Posts Tagged ‘rbi’

Inspectie SZW: veel overtredingen bij maaltijdbezorgers

Posted 19 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

De Inspectie SZW constateert veel overtredingen door horecabedrijven die eigen bezorgers in dienst hebben. Bij meer dan de helft van de gecontroleerde bedrijven gaat het mis. Het ontbreekt bij deze bedrijven vaak aan kennis over wat wettelijk is toegestaan. Bezorgers krijgen te weinig betaald, werken te lang of mogen überhaupt op bepaalde tijden niet werken omdat ze te jong zijn. Dit geldt zowel voor grote ketens met eigen bezorgers als voor de kleinere eetgelegenheden met eigen bezorgers.

Niet alleen neemt het aantal maaltijdbezorgers toe, er is ook een duidelijke verschuiving te zien in leeftijd. De bezorgers worden steeds jonger. Ze werken via een platformbedrijf of zijn in dienst van een horecabedrijf.

In 24 gevallen heeft de Inspectie SZW overtredingen geconstateerd voor het te lang werken of werken op niet toegestane uren. In acht van deze 24 gevallen betrof het een overtreding van het verbod op kinderarbeid. Bij vijf van deze gevallen werd direct het bezorgwerk stilgelegd omdat de jonge maaltijdbezorger nog bij het bedrijf was om te werken terwijl dit volgens de wet niet meer mocht.

Bij jonge maaltijdbezorgers onder de 16 jaar ziet de Inspectie verschillende gevaren bij het bezorgen van de maaltijden. Zoals werken onder tijdsdruk, onveilige verkeersomstandigheden en het uitvoeren van geldhandelingen. De Inspectie SZW vindt een ondubbelzinnige norm van maatschappelijk belang. Daarom wil de Inspectie om maaltijdbezorging door jongeren onder de 16 jaar expliciet te verbieden.

Gezien het hoge percentage overtredingen gaat de Inspectie in 2020 door met gerichte controles in deze sector. Ook gaat zij in gesprek met branchepartijen en jongerenorganisaties voor hun rol in een betere naleving van wet- en regelgeving.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Cryo-chip overkomt obstakel voor grootschalige quantumcomputers’

Posted 19 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

QuTech, een samenwerking van de TU Delft en TNO, heeft naar eigen zeggen een belangrijke horde genomen op de weg naar een werkende, grootschalige quantumcomputer. Samen met Intel heeft QuTech een geïntegreerd circuit ontworpen en gefabriceerd dat bij extreem lage temperaturen werkt en zogeheten qubits aan kan sturen.

Dit maakt de weg vrij voor de integratie van qubits, de bouwstenen van een quantumcomputer, en hun besturingselektronica op één chip.

Er zijn veel uitdagingen die moeten worden opgelost voordat men een werkende, grootschalige quantumcomputer heeft. De quantuminformatie die is opgeslagen in qubits kan namelijk snel vervallen en onbruikbaar worden, tenzij de qubits worden afgekoeld tot temperaturen die zeer dicht bij het absolute nulpunt liggen (-273 graden Celsius, of 0 Kelvin).

Om deze reden werken qubits meestal in speciale koelkasten bij temperaturen tot 0,01 K. De qubits worden echter gecontroleerd door conventionele elektronica die bij kamertemperatuur werkt.

Er is op dit moment per qubit één draad nodig om deze te verbinden met de besturingselektronica. Dit is goed te doen voor het kleine aantal qubits dat nu in gebruik is, maar onpraktisch voor de miljoenen qubits die nodig zijn voor toekomstige quantumcomputers.

De oplossing heet Horse Ridge – een geïntegreerd circuit dat is vernoemd naar één van de koudste plekken in Oregon. Het CMOS-geïntegreerd circuit kan tot 128 qubits tegelijk aansturen.

De onderzoekers toonden experimenteel de goede werking van het geïntegreerde circuit aan en lieten zien dat Horse Ridge een echte spin qubit aan kan sturen. Spin qubits behoren tot de veelbelovende qubit-kandidaten voor een grootschalige quantumcomputer.

De quantumcomputer zal in het begin worden ingezet voor zeer rekenintensieve wetenschappelijke vraagstukken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Yourhosting wijzigt wachtwoorden e-mail accounts na hack

Posted 19 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Het Zwolse hostingbedrijf Yourhosting wijzigt uit voorzorg de wachtwoorden van e-mailaccounts nadat een onbevoegd persoon via een hack mogelijk toegang heeft gekregen tot onversleutelde inloggegevens.

Het is onduidelijk of er daadwerkelijk data gelekt is en welke e-mailadressen hierbij mogelijk betrokken zijn, zegt het hostingbedrijf.

Alle klanten zijn geïnformeerd en hebben instructies ontvangen om een nieuw veilig wachtwoord in te stellen. Het onderzoek naar de toedracht is ondertussen in volle gang.

De hacker heeft cryptomunten geëist, maar daar gaat Yourhosting niet op in. ‘Yourhosting onderhandelt niet met hackers en we geven dan ook geen gehoor aan de eis.’

Het bedrijf heeft melding gemaakt bij de Autoriteit Persoonsgegevens van het mogelijke datalek. Ook heeft het bedrijf aangifte gedaan bij de politie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Alles wat je moet weten over de donkere modus voor e-mail

Posted 19 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Ontwikkelaars gebruiken al jaren een donkere modus voor hun scherm en begin 2019 heeft Google dit voor de browser uitgerold. Google was hiermee niet de eerste. In 2016 had Twitter al een donkere versie en er zijn ook donkere modi voor Android telefoons, Microsoft Outlook, YouTube, Gmail, Reddit, Safari en Apple Mojave. Spotify heeft deze modus zelfs altijd als standaard uitstraling toegepast. En nu komt deze ontwikkeling in rap tempo ook naar e-mail. Alles over wat dark mode nou eigenlijk is en wat jij als e-mailmarketeer ermee zou kunnen doen.

Wat is het en hoe werkt het?

Dark mode zorgt voor een hoger contrast door e-mails een donkere achtergrond te geven en de voorgrond juist licht te maken. Dit maakt voor veel personen een e-mail prettiger leesbaar en minder vermoeiend voor de ogen, vooral in een donkere omgeving.

Het zorgt er namelijk voor dat donkere componenten van de e-mail lichter worden en lichte componenten juist donkerder. Dat resulteert vaak in een donkere achtergrond met lichte teksten. Dark mode kijkt daarbij naar de CSS van de e-mail of van de HTML-attributen en past het daarop aan. Dit betekent dat afbeeldingen niet aangepast worden naar dark mode. Het kan dus gebeuren dat een afbeelding opeens een rand heeft als je e-mail in dark mode wordt gezet.

Wat is het voordeel van dark mode?

OLED en AMOLED schermen verbruiken in deze stand minder energie. Wel zo fijn voor je batterij. Heb je een LCD-scherm, dan valt de vermindering in energieverbruik relatief mee.

Ook wordt geclaimd dat het beter zou zijn voor je ogen. Dat gaat alleen op als de omgeving donker is. Onze ogen zijn namelijk gewend om objecten op een lichte achtergrond te bekijken met zonlicht of een lamp. De spieren van onze ogen zijn zo erg getraind op dat contrast, dat ze overdag weinig moeite hoeven te doen om een donkere tekst op een witte achtergrond te lezen. Maar als je nog even e-mails gaat checken als je al in bed ligt, is dark mode prettiger. Je ogen beginnen dan te wennen aan de donkere kamer en kunnen beter hun werk doen als ook het scherm donker is.

Welke clients ondersteunen dit?

Dark mode heeft drie verschillende types en per client verschilt welke modus wordt ondersteund:

1. Dark UI (User Interface)

Sommige clients, zoals Apple Mail, bieden de gebruiker de mogelijkheid om de app zelfs in donkere modus te gebruiken. Daardoor wordt de inbox zwart met witte letters. Echter heeft die instelling geen impact op de e-mails zelf. Deze houden hun oorspronkelijke kleur.

voorbeeld Dark UI

2. Kleuren gedeeltelijk aangepast

Hierbij wordt alleen gekeken of een e-mail een donkere achtergrond heeft en/of een lichte tekst. Zo ja, dan wordt dit aangepast. Mocht je in de e-mail al donkere vlakken hebben, dan worden die niet aangepast.

3. Auto-invert, volledige kleuraanpassing

Alle kleuren worden automatisch omgedraaid, waardoor e-mails met een donkere achtergrond en lichte tekst juist een lichte achtergrond en donkere tekst krijgen. Het design wordt dus volledig omgedraaid.  

Overzicht van welke e-mail clients, welke type dark mode wordt ondersteund.

Van standaard HTML e-mail naar kleurenschema’s in CSS

Zoals in het overzicht hierboven aangegeven, weet je nu hoe de meest reguliere e-mail clients omgaan met je HTML e-mails wanneer deze in dark mode worden gezet.

Echter kan je ook als developer je eigen kleurenthema’s voor e-mail hebben ontwikkeld. Dan wil je ook dat de kleurenthema’s behouden blijft, of in elk geval mooi worden weergegeven in dark mode. Hiervoor moet er in de CSS gedoken worden. Via ‘prefers-color-scheme’ kan je verschillende voorkeuren in de CSS schrijven.

Hiervoor zijn twee mogelijkheden:

  1. @media (prefers-color-scheme: dark) werkt voor Outlook en Apple.
  2. [data-ogsc] and/or [data-ogsb] is in te stellen voor Outlook op android systemen. Een voorbeeld van deze methode staat in deze afbeelding weer gegeven.

Bron: Mark Robbins #EmailGeeks

Bij alles is het dus van belang dat je weet welke e-mail clients het meest populair is bij je e-mailontvangers.  Bovenstaande CSS is ook te combineren zodat de e-mail goed leesbaar is bij meerdere e-mail clients. 

Overzicht van e-mail clients welke CSS voor dark mode ondersteunen.

Wat betekent deze ontwikkeling voor je als e-mailmarketeer?

Dark mode is een snel opkomende ontwikkeling. Steeds meer e-mail clients zullen hierop in gaan spelen en dit mogelijk maken. Daarom is het belangrijk om als e-mailmarketeer jezelf de vraag te stellen: is mijn e-mail in deze modus nog goed leesbaar? 

Enkele handige tips:

  • Gebruik plaatjes met een transparante achtergrond, zodat deze op een mooie manier mee veranderen in dark mode.
  • Als je transparante zwarte plaatjes hebt, zullen deze wegvallen doordat de achtergrond ook zwart wordt. Dit los je makkelijk op door een witte rand om je zwarte content te maken.
  • Ook zeker te zijn dat de tekst altijd goed te lezen is, kun je beter geen witte teksten meer gebruiken. Je kunt dan gaan voor een kleur die niet donker en niet licht is, zoals bijvoorbeeld blauw. Hier is een tool, contrast-ratio, waarmee je het contrast effect van de kleur kan zien als er wordt geswitched naar dark mode.

Bij vaste plaatjes, zoals je logo, kun je twee versies opmaken. Daarna geef je in de html van je e-mail aan welke van de twee getoond dient te worden.

Neem dark mode mee in volgende campagnes

Dark mode is een leuke uitdaging geworden voor e-mailmarketeers. Smartphonegebruikers kunnen bij steeds meer e-mail clients instellen of ze een e-mail in dark mode willen lezen en ze kiezen daar ook graag voor. Het leest prettiger in het donker en voor veel telefoons scheelt het batterijverbruik. Aan de e-mailmarketeer de taak om te kijken hoe je e-mails er in dark mode uit komen te zien: welke e-mail clients gebruiken je nieuwsbriefontvangers en blijft de e-mail goed leesbaar ongeacht dark? Dit is niet altijd een eenvoudige klus, maar het laat zien dat je meegaat met de trends en inspeelt op de voorkeuren van je nieuwsbriefontvangers.

Over de auteurs: Rick de Wit is managing partner bij 100%EMAIL en Michael Straathof is co-founder en managing consultant bij 100%EMAIL.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Lagere prijs belangrijkste reden om vast-mobiel te bundelen

Posted 19 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Bijna twee derde van de Nederlanders neemt een bundel van vaste en mobiele diensten vanwege de kosten. Ongeveer de helft wil zich niet aan één aanbieder voor zowel vast en mobiel verbinden, maar hierin keuzevrijheid houden. Dat blijkt uit onderzoek van Telecompaper in november 2019.

Een groeiend aantal telecomaanbieders biedt de mogelijkheid om vaste en mobiele diensten (fixed mobile convergence, kortweg fmc) in één pakket af te nemen. Van de zeven miljoen multi-play-abonnementen in Nederland bestaat al 41 procent uit een mix van vast en mobiel.

De belangrijkste reden om (eventueel) over te stappen op een gecombineerd vast-mobiel aanbod is een goedkoper totaalabonnement. 65 procent noemt dit als reden. Voor een iets kleinere groep is een bundeling van vast en mobiel interessant wanneer daar extra’s tegenover staan zoals meer mobiele data of gratis premium tv-kanalen.

Er zijn ook respondenten die een bundeling van vaste en mobiele diensten interessant vinden als zij de optie hebben om één of meer vaste diensten weg te laten uit het pakket. Bijvoorbeeld vaste telefonie.

Keuzevrijheid kan echter ook een reden zijn om niet te kiezen voor het afnemen van vaste én mobiele diensten bij dezelfde aanbieder. 53 procent van de respondenten van het panel geeft aan dat ze graag keuzevrijheid willen houden waar zij hun mobiele abonnement afsluiten.

Foto Pexels



Lees het volledige bericht op Emerce »

Innovatiehelden: hoe Marco Smit HEMA leert experimenteren en de klantbeleving centraal te stellen

Posted 18 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

In Innovatiehelden worden inspirerende Nederlandse corporate innovators en hun visie op succesvolle innovatie in de spotlights gezet. Vandaag deel twee met Marco Smit, manager van het Digital Innovation Lab van HEMA. 

Marco Smit.

Hallo Marco! Dank voor dit interview. Kun je ons eerst iets vertellen over je achtergrond en hoe je bij HEMA terecht bent gekomen?

“Jazeker, ik ben een Tukker die houdt van reizen en zijn studie bedrijfskunde heeft genoten in Groningen. Al tijdens deze studie ben ik voor Randstad gaan werken om professionele werkervaring op te doen en te ervaren hoe ik mijn passie voor innovatie en ondernemerschap te gelde kon maken bij een corporate. Achteraf gezien bleek dat de vrijheid om verbeteringen en innovaties door te voeren vrij beperkt was in mijn startersfunctie. Bij Innovation Booster, dat grote bedrijven in Europa en de Verenigde Staten leert innoverend te ondernemen om toekomstige waarde te realiseren, was die ruimte er wel. Ik klom snel op van consultant naar MT- lid en partner en leerde grote projecten te draaien in binnen-en buitenland. En toen werd ik vader. Een moment van bezinning, niet alleen privé, ook op werkvlak. Ik wilde nog een stap maken, merkte ik, en graag weer bij een corporate, maar nu met meer ervaring. En zo belandde ik in deze rol bij HEMA: een prachtig merk dat middenin de transitie zit van oer-Hollandse retailer tot een internationaal merk dat de klantbeleving centraal stelt. En juist door die transformatie alle kansen biedt om innovatief en ondernemend bezig te zijn.” 

Je bent manager van het Digital Innovation Lab, wat doet dit lab precies?

“Al doet het woord misschien anders vermoeden, het innovatielab is geen grote ruimte voor mensen met een laboratoriumjas, maar vooral een werk- en denkwijze. Een plek waar we HEMA klaarstomen voor de toekomst in een weerbarstige en snel veranderde wereld door technologische oplossingen te ontwikkelen die bijdragen aan de klanttevredenheid en de efficiëntie van werknemers. We ondersteunen daarbij de business van de verschillende ‘werelden’: e-commerce tot aan de winkeloperatie, vanuit IT-perspectief met het uitrollen van oplossingen die onze collega’s en klanten gaan helpen. Anderzijds kijken we voortdurend met de blik vooruit: wat zijn kansen die HEMA moet benutten? Op welke nieuwe technologische trein moeten we springen zodat we ook in de toekomst collega’s en klanten frictie loos een HEMA-winkel in- en uit kunnen lopen? Intern ondersteunen en versnellen we dus, extern zijn we de enabler die reuzenstappen zet voor de digitalisering van de HEMA in de snel veranderende wereld die Retail heet.” 

Het innovatielab rolt ook nieuwe proposities uit. Kun je een voorbeeld geven van zo’n nieuwe propositie?

“Binnen het lab dat bestaat uit vijf mensen ontwikkelen we voortdurend nieuwe proposities waarbij de klantbeleving van de medewerker en de klant centraal staan. Een goed voorbeeld is Click & Collect. Hiermee ondersteunen we de winkelmedewerker in het afhandelen van online bestellingen die in de winkel worden opgehaald door onze klanten. Dat traject was heel analoog, dus hebben we getest hoe je dit proces in de winkel zelf het best kunt inrichten, op zo’n manier dat het de winkelmedewerker én de klant zo min mogelijk tijd kost. Dat leidde tot de ontwikkeling van een applicatie waarmee de medewerker gemakkelijk een pakje kan opbergen, lokaliseren en overhandigen aan onze klanten. Met digitale oplossingen als Click & Collect verbeteren we de ervaring in een HEMA-winkel voor zowel klanten als medewerkers, want dat is altijd het hoofddoel.” 

Hoe ziet de ontwikkeling van een dergelijk innovatietraject er bij jullie uit?

“Om tot diensten als Click & Collect te komen, gebruiken we een proces waarin 3 D’s centraal staan: Discover, design en deliver. Discover is de ontdekkingsfase: daarin kijken we vanuit een gedefinieerde scope rondom welke problemen leven bij welke doelgroep. Pas als we dat scherp hebben, ontwerpen we in de design fase een ontwerp dat we testen bij de klant. Met de feedback verfijnen en tweaken we vervolgens het eerste concept tot een minimal viable product: de minimale oplossing die de maximale waarde vindt voor het specifieke probleem op dat moment. Pas als we zeker weten dat de klant aangeeft de oplossing ernstig te gaan missen als we die weer weghalen, gaan we over naar de deliver-fase. Hierin kijken we hoe we de organisatie kunnen inrichten zodat de propositie kan groeien. In dit hele traject trekken we samen op met de business om innovatie ook echt te laten landen in de organisatie.” 

Hoe belangrijk is draagvlak als deze om überhaupt te kunnen innoveren en welke tip heb je voor andere innovatiemanagers om die ook te krijgen?

“Cruciaal. Als een innovatie pas in een laat stadium, als het al bijna af is, naar de business wordt teruggebracht, is het heel normaal dat deze mensen zeggen: ‘We begrijpen dit niet, wat moeten we hier mee?’. Daarom: sluit de business in een zo vroeg mogelijke fase aan, neem ze mee in je plannen, betrek ze, organiseer bijpraatsessies, laat ze meedenken. Je zult er geen spijt van hebben.” 

Commitment is één ding. Welke andere randvoorwaarde is nodig om innovatie voor jullie te laten slagen?

“Dat de mensen met wie je werkt – of dat nu je collega’s of je leidinggevende zijn- open staan voor innovatie, dat ze echt willen zoeken naar verbetering, naar werkbare oplossingen en dat ook echt uitdragen. Niets is makkelijker dan innovatie ten overstaan van een groep dood te slaan. Er hoeft maar één iemand te zeggen: ‘Dat hebben we al een keer gedaan’, of ‘daar heeft de baas toch geen geld voor over’ en de rest van de groep zal zich niet gesterkt voelen om er mee door te gaan, terwijl juist die kwetsbaarheid nodig is om vernieuwend te kunnen en willen zijn. Je wilt tenslotte begrijpen waarom het eerder niet is gelukt of wat je zelf anders kunt doen om het wel te laten slagen. Dáár zit de grootste winst.” 

Hoe creëer je zo’n ‘innovatieve mindset’ in je team of organisatie? Welke tips heb je op dit vlak voor andere innovatiemanagers?

“Maak het stimuleren van openheid integraal onderdeel van je werkproces. Onze afdeling, Digital, organiseert bijvoorbeeld tweewekelijks faal en succes-sessies, waarbij mensen uit ons team wekelijks hun successen, maar ook de zaken die misgingen in alle openheid en kwetsbaarheid delen. Dat werkt heel stimulerend, niet alleen voor ons team, maar ook voor andere afdelingen die worstelen met de vraag hoe een meer open werksfeer te creëren. Ze zien bij ons dat deze manier van opereren werkt, en willen ervan leren. Zo creëren we een olievlek waarvan de hele HEMA profiteert.” 

Wat zou je nog willen bereiken?

“Mijn ultieme doel is dat ‘innovatie’ zo geland is binnen alle gelederen van HEMA, dat de hele organisatie efficiënt zichzelf aan het uitvinden is voor de toekomst. Er gebeurt momenteel zo verschrikkelijk veel in dit bedrijf en de wil om te veranderen en ons klaar te stomen voor de toekomst, is zo voelbaar, dat het heel eerzaam werk is om juist hier mensen het laatste zetje in de goede richting te geven. ” 

Dank voor dit interview! Tot slot: wie wil je nog meer geïnterviewd zien voor deze rubriek en wat wil je hem nog meer van haar vragen?

“Ik ben heel benieuwd naar de belangrijkste learnings van Lonneke Weierink/Linda Nieuwenhuizen van Centraal Beheer. Daar is innovatie en vernieuwing echt een belangrijk onderdeel van de organisatie geworden. De manier waarop ze daar zijn gekomen, spreekt me enorm aan.” 

Over de auteur: Jan-Willem van Beek is CEO bij Forty.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat je wil en wat je kan komen samen in een datastrategie

Posted 18 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Data helpt om klanten beter te leren kennen en kan ook helpen om je dienstverlening te optimaliseren. Maar ga je in 2020 nu op een gestructureerde manier met data aan de slag? Precies een jaar geleden schreef ik een blog  over “iets met data doen”. Daarbij benadrukte ik het belang van groeien in data volwassenheid. Maar organisaties willen (en kunnen) vaak ook al waarde genereren binnen de huidige mogelijkheden.

In deze blog zal ik uitleggen dat waarde uit data halen begint bij wat je wil. Door dit vervolgens te combineren met wat je kan kom je tot een data strategie. Je data roadmap bevat vervolgens concrete activiteiten waarmee je balans moet houden tussen direct waarde genereren en stappen zetten in je data volwassenheid. Zo ga je in 2020 eindelijk écht iets met data doen!

Waarde uit data halen begint bij wat je wensen zijn

Om waarde uit data te halen is het essentieel dat je begint bij je visie, je marketingstrategie en je doelstellingen. Waar je als organisatie naartoe wil en wat je wil bereiken bepaalt namelijk waaraan data moet bijdragen, en daarmee de manier waarop je data gaat gebruiken.

“Een datastrategie begint bij waar je als organisatie naartoe wilt”

Alle organisaties willen graag groeien in omzet en winst. Als het goed is heb je hierbij ook een visie waar deze groei vandaan moet komen en hoe je deze groei gaat bereiken: ga je meer nieuwe klanten aantrekken? Of ga je de bestaande klanten beter behouden? En ga je klanten beter behouden door relevantere communicatie of door een breder assortiment? De keuzes die je als organisatie hierin maakt zijn bepalend voor de focuspunten van je data strategie.

Om het concreet te maken, hierbij een voorbeeld:

Om te groeien wil je bestaande klanten vaker laten bestellen. In je marketingstrategie heb je bepaald dat je dit wil doen door “altijd het juiste product aan te bieden”. Met andere woorden, je wil producten aanbieden die beter passen bij de voorkeuren van je klanten. Gezien je enorme e-mailbase is dat een belangrijk kanaal, en op dit moment verstuur je nog generieke e-mails naar de hele base. Een van de focuspunten voor je data strategie wordt dan ook data te gebruiken om ‘slimmere’ e-mails te verzenden.

Wat je wil bepaalt daarmee de focus van je data strategie. De balans tussen wat je direct kunt realiseren en de stappen die moet je zetten in je data volwassenheid hangt vervolgens echter af van wat je kan.

Wat je kan bepaalt de uitgangspunten voor je datastrategie

Als je besloten hebt wat je wil moet je in kaart brengen wat je kan. Met behulp van ons data maturity model kan je de randvoorwaarden om waarde uit data te halen in kaart brengen. Net als voor ons digital marketing maturity model kijkt het model hiervoor naar verschillende pijlers. Voor nu wil ik graag drie elementen uitlichten die de belangrijkste uitgangspunten voor je data strategie bepalen.

Resources – Functies en expertise

Uiteraard hangt wat je kan af van welke data functies er zijn binnen je organisatie, maar nog belangrijker is welke expertise de mensen die deze functies invullen hebben. Bijvoorbeeld, zijn je data analisten alleen bedreven in beschrijvende analyses of beheersen ze ook meer voorspellende analyses? En hoe flexibel is je data scientist in het uitvoeren van analyses in verschillende programma’s (SPSS, LatentGold) of talen (Python, R)? De afgelopen jaren zijn er enorm veel data analisten en data scientists bij gekomen. De kennis van de ene data scientist kan echter enorm verschillen van de kennis van de andere data scientist.

Architectuur – Beschikbare data en (marketing) tooling

Wat je kan hangt in grote mate af van je beschikbare data en (marketing) tooling. Om waarde uit data te halen is het essentieel om een overzicht van de huidige architectuur te hebben. Dat wil zeggen, welke data zit in welke systeem en op welke manier kan je die data benaderen? Maar ook: in welke (marketing) tooling wil je de inzichten uit data gaan gebruiken? Zeker als je data wil gaan gebruiken voor personalisatie moet je scherp hebben welke data op individueel niveau voorhanden is. Vergeet hierbij niet te checken dat je binnen je marketing tooling de juiste unieke identifier hebt. Bijvoorbeeld, als je online gedrag (identifier = cookie ID) wil gebruiken voor gepersonaliseerde mailings (identifier = e­‑mailadres) moet je het gedrag kunnen linken aan het e-mailadres.

Organisatie – Processen en verantwoordelijkheden

Ten slotte heeft je organisatie invloed op dat wat je kan met data. Wie is er verantwoordelijk voor de data (kwaliteit, toestemming, koppelingen, etc.)? Zitten je data analisten, data scientists en data engineers in een dedicated data team of vallen ze binnen een ander team, zoals marketing? Stel dat je een ander team nodig hebt om een koppeling tussen twee systemen te realiseren of een marketing selectie te maken dan heeft dat invloed op hoe je data kunt gebruiken. Daarmee vormen de processen en verantwoordelijkheden een belangrijk uitgangspunt voor je data strategie.

Uiteindelijk worden de uitgangspunten voor je data strategie bepaalt door dat wat je op dit moment kan. Bijvoorbeeld, hoewel je het online browse-gedrag van klanten niet heb gekoppeld aan een e-mailadres heb je alle orders wel gekoppeld. Een van je uitgangspunten is dan dat je voor segmentatie en personalisatie het beste kunt beginnen met marketing selecties op basis van ordergedrag. Als je de uitgangspunten voor je data strategie scherp hebt is de volgende stap om deze te verbinden met dat wat je wil.

Naar een datastrategie met focuspunten

Door dat wat je wil (doelstellingen) te combineren met dat wat je kan (uitgangspunten) kom je vervolgens tot een data strategie. In deze data strategie staan in de eerste plaats de focuspunten waarmee je het aankomende jaar waarde gaat genereren. Bijvoorbeeld, je wil het aankomende jaar relevanter gaan communiceren met je klanten (“altijd het juiste product aanbieden”). Aangezien e-mail je belangrijkste kanaal is, orderdata beschikbaar is binnen je ESP en je een data analist in dienst hebt die selecties kan maken wordt een van de focuspunten van je data strategie om ‘slimmer’ te gaan mailen. Meer specifiek houdt dit in dat je gesegmenteerd en gepersonaliseerd kan gaan mailen.

De focuspunten van je datastrategie kunnen erg uiteenlopen. Bijvoorbeeld, je zou data ook kunnen gebruiken om met slimme analyses je assortiment of je prijsstelling te optimaliseren. Uiteindelijk moet je data strategie maximaal vier tot vijf focuspunten beschrijven waar je het aankomende jaar aan wil gaan werken.

Naast de focuspunten waarmee je direct waarde kan genereren neem je binnen je data strategie mee hoe je gaat groeien in je data volwassenheid. Daarbij gaat het om dat wat je nu nog niet kan, maar wat je in de toekomst zou helpen om dat te bereiken wat je wil.

Een data roadmap bevat concreet uit te voeren activiteiten

De laatste stap is om een data roadmap voor het aankomende jaar op te stellen waarin je de algemene strategie omzet naar concreet uit te voeren activiteiten. Op die manier kan je de strategie ook direct tot uitvoer brengen. De roadmap bestaat uit user stories die direct bijdragen aan de focuspunten van je datastrategie. Voor de user stories gaat het om: wie wil er wat, wat wil die persoon en waarom wil die persoon dat?

Wie kan meer specifiek gaan over een kanaal specialist zoals een e-mailmarketeer, een product owner van een website maar ook over een category manager. Wat gaat vervolgens over datgene wat die persoon anders of beter wil gaan doen. Dat kan gaan over het sturen van een specifieke boodschap (“nieuwe model racefiets”) naar een specifieke doelgroep (“racefietsliefhebbers”) via een specifiek kanaal (“e-mail”) op een specifiek moment (“wekelijkse nieuwsbrief”). Het kan echter ook gaan over het verkrijgen van een specifiek inzicht (“klantwaarde per productcategorie”) met een specifieke frequentie (“continu”) op een specifieke manier (“dashboard”) die vervolgens gebruikt kan worden. Waarom geeft ten slotte aan wat je verwacht te bereiken, bijvoorbeeld een hoger conversiepercentage of een hogere klantwaarde, waarom je dat verwacht te bereiken en hoe het succes gemeten gaat worden.

“Door user stories kan je een data strategie omzetten naar concreet uit te voeren activiteiten”

Het is belangrijk dat de user stories aansluiten bij de focuspunten uit de datastrategie en daarmee de marketingstrategie. Voor specialisten is dit ook logisch, aangezien de marketingstrategie gebaseerd is op hun eigen plannen voor het aankomende jaar. User stories hebben het risico om vaag te blijven. Bijvoorbeeld, de doelgroep heeft geen specifieke onderscheidende kenmerken, het kanaal en het moment van versturen zijn niet gedefinieerd of het uiteindelijke doel blijft hangen bij omzet. Om user stories concreter te maken en iedereen binnen de organisatie op een meer datagedreven manier te laten werken kan je het beste een template gebruiken. Hieronder zie je een voorbeeld hoe een ingevulde template een user story concreet kan maken.

Naast de user stories bestaat de data roadmap uit stappen die je moet zetten om je data volwassenheid gedurende het jaar te verhogen. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het uitzetten en invullen van vacatures, het koppelen van systemen of het selecteren van nieuwe tooling. Door zowel user stories die direct waarde genereren, als stappen voor data volwassenheid op te nemen, kan je balans aanbrengen in je korte en lange termijn focus.

Eindelijk écht aan de slag met data!

Heb jij ook zin om in 2020 eindelijk écht iets met data te gaan doen? Door bovenstaande stappen te volgen kom je tot een datastrategie die direct waarde genereert passend bij je huidige data volwassenheid. Je data roadmap bevat vervolgens concrete activiteiten waarmee je balans moet houden tussen direct waarde genereren en stappen zetten in je data volwassenheid. Als je binnen je organisatie niemand hebt zitten die een data strategie kan opzetten, dan helpen we je daar graag bij. Voorwaarde is echter wel dat iemand binnen de organisatie owner wordt van de datastrategie en roadmap. Op die manier wordt het geborgen binnen je organisatie zodat je echt stappen kunt gaan zetten.

Over de auteur: Frank Beke is data scientist bij De Nieuwe Zaak.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Autoriteit Persoonsgegevens wil toezicht op kunstmatige intelligentie en algoritmen

Posted 18 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

De Autoriteit Persoonsgegevens wil toezicht gaan houden op de toepassing van kunstmatige intelligentie en algoritmes waarbij persoonsgegevens worden gebruikt. De AP vindt dat burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat er op zorgvuldige wijze met hun persoonsgegevens wordt omgegaan.

De inzet van algoritmes vindt inmiddels op grote schaal plaats. Dat geldt niet alleen voor private organisaties, maar ook voor de overheid: van de belastingdienst en de politie tot verschillende gemeentes.

Het inzetten van algoritmes biedt volgens de waakhond veel kansen, maar er kleven ook serieuze risico’s aan.

De AVG-beginselen van rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie bieden een goede basis om de inzet van kunstmatige intelligentie en algoritmes op een positieve wijze bij te laten dragen aan de samenleving, aldus de AP.

Bij het gebruik van algoritmes die persoonsgegevens verwerken moet aan enkele basisvoorwaarden worden voldaan. Zo moet er een grondslag zijn voor de verwerking, bijvoorbeeld toestemming of de uitvoering van een contract. Daarnaast mogen gegevens die verwerkt worden voor het ene doel niet zomaar op een later moment ook voor een ander doel worden gebruikt (doelbinding). Verder gelden er – afhankelijk van het type persoonsgegevens – ook bijvoorbeeld normen rond de opslag en beveiliging van de persoonsgegevens.

De grens tussen ‘wat geweldig dat dit kan’ en ‘bloedlink wat hier gebeurt’ kan juist hier soms akelig dicht bij elkaar komen, stelt de waakhond vast. De grens tussen sollicitanten eerlijk en integer selecteren en… discrimineren, tussen klanten weigeren nadat gebleken is van een concreet (betalings)risico en klanten weigeren omdat ze vooraf enkel zijn geprofileerd als risico, tussen verkiezingen eerlijk laten verlopen en… manipuleren, tussen verdachten aanhouden nadat er een concrete verdenking is of mensen voor enige verdenking al profileren als verdachten.

In de komende periode zal de AP zich richten op het verder uitwerken van haar toezicht op AI en algoritmes waarin persoonsgegevens worden gebruikt.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Servitization in B2B: het belang van een goede customer portal

Posted 18 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Dienstverlening in een abonnementsvorm is hét nieuwe verdienmodel voor de B2B-sector. Wie dit servitization-model wil omarmen, zorgt eerst voor een goede customer portal.  

In de B2C kennen we het al jaren: bloemen, maaltijdboxen of scheermesjes op abonnementsbasis. Ook binnen de B2B-sector wint het abonnementsmodel snel aan terrein, in de vorm van dienstverlening. Servitization, heet deze ontwikkeling. Dit ontzorgen op contractbasis zorgt zowel voor de klant als voor de leverancier voor meer zekerheid en tevredenheid.

Service toevoegen aan je basisproduct

Simpel gezegd komt het er bij servitization op neer dat je service en dus waarde toevoegt aan het basisproduct. Dat gaat dus verder dan het aanbieden van een onderhoudscontract waarbij je periodiek checkt of het product nog in goede staat is, maar bijvoorbeeld ook om specialistische adviezen, trainingen, financiering of logistieke diensten. Dienstverlening is dus geen aardige bijverdienste meer, maar een totaal nieuw businessmodel.

Maar servitization draait niet alleen om het binnenhalen van meer omzet. Ook het ontzorgen van klanten – waardoor je een sterkere klantrelatie opbouwt – vormt een belangrijke pijler. Door je producten in een dienstverleningspakket aan te bieden, onderscheid je je van de concurrent en houd je je klanten langer vast.

Duurzame oplossing tegen downtime

Neem bijvoorbeeld een producent van industriële machines. Vroeger was wat hij leverde vrij beperkt. Hij verkocht zijn machines, leverde zo nu en dan nog eens een vervangend onderdeel, en dat was het wel zo’n beetje. Maar met toenemende concurrentie, onder meer uit China, is deze vorm van zakendoen aan het wankelen gebracht. De concurrent levert de vervangende onderdelen misschien wel voor een fractie van de prijs. En ondertussen heeft klant behoefte aan veel meer dan een vervangend onderdeel. Hij wil een duurzamere oplossing, want door downtime van zijn machines loopt hij omzet mis.

In steeds meer gevallen wordt er dan ook helemaal geen product meer verkocht, maar maakt het gebruik van het product deel uit van een breder servicepakket. De klant rekent dan bijvoorbeeld af per machinebeweging, waardoor zowel de klant als de leverancier er baat hebben dat alles optimaal functioneert. 

Extra verdienmodellen voor Trumpf

Trumpf, fabrikant van lasermachines, is zo’n B2B-bedrijf dat vol inzet op servitization om beter te kunnen inspelen op de veranderende behoeften van de klant. Waar het Duitse miljardenbedrijf zich eerst richtte op de verkoop van het juiste product, draait het nu om het bieden van een totaaloplossing. Denk bijvoorbeeld aan een tool die de prestaties van de machines bijhoudt en aangeeft wanneer het tijd is voor onderhoud. 

Daarnaast levert Trumpf diverse software-oplossingen waarmee klanten hun bedrijfsprocessen kunnen optimaliseren. Dit gaat verder dan software voor de besturing van de machine. Trumpf biedt bijvoorbeeld ook offerte-, productie- en voorraadsoftware, zodat afnemers exact kunnen zien wat de status is van de verschillende bedrijfsprocessen. 

Voordelen van servitization

Voor de klant biedt servitization dus veel voordelen. Hij wordt immers op allerlei vlakken ontzorgd. Hij hoeft zich niet langer zelf te bekommeren of zijn machine nog wel naar behoren werkt en of er misschien een onderdeel aan vervanging toe is. Terwijl zo’n afnemer wordt verzekerd van een altijd werkend product, profiteer de leverancier van een vaste inkomstenstroom. 

Dit verdienmodel zorgt uiteraard voor frequent contact met de klant, zodat maximaal kan worden ingespeeld op zijn behoeften. Zo bouw je automatisch aan een duurzame relatie met de klant. Ontwikkelingen als Internet of Things, waarbij apparaten met elkaar verbonden zijn, en big data helpen om de geleverde machines te volgen en het benodigde onderhoud te voorspellen.

Customer portal neemt werk uit handen

B2B-bedrijven die het servitization-model wil implementeren in hun eigen bedrijfsvoering, moeten eerst weten waar de behoeftes van hun klanten precies liggen. Naast het in kaart brengen van je klantenbestand en het inventariseren van de gekochte machines, producten of diensten zal je dus moeten nagaan welke aanvullende services er mogelijk en gewenst zijn.

Daarvoor is het zaak om de juiste data bij elkaar te krijgen en een technische infrastructuur op te tuigen. Een goede customer portal kan hierbij van onschatbare waarde zijn. Omdat de klant hierop regelmatig inlogt – bijvoorbeeld voor documentatie, logistieke informatie, het facturenoverzicht, persoonlijke aanbiedingen of vanwege andere contactmomenten – vormt zo’n portal immers vaak een uitgelezen platform relevante extra servicemogelijkheden aan te bieden.

Een goed werkend e-commerceplatform met gekoppelde CRM- en ERP-systemen is hierin onmisbaar. Om je klanten goede service te kunnen verlenen – of het nu gepland onderhoud is of een ad-hoc serviceaanvraag – is het immers belangrijk om de afspraken zo vast te leggen dat ze voor iedereen duidelijk zijn. Inzicht in welke projecten er lopen en welke (materiaal)behoefte er is, is hierdoor een must.

Over de auteur: Roelof Swiers is country manager Benelux bij Intershop Communications.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De no-code route naar nieuwe business apps

Posted 17 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Kortere ontwikkelcycli en lagere kosten: no- en low-code platforms vervangen in steeds meer bedrijven de traditionele programmeerprojecten. Kleine, flexibele teams met experts van interne afdelingen ontwikkelen bedrijfstoepassingen tien keer zo snel als ‘ouderwetse’ softwareontwikkelingsprojecten.

De cijfers zijn indrukwekkend. Volgens een studie van Forrester wordt er voor de markt voor no en low-code applicaties een groei verwacht van 15.5 miljard euro’s in 2020. Deze trend is ook terug te zien in een recent Forrester Wave rapport voor ECM content platforms. Forrester ziet een toenemende behoefte aan flexibele platforms met ontwerp- en ontwikkeltools voor apps en gebruikersinterfaces waarmee apps op maat kunnen worden gemaakt, geheel naar wens en behoefte van gebruikers.

Programmeertaal versus grafische modellering

Ontwikkelomgevingen waarbinnen IT-professionals en werknemers van afzonderlijke afdelingen zelf apps en workflows kunnen maken, bieden duidelijke voordelen. In plaats van ingewikkelde programmeertalen te gebruiken richten ze zich op grafische modelleringsmethoden. Denk bijvoorbeeld aan gevisualiseerde standaardelementen die gemakkelijk en intuïtief kunnen worden gebruikt dankzij een ‘drag-and-drop’ functionaliteit. Absoluut een concurrentievoordeel, omdat je als organisatie op deze manier snel kunt inspelen op business vereisten.

Een voorbeeld is het Duitse Raffinerie Heide die een zogenaamde ‘obligation’ workflow ontwikkelde. Hiermee kan de organisatie financiële partners snel en tijdig essentiële documentatie verstrekken en Raffinerie Heide documenteert zo aantoonbaar dat verschillende wettelijke vereisten worden nageleefd.  

Kosten- en tijdsbesparing

Het zal geen verrassing zijn dat app-kits aan populariteit winnen binnen bedrijven en geleidelijk de ontwikkeling door traditionele programmeertalen vervangen. Wanneer ze op de juiste manier worden ingezet, maken no-code en low-code apps bedrijven flexibeler en dus productiever.

Ten eerste zorgen ze ervoor dat zakelijke toepassingen sneller kunnen worden ontwikkeld en geïmplementeerd en ten tweede verlagen ze de kosten van projectplanning, het trainen van medewerkers en de ontwikkeling van IT-applicaties. Aangezien low-code en no-code meestal als een ‘platform as a service’ (PaaS) worden aangeboden, hebben bedrijven ook niet langer hun eigen ontwikkelinfrastructuren nodig en dat scheelt ook in de kosten.

Meer flexibiliteit, hogere productiviteit

No-code tools worden hoofdzakelijk gebruikt om eenvoudige taken in kaart te brengen die voor een afzonderlijke afdeling moeten worden meegenomen in een app. Doorgaans kan dit soort tools niet worden uitgerold binnen de gehele organisatie; ze zijn niet erg schaalbaar of organisatiebreed te integreren. Bovendien zijn ze meestal alleen beschikbaar als cloudservice zonder een ‘on-premise’ optie.

Naast schaalbare architecturen en open interfaces (API’s) leveren low-code platforms over het algemeen flexibele modellen vanuit de cloud en op locatie. Ze zijn zeer geschikt voor complexere, interdepartementale bedrijfsprocessen die zijn geïntegreerd met andere applicaties, databases of systemen. In vergelijking met no-code biedt low-code organisaties een veel breder toepassingsgebied – zonder dat er veel tijd of kosten mee gepaard gaat.

Low-code: focus op gebruiksvriendelijkheid en functionaliteit

Low-code platforms bevatten een set aan gevisualiseerde elementen en logica waarmee professionele programmeurs extra functionaliteiten kunnen toevoegen aan apps en workflows. Applicaties zijn hierdoor veel sneller te lanceren dan in een traditioneel softwareproject. Bovendien hoeven experts van afzonderlijke afdelingen (de zogeheten hoofdgebruikers) geen programmeertaal te beheersen om een ​​effectieve, praktische toepassing te configureren en kunnen ze makkelijk deel uitmaken van een ontwikkelteam.

Kosten- en tijdsbesparing

Met behulp van low-code kunnen organisaties vele uitdagingen tackelen en binnen een kort tijdsbestek de juiste digitale oplossing leveren. Want daar gaat het uiteindelijk om – op elk moment tegemoetkomen aan (nieuwe) eisen van klanten en stakeholders en dus snel nieuwe applicaties en diensten kunnen ontwikkelen en leveren. En dit bereik je vaak niet met een traditioneel softwareproject met meerdere ontwikkelstadia. Dit is te complex en te traag. Zeker als je te maken hebt met uiteenlopende ideeën en denkwijzen van betrokkenen die in zo’n project samenkomen. Als bijvoorbeeld softwareontwikkelaars moeten samenwerken met hun collega’s zonder programmeervaardigheden (softwaretesters, ontwerpers en werknemers van andere afdelingen) verloopt de communicatie vaak wat stroever. Met als gevolg dat er steeds weer nieuwe updates en aanpassingen in de ontwikkeling nodig zijn, wat vervolgens weer leidt tot het overschrijden van gebudgetteerde kosten en het uitlopen van tijdschema’s. Last but not least, de vraag naar experts met kennis van traditionele softwareontwikkeling is hoog en dat maakt deze experts dure krachten.

Snel ECM-vereisten implementeren met low-code

Bekend is inmiddels dat flexibele (agile) methoden voor softwareontwikkeling zoals low-code platforms een bewezen middel zijn om nieuwe vereisten snel en kosteneffectief in een enterprise content management (ECM)-systeem te implementeren. Met modulaire componenten kunnen individuele ECM-applicaties en workflows worden ingezet, zonder dat expertise van coderen nodig is. Afdelingen kunnen zo hun eigen applicaties ontwerpen om aan de eigen behoeften te voldoen. Niet de code, maar de bruikbaarheid en functionaliteit bepalen immers het ontwikkelproces.

De meeste elementen en componenten zijn al klaar voor implementatie. Ze hoeven dus niet te worden geprogrammeerd, slechts één keer geconfigureerd. Doorgaans zijn nieuwe applicaties binnen enkele uren of dagen gereed voor alle apparaten en besturingssystemen. Dit verkort aanzienlijk de tijd die nodig is voor het testen, lanceren, aanpassen en updaten.

Low-code heeft ook een positief effect op het nettoresultaat van een organisatie. Organisaties zijn namelijk dankzij low-code niet langer afhankelijk van dure externe ontwikkelserviceproviders en eventuele software-aanpassingen. Ook hebben ze minder onderhoudskosten en biedt een ECM low-code platform een uniform beheer: als alle belangrijke ECM-applicaties op dezelfde elementen vertrouwen, zoals metadata en toegekende rechten, is het voor organisaties eenvoudiger om aan compliance-eisen te voldoen.

Wat zou een ECM low-code ontwikkelplatform moeten leveren?
  • Gebruiksvriendelijke ontwikkelomgeving: configureren in plaats van programmeren.
  • Brede reeks van standaardelementen en opties om snel eigen componenten te creëren.
  • Flexibele workflow engine om ad hoc taken te ondersteunen – van hybride processen tot case management.
  • Eenvoudige integratie met systemen van derden zoals ERP, CRM & portals.
  • Gebruiker gedefinieerde metadate & eenduidig definieerbare metadata. 
  • Optie om nieuwe apps direct te implementeren voor verschillende clients, zoals – Windows, web & mobiele toepassingen.
  • Gebruiksvriendelijk beheer van rechten waarbij rekeningen wordt gehouden met bestaande autorisaties.
  • Geïntegreerd transportsysteem: mogelijkheden om apps en updates eenvoudig aan te passen en uit te rollen.
Digitale rapportage uitbreiden met low-code oplossingen

Olieraffinaderij Raffinerie Heide in Hemmingstedt (Duitsland) werkt met tal van financiële partners voor onder andere leningen, werkkapitaal- of debiteurenfinanciering. De organisatie heeft haar compliance-gebaseerde rapportage voor deze financiële partners uitgebreid met behulp van low-code ontwikkeling. Een behoorlijk complexe onderneming, aangezien Raffinerie Heide in totaal 265 verplichtingen moet nakomen voor financiële partners, inclusief een driemaandelijks rapport over de financiering en het bewijs van contractnaleving.

Om deze gegevens op tijd en zo efficiënt mogelijk aan te leveren, is een ‘obligation’ workflow geïmplementeerd. De nieuwe workflow is strategisch gezien enorm belangrijk voor het bedrijf. Elke stap van de workflow, inclusief opgeslagen documenten, wordt geregistreerd en permanent centraal opgeslagen. Om rapporten te kunnen maken, hebben werknemers via Doxis4 contractbeheer en eFiles rechtstreeks toegang tot de vereiste documenten en informatie.

Volgens Rainer Hass, teamleider in Accounting bij Raffinerie Heide, heeft de organisatie nu een volledig operationeel en betrouwbaar dagelijks rapportagesysteem dat elke stap traceerbaar archiveert. Dit zorgt voor een betrouwbaar en veilig proces en creëert een win-win situatie voor alle betrokkenen: Raffinerie Heide levert geldige informatie, contractuele verplichtingen worden nagekomen en afdelingen kunnen elke toepassing op maat ontwerpen, configureren en onderhouden – onder de eigen verantwoordelijkheid en zonder tijdrovende programmeringswerkzaamheden.

Over de auteur: John Juerrs is international sales consultant voor SER Solutions International.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Miljoeneninvestering voor Flowbox

Posted 17 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Technologiebedrijf Flowbox heeft 7,5 miljoen euro venture capital opgehaald bij Viking Venture en steekt het geld in verdere Europese uitbreiding.

De onderneming heeft zijn hoofdkantoor in Stockholm, beschouwt Nederland als zijn kernmarkt en heeft lokalen in Antwerpen en Zürich. Met het nieuwe geld wil de onderneming zijn technisch en commercieel team verder uitbouwen. Er werkt nu 42 nu man.

Bedrijven gebruiken Flowbox om de teksten en beelden die consumenten op social media delen over hun producten bij elkaar te sprokkelen. Daarnaast kunnen ze die content analyseren, erop reageren en herverpakken voor herpublicatie.

Tot de klanten behoren onder meer G-Star, Hunkemöller, Scoth and Soda, HEMA, NAKD, het Rijksmuseum en Fonq.

Serdal Sayar van het Nederlandse kantoor zegt: “Ruim eenderde van onze klanten is Nederlands en we hebben hier ook het grootste deel van ons team aan het Leidseplein in Amsterdam. Dit jaar gaan we dit team verdubbelen en streven ernaar om het kantoor in Amsterdam uit te bouwen tot internationale Flowbox-hub. Verder focussen wij ons op strategische partnerships met Nederlandse bureaus waarbij we evenementen gaan opzetten.”

De onderneming bestaat vier jaar, heeft naar eigen zeggen vierhonderd klanten en koerst op een jaaromzet van vier miljoen euro.

Viking Venture (portfolio) is de eerste externe investeerder in het bedrijf.

Foto: Jaume Escofet (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe millennials door technologie steeds minder in fysieke winkels komen

Posted 17 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

In de afgelopen tien jaar is de detailhandel er heel anders uit komen te zien. E-commerce heeft vooral zijn weg gevonden naar één groep: de millennials. Gebruik van technologie is een van de meest in het oog springende kenmerken van millennials. Dit is immers de Facebook- en Instagram-generatie, die door het bezit van de nieuwste smartphone een hogere status binnen de groep heeft.

Deze obsessie met technologie onder millennials is op haar beurt ook weer van invloed op de manier waarop producten wereldwijd worden verkocht. Volgens onderzoek geeft 75 procent van de millennials aan dat zij nog wel in fysieke winkels komen, maar het product vervolgens meestal online kopen. 

De koopkracht van deze nieuwe generatie van e-shoppers is enorm: als winkeliers het hoofd boven water willen houden, doen ze er goed aan hier snel inzicht in te krijgen. We weten dat millennials in de rij staan als er uitverkoop is, maar wat moeten winkeliers doen om ze vast te houden? Welke technologie is bepalend voor de millennialmarkt? 

Welke diensten willen millennials?

Om millennials met succes aan boord te krijgen en te houden, moeten winkeliers inzetten op meerdere kanalen tegelijk (‘omnichannel’). Dit is belangrijk omdat zo’n aanpak marketingstrategieën via alle kanalen ondersteunt – online én offline. Een naadloze omnichannel-aanpak is cruciaal om millennials als koperspubliek vast te houden, aangezien zo’n aanpak gepersonaliseerde content en diensten mogelijk maakt voor de klant, op het juiste moment en op de juiste plek. De gegevens die via deze aanpak worden verzameld, kunnen ook worden gebruikt voor de analyse van cruciale factoren als winkelbezoekfrequentie, klanten die terugkomen, aantal aankopen per bezoek, het vasthouden van klanten en bezoeken via meerdere kanalen. 

Omnichannel

De opkomst van omnichannel komt het sterkst tot uiting in de groeiende populariteit van click-and-collect (online bestellen, zelf ophalen). Hoewel wat kort door de bocht, is de typische millennial op zoek naar onmiddellijke bevrediging – ‘ik wil het NU hebben’. Click-and-collect biedt uitkomst: door deze service kunnen winkels de klant beter bedienen, doordat de consument online kan bestellen en het bestelde artikel dan zelf kan ophalen in de winkel of uit een kluis. Bij ophalen in de winkel is de winkel zelf de ideale ophaallocatie, en met plaatsbepaling kan zelfs een melding naar de sorteersystemen van de onderneming worden verzonden zodra een click-and-collect-klant binnen een bepaalde straal komt. Deze melding zorgt er dan voor dat de bestelling snel gereed kan worden gemaakt voor afhalen. Dit heet naadloze retailing.

Gratis retour

Een ander terrein waarop de groei door millennials wordt opgestuwd, is gratis retourneren. De stijgende e-commerceverkoop gaat immers hand in hand met het aanbieden van gratis retourneren, wat ervoor zorgt dat twijfelende klanten toch over de streep worden getrokken. E-commerce heeft een nieuwe retailwerkelijkheid geschapen waarin consumenten ervan uitgaan dat alles onbeperkt retour kan worden gestuurd, wat voor winkeliers een stevige kostenpost betekent die volgens een schatting van de IHL Group oploopt tot meer dan 600 miljard dollar per jaar.

Pijnpunt

Retouren zijn al lang een pijnpunt voor winkeliers, en omdat de retouren bij e-commerce inmiddels driemaal zo hoog zijn als bij fysieke winkels, zijn zij naarstig op zoek naar oplossingen. Als we dit terugkoppelen naar het click-and-collect-aspect van omnichannel, lijkt het een uitgekiende strategie om klanten aan te moedigen hun artikelen ter plekke uit te proberen, wat niet alleen het risico van beschadiging of verlies tot een minimum beperkt en het moment van retourneren naar voren haalt, maar er ook voor zorgt dat de tijd dat de voorraad niet beschikbaar is binnen de voorraadcyclus, vele malen korter wordt.  Er zijn moderne winkeliers die hun winkels als extra magazijn gebruiken, zodat ze voortdurend overzicht houden over de voorraad en retouren vaak rechtstreeks naar de lokale vestiging kunnen laten sturen. 

Na het bestellen, verpakken en gereedmaken voor afhalen is het moment van betalen aangebroken. Millennials betalen het liefst mobiel: contant betalen raakt bij deze groep steeds meer ‘uit’. Als winkeliers willen aanhaken bij deze specifieke doelgroep, kunnen zij onmogelijk om mobiel betalen heen.  

De verkoop opvoeren door het Internet of Things

Aangeven welke diensten millennials willen is niet zo moeilijk, maar het antwoord op de vraag welke technologie daarvoor nodig is, is al iets lastiger. De bedrijfsvoering op de achtergrond is een cruciale factor in de retailstrategie.  

Hierbij staat het Internet of Things (IoT) centraal. Al die discussies over IoT mogen misschien dan wat overdreven overkomen, maar apparaten die met elkaar verbonden zijn nu al realiteit. Een van de bevindingen van Zebra Technologies’ Intelligent Enterprise Index 2019 was dat bijna 86 procent van de besluitvormers in de retailsector denkt in de komende twee jaar meer aan IoT te gaan uitgeven.

Uit de studie kwam ook naar voren dat winkeliers investeren in IoT-technologieën — van beacons die gerichte waardebonnen naar klanten sturen tot RFID-tags (radio frequency identification, identificatie met radiogolven) voor voorraadbeheer — om de winkelervaring gemakkelijker, levendiger en persoonlijker te maken, inkomsten te genereren en kosten te verlagen. Zij omarmen IoT-platforms om realtime-, door inzicht verkregen gegevens uit de hele toeleveringsketen te vertalen in werkbare inzichten.

De klantervaring personaliseren

Naast IoT speelt ook machine learning een cruciale rol als je je specifiek op millennials wilt richten. Aan de hand van analyse en voorspellende modellen helpt deze technologie winkeliers om de klantervaring te personaliseren, de voorraad beter in beeld te krijgen en meer inzicht te krijgen in hoe de vraag zich met betrekking tot die voorraad zal ontwikkelen. Dit resulteert in hogere verkopen, meer klanten die terugkomen én tevredener klanten. Dit laatste is misschien wel het allerbelangrijkste in het digitale tijdperk, waarin millennials negatieve reviews kunnen posten als ze zich benadeeld voelen. 

Automatisering

Het laatste krachtige instrument waarover winkeliers kunnen beschikken, is automatisering. Dit houdt in veel gevallen in dat goed wordt gekeken naar welke routinetaken kunnen worden geautomatiseerd, waardoor het personeel meer tijd krijgt om zich bezig te houden met verbetering van de klantenservice en de conversie. Deze technologie is onmisbaar voor een efficiënte verzending van bestellingen, het op de voet volgen van de voorraad, het in de gaten houden van de voorraad in de winkel zelf en om te zorgen dat klanten kunnen vinden waar ze naar zoeken. Automatisering zou met recht de held van de retailmix genoemd kunnen worden. 

Blik op de toekomst 

Millennials – vaak gedefinieerd als de groep die geboren is tussen 1982 en 1996 – vormen de invloedrijkste groep in de groeiende retailsector. Dit betekent dat winkeliers millennials moeten geven wat ze willen, en wanneer ze dat willen. Doen ze dat niet, dan hebben ze geen duurzaam bedrijfsmodel. Het juiste antwoord op deze uitdaging van de 21e eeuw is inzetten op de juiste technologie, zowel in de winkel als op kantoor. Winkeliers die dit nalaten, missen de millennialboot. 

Over de auteur: Casper Zweers is regiodirecteur bij Zebra Technologies Benelux.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mark Zuckerberg: “Meer overheidsregulering zou fijn zijn”

Posted 17 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Technologiebedrijven hebben baat bij meer regulering van overheden, zegt Mark Zuckerburg, maar wil zich niet laten voorschrijven wat te doen.

De topman van Facebook kiest deze dagen het podium in Europa om vooral meer duidelijkheid te vragen van overheden. Afgelopen zaterdag was hij op de Munich Security Conference in Duitsland. Daar sprak hij bijvoorbeeld over regulering van content, een thema dat vanwege politieke verkiezingen actueel is.

Zuckerberg beseft dat het zijn platform geen vrijplaats kan zijn waar iedereen ongecontroleerd maar iets kan roepen, tot het onwettige aan toe. Aan de andere kant wil het wel een open platform laten zien waar iedereen zijn zegje kan doen. “De vraag is welk raamwerk je gebruikt. Er zijn er die op bestaande industrieën worden toegepast. Aan de ene kant is dat het raamwerk voor de huidige media en aan de andere kant het telecommodel waarbij alles over je platform gaat. Telecombedrijven zijn niet verantwoordelijk als iemand iets schadelijks zet. Wij moeten daar ergens tussenin zitten.”

Van bedrijven als Facebook, Twitter en Google wordt steeds vaker verwacht dat zij hun platformen controleren op leugens, desinformatie en andere vormen van misleiding. In publieke reacties daarop stellen ze zich welwillend op en zoeken samenwerkingen met overheden. Maar Zuckerberg laat zich niet de les lezen:

“Wachten op regulering doen we niet. We blijven ons eigen plan trekken op belangrijke thema’s als transparantie, politieke reclame, openheid (data delen en -portabiliteit) en platformtoezicht.” Dat schrijft de CEO van Facebook vanochtend in een opiniestuk in de Financial Times. Het ingezonden stuk is vooral een roep om meer duidelijkheid en een pubiek gebaar naar overheden dat het bedrijf zich niet afzijdig houdt van maatschappelijk relevante thema’s.

“Technologieberijven zouden maatschappijen moeten dienen. Ik denk dat goede regelgeving Facebooks business op korte termijn kan schaden, maar op de lange termijn is het goed voor ons allemaal. Natuurlijk zullen we niet ieder voorstel steunen, omdat regulering ook onbeoogde consequenties kan hebben.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Domeinorganisatie SIDN haalt duizenden fakeshops offline

Posted 17 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

SIDN Labs heeft 20.000 verdachte domeinnamen tussen augustus 2017 en maart 2019 gedetecteerd. Tijdens deze periode werden 4455 nepwebwinkels verwijderd.

De verdachte domeinnamen waren vaak herregistraties. Een .nl-domeinnaam die wordt opgezegd kan na 40 dagen opnieuw worden geregistreerd. Ongeveer 60 procent van de verdachte domeinen werd direct na deze 40 dagen geregistreerd, constateert SIDN.

Daarnaast lijken nepwebwinkels op elkaar en hebben ze bijna altijd uitverkoop. Ook zijn registrars die API’s aanbieden om geautomatiseerd domeinnamen te registreren populair.

Dit laat volgens SIDN zien dat nepwebwinkels lopendebandwerk zijn: oplichters wachten tot een domeinnaam vrijkomt, registreren het domein met behulp van scripts, en installeren vervolgens ook volautomatisch een standaard webwinkel die ze een beetje aanpassen.

Tachtig procent van de nepwinkels bestaat na een jaar al niet meer. Ook bevatten nepwinkels regelmatig taalfouten en dode links. Deze bevindingen ondersteunen het beeld van een ‘hagelschot-tactiek’: oplichters registreren veel domeinnamen en wachten op slachtoffers. Een paar domeinnamen die in de tussentijd offline worden gehaald zijn niet zo’n probleem. Oplichters hebben immers meer ijzers in het vuur en zien hun webwinkels als wegwerpartikelen.

SIDN let ook op de e-mailadressen die houders gebruiken om een domeinnaam te registeren. Daarbij gaat het vaak om adressen die eindigen op bekende namen zoals gmail.com.

Wat ook opvalt is dat veel verdachte domeinnamen zijn geregistreerd tijdens Chinese kantoortijden.

Foto chatnarin pramnapan via Unsplash



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ben je niet iets vergeten in je winkelwagen?

Posted 17 feb 2020 — by Emerce
Category nieuws

Je hebt je er vast zelf ook ooit schuldig aan gemaakt; je winkelwagentje vullen en deze vervolgens nooit afrekenen. Je bent niet de enige, bijna 75 procent van de online shoppers laat winkelwagentjes achter zonder ze af te afrekenen. Dit is een heel normaal verschijnsel binnen e-commerce. Hoewel marketeers vergeten winkelwagentjes niet kunnen voorkomen, zijn er wel enkele slimme strategieën om hier mee om te gaan.

De meest gebruikelijke en succesvolste strategie is e-mailmarketing. Daarbij stuur je één of meerdere e-mails naar je klanten die je webshop hebben verlaten zonder een aankoop te doen. Een klein geheugensteuntje kan erg goed werken. Vergeet hierbij alleen niet dat alle e-commerce-marketeers dezelfde strategie gebruiken. Neem dus de tijd om een goed en creatief plan te bedenken.

Dit zijn enkele best practices die je hierbij kunt gebruiken:

Effectieve timing

Idealiter bestaat je plan uit twee of drie herinneringsemails, die met een passende interval worden verstuurd. Op basis van eerdere ervaringen met klanten zijn dit de beste opties:

  1. De eerste email verzenden na dertig minuten
  2. Na één dag stuur je een tweede herinneringsemail
  3. Een laatste herinneringsemail stuur je na drie dagen

Welke interval je ook kiest, de eerste herinneringsememail na een vergeten winkelwagentje werkt meestal het beste. Deze genereert namelijk vijftig tot zestig procent van de omzet die de drie herinneringsmails gezamenlijk opleveren.

Een belangrijke tip: 72 procent van de bezoekers koopt binnen de eerste 12 tot 24 uur na het eerste bezoek aan de website.

Focus bij e-mailcontent en berichten

Wat betreft de content van de berichten: wees tactvol en professioneel, maar zorg er wel voor dat je niet te wanhopig overkomt. Let erop dat je bericht duidelijk, overzichtelijk en beknopt is, met een duidelijke call-to-action. Je mag gerust humor verwerken in je onderwerp regels, pre-headers en boodschap om de nieuwsgierigheid van de klant te wekken.

Let op: Benader de klanten altijd persoonlijk. Reeds in de onderwerp regel en de header kun je hen het beste met hun voornaam aanspreken. Herinner ze ook aan de producten die ze hebben achtergelaten. Voeg hierbij relevante details en afbeeldingen van deze producten toe. Daarnaast kun je eventueel gerelateerde producten en/of aanbevelingen toevoegen.

Laura, er ligt nog iets in je winkelwagentje!

Een herinneringsemail is een kans om erachter te komen waarom iemand de producten niet heeft gekocht. Vervolgens kun je deze informatie gebruiken om je aankoopproces proactief te verbeteren. Stel hierbij vragen als: “Was er een probleem?” of: “Hoe kunnen we helpen?” Met deze benadering ontdek je wat de knelpunten zijn, en wek je niet alleen de indruk dat je iets wilt verkopen. Voeg hierbij ook vooral een directe link naar de klantenservice of een pagina met veelgestelde vragen (FAQ) toe. 

Dit product is het afgelopen uur 50 keer bekeken!

Wat ook goed werkt is het gevoel van urgentie – schaarste opwekken bij je klant. Het bestaat echt: FOMO (oftewel ‘Fear of Missing Out’). Benadruk vooral dat er nog maar enkele stuks verkrijgbaar zijn. Het toevoegen van enkele recensies van klanten die het product hebben gekocht, kan de ontvanger over de eindstreep trekken. Tegelijkertijd versterk je daarmee het vertrouwen in je merk en de geloofwaardigheid ervan. Het is namelijk zo dat maar liefst 88 procent van de consumenten zegt dat beoordelingen en recensies van invloed zijn op hun aankoopbeslissingen.

Alsjeblieft: 10 procent korting op je winkelwagentje! Alleen vandaag geldig.

Wanneer het gevoel van schaarste niet werkt, kun je nog een ‘laatste kans’-mail sturen. Hierin kun je klanten waarschuwen dat hun winkelwagentje binnenkort automatisch wordt leeggemaakt. In dit geval kun je een A/B-test uitvoeren met een tijdelijke aanbieding of een speciale korting. 

Segmenteer je klantenbestand

Verdeel je klanten met vergeten winkelwagentjes in groepen met een hoge, gemiddelde en lage waarde. Dit kun je doen op basis van hun gemiddelde bestelwaarde. Creëer en test dan verschillende aanbiedingen (zoals gratis verzending, korting in euro’s of korting in procenten) om de beste conversie voor ieder segment te vinden. Stem vervolgens je communicatie hierop af.

Kortom, met de inzet van effectieve e-mailmarketing zorg je voor betere conversiepercentages van je webshop. Zelfs wanneer je bezoekers je site eigenlijk al verlaten hebben geef je ze net nog even dat (subtiele) duwtje in de rug. Het fruit hangt soms een stuk langer dan je denkt.

Over de auteur: Dennis Peters is head Of sales Benelux & Nordics bij Selligent Marketing Cloud.



Lees het volledige bericht op Emerce »