Posts Tagged ‘seo’

Online video: zoektocht naar verdienmodellen

Posted 21 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

De online videoconsumptie ontwikkelt zich in hoog tempo. En is een van de redenen dat online advertentievolumes inmiddels groter zijn dan die van tv. Toch is serieuze business genereren allerminst vanzelfsprekend in deze jonge branche. Rijst de vraag: is er toekomst voor online video in Nederland?

Internationale en Nederlandse cijfers laten al enige jaren een flinke stijging in kijktijd van online video zien. Zowel op open platformen als bij betaalde diensten. In alle leeftijdscategorieën, hoewel het groeitempo varieert. Waarbij jongeren tussen de 18 en 34 volgens GfK vorig jaar al dagelijks ruim drie en een half uur online videocontent keken. Wat zo’n drie uur meer is dan bij 55-plussers.

Qua consumentenbehoefte gaat het de sector dus voor de wind. Businesswise zijn er echter grotere uitdagingen. Zo is het lastig om alleen via Google AdSense – de monetizationtool achter onder andere YouTube – de productiekosten terug te verdienen, stelt Frank de Wit, Hoofd Endemol Beyond Nederland, de online videotak van het mediabedrijf. Snel rekenend: ongeveer één euro voor duizend views betekent dat één miljoen views slechts duizend euro oplevert. “Dat is niet rendabel voor ons, tenzij je een productie heel lean houdt en het concept zo neerzet dat het jaren succesvol meekan.”

Lucratiever blijken sponsoring en campagnes. Zoals bij Endemols gamekanaal Legends of Gaming. Een format dat geadopteerd is van de Britse tak van het moederbedrijf en lokaal is vertaald. “Doordat we van tevoren al wisten wat het succes in het buitenland was en wat de productiekosten zijn, hebben we het als één campagne kunnen verkopen. Vanaf de start honderd procent gesponsord dus, maar wel ons eigendom.” Ook succesvol: campagnes per video verkopen, zoals bij Endemols reiskanaal Wander. En dus komt een groot deel van de videoverdiensten vooralsnog uit marketingbudgetten van merken.

Balans
Daar ligt ook de kans voor de contentcreatiekant, gezien de groeiende behoefte aan video’s. Met name door formats te bedenken en te maken die herkenbaar zijn en richting geven, kun je als maker uitgroeien tot partner, zegt Arthur Clement, tot voor kort General Manager van Tiny Riot!, de digital contentstudio van FremantleMedia. “Zeker wanneer je concepten doorvertaalt naar andere landen en opschaalt. Wat mij betreft het belangrijkste verdienmodel voor creatives.”

Tegelijkertijd ziet hij ook knelpunten voor uitgevers, aangezien video relatief duur is en er geen gegarandeerde ROI is. “Video moet dan ook nooit een doel an sich zijn, maar vooral een middel om een merk te bouwen. Je moet altijd andere modellen eromheen hebben.” Wijzend op Tiny Riot!’s (online) boyband Continuum: “De naamsbekendheid bouwden we op YouTube op, gecombineerd met wat je met muziek nog meer kunt, zoals verkoop, merchandise en events.”

Merken op hun beurt kunnen volgens Clement een groter succes behalen door de ‘always on/always relevant’-gedachte goed tussen de oren te krijgen. Social tijdslijnen staan volgens hem nu nog te vol met content met commerciële boodschappen. “Dat komt omdat merken vaak alleen nog geadviseerd worden door reclamebureaus. Waardoor er een groot gat is op editorial contentgebied. Iets wat je makkelijk kunt dichten door te gaan denken als een uitgever.” Oftewel: video inzetten als loyaltymiddel. Middels een continue stroom aan video’s de doelgroep inhoudelijke verhalen vertellen of vermaken. “Dat herstelt ook de balans met adverteren.”

Of zoals Jonatan de Boer, Managing Director van producent OnLane, het stelt: een bestemming creëren waar mensen content kunnen vinden die ze graag willen zien. Een plek waar zij uit eigen beweging heen gaan. Coca-Cola doet dat met CokeTV op YouTube volgens hem al een tijdje goed. Met content waarin het merk zelf niet de hoofdrol speelt. En waar consumenten niet naartoe ‘gejaagd’ worden door influencers. “Coca-Cola wil geen tijdelijke aandacht, maar klanten voor het leven. Dan doe je automatisch ook wat rustiger aan.”

Twee werelden
Bij RTL MCN, dat online videomakers ondersteunt, gaan adverteerders nu echt over de streep naar online. Met de targetingmogelijkheden en data die online video oplevert als voornaamste reden. Plus het samenspel met andere disciplines. Zo wordt het fragmentarische karakter van online aangevuld met het bereik van tv. Een combinatie van sterke content, hoog bereik en daardoor impact bij de doelgroep, stelt Erik Kepper, Managing Director. “Je kan content maken, maar als je het bereik niet hebt, dan realiseer je geen impact.” Dus wordt bij nieuwe formats bedacht hoe deze zijn door te vertalen naar verschillende platformen. Zo is voor Videoland de jongerenserie DARE gemaakt, waarin verschillende influencers die RTL MCN onder zijn hoede heeft een rol spelen. En is ook een actualiteitenprogramma als Juice op online platform Concentrate – waar regelmatig verschillende YouTubers aanschuiven – een voorbeeld van de kruisbestuiving. Waarbij de invulling wordt gedaan door dezelfde producent als RTL Boulevard: “Het is voor ons een groot voordeel dat we zo toegang hebben tot een sterke redactie.”

Mede door de targetingmogelijkheden liggen er ook kansen in niches. “Denk aan een hengelsportadverteerder”, zegt De Boer. “Als die op tv adverteert, zal wellicht twee procent van de kijkers zo’n onderwerp interessant vinden. Maar online kun je juist die groep direct aanspreken. En hoef je dus niet te betalen voor de andere 98 procent.” Hierin kunnen adverteerders zeker nog een stap maken, meent hij. “Ondanks de mogelijkheden wordt er in onze business vaak nog erg lineair gedacht.”

Voor toekomstig succes is het nodig om niet meer in twee werelden te denken, stelt Clement. Elk online kanaal zou je volgens hem dan ook niet een eigen naam moeten geven, zoals bij tv-bedrijven gebruikelijk is. Maar als één platform positioneren. “Daar kun je dan alle content neerleggen en nieuwe dingen toevoegen.”

Musical.ly
Zijn uitgevers in deze überhaupt nog wel nodig? Volgens Clement niet. Hij ziet distributie als een commodity. “Merken kunnen dat prima zelf.” Ook hij is er voorstander van om goed naar de persona te kijken die je wilt bereiken en content te maken vanuit de merkgedachte waarnaar de doelgroep zelf op zoek is. Onder andere BankGiro Loterij en Olvarit hebben dat spel volgens Clement al goed door. En gebruikten Facebook-data om te bepalen welke content passend is. Bij Olvarit aangevuld met data van Google Zoo, het marketingbureau van de zoekgigant. “Daarmee kun je heel specifiek persona’s onderzoeken. En kwamen we erachter waar de doelgroep eigenlijk echt over praat.”

Kepper verwacht eveneens dat merken steeds vaker zelf verhaallijnen zullen ontwikkelen en vertellen. “Wat eerder een bedreiging is voor de creatieve sector dan mediabedrijven.” Adverteerders zijn volgens hem namelijk minder snel dan voorheen geneigd om direct via platformen als Facebook te adverteren. “Vaak missen ze toch wel het bereik dat een combinatie van platformen hen kan bieden. En ervaren ze dat uitgeven en een mediamerk bouwen toch wat anders is dan producten verkopen.”

Wat betreft distributie door de merken zelf zijn er nog wel stappen te zetten, vervolgt Clement. “Veelal worden video’s door hen nog geclusterd op eigen websites. Maar waarom niet op YouTube om een eigen minizender te bouwen? Zodat ze ook als editorial video toegevoegd kunnen worden aan een nieuwsbrief.” Waardoor er ook meer balans ontstaat tussen commerciële en redactionele content. “Door titels die video’s krijgen te laten corresponderen met de SEA die je inkoopt en kennis vanuit SEO kun je het effect nog eens flink versterken. Dat besef ontbreekt nog vaak.”

Hoewel YouTube nog steeds de beste plek is om business te bouwen, worden ook jongere platformen als Instagram, Snap en Musical.ly. steeds aantrekkelijker. “Musical.ly is vergelijkbaar met waar YouTube vijf jaar geleden was, een echte speeltuin”, aldus De Boer. “Maar de adverteerders druppelen inmiddels wel binnen. Mede doordat de tarieven nog lager liggen dan bij YouTube.” Ook bij Facebook zijn ontwikkelingen gaande. OnLane draait daar onder meer mee in een monetization pilot. “Een experimentele fase en nog niet publiekelijk beschikbaar. Maar als dat open gaat, kan het nog wel eens oorlog worden tussen de videoplatformen.”

Big entertainment
Ook de platformen zelf zijn nog zoekende hoe om te gaan met verdienmodellen. Om het vertrouwen van adverteerders terug te winnen na incidenten met schokkende filmpjes en koppeling van advertenties aan extreme content, stelde YouTube recent zijn criteria voor advertentie-inkomsten bij. En dienen kanalen nu minimaal vierduizend uur kijktijd in de afgelopen twaalf maanden te hebben en meer dan duizend abonnees. Wat op weerstand stuit vanuit de community. Kleine makers zien hun kansen hierdoor namelijk slinken. Voor professionele YouTubers en producenten is het echter een gunstige ontwikkeling, stelt De Wit. “Het is nog best het Wilde Westen. Iedereen jat bij elkaar om maar aan AdSense te verdienen. Dat kanalen die zomaar het web op zijn geslingerd op deze manier worden afgestraft, is een teken van professionaliteit.”

Desondanks blijft het een uitdaging om eenvoudige content tegen lage kosten te produceren. Dit kan tegenwoordig immers al met een gemiddelde smartphone. “En dus zoeken we voortdurend naar programma’s die alleen bedrijven als wij kunnen maken”, vertelt De Wit. “Lowcostproducties met hele goede ideeën of grote studioproducties, big entertainment. Maar ook bij die tweede moeten we goed op de kosten letten. Anders prijs je jezelf uit de markt.”

De eerdergenoemde budgetgroei zal er ook voor zorgen dat de kwaliteit van content en producties de komende jaren verder omhoog gaan, verwacht Kepper. Wat zich vertaalt in sterke mediamerken met een internationaler karakter. “Internationalisering is een belangrijke volgende stap voor de sector. Iets waar wij als RTL de komende tijd dan ook op inzetten.”

Aggregator
Waar het de komende tijd businesswise heen gaat? De Wit ziet vooral kansen voor video als aanjager van andere diensten, zoals Amazon dat al doet. Bijvoorbeeld om een online abonnement extra aantrekkelijk te maken met exclusieve content. En conversie vanuit video naar de verkoop van producten en diensten. De Boer benadrukt de vroege fase van verdienmodellen waarin de sector nog zit. De richting is nog niet geheel duidelijk. “Dat content data driven wordt, zal wel nieuwe deuren openen. Komend jaar staat het meten van resultaten en die weer meenemen in de volgende creatie dan ook centraal.”

Los daarvan ziet hij ook mogelijkheden als een tip jar, zoals Twitch heeft, en directe betalingen door consumenten, zoals bij Patreon, dat vooral in de Verenigde Staten terrein wint. Waar mensen zich tegen betaling kunnen abonneren op (exclusief) werk van muzikanten, kunstenaars en andere makers. “Dat gaat makers wegtrekken bij YouTube.”

Als het aan Clement ligt, wordt er uiteindelijk meer platformoverstijgend gewerkt. De kijker weet met alle losse diensten volgens hem namelijk steeds minder waar hij aan toe is. “Er ligt voor de industrie een grote kans om content vanuit een geaggregeerde omgeving aan te bieden. Als branche moeten we dan ook meer denken vanuit de consument, hoe we bijvoorbeeld de gebruiksvriendelijkheid voor hem kunnen verbeteren. Wat mij betreft betekent dat: op één plek starten en van daaruit naar andere omgevingen gaan. En alleen betalen voor wat je echt consumeert, met minder abonnementsvormen. Dat is pas echt on demand.”

Facebook Watch
Enkele maanden na de lancering van Watch – Facebooks nieuwe videoplatform dat vooralsnog alleen beschikbaar is in de Verenigde Staten – blijkt het al populair onder de leden van het social platform. Veertig procent van de Amerikaanse Facebookers maakt er wekelijks gebruik van, wijst een peiling van Morgan Stanley onder veertienhonderd consumenten uit.

De dienst blijkt daarbij in trek bij een jong publiek. De veertig procent die dagelijks naar de video’s kijkt, is tussen de 16 en 34 jaar. In het licht van Facebooks problemen om jongeren bij zich te houden, is dat onverwacht goed nieuws. En bijzonder relevant, stellen de onderzoekers, die Watch (en online video in bredere zin) zien als een van Facebooks belangrijkste langetermijndrivers voor engagement en monetization.

Crypto YouTube
Ook online video ontkomt niet aan pogingen om met behulp van blockchain tot een democratischer ecosysteem te komen. Na partijen als Flixxo, Viewly en Stream haalde de Amerikaanse start-up Lino onlangs twintig miljoen dollar op middels de uitgifte van een eigen crypto token. Om net als bij vele andere blockchaininitiatieven tussenpersonen overbodig te maken. En een platform te creëren waarbij contentmakers en anderen die zorgen voor interactie middels microbetalingen en advertentie-inkomsten direct (virtueel) geld kunnen verdienen.

Tv-avond
Cord-cutting is in opkomst, maar het tv-scherm blijkt nog lang niet dood. Voor YouTube is de televisie zelfs het snelst groeiende scherm met een toename van zeventig procent in het afgelopen jaar. En hoewel mobile zestig procent van de kijktijd op het platform uitmaakt, blijken kijkers op ‘heilige’ tv-momenten als prime time en weekenden nog steeds voor een groot scherm plaats te nemen. De kijktijd piekt op die momenten flink, aldus YouTube.

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#164).



Lees het volledige bericht op Emerce »

SEO-teksten schrijven: zo pak je het écht slim aan

Posted 10 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Dit is niet het zoveelste saaie lijstje over SEO-teksten schrijven. Dit gaat over Fight Club hebben, Jinek, Telfort-reclames… Voorbeelden waaruit blijkt hoe je een publiek boeit, een goed verhaal vertelt, en dat is dankzij Google’s RankBrain steeds belangrijker geworden voor de score van je teksten in de zoekresultaten.

Een ontwikkeling die mij als ervaren copywriter vrolijk stemt. Simpel gezegd: Boeiend verhaal: ranking omhoog. Boring verhaal: ranking omlaag.

Maar voor we het leukste gedeelte van zoekmachineoptimalisatie gaan behandelen, moet je nog steeds goed nadenken over het onderwerp, doel en de structuur van je stuk. Daar ga ik dan ook eerst dieper op in. Combineer het met de verslavende elementen van een verhaal en je kunt SEO-teksten schrijven als de beste.

Succesvol SEO schrijven in een notendop
  • Onderwerp en doel bepalen (#1 t/m #3).
  • Een SEO-proof structuur (#4 t/m #6).
  • Je lezer blijven boeien (#7 t/m #13).

Dit verhaal begint met een korte geschiedenis, voor de nodige context. Wie gelijk naar Fight Club wil, is vrij om door te scrollen 😉

Waarom SEO-teksten vroeger zulke misbaksels waren…

Lang lang geleden, in de tijd dat onze premier nog op Harry Potter leek en we enthousiast met elkaar op Hyves krabbelden, waren er al schrijvers die hun teksten hoger in Google wilden krijgen.

Prachtige herenschoenen. Uit Zwolle. Bron: Unsplash

Veel SEO-artikelen waren bepaald geen literaire meesterwerken: ‘Bij Klaassen herenschoenen in Zwolle vindt u de beste herenschoenen in Zwolle en omgeving. Bent u op zoek naar herenschoenen (in Zwolle)’. Dat hoefde ook niet, want Google had nog niet zo goed door wat het verschil was tussen een relevante blog en een spammy landingspagina.

Je zette gewoon heel vaak het zoekwoord in een tekst. Maar bij de zoekgigant waren ze ook niet gek, en al gauw kreeg je een ‘penalty’ voor het al te vaak plaatsen van een zoekterm op je pagina. Marketeers pasten zich braaf aan de nieuwe richtlijnen aan. Ze plaatsten zoektermen alleen nog op strategische locaties. Later deden ze dat voor synoniemen of gerelateerde zoekopdrachten.


Schrijven voor SEO begon op een formule te lijken: gebruik X woorden in je artikel en X tussenkopjes met X zoekwoorden in X variaties… En deels is dat nog steeds waar. Maar dankzij kunstmatige intelligentie kun je nu ook op een andere manier hoger in Google scoren en Google RankBrain maakt SEO-schrijven steeds leuker.


Stel je voor dat die verschrikkelijk saaie tekstschrijver bij Klaassen uit Zwolle inmiddels een Yoast-SEO plugin voor WordPress gebruikt.

Hij werkt braaf de groene vinkjes af voor traditionele SEO-rankingfactoren (aantal afbeeldingen, keywords, tussenkopjes, etc.)

De concurrent uit Hattem doet dat ook, maar haar verhaal is veel leuker om te lezen! Er zit humor in, nuttige info en persoonlijke anekdotes. Een zelflerend algoritme zoals RankBrain zal merken dat schoenenzoekers eerder op het stuk van Hattem klikken. Langer blijven hangen. Niet verder zoeken. Vaker reageren. Het stuk meer delen. Haar boeiende content wordt met een hogere ranking beloond. (Dit is even vrij kort door de bocht. In mijn eerdere blog Kunstmatige Intelligentie en SEO ga ik dieper in op de werking van RankBrain.) Goed nieuws dus voor creatieve schrijvers! Maar dan moet je wel eerst weten wáár je over gaat schrijven…

Onderwerp en doel bepalen
#1 Doe zoekwoordenonderzoek naar de ‘winnaars’

Een SEO-tekst schrijven begint nog steeds met gedegen zoekwoordenonderzoek. Je wilt weten met welke termen je een reële kans hebt om bij de eerste 10 resultaten te eindigen. Anders schrijf je dat boeiende verhaal helemaal voor niets. Hoe je dat precies doet? Lees dit artikel.

#2 Goed verhaal. Lekker kort ook.

Lange content is niet altijd beter. Bron: T-shirttoko

Laat ik ook maar gelijk een misverstand uit de weg te ruimen: goede content hoeft niet per se heel erg lang te zijn. Berekenhet.nl scoort bijvoorbeeld fantastisch op de zoekterm ‘kopen op afbetaling berekenen’ terwijl er maar 120 woorden op de pagina staan. Waarom schrijf ik dan toch een blog van 2500+ woorden?

#3 Een doel dat aansluit bij de behoefte van je klanten

Pas met een duidelijk doel, kun je overtuigend scoren. Bron: Pexel

Omdat mijn doel is: je zo goed mogelijk informeren over wat SEO-teksten zijn en hoe je ze succesvol zélf schrijft. In een langer stuk kan ik de zoekintentie die daarbij hoort (‘ik wil teksten schrijven waarmee ik hoger in Google kom’) beter bevredigen. (Daar komt bij dat Google steeds meer simpele vragen direct in de zoekresultaten beantwoordt. Met langere antwoorden op complexere vragen omzeil je in ieder geval dat probleem.)

Pas met een doel weet je hoe je zo goed mogelijk scoort.

Je artikel heeft altijd zo’n duidelijk doel nodig. Pas met een doel weet je hoe je zo goed mogelijk scoort. Natuurlijk kan dat doel zijn: ‘pluche teddyberen verkopen’

Teddy weet heel goed wat jij wilt. Bron: Pexels

De vraag is alleen of je met de zoekwoorden ‘teddybeer kopen’ hoger gaat eindigen dan grote spelers zoals bol.com of beslist.nl. Daarom moet je soms een beetje met dat doel spelen. Wat is een behoefte die je klanten hebben voordat ze je product of dienst kopen? In het geval van teddyberen wellicht: ‘Hoe maak ik een knuffel schoon zonder te wassen?’ (En als dat met de oude teddy niet lukt, wil je misschien wel een nieuwe teddy.)

Een SEO-proof structuur

Je weet nu waar je over wilt schrijven en wat je doel daarmee is. Tijd om structuur in je artikel aan te brengen.
De een vindt het trouwens fijn om eerst een flinke lap te tekst te tikken en daarna structuren, de ander werkt liever vanuit een voorbedachte opzet. Experimenteer wat bij jezelf het beste werkt.

#4 Doe inspiratie op bij Udemy, YouTube, Wikipedia of…

Soms helpt het om een boek open te slaan. Bron: Pexels

Een goed verhaal heeft een kop en een staart. Je begint met een pakkende intro – waarover later meer – en sluit af met een samenvatting. Maar hoe orden je dan precies alle informatie die daar tussen staat? Daar is niet één pasklare oplossing voor. Zelf heb ik bij dit artikel gekozen voor een chronologische aanpak (eerst zoekwoordenonderzoek > dan structuur > dan lekker schrijven), maar je kunt ook kiezen voor:

  • Een didactische aanpak (van makkelijk naar moeilijk).
  • Een thematische aanpak (makkelijk scanbaar per onderwerp).
  • Een oprolbare aanpak (belangrijkste nieuws bovenaan).
  • Een verhalende aanpak (minder overzichtelijk & spannender).

Als je nog niet zoveel ervaring hebt met schrijven, raad ik je de verhalende aanpak trouwens niet aan. Probeer eerst een overzichtelijk artikel te schrijven, dan gaan we het later spannender maken.

Wat is overzichtelijk?

Kijk voor inspiratie eens:

  • hoe Wikipedia een langer artikel indeelt;
  • hoe een uitgebreide cursus op Udemy is opgebouwd;
  • welke volgorde How-to filmpjes op Youtube aanhouden;
  • wat het beste Google zoekresultaat in het Engels doet;
  • of.. en dit is anno 2018 vast een wereldschokkende tip, leen een (papieren) boek over het onderwerp bij je plaatselijke bibliotheek.
#5 Schrijf op een niveau dat past bij je doelgroep

Opstaande breedplaatvloer? Huh? Waar heeft die man het over? (Denkt de gemiddelde consument). Goed dus om even wat langer bij vakjargon stil te staan. Maar op een blog voor de betonindustrie wil je de lezer juist niet vermoeien met voortdurend overcomplete uitleg. Welk tekstniveau past het beste bij je doelgroep?

De Overheid. Makkelijker kunnen we het niet maken… Bron: Stichting Accessibility

Als het om ‘de gemiddelde Nederlander’ gaat kun je het beste op B1 niveau schrijven. Dat betekent kort gezegd:

  • Veelgebruikte woorden (hier een doorzoekbare lijst).
  • Korte alinea’s van 3-5 regels.
  • Niet te veel stijlmiddelen zoals ironie of sarcasme.

Sowieso helpen algemene schrijftips zoals:

  • Weinig passieve constructies (zullen, worden, kunnen).
  • Wissel korte en lange zinnen af.
  • Kies consequent voor ‘je’, ‘jij’ of ‘u’.

Maar nu duiken we al een beetje in de tone of voice. Hartstikke belangrijk, ga ik zo verder op in, maar onthoud: voor je pakkend schrijft, moet je eerst begrijpelijk schrijven.

#6 Gebruik een hulpmiddel voor je SEO-vereisten

SEO-tips terwijl je schrijft. Bron: webtexttool

Ik heb het nog helemaal niet gehad over hoeveel tekens je titel moet zijn of hoeveel links en zoektermen je moet plaatsen in de tekst.

Dit is waar het merendeel van de blogs over SEO-schrijven over gaan. ‘Volg deze regeltjes en dan komt het allemaal goed.’

  • Vermeld de zoekterm/synoniem in je URL.
  • Vermeld de zoekterm vooraan in de titel.
  • Vermeld de zoekterm in de metabeschrijving.
  • Vermeld de zoekterm in de eerste 100 woorden.
  • Vermeld de zoekterm in een tussenkopje.
  • Gebruik synoniemen minimaal twee à drie keer in de tekst.
  • Schrijf minimaal 400 woorden.
  • Plaats een relevante interne link.
  • Plaats een relevante externe link.
  • Gebruik minimaal drie <h5> tussenkopjes.
  • Gebruik minimaal twee plaatjes (met alt tag beschrijving).

Jazeker, deze regels zijn nog steeds belangrijk om vindbaar te zijn in Google. Maar ik stel voor dat je er een keer goed naar kijkt, en er vervolgens een eenvoudig hulpmiddel voor gebruikt.

Zo heb je bijvoorbeeld de eerder genoemde Yoast SEO Plugin voor WordPress, de tekstschrijvers bij mijn bedrijf CopyRobin maken alweer een tijdje gebruik van het uitgebreidere Webtexttool (geeft je tips tijdens het schrijven over onder andere leesbaarheid en moeilijkheidsgraad). Dan hou je zelf meer tijd over voor het leuke gedeelte van schrijven.

Je lezer blijven boeien

Dit is de toekomst van SEO. De zoeker verleiden (click-through rate) om naar jouw content te gaan. De zoeker boeien (o.a. dwell time) waardoor hij op jouw pagina blijft. Google beloont dit soort indicatoren in toenemende mate.

#7 Een Pakkende Titel Die Jouw Leven Verandert (uhum..)

Benieuwd hoe Sam eruitziet? Klik, klik, klik. Bron: Buzzfeed

Verleiden begint natuurlijk met een titel. Vaak wordt dan verwezen naar de koning van de clickbait ‘BuzzFeed’ (en ja ik ben nu ook benieuwd hoe Sam de kat eruitziet). Ik denk dat je ervoor moet oppassen om het Amerikaanse model zomaar 1-op-1 over te zetten naar Nederland, maar er zijn natuurlijk wel een paar trucs die je ervan kunt leren:

Met name:

  • Doe een belofte in je titel (en zorg dat je ‘m waarmaakt!)
  • Maak nieuwsgierig

Maar er zijn nog meer dingen die werken:

Gebruik emotie
Angst, frustratie en boosheid zijn grotere motivatoren dan we soms toe willen geven. Ik had dit artikel bijvoorbeeld ook zo kunnen noemen:

‘Waarom je zorgvuldig opgebouwde SEO-kennis binnenkort waardeloos is’

Noem harde cijfers
Deze tip lijkt een beetje in tegenspraak met ‘maak nieuwsgierig’, maar kan evengoed werken. Bijvoorbeeld wanneer je een succes kunt delen:

‘Met deze 3 aanpassingen in mijn webshop kreeg ik 30% meer omzet’

Gebruik [specificaties]
Of met zogenoemde ‘brackets’ waarin je de vorm verduidelijkt:

‘Eenvoudig je eerste WordPress site opzetten [stappenplan]
‘Welke aftrekposten heb ik als zzp’er in 2019? [checklist]
‘Mijn ervaringen als voetsoldaat in Syrië [podcast]

Test wat werkt!
Je zult niet van de ene op de andere dag veranderen in een geniale titelbedenker (alhoewel..), maar door te blijven oefenen en spelen word je er wel beter in. Doe – nogmaals – geen beloftes die je niet kunt waarmaken en controleer met A/B testen welke titels het beste aanslaan!

#8 Metabeschrijving waar je op wilt, nee MOET klikken

Oftewel dat kleine stukje tekst dat onder je titel in de zoekresultaten staat. Hoewel dit officieel geen ranking factor is volgens Google, speelt de metatag wel een grote SEO-rol omdat het de click-through rate van je bezoekers naar je website mede bepaalt. Ook dit is weer veel spelen en uitproberen. Maak van je meta-omschrijving in ieder geval een lopende tekst.

Dus niet:
‘Actie. 20% korting. Hamburgers. Beste frietzaak Amsterdam.’

Maar wel:
Wij maken al onze biologische hamburgers zelf. Binnen een half uur bij jou bezorgd in Amsterdam. Bestel nu met 20% korting.

En vergeet de call-to-action niet. Hierin vertel je de zoeker wat hij moet doen (klikken, bestellen, downloaden) en waarom (bijvoorbeeld korting).

#9 De Flashforward in je introtekst (à la Fight Club)

Mag ik je een ding beloven? Dit gaat een hele gave film worden. Aldus de openingsscène van Fight Club.

Hetzelfde mechanisme van een spannende ‘flashforward’ wordt veelvuldig gebruikt in Netflix-series zoals Breaking Bad of Limitless. Een beproefde methode. Maar nog onvoldoende voor je SEO-introtekst:

Want behalve een ‘spannende preview’ wil je ook:

  • Empathie tonen voor je lezer.
  • Een gesprek met hem of haar aangaan.

Een goede methode voor het schrijven van een intro vind ik APP (Agree, Promise, Preview) van meestercopywriter Brian Dean (hou sowieso zijn blog BackLinko in de gaten als je meer over dit onderwerp wilt weten):


Bron: Backlinko

Agree
Je begint met een statement waar de lezer het mee eens is. Hier staat ook je belangrijkste zoekterm in.

Promise
Vervolgens maak je een belofte over hoe je iets uit het statement ten goede kunt veranderen. Een belofte die je waar moet maken.

Preview
Tot slot geef je een klein voorproefje van wat de lezer allemaal in het artikel kan verwachten.

Laat ik een klein voorbeeldje geven:

Herinner je Teddy nog?

AGREE
‘Waarschijnlijk ben je met me eens dat een versleten knuffel schoonmaken [zoekterm] verschrikkelijk lastig is. In de wasmachine stoppen doe je liever niet, want wie zegt dat arme Teddy dat overleeft?’

PROMISE
Maar wat nu als ik zeg dat dat helemaal niet hoeft? Volg deze hygiënische schoonmaaktips op en je knuffel gaat 5 jaar langer mee.

PREVIEW
In deze blog lees je handige visuele stap-voor-stap instructies over het reinigen van je knuffelbeest. Met als bonus een foto van mijn dochter en haar nog steeds stralende teddybeer (beiden 21).

#10 Even tijd voor ontspanning (à la Jinek)

“Zometeen Klaas Dijkhoff over de slavernijdiscussie” of “een Shell-directeur over de gasboringen in Groningen, maar eerst..”

En dan volgt er een luchtig fragmentje.

Eva Jinek is niet de enige talkshowhost die van luchtige fillers gebruikmaakt. Ook bij Pauw of DWDD komt er even een bandje of geintje om de kijker klaar te maken voor de serieuzere gesprekken. Datzelfde principe kun je ook in een langere blog toepassen. Breek even de lange lap tekst met een grapje of door je bezoeker direct toe te spreken. Had je trouwens al een goede kop koffie gehaald?

Nog 3 tips en we zijn er!

#11 Tussenkopjes met duidelijke beloftes

Een eerste regel voor tussenkopjes is dat ze duidelijk moeten beschrijven waar het stukje tekst eronder over gaat. Nog beter is het als je tussenkopje ook nieuwsgierig maakt en een belofte doet. Eigenlijk net als bij de titel van je stuk.

#12 Maar.. dat is nog niet alles (lekkermakertjes)

Weet je wat een slimme winkelier met Pasen doet? Hij verspreidt een chocoladegeur in zijn winkel. Gegarandeerd dat hij meer paaseitjes verkoopt. Slechts een lichte hint is genoeg. In een SEO-artikel moet je ook voortdurend blijven hinten op wat er nog komen gaat. Lekkermakertjes schrijven.

‘Maar dat is nog niet alles.. want deze tip levert je maar liefst..’

Of je keert het juist om. Waarschuwen.

‘Pas op: er zit wel een addertje onder het gras.’

Met deze korte zinnetjes sla je twee vliegen in één klap:

  • Je doorbreekt het ritme van langere alinea’s.
  • Je maakt de lezer nieuwsgierig naar wat er komen gaat.

Wat er nu trouwens gaat komen..

#13 Ik ben geen JIJ of JOUW (tone of voice)

Stiekem ben ik best wel fan van de Telfort-reclames.

 

Tele2 vind ik dan weer net iets minder.

Waarschijnlijk ben ik als grijzende man ook niet echt de doelgroep (‘wil je ook dikkere lippen dan Kim K? Ga naar..’).


Dit gaat – tot slot – over een van de lastigste aspecten van SEO-copywriting: de juiste tone of voice vinden voor je publiek. Een goed begin is in ieder geval naar je klanten luisteren. Neem eventueel (na toestemming) gesprekken met ze op en analyseer welke woorden ze vaak gebruiken en hoe ze hun problemen omschrijven.

Ook contacten buiten de werksfeer om zijn nuttig: Waar wordt je doelgroep warm of koud van? Ik ben er nu maar even vanuit gegaan dat je voorbeelden met BuzzFeed, Jinek en teddyberen grappig vindt, maar wat als ik met Death Metal of Wilders aan was komen zetten? Een veilige keus is in ieder geval om niet te snel op ‘jij’ en ‘jouw’ over te stappen. Consequent ‘je’ gebruiken werkt beter.

Pas ook op met het té letterlijk vertalen van Amerikaanse content – ik zie dit nog weleens gebeuren – het chronische enthousiasme van THE GREATEST COUNTRY past niet altijd bij de nuchtere Hollander.

Conclusie: dit is hoe je slim SEO-teksten schrijft

Dank dat je tot zover mee hebt willen lezen en kijken naar mijn verhaal over hoe je écht slim een SEO-tekst kan schrijven. Hopelijk heb ik mijn belofte (geen saai standaardlijstje) waargemaakt. Je weet nu inmiddels dat een SEO-artikel schrijven (dankzij Google RankBrain) steeds meer draait om het vertellen van een goed verhaal.

Maar.. je begint altijd met de basis: dat is een onderwerp gebaseerd op zoekwoordenonderzoek en een duidelijk doel voor je artikel. Ook de klassieke regels (zoekwoord verwerken, tussenkopjes, synoniemen gebruiken) zijn nog alive and kicking, maar met slimme tools zorg je er automatisch voor dat je SEO-proof schrijft.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlandse Kappersakademie: efficiency door tooling

Posted 06 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse Kappersakademie (NKA) is een particulier opleidingsinstituut voor het kappersvak, maar heeft ook kapsalons en doet aan baanbemiddeling. Om die drie pijlers in goede banen te leiden was een nieuwe marketingstrategie hard nodig, vertelt directeur Martijn Abers.

De duizend studenten van de NKA worden fulltime of in de avonduren opgeleid tot kapper. De school heeft vijf vestigingen (twee in Rotterdam en verder in Amsterdam, Den Haag en Amersfoort) waar studenten met echte klanten werken in de bijbehorende kapsalons – uiteraard onder begeleiding van de docenten. Wekelijks worden daar tweeduizend behandelingen gegeven. De NKA geeft de studenten een baangarantie en werkt daarnaast aan een soort detacheringsconstructie waarbij kapsalons studenten als uitzendkracht via de NKA kunnen inhuren.

Om die drie activiteiten goed uit te voeren besloot NKA twee jaar geleden om de basics van de online marketingstrategie onderhanden te nemen. “We zijn hard aan de slag gegaan met de content om de SEO-positie te waarborgen,” zegt Martijn. “Verder hebben we Facebook geprofessionaliseerd en Instagram en Twitter serieus aangepakt. In combinatie met een volledig nieuwe website die technisch veel beter is dan wat we hadden, heeft dat geleid tot goede resultaten.”

Op Facebook heeft de NKA hiermee bijvoorbeeld 30 procent meer traffic en conversie gerealiseerd. Op Instagram steeg het aantal volgers met 150 procent. Met die bemoedigende resultaten op zak kon de NKA aan de slag met vervolgstappen om de marketing op een hoger plan te tillen.

“We hebben te maken met een aantal uitdagingen. We zijn een erkende MBO-opleiding en zien ten eerste dat de regeldruk vanuit het ministerie van Onderwijs steeds groter wordt. We moeten bijvoorbeeld snel rapportages kunnen opleveren. Ten tweede hebben we geen salesorganisatie en daardoor ook geen zicht op hoe de opleiding wordt verkocht. Het derde probleem is dat we niet weten welke campagnes het effectiefst zijn, simpelweg omdat we de tools niet hebben om dat te meten. En tot slot willen we de communicatie met klanten van de salons beter vormgeven door middel van marketing automation,” aldus Martijn.

Processen automatiseren en sales verbeteren

Voor alle vier de problemen ligt de oplossing in tooling. De NKA heeft gekozen voor Salesforce en Pardot. “Daarmee kunnen we processen automatiseren, zoals de aanwezigheidsregistratie en examenresultaten, zodat we het ministerie van Onderwijs snel van de juiste rapportages kunnen voorzien. Maar we kunnen er ook opportunity management mee invoeren, zodat we kunnen zien hoe studieadviseurs presteren. En uiteraard gebruiken we de tools om de marketing automation goed in te richten, inclusief attributie.”

De NKA is in januari begonnen met de implementatie in samenwerking met Redbook ICT en heeft al een aantal verbeteringen doorgevoerd. “Voordat iemand zich inschrijft voor onze opleiding hebben we een intakegesprek. Voorheen maakten we daarvoor telefonisch een afspraak. Maar onze bezoekers zitten vooral ’s avonds op de website en je wilt natuurlijk het ijzer smeden als het heet is. Op de nieuwe website kunnen aspirant-studenten de intake daarom zelf aanvragen via Pardot. Bijkomend voordeel is dat we met Pardot kunnen vaststellen via welk kanaal de student bij ons is terechtgekomen. Er zit dus ook een stuk attributie aan vast. De aanvraag van een intakegesprek is voor ons een belangrijke call-to-action. Zo identificeert iemand zich op onze site, waarna we vervolgacties vast kunnen leggen in Pardot. Daar kunnen we waardevolle informatie uithalen over onze site en de bezoeker zelf, zodat we gerichter kunnen communiceren.”

Op dezelfde manier worden klanten van de salons getarget, zegt Martijn. “De salons lopen heel goed maar dat kan nog beter als we onze marketinginspanningen structureren en personaliseren. Klanten kunnen online een afspraak maken en daardoor weten we al heel veel van ze – wat voor soort behandeling ze willen, welke producten ze kopen, enzovoorts. Op die informatie willen we marketing automation toepassen door de kassasystemen te koppelen aan Pardot en vervolgens klanten persoonlijke aanbiedingen te doen.”

Ook in het bemiddelingstraject kan de NKA door automatisering veel efficiënter te werk gaan. “Het koppelen van de werkzoekende student aan een salon deden we tot voor kort handmatig maar daar zijn we te groot voor geworden. In Salesforce hebben we alle gegevens van de studenten opgeslagen, niet alleen hun cijfers, openstaande facturen en ziekmeldingen, maar ook wat voor baan ze zoeken, de locatie, de gewenste baan, et cetera. Die gegevens kunnen ze zelf inzien en aanvullen. Salons melden hun vacatures aan via een eigen login en het systeem maakt de match.”

Groei van 5 procent

Zoals gezegd is de NKA net begonnen met de implementatie van de nieuwe marketingstrategie en procesoptimalisatie. Martijn is voorzichtig met het noemen van targets. “We hopen met de marketing automation een groei van 5 procent te realiseren, al zal de flow deels servicegericht zijn en niet zozeer op conversie. We willen met name onze goede naam als professionele, kwalitatieve opleiding vasthouden en uitbouwen. En verder willen we met de uitzendconstructie volgend jaar veertig studenten plaatsen in passende salons.”

De komende tijd staat in het teken van het afronden van de implementatie en het interpreteren van de data. “Met name het opportunity management maakt veel zichtbaar. Dat zijn niet altijd prettige constateringen. Er zijn bijvoorbeeld veel meer gesprekken nodig om de opleiding vol te krijgen dan we dachten. Maar we zien nu wel waarom mensen niet voor ons kiezen en aan welke concurrenten we die kandidaten verliezen. Die informatie is zowel confronterend als waardevol. We moeten leren om de juiste beslissingen te nemen over waar we wel en niet op acteren. En verder zien we nu al de quick wins in efficiency, zoals het geautomatiseerd versturen van sms’jes om mensen te herinneren aan hun afspraak. Voorheen werd daar achteraan gebeld door onze medewerkers. Er zijn dus nu al efficiencyverbeteringen zichtbaar.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facetnavigatie: 5 oplossingen voor e-commerce SEO

Posted 03 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

SEO en e-commerce gaan niet altijd hand in hand. Vooral voor grote e-commercesites als Wehkamp of Zalando, met veel producten en een wildgroei aan nieuwe pagina’s, is dat een uitdaging. Niet alleen gebruikers en webmaster, ook zoekmachines hebben moeite met die wildgroei. Met facetnavigatie houd je je site wél SEO-vriendelijk. 

Heldere silo’s, een overzichtelijk menu en het gebruik van filters zijn noodzakelijk voor elke online winkel van formaat. Om keuzes voor de gebruiker af te bakenen wordt vaak filtering aangebracht – denk aan de maat, het merk, de prijs, de kleur. Maar deze gebruiksvriendelijke oplossing brengt ook complexiteit met zich mee op het gebied van SEO, zoals crawling door zoekmachines en de verspreiding van linkwaarde. In dat geval kan facetnavigatie de gebruiksvriendelijkheid en vindbaarheid van een website ten goede komen, mits op de juiste manier geïmplementeerd. Zo houd je niet alleen de gebruikers, maar ook zoekmachines te vriend.

Wat is facetnavigatie?

De facetnavigatie bestaat uit filters waarmee je zoekresultaten kunt specificeren; zie onderstaand een voorbeeld van Zalando. Meestal wordt deze aan de linker- of bovenzijde van een categoriepagina op een e-commercesite weergegeven en geeft het gebruikers filteropties. Via deze filters kan een gebruiker een deel van de producten weergeven. Essentieel in het keuzeproces van de gebruiker, maar het biedt ook mogelijkheden om je categoriepagina voor keywords te optimaliseren waarop juist veel gezocht wordt: [grijze truien] of [zwarte stadsfiets].

Net zoals de gebruiker, volgt de crawler van de zoekmachine deze filters, wat in feite interne links zijn. Deze filter URL’s bevatten vaak parameters (?color or ?price), en kunnen eindeloos worden gecombineerd. Als je niet oppast, ontstaat een buitensporige hoeveelheid aan URL’s met maat-, merk-, prijs- en kleurcombinaties.

Terwijl gebruikers de filters inzetten om het productaanbod terug te brengen, blijft de rest van de content op de pagina gelijk. Dit zorgt ervoor dat op meerdere URL’s grotendeels identieke content wordt aangeboden, wat leidt tot duplicate content, en dat is schadelijk voor je vindbaarheid in zoekmachines.

Facet-issues

Veel sites kampen met issues bij facetnavigatie, die een negatieve impact op organisch verkeer kunnen hebben, issues die voortkomen uit:

  • Duplicate content
  • Verspilling van crawl budget
  • Verspreiding van linkwaarde naar ongewenste filterpagina’s

Wanneer verschillende parameters dan wel filters worden gecreëerd, neemt het aantal interne links en pagina’s met identieke content gestaag toe. Interne links die naar de identieke pagina’s verwijzen zorgen voor verspilling van linkwaarde en daarmee de mogelijkheid om goed te ranken voor het onderwerp van die pagina’s. Wanneer pagina’s met identieke content worden geïndexeerd, zullen deze met elkaar concurreren op keyword-niveau en dat zorgt voor een kannibaliserend effect op je organisch verkeer.

Om ervoor te zorgen dat de crawlers van zoekmachines niet onnodig veel pagina’s bezoeken die weinig tot geen extra waarde toevoegen, zul je maatregelen moeten nemen. In het algemeen begint dat bij het uitsluiten van de search engine bot van filter links. Maar om te bepalen welke filter links uitgesloten moeten worden in jouw facetnavigatie is het belangrijk om te achterhalen welke content juist wél geïndexeerd moet worden.

In onderstaand voorbeeld van Zalando is gekozen om de kleurfilterpagina’s juist wel te laten indexeren, vanwege het zoekvolume op [grijze truien].

Om veelvoorkomende issues tegen te gaan en alles uit jouw facetnavigatie te halen hebben we vijf oplossingen voor je opgesomd.

Noindex/follow

Noindex tags worden geïmplementeerd om bots te informeren over welke pagina’s niet in de index van bijvoorbeeld Google mogen verschijnen. Deze methode zorgt ervoor dat pagina’s niet vindbaar zijn via de zoekmachine. Echter, interne links worden nog steeds gecrawld en verspilling van interne linkwaarde en crawl budget blijft dus bestaan. Combineer dit met oplossing vier van dit artikel om dit tegen te gaan.

Wanneer je de voorbeeldpagina voor een ‘grijze trui’ wel wil laten indexeren, maar de pagina voor ‘grijze trui van € 80,- of minder’ niet, dan volstaat een noindex tag op de laatste filterpagina. Daarbij dien je ook de URL aan te passen, naar een URL zonder parameter, zoals het voorbeeld van Zalando.

Canonical tags

Canonical tags wijzen in een groep identieke pagina’s een voorkeursversie aan. Daarmee vertel je de zoekmachine welke pagina je wilt laten indexeren. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een canonical URL van /grijze-trui?price_from=75&price_to=80 naar /grijze-trui/ te laten verwijzen. Google zal de autoriteit en linkwaarde aan de canonical versie toekennen, maar de parameter-versie nog altijd crawlen. Crawlbudget wordt dus nog steeds verspild.

Via de canonical oplossing wordt de interne linkwaarde geconsolideerd op de voorkeursversie van de URL (zonder parameter). Maar de links worden nog steeds gevolgd en verspilling van crawlbudget blijft dus niet uit.

Robots.txt

Via de Robots.txt kun je volledige onderdelen van de website voor zoekmachine-crawlers uitsluiten. Om bepaalde onderdelen van de site uit te sluiten van de index wordt een ‘disallow’ toegepast. Het voordeel van deze methode is dat het snel werkt en eenvoudig aan te passen is. Helaas is het zo dat de restricties in de Robots.txt een aanbeveling blijven voor de zoekmachines. Ze hoeven er dus niet daadwerkelijk naar te handelen. Daar komt bij dat het doorstromen van linkwaarde mogelijk wordt gehinderd naar bepaalde (uitgesloten) secties op de website.

Wanneer het voorbeeld van de grijze trui weer genomen wordt, dan zou een disallow op ‘grijze trui onder €80,-’ toegepast kunnen worden door een instructie mee te geven om de parameter over prijs nooit te crawlen. Desondanks kan de pagina nog steeds in de index verschijnen wanneer er links naar deze pagina staan. Wat er als volgt uit komt te zien:

Nofollow voor ongewenste facetten

Een methode om de verspilling van crawlbudget tegen te gaan, is het plaatsen van een ‘nofollow’ tag op de interne links die verwijzen naar facetten die niet geïndexeerd moeten worden. Het probleem hier is dat er ongewenste URL’s in de index verschijnen die niet volledig verholpen worden. Duplicate content kan zodoende nog steeds geïndexeerd worden en doorstroming van linkwaarde wordt belemmerd. Deze oplossing dient dus ook in combinatie met een van de eerdere opties te worden toegepast.

Ajax-JavaScript

Als je op dit moment een nieuwe website bouwt of bezig bent met een redesign, is de Ajax-Javascript methode zeker het overwegen waard. Met behulp van Javascript is het mogelijk om de content van de pagina aan te passen zonder dat de URL mee verandert. Hierdoor kunnen gebruikers filters toepassen zonder dat er ongewenst veel URL’s worden gecreëerd.

Wanneer je voor deze methode kiest, is het essentieel dat je een duidelijk HTML-crawl pad uitstippelt, bijvoorbeeld via interne links als breadcrumbs. Zo worden belangrijke pagina’s en producten altijd gevonden door zoekmachines.

Deze aanpak heeft met de correcte implementatie de voorkeur, omdat het in één keer duplicate content en kannibalisatie voorkomt en tegelijk het crawl budget beter benut. URL’s worden via filtering niet aangepast maar de content verandert wel door het gebruik van JavaScript. Deze oplossing zorgt er dus voor dat content op filterpagina’s dynamisch wordt ingeladen, zodat de ongewenste filterpagina’s buiten de index worden gehouden.

Het nadeel is dat deze oplossing niet op een bestaande facetnavigatie toegepast kan worden. De facetnavigatie moet namelijk vanuit het basis framework gebouwd worden. Dat vergt een flinke investering in development en een haarscherpe uitvoering.

Hoe haal ik nu het meeste uit mijn facetnavigatie?
  • Benut de voordelen van facetnavigatie voor SEO door meerdere oplossingen te combineren en vertrouw niet op een enkele maatregel. De gekozen manier dient alle issues op te lossen en daarvoor heb je vaak meerdere methodes nodig.
  • Naast filters, zorgt de menustructuur ervoor dat content makkelijker wordt gevonden die voor jouw website belangrijk is. Baseer de menu items op basis van intern en extern zoekgedrag. Intern bijvoorbeeld via de interne zoekmachine en extern op basis van zoekvolume en potentie op organisch verkeer.
  • Richt jouw site in via een heldere silostructuur, waarbij een categorie of thema op de website een silo representeert. Dit bereik je door interne links binnen de silo tussen onderlinge pagina’s te plaatsen, hierdoor creëer je relevantie rondom een onderwerp.
  • Implementeer rel=”next” en rel=”prev” om een reeks categoriepagina’s te groeperen als je meerdere opeenvolgende pagina’s hebt die producten uit dezelfde categorie bevatten.
  • Een duidelijk crawlpad is via breadcrumbs is nodig, waarbij elke pagina linkt naar de bovenliggende pagina in de structuur en onderliggende pagina’s die tot dezelfde silo behoren.
  • Maak gebruik van facetnavigatieregels die gebaseerd zijn op volgorde en het aantal filters dat wordt toegepast.
  • Voeg alleen canonical URL’s toe aan de sitemap en laat interne links hiernaar verwijzen.
  • Facetten dienen voor de gebruiker makkelijk en in een logische volgorde te worden weergegeven.
  • Wanneer een bepaalde filtercombinatie veel traffic ontvangt, of die potentie heeft vanuit keyword research, dan wil je deze pagina waarschijnlijk laten indexeren.

Hoewel facetnavigatie uitstekend voor UX kan uitpakken, brengt het voor SEO veel problemen met zich mee: duplicate content, verspilling van linkwaarde en crawlbudget. Dit heeft ernstige gevolgen op grote eCommerce websites. Het is daarom cruciaal om de juiste combinatie van oplossingen in te zetten, dat is altijd maatwerk.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Royal Caribbean promoot nieuwe bestemming in AR/VR

Posted 03 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

In het najaar van 2019 gaat privé eiland Coco Cay van cruiseoperator Royal Caribbean pas open, maar belangstellenden kunnen er in VR en AR nu al in rondlopen.

De maatschappij heeft de bestemming, die op dit moment wordt verbouwd, namelijk nagebouwd in virtual reality. De met computers gegenereerde wereld laat zien hoe het eiland in de Bahama’s er over een kleine twee jaar uitziet als het af is.

Belangstellenden kunnen sinds kort in New York alvast een kijkje nemen in de caraïbische vakantiepret die ze beogen. Met een VR-bril op kunnen ze hoog vanuit een ballon op het eiland neerkijken. En wie VR-hoogtevrees heeft kan met een iPad in de hand door een AR-animatie van het eiland lopen.

Royal Caribbean probeert op deze manier zijn gasten nu al lekker te maken voor Coco Cay om, wanneer het open gaat, de bezettingsgraad direct zo hoog mogelijk te krijgen.

CMO Jim Berra vertelt Digital Trends over zijn plannen:



Lees het volledige bericht op Emerce »

Adobe lanceert analytics voor audiostreams

Posted 30 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Adobe heeft Analytics voor audiostreams aangekondigd. Hiermee verkrijgen merken voor het eerst inzicht in zowel online als offline audio.

Marketeers hebben eigenlijk vooral gegokt met hun budget als het om audio gaat, stelt Jeff Allen, senior director product marketing bij Adobe Analytics Cloud. ‘Geen enkele andere analyseoplossing geeft toegang tot dit niveau van inzichten voor podcasts, streaming audio en digitale boeken.’

Merken kunnen onder meer achterhalen of een luisteraar een podcast of het audioboek heeft voltooid, of een advertentie heeft overgeslagen.

Op basis van Adobe Sensei waarschuwt Adobe Analytics wanneer zich een afwijking voordoet, zoals overmatige buffering.



Lees het volledige bericht op Emerce »

VS blijft innovatieland, maar andere landen blijven niet ver achter

Posted 29 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Bestuurders van grote ondernemingen zien de Verenigde Staten wereldwijd als de belangrijkste motor voor technologische innovatie. De Verenigde Staten worden gevolgd door China, India en Japan, zo blijkt uit het jaarlijkse internationale onderzoek Global Technology Innovation Hubs van KPMG onder bijna 800 bestuurders.

Hoewel de ondernemingen Silicon Valley nog steeds zien als het belangrijke bolwerk van technologische vernieuwing, zijn Shanghai, Tokyo, Londen en New York sterk aan het opkomen.

Tussen China en de Verenigde Staten ziet KPMG hierbij bovendien een hevig gevecht om de beste ideeën en het leiderschap. Steeds meer Chinese tech-reuzen betreden de Amerikaanse markt in de veronderstelling dat ze voet aan de grond moeten hebben in de Verenigde Staten om maximale groei te kunnen realiseren.

Uit het onderzoek van KPMG blijkt dat de ondernemingen een steeds grotere geografische spreiding verwachten in de ontwikkeling van technologische vernieuwing. In de Verenigde Staten zien de bedrijven naast Silicon Valley bijvoorbeeld Boston, Chicago, Houston, Seattle en Texas opkomen. In China zijn dat met name Shanghai, Peking en Tokio.

Ook hebben de bedrijven hoge verwachtingen van Seoel, Tel Aviv, Bangalore en Berlijn.

Van belang zijn vooral de investeringen die door bedrijven worden gedaan en de kwaliteit van de infrastructuur. Bovendien moet sprake zijn van een aantal aansprekende voorbeelden van andere techbedrijven.

Wereldwijd zien de onderzochte ondernemingen Google in toenemende mate als het toonbeeld van technologische innovatie, op ruime afstand gevolgd door Apple, Microsoft en Tesla. Eén op de vier ondernemingen ziet Elon Musk (Tesla, SpaceX) als de belangrijkste visionair op het gebied van technlogische innovatie. Zijn ideeën en doorbraken op het gebied van transport, ruimteonderzoek en kunstmatige intelligentie zijn volgens de bedrijven baanbrekend. Musk wordt gevolgd door Sundar Pichai (Google) en Mark Zuckerberg (Facebook).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Heeft linkbuilding nog wel zin?

Posted 27 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Tot een paar jaar geleden was het dé manier om je site hoger in Google te krijgen, maar tegenwoordig lijkt de aandacht volledig verschoven naar ‘hoogwaardige content’. Is het actief verzamelen van backlinks dan helemaal niet meer belangrijk in 2018?

Zelf ben ik al bijna vijf jaar vooral een aanhanger van de stroming ‘hoogwaardige content’, maar backlinks zijn nog steeds heel belangrijk voor je ranking in Google, aldus Matt Cutts van Google in deze video:

De video is al een paar jaar oud, maar volgens Rik Engelen (SeoMarketingDeals.com) en linkbuilding-expert van het eerste uur, nog steeds actueel. Engelen heeft hulp geboden en advies gegeven voor SEO aan o.a. Youfone.nl, Fastfuriousscooters.nl, ITprogrammeur.com, Nederlandse & Belgische SEO-bureaus en een internationale SEO-dienstverlener als Majestic.

We weten dat Google zeer alert is op het spammen van hun database. En aan linkbuilding kleeft een wat louche imago. Daarom vroeg ik Rik of linkbuilding anno 2018 nog wel zin heeft. “Jazeker”, antwoordde hij stellig. “Je moet alleen weten hoe je het op een verantwoorde manier inzet.” Dit zijn z’n beste linkbuilding tips.

Wat is linkbuilding ook alweer? Een kleine geschiedenis.

Linkbuilding is op een actieve manier meer relevante links naar je website (backlinks) proberen te krijgen. Wanneer je deze strategie succesvol toepast, zul je er op twee manieren van profiteren:

  1. Je krijgt meer directe bezoekers dankzij de links.
  2. Je krijgt meer bezoekers dankzij een hogere notering in Google.
Zoveel mogelijk backlinks vs. natuurlijk linkprofiel

‘Hey, dat is handig’, dachten veel marketeers. ‘Als ik nu gewoon zorg voor zoveel mogelijk links komen we vanzelf hoger in Google’. En zo ontstond een hele industrie met linksites, nepblogs vol verwijzingen en andere trucs om de zoekmachine te foppen. Intussen werken deze Black Hat SEO-technieken allang niet meer. Zonder een natuurlijk linkprofiel krijgt je website te maken met de beruchte Google penalties en juist een lagere notering in de resultaten. Maar volgens SEO-goeroe Brian Dean is je linkprofiel nog steeds een van de belangrijkste ranking factors voor je website. In zijn woorden:

“The number of referring domains is one of the most important ranking factors in Google’s algorithm, as you can see from this chart from Moz:”

Y-as: aantal verwijzende root domains. X-as: positie op zoekresultatenpagina (serp).

‘Je hebt alleen maar goede content nodig’

Maar linkbuilding is tijdrovend en complex. Daarom richten veel bedrijven zich (terecht) nu eerst op andere pijlers van zoekmachineoptimalisatie (SEO). Bijvoorbeeld een veilige, snel ladende website met een duidelijke interne linkstructuur en natuurlijk kwalitatieve en relevante content.

Volgens Rik Engelen is de balans daarbij zoekgeraakt: “We komen in de praktijk organisaties tegen die al 5.000 of 6.000 euro aan een SEO-bedrijf hebben uitgegeven. Maar meer bezoekers krijgen ze niet. De veronderstelling is dat je met elke week een nieuw artikeltje vanzelf meer traffic krijgt omdat mensen die stukken delen. Dat wordt alleen lastig als je geen bezoekers hebt. Bovendien kan ook niet elk gemiddeld Nederlands bedrijf zomaar super deelbare viral content produceren.” Hij pleit er dan ook voor om op een verantwoorde manier aan een natuurlijk linkprofiel te werken. Hieronder lees je hoe je dat doet.

Wat moet je niet doen bij linkbuilding?

Maar eerst de absolute afraders. Volgens Rik Engelen krijg je met deze technieken eerder een penalty dan een hogere ranking:

  • Je link spammen op fora of blogs (reageren op een artikel met een link mag wel, maar alleen als het relevant is).
  • Links van irrelevante pagina’s (bijvoorbeeld een slager die naar een kapper verwijst, maximaal 10% van de links).
  • Alleen maar links in 1 categorie (bijvoorbeeld alleen maar links in bedrijfsverzamelpagina’s).
  • Te snel, te veel links willen plaatsen (Google zal dit snel aanmerken als een onnatuurlijke groei).
  • Links op pagina’s met een lage autoriteit (controleer de domein autoriteit met een tool als Open Site Explorer).
  • Alle links naar 1 pagina (richt niet al je backlinks op de homepage of productpagina, maar verdeel ze over minimaal 4 pagina’s).
  • Alle links op 1 zoekwoord richten (slimmer is het om je op meerdere zoekwoorden te richten, begin in ieder geval met 3)
  • Ene maand wel, andere maand niet (het is verdacht als er de ene maand 50 links bijkomen en de volgende maand geen).

En natuurlijk in zee gaan met een onbetrouwbare partij voor het kopen van links, waarover verderop in dit artikel meer.

Hoe bouw je aan een sterk en natuurlijk linkprofiel?

Wat is dan wél de manier om meer links naar je eigen pagina’s te krijgen? Rik Engelen ziet het als een integraal onderdeel van SEO: “Linkbuilding hangt samen met je zoekwoordenonderzoek. Je identificeert een aantal termen waarop je wilt worden gevonden.” Vervolgens kun je met tools zoals Moz, Semrush en Majestic websites vinden die goed op deze termen scoren. Zo kun je achterhalen op welke site je graag een link wilt krijgen en achterhalen welke sites naar je concurrenten linken.

Maar het gaat niet alleen om de ‘topscorers’: “Een linkprofiel bouw je het liefst zoveel mogelijk in de breedte op. Dus vanuit allerlei soorten bronnen en ongeveer 75% van websites en 25% vanuit sociale media.”

100% relevant hoeft niet

Een misverstand is dat alle links 100% relevant moeten zijn: “Het gaat Google om een natuurlijk linkprofiel. Daar is best wat ruimte voor niet-relevante links. Als ik een fietsenmaker ben en mijn neef heeft een kapperszaak, zou ik er immers ook naar kunnen linken. Beperk het aantal niet-relevante links wel maximaal tot 10%.”

Bouwen aan je linkprofiel

Je linkprofiel bouw je op met zowel gratis als betaalde links die je kan kopen op websites zoals Sitedeals.nl, Fiverr.com, Peopleperhour.com, SeoMarketingDeals.com of Blackhatworld.com. De laatstgenoemde schrikt misschien af maar je kan er prima terecht voor gewoon sterke backlinks. Dit zijn de bekendste manieren:

Gastblog plaatsen

Met een gastblog deel je je expertise op een externe website. Dit heeft vooral zin wanneer deze site een hoge domein autoriteit en ‘topical trust flow’ heeft voor het onderwerp waar je over wilt schrijven. Bekendere websites zullen hier vaak een vergoeding voor vragen.

Verzamelpagina

Hoewel Google het grootste deel van het verkeer heeft overgenomen, worden sites zoals startpagina.nl nog steeds gebruikt. Denk ook aan een link op de pagina van je branche- en ondernemersvereniging.

Social media

Een quick win is om in ieder geval een link in de profielen van je Twitter, Instagram en/of YouTube kanaal te plaatsen. Verder zou je ook de samenwerking aan kunnen gaan met een (micro-)influencer.

Linkruil

Links ruilen met andere websites mag, indien dit ook voor de bezoeker relevant is. Denk aan een linkruil met een vergelijkbaar bedrijf in een aangrenzende regio of een leverancier van gerelateerde producten.

Marktplaats

Met een advertentie op een online Marktplaats heb je er niet alleen een waardevol verkoopkanaal bij, maar werk je bovendien aan je linkprofiel.

Testimonials

Je kunt klanten actief aanmoedigen om recensies achter te laten op bekende sites zoals KiyOH of The Feedback Company. Omgekeerd kun je leveranciers zelf aanbieden om een review voor ze te schrijven die ze vervolgens (met link!) op hun website plaatsen.

Wikipedia

Een backlink op Wikipedia kan in potentie heel waardevol zijn. Zo zou je een diepgravend artikel op je website als bron kunnen noemen. Wanneer je nog niet lang actief bent op Wikipedia is de kans wel groot dat je aanpassingen met link als verdacht worden aangemerkt.

Nofollow VS dofollow links

Je kunt je afvragen waarom ook zogenoemde ‘nofollow’ links thuis horen in je linkprofiel. Google vergt bijvoorbeeld dat betaalde links, zoals banners of advertenties, een nofollow attributie bevatten. Ook links in comments op fora en onder blogposts moeten van Google nofollow zijn. Maar als deze op een sterke website staan met een hoge DA zal Google dat toch meenemen, bleek uit onderzoek. Daarnaast creëer je er ook in de breedte een natuurlijker profiel mee.

Wat is effectiever: linkbuilding zelf doen of uitbesteden?

Linkbuilding is geen ‘quick fix’. Het opbouwen van een sterk linkprofiel kost tijd. Maar met slimme linkbuilding zie je volgens Rik Engelen als het goed is na zo’n drie maanden toenemend bezoekersverkeer: “Al hangt het natuurlijk wel af van het aantal en de kwaliteit van de links die je in die tijd weet te plaatsen. Sommige marketeers gaan vol enthousiasme aan de slag en merken vervolgens dat het relatief veel mailverkeer kost voor je één linkruil hebt geregeld.” Hij raadt bedrijven dan ook aan om in ieder geval een deel van hun linkbuilding uit te besteden aan bedrijven omdat die veel effectiever links kunnen plaatsen. Deze bedrijven zijn te vinden op de eerder genoemde portalen.

Waar moet je op letten bij het kopen van backlinks?

Tot slot geeft Engelen tips voor het uitbesteden van linkbuilding: “Op de eerder genoemde freelanceportalen, zoals Fiverr, vind je ook de nodige aanbiedingen om voor een paar euro ‘duizenden high quality’ links te laten plaatsen. Dat zou ik absoluut niet doen. Als het te goed klinkt om waar te zijn is het dat meestal ook.”

Waar moet het bedrijf dat je inhuurt dan wel aan voldoen? “Ik zou simpelweg vragen naar resultaten. Hoe hebben jullie andere klanten geholpen om met backlinks hoger in Google te komen? En mag ik ze ook nabellen om het ze zelf te vragen?”

Conclusie: Linkbuilding blijft noodzakelijk (maar is wel lastiger)

Linkbuilding heeft dankzij dubieuze praktijken (volspammen fora, linkfarms, nepblogs) een slechte naam gekregen. Google straft websites die deze black hat technieken gebruiken met een lagere notering. Het helemaal achterwege laten is echter ook geen slimme strategie. Met een verantwoord en divers opgebouwd linkprofiel krijg je niet alleen meer directe bezoekers, maar scoor je ook hoger in Google. Marketeers die linkbuilding liever uitbesteden, kiezen het beste voor een linkbuilding-expert met een bewezen track record op de lange termijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

E-mail Benchmark 2018: marketing automation is grootste uitdaging

Posted 27 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

De populairste verzenddag voor mailings is veranderd en marketing automation is de belangrijkste trend én uitdaging voor 2018. Dat blijkt uit de E-mail Benchmark 2018. 

De E-mail Benchmark 2018 bevat cijfers en e-mailratio’s verkregen uit meer dan 3,5 miljard e-mails en ruim 14.000 campagnes. het onderzoek geeft onder andere inzicht in de trends en uitdagingen voor 2018 en waar het vakgebied staat. Zo zijn ook de cijfers en ratio’s van transactionele e-mails flink gestegen.

E-mailmarketing wederom belangrijkste marketingkanaal

Voor 80% van de respondenten wordt e-mailmarketing in 2018 nog belangrijker. Het kanaal staat dit jaar dan ook wederom op nummer 1 in de top 3 belangrijkste kanalen van de online marketingmix. De tweede en derde plek worden vervuld door SEO en SEA.

De belangrijkste doelen voor het inzetten van e-mailmarketing zijn het genereren van traffic naar de website, webshop of winkel, het stimuleren van verkoop en branding. Om deze doelen te bereiken neemt 80% van de respondenten e-mailmarketing mee in de marketingstrategie.

Marketing automation: belangrijkste trend en uitdaging voor 2018

Marketing automation (53%) is ook dit jaar weer de belangrijkste trend waar e-mailmarketeers op willen gaan inspelen. Maar ook database en/of eventgestuurde campagnes (44%) en het 360-graden-klantprofiel (31%) zijn belangrijke trends. Marketing automation is niet alleen de belangrijkste trend, maar ook de belangrijkste uitdaging voor 2018. Overige uitdagingen zijn achtereenvolgend segmentatie, databasemanagement en data voor klantprofielen.

Mobile first

Net als vorig jaar worden de meeste e-mails geopend op mobiel. Er heeft zelfs een stijging plaatsgevonden. Vorig jaar werd 54,22% van de e-mails op mobiel geopend, dit jaar is dat 55,48%. Ook wordt er meer doorgeklikt op mobiel. Echter wanneer we inzoomen op sector, dan zien we dat e-mails van bedrijven in de B2B-sector nog altijd meer op desktop worden geopend. Hoewel de meeste e-mails op mobiel worden geopend, optimaliseert 20% van de respondenten e-mails nog niet voor mobiel.

Betere resultaten transactionele e-mails

De cijfers en ratio’s van de transactionele e-mails zijn ten opzichte van vorig jaar bijna allemaal gestegen. Zo zijn de CTR en CTO ruim verdubbeld. Dit jaar worden transactionele e-mails ook voor het eerst meer geopend op mobiel dan op desktop. Waar vorig jaar nog 23,74% geopend werd op mobiel, is dat nu 51,54%.

Andere opvallende cijfers:
  • De Open Ratio van e-mails in de B2B-sector is vooral hoog op zaterdag (33,80%) en zondag (33,60%).
  • Het succes van een e-mail wordt voornamelijk op basis van de Click Ratio (69%), Open Ratio (66%) en conversie (65%) gemeten.
  • Er heeft een verschuiving plaatsgevonden wat betreft populairste verzenddag. De woensdag (16,75%) is dit jaar het populairst.  



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Podcasts vijf jaar achter op YouTube’

Posted 26 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

De commerciële markt voor podcasts is op hetzelfde niveau als YouTube vijf jaar geleden voor video. Merken en nieuwe jonge mediamakers komen aan boord en geven het genre een nieuwe impuls.

Dat stelt althans Mike Russell, een Engelsman die eind vorige week spreker was op YouTube-event Vidcon Europe in Amsterdam. Het probeerde de mediamakers die overwegend met video bezig zijn te schetsen hoe ze met enkele kunstgrepen hun werk ook in audio kunnen verspreiden. Of zelfs als aparte productie kunnen ontwikkelen.

“Ja, het is mogelijk om met podcasts geld te verdienen. Sponsoring en affiliatelinks bij de shownotes en transcripties behoren tot de mogelijkheden. Maar je kunt ook producten verkopen.” Dan fungeert de podcast vooral als lead.

Marktcijfers en -vooruitzichten gaf de Engelsman niet.

Voor het aanwezige publiek zou een podcast vooral een extensie op hun huidige werk zijn. De meeste YouTubers zijn ook actief op Instagram, Snapchat en Facebook. “Het verschil daarmee is dat je bij podcasts zelf controle over de distributie hebt.”

SEO staat voor online audio nog in de kinderschoenen. Russell raadt in ieder geval aan om RSS-feeds aan te melden bij de grootste podcastzoekmachine iTunes en shownotes en transcripties te maken voor op een weblog.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zijn Progressive Web Apps relevant voor SEO?

Posted 26 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Dankzij responsieve websites zijn afzonderlijke mobiele websites of subdomeinen (m.website.tk) niet meer nodig. Nu Safari PWA’s ondersteunt, is ook de laatste grote browser PWA ready. Gaat de PWA (Progressive Web App) ervoor zorgen dat native apps net zo overbodig worden als afzonderlijk mobiele websites/subdomeinen? Of gaat een PWA je alleen maar meer technische kopzorgen bezorgen en je marketinginspanningen verwateren? En zijn er nog SEO-voordelen?

Wat is een PWA?

PWA staat voor Progressive Web App. In essentie is een PWA een hybride vorm tussen een app en een website. In een PWA worden je webpagina’s weergegeven in een app-omgeving met app-functionaliteit, ook wel een website in een app-jasje. Of om een Googler te quoten: “PWA are the web pages you know and love, just with some special sauce on them”.

Wat is het verschil tussen een website, native app en PWA?

Je website is een verzameling html-pagina’s die met CSS gestyled worden en middels Javascript aangestuurd worden. Bezoekers kunnen direct naar die pagina’s navigeren via de browserbalk, ze bezoeken via de zoekresultaten, maar ook via links op andere sites of in je nieuwsbrief. Websites zijn toegankelijk via een browser, dus je hoeft niet een bepaald besturingssysteem te hebben. Je bent wel altijd afhankelijk van een internetconnectie. Bovendien kan de mobiele ervaring en snelheid te wensen over laten.

Een app is software die je downloadt via de ‘store’ passend bij je besturingssysteem, die wordt geïnstalleerd op je apparaat. Dit maakt een app ‘native’. Een app staat los van je website, al kan je door middel van app-indexing en deeplinking ervoor zorgen dat gebruikers direct naar de app gestuurd kunnen worden als ze op het punt staan jouw content te gaan gebruiken. Maar de content, mogelijkheden (bv. push-berichten), vormgeving en navigatie kunnen dus totaal anders zijn dan op de website.

Een internetconnectie is niet per se nodig om een app te gebruiken, maar vaak wel noodzakelijk. Ook als de maker aanpassingen doorvoert, zal je een update moeten downloaden om ervan te kunnen profiteren. Een nadeel: lang niet alle content die op de site staat, is ook beschikbaar in de app. Bovendien moet je de techniek en de content voor een platform (of eigenlijk twee: iOS en Android) naast de site onderhouden. En apps worden zelden spontaan gedownload, dus naast app store optimalisatie is een bredere marketinginzet gewenst.

Enter the PWA…

Voordelen PWA’s

Het doel van een PWA is om het beste van het web en apps samen te brengen. Daardoor heeft het voordelen voor ontwikkeling, bedrijfsvoering en marketing. Bedrijven als Twitter, Uber, Trivago en Lancôme bieden al een PWA aan (zie PWAstats.com of de cases van Google).

Kracht van het web
  • Indexeerbare en deelbare urls
  • Voor iedereen toegankelijk: niet van een OS of device afhankelijk (a.k.a. progressief)
  • Altijd up-to-date: je hoeft geen updates van een website te downloaden
  • Geen app-store die als gatekeeper fungeert
App look & feel
  • Werkt offline
  • Werkt snel
  • Navigatie ingericht op mobiel gebruik
  • App-knop op scherm
  • Mogelijkheid om push-notificaties te sturen
Geen losse app en website meer
  • Geen dubbele ontwikkeling
  • Geen dubbel beheer
  • Geen dubbele marketing
  • Oftewel: minder kosten
Hoe werken PWA’s?

PWA’s krijgen hun ‘app-jasje’ dankzij een application shell architecture en hun functionaliteit dankzij de service worker.

De application shell architecture is zoveel als de minimale hoeveelheid HTML, CSS en Javascript om de interface weer te geven en aan te sturen. Deze moet:

  • snel laden (duh)
  • gecached worden (zodat dezeie constant snel kan laden)
  • content dynamisch weergeven (zodat de service worker de content kan inladen)

De service worker is de motor van de PWA. Zie het als een soort proxy tussen de website en de browser. De service worker laadt en cached de content. Heb je geen internetverbinding, dan kan alsnog content getoond worden uit de cache. Heb je wel internetverbinding, dan kan de service worker op de achtergrond nieuwe data alvast synchroniseren.

Ook kan de service worker data pre-fetchen, bv. om afbeeldingen die lager op een pagina te staan, sneller te kunnen tonen. Daarnaast heeft de service worker toegang tot hardware van je apparaat (bv. de geolocatie, camera of gyroscoop) en verzorgt het push notificaties.

Googler Jake Archibald legt de technische werking uit aan de hand van een fictief blog over treinen (zowaar grappig).

Als jij nu denkt “supertof, dit wil ik ook!” sta mij dan toe een wijs man te quoten:

Waarom jij geen PWA nodig hebt

Als je momenteel nog geen app hebt, maar PWA’s je wel interessant lijken, wil ik je graag veel kopzorgen, tijd en geld besparen: waarschijnlijk heb je geen PWA nodig. Want:

  • Je hebt geen nieuwsplatform (NOS, VI, Privé)
  • Je hebt geen communicatieplatform (Twitter, Facebook, Reddit)
  • Je hebt geen real-time data in je app (beurskoers, weer, live scores, ov-info)
  • Er verandert wekelijks eigenlijk niet zoveel aan je site (content, lay-out en functionaliteit)
  • Je verdient geld via de app-store

De site van Traffic Builders is een goed voorbeeld van een site waar op dit moment geen PWA voor nodig is. Voor ons is een snelle website met goede navigatie voldoende. Wij kunnen dus beter focussen op het optimaliseren van de responsive website, dan een PWA bouwen. Maar we gaan zien waar bedrijven in de toekomst mee gaan komen.

Natuurlijk zie ik alle ronkende cijfers over lagere bounce rates en stijging van conversies (al dan niet in combinatie met AMP). De vraag is in hoeverre deze resultaten niet gehaald hadden kunnen worden door de tijd en geld (en de expertise van Google die vaak meehelpt bij de ontwikkeling) te steken in andere optimalisatieslagen. Hoewel het overgrote deel van apps nauwelijks gebruikt worden, is er natuurlijk de toegevoegde waarde van een app-knop op het apparaat van een gebruiker. Op die manier ben je top-of-mind bij gebruikers en bied je een snelle toegang tot je site en dus meer terugkerende bezoekers.

PWA’s en SEO

De scherpe lezer heeft het waarschijnlijk al door: een PWA focust met name op een zo optimaal mogelijke ervaring van content op de mobiel met snelheid en toegang als speerpunten. Dat kan weer zorgen voor hogere engagement en mogelijk meer conversies. En dat tegen minder kosten en gedoe dan bij een native app!

Maar kan het je ook voordelen geven in termen van SEO?

PWAs currently don’t have any advantage in Google Search and as far as I know, there are no plans to change this.

– John Mueller, Google

Helaas: je zal niet hoger ranken alleen door een PWA te maken. Voor native apps is dit wel mogelijk door middel van app-indexing. Door je app-content te laten indexeren, kan Google in de zoekresultaten aangeven dat een bepaalde pagina ook beschikbaar is in een app op je device. Bovendien kun je een app direct vanuit de zoekresultaten downloaden (zie afbeelding). Wie weet gaat dit in de toekomst ook voor PWA’s gelden.

Wellicht dat ook andere key capabilities van app indexing zoals Google ze noemt voor PWA’s gaan gelden:

  • Search results: App Indexing surfaces links to app content on Google Search. For Android, this includes an install button for your app as well as personal content results in the Google app.
  • Installs: The install button for your app appears next to your homepage search result, giving users an easy path to installing your app to view content.
  • Autocompletions: App Indexing on Android lets your users see app content directly from suggested results in the Google app.
  • Assistant: App Indexing powers public content results for screen search on Android and Google Assistant on Pixel and Allo.

Als deze features ook mogelijk worden voor PWA’s ontstaat er een voordeel voor SEO. Bovendien is dit een grotere kans om jouw business voice search proof te maken doordat Google Assistent info oplepelt uit jouw app in plaats van de featured snippet van je concurrent.

Tenslotte de mogelijkheid dat Google gebruikerssignalen als bounce rate en engagement meeneemt in de rankingfactoren (RankBrain). Als PWA’s op deze vlakken echt voor een enorme verbetering zorgen ten opzichte van geoptimaliseerde websites zit ook hier kans voor SEO.

PWA: aanvulling, geen vervanging

Maar let op: dit is allemaal hypothetisch en de wens ridderen tot toekomstperspectief. In de basis blijft een PWA een Javascript-framework en is een website noodzakelijk voor je search marketingactiviteiten. Het is dus niet slim om een PWA te nemen in plaats van je website: een PWA is een aanvulling op je website, géén vervanging!

SEO-tips voor PWA’s

Wil je aan de slag met PWA’s dan moet je rekening houden met een aantal SEO-richtlijnen. Het is slim om geen aparte urls te genereren puur voor je PWA. Het is immers gewoon de content die ook op je site getoond wordt. Doe je dit wel? Zorg er dan voor dat je SEO-vriendelijke urls aanhoudt (geen # urls dus). Ook moet je je canonical tags op orde hebben, zodat Google doorheeft welke pagina het origineel is en welke wanneer getoond moet worden.

Daarnaast moet je geen bronnen blokkeren via robots.txt. De content wordt namelijk via Javascript ingeladen. Check ‘Fetch als Google’ in Search Console om er zeker van te zijn dat je pagina’s correct getoond worden. Eigenlijk standaard SEO-advies voor websites die zwaar op Javascript leunen dus, maar altijd goed om nog even te benadrukken.

Deze info en tools kunnen je op weg helpen bij het implementeren en testen van je PWA:

To PWA or not to PWA?

PWA’s zijn tot dusver puur een webdevelopment aangelegenheid. Voor marketeers zijn ze met name interessant in termen van UX en engagement. Voor betere online vindbaarheid hoef je het niet te doen. Sterker nog: als je niet oplet, kan het je op SEO-gebied schaden.

PWA’s zouden in de toekomst native apps (grotendeels) kunnen wegdrukken. Of een PWA de tijd, geld en moeite van de ontwikkeling waard is of dat je beter je huidige website aan kan pakken, hangt volledig af van je huidige website. Maar volledig overstappen van je website naar PWA-only raden we zeker niet aan! En we zijn nooit te beroerd om je hierbij advies te geven.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Voigt Travel: merk laden en awareness creëren

Posted 22 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Net als Coolblue besloot Voigt Travel twee jaar geleden om af te stappen van aparte bestemmingenwebsites en zichzelf als merk op de kaart te zetten. Dat levert een aantal interessante vraagstukken op, vertelt Rudo Hofman, online marketeer bij Voigt Travel.

Voigt Travel is gevestigd in Naarden en bestaat al meer dan dertig jaar. Het bedrijf ging van start met autoreizen naar Finland, waarbij in eerste instantie gebruik werd gemaakt van vrachtschepen en later ook passagiersschepen. De contacten met rederijen zorgden ervoor dat Sicilië en Sardinië eenvoudig aan het aanbod konden worden toegevoegd. Die twee eilanden zijn nu massabestemmingen maar toentertijd waren ze niet zo gemakkelijk bereikbaar, aldus Hofman.

“Voigt Travel is dus begonnen als touroperator voor autoreizen naar onontdekte bestemmingen. We vervoerden duizenden mensen in de zomer per boot naar Finland. Al die Nederlandse kentekens trokken de aandacht bij Finnair, die ons eind jaren negentig benaderde om samen te werken,” vertelt Hofman. “Zo verschoof de focus naar ’s winters per vliegtuig naar Lapland. Nu hebben we honderd chartervluchten die we vullen dit winterseizoen. Daarmee zijn we de grootste van Europa op Lapland – het overgrote deel van onze omzet komt daarvandaan. Daar ligt onze kracht maar tegelijkertijd lopen we natuurlijk ook risico, omdat we zelf de vliegtuigen moeten volkrijgen. Voor Sicilië en Sardinië werken we met lijndiensten waardoor de schade minder groot is als het wat minder loopt.”

Van aparte landensites naar één website

Inmiddels beslaat het aanbod naast Finland/Lapland, Sicilië en Sardinië ook Spitsbergen, Noorwegen, Zweden en Schotland. Voorheen werd voor elke bestemming een aparte site gelanceerd, zoals noordeuropa.nl, eilandenreis.nl, enzovoorts. Voigt-travel.nl fungeerde als een simpele doorverwijzingspagina. “Probleem met deze aanpak is dat iemand die een reis naar Sicilië boekt geen idee heeft dat we ook Spitsbergen of Lapland aanbieden. Daarom hebben we de stap gezet om alles onder te brengen op de site Voigt-travel.nl, zodat we aan onze naamsbekendheid als touroperator kunnen werken en al onze bestemmingen onder de aandacht kunnen brengen. Uitzondering hierop is Lapland.nl – dat is een ontzettend sterke domeinnaam en die willen we nu nog niet redirecten. Dan verlies je toch altijd traffic en waarde en gezien de agressieve concurrentie die momenteel gaande is op Lapland willen we dat niet. Uiteindelijk gaan we die stap wel zetten maar dan wel op het juiste moment.”

De hevige concurrentie waaraan Hofman refereert betreft onder andere TUI, die enkele winterseizoenen geleden is gestart met het aanbieden van reizen naar Lapland. Maar ook airlines en de Aziatische markt hebben Lapland ontdekt. “Voordat wij ermee begonnen vloog niemand naar Lapland. Inmiddels staat het Noorderlicht bij iedereen op de bucketlist en daar is de concurrentie slim op ingesprongen. Wij hebben de bestemming op de kaart gezet, maar andersom profiteren wij natuurlijk van de advertentiekracht van TUI. Onze belangrijkste taak is nu om ervoor te zorgen dat wij bovenaan blijven staan in Google als mensen op Lapland zoeken.”

Organisch beter vindbaar

Volgens Hofman kan Voigt Travel het als nichetouroperator zeker winnen van de concurrentie op organische vindbaarheid. “Dat is een kwestie van de hoeveelheid kennis en content die in het bedrijf aanwezig is over onze bestemmingen slim benutten. We zijn dan ook vooral bezig met SEO. Verder geven we uiteraard budget uit aan AdWords, daar ontkomen we niet aan. Verder hebben we retargetingcampagnes op Facebook en sturen we een nieuwsbrief uit. Ook zijn we net begonnen op Instagram, om eens te kijken wat het oplevert. Onze huidige doelgroep is ouder dan de gemiddelde leeftijd op Instagram maar we kunnen er natuurlijk een jongere leeftijdscategorie mee aanboren.”

Voor Hofman is de belangrijkste taak het laden van het merk Voigt Travel en het creëren van awareness voor bestemmingen, of dat nu de plek betreft of het seizoen waarin je ernaartoe kunt. “Tot twee jaar geleden zaten we heel erg op het creëren van awareness van Lapland als bestemming. Nu zijn we meer bezig met zorgen voor naamsbekendheid van Voigt Travel in relatie tot onze bestemmingen. Dat je in de winter voor Lapland goed bij ons terecht kunt is inmiddels wel geland, nu willen we onszelf neerzetten als specialist voor heel Noord-Europa, in de zomer én de winter.”

Het marketingbudget dat Voigt Travel hiervoor beschikbaar heeft, wordt fiftyfifty ingezet bij print en online media. “De helft van de boekingen wordt niet online gemaakt. We bieden nichebestemmingen aan die veel vragen oproepen. Daarnaast zijn we bij het grote publiek nog een relatief onbekende partij en dan willen mensen toch eerst telefonisch contact. Bij ons is offline dus een heel belangrijk onderdeel van de customer journey en dat zie je terug in onze marketinguitgaven.”

Samenwerking met Secret Escapes

Nieuw in de mediamix is de dealsite Secret Escapes waarmee Hofman net een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. “Of ons publiek bij Secret Escapes zit, moeten we ervaren. We beginnen er met een zomerreis naar de Noordkaap. Voor ons is het vooralsnog net zo belangrijk dat er awareness wordt gecreëerd. Wat dat betreft fungeren we een beetje als verkeersbureau. Je kunt nog zo goed vindbaar zijn in Google, als niemand op die bestemming zoekt, heb je daar niets aan.”

Waar dat alles uiteindelijk toe moet leiden? Hofman heeft een duidelijk toekomstbeeld voor ogen voor Voigt Travel. “Over vijf jaar zijn we Noord-Europa-specialist en marktleider ten noorden van de poolcirkel, óók in de zomer. Verder is Voigt Travel als merk dan bij de relevante doelgroepen bekend en hebben we voortgang geboekt op het gebied van personalisatie. En natuurlijk is ons aanbod uitgebreid met nieuwe regio’s waar de concurrent nog niet zit. Dat vergt af en toe een lange adem qua marketing maar uiteindelijk betaalt het zich uit.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo voorkom je een Google penalty bij de inzet van pop-ups

Posted 21 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Wat voor effect hebben pop-ups op de indexatie in zoekmachines? Webshops hebben tal van afwegingen om pop-ups in te zetten, zoals de officiële richtlijnen van Google, de timing en de impact op de interactiestatistieken. Toch dien je niet lichtzinnig te denken over de inzet ervan; voor je het weet straft Google je af. 

Wie kent ze niet, de pop-ups bij het bezoek aan webshops. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om de bezoeker te verleiden tot een nieuwsbriefinschrijving. Het gebruik is gemeengoed en bij tal van gerenommeerde shops worden pop-ups ingezet wanneer je op de website komt of wanneer je dreigt deze te verlaten.

Het is belangrijk om een goede afweging te maken van de voor- en nadelen van pop-ups. Laten we eerst afbakenen wat we verstaan onder de verschillende termen die vaak door elkaar worden gebruikt. In Nederland hebben we het meestal over pop-ups, overlays en lightboxes.

Pop-ups

Er zijn verschillende soorten pop-ups. Sommigen openen in een nieuw venster en daar is Google fundamenteel op tegen. Ook de meeste internetgebruikers zijn er niet van gecharmeerd en veel browsers waaronder Google Chrome en Mozilla Firefox blokkeren deze vorm daarom automatisch.

Overlays

Een pop-up die verschijnt in hetzelfde venster wordt vaak een overlay genoemd. Dit is vaak een kleiner visueel element dat ergens op de pagina verschijnt zoals “Schrijf je in voor de nieuwsbrief” of “Download de gratis whitepaper”. Dergelijke overlays zijn gangbaar en meer geaccepteerd en zorgen vanuit Google’s perspectief voor minder problemen dan de klassieke pop-up. Er zijn echter wel enkele mogelijke problemen bekend, vooral met mobiele apparaten.

Lightbox

De officiële naam Modalvenster wordt in Nederland nauwelijks gebruikt en is een overkoepelende naam voor onder andere de Lightbox. Deze functionaliteit maakt het hoofdscherm onbruikbaar maar wel (gedimd) zichtbaar op de achtergrond. Gebruikers moeten interacteren met het bovenliggende Modalvenster om terug te keren naar het hoofdscherm.

De term Lightbox is afkomstig van een module welke ontwikkeld is door Lokesh Dhakar voor de destijds populaire JavaScript libraries Prototype en script.aculo.us. Toen het open-source script werd toegevoegd als plug-in voor de aan populariteit winnende JavaScript library jQuery, was het hek van de dam en inmiddels is de naam Lightbox synoniem voor het gebruik van een Modal window.

Lightboxes voor afbeeldingen zijn een populaire vorm van modals. Ook een inschrijvingsformulier dat verschijnt over de rest van de content en die het niet toelaat te interacteren met de content eronder, wordt beschouwd als een modal. Deze vorm is meestal geen probleem tenzij het een vorm van spam of advertenties betreft die je probeert uit de user experience te halen.

Interstitials

Een klassieke vorm van een interstitial wordt soms gebruikt door uitgevers. Als je voor het eerst een artikel wilt lezen op een nieuwswebsite zie je soms een welkomstadvertentie en pas na enkele seconden kun je verder met browsen of lezen. Deze vorm irriteert mensen mateloos en ook Google houdt er niet van. Voorlopig vindt Google het gebruik van interstitials nog niet erg genoeg om grote uitgevers uit hun zoekresultaten te verwijderen maar dat zou nog wel eens kunnen gebeuren.

Welke factoren zijn van belang voor SEO?
    1. Timing
      Het moment waarop het element verschijnt, blijkt van belang voor de mate van negatieve impact. Als het direct verschijnt bij het laden van de pagina zal Google anders oordelen dan wanneer het na verloop van tijd verschijnt. Wanneer een overlay voor een nieuwsbriefinschrijving direct wordt getoond, dan wordt dat anders beoordeeld dan wanneer het verschijnt nadat je 80 procent van een pagina hebt gescrold. Zelfs als het geen duidelijke negatieve impact heeft op de indexatie is het nog de vraag hoe bezoekers het ervaren. Ook is van belang hoe lang het element in beeld is en of het eenvoudig te sluiten is. Hoe korter het verschijnt hoe beter.

    2. Interactie
      Kan het element eenvoudig worden gesloten en intervenieert het met de content of leesbaarheid? Google’s mobiele richtlijnen stellen sinds enige tijd dat wanneer een overlay intervenieert met de mogelijkheid om de feitelijke content op de pagina te lezen dat mogelijk een straf volgt. Ook kunnen de “mobile-friendly” tags worden verwijderd evenals mobile-friendly voordelen.

    3. Content
      Vooral advertenties kunnen voor problemen zorgen. Als de pop-up of overlay een call to action bevat voor de website zelf dan is er over het algemeen niets aan de hand zeker als het onderdeel uitmaakt van de algehele gebruikerservaring. Er is sowieso een belangrijke uitzondering op veel van de regels die Google hanteert. Wanneer een element vraagt om iemands leeftijd met het oog op een vorm van juridische toestemming of om toestemming voor het gebruik van cookies dan gelden de regels niet.
    4. Condities
      Als de overlay of pop-up is getriggerd op basis van condities zoals verkeersbron dan kan dat ook invloed hebben op de beoordeling door zoekmachines.
      Ook onderscheid tussen bezoekers zonder of met cookie of voor- of na inloggen kan invloed hebben. Indien je iets toont voor het inloggen dan ziet iedereen het en na het inloggen slechts een beperkte groep. Middels gerichte targeting kun je ervoor zorgen dat de overlay relevanter is en positief bijdraagt aan de gebruikservaring. Daarmee is de kans op een gepercipieerde negatieve impact door zoekmachines ook een stuk onwaarschijnlijker.
      Content die zichtbaar is na een inlog is overigens niet positief voor de indexatie in Google. Wanneer een bezoeker van een zoekmachine afkomstig is en wordt gedwongen eerst in te loggen voor de content zichtbaar wordt dan kan dit negatief werken. Facebook worstelt hier ook mee want veel van hun content is pas toegankelijk na inloggen en dat zorgt er bijvoorbeeld voor dat niet alle content geïndexeerd wordt door zoekmachines.
    5. Engagement impact
      Wat Google probeert duidelijk te maken en nastreeft is dat een goede gebruikservaring wordt beloond en een slechte wordt gestraft. Als de getoonde content (inclusief overlays) op een website zorgt voor “pogo-sticking” (een gebruiker klikt meteen terug naar de zoekresultaten) dan is dat een teken aan Google dat een slechte gebruikservaring wordt geboden. Er wordt dan kennelijk een drempel opgeworpen die men niet bereid is te nemen om de content te bereiken.
Best practices

Ten aanzien van SEO geldt dat de gebruiker centraal moet staan. Het ontwerp en content dienen bij te dragen aan de gebruikservaring. Relevantie is hierbij het sleutelwoord. Dit geldt voor content (geen “keyword stuffing”) en evenzeer voor het gebruik van dynamische elementen zoals overlays.

Doe dus in hoofdzaak zaken die positief bijdragen aan de gebruikservaring. Het is geen probleem om een concessie te doen aan de gebruikservaring wanneer dat een significante bijdrage levert aan bijvoorbeeld de omvang van de e-maildatabase. Maak echter altijd een afweging van de voor- en nadelen.=

Hou de impact in de gaten via deze vier metrics

  • Bounce rate
  • Browse rate (gemiddeld aantal pagina’s)
  • Herhaalbezoek ratio’s
  • Time on site nadat het element verschijnt

Gebruik de mogelijkheden die worden geboden door tools voor segmentatie en personalisatie voor het maximaliseren van relevantie en niet te vergeten het minimaliseren van irrelevantie.

Toon bijvoorbeeld geen pop-up aan iemand die de nieuwsbrief al ontvangt. Een open deur? Inderdaad. Echter het is verbazingwekkend hoe vaak dit toch gebeurt. Een irrelevante overlay is irritant en werkt contraproductief. Zeker wanneer een korting wordt geboden raakt de bezoeker gefrustreerd over het mislopen daarvan. In feite wordt men aangemoedigd zich uit te schrijven en opnieuw in te schrijven en zo wordt onnodig marge weggegeven.

Denk aan de timing en relevantie van het bericht. Bij een eerste bezoek op de eerste pagina vragen om iemands e-mailadres is een slechte timing. Het is aannemelijker dat iemand daar meer toe genegen is nadat men kort heeft kunnen rondkijken. Bij tal van shops krijg je meteen korting aangeboden op je eerste bestelling wanneer je inschrijft op de nieuwsbrief. Dit zal een tijdelijke boost geven aan de database echter is allang niet meer onderscheidend en leidt tot minder kwalitatieve inschrijvingen  

Op mobiel is het van belang ervoor te zorgen dat cruciale content niet wordt bedekt en dat geen afbreuk wordt gedaan aan de lees- en browse ervaring door het getoonde element. Zorg er vooral voor dat elementen zeer eenvoudig kunnen worden gesloten. Dit is onderdeel van Google’s richtlijnen maar het is ook een best practice die zeker helpt bij de user experience metrics van punt 3.

Het belang en de opbrengst moeten ruim opwegen tegen de nadelen. Die zijn er vrijwel altijd in de vorm van een hogere bounce rate of lagere time on site. Wanneer de interactie enkele seconden wordt geschaad maar 5% van de bezoekers schrijft zich in voor de nieuwsbrief dan is dat vermoedelijk een goed resultaat. Als de onderbreking 20 seconden duurt en 1% schrijft zich in, is het het dan nog steeds waard?

De soep wordt niet zo heet gegeten als deze wordt opgediend echter het is wel oppassen geblazen. Gebruik geen pop-ups maar alleen overlays en modals zoals lightboxes. Zorg vooral voor een positieve bijdrage aan de gebruikservaring. Benut daartoe de technische mogelijkheden van goede segmentatie en personalisatie tooling voor het minimaliseren van irrelevantie en het maximaliseren van relevantie qua content en timing.



Lees het volledige bericht op Emerce »

27vakantiedagen.nl: recensiesite voor de inspiratiefase

Posted 19 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Johannes Keuning schreef in 2010 het boek ‘De wereld rond in 27 vakantiedagen’, een reisgids voor de werkende mens. Met het platform 27vakantiedagen.nl benut hij de merkwaarde in de vorm van bestemmingsreviews. “Wij vertellen bewust niet het persoonlijke verhaal.”

Hoe ben je op het idee van een recensiesite gekomen?

“Ik was altijd al bezig met mensen ervan overtuigen dat ze de wereld ook zonder sabbatical kunnen ontdekken. Het boek met tips over hoe je dat aanpakt en waar je naartoe kunt gaan was daarop een logisch vervolg. Er werden meer dan tienduizend exemplaren van verkocht. Ter promotie hadden we op Facebook een groep aangemaakt waarop we al snel zo’n 20.000 volgers hadden. De vraag was natuurlijk: en nu? Een tweede boek zou een herhaling van zetten zijn, dat wilde ik niet. Bovendien weet iedereen tegenwoordig hoe je zelf online een vakantie kunt regelen, dat is niet zo bijzonder meer.

Wel wilde ik verder met het merk en de naam 27 Vakantiedagen maar dan moest daar wel een goed concept achter hangen. Ik wilde niet een van de zovele reisbloggers worden. Wat ik miste, was een reviewsite op landenniveau. Partijen als Zoover of Iens zijn heel erg gericht op een specifieke accommodatie of een bepaald restaurant. Maar als je nog niet eens weet naar welk land je wilt gaan of bijvoorbeeld twijfelt tussen Vietnam of Cambodja, dan heb je natuurlijk veel meer aan meer generieke ervaringen op landniveau van mensen die daar al zijn geweest. Zo is 27vakantiedagen.nl ontstaan.”

Je zou verwachten dat jij als auteur prominent in beeld komt op je eigen platform, maar dat is niet het geval. Waarom niet?

Johannes Keuning, 27vakantiedagen.nl“Ik heb er bewust voor gekozen om het niet persoonlijk te maken. Het gaat erom dat mensen die in de awareness- en inspiratiefase van de customer journey zitten de informatie kunnen vinden die ze nodig hebben om een reisbestemming te kiezen. In de bijdragen van onze reviewers vragen we om de cultuur, bezienswaardigheden, gastvrijheid, natuur, stranden en eten te beoordelen en hun algemene ervaring met de bestemming te beschrijven. Daarbij mogen ze echt persoonlijke belevenissen juist achterwege laten. De kans is natuurlijk klein dat een volgende bezoeker die ene leuke ober in dat fijne restaurantje ook treft. Dat soort details vormen niet de informatie waarop je de keuze van een vakantiebestemming baseert, dat is pas interessant als je gekozen hebt.”

Hoe krijg je mensen zover dat ze recensies plaatsen?

“We zagen op de Facebookpagina van De Wereld in 27 Vakantiedagen al dat mensen het leuk vonden om hun mening te geven als we daarom vroegen. Op Facebook hebben we later ook groepen aangemaakt voor mensen met een passie voor Italië, Afrika, enzovoorts. In die niche communities zwengelen we de site natuurlijk ook aan en maken we volgers enthousiast om recensies achter te laten. Soms geven we een incentive, zoals een gratis Lonely Planet voor het plaatsen van een bepaald aantal reviews. Dat werkt heel goed. Mensen vinden het gewoon leuk om hun ervaringen te delen en anderen daarmee te helpen.”

Wat is het verdienmodel?

“We geven per land en bestemming aan welke reisaanbieders daar actief zijn. Daarvoor krijgen we affiliate fees of we maken directe afspraken met touroperators over promotie.”

Kun je er al van leven?

“Ja. Mijn partner Alfons Takema, die van huis uit webdesigner is, en ik hebben anderhalf jaar geleden besloten onze baan op te zeggen. Sindsdien zijn we fulltime in de weer met 27vakantiedagen.nl. Inmiddels hebben we meer dan elfduizend reviews en is de content flink uitgebreid. We bieden nu ook informatie en reviews over regio’s, eilanden, steden en nationale parken, zodat mensen ook bínnen een bepaald land geholpen worden de juiste bestemmingen kunnen kiezen. De fase daarna – waarbij hotels en restaurants gekozen moeten worden – laten we aan andere reviewplatforms.”

Welke lessen heb je tot nu toe geleerd?

“Een belangrijke les is dat de kwaliteit van de recensies hoger is als mensen eerst een account moeten maken voor ze content kunnen delen. Ze maken zich er dan niet vanaf met twee regels tekst maar komen echt met een serieuze beoordeling waar je als lezer wat aan hebt. Er geldt trouwens sowieso ook een minimumaantal woorden. Gezien de aard van het platform dachten we ook dat het forum een belangrijk onderdeel zou zijn, maar daar werd amper iets op gepost dus die functie hebben we eraf gehaald. Daarvoor zijn ook al andere reisfora.

Waar we nog te weinig aandacht aan hebben besteed is de shop. Daar hebben we jarenlang eigenlijk alleen onze eigen kalender verkocht. Binnenkort gaan we dit grootser aanpakken in samenwerking met bestaande travel webshops. In basis is de belangrijkste les misschien wel geweest om een duidelijke focus en positionering te kiezen. Niet van alles halfjes doen, maar één ding goed.”

Waar sta je nu en wat kan er nog beter?

“In januari hadden we een half miljoen unieke bezoekers. Zestig procent van ons traffic komt vanuit de zoekmachines. We zijn daarom vooral bezig met SEO. 27vakantiedagen.nl moet als eerste in de zoekresultaten staan wanneer iemand bijvoorbeeld ‘Bangkok ervaringen’ of soortgelijke termen intypt. Informatie-gerelateerde zoekopdrachten, geen transactie-gerelateerde. Dat is onze focus. Qua content zijn we nog lang niet klaar. We willen voor ieder land van de wereld ook reviews aanbieden van minimaal tien tot twintig regio’s, steden, et cetera.

Als we dat voor elkaar hebben gaan we kijken naar hoe we de content en reviews nog beter kunnen laten filteren en presenteren. Op dit moment kun je een bestemming selecteren op basis van het werelddeel, de maximale prijs van een vliegticket, het lokale prijsniveau, de reisperiode en specifieke toplijstjes maken voor wat betreft de vijf beoordelingsaspecten. We willen in de toekomst de mogelijkheid bieden om veel uitgebreider te zoeken en te filteren op beoordelingsniveaus en interesses. Verder willen we de community uitbouwen, bijvoorbeeld door het mogelijk te maken recensenten te volgen en elkaar berichten te sturen. Ik denk dat we nog wel drie tot vier jaar nodig hebben voor het platform eruitziet zoals wij dat voor ogen hebben.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Acht vragen over de inzet van shoppable video

Posted 19 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Online video wordt vooral als marketingtool ingezet. Je kunt er echter ook een intuïtief verkoopkanaal van maken. Hoe vorm je daar een strategie voor? En aan welke eisen moet de content voldoen? 

  1. Weet je wat shoppable video inhoudt?

Ja: Er bestaan al video’s waar een link aan toegevoegd kan worden. Dat zijn aardige features, maar een goede strategie voor shoppable video gaat veel verder.

Nee: Shoppable video maakt gebruik van interactieve (klikbare) elementen om producten sneller koopbaar te maken.  Wat verder gaat dan alleen een ‘Bestel nu’ knop. Breder gezien werk je aan een aparte buyer journey voor je klanten. Waarbij je rekening met de shop-ervaring per apparaat en de intentie die mensen hebben. Op basis hiervan bied je relevante opties. Zo is eerdergenoemde bestel-button voor een mobiele gebruiker vaak niet de juiste call to action.

  1. Hoe je tot een goede contentstrategie komt?

Ja: Je weet dat een smartphone- of tabletgebruiker een ander soort shop-gedrag vertoont dan bijvoorbeeld desktopgebruikers. Zo maak je voor ieder platform een eigen strategie.

Nee: Allereerst begin je met het identificeren van de doelgroep. Het doel is interactie creëren rond de inhoud van de video. Is een kijker out-of-home, dan oriënteert deze zich op mogelijke aankopen. Op de bank wil hij meer inhoudelijke informatie over een product. In deze fase zijn we op zoek naar content die onze aankoopintentie kan bevestigen. Desktop maakt het prettiger om bijvoorbeeld videoreviews of productinhoudelijke informatie te bekijken en uiteindelijk tot verkoop over te gaan.

  1. En hoe je jouw video technisch shoppable maakt?

Ja: Facebook, Instagram en Youtube hebben hun eigen functionaliteiten. Je vaak wel een flink budget hebben om te adverteren en gebruik van maken shoppable features.

Nee: Er zijn enkele spelers die kant en klare platformen aanbieden waarbinnen je je video’s eenvoudig shoppable maakt. Voor middelgrote webshops bijvoorbeeld Orangevine.net en Vidyard.com. Waar je onder andere een eigen (unbranded) player kunt gebruiken. Voor enterprise-partijen zijn Bluebillywig.com en BrightCove.com geschikt. Waar je wel gebruik moet maken van players die een duidelijke link hebben met de maker. Een voordeel: al deze players werken eenvoudig via embed-codes. Hier vind je een mooi voorbeeld.

  1. Weet je hoe je de juiste customer journey creëert?

Ja:  Om Shoppable Video effectief te kunnen maken dien je rekening te houden met gedrag per device en verwachtingen van de klant. Hou het daarnaast vooral simpel!

Nee: Het is belangrijk om de juiste call to action-buttons toe te voegen. Smartphone en tabletgebruikers zijn dus met bezig met oriënteren. En op zoek naar informatie die vooral bevestigt dat de toekomstige aankoop de juiste is. Het is daarom beter een relevante verdiepingsmogelijkheid toe te voegen, zodat de shopper later met vertrouwen tot aankoop kan overgaan op desktop. Tip: geef altijd maar één call to action-mogelijkheid. Voor meer informatie kijk je hier.

  1. Wat eigenlijk een goede shoppable video is?

Ja: Een goede video komt snel tot de kern, meestal binnen de eerste dertig seconden. Stop ook niet te veel informatie in een video.

Nee: Show don’t tell. Vertel het verhaal niet alleen, verkoop het: noem niet louter productfuncties maar belicht de voordelen. Zorg dat de video draait om ontdekken en informeren. Video biedt de mogelijkheid om merkaffiniteit en vertrouwde expertise op te bouwen. Maar stop ook niet te veel informatie in de video. Wil je meer informatie kwijt, biedt dan een menu of skip button. Geef ook niet te veel producten weer in één video. Dat verwart en zorgt dat je bezoekers kwijtraakt.

  1. En waar je technisch nog meer op moet letten?

Ja: Gebruik de juiste video aspect ratio. Afhankelijk van waar je de video gaat vertonen (mobiel 9:16 of 2:3, tablet 16:9 of 2:3, desktop 16:9) en wat je wilt laten zien.

Nee: Idealiter heeft shoppable video geen beperkingen in de soort interactie dat je zou kunnen toevoegen. Soms zal dat een direct link kunnen zijn, op andere momenten een trigger voor meer info, iets downloaden of het achterlaten van een emailadres. Hoe dan ook wil je dat jouw video’s makkelijk organisch gevonden worden. Optimaliseer je video ook voor SEO. Integreer hoogwaardige zoekwoorden, sleutelzinnen en lange staartzoekwoorden in videotitels, thumbnails en omschrijvingen. En zorg dat je rich snippets gebruikt.

  1. Weet je wat het je gaat opleveren?

Ja: Simpel gezegd, meer conversie. Sommige partijen merken een conversiestijging van 31 tot 49 procent. En een vermindering van het aantal retours met 57 procent.

Nee: Video zorgt voor meer engagement bij klanten dan andere media. Consumenten klikken vaker op video dan op banners. Daarnaast worden video’s meer gedeeld dan foto’s of andere berichten. Daarbij zijn ze goed voor je ranking en komen ze vaker naar boven in zoekresultaten van Google en andere zoekmachines. Ook kijkt 68 procent van de YouTube-gebruikers weleens een video van een product voordat ze deze bestelt. Meer weten? Lees hier.

  1. Weet je genoeg om aan de slag te gaan?

Ja: Het belangrijkste is om gewoon te beginnen. Zorg hierbij voor concrete doelstellingen en meet of je die haalt.

Nee: Meet ook de betrokkenheid bij de video, de bounce ratio en doorkliks naar productpagina’s. Let op: de conversieratio is een secundaire statistiek. We richten ons hier op de mogelijkheid van shoppable video om meer interesse te wekken over het product of het direct aan winkelwagen toe te voegen. Zorg er bovendien voor dat de landingspagina’s altijd actueel blijven. Ook als een product is uitverkocht, de video blijft namelijk vaak langer staan. Meer inspiratie

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#164).



Lees het volledige bericht op Emerce »