieke kinderen willen het allerliefst gewoon naar school. De robot neemt in de klas fysiek de plaats in van het kind. Het kind kan zijn persoonlijke AV1 besturen vanuit huis met een app op zijn mobiele telefoon of tablet. Zo nemen de kinderen tóch deel aan het onderwijs en het sociale schoolleven.”

Welke functies heeft de robot?

“Standaard staat de AV1 stand-by klaar in het klaslokaal. Wil zijn gebruiker een les volgen of even kletsen met zijn vriendjes, dan logt hij in op de app en wordt de AV1 wakker. De lichtjes op zijn hoofd gaan branden om de klas te laten weten dat zijn gebruiker meeluistert. Het kind kan thuis meekijken, meeluisteren en praten via de AV1, maar kan de robot ook 360 graden draaien en op en neer bewegen.”

Kan het kind ook alleen meeluisteren?

“Zeker. Het kind kan dan op een knop drukken, waardoor het hoofd van AV1 blauw wordt. Dat is het teken ‘ik luister mee, maar wil niet aangesproken worden’. Dat is bijvoorbeeld fijn op een minder goede dag. Als de leraar een vraag stelt, kan het hoofd knipperen om aan te geven dat het kind iets wil zeggen. Door het lichte gewicht, een accuduur van acht uur en het gebruik van het 4G-netwerk kunnen klasgenootjes hem zelfs meenemen op schoolreisjes of slaapfeestjes.”

Hoe is het concept van No Isolation begonnen?

“De Noren Karen Dolva, Marius Aabel en Matias Doyle – waren al langer vrienden en verbaasden zich over het feit dat er zoveel technologie bestaat, maar dat die minder goed aansluit bij doelgroepen die het juist zo hard nodig hebben. Vanuit hun verschillende achtergronden – UX Design, mechanische engineering en software programmering – riepen Karen, Matius en Matias No Isolation in het leven. AV1 is het eerste project.”

Waarom is No Isolation dit gaan doen?

“Wat de oprichters opmerkten, geldt nog steeds. Het is verbazingwekkend dat er zo veel communicatieproducten bestaan en dat er tegelijkertijd zo veel mensen zijn die op de een of andere manier buiten de samenleving vallen. Eenzaamheid is wereldwijd een groeiend probleem, naast langdurig zieke kinderen willen we ook het sociale leven van andere doelgroepen een oppepper geven met een product dat aansluit bij hun wensen.”

Kan dit niet gewoon met Skype?

“Die vraag hebben de oprichters van No Isolation zichzelf ook gesteld. Toen ze gingen testen, kwamen ze erachter dat Skype op een aantal punten ongeschikt is. Het kind moet zelf een afspraak maken met de leraar om een gesprek op te zetten. Iemand moet de laptop meebewegen als het gesprek zich verplaatst. Ook bleek dat het kind thuis vaak liever niet in beeld wilde komen, omdat het zich moe voelde of vanwege de uiterlijke kenmerken van hun ziekte.”

Maar je kunt het beeld toch uitschakelen?

“Natuurlijk kun je het beeld bij Skype uitzetten, maar door de vragen die dat oproept in de klas veroorzaakt het bij de zieke een druk om in beeld te verschijnen. De AV1 staat te allen tijde klaar in de klas en geeft het kind zo de controle over wanneer en hoe hij mee wil doen met de les.”

Hoe is deze feedback verwerkt in de AV1?

“Door ‘m vorm te geven als avatar, zonder scherm. En door de controle bij de gebruiker te leggen: met een app kan die de de AV1 eenvoudig aanzetten, besturen en uitschakelen. Niemand hoeft de robot te verbinden of verzetten. Hij werkt zowel op wifi als 4G, onbeperkt en voor een vast bedrag per maand.”

Hoe houd je rekening met privacy in het klaslokaal?

“We hebben op meerdere manieren gezorgd dat de AV1 zo veilig en privé mogelijk is. Elke AV1 is gekoppeld aan maar één apparaat, dat het kind bij aankoop zelf kiest. Het kind maakt vervolgens een eigen viercijferige code aan, die zelfs niet met de ouders wordt gedeeld. Bovendien is het onmogelijk om screenshots te maken met de AV1 – bij Android-apparaten is die functie geheel geblokkeerd, bij iOS krijgen we een melding en sturen we eenmalig een waarschuwing.”

En eventueel hacking-gevaar?

“Alle gegevens zijn versleuteld, zodat hacken vrijwel uitgesloten is. Gebeurt dit toch, dan wordt de verbinding met de AV1 binnen een paar seconden verbroken. No Isolation heeft in geen geval toegang tot de data die uitgewisseld worden: de beelden gaan rechtstreeks van de robot naar het kind en zijn alleen live te bekijken.”

Verhuur of verkoop je de robot?

“Beide. Eerst boden we de AV1 in bruikleen aan, aan gezinnen. Dat doen we nu soms nog: vooral bij korte periodes. Dan hoeven ouders geen dure aankoop te doen voor een tijdelijke oplossing. Tegenwoordig verkopen we de robots vooral aan scholen, en ook via ziekenhuizen of gemeenten.”

Hoe uit zich dat in het verdienmodel?

“Een gezin sluit een maandelijks abonnement af, waarin de kosten voor de AV1 en het gebruik van het 4G-netwerk zit verwerkt. Een school, ziekenhuis of gemeente koopt de AV1 als geheel, en daar komt alleen nog de kleine bijdrage voor de internetkosten bij. Onze telecompartner in Noorwegen is Telia, in Nederland zijn we nog in overleg met verschillende partijen.”

Bouwt No Isolation de AV1 in eigen huis?

“Ja. In eerste instantie ontwikkelden en bouwden we het product helemaal zelf op kantoor. Maar toen we orders van veertig AV1’s tegelijk binnenkregen, hebben we de bouw van de robot uitbesteed aan WestControl. In eigen huis doen we nog wel de ontwikkelingskant – dus de prototypes, ontwikkelingen, software en de klantenservice. Daarnaast werken we voor advies samen met partners, zoals kankerbestrijdingsorganisaties, patiëntenverenigingen en ziekenhuizen.”

Vanwaar de naam ‘AV1’?

“AV is een verwijzing naar Audio/Video en Avatar. Oorspronkelijk heette de robot TOI – naar Thing of the Internet en speelgoed – maar al snel bleek dat deze naam ‘te schattig’ was: gebruikers behandelden het apparaat als een speeltje. We gaven hem bewust een saaie naam, zodat het kind zelf een persoonlijke naam kan bedenken voor de eigen AV1. Zo komen bij de klantenservice vragen binnen over ‘JohnBot’ of ‘i-Marthe’.”

Heeft de AV1 concurrentie?

“Het enige vergelijkbare project is KlasseContact van KPN. Het idee daarachter is hetzelfde, maar het product is anders. Het is een tele presence-project gericht op langdurig zieke kinderen. Het verschil zit hem in de robot. Wij hebben bewust gekozen voor de AV1 zonder scherm, die je gemakkelijk kunt meenemen.”

Vanwaar de keuze om uit te breiden naar Nederland?

“We hebben nu driehonderd actieve robots in Noorwegen en zijn nog hard aan het groeien. Na uitbreiding in Denemarken en Zweden, was Nederland een logische stap. De cultuur is vergelijkbaar met die van Scandinavië, heel veel mensen spreken Engels en door de centrale ligging kan het een springplank zijn naar andere landen. Sinds februari werken we in Amsterdam, waarbij de pilot in het Emma Kinderziekenhuis de eerste stap was.

Zijn er al volgende projecten in zicht?

“Naast verdere uitbreiding en perfectionering van de AV1 gaan we nu in op eenzame ouderen. Het wordt opnieuw een communicatie-oplossing, maar dan helemaal aangepast aan deze doelgroep. We verwachten dat het product in de herfst van 2017 concreet is.”

En daarnaast?

“We maken deel uit van Aanpak Eenzaamheid, een netwerkproject van de gemeente Amsterdam dat dit jaar is begonnen om eenzaamheid in de stad tegen te gaan. Ook spelen we met het idee voor verschillende accessoires bij de AV1, zoals een draagtas. Je wilt je vriendje immers makkelijk mee kunnen nemen naar het schoolkamp.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Drie patenten die zoeken in Google mogelijk veranderen

Posted 23 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Er zijn het afgelopen jaar diverse patenten toegekend aan Google die mogelijk iets zeggen over de toekomst van de zoekmachine – en indirect de optimalisatie daarvoor. Enkele patenten op een rij.

Naast verschillende bedrijfsovernames en officiële productaankondigingen zeggen patenten ten minste deels waar het bedrijf naartoe beweegt. In een terugblik op afgelopen jaar zijn deze dan ook opgesomd door Moz. De bekende SEO-adviseur en auteur Bill Slawski heeft ze iets uitgebreider beschreven.

Selecteren van entiteiten en direct uitvoerbare acties

Leest iemand een artikel over een door Google herkende entiteit (bijvoorbeeld een restaurant) dan wil diegene mogelijk direct een reservering plaatsen of een route uitstippelen met Google Maps. Nu is het dan (vaak) nodig de naam de kopiëren, die te plakken in het zoekveld, vervolgens het juiste zoekresultaat aan te klikken, in de agenda te kijken of er een tafel vrij is om tot slot met de nodige persoonsgegevens de reservering te plaatsen. Zeker op een apparaat met alleen een aanraakscherm zijn dat heel wat lastige handelingen achter elkaar.

In een in april toegekend patent toont Google hoe het denkt daar een einde aan te kunnen maken. Het bedrijf geeft bezoekers dan de mogelijkheid een actie uit te voeren bij een entiteit waarover men leest. Concreet: de Google-gebruiker zoekt naar ‘sushi restaurants in Amsterdam’ en belandt bij een blog. De persoon leest ‘van alle restaurants vind ik Sushi ABC verreweg het beste’ en omcirkelt die tekst. Het systeem herkent Sushi ABC als entiteit en toont op basis van de context vervolgens enkele acties. De context kan bijvoorbeeld de locatie zijn, het gebruikte apparaat, een vorige actie die bij de entiteit is uitgevoerd of het type document waarin de tekst is geselecteerd. Naast de reserveringsmogelijkheid biedt het systeem de optie een route te bepalen, openingstijden  te bekijken of reviews te tonen.

Mocht zo’n systeem er komen dan is het niet ondenkbaar dat zo’n systeem allerlei entiteiten herkent. Van locaties tot aan bedrijven en producten. Ongetwijfeld wordt het dan mogelijk direct de scherpste aanbieding op te vragen of locaties te zoeken waar men het product op voorraad heeft.

Afbeelding: iemand selecteert de tekst voor de vervolgacties

Zoekresultaten clusteren

Eén zoekwoord kan vele betekenissen hebben. Zo levert de zoekopdracht ‘Penguin’ in de VS links op van het ijshockeyteam Pittsburgh Penguins, de uitgever Penguin Group en natuurlijk van allerlei pagina’s over het dier. Een nieuw patent wijst erop dat Google mogelijk resultaten gaat clusteren. Klikt iemand op een link naar een fanpagina van het sportteam en keer diegene vervolgens terug naar de zoekresultaten, dan toont het de andere sportgerelateerde resultaten bij elkaar.

Volgens de beschrijving wordt het mogelijk bepaalde resultaten (zie onderstaande weergave) te verbergen. Interessant is om te zien dat Google niet alleen entiteiten herkent en deze koppelt aan zoekwoorden, maar dus ook associaties legt. Een nieuwe stap in de verdere uitrol van de Knowledge Graph.

Afbeelding: clusteren van resultaten

Sentiment als factor in de rangschikking

Met de komst van Google+ leek het al eerder de bedoeling dat sentiment (of een bericht positief of negatief van toon is) een belangrijke rol moest gaan spelen in de rangschikking van zoekresultaten. Ja, de reviews worden in de resultaten getoond, maar of een geïndexeerde tweet of zelfs nieuwsbericht negatief is doet er nu verder weinig toe. Daar komt mogelijk toch verandering in.

Een patent beschrijft een ‘entity review data repository’ waarin naast gestructureerde ook ongestructureerde reviews worden opgenomen. De gestructureerde reviews bevatten doorgaans een rapportcijfer en toelichting en zijn afkomstig afkomstig van Google Maps, de diverse reviewsites of gewoon uit een online magazine. Een ongestructureerde review is simpelweg iemands opinie die voorkomt in een blog, forumbericht of tweet. Tot nu toe heeft Google altijd gezegd hier weinig mee te gaan doen. Het is niet gezegd dat dit patent op een nieuwe koers wijst, maar het bedrijf blijft in ieder geval kijken of en hoe sentiment opgenomen kan worden zonder dat het voor ruis zorgt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe Jeany Ngo mijn TNW Conference redde   

Posted 22 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Op 18 en 19 mei barstte het festival van The Next Web weer los in Amsterdam. Meer dan 12.000 techies and digital hippies buitelend over elkaar heen om de laatste insights van thought leaders te horen en een glimp op te vangen van de rocksterren van de nieuwe economie. Ik keek er naar uit. Al nam ik me voor om de mainstream wat te ontwijken en op zoek te gaan naar de hidden gems onder de sprekers. Dit artikel is geen bash van TNW Conference. Een sarcastische zwijm kan echter zeker ervaren worden. Het is een pure afspiegeling van mijn ervaring van het festival van The Next Web. Neem het vooral met een korrel zout.

Na een hete busrit vanaf het CS en de klamme wandeling die daarop volgde, schrokken mijn collega en ik enigszins van de hordes mensen die in de rij stonden te wachten om een cashless payment bandje op te halen met daarbij de welbekende plastic dogtag met onze naam. De medewerkers in de twaalf cabins op een rij voorzagen de meute van de gewenste toegangspapieren.

Naast ons in de rij steeg een kekke drone op die iemand voorzag van een selfie. Druk appende en serieus kijkende captains of industry maakte zich klaar voor het feest van het jaar. Na de wat klungelige entree met dito gang naar locatie De Gashouder wordt duidelijk waarom dit ook de ook alweer hét tech-event is van het jaar. De ambiance op de mainstage is fenomenaal. De goede vibe is voelbaar bij het publiek als de eerste video wordt ingestart en de discobol zijn draaiende werk doet aan het plafond.

Boris en Pep trappen af met de bekende toiletrolgrapjes (tweet @boris als het wc-papier op is) en gejuich valt hen ten deel. Het feest kan beginnen, terwijl 100-en mensen nog buiten in de rij staan te wachten op hun persoonlijke pols. Hadden ze er maar eerder moeten zijn.

Gezocht: relevantie en menselijkheid

Het thema dat ik voor mezelf had opgebouwd voor de twee dagen was ‘relevantie en menselijkheid’. Na mijn vorige bezoek aan TNW in 2015 bekroop me het gevoel dat we wel erg hard gaan. Alles moest mooier, groter, duurder en sneller. Hoe spannender de termen, hoe beter. Ik had daar als dromerige dorpeling wat moeite mee en hoopte deze editie wat meer menselijkheid op te merken. Iemand mag toch blijven dromen nietwaar?

Amber Chase trapte voor mij af onder de titel ‘Calm Technology’, vernoemd naar haar gelijknamige boek. Het bleek gelijk een schot in de roos; “We need to have smarter people, not smarter technology”. Amber is duidelijk een intelligente dame met veel podium-ervaring. Als onderzoekster had ze een krachtig verhaal opgetuigd, maar hoe werkt haar overtuiging in de praktijk?

Met die vragende gedachte verlaat ik het hoofdpodium en inmiddels wordt duidelijk hoe druk het is op het terrein als de Gashouder leegloopt en iedereen zijn plekje probeert te bemachtigen in de rij voor koffie. Het is tenslotte al 11:00 uur. De beoogde horeca-efficiëntie legt het af tegen de klapperende cafeïne-instincten in de late ochtend.

Het uitgestippelde praatjes-plan is door de oponthoud binnen no-time in duigen gevallen en nieuwe plannen worden gesmeed. In mijn ooghoek zie ik nog net Mark Randall (VP of Creativity Adobe) over zijn Kickboxsuccesverhaal vertellen. Zag ik dit zelfde verhaal niet twee jaar geleden ook al?

De derde talk waar we aansluiten is in het Transformatorhuis. Het is niet zozeer een presentatie, maar een paneldiscussie. En een interessante. Wytze de Haan (Director Conference van TNW), Tracy Chou (Software Engineer at Large), Y-vonne Hutchinson (Founder of Ready Set) en moderator Janneke Niessen (Co-founder Improve Digital) praten over het thema ‘diversiteit’ en een ‘inclusive culture’ binnen je bedrijf.

Een bijzonder interessant gesprek waar logischerwijs geen duidelijk antwoord op geformuleerd kon worden. Ze concluderen wel dat diversiteit binnen digital teams lastig blijft in een witte mannelijke wereld. De vrouwen in het panel benadrukken vooral dat ze niet de excuus-vrouw willen zijn in een sprekers-line-up of binnen een team.

Het zette mij zelf aan het denken over de rol van internationalisering binnen het onderwijs. De kracht die daarvan uit gaat. En in hoeverre we die voldoende benutten. In een globaliserende wereld gaat het er niet alleen over dat je met mensen met verschillende culturele achtergronden kan samenwerken, maar vooral dat je open staat voor verschillende interculturele invalshoeken. Dat je inziet dat andere meningen en andere visies essentieel zijn om zelf te kunnen groeien. En omdat de kans groot is, dat als jij voor een tech-bedrijf werkt, je producten gebruikt worden door mensen van over de hele wereld.

Nir Eyal, hoogtepunt van dag 1

Na vele omzwervingen over het terrein, een fijne workshop Design Thinking van The New School’s Parson School of Design en een aantal talks die naar mijn mening niet in het programma opgenomen hadden hoeven worden gezien de inhoudelijke relevantie, eindigde ik de eerste dag bij Nir Eyal, schrijver van het book ‘Hooked’. Dit was voor mij wel het hoogtepunt van de dag.

Nir durfde het aan, als één van de weinigen, om de ethische kwesties aangaande verslaving van digitale middelen kritisch aan de kaak te stellen. Zo stelt hij Facebook hardop de vraag waarom zij niks doen aan verslaving van hun applicatie bij jongeren. Waar het bij bijvoorbeeld alcoholisme moeilijk is te achterhalen of iemand aan het afglijden is, kan Facebook eenvoudig zien welke gebruikers er verslavings-typerende scroll-activiteiten op nahouden.

Waarom is het zo moeilijk voor Facebook om hen een berichtje te sturen met de boodschap ‘we zien dat je ons platform bovengemiddeld en mogelijk ongezond veel gebruikt. Kunnen we je helpen?’ vraagt Nir zich af.

Daarnaast plaatst hij vraagtekens bij platformen als Slack die ons in staat stellen 24/7 met collega’s in contact te staan, terwijl ze op kantoor bij Slack promoten dat iedereen na het harde werken naar huis gaat en vooral niet meer werk bezig moet zijn tot ze weer op kantoor komen.

Het zijn de gedachtensprongen van Nir die me veel energie geven, maar tevens ook een beetje bang maken. Willen deze invloedrijke bedrijven geen ethisch beleid voeren? Of gaat het echt alleen om business? Ik zie iedere week op onze academie hoe media onze jonge generatie in de greep houden. En mijzelf ook. In deze attentie-economie waarbij vernuftig geschreeuwd wordt om aandacht via notificaties, haptic touches en UX-sounds, wordt een simpel gesprek een schaars goed. Het leek erop of Nir zijn nieuwe boek ‘Getting De-Hooked’ aan het pitchen was met zijn verhaal, dus ik zie uit naar dat boek.

Dag twee begon met een valse start. Namen hoeven niet genoemd te worden, maar op een festival zoals TNW, met volgens mij toch een redelijk ervaren tech-doelgroep als publiek, kunnen sommige sprekers zich wel afvragen of hun talk werkelijk een plaats moest hebben op dit podium.

Enfin, ik ging op zoek naar een nieuw ankerpunt voor de dag en vond deze bij Arash Aazami, founder van Kamangir. Arash wist tussen al het geweld van AI’s, Big Data, Cyborgs, Seed-millions, VR’s en Influencers een menselijk verhaal neer te zetten waarbij hij in staat was om ons echt even na te laten denken.

Ik besef dat ik een aanname doe omdat ik voor meerdere mensen spreek, maar bij de menselijke verhalen van Arash, Chase Jarvis (creativity over technology), Kodi Foster (ga niet blind voor de data-bubbel), Luuc Elzinga (kom eens achter je scrumboard vandaan en ga nou in godsnaam eens naar buiten om in gesprek te gaan met je klant) leek er een soort zucht van rust in de zaal te komen. Het applaus was net wat warmer. Mensen bleven zitten tot het einde van deze verhalen.

Ik dacht op te merken dat mensen het fijn vonden om eerlijke, emotionele verhalen te horen tussen al de business-bombardementen en tech-term-bingo’s. Zijn we tech-moe? Of ben ik dat vooral zelf? De waarheid zal ongetwijfeld ergens in het midden liggen.

Jeany Ngo, hoogtepunt dag 2

Al mijn gedachten kwamen tot een soort concluderend hoogtepunt bij het verhaal van Jeany Ngo, designer bij AirBnB. Een ietwat kleine en tengere dame die vol-nerveus het podium op kwam. Ze vertelde dat degene die haar mailde met het verzoek om te komen spreken op TNW het wel mis moest hebben. Ze hadden waarschijnlijk de verkeerde persoon gemaild.

Met een stotterende stem verzamelde Jeany vervolgens de moed om bij de venue-crew aan te geven dat haar notes niet op het scherm waren te lezen. En die had ze toch wel echt nodig. Het publiek gaf haar de mentale support die ze nodig had met wat verse cheers. De notes verschenen op haar scherm en nadat ze een gat in de lucht was gesprongen ontving ze het spontane applaus als een warme deken.

Haar presentatie was visueel gezien ongeëvenaard. Prachtige slides met super strakke visuals. Maar daarmee won ze niet mijn hart. Haar verhaal ging over de ‘imposter’ die ieder in zich heeft. Jeany heeft als designer niet de beste papieren qua onderwijs, ze wordt onzeker door de zwaargewichten waarmee ze samenwerkt en voelt de druk van haar werkzaamheden omdat het gaat over zaken die miljoenen mensen gebruiken.

Ze houdt een bepaald imago hoog, waarvan ze het gevoel heeft dat ze het niet verdient. Ze voelt zichzelf een imposter. En ze vraagt zich af wanneer ze ontmaskerd gaat worden. Voor haar gevoel kan dat op ieder moment gebeuren. Ze neemt ons mee in een eerlijk en persoonlijk verhaal en soms maakt ze een gevoelig uitstapje naar haar toehoorders door te zinspelen op het feit dat we allemaal een imposter in ons hebben.

Wanneer wordt jij ontmaskerd? Wanneer wordt jouw ware aard zichtbaar? Wanneer blijkt dat niet je ambitie en doorzettingsvermogen, maar je onzekerheid ervoor zorgt dat je 80 uur per week werkt? Wanneer blijkt dat die universitaire studie waar jij je bestaansrecht aan ontleent bij je collega’s, je toentertijd wel bijna een burn-out heeft bezorgd?

Of wanneer komt uit dat jij je start-up eigenlijk helemaal niet bent begonnen om de wereld mooier te maken, maar is geld je drijfveer…ik vul het even in voor Jeany, maar ik kan me voorstellen dat ze dit soort interne imposter-kwesties bedoelde. Natuurlijk vulde ik dit ook voor mijzelf in. Wat maakt nou dat ik relevant ben voor mijn studenten? Volgens mij nam iedereen in de zaal even de tijd om een soort innerlijk mentaal gesprekje te voeren.

Jeany maakte vervolgens de ommezwaai naar het omarmen van je imposter. Het kwetsbaar op durven stellen van je zijn. Dat je durft te zien wie je bent en dat je hier ook naar durft te handelen. Dat je hiermee eerlijk kan zijn naar jezelf en daarmee nog krachtiger kan worden. En dat andere mensen jou beter kunnen begrijpen en je daarmee een sociale context creëert die je verder kan brengen.

Soms is het ook niet erg dat je het even niet meer weet. Of dat het allemaal even teveel wordt. Dat jouw imposter op het punt staat ontmaskerd te worden. Jeany sloot haar verhaal af en een fijn applaus was haar cadeau. Ik besloot dat ik als een ware groupie een selfie (sorry voor de slechte kwaliteit) wilde maken met Jeany en ik schoof naar voren. Nadat ik de foto had genomen en een hoogst ongemakkelijke small-talk had gevoerd liep ik weg en hoorde ik haar tegen haar entourage zeggen “now, let’s have a drink”. De druk was van de ketel.

Tot slot

Ik begon aan dit artikel met de gedachte dat ik veel meer frustraties op papier zou gaan zetten. Frustratie over de organisatorische struggles met de lange rijen, de wisselende tijdschema’s en de haperende horeca in combinatie met de soms inhoudelijk twijfelachtige talks en de, in mijn ogen onnodige, verheerlijking van technologie boven de relevantie.

Frustratie over het feit TNW conference mij niet heeft gefaciliteerd in de rust en ruimte om op een ordelijke manier inspiratie op te halen. Misschien waren mijn verwachtingen daarin te hoog en ben ik te dromerig. Misschien verwacht ik teveel van een industrie die het verschil maakt in de wereld. Misschien kunnen we het tij niet keren binnen het energie-probleem. Misschien is tech niet een mogelijk handvat van een meer eerlijke verdeling van welvaart op de wereld.

En misschien verlang ik teveel als ik zoek naar de relevantie van technology voor onze dagelijks leven en persoonlijke ontwikkeling. Maar als ik nu terug lees wat ik heb opgeschreven, dan kan ik eigenlijk toch wel concluderen dat TNW wel mijn doel heeft gediend. Dus dank TNW. Tot volgend jaar. Alleen dan wel vanachter mijn bureau op de live-stream.



Lees het volledige bericht op Emerce »

250.000 euro groeigeld voor e-commerce platform Shopsuite

Posted 15 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Rotterdamse startup achter de shop van Elle.nl Shopsuite heeft 250.000 euro groeikapitaal opgehaald om redactionele content te verbinden met producten van retailers.

Nu native advertising steeds belangrijker wordt, biedt e-commerce enorme kansen voor online uitgevers, zegt Shopsuite. De mogelijkheden om op het moment van inspiratie direct tot aankoop over te gaan zijn beperkt.

Shopsuite biedt uitgevers en bijvoorbeeld ook bloggers een online etalage waarin zij eenvoudig relevante producten kunnen worden getoond.

Shopsuite is een jaar geleden gestart en heeft uitgevers als Sanoma en Hearst, en influencers als Danie Bles en Yourlittleblackbook aan zich weten te binden. Het bedrijf claimt een bereik van miljoenen online shoppers.

De investering is afkomstig van een tweetal niet nader genoemde informals uit de e-commerce en mediawereld.



Lees het volledige bericht op Emerce »

easyJet deelt ludieke instructievideo over gebarentaal na tweet Virgin Radio-dj

Posted 10 Mei 2017 — by Adformatie
Category nieuws

De vliegtuigmaatschappij onthult de geheime communicatie van het cabinepersoneel.

Lees het volledige bericht op Adformatie »