Posts Tagged ‘rbi’

‘Geplande overname 925 door TMG onzeker’

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De geplande acquisitie door uitgever TMG van 925, de zakensite van Jort Kelder, is onzeker geworden. Dat schrijft Quote.

Kelder en zijn twee aandeelhouders – jongerensite Vice en Quote 500 lid Ronald van de Laar – sloten in mei 2016 een akkoord over de overname van 925. TMG zou voor 3 ton een meerderheid verwerven in de site. Daarnaast zouden nog eens enkele tonnen worden geïnvesteerd.

De deal werd destijds getekend door de inmiddels geschorste CEO Geert Jan van der Snoek. De nieuwe directie bij TMG lijkt niet echt haast (meer) te maken om deze overname door te zetten.

Kelder en Van de Laar, de twee oprichters, hebben om en nabij 6,5 ton geïnvesteerd in 925, maar een doorslaand succes is het nooit geworden. Kelder spreekt over een ‘hobbyproject waarbij we jonge talenten een kans gaven’.

RTL Z meldt dat de inzet van drie commissarissen als waarnemend raad van bestuur de Telegraaf Media Groep bijna een kwart miljoen euro heeft gekost. Daarnaast is het mediabedrijf ook tonnen kwijt voor de ontslagvergoeding van de geschorste bestuursleden Geert-Jan van der Snoek en Leo Epskamp.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Koppeling tussen NextPax en Pyton live

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

NextPax is als channelmanager toegevoegd aan het aanbod van het Pyton Leisure Portal. Hierdoor zijn er meer accommodaties boekbaar via Pyton.

NextPax ontwikkelt software die accommodatiebeheerders en touroperators met elkaar verbindt en boekingen, content, prijzen en beschikbaarheid op alle kanalen real-time synchroniseert. Door de koppeling kunnen gebruikers van Pyton de in totaal tweehonderd accommodaties van Roompot en Hogenboom boeken. Andere accommodatieleveranciers, zoals Novasol en Centerparcs, zullen volgen.  

Het netwerk van NextPax bestaat uit meer dan 300.000 accommodaties die op meer dan driehonderd kanalen worden gedistribueerd.

Pyton Travel Technology, sinds september 2015 onderdeel van Amadeus, is een Nederlands reistechnologiebedrijf dat software levert aan online agenten en softwarebedrijven in de reisbranche. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Continuous delivery: katalysator voor de digitale transformatie

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De digitale transformatie. In tegenstelling tot consumenten en eindgebruikers zijn bedrijven en organisaties nog lang niet zo tech-savvy als je zou denken. Ze zitten er middenin. Onderweg naar een bedrijfsmodel met ‘digitaal in het hart’. Met continuous delivery als nieuwe ontwikkelmethode lijken IT-bedrijven de versnelling waar te gaan maken.      

Organisaties veranderen stuk voor stuk in datagedreven softwarebedrijven. Dat heeft te maken met schalen, exponentieel groeien en geen bezit hebben, maar een platform bieden. Denk Uber, Airbnb en Spotify. En snel schakelen. Want de concurrent ligt op de loer. De makers van software moeten dus mee in die transformatie. Continuous delivery is dé manier om snel nieuwe software vanaf de programmeur naar de opdrachtgever uit te rollen. Heel snel. Met slimme technieken die broncode integreren, testen én distribueren.

Kant-en-klare pakketjes

Continuous delivery is het logische gevolg van de overstap die IT-bedrijven maakten van ‘waterval’ naar ‘agile’. Eerst werd ontwikkeld in een vast aantal, vaak bewerkelijke en soms maandenlange, fasen waarbij de opdrachtgever pas aan het eind voor het eerst een werkend product te zien kreeg. Volgens de agile scrum-methode werken ontwikkelteams in sprints die slechts een aantal weken duren en wordt elke vordering met de opdrachtgever gedeeld. De gedachte erachter is dat software ‘leeft’ vanuit de code en niet in één keer bij de opdrachtgever wordt neergegooid.

Continuous delivery past goed in een agile scrum-omgeving omdat gedurende de sprintwijzigingen continu gebouwd, getest en uitgerold worden. Dat uitrollen gebeurt automatisch, van test tot acceptatie, en daarna ook naar de productie-omgeving. Dit stelt de opdrachtgever in staat op de acceptatie-omgeving bijna live de ontwikkeling uit de sprint te volgen.

Continuous delivery wordt nogal eens verward met continuous deployment. Bij continuous deployment gaat elke wijziging aan het product door een ontwikkelstraat en komt automatisch op de live- of productieomgeving te staan. Dit levert extreem korte release-cycles op.

Het verschil met continuous delivery is dat organisaties aanpassingen aan de software frequent kúnnen uitrollen, en dus ook kunnen kiezen om dit (nog) níét te doen. Dan is er ook nog continuous integration, onderdeel van beide methodieken, waarbij tijdens de gehele ontwikkeling van een product de code continu wordt gecontroleerd.

Continuous deployment is het naar de opdrachtgever brengen van het verpakte product en bij continuous delivery zorg je dat je bij elke verandering een verpakt product kunt leveren. Want dat is de voorwaarde voor continuous delivery; alles wat je verandert in de codebase moet een product opleveren dat live gezet kan worden. Een kant-en-klaar pakketje als het ware.

Omslachtig en tijdrovend

Er zitten meerdere kanten aan continuous delivery: een technologische, een organisatorische en een bedrijfsculturele. Het eerste – wat IT in de kern doet – is automatiseren. Dus ook de stapjes van: ontwikkelen, testen met de opdrachtgever, klaarzetten, uitrollen. Voor elk goed IT-bedrijf geldt: Don’t repeat yourself. Als een ontwikkelaar voor de tweede keer een aantal handelingen handmatig uitvoert, dan is-ie verkeerd bezig. Waarom? Omdat het geautomatiseerd had kunnen worden.

Organisatorisch gezien: als continuous delivery als proces is ingebed in de workflow van IT-bedrijven dan profiteren opdrachtgevers, klein en groot, daarvan. En dan is er de cultuuromslag. Anders denken, anders werken. Voor opdrachtgevers geldt dat net zo goed als voor ontwikkelaars.   

De opdrachtgever meenemen in het proces was namelijk niet zo gewoon. Werken volgens de watervalmethode was een vrij omslachtige en tijdrovende manier van werken. En testen gebeurde pas in een laat stadium, met alle gevolgen vandien als iets niet bleek te werken.

Case – HP FutureSmart

De divisie die de firmware voor HP LaserJet bouwt voor hun scanners, printers en multifunctionele apparaten bestaat uit 400 personen verdeeld over drie landen. Dat hielp niet om snel en gericht met nieuwe releases te komen om aan de marketingdoelstellingen te voldoen. De productiviteit moest met een factor tien omhoog. Daarvoor was nodig:

  • Een universeel platform om alle diensten te ondersteunen
  • Meer kwaliteit en sneller releases
  • Minder tijdverlies aan planning

Continuous delivery was een belangrijke factor om deze doelstellingen waar te maken, met een focus op:

  • Toepassen van continuous integration
  • Aanzienlijke investering in geautomatiseerd testen  
  • Het creëren van een hardware-simulator om tests te draaien op een virtueel platform
  • Het reproduceren van de (negatieve) resultaten van tests op de werkstations van developers

Drie jaar later waren de economische voordelen van de transformatie naar agile bij HP duidelijk:

  • 40% minder totale ontwikkelkosten
  • 140% meer productiviteit
  • 78% minder kosten per programma    
  • 8 keer grotere capaciteit om te innoveren

Conclusie: deze enorme besparingen in kosten en toegenomen productiviteit zijn alleen mogelijk door continue investering van het team dat verantwoordelijk is voor geautomatiseerd testen en continuous integration. Het is geen managementactiviteit gericht op kostenbesparing. Het is een activiteit die geleid wordt door de ontwikkelaars zelf (bron).

Risico’s door aannames

Continuous delivery brengt het ontwikkelproces dichter bij de opdrachtgever. Doordat ontwikkelaars zich meer naar de voorkant begeven, met meer verantwoordelijkheid, groeien ze steeds meer toe naar ‘DevOps’. Een ‘developer’ én ‘system operator’ die zelf verantwoordelijk is voor het op een agile manier nieuwe code schrijven die stabiel (lees: vrij van fouten) in een productieomgeving kan draaien. Dit is hét antwoord op problemen die ontstaan tijdens de derde generatie in computing: het cloudtijdperk. Groot voordeel is dat je de foutgevoeligheid van de extra laag, bijvoorbeeld de systeembeheerder, er tussenuit haalt. Door het clouddenken verhuist deze juist meer naar de achtergrond.

Een ander groot voordeel is dat je sneller kunt toetsen met de eindgebruiker, bijvoorbeeld door A/B-testen. Waar het voorheen maanden duurde om iets door te voeren worden wensen en eisen sneller gehoord én bijgesteld. Je leert of je ideeën valide zijn. Want in tegenstelling tot de waterval-gedachte, waarbij het doel vooral het afvinken van de afgesproken functionaliteiten is, is bij de agile-methodiek het best passende eindproduct voor de eindklant het doel. Risico’s die ontstaan door aannames nemen af. Opleveren kan snel, en snelheid is belangrijk.

IT-bedrijven moeten direct kunnen inspringen als dat nodig is. Maar ook: opdrachtgevers weten waar ze aan toe zijn, het werk wijkt niet ineens af van de verwachtingen. Hierdoor is het totaalproces zomaar een stuk minder kostbaar. Er wordt geen geld en tijd weggegooid als het misgaat. En niets is duurder, tijdrovender en frustrerender dan iets opnieuw te moeten maken.

Kwestie van vertrouwen

De voordelen zijn helder, toch vraagt het ook iets van de opdrachtgever. Die moet accepteren dat het anders is dan denken in vaste budgetten. Dat is voor hen soms een spannende ontwikkeling. Want je moet bereid zijn om niet alles van tevoren te kunnen weten. De focus ligt namelijk veel meer op het inkopen van effort, in plaats van het inkopen van een product. De praktijk leert: omdat je in online-producten altijd iets kúnt veranderen, gebeurt het ook. Maar het nieuwe inzicht is: het snel corrigeren van fouten is belangrijker dan ze niet maken of ze per se willen voorkomen. Ook daar moeten opdrachtgevers aan wennen.

Het is een kwestie van vertrouwen, zeggen ervaren IT-bedrijven. Met een opdrachtgever in dat ritme zitten, ‘werkt geweldig’. Dat vertrouwen wekken zit hem al in de manier waarop continuous delivery werkt; omdat opdrachtgevers niet hoeven af te wachten tot het product af is, ze volgen de ontwikkeling zelf op de voet. Denk niet dat het voorbehouden is aan grote opdrachtgevers, wanneer continuous delivery als intern proces bij het IT-bedrijf ingebed is, werkt het ook voor kleinere bedrijven en organisaties.

En het mooie is, je kunt het ook op andere processen toepassen. Denk aan conceptontwikkeling. Zo is de Design Sprint ook ontstaan vanuit de agile-gedachte: in één adem van concept tot productie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Minister Kamp bezoekt Hannover Messe

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Morgen bezoekt minister Kamp van Economische Zaken de Hannover Messe, een van de grootste industriële beurzen ter wereld. Kamp bekijkt innovaties van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen.

Ook maakt Kamp de uitkomsten bekend van een onderzoek dat in opdracht van het ministerie van Economische Zaken is uitgevoerd naar de Nederlandse investeringsmogelijkheden in de Duitse digitale sector.

Met het rapport ‘Export opportunities for the Dutch ICT sector to Germany’ is in kaart gebracht welke exportkansen er zijn voor Nederlandse bedrijven als het gaat om bijvoorbeeld Internet of Things, big data, online beveiliging en softwarerobotica.

Na de presentatie van het rapport opent minister Kamp de finale van Meet the Industry Giants, een wedstrijd voor Nederlandse en Duitse start-ups waarbij ze zich presenteren aan grote investeerders en bedrijven. Ook heeft minister Kamp een ontmoeting met zijn Duitse ambtsgenoot Brigitte Zypries.

Met 140 deelnemende bedrijven en kennisinstellingen is Nederland dit jaar goed vertegenwoordigd op de Hannover Messe.

De beurs bestaat sinds 1947 en trekt elk jaar ruim 200.000 bezoekers uit meer dan negentig landen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

IBM wil met eigen contentplatform meerwaarde Watson aantonen

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

IBM is sinds afgelopen najaar naast technologiebedrijf ook uitgever. Het bedrijf lanceerde een contentplatform gericht op de marketeer. Met welk doel doet IBM dit en wat kunnen anderen hiervan leren?

Marketing is ongetwijfeld niet het eerste waaraan wordt gedacht bij het horen van de naam IBM. Toch werd recent het platform THINK Marketing gelanceerd met content voor de marketeer. IBM laat hiervoor achtergrondartikelen schrijven en neemt publicaties van andere experts over. Die verdeling is ongeveer fiftyfifty. Waarom het bedrijf dit doet? IBM wil laten zien waartoe de Watson-technologie in staat is.

Gepersonaliseerde content op basis van Watson

Met name achter de schermen speelt deze zelflerende supercomputer een grote rol. THINK Marketing ziet eruit als iedere ander contentplatform, maar de invulling en onderwerpen worden real-time samengesteld, vertelt IBM’s CDO Bob Lord aan NewsCred. ‘De mogelijkheden zijn bijna eindeloos.’ Het platform wordt samengesteld op basis van specifieke klanttypen. Hoe een e-commercebedrijf gedrag analyseert en op basis daarvan producten aanbeveelt, zo houdt Watson in de gaten wat iemand leest en interesseert. De analyse daarvan moet tot gepersonaliseerde content leiden.

Vanuit marketingperspectief is dat met name interessant omdat het bedrijf leert wat het publiek consumeert. Op basis daarvan voegt IBM relevante content toe en beveelt daarbij producten van zichzelf en partners aan. Niet geheel onbelangrijk is dat daarmee ook direct de waarde van het product Watson getoond kan worden aan een belangrijke doelgroep: de CMO’s en leidinggevenden van digitale transformaties.

Lord benadrukt daarom dat Watson meer doet dan zomaar wat interacties meten. Dat moet de gebruikerservaring dan ook overbrengen. ’Het is verkeerd te denken dat Watson een oplossing voor artificiële intelligentie is. Het gaat om het herkennen van trends in data en die te koppelen aan contextueel relevante informatie.’ Als voorbeeld wordt de webwinkel van The North Face genoemd. Bij de productaanbevelingen kijkt de winkel niet alleen naar eerder vertoond gedrag, maar ook naar het weer of de intentie van het bezoek. Volgens de eerste cijfers zorgt Watson daar voor een doorklikratio van 60 procent.

‘Meer dan productpromotie’

De meerwaarde van een eigen online uitgave gaat wat betreft Lord verder dan alleen de indirecte productpromotie. Het platform leert IBM waar het lezerspubliek, de doelgroep, mee worstelt of behoefte aan heeft. Zo blijkt na enkele maanden dat het bedrijf meer in video moet communiceren. Ook verwacht de CDO dat het aantal marketingcampagnes rondom producten op termijn kan afnemen. IBM’s verkoopteam gebruikt het platform namelijk om potentiële klanten bij te praten over ontwikkelingen in hun markt. Dat IBM daarbij alle medewerkers uit diverse bedrijfsonderdelen motiveert om bij te dragen, helpt bij de verdere vermarkting, denkt Lord.

Hoe hij denkt de impact van het contentplatform concreet te maken? Impact is wat de CDO betreft vooral of mensen aandacht schenken aan producten of het merk. Het gaat er dus niet alleen om dat de content goed wordt gelezen. ‘Het gaat om de gehele journey, niet het verkeer.’ Dat de uitgave in de eerste maand zo’n 200 duizend lezers wist te trekken is al een kleine opsteker. Lords doelstelling is om de uitleg over complexe producten zo beter te verpakken. Van de één-op-één fysieke verkoop naar een digitale variant met online demonstraties en videomateriaal.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vakantie boeken bij Nederlanders: nieuwe site en verdienmodel

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vakantie boeken bij Nederlanders – de naam legt het concept al uit. Oprichter Maurits Schriemer startte een website waarop de tienduizenden Nederlanders die in het buitenland een accommodatie runnen of verhuren hun aanbod kunnen tentoonspreiden. Het begon als hobby, maar wordt met de lancering van een nieuwe website serieus.

Hoe ben je op het idee gekomen?

“Ik werk al heel lang in de IT en e-commerce. Ooit zat ik bij een werkgever die een vergelijkbaar project ontwikkelde, maar in een andere niche. Ik realiseerde me dat veel mensen het fijn vinden om op vakantie in hun eigen taal te kunnen vragen wat er in de omgeving te doen is. Dat was de start van www.vakantieboekenbijnederlanders.nl. Ik heb er tweeënhalf jaar aan gewerkt zonder iets te verdienen. De accommodaties zoeken, aanschrijven en online zetten deed ik in het weekend en de avonduren. Van de tien die ik benaderde vonden één of twee het goed. We hadden nog geen naamsbekendheid natuurlijk. De groei kwam dan ook langzaam op gang maar inmiddels komen er één of twee accommodaties per dag bij. We zitten nu in totaal op 6700 vakantiewoningen en B&B’s, allemaal gerund door Nederlandstalige eigenaars.”

Wat is er anders aan de nieuwe website?

“Ik bouwde de eerste site zelf met een WordPress-template. Dat zag je er na een tijdje wel aan af; we kregen steeds vaker commentaar van bezoekers. Anderhalf jaar geleden besloten we daarom te investeren in een nieuwe website. Die is net live gegaan. De filters zijn verbeterd, we hebben een landkaart toegevoegd en de look & feel is veel beter. Het gebruiksgemak trouwens ook. En we hebben uiteraard rekening gehouden met het feit dat 65 procent van ons verkeer mobiel is.”

Wat is je verdienmodel?

“We hadden in het begin geen verdienmodel – accommodaties kregen gratis een vermelding op de site. Later begonnen we advertenties van Google te tonen om uit de kosten te komen. Daaraan hebben we de mogelijkheid toegevoegd om voor 50 euro per jaar ex BTW uitgelicht te worden als accommodatie. Ook werken we samen met derde partijen, van wie we de accommodaties op onze site tonen. Daarbij blijft de eis dat die van Nederlanders zijn overeind. Op de nieuwe website zetten we een stap verder en vragen we aan alle accommodaties een jaarlijkse bijdrage.”

Gaan die daar allemaal mee akkoord?

“Ik ga er niet vanuit dat alle 6800 accommodaties blijven meedoen. Er komt een overgangsperiode. We hebben de eigenaren een mail gestuurd met daarin de pluspunten van de nieuwe site. We werken ook samen met het recensieplatform Seeviews en maken reclame voor de website op Facebook. Dat moet hen triggeren om met ons door te gaan. Een eigenaar die zich aansluit bij een online boekingsorganisatie is al snel een commissie van 20 tot 40 procent kwijt. Bij een weekend weg is dat al meer dan de jaarbijdrage die wij vragen.”

Een kleiner portfolio kan flinke gevolgen hebben voor de vindbaarheid.

“Er zal inderdaad een terugval zijn in SEO. Ik reken op 30 tot 40 procent. Daar staat tegenover dat de aandacht beter zal worden verdeeld over de betaalde vermeldingen als er accommodaties wegvallen. We hebben gemiddeld 1400 bezoekers per dag. Dat aantal groeit niet zo snel als het aantal accommodaties. Vanuit de eigenaar geredeneerd is een kleiner aanbod dus alleen maar gunstig.”

Wat dragen jullie bij aan de conversie van de deelnemende eigenaars?

“Wij hebben alleen zicht op het aantal kliks. En de websites van de accommodaties zijn vaak zo basaal dat ik betwijfel of de eigenaren weten welk aandeel wij hebben in de conversie. Dat is een nieuw product waar we aan werken: samen met een derde partij websites bouwen en aansluiten op een goed eigen boekingssysteem voor de accommodaties die dat willen.”

Giganten in de vakantieverhuur als HomeAway werken aan instant boeking. Is dat niets voor jullie?

“Nee, want wij willen absoluut geen reisbureau zijn. Dan krijg je ook vragen of er handdoeken en een airco zijn. Daar ben ik niet goed in, ik ben IT’er. Wij moeten zorgen dat Vakantie boeken bij Nederlanders goed wordt gevonden, dan doen de eigenaren de rest.”

Wat is je doel?

“Ik werk er inmiddels fulltime aan en draai een jaaromzet van 40.000 euro. Het doel is genoeg te verdienen om ervan te kunnen leven, zeg een ton per jaar. Dan willen we met het gezin zelf verkassen naar het buitenland om een minicamping te beginnen. Die groei realiseren we op eigen kracht. Ik heb gesproken met investeerders maar die vragen te veel of willen een groot aandeel. Ik ben daar huiverig voor.”

Op de vorige website was er een overzicht van de deelnemers aan het tv-programma Ik Vertrek. De nieuwe heeft dat niet meer. Waarom?

“Alle eigenaren verdienen evenveel aandacht, want ze betalen dezelfde bijdrage. De meeste deelnemers aan Ik Vertrek staan wel bij ons op de site. Dat programma heeft 1 tot 1,5 miljoen kijkers, dus natuurlijk schrijf ik een stukje als een van onze accommodaties erin voorkomt, dat is goed voor de traffic. Maar een apart overzicht vind ik niet meer nodig.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Next: People analytics hervormt arbeidsmarkt

Posted 22 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

People analytics worden steeds belangrijker voor bedrijven. HR-afdelingen kunnen zo niet alleen scherper sturen op selectie en output, maar straks ook hun aandeel in het bedrijfsresultaat beter kwantificeren. Een gloednieuw vakgebied waarbij ‘datastofzuigers’ nieuwe inzichten bieden.

Bedrijven sturen steeds meer op data, en dus doen HR-afdelingen dat ook. Toch kan de gebruikelijke data lang niet alles verklaren. Neem nou een vliegtuigmaatschappij waar bovengemiddeld veel stewardessen zich ziek melden. Zware werkomstandigheden? Nee, er blijkt een verband te zijn tussen ziekmelding en afgewezen voorkeuren voor de gewenste reisbestemmingen van het vliegtuigpersoneel. Wie een afwijzing ontvangt, meldt zich sneller ziek. De HR-afdeling had dit niet voorzien, maar data-analyse legde een haarfijn verband.

“Veel mensen vergeten dat data gaat over menselijk gedrag”, vertelt Sandjai Bhulai, hoogleraar Business Analytics aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Het zijn niet zomaar cijfertjes. Met people analytics kan een HR-manager beter anticiperen op wat er leeft bij werknemers.”

Tweedeling
In het gouden berglandschap van big data lijkt people analytics het nieuwe toverwoord. Wat is het precies? “Eigenlijk creëer je nieuwe inzichten door het passief of actief verzamelen van data, over een individuele persoon of een geselecteerde groep, en deze in een bredere context te plaatsen”, zegt Florian Chilla, investment analyst bij het Randstad Innovation Fund. “Grof gezegd zien we daarin een tweedeling: enerzijds initiatieven die zich specialiseren in talentacquisitie en anderzijds initiatieven die zich bezighouden met het verkrijgen van inzichten in een bestaande workforce. Uiteraard kan dat laatste wel indirect invloed hebben op het aannamebeleid van een bedrijf. Door op deze empirische manier naar HR te kijken, kunnen trends worden blootgelegd en onderliggende correlaties worden geïdentificeerd. Een belangrijke voorwaarde is wel dat de data betrouwbaar en groot genoeg is. Dit is nu nog lang niet altijd het geval.”

Randstad Innovation Fund is als venturetak van Randstad actief op het gebied van HR-Tech-startups. Chilla en zijn collega’s tracken meer dan tweeduizend startups, wat onder meer inzicht verschaft in het menselijk kapitaal. Binnen recruitment speelt data uiteraard ook een grote rol. “Bepaalde hard-skills kunnen steeds beter worden gemeten, zoals vaardigheden die nodig zijn bij softwareontwikkeling. Ook het objectief meten van soft-skills kan iets zeggen over de kwaliteit ven een match, zeker wanneer dit gelinkt is aan de cultuur binnen een afdeling of bedrijf. Er zijn genoeg startups die daarbij de klassieke vragenlijsten omzeilen. Gedrag op sociale netwerken, analyse van geschreven content of psychologische spellen worden daarbij steeds vaker ingezet.” Binnen talentmanagement denkt Chilla aan het inzichtelijk maken van employee retention, diversiteit en opvolgingsplanning. Het real time meten van engagement geeft volgens hem tevens inzichten in hoe de stemming is binnen een bedrijf.

“Eigenlijk is de HR-branche nog heel erg traditioneel”, zegt VU-hoogleraar Bhulai. “Nu zoeken bedrijven vaak nog heel erg ad hoc data bij hun doelen. Meten en monitoren zou eigenlijk in het DNA van elk bedrijf moeten zitten. Constant zoeken naar data is een transitie die echt nog moet worden gemaakt.”

Rekenkracht
Zowel Randstad als de VU participeren in het People Analytics Consortium (PAC), dat sinds vorig jaar technieken ontwikkelt om het vakgebied verder te ontwikkelen. TU Delft en ASML doen ook mee, evenals de Amsterdamse startup Focus Orange. Niet toevallig, want oprichter Dirk Jonker heeft een softwareprogramma ontwikkeld, Crunchr genaamd, dat als een van de weinige wereldwijd in staat is tot diepgravende people analytics.

“Menselijk kapitaal is het duurste kapitaal dat een bedrijf níet bezit”, stelt hij. “Wiskundige analyse is enorm doorontwikkeld in andere sectoren, dus liggen er ook enorme kansen in HRM. De potentie is gigantisch, want zestig tot tachtig procent van de bedrijfskosten gaat op aan personeel, variërend van salaris tot pensioen en opleidingen. Daarbij past geen ‘one size fits all’-aanpak.”

In veel raden van bestuur staat de HR-topman vaak met zijn mond vol tanden, schetst Jonker. “Terwijl de CEO en de CFO de bedrijfsresultaten cijfermatig haarfijn kunnen onderbouwen, komt HR veelal niet veel verder dan: 57 procent heeft zich opgegeven voor een leiderschapscursus.”

People analytics kan HR-afdelingen veel beter de eigen bedrijfsprocessen laten sturen. Jonker schetst deze dataverdieping aan de hand van het eigen Crunchr Maturity Model, waarbij datagebruik door multinationals zich op twee assen kan ontwikkelen: van opportunistisch naar systematisch en van reporting naar échte analytics. Veel data bevindt zich op het niveau van opportunistische rapportage. Die data is ongestructureerd en laat zich beperkt analyseren. De eerste stap die je als bedrijf moet zetten, is naar systematische datavergaring, in principe met een mondiale HR-infrastructuur. Pas daarna kun je de stap naar diepgravende analyse van een veelvoud aan data maken.

Om stappen te kunnen zetten, zijn volgens Jonker twee zaken nodig: visie en architectuur. “Wat dat betreft ben ik blij met de oproep van ING-topman Ralph Hamers: weg met het onderbuikgevoel! Data en innovatie maken het verschil.” Zelf bouwde Jonker de benodigde technologie. Crunchr is in feite een ‘datastofzuiger’ die alle mensgerelateerde data bijeenbrengt, verbetert en ontsluit. Het programma ontwikkelt zich ook razendsnel. “Vergeleken met januari vorig jaar zit er al zeker vijf keer zoveel data in. We realiseren een enorme rekenkracht, die het mogelijk maakt om heel complexe materie te analyseren. Omgang met dit soort data zou de corebusiness van elke HR-afdeling moeten worden, waarbij het belangrijk is dat ze het zelf kunnen doen.”

Waarschuwing
Volgens Bhulai is people analytics in HRM de laatste jaren sterk geavanceerd door technieken als text mining en machine learning. “Door deze technieken kunnen grote hoeveelheden data veel sneller worden uitgelezen en beter worden gebruikt. Denk aan de vaak nogal ongestructureerde data uit voorgangs- of exitgesprekken.” Als wetenschapper geeft hij tegelijkertijd ook een duidelijke waarschuwing: “Techniek is nooit voor honderd procent nauwkeurig, dus moet je altijd goed valideren. Daarom is het zaak dat een besluit altijd door een mens, in dit geval de HR-manager, wordt genomen. En nooit door een algoritme.”

“Je kunt heel goed de parallel met marketing trekken”, stelt Mariëlle Sonnenberg, Director HR Strategy & Analytics bij Wolters Kluwer. “Vroeger werd ook daar vooral besloten op basis van gevoel, terwijl men tegenwoordig continu werkt met data over hoe klanten zich gedragen. Diezelfde ontwikkeling is nu gaande in HR, al zijn veel datasets nog niet goed genoeg om real time op te sturen.”

Het manco is volgens haar niet de beschikbaarheid van de data, maar of bedrijven ermee kunnen of willen werken. Sommige multinationals, zoals Unilever en Shell, zijn al een paar stappen verder. “Net als klanten zijn ook medewerkers behoorlijk voorspelbare wezens. Op basis van people analytics kun je goed op hun behoeftes inspelen. Stel je voor dat er relatief veel goed presterende mensen in kritische functies vertrekken. Dan is het belangrijk om in te spelen op wat zij missen. Is dat een ontwikkelingsvraagstuk, investeer dan in bepaalde trainingen. Als je ze daarmee langer aan je bindt en de uitstroom verlaagt, dan ben je als HR-afdeling voor het bedrijf veel geld waard. Daarmee heb je ook een duidelijk verhaal richting de CEO, die wil weten wat jouw beleid oplevert.”

Retentie
Volgens Sonnenberg moet je HR-mensen echter niet zelf met datasets laten knutselen. “Dan is de uitkomst heel erg afhankelijk van de kennis van zo’n individuele medewerker.” En dus pleit ze voor het aannemen van specialisten, bij voorkeur met een wetenschappelijke achtergrond. “Analytics is niet makkelijk, het is echt een apart vakgebied. Naast fouten uit data halen, is ook een goede visuele weergave van die data belangrijk. Daarmee maak je het tevens interactief en beter bruikbaar.”

De Googles, Unilevers, Shells en Facebooks van deze wereld hebben al datawetenschappers in huis, vervolgt ze. “HR mag dan een saai imago hebben, met deze data kun je als strateeg heel gave dingen doen. Hoe meer je kunt kwantificeren, hoe meer omzet het oplevert.”

Als het goed is, draagt people analytics natuurlijk bij aan de performance van bedrijven. Volgens Chilla hangt dat sterk af van de specifieke toepassing. “In het algemeen kan er scherper op HR-doelen worden gestuurd door het toevoegen van meer datapunten. People analytics moet daarom direct worden gelinkt met de bedrijfsdoelstellingen, die op hun beurt weer worden uitgevoerd door mensen. En dus is het relevant om de performance van teams te combineren met engagementscores of retentiegegevens. Die inzichten maken het mogelijk om actie te ondernemen en zo de resultaten te verbeteren.”

De algoritmes kunnen zelfs worden ingezet bij reorganisaties, fusies en overnames. “Bij transacties liggen aannames ten grondslag omtrent HR”, zegt Chilla. “Denk aan synergieopbrengsten of potentiële uitloop van talenten door het samengaan van organisaties. Nieuwe manieren om deze aannames te valideren of de onzekerheid te verkleinen, kunnen nieuwe inzichten creëren die input kunnen zijn in de besluitvorming.”

In de toekomst zou people analytics volgens hem een nog nadrukkelijkere rol kunnen spelen in het voorspellen van het succes van een kandidaat. “Factoren en omstandigheden die bepalen dat een persoon het in Sales erg goed doet, zijn interessant om terug te brengen in objectieve data rondom de persoon bij een persoonlijk ontwikkelplan. Dit kan op een individueel niveau, maar ook in het meten van de samenstelling van succesvolle teams.”

Opt-out
Volgens Bhulai hebben bedrijven vandaag de dag sowieso behoefte aan andere databronnen. Zoals social media, maar ook Internet of Things. “Dat kan zelfs interessant zijn voor je businessmodel. Neem nou een postbedrijf: dat weet wat er bij consumenten op de mat valt, dus zou het in principe ook een marketingbedrijf kunnen worden. HR-afdelingen kunnen door data ook andere bedrijven gaan adviseren. Via assessments kun je eveneens profielen opbouwen en talenten elders aanbieden. In dat geval ga je niet vraaggedreven, maar aanbodgedreven werken.”

Een belangrijke uitdaging voor de toekomst ligt voor Sonnenberg op het vlak van privacywetgeving. Hoewel de handen van veel recruiters al jeuken om met socialmediadata aan de gang te gaan, staat Europese regelgeving dat nog niet toe. Zelfs werktevredenheidsstudies mogen niet op individueel niveau worden gebruikt. “De jongere generatie vindt het best normaal om data vrij te geven voor specifieke doelen, als daar voor hen ook iets tegenover staat. Als informatie wordt gebruikt om personeel beter te maken en optimale besluiten te nemen, denk ik dat medewerkers het op termijn steeds vanzelfsprekender gaan vinden. Het gaat erom dat het bijdraagt aan goed werkgeverschap. Daarvan is trouwens niet bepaald sprake als je er via social media achter moet komen dat iemand de organisatie wil gaan verlaten.”

Ook Jonker voorspelt een verandering op dit vlak. “De privacydiscussie wordt nog onvoldoende gevoerd. De mogelijkheden zijn enorm, maar niet voordat werkgevers deze discussie opstarten. Dat gesprek begint met: we willen je helpen, maar dan hebben we wel een deel van je persoonlijke data nodig.”

Transparantie is hier volgens Bhulai heel belangrijk. “Als je data verzamelt, moet je heel duidelijk uitleggen waarom je het nodig hebt. Ook is het belangrijk dat je een opt-out aanbiedt. Je doet dit niet om mensen te bestraffen, maar om waarde te creëren. Mensen moeten zich fijn voelen waar ze werken.”

Sensoren
Niet alleen de privacy gaat veranderen, maar ook de beschikbare techniek. In de toekomst verwacht VU-professor Bhulai veel van sensortechnologie. “Al die kleine sensoren die van alles kunnen meten, laten zich ook prima inzetten om werkomstandigheden in kaart te brengen. Denk aan iemand op de werkvloer met structurele hoofdpijn. Voorspellen wie ziek gaat worden is straks misschien wel een nieuwe verdienmodel voor HR-afdelingen.”

Dit alles gaat volgens Jonker alleen werken als ook de bedrijven zelf meeveranderen. “Voor een brede toegang tot data is het noodzakelijk om de verschillende silo’s binnen organisaties af te breken. Afdelingen als HR en Sales moeten toegang hebben tot elkaars data. Alleen zo kun je een relatie leggen tussen het bedrijf, de medewerkers en de zakelijke prestaties. Ook wij delen kennis. Het vakgebied van people analytics is namelijk te pril om kennis voor jezelf te houden.”

Hoe het vakgebied zich verder gaat ontwikkelen, is volgens Bhulai sterk afhankelijk van gedeelde successen. “Dan gaan de wat voorzichtigere bedrijven de waarde ervan inzien en zullen meer bedrijven het goede voorbeeld volgen. Ik vind dat we binnen vijf jaar serieuze stappen moeten hebben gezet. In de Verenigde Staten zijn ze al veel verder. Daar hebben ze ook enorm veel sollicitanten, dus ontkom je niet aan geavanceerde cv-scanners. Softwarepartijen zullen ook in HR stappen, waardoor people analytics nog enorm gaat groeien.”

Speurtocht
Werkgevers ontdekken langzaamaan de voordelen van analytics als instrument voor recruitment. Dit blijkt uit onderzoek van Neomax in samenwerking met trendwatcher Adjiedj Bakas, dat is gebundeld in het boek ‘De digitale transformatie’. “Sollicitanten en werkgevers kunnen beiden profiteren van de technologische verbeteringen in het sollicitatie- en recruitmentproces”, zegt Claudette Martens, oprichter van Neomax. “Voor werkgevers speelt analytics een belangrijke rol in de speurtocht naar nieuw talent. Momenteel wordt nog vaak gekeken naar schoolresultaten en cv’s. Een mooie opleiding met goede cijfers en ervaring kan leiden tot hoge verwachtingen. Maar organisaties die met analytics werken, komen erachter dat deze selectiecriteria geen volledig inzicht geven in de toekomstige prestaties. Er zijn allerlei onderliggende factoren die een rol spelen bij het succes van een werknemer. Data-analyse kan die factoren aan het licht brengen, waarna er in het recruitmentproces rekening mee kan worden gehouden en er zelfs speciaal op kan worden geselecteerd.”

Flexibel
Hoewel sturen op data al volop gebeurt, lopen nog steeds veel bedrijven achter als het gaat om people analytics, aldus Yuri van Geest, trendwatcher, oprichter van de Singularity Universiteit en auteur van het boek ‘Exponentiële Organisaties’. “Dat geldt zeker voor de meest conservatieve afdelingen, te weten Legal, Finance en HR. Die worden nu pas wakker. Daar staat tegenover dat er steeds meer mogelijkheden komen, mede dankzij machine learning, kunstmatige intelligentie en deep learning. Bedrijven moeten ook op zoek naar andere medewerkers, met andere eigenschappen: nieuwsgierigheid, weerbaarheid, flexibiliteit. Men gaat zichzelf opleiden, de manager valt weg. Teams gaan zelf beslissingen nemen, op basis van steeds meer geavanceerde data.”

* Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).

 Illustratie Monique Wijbrands (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Appnavigatiemenu’s: de beste alternatieven

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Op een smartphonescherm zijn de pixels schaars. Het is vaak letterlijk passen en meten op de vierkante centimeter, om alles wat belangrijk is in zo min mogelijk klikken op het scherm te tonen. Een goede appdesigner besteedt daarom veel aandacht aan het appnavigatiemenu. Een goed appmenu neemt zo weinig mogelijk ruimte in beslag, maar biedt tegelijkertijd wel direct toegang tot alle belangrijke features in een app.

In de afgelopen jaren zijn een aantal appmenuvarianten steeds meer gemeengoed geworden. Er zijn gelukkig meer dan genoeg alternatieven. Hieronder bespreken we de populairste appmenu’s, inclusief de voor- en nadelen.

Hamburgermenu

Een van de meest gebruikte en toch ook de meest controversiële oplossing is het hamburgermenu. Je weet wel, die drie horizontale streepjes die op een hamburger zouden moeten lijken. Dit type menu werd al in de jaren tachtig bedacht door Xerox designer Norm Cox.

Het hamburgermenu wordt ook wel het menu voor luie ontwerpers genoemd. Het heeft wel wat weg van fast food. Het is namelijk erg eenvoudig te implementeren en je hoeft er geen creatief wonder voor te zijn. Een klik op het menu opent een uitschuifmenu met nieuwe keuzes die in volgorde van belangrijkheid worden gesorteerd.

Groot voordeel van het hamburgermenu is dat het minimale ruimte vraagt op het scherm. Maar in de afgelopen jaren is door usability onderzoek ook een belangrijk nadeel duidelijk geworden. Omdat het menu de belangrijkste features van een app als het ware verstopt achter drie streepjes, blijkt het gebruik en de activiteit van gebruikers soms wel 50 tot 70 procent lager dan bij andere menuvarianten.

Icoonmenu 

Het menu waarbij onder in het scherm een aantal kleine iconen wordt getoond. In vaktermen ook wel een ‘tab bar’ genoemd. In de beginjaren van apps vooral veel gebruikt op het Apple platform. Zonder concessies te doen aan de leesbaarheid van de iconen kun je maximaal vijf iconen kwijt. Steeds vaker worden daarom de belangrijkste vier features achter een icoon geplaatst met daarbij een ‘meer’ optie voor alle overige zaken.

Een nadeel van het icoonmenu is dat het zo vaak wordt gebruikt, dat het niet erg origineel meer is. Daarnaast vereist het iets meer schermpixels en kan het soms lastig zijn om iconen te vinden die iedereen direct begrijpt. Het plaatsen van een beschrijvende tekst bij de iconen is daarom aan te raden.

Groot voordeel voor de gebruiker is dat de belangrijkste menu-opties altijd binnen klikafstand zitten. Sommige apps kiezen er voor om de allerbelangrijkste feature van de app centraal en een tikkeltje groter in het icoon menu te plaatsen. Het icoonmenu is een veilige keuze vanuit het oogpunt van gebruiksvriendelijkheid.

Tabs of topbar 

In tegenstelling tot Apple kent Android traditioneel meer navigatie bovenin het scherm. Vaak in de vorm van ‘tabbladen’ waarin horizontaal kan worden gescrolled. Daarnaast ook regelmatig in de vorm van een topbar, die te vergelijken is met een icoon menu.

Groot voordeel van de tabs is dat je feitelijk een ongelimiteerd aantal opties naast elkaar kunt zetten. De belangrijkste menukeuzes zet je in beeld en de overige opties stop je wat verder weg. Door het gebruik van woorden in plaats van iconen is de navigatie beter te begrijpen. Nadeel van deze vorm van navigatie is dat de features niet altijd binnen klikbereik liggen. In de afgelopen jaren zijn smartphones namelijk steeds groter geworden. Het lukt vaak niet om de schermhoogte te overbruggen met de rechter- of linkerduim.

Homepage    

In tegenstelling tot de voorgaande menu-opties, die slechts een beperkte ruimte reserveren voor de navigatie, plaatst de homepagenavigatie het menu juist centraal op de pagina. Na het opstarten van de app worden alle belangrijke features door middel van grote iconen of lijsten verspreid over het openingsscherm getoond. Met daarbij alle ruimte voor creativiteit in de vorm van beelden of foto’s. Geen misverstanden mogelijk dus met deze vorm van navigatie. De instappunten van de app zijn uitermate duidelijk.

Maar één klik verder blijkt direct het belangrijkste nadeel van dit menu. De navigatie is namelijk verdwenen en om bij de andere menu-opties te komen moet je terug naar het openingsscherm. In Android is dit geen probleem door de standaard ‘terug ‘knop. Maar op het Apple-platform zal op ieder scherm deze ‘terug’ optie moeten worden geprogrammeerd.

Swipenavigatie

De swipe- of ‘gesture based’-navigatie wint de afgelopen tijd aan populariteit. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Tinder waar je met een veeg naar links of rechts over het scherm direct een mening geeft over een potentiële date. Maar dat je niet alleen horizontaal hoeft te denken laat Snapchat zien. Daar kun je in alle richtingen over het scherm vegen en daarmee een vervolgscherm openen met veelgebruikte onderdelen.

Deze vorm van navigatie heeft de voorkeur van jongeren, ook wel de swipegeneratie genoemd. Ze lijken geen enkele moeite te hebben met deze vorm van appbesturing. Dit in tegenstelling tot de oudere generatie die vaak hopeloos verdwaalt. Ik moet bekennen dat ik tot die tweede groep behoor. Maar de swipenavigatie heeft zonder twijfel een dimensie toegevoegd aan de menu-opties die tegenwoordig beschikbaar zijn. Een bijkomend voordeel is dat de schermruimte gemaximaliseerd kan worden voor de daadwerkelijke features van de app.

Dropdown- of uitklapmenu  

Wie het hamburgermenu te cryptisch vindt om menu-opties aan te bieden zou kunnen overwegen om een dropdown- of uitklapmenu te gebruiken. Zo’n dropdown met keuzes herkent nagenoeg iedere gebruiker uit de webwereld. Bijkomend voordeel is het deze vorm van navigatie weinig schermruimte in beslag neemt. Vaak worden de menu-opties achter een ‘menu’- of plusteken-icoon gezet. Dat is voor veel gebruikers duidelijker dan de drie horizontale strepen van het hamburgermenu. Het uitklapmenu heeft echter dezelfde nadelen als het hamburgermenu. Het verstopt veel van de kern features achter één en dezelfde knop.

Floating button 

De floating button (zwevende knop) is een menunavigatie die vooral in Android’s material design voorkomt. De knop wordt prominent rechtsonder en in een opvallende kleur over het scherm gelegd. Bij het scrollen blijft de button op zijn plaats. Na een klik op de button verschijnen de verschillende menu-opties, die openklappen als een Zwitsers zakmes.

Simpelweg door het feit dat de knop erg opvalt zal iedere gebruiker er op klikken en daarmee de belangrijkste features van je app ontdekken. Helaas geldt voor deze vorm van navigatie nog steeds dat er minimaal twee klikken nodig zijn om bij andere delen van je app te komen.

Kies bewust en meet!

Het kiezen van de juiste menunavigatie bepaalt voor een groot deel de interactie van de gebruiker met je app. Ga niet over één nacht ijs en denk goed na wat kan werken voor je doelgroep. Het aantal verschillende features dat je wilt ontsluiten is daarbij de belangrijkste factor. Natuurlijk kun je er ook voor kiezen om verschillende soorten navigatie slim te mixen, zolang je maar één duidelijke hoofdnavigatie hebt.

Zorg er in ieder geval voor dat je meet welke delen van de app je gebruikers wel en niet bezoeken. Zo kom je er achter of je misschien nog zwakke plekken hebt in je menunavigatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo veroveren spraakgestuurde assistenten onze woonkamer

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ondanks dat Apple-assistent Siri alweer vijf jaar bestaat, bedienen we onze smartphone nog altijd voornamelijk met onze vingers. Met Google Home, Amazon Echo en Bixby aan de horizon is een tweede generatie stembesturing onderweg. En zo gaan die onze woonkamer veroveren.

Spraakassistent

Hoewel Apple er alles aan doet om Siri in elk onderdeel van de iPhone te verweven, komt het in de praktijk weinig voor dat je de stemgestuurde assistent voor je dagelijkse taken gebruikt. Er zijn simpelweg teveel drempels. Die zijn deels technologisch: de spraakherkenning van Siri en andere assistenten kan stukken beter, vooral in het Nederlands. Ook is het aantal acties dat de assistenten uitvoeren vaak nog te klein.

Misschien wel de grootste drempel is echter psychologisch. Hardop praten tegen je telefoon, een lichtelijk robotische stem die terugpraat: het blijft raar, want je voelt je al gauw bekeken. In het openbaar vervoer, op een feestje of tijdens het werk, stembesturing leent zich zelden voor drukke omgevingen en situaties. Siri komt het best tot zijn recht in een omgeving waar je op jezelf bent, of waar je je op je gemak voelt. In de auto, tijdens het hardlopen of in de woonkamer.

Drempel

De woonkamer is de beste plek voor Siri. Snel iets opzoeken tijdens het koken, een alarm instellen voor het slapen gaan of de lichten dimmen op verzoek: de spraakassistent pakt het voor je op. Daarbij loop je echter weer tegen een andere drempel aan: de woonkamer is de perfecte plek voor Siri, maar je smartphone niet het ideale apparaat om tegen te praten. Wat als je telefoon net in de slaapkamer aan de oplader hangt, of de microfoon niet sterk genoeg is om je te horen tijdens het koken?

Zo is het uiteindelijk een handige tool, die niet tot zijn recht komt door fysieke omstandigheden. Als je als bedrijf Siri of een andere stemgestuurde smartphone-assistent in wil zetten, dan valt daar vooralsnog weinig te halen. Is je smartphone dichtbij, dan kun je net zo goed direct een app openen. Minder opvallend voor je omgeving, en met dat touchscreen heb je meer zekerheid dat je precies de juiste acties uitvoert.

Nieuwe generatie

Grote namen als Google, Amazon en Samsung zien echter potentieel voor een nieuwe generatie stemgestuurde producten. In het afgelopen jaar rolde Amazon zijn Echo-speakers uit in verschillende landen, terwijl Google Home in de Verenigde Staten werd gelanceerd. Samsung brengt binnenkort Bixby uit voor de Galaxy S8, maar deze stemgestuurde assistent zou binnenkort in alle apparaten van Samsung moeten zitten. Bij BigSpark hebben deze assistenten het afgelopen jaar uitgebreid getest, wat duidelijk maakte hoe de speakers met stemherkenning verschillen van voorlopers als Siri, en wat voor kansen dat biedt.

Apple Siri

  1. Dagelijks briefings voorzien van ‘vriendelijke’ reclame

Zowel Google Home als Amazon Echo zijn voorzien van een optie voor een dagelijkse briefing. Door ‘goedemorgen’ te roepen tegen te speaker, krijg je een opsomming van het nieuws, het weer, je afspraken en andere informatie die mogelijk relevant voor je is. Het is misschien wel het grootste pluspunt van zo’n speaker in je huis: terwijl je voor of na het werk ontbijt, afwast of andere kleine huishoudelijke taken doet, praat Google of Amazon je bij over alles wat je gemist hebt.

Beide bedrijven begrijpen goed dat ze daarmee het gesprek in je huiskamer domineren, en je volle aandacht hebben. Dat maakt het een ideaal moment om er wat reclameboodschappen tussendoor te gooien. Zo biedt Amazon geregeld tips voor nieuwe muziekalbums op zijn streamingdienst of bijzondere uitverkopen tussen het nieuws door. Google kreeg recentelijk nog kritiek over zich heen, toen het in een dagelijkse briefing verwees naar Disney’s nieuwe Beauty & the Beast-film. Later bleek dat het een onbetaald bericht was en slechts een suggestie voor weekendplannen. Maar reken er maar op dat Google deze advertentieruimte in de toekomst ook écht gaat bieden.

En waarom ook niet? Het is een zeer subtiele vorm van reclame, mits juist geïmplementeerd. Een assistent die je aandringt om een nieuwe verzekering af te sluiten of om een auto te kopen gaat wellicht wat ver, maar multimedia is juist perfect. Google en Amazon doen er alles aan om hun assistenten als virtuele vrienden te positioneren, wat vertrouwen moet opwekken. En dan is het niet meer dan redelijk dat zo’n virtuele vriend soms tips heeft voor leuke nieuwe films of muziek, net als een ‘echte’ vriend zou doen.

Het is in feite een reclame gegoten in een conversational interface. Geen duidelijk gemarkeerde tekst boven de zoekresultaten, maar een aanrader gegoten in een vriendelijk jasje.

  1. Een stemgestuurd boodschappenlijstje

Amazon Echo en bijbehorende assistent Alexa zijn op het eerste gezicht opvallende innovaties voor een ‘online warenhuis’, tot je beseft hoe het bedrijf de laatste jaren steeds vaker de fysieke wereld met zijn online winkel probeert te combineren. Dan hebben we het niet alleen over de boekenwinkels en supermarkten die het bedrijf in het afgelopen jaar heeft geopend, maar vooral de Amazon Dash-knoppen. Dit zijn knoppen voor een groot aantal huishoudproducten die je op elke plek in je huis kunt plakken. Met een druk op de knop wordt vervolgens automatisch een nieuw product besteld of aan je virtuele boodschappenwagentje toegevoegd. Wat voor de gebruiker voelt als een handigheid (nooit meer die kleine dingen vergeten) zorgt er in de praktijk voor dat je volledig wordt ondergedompeld in het ecosysteem van Amazon. Wie gaat er nog naar de supermarkt als Amazon het met één druk op de knop binnen enkele uren thuisbezorgt?

Natuurlijk gaat het wat te ver om voor werkelijk elk product dat je koopt een Amazon Dash-knop in huis te halen. Die Tony Chocolonely-reep waar je jezelf één keer per maand op trakteert hoeft echt geen eigen knop, daarmee kom je alleen maar in de verleiding om vaker te bestellen. Daar komt Alexa goed uit: hardop een product bestellen is sneller dan even een boodschappenlijstje pakken, met als bijkomend voordeel dat je niet eens meer naar de supermarkt moet. Daarmee creëert Amazon in feite een nieuw soort impulsaankoop. De drempel voor een bestelling is ontzettend laag, want in vijf seconden heb je een product aan je lijstje toegevoegd.

  1. Integratie met bestaande producten

Nog zo’n trend die al jaren in opkomst is, maar nog niet écht van de grond wil komen: smart homes. Van televisies tot wasmachines tot tandenborstels, steeds vaker hebben ze eigen apps, microfoons, touchscreens en andere manieren om ze preciezer aan te sturen. Het grote probleem is dat elk apparaat zijn eigen app en interface heeft. Die kan nog zo gebruiksvriendelijk zien, op een gegeven moment zie je door de bomen het conversational bos niet meer.

We zien nu al dat Amazon en Google integratie bieden met Philips Hue en Withings en diensten als IFTTT. Je leunt dan echter nog steeds vooral op externe diensten, die ervoor moeten zorgen dat hun integratie met Alexa en Home geslaagd is. Daar kun je helaas niet altijd op rekenen.

Om zoiets goed te laten werken moet je als bedrijf zelf ook diep in de consumentenelectronica zitten; niet alleen de speakers maken, maar ook je eigen wasmachines en koelkasten. Enter Samsung, één van de grootste technologiebedrijven ter wereld. De gemiddelde consument kan, bewust of onbewust, gemakkelijk zijn hele huis vullen met enkel Samsung-producten. Het bedrijf kondigde deze maand Bixby aan, een stemgestuurde assistent die wordt gelanceerd met de Samsung Galaxy S8 maar in de toekomst in alle Samsung-apparaten zit, zo belooft de fabrikant.

Samsung Bixby

Bixby is gebaseerd op Viv AI, een bedrijf dat vorig jaar werd overgenomen door Samsung. Volgens Samsung zelf komt de kracht van Bixby uit het grote begrip voor de context van de vragen die je stelt. Je kunt de assistent behandelen als een ‘echt’ mens en er complete gesprekken mee voeren. Net als conversational interfaces in tekstvorm stel je een vraag, in plaats van dat je een opdracht geeft. Wij zien echter vooral veel in de integratie van Bixby in toekomstige Samsung-producten. Terwijl je in de huiskamer staat even het wasprogramma aanpassen van je wasmachine, onderweg naar huis de oven voorverwarmen, de speakers aanzetten terwijl je nog op de bed ligt: het moet allemaal geen probleem zijn.

Het verdienmodel zit hem daarbij niet in de producten die je koopt mét Bixby, maar vóór Bixby. Als je toch al een Samsung-telefoon op zak hebt of een televisie van de Koreanen in je huiskamer, dan is het een kleine stap om bij een toekomstige upgrade ook andere Samsung-producten in huis te halen. Met elke stap naar een Bixby-apparaat wordt het aantrekkelijker om jezelf verder onder te dompelen in het Samsung-ecosysteem.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Micromomenten voor hoteliers: de vier sleutelmomenten volgens Google

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Micromomenten zijn ook voor hotelmarketeers de sleutel tot conversie. Hoe dominanter mobiel wordt in het zoekproces, des te groter de rol van micromomenten in de boekingsstrategie van het hotel.

Instant inspiratie en impulsieve beslissingen op smartphones leiden gasten diep in de travel funnel. En ook al wordt de uiteindelijke boeking meestal op laptop of desktop gemaakt, hotels hebben de kans om een grote indruk te maken op reizigers in de onderzoeksfase.

Google is zoals bekend volledig overtuigd van het belang van micromomenten en heeft hier diepgaande analyses naar gedaan in verschillende industrieën. Recent heeft de zoekgigant een nieuwe gids gepubliceerd waarin wordt onthuld hoe Australische reizigers hun reizen plannen en wat hotels kunnen doen om deze gasten op de micromomenten te ‘vangen’. Inzichten die uiteraard ook in andere landen toepasbaar zijn.

Google definieert vier sleutelmomenten in het mobiele gedrag van de consument en geeft aan wat hotels kunnen doen om dan zichtbaar te zijn.

 1. Ik-wil-weg-momenten

In Australië is mobiel goed voor 38 procent van het verkeer naar reissites. Voor 60 procent van de consumenten is hun vakantiereis de grootste uitgave van het jaar. Toch heeft een op de drie niet een specifieke bestemming in gedachten als zij nadenken over de vakantie. Zij gaan eerst locaties verkennen en gebruiken daarbij aanbevelingen van vrienden.

Tactiek voor hoteliers:
Hotels moeten aanwezig zijn als de behoefte aan inspiratie ontstaat. Kijk of je hotel naar boven komt bij het invoeren van veel voorkomende zoekopdrachten en optimaliseer de SEO op basis van de uitkomsten. Met name millennials vinden naar eigen zeggen nieuwe reismerken als ze op hun smartphone op zoek gaan naar reisinspiratie.

 2. Maak-een-plan-momenten

Zodra een plan vorm begint te krijgen gaan reizigers op zoek naar informatie over prijzen, hotelrecensies en –foto’s, vluchtduur en de activiteiten die je kunt doen op een bestemming. Bijna zeven op de tien reizigers maken zich zorgen dat ze niet de beste prijs vinden en twijfelen over hun keuzes. Toch zegt 85 procent dat informatie die ze via hun smartphone hebben gevonden helpt bij de besluitvorming.

Tactiek voor hoteliers:
Wees niet zuinig met de informatie die je laat zien op mobiel. Het moet niet te ingewikkeld worden maar je wilt ook genoeg gegevens tonen om ervoor te zorgen dat consumenten niet naar een concurrent gaan. Maak gebruik van de kracht van foto’s.

 3. Boek-nu-momenten

Dit is het moment waarop reizigers terughoudend zijn in het gebruik van mobiele apparaten. Slechts 23 procent denkt dat ze dezelfde informatie op hun smartphone kunnen vinden als op laptop of desktop. Bovendien zegt 54 procent van de vrijetijdsreizigers en 69 procent van de zakenreizigers dat mobiele functionaliteiten tekortschieten, wat de reden is dat ze liever op een ander apparaat boeken.

Tactiek voor hoteliers:
Neem de reserves van gasten weg door mobiele boekingen kosteloos te laten annuleren. Daarnaast moet het mobiele boekingsproces zo min mogelijk stappen omvatten en het moet gemakkelijk zijn voor gasten om contact met je op te nemen, bijvoorbeeld door een click-to-call link of button.

 4. Eropuit-momenten

Als de reis eenmaal is begonnen gebruiken reizigers hun mobiele apparaten des te meer. Zo’n 85 procent besluit welke activiteiten ze gaan ondernemen nadat ze op de bestemming zijn gearriveerd en bijna negen op de tien verwacht hierover relevante informatie te ontvangen van de reisorganisatie of het hotel. Ze willen weten wat de weersvoorspelling is, hoe het openbaar vervoer in elkaar steekt, valutakoersen, actuele verkeersinformatie en ander relevant nieuws.

Tactiek voor hoteliers:
Twee derde van de reizigers zegt meer loyaliteit te voelen voor een merk dat nuttige informatie verstrekt tijdens de reis. Het is dus een goed idee om gasten tips te geven over wat er te doen is op de bestemming, welke restaurants aan te bevelen zijn, enzovoorts. Door deze en bovenstaande tactieken toe te passen en reizigers van dienst te zijn gedurende de hele customer journey vergemakkelijk je het boekingsproces en creëer je loyaliteit richting je hotel.

Deze blog is ook gepubliceerd op SiteMinder.com.



Lees het volledige bericht op Emerce »

ACM trekt informatienummer MyOffice in

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft het informatienummer 0900-1824 van MyOffice ingetrokken. Bellers werden aan de lijn gehouden zonder dat zij iemand te spreken kregen.

Na onderzoek is gebleken dat in de periode 1 september 2016 tot 28 oktober 2016 consumenten en bedrijven 3522 naar het nummer 0900-1824 hebben gebeld.

Het totale schadebedrag is 10.500 euro, gemiddeld 2,98 euro per beller.

MyOffice was onder andere actief als doorverbindservice sinds 2012. Het bedrijf heeft zijn activiteiten inmiddels beëindigd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Column: New Dutch Wave

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ik heb doorgaans niets met congressen, beurzen of conferenties. Veel blabla, met visitekaartjes strooien en weinig mogelijkheden om echt te netwerken. Tijdens mijn bezoek aan het South by Southwest (SxSW) festival in Austin kwam ik er echter achter hoe het gelukkig ook kan. Hoe het moét.

SxSW is een jaarlijks terugkerend festival, gestart in 1987, waar muziek, films en interactieve media centraal staan. Tech is daar, zoals in zoveel industrieën en op zoveel plaatsen, steeds een vast onderdeel van. Niet voor niets was het onder meer de kraamkamer van Twitter, Foursquare, Meerkat en Gowalla. En nadat zelfs Obama het festival vorig jaar had bezocht, en ook Jay-Z en Drake er graag geziene gasten zijn, werd het hoog tijd om zelf eens poolshoogte te gaan nemen.

Dit jaar was extra speciaal. Want een enorme Nederlandse delegatie had van de gelegenheid gebruikgemaakt om onder de noemer ‘New Dutch Wave’, onder aanvoering van Z.K.H. Prins Constantijn, naar SxSW af te reizen. De Wave is naast een fysieke ontmoetingsplek en een showcase-paviljoen, vooral een online meetingpoint voor toonaangevende creatieve bedrijven. Het benadrukt tevens de top 10-positie van Nederland als creatief land en de kracht van de verschillende creative cities daarbinnen. Daarnaast was er ook een ‘Take Over House’, waar gedurende het festival volop ruimte was voor onder meer meet-ups, startup-pitches en netwerkbijeenkomsten.

Door middel van deze Nieuwe Nederlandse Golf, bestaande uit zo’n zestien tech-startups, presenteren we ons als dé innovatiehaven van Europa. En terecht, ik heb er een van de tofste merkactivaties ooit mogen aanschouwen – ja, u zou het bijna niet geloven – The Mummy VR experience met Tom Cruise. En – in de optiek van Amerikanen – de mooiste feesten. Want dat kunnen we altijd nog als de beste.

Mocht u SXSW hebben moeten missen, wees dan niet getreurd. NXNE, oftewel North by Northeast gaat in juni van start in Toronto, Canada. En zal – naar alle waarschijnlijkheid – ook onder de Nederlandse enclave wederom veel aandacht krijgen. Logisch, want links- of rechtsom is bij de Amerikanen alles larger. Van budgetten, schaalgrootte tot de way of doing business. Mijn advies, skip de Nederlandse conferenties en gebruik je spaarzame tijd en geld voor een van deze trips. Een echte eye-opener. En met directe impact op je balans.

* Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe adblockertechnologie schrik voor uitgevers

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een nieuwe adblocktechnologie van de Princeton Universiteit belooft weinig goeds voor uitgevers: de Perceptual Ad Blocker leest geen HTML, maar herkent patronen.

De Perceptual Ad Blocker analyseert visuele elementen van een webpagina. Daarbij maakt het gebruik van optische karakterherkenning, detectie van woorden die vaak voorkomen in advertenties en ‘kliksimulatoren’.

De software, ontwikkeld door Arvind Narayanan, Dillon Reisman, Jonathan Mayer en Grant Storey, sluit aan bij nieuwe regelgeving in de VS, die voorschrijft dat advertenties duidelijk herkenbaar moeten zijn. Normaal worden advertenties aangegeven door HTML-tags.

Op dit moment is er echter sprake van een kat-en-muis spel, waarbij nieuwe technieken adblockers toch weten te omzeilen. Het team heeft het algoritme uitgeprobeerd op vijftig van dergelijke sites.

De adblocker wordt momenteel getest als een extensie voor Googles browser Chrome, ook al is hij niet volledig functioneel.



Lees het volledige bericht op Emerce »

KLM grote winnaar van SpinAwards 2017

Posted 20 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

KLM is met vijf prijzen, waaronder Grand SpinAward, de grote winnaar van dit jaar. In totaal werden er 34 prijzen uitgereikt voor digitale voor creatieve concepten. Top-DJ Hardwell werd uitgeroepen tot meest innovatieve artiest.

Een recordaantal verschillende opdrachtgevers, makers en bureaus dong dit jaar mee naar de SpinAwards, waarbij vooral de opdrachtgevers en de publieke omroep dit jaar domineren. Nieuw waren drie extra categorieën: E-Commerce, User Experience en Digital Celebrity.

KLM behaalde – inclusief de Grand SpinAward – maar liefst vijf prijzen, waarvan twee keer goud en drie keer zilver.

Ook Heineken mocht vijf keer richting podium om één gouden en vier zilveren SpinAwards in ontvangst te nemen. KRO-NCRV, kwam tot vier SpinAwards, met twee gouden en twee zilveren ringen. Samen met de twee zilveren Spinawards voor BNN-VARA, telde de complete oogst voor de publieke ledenomroepen op tot maar liefst zes SpinAwards. Bij de digital agencies vielen Superhero Cheesecake (drie SpinAwards) en MediaMonks (drie SpinAwards) op.

DJ Hardwell ontving een prijs vanwege zijn innovatieve project om met blockchain de rechtenverdeling van muziek geautomatiseerd af te handelen.

De ‘hoofdprijs’ ging naar KLM. De jury koos voor het bedrijf vanwege diens ‘onverschrokken houding ten aanzien van verandering en innovatie. KLM heeft dan ook in de ogen van de juryvoorzitters het afgelopen jaar het meest betekend voor het digitale landschap en het digitale denken in het algemeen en ontvangt daarvoor de Grand SpinAward 2017.

De winnaars van SpinAwards 2017 zijn:

Website

  • Zilver, iFly KLM Selections, KLM Royal Dutch Airlines, Born05
  • Zilver, The Netflix of e-learning in hospitality, Lobster Ink, Brain Agency
  • Zilver, The Royal Family, Royal Canin, DDB & Tribal Amsterdam, MediaMonks

E-Commerce

  • Zilver, Greenwheels, Greenwheels, Achtung! mcgarrybowen
  • Zilver, Online huizen kopen BPD, BPD, TamTam (part of Dept)

Digital Campaign

  • Goud, Doritos VR Battle, Doritos (Pepsico), Fitzroy, OMD, Capitola
  • Goud, Heineken Go Places, Heineken Nederland, Cloudfactory, Wefilm, Superhero Cheesecake

Social Media

  • Goud, Iris, KRO-NCRV
  • Zilver, Zappmissie Live Escape Game, KRO-NCRV

Mobile

  • Zilver, Interactieve app voor CliniClowns, CliniClowns Nederland, Greenberry
  • Zilver, Terug Naar De Dino’s Met Freek Vonk, Albert Heijn, &samhoud, Little Chicken Game Company
  • Zilver, Tikkie, ABN AMRO, ABN AMRO

Game

  • Zilver, Multi Mobile Adventure, Tele2, CODE D’AZUR
  • Zilver, Zappmissie Live Escape Game, KRO-NCRV

Next TV & Film

  • Zilver, #BOOS, BNN-VARA
  • Zilver, Heineken Go Places, Heineken Nederland, Cloudfactory, Wefilm, Superhero Cheesecake

Digital Service Idea

  • Goud, Messenger service by KLM Royal Dutch Airlines, KLM Royal Dutch Airlines, KLM Royal Dutch Airlines
  • Zilver, Heineken Biertegoed, Heineken Nederland, Magneds, TBWA\Neboko, Starcom, Boomerang Create

Design

  • Zilver, Heineken Go Places, Heineken Nederland, Cloudfactory, Wefilm, Superhero Cheesecake
  • Zilver, iFly KLM 50, KLM Royal Dutch Airlines, Born05

User Experience

  • Goud, Helping Heart, ABN AMRO, N=5, MediaMonks
  • Zilver, Greenwheels, Greenwheels, Achtung! mcgarrybowen

Content

  • Zilver, #BOOS, BNN-VARA, BNN-VARA
  • Zilver, STEDELIJK X, Stedelijk Museum Amsterdam, Buutvrij for life

Media

  • Goud, IRIS, KRO-NCRV
  • Zilver, Heineken Biertegoed, Heineken Nederland, Magneds, TBWA/Neboko, Starcom, Boomerang Create

Innovation

  • Zilver, Helping Heart, ABN AMRO, N=5, MediaMonks
  • Zilver, Messenger service by KLM Royal Dutch Airlines, KLM Royal Dutch Airlines, KLM Royal Dutch Airlines
  • Zilver, The Next Rembrandt, ING Nederland, J. Walter Thompson Amsterdam

Young Talent

  • Goud, Play Attention (Willem de Kooning Academie)
  • Zilver, PIC: Platform for Interactive (ex)Change (Manchester School of Art)
  • Zilver, Round and Pay (Hogeschool Utrecht)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Repareer kapotte links en win linkwaarde terug in 4 simpele stappen

Posted 20 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Links vanaf andere websites naar je website bepalen in grote mate de vindbaarheid van je website. Iedere link geeft waarde door. Deze waarde noemen we linkwaarde. Het verkrijgen van links wordt linkbuilding genoemd. Linkbuilding is mensenwerk en kost daarom veel tijd. 

Veel bedrijven richten zich uitsluitend op het verkrijgen van nieuwe links naar de website, en zien over het hoofd hoeveel winst ze kunnen behalen door het verbeteren van bestaande links. De linkwaarde van links naar pagina’s die niet meer bestaan of niet goed functioneren gaat verloren. Dat is zonde, en onnodig.

Dit artikel beschrijft hoe je in vier eenvoudige stappen kunt onderzoeken of er ook bij jouw website linkwaarde verloren gaat, en hoe jij deze linkwaarde kunt terugwinnen.

Stap 1: Inventariseer links naar je website

Inventariseer welke pagina’s er allemaal verwijzen naar jouw website. Raadpleeg daartoe de volgende bronnen:

  • Google Search Console
  • Google Analytics
  • Link data provider zoals Majestic
Google Search Console

Volg onderstaande stappen om de links naar jouw website uit Google Search Console te downloaden:

  1. Log in bij Google Search Console
  2. Kies jouw website (Als je jouw website nog niet hebt geverifieerd, doe dat dan eerst!)
  3. Ga naar ‘Zoekverkeer’ > ‘Links naar uw site’
  4. Klik op ‘Meer »’ onder ‘Uw content met de meeste links’
  5. Selecteer ‘500’ bovenaan de tabel bij ‘Weergeven’ om zoveel mogelijk data te exporteren
  6. Klik op ‘Deze tabel downloaden’ links boven de tabel
Google Analytics

Volg onderstaande stappen om de links naar je website uit Google Analytics te downloaden:

  • Log in bij Google Analytics
  • Ga naar ‘Acquisitie’ > ‘Alle verkeer’ > ‘Verwijzingen’
  • Selecteer als secundaire dimensie ‘Bestemmingspagina’
  • Selecteer als periode in de datumprikker de afgelopen 2 jaar.
  • Ga boven de grafiek naar ‘Exporteren’ en kies het gewenste formaat.
Majestic

Majestic is een dienst die informatie aanbiedt over hoe websites gelinkt zijn. Majestic spidert het hele internet af om te achterhalen hoe websites naar andere websites linken. Van iedere website die Majestic kent (dus ook jouw concurrenten!), weten ze vanaf welke pagina’s gelinkt wordt, naar welke pagina’s gelinkt wordt, welke linktekst (anchor text) er gebruikt wordt etc.

Doe het volgende om de linkteksten te exporteren die Majestic heeft gevonden voor inkomende links naar jouw website:

  1. Ga naar de Majestic website (inloggen is niet nodig)
  2. Voer jouw domeinnaam in, bijvoorbeeld emerce.nl
  3. Klik op ‘Backlinks’
  4. Klik op ‘Data exporteren’ rechts bovenaan de tabel

Alhoewel Majestic een betaalde applicatie is, bieden ze ook gratis data aan en hebben ze ook een gratis proefperiode.

Samenvoegen data

Maak een spreadsheet met daarin vier kolommen:

  1. ‘Bron pagina’ (waar de link vandaan komt)
  2. ‘Doel URL’ (waar de link naartoe verwijst).
  3. ‘Niet werkende pagina’s historisch met links’
  4. ‘Niet werkende pagina’s’
  5. ‘Heeft links?’

Kopieer en plak vervolgens de geëxporteerde linkdata in dit spreadsheet.

Google Analytics

Kopieer de kolommen ‘Bron’ en ‘Bestemmingspagina’ van de Google Analytics data naar het spreadsheet in de kolommen ‘Bron pagina’ en ‘Doel pagina’.

Google Search Console

Kopieer de kolom ‘Your pages’ van de Google Search Console data naar het spreadsheet in de kolom ‘Doel pagina’. Het is helaas niet mogelijk om ook de linkende pagina’s te exporteren, die informatie kun je naderhand in Google Search Console met de hand nog wel terug vinden.

Majestic

Kopieer de kolommen ‘SourceURL’ en ‘TargetURL’ van de Majestic data naar het spreadsheet in de kolommen ‘Bron pagina’ en ‘Doel pagina’.

Voorbeeld spreadsheet

Download het voorbeeld spreadsheet hier.

Normaliseren van data

Omdat de linkdata uit verschillende bronnen komt moeten we deze eerst normaliseren.

In de Google Analytics data is de URL van de homepage voluit geschreven. In de Majestic data is iedere URL van de kolom ‘TargetURL’ voluit geschreven. Vervang daarom ‘/?’ door de volledige URL van de homepage (inclusief de / aan het einde) en vink ‘Zoeken op gehele celinhoud’ aan. In Google Spreadsheets ziet dat er zo uit:

Nu de linkdata genormaliseerd is en in één overzicht staat zul je zien dat de linkdata overlapt: veel van de pagina’s in de kolom ‘Doel pagina’ zijn dubbel. Ontdubbel de lijst om tot een lijst te komen van unieke pagina’s op jouw website die gelinkt zijn. Microsoft Excel heeft hier een speciale functie voor, die je vindt onder ‘Gegevens’ > ‘Duplicaten verwijderen’. Hiervoor is in Open Office een workaround, en hetzelfde geldt voor Google Spreadsheets.

Stap 2: Werken alle gelinkte pagina’s wel?

In de vorige stap heb je een overzicht gemaakt van alle links naar jouw website. Nu is het zaak om te controleren of alle gelinkte pagina’s op jouw website wel goed functioneren. Breng daartoe eerst alle content op jouw website in kaart. Dit kan met behulp van de applicatie ContentKing.

Exporteer pagina overzicht

Filter in ContentKing vervolgens op pagina’s die redirecten, verwijderd zijn, een serverfout geven of een time-out geven. Volg hiertoe onderstaande stappen:

  1. Log in op ContentKing (als je nog geen account heb, maak dan hier een gratis trial account aan)
  2. Ga naar ‘Pagina’s’ en haal in het filter ‘Type’ het vinkje weg bij ‘Pagina’.
  3. Exporteer dit overzicht van pagina’s middels de ‘Exporteren’ knop rechtsboven in het scherm.
Check welke pagina’s met links niet werken

Kopieer de pagina’s uit de export van ContentKing naar het spreadsheet met de links. Middels een eenvoudige formule in het spreadsheet kunnen we de lijst met gelinkte pagina’s vergelijken met de lijst met pagina’s die niet goed functioneren. Waar deze lijsten overlappen is er werk aan de winkel: deze pagina’s functioneren niet goed, en hier laat je linkwaarde liggen. Als er ‘Ja’ staat in kolom ‘Heeft links?’ dan moet je deze pagina repareren.

Als je een website hebt die al een tijd in gebruik is dan zul je waarschijnlijk links hebben naar pagina’s die al lang niet meer bestaan, en daarom ook niet door ContentKing gevonden kunnen worden. Het is wel belangrijk ook deze pagina’s te repareren, vul daartoe de URL’s uit kolom ‘Doel pagina’ die ‘Ja’ hebben in de kolom ‘Niet werkende pagina’s historisch met links’ in een applicatie om te checken of deze oude pagina’s nog goed werken. Als zij geen Status Code ‘200’ teruggeven dan is er ook voor deze URL’s werk aan de winkel. Het repareren van de pagina’s met links is beschreven in stap 3.

Stap 3: niet werkende pagina’s met links repareren

Het is duidelijk welke pagina’s onze aandacht nodig hebben. Nu is het zaak deze pagina’s te repareren.

Pagina’s die niet meer werken vallen ruwweg in twee categorieën:

  • Pagina is niet gevonden (de pagina is verplaatst of verwijderd)
  • Pagina geeft een serverfout of time-out (bijvoorbeeld: fout geconfigureerde server)
Pagina is niet gevonden:

Wanneer een pagina niet wordt gevonden zijn er twee opties:

  • De pagina doorverwijzen naar een andere pagina (zogenaamde ‘301 redirect’).
    • Middels de 301 redirect geef je het merendeel van de linkwaarde door. De manier om alle linkwaarde door te geven blijft echter optie 2, zie hieronder.
  • De pagina weer tot leven brengen op dezelfde URL.
    • Als je de mogelijkheid hebt om de pagina weer tot leven te brengen dan geniet dat de voorkeur. Het is alleen de vraag waarom de pagina in de eerste plaats verplaatst c.q. verwijderd was. Goede kans dat je de pagina niet tot leven wilt brengen als je deze bewust hebt verwijderd. Als dat het geval is, kies dan optie 1: een redirect om zoveel mogelijk linkwaarde evengoed nog door te geven.
Pagina geeft een serverfout of time-out:

Er zijn legio redenen waarom een pagina een serverfout geeft, of niet of te langzaam reageert (time-out). Bespreek dit met de programmeurs en/of hosting provider. Zij kunnen je hierbij verder helpen.

Stap 4: Check of de verbeteringen correct zijn doorgevoerd

Zodra de pagina’s zijn gerepareerd is het zaak om te checken of dit ook correct is gebeurd. Loop daarom alle pagina’s die gerepareerd zouden moeten zijn goed na. Alle pagina’s moeten zich als een normale pagina gedragen en een zogenaamde Status Code 200 teruggeven. ContentKing controleert automatisch de Status Codes van pagina’s omdat zij pagina’s continu monitort op problemen en wijzigingen.

Als het een klein aantal gerepareerde pagina’s betreft dan kun je deze ook met https://httpstatus.io/ nalopen.

Expert tip #1: Herhaal stappen 1 t/m 4 op maandelijkse basis

Herhaal stappen 1 t/m 4 op maandelijkse basis om ervoor te zorgen dat je linkwaarde die recentelijk verloren is gegaan snel weer terugwint. Kijk daarbij gelijk ook naar je interne linkstructuur.

Expert tip #2: Niet werkende pagina’s allemaal nalopen

Het is verstandig om ook niet werkende pagina’s die geen links hebben te onderzoeken. Als deze bijvoorbeeld een server fout of een time-out geven dan kan dit duiden op een probleem waar de hele website last van heeft.

Linkwaarde herstellen: conclusie

Het periodiek repareren van niet werkende pagina’s met links is een van de best practices van zoekmachine optimalisatie. Je hebt volledige controle over jouw website, benut dit en win verloren linkwaarde terug met als resultaat betere vindbaarheid van jouw website. Onthoud: dit is de snelste vorm van linkbuilding: verbeteren van wat je al hebt.



Lees het volledige bericht op Emerce »