Posts Tagged ‘tweet’

Microsoft lanceert zijn Slack-kloon Teams volgende week

Posted 09 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Microsoft lanceert zijn Slack-kloon Teams officieel op 14 maart. De tool wordt al door zo’n 30.000 organisaties gebruikt.

Voor de lancering is een speciaal evenement aangekondigd, waar in elk geval vice-president Kirk Koenigsbauer zal spreken.

Teams is onderdeel van Office 365, de abonnementsdienst voor zakelijke software.

De dienst, door Microsoft zelf omschreven als een chatgebaseerde werkomgeving, is in feite een samensmelting van bestaande Office-programma’s als OneNote en Word, Skype en SharePoint. Gebruikers van Teams kunnen via Skype videobellen, maar ook tweets versturen. Chats zijn doorzoekbaar. Net als Slack werkt de dienst met bots.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Android Pay komt naar België

Posted 06 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Android Pay, de betaaldienst van Google, wordt vermoedelijk 7 maart in België geïntroduceerd. Hiervoor werkt Google samen met BNP Paribas Fortis.

BNP Paribas Fortis heeft de samenwerking zelf via een tweet aangekondigd, maar die tweet is inmiddels verwijderd.

Met Android Pay wordt het mogelijk voor consumenten om met de smartphone in winkels te betalen.

Google introduceerde Android Pay in 2015.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Octo: tevreden mensen, duurzame gebouwen en lagere kosten

Posted 28 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een octopus die meerdere tentakels verbindt aan één meesterbrein, daarmee vergelijkt mede-oprichter Dirk Huibers de werkwijze van Octo. De start-up die ruimtegebruik, energiebeheer en gezondheid in gebouwen optimaliseert, zet gegevens van het pand om in een plan dat geld bespaart, milieuvriendelijk is en een gezond binnenklimaat verzorgt.

Naast projecten voor kantoren en basisscholen heeft Octo momenteel een zelfontwikkelde sensor op de planning.

Dirk, hoe zou je Octo omschrijven in één tweet?

“Octo optimaliseert gebouwen met realtime-data en geeft inzicht in de bezettingsgraad, energiestromen en comfort zonder extra sensoren te plaatsen.”

Wat doet Octo precies?

“De Octo-software monitort informatie die al in gebouwen aanwezig is en werkt het om tot algoritmes, aan de hand waarvan het pand geoptimaliseerd wordt. Daarmee besparen onze klanten onder andere geld en tijd, en daalt het ziekteverzuim.”

Wat voor gegevens zijn er in gebouwen aanwezig?

“Kamers in kantoren zijn vaak uitgerust met bewegingsmelders: je komt binnen en het licht gaat aan. Of de ventilatie die gaat draaien als de lucht binnen ongezond is. Het zijn situaties waarin signalen worden uitgewisseld tussen apparaten. Die pikken wij op en we berekenen de optimale samenwerking. Zo voorkom je bijvoorbeeld dat zowel de verwarming als de airco aan staan. Octo haalt dit soort tegenstrijdigheden uit het systeem.”

Wie zijn je klanten?

“We werken voor basisscholen in de gemeente Almere. In lokalen ontstaat een ongezond binnenklimaat onder andere door een te hoge CO2-concentratie. Het heeft negatieve impact op de leerprestaties en werkt ziekteverzuim in de hand. Daarnaast werken we regelmatig voor eigenaren en beheerders van kantoorgebouwen. Momenteel zijn we bezig met een project op Strijp S in Eindhoven, waar we de oude Philips-fabrieken monitoren. We verzamelen alle gegevens en presenteren ze op een beeldscherm. Op een plattegrond van het gebouw zien medewerkers waar ze moeten zijn voor bijvoorbeeld een rustige, koele werk- of vergaderruimte.”

Wie zijn je concurrenten?

“In de combinatie ruimtegebruik, energiebeheer en gezondheid staan we alleen. Op onderdelen hebben we wel concurrentie. Zo werkt start-up QwickSense met gezondheidsmetingen en meet Simaxx de technische prestaties van installaties. Het verschil met ons is dat wij meer metingen uitvoeren en de relatie tussen verschillende factoren berekenen. Op dit moment kennen wij geen andere bedrijven die het zo integraal aanpakken.”

Wat maakt Octo uniek?

“Dat we in één platform zowel ruimtegebruik en comfort als energieverbruik monitoren. Dat zijn de tentakels van onze metaforische octopus. Daarnaast brengen wij geen sensoren aan die gegevens verzamelen, tenzij het probleem van onze klant hier specifiek om vraagt. In bijna alle gevallen leest Octo het bestaande gebouwbeheersysteem uit. Zo krijgen we alle informatie boven tafel zonder dat we ook maar één sensor hoeven te plaatsen.”

Hoe werkt Octo voor je klanten?

“We gaan langs op locatie en vragen naar hun grootste probleem van dat moment. We plaatsen een klein kastje in het ketelhuis – naast het besturingssysteem dat er op dat moment al is – om de gegevens te kunnen aflezen. Vervolgens gaan we kijken waar het probleem vandaan komt en hoe we dit kunnen oplossen.”

Heb je een voorbeeld?

“Iedere klant vraagt om een iets andere aanpak. Zo ontdekten we bij een basisschool dat het beveiligingssysteem in doordeweekse nachten niet werd ingeschakeld door de conciërge. Het probleem was dat het verwarmingssysteem hierop reageerde. De school werd dag en nacht naar 21 °C verwarmd. Wij signaleerden dit en namen direct contact met de klant op. Sindsdien is het energieverbruik met maar liefst veertig procent gedaald.”

Zijn er behalve kantoren, ziekenhuizen en scholen nog andere toepassingen?

“Op het moment praten we met een distributiecentrum over de tijdelijke opslag van medicijnen. Deze moeten te allen tijde in een temperatuur verblijven tussen de 19 en 21 °C. Wij gaan nu kijken hoe vaak de laaddeur open en dicht gaat en in hoeverre dit voor temperatuurschommelingen zorgt. Medewerkers van de los- en laadruimte krijgen vervolgens een melding als de ruimte de temperatuurgrens dreigt te over- of onderschrijden. Vaak gebeurt dat via een app, maar dat is afhankelijk van wat de klant wil. In dit geval plaatsen we waarschijnlijk een stoplicht op locatie.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“We hanteren een SaaS-verdienmodel. We rekenen een eenmalig bedrag voor het plaatsen van het kastje en het gesprek op locatie. Hierna gaan de betalingen via een abonnement, waarbij we kosten rekenen per ruimte die we monitoren of probleem dat we oplossen.”

Hoe is Octo ontstaan?

Tara Sonneveld, Marieke Dijksma en ikzelf zijn Octo begonnen. We kennen elkaar uit voormalig dienstverband. We werkten in de energiesector en gaven veel advies aan gebouweigenaren. Het handmatig opstellen van adviesrapportages kostte ontzettend veel tijd – soms wel zes tot negen maanden. Dan loop je als adviseur altijd achter de feiten aan. Anderhalf jaar geleden dachten we: dit kan slimmer. Met die insteek zijn we Octo gestart. We genereren de rapportages nu automatisch in het hier en nu. Zo kunnen we problemen oplossen voordat de klant er last van heeft.”

Wat staat er nog op de agenda?

“Op het moment zijn we druk bezig met een nieuw concept: Octo 2.0. Het is een sensor die wij zelf ontwikkelen. De doelgroep zijn woningbouwcorporaties. Zij hebben elk gemiddeld zo’n vijftienduizend woningen in beheer. Bij onderhoudsbeurten worden vaak standaard elk jaar de kozijnen geschilderd. Onze sensor meet op het kozijn hoeveel houtrot er plaatsvindt en hoe goed het schilderwerk nog is. Vervolgens krijgt het woningbouwbedrijf een melding als ze in moeten grijpen.

Het bespaart veel kosten: met de sensor blijkt dat onderhoud van de kozijnen gemiddeld zo’n twee jaar niet hoeft te gebeuren. Als een specifieke sensor nodig is, kopen we die normaal gesproken extern in, maar we ontdekten dat zo’n sensor nog niet bestaat. We hebben nu patent aangevraagd voor onze sensor en zijn in gesprek met verschillende fabrieken om het in productie te nemen. In januari 2018 vindt de technologiebeurs CES plaats in Las Vegas. Dit zien wij als de uitgelezen kans om onze houtrot-sensor internationaal te lanceren.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Octo nam deel aan de AIA 2016. Bekijk hier de winnaars van 2016



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mislukte uitreiking Ocars levert pijnlijke televisie op en heerlijke tweets

Posted 27 Feb 2017 — by Adformatie
Category nieuws

De 89e uitreiking van 89e Oscars gaat de geschiedenis in als een van de pijnlijkste ooit.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Gert-Jaap Hoekman: ‘NU.nl is een timeline, net als Facebook en Twitter’

Posted 24 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

In een presentatie tijdens het Crossmedia Café vertelde Gert-Jaap Hoekman dat slechts twee procent van het verkeer van NU.nl uit Facebook afkomstig is. ‘Thumbs up!’, tweette ik, waarna die twee procent me bleef intrigeren. Drie weken voor de Tweede Kamerverkiezingen sprak ik Gert-Jaap, hoofdredacteur van het grootste digitale nieuwsmerk van Nederland, over dat lage percentage social verkeer.

Zijn jullie in aanloop naar de verkiezingen extra druk?

“Niet veel drukker dan normaal, maar we doen natuurlijk wel veel dingen speciaal voor de verkiezingen. Zoals een eigen kieswijzer en uitlegvideo’s waarin we bijvoorbeeld op een rijtje zetten wat de verschillende partijprogramma’s zeggen over de zorg. Ook komen we regelmatig met een update van de campagne, zowel op NU.nl als live op Facebook. Dat is typisch NU.nl: vertellen wat het nieuws wordt, net als overzicht bieden en uitleg geven.”

Overzicht bieden klinkt heel neutraal. Wat vind je van het statement van Rob Wijnberg dat journalisten niet objectief zouden moeten willen zijn?

“Als ik zou zeggen dat ik niet in objectiviteit geloof, ondermijn ik één van de principes van NU.nl. Ik geloof in objectiviteit en waarheidsvinding, maar ik snap ook dat er een rol is voor opiniërende en activistische journalistiek. De Correspondent slaat daarin alleen wat door en vindt dat ieder medium zo’n rol zou moeten oppakken. Dat laat geen ruimte voor pluriformiteit.”

“Mensen moeten ook gewoon geïnformeerd worden over basale dingen: hoe laat de voetbalwedstrijd begint en of het dit weekend wel of niet druk wordt op weg naar de sneeuw. NU.nl brengt de feiten en dan kunnen bezoekers zelf hun oordeel vormen. Alhoewel we na de inauguratie van Trump ons beleid wel hebben aangescherpt. We wisten zeker dat het niet waar was wat Trump beweerde. Dan moeten we niet in een kramp schieten, maar dat ook gewoon zeggen.”

“We maken regelmatig afwegingen over wat we wel of niet brengen. Als heel Nederland praat over de terrasmeisjes of de treinsurfers, dan wil dat nog niet zeggen dat wij daarover moeten schrijven. Het is gewoon niet altijd relevant nieuws. We hoeven niet populair te doen om aan ons bereik te komen. We hebben heel trouw publiek dat het juist waardeert dat we dan geen verhaal brengen.”

Je geeft aan dat je veel waarde hecht aan waarheidsvinding. Zou je ingaan op het verzoek van Facebook om te helpen met het factchecken van nieuws?

“Waarheidsvinding is voor ons belangrijk, dus ik vind dat we daar zeker een verantwoordelijkheid hebben. Er zijn uitgevers die zeggen dat Facebook zelf maar z’n zooi moet opruimen. Als wij Facebook zouden helpen met factchecken bevestigt het juist de kracht van ons merk. Het is waarschijnlijk werk dat we toch al doen en misschien zorgt het er juist voor dat we onze bezoekers nog duidelijker kunnen uitleggen hoe iets zit. Ik ben ook wel benieuwd wat er allemaal rondgaat in de donkere krochten van Facebook. Dus ja, op dat verzoek zouden we zeker ingaan.”

Jullie hebben slechts twee procent verkeer uit Facebook. Hoe komt het dat dat aandeel zo laag is?

“Het is zelfs al het verkeer uit social media, dus ook het verkeer uit Twitter en Instagram en het verkeer uit bezoekers die nieuws met vrienden delen, dus niet alleen het verkeer uit de Facebookpagina. 80 procent van ons verkeer bestaat uit directe bezoekers. Nederlanders zijn gewoontedieren en NU.nl was de eerste die gratis nieuws bracht op zo’n grote schaal en met zo’n grote snelheid. We zijn in hun systeem gekomen en we stellen ze nog steeds niet teleur. Of minder bescheiden: we zijn gewoon fucking goed. Ook als we geen pushnotificatie sturen, komen mensen naar ons als nieuws breekt. NU.nl is voor mensen net zo goed een timeline als Facebook en Twitter dat zijn.”

“Social is tot nu toe niet echt een pijler geweest, maar we maken nu wel een shift. Het social verkeer mag best wel stijgen. We willen mensen ook op andere platformen bereiken. Het moet alleen wel dat aandeel van twee procent blijven: het moet niet kannibaliseren. Direct verkeer is heilig.”

“Een strakke social strategie zou kunnen zijn: voor breaking nieuws bezoeken mensen onze site, dat zetten we niet op Facebook.”

Hoe wil je ervoor zorgen dat social verkeer niet kannibaliseert op direct verkeer?

“Voor ons zou een uitgangspunt kunnen zijn: voor breaking nieuws bezoeken mensen onze site, dat zetten we niet op Facebook. Daar posten we dan bijvoorbeeld om onze uitleg-formats, waardoor meteen duidelijker wordt waar ons merk voor staat. Dat hoeft niet altijd zwaar te zijn. Als Bieber naar Nederland komt, kunnen wij in een uitlegvideo uitleggen waarom hij opeens cool is geworden.”

Dus dan zet je social vooral in voor promotie van je merk, niet voor distributie van je content?

“Je moet altijd lading geven aan je merk. Als je staat voor het bieden van overzicht, moet je niet elke scheet van een terroristische aanslag als een update op Facebook posten, maar ook dáár het overzicht bieden. Dat kan ook prima in een Instant Article, zonder dat het ons verkeer oplevert. Dat we maar twee procent social verkeer hebben, betekent ook dat het ook niet zoveel uitmaakt als die twee procent er niet is. Dan gebruiken we Facebook gewoon als een visitekaartje.”

“We zetten middelen in omdat we ze belangrijk vinden, niet omdat het moet voor bereik. Daarom sturen we niet elke dag een pushnotificatie uit, maar alleen als het echt nodig is. En het geldt ook voor onze verhalen. We hoeven niet te shockeren en we schrijven niet meer over Jan Smit dan nodig. Ik heb wat dat betreft makkelijk lullen. We hebben elke dag twee miljoen unieke bezoekers.”

“Wat een abonnee is voor de Volkskrant, is een directe bezoeker voor ons.”

Kijk je puur naar bereik? Wanneer heb je een goede maand gehad?

“Ik kijk met name naar bereik. Als we zoals nu extreem veel nieuws hebben en we blijven op hetzelfde bereik als vorige maand, dan ben ik niet tevreden. Maar er zit ook iets zachters onder. Ik ben vooral blij met mailtjes van bezoekers die zeggen dat we het nieuws goed hebben uitgelegd of als we horen dat de Minister van Defensie onze video over kankerverwekkende verf aan het personeel heeft laten zien, omdat wij het zo goed uitleggen. Het gaat dus om een balans tussen het bereik en zaken goed uitleggen. En om impact te maken, heb je ook bereik nodig. Met name direct verkeer is een graadmeter. Wat een abonnee is voor de Volkskrant, is een directe bezoeker voor ons.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

The Social Conference: Van social media naar platformoverstijgende content

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

The Social Conference komt er weer aan. Met een boeiend programma vol prachtige cases, inspirerende sprekers en sterke battles. Sprekers zijn dit jaar Anna Nooshin en Erik Kepper (RTL MCN), Anouk Bosma (bol.com) en Judith ten Bokkel (Kantar TNS).

De jaarlijkse uitreiking van De Beste Social Awards staat weer op de rol. In 2016 ging Netflix er met de titel Beste Merk vandoor. T-mobile sleepte de award voor voor beste webcare in de wacht en verloor de dubieuze eer in de categorie slechtste bericht van Henk Krol. In deze De Beste Social Awardshow praat Diederik Broekhuizen, oprichter van The Beste Social, met winnaars en juryleden van 2016 over het afgelopen jaar én de op handen zijnde uitreikingen.

Bij het horen van de naam Berenschot denk je misschien aan een gedegen organisatie waar deskundige adviseurs complexe organisatievraagstukken oplossen. Dat klopt, maar de Berenschot-adviseur is ook vooral mens- en praktijkgericht, innovatief door zijn nieuwsgierigheid en een tikkeltje onconventioneel. Dit maakt werken met en bij Berenschot bijzonder en heel plezierig. Online was dit niet zichtbaar, totdat Berenschot haar online strategie in 2016 drastisch wijzigde en haar 230 adviseurs centraal stelde. Laura de Vaan vertelt er meer over.

Tijdens TSC17 sluiten we tien knappe koppen op in de Escape Room. Ze mogen de ruimte pas verlaten als ze het antwoord hebben op strategisch social-vraagstuk X. Schetstolk Inge de Fluiter vertaalt de antwoorden naar een visueel canvas ‘Social Media essentials 2018’.

Wil jij kans maken op een van de felbegeerde plekken in de escape room van The Social Conference? Formuleer dan nu je strategische social-vraagstuk – voor jouw organisatie of een fictief merk – in een tweet die je markeert met #TSC17. De twee inzenders met de beste suggestie belonen we met een seat in de Escape Room. En daarmee met een gratis ticket voor TSC17!

*) The Social Conference vindt plaats op 23 maart in Amsterdam. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dominicaanse radiomakers doodgeschoten tijdens live-uitzending

Posted 15 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

In de Dominicaanse Republiek zijn dinsdag twee journalisten gedood tijdens een radio-uitzending. Het tweetal, presentator Luis Manuel Medina en producer Leo Martinez, werkten in een studio in een winkelcentrum in de stad San Pedro de Macoris aan het…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Crowdselling via social media. Sellify doet het

Posted 14 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zo’n twee miljard mensen maken maandelijks actief gebruik van Facebook. Ook Twitter, LinkedIn en Instagram zijn wereldwijd niet meer weg te denken. Het biedt nieuwe kansen, zoals voor het eerste crowdsellingplatform, Sellify van Lennert Pieters. Via social media trekt hij op effectieve wijze potentiële consumenten aan voor zakelijke klanten. “Sell, satisfy en amplify geven exact aan waar wij voor staan: influencermarketing in een nieuw jasje.”

Hoe zou je Sellify omschrijven in een tweet?

“Deel producten waar je van houdt op social media en je wordt beloond!”

Wat doet Sellify?

“Crowdfundingplatforms – zoals Kickstarter – zijn inmiddels gemeengoed, maar crowdselling is nog relatief onbekend. Sellify is het eerste crowdsellingplatform. Social media hebben een groot potentieel om consumenten te bereiken. Wij geven de stimulans om hippe, bijzondere of innovatieve producten van jonge ondernemers te steunen via social media. Iedereen kan daar influencer én ambassadeur worden van de producten die onze klanten verkopen.”

Wat is de rol van de influencers?

“Influencers zijn de aanjagers op social media. In feite fungeren zij als tussenpersoon, door producten te delen worden ze als het ware medeverkoper. Tot voor kort waren de influencers bekende mensen met een enorm bereik op social media. Sellify geeft iedereen de mogelijkheid om influencer te worden, bekend of onbekend. Als er via ons daadwerkelijk een product verkocht wordt, dan ontvangen de influencers ook een bedrag van de verkoopprijs. Een influencer steunt hiermee niet alleen de ondernemer, maar ook zijn vrienden of volgers met exclusieve kortingen op producten. Een win-winsituatie voor iedereen.”

Hoe werkt het precies?

“De producten van onze klanten brengen wij onder de aandacht bij influencers in ons netwerk. We vragen of zij een product op hun sociale kanalen willen aanbevelen. Wordt het vervolgens verkocht aan vrienden, volgers of andere sociale contacten, dan krijgt de influencer tien procent van de verkoopprijs. Zo ziet influencermarketing in een nieuw jasje eruit.”

Heb je een concreet voorbeeld?

“Stel: ik ben een klant van Sellify en verkoop hippe fietsen. Er loopt een campagne van mijn fietsen en jij deelt als influencer dit product op je Facebook-profiel. Al jouw volgers en vrienden kunnen dankzij jouw gedeelde item op Facebook deze fiets met tien procent korting kopen. Jouw netwerk heeft een bepaalde waarde dat ervoor kan zorgen dat er meer fietsen verkocht worden. Als influencer help je dus de ondernemer én die ene vriendin op Facebook die al een tijdje zoekt naar een toffe fiets. Als beloning ontvang je tien procent van de omzet, die wordt gestort op je bankrekening. Een goede influencer weet waar de interesse van zijn vriend of volger ligt en kan dus best wat bijverdienen.”

Eerst richtte je je op particulieren. Waarom deze transitie naar zakelijke klanten?

“Steeds vaker maakten bedrijven – in plaats van particulieren – gebruik van ons e-commerce-platform. Ze hadden al webshops, maar gebruikten Sellify alleen om een groter bereik te creëren. Voorheen boden wij ook hun webshop-functionaliteit aan, maar hier was in onze toenmalige propositie niet genoeg vraag naar. Dus we besloten om de koers te wijzigen en ons alleen nog te richten op aansprekende en jonge producten. Wij zijn er inmiddels van overtuigd dat producten succesvoller zijn als je ze met social media in de spotlight zet.”

Waar komt de naam vandaan?

“Van sell, satisfy en amplify. Drie woorden die precies vertellen waar wij voor staan: het sneller verkopen van producten, het tevreden stellen van klanten en het bereik van klanten versterken.”

Welk probleem los je op?

Onderzoek van het influencermarketing-platform The Shelft wijst uit dat ongeveer negentig procent van de consumenten meer vertrouwen heeft in de aanbevelingen van iemand die ze niet persoonlijk kennen, dan wanneer de aanbeveling direct van het merk komt. Het digitale marketingbedrijf ODM Group kwam tot de conclusie dat meer dan zeventig procent van alle consumenten social media gebruiken voor hun aankoopbeslissing. Wij haken hier op in.”

Heb je al klanten?

“Drie weken geleden is ons nieuwe platform gelanceerd. Sindsdien hebben we al diverse campagnes lopen met klanten als Gocase, MicGeek en Wooden Made. Een belangrijke vereiste is dat het producten moeten zijn mét liefst een opmerkelijk of verrassend verhaal. Dat doet het goed op social media.”

En heb je concurrenten?

“Nee, niet met hetzelfde businessmodel. Wel zijn er platformen als Buffer en Hootsuite die ook gebruikmaken van een automatische deeltechnologie. Zij houden zich meer bezig met social media management. Wij plaatsen jouw bericht tegelijkertijd op meerdere platformen, zoals Twitter en Facebook. Voor jou, namens jou. Uiteraard doen we dit niet zonder jouw autorisatie.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“We hanteren een cost-per-sale-model: als ondernemer betaal je pas wanneer er verkoop plaatsvindt. Bij iedere verkoop houden wij minimaal vijfentwintig procent in op de prijs, afhankelijk van de campagne die loopt. Het bedrag wordt verdeeld over de koper, influencer en Sellify. Wij ontvangen vijf procent van de verkoopprijs. Dat lijkt relatief veel, maar doordat wij een groter bereik aan afnemers genereren wordt dat ruimschoots gecompenseerd.”

Wat staat er nu op de agenda?

“Wij zijn bezig nieuwe sociale kanalen toe te voegen, zoals Instagram en LinkedIn. Ook willen we een hogere conversie creëren door een betere match te maken tussen product en social media-gebruiker. Cruciaal is de merkidentiteit. Om die nog beter kunnen laten aansluiten, leggen we gebruikers een aantal vragen voor over hun interesses. Daarnaast bouwen we de database van influencers uit. Zo kunnen we betere matches voor een grotere groep klanten realiseren.”

En in de toekomst?

“We hebben internationale ambities. Dit eerste kwartaal gaat dat nog niet gebeuren, want we willen eerst aantonen dat Sellify in Nederland goed loopt. Wereldwijd maken miljarden mensen gebruik van social media. Dit maakt het eenvoudig om de grens over te gaan. Trial and error moet uitwijzen waar de grootste markt ligt. Voorlopig willen we ons dit jaar voornamelijk gaan richten op Duitsland, België en Engeland. Dichtbij huis dus.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met mijn collega Lotte Anne van Vemde. Sellify was deelnemer aan de Accenture Innovation Awards 2015. Bekijk hier de winnaars van dit jaar.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Devialet Phantom: alles in één, 4.500 Watt

Posted 01 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Als je hem hard zet, flapperen de zijkanten als waren het oren van Afrikaanse olifanten. Soepel en elegant maar functioneel om de ontsnappende geluidsstromen aan de omgeving af te geven. Het is een speaker die niet enkel de oren, maar tevens de tongen nogal losmaakt.

Maker Devialet uit Frankrijk is ook niet de eerste de beste techstarter uit San Francisco met een hip designidee. Het is een bekende leverancier van peperdure versterkers voor audiofielen. Met 107 patenten en 62 prijzen op hun naam. Ze hebben dus een naam hoog te houden met deze eerste generatie speakers.

De Phantom, hun eerste generatie speakers, is met een instapprijs van 1.690 euro behoorlijk prijzig. Zeker als je bedenkt dat je voor de beste geluidservaringen er eigenlijk twee nodig hebt. Immers, twee keer mono=stereo of multiroom. En als je dan eenmaal klaarzit voor de geluidsexplosie, pak dan de Spark-app erbij (rating 3,5/5, suboptimaal dus) om muziek aan het beest te voeren. Want zonder die app gebeurt er niets. Of je moet er een kabel in steken, dan kan hij zelfs aan je platenspeler en televisie gekoppeld worden.

Wil je de Phantom eerst ervaren? Wip dan even binnen bij een van de twee flagship stores. Er zit er eentje in Londen en – sinds kort – ook in New York City.

Specificaties:
Speakers: tweeter, medium & bass
Vermogen: 750 tot 4.500 Watt
Geluidsspectrum: 14Hz tot 27 kHz
Connect via: bluetooth, wifi, optische kabel of Ethernet
Support: AAC, WMA, MP3, Flac, Apple Lossless, Ogg Vorbis, AIFF, Wav
Gewicht: 11,4 kg
Site: Devialet.com
Prijs: vanaf 1.690 euro



Lees het volledige bericht op Emerce »

SODAQ’s slimme sensoren koppelen 1.001 dingen aan het IoT

Posted 31 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Miljarden autonome dingen kunnen aan het internet geknoopt worden: bruggen, prullenbakken, fietsen, beregeningsinstallaties. Sensorontwikkelaar SODAQ versnelt de opmars van het Internet of Things (IoT) door met LoRa verbindingen te leggen tussen ding en web. Jan Willem Smeenk, CEO van SODAQ, levert de bijbehorende hard- en software. “Wij doorbreken moeizame processen in vastgeroeste bedrijven en maken het IoT duurzamer en efficiënter.”

SODAQ gebruikt het efficiënte LoRa-netwerk om zaken aan te sluiten op het Internet of Things. LoRa is de afkorting van long range. LoRa zorgt ervoor dat kleine hoeveelheden informatie eenvoudig uitgewisseld kunnen worden over een lange afstand.

Wat is SODAQ in één tweet?

“SODAQ is een pionier in de ontwikkeling van hard- en software voor een duurzaam Internet of Things.”

Waarom wil je een duurzaam IoT?

“Volgens een voorspelling van de Gartner Group zijn er in 2050 meer dan honderd miljard IoT-apparaten. Stel dat die allemaal van stroom worden voorzien door één penlightbatterij met een levensduur van een jaar. Het zou betekenen dat er jaarlijks vier miljoen ton batterijen weggegooid worden: vijfhonderd olympische zwembaden vol met lege batterijen. Wij streven ernaar zoveel mogelijk IoT-apparaten op zonne-energie te laten draaien.”

Wat doet SODAQ?

“Wij ontwikkelen hardware-oplossingen – zoals sensoren en modules – waarmee particulieren of bedrijven zelf autonome dingen aan het IoT kunnen hangen. Dat werkt via Arduino, een open source-platform dat bekendheid geniet bij mensen die geïnteresseerd zijn in microcontrollers. Iedereen kan daarmee leren programmeren en op een eenvoudige wijze onze hardware aansluiten op het LoRa-netwerk.”

Voor welke doeleinden kun je SODAQ gebruiken?

“De mogelijkheden zijn eindeloos. Je kunt het apparaatje dat je bij ons koopt en vervolgens programmeert bijvoorbeeld in het achterlicht van je fiets wegstoppen. Zo heb je een tracker voor je fiets. Als je fiets gestolen wordt, kun je hem volgen via je smartphone door Google Maps te openen.”

Hoe werkt dat op technisch vlak?

“Onze gebruikers kunnen kiezen uit verschillende LoRa-netwerken, zoals KPN of The Things Network. Met onze software gaat jouw positie-informatie door een LoRa-netwerk naar een LoRa-server. Het zijn dus de servers die de informatie presenteren, in een app.”

Hoe is het idee tot stand gekomen?

“Op verzoek van de beheerder van een natuurpark in Oost-Afrika. Ik was daar beroepshalve. We kregen de opdracht om een tracker te maken, die onze opdrachtgever vervolgens aan dieren kon hangen, bijvoorbeeld als halsband, oormerk of op de hoorn. Hij wilde altijd en overal neushoorns kunnen volgen, maar de tracker kan ook de aanwezigheid van een mens detecteren door de bewegingspatronen en het gedrag van de neushoorn te monitoren. Als er dan iemand in de buurt van een neushoorn komt, dan geeft de tracker een signaal af naar de parkbeheerder. Zo weet hij dat er iets aan de hand is én kan hij bijvoorbeeld het doodschieten van een neushoorn voorkomen.”

En wat heb je daarna ondernomen?

“Bij terugkomst in Nederland hebben wij het product gelanceerd op het crowdfundingplatform Kickstarter. Om een gezond businessmodel te realiseren, wilden wij ons natuurlijk niet alleen richten op neushoorns. Daarom zijn we een universele, multi-functionele tracker gaan ontwikkelen die je overal op kunt hangen. Dit is bedoeld voor alles wat je niet wilt kwijtraken. Hang er een tracker aan en volg het product. Of de neushoorn. Inmiddels maken we tal van sensor- en trackingproducten.”

Waarom juist ontwikkelingslanden?

“Sinds 1992 ben ik actief in Afrika. Op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken ben ik naar Tanzania gereisd om het land meer aan te sluiten op internet. Op het hele continent heeft internet in de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. Afrika wordt minder gehinderd door de wet van de remmende voorsprong. In Tanzania, een van de armste landen ter wereld, heeft vrijwel iedereen een mobieltje. Maar voorheen hadden ze helemaal geen telefoon. De stap van vaste telefonie hebben ze gewoon overgeslagen. Dat mobiel een integraal onderdeel is geworden van het dagelijkse leven, biedt kansen.”

Kun je een concreet voorbeeld geven?

“Stel, je bent daar maïsboer. Vroeger had je geen flauw benul van wat je oogst zou gaan opbrengen in de markt. Nu kun je bellen met je neef uit de stad om de actuele prijs even te checken. Zo gaat ook het IoT in de toekomst een belangrijke rol spelen. Met de sensoren die wij aan boeren leveren, kunnen zij bijvoorbeeld de kwaliteit van het water waarmee zij hun akker besproeien meten. Een laag of hoog zoutgehalte kan wel twintig tot dertig procent schelen in de opbrengst voor een boer.”

Wat is jouw verdienmodel?

“De producten die SODAQ ontwikkelt, de hardware zoals sensoren dus, verkopen we in de webshop. Inmiddels hebben we duizenden stuks verkocht. Sommige producten kosten slechts een paar tientjes. Onze producten gaan de hele wereld over om vanaf de meest afgelegen locaties aangesloten te worden op het IoT. We zijn momenteel aanwezig in achtenveertig landen, van Colombia en Peru tot Zuid-Afrika. Vanochtend heb ik nog een pakket op de bus gedaan voor Japan.”

Wie zijn je partners?

“Een grote partner van ons is de chipfabrikant Microchip. Ook werken wij samen met Akvo, een bedrijf gespecialiseerd in water. Deze combinatie zorgt ervoor dat wij goedkope en slimme producten kunnen maken die makkelijk toepasbaar zijn in ontwikkelingslanden. De sensoren werken overigens op zonne-energie.”

Welke klanten heb je?

“Het is een mix van particulieren en bedrijven. Door de diverse succesvolle Kickstarter-campagnes in 2014, 2015 en 2016 hebben wij veel publiciteit gekregen. In het algemeen kan ik zeggen dat onze doelgroep mensen van over de hele wereld omvat, van rond de dertig jaar jong, met een bovenmatige belangstelling voor solartechniek. De meeste bedrijven die ons benaderen zoeken naar een specifieke IoT-oplossing en hebben daarvoor onze hardware nodig.”

Wat voor specifieke oplossingen?

“We hebben een klant in Spanje die zich bezighoudt met het aanleggen van irrigatiesystemen op golfbanen. Een golfbaan moet altijd groen zijn. In Spanje is het zeer droog, dus water is het vloeibare goud. Als je wilt zorgen dat de golfbaan er optimaal bijligt, moet je nét genoeg water gebruiken. Niet te weinig, maar zeker niet teveel. Met onze sensoren kunnen wij dit waarmaken. Wij meten de droogte, onze klant heeft de app en weet zo precies hoeveel water hij moet geven. Dit is het type klant dat zó tussen de tien of honderdduizend van onze modules bestelt.”

En verder?

“Bijvoorbeeld Kukua. Wij hebben werken nauw met hen samen in Afrika. Het bedrijf specialiseert zich in zo accuraat mogelijke weersverwachtingen, op basis waarvan ze boeren adviseren. Zo kunnen zij hun inkomen sterk verhogen. Kukua wendt onze producten aan om meetapparatuur op de geschiktste locatie op te stellen.”

Zijn er concurrenten?

“Ja. Bijvoorbeeld Libelium uit Spanje. Maar de markt is zo groot dat wij ze zien als collega’s. Het Internet of Things is enorm. En er wordt zelfs voorspeld dat er rond 2020 meer dan 25 miljard apparaten wereldwijd met elkaar verbonden zijn. Momenteel is er eerder een tekort dan een overvloed aan leveranciers.”

Zie je het IoT als een disruptieve innovatie?

“Zeker. Een maand geleden zat ik bij de gemeentereiniging in Hilversum. Ze wilden prullenbakken in de openbare ruimte slimmer legen. Standaard maakte de reiniging elke week een rondje langs alle bakken, en leegde ook de halfvolle. Door een slimme sensor in de prullenbak te integreren met het navigatiesysteem, wordt de chauffeur van volle naar volle prullenbak geleid. Het is een ogenschijnlijk futiele alledaagse functionaliteit, maar daarin schuilt voor mij juist de disruptie. Er zijn talloze toepassingen te bedenken waarvoor het IoT een oplossing biedt.”

Waar ben je nu mee bezig?

“In opdracht van de provincie Zuid-Holland maken we een systeem waarmee we signaleren of er een brug open gaat. Openstaande bruggen veroorzaken vaak lange files. Nu wordt er pas een signaal naar je navigatiesysteem gestuurd wanneer de brug al open is. Dat kan eerder. Daarvoor ontwerpen we een lichtsensor voor verkeerslichten én een bewegingssensor voor slagbomen. Die signalen worden vervolgens verstuurd naar je navigatiesysteem zodat je kunt anticiperen. Inmiddels doen wij dit voor vijftig testbruggen in Zuid-Holland, met het doel om het uit te breiden naar heel Nederland.”

En voor de toekomst?

“Wij geloven in het tracken van objecten, zoals je fiets. Hier willen we dus verder in gaan. Ook zien wij het voordeel van sensoren bij logistieke processen. Kijk maar naar de vershoudbloemen van Albert Heijn. Op de sticker staat dat deze bloemen gegarandeerd zeven dagen goed blijven. Ze kunnen onze sensoren gebruiken om de perfecte omstandigheden te handhaven.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met mijn collega Lotte Anne van Vemde. SODAQ was deelnemer tijdens de Accenture Innovation Awards 2015. Bekijk hier de winnaars van dit jaar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Silicon Valley getroffen door het inreisverbod van Trump

Posted 30 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Silicon Valley lijkt zwaar getroffen door het inreisverbod van Trump. Diverse topmannen van techbedrijven hebben dit weekend publiekelijk hun zorgen geuit. Apple zou niet bestaan zonder immigratie, schreef CEO Tim Cook. Het bedrijf heeft medewerkers uit Iran, Irak, Somalië, Sudan, Syrië, Libië en Jemen. Ook Netflix en Uber worden geraakt door het inreisverbod.

Vooral CEO Sundar Pichai van Google is boos dat bijna 200 medewerkers worden getroffen door de maatregelen. Pichai wil overleg met Washington. Google riep meer dan 100 reizende personeelsleden op terug te komen naar de Verenigde Staten. Google-oprichter Sergey Brin voegde zich zelfs bij de demonstratie op de luchthaven van San Francisco.

Microsoft zegt dat 76 werknemers in de problemen zitten. Airbnb biedt mensen die Amerika niet meer in mogen gratis slaapplaatsen aan.

Uber heeft een fonds van 3 miljoen dollar voor compensatie van zijn chauffeurs aangekondigd. Rivaal Lyft  doneert 1 miljoen dollar aan burgerrechtenorganisatie American Civil Liberties Union.

Tesla CEO Elon Musk stuurde diverse tweets waarin hij het beleid veroordeelde. Expedia CEO Dara Khosrowshahi kwam eveneens met een keiharde veroordeling. Mark Zuckerberg schreef dat Amerika een land is van migranten, ‘en daar moeten we trots op zijn.’ Twitter liet weten dat het platform is gebouwd door immigranten met diverse religieuze achtergronden. ‘We zullen achter hen staan, nu en altijd.’

Een Amerikaanse federale rechter heeft een deel van de migratieregels zaterdag teruggedraaid. Reizigers met een geldig visum mogen niet het land worden uitgezet. Trump beloofde zondag, na massale protesten, weer visa te gaan verlenen nadat alle nieuwe veiligheidsmaatregelen adequaat zijn geïmplementeerd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twaalf manieren waarop KI contentmanagement verandert

Posted 18 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Met de opkomst van kunstmatige intelligentie (KI) hebben veel mensen gespeculeerd dat dit het einde zou zijn van contentmanagement zoals we dat kennen. Maar met KI kun je je CMS nieuw leven inblazen en zelfs veel rijker maken. De beste ideeën komen ten slotte meestal voort uit een crisis.

2017 zou wel eens het jaar van KI kunnen worden, met intelligente machines die ons dagelijks leven binnendringen. Denk aan de Echo-luidsprekers en Alexa-assistent van Amazon, Allo messenger van Google of de Watson supercomputer van IBM. En we hoeven je niet meer te vertellen over de Brave New World met zelfrijdende auto’s, autonoom vliegende drones, virtuele butlers die ons huishouden doen en ziekenhuispatiënten die worden bewaakt door sensoren.

Niettemin wordt voor contentmanagementsystemen, een technologie waarvoor KI goed kan worden toegepast, nog niet optimaal gebruik gemaakt van alle mogelijkheden. De eerste schreden zijn echter al gezet. KI wordt in contentmanagement gebruikt om consumentengedrag uit het verleden en het heden te analyseren, prioriteiten te helpen vaststellen, te voorspellen welke klanten waarschijnlijk bepaalde producten of diensten zullen aanschaffen en om de beste manieren te vinden om klanten te bereiken en te binden.

Hoe digitale interacties nu al veranderen door KI:
  1. Zoeken

Google stuurt een groot deel van zijn miljoenen zoekopdrachten door naar RankBrain, een KI-systeem dat je zoektermen en je vragen interpreteert en verwerkt. De opdracht van RankBrain is om meer te leren over de semantiek van je zoekopdracht en zichzelf te leren om jou betere antwoorden te geven, namelijk de antwoorden waarvan het denkt dat jij die wilt.

  1. Het genereren van content

Associated Press (AP) gebruikt voor het overgrote deel van haar rapporten met bedrijfsresultaten het Wordsmith-platform van Automated Insights. Korte berichten worden nu sneller geproduceerd dan verslaggevers dat kunnen doen. Het aantal berichten per kwartaal steeg van 300 door mensen geschreven berichten tot meer dan 4400 automatisch gegenereerde berichten. Gartner schat dat in 2018 20 procent van de zakelijke content door machines zal zijn geschreven.

  1. Het ontwerpen van websites

Stel jezelf een KI-assistent voor die je enkele vragen stelt over je bedrijf en het soort website dat je wilt. En voilà: je krijgt een volledig functionerende website, zonder zelf te programmeren en zonder projectmanagement. Platformen zoals The Grid of Wix hebben al algoritmen en regels voor het maken van websites.

  1. Promoten en verspreiden van content

Tweeting bots maken dit proces sneller en gestroomlijnder, waardoor marketeers content automatisch kunnen publiceren en pushen op de platforms die ze willen. Geautomatiseerde tweets kunnen zich zelfs aanpassen aan de stemmingen en emoticons van gebruikers.

  1. Het voorspellen van keuzes

EasyJet gebruikt KI om de keuzes van klanten voor van alles en nog wat te voorspellen, van het reisdoel tot en met de maaltijd tijdens de vlucht. The North Face en 1-800-Flowers.com zetten KI-tools in als winkelbedienden die snel en correct vragen over producten beantwoorden en passende adviezen geven.

  1. Dynamische conversies

Airbnb gebruikt een in-house KI-tool waarmee Airbnb-aanbieders iedere dag zien hoe ze hun verhuurprijs zodanig kunnen instellen dat ze de grootste kans hebben te worden geboekt. Wanneer een aanbieder de juiste prijs vraagt, worden de data op de kalender groen. Wanneer de prijs te hoog is, worden de data rood. De aanbieder kan vervolgens met een schuifknop de prijs aanpassen tot op het punt waarop de kosten gedekt zijn en geen klanten worden verloren.

Een groot deel van de toepassingen met KI lijkt gericht te zijn op het automatiseren van taken in de contentmanagementketen, zoals contentcreatie, posten, tweeten en adverteren. Maar is dat wel KI? Is dat ‘kunstmatig’ en ‘intelligent’? In een ideale CMS-wereld kunnen we dromen van enkele KI-toepassingen.

Hoe contentmanagement door KI getransformeerd zou kunnen worden
  1. Taken herkennen

Een KI-tool dat mankementen in content detecteert en taken genereert zoals ‘nieuwe boom maken’, ‘subpagina bevolken’ of ‘naam bestandsbronnen wijzigen’ zou elke webredacteur een gat in de lucht doen springen.

  1. Feedback geven over de gezondheid van een website

De KI-websitedokter identificeert dode pagina’s die geen verkeer krijgen, detecteert gebroken links en meldt het wanneer afbeeldingen en video’s niet goed worden weergegeven.

  1. Ondersteunen van naleving en goede praktijken

Naleving en goede praktijken zijn op dit moment geheel op regels gebaseerd. Echte KI zou brutaal genoeg moeten zijn om aanbevelingen te doen als ‘Je afmetingen voor afbeeldingen en video zijn niet geoptimaliseerd voor mobiele apparaten’ of ‘Je pagina converteert niet op een Galaxy 5.’

  1. Versnellen van A/B-testen

Met KI-tools kunnen sneller resultaten worden verkregen dan met het conventionele A/B-testen. Stel jezelf eens voor dat je verschillende versies van pagina- en componentvarianten tegelijkertijd kunt testen. In plaats van één test per keer uit te voeren en daarbij het verkeer in de gaten te houden en de analyse te maken, kun je nu een mix van verschillende testen samenbrengen en met KI de resultaten berekenen.

  1. Chatten en berichten sturen

In vele sectoren worden chatbots ingezet die gebruikmaken van KI om klantenservice te bieden of specifieke taken uit te voeren. Waarom zou er niet eentje zijn voor jouw CMS? Je zou hem kunnen vragen: ‘Hi Webcrawler, ik kon de grootte van deze afbeelding aanpassen in de content-app, maar waarom kan ik dat niet in dit veld doen?’ Waarna de alwetende Webcrawler het antwoord voor je opzoekt of zelfs een ticket aanmaakt voor je IT-afdeling of ontwikkelteam.

  1. Praten met andere KI-systemen

Op dit moment worden KI-systemen opgezet binnen relatief gesloten omgevingen. Maar zou het niet mooi zijn als ze met elkaar konden praten? ‘Ik probeer een feed van je website te trekken, maar het formaat is niet compatibel en het werkt niet. Kunt je dat oplossen in je systeem?’ Komt er zo opnieuw een escalatie van spyware en business intelligence?

Dat is nog wel wat ver van ons verwijderd. KI is gebaseerd op voorspelbaar gedrag. Maar menselijk gedrag is niet altijd voorspelbaar of rationeel en tussen culturen bestaan subtiele verschillen. Eén van de basisprincipes van contentmanagement is een consistente gebruikersinterface of author experience (AX). KI kan dit niet creëren. Het kan geen persoonlijke ervaringen overbrengen of boeiende verhalen verzinnen. Zodra de toon echter is gezet, kan KI mogelijk wel nabootsen en repliceren.

Ook praten met robots kan frustrerend zijn. Mijn recente ervaring met een chatservice was dat ik van het kastje naar de muur werd gestuurd, omdat ik het probleem op een ongebruikelijke manier wilde oplossen, buiten de regels om die het systeem had geleerd. Het systeem met zijn gemechaniseerde antwoorden was niet in staat mijn menselijke ongeduld te begrijpen.

Ik ben altijd voorstander geweest van een ‘best-of-breed’ aanpak bij het selecteren van een CMS voor een bedrijf. Het zal dus geen verrassing zijn dat ik denk dat de ideale oplossing in de combinatie van menselijke en kunstmatige intelligentie ligt.

Laat wetenschap en technologie het fundament zijn waarmee je je content en betrokkenheid robuust maakt. Robots zijn goed in het verlichten of overnemen van repeterende taken met veel gegevens, taken die kunnen worden geautomatiseerd of die een logisch stappenplan volgen, terugkerende taken die worden geactiveerd door specifieke acties en taken die tijdrovend zijn.

Maar laat de emotionele verhalen en maatschappelijke inzichten komen van mensen, met al hun complexiteiten en onvolkomenheden. Een marketeer kan niet dagelijks miljoenen blog‑posts lezen. Gebruik KI-tools om goede trefwoorden en populaire onderwerpen te vinden. Daarna kun je het menselijk element gebruiken om het verhaal te vertellen.

KI wordt niet de doodssteek voor contentmanagement, althans niet in de nabije toekomst. Door KI zal contentmanagement echter wel worden uitgedaagd beter te worden in zijn kerncompetentie: de juiste vragen stellen aan ontwikkelaars, auteurs en marketeers, het opbouwen van aantrekkelijke user stories, het verbinden van KI-toepassingen en weten hoe ruwe data kan worden gebruikt om een strategie te creëren die blijft hangen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twitterverbod voor Telegraafjournalist Bart Mos

Posted 13 Jan 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Telegraafjournalist Bart Mos mag twee maanden niet twitteren. Ook heeft hij een officiële waarschuwing gekregen. Reden is een tweet van Mos over de golden shower van Donald Trump, die als grap bedoeld was, maar met name in de Verenigde Staten verkeerd…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Ook HTC U Ultra heeft slimme assistent

Posted 12 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

HTC heeft zojuist de HTC U Ultra aangekondigd, een smartphone in een gebogen glasconstructie met twee schermen.

De telefoon heeft naast het gebruikelijke beeldscherm een kleiner display voor notificaties.

De HTC U Ultra komt ook met ingebouwde assistent. Hij herkent je stem en geeft antwoord, zelfs in slaapstand.

Minuscule microfoontjes luisteren naar de sonische reflectie in je oren, zowel links als rechts. Het optimaliseert je headset na analyse van de gereflecteerde tonen. Hierdoor hoor je nu de details die je eerder miste.

De HTC U Ultra heeft een gescheiden sound design, wat je ook ziet bij vooraanstaande akoestische systemen; tweeter boven, woofer beneden. Vier omnidirectionele microfoons vangen geluiden uit elke hoek op en kunnen meeslepende 360-graden-audio opnemen.

De HTC U Ultra krijgt een 5,7 inch-scherm. De goedkopere U Play krijgt een kleiner 5,2 inch-scherm.

De HTC U Ultra is vanaf 2 maart 2017 in Nederland beschikbaar in de kleuren Brilliant Black en Indigo Blue.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vrendle: gecontroleerd je angsten onder ogen zien met een VR-bril

Posted 27 Dec 2016 — by Emerce
Category nieuws

Dokters. Bloedprikken. Openbaar vervoer. Tandartsen. Eén miljoen Nederlanders heeft angsten, van allerhande aard. Vrendle, opgericht door Jan Dirk Bijker van Coolminds, wil hier als marktleider in virtual reality voor de gezondheidszorg een einde aan maken. “Door een VR-bril te dragen, komen cliënten in een virtuele werkelijkheid terecht. Daar ontstaat meer zelfvertrouwen en durf, en kunnen zij hun angst op een laagdrempelige wijze de baas worden.”

Hoe zou je Vrendle omschrijven in een tweet?

Vrendle levert videotherapieën, -trainingen en -ontspanningsoefeningen om cliënten in een vertrouwde omgeving gecontroleerd te leren omgaan met enge situaties.”

Wat doet Vrendle?

“We bieden een virtual reality-platform dat met 360 °-video’s behandelingen in de gezondheidszorg verzorgt. Met onze Virtual Reality Exposure Therapy (VRET) kunnen cliënten in een vertrouwde omgeving hun angst de baas proberen te worden, ontspannen of een angststoornis aanpakken. Daarnaast is Vrendle een community van deelnemende zorginstellingen die helpen onze bibliotheek van behandelingen uit te bouwen.”

Wat staat er zoal in die bibliotheek?

“Therapieën, trainingen en ontspanningsoefeningen. Inmiddels staan er vijftig in onze bibliotheek. Bijvoorbeeld over angst voor de dokter, openbaar vervoer, bloedprikken of om over straat te lopen. Bij trainingen moet je denken aan agressieregulatie of empathietrainingen. Met de ontspanningsvideo kun je ontsnappen aan de dagelijkse gang van zaken door bijvoorbeeld met dolfijnen te zwemmen, eendjes te bewonderen in het park of even vijftig kilometer per uur te schaatsen op de ijsbaan in Thialf. Bij het idee alleen al word je rustiger.”

Hoe gaat Vrendle in z’n werk? Kan iedereen het zomaar gebruiken?

“Het gebruik van Vrendle vindt altijd plaats onder strenge controle van een geschoold therapeut –zoals een psycholoog of orthopedagoog – of bij een zorginstelling. Zo kunnen cliënten in een veilige en vertrouwde omgeving gecontroleerd oefenen. Wanneer cliënten de VR-bril opzetten, komen ze in een andere realiteit terecht. Het is een virtuele werkelijkheid waarin je nieuwe ervaringen kunt opdoen en oude opnieuw kunt doorleven.”

Kun je een voorbeeld geven van zo’n ervaring?

“Neem bijvoorbeeld cliënten met straatvrees. Ons brein vult veel in zonder dat je het daadwerkelijk hoeft te ervaren. Als iemand straatvrees heeft, en met de bril op een straat ziet, dan kleeft daar meteen een paniekgevoel aan. Dat is wat we verstaan onder een exposuretherapie: de patiënt wordt blootgesteld aan angstwekkende situaties en wordt zo met zijn angsten geconfronteerd. Hetzelfde geldt voor bloedprikken. Zodra de verpleegster een strakke band om de patiënt zijn arm legt, dan zegt hij dat de naald al in zijn arm zit. Het is iets psychologisch.”

Is dit een effectieve behandeling?

“Jazeker. Voor zowel de cliënt als therapeut is dit zeer effectief. Het blijkt dat cliënten in toenemende mate hun angsten onder ogen durven te zien, wat zorgt voor meer zelfvertrouwen. Met onze therapie kun je precies detecteren waar de oorzaak van een angst ligt. Zo kan de therapeut gericht advies geven aan cliënten, waardoor angsten eerder overwonnen kunnen worden. De huiswerkopdrachten van cliënten worden namelijk niet vermeden. De behandelingsduur van de therapie wordt zo aanzienlijk verkort. Vele malen doeltreffender dan al pratend met therapeuten je angsten en gevoelens boven water halen.”

Over wat voor huiswerkopdrachten heb je het?

“Het uiteindelijke doel van Vrendle is uiteraard dat cliënten weer snel angstvrij kunnen functioneren. De therapie wordt dan ook gecombineerd met de échte werkelijkheid, zoals bijvoorbeeld een blokje om lopen voor mensen met straatvrees. Therapeuten zijn razend enthousiast. Door Vrendle hebben therapeuten meer grip op hun behandeling en kunnen ze meer controle uitoefenen op de uitvoering van deze huiswerkopdrachten.”

Wordt Vrendle ook gebruikt voor andere doeleinden?

“Ons product is vooral gericht op de gezondheidszorg, maar heeft soms raakvlakken met het onderwijs. In het speciaal onderwijs komen we geregeld kinderen tegen met angststoornissen, autisme, gedragsproblemen, een zeer laag IQ of een licht verstandelijke beperking. Het zijn vaak kinderen met gedragsproblemen. Voor hen verwerken we daarom meer elementen met praktijkgericht onderwijs of gaming in ons product.”

Welk type training biedt Vrendle nog meer aan?

First person empathy training, een training voor de omgeving – het systeem – van cliënten. Systeemtherapeuten praten bijvoorbeeld met de familie, vrienden en mantelzorgers van cliënten met een eetstoornis, ADHD of dementie om zo te begrijpen wat er in hun hoofd omgaat. Herkenbare situaties vanuit een persoon met die stoornis worden gesimuleerd. Door een koptelefoon hoor je via een voice-over de innerlijke stem van een cliënt. Dit hebben wij gedaan met Into D’mentia voor Alzheimer en Human Concern voor eetstoornissen. Het helpt meer begrip te krijgen voor ziektebeelden.”

Wat voor reacties roept dat op?

“Soms zijn het schokkende reacties. De training maakt de omgeving meer bewust van wat er in het hoofd van de cliënt omgaat en dat kan soms heftig overkomen. Bij Human Concern was er een vader van een cliënt met anorexia nervosa. Hij had voor een korte tijd de VR-bril op. Het werd hem even te veel. Juist omdat het zo confronterend kan zijn, wordt de first person empathy training professioneel begeleid. De training is zeer krachtig en effectief.”

Hoe ziet het team achter Vrendle er uit?

“Wij werken nauw samen met zorginstellingen en officieel geschoolde therapeuten. Hier komt dus ook de expertise vandaan. Reik – een instituut dat mensen met een licht verstandelijke beperking behandelt – is een klant waarmee we samenwerken en is ook onze founding father. Begin 2014 hebben wij de eerste videotherapie gemaakt. Reik omarmde ons product. Inmiddels zijn er vijftien zorginstellingen waarmee we samenwerken en onze bibiliotheek van video’s aan het uitbreiden zijn.”

Welke zorginstellingen zijn dat?

“Het zijn instellingen die bijvoorbeeld specifieke therapieën verzorgen en angststoornissen of gedragsproblematiek behandelen. Denk aan Dimence, Jeugdhulp Friesland, Ambiq, Pluryn en Parnassia. Zij zijn zowel klant als founding father.”

Hoe onderhoud je de relatie met klanten?

“Ze behoren allemaal tot de Vrendle Community. In Nederland zijn we inmiddels in acht provincies aanwezig. Meer dan veertigduizend medewerkers maken deel uit van de gemeenschap.”

Hoe ziet het verdienmodel er uit?

“Wij verkopen maandabonnementen. Als abonnee ontvang je één werkplek om cliënten te behandelen. Die omvat alle hardware die nodig is om Vrendle te kunnen gebruiken. Voor het abonnementsbedrag kun je vijftig keer een video uit de bibliotheek bekijken. Daarna hanteren wij pay-per-use.”

Hebben jullie ook internationale ambities?

“Ja. Uit Canada en Denemarken komt veel belangstelling. We zijn volledig voorbereid op internationalisering. Overal waar internetverbinding is, kunnen de video’s afgespeeld worden. De distributie is geregeld, dus nu nog verkopen. Onze eerste stap is dan ook onze huidige website vertalen, zodat wij internationaal gevonden kunnen worden. Er staat daarnaast al een aantal salespitches gepland voor half januari in Denemarken.”

Wie zijn jullie concurrenten?

“In Nederland is dat CleVR. Inmiddels zijn zij vijftien jaar actief in de behandeling van sociale fobieën, door VR-behandelingen te faciliteren. Het zijn wat heftigere stoornissen zoals schizofrenie en bipolaire stoornissen. Wij richten ons op de wat eenvoudiger te behandelen problematiek. We bijten elkaar niet, elkaar inspireren doen we wel. Wereldwijd – zoals in Spanje en de VS – gebeurt ook veel. CleVR focust zich daar op bijvoorbeeld hoogtevrees en spreekangst.”

Wat zijn jullie toekomstplannen?

“Meer video’s produceren. Als we meer content hebben, kunnen we een bredere groep cliënten aantrekken. Ook willen we de relatie met onze Vrendle Community actief onderhouden. Daarnaast zijn we op zoek naar investeerders die sociaal én maatschappelijk betrokken zijn. Zij moeten een hart hebben voor de gezondheidszorg en dezelfde visie delen. Een steentje bijdragen aan onze maatschappij. Dat is wat we zoeken.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met mijn collega Lotte Anne van Vemde. Vrendle was deelnemer tijdens de Accenture Innovation Awards 2015. Bekijk hier de winnaars van dit jaar.

 

 

 

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »