Posts Tagged ‘tweet’

Twitter maakt schorsing Bart Nijman (GeenStijl) ongedaan… en schorst hem opnieuw

Posted 08 mei 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Twitter heeft het account van GeenStijl-adjunct Bart Nijman dinsdag ten onrechte geschorst. Door de schorsing kon Nijman geen nieuwe berichten meer plaatsen. Twitter ondernam de actie naar aanleiding van een tweet over de Europese verkiezingen, waarin…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Peperduur high-end audiosysteem Bowers & Wilkins

Posted 24 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Onder de noemer Formation Suite lanceert Bowers & Wilkins een nieuw high-end audiosysteem waarvan de componenten ook apart te gebruiken zijn.

Het gaat om Formation Bar, Duo, Wedge, Bass en Audio, draadloze producten die een zeer hoge geluidskwaliteit leveren. Naast een soundbar levert Bowers onder meer boekenplankluidsprekers, een subwoofer en een draadloze audiohub met ondersteuning voor Apples AirPlay 2.

Als je alles wilt aanschaffen ben je wel een fortuin kwijt. De Formation Bass subwoofer kost alleen al 1099 euro. De draadloze boekenplankluidsprekers inclusief Carbon Dome- tweeter-on-top technologie gaat voor 3999 euro weg. Formation Wedge, een speakersysteem met luidsprekers voor hoge frequenties, middentonen en lage tonen, kost ook altijd nog 999 euro.

Daar staat tegenover dat ze volgens Bowers de Suite dezelfde kwaliteit geluid weergeeft als vergelijkbare bedrade systemen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Video: Tijd besparen met persoonlijke Twitter-nieuwsbrieven

Posted 09 apr 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Twitter kan een prima bron van informatie en nieuws zijn. Maar de hele dag Twitter in de gaten houden om niets te missen van de accounts die je volgt, kan aardig wat tijd kosten. Niet in de laatste plaats omdat Twitter je ook regelmatig tweets voorschotelt…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

De Correspondent sluit Amerikaans kantoor

Posted 27 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het Amerikaanse avontuur van De Correspondent is alweer voorbij. Het campagnekantoor in New York is gesloten, maar het is nog steeds de bedoeling dat op 30 september een Engelstalige editie gaat verschijnen. De activiteiten worden vanuit Amsterdam gecoördineerd.

CEO Ernst-Jan Pfauth schrijft dat het niet de ambitie is geweest om van The Correspondent een nationaal Amerikaanse nieuwsorganisatie te maken.

Eind vorig jaar haalde The Correspondent 2,5 miljoen dollar op voor het lanceren van de Engelstalige editie. Er deden 46.000 mensen mee aan de crowdfundingsactie. Oprichter Rob Wijnberg ontwikkelde het plan voor unbreaking the news.

Correspondenten zullen werken waar dat voor hun verslaggeving logisch is en zullen regelmatig in Amsterdam zijn voor overleg, schrijft Pfauth.

Uit diverse tweets, aangehaald door Villamedia, blijkt dat er nogal verbazing is over de terugtrekkende bewegingen.

After raising millions in donations based on very lofty, high-horsey talk a about fixing the broken US news industry, The Correspondent says it won’t open a US newsroom and never wanted to be a US national news org https://t.co/oAA54PeN1P pic.twitter.com/W27LNbgCwN

— Tom Gara (@tomgara) March 26, 2019



Lees het volledige bericht op Emerce »

PSD2 is gearriveerd – wat betekent dit voor retailers?

Posted 26 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

De Payment Services Directive 2 is sinds januari van kracht in Nederland. Onderdeel van deze regeling is Strong Customer Authentication (SCA), die vanaf 14 september 2019 moet worden toegepast. Is dit de conversiekiller die retailers vrezen?

PSD2 is een Europese richtlijn die voor meer concurrentie en innovatie in de financiële sector moet zorgen en online fraude tegen moet gaan. De Nederlandsche Bank is net een campagne gestart om consumenten uit te leggen dat banken verplicht zijn hun data te delen met andere partijen als zij daarvoor toestemming geven. Dit is het onderdeel van de wet dat is gericht op innovatie.

De fraude wordt tegengegaan met Strong Customer Authentication (SCA). Dit houdt in dat online betalingen vanaf 14 september met een tweetrapsauthenticatie moeten worden beveiligd. Oftewel: er zijn twee van drie factoren nodig uit de categorieën: wat je hebt (bijvoorbeeld een smartphone of slim horloge), wat je weet (bijvoorbeeld de naam van je eerste huisdier of een wachtwoord) en wie je bent (bijvoorbeeld je vingerafdruk of een gezichtsscan). Een betaling die wordt geauthenticeerd met een duimafdruk op je smartphone, kan dus een vorm van SCA zijn.

Banken zijn verantwoordelijk voor de tweetrapsauthenticatie en bepalen welke factoren ze acceptabel vinden. Voor retailers betekent dit dat ze een technologische oplossing nodig hebben die de connectie met de bank kan maken. Deze oplossing wordt 3DSecure 2.0 genoemd.

Drie stappen

Hoe gaat dit in zijn werk? De eerste stap is om te configureren welke transacties met SCA moeten worden geauthenticeerd. Hiervoor pas je een risicoanalyse toe. Per transactie wordt vastgesteld of de data die al bekend zijn over de klant, in lijn zijn met de nieuwe betaling. Een Nederlandse shopper die ineens vanuit het buitenland een heel hoog bedrag wil afrekenen, wordt dan aangemerkt als hoog risico. Op deze betalingen wil je als retailer misschien juist SCA toepassen – dat is iets wat je per betaling kunt configureren.

Stap twee is om de bepalen of je compliant bent. Moet de transactie met SCA vanuit wetgevend oogpunt worden geauthenticeerd? Dit is een complexe vraag. Er zijn namelijk veel uitzonderingen op de regel. Als je hier goed gebruik van maakt, beperk je de impact op de conversie.

Zo vallen transacties onder de 30 euro buiten de regel. Afhankelijk van je fraudeniveau kan die grens zelfs 100, 250 of 500 euro zijn. Verder geldt SCA niet voor retailers of consumenten van buiten Europa of voor betalingen met kaarten die buiten Europa zijn uitgegeven. En ook bestellingen die zijn geplaatst via telefoon, mail en post vallen buiten de scope, evenals merchant-initiated transactions waarbij de shopper niet aanwezig is, zoals abonnementen. Bij de start van het abonnement moet overigens wel SCA worden toegepast. Nog een uitzondering op de regel is whitelisting, waarbij de consument zelf aangeeft een bepaalde retailer te vertrouwen, zodat SCA niet nodig is.

De derde stap is om de betaling aan te bieden aan de bank. Die zal zelf inschatten of er kans is op fraude en of er SCA moet worden toegepast. Het kan zo zijn dat je een merchant-initiated transactie aanbiedt van onder de 30 euro die wordt afgerekend met een niet-Europese kaart. Je kunt echter maar één uitzonderingsfactor toepassen en doorgeven aan de bank. Ervan uitgaande dat de retailer SCA wil vermijden, is het heel belangrijk welke factor je kiest. Per bank wordt namelijk andere logica gehanteerd. Bij de één kan de niet-Europese kaart een rode vlag zijn, bij de ander het feit dat de shopper niet aanwezig is. Je 3DS-tool moet op basis van data de juiste keuze kunnen maken.

Is SCA een conversiekiller?

Waar retailers zich met name zorgen over maken, is het gevolg van SCA voor de conversie. Het is immers een extra stap in het check-out proces. Daar staat tegenover dat het met 3DS 2.0 mogelijk is om een betere klantbeleving te bieden. Als je nu bij een webshop iets koopt, word je voor de betaling doorgeleid naar een aparte webpagina voor de betaling.

Met 3DS 2.0 hoeft dat niet, omdat het een mobile-first oplossing is. De betaling wordt volledig native in de app of op de webpagina afgehandeld, er is geen redirect meer nodig. Dat is positief voor de conversie. Daar komt bij dat de oplossing futureproof is. In 2020 is de verwachting dat betalingen vooral worden geauthenticeerd met behulp van je smartphone en je duimafdruk. Maar als er nieuwe manieren bijkomen, dan zijn die net zo gemakkelijk te integreren.

Ook een voordeel is dat je als retailer veel meer data over de transactie kunt delen met de bank. Het gaat om meer dan honderd datapunten, zoals hoe lang iemand al klant bij je is en welk device wordt gebruikt. Voor de bank wordt het daardoor gemakkelijker om in te schatten of SCA nodig is. Bovendien is de kans dat de betaling slaagt groter, omdat de bank het risico beter kan analyseren met behulp van de verstrekte informatie. En dat is allemaal positief voor de conversie.

Dus ja, er is in sommige gevallen een extra stap nodig in het check-out proces om PSD2-compliant te zijn. Maar als retailers nu al zorgen dat ze via hun betalingsbeheerder 3DS 2.0 aan kunnen bieden, is het mogelijk om een eventueel negatief effect op de conversie te balanceren, en zelfs een beter authenticatieproces en klantervaring te creëren.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

adidas: ‘Omnichannel customerservice is een profitcenter’

Posted 15 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

Customerservice is allang niet meer het afvoerputje van het bedrijf. Hoe meer je investeert in de klantenservice, des te beter worden je product, marketing en sales. Marlous Heiser, senior manager Global Consumer Service bij adidas geeft haar visie hierop.

De consument gebruikt gemiddeld tien kanalen voor contact met je bedrijf. Voor welk kanaal de klant kiest, verschilt per product, periode, vraag, enzovoorts. Nederlanders communiceren bijvoorbeeld liever via WhatsApp met een bedrijf dan via sms, tenzij het een functioneel afhaalbericht betreft, dan is sms prima. Je moet dus goed begrijpen welke kanalen wanneer en waarvoor worden ingezet. “En ervoor zorgen dat je in alle kanalen consistent antwoordt. Dat is het grote verschil tussen een multi- en een omnichannel aanpak van customerservice,” zegt Marlous.

Kanalen uitzetten tijdens piekperiodes

Voor adidas is het belangrijkste kanaal telefonisch (48 procent), gevolgd door chat (27 procent), e-mail (19 procent), messagingplatformen (5 procent) en social media (1 procent). Op zich vindt Marlous dat je aanwezig moet zijn in de kanalen waar de klant je verwacht, maar daar kan wel enigszins op worden gestuurd. “Tijdens de piekperiode afgelopen feestdagen hebben wij ervoor gekozen om een aantal kanalen uit te zetten. Alleen telefoon en chat hebben we aan laten staan, de realtime kanalen dus. We wilden niet achteropraken met het beantwoorden van e-mails of pas na drie dagen op een tweet terugkomen. We hebben natuurlijk wel duidelijk gezegd wanneer en hoe we te bereiken waren. De klant reageerde hier goed op – de NPS-score bleef hetzelfde. We zagen overigens wel verschillende reacties per land. In Duitsland nam het telefonische verkeer flink toe, terwijl Nederlanders juist hun vragen via WhatsApp stelden.”

Bots vanwege stijgende volumes

De toename van het aantal kanalen, groei van adidas zelf en de hoge eisen die consumenten stellen aan interacties met merken, betekenen dat het volume dat customerservice moet afhandelen enorm is gestegen. Daarom heeft adidas de afgelopen twee jaar veel geïnvesteerd in bottechnologie. De bedoeling is dat de bot de eenvoudige vragen binnen chat afvangt en de moeilijkere kwesties bij de agenten terechtkomen. “We zijn in de VS sinds november 2016 live met een chatbot. Daar zijn we klein mee begonnen, door in kaart te brengen waar mensen over bellen en hoe we dat op een goede manier kunnen automatiseren. Aan het begin van de chat geven we aan dat de websitebezoeker met een bot praat, om de verwachtingen te managen. De afgelopen maanden hebben we Natural Language Processing toegevoegd, zodat de bot uit het door de klant getypte verhaal kan herleiden waar de vraag over gaat. Dit gaan we steeds meer uitbouwen.”

Het belangrijkste is of de klant goed en snel antwoord krijgt op de vraag. Adidas meet de NPS-score van gesprekken die volledig door de bot worden afgehandeld (in de VS is dat inmiddels al 34 procent), gesprekken die deels door de bot, deels door een medewerker worden gevoerd en gesprekken die alleen door een medewerker worden gedaan. Die zijn echter dusdanig klein dat het niet opweegt tegen de voordelen van de bot.

Alleen een vraag beantwoorden is niet genoeg

Customerservice kan fungeren als de voelsprieten van het bedrijf. Ze signaleren waar pijnpunten zitten in processen en het product. Als je wilt dat het van een kostenpost een omzetgenerator wordt, dan moeten de inzichten van customerservice concreet worden gemaakt en teruggegeven aan de betrokken interne stakeholders. “Dat werkt twee kanten op,” legt Marlous uit. “Customerservice moet ook worden voorzien van informatie door andere afdelingen. Ze kunnen bijvoorbeeld niet van elk product weten wat de pasvorm is. We ontsluiten die informatie met Salesforce-technologie, zodat ze goed advies kunnen geven. Alleen een vraag beantwoorden is niet meer genoeg. De customerservicemedewerkers moeten ook kijken waar commerciële kansen liggen.”

Klanten hebben immers niet allemaal aftersales informatie nodig. Customerservice krijgt ook steeds meer te maken met de voorkant van de customer journey. Klanten zoeken bijvoorbeeld hulp bij het vinden van het juiste product of hebben vragen of de limited edition sneakers. Customerservice helpt dus niet alleen maar kan ook commercieel worden ingezet. Om dit voor elkaar te krijgen, is het belangrijk dat je gebruikmaakt van geïntegreerde technologie. Adidas gaat ook uit van dit platformperspectief. Hierdoor begrijpt niet alleen de medewerker maar ook de chatbot de context. Heeft iemand net een aanschaf gedaan en daar een vraag over? Of is diegene in de markt voor een nieuw jasje? Om deze verandering te bewerkstelligen, is veel training nodig, zegt Marlous. “We zitten middenin dit veranderproces. Natuurlijk is technologie belangrijk, maar zonder kun je ook engaging en commercieel goede gesprekken hebben. Tooling helpt om je werk beter te doen maar je gaat het winnen met je mensen.”

Meer weten over hoe adidas de customerservice heeft geregeld? Bekijk de webinar ‘Customer service: de reis van cost naar profit center’ hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo werkt het verrijkend en probleemoplossend vermogen van feedregels en aanvullende feeds

Posted 22 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het zou soms ontzettend handig zijn om volwaardig developer te zijn – maar in de meeste gevallen zijn marketeers dit niet. Gelukkig hoef je niet afhankelijk te zijn van datafeed management tools of developers. Met feedregels en aanvullende feeds binnen jouw Merchant Center account kun je al een heel eind komen. met deze toepassingen kom je verder.

Herken jij het frustrerende gevoel dat je als e-commerce marketeer optimalisaties wil doorvoeren in een shopping feed, maar dit met geen mogelijkheid op korte termijn voor elkaar krijgt? Je hebt geen datafeedmanagement tool tot je beschikking en de wachtrij bij de technische partij is zó lang dat je alsnog weken of máánden moet wachten op je verbeteringen. En ondertussen sukkelen de shopping campagnes door, terwijl jij zo veel kansen ziet om het rendement flink op te krikken. 

De quick wins

We beginnen gemakkelijk. Feedregels zijn ideaal om kenmerken die niet worden meegestuurd in je datafeed alsnog te vullen. Of om ze te verrijken. Dus je kunt hier heel gemakkelijk een aantal quick wins mee pakken. Onderstaande voorbeelden zijn vrij eenvoudige toepassingen die al veel toegevoegde waarde kunnen bieden:

Kenmerken ophalen vanuit andere kenmerken

Vaak kun je vanuit titels of omschrijvingen kenmerken zoals merk, geslacht of kleur ophalen om een ander kenmerk mee te vullen. Mis je bijvoorbeeld het kenmerk merk? Kijk dan eens of de merknamen in de titel terugkomen. Zo ja, dan kun je met de functie ophalen de merken vanuit de titel ophalen en als kenmerk merk gebruiken. In onderstaand voorbeeld worden een zestal merknamen vanuit de titels opgehaald en ingevuld als waardes voor merk. Wanneer een titel dus één van die zes termen bevat, zal de feedregel ervoor zorgen dat het kenmerk merk wordt ingesteld op de opgehaalde waarde. Bijvoorbeeld: wanneer een product de naam ‘Nike dry-fit hardloopshirt zwart’ heeft, wordt voor dit product de term ‘Nike’ opgehaald en ingevuld bij merk:   

Voorbeeld 1: Merknamen ophalen vanuit de titel om het kenmerk merk te vullen

Kenmerken opschonen

Gekke tekens (of HTML-tags) kun je in een handomdraai uit de kenmerken krijgen middels zoeken en vervangen. Je vervangt de html-code daarbij met een lege waarde:  

Voorbeeld 2: HTML-tags uit een kenmerk filteren

Zoektermen toevoegen in titels en omschrijvingen

Met feedregels kun je heel gemakkelijk aanvullingen doen aan bestaande kenmerken. Zo kun je zoektermen die belangrijk zijn in je titel en omschrijving plaatsen. Zo word je beter gevonden op die termen! Je kunt dit doen met de functie zoeken en vervangen waarbij je een zoekterm met lager zoekvolume vervangt door een zoekterm met hoger zoekvolume (bijvoorbeeld: ‘stoel voor buiten’ vervangen door ‘tuinstoel’). Bevat je titel of omschrijving geen termen om te vervangen? Dan kun je termen vooraan of achteraan invoegen. Je kunt ook een ander kenmerk zoals kleur achteraan je titel of omschrijving toevoegen, om de titel verder te specificeren:

Voorbeeld 3: De titel verrijken door de kleur achteraan in te voegen

Geen productomschrijving in je feed? Stel een soort omschrijving-template op met een combinatie van bestaande kenmerken en koppelwoorden of zinsdelen. Om het zo passend mogelijk te houden kun je een template per productcategorie opstellen. Door voorwaarden (bijvoorbeeld productcategorie = fietshelmen) op een regel toe te passen, zorg je dat de template alleen bij die specifieke categorie (in dit voorbeeld: fietshelmen) wordt toegepast. In het voorbeeld hieronder kan een omschrijving worden: ‘Abus Hyban Fietshelm Zwart. Geschikt voor heren. Fietshelm van hoogwaardige kwaliteit. Ideaal voor de recreatieve fietser. Verkrijgbaar in diverse maten en kleuren.Een productomschrijving toevoegen

Voorbeeld 4: Een omschrijving-template opgebouwd uit kenmerken en zinsdelen

Met de mogelijkheid om binnen kenmerken bepaalde woorden op te halen, vooraan- of achteraan in te voegen, te combineren, te vervangen of of te standaardiseren kun je dus al veel verbeteringen doorvoeren om de kwaliteit van je productdata te verhogen. Maar daar blijft het niet bij qua mogelijkheden.

Problemen oplossen met feedregels

Wist je dat je met feedregels ook afkeuringen kunt oplossen? Dat is ideaal, want dit kun je prima zelf zonder hulp van andere partijen. Een greep uit een aantal probleemoplossingen:

Ongeldige GTIN’s vanwege toevoegingen

Wij zien nogal eens dat producten afgekeurd worden door een ongeldige GTIN, omdat er bijvoorbeeld koppeltekens in staan, of een toevoeging achter de GTIN staat. Deze toevoegingen kun je vaak eenvoudig uit de GTIN’s filteren met de functie zoeken en vervangen. Ook hier vervang je de waarde door niks.

Voorbeeld 5: De toevoeging ‘-0’ achter GTIN’s verwijderen

Ongeldige GTIN’s van eigen producten

Dit komt ook nog wel eens voor bij zelf-geproduceerde, unieke producten. Voor deze producten zorg je ten eerste dat je een feedregels maakt waarmee je de GTIN voor deze producten instelt op een lege waarde (je moet hier iets invullen, dus vul een spatie in). Vervolgens zet je via een tweede feedregel het kenmerk id bestaat op nee. Stel daarbij de voorwaarde dat id bestaat alleen op nee wordt ingesteld wanneer de GTIN géén waarde heeft, zoals in de screenshots hieronder. Hiermee voorkom je dat id bestaat voor alle producten op nee wordt ingesteld, wat nieuwe problemen veroorzaakt.

Voorbeeld 6: GTIN’s van eigen-merk producten instellen op een lege waarde

Voorbeeld 7: Het kenmerk Id-bestaat op ‘nee’ zetten voor producten zonder GTIN

Verkoop je ook showmodellen of tweedehands items? En wil je die niet in je shopping campagnes opnemen, maar staan ze wel in de feed? Grote kans dat in de titel of omschrijving van deze producten een gemeenschappelijke term staat (zoals demomodel, of tweedehands). Sluit deze uit van shopping campagnes via een feedregel op uitgesloten bestemming, waarbij je de producten filtert op basis van de gemeenschappelijke termen. Zoals het voorbeeld hieronder. Met deze regel voorkom je dat je demo- of tweedehands producten in shopping advertenties worden getoond.

Show- en demomodellen uitsluiten

Voorbeeld 8: Show- en demomodellen uitsluiten van shopping campagnes

(Her)structureer je shopping campagnes met feedregels

Een ander probleem: een feed zonder producttypes en een backend waar producttypes (nog) niet als attribuut bij producten staan. Ook dat is snel opgelost dankzij feedregels! Op basis van (combinaties van) gemeenschappelijke kenmerken of termen kun je namelijk producten filteren, en vervolgens producttypes toekennen aan producten. Als verfijning kun je juist ook andere termen uitsluiten. Eigenlijk heel simpel dus.  

Voorbeeld 9: Producttype instellen op basis van termen in productitels

Lastiger wordt het wanneer de producttypes wél al in de feed staan, maar niet zoals je wil. Én wanneer die producttypes al in gebruik zijn door shopping campagnes, die je niet allemaal in één keer wil omgooien. Dat wil je stapsgewijs doen, zodat je het beter kunt monitoren en bijsturen. In dat geval bieden custom labels een uitkomst. Op basis van custom labels kun je een hele nieuwe shopping structuur opbouwen, zonder bestaande shopping campagnes te beïnvloeden. Je moet wel een beetje creatief zijn in het inrichten van de custom labels. Met name met het invullen van de waarden binnen custom labels kan wat creativiteit vragen. Breng in ieder geval eerst in kaart hoe je producten wilt groeperen voor de gewenste shopping structuur.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Laten we een fictieve fietsenzaak nemen. Een nieuwe shopping structuur kan er dan zo uitzien:

  • Custom label 0: Type aandrijving (elektrische fietsen, niet-elektrisch)
  • Custom label 1: Type product (bijv. omafiets, bakfiets, mountainbike, racefiets, accessoires voor bagage, veiligheidsaccessoires, fietsonderdelen etc)
  • Custom label 2: Frametype (damesfiets, herenfiets, jongensfiets, meisjesfiets, lage instap, etc)
  • Custom label 3: Framemateriaal (aluminium, carbon, etc)

Vervolgens ga je de custom labels inrichten. Dat kun je op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld door waardes op te halen vanuit andere kenmerken. In het voorbeeld hieronder willen we custom label 1 invullen met waardes voor type product. In dit geval komen in de producttitels de verschillende producttypes terug. Maak een lijstje van de producttypes. Maak vervolgens een feedregel voor custom label 1, en haal met de functie ophalen de producttypes op zodat ze als waardes voor custom label 1 worden ingevuld.

Voorbeeld 10: Aangepast label 1 vullen met waardes die opgehaald worden vanuit producttitels

Een tweede voorbeeld. Hier ga je custom label 0 (type aandrijving) inrichten op basis van een voorwaarde. Bevat de titel de term ‘elektrisch’, dan wil je dat type aandrijving wordt ingevuld met ‘Elektrische fiets’: En bevat de titel juist niet de term elektrische, dan zou je daar ‘Manuele aandrijving’ kunnen instellen. Elk product krijgt op die manier één van de twee opties toegekend.

Voorbeeld 11: Aangepast label 0 instellen op een specifieke waarde wanneer aan de gestelde voorwaarde wordt voldaan

Zodra je al je custom labels hebt ingevuld kun je – na het doorvoeren van deze regels – bij het uitsplitsen van je shopping campagnes ook de aangepaste labels gebruiken om de product onderverdeling te maken of te optimaliseren.

De kracht van aanvullende feeds

Ook met aanvullende feeds, of een combinatie van aanvullende feeds en feedregels kun je waardevolle dingen voor elkaar krijgen. Met een aanvullende feed kun je extra gegevens toevoegen aan jouw bestaande shopping feed. Een aanvullende feed hoeft niet meer te zijn dan een Google Sheet. In het Merchant Center kun je deze gemakkelijk toevoegen en linken aan je primaire feed(s). De producten in de verschillende feeds worden gematcht op basis van hun ‘id’. Hieronder staan een tweetal situaties beschreven waarin feedregels en/of aanvullende feeds in de praktijk heel handig zijn gebleken.

Omschrijvingen aanvullen vanaf de productpagina

Stel je hebt een feed waarin geen omschrijvingen staan. Op de productpagina’s staan deze wel. De simpelste oplossing (om een soort template toe te passen zoals eerder in dit artikel beschreven) is hierbij niet voldoende. Het gaat namelijk om IT-producten waarbij de specificaties juist belangrijk zijn en waarop ook veel gezocht wordt (dus dit zijn zoektermen die je in je omschrijving wilt laten terugkomen, zodat je producten daarop gevonden worden). Voor deze situatie is een aanvullende feed interessant.

Maak een aanvullende feed (dit kan gewoon een Google Sheet zijn) waarin je koppen titel id en omschrijving opneemt. De producttitels en id’s vul je alvast in (bijvoorbeeld vanuit je feed). Voeg per product de omschrijving toe via een import-xml functie, met behulp van een API, of copy-paste ze handmatig. Copy-pasten is het gemakkelijkst, vooral wanneer het om weinig producten gaat of wanneer je het eerst bij pak-en-beet de top 50 producten wil uittesten. Voeg vervolgens de aanvullende feed toe in je Merchant Center en zorg dat de omschrijving vanuit de aanvullende feed wordt opgehaald met een feedregel (vaak is een feedregel niet eens nodig en haalt het MC de omschrijving vanzelf op wanneer er geen waarde is voor omschrijving – mits de aanvullende feed gelinkt is aan de primaire feed).

Voorbeeld 12: Beschrijving wordt automatisch aangevuld met de beschrijvingen uit de aanvullende feed

Voorraadstatus van uitverkochte items bijwerken via een aanvullende feeds

Oke, deze is iets ingewikkelder en er komt nog wat meer handmatig werk bij kijken. Het probleem: uitverkochte items blijven in de shopping feed doorkomen. Het probleem wordt veroorzaakt doordat de voorraadstatus van een configureerbaar product niet wordt bijgewerkt naar ‘uitverkocht’ wanneer alle onderliggende simpele producten uitverkocht zijn. Daardoor worden shoppings ads vertoond van uitverkochte items. Dat resulteert uiteraard in een tranentrekkend conversieratio en een laag rendement. Terwijl wordt gezocht naar een (duurzame) oplossing voor dit probleem, hebben we een tussentijdse oplossing om de probleemgevallen in ieder geval in één keer uit alle shopping campagnes te filteren.

Via de Google Tag Manager maak je een Analytics-event aan (zie de screenshot hieronder). Dit event wordt getriggerd wanneer de tekst ‘uitverkocht’ wordt gedetecteerd op de productpagina (dit detecteren we met een aangepaste JavaScript-macro variabele – die moet je ook nog opzetten). In het event wordt de gebeurtenis-actie ingesteld op ‘uitverkocht + {productnaam}, waardoor je in de events-lijst een overzicht krijgt van uitverkochte producten die klikken ontvangen vanuit shopping advertenties. Zorg dat je alleen cpc-verkeer vanuit shopping campagnes opneemt in de Analytics-rapportage.

Voorbeeld 13: Google Analytics event ‘Uitverkocht in Analytics’ waarmee je een productlijst kunt opvragen met uitverkochte artikelen die klikken vanuit shopping ontvangen

Je hebt nu dus een lijst van producten die je uit de shopping advertenties wilt weren. Die producten plaats je in een aanvullende feed waarbij je in de koppen ‘titel’, ‘id’ en ‘beschikbaarheid’ opneemt. Een screenshot van de opzet van de feed zie je hieronder. De titel en id vul je zelf in, en de beschikbaarheid zet je voor elk uitverkocht item op niet op voorraad. Voeg de aanvullende feed toe in je Merchant Center en koppel deze aan de primaire feed(s). Haal de feed automatisch op, ná de primaire feed(s). De voorraadstatus vanuit de aanvullende feed zal de waarde uit de primaire feed overschrijven. De status komt te staan op ‘uitverkocht’ en de items worden niet meer getoond in shopping campagnes.

Voorbeeld 14: Een voorbeeld van een aanvullende feed om de voorraadstatus van producten op ‘niet op voorraad’ te zetten

Het kost even tijd om dit op te zetten, maar als je zeer beperkt bent in support vanuit developers is dit -ondanks wat manueel werk- een fijne tussentijdse oplossing.

Tot slot: testen!

Bovenstaande toepassingen zijn slechts een greep uit alle mogelijkheden die feedregels en aanvullende feeds bieden om snel problemen op te lossen, de productdata voor je shopping campagnes te verbeteren, of shopping campagnes beter in te richten en te optimaliseren. Ga ermee aan de slag, ben creatief en experimenteer met alle mogelijkheden. Nog één tip om mee af te sluiten: zorg dat je je wijzigingen eerst goed test voordat je ze doorvoert. Zo voorkom je dat je per ongeluk véél te veel producten bewerkt, of nieuwe problemen veroorzaakt die je niet zag aankomen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twitter realiseert omzet- en abonneegroei

Posted 07 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Twitter realiseerde in het vierde kwartaal 24 procent meer omzet, terwijl het aantal dagelijkse actieve gebruikers met 9 procent steeg ten opzichte van 2017.

De omzet ging (pdf) van 732 miljoen dollar in 2017 naar 909 miljoen in het vierde kwartaal. De winst van 141 naar 244 miljoen (255 miljoen volgens GAAP regels). Het handelsresultaat bedroeg 397 miljoen dollar, 44 procent van de totale omzet.

Het gros van de omzet, 791 miljoen, komt van advertenties. De advertentie-omzet is daarmee 23 procent hoger dan een jaar geleden. Vooral video advertenties doen het goed. Aan datalicenties houdt Twitter een bescheiden 117 miljoen over, 35 procent meer dan in 2017.

In heel 2018 was Twitter voor het eerst winstgevend (1,2 miljard dollar), terwijl in 2017 nog een verlies van 108 miljoen werd geleden.

Het aantal maandelijkse actieve gebruikers steeg van 321 naar 326 miljoen, vooral buiten de VS. Echter, ten opzichte van het derde kwartaal is het aantal gebruikers juist weer afgenomen.

In de vorige twee kwartalen schatte Twitter zijn abonneegroei telkens verkeerd in. Deels kwam dat ook doordat het bedrijf een hoop nepgebruikers en bots heeft verwijderd.

Twitter overweegt om gebruikers tweets te laten bewerken. Dat vertelde CEO Jack Dorsey een dezer dagen in een radio-interview. De originele versie blijft dan nog wel zichtbaar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

bol.com verliest twee leiders in retailmedia aan start-up

Posted 07 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Michelle Theeuwen en Martine Kevelham verlaten hun positie als leiders Retail Media bij bol.com en stappen over naar Maze-One uit Amsterdam. Daar gaan ze de activiteiten rondom media-exploitatie van online marktplaatsen optuigen.

Het tweetal heeft opgeteld vijf jaar ervaring in dit betrekkelijk nieuwe gebied voor online marketeers. Retailmedia is ruimte op websites van webwinkels waar adverteerders hun producten of merken uitventen. Dat kan met een link naar elders in de shop of naar buiten.

Maze-One is een start-up die zich specialiseert in media- en marketingactiviteiten op Amazon in Nederland. Die activiteiten worden nu uitgebreid via een nieuw partnerschap, met bol.com. Dat heeft zijn reclamebusiness afgelopen jaren zien ontluiken. Hoe groot die tak nu is, wil het bedrijf niet zeggen, maar het ligt vermoedelijk in de tientallen miljoenen euro’s per jaar.

Justin Sandee, Head of Retail Media management Bol.com, over de samenwerking met Maze-One: 
”Bij bol.com kijken we hoe we het voor elkaar kunnen krijgen om op een schaalbare manier advertentieoplossingen te kunnen bieden aan leveranciers, partners en bureaus die daarin gespecialiseerd zijn. Maze-One is één van de bureaus die op die schaalbare manier diensten gaat leveren op de advertentiemiddelen die wij beschikbaar stellen, zoals sponsored products.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom AI een einde maakt aan de self-hosted webshop

Posted 01 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De voorhoede van de ontwikkeling van artificial intelligence in online retail is het domein van de grote spelers zoals Amazon, Alibaba en eBay. Zij hebben het geld, de teams en de data om hier grote stappen in te zetten – en doen dat ook. Wat betekent dit voor de positie van middelgrote en kleine, nu vaak nog zelfstandige webwinkels?

Er wordt nu al meer AI gebruikt op de platformen van deze online retailgiganten en hun marketplaces dan je waarschijnlijk zou verwachten. Denk aan het automatisch categoriseren van producten op basis van tekstuele data; voorspellen van retouren; controle van recensies op echtheid; fraudedetectie bij betalingen; predictive sales; en gepersonaliseerde aanbevelingen waarbij het systeem zelf de verbanden legt.

Hier worden tientallen tot honderden miljoenen euro’s in geïnvesteerd. Dat budget hebben kleinere spelers natuurlijk niet. Maar dat betekent niet dat de kloof tussen de dominante internationale marktplaatsen en de webshops onoverbrugbaar groot wordt.

Move-to-platforms

Mijn verwachting is dat de meer technische e-commerce platformproviders zoals CommerceTools, Salesforce en SAP-Hybris (zeg maar alle partijen die een commerceplatform leveren maar zelf geen marketplace of shop runnen) met behulp van open source technieken zoals TensorFlow van Google een AI-toolbox gaan ontwikkelen voor de aangesloten webshops. Proof-of-concepts van AI-oplosisngen draaien al op enkele van deze platformen. Om de algoritmen te kunnen trainen zijn natuurlijk data over de e-commerceprocessen nodig. On-premise installaties van pakketten als Hybris en Magento maken AI niet slimmer – de platformproviders willen daarom dat de webwinkels in hun cloud draaien, zodat ze de benodigde data flow op gang kunnen brengen. Ze willen zien wat er gebeurt in de shops van hun klanten en daar weer een beter platform van worden.

Artificial intelligence is dus de drijvende kracht achter de move-to-platforms in e-commerce. En dat betekent weer dat de standalone shop grotendeels zal verdwijnen, omdat er in die webshops gewoonweg te weinig data worden gegenereerd en deze winkels straks niet slim genoeg meer zijn om te kunnen concurreren. Let wel, de aankomende AI-toolbox van de techproviders zal alleen generieke taken afdekken, zoals het opsporen van fraude en het voorspellen van retouren. Het is dus niet zo dat je als webshop straks ook maar enige vorm van onderscheidend vermogen hebt als je AI op deze manier gebruikt – de lat komt gewoon hoger te liggen en je zult daarin in je dagelijkse operatie mee moeten gaan.

Online equivalent van een speciaalzaak

Waar kun je dan wel het verschil maken? Er zijn ook markt- en productspecifieke zaken waar AI een rol in kan spelen. Als je dat goed aanpakt, kun je het online equivalent van een speciaalzaak worden. De grote spelers richten hun investeringen gelukkig eerst op de populairste en gemakkelijk te automatiseren productcategorieën, zoals boeken. De focus ligt vooral op de massa. Dat biedt kansen voor slimme individuele merchants die AI gebruiken om bijzondere belevingen te creëren voor klanten.

Denk bijvoorbeeld aan hyperpersonalisatie van de user experience, waarbij de navigatie en weergave van producten écht wordt gebaseerd op klantkennis. Of aan het echt iets slims doen met smaak in producten als voeding en geur. Producten die niet alleen visueel maar ook op basis van andere zintuigen worden gekozen, kunnen online toch goed worden verkocht met behulp van AI.

Visual Search en Style Interpretation

Daarnaast zijn er interessante mogelijkheden op het gebied van Visual Search en Style Interpretation, wat met name belangrijk is voor fashion en lifestyle webshops. Visual Search helpt de klant te zoeken naar gelijksoortige producten, interessante alternatieven of juist bijpassende items. Dat is een enorme groeimarkt. Het is de online variant op persoonlijk advies en de manier waarop producten worden gepresenteerd in de fysieke winkel, maar ook op tips van vrienden.

Eenvoudig is dit niet. Om ruwe data om te zetten in deze inzichten zijn een heel specifieke infrastructuur, diepere kennis van AI en integratie nodig. Je zult dus als merchant op zoek moeten naar die kennis of het inkopen bij een specialist. Maar als je het goed doet, breng je het serviceniveau en de conversie in allerlei lifestyle marktsegmenten omhoog. AI stelt je online in staat om schaalbaar met de juiste aanbeveling te komen voor de klant die op zoek is naar ‘iets zomers’ of ‘iets wat leuk staat bij’ waarna je een matige smartphone-foto geüpload krijgt.

Battle of the smartest?

Online shoppen wordt dus klantgedreven in plaats van productgedreven. De webshopbezoeker krijgt advies dat past bij zijn smaak en context (wat heeft hij al, waar houdt hij van, wat is zijn leeftijd, waarvoor heeft hij iets nodig, et cetera). Hij hoeft geen ladingen informatie door te ploegen of allerlei filters in te stellen. Het e-commerce platform toont dat wat hij nodig heeft of graag wil.

Volgens Gartner wordt in 2020 85 procent van de klantinteracties gemanaged door AI. Oftewel: je bent voor 85 procent van de dagelijkse operatie van je webshop afhankelijk van steeds betere maar ook complexere AI, waarvoor steeds meer trainingsdata nodig zijn. Dit is grotendeels het strijdtoneel van de e-commerceplatformproviders, die steeds meer zullen worden geselecteerd op basis van de geboden AI-functies en niet zozeer om de frontends. Zij moeten aan hun cloudpropositie werken, AI toevoegen en slimme start-ups, die al een eind op weg zijn, opkopen. Het wordt nogal een slagveld en niet alle ‘Gartner quadrant’ spelers zullen dit overleven.

Echte online winnaars van de volgende generatie zijn de bedrijven die slim omgaan met een tweetrapsraket. Zij hebben de basistechniek op orde met een e-commerceplatform in de cloud en gebruiken niet alleen een generieke AI-toolbox van een platformpartij maar zetten ook bepaalde markt- en productkennis met behulp van heel specifiek getrainde AI om in nuttige informatie voor de klant. Een lampenshop zal bijvoorbeeld laten zien wat het effect van bepaald licht is op je woonkamer. Een schoenwinkel projecteert de pasvorm van een sneaker op je voet. Een modezaak laat zien of en hoe een item past in je bestaande garderobe.

De self-hosted webshops komen met de move-to-platforms voor een groot deel aan hun einde. Ze verdwijnen of gaan in de cloud draaien op e-commerceplatformen die daarin AI-functies integreren. En daarmee wordt eindelijk het startsein gegeven voor online speciaalzaken die de fysieke winkelervaring kunnen evenaren of zelfs overtreffen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Christine le Duc opent tweetalige webwinkel voor België

Posted 30 jan 2019 — by Emerce
Category nieuws

Erotiekbedrijf Christine le Duc heeft een tweetalige webwinkel geopend in België. Ook wordt een uitbreiding naar Frankrijk overwogen.

Zowel Vlaamse als Waalse klanten kunnen hun bestellingen voortaan via de .be webshop ‘discreet thuis laten leveren’. Op termijn komen er ook fysieke winkels, die in Nederland onmisbaar zijn.

Christine le Duc weekte zich los uit de failliete groep Beate Uhse, dank zij uiteindelijk Nederlandse ondernemers. Het bedrijf wordt tegenwoordig geleid door Audrey van Ham, ex-manager bij Beate Uhse.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Trump, Twitter en de media: een analyse

Posted 30 jan 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Dat de Amerikaanse president Trump de media (Fox News uitgezonderd) niet kan uitstaan, is geen geheim. Dat hij de voorkeur geeft te communiceren via Twitter evenmin. Een analyse van duizenden Trump-tweets door persvrijheidsorganisatie CPJ geeft interessante…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Maak je website sneller in 2019

Posted 14 jan 2019 — by Emerce
Category nieuws

Web performance is net als vele andere online activiteiten aan verandering onderhevig. De optimalisaties van vijf tot tien jaar geleden kunnen nu een averechts effect hebben. Welke performance metrics zijn belangrijk, wat heeft de meeste invloed op deze metrics en hoe start je met performance-metingen van je site?

Wat zijn de key insights van dit artikel?

  • Er bestaat geen ‘one size fits all’ performance metric. Lees hieronder over de belangrijkste metrics en bepaal wat belangrijk is voor je website.
  • Naast HTML is CSS de belangrijkste bron voor een pagina. Zorg echter dat je zorgvuldig met CSS omgaat, want het laden en uitvoeren van CSS blokkeert het renderen van de pagina.
  • Webfonts worden vaak vergeten, zonder een goede font loading strategie zijn ze van negatieve invloed op de gebruikerservaring.
  • Afbeeldingen die progressief worden geladen bieden de beste gebruikerservaring.
  • Niet het netwerk, maar het gebruik van JavaScript vormt voor de meeste websites de grootste performance bottleneck omdat processors van smartphones niet krachtig genoeg zijn de JavaScript snel te verwerken.
  • Verschillende afdelingen van bedrijven implementeren third party tooling en tracking op de website zonder zich te beseffen wat de performance impact is. Het is daarom zaak hier rekening mee te houden, en voor ogen te houden wat er allemaal op de website mee geladen wordt en de business value af te blijven wegen tegen de performance costs.
1. Wat is web performance?

Wanneer we over web performance spreken hebben we het over de snelheid waarmee:

  1. pagina’s in de webbrowser worden geladen en verschijnen (rendering)
  2. gebruikers in een vroeg stadium gemakkelijk met pagina’s kunnen werken (responsiveness of interaction)

Sites met slechte prestaties hebben doorgaans te maken met trage pagina’s en vertragingen in de interactie. Hierdoor hebben gebruikers mogelijk geen toegang tot je content of kunnen zij de website niet optimaal gebruiken. Web performance heeft primair invloed op de gebruikerservaring, en secundair op:

  • het conversiepercentage en eventueel de conversiewaarde;
  • de kwaliteitsscore van uw SEA landingspagina, en daarmee de CPC en ROI van SEA;
  • pagina’s met een langere laadtijd worden lager gerangschikt in de zoekresultaten dan wanneer ze snel laden.
User centric metrics

Om een site voor performance te kunnen beoordelen zijn er tegenwoordig diverse user-centric metrics beschikbaar die je vertellen wat je gebruikers zien en ervaren (perceived performance). Deze moderne performance metrics geven inzicht in de user experience, iets wat voorheen met enkel technische metrics niet mogelijk was.

2. Wat zijn de belangrijkste performance metrics van dit moment?

Je wilt natuurlijk niet enkel de snelheid van je website meten, maar vooral de bijbehorende gebruikerservaring. Hier zijn veel verschillende metrics voor. Maar wat zijn nu de belangrijkste? Een ding is zeker, er bestaat geen ‘one size fits all’.

2.1 User-centric metrics

Er zijn meerdere momenten tijdens het laden van een pagina die kunnen beïnvloeden of een gebruiker deze als ‘snel’ ervaart. Het kan zijn dat voor de ene gebruiker het allerbelangrijkst is dat de pagina eerst begint met weergeven, terwijl de ander de meeste waarde hecht aan het moment dat de pagina op interactie reageert. Om de totale gebruikerservaring te optimaliseren is het daarom belangrijk om naar meerdere user-centric metrics te kijken.

De metrics die we in deze sectie behandelen zijn overwegend user-centric en staan in onderstaande afbeelding van Addy Osmani chronologisch gevisualiseerd. Aansluitend zijn er nog enkele alternatieve rendering metrics die worden behandeld.

2.2 Rendering metrics

Er bestaan diverse rendering metrics, metrics die inzichtelijk maken op welk moment (relevante) content op het scherm verschijnt. De belangrijkste metrics staan hieronder opgesomd.

  1. Time to first byte (TTFB)
    De TTFB is de tijd die het duurt voordat de server reageert op het verzoek van de browser en vervolgens de eerste byte naar de browser heeft teruggestuurd. Het is eigenlijk geen rendering metric, want het start al voor het renderingproces. Maar een trage first byte of server reactietijd heeft wel degelijk gevolgen voor de snelheid waarmee de pagina gerenderd of weergegeven kan worden. De TTFB dient volgens Google rond de 200ms te liggen voor desktop devices op kabelverbindingen. Voor mobile devices op mobiele netwerken is een extra latency van 500ms acceptabel, wat uitkomt op een TTFB van 700ms voor mobiel.
  2. Start Render
    Start Render is het moment dat de pagina begint met het weergeven van de eerste pixel.
  3. First Contentful Paint (FCP)
    FCP is het moment waarop de eerste tekst en/of afbeelding op het scherm verschijnt, maar dit is nog niet de belangrijkste content waarvoor een gebruiker de pagina heeft opgevraagd. Deze metric behoort tot de zogenaamde user-centric metrics (metrics die beschrijven wat gebruikers zien en ervaren) en beantwoord de vraag ‘Gebeurt er iets?’ nadat een verzoek tot het ophalen van de pagina door de gebruiker via de browser naar de server is verstuurd.
  4. First Meaningful Paint (FMP)
    First Meaningful Paint kan enigszins verwarrend zijn. Het is namelijk niet het moment waarop de eerste significante verandering in het scherm plaatsvindt, maar de meest significante verandering. In andere woorden, wanneer bij twee seconden 35% van het scherm wordt geladen, en bij drie seconden nog eens +50%, dan ligt de FMP op drie seconden. Als user-centric metric beantwoordt deze metric de vraag ‘is het nuttig?’. Toont de pagina relevante content waarvoor de gebruiker de pagina opvraagt en wilt zien? Een belangrijke ‘key user moment’ of belangrijk gebruiksmoment waaraan de performance kan worden gemeten.
  5. SpeedIndex
    SpeedIndex maakt inzichtelijk hoe snel de volledige ruimte boven de vouw of de gehele viewport visueel compleet is. SpeedIndex wordt berekend aan de hand van een formule (zie onderstaand). Hoe lager het getal, des te beter de score. Vaak wordt dit getal gelijk gesteld aan het aantal milliseconden. In onderstaand voorbeeld is de viewport van pagina A visueel compleet binnen 1,2 seconden. Bij pagina B duurt dat maar liefst negen seconden.
  6. Alternatieve rendering metrics SpeedCurve: Hero Rendering Times
    First Meaningful Paint betreft de meest significante verandering, maar dit is niet per se de belangrijkste verandering. Voor een blog kan het weergeven van de H1 heading voor gebruikers het meest belangrijk zijn, en voor de productpagina van een webshop kan de weergave van de productafbeelding het meest van belang zijn. Ofwel, one size does not fit all. Daarom heeft SpeedCurve (performance testing software) enkele nieuwe metrics toegevoegd.
    6.1 H1 heading

    Hoe lang het duurt voor de H1 heading wordt weergegeven.
    6.2 Largest Image
    Hoe lang het duurt voor de grootste afbeelding boven de vouw wordt weergegeven.
    6.3 Largest Background Image
    Hoe lang het duurt voor de grootste achtergrondafbeelding boven de vouw wordt weergegeven.
    6.4 First Painted Hero
    Hoe lang het duurt voor eerste Hero element boven de vouw wordt weergegeven.
    6.5 Last Painted Hero
    Hoe lang het duurt voor laatste Hero element boven de vouw wordt weergegeven.

Wanneer deze rendering metrics niet goed in staat zijn om inzicht te verschaffen in belangrijke gebruikersmomenten dan is het altijd mogelijk om zelf metrics toe te passen die beter aansluiten bij een specifiek gebruikersmoment. Sites als Twitter en Pinterest passen custom metrics toe. Met ‘Time to First Tweet’ maakt Twitter inzichtelijk hoe lang het voor gebruikers duurt wanneer de eerste tweet in beeld verschijnt. En met de ‘Pinner Wait Time’ probeert Pinterest de langzaamste laadtijd voor inhoud die ze als kritisch beschouwen op een pagina, inzichtelijk te maken.

2.3 Interactive metrics

Naast rendering metrics ligt de focus de laatste paar jaar ook steeds meer op metrics die inzichtelijk maken op welk moment gebruikers de interactie met een pagina kunnen aangaan. Want wanneer (relevante) content op het scherm verschijnt, lijkt de pagina voor gebruikers geladen, maar is de pagina vaak nog niet klaar om direct op invoer (key, touch of scroll interacties) van gebruikers te reageren. Ook van deze metrics staan de belangrijkste metrics op een rijtje.

  1. First CPU Idle (voorheen First Interactive)
    First CPU Idle geeft aan hoe lang het duurt voordat de eerste interactie kan plaatsvinden op de pagina. Wanneer een pagina (snel) geladen is, verwachten gebruikers dat de pagina ook bruikbaar is. Vaak is dit niet het geval omdat browser main thread nog bezig is met het verwerken van JavaScript, en diezelfde main thread daarom niet direct kan reageren op input vanuit de gebruiker
  2. Time to Interactive (voorheen Time to Consistently Interactive)
    Time to Interactive geeft aan hoe lang het duurt voordat de pagina blijvend interactief is. Een belangrijke user-centric metric die de vraag ‘Is het bruikbaar’ als belangrijk gebruiksmoment kan beantwoorden.
  3. Estimated Input Latency of First Input Delay (FID)
    Estimated Input Latency geeft aan hoeveel tijd er zit tussen de klik van een gebruiker en de daaropvolgende reactie van de pagina. Om geen negatieve invloed te hebben op de gebruikerservaring zou dit niet hoger dan 50ms moeten zijn volgens Google. Estimated Input Latency is zoals de naam van de metric als doet vermoeden een labmeting. Door in de meting een gebruiker te simuleren kan deze timing worden geschat. In de praktijk, of in een veldmeting wordt dit gemeten met de metric First Input Delay (FID).
3. Wat heeft de meeste invloed op Performance?

Een pagina is opgebouwd uit diverse (soorten) bronnen en iedere bron heeft in meer of mindere mate invloed op de performance van de pagina. Hieronder staan de verschillende bronnen die we grofweg het belangrijkst achten voor performance.

3.1 Invloed op rendering

3.1.1 CSS
Naast HTML is CSS de belangrijkste bron voor een pagina. Zonder CSS is er namelijk geen styling; zonder CSS komt de bezoeker op een kale, witte pagina die daardoor niet voldoet aan zijn of haar verwachtingen en bovendien niet bij uw brand past. Het laden en verwerken van CSS blokkeert echter wel het weergeven van de pagina door de browser. CSS is dus cruciaal, maar er zijn wel een aantal zaken om rekening mee te houden zodat de CSS het renderingproces van de content boven de vouw niet verstoort.

Tips voor CSS
Geef prioriteit aan de CSS boven de vouw en laadt bovendien alleen CSS die nodig is voor de styling van uw pagina.

3.1.2 Custom Webfonts
We zien elke dag tientallen, zo niet honderden verschillende webfonts op het internet. Relatief gezien zijn het misschien wel de kleinste bestandjes op een webpagina die verhoudingsgewijs de grootste impact op de eerste relevante weergave hebben. Het is bijvoorbeeld een vereiste voor de FMP metric dat relevante tekstuele content in de custom fonts worden weergegeven. Toch worden ze vaak vergeten, vaak omdat er geen ‘font loading strategy’ wordt toegepast.

Het browsergedrag en de wijze waarmee custom webfonts geladen kunnen worden is in de afgelopen jaren veelvuldig verandert. Wat tot bijvoorbeeld een jaar geleden nog als een optimale strategie betiteld werd kan vandaag de dag averechts werken voor performance.

Tips voor font optimization
Geef prioriteit aan de fonts die belangrijk zijn voor uw eerste weergave en laadt alleen fonts en karakters die nodig zijn voor uw pagina.

3.1.3 Images
Dat afbeeldingen bij voorkeur qua bestandsomvang zo klein mogelijk dienen te zijn weten we anno 2018 inmiddels allemaal wel. Maar daar stopt de kennis van image optimization voor de meeste mensen. Afbeeldingen zijn op vele manieren te optimaliseren. Belangrijk voor de perceived performance is dat afbeeldingen op een pagina bij voorkeur progressief worden geladen (progressive rendering).

Progressief laden ter verbetering van perceived performance
Progressief laden betekent dat meerdere afbeeldingen boven de vouw niet een voor een laden, maar dat alle afbeeldingen bij voorkeur tegelijkertijd kunnen beginnen met laden en weergeven. Dat de kwaliteit van de afbeeldingen dan niet optimaal is, is voor gebruikers geen probleem. Het menselijk oog en brein kunnen al snel vaststellen wat er wordt weergegeven in de afbeelding en de afbeelding wordt naarmate de tijd verstrijkt kwalitatief steeds beter.

Wanneer een productafbeelding tot de kritieke content behoort zal de belangrijkste content dus al zeer snel worden weergegeven, wat de bezoeker het gevoel geeft dat er iets gebeurt. Een pagina met Progressive JPEG images die direct renderen wordt daardoor door gebruikers als sneller ervaren dan dezelfde pagina met gewone JPEG images. Vanwege dit principe zijn Progressive JPEG’s ook aan te raden boven WebP images, ondanks dat deze laatste vaak veel kleiner zijn qua bestandsomvang.

Onderstaande afbeeldingen tonen het praktijk verschil tussen een baseline JPEG image (die qua renderingproces hetzelfde werkt als een WebP, alleen WebP heeft een kleinere bestandsomvang) en een Progressive JPEG image.

WebP (of baseline JPEG image)

Progressive JPEG image

Belangrijke opmerking hierbij is dat het laden van de belangrijkste afbeeldingen boven de vouw essentieel is voor de metric First Meaningful Paint.

Tips voor image optimization
Laad afbeeldingen progressief en geef prioriteit aan de afbeeldingen boven de vouw.

3.2 Invloed op interactiviteit (en rendering)

Zoals eerder aangegeven hebben de twee bronnen die hieronder worden behandeld ook invloed op rendering. Echter, omdat de voornaamste problemen met de interactie metrics door onderstaande bronnen worden veroorzaakt zijn deze omwille van de rode draad in dit artikel beide in een afzonderlijke paragraaf behandeld.

3.2.1 De invloed van JavaScript op performance
In de beginjaren van het internet bestonden webpagina’s enkel uit HTML. Naarmate de mogelijkheden op het web steeds geavanceerder werden, groeide het gebruik van afbeeldingen, CSS maar vooral ook JavaScript (een client-side scriptingtaal speciaal ontwikkeld voor browsers op het web).

De enorme toename van JavaScript op het web over de afgelopen jaren is hieronder weergegeven (bron).

JavaScript bestanden hebben verreweg de meeste invloed op performance. Op zowel het renderingproces als de interactiviteit van webpagina’s. Dit heeft twee oorzaken:

  1. JavaScript krijgt voorrang en blokkeert daardoor het renderen
    Een browser kan helemaal niets anders doen wanneer deze een script tag in een pagina ontdekt. De browser start eerst met het laden en uitvoeren van JavaScript, voordat de HTML en CSS (die nodig zijn voor het weergeven van de pagina), worden geladen. Dat betekent dat JavaScript weergave blokkerend is, het vertraagt de snelheid waarmee de pagina wordt weergegeven in de browser.
  2. JavaScript belast de main thread en blokkeert daarmee interactiviteit
    Ten tweede vormt de uitvoering van JavaScript een grotere belasting voor browsers dan andere bestanden. De uitvoering van JavaScript kost veel rekenkracht die de browser alleen via de main thread (een browser is single-threaded) kan afhandelen. Wanneer de main thread zwaar belast wordt kan de browser niet reageren op een gebruikersinteractie. Wanneer een browser een JavaScript bestand download zal de browser eerst het JavaScript bestand nog uitpakken en verwerken. Dit proces is in onderstaande afbeelding gevisualiseerd.Het gevolg is dat een JavaScript bestand na het uitpakken 4 tot 5 keer groter is qua bestandsomvang en vervolgens volledig door de browser moeten worden verwerkt. Dit is waarom JavaScript zoveel belastender is voor de main thread dan andere bestanden als HTML, CSS en afbeeldingen. Onderstaande afbeelding van Google illustreert het verschil in het verwerken van een JavaScript bestand en een JPEG bestand van dezelfde omvang.

De verwerking van JavaScript geeft met name problemen bij minder krachtige devices van veelal goedkope smartphones die vast ook door een groot deel van uw doelgroep worden gebruikt.

Vertaalslag naar de metrics in de praktijk
Het laden van JavaScript heeft invloed op de rendering metrics First Contentful Paint, First Meaningful Paint en interaction metrics First CPU Idle en Time to Interactive. In onderstaande afbeelding (bron: SpeedCurve) staat een timeline van median performance metrics van ‘s werelds top 1,3 miljoen sites.

1. Het gat tussen TTFB & Rendering metrics
De grote lege ruimte tussen TTFB en paint metrics wordt veroorzaakt door het weergave blokkerende effect van JavaScript.

2. Het gat tussen Rendering metrics en Interactieve metrics (First CPI Idle & Time to Interactive)
Opvallend is de grote lege ruimte tussen de paint metrics en First CPU Idle. Het moment waarop de pagina voor het eerst kan reageren op invoer van gebruikers ligt ver na rendering van content.

Hoewel developers met JavaScript features ten behoeve van UX bieden, heeft het gebruik van JavaScript ook een keerzijde voor de performance en daarmee user experience van een pagina.

Tips voor JavaScript
Geef prioriteit aan JavaScript boven de vouw en laad daarnaast enkel JavaScript die nodig is voor de functionaliteiten op uw pagina.

3.2.2 De invloed van Third party resources op performance
Websites maken gebruik van third-party tooling en tracking omdat dit van belang is voor de business. Veel van deze tools of trackers maken echter gebruik van JavaScript. Websites maken steeds meer gebruik van third party scripts (140% toename sinds 2011), die daarnaast ook steeds groter worden qua omvang (+706% sinds 2011), zo bewijst ook het onderzoek van SpeedCurve.

Render blokkerende third party tools
Wanneer deze tooling wordt gebruikt om de weergave te manipuleren, zoals het geval is bij A/B testing en personalisatie tools, is deze tooling weergave blokkerend.

Interactie blokkerende third party tools
Het merendeel van deze tooling wordt echter op een later moment geladen en vertraagt daarmee het moment wanneer de pagina continu en direct op invoer van gebruikers kan reageren.

Wees er ook bewust van dat marketeers via tooling als A/B testing, personalisatie tools en tag managers een webpagina volledig kunnen veranderen qua look en feel. Dit vaak zonder kennis te hebben van web development of inzicht te hebben in de mogelijke gevolgen die dit heeft voor performance.

Tips voor third-party bronnen
Laad alleen tools die echt toegevoegde waarde bieden voor gebruikers en de business. Weeg de business value af van elke third party tool en stel een strikt third party beleid op.

4. Gratis tools voor performance inzichten

Wilt u zelf starten met het in kaart brengen van uw web performance? De meest gebruikte en toegankelijke gratis tools zijn Google Pagespeed en Webpagetest.org. Voor het verzamelen van performance data zijn er sec genomen twee bronnen:

1. Veldmetingen (Real User Monitoring)
Veldmetingen voert u uit om ervaringen van echte users te meten via Real User Monitoring (RUM). Google Pagespeed bevat twee metrics die gebaseerd zijn op veldmetingen.

2. Labdata (Synthetic testing)
Labdata kunt u gebruiken om gebruikers na te bootsen via Synthetic Testing en daarmee technische oorzaken van vastgestelde performance issues binnen veldmetingen bloot te leggen. De metingen van Webpagetest.org zijn op basis van labdata en ook het grootste deel van de Google Pagespeed metrics worden gebaseerd op labdata.

Voor- en nadelen van beide meetmethoden
Synthetic tests zijn in principe nagebootste tests in een stabiele omgeving en wijken daarom per definitie af van RUM tests. Je kunt een synthetic test op basis van een specifiek device en netwerkconditie uitvoeren, maar in de ‘echte wereld’ wijken de resultaten af omdat locatie, het netwerk en device per gebruiker verschilt. Het uitvoeren van RUM tests is met tools als bijvoorbeeld SpeedCurve altijd aanbevolen. Het nadeel is echter dat u een minimaal aantal bezoekers op een pagina nodig heeft om betrouwbare RUM data te vergaren. Met Synthetic testing heeft u dit probleem niet, en kunt u ook eenvoudig benchmarks creëren.

Pagespeed Insights
Pagespeed Insights is een performance tool van Google waarvoor sinds kort de performance analyse uitgevoerd wordt op basis van Google Lighthouse, een andere performance tool van Google. Dankzij deze update geeft Pagespeed Insights nu een completer en accurater beeld van de performance van een pagina. In deze tool vindt u ook een aantal van de rendering en interactieve metrics terug die eerder in dit artikel zijn benoemd (zie onderstaand screenshot).


Naast deze metrics wordt er ook een ‘filmstrip view’ getoond. Hierdoor heeft u niet alleen inzicht in de metrics, maar ziet u ook visueel hoe het renderingproces van de pagina verloopt en wordt ervaren door gebruikers.

Webpagetest.org
Webpagetest.org is een veel gebruikte tool en biedt vergelijkbare inzichten qua metrics als Pagespeed Insights, maar er zijn enkele verschillen:

  1. Configuratie naar wens – Webpagetest.org
    Bij Pagespeed Insights kunt u de configuratie van labtesten niet aanpassen. Er wordt altijd getest vanaf een 3G verbinding met een gemiddeld device (beperkte rekenkracht van processor en beperkt geheugen). Bij Webpagetest.org kunt u de simulatie aanpassen naar verschillende browsers, netwerkcondities, devices en nog veel meer.
  2. Waterval View – Webpagetest.org
    Webpagetest.org biedt inzicht in de volgorde waarin bronnen worden geladen middels een waterval (zie onderstaand screenshot). Dit inzicht is essentieel om het renderen van de content boven de vouw van Start Render tot aan Visually Complete te analyseren.
  3. Video – Webpagetest.org
    Webpagetest.org biedt naast een filmstrip ook de optie om een video weer te geven van de rendering. Zo kunt u het renderingproces nog beter visualiseren.
  4. Verschil in metrics
    Beide tools bieden vergelijkbare metrics, maar ze kunnen niet 1-op-1 met elkaar worden vergeleken. Het zijn analysetools die inzicht bieden in mogelijke gebruikerservaringen en welke performance issues er spelen.
  5. Toegankelijkheid: Kant en klare optimalisaties – Pagespeed Insights
    Hoewel Pagespeed Insights beperkter is dan webpagetest.org, is het toegankelijker voor iemand die weinig of geen kennis heeft van performance, omdat er een aantal kant en klare optimalisatie punten worden aangegeven. Weet echter wel wat je met deze aanbevelingen doet, een onjuiste uitvoering kan de performance juist verslechteren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sony lanceert nieuwe Glass Sound speaker

Posted 09 jan 2019 — by Emerce
Category nieuws

Sony heeft de nieuwe Glass Sound speaker aangekondigd voor de Benelux. Dit model is voorzien van een hi-Res audio driver en kent een zogenoemde push & play functie voor Spotify Connect.

De LSPX-S2 gaat volgens Sony naadloos op in de woonkamer dankzij het subtiele design en afwerking. Om een rustgevende sfeer te creëren heeft de speaker een instelling voor een kaarslichteffect.

Dankzij de Sony Advanced Vertical Drive-technologie wordt het geluid 360 graden rondom weergegeven. Dit zorgt voor een authentiek en hoogwaardig geluid dat tot in elke hoek van de kamer hoorbaar is.

De organische glazen behuizing trilt mee met de geluidsgolven. Dit zorgt voor een verticale verspreiding van het geluid. De tweeter met organische glazen buis heeft een breder oppervlak in vergelijking met conventionele luidsprekers.

Via een speciale knop op de speaker zijn de meest gedraaide nummers van Spotify Connect te streamen zonder deze op te hoeven zoeken.

De LSPX-S2 is vanaf mei 2019 verkrijgbaar voor 600 euro.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Infographic: een tumultueus jaar voor Elon Musk

Posted 05 jan 2019 — by Emerce
Category nieuws

Tumultueus, zo kun je het jaar van Elon Musk zeker noemen. Hij joeg met zijn omstreden tweets beleggers, aandeelhouders en financiële instanties op stang, inclusief de 1 april grap dat de automaker Tesla bankroet was. In juni ontsloeg Tesla 9 procent of 3600 van zijn werknemers, daarna volgden nog eens twee branden in de Tesla fabriek in Fremont.

In augustus tweette Musk naar zijn toen 22,3 miljoen volgers dat hij van plan was Tesla van de beurs te halen. De beurswaakhond gaf Tesla en Musk zelf elk een boete van 20 miljoen dollar en de topman moest afstand doen van zijn functie als voorzitter in de raad van bestuur. Het jaar eindigde positief. Op 10 december stelde Musk zijn eerste hogesnelheidstunnel voor, waarin auto’s supersnel van de ene naar de andere kant van Los Angeles moeten ‘sporen’.



Lees het volledige bericht op Emerce »