Posts Tagged ‘seo’

B2B marketing: denk ook aan Pinterest en Instagram

Posted 20 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

In de B2B komen bedrijven vaak niet verder dan een halve Facebookpagina of her en der wat posts op LinkedIn. Pinterest of Instagram komen daarbij zelden in beeld. Waarom eigenlijk? En inderdaad: waarom zou je Pinterest of Instagram wel als B2B Marketing kanaal inzetten?

De grootste valkuil en aanname in de B2B is dat zowel Pinterest als Instagram als consumentenkanaal worden gezien. Dat is natuurlijk gedeeltelijk waar; het grootste gedeelte van de gebruikers zijn consumenten die de kanalen aanwenden in een persoonlijke setting. Maar vergeet niet dat jouw zakelijke relaties óók mensen zijn. Mensen die jouw bedrijf in hun vrije tijd mogelijk op een heel andere manier bekijken.

Maar is dat niet gek, om zakelijk en privé door elkaar te halen? I guess not. Als personen zijn we de hele dag bezig om meningen te vormen over alles. Over ons eigen bedrijf, collega’s, partners waar we mee samenwerken, nieuwe projecten waar je mee gaat starten. En die mening of dat beeld wordt vaak gevoed door social media, waar uiteraard alles zeer visueel wordt uitgebeeld. Door gebruik te maken van die beeldvorming via je social media kun je jouw bedrijf als zodanig gaan positioneren.

Daarnaast wordt user generated content (ugc) steeds belangrijker bij de positionering in B2B markten. Volgens onderzoek naar ugc blijkt dat bedrijven die zich hiermee bezighouden gemiddeld 29% hogere conversies behalen en dat de ‘likeability’ maar liefst 93% hoger ligt. In het kort wordt deze content sterk gewaardeerd vanwege het persoonlijke karakter, maar ook de oorspronkelijkheid ervan. Denk bijvoorbeeld aan een klantreferentie op een extern kanaal.

Daarmee komen we dichterbij de kern: wanneer zet je Instagram of Pinterest dan in? Hiervoor gaan we even terug naar het begin: de bedrijfsdoelstellingen.

Wanneer en in welke fase van B2B marketing zet je Pinterest of Instagram in?

Zoals ik al eerder noemde, houden we bij ons online marketing bureau een intake en inventarisatie van je bedrijfsdoelen en doelstellingen. Belangrijk hierbij is het verschil tussen je hoofddoel en hoe je dat gaat bereiken. Als typerend voorbeeld: “Ons hoofddoel is omzetgroei, en daarom heb we meer leads nodig.”

Maar wat ontbreekt er dan in je B2B marketingaanpak voor leads? Hoe ziet je markt eruit? Wat zeggen je klanten? (of zeggen ze niet?) Samen met het see-think-do-care model kunnen we al snel de pijnpunten vaststellen, inclusief een mogelijke aanpak.

Het bleek dat het om een markt ging waar letterlijk iedereen hetzelfde doet. En een relatief saai product aanbiedt. En hier totaal geen menselijke aspecten in verwerkt.

Naast vindbaarheid via SEO en SEA, speelde vooral de ‘think fase’ een belangrijke rol. Daarin spelen vergelijking en overtuiging de hoofdrol. En precies dit gat kan social media in de vorm van Pinterest en Instagram vullen. Maar ook de ‘care fase’ was belangrijk, want hoe gebruik je social media om retentie uit bestaande leads te halen en te gebruiken als referentie. Dus wat zijn nu concreet de toepassingen?

Toepassingen van Pinterest en Instagram in B2B marketing

Zoals ik al aangaf, speelt overtuiging een grote rol in de B2B marketing. Dit opent gelijk een scala aan toepassingen. Het overkoepelende woord komt sterk overheen met de Branding van je bedrijf: hoe word mijn bedrijf ervaren in de markt.

Dat betekent dat je Pinterest en Instagram kunt inzetten als middel om bijvoorbeeld je branding bij te sturen. De voordelen hiervan lopen zeer uiteen, maar een reeks voorbeelden zijn:

  • Persoonlijkheid en Cultuur: laat zien wie de mensen achter jouw bedrijf zijn. Give it a face! Niemand wil zaken doen met een machine.
  • Klantenbinding: maak duidelijk dat jij net als je klanten om dezelfde zaken geeft. Share a common goal.
  • Showcase je referenties: laat op een sterke manier je goede relatie met je klanten zien.
  • HR: toon jezelf als aantrekkelijke werkgever!
  • Fanbase uitbouwen: bijna ieder niet-sexy product kent hobbyisten die er helemaal weg van zijn. Ken jij de groep #trainspotters of de groep Oil Rig Fans op Pinterest al?
  • Zichtbaarheid vergroten: jouw bedrijf is gewoonweg ook meer online aanwezig.
Maar hoe bereik je de gebruikers nu?

Volgens databox kun je deze social media dus goed inzetten voor jouw doel. Voorbeelden van content die goed kan werken op Pinterest heb ik al eerder opgesteld in een blog over Pinterest voor bedrijven. Maar: wat is de user-base van Pinterest en Instagram? Dit is lastig te bepalen, want officiële gegevens schommelen al jaren naar gelang de meetmethode. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat beide platformen een ander doel hebben en daarmee een andere gebruiksfrequentie.

Pinterest is een verzamel- en oriëntatie platform. Personen zoeken naar inspiratie omtrent een bepaald onderwerp en doen dit wanneer men getriggerd wordt door een onderwerp (tegenwoordig stuurt Pinterest hier pushnotificaties voor). Instagram is een visuele #newsfeed. Net als Facebook is het bedoeld om continue een stroom aan visuele updates te ontvangen over jouw interesses.

Volgens de laatste statistieken van Newcom zijn de gebruikersaantallen van de platformen het laatste jaar flink gegroeid. De teller gebruikers voor Instagram staat op 3.2 miljoen Nederlanders en Pinterest zit aan een stevige 2,4 miljoen. De teller gebruikers voor Instagram staat op 3,2 miljoen Nederlanders en Pinterest zit aan een stevige 2,4 miljoen.

Het grote verschil is het dagelijks gebruik. Instagram kent ongeveer 1,3 miljoen dagelijkse gebruikers, waar Pinterest er 380.000 registreert. Beide platformen zijn daarnaast sterk gericht op mobiel. Instagram helemaal en naar schatting gebruikt 80% Pinterest op een smartphone.

Organisch vs Adverteren

Bij het opzetten van Pinterest en Instagram als B2B kanaal kun je het beste zorgen voor een organische basis. Zorg voor een integratie met je website en de overige social media platformen. Nodig je collega’s en klanten uit om deel van je platform te worden. Regel dat iemand, bijvoorbeeld je content marketeer, het kanaal gaat beheren en interactie voor zijn of haar rekening neemt.

Zodra de basis staat is het zaak om het aantal volgers te laten groeien. Tenzij je een Instagram influencer bent of Pinterest met de paplepel is ingegoten, zul je waarschijnlijk moeten adverteren voor een groot bereik. Gelukkig hebben de platformen niet voor niets bedrijfsaccounts.

Pinterest beweert al jaren dat ze Pinterest adverteren in Nederland gaan uitrollen. Ondanks mijn enthousiasme hiervoor, is dit helaas nog niet het geval. In de VS zijn er echter wel al coole features die Pinterest aantrekkelijk maken voor adverteren: Promoted Pins en Search Ads. Hiermee kun je je (organische) vindbaarheid extra boosten onder jouw doelgroep.

Instagram is via moederbedrijf Facebook echter al een gevestigde naam onder de advertentiekanalen. Via je Facebook Business Manager zet je eenvoudig foto, video, carrousel of story advertenties op. Promoot eenvoudig je content d.m.v. de excellente doelgroepcriteria van Facebook.

Organisch succes met Pinterest en Instagram

Mocht je content bij de doelgroep aanslaan, dan is het zaak om te zorgen voor het juiste community-management. Reageer op berichten en zorg dat je regelmatig nieuwe zaken plaatst. Ook de connectie met andere gebruikers is belangrijk. Bekijk wel of het nog aansluit bij je eerder gestelde doelstellingen.

Succesvolle voorbeelden in de B2B

In mijn uiteenzetting ben ik niet specifiek of inhoudelijk ingegaan op welke content je nu precies deelt op Pinterest of Instagram. Of hoe vaak je post en wat wel of niet werkt. En eerlijk gezegd weet ik dit ook niet precies. Ieder bedrijf, iedere branche en iedere B2B markt is toch weer anders. Daarom kun je beter op zoek gaan naar succesvolle voorbeelden in de markt.

BP: Het Britse petroleum bedrijf heeft een heuse fanbase opgebouwd met hun Instagram account over boorplatformen. Van panorama’s over zee via machines tot het leven op een boorplatform, alles is aanwezig voor de doelgroep. Naast de cultuur tonen, HR promotie en zichtbaarheid heeft het account ook geholpen aan het herstellen van het sentiment na de BP Oliecrisis in de golf van Mexico.

Een ander voorbeeld zijn de online en creatieve sectoren, zoals bijvoorbeeld de e-mailmarketing community. Als voorbeeld zijn er marketeers bezig met e-mailmarketing, die toffe e-mail templates bouwen en hier heel trots op zijn. Deze worden dan vaak gedeeld op Pinterest/Instagram en zijn hiermee ook direct een uithangbord voor je creatieve werk.

Als laatste ben ik altijd fan van de contentmachine van Hubspot. Zowel op Pinterest als Instagram laten zij zowel de menselijke kant van een B2B oplossing zien en delen daarnaast veel tips en tricks voor hun klanten.

Geloof je niet dat Pinterest of Instagram iets voor jouw B2B bedrijf is? You might be right. Or not. Veel van de genoemde voordelen en toepassingen zijn bruikbaar voor B2B bedrijven van een bepaalde omvang die een groot gedeelte van hun bedrijfsvoering op orde hebben. Maar maak het ook niet groter dan het is; met een paar klikken op de knop kun jij ook jouw online aanwezigheid en branding versterken. En jouw verhaal (laten) vertellen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dax Dasilva (Lightspeed) wil online en fysieke retail beter integreren

Posted 15 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Lightspeed heeft zich de afgelopen twee jaar ontwikkeld van verkoper van kassasystemen tot “omnichannel leverancier in het middensegment”. De overname van het Nederlands e-commcerceplatform SEOshop heeft ervoor gezorgd dat het zeker hier een groot aantal retailers en horecabedrijven tot de klantenkring mag rekenen. Bedrijven die stuk voor stuk kijken hoe een fysieke vestiging de groei kan versnellen, vertelt Dax Dasilva, de CEO van het Canadese bedrijf. In ieder land leidt dat in zijn ervaring weer tot andere uitdagingen. Een aantal daarvan kwam recent aan bod tijdens een sessie tussen Lightspeed en Nederlandse retailers.

Je spreekt bedrijven uit diverse landen. Wat viel je in het bijzonder op in de gesprekken met Nederlandse partijen?

Ieder bedrijf gaat op zijn eigen manier om met de verkoop in fysieke en online omgevingen. Elke roundtable-sessie levert daarom andere urgente thema’s op. Maar wat opvalt is dat er veel overlap is tussen bedrijven in retail en de hospitality. Eén van de belangrijkste gedeelde thema’s hier – meer dan we in andere landen tegenkomen – is de omgang met online reviews. Bedrijven ervaren dat die je helpen en zeker ook heel veel schade kunnen opleveren. De vraag is dan of en hoe je die kunt managen. Dat is natuurlijk erg cultuurafhankelijk. Waarderen klanten de persoonlijke toon? Een extra vraagstuk nu is dat e-commercebedrijven te maken hebben met reviews over de winkel zelf en de merken en producten die worden verkocht. De uitdaging en kunst is om ze dan in de goede bak te krijgen.

Wat mij betreft zou een slechte review in ieder geval altijd gezien moeten worden als kans om er iets positiefs van te maken. Het valt of staat bij de houding van de retailer. Interessant om te zien is dan ook dat retailers steeds beter worden in het combineren van reviews uit e-commerce en offline verkoop. Met name de bedrijven die online zijn gestart zijn daar pro-actief in, die zijn gewend om mond-tot-mondreclame in te zetten. Het is echt een positief onderdeel van hun werk.

Lightspeed staat in de markt als omnichannel oplossing. Wat houdt deze omnichannel bedrijven bezig?

Zonder meer de customer experience. Zeker als iets kleinere speler is dat de manier om je te onderscheiden. Het is echt een ‘major part of surving’, daarmee versla je de concurrent. Dat betekent met name dat je authentiek moet zijn. De uitdaging is alleen om de beleving consistent te houden als een bedrijf eenmaal meerdere vestigingen heeft. Je kunt immers niet overal aanwezig zijn. Dat vraagt om training van de mensen en uitwisseling van managers. Zo communiceer je de filosofie en bak je de gewenste cultuur overal in. Die investering is enorm belangrijk.

Zijn er ook duidelijke verschillen tussen de landen? Wat speelt er bijvoorbeeld in de VS meer dan hier?

Sommige onderwerpen zijn in de VS al wat meer top-of-mind inderdaad. De vraag die ook in Nederland gaat spelen is hoe je als middelgrote onderneming gebruik kunt maken van influencers. In de VS zie je al meer dan hier dat daarvoor met bemiddelingsbureau’s wordt gewerkt. De uitdaging is dan wel om de relatie tussen merk en influencer te bewaken. Ook die moet immers authentiek zijn.

De vraag is hoe je daadwerkelijk verkeer genereert richting de webwinkel én vestiging. Het goede nieuws is dat de populariteit ervan toeneemt en er nieuwe businessmodellen ontstaan. Ik zie dat bedrijven inspelen op deze nieuwe uitdagingen door bijvoorbeeld medewerkers aan te nemen die de hele dag niets anders doen dan fotograferen, mediakits maken en ervoor zorgen dat het merk overal consistent wordt gecommuniceerd. Voor die bedrijven is het winstgevend, zeker als ze zich richten op micro-influencers: influencers met minder maar zeer specifieke volgers. Daar liggen de kansen voor bedrijven. Buzz is je ‘online pressence’ nu adverteren steeds duurder wordt. Er offline voor zorgen dat er mond-tot-mondreclame ontstaat bespaart je kosten én het stelt je in staat echt verbinding te zoeken met de klant. We komen op het punt dat offline activiteiten voordeliger zijn als onderdeel van de marketing dan nog meer reclame.

Wat betekenen al die ontwikkelingen voor jullie platform?

De ‘single experience’ is het belangrijkste uitgangspunt. We bereiken met onze producten inmiddels ruim 45 duizend klanten wereldwijd, maar de grote groei zit voor ons in de combinatie van producten. Het aantal klanten dat één product gebruikt neemt bijvoorbeeld af, bedrijven zoeken echt naar een toolkit om aan de klantverwachtingen te kunnen voldoen. Ons research & development-team is het afgelopen jaar flink uitgebreid en misschien leidt dat wel tot grote veranderingen. We hebben inmiddels vijf transformaties achter de rug dus ik sluit nieuwe producten of samenwerkingen niet uit. Gezien de ontwikkelingen zou het kunnen dat we nauwer willen integreren met reviewplatformen of social media. Maar wat ik het belangrijkste vind is dat we het offline en online werk van de retailer beter gaan koppelen. Denk dan aan online notificaties als een fysiek servicepunt de status van een reparatie aanpast. Het is een vorm van workflow automatisering: de retailer kan zich vervolgens focussen op het product en social media.

Vorig jaar gaven jullie bij wijze van experiment Lightspeed pop-up stores weg. Willen jullie je eigen offline aanwezigheid uitbreiden?

We werken wel met retailers die onze producten promoten, maar het plan is niet om dat uit te breiden. Natuurlijk zien we wel dat het een trend is die doorzet. Bedrijven vragen ons steeds vaker mee te denken over de uitbreiding met winkels. Met de sponsoring van de pop-up stores wilden we vooral de online spelers laten zien dat offline retail niet ingewikkeld hoeft te zijn. Dat ze vooral een hoop winst laten liggen. Met ruim 45 duizend klanten zijn we inmiddels wel een enorme keten van verkopers. We zoeken nog naar manieren om de community te laten profiteren van dat groeiende netwerk. Maar vastgoedhandelaar worden we niet.



Lees het volledige bericht op Emerce »

noSun: pure player met actieve groepreizen

Posted 15 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Op de drukke markt van avontuurlijke groepsreizen heeft noSun een vaste schare fans veroverd. Met een team van zeven mensen organiseert het bedrijf inmiddels 14 jaar vanuit Enschede actieve rondreizen voor mensen die niet alleen op vakantie willen, vertelt oprichter Martijn Boshuis.

Hoe is noSun tot stand gekomen?

“Ik ben in 2003 begonnen met noSun als afstudeerproject. Het plan voor een eigen onderneming bleek haalbaar. Vanaf het begin hebben we ons gericht op reizen voor singles. Dat werd toen nog gezien als een ‘zielige’ doelgroep, maar ik heb er altijd in geloofd. De markt is na onze oprichting flink in beweging gekomen en we hebben er veel concurrenten bij gekregen. Overigens zijn onze deelnemers niet per se single – het kan ook zijn dat ze een partner hebben die van een ander soort vakanties houdt.”

Vanwaar de naam noSun?

“Die benadrukt dat we niet aan strandvakanties doen. Wij organiseren actieve reizen die voor een grote groep toegankelijk zijn. Geen extreme sporten dus. In de winter bieden we met name Scandinavië aan, met huskeytochten, sneeuwscooters, ijsvissen en skiën. In het voor- en naseizoen organiseren we reizen naar warmere oorden, zoals Mallorca en Kroatië. De zomer is ook voor ons het hoogseizoen. We dachten dat onze reizigers vakantie zouden nemen wanneer hen dat uitkomt, maar in de praktijk blijken ook singles vaak gebonden aan de zomervakantie, omdat ze in de bouw of het onderwijs werken bijvoorbeeld. We richten ons op de doelgroep 20 tot 40 jaar en zijn al vanaf het begin een pure player. In 2003 was het een ongebruikelijke keuze om alleen online te verkopen en niet te werken met tussenpersonen, maar wij zijn er heel blij mee met hoe het heeft uitgepakt.”

Martijn Boshuis, noSunHet aanbod beperkt zich tot Europa. Waarom is dat?

“We hebben lang vastgehouden aan het label Europaspecialist. Volgend jaar gaan we echter Canada aanbieden, simpelweg omdat onze reizigers erom vragen. Canada, maar ook Australië en Nieuw-Zeeland zijn natuurlijk wel bestemmingen die in het verlengde liggen van ons huidige aanbod en qua activiteiten. Een cultuurshock zal deze uitbreiding dan ook niet veroorzaken. En die focus op Europa is meer intern, de klant ziet ons niet direct als Europaspecialist. Dus dat label laten we los.”

95 procent van jullie klanten boekt alleen maar toch vind je op de site vrijwel nergens het woord singlereis. Waarom is dat?

“De term singlereis heeft een bepaalde lading: dating, het vinden van een partner. Dat doen we niet, we bieden een oplossing voor mensen die niet alleen op vakantie willen. Maar we zijn natuurlijk wel te vinden als je online op singlereis zoekt, zowel via Adwords als in SEO. Het is toch een ingeburgerde term. Wij maken in onze content vervolgens duidelijk dat we geen datingfabriek zijn.”

Hoe zorg je voor brand awareness?

“Naast SEO en AdWords zijn social media en blogs heel belangrijk voor ons. We moeten het van mond-tot-mondreclame hebben, dat werkt het best. Dat stimuleren we door fotowedstrijden te houden en klanten te vragen reisverslagen in te sturen en ervaringen te delen met vrienden. Het gebeurt heel veel, al kan ik niet zeggen wat nu het ei van Columbus is waarmee je die betrokkenheid creëert. We hebben heel veel repeat business, meer dan 50 procent. Die mensen kiezen echt voor het merk noSun en dragen die keuze graag uit.”

En influencer marketing?

“Deze zomer hebben we voor het eerst een blogger/vlogger meegestuurd met een reis, wat leuke content heeft opgeleverd. Daarom werken we nu vast samen met deze influencer, Su-Anne. Over twee weken doet zij ook verslag van een festival waar we aanwezig zijn en in het najaar gaat ze weer mee met een reis. Op die manier creëren we content. We hebben voor Su-Anne gekozen omdat ze een influencer is die op het punt staat om door te breken. Daarnaast werkt ze ook voor Linda TV en dat is voor ons een interessante doelgroep.”

Welke keuzes heb je gemaakt ten aanzien van het web design?

“We laten de USP’s zien op de homepage en hebben een heel cleane booking flow. Die boeking is overigens niet realtime, omdat de vliegtickets op aanvraag zijn en door ons achter de schermen worden ingeboekt. Verder willen we het zo laagdrempelig mogelijk maken om ons vragen te stellen dus bieden we live chat aan en heeft ons telefoonnummer een prominente plek. Qua marketing passen we de principes van Cialdini toe, maar niet op een nadrukkelijke manier, zoals je ziet bij Booking.com. In de teksten op de site leggen we wel het accent op dat je deze ervaring niet wilt missen, maar bij ons zal je geen tekst zien knipperen dat de reis bijna vol is. Elke keer als we iets nieuws bedenken doen we uiteraard AB-tests. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een nieuwe huisstijl. Die leggen we ook voor aan onze reizigers om te zien wat aanspreekt.”

Het is statische content. Gaat dat veranderen?

“We kijken momenteel naar de voors en tegens van personalisatie, maar het is nog te vroeg om daar iets over te zeggen. Wel hebben we een my account-omgeving waar de klant informatie vindt over zijn reisgezelschap en facturen. Ze kunnen er ook kennismaken met de groep en de reisleiding. Die gegevens zijn natuurlijk gepersonaliseerd. We hebben overigens onderzocht of er behoefte is aan deze informatie in een app, maar daar lopen onze klanten niet warm voor.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zeven krachtige B2B-leadgeneratietips

Posted 11 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Als B2B-marketeer ligt je focus waarschijnlijk vooral op leadgeneratie. Zonder leads geen business nietwaar? Want hoe goed je product of dienst ook is, als niemand het kent, zal niemand het kopen.

Maar het genereren van waardevolle B2B-leads is in deze wereld van ‘infobesitas’ niet eenvoudig. Of toch wel?

Met deze zeven krachtige B2B-leadgeneratietips vergroot je in ieder geval aanzienlijk je kansen.

Je kunt er vandaag de dag namelijk niet meer op vertrouwen dat als je een goed product hebt of een goede dienst, je klanten vanzelf op je af komen. Nee, om te slagen is het niet noodzakelijk dat je het beste product hebt, de goedkoopste aanbieder bent of de beste service biedt. Om echt te slagen zul je de beste verkoper moeten zijn.

Effectief verkopen begint altijd met het genereren van hoge kwaliteit leads; leads die je sales kunnen oppakken, contacteren, afspraken mee kunnen maken en uiteindelijk deals mee sluiten. Dit kan zelfs geautomatiseerd, maar het moet wel van hoge kwaliteit blijven.

Een goede online leadgeneratiestrategie genereert meer omzet.

Verbeter leadgeneratie en omzet

Als je het aantal leads met tien procent kan laten toenemen en de gemiddelde kwaliteit van je leads daalt niet, zal je tien procent meer inkomsten behalen.

Elk nieuw e-mailadres (of telefoonnummer, bedrijfsnaam / gegevens) dat je vergaart is iets waard. Ze zullen wel allemaal verschillende waardes hebben, dit is belangrijk om in te zien. Een e-mailadres van iemand die zich inschrijft voor je blog heeft een andere waarde dan een e-mail die je koopt bij een derde partij.

Dat is exact de reden waarom je leadgeneratie serieus moet nemen. Het is een van de belangrijkste processen in de organisatie en je zult het constant moeten blijven evalueren op basis van de effectiviteit en de gebruikte tactieken.

Weetje: 85 procent van de B2B-marketeers zien leadgeneratie als hun #1 uitdaging (bron: Forbes).

1. Leg zo vaak mogelijk persoonlijk contact

Vertrouw nooit op éénrichtingcommunicatie zoals je website, blogposts en advertenties. Probeer een echt gesprek met je potentiële klant aan te gaan, het liefst zo vaak mogelijk.

Wanneer een gebruiker vraagt over een feature in de chat / per mail, stuur hem niet een link waar hij zijn antwoord kan vinden. Bied hem een tienminuten belafspraak aan waar je er kort doorheen kunt lopen. Dit geeft je weer een nieuwe kans om te verkopen.

Wanneer je mailt met je prospect, biedt een video call aan. Wanneer je in de video call zit, biedt een persoonlijke meeting aan. Probeer steeds een stap dichter bij te komen elke keer dat je in gesprek bent.

2. Gebruik de kracht van livechat

Ook al heb je er alles aan gedaan om je propositie zo duidelijk mogelijk te maken op je website. Sommige bezoekers kunnen soms niet vinden waar ze naar op zoek zijn.

42 procent van klanten geeft de voorkeur aan live chat voor supportvragen, en van dat aantal is 73 procent tevreden met de resultaten. Draai campagnes op verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld potentiële klanten die je pagina met prijsinformatie bezoeken. Stuur ze een bericht en help ze direct met de desbetreffende vraag. Wees relevant op het moment dat de klant dat wil.

De meeste chats vragen een e-mailadres, dit brengt mij gelijk bij de volgende tip.

3. Gebruik marketing automation

Ben je nu al bezig met het verzamelen van e-mailadressen? Als dat nog niet zo is, probeer dit zo snel mogelijk te doen.

Wanneer je eenmaal een e-mailadres hebt verkregen kan je marketing automation gebruiken om die leads te onderhouden en meer data te verzamelen. Eenmaal in de ‘koopfase’ is het tijd voor sales om de leads op te volgen.

Gebruik de beschikbare data om specifieke boodschappen te sturen naar de verschillende klantgroepen. Stuur nooit hetzelfde naar een nieuwe en oude prospect.

PS: Denk aan de nieuwe wet met het verzamelen van gegevens.

4. Maak leads van je websitebezoekers

Wist je dat gemiddeld slechts twee procent van websitebezoekers contact opneemt met het betreffende bedrijf? De hoogste tijd dus om ook die andere 98 procent in kaart gaat brengen.

Met een tool zoals Leadfeeder ben je in staat om te zien welk bedrijf je website heeft bezocht, welke pagina’s ze hebben bezocht, hoe lang etcetera. Vanuit de app kun je ze direct in je CRM zetten en een activiteit voor sales aanmaken. De integratie met Mailchimp laat je ook op individueel niveau zien wat er gebeurt met de bezoekers op je site.

Het in kaart brengen van je websitebezoekers is een belangrijk onderdeel van elke online leadgeneratiestrategie. Zo kun je ook goed in de gaten houden hoe effectief je Adwords campagne nu echt is. Doe je dit nog niet? Probeer Leadfeeder 14 dagen gratis.

5. Geef wat waardevols weg aan je bezoekers

Een effectieve manier om leads te genereren via je website is door waardevolle content weg te geven in ruil voor contactinformatie (tenminste een e-mailadres).

Hebben jullie goede inzichten, benchmarks, speciale data of een tool die handig kan zijn voor iemand anders? Iets van hoge waarde creëren en vervolgens gratis weggeven is een goede manier om vrienden te maken. En vrienden zijn goede leads!

6. Promoot ambassadeurs

Leads die worden aangedragen door bestaande klanten zijn vaak van hoge kwaliteit. Heb je al een duidelijk proces om jouw goede klanten om te zetten in ambassadeurs?

Een veelgebruikte manier om te achterhalen wie de beste ambassadeurs zijn is de Net Promoter Score (NPS). Voorzie deze groep van de juiste ideeën en manieren om je product te promoten. Je zult verbaasd staan hoe vaak ze dit zullen doen!

7. Genereer meer online reviews

Positieve reviews verhogen de betrouwbaarheid van elk product of dienst.

87 procent van alle B2B-beslissers oriënteren zich online voordat ze tot aankoop overgaan. Hierbij gaan ze op zoek naar eerlijke recensies om hun beslissing te ondersteunen. Om meer leads te genereren zul je ergens reviews over jouw dienst/product online beschikbaar moeten hebben.

Nepreviews kunnen je SEO schade berokkenen en, nog erger, reputatieschade opleveren.

Koop nooit reviews! Als je bijvoorbeeld pas één klant hebt, zorg dat hij of zij een review schrijft. Eerlijke reviews genereren leads. Nepreviews kunnen je SEO schade berokkenen en, nog erger, reputatieschade opleveren. Neem het risico niet.

Zorg dat je prospects goede reviews zien. Je kunt de NPS tool vanuit tip 6 gebruiken om de juiste klanten te vinden voor een review.

+1 Leadgeneratie via zoekmachines, advertising & retargeting

Hoewel het een open deur is kan deze niet ontbreken. Zorg dat je SEO in goede staat is waardoor je goed gevonden wordt. Het is zaak om een een aantal goede backlinks te hebben en te begrijpen welke keywords belangrijk zijn.

Extra websitebezoek genereren via bijvoorbeeld Google Adwords is makkelijk, echter wil je niet zomaar een bezoeker. Zorg dat je serieus tijd steekt in het opzetten van campagnes die sales leads genereren en niet alleen maar je websitebezoek verhogen.

Het schrijven van een gastblog kan je ook helpen om je SEO te verbeteren. Gebruik geen remarketing voor al je gebruikers maar creëer campagnes op basis van het gedrag van jouw bezoekers en gebruik gerichte advertenties om ze terug te krijgen.

Als je bezoeker een bepaalde dienst heeft bekeken, zorg dat hij dan een nieuwe case study te zien krijgt. Is een bezoeker meerdere keren op je website geweest, adverteer dan bijvoorbeeld je nieuwsbrief.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Linkbuilding best practices anno 2017

Posted 01 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Over linkbuilding bestaan veel misverstanden. Wat ‘mag’ wel en wat juist niet van Google? Is het niet enorm veel werk? Wat werkt er anno 2017 wel en wat juist niet?

Ik stelde deze vragen aan Romano Groenewoud (SEO Geek) en Nils van der Knaap (Sky Internet Marketing). Twee Mediawebgastbloggers van het eerste uur met veel verstand van SEO. Hun antwoorden zijn echt super waardevol.

Over één ding zijn beide SEO-experts het roerend eens: goede links naar je website zijn nog steeds een zeer belangrijke factor voor een hogere ranking in Google (zie ook dit recente onderzoek van Stone Temple Consulting). Anno 2017 is linkbuilding dus nog steeds relevant.

Maar veel van de vroegere linkbuilding-technieken zijn ineffectief en soms zelfs contraproductief geworden. Hoe weet je als site-eigenaar nu nog waar je tijd en moeite in moet steken?

Heb het in plaats van linkbuilding, liever over link earning

Heb het in plaats van linkbuilding, liever over link earning, stelt zoekmachine-expert Romano Groenewoud. Samen met marketeer Nils van der Knaap legt hij je in dit artikel uit hoe je hoogwaardige en relevante links scoort voor je website.

Kwantiteit ≠ kwaliteit

Maar misschien is het goed om eerst even stil te staan bij de achterhaalde linkbuilding-technieken. Wat werkt er niet meer?

Romano Groenewoud: “Nog niet zo lang geleden gold voor linkbuilding dat kwantiteit net zo goed was als kwaliteit, en een stuk makkelijker en sneller te regelen. Een link was een link, dus werd er volop geruild met andere linkbuilders en ontstonden er pagina’s met titels als ‘Linkpartners’. Die pagina’s werden volgestopt met koppelingen naar andere niet altijd even relevante locaties.”

LinkbuildingLinkbuilding best practices startpagina best practices startpagina

Startpagina – een van de weinige linkverzamelpagina’s waar je anno 2017 nog wél op wilt staan

“Al snel volgden complete websites die bestonden uit louter hyperlinks, en Startpaginaklonen boordevol gecategoriseerde links. Daar zaten en zitten zeker nuttige sites bij, maar een groeiend aantal van hen bestond alleen maar om zoveel mogelijk backlinks te genereren. Zodoende konden websites met matige content maar met veel backlinks hoog scoren in de zoekresultaten, zeker als de eigenaar ook nog bedreven was in on-page optimalisatie.

“Dit natuurlijk tot groeiende onvrede van Google, die ernaar streeft om gebruikers van haar zoekmachines de best mogelijke antwoorden op hun vragen te geven. Daarom begon Google enkele jaren geleden met het leggen van meer nadruk op de inhoud van webpagina’s bij het bepalen van de zoekresultaten, om zodoende allerlei vormen van manipulatie binnen de perken te houden.

“Het bekendste project van Google op dit gebied is ‘Penguin’, een set algoritmes die de kwaliteit van links naar websites beoordeelt. Het kijkt daarbij onder andere naar de kwaliteit van de pagina en website waar de link vandaan komt. Een backlink van een website die laag scoort, biedt weinig tot geen voordeel meer. Dat wil niet zeggen dat linkbuilding anno 2017 niet meer bestaat of ‘dood’ zou zijn, maar wel dat zorgvuldigheid vereist is en dat kwaliteit gaat voor kwantiteit.”

Leestip: Content Marketing voor SEO: Wat is ‘Kwaliteit’ volgens Google?

Ongewilde links of moedwillige manipulatie?

Wat gebeurt er eigenlijk als er toch nog ‘slechte’ sites naar jouw pagina’s verwijzen? Krijg je dan automatisch een lagere Google-ranking? En wat nu als je zelf helemaal niet verantwoordelijk bent voor die links?

Romano Groenewoud: “Eerdere versies van Penguin waren nogal grof in de zin dat wanneer een website zich misdroeg op linkbuildingvlak, dit vaak betekende dat de gehele website vrijwel niet meer te vinden zou zijn in Google.”

“Dan waren er ook nog de verhalen van negatieve SEO, men bedoelt hier met name mee, de situatie waarbij concurrenten of andere kwaadwillende partijen expres ‘giftige’ links op je site richten om je naar beneden te halen. Om die redenen heeft Google zich de afgelopen jaren bewogen naar een situatie waarbij pagina’s niet langer gestraft worden voor slechte links, maar dat die slechte links simpelweg compleet genegeerd worden.

“Vandaag de dag worden pagina’s en gehele websites dus niet langer ‘bestraft’ vanwege een aantal slechte links. De slechte links worden niet meer in overweging genomen. Webmasters kunnen dit echter ervaren als een ‘penalty’. Dit is niet zo. De niet legitieme links, die voorheen waarde doorgaven en hielpen beter voor de dag te komen in zoekresultaten, doen dat nu niet meer. Nu deze ‘slechte’ links zijn gedevalueerd zal men dalen in de rankings.”

Slechte links worden dus niet meer bestraft. Dan kun je het toch net zo goed blijven proberen? Baat het niet dan schaadt het niet..

Google te slim af zijn met linkbuilding?

Romano Groenewoud: “Gary Illyes, Webmaster Trends Analist bij Google, heeft aangegeven dat er naast Penguin ook andere algoritmes (voor het publiek onbekend, zonder schattige dierennamen) zijn die links evalueren. Ook kan een Google medewerker jouw persoonlijke situatie bekijken en evalueren en wanneer nodig een ‘handmatige actie’ opleggen wanneer duidelijk blijkt dat een webmaster zich misdraagt.”

Negatieve SEO-aanvallen zijn definitief passé.

“De meest recente ‘meer vriendelijke Penguin 4.0’ is dus allerminst een vrijbrief om als een kip zonder kop links te gaan verwerven door middel van beruchte spam tools als SEnuke, XRumer of GSA Search Engine Ranker. Deze tools, die het web voornamelijk vervuilen of ingezet worden voor negatieve SEO-aanvallen, zijn definitief passé.”

Alles draait om de inhoud

Genoeg negativiteit. Wat moet moet je nu wél doen om goede links naar je website te scoren? Hoe werk je aan linkbuilding anno 2017?

Romano Groenewoud: “Alle manieren om backlinks met een goede reputatie te krijgen beginnen met de inhoud van de pagina. Die moet sterk, uniek en duidelijk zijn en daadwerkelijk iets toevoegen aan de kennis en beleving van de bezoeker. Geraldine DeRuiter, de vrouw van Rand Fishkin, vatte het laatst op MozCon 2017 mooi samen: “Be the content you want to find”. Verplaats je eens in de zoeker, en brainstorm wat hij of zij het beste zou kunnen aantreffen op jouw pagina. Zoek je naar manieren om de ranking van je website te verbeteren, begin dan hier. Alle andere technieken die je kan gebruiken zijn efficiënter wanneer ze gesteund worden door goede content.”

“Be the content you want to find.”

“Als het aan Google lag, was het zelfs de enige manier om SEO-performance te verbeteren, maar dat is op dit moment nog niet mogelijk; de algoritmes van Google zijn nog niet zo goed in het beoordelen van de kwaliteit van de inhoud. Desondanks geldt dat (hoe tenenkrommend cliché misschien dan ook): ‘content is king’. En dat zal in de nabije toekomst alleen maar méér gaan gelden.

Dat betekent dat je allereerst moet zorgen voor unieke en nuttige informatie, die geregeld wordt geactualiseerd. Ondersteunende media, zoals video’s en infographics, zijn buitengewoon behulpzaam om je pagina’s boven het maaiveld te laten uitsteken. Maar alle andere technieken die je tegenwoordig nog kan gebruiken om meer bezoekers te trekken zijn efficiënter wanneer ze ondersteund worden door goede content.”

Marketeer Nils van der Knaap heeft nog wel tips voor goede content.

Content waar andere website zelfs graag uit zichzelf (maar je kunt ze natuurlijk altijd tippen) naar verwijzen. Oftewel: link earning.

Goed uitgevoerde onderzoeken

Nils van der Knaap: “Goed uitgevoerde onderzoeken krijgen vaak links van diverse relevante en toonaangevende websites. Onderzoek vooral iets waar nog weinig over bekend is. Maak gebruik van data die je tot je beschikking hebt en zorg dat dit eenvoudig te begrijpen is, bijvoorbeeld door een infographic of grafiek. Vergeet na het schrijven van het artikel niet om deze te promoten bij websites in jouw branche die geïnteresseerd kunnen zijn in de uitkomsten van dit onderzoek.”

‘Longread’ artikelen

Nils van der Knaap: “Longread artikelen bevatten meer woorden dan de gemiddelde blogpost. Een post van 2000 tot 4000 woorden is niet ongewoon. Het artikel gaat diep in op de materie die je behandelt. Als je de content in boekvorm uitgeeft zouden mensen er zelfs voor willen betalen. Door het gratis weg te geven op je site geef je veel waarde weg. Dit trekt links aan. Aan een dergelijk artikel gaat veel onderzoek vooraf en het kost behoorlijk veel tijd om te schrijven. Het idee is om liever één compleet superartikel te schrijven dat echt impact maakt, dan dat je twintig “dertien-in-een-dozijn-artikelen” schrijft.”

Welke sites hebben autoriteit? Hoe bereik je ze?

Goede content levert dus links op van sites met autoriteit. Maar wat voor sites zijn dat eigenlijk? En hoe kom je erop te staan?

Romano Groenewoud: “Instituten als scholen, ziekenhuizen en overheidsinstellingen beschouwt Google vaak als een autoriteit, net als gerenommeerde kranten en tijdschriften. Een backlink van een van hen zal dus goed zijn voor je ranking.”

Interessante Whiteboard Friday video van Rand Fishkin over het prioriteren van je linkbuilding inspanningen:

Domeinnaam extensies maken niet uit voor de autoriteit

Romano Groenewoud: “Ik wil de gelegenheid aangrijpen om één van de vaker voorkomende misverstanden over linkbuilding uit de wereld te helpen: links van een .edu of .gov extensie zijn niet per definitie beter dan verwijzingen vanaf reguliere websites met .nl extensie.”

“Links van .edu en .gov domeinen waren een grote rage een aantal jaren terug. Links van deze domeinnaam extensies bezitten echter geen ‘speciale krachten’. Dit is een geval van correlatie ≠ causaal verband. Verwijzingen van .edu en .gov domeinen zijn vaak waardevol omdat deze instellingen bijzonder veel links (en dus autoriteit) kennen. Er wordt vaak gerefereerd aan deze instellingen.”

Een link van Harvard is waardevol vanwege het immense aantal verwijzende domeinen, niet vanwege de extensie .edu.

“Neem Harvard.edu, deze heeft volgens Ahrefs ruim 435,000 verwijzende domeinen. Een link van Harvard is waardevol vanwege dit immense aantal verwijzende domeinen, maar dus niet vanwege een inherent voordeel van deze domeinnaam extensie.”

“Sterker nog, Google bevoordeelt of benadeelt geen enkele domeinnaamextensie. Dit betekent dan ook, dat nieuwe domeinnaam extensies zoals bijvoorbeeld .amsterdam geen nadeel ondervinden ten opzichte van de bekende .nl extensie, ceteris paribus (alle overige omstandigheden gelijk veronderstellend).”

“Wanneer ik een misplaatste verwijzing vind in het linkprofiel van een Nederlandse webwinkel van een of andere vage achterpagina van een Amerikaanse universiteit dan doet dit bij mij juist alarmbellen rinkelen omdat dit niet natuurlijk oogt.”

De autoriteit van een website is onderwerpafhankelijk

“De autoriteit die Google toekent is natuurlijk wel afhankelijk van het onderwerp, het heeft dus meestal niet zo veel zin om een backlink te scoren vanaf een site met een hoge autoriteit op een heel ander gebied dan het jouwe. Dit zou je op voorhand kunnen controleren met Majestic, zij hebben het concept ‘Topical Trust Flow’ dat autoriteit categoriseert.”

Linkbuilding best practices Majestic Topical Trust Flow

Majestic knvb.nl

“Logischerwijs is KNVB voornamelijk een autoriteit op vlak ‘Sports / Soccer’. Het linkprofiel van de KNVB lijkt dus vrij relevant. Voor bijvoorbeeld een voetbalnieuwswebsite zou een linkje van KNVB dus zeker van toegevoegde waarde zijn. Overigens is dit classificeringsysteem van Majestic allerminst perfect, dus hecht er ook weer niet te veel waarde aan.”

“Het kan lonen om hierin wél de grenzen ietwat op te zoeken. Wanneer de content in een ander daglicht wordt geplaatst en vanuit een andere invalshoek wordt bekeken kan dat backlinks opleveren met een hoge reputatie uit een ander aandachtsveld, dat wel raakvlakken heeft met die van jouw site.

Linkbuilding best practices Positief Link Voorbeeld Care to Care

Cards to Care op de website van het academisch ziekenhuis Maastricht (en andere ziekenhuizen in Nederland) levert een aardige hoeveelheid goede backlinks op.

Relevante websites zelf benaderen

Met goede content kan het geen kwaad om relevante sites zelf te benaderen. Groenewoud legt uit hoe je dat het beste aanpakt:

Romano Groenewoud: “Mits je zorgvuldig te werk gaat, kan het ook een goed idee zijn om onderzoek te doen naar partijen die geneigd zijn te linken naar jou. Daarmee kun je beginnen door een populair en vergelijkbaar artikel te onderzoeken, met tools zoals Ahref, Majestic en Moz Open Site Explorer. Bestudeer de backlinks en ga bij de beste mogelijkheden op zoek naar de contactgegevens van de eigenaar.”

Verlaag je niet tot smeken, bedelen of een voorstel tot het ruilen van links.

“Er zijn handige hulpmiddelen beschikbaar die je daarbij kunnen helpen, zoals Hunter en Norbert. Stuur de eigenaar een persoonlijk bericht en verlaag je niet tot smeken, bedelen of een voorstel tot het ruilen van links. Vertel over je inhoud en waarom je denkt dat het interessant is voor hen en laat het daarbij.”

“Een andere mogelijke bron zijn bedrijven, verenigingen en andere organisaties die raakvlakken hebben met jouw content. Mocht je in een lokale markt opereren, vergeet dan niet om ook op zoek te gaan naar lokale partijen. In alle gevallen geldt dat je iets te bieden moet hebben (content!) dat de moeite waard is voor hen om naartoe te linken. Maar ook hier, dien je te letten op de kwaliteit van de site.”

Een mooi voorbeeld van een regionale backlink

Quick win #1: Begin alvast bij bekende relaties

Wie nu nog weinig hoogwaardige content op zijn site heeft staan, kan volgens Van der Knaap wel alvast een aantal andere linkjes scoren.

Nils van der Knaap: “Iets eenvoudiger, maar nog vaak vergeten: vraag bekenden van je organisatie om een link. Denk aan je webbouwer, je leveranciers en zelfs je boekhoudprogramma. Allemaal partners die jouw organisatie graag als klant vermelden op hun website. Vraag een vermelding met link naar je website in hun portfolio of schrijf een review over hun dienstverlening. Een klantcase is ook een goed voorbeeld van content die andere sites maar wat graag willen hebben.”

Quick win #2: Spoor ontbrekende links naar je site op

Romano Groenewoud: “Het loont ook om regelmatig te controleren met een tool als  Google Alerts of je website ergens vermeld wordt, maar dan zonder link naar de inhoud. Daar kan je vervolgens om vragen.”

Lees ook: Hoe je ‘dode links’ naar je eigen site opspoort.

Vervang gebroken links op waardevolle sites

Romano Groenewoud: “Een interessante mogelijkheid om proactief backlinks te krijgen is het laten vervangen van gebroken links op waardevolle websites. Met een Google Chrome extensie als ‘Check My Links’ kun je sites afstruinen met veel links naar andere sites. Daar zitten nogal eens ‘dode links’ tussen, of links die leiden naar content die achterhaald of onvolledig is. Mocht jij daar betere content voor hebben, dan kun je de eigenaar van de website benaderen en hem daarop wijzen.”

Schrijf een 10x beter artikel dan wat er al bestaat

“Een andere, gelijksoortige methode die je kan gebruiken is de zogenaamde skyscraper (wolkenkrabber) techniek gepionierd door Amerikaanse linkbuilding expert  Brian Dean. In een notendop: zoek naar content op relevante keywords en kijk vervolgens wat er ontbreekt aan de resultaten. Vervolgens creëer je een artikel omtrent het thema, dat vele malen beter is dan datgene dat nu op de eerste pagina te vinden valt, wat Rand Fishkin van Moz ook wel ‘10x Content’ noemt. Jouw artikel, infographic of video is tienmaal behulpzamer, esthetischer en/of uitgebreider dan de concurrentie.”

“Jouw content is vele malen beter dan wat er nu te vinden valt op het web, waardoor de partij waarvan je een link zou willen ontvangen vanwege gebruikerservaring van bezoekers bijna wel moet linken naar jouw hulpbron. Om in de metafoor te blijven, jouw wolkenkrabber is het hoogste momenteel en valt op in de skyline van de stad.”

Gastbloggen nog steeds een optie

Kwaliteitscontent op je eigen site blijkt dus het belangrijkste om goede backlinks op te bouwen. Maar wat als je dat niet snel genoeg gaat? Gastbloggen is volgens onze experts nog steeds een goede optie:

Nils van der Knaap: “Gastbloggen is niet dood. Het is zelfs springlevend anno 2017. Dat wil zeggen, zolang je kwaliteit levert. Gastbloggen blijft een van de meest effectieve manieren om een link te krijgen op een relevante website met autoriteit. Het kost veel tijd en moeite, maar daarom is het ook veel waard en lastig te kopiëren.”

Gastbloggen blijft een van de meest effectieve manieren om een link te krijgen op een relevante website met autoriteit.

“Je kunt het beste een goed artikel op je eigen website zetten en vervolgens een gastblog schrijven over een gerelateerd onderwerp. Als aanvulling op dat artikel verwijs je naar je eigen artikel. Op die manier is de link nuttig voor de lezers.”

“Om als gastblogger te beginnen is het verstandig om eerst zelf een aantal goede blogs op je website te hebben. Op die manier kunnen de beheerders zien wat voor kwaliteit ze mogen verwachten. Daarna is het ook een kwestie van netwerken. Begin eerst eens op een kleinere website. Als je je daar bewezen hebt wordt het eenvoudiger om ook voor grotere websites te schrijven.”

Publiceer je gastblog alleen op relevante websites

Romano Groenewoud: “Er bestaan nog altijd sites met louter gastblogs als content, waarbij de meeste teksten verzadigd zijn met keywords en de site over allerlei verschillende, niet-verwante onderwerpen publiceert. Van iPhone accessoires tot advocatuur, laminaat, afvalsupplementen, en slotenmakers. Het waren dit soort gastblogs, waar Matt Cutts (voormalig hoofd spamteam Google) specifiek op doelde  toen hij aangaf dat gastbloggen ongewenst is vanuit Google’s perspectief.”

Zolang ‘het linkje’ maar niet de primaire motivatie is.

“Later, na enige feedback en kritiek, voegde Matt toe aan het artikel dat de baby niet met het badwater weggegooid moet worden, en dat gastbloggen nog steeds zinvol kan zijn. Bijvoorbeeld, als producent van hardloopschoenen, zou het zeker geen verkeerde zaak zijn om een gastblog te schrijven over het belang van goede hardloopschoenen en waar op te letten bij aanschaf voor een toonaangevende website in de niche zoals Runnersweb.nl omwille van exposure en branding. Zolang ‘het linkje’ maar niet de primaire motivatie is.”

Reacties plaatsen op veelbekeken blogs

Op bestaande blogs reageren kost je minder moeite dan om zelf een hele gastblog te schrijven. Maar of dat een goed idee is?

Romano Groenewoud: “Wat je niet moet doen is linkjes gaan dumpen in diverse fora, want dat levert je op zijn best een slechte reputatie op. Google weet dat dit op grote schaal gebeurt en doet er alles aan om dit soort praktijken te ontmoedigen. Overigens, de meeste comment secties maken gebruik van de ‘NoFollow’ link attribuut en dat betekent dat die links officieel geen waarde doorgeven voor rankings.”

Zo moet het dus niet…

“Toch kan het soms wel degelijk zinvol zijn om een comment met link te plaatsen, zolang deze relevant is. Het zou in dat geval immers voor de hand liggen dat er mensen gebruik zullen maken van je link.”

Wie heeft er nog meer belang bij je verhaal?

Tot slot nog een tip over je contentplanning:

Romano Groenewoud: “Mocht je nieuwe inhoud in voorbereiding hebben, begin dan nu met je promotie ervan. Laat mensen en merken die figureren in je artikel weten dat ze vermeld worden. In veel gevallen zullen zij daar wel interesse in hebben en dat kan mogelijk leiden tot een link naar jouw pagina.”

Conclusie: Hoe werkt linkbuilding in 2017?

Wie nog geen goede content op zijn website heeft staan, kan zich beter eerst daarop concentreren. Streef vervolgens naar backlinks van websites met veel autoriteit in jouw niche. Je kunt met gastblogs en de skyscraper-methode relevante platforms overtuigen om een backlink te plaatsen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google for Jobs (2): wat is de beste manier om je vacatures zichtbaar te maken?

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs stelden we de vraag: “Google for Jobs: einde van de traditionele jobboards?” Het voorlopige antwoord; nee niet perse. Maar het organische verkeer naar de jobboards, waar deze toch voornamelijk van moeten leven, zal wel drastisch af gaan nemen. Wat betekent dit voor de zichtbaarheid van vacatures van je organisatie? En dan specifiek de vacatures die je ook op je eigen website hebt staan?

Jouw vacature op twee plekken

Een aspect wat bij de vraag van vorige week onderbelicht is gebleven is hoe Google omgaat met meerdere varianten van dezelfde vacature. Een doorn in het oog van de gemiddelde werkzoekende; het vier keer tegenkomen van dezelfde vacature op verschillende sites. Ondertussen is jouw doel om de kans op een ideale kandidaat te optimaliseren.

Wat nu als je als werkgever je vacatures op je eigen website hebt staan, netjes opgemaakt met de JobPosting structured data en deze graag in Google Jobs wil zien staan. In de nabije toekomst verwachten we dat dit ook naar Nederland gaat komen en gezien de eerste resultaten wil je dat natuurlijk! Om je kansen te vergroten heb je ook jouw vacature netjes aangemeld op je ‘go to jobboard’. Wat gebeurt er dan met je vacature en welke variant is dan zichtbaar in Google Jobs?

Duplicate content

Google gaat nog radicaler om met duplicaten in Google Jobs dan met reguliere zoekresultaten. In het laatste geval wordt het duplicaat afgewaardeerd en lager geplaatst ten opzichte van het origineel. Met wat moeite is het duplicaat nog wel te vinden in de zoekmachine. Google Jobs ontdubbelt de vacatures alvorens deze weer te geven binnen de vacature zoekmachine.

Als SEO-er kan ik dat wel waarderen, SEO gaat tenslotte om het beste antwoord geven op de vraag die een gebruiker stelt en zo bovenaan in de zoekresultaten komen. Niets is daarbij vervelender dan dubbele/dezelfde informatie meerdere keren tegenkomen. Dit betekent wel dat Google een keuze maakt welke bronvermelding er bij een vacature komt te staan. Nu is dat wellicht niet perse een probleem als je eenmalig voor de plaatsing betaalt bij een jobboard, maar kan het wel nadelig zijn als je een fee betaalt aan een recruitment bureau als iemand via dat bureau wordt voorgesteld.

Daarnaast wil je als werkgever ook graag zichtbaar zijn met naam en toenaam omdat employer branding steeds belangrijker wordt. De grote vraag is dus: hoe bepaalt Google welke vacature – of misschien beter gezegd: welke vacaturebron – wordt getoond en welke niet? Samen met Rituals hebben wij dit getest in de Verenigde Staten.

Zichtbaarheid van organisatie vacatures vergroten

Bij Rituals hebben ze de proef op de som genomen met de vacatures in de Verenigde Staten. De vacatures van Rituals staan op hun eigen recruitmentplatform, maar zijn ook gedeeld op het jobboard Glassdoor.

De vacaturepagina’s van Rituals zijn voorzien van Structured Data en de meeste aanbevolen velden zijn ingevuld. Bij Glassdoor is minder informatie opgemaakt met structured data, ondanks dat alle vereiste velden wel zijn ingevuld.

Afb 3. Boven de JobPosting data van de Rituals-website, onder van Glassdoor. Warnings zijn aanbevolen additionele waarden voor de vacature structured data.

Het komt dus niet door de kwaliteit van de vacature, komt het dan wellicht door het moment van plaatsen? Dat kan het ook niet zijn, aangezien de vacature van Rituals al beschikbaar was op het eigen platform voor de aanmelding via Glassdoor. Beschikbaar betekent echter niet per se dat de pagina ook al geïndexeerd was door Google. Helaas hebben we geen inzicht in wanneer Google een individuele pagina indexeert.

We vermoeden dat hier een aantal zaken spelen:

  1. Glassdoor heeft een directe integratie met Google Jobs (net zoals bijv. Linkedin) en dit zou kunnen betekenen dat dit als bron wordt gezien;
  2. Het subdomein van Rituals waar de vacatures op staat is vrij recent en heeft derhalve nog geen hoge ‘autoriteit’. De Jobboards hebben dit wel, derhalve wordt die als bron gekozen;
  3. Google heeft mede door de lagere autoriteit van het subdomein niet de tijd/moeite genomen om de structured data van de vacature bij Rituals op te nemen. Bij lagere autoriteitdomeinen duurt het opnemen van additionele informatie langer doordat er minder vaak gecrawld wordt.

Geen definitief antwoord tot dusver hoe Google de bronvermelding bepaald heeft, en een uitgebreide zoektocht over het internet biedt ook geen antwoord naar ‘hoe’ het gebeurt. Wel ‘dat’ het gebeurt.

Wat kun je zelf doen?
  1. De vacature-informatie die je invoert in het CMS moet direct wordt opgemaakt met Structured data. Zo zorg je ervoor dat Google altijd de context van de informatie op een pagina begrijpt, in dit geval de vacature.
  2. Zet je vacatures niet op een subdomein (vacatures.jouwbedrijf.nl) bijvoorbeeld. Google ziet een subdomein als een losse website en zal dit minder snel indexeren.
  3. Zorg ervoor dat je een goede, dynamische xml sitemap hebt. Zodra je daar een nieuwe vacature / pagina in hebt staan, waarbij de laatste wijzigingsdatum (‘lastmod’) aangeeft dat het een nieuwe pagina voor Google is, zal Google deze eerder oppakken.
  4. Overweeg je publicatie op andere platformen een paar dagen uit te stellen als je denkt hier voordeel uit te kunnen halen, zo vergroot je de kans dat jouw resultaat als ‘origineel’ wordt bestempeld.
  5. Ongeacht hoe je er staat wil je sowieso tussen Google Jobs staan, sluit je daarom aan bij de juiste jobboards. Nog niet alle jobboards zijn klaar voor een integratie met Google Jobs, vraag dan aan je contactpersoon of het op de roadmap staat!
Slotwoord

Ondanks dat Google Jobs structured data vereist om de vacatures weer te (gaan) geven hebben, we in de afgelopen maanden erg mooie resultaten kunnen boeken met JobPosting in Nederland, maar ook met andere vormen van Structured data.

Het verschaffen van context aan de informatie op een pagina aan zoekmachines werkt erg goed en we raden aan, ongeacht of je voornemens bent actief te zijn op Google Jobs, aan de slag te gaan met Structured data om betere organische resultaten te behalen.

Daarnaast geloof ik persoonlijk in de kracht van gespecialiseerde jobboards naast een generiek platform zoals Google dat aanbiedt, waarbij specialistische filters het vinden van de juiste vacature veel gemakkelijker maken. Mijn advies: Ga mee in de stroom van Google, maar differentieer en specialiseer je daarnaast ook in een markt / niche om organisch goed vindbaar te blijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Slimme toepassingen voor mobiele marketingcampagnes

Posted 10 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Om meer gevoel bij te krijgen van de voordelen en de mogelijkheden binnen mobile advertising, heb ik de meest toffe toepassingen en cases verzameld. Ook kijken we naar de huidige en toekomstige ontwikkelingen. Wordt het niet tijd dat AR meer geïntroduceerd wordt in online advertising? En wat kun je precies doen met de mensen die hun mobiel gebruiken in je fysieke winkel? 

De laatste tijd hebben we flink wat aandacht besteed aan mobiel in onze blogs. Zo schreef mijn collega Niels over betere mobiele content voor bezoekers én SEO en begrijp smartphonegebruik & benut 4 webtechnieken en publiceerde ik een blog over de uitdagingen en kansen van mobiel adverteren en schreef ik onlangs over de beste mobiele advertentiemogelijkheden voor display.

Locatietargeting in mobiele advertentiecampagnes

In mijn laatste blog sloot ik af met locatietargeting als optie voor mobiele interactie en marketingdoeleinden. Vanwege de eindeloze mogelijkheden die locatietargeting met zich mee brengt, gaan we er dieper op in. Hier zet ik een aantal toepassingen en voorbeelden op een rijtje. Locatietargeting op mobiel werkt meestal op basis van GPS. Vandaag de dag is dit een stuk makkelijker, omdat veel gebruikers GPS standaard aan hebben staan. Naast GPS kan onder andere gebruik gemaakt worden van Wifi touch points en IP touch points.

On the spot adverteren
Locatietargeting kan worden ingezet om een specifieke doelgroep en context te bereiken. Denk aan een B2B event of bepaalde doelgroep (voetbalverenigingen). Maar ook in een supermarkt (waar je vaak met Wifi verbindt) kunnen real time aanbiedingen gepushed worden.

Radius targeting
Radius targeting is bijvoorbeeld interessant voor bedrijven met een fysieke locatie of een tijdelijke campagne in een stad of op een evenement. Ook zien we steeds vaker toepassingen op basis van Beacons. Hier komen we nog verder op terug bij de omschrijving van coupons en actiecodes.

Voorbeelden locatietargeting in campagnes:

On the spot – In 2012 ontwikkelde het creatieve bureau TBWA\Shanghai voor McDonalds China een concept in samenwerking met Angry Birds, waarbij enkele levels van de game alleen te spelen zijn ín een vestiging. Bekijk de campagne.

On the spot met GPS – Een van mijn persoonlijke favorieten is de campagne van Nivea in Sao Paulo, ontwikkeld door creatief bureau FCB. Hierbij wordt de GPS-technologie ingezet om de veiligheid te waarborgen. De Sunslide campagne en Doll campagne van FCB zijn overigens ook het kijken waard.

Radius en GPS – Een voorbeeld uit Nederland mag niet ontbreken in dit rijtje. Subway ontwikkelde samen met Sanoma, GroupM en MediaCom een dynamische bannercampagne. Hierbij werden dynamische banners getoond aan de doelgroep binnen een straal van twee kilometer van een vestiging van Subway. Bekijk de video:

Meer weten? Hierbij nog een extra voorbeeld van McDonalds waarbij een bigscreen wordt gebruikt om gebruikers middels een game naar de vestiging te halen. Ook Coca-Cola heeft een bigscreen gebruikt in een campagne waar op een andere wijze gebruik wordt gemaakt van mobiel. In dit geval wordt er gestuurd op een viral effect.

Mobile Minded aanpak geïntegreerd in bedrijfsvoering

Steeds meer bedrijven zijn ook bewust bezig met de integratie van mobiel in de bedrijfsvoering. Dit zie je veel al terug in het aanbieden van apps. (Marktplaats, Bol.com, KLM, AlbertHeijn, 9292ov, etc.).


Er is momenteel een duidelijke verschuiving zichtbaar naar in-app gebruik van consumenten ten opzichte van desktop, laat onder andere Marktplaats weten. Ook zijn er diverse onderzoeken die aantonen dat in-app de engagement vaak hoger is dan op de website van de aanbieder zelf. Uiteraard is dit wel afhankelijk van de dienst en de kwaliteit / functionaliteiten van de app.

Ook zijn er steeds meer diensten die volledig gericht zijn op mobiel gebruik. Het meest bekende voorbeeld is Uber. Uber speelt perfect in op de toepassingen van mobiel. Naast het volgen van de bestuurder, kun je ook verwachte aankomsttijd delen en betalen via mobiel. Dat dit langzaam verder opgepikt wordt zien we in het voorbeeld van Domino’s, die sinds kort ook gebruik maakt van een ‘volg de bezorger’ functie waardoor je altijd precies weet wanneer jouw pizza bezorgd wordt.

Een van de meest belangrijke aanknopingspunten is ‘Ingelogd bezoek’. Of gebruikers nu een klantenkaart hebben, een app of account bij een webshop, dit is een geweldige ingang tot het verkrijgen van inzichten. Een app biedt eigenlijk extra voordelen van het altijd ingelogd zijn. Dit is ook een mooi bruggetje naar de actie- en spaarsysteemtoepassingen die vaak in combinatie met mobiel worden ingezet.

Coupons, codes en spaarsystemen voor mobile marketing

Wanneer je mensen kunt bereiken via een mobiele campagne, volgt vervolgens een concreet aanbod. Mobiele coupons en actiecodes zijn hier een voorbeeld van. We zien dit in verschillende vormen, waaronder bijvoorbeeld het scannen van een QR-code in een uiting of via een bezoek aan een mobiele campagnedomein. In de meeste gevallen wordt deze optie gecombineerd met offline kanalen, bijvoorbeeld aan de kassa van een winkel. O ja, wie denkt dat de QR-code gedateerd is, moet misschien nog eens kijken naar de vliegtickets tegenwoordig. Interacties en gebruik van deze codes bieden ook een groot voordeel voor dataverzameling, helemaal wanneer er apps, CMS of andere gebruikersdata aan te koppelen zijn.

Beacons voor (mobile) marketing

Steeds vaker zien we de inzet van Beacons bij marketingdoeleinden. Om verwarring te voorkomen: een Beacon is eigenlijk niks meer dan een signaal dat afgevuurd wordt wanneer je bijvoorbeeld voor een schap van een merk in de supermarkt staat. Vervolgens wordt er een signaal naar je mobiele telefoon verzonden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van Bluetooth. In het beginstadium van Beacons was de inzet hiervan met name gericht op het verstrekken van extra informatie of een aanbieding (push notificatie).

Tegenwoordig worden Beacons slim ingezet voor dataverzameling of verrijking van profielen en interacties met apps die geïnstalleerd zijn op de mobiele device. Het onschuldige aan Beacons is dat deze vooral ‘zenden’. Wanneer je een aanbieding accepteert (waar je vaak eerst een app voor moet downloaden), is het pas mogelijk je gegevens te verzamelen. Wanneer je vervolgens daadwerkelijk interacteert met de Beacon/app, zijn er weer nieuwe mogelijkheden die ook voordelen kunnen bieden. Dit laatste voorbeeld wordt steeds vaker gebruikt. Bekijk bijvoorbeeld dit filmpje ter inspiratie.

Beacons worden nu regelmatig gebruikt om het ‘gat’ tussen online en offline te dichten en personalisatie. Een concreet voorbeeld in Nederland is de bezorgservice-campagne van DeKaMarkt.

Augmented reality voor mobile marketing

In 2016 ontstond er een enorme hype rondom de Pokémon Go game. Dit was opvallend, aangezien Augmented Reality (AR) helemaal niet nieuw is. AR wordt al langere tijd ingezet voor onder andere educatie. Bijvoorbeeld in musea of steden. Maar ook in marketing wordt al jaren gebruik gemaakt van AR, alleen horen we hier in  Nederland vaak weinig hierover. Om een idee te geven, hier een aantal voorbeelden van inspirerende AR- campagnes:

Augmented reality voor retailcampagnes
Een concreet voorbeeld is ook de toepassing van IKEA een aantal jaar geleden. Hierbij was het mogelijk je kamer virtueel in te delen met IKEA meubels om direct te zien wat het resultaat is. Met name in retail zijn er veel mogelijkheden om AR toe te passen. Bekijk hier nog een aantal voorbeelden.

Next steps voor mobile advertising

De verwachting is dat het niet lang meer duurt voordat de functionaliteiten  genoemd in dit blog laagdrempeliger worden en we dit veel meer terug gaan zien in marketingtoepassingen. De locatietargeting zien we al vaker op kleine en grote schaal en zal niet verdwijnen, hoogstens verrijkt worden met extra data. Daarnaast verwachten we dat onder andere AR en vlucht zal nemen, waarschijnlijk in combinatie met functionaliteiten als Voice herkenning.

Ook een ontwikkeling om in de gaten te houden is de ontwikkeling van Digital Radio. Door het stijgende gebruik van mobile music stream apps wordt het steeds eenvoudiger om te adverteren met audio. Daarnaast houden we de ontwikkeling van DOOH nauwlettend in de gaten. Binnenkort zullen we hier meer over communiceren. De toename in het gebruik van Messaging apps is ons ook niet ontgaan. Mogelijk wordt dit snel onderdeel van de beschikbare advertentiemogelijkheden.

*) Dit artikel is tevens gepubliceerd op de website van Traffic Builders.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Arla Lactofree: online zichtbaarheid vergroten met behoud van privacy

Posted 02 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoe target je consumenten met gezondheidsproducten zonder hun privacy te schenden? En hoe ondersteun je offline verkopen zo goed mogelijk met de online content? Dit waren de twee grootste vraagstukken bij het opzetten van de online-marketingstrategie van Arla Lactofree.

Arla Foods is een coöperatie van Europese melkveehouders. Het bedrijf is in Nederland bekend van de merken Arla, Apetina, Castello, Lurpak en Melkunie. Met Arla Lactofree is Arla Foods samen met Expand Online (part of Dept) gestart met het opstellen van een online-marketingstrategie.

Arla Lactofree is een lijn producten, geschikt voor mensen met een lactose-intolerantie – 1,5 miljoen mensen in Nederland alleen al. De missie van Arla is om in 2020 de marktleider te zijn in lactosevrije zuivel. Voor dit jaar is de doelstelling om bewustwording te creëren bij de lactose-intolerante doelgroep. Onze opdracht als Expand Online is om relevante zichtbaarheid te creëren rond Arla Lactofree.

Het merendeel van de doelgroep start haar zoektocht online. Negenendertig procent is ‘heavy user’ van internet. Ze zoeken hoge kwaliteit content, die ze op het juiste moment goed moeten kunnen vinden. Daarvoor zijn Google Search en Google Display Network (GDN) de aangewezen kanalen maar er zitten wat haken en ogen aan. Als het om gezondheid gaat mag je iemand namelijk niet volgen via cookies en op basis daarvan targeten of remarketen. Dat was de eerste uitdaging bij het bepalen van de strategie.

Tweede uitdaging met Arla Lactofree was om online en offline te verbinden en het effect te meten. De daadwerkelijke conversie vindt in de supermarkt of speciaalzaak plaats. Er zijn tools waarbij je het point of sale meet en koppelt aan bijvoorbeeld display advertising. Het kassasysteem wordt dan gelinkt aan de Google ID. Of als de klant een loyaltycard heeft dan weet je meteen wat je online boodschappen offline teweegbrengen. Maar zover zijn we nog niet met Arla. In eerste instantie hebben we ons gericht op de ondersteuning van offline conversie door de online activiteiten.

Customer journey

Met deze twee uitdagingen in het achterhoofd hebben we de volgende customer journey beschreven en op basis daarvan de SEO, SEA en GDN ingericht:

Arla Lactofree

Brand awareness

In de eerste fase van de customer journey zoekt de consument informatie op Google over de symptomen van lactose-intolerantie en mogelijke oplossingen. Om ervoor te zorgen dat Arla Lactofree aanwezig is met de antwoorden, wordt gebruikgemaakt van zoekmachineoptimalisatie, voor trefwoorden die betrekking hebben op symptomen. Voor zoektermen die te maken hebben met lactose-intolerantie gebruiken we Paid Search en via Google Display Network zorgen we voor zichtbaarheid op interessante websites. We kijken dus op microniveau wat de gebruiker buiten de Arla-website doet. Als iemand bijvoorbeeld op Gezondheidsplein.nl een artikel leest over lactose-intolerantie, dan kunnen we die persoon targeten met informatie over Arla-producten.

Om voor relevantie te zorgen in deze fase is de website van Arla uitgebreid met een tool waarmee gebruikers ingrediënten kunnen checken op de aanwezigheid van lactose. Daarnaast worden de Google Search- en Display-advertenties samen met de brand en online content manager van Arla Foods geschreven, zodat de tekst niet alleen technisch goed scoort maar ook inhoudelijk de spijker op zijn kop slaat.

Brand consideration

In de tweede fase weet de consument dat hij lactose-intolerant is. Hij is bezig met een aanpassing van zijn levensstijl en dieet. In de organische zoekresultaten wordt Arla gevonden bij trefwoorden die te maken hebben met lactosevrije recepten. Paid Search is gericht op zoekwoorden rond lactosevrije producten en zuivelvervangers en GDN draait wederom om zichtbaarheid op gerelateerde websites of onderwerpen, zoals een artikel over lactose-intolerantie op Libelle.nl.

De content op de website wordt momenteel uitgebreid op basis van zoekgedrag van de consument. Zo komen er veganistische recepten op te staan. De toon van de advertenties is positief: ‘Geniet ervan, het kan…!’ is de boodschap. Van alle banners zijn twee A/B-varianten gemaakt zodat de campagne kan worden geoptimaliseerd. Het opvallendste testresultaat zagen we bij een bannerset die consumenten wijst op de nieuwsbrief met lactosevrije recepten, restaurants en andere tips. Variant A heeft als call-to-action ‘meld je aan voor de nieuwsbrief’ terwijl die van variant B ‘ontdek meer lactosevrije recepten’ is. A heeft een CTR van 0,18 procent en een conversieratio van 0,54 procent. B lijkt beter te scoren met een CTR van 0,23 procent maar converteert in slechts 0,21 procent van de gevallen. Variant A heeft dus de voorkeur.

Brand action

Dit is de laatste fase van het online gedeelte van de customer journey. De consument is gewend aan zijn lactosevrije levensstijl en weet welke producten en merken daarbij helpen. Hij wil genieten en zich goed voelen. Dit is het moment waarop Arla Lactofree als merk wordt geïntroduceerd. Zowel in de organische zoekresultaten op Google als bij Paid Search gebeurt dat als er trefwoorden worden ingevoerd die te maken hebben met Arla en Lactofree. GDN draait nog steeds om het tonen van banners op relevante websites.

Op de website van Arla worden lactosevrije restaurants aanbevolen. Daarnaast heeft Arla een nieuwsbrief voor de consumenten die zich in deze fase bevinden. De advertenties zijn vrolijk van toon en gericht op het introduceren van het merk Arla Lactofree als traktatie voor jezelf.

Point of conversion

De consument weet alles van de producten, ingrediënten en smaken van Arla Lactofree en kan de juiste keuze maken. De aanschaf gebeurt zoals gezegd offline, maar de online content ondersteunt het moment van conversie. In de zoekresultaten en in Paid Search komt Arla naar voren als op lactose-gerelateerde termen wordt gezocht. De GDN-aanpak is hetzelfde als in de vorige fases.

De content is gericht op uitgebreide productinformatie. In de banners staan de producten ook centraal.

Resultaten

We zijn nog niet zolang bezig met deze case, maar kunnen alvast enkele resultaten delen met betrekking tot de GDN-campagnes. Door websites die zich richten op buikklachten (zoals maagdarmlever.nl en opgeblazenbuik.nl) te combineren met zoekwoorden die symptomen van lactose-intolerantie zijn (bijvoorbeeld diarree en buikpijn) kunnen we specifiek targeten. Daardoor is de CTR van de advertenties 0,57 procent. Een nog beter resultaat leveren de banners op die we tonen aan bezoekers van websites die gaan over lactose-intolerantie: 0,75 procent. Gemiddeld is de CTR bij GDN-campagnes 0,05 procent.

Ten aanzien van het websitebezoek zien we een stijgende lijn in zowel de time on site als het aantal pages per visit. De bounce rate daalt. De kwaliteit van de website is dus goed, zodat we ons nu kunnen richten op het maximaliseren van het vertoningsaandeel om zo een groter marktaandeel te verwerven.

Dit zijn bemoedigende eerste resultaten maar er valt nog meer te halen uit de online aanwezigheid van Arla Lactofree. Daarom gaan we de komende tijd nog meer werken aan SEO en de content op de website (denk aan recepten, een symptoomchecker en tips voor een andere levensstijl). Ook zullen we dynamische landingspagina’s introduceren, zodat de site nog relevanter wordt voor bezoekers. De Nederlandse markt is de eerste waarop op deze manier online marketing wordt toegepast door Arla Foods. Daarin zullen we blijven door ontwikkelen zodat we hopelijk over drie jaar de ambitie om marktleider te zijn in lactosevrije en plantaardige zuivel hebben gerealiseerd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mobiele SEO is een must: hoe blijf je vindbaar in een mobiele wereld?

Posted 25 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Websitebezoek via smartphones en tablets is een aantal jaren terug al het bezoek via de desktop voorbijgestreefd. Dit betekent dat een goede mobiele versie van je website absoluut essentieel is. Je klanten komen waarschijnlijk vanaf verschillende apparaten op je site en daarom is het je verantwoordelijkheid dat die klant de best mogelijke ervaring heeft. Dit is waar mobiele optimalisatie om draait: je website aanpassen voor verschillende beeldschermformaten en besturingssystemen, zowel qua design als inhoud.

Google kondigde een poos terug aan dat het experimenteert met mobile-first page indexing. Sindsdien is er een hoop speculatie. Wat we in ieder geval zeker weten is dat ze er tests mee aan het doen zijn. Niets is nog zeker als het gaat om mobile indexing, maar we weten dat meer dan de helft van de zoekopdrachten via een mobiel apparaat gedaan wordt. En dit aantal groeit hard. Onderzoek naar de top 10.000 zoekopdrachten per land laat een duidelijke trend zien.

De mobile-first indexing tests zullen een aantal maanden gaan duren en er is voorlopig nog geen duidelijkheid over hoe de ranking factors kunnen gaan veranderen. De meeste basisprincipes voor SEO zullen blijven zoals ze zijn, maar je kunt er maar beter op voorbereid zijn en je nu klaar maken voor wat er binnenkort komen gaat.

Laten we de belangrijkste aspecten opsommen voor het ontwikkelen van een mobiele website vanuit een SEO-perspectief:

  1. Kies een mobielvriendelijke opzet die bij je past

Als je nog geen mobiele site hebt, dan raden we je aan om te beginnen met het vaststellen van je doel voor de mobiele site. Wat wil je dat de bezoekers doen? Waartoe wil je ze in staat stellen?

Responsive Design: Responsive websites geven gebruikers een consistente ervaring op elk apparaat door de lay-out aan te passen aan het formaat van het browserscherm. Het past alles aan voor het juiste schermformaat, maar alles op de pagina blijft hetzelfde; het heeft dezelfde HTML-code en dezelfde URL.

Dynamisch Design: Afhankelijk van je soort onderneming wil je wellicht een speciale ervaring op de mobiele versie van je site. Dit kan bijvoorbeeld speciale content zijn. Dit kun je met Dynamisch Design. Dynamisch betekent niet dat je de hele site opnieuw hoeft te ontwerpen, maar het brengt wel meer werk met zich mee om te onderhouden. Je zult een Vary HTTP Header moeten gebruiken om het apparaat van de gebruiker te detecteren en om de crawler te laten weten dat je een alternatieve mobiele site hebt. Hier kun je Google ’s richtlijnen lezen voor het gebruik van een Dynamische Website.

Aparte URL voor de mobiele versie: Dit werkt exact zoals je denkt; je maakt een nieuwe mobielvriendelijke pagina die je plaatst op een andere URL. Vaak is dit een subdomein zoals ‘m.website.com.’ Als je dit doet, dan is het belangrijk om de URL-structuur parallel aan de desktopversie te laten lopen. Google zal niet automatisch het verschil zien tussen de mobiele pagina en de desktoppagina. Daarom moet je rel=”alternate” en rel=”canonical” tags toevoegen om de pagina’s aan te geven en duplicaten te voorkomen. Dit zorgt tevens voor het behoud van de waarde van de backlink van de vergelijkbare desktoppagina.

Desktop-Only versie: Geloof het of niet, een desktop-only versie kan ook nog steeds een optie zijn in een mobile-first wereld. Het is natuurlijk niet ideaal omdat je niet optimaal overkomt op mobiele apparaten en dit kan leiden tot het verlies van klanten. Maar goed, het is beter om een goed functionerende desktop-only versie te hebben dan een waardeloze mobiele versie.

Een goede manier om erachter te komen of Google je pagina geschikt vindt is de Mobile-friendly test. Het toont een lijst problemen bij mobiel gebruik en het toont je site op een mobile apparaat.

  1. Onderzoek Mobiele Keywords

Het belang van keywordonderzoek voor SEO mag je niet onderschatten. Wat je strategie ook is voor het zoeken naar de juiste keyword, je moet onthouden dat je op twee speelvelden strijdt: mobiel en desktop. Voor nu tenminste. Uiteindelijk zul je een volledige overstap moeten maken naar mobiel. SEMrush biedt nu de optie om mobiele keywords te onderzoeken en te vergelijken met desktop keywords. Je kunt meteen zien hoe je concurrenten het doen in het mobiele segment.

  1. Maak je content geschikt voor mobiele apparaten

Een mobile-first mindset heeft ook voordelen voor je desktopsite. Je inbeelden hoe je website eruitziet op een kleiner scherm is een goede manier om alle onbelangrijke zaken weg te laten en om de website zo te structureren dat het makkelijk in gebruik is en mensen snel naar de juiste informatie leidt. Het helpt je ook bij het stellen van prioriteiten en het ontwikkelen van betere en sterkere content. Goede content moet gestructureerd, informatief en makkelijk te scannen zijn. Het moet tevens sterke koppen hebben waarop men graag klikt. Lange content wordt vaak gezien als waardevol vanuit SEO-perspectief. Er is echter nog geen consensus over mobiel. Kortere content op mobiele apparaten ligt voor de hand want kleine schermen tonen maar weinig informatie. Aan de andere kant is minder niet automatisch beter, vooral wanneer er een verschil is tussen de desktop en de mobiele versie van je website. Als mobile first indexing start dan kan dit een groot probleem worden.

Kortom, je moet proberen zo concreet mogelijk te zijn. Kortere titels, URL’s, en meta descriptions. Breek grotere stukken content op in kleinere stukken door bijvoorbeeld kortere paragrafen te maken met een consistent ritme. Geef voorrang aan zinvolle en spannende content en plaats het bovenaan de pagina.

Maak content voor een publiek met korte aandachtspanne

Het is belangrijk om te weten hoe je doelgroep zich gedraagt en je content daarop af te stemmen. Onthoud dat mensen die mobiele versies van websites gebruiken zelf ook mobiel zijn. Ze zijn snel afgeleid en kijken maar kort naar het scherm. De aandacht trekken en vasthouden is dus een flinke uitdaging. Bied ze de informatie die ze zoeken dus zo snel mogelijk en geef ze de mogelijkheid oninteressante eenvoudig informatie over te slaan.

Belangrijke zaken om niet te vergeten

Vergeet niet je data gestructureerd op je site te zetten. Rich snippets zijn zelfs beter op mobiele apparaten omdat ze veel ruimte op het scherm in beslag nemen (het kan natuurlijk zijn dat Google dit verandert in de toekomst). Maar voor nu kun je zeker kijken of je gefeatured kunt worden. Zorg ervoor dat je microdata relevant blijft, maar pleeg geen overkill. Je kunt je pagina controleren met de structured data testing tool van Google.

Korte laadtijden zijn cruciaal voor mobiele SEO. Onthoud dat iedereen haast heeft. Vermijd het gebruik van Flash en te veel Javascript. Irritante pop-ups, pdf’s en infographics moeten ook voorkomen worden. De snelheid van een pagina is erg belangrijk voor mobiele apparaten omdat de verbinding en hardware nogal kan variëren. Probeer code en redirects te beperken en gebruik browser caching. Optimaliseer plaatjes en video’s en bepaal voor jezelf of die essentieel zijn om de content begrijpelijk te maken. Zo niet, haal ze dan weg.

Iets anders wat je wellicht wilt overwegen is het optimaliseren voor local search en voice search. Veel mobiele gebruikers zoeken een lokaal bedrijfje terwijl ze reizen. Je wilt dat ze je makkelijk vinden. Zorg er dus voor dat je je naam, telefoonnummer en adres consistent en up to date houdt, zowel op je pagina als in de metadata. Vergeet je openingstijden niet zodat mobiele bezoekers weten wanneer ze bij je terecht kunnen. En een click-to-call optie bij je telefoonnummer wordt altijd erg gewaardeerd.

Voice search groeit de laatste tijd ook sterk. Het is dus een goed idee om te mikken op longtail keywords die lijken op een vraag uit een gesprek. Maak een FAQ-pagina of bedenk een manier waarop keywords worden genoemd die lijken op echte vragen.

Optimaliseer de gebruikservaring

Als je alle tips van hierboven hebt opgevolgd, alle technische problemen hebt opgelost en de content hebt geoptimaliseerd, dan heb je wel een mobielvriendelijke website. Maar dat is nog niet genoeg. Je moet ook zorgen voor een prettige gebruikservaring. Kijk eens naar je site door de ogen van een mobiele gebruiker en denk aan de weg die een bezoeker volgt binnen je site.

Zorg ervoor dat je lettertype groot genoeg is en dat de tekst leesbaar is zonder in te zoomen. Knoppen en links moeten voldoende uit elkaar staan zodat men niet per ongeluk op de verkeerde knop drukt.

Onthoud goed dat typen op een mobiel apparaat langzamer gaat en dat onscreen keyboard de zichtbare pagina halveert. Creëer checklists en vooringevulde formulieren indien mogelijk. Houd de lay-out eenvoudig zodat het niet nodig is om door alle informatie te ploeteren voordat de bezoeker op de bestemming is.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Webtexttool: ‘Iedereen kan effectieve content schrijven’

Posted 18 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoe schrijf je een goede webtekst zonder expert te zijn in SEO? Webtexttool biedt de oplossing. “Iedereen moet de kans krijgen om de optimale online tekst te publiceren,” vertelt Marcel Leeman – medeoprichter en CEO van Webtexttool.

Marcel, hoe zou je Webtexttool omschrijven in één tweet?

“Een jong, snelgroeiend bedrijf dat tienduizenden gebruikers helpt met tips die leiden tot betere ranking, conversie en klanten.”

Wat doet Webtexttool?

“Webtexttool is een online omgeving waarin je webteksten kunt optimaliseren. Ons uitgangspunt is dat een goede tekst onder andere vindbaar moet zijn via Google – dus SEO-geoptimaliseerd – en moet converteren – dus de juiste gevolgen hebben bij lezers, zoals informatie aanvragen of iets kopen. Webtexttool coacht de gebruiker tijdens het schrijven, live en geautomatiseerd, om de optimale online tekst te realiseren.”

Welke visie schuilt erachter?

“Wij geloven dat iedereen de kans moet krijgen om de optimale online tekst te publiceren, ook als je geen verstand hebt van SEO of niet genoeg geld hebt voor een SEO-expert. Het is zonde als iemand veel werk en creativiteit steekt in een tekst, maar deze vervolgens niet wordt gelezen. Daarom willen wij mensen de mogelijkheid bieden om die tekst eenvoudig en goedkoop te optimaliseren.”

Waarom is deze optimalisatie belangrijk?

“Voor het hoofddoel van marketing: omzet maken. Om dit te behalen, moet je website onder andere hoog scoren in Google, via SEO-optimalisatie. Vervolgens wil je dat als mensen op je website belanden, ze de tekst lezen en de gewenste actie ondernemen – zoals doorklikken, klant worden, contact opnemen. Als je de SEO en de vervolghandeling onder controle hebt, kun je effectieve marketing voeren.”

Hoe werkt het precies?

“Je gaat naar de Webtexttool-website en logt in. Je begint met het juiste zoekwoord vast te stellen. Je wilt gevonden worden op een woord dat relevant is voor je website, waar weinig anderen op optimaliseren en waar veel mensen naar zoeken. Vervolgens schrijf je de tekst en krijg je tegelijkertijd feedback op wat beter kan, zoals een beschrijving van je afbeelding, het gebruik van koppen of de lengte van je tekst.”

En de derde stap?

“Na publicatie kun je nog de page tracker instellen. Die houdt bij op welke positie je website staat in Google en of je optimalisatiescore verandert. Zo zorg je dat je pagina hoog in de lijst blijft, ondanks eventuele wijzigingen in de regels van Google.”

Het is dus bruikbaar voor dummies?

“Absoluut. Je hoeft geen verstand te hebben van SEO-gericht schrijven of conversie om Webtexttool te gebruiken, de technologie doet het moeilijke werk. Lukt het toch niet? Alle stappen worden begeleid door een handleiding die zelf herkent waar je mee bezig bent. Daarnaast hebben we een uitgebreide hulp-functie met vragen en instructievideo’s, geven we SEO-cursussen en webinars en is er altijd nog de chatfunctie in de tool zelf.”

Hoe zorgen jullie voor een stijging in Google-ranking en leestijd?

“Vergelijk het met een hardloopwedstrijd: als je wilt winnen, zul je moeten trainen en de juiste kleding moeten dragen. Maar dan nog bestaat de kans dat de concurrentie je verslaat. Net zo is SEO een voorwaarde om überhaupt mee te dingen in de Google-ranking, maar we kunnen natuurlijk niets garanderen. Wel laat onze ervaring zien dat de teksten bij Webtexttool gemiddeld driehonderd procent stijgen in Google, en dat de leestijd verdubbelt.”

Werkt Webtexttool internationaal?

“Ja, we zijn de trotse eigenaar van klanten uit elke tijdzone. Europa is onze thuismarkt, maar we zijn eveneens actief in Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Onze tool werkt in 42 verschillende talen en kan zelfs Arabische teksten optimaliseren.”

Wie zijn de klanten van Webtexttool?

“Bedrijven en particulieren met een commerciële inslag, die online goed vindbaar willen zijn. We hebben zowel B2C- als B2B-klanten. Grote bedrijven helpen we ook met de implementatie van Webtexttool, aangezien zij vaak hulp willen bij de samenwerking tussen teamleden.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“Klanten betalen maandelijkse of jaarlijkse abonnementskosten voor de licentie. Kleine bedrijven of ZZP’ers met een lager budget komen we tegemoet met een jaarabonnement van 15 euro per maand. Wat grotere klanten kunnen het jaarlijkse businessabonnement afsluiten voor 59 euro per maand. Voor organisaties met meer dan twintig medewerkers berekenen we een prijs op aanvraag.”

Wie zijn je concurrenten?

“Naar mijn weten is er geen tool die precies dezelfde aanpak toepast, waarbij je kan samenwerken aan een tekst in zoveel talen. Je hebt wel de zogenoemde SEO-checkers – zoals TestSeo of SeoTesterOnline waar je je tekst in uploadt en je een SEO-kwaliteit ontvangt. Maar hierbij krijg je alleen het probleem te horen en weet je als leek niet ‘hoe nu verder’. Webtexttool adviseert proactief wat er aangepast moet worden: daar zit het verschil met concurrenten.”

En Yoast dan, de plug-in van WordPress?

“Die checkt maar enkele velden en werkt alleen in WordPress zelf. Niet iedereen heeft een WordPress-website en sommige collega’s – zoals vaak de schrijver van de content – werken niet in het CMS.”

Hoe is Webtexttool ontstaan?

“Medeoprichter Kyrill Poelmans en ik kennen elkaar als collega’s bij Achmea, waar we verantwoordelijk waren voor verschillende websites en interne applicaties. In 2010 startten we een eigen bedrijf, waarmee we andere bedrijven adviseerden over online-strategieën. Dat bedrijf hebben we verkocht en daarna begonnen we Webtexttool, dat live ging in januari 2016.”

Hoe ben je op het idee gekomen?

“Bij Achmea hadden we een ruim budget om de websites vindbaar te maken. Pas toen we ons eigen bedrijf begonnen, merkten we hoe lastig het is voor kleinere organisaties met weinig middelen. Wij dachten: waarom zouden we dit niet automatiseren, zodat het toegankelijk is voor iedereen? Nu werken we met een team van twaalf man in Arnhem en hebben we al twintigduizend gebruikers.”

Welk knelpunt kom je tegen als start-up?

“Het gat tussen de hoeveelheid werk die je hebt liggen en de hoeveelheid geld die je kunt uitgeven aan werknemers om dat op te pakken. Vaak heb je het geld niet om iemand aan te nemen door een te lage omzet. Maar zonder extra capaciteit kun je de gewenste groei niet verwezenlijken. Daardoor moet je als beginnend ondernemer constant vooruit investeren. In juni hebben we een investering binnengehaald van Topfonds Gelderland. Dat helpt bij dit probleem.”

Wat staat er op de planning?

“We willen een aantal functies toevoegen, zoals een optimalisatie van de tekstleesbaarheid. Hierbij checkt Webtexttool of je tekst niet te complex is. Daarnaast is onze nieuwste functie afgelopen woensdag gelanceerd, waarbij inzicht wordt gegeven in de zoekwoorden die anderen gebruiken in hetzelfde werkveld. Ten slotte willen we toevoegen dat Webtexttool via taalgebruik vaststelt of je tekst geschikt is voor een bepaalde doelgroep, bijvoorbeeld mannen of vrouwen.”

Jullie doen mee aan de Accenture Innovation Awards?

“Ja, een award als van Accenture geeft een enorme boost in publiciteit. We zijn momenteel druk bezig met de Social Voting-campagne van deze periode, waarbij we onze eigen website, social media-kanalen en netwerk inzetten om uiteindelijk de Publieksprijs te kunnen winnen.”

Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Webtexttool doet mee aan de (Social Voting-campagne van de) Accenture Innovation Awards van dit jaar en is daarnaast een partner van Accenture. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Top tien feiten en fabels over WordPress

Posted 14 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

De één gebruikt het dagelijks en verdient er zijn brood mee, de ander heeft er echt geen kaas van gegeten: WordPress. Het Content Management Systeem bestaat inmiddels veertien jaar, en maar liefst 28 procent van alle websites wereldwijd draaien erop. Je zou denken dat een dergelijk populair platform na al die jaren niet veel geheimen meer heeft, maar er zijn nog altijd een aantal hardnekkige mythes die er over WordPress de ronde gaan. In dit artikel hebben we de tien meest interessante feiten én fabels over WordPress voor je op een rijtje gezet.

  1. Het WordPress systeem is bedoeld om mee te bloggen (FABEL)

Hoewel WordPress oorspronkelijk is ontstaan als blog-software, is het inmiddels veel meer dan dat. WordPress is geschikt voor het ontwikkelen van zowel eenvoudige als complexe websites, zakelijke websites, webwinkels, blogs, portfolio sites, forums en nog zoveel meer. Wel is het zo dat de kant-en-klare sites die je op WordPress.com kunt aanmaken, wel specifiek bedoeld zijn om te bloggen. Er zitten dan ook een aantal substantiële verschillen tussen WordPress.com en WordPress.org.

  1. WordPress bezit meer dan 50% van het CMS marktaandeel (FEIT)

Volgens Wappalyzer bezit WordPress inmiddels 76.4 procent van het CMS-marktaandeel. Dat wil zeggen dat van alle websites waar een Content Management Systeem achter hangt, meer dan driekwart op WordPress draait. Zelfs Joomla en Drupal, die op de tweede en derde plek staan, bezitten respectievelijk slechts 9,4 en 5,5 procent van het CMS-marktaandeel. SquareSpace, Weebly, TYPO3, Jimdo, Microsoft Sharepoint, DNN en Wix komen bij lange na niet in de buurt.

  1. Met WordPress kan ik in een handomdraai een prachtige website bouwen (FABEL)

Websites blijven maatwerk. Als een goede website bouwen echt zo simpel was, dan zouden webdevelopers geen werk meer hebben, nietwaar? Webdevelopment is een vak waar tijd in gestoken moet worden. Natuurlijk is het mogelijk om zelf een professionele website te bouwen. Maar je moet dan wel bereid zijn om de nodige tijd en moeite te investeren. Om ervoor te zorgen dat het voor iedereen mogelijk is om een website bouwen, is WordPress Handleiding in het leven geroepen. Deze website specialiseert zich in het creëren van duidelijke, Nederlandstalige (!) WordPress handleidingen voor zowel beginners als gevorderden. De handleidingen zijn te downloaden als e-books en worden geregeld geüpdatet.

  1. De naam WordPress is bedacht door een vriendin van Matt Mullenweg (FEIT)

Christine Selleck Tremoulet, een prominente blogger en vriendin van Matt Mullenweg (de oprichter van WordPress en CEO van Automattic), kwam met het idee voor de naam WordPress.

  1. Door een backup terug te zetten los je het probleem van een gehackte website op (FABEL)

Als je een backup hebt teruggezet werkt je WordPress-website meestal wel weer naar behoren. Maar dat betekent nog niet dat het probleem is opgelost! Er zit nog steeds ergens een lek, wat betekent dat je site gevoelig blijft voor hacks. Het is daarom van essentieel belang om een grondig onderzoek naar de oorzaak van de hack uit te voeren en het lek te dichten. Als je zelf niet zo goed weet hoe je dit moet aanpakken of het liever aan een professional overlaat, dan is de Website Recovery Service van WP Handleiding een aanrader. Daarmee heb je altijd iemand achter de hand die je kan helpen je website na een hack te herstellen én te voorkomen dat het nog eens gebeurt.

  1. WordPress wordt ook door overheden gebruikt (FEIT)

Mensen die in de veronderstelling zijn dat WordPress niet veilig genoeg is voor overheden hebben het mis: wereldwijd draaien er talloze overheidswebsites op WordPress! WordPress of niet, voor alle websites geldt dat het niet nemen van voorzorgsmaatregelen gelijk staat aan de voordeur van je huis open laten staan – vroeg of laat zal er iemand naar binnen wandelen die alles leegrooft.

Er is niets mis met de veiligheid van WordPress, zolang je het maar goed aanpakt. Dat betekent ten eerste een goede security plugin en WordPress firewall installeren en zorgen dat je WordPress zelf en alle WordPress thema’s en plugins altijd up-to-date houdt. Maar er zijn nog meer dingen die je kunt doen om je site veiliger te maken. Denk bijvoorbeeld aan een goede hostingpartij kiezen, sterke wachtwoorden kiezen, een SSL-certificaat regelen, je WordPress loginpagina verplaatsen of verbergen, je WordPress Admin Directory beveiligen met een extra wachtwoord, en zorgen dat je geen verouderde plugins gebruikt.

  1. Als ik WordPress gebruik dan wordt mijn website goed gevonden in Google (FABEL)

Ondanks het feit dat WordPress heel veel mogelijkheden biedt op het gebied van zoekmachine-optimalisatie (SEO), betekent dat niet dat je gewoon een website kunt lanceren en dan maar verwachten dat je hoog in de zoekresultaten terecht komt. Zoekmachine-optimalisatie vergt de nodige kennis en expertise van zowel techniek als content. Bovendien is het een doorlopend proces: als je alleen in het begin aandacht besteedt aan het achterhalen van relevante keywords en het optimaliseren van je content, en er vervolgens niet meer naar omkijkt, zul je nooit hoog scoren. Wil je goed gevonden worden in Google, dan zul je hier altijd mee bezig moeten blijven. Het installeren van een goede SEO-plugin zoals Yoast SEO is een goed begin.

  1. Er zijn WordPress Events in verschillende landen (FEIT)

Officiële WordPress-evenementen worden WordCamps genoemd. In 2016 vonden er maar liefst 115WordCamp Events plaats, in verschillende 41 landen. Deze werden bezocht door in totaal zo’n 36.000 WordPress gebruikers. Ook in Nederland vinden jaarlijks meerdere WordPress-evenementen plaats. Zo wordt er dit jaar in oktober weer een WordCamp georganiseerd in de Jaarbeurs Utrecht.

  1. Je moet betalen voor WordPress (FABEL)

WordPress is open source. Dat wil zeggen dat de broncode voor iedereen beschikbaar is om te bekijken, te gebruiken en te bewerken. Maar het betekent ook dat WordPress gratis is! Waar je wel voor moet betalen zijn je hosting en je domeinnaam, maar die staan los van WordPress.

Er zijn ook veel (meer dan 50.000!) gratis WordPress-plugins te downloaden waarmee je de standaard functionaliteit van WordPress kunt uitbreiden. Wel moet je er rekening mee houden dat gratis plugins niet allemaal even goed ondersteund en up-to-date worden gehouden. Premium plugins verdienen dan ook meestal de voorkeur. Wil je per se gratis plugins gebruiken, zorg dan dat je van tevoren een aantal reviews doorleest en bekijkt of mensen tevreden zijn. Plugins die langer dan twee jaar niet geüpdatet zijn moet je altijd vermijden.

  1. Er zijn meer dan 1 miljard plugins gedownload (FEIT)

In 2015 waren er in totaal meer dan een miljard WordPress plugins gedownload. In 2016 waren dat er al 1.48 miljard! De kans bestaat dus dat de mijlpaal van twee miljard gedownloade WordPress plugins dit jaar al bereikt wordt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Productinformatie cruciaal in B2B digital commerce

Posted 14 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Content is ook in B2B king. De B2B-klant is immers doelgericht op zoek naar dat ene artikel of onderdeel en wil daarvan alle details kennen om 100 procent zeker te zijn van zijn beslissing. Een verkeerde keuze kan grote directe of indirecte gevolgen hebben, zoals stagnatie van een productieproces, ontevreden klanten of het breken van compliance-regels. De aankoop wordt dan ook vaak gedaan bij de leverancier die de productcontent voor alle fasen van de customer journey het best op orde heeft.

Tijdens de tweede bijeenkomst van de expertgroep B2B Digital Commerce van ShoppingTomorrow, die wordt gehost door Evident en Intershop, staat het onderwerp Productinformatie centraal, en dan met name de waarde daarvan voor de online B2B-koper. Gerrit Enthoven van Intershop co-voorzitter van de expertgroep: “Uit onderzoek van Forrester blijkt dat betrouwbare en gedetailleerde productinformatie de belangrijkste trigger is om online tot aankoop over te gaan.”

Sterke content in oriëntatiefase

Goede content genereert dus meer conversie. Maar wat is goede content dan precies? De experts zijn het erover eens dat ijzersterke content antwoorden geeft, geen vragen oproept en zekerheid biedt. Dus: producten zijn goed herkenbaar en beschikbaar op alle devices, en de waarde van een goede afbeelding mag niet worden onderschat. Eefje Vogel (Bavaria): “Afbeeldingen zijn cruciaal. Klanten willen zien wat ze bestellen om zeker te zijn dat het juiste wordt besteld. Goed beeld levert direct een hogere conversie op.” Allard van Veelen (Vanderlande) vult aan: “Je móét je B2B-klant verder helpen. Zo hebben sommige grote accounts bij ons zelfs hun eigen productnummers. Daarmee bieden we ze de mogelijkheid om snel en makkelijk het juiste onderdeel te bestellen.” Ook Akzo biedt klanten meerwaarde. Dennis van den Hoek: “Wij verkopen onder andere verfsoorten die bij verkeerd gebruik risico’s kunnen opleveren. We helpen onze klanten door hierbij speciale veiligheidsinformatie aan te bieden en de juiste documenten te leveren.” Kortom: je ontzorgt je klanten door goede productinformatie te bieden.

Customer journey

Om goede content te kunnen leveren, moet je de customer journey goed in het vizier hebben. Eefje Vogels (Bavaria): “Af en toe eens met je klanten meelopen levert enorm veel inzichten op. Het kan je weleens verbazen wat hun uitdagingen zijn.” Ook Dirk-Jan Goudswaard (Royal IHC) onderschrijft het belang van de customer journey. “In de schepen die wij bouwen, zitten ontzettend veel onderdelen. Het moeilijkst is de identificatie van het te vervangen en te bestellen onderdeel. Voor alle fases binnen de customer journey is relevante informatie nodig.”

Royal IHC doet er alles aan om te voorkomen dat een schip stil komt te liggen. “Het bijhouden van de actuele situatie van de onderdelen die op het schip geïnstalleerd zijn, is daarbij cruciaal. Met correcte informatie worden de juiste onderdelen besteld om vervolgens snel, efficiënt en op tijd vervangen te kunnen worden. Hierdoor blijft het schip optimaal presteren.”

Constante kwaliteit

Wavin is wereldmarktleider in kunststof leidingsystemen en werkt aan een enorm dataclassificatieproject. Michan Katerbarg: “We streven naar een uniforme manier van omgaan met productinformatie. Dan heb ik het niet alleen over databeheer, maar ook over de kwaliteit. Als B2B-organisatie moet je kwaliteit via alle kanalen hetzelfde zijn, of het nu gaat om de eigen site, websites van derden of catalogi.” Wavin gebruikt ETIM als standaard en niet alleen omdat dit de enige standaard is die aansluit bij hun assortiment. Katerbarg: “Vooral omdat onze klanten ernaar vragen. Dat hielp enorm om binnen de organisatie draagvlak te creëren.”

Voordelen voor de eigen organisatie

Met goede content krik je de conversie flink op, maar je productinformatie op orde hebben brengt ook voor de interne organisatie voordelen met zich mee. Katerbarg: “De productinfo wordt op één centrale plek aangepast en is daardoor altijd accuraat en up-to-date. Op deze manier is de groothandel beter geïnformeerd en de time-to-market fors gedaald. De omzet stijgt terwijl de kosten dalen omdat we minder systemen nodig hebben. Tot slot hebben we minder voorraden omdat we beter inzicht hebben in het bestelgedrag van onze klanten.”

Sterke content in én na de conversiefase

Recent onderzoek toont aan dat een online order zeven keer minder vaak geretourneerd wordt dan een telefonische bestelling via een salesmedewerker, mits je je productinformatie op orde hebt. Hoe dat kan? De klant is zelf verantwoordelijk voor de bestelling van het juiste product. Is de productinformatie niet op orde, dan is de kans groter dat niet het juiste product wordt gekozen. Klopt je content, dan verlicht dat ook meteen de druk op je klantenservice en verlaagt het je percentage retouren.

Maar ook als de klant tot aankoop is overgegaan, ben je er nog niet. Na de conversie – dus in de after-salesfase – blijft productinformatie belangrijk. Door ook na de conversie te zorgen voor goede en relevante content, blijf je waarde toevoegen voor je klanten. Het meeleveren van douanedocumenten is daar een goed voorbeeld van, evenals op maat gemaakte instructies voor de installatie van een technisch product. In B2B is de lange-termijnrelatie cruciaal en dat verandert niet als je je klanten online bedient.

Plan van aanpak

Wat komt er allemaal bij kijken om je productinformatie op de rit te hebben? Om die vraag te kunnen beantwoorden moet je weten waarvoor je de productinformatie gaat gebruiken (intern/extern) en bij de behoeften van de klant starten. Daarnaast is het zaak om alle artikeldata te verzamelen en te verrijken en om silo’s binnen je organisatie af te breken. Het is vervolgens essentieel een goede data-infrastructuur in te richten. Een ERP-systeem bevat over het algemeen niet alle noodzakelijke en gewenste productinformatie voor digital commerce en zeker niet de essentiële flexibiliteit. Daar is dan een aanvullende oplossing voor nodig.

Tot slot is het ook belangrijk om de organisatie daarop in te richten. Verander de mindset van de onderneming van een productgedreven organisatie naar een datagedreven organisatie. Ook is het essentieel om een ‘eigenaar’ van die content aan te wijzen, anders kan het zomaar gebeuren dat niemand zich er verantwoordelijk voor voelt. Wie deze eigenaar is, verschilt per organisatie. Bij INDI is bijvoorbeeld de afdeling marketing eigenaar. Sybrand Brouwer (INDI): “Zij kunnen het beste vanuit het volledige klantperspectief kijken en bovendien de online vindbaarheid verhogen, bijvoorbeeld door de inzet van SEO.”

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Cuba beste bestemming voor digital detox’

Posted 11 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wie op vakantie zo min mogelijk ‘connected’ wil zijn moet volgens hotelzoekmachine Kayak naar Cuba. Maar liefst 98 procent van de hotels in hoofdstad Havana beschikt namelijk niet over wifi.

Op de gedeelde tweede plaats staan Manilla en Seoel, al is wifi daar aanzienlijk gebruikelijker: 27 procent van de hotels hebben geen draadloze internetverbinding. De rest van de top-10 ziet er als volgt uit:

Mumbai 25 procent
Beijing 24 procent
Tokyo 24 procent
New Delhi 24 procent
Shanghai 24 procent
Marrakech 23 procent
Osaka 23 procent

Azië is dus the place to go voor een digital detox. Opvallend in de lijst zijn de metropolen Tokio, Osaka en Seoel, waarvan de inwoners toch bekend staan als tech-savy. Daar zit juist de verklaring, stelt Kayak. “Het mobiele netwerk is in Japan en Korea supergoed ontwikkeld. Iedereen maakt daar gebruik van 4G en niet van wifi. In cafés is er wel wifi maar daar moet je voor betalen. Het aantal openbare wifiplekken is verder zeer beperkt,” aldus een woordvoerder.



Lees het volledige bericht op Emerce »

ilovespeelgoed: ‘Minder retouren en betere vindbaarheid door duidelijke content’

Posted 11 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Tijdens de economische crisis een online speelgoedwinkel beginnen is geen voor de hand liggende zet. Toch wisten Daniëlle van Peer en Neerén Buur een succes te maken van ilovespeelgoed.nl.

Na verschillende banen te hebben gehad wilde Daniëlle van Peer een nieuwe uitdaging, waarin zij haar ervaring, creativiteit en gevoel voor stijl in kwijt kon. Ze wilde een combinatie van ‘ondernemen, online en kwaliteit’. Zij kwam in 2011 op het idee om bijzonder speelgoed te gaan verkopen, een mooi, blij product waar mensen niet op bezuinigen, zo bleek uit het marktonderzoek dat Daniëlle deed. Het idee voor www.ilovespeelgoed.nl was geboren: een online winkel met bijzonder speelgoed en een hoog serviceniveau.

Online succes

De webshop werd gelanceerd in een tijd waarin veel fysieke speelgoedwinkels er mee op hielden. Hun klanten gingen zich steeds vaker online oriënteren. Daardoor groeide de markt voor bijzonder speelgoed gericht op het hogere segment. De kans op online succes in de traditionele speelgoedmarkt was groot.

De webshop ilovespeelgoed.nl startte in 2011 vanaf de zolder van Neerén en Daniëlle. Al gauw lag het hele huis vol speelgoed en gingen ze op zoek naar een bedrijfslocatie. Om kosten te besparen, weken ze uit naar een antikraakpand. Twee weken voor Sinterklaas (half november 2014) op het hoogtepunt van de drukte kregen ze de mededeling dat ze het pand moesten verlaten. Het vergde stevige onderhandelingen om tot na het piekseizoen te mogen blijven. Begin 2015 verhuisde ilovespeelgoed.nl naar de huidige locatie in Nieuwegein.

Via speelgoedblogs, online advertenties en andere marketingactiviteiten (SEO, banners, Google Adwords en social media) nam de online vindbaarheid van ilovespeelgoed.nl sterk toe. Het aantal bestellingen ook: inmiddels telt het team naast Daniëlle en Neerén nog zes medewerkers.

Moeders en oma’s

Vanaf de start hebben Daniëlle en Neerén ervoor gekozen om zich te specialiseren, zowel qua doelgroep (moeders en oma’s) als qua assortiment (duurzaam, bijzonder en/of leerzaam speelgoed). “We schrijven de content zelf. Alle producten uit de webshop hebben een sprekende afbeelding en duidelijke uitleg over de werking ervan,” zegt Neerèn, die een achtergrond in online marketing heeft. “Hoe beter je verwachtingen kunt managen, des te kleiner is de kans dat producten retour komen. Bovendien ben je door die duidelijkheid beter vindbaar in Google.”

Handgeschreven kaartje

Al het speelgoed wordt gratis feestelijk ingepakt en voorzien van een handgeschreven kaartje. Klanten kunnen een eigen tekst bij de bestelling toevoegen en anders schrijven de inpakkers van ilovespeelgoed een persoonlijke boodschap op het kaartje. “Met onze persoonlijke benadering en assortiment overtreffen we de verwachtingen van de klanten. Die vertellen het door aan anderen of delen hun ervaringen via social media. Zo hebben wij een Trustpilotscore van 9,6 weten te realiseren.”

Hoofdpijn

De administratie van de verkopen deed Neerèn aanvankelijk een keer per maand met boekhoudsoftware die zijn accountant had geadviseerd. Het was echter niet mogelijk om het pakket te koppelen aan de webshop. Dat zorgde voor veel administratief werk en dubbele invoer. Daar wilde Neerèn vanaf en hij ging begin 2015 over op een boekhoudpakket dat wel aan de Magento-webshop was te koppelen. Dit bleek echter een gebruiksonvriendelijke oplossing. “Onze accountant kreeg er hoofdpijn van.”

60 uur besparing per week

Eind 2015 ging de website op basis van de nieuwe Magento-technologie live, inclusief een koppeling met Exact. Bestellingen komen vanuit de webshop automatisch in Exact Online en de webshop is voorzien van actuele voorraadinformatie. Het magazijn is gedigitaliseerd met WMS-scansoftware van Bizbloqs.Informatie-uitwisseling gaat automatisch. Dat resulteert in een snel en foutloos orderpickproces. “Deze automatisering werkt fantastisch,” zegt Neerèn. “We besparen 60 uur per week op onze administratieve processen en de foutmarge is gedecimeerd. Het zou echt super zijn als het pakket straks inkoopadvies kan geven, zodat we nog sneller kunnen inspelen op de vraag.”

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nextail en Publitas lanceren dynamische reclamefolder

Posted 11 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nextail, de online organisatie van Blokker Holding, claimt samen met Publitas een volgende stap in de ontwikkeling van de ‘real time’ reclamefolder. Volledig dynamisch gegenereerde content in online reclamefolders wordt hiermee toegankelijk voor retailers.

Met de dynamische folder kunnen retailers onder meer dynamic pricing toepassen en direct inspelen op de actuele voorraden van het online productassortiment. Mochten artikelen niet voorradig zijn, dan kunnen alternatieve opties worden geboden. Wanneer bijvoorbeeld de Philips Senseo in het zwart tijdelijk niet op voorraad is, kan Blokker haar klanten hetzelfde product in andere kleuren aanbieden in de folder.

Met de dynamische folder kan er snel worden ingespeeld op het mooie weer met barbecues of zwembaden op extra pagina’s binnen de folder, zegt Nextail. Ook speciale, thematische uitgaven behoren tot de mogelijkheden.

Nextail benadrukt dat de fysieke gedrukte folder voorlopig van groot belang blijft. De dynamische folder is nu vooral een communicatiemiddel om de online klant optimaal te bedienen en een aanvulling op de fysieke folder.

Partner Publitas is al langer gespecialiseerd in online folders. Het levert software waarmee retailers traditioneel hun offline folders makkelijk online kunnen zetten. Het bedrijf heeft Williams-Sonoma, Crate&Barrell en Home Depot als klant.

De technologie is door Nextail getest op de website van online winkelformule Cook&Co en gaat vandaag officieel live in de webshop van Blokker.nl. Dit najaar wordt de dynamische folder ook uitgerold bij de winkelformules Xenos, Intertoys (Intertoys, Bart Smit en Toys XL) en het inmiddels verkochte Leen Bakker.



Lees het volledige bericht op Emerce »