Posts Tagged ‘rtv’

Lufthansa Innovation Hub: nieuw loyaliteitsprogramma beloont alle mobiliteit

Posted 20 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

De Innovation Hub van Lufthansa heeft een loyaliteits-app gelanceerd die gebruikers beloont voor alle mobiliteitsdiensten die ze afnemen. Ze sparen dus punten voor een ritje met de tram in de stad maar ook voor vlieg-, trein- en busreizen tussen verschillende steden. Lufthansa doet zelf overigens niet mee.

De app heet RYDES en speelt volgens Lufthansa Innovation Hub in op het feit dat autobezit minder vanzelfsprekend wordt. Mensen kiezen in plaats daarvoor voor mobiliteitsoplossingen die ze via hun smartphone kunnen boeken, zoals deelauto’s, elektrische steps en het gemeentelijke openbaar vervoer. “Langere afstanden worden afgelegd per bus, trein of vliegtuig,” is het beeld dat Lufthansa schetst. “Flexibiliteit is hierbij het belangrijkst.”

De gebruiker van RYDES spaart punten voor elke mobiliteitsdienst die hij of zij digitaal boekt bij een van de deelnemende partners. Dit zijn Eurowings (de low-cost dochter van Lufthansa), Deutsche Bahn, MILES, BVG, car2go, easyJet, Ryanair, DriveNow, emmy, coup, Flixbus en MyTaxi. De bedrijven die meedoen zijn nu dus nog vooral op de Duitse markt gericht, maar in principe kan iedereen RYDES downloaden.

“Met RYDES lanceren we een nieuw soort loyaliteitsprogramma dat niet beloont voor één type transport maar reageert op de veranderende mobiliteitsbehoefte van de jongere, digitaal behendige generatie,” aldus projectmanager René Braun. Hij stelt dat RYDES op drie manieren anders is dan andere loyaliteitsprogramma’s: het is bedoeld voor alle transportverschaffers, is 100 procent digitaal en biedt beloningen die zijn afgestemd op de doelgroep. Het systeem is transparant en het inwisselen van punten gemakkelijk, belooft Braun.

Gebruikers scannen hun transportkaartje met de app en krijgen daarvoor punten gestort op hun persoonlijke account. Deze kunnen bijvoorbeeld worden ingewisseld voor tegoedbonnen van Eurowings, Tinder, ABOUT YOU en Amazon of voor korting op een sportschoolabonnement. Bovendien kunnen gebruikers extra punten verdienen met challenges. Bij de Up-in-the-air challenge levert het scannen van een vliegticket van Eurowings, easyJet of Ryanair punten op. Zo zijn er in totaal negen challenges waar RYDES-spaarders aan mee kunnen doen.

RYDES is nu beschikbaar in bètaversie voor iOS en Android.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sogeti ontwikkelt chatbot voor zorgverzekeraar

Posted 12 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

Sogeti heeft een chatbot ontwikkeld voor DSW die via een pop-up window klantvragen op de website van de zorgverzekeraar beantwoordt. Naar verwachting handelt chatbot Nikki straks zo’n 75 procent van alle klantvragen af.

De slimme vraagbaak leert steeds complexere gesprekken te begrijpen en daaruit voortvloeiende vragen te beantwoorden.

Voor de ontwikkeling van de chatbot heeft Sogeti vier stappen doorlopen volgens de zogeheten Thinkubator methode. In een gezamenlijke workshop werd in eerste instantie bepaald op welke type vragen Nikki antwoord moet kunnen geven. Bijvoorbeeld op vragen over vergoedingen voor een bezoek aan de tandarts. In deze tweede fase is ook een roadmap ontwikkeld naar de uiteindelijke lancering. Stap drie was het uittesten van het prototype bij potentiële chatbotgebruikers. Hun feedback is in de vierde fase verwerkt in een direct bruikbaar product.

De chatbot communiceert op een manier die past bij een veelal jongere doelgroep die veelvuldig beroep doet op online chatten. Dat betekent dat Nikki ook emoticons gebruikt en klanten tutoyeert. Als Nikki de vraag niet begrijpt, doet de chatbot een beroep op een ‘for dummies’ boekje. Bij een beantwoorde vraag, krijgt Nikki een lach op haar gezicht.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hands-on: Tesla Model 3, een succesnummer

Posted 02 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

Bij de Tesla Model 3 zijn alle functies van het dashboard samengevoegd op één 15-inch touchscreen in het midden van de console. Je zou denken dat dit resulteert in één grote afleiding voor de bestuurder. Sander van der Heide nam de bolide een dag onder zijn hoede en had een andere rijervaring dan verwacht, namelijk één van totale eenvoud.

Ik moet toegeven, er gebeurt een hele hoop op dat display in het midden. In het begin heb je het idee dat je er ook van alles op in de gaten moet houden. Pure gewenning, wat dat betreft zou een slaapstand van het display geen slechte functie zijn. Zeker, je kan er vrijwel alles op bekijken, instellen en bedienen (tot aan het openen van het dashboardkastje), maar na eenmaal alles te hebben ingesteld, kun je de handen aan het stuur houden en je ogen op de weg. Als Ron Popeil op de bijrijdersstoel zou zitten, zou je hem horen zeggen ‘Set it and forget it!’

Eenvoudig rijden

Rijden in de Model 3 is dan ook een actie met weinig handelingen. Dat begint al met het openen van de auto, je houdt een nfc-kaartje tegen de auto en met de andere hand duw je de verzonken deurgreep naar buiten en kun je de deur openen. Nog eenvoudiger is de auto met een app op je telefoon te verbinden. Zodra je dan met de telefoon binnen paar meter van de auto bent, ontgrendelt deze (en gaat weer op slot als je wegloopt). Eenmaal in de auto is het een kwestie van riem om, voet op het rempedaal en met een stuurhendel de Drive-modus activeren. Alle instellingen, zelfs de afregeling van je stoel, spiegels en stuur, kunnen per bestuurder worden opgeslagen. Deze zou je misschien nog moeten selecteren.

Alles op één scherm

Op het display vind je rechts de kaart met eventuele route, links een animatie van de auto met om de auto het verkeer (wat in de gaten wordt gehouden door 8 camera’s en 14 ultrasonische sensoren) en onder een menubalk met de klimaatbeheersing, muziek (radio en Spotify) en auto-instellingen. Sommige van deze instellingen zijn af te regelen in combinatie met twee joysticks op het stuur, anderen slechts vanuit het menu. Zo kun je instellen hoe sportief de auto accelereert, de mate van stuurbekrachtiging en de mate van regenererend afremmen op de motor. Eigenlijk veel van de instellingen die je ook bij de Model S en X tegenkomt. De enige bediening die niet vanaf het display gebeurt is de ruitenwisser- en sproeier. 

Stijlvol simpel

Verder is het dashboard stijlvol simpel gehouden. Een houten rand met een geborstelde aluminium strip, die me doet denken aan het dashboard van de BMW i3, maar hier ook volledig tot zijn recht komt. De afwerking voor de rest is top notch, geen idee wat voor materiaal er nu uiteindelijk is gebruikt voor de stoelen en middenconsole, het ziet er voelt als een luxe leersoort en oogt zeer stijlvol. Beide stoelen zijn elektrisch te verstellen in hoogte, te kantelen en voorzien van lendenensteun.

Voor dit Longrange model dat ik meekreeg van Tesla, is dit premium interieur standaard. Hetzelfde geldt voor de 11.000 euro duurde Performance-versie. Het goedkopere Shortrange model is sinds 1 maart nu ook in de VS verkrijgbaar, waarbij een standaardafwerking de prijs met paar duizend dollar drukt. Voor wie niet kan wachten op de introductie van dit instapmodel en kan vanaf 55.600 euro de Model 3 kopen die wij op test hadden.

Stekker

Met de Model 3 stapt Tesla af van zijn eigen laadstekker en heeft men gekozen voor de standaard CCS-laadstekker voor snelladen. Je kunt hiermee nog steeds terecht bij een Tesla Supercharger-station, waar enige laders zijn aangepast en in de toekomst nog meerdere laders een extra CCS-kabel krijgen. Voordeel is dat je nu ook terecht kan bij een snellaadstation van Fastned (zij het dan wel tegen een veel hoger tarief dan de 24 cent per kwh die je bij Tesla Superchargers betaalt).

De extra’s

Het bestellen van de Tesla kan online op de website en hier worden gauw de extra opties en bijhorende prijzen duidelijk. Liever rood in plaats van zwart? 2700 euro. Wit leer in plaats van zwart? 1050 euro. Een volledig zelfrijdende auto, inclusief parkeren en herkennen van stoplichten (een functie die later dit jaar wordt verwacht)? 7400 euro. Eén optie wil ik u echter afraden, de 19-inch lichtmetalen sportvelgen van 1600 euro. De 18-inch Aerovelgen zien er misschien wat goedkoper uit, ze zijn speciaal zo ontworpen in combinatie met een plastic overlay die de luchtstroom om de auto heenleidt in plaats dat deze achter het wiel terechtkomt.

Minder ruimte

In vergelijking met de Model S kan ik melden dat de wegligging en handling van de Model nagenoeg gelijk is. De Model 3 is dertig centimeter korter en een stukje smaller en dat lijkt een iets directere en sportievere rijstijl op te leveren. De acceleratie is iets minder, maar in 3,5 seconden van 0 naar 100 km/u in plaats van 2,7 seconden, is nog steeds heel snel. Waar je bij de Model 3 vooral op inlevert is de kofferbakruimte en de beenruimte van het zitgedeelte achterin. Voor een jong gezin is de achterbank prima, maar neem je weinig mee op vakantie en bij een gezin met tieners is het probleem weer andersom.

De app

De combinatie van de bediening via de app werkt overigens prima, alleen moet de auto wel goed verbinding met een datanetwerk hebben. Naast de functie van telefoonsleutel, kun je de klimaatbeheersing vanaf een afstand bedienen, het laden controleren, de auto openen en afsluiten op afstand, claxon en lichten bedienen en met de functie ‘summon’ de auto naar voren en naar achteren laten rijden bij een smalle parkeerplek. Natuurlijk is de auto ook via de app te volgen en konden we met meerder gebruikers aan dezelfde auto koppelen, erg handig als je met meerdere personen één Model 3 wil delen.

Succesnummer

Zoals gezegd is het nog even wachten op de goedkopere versie van de Model 3, die een interessanter alternatief voor een Hyundai Kona of Kia Niro (waarover laten meer) zal zijn. Qua afwerking, functies en rijgedrag is de Longrange Model 3 eerder een concurrent van de Tesla Model S. Voor 20 à 30 duizend euro minder, krijg je een auto die er nagenoeg hetzelfde uitziet (als ze niet naast elkaar staan, haal ik ze geregeld door de war), net zo lekker (dan wel niet beter) rijdt en alleen wat in been- en kofferruimte inboet. Model 3 wordt een succesnummer.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ruim 1300 Nederlandse websites volgen zonder toestemming surfgedrag

Posted 01 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

Ruim 1300 Nederlandse websites volgen het surfgedrag zonder dat gebruikers daarmee hebben ingestemd, zo blijkt uit onderzoek van de NOS.

De NOS bekeek circa 10.000 internetadressen. Daarvan bleken 3237 websites cookies te plaatsen. In 1341 gevallen ging het om tracking cookies.

Het is niet toegestaan om zonder toestemming zogenoemde tracking cookies te plaatsen. Maar in de praktijk gebeurt dat wel. Sommige websites plaatsten al bij het eerste bezoek tientallen of zelfs honderden volg-cookies, zoals in het geval van de regionale omroep RTV Rijnmond.

Trackingcookies werden ook aangetroffen bij de websites Parra.nu en Girlscene. Wie een vakantiehuisje uitzoekt bij Center Parcs, krijgt tientallen tracking cookies. Spullen uitzoeken op Marktplaats gaat ook niet zonder tientallen volgcookies.

Branche-organisatie voor data en marketing DDMA zegt dat het lastig is om te voldoen aan de cookiewet, omdat een website continu verandert en veel sites afhankelijk zijn van externe partijen.

Toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens laat aan de NOS weten zelf een onderzoek te beginnen naar de naleving van privacyregels door websites.



Lees het volledige bericht op Emerce »

War on talent: Zo creëer je de juiste engineeringcultuur

Posted 28 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Er is meer behoefte aan engineering-talent, en de strijd om talent neemt alleen maar toe. Als een organisatie al een engineer vindt, is er nog een grote kans dat deze nieuwe werknemers binnen een jaar vertrekken, soms zelfs al binnen een maand. De reden hiervoor is dat die organisaties niet de juiste omgeving bieden – ze begrijpen de mentaliteit van de engineer niet. Wat houdt de engineering-mentaliteit in?

Engineers zijn professionals zoals alle anderen, maar ze hebben een aantal specifieke eigenschappen die relevant zijn om de juiste engineeringcultuur te kunnen creëren. In dit verband kan een ‘engineer’ als volgt worden gekenmerkt:

– Engineers maken producten. Hun carrière draait om het maken of aanpassen van een product. Het woord “product” moet hier ruim worden geïnterpreteerd. Het kan om software of een fysiek voorwerp gaan, maar ook om een gewijzigd team of de bedrijfscultuur. Het is echt een creatieve baan: engineers creëren dingen.

– Engineers houden zich bezig met hoe goed een product is gebouwd. Samen met andere rollen zijn ze verantwoordelijk voor bijvoorbeeld economische haalbaarheid en geschiktheid voor gebruik, maar de engineers hebben de primaire verantwoordelijkheid voor de productkwaliteit, de prestaties en andere technische eisen.

– Engineers leven in een meritocratie. Engineers zijn kenniswerkers en ontlenen daarom hun trots aan wat ze weten en hoe goed ontwikkeld hun producten blijken te zijn. Op een gebied waar de stand der techniek zich snel verder ontwikkelt, moeten engineers ook wat kennis betreft voorop blijven lopen, omdat ze anders met hun carrière achteropraken.

Engineers zijn makers

Engineers zijn makers. Hun invloed op de wereld bestaat uit de producten die ze maken en daar zijn ze dan ook met recht trots op. Engineers willen ergens in de wereld iets aanwijzen en zeggen: “Dat heb ik gemaakt.”

Ik was eens aangenaam verrast – en voelde me trots – toen iemand mij bloemen voor mijn verjaardag stuurde: niet vanwege de bloemen zelf, maar vanwege het postlabel op de doos dat was afgedrukt met een programma dat ik voor het postbedrijf had ontwikkeld…

Een goede engineeringcultuur zorgt ervoor dat de engineer zich kan identificeren met het product dat hij maakt via het type werk dat hij doet. De meeste organisaties pakken dit verkeerd aan door zich met name te richten op het werk dat een persoon of team doet. Het blijkt zelfs uit de manier waarop we werknemers aanduiden: ze hebben functietitels als “programmeur”, “tester” of “widgetopschoner”, maar die titels geven alleen aan wat ze doen en niet wat ze maken. Voor een maker spreekt er veel meer trots uit “ik heb dit product gemaakt ” dan uit “ik heb deze taak uitgevoerd”.

Om dit punt toe te lichten: Ik hielp ooit eens een grote retailer met acht Scrum-teams. Die waren opgezet afhankelijk van hun functie: je had een team van Oracle-databaseprogrammeurs, een team van Java-programmeurs, een team van testers, enzovoorts. De Scrum-teams werden echter opgezet rond producten: in dit geval de productcatalogus, de webwinkel, het interne financiële systeem, enzovoorts. Natuurlijk is er altijd wel enige weerstand tegen zo’n verandering, maar er bleek vooral wat weerstand te komen van de enige Oracle-programmeur in het catalogusteam. Ze dacht dat ze, afzonderlijk van haar Oracle-collega’s, alleen zou zijn.

Maar toen gebeurde er iets interessants: ze werd juist veel gelukkiger en voelde zich meer verbonden. Toen ik haar sprak, viel het mij op dat haar eigen identiteit was veranderd. Vóór de verandering noemde ze zichzelf “een Oracle-programmeur”; nu was ze “een lid van het catalogusteam”. Het verschil in motivatie was opvallend en toen ik haar erop aansprak, vertelde ze me dat ze vroeger opdrachten kreeg onder de noemer “Oracle-werk”, maar die eigenlijk weinig te maken hadden met de kerntaken van het bedrijf. Nu voelde ze zich direct verbonden als er een nieuwe productcategorie live ging in de webwinkel, en ze was daar dan trots op.

Het makersschema en het managersschema

Het feit dat engineers makers zijn betekent ook dat ze vaak complexe ideeën en structuren moeten bedenken en onthouden. Dit vergt focus en deze focus wordt vaak verstoord door de omgeving, rituelen, ritmen en interacties in een organisatie.

Paul Graham van YCombinator heeft een heel goed essay geschreven waarin deze term werd geïntroduceerd. Sindsdien is de term ook in andere publicaties opgepikt, zoals in deze goed geschreven post op Farnham Street.

De essentie van “het verschil tussen makers en managers” is dat makers lange, ononderbroken blokken tijd nodig hebben om hun focus te behouden en hun mentale model op te bouwen. Als programmeur was ik pas aan het eind van de werkdag echt “productief” en was ik aan het begin van de dag vaak bezig met het opbouwen van het mentale model van het probleem dat op dat moment speelde. Elke verstoring van die focus is als het omverblazen van een kaartenhuis: je moet weer helemaal opnieuw beginnen, waardoor je veel tijd verliest. 

Een goede engineeringcultuur zorgt ervoor dat makers kunnen werken volgens het makersschema.

Uitdaging en beheersing

Waarom beklimt een bergbeklimmer de berg? Omdat die er is. Engineers worden gemotiveerd door het overwinnen van moeilijk op te lossen problemen. Net als het oplossen van een puzzel is het een boeiende uitdaging en het overwinnen van de uitdaging geeft voldoening. In de lezing “Drive” van Dan Pink (prachtig geïllustreerd door RSAnimate) wordt beheersing genoemd als een van de drie belangrijkste drijfveren. Door bij de oplossing van een probleem te leren en te verbeteren, bereikt de engineer een beheersingsniveau, en die beheersing is wat hem voldoening geeft. Zodra hij de materie echter beheerst, is de uitdaging weg en wordt het saai. En dan gaat hij op naar de volgende uitdaging.

De cyclus van uitdaging – beheersing – verveling is de reden waarom automatiseren, het schrijven van scripts en het bouwen van aangepaste tools zo belangrijk is voor een engineer. De materie die hij beheerst kan nu automatisch worden afgehandeld, waardoor hij tijd heeft om uit te kijken naar nieuwe uitdagingen.

Deze uitdagingencyclus past niet automatisch bij alle organisaties. Sommige hebben alleen maar eindeloze varianten op dezelfde website nodig, of moeten alleen maar kleine aanpassingen in een volwassen product aanbrengen. Een organisatie met een goede engineeringcultuur houdt hier rekening mee om ervoor te zorgen dat hun engineers uitgedaagd en geïnteresseerd blijven. Dit hoeft niet eens zo vaak te zijn: hackathons, ship-it days en varianten op een dag van georganiseerde vrijheid zijn belangrijke initiatieven om gehoor te geven aan die uitdagingskriebel.

Er is zelfs een nog belangrijker reden dat een engineer voortdurend op zoek is naar nieuwe uitdagingen: zijn carrière hangt ervan af. Engineers leven in een meritocratie waarin de succesvolste engineers degenen zijn die de moeilijkste problemen aankunnen en van de huidige stand der techniek op de hoogte zijn. Als een engineer gedwongen is om met verouderde technologie te blijven werken, loopt hij het risico dat zijn marktwaarde zo sterk afneemt dat hij niet meer inzetbaar is…

Een goede engineeringcultuur zorgt dat haar engineers geïnteresseerd blijven en helpt hen om hun marktwaarde te verbeteren met nieuwe uitdagingen. Deze uitdagingen vloeien idealiter voort uit het product dat ze maken. Als dat niet het geval is, dan is het belangrijk om ze op andere manieren uitdagingen te bieden, bijvoorbeeld door hackathons of verkenningsopdrachten in te voeren.

Engineers zijn gefocust op het product van morgen

Hoewel het leuk is om ergens in de wereld een product te hebben, weten engineers dat ze ervoor moeten zorgen dat het product snel en met kwaliteit verder kan worden ontwikkeld. En dat is lastig. Engineers maken zich daarom meer zorgen om de gereedheid voor het product van morgen dan om het huidige product.

Het is een lastige evenwichtsoefening. Enerzijds kun je het product van vandaag altijd heel snel leveren door het onderhouds- en aanpassingsgemak van het product overboord te gooien. Anderzijds kun je te ver gaan door nog een abstractie- of indirectielaag toe te voegen met het oog op een verandering die misschien nooit plaatsvindt. Ervaren engineers weten hoe ze deze twee in evenwicht moeten houden, maar het is niet iets wat je van tevoren volledig kunt voorspellen.

Een onderwerp dat hiermee verband houdt, is aanlever- en onderhoudsgemak. Wanneer zich een probleem voordoet, is de totale reparatietijd de tijd die nodig is om het probleem op te sporen, te analyseren en te verhelpen. In de praktijk bestaat de tijd die nodig is om het probleem te analyseren uit 80-90% van de bestede tijd. Investeren in een snelle analyse van problemen levert een enorme tijdbesparing op en neemt een grote bron van ergernis voor engineers weg.

Een goede engineeringcultuur erkent het belang van het onderhoudsgemak van het product van morgen en laat engineers evenveel ruimte voor aanpassingsmogelijkheden als voor gebruiksmogelijkheden.

Elegantie en functionele schoonheid

Engineers zijn geobsedeerd door elegantie en schoonheid, maar niet in de traditionele zin. Voor een engineer zit de schoonheid in de manier waarop het product is gebouwd, niet in hoe het er aan de buitenkant uitziet. Mijn collega Theo lichtte dit in ons gesprek mooi toe:

“Toen ik met Lego speelde, zag ik echt niet welke kleur de Lego-stenen hadden: ik ging volledig op in het maken van een elegant ophangsysteem. Voor mij was dat de mooiste auto die ik kon maken.”

Een kunstschilder kent het gevaar van te lang aan een schilderij werken. Wanneer het schilderij af is, bestaat de neiging om details steeds verder te verfraaien, met het gevaar dat het werk in zijn geheel wordt verpest. Engineers kunnen dezelfde neiging hebben als ze te ver gaan, maar het duidt wel op een sterke motivatie: de wens om iets te maken dat elegant en mooi is. Iedere software-engineer weet dat “elegante code” of “mooie code” een verdedigbaar streven is, en is in alles wat hij maakt altijd op zoek naar dat gevoel van elegantie.

Aan de andere kant heb je de neerslachtigheid die kan ontstaan als je in een vuile en deprimerende omgeving moet werken. Druk, gebrek aan kennis en tijdgebrek leiden tot shortcuts en gemakkelijke, maar lelijke fixes. Engineers moeten niet alleen kijken naar iets wat in hun ogen lelijk en onelegant is, maar als zij het zelf hebben gemaakt, worden ze ook nog eens voortdurend geconfronteerd met de schande van de kwaliteit die ze hebben geleverd. Je moet de kracht van dit effect niet onderschatten: slechte code is echt een deprimerende omgeving.

Een goede engineeringcultuur respecteert de behoefte van engineers om elegantie en functionele schoonheid te creëren, en zorgt ervoor dat ze de interesse en technische kennis hebben om een volwassen gesprek over technische onderwerpen te voeren. Vanuit een engineeringcultuur bezien is het blind doorjagen van functionele wijzigingen zonder aandacht voor elegantie en functionele schoonheid zo ongeveer het stomste wat je kunt doen.

Dit wil niet zeggen dat we het belang van de organisatie moeten opofferen voor de persoonlijke wensen van engineers. Volgens de engineer dragen schoonheid en elegantie bij tot een goed functionerend product, wat volledig aansluit op de behoeften van de organisatie. Toch kan het bieden van ruimte voor het opschonen van code een zakelijk voordeel hebben waar je niet eerder aan had gedacht: het geluk dat voortvloeit uit het werken in een schone en mooie omgeving.

Het aantrekken en vasthouden van je engineers houdt in dat je moet weten wat hen drijft. Onthoud dat ze makers zijn en dat ze een makersschema hebben. Zorg dat ze voldoende worden uitgedaagd, ondersteun hen in hun carrière, help hen om het product van morgen te bouwen, en steun hen in hun zoektocht naar elegantie. Je zult ervan versteld staan wat ze voor jou doen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

SKO pauzeert rapportage online kijkcijfers

Posted 28 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Stichting Kijkonderzoek rapporteert sinds de jaarwisseling geen online kijkcijfers meer. Rond de zomer moet het publiceren van de digitale kijkcijfers worden hervat.

Een zegsman bevestigt de stop en vertelt dat het om een tijdelijke halt gaat. SKO, dat ook de ‘reguliere’ kijkcijfers rapporteert, werkt aan een andere rapportvorm.

In het nieuwe rapport zitten behalve streamstarts bijvoorbeeld ook play-outpercentages.

Leden van VINEX ontvangen wel nog de online kijkcijfers. Immers, SKO meet de streaminggmgevens van de commerciële en publieke omroepen nog wel. Enkel de partijen die kijkcijfers van SKO afnemen krijgen tijdelijk geen losse online kijkcijfers meer. Wel worden ze gemeld als onderdeel van de totale kijkcijfers. Die omvatten én de live en de on demand cijfers.

De nieuwe rapportages verschijnen rond de zomer. Die zullen ook compatibel zijn met het nieuwe crossmediale bereikonderzoek dat wordt voorbereid.

Wekelijks kijken rond de anderhalf miljoen mensen een televisieprogramma achteraf via een streamingdienst als NPO Start of RTL XL.

Foto: FaceMePLS (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Verdienmodel voor digitaal bureau: eigen start-up en de verkoop ervan

Posted 21 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Her en der zoeken digitale bureaus naar alternatieve verdien- en samenwerkingsmodellen. De Wortel van Drie richtte daarom de zorgstart-up Fello op. Maar besloot deze uiteindelijk toch weer te verkopen aan DELA. Ze zou het zo weer doen, zegt bureaupartner Elien Phernambucq. Maar wel anders. “De ontwikkeling van een start-up is als een mikadospel, zo nauw als het luistert. Elke beslissing raakt tien andere.”

Er ging niet één specifiek moment aan vooraf, herinnert Elien Phernambucq zich. Het is eerder een groeiend inzicht waardoor appbouwer De Wortel van Drie vorig jaar besloot de eigen start-up van de hand te doen. Het ging goed met Fello – de app voor mantelzorgers. Maar niet snel genoeg.

Impact en eigen verdienmodel

Een kleine vier jaar ervoor zag het bureau de druk op mantelzorgers van dichtbij toenemen. Met name de complexe logistiek er omheen, leidt binnen families tot uitdagingen, vertelt ze. Samen met haar bureaupartners ziet ze een gat in de markt: aan een digitale oplossing die het leven van de mantelzorger gemakkelijker maakt is ongetwijfeld veel behoefte, zo redeneren de ondernemers. Met een app waarin familieleden onder meer een agenda hebben en de zorgtaken goed kunnen verdelen, is een maatschappelijke bijdrage te leveren.

Zou het bedrijf erin slagen het product goed te vermarkten dan heeft het bovendien een nieuw verdienmodel in handen. “Veel leuker nog dan andermans projecten maken, vinden we het om aan een eigen onderneming te werken”, legt Phernambucq uit. “Daarmee heb je nog meer directe maatschappelijke impact.” Het bureau is nooit op een verkoop uit geweest. Met een andere inkomstenstroom dan uurtje factuurtje kon de ‘klantkraan’ wat dicht en die van het ondernemerschap verder open.

Slagkracht

Hoe het bureau de ontwikkeling van een eigen start-up aanpakte? Waar het bedrijf normaal via de eerste wireframes langzaam tot een oplossing of product komt, was ditmaal een eigen visie het vertrekpunt. Als goed ontwerpers betaamt staken ze met name tijd in de bouw en UX van Fello, voor een deel bekostigd uit de inkomsten van het bureau. “Als er 7000 uur werk in zit, zou me dat niets verbazen.”

De inspanning leidt tot een serieus aantal eerste gebruikers. En een paar keer tot de winst van ondernemerswedstrijden en challenges. “De geldprijzen zorgden ervoor dat we een serieus team konden opbouwen met een redactie, marketing en klantsupport. Heel nobel natuurlijk, maar om impact te maken is het nog noodzakelijker je geldzaken op orde te hebben.”

Met de bedrijfsgroei, nemen namelijk ook de kosten toe. Het maakt de noodzaak van een verdienmodel volgens Phernambucq alleen maar groter. “Wat je als start-up eigenlijk wil, is dat de eindgebruiker betaalt. Dan blijft voor iedereen het belang om die eindgebruiker volledig te dienen het grootst.” Een tweede mogelijkheid is om gebruikers diensten van derden aan te bieden – in de zorg niet ongebruikelijk. Voor een thuiszorgorganisatie is een Fello-gebruiker bijvoorbeeld een goede lead.

Hoe Phernambucq en haar collega’s ook rekenden met de diverse businessmodellen, het kwam gewoon niet uit. “We wilden een rendabel bedrijf ontwikkelen, maar uiteindelijk bleken we daarvoor een wel heel lange adem nodig te hebben. Wil je als ondernemer een groter publiek bereiken, dan heb je dus marketinggeld nodig. Fello groeide organisch, snelheid vraagt echter om slagkracht en serieuze budgetten.”

De Wortel van Drie: Phernambucq en collega’s Michael Noom en Niels Meijssen

Corporate met juiste intenties

Voor die slagkracht kun je natuurlijk terecht bij een investeerder of een grotere partij waarbij de onderneming is onder te brengen. Voor dat inzicht moesten Phernambucq en haar collega’s wel even hun ego opzij zetten. “Je beseft toch iemands hulp nodig te hebben.” Zowel met externe financiers, impactfondsen als corporates zijn er gesprekken gevoerd. In misschien wel twintig soorten en maten. Een grote zorgverzekeraar toonde serieuze interesse, maar de daadwerkelijke klik volgt als er een gesprek is geweest met de uiteindelijke koper, uitvaartverzekeraar DELA. “Dat klinkt misschien niet voor de hand liggend, maar DELA’s innovatie-afdeling zoekt telkens naar vernieuwingen voor een gezondere oude dag. Fello past perfect in die visie.”

Een overnamesom deelt ze niet, maar in algemene zin waren de gesprekken de spannendste uit haar leven. “Laat ik vooropstellen dat Nederland geen Amerika is. In de start-up wereld leeft het idee dat een bedrijf met een paar duizend gebruikers direct een paar miljoen waard is. Zo werkt het hier niet. Je moet met de billen bloot en in zekere zin geldt ‘wat de gek ervoor geeft’.”

Ze heeft ervan geleerd te zoeken naar een partij met de juiste intenties. Voor De Wortel van Drie was het een harde eis om Fello zelf te kunnen blijven doorontwikkelen. De garantie van bureau-omzet is natuurlijk lekker. Maar belangrijk nog is het gevoel dat hierbij meespeelt. Het bureau is nog niet los van de eigen ambitie met Fello. “Tijdens de gesprekken heb ik geprobeerd aan te voelen of DELA bereid zou zijn meerdere jaren te investeren zonder zicht op direct rendement. Dat het een coöperatie is die zich daardoor automatisch wat meer op impact richt en dat met andere producten aantoont, speelde zeker mee.”

Lessen geleerd

Sinds de verkoop aan DELA gaat het Fello nog een stuk beter. Er is wat je noemt momentum. Het aantal gebruikers is de afgelopen tijd meer dan verdubbeld. En indirect heeft het bureau er bovendien alsnog een nieuw samenwerkingsmodel aan overgehouden. De ervaringen die De Wortel van Drie opdeed zet het nu in voor andere start-ups. In plaats van de “u vraagt, wij draaien-projecten”, werkt de Wortel van Drie veel vaker in een constructie van aandeelhouderschap. De klant betaalt een gereduceerd tarief, het bureau neemt het risico in te stappen.

Wat Phernambucq betreft zou die samenwerkingsvorm veel vaker moeten voorkomen in bureauland. “Ik geloof erin dat bedrijven en producten die ‘digital’ in hun kern hebben, niet zomaar de ontwikkeling ervan moeten uitbesteden. Door een bureau mee te laten investeren, zorg je voor een heel andere relatie. “Het werk dat je hieraan overhoudt is in mijn ogen veel leuker. De klant benadert je niet om iets te maken, maar om ons mee te laten kijken naar het businessmodel. We worden benaderd als mede-ondernemer en zoeken samen naar de risicovolle aannames.”

Mocht de kans zich voordoen dan zou ze zonder enige twijfel zo weer een onderneming starten binnen haar bureau. Maar dan met een andere aanpak. Behalve direct te kijken naar het business- en verdienmodel, zet ze er dan een full-time CEO op. “We verkeerden in de bureauwereld waarin we uren moesten maken en hadden daarnaast een onderneming die tijd vroeg. Die belangen schuren weleens.” Wil je een bedrijf uitbouwen en er omzet mee generen dan is een leider nodig die ongeremd kan werken, zo ziet ze in. En niet deels met zijn hoofd bij klantprojecten is. “Als ontwerpers heb je weleens de neiging tweehonderd uur te steken in een functionaliteit die maar voor twee procent van de gebruikers écht belangrijk is. Je hebt iemand nodig die makkelijker durft te schrappen en ego’s niet in de weg laat zitten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Partij voor de Dieren: stop met 5G proeftuin Groningen

Posted 19 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De Partij voor de Dieren in de provincie Groningen heeft vragen gesteld over de draadloze technologie 5G. Aanleiding hiervoor is het feit dat Groningen is aangewezen als proeftuin.

Een kritisch artikel in de Groene Amsterdammer zou het college toch wakker moeten schudden, meent Ankie Voerman, fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren in de provincie Groningen. ‘5G is verre van een eerste levensbehoefte, dus laat Groningers geen proefkonijn zijn in een 5G proeftuin.’

Ze zegt dat zeker 180 wetenschappers en dokters uit 35 landen al in 2017 aan de Europese Commissie vroegen de uitbreiding van 5G uit te stellen, het zogeheten 5G appeal, omdat grotere blootstelling aan straling onder meer kanker en onvruchtbaarheid kan veroorzaken.

Voerman eist de toepassing van het voorzorgsbeginsel en vindt dat het uitrollen van 5G in de provincie Groningen moet stoppen, totdat onomstotelijk vaststaat dat het niet schadelijk is.

Er vinden in Groningen meerdere pilots plaats. Onder de naam 5Groningen moet Noord-Groningen dé proeftuin voor 5G worden.

Peter Rake van projectteam 5Groningen mist echter de nuance. Tegen RTV Noord: ‘Er worden een hoop aannames gedaan en angsten op één hoop gegooid. Bijvoorbeeld over de frequenties die worden gebruikt, het vermogen van de straling en het aantal antennes.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Samenwerking regionale omroepen Noordoost-Nederland op gebied onderzoeksjournalistiek

Posted 12 feb 2019 — by Villamedia
Category nieuws

De regionale omroepen RTV Oost, RTV Drenthe, RTV Noord en Omrop Fryslân gaan samenwerken op het gebied van onderzoeksjournalistiek. Het is voor het eerst dat de regionale omroepen in het Noordoosten van ons land structureel gaan samenwerken op redactioneel…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Sportverslaggever Hans Eijsvogel (91) overleden

Posted 11 feb 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Oud-paardensportverslaggever Hans Eijsvogel is afgelopen maandag op 91-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Aerdenhout.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

De online lessen van… Stephanie Nijssen en Rens van Stralen (RTV Noord)

Posted 08 feb 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Wat werkt online wel en wat niet? Villamedia legt die vraag voor aan redacties die voorop lopen. In deze aflevering: Stephanie Nijssen en Rens van Stralen, respectievelijk community manager en digital media coördinator bij RTV Noord.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Wat het afgelopen ‘Holiday Season’ ons leert over online shopgedrag

Posted 08 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het ‘Holiday Season’ behoort traditiegetrouw tot de hoogtijdagen voor de e-commerce-sector. De kassa’s van de webwinkels hebben flink gerinkeld, maar wat zijn de lessen van het najaar?

Naar schatting 165,8 miljoen consumenten deden in 2018 alleen al in de periode tussen Thanksgiving en Cyber Monday online aankopen. Dat ene weekend in november levert daardoor een ware schat aan data op – niet alleen over wat consumenten kopen maar ook over hoe ze online winkelen.

De 14 miljard dollar omzet die uit deze aankopen voortvloeide vormt slechts een fractie van de naar schatting 1 biljoen (1.000 miljard) dollar die er gedurende het volledige Holiday Season, dat loopt van 1 november tot en met 31 december, werd uitgegeven. De e-commerce-sector mag in het afgelopen decennium dan exponentieel zijn gegroeid, de rek is er zeker nog niet uit. Wanneer je bedenkt dat de online bestedingen jaarlijks met zo’n 3 tot 5 procent toenemen is de snelheid waarmee de e-commerce sector groeit nog steeds behoorlijk indrukwekkend.

Het moge duidelijk zijn dat consumenten het online shoppen in steeds grotere getale omarmen. De trends in online winkelgedrag gedurende het belangrijke Holiday Season bieden dan ook waardevolle inzichten die best practices voor de rest van het jaar opleveren.

Kom maar op met die API’s – omnichannel commerce is de trend

Omnichannel commerce gaat verder dan op alle kanalen aanwezig zijn. Het maakt het mogelijk om zonder onderbreking van de customer experience te switchen van het ene interactiepunt naar het andere – en weer terug. Bijvoorbeeld: een klant bekijkt op de website van een outdoorwinkel het aanbod aan tenten. Vervolgens gaat hij naar de fysieke winkel om de tent van zijn voorkeur in het echt te bekijken. Terwijl hij in de winkel is vergelijkt hij verschillende modellen op zijn telefoon. De keuze valt op het grotere model maar dat blijkt in de betreffende winkel niet op voorraad te zijn. De verkoopmedewerker in de winkel ziet op zijn tablet dat een naburige winkel de tent wel op voorraad heeft en plaats een bestelling die direct bij de klant thuis wordt afgeleverd.

Net als online winkelen wint deze hybride vorm van winkelen in rap tempo aan populariteit. Nog maar twee jaar geleden voegde de Amerikaanse National Retail Federation (NRF) de combinatie van online en fysieke verkoop in zijn jaarlijkse holiday trends survey als nieuwe mogelijkheid toe. Het interessante daarbij is dat hybride shoppers meer blijken uit te geven. Het loont dus om ‘connected’ te zijn.

Hoewel het feit dat klanten via meerdere kanalen met een bedrijf interacteren niet nieuw is, heeft de snelheid waarmee veel bedrijven e-commerce hebben geadopteerd hen weinig tijd gegeven om hun data op orde te krijgen. In 2012 vond Google het idee dat mensen op één dag meerdere schermen konden gebruiken nog interessant genoeg om verder onderzoek naar te doen. Zeven jaar later wordt van bedrijven verwacht dat die schermen volledig connected zijn.

Van retailers wordt dus verwacht dat ze in minder dan een decennium hun legacy systemen aan kwalitatieve data hebben gekoppeld, nieuwe verkoopkanalen hebben gecreëerd, het hele bedrijf achter een nieuwe manier van werken hebben gekregen én een coherente merkbeleving over alle kanalen heen hebben opgebouwd. Dit alles uiteraard zonder noemenswaardige onderbreking van de bedrijfsvoering. Het zal weinig verbazing wekken dat dit voor de meeste retailers in de praktijk een verre van soepel proces bleek te zijn.

Om het hoge tempo van verandering bij te benen hebben retailers behoefte aan een oplossing die:

  • Stapsgewijze transformatie mogelijk maakt zonder meteen de gehele technische infrastructuur te hoeven vervangen
  • Snel experimenteren met nieuwe kanalen mogelijk maakt zonder bedrijfskritische systemen in gevaar te brengen
  • Zich snel aan nieuwe touchpoints aanpast

Ziehier de opkomst van API-gedreven e-commerce.

API’s fungeren als contract tussen verschillende applicaties zoals website (CMS), product informatie (PIM), transactie (e-commerce-platform) en klantgegevens (CRM) waarin wordt bepaald op welke manier de gegevens worden gedeeld en gestructureerd. Je zou API’s kunnen zien als de Rosetta Stone op het gebied van data die alle systemen met elkaar laat praten en toch onafhankelijk van elkaar laat functioneren.

Mobiele bezoekers gebruiken de zoekfunctie

Bij de analyse van alle e-commerce-traffic die tijdens het Holiday Season van 2018 via onze systemen ging, hebben we naar twee soorten interactie gekeken:

  • Organic search: Bezoekers die via organic search binnenkomen op een landingspagina met automatisch geselecteerde producten die overeenkomen met hun (vaak longtail) zoektermen.
  • Site Search: Bezoekers die de zoekbalk op de website gebruiken en relevante resultaten zien op basis van een combinatie van browsegedrag, algemene zoektrends, bedrijfsdoelstellingen en een algoritme dat de intenties achter zoektermen begrijpt.

Het aantal mobiele websitebezoekers dat de zoekfunctie van de website gebruikte nam dit jaar met maar liefst 27 procent toe. Toch kwam de toename in omzet van deze bezoekers overeen met de die van desktop- & tabletgebruikers bij wie het gebruik van de zoekfunctie met respectievelijk slechts 7 en 2 procent toenam. Een mogelijke verklaring is dat mobiele zoekopdrachten voornamelijk ‘on the go’ plaatsvinden. Zo gebruikt maar liefst de helft van de consumenten in de fysieke winkel zijn smartphone om productinformatie op te zoeken.

Interessant is dat hoewel er maar een kleine toename was in mobiele bezoekers die via organic search binnenkwamen, de omzet van die bezoekers met 33 procent toenam tegenover twee procent toename bij desktop- en tablet-gebruikers.

Best practices voor e-commerce websites

Uit deze gegevens over mobiel browsegedrag kunnen we de volgende e-commerce best practices destilleren die het hele jaar door gelden:

Nuttige content

Een mobiele website vervult een dubbele taak: terwijl de combinatie van product-informatie, beeldmateriaal, reviews en andere nuttige content van grote waarde is voor ‘on-the-go’-bezoekers, zorgen schone metadata ervoor dat bezoekers die via organic search binnenkomen de meest relevante producten voor hun zoekopdracht bovenaan de landingspagina aantreffen.

Snel de intentie van bezoekers begrijpen

Mobiele webshoppers maken vaker gebruik van de zoekfunctie en gebruiken een brede variatie aan zoektermen. Of ze nu zoeken naar ‘blauwe sweater’, ‘navy trui’ of ‘indigo cardigan’ – je zult ze moeten begrijpen. Kwalitatieve site-search vereist een kwalitatieve synoniemenlijst die voortdurend wordt geupdate met actuele trends in taalgebruik. Het is hier dan ook aan te bevelen om gebruik te maken van artificial intelligence. Een goede synoniemenlijst herkent ook verkeerd gespelde zoektermen – handig voor mensen die moeite hebben met het bedienen van zo’n klein telefoon-toetsenbord.

Consistente e-commerce

Als een klant in de winkel een groene tent ziet maar die op zijn telefoon niet kan vinden wanneer hij de productinformatie wil raadplegen, raakt hij gefrustreerd. Hetzelfde geldt voor een klant die binnenkomt via organic search met de intentie om een product te kopen, maar de eerste vijf producten die hij ziet blijken niet leverbaar. Mobiele gebruikers geven je niet vaak een tweede kans: maar liefst 73 procent van de consumenten verlaat een mobiele website die een slechte gebruikerservaring biedt en gaat op zoek naar een alternatieve site waar mobiel winkelen eenvoudiger is. Het met elkaar koppelen van productinformatie, voorraadgegevens en bezoekersgedrag zorgt voor een sterk verbeterde customer experience – zeker in combinatie met een zoekfunctionaliteit die automatisch de meest relevante resultaten voor iedere individuele bezoeker selecteert.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Deventer wil geld terug van thuisbezorgapp Peeves

Posted 07 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De gemeente Deventer wil een subsidie van 25.000 euro aan thuisbezorg-app Peeves terugvorderen. Met de app konden mensen bij acht restaurants in Deventer maaltijden bestellen en houdbare producten mee teruggeven aan de bezorger voor de Voedselbank.

De gemeente zegt dat de producten niet bij de Voedselbank terecht zijn gekomen. Om die reden is een zogeheten terugvorderingsprocedure gestart.

Ondernemer Raymond Schneider reageert bij RTV Oost verontwaardigd op het voornemen van de gemeente. ‘Peeves is een technologische pilot en slechts een onderdeel van een bredere propositie van de uiteindelijke functionaliteit van het platform. Op heel kleine schaal testten we of we de voorraad voedsel bij mensen thuis opnieuw konden inzetten.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gokdebat in Eerste Kamer: ‘Geen cent in de schatkist door winst uit gokzucht’

Posted 06 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De fracties van de politieke partijen hebben in de Eerste Kamer dinsdag de nodige kanttekeningen geplaatst bij de Nieuwe wet op kansspelen die door de Tweede Kamer reeds is goedgekeurd. Er blijft veel zorg over gokverslaving. De verzelfstandiging van Holland Casino, onderdeel van een aparte wetgeving, stuit nog op veel bezwaren.

Nederland kent als één van de laatste Europese landen nog een verbod op online kansspelen. Dat heeft niet kunnen beletten dat het aantal deelnemers op jaarbasis razendsnel toeneemt, zowel onder volwassenen als onder jongeren. Via veelal buitenlandse websites kan online verbinding worden gemaakt met pokerrooms in Klazienaveen en roulettetafels in Monte Carlo, constateert de PvdA.

De partij heeft zo zijn zorgen. Bij jongeren doet zich het probleem voor dat games en kansspelen steeds meer met elkaar verweven raken. Binnen games duiken gokelementen op en typische casinospelen als roulette kunnen als spelletje worden gespeeld. Er zijn loot boxes, virtuele schatkistjes gevuld met wapens of voetbalspelers die een zekere waarde in het spel hebben en in het economisch verkeer op geld waardeerbaar zijn. Uit onderzoek blijkt dat één op de twee gamende jongeren online de overstap van gamen naar gokken maakt. Daarbij helpt het uiteraard niet dat online zoekmachines als Google en sociale platforms als Facebook bewust hun medewerking aan dit aanbod verlenen.

Veel partijen constateerden dat de Kansspelautoriteit (KSA) noch over de capaciteit, noch over het instrumentarium beschikt om de stortvloed van het illegale online aanbod te kunnen bestrijden. Ook straks niet, als er nog steeds gehandhaafd moet worden. CDA-senator Sophie van Bijsterveld vreest dat het wetsvoorstel uitwassen niet tegengaat en vooral een kwestie is van wensdenken.

Het aantal risicospelers wordt momenteel ingeschat op 100.000, het aantal daadwerkelijk gokverslaafde probleemspelers op ruim 20.000.

Gokken is spélen met vuur, vertelde SGP-senator Diederik van Dijk. De voorstellen dienen volgens zijn partij slechts de belangen van de kansspelindustrie en vergroten de kans op gokverslaving. ‘Het antirevolutionaire Kamerlid Groen van Prinsterer sprak in 1840: Men stijve de schatkist niet door aanmoediging van een verderfelijke spekulatiegeest. Of in moderner Nederlands: ‘Geen cent in de schatkist door winst uit gokzucht.’

De overheid moet gokzucht dan ook niet vrijgeven, maar indammen, meent Van Dijk. ‘Helaas is daarvan in de onderhavige wetsvoorstellen geen sprake. Formeel is de doelstelling van het gokbeleid nog altijd om gokverslaving tegen te gaan. Maar hoe kun je met droge ogen beweren dat het tegengaan van verslaving bereikt kan worden door een groter aanbod, dat ook nog eens met elkaar gaat concurreren? En dat er ook nog eens speelcasino’s moeten kunnen zijn in ieder deel van het land.’

De VVD benadrukte nog eens dat een wettelijk verbod van online gokken niet werkt. ‘Frits Bolkestein heeft ooit gezegd dat als 100.000 mensen iets willen, dat niet is tegen te houden,’ aldus senator Menno Knip. Knip vindt de huidige preventieladders wel erg ver gaan en sprak over betutteling. “Het is een algehele ontkenning van de verantwoordelijkheid van individuele spelers’.

De verwachting is dat het wetsvoorstel zonder kleerscheuren zal worden aangenomen. Daarmee kan in 2020 voor het eerst legaal online gokken worden aangeboden. De wet wordt na drie jaar geëvalueerd.

Minister voor Rechtsbescherming Sander Dekker wil met de toekenning van vergunning wel een onderscheid maken. Partijen uit het grijze gebied, ook aanbieders die zich in het verleden illegaal op Nederland hebben gericht, kunnen in aanmerking komen voor een vergunning, maar pas na een afkoelperiode van enkele jaren. De cowboys, de malafide aanbieders, krijgen geen vergunning.

De behandeling van het wetsvoorstel is op verzoek van de Kamer na de eerste termijn in afwachting van een brief van de minister geschorst. De Kamer wenst de brief uiterlijk vrijdagochtend ontvangen. De voortzetting van de behandeling vindt plaats op 12 februari.



Lees het volledige bericht op Emerce »

SP wil vergunningstelsel voor maaltijdbezorgers in Groningen

Posted 02 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De SP in de gemeente Groningen wil een vergunningstelsel voor maaltijdbezorgers om te voorkomen dat zij het wettelijk minimumloon omzeilen. De partij noemt expliciet Uber Eats, dat zich niet aan de arbeidsvoorwaarden zou houden en gebruik zou maken van schijnconstructies.

‘De huidige situatie creëert onzekerheid voor werkende, arme mensen. De gemeente mag niet wegkijken. We moeten in een stad waar veel armoede heerst heldere regels opstellen die werknemers beschermen’, aldus fractievoorzitter Jimmy Dijk. Hij heeft hierover ook vragen gesteld aan burgemeester en wethouders, meldt RTV Noord.

Op 15 januari oordeelde de kantonrechter van Amsterdam dat het maaltijdbezorgbedrijf Deliveroo de werkende bezorgers in dienst moet nemen, de collectieve arbeidsovereenkomst moet naleven en niet mag werken met ZZP-schijnconstructies.

De SP stelt: ‘De maaltijdbezorging zorgt voor veel werkgelegenheid. Dat is goed. De keerzijde is dat er bedrijven actief zijn die stukloon betalen en ZZP-schijnconstructies toepassen om zo het wettelijke minimumloon te ontduiken. Dit creëert onzekerheid en werkende armen. Wij willen dat mensen een loon krijgen om van te leven.’

De SP-fractie wil dat mensen die werken voor een bedrijf zoveel mogelijk zekerheid krijgen en dat de arbeidsvoorwaarden goed georganiseerd en nageleefd worden.

Foto: Franklin Heijnen (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »