Posts Tagged ‘tv’

ASN is zelf ook niet blij met babytweet en verwijdert die na storm kritiek

Posted 22 mei 2018 — by Adformatie
Category nieuws

‘Mag je als westers persoon met westerse klimaatvoetafdruk, een tweede kind?’, vroeg ASN zijn achterban. Dat viel niet goed.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Nederlandse mkb-groothandel Europees koploper in online verkoop

Posted 22 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Nederlandse mkb-groothandels zijn Europese koplopers in e-commerce. In totaal haalt de sector veertig procent van de omzet uit online verkopen. Dit is twee keer zoveel als andere Europese landen. Om de marges op online inkomsten te vergroten, zet de handelssector in op integratie van hun webshop en voorraadsysteem.

Dit zijn uitkomsten uit de mkb-barometer 2018, een internationaal onderzoek van PB7 in opdracht van Exact onder driehonderd handelsbedrijven in Nederland, België, Frankrijk, Engeland.

Prijsdruk

Vijftien procent van de groothandels geeft aan te werken met een geïntegreerd systeem voor e-commerce en voorraadbeheer. Dit is een toename van veertig procent ten opzichte van een jaar eerder. Een belangrijke reden om deze activiteiten te integreren is de prijsdruk door online concurrentie. 48 procent ervaart die. Om hier succesvol mee om te kunnen gaan, zegt 32 procent actief te werken aan een internetstrategie.

Hoewel al een behoorlijk deel aan e-commerce doet, zijn er toch nog veel handelsondernemingen die niet of nauwelijks online actief zijn. 34 procent van offline georiënteerde handelaars zegt dat klanten niet vragen of ze online kunnen bestellen. Voor 19 procent is de procesverandering te ingrijpend om vol in te zetten op e-commerce. 12 procent geeft aan geen internetstrategie te hebben en hetzelfde percentage stelt dat online handel geen toegevoegde waarde heeft voor de organisatie.

Ingrijpend veranderen

Toch zegt 41 procent dat digitalisering een hoge prioriteit heeft en 61 procent vermoedt dat technologische veranderingen het concurrentielandschap ingrijpend zullen veranderen. Maar het verbeteren van de marges gaat naar de mening van 42 procent door onderhandelingen met leveranciers en volgens 41 procent door harder te werken. Traditionele tactieken dus.

Toch zoeken steeds meer groothandels naar slimme oplossingen. Dit jaar, 2018, staat in het teken van sneller en flexibeler leveren. Veel groothandels willen daar een slag maken en zo meer toegevoegde waarde voor hun klanten leveren. Een manier om dit te doen, is het terugdringen van het administratieve werk. Dat betekent het elimineren van dubbele invoer. Dit kan onder meer door de webshop te koppelen aan voorraadbeheersoftware. Orders die binnenkomen worden automatisch verwerkt. Daardoor ontstaat realtime inzicht in de voorraden. Dat is handig voor zowel klant als groothandel.

Betere verkoopgesprekken

Verkopers krijgen direct inzicht in de voorraad en kunnen zo betere verkoopgesprekken voeren. Na een bestelling is de voorraad direct up-to-date. En als producten uitverkocht zijn dan zijn ze onzichtbaar voor klanten. De kostenbesparingen zijn gigantisch, doordat alles automatisch verloopt. Een voorraadbeheersysteem kan besteladviezen genereren. Bij integratie met je webshop loopt dit proces automatisch. Als handelsbedrijf krijg je tijdig een signaal als je producten moet bijbestellen. Bijkomend voordeel van deze automatiseringsslag is dat de levertijd afneemt en de service richting klant dus flink verbetert.

Een Belgische drukkerij koppelde vorig jaar zijn voorraadsysteem aan zijn webshop met activiteiten in zes Europese landen. Hij vertelt: “We hebben nu nog maar tien procent van het handmatige werk dat we voorheen deden. Onze levertijd is verkort van van veertien dagen naar slechts één dag. Voorheen was ik dag en nacht aan het werk. Nu lig ik met mijn voeten op tafel terwijl mijn omzet toeneemt. Via mijn iPad en laptop heb ik zicht op wat er gebeurt. Ik maak weer winst en kan ik me concentreren op de toekomst. We moeten als drukkerij/uitgeverij blijven vernieuwen en nieuwe markten aanboren. Dankzij de automatisering heb ik daar meer tijd voor dan ooit tevoren.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlandse redacties met moeite iets minder wit, becijferde @NRC

Posted 22 mei 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Nederlandse redacties van kranten en nieuwsrubrieken op tv zijn iets minder wit geworden, concludeert de NRC na onderzoek. Drie jaar geleden waren de nieuwsredacties…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Europese subsidie voor AI-startup Media Distillery

Posted 22 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse AI startup Media Distillery heeft een subsidie van 1,4 miljoen euro van de Europese Unie ontvangen in het kader van het zogeheten SME Instrument programma, onderdeel van Horizon 2020.

Media Distillery heeft een AI-platform ontwikkeld voor de mediasector. Bedrijven kunnen daardoor een betere Video-On-Demand ervaring aanbieden. Zo wordt met name de vindbaarheid van content verbeterd.

SME Instrument stimuleert veelbelovende kleine en middelgrote ondernemingen met een jaarlijks budget van 431 miljoen euro. Voor deze ronde hadden niet minder dan 1280 Europese bedrijven uit 37 verschillende landen een projectaanvraag ingediend. Media Distillery is een van de 67 Europese bedrijven die een subsidie hebben gekregen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waar gaan de Nederlandse tv-media naartoe?

Posted 22 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Dit jaar is er voor het eerst minder advertentiebudget naar tv gegaan. Digitale partijen winnen marktaandeel. De Nederlandse publieke en commerciële omroepen staan voor drie lastige keuzes.

De tv was altijd het belangrijkste distributiekanaal van videocontent maar in de afgelopen twee jaar zien we een terugloop op de Nederlandse markt. De tijd die mensen besteden aan lineair en uitgesteld kijken is met negen procent afgenomen. In de leeftijdscategorie twintig tot en met negenentwintig jaar is de krimp zelfs al dertig procent. Dat zijn grote getallen.

Daar komt bij dat dit jaar voor het eerst de tv-advertentiemarkt (goed voor zo’n 1 miljard euro) is gekrompen. Historisch bezien was tv stabiel maar nu kiezen adverteerders er echt voor hun budget te verplaatsen naar andere kanalen. Dat heeft op de Nederlandse markt geleid tot onrust en discussie onder zowel de publieke als de commerciële omroepen. Waar gaat de markt naartoe en wat moeten we doen? Drie antwoorden: zorg voor veel content, maak gerichte targeting mogelijk en kies wat je strategische positie wordt ten opzichte van de streamingdiensten (ook wel OTT-platformen genoemd) als Netflix en Amazon Prime, waarvan het marktaandeel stijgt.

Het succes van Netflix: bingewatching

In Nederland zijn 2,2 miljoen huishoudens geabonneerd op Netflix. Videoland bezet met afstand de tweede positie met 400.000 gebruikers en NLziet staat op drie met 100.0000.

Om te begrijpen waar de mediamarkt naartoe gaat, is het allereerst van belang om het succes van Netflix te duiden. De series en het fenomeen bingewatching liggen ten grondslag aan de populariteit van de streamingdienst. Daarom voegt Netflix minimaal wekelijks een nieuwe serie toe waarvan je meestal alle afleveringen direct achter elkaar kunt bekijken. Tachtig procent van die series haalt het tweede seizoen echter niet.

Kwestie 1: hoe kom je als kleinere speler aan voldoende content?

Dat brengt ons bij de eerste uitdaging van de omroepen. Ze moeten een hoog volume van goede content te creëren zodat de kijker veel keus heeft. Maar de investeringen die daarmee gepaard gaan, kennen een hoog risico doordat het heel moeilijk is om met een specifiek stuk content impact te hebben. Je moet veel series ontwikkelen en aankopen in de hoop dat een paar succesvol blijken.

Dat brengt broadcasters, zeker van kleine taalgebieden als Nederland, in een lastig parket. Zij hebben simpelweg niet de middelen om vijftien series per jaar te ontwikkelen. Je ziet hierdoor twee denkrichtingen ontstaan. In Scandinavië gaan ze duidelijk voor internationalisering, oftewel series die daar worden gemaakt moeten ook aantrekkelijk zijn voor buitenlandse markten. Tweede mogelijkheid is samenwerking, zoals tussen Telenet (van oorsprong een kabelaar) en VTM, die samen series maken. Maar je kunt ook denken aan coproducties met buitenlandse omroepen. Mediagroepen investeren ook meer in lokale content, zoals nieuws en sport.

Kwestie 2: hoe evenaar je de gerichte targeting van een online aanbieder?

De tweede uitdaging draait om personalisatie. Adverteerders willen gericht hun boodschap overbrengen. Hier hebben online spelers een duidelijk concurrentievoordeel. Daar moet de klant zich identificeren voordat hij of zij kan kijken. Bij lineair en uitgesteld kijken heb je daarentegen geen idee wie de kijker is.

In andere landen heeft dit vraagstuk geleid tot samenwerkingen tussen omroepen en telecombedrijven om tot klantprofielen te komen. De telecomprovider weet wanneer de tv aanstaat, waar het huishouden naar kijkt, wat de gezinssamenstelling is, de leeftijd van de gezinsleden, het postcodegebied en de socio-economische achtergrond. Die informatie is een stuk specifieker dan de generieke, geëxtrapoleerde kijkcijfers die de omroepen kunnen bieden.

De volgende stap is natuurlijk om vast te stellen of de vader van 45 of de dochter van vijftien aan het kijken is. Dat kun je doen door mobiele data te analyseren. Een smartphone wordt immers meestal niet gedeeld en op basis van de GPS valt te achterhalen wie tv kijkt. In Noorwegen lukt het op deze manier om in 91 procent van de gevallen dit juist te voorspellen.

Elke omroep zal een manier moeten vinden om effectieve realtimedata over individuen te verzamelen en analyseren – uiteraard binnen het kader van de privacyregels. De volgende stap is om er iets mee te doen, in de vorm van een platform waarmee je advertenties kunt uitserveren aan verschillende klanten op verschillende momenten.

De onlinewereld waarin je gericht kunt adverteren wordt in zekere zin nagebouwd in een tv-omgeving. Dit heeft twee grote voordelen. Doordat adverteerders efficiënter kunnen targeten is de waarde van de advertentie groter. Daarnaast kun je onderzoeken wie er in de ‘daluren’ (zoals ’s nachts) effectief kijkt en advertenties daarop afstemmen en zo waardevoller maken.

Kwestie 3: ga je concurreren met OTT-platformen of samenwerken?

Het derde vraagstuk betreft de positie van de omroep ten opzichte van streamingdiensten. In Nederland heeft elke broadcaster een initiatief genomen voor eigen OTT- of streamingcontent. Dat impliceert dat ze Netflix niet beschouwen als een distributiekanaal, maar als een bedreiging. De Belgische publieke omroep ziet dat anders: VRT wil juist content beschikbaar stellen via Netflix.

De vraag is natuurlijk of klanten zich op vijf verschillende OTT-platformen willen abonneren. Waarschijnlijk niet. Ze gaan voor hooguit twee generieke en twee nichespelers, zoals sport- en filmkanalen. In een versnipperd landschap de schaalgrootte bereiken die nodig is om minimaal kostendekkend te worden is dus lastig. Daar moeten omroepen over nadenken.

Kortom, het terugkerende thema voor Nederlandse omroepen die bezig zijn met hun overlevingsstrategie is samenwerking: met andere schakels in de supplychain, buitenlandse evenknieën en/of de streamingplatformen zelf. De komende tijd gaan we ongetwijfeld interessante initiatieven zien op dit gebied.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Netto bestedingen tv-spots stijgen in eerste kwartaal naar 155 miljoen euro

Posted 21 mei 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Screenforce publiceert netto bestedingscijfers vanaf 2018 na aftrek van bureaucommissie.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Ate van der Meer (Snakeware): ‘We hebben geen vijfjarenplan’

Posted 19 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Voor het eerst sinds 1995 is het Friese bureau Snakeware echt naar de Randstad getrokken. In Amsterdam opent het bedrijf een nieuw kantoor met een fulltime bezetting. Het moet de opmaat worden naar verdere (internationale) uitbreiding, meldt chief operating officer Ate van der Meer.

Triple E, zo zou het bureau in 1995 gaan heten, maar toen kwam er een boze fax van IT-dienstverlener Triple E en werd de naam Snakeware op een bierviltje gekrabbeld. ‘Snake’ naar de thuisbasis Sneek.

Destijds had het bedrijf de noordelijke provincies voor zich alleen, al trok Van der Meer als ‘jong gastje’ ook al in die dagen vaak over de Afsluitdijk voor overleg in een Amsterdamse pied-à-terre. “In die tijd zaten toch al veel opdrachtgevers in het westen. Om volume te draaien, konden we ons niet tot Friesland beperken.”

Inmiddels komt ongeveer een kwart van de omzet uit het noorden en met 25 procent omzetstijging in 2017 werd het dan ook hoog tijd voor uitbreiding in Amsterdam. Daar denkt Snakeware opdrachtgevers uit de Randstad nog beter te kunnen bedienen. Met in eerste instantie een fulltime bezetting van zes man in de nieuwe vestiging.

Holland Casino
De opschaling zal op termijn ook worden gerealiseerd met het aantrekken van jong IT-talent. Zo gaan er nieuwe teams aan de slag in Groningen en opent Snakeware – in samenwerking met diverse onderwijsinstellingen – een ICT-innovatiecentrum in Sneek. Van der Meer: “We hadden al het Experience Center, maar dat verhuist naar de binnenstad. In het noorden gaan we ons veel meer toeleggen op de ontwikkeling van nieuwe technieken.”

Want Snakeware is in de loop der jaren enorm veranderd, zegt Van der Meer. “Wij maken geen websites meer, zoals in de begintijd. Alles wat we ontwikkelen is data driven, er moet in de toepassing een database aanwezig zijn.”

Daarbij gaat ook ‘u vraagt, wij draaien’ niet meer op, stelt de COO. Het gaat meer om partnerschappen rond nieuwe technologie. “Dan heb je het over een gezamenlijk traject waarin we nieuwe wegen verkennen. Klanten als Dekamarkt, Hans Boodt en Holland Casino willen mee met de tijd.”

New York
Vroege experimenten met de Hololens van Microsoft hebben al geresulteerd in concrete opdrachten met mixed reality en augmented reality. “We hebben geen vijfjarenplan. De markt verandert voortdurend. Eens per maand brainstormen we in Sneek over nieuwe ontwikkelingen”, aldus Van der Meer.

Want de toekomst voorspellen is zo makkelijk nog niet, erkent hij. “Ik heb mij ooit cynisch uitgelaten over mobiele apps. Dat heeft ons zeker omzet gekost. Nu ben ik voorzichtiger met wat ik zeg of bedoel.”

Met het nieuwe kantoor in de hoofdstad kijkt Snakeware inmiddels ook met een schuin oog over de grens. Het bedrijf heeft al enige tijd een hub in New York. Dat betekent echter niet dat het bureau de Atlantische Oceaan wil oversteken. “Je moet het meer zien als een informatiekantoor.” Belangrijker is de Duitse markt. “Eens in de twee weken zitten we met klanten aan tafel in München. Ik sluit niet uit dat we daar eens wat concretere stappen gaan zetten.”

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#165).

Foto: Vincent Boon (in opdracht  van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Europese toezichthouders gaan onduidelijke informatie telecom bestraffen

Posted 19 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Op veel Europese websites van telecomaanbieders ontbreekt duidelijke informatie over klachtafhandeling. Ook zijn sommige sites ronduit misleidend. Dat blijkt uit de resultaten van een onderzoek van de Europese toezichthouders, waaronder de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Het onderzoek vond plaats in het kader van het Europese samenwerkingsverband Consumer Protection Cooperation (CPC).

De toezichthouders troffen 163 websites aan met dubieuze informatie. Zo werden gratis diensten aangeboden, terwijl ze eigenlijk onderdeel waren van een betaalde bundel. Ook werd vaak geen duidelijke informatie gegeven over contractverlenging.

De ACM gaat de onderzochte Nederlandse bedrijven aanspreken. Zij zullen hun websites moeten aanpassen zodat zij voldoen aan de wettelijke informatieverplichtingen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Loyaliteit en AVG: hoe zorg je ervoor dat je klantdata mag blijven gebruiken?

Posted 18 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Data vormen de basis van loyaliteitsprogramma’s. Zonder de NAW-gegevens, transactiegeschiedenis en demografische kenmerken van de leden begin je niet veel. De nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft dan ook grote gevolgen voor loyalty marketing. Wat zijn de gevaren en hoe zorg je ervoor dat je klantdata kunt blijven gebruiken?

De AVG omvat de nieuwe Europese regels met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens. Ze zijn in het leven geroepen om de consument de controle te geven over zijn eigen data. Voor retailers is de impact groot, want winkels zijn voor hun omzet sterk afhankelijk van klantdata. Data die gedurende de klantrelatie worden opgebouwd om de klant beter te kunnen servicen en vaak worden verzameld met behulp van loyaliteitsprogramma’s.

De vijf belangrijkste regels uit de regulering die invloed hebben op loyalty marketeers zijn de volgende:

  1. Definitie van persoonsgegevens – de AVG stelt dat een individu kan worden geïdentificeerd door online identifiers of geolocatie, dus dergelijke informatie valt onder de reikwijdte van de wet.
  2. Opt-in – de manier waarop je vraagt of klanten toestemming geven voor het ontvangen van marketingcommunicatie-uitingen moet voldoen aan de eisen van de AVG. Dit geldt zowel voor nieuwe als bestaande klanten.
  3. Partners – als je data ontvangt van of deelt met andere bedrijven of merken moeten klanten daarvoor ook toestemming geven. Dit zal voor de klantenkaart van de HEMA geen probleem zijn, want die data worden waarschijnlijk niet gedeeld met andere bedrijven. Maar het loyaliteitsprogramma Flying Blue van Air France-KLM stoelt op samenwerking met andere partijen voor het sparen en uitgeven van mijlen en dus het uitwisselen van data. Zij zullen aan de bak moeten om die samenwerking conform de AVG vorm te geven.
  4. Communicatie – je moet helder zijn over wat toestemming inhoudt en waar je de data voor gaat gebruiken en hoelang je die opslaat. Deze informatie mag niet worden verstopt in de algemene voorwaarden, zoals we eerder zagen gebeuren bij de cookie-wet.
  5. Inzien wijzigen en verwijderen – klanten hebben het recht om informatie uit je database te laten verwijderen. Als dit verzoek redelijk is volgens de AVG, moet je hieraan binnen vier weken voldoen.

Bron: The Wise Marketer

Data map maken

Je eerste stap als loyalty marketeer is dus dat je je database moet controleren en in kaart brengen. Dit kun je volgens de Britse retailmanagementconsultant Mark Beresford het beste doen door een data map te creëren uit de antwoorden op deze drie vragen:

  • Wie in je ecosysteem zijn verbonden met je data en welke persoonlijke gegevens worden door welke leveranciers of partners gebruikt?
  • Welke persoonlijke data-attributen en identifiers ontvang je die door andere leveranciers/partners/processors zijn gegenereerd?
  • Welke persoonlijke data sla je op in je systemen of geef je door aan derden?

Dit alles geeft een beeld van waar de risico’s zitten in het datamanagement van je bedrijf en wat er nog moet gebeuren. Maar het is vooral gericht op compliance, terwijl de AVG de relatie tussen klanten en merken fundamenteel kan veranderen. Denk bijvoorbeeld aan webwinkels waar je in kunt loggen via derden, zoals met je Facebook-, LinkedIn- of Google Plus-account. Als de AVG van kracht is, kunnen deze derden, met toestemming van de consument, eisen dat de originele databronnen worden gewist. Op die manier kan de retailer de consument niet meer leren kennen en wordt kopen met een Facebook-account als login het equivalent van cash betalen in de winkel. De retailer beschikt niet meer over de persoonlijke data van de klant.

Gebruik de regels voor een betere klantrelatie

Wie alleen vanuit de letter van de wet naar de AVG kijkt, mist dan ook een kans, stelt de website MyCustomer. Hun advies: kijk waar je aan de minimumeisen wilt voldoen en waar je de regels kunt gebruiken om de relatie met de klant te verstevigen, zodat hij bereid is toestemming te geven voor het gebruik van zijn persoonsgegevens. Het spreekt voor zich dat je duidelijk moet zijn over wat je met die data doet. Vervolgens bepaal je de manier waarop je toestemming vraagt (voor de eerste keer of opnieuw) op dezelfde manier als hoe je nieuwe producten of diensten ontwikkelt: onderzoek wat klanten vinden van hoe je hun data gebruikt en test welk ontwerp het beste werkt. Dit kan dus betekenen dat je de opzet van je loyaliteitsprogramma moet wijzigen, simpelweg omdat klanten niet bereid zijn de benodigde data af te staan.

Dat data geld waard zijn, wist het bedrijfsleven al langer, maar met de nieuwe regelgeving zal de consument er ook van doordrongen raken dat zijn persoonlijke gegevens feitelijk een nieuwe valuta zijn. Misschien leidt dat er wel toe dat loyaliteit niet meer wordt afgemeten aan de hoeveelheid aankopen of de betrokkenheid op social media, maar aan de bereidheid om data te delen – wie het meeste prijs geeft, krijgt de hoogste status en/of meeste voordeeltjes in het programma.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google Pay bijna live in Duitsland

Posted 18 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Banken proberen met apps de rol van de fysieke portefeuille over te nemen, maar partijen als Apple en Samsung doen net zo hard. Google voert een gestage uitrol door in Europa. Duitsland lijkt bijna aan de beurt.

GoogleWatchBlog ontvangt namelijk berichten van lezers dat ze plotseling Google Pay op hun toestel aantreffen. Het kan zijn dat Google de app naar een kleine maar groeiende groep Android-gebruikers pusht.

De Duitse spotters kunnen nog geen bankkaart, creditcard, klantenkaart of OV-info aan de app toevoegen. Dat is uiteindelijk wel het doel, want Google Pay is bedoeld voor contactlozen betalingen.

Ook Frankrijk maakt zich op voor de introductie van Google Pay. Dat is vermoedelijk in het najaar.

In België is de app sinds vorig jaar al beschikbaar, in Nederland niet. De enige andere EU-landen waar Pay live is, zijn: Tsjechië, Ierland, Polen, Slowakije, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

Foto: Giuseppe Milo (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sky News met gezichtsherkenning bij royal wedding

Posted 18 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Engelse tv-zender zet kunstmatige intelligentie in bij de uitzending van het huwelijk van Prins Harry morgen. De computer herkennen de honderden gasten automatisch, omcirkelen hen in beeld en detailleren de relatie tot het prinselijk paar.

De ‘Who’s Who Live’ wordt ingezet bij de live videostream die op het web en in de mobiele app wordt uitgezonden. Geïnteresseerden kunnen de stream ook nog achteraf raadplegen om geen gezicht te hoeven missen.

De AI gaat live zodra de deuren van St. George’s Chapel open gaan.

Sky gebruikt altijd YouTube om zijn nieuwsuitzendingen live uit te zenden. Dat is ook het geval bij het huwelijk (BBC, Sky).

‘Who’s Who’ is ontwikkeld met verscheidene data- en techniekbedrijven, onder wie Amazon. Laatstgenoemde leverde de technologie voor de gezichtsherkenning.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat bot-ontwikkelaars vaak missen

Posted 18 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Op Facebook Messenger zijn 300,000 bots actief.  Messaging apps zijn immens populair onder consumenten en slimme speakers zijn tegenwoordig goed voor twee miljard dollar in jaarlijkse sales. Maar hoe creëer je met een bot waarde voor je klanten ? 

Adviesbureau OC&C Strategy Consultants verwacht dat dit zal groeien naar veertig miljard dollar in de komende vier jaar. Als consumentenmerk is het daarom lastig om hierin geen kansen te zien. Voor de organisatie hierachter kan het landschap van bot-platforms en dienstverleners overweldigend zijn. Als je simpelweg het bot-bouwen beter wilt begrijpen, dan kan je met elk botplatform beginnen.

Echter, zodra je de basisfunctionaliteiten hebt begrepen – zoals beslissingsbomen, webviews, entiteiten, intenties en context – dan kom je op een punt uit waar het creëren van waarde voor klanten essentieel wordt. De enige manier om dit te bereiken is door middel van een performance gedreven aanpak. Het succes van de bot-markt hangt namelijk af van de kwaliteit van de klantenervaring. In de praktijk adopteren bedrijven vaak één van de volgende twee benaderingen:

1. Bots zijn onderdeel van een brede marketingstrategie om potentiële klanten te benaderen via populaire messaging apps. Dit noemen we een kanaal-aanpak.

2. Bots zijn onderdeel van een brede productstrategie om virtuele assistentie te bieden binnen een bestaande website of mobiele app. Dit noemen we een product-aanpak.

In dit artikel ligt de focus op de kanaal-aanpak. We kunnen dit verder opbreken in acquisitie en crm. Stel, je bent gericht op acquisitie via Facebook Messenger, dan zijn dit vijf manieren om een performance gedreven mindset toe te passen:

1. Beschouw bot-conversaties als A/B tests op je landingspagina.

Bot-conversaties kunnen net als landingspagina’s een éénmalige, losstaande ervaring aanbieden. Breek deze ervaring op in 5-10 stappen om een lead te kwalificeren en op te vangen. Elke stap kan vervolgens de basis worden voor A/B testing om te achterhalen wat de impact van copy en UI elementen zijn op de conversie. Net als het A/B testen van verschillende elementen/copy op je landingspagina.

2. Pas attributie toe op gegenereerde gebruikersprofielen.

Wanneer er Click-to-Messenger Ads draaien dan is het belangrijk om te begrijpen welke Ads de beste performance behalen op basis van doorgemeten acquisitiekosten. Elke gebruiker die na een click op de advertentie contact heeft met de bot zal resulteren in een gebruikersprofiel. Check regelmatig welke Ad IDs en bot conversaties verantwoordelijk waren voor de gegenereerde leads. Met deze info kan je vervolgens de CPL berekenen en extra budget toewijzen naar de advertentie met de beste resultaten.

3. Track sales conversies binnen webviews.

Wanneer je optimaliseert voor sales, kan je de bot conversatie laten eindigen in een checkout flow (voor betaling). De checkout flow kan worden geopend door middel van een native webview zonder Facebook Messenger te verlaten. Wanneer een (potentiële) klant deze stap bereikt, dan zal de Facebook pixel afgevuurd worden zodat de Ad verder geoptimaliseerd kan worden voor conversie.

4. Tag belangrijke gebruikersinput.

Wanneer nieuwe gebruikersprofielen aangemaakt worden, dan is het belangrijk om deze profielen met elke conversatie verder uit te diepen. Basis profiel info, voorkeuren, locatie en orderhistorie kunnen gebruikt worden om gebruikers in lijsten te segmenteren. Vervolgens kan je Messenger toevoegen aan jouw crm-strategie en de berichten personaliseren voor elke specifieke gebruikerslijst.  

5. Retarget potentiële klanten na drop-off.

Een van veel gebruikte manier voor Facebook retargeting is om custom audiences en betaalde Ads in te zetten. Met Facebook Messenger heb je deze kosten niet en heb je meer info over de specifieke gebruiker. Elke bot-conversatie geeft je de mogelijkheden om potentiële klanten te retargeten binnen 24 uur na het laatste contactmoment. Daarna heb je nog een kans om contact te realiseren voor de volgende 24+1 loop. Hiermee open je enorm veel mogelijkheden voor verdere experimenten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Affiliate programma nieuw leven inblazen: 8 praktische tips

Posted 18 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Affiliate marketing programma’s zijn vaak slapend. Het programma loopt op zich wel, er komt wat sales binnen, je stuurt af en toe een mailing, maar het overgrote deel van de sales komt uit een klein groepje publishers. Tijd om je affiliate programma nieuw leven in te blazen en publishers te activeren.

Programma update

Kijk eerst eens goed naar je eigen programma. Wanneer heb je voor het laatst je programmavoorwaarden doorgenomen? Is je advertentiemateriaal nog actueel? Stuur je regelmatig mailings en zet je wel eens een actie op poten? Dit heb je wel nodig om een behoorlijk programma te runnen en je publishers geïnteresseerd te houden.

Als er een actie voor jouw klanten is, dan kan dit gelijk een reden zijn om je publishers aan te sporen. Een goede deal voor de klant verkoopt namelijk goed en is dus ook voor hen interessant om te promoten! Zorg dat je passend advertentiemateriaal hebt wat de publishers kunnen inzetten. 

Als je een actie opzet, vraag dan aan je accountmanager of je mee kunt in de publisher-nieuwsbrief. Deze wordt doorgaans goed gelezen en zo valt je actie direct op.

Activatiecampagne

Hoe ga je je affiliate programma dan nieuw leven inblazen? Dit kan middels een activatiecampagne; een campagne om die tachtig procent slapende publishers wakker te schudden. Natuurlijk is een deel van die groep niet actief omdat het bijvoorbeeld kleine sites zijn met heel weinig traffic of omdat de beheerders niet meer actief bezig zijn met hun site. Ze cashen gewoon wat er binnenkomt en doen verder niks meer met hun platform. Maar er is ongetwijfeld ook een groep die wel actief is, maar niet in jouw programma. Die groep moet je zien te bereiken.

Stuur ze eens een mailing en probeer ze te stimuleren met een activatiebonus. Je kunt bijvoorbeeld de eerste zoveel orders dubbel vergoeden of een beloning uitloven voor de snelste stijger, een incrementale salesbonus. Je kunt ze ook belonen met producten, een gratis abonnement of een kortingsbon voor jouw webshop.

Staffelbonus

Ook kun je – voor iedereen in het programma – een staffelbonus invoeren. Maak bijvoorbeeld drie categorieën van een bepaald aantal sales en koppel daar een extra bonus aan. Heb je meer dan 100 orders? Dan val je in de gouden categorie en ontvang je €100 extra. Meer dan 50 sales is zilver en €50 bonus en meer dan 25 is brons en goed voor €25 bonus. De aantallen en bedragen hangen natuurlijk af van het gemiddeld aantal sales en de vergoedingen en omzet van je producten. Dit moet wel een beetje in verhouding zijn.

Schakel je accountmanager in

Je accountmanager is er om je te helpen en je programma beter te maken, maak daar dus ook gebruik van. Vraag hem om een benchmarkanalyse; een vergelijking van jouw programma ten opzichte van andere programma’s. Hoe is de conversieratio bij anderen? Hoe hoog is hun afkeur?

Je kunt ook zelf binnen je netwerk andere programma’s bekijken. Wat voor vergoedingen geven concurrenten? Is hun cookietijd wellicht veel langer dan die van jou? Publishers willen uiteraard zo veel mogelijk geld verdienen en zullen – naast kwaliteit van het aanbod – de voorkeur geven aan een adverteerder met een langere cookieperiode, een hogere conversieratio en een lagere afkeur.

Ook kan je accountmanager een ‘publisher gap analyse’ maken; welke publishers zijn actief bij je concurrenten en niet bij jou? Als ze nog niet in je programma zitten dan is het hoog tijd ze te benaderen, en als ze al wel in je programma zitten dan wil je hen gaan activeren.

Vraag het aan je publishers

Dit klinkt heel simpel en dat is het ook; vraag eens aan je publishers wat ze van je programma vinden. Door middel van een publisher enquête kun je hun mening vragen. Denk aan:

  • Vragen over jouw programma; wat vinden ze goed en minder goed?
  • Vragen over je vergoedingen; zijn die concurrerend?
  • Vragen over het netwerk; zijn ze daar tevreden mee? Welke dashboards en rapportagemogelijkheden gebruiken ze?
  • Vragen over het advertentiemateriaal; kunnen ze daarmee uit de voeten?
  • Vragen over jullie contact; lezen ze de mailings?
  • Vraag naar verbeterpunten; wat moet de adverteerder doen om interessant(er) voor hen te worden?

Met deze input kun je aan de slag met je programma. Je publishers voelen zich gehoord en jij weet waar de verbeterpunten liggen. Als dat geen win-win situatie is.

Kom zelf met ideeën

Een mooie binnenkomer bij het benaderen van stille publishers is door zelf met ideeën te komen. Laat zien dat je hun site bekeken hebt en laat weten waar je graag zou willen staan – in een top-5-lijstje bijvoorbeeld. Is de informatie over jouw product of dienst verouderd? Lever dan de actuele informatie direct aan, samen met wat beeldmateriaal. Zo kan de publisher direct aan de slag en is de drempel minder hoog om de content een te passen en jou (weer) actief te gaan promoten.

Benader je publishers persoonlijk…

Veel publishers zijn afgemeld van de mailings van het netwerk omdat ze anders overladen worden met berichten. In affiliate marketing is relatiemanagement enorm belangrijk. Publishers willen zich belangrijk voelen. Probeer dus zo veel mogelijk persoonlijk contact met ze te hebben. Waarschijnlijk heb je met het top publishers sowieso al contact per mail en niet via het netwerk. Als je er dankzij een benchmark of gap analyse achter bent gekomen welke publisher je graag zou willen activeren, benader ze dan persoonlijk. Zo weten zij wie er ‘achter het programma’ zit en zullen ze sneller geneigd zijn voor je aan de slag te gaan, dan op basis van een bericht via het netwerk.

…and make them feel special

Publishers zijn net mensen en die willen zich graag speciaal voelen. Verras ze dus van tijd tot tijd. Dit kun je met een ludieke actie doen. Enkele voorbeelden hiervan:

  • Stuur ze eens een sample, een klein product of een tegoedbon voor je shop
  • Stuur ze wat lekkers met Halloween, Sinterklaas of Pasen
  • Stuur ze een kaartje voor hun verjaardag

Ook kun je overwegen eens een publisher event te organiseren. Zo creëer je extra binding met jouw merk en een sterkere band tussen publisher en adverteerder.

De 80/20-regel geldt voor de meeste affiliate programma’s en daar is ook helemaal niets mis mee. Je hebt ook publishers die vrij weinig verkeer doorsturen, maar áls ze verkeer doorsturen zijn het waarschijnlijk hele relevante bezoekers. En publishers die wel veel verkeer doorsturen maar niet converteren zijn er ook; die doelgroep kun je via remarketing opnieuw benaderen. Zolang je een goede relatie onderhoudt met je toppublishers zal je programma redelijk stabiel doorlopen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

NOS: Van screen naar no-screen design

Posted 18 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

De NOS zet de eerste stappen om zijn online dienstverlening aan te passen op een internet zonder schermen. Niet dat sites en apps verdwijnen, maar de voice-interface dringt dit jaar door in Nederland.

“We hebben een minimal viable product gemaakt waarmee je het laatste radiojournaal kunt opvragen. Nou ja, MVP is misschien nog wel te veel gezegd maar het werkte wel”, vertelde Lara Ankersmit eerder deze week. Het hoofd Digitaal van de NOS was spreker op het Open Voice-event in Amsterdam. Met een chatbot konden testers het laatste journaal oproepen.

Vanuit zijn radio-achtergrond zoekt de NOS al jaren naar nieuwe en andere vormen van werken met ‘voice’. Toen de eerste experimenten begonnen, bestonden diensten als Amazon Alexa en Google Home nog niet. Maar nu lijken de puzzelstukjes op hun plek te vallen. De voice en online expertise heeft de omroep al in huis. “We kunnen in korte tijd al iets werkend maken.”

Ankersmit: “Als je naar de ontwikkelingen kijkt, gaan we naar een schermloze interface toe. Het zullen niet de technologische voorlopers zijn die dit het eerst ontdekken.” Digitale praat- en muziekpalen zijn zo laagdrempelig dat ze direct in de huiskamer en keuken worden geplaatst, toegankelijk van piepjong tot stokoud. De interface ‘stem’ hoeft niemand te leren.

“Voor radio en -reclame kan dit een nieuwe levenslijn voor de toekomst zijn.”

In de loop van 2018 verwacht de NOS een voice-app te introduceren. De timing daarvan hangt af van de introductie van Google Assistant en Home. Eerstgenoemde zit in smartphones, de tweede is aparte Google-hardware. Ankersmit kon geen indicatie van haar timing geven. Wel van de drempel die ze nog moet nemen.

“Het belangrijkste nu is om als merk na te denken over je voice. Hoe klínk je als de NOS? Hoe is je tone of voice? En klink je als man of vrouw? Volgens welke formats? Dat soort designvragen bespreken we met onze radiomensen. Techniek is de drempel niet meer.”

Daniel Sytsma, ook spreker op de Open Voice-bijeenkomst, raadde de bijna honderd bezoekers aan vroeg te experimenteren met voice-apps. Net als jaren geleden bij search is het nu de tijd om het ‘first mover advantage’ te pakken. “Je komt in de top van de zoekresultaten met Amazon-skills an Google-actions.

Ankersmit: “Het is wel een uitdaging om alles te moeten omschrijven naar SSML.” Twee diensten die kunnen helpen bij de eerste verkenningen zijn Dialogflow en Storyline.

Google liet onlangs weten dat het dit jaar Assistant en daarna Home in Nederland introduceert. Over Amazons plannen buiten het Engelse en Duitse taalgebied is niets bekend.

Foto: Markus Goller (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Betalen vanuit de inbox: Microsoft en Stripe sluiten samenwerking

Posted 17 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Microsoft zorgt als eerste bedrijf voor een integratie tussen het eigen e-mailprogramma en de digitale portemonnee. Daarmee neemt het zogezegd ‘frictie’ weg, gebruikers kunnen direct vanuit hun postvak-in een rekening betalen. Het is een kleine stap richting het winkelen vanuit de inbox.

Op Microsofts conferentie voor ontwikkelaars, Build 2018, heeft het bedrijf aangekondigd betalen gemakkelijker te maken. Dat doet het door Microsoft Pay, het alternatief op Android Pay en Apple Pay, op te nemen in Outlook. Een paneel aan de zijkant het van het scherm vertoont de voorgestelde transactie die vervolgens vanuit de digitale portemonnee is te bevestigen.

Minder ‘frictie’ rondom betalen

Dit zou voor consumenten het ongemak van betalen een stuk verminderen denkt het bedrijf. Een flink aantal van de berichten die iemand ontvangt gaat immers over (betaal)transacties of bevatten het verzoek een bijgevoegde factuur te voldoen. Daardoor hoeven gebruikers dus niet langer hun betaalsoftware of bankapp te openen. Voor bedrijven zal met name tellen dat hoe minder ‘frictie’ hun klanten ervaren, hoe eerder ze betaald worden voor hun producten.

Microsoft treedt niet zelf op als betalingsverwerker, maar zoekt samenwerkingen met payment service providers en makers van administratiesoftware. Er zijn op dit moment in ieder geval overeenkomsten gesloten met Stripe, Braintree en FreshBooks. Van die drie is Stripe het actiefst in Nederland. Een woordvoerder laat weten dat het een internationale samenwerking is. Ook Nederlandse bedrijven kunnen dus binnenkort hun klanten vanuit Outlook laten betalen.

Afbeelding: e-mail met betaalpaneel

Interesse nog beperkt

Microsofts integratie van het eigen e-mailprogramma en de digitale portemonnee is opvallend. Her en der werd de samensmelting van e-mail en betalen wel al verwacht, maar met name Google en Apple leken de aangewezen bedrijven de nodige stappen hiervoor te zetten. Hoewel Microsoft Pay nog klein en relatief onbekend is, is het een kleine stap richting het winkelen vanuit de inbox.

Het is volgens een aantal kenners namelijk volstrekt logisch dat de rol van e-mail groeit. Het wordt van een marketingkanaal ook een plek voor verkoop. Klanten aanmoedigen om vanuit een ontvangen e-mail door te klikken naar een site of shop zou dan niet meer nodig zijn. Ook Stripe zegt het aannemelijk te vinden dat het die kant opgaat. Als de techbedrijven met een integratie eenmaal voor het sleutelingrediënt hebben gezorgd, is de betaling in de inbox af te ronden.

Heel veel animo lijkt er echter nog niet voor te zijn. De Amerikaanse start-up en e-mail service provider Rebel heeft weliswaar een vergelijkbare techniek ontwikkeld, maar het feit dat Google en Apple niet thuis geven spreekt boekdelen. De commerciële waarde zou namelijk nihil zijn. Zeker marketingmails belanden zo vaak in de spambox dat ze zich nauwelijks lenen voor conversie of de betaling. Microsofts keuze om alleen e-mails over reeds afgenomen diensten te voorzien van een betaalknop lijkt dan ook een praktische tussenoplossing.



Lees het volledige bericht op Emerce »