Posts Tagged ‘rtv’

Twee mannen aan de desk bij Hart van Nederland: ‘Het wordt kloppen op de kleedkamerdeur’ @HartvNL @maartensteendam @wolterklok

Posted 16 jan 2020 — by Villamedia
Category nieuws

Een blond, 12-jarig jongetje uit Groningen kijkt achter de desk van Hart van Nederland onbevreesd de camera in. Het is 2005 en nieuwspresentator worden is de grote jongensdroom van Wolter Klok. Als beheerder van de fansite van Hart van Nederland heeft…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

RTV Noord na Facebook-actie ‘Tou Eem’: “Wij worden hier op de redactie zo blij van”

Posted 14 jan 2020 — by Villamedia
Category nieuws

De Facebook-actie van RTV Noord afgelopen maandag heeft volgens Stephanie Nijssen, Community Manager & Social Media Redacteur bij de regionale omroep, nu al resultaat.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Tips en trucs voor een hogere positie in Google voor je webshop

Posted 14 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Heb je een eigen webshop? En vraag je jezelf wel eens af wat je qua content aan je webshop doen om nou toch écht eens die ultieme hoge positie in de organische zoekresultaten van Google te verkrijgen? Deze tips kunnen je helpen om je webshop vindbaar te maken, zodat er meer bezoekers naar de webshop komen en je omzet te verhogen. Ontdek mijn hands-on tips in deze blog.

Je webshop hoger in Google? Het antwoord: 100% goede SEO! Maar wat is het? 

SEO of Search Engine Optimization, in het Nederlands zoekmachine optimalisatie, is het verbeteren van je website om zo een hogere positie te verkrijgen in de organische zoekresultaten van Google. Wanneer een potentiële klant met behulp van Google zoekt naar een bepaald product, wil je natuurlijk dat je webshop bij de eerste zoekresultaten verschijnt. Dan is de kans groter dat hij of zij in je webshop terecht komt en daar het gewenste product koopt. Een hoge positie kan je bereiken door goed rekening te houden met wat Google graag wilt zien.

Google’s crawlers (ook wel spiders of bots) doorzoeken en indexeren gedeeltelijk het internet. Wat Google graag ziet? Dat wordt bepaald door hun algoritmes. Deze kijken naar diverse aspecten van je site. Bijvoorbeeld de gebruikte techniek, de snelheid, content, evenals het aantal links van en naar de site en de importantie daarvan.

Tip 1: Doe een zoekwoordonderzoek

De startvraag is natuurlijk: “Op welke woorden wil ik gevonden worden?” Deze pas je vervolgens toe in de teksten op je site. Naast de short tail zoekwoorden (‘t-shirt’), zijn er de long tail trefwoorden (‘zwart dames t-shirt ronde hals’) waarmee je kunt onderscheiden.

Hoe verricht je goed zoekwoordenonderzoek?

Met een zoekwoordonderzoek kom je erachter welke woorden (vaak) worden ingetypt in Google, welke benamingen je het beste kunt gebruiken in je topnavigatie en de rest van de site. Dit kan je doen door binnen je site, in de markt en beschikbare online en offline data te kijken welke zoekwoorden belangrijk zijn. Er zijn een aantal vragen die je mee kunt nemen in je zoekwoordonderzoek.

Stel jezelf de volgende vragen:

  • Hoe wordt er gezocht?
  • Welke woorden worden gebruikt?
  • Wat is het zoekvolume?
  • Wat is de zoekintentie?
Maak het jezelf makkelijk

Het wiel hoef je natuurlijk niet opnieuw uit te vinden. Er zijn verschillende handige online tools voorhanden. Enkele voorbeelden zijn: Google Keyword Planner, Google Trends, je eigen Google Search Console, Google Analytics en Google Adwords account, Keyword Tool en de zoekfunctie in je eigen webshop (waar wordt door je bezoekers naar gezocht?). De tool Toptal kan je gebruiken om verschillende trefwoorden te combineren.

Onderzoek concurrenten binnen je eigen branche

Het is goed om te bekijken op welke zoekwoorden waar je concurrenten goed scoren en welke trefwoorden zij in hun webshop gebruiken. Wellicht zijn er zoekwoorden die jij ook kunt gebruiken in je topnavigatie/webshop, óf zoekwoorden waarop je je wilt onderscheiden. Dan is het beter om ervoor te kiezen om een ander zoekwoord te gebruiken.

Blijf relevant

Het kan zo zijn dat bepaalde zoekwoorden een hoog zoekvolume hebben, en dat wil niet zeggen dat dit de beste trefwoorden zijn voor jou om te gebruiken. Het is belangrijk dat de zoekwoorden die je kiest, ook relevant zijn voor de context van je webshop en dat ze dus matchen met de zoekintentie. Sommige woorden krijgen een hele andere betekenis in een andere context en je wilt wel dat je webshop verschijnt bij de mensen die ernaar op zoek zijn. Een voorbeeld: het trefwoord ‘damesschoen’ zal vast veel zoekresultaten opleveren, maar levert dit ook relevante zoekresultaten en daarmee potentiële kopers op? Bovendien zal je veel concurrentie hebben op dit zoekwoord. Misschien zijn deze zoekers wel op zoek naar een winterjas, een spijkerjack of een damesjas, en daarmee is bijvoorbeeld het zoekwoord ‘damesschoen’ niet per definitie de beste keuze.

Meten is weten voor een succesvol zoekwoordenonderzoek 

Als je alle zoekwoorden die uit je analyse zijn gekomen hebt ingesteld, is het tijd om te meten of het werkt. Hiervoor kan je gebruik maken van Google Search Console en Google Analytics.

Stel jezelf de volgende vragen:

  • Word je webshop beter gevonden op de zoekwoorden die je gebruikt (in je topnavigatie)? 
  • Waar wordt het meeste op geklikt in je webshop? Leidt dit tot meer conversie? 
Tip 2: Metatags optimalisatie

Je kunt je webshop-pagina’s voorzien van meta tags. De belangrijkste zijn title en description. Deze toont Google in de snippet van de zoekresultaten, en geven direct een beeld van de inhoud van de pagina. De title tag is je bedrijfsnaam of merknaam plus je tagline, en de description tag geeft een ultra korte omschrijving van je bedrijfsactiviteit). Het is vergelijkbaar de werking in de winkelstraat, de merknaam op de gevel en uitstraling van de etalage verleiden je ertoe om naar binnen te komen. Gebruik in deze teksten relevante zoekwoorden zodat je snippet bijdraagt aan de zoekmachine optimalisatie. Zorg ervoor dat de title en description begrijp- en leesbaar zijn en een goede beschrijving is van hetgeen je aanbiedt. Het is het eerste wat de bezoeker ziet. Let er ook op dat de tekst niet te lang is, dan wordt de tekst afgebroken en komt je boodschap niet over.

Een voorbeeld van een goede snippet:

Tip 3: Start een blog

Door een blog toe te voegen op je site kan je meer relevante content creëren, wat ervoor zorgt dat je beter te vinden bent in Google. Bloggen op je webshop is dus goed voor je SEO, omdat je meer ‘ruimte’ hebt om relevante content te plaatsen. Als blog fanatiekeling licht ik graag wat redenen om te bloggen aan je toe.

Reden 1: Google houdt van content

De uitdrukking Content in King is nog altijd van toepassing. Als je de zoekwoorden uit je onderzoek gebruikt in je blogteksten, heeft dit een positieve werking op de vindbaarheid. Hoe meer relevante content, hoe beter je te vinden bent op Google. Dit zorgt uiteindelijk voor meer verkeer richting je webshop. Bovendien kan je in je blogposts doorlinken naar andere pagina’s in je webshop, waardoor deze ook beter te vinden zijn.

Reden 2: Inspiratie bieden

Al leent de ene branche zich er wellicht beter voor dan de andere, iedere webshop kan haar klanten inspireren. Of het gaat om een blogpost van een modemerk waarin de laatste trends op het gebied van accessoires worden besproken of een blogpost waarin wordt uitgelegd op welke manier je het beste je doe-het-zelf pakket kunt installeren. Door het bloggen op je webshop komen je producten tot leven.

Reden 3: Profileren als expert

Behalve het bieden van inspiratie, kan je je blogposts ook inzetten om je webshop neer te zetten als expert of zelfs thought leader. Door het delen van relevante en interessante informatie passend binnen je markt, kan je laten zien dat je echt kennis hebt van wat je doet en wat je visie is op de markt. Dit zorgt ervoor dat anderen je content eerder zullen delen en geeft je webshop een betrouwbare uitstraling. 

Deel ook je blog posts op social media. Je zult merken dat dit je bereik met je doelgroep zal vergroten en je ook meer engagement zult creëren. 

Reden 4: Vergroot betrokkenheid 

Betrokkenheid bij ons merk willen we allemaal wel. Door het schrijven van blogposts op je webshop, kan je meer van jezelf laten zien. Hierdoor leren bezoekers je webshop en de organisatie erachter beter kennen. Daarnaast geeft het regelmatig plaatsen van een blogpost je bezoekers een reden om terug te komen en je content te delen met hun eigen netwerk social media. 

Reden 5: Vergroot interactie

Doordat bezoekers kunnen reageren op de blogposts, ontstaat interactie met je doelgroep. Als bezoekers vragen stellen, kan je deze beantwoorden en als ze je complimenteren, bedank je ze hiervoor. Ga het gesprek aan met je bezoekers (potentiële klant) en leer deze zo beter kennen. Zo kun je ook direct beter inspelen op wensen en behoeften.

Ook klagers bieden je kansen. Iedereen snapt dat er ook in je bedrijf fouten worden gemaakt. Het gaat erom dat je laat zien dat je een passende oplossing kan geven, en daarover communiceert. Dan zijn het leermomenten.

Reden 6: Conversiestijging

Het belangrijkste blijft dat al deze bezoekers ook tot aankoop overgaan. Alle bovenstaande punten dragen eraan bij dat de bezoeker eerder een klant wordt. Hij vindt je eerder op Google, raakt geïnspireerd over je producten, heeft vertrouwen in je shop, heeft je ondertussen beter leren kennen en is het gesprek met je aangegaan. Dit maakt de customer experience aangenamer, waardoor het waarschijnlijker leidt tot de ultieme conversie.

Tip 4: Afbeeldingen bewust benoemen

Naast fouten of zelf ontbrekende metadata per pagina, is een andere veel geziene onderschatting de benaming van de gebruikte afbeeldingen op je webshop. Je ziet bijvoorbeeld een bestandsnaam als schoen.jpeg of image 45.png. Beter is om in de bestandsnaam een omschrijving te geven van wat op de afbeelding staat met behulp van zoekwoorden. Ook kan je iedere afbeelding een title- en alt-attribuut meegeven. De title-tekst zie je als je met je muis op de afbeelding gaat staan. De alt-tekst (alternatieve tekst) krijgen bezoekers te zien als de afbeelding (nog) niet kan worden weergegeven. 

Tip 5: Voorkom dubbeling

Unieke content is het beste voor je SEO en daarom is het goed om ervoor te zorgen dat je geen dubbele content op je website hebt. Herschrijf daarom bijvoorbeeld de productomschrijvingen van de leverancier met eigen (inspirerende) teksten met de juiste tone of voice.  

Tip 6: Gebruik interne links

Naast links van externe pagina’s naar je webshop, dragen ook interne links op je website bij aan de vindbaarheid in Google. Het is slim om intern van de ene pagina op je webshop naar de andere pagina te linken, waarbij je gebruik maakt van relevante ankerteksten

Een veel gebruikte manier die goed werkt is een productpagina door te linken naar een soortgelijk product.

Tip 7: Creëer landingspagina’s

Om de vindbaarheid te verhogen, kan je overwegen landingspagina’s te maken voor je merken of productgroepen. Dit geeft je de kans om de pagina’s volledig te optimaliseren voor dat specifieke merk of onderwerp door gebruik te maken van relevante zoekwoorden.

Tip 8: Heading tags

Ook goed voor je SEO is het gebruik van heading tags. Deze wijs je toe aan de kop (h1) en tussenkoppen (h2, h3, h4, etc.), zodat Google weet welk deel van je tekst de kop is en wat de tussenkoppen. Het liefst maak je in deze headings gebruik van zoekwoorden en zet je die ook vooraan.

Tip 10: Zoekmachine vriendelijke URL’s

Maak de URL’s in je webshop zoekmachine vriendelijk, kort en dus leesbaar. Dit is niet alleen gunst voor de vindbaarheid bij Google, het werkt ook beter voor je bezoekers hetgeen leidt tot een hogere conversie. 

Tip 11: Topnavigatie

Crawlers kijken naar je gehele webshop, en een belangrijk onderdeel daarvan is je hoofdmenu (topnavigatie). Dit omdat deze zich aan het begin van je site bevindt en op elke pagina zichtbaar is.

Tip 12: Juiste zoektermen 

Voor je topnavigatie is het belangrijk dat de hoofd- en subcategorieën overeenkomen met de zoekwoorden of te wel keywords die worden gebruikt in Google. Je kunt hiervoor ook een zoekwoordonderzoek doen, zodat je weet op welke manier je potentiële klanten zoeken en waar zij behoefte aan hebben. Als je weet welke woorden vaak worden ingetypt in Google, kan je de benamingen en de indeling van je menu hierop aanpassen. Zo maak je je content altijd meer relevant voor de bezoeker en daarmee aantrekkelijker voor Google.

Tip 13: Technische optimalisatie

Ook op technisch vlak is er het een en ander te optimaliseren. Het is belangrijk dat je topnavigatie goed en logisch gestructureerd is en dat je een goede interne linkstructuur hebt. Maak daarom gebruik van hoofd- en subcategorieën en laat de pagina’s logisch naar elkaar linken. Maar let op! Plaats niet te veel links. Crawlers hebben een bepaalde linkwaarde die zij kunnen verdelen. Wanneer je te veel links gebruikt, zijn er pagina’s die niet buiten de boot vallen in de beoordeling. Crawlers beginnen op de homepagina, vaak dus bij de topnavigatie, en gaan zo dieper je webshop in. Je kunt er dan beter voor kiezen bepaalde categorieën als filter in te zetten. Zorg ook altijd voor een sitemap, dit een overzicht van alle indexeerbare pagina’s. Bedenk goed op welke woorden, pagina’s en links je wilt dat Google je beoordeelt en zorg er daarnaast voor dat dit logisch en relevant is voor je bezoeker. Op basis daarvan kan je je topnavigatie inrichten.

Meeveranderen

Omdat het zoekgedrag van de consument constant verandert, verandert Google mee. Dat betekent dat SEO-campagnes en zoekmachine strategie continu veranderen. Zorg ervoor dat je up-to-date blijft van de ontwikkelingen, om je webshop zo hoog mogelijk in Google te laten verschijnen. Dit doe je natuurlijk door alle artikelen op Emerce te lezen. Ook Google wilt het je graag wat makkelijker maken en spelen daarom ook in met het delen van trends. Op Think with Google blijf je op de hoogte van deze ontwikkelingen.

Zoals je ziet zijn er diverse manieren om een hogere positie in Google voor je webshop te behalen. Het resultaat? Meer bezoekers, grotere naamsbekendheid, hogere conversie en omzet!

Over de auteur: Naomi Verduyn Lunel werkt als online marketing professional bij naomionlinemarketing.nl.



Lees het volledige bericht op Emerce »

André Polderman (RecruitNow): ‘Uitzendbureaus hebben nog een weg te gaan op het gebied van digitale transformatie’

Posted 14 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Uitzendbureaus zetten steeds meer in op digitale transformatie en het gebruikmaken van de daaruit voortvloeiende beschikbare data. Maar volgens André Polderman, CEO van online recruitmentspecialist RecruitNow, zijn hier nog veel noodzakelijke slagen in te maken.

Het recente Data Driven Marketing Onderzoek 2019 laat zien dat steeds meer Nederlandse bedrijven beslissingen nemen op basis van data, maar dat het overzicht daartoe ontbreekt. Intercedenten bij middelgrote en grote uitzendorganisaties gebruiken gemiddeld namelijk zes tot zeven losse digitale systemen om hun dagelijkse werk te kunnen doen. 

Denk bijvoorbeeld aan een backofficesysteem (verloning, facturering, urenbriefjes), een recruitmentsysteem (kandidaten, vacatures, matches), een e-mailbox, een WhatsApp telefoon, een planningssysteem, een CMS, advertentie-software, externe cv-search en externe vacature-search. Het werk van de intercedent is hierdoor onnodig complex. Het gaat ten koste van snel en efficiënt werken. Dat kan anders, aldus Polderman. “RecruitNow is vaak ‘keten-regisseur’ voor uitzendbureaus als het gaat om digitale transformatie. André Polderman: “Dit komt omdat we onze systemen afstemmen op en optimaliseren voor uitzendorganisaties. RecruitNow | Cockpit is mede daarom in april 2018 gelanceerd met ‘launching customer’ Luba Uitzendbureau. We ontwikkelen ons recruitmentsysteem met en voor de eindgebruikers. Dat maakt ons echt uniek binnen de uitzendbranche.”

André Polderman.

 

Polderman: “We proberen ons te onderscheiden door focus. Cockpit is een recruitmentsysteem dat er volledig op gericht is om het werk van de intercedenten bij uitzendbureaus zo makkelijk en leuk mogelijk te maken. Zo worden externe losse systemen op basis van data en op de juiste plaats in de applicatie geïntegreerd. In de look-and-feel van de Cockpit en zónder extra logins.” 

Daarnaast vindt Polderman dat anno 2020 mobile first en cloud based werken de standaard moet zijn: “Cockpit werkt als enige recruitmentsysteem in de markt 100% op een mobiele telefoon, zelfs de beheeromgeving. Ook de flexibele matchtechnologie die automatisch de beste matches voorstelt en twee kanten op werkt is zeer onderscheidend.”

Privacy waarborgen

Een andere uitdaging waar uitzendbureaus in hun digitale transformatie mee te maken krijgen, is het waarborgen van de privacy. 

Volgens Polderman heeft het overgrote deel van de uitzendbureaus dit nog onvoldoende gewaarborgd. “Intercedenten gebruiken WhatsApp op hun eigen telefoon om contact te hebben met bijvoorbeeld kandidaten. Logisch dat ze WhatsApp willen gebruiken, maar wat vaak wordt vergeten, is dat hier al snel sprake kan zijn van een datalek. Stel dat een kandidaat zich ziekmeldt met de nodige details via WhatsApp bij de intercedent, dan zit deze data in de persoonlijke telefoon. De kans is altijd aanwezig dat de intercedent vertrekt of zijn telefoon verliest waardoor deze data kwijtraakt. Dit is eenvoudig op te vangen door bijvoorbeeld ‘WhatsApp for Business’ te gebruiken en te integreren in het recruitmentsysteem.”

Communicatie-integratie in Cockpit

Cockpit zorgt ervoor dat alle uitgaande en binnenkomende communicatie van en naar kandidaten als ook opdrachtgevers bij de kandidaat- of contactpersoon-kaart binnenkomt. Dat gaat over e-mails, SMS, WhatsApp, webchat en alle overige denkbare (toekomstige) kanalen. 

Hierdoor elimineert Cockpit voor de intercedenten minimaal twee losse systemen: de e-mailbox en communicatie via de telefoon. Is er dus een intercedent ziek of vrij, dan blijft er nooit informatie hangen in de procedures. 

Maar ook met het oog op de AVG is het een pluspunt. Een kandidaat kan in Cockpit met één druk op de knop conform de richtlijnen verwijderd worden, inclusief alle communicatie. Mede hierdoor is Cockpit als enige recruitmentsysteem volgens Polderman echt 100% AVG-proof. 

Data-standaarden en data-inzichten tot op microniveau

Bij uitzendbureaus is processnelheid van groot belang. Data moet snel, gemakkelijk en gestandaardiseerd in het systeem komen. En makkelijk te koppelen zijn met andere systemen in de (data-)keten, zoals websites, advertentiesoftware en backofficesystemen als HelloFlex, AFAS Flex, EasyFlex en Kentro Office. 

Polderman: “Cockpit maakt gebruik van internationale data-standaarden, bijvoorbeeld als het gaat over functietitels en vaardigheden. Daardoor kan data door de gehele keten naadloos aan elkaar worden verbonden. Het uitzendbureau heeft zodoende op elk moment inzichtelijk hoeveel elke plaatsing gekost heeft (tijd, handeling en advertentiekosten) en wat het opgeleverd heeft tegen welke conversiepercentages en marge.”

Kostenreductie en fact based resultaten

Digitalisatie biedt uitzendbureaus veel groeimogelijkheden, maar Polderman ziet dat dit zijn eigen uitdagingen met zich meebrengt. “De loonkosten vormen voor uitzendbureaus het overgrote deel van de totale bedrijfskosten. Wil je als uitzendbureau ook de komende jaren snel groeien én een goed rendement behalen, dan moet je zowel aan de groei- als kostenkant slagen maken.”

Data maakt het voor uitzendbureaus inzichtelijk hoe zij zichzelf op deze vlakken kunnen verbeteren. Cockpit helpt daarbij onder meer om antwoord te geven hoe uitzendbureaus hun rendement verder kunnen optimaliseren. 

Polderman: “Inmiddels hebben elf uitzendorganisaties gekozen voor ons als partner om hen te helpen om verder te groeien. We hebben onze visie bij klanten ten uitvoer gebracht en fact based (op basis van data) aangetoond dat het aan de kostenkant besparingen oplevert. Zo plaatst Luba tot 40% sneller via de Cockpit matches uit de eigen database. Dit betekent dat zij tijd overhouden om aan kandidaten te besteden en meer matches kunnen maken. Ik ben er dan ook vrij zeker van dat in 2020 meer uitzendbureaus overstappen op digitale oplossingen zoals Cockpit.”

Over de auteur: Christian Slagter-Koster werkt voor Slagter Media.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Legaltech: kentering in een conservatieve sector

Posted 11 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

De investeringen in de digitale transformatie van de rechtsgang zijn de laatste jaren fors omhoog gesprongen. De conservatieve sector heeft te maken met relatieve nieuwkomers die na standaard automatisering voor juristen in toenemende mate de klantreis onder de loep nemen. Daarmee ligt er een markt open waarin learnings uit onder andere Finance en Retail erg waardevol zijn.

Racistische robotrechters en Chinezen die na automatische boetes niet meer mogen vliegen of geen lening kunnen krijgen. Wie op het wereldnieuws afgaat, komt al gauw de excessen van de technologisering van rechterlijke processen tegen. Het meest verstrekkende voorbeeld is wellicht nog het sociaal kredietsysteem dat in China wordt opgetuigd. Een zo autonoom mogelijk werkend systeem waarbij een sociaal dossier wordt opgebouwd van burgers over hun gedrag en betrouwbaarheid. Veelal gezien als één masteroperatie, maar in feite een aaneenschakeling van verschillende toepassingen. Op verschillende plekken in het immense land zijn verschillende systemen actief, die bovendien deels door de overheid en deels door de markt worden gefaciliteerd. Zo kunnen burgers die door rood lopen automatisch op de bon geslingerd worden. En heeft ook het niet (op tijd) betalen van boetes of lawaai maken op plekken waar dit niet is toegestaan invloed op de sociale score. Op de vraag waarom antwoordt de Chinese overheid met één woord: vertrouwen. Zij ziet het als het belonen van vertrouwen. Want wanneer er weinig vertrouwen is, zal iemand eerder iets illegaals uitspoken. En aan vertrouwen is nogal een gebrek in het land, stellen verschillende critici. Mede veroorzaakt door voedselschandalen, vervuiling en werknemers die na gedane arbeid naar de hun beloofde centen kunnen fluiten. Wanneer de juiste systemen en data worden gecombineerd, komt er meer grip op hoe dit te voorkomen, luidt de visie. Allemaal leuk en aardig, maar het is de staat erom te doen burgers in de tang te houden, is het weerwoord hierop. Een complex geheel dus, met felle voor- en tegenstanders. En niet zelden gelinkt aan de dystopische toekomstbeelden die de futuristische Britse serie Black Mirror schetst.

Incubators
Ondertussen betekent het wel dat er op schaal geëxperimenteerd en ervaring opgedaan wordt met de toepassing van computervisie, AI, Machine Learning en meer. Iets wat we ook bij de digitale transformatie van onderwijs in het land hebben gezien. Met daaruit voortvloeiende producten die nu op westerse markten worden gepusht. Een ontwikkeling die voor juridische zaken nog ver weg lijkt – of door het verschil in rechtssystemen wellicht onmogelijk – maar er is ook in het Westen een kentering te zien in de houding ten opzichte van legaltech. De afgelopen twee jaar is er bijvoorbeeld fors meer geïnvesteerd dan in de jaren ervoor. Nadat er in 2016 en 2017 voor respectievelijk 224 en 233 miljoen werd gefund, schoot dit in 2018 omhoog naar 1,66 miljard dollar, becijferde marktvorser Tracxn. En ook dit jaar zal er in totaal ongeveer zo’n bedrag de sector in vloeien. Onder andere door bekende namen als Insight Venture Partners, Menlo Ventures en Y Combinator. Daarbij ontstaan er ook steeds meer incubators en andere initiatieven die start-ups helpen technologische producten en diensten voor de sector te ontwikkelen. Fuse, opgericht door internationaal advocatenkantoor Allen & Overy, is een van de bekendere, en in ons land kennen we Legal Tech Studio, waarachter ARAG Rechtsbijstand schuilgaat.

Grofweg strekken de investeringen zich uit over eDiscovery (bedrijven die een platform aanbieden om onder andere e-mails, documenten en mediabestanden voor geschillen te beheren), marktplaatsen voor advocaten, contractmanagement en online platformen om disputen te beslechten.

Achterstand wegwerken
Tot op heden wordt technologie vooral ingezet om juristen te helpen hun werk sneller en beter te doen. Met behulp van artificiële intelligentie wordt contractinformatie bijvoorbeeld eenvoudiger geclassificeerd en gestructureerd, wat het automatisch detecteren van specifieke clausules en risico’s mogelijk maakt. Een groeiend domein is ook digitale intelligentie loslaten op cases om bijvoorbeeld overeenkomsten te vinden en zaken sneller op te lossen. Waarmee ingespeeld wordt op een duidelijke behoefte bij juristen. Ruim zeventig procent van de westerse advocaten stelt namelijk dat zowel het toegenomen volume en grotere complexiteit van informatie als de noodzaak tot grotere efficiëntie en productiviteit vragen om technologische oplossingen, blijkt uit onderzoek van Wolters Kluwer. Daar is wel hulp bij nodig. Want meer dan de helft verwacht dat AI, big data, predictive analytics en machine learning invloed gaan hebben op hun vak, maar iets minder dan een kwart zegt deze technologieën ook te snappen.

Het zijn disciplines die het ministerie van Justitie in Estland naar een volgend plan wil tillen. Daar wordt namelijk gewerkt aan een digitale assistent voor rechters, die hen moet helpen om claims tot zeven duizend euro te behandelen. In de hoop dat het systeem een voortdurende grote achterstand in zaken weg kan werken. Het project bevindt zich nog in zijn beginfase en richt zich waarschijnlijk ten eerste op contractgeschillen. Op een wijze waarbij twee partijen documenten en andere relevante informatie uploaden, de AI een beslissing zal nemen, waartegen dan weer beroep aangetekend kan worden bij een menselijke rechter.

Regie houden
Hoewel dit al enige impact heeft op ervaringen van de ‘klant’, onder andere doordat het proces sneller verloopt, ligt de nadruk nog te veel op processen voor juristen, stelt Kaspar Scheltema, medeoprichter van scheidingsplatform uitelkaar.nl. “Er wordt nog weinig gekeken naar hoe je een proces prettiger kunt vormgeven voor cliënten. Hoe zou een klant graag willen dat een procedure loopt? En wat heeft hij daarvoor nodig?” Reden voor Scheltema’s organisatie om te kijken hoe een dialoog op gang komt binnen een scheidingsproces. “Mensen komen elkaar na een scheiding vaak weer tegen – bijvoorbeeld voor de kinderen – en willen er dikwijls samen uit komen.” Waar uiteindelijk een geïntegreerd digitaal platform uit is gekomen, waarop stellen gezamenlijk op een effectieve en de-escalerende wijze hun scheiding met goede begeleiding kunnen regelen. Kort gesteld doen beide partijen een uitgebreide intake door feitelijke en reflectievragen te beantwoorden over hoe zij hun scheiding voor zich zien. Waarna wordt ingezoomd op antwoorden die niet overeenkomen. “We geven dan suggesties op basis van de inmiddels ruim vierduizend cases die we hebben gedaan. Hoe meer cases, hoe beter het platform werkt.”

Wat ook kan betekenen dat er een mediator wordt aangehaakt, want de menselijke maat is leidend. Zo is er via het hele traject een casemanager beschikbaar en dient een advocaat de zaak in bij de rechtbank waar een rechter het eindoordeel geeft. “Door het hele proces online vast te leggen en te monitoren, kunnen wij snel interventies doen, wat veel ellende en kosten achteraf bespaart. Bovendien krijgt een rechter niet slechts twee documenten met eisen van beide partijen, maar inzage in de hele aanloop naar de rechtszaak, waardoor hij een veel beter beeld heeft van het geheel.”

Buiten dat dit het proces prettiger maakt, liggen de kosten ook lager. Zo’n acht- tot negenhonderd euro tegenover drie- tot vijfduizend euro voor een gemiddeld regulier proces, aldus Scheltema. Volgens hem is het kostenaspect in veel gevallen niet leidend. “We zien veel vraag naar zelf iets kunnen doen, regie houden over de scheiding.” Om die reden is er met de overheid ook een online scheidingsloket ontwikkeld, waar mensen kunnen bekijken welke routes er zijn. “Trajecten gaan veel transparanter worden. Bijvoorbeeld door alle aanbieders in kaart te brengen. Het is nu nog heel erg juridisch aangevlogen.”

Toegang
De conservatieve, versnipperde markt met ogenschijnlijk onwrikbare businessmodellen maakt het een uitdagende omgeving om te innoveren. Een andere remmende factor is dat niet alle diensten eenvoudig te kopiëren zijn naar andere landen. En dus vaak alleen nationaal vlot schaalbaar zijn. De reden hiervoor is dat er een ecosysteem gebouwd moet worden. Scheltema: “We hebben er een aantal jaren over gedaan om rechters en advocaten te overtuigen dat de procedure die wij hebben ontwikkeld ook een goede route is. Een systeem kan dus goed werken in buitenland – daar krijgen we ook vraag naar – maar een voorwaarde is dat je wel de ingang moet hebben tot het ministerie, de rechterlijke macht en de advocatuur.”

En dat brengt ons weer bij Estland, waar de overheid al enige jaren actief haar diensten digitaliseert – op een hoger tempo en innovatievere wijze dan menig ander land. Daarvoor beschikken de inwoners over een nationale ID-kaart waarmee ze gebruik kunnen maken van digitale diensten, zoals online stemmen en belastingzaken afhandelen. Met het resultaat dat er al een infrastructuur is opgebouwd om data te delen, waarop de nodige partijen zijn aangesloten.

Neemt niet weg dat ook overheden in andere landen de ontwikkeling van digitale toepassingen toejuichen. Zo wordt er in Canada succes geboekt met online dispuutoplossing. Het British Columbia Civil Resolution Tribunal (CRT) is het eerste online tribunaal van Canada en richt onder andere op disputen omtrent gemotoriseerde voertuigen, gedeelde accommodaties en algemene kleine zaken (tot vijfduizend dollar). Waarbij betrokkenen gratis juridische informatie krijgen, voorbeeldbrieven en keuzes, met hun tegenpartij kunnen onderhandelen via een digitaal platform, een casemanager beschikbaar is indien de partijen er niet uitkomen en bij blijvende onenigheid een CRT-lid uiteindelijk een besluit kan nemen dat rechtsgeldig is. Een collaboratieve aanpak volgens de bedenkers ervan. Die ervoor zorgt dat betrokkenen een dispuut waar en wanneer zij willen kunnen oplossen. Tegen lagere kosten. Tot en met september dit jaar zijn er ruim dertienduizend disputen in behandeling genomen en blijkt uit eigen onderzoek dat 84 procent van de betrokkenen de manier van werken aan andere zou aanbevelen.

Ook Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming in ons land, laat in zijn plannen weten heil te zien in online oplossingen. “We ontwikkelen komend jaar een goed, laagdrempelig webportaal (voor rechtsbijstand, red.), dat iedereen de weg kan wijzen. Daarmee valt al een wereld te winnen”, zei hij in een recent interview. Een van zijn speerpunten is toegang tot het recht voor minder draagkrachtigen. De buitenlandse voorbeelden laten zien dat technologie hierbij dus kan helpen.

Als reactie op de investering van twee miljard euro in kunstmatige intelligentie die staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) onlangs bekendmaakte, gaf Dekker wel aan richtlijnen te hebben opgezet voor de inzet van kunstmatige intelligentie door de overheid. “Zo verbetert de transparantie rond het gebruik van algoritmes en minimaliseert het risico op fouten.”

Hoewel de betrokken partijen uiteraard scherp moeten blijven op technologische risico’s onderstreept Scheltema de invloed van veranderende en toenemende verwachtingen van cliënten. Die zijn door ervaringen met retail en financiële instellingen gewend geraakt aan soepelere processen. “Zij willen betalen voor geleverde waarde in plaats van de gewerkte uren, met vlotte toegang tot service en expertise.”

* Dit artikel is eerder gepubliceerd in het novembernummer van Emerce Magazine #174.

Illustratie: Sjoerd van Leeuwen



Lees het volledige bericht op Emerce »

RTV Noord in gesprek met achterban over ongepaste reacties op Facebook

Posted 10 jan 2020 — by Villamedia
Category nieuws

RTV Noord wil hun Facebookpagina weer veilig maken en gaat maandag met de actie Tou Eem (toe even, doe ff normaal) het gesprek aan met hun achterban over waar de grens ligt tussen wat wel en niet kan bij het geven van reacties.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Interpolis en Wefilm maken hartverscheurende videoclip met rapper Snelle over appen op de fiets

Posted 10 jan 2020 — by Adformatie
Category nieuws

Snelle vertelt het verhaal van twee verliefde tieners die door een ongeluk niet meer samen zijn. Ook is de Interpolis app PhoNo gelanceerd.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Mart Smeets ontvangt Theo Koomen Oeuvre Award 2019

Posted 19 dec 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Sportverslaggever Mart Smeets ontvangt de Theo Koomen Oeuvre Award 2019 voor zijn carrière van ruim veertig jaar, waarin hij op radio en televisie verslag deed van grote sportevenementen. Het is voor het eerst dat een sportverslaggever de Oeuvre Award…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Samenwerken hoef je niet te leren. Daar zijn tools voor

Posted 10 dec 2019 — by Emerce
Category nieuws

Teamsport en het bedrijfsleven, over de parallellen zijn boekenkasten vol geschreven. Alleen spelen teams nu steeds vaker in wisselende samenstellingen en op verschillende velden tegelijk. Voor HR een uitdaging om succesvolle teams samen te stellen én ze de communicatie tools te geven waarmee ze overal en op ieder moment kunnen samenwerken.

Vorig jaar sloot ik me aan bij de plaatselijke voetbalclub. Mijn eerste teamsport. Ik ontdekte hoe leuk scoren is, ook al ben je niet degene die schiet. Hoe je moet blijven communiceren. ‘Achter je! Hier!’ Wat mijn sterke punten zijn en die van anderen, én hoe je die combineert. Op het sportveld is het de trainer, in organisaties kan HR helpen ideale teams samen te stellen en de tools aanbieden waarmee ze perfect kunnen samenwerken.

Chatten, vergaderen, bestanden delen

De afgelopen jaren zijn er allemaal teamtools bij gekomen waardoor we met de collega naast ons net zo snel, makkelijk en zorgvuldig kunnen samenwerken als met een freelancer, collega of klant in New York. Voor veel mensen is de werkplek daardoor niet meer dan een account geworden waarmee ze op verschillende devices inloggen. Om even iets af te stemmen via chat of videobellen. Een meeting in te plannen. Of om even in te bellen op de wekelijkse teambespreking terwijl ze naar een klant rijden.

Slack en Microsoft Teams zijn de meest bekende communicatieteamtools. In veel opzichten lijken die op elkaar. (Voordeel van Teams is dat deze in het Office 365 pakket zit en dus programma’s als Word, Excel, Powerpoint en Sharepoint geïntegreerd zijn). Nog een paar: Belmondo, Part-up, Eko, Trello, Asana, Speakap en Viadesk. Kwestie van uitproberen welke het beste in jullie organisatie past.

Met deze tools hoef je geen half uitgewerkte bestanden – waarvan niemand weet wat de laatste versie was – eindeloos heen en weer te sturen. Alle documenten staan altijd op één plek – in de cloud. En alle medewerkers werken (tegelijk) in dat ene document. Samen met freelancers, collega’s in Nederland of aan de andere kant van de wereld. En ook de klant wordt meer betrokken in het werkproces. Want doordat je  externe mailadressen kunt toevoegen is even iets afstemmen, delen of inzicht geven in de voortgang heel eenvoudig.

Even scrollen

In de team-app heeft iedereen zicht op zijn to do’s. En belangrijker: op een manier zoals hij dat zelf wil. Want niemand wil van alles op de hoogte gehouden worden via eindeloze cc’s vanuit e-mails. Gesprekken (met één collega, in een privé of open groep) staan op een tijdlijn in tabbladen en veel makkelijker te volgen dan per mail.

Ook niet onbelangrijk: alle conversaties en gedeelde informatie blijven toegankelijk. Even scrollen en je bent weer helemaal bij. Zo gaat er veel minder kennis verloren. Want wat bij het ene project besproken is, kan voor een ander project ook van waarde zijn en is makkelijk te kopiëren.

Beter organiseren

Slim digitaal samenwerken maakt het werk voor teams niet alleen makkelijker en overzichtelijker. Teamleden hebben hierdoor de vrijheid om te werken waar en wanneer ze willen en krijgen meer rust in hun persoonlijke workflow omdat ze hun werk veel beter kunnen organiseren.

Uiteraard moet je als bedrijf wel een beetje omvang hebben, voordat die tools nuttig zijn. In een klein bedrijf waar iedereen het grootste gedeelte van de tijd bij elkaar zit kun je net zo goed gewoon bij het koffieapparaat afspreken.

Succesvolle teams samenstellen

De samenwerkingstools voor teams zorgen ervoor dat je meer uit je team haalt, maar uiteraard wil je ook het beste team samenstellen. Ook daar zijn veel (nieuwe) tools voor, zoals eelloo, Breinstijl, UQ, Teamie en CircleLytics die helpen om de ideale teamdynamiek te creëren.

Veel van deze tools zijn gebaseerd op de theorie van Belbin. Het komt er op neer dat een team met allemaal dezelfde types niet erg succesvol is. Dat klinkt logisch maar in de praktijk bestaan veel teams uit ‘gelijkgestemden’. Wat nog eens wordt versterkt doordat mensen bij sollicitaties geneigd zijn mensen als zichzelf aan te nemen.

Volgens Belbin moeten organisaties bij het toebedelen van taken en functies niet alleen kijken naar vakinhoudelijke kennis, maar ook naar karakters van de teamleden. Ieder teamlid moet naast een inhoudelijke functie ook een rol krijgen die van nature bij hem past – de natuurlijke teamrol. Het ideale team bestaat volgens Belbin uit 9 verschillende teamrollen. Op te delen in groepjes van 3 – Denkers, Mensenmensen en Doeners. Een team met alleen maar denkers loopt het risico te verzanden in ideeën. En alleen maar doeners zullen veel werk verzetten zonder vernieuwend resultaat.

In ons voetbalteam is Janne ‘de vormer’, de drijvende kracht. Onze ‘voorzitter’ Milena hakt knopen door. ‘Monitor’ Damaris de bedachtzame analist. En ik? Ik herken me nog het meest in de ‘creatieve solist’. Afhankelijk van wat wil je bereiken kun je zo het ideale team samenstellen en succesvol samen laten werken. En tools helpen daarbij. Aan HR de taak de juiste HR Tech te kiezen of samen te stellen.

Over de auteur: Juliette de Swarte begon als journalist bij Het Parool, maar het ‘snelle’ nieuws, het nieuws waar morgen de vis in wordt verpakt, vond ze steeds minder interessant. Als tekstschrijver kan ze meer in een onderwerp ‘duiken’.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online platform voor Groninger retailers

Posted 09 dec 2019 — by Emerce
Category nieuws

Warenhuis Groningen is de naam van een experimenteel platform voor lokale winkeliers die online zichtbaar willen worden met wat ze verkopen.

Volgens voorzitter Eric Bos van de Groninger City Club en aanjager van de proef hebben lokale ondernemers vaak de mogelijkheid niet om in hun eigen online zichtbaarheid te voorzien. ‘Terwijl recent onderzoek van Google laat zien dat steeds meer kopers eerst in eigen omgeving zoeken naar wat ze willen aanschaffen,’ zegt hij tegen RTV Noord.

De Groningen City Club, het Fonds Ondernemend Groningen, de provincie Groningen, de gemeente Groningen en het platform de nieuwe winkelstraat maken de pilot financieel mogelijk. Men begint met 45 deelnemende winkels.

De pilot wordt verder ondersteund door de Groninger bedrijven Zupr en Dropper. Vanuit Zupr worden oplossingen ontwikkeld om ondernemers te helpen bij het invullen van de lokale vraag door hun aanbod online zichtbaar te maken. Dropper is verantwoordelijk voor de bezorgingen per fiets.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Zo onderkoeld humoristisch als hij vaak klonk op de radio, zo klinkt hij ook in dit boek.’ @fransoremus las ‘Moet je horen… – Verhalen en anekdotes uit 100 jaar radio’ van @govertvanbrakel

Posted 03 dec 2019 — by Villamedia
Category nieuws

‘Zeg jong, beschrijf dat schilderij aan de muur eens’, vroeg de vermaarde, voormalig sportverslaggever Dick van Rijn aan een jonge Govert van Brakel toen hij eind jaren 70 voor het eerst solliciteerde als verslaggever bij de radio. In al zijn eenvoud,…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Verzend je naar Duitsland? Let op de verpakkingswetgeving!

Posted 28 nov 2019 — by Emerce
Category nieuws

In Duitsland is een nieuwe wet van kracht geworden die ook rechtstreeks van toepassing is op retailers en fabrikanten die goederen vanuit Nederland naar Duitsland verzenden: de Duitse verpakkingswet, in het Duits Verpackungsgesetz of kort VerpackG.

De wet bepaalt dat iedereen die verpakkingen vult met goederen en deze naar of in Duitsland verzendt, een ‘licentievergoeding’ moet betalen om deel te nemen aan een zogenaamd duaal systeem. Bij niet-naleving van de regelgeving kunnen boetes tot 200.000 euro, verkoopverboden en waarschuwingen worden opgelegd.

Waarom is deze belangrijk voor je?

De wet reguleert de verantwoordelijkheden met betrekking tot het op zich nemen van de verwijderings- en recyclingkosten van verpakkingsafval en heeft tot doel de recyclingquota daarvoor aanzienlijk te verhogen. Iedereen die in Duitsland zogenaamde verkoopverpakkingen (product-, verzend-, serviceverpakkingen) in omloop brengt, is hierbij betrokken. De persoon die verantwoordelijk is voor de dispensatie van de verpakking is diegene die bij grensoverschrijding van de goederen verantwoordelijk voor de goederen is. Meestal is dit de importeur, maar het is belangrijk dat de betrokken partijen dit duidelijk in het contract vermelden.

Als je je goederen zonder hulp van een tussenpersoon naar eindverbruikers in Duitsland stuurt, ben je in ieder geval verplicht om zelf een licentie te verkrijgen voor de meegestuurde verpakkingen (product- en verzendverpakking). De licentieplichtige is verantwoordelijk voor alle geïmporteerde verpakkingen – dat wil zeggen zowel product- als verzendverpakkingen, inclusief vul- en polstermaterialen.

Op wie heeft de wet betrekking?

De bepalingen van de Duitse verpakkingswet zijn van toepassing op elke handelaar die goederen op het Duitse grondgebied invoert, met inbegrip van verpakkingen die uiteindelijk door de eindverbruiker als afval worden afgevoerd. Het moet steeds duidelijk zijn, wie de persoon is die verantwoordelijk is voor de goederen bij het overschrijden van de grens – alle verplichtingen die uit de wet voortvloeien, gelden voor deze persoon.

Aan welke verpakkingen moet een licentie worden verleend?

Dit geldt voor alle verpakkingen die uiteindelijk bij de Duitse eindverbruiker aankomen en door hem worden verwijderd. Het overkoepelende begrip luidt ‘verkoopverpakkingen’, waarmee wordt bedoeld: product-, verzend- (inclusief vul- en beschermmateriaal) en serviceverpakkingen. Het materiaal waarvan de verpakking is gemaakt, is irrelevant, omdat aan alle verpakkingen, van karton tot kunststof en glas, een licentie moet worden verleend.

Vanaf welke hoeveelheid zijn de bepalingen geldig?

De voorschriften van de verpakkingswetgeving zijn geldig vanaf de eerste gevulde en in omloop gebrachte verpakking – minimale hoeveelheden bestaan uitdrukkelijk niet.

Wat is het doel van de Duitse wetgever met de verpakkingswet?

De online- en postorderverkoop draagt er in belangrijke mate toe bij dat over de hele wereld in toenemende mate verpakkingsafval ontstaat. Om dit zoveel mogelijk te kunnen recyclen, roept de wet alle distributeurs van verkoopverpakkingen op om hun productverantwoordelijkheid te nemen.

Zo zorgt de door de dealers en fabrikanten betaalde licentievergoeding voor een zekere terugname, sortering en recycling van de verpakkingen via de zogenaamde duale systemen. Tegelijkertijd schrijft de wet aanzienlijk hogere recyclingquota’s voor; zo moet vanaf 2022 bijvoorbeeld 63 procent van de in Duitsland geproduceerde kunststofverpakkingen worden gerecycled (op het moment van inwerkingtreding van de Duitse verpakkingswet was dit slechts 36 procent).

Wat moet ik doen?

Als je als exporteur onder de Duitse verpakkingswet valt en nog niet aan je verplichtingen hebt voldaan, is het raadzaam dit onmiddellijk te doen. Vooral met het oog op de verhoogde sancties en de verbeterde controlemechanismen van de wet, waarvoor een nieuw controleorgaan in de vorm van het ‘centrale verpakkingsregister’ is opgericht.

Hiervoor moet op twee verschillende contactpunten aan drie verplichtingen worden voldaan, en dat voordat de verpakking in omloop wordt gebracht:

Eerste plicht: registratie bij het centrale verpakkingsregister via LUCID – alle relevante bedrijfsgegevens moeten hier worden opgeslagen.

Tweede plicht: licentiëring van uw verpakkingshoeveelheden via ‘licentiekosten’ met een duaal systeem zoals Interseroh via de online-shop Lizenzero die het voldoen aan de verplichtingen zo eenvoudig, tijdsefficiënt en kosteneffectief als mogelijk maakt. Voer hier ook het eerder door het centrale verpakkingsregister toegewezen registratienummer in.

Opmerking: de in deze stap aan te geven hoeveelheid verpakkingen is slechts een prognose van de verwachte hoeveelheid verpakkingsmateriaal voor het jaar. Aan het begin van het volgende jaar wordt deze initiële waarde opnieuw gecontroleerd en gecorrigeerd met de daadwerkelijk in omloop gebrachte hoeveelheid (dit moet het hele jaar door worden genoteerd).

Derde plicht: gegevensrapportage aan de centrale via LUCID (zie eerste plicht) – voer nu nog de naam van je duale systeem en de daar gelicentieerde hoeveelheden verpakkingen in.

Opmerking: aangezien de bij de centrale organisatie en je duale systeem geregistreerde gegevens vergeleken worden, moeten deze steeds overeenkomen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Henk Westbroek vertrokken bij RTV Utrecht

Posted 27 nov 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Programmamaker Henk Westbroek is dinsdag gestopt met zijn werkzaamheden bij RTV Utrecht. Westbroek is boos omdat eerdere afspraken die hij had gemaakt met oud-directeur Paul van der Lugt in zijn ogen niet worden nagekomen. Tegen De Nieuwe Utrechtse Krant…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Emerce Engage: ‘Ons gebouw is uit de negentiende eeuw, maar de marketing is van nu’

Posted 25 nov 2019 — by Emerce
Category nieuws

Een van de hoogtepunten van Emerce Engage, komende donderdag in Amsterdam, is zonder twijfel de presentatie van Job Noordhoff van Het Concertgebouw. Na zijn studie Communicatiewetenschap aan de UvA werkte hij als projectmanager bij consultancybureau Dutch. In 2013 maakte hij de overstap naar de culturele sector en werd hij Hoofd Marketing en Sponsoring bij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Welke uitdagingen kent de marketing van klassieke muziek?

Je draait al een tijdje mee in de marketing en promotie van klassieke muziek, eerst bij het Nederlands Philharmonisch Orkest & Nederlands Kamerorkest (NedPhO), nu bij Concertgebouw. Wat zijn de specifieke uitdagingen?

“Uitdagingen zijn er zeker voor het bereiken van ons publiek. Maar tegelijkertijd moet ik zeggen dat het ontzettend goed gaat met Het Concertgebouw. We hebben met onze ruim 900 activiteiten en 730.000 bezoekers per jaar een zaalbezetting van ruim 80 procent. Dat is voor een concertzaal met voornamelijk klassiek repertoire echt heel hoog.

“Het is echter niet meer zo vanzelfsprekend dat we zulke cijfers halen. Vijftien jaar geleden verkochten we in de abonnementenverkoop al 60 procent van de kaarten. Deze vorm van voorverkoop is inmiddels sterk afgenomen en die trend zich jaarlijks voort. Mensen voelen minder de noodzaak om zich al lang van te voren vast te leggen voor hun concerten. Bovendien is de concurrentie in de vrijetijdsbesteding toegenomen. We moeten er vanuit mijn afdeling Marketing, Communicatie en Verkoop dus hard voor werken om het publiek te inspireren een concert in Het Concertgebouw te bezoeken. Een positieve ontwikkeling is dat we steeds meer verschillende mensen weten te bereiken voor onze concerten. Maar de bezoekers kopen gemiddeld minder kaarten per persoon. De loyaliteit van de abonnementhouders is altijd groot geweest. Een uitdaging is het om ook de nieuwe bezoekers na hun eerste bezoek vaker een concert te bezoeken.

“We richten ons dus ook op nieuwe doelgroepen, jong publiek onder de 35 jaar, toeristen en Nederlanders met een niet-westerse culturele achtergrond. Er zijn nog genoeg mensen die niet vanzelfsprekend Het Concertgebouw bezoeken, maar voor ons wel kansrijk zijn. De diversiteit van die groep is natuurlijk enorm groot. Het zijn mensen van alle leeftijden en met verschillende culturele achtergrond. Het Concertgebouw heeft als missie om mensen te verrijken en te verbinden met een sublieme muzikale ervaring. Onze zalen lenen zich natuurlijk het allerbeste voor klassieke muziek door onze ongeëvenaarde akoestiek. Onze programmering bestaat dan ook voor 85 procent uit klassieke concerten door de beste orkesten, solisten en ensembles uit de hele wereld. Om nieuwe doelgroepen aan te spreken brengen we echter ook steeds meer concerten met muziek uit andere genres die recht doet aan de zaal en aan de sublieme muzikale ervaring. Steeds meer concerten met muzikanten uit bijvoorbeeld het midden oosten, Marokko, Turkije, India of Zuid-Amerika vinden plaats. Maar ook pop en jazz leent zich goed voor onze zaal, mits er niet te veel versterking nodig is. ”

De marketing bij klassieke muziek is nog steeds sterk gericht op offline. De brochure is net als bij NedPhO nog steeds ontzettend belangrijk. Maar wat doen jullie online?

“Het is al lang niet meer zo dat onze marketing zich voornamelijk offline afspeelt. Dat beeld moet echt bijgesteld worden. Ons gebouw is uit de negentiende eeuw, maar de marketing is van nu. Uiteraard hebben we nog de nodige offline marketingactiviteiten en communicatie-uitingen zoals brochures, posters, advertenties in landelijke en regionale (dag)bladen, radiocommercials en direct mailings. Maar in de afgelopen jaren hebben we grote stappen gezet op het gebied van online marketing om publiek te bereiken. Inmiddels worden ongeveer 85 procent van de losse kaarten online gekocht.

“Onze website is continu in ontwikkeling en op basis van A/B-testen en analyses worden maandelijks verbeteringen doorgevoerd, waardoor de conversie sterk verhoogd wordt. Door retargeting worden concerten blijvend onder de aandacht gebracht van potentieel geïnteresseerde bezoekers. Daarnaast is in samenwerking met MI-Company een algoritme ontwikkeld om bezoekers van Het Concertgebouw concertadvies op maat te geven. Op de homepage wordt een selectie van concerten getoond gebaseerd op eerdere bezoeken in Het Concertgebouw en op de website. Voor bezoekers die minder bekend zijn met het aanbod van Het Concertgebouw is de online Keuzehulp ontwikkeld, die aan de hand van een aantal vragen en muzikale voorbeelden een advies geeft voor een concert.

“Op sociale media, vooral Facebook en Instagram, is Het Concertgebouw een van de grootste en actiefste culturele instelling in Nederland, waardoor maandelijks vele honderdduizenden mensen bereikt worden. Naast een hoge engagement is het percentage kaarten dat direct via sociale media verkocht wordt in de afgelopen jaren sterk gestegen. Om dat te bereiken investeren we in het ontwikkelen van nieuwe formats filmpjes, podcasts en ontwikkelen we beeld gericht op zowel bestaand als nieuw publiek. Succesvol zijn bijvoorbeeld de Concertgebouw Sessions, live gespeelde videoclips door muzikanten die binnenkort komen optreden, opgenomen op verschillende plekken – van het dak tot de kelder – in Het Concertgebouw. Daarnaast streamen we maandelijks concerten live op de website, YouTube en Facebook, waardoor deze concerten ook buiten de concertzaal bekeken kunnen worden.

“Ten slotte blijft het versturen van e-mailings een belangrijke manier om concerten gericht onder de aandacht te brengen. Naast de op verkoop gerichte e-mailings en digitale nieuwsberichten over Het Concertgebouw, krijgen alle bezoekers na afloop van een concert een e-mail met daarin onder meer een aantal, op de algoritme gebaseerde, suggesties voor een volgend te bezoeken concert. We zijn constant bezig om onze CRM en marketing automation verder te ontwikkelen, waardoor bezoekers nog persoonlijker bediend kunnen worden. Samen met Ematters kijken we continu hoe we de conversie ook hier kunnen optimaliseren.”

Je hebt naar verluidt budget tot je beschikking waar vele (cultuur)marketeers alleen maar van kunnen dromen. Is het bedrag bekend? Zo niet, hoe wordt het ongeveer besteed?

“Ongeveer 10 procent van onze omzet besteden wij aan marketing en communicatie. Het bereiken van een groot publiek is van essentieel belang voor ons voortbestaan. Het Concertgebouw wordt namelijk bijna niet gesubsidieerd. Voor 95 procent van onze inkomsten zijn we afhankelijk van kaartverkoop, zaalverhuur sponsoring en fondsenwerving.

“Wat de marketing en communicatie van concerten in Het Concertgebouw relatief kostbaar maakt is het feit dat bij ons elk concert gepromoot moet worden onder weer een andere doelgroep. De meeste concerten worden eenmalig gespeeld. Bijna elke dag zijn er meerdere concerten in Het Concertgebouw. Op weekenddagen kunnen dat er makkelijk 5 op een dag zijn. Voor elk concert moet marketing bedreven worden. Dat is anders dan bijvoorbeeld een tentoonstelling die een aantal maanden staat, of een musical die soms zelfs meerdere jaren in hetzelfde theater draait.”

Wat doen jullie op het gebied van data-analyse? Ik begrijp dat het onder meer wordt gebruikt voor het voorspellen van ticketverkoop.

“Omdat de meeste mensen hun concertkaarten online kopen hebben we veel data tot onze beschikking. We weten daardoor natuurlijk welk concert mensen gaan bezoeken, waar ze wonen en wat hun leeftijd is. Daarnaast zegt ook het moment van het kopen van een ticket veel over iemand. Sommige mensen kopen al een jaar voorafgaande aan het concert een kaartje, terwijl een andere groep mensen juist in de laatste week of in de laatste 24 uur een kaartje kopen. Deze inzichten geven ons veel inzicht in ons publiek en hoe de verschillende doelgroepen het beste bereikt kunnen worden.

“Uit data-analyse kan je inderdaad ook voorspellingen doen over het succes van de verkoop van een concert. Een concert waarvoor in de eerste paar weken weinig kaarten verkocht worden, zal over het algemeen niet zomaar een groot verkoop succes worden. Dan moet er echt wat gebeuren op het gebied van marketing en communicatie om die trend om te buigen.”

De huidige generatie bezoekers van overwegend 55 plus zal eens afhaken. Hoe anders wordt de marketing in de toekomst om een jonger publiek te bereiken?

“Het beeld bestaat bij veel mensen dat een jong publiek niet geïnteresseerd zou zijn in klassieke muziek. Ik zie bij Het Concertgebouw een andere trend. In de laatste jaren stijgt het aandeel jong publiek onder 35 jaar bij onze concerten. De afstemming tussen programmering en marketing is daarbij cruciaal. Uit analyse blijkt bijvoorbeeld dat jong publiek een voorkeur heeft voor muziek die gecomponeerd is door componisten uit het einde van de 19e eeuw, begin twintigste eeuw. Componisten als Dvořák, Brahms, Rachmaninoff en Mahler zijn het meest populair onder deze groep. Daarnaast zijn er nieuwe muziekstromen binnen de klassieke muziek die heel populair zijn onder jong publiek zoals filmmuziek, game muziek en minimal music, zoals Einaudi en Joep Beving. Wanneer we de ambitie hebben om een jonger publiek te bereiken is het dus van belang ook de muziek te brengen die deze doelgroep aanspreekt.

“Daarnaast bedenken we vernieuwende formats die aansluiten bij de beleefwereld van het jonge publiek. Zo organiseert het Concertgebouworkest de succesvolle concertreeks Essentials. Dat zijn concerten van een uur waarbij elke keer een klassiek stuk dat je echt een keer gehoord moet hebben gespeeld wordt. Na afloop kan er gedanst worden in de spiegelzaal. Een ander voorbeeld is de nieuwe serie Klapstuk waarvan op 30 november de eerste editie plaatsvindt. Ook een concert van een uur, deze keer in onze intiemere Kleine Zaal.

“Voor mij is het belangrijk dat de muziek altijd centraal blijft staan in alles wat we doen. Zowel tijdens het concert als in de marketing. De muziek is waar je voor komt. Zodra je de vorm centraal gaat stellen boven de inhoud zal je het publiek niet weten te bereiken.

“De marketing voor een jongere doelgroep is fundamenteel anders dan voor de traditionele bezoekers die we goed kunnen bereiken via brochures en e-mailings. Jong publiek zit online en op veel verschillende plekken. Bij elk concert kijkt de marketeer welk publiek we willen bereiken en waar dit publiek te vinden is. Om doelgroepen gericht te kunnen bereiken, hebben we een aantal online persona ontwikkeld, vastgesteld op online zoek- en clickgedrag van onze bezoekers. Iedere persona wordt op een andere wijze aangesproken. De Tone of voice en beeldgebruik is per doelgroep anders. Zo kunnen er voor een concert verschillende uitingen verspreid worden voor verschillende doelgroepen.”

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Meet-up mobile: inzet PWA’s voor hogere mobiele conversie

Posted 05 nov 2019 — by Emerce
Category nieuws

Recent organiseerde Intershop met Google en Incentro de meet-up ‘boost your mobile commerce’ waarbij progressive web apps centraal stonden. Een select gezelschap werd op het Nederlandse hoofdkantoor van Google bijgepraat over het nut van deze PWA’s en wat de impact ervan is op de mobiele conversie.

Wist je dat de impact van mobile binnen de b2b-sector enorm is? Op basis van de cijfers van Google en Boston Consulting Group – die hier onderzoek naar deden – is de verwachting dat in 2020 al ongeveer zeventig procent van de inkomsten van grote b2b-spelers voortvloeit uit mobiel gebruik.

Native app versus webapp

Een logische gedachte zou zijn om te investeren in een native app. Hoewel mobiele apps een grote toegevoegde waarde kunnen hebben, is de investering fors en valt het gebruikt door klanten doorgaans tegen. Bas Jansen, conversiespecialist bij Google, vertelde bijvoorbeeld dat slechts zes procent van alle apps na een maand nog actieve gebruikers heeft. “Dit percentage is niet voorbehouden aan bepaalde sectoren of werelddelen, dit is onze algemene conclusie.”

Als alternatief of aanvulling op een native app kiezen steeds meer retailers er daarom voor om een progressive web app te lanceren. Dat merken we bij Intershop ook, vandaar dat we in onze laatste versie al een basis voor PWA hebben ingebouwd. Om te onderzoeken hoe e-commerce specialisten denken over (de mogelijkheden van) progressive web apps besloten we de meet-up te organiseren.

Sneller, lichter, flexibeler

Jeroen Ooms, frontend- en mobile developer bij Incentro, legt meer uit over de achterliggende techniek. “Qua functionaliteiten lijkt een progressive web app op een native app, maar in feite is het gewoon een website die gebruik maakt van native functionaliteiten van je telefoon die de browser op dit moment aanbiedt.” De ontwikkelkosten zijn lager, aangezien progressive web apps worden ontwikkeld met reguliere webtechnieken voor de webbrowser van de mobiele devices.

Headless software en progressive web apps gaan hand in hand. “De combinatie van headless software zoals Intershop en een PWA met een javascript framework zoals Angular of React zorgt voor een flinke performance winst. Door de backend en frontend los te koppelen zijn de requests naar de server veel efficiënter. Pagina’s worden niet meer volledig opnieuw geladen maar alleen relevantie informatie wordt opnieuw opgehaald en vervangen op de website. Deze snelheid zorgt voor een veel betere gebruikerservaring. Daarnaast stelt het je ook in staat om software veel makkelijker te combineren. Zo kun je bijvoorbeeld je e-commerce platform uitbreiden met een contentplatform door ze in de frontend samen te laten komen.”

Meegroeien

Progressive web apps bieden diverse voordelen van een native app – zoals het sturen van pushberichten, toevoegen aan het homescreen en (deels) offline werken. “De toepasbaarheid van deze functionaliteiten in PWA’s wordt steeds beter. Hierbij zijn we ook afhankelijk van de mogelijkheden die iOS en Android bieden in de browsers. Het zal misschien nu nog niet je huidige app vervangen omdat iOS bijvoorbeeld nog een beperkte ondersteuning heeft voor offline werken en pushberichten. Maar dit gaat in de toekomst veranderen. We kunnen dus nu al beginnen met het ontwikkelen van een website die snel en toegankelijk is op elk device. We kunnen de PWA mee laten groeien met de ontwikkeling van mobiele browsers door nieuwe functionaliteiten later toe te voegen. In de toekomst zou je kunnen nadenken over het uitfaseren van je native app. “, vertelde Jeroen.

Boost de mobiele conversie

Jop van Sommeren, e-commerce manager bij Coop, vertelde over zijn missie om ook online één van de grotere spelers te worden in de Nederlandse food retail. Ook is mobiel voor COOP een belangrijke verbinder tussen online en offline. Om de gebruikerservaring en conversie op mobiel te verbeteren, besloot het bedrijf om naast de native app aan de slag te gaan met progressive web apps. “Ondanks dat onze native app op iOS en Android bij de gebruikers in de smaak valt, is lang niet elke (potentiële) klant bereid om een app te installeren.

Volgens conversiespecialist Bas is dit een bekend probleem. Hij legde uit dat bij de meeste mobiele sites te veel verzoeken naar de server worden gestuurd, met als gevolg dat de website traag wordt. “Voor een prettig mobiel gebruik zou je niet meer dan vijftig verzoeken per pagina moeten hebben. Een gemiddelde site bevat er echter al snel tweehonderd.”

Coop zit al snel op vele honderden verzoeken. Samen met Incentro gaat de supermarktketen daarom aan de slag met de nieuwste versie van Intershop, zodat de progressive web app dit probleem kan ondervangen en de mobiele conversie de gewenste boost krijgt.



Lees het volledige bericht op Emerce »