Posts Tagged ‘reuters’

Vergelijkers in Google Shopping: wat zijn de gevolgen?

Posted 22 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het hoge woord is eruit: Google is van plan andere vergelijkers een plekje te geven op het Google Shopping platform. Voor veel adverteerders is het de grote vraag wat de gevolgen zijn voor hun campagnes. Tot nu toe roept dit vooral negatieve reacties op. Hoewel er nog veel onduidelijk is over de exacte invulling, zijn er wel al een aantal voorspellingen te doen.

Persbureau Reuters geeft aan dat Google andere vergelijkers de mogelijkheid geeft om te bieden op posities in de Product Listing Ads (PLA’s) via een veilingsmodel. Tot nu toe roept dat vooral negatieve reacties op. Hoewel er nog veel onduidelijk is over de exacte invulling, zijn er wel al een aantal voorspellingen te doen.

Gevolgen voor Google Shopping

Volgens de huidige berichten zal Google andere vergelijkers de mogelijkheid geven om te bieden op posities in de Product Listing Ads (PLA’s). Dat gebeurt dan via een veilingsmodel. Zeker omdat veel vergelijkers actief zijn in bijna alle (bekende) retailcategorieën zullen de prijzen én posities binnen Google Shopping onder druk komen te staan.

Daarnaast heeft het ook een sterk effect op de zichtbaarheid wanneer er een grote vergelijker aan de ‘concurrentie’ wordt toegevoegd. Met de budgetten – op basis van meerdere kleinere webshops – kunnen ze stevig concurreren.

Naar verwachting blijft de positie van Google Shopping sterk. In de meeste voorspellingen wordt ervan uitgegaan dat vergelijkers moeten bieden op een positie. Vaak zal er dan voor Google Shopping worden gekozen. Voor veel adverteerders is het niet aantrekkelijk om zowel via Google Shopping als via een vergelijker te adverteren. Dit omdat hier meer controle is over de advertentie en kosten, maar ook omdat een vergelijker het product van een (directe) concurrent kan laten zien.

Gevolgen voor adverteerder en vergelijker

Kleine tot middelgrote adverteerders zullen naar alle waarschijnlijkheid het meeste gebaat zijn bij de introductie van vergelijkers op Google Shopping. De Cost Per Sale-afrekening (CPS) die sommige vergelijkers tegenwoordig bieden, stelt adverteerders in staat om de concurrentie met grotere adverteerders (en hun grote budgetten) aan te gaan. Zeker wanneer een reguliere Google Shopping campagne niet rendabel is voor deze adverteerder. Een CPS-oplossing is voor de kleinere adverteerder de ideale mogelijkheid om met een zekerheid van efficiëntie het bereik én de zichtbaarheid te vergroten.

Voor grotere adverteerders roept dit nieuwsbericht alleen maar meer vragen op. Zij zijn namelijk nu al vaak op beide kanalen te vinden. Gaan zij nu met zichzelf concurreren via Google Shopping? Komt er een mogelijkheid om adverteren via Beslist.nl op Google Shopping te (contractueel) te weigeren?

Voor affiliates is het al mogelijk om via Google Shopping te adverteren, wat tot nu toe laat zien dat het voornamelijk interessant is om op non-branded en/of generieke termen af te rekenen op CPS-basis. Wanneer het gaat om specifieke producten is het in veel gevallen interessanter om een bod op basis van CPC te doen. Zo kan de CPC op marge of relevantie worden gestuurd.

Wanneer vergelijkers mee kunnen draaien in de veiling heeft dit een groot effect op de kosten, maar ook op de zichtbaarheid en sales. Sommige vergelijkers verwachten een verdubbeling van het aantal clicks en sales – al is dit lastig te voorspellen. Wat wel vaststaat is dat het in alle CPC-oplossingen minder aantrekkelijk zal zijn om via een vergelijker te adverteren. Zowel Google als de vergelijker zullen namelijk altijd kosten rekenen voor de advertentie.

Resultaat: meer valkuilen dan voordelen?

Hoewel het begrijpelijk is dat vergelijkers de mogelijkheid willen om te concurreren met Google Shopping betekent een eventuele wijziging in de samenstelling van dit kanaal niet veel goeds voor de gemiddelde adverteerder. De concurrentie wordt verstevigd, CPC’s worden verhoogd en er is een grote kans dat een adverteerder met zichzelf concurreert. Daarnaast is het de vraag hoeveel inzicht vergelijkers kunnen geven: in de prestaties van een product in Google Shopping en hoe vaak er producten van concurrenten zijn vertoond.

Enkel de kleine- tot middelgrote adverteerder, die weinig tot geen budget heeft voor Google Shopping-campagnes, kan gebaat zijn bij deze oplossing van Google. Door op basis van CPS te adverteren is het financiële risico van deze vorm van adverteren klein. Maar ook in dat geval blijft het de vraag hoe een vergelijker kiest voor een product en of dit extra druk op verkoopprijzen binnen het platform legt. Het lijkt er momenteel op dat er meer valkuilen zijn dan voordelen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Microsoft ook lid van Coalition for Better Ads

Posted 22 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Microsoft is het volgende grote bedrijf dat zich aansluit bij de Coalition for Better Ads, een internationaal initiatief om de meest storende internetreclames van de markt te weren.

Deze bedrijvengroep kwam tot stand als reactie op de snelle toename van het gebruik van adblockers. Digitale consumenten begonnen zich te weren tegen irritante, nietszeggende reclameboodschappen.

Microsoft heeft zich vooral aangesloten vanwege Bing Ads.

Andere leden van de Coalition for Betters Ads (CBA) zijn onder meer AppNexus, BVDW, Facebook, Google, GroupM, IAB, News Corp, Omnicom Media Group, P&G, Unilever, The Washington Post en Thomson Reuters.

Ook het Nederlandse JustPremium is recent lid geworden van de Coalition for Betters Ads.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google wil veiling voor prijsvergelijkers op zijn platform

Posted 18 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google laat voortaan prijsvergelijkers toe op zijn platform via een veilingsysteem om tegemoet te komen aan de eisen van de EU. Dat meldt Reuters op basis van anonieme bronnen.

Google kreeg deze zomer een torenhoge boete opgelegd omdat het concurrerende productvergelijkers benadeelde. Tot nu toe was het zo dat gebruikers die via de zoekmachine van Google zochten op bepaalde producten, bovenaan de pagina een product-overzicht zagen staan van Google Shopping. Googles eigen vergelijkingssite kwam daarbij prominenter in beeld dan concurrerende vergelijkingssites.

Een veiling neemt het bezwaar weg dat Google zelf prijsvergelijkers moet selecteren, maar heeft als nadeel dat alleen vermogende partijen toegang krijgen tot de Product Listing Ads.

De veiling is nog een voorstel dat door de EU moet worden geaccepteerd. Drie jaar geleden stelde Google ook al iets dergelijks voor toen het aan wilde sturen op een schikking. Google heeft in het nieuwe voorstel twee posities ingeruimd voor zijn eigen prijsvergelijker.

Moeder Alphabet gaat overigens in beroep tegen het besluit van de EU.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Next level funding: IPO of alternatief?

Posted 16 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wil je als start-up of scale-up groeien, dan heb je vaak extern kapitaal nodig. Van investeerders, via een beursgang of anderszins. Wanneer kies je nu voor een IPO? En wanneer niet? En welke alternatieven zijn er, zowel op dit moment als in de toekomst?

“Er gaat te veel geld om in venture capital en te veel slimme mensen jagen op te weinig geweldige entrepreneurs”, zo luidt een gevleugelde uitspraak van de Amerikaanse durfkapitalist Dan Levitan. Dit geldt zeker voor de situatie in de Verenigde Staten. Techreuzen als Google en Intel pompen exorbitante bedragen in de markt, op de voet gevolgd door bedrijven als Comcast, Salesforce, Cisco, GE en Bloomberg. Waarbij grote spelers als Apple, Microsoft, Facebook en Amazon als venture capitalist overigens aanzienlijk minder met hagel schieten dan concurrent Google.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de VS meer dan genoeg groeigeld beschikbaar is. Google Ventures alleen al heeft een paar miljard dollar te besteden. Toch maken die miljarden ongedurig, want voormalig CEO Bill Maris beklaagde zich ooit dat start-ups veel te lang wachten met een beursnotering. “Ik zie bedrijven die weigeren een notering aan te vragen, om redenen die ik nauwelijks begrijp”, aldus Maris. “Dat leidt tot minder geld, meer angst en nog meer voorzichtigheid. Sommige bedrijven leggen de lat zelfs zo hoog dat ze het zichzelf onnodig moeilijk maken. Daardoor kunnen ze veel geld verliezen.”

De Europese markt is er volgens Maris eentje van eb en vloed. Met vorig jaar een hoge mate van angst. Zo durfden veel kansrijke start-ups toen vanwege de overvolle aandelenmarkt de stap naar de beurs niet te zetten, aldus beleggerssite MarketWatch. Door de financiële onrust zakte het aantal beursintroducties in de eerste helft van 2016 dan ook met 56 procent ten opzichte van een jaar eerder. Start-ups zouden vooral bang zijn dat beleggers hun bedrijf op de publieke beurzen minder hoog waarderen dan investeerders in de private markt. Tegelijk ligt er wel degelijk veel geld voor het oprapen, want volgens The Wall Street Journal waren er vorig jaar 149 private start-ups met een marktwaarde van één miljard dollar of hoger.

Droomwens
Toch hebben start-ups wereldwijd vorig jaar aanzienlijk minder durfkapitaal opgehaald bij private financiers dan een jaar eerder: 140,6 miljard dollar, een daling van circa tien procent. Niet alleen daalde het aantal transacties fors (van bijna 18.000 deals in 2015 tot ruim 13.500 transacties vorig jaar), in de VS kelderde bovendien de waarde van de investeringen: van 79 naar 69 miljard dollar. In Azië en Europa bleven de investeringen goeddeels stabiel.

“Private financiers zijn selectiever geworden”, stelt Daniël Horn van KPMG Innovative Start-ups. “Ze denken langer na over mogelijke investeringen en zijn vooral geïnteresseerd in start-ups met een aantoonbare strategie om winstgevendheid te genereren. Jonge bedrijven realiseren zich dat ze kritisch naar hun bedrijfsvoering moeten kijken om investeerders te kunnen aantrekken. Die zoeken bedrijven met tractie. Een paar getekende opdrachten kunnen daarbij net het verschil maken.”

“Het aantal Nederlandse start-ups dat daadwerkelijk hardop nadenkt over een beursgang is enorm beperkt”, zegt Remco Janssen, die dergelijke bedrijven ondersteunt met zijn bureau Proudly Represents en het online platform Silicon Canals. “Het bekendste recente voorbeeld is Takeaway.com, maar andere partijen – zoals Adyen – willen niet naar de beurs of worden voortijdig opgeslokt.”

Het van oorsprong Nederlandse opensourceplatform GitLab haalde vorig najaar nog twintig miljoen dollar op. “Ons uiteindelijke doel is om over een aantal jaar naar de beurs te gaan”, aldus medeoprichter Sid Sijbrandij die tegenwoordig kantoor houdt in San Francisco. “Dat lukt de meeste start-ups niet, dus moeten we ervoor zorgen dat we echt uniek zijn.”

Janssen verwacht echter niet dat een start-up als GitLab uiteindelijk ook echt een beursgang zal maken. “Zo’n partij wordt opgekocht door Amazon. Het is toch meestal een kwestie van buy or die.” De meeste ondernemers hebben volgens hem een aandachtsspanne van hooguit vijf jaar. Naar de beurs gaan klinkt voor hen als een droomwens, maar in de praktijk is de reden van dit soort transacties bijna altijd hetzelfde: het geld is op. “Of anders zijn er problemen, is er stront aan de knikker. Start-ups met een uniek product dat écht niemand anders heeft, zijn heel schaars. Denk dan vooral aan zeer specialistische medische techbedrijven.”

Meelopers
Floyd Sijmons, managing director en co-founder van Helpling Netherlands, sluit zich bij de scepsis van Janssen aan. “Persoonlijk vind ik dat je alleen een beursgang moet doen als je het geld echt nodig hebt om extreem op te schalen. Bovendien moet je businessmodel zich daar natuurlijk voor lenen.” Vooral de enorme hoeveelheid werk die erin zit plus de kostbare administratieve rompslomp ziet hij als grote nadelen. “Ook drukt het flink op de voortgang van je resultaten op korte termijn. Het moet consistent beter gaan, terwijl het vaak juist logisch kan zijn om in die fase nog even te investeren in toekomstige groei en niet per se in groei per kwartaal.”

Volgens Ronald Kleverlaan, oprichter van CrowdfundingHub, weten veel investeerders vaak niet eens precies waar ze in stappen. Hij noemt het voorbeeld van een converteerbare lening. “Minder ervaren investeerders denken dat ze daarmee heel veilig een lening afsluiten, maar in feite is het wel degelijk een soort aandeel met een hoog risico.”

Menig investeerder is volgens hem dan ook uitermate volgzaam, een soort meeloper. “Ze investeren wanneer er al een grotere groep heeft geïnvesteerd, omdat ze dan denken dat het wel goed zit. Dit kan goed uitpakken, maar het blijft belangrijk om zelf een goede afweging te maken.”

Veel startende ondernemers beschouwen venture capitalists vaak als doel op zich. “Niet alle ondernemingen zijn hiervoor geschikt. Business angels zoeken vooral naar risicovolle beleggingen. Snelgroeiende bedrijven die het liefst rap internationaal kunnen schalen, wat zeker niet voor alle start-ups geldt.”

Het gros van de investeerders stapt volgens Janssen zelfs in zonder doorwrochte kennis van zaken. “Iedereen wil graag een beetje start-upinvesteerder spelen. De vuistregel is echter dat tien procent van de start-ups slaagt, wat het een behoorlijke gok maakt. En dus hangen veel start-ups al snel aan het investeerdersinfuus.”

Takeaway.com
Er zijn in ons land hooguit een paar écht deskundige angel investors, meent hij. “Heel gechargeerd zijn dat alleen Marcel Beemsterboer en Arthur Kosten. Veel andere investeerders doen maar wat. Ik ben niet pessimistisch, maar de start-upmythe mag best eens worden doorgeprikt. Geef startende ondernemers geld en ze gaan achterover leunen. Niet voor niets zijn de beste ideeën op een zolderkamertje ontwikkeld. Het gaat erom dat je een bedrijf bouwt en succesvol bent. Waardebepaling van start-ups is daarnaast gewoon heel lastig.”

Recente beursgangen tonen aan dat start-ups vaak ook te hoog worden gewaardeerd. “Aan de beursgang van Takeaway.com ging een aantal mislukte investeringsrondes vooraf”, zegt Janssen. “Kijk ook naar hun positie: het derde platform van Europa, met relatief oude technologie en concurrenten die beter presteren met bezorging. Natuurlijk stijgt de beurskoers direct na de lancering, maar daarna doen beleggers de aandelen weer massaal van de hand. Een patroon dat je altijd terug ziet komen. Bij de beursgang van Snap was dat niet anders, ook die koers zakte uiteindelijk in.”

Wie niet naar de beurs gaat en onvoldoende in beeld is bij grote vc-fondsen, kan kiezen voor alternatieve vormen van financiering. Crowdfunding biedt wat dat betreft steeds serieuzere kansen, bevestigt Kleverlaan van CrowdfundingHub. “Crowdfunding is veel laagdrempeliger dan bij een bank aankloppen, voor zover dat al opgaat, en kan soms ook flinke sommen geld opleveren. Neem Peerby, dat in pakweg een week twee miljoen euro ophaalde.” Crowdfunding wordt volgens hem ook steeds meer serious business. Zoals bij de relatief kleine Britse brouwerij BrewDog, die in meerdere rondes zo’n 25 miljoen pond ophaalde en onlangs werd gewaardeerd op één miljard pond. “Zij hebben kleine investeerders verleid met leuke gimmicks, zoals een membershipcard.”

Blockchain
In tegenstelling tot de Amerikaanse markt is er in Europa veel minder geld beschikbaar. Kleverlaan: “Je vindt in Nederland dan ook nog te weinig start-ups met meer dan een miljoen euro aan investeringsgeld. De komende jaren gaan dat soort bedragen steeds vaker wel lukken via crowdfunding. Aansprekende b2c-bedrijven met een grote community moeten in staat zijn om pakweg tien miljoen euro op te halen bij de eigen crowd. Van een populair bedrijf als Coolblue kan ik me voorstellen dat ze op die manier makkelijk honderd miljoen euro uit de markt kunnen halen.”

Om kleine bedrijven die nog niet naar de beurs kunnen toch iets te bieden, zijn er equity crowdfunding platforms als Seedrs, SyndicateRoom en Crowdcube. “Daar kunnen ook miljoenendeals worden gesloten”, stelt Kleverlaan. “In Nederland hebben we zelfs een soort minibeurs, de NPEX, waar bedrijven als Fastned en Wagamama actief zijn. De meeste start-ups vragen er bewust minder geld dan 2,5 miljoen euro, omdat dat de grens is waarboven de AFM bedrijven verplicht om met een prospectus te komen.”

Sowieso is het zaak dat startende entrepreneurs zich niet gek laten maken. “Over het algemeen is altijd het advies: haal zo laat mogelijk investeringen op”, aldus Sijmons (Helpling). “Hoe verder je komt zonder investeerders, hoe waardevoller je bedrijf is en hoe meer funding je krijgt voor minder equity.”

Volgens Kleverlaan liggen er op termijn ook enorme kansen voor Initial Coin Offerings, kortweg ICO’s. Daarbij gaat het om de uitgifte van een nieuwe crypto-currency of specifieke tokens voor het financieren van projecten of ondernemingen, doorgaans in de fintech- of blockchainindustrie. “Dat is echt next level”, stelt hij. “Met ICO’s wordt investeren nog interessanter en sneller, maar die markt is nu nog totaal ongereguleerd.” Het bedrijf Bancor, dat een protocol ontwikkelt voor een nieuwe generatie cryptovaluta’s, haalde hiermee zelfs 150 miljoen dollar op in een paar uur tijd. “De kracht van blockchain is tevens dat het certificaten goed bewaakt en eigendom goed vastlegt, zonder dat je daarbij een notaris nodig hebt.” Tegelijk is de exclusiviteit van het systeem ook een groot nadeel, concludeert Kleverlaan. Want handel in Bitcoins of Ethers kan alleen binnen het eigen platform plaatsvinden.

Spotify
Spotify lijkt het anders te willen aanpakken dan andere bedrijven die naar de beurs gaan. De streamingdienst mikt volgens Reuters op een direct listing bij de New York Stock Exchange. Dit betekent dat de muziekdienst de beurs wil betreden zonder een Initial Public Offering (IPO), wat de gangbare methode is. Bij een IPO leidt een zakenbank de verkoop van nieuwe aandelen tegen een vooraf vastgestelde prijs. Bij een direct listing verkoopt de nieuwe toetreder geen nieuwe aandelen, maar worden bestaande aandelen te koop aangeboden. Daarmee vervalt de zakenbank als verplichte tussenpersoon. Als deze direct listing doorgaat en een succes wordt, zouden andere bedrijven kunnen volgen en is dat een klap voor handelsbanken – en daarmee voor de beurshandel als geheel. Tegelijk zijn direct listings ook risicovol, omdat de prijs alle kanten op kan schieten. Bij een IPO zorgt de prijsstelling vooraf voor stabiliteit. Voor relatief onbekende beursgangers is een direct listing sterk af te raden.

Druk
Deelplatform Peerby probeert uiteenlopende financieringsvormen uit. De start-up is opgebouwd met groeigeld van VC-fondsen, maar koos vorig jaar voor crowdfunding. Met succes, want in een week tijd werd maar liefst twee miljoen euro opgehaald. “Veel meer dan we hadden kunnen dromen”, zegt oprichter Daan Weddepohl. “Crowdfunding past bij een consumentendienst als de onze. We hebben echte fans en het bedrag dat we vroegen was niet veel te hoog. Ook was direct helder wat we met het geld gingen doen: uitbreiden in het buitenland.” Het bedrijf teert nog steeds op die publieke funding.

Een IPO zit er voor Weddepohl echt niet in. “Dan moet je behoorlijk groot zijn en een heel hoge waardering hebben. We kijken wel met interesse naar ICO’s, die nemen een enorme vlucht. Ik vlieg zelfs naar Londen om een congres over cryptofinancing bij te wonen. Met crowdfunding krijgen wij voor 70 procent geld van mensen die al lid zijn, terwijl je met een ICO een andere doelgroep bereikt.”

Een van de grootste bezwaren van start-ups tegen een beursgang is de druk van aandeelhouders om rendement te halen op de korte termijn. Toch ziet Weddepohl ook daar ruimte: “Een bedrijf als Etsy heeft als B-corp een beursnotering gekregen aan NASDAQ. Die constructie houdt in dat je als bedrijf niet verplicht bent om altijd aandeelhouderswaarde bovenaan te zetten.”

* Dit artikel verscheen eerder in het septembernummer van Emerce magazine (#160).

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

JustPremium lid van Coalition for Betters Ads

Posted 14 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Nederlandse JustPremium is lid geworden van de Coalition for Betters Ads, een internationaal initiatief om de meest storende internetreclames van de markt te weren.

Het bedrijf is naar eigen zeggen de eerste Nederlandse partij die zich aansluit bij het iniatief dat Google vorig jaar met zestien andere partijen presenteerde. JustPremium gebruikt zijn aanwezigheid op vakbeurs dmexco dit jaar om zijn lidmaatschap van de coalitie uit te drukken.

Andere leden van de Coalition for Betters Ads (CBA) zijn onder meer AppNexus, BVDW, Facebook, Google, GroupM, IAB, News Corp, Omnicom Media Group, P&G, Unilever, The Washington Post en Thomson Reuters.

Deze bedrijvengroep kwam tot stand in response op de snelle toename van het gebruik van adblockers. Digitale consumenten begonnen zich te weren tegen irritante, nietszeggende reclameboodschappen die hen letterlijk confronteerden. Omdat adblockers meestal niet erg genuanceerd worden ingezet, begonnen de alarmbellen te rinkelen bij de grote tech- en mediabedrijven. Met de oprichting van de CBA als gevolg.

Momenteel ligt de aandacht vooral nog op het verzamelen en testen van alle variaties reclameformats en het adviseren over de inzet daarvan. Naar verwachting zullen deze adviezen uiteindelijk als prescriptief worden aangenomen. Ze worden leidend voor de opzet van de adblocker in Google Chrome.

Directeur Operaties Dennis Pekel legt aan Emerce uit: “Door het uitvoeren van consumentenonderzoek en het actief uitdragen van bevindingen, beoogt CBA bedrijven die deel uit maken van het online advertising ecosysteem te stimuleren om de online beleving van consumenten te verbeteren.”

JustPremium is in vijf jaar tijd uitgegroeid van een – in eigen bewoording – lokale gerichte rich media marketplace tot een bedrijf met drieduizend aangesloten publishers, elf kantoren en negentig medewerkers.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe iPhone wellicht te duur voor Chinezen

Posted 12 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het toestel is nog niet eens aangekondigd, maar Chinese consumenten reageren nu al terughoudend op de nieuwe Apple iPhone X, die vermoedelijk iets van 1000 dollar gaat kosten. Dat is twee keer het gemiddelde maandsalaris in China.

Groot China, inclusief Taiwan en Hong Kong, is een belangrijke markt voor Apple, goed voor 18 procent van de omzet over het laatste kwartaal. Apple is niet het belangrijkste merk, maar wel het enige buitenlandse na Huawei, Oppo, Vivo en Xiaomi.

Apple kampt al met teruglopende omzetten, tot 10 procent in de eerste helft van dit jaar. Het laatste model iPhone 7 deed het minder goed in China omdat het erg veel op zijn voorgangers leek.

Mogelijk komen partijen als Alibaba en JD.com consumenten tegemoet met betaalregelingen, schrijft Reuters.  Consumenten kunnen dan in termijnen afbetalen.

Apple kondigt de nieuwe iPhone vanavond aan. Naast de dure iPhone X wordt een nieuw model van de iPhone 7 verwacht. Die zal wel veel goedkoper zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Naspers behoudt belang in Tencent

Posted 28 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nederlander Koos Bekker van het Zuid-Afrikaanse Naspers, ooit een grote uitgever van kranten, wil zijn belang van 33 procent in de Chinese internetgigant Tencent voorlopig niet kwijt. Dat belang is intussen 132 miljard dollar waard, meer dan Naspers zelf.

Aandeelhouders hebben aangedrongen op verkoop van het belang in het Chinese bedrijf achter WeChat, eigenlijk net zoals dat het geval was met Yahoo, waarvan de waarde vooral werd bepaald door het belang in Alibaba.

Topman Bekker verzet zich echter tegen de plannen, vertelde hij vorige week tegen Reuters. ‘We krijgen dat advies om te verkopen al vanaf de dag dat Tencent naar de beurs ging in 2004.’ En dat wil hij niet want de som der onderdelen is wat hem betreft belangrijker.

De beurswaarde van Naspers explodeerde destijds van 231 miljoen naar 114 miljard dollar. Met dat geld heeft Nasper onder meer kunnen investeren in e-commerce bedrijven als Letgo en OLX, een soort Marktplaats voor India en Brazilië.

Tencent had overigens geen mooie kwartaalcijfers. De e-commerce poot noteerde een verlies van 682 miljoen dollar.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Amazon wil concertkaarten gaan verkopen’

Posted 11 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amazon wil in de toekomst ook concertkaarten verkopen, in ieder geval in de Verenigde Staten. Dat meldt Reuters op basis van verschillende bronnen.

Het bedrijf zou reeds in gesprek zijn met concertzalen, theaters en sportevenementen.

Amazon zou kansen zien omdat kaarten voor concerten en evenementen aan de dure kant zijn. Marktleider in de VS is Ticketmaster, onderdeel van Live Nation Entertainment.

In Groot-Brittannië verkoopt Amazon al wel kaartjes, maar alleen voor theatervoorstellingen in West End.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Opleving van e-mail bij (online) uitgevers: wat brengt het ze?

Posted 02 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

E-mail dood? En social media effectiever voor het bereiken van lezers? Zowel traditionele als jonge uitgevers zetten e-mail weer massaal in. Of het nu Blendle, Quartz of de New York Times is, met hun updates en contentcuratie houden ze iedereen op de hoogte van lezenswaardige stukken. Maar hoe succesvol zijn ze daarin? En levert het ze ook iets op?

Meer dan 700 duizend mensen hebben zich geabonneerd op de ‘Morning brief’ van The New York Times. Quartz verstuurt de ‘Daily brief’ op zijn beurt aan zo’n 200 duizend geïnteresseerden. De e-mail maakt een kleine opleving door – dat kun je gerust zo stellen. Niet alleen grote mediabedrijven hebben door dat ze met hun berichten veel verkeer kunnen genereren. Er zijn ook tal van nieuwe online uitgevers die het postvak-in ontdekken.

Misschien wel het bekendste voorbeeld daarvan is The Skimm – een ‘Daily’ met daarin een samenvatting van het belangrijkste nieuws. Zo’n vijf miljoen abonnees lezers ontvangen de e-mails dagelijks. Lenny Letter (500 duizend abonnees) en The Hustle (300 duizend abonnees) doen vrijwel hetzelfde. Redacteurs verzamelen de in hun ogen interessantste artikelen en sturen die (vaak voorzien van duiding) toe. Adverteerders en ook investeerders staan ervoor in de rij.

Redactionele e-mailservice blijkt zeer succesvol

Dat al die uitgevers hiervoor mensen vrijmaken is niet voor niets. Onderzoek van Andrew Jack – zelf ‘Chief curator’ bij de Financial Times – laat zien dat de berichten zeer goed worden gelezen en de links veel worden aangeklikt. De redactionele e-mails informeren, leren iets en zijn vermakelijk. En voor de bedrijven nog belangrijker: ze zorgen voor naamsbekendheid, online en offline lezers en dragen bij aan de verkoop van abonnementen.

Van de uitgevers die Jack in het kader van het Reuters Institute Visiting Fellowship sprak, blijken brief.me, The New York Times en The Economist erg succesvol. Met een ‘open rate’ van ongeveer 50 tot 60 procent scoren de partijen goed. Anderen, zoals Blendle en Quartz, zitten daar met 40 procent net onder.

Het voordeel voor redacties is terug te leiden tot een aantal elementen. Allereerst is er de distributie zelf. Iedereen leest dagelijks zijn e-mail, met het groeiende aandeel van mobiele lezers neemt dit alleen maar toe. Dat er met het verzamelen van gebruikersdata steeds meer mogelijkheden zijn voor personalisatie maakt de e-mail voor beide partijen alleen maar aantrekkelijker. ‘We produceren dagelijks tweehonderd tot driehonderd nieuwe URL’s’, zegt Clifford Levy (The New York Times) in het rapport. ‘Niemand kan dat allemaal lezen. [..] Mensen willen begeleid worden.’ Contentcuratie is daarnaast een meer informele manier om lezer door de informatie-overload te helpen.

Dan Oshinsky (BuzzFeed) ziet e-mail zeker niet als een sexy nieuw platform. ‘Voor mij is e-mail vooral een manier om mensen een actie te laten nemen: het doorsturen van het bericht, openen van de site of downloaden van de app.’ Of zoals Marten Blankesteijn – mede-oprichter Blendle – het verwoordt: ‘Zeker voor nieuwe merken werkt een nieuwsbrief goed. [..] Het is vrij moeilijk om een publiek iedere dag terug te laten keren. Een e-mail blijft in de hoofden van mensen.’

Verdienmodellen

Behalve goed nieuws signaleert Jack ook enkele belangrijke vragen. Net als voor veel andere aspecten van de digitale redactie staat achter het verdienmodel nog een groot vraagteken. Daarnaast is nog niet duidelijk of gebruikers op langere termijn ‘e-mailmoe’ worden. Zeker nu steeds meer uitgevers inzetten op het toesturen van bijvoorbeeld contentcuratie.

De meeste uitgevers gebruiken de e-mails vooral als reclamevehikel of indirecte verkoopmachine. Meer verkeer richting de site betekent uiteindelijk meer succes voor het algemene verdienmodel. Voor een dienst als Blendle zijn de e-mails veel directer van invloed: iedere klik levert het bedrijf immers een micro-betaling op. The Economist, The Browser en brief.me hebben de e-maildienst op hun beurt aangegrepen een nieuwe inkomstenbron aan te boren: de e-mails zijn alleen te lezen wanneer daarvoor een betaald abonnement wordt afgesloten. De Financial Times heeft meerdere gespecialiseerde nieuwsbrieven (onder meer de ‘Free Lunch’ en ‘Brexit Briefing’) en maakt deze alleen beschikbaar voor abonnees. Het zijn extraatjes voor trouwe lezers, de krant hoopt er de band met lezers nog meer mee te versterken.

Zonder concrete cijfers te noemen concludeert Andrew Jack dat bedrijven bijzonder succesvol zijn met e-mail, maar dat de opbrengsten sterk variëren. Daarbij moet worden opgemerkt dat het moeilijk te spreken van algemene trends. De mediaconsumptie verschilt namelijk van land tot land. Zo zijn Griekenland en Brazilië bij uitstek landen waar sociale media worden gebruikt om nieuwe artikelen te vinden. In landen als Turkije, Polen en Korea zijn juist de zoekmachines veelgebruikt. E-mail is op dit moment vooral in België (40 procent) erg populair, Hongarije, Brazilië, Frankrijk en Amerika volgen daarna. Nederland is wat dat betreft een middenmoter.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Digitale advertentiemarkt is duopolie

Posted 31 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

De kwartaalresultaten vorige week van Alphabet (Google) en Facebook maken nog eens duidelijk dat de digitale advertentiemarkt volledig wordt bepaald door twee internetreuzen. Geen enkel ander platform heeft meer dan vijf procent marktaandeel, in elk geval wat betreft de grootste markt, die in Noord Amerika.

De ‘Big Two’, zoals Google en Facebook in de wandelgangen worden genoemd, hebben volgens eMarketer reeds zestig procent van de Amerikaanse online advertentiemarkt in handen. Uiteraard verschillen ze nogal: Google verdient aan zoekresultaten, Facebook aan sociale interactie, maar voor adverteerders maakt dat weinig uit.

Andere partijen zoals Snap (maakt later deze week zijn kwartaalcijfers bekend) en Twitter hebben grote moeite om de advertentiemarkt aan te boren. En ook telecombedrijf Verizon, dat zowel AOL als Yahoo kocht, heeft tot dusverre nog geen deuk in een pakje boter kunnen slaan.

Ook onafhankelijke advertentieverkopers als Rubicon Project en Rocket Fuel erkennen dat de markt lastig is. Adverteerders kopen liever direct bij Facebook en Google vanwege het enorme bereik.

Brian Wieser, analist bij Pivotal Research, waarschuwt bij Reuters voor marktverzadiging. Er zitten duidelijk grenzen aan de groei van de online advertentiemarkt. Dat is de reden dat vooral Facebook nieuwe markten probeert aan te boren, zoals video. Het bedrijf heeft bij Vox Media en BuzzFeed originele content besteld om te kunnen concurreren met YouTube. En de verwachting is dat ook Instagram een videoplatform wordt. Rond die video’s kan uiteraard reclame worden verkocht. Geld dat vooral wordt losgeweekt bij de televisie.

Het duopolie geldt uiteraard niet wereldwijd. In China en Rusland zijn het lokale spelers die de markt beheersen, vaak wel als gevolg van handelsbeperkingen. In China worden Google en Facebook geblokkeerd.

Maar in de VS en Europa is er steeds meer zorg over de marktdominantie van de Big Two. De recente megaboete van de Europese Commissie naar aanleiding van machtsmisbruik rond Google Shopping is daar al een concreet voorbeeld van, maar ook in de VS wordt steeds vaker aangedrongen op strengere regulering.

Facebook en Alphabet hebben goed gevulde oorlogskassen waarmee zij iedere potentiële concurrent zouden kunnen inlijven, vaak nog voordat ze tot volle bloei komen. En als overname niet lukt, zoals bij Snapchat, dan kunnen producten of diensten altijd nog schaamteloos worden gekopieerd.

Herbert Hovenkamp van de University of Pennsylvania, wereldwijd erkend als de specialist op het gebied van mededingingsrecht, verwacht niet dat er wordt ingegrepen zolang de bedrijven keurig langs de regels laveren. Maar acquisities – hoe klein ook – zullen volgens hem straks steeds vaker op een goudschaaltje worden gewogen.

Facebook en Google waren ooit zelf uitdagers: Facebook verdrong Myspace en Google AltaVista, maar die partijen waren relatief klein. Het is nu bijna nog onmogelijk geworden, zeggen experts, om de Big Two echt uit te dagen.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online media laten hoop liggen met sluiten reactieformulier

Posted 24 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Online media verwijderen stuk voor stuk het reactieformulier onder de artikelen. Terwijl ze de lezers betrokken proberen te houden, zeggen ze vanwege het ‘getrol’ niet anders te kunnen. Daarmee laten de bedrijven echter heel wat liggen, blijkt uit cijfers die The Financial Times onlangs deelde.

Dit jaar kwamen alleen het Algemeen Dagblad en de Volkskrant al tot de conclusie in ieder geval tijdelijk het reactieformulier te moeten sluiten. Beide bedrijven hopen het formulier op een later moment in een nieuwe vorm terug te laten keren. In plaats van een hausse aan bijna willekeurige commentaren hoopt de Volkskrant dan een ‘wezenlijk gesprek op gang te brengen met redactie en schrijvers’. Het AD gelooft op zijn beurt nog steeds in een clubgevoel en ‘wisdom of the crowd’.

De bedrijven zijn hierin zeker niet alleen. De lijst van media die de lezersreacties in de ban hebben gedaan wordt steeds langer. Reuters, Bloomberg, techsite The Verge, NRC Handelsblad, Nu.nl en Vice gingen al voor. Zelfs op de website van het Financieele Dagblad – niet bepaald de plek voor reaguurders en uit de hand lopende discussies – beperkte afgelopen najaar de mogelijkheden. Op nog maar een paar artikelen per dag kunnen lezers reageren. Waarom? ‘De tijd die de redactie moet uittrekken om de discussies in goede banen te leiden is redelijkerwijs niet meer op te brengen’, schrijft de krant in een toelichting.

Vrijwillig modereren

Het succes van dat waarvoor de reactieformulieren zijn bedoeld is dus simpelweg te groot. ‘Waarom schakelt de redactie geen vrijwilligers in onder de lezers?’, vraagt een FD-lezer zich daarop af. Het zelfreinigend vermogen van de reageerders is groot, merkt ook een ander nog op. Gek is het niet om dat te denken: van ditzelfde principe maken veel bedrijven immers succesvol gebruik in hun klantcommunities. Daar krijgen de ‘superusers’ – meestal niet meer dan een handvol enorm gedreven gebruikers – de rol van moderator. Iets dat ze heel graag en vrijwillig doen.

Maar voor de meesten blijkt vooral het ‘getrol’, gescheld en de totaal irrelevante commentaren een reden om de reacties buiten de deur te houden. Meestal leidt het er alleen maar toe dat de meest racistische en domme meningen de aandacht krijgen en de genuanceerde reacties ondergaan in de herrie, licht Vice-hoofdredacteur Jonathan Smith toe. En zoals de Nu.nl-hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman al eens zei: ‘We zijn niet op de wereld om conversaties te faciliteren.’ Hij gelooft daarom net als veel andere media in de inhoudelijke lezersbijdragen. De Correspondent vraagt lezers geregeld inhoudelijk mee te denken, Nu.nl verzamelt met succes foto- en videomateriaal.

Reacties leiden tot betrokkenheid

Toch laten de mediabedrijven met hun keuzes veel liggen, zo blijkt uit cijfers van The Financial Times (FT). In reactie op de besluiten van collegabedrijven dook de Amerikaanse uitgever in de gebruikersdata. Concrete cijfers wilde de FT niet delen, maar gebruikers die reageren op artikelen lezen doorgaans meer, blijven langer op de site en komen bovendien vaker terug, zo blijkt. De lezers zijn zeven keer meer betrokken dan de niet-bijdragers meldt Digiday. Of de mogelijkheid om te reageren ook leidt tot extra abonnementen, durft de community manager van de krant niet te zeggen.

Dat de hoge lezersbetrokkenheid tot heel interessante resultaten leidt, blijkt uit een samenwerking tussen de FT en het AD. De Amerikanen schreven rondom de Nederlandse verkiezingen een aantal artikelen over het veranderende politieke klimaat. Via het AD kreeg de financiële uitgave zo’n tweehonderd inhoudelijke bijdragen binnen. Zo’n artikel lokte vervolgens weer negentig commentaren uit.

In het algemeen is de community manager nog het meest verrast door het aantal mensen dat de commentaren leest en niet zelf reageert. Die lezers zijn namelijk ook nog eens zes keer meer betrokken dan de lezers die niet omkijken naar de antwoorden. Volgens de FT is zulke ‘user generated’ content dan ook uiterst nuttig. Voor de journalistiek zelf, voor de lezer en mogelijk dus ook voor het aantal abonnementen dat wordt afgesloten of verlengd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Toegevoegde merkwaarde sociale media valt tegen

Posted 20 Jul 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Uit Brits onderzoek door het Reuters Institute for the Study of Journalism blijkt dat gebruikers die hun nieuws via sociale media tot zich nemen veelal wel het platform onthouden, maar niet welk mediabedrijf het originele bericht produceerde.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Flipkart verhoogt bod op Snapdeal

Posted 18 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

India’s grootste e-commercepartij Flipkart verhoogt zijn bod op concurrent Snapdeal. Het is nu bereid een bedrag tussen de 900 en 950 miljoen dollar te betalen, net iets minder dan wat de investeerders erachter zouden willen.

Dat bericht persbureau Reuters, nadat het eerder deze maand ook al vernam dat het bod van rond de 850 miljoen dollar niet voldoende bleek.

Flipkart biedt op Snapdeals marktplaats en e-commerceprovider Unicommerce, niet op zijn logistieke tak Vulcan Express en betaaltak FreeCharge. Die zouden los kunnen worden verkocht.

Infibeam zou een andere bieder zijn, maar zo melden bronnen aan het persbureau, grootaandeelhouder Softbank zou de voorkeur geven aan Flipkart.

De partij de Snapdeal uiteindelijk koopt, begeeft zich op een agressieve markt waarin Flipkart en Amazon om de gunsten kampen van de lokale consument.

Foto: Ashish Bharti (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Nog hogere boete voor Google vanwege misbruik Android’

Posted 06 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Europese Commissie overweegt Google opnieuw een boete op te leggen, ditmaal voor machtsmisbruik van het Android systeem. Een panel bestudeert de aanklacht voor een tweede opinie, aldus Reuters.

Naar verluidt valt deze tweede boete zelfs hoger uit dan de 2,4 miljard euro die de EU Google oplegde vanwege machtsmisbruik rond Google Shopping. Dat was al de grootste boete ooit die het dagelijks bestuur van de EU voor een dergelijk vergrijp heeft uitgedeeld.

Directe aanleiding tot de Android boete zijn klachten van lobbygroep FairSearch, Disconnect Inc (adblockers), de Russische zoekreus Yandex een Portugese ontwikkelaar van apps.

De EU heeft een dezer dagen al wel bevestigd dat er een onderzoek loopt naar Android, maar wil niet op de conclusies vooruitlopen.

Wat de aanklacht inhoudt is niet bekend. Maar een heet hangijzer is het feit dat smartphonefabrikanten gedwongen worden om Android inclusief Google diensten af te nemen willen zij toegang krijgen tot de appwinkel Google Play. Afname zonder Google diensten is mogelijk, Android is immers open source software, maar dan wordt ook Google Play niet meegeleverd. Dat is weinig aantrekkelijk voor de meeste fabrikanten.

Voor Yandex is het een frustratie dat Google bij Android als standaard zoekmachine is ingesteld.

Het zou dus kunnen dat de commissie gaat eisen dat Google Play wordt ‘ontbundeld’. Of het panel de aanklacht reeds heeft beoordeeld, is volgens Reuters niet bekend.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Thomson Reuters opent innovatielab

Posted 06 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Thomson Reuters heeft een lab in Zwitserland geopend. Hier werken startende ondernemingen aan producten die gebruikmaken van big data, geavanceerde analytics, blockchain, kunstmatige intelligentie, machinaal leren en andere ‘transformerende technologieën’.

Als onderdeel van het programma krijgen de starters toegang tot de data van de diensten van Thomson Reuters, begeleiding van managers en netwerkmogelijkheden voor investeringen en commercialisering.

Het starterscentrum heeft inmiddels twee op fintech gerichte starters binnengehaald: Open Mineral zorgt voor een koppeling tussen mijnen en de smelterijen van grondstoffen zoals koper, zink en lood. WealthArc is een Software-as-a-Service (SaaS) platform voor beleggingsbeheer.

Op de foto Mona Vernon van Thomson Reuters Labs



Lees het volledige bericht op Emerce »