Posts Tagged ‘rbi’

Adaptive keyboards: Apple vs Art. Lebedev

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De scheiding tussen een standaard toetsenbord en een virtuele variant op een touchscreen wordt geleidelijk vager met het verschijnen van adaptieve keyboards. Waarbij ale toetsen vervangen zijn door een mini-touchscreen. Tijd voor een vergelijk. De Optimus Popularis van Art. Lebedev versus de Touch Bar van Apple.

Deze opvolger van de Optimus Maximus uit 2007 is sinds drie jaar op de markt, maar wil niet echt doorbreken. Ondanks dat de Popularis achthonderd euro goedkoper is dan zijn voorganger, is het nog steeds een flinke uitgave voor een 7-inch LCD-display met een mechanische overlay. Aardig om te weten: bij de Maximus waren dit nog 113 losse OLED-displays.

Animaties
De grote strip onder de eerste rij toetsen blijkt bij gebruik helemaal geen touchbar, maar een infostrip die volledig naar eigen inzicht is in te delen. De overige toetsen kan je ook naar eigen inzicht voorzien van letters, icoontjes en zelfs animaties. Standaard worden wel toetsensets meegeleverd als template voor verschillende talen en programma’s.

Standalone
Bij de nieuwe MacBook Pro zit op de duurdere modellen standaard de OLED Touch Bar. De verwachting is echter dat Apple ze binnenkort ook standalone zal uitbrengen. Het concept van de touchbar is overigens al eerder toegepast in de Lenovo ThinkPad X1, maar de uitvoering hiervan liet nog te wensen over.

Gimmick
Zoals gewoonlijk bij Apple valt het kwartje pas als je een tijdje met een nieuw product of feature hebt gewerkt. De Touch Bar blijkt meer dan een gimmick en voegt letterlijk iets aan je toetsenbord en beeldscherm toe. Per app schakelt de bar ook mee: in Safari zie je zo alle previews van openstaande tabs, in Pages krijg je spellingsuggesties en helemaal rechts zit een vingerscanner.

Conclusie
Optimus’ techniek zou ook in een laptop kunnen worden toegepast en die van de Touch Bar in een los toetsenbord. Het eerste zou de laptop echter nog zwaarder maken en de prijs doen stijgen. Voor de Touch Bar ziet de toekomst er rooskleuriger uit: er wordt al gesproken over een e-Ink-versie voor de iPad. Ook steeds meer programma’s maken er gebruik van en de uitwerking is zo intuïtief dat je je afvraagt of je ooit nog zonder zou kunnen.

Specificaties:

Art. Lebedev Optimus Popularis

Type display: LCD
Aantal toetsen: 77 (+ info strip)
Afmetingen: 29 x 19 x 1,9 cm
Afmetingen toetsen: 12,5 x 12,5 mm
Resolutie toetsen: 72 x 72 pixels
Gewicht: 3 kg
Prijs: 1400 euro
Site: artlebedev.com

Apple MacBook Pro Touch Bar

Type display: OLED
Aantal toetsen: 65 (+ Touchbar)
Resolutie Touch Bar: 2170 × 60 pixels
Afmeting bar: 35 x 24 x 1,55 cm
Afmeting toetsen: 15 x 15 mm
Gewicht: 1,83 kg (volledige laptop)
Prijs: vanaf 1999 euro
Site: apple.com

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#156).



Lees het volledige bericht op Emerce »

De Stiho Groep opent eigen internetbureau

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Stiho Groep heeft een eigen internetbureau opgericht om de bouwleverancier te begeleiden door de digitale transitie van de hele organisatie. “Onze twee labels Stiho en Baars & Bloemhoff zijn de enige klanten”, licht Nanne Batelaan toe.

Batelaan is Omnichannel Manager bij Sybrand’s Place, de naam van het internetbureau dat begin dit jaar vanuit Stiho werd opgericht. Voor een buitenstaander is het wellicht een vreemde constructie, maar op de keper beschouwd een logische invulling van de innovatieagenda in een conservatieve omgeving als de bouw.

Stiho Groep werd in 1926 opgericht door Gerrit Sijbrand Pelt. De naam Sybrand’s Place is dus een verwijzing naar de oprichter van het moederbedrijf.

“Net als hij willen we de wereld veranderen” licht Nanne Batelaan toe.

“Digitalisering begon bij de groep als project. Vorig jaar werd Intershop door De Nieuwe Zaak neergezet. Het werd duidelijk dat eigenlijk alle kennis van deze voor ons belangrijke, strategische pijler buiten de deur lag. Dat zette me aan het denken en dat leidde, na overleg met de directie en commissarissen, tot het besluit de kernprocessen intern te nemen.”

“Onze ambitie is om het bedrijf te digitaliseren en in 2020 een omnichannelbedrijf te zijn. Het maakt niet uit hoe klant contact met ons opneemt, als we hun werk maar makkelijker kunnen maken. Als we dat punt bereiken, zit het werk van Sybrand’s Place erop”.

De Stiho Groep 34 voorraadhoudende vestigingen in heel Nederland. Het bedrijf stond ook ooit aan de wieg van Gamma en Bouwmaat. De eigen formules die Batelaan onderhanden neemt, zijn: Stiho en Baars & Bloemhoff.

“Sybrand’s Place vertaalt klantinzichten naar bedieningsconcepten. We werken samen met de business units en willen onze kennis aan hen overdragen. We willen nadrukkelijk niet alle beheerstaken van de ondernemingen doen, enkel de ontwikkeling van interface naar de klant op alle touchpoints. De front- en backend hebben we in eigen beheer, SEO/SEA, UX-design en e-mailmarketing huren we in. Operations blijft bij IT.”

Het doel is de opgedane digitale kennis en ontwikkelde serviceconcepten over te dragen naar de zusterlabels. De directie doet actief mee aan de uitvoering van het plan en betrekt medewerkers van boven tot onder in de organisatie bij de plannen. Alleen dan, zo is de gedachte, wordt het nieuwe denken onderdeel van de organisatie. “Het is niet ons verhaal, maar hun verhaal. Zij moeten het vertellen.”

In zekere zin zit De Stiho Groep op achtervolgingskoers. Zijn klanten zijn allang gewend aan WhatsApp, track & trace en mobile first. In hun privé leven en tussen collega’s onderling. Batelaans werkgever wil zich kneden en aanpassen aan deze nieuwe realiteit. “Dat moet wel, want de meeste klanten willen zelf helemaal niet veranderen. Dat kost tijd en geld. Wij moeten ons aan hen aanpassen.”

Batelaan is nog op zoek naar Java-programmeurs. Hij bespeelt daarbij de snaren van ‘ambitie’ en ‘impact kunnen maken’. “Er zijn mensen die het leuk vinden als consultant bij een bureau te zitten. En er zijn mensen die zichtbaar impact willen hebben op een hele organisatie en diepgang willen. Hun code wordt langdurig onderdeel van ons bedrijfsproces en je werkt vanuit een startup-achtige omgeving”, een positionering die vaker wordt gehoord bij organisaties die niet zijn ontstaan als pureplayer.

De Stiho Groep realiseerde in 2015 een omzet van 214 miljoen euro, elf procent meer dan het jaar ervoor (PDF). De winst na belasting bedroeg acht miljoen euro.



Lees het volledige bericht op Emerce »

The Social Conference: ‘Snapchat is er niet alleen voor tieners’

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Pinterest is voor vrouwen van 40+. Snapchat zet je in als je tieners zoekt. Insta voor als je iets met mooi beeld doet. En YouTube is leuk voor de advertentie-inkomsten, maar leidt niet tot conversie. Vooroordelen worden vermorzeld tijdens een arena op The Social Conference. Vier experts verdedigen hun favoriete kanaal en verzorgen een update over welke doelgroep waar welk gedrag vertoont. Een van hen is Luuk de Haardt, die crossmediale marketingcampagnes voor RTL heeft bedacht.

Je onderzoekt mogelijkheden met Snapchat op het gebied van jongerenmarketing. Blijft Snapchat een jongerenmerk nu ook veel ouders de app (omwille van hun kinderen) gebruiken?
“Snapchat is een app die draait om fun, verhalen vertellen en blijven ontdekken. In Nederland is het voor jongeren de go-to app wanneer zij met vrienden willen communiceren of willen delen wat zij op dat moment aan het doen zijn. Uit Amerikaans onderzoek blijkt zelfs dat jongeren Snapchat drie keer eerder dan Facebook en twee keer eerder dan Instagram openen.

“Uit de cijfers van het Nationaal Social Media onderzoek en de cijfers die Snapchat zelf vrijgeeft blijkt inderdaad dat de leeftijd van de Snapchat gebruikers verschuift. Als je kijkt naar voorgaande platformen, zou je verwachten dat jongeren Snapchat verlaten als er meer ouderen opkomen, maar ik denk niet dat dat gebeurt. Snapchat is namelijk voor jongeren ontworpen en voor ouderen is de interface niet logisch, waardoor zij meer moeite hebben met het gebruiken van de app. Ook is het voor jongeren mogelijk om hun verhaal af te schermen voor bepaalde personen (de ouders). Hierdoor blijft het voor jongeren een app die niet overspoeld voelt door ouderen en zo blijven zij content creëren en consumeren.”

Welke cases heb je in dit verband voor RTL en verschillende adverteerders ontwikkeld?
“Samen met een collega zijn er verschillende cases opgezet waarbij Snapchat een belangrijk onderdeel was van een crossmediale campagne. Voorbeelden hiervan zijn het Snapchat-kanaal RTL Basecamp en een crossmediale campagne voor influencer Onnedi in samenwerking met Hasbro en Trolls. Bij deze case konden de volgers van Onnedi voor de YouTube-video meebepalen hoe het verhaal zou verlopen. Dit deden zij door middel van screenshots van hun favoriete Troll te maken. Door deze interactie mogelijkheid was Snapchat een logisch en belangrijk onderdeel in de campagne voor Trolls. Vervolgens hadden meer dan duizenden jongeren een foto van de trollen op hun telefoon en hebben zij bij kunnen dragen aan het verhaal.

“Een ander voorbeeld is de samenwerking rondom jongerenkanaal Concentrate samen met GOGO Tours. Hiervoor hebben we een unieke Snapchat-campagne opgezet waarin men kon volgen wat de hosts op vakantie meemaakten. Snapchat werd daarnaast ingezet om engagement te creëren. Door verschillende interactieve Snapchat-challenges waren duizenden jongeren iedere dag hoog betrokken bij Concentrate en GOGO. Een van de acties betreft de Snaphunt: ‘In heel Nederland zijn stickers met de Concentrate Snapcode verstopt. Volg de aanwijzingen op Snapchat en vind de stickers! Gevonden? Zet jezelf er op een originele manier mee op de foto en stuur deze via Snapchat’. Door deze interactieve uitdagingen was er een verdubbeling in het aantal views per snap en een gemiddeld uitkijkpercentage van boven de 95 procent gerealiseerd. In een tijd waar aandacht schaars is zijn dit hele belangrijke succesfactoren.”

Je neemt deel aan een panel waarbij ‘vooroordelen worden vermorzeld’. Welke vooroordelen mogen wat jou betreft verdwijnen?
“Het grootste vooroordeel is de leeftijd; ‘Snapchat is alleen voor tieners’. In de VS gebruikt 60 procent van de (jong)volwassenen tussen 13-34 jaar Snapchat en 77 procent daarvan is boven de 18 jaar. Ook uit de cijfers van het Nationaal Social media onderzoek en de cijfers die Snapchat zelf vrijgeeft blijkt dat de leeftijd van de Nederlandse Snapchat gebruiker groeit en verspreid is over de leeftijd van 13 t/m 35 jaar.

“Ook de kreet ‘Als merk kun je niks met Snapchat’ is een vooroordeel. Jongeren willen op Snapchat best communiceren met een merk, maar wel op hun eigen manier. Op Snapchat moeten merken op een andere manier communiceren dan dat de meeste gewend zijn. Het vraagt meer van merken. Op Snapchat is namelijk wekelijks (liefst dagelijks) zichtbaar zijn, open en authentiek communiceren en interacteren met de doelgroep een must. Op die manier kun je als merk een 1-op-1 relatie creëren die heel waardevol kan zijn. Een ander ingrediënt dat vaak ontbreekt is creativiteit. Met creativiteit kun je namelijk als merk toegevoegde waarde bieden en een impact achterlaten bij de volgers.”

We weten alles over het gebruik van Instagram en Facebook in Nederland, maar heeft Snap in Nederland wel bereik nu uit onderzoek blijkt dat het gebruik onder jongeren terugloopt?
“Jazeker. In november gaf Snapchat aan dat het huidige aantal Nederlandse gebruikers ‘in de miljoenen’ loopt. Ook uit het eerder beschreven Nationaal Social Media onderzoek blijkt dat Snapchat minimaal de twee miljoen aantikt. Daarnaast is het dagelijks aantal gebruikers van Snapchat het meest gegroeid van alle platformen ten opzichte van 2016. Deze is namelijk met 77 procent gestegen! Het bereik is niet zo groot als Facebook, maar de echte kwaliteit van Snapchat zit hem niet in de aantallen, maar in de trouwe en hoog betrokken gebruikersbase.”

Met welke trends in sociale media moeten we de komende jaren rekening houden?
“Het belang van mobile-only en live interactie gaat alleen maar toenemen. Daarnaast verwacht de consument steeds betere content van merken. Om de consument te kunnen blijven bereiken en vasthouden, moet niet alleen de kwaliteit van de content stijgen, maar ook de mate van creativiteit en relevantie moet toenemen. AR/VR en storytelling zijn hierbij belangrijke tools om een rijkere content-ervaring te kunnen bieden en de consument te kunnen verbinden aan een merk. Snapchat is hiermee een stap voor op de rest door onder andere de introductie van de Spectacles en AR-(wereld)lenzen. Zij geven hiermee namelijk de mogelijkheid om vanuit het gezichtspunt van iemand anders mee te kijken en zo de kijkerservaring en betrokkenheid te verhogen.”

The Social Conference wordt 23 maart gehouden in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Tickets hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Eerst de klantrelatie, dan de conversie

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het duurt niet lang meer of 1-op-1 customer journeys zijn heel gewoon. Wie de stap van digitale marketing naar customer engagement wil maken, moet wel af van versnipperde data, afdelingen die niet samenwerken en kanalen die niet op elkaar zijn afgestemd.

Technologie die data aggregeert en analyseert en zorgt voor stroomlijning van de customer journey is van essentieel belang om de benodigde organisatorische ommezwaai te maken van verkoopgericht naar het creëren van betrokken klanten. Wij zien in die digitale transformatie drie prioriteiten voor marketeers:

  • Connected ervaring die verdergaat dan marketing

Bedrijven die gelden als koplopers op het gebied van de klantbeleving denken verder dan de traditionele kanalen en zijn ook actief op het gebied van mobile commerce, apps, messaging, IoT, enzovoorts. Niet ad hoc, maar door die kanalen met elkaar te verbinden tot één gestroomlijnde customer journey. Tweede kenmerk is dat ze zich niet alleen focussen op de oriëntatie- en acquisitiefase van die customer journey. Ze zien het belang van een lange-termijnrelatie met de klant in en houden zich daarom ook bezig met on-boarding, engagement, retentie en ambassadeurschap. En dat alles wordt gepersonaliseerd tot een 1-op-1 customer journey met behulp van data.

  • Artificial Intelligence

Als merk moet je zijn waar je klanten zijn wil je een relatie opbouwen. Voor een 360-graden klantbeeld heb je data nodig. Die haal je uit het CRM, maar ook uit andere bronnen, zoals social media. Met behulp van Artificial Intelligence en machine-learning kun je zowel bekende als onbekende klanten aan deze data koppelen. Dit gaan steeds meer bedrijven doen. Het is technologie die je bij uitstek kunt gebruiken om geautomatiseerd klantgedrag te voorspellen en aanbevelingen te doen. Maar je kunt AI ook koppelen aan je CRM om de klantenservice te verbeteren, bijvoorbeeld door iemand die een klacht heeft ingediend over een product, niet een mailing te sturen over datzelfde product.

  • Back to basics

Alle technologische ontwikkelingen zijn razend interessant, maar je kunt er pas wat mee als je de basis goed hebt. E-mail is nog altijd de grootste bron van omzet voor retailers. Daarom is het belangrijk dat het gepersonaliseerd is én onderdeel van de mobiele strategie van het bedrijf. Nederlanders lezen e-mail vaker op mobiel dan op desktop. Als campagnes niet zijn geoptimaliseerd voor kleine schermen, laat je omzet liggen.

Klantcase: MS Mode

Tijdens de Salesforce Worldtour afgelopen maart in Amsterdam vertelde onze klant MS Mode over hoe zij deze ontwikkelingen zien. Marie-Christien van Wensen is verantwoordelijk voor CRM en online marketing bij de modeketen, die tweehonderd winkels en een webshop heeft en actief is in vijf landen. De missie: een ‘happy’ winkelbeleving bieden aan dames met rondingen. “Mijn focus ligt op het digitale kanaal, maar we moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat onze activiteiten in lijn zijn met de winkels.”

Marie-Christien beschikt daarbij over veel data. “We hebben een loyaliteitsprogramma, waaraan 40 procent van de aankopen in de winkels is gelinkt. Verder hebben we uiteraard persoonsgegevens wanneer de transactie online is gedaan. De verzamelde data gebruiken we in verschillende fases van de customer lifecycle. Wie iets koopt, krijgt bijvoorbeeld een bedankmailtje, óók wanneer het in de winkel is gebeurd.”

MS Mode gebruikt daarvoor de feature Journey Builder waarmee de customer journey op alle kanalen en apparaten in kaart kan worden gebracht. “Onze ambitie is om die tool niet alleen voor e-mail marketing te gebruiken maar ook voor social en Adwords. Het is heel belangrijk om niet alleen te reageren op klanten, maar ook inspiratie te bieden, het verhaal van het merk en het product te vertellen. Daar werken we aan, leren begrijpen welke boodschap het beste aansluit bij onze doelgroep en op welk moment we welke content in welk kanaal moeten bieden.”

Voor MS Mode is de combinatie online en retail heel belangrijk, vertelt Marie-Christien. “Negentig procent van de omzet wordt in de winkels gedraaid. De nieuwsbrieven die we versturen dragen direct bij aan die omzet. Bij een test bleek dat 20 procent van de mensen die de nieuwsbrief openen, daarna iets in de winkel koopt. Dat is de reden dat we de focus in de communicatie niet alleen op de webshopklant leggen, maar ook op de retailklant. Voor de toekomst willen we benadrukken dat elke vrouw, ongeacht haar lichaamsbouw, bij ons trendy kleren kan vinden. We denken daarbij aan bodyshape-campagnes en aan predictive analytics.”

Verkoopacties zijn korte-termijndenken

Een goed product aanbieden tegen een acceptabele prijs is niet meer voldoende voor retailers. Klanten willen zich ‘gewild’ voelen en verwachten relevante en consistente interactie in ieder kanaal waar zij actief zijn, van social media tot de winkel. Conversie blijft natuurlijk het hoofddoel van bedrijven, maar het bereiken daarvan vergt een andere manier van denken, van puur verkoopgericht naar het bieden van 1-op-1 customer journeys die leiden tot een lange-termijnrelatie met de klant. Dat vereist niet alleen een cultuuromslag maar ook investeringen in de juiste systemen. Onmogelijk is het zeker niet, noodzakelijk wel.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is crawl budget en moet ik me daarmee bezighouden?

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Crawlen, het is datgene wat Google doet om de inhoud van je site te indexeren. Als je website niet goed gecrawld kan worden, heeft dit grote gevolgen voor de vindbaarheid. Crawl budget is een niet veel gehoorde term, echter we merken dat, vooral grote, websites hier vaak kansen laten liggen. In deze blog vier insider tips voor techies.

Wat is crawl budget?

Dagelijks crawled Google een aantal pagina’s op je website. Dit aantal, ook wel het crawl budget genoemd, kan per dag licht variëren. Op de lange termijn blijven deze afwijkingen vaak echter in lijn. De hoeveelheid pagina’s dat een zoekmachine crawled is afhankelijk van een aantal zaken, zoals de grootte van je website en het aantal links naar je website. Via Search Console kun je het crawl budget voor jouw pagina terugvinden, in onderstaande afbeelding zie je een voorbeeld.

Om snel te kunnen zien of het crawl budget op jouw website geoptimaliseerd kan worden, kun je de volgende zoekopdracht in Google uitvoeren (protocol afhankelijk): “site:website.nl”. Daarna zie je het totaal aantal geïndexeerde pagina’s in Google. Zie onderstaande afbeelding voor het voorbeeld:

Als dit enorm afwijkt van het gemiddelde aantal gecrawlde pagina’s uit de Search Console, dan kun je de conclusie trekken dat niet elke pagina dagelijks wordt gecrawld. Hierbij is het goed in je achterhoofd te houden dat het dagelijkse aantal gecrawlde pagina’s door Google afhankelijk is van meerdere factoren zoals autoriteit, de grootte van de website etcetera.

Waarom moet ik het crawl budget optimaliseren?

Eén van de elementen die vaak van grote invloed kan zijn op je crawl budget is de snelheid van de website. Googlebot besteedt tijd aan het renderen van een pagina, als je deze tijd terugbrengt dan zal Googlebot ook sneller de website crawlen. Op deze manier zullen pagina’s dus eerder bezocht worden. Hieronder laten we een voorbeeld zien waarbij de website snelheid omlaag ging (zie onderste grafiek) en wat dit voor invloed had op het aantal gecrawlde pagina’s per dag (zie bovenste grafiek).

Inkomende links

Inkomende links hebben ook een groot effect op het crawl budget van een website. Hoe meer externe links verwijzen naar je website, hoe meer links Googlebot dus kan volgen en hoe meer tijd er op je website wordt doorgebracht.

Hieronder zullen we vier factoren beschrijven hoe je je website kan optimaliseren op het gebied van crawl budget. Deze tips zullen ervoor zorgen dat Google meer aandacht besteedt aan pagina’s die veel waarde hebben om organisch verkeer binnen te halen. Aan de andere kant helpen deze tips ook om Googlebots geen aandacht meer te laten geven aan pagina’s die niet relevant zijn om geïndexeerd te worden.

  1. Filters en duplicate content

Bij e-commercewebsites heb je veel te maken met product- of categoriefilters, die ervoor zorgen dat een URL er steeds anders uitziet. De verschillende combinaties van filters zorgen zo voor heel veel verschillende URL’s. Filters worden vaak achter een parameter geladen en deze zijn in sommige gevallen niet relevant om door Google gecrawld te worden en aandacht te krijgen.

Een aantal praktische voorbeelden hiervan zijn:

  • Filter op prijs: Stel je voor, je hebt op elke mogelijke categorie een filter waarbij het mogelijk is om op een bepaalde prijsrange te filteren. Als het mogelijk is om te kiezen uit tien mogelijke prijsfilters, dan zorgt dit ervoor dat op elke mogelijke categorie met een unieke URL er tien URL’s bestaan die totaal niet relevant zijn om gecrawld te worden door Google. Voorbeeld URL’s:
    • webshop.nl/rode-schoenen?price=10-20
    • webshop.nl/blauwe-schoenen?price=50-70
  • Zoekresultaten: Een veelvoorkomend probleem bij websites met een interne zoekfunctie is dat deze zoekopdrachten unieke URL’s genereren die niet worden uitgesloten van indexatie. Dit kan op termijn leiden tot een groot aantal aan URL’s waarvan je niet wilt dat deze geïndexeerd worden. Deze URL’s zouden daarnaast mogelijk kunnen conflicteren met de categoriepagina’s op de website. Voorbeeld URL’s:
    • webshop.nl/zoeken?search=rode%schoenen
    • webshop.nl/zoeken?search=blauwe%schoenen

Nu hoor ik je denken, deze twee simpele voorbeelden kunnen slechts enkele URL’s genereren. Bij één van onze klanten hebben we het crawl budget ook geoptimaliseerd, hieronder kun je zien hoe we dat gedaan hebben:

In dit voorbeeld werden er allerlei soorten categoriefilters en zoekfilters geïndexeerd door Google. Als deze pagina’s niet waren uitgesloten van de indexatie, dan zou Google mogelijk 666.445 URL’s crawlen die helemaal geen aandacht horen te krijgen. Door het uitsluiten van de filters zorg je ervoor dat de pagina’s die wel relevant zijn wel gecrawled worden. Dit kan zelfs bijdragen aan een hogere positie in Google, doordat Google vaker op deze (belangrijkere) pagina’s komt.

Het uitsluiten van filters kan op verschillende manieren. Als we de zoekfilters van het bovenstaande voorbeeld willen uitsluiten van de indexatie in Google, dan kunnen we de volgende regel toevoegen in de robots.txt :

  • Disallow: ?search

Voor de techies onder ons; deze disallow regel zegt eigenlijk tegen Googlebot dat URL’s met het pad ?search in de URL niet gecrawld mogen worden. Dit lost alleen nog niet het probleem op met alle URL’s die in de zoekresultaten van Google zullen blijven. Daarom is de beste oplossing in dit geval om eerst een “noindex” regel toe te voegen en daarna een disallow. Daarnaast kun je ook een nofollow tag plaatsen op filter URL’s, dit is een alternatieve oplossing. Hiermee wordt aangegeven dat GoogleBot de URL niet mag volgen, zo wordt deze dus ook niet geïndexeerd.

  1. Duplicate content

Een ander veelvoorkomend probleem is duplicate content, ofwel pagina’s met identiek dezelfde content op een andere URL. Er bestaan veel verschillende varianten van duplicate content, daarom zullen we een voorbeeld geven die we veel tegenkomen bij webshops.

Stel, je verkoopt een bepaalde type bril, deze bril is bereikbaar via verschillende categorieën met elk een eigen URL. Dan betekent dit dat identiek dezelfde content op twee of meer verschillende URL’s staat. Als voorbeeld:

  • webshop.nl/heren-brillen/bril-type-x/
  • webshop.nl/brillen/bril-type-x/

Als dit probleem zich voordoet bij bijvoorbeeld 1000 producten die elk op twee verschillende URL’s beschikbaar zijn, dan betekent dit dus dat Google onnodig twee keer zo lang nodig heeft om alle producten te crawlen. Vervolgens wordt dit dan ook nog als duplicaat gezien.

Om te checken of je te maken hebt met dezelfde producten op verschillende URL’s kun je de volgende zoekopdracht uitvoeren in Google:

  • site:webshop.nl “Productnaam”

Als je vervolgens twee of meer dezelfde resultaten ziet, dan weet je genoeg.

  1. Interne 404’s en redirects

Interne 404-pagina’s zijn een boosdoener voor elke website, dit zien we dan ook regelmatig terugkomen. Wanneer Google links op de website volgt en op een 404-pagina uitkomt, kan dit negatieve gevolgen hebben voor je crawl budget.

Interne 404’s zijn makkelijk terug te vinden via de Search Console onder het kopje “Crawlen → Crawlfouten → Niet gevonden”. Om dit probleem te verhelpen kun je de volgende twee dingen doen:

  • De interne link aanpassen naar een werkende pagina (aan te raden)
  • De URL 301 redirecten naar een werkende pagina

Nu hoor ik je denken “Een 301 redirect lost het probleem toch ook op?” Dat klopt, maar het zorgt wel voor interne redirects waardoor Googlebot meer tijd nodig heeft om op de gewenste URL te komen. Daarom raden we altijd aan interne links die met behulp van een 301 redirect naar de gewenste URL gaan, aan te passen naar de eindlocatie, zodat de redirect wordt vermeden.

Daarnaast kan er nog een groter probleem zijn, namelijk een redirect chain op de website. Dit is een loop van redirects op de website, ook wel een constante herhaling van redirects. Dit probleem zien we minder vaak terugkomen, maar het kan een groot effect op je crawl budget hebben. Hieronder zie je een praktisch voorbeeld waarbij je ziet dat de ene URL redirect naar de ander en andersom.

In dit voorbeeld wordt de Googlebot van de ene URL naar de andere gestuurd zonder dat er ook maar één werkende URL wordt gecrawld.

  1. Analyseer server logs

Een vierde manier om het crawl budget op de website te analyseren is via een server log analyse. Met deze analyse kun je achterhalen of de juiste pagina’s op de website de juiste aandacht van zoekmachines krijgen.

Een server log analyse kun je uitvoeren met een tool als Screaming Frog. Deze analyse laat alle server logs zien, waarbij je de data van de user agent (bijvoorbeeld GoogleBots) die de URL heeft gecrawld ziet. Daarnaast kun je de statuscode, responstijd, aantal keer gecrawld en aantal gedownloade bytes terugvinden.

Een serverlog-analyse is vrij ingewikkeld om uit te voeren, maar het laat wel duidelijk zien hoe user agents (bots) de website crawlen en hoe vaak ze op welke pagina’s zijn geweest.

Conclusie

Met deze tips hopen we dat je ook kunt starten met het optimaliseren van het crawl budget voor je website. Deze tips zijn ook niet alleen handig om je crawl budget te verbeteren, maar optimalisaties zoals pagespeed en navigatie links kunnen ook de gebruikerservaring voor bezoekers verbeteren. Daarnaast zijn inkomende links ook buiten het crawl budget om een erg invloedrijke factor. Realiseer je hierbij dat hoe groter jouw website is, hoe belangrijk crawl budget voor je website is.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Instagram haalt YouTube bij

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoewel WhatsApp nog steeds de meeste gebruikers heeft (10,9 miljoen), is Instagram (3,2 miljoen gebruikers) relatief gezien één van de snelst groeiende sociale platformen van ons land. Bovendien heeft het bijna evenveel dagelijkse gebruikers (1,5 miljoen) als YouTube, dat een veel grotere gebruikersgroep heeft (namelijk 7,5 miljoen).

Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek naar het gebruik van social media in Nederland door Newcom Research & Consultancy. Instagram is Twitter voorbij in totaal- en dagelijks gebruik en de mobiele foto-app heeft daarmee de online berichtendienst uit de top vijf verdrongen.

Instagram op elke leeftijd populair

Instagram stijgt in elke leeftijdsgroep, maar vooral onder de 40 jaar. Van de jongeren van 15 tot 19 jaar maakt nu maar liefst 66 procent gebruik van het platform, tegenover 58 procent vorig jaar.

Onder 20- tot 39-jarigen was de toename zelfs 12 procent (van 24 naar 36 procent). En 65-plussers? Daarvan maakt toch ook inmiddels 10 procent gebruik van Instagram (tegenover 4 procent vorig jaar).

Snapchatter kijkt vaker

LinkedIn groeide afgelopen jaar niet in aantal gebruikers, maar zag het dagelijks gebruik wel iets toenemen: van 0,3 naar 0,4 miljoen, een toename van 33 procent.

Ook Snapchat kreeg flink meer dagelijkse gebruikers (+77 procent), ondanks dat het platform met 1,6 miljoen gebruikers een bescheiden positie in Nederland heeft.

Tumblr en Foursquare dalen

Tumblr, op plek negen in de top tien van sociale platformen in Nederland, laat dit jaar een afname in dagelijks gebruik zien van -11 procent. Maar Foursquare spant de kroon: dat platform ziet het aantal dagelijkse gebruikers afnemen van 55.000 naar 46.000 (-16 procent).

*) Een deel van dit artikel werd eerder gepubliceerd in het maartnummer van Emerce magazine (#156).

Het Social media onderzoek 2017 van Newcom Research & Consultancy kan gratis aangevraagd worden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Internetshoppen: oudere even actief als millennial

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Van tech-savvy jongeren wordt doorgaans aangenomen dat ze het grootste aandeel hebben in internetshoppen. Maar Baby Boomers (1946-1965) blijken ongeveer even vaak online te shoppen. Bovendien geven zij per bestelling het meeste uit: 203 dollar.

Dit blijkt uit onderzoek van KPMG onder 18.000 consumenten in vijftig landen. Wel blijken consumenten uit Generatie X (1966-1981) wereldwijd het meest actief qua online aankopen. Vorig jaar kochten zij zo’n 20 procent meer producten op het internet dan millennials (1982-2001).

Dure producten

Baby Boomers gaven vorig jaar gemiddeld 203 dollar per aankoop uit, voor de generatie X is dit 190 dollar en voor de millennials 173 dollar. Hierbij waren vooral gezondheidsproducten, huishoudelijke producten en goederen en wijn in trek, producten die relatief duur zijn in aanschaf.

Mannen versus vrouwen

Ook mannen kopen graag duurdere producten online. Zo wordt 55 procent van de luxe goederen aangeschaft door mannen en 72 procent van de consumentenelektronica. Vrouwen zijn geneigd goedkopere producten te kopen, zoals cosmetica en voedingsmiddelen.

Dit verschil zorgt ervoor dat hoewel mannen en vrouwen gemiddeld even vaak online winkelen, mannen per transactie in het algemeen meer geld uitgeven. Mannen geven gemiddeld 220 dollar uit, vrouwen 151 dollar.

*) Een deel van dit artikel werd eerder gepubliceerd in het maartnummer van Emerce magazine (#156).

Het onderzoek The truth about online consumers van KPMG kan hier worden gedownload.



Lees het volledige bericht op Emerce »

DoubleClick for search: waarom je wil werken met DS3 – deel 1

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vorig jaar blogde mijn collega al over het gebruik van DoubleClick en hoe je dit effectief kan inzetten. Inmiddels zijn we een jaar verder en werken we al voor een groot aantal enthousiaste opdrachtgevers met DoubleClick for Search. In dit eerste blog vind je een aantal best practices en welke functies van DS3 heel waardevol zijn.

Nog even kort. Wat is DoubleClick for search (ook wel DS3 genoemd)

DoubleClick is een platform dat je kunt koppelen aan alle zoekmachines waarin je adverteert. Door middel van een keywordtracking url worden alle impressies, kliks en kosten doorgemeten in DS3. Je kan dus al jouw accounts aansturen vanuit een interface.

Het is ook mogelijk om met je Google Shopping feed automatisch campagnes op te bouwen dankzij de Inventory Management tool. Let wel; tot op de dag van vandaag zijn de mogelijkheden nog redelijk beperkt (al volgen de ontwikkelingen elkaar in rap tempo op). Bij een zeer uitgebreid assortiment raden we aan te werken met andere campagne-automatiseringstools als adCore of Channable.

Binnen DS3 valt nog veel te ontdekken, de functionaliteiten zijn eindeloos en vrijwel alles is te automatiseren. In deze blogserie zoom ik in op handige functionaliteiten. In dit eerste deel van de serie over DS3 behandel ik biedstrategieën, tracken van kwaliteitsscore en A/B-testing. In de volgende blogs zoom ik verder in op automatische regels, doelgroepen en nog veel meer!

Biedstrategieën voor DS3

DoubleClick for Search is ideaal voor grote accounts met een zeer uitgebreide campagnestructuur en diverse strategieën en doelstellingen. Waar je zelf als campagnemanager wellicht twee keer per dag in het account kijkt en de biedingen bijstuurt, optimaliseert DS3 de biedingen (bij genoeg volume) maar liefst drie tot vier keer per dag, per zoekwoord óf productgroep! DS3 reageert dus vele malen sneller dan jij ooit kan bijbenen.

Daarnaast weet je hoeveel omzet je wilt maken of hoeveel je maximaal wilt betalen voor elke transactie of conversie. De biedstrategie monitort de prestaties op zoekwoordniveau (of productniveau bij Shopping) en optimaliseert de biedingen om de hoogste aantal conversies, omzet, positie of klikken te realiseren.

DS3 kan ook de biedingen aanpassen op locatieniveau, mobiel (tablet/desktop nog niet) en doelgroepniveau.
Om de biedstrategie meer handvatten te geven kan je een aantal targets meegeven. Je kan ook de biedstrategie hier helemaal op laten bijsturen:

  • Positie, de biedingen worden zo aangepast dat de advertenties verschijnen op de positie die je wenst. Deze is vooral handig voor je Merknaamcampagnes of Brandingcampagnes.
  • Klikken, wil je zoveel mogelijk bezoek naar de website? Laat DS3 dan bijsturen op het maximaliseren van het aantal klikken. Let wel; DS3 houdt dan absoluut geen rekening met conversiedoelen of andere gewenste acties op de website.
  • ROI, als je gebruik maakt van Floodlights of Analytics 360 dan kan je zelfs een strategie opzetten dat zich vooral zal focussen op het optimaliseren van de biedingen om het aantal conversies of omzet te maximaliseren. Hierbij houdt hij dan rekening met de ingestelde CPA, ERS of de gewenste ROAS.
  • Maximaal budget, als je beperkt wordt door een maandelijks budget dan kan ook DS3 je hierbij helpen om dit bedrag ook daadwerkelijk te besteden – geleidelijk verdeeld over de maand.

Uiteraard kan je ook grenzen stellen aan de biedstrategieën door het instellen van minimale of maximale CPC- biedingen, maar houd er rekening mee dat hoe meer je DS3 beperkt, hoe minder ruimte DS heeft om de biedstrategie te optimaliseren.

Voordat je biedstrategieën gaat opzetten: eerst even dit

Het gebruik van DS3 is niet voor ieder account weggelegd, voor data verzamelen en het aansturen van meerdere accounts in een interface wel, maar als je aan de slag wilt met de biedstrategieën dan is het van belang dat er genoeg volume door de accounts gaat.

Idealiter worden er per dag minimaal 20 conversies gerealiseerd en dit aantal conversies is het beste geval verdeeld over meerdere zoekwoorden. De biedstrategie heeft minimaal drie weken conversiedata nodig en heeft ook nog eens zo’n eigen leercurve (variërend van 2 tot 4 weken – afhankelijk van het volume).  Zorg daarnaast, voordat je start, voor een goede implementatie van Floodlights of Analytics360!

Extra tip: gaat er een grote campagne van start, die veel invloed kan hebben op de doelstelling of het volume van campagnes in de biedstrategie? Sluit deze periode dan uit, anders loop je risico dat de biedstrategie beslissingen gaat maken op onrealistische data. Hetzelfde geldt voor foutieve metingen.

Kwaliteitsscore bijhouden in DS3

In AdWords zie je momenteel alleen de huidige kwaliteitsscore, niet heel handig als je veel wijzigingen doorvoert en ook de kwaliteitsscore in de gaten wilt houden. Ook hier is DS3 weer je vriend, je kan namelijk de huidige kwaliteitsscore afzetten tegen de gemiddelde kwaliteitsscore.

De gemiddelde kwaliteitsscore kan je over een lange periode terug zien op keyword niveau en in een grafiek plotten.

A/B-testen van advertentieteksten

Vanuit Traffic Builders hebben we voor elke opdrachtgever altijd minimaal twee advertenties draaien waarbij we een onderdeel of USP (bijv. headline 2) van de advertentie afzetten tegen de ander. Een tijdrovende klus omdat sommige advertenties langer draaien dan de ander en je goed moet bijhouden wanneer de test is gestart. Het is dan ook belangrijk om de A/B-testen continu door te ontwikkelen, wil je hier niet te veel tijd aan kwijt zijn? Maak dan ook hiervoor gebruik van DS3:

  • Start van de test, als de test wordt opgezet dan starten ook alle metrics waar de resultaten op afgerekend worden ook daadwerkelijk op dezelfde dag. De data wordt dus niet vervuild
  • Significantie, waar je eerst zelf de resultaten door een tool moest gooien om te kijken of de resultaten daadwerkelijk significant zijn, krijg je bij DS3 een vinkje te zien als het resultaat significant is (vergeet niet de kolom toe te voegen aan de test; ‘Is significant column’.

  • Doorvoeren, met een druk op de knop kan je alle slecht(er) presterende advertenties pauzeren. DS3 pauzeert de test en pauzeert de slechter presterende advertenties.

Door deze functie is het veel makkelijker om meerdere tests naast elkaar te laten lopen.

A/B-testen van landingspagina’s

Naast het testen van teksten kan je ook testen opzetten voor de landingspagina’s, als DS3 wordt ingezet dan moet je dit ook opzetten via DS3 zelf. De trackers van DS3 worden namelijk op keywordniveau toegevoegd waardoor deze tests in de advertenties zelf niet goed worden opgepakt. Let op; conversiepercentage staat niet tussen de kolommen, maak gebruik van ‘Actions/Visit’.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Traffic Builders



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe rol voor UX designers? Zo ziet die eruit

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Moeten designers zich nog wel bezighouden met vormgeving, vroegen twee bekende UX-auteurs zich af in hun vooruitblik op dit jaar. Het werk van de UX designer verandert namelijk in hoog tempo. Hoe laat het designwerk zich in de nabije toekomst het beste beschrijven?

Dat het werk van UX designers verandert werd onlangs nog eens duidelijk. Interfaces van bekende bedrijven lijken in steeds grotere mate op elkaar. Die zijn vooral minimalistisch en ontdaan van complexiteit. Wouter Arts van Uselab concludeerde op Emerce al dat steeds duidelijker wordt wat vanuit gebruiksperspectief wel werkt en wat niet. Met talloze ‘libraries’ en richtlijnen binnen handbereik hoeft niet iedere designer zelf het wiel opnieuw uit te vinden. Over de basis van ‘usability’ hoeft men zich dan ook niet langer druk te maken, zo lijkt het. Designs gaan daardoor wellicht wat meer op elkaar lijken, tegelijkertijd is dat goed voor de ervaring. Functie gaat duidelijk boven vorm.

Nieuwe invulling rol

Dat geeft ruimte voor een nieuwe invulling. Want moeten designers zich dan nog wel bezighouden met vormgeving? Toen al het werk nog bedoeld was voor één computerscherm was dit overzichtelijk en behapbaar voor één persoon. De designer hield zich bezig met onderzoek, strategie en visuele vormgeving. Maar met een veelvoud aan soorten apparaten, interfaces, omgevingen waarin de interface wordt gebruikt en de grote invloed van data denken de twee experts dat het vak verandert. Er is behoefte aan een nieuw soort specialisten en generalisten.

Zo verwachten ze dat het aantal UX designers afneemt, scherper afgebakende functies nemen in gebruik toe. Bij bedrijven zit de ‘Artifical Intelligence designer’ straks naast de ‘Experiential Designer’. De één houdt zich bezig met het ontwerpen voor slimme (zelfdenkende) systemen, de ander met ervaringen. Denk daarbij aan Virtual Reality (VR), video-installaties en holografische installaties waarin virtueel en fysiek mengen. Een ‘Data Designer’ werkt op zijn beurt samen met een scenarioschrijver om gebruikersdata in te zetten voor gepersonaliseerde VR. Om al die specialisten te laten samenwerken is weer een nieuw soort generalist nodig, zo wordt er voorspeld. Een generalist is niet langer iemand die veel soorten werk doet, maar alle specialismen knoopt.

Dat designers zich minder hoeven bezig te houden met het ontwerpen van interfaces heeft ook te maken met een andere ontwikkeling: automatisering komt ook in design op. Zo zorgt een plugin voor ontwerpprogramma Sketch er voor dat real-time data in mockups zijn op te nemen, bij sommige bedrijven verzamelen bots de gebruikersfeedback om die vervolgens door te sturen naar andere tools. ‘De tools zijn er, het is slechts een kwestie van koppelen’, vatten de twee de aanstaande ontwikkeling samen. Nee, robots zullen de designer niet vervangen. Maar met wat eerste automatisering kunnen die zich wel meer bezighouden met hun specialisme of de algehele strategie.

Verandering is de constante

De constante verandering in het vakgebied is iets waar designers niet omheen kunnen, zegt Guus Baggermans. Hij is als designer verbonden aan Raft. “Hier moeten we als designers gewoon aan wennen.” De functie van UX designer moet echt breder worden gezien dan men nu nu vaak doet, zegt hij. “In praktijk betekent het dat je met de functie een web- of appdesigner bedoelt. Maar ieder object, service of ecosysteem dat ontworpen wordt, zal een user experience hebben. Vaak gebruiken we hiervoor een ‘user journey framework’ dat toont op hoeveel manieren en momenten iemand met een product of merk in contact komt. Je bewust worden van een bepaalde dienst omdat een goede vriend je er over vertelt is zelfs een ervaring die te ontwerpen is.”

Wat hem betreft dragen designers niet meer één vaste titel. In zijn ogen is design een manier van denken en werken. Daarnaast kies je een specialisatie. Baggermans ziet wel een duidelijke verschuiving. Er is inderdaad vaker sprake van patronen, ‘best practices’ en kampen die bijvoorbeeld Googles material design of het flat design uit Apples iOS omarmen. Meer van hetzelfde dus. Daar staat tegenover dat er een groeiende vraag is naar nieuwe vaardigheden bij designers: ze moeten overweg kunnen met machine learning of conversational interfaces. “Zulke specialisaties zijn hard nodig. Ook bij Raft proberen we mensen aan te trekken die affiniteit hebben met meer dan alleen het ontwerpen zelf.”

De beweging van specialisatie en generalisatie zal niet meer weggaan, verwacht hij. “Op dit moment is machine learning bijvoorbeeld een nieuw gebied, straks is dat weer gestandaardiseerd.” Idealiter bestaan designteams uit mensen met verschillende profielen. De teamleider is iemand die begrijpt hoe de puzzelsteekjes in elkaar steken, daar omheen bevinden zich gespecialiseerde ontwerpers. “Het gevaar is wel dat de designers in zo’n team zich overspecialiseren en te vroeg in het ontwerpproces willen beslissen hoe de eindoplossing eruit moet zien. Om Maslow te citeren: ‘Als een hamer het enige gereedschap is waarover je beschikt, ben je geneigd ieder probleem als een spijker te zien’.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hands-on: Kodak Ektra

Posted 19 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Kodak Ektra is een legendarische en innovatieve 35mm-camera uit 1941, maar wegens een ontwerpfout en een prijs van 700 dollar, geen groot succes. Opmerkelijk dat Bullitt Group deze camera heeft gebruikt als inspiratie voor de gelijknamige cameraphone.

Bullitt Group brengt geen enkel product onder eigen naam uit, maar plakt ook niet zomaar een bekend label op een product dat in licentie wordt vervaardigd. De ontwikkeling, het ontwerp, productie en de marketing word\en in samenwerking met een bekend merk uitgevoerd. Ministry of Sound, Ted Baker, JCB en CAT zijn naast Kodak de merken waar Bullitt Group elektronische producten voor heeft ontwikkeld. Bij elk product is het DNA en de identiteit van het merk, weer terug te vinden in het uiteindelijke product.

Wederopstanding

Zo ook bij de Kodak Ektra. Je zou haast zeggen dat dit de wederopstanding van Kodak camera’s is (na 144 jaar is Kodak in 2012 gestopt met de productie van camera’s). Bij het opstarten van de telefoon verschijnt er een stijlvolle animatie van het bekende roodgele logo, gevolgd door Android-scherm. De Ektra ziet er misschien dan wel uit als een platgeslagen Ektra uit 1941, in de basis is het een smartphone en puur kijkend naar de specificaties, geen bijzondere.

Als processor is gekozen voor de 2,3 GHz dualcore Mediatek X20. Een middelmatige chip die voor alledaagse handelingen prima voldoet, maar geen slimme keuze voor een smartphone die op het gebied van fotografie optimaal moet presteren. Je merkt het al bij het opstarten van de camerafunctie. Door tweemaal op de fysieke sluiterknop te drukken, start deze op, maar het duurt wel een paar seconden voordat je echt een foto kan maken. Dat deze snelheid parten speelt, merk je in alles wat je wilt doen met de camera: snel foto’s achter elkaar, schakelen tussen de foto-apps, bewerken van de foto’s of ze even snel online plaatsen.

Het 3GB geheugen en 32 GB opslag zijn toereikend en met een SD-kaartje uit te breiden. De batterij van 3000 mAh geeft genoeg stroom voor een dag telefoongebruik, maar zodra je echt losgaat met het maken van veel foto’s, neem dan maar een powerbank mee. Het 5-inch beeldscherm heeft een resolutie van 1920 x 1080 en een pixeldichtheid van van 441 PPI. Kleuren en contrast zijn niet zo gehypt als bij andere toestellen, wat bij het  beoordelen van je foto’s wel ten goede komt.

kruising

Kijkend naar het beeldscherm, heb je het idee een iPhone 4S in je handen te hebben. Alleen dan een stuk lichter. Met 163 gram zit deze tussen een iPhone 7 en een iPhone 7 plus in. Aan de achterkant lijkt de Ektra echt een op camera, een soort rubber coating met een textuur die authentiek aandoet, een handgrip en een flinke lensvatting. De lens is overigens geen zoomlens, ook al lijkt ie erop.

cameraspecs

Hoewel een 21 MP-camera indrukwekkend lijkt, is de lens vaak het meest bepalend van een camera en in dit geval is een diafragmawaarde van f2.0 net iets minder lichtgevoelig dan de f1.7 van een iPhone 7-lens. Er wordt gebruik gemaakt van optische beeldstabilisatie, phase detection autofocus en het is mogelijk om in 4K-resolutie te filmen. Met de specs is niks mis, nu de resultaten.

kwaliteit

Al die mooie specs vertalen zich niet in de de meest fantastische foto’s. Je kunt mijn resultaten in vergelijk met een iPhone 7 Plus in dit album terugzien. Wat al gauw opvalt is dat de foto’s van de Ektra niet zo scherp zijn, voornamelijk in de hoeken. Tevens zit er een kleurzweem overheen. De iPhone 7 heeft daarentegen soms iets teveel verzadiging en teveel contrast, maar is toch een stuk scherper en levendiger. Misschien dat Bullitt een soort Kodak-karakter in de foto’s heeft willen leggen, maar die heeft dan niet echt een toegevoegde waarde. Wat je ook toegevoegd ziet is beeldruis, bijkomend probleem als de ISO-waardes hoog liggen. In donkere situaties scoort de Ektra dus nog slechter.

Android 6

De meegeleverde apps van Kodak zijn Camera, Fotogalerij, Kodak (een link naar de website), Prints en Super 8. Super 8 geeft die oude Super 8-look aan je filmpjes, grappig, maar niet stimulerend tot nog meer creativiteit. De enige app doe echt wat toevoegt is de camera-app zelf, waarbij je veel instellingen zelf kan bepalen en eventueel een wat beter resultaat kan creëren dan de auto-stand. Dit alles draait onder Android 6.0 en de vraag is of hier ooit een upgrade naar 7.0 zal volgen.

Persoonlijk had ik nog gehoopt dat er een redelijk vol geluid uit de Ektra zou komen. Zoals je ziet is de speaker in de handgreep geplaatst en als klankkast had daar wat meer laag uit kunnen komen dan nu het geval is. Bijkomend probleem is dat de speaker naar de achterkant is gericht en dat je, het was te verwachten, je hand de handgreep en daarbij de speakergrille bedekt.

Geslaagd

Als smartphone middelmatig en een camerafunctie die de foto’s van de iPhone 7plus niet kan evenaren, toch vind ik de Kodak Ektra een geslaagd product. Bullitt heeft namelijk de essentie en de identiteit van een Kodak camera weten vast te leggen in een telefoon. Je hebt duidelijk iets anders in je hand dan een standaard smartphone (zeker met de bijhorende lederen cameracase) en rondlopend met de Ektra, heb je ook meer de behoefte om foto’s te maken. Dat je voor een product meer dan gemiddeld moet betalen door de identiteit die het je geeft en het naamplaatje op de voorkant, zijn we ondertussen wel van meer merken gewend. De Kodak Ektra is dan ook zeker geen verkeerde keuze, maar als je een smartphone wil die de allerbest foto’s maakt, zul je toch nog wat dieper in de buidel moeten tasten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De nieuwe regels van het loyaltyspel

Posted 18 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Customer loyaltyprogramma’s liggen onder vuur. In het digitale tijdperk wisselt de consument namelijk steeds makkelijker van dienst en winkel. En dus ontstaat er vaker twijfel of deze programma’s nog wel voldoende opleveren. Moet het roer rigoureus om?

De Amerikaanse koffieketen Starbucks heeft een van de meest succesvolle customer loyaltyprogramma’s ter wereld. De in 2009 gelanceerde app, waarmee vaste klanten punten sparen, is ruim negentien miljoen keer gedownload. Ondanks felle kritiek van klanten en analisten voerde het bedrijf vorig jaar echter vergaande wijzigingen in het programma door: voortaan moeten vaste klanten veel meer Lattes, Americano’s en Frappucino’s’ drinken om een gratis bakkie te verdienen.

Ook British Airways en American Airlines snoeiden recentelijk tot maar liefst 75 procent van de earning power weg bij aankoop van economy class tickets. En Marriott Hotels liet het aantal punten – dat kan worden ingewisseld voor een gratis nachtje slapen – begin vorig jaar fors stijgen. Mogelijke motivatie hierbij is een onderzoek door Morgan Stanley. De zakenbank toonde eind vorig jaar aan dat reizigers die deelnemen aan een of meerdere loyaltyprogramma’s ook vaker gebruikmaken van Airbnb. Eerder onderzoek wees al uit dat deze frequente reizigers ook graag aan meerdere loyaltyprogramma’s deelnemen, tot acht of zelfs meer.

Kratjes bier
Accenture concludeerde een jaar eerder al dat het aantal consumenten dat deelneemt aan een loyaltyprogramma de voorgaande zes jaar met veertig procent is gegroeid. Tegelijk gaf ongeveer twee derde van de ondervraagde consumenten aan het afgelopen jaar tenminste één vaste leverancier te hebben ingeruild voor een andere partij. En bleek de helft van hen open te staan voor een overstap, mits dat financieel aantrekkelijk is. Zo bezien is het logisch dat bedrijven twijfelen of ze nog wel moeten investeren in deze vaak toch prijzige programma’s. Helpen die überhaupt nog wel om klanten te binden? En zo ja, aan welke voorwaarden moet een programma voldoen om daar succesvol in te zijn?

“Momenteel zie je vooral de gaten die digital in de traditionele loyaltyprogramma’s heeft geschoten”, constateert Ties Top, Managing Director van M-Wise, een loyalty-  en marketing automation-specialist die vanuit het Amsterdamse kantoor onder meer Hunkemöller, La Place en AkzoNobel helpt aan nauwere banden met de klant. “Die programma’s schieten tekort nu merken in staat zijn hun klant via legio kanalen steeds beter te leren kennen. En op basis van die kennis een breed palet aan meerwaarde kunnen bieden.” Hij wijst hierbij onder andere op Apple: geen punten en pasjes, maar wel een hele serie relevante services voor klanten die zich aanmelden met hun Apple ID.

“Loyaliteitsmarketing is nog steeds zeer effectief in volwassen, verzadigde markten waar de verschillen tussen concurrenten klein zijn”, stelt Rik Luttmer van het Utrechtse Dunck, dat actief is voor onder andere Heineken, Unilever en VodafoneZiggo. Een goed passend loyaliteitsprogramma kan volgens hem dan ook net dat belangrijke verschil maken. Volgens Luttmer zijn standaardprogramma’s echter steeds minder effectief door een hoger verwachtingspatroon vanuit de klant. Merken dienen zich hierdoor te onderscheiden met verrassende ideeën. “Zoals het biertje in de kroeg waarvoor kopers van kratjes Heineken kunnen sparen. In mijn ogen ijzersterk en bovendien rimpelloos uitgevoerd, ondanks de zeer complexe achterzijde”, aldus de Loyalty Director.

Context
Moderne loyaliteitsprogramma’s zijn niet te vangen in een one-size-fits-all-model, concludeert ook Louise Keely, Executive Vice President bij onderzoeksbureau Nielsen, dat december vorig jaar een groot onderzoek naar de effectiviteit ervan in de retail presenteerde. “In landen en in consumentengroepen binnen landen lopen de voorkeuren voor bepaalde programma’s sterk uiteen.” Die verschillen hebben onder andere betrekking op de wijze waarop consumenten technologie willen gebruiken om deel te nemen, welke tastbare voordelen ze van loyaliteitsprogramma’s verwachten en zelfs in welke mate klanten er daadwerkelijk om geven. “Retailers moeten dan ook bepalen wie ze vaker naar hun winkel of hun website willen lokken en voor hen een loyaliteitsprogramma ontwerpen”, aldus Keely.

Wie zijn klanten beter wil leren kennen, moet dus eerst maar eens goed nagaan wat hij al van ze weet. “Alle moderne tools en speeltjes ten spijt, begint het uiteindelijk gewoon bij de ouderwetse marketingboeken”, lacht Lead CRM-strateeg Helen Zuurmond van dialoogmarketingspecialist Yourzine. Bijvoorbeeld met het Recency Frequency Monetary-model. Waar zitten de mensen die je frequent bezoeken en welke waarde vertegenwoordigen ze voor jouw organisatie? Besef daarbij wel dat alles draait om context, benadrukt Zuurmond, wiens werkgever onder andere Albert Heijn, Rituals en Samsung ondersteunt bij CRM- en loyaltyvraagstukken. “Iemand die regelmatig producten bij Rituals koopt, kan die ook als geschenk kopen. Dat kun je weten als je klanten regelmatig spreekt via social media, shop-alongs of het nog altijd zeer relevante kwalitatieve onderzoek.”

Korting, nog steeds de grootse motivator om aan een klantprogramma mee te doen, is vooral effectief om nieuwe deelnemers te lokken, zo stellen de ondervraagde experts. Iedereen kan echter korting geven. Een goed programma combineert die rationele component daarom altijd met meer op emotie inspelende content, cadeaus of ervaringen die inhaken op het relevante moment in de klantreis. “Dat betekent dat je dus heel goed moet kijken naar de customer journey die klanten met je maken, en momenten moet identificeren waarop je gewenst gedrag kunt stimuleren”, aldus Zuurmond. Zo doen steeds meer retailers volgens haar seizoensgewijs hele rake productaanbevelingen. Natuurlijk moet er dan wel over voldoende aankoopdata worden beschikt. Cosmeticamerk Sephora biedt klanten die net lid zijn geworden bijvoorbeeld direct exclusieve content die aansluit op de eerste aankoop. Zoals tips om oogschaduw aan te brengen, met een linkje naar de website. “Zo start je gelijk de interactie en het leerproces. Ook als je klant niet meteen in de winkel terugkomt.”

Single sign-on
Dankzij de sterk toegenomen mogelijkheden om klanten direct op relevante onderwerpen aan te spreken, spelen nu ook steeds meer producenten en wholesalers succesvol het loyaltyspel. “AkzoNobel zag voorheen natuurlijk weinig van de gebruikers van hun tientallen verfmerken”, vertelt Top. “Maar met de nieuwe Vizualizer-app kunnen mensen hun huis filmen, in augmented reality ‘inkleuren’ en dit eventueel met hun vrienden delen.” Aan de achterzijde van deze service houden M-Wise en Akzo nauwkeurig bij hoe gebruikers de app inzetten: één op de vijf matcht verfkleuren bijvoorbeeld met kleuren uit het bestaande interieur. Dat genereert handige haakjes voor verdere communicatie via de website, app of social, en een verdiept inzicht in kleurtrends, aldus de Managing Director van M-Wise.

Dat geldt ook voor de nieuwe coalitieprogramma’s die in de plaats komen van voorgangers als Air Miles en FreeBees. “Mensen hadden daarbij eigenlijk meer merkbeleving met het programma dan met de betrokken merken”, aldus Luttmer. Met name in de Verenigde Staten groeiende coalities maken wel wederzijds earnen en burnen mogelijk, vervolgt hij, maar zij doen dat gewoon onder eigen naam. Een voorwaarde hiervoor is wel dat deze merken elkaar op logische wijze aanvullen. Zo kunnen Uber-gebruikers die betalen met een Visa-creditcard sparen voor gratis kilometers en aanbiedingen van bijvoorbeeld (lunch)restaurants, die via gerichte pushberichten extra klandizie kunnen genereren. Kort na bekendmaking van deze mogelijkheid introduceerde Uber-concurrent Lyft direct een soortgelijk programma met onder meer Starbucks als een van de partners.

Het sterk gegroeide aantal kanalen en mogelijkheden voor relevante communicatie met de vaste klant stelt merken echter ook voor grotere uitdagingen. Dat begint al bij de noodzaak van een single sign-on, meldt Top, zodat deelnemers net zo makkelijk kunnen inloggen via de webshop, social of in de winkel. “Daarbij zien we een ontwikkeling waarbij merken ook de engagement via al die kanalen willen kunnen belonen. Bij een van onze klanten krijgen de vaste shoppers daarom niet alleen meer punten of voordelen bij een aankoop, maar als ze een bericht delen op hun Facebook-pagina, een productreview schrijven of deelnemen aan een questionnaire.”

Deze soms intensieve communicatie op basis van klantdata vereist wel een messcherp gevoel voor de juiste balans. “Er zit een dunne scheidslijn tussen relevant en creepy”, bevestigt Zuurmond. “Veel van onze klanten voegen momenteel bijvoorbeeld nieuwe contactmomenten in het customer service-traject toe. Zoals een sms’je om je te vragen of de recente aankoop goed bevalt, met daarbij direct de mogelijkheid de aankoop via social te delen of een ruilafspraak te maken. Verreweg de meeste klanten waarderen dat zeer. En ook de op geotargeting gebaseerde mogelijkheid om langs de winkel lopende klanten uit te nodigen voor een adviesgesprek met hun persoonlijke styliste valt vaak in goede aarde.”

Overschaduwen
Geen van de ondervraagde experts ziet in Nederland op korte termijn branchebreed ‘Amerikaanse toestanden’ ontstaan. Vooralsnog zijn het de high-end retailketens als Saks Fifth Avenue waarbij verkoopmedewerkers een seintje krijgen als high value customers de winkel binnen lopen. De gewaarschuwde medewerkers kunnen de klant dan direct ontvangen om hen – gewapend met door de computer gegenereerde productsuggesties – naar de juiste schappen of aanbiedingen te leiden. “Ik denk dat veel Nederlandse klanten daar nu nog niet klaar voor zijn”, zegt Zuurmond. “In de komende jaren gaat dat echter zeker gebeuren bij ondernemingen die al een goed verzorgde klantreis hebben staan. Bij SuitSupply wordt de klant bijvoorbeeld al zeer persoonlijk geholpen om het best passende pak te selecteren. Herkend worden als je de winkel inloopt, is dan een logische volgende stap.”

De groei aan nieuwe technologieën mag echter niet overschaduwen dat loyalty over mensen gaat, waarschuwt Luttmer. En dat mensen an sich eigenlijk altijd hetzelfde blijven. Een van de pareltjes in het nieuwe loyaltyprogramma van HEMA is volgens hem dan ook de gratis tompouce die vaste klanten op hun verjaardag kunnen afhalen. “Superrelevant en iedereen heeft het erover bij de koffie.” Zo simpel kan het dus zijn.

Privacy vs. loyalty
Het simpelweg vragen aan klanten wat zij wel of niet mooi of interessant vinden, neemt sterk toe in loyaltyland. Merken krijgen daarop ook steeds vaker antwoord, mits ze goed kunnen motiveren welke baat klanten daarbij hebben. De bereidheid van vaste klanten om meer informatie te delen, kan verder worden vergroot door ze hierover grote mate van controle te geven.

Onderzoek door onder meer Forrester en de Britse consumentenorganisatie Citizens Advice Bureau toont ook aan dat consumenten zich vrijer voelen als ze weten dat ze persoonlijke details te allen tijde weer kunnen aanpassen of verwijderen. Daarbij komt dat consumenten het waarderen als zij zelf precies kunnen bepalen waarvoor en hoe de verstrekte informatie wordt ingezet. Bijvoorbeeld door zelf te kunnen kiezen of ze al dan niet op locatie gebaseerde aanbiedingen willen ontvangen.

Keiharde korting
Hoewel relevante diensten en communicatie belangrijk zijn, is keiharde korting nog steeds met afstand de belangrijkste motivatie om aan een loyaltyprogramma deel te nemen. Wereldwijd geldt dat voor 49 procent van alle consumenten, blijkt uit het onderzoek door Nielsen. En in Europa gemiddeld zelfs 62 procent.

Bedrijven die daar slim op inspringen zijn populair. Zo introduceerde het Amerikaanse Walmart drie jaar geleden een Savings Catcher-tool in zijn loyalty-app. De keten biedt klanten al jaren een laagsteprijsgarantie, maar scant nu ook de verkoopprijzen van alle concurrenten. Als de in de winkel gescande producten duurder zijn dan elders, krijgen klanten aan de kassa een Walmart eGift Card voor het vastgestelde verschil. Het gevolg: de navolgende vier maanden groeide het aantal app-gebruikers van vier naar 24 miljoen.

Tenzij je net als Walmart een echte prijsvechter bent, is korting geven alleen echter onvoldoende, waarschuwt Nielsen. Merken die niet in staat zijn ook relevant en verrassend te communiceren op basis van hun kennis van de klant, verliezen uiteindelijk de strijd om hun loyaliteit.

Customer score
Verschillende grote retail-, horeca- en hotelketens kondigden recent forse veranderingen aan in hun loyaltyprogramma’s. De focus kwam daarbij veel nadrukkelijker te liggen op high value customers die het leeuwendeel van de totale omzet binnenbrengen. Een van de voorstanders van deze aanpak is de Amerikaanse marketinggoeroe Peter Fader. Niet elke klant is namelijk gelijk, argumenteert Fader. Als je precies weet welke waarde een klant vertegenwoordigt, bijvoorbeeld door het berekenen van de customer lifetime value, kun je je inspanningen om hem of haar te behouden daarop afstemmen. Waardoor de kans dat je waardevolle klanten daadwerkelijk behoudt groter wordt en je tegelijkertijd voorkomt dat je te veel spendeert aan het behoud van klanten die netto nauwelijks iets bijdragen. Fader stelt voor het resultaat van deze berekening uit te drukken in de customer score, en pleit ervoor om deze score ook direct met de klanten te delen. “Dan begrijpen die precies waarom ze al dan niet in aanmerking komen voor alle extra’s die klantloyaliteit moeten vergroten”, aldus de marketinggoeroe.

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#156).



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Prijsvergelijker Idealo in de etalage’

Posted 18 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Duitslands grootste prijsvergelijker Idealo, onderdeel van uitgeefgroep Axel Springer, zou in de etalage staan en enkele honderden miljoenen euro’s kunnen opbrengen.

Dat stelt althans marktkenner Sven Schmidt, volgens wie zakenbank GCA Altium in de armen is genomen om de transactie te begeleiden.

Waarom Axel Springer Idealo zou willen verkopen, blijft gissen. Het bedrijf kocht in 2006 drie kwart van de aandelen. De vergelijker zou jaarwinsten boeken van veertig miljoen euro (ebita). Schmidt vermoedt dat de uitgever zich wil tonen als een goed M&A-speler, die behalve koopt ook deelnemingen kan en wil afstoten.

De verkoop zou vierhonderd miljoen euro kunnen opleveren, al moet de kopende partij wel een lange adem hebben. Idealo koopt veel verkeer in bij Google en heeft veel klandizie, webshops, die geen mobiel geoptimaliseerde sites hebben. De vergelijker is erbij gebaat zijn klanten, de webwinkels, te laten investeren in goede mobiele sites.

De kopers moeten óf in de hoek van de private equity worden gezocht óf bij mediabedrijven, die met hun eigen bereik de afhankelijkheid van Google kunnen terugdringen.

Idealo is voor driekwart eigenaar van Visual Meta, een bedrijf dat zoektechnologie ontwikkelde ronndom ‘visual search’.

Idealo is ook actief in Spanje, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Engeland en heeft al jaren een Nederlandstalige placeholder waar niets mee gebeurt.

Foto: Jessica (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe zetten Nederlandse politieke partijen e-mailmarketing in?

Posted 17 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoe zetten politieke partijen e-mailmarketing in? Nogal verschillend, zo blijkt. Ik bekeek veertien partijen: VVD, PvdA, PVV, SP, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks, SGP, Partij voor de Dieren, 50PLUS, DENK en VNL.

Het meest fundamentele verschil verbaasde mij direct. Twee van deze partijen, SP en VNL zetten e-mail niet in! En dat terwijl de conversiecijfers voor e-mailmarketing veel hoger liggen dan die van bijvoorbeeld social media. Hieronder zie je de percentages uit het Nationaal E-mail Onderzoek 2016. Maar liefst 73 procent converteerde in 2016, nadat zij één keer of vaker een mail hebben ontvangen. Voor het verhogen van het aantal leden van een partij zou dit dus een sterk kanaal zijn.

Wat je als marketeer kunt leren van de e-mailmarketing in Den Haag vertel ik je puntsgewijs aan de hand van do’s en dont’s.

1) De belofte vooraf

Ieder partijprogramma draait om het doen van een belofte en uiteraard vervolgens het nakomen daarvan. Ook bij het inschrijven op politieke nieuwsbrieven was ik benieuwd naar deze belofte. Wat kan ik nu concreet verwachten als ik me inschrijf? Hieronder een paar voorbeelden die ik tegenkwam bij het inschrijven op nieuwsbrieven.

Do: vertel wat de ontvanger te wachten staat

Een duidelijk – en ook fraai vormgegeven – inschrijfformulier is die van de PvdA. De belofte is helder: als je je e-mailadres achterlaat, dan wordt je op de hoogte gehouden van het laatste nieuws. Veel partijen pakken het op deze manier aan.

Don’t: niets vertellen over de belofte

Een aantal inschrijfformulieren oogt gedateerd, zo ook dit voorbeeld van de PVV. Wat ontbreekt rondom dit formulier is informatie over wat ik als inschrijver zal ontvangen. Tegelijkertijd wil de PVV al direct veel van mij wil weten. Deze combinatie nodigt niet erg uit.

2) Bevestiging van inschrijving

Natuurlijk streeft iedere politieke partij er naar om zich aan de wetgeving houden. Ook wanneer het gaat om e-mailmarketing. Een dubbele opt-in (bevestiging van de toestemming van een inschrijver) is niet wettelijk verplicht, maar het toont wel aan dat je als organisatie zorgzaam omgaat met de gegevens van je inschrijvers. Deze aanmeldbevestigingen ontving ik.

Do: dubbele opt-in en professionele uitstraling

De VVD heeft het inschrijvingsproces goed op orde. Na aanmelding via de website ontvang je binnen enkele seconden een heldere bevestigingsmail. Positief is dat deze mail simpel is, maar wel vormgegeven naar de huisstijl van de VVD.

Don’t: geen bevestiging of onduidelijkheden

De SGP en DENK hanteren geen dubbele opt-in. Bovendien ontvang je helaas van deze partijen ook geen bevestiging van je inschrijving. Van andere partijen ontving ik wel een bevestiging, maar in sommige gevallen riep dit ook vragen op. Bijvoorbeeld de bevestigingsmail van het CDA, waarin zij aangeven dat ik spoedig een antwoord ontvang op mijn verzoek of vraag.

3) Frequentie van de nieuwsbrief

Een interessant gegeven op strategisch gebied is hoe vaak er een mailing wordt verzonden. Hieronder de cijfers van 1 februari tot 13 maart, een ruime maand dus voor de verkiezingen:

Partij Aantal mailings
VVD 0
PvdA 7
PVV 13
CDA 0
D66 0
ChristenUnie 3
Groenlinks 0
SGP 1
Partij voor de Dieren 3
50Plus 6
DENK 0

Mijn verwachting was dat ik van iedere politieke partij een paar mailings zou ontvangen. Het tegendeel bleek waar te zijn. Van VVD, CDA, D66, GroenLinks en DENK ontving ik tijdens de laatste maand voor de verkiezingen geen bericht. De vraag is vervolgens of dit ligt aan de lage verzendfrequentie of aan fouten in het aanmeldproces.

4) Een pakkende onderwerpregel

De kracht van je onderwerp bepaalt voor een groot gedeelte of je mail wordt geopend of niet. Voor de politiek – zeker met lange inhoudelijke e-mails of een lage verzendfrequentie – dus erg belangrijk. Voor zowel de do als de don’t heb ik een mail van de PvdA uitgekozen.

Do: wees creatief en uniek

Deze onderwerpregel van de PvdA valt op door het gebruik van het hartjesicoon. Het onderwerp is in dit geval niet beschrijvend, maar het maakt de lezer wel nieuwsgierig naar de inhoud.

Don’t: geen beschrijving of trigger

Wat niet sterk is aan deze titel, is dat het de inhoud niet beschrijft. Het zou sterker zijn als er een paar woorden aan toegevoegd zouden worden die vertellen waar de brief over gaat. Bijvoorbeeld ‘Brief aan de kiezer: samen vooruit na crisis’.

5) Scoren met een afzendernaam

Veel e-mail marketeers zien het belang in van een sterke onderwerpregel. Maar je kunt ook zeker scoren met een afzendernaam. Het is met name van belang om een herkenbare afzendernaam te gebruiken. Onderstaand voorbeelden van de PvdA en de Partij voor de Dieren.

Do: bekende echte naam en partij

De Partij voor de Dieren combineert de naam van de lijsttrekker met de partijnaam. Voor de ontvangers is het direct duidelijk van wie zij een mail binnen krijgen. En het zegt meer dan dat de afzender alleen ‘Partij voor de Dieren’ of ‘Marianne Thieme’ was geweest.

Don’t: onherkenbare afzender

Cabaretier Jeroen van Merwijk stuurde 1 maart een mail via het account van de PvdA. Een leuk concept om een gast een mail te laten sturen, maar in dit geval zullen veel ontvangers geen idee hebben gehad wie het is. Zo ook ik. Overigens mailt de Pvda met verschillende afzendernamen: ‘PvdA’, ‘Lodewijk Asscher’ en ‘Jeroen van Merwijk’.

6) Personalisatie in de nieuwsbrief

Het personaliseren van een e-mail is een machtig wapen om het leuker te maken om mailings te bekijken. Als partij moet je dan wél in het aanmeldproces een stap tot profielverrijking opnemen. Wanneer ik als ontvanger de moeite heb genomen om mijn gegevens aan te vullen, met bijvoorbeeld mijn voornaam, dan vind ik het ook leuk als dat daadwerkelijk gebruikt wordt.

Do: persoonlijke aanhef

De PvdA kent mijn voornaam en zij gebruiken die consequent in de aanhef van hun mailings. Ik ervaar het als prettig dat zij dit iedere mailing opnieuw goed doen en voel mij daardoor meer persoonlijk aangesproken.

Don’t: onpersoonlijke behandeling

Je voelt ‘m wellicht al aankomen. Een onpersoonlijke aanhef zorgt niet voor een positief gevoel. Wanneer je als afzender de naam van je ontvanger niet weet, kun je wellicht beter de hele aanhef weglaten. De Partij voor de Dieren gebruikt ‘Beste nieuwsbrieflezer’ als aanhef.

7) De hoeveelheid informatie

Ik ga niet inhoudelijk in op de mailings die ik heb ontvangen vanuit Den Haag. Wat ik wel kort wil aanstippen is de hoeveelheid informatie die in een mail wordt geplaatst. Oorspronkelijk waren nieuwsbrieven langer dan dat ze nu doorgaans zijn. Laten we eerlijk zijn: niemand gaat meer tien minuten zitten om een nieuwsbrief te lezen. De laatste tijd zie ik zelfs steeds meer single message mails voorbij komen!

Do: korte e-mails

PvdA wisselt korte e-mails af met iets langere e-mails. Hieronder zie je een single message mail, maar het komt ook voor dat er drie of vier onderwerpen aan bod komen. Wat zij goed doen is dat zij de e-mails kort en bondig houden. Zij maken hierdoor voor zichzelf de ruimte om vaker een mailing te sturen: het stoort minder.

Don’t: mails waar een inhoudsopgave nodig is

In de onderstaande mailing van de SGP is een inhoudsopgave nodig om het overzichtelijk te maken. Helaas raakt de lezer alsnog snel het overzicht kwijt, omdat er gewoon te veel informatie aangeboden wordt. Dit gaat ten koste van de scanbaarheid van de nieuwsbrief.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

BinckBank neemt het Nederlandse fintechbedrijf Pritle over

Posted 17 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

BinckBank neemt het Nederlandse fintechbedrijf Pritle over. Deze online vermogensbeheerder wil geautomatiseerd vermogensbeheer toegankelijk maken voor grote groepen Nederlandse beleggers.

Voor de overname van de bedrijfsactiviteiten betaalt BinckBank 12,5 miljoen euro, waarvan 7,5 miljoen in contanten en een bedrag van 5 miljoen in aandelen BinckBank.

Pritle biedt volgens BinckBank een ‘unieke combinatie van schaalbare hoogwaardige technologie en een gedreven start-up cultuur’ die aansluit bij zijn online dienstverlening voor Laten beleggen-oplossingen.

Beleggers kunnen al met een tientje beginnen en zelf een tijdpad en doel uitzetten. Ze worden daarbij begeleid met visualisaties en geautomatiseerde aanbevelingen.

Pritle heeft circa 60 miljoen onder beheer van 6.500 klanten met een team van 28 medewerkers dat in geheel in dienst treedt bij BinckBank. Voormalig CEO en oprichter Thomas Bunnik gaat zich focussen op de uitbreiding van de vermogensbeheerdienst-verlening in Europa. Pritle is momenteel actief in Nederland, België, Oostenrijk en Zwitserland.

Foto Guido van Nispen



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dawnbot: bot tegen reclameclichés

Posted 17 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Amsterdamse bureau Dawn heeft een bot gebouwd die in een paar stappen een campagne voor je maakt. De Dawnbot is een statement tegen het kopieergedrag van reclamebureaus en marketeers.

Strategie
  • Bot bouwen die campagnes maakt
  • Statement voor eigen bureau maken

Het begon ermee dat hij gewoon eens een bot wilde bouwen, vertelt Jurian van der Hoeven. “Het leek me goed om met die technologie een soort side-project te doen, ook om als bureau te laten zien wat je kan.” Al snel ontstond het idee van een bot die in een paar stappen een campagne kon maken: beantwoord een paar vragen en krijg je eigen unieke campagne! “Wat natuurlijk een grap is. Want wat de Dawnbot uiteindelijk maakt, kan een reclame zijn voor alles. Je kunt er ieder logo achter zetten.”

En dat is eigenlijk wat steeds meer in de reclamewereld gebeurt, stelt Van der Hoeven. “We maken inmiddels allemaal commercials in dezelfde feel good-stijl. Maar op het moment dat elk merk gaat zeggen dat ‘we samen meer kunnen’, is dat natuurlijk echt ongeloofwaardig.” Dawn, dat klanten heeft als onder meer Triodos Bank en Bavaria, zegt gezien te worden ‘als meester in dit genre’. “Maar het begon ons steeds meer op te vallen hoe vaak deze stijl voorbij komt en gebriefd wordt,” aldus Van der Hoeven.

Juist uit die conclusie ontstond het strategisch inzicht om de Dawnbot groter in te zetten: “Het idee is te laten zien dat het een probleem is dat reclames steeds meer op elkaar gaan lijken. Als dat zo doorgaat, kunnen we ons werk overlaten aan een robot. Dus die hebben we maar gebouwd.” De strategie om het naar buiten te brengen, was om te tonen dat voor Dawn een goede campagne draait om relevantie en impact. “Daar heb je creatieve denkkracht en ambachtelijke vaardigheden voor nodig, in plaats van data of clichés.

Doelstellingen
  • Onderscheidend vermogen laten zien

“Het doel is geweest om te laten zien dat wij het anders doen dan de rest. Want in plaats van dat wij dezelfde soort campagnes maken, maken wij een robotje die dat kan.” In de boodschap die de Dawnbot aan het einde geeft, bij het afleveren van de ‘unieke’ commercial, zit volgens Van der Hoeven de crux: ‘de groeten van de mensen van Dawn, anything a machine can not do’.

De Concept Developer vindt het het leukst als mensen de campagne net niet helemaal begrijpen. Omdat daar een soort ongemakkelijkheid in zit. Is het eigenlijk niet gewoon alleen maar een campagne voor het eigen bureau? “Ik vind het echt meer dan dat. Het is een statement over hoe wij naar het vak kijken.” Voor sommige mensen zou het best weleens schrikken kunnen zijn geweest. “Zij kennen ons ook van het soort commercial dat we met de Dawnbot op de hak nemen. Dat is best onhandig, maar dat is ook lef tonen.”

Knelpunten
  • Toon en uitleg van de Dawnbot

De lijn tussen afzeiken en de spot drijven, is dun. “We wilden het kopieergedrag spoofen en daarmee ook onszelf.” Het onderscheid zit in kleine dingen. Vooral op het gebied van taal en vormgeving, maar ook in de manier waarop je het naar buiten brengt, zegt Van der Hoeven. “Als iedereen had gedacht dat we bloedserieus waren, hadden we de plank mis geslagen. Maar als we meer hadden uitgelegd, zoals we eerder hebben geprobeerd, ben je de grap kwijt. Het luistert dus heel nauw.”

Resultaten
  • Drieduizend video’s
  • Grote zichtbaarheid

Aan zichtbaarheid geen gebrek, zegt Van der Hoeven. “We zijn in veel vakmedia genoemd en veel mensen van andere bureaus hebben de actie doorgeplaatst.” Bij de lancering begin januari verwachtte hij dat misschien zo’n vijfhonderd tot duizend mensen het botje zouden uitproberen. “Na twee weken bleken er zo’n drieduizend video’s gemaakt. Laten het 2500 mensen geweest zijn waarvan een aantal de bot vaker heeft uitgeprobeerd.”

Financiën

In totaal heeft het maken en promoten van de Dawnbot minder dan vijfduizend euro gekost. “We hebben veel zelf gedaan. Larix Kortbeek was onze developer en Feike de Wit van Soundcircus heeft het geluid gedaan. Verder hebben rechten voor muziek en beeld moeten afkopen.” De kosten voor het promoten van de Dawnbot op onder meer de eigen Facebook-pagina, Instagram en YouTube zijn volgens Van der Hoeven te verwaarlozen. “Dat zal niet meer dan vijf tientjes zijn geweest.”

*) Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#156).



Lees het volledige bericht op Emerce »