Posts Tagged ‘spam’

Mag AI bellen voor een afspraak bij de kapper?

Posted 06 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Restaurants en kapsalons kunnen zich afmelden voor Duplex, waarin digitale assistent Google Assistant belt met restaurants en kapsalons. De digitale assistent is ontworpen om afspraken en dergelijke telefoontjes te regelen, zodat mensen dat niet zelf hoeven te doen. De gesprekservaring vind ik indrukwekkend, maar het roept natuurlijk wel wat juridische vragen op. Mag dat wel, zomaar als robot een mens gaan bellen? En is het bindend, zo’n afspraak?

De Assistant kan op verzoek van gebruikers op de achtergrond met de telefoon van de gebruiker bellen met bijvoorbeeld een restaurant of kappersalon om een afspraak te maken, schreef Tweakers in mei. Zo kun je met een simpele steminstructie aan een robot er voor zorgen dat het gewenste bedrijf wordt gebeld en dat die afspraak er komt, ook als het jou dan even niet handig uitkomt of je geen zin hebt in de sociale interactie die hoort bij een afspraak maken. Dergelijke afspraken zijn vaak gedoe, dus het is fijn als een computer je werk uit handen neemt.

Maar is het bindend? Ik zou zeggen van wel. Die robot maakt de afspraak op jouw instructie, en ten behoeve van jou. In feite is dit niets anders dan wanneer jij een webformulier invult of via de app op een knopje drukt. Afspraak is afspraak, dus als de robot dat zo regelt dan gá je donderdag om 9.45 naar de kapper. Ook al bedoelde jij eigenlijk 19.45. Jouw assistent zegt het, jij stuurde hem naar de kapper dus jij hangt voor het resultaat. Ook als je dat niet zo had bedoeld. Jouw assistent, jouw risico.

Natuurlijk kun je het gros van zulke afspraken probleemloos verzetten of annuleren, dus heel veel impact zal het niet hebben. Maar zodra we nog een stapje verder gaan, wordt het interessant voor juristen. Stel je assistent belt om een pizza te laten bezorgen, of regelt een kapper of stucadoor aan huis. Daar zitten wél kosten aan, al zijn het maar annuleringskosten of no-show fees als je er niet bent donderdag 9.45. Ik heb er geen twijfel over dat je er dan ook aan hangt. Ook als je dat niet zo had bedoeld. Afspraak is afspraak, en dat jij een onbetrouwbare assistent inschakelt is écht jouw risico.

Interessant vond ik nog het puntje dat we hier ineens weer robots hebben die mensen bellen. Dat hadden we twintig jaar terug ook, totdat de Telecommunicatiewet het verbood. Mensen werden gek van bandjes die je belden, waarna jij maar bezwaar moest maken als je dat niet leuk vond. Naar de letter van de wet zit zo’n Google AI volgens mij echt fout:

Het gebruik van automatische oproep- en communicatiesystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees of gebruikers is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee of gebruiker daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend

Zo’n robocall is een automatische oproep met communicatie zonder menselijke tussenkomst. De twijfel zou hem zitten in of het ongevraagd is. Is het zeg maar spam als je een reserveringslijn belt om een reservering te maken? Of valt dat nummer onder “contactgegevens die door de gebruiker daarvoor zijn bestemd en bekendgemaakt”, waar een uitzondering op dat belverbod op geldt?



Lees het volledige bericht op Emerce »

Is crypto-mining een goudmijn voor startups en bedrijven?

Posted 28 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Unicef Australia laat bezoekers van haar website rekenkracht, middels een webbrowser, doneren zodat er cryptocurrency gemined kan worden. Unicef ontvangt op haar beurt een vergoeding voor het minen. Monero opent met dit vernuft, in samenwerking met het softwarebedrijf Coinhive, de deuren voor individuen en bedrijven om op een toegankelijke manier fondsen te werven. Hoe kunnen ondernemers hiervan profiteren? 

The Hopepage van Unicef Australia laat bezoekers van haar website rekenkracht doneren om Monero te minen.

Big brother isn’t watching you

Het Monero project, met de bijbehorende cryptocurrency XMR, zag het licht in 2014 en heeft als doel een platform neer te zetten dat privacy hoog in het vaandel heeft staan. Het Monero platform bestaat uit drie systemen die er samen voor zorgen dat zowel de verzender als de ontvanger van een transactie anoniem blijven. Zelfs het bedrag dat gemoeid is met de transactie blijft voor derden verborgen. Dit in tegenstelling tot de werkwijze van het alom bekende Bitcoin waarbij transacties openbaar en traceerbaar zijn. Als je Bitcoin wallet-adres op straat komt te liggen is het voor een ieder mogelijk om in te zien hoeveel Bitcoins je bezit en welke transacties je hebt gedaan. Bij Monero is dit niet het geval.

Toegankelijke mining

Ook wat mining betreft gaat Monero duurzamer te werk dan Bitcoin. Het minen van Bitcoin is een kostbare en arbeidsintensieve onderneming. Althans, als je het afzet tegen het mogelijke financiële gewin; een substantieel bedrag verdienen vergt namelijk prijzige apparatuur en een hoop geduld. Dit is de reden dat Bitcoin mining vaak wordt verricht als ‘core business’ en niet zozeer als een lucratieve nevenactiviteit. Monero’s algoritme werkt op een andere manier die minder rekenkracht en derhalve minder dure apparatuur en tijd vereist. In de praktijk betekent dit dat het minen van Monero toegankelijker is en dus ook makkelijker te implementeren is voor startups en bedrijven.

Coinhive

Even terug naar de blockchaintoepassing van Unicef. Niet alleen de lage operationele kosten van Monero mining maken juist die blockchain de eerste keus. Monero mining wordt namelijk ook breed ondersteund door Coinhive, een cryptocurrency mining dienst die gebruik maakt van een klein stuk computer script dat wordt geïnstalleerd op websites. Het script gebruikt vervolgens een deel, of alle rekenkracht van de webbrowser waarmee de gebruiker de website mee bezoekt. Deze rekenkracht wordt door Coinhive gebruikt in een bieding om Monero te minen.

Vorig jaar zomer presenteerde Coinhive haar mining script met de boodschap dat eigenaren van websites vanaf nu de mogelijkheid hebben om inkomsten te genereren zonder gebruik te hoeven maken van opdringerige en vervelende advertenties. Coinhive strijkt van alle inkomsten die worden gegenereerd middels haar dienst dertig procent op. Een cryptografische sleutel in de Coinhive code zorgt ervoor dat de overige zeventig procent bij de rechtmatige begunstigde terechtkomt.

Coinhive biedt twee kant en klare oplossingen om van haar dienst gebruik te maken: Proof of Work Captcha en Proof of Work Shortlinks. Captcha, een afkorting van ‘completely automated public Turing test to tell computers and humans apart’, zijn reactietesten die in gegevensverwerking worden gebruikt om te bepalen of er al dan niet sprake is van een menselijke gebruiker. Hiermee is het mogelijk om bij het laten invullen van een digitaal formulier of bij het laten plaatsen van reacties onder een artikel, bots en spam te weren. Hoewel captcha al veelvuldig op websites worden gebruikt, voegt Coinhive hier nu een mining-mechanisme aan toe waarin de eigenaar van de website de mate van mining kan instellen. De implementatie van de Coinhive captcha vergt alleen de implementatie van een klein stukje script.

Coinhive’s captcha activeert in de achtergrond het minen van Monero

Naast een captcha biedt Coinhive een mining shortlink. Shortlinks zijn URL’s, ook wel webadressen genoemd, die substantieel worden ingekort en alsnog verwijzen naar de opgevraagde webpagina. Het genereren van de benodigde shortlinks wordt door Coinhive zelf gedaan. Ook bij deze optie kan de eigenaar van de website instellen in welke mate de websitebezoeker dient te minen alvorens er wordt doorverwezen naar de doel-URL.

Coinhive’s shortlinks maakt, gedurende het tijdsbestek dat de websitebezoeker wacht om te worden doorverwezen, gebruik van de rekenkracht van de webbrowser van de bezoeker.

Naast de twee bovengenoemde oplossingen die Coinhive biedt is het ook mogelijk om een flexibel JavaScript API te gebruiken. Door gebruik te maken van de kale API is het mogelijk om een eigen oplossing over de API heen te programmeren. Zo is het mogelijk om Coinhive’s mining API te koppelen aan premium content die alleen beschikbaar is nadat de bezoeker kort aan het mining deelneemt. Zo kan dit ook toegepast worden als voorwaarde voordat bezoekers bepaalde bestanden kunnen downloaden. Het zal geen verrassing zijn dat hier ook de eigenaar van de website kan instellen hoe lang een bezoeker dient te minen.

Niet alles is goud wat er blinkt

De dienst die wordt geleverd door Monero en Coinhive klinkt als een veelbelovende en lucratieve manier om gebruik te maken van de rekenkracht van websitebezoekers. Echter zit er ook een minder plezierige kant aan de opkomst van deze manier van fondsenverwerving.

Coinhive wist, naarmate de populariteit van haar dienst groeide, al snel naam te maken als de nummer één malware bedreiging. Deze beruchte titel werd aan Coinhive toegekend door meerdere digitale beveiligingsfirma’s. De reden hierachter is dat de Coinhive code massaal werd geïnstalleerd op gehackte websites, zonder dat de eigenaar van de website hier weet van had.

Zoals bij een malware infectie middels een bot of Trojan kan een Coinhive code gebruikt worden om de webbrowser van een gebruiker op slot te gooien en vervolgens Monero te minen zolang de gebruiker zich op de website bevindt. Volgens publicwww.com, een online dienst die de broncode van websites indexeert, gebruiken bijna 20.000 websites Coinhive’s JavaSript mining code. Het is onmogelijk om aan te geven hoeveel van deze websites de Coinhive code zelf en met opzet hebben geïnstalleerd, maar het is al gebleken dat het hackers is gelukt om in het geheim de code te implementeren op vooraanstaande websites, zoals de website van The Los Angeles times, Blackberry en Showtime. Later werd duidelijk dat zelfs de webpagina’s van een WiFi hotspot van Starbucks in Buenos Aires en Youtube advertenties ten prooi waren gevallen aan hackers die gebruik maakten van de Coinhive code. Ook in dit soort gevallen van illegale praktijken roomt Coinhive 30 procent af van de opbrengsten. Vreemd genoeg is er niets te vinden op de Coinhive website omtrent het aanvliegen van gehackte websites die de Coinhive code gebruiken. Volgens beveiligingsexperts inactiveert Coinhive de cryptografische sleutel die gemoeid is met het illegale mining. Echter stopt deze aanpak alleen de uitkering van geld naar de website eigenaar. Volgens dezelfde beveiligingsexperts strijkt Coinhive in dat geval 100% van de opbrengsten op.

Als we kijken naar Monero zijn er ook een aantal haken en ogen op te noemen. Allereerst kost het minen energie. Hoewel het algoritme van Monero efficiënter lijkt te werken dan dat van Bitcoin, blijft het een manier van blocks in een blockchain verifiëren die niet strookt met duurzaamheid; een aspect dat de laatste tijd door bedrijven en overheden juist op veel fronten wordt nagejaagd. Daarnaast hanteert Monero geen gestandaardiseerd systeem om het publiek te laten stemmen over veranderingen en ontwikkelingen. Dit klinkt in eerste instantie wellicht triviaal, maar betekent wel dat het team achter Monero niet gauw geneigd zal zijn om gehoor te geven aan klachten omtrent het illegaal minen van Monero.

Als we kijken naar hoeveel er te verdienen valt, dan is er uiteraard een correlatie met het aantal bezoekers dat een website trekt. Op het moment van schrijven keert Coinhive 0,000069 XMR uit per één miljoen ‘hashes’. Als een website één miljoen bezoekers per maand heeft, er vanuit wordt gegaan dat elke bezoeker goed is voor 30 hashes per seconde – dit is mogelijk met een mid-range laptop – en een bezoeker vijf minuten op de website verblijft, wordt er 0,621 XMR per maand uitgekeerd. Dit komt neer op ongeveer 105 dollar. Het is als ondernemer dus de vraag of het lucratief genoeg is aan de hand van het aantal bezoeker dat de website trekt.

Dus, goudmijntje of niet?

Reflecteren op de dienst die Coinhive met behulp van Monero biedt is wellicht lastig, omdat het hier gaat om innovatie. Veel crypto projecten bevinden zich nog in de kinderschoenen en gaan dan ook gebukt onder kinderziektes. Voeg daaraan toe dat de technologie middels het internet enorm snel populariteit wint, ondanks de startfase waar het zich in bevindt, en het is duidelijk dat de kwetsbaarheid van dergelijke projecten in dit stadium wellicht was te verwachten.

De ervaring leert dat er een kans bestaat op hacking waarbij criminelen, met behulp van de Coinhive code, gebruik maken van een website om voor eigen winst websitebezoekers Monero te laten minen. In dit soort gevallen is de ‘troubleshooting’ vanuit Coinhive karig en lijkt Monero zich er helemaal niet mee bezig te houden. Mocht alles toch veilig en soepel verlopen heb je als website-eigenaar flink wat bezoekers nodig om hier substantieel munt uit te slaan. Zo zouden een miljoen bezoekers per maand, op moment van schrijven, ongeveer goed zijn voor een maandelijkse uitkering van $105.

Mits de beveiliging van een website goed in elkaar steekt en de website genoeg bezoekers trekt kan Monero mining een leuke, lucratieve optie zijn voor fondsenwerving. Belangrijk in de overweging is dat de eigenaar van de website zich bewust is van het feit dat we hier met een innovatie te maken hebben en er derhalve minder support wordt geboden dan bij een dienst van een gevestigde naam op de markt. De Coinhive code is makkelijk te implementeren en vergt geen diepgaande programmeerkennis. Met name de voorgeprogrammeerde captcha en shortlink zijn gemakkelijk toe te passen op een webpagina.

Of deze manier van Monero mining rendabel genoeg is voor bedrijven, is afhankelijk van het webverkeer en de beoogde opbrengsten; dit zal dus voor elk bedrijfsconcept anders zijn. Grote, druk bezochte platformen strijken meer geld op, maar hebben vaak ook hogere kosten. Of het rendabel is kan dan afhangen van waar het geld voor bedoeld is. Een R&D afdeling in leven houden wordt lastig, maar een goed doel steunen omwille van een duurzaam imago zou een goede optie zijn. In het geval van startups gaat eigenlijk dezelfde logica op. Sommige startups vliegen nog redelijk onder de radar terwijl andere startups mateloos populair zijn. Ook hier zullen het aantal bezoekers en waar het geld voor bedoeld is uitmaken of het lonend zal zijn.

Er valt dus helaas geen eenduidig antwoord te geven op de vraag of mining van Monero een goudmijntje is voor startups en bedrijven. Kan het een significant bedrag opleveren? Zeker weten, maar dat hangt voornamelijk af van het webverkeer en de bestemming van het geld. Belangrijk is om in ieder geval op de hoogte te zijn van de risico’s en de werkwijze van Coinhive en Monero, waarbij er veel verantwoordelijkheid en initiatief wordt verwacht van de eigenaar van de website. Past Monero mining bij een plan voor fondsenwerving van je bedrijf, heb je de kennis in huis en het lef? Dan is deze nieuwe digitale manier in ieder geval het overwegen waard.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat iedere marketeer moet weten over de duistere zijde van Instagram

Posted 26 jun 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Van hashtag-spam tot nepinfluencers: Niet alles is perfect wat je op Instagram tegen komt.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

De ongemakkelijke strijd tegen nepnieuws

Posted 16 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sociale media worstelen al langere tijd met (politieke) beïnvloeding. Er liggen allerlei voorstellen op tafel om nepnieuws te bestrijden, maar zo makkelijk is dat niet. Hoe krijgen media weer grip op de waarheid?

Hij moest in grote advertenties in Britse kranten zijn excuses aanbieden voor het lekken van gegevens van mogelijk 87 miljoen gebruikers. Facebook-CEO Mark Zuckerberg kroop diep door het stof voor het incident met het schimmige Britse bedrijf Cambridge Analytica, dat op basis van gebruikersprofielen het Amerikaanse kiespubliek probeerde te bereiken via op maat gemaakte berichten over toen nog de republikeinse kandidaat Trump.

Het schandaal kreeg een vieze bijsmaak toen bleek dat Cambridge Analytica niet alleen zonder toestemming gegevens via Facebook had vergaard, maar ook afkeurenswaardige tactieken inzette om Trump aan zijn verkiezingsoverwinning te helpen. De leiding van het bedrijf vertelde voor een verborgen camera van Channel 4 dat ze niet terugdeinsde voor het betalen van steekpenningen, spionage of het inzetten van prostituees.

Niet dat Facebook daaraan bewust had meegewerkt, maar het bedrijf liet het wel gebeuren. Het gaf weer eens aan dat het bedrijf veel te ver is doorgeschoten met het delen van gebruikersdata.

Bij het verhoor in het Amerikaanse Congres en het Huis van Afgevaardigden had Zuckerberg zeven pagina’s nodig om uit te leggen dat Facebook zich heeft geconcentreerd op ‘al het goede dat het verbinden van mensen kan brengen’, maar dat hij ‘geen brede kijk op onze verantwoordelijkheid had’. ‘Ik begon Facebook, en ik ben verantwoordelijk voor wat hier gebeurt.’

Facebook laat een onafhankelijke commissie van academische deskundigen onderzoek doen naar de vermeende beïnvloeding van de verkiezingen. Zij moet ook met aanbevelingen komen. Een aantal filantropische instellingen zorgt voor de financiering.

Gevoelig
Het bedrijf heeft verder technische maatregelen aangekondigd: apps en games krijgen bijvoorbeeld alleen nog maar toegang tot naam, e-mailadres en de profielfoto van de gebruiker. Ontwikkelaars die meer willen, zullen een contract moeten ondertekenen met behoorlijk wat juridische clausules. Datasets waarmee adverteerders gebruikers kunnen analyseren en gerichte advertenties kunnen voorzetten worden beperkt. In de tijdlijn van gebruikers wordt getoond welke apps toegang hebben tot hun data. Zij kunnen daarmee ook apps de toegang ontzeggen.

Ondanks de toezeggingen blijft er nog veel uit te leggen: aan de EU, zeker in het licht van de aanstaande Europese privacywetgeving, maar ook aan de Amerikaanse Federal Trade Commission (FTC). Deze toezichthouder wil weten of het technologiebedrijf zijn eigen privacyrichtlijnen heeft geschonden. Facebook heeft in 2011 namelijk al een strengere privacybescherming toegezegd, en een van de vragen is of het bedrijf zich hieraan heeft gehouden.

Extra pijnlijk waren in dit verband de opmerkingen van Apple-topman Tim Cook, die op de vraag wat hij zou doen als hij in de schoenen van Zuckerberg zou staan, antwoordde ‘dat mij dit nooit zou zijn overkomen’. Simpelweg omdat de missie van Apple nooit geweest is om de data van gebruikers te verkopen.

Cambridge Analytica was zeker niet het enige incident. Vorig jaar moest Facebook toegeven dat zeker veertig procent van de Amerikaanse kiezers tijdens de presidentsverkiezingen in aanraking was gekomen met nepnieuws dat via Rusland werd verspreid in de vorm van betaalde advertenties. Aangeleverd door een trollenfabriek, genaamd Internet Research Agency.

Over de aanpak hiervan schijnt bij het social platform intern grote onenigheid te zijn ontstaan. Het hoofd beveiliging van het mediabedrijf, Alex Stamos, kondigde onlangs zijn vertrek aan, omdat hij het niet eens was met de manier waarop Facebook de verspreiding van nepnieuws en desinformatie wil bestrijden. Stamos wilde openheid van zaken geven over pogingen van Rusland om via Facebook de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden, maar dat lag kennelijk te gevoelig bij de top van het bedrijf.

MIT
Aanvankelijk ging de discussie over de politieke beïnvloeding via sociale media toch vooral over de vraag of hier eigenlijk wel sprake van was. Kort na de verrassende verkiezingsuitslag in de VS vermoedde ook Google-topman Sundar Pichai dat nepnieuws daarbij een rol had gespeeld. De verkiezingen waren immers een nek-aan-nekrace. Een kleine groep kiezers kon de uitslag bepalen. Maar bewijzen kon hij het niet.

De vraag hoe je dit soort ontwrichtende propaganda moet aanpakken, is dan ook nog lastiger te beantwoorden. Het verspreiden van onwaarheden valt immers grotendeels onder de vrijheid van meningsuiting. Voor een individueel bericht is dit meestal geen probleem, maar het totale effect van individuele foutieve berichten kan substantieel zijn, constateert het Centraal Planbureau (CPB) in een onlangs verschenen advies. Als het onderliggende probleem meer een gebrek aan kennis is dan een gebrek aan goede prikkels, dan zou voorlichting of onderwijs in mediawijsheid kunnen helpen.

De kracht van internet – het rechtvaardigheidsprincipe waarbij het niet noodzakelijk is dat elke speler evenveel kansen heeft om te slagen, maar wel dat alle spelers het spel volgens dezelfde regels spelen – is tegelijk zijn grote zwakte gebleken. Dat begon natuurlijk al vroeg met commerciële beïnvloeding. Spammers wisten de zoekresultaten bij Google zo te manipuleren dat bedrijfsnamen en producten hoog scoorden. Zoekmachines moesten hun algoritmen regelmatig bijstellen in wat een grenzeloos kat-en-muisspel leek. Achter de schermen werden nieuwe technieken ontwikkeld om consumenten op basis van slimme profielen zeer gericht te benaderen met op maat gesneden advertenties.

En die technieken worden tegenwoordig ook volop ingezet om propaganda te verspreiden. Na het bestuderen van 126.600 berichten die door drie miljoen Twitteraars zijn verzonden en gedeeld, concludeert het Massachusetts Institute of Technology (MIT) dat nepnieuws zich sneller verspreidt dan echte journalistieke verhalen.

Experts beweren dat het Google-zoekalgoritme de verspreiding van nepnieuws juist heeft bevorderd door de kans te berekenen dat een internetgebruiker ook daadwerkelijk zal klikken op een zoekresultaat. Dit soort user engagement moet volgens kenners anders worden gewogen.

Response team
Veel van de voorgestelde maatregelen werken echter niet of nauwelijks. Facebook wilde eerst onafhankelijke factcheckers in de arm nemen en dubieuze nieuwsberichten voorzien van een waarschuwing. Was een bericht eenmaal aangemerkt als verdacht, dan werden ook geen advertenties meer getoond. Maar ook dit heeft zo zijn nadelen: want wie bepaalt wat precies de waarheid is? Onderzoek van Yale University laat zien dat een nepnieuwslabel bij artikelen eerder contraproductief werkt. Trump-aanhangers en jonge lezers bleken zelfs eerder geneigd een dergelijk artikel te geloven.

Het rechtvaardigheidsprincipe zorgt ook voor lastige keuzes: betrouwbare en minder betrouwbare bronnen zijn op internet nauwelijks van elkaar te onderscheiden, maar een schifting op basis van betrouwbaarheid geeft een ongemakkelijk gevoel: alternatieve opinies moeten ook gehoord kunnen worden.

Sommige landen schieten helemaal door. Duitsland wilde de verspreiding van nepnieuws tegengaan door wetgeving. Met boetes die tot vijfhonderdduizend euro kunnen oplopen. SPD-voorman Thomas Opperman benadrukte dat het niet de bedoeling is om een meningspolitie of waarheidscommissie in het leven te roepen. Het wordt echter een lastige discussie om te bepalen wat precies nepnieuws is. Het Netzwerkdurchsetzungsgesetz blijkt nu al niet te werken, omdat ruziënde burgers elkaar aangeven.

Groot-Brittannië heeft daarbij zelfs plannen voor een rapid response team, dat bevoegdheid krijgt om op te treden tegen ‘desinformatie’ op sociale media en andere online platformen.

Maleisië op zijn beurt dreigt zelfs met tien jaar gevangenisstraf voor het verspreiden van nepnieuws. Amnesty International zag dit gelijk als een poging om kritiek op de regering tegen te houden: nieuwe wetten maken critici monddood en de persvrijheid wordt aan banden gelegd. Waarbij ook in Singapore en de Filipijnen de autoriteiten overwegen om nepnieuwswetgeving in te voeren. Amnesty riep alle landen in de regio op deze gevaarlijke ontwikkeling tegen te houden.

Protest
Dat toezicht helemaal geen zoden aan de dijk zet, bewees de Europese commissie tegen nepnieuws EU vs Disinfo. De Europese taakgroep, die vanuit Brussel nepnieuws analyseert, ontvangt sinds vorig jaar ruim een miljoen euro uit het budget voor strategische communicatie en heeft veertien mensen in dienst. Maar de werkgroep ligt onder vuur. Die bleek gemakshalve ook GS Media, De Persgroep en The Post Online tot verspreiders van nepnieuws te rekenen. Na dreiging met een kort geding volgde een rectificatie.

De advocaten van deze mediabedrijven haalden dan ook flink uit. Overheid blijf ver weg bij het beoordelen van het werk van journalisten, luidde hun kritiek. De EU heeft volgens de juristen boter op haar hoofd als zij beweert dat het haar als koene ridder van de waarheid alleen zou gaan om het bestrijden van ‘pro-Kremlin-desinformatie’. Haar campagne diende eerder de belangen van de EU in de regio rond Rusland en was overduidelijk onderdeel van het beleid van de EU richting deze regio.

Uitwassen kun je natuurlijk wel bestrijden. In een gesprek met The Washington Post gaf de Amerikaan Paul Horner in 2016 ronduit toe dat hij al jaren leefde van nepnieuws via advertenties. Tijdens de verkiezingscampagne publiceerde hij berichten die door het Trump-kamp gretig werden overgenomen, zoals het verhaal dat een democratische demonstrant 3500 dollar betaald had gekregen om te protesteren bij een rally van Trump.

Google heeft inmiddels paal en perk gesteld aan de mogelijkheden van bloggers en vloggers om geld te verdienen met nepnieuws. Mede onder druk van adverteerders. Zij hebben miljoenen dollars ingetrokken, omdat ze hun advertenties niet meer bij dubieuze content willen zien staan.

Waar echter nog te weinig mee wordt gedaan, zijn algoritmen die bepalen wat consumenten zelf betrouwbaar vinden. Facebook laat gebruikers al wel bepalen welke nieuwsbronnen betrouwbaar zijn. Andere bronnen worden dan naar de achtergrond gedrukt.

Identiteitscontrole
Sommige critici zien ondanks de uitdagingen ook een positieve ontwikkeling. Naarmate meer mensen zich zorgen maken over desinformatie, neemt de waardering voor betrouwbare informatie toe. Zorgwekkend is wel dat één op de drie Nederlanders in een onderzoek van de Volkskrant zegt ‘tegenwoordig vaak niet meer te weten wat waar is en wat onwaar’, slechts 29 procent zegt ‘echt nieuws van nepnieuws te kunnen onderscheiden’.

Mede hierdoor hebben Kamerleden Hans van der Molen (CDA) en Kees Verhoeven (D66) al gepleit voor een bewustwordingscampagne over nepnieuws, de invloed van geldschieters op advertenties en meer kennis over algoritmes van Twitter en Facebook die bepalen wat gebruikers zien. De BBC helpt middelbare scholieren nu al om echt nieuws van nepberichten of stukken met valse informatie te onderscheiden.

Het CPB stelt nog andere maatregelen voor: een online platform zou iedere gebruiker de mogelijkheid moeten geven om zijn identiteit te laten controleren. De gebruiker kan baat hebben bij identiteitscontrole, omdat andere gebruikers hem of haar dan eerder vertrouwen. Zogenoemde verified accounts moeten een recht worden, geen privilege. Dat kunnen platforms in principe zelf organiseren, maar de overheid kan ook een DigID-achtig platform aanbieden om identificatie te faciliteren, aldus het CPB. Mogelijk biedt blockchaintechnologie hier een efficiënte oplossing.

Grote internetbedrijven hebben al wel toegezegd meer uitleg te zullen verschaffen over hoe de selectie van nieuws werkt. En ook zij willen meer maatregelen gaan nemen, al dan niet met behulp van machine learning die verdachte patronen herkent. Facebook, Twitter en Google zijn daarnaast onderdeel geworden van een 39 leden tellende adviesgroep onder leiding van de Nederlandse hoogleraar Madeleine de Cock Buning. In het advies blijft een belangrijke rol voor factchecken weggelegd, maar dan via een netwerk van onafhankelijke Europese centra voor (academisch) onderzoek.

Nederlands probleem?
Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) spiegelde eerder dit jaar voor dat nepnieuws ook in Nederland een groot probleem is. De bewindsvrouw noemde als voorbeeld de Russische pogingen om de meningsvorming over de ramp met de MH17 te beïnvloeden. Universitair docent politieke communicatie Sanne Kruikemeier, die onlangs onderzoek deed naar online activiteiten van Nederlandse kiezers, maakt zich echter geen zorgen. Nederlanders consumeren informatie nog steeds via traditionele media, zoals het NOS Journaal, de krant en sociale contacten. Ons land is ook minder gepolariseerd, waardoor de motivatie voor beïnvloeding minder urgent aanwezig is.

Vergunning
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft eind vorig jaar een advies uitgebracht over een vergunningstelsel voor online platforms. Zo’n vergunning zou gericht moeten zijn op Europese gebruikers. In de financiële sector stellen toezichthouders hoge eisen aan bankvergunningen, dus waarom zou je zoiets ook niet kunnen verlangen van nieuwsleveranciers? Platforms kunnen verplicht worden om berichten met ongewenste of schadelijke informatie te markeren of te filteren. De bestaande regulering voor informatiemakelaars, nu voornamelijk verankerd in mediabeleid, is veelal ontworpen voor (traditionele) offline bedrijven en daardoor ontoereikend voor de risico’s die digitale platforms met zich meebrengen.

Trollenfabriek
Blogsite Tumblr, onderdeel van Yahoo, heeft naar eigen zeggen 84 accounts aangetroffen die duidelijke banden hebben met de trollenfabriek van de Russische overheid in Sint-Petersburg. Die accounts werden vooral ingezet om in aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 onrust te zaaien en presidentskandidate Clinton in diskrediet te brengen. De financiering en leiding van de trollenorganisatie zou in handen zijn van restaurateur Jevgeni Prigozjin, ook wel de ‘kok van Poetin’ genoemd. Om hun achtergrond te verhullen, huurden de Russen Amerikaanse servers. Pas in maart 2018 heeft de Amerikaanse regering van Trump Rusland sancties opgelegd voor wat het noemde ‘destabiliserende activiteiten’.

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#165).

Illustratie: Eva Straver (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Betalen vanuit de inbox: Microsoft en Stripe sluiten samenwerking

Posted 17 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Microsoft zorgt als eerste bedrijf voor een integratie tussen het eigen e-mailprogramma en de digitale portemonnee. Daarmee neemt het zogezegd ‘frictie’ weg, gebruikers kunnen direct vanuit hun postvak-in een rekening betalen. Het is een kleine stap richting het winkelen vanuit de inbox.

Op Microsofts conferentie voor ontwikkelaars, Build 2018, heeft het bedrijf aangekondigd betalen gemakkelijker te maken. Dat doet het door Microsoft Pay, het alternatief op Android Pay en Apple Pay, op te nemen in Outlook. Een paneel aan de zijkant het van het scherm vertoont de voorgestelde transactie die vervolgens vanuit de digitale portemonnee is te bevestigen.

Minder ‘frictie’ rondom betalen

Dit zou voor consumenten het ongemak van betalen een stuk verminderen denkt het bedrijf. Een flink aantal van de berichten die iemand ontvangt gaat immers over (betaal)transacties of bevatten het verzoek een bijgevoegde factuur te voldoen. Daardoor hoeven gebruikers dus niet langer hun betaalsoftware of bankapp te openen. Voor bedrijven zal met name tellen dat hoe minder ‘frictie’ hun klanten ervaren, hoe eerder ze betaald worden voor hun producten.

Microsoft treedt niet zelf op als betalingsverwerker, maar zoekt samenwerkingen met payment service providers en makers van administratiesoftware. Er zijn op dit moment in ieder geval overeenkomsten gesloten met Stripe, Braintree en FreshBooks. Van die drie is Stripe het actiefst in Nederland. Een woordvoerder laat weten dat het een internationale samenwerking is. Ook Nederlandse bedrijven kunnen dus binnenkort hun klanten vanuit Outlook laten betalen.

Afbeelding: e-mail met betaalpaneel

Interesse nog beperkt

Microsofts integratie van het eigen e-mailprogramma en de digitale portemonnee is opvallend. Her en der werd de samensmelting van e-mail en betalen wel al verwacht, maar met name Google en Apple leken de aangewezen bedrijven de nodige stappen hiervoor te zetten. Hoewel Microsoft Pay nog klein en relatief onbekend is, is het een kleine stap richting het winkelen vanuit de inbox.

Het is volgens een aantal kenners namelijk volstrekt logisch dat de rol van e-mail groeit. Het wordt van een marketingkanaal ook een plek voor verkoop. Klanten aanmoedigen om vanuit een ontvangen e-mail door te klikken naar een site of shop zou dan niet meer nodig zijn. Ook Stripe zegt het aannemelijk te vinden dat het die kant opgaat. Als de techbedrijven met een integratie eenmaal voor het sleutelingrediënt hebben gezorgd, is de betaling in de inbox af te ronden.

Heel veel animo lijkt er echter nog niet voor te zijn. De Amerikaanse start-up en e-mail service provider Rebel heeft weliswaar een vergelijkbare techniek ontwikkeld, maar het feit dat Google en Apple niet thuis geven spreekt boekdelen. De commerciële waarde zou namelijk nihil zijn. Zeker marketingmails belanden zo vaak in de spambox dat ze zich nauwelijks lenen voor conversie of de betaling. Microsofts keuze om alleen e-mails over reeds afgenomen diensten te voorzien van een betaalknop lijkt dan ook een praktische tussenoplossing.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Interessemanagement: ga in de schoenen van je klant staan

Posted 08 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Hoe goed ken je je klant? Via het gebruik van interesse tags in marketinguitingen leer je zijn affiniteit en voorkeuren pas echt kennen. Met die data kun je bijvoorbeeld de Nike-liefhebber op het juiste moment, via het juiste kanaal, het juiste aanbod voor een nieuw paar sportschoenen doen. Het is de volgende stap in customer engagement.

In de begindagen was marketing niet meer dan één boodschap waarin de voordelen van het merk of product werden gecommuniceerd. Pas later kwam het klantgericht differentiëren, met diverse boodschappen voor verschillende doelgroepen. Nog altijd was hierbij sprake van een eenzijdige communicatiestroom.

Tegenwoordig zetten marketeers in op geïndividualiseerde gepersonaliseerde marketing. Deze ontwikkeling vergt een heel andere aanpak; de marketeer dient echt in te spelen op de behoefte van de klant. De focus ligt niet meer op de sterktes van het merk of product, maar bij de interesses en affiniteit van de individuele klant. Online gedrag en campagneresultaten worden gemeten en gebruikt om het klantprofiel te verrijken en de dialoog aan te gaan met de doelgroep.

Hoe reageert de klant op de nieuwsbrief? Voelt hij zich gespamd of klikt hij door? Wat doet hij met de ontvangen kortingscoupon; snelt hij naar de winkel voor de aankoop of vindt er nooit conversie plaats? Door dit te meten en hier goed op in te spelen worden gepersonaliseerde marketinguitingen niet meer gezien als opdringerig, maar gaat de klant deze beschouwen als extra service.

Interessemanagement

De volgende stap in de ontwikkeling van customer engagement is dan ook het verder verbeteren van de segmentatiestrategie met behulp van interessemanagement. Door interesse tags mee te geven aan website-artikelen, social mediapromoties en campagnes, kun je per klant bijhouden welk effect een marketinguiting heeft op de klant. Zo kun je ook hun affiniteit met een specifiek product of merk achterhalen om daar vervolgens heel gericht jouw boodschap op af te stemmen.*

Een voorbeeld: dankzij de interesse tags ‘Nike’ (merknaam), ‘sportschoenen’ (productgroep) en ‘voetbalveld’ (topic) mee te geven aan uitingen op Facebook of in een nieuwsbrief, weet de marketeer aan de hand van likes of klikgedrag wie hij het beste kan benaderen voor een campagne voor een nieuwe voetbalschoen van Nike. Alle klanten met andere voorkeuren (Adidas) of andere interesses (hockey) kun je eruit filteren en dat stimuleert de conversie enorm.

Alles staat of valt hierbij met de juiste interesse tags. Technisch is dit niet zo ingewikkeld. De beschikbare IT-tooling laat zich eenvoudig koppelen met vrijwel elk ERP-ordersysteem, CMS of marketingprogramma en is zelfs zelflerend. Voorwaarde om hiermee te kunnen werken voor organisaties is natuurlijk wel dat zij online actief zijn en op social media data van campagnes vergaren en de conversie meten en sturen op resultaten.

De meeste bedrijven beschikken wel over veel data, dat is niet het probleem. De uitdaging is vooral die relevante data eruit te pikken die specifiek nodig zijn. (lees ook het artikel Hoe maak je de data-explosie relevant).

In de praktijk wordt voor een goede meting en analyse meestal gebruikgemaakt van drie of vier tags. Door de campagneresultaten (conversie) te vertalen naar gedrag en interesses en vervolgens de juiste woorden te achterhalen die de klant gebruikt, kom je tot de juiste interesse tags. Daarvoor is creativiteit van de marketeer nodig. Niet voor niets worden hiervoor regelmatig kennissessies of co-create discussies voor georganiseerd. Dat is geen overbodige luxe, want het gebruik van de juiste interesse tag is heel belangrijk – je wilt een fervente Adidas-klant niet benaderen met een aanbod voor een nieuwe Nike-schoen.

Contextuele marketing

Houd je niet alleen rekening met de motivatie, intenties en interesses van de klant, maar ook met zijn omgeving en gedrag, dan spreek je van contextuele marketing. Als je de eerdere aankopen van de klant kent en weet dat hij nooit op jouw website komt, maar wel actief is op Facebook, dan probeer je hem met een nieuw aanbod uit de Nike-productlijn te bereiken via een sponsored Facebook-post. Voor contextuele marketing is het nodig de (wereld van de) klant te leren kennen en je nog meer in hem verplaatsen.

Hierin investeren loont de moeite, want contextuele marketing maakt ook cross selling mogelijk. Kan je op basis van interesse tags achterhalen dat een klant een man is, ouder dan 18 jaar en weet je via Facebook-likes dat hij fan is van toptennisser Roger Federer, die als celebrity ook Gillette promoot, dan kan je die combinatie van data gebruiken hem een gericht aanbod van Gillette te sturen.

Evolutie van customer engagement

Eerder schreven we over de klantreis en het zo effectief mogelijk beïnvloeden van dit pad. Cruciaal is om op ieder moment relevant en uniek te zijn, om steeds weer de klant te verrassen. Daartoe moet elk contactmoment zo persoonlijk mogelijk worden gemaakt.

Contextuele marketing en interessemanagement moet je daarbij zien als de evolutie van customer engagement. Door de interesses van de klant nog beter te kennen en hier nog gerichter op in te spelen kom je tot nog betere conversie en wordt die loyale klant een promotor van jouw merk. Door in de schoenen van de klant te gaan staan, wordt jouw boodschap door de klant niet ervaren als spam, maar als echte service die hem helpt tijdens zijn klantreis.

 * Over de privacy-wetgeving (GDPR/AVG) die in mei van dit jaar ingaat, hoeft de marketeer zich overigens geen zorgen te maken. De tooling die gebruikt wordt voor het plaatsen van interesse tags bekijkt gedrag (interesses) van klanten op collectief niveau dat geanonimiseerd wordt vertaald naar specifieke klantdata.

Meer weten over ontwikkelingen in de segmentatiestrategie en hoe je in de huidige processen winst kan behalen? Of wil je weten hoe contextuele marketing vertaald naar tooling? Schrijf je dan in voor het gratis webinar ‘Leer je klant kennen: de waarde van segmentatie’ op donderdag 31 mei om 10.00 uur.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom we blij moeten zijn dat marketeers persoonsgegevens verwerken

Posted 23 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

In de media komen veel berichten over marketeers die persoonsgegevens verwerken ten behoeve van hun marketingcampagnes. In bijna alle gevallen wordt hier de link gelegd met het schenden van de privacy van consumenten en wordt geconcludeerd dat dat een schandalige praktijk is. Wat is er aan de hand? 

Het is van belang je te realiseren dat het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van direct marketing ook onder de nieuwe AVG is toegestaan door de wetgever, ondanks dat de Nederlandse privacywetten tot de strengste van de wereld behoren. Dat betekent dat de overheid de belangen van consumenten heeft afgewogen in de praktijken waar persoonsgegevens worden toegepast en heeft geconcludeerd dat er omstandigheden zijn waarin deze werkwijze de consument geen schade berokkent. Welke omstandigheden zijn dit dan en waarom heeft de wetgever hiertoe besloten?

De Wet

Allereerst is het goed te beseffen dat marketeers – als het gaat om verwerking van persoonsgegevens – te maken hebben met twee wetten: De Wet op bescherming van persoonsgegevens en de telecommunicatiewet.

  1. De Telecommunicatiewet is een specifieke wet die regels oplegt aan bedrijven die een openbaar elektronisch communicatienetwerk zoals een website of een email platform beheren. De Telecommunicatiewet zegt dat alle persoonsgegevens die via zo’n netwerk worden verzameld en vervolgens vastgelegd, alleen mogen worden verwerkt met permissie van de consument.
  2. De Wet op Bescherming van Persoonsgegevens (WBP, AVG) reguleert de verwerking van persoonsgegevens in bredere zin. De WBP zegt dat, mits aan alle administratieve- en beveiligingscriteria is voldaan, persoonsgegevens mogen worden verwerkt als aan alle eisen van doelbinding is voldaan en als er een wettelijke grondslag voor verwerking is. In de WBP worden 6 grondslagen genoemd:
    • Noodzakelijk voor de uitvoering van een publiekrechtelijke taak
    • Noodzakelijk voor de uitvoering van een contract
    • Indien er een wettelijke verplichting bestaat (bijvoorbeeld accountants die 5 jaar data moeten bewaren)
    • In het geval er een vitaal belang is voor de persoon (bijv. gezondheid)
    • In het geval dat de consument ondubbelzinnig permissie geeft, net als bij de Telecommunicatiewet
    • In het geval dat de verwerker kan aantonen dat hij of zij een gerechtvaardigd belang heeft.

Dus waar permissie vereist is voor persoonsgegevens die binnen elektronische communicatienetwerken zijn verzameld, kan de marketeer in andere omstandigheden een beroep doen op de grondslag “gerechtvaardigd belang”. Immers, Direct Marketing  wordt in de wet expliciet genoemd als een domein waar de grondslag gerechtvaardigd belang op van toepassing is.

Voor de volledigheid: onder persoonsgegevens wordt verstaan alle informatie die herleidbaar is naar een natuurlijke persoon. Informatie op adresniveau is herleidbaar naar een natuurlijke persoon en dus een persoonsgegeven. Het maakt geen verschil of het informatie is over de persoon of over de woning die hij bewoont en ook niet of de informatie correct is of een voorspelling. Zodra de gegevens worden vastgelegd op adresniveau worden ze beschouwd als persoonsgegevens.

Waarom wordt marketing beschouwd als een gerechtvaardigd belang?

De Autoriteit heeft in een aantal studies stilgestaan bij de belangen die kunnen liggen onder de wens van bedrijven om voor marketing doeleinden persoonsgegevens te verwerken en geconcludeerd dat als aan alle eisen van de wet wordt voldaan, de nadelen van verwerking niet in verhouding staan tot de belangen.

Daarbij moet je je realiseren dat een marketeer maar twee keuzes heeft als het gaat om verzenden van reclameboodschappen: De boodschap kan aan iedereen worden verstuurd of de boodschap kan selectief worden verstuurd. Onder de term selectief verstaan we dat alle potentiele ontvangers worden uitgesloten voor wie de boodschap waarschijnlijk niet relevant is. En de beoordeling van of een ontvanger geïnteresseerd zal zijn in een reclameboodschap vindt plaats op basis van persoonsgegevens. Het gerechtvaardigd belang van de verwerking van persoonsgegevens bij marketing processen zit hem in drie dimensies:

De verwerker: Met name de marketingafdelingen van organisaties die producten en/of diensten aanbieden, hebben belang bij een goed en bruikbaar klantenbestand. Voor een verkooporganisatie is het dus nuttig om zo veel mogelijk van hun (potentiële) klanten te weten, bijvoorbeeld over hun gedrag, levenssituatie en interesses. Verkoopkosten kunnen aanzienlijk worden verlaagd, als reclame-uitingen slechts aan die mensen worden aangeboden die daadwerkelijk geïnteresseerd zijn in het aangeboden product.

De consument: Niet relevante reclame, vaak aangeduid als “spam”, leidt tot zeer grote ergernis bij ontvangers. In veel gevallen leidt de verwerking van persoonsgegevens tot een verlaging van de oplage van een marketingcampagne omdat alle “Nieten” kunnen worden uitgesloten. Dat betekent dat consumenten effectief minder reclame ontvangen als persoonsgegevens worden gebruikt.

De samenleving: Indien de mogelijkheid om reclame selectief te versturen niet beschikbaar was, zou het enige alternatief zijn dat reclame in massa wordt verstuurd. Dat is onwenselijk voor de samenleving gezien de ecologische impact maar ook vanuit een marktpositie overweging. Immers de wet wordt in Nederland nu al strenger geïnterpreteerd dan in de ons omringende landen. Dus als in Nederland selectief versturen niet mogelijk zou zijn, zouden Nederlandse bedrijven ten opzichte van hun internationale concurrenten aanzienlijk duurdere en ook minder effectieve marketinginstrumenten beschikbaar hebben. Dit schaadt uiteindelijk onze concurrentiepositie en daarmee de economie in brede zin.

Het alternatief voor selectieve campagnes zijn dus massa campagnes. Het verschil is dat in het geval van selectieve campagnes bepaalde groepen worden uitgesloten van reclame. In de praktijk hebben consumenten nooit moeite met het feit dat ze reclame niet ontvangen. Voor diegenen die een reclame boodschap wel ontvangen geldt dat het versturen van reclame niet zou worden voorkomen als de verwerking van persoonsgegevens niet was toegestaan. Om die reden heeft de wetgever bepaald dat het nadeel van verwerking niet opweegt tegen het gerechtvaardigd belang.

Hoe nu te acteren op de gerechtvaardigd belang grondslag?

Het is van belang je te realiseren dat er bepaalde soorten persoonsgegevens zijn waarvoor het verplicht is permissie te vragen. Met name geldt dit voor alle informatie die via elektronische weg is verzameld (bijvoorbeeld cookie informatie en e-mail adressen) en dus onder de telecommunicatiewet van 2016 vallen. Informatie zoals CRM-data, transactiehistorie, profielinformatie van derden kan echter worden ingezet onder de grondslag gerechtvaardigd belang.  Gezien het feit dat het vragen van permissie best beperkend kan werken in de inzet van persoonsgegevens, loont het dus de moeite om je te verdiepen in jouw mogelijkheden om van de gerechtvaardigd belang grondslag gebruik te kunnen maken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Spamboete Daisycon gaat niet van tafel

Posted 10 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

De spamboete die in 2013 is opgelegd aan marketingbedrijf Daisycon gaat niet van tafel. Dat heeft het Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) begin april bepaald. De bestuurders hoeven echter geen boetes te betalen.

Toezichthouder ACM legde in 2013 een boete van 810.000 euro op omdat Daisycon als affiliatenetwerk betrokken was bij het verzenden van in totaal ruim twee miljard ongevraagde commerciële e-mailberichten. Daarnaast konden de ontvangers zich niet effectief afmelden voor de commerciële e-mails.

De boete werd nadien nog verlaagd tot 795.000 euro, omdat de procedure niet binnen een redelijke termijn was afgrond.

Volgens het CBb moet Daisycon wel degelijk worden aangemerkt als verzender van de berichten. Het bedrijf is niet alleen ‘hulppersoon’ geweest bij de verzending. Ook bevestigt het CBb dat Daisycon de commerciële e-mails ongevraagd en zonder toestemming heeft verzonden.

Omdat in het boetebesluit niet duidelijk is uitgelegd waarom de individuele bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn gesteld voor de boetes die zijn opgelegd aan Daisycon, hoeven ze die niet te betalen. Ook is de totale boete verder verlaagd tot een bedrag van 770.000 euro.



Lees het volledige bericht op Emerce »

SEO-teksten schrijven: zo pak je het écht slim aan

Posted 10 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Dit is niet het zoveelste saaie lijstje over SEO-teksten schrijven. Dit gaat over Fight Club hebben, Jinek, Telfort-reclames… Voorbeelden waaruit blijkt hoe je een publiek boeit, een goed verhaal vertelt, en dat is dankzij Google’s RankBrain steeds belangrijker geworden voor de score van je teksten in de zoekresultaten.

Een ontwikkeling die mij als ervaren copywriter vrolijk stemt. Simpel gezegd: Boeiend verhaal: ranking omhoog. Boring verhaal: ranking omlaag.

Maar voor we het leukste gedeelte van zoekmachineoptimalisatie gaan behandelen, moet je nog steeds goed nadenken over het onderwerp, doel en de structuur van je stuk. Daar ga ik dan ook eerst dieper op in. Combineer het met de verslavende elementen van een verhaal en je kunt SEO-teksten schrijven als de beste.

Succesvol SEO schrijven in een notendop
  • Onderwerp en doel bepalen (#1 t/m #3).
  • Een SEO-proof structuur (#4 t/m #6).
  • Je lezer blijven boeien (#7 t/m #13).

Dit verhaal begint met een korte geschiedenis, voor de nodige context. Wie gelijk naar Fight Club wil, is vrij om door te scrollen 😉

Waarom SEO-teksten vroeger zulke misbaksels waren…

Lang lang geleden, in de tijd dat onze premier nog op Harry Potter leek en we enthousiast met elkaar op Hyves krabbelden, waren er al schrijvers die hun teksten hoger in Google wilden krijgen.

Prachtige herenschoenen. Uit Zwolle. Bron: Unsplash

Veel SEO-artikelen waren bepaald geen literaire meesterwerken: ‘Bij Klaassen herenschoenen in Zwolle vindt u de beste herenschoenen in Zwolle en omgeving. Bent u op zoek naar herenschoenen (in Zwolle)’. Dat hoefde ook niet, want Google had nog niet zo goed door wat het verschil was tussen een relevante blog en een spammy landingspagina.

Je zette gewoon heel vaak het zoekwoord in een tekst. Maar bij de zoekgigant waren ze ook niet gek, en al gauw kreeg je een ‘penalty’ voor het al te vaak plaatsen van een zoekterm op je pagina. Marketeers pasten zich braaf aan de nieuwe richtlijnen aan. Ze plaatsten zoektermen alleen nog op strategische locaties. Later deden ze dat voor synoniemen of gerelateerde zoekopdrachten.


Schrijven voor SEO begon op een formule te lijken: gebruik X woorden in je artikel en X tussenkopjes met X zoekwoorden in X variaties… En deels is dat nog steeds waar. Maar dankzij kunstmatige intelligentie kun je nu ook op een andere manier hoger in Google scoren en Google RankBrain maakt SEO-schrijven steeds leuker.


Stel je voor dat die verschrikkelijk saaie tekstschrijver bij Klaassen uit Zwolle inmiddels een Yoast-SEO plugin voor WordPress gebruikt.

Hij werkt braaf de groene vinkjes af voor traditionele SEO-rankingfactoren (aantal afbeeldingen, keywords, tussenkopjes, etc.)

De concurrent uit Hattem doet dat ook, maar haar verhaal is veel leuker om te lezen! Er zit humor in, nuttige info en persoonlijke anekdotes. Een zelflerend algoritme zoals RankBrain zal merken dat schoenenzoekers eerder op het stuk van Hattem klikken. Langer blijven hangen. Niet verder zoeken. Vaker reageren. Het stuk meer delen. Haar boeiende content wordt met een hogere ranking beloond. (Dit is even vrij kort door de bocht. In mijn eerdere blog Kunstmatige Intelligentie en SEO ga ik dieper in op de werking van RankBrain.) Goed nieuws dus voor creatieve schrijvers! Maar dan moet je wel eerst weten wáár je over gaat schrijven…

Onderwerp en doel bepalen
#1 Doe zoekwoordenonderzoek naar de ‘winnaars’

Een SEO-tekst schrijven begint nog steeds met gedegen zoekwoordenonderzoek. Je wilt weten met welke termen je een reële kans hebt om bij de eerste 10 resultaten te eindigen. Anders schrijf je dat boeiende verhaal helemaal voor niets. Hoe je dat precies doet? Lees dit artikel.

#2 Goed verhaal. Lekker kort ook.

Lange content is niet altijd beter. Bron: T-shirttoko

Laat ik ook maar gelijk een misverstand uit de weg te ruimen: goede content hoeft niet per se heel erg lang te zijn. Berekenhet.nl scoort bijvoorbeeld fantastisch op de zoekterm ‘kopen op afbetaling berekenen’ terwijl er maar 120 woorden op de pagina staan. Waarom schrijf ik dan toch een blog van 2500+ woorden?

#3 Een doel dat aansluit bij de behoefte van je klanten

Pas met een duidelijk doel, kun je overtuigend scoren. Bron: Pexel

Omdat mijn doel is: je zo goed mogelijk informeren over wat SEO-teksten zijn en hoe je ze succesvol zélf schrijft. In een langer stuk kan ik de zoekintentie die daarbij hoort (‘ik wil teksten schrijven waarmee ik hoger in Google kom’) beter bevredigen. (Daar komt bij dat Google steeds meer simpele vragen direct in de zoekresultaten beantwoordt. Met langere antwoorden op complexere vragen omzeil je in ieder geval dat probleem.)

Pas met een doel weet je hoe je zo goed mogelijk scoort.

Je artikel heeft altijd zo’n duidelijk doel nodig. Pas met een doel weet je hoe je zo goed mogelijk scoort. Natuurlijk kan dat doel zijn: ‘pluche teddyberen verkopen’

Teddy weet heel goed wat jij wilt. Bron: Pexels

De vraag is alleen of je met de zoekwoorden ‘teddybeer kopen’ hoger gaat eindigen dan grote spelers zoals bol.com of beslist.nl. Daarom moet je soms een beetje met dat doel spelen. Wat is een behoefte die je klanten hebben voordat ze je product of dienst kopen? In het geval van teddyberen wellicht: ‘Hoe maak ik een knuffel schoon zonder te wassen?’ (En als dat met de oude teddy niet lukt, wil je misschien wel een nieuwe teddy.)

Een SEO-proof structuur

Je weet nu waar je over wilt schrijven en wat je doel daarmee is. Tijd om structuur in je artikel aan te brengen.
De een vindt het trouwens fijn om eerst een flinke lap te tekst te tikken en daarna structuren, de ander werkt liever vanuit een voorbedachte opzet. Experimenteer wat bij jezelf het beste werkt.

#4 Doe inspiratie op bij Udemy, YouTube, Wikipedia of…

Soms helpt het om een boek open te slaan. Bron: Pexels

Een goed verhaal heeft een kop en een staart. Je begint met een pakkende intro – waarover later meer – en sluit af met een samenvatting. Maar hoe orden je dan precies alle informatie die daar tussen staat? Daar is niet één pasklare oplossing voor. Zelf heb ik bij dit artikel gekozen voor een chronologische aanpak (eerst zoekwoordenonderzoek > dan structuur > dan lekker schrijven), maar je kunt ook kiezen voor:

  • Een didactische aanpak (van makkelijk naar moeilijk).
  • Een thematische aanpak (makkelijk scanbaar per onderwerp).
  • Een oprolbare aanpak (belangrijkste nieuws bovenaan).
  • Een verhalende aanpak (minder overzichtelijk & spannender).

Als je nog niet zoveel ervaring hebt met schrijven, raad ik je de verhalende aanpak trouwens niet aan. Probeer eerst een overzichtelijk artikel te schrijven, dan gaan we het later spannender maken.

Wat is overzichtelijk?

Kijk voor inspiratie eens:

  • hoe Wikipedia een langer artikel indeelt;
  • hoe een uitgebreide cursus op Udemy is opgebouwd;
  • welke volgorde How-to filmpjes op Youtube aanhouden;
  • wat het beste Google zoekresultaat in het Engels doet;
  • of.. en dit is anno 2018 vast een wereldschokkende tip, leen een (papieren) boek over het onderwerp bij je plaatselijke bibliotheek.
#5 Schrijf op een niveau dat past bij je doelgroep

Opstaande breedplaatvloer? Huh? Waar heeft die man het over? (Denkt de gemiddelde consument). Goed dus om even wat langer bij vakjargon stil te staan. Maar op een blog voor de betonindustrie wil je de lezer juist niet vermoeien met voortdurend overcomplete uitleg. Welk tekstniveau past het beste bij je doelgroep?

De Overheid. Makkelijker kunnen we het niet maken… Bron: Stichting Accessibility

Als het om ‘de gemiddelde Nederlander’ gaat kun je het beste op B1 niveau schrijven. Dat betekent kort gezegd:

  • Veelgebruikte woorden (hier een doorzoekbare lijst).
  • Korte alinea’s van 3-5 regels.
  • Niet te veel stijlmiddelen zoals ironie of sarcasme.

Sowieso helpen algemene schrijftips zoals:

  • Weinig passieve constructies (zullen, worden, kunnen).
  • Wissel korte en lange zinnen af.
  • Kies consequent voor ‘je’, ‘jij’ of ‘u’.

Maar nu duiken we al een beetje in de tone of voice. Hartstikke belangrijk, ga ik zo verder op in, maar onthoud: voor je pakkend schrijft, moet je eerst begrijpelijk schrijven.

#6 Gebruik een hulpmiddel voor je SEO-vereisten

SEO-tips terwijl je schrijft. Bron: webtexttool

Ik heb het nog helemaal niet gehad over hoeveel tekens je titel moet zijn of hoeveel links en zoektermen je moet plaatsen in de tekst.

Dit is waar het merendeel van de blogs over SEO-schrijven over gaan. ‘Volg deze regeltjes en dan komt het allemaal goed.’

  • Vermeld de zoekterm/synoniem in je URL.
  • Vermeld de zoekterm vooraan in de titel.
  • Vermeld de zoekterm in de metabeschrijving.
  • Vermeld de zoekterm in de eerste 100 woorden.
  • Vermeld de zoekterm in een tussenkopje.
  • Gebruik synoniemen minimaal twee à drie keer in de tekst.
  • Schrijf minimaal 400 woorden.
  • Plaats een relevante interne link.
  • Plaats een relevante externe link.
  • Gebruik minimaal drie <h5> tussenkopjes.
  • Gebruik minimaal twee plaatjes (met alt tag beschrijving).

Jazeker, deze regels zijn nog steeds belangrijk om vindbaar te zijn in Google. Maar ik stel voor dat je er een keer goed naar kijkt, en er vervolgens een eenvoudig hulpmiddel voor gebruikt.

Zo heb je bijvoorbeeld de eerder genoemde Yoast SEO Plugin voor WordPress, de tekstschrijvers bij mijn bedrijf CopyRobin maken alweer een tijdje gebruik van het uitgebreidere Webtexttool (geeft je tips tijdens het schrijven over onder andere leesbaarheid en moeilijkheidsgraad). Dan hou je zelf meer tijd over voor het leuke gedeelte van schrijven.

Je lezer blijven boeien

Dit is de toekomst van SEO. De zoeker verleiden (click-through rate) om naar jouw content te gaan. De zoeker boeien (o.a. dwell time) waardoor hij op jouw pagina blijft. Google beloont dit soort indicatoren in toenemende mate.

#7 Een Pakkende Titel Die Jouw Leven Verandert (uhum..)

Benieuwd hoe Sam eruitziet? Klik, klik, klik. Bron: Buzzfeed

Verleiden begint natuurlijk met een titel. Vaak wordt dan verwezen naar de koning van de clickbait ‘BuzzFeed’ (en ja ik ben nu ook benieuwd hoe Sam de kat eruitziet). Ik denk dat je ervoor moet oppassen om het Amerikaanse model zomaar 1-op-1 over te zetten naar Nederland, maar er zijn natuurlijk wel een paar trucs die je ervan kunt leren:

Met name:

  • Doe een belofte in je titel (en zorg dat je ‘m waarmaakt!)
  • Maak nieuwsgierig

Maar er zijn nog meer dingen die werken:

Gebruik emotie
Angst, frustratie en boosheid zijn grotere motivatoren dan we soms toe willen geven. Ik had dit artikel bijvoorbeeld ook zo kunnen noemen:

‘Waarom je zorgvuldig opgebouwde SEO-kennis binnenkort waardeloos is’

Noem harde cijfers
Deze tip lijkt een beetje in tegenspraak met ‘maak nieuwsgierig’, maar kan evengoed werken. Bijvoorbeeld wanneer je een succes kunt delen:

‘Met deze 3 aanpassingen in mijn webshop kreeg ik 30% meer omzet’

Gebruik [specificaties]
Of met zogenoemde ‘brackets’ waarin je de vorm verduidelijkt:

‘Eenvoudig je eerste WordPress site opzetten [stappenplan]
‘Welke aftrekposten heb ik als zzp’er in 2019? [checklist]
‘Mijn ervaringen als voetsoldaat in Syrië [podcast]

Test wat werkt!
Je zult niet van de ene op de andere dag veranderen in een geniale titelbedenker (alhoewel..), maar door te blijven oefenen en spelen word je er wel beter in. Doe – nogmaals – geen beloftes die je niet kunt waarmaken en controleer met A/B testen welke titels het beste aanslaan!

#8 Metabeschrijving waar je op wilt, nee MOET klikken

Oftewel dat kleine stukje tekst dat onder je titel in de zoekresultaten staat. Hoewel dit officieel geen ranking factor is volgens Google, speelt de metatag wel een grote SEO-rol omdat het de click-through rate van je bezoekers naar je website mede bepaalt. Ook dit is weer veel spelen en uitproberen. Maak van je meta-omschrijving in ieder geval een lopende tekst.

Dus niet:
‘Actie. 20% korting. Hamburgers. Beste frietzaak Amsterdam.’

Maar wel:
Wij maken al onze biologische hamburgers zelf. Binnen een half uur bij jou bezorgd in Amsterdam. Bestel nu met 20% korting.

En vergeet de call-to-action niet. Hierin vertel je de zoeker wat hij moet doen (klikken, bestellen, downloaden) en waarom (bijvoorbeeld korting).

#9 De Flashforward in je introtekst (à la Fight Club)

Mag ik je een ding beloven? Dit gaat een hele gave film worden. Aldus de openingsscène van Fight Club.

Hetzelfde mechanisme van een spannende ‘flashforward’ wordt veelvuldig gebruikt in Netflix-series zoals Breaking Bad of Limitless. Een beproefde methode. Maar nog onvoldoende voor je SEO-introtekst:

Want behalve een ‘spannende preview’ wil je ook:

  • Empathie tonen voor je lezer.
  • Een gesprek met hem of haar aangaan.

Een goede methode voor het schrijven van een intro vind ik APP (Agree, Promise, Preview) van meestercopywriter Brian Dean (hou sowieso zijn blog BackLinko in de gaten als je meer over dit onderwerp wilt weten):


Bron: Backlinko

Agree
Je begint met een statement waar de lezer het mee eens is. Hier staat ook je belangrijkste zoekterm in.

Promise
Vervolgens maak je een belofte over hoe je iets uit het statement ten goede kunt veranderen. Een belofte die je waar moet maken.

Preview
Tot slot geef je een klein voorproefje van wat de lezer allemaal in het artikel kan verwachten.

Laat ik een klein voorbeeldje geven:

Herinner je Teddy nog?

AGREE
‘Waarschijnlijk ben je met me eens dat een versleten knuffel schoonmaken [zoekterm] verschrikkelijk lastig is. In de wasmachine stoppen doe je liever niet, want wie zegt dat arme Teddy dat overleeft?’

PROMISE
Maar wat nu als ik zeg dat dat helemaal niet hoeft? Volg deze hygiënische schoonmaaktips op en je knuffel gaat 5 jaar langer mee.

PREVIEW
In deze blog lees je handige visuele stap-voor-stap instructies over het reinigen van je knuffelbeest. Met als bonus een foto van mijn dochter en haar nog steeds stralende teddybeer (beiden 21).

#10 Even tijd voor ontspanning (à la Jinek)

“Zometeen Klaas Dijkhoff over de slavernijdiscussie” of “een Shell-directeur over de gasboringen in Groningen, maar eerst..”

En dan volgt er een luchtig fragmentje.

Eva Jinek is niet de enige talkshowhost die van luchtige fillers gebruikmaakt. Ook bij Pauw of DWDD komt er even een bandje of geintje om de kijker klaar te maken voor de serieuzere gesprekken. Datzelfde principe kun je ook in een langere blog toepassen. Breek even de lange lap tekst met een grapje of door je bezoeker direct toe te spreken. Had je trouwens al een goede kop koffie gehaald?

Nog 3 tips en we zijn er!

#11 Tussenkopjes met duidelijke beloftes

Een eerste regel voor tussenkopjes is dat ze duidelijk moeten beschrijven waar het stukje tekst eronder over gaat. Nog beter is het als je tussenkopje ook nieuwsgierig maakt en een belofte doet. Eigenlijk net als bij de titel van je stuk.

#12 Maar.. dat is nog niet alles (lekkermakertjes)

Weet je wat een slimme winkelier met Pasen doet? Hij verspreidt een chocoladegeur in zijn winkel. Gegarandeerd dat hij meer paaseitjes verkoopt. Slechts een lichte hint is genoeg. In een SEO-artikel moet je ook voortdurend blijven hinten op wat er nog komen gaat. Lekkermakertjes schrijven.

‘Maar dat is nog niet alles.. want deze tip levert je maar liefst..’

Of je keert het juist om. Waarschuwen.

‘Pas op: er zit wel een addertje onder het gras.’

Met deze korte zinnetjes sla je twee vliegen in één klap:

  • Je doorbreekt het ritme van langere alinea’s.
  • Je maakt de lezer nieuwsgierig naar wat er komen gaat.

Wat er nu trouwens gaat komen..

#13 Ik ben geen JIJ of JOUW (tone of voice)

Stiekem ben ik best wel fan van de Telfort-reclames.

 

Tele2 vind ik dan weer net iets minder.

Waarschijnlijk ben ik als grijzende man ook niet echt de doelgroep (‘wil je ook dikkere lippen dan Kim K? Ga naar..’).


Dit gaat – tot slot – over een van de lastigste aspecten van SEO-copywriting: de juiste tone of voice vinden voor je publiek. Een goed begin is in ieder geval naar je klanten luisteren. Neem eventueel (na toestemming) gesprekken met ze op en analyseer welke woorden ze vaak gebruiken en hoe ze hun problemen omschrijven.

Ook contacten buiten de werksfeer om zijn nuttig: Waar wordt je doelgroep warm of koud van? Ik ben er nu maar even vanuit gegaan dat je voorbeelden met BuzzFeed, Jinek en teddyberen grappig vindt, maar wat als ik met Death Metal of Wilders aan was komen zetten? Een veilige keus is in ieder geval om niet te snel op ‘jij’ en ‘jouw’ over te stappen. Consequent ‘je’ gebruiken werkt beter.

Pas ook op met het té letterlijk vertalen van Amerikaanse content – ik zie dit nog weleens gebeuren – het chronische enthousiasme van THE GREATEST COUNTRY past niet altijd bij de nuchtere Hollander.

Conclusie: dit is hoe je slim SEO-teksten schrijft

Dank dat je tot zover mee hebt willen lezen en kijken naar mijn verhaal over hoe je écht slim een SEO-tekst kan schrijven. Hopelijk heb ik mijn belofte (geen saai standaardlijstje) waargemaakt. Je weet nu inmiddels dat een SEO-artikel schrijven (dankzij Google RankBrain) steeds meer draait om het vertellen van een goed verhaal.

Maar.. je begint altijd met de basis: dat is een onderwerp gebaseerd op zoekwoordenonderzoek en een duidelijk doel voor je artikel. Ook de klassieke regels (zoekwoord verwerken, tussenkopjes, synoniemen gebruiken) zijn nog alive and kicking, maar met slimme tools zorg je er automatisch voor dat je SEO-proof schrijft.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De ins & outs van het nieuwe Facebookalgoritme

Posted 03 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het effect van de veranderingen die Facebook heeft aangebracht in het algoritme van de newsfeed is inmiddels bij de meeste bedrijven wel zichtbaar in de metrics. Wat kun je als reisorganisatie doen om toch nog zoveel mogelijk in de timelines van volgers te verschijnen?

Tijdens The Social Conference die op donderdag 22 maart jl. in Amsterdam werd gehouden, gaf contentstrateeg Gonnie Spijkstra (Storyfirst) samen met Sanneke Boesveldt (VICE) een overzicht van de veranderingen. “Als je kijkt naar de ontwikkeling van de timeline op Facebook dan is de stap naar ‘betekenisvolle interacties’ niet onverwacht. Het platform begon met een Hyves-achtige opzet zonder timeline – als je een bericht wilde plaatsen bij iemand of wilde zien waar diegene mee bezig was, dan moest je naar zijn of haar profiel gaan,” zegt Spijkstra.

“Daar kwam in 2006 verandering in met de introductie van de newsfeed, nog steeds het belangrijkste product van Facebook. In het begin werden alle posts chronologisch getoond. Met de 185 vrienden en 50 bedrijfspagina’s die de gemiddelde Facebookgebruiker heeft en volgt heb je het dan algauw over 15.000 nieuwe updates elke keer dat iemand inlogt op Facebook. Daarom kregen populaire posts en hoge kwaliteit content voorrang in de newsfeed. Ook waren er algoritmewijzigingen die zorgden voor een verminderde zichtbaarheid van posts met clickbai en engagementbait. Er wordt ook al jaren gesproken over een betere balans van tussen updates van pagina’s en van vrienden. De laatste wijziging – die gaat over betekenisvolle interacties – is dan ook geen verrassing.”

Time well spent

Facebook geeft als belangrijkste reden voor het ‘achterstellen’ van posts van bedrijven en merken dat gebruikers willen dat hun timeline persoonlijk is. Ze zijn geïnteresseerder in boodschappen van familie en vrienden dan van commerciële partijen, aldus Facebook. Spijkstra: “Waar Facebook voorheen als doelstelling had mensen zolang mogelijk op het platform te houden en zo vaak mogelijk te laten terugkeren, is de nieuew doelstelling ‘time well spent’ – de tijd die gebruikers op Facebook doorbrengen moet goed besteed zijn, ze moeten er blij van worden.”

Hoe meet Facebook dat? Spijkstra heeft een schematisch overzicht gemaakt van de werking van het algoritme:

Wat de kwaliteit van de content betreft: Facebook wil liever niet dat mensen van het platform af gaan en heeft daarom een duidelijk voorkeur voor native content, zonder externe links. Verder zijn clicks, engagement en promotion bait no-go’s wat Facebook betreft, omdat gebruikers dit als spam ervaren. En ook het meerdere keren plaatsen van dezelfde post is niet goed voor de gebruikerservaring.

Wanneer je iets post, test Facebook je content op een klein groepje van je volgers. “De mate van engagement van die mensen bepaalt of de content in meer timelines verschijnt,” zegt Spijkstra.

Optelsom bepaalt engagement

Het bepalen van die betrokkenheid is feitelijk een optelsom. Voor elke like krijg je 1 punt, voor een comments en shares 6, voor het even bekijken van een video een kwart punt, voor meer dan 60 seconden kijktijd 13. Als iemand je post verbergt, gaan er 100 punten van je score af. “In het gewijzigde algoritme zijn er vier nieuwe indicatoren voor betekenisvolle interacties. Ten eerste kijkt Facebook naar de longform comments – oftewel neemt iemand de moeite om een langer bericht te schrijven? Ten tweede shares naar Messenger. Ik vergelijk het wel met een kringverjaardag – daar praat je ook niet met iedereen over elk onderwerp. Als de bezoeker een post interessant vindt en deelt in Messenger met iemand, dan wordt er een-op-een over gepraat en dat ziet Facebook als een waardevolle interactie. Ten derde: shares met engagement – deelt iemand je bericht en wordt daar vervolgens op gereageerd? En ten vierde kijkt Facebook naar reacties op reacties, dus of er niet langs elkaar heen gesproken wordt, maar er echt een gesprek op gang komt onder je post.”

Vervolgens kijkt Facebook naar het gewicht van de engagement. Hoe snel gaat de interactie? Wat is de kwaliteit van je eerdere posts? Weet je een vaste kern van loyale fans bij je merk te betrekken? Al die factoren bepalen opgeteld je organische bereik op Facebook. “Het is helder wat Facebook wil: je moet dingen maken waar mensen met elkaar over praten en die echt iets voor mensen betekenen,” aldus Spijkstra.

Praktische tips

Maar hoe doe je dat? Hotelchannelmanager Siteminder een aantal tips op een rijtje gezet hoe je het beste om kunt gaan met het nieuwe Facebookalgoritme:

  • Kwaliteit boven kwantiteit
    De hoeveelheid content die je post heeft weinig te maken met hoe succesvol je bent op Facebook. Focus op het produceren van kwaliteitscontent die nuttig is of de lezer nieuwe inzichten geeft, iets wat mensen willen delen met anderen. Tip vanuit The Social Conference: vertel een verhaal waar je trots op bent en vertel dat vanuit verschillende invalshoeken.
  • Wees een actieve deelnemer
    Blijf betrokken bij je posts. Reageer op commentaar en probeer een gesprek aan tegaan en gaande te houden. Zo blijft je content langer zichtbaar.
  • Wees persoonlijk
    Je weet wie er bij je boekt en wat je doelgroep is dus stem je posts daarop af. Als je meer informatie nodig heb, vraag dan aan gasten en potentiële gasten wat ze willen lezen – travel hacks? Recepten uit het hotelrestaurant die ze thuis ook kunnen maken? De verkoopadressen van je designmeubelen? Zorg ook voor afwisseling – steeds dezelfde soort post gaat vervelen.
  • Zet je budget gericht in
    Facebook stuurt minder aan op time spent, dus gebruikers brengen minder tijd op de site door en krijgen daardoor minder advertenties te zien. Vandaar het advies om zeer gericht te targeten bij de betaalde posts. Wie wat meer budget heeft, kan een samenwerking met influencers overwegen die een hoger engagement onder hun fans hebben, aldus Siteminder.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Heeft linkbuilding nog wel zin?

Posted 27 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Tot een paar jaar geleden was het dé manier om je site hoger in Google te krijgen, maar tegenwoordig lijkt de aandacht volledig verschoven naar ‘hoogwaardige content’. Is het actief verzamelen van backlinks dan helemaal niet meer belangrijk in 2018?

Zelf ben ik al bijna vijf jaar vooral een aanhanger van de stroming ‘hoogwaardige content’, maar backlinks zijn nog steeds heel belangrijk voor je ranking in Google, aldus Matt Cutts van Google in deze video:

De video is al een paar jaar oud, maar volgens Rik Engelen (SeoMarketingDeals.com) en linkbuilding-expert van het eerste uur, nog steeds actueel. Engelen heeft hulp geboden en advies gegeven voor SEO aan o.a. Youfone.nl, Fastfuriousscooters.nl, ITprogrammeur.com, Nederlandse & Belgische SEO-bureaus en een internationale SEO-dienstverlener als Majestic.

We weten dat Google zeer alert is op het spammen van hun database. En aan linkbuilding kleeft een wat louche imago. Daarom vroeg ik Rik of linkbuilding anno 2018 nog wel zin heeft. “Jazeker”, antwoordde hij stellig. “Je moet alleen weten hoe je het op een verantwoorde manier inzet.” Dit zijn z’n beste linkbuilding tips.

Wat is linkbuilding ook alweer? Een kleine geschiedenis.

Linkbuilding is op een actieve manier meer relevante links naar je website (backlinks) proberen te krijgen. Wanneer je deze strategie succesvol toepast, zul je er op twee manieren van profiteren:

  1. Je krijgt meer directe bezoekers dankzij de links.
  2. Je krijgt meer bezoekers dankzij een hogere notering in Google.
Zoveel mogelijk backlinks vs. natuurlijk linkprofiel

‘Hey, dat is handig’, dachten veel marketeers. ‘Als ik nu gewoon zorg voor zoveel mogelijk links komen we vanzelf hoger in Google’. En zo ontstond een hele industrie met linksites, nepblogs vol verwijzingen en andere trucs om de zoekmachine te foppen. Intussen werken deze Black Hat SEO-technieken allang niet meer. Zonder een natuurlijk linkprofiel krijgt je website te maken met de beruchte Google penalties en juist een lagere notering in de resultaten. Maar volgens SEO-goeroe Brian Dean is je linkprofiel nog steeds een van de belangrijkste ranking factors voor je website. In zijn woorden:

“The number of referring domains is one of the most important ranking factors in Google’s algorithm, as you can see from this chart from Moz:”

Y-as: aantal verwijzende root domains. X-as: positie op zoekresultatenpagina (serp).

‘Je hebt alleen maar goede content nodig’

Maar linkbuilding is tijdrovend en complex. Daarom richten veel bedrijven zich (terecht) nu eerst op andere pijlers van zoekmachineoptimalisatie (SEO). Bijvoorbeeld een veilige, snel ladende website met een duidelijke interne linkstructuur en natuurlijk kwalitatieve en relevante content.

Volgens Rik Engelen is de balans daarbij zoekgeraakt: “We komen in de praktijk organisaties tegen die al 5.000 of 6.000 euro aan een SEO-bedrijf hebben uitgegeven. Maar meer bezoekers krijgen ze niet. De veronderstelling is dat je met elke week een nieuw artikeltje vanzelf meer traffic krijgt omdat mensen die stukken delen. Dat wordt alleen lastig als je geen bezoekers hebt. Bovendien kan ook niet elk gemiddeld Nederlands bedrijf zomaar super deelbare viral content produceren.” Hij pleit er dan ook voor om op een verantwoorde manier aan een natuurlijk linkprofiel te werken. Hieronder lees je hoe je dat doet.

Wat moet je niet doen bij linkbuilding?

Maar eerst de absolute afraders. Volgens Rik Engelen krijg je met deze technieken eerder een penalty dan een hogere ranking:

  • Je link spammen op fora of blogs (reageren op een artikel met een link mag wel, maar alleen als het relevant is).
  • Links van irrelevante pagina’s (bijvoorbeeld een slager die naar een kapper verwijst, maximaal 10% van de links).
  • Alleen maar links in 1 categorie (bijvoorbeeld alleen maar links in bedrijfsverzamelpagina’s).
  • Te snel, te veel links willen plaatsen (Google zal dit snel aanmerken als een onnatuurlijke groei).
  • Links op pagina’s met een lage autoriteit (controleer de domein autoriteit met een tool als Open Site Explorer).
  • Alle links naar 1 pagina (richt niet al je backlinks op de homepage of productpagina, maar verdeel ze over minimaal 4 pagina’s).
  • Alle links op 1 zoekwoord richten (slimmer is het om je op meerdere zoekwoorden te richten, begin in ieder geval met 3)
  • Ene maand wel, andere maand niet (het is verdacht als er de ene maand 50 links bijkomen en de volgende maand geen).

En natuurlijk in zee gaan met een onbetrouwbare partij voor het kopen van links, waarover verderop in dit artikel meer.

Hoe bouw je aan een sterk en natuurlijk linkprofiel?

Wat is dan wél de manier om meer links naar je eigen pagina’s te krijgen? Rik Engelen ziet het als een integraal onderdeel van SEO: “Linkbuilding hangt samen met je zoekwoordenonderzoek. Je identificeert een aantal termen waarop je wilt worden gevonden.” Vervolgens kun je met tools zoals Moz, Semrush en Majestic websites vinden die goed op deze termen scoren. Zo kun je achterhalen op welke site je graag een link wilt krijgen en achterhalen welke sites naar je concurrenten linken.

Maar het gaat niet alleen om de ‘topscorers’: “Een linkprofiel bouw je het liefst zoveel mogelijk in de breedte op. Dus vanuit allerlei soorten bronnen en ongeveer 75% van websites en 25% vanuit sociale media.”

100% relevant hoeft niet

Een misverstand is dat alle links 100% relevant moeten zijn: “Het gaat Google om een natuurlijk linkprofiel. Daar is best wat ruimte voor niet-relevante links. Als ik een fietsenmaker ben en mijn neef heeft een kapperszaak, zou ik er immers ook naar kunnen linken. Beperk het aantal niet-relevante links wel maximaal tot 10%.”

Bouwen aan je linkprofiel

Je linkprofiel bouw je op met zowel gratis als betaalde links die je kan kopen op websites zoals Sitedeals.nl, Fiverr.com, Peopleperhour.com, SeoMarketingDeals.com of Blackhatworld.com. De laatstgenoemde schrikt misschien af maar je kan er prima terecht voor gewoon sterke backlinks. Dit zijn de bekendste manieren:

Gastblog plaatsen

Met een gastblog deel je je expertise op een externe website. Dit heeft vooral zin wanneer deze site een hoge domein autoriteit en ‘topical trust flow’ heeft voor het onderwerp waar je over wilt schrijven. Bekendere websites zullen hier vaak een vergoeding voor vragen.

Verzamelpagina

Hoewel Google het grootste deel van het verkeer heeft overgenomen, worden sites zoals startpagina.nl nog steeds gebruikt. Denk ook aan een link op de pagina van je branche- en ondernemersvereniging.

Social media

Een quick win is om in ieder geval een link in de profielen van je Twitter, Instagram en/of YouTube kanaal te plaatsen. Verder zou je ook de samenwerking aan kunnen gaan met een (micro-)influencer.

Linkruil

Links ruilen met andere websites mag, indien dit ook voor de bezoeker relevant is. Denk aan een linkruil met een vergelijkbaar bedrijf in een aangrenzende regio of een leverancier van gerelateerde producten.

Marktplaats

Met een advertentie op een online Marktplaats heb je er niet alleen een waardevol verkoopkanaal bij, maar werk je bovendien aan je linkprofiel.

Testimonials

Je kunt klanten actief aanmoedigen om recensies achter te laten op bekende sites zoals KiyOH of The Feedback Company. Omgekeerd kun je leveranciers zelf aanbieden om een review voor ze te schrijven die ze vervolgens (met link!) op hun website plaatsen.

Wikipedia

Een backlink op Wikipedia kan in potentie heel waardevol zijn. Zo zou je een diepgravend artikel op je website als bron kunnen noemen. Wanneer je nog niet lang actief bent op Wikipedia is de kans wel groot dat je aanpassingen met link als verdacht worden aangemerkt.

Nofollow VS dofollow links

Je kunt je afvragen waarom ook zogenoemde ‘nofollow’ links thuis horen in je linkprofiel. Google vergt bijvoorbeeld dat betaalde links, zoals banners of advertenties, een nofollow attributie bevatten. Ook links in comments op fora en onder blogposts moeten van Google nofollow zijn. Maar als deze op een sterke website staan met een hoge DA zal Google dat toch meenemen, bleek uit onderzoek. Daarnaast creëer je er ook in de breedte een natuurlijker profiel mee.

Wat is effectiever: linkbuilding zelf doen of uitbesteden?

Linkbuilding is geen ‘quick fix’. Het opbouwen van een sterk linkprofiel kost tijd. Maar met slimme linkbuilding zie je volgens Rik Engelen als het goed is na zo’n drie maanden toenemend bezoekersverkeer: “Al hangt het natuurlijk wel af van het aantal en de kwaliteit van de links die je in die tijd weet te plaatsen. Sommige marketeers gaan vol enthousiasme aan de slag en merken vervolgens dat het relatief veel mailverkeer kost voor je één linkruil hebt geregeld.” Hij raadt bedrijven dan ook aan om in ieder geval een deel van hun linkbuilding uit te besteden aan bedrijven omdat die veel effectiever links kunnen plaatsen. Deze bedrijven zijn te vinden op de eerder genoemde portalen.

Waar moet je op letten bij het kopen van backlinks?

Tot slot geeft Engelen tips voor het uitbesteden van linkbuilding: “Op de eerder genoemde freelanceportalen, zoals Fiverr, vind je ook de nodige aanbiedingen om voor een paar euro ‘duizenden high quality’ links te laten plaatsen. Dat zou ik absoluut niet doen. Als het te goed klinkt om waar te zijn is het dat meestal ook.”

Waar moet het bedrijf dat je inhuurt dan wel aan voldoen? “Ik zou simpelweg vragen naar resultaten. Hoe hebben jullie andere klanten geholpen om met backlinks hoger in Google te komen? En mag ik ze ook nabellen om het ze zelf te vragen?”

Conclusie: Linkbuilding blijft noodzakelijk (maar is wel lastiger)

Linkbuilding heeft dankzij dubieuze praktijken (volspammen fora, linkfarms, nepblogs) een slechte naam gekregen. Google straft websites die deze black hat technieken gebruiken met een lagere notering. Het helemaal achterwege laten is echter ook geen slimme strategie. Met een verantwoord en divers opgebouwd linkprofiel krijg je niet alleen meer directe bezoekers, maar scoor je ook hoger in Google. Marketeers die linkbuilding liever uitbesteden, kiezen het beste voor een linkbuilding-expert met een bewezen track record op de lange termijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vet Fit: eerste tv-programma met een chatbot op Messenger

Posted 22 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Er zijn al wat toepassingen bedacht voor het tweede scherm maar nog niet eerder werd een tv-programma met behulp van een chatbot onder de aandacht gebracht. Talpa heeft de primeur: op Facebook Messenger helpt een bot de kijkers van Vet Fit om af te vallen.

In Vet Fit werken René Froger, Brace, Anne-Marie Jung en OG3NE honderd dagen lang aan een fittere en strakkere versie van zichzelf. Het programma wordt wekelijks uitgezonden en is op 14 februari jl. van start gegaan. De deelnemende BN’ers dagen heel Nederland uit om met hen mee te doen. Maar hoe geef je dat vorm?

Talpa was op zoek naar een manier om schaalbaar en 24/7 het gesprek aan te gaan met kijkers die ook hun levensstijl gezonder willen maken. Gekozen werd voor een chatbot omdat je met deze technologie grote hoeveelheden gesprekken tegelijkertijd kunt voeren zonder dat je daar mankracht voor vrij moet maken.

Qua platform is voor Messenger gekozen omdat de doelgroep daar al aanwezig is. Ze hoeven dus geen nieuwe app te installeren en te onderhouden. Bovendien is het gemakkelijk om een koppeling tot stand te brengen met de Facebookpagina van het programma. Groot voordeel is dat je precies weet met wie je chat, omdat het gebruik is gekoppeld aan de Facebookaccount van de deelnemer.

Gespreksflow bepalen

Toen deze beslissingen waren genomen, was het een kwestie van de chatbot vormgeven. Talpa heeft de content van de verzorgd en de persoonlijkheid bepaald. Zij hebben onderzocht welke vragen moeten worden beantwoord, op welke manier en wat de gespreksflow is. Het gesprek wordt vormgegeven in de vorm van als, dan-regels; de interactie is gescript. Je moet dus van tevoren goed bedenken wat de gebruiker wil en verwacht.

Dat betekent niet dat je gaandeweg niet kunt bijsturen: mismatches worden gesignaleerd zodat Talpa de content daarop kan aanpassen. Om ervoor te zorgen dat de chatbot de gebruiker zo goed mogelijk begrijpt, wordt artificial intelligence ingezet in de vorm van Natural Language Processing. Als je drie varianten van dezelfde vraag ingeeft, kan de bot er vervolgens zelf nog tien begrijpen. Dat is voor de gebruikerservaring natuurlijk heel belangrijk.

De chatbot beantwoordt veelgestelde vragen over het programma maar is ook een Vet Fit Coach die kijkers helpt om echt gezonder te leven. Je kunt hem/haar vragen om tips, recepten of oefeningen waarna je in een paar stappen een antwoord krijgt dat bij je past. Daarnaast kunnen mensen een (gratis) account aanmaken door de Vet Fit-pas aan te vragen. Hiermee kun je je aanmelden voor sportwedstrijden en in een later stadium krijg je ook kortingen op sportproducten. Deze Vet Fit-pas krijgen deelnemers als PDF’je meegestuurd. Op deze manier wil Talpa een clubgevoel creëren.

Proactief berichten versturen

Een leuke feature van deze chatbot is dat er ook proactief berichten kunnen worden verstuurd. Sinds november vorig jaar is het mogelijk om pushberichten te verzenden via wat Facebook Messenger broadcasting noemt. Je hoeft dus niet langer voor elke gebruiker een apart API-verzoek in te dienen maar kunt direct of in batches (afhankelijk van hoeveel ontvangers je bericht heeft) een boodschap sturen. Gebruikers moeten hiervoor wel een opt-in hebben gegeven.

Voor de consument die al een gesprek met je voeren op Messenger voelt dat natuurlijk aan. Er zijn wel regels aan verboden. Je mag bijvoorbeeld geen pure commerciële aanbiedingen doen. Wat je verstuurt moet bijdragen aan het doel van de chatbot.

Op deze manier hoef je geen e-mailmarketingcampagnes meer in te richten maar kun je de hele communicatie met je klanten of gebruikers op Facebook afhandelen. Je verzamelt misschien minder data dan via je eigen e-mailmarketingsysteem maar de open rate is veel hoger. Bij Vet Fit opent 90 procent het broadcastbericht. Slechts zes van de vijfduizend gebruikers heeft aangegeven deze boodschappen als spam te zien.

Meten hoe de chatbot het doet

Voor de gehele chatbot geldt natuurlijk dat je alle data van de gesprekken in kunt zien. Als je die transcripten analyseert kom je ook tot waardevolle inzichten over je gebruikers. Of de content voldoet aan hun behoeften bijvoorbeeld. Als alle recepten voor vier personen zijn en uit de gesprekken blijkt dat je doelgroep vooral bestaat uit stellen en singles, dan kun je de content daarop aanpassen.

Daar komt bij dat Facebook zelf ook veel data heeft die ze met je kunnen delen. Facebook Analytics ondersteunt Messenger bots dus je kunt demografische gegevens van je gebruikers inzien. Op de pagina zelf vind je het aantal conversaties, hoe snel je reageert, hoeveel gesprekken zijn geblokkeerd, je spamscore en hoeveel gesprekken zijn verwijderd. Als je nog meer wilt weten, dan zijn er API-koppelingen te maken om bijvoorbeeld de klanttevredenheid, het aantal goede antwoorden van de bot of de gemiddelde gespreksduur te meten.

Wat heeft Talpa in deze eerste weken bereikt met de Messenger-bot? Traffic naar de bot genereert Talpa door in alle kanalen het bestaan ervan te noemen, in het tv-programma, op de Facebookpagina, tijdens evenementen, op de site van Vet Fit en van SBS6, enzovoorts.

Dat heeft tot nu toe geleid tot 20.000 likes op de Facebookpagina van wie een kwart de interactie met de chatbot aangaat. De bot heeft 47.000 berichten verstuurd en 30.000 vragen/berichten ontvangen van gebruikers. Om het succes van de bot te bepalen kijkt Talpa voornamelijk naar de cijfers over interactie en over het aantal verstuurde Vet Fit-passen. Het loopt zo goed dat er nu over wordt nagedacht of de Vet Fit Coach ook na afloop van de serie in de lucht kan worden gehouden.

Meer weten over wat chatbots kunnen betekenen voor je marketingdoelstellingen? Download de whitepaper ‘Welke voordelen biedt een chatbot marketeers?’ hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo voorkom je een Google penalty bij de inzet van pop-ups

Posted 21 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Wat voor effect hebben pop-ups op de indexatie in zoekmachines? Webshops hebben tal van afwegingen om pop-ups in te zetten, zoals de officiële richtlijnen van Google, de timing en de impact op de interactiestatistieken. Toch dien je niet lichtzinnig te denken over de inzet ervan; voor je het weet straft Google je af. 

Wie kent ze niet, de pop-ups bij het bezoek aan webshops. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om de bezoeker te verleiden tot een nieuwsbriefinschrijving. Het gebruik is gemeengoed en bij tal van gerenommeerde shops worden pop-ups ingezet wanneer je op de website komt of wanneer je dreigt deze te verlaten.

Het is belangrijk om een goede afweging te maken van de voor- en nadelen van pop-ups. Laten we eerst afbakenen wat we verstaan onder de verschillende termen die vaak door elkaar worden gebruikt. In Nederland hebben we het meestal over pop-ups, overlays en lightboxes.

Pop-ups

Er zijn verschillende soorten pop-ups. Sommigen openen in een nieuw venster en daar is Google fundamenteel op tegen. Ook de meeste internetgebruikers zijn er niet van gecharmeerd en veel browsers waaronder Google Chrome en Mozilla Firefox blokkeren deze vorm daarom automatisch.

Overlays

Een pop-up die verschijnt in hetzelfde venster wordt vaak een overlay genoemd. Dit is vaak een kleiner visueel element dat ergens op de pagina verschijnt zoals “Schrijf je in voor de nieuwsbrief” of “Download de gratis whitepaper”. Dergelijke overlays zijn gangbaar en meer geaccepteerd en zorgen vanuit Google’s perspectief voor minder problemen dan de klassieke pop-up. Er zijn echter wel enkele mogelijke problemen bekend, vooral met mobiele apparaten.

Lightbox

De officiële naam Modalvenster wordt in Nederland nauwelijks gebruikt en is een overkoepelende naam voor onder andere de Lightbox. Deze functionaliteit maakt het hoofdscherm onbruikbaar maar wel (gedimd) zichtbaar op de achtergrond. Gebruikers moeten interacteren met het bovenliggende Modalvenster om terug te keren naar het hoofdscherm.

De term Lightbox is afkomstig van een module welke ontwikkeld is door Lokesh Dhakar voor de destijds populaire JavaScript libraries Prototype en script.aculo.us. Toen het open-source script werd toegevoegd als plug-in voor de aan populariteit winnende JavaScript library jQuery, was het hek van de dam en inmiddels is de naam Lightbox synoniem voor het gebruik van een Modal window.

Lightboxes voor afbeeldingen zijn een populaire vorm van modals. Ook een inschrijvingsformulier dat verschijnt over de rest van de content en die het niet toelaat te interacteren met de content eronder, wordt beschouwd als een modal. Deze vorm is meestal geen probleem tenzij het een vorm van spam of advertenties betreft die je probeert uit de user experience te halen.

Interstitials

Een klassieke vorm van een interstitial wordt soms gebruikt door uitgevers. Als je voor het eerst een artikel wilt lezen op een nieuwswebsite zie je soms een welkomstadvertentie en pas na enkele seconden kun je verder met browsen of lezen. Deze vorm irriteert mensen mateloos en ook Google houdt er niet van. Voorlopig vindt Google het gebruik van interstitials nog niet erg genoeg om grote uitgevers uit hun zoekresultaten te verwijderen maar dat zou nog wel eens kunnen gebeuren.

Welke factoren zijn van belang voor SEO?
    1. Timing
      Het moment waarop het element verschijnt, blijkt van belang voor de mate van negatieve impact. Als het direct verschijnt bij het laden van de pagina zal Google anders oordelen dan wanneer het na verloop van tijd verschijnt. Wanneer een overlay voor een nieuwsbriefinschrijving direct wordt getoond, dan wordt dat anders beoordeeld dan wanneer het verschijnt nadat je 80 procent van een pagina hebt gescrold. Zelfs als het geen duidelijke negatieve impact heeft op de indexatie is het nog de vraag hoe bezoekers het ervaren. Ook is van belang hoe lang het element in beeld is en of het eenvoudig te sluiten is. Hoe korter het verschijnt hoe beter.

    2. Interactie
      Kan het element eenvoudig worden gesloten en intervenieert het met de content of leesbaarheid? Google’s mobiele richtlijnen stellen sinds enige tijd dat wanneer een overlay intervenieert met de mogelijkheid om de feitelijke content op de pagina te lezen dat mogelijk een straf volgt. Ook kunnen de “mobile-friendly” tags worden verwijderd evenals mobile-friendly voordelen.

    3. Content
      Vooral advertenties kunnen voor problemen zorgen. Als de pop-up of overlay een call to action bevat voor de website zelf dan is er over het algemeen niets aan de hand zeker als het onderdeel uitmaakt van de algehele gebruikerservaring. Er is sowieso een belangrijke uitzondering op veel van de regels die Google hanteert. Wanneer een element vraagt om iemands leeftijd met het oog op een vorm van juridische toestemming of om toestemming voor het gebruik van cookies dan gelden de regels niet.
    4. Condities
      Als de overlay of pop-up is getriggerd op basis van condities zoals verkeersbron dan kan dat ook invloed hebben op de beoordeling door zoekmachines.
      Ook onderscheid tussen bezoekers zonder of met cookie of voor- of na inloggen kan invloed hebben. Indien je iets toont voor het inloggen dan ziet iedereen het en na het inloggen slechts een beperkte groep. Middels gerichte targeting kun je ervoor zorgen dat de overlay relevanter is en positief bijdraagt aan de gebruikservaring. Daarmee is de kans op een gepercipieerde negatieve impact door zoekmachines ook een stuk onwaarschijnlijker.
      Content die zichtbaar is na een inlog is overigens niet positief voor de indexatie in Google. Wanneer een bezoeker van een zoekmachine afkomstig is en wordt gedwongen eerst in te loggen voor de content zichtbaar wordt dan kan dit negatief werken. Facebook worstelt hier ook mee want veel van hun content is pas toegankelijk na inloggen en dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat niet alle content geïndexeerd wordt door zoekmachines.
    5. Engagement impact
      Wat Google probeert duidelijk te maken en nastreeft is dat een goede gebruikservaring wordt beloond en een slechte wordt gestraft. Als de getoonde content (inclusief overlays) op een website zorgt voor “pogo-sticking” (een gebruiker klikt meteen terug naar de zoekresultaten) dan is dat een teken aan Google dat een slechte gebruikservaring wordt geboden. Er wordt dan kennelijk een drempel opgeworpen die men niet bereid is te nemen om de content te bereiken.
Best practices

Ten aanzien van SEO geldt dat de gebruiker centraal moet staan. Het ontwerp en content dienen bij te dragen aan de gebruikservaring. Relevantie is hierbij het sleutelwoord. Dit geldt voor content (geen “keyword stuffing”) en evenzeer voor het gebruik van dynamische elementen zoals overlays.

Doe dus in hoofdzaak zaken die positief bijdragen aan de gebruikservaring. Het is geen probleem om een concessie te doen aan de gebruikservaring wanneer dat een significante bijdrage levert aan bijvoorbeeld de omvang van de e-maildatabase. Maak echter altijd een afweging van de voor- en nadelen.=

Hou de impact in de gaten via deze vier metrics

  • Bounce rate
  • Browse rate (gemiddeld aantal pagina’s)
  • Herhaalbezoek ratio’s
  • Time on site nadat het element verschijnt

Gebruik de mogelijkheden die worden geboden door tools voor segmentatie en personalisatie voor het maximaliseren van relevantie en niet te vergeten het minimaliseren van irrelevantie.

Toon bijvoorbeeld geen pop-up aan iemand die de nieuwsbrief al ontvangt. Een open deur? Inderdaad. Echter het is verbazingwekkend hoe vaak dit toch gebeurt. Een irrelevante overlay is irritant en werkt contraproductief. Zeker wanneer een korting wordt geboden raakt de bezoeker gefrustreerd over het mislopen daarvan. In feite wordt men aangemoedigd zich uit te schrijven en opnieuw in te schrijven en zo wordt onnodig marge weggegeven.

Denk aan de timing en relevantie van het bericht. Bij een eerste bezoek op de eerste pagina vragen om iemands e-mailadres is een slechte timing. Het is aannemelijker dat iemand daar meer toe genegen is nadat men kort heeft kunnen rondkijken. Bij tal van shops krijg je meteen korting aangeboden op je eerste bestelling wanneer je inschrijft op de nieuwsbrief. Dit zal een tijdelijke boost geven aan de database echter is allang niet meer onderscheidend en leidt tot minder kwalitatieve inschrijvingen  

Op mobiel is het van belang ervoor te zorgen dat cruciale content niet wordt bedekt en dat geen afbreuk wordt gedaan aan de lees- en browse ervaring door het getoonde element. Zorg er vooral voor dat elementen zeer eenvoudig kunnen worden gesloten. Dit is onderdeel van Google’s richtlijnen maar het is ook een best practice die zeker helpt bij de user experience metrics van punt 3.

Het belang en de opbrengst moeten ruim opwegen tegen de nadelen. Die zijn er vrijwel altijd in de vorm van een hogere bounce rate of lagere time on site. Wanneer de interactie enkele seconden wordt geschaad maar 5% van de bezoekers schrijft zich in voor de nieuwsbrief dan is dat vermoedelijk een goed resultaat. Als de onderbreking 20 seconden duurt en 1% schrijft zich in, is het het dan nog steeds waard?

De soep wordt niet zo heet gegeten als deze wordt opgediend echter het is wel oppassen geblazen. Gebruik geen pop-ups maar alleen overlays en modals zoals lightboxes. Zorg vooral voor een positieve bijdrage aan de gebruikservaring. Benut daartoe de technische mogelijkheden van goede segmentatie en personalisatie tooling voor het minimaliseren van irrelevantie en het maximaliseren van relevantie qua content en timing.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zamro’s uitdaging: ‘Werven van programmeur én technische vakman’

Posted 20 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Voor een jong e-commercebedrijf is het een uitdaging om de eigen groei bij te benen. Afgelopen jaar nam Zamro dertig nieuwe medewerkers aan, dit jaar groeit het B2B-bedrijf waarschijnlijk met weer eenzelfde aantal. Sourcer en recruiter Adriaan van der Heijden deelt zijn aanpak en kijk op werving op Emerce Recruitment. “Werving kan over het algemeen een stuk creatiever.”

Zamro, online groothandel voor technische onderdelen en gereedschap, groeit. Tegen het einde van afgelopen jaar maakte het bedrijf bekend precies op het goede moment te zijn gestart. Kleine en middelgrote bedrijven zoeken naar online alternatieven voor bijvoorbeeld de traditionele groothandel. Het bedrijf draaide ieder kwartaal dubbele groeicijfers.

Developer naast vakman

Die groei gaat hand in hand met meer personeel, vertelt Adriaan van der Heijden, die zich er sinds enkele maanden richt op de werving. De uitdaging daarvan is dat er niet alleen ontwikkelaars nodig zijn – doorgaans al een flinke opgave – maar ook allerlei productspecialisten met een technische achtergrond. “Behalve specialisten in javascript zoek ik dus bijvoorbeeld experts in draaien en frezen. We willen onze klanten daadwerkelijk ondersteunen bij hun aankoop, daarvoor moet je kennis in huis halen.”

Voor de invulling van al die posities gebruikt Van der Heijden steeds minder ‘klassieke’ recruitment. In plaats van een vacature te publiceren en te hopen op tientallen sollicitanten, gelooft hij sterk in het precies weten wat je als bedrijf zoekt. Mensen die passen bij het profiel worden vervolgens persoonlijk door hem benaderd. In het algemeen zou ‘sourcing’ wat hem betreft wel een stuk creatiever mogen. Hij ziet recruiters nog geregeld met hagel schieten. “Een algemeen spambericht voor honderden Linkedin-gebruikers, bijvoorbeeld. Ik geloof er niet in.”

‘Bied eigen mensen zicht op promotie’

De eerste stap van werving is om naar jezelf te kijken, legt Van der Heijden uit. “Welke talenten hebben we nodig en waar kunnen de huidige collega’s naartoe groeien? Het is ontzettend belangrijk om een bedrijf zo op te bouwen dat medewerkers mogelijkheden zien voor groei. Daarmee bied je mensen niet alleen een uitdaging, er ontstaat daardoor een cultuur die aan nieuwe mensen laat zien dat iedereen vooruit wil.”

Moeten er voor de nieuwe ‘gaten’ vervolgens mensen worden aangetrokken, dan werkt hij graag met referrals uit het netwerk van Zamro-mensen. “Dat werkt nog altijd het beste. Slimme mensen willen namelijk met slimme mensen werken.” De uitdaging is dan om dan ook daadwerkelijk iedereen hierbij te betrekken. Mede hiervoor is de ‘company stand-up’ in het leven geroepen, het wekelijkse moment waarop alle afdelingen een korte update geven van hun werk. “Dat moment grijpen we aan om de neuzen dezelfde kant op te krijgen en actief mensen te vragen om personen uit hun netwerk te polsen.”

Op Emerce Recruitment zal Van der Heijden een aantal van zijn favoriete tools delen om mensen persoonlijk te kunnen benaderen. LinkedIn Premium, de betaalde variant, voegt in zijn werk opvallend genoeg weinig toe. Liever zoekt hij op een slimme manier naar websites om achter iemands daadwerkelijke interesses te komen. Speciale Google Alerts die hem wijzen op persoonlijke blogs van ontwikkelaars hebben al eerder hun vruchten afgeworpen. “Het helpt echt als je laat zien er moeite in te stoppen.”

‘Referral op één’

Lastig is het natuurlijk wel om technische specialisten – die soms nog met de ‘poten in de klei’ staan – online te bereiken. Ook de advertentie komt dus nog voor in Van der Heijdens repertoire. “Ik kan inderdaad niet doen alsof we al zonder kunnen. Maar omdat we alles doormeten en dit niet van toevalligheden aan elkaar laten hangen, zie ik exact welke activiteiten ons iets opleveren. De referral staat echt op nummer één, gevolgd door het persoonlijk benaderen.”

Zo heeft Zamro op dit moment een campagne lopen voor de vacature van een technische productspecialist. Het aantal reacties valt echter nog tegen. Niet zo gek ook, die mensen staan op dit moment nog in een werkplaats. Ze overtuigen van het feit dat een kantoorbaan bij een hip e-commercebedrijf dan óók een optie is, lukt online niet altijd. Een volgende stap is daarom om voor dit doel de meer klassieke vakbeurs in te zetten. “We staan daar al voor onze marketing. Mensen die de overstap al hebben gemaakt kunnen ter plaatse en via content in vakbladen hun verhaal delen.”

Emerce Recruitment is op 5 april in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Informatie over tickets vind je hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Na Thuisbezorgd.nl ook Greenchoice met chatbot en banner in één

Posted 09 feb 2018 — by Emerce
Category nieuws

Een display-advertentie en chatbot in één, dat is wat Jorn Eiting van Liempt met Chad op de markt heeft gebracht. Na testcase Thuisbezorgd.nl, gaat nu ook Greenchoice op die manier het gesprek aan met klanten. “De consument wordt serieus genomen, voor de adverteerder is het een nieuwe vorm tussen awareness en performance-uiting in.”

Na Thuisbezorgd.nl gaat nu ook energiebedrijf Greenchoice interactieve banners inzetten. Behalve de gebruikelijke reclametekst bevatten de advertenties een of meerdere knoppen waarmee direct een vraag is te beantwoorden. Met een klik verandert de banner in een chatvenster waar de consument vervolgens het gesprek start.

Een van de mogelijkheden is om de consument tijdens een geautomatiseerd gesprek door een flow te leiden – net zoals veel van de bots doen die chatapp Messenger telt. Thuisbezorgds banner vraagt bijvoorbeeld naar de gewenste keuken en bezorglocatie om het restaurantaanbod op de site alvast te filteren.

Informeren, interesseren, actie

Greenchoice gooit het over een iets andere boeg. Het energiebedrijf heeft drie campagnedoelstellingen, legt Eiting van Liempt uit. Informeren over bepaalde milieuaspecten, interesseren en aanzetten tot actie.

“Normaal zou je voor iedere KPI een eigen campagne inrichten. Met een interactieve banner kun je combineren. Met een informerende vraag kun je het gesprek starten, bij interesse zou je verderop in het gesprek een product kunnen aanbieden. Je ziet in de advertentiewereld een budgetverschuiving van uitingen voor awareness naar performance. In feite is dit een middenweg.”

Hoe succesvol de advertentievorm is, is ook voor Eiting van Liempt nog moeilijk aan te geven. Dat zal ook van product tot product verschillen. Wat hij wel ziet is dat de ‘engagement’ te vergelijken is met die van een ‘swipe cube’. De doorklikratio is wel tien tot dertig procent hoger. Dat is exclusief de chatgesprekken die wel worden gestart, maar niet leiden tot een websitebezoek.

Meer delen dan een klik

De keuze om deze twee technieken te combineren is wat je noemt opvallend. Chatbots werken over het algemeen nog lang niet overal vlekkeloos. De (display)advertentiemarkt heeft het met adblockers en de problemen omtrent viewability zwaar. Toch denkt Eiting van Liempt juist nu wat te kunnen toevoegen.

Via zijn eerdere functies bij onder meer e-commercebedrijf nelly.com, de Goede Doelen Loterij en een eigen Amerikaans datingplatform leerde hij al dat ‘conversational landingspagina’s’ enorm converteren. In plaats van lange formulieren te tonen, deelde hij de pagina’s op. Alsof bezoekers een gesprek voeren met een site. “Soms leidde dat al to 700 procent meer conversie. Tegelijkertijd ergerde ik me mateloos aan de minimale interactiemogelijkheden van advertenties. Dat was voor mij een teken om die twee zaken te combineren.”

Consumenten willen in zijn ogen veel meer delen dan alleen het signaal dat ze met hun klik of juist het uitblijven ervan afgeven. Met een techniek voor het geven van feedback op banners – wel of niet interessant – had Chad een deel van die informatie kunnen vangen. “Maar door als bedrijf het gesprek aan te gaan leer je iets over de relevantie van de advertentie zelf én iets over die persoon.” De data die uit het gesprek met de chatbot voortkomen zijn via Chads platform weer in te zetten voor de campagne-optimalisatie. Bijvoorbeeld om iemand uit te sluiten als diegene niet geïnteresseerd is.

‘In dienst van kijker’

De ambitie van Eiting van Liempt klinkt nogal idealistisch. De bannerruimte moet in dienst komen te staan van de kijker. In zijn toekomstvisie heeft hij adverteerders zover gekregen dat ze de data onderling met elkaar delen. Of dat ooit werkelijkheid zal zijn, is natuurlijk nog maar de vraag.

“Maar als je als consument bij het ene schoenenbedrijf hebt aangegeven niet geïnteresseerd te zijn, dan zou een ander bedrijf daarvan moeten leren. Dat helpt uiteindelijk ook de adverteerder: die kan zijn geld dan beter inzetten.” De consument is eigenaar van het ‘micromoment’, zegt hij. En niet andersom. Irrelevant spammen maakt je als bedrijf dan niet interessanter. Daardoor grijpen mensen alleen maar eerder naar een adblocker.

De belangrijkste reden dat mensen besluiten zo’n reclamefilter te installeren, is de desinteresse van bedrijven, denkt Eiting van Liempt. Met name de Nederlandse markt is wat dat betreft een goede proeftuin voor het bedrijf denkt hij. “De reacties op nieuwe formaten zijn hier nogal scherp.” Een logische stap is om daarna richting de VS te trekken. “Ook in een stervende reclamemarkt zit nog een extreem groot volume. Naarmate de geboden waarde toeneemt, stijgt ook de gemiddelde CPM-waarde. Dat biedt ruimte voor ons.”

‘Met data optimaliseren’

Chads techniek bestaat uit een aantal basiselementen voor de chatbot, de (verdere) content ervoor is naar de adverteerder zijn smaak in te vullen. Een zelflerend mechanisme zorgt op basis van de gebruiksdata voor een optimalisatie van het gesprek. “Een belangrijke les die de eerste klanten hebben geleerd is dat de openingsvraag die de banner toont extreem bepalend is voor het succes op lange termijn. Die moet sturend genoeg zijn om het gesprek niet alle kanten op te laten gaan. Anders krijg je alsnog niet de antwoorden die je als bedrijf zoekt.”

De techniek werkt in theorie met iedere ad exchange – op dit moment zijn er integraties gerealiseerd met DoubleClick en Adform. Integraties met CRM-systemen of productfeeds staan op de roadmap. “De impact op het campagneproces is verder nihil”, denkt Eiting van Liempt. “Er komt alleen een nieuwe variant banner bij.”



Lees het volledige bericht op Emerce »