Posts Tagged ‘rbi’

Google Digital Academy: ‘Urgentie zorgt voor transformatie’

Posted 19 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Digitale transformatie is een opgave voor elk bedrijf, vindt Joris Merks-Benjaminsen (40), European Head of Curriculum Design van Google Digital Academy. “Mijn werk is nutteloos als ik niet iemands beslissing beïnvloed.”

Het kan verkeren. Inmiddels een hoge functie bij Google, maar ooit begonnen als onderzoeker bij GfK en later MetrixLab. “Ik heb negen à tien jaar onderzoek gedaan, aanvankelijk naar brand- en advertisingtracking”, vertelt Merks. “Daarbij ontdekte ik dat creatie en media veel te vaak los van elkaar werden gepland. Terwijl ze heel veel invloed op elkaar hebben.” Vanwege de opkomst van online marketing ontwikkelde hij samen met Lucas Hulsebos bij MetrixLab een crossmedia-analyse. “Die werd zo vaak door Google gekocht dat ik een jaar lang bijna alleen maar studies voor hen deed.” Vervolgens gebeurde het onvermijdelijke: Merks werd Head of Research bij de internetreus.

“Onderzoek is voor mij nutteloos als je niet op een of andere manier iemands beslissing hebt beïnvloed”, stelt de transformatie-expert. “Data is leuk, maar niet het einddoel. Daarom ging ik meer tijd steken in mijn presentaties. Die werden steeds meer een eigen verhaal, een eigen framework. Dat ben ik gaan opschrijven in een aantal boeken.”

Nachtwerk
De schrijverij bleek een schot in de roos. Met de titels ‘Schizofrene Marketing’ en ‘Online Brand Identity’ won Merks tot twee keer toe de PIM Marketing Literatuur Prijs, in 2013 en 2015. “Ik merkte dat ik niet echt onderzoeker meer was, maar meer een consultant die bedrijven helpt met marketingtransformatie. Ik heb toen intern een nieuwe functie beschreven en die is uiteindelijk ook voor mij gecreëerd: Head of Digital Transformation.”

Uit die zelfgecreëerde positie binnen Google ontstond weer een andere rol: de door Merks ontwikkelde trainingen gingen reizen en vergden specifieke begeleiding. Zo werd de Nederlander medio vorig jaar European Head of Curriculum Design van Google Digital Academy in Londen. “Door de opkomst van een veelheid aan specialisten ontstaat er behoefte aan inzicht hoe je die afzonderlijke specialismen op een betekenisvolle manier bij elkaar kunt brengen. Zodat het samenspel een zinvolle strategie vormt. Dat is de rol die we met de Academy vervullen.”

De tweevoudige boekenprijswinnaar voldoet allerminst aan het stereotype beeld van een schrijver. Waarom dan toch zo dol op dit klassieke medium? “In mijn hoofd stond mijn laatste boek ‘Online Brand Identity’ al een tijdje van begin tot eind klaar. Ik raakte gefrustreerd dat ik in presentaties hooguit een klein deel ervan kon vertellen, dus kreeg ik de onbedwingbare drang om het in boekvorm te vatten. Ik nam vijftien dagen vakantie en heb de eerste versie van het verhaal toen in één keer geschreven. Het moest eruit!”

In vier jaar tijd schreef Merks opgeteld vier boeken. “Ik heb hiervoor een efficiënte manier van werken ontwikkeld, waarbij ik op het juiste moment mijn gedachten orden en dat vervolgens allemaal uitschrijf. Een van mijn boeken is zelfs hoofdzakelijk ’s nachts tot stand gekomen. Inmiddels heb ik mijn vrouw wel beloofd voorlopig even geen boek meer te schrijven.”

Reclamebudget
Merks is van mening dat er tegenwoordig twee mediamixen zijn: een traditionele en een digitale, waarbij de eerste steeds meer in de tweede schuift, omdat alles digitaliseert. “Traditionele media zullen voorlopig blijven bestaan, maar je ziet heel goed de dalende kijktijd. Een paar jaar geleden ging het vooral om bepaalde doelgroepen zoals jongeren, maar nu zie je in de rapportages echt een flinke daling in de brede doelgroep van 20-49 jaar. Dat wil niet zeggen dat het tv-scherm geen belang meer heeft. Het krijgt immers dezelfde digitale infrastructuur als de laptop, net zoals de smartphone. Dat werkt volgens andere regels: consumenten accepteren minder reclame en verwachten een relevanter aanbod. Adverteerders die daar niet in meegaan, verliezen het contact met de doelgroep.”

Wat hem dwarszit, is het schijnbaar onuitroeibare grp-denken bij mediabureaus en adverteerders. “Het wordt alleen maar erger. Bereik zegt helemaal niets over impact. Je hebt heel veel ad-formats die lijken op tv-commercials, maar net even anders zijn. Denk aan de prerolls op YouTube, video’s op Facebook of banners die een complete game zijn of die pas bij een doorklik een video tonen. Als je dat allemaal in bereik uitdrukt, kwantificeer je de verschillen tussen die soorten video’s helemaal niet. De impact van al die verschillende impressies kan gerust met een factor tien verschillen. Als je bereikcijfers corrigeert voor de mate van relevante aandacht en interactie per advertentieformaat, ga je veel betekenisvoller met je reclamebudget om.”

Urgentie
Er zijn drie soorten bedrijven waarbij digitale transformatie de belangrijkste uitdaging is, constateert Merks. “Ik werk veel met bedrijven die hardcore traditioneel zijn en pakweg tachtig procent van hun omzet uit offline retail halen. Aan de andere kant van het spectrum heb je ondernemingen die de online verkoop van hun belangrijkste product al snel op gang zagen komen, zoals de reisbranche. Zij scoren goed op het ‘last click’-denken vlak voor de aankoop, maar ze bouwen nog niet echt aan hun merk. Tot slot bestaat de derde groep uit partijen die wel weten hoe ze merken moeten bouwen, maar waarbij online meer oriëntatie plaatsvindt dan echte verkoop. Het probleem is hier dat traditionele en digitale marketing opereren als twee elkaar beconcurrerende afdelingen. Bij dit soort bedrijven is integratie en een betere interne samenwerking nodig.”

Er is bijna geen bedrijf dat niet worstelt met digitale transformatie. De vraag is natuurlijk waarom bedrijven niet sneller leren en zich aanpassen aan deze innovatieve tijden. “De praktijk is dat het moeilijk blijft”, stelt Merks. “Het zijn namelijk altijd organisatieveranderingen en die zijn doorgaans heel complex. Het enige wat verandert is het gevoel van urgentie. Naarmate die urgentie hoger wordt, ontstaat er steeds meer openheid binnen alle lagen van een bedrijf om van digitaal én elkaar te leren. Die samenwerking geeft de energie die je nodig hebt voor de volgende stappen in transformatie.”

Aikido
Hoe krijg je bedrijven dan zo ver dat ze echt gaan transformeren? “We richten ons sowieso alleen op organisaties die het zelf willen, anders heeft het geen zin. Daarna is het zaak om alle stakeholders uit het bedrijf, zowel horizontaal als verticaal, in één ruimte bijeen te krijgen. De afdelingen die langs elkaar heen werken, maar ook de directeur die gewoon eens met de programmeur in gesprek gaat en diens taal leert begrijpen.”

E-learning wordt daarbij steeds belangrijker. “Daar bouwen wij nu aan”, vertelt Merks. “Je kunt er snel een kritische massa mee bereiken in alle lagen van een bedrijf. En iedereen geven wat hij specifiek nodig heeft, variërend van productinfo tot strategische modellen. Ook creëer je zo op schaal een gemeenschappelijke taal tussen al die silo’s, een besef van waar je allemaal tegenaan kunt lopen. Vervolgens kun je in face-to-facesessies met de ‘kartrekkers’ de exacte richting bepalen.”

Merks’ eigen carrière is in feite het gevolg van digitale transformatie van het landschap. “Door de nieuwe ontwikkelingen, zoals programmatic en machine learning, krijg je elke twee jaar het gevoel dat je eigen rol niet meer klopt. Dat moet je op tijd aanvullen en erop anticiperen. Zo’n houding zou elke professional moeten hebben.”

Dat zoeken naar de eigen rol was voor de jonge Merks nog wel eens een worsteling. Na verloop van tijd voelde hij echter aan wanneer het moment daar was. Geholpen door de oosterse vechtsporten judo, aikido en jiujitsu, waarover hij in zijn eerste managementboek ‘Samurai Business’ schreef. “Die sporten maakten deel uit van mijn identiteit. Ik begon er op mijn zesde mee en moest als 21-jarige stoppen vanwege een blessure. Toch kan ik er nog steeds wat mee. De digitale ontwikkelingen gaan zo snel dat ze – net als een gevecht – kunnen aanvoelen als een wervelwind. Op zo’n moment mag je niet bevriezen, maar moet je rustig en gefocust blijven. Ook al weet je niet precies waar je naartoe wilt. Het is een kwestie van dingen durven proberen.”

* Dit artikel verscheen eerder in Emerce100 (editie 2017)

Foto: Vincent Boon (in opdracht  van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

GroupM en adverteerders eisen betere viewability

Posted 18 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De mediatak van WPP, GroupM, voert nieuwe eisen door aan de viewability van reclame op websites, video en social apps. Het wordt gesteund door grote klanten als Unilever, Shell, Subway en Volvo. Vanwege de grote reclamebudgetten van deze bedrijven luisteren internetbedrijven daar naar.

Drie jaar geleden voerde GroupM voor het eerst dit soort eisen in. Bedrijven als Google, Snapchat en Facebook pasten er hun reclameformats en -rapportages op aan. Zo moesten display ads bijvoorbeeld helemaal in beeld zijn, willen als ‘gezien’ tellen. En bij video moest een kijker die bewust, actief zelf aanzetten en moest geluid worden afgespeeld.

De nieuwe realiteit van vandaag de dag vergt een update aan ijkpunten.

Een display-uiting telt nu pas als ‘gezien’ als hij een seconde lang bij iemand in beeld is geweest. Daarmee wordt voorkomen dat een reclame als geldig telt, terwijl de consument enkel snel door zijn timeline scrollt en geen moment daadwerkelijk aandacht had voor de commerciële boodschap.

GroupM is niet per se strenger in zijn nieuwe eisen over viewability. Wel realistischer. En die houding wordt gevoed door het onderzoeken en bespreken van zijn ervaringen met zijn opdrachtgevers, de grote adverteerders. Die zien ook wel dat Facebook autoplay voor video niet heeft uitgezet en dat videomakers er rekening mee houden dat veel video’s niet standaard het geluid aan hebben. Daarom tellen video’s met autoplay en mute wel als gezien. Zo lang de vroegere eis van ‘minimaal vijftig procent gezien’ maar overeind blijft. En zelfs daar schijnt rek in te zitten.

Deze nieuwe video-eis geldt overigens enkel voor socialmediabedrijven, niet voor andere online uitgevers.

De resultaten van de nieuwe zichtbaarheidseisen zullen in de komende kwartalen worden gemeten met tools als die van DoubleVerify, Moat en IAS. GroupM brengt die bij elkaar, onderzoekt de data en verbindt er betekenis aan voor de marketeers van zijn klanten. Dat soort informatie gebruiken ze in gesprekken en onderhandelingen met bedrijven als Facebook en Snapchat.

Foto: Shawn Allen (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit zijn de kansen voor nieuwe venture capital business modellen in Nederland

Posted 18 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Drie weken geleden schreef ik over de meest innovatieve venture capital investeerders (VC’s) van Nederland. De aanleiding voor mij was dat ik de meeste investeerders dertien in een dozijn vind, oftewel ‘plain vanilla VC’s’. Dit is een vervolgartikel, over de kansen die ik nog in Nederland zie met betrekking tot innovatief investeerderschap.

In het vorige artikel gaf ik een overzicht van de VC’s in Nederland waarvan ik vind dat ze het anders aanpakken, bijvoorbeeld omdat ze een innovatief business model of onderscheidende marktbenadering hebben.

Ik zie die kansen omdat ze bijvoorbeeld elders al succesvol worden toegepast (meestal in de VS) of omdat ik denk dat ze aansluiten bij de Nederlandse startupmarkt. Ik heb in mijn analyse crypto-tokens en impact investing niet meegenomen hoewel ik me er bewust van ben dat ook dit vernieuwende modellen kunnen zijn.

Uiteraard is het goed te beseffen dat de Nederlandse startup- en venture capital scene nou eenmaal anders zijn dan in bijvoorbeeld voorloper VS. Ter illustratie; wat we in Nederland een groot venture capital fonds vinden (bijv. het €90 miljoen fonds van KEEN Venture Partners of €75 miljoen van Innovation Industries) valt in de VS in de categorie micro-VC. Wat dat betreft zijn de meeste Nederlandse fondsen nano-VCs.

Hoe dan ook is dit mijn selectie van vernieuwende venture capital business modellen die ik in Nederland enige kans van slagen toedicht.

Veel grotere portfolio’s

Het is lastig te voorspellen welke startups succesvol worden. Investeerders leggen daarom een portfolio van startups aan. Het grootste deel van die portfolio zal ‘falen’, een aantal zullen het ‘ok’ doen en slechts een klein aantal zal heel succesvol zijn, en daarmee compenseren voor de verliezen van het andere (grote) deel van de portfolio. Het ‘probleem’ in Nederland is dat de meeste fondsen maar maximaal vijftien investeringen zeggen te gaan doen, in de praktijk meestal zelfs minder dan tien. De statistische kans dat er dan een paar winnaars tussen zitten die het ongelooflijk goed doen, is dan erg klein.

Een vernieuwende aanpak kan dus zijn om een grotere portfolio te bouwen. Misschien zelfs wel van 70 of meer startups, zoals een rekenmodel laatst suggereerde. 500 Startups, een Amerikaanse accelerator en investeringsfonds, doet zoiets (zoals hun naam al doet vermoeden). Dave McClure, oprichter van 500 Startups, heeft zelf een duidelijke uitleg gegeven over deze strategie van de grote aantallen“If unicorns happen only 1–2% of the time, it logically follows that portfolio size should include a minimum of 50–100+ companies in order to have a reasonable shot at capturing these elusive and mythical creatures.”

Of dit model in Nederland ook goed tot z’n recht komt is overigens maar de vraag. Om tot een portfolio van 50-100+ startups te komen moeten er natuurlijk bovenal voldoende goede startups zijn die bovendien bereid zijn om de investering aan te nemen. Daarnaast is er een hele andere benadering nodig om zo’n grote portfolio efficiënt te kunnen scouten, selecteren en begeleiden, bijvoorbeeld geautomatiseerd door middel van data, door startups in batches aan te nemen (schaalvoordelen), door een ontzettend strak proces en/ of door een community van ondernemers en coaches het hands-on werk te laten doen. Dit type VC zal gaan concurreren met accelerators.

Funnel investing

Een variant op het bovenstaande grote-portfolio-model kan zijn om selectief extra te investeren in de startups die de meeste progressie laten zien. De gedachte hierbij is dat het in een vroege fase lastig is vast te stellen wat de winnaars gaan worden. Door in die fase de kansen te spreiden en in veel startups te investeren, krijgt een investeerder toegang tot hun informatie, kan hij/ zij de voortgang monitoren en vervolginvesteringen doen in de top X%.

Accelerator Y Combinator heeft bijvoorbeeld een fonds opgericht, het Continuity Fund, om (pro rata) vervolginvesteringen te kunnen doen in succesvolle portfoliobedrijven.

Naast dat er opnieuw voldoende goede en bereidwillige startups moeten zijn, is een nadeel van dit model dat het voor startups die geen vervolginvestering ontvangen lastiger zal worden om dat bij een andere investeerder wel voor elkaar te krijgen. Als de eigen investeerder, die meer informatie heeft dan een buitenstaander, al niet wil investeren waarom zou een ander dat dan wel willen?

Funnel investing wordt wel gedaan in Nederland door de meeste VC’s. Zij houden wat geld achter om een extra ronde te doen in de startups die goede progressie laten zien. Het is wel maar vraag is of dit statistisch verstandig is als de basis van de portfolio relatief klein is.

Data-driven venture capital

Wat ik zelf erg interessant vind: kan er een algoritme ontwikkeld worden dat beter in staat is om startups te selecteren dan VC’s? Hoewel ik de bewijzen nog wat dun vind, is er een aantal bedrijven en investeerders dat claimt te kunnen voorspellen welke startups een hogere kans hebben om succesvol te worden. Zij gebruiken data om semi-geautomatiseerd (er is wel steeds een menselijke analist die de knoop doorhakt) te bepalen in welke startups geïnvesteerd wordt.

Correlation Ventures gebruikt bijvoorbeeld een datamodel om heel snel een investeringsbeslissing te kunnen nemen. Hun strategie is om als flexibele co-investeerder op te treden en verder geen actieve rol te hebben bij de ondersteuning van de startup. Correlation Ventures heeft met 12 medewerkers meer dan $350 miljoen onder management en een totale portfolio van meer dan 160 startups.

Een ander voorbeeld is Hone Capital, een Chinese VC die in Silicon Valley voet aan de grond wilde krijgen. Hiervoor moesten ze een onderscheidende strategie ontwikkelen omdat het anders te lastig zou worden om ‘er tussen te komen’. Zij hebben op basis van data van deals uit AngelList een algoritme opgesteld die ze gebruiken om investeringsbeslissingen te nemen. In hun geval versterkt machine learning de menselijke analist, maar vervangt deze niet.

Voor zover bij mij bekend zijn er geen Nederlandse VC’s die openlijk op deze schaal data inzetten om de beste startups te scouten, beoordelen en monitoren.

Focus op winst in plaats van groei

Soms lijkt winst wel een vies woord in de venture capital scene. Als er winst wordt gemaakt, had er ook harder gegroeid kunnen worden is dan het idee. Toch vind ik het jammer dat voor zover ik weet alle VC’s in Nederland een model hebben waarbij hun startups zo hard mogelijk moeten groeien en dan een exit moeten maken (een soort ‘plof-startups’). Er lijken geen fondsen te zijn die zich juist expliciet richten op het segment van startups met minder risk, minder return (of heb ik ze gemist?). Voor een deel van de startups is het groeiscenario met achtereenvolgende venture capital rondes inderdaad het scenario waar de grootste impact mee gehaald kan worden. Maar worden dan niet de bedrijven te kort gedaan die minder hard groeien maar keurig winstgevend zijn?

In Amerika heeft Indie.vc een interessant model. Op hun website leggen ze het zelf het mooiste uit: “At Indie.vc, we believe that companies with a focus on making a product customers love and selling it at a profit from the very beginning have a distinct long term advantage over those who don’t. We’ll trade slower, thoughtful, compounding growth over scaling fast and failing fast every time.”

In het kort komt het erop neer dat als hun portfoliobedrijf zich richt op winstgevendheid dan krijgt Indie.vc een winstuitkering en als het toch hard wil groeien en een vervolginvestering ophaalt, dan wordt het geïnvesteerde kapitaal van Indie.vc geconverteerd naar aandelen. Het verdienmodel is dus in de kern gebaseerd op kasstromen en niet op – zoals ze zelf zeggen – ‘rocketship rides’.

Revenue-based financing

In plaats van financiering in ruil voor aandelen zou het ook kunnen om financiering te krijgen in ruil voor een deel van toekomstige omzet. Dit model zit een beetje tussen een bank en een VC in; er wordt verdiend aan een upside zonder daarvoor invloed weg te geven aan de investeerder.

Lighter Capital wil de markt van startup financing opschudden door middel van dit revenue-based financing model. Zij richten zich op tech startups (met name SaaS bedrijven) met groeipotentie die niet noodzakelijkerwijs al winst maken. Lighter Capital vraagt geen aandelen of board seats of persoonlijke borgstellingen maar wil een terugbetaling op basis van omzetstromen. Ze claimen al binnen een maand de deal rond te kunnen krijgen.

Het mooie van dit model is de alignment (investeerders winnen als startup wint) in combinatie met de flexibiliteit (geen onderpand nodig, afbetaling op basis van netto omzetstromen).

Een snel en efficiënt investeringsproces

Het fundraising proces kan in Nederland zeker zes tot negen maanden duren (als het al lukt natuurlijk). Op zich is dat niet gek; de ondernemer moet de meest relevante investeerders in kaart krijgen, afspraken regelen, onderhandelen, boekenonderzoek, nog meer onderhandelen, e.e.a. juridisch checken en uiteindelijk de handtekening zetten. Ik hoor weleens dat het hele proces in ‘the Valley’ sneller gaat, maar er zijn ook VC’s die extreem snel zijn. Soms kunnen zij binnen twee (!) weken de deal rond krijgen, waaronder ook de eerdergenoemde Correlation Ventures. Ik kan me zo voorstellen dat die korte beslistijd een enorm concurrentievoordeel kan zijn om goede startups aan je te binden.

Een ander voorbeeld is Kima Ventures, een Frans fonds van twee angels investors dat per jaar in zo’n 100 startups wil investeren. Dat zijn er dus gemiddeld twee per week. Dat red je niet zonder gestructureerd en gestroomlijnd proces. Sterker nog, zij zijn ontzettend open over hun proces; ze hebben een real-time tracker waar je kunt zien hoeveel startups er waar in hun funnel zitten. En als het uiteindelijk tot een deal komt hebben ze een blogpost geschreven om startups eenvoudig te laten ‘on-boarden’.

Ik denk dat er bij veel Nederlandse investeerders nog een hoop winst te behalen is om het hele proces van een maand of zes in een week of twee gedaan te krijgen.

Het Rocket Internet-model

Oftewel: succesvolle concepten kopiëren of overnemen, stevig financieren en hard (en internationaal) laten groeien. Het model is er niet op gericht om zo kapitaalefficiënt mogelijk te zijn, maar juist om zo snel mogelijk marktleider te worden en vanuit daar te consolideren. Het is een beetje een ‘get rich or die tryin’-strategie die ik voor hun startups eerder heb omschreven als 3-stappen-vooruit-1-stap-terug. Bijzonder hierbij is dat ze zelf het management voeren over de startup door een team aan te stellen. Het is dus meer een incubator en investeerder in één.

Rocket Internet heeft over de afgelopen tien jaar in ruim 100 bedrijven geïnvesteerd, waaronder in HelloFresh, Delivery Hero en Helpling. Om hun strategie te financieren zijn ze beursgenoteerd aan de Frankfurt Stock Exchange.

StartupDelta adverteert met Nederland als de ‘gateway to Europe’. In dat opzicht zou Nederland voor een Rocket Internet-model een mooie testlocatie zijn van waaruit de concepten snel internationaal kunnen worden uitgerold. Maar of dit model überhaupt – laat staan in Nederland – succesvol is of kan worden is lastig in te schatten. Rocket Internet publiceert alleen financiële informatie over een selecte groep investeringen en de huidige koers staat op het laagste punt sinds de beursgang.

Conclusie en toepasbaarheid

De Nederlandse startup- en venture capital zijn nog relatief jong, we zitten met z’n allen nog in een ‘leercurve’.  Door te kijken naar modellen die elders in de wereld, en dan met name in de VS als meest volwassen markt, werken kunnen we wellicht die leercurve wat versnellen. Het is belangrijk te realiseren dat wat elders werkt, niet per sé hier ook hoeft te werken. Genoemde voorbeelden kunnen dus ook niet werken in Nederland, bijvoorbeeld omdat de marktomstandigheden (minder goede voorbeeld) of opvattingen (voorbeelden) hier anders zijn.

Op basis van mijn ervaringen met de Nederlandse venture capital markt denk ik dat de modellen die ik hierboven heb beschreven allemaal een kans van slagen hebben. Sommige modellen worden wellicht al deels toegepast, bijvoorbeeld om het investeringsproces te versnellen of door meer gebruik te maken van beschikbare data bij het beoordelen van startups. Meer data en structuur zijn van de genoemde modellen dan ook het eenvoudigst te implementeren, ook bij bestaande fondsen.

Het venture capital landschap in Nederland wordt denk ik gekenmerkt door maar een heel klein aantal hele interessante exits (zoveel IPO’s zien we niet en al helemaal niet binnen 5-7 jaar), redelijk wat prima exits in de vorm van strategische acquisities, uiteraard ook een deel mislukkingen maar ik denk ook een redelijk grote (groter dan in de VS waar de uitkomsten binairder zijn) middengroep van startups die niet zo hard groeien als gewenst maar wel prima zwarte cijfers kunnen schrijven.

Persoonlijk denk ik daarom dat de genoemde modellen die focussen op winst (Indie.vc) en omzet (Lighter Capital) de beste kans van slagen hebben in Nederland. Misschien is er een goede reden waarom deze modellen nog niet in Nederland worden toegepast, misschien is het nooit geprobeerd.

Het model om de portfolio te vergroten (en eventueel door te investeren in de beste startups) om de statistische kans op goede rendementen te verbeteren kan denk ik werken als het fonds in staat is om voldoende goede startups aan zich te binden. Ik twijfel dan of een nieuw fonds oprichten naast de bestaande fondsen in een concurrerende space (zeg: early stage software bedrijven) gaat werken omdat de concurrentie om goede deals hier groot is. Wellicht zouden twee vergelijkbare fondsen (henQ en Newion?) kunnen samengaan. Of is dat gek gedacht?

Tot slot wil ik graag benadrukken dat anders natuurlijk niet altijd beter is. Ik hoop dat ik met dit en het vorige artikel in ieder geval heb kunnen aantonen dat er meer smaakjes venture capital zijn dan alleen plain vanilla.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Trollie: reizen delen en boeken

Posted 18 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Waarom zou je bij het samenstellen van een rondreis het wiel steeds opnieuw moeten uitvinden in plaats van te profiteren van de kennis van ervaringsdeskundigen? Dit is het uitgangspunt voor reisdeelplatform Trollie, vertelt medeoprichter Arne van Noorloos.

Hoe zijn jullie op het idee gekomen?

“In 2015 wilde ik een autorondreis maken door Noorwegen. Ik vond laatst een printscreen terug van een route die ik in Google Maps had samengesteld. Er ging heel veel tijd en moeite in zitten, terwijl heel veel mensen zo’n reis al eens hebben uitgezocht en gemaakt. Dat was de directe aanleiding voor Trollie. Mijn partner Johan Hendriks en ik hebben een technische achtergrond, dus het was een kleine stap om het idee echt te gaan ontwikkelen.”

Hoe werkt het precies?

“Je meldt je aan via Facebook of Google en dan kun je een nieuwe reis plaatsen. Je vult in langs welke plekken je bent gereisd en met welk vervoermiddel. Die route kun je nog aanvullen met foto’s en tekst. Hoe completer je beschrijving, des te hoger kom je in de zoekresultaten te staan. Gebruikers die een bepaalde reis willen boeken, nemen we bij de hand. We laten precies zien uit welke stappen de reis is opgebouwd. De reiziger moet vervolgens zelf elk los element inboeken. Dat hebben we bewust zo gedaan, omdat mensen graag de vrije hand hebben bij de keuze van een hotel.”

Arne van Noorloos en Johan Hendriks, Trollie

Arne van Noorloos (L) en Johan Hendriks

Wat is het verdienmodel?

“We ontvangen affiliate fees van onze partners. We hebben geen investering nodig gehad voor het opstarten van Trollie, omdat we de technische kennis zelf in huis hebben. We hebben een eigen bedrijf waarmee we apps en websites bouwen en een stukje hosting doen voor onze klanten. Er zit dus geen druk op de ketel om geld te verdienen met Trollie, wat heel prettig is. Maar we willen het wel uitbouwen tot iets groots. We zoeken daarom een strategische partner met verstand van marketing. We focussen ons in de communicatie eerst op reizigers die hun reis willen delen, zodat we ons aanbod kunnen uitbouwen. Boeken is stap twee.”

Hoe zit het met de concurrentie?

“We hebben de markt natuurlijk in kaart gebracht en zagen ruimte voor een mooi uitgangspunt voor het plannen, loggen en onthouden van een reis. Een partij als TRVL stelt gebruikers in staat om zelf voor reisagent te spelen maar is vooral op het verblijf gericht. Er bestaan ook al apps die zijn gericht op het loggen van je trip, maar bij ons krijgen de delers 5 dollar per reis als die via een van onze partners – Booking, TripAdvisor en Skyscanner – wordt geboekt. Daarbij maakt het niet uit of de boeker aanpassingen doorvoert. Ons systeem weet wat de basisreis was en degene die die heeft gedeeld ontvangt bij boeking de fee. Die zien wij als katalysator om mensen aan het delen te krijgen.”

TRVL richt zich ook op professionele reisboekers. Dat is gezien jullie fee van 5 dollar zeker niet de bedoeling?

“In principe kan een reisagent ons systeem ook prima gebruiken. Die optie houden we zeker in gedachten. We kijken momenteel hoe we dat zouden kunnen inpassen in het geheel.”

Wat staat er op de roadmap?

“De kern is natuurlijk dat mensen zo gemakkelijk mogelijk reizen moeten kunnen delen en dat kost nu vrij veel tijd. We kijken hoe we het proces kunnen versimpelen. Iedereen neemt op reis foto’s met zijn mobiele telefoon en daar zit een geolocatie aan vast. Als de gebruiker die foto’s uploadt, kun je meteen automatisch de route uittekenen en hoeven ze alleen nog de titel en een introtekst te bedenken.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zorgsector zet HTTPS onvoldoende in

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Websites van ziekenhuizen en huisartsen zijn het meest beveiligd. Ruim 75 procent van de 108 onderzochte websites van ziekenhuizen ondersteunen een HTTPS-verbinding. Maar veel andere zorgsites zijn nog niet zover, zo blijkt uit een onderzoek van Open State Foundation.

Van de 22.393 onderzochte websites van zorgaanbieders ondersteunt slechts een derde een verbinding die ervoor zorgt dat het websiteverkeer versleuteld wordt.

Slechts 39 procent van de onderzochte websites van zorgaanbieders ondersteunt HTTPS. Van de 8.637 zorgwebsites met een HTTPS-verbinding blijkt dat dit bij 1.786 niet wordt afgedwongen waardoor bezoekers alsnog onnodig risico’s lopen.

Bij gebruik van HTTPS worden de gegevens versleuteld, waardoor het voor een buitenstaander, bijvoorbeeld iemand die afluistert, onmogelijk zou moeten zijn om te weten welke gegevens verstuurd worden.

Van de onderzochte websites van verloskundigen, aanbieders van geestelijke gezondheidszorg en thuiszorg ondersteunt slechts 34 procent HTTPS. Bij minder dan een derde van deze onderzochte websites wordt HTTPS afgedwongen. Ook websites van fysiotherapeuten en aanbieders van paramedische zorg scoren laag.

Iets minder dan de helft van de onderzochte websites van apotheken ondersteunt HTTPS, waarbij 45 procent dit wordt afgedwongen. Bij websites voor tandartsen, mondhygiënisten en aanbieders van gehandicaptenzorg is dit bijna 40 procent. Bij 33 procent van deze websites wordt HTTPS daarnaast ook afgedwongen.

Van 3.475 websites van huisartsen ondersteunt 66 procent een HTTPS-verbinding. Bij 68 procent van de websites van ziekenhuizen en 61 procent van de onderzochte websites van huisartsen wordt HTTPS afgedwongen. Van de 161 onderzochte websites van aanbieders van jeugdzorg ondersteunt 56 procent een HTTPS-verbinding maar minder dan 37 procent van de domeinen dwingt HTTPS af.

Uit een steekproef van de onderzochte websites blijkt ook nog eens dat verschillende zorgaanbieders op onbeveiligde websites online formulieren aanbieden. Zo zijn er aanmeldings- en inschrijfformulieren te vinden op onbeveiligde websites van huisartsen, apotheken, verloskundigen en aanbieders van geestelijke gezondheidszorg.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Stijn Postema (onderzoeksjournalist): ‘Drones worden steeds goedkoper, steeds beter en steeds veiliger’

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De dagen dat een journalist alleen op pad ging met een opschrijfboekje zijn voorbij. Met een mobiele telefoon heeft een journalist een geavanceerd opnameapparaat/videorecorder op zak. En ook drones bieden kansen. Journalist Stijn Postema onderzocht al weer in 2014 voor nieuwejournalistiek.nl de mogelijkheden en onmogelijkheden van drones in de journalistiek.

‘Een drone is een instrument wat je als journalist goed kunt gebruiken om nieuws te verzamelen en te analyseren. Wat je met een drone kunt doen ligt deels redelijk voor de hand. Je kunt uit de lucht kijken of er wat meer over te vertellen valt over bijvoorbeeld een demonstratie of een calamiteit ‘, aldus Postema tegen Fast Moving Targets.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dynamic Search Ads: 6 experttips die je direct moet gaan gebruiken

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Haal je het maximale uit de mogelijkheden die Dynamic Search Ads (DSA) te bieden hebben? Weet je precies via welke structuur je DSA moet opzetten en welke categorieën & tactieken je kan inzetten om je ROI te verhogen? Ik ga je aan de hand van zes tips in dit artikel meer grip geven op je DSA campagnes.

Maar eerst, wat is DSA eigenlijk? 

Zoals gezegd, DSA staat voor Dynamic Search Ads. Hierbij scant Google je site (of feed) voor relevante zoektermen en genereert automatisch een relevante advertentie. Dit is een toevoeging op je huidige Search & Shopping campagnes.

Qua targeting is DSA heel divers. DSA werkt niet op basis van keyword targeting maar op basis van autotargets. In plaats van het instellen van een zoekwoord stel je een autotarget in. Dit kan een website categorie zijn, een (deel van een) url, pagina titel of paginacontent.

Sinds enkele maanden zijn Expanded tekst ads voor DSA voor elk account beschikbaar, hierbij stelt Google automatisch je Headline & Display url in. Hierdoor kan je 1 format aanhouden voor Search & DSA.

Feed based DSA

Tegenwoordig kan je ook een productfeed meegeven aan je DSA campagnes, je kunt dit gebruiken als extra informatie, of om hier specifiek op te targeten. Door een feed toe te voegen kan je precies aangeven op welke url’s je DSA wel & niet wilt inzetten. Dit helpt Google met bepalen welke advertenties getoond moeten worden & welke landingspagina’s gebruikt moeten worden.

Heb je succesvol een of meerdere DSA-campagnes opgezet en wil je de volgende stap maken in je prestaties en optimalisaties? Gebruik deze zes tips om je DSA campagnes een performance boost te geven! 

  1. Heroverweeg je DSA-structuur

De makkelijkste manier om DSA op te zetten (1 advertentiegroep met alle pagina’s) is vaak niet de beste manier. Begin met het verdelen van je DSA-campagnes in categorieën (via Google) of bouw de websitestructuur na. Mocht je geen sitemap beschikbaar hebben, dan kan je met xml-sitemaps.nl zelf een sitemap maken, hiermee kan je via Excel snel een goede campagnestructuur neerzetten. Door een goede structuur is het op een later tijdstip gemakkelijker om je resultaten te segmenteren en  je campagne te optimaliseren.

  1.  Blijf advertentiegroepen splitsen & optimaliseer je advertenties

Als je meer dan 500 klikken per week uit je DSA advertentiegroep haalt, is het tijd om de advertentiegroep op te delen. Door uit te splitsen kan je beter de CPC’s bepalen op autotargetniveau (of als je 1 autotarget per advertentiegroep hebt) op advertentiegroep niveau. Hierdoor kan je de teksten optimaliseren om een hogere CTR te halen in je nieuwe advertentiegroepen.

CTR is het enige deel van de Adwords Quality Score die je zelf in de hand hebt voor DSA. Door actief advertentieteksten te optimaliseren, kan je de CTR verhogen met als uitkomst een beter presterende advertentie. Dit heeft twee voordelen; aan de ene kant zal je CPC omlaag gaan, omdat de Quality Score achter je DSA campagne hoger is. Aan de andere kant is je advertentie relevanter voor de consument, wat leidt tot meer websitebezoek en meer conversies.

  1. Less is More binnen DSA: Adverteer op relevante content

Door het uitsluiten van producten die out of stock zijn, of bijvoorbeeld pagina’s van je website zoals je blog en FAQ uit te sluiten, beperk je het aantal webpagina’s waarop DSA kan adverteren. Hierdoor zal je effectiviteit binnen je DSA campagne sterk toenemen. Sluit daarom altijd content uit waaraan een niet voorradig product of een blog te herkennen is.

  1. Maak gebruik van alle bodsegmentatie-opties binnen Adwords & Analytics

Door actief gebruik te maken van de verschillende demografische opties binnen Adwords, kan je de biedingen aanpassen om een hogere ROI binnen je campagnes te halen. Wat uiteindelijk je non branded ROAS / CPA ten goede komt.

  1. Test met Feed – Based DSA

Aangezien dit slechts enkele maanden beschikbaar is, raad ik altijd aan om dit eerst te testen voor je dit implementeert. Om dit te testen voeg ik zelf altijd een campagne toe die hier alleen op target, zodat ik de prestaties kan vergelijken met onze API-campagnes die we via onze in house tool iActivate bouwen & reguliere DSA campagnes.

Het grote voordeel voor DSA-campagnes in combinatie met een feed is dat je erg makkelijk specifieke url’s kan targeten. Door een custom label mee te geven in de feed kan je ook gemakkelijker prestaties segmenteren en bid management uitvoeren.

De Feed 

Mocht je geen (goede) feed hebben die je hiervoor kan gebruiken, dan kan je via Feedmanagement systemen als Channable & Datafeedwatch gemakkelijk een goede feed voor DSA opzetten. Door het gebruik van een Feedmanagementsysteem kan je ook gemakkelijk bepaalde toevoegingen en aanpassingen in de feed testen en  de feed zelf optimaliseren (zonder dat IT of de klant hierbij komt kijken).

  1. Gebruik de IF-functie voor je DSA-advertenties

De IF-functie binnen Adwords is ook beschikbaar voor DSA campagnes. Door het gebruik hiervan kan je verschillende advertenties tonen voor de volgende dimensies:

  • Device
  • Gender
  • Time
  • Audience
  • Age

Door het gebruik van de IF-functie kan je gemakkelijk een andere tekst tonen aan een bezoeker die in de afgelopen zeven dagen een product in zijn winkelmandje heeft gestopt. Hierdoor ben je meteen een stuk relevanter dan de andere adverteerders. Het zal de CTR significant verhogen en zo blijf je de competitie een stapje voor.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Focus op efficiency en uniformiteit hindert echte digitale transformatie

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

We leven in een wereld die steeds diverser en persoonlijker wordt. Klanten willen ervaringen en producten die hen op het lijf zijn geschreven. Toch blijven veel bedrijven zich richten op operationele efficiency en uniforme producten of diensten. Wat weerhoudt ons van een volledige digitale transformatie?

Digitale leiders die de ouderwetse manier van denken willen doorbreken doen drie dingen: ze veranderen de bedrijfscultuur met behulp van technologie om aan de behoeften en verwachtingen van klanten te voldoen. De technologie is hierbij de minst ingewikkelde factor, die is beschikbaar en kun je gewoon aanschaffen. Maar hoe veranderen we de bedrijfscultuur en voldoen we continu aan de klantbehoeften? Ik zie drie belangrijke obstakels.

 1. Sense of urgency ontbreekt

Het eerste is dat we de urgentie niet inzien. Misschien ben je marktleider en waan je je veilig, of denk je dat je industrie immuun is voor verandering en dat digitale transformatie niet nodig is. Paul Chapman, CIO van kledingmerk Gap, zegt dat de veranderingen die hij heeft doorgevoerd, pas hoog op de agenda kwamen te staan door de oorlog die gaande is in de Amerikaanse retail. 2016 was een van de slechtste jaren voor retailers in de VS, veel winkels sloten hun deuren. Al deze namen verliezen hun mojo bij de Amerikaanse consument. Tegelijkertijd zijn er nieuwe merken die razendsnel populair worden.

Je ziet dat meer dan vijftig nieuwe merken binnen vijf jaar 100 miljoen dollar aan salesomzet realiseren. Nike deed daar veertien jaar over maar ook relatieve nieuwkomers als Lululemon en Under Armour hadden er respectievelijk negen en acht jaar voor nodig. Het tempo is moordend. Dit is de disruptie die gaande is in de retail die de sense of urgency veroorzaakt waar Paul Chapman intern van profiteerde. De technologie zit in de hoogste versnelling en als je daar zelf niet van profiteert, doen (nieuwe) concurrenten dat wel.

 2. Klant is niet koning

Het tweede obstakel voor succesvolle digitale transformatie is dat je je klant niet op waarde weet te schatten. Ik ben een trouwe klant van United Airlines. De reactie van CEO Oscar Munoz op het incident waarbij een 69-jarige arts met geweld van boord werd gehaald, begreep ik totaal niet. ‘Ik bied mijn verontschuldigingen aan voor het moeten verplaatsen van deze klanten,’ waren de woorden van Munoz. Compleet toondoof, wat het onverbiddelijke oordeel op social en andere media.

Dit is een extreem voorbeeld van de klant niet op waarde schatten maar we maken ons er allemaal in zekere mate schuldig aan. We kijken wat we nodig hebben als organisatie in plaats van naar de behoeften van de klant. Ja, er worden veel personalisatietools gebruikt, maar die worden ingezet om meer te verkopen, niet om te luisteren.

 3. Weerstand tegen verandering

Het derde obstakel betreft het onvermogen om de bedrijfscultuur te veranderen. Om United maar weer als voorbeeld te nemen: wat heeft tot de slechte ervaring van de verwijderde arts geleid? United is gericht op operationele efficiency, waarbij elke eventualiteit is vastgelegd in procedures. Medewerkers die direct contact hebben met klanten worden niet aangemoedigd zelf na te denken. Zo ontstaat slechte klantenservice.

Het is het verschil tussen Steve Jobs en Tim Cook van Apple. Jobs vond nieuwe dingen uit, Cook keek hoe hij 1200 suppliers op één lijn kon krijgen zodat ze de iPhone voor vijf marktsegmenten konden maken met optimale operationele snelheid en efficiency. Die mindset gaat volledig voorbij aan het feit dat tal van bedrijven zich bezighouden met disruptie en het overbodig maken van de iPhone. Denk ook aan de quote van Mike Lazaridis van Blackberry in 2008. Hij dacht dat de iPhone geen kans maakte omdat het geen toetsenbord had.

Barrières wegnemen

Hoe overwin je deze obstakels? Er zijn drie remedies. Punt één: als je de urgente noodzaak van digitale transformatie niet inziet moet je de concurrentie herindelen. PayPal is een bedrijf dat betalingen op een gemakkelijke manier faciliteert. Je zou niet denken dat ze concurreren met Facebook Messenger. Maar er zijn nu al veel messenger-platformen die de manier waarop consumenten shoppen en kopen compleet veranderen. De meeste zijn te vinden in Azië, zoals Line (Japan), Wechat (China) en Kakao (Zuid-Korea). In Thailand kun je op Instagram rondkijken voor producten en die betalen via messenger app Line. Bedrijven als PayPal en zelfs Apple met Apple Pay gaan uit van het paradigma dat consumenten dingen kopen op websites met betaalfunctionaliteiten en dat consumenten daar gebruik van willen maken. Maar we zien steeds meer dat messaging platformen de betaling van de transactie mogelijk maken.

Een ander voorbeeld is Amazon. Je denkt misschien niet meteen aan Amazon als concurrent van Apple, eerder als samenwerkingspartner. Maar tech expert Chris Messina is ervan overtuigd dat Amazon met spraakassistent Echo een complete ommezwaai wil creëren in de interactie van mensen met het internet en dan specifiek in shoppen. Amazon is nu nog vooral een website of mobiele app waar mensen spullen kopen. Met Alexa heeft Amazon mogelijk een alomtegenwoordige interface in handen die devices en platformen van Apple en Google compleet omzeilt. Amazon zal die nieuwe manier van internet gebruiken domineren, stelt Messina. Als dit uitkomt dan gaat Amazon met Alexa de kern van Apples business flink verstoren.

Nogmaals: dit gebeurt overal, het maakt niet uit in welke industrie je werkzaam bent. Stel, je werkt bij een financiële instelling waar je je bezighoudt met autoverzekeringen of -leningen voor particulieren. Die zullen altijd nodig zijn, nietwaar? Nou, nee. Toyota werkt aan mobiliteit op abonnementsbasis in samenwerking met Uber, waarbij consumenten een maandbedrag betalen voor vervoer, of dat nu openbaar, privé of een mengvorm daarvan is. Als dit idee aanslaat, worden dealers en verzekeringsmaatschappijen dus overbodig of ze moeten hun businessmodel aanpassen.

Snel falen en leren

De tweede remedie: als je je klanten niet kent, moet je snel falen en leren. Paul Chapman van Gap, heeft het bedrijf wendbaar gemaakt. Er zijn drie dingen die mij opvallen aan zijn werkwijze. Ten eerste vindt Chapman dat een besluit binnen 48 uur moet worden genomen. Het is wat hem betreft prima om nieuwe dingen te doen maar raak niet verlamd door detailanalyses; besluit snel of je ermee doorgaat of niet. Het tweede wat ze bij Gap hebben gedaan is DevOps invoeren om sneller software te kunnen ontwikkelen. Het derde punt draait om hoe je ervoor zorgt dat developers en andere technische bouwers de behoeften van de klanten begrijpen en voor ogen houden. Daarom worden er bij Gap geen projectteams opgericht maar zijn deze technische mensen ingedeeld bij procesonderdelen, zoals betalen en logistiek. Hierdoor wordt er op de lange termijn heel goed nagedacht over oplossingen voor de pijnpunten die klant kan ondervinden.

Die behoefte van Gap om snel te kunnen handelen draait om klantgedrevenheid. Jeff Bezos van Amazon stelt dat klanten uiteindelijk ontevreden zullen zijn. Er gebeurt altijd iets wat niet aan hun verwachtingen voldoet. Om op het onvermijdelijke in te spelen zal je snel moeten kunnen handelen. Agility draait dus om de klant.

De derde remedie gaat over hoe je mensen verandering kunt laten omarmen, namelijk door klein te beginnen en resultaten te laten zien. Mary Ransom van Bloomingdale’s zegt dat data de luidste stem aan tafel moeten hebben. Data helpen mensen te begrijpen hoe wat je doet de problemen van de klant oplost zodat zij hun werk beter kunnen doen. Zo kun je de weerstand tegen verandering afbreken. Met als uiteindelijke resultaat: een digitaal getransformeerd bedrijf dat klaar is voor de toekomst en alle disruptie die die gaat brengen.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Bryan Cheung, CEO van Liferay.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bluetooth luidspreker met groot bereik

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nooit meer haperende muziek als je wat verder weg van de luidspreker loopt. De nieuwe Everplay Bluetooth-speakers van Philips bieden een verbinding tot wel 30 meter, zo claimt de fabrikant en merkhouder Gibson.

De makers van Everplay gaan er prat op: de verbinding van elk type uit de reeks is enorm stabiel. Loop gerust naar buiten met je Bluetooth-apparaat als jouw Everplay in de woonkamer staat te spelen. De luisteraars daar zullen er niks van merken. Geen hapering, geen weggevallen verbinding.

De speakers bieden verder aantal handige en simpele oplaadmogelijkheden. Met één druk op de knop kun je zien hoeveel leven er nog in je batterij zit. Is de batterij bijna leeg, dan gebruik je eenvoudig de twee-in-een USB-oplaadkabel.

De drie nieuwe modellen zijn begin september te bewonderen op de IFA in Berlijn.

De BT3900 kost 69.99 euro, de BT6900 kost 99.99 euro en de BT7900 119.99 euro.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gijzeling bij NPO-studio’s voorbij

Posted 17 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Bij de Nederlandse Publieke Omroep in Hilversum is enige tijd een vrouw gegijzeld geweest. De politie rukte massaal uit nadat een man op de parkeerplaats een vrouw bedreigde en haar het NPO-pand mee innam. De vrouw zou een medewerkster van de NPO zijn.…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Vrije val tablet-verkopen lijkt voorbij

Posted 17 Aug 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Het afgelopen tweede kwartaal zijn er in West-Europa zo’n 7 miljoen tablets verkocht. Dat stelt marktonderzoeker IDC. Vergeleken met dezelfde periode ervoor gaat het om een daling van verkochte eenheden van 0,5 procent. De ‘vrije val’…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Nieuw bij Amazon: bestellingen binnen 2 minuten

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amazon lanceert een nieuw logistiek concept Instant Pickup. Daarbij kunnen klanten hun bestellingen binnen twee minuten ophalen. Het programma wordt getest op de campus van vijf universiteiten, waaronder die van University of California at Berkeley.

De bestelmogelijkheden zijn wel beperkt. Het gaat om een honderdtal artikelen zoals snacks, drank en telefoonopladers. Die kunnen worden opgehaald in kluisjes die met een code ontsloten moeten worden. Klanten betalen minder dan bij bestellen op de normale manier.

Instant Pickpup is beschikbaar in onder meer Atlanta, Columbus, Ohio en College Park, Maryland. Ook overweegt Amazon Instant Pickup in Lincoln Park in Chicago.

Niet duidelijk is of Amazon deze dienst ook bij het overgenomen Whole Foods wil lanceren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

KLM: core app is best beoordeelde kanaal

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De core app van KLM krijgt van gebruikers de hoogste waardering. Om dat zo te houden wordt de komende tijd de booking flow aangepakt en werkt KLM aan het geven van relevante informatie en toepassen van personalisatie, vertelt Koen Harbers, director Digital Development van KLM.

Vanuit het oogpunt van de reiziger is het best onhandig, dat je voor elke airline een andere app moet downloaden. Merken jullie dat in het gebruik?

“Wij zien dat met name frequente KLM-passagiers de app actief gebruiken. Voor reizigers die met veel verschillende luchtvaartmaatschappijen vliegen is een app misschien niet de beste optie maar voor hen hebben we ook andere mogelijkheden, zoals de mobiele site of Facebook Messenger. We bedienen verschillende segmenten en doelgroepen via de kanalen waar zij prijs op stellen. Het gaat er niet zozeer om dat we een app hebben, maar dat we een oplossing bieden voor de behoeften van onze klanten.”

Mensen zijn steeds minder geneigd om apps te downloaden en te onderhouden. Kijken jullie naar de mogelijkheden van progressive web apps, waarbij dat niet hoeft?

“Progressive web apps zijn een enorm interessante technologie waar we zeker naar kijken, maar dat doen we met elke nieuwe technologie. Of we ze gaan gebruiken hangt af van de gebruiker – bieden ze een oplossing waar hij of zij op zit te wachten?”

Er zit weinig beleving in de app – waarom is dat?

“Zo’n twee jaar geleden hebben we de KLM-app een complete facelift gegeven. In de eerste versie gebruikten we veel fotomateriaal. Uit de feedback van klanten bleek dat zij het te druk vonden en liever een clean en simpel design hadden. Inspiratie zoeken mensen op andere kanalen, zoals KLM Blogs, iFly magazine, en de reisgids-pagina’s van KLM op iPad en desktop.”

Wat zijn de geleerde lessen van die facelift?

“De insteek was om alles zo makkelijk mogelijk te maken, gedurende de gehele customer journey en op alle devices. Dat hebben we uiteraard in beta getest met echte gebruikers. Na de livegang bleek echter dat we een belangrijk micromoment over het hoofd hadden gezien. Als mensen met de co-branded KLM/American Express creditcard iets betalen, willen ze meteen zien wat dit doet met hun Flying Blue-mijlen. Die functionaliteit hebben we snel toegevoegd. Goed luisteren naar de klant en daar vervolgens zeer snel op inspelen, dat is de les en ook echte kracht geweest van het app-ontwikkelteam”

KLM heeft de core app, een voor het downloaden van kranten en tijdschriften en een voor verzamelaars van de Delftsblauwe huisjes die je in de intercontinentale businessclass krijgt. Waarom hebben jullie gekozen voor drie aparte applicaties?

“De media-app is zo zwaar, dat als je die toevoegt aan de core app, de gebruiker daar last van zou hebben met downloaden. De huisjesapp heeft een heel andere doelgroep. Dat is een community van verzamelaars die niet noodzakelijkerwijs met KLM vliegen, laat staan businessclass. De app is een laagdrempelige manier om ze van dienst te zijn en het merk KLM onder de aandacht te brengen.”

Koen Harbers, KLMHoe belangrijk is de core app voor sales?

“Vijfenvijftig procent van de bezoekers van KLM.com gebruikt daarvoor een mobiele telefoon. Voor de app geldt dat we jaar op jaar grote sprongen zien in het aantal boekingen, maar we zijn nog niet tevreden. Deels bereik je met de app een doelgroep die vaker dan gemiddeld gebruikmaakt van andere boekingskanalen, zoals de reisagent. We weten ook dat het nog niet altijd logisch is voor iedereen om grote bedragen af te rekenen op mobiel. Daarbij speelt mee dat als je prijzen wilt vergelijken op de mobiele telefoon je niet altijd op de app eindigt maar vaker in de browser. Om al deze redenen letten we scherp op de conversie naast het totale aantal boekingen. En daar zien we ook verbetermogelijkheden: zo kijken we naar de betaling en de zoekfunctie, waarbij we ervoor willen zorgen dat de gebruiker zo min mogelijk stappen moet doorlopen om de boeking af te ronden.”

Wat staat er nog meer op de roadmap?

“We willen relevante informatie geven op het juiste moment en personalisatie toepassen. Recent hebben we de airport map gelanceerd, waarmee passagiers gemakkelijk alles kunnen vinden op Schiphol. Daarnaast kijken we hoe we de klant van dienst kunnen zijn via de app als er iets niet goed gaat, bijvoorbeeld bij vertragingen, annuleringen of zoekgeraakte bagage. In dat soort situaties kan mobiel een goede rol spelen. Wat de personalisatie betreft: de appgebruikers zijn vrijwel altijd ingelogd. We weten dus wie zij zijn en kunnen een gerichte dialoog aangaan.”

Meer weten over de appstrategie van KLM? Koen Harbers is een van de sprekers tijdens eTravel Europe, dat op 3 oktober wordt gehouden in het nieuwe Park Inn te Amsterdam. Voor info/kaarten, kijk hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google for Jobs (2): wat is de beste manier om je vacatures zichtbaar te maken?

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs stelden we de vraag: “Google for Jobs: einde van de traditionele jobboards?” Het voorlopige antwoord; nee niet perse. Maar het organische verkeer naar de jobboards, waar deze toch voornamelijk van moeten leven, zal wel drastisch af gaan nemen. Wat betekent dit voor de zichtbaarheid van vacatures van je organisatie? En dan specifiek de vacatures die je ook op je eigen website hebt staan?

Jouw vacature op twee plekken

Een aspect wat bij de vraag van vorige week onderbelicht is gebleven is hoe Google omgaat met meerdere varianten van dezelfde vacature. Een doorn in het oog van de gemiddelde werkzoekende; het vier keer tegenkomen van dezelfde vacature op verschillende sites. Ondertussen is jouw doel om de kans op een ideale kandidaat te optimaliseren.

Wat nu als je als werkgever je vacatures op je eigen website hebt staan, netjes opgemaakt met de JobPosting structured data en deze graag in Google Jobs wil zien staan. In de nabije toekomst verwachten we dat dit ook naar Nederland gaat komen en gezien de eerste resultaten wil je dat natuurlijk! Om je kansen te vergroten heb je ook jouw vacature netjes aangemeld op je ‘go to jobboard’. Wat gebeurt er dan met je vacature en welke variant is dan zichtbaar in Google Jobs?

Duplicate content

Google gaat nog radicaler om met duplicaten in Google Jobs dan met reguliere zoekresultaten. In het laatste geval wordt het duplicaat afgewaardeerd en lager geplaatst ten opzichte van het origineel. Met wat moeite is het duplicaat nog wel te vinden in de zoekmachine. Google Jobs ontdubbelt de vacatures alvorens deze weer te geven binnen de vacature zoekmachine.

Als SEO-er kan ik dat wel waarderen, SEO gaat tenslotte om het beste antwoord geven op de vraag die een gebruiker stelt en zo bovenaan in de zoekresultaten komen. Niets is daarbij vervelender dan dubbele/dezelfde informatie meerdere keren tegenkomen. Dit betekent wel dat Google een keuze maakt welke bronvermelding er bij een vacature komt te staan. Nu is dat wellicht niet perse een probleem als je eenmalig voor de plaatsing betaalt bij een jobboard, maar kan het wel nadelig zijn als je een fee betaalt aan een recruitment bureau als iemand via dat bureau wordt voorgesteld.

Daarnaast wil je als werkgever ook graag zichtbaar zijn met naam en toenaam omdat employer branding steeds belangrijker wordt. De grote vraag is dus: hoe bepaalt Google welke vacature – of misschien beter gezegd: welke vacaturebron – wordt getoond en welke niet? Samen met Rituals hebben wij dit getest in de Verenigde Staten.

Zichtbaarheid van organisatie vacatures vergroten

Bij Rituals hebben ze de proef op de som genomen met de vacatures in de Verenigde Staten. De vacatures van Rituals staan op hun eigen recruitmentplatform, maar zijn ook gedeeld op het jobboard Glassdoor.

De vacaturepagina’s van Rituals zijn voorzien van Structured Data en de meeste aanbevolen velden zijn ingevuld. Bij Glassdoor is minder informatie opgemaakt met structured data, ondanks dat alle vereiste velden wel zijn ingevuld.

Afb 3. Boven de JobPosting data van de Rituals-website, onder van Glassdoor. Warnings zijn aanbevolen additionele waarden voor de vacature structured data.

Het komt dus niet door de kwaliteit van de vacature, komt het dan wellicht door het moment van plaatsen? Dat kan het ook niet zijn, aangezien de vacature van Rituals al beschikbaar was op het eigen platform voor de aanmelding via Glassdoor. Beschikbaar betekent echter niet per se dat de pagina ook al geïndexeerd was door Google. Helaas hebben we geen inzicht in wanneer Google een individuele pagina indexeert.

We vermoeden dat hier een aantal zaken spelen:

  1. Glassdoor heeft een directe integratie met Google Jobs (net zoals bijv. Linkedin) en dit zou kunnen betekenen dat dit als bron wordt gezien;
  2. Het subdomein van Rituals waar de vacatures op staat is vrij recent en heeft derhalve nog geen hoge ‘autoriteit’. De Jobboards hebben dit wel, derhalve wordt die als bron gekozen;
  3. Google heeft mede door de lagere autoriteit van het subdomein niet de tijd/moeite genomen om de structured data van de vacature bij Rituals op te nemen. Bij lagere autoriteitdomeinen duurt het opnemen van additionele informatie langer doordat er minder vaak gecrawld wordt.

Geen definitief antwoord tot dusver hoe Google de bronvermelding bepaald heeft, en een uitgebreide zoektocht over het internet biedt ook geen antwoord naar ‘hoe’ het gebeurt. Wel ‘dat’ het gebeurt.

Wat kun je zelf doen?
  1. De vacature-informatie die je invoert in het CMS moet direct wordt opgemaakt met Structured data. Zo zorg je ervoor dat Google altijd de context van de informatie op een pagina begrijpt, in dit geval de vacature.
  2. Zet je vacatures niet op een subdomein (vacatures.jouwbedrijf.nl) bijvoorbeeld. Google ziet een subdomein als een losse website en zal dit minder snel indexeren.
  3. Zorg ervoor dat je een goede, dynamische xml sitemap hebt. Zodra je daar een nieuwe vacature / pagina in hebt staan, waarbij de laatste wijzigingsdatum (‘lastmod’) aangeeft dat het een nieuwe pagina voor Google is, zal Google deze eerder oppakken.
  4. Overweeg je publicatie op andere platformen een paar dagen uit te stellen als je denkt hier voordeel uit te kunnen halen, zo vergroot je de kans dat jouw resultaat als ‘origineel’ wordt bestempeld.
  5. Ongeacht hoe je er staat wil je sowieso tussen Google Jobs staan, sluit je daarom aan bij de juiste jobboards. Nog niet alle jobboards zijn klaar voor een integratie met Google Jobs, vraag dan aan je contactpersoon of het op de roadmap staat!
Slotwoord

Ondanks dat Google Jobs structured data vereist om de vacatures weer te (gaan) geven hebben, we in de afgelopen maanden erg mooie resultaten kunnen boeken met JobPosting in Nederland, maar ook met andere vormen van Structured data.

Het verschaffen van context aan de informatie op een pagina aan zoekmachines werkt erg goed en we raden aan, ongeacht of je voornemens bent actief te zijn op Google Jobs, aan de slag te gaan met Structured data om betere organische resultaten te behalen.

Daarnaast geloof ik persoonlijk in de kracht van gespecialiseerde jobboards naast een generiek platform zoals Google dat aanbiedt, waarbij specialistische filters het vinden van de juiste vacature veel gemakkelijker maken. Mijn advies: Ga mee in de stroom van Google, maar differentieer en specialiseer je daarnaast ook in een markt / niche om organisch goed vindbaar te blijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Rich snippets voor reviews in Google verdwenen? Enkele praktische tips

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Waar tot voor kort de zoekresultaten rijkelijk gevuld waren met reviewsterren, komen ze nu veel minder voor. Google lijkt bezig te zijn met een grote schoonmaak van websites die helemaal geen review snippet verdienen of waarbij de benodigde ‘structured data’ om reviewsterren te laten verschijnen, verkeerd is ingesteld. De stand van zaken.

Tijdens het zoeken naar een product of bedrijf in Google kom je ze vaak tegen. Oranje reviewsterren onder de zoekresultaten, ook wel rich snippets voor reviews of kortweg review snippets genoemd. Ze visualiseren de beoordelingen van consumenten over een product of bedrijf en hebben een serieuze impact op de hoeveelheid bezoekers die een website krijgt. Het is dan ook niet gek dat veel websitebeheerders graag de moeite nemen om deze review snippets in te stellen op hun website.

Lokale versus normale zoekresultaten

Voordat we ingaan op de praktische tips om je review snippets veilig te stellen of weer terug te toveren, is een vergelijking tussen de lokale en normale zoekresultaten op zijn plaats. Reviewsterren in de zoekresultaten komen namelijk in verschillende gedaanten voor.


Voorbeeld van lokale zoekresultaten

Lokale zoekresultaten vormen een eigen blok in Google en de reviewsterren die daar worden getoond, komen rechtstreeks uit Google Maps. Het verkrijgen van sterren voor deze groep zoekresultaten is simpel: verzamel genoeg klanten die een review achterlaten op je bedrijfsprofiel in Google Maps.


Voorbeeld van normale zoekresultaten

Sterren verkrijgen in de normale resultaten is een ander verhaal. In tegenstelling tot de lokale resultaten worden rich snippets voor reviews gebaseerd op de structured data die je zelf hebt toegevoegd aan je webpagina’s. Er zitten echter wat haken en ogen aan de juiste implementatie van deze data.

Hou bij het plaatsen van je structured data daarom rekening met de volgende punten om niet ook op de schraplijst van Google te belanden. In dit artikel gaan we ervan uit dat jouw website ook gebruikmaakt van review snippets en je weet hoe je deze moet instellen.

De juiste hoofdcategorie verbinden aan je review snippet

Voor een juiste weergave van reviewsterren in de zoekresultaten speelt de hoofdcategorie die je kiest voor het opmaken van je review snippet een belangrijke rol. Bij het gebruik van Schema.org markup worden vaak categorieën als LocalBusiness gebruikt:

 <div itemscope itemtype="http://schema.org/LocalBusiness">
  <span itemprop="name">Bakker X</span>
  <div itemprop="aggregateRating" itemscope itemtype="http://schema.org/AggregateRating">
    <span itemprop="ratingValue">4</span> sterren -
    Gebaseerd op<span itemprop="reviewCount">100</span> reviews
  </div>
</div>

Het kan voorkomen dat je succesvol de tool voor gestructureerde gegevenstests doorkomt, maar nog steeds geen reviewsterren in Google krijgt. In dat geval heeft Google wellicht besloten geen reviewsterren in de zoekresultaten te tonen voor de door jouw gekozen hoofdcategorie. Probeer in dat geval eens een andere hoofdcategorie voor je rich snippets te kiezen die past bij je bedrijf, zoals Product of WebPage:

<div itemscope itemtype="http://schema.org/WebPage">

Deze kleine verandering kan voldoende zijn om reviewsterren voor jouw zoekresultaten te laten verschijnen.

Vergeet naast de juiste hoofdcategorie niet de andere belangrijke en bijbehorende schema-gegevens te vermelden, zoals de naam van je product of dienst. Voor de subcategorie AggregateRating (die verantwoordelijk is voor je review snippet) is naast het vermelden van een beoordelingscijfer ook het vermelden van het aantal beoordelingen verplicht. Vandaar dat er in het bovenstaande codevoorbeeld zowel een ratingValue als reviewCount staan.

Plaatsing van structured data op de juiste pagina’s

Een rich snippet voor reviews dient ter ondersteuning van een product- of dienstenpagina en hoort daarom niet thuis op alle pagina’s van je website. Een homepage is bijvoorbeeld grotendeels bedoeld ter introductie van je persona of bedrijf. Een rich snippet voor reviews heeft hier meestal niets te zoeken.* Daarom laat Google standaard geen reviewsterren meer zien bij homepages in de zoekresultaten, ook al is de markup-code hiervoor wel ingesteld. Commentaar van Google’s John Mueller lijkt dit te bevestigen:

“No, review rich snippets should only be used in cases where “the main topic of the page needs to be about a specific product or service.” — using them on your homepage in general wouldn’t be like that.”

* Een uitzondering op deze regel is als je website slechts uit één pagina bestaat. Dit is dan ook gelijk de plek waar je product of dienst is genoemd.

Kijk dus uit met het toevoegen van structured data voor review snippets in de footer of sidebar van je website. Elke webpagina draagt als gevolg hiervan een review snippet, wat in de ogen van Google al snel neerkomt op spampraktijken. Plaats alleen rich snippets voor reviews op pagina’s die specifiek gericht zijn op jouw product of dienst.

Reviews van andere websites importeren

Een belangrijk vereiste uit de review guidelines van Google is:

“Make sure the reviews and ratings you mark up are readily available to users from the marked-up page. It should be immediately obvious to users that the page has review or ratings content.

Op het eerste gezicht zou je denken dat elke product- of dienstenpagina een aparte reviewafdeling moet krijgen die al je reviews direct weergeeft. Als je honderden reviews hebt, is dit niet erg praktisch voor je website. Dankzij David Deering – die een praatje met Google-medewerkers wist te scoren – weten we meer. Een referentie naar reviews verzameld op aparte beoordelingswebsites als TrustPilot lijkt Google toe te staan in de volgende gevallen:

  • Bewijs de echtheid van externe reviews door er een paar te tonen op je product- of dienstenpagina. Een regeltje tekst met het aantal reviews en het cijfer dat je bedrijf krijgt, is eigenlijk onvoldoende.
  • Plaats een link naar de externe beoordelingswebsite zodat nieuwsgierige bezoekers alle reviews kunnen bekijken.
  • Importeer reviews en bijbehorende markup-code enkel op pagina’s die specifiek gaan over je product of dienst (zoals in het vorige punt besproken).


Voorbeeld van geïmporteerde reviews op een productpagina

Bedrijfsreview of productreview?

Het laatste punt van dit artikel en een ander belangrijk vereiste uit de review guidelines van Google, is:

“Provide review and/or rating information about a specific item, not about a category or a list of items. For example, “hotels in Madrid,” “summer dresses,” or “cake recipes” are not specific items.”

Betekent dit dat je reviews over je bedrijf of merk niet mag gebruiken voor de review snippet op een productpagina? TrustPilot en Yoast lijken eensgezind en maken een onderscheid tussen reviews over een bedrijf of merk in zijn geheel en reviews over een specifiek product. Hier valt wat voor te zeggen, aangezien iemand een goed oordeel kan vellen over een bedrijf in zijn geheel, maar niet zo blij hoeft te zijn met één specifiek product van dat bedrijf. Reviews over je bedrijf plaatsen op een productpagina kan daarnaast misleidend ogen en een reden voor Google zijn om jouw reviewsterren in de zoekresultaten te verwijderen. Het is daarom verstandig om je productpagina’s alleen op te maken met reviews over het product zelf.


Productpagina met reviews over een specifiek product

Aan de andere kant gaat het verzamelen van reviews niet elk bedrijf even makkelijk af. Bij de meeste bedrijven stromen er namelijk niet elke week tientallen reviews binnen. Alle verkregen reviews richting één plek sturen – je bedrijf of merk in het algemeen – is daarom aantrekkelijker dan ze te verspreiden over meerdere producten. Vooral wanneer je in tegenstelling tot grote webshops producten of diensten aanbiedt die in-house zijn ontwikkeld. Denk bijvoorbeeld aan een advocatenkantoor of een internetbureau. Een mening over het bedrijf of merk weerspiegelt in zulke gevallen voldoende de mening over een product of dienst van dat bedrijf. Google lijkt deze manier van opmaak in ieder geval toe te laten en heeft er nog geen duidelijke uitspraken over gedaan.


Dienstenpagina met reviews over het bedrijf in het algemeen

Zoals je ziet zijn er naast het invoeren van de juiste structured data genoeg zaken om rekening mee te houden voor het succesvol tonen van rich snippets voor reviews. Volg de vier bovenstaande tips om jouw reviewsterren in Google te laten verschijnen of (als je ze al hebt) veilig te stellen voor de toekomst.



Lees het volledige bericht op Emerce »