Posts Tagged ‘tv’

De groeiende business van privacy

Posted 20 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Online zoeken zonder dat er geprofileerd wordt, digitaal winkelen met zo min mogelijk klantgegevens en de touwtjes omtrent je data in handen houden op social media. Na plug-ins en blockers krijgen ook andere producten en diensten die gebouwd zijn rond privacy meer tractie.

Privacy mag geen luxegoed zijn, stelde Google-CEO Sundar Pichai onlangs, waarmee hij een verlate reactie geeft op een statement van Eric Schmidt, voormalig bestuurder van de zoekgigant, enkele jaren geleden. Het opiniestuk in de New York Times dat Pichai hiervoor aangreep, zette nog eens op een rijtje waar de nadruk op lag tijdens Googles meest recente developerdag: ‘Ja, we verzamelen enorm veel data, maar dat is een goede zaak, want daarmee kunnen we je leven aangenamer maken. En dus spannen we ons hard in om je gegevens goed te bewaken.’ Hiermee erkent de techgigant publiekelijk het taboeonderwerp dat het een dataslurper is. Overigens wel rond de tijd van de introductie van een feature om automatisch je data te verwijderen na drie of achttien maanden. Wat weer een verlate reactie is op onduidelijkheid en discussie omtrent het volgen van gebruikers buiten de eigen toepassingen.

Hoewel dat vanuit gebruikersperspectief een stap in de goede richting is, is er op andere plekken in de techsector een trend van ‘simpelweg’ minder verzamelen van data te signaleren. “Het is een mythe dat je persoonlijke data nodig hebt om goede zoekresultaten te bieden of een succesvol bedrijf te bouwen”, stelt bijvoorbeeld Robert Beens, CEO en oprichter van Startpage.com. “Je groeit alleen minder hard.” Zijn bedrijf biedt sinds 2005 een privacyvriendelijke zoekmachine, later aangevuld met een e-maildienst en extra services zoals maps, en is een van het groeiende aantal partijen dat van privacy zijn corebusiness maakt. Wat in eerste instantie nog niet zoveel opleverde, door gebrek aan bewustzijn bij consumenten. De laatste jaren is het echter in een stroomversnelling gekomen. Niet vreemd, stelt Boot. In het verleden was het een technisch verhaal dat zich onder de oppervlakte afspeelde, nu is het mede door retargeting ads op andere plekken dan waar de data is ingewonnen zichtbaarder. “Dat wekt argwaan.”

Startpage.com haalt zijn inkomsten bij search ook uit advertenties, maar dat zijn ads uitsluitend gekoppeld aan de zoekwoorden, niet aan de zoekhistorie van de zoeker. “We kunnen dus niet kijken hoe lang iemand bij ons blijft of terugkomt, want iedereen is anoniem.” Toch levert dat voldoende op voor winstgevendheid. “We verdienen minder aan advertenties. Maar genoeg om de kosten te dragen en te investeren in ontwikkeling.”

GDPR-lite
Dat er momentum is, ziet ook Fatemeh Khatibloo, VP, Principal Analyst bij Forrester. Zij stelt dat 2018 een tumultueus jaar was, waarin niet alleen de AVG/GDPR van kracht werd, maar ook de staat Californië de Consumer Privacy Act aannam, terwijl de schandalen rondom privacyschendingen zich opstapelden. Met Facebook en zijn aaneenschakeling van incidenten als grootste windvanger. Reden voor consumenten om niet langer af te wachten, meent Khatibloo. Forrester-gegevens tonen aan dat 79 procent van de online volwassenen in de Verenigde Staten ten minste één tool gebruikt om zijn digitale privacy en beveiliging te beschermen. Het bedrijf verwacht dan ook dat gedurende dit jaar de druk vanuit enerzijds consumenten en anderzijds overheden verder zal toenemen. Waarbij individuen hun privacy actief beschermen en zich zullen laten horen over slechte actoren. “We voorspellen een piek in de acceptatie van privacytools en het gebruik van opt-outinstellingen en rechten van betrokkenen waardoor ‘hyperpersonalisatie’ een praktische en ethische uitdaging wordt.” Consumenten zullen daarmee privacyhandhavers worden, die toezichthouders waarschuwen over misdrijven, class-action rechtszaken indienen en bedrijven boycotten die hun privacy niet beschermen.

Tegelijkertijd proberen overheden ook grip op de zaak te krijgen. Zo namen politici in Vermont een wet aan die ‘data brokers’ ertoe verplicht zich te registreren en hun datapraktijken inzichtelijk te maken, inclusief datalekken. Iets wat met veel steun van het publiek gebeurde. Daarbij verwacht Khatibloo dat, mede door het gesoebat op nationaal niveau, meer staten federale wetten zullen formuleren en aannemen, gelijk aan een GDPR-lite.

Kluif
En ook vanuit het bedrijfsleven neemt de druk toe. Zoekbedrijf DuckDuckGo – dat zich net als Startpage.com richt op privacy – wil de Do Not Track-optie in browsers wettelijk verplicht stellen in de VS. Het stelt dat derde partijen internetgebruikers niet langer zouden mogen volgen als zij de Do Not Track-functie hebben ingeschakeld. Ook data die op plek A verzameld is, inzetten op plek B – denk aan een één-tweetje tussen WhatsApp en Instagram – moet hiermee voorkomen worden. Het wetsvoorstel dat het bedrijf hiervoor heeft geschreven, kan echter nog niet op veel steun rekenen onder politici. Neemt niet weg dat DuckDuckGo onder internetters een steeds groter bereik heeft, en het zoekbedrijf hoopt via de publieke opinie druk te zetten. Vorig jaar werd de grens van één miljard zoekopdrachten per maand overschreden.

Naast search zijn er ook op socialmediavlak verschillende privacygerichte initiatieven. Veelal met een decentrale opbouw. Zoals het langst lopende Diaspora* Project, dat gestart is in 2010. In plaats van alle persoonlijke gegevens in de centrale servers op te slaan, wordt gebruikgemaakt van lokale servers (pods) die overal in de wereld kunnen staan. Waarbij alle informatie eigendom blijft van de gebruikers en dus niet wordt overgedragen aan het medium. En gebruikers ook hun identiteit niet prijs hoeven te geven. Wat volgens de makers vrijheid moet geven, maar waar in het verleden ook al misbruik van werd gemaakt door IS-sympathisanten, toen zij geweerd werden van de mainstream social media. Het gebruikersaantal is door de genoemde opzet lastig vast te stellen, menen de makers. Naar schatting zijn dat er meer dan zeshonderdduizend.

Mastodon, dat in 2015 startte na onvrede over Twitter en zich aardig in de kijker speelde, zit met ruim achthonderdduizend gebruikers wat hoger, maar laat eveneens zien dat het lastig is om het grote publiek aan nieuwe initiatieven te binden. Het platform kenmerkt zich naast de decentrale opzet door een set antimisbruiktools en heeft moderators die vrij vlot kunnen ingrijpen.

Recenter nog, en dichter bij huis, is er Openbook dat al enkele jaren bezig is. Het verzamelt naar eigen zeggen geen persoonsgegevens, er zijn geen advertenties en de populariteit van bijvoorbeeld bedrijfspagina’s wordt niet bepaald door het aantal volgers. Plus: de berichten worden op de tijdlijn zelf versleuteld. Geld zal er verdiend worden met premiumfuncties, vertelde oprichter Joel Hernández Fernández eerder aan Emerce. Zoals een limiet op het aantal reacties en likes. Eveneens een initiatief dat op interesse kan rekenen, en zich naast het rumoer omtrent Facebook ook gesteund ziet door recente incidenten als het lekken van contactinformatie van miljoenen Instagram-influencers, bekendheden en merkaccounts. Maar desondanks een kluif zal hebben aan de groei in gebruikers.

Instemming
Een andere factor is de afhankelijkheid van big tech. Ook een partij als Startpage.com heeft ze nodig voor zijn diensten. Want het maakt gebruik van de zoekindex van Google. Beens: “Daar betalen we netjes voor. Het bijhouden van zo’n enorme index is alleen voorbehouden aan enkele grote spelers, zoals Google, Yahoo, Bing, Yandex en Baidu.” Maar, benadrukt hij, Google krijgt alleen te zien in welke taal gezocht wordt en in welk land. “Dat is de minimale informatie die nodig is om resultaten te bieden, want woorden kunnen meerdere betekenissen hebben.” Ondanks de behoefte aan privacy is er voor sommige zoekopdrachten aanleiding voor lokalisatie. “Als je in Amsterdam zit en een timmerman zoekt, wil je dat wel lokaal kunnen doen, niet in heel Nederland. Dat kan door specifiek voor zo’n opdracht met een random IP-adres uit die regio te kunnen zoeken. De gebruiker krijgt dan én privacy én lokale relevantie.”

Wat minder data verzamelen met zich meebrengt voor marketeers, wordt onder andere duidelijk bij Lush, dat zichzelf heeft opgelegd om het werk te doen met zo min mogelijk data over klanten. Het verwerkt online bestellingen bijvoorbeeld op basis van gegevens die daadwerkelijk nodig zijn voor levering, zoals naam en adres. Inzage in betaalgegevens heeft het bedrijf niet. Ook is de traffic geanonimiseerd en kan het klanten niet op de persoon nauwkeurig volgen, waardoor personalisatie niet mogelijk is. Hiervoor kiest de cosmeticaretailer een andere weg, blijkt onder andere uit customer-experienceonderzoek door KPMG: het (winkel)personeel gaat het gesprek aan.

Fatemeh Khatibloo (Forrester) ziet op haar beurt verrassend genoeg ook marketingkansen in de fel bekritiseerde opzet van social credit scoring, zoals we dat kennen van China. Dat kan ondanks het nachtmerriescenario dat het oproept volgens haar zorgen voor transparantie. Met potentie voor onder andere high profile lifestylemerken. Khatibloo voorziet dat een merk als Everlane of goop een dergelijke methode zal testen als uitbreiding van zijn influence-marketingprogramma. Waaraan klanten zullen willen deelnemen als het is gebaseerd op transparantie en instemming. En het daadwerkelijk waarde toevoegt.

Gemak
Het zal echter een flinke inspanning en missiewerk vergen om de status quo te veranderen. Beens: “Wij zijn te klein om awareness bij grote groepen te realiseren. Dat zal vooral door nieuws over datalekken, machtsmisbruik en dergelijke moeten komen.” Wat helpt is de AVG, zoals ook Forrester al aanhaalt. Bedrijven overwegen daardoor welke data ze willen delen met de wereld, merkt Beens, die het zakelijk verkeer naar zijn zoekmachine ziet groeien. Ook organisaties zijn zich bewuster van de risico’s. “Denk aan de researchafdeling van Philips die voortdurend zoekt naar patenten. Daar zijn patronen uit te halen.” Want die patronen tekenen zich sneller af dan mensen zich doorgaans realiseren, vervolgt hij. Zoals bleek uit een database met zoekgegevens van 650.000 mensen over drie maanden, die de Amerikaanse internetaanbieder AOL in 2006 online zette. Zonder IP-adres, maar wel met een uniek nummer. “Mensen waren door het samenstellen van hun zoekopdrachten vlot te identificeren.”

En dan is er naast bewustzijn en bekendheid nog een belangrijke uitdaging: gemak. De producten die in ruil voor persoonlijke data zijn te gebruiken, zijn uiterst verfijnd, erg gemakkelijk in gebruik en mede daardoor vervlochten in het dagelijks leven. Wat een drempel opwerpt. Want op het moment dat Facebook WhatsApp overneemt, wordt al gauw geroepen dat we beter met de chatapp kunnen stoppen. Door de netwerkfunctie – ‘iedereen zit er al’ – blijven mensen er echter toch. En dus zullen alternatieven nog overtuigender moeten zijn.

Solid
Op één centrale plek nagenoeg alle digitale persoonlijke gegevens bewaren, van foto’s tot adresboeken. Waarbij gebruikers het eigendom behouden en de gegevens kunnen delen met anderen. Dat is de gedachte achter Solid, een initiatief van Tim Berners-Lee, uitvinder van het World Wide Web. Gebruikers kunnen zo bedrijven als Facebook toestemming geven een deel van de gegevens te gebruiken, maar kunnen die toestemming ook op elk moment intrekken. Als een private website met je eigen API, aldus de bedenker.

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#172).

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mijn Verkoopmakelaar start in Rotterdam

Posted 20 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Woningeigenaren kunnen straks vanaf de bank een makelaar kiezen voor de verkoop van een woning, zonder dat alle makelaars eerst thuis over de vloer hoeven te komen. Vanaf 1 augustus 2019 wordt Mijn verkoopmakelaar van Ron Kesting, Michel Bardelmeijer, Antoine Steenkamer en de Rotterdamse ondernemer Stefan Lazarov officieel in Rotterdam uitgerold.

Woningeigenaren kunnen online foto’s van hun woning plaatsen en kiezen van welke makelaars zij graag een reactie ontvangen. De makelaars nemen vervolgens de informatie door en stellen een reactie op met hoe zij de woning zouden willen verkopen, welke kosten zij daarvoor rekenen en hoeveel zij denken dat de woning kan opleveren.

Het is tegenwoordig heel normaal om op websites als Funda een nieuw huis te vinden, maar het kiezen van een geschikte makelaar is nog steeds een tijdrovend, offline proces, zeggen de initiatiefnemers.

Ongeveer 230 makelaarskantoren in Nederland hebben zich al aangesloten bij Mijn Verkoopmakelaar. Bij goede resultaten gaat Mijn Verkoopmakelaar ook officieel van start in Den Haag, Utrecht en Amsterdam.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Huawei: ‘Meeste 5G-contracten in Europa’

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Achtentwintig van de vijftig contracten om commerciële 5G-netwerken te bouwen, zijn bestemd voor Europa. Ondanks internationale vraagtekens over de staatsveiligheid van Huaweis telecomtechnologie laten Europese netwerken zich vooral leiden door de financiën.

Dat vertelde het hoofd Communicatie van de Chinese telecomfabrikant gisteren in Brussel. Zij was er voor een rondetafelbijeenkomst met Europese pers, maar vertelde niet met welke operators in welke landen Huawei die contracten heeft gesloten.

Concurrenten van Nokia en Ericsson hadden eind vorige maand respectievelijk 43 en 22 5G-contracten en ZTE uit China had er 25.

#Huawei does not have a risk management or cybersecurity mechanism with the Chinese government. Only with governments in #Germany, the #UK and #Canada.” Huawei’s Catherine Chen at the Brussels round table pic.twitter.com/pltvRQQLPF

— Huawei EU (@HuaweiEU) July 18, 2019

De Amerikaanse overheid is er stellig van overtuigd dat de Chinese overheid via achterdeuren in Huawei-technologie data kan afluisteren spioneren. Ze roept anderen landen op Huawei geen plek te geven in de harten van telecomnetwerken. De Chinezen ontkennen iedere aantijging en roepen landen juist op meer te investeren in telecomveiligheid.

Foto: bmvi (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat zijn de kansen en bedreigingen van de deeleconomie?

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De deeleconomie groeit. Men deelt woningen bijvoorbeeld via Airbnb en auto’s via SnappCar. De jeugd verdient geld bij bedrijven als Deliveroo en Helpling. De kwestie blijft echter hoe men van een grotere afhankelijkheid van deze platformen kan blijven profiteren en tegelijkertijd behoed kan blijven voor negatieve gevolgen.

Deze vraag stond op 27 juni 2019 centraal in een avond paneldiscussieronde met als titel “Towards an Inclusive Platform Economy” in Tivoli Vredenburg in Utrecht. 

Deelplatformen voor het goede doel 

Peter Baeck, hoofd van de Britse innovatiedenktank Nesta, concludeert dat de deeleconomie aan de ene kant grote voordelen kan bieden voor de samenleving, maar beleidsmakers moeten zowel de negatieve gevolgen ervan actief reguleren als een ecosysteem van sociale innovatie financieren en koesteren. Anderzijds zal men innovators moeten opleiden en aanmoedigen om te experimenteren met eigendom en modellen te gebruiken die waarde overdragen aan de lokale economieën.

Hieronder een aantal voorbeelden van online platformen, die zich vooral op welzijnsdenken focussen in hun activiteiten: 

  • Beam biedt hulp voor dakloze mensen. Men kan via het platform een donatie geven om een training voor een dakloze te financieren. Beam faciliteert in het traject de trainingen en zoekt werk voor de kandidaat. 
  • Equal Care Co-op bouwt aan een samenwerkingsplatform in de Upper Calder Valley in het Verenigd Koninkrijk dat de relatie tussen de zorgontvanger en de verzorger centraal stelt binnen hun dienstverlening. De platform geeft een echte stem en macht aan mensen, die zowel ondersteuning geven alsook ontvangen. 
  • Good SAM is een app welke levens redt met behulp van technologie. Via de app is een gemeenschap van goede Samaritanen aangesloten, welke graag voor het geval de dichtstbijzijnde persoon in nood helpen. Velen zijn gepensioneerde dokters, verpleegkundige, paramedici en andere leden van hulpdiensten. Ze zijn vooral getraind op het gebied van eerste hulp. Ze kunnen een luchtweg onderhouden, ondersteunen een bloeding te stoppen en als nodig kunnen ze ondersteunen bij het uitvoeren van levensreddende reanimatie. 
  • De Hearts Milk Bank is de nieuwste melkbank in het Verenigd Koninkrijk. Het platform biedt een rechtvaardige toegang tot donormelk voor premature en zieke baby’s, en meer moeders ondersteunen om melk te doneren vroegtijdig geboren en zieke baby’s. 
  • ShareTown, ontwikkeld door Nesta, schets een toekomstig stadsbeeld dat de veranderende relatie tussen burgers, technologie en lokaal bestuur verkent. De focus ligt vooral op een rechtvaardiger sociaal gerichte sharing economie. Uiteindelijk zal meer macht moeten gaan naar lokale groeperingen. 

Wat zijn de argumenten vanuit de maatschappij om te investeren in dit soort van welzijnsinitiatieven: 

  • Ze starten iets nieuws
  • Ze laten iets herleven dat braak heeft gelegen of dat op het punt staat stilgelegd te worden  
  • Ze willen meer financiële zekerheid
  • Ze willen groeien
  • Ze willen de community bij betrekken
Hoe de big 5 tech-bedrijven steeds meer indringen in de samenleving

Prof. dr. José van Dijck, coauteur van het boek ‘The Platform Society’ en Universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht geeft in haar pleidooi aan dat zij niet graag de term sharing economy gebruikt maar zij verwijst vooral naar de term platformsamenlevingen. In deze context speelt het verzamelen van data een belangrijke rol. In haar betoog geeft zij aan dat men afstand zou moeten winnen van de markten en zich meer zou moeten richten op de behoeften van de samenleving. De gezelschap wordt steeds afhankelijker van de grote zogenaamde big 5 platformen: Alphabet, Amazon, Apple, Facebook, Microsoft. Het is duidelijk dat Google (onderdeel Alphabet) in toenemende mate een dominante machtspositie inneemt in verschillende sectoren zoals de publieke en private sector. 

Bron: Visual Capitalist (2019)

Hoe de big 5 indringen in de publieke sector

Binnen de publieke sector worden scholen in toenemende mate platformiseert door de big 5. Het zijn in dat opzichte geen neutraal te beschouwen leeromgevingen meer. Voorbeelden uit Amerika laten zien, hoe bijvoorbeeld Jeff Bezos van Amazon scholen wil oprichten waarin schoolkinderen als consumenten worden behandelt, zoals het in dit artikel op the Verge wordt beschreven. Facebook is van plan om in een samenwerking eveneens gepersonaliseerde leeromgevingen aan scholen aan te bieden. Google heeft eveneens plannen om volledig het leslokaal over te nemen.

Zo verkoopt het bedrijf bijvoorbeeld Chrome laptops met reeds geïnstalleerde software en apps, zodat Google elke handeling van een student kan monitoren. Daarbij communiceert Google in richting van de scholen een reeks aan voordelen, namelijk leeromgevingen op maat, betere educatie, meer vrije tijd voor leerkrachten. De vraag is echter of deze beloftes ook daadwerkelijk waar zijn. Uiteindelijk wordt op deze manier meer geld in technologie investeert, maar dat geld zou eigenlijk beter terecht komen bij de leraren welke ook onder druk staan. 

Wat betekent dit voor de publieke waarden binnen de publieke sector? 

Met betrekking tot privacy wordt het complete leerproces van studenten vastgelegd, de interactie, de communicatie en de administratie. Op het vlak van autonomie wordt het onderwijs in toenemende mate gestuurd op basis van commerciële waardes. Men weet echter niet wat de effecten van deze leerplatformen zijn. Het is interessant dat Google leraren rechtstreeks lijkt te benaderden om ingangen te vinden in de scholen. Ze richten hun pijlen niet op bijvoorbeeld het management of bestuur. 

Daarnaast is er uiteraard een discussie gaande om reputatie systemen voor leraren in te voeren. De term reputatie is in deze context al gecommercialiseerd. Zo zijn er bijvoorbeeld al platformen zoals Rate my professors en Teach Point die het beoordelen van docenten mogelijk maken. Het zijn voornamelijk eveneens niet-transparante systemen. Geldmiddelen zijn vooral een issue binnen het onderwijs. 

Oproep om een goede omgang met data te koesteren

Een issue bestaat erin dat veel scholieren en mensen in het algemeen niet zo een groot belang daaraan hechten hoe met hun data wordt omgegaan. Het zou wel van belang zijn dat het onderwijs hier in toekomst meer belang aan besteed. Met de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn wel de eerste stappen gezet, maar men zou deze reglementen nog verder moeten uitbreiden. 

De rol van het stadsbestuur in deze context

Het stadsbestuur zou met betrekking tot deze belangen veel meer ondersteuning moeten bieden voor lokale onderwijsinstellingen. Een bepaalde mate van verantwoordelijkheid is in deze context verplicht voor alle betrokken partijen. Daarnaast zouden leraren gestimuleerd worden om met open source software en open data te werken. 

Deemly: een insteek om de deeleconomie te reguleren

De grote vraag blijft hoe men deze deeleconomie nog kan blijven reguleren. Een insteek biedt Sara Green Brodersen met haar opgezette platform Deemly. Het Deense reputatieplatform Deemly helpt gebruikers hun opgebouwde reputatie op verschillende platformen, zoals airbnb en eBay centraal te bundelen op één platform, zodat men niet van één platform afhankelijk wordt. 

Bron: Deemly (2019) 

Er zal nauwkeuriger moeten worden onderzocht wat de effecten van platformen voor de samenleving zijn en hoe men ook vooral gemeenschappelijke belangen centraal kan stellen binnen deze platformen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Citizen science gaat health-industrie helpen

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Wetenschappelijk onderzoek met ondersteuning van de crowd is één groot spel. Met z’n allen puzzelen om oplossingen te vinden of voorspellingen te maken; het wordt ‘citizen science’ genoemd. Wat houdt het precies in, en wat kun je ermee?

Heeft het te maken met internet? Tegenwoordig wel. Toch gaat citizen science terug tot 1890. In de Verenigde Staten startte de National Weather Service het “Cooperative Observer Program” om meteorologische waarnemingen te verzamelen. Het Smithsonian Instituut bouwde dit netwerk uit tot zo’n 8000 observatoren. Pas zo’n honderd jaar later, sinds 1990, werd dit vervangen door een netwerk van sensoren. 

Vele projecten volgden daarna, gebaseerd op onderzoek met behulp van menselijke intelligente. Deze waren vooral gericht op onderzoek in de natuur, zoals naar het gedrag van vogels (ornithologie), planten (botanie), amfibieën (herpetologie), insecten (entomologie) en sterren (astronomie). Het eerste citizen science project op medisch gebied was Foldit, in mei 2008 gestart door de Universiteit van Washington.

Dit was meteen ook het eerste citizen science project gebaseerd op een game. Nog steeds wordt Foldit actief gespeeld. Meer dan 240.000 spelers hebben al  gewerkt aan meer dan 1690 puzzels om eiwitstructuren op te vouwen. Daarmee leveren zij een essentiële bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of stoffen die toxische chemicaliën kunnen afbreken. Een doorbraak is dat Foldit Players recent een zogenaamd ‘de novo’ eiwit hebben ontworpen, een eiwit dat niet gebaseerd is op de structuur van natuurlijke eiwitten

Hoe zien zoogdieren bewegingen?

In 2012 startte Amy Robinson het Eyewire project bij MIT Medical. Ook hier wordt van een game gebruik gemaakt. De spelers bouwen een 3D model van de neuronen verbonden met de retina, het lichtgevoelige deel van het oog, op basis van elektronen microscoopopnames. Het doel van het project is om te leren begrijpen hoe zoogdieren via het oog bewegingen kunnen zien. Meer dan 250.000 spelers uit 150 landen leveren een bijdrage aan het bouwen van dit model. 

Het belang van citizen science en games blijkt ook uit Mozak, een videogame eveneens op het gebied van hersenonderzoek, vergelijkbaar met Eyewire. Dit spel, gestart in november 2016,  is ontworpen om 3D modellen van neuronen in verschillende delen van de hersenen van mensen en dieren te bouwen. Per dag wordt dit spel door 200 mensen gespeeld. Gezamenlijk zijn zij in staat om 3,6 keer sneller dan voorgaande methodes neuronen te reconstrueren. En die reconstructies zijn zeventig tot negentig procent volledig, terwijl de meest efficiënte computer gegenereerde modellen niet verder komen dan tien tot twintig procent. 

Science gebaseerd op games?

Er valt slechts te speculeren over in hoeverre citizen science middels games meerwaarde hebben boven die projecten die geen gebruik maken van gametechnieken. Van de meer dan 1100 citizen science projecten zijn er nog geen vijftig gebaseerd op games. Echter, Foldit en Eyewire overtreffen de projecten zonder game techniek verre in aantal deelnemers. Een verklaring daarvan zou kunnen zijn dat doel en motivatie van elkaar losgekoppeld zijn. Het doel van projecten als Foldit, Eyewire en Mozak is om modellen te bouwen. De motivatie van de spelers is vooral om de beste wetenschapper te zijn.

Zo weten wij van StallCatchers, een citizen science project dat onderzoek doet naar de oorzaak en mogelijke bestrijding van Alzheimer, dat veel deelnemers te vinden zijn onder mantelzorgers. Het doel van het project is om bloed blokkades in de kleine hersenvaten te ontdekken,  de motivatie van veel deelnemers is hun betrokkenheid bij Alzheimer van verwanten.  

Zombies op Lowlands

Het belang van citizen science wordt onderstreept door de European Citizen Science Association (ESCA), opgericht in 2013. Opvallend om te constateren dat van de zestien Nederlandse leden geen enkele de medische sector vertegenwoordigt.

Hoewel op kleine schaal, was het LowlandZ Zombiespel eigenlijk het eerste Nederlandse citizen science project. Het doel van het spel was om de verspreiding van een virtueel virus in kaart te brengen, en daarmee een model te ontwikkelen gebaseerd op de praktijk. Eerdere modellen waren alleen gebaseerd op wiskundige aannames. Hoe belangrijk de game factor is bleek tijdens de uitvoering. Waren voor een goed onderzoek ongeveer 300 deelnemers nodig, uiteindelijk waren er na afloop 8000 deelnemers. Met dit spel zette Games for Health de eerste stap op het gebied van citizen science.

De volgende stap wordt een spel om een vaccin tegen lymfklierkanker te ontwikkelen, in de sfeer van Foldit, Eyewire en Stallcatchers. Tijdens de negende Games for Health Europe conferentie zal op maandag 7 oktober de aftrap plaatsvinden door Bernhard van Oranje van de stichting Lymph & Co. Het zal het eerste grote Nederlandse citizen science project worden, waarmee Nederland zich eindelijk kan scharen onder de vele grote internationale projecten die impact gaan hebben op wetenschappelijk niveau en gebaseerd zijn op spelmatige intelligentie. 

Persoonlijk juich ik dit enorm toe. Omdat Nederland daarmee op de kaart van citizen science projecten zal worden toegevoegd. En, omdat dit een boost kan betekenen voor de Nederlandse serious game industrie in de internationale game sector.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zooplus: verkoop eigen merken groeit twee keer harder

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De verkoop van eigen merken groeit bij online dierenwinkel Zooplus met 29 procent twee keer sneller dan het gemiddelde, dat op 14 procent ligt. De omzet over het tweede kwartaal komt uit op 363 miljoen euro.

Gisteren publiceerde de Europees werkende winkel zijn financiële resultaten over de drie maanden tot 1 juli 2019 (PDF). Die laten onderliggend bemoedigende cijfers zien. Niet enkel doen de eigen merken het goed, maar ook de aanwas van nieuwe klanten (+32%) wordt positief ontvangen. Immers, de retentieratio ligt boven de negentig procent. Een eenmaal gewonnen klant, blijft meestal lange tijd aan boord.

Topman Cornelius Patt van Zooplus: “In het tweede halfjaar willen we de groei verder versnellen, al geeft de GDPR enige remming in de DM-activiteiten richting nieuwe klanten.”

De omzetverwachting voor het hele jaar ligt ongewijzigd op een groei van tussen de 14 tot 18 procent.

Foto: Eric Sonstroem (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zoomin maakt serie voor Tencent

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het Amsterdamse digitale mediabedrijf Zoomin heeft een contract getekend met de Chinese mediagigant Tencent voor de productie van All for Adrenaline the Realm, een driedelige tv-serie waarin Chinese jongeren avontuurlijke uitdagingen aangaan. De serie wordt op verschillende plekken ter wereld gefilmd, onder meer in het gebied van de Noordpool.

Het format van is ontwikkeld door Tim Ye, country manager voor Zoomin China. De serie volgt durfal Xu Kai, de eerste wingsuit-piloot van China, op zijn weg naar een vlucht boven de Poolcirkel.

De deal tussen Tencent en Zoomin is volgens het Nederlandse bedrijf het begin van een nieuw hoofdstuk in de lange relatie tussen de twee bedrijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google legt ticketverkoper advertentieban op

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Ticketverkoper Viagogo mag niet langer adverteren bij Google. De ban geldt wereldwijd. Aanleiding zijn de hoge prijzen die in rekening worden gebracht voor doorverkochte kaarten.

Viagogo is een van oorsprong Zwitserse marktplaats voor de doorverkoop van kaartjes en vergelijkbaar met StubHub of het inmiddels verdwenen Seatwave.

Vorig jaar scherpte Google het beleid van AdWords al aan waardoor professionele doorverkopers zich niet zich als officiële verkooppunten kunnen presenteren.

Onder druk van Britse belangenorganisaties als UK Music, de voetbalbond en politici is nu een volgende stap gezet.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Sommige apps bewaren buitensporig veel locatiegegevens’

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Grote appmakers zoals ParkMobile en Telegraaf Media Groep houden gedetailleerd het gaan en staan bij van mogelijk honderdduizenden gebruikers. Dat blijkt uit onderzoek van het tv-programma Brandpunt+.

Voor het onderzoek werden 30 van de populairste Nederlandse iPhone-apps bekeken. Aan de appmakers werd gevraagd om alle locatiegegevens te overhandigen. Dat is zelfs wettelijk verplicht, dankzij nieuwe Europese wetgeving.

Uit het onderzoek blijkt dat de mate van respect voor de privacy van hun gebruikers ‘wild uiteenloopt’.

Twee van de onderzochte apps bleken grote hoeveelheden locatiedata van hun gebruikers te bewaren: Telegraaf en ParkMobile. De Telegraaf-app bleek over de loop van ongeveer twee maanden 376 keer de locatie te hebben gecheckt en opgeslagen: meer dan vier keer per dag.

ParkMobile maakte het net wat minde