Posts Tagged ‘tv’

Trivago zweert bij het advertentiemodel

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

De grenzen tussen metazoekmachines en online reisagenten vervagen steeds meer. Trivago is de uitzondering op deze regel. “Wij geloven niet in het hybride model,” aldus managing director Johannes Thomas.

Zowel Skyscanner als TripAdvisor zijn zeer actief met het mogelijk maken van directe boekingen. TripAdvisor liet recent weten dat het product nieuw leven ingeblazen zal worden. En Skyscanner is ervan overtuigd dat zij een belangrijke rol kan spelen in de distributie van vliegtickets. Trivago, sinds 2013 eigendom van Expedia, ziet er daarentegen niets in, zegt Thomas tijdens de Phocuswright-conferentie in Amsterdam. “Het is een interessante ontwikkeling. Ons standpunt is helder: wij zijn geen boekingssite en geloven niet in het hybride model. We helpen onze adverteerders om directe boekingen te genereren door een stukje technologie tot hun beschikking te stellen. Wij willen excelleren in search, zodat onze adverteerders goed worden gevonden. De conversie moeten ze vervolgens zelf bewerkstelligen.”

Johannes Thomas, TrivagoOm extra service te kunnen bieden aan adverteerders heeft Trivago dit jaar Base7Booking volledig overgenomen, een property-managementsysteem voor kleine hotels die niet zijn aangesloten bij een keten. Hiermee kunnen zij onder andere de beschikbaarheid bijhouden en de digitale en e-mailmarketing managen. “Met name onafhankelijke hotels zijn nog niet gedigitaliseerd. Bij 30 procent is dat een groot probleem. De tools die nu op de markt zijn, zijn niet geschikt voor deze groep. Ze zijn te duur en te complex. Wij als marketingkanalen zijn te ingewikkeld om te managen. Je kunt niet verwachten dat een hotelier ook een expert is in online marketing. Daarom moet je het simpel maken.”

Van Trivago is bekend dat het advertentiebudget enorm is vergeleken met de andere spelers. In de eerste negen maanden van 2016 gaf het bedrijf bijna 540 miljoen euro uit aan marketing. De omzet was in dezelfde periode 585 miljoen euro. Het gros van het budget gaat op aan televisie, zegt Thomas. “Acht jaar geleden waren we nog voor 90 procent afhankelijk van Google voor traffic. We zijn gaan kijken hoe we de verschillende kanalen efficiënter konden inzetten en zijn begonnen met de bekende tv-spotjes. Vandaag de dag is 30 procent van ons verkeer afkomstig van search. Vijfenzestig procent gaat rechtstreeks naar onze website met dank aan de tv-commercials. De uitdaging daarbij is om de complexiteit te managen. Aanvankelijk synchroniseerden we de spotjes na op de verschillende markten. Daar zijn we vanaf gestapt, elk land waar we actief zijn heeft een eigen Trivago-ambassadeur. We hebben tientallen variaties op de inhoud, waarbij we het product vanuit verschillende invalshoeken uitleggen. We zouden graag nog wat specifieker targeten maar de televisiewereld is nog niet zover. Zo kun je niet op het laatste moment van commercial wisselen om in te spelen op de actualiteit. Wat dat betreft lopen ze mijlenver achter op online marketing.”

Ego of senioriteit

De enorme advertentieuitgaven hebben ertoe geleid dat Trivago sinds de oprichting in 2005 is uitgegroeid tot een beursgenoteerd bedrijf met 1300 medewerkers. In de bedrijfsstructuur is opvallend genoeg weinig veranderd: behalve de drie managing directors en sinds kort de CEO worden er amper titels gehanteerd. “We willen geen statusindicatoren. Beslissingen moeten onbevooroordeeld worden genomen en niet gebaseerd op ego of senioriteit. We proberen muren weg te nemen en banden te smeden. Het bedrijf is georganiseerd in micro units die toegang hebben tot alle middelen die ze nodig kunnen hebben. Er zijn geen team leads meer. Wel hebben we een CEO benoemd toen we naar de beurs gingen. Dat is om duidelijkheid te verschaffen aan investeerders en verandert niets aan de start-up cultuur die we in het bedrijf trachten te cultiveren en behouden.”

Dat neemt natuurlijk niet weg dat Trivago van disruptor een gevestigde naam is geworden, die zelf ook weer onderhevig is aan disruptie. Thomas ziet wat dat betreft Google als belangrijkste concurrent. “We wisselen ervaringen uit met Google en ze zijn een inspiratie voor ons. Qua product liggen wij voor. Onze gebruikerservaring is simpel en we richten ons alleen op hotels. Google heeft heel veel verticals en devices waar ze hun aandacht over moeten verdelen. Maar ze leren snel. Het is interessant om te zien wat ze gaan doen in travel. Wat dat betreft maak ik me meer zorgen over Google dan over TripAdvisor.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Stewardessen Air New Zealand krijgen Hololens

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Air New Zealand gaat proeven doen met een Hololens om te onderzoeken of en hoe het service naar reizigers aan boord kan verbeteren.

Het is de wens van iedere luchtvaartmaatschappij: het cabinepersoneel laten weten wie de mens achter al die gezichten aan boord is. Tablets in het vliegtuig zijn een stapje in die richting en nu kijken ze in Nieuw Zeeland of augmented reality de volgende stap is.

Cabinepersoneel met een Hololens ziet een projectie met informatie over de de persoon die ze op dat moment aankijken. Heeft iemand speciale voorkeur voor voedsel? Wat is zijn emotionele status? Is hij vaste klant? Technisch gezien zouden zelfs klaagtweets over de reis nog in de lucht kunnen worden afgehandeld.

De AR-proef wordt gedaan in samenwerking met IT-bedrijf Data Dimension.



Lees het volledige bericht op Emerce »

eTravel 2017: over chatbots, AI, blockchain en meer

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wat zijn de lessen die Transavia heeft geleerd over chatbots? Welke impact zal blockchain hebben op de reisbranche? En is Artificial Intelligence een kans of een hype? Kom op 20 juni a.s. naar eTravel voor de antwoorden op deze en nog meer prangende vragen.

Transavia wil niet zozeer een luchtvaartmaatschappij zijn maar een digitaal bedrijf. Ines Verburgh houdt zich als Lead Innovation bezig met prototypen van nieuwe producten en diensten bij Transavia. Tijdens eTravel deelt ze de learnings van Transavia over conversational commerce.

Ondernemer Sander Duivesteins standpunt ten aanzien van bots en AI is simpel samen te vatten: Adopt or die! Hij duidt op 20 juni de impact van nieuwe technologie op mens, bedrijf en maatschappij.

Vince Meens heeft niet alleen een passie voor de reisbranche maar weet ook nog eens alles van blockchain en de disruptie die deze technologie kan ‘poweren’. Hij vertelt waar de kansen en valkuilen voor travel liggen.

Verder wordt in de Dragon’s Den de eTravel Start-up van 2017 uitgekozen door onder andere Atilay Uslu (Corendon) en Raymond Vrijenhoek (Otravo) en geven Flixbus, Bohemian Birds, Vacanceselect, Thomas Cook en Travix een kijkje in hun keuken.

eTravel wordt op 20 juni gehouden in Pakhuis de Zwijger te Amsterdam. Voor meer informatie/tickets kijk hier.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gatwick installeert 2000 bakens voor navigatie

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vliegveld Gatwick bij Londen heeft 2000 bakens geïnstalleerd voor indoor navigatie. De technologie zal onder meer worden gebruikt voor augmented reality-toepassingen, waarbij passagiers hun weg met een app kunnen vinden.

Het systeem garandeert een nauwkeurigheid van 3 meter. Informatie over passagiers wordt niet vergaard, wel wordt de drukt in bepaalde zones gemeten.

Gatwick werkt aan eigen apps, maar biedt luchtvaartmaatschappijen en retailers de gelegenheid om ook eigen toepassingen te ontwikkelen.

De belangrijkste partner is de Britse startup Pointr. Die levert ook ontwikkelsoftware (SDK) met ondersteuning voor 3D AR.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuw leven voor de lokale retailer: ga in buurtdistributie

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Waarom zoeken lokale retailers geen businessmodellen die hun stenen winkels onmisbaar maken, in plaats van een molensteen om hun nek? De winkelier moet opboksen tegen steeds sterker wordende webshops. Die webshops zelf worstelen op hun beurt weer met de logistiek. Ze zijn immers fysiek ver verwijderd van hun klanten maar willen toch een persoonlijke bezorging. Daar ruik ik samenwerkingsmogelijkheden!

Samenwerking in de last mile

Door samen te werken kun je prima de taart verdelen of zelfs groter maken. Samenwerking in de eCommerce-keten komt al veel voor. Als je bijvoorbeeld een specialistisch computerproduct bestelt bij Central Point is er een goede kans dat je een drop shipment ontvangt, direct vanuit het centrale distributiecentrum van de producent, ergens in Europa. Dat is dan efficiënter dan het product eerst via de webwinkel te laten lopen.

Zou een dergelijke samenwerking niet ook haalbaar zijn in de uitvoering van de last mile? In fora zoals ‘slim en schoon door de stad’ wordt al jaren gedebatteerd over hoe je toch meer samenwerking kunt krijgen in transport naar consumenten. Waardoor je meer dichtheid in distributie kunt verkrijgen, een betere beladingsgraad en daardoor netto minder busjes in de woonwijken. Maar daarbij wordt vaak uitgegaan van transportbedrijven die de samenwerking moeten aangaan en juist zij hebben daar geen belang bij. Zij willen hun eigen merk, sterk en herkenbaar op straat, een dominant marktaandeel en zich onderscheiden door hun ‘unieke’ dienstverlening.

Als twee honden vechten om een been

En lokale retailer: hier ligt een kans om de rol te nemen van one-stop aflevershop. Neem zelf transport ter hand en begin met het lokaal leveren van je eigen producten, die van anderen in de buurt en neem en passant wat pakjes van webwinkels mee. Had je al een bezorgdienst? Dan kun je op deze manier meer rendement en een hogere omzet realiseren.

Als winkelier hoef je geen weerstand te hebben om producten van anderen mee te nemen op je route, zolang dat maar geen directe concurrenten zijn. Sterker nog, naast de schaalvoordelen die bundeling van stromen veroorzaakt zorgt het ook voor een sterkere binding met ‘jouw klant’ waardoor die weleens meer zou kunnen gaan bestellen.

En voordat je het weet is die ouderwetse stenen winkel een lokaal mini-distributiecentrum geworden en breng je als moderne ‘srv man’ weer alles bij de mensen thuis. (De SRV man was tot in de jaren negentig van de vorige eeuw de benaming van een mini supermarkt op (elektrische) wielen)

Consumenten hebben nog steeds behoefte aan een lokaal bekend gezicht!

De Primera, om de hoek bij waar ik woon, heeft zijn rol als pakketpunt al ingenomen. Dat leek een slimme zet. Maar nu klaagt hij erover dat zijn winkel vol met pakketten ligt omdat klanten die pas na dágen komen ophalen. Blijkbaar willen die ontvangers toch gewoon thuisbezorging. De supermarkt verderop is een franschiser en moet weerstand bieden aan de opkomende eCommerce in food. Die gaat straks dus vanuit de winkel de wijk in om boodschappen te bezorgen, want blijkbaar wil de consument toch gewoon thuisbezorging.

Kan daar dan niet een pakketje bij dat bij de Primera lag te wachten? Of een retourzending van een kledingstuk? Als we er toch zijn….

Lokale distributie is in zwang

Het zal niet het eerste initiatief zijn dat de ziel weer terug wil brengen in consumentenleveringen en probeert te profiteren van de beperkingen van grote pakketvervoerders. Deze laatste bieden nog vaak een business-to-business service level voor business-to-consumer leveringen. Zomaar drie voorbeelden:

  • Homerr die een sociaal netwerk van pakketontvangers in Amsterdamse buurten oplijnt en voor de consument de slagingskans van een aflevering kan vergroten;
  • Buurtmus die in Haarlem ‘pensionado’s’ mobiliseert om de pakketdistributie in de buurt ter hand te nemen. In de avond, natuurlijk!
  • En ViaTim die iets soortgelijks doet in Bergen op Zoom en Rotterdam.

De buurtgerichte winkel (bakker, slager, supermarkt etc.) kan vast en zeker onderdeel uit  maken van dergelijke vernieuwende last mile logistiek en kansen pakken om samen met dit soort partijen een netwerk te smeden. Op grote schaal vraagt het uiteindelijk een ketenregiesysteem dat dit soort samenwerking mogelijk maakt en dat informatie over thuisleveringen, leverstatus en klantwensen op een uniforme wijze en over de partijen heen vastlegt. Dat gaat er nog wel komen maar je hoeft daar niet op te wachten. Ga nu al gewoon eens praten met je collega winkelier, de winkeliersvereniging of met zo’n logistieke buurt startup. Wie weet wat voor chemie er daar ontstaat.

Ik zeg: laat maar komen die bloemen van Bloomon, het vers gestoomde kostuum van de Palthe en een doos bonbons van de lokale chocolatier ….. samen met de dagelijkse boodschappen van de supermarkt van voorkeur. Zoals de SRV man dat 30 jaar geleden al deed, kan dat uitstekend met een elektrisch voertuig of beter nog, aangedreven door menselijke spierkracht.

En zo help je als retailer de last mile wat duurzamer te maken. En je eigen winkel verder vooruit!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Peer-to-peer boekingsplatform TRVL officieel live

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Na negen maanden in bèta gedraaid te hebben is TRVL officieel gelanceerd voor het grote publiek. Iedereen boven de 18 jaar kan zich aanmelden als ‘reisagent’ en tot 10 procent commissie verdienen op elke boeking die ze maken.

Volgens oprichter en CEO Jochem Wijnands van TRVL hebben reizigers de taak van het reisbureau overgenomen, omdat ze zelf online hun research doen en de reis boeken. “Wij vinden dat ze daarvoor ook een commissie verdienen,” aldus Wijnands. Het platform is sterk gericht op inspiratie en het delen van tips. De agenten kunnen zich profileren met een eigen website binnen TRVL.

Iedereen van 18 jaar en ouder kan zich gratis inschrijven als TRVL Agent om vervolgens onderzoek te doen en vakanties te boeken voor zichzelf en anderen. TRVL ontvangt een commissie over elke via het platform gemaakte boeking en keert naar eigen zeggen het leeuwendeel van die commissie uit aan de TRVL Agent die voor de boeking verantwoordelijk is.

Partners zijn Booking.com, Hotels.com van Expedia, en TripAdvisor en er zitten er meer in de pijplijn. De focus ligt op hotels, zegt Wijnands. Dit betreft ‘enkelvoudige’ reizen, rondreizen samenstellen kan nog niet.

Wijnands: “Reizigers spenderen de meeste tijd aan beslissen in welke wijk en in welk hotel ze terechtkomen, en daar heeft ook meteen het reisadvies van iemand anders de grootste waarde. En complexe reizen maken slecht een klein deel uit van het totaal. Na hotels, homestays en vakantiehuizen volgen producten zoals activiteiten, autoverhuur en misschien ook vluchten. De reden dat we dit nu nog niet aanbieden is ten eerste technische complexiteit. Ten tweede kunnen we door stap voor stap te lanceren beter bepalen waar echt behoefte aan is, en dan daarop bij te sturen. Verder is het zo dat we in de praktijk meestal niet alles tegelijkertijd boeken. Typische volgorde is eerst vluchten, dan hotels, dan car rental en als laatste activiteiten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Blockchain stijgt in vacatures

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

In de afgelopen twaalf maanden werden er in Nederland 178 blockchainvacatures uitgeschreven. Dit is een relatief gering aantal, maar wel een verviervoudiging van de 44 vacatures die tussen april 2015 en april 2016 werden geplaatst, aldus metabanenzoekmachine Joblift.

Daarnaast toont ook een vergelijking met Duitsland en Frankrijk dat Nederlandse bedrijven blockchain serieus nemen: in deze landen werden er het afgelopen jaar respectievelijk 80 en 149 vacatures uitgeschreven. Met 569 vacatures werden enkel in het Verenigd Koninkrijk meer banen rondom blockchain aangeboden.

De meeste blockchainbanen worden in de financiële sector en de zakelijke dienstverlening gecreëerd: beide sectoren zijn verantwoordelijk voor 21,8 procent van de vacatures. De ICT-sector volgt met 19,2 procent.

Met 16 vacatures was adviesbureau Deloitte het afgelopen jaar het bedrijf dat de meeste blockchainbanen aanbood. ABN-AMRO en PricewaterhouseCoopers volgden met respectievelijk 11 en 8 vacatures.

Niet verrassend werden de meeste blockchain vacatures in Amsterdam uitgeschreven: 37,8 procent van de vacatures waren afkomstig uit de hoofdstad. Utrecht en Rotterdam volgen op gepaste afstand met respectievelijk 12,8 en 9,5 procent.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Beata Linz over de ontwikkeling van e-mail bij Nike

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Voor veel e-mailmarketeers is het dé grote uitdaging; hoe kun je e-mailmarketing naar het gewenste niveau brengen binnen je organisatie? En belangrijker: Hoe krijg je hier de mensen in de organisatie met je mee? Beata Linz, een van de grondleggers van dit medium binnen NIKE, blikt terug op de ontwikkeling van het kanaal e-mail en vertelt over alle obstakels die overwonnen moesten worden om e-mailmarketing binnen multinational NIKE groot te maken.

Ze kwam voor de Europese lancering van e-commerce in 2007 in dienst bij NIKE als e-mailmarketing specialist in een ‘One man team’. De focus lag toen vooral op de retailorganisatie en de communicatie via e-mail bestond voornamelijk uit e-commerce gerelateerde sales of transactionele berichten. Door de jaren heen zijn mijn functie en het kanaal e-mail enorm geëvolueerd, waarbij e-mail een belangrijk onderdeel is geworden binnen de NIKE-brand”.

Is e-mail inmiddels het belangrijkste kanaal binnen Nike?

“Dit kun je niet direct zo stellen. We weten dat consumenten tegenwoordig veel switchen tussen online devices en platformen. Het is aan Nike om in contact te blijven, waarbij het kanaal van ondergeschikt belang is. E-mail is als kanaal niet per se belangrijker dan een ander marketingkanaal. De mix tussen de kanalen is namelijk veel krachtiger.”

Wat was je aanpak om e-mail als kanaal verder te ontwikkelen?

“Vanzelfsprekend moest het management overtuigd worden. Door veel te overleggen, continu balans te zoeken tussen kanalen en budgetten en door steeds kleine verbeteringen door te voeren, deze door te meten en weer terug te koppelen, werd e-mail langzaam maar zeker groter en belangrijker. Waarmee het ook steeds meer een geaccepteerd medium werd in de organisatie. Een voordeel qua budgetten hierbij was natuurlijk dat we steeds groter werden en het uiteindelijk in meer dan 21 landen gingen inzetten. Maar we liepen hierbij ook tegen verschillen tussen landen aan, waardoor het nog meer een uitdaging werd om het kanaal verder door te laten ontwikkelen.”

Waar staat Nike nu met e-mailmarketing?

“E-mail heeft een essentiële rol in de marketingmix van Nike in meer dan 21 landen. We zoeken continu naar mogelijkheden voor interactie en dialoog met de klant, waarbij verschillende datasets key zijn. We focussen ons steeds minder op directe sales, hoewel dat natuurlijk nog steeds een essentieel onderdeel is bij Nike. Eén van de belangrijke punten in onze online marketing strategie is storytelling. Hierbij focussen we niet direct op het product, maar meer op het verhaal erachter. Engagement is in onze ogen misschien nog wel belangrijker dan direct sales.  Klanten kunnen producten van Nike overal kopen. Ons doel is om op het juiste moment in de customer journey te blijven interacteren met een klant, het liefst zo persoonlijk mogelijk!”

Wat waren de grootste obstakels die je tegenkwam bij Nike om e-mail als kanaal te laten groeien?

“Bij grote organisaties zoals Nike ontkom je er niet aan dat uiteindelijk iemand anders besluit iets wel of niet te doen. Ook als je al heel veel tijd en moeite ergens in hebt gestoken. Daarnaast moet je jezelf continu uitdagen om nieuwe manieren te vinden in de ‘strijd’ tegen inbox-providers, steeds kritischere consumenten en andere channels die de rol van e-mail willen overnemen. Desondanks denk ik dat het kanaal e-mail dit soort obstakels ook nodig heeft om iedereen scherp te houden en continu te zoeken naar nieuwe manieren om e-mail belangrijk te maken.”

Hoe heeft e-mailmarketing zich in jouw ogen ontwikkeld de afgelopen vijf jaar?

“Het is anno 2017 bijna niet voor te stellen hoe dit medium vijf jaar geleden nog werd ingezet. De laatste jaren werd e-mail meerdere keren afgeschreven, maar is het ook meerdere keren ‘uit de dood’ opgestaan en werd het kanaal steeds meer een handige tool om relaties op te bouwen en te onderhouden met klanten. Er kwam de laatste jaren steeds meer het besef dat het begrijpen van klantdata essentieel is, waarmee ook steeds meer afscheid is genomen van e-mail als massamedium.

Maar er waren ook obstakels zoals het groeiend aantal communicatieplatformen waar marketeers gebruik van konden maken. Daarnaast werden ook eisen vanuit inbox-providers steeds strenger en daarmee was continue ontwikkeling nodig in design, templates, berichten etc.

Ook privacy en wetgeving vroegen de laatste jaren om veel aanpassingen. lHet aankopen van e-mail lijsten (wat bij Nike overigens nooit het geval is geweest) is absoluut niet meer aan de orde in e-mailmarketing, maar ook het respecteren van opt-out’s werd steeds belangrijker.”

En de budgetten? Zijn deze gegroeid?

“Ik denk dat in algemene zin de budgetten voor e-mailmarketing ten opzichte van vijf jaar geleden zijn gegroeid, maar de strijd om de budgetten is heftiger geworden. E-mailmarketeers moeten vechten voor hun plekje in de mix. Bij Nike hebben we continu gewaakt voor een goede balans en wordt er ook met een helikopterview gekeken naar de volledige marketingmix. Binnen de branche heeft e-mailmarketing het wel zwaar gehad. Toch lijkt het, mede door de opkomst van de smartphone, weer steeds belangrijker te worden.”

Wat vind je het grootste e-mailsucces binnen Nike de afgelopen jaren?

“Mijn team en ikzelf hebben e-mail vanaf de basis laten groeien tot een fantastisch medium, dat zich continue aan het door ontwikkelen is in meer dan 21 landen. Ik ben er trots op dat we dit voor elkaar hebben gekregen en steeds meer focus hebben weten te krijgen op de consument. Het aantal verkopen is door de inzet van e-mail gestegen, en het behoud van consumenten is gegroeid.”

Wat is de komende jaren belangrijk voor e-mailmarketeers?

“Het is onmogelijk om nu te voorspellen waar het kanaal over vijf of tien jaar staat. Ik verwacht dat er nog meer focus moet komen op personalisatie, waarbij ook contextuele data, zoals weersinformatie, geo-locatie en klantgedrag een centrale rol gaan spelen.

Ook het op nieuwe en efficiëntere manieren creëren van content gaat essentieel worden. Hierbij kan worden gedacht aan directe koppelingen met productdatabases, voorspellende systemen die automatisch content generen en in e-mails plaatsen of content blokken die op persoonsniveau worden geplaatst in de e-mail, waardoor iedereen unieke content gaat ontvangen.

De trend van automatisering en personalisatie zal zich steeds verder doorzetten, waarbij de e-mailmarkteer ook steeds meer moet bijsturen en niet puur de focus moet hebben op het vullen van e-mails.”

Beata Linz is één van de keynote-sprekers tijdens de DDMA E-mail Summit 2017 op 15 juni. Hierin zal ze ingaan hoe storytelling een belangrijke rol speelt binnen de e-mailmarketingstrategie van Nike.



Lees het volledige bericht op Emerce »

PayPal breidt verkopersbescherming uit

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

PayPal breidt de verkopersbescherming in Nederland uit. Voorheen was deze dienst slechts beschikbaar voor bepaalde fysieke producten, maar vanaf nu geldt de bescherming ook voor andere producten zoals opleidingen, tickets en reizen.

De dienst helpt online verkopers op het moment dat zij een ongeautoriseerde betaling hebben ontvangen, bijvoorbeeld van een gehackt account, of wanneer een koper beweert zijn aankoop niet te hebben ontvangen. In dergelijke gevallen kan PayPal het volledige bedrag vergoeden.

In totaal wordt de verkopersbescherming overigens uitgebreid in 18 markten in Europa en het Midden-Oosten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bimodale IT: hoe front-end zorgt voor webinnovatie

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Digitale transformatie verhoogt het tempo waarmee bedrijven worden gemaakt of gekraakt. Om bij te blijven en succesvol online te kunnen innoveren, is snelheid nodig. Maar snelheid alleen is niet genoeg: je bedrijf moet ook stabiel blijven. Met bimodale IT doe je beiden, en dankzij vernieuwde front-end technologie kan dat nu tegelijkertijd.

Vijftig jaar geleden zou een Fortune 500 bedrijf ongeveer 75 jaar blijven bestaan. De gemiddelde levensduur van zelfs de grootste bedrijven bedraagt nu nog maar 15 jaar, en dat neemt verder af. Deze versnelling is te wijten aan het feit dat je succes (of je falen) slechts één social share weg is van je klanten. Het spel is zeer competitief geworden. Als klanten de digitale ervaring die je aanbiedt niet leuk vinden, veranderen ze snel van leverancier en delen ze bijna alles online: ‘The good, the bad and the ugly’.

Bedrijven die overleven zijn agile, luisteren naar hun klanten en bieden de best mogelijke gebruikerservaring. Degenen die snel aan de digitale wereld aanpassen, zijn 26 procent meer winstgevend dan hun branche-collega’s, volgens onderzoek van MIT Sloan. Dus hoe kun je de successen van de Amazons, Apple’s en Google’s van deze wereld kopiëren of zelfs overtreffen? De beste strategie is om sneller te zijn dan de concurrentie, zodat je ze weg innoveert.

Een heropleving van bimodaal

Daarvoor heb je bimodale IT nodig, dat verwijst naar de praktijk van het beheren van twee aparte maar samenhangende werkwijzen: één gericht op stabiliteit (conventioneel, sequentieel en voorspelbaar) en de andere op behendigheid (verkennend, niet-lineair, snel). De term, die eerst in 2014 door Gartner werd gecreëerd, blijft een kakofonie aan reacties ontvangen van:

Ik zou hieraan toevoegen dat de tegenstanders de “bi” in bimodaal hebben genegeerd. Ze hebben de neiging om de twee werkwijzen te zien als onsamenhangend. Maar nieuwe technologieën voor webontwikkeling maken het mogelijk om tegelijkertijd beide IT-werkwijzen te draaien. Er is een stille revolutie in de CMS wereld gaande, met een geleidelijke machtsverschuiving van back-end naar front-end.

Van back-end naar front-end
Hier is hoe CMS front-end tools sneller worden en innovatie beschikbaar maken:

De empowerment van front-end ontwikkelaars

Veel CMS-producten maken nog twee kampen: front-end en back-end. In de klassieke manier heb je een grafisch ontwerper, dan iemand die HTML doet, iemand voor CSS enzovoorts. Vervolgens gaat het naar de back-end ontwikkelaars om templates te maken, en moet je opnieuw testen. Het is nooit zoals je wilt en het duurt verschrikkelijk lang. In de oude wereld was de leercurve vrij steil.

Je moet namelijk ook leren hoe je in een Java-omgeving kunt customizen en aan de achterkant van de sjablonen moeten werken. Java, een van de meest gebruikte programmeertalen, is nog altijd het werkpaard voor grootscheepse, volwassen technologie. Ik heb het hier over het zware materiaal, maar wat als je deze solide infrastructuur zou kunnen combineren met flexibiliteit aan de front-end en met elk gewenste front-end framework?

De nieuwe wereld is API-gedreven en gebruik standaard front-end frameworks. Niet meer compileren, build time of het systeem moeten herstarten na veranderingen. Front-end ontwikkelaars begrijpen Javascript al en ze kunnen nu sjablonen maken. Afhankelijk van je behoeften kun je uitsluitend aan het front-end werken en geen gebruik maken van Java. Dit versnelt de ontwikkeling en laat dingen snel tot stand komen.

Werk met componenten in plaats van pagina’s

Je bent wellicht gewend aan het werken met pagina’s, maar denk in plaats daarvan aan componenten. Die zijn gemakkelijk om mee te werken: je kunt mixen en combineren, verschillende componenten op een pagina samenvoegen en componenten in verschillende contexten hergebruiken. Marketeers krijgen hiermee meer vrijheid en controle over hoe de pagina’s eruit zien: ze kunnen componenten opnieuw ordenen, op verschillende locaties plaatsen en zijn daarmee niet beperkt tot vooraf gedefinieerde pagina’s.

De component-centric aanpak laat ontwikkelaars en marketeers hetzelfde bewerken, bekijken en testen. Componenten zijn flexibel om mee te werken en wijzigingen kunnen in elk stadium van het project worden aangebracht. Je kunt de website ook iteratief uitbreiden: je bouwt eerst de belangrijkste componenten, voegt daarna nieuwe componenten toe en voegt vervolgens weer nieuwe functionaliteit toe. Componenten zijn veelzijdig.

Deel en maak componenten in realtime

Een bureau gebruikt front-end tools om een ​​platform te creëren waarmee front- en back-end ontwikkelaars kunnen samenwerken en snel werken door dezelfde bestanden te bewerken. Op dit platform kunnen ontwikkelaars op beide manieren werken: je kunt front-end componenten eerst ontwikkelen en vervolgens later in het CMS integreren, of je kunt de eerst back-end sjablonen ontwikkelen en vervolgens de front-end ontwikkelaars deze laten overnemen en aanpassen. Dit versnelt webontwikkeling, omdat de front-end teams niet moeten wachten op veranderingen en updates die door het back-end team geïmplementeerd worden en geïntegreerd zijn in het CMS.

Dat lost een langdurig probleem op van niet-gesynchroniseerde bestanden. Vroeger zouden front-end ontwikkelaars onafhankelijk een statisch prototype ontwikkelen, en daarna zouden de back-end ontwikkelaars delen hiervan naar het CMS kopiëren. Omdat de kopieën losstaand en onafhankelijk zijn, kunnen ze niet meer synchroniseren met latere wijzigingen. Als de front-end ontwikkelaars het prototype bijwerken, moeten deze wijzigingen ook in het CMS worden gemaakt. Dit gebeurt eveneens als de back-end ontwikkelaars het CMS bijwerken, want dan moeten deze wijzigingen ook in het statische prototype worden gemaakt. Het platform verwijdert de behoefte voor het statische prototype. Elk componentbestand bevat zowel het front-end ontwerp prototype als de CMS sjabloon. Alles blijft synchroon, omdat beide onderdelen in één bestand zitten en gemakkelijk kunnen worden bijgehouden en bijgewerkt.

Verbeter het samenwerken 

Nieuwe front-end tools stoppen het muggenziften onder de verschillende teams over wie nu de code bezit en stelt hen in staat om beter samen te werken. Samenwerking is gemakkelijk omdat alle bestanden in dezelfde GIT-repository zitten. Java-ontwikkelaars werken aan de back-end- en UX / UI-designers werken aan het front-end in hun favoriete tekstverwerker of IDE. Het beste hiervan is dat ze parallel kunnen werken en elkaar niet blokkeren, waardoor ze sneller kunnen schakelen en zo tijd besparen.

Continue levering en iteratie

Grote projecten worden opgebouwd tot dat ene kritische moment in de laatste testfase, om vervolgens weer terug naar de tekentafel te moeten gaan? Je kunt dit alles overslaan als je tijdens het verloop van de projecten continu demonstraties geeft, beoordelingen maakt en nieuwe componenten accepteert gedurende het project, met als gevolg veel minder testen. Het proces wordt zo veel efficiënter. Je kunt je componenten zelfs nog afstemmen tot de laatste minuut voor de projectlancering.

Mislukken is geen ramp meer

Bedrijven willen nu hun websites live zien binnen weken, niet maanden. Maar nog crucialer dan de tijd die nodig is voor de initiële uitrol, is de tijd die nodig is om nieuwe functies toe te voegen. Het zijn de dagelijkse, incrementele innovaties die het verschil maken. Bimodaal in de CMS-wereld betekent aan de ene kant dat je gebruikt maakt van volwassen bedrijfstechnologie, en aan de andere kant dat je snel en agile kunt werken. Zorg ervoor dat je back-end robuust en stabiel is, en vervolgens kun je losgaan op de front-end.

Er is echter een kanttekening om te maken: bimodaal is geen garantie tegen mislukking. Gartner heeft ook voorspeld dat 75 procent van IT-organisaties tegen 2017 een bimodale capaciteit zullen hebben, maar slechts de helft van hen zal slagen. Innovatie betekent dat je ideeën uitprobeert, experimenteert en mislukking riskeert. Met de opkomende CMS front-end tools kun je snel testen en de tijd van idee tot levering verkorten. Als je faalt, leer je ook snel, wat experimenteren weer minder duur maakt. Snelheid is je enige wapen in de lopende strijd om de volgende killer innovatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

IoT: design met intentie

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Van een waterkoker die je op afstand aan kunt zetten tot een horloge dat je hartslag meet en daar conclusies aan verbindt – het zijn beide toepassingen van Internet of Things (IoT) maar over het nut valt te discussiëren. Hoe scheiden we het kaf van het koren?

IoT bevindt zich nog aan het begin van de hype cyclus; de verwachtingen zijn hooggespannen, maar worden nog lang niet altijd waargemaakt. Dat neemt niet weg dat de technologie zich snel ontwikkelt. Daarbij zijn drie trends belangrijk voor ontwerpers: aanpasbaarheid, standaardisatie en nieuwe manieren van interactie.

Aanpasbaarheid

Aanpasbaarheid en standaardisatie leiden ertoe dat ontwerpers en producenten de beleving sneller en effectiever kunnen maken en gaandeweg aanpassen door software updates. Zo hebben ze meer tijd in de bedenkfase zodat ze doelmatige interacties ontwerpen. Het fysieke object dat door middel van sensoren en een internetverbinding slim is gemaakt, is niet beperkt tot het oorspronkelijke ontwerp van de interactie. Dat maakt IoT duurzaam. Neem bijvoorbeeld de pop van Avakai Toys die is uitgerust met sensoren. Je kunt om te beginnen het speelgoed zelf laten reageren op de aanraking van het kind maar in een later stadium is het bijvoorbeeld ook mogelijk om twee poppen met elkaar te laten communiceren en het spel zo anders te maken. Het speelgoed is bedacht om spel en creativiteit te stimuleren alsmede duurzaamheid te bevorderen. De poppen vervelen immers minder snel omdat de beleving verandert.

Maar je kunt ook denken aan een tandenborstel die eerst alleen registreert wat je poetsgedrag is en daar later aanbevelingen over geeft zodat de gebruiker zijn gedrag aanpast. Nu de software verfijnder wordt en er een standaardisatie plaats vindt op het gebied van IoT wordt het gemakkelijker om interacties op deze manier aan te passen. Het ontwerpen van interacties wordt belangrijker in de ontwikkelingscyclus.

Standaardisatie

De pioniers op het gebied van IoT moesten natuurlijk alles zelf uitvinden. Nu zie je dat er platformen zijn waarop de hardware en software op elkaar kunnen worden aangesloten. Dat is een structurele verbetering die het eenvoudiger maakt om de stap naar IoT te zetten en de ontwikkeling vergemakkelijkt. Toch is er nog een weg te gaan voor de verwachtingen van de gebruikers overeenkomen met de geboden beleving. De afhankelijkheid van het scherm, of dat nu op je smartphone of je laptop is, verdwijnt waardoor een holistische beleving mogelijk wordt.

Nieuwe manieren van interactie

Interactie hoeft niet meer per definitie op het scherm van een telefoon of desktop plaats te vinden. Er komen steeds meer spraakgestuurde devices op de markt, waarmee je op een compleet andere manier interacteert dan met je smartphone. Alles kan een touchpoint worden. De muur, een spiegel of de zijkant van een gebouw kunnen als beeldscherm fungeren. Je ziet dat door IoT het gebruiksdoel van voorwerpen verandert.

Goed en slecht nieuws

Het goede nieuws is dus dat IoT meer mainstream wordt. Daar staat het risico tegenover dat we worden opgezadeld met goedkoop ‘slim’ plastic daardoor aanzienlijk toeneemt. De ontwikkeling van IoT is op dit moment vooral data- en technologiegedreven. Er wordt niet per definitie vanuit de gebruiker gedacht. Maar IoT draait niet om het verzamelen van zoveel mogelijk gegevens. Je wilt juist een beleving bieden die een probleem oplost en niet alleen zoveel mogelijk data verzamelen.

Een voorbeeld van hoe het niet moet, is een waterfles die is voorzien van sensoren zodat de eigenaar een seintje krijgt als het leeg is. Doel hiervan is het hergebruik te stimuleren en de plasticberg te verminderen. Het concept is echter niet interactief en het vertelt je ook niets over je gedrag en eventuele verbeteringen die je kunt doorvoeren. Bovendien is de fles dusdanig goedkoop dat mensen het ding gemakkelijk weggooien. Een gemiste kans dus. Ik denk dat 50 procent van de nieuwe IoT-producten in deze categorie vallen. Op zich kun je elk object slim maken, maar dat wil niet zeggen dat het nodig is.

Stel de waaromvraag

Hier ligt ook een taak voor ontwerpers en creatieve ontwikkelaars. Zij moeten zich afvragen met welke intentie IoT wordt ingezet. Voldoet het aan de behoeften van de klant? Lost het pijnpunten op? Of is het een kwestie van trends volgen? Een succesvol IoT-product creëert betrokkenheid bij de gebruiker, is interactief en nuttig. In de medische sector is bijvoorbeeld een soort vest ontwikkeld voor te vroeg geboren baby’s waardoor er geen stickers op de fragiele huid hoeft te worden geplakt om de gezondheid te monitoren. Maar je kunt ook denken aan toepassingen waarbij een diabetespatiënt wordt gewaarschuwd als zijn bloedsuikerwaarde te veel afwijkt.

Menselijke communicatie kun je eveneens verbeteren met IoT. Zo wordt er gewerkt aan het simuleren van aanrakingen door vibraties, zodat je iemand die ver weg is toch een high five kunt geven.

Deze voorbeelden zijn wat mij betreft het niveau dat IoT-designers en -ontwikkelaars voor ogen moeten hebben bij het ontwerpen van nieuwe slimme producten. IoT draait meer om intuïtieve oplossingen dan alleen om technologie. Kort gezegd: als je met je IoT-project bij de gebruiker geen pijnpunt wegneemt of gedragsverandering realiseert, heb je je tijd verspild.

Meer weten? Melanie Gorka is een van de sprekers op Emerce Tech Live! dat op 30 mei a.s. wordt gehouden in de Beurs van Berlage te Amsterdam.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Startup in de verkoop: wat een overnamestrijd met zich meebrengt

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Menig startup-eigenaar droomt van het moment dat er een aantal grote partijen op de stoep staat om de boel over te nemen. Maar wat brengt zo’n overname(strijd) juridisch met zich mee? En welke voorbereiding is er nu te treffen om een beoogde koop over een jaar soepel te laten verlopen?

Een overnametraject blijkt voor de ondernemer of het team van eigenaren doorgaans zwaarder dan een investeringsronde. De complexiteit ervan is uiteindelijk nog iets groter vertelt Antony Jonkman die als partner bij het kantoor LXA The Law Firm geregeld Nederlandse startups bijstaat. “Hoewel je niet in algemene zin kunt zeggen dat het ook een zwaardere wissel trekt op de ondernemers of de startup is een overname vaak wel een stuk bewerkelijker dan een investering.” Dat heeft er volgens hem vooral mee te maken dat er plots twee bedrijven geïntegreerd moeten worden. “Een tijdrovend monnikenwerkje.” Zeker wanneer de potentiële koper niet uit Nederland komt en de culturen en rechtsstelsels met elkaar botsen. “Bij een investering speelt dat minder. De winkel blijft de winkel en de investeerder houdt gepaste afstand.”

De verandering dat anderen zich ineens met het bedrijf gaan bemoeien brengt de nodige gevoelens met zich mee bij ondernemers, merkt Pauline Vos van Bird & Bird. Door de samenwerking van haar kantoor met YES!Delft komt ze geregeld in contact met startups die deelnemen aan deze incubator van de TU Delft. “Een overname blijkt een stuk emotioneler dan een investering. Na jarenlang keihard werken wordt het bedrijf overgedragen aan anderen. Hoewel het zeker niet ongebruikelijk is, is het niet vanzelfsprekend dat de oprichter dan nog aan bord blijft. En blijft iemand wel werkzaam om bijvoorbeeld de transitie te begeleiden zal hij vaak de controle en zeggenschap uit handen moeten geven.”

Niet alleen de ondernemers zelf vinden dit een lastig gegeven, weet Marnix van den Bergh – advocaat bij Höcker Advocaten. De koper zal zich afvragen of het bedrijf zonder de oprichters nog wel zo succesvol is. Dat zorgt ervoor dat iedereen van de hoed en de rand wil weten en zoekt naar uitgebreide garanties over de stand van zaken in de onderneming. Kortom, voor alle betrokkenen is de overname van een startup gecompliceerd.

In de verkoop: de gecontroleerde veiling

Is er eenmaal sprake van interesse van meerdere potentiële kopers dan draait het volgens de juristen al gauw uit op een ‘controlled auction’. Tijdens zo’n veiling mogen de geïnteresseerden een bod doen op de onderneming. Een corporate finance-adviseur houdt gedurende dit proces de controle en laat de partijen tegen elkaar opbieden.

Een controleerde veiling is in vele verschijningsvormen, maar in praktijk doorlopen de bedrijven een aantal vaststaande fasen. De adviseur stelt allereerst een ‘informatie memorandum’ op waarin alle relevante informatie is vermeld. Denk bijvoorbeeld aan de huidige activiteiten van de startup, de afzetmarkten waarop de onderneming zich begeeft, de juridische bedrijfsstructuur, de cijfers en natuurlijk de waarom achter de verkoop. De gegevens worden na de ondertekening van een geheimhoudingsovereenkomst verstrekt: aan de bedrijven die zelf informeerden naar een overname of aan een aantal te benaderen potentiële kopers. Vos: “De partijen ontvangen een procedurebrief waarin is beschreven hoe de veiling is vormgegeven en wat de spelregels zijn. Op basis van het memorandum worden bedrijven uitgenodigd om op een bepaald tijdstip een niet-bindend en indicatief bod te doen.”

Uit de ontvangen biedingen selecteert de ondernemer een aantal geschikte bedrijven. Daarbij wordt natuurlijk gekeken naar de hoogte van het bod, wie de potentiële kopers zijn en of er al eventuele aanvullende voorwaarden zijn doorgegeven. Deze selectie leidt tot de fase van ‘due-diligence’ waarin de geïnteresseerden bijvoorbeeld in een ‘virtual dataroom’ onderzoek kunnen doen en aanvullende vragen mogen stellen. Dat is ook het moment waarop de potentiële kopers en verkopers elkaar ontmoeten en de concept-overeenkomst op tafel komt. Een gecontroleerde veiling leidt dus niet alleen tot een gunstige koopsom, vertelt Vos. Het grote voordeel is dat de koopovereenkomst door de advocaat van de verkoper is opgesteld. Die is daardoor hoe dan ook ‘verkopers-vriendelijk’.

Exclusieve onderhandelingen

Voor een gestelde deadline komen de mogelijke kopers terug met een definitief bod en commentaar op de overeenkomst. “Deze mark-up is een belangrijk onderdeel van het bod. Een hoger bod is meestal veel minder interessant als er door de andere kant veel garanties en vrijwaringen worden verlangd. Uiteindelijk zal de verkoper op exclusieve basis verder onderhandelen met de partij die het meest aantrekkelijk bod deed.”

Die exclusiviteit is natuurlijk belangrijk, maar zorgt tegelijkertijd voor een veelvoorkomende valkuil. “Zolang er nog geen exclusiviteit is bereikt moet je als verkoper alle kandidaten volstrekt gelijk zien te behandelen”, geeft LXA’s Jonkman mee. “Pas op met al dan niet halve toezeggingen die het proces kunnen frustreren.” En praat hoe dan ook niet te snel exclusief met één partij, zegt Van den Bergh (Höcker Advocaten): “Daarmee geeft de onderneming te snel teveel zicht op de kroonjuwelen. Ga niet te snel, al is het aanbod nog zo geweldig. Als een bedrijf je zo graag wil kopen is de kans groot dat er nog meer kapers op de kust zijn.”

‘Leg ten minste de afspraken vast’

Welke vorm de veiling uiteindelijk ook krijgt, de staat van het papierwerk heeft natuurlijk grote invloed op het overnametraject. En hoewel startups – zoals de bedrijven die deelnemen aan YES!Delft – zich steeds vroeger laten adviseren, is er bij lang niet alle jonge ondernemingen aandacht voor de juridische zaken. Best begrijpelijk zeggen de juristen. Een startup is vooral bezig met de productontwikkeling en verkoop. Natuurlijk hoeven de papieren niet je grootste prioriteit te zijn, merkt Van den Bergh op, maar leg ten minste de belangrijkste afspraken met leveranciers, klanten en tussen de oprichters onderling vast.

“Zeker die interne afspraken zijn vaak niet op orde. Vrienden die samen in een project stappen houden er geen rekening mee ooit zo succesvol te worden als ze op dat moment zijn. Komt het tot een verkoop dan ontstaat er ineens de discussie over wie wat heeft gedaan en wie waarop recht heeft. Dat leidt nog weleens tot vervelende ruzies op een nogal onhandig moment.”

Jonkman adviseert daarom vroeg in het proces in ieder geval te denken aan het intellectuele eigendomsrecht. Niet zelden maakt hij mee dat tijdens een overnameproces blijkt dat het auteursrecht ligt bij een ontwikkelaar die ooit werd ingehuurd. En niet, zoals gedacht, bij de oprichters van de startup. “Op zo’n moment kunnen we aan de slag om de rechten terug te halen. Dat lukt dan wel, maar het voorkomen van dit soort dealbreakers is beter dan het genezen ervan.”

Voorbereiden op een verkoop?

Startups die nu al dromen over het moment dat zowel Google als Facebook aanklopt kunnen zich dan ook voorbereiden. Door na te gaan of het intellectueel eigendom, de interne organisatie en de relatie met de klant goed zijn vastgelegd. Jonkman: “Denk daarbij een oprichtersovereenkomst en een aansprakelijkheidsbeperking. Laat ik vooropstellen dat het voorsorteren op een verkoop geen doel op zich moet zijn, maar het helpt zeker als er voldoende is vastgelegd en de informatie over het product, de onderneming en de markt in een document beschikbaar is.”

Een onderneming zou wat Vos van Bird & Bird betreft niet alleen financieel, maar ook juridisch in topvorm moeten zijn. “Dat betekent natuurlijk dat je voorwaarden en overeenkomsten vastlegt. Tegelijkertijd gaat het ook om duidelijke afspraken met het management en personeel. Het kan geen kwaad om nu alvast na te denken over de rol die je als oprichter zou willen spelen in de overgenomen onderneming.” Wat haar betreft is een overnametraject daar altijd bij gebaat. Een goede voorbereiding is ook voor een verkoop het halve werk.



Lees het volledige bericht op Emerce »

CM koopt technologie voor papieren bulkpost

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Telecom CM uit Breda koopt twee Duitse sms-diesntverleners en haalt daarmee ook nieuwe oude technologie in huis: postverzending.

CM neemt voor een onbekend bedrag SMSKaufen en Innosend over. Samen hebben die bedrijven rond de vijftienduizend klanten, overwegend in Duitsland. Die worden toegevoegd aan het eigen internationale portfolio van circa twintigduizend actieve klanten van CM.

Een prettige bijkomstigheid van de transacties, die in de afgelopen twee weken plaatsvonden, is dat CM nu ook in bulk papieren post kan gaan sturen. Naast sms-dienstverlening bieden Innosend en SMSKaufen namelijk ook fax-, post-, en printdiensten. Via een API-verbinding kunnen klanten snel brieven wereldwijd versturen met Deutsche Post.

De zakelijke klanten van de bedrijven tikken op de computer een brief en voeden die aan een programma. Vervolgens worden er koppelingen met voorgeselecteerde adresbestanden gemaakt. De combinatie daarvan wordt bij Deutsche Post ingeschoten, dat vervolgens het drukken en de bezorging verzorgt.

De woordvoerder van CM: “Zelf hebben we het product Autocollect. Dat verzorgt automatische incasso’s, bijvoorbeeld gespreide betaling van een seizoenskaart voor NAC. Als een inning niet goed verloopt, bieden we al de optie om die alsnog via iDEAL te voldoen. Nu kunnen we ook papieren brieven gaan sturen met een herinnering.”

Het telecombedrijf koopt ieder jaar een aantal branchegenoten met een sms- of communicatieachtergrond. Meestal in het buitenland om zijn internationale bereik te vergroten.

In het jaar 2016 zag het de omzet met vijf miljoen euro groeien tot 75 miljoen euro. Hoeveel de SMSKaufen en Innosend daaraan toevoegen houdt CM voor zich.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Nederlander shopt liefst gewoon in de winkel’

Posted 24 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

De meeste Nederlanders bekijken en kopen hun producten toch liever in de winkel dan online. Ongeveer een kwart geeft de voorkeur aan online winkelen, terwijl het West-Europese gemiddelde op 40 procent ligt. Dat blijkt uit het onderzoek Total Retail 2017 van PwC onder 2.000 Nederlandse shoppers.

Het gat met de rest van Europa wordt volgens het onderzoek alsmaar groter, omdat de voorkeur onder Nederlanders voor online winkelen langzamer groeit dan in andere West-Europese landen.

Toch is het geen vreemde ontwikkeling. Nederland heeft een hoge winkeldichtheid. Je kunt dus snel op en neer naar de fysieke winkel, en er is veel keus in winkelstraten. Verder hecht het Nederlandse winkelpubliek verhoudingsgewijs meer waarde aan het advies van een verkoper.

Toch verschuift de klantvoorkeur als gevolg van nieuwe technologieën, zoals slimmere algoritmen, langzaam richting online winkelen. Bijna drie op de tien jongeren tot 35 jaar koopt minstens eenmaal per week online. Hoe ouder de consument, hoe lager het percentage. Zo shopt een kwart van de 35 tot 55 jarigen en 13 procent van de 55-plussers wekelijks online.

Retailers zullen hun investeringen in e-commerce dus moeten intensiveren. Dat kan bijvoorbeeld door meer te focussen op specifieke klantvoorkeuren en daar nieuwe digitale strategieën voor te ontwikkelen. Er blijft plaats voor bakstenen, maar de status quo ‘wordt doorbroken’.

Met de mobiel in de hand winkelen doen Nederlanders ook nog weinig. Tijdens het shoppen gebruikt 24 procent zijn telefoon om productinformatie te raadplegen en 16 procent om beoordelingen te lezen. Voor Britten, Duitsers en Fransen liggen die percentages hoger: respectievelijk 39 en 28 procent. Het aantal Nederlanders dat via zijn telefoon aankopen doet, neemt wel toe.

In 2013 kocht 11 procent minstens eenmaal per maand een product via mobiel, nu is dat opgelopen naar 20 procent. Dat zijn wederom vooral consumenten onder de 35 jaar. PwC verwacht dat mensen in deze leeftijdscategorie al in 2020 vaker via hun mobiel online winkelen dan via tablet, pc of laptop.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Commissariaat voor de Media hoort Duitse mediatoezichthouder uit over aanpak online sluikreclame

Posted 23 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Commissariaat voor de Media heeft een bezoek gebracht aan Berlijn om te horen hoe de Duitse mediatoezichthouder sluikreclame in online video’s aanpakt.

Het Commissariaat vindt dat reclame altijd als zodanig herkenbaar moet zijn. Niet alleen op radio en tv, maar ook in online video’s, zoals vlogs op platforms als YouTube.

Bij het opstellen heeft de Duitse toezichthouder goed geluisterd naar de behoeften, vragen en suggesties van onder meer YouTubers en de multichannel networks (MCN’s) waarmee ze samenwerken.

Een bestand FAQ voor vloggers maakt onderdeel uit van die aanpak. De FAQ legt in toegankelijke taal uit wat er wel en niet mag, en hoe makers van online video’s transparant moeten zijn over reclame.



Lees het volledige bericht op Emerce »