Posts Tagged ‘rtl’

Nederlanders koploper met terugsturen bestellingen

Posted 24 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Nederlanders zijn koploper wat betreft het terugsturen van bestellingen. Het
retourpercentage van 9 procent is nergens anders in Europa zo hoog. Dat blijkt uit de jaarlijkse E-Shopper Barometer van pakketbezorger DPD, waaruit RTL vandaag citeert.

Na Nederland volgt Groot Brittannië met 8 procent van de online aankopen. De helft van alle teruggestuurde pakjes bestaat overigens uit kleding.

Nederlanders zijn gewend aan het gemak van het terugsturen, zegt onderzoeker Alec Minnema: ‘Nederlanders bestellen vaak verschillende maten en kleuren, je houdt er al rekening mee dat je sowieso een deel terugstuurt. We hebben in Nederland ook veel vertrouwen dat we ons geld ook echt terugkrijgen als we iets terugsturen.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google geeft geld aan RTL, Volkskrant en Beeld en Geluid

Posted 24 jul 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Google’s innovatiefonds voor de journalistiek heeft 750.000 euro toegekend aan Nederlandse projecten van De Volkskrant, RTL Nieuws en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Het Innovation Fund van Google’s Digital News Initiative is bedoeld om…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Google heeft geld aan RTL, Volkskrant en Beeld en Geluid

Posted 24 jul 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Google’s innovatiefonds voor de journalistiek heeft 750.000 euro toegekend aan Nederlandse projecten van De Volkskrant, RTL Nieuws en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Het Innovation Fund van Google’s Digital News Initiative is bedoeld om…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Ariaen de Jong nieuwe directeur MWG

Posted 23 jul 2018 — by Adformatie
Category nieuws

De Jong stapt over van RTL naar MWG om Meindert Jan Krijnsen op te volgen.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Abonnementsmodellen: wat doe je tegen afhakers?

Posted 23 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Meer dan de helft van de online shoppers heeft zich aangemeld voor een of meer (online) abonnementen. Het grootste gedeelte van de inkomsten daarvan gaat naar digitale diensten zoals Spotify en Netflix en zeker 15 procent gaat naar abonnementen waar fysieke producten (scheermesjes, voeding, kleding) tegenover staan. Hoe ontwikkelt de markt zich, welke modellen zijn er en wat is er nodig om succesvol te zijn?

De gehele markt wordt op dit moment geleid door Netflix en in Nederland staat een groeiende groep startups klaar om te vechten om de blijvende aandacht van de klant.

De Markt

Er zijn in Europa meer dan tweeduizend bedrijven die inspelen op de uiteenlopende smaken van de consument. Zij zorgen voor een groei van bijna tweehonderd procent, jaar in jaar uit. Veel bedrijven zitten in de traditionele hoek met producten als voedsel (HelloFresh en Nooma), verzorgingsproducten (Boldking en Parfumado’s), schoonheidsproducten (Styletone en Beautybox) en kleding (Lena en Mud Jeans) – maar er zijn honderden bedrijven met meer onorthodoxe producten die zich richten op de long tail van consumentenproducten, waaronder Legospeelgoed (Pley), mobiliteitsdiensten (Shuttel) en zelfs wasmachines (Bundles).

Snelle groei betekent onzekerheid

De snelle groei van de markt brengt ook onzekerheid met zich mee. Niet alleen haakt 13 procent van de abonnees binnen een jaar af; als men het abonnement opzegt, is de eerdere klant daarna vaak negatief kritisch over het merk. Ook investeerders hebben moeite om bedrijven in de subscription economy te waarderen. Zo werd Blue Apron de IPO-flop (NYSE) van 2017 toen het met meer dan 70 procent in waarde onderuit ging.

Analisten weten zich al helemaal geen raad met dit nieuwe verdienmodel en verklaren de subscription economy de kern van de venture capital bubble. Ze beweren dat de markt verzadigd is, omdat de toetredingsdrempels laag zijn (hebben we echt 53 abonnementsbedrijven nodig die seksproducten aanbieden?), de totale marktomvang voor de meeste van deze bedrijven klein is en veel van de bedrijven grote verliezen vasthouden op hun weg naar winstgevendheid, terwijl het bedrijfsmodel moeilijk te schalen is. Ondanks deze onzekerheden kocht Unilever voor bijna 1 miljard dollar het Amerikaanse succesverhaal in de subscription economy, de 1dollarshaveclub.

Europa kent zijn eigen Blue Apron, HelloFresh. Met boxen met verse maaltijden proberen ze Europa te veroveren. ‘We halen alle niet zo leuke delen uit de ervaring en maken van koken een gewaardeerd onderdeel van je wekelijkse routine’, zo omschrijft oprichter Dominik Richter zijn bedrijf HelloFresh, de maaltijdboxbezorger. De capaciteit om nieuwe klanten te werven is de basis van de waarde van Hellofresh. Geen wonder dat ze door agressieve verkooppraktijk een jaar geleden uitgebreid in het nieuws kwamen. De kosten per nieuwe klant, churn en de gemiddelde levensduur van een klant zijn essentiële variabelen om het succes van een bedrijf binnen de subscription economy te bepalen.

Vreemd genoeg zijn deze getallen niet beschikbaar en valt het zwaar deze bedrijven te waarderen. Het is dan ook begrijpelijk dat investeerders deze aandelen schuwen en dat de koersen schommelen. Totdat duidelijk is welke variabelen dit nieuwe businessmodel waarde geven zal dit zo blijven en blijft het gissen of de groei in abonnementsgedreven businessmodellen waarde toevoegen of dat we een nieuwe bubbel aan het creëren zijn.

De hoge groeicijfers laten zien dat consumenten bereid zijn de switch te maken. Bedrijven laten langzaam de massale benadering van de markt achter zich en richten zich op het toevoegen van waarde. Verkoop geen krant, verkoop het nieuws.

De modellen

Meer dan de helft van de online shoppers heeft een of meerdere (online) abonnementen op digitale en fysieke producten en diensten. En deze subscription economy groeit. McKinsey deed onderzoek (na registratie) naar dit groeiende segment en publiceerde de resultaten vorige maand. De drie vormen van abonnementen zoals door  McKinsey gedefinieerd: voorraad, toegang en curatie. Voor McKinsey is voorraad de eerste vorm van abonnementen. Voorraadabonnementen stellen consumenten in staat om de aankoop van artikelen zoals scheermesjes (Boldking), melk en luiers te automatiseren. Een tweede vorm zijn toegangsabonnementen (member only). Deze geven abonnees voordelen boven niet-abonnees, meestal in de vorm van kortingen op kleding en voedsel (Nooma). De derde vorm, de curatie-abonnementen zijn verreweg het populairst (55%) en zorgen voor een gepersonaliseerde ervaring. Klanten krijgen regelmatig een verrassing thuisgestuurd, meestal in de vorm van verzorgingsproducten (Parfumado), kleding of voedsel.

McKinsey heeft onderzocht welke drijfveer de belangrijkste was in het aangaan, behouden en opzeggen van een abonnement in bovenstaande categorieën. Zo concluderen ze dat het voorraadabonnement vooral om financiële redenen wordt aangegaan, klanten blijven voor het gemak en dat ze afhaken, omdat het te inflexibel is. Bij ‘curatie’ is iets nieuws te  ontdekken; de belangrijkste reden om te starten en maandelijks verrast worden de reden om te blijven. Klanten haken wel af wanneer er voor hetzelfde geld betere opties te verkrijgen zijn.

Retentie als risico

In Amerika vallen op dit gebied de bedrijven Amazon (Subscribe en Save) en Dollar Shave Club op. Deze twee hebben twee keer zoveel abonnees als de nummer 3, Blue Apron (maaltijden). In Nederland probeert bol.com weer haar all-you-can-bestelabonnement aan de man te brengen. Voor 99,- per jaar rekent Bol.com geen verzendkosten op alle bestelde artikelen. Dit is een voorbeeld van een toegangsabonnement dat klanten een voordeel oplevert.

In Europa groeide HelloFresh in 2017 met bijna 70 procent en bediende al 1,5 miljoen huishoudens. Met haar curatiemodel zal HelloFresh moeten blijven verrassen en het bedrijf heeft het daar moeilijk mee als je naar de retentiecijfers kijkt (op basis van Second Measure). Houden bedrijven als Netflix en Dollar Shave Club na twaalf maanden nog 70 procent respectievelijk 60 procent van de klanten vast, bij HelloFresh is de retentie veel hoger en blijft al na drie maanden minder dan 30 procent over.

Blijf verbazen

Overweeg je je product in een abonnementsvorm aan te bieden, denk dan goed na op welke assen jij je klant kunt blijven verbazen. Dit bepaalt je voordeel ten opzichte van concurrenten op middellange termijn. Denk je bijvoorbeeld financieel voordeel te kunnen leveren, dan kies je voor de voorraadoptie, ben je in staat een steeds verrassende optie te leveren dan is curatie een betere keuze. Heb je een extra service die je kernpropositie verbetert, dan kan je je propositie versterken door deze als abonnement (toegang) aan te bieden.

Het is niet gemakkelijk om keer op keer verrassend te zijn en te bewijzen dat je waarde toevoegt. Een recent onderzoek van het economisch bureau van ING maakte op simpele wijze duidelijk dat in Europa vooral Nederlanders kritisch kijken naar de verschillende abonnementsvormen. Met name voor abonnementen op gebruiksgoederen, zoals kleren, maaltijdboxen of elektronica lopen Nederlanders veel minder warm dan inwoners van andere Europese landen. Nederlanders zien er volgens ING simpelweg het nut niet van in: 70 procent vindt ze niet aantrekkelijk, ten opzichte van 40 procent in Europa.

“We kunnen niet met zekerheid zeggen waar dat door komt”, vertelt ING-hoofdeconoom Marieke Blom in reactie aan RTL Z. “Maar we zien wel dat veel mensen een abonnement op een duurzaam product nemen omdat ze het aantrekkelijk vinden dat ze die dan niet in één keer hoeven te betalen. Nederlanders hebben relatief hogere inkomens, waardoor dat een minder belangrijk argument is. Ook doen Nederlanders al veel internetaankopen en werken ze gemiddeld minder uren, waardoor gemak minder belangrijk is.”

Voorraadabonnement voegt minste waarde toe

De abonnementsvorm “voorraad”, waarin op regelmatige basis een item wordt aangevuld, lijkt het minste waarde toe te voegen. Of het nu onderbroeken, bloemen, scheermesjes of zeep is, Nederlanders lopen er niet warm voor. Pas wanneer curatie wordt toegevoegd en toegang wordt gegeven aan nieuwe producten blijkt de consument geïnteresseerd.

Een mooi en simpel voorbeeld in Nederland is Parfumado, een parfum-startup. Een lekkere geur is onlosmakend verbonden met je goed voelen. Maar winkelen voor parfums is frustrerend, verwarrend en inefficiënt geworden. Niet alleen groeit het aanbod elk jaar, in parfumerieën wordt zóveel met parfum gespoten dat alles op elkaar lijkt en een langere periode parfums testen wordt nergens aangeboden. Parfumado heeft meer dan 350 van de mooiste parfums geselecteerd en biedt gebruikers de mogelijkheid om alle nieuwe en klassieke geuren een maand te ervaren voor 14,95 per maand. Doordat Parfumado de gebruiker zowel zelf zijn parfumkalender laat samenstellen als af en toe een cadeau meestuurt, wordt de klant maandelijks verrast met een mooie geur.

Wil je je product of dienst in abonnementsvorm aanbieden, denk dan goed na welke vormen voor jouw bedrijf van toepassing zijn en pas de propositie aan zodat het duidelijk wordt op welke manier er waarde wordt gecreëerd.

De succesfactoren

Neem het Amerikaanse ‘The Dollar Shave Club’, dat iets meer dan een jaar geleden voor meer dan 1 miljard dollar van eigenaar wisselde. Zij wisten op geniale wijze de markt van scheermesjes open te breken met een abonnementsmodel als basis. Met als job-to-be-done: ‘een verzorgd gezicht zonder beschadigingen’. Mensen kopen scheermesjes, deze mesjes moeten vervangen worden en de meeste mensen scheren zich regelmatig. Een perfecte combinatie voor een abonnementsmodel. Zeker als de ervaring van het kopen van scheermesjes in winkels omslachtig kan zijn; ze liggen niet in de schappen maar vaak achter een counter, de verpakking is onduidelijk over het aantal en er zijn nogal wat keuzes die vooral leiden tot stress.

Variabelen voor succes

Het succes van een abonnementsbusiness is te bepalen aan de hand van drie variabelen, de kosten per nieuwe klant (CAC), de gemiddelde duur van het abonnement (CLTV) en de retentieratio.

De Dollar Shave Club (DSC) is als geen ander in de productenabonnementenbusiness een voorbeeld van hoe je deze drie variabelen moet interpreteren. Op basis van geanonimiseerde data van SecondMeasure onderzochten we het verloop van de klanten van DSC.

Na een jaar stabiel

Meer dan de helft van de nieuwe klanten is na twaalf maanden nog steeds klant. Na een jaar vlakt de curve uit en wordt een stabiele lijn zichtbaar. Bovenstaande informatie gaat uit van transacties, vandaar dat in de tweede maand het aantal transacties per klant hoger kan zijn dan in de eerste maand. Veel mensen stelden de levering van hun nieuwe mesjes met een maand uit. Wellicht hadden ze nog een voorraadje.

SecondMeasure.com laat ook de retentiewaarden zien van de vier grootste subscription services, Blue Apron, HelloFresh, TDC en Netflix. Retentie is het vermogen klanten te behouden en te blijven verrassen. Retentie is een van de meest onderbelichte onderdelen van marketing. Waar veel bedrijven energie steken in het aanbrengen van klanten en exact weten wat een nieuwe klant hen kost (CAC) weten maar weinig bedrijven op welke manier ze hun bestaande klanten tot nieuwe aankopen kunnen laten overgaan en wordt retentie als sluitpost gezien.

De benchmark voor bedrijven

De grafiek geeft een duidelijke benchmark voor retentie. Bedrijven in de toegangsbusiness hebben met Netflix een benchmark van een drop-off rate van 30 procent na het eerste abonnementsjaar. In de hoek van fysieke producten  zet DSC de standaard met meer dan 60 procent van haar klanten die ook na de eerste twaalf maanden blijven.

Het verschil met de voedselsector (voorraad en een gedeelte curatie) is dan ook enorm, 20 respectievelijk 15 procent van de klanten van Blue Apron en Hellofresh zijn na een jaar nog klant.

Bedrijven die hun producten in abonnementsvorm proberen aan te bieden hebben een uitdaging om de klant blijvend te verrassen. Vooral producten die in de voorraadbusiness zitten hebben een uitdaging om relevant en zichtbaar te blijven.

Bedrijven die toegang verlenen kunnen redelijk eenvoudig en persoonlijk bepalen welke vernieuwingsgraad er nodig is in hun productassortiment om klanten ook de volgende maand te behouden.

In tien jaar tijd ging Netflix van 0 naar meer dan 30 procent van de inkomsten voor thuisentertainment in de VS, terwijl het tv-kijkerspubliek ondertussen blijft dalen. Transacties evolueren van eenmalig naar herhaaldelijk en organisaties die hun product in abonnementsvorm aanbieden laten een onstuimige groei zien. Netflix, dat met 118 miljoen abonnees in 2017 een groei van 25 procent liet zien, en Spotify, dat met 71 miljoen abonnees een groei van 48 procent zag, zijn de bekende voorbeelden. Minder bekend maar met een groei van 173 procent is de nieuwkomer Peloton, een fitnessdienst, de ontdekking van 2017.

Een propositie die gebruikers toegang geeft tot een bijzondere selectie producten en daarbij een uitstekende gebruikerservaring biedt is de basis voor groei. De sleutel om sneller te groeien en een hoge conversie te bereiken ligt in het aanbieden van een freemium model. 45 procent van de gebruikers van Spotify is ondertussen betaald lid, tegen 0 procent toen ze tien jaar geleden begonnen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hot: onrust op de online datingmarkt

Posted 21 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sinds Facebook een datingfunctie binnen zijn mobiele app heeft aangekondigd, is het onrustig op de online datingmarkt. En klinkt ook hier de vraag: gaan we groot of gaan we niche?

Facebook-topman Mark Zuckerberg had het nieuws nog niet bekendgemaakt of de koers van de beursgenoteerde Match Group, het bedrijf achter Tinder, stortte volledig in. Belangrijkste nieuws van de ontwikkelaarsconferentie F8 was namelijk dat Facebook zich op de datingmarkt wil storten. En anders dan bij de meeste datingdiensten hoeft daar niet voor betaald te worden.

Wie op zoek is naar een partner voor een duurzame relatie – geen slapies,benadrukte Zuckerberg – kan bij Facebook een profiel aanmaken. Dat profiel is niet zichtbaar voor vrienden, en alleen de voornaam en een foto worden gedeeld. Geïnteresseerden kunnen via een speciale chatruimte, dus niet gerelateerd aan Facebook Messenger, contact met elkaar zoeken. Contacten uit je vriendenkring worden niet weergegeven, omwille van de privacy.

Tijdens de presentatie was het bedrijf opvallend scheutig met details. Wanneer de dienst precies beschikbaar komt, is echter nog niet duidelijk. Het mediabedrijf onderstreepte de aanleiding wel veelvuldig: een foto van een Facebook-huwelijk die enorm veel gedeeld werd, deed de platformmakers beseffen dat het een enorme marktkans had laten liggen. Mensen verbinden, dat konden ze al goed, dus waarom zou dat niet lukken met potentiële huwelijkspartners?

De aankondiging komt op een cruciaal moment voor de online datingindustrie, die de laatste jaren een enorme verandering heeft doorgemaakt. Het draait tegenwoordig niet meer om sites, maar steeds vaker om apps. En een belangrijk deel van die apps werkt met Facebook-profielen om de betrouwbaarheid te vergroten.

Dat zo’n grote speler in de datingmarkt stapt, zorgt dan ook voor onrust, met name in de Verenigde Staten, waar de datingmarkt naar schatting zo’n drie miljard dollar waard is.

Match.com
Maar ook aan deze kant van de oceaan zorgde de aankondiging al voor rimpelingen. Het Franse happn, de tweede datingapp op de Nederlandse markt, huurde zelfs een reputatiebedrijf in om een verklaring op te stellen: ‘We zijn verrast door de timing van Facebook, gezien de recente controverse rondom het bedrijf en het feit dat privacy juist zo belangrijk is als het aankomt op daten en persoonlijke relaties.’ De missie blijft om de ‘echte wereld met online te verbinden’ en daar doet nieuwe of oude concurrentie niets aan af, aldus happn.

Andere grote datingplatforms hadden een minder defensieve houding. Hinge constateerde dat Facebook ‘duidelijk inspiratie aan ons heeft ontleend en niet de kant heeft gekozen van de (goedkope) veegapps’, Bumble op zijn beurt suggereerde dat Zuckerbergs bedrijf wellicht kon samenwerken om de datingplatformen veiliger en krachtiger te maken.

‘Prettig om te zien dat Facebook zich bij onze missie aansluit en ook streeft naar betekenisvolle relaties in plaats van eindeloos en zielloos vegen’, reageerde ook het Nederlandse Inner Circle, dat inmiddels wereldwijd 900.000 gebruikers heeft. CEO David Vermeulen ziet eigenlijk vooral voordelen. “Facebook maakt online daten acceptabel.”

Vanuit de Match Group, het moederbedrijf van onder andere Tinder, bleef het stil, en niet zonder reden. Het is zonder twijfel de grootste speler op de markt met ook andere merken als Match.com, Plenty of Fish en OK Cupid. Een nettoverlies in het vierde kwartaal van negen miljoen dollar tegenover een winst van 73,8 miljoen een jaar eerder maakte geen enkele indruk op beleggers, want de omzet nam stevig toe, mede dankzij de groei van vlaggenschip Tinder. Deze datingapp heeft maar liefst vijftig miljoen gebruikers, waarvan er bijna een half miljoen betalen voor premiumdiensten. Dertig procent van de omzet van Match.com komt bovendien van betalende gebruikers van Tinder. En daar moet de hele datingindustrie het dus van hebben: 26 procent van de relatiezoekende Amerikanen, meer dan een kwart dus, betaalt voor een datingdienst.

Tinder is de pionier op het gebied van de zogenoemde veegapps. Als je iemand leuk vindt, veeg je naar rechts en zo niet, naar links. Bij een match kun je onderling chatten. Waarmee een nieuwe standaard werd gezet, in de wandelgangen ook wel vleeskeuring genoemd, die alom navolging vond. Zij het met belangrijke nuances.

Rendement
Een opmerkelijke spin-off van Tinder is Bumble. Opgezet door Whitney Wolfe Herd, die Tinder enkele jaren terug succesvol dagvaardde voor seksuele intimidatie en een schikking trof voor één miljoen dollar. Met dat geld werd samen met oprichter en CEO Andrey Andreev van Badoo een nieuw bedrijf opgezet, dat alles biedt dat Tinder heeft laten liggen, zoals een marktplaats voor platonische vrienden. Onder de noemer Bumble Bizz stortte het bedrijf zich bovendien ook op de recruitmentmarkt. Met resultaat: inmiddels zijn 22 miljoen gebruikers aangehaakt op de diensten.

Het eerder genoemde Franse happn kijkt veel meer naar de fysieke locatie. De gebruiker ziet enkel of er andere gebruikers zijn in een straal van 250 meter. De andere persoon verschijnt dan, onherkenbaar, in de tijdlijn. Je kunt iemand groeten, maar alleen wanneer via een wederzijdse like je identiteit wordt onthuld.

Sommige van de apps leunen dus al sterk op Facebook. Zoals de in 2014 gestarte app Hinge. Die koppelt niet willekeurig vreemden aan elkaar, maar laat alleen mogelijke matches zien van mensen die Facebook-vrienden met elkaar delen. Iets dat Zuckerbergs bedrijf dus zelf niet gaat doen.

Belangrijk gegeven is dat Facebook niet eens enorm hoeft te investeren in het datingplatform. Het beschikt immers reeds over uitgebreide profielen van ruim één miljard gebruikers. Wanneer relatievoorkeuren bekend zijn, kunnen adverteerders hun boodschappen daar nog beter op afstemmen. Maar dat is niet alles. Millennials besteden namelijk veel meer tijd in datingapps dan aan Facebook: in de VS gemiddeld zo’n tien uur per week. En als gebruikers langer in je app verblijven, gaat het rendement omhoog.

Impact
Blogger Eric Klaassen schreef in 2012 samen met Marcelino Lopez het boek Liefde in Tijden van Facebook. De aankondiging van het patform verbaast hem allerminst. “Je ziet al geruime tijd dat sociale media steeds vaker voor dating wordt gebruikt. Ik heb mij wel eens afgevraagd waarom TMG van Hyves geen relatiesite heeft gemaakt. De Belgische tegenhanger Netlog is namelijk opgegaan in Twoo en dat is zeer succesvol verlopen.”

Wel moet Facebook volgens hem uitkijken dat het niet te veel diensten gaat aanbieden. “Je ziet dat het bedrijf lang niet met alles succesvol is. Gebruikers willen geen kerstboom van diensten die allemaal net niet voldoende zijn.”

Volgens Klaassen is het nog lastig in te schatten wat de stappen van Facebook, met bijna tien miljoen Nederlandse gebruikers, precies gaan betekenen voor de Nederlandse markt.

De relatiemarkt is hier niet erg groot. Eén op de drie vrijgezellen doet aan online dating en veertien procent van alle Nederlandse stellen kent elkaar via internet, blijkt uit cijfers van het CBS. Drie op de tien gebruikers van een datingsite betaalt, zij het niet veel: jaarlijks gemiddeld 64 euro.

De Match Group lijkt de Nederlandse markt stevig in handen te hebben. Dochter Lexa.nl zit aan een kleine half miljoen gebruikers, maar via Tinder zouden 1,5 miljoen Nederlanders worden bereikt. Relatieplanet van TMG heeft nog geen kwart miljoen gebruikers. Plus: in 2016 ging Pepper.nl van RTL naar MatchMedia, het bedrijf achter 50plusmatch en match4me, mogelijk omdat 80.000 gebruikers domweg niet interessant genoeg waren voor grote mediabedrijven.

Bij elkaar opgeteld geeft de Nederlandse markt een beetje het Hyves-gevoel. Geen van de traditionele relatiesites is het gelukt om echt groot te worden met datingapps. Sterker nog: ze verliezen marktaandeel. e-Matching, de vierde datingsite van Nederland, schat dat het dertig procent van zijn verkeer is kwijtgeraakt aan datingapps als Tinder. De beide oprichters, de broers De Konink, hebben een reorganisatie moeten doorvoeren om het hoofd boven water te houden.

Jasper Jan de Konink verwacht wel enige impact van Facebook op zijn datingdienst voor hoger opgeleiden. “Wij reageren daarop door optimale service te bieden, onder meer via telefonische ondersteuning. Dat zie ik Facebook niet doen. Dating wordt niet hun belangrijkste activiteit, daar steken ze niet dezelfde energie in als wij dat doen.

50-plussers
Net even anders zijn, is de manier om het hoofd boven water te houden, zegt ook blogger Klaassen. Hij noemt Paiq en The Inner Circle als voorbeelden van Nederlandse spelers die zich aardig staande hebben weten te houden in de datingmarkt. Laatstgenoemde breidde recentelijk uit naar San Francisco, Toronto en Los Angeles. “Onze gebruikers zijn ‘Tinder-tired’ en zoeken naar een selectiever gezelschap om zo een betere match te vinden”, zegt CEO David Vermeulen, die wel moet toegeven dat de markt lastig is. De sites verdienen amper aan advertenties en moeten het hebben van premiumdiensten. Gebruikers blijven maar even. Het hoogseizoen voor online daten in Nederland begint zo rond 27 december, met een piek rond 7 januari. Sommige datingwebsites zien dan een verviervoudiging van de inschrijvingen. Op basis van gesprekken met deskundigen en de analyse van mediabestedingen kwam omroep WNL hierop tot een omzet van 25 tot 45 miljoen euro. Dat kan natuurlijk zomaar veranderen als Facebook op de markt verschijnt.

Relatieplanet maakt zich niet al te veel zorgen, zegt manager Willem van Grasstek. “Het moge duidelijk zijn dat Facebook met zijn innoverende vermogen en uitgebreide klantenbestand de potentie heeft om een belangrijke concurrent te worden. De functionaliteiten die ze in eerste instantie willen gaan aanbieden, zijn vooralsnog weinig vernieuwend en worden nu ook al door vele spelers op de datingmarkt aangeboden. Uit eigen onderzoek blijkt daarnaast dat Nederlandse online daters veiligheid en betrouwbaarheid erg belangrijk vinden, en laat Facebook nu net op deze vlakken ernstig tekort zijn geschoten.”

Ook analisten van beleggersplatform Motley Fool zijn er niet meteen van overtuigd dat het socialmediabedrijf in deze markt gaat slagen, al was het maar omdat het geen first mover advantage heeft. De site wijst hierbij op Workplace, dat tot nu toe geen serieuze bedreiging is gebleken voor collaboratieapp Slack.

Daar komt bij dat de gemiddelde leeftijd van Facebook-gebruikers steeds verder omhoog gaat. Gebruikers onder de 35 jaar voelen zich meer thuis bij Instagram. Facebook zal dus maar een deel van de datingmarkt kunnen bedienen.

Datingcoach Meredith Golden vermoedt zelfs dat Facebook vooral gescheiden mannen en vrouwen van boven de veertig zal aanspreken, die zich minder aangetrokken voelen tot andere diensten. Deze groep is minder groot dan de jongere generatie daters, maar groeit jaarlijks met twaalf procent.

Volgens experts liggen hier juist kansen. Ook Van Grasstek (Relatieplanet) verwacht dat online daten de komende jaren nog groter zal gaan worden, met name omdat de voordelen worden ingezien door een steeds groter wordende groep oudere singles. Kort na de aankondiging van Facebook lanceerde de uitbater van Lexa.nl dan ook prompt een nieuwe Nederlandse dienst, gericht op 50-plussers.

Videochat
Overleven op de datingmarkt betekent je onderscheiden. Waar datingapps als Tinder en happn zich richten op foto’s, slaat e-Matching een meer interactieve richting in door videochatten mogelijk te maken. Skype- of WhatsApp-gegevens hoeven hiervoor niet uitgewisseld te worden. De leden hebben op deze manier rechtstreeks (peer-to-peer) en beveiligd videocontact. Mooi hieraan, stelt het bedrijf, is dat men zich zo niet kan verschuilen achter oude of verkeerde foto’s: ‘What you see is what you get’.

Datingbot
Datingsite Lexa.nl lanceerde vorig jaar naar eigen zeggen als eerste datingsite een virtuele coach die singles helpt bij het vinden van een geschikte partner: de Lara Bot. Deze tool is de afgelopen maanden al experimenteel uitgerold op de Europese datingplatforms van moeder Meetic. Zo wordt de registratie met behulp van de chatbot succesvoller afgerond en zijn er zo’n tienduizend matches gesuggereerd doordat de bot continu door alle gedetailleerde profielen van leden scant. Ook stelt zij specifieke vragen om de betekenis van een zin of specifiek woord te achterhalen.

Nepprofielen
De Nederlandse datingmarkt kent ook een schimmige kant. Onlangs heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) invallen gedaan bij diverse bedrijven achter datingsites. Het vermoeden bestaat dat deze bedrijven consumenten voor de gek houden met nepprofielen. Tot een ontmoeting komt het dan uiteraard niet.

Ondernemer Julius Krechting lijkt de spin in het web van ten minste tweeduizend datingsites met nepprofielen in Nederland en Denemarken. Toen zijn naam opdook in een uitzending van NCRV/KRO werd snel de gedragscode aangepast waarin tot in detail wordt beschreven hoe klanten wel verleid, maar niet misleid mogen worden. Woorden als daten, liefde, relatie, afspreken en samenwonen mogen niet gebruikt worden. Woorden als flirten, fantaseren, rollenspel, vreemdgaan en dromen waren wel akkoord. Niet lang daarna moest zijn bedrijf The Right Link wegens de negatieve publiciteit zijn activiteiten staken. Wel zou het in Eindhoven gevestigde bedrijf werken aan een ‘klantvriendelijker’ product.

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#166).

Beeld: Annemarie Gorissen (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dennis van Luling van VI naar RTL: ‘Weer de breedte in’

Posted 20 jul 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Een jongensdroom noemt Dennis van Luling zijn baan bij voetbalmagazine Voetbal International. En toch houdt hij het er na bijna twee jaar als adjunct-hoofdredacteur voor gezien. Per ingang van 1 september gaat Van Luling als chef online aan de slag bij…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Zo zetten Ford, ING en Brabantia dynamic social video in

Posted 20 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

De socialmediafeeds van je vrienden zien er waarschijnlijk heel anders uit dan die van jou. Logisch, want we hebben allemaal een unieke mix aan voorkeuren en interesses. We worden dan ook niet graag over één kam geschoren met een berg andere mensen. Waarom zou je als merk kiezen voor dezelfde video voor al je doelgroepen, als je deze persoonlijker en relevanter kan maken? Deze drie cases laten zien hoe je video dynamisch wordt.

Grootschalige dynamic-video-primeur voor Ford

Voor Ford maakten we op grote schaal dynamische video’s die specifiek zijn afgestemd op interesses, gedrag en demografische kenmerken. Een primeur: Ford was de eerste in Europa die op deze schaal dynamische video’s op Facebook inzet. Om de video’s te personaliseren, combineerden we Facebookdata met data-inzichten van Ford. Bijvoorbeeld verkoopdata om te bepalen welke kleuren we per model inzetten.

Het videoconcept was simpel. We namen de USP’s van de automodellen als uitgangspunt en zochten naar opvallende stockvideo’s om die onder de aandacht te brengen. In een van de video’s zie je twee kindjes op fietsjes tegen elkaar oprijden. Een schattig filmpje dat mensen aan het lachen maakt en tegelijkertijd hun nieuwsgierigheid wekt. Daarna zien mensen een model dat past bij hun interesses. Dit baseren we op hun persoonlijke profiel (iemand heeft de website van Ford al eens bezocht en een bepaald model bekeken) of een look-a-like-profiel (uit ervaring weten we dat iemand met een bepaalde kenmerken waarschijnlijk interesse heeft in een bepaald model). De boodschap bij de botsende kindjes? Model ‘X’ beschikt wél over automatische remmen. Simpel, snel en vermakelijk.

Het resultaat was een stijging van 9 procent in de merkvoorkeur en een daling van de kosten per geconfigureerde auto van 62 procent.

Inspelen op het weer voor Brabantia

Videoproducties zijn vaak kostbaar. Laat staan dat je voor miljoenen gebruikers een video op maat ontwikkelt. Dat is nu deels verleden tijd. Een dynamic-video-campagne voor droogmolens van Brabantia laat de kracht van schaalbaarheid extra goed zien. Uitgangspunt is Brabantia’s inzicht, dat mensen het vooral op mooie dagen zonde vinden om hun droger te gebruiken. Met data op postcodeniveau werden dynamische video’s gemaakt met een boodschap als ‘Het is vandaag droog in Someren. Dus ga lekker naar buiten en droog je was puur natuur.’ De campagne heeft enkel gedraaid op de dagen dat het droog was. Wanneer het bewolkt was werd er een advertentie met een wolk getoond, op zonnige dagen de versie met de zon. Postcodegebieden waar relatief weinig mensen een tuin hebben, sloten we uit. Daarmee besteden we ons advertentiebudget zo efficiënt mogelijk. Deze campagne heeft gedraaid in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, maar dankzij dynamic video maken we ‘m met een paar eenvoudige elementen toch heel persoonlijk. De eerste resultaten zijn veelbelovend. In deze campagne zorgde de dynamische videolink-advertentie voor 28 procent meer kliks dan een dynamische linkadvertentie.

Brabantia Dynamic Video Linkad:

Brabantia – Dynamic Linkad:

Media-stitching voor ING

ING maakte een online doorvertaling op een TV-campagne die een schoolvoorbeeld is van de richting die dynamic video opgaat. Het creatieve concept van de grijze haren-campagne voor ING Beleggen gaat uit van het idee dat je grijze haren krijgt van allerlei beslommeringen, zoals een onverwachte regenbui of een raar besluit van je lokale gemeenteraad. Dus dan wil je niet ook nog grijze haren krijgen van je beleggingen. In deze campagne gebruikten we weerberichten en lokaal nieuws om onze boodschap zo specifiek mogelijk te maken. Een iets complexere uitvoering, omdat we elke dag de highlights uit het nieuws moesten doorvertalen naar een creatieve boodschap.

De succesfactor van deze campagne was niet alleen de lokale herkenbaarheid, maar ook het feit dat mensen dezelfde (soort) boodschap op meerdere plekken terugzagen. Voor de grijze haren-campagne koppelden we social advertenties aan offline middelen. In dit geval digital out of home: de videoscherm-abri’s op bijvoorbeeld treinstations.

Slim automatiseren

Deze cases werkten met honderden varianten. Dat vraagt om slimme automatisering, anders ben je alsnog een fortuin kwijt aan het klaarzetten en beheren van al die varianten. Daarvoor gebruiken we LemonPi, een tool die automatisch beschikbare data en bijvoorbeeld productfoto’s verzamelt, op basis waarvan Smartly.io een videoadvertentie klaarzet op Facebook en Instagram met de mix aan elementen die het best past bij een bepaalde persoon. Smartly zorgt vervolgens ook voor nieuwe inzichten en automatische optimalisatie, waardoor dynamische video’s steeds beter op de doelgroep afgestemd kunnen worden.

Van dynamische animaties naar échte dynamische video’s

Dynamische video’s zitten nog lang niet aan hun maximale potentie, maar we zijn op de goede weg. De belangrijkste aandachtspunten volgens ons? Verlies het merk en de centrale boodschap niet uit het oog. Minstens zo belangrijk is de aansluiting met de rest van de campagne. Door dynamische (social) video’s aan te vliegen als onderdeel van een crossmediaal campagneconcept, zorg je voor een goede integratie en consistentie. Dynamische invulling van social video’s is dan ook geen doel op zich, maar een manier om een campagneboodschap op een efficiënte manier relevanter te maken.

Dit artikel is samen geschreven met Nathan van der Horst.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Na het Maps-debacle mijden we Google Cloud’

Posted 20 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

De recente onverwachte prijsstijging van Google Maps maakt sommige startende ondernemers terughoudend om Googles diensten te gebruiken. “We houden afstand tot hun cloud”, leggen de mensen achter inderapotheke.de uit.

In een gedetailleerde blog zetten Bartłomiej Owczarek en Tomasz Nawrocki uiteen waarom ze voorzichtig worden met Google. Niet uit puur verzet tegen de prijsstijging van Maps of andere onvrede. De ondernemers waken ervoor om als start-up al hun eieren in de mand van Google te leggen. Anderen moeten dat ook doen, menen ze.

Inderapotheke is een Poolse start-up die op een landkaart aangeeft bij welke apotheek welke gezochte medicijnen beschikbaar zijn. Die dienst leunt zwaar op Google Maps. De reden daarvoor is simpel: zakelijk gebruik van de landkaarten was altijd gratis, tot afgelopen maandag.

Google maakt Maps onderdeel van zijn Cloud-product en meet iedere call op de API’s. De meesten worden ook gefactureerd. Dat heeft twee redenen. Ten eerste is het een nieuwe geldstroom, ten tweede dwingt het techbedrijf alle zakelijke gebruikers zich te identificeren. Tot deze week waren de eerste Maps-gebruikers niet bij name bekend.

De Polen gingen op onderzoek uit en vergeleken Google Maps met Mapbox, TomTom, Apple Maps, Here Maps, OpenStreetMap, Azure Maps en MapTiler. MapTiler en Mapbox eindigden op de shortlist van vanwege een grote investering van Softbank daarin kozen ze uiteindelijk voor Mapbox.

Hun grotere conclusie klinkt: “De plotselinge beleidswijziging van Google was een onaangename verrassing voor ons. Het draagt niet bij aan het vertrouwen in Google als verkoper. Daarom houden we vanaf nu gepaste afstand tot Google Cloud en vermijden diepe integraties met diensten waarmee ze dezelfde truc weer kunnen uithalen.”

Foto: freesharer (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bestseller Group neemt belang in About You

Posted 20 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

De eigenaar van de Deense retailer Bestseller.com legt 300 miljoen dollar op tafel voor een belang in online kledingwinkel About You.

Het Europees werkende kledingconcern stapt als nieuwe aandeelhouder in tegen een waardering die About You de status van een eenhoorn geeft. Dat is een hippe term voor een waardering van een miljard euro of meer. Hoe groot het aandelenpakket is dat Bestseller verwerft, wordt niet verteld.

Ook de zittende aandeelhouders German Media Pool, Seven Ventures en de drie directieleden doen in deze ronde mee. OTTO Group, waar About You uit is ontstaan, houdt de meerderheid van de aandelen.

De concurrent van Zalando wil het geld gebruiken om zijn groei te versnellen. Zo moet het personeelsbestand in Hamburg over drie jaar zijn verdubbeld tot negenhonderd.

Naar verwachting groeit de netto omzet dit jaar van 283 miljoen naar ergens tussen de 450 en 480 miljoen euro.

De man achter Bestseller.com (o.a. Vero Moda, Jack&Jones), en de holding daarboven Heartland A/S, is ondernemer Anders Holch Povlsen. Eind 2016 nam hij het belang van RTL Ventures in modeplatform Miinto over voor tientallen miljoenen euro’s.

Foto: Sigfrid Lundberg (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Draadloze snellader met USB-C Hub

Posted 20 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Hyper, een fabrikant van accessoires voor onder meer Apple-producten, introduceert naar eigen zeggen ‘s werelds eerste draadloze snellader met geïntegreerde USB-C Hub. De lader is geschikt voor zowel Apple- als Android-toestellen.

Draadloze telefoonladers bestaan al enige tijd voor Android-toestellen, maar met de komst van de iPhone 8 en X is er een grote groep gebruikers bijgekomen. De draadloze laders die gemaakt zijn voor Android-toestellen van merken als Samsung en Huawei, werken met 5 of 10 watt om snel te kunnen laden, maar de iPhone heeft 7,5 watt nodig. Wanneer een iPhone op een draadloze lader voor Android-toestellen wordt gelegd, dan schakelt de beveiliging het snelladen uit en zal de telefoon alleen langzaam opladen.

Een tweede uitdaging voor Apple-laders, volgens Hyper, is de warmte die ontstaat bij draadloos laden. Als de temperatuur te hoog wordt, raken iPhones oververhit.

De snellader van Hyper is geschikt voor de iPhone en Android-telefoons laden en zorgt er ook voor dat de temperatuur constant blijft.

Naast de gecertificeerde draadloze snellader, biedt de Charge&Hub een USB-C hub met acht verschillende poorten, waaronder een 4k HDMI-aansluiting, een Gigabit Ethernet-aansluiting, drie USB-A 3.1 gen 1 aansluitingen, een SD-kaartlezer en een USB-C-poort met laadfunctie tot 100 watt.

De HyperDrive Charge&Hub is per direct beschikbaar voor 159,99 euro bij onder andere Coolblue, Bol.com en Media Markt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Leapp gered door Nobel Capital, maar buitenlandse expansie van de baan

Posted 19 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Leapp, de winkelketen voor opgeknapte tweedehands Apple-producten, maakt een doorstart. Minstens 100 van de 170 arbeidsplaatsen zijn hierdoor gered. Dat bevestigt Pieter Schroeder van de nieuwe eigenaar Nobel Capital tegenover RTL Z.

Leapp komt in handen van investeringsmaatschappij Nobel Capital, die interesse heeft in de markt voor hergebruikte spullen. Ook oprichter Van Camp blijft als aandeelhouder en bestuurder bij de onderneming betrokken. De plannen voor het buitenland worden evenwel geschrapt.

Niet alle winkels blijven open: van de 24 winkels gaan er veertien door. De winkels in onder meer Almere, Apeldoorn en Tilburg gaan dicht.

Het faillissement van Leapp kwam begin juni als een grote verrassing, al was er flink wat kritiek op de te hoge prijzen.

Vorig jaar blaakte Leapp nog van gezondheid, althans zo leek het. In 2016, een jaar nadat Gilde als meerderheidsaandeelhouder was binnengehaald, was het bedrijf al uitgegroeid tot 22 vestigingen in Nederland, België en Duitsland. Vooral Duitsland moest voor groei gaan zorgen. Het bedrijf had in dat jaar een omzet van ruim 20 miljoen euro en 170 medewerkers. De 24ste winkel werd afgelopen april in Delft geopend.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Instagram-proof ontbijt is potentiële goudmijn voor horeca’

Posted 18 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ontbijten buiten de deur raakt meer en meer in trek in de Nederlandse economie. Voor horecaondernemers ligt hier een kans. Zorg er dan wel voor dat het design van het ontbijt geschikt is om op Instagram te delen.

Amerikanen lopen op ons voor als het gaat om buiten de deur ontbijten. Het zit ook in de cultuur. Enkele jaren geleden was ik in Portland, Oregon op vakantie en gingen we ’s morgens de binnenstad in. Wat opviel: een leger aan vooral jongere mensen ontbeet buiten.

Ontbijten buitenshuis groeit

Ook in Nederlandse binnensteden wordt steeds meer buitenshuis ontbeten: werd in 2009 nog slechts drie procent van de consumenten een of meer keer per week buiten de deur wakker bij zijn ontbijt, in 2016 was dit percentage meer dan verdrievoudigd naar tien procent. Een op de tien consumenten – wie weet zijn het er inmiddels al meer – ontbijt dus graag buitenshuis. Dat kan bij ontbijtrestaurants en koffietentjes, maar steeds vaker ook bij ketens als McDonalds.

Voor meer horeca-ondernemers is de populariteit van het ontbijt een kans. Door als lunchroom of restaurant een ‘nieuw’ eetmoment aan te bieden, kun je – mits je het goed aanpakt – meer omzet maken en de vaste kosten over meer uren en omzet verdelen. Cafetaria-keten ‘Kwalitaria’ voerde deze strategie eerder succesvol uit door naast het diner ook lunch aan te gaan bieden. Kwalitaria deed dit via een een samenwerking met lunchroom Délifrance, wiens producten een plekje in een aantal vestigingen kregen van Kwalitaria. De aanpak werkte. De betreffende Kwalitaria-winkels gingen beter draaien. Dergelijke samenwerkingen kunnen horeca-ondernemers ook rond een ontbijt inzetten.

Groei consumptie en gedrag millennials

Er liggen meerdere trends ten grondslag aan de stijging van het ontbijten buiten de deur. Zo hebben mensen de laatste jaren weer meer te besteden, en hebben zij ook het benodigde vertrouwen om extra inkomen daadwerkelijk uit te geven. Bovendien hebben millennials een sterke affiniteit met het eten buitenshuis. Sterker nog: één op de drie millennials in Nederland eet minimaal één keer per maand buitenshuis. Samen geven zij in een jaar tijd 428 miljoen euro uit aan ontbijten buiten de deur. 20% van de millennials eet zelfs minimaal een keer per week buiten de deur, wat aanzienlijk hoger eis dan de huidige oudere generaties. De verwachting is dat deze gewoonte alleen maar zal groeien als milennials de komende jaren aan het werk gaan en meer te besteden zal hebben dan ervoor.

Dat millennials graag buitenhuis eten, komt mede door hun behoefte aan gemak. Zo constateerde het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) dat millennials aanmerkelijk minder tijd aan voorbereiding, presentatie en opruimen van eten en drinken besteden dan de oudere generatie.
Zij vinden het echter wél van belang dat wat zij voorgeschoteld krijgen, er goed uitziet; millennials ontlenen hun identiteit vanuit food en kunnen dit delen. Liefst 69% van de millennials maakt een foto of video van hun eten en drinken en plaatst dit op social media, blijkt uit Canadees onderzoek door Mary/Matchbox. Dat maakt het nog aantrekkelijker om buiten de deur te ontbijten.

De Amerikaanse fastfoodketen Taco Bell begrijpt begrijpt dit fenomeen. Bij de lancering van een nieuw ontbijtmenu gaf Taco Bell 1000 consumenten een telefoon, waarbij ze de opdracht kregen allerlei foto’s met Taco Bell-snacks op Twitter en Instagram zetten. Met name laatstgenoemde kanaal lijkt zeer geschikt voor dergelijke foto’s.

Een belangrijke les hieruit voor horeca-ondernemers: wanneer je ontbijt aanbiedt, besteedt veel aandacht aan de opmaak, en maak dit zo ‘Instagrammable’ mogelijk. Deze term is in opkomst in de food-wereld, bewijst bijvoorbeeld deze website vol met ‘Instagrammable’ foto’s van ontbijt en lunch in de Amerikaanse stad Charlotte, North Carolina.

Winkelgebied

Overigens hoef je als restaurateur niet in je eentje aan de slag. Natuurlijk wil je als individuele ondernemer de strijd winnen van de concurrentie, maar onderschat ook niet de kracht van verschillende ondernemers in een winkelgebied die goede ontbijtmogelijkheden aanbieden – eventueel in samenwerking met elkaar. En natuurlijk is het belangrijk eerst huiswerk te doen: is de demografie g op een bepaalde locatie geschikt voor een ontbijtmenu? Dit zal in een grote stad eerder het geval zijn dan in een klein plaatsje.

Wanneer meer ondernemers in een winkelgebied hierop inzetten, kan dit een positief effect hebben op de gezelligheid in een winkelgebied en daarmee op alle horecaondernemers. Maar dan nog steeds geldt: denk aan Instagram.

Ik wacht nog even af en kijk om me heen. Welk winkelgebied transformeert het eerst in het nieuwe Portland?



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marco Ruivenkamp Managing Director Benelux SpotX

Posted 17 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Marco Ruivenkamp gaat het Benelux kantoor van videoadvertentieplatform SpotX aansturen. Binnen SpotX, dat onderdeel is van de RTL Group, wordt Ruivenkamp verantwoordelijk voor de verdere groei van SpotX in Nederland, België en Luxemburg.

De aanstelling van Ruivenkamp hangt samen met meer investering in programmatic adtech-oplossingen voor televisie, personeelsuitbreiding en klantretentie. In het eerste kwartaal van 2018 heeft SpotX een groei van 43 procent gezien.

Ruivenkamp was betrokken bij het videoplatform LoopMe en had hij de leiding over alle digitale en programmatic activiteiten bij mediabureau MEC. Daarnaast heeft hij diverse internationale leidinggevende posities bekleed bij onder meer Turn, Tapps en Yahoo.

Bij SpotX neemt Ruivenkamp de rol over van Jeroen Rutte, die na het vertrek van Elwin Gastelaars de functie op interimbasis heeft bekleed.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Agile bij NS International: zo boekt het Retentieteam succes

Posted 16 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Dat het Retentieteam van NS International een jaar geleden begonnen is met agile werken, heeft zijn vruchten afgeworpen. Een hogere e-mail opt-in percentage en conversieverbetering op herhaalaankopen zijn slechts twee van de successen. Maar wat voor veranderingen brengt deze aanpak op de werkvloer? Een blik op de praktijk.

Na de invoering van agile bij onze IT-ontwikkelteams zijn wij met Retentie één van de eerste businessteams die ook de omslag heeft gemaakt. Hierdoor is onze scope groter dan voorheen en zijn wij met bredere onderwerpen bezig. Kort gesteld, wij vragen ons de hele dag af waar onze klant écht blij van wordt. In kleine, multidisciplinaire teams vertalen wij (klant)inzichten naar aannames die vervolgens getoetst worden middels kortlopende experimenten. Elk experiment of idee moet bijdragen aan de hoofd-KPI van het team: het verhogen van het aantal boekingen onder bekende klanten. Om deze KPI te behalen, richt het team zich aan de ene kant op salesactiviteiten en aan de andere kant op het verbeteren van services en diensten. Er vanuit gaande dat een hogere klanttevredenheid leidt tot een herhaalaankoop.

Het werken in multidisciplinaire teams is één van de belangrijkste en positiefste veranderingen. Het huidige team bestaat uit twee retentiemarketeers, een data-analist, een propositiemarketeer en een ontwikkelaar vanuit het bureau waarmee wij nauw samenwerken. Hierdoor is er geen sprake van silovorming en hebben we alle kennis en kunde om te kunnen experimenteren op onze hoofd-KPI. Ons team is bovendien autonoom, waardoor we geen afhankelijkheden hebben en sneller kunnen schakelen. De Growth Owner van ons team bewaakt de KPI en visie terwijl ik, als Scrum Master, vooral de snelheid verbeter en obstakels probeer op te lossen.

Voortdurende analyse

Dat er een data-analist in het team zit, zorgt voor een enorme versnelling. Voorheen werden er data-analyseverzoeken ingediend op basis van onze aannames en vermoedens of als we een campagne in kaart wilden brengen. De resultaten daarvan kreeg je een aantal weken later. Nu zit de data-analist dicht op het vuur en ziet hij sneller interessante inzichten en kan hij continu verdiepende analyses uitvoeren. Waardoor onze experimenten scherper worden en we fact-based werken. En we beter in staat zijn om experimenten tussentijds bij te sturen als er nieuwe inzichten vanuit de data naar boven komen.

Wij weten bijvoorbeeld dat de gemiddelde reisfrequentie voor een internationale treinreis 1,7 keer per jaar is. Dus onze aanname was dat we tot een paar maanden na de reis moesten wachten met het benaderen van klanten met een commercieel aanbod voor een volgende treinreis. Uit data-analyse bleek echter dat klanten vlak na hun reis al een nieuwe boeking maken. Hierdoor is ons beeld over het aankoopproces van klanten radicaal veranderd. Hier hebben wij onze e-mailcampagnes dan ook op aangepast.

Een andere aanname was dat klanten geen e-mail willen ontvangen over een bestemming waar zij via ons al geweest zijn. Hierdoor werden bepaalde groepen klanten uitgesloten van e-mailcampagnes. Een experiment wees echter uit dat klanten juist openstaan voor een e-mail over een bestemming waar zij al eens geweest zijn. Door dit te doen, verbeterde zowel de klantfeedback als het conversiepercentage van de e-mail. Zonder een data-analist die echt deel uitmaakt van ons team, waren we niet zo snel tot dit inzicht gekomen.

Gelijk naar de praktijk

Agile werken brengt naast de vrijheid om te experimenteren ook prettige routines met zich mee. Zoals de daily stand up, het dagelijkse kwartiertje om de vorige dag te evalueren, vooruit te kijken en blokkades te signaleren. Super transparant. Aan elke sprint gaat ook een swarming-sessie vooraf, een zeer intensieve sessie waarbij het team een dag(deel) samen een probleem of onderwerp aanpakt. Tijdens een swarming-sessie wordt alle data, klantinzichten en andere hulpmiddelen op tafel gegooid en wordt er met volledige focus naar gekeken. Met als doel nieuwe inzichten op te doen en deze in de komende sprints te toetsen door middel van experimenten. Erg inspirerend!

Door het Agile werken zijn wij ook minder bezig met grote en langlopende projecten. Wij sturen steeds meer op kleinere projecten die stapsgewijs worden uitgebouwd. Waarbij alle learnings die tussentijds worden opgedaan meteen worden toegepast. Of het nu een foutje is of een succesje, elke learning voegt waarde toe.

Een concreet voorbeeld is dat wij wilden weten waarom klanten geen tweede boeking bij ons deden. Hiervoor hebben wij tijdens een swarming-sessie tien klanten mét herhaalboeking en tien klanten zónder herhaalboeking naast elkaar gelegd. Door de verschillen in contactmomenten, timing en aanbod met elkaar te vergelijken, wilden we tot inzichten komen. Zo bleek het grootste verschil tussen beiden groepen dat de klanten met een herhaalboeking vaker een e-mail van ons hebben ontvangen, omdat ze een commerciële opt-in hebben. Op basis van dit inzicht, hebben we de totale opt-in flow in kaart gebracht en stapsgewijs verbeterd om zo het aantal commerciële opt-ins te vergroten. Onder andere door de aanmeldingsformulieren en webpagina’s aan te passen. En ook de verschillende e-mails om de opt-in te bevestigen, zowel op content als op timing. Daarvoor hebben we altijd een A/B-test lopen.

En met succes. Sinds de invoering van de uiteindelijke – of beter gezegd voorlopige – verbeteringen zijn er zeventien procent meer aanmeldingen en zeven procent minder afmeldingen voor onze nieuwsbrieven

Een ander succesverhaal is de optimalisatie van onze ‘Boeking-Alert’ campagne. Deze campagne is opgezet als service richting klanten die ver van tevoren hun ticket willen boeken. Tickets zijn maximaal vier tot zes maanden vooruit te boeken en de voordeligste tickets zijn vaak als eerste uitverkocht. Om onze klanten nog beter van dienst te zijn, kunnen zij hun e-mailadres achterlaten en ontvangen zij een bericht zodra hun ticket te boeken is. Zo hoeven zij hier zelf niet meer aan te denken én maken ze kans om die voordelige tickets te boeken. Deze campagne wordt zeer goed beoordeeld. Soms zitten er echter tussen het aanvragen en ontvangen van de alert meerdere maanden. Door middel van een experiment kwamen wij erachter dat de conversie en beoordeling van de campagne verhoogt door het toevoegen van een extra contactmoment. Zo blijven wij top of mind bij de klant en laten wij weten dat we hen niet vergeten zijn. De conversie hebben wij daardoor met vijf procent zien stijgen.

Innovatiedagen

Deze manier van werken vraagt ook om een andere mindset. Wij nemen namelijk niet elk idee meteen mee in een sprint, maar beoordelen ze op basis van effort, impact en bereik. De ideeën die het hoogst scoren, worden als eerst opgepakt. Hierdoor blijven de leuke en innovatieve ideeën soms liggen, omdat die op korte termijn te weinig impact hebben ten opzichte van andere ideeën. Zonde, want als organisatie willen en moeten we ook op langere termijn blijven innoveren.

Als oplossing hiervoor hebben wij een innovatiesprint in het leven geroepen waarbij wij als team een sprint lang één of meerdere innovatieve ideeën oppakken die we anders lieten liggen. Dat is ook nog eens ontzettend leuk om te doen. Ook is in samenwerking met de businessteams en IT-ontwikkelstraten een volledige innovatiedag gehouden, waarbij op basis van klantinzichten nieuwe ideeën zijn aangedragen.

Impact op de klant

Het mag duidelijk zijn dat ik erg tevreden over deze manier van werken. Je hebt samen met je team een heel duidelijk doel en weet dus precies waarvoor je naar je werk komt iedere dag. En je leert bovendien erg veel: sinds de start is het aantal experimenten met een factor zeven toegenomen. Mede hierdoor lopen we zeventien procent voor op target. Belangrijker nog wellicht is dat de happiness score, die je als team bijhoudt om bij te kunnen sturen, heel hoog is. Het is dan ook onwijs leuk om te zien dat wat jij met je team doet echt impact heeft op de klant.



Lees het volledige bericht op Emerce »