Posts Tagged ‘rbi’

Mediahuis verhoogt bod op Telegraaf Media Groep

Posted 19 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Mediahuis en VP Exploitatie verhogen hun bod op TMG een dag nadat John de Mol in de Telegraaf heeft gezegd dat hij eigenaar van de uitgever wil worden om ‘een Nederlands mediabedrijf te bouwen’.

Mediahuis en VP Exploitatie bieden 5,90 euro per aandeel, een premie van 70 procent ten opzichte van de slotkoers van 13 december 2016, toen beide bedrijven hun intenties bekend maakten.

Mediahuis heeft het aandelenbelang van 6,7 procent dat Navitas B.V. houdt in TMG inmiddels overgenomen voor een prijs van 5,90 euro per aandeel. Het bod is daarmee even hoog als dat van De Mol. Eerder bood Mediahuis 5,25 euro per aandeel.

Met de belangen van VP Exploitatie, Delta Lloyd Levensverzekeringen en Navitas hebben Mediahuis en VP Exploitatie zekerheid over bijna 60 procent van de aandelen in TMG, waarbij geldt dat de aandelen van Delta Lloyd direct zullen worden geleverd op het moment dat Mediahuis en VP Exploitatie het bod uitbrengen.

De Mol zal vermoedelijk niet opgeven. Hij vergrootte in januari zijn belang in TMG van 18,4 procent naar 20,15 procent.

‘Ik heb in het verleden een aantal keren pogingen gedaan om in dit land een mediabedrijf op te zetten,’ zegt De Mol in De Telegraaf. ‘De oude media, waaronder kranten en tv, moeten een enorme omslag gaan maken om het te gaan redden tegenover nieuwe media die een grote voorsprong hebben.’

Het boekenonderzoek rechtvaardigt geen hogere indicatieve prijs, zegt Gert Ysebaert, CEO van Mediahuis. ‘Dit is een prijs die ook recht doet aan onze intentie om nu snel tot een afronding te komen samen met management en commissarissen van TMG. Wij willen ook graag om de tafel met Talpa Holding, zodat er goed overleg kan plaatsvinden over de bestaande en toekomstige relaties tussen Talpa en TMG. Bovenal is het in het belang van journalisten en andere medewerkers, maar ook van de vele nieuwsconsumenten die TMG bedient, dat er nu snel duidelijkheid en stabiliteit binnen TMG komt.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Kortingscodes: lust of last?

Posted 18 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeven op de tien Nederlanders maakt gebruik van kortingscodes bij het webwinkelen. Gouden business voor publishers en affiliates, maar nadelig voor de marge van menige webshop. Ook zorgen fake-kortingssites voor overlast. Rijst de vraag: wat is de toegevoegde waarde van de voucherbusiness?

‘The Great Voucher Code Swindle’, zo heette een prikkelende column die afgelopen zomer op de internationale vakblog PerformanceIn.com verscheen. Daarin betoogde Matt Bailey (FusePump) dat kortingscodesites niks bijdragen aan klantloyaliteit en maakte hij de ruwe schatting dat zeker negentig procent van alle vouchercodetraffic afkomstig is van de zoekopdracht ‘merk + korting’. Met als frustrerende uitkomst dat consumenten meestal stuiten op iets anders dan kortingscodes, aangezien het vaak standaardaanbiedingen betreft.

Zijn kritiek leidde ook in Nederland tot een debat. “Webshops zijn bang om sales mis te lopen, dus doen ze er massaal aan mee”, stelt Harm Linssen van Relevant Online, die er op Emerce.nl al eens een scherpe blog over schreef. “De aanname is dat het veel extra bezoekers oplevert die je anders niet zou hebben. Ik ben er echter van overtuigd dat slechts een klein deel van de vouchercodewebsites écht waarde toevoegt.”

Basket-freeze
Het probleem wordt ook herkend door het Utrechtse bureau Conversive, dat webshops actief waarschuwt voor het onnodig weggeven van marge aan last-click cookies. “Veel partijen zijn niet gediend van kortingscodespelers die alleen aan het einde van de funnel zitten”, vertelt campaign manager Ishtvan Torpoi. “Om zo’n inpikmoment te voorkomen, doen webwinkels er goed aan om een ‘basket-freeze’ te installeren, die aan het einde de cookies voor pakweg dertig minuten bevriest. Dan gaat de marge gewoon naar de affiliate die de klant naar de webshop heeft verwezen.”

Een andere oplossing is om als webshop te werken met exclusieve kortingscodes per publisher. “Het is een ongeschreven regel dat affiliates niet met elkaars unieke codes werken”, zegt Torpoi. “Natuurlijk heb je zogenaamde ‘scrapers’, zoals MrKortingscode.nl, maar die verwijzen vaak naar reguliere aanbiedingen. Adverteerders kunnen hen daarop aanspreken, al doen ze dat vaak niet, omdat elke vermelding toch weer extra exposure en klanten oplevert.”

“Er bestaat in deze business geen toegevoegde waarde van nul”, zegt Jochem Vroom, managing director van de grote speler Imbull, die onder meer de couponportals Kortingcode.nl en Actiecode.nl bestiert. “De grote webshops hebben dit steeds beter onder controle. Net als elk ander kanaal heeft ook het voucherkanaal added value, al moet je het wel optimaliseren. De commissievergoedingen voor affiliates hebben de laatste zes tot acht jaar wel onder druk gestaan en zijn wat gedaald. Maar uiteindelijk is iedereen er beter van geworden, zowel bureaus als marketeers. De markt is echt veranderd. Affiliate marketing is niet een van de duurste kanalen, maar de volumes zijn enorm. Zo hebben wij rond de kerst met kortingscodes voor een adverteerder een saleswaarde van twee ton gerealiseerd in slechts één dag tijd.”

De discussie over het ‘inpikken’ van cookies vindt Vroom dan ook een achterhoedegevecht. “Consumenten die via Google een kortingscode zoeken, ervaren blijdschap bij het afronden van hun aankoop. Waarom zou je daar vervolgens tegen willen vechten? Wees daar niet bang voor. Zorg gewoon dat je de boel optimaliseert en je prettig voelt bij het afrekenmodel. Daarnaast gebruikt de bezoeker minder touchpoints dan vaak wordt aangenomen. Hij gaat echt niet langs vier of vijf publishers voor korting. Vaak weet hij vooraf al wat hij wil. Geloof me: er wordt nog vaak genoeg voor een first cookie betaald.”

Verzonnen
Een simpele search leert dat er online volop kortingscodes worden aangeboden voor webwinkels die daar zelf helemaal niet aan meedoen. Zo communiceert Wehkamp expliciet via AdWords dat het ‘geen codes’ heeft, maar dat klanten altijd welkom zijn voor ‘leuke aanbiedingen in de sale’. Daaronder volgt een hele trits websites die wél kortingscodes voor het bedrijf zeggen aan te bieden. Doorklikken maakt direct duidelijk dat het vaak gaat om reguliere aanbiedingen of zoiets generieks als gratis verzendkosten.

‘Altijd korting!’ schreeuwt zelfs een van de vele affiliates over Wehkamp. De realiteit is echter anders: sinds eind 2013 is het Zwolse bedrijf al gestopt met het toelaten van externe kortingscodesites tot zijn affiliate netwerk. De online retailer ergerde zich eraan dat vaak niet-bestaande codes of acties werden gepromoot en dat posities in zoekmachines daardoor ‘op dubieuze manieren werden verkregen’. Deze aankondiging ging gepaard met het dreigement dat Wehkamp misbruik streng in de gaten ging houden.

Volgens Vroom (Imbull) is Wehkamp echter een uitzondering. Maar zijn ze natuurlijk wel op een andere wijze actief, via sites die deals aanbieden. Er zijn veel verschillende manieren om een kortingscodestrategie in te zetten. Een speler die voucher-affiliates inzet als onderdeel van een bredere strategie, is bol.com. Vroom: “Heel slim bieden zij gerichte kortingen op markten waar ze nieuwe toetreder zijn. Als bijvoorbeeld een Amazon vol gaat doorpakken in Nederland, zijn scherpe kortingen voor hen ook het eerste middel dat ze inzetten.” Scrapen kan altijd, zegt Torpoi over een voorbeeld als Wehkamp. “Er is pas sprake van inbreuk als adverteerders er bezwaar tegen maken. Omwille van de extra exposure doet men dat vaak niet. Dat is gewoon de manier van werken. In Nederland houden we nu eenmaal van korting en gratis.”

Linssen heeft flinke bedenkingen bij de werkwijze van veel kortingscodesites. “Kannibalisatie ligt op de loer, maar daar kunnen webwinkels veel tegen doen. Zo kunnen ze aangesloten affiliates verbieden dat hun merknaam indexeerbaar door Google gebruikt wordt. Daarnaast geven click-to-conversionrapportages inzicht in de transactietijd, waaruit kan worden opgemaakt of een kortingscode op het laatste moment elders is gehaald. Als je tienduizenden euro’s uitgeeft aan affiliate marketing, ben je gek als je geen geld uit wilt geven aan zo’n test.”

Cowboys
Een specifiek probleem zijn de fake-kortingssites. Zowel Thuiswinkel.org als de Consumentenbond hebben hiervoor in november gewaarschuwd. In korte tijd ontving de laatstgenoemde maar liefst meer dan tweeduizend klachten. Gedupeerden klagen specifiek over kortingssites die telefonisch proefabonnementen aanbieden waarmee producten en reizen met korting kunnen worden gekocht. Het aanbod lijkt in eerste instantie vrijblijvend, maar wie niet binnen de proeftijd opzegt, ontvangt toch een rekening. Volgens de bond zijn dit soort bedrijven in overtreding, omdat de consument niet akkoord is gegaan met deze transactie. Deze onrechtmatigheid zou aanbieders er echter niet van weerhouden om met bandopnames van telefoongesprekken consumenten alsnog onder druk te zetten, vaak met behulp van agressieve incassopraktijken.

“Een mondeling akkoord geldt in deze niet”, zegt Joyce Donat van de Consumentenbond desgevraagd. “Wij pleiten dan ook voor strengere wetgeving bij proefpakketjes, in lijn met wat er tegenwoordig geldt voor proefabonnementen op kranten en tijdschriften.”

Thuiswinkel.org waarschuwt op zijn beurt voor websites die niet-werkende codes aanbieden, soms tegen betaling. “Het afgelopen jaar is ons opgevallen dat er steeds meer websites zijn waarop nepkortingscodes worden aangeboden”, aldus de brancheorganisatie. “Het doel van de fake-kortingswebsite lijkt het genereren van traffic te zijn, hoewel er ook sites zijn die in ruil voor een laag bedrag een kortingscode aanbieden.” Thuiswinkel spreekt in dit kader van misbruik en fraude, vanwege onrechtmatig gebruik van bedrijfsnamen en het eigen Waarborg-logo, het kopiëren van websites en het oplichten van consumenten. “In samenwerking met de politie pakken wij deze fraudeurs aan.”

Ook marktpartijen spreken hun ergernis over dit soort nepsites uit. “Het zijn echt cowboys, eerder in de vorm van een soort callcenters dan kortingscodewebsites”, concludeert Vroom. “Ze bellen consumenten op, iets wat wij nooit zullen doen. Een ‘ja’ wordt vervolgens gebruikt om je een contract aan te smeren. Hiermee verzieken dit soort spelers onze markt.”

Orde
Te midden van het stormachtig groeiende aantal kortingscodewebsites kiezen sommige bedrijven bewust voor een afwijkende positionering. “Kortingsacties vechten elkaar de tent uit, dus hebben wij besloten het model om te draaien”, vertelt Jasper van Elferen, oprichter van Yellowbag. Dit bedrijf, dat onlangs de focus verlegde van app naar website, verzamelt alle kortingen van retailers in Nederland. En verdient hierbij aan affiliate commissies bij verkopen via het eigen platform.

“Kortingscodes zijn inmiddels een verzadigde markt”, zegt Van Elferen. “Daar zijn al veel spelers heel lang in bezig, dus die oorlog gaan we niet winnen. Daarom probeert ons concept een ander probleem op te lossen: orde scheppen in de chaos.” Hij ziet zijn bedrijf niet als een oneigenlijke concurrent. “Er zijn talloze e-commerceconcepten die zich bevinden tussen de retailer en de consument. Die kunnen allemaal prima naast elkaar bestaan. Wij helpen beide partijen om het doorzoeken van alle kortingen mogelijk te maken.”

Volgens Vroom is er juist sprake van allesbehalve een verzadigde markt. Als goed voorbeeld noemt hij Zalando, dat groot is geworden door affiliate marketing en kortingscodewebsites. “Ze hebben altijd goed op de googelende consument ingespeeld. Eigenlijk zijn dat ook de beste bezoekers, want zij zijn écht aan het shoppen. Ze zitten in feite al met hun creditcard in de hand voor je klaar.”

Fake-kortingen
Nepsites verzieken de markt met nepkortingen. De Consumentenbond waarschuwt in dit verband voor de volgende kortingssites: De Beste Korting, Weekendje Genieten, Crowncard, Kortingscenter, Big Mundo, Megapot, Reisvoordeelvoucher, Nr1cashback, Happy Numbers/Play Simple, Cadeaucashback-shopping, New Match/chance, Fictory/Takerz, Lucky Millions, HomeatHoliday, Voordeelinkoop, Spotreis, City Consultant en Voordelig Winkelen. Thuiswinkel.org richt zijn pijlen op: Kortingscode.coupon-worldshop.com, Acties-kortingscodes.com, Acties.me, Convict.nl, Kortingscodes-winkels.com en Couponpromotie.com.

Korting als doel
Bij het online shoppen maakt zeventig procent van de Nederlanders gebruik van kortingscodes. Dit blijkt uit de jaarlijkse barometer van Actiepagina.nl, sinds 2013 onderdeel van de Amerikaanse marktplaats RetailMeNot. De crisis, het grote aanbod online winkels en nieuwe technologieën hebben effect gehad op het winkelgedrag van Nederlanders.

Bij 87 procent van de kortingzoekers is kopen voor de best mogelijke prijs een doel op zich geworden en niet meer alleen een noodzaak. Dit zogenoemde ‘slimme shoppen’ zorgt ervoor dat bij 53 procent van deze doelgroep het actief zoeken naar digitale aanbiedingen of kortingscodes een vast onderdeel van het online winkelproces is geworden. Vooral jongeren in de leeftijd van 18 tot 24 jaar omarmen deze moderne manier van shoppen; 86 procent van hen gebruikt online kortingscodes tijdens het winkelen.

Actief naar korting zoeken is niet alleen goed voor de portemonnee, maar geeft ook een goed gevoel. Driekwart van de ‘slimme shoppers’ zegt zich trots te voelen als ze een goede deal hebben gevonden. Het laat mensen zich ook minder schuldig voelen over impulsaankopen.

Verder blijkt dat kortingscodes een grote invloed hebben op onze aankoopbeslissingen. Zo zoekt driekwart van de coupongebruikers naar aanbiedingen voordat ze weten wat of waar ze iets gaan kopen. 42 procent heeft daarnaast weleens een aankoop geannuleerd of uitgesteld, omdat ze geen goede aanbieding of kortingscode konden vinden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij luxere producten, waarbij voor 66 procent een coupon of kortingscode de doorslag geeft voor aankoop.

Influencers
Zanox, een van grote affiliate partijen in Nederland, ziet kortingscodewebsites als veel meer dan alleen ‘converters’. Ook hun rol als influencer is groot, aldus het bedrijf. Onderzoek van Affiliate Window uit 2015 toont aan dat dit soort publishers de afgelopen jaren een constante groei hebben doorgemaakt en steeds belangrijker zijn geworden voor affiliate marketing. Over hun rol als influencer stelt dit onderzoek dat bij de grootste kortingssites veel traffic plaatsvindt, soms zelfs meer dan bij een webshop. Dat suggereert dat online shoppers eerst op zoek gaan naar leuke aanbiedingen alvorens ze daadwerkelijk de webshop opzoeken. Ook worden consumenten door kortingscodepublishers op de hoogte gehouden van codes via nieuwsbrieven en online en offline aanbiedingen. Kortingscodepublishers zijn dus niet alleen actief in de laatste stap van de transactie, maar staan ook regelmatig helemaal aan het begin van de customer journey.

In Nederland vertaalt de rol van influencer zich in sterke samenwerking met adverteerders, zoals Kortingscode.nl (Imbull) dat doet met mediatitels als Metro, Grazia en Glamour. Door een speciale sectie op dit soort websites te plaatsen met een widget worden bezoekers op de hoogte gebracht van nieuwe kortingen en promoties.

* Dit artikel verscheen eerder in het februarinummer van Emerce magazine (#155).

Illustratie: Agnes Loonstra (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Verwarring over veilige websites door Chrome update

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vorige maand heeft Google de weergave van beveiligde HTTPS-verbindingen in Google Chrome gewijzigd. Het doel hiervan is het begrijpelijker maken van een beveiligde verbinding voor website bezoekers. Omdat hierbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen SSL-certificaten zonder of met bedrijfsgegevens, toont de browser ook het label ‘Secure’ als een malafide of phishing site met kwade bedoelingen een SSL certificaat heeft. Wat kunnen we hieraan doen?

Naar een volledig versleuteld internet

Onder andere Google is al geruime tijd bezig met het stimuleren van het gebruik van SSL-certificaten omdat dat leidt tot een veiliger internet. Zo neemt Google sinds enkele jaren het gebruik van HTTPS op de website al mee als rankingfactor in de Google zoekresultaten, en ze nemen vaak het voortouw bij het ontmoedigen van het gebruik van verouderde certificaten. Ook Mozilla Firefox gaat op korte termijn waarschuwen bij webpagina’s met onveilige invulvelden. Sinds kort wordt de meerderheid van alle webpagina’s via HTTPS opgevraagd, en het gebruik van HTTPS neemt continu toe. Mede dankzij de gratis certificaten van Symantec, Comodo en Let’s Encrypt is het aantal domein gevalideerde (DV) certificaten op dit moment 12,2 miljoen. Ter vergelijking: in januari 2016 was dit nog 3,2 miljoen.

Organisaties achter websites niet gecontroleerd

“Dat is toch positief?” zullen velen denken. Absoluut, maar het heeft ook een keerzijde: kwaadwillenden profiteren óók van de betere bereikbaarheid van goedkope of zelfs gratis DV SSL-certificaten. Voor de uitgifte wordt hiervoor alleen gecontroleerd of de aanvrager toegang heeft tot het domein waarvoor een certificaat wordt aangevraagd. Dit zegt dus niets over de organisatie achter de website.

In 2005 is als reactie op de wildgroei van beperkt gecontroleerde DV-certificaten het Extended Validation certificaat geïntroduceerd: een voor bezoekers aan de groene adresbalk duidelijk herkenbare hoge standaard van strenge controles. De insteek hierbij is dat een gebruiker niet alleen kan zien dat er een veilige verbinding is, maar ook met wie deze verbinding is. De langere levertijd en strenge voorschriften hebben echter ook gezorgd voor een moeilijk imago bij velen. De groei van het gebruik van EV-certificaten blijft dan ook achter, al is er wel een groei van veertien procent gemeten over het afgelopen jaar. In Nederland blijkt uit onderzoek dat slechts 0,3 procent van alle zakelijke websites, en 3,3 procent van alle webshops EV-certificaten gebruiken.

Domeinen niet gecontroleerd

DV-certificaten worden niet handmatig gecontroleerd. Commerciële certificaatuitgevers werken met een systeem dat waarschuwt bij high-risk domeinen (bijvoorbeeld een domein dat erg lijkt op een populair domein zoals PayPal.com). Op dat moment wordt er een handmatige controle gedaan. Voor gratis certificaatdiensten is zo’n handmatige check niet haalbaar. Let’s Encrypt heeft bijvoorbeeld al ruim 400 certificaten uitgegeven waarbij ‘PayPal’ in de domeinnaam voorkomt. Het aanvragen van een Let’s Encrypt certificaat voor appleappstore.eu en googleplaystore.eu is dan ook geen enkel probleem. Overigens staat wel ter discussie of deze controle de verantwoordelijkheid is van certificaat uitgevers. Let’s Encrypt heeft hier een duidelijk standpunt over.

Google Chrome toont onveilige websites ook als veilig

Sinds de laatste update van Chrome toont de browser een label met de term ‘Unsecure’ (of Niet Veilig) bij het ontbreken van https:// op webpagina’s met invulvelden. Als er wel een beveiligde verbinding is toont de browser ‘Secure’ (of ‘Veilig’, afhankelijk van de taalinstellingen) in het groen, wat erg veel lijkt op de groene adresbalk van het EV certificaat. Voor het tonen van de secure label wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de gratis verkrijgbare en nauwelijks gecontroleerde DV certificaten en de wél gecontroleerde certificaten met bedrijfsgegevens.

Overheden en banken hebben via diverse campagnes websitebezoekers geleerd te letten op de groene adresbalk als kenmerk van een veilige website. De groene ‘Secure’ melding wekt de indruk dat het om een betrouwbare site van een gecontroleerde organisatie gaat, terwijl in de praktijk alleen de controle over het domein is gecontroleerd. Secure betekent hier dus alleen dat er een HTTPS-verbinding aanwezig is, het zegt niets over de organisatie achter de website. Het wijzigen van de security indicators was juist bedoeld om bezoekers meer duidelijkheid te geven, maar geeft op deze manier een verkeerde indruk van veiligheid.

Meer aandacht voor high-risk domeinen

Uiteraard zijn het niet alleen de certificaatuitgevers die een rol spelen in het voorkomen van phishing sites: registrars zouden eventueel kunnen letten op welke domeinen ze verkopen, browsers zouden (beter) kunnen controleren op SSL-certificaten die na misbruik of vermoeden van fraude door een Certificaat Uitgever (CA) ingetrokken zijn. Websitebezoekers kunnen een bijdrage leveren door phishing websites door te geven aan blocklists van browsers.

Maar hoe dan wel?

In een ideale wereld bekijkt een bezoeker iedere website kritisch: wat is de volledige URL, ken ik de website en de organisatie erachter, zijn er NAW-gegevens, voorwaarden en contactmogelijkheden aanwezig? Komt de organisatienaam in het SSL certificaat overeen met de inhoud van de website, en vertrouw ik deze organisatie met mijn gegevens?

In de praktijk blijkt dit echter niet haalbaar. Dat Google het gebruik van HTTPS stimuleert en het duidelijker wil maken voor gebruikers is een positieve ontwikkeling. De onveilig-waarschuwing bij onbeveiligde invulvelden is hierin een waardevolle stap voorwaarts. We moeten alleen uitkijken dat het geen schijnveiligheid gaat bieden omdat de aanduiding veilig in veel gevallen niets zegt over de organisatie. Een simpele oplossing zou het aanpassen van de melding zijn: bijvoorbeeld ‘verbinding veilig, identiteit onbekend’ bij DV certificaten en bij Extended Validation certificaten met bedrijfsgegevens ‘verbinding veilig, identiteit organisatie gecontroleerd’. Dán weet je als bezoeker zeker naar wie je je persoonlijke informatie verstuurt.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Thuiswinkel

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Eerst het concept, dan de media erbij kiezen’

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bureaunetwerk Dept startte gisteren een eigen productiehuis, maar eigenlijk draait dat al sinds oktober 2016. Managing director Diede in’t Veld vertelt wat Unskippable is en hoe het anders dan anderen te werk gaat.

Inmiddels werkt er twaalf man bij Unskippable, dus de lancering van gisteren was eerder een doopplechtigheid dan een ‘coming out’. In ’t Veld: “We draaien zes producties tegelijkertijd, van kleine fotografie tot grote commercials. In de productie zijn we niet uniek, wel in het integreren van alle aspecten die er binnen Dept mee samenhangen.”

Wat doet Unskippable en voor wie?
Unskippable is een production agency voor de eindklanten van de Dept agencies. We doen opdrachten van groot tot klein, van zwart-wit fotografie tot VR en van kleine standups tot aan full blown televisie commercials. Maar altijd met het uitgangspunt dat er kwaliteit gemaakt wordt binnen de randvoorwaarden die door de klant gesteld zijn. Door onze 15 jaar ervaring in de filmindustrie zijn we in staat om omhoog en omlaag te schalen en kunnen we dus snel, creatief en kosten efficient werken. Het moet gaan om het verhaal, de emotie en de bijbehorende impact. Of het nu op 70mm gedraaid is of op de GoPro. Met 20 10kw’s of met available light doet er uiteindelijk niet toe.

Hoe is Unskippable anders dan andere productiehuizen?
Omdat we onderdeel van Dept zijn, maken we in eerste instantie nooit iets alleen vanuit het vakgebied van visual content. We proberen altijd de verbinding te maken met creatie, data en technologie. Zo hebben we meer dan honderd mensen in huis die de hele dag bezig zijn met data en het optimaliseren van campagnes. Tegelijkertijd weten we vanuit creatie en techniek hoe we visuele content kunnen integreren binnen de campagnes, de website of apps. Als onderdeel van Dept werken we met al deze specialisten in één team en kunnen we de impact en bereik een enorme boost geven. Dit, gecombineerd met het écht vanuit het totaalplaatje kijken, en visuele content dus zien als een verlengstuk van de identiteit van het merk, is iets waarin we anders zijn dan andere productiehuizen.

Ontwikkelen jullie ook eigen concepten?
Ja, er zijn ook online formats bij ons in ontwikkeling. Maar deze zullen nooit zelfstandig geëxploiteerd worden en vooral aangeboden worden aan de merken waar wij ze bij vinden passen.

Wat is het meest aansprekende werk dat je sinds oktober opleverde?
Dat was de Unive Zorgcampagne ‘Niet zo spannend‘ die we in oktober draaiden. Het was meteen een campagne die ons dwong om constant tegen ons instinct in te gaan. We willen namelijk altijd alles mooier en beter maken. Maar in dit geval moesten we alles zo simpel mogelijk brengen. En tegelijkertijd de kwaliteit uitstralen die bij het merk hoort. Maar onze inzet werd beloond; uiteindelijk heeft één van de films uit de online campagne het tot TVC weten te schoppen. En dat was natuurlijk wel de kers op de taart voor ons op dat moment.

Zetten jullie ook analytics in voor video-optimalisatie? 
Zeker weten! Bij zowel Expand Online als a friend of mine zit een lading aan data specialisten die niets anders doen. We geloven ook dat het de toekomst van online video is; je kunt niet meer iets online zetten en er vervolgens niet meer naar omkijken. Dit geldt ook voor video. Een mooi voorbeeld is de reeks aan video’s die we hebben gemaakt voor de ‘Lekker weertje’-campagne van Chocomel. Iedere dag werden deze een stukje beter. Door continue focus op de cijfers; wanneer haken mensen af? Kijken ze liever naar vierkant of breedbeeld? Naar vrouwen of naar mannen? Echt het totaalplaatje. Dat is het fijne van online, je kunt alles testen en weer een stukje beter maken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

FedEx stort zich op fulfillment

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

FedEx lanceert in de VS eFulfillment, een alternatief voor Fulfillment by Amazon. De bezorger neemt daarbij de logistieke afhandeling voor partners voor zijn rekening.

FedEx experimenteert al een jaar lang met de dienst, samen met Dagne Dover, verkoper van handtassen. De dienst is voortgekomen uit de aankoop van Genco, dat uiteindelijk FedEx Supply Chain ging heten.

Men heeft 130 distributiencentra in Noord-Amerika, waar alleen al 358 miljoen retouren per jaar worden verwerkt.

De FedEx fulfillmentsoftware sluit nauw aan bij e-commerceplatforms Magento en Shopify.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sjors Fröhlich: ‘Radio is impactvoller dan tv, podcasts impactvoller dan radio.’

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

In de jacht naar pageviews verliezen veel uitgevers hun unieke signatuur. In dit artikel vraag ik Sjors Fröhlich, hoofdredacteur van BNR naar zijn missie en de keuzes die hij maakt als het gaat om verhalen, vorm en distributie. BNR maakt sinds oktober eigen podcasts en in maart gaat hun Expertnetwerk van start, waarbij BNR podcasts van deskundigen cureert, faciliteert en distribueert.

Wat voegen de podcasts toe aan de reguliere radioprogramma’s?

‘BNR wil altijd en overal bereikbaar zijn voor luisteraars. Ik zou graag zien dat we straks uit twee takken bestaan: aan de ene kant liveradio, waarbij we snel duiding geven op het nieuws, en aan de andere kant bijvoorbeeld een show over juridische zaken dat je kunt beluisteren als het jou uitkomt. Die combinatie is volgens mij essentieel voor het voortbestaan van BNR.’

Het FD werkt bijvoorbeeld digital only, is dat bij BNR ook zo? Of toch eerder radio first?

‘De strategie is zeker radio first. Het radiostation is het hart. Maar net als het FD, dat nadenkt over onafhankelijk worden van de papieren krant, is voor ons het voortbestaan zonder FM-frequentie de stip op de horizon. Vorig jaar kwam dat erg dichtbij toen onduidelijk was of we nog wel een FM-frequentie zouden krijgen. Dat kunnen we overleven, maar het zou wel een flinke tik betekenen. We hebben gewoon ook nog het bereik van radio nodig om de podcasts in de etalage te zetten. We digitaliseren enorm, we organiseren events, onze redacteuren maken ook video’s – die worden op social veel beter verspreid dan bijvoorbeeld audio-quotes, maar audio zal altijd het hart blijven.’

Het is relatief eenvoudig om een podcast te maken en daardoor zijn er ontzettend veel. Hoe maken jullie scherpe keuzes over welke podcasts jullie maken en welke jullie selecteren voor het Expertnetwerk?

‘We hebben een zin die we niet op zender gebruiken, maar die intern leidend is voor alles wat we doen: “BNR is aanjager van de vooruitgang”. We willen ondernemend Nederland helpen bij het nemen van beslissingen en dat doen we op een aantal specifieke domeinen, zoals ondernemen, innovatie, mobiliteit en internationale politiek. De Expertpodcast die wij selecteren, hebben een BNR-kwaliteitskeurmerk: ze voldoen aan technische en inhoudelijke kwaliteitseisen en zijn onafhankelijk.’

“Uiteindelijk willen we met BNR de destination zijn voor de zakelijke podcast.”

Waar zit voor jou het zwaartepunt: distributie via iTunes, Spotify en Soundcloud of luisteraars naar het eigen platform krijgen?

‘Distributie is ongelooflijk belangrijk, maar ik heb luisteraars liever in onze eigen omgeving. Dat is commercieel interessanter en het is duidelijker dat BNR de afzender is. Uiteindelijk willen we de destination zijn voor de zakelijke podcast. Als je iets wilt weten over leiderschap of innovatie, dan vind je sowieso iets op BNR.nl.’

Als je ’s ochtends je computer opstart, naar wat voor cijfers kijk je om te kijken of het goed gaat?

‘Het liefst zou ik de luistercijfers van gisteren willen zien. Maar bij de radio hebben we alleen de beschikking over genormaliseerde cijfers van de afgelopen twee maanden, die gebaseerd zijn op wat luisteraars bijhouden in dagboeken. We hebben wél goede metrics over wat er gebeurt in de app. We kunnen precies zien wanneer mensen inschakelen en zelfs wanneer mensen de livestream harder of zachter zetten. Dat is erg gaaf, want dan kun je dus precies zien welke items luisteraars kunnen waarderen, en welke niet. Zo weten we precies dat mensen bij ons inschakelen voor de blokken over economie. Items over sport vinden mensen minder interessant. Het mooie is dat we gedrag meten en niet meer afhankelijk zijn van sociaal gewenste antwoorden op enquêtes. En in plaats van twee maanden, wordt er nu per dag gerapporteerd en gaan we toe naar realtime cijfers.’

De volgende vraag is dan natuurlijk: ga je het realtime dashboard ook in de studio hangen?

‘Dat is wel mijn droom, maar daar moet ik natuurlijk mee oppassen. Ik vind het al gaaf als we met de ochtendploeg om 10 uur al kunnen kijken naar het rapport van die ochtend. De cijfers geven echt richting: we kunnen veel beter de selectie maken van welke items we herhalen. De digitalisering bij het Nationaal Luisteronderzoek gaat me dan ook veel te langzaam. Ik begrijp dat er haken en ogen zijn, maar er spelen ook teveel belangen mee. Veel partijen zijn bang dat realtime-cijfers zullen tegenvallen.’

“Podcast-luisteraars zijn waardevoller dan luisteraars die toevallig de radio aan hebben staan tijdens het autorijden.”

Als er achtduizend mensen luisteren naar een programma over politiek en vierduizend naar een programma over tech en innovatie, dan kun concluderen dat je moet stoppen met het techprogramma. Maar misschien is dat laatste programma wel onmisbaar voor de luisteraar en dat haal je niet uit deze cijfers. Hoe evalueer je dat?

‘Nu komen we precies op de toegevoegde waarde van podcasts. De podcasts gaan dieper in op de domeinen. In de podcast De Technoloog praten ze rustig een uur over Google. Op de radio zouden luisteraars na een tijdje wel afhaken, maar de echte geïnteresseerde vindt het heerlijk om een uur naar Herbert Blankesteijn en Ben van der Burg te luisteren. De luistercijfers van podcasts liggen een stuk lager en het duurt ook langer voordat het bereik zich opbouwt, maar die luisteraars hebben wel heel bewust gekozen om naar dat onderwerp te luisteren. Dat zijn waardevollere luisteraars dan degenen die toevallig de radio aan hebben staan tijdens het autorijden.’

Wat is het verschil in impact tussen radioprogramma’s en podcasts?

‘Ik zie dit verschil in het rijtje tv, radio, podcasts. Bij tv zit je met z’n vieren op de bank te kijken, bij radio zit Bas van Werven bij wijze van spreken naast je in de auto als je ‘s ochtends naar je werk rijdt, en een podcast is nog meer één-op-één. Een podcast begint niet met een tune, maar met Petra Grijzen die je welkom heet. Een podcast is intiemer en persoonlijker. Bij een podcast gaat het ook echt om de persoonlijkheid: mensen luisteren nog meer voor de persoon die presenteert. Radio is impactvoller dan tv, en een podcast is weer impactvoller dan radio.’

Na muziek waren de kranten aan de beurt, en nu ziet televisie het kijkgedrag digitaliseren. Hoe zie je de toekomst van radio?

‘De auto zal voor ons nog belangrijker worden. We moeten mensen tijdens de spits voorzien van het urgente nieuws, of ze de mogelijkheid geven te kiezen voor een podcast. Er luisteren per week nog miljoenen mensen naar Edwin Evers, terwijl je de nummers die hij draait ook op Spotify kunt horen. Het is ook wel eens fijn om niet zelf alles on demand te moeten kiezen en juist weer verrast te worden. Er zal een behoefte blijven aan een trusted party als BNR om het nieuws voor jou te selecteren. En vanwege die combinatie van live radio en on demand ben ik absoluut niet pessimistisch over de toekomst van radio.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Autoriteit Persoonsgegevens treedt op tegen onveilige stemhulpen

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vier online stemhulpen zijn direct verwijderd nadat ze een waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) hadden gekregen. Die heeft de beveiliging van 24 stemhulpen voor de verkiezingen van 15 maart onderzocht.

Veertien van de stemhulpen maakten geen gebruik van een beveiligde verbinding. Enkele nog niet gelanceerde websites die een onbeveiligde verbinding hadden, zijn gewaarschuwd de beveiliging te verhogen voordat de tool online komt.

De AP en toezichthouder Autoriteit Consument en Markt (ACM) traden de afgelopen week ook op tegen vier stemhulpen die gebruik maakten van tracking cookies. De AP en ACM hadden eerder de beheerder van StemWijzer.nl al aangesproken op het gebruik van advertentiecookies en de beveiliging van deze site. De toezichthouders hebben inmiddels ook de beheerders van kieskompas.nl, brainwash.nl/dewijzestemmer en politiekesekswijzer.nl aangesproken op het gebruik van tracking cookies. De vier kieswijzers hebben daarop de tracking cookies direct verwijderd.

De AP doet nog nader onderzoek naar de bewaartermijnen van de gegevens die de beheerders van de stemhulpen via de vragenlijsten ontvangen. Als beheerders deze gegevens verzamelen, mogen zij deze niet langer bewaren dan strikt noodzakelijk voor gerechtvaardigde doeleinden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Takeaway lanceert nieuwe internationale campagne

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Takeaway.com, in Nederland bekend onder de naam Thuisbezorgd.nl, begint op zijn vijf grootste markten een nieuwe merkbouwende campagne. Ook programmatic display wordt voor branding ingezet.

De campagne ging gisteren van start in Nederland, Duitsland, Polen, België en Oostenrijk. Hij combineert massamedia (TV, out of home) en programmatic display en video. Inhoudelijk worden alledaagse momenten gekoppeld aan de vijf verschillende Takeaway-labels.

Bureau Etcetera is verantwoordelijk voor het werk en licht, toe: “Men kijkt steeds minder lineair tv, maar het toenemende online video kijkgedrag biedt mogelijkheden om getarget een merk te bouwen. Door niet alleen breed maar ook zeer gericht doelgroepen te bereiken kunnen we op het juiste moment inspelen op het juiste inzicht, waardoor we altijd een relevante boodschap kunnen vertellen.”

Takeaway.com ging eind vorig jaar naar de beurs en haalde daarmee 328 miljoen euro op. Een groot deel daarvan wordt besteed aan merkbouwende marketing. Dat is een spel van lange adem waarbij herkenbaarheid en het stimuleren van herhaalaankopen centraal staat. Vooral Duitsland is vechtmarkt voor CEO Jitse Groen, waar hij het opneemt tegen Delivery Hero.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Stellingchecker: samen uitspraken op waarheid wegen

Posted 16 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Het journalistieke project Stellingschecker wil uitspraken van politici en opiniemakers via een crowdsourcing-constructie aan een feitencontrole onderwerpen. Het platform wil daarbij meer dialoog mogelijk maken tussen hen die check uitvoeren en het…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Hoeveel impressies je mist met Google Ad Grants

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google Ad Grants zijn relatief minder waard dan advertentiegeld dat vanuit een regulier AdWords-account wordt ingelegd. Binnen Ad Grants – beschikbaar gestelde tegoeden voor non-profit organisaties van zoekgigant Google – kun je rekenen op een hogere Cost Per Click (CPC), terwijl je op posities terecht komt onder de advertenties van betaalde adverteerders.

Google Ad Grants zijn tegoeden die Google beschikbaar stelt aan non-profit organisaties. De waarde van het Grants-tegoed dat deze organisaties krijgen is echter niet absoluut, maar relatief ten opzichte van reguliere accounts. Wat betekent dit?

1 euro Grants versus 0,50 cent regulier

Een voorbeeld. Stel, je krijgt één euro vanuit Grants en die zet je in binnen een AdWords-campagne. Deze ene euro kan een slechtere positie of lagere impression share opleveren dan bijvoorbeeld de 0,50 eurocent die je vanuit een regulier account inzet.

Nog steeds is die ene euro uiteraard mooi meegenomen. Je koopt iets met geld dat je hebt gekregen van Google. De relatieve waarde betekent echter ook dat je wellicht minder waar voor je geld krijgt dan je van te voren duidelijk is. Omdat de verschillen in opbrengst tussen een Grants-account en regulier AdWords-account groot kunnen zijn, is het van belang je hier bewust van te zijn.

Ons artikel richt zich op het vergroten van dat bewustzijn en we willen ervoor zorgen dat non-profit organisaties en online marketeers weten hoe Google Grants werkt. Gebruik ik voor mijn campagnes puur en alleen Ad Grants-tegoed, combineer ik Ad Grants met een regulier account, en voor welk type campagne wend ik welk tegoed aan? Dat zijn SEA gerelateerde vragen waar goed over moet worden nagedacht.

Aan de hand van onderstaande case, laten we het graag zien.

De casus – 40.000 dollar van Google

Een maandelijks advertentietegoed van 40.000 dollar voor gebruik binnen AdWords – een van onze klanten is de gelukkige ontvanger daarvan. Fantastisch, maar het resultaat van de merknaamcampagne viel dermate tegen dat wij als dataliefhebbers onze testskills van stal haalden.

We wilden weten hoeveel omzet de klant misliep door het inzetten van Grants ten opzichte van een regulier account, gecorrigeerd voor de extra kosten en de omzet die via Organic search wordt opgevangen. Daarom zetten we een A/B-test op die ons toonde dat we met onze Grants-campagne circa 56 procent minder impressies hadden, 55 procent minder orders en dat het adverteren op de merknaam ‘duurder’ was.

Slimme zoektocht

Het ontvangen van Ad Grants van Google geeft enorm veel non-profitinstellingen de mogelijkheid überhaupt te adverteren en moet daarom beschouwd worden als een groot cadeau. Achterblijvend verkeer en omzet is echter wel een probleem dat opgelost moet worden. Hoe hebben we het aangepakt?

  1. We hebben de gehele merknaamcampagne vanuit het Ad Grants-account gekopieerd naar het reguliere AdWords-account.
  2. We hebben aan de hand van een tijdschema een A/B-test gedraaid waardoor de campagnes van het Grants-account en het reguliere AdWords-account om de drie uur wisselden.
  3. Tijdens een tweede test hebben we het tijdschema nog eens omgedraaid om beide accounts gelijke kansen te geven. Hierbij zagen we dezelfde resultaten als in de eerste test.
De verschillen

De verschillen bleken aanzienlijk. Ten aanzien van de betaalde prijs voor een click en het aantal impressies kwamen de volgende verschillen tussen Grants en Regulier naar boven:

Binnen het Grants account bieden we voor de betreffende zoekterm het maximum van 2 dollar, betalen vaak maar 0,22 dollar (0,21 euro) en komen dan terecht op positie 1.1. Na het overzetten naar het reguliere account betalen we 0,09 eurocent en behalen we – zoals te verwachten valt met een merknaamcampagne – een nummer 1 positie in Google.

Een hogere CPC is niet zozeer een probleem omdat het beschikbare tegoed van Ad Grants ruim voldoende is. Het belangrijkste inzicht voor deze campagne is dat het aantal ontvangen impressies beduidend verschilt afhankelijk van waaruit het advertentietegoed wordt aangewend. Zoals de tabel hierboven toont, lag het aantal impressies in de tijd dat Grants werd ingezet op 24.049 terwijl we met het reguliere account 54.811 behaalden. In dit geval ging het om de merknaam, een zoekterm met weinig concurrentie en hadden beide accounts een optimale Quality Score.

Google Ad Grants en een tweederangsveiling?

Een A/B-test brengt uiteraard beperkingen met zich mee, maar is de enige manier om enigszins inzicht te krijgen in de verschillen en op basis daarvan te beslissen om via Grants of een regulier account te adverteren. Dat deze verschillen er zijn wordt bevestigd door Google. Volgens Google bereik je doorgaans slechts 15 tot 20 procent van de impressies ten opzichte van een regulier account.

Zoals ze zelf op de site van Grants aangeven verschijnen advertenties altijd onder de advertenties van reguliere AdWords-accounts, dat is dus geen verrassing. Maar het is wel van belang om inzicht te hebben in de verschillen zodat je een weloverwogen keuze kunt maken tussen adverteren via Grants en een regulier account. Er is dus sprake van een soort tweederangsveiling. De betaalde accounts krijgen voorrang in de veiling en pas als er een plek over is, krijgt het Grants account ruimte. Zo kan het dus voorkomen dat je niet mee doet in de veiling of meer ‘betaalt’ voor een slechtere positie, en dat is fijn om te weten.

Weten is winnen

Gelukkig vingen de organische resultaten – in deze campagne althans – een groot deel van het zoekverkeer op. Heb je echter een campagne met zoektermen waar veel concurrentie op zit dan bestaat de kans dat je door Google Ad Grants een groot deel van het potentiële verkeer (mogelijk 80 tot 85 procent) misloopt. Verkeer mislopen betekent leads mislopen en dat betekent simpelweg minder omzet.

  • Weten dat het tegoed dat je van Google Grants krijgt minder waard is dan wanneer je dit bedrag via een regulier AdWords-account inzet, dat is waardevolle informatie.
  • Weten wat de verschillen zijn in impression share, de biedingen tussen de twee accounts vergelijken en de positie die daaruit volgt monitoren, dat levert geld op.
  • Door deze data te corrigeren voor wat je aan Google betaalt via het reguliere AdWords-account en de omzet die eventueel via Organic wordt opgevangen heb je het totale plaatje in beeld en alles dat nodig is voor het maken van strategische beslissingen.

Dankzij onze A/B-test en analyse weten wij nu waar het optimum zit voor onze klant. Welke campagne zet je in via het tegoed van Google Ad Grants? Wat levert dat op tegen welke kostenbesparing? En wanneer is het beter om het via het reguliere AdWords account te laten lopen?

Dat Google Ad Grants een fantastisch initiatief is dat vele non-profit instellingen en goede doelen de mogelijkheid geeft zich online zichtbaar te maken, daar zijn we het waarschijnlijk allemaal over eens. Dat maakt het echter niet minder waardevol om te weten hoe Google Ad Grants werkt en in elkaar steekt. Dat is simpelweg de moeite waard, zowel voor non-profit instellingen als voor online marketeers.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ziggo ziet markt weer aantrekken

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het gaat weer beter met Ziggo. Het kabelbedrijf behaalde het beste kwartaalresultaat sinds begin 2014 met een groei van 56.000 nieuwe internet en 12.000 vaste telefonie klanten.

Er kwamen in heel 2016 59.000 nieuwe postpaid mobiele abonnees bij (waarvan 15.000 in het laatste kwartaal), waarbij het totaal toenam tot 242.000 abonnees. Het aantal actieve gebruikers van Ziggo GO steeg 32 procent tot 952.000.

Ziggo haalde 17 procent meer klein zakelijke abonnees binnen na de ‘beste zakelijke internet van jaar’ promotie campagne en introductie van hogere internetsnelheden in april.

De Belgische kabelaar Telenet, eigenaar van telecomaanbieder Base en net als Ziggo dochter van Liberty Global, heeft in de laatste drie maanden van 2016 de omzet harder zien stijgen dan verwacht. Het bedrijf behaalde een 36 procent hogere omzet van 629,2 miljoen euro.

In heel 2016 behaalde Telenet een omzet van 2.4 miljard euro met een 18 procent hoger aangepaste EBITDA van 1,1 miljard.

Het aantal klanten voor mobiel bellen bedroeg 3 miljoen en met kabel tv bediende Telenet ruim 2 miljoen klanten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuw bedrijfsmodel Bugaboo: ‘Houd balans tussen data en intuïtie’

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeg je Bugaboo, dan zeg je kinderwagens. Dat moet veranderen met het afgelopen najaar geïntroduceerde bagagesysteem Bugaboo Boxer. Op het eerste oog alleen een nieuw product voor een nieuwe doelgroep. Intern is er echter heel wat meer veranderd: een nieuw bedrijfsmodel en een digitale transformatie.

Bugaboo staat te boek als vernieuwer in de kinderwagenbranche. “Innovatie zit inderdaad in ons DNA”, vertelt Chief Commercial Officer Mieke Veldhuis. “Maar die innovatie schuilt vooral in ons product. Als bedrijf waren we tot nu toe eigenlijk vrij traditioneel. Kinderwagens verkopen we via veel verschillende kanalen, via distributeurs en retailers.”

E-commerce: van ondersteuning naar centrale rol

Tot nu toe, want met het koffersysteem Boxer verkoopt Bugaboo voor het eerst praktisch alleen via eigen kanalen. Een nieuw bedrijfsmodel: e-commerce is er niet meer ter ondersteuning, maar staat centraal. Dat is best spannend, zegt Veldhuis. “Want je moet dat wat je als merk hebt opgebouwd zien te behouden en bij een klein deel van het bedrijf toch een nieuwe manier van werken introduceren. We zetten dit bewust in de markt als uniek product. Niet als een koffer, maar als koffersysteem. Bij zo’n unieke aanpak hoort in mijn ogen ook een unieke strategie. Anders word je alsnog gezien als een uit duizenden.”

In deze specifieke markt is weinig kwalitatief goede retail, vertelt de Director E-business Ronald van Drunen. Door de “e-commerce first” aanpak houd je als merk alles in eigen hand. “Vrij uniek voor een merkbedrijf.” Vanuit de e-business gezien is het grote voordeel met name dat Bugaboo daarmee dichter bij de consument komt. Concreet: het bedrijf kan data verzamelen die bruikbaar zijn voor marketing en service. Data waarover merkbedrijven doorgaans niet beschikken omdat derden tussen het bedrijf en consument instaan: een distributeur, een winkelketen of een vestiging.

Totaal andere customer journey

Een nieuwe productcategorie en voor het eerst ‘digital first’, dat vraagt ongetwijfeld om een andere aanpak. “Een totaal andere”, reageert van Drunen. Met de reiziger als belangrijkste doelgroep is de customer journey op zijn zachtst gezegd nogal anders dan voor de verkoop aan kersverse ouders. Met behulp van marktonderzoek is die reis van ‘awareness’, oriëntatie, aankoop en het proces daarna uitgetekend en zijn kanalen ingericht.

Die verandering zie je natuurlijk al in de fase van awareness. Geen ‘mamablogs’ en Facebook, maar The Financial Times en Linkedin als belangrijk kanaal. Dat een kinderwagenmerk ineens een veel zakelijkere doelgroep wil aanspreken, valt overigens niet verkeerd, zegt Veldhuis. Ze geeft toe dat ze wat terughoudendheid had verwacht bij de nieuwe doelgroep. “De zakelijke reiziger stelt hier eigenlijk geen enkel vraagteken bij.” Opvallender is juist dat de andere doelgroep wat terughoudender bleek. Die had de stap niet zien aankomen en liever gezien dat alles bij het oude was gebleven.

Door die eigen journey zien de touchpoints er ook anders uit. De productcategorieën zijn op Facebook bewust van elkaar gescheiden: met het eigen account Bugaboo Lugage richt het bedrijf zich op de nieuwe achterban. Daarnaast is er speciale aandacht voor de after-service. “Servicing is wezenlijk anders dan we gewend waren. Een reiziger wil bij een probleem direct een oplossing. In de productontwikkelfase is selfservice daarom een belangrijk uitgangspunt geweest. Dat versterken we door voor andere problemen binnen 24 uur een oplossing te beloven.”

Interne verandering meest ingrijpend

Hoewel deze veranderingen aan de buitenkant het meest zichtbaar zijn, is de interne verandering ingrijpender en ook complexer. Bugaboo is namelijk niet als gehele organisatie in transformatie, zegt Veldhuis. “Voor een groot gedeelte van het bedrijf verandert er eigenlijk weinig.” Maar er is nu wel een kernteam dat agile is, als een holocracy-raamwerk is ingericht en scrumt. Dit team werkt datagedreven en op basis van inzichten die er eerder niet waren.

“De grootste uitdaging is om die beide werelden bij elkaar te brengen. Je moet ervoor zorgen dat de traditionele accountmanager op de weg zich net zo gehoord voelt en wordt gefaciliteerd als het nieuwe team. Je moet beide werelden zien samen te brengen zodat er kruisbestuiving ontstaat. We hebben jarenlang een merk opgebouwd en voegen daar nu een nieuwe dimensie aan toe. Je beschikt over teams die snel schakelen en zich baseren op data. Andere teams richten zich op waarde, emotie en de langere termijn.

“De balans vind je door mensen te vrijheid te geven om uit te vinden wat voor hen werkt. Holocracy wordt niet ineens het nieuwe mantra. Kleine groepen proberen het en halen daaruit wat voor hen werkt. Die lessen deel je vervolgens. Blijf je dichtbij jezelf en laat je je niet alleen maar drijven door wat voor nieuws je hoort en ziet, dan ontstaat samenwerking en innovatie.”

“Je combineert data met intuïtie.”

Verdere digitale innovatie is in ieder geval één van de speerpunten, vertelt Van Drunen. De 3D-productconfigurator die al eerder voor kinderwagens is ontwikkeld, wordt geavanceerder. “Je moet de consument begeleiden in zijn aankoopproces. ‘Guided selling’ spreekt namelijk aan. Daarnaast kijken we naar Virtual Reality en Augmented Reality om te zien wat voor de klant waarde toevoegt. Het nieuwe e-commerceplatform heeft een ‘API first approach’. Dat betekent dat we nieuwe technieken makkelijk kunnen aansluiten.”

“Maar”, haast Veldhuis zich om erbij op te merken: “Het betekent niet dat we iedere nice-to-have zomaar omarmen. De grootste uitdaging van een transformatie als deze is om vanuit het merk gezien alles in balans te houden. Je combineert data met intuïtie. De belangrijkste les is om je niet te focussen op een transformatie, maar op de innovatie door het hele bedrijf.”

Voor Bugaboo is ‘digital’ een ingrediënt. “Maar je moet ook je bedrijfsmodellen blijven innoveren”, zegt Veldhuis. Het Flex Plan – een leaseconstructie voor producten – is daarvan een voorbeeld. Maar ook het faciliteren in een circulaire economie, bijvoorbeeld met de verkoop van refurbished (tweedehands, opgeknapte) producten. “Wed niet op één paard. Innoveren doe je op alle fronten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zeven vormen van samenwerking met fintechs en insurtechs

Posted 15 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Om innovatie in de financiële dienstverlening te versnellen is het nodig om meer te leren van de fintechs en insurtechs waar banken en verzekeraars in investeren en mee samenwerken. In ons nieuwe boek ‘Reinventing Customer Engagement. The next level of digital transformation for banks and insurers’ beschrijven we zeven best practices van banken en verzekeraars die op heel verschillende manieren samenwerken met fintechs en insurtechs.

Deze zeven voorbeelden zijn niet uitputtend. Elke dag ontstaan nieuwe samenwerkingsvormen en ze kunnen uiteraard ook worden gecombineerd.

(‘Reinventing Customer Engagement. The next level of digital transformation for banks and insurers’ is vanaf 23 februari 2017 beschikbaar, maar het is al mogelijk een pre-order te plaatsen bij Amazon).

  1. DBS BANK: FINTECH INJECTIES

Neal Cross, chief innovation officer bij DBS Bank, betrekt fintechs op een heel eigen manier: “Ik doe niet aan innovatie, ik doe aan verkoop. Ik verkoop programma’s die problemen oplossen binnen de bank. We starten altijd met de problemen die de business units ervaren bij het innoveren van het businessmodel of bepaalde KPI’s. Startups spelen een belangrijke rol in onze programma’s. Ik zeg vaak tegen onze business units: “Geef ons twintig van je medewerkers, we delen hen op in teams en koppelen ze aan startups.”

“Door onze mensen onder te dompelen met deze agile, lean manier van werken, profiteert iedereen. We zorgen ervoor dat onze teams in gestructureerde processen werken waar onderzoek, experimenteren en prototyping deel van uitmaakt. Alles wat we doen, heeft een duidelijk doel. En we gaan niet van start met een project voordat het senior management erachter staat. Zo zorgen we ervoor dat we al onze innovaties ook daadwerkelijk worden geïmplementeerd.”

Neal Cross

  1. AVIVA: ICONEN

Dit voorbeeld bespraken we in onze vorige blogpost. Andrew Brem, chief digital officer bij Aviva: “In onze visie zijn er ‘iconen’ nodig om op het digitale transformatieproces te focussen. Onze Digitale Garages in Londen en Singapore zijn zulke iconen. Dit zijn een hele concrete en visuele vertalingen van onze digitale journey – voor iedereen binnen Aviva. De Garages zijn meer dan idea labs waar teams werken aan min of meer geheime projecten. Het zijn echte plekken waar we dingen maken en afkraken. Vanuit de Garages runnen we onze hele digitale business. We ontwerpen en bouwen er digitale ecosystemen zoals MyAviva.

“Iedereen van Aviva is welkom in de Garages en mag hier workshops en vergaderingen houden, zodat zij de vele digitale kansen uit de eerste hand horen, zien en voelen. De Garages helpen ons ook in verbinding te blijven met insurtechs en hun cultuur te injecteren in onze organisatie: door zelf startups te lanceren, maar ook door samenwerking, coaching en investeringen. Aviva Ventures, met een investeringsfonds van 100 miljoen pond, is ook gevestigd in de Garage, net als enkele startups waarin zij investeert, zoals de IoT huisbeveiliging startup Cocoon.”

Aviva Garage, Shoreditch, London

  1. DEUTSCHE BANK: DIGITAL FACTORY

In de zomer van 2016 startte de Deutsche Bank hun ‘Digital Factory’. Meer dan 400 ICT-specialisten en bankexperts van de divisie Private, Wealth & Commercial Clients werken op een specifieke plek in Frankfurt om nieuwe digitale producten en diensten voor de klanten van de bank te ontwikkelen. Daarbij zijn 50 werkplekken voor externe partners uit de fintech community gereserveerd. De Digital Factory is natuurlijk nauw aangesloten op de Innovation Labs van de Deutsche Bank in Berlijn, Londen en Palo Alto.

  1. MUNICH RE: INTERFACES

Andrew Rear, CEO Munich Re Digital Partners: “Om een cultural clash te voorkomen, hebben wij er in 2016 voor gekozen een aparte afdeling ‘Digital Partners’ op te zetten. Om de interface tussen de twee werelden goed te laten werken, moeten we twee dingen goed in het oog houden. De eerste is ‘snelheid’. Startups acteren snel en accepteren de beperkingen van een corporate agenda niet. ‘Tijd is geld’ geldt voor hen letterlijk. Daarom moeten wij op hetzelfde tempo met hen meebewegen.

“De tweede is besluitvorming: startups nemen beslissingen, zij organiseren geen vergaderingen. Daarom doen wij dat ook niet. Alle belangrijke beslissingen van Munich Re op dit vlak zijn in onze handen. In ons model doen wij de dingen die startups afleiden van het lanceren van hun proposities. Dat kan gaan over polisadministratie, compliance, raportages en de prijsstelling van producten; de ‘saaie verzekeringszaken’.

“We hebben aandelen in onze startups, maar we bemoeien ons niet met de manier waarop zij hun klanten benaderen. De positieve effecten op onze ‘normale’ organisatie zijn duidelijk merkbaar. Medewerkers van compliance en risicomanagement bijvoorbeeld waren niet gewend aan de snelheid van werken, maar passen zich snel aan en zijn op zoek naar nieuwe manieren hun verantwoordelijkheden te vervullen op een manier die werkbaar is voor de startups.”

Een voorbeeld van een interface tussen Munich Re en startups op een regionaal niveau is het Mundi Lab. Mundi Lab is een samenwerkingsverband tussen Munich Re Iberia & Latin America en Alma Mundi Ventures.

Augusuto Diaz Leante, senior vice president of Munich Re Life, Spanje, Portugal and Latijns America, legt uit hoe de kruisbestuiving met startups werkt: “We selecteren startups van over de hele wereld, zoals RiskApp uit Italië en Netbee uit Brazilië. Twintig Munich Re executives begeleiden deze startups een-op-een.

“De best presterende bedrijven met de meeste potentie om de verzekeringsmarkt op te schudden, krijgen de mogelijkheid om een pilotprogramma te draaien in een van de markten van Munich Re Iberia of Latijns America. Op deze manier delen we kennis, ervaring en wordt het echt concreet.”

Het Munich Re Mundi Lab team

  1. ZURICH: OPEN INNOVATIE

Zurich creërde een platform om de innovatie-initiatieven en -projecten te verzamelen binnen de groep. Xavier Tuduri, CEO van ServiZurich Technology Delivery Center: “In het Zurich Innovation Lab genereren we allerlei disruptieve ideeën en strategische R&D projecten voor de wereldwijde Zurich groep. We geloven in Open Innovatie. Dit samenwerkingsprincipe betekent dat we interne kennis over bijvoorbeeld markten combineren met extern talent en disruptieve technologieën.

“Op deze manier zijn we altijd in de voorhoede als het gaat om de laatste disruptieve ontwikkelingen binnen de fintech en insurtech en kunnen we snel tastbare prototypes ontwikkelen die passen bij ons bedrijf en die ons inspireren tot meer. Dit zijn prototypes zonder hoge, risicovolle investeringen. Bijvoorbeeld het gebruik van drones bij het vaststellen van risico’s. Elk prototype project wordt geleid door een medewerker van ServiZurich in samenwerking met verschillende startups, universiteiten en instanties. Op deze manier worden onze mensen en onze organisatie geprikkeld met nieuwe manieren van werken en denken.”

  1. CHEBANCA!: CO-OPETITION

Als een financiële instelling zich wil gedragen als een fintech, moet het zich open opstellen, nadenken over hoe het ecosystem eruit zou kunnen zien, in de voorhoede staan en zien wat er om hem heen gebeurd en samenwerken met fintechs – om innovatie te versnellen, te leren of de sector als geheel te verbeteren.

Roberto Ferrari (CheBanca!) is een voorvechter van deze manier van denken: “We geloven in een ‘co-opetition’ model. Er zullen gevallen zijn waarin we concurreren met fintechs en andere banken en gevallen waarin we samenwerken met dezelfde partijen. Daarom proberen we de Italiaanse fintech community te laten groeien. ‘We maken de taart groter’ want dit voor het hele financiële ecosysteem goed is.

“Innovatie is de sleutel en startups zullen altijd de hartslag zijn van iedere sector. Samen met anderen hebben we de Italiaanse Fintech Awards gelanceerd alsook de Smartmoney blog, die nu toonaangevend is in de Italiaanse bankensector. We zijn sterk vertegenwoordigd in de Italiaanse fintech community en we zitten dicht op alle ontwikkelingen en netwerken.

“Samen met andere senior executives van onze bank spreek ik wekelijks met tenminste vijf of zes fintechs en we hebben al twee nieuwe diensten gelanceerd – de bekroonde Mobile Wallet en Robo Adviser – met dank aan onze samenwerking met enkele gespecialiseerde Italiaanse fintech startups. We helpen hen bij de samenwerkingsverbanden, maar we willen hen ook helpen om internationaal te gaan. Want schaalvergroting is de sleutel tot succes.“

Roberto Ferrari (rechts) met Matteo Rizzi (links, een van de meest invloedrijke fintech experts)

  1. METLIFE: COMPETENTIES BOUWEN

Lee Ng, vice president en COO van LumenLab, MetLife’s innovation center in Singapore: “LumenLab en onze nieuwe bedrijven zijn anders van aard dan MetLife’s core business. Onze missie is een groeimotor te ontwikkelen die disruptieve nieuwe winstgevende bedrijven lanceert voor MetLife. Gericht op de behoeften van Aziatische consumenten binnen de domeinen gezondheid, veroudering en vermogen.

“Maar we werken ook samen met experts binnen de landenorganisaties om plannen te ontwikkelen voor het testen van nieuwe business ideeën en het analyseren van markpotentieel. In ons eerste jaar hebben we bijvoorbeeld BerryQ gelanceerd, een quiz app die gebruikers beloont voor hun kennis over gezondheid en Rememory Stories, een platform om generatie-overstijgende verhalen te delen.

“Ook hebben we CONVRSE ontwikkeld, een virtual reality-omgeving rondom diensten en verkoop van financiële diensten. Door deze samenwerking merken we een echte verandering in de manier van denken binnen MetLife. De mensen met wie we samenwerken, ontwikkelen nieuwe vaardigheden en manieren om ideeën te testen, nieuwe toolkits en nieuwe manieren van denken. Ons werk in verzekeringen verbetert daardoor, door het aanleren van nieuw gedrag zoals nieuwsgierigheid, snelheid, experimenteren en lef. Met andere woorden, we maken de weg vrij voor innovatie bij MetLife”.

MetLife’s LumenLab, Singapore

Verplaats de stoel!

We geloven dat een cultuur van constante innovatie meer en meer belangrijk wordt om mee te kunnen met alles wat er buiten gebeurd. Liever dan het DNA proberen te veranderen, wat bijna onmogelijk is, zouden banken en verzekeraars moeten geloven dat non-stop-innovatie de enige manier is het DNA aan te laten sluiten bij de veranderingen die plaatsvinden. Je kan bijvoorbeeld goede algoritmes kopen, maar als je niet in staat bent je cultuur te veranderen, zal de implementatie van deze algoritmes niet slagen.

Een bankier vertelde ons: “Ik vergelijk de samenwerking met fintechs met vaccinaties in de biologie: deze injecties helpen ons onszelf voor te bereiden op nieuwe aanvallen en aan te passen aan veranderende omgevingen. Als je een een fintech koopt, kan je hen vernietigen als je je als organisatie niet aan hen aanpast. Je moet de mindset van je eigen mensen veranderen.

“Het is als piano spelen. Sommige mensen gaan zitten en schuiven hun stoel naar de piano. Andere mensen willen niet verschuiven en proberen de piano naar zich toe te trekken. We moeten mensen leren hun stoel te verplaatsen. Hoe je dat doet, is afhankelijk van de situatie, maar zou altijd waarde moeten toevoegen aan onze klanten.”

Het maximaliseren van resultaten van samenwerking met fintechs en insurtechs is een essentieel onderdeel op de agenda van banken en verzekeraars.

Dus verwacht van ons dat we hier uitgebreid aandacht aan zullen besteden op DIA Amsterdam, onze tweedaagse conferentie waar we verzekeraars vebinden met insurtechs. Minh Q. Tran, general partner van AXA Strategic Partners, en Moshe Tamir, global head of digital transformation bij Generali, bespraken dit onderwerp op de conferentie van vorig jaar. Komend jaar zullen executives van hetzelfde kaliber hun visie hierover met ons delen op DIA Amsterdam. DIA Amsterdam vindt plaats op 10 en 11 mei 2017 in de Westergasfabriek. Ga naar de website voor meer informatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wessanen initieert kickstartproject om het voedselsysteem te helpen hervormen

Posted 15 Feb 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Het biofood-concern stelt dat wij nu op het punt zijn gekomen waarbij wij de manier waarop we eten produceren moeten heroverwegen.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

De wijzigingen in Hiltons loyaltyprogramma

Posted 15 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hilton heeft haar eigen loyaltyprogramma Hilton HHonors goed onderhanden genomen. Niet alleen de naam is anders geworden, ook de voordelen voor consumenten zijn drastisch veranderd. Zo zijn er nieuwe manieren geïntroduceerd om punten te sparen en uit te geven.

Hilton Hhonors is niet meer, de naam is Hilton Honors geworden. Het verdwijnen van een extra ‘h’ is maar het topje van de ijsberg. Doel van de wijzigingen is om niet alleen de zakenreizigers, maar ook families aan het programma te binden. Hiervoor moest en zou de waarde die het aan de consument geeft verder worden vergroot. Mark Weinstein, Hilton’s senior vice president en global head of loyalty & partnerships noemt de wijziging zelf: “more authentic, less marketing-centric”.

Wijzigingen aan een programma van deze omvang, meer dan 60 miljoen consumenten zijn wereldwijd lid, trekken de aandacht. Helemaal omdat een aantal van deze wijzigingen relatief uniek is in de reisbranche. Andere grote programma’s in de hotelwereld zijn Le Club (Accor), IHG Rewards Club (InterContinental Hotel Group) en Marriott Rewards. Deze hotelketens zullen nu met een reactie moeten komen om de twijfelende reiziger alsnog over de streep te trekken. Na de grote above the line campagne ‘Stop clicking around’ om de bekendheid van het programma verder uit te breiden, wordt nu dus de inhoud verbeterd. De vier belangrijkste wijzigingen binnen Hilton Honors op een rijtje.

Betalen met een combinatie van punten en geld

Op het eerste gezicht lijkt dat niet zo vernieuwend. Hilton Honors-leden kunnen met een slider zelf de verhouding tussen punten en geld bepalen. Deze optie wordt al wel gebruikt bij een aantal vliegtuigmaatschappijen maar echter nog niet in de hotelwereld. Het geeft consumenten meer gevoel voor vrijheid. Ieder loyaltylid kan zelf de afweging maken om door te gaan met het sparen van punten of deze toch al uit te geven aan een volgend hotelbezoek. Deze functionaliteit zal daarmee de klanttevredenheid verder vergroten.

Het delen van punten

Deelnemers kunnen tot een maximum van maar liefst tien familieleden toevoegen aan een groep die gezamenlijk punten kan sparen. Er zijn slechts een beperkt aantal kleine restricties op deze functionaliteit gezet. Ook deze mogelijkheid binnen het Hilton Honors programma is vernieuwend binnen de hotelwereld.

Samenwerking met Amazon

Het is niet alleen mogelijk om de gespaarde punten te gebruiken voor een of meerdere overnachtingen in een van de meer dan 775.000 kamers wereldwijd. Er is ook een samenwerking met Amazon.com om de punten in te ruilen voor producten. Heb je dus even genoeg van reizen of wil je tijdens je reis bijvoorbeeld een interessant boek lezen dan kan je dat met je Hilton punten doen via Amazon.com. Hilton is de eerste hotelpartner die aanhaakt op Amazon’s Shop with Points. Weinstein in gesprek met Business Insider: “We zien dit als een directe meerwaarde voor mensen die niet zo vaak hoeven te reizen.”

Verlenging van de Diamond Status

De Diamond Status is het hoogste niveau binnen het loyaltyprogramma. Omgerekend verblijf je voor deze status in drie jaar tijd ruim 250 nachten in hotels. Het kan gebeuren dat je een minder reislustig jaar hebt en daardoor normaliter je zuurverdiende status en voordelen moet opgeven. Niet bij Hilton Honors. Iemand met een Diamond Status kan eenmalig dat niveau met een jaar verlengen. Opnieuw een wijziging die meer waarde voor het programma creëert. Bij een programma als Starbucks Rewards was het terugvallen van een topstatus naar een lagere status eerder nog een van de grootste dissatisfiers.

Weinstein: “Het leven is een achtbaan, het laatste waar je je druk om wil maken is om je zelf weer te kwalificeren voor een status. Ze hoeven ons alleen maar per telefoon of e-mail laten weten dat ze eenmalig hun Diamond status willen verlengen. Uiteindelijk willen we een relatie aangaan die bouwt op een bepaald momentum, en we willen belonen en vieren met u wanneer er even gas terug wordt genomen en je tijd voor jezelf hebt.”

What is next?

Met een aantal relatief kleine wijzigingen creëert Hilton extra waarde voor haar loyaltyleden. Mark Weinstein stelt dat de wijzigingen in het programma een eerstelijnsverdediging voor Hilton zijn tegen concurrenten en helpt in de bewustwording en verbetering van de programma-ervaringen.

“Ons doel is om verbinding te maken met elke reiziger op een zinvolle en persoonlijke manier,” aldus Weinstein in gesprek met Business Insider. “We streven er naar om reizen menselijker te maken maar ook een stuk persoonlijker en nog relevanter.”



Lees het volledige bericht op Emerce »