Posts Tagged ‘rbi’

Wat digital agencies kunnen leren van SoDA’s Global Digital Outlook 2017

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De jaarlijkse Global Digital Outlook Study door SoDA en Forrester is live. Als onderdeel van SoDA, het netwerk van de honderd meest innovatieve en bekroonde digitale bureaus ter wereld, zetten we de zeven belangrijkste resultaten voor je op een rij.

1. 48 procent van de marketeers verwacht stijging in digitaal

Het is bijna geen nieuws meer te noemen, maar wel fijn om te concluderen dat 48 procent van de marketeers verwacht dat de budgetten voor digital ook het komende jaar gaan stijgen. Dat wil zeggen; over het grote geheel blijven de totale marketingbudgetten gelijk, maar het merendeel (27%) verwacht een groter deel daarvan naar digitale projecten en campagnes te schuiven. Desondanks verwacht maar liefst 21 procent van de marketeers significant minder te investeren in online. En dat is ogenschijnlijk veel, aangezien vorig jaar slechts 11 procent van de marketeers aangaf een daling te verwachten in digital marketing budget. Waar dat dan in zit? Daar geeft het rapport helaas geen antwoord op.

2. We gaan voor Programmatic, VR & Voice

Aan welke projecten wordt dit budget dan uitgegeven? Net als vorig jaar staan digitale experiences (web en mobiel), content, digitale services en analytics bovenaan de lijst. Als het gaat om digital media spend verwachten de marketeers de meeste uitgaven te doen op het gebied van Video Advertising (49%) en Social Content (47%). Nieuwe, kortetermijninvesteringen worden volgens marketeers verwacht op het gebied van Programmatic Advertising, VR/AR en Voice/Chatbots. Als we dezelfde vraag stellen aan digital agencies blijkt dat de meesten – gelukkig – een aardig goed beeld hebben van waar klanten in willen investeren.

3. Innovatie Labs FTW

Als het gaat over de manier van samenwerken tussen marketeers en agencies, verwacht een groot aantal dat echte samenwerking met multi-agency teams het speerpunt van 2017 zal zijn. Daarbij ziet het grootste gedeelte van de bureaus het aantrekken van talent en continu ontwikkelen van nieuwe services en diensten als belangrijkste strategie om succesvol te zijn. Ook het creëren van een Innovatie Lab – helaas, je dacht waarschijnlijk uniek te zijn – is bij 66 procent van de agencies al een feit, en het blijkt daadwerkelijk een vruchtbare manier om nieuwe services snel uit te kunnen rollen.

4. Meerdere, gespecialiseerde bureaus krijgen de voorkeur

Het is interessant om te zien dat de ene helft van de bureaus gelooft in specialisatie voor groei, terwijl de andere helft juist gaat voor het combineren van meerdere diensten. Marketeers zelf (40%) geven de voorkeur aan meerdere, gespecialiseerde digitale bureaus om hun activiteiten onder te brengen. Benieuwd waarom marketeers de samenwerking met een bureau stoppen? Dat is meestal het gebrek aan innovatie of – hoe kan het ook anders – de prijs.

5. Daar komen de consultancy firms…

Innovatie. Waar in 2015 nog 66 procent van de marketeers dacht dit intern te kunnen organiseren, is deze verwachting over 2017 slechts bij 14 procent blijven leven. Slecht nieuws voor ons als digitale bureaus is dat consultancy firms als Accenture en Deloitte Digital op de eerste plek staan als het gaat om het brengen van deze innovatie, nog boven digital media partners als Google en Facebook. Wat er wellicht mee te maken heeft is dat inmiddels 49 procent van de marketeers aangeeft dat C-level collega’s worden aangehaakt bij het selecteren van digitale partners. De bureaus zelf verwachten overigens dat digital agencies met hun ‘makers’-mentaliteit de top 3 te kunnen behouden.

6. Aantrekken van talent grootste probleem bij insourcing digitale teams

58 procent van de digitale bureaus verwacht dat insourcing van digitale teams een bedreiging wordt voor hun werkzaamheden. Vooral op het gebied van social media, analytics en digital experiences lijken de corporate marketeers daar ook steeds beter in te slagen. Hun prioriteiten liggen dit jaar op data, de organisatiecultuur en -structuur en customer insights. Interessant om te zien is dat de verwachtingen van marketeers over insourcing hooggespannen zijn, maar als de data wordt vergeleken met 2016 blijkt dat het vaak nog bij plannen blijft. De reden? De zoektocht naar talent blijkt voor marketeers aan klantzijde nog veel ingewikkelder dan bij ons als digitale bureaus.

7. Innovatie? Creativiteit & data it is!

Een mooie conclusie van het rapport is dat marketeers en digital agencies wat betreft digitale innovatie recht over elkaar lijken te staan. 78 procent van de marketeers gelooft dat zijn of haar organisatie klaar is om de innovatie aan te gaan, terwijl slechts 23 procent van de digitale bureaus het daarmee eens is. Teveel bezig zijn met de business-as-usual en geen proces voor innovatie zijn volgens de digitale bureaus de belangrijkste reden dat innovatie niet kan slagen. Terwijl de bureaus lijken te focussen op innovatie zijn marketeers vrij concreet in wat ze van bureaus willen. Beter design en creative (44%) en beter kunnen inspelen op data (43%) blijken de belangrijkste peilers.

De conclusie? Als digital agency lijken we niet te ontkomen aan insourcing, de grote consultants en zoektocht naar talent. Maar laten we met z’n allen zorgen dat de marketeers de meerwaarde zien van makers, een blik van buitenaf en van ‘digital natives’ die zijn gewend zijn aan snelheid van de wereld van vandaag. Let’s practice what we preach!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dorst & Lesser opent kantoor in Brussel

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Socialmediabureau Dorst & Lesser heeft een kantoor geopend in Brussel om daar vandaan zijn internationale klanten te kunnen bedienen.

Het bedrijf uit Amsterdam gaat al zijn diensten aanbieden in België. Dat omvat het adviseren bij socialmediastrategie maar ook socialadvertising, communitymanagement en contentproductie.

Creative director Robert Withagen zegt in een persbericht: “We zijn al even actief bij onze zuiderburen en merken grote verschillen tussen de Belgische en Nederlandse markt. Om deze markt goed te kunnen bedienen hebben wij afgelopen jaar Belgische werknemers aangetrokken. Het voelt nu als een logische stap om ook ons kantoor officieel te openen en meer merken aan ons te gaan verbinden.”

Dorst & Lesser werkt vanuit Brussel voor Renault Belux, Rituals België en Coty België.



Lees het volledige bericht op Emerce »

CVC koopt moeder van GoToGate.nl en Supersaver.nl

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Investeerder CVC legt 508 miljoen euro op tafel om online reisbureau Etraveli uit Zweden te kopen. Het bedrijf wil snel uitbreiden op de internationale markt, vooral in vliegtickets.

Daarmee krijgt het moederbedrijf van de Nederlandse labels GoToGate.nl en Supersaver.nl een nieuwe impuls. De verkopende partij is het Duitse mediabedrijf ProSiebenSat.1. Dat kocht Etraveli in 2005 voor 235 en verdient zijn investering meer dan dubbel terug.

Etraveli is actief in vijftig landen en genereert een jaarlijks transactievolume van twee miljard euro. In 2015 realiseerde het een omzet van 92 miljoen euro. Naar eigen zeggen is het een van Europa’s vijf grootste reisbureaus voor de luchtvaart.

Naar verwachting zal de investeerder de portemonnee trekken om het bedrijf uit het Zweedse Uppsala een groei-impuls te geven. Daarbij wil het zich richten op, wat heet, meer complexe flight packages. Lorne Somerville van de nieuwe eigenaar zegt: “Ze zijn duidelijk een voorloper op de reismarkt vanwege de datagedreven marktbenadering en het zeer schaalbare bedrijfsmodel.”

Foto: Rob Annis (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

B2B e-commerce platformen: wordt het all-in-one, best-in-breed of headless?

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

B2B-klanten verwachten een rijkere koopbeleving en meer content als ze zich op producten oriënteren. Voor veel B2B-bedrijven is dat reden om legacy e-commerce en ERP-systemen te vervangen door wendbaarder platformen. Drie ervaringsdeskundigen aan het woord over deze keuze.

Uit onderzoek van Forrester blijkt dat snelle time-to-market, personalisatie, omni-channel ondersteuning en data analytics de belangrijkste eisen zijn die B2B-bedrijven aan een e-commerce platform stellen. Dirk de Bruijn is zelfstandig e-commerce professional en herkent dat rijtje zeker. “Ik begeleid organisaties bij het zoeken naar het juiste platform en de implementatie daarvan. De reden daarvoor is tweeledig: ofwel ze zetten voor het eerst de stap naar e-commerce, ofwel het oude systeem voldoet niet meer. Ik werk nu bijvoorbeeld bij een organisatie die een online bestelsysteem gebruikt dat is gelinkt aan het ERP-systeem. Zij zijn toe aan een geavanceerdere oplossing. Maar het komt ook vaak voor dat bedrijven een systeem gebruiken dat stug en inflexibel is, waardoor ze de snelle ontwikkelingen op het gebied van e-commerce niet kunnen bijbenen en de time-to-market te lang is. Als het businessmodel verandert, is het heel veel werk om zo’n legacy systeem daarop aan te passen.”

Personalisatie speelt ook in de ervaring van Dirk in het B2B-segment een grote rol. “Er is immers vaak sprake van klantspecifieke prijzen. Daar moet het e-commerce pakket mee om kunnen gaan. Daarnaast wil je op basis van het klantprofiel de juiste content serveren. Als iemand steeds in een bepaalde productcategorie zoekt, dan moet die uitgelicht worden. Dat kan ook proactief gebeuren: als je weet wanneer iemand een bepaalde koffiemachine heeft gekocht, kun je voorspellen wanneer hij wat nodig heeft op het gebied van koffiebonen en toebehoren en onderhoud. Hieruit volgt logischerwijs de eis dat het platform data verzamelt en analyseert. Zonder die informatie kun je niet personaliseren.”

De omni-channel eis is volgens Dirk klantgedreven. Zij willen self- en full-service de koop kunnen sluiten, online en offline, direct en indirect. “Er moet een mix van kanalen gefaciliteerd worden. Een vertegenwoordiger moet het e-commerce pakket ook kunnen gebruiken om de order van de klant te plaatsen.”

Welke set-up?

Niet alleen de functionele eisen, ook de opzet van het e-commerce platform zelf is iets waar bedrijven over na moeten denken. Forrester onderscheidt hierbij drie opties:

All-in-one

Een alles-in-een oplossing biedt alle pijlers van e-commerce aan (commerce management, marketing, experience management, order management en PIM) en is volgens Forrester vooral interessant voor bedrijven die hun bestaande platform willen vervangen, MKB’ers die niet het budget hebben om verschillende tools op elkaar af te stemmen en bedrijven die net begonnen zijn met het ontwikkelen van e-commerce. Daarnaast ziet Dirk de Bruijn mogelijkheden voor pure players. “Ik sprak pas een technologische groothandel die een aparte online formule heeft opgezet, waarbij alleen via internet wordt verkocht. Als je daarmee snel van start wilt gaan, dan is een all-in-one oplossing een goede optie.”

Best-in-breed

Het is ook mogelijk om voor elke benodigde functionaliteit de beste oplossing op de markt te kopen en al die oplossingen aan elkaar koppelen. Dat kost wel veel tijd en geld. Een meer strategische aanpak is om een e-commerce platform als uitgangspunt te nemen en waar nodig aanvullende toptools te implementeren. Dit gebeurt met name op enterprise-niveau en bij bedrijven die veel ervaring hebben in e-commerce.

Headless

Headless e-commerce platformen hebben geen front-end, waardoor de userinterface op maat moet worden gemaakt. Bedrijven die hiervoor kiezen hebben veelal een web CMS en marketingtoolsets waar ze gebruik van willen blijven maken of ze willen innoveren met e-commerce op nieuwe interfaces zoals conversational of social commerce. “Ik heb zo’n oplossing tot nu toe bij één organisatie gezien,” zegt Dirk. “Zij hadden een ERP-systeem voor alle backend-processen en een data-assetmanagement-tool voor foto’s en video’s en een e-commerce platform. Al die data werden gerenderd naar een Javascript generator die de front-end vormt. Dit bedrijf was heel erg gefocust op snelheid aan de voorkant, dus een korte laadtijd van de site voor de gebruiker.”

Kiezen in de praktijk: Fluiconnecto

Fluiconnecto is gespecialiseerd in hydrauliek en actief in 31 landen. Eind vorig jaar werd besloten om e-commerce ‘op te tuigen’, vertelt Group E-commerce Manager Krimo Maadi. “Steeds meer klanten willen online kunnen bestellen en wij zien het daarnaast als een goede mogelijkheid om nieuwe klanten te vinden. Onze producten lenen er zich ook goed voor. Daarom zijn we vorig jaar zomer begonnen met ons te oriënteren op hoe we dit kunnen opzetten.”

Uitgangspunt bij de selectie van een e-commerce platform is vooral om in zoomen op bedrijfsspecifieke vereisten, stelt Krimo. “Ieder platform biedt tegenwoordig de belangrijkste standaardfunctionaliteiten zoals een winkelmandje. Voor ons als Fluiconecto is het belangrijk dat het platform geschikt is voor het beheer van meerdere webshops in verschillende talen én dat we aan medewerkers rollen kunnen toekennen met de bijbehorende autorisatieniveaus. We hebben de marketing decentraal ingericht, omdat lokale mensen de meeste kennis van de markt hebben. Maar zij hoeven niet in detail te kunnen zien wat er in de andere landen gebeurt.”

In het selectieproces heeft Krimo ervoor gekozen zich niet op de standaardfunctionaliteiten te concentreren. “De feature list kun je downloaden op de website van de leverancier. Wij hebben vooral gekeken naar de vendor zelf en diens partners, het financiële model, de architectuur van het platform, integratiemogelijkheden en gebruikersvriendelijkheid. De RFP/RFI richtte zich dus op zakelijke en technische punten die van belang zijn als je zo’n investering doet. Van daaruit hebben we eerst het platform gekozen. Vervolgens hebben we implementatiepartners uitgenodigd voor interactieve demo’s van een aantal specifieke use cases, zodat we konden zien hoe partners daarmee omgaan, wat de dynamiek is met de leverancier, enzovoorts. Dit traject hebben we in drie maanden doorlopen.”

Er is vervolgens gekozen voor Intershop als platform met daarnaast een aparte PIM-tool. “Gaandeweg zullen we andere tools aankopen, we gaan voor de best-in-breed aanpak. Maar dat is toekomstmuziek. De basis zoals we die nu hebben is voldoende om goed van start te kunnen gaan.”

MS Schippers: B2C look & feel, B2B achterkant

Jules van der Werf is marketingmanager bij MS Schippers, toeleverancier van agrarische bedrijven. De webshop is actief in tien landen en zeven talen en kenmerkt zich door een B2C look & feel. “Dat is natuurlijk een bewuste keuze. We willen nieuwe klanten trekken en dat gaat gemakkelijker als de site vertrouwd aanvoelt.”

Van belang bij de selectie van een e-commerce platform was dat deze nieuwe technologische ontwikkelingen (mobile, responsive) en de verschillenden landensites en talen aan zou kunnen. Aan de achterkant moest het systeem een aantal specifieke B2B-kenmerken kunnen ondersteunen. “Herhaalbestellingen zijn op ons vakgebied heel belangrijk, dat zie je bij bol.com en CoolBlue natuurlijk minder. Verder zorgen we er door middel van favorietenlijsten voor dat de verschillende typen agrarische bedrijven bij de juiste informatie terechtkomen. Een pluimveehouder kan kippen hebben vanwege de eieren, maar ook om kuikens te fokken. Beiden hebben behoefte aan andere producten. Maar de personalisatie gaat nog verder. Een varkenshouder krijgt straks geen foto van een koe meer te zien op onze site. Dat levert een spanningsveld op, want de hoeveelheid content neemt enorm toe als je dit goed wilt doen. We zijn nu aan het kijken hoe snel we dit kunnen invoeren.”

Een ander typisch B2B-kenmerk dat het platform volgens Jules aan moet kunnen, is het feit dat agrariërs vaak verschillende bedrijven hebben. “Als ze meer stallen hebben dan zijn die ondergebracht in aparte bv’s. Maar de eigenaar moet wel kunnen zien wat er overal is besteld, dus het moet makkelijk zijn om tussen accounts te switchen. Het prijsbeleid is ook een groot verschil tussen B2B en B2C. We hebben met bepaalde klanten prijsafspraken en die moeten natuurlijk wel online zijn verwerkt anders kunnen zij niet in de webwinkel bestellen. Verschillen in belastingen dangerous goods-heffingen verhogen de complexiteit.”

Dit alles leidde ertoe dat de keuze op Intershop viel. “Wat een beetje meespeelde was dat we hier een aantal Java-developers hebben zitten die al ervaring met dat platform hadden. Dat scheelt in de implementatietijd. In 23 weken zijn we live gegaan met tien landen. We zitten nu in de feedbackfase. Onze salesmedewerkers gebruiken hetzelfde systeem als de klant en dat levert ons heel veel goede respons op. Mijn belangrijkste adviezen zijn dan ook: zorg dat je helder hebt aan welke bedrijfsspecifieke eigenschappen het systeem moet voldoen en betrek de medewerkers bij het verbeteren van de gebruikerservaring.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is de beste indeling van een website voor organische vindbaarheid?

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In dit artikel leg ik uit welke verschillende mogelijkheden er zijn om een website op te bouwen, en wat de invloed hiervan is op organische vindbaarheid. In het tweede deel van het artikel ga ik ook dieper in op het fenomeen microsites.

Bij de aanmaak van een website is het altijd een moeilijke keuze hoe deze zal worden opgebouwd: wat komt waar, en hoe wordt de website ingedeeld. Over het algemeen kan een website als volgt worden ingedeeld:

* Hoofddomein

* Subdomein

* Subfolder

Een aparte categorie, die toch het vermelden waard is, zijn de microsites.

Hoofddomein

Het hoofddomein begint met een goede URL. Hier zijn een aantal zaken waarmee je rekening mee moet houden. Een URL moet immers gemakkelijk te onthouden zijn, zodat het niet te moeilijk is om deze terug te vinden, en mond-op-mond reclame mogelijk maakt. Houd het adres daarom kort.

Zie bijvoorbeeld Internet Marketing Universiteit. Deze begon in 2010 als InternetMarketingUniversiteit.nl. In 2014 stapt men dan over naar IMU.nl. Het oude domein was met 29 karakters echt te lang. IMU.nl daarentegen is lekker kort en pakkend. Makkelijk deelbaar. Klinkt meer als een ‘officiële instelling’ en minder als een domein gevuld met zoekwoorden.

Moet wel gezegd worden, anno 2017 is het bijzonder moeilijk om dit soort mooie drieletter domeinnamen goedkoop vast te leggen voor de .nl domeinnaam extensie. Je zou kunnen denken aan alternatieve extensies zoals bijvoorbeeld .io (populair onder tech geeks), .amsterdam en .frl (voor lokale ondernemingen) of .coach/.expert/.consulting (voor professionals). Maar deze relatief nieuwe domeinnaam extensies zijn op moment van schrijven nog niet echt ingeburgerd. Mijns inziens zijn deze nieuwe extensies risicovol qua ‘type-in traffic’. Je hebt kans dat mensen jouw merknaam horen op de radio, en bij thuiskomen deze intypen en uit gewoonte ‘.nl’ toevoegen. En dan vervolgens op de website komen van een concurrent of irrelevante partij.

Een voorbeeld hiervan is de politieke partij Voor Nederland. Omdat de drieletter domeinnaam ‘VNL.nl’ al vergeven was aan een ICT instelling, hebben zij gekozen voor VNL.nu. De .nu extensie zie ik overigens ook in de praktijk vaak gebruikt worden in Nederland als alternatief voor wanneer .nl niet meer beschikbaar is.

Problematisch is dat wanneer mensen graag meer te weten willen komen over de standpunten van deze partij zij toch geneigd zullen zijn om in de browser balk in te typen ‘VNL.nl’ en in dat geval zullen zij terecht komen op een ICT-servicewebsite. Dit is geen goede eerste kennismaking en komt onprofessioneel over. De ICT-partij gebruikt het domein overigens niet, deze verwijst door naar een andere domein, SLTN.nl.

Mijns inziens zou Voor Nederland budget opzij moeten schuiven om de meest geschikte domeinnaam over te nemen (indien de ICT-partij daar open voor staat natuurlijk, het domein wordt momenteel niet gebruikt, en kent weinig linkwaarde volgens de Ahrefs backlink checker tool, dus ik zou niet weten waarom zij deze domein niet zouden willen overdragen voor de juiste prijs).

Subdomeinen

Subdomeinen, ook gekend als ‘third-level domeinen’, zijn onderverdelingen van je domein. Heel dikwijls kunnen we zien dat websites de blog als een subdomein gebruiken, bijvoorbeeld: Blog.prenatal.nl of Blog.seniorennet.be. Voorgaande is niet ideaal, omdat je onder andere linkwaarde wegleidt van het hoofddomein. Het is immers niet gezegd dat Google deze als één website zal erkennen. Het is beter om een blog te gebruiken als een subfolder.

Subdomeinen kunnen wél gebruikt worden om bijvoorbeeld verschillende divisies van een bedrijf aan te geven. Het bekendste voorbeeld hiervan is wat Google doet. Iedereen kent immers de subdomeinen Maps.google.com of Translate.google.com.

Een tweede manier om subdomeinen te gebruiken is wanneer een deel van je website niet zichtbaar is, of niets bijdraagt aan de inhoud van de website en bijgevolg ook niet noodzakelijk door Google gevonden moet worden. We denken dan bijvoorbeeld aan het ledengedeelte, training, of gedeelten waarvoor een inlog nodig is. Zie bijvoorbeeld het Nederlands Instituut voor Biologie: Leden.nibi.nl. Wederom goede hoofddomeinnaam keuze overigens.

Subfolder

Over het algemeen kunnen we zeggen dat het beter is een subfolder te gebruiken dan een subdomein. Hierboven hebben we enkele uitzonderingen gezien, maar de subfolder is in de overgrote meerderheid van de gevallen aan te raden.

Subfolders hebben bijvoorbeeld de volgende indeling: https://www.schoonenberg.nl/blog. Bemerk dat de blog hier niet als subdomein, maar als subfolder staat. De subfolders zijn de indeling van de website. Maak deze dus logisch, overzichtelijk en gemakkelijk te doorzoeken voor Google, volgens een zogenaamde silostructuur.

Maak voor je begint een indeling van de pagina, en beslis welke subfolders en eventuele onderliggende folders je wenst. Dit is belangrijk, want deze folders zijn een integraal deel van de zoektocht door je website die Google doet. Overigens is het ook voor de bezoeker beter dat je een goede indeling hebt.

Subfolders kunnen ook gebruikt worden om een specifiek thema te behandelen (bijvoorbeeld binnen subfolder http://www.knvb.nl/competities/eredivisie-vrouwen kan men louter informatie vinden omtrent de damesvoetbal eredivisie competitie), of zich specifiek richten tot een bepaalde locatie of taal (zoals www.coolcat.be/nl/ en http://www.coolcat.be/fr).

Tot slot wil ik nog beklemtonen dat het belangrijk is om de naam van de subfolders duidelijk te houden. Gebruik dus streepjes, zijnde het teken: ‘-‘ tussen de woorden in de titel, bijvoorbeeld: http://www.mazda.nl/modellen/nieuwe-mazda-cx-5/. Net zoals voor de domeinnaam geldt hier: Korter liever dan langer.

Microsites

Met microsites bedoel ik websites die los staan van de website van het bedrijf, en dus een volledig apart domein hebben. Microsites zijn kleiner dan traditionele websites (over het algemeen 2-3 pagina’s), en zijn gecreëerd voor een specifiek doel of een specifieke campagne. Ze zijn dus veel specifieker qua inhoud, en zijn meestal tijdelijk. Ze zijn gemaakt om te informeren óf te entertainen.

Opmaak

Voor we kijken naar de voor- en nadelen van microsites, gaan we eerst even in op hoe een microsite het best wordt opgebouwd, en wat je wilt vermijden.

Het belangrijkste is uiteraard de URL: door de specifieke opzet van een microsite is het heel belangrijk dat deze duidelijk is, en gemakkelijk te onthouden. Deze zal dan ook meestal kort zijn, en duidelijk maken wat er op de site te zien is.

Indien je een (nieuw) product wenst te promoten, is het best om een domeinnaam als bijvoorbeeld Fanta.nl te gebruiken.

Wat de website zelf betreft, is het belangrijk om dubbele content met de hoofdwebsite te vermijden.

Nadelen

Kijken we naar de negatieve zaken, dan kan het gebeuren dat klanten verward raken, en niet weten waar ze op terecht gekomen zijn. Potentiële klanten kunnen denken op je hoofdsite terecht gekomen te zijn, en (voorgoed) wegklikken als dit niet het geval is.

Op het vlak van search is het zo dat meerdere websites voor een merk links, sociale signalen en gebruikerssignalen naar je websites opsplitsen, waardoor alle websites lager kunnen noteren in de zoekresultaten. Ook zien we dat Google grote, gezaghebbende domeinen met geschiedenis verkiest boven nieuwe domeinen, waardoor het beter kan zijn te centraliseren door een subfolder aan te maken op een bestaand hoofddomein. Tot slot is het zo dat, door het feit dat deze websites zo specifiek zijn, je niet alle aspecten van je bedrijf aan bod kunt laten komen, waardoor je misschien bepaalde inzichten op topics niet zal vermelden, en wederom klanten afschrikt die dachten op je hoofdpagina te zijn, en niet vinden wat ze zoeken.

Mogelijkheden

Kijken we nu naar de unieke voordelen van microsites, dan zijn er verschillende punten aan te halen. Niet alle punten zijn voor iedereen van toepassing, dus goed nagaan wat je exact nodig hebt is de boodschap.

Makkelijk te onthouden

Microsites zouden een unieke domeinnaam moeten hebben wat gemakkelijk te onthouden is, waardoor potentiële klanten je sneller en gemakkelijker kunnen terugvinden. Dit kan of een productnaam zijn, of gebaseerd op gemakkelijk te onthouden zoekwoorden.

Merkbekendheid

Bij overkoepelende bedrijven die meerdere merken herbergen, kunnen we soms zien dat merken een afzonderlijke website krijgen. Mensen die naar een specifiek product op zoek zijn, hebben immers geen boodschap aan de vele, soms totaal verschillende, producten die datzelfde bedrijf aanbied. Zo zien we bijvoorbeeld bij het bedrijf AB Inbev dat naast Ab-inbev.be, in België bekende bieren een eigen microsite krijgen: Leffe.be, Hoegaarden.be, Jupiler.be et cetera. Hetzelfde kunnen we bijvoorbeeld zien bij multinationals zoals Unilever, Mars, Coca-Cola en dergelijke.

Informatie verzamelen

Soms worden microsites specifiek gecreëerd om informatie te verzamelen. Om negatieve invloed hiervan te vermijden op de hoofdwebsite, is dit een heel goede methode. Dit kan aan de hand van spelletjes, versturen van informatie, details betreffende een event…, waarna de bezoeker zijn gegevens achter moet laten. Eén van de bekendste voorbeelden die je zeker hebt zien voorbij komen rond de kerstperiode is Elfyourself.com, waar je de gezichten van je familie op elfen kan plakken, en dit daarna delen op Facebook. Hoewel dit gemaakt is door het bedrijf OfficeMax, is dit hoofdzakelijk bedoeld voor het verzamelen van informatie (aangezien je toegang geeft tot je gegevens bij het plaatsen op Facebook), en niet om verkoop te genereren.

Uitproberen

Een microsite is ook perfect om zaken uit te proberen voordat je deze op de hoofdwebsite zet. Indien dit niet werkt, is er geen negatieve invloed geweest op de eigenlijke website.

Doorverkopen website

Tot slot is een microsite een goed idee als je van plan bent om een domein, product of dienst door te verkopen. Indien je die website in een subdomein of subfolder plaats is dat immers niet mogelijk.

Verschil microsite en landingspagina

Tot slot wil ik nog even ingaan op het verschil tussen een microsite en een landingspagina. Een landingspagina is slechts één pagina, en zal altijd gepubliceerd worden onder de hoofdwebsite. Zie bijvoorbeeld VisDeal.nl. Een microsite daarentegen, kan meer dan een pagina zijn, en staat op een apart domein. Wat betreft het doel en de gebruiksduur kunnen beide gelijk zijn.

Over het algemeen kunnen we zien dat een landingspagina meer gebruikt wordt om de conversie te vergroten, terwijl een microsite meer gebruikt wordt om specifieke informatie over een product of dienst door te geven.

De meest passende opzet kiezen voor je doel

In dit artikel zijn we begonnen met de indeling bespreken, en wat je best gebruikt voor je website. In de meeste gevallen is het best om je volledige website op 1 domein te zetten en te werken met subfolders. Dit is immers wat Google prefereert, en waardoor je website dus hoger zal rangschikken. Er zijn echter een aantal uitzonderingen waardoor je toch een onderscheid kan maken, en het daarom beter is een gedeelte van je website op een subdomein zetten.

Kijken we naar de microsites, dan geldt hier vooral dat je goed moet nadenken voor je beslist om dit te gebruiken. Het grootste gevaar is immers dat je link waarde, sociale signalen en gebruikerssignalen weg leidt van je eigen website, waardoor beide websites lager rangschikken binnen zoekmachines, of klanten zelfs kunnen afhaken als ze niet vinden wat ze zoeken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nextail (Blokker) kiest voor nieuw attributiemodel

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nextail, de online organisatie van Blokker Holding, rolt TradeTrackers Real Attribution uit voor haar affiliate marketingcampagnes. De retailorganisatie wil alle sitebeheerders belonen die betrokken zijn in het conversiepad voor zijn campagnes.

Met TradeTracker is besloten om over te stappen van een last click naar een zogenoemd customized attributiemodel. In de klantreis zijn meerdere partijen actief die niet altijd betaald krijgen voor hun inspanningen.

Nextail kiest voor een model waarbij elke uitgever op gelijke wijze wordt beloond. Uitzondering hierbij zijn de cashbackpartijen die een vaste vergoeding ontvangen wanneer zij aan de conversie hebben bijgedragen.

Het model geldt voor Blokker, Intertoys en Leen Bakker.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Emerce eFashion: ‘Digital stórmt de winkels binnen’

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Retail zit middenin de grootste revolutie uit haar geschiedenis. Een golf van innovatie, creativiteit en verfrissend ondernemerschap. Hoe kies je uit alles wat crossborder in multi- en omnichannel te bieden heeft de juiste partners en distributiemodellen? Pak de kansen, word winner. Ger Boersma, gepokt en gemazeld in de internationale retail in directiefuncties, geeft op Emerce eFashion een overzicht van de huidige en toekomstige mogelijkheden.

Je recente boek heet Retail in oorlog. Is er nog wel sprake van een gevecht? De aanvallers (online) hebben weinig moeite om retailers van de markt te drukken.


“Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad zo dat de ene winkelketen na de andere omvalt onder het geweld van de aanvallers. Ooit onverwoestbare merken verdampen. Zelfstandige retail wordt bijna uit de markt gedrukt. Winkelstraten in losersteden zien er beroerd uit. De opmars van de aanvallers lijkt niet te stuiten.

“Maar zo eenvoudig is het toch niet. Revoluties gaan nu eenmaal niet zonder geweld en retail zit middenin de grootste van alle revoluties uit haar geschiedenis. De muntjes en krachten zijn ook nog eens oneerlijk verdeeld. De moderetailer die geld van de bank wil krijgt niet eens koffie, de bankmannen sprinten naar hun leasebak als de retailer binnenkomt. De grote jongens als Amazon, Alibaba en in de mode Zalando komen op een makkelijke manier aan geld. In de top tien van de meest waardevolle bedrijven ter wereld staan maar liefst acht technologieconcerns. Zowel privépersonen als fondsen investeren als gekken in deze bedrijven om vooral niets te missen aan waardevermeerdering en klagen tegelijkertijd dat het zo slecht met de stenen retail gaat. Die heeft dan ook weinig kans tegen de opmars van online.

“Er is echter meer aan de hand. E-commerce versmelt met retail tot een digitaal distributiemodel. Digital sluipt instore retail binnen, beter gezegd stórmt de winkels binnen. On- en offline groeien naar elkaar toe. Amazon opent boekwinkels, kassaloze foodstores en food drive-ins. Zalando opent outletstores, koopt ketens en biedt ship from store concepten aan waar een volledige integratie plaatsvindt tussen merk, marketplace en retailer. Het is dus niet zo simpel dat online de stenen wegblaast; er vindt een wedergeboorte van de stenen winkels plaats, zou je bijna zeggen.

“Dat proces wordt zoals gezegd aangejaagd door het geld vanuit investeerders, maar laten we vooral ook Koning Leeuw (de consument) niet vergeten. De wereld is in korte tijd omgekeerd: de consument bepaalt nu waar, wanneer en bij wie wordt gekocht. Grenzeloos. Dat was vijftig jaar geleden wel even anders. De producent was de baas en de winkel een doorgeefluik naar de consument. De retailers riepen in koor dat de klant koning was, wat heel lang onzin is geweest. Nu niet meer: de rollen zijn omgedraaid. De koning heerst als een leeuw over zijn onderdanen, in dit geval de merken en de retailers. De prooi wordt 24/7 opgejaagd en het smakelijke hapje wordt verschalkt als het goed of goedkoop genoeg is.

“Het onder vuur liggende deel van retail voelde zich altijd superieur, heeft te lang zitten wachten, te weinig geïnvesteerd in vernieuwing en heeft de aanvaller niet zien aankomen. Schoenen moet je immers in de winkel passen en kleding moet je kunnen voelen. Dat kun je niet via internet verkopen. Dat weten we ondertussen, ieder vierde paar schoenen gaat in ons land via het net. Bij onze oosterburen wordt al bijna een derde in mode, schoenen en sport via het net verkocht. En de rek is er nog niet uit. Het is als een communicerend vat, wat er bij de een bijkomt gaat er bij de ander af. Of toch niet?

“Eén ding is zeker, het aandeel van de stenen retail slinkt naar zo’n 60 procent in de komende jaren. Waar staan we nu? De wedstrijd is op dit moment een gelijkspel tussen ups en downs. Alles is mogelijk. Niemand is op voorhand verloren, maar niemand is ook zeker van zijn voortbestaan. Dus aanvallen. Er zijn voldoende kansen. Meer dan ooit misschien wel, zij het gepaard aan reusachtige risico’s. Is het nog wel de moeite waard om die risico’s te nemen? Met die mentaliteit is niet alleen Amazon groot geworden. Nieuwe merken en initiatieven en start-ups schieten als paddestoelen uit de grond omdat het lef van de geldschieters en initiatiefnemers groot is, of omdat ze heilig geloven in wat ze doen, of omdat ze hopen ‘helemaal binnen te lopen’.”

“Het gevecht is nog niet afgelopen, het is net begonnen, het is dag 1 van de geschiedenis van internet. Het veranderingsproces gaat in een duizelingwekkend tempo en is bijna niet bij en vol te houden, in ieder geval niet voor de minder kapitaalkrachtige retailers. Retail is en blijft een orgie van innovatie, ondernemerschap, creativiteit, organisatie en technologie — en van concurrentie natuurlijk. Het gaat er hard aan toe. Winner takes all, lijkt het wel. De namen van de huidige winnaars kennen we allemaal, of zien we er een paar over het hoofd? Zijn de winnaars van de komende jaren de gedoodverfde kandidaten van nu, of worden de kaarten toch steeds opnieuw geschud?”

In de schoenenbranche zijn de afgelopen jaren bijna 800 winkels verdwenen. Zijn er nog winkels in de fashionsector die wel succes hebben? Wat is hun geheim?

“Er zijn duizenden winkels verdwenen, niet alleen schoenenwinkels, ook in de mode en sport heeft er een behoorlijke kaalslag plaatsgevonden. En het einde is nog niet in zicht, de komende jaren verdwijnen er nog eens duizenden winkels. De weidewinkels doen het de laatste jaren gewoon goed, het kan dus wel. In kleinere steden als Bavel, Franeker, Tiel, Zuid-Beijerland, Wilp, Rijssen, Gorredijk, Tilligte en Dussen staan hele grote winkels met een breed assortiment in mode. Bedrijven die worden gerund door vaak meerdere generaties van families. De benaming ‘weidewinkels’ doet ze eigenlijk geen eer aan, want het zijn stuk voor stuk modepaleizen met een enorm aanbod aan merken en een geweldige service. Vijf- tot zevenhonderd modemerken onder één dak is zeker geen uitzondering. Goede parkeergelegenheid in combinatie met een breed aanbod en een café en restaurant maakt een bezoek aan dat soort winkels tot een dagje uit. Plezierige ontvangst, vermaakservice als de broek of rok net iets te lang is en een verkoper die je op een aangename en niet opdringerige wijze in het verkoopproces begeleidt. Dit soort bedrijven hanteert vaak slimme loyaltysystemen en biedt soms een gratis kopje koffie of livemuziek waardoor de klant graag terugkomt.

“Verder zie je dat retailers en ketens die hebben begrepen dat de nieuwe wereld om data draait succesvol zijn. Hunkemöller wordt daarin vaak genoemd, er zijn gelukkig ook zelfstandige retailers die dat goed aanpakken. Ze zijn echter in de minderheid, voor het overgrote deel houdt technologie op bij het hebben van een elektronisch telraam en voor velen is zelfs dat al uitdagend, data uitwisseling via EDI is daar een goed voorbeeld van.

“Bij het gros van de merken is het overigens niet anders gesteld, mode- en schoenenmerken zijn emogedreven, het gaat om het kleurtje en het stofje. De nieuwe wereld is kil en rationeel, datagedreven. Een wereld van verschil. Data en systemen inzetten in een klantgericht model, daar draait het voor de retailer om. Terug naar ieders kerncompetentie. Die van producent en merk is het product, die van de retailer het verkopen van dat product. Aan elkaar gekoppeld via de moderne platformtechniek. Voor de retailer geldt dat data en systemen in combinatie met e-marketing in een klantgerichte aanpak de sleutel tot succes is. Een mondvol kreten die door veel retailers niet worden begrepen, er zit domweg te weinig kennis die de nieuwe aanvallers wel bezitten.

“Succes in de toekomst zit in nieuwe samenwerkingsmodellen waar voorraad uit de keten wordt gehaald. Ook ketenverkorting speelt een belangrijke rol. Alleen zo kunnen midsized merken en retailers overleven. Niet de retailer ‘volstoppen’ met spullen omdat het salesbudget van het merk met 5 procent is verhoogd. Het merk zal moeten leven met het feit dat risicodragend voorraad wordt gehouden. Zij zijn uiteindelijk ook degene die horen te weten wat de consument in de komende maanden wil kopen. Het gevolg hiervan is dat de retailer een lager kapitaalbeslag heeft voor financiering van de voorraad. Het vrijvallende geld kan dan worden geïnvesteerd in zijn kerncompetentie, klantgerichte retailing. Voor producent en merk geldt dát het merk wordt gekocht, voor de retailer wáár het wordt gekocht, en door wie. Zo simpel zijn de kaarten verdeeld.

“Verder is er een hoofdrol weggelegd voor delen. Delen van data, delen van verkoopinformatie, delen van voorraden, delen van kennis en delen van marges. Sharing economy in optima forma. De Airbnbs en Ubers doen het ons voor via de platformtechniek waar service providers en users worden geconnect voor wederzijds voordeel. Een vergelijkbaar platform is ook beschikbaar voor producent, merk en retailer in fashion, schoenen en sport. Op eFashion is dit mijn hoofdthema, maak data systeemonafhankelijk via het platform voor alle deelnemende partijen op een simpele wijze toegankelijk.”

In Zevenaar wil men een Factory Outlet Center openen. Zijn deze outlets niet een beetje als de Actions onder de modewinkels? De belevenis van graaien en goedkoop kun je online nog moeilijk evenaren.

“De vergelijking met Action vind ik niet opgaan. Deze keten zit aan de onderkant van de prijsmatrix met een breed assortiment in een low price aankleding. De outletcenters zijn stuk voor stuk architectonische hoogstandjes waar ook hoge eisen aan de winkels worden gesteld. Veel outletwinkels misstaan niet in de normale voetgangerszones. Wel is er een duidelijke trend in de Aldisering van de mode, goede artikelen tegen lage prijzen. Buiten de Nikes en Adidassen lijken de merkwaardes voor de nieuwe generaties af te nemen waardoor goed en goedkoop in fashion prima samengaan. Het succes van H&M, de Inditex merken en Primark spreekt boekdelen.

“Consumenten zijn altijd in voor een koopje. Dat is het principe waaraan de outletcenters hun bestaansrecht danken. Omgekeerd zijn investeringsfondsen altijd in voor een goed rendement, ook daaraan danken de outletcenters hun bestaansrecht. Tel beide zaken op, voeg er nog wat village-uitstraling en enthousiasme van consument en merk aan toe, en we zien een fenomeen dat zich op een ongekend succesvolle manier heeft bewezen in de zich verder stroef ontwikkelende Europese stenen retailindustrie.

“Het outletstore concept is overgewaaid vanuit Amerika. Ooit gestart als fabriekswinkelverkoop van beschadigde goederen. In de jaren zeventig ontstonden daar de eerste multibrand-outletcenters die uiteindelijk uitgroeiden tot de designer outletcenters zoals we die nu kennen in Lelystad, Roermond en Roozendaal. In Europa staan honderden van dit soort centers. Bezoek het mekka van de outlets eens in het vlakbij Stuttgart gelegen Metzingen. Daar kan niet meer gesproken worden van outlets, het zijn luxe winkels waarvan een aantal op de Champs-Élysées niet zouden misstaan. Puma heeft er net als Oakley, Move, Marc O’Polo, Tommy Hilfiger een slagschip staan en de vernieuwde en sterk vergrote Hugo Boss vestiging kent op zaterdag lange wachtrijen. Bally, Miu Miu, Ermenegildo Zegna, Porsche Design, Tod’s, Swarowski, Diesel maar ook Lindt, Milka en Tchibo hebben er outletwinkels. Een aantal jaren geleden is het concept omgedoopt tot ‘Outlet City Metzingen’ en de stad met twintigduizend inwoners verwelkomt bijna vijf miljoen bezoekers per jaar.

“Online zijn er voldoende mogelijkheden om te graaien, er zijn tientallen off-priced marketplaces, vaak bedrijven met honderden miljoenen en soms miljarden omzet. Voorbeelden hiervan zijn Vente Privee, Zulily, Monoqi, Clubsale, Ozsale, Limango, Secret Sales, Clubsale, Ruelala. Zalando kent Zalando Lounge waar merken tot wel 70 procent korting worden aangeboden. Amazon is gestopt met Myhabit en BuyVIP. Op zich niet onlogisch, het aanbod op deze gigant is zeer breed en de prijstransparantie is maximaal. Even goed zoeken en je vindt de Samsonite koffer er met 100 euro prijsverschil, ook van de nieuwste collecties. Check ook nog even op één van de andere Europese Amazon landen of de koffer mogelijk nog goedkoper wordt aangeboden. Een Levis 501 vind je in 1 kleur en 1 maat met prijsverschillen van factor twee tot drie. En als klap op de vuurpijl kun je ook via de Amazon app instore de barcode van het artikel even scannen om te zien welke prijs Amazon biedt. Horror voor retailers.”

Sommige winkels proberen nieuwe technologie: interactieve spiegels. Maar nog even en deze spiegels staan bij ons thuis. We kunnen dat jurkje meteen virtueel aantrekken, de maat wordt door de spiegel gemeten, en hoeven alleen nog op de bezorgers te wachten. Verwacht jij die toekomst ook?

“Je hoeft niet eens meer op de bezorger te wachten, van de Israëlische designer Danit Peleg kun je de artikelen thuis 3D printen. Het is allemaal geen toekomst meer, het bestaat al, kunstmatige intelligentie rukt in snel tempo op. AI – artificial intelligence – gaat ons leven in snel tempo veranderen. Ongemerkt is het onze smartphones binnengeslopen. Amazons Echo is alive and kicking en nu al niet meer weg te denken. Zelfs met deze kleine greep uit wat er nu al speelt, zie je dat het tempo hoog ligt

“De paskamer in de winkel is verlegd naar die in de woonkamer. De consument is de baas. Schakels zonder meerwaarde verdwijnen. In de keten wordt door alle partners samengewerkt, naadloos zoals ondergoed naadloos kan zijn. IBM, Apple, Amazon en hun soortgenoten hebben kunstmatige intelligentie geïntegreerd in onze dagelijkse samenleving. In het koopgedrag weten merk en retailer alles van de consument via big data en cognitieve systemen.

“Het koopgedrag is vereenvoudigd: wat je à la minute nodig hebt, is beschikbaar via geautomatiseerde processen. Winkels zijn daarvoor niet meer nodig, want producenten verzorgen de directe levering. Logistieke processen nemen in belangrijkheid toe.

“De Amazons en Zalando’s spelen daar op in. Spreek met Alexa en de pizza wordt geleverd. De Zalando-bot kleedt je. Apple, Google en Facebook zijn de nieuwe bank. Amazon Polly leest je via AI het artikel uit de krant voor. Spraak naar tekst was er al, tekst naar spraak is er nu ook.

“De CV-ketel bestelt de printplaat, de vaatwasser regelt na vijftig spoelbeurten dat er vaatwastabletten worden besteld. De huisairco bestelt via Amazon de monteur die minstens vier sterren heeft. En dan zijn er de abonnementen. Nieuwe business modellen waarin ook de producent op een simpele wijze aan de retail voorbijgaat. De producent levert direct aan de consument. Via smartphones, muziek via Spotify, films via Netflix, een abonnement op ondergoed of scheermesjes als Shaversclub of Dollar Shave Club, het foodabonnement van Hello Fresh, Delivery Hero of Marley Spoon. Na de consumentenbestelling vanuit een van de deelnemende webshops snijdt de bloementeler de bloemen vers af. PostNL levert het boeket slim verpakt next day. Verser gaat niet, het model is up and running. Van Samsung leasen we licht, lampen gaan langer mee. Al deze producten en diensten worden mobiel of thuis geleverd en slaan de stenen retail over.

“De passpiegel is er al, Amazons Echo Look gaat nog een stap verder. Je videoot jezelf met Echo, speelt het af op je smartphone en via AI krijg je kleedadvies en spraakgestuurd bestel je een artikel. Wel één lastig puntje, als je als merk of retailer dan niet op dat kanaal aanwezig bent mis je omzet.

Suitsupply en Zalando zijn begonnen met online adviseurs. Gaan we dat vaker zien?

“De Zalando Man Box is niets anders dan een predictive delivery op de voorkeuren die je zelf hebt aangegeven. Via je smaakvoorkeur, je favoriete muziek, je vrijetijdbesteding, je favoriete vakantieland en je eetvoorkeuren weet de AI welke kleding en merken je leuk vindt en stelt op basis daarvan de Man Box samen.

“AI geeft ons chatbots die snel leren en op alle vragen antwoorden geven. Alibaba beheerst de techniek al zo ver dat dagelijks 1 miljoen vragen van klanten volledig door de chatbot worden beantwoord. In Australië heeft de chatbot zelfs al een menselijk gezicht die tegen je praat; ik laat dat op eFashion zien. Online adviseurs zijn robots die via AI met de cloud verbonden zijn en dat zijn de nieuwe verkopers. Mogelijk kijkt er in deze fase nog een mens van vlees en bloed mee, in de toekomst is ook dat overbodig.

“Griezelig? Ja en nee. Merk en retail moeten er op inspelen om te overleven. En dat spelletje beheersen Suitsupply, Zalando en de andere grootmachten tot in de perfectie. Suitsupply is geen pakkenverkoper, het is een technologiebedrijf in een klantgericht model waar 100 man op de IT afdeling werken. Niets doen is geen optie. Of je kiest er voor een minispeler te zijn die een nichemarkt bedient, of je pakt het op in de nieuwe stijl.

“Het oude model is of gaat dood. Belangrijk is dat merken en retailers keuzes maken, uiteindelijk is iedere keuze legitiem. Durf te kiezen voor nieuwe samenwerkingsvormen. Kies voor delen. Of ga verticaal. Grenzen tussen de bedrijfsmodellen vervagen. Er is keus te over en uiteindelijk is de consument de baas – totdat AI bepaalt wat we kopen en dragen. In Retail in oorlog lees je de veranderingen in het distributiemodel én de oplossingen voor producent, merk en retailer hoe in nieuwe businessmodellen kan worden samengewerkt.”

Emerce eFashion wordt gehouden op 22 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gamesbedrijven in Arnhem verenigen zich in Gamepact Gelderland

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vier Arnhemse gamebedrijven hebben aangekondigd dat ze gaan samenwerken onder de naam Gamepact Gelderland. Het nieuwe samenwerkingsverband wordt een multi-disciplinaire gaming netwerkorganisatie die elk vraagstuk op het gebied van games, gamification, game-evenementen, game-lanceringen wil faciliteren, begeleiden en oplossen.

Gamepact Gelderland is tot stand gekomen door een samenwerking tussen Yellow Riders, Gamestad, Weber Interactive en Vertigo 6, vier partijen die op verschillende gebieden bezig zijn met gaming en zich allen in de ‘gaming corridor’ bevinden in de Arnhemse binnenstad.

Yellow Riders helpt bij het ontwikkelen van games voor gedragsverandering, verbinding en motivatie. Weber Interactive ontwikkelt websites, apps en (online) games. Gamestad Arnhem enthousiasmeert jonge gamers om games te maken tijdens events en bijeenkomsten. Vertigo 6 is een marketing- en pr-bureau dat werkt voor internationale gamesuitgevers zoals Electronic Arts, Jagex en Bandai Namco en hen ondersteunt op het gebied van marketing en PR in de Benelux en Scandinavië.

Er zijn meerdere gamecollectieven in Nederland, maar deze zijn vaak gericht op een specifiek onderdeel van het maken van een game, zegt de nieuwe organisarie. Gamepact Gelderland houdt zich bezig met het het gehele creatieproces; van idee en financiering tot aan het in de markt zetten van een product.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wordt Amazon nu echt een websuper?

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Analisten lijken het eens over de beweegredenen van Amazon om de duurzame supermarkt Whole Foods over te nemen voor bijna 14 miljard dollar. De Amerikaanse retailer is er tot nu toe niet in geslaagd om de boodschappenmarkt open te breken en heeft een versnelling nodig.

Vrijwel alle beursgenoteerde supers in de VS kregen vrijdag klappen toen het nieuws van de overname van Whole Foods bekend werd. De aandelen van Target, Kroger, Costco, Walmart, Dollar General, SuperValu en Sprouts verdampten 20 miljard dollar aan waarde. De koers van Whole Foods, nu nog beursgenoteerd, schoot daarentegen 29 procent omhoog.

Het was dan ook opmerkelijk nieuws. Voor het eerst koopt Amazon een complete supermarkt, ook al is het geen grote. Wereldwijd staat Whole Food op een zeventigste plaats, ruim onder Ahold Delhaize. Het is ook geen complete supermarkt, je vindt er vooral natuurvoeding.

Tot nu toe heeft Amazon geen deuk in een pakje boter kunnen slaan op een markt die in de VS een omvang heeft van 800 miljard dollar. Wellicht heeft Jeff Bezos zich gerealiseerd dat hij op eigen kracht ook niet veel verder was gekomen.

Bezorgdienst AmazonFresh bestaat al sinds 2007, maar ook nu nog is het maar in een gering aantal steden beschikbaar, dit jaar voor het eerst ook in Berlijn en Tokio. Een variant is de AmazonFresh Pickup, maar die is er alleen in Seattle.

Het bedrijf opende verder een proefwinkel Amazon Go, waarvan niet eens duidelijk is of die opvolging krijgt. Kortom: Amazon steekt al een tijd zijn teen in het water, maar durfde niet verder dan het kinderbad.

De aankoop wordt dan ook ook gezien als een reactie op Wal-Mart, het warenhuis dat Jet.com kocht, maar daarnaast ook sterk is in dagelijkse boodschappen. Maar Wal-Mart sluit juist vestigingen, terwijl het de vraag is of Amazon met Whole Foods wil groeien. Dat bedrijf had gelet op de retailomstandigheden juist winkels willen sluiten.

De belangrijkste reden voor de overname lijkt te zijn dat Amazon met de aankoop beschikt over 460 winkels, van waaruit een breed assortiment dagverse groenten en dergelijke kan worden geleverd. Dat kon Amazon ook al met AmazonFresh, maar deze bezorgdienst was daarbij steeds aangewezen op lokale supers.

De overname is slecht nieuws voor bezorger Instacart. Whole Foods was een van de eerste klanten van het Amerikaanse bedrijf, dat ook werkt voor Costco en Wegmans. Het is onwaarschijnlijk dat de huidige bezorgcontracten verlengd worden. Tien procent van de omzet komt van Whole Foods.

Toch moet de overname niet overschat worden: Amazon blijft een kleinduimpje in boodschappenland. Wal-mart is qua omzet ongeveer dertig zo groot, Kroger zeven keer. Na het spartelbad begint Amazon pas aan de schoolslag.

Andere aankopen van Amazon

Zappos (2009) voor 1,2 miljard dollar. De aankoop van de online schoenenverkoper was de grootste tot nu toe

Twitch (2014) voor 970 miljoen. Amazon klopte Google met de aankoop van dit gamekanaal.

Kiva Systems (2012) voor 775 miljoen. Producent van logistieke robots.

Souq (2017) voor 650 miljoen. Ook wel de Amazon voor het Midden Oosten genoemd. Het overnamebedrag is een schatting.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marriott begint Nederlandse accelerator

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Marriott start een acceleratorprogramma in Nederland als onderdeel van een internationaal innovatieprogramma van de hotelketen.

Eind vorige week organiseerde Marriott in Amsterdam een bijeenkomst waarbij het de opzet en het doel van Marriott Testbed uiteen zette. Dit accelaratorprogramma van tien weken werd vorig jaar voor het eerst georganiseerd, mede op initiatief van mediabureau MEC in Londen.

Innovation should be customer focused. Erik Tengen at a Marriott TestBED event yesterday @rockstart #marriotttestbed pic.twitter.com/1IkUO6Uw0Z

— Guy Kedar (@GuyKedar) 15 juni 2017

Marriott Testbed wordt dit jaar gehouden in Nederland, Engeland en Duitsland. In elk van de drie landen werd introductiebijeenkomsten gehouden in de afgelopen dagen. Belangstellenden start-ups kunnen zich tot 7 juli inschrijven om deel te nemen.

De starters die na de selectie doorgaan, krijgen een eigen Marriott toegewezen. Daar gaan ze hun product of dienst testen in de kamer of elders in of om het hotel. Marriotts doel is de ervaring bij en het verblijf in zijn locaties te kunnen verbeteren. De start-up krijgt op zijn beurt toegang tot het internationale netwerk van de hotelketen.

De accelerator steekt enkel tijd en aandacht in Testbed, geen geld of aandelen.

Het Testbedprogramma van 2016 werd gewonnen door Jambo en Dazzle.

Marriott heeft acht locaties in Nederland.

Foto: dun.can (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

CEO TradeCast: ‘We blijven liever klein’

Posted 17 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zwolle is de stad van wehkamp, maar sinds kort ook wel een beetje van TradeCast. En met een forse investering van twee miljoen euro maakt het jonge videoplatform nog dit jaar de sprong naar Silicon Valley, aldus CEO Yillmaz Schoen.

 Met TradeCast kunnen bedrijven beschikken over een videokanaal in eigen beheer. Zo kunnen bijvoorbeeld brancheverenigingen hun eigen kanaal inrichten of sportbonden hun eredivisies live uitzenden. Waarbij kijkers bovendien deelnemers kunnen worden in de programmering.

Het is een pure cloudoplossing, waaraan ook allerlei verdienmodellen zijn te koppelen, inclusief advertenties. Software hoeft niet geïnstalleerd te worden en ook de hosting is er onderdeel van. De goedkoopste licentie kost 250 euro per maand en geeft je inzicht in kijkersgegevens en analytics, met 2500 euro krijg je alle toeters en bellen, zoals de ondersteuning voor mobiele platforms en kastjes van Roku, Apple TV tot Chromecast. Aan de abonnementen zelf zijn weer bundels gekoppeld voor datagebruik.

YouTube
Daarmee ben je er uiteraard nog niet, want als bedrijf moet je wel zelf investeren in hardware en montage. “Dat hoeft echter niet veel te kosten”, stelt Schoen. “We begeleiden partners daar ook wel in. Hoewel we ook klanten hebben die reeds gepokt en gemazeld uit de video- of omroepwereld komen.”

Opmerkelijk is dat het bedrijf werd uitgenodigd door de organisatie van de NAB Show in Las Vegas, veruit de belangrijkste omroepbeurs in de Verenigde Staten. En daar ook nog een mooie prijs in de wacht sleepte. “We hebben nu eenmaal weinig echte concurrenten. Natuurlijk zijn er veel partijen met video on demand-platformen, maar een alles-in-één uitzendoplossing in de cloud is iets waarmee de sector niet veel ervaring heeft.”

En dat is dan ook de reden dat de CEO voorheen nogal eens als reactie kreeg dat wat TradeCast aanbiedt, je ook op YouTube kunt doen. Maar YouTube heeft als nadeel dat willekeurige advertenties voor en na de content worden getoond. Verder zijn er slechts summiere cijfers over kijkgedrag beschikbaar en zijn kijkers niet rechtstreeks te benaderen. Bij TradeCast wel.

Valley
Overigens heeft techreus Google, het moederbedrijf van YouTube, al in een vroeg stadium interesse getoond om van gedachten te wisselen over de wereldwijde uitrol.

Die er nu ook lijkt te komen, zij het vooralsnog zonder Google. Na de eerste stappen in 2014 zijn de ontwikkelingen de laatste maanden namelijk in een stroomversnelling geraakt. Met dank aan een nieuwe financieringsronde. Na enige tijd geleden al eens 1,2 miljoen euro opgehaald te hebben bij privé-investeerders, komt daar nu twee miljoen euro bij.

Hoewel het bedrijf de internationale markt tot nu toe vanuit Zwolle heeft bediend, wordt nog dit jaar een bescheiden kantoor in Silicon Valley geopend. Wat Schoen betreft blijft het hoofdkwartier in Zwolle. Want zoals de stad trots is op TradeCast, geldt dat ook vice versa. En – niet onbelangrijk – wordt via Regiozwolle.tv ook regionaal nieuws aangeboden.

Zo groot als stadsgenoot wehkamp wil Schoen op termijn ook niet worden, stelt hij. “Ik wil hier geen honderden mensen hebben werken. Met vijftig mensen kunnen we prima de wereldmarkt bedienen.”

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#159).

Foto: Vincent Boon (in opdracht  van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Resultaat’ mag nu bij Cannes Lions

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De vraag of en hoe effectief een reclameboodschap eigenlijk is, is lang besmet geweest. Creatie op zich is het hoogste doel, aldus de reclamemakers zelf. Die tijd lijkt voorbij, gezien de inzendingen voor de Cannes Lions.

Vanochtend publiceerde de organisatie cijfers over het aantal en het soort inzendingen dat ze dit jaar ontving voor de Cannes Lions. Dat zijn al jaren dé grootste internationale prijzen die in de creatieve reclamewereld worden uitgedeeld.

Dit jaar ontving ze 41.170 inzendingen voor 24 Lions.

Het zijn steeds vaker de klanten zelf die hun reclamewerk inzenden om mee te dingen naar een prijs. Ten opzichte van vorig jaar ligt dat percentage 69 procent hoger.

Nog een aspect waaruit blijkt dat de klant van het creatieve en reclamebureau steeds nauwer bij het reclameproces is betrokken, ligt bij de Lion Creative Effectiveness. Het aantal inzendingen daar is met 59 procent gestegen ten opzichte van 2016.

Bij Creative Effectiveness draait het puur om de meetbare impact van creativiteit. Tot voor kort was dat vloeken in de kerk, omdat de meetbaarheid juist de creativiteit zou inperken. Een moderne opvatting is echter dat het niet inperkend is maar faciliterend. Helemaal in de context van dynamische creatie, waarbij profielinformatie van de ontvanger wordt verbonden aan de inhoud van de boodschap.

De organisatie achter het prijzenfeest stelt: “De samenwerking tussen klant en creatief is intensiever dan ooit.”

Dit zijn alle juryleden, waaronder negen uit Nederland.

Het creatieve festival in Frankrijk is van 17 tot 24 juni en wordt bezocht door zo’n vijftienduizend man.

Foto: PTScientist (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Jongeren vaker (roekeloos) op publiek wifi

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeventig procent van de internetgebruikers tot 25 jaar gebruikt onbeveiligde publieke wifihotspots. En ook als die hotspots niet beveiligd zijn, maakt dertig procent daar moeiteloos gebruik van.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS over het gebruik van publiek wifi, zoals bijvoorbeeld wordt aangeboden in horeca of ander drukke publieke passages.

Senioren blijken het minst gebruik te maken van publiek wifi en als ze twijfels hebben over de veiligheid ervan dan houden ze de telefoon of tablet gewoon dicht. Deels ook omdat er geen daadwerkelijke urgentie is om online te gaan. “Oudere en hoogopgeleide gebruikers gaan vaker dan gemiddeld bewust om met internet op onbeveiligde netwerken”, licht het CBS toe. Slechts een kwart van de groep tot 25 jaar legt zichzelf beperkingen op bij twijfel over de veiligheid van de dataverbinding.

Onbeveiligd wifi is niet per definitie gevaarlijk, maar onversleutelde data zijn makkelijk af te luisteren. Een kwaadwillende of nieuwsgierige technische slimmerik hoeft enkel zijn laptop open te zetten om alle signalen op te vangen. Daaronder ook inloggegevens inclusief de wachtwoorden. Ook beveiligde hotspots zijn niet per se veilig, omdat niet altijd bekend is wie de eigenaar is en wat zijn intenties zijn. Een goed VPN of getetherde hotspot uit iemands telefoon kan uitkomst bieden.

Foto: Yahoo (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

De juridische hindernissen van blockchain

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Blockchaintechnologie is nog volop in ontwikkeling. Toch kunnen we al diverse gebieden onderscheiden waar wet- en regelgeving een grote rol zullen spelen in het beschermen van financiële instellingen en klanten. Drie vraagstukken zijn in het bijzonder van belang: de juridische uitdagingen van Smart Contracts, de onveranderbare en onherroepelijke aard van data op een blockchain, en natuurlijk gegevensbescherming en transparantie. In welke opzichten verschilt blockchain van andere financiële overeenkomsten en welke rol zal de wet spelen in ons gebruik ervan?

De contracten van morgen

Blockchaintechnologie kan aangewend worden als virtuele notaris. Laten we naar transacties kijken om dit gebruik te illustreren. Bij een Smart Contract mag een transactie alleen uitgevoerd worden als aan alle van te voren overeengekomen voorwaarden voldaan is. Iedere stap van elke transactie blijft zichtbaar, traceerbaar, controleerbaar en betrouwbaar. Op het eerste gezicht lijkt dat een droomoplossing: er bestaat geen kans dat een transactie plaatsvindt tenzij aan alle vastgestelde voorwaarden is voldaan.

Maar hoe kunnen we garanderen dat blockchaincontracten voldoen aan alle basisvoorwaarden van een papieren contract? Conform de Nederlandse wet is een contract geldig wanneer het voldoet aan drie voorwaarden: het moet bepaalbaar zijn, gebaseerd zijn op wilsovereenstemming, en mag niet in strijd zijn met de wet, de openbare orde of de goede zeden. Daarom moeten alle voorwaarden van het contract duidelijk zijn aan alle betrokken partijen voordat er getekend wordt. Het is nog niet zeker of Smart Contracts via de blockchain aan al deze voorwaarden voldoen en daarom is er verder onderzoek nodig, en moeten er heldere richtlijnen opgesteld worden.

Een Smart Contract bevat waarschijnlijk veel minder tekst dan een traditioneel contract. Juridische bepalingen moeten omgezet worden in programmeertaal en dat kan behoorlijk lastig zijn; daarbij kunnen er ook gemakkelijk fouten en problemen optreden. Zo bevatten traditionele contracten vaak termen als ‘binnen een redelijke termijn’ en ‘naar beste vermogen’. Maar met een Smart Contract kan de transactie niet doorgaan tot er aan de voorwaarden voldaan is; hoe maak je die vertaalslag naar een geprogrammeerd contract dat toch voorziet in alle mogelijke situaties?

Er treden verdere complicaties op bij het opstellen van een contract op basis van wilsovereenstemming. De verschillende partijen die betrokken zijn bij het Smart Contract kunnen zich heel ergens anders in de wereld bevinden, en hebben wellicht niet hetzelfde begripsniveau met betrekking tot welke transactie er eigenlijk plaatsvindt. Daarom is het lastig vast te stellen of elke partij alle voorwaarden wel goed begrijpt en ermee akkoord gaat. Zeker omdat deze voorwaarden in de programmeertaal van de Smart Contract worden geschreven. Om dit op te lossen is er een soort digitale vertaling nodig om de programmeertaal om te zetten in begrijpelijke termen zodat wilsovereenstemming tot uitdrukking komt en daarmee de overeenkomst geldig is.

Onveranderbaar en onherroepelijk: de tweede uitdaging van blockchain

Natuurlijk zijn er alternatieven beschikbaar waarmee we blockchain meer op een traditioneel contract kunnen afstemmen. Daarbij verliezen we echter ook de meest aantrekkelijke kwaliteiten van de nieuwe technologie. Zo zijn overeenkomsten in de blockchain onveranderbaar en onherroepelijk. Wanneer het smart contract eenmaal getekend is, moeten alle partijen hun verplichtingen nakomen. Wederom biedt dat op het eerste gezicht grote mogelijkheden aan de financiële sector, maar kunnen er ook problemen optreden. Zowel in de Nederlandse wet als de internationale wetgeving zijn er bepalingen opgenomen voor situaties waarin een contract ongedaan gemaakt kan worden zonder terugwerkende kracht. We weten nog niet hoe dit precies zou gaan met Smart Contracts en blockchaintechnologie.

Verder kan binnen de huidige wetgeving onder bepaalde omstandigheden een contract nietig verklaard worden. Als een contract met terugwerkende kracht nietig verklaard wordt, moet alles (voor zover mogelijk) teruggebracht worden naar de situatie van voordat het contract werd gesloten. In essentie wordt er geprobeerd om het zo te reconstrueren alsof het contract nooit heeft bestaan. Maar met de onveranderbare en onherroepelijke aard van Smart Contracts zou dat logisch gezien niet mogelijk zijn – tenzij we dat op een of andere manier in de originele overeenkomst en de technologie kunnen integreren.

Dan is er nog het vraagstuk van insolventie en faillissement. In deze gevallen wordt er beslag gelegd op de bezittingen van de failliete partij en verliest deze partij het beheer en de beschikking over zijn of haar bezittingen. Als zo’n partij smart contracts heeft, kan dit de afwikkeling van het faillissement ontregelen. Daarom moeten we hierop anticiperen bij gebruik van blockchain voor financiële transacties.

Misschien wel het belangrijkste punt, tenslotte, is dat de financiële wetgeving aan verandering onderhevig blijft. Elke dag treden er nieuwe regels in werking; de internationale wet wordt continu geactualiseerd. In de onveranderbare en onherroepelijke wereld van blockchain liggen er daarmee ernstige verstoringen in het verschiet. Hoe moet blockchain rekening houden met belangrijke reglementaire veranderingen?

De derde uitdaging: kostbare data beschermen

Wat er ook verandert in de technologie, het beschermen van de persoonsgegevens van onze klanten en onszelf staat te allen tijde voorop. In de blockchain worden alle gegevens decentraal beheerd en krijgen alle partijen in principe toegang. Bij het onderzoeken van de zakelijke mogelijkheden van de technologie blijven gegevensbescherming en privacy dus hoog op de agenda.

De Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) treedt in mei 2018 definitief in werking. Volgens deze wetgeving leidt het gebruik van persoonsgegevens bij transacties tot de identificeerbaarheid van individuen. En de onveranderbare blockchain, waar persoonsgegevens permanent worden vastgelegd, botst zo met meerdere kernprincipes van de AVG. De regulering geeft aan dat het verwerken van zulke gegevens beperkt moet worden tot slechts het noodzakelijke, en gegevens alleen gebruikt mogen worden voor de doeleinden waarvoor ze verwerkt worden. Een van de fundamentele kenmerken van blockchain is echter dat de keten van blokken (met dus ook persoonsgegevens) steeds langer wordt. Zo worden persoonsgegevens opgeslagen die vaak niet relevant zijn voor andere processen. Verder stelt de AVG dat persoonsgegevens verwijderd of gecorrigeerd moeten worden in geval van onjuistheden, en dat de betrokken persoon het recht heeft de verwerking van zijn/haar gegevens te beperken. In de steeds groeiende en onherroepelijke blockchain vormt dat uiteraard een uitdaging.

In een openbaar blockchainnetwerk zoals bitcoin is er momenteel geen duidelijk aanwijsbare partij of persoon die verantwoordelijk is voor het beschermen en bewaren van gegevens. In dit soort situaties bevat de blockchain een groot aantal informatieknooppunten, die vaak over meerdere landen verspreid zijn en beheerd worden door meerdere al dan niet anonieme eigenaren. Zonder regelgeving die helder voorschrijft wie er waarvoor verantwoordelijk is, wordt het wel een heel ondoorzichtige bedoening.

Verdere verkenning

Betekenen deze juridische uitdagingen dat we misschien de mogelijkheden van blockchain maar onbenut moeten laten liggen? Zeker niet. De technologie staat nog in de kinderschoenen maar toont nu al enorm potentieel voor de modernisering van onze bedrijfstak. Dit zijn slechts een paar van de aanvankelijke hindernissen die we moeten onderzoeken terwijl we ons gelijktijdig vertrouwd maken met de technologie zelf. Als blockchain eenmaal volledig ontwikkeld is, kunnen we ons niet zomaar erop aansluiten en producten gaan aanbieden. Eerst moeten we alle juridische implicaties daarvan onderzoeken. Zoals altijd met de bedoeling onze klanten en onze business te behoeden voor eventuele ongelukken.

Deze behoedzame aanpak is dus niet een kwestie van niet met onze tijd meegaan. Waar het om gaat is dat we onze evolutie in goede banen leiden, met voorzorg, inzicht en een solide en helder beschermingsplan. Wat blockchain ons in de toekomst ook kan bieden, we moeten in ieder geval ons kostbaarste goed beschermen: onze klanten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

KPN en Vodafone werken samen met HD Voice

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

KPN en Vodafone gaan samenwerken op het gebied van HD Voice. Daarbij klinken telefoongesprekken voortaan niet blikkerig meer, maar in HD kwaliteit.

HD Voice Hd Voice is eigenlijk de naam voor de protocollen amr-wb en G.722.2. HD Voice is dataverkeer, maar komt uit de belbundel van de klant, niet uit de databundel.

De HD-audioconnectie vergt niet veel capaciteit, tussen de 20 en 25 Kbps. Het is al enige tijd beschikbaar via 3G en 4G, maar werkt alleen tussen klanten van dezelfde aanbieder.

Om gesprekken aan elkaar door te geven wordt tussen beide bedrijven een ip-internconnectie opgezet.



Lees het volledige bericht op Emerce »