Posts Tagged ‘rbi’

De groeiende business van privacy

Posted 20 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Online zoeken zonder dat er geprofileerd wordt, digitaal winkelen met zo min mogelijk klantgegevens en de touwtjes omtrent je data in handen houden op social media. Na plug-ins en blockers krijgen ook andere producten en diensten die gebouwd zijn rond privacy meer tractie.

Privacy mag geen luxegoed zijn, stelde Google-CEO Sundar Pichai onlangs, waarmee hij een verlate reactie geeft op een statement van Eric Schmidt, voormalig bestuurder van de zoekgigant, enkele jaren geleden. Het opiniestuk in de New York Times dat Pichai hiervoor aangreep, zette nog eens op een rijtje waar de nadruk op lag tijdens Googles meest recente developerdag: ‘Ja, we verzamelen enorm veel data, maar dat is een goede zaak, want daarmee kunnen we je leven aangenamer maken. En dus spannen we ons hard in om je gegevens goed te bewaken.’ Hiermee erkent de techgigant publiekelijk het taboeonderwerp dat het een dataslurper is. Overigens wel rond de tijd van de introductie van een feature om automatisch je data te verwijderen na drie of achttien maanden. Wat weer een verlate reactie is op onduidelijkheid en discussie omtrent het volgen van gebruikers buiten de eigen toepassingen.

Hoewel dat vanuit gebruikersperspectief een stap in de goede richting is, is er op andere plekken in de techsector een trend van ‘simpelweg’ minder verzamelen van data te signaleren. “Het is een mythe dat je persoonlijke data nodig hebt om goede zoekresultaten te bieden of een succesvol bedrijf te bouwen”, stelt bijvoorbeeld Robert Beens, CEO en oprichter van Startpage.com. “Je groeit alleen minder hard.” Zijn bedrijf biedt sinds 2005 een privacyvriendelijke zoekmachine, later aangevuld met een e-maildienst en extra services zoals maps, en is een van het groeiende aantal partijen dat van privacy zijn corebusiness maakt. Wat in eerste instantie nog niet zoveel opleverde, door gebrek aan bewustzijn bij consumenten. De laatste jaren is het echter in een stroomversnelling gekomen. Niet vreemd, stelt Boot. In het verleden was het een technisch verhaal dat zich onder de oppervlakte afspeelde, nu is het mede door retargeting ads op andere plekken dan waar de data is ingewonnen zichtbaarder. “Dat wekt argwaan.”

Startpage.com haalt zijn inkomsten bij search ook uit advertenties, maar dat zijn ads uitsluitend gekoppeld aan de zoekwoorden, niet aan de zoekhistorie van de zoeker. “We kunnen dus niet kijken hoe lang iemand bij ons blijft of terugkomt, want iedereen is anoniem.” Toch levert dat voldoende op voor winstgevendheid. “We verdienen minder aan advertenties. Maar genoeg om de kosten te dragen en te investeren in ontwikkeling.”

GDPR-lite
Dat er momentum is, ziet ook Fatemeh Khatibloo, VP, Principal Analyst bij Forrester. Zij stelt dat 2018 een tumultueus jaar was, waarin niet alleen de AVG/GDPR van kracht werd, maar ook de staat Californië de Consumer Privacy Act aannam, terwijl de schandalen rondom privacyschendingen zich opstapelden. Met Facebook en zijn aaneenschakeling van incidenten als grootste windvanger. Reden voor consumenten om niet langer af te wachten, meent Khatibloo. Forrester-gegevens tonen aan dat 79 procent van de online volwassenen in de Verenigde Staten ten minste één tool gebruikt om zijn digitale privacy en beveiliging te beschermen. Het bedrijf verwacht dan ook dat gedurende dit jaar de druk vanuit enerzijds consumenten en anderzijds overheden verder zal toenemen. Waarbij individuen hun privacy actief beschermen en zich zullen laten horen over slechte actoren. “We voorspellen een piek in de acceptatie van privacytools en het gebruik van opt-outinstellingen en rechten van betrokkenen waardoor ‘hyperpersonalisatie’ een praktische en ethische uitdaging wordt.” Consumenten zullen daarmee privacyhandhavers worden, die toezichthouders waarschuwen over misdrijven, class-action rechtszaken indienen en bedrijven boycotten die hun privacy niet beschermen.

Tegelijkertijd proberen overheden ook grip op de zaak te krijgen. Zo namen politici in Vermont een wet aan die ‘data brokers’ ertoe verplicht zich te registreren en hun datapraktijken inzichtelijk te maken, inclusief datalekken. Iets wat met veel steun van het publiek gebeurde. Daarbij verwacht Khatibloo dat, mede door het gesoebat op nationaal niveau, meer staten federale wetten zullen formuleren en aannemen, gelijk aan een GDPR-lite.

Kluif
En ook vanuit het bedrijfsleven neemt de druk toe. Zoekbedrijf DuckDuckGo – dat zich net als Startpage.com richt op privacy – wil de Do Not Track-optie in browsers wettelijk verplicht stellen in de VS. Het stelt dat derde partijen internetgebruikers niet langer zouden mogen volgen als zij de Do Not Track-functie hebben ingeschakeld. Ook data die op plek A verzameld is, inzetten op plek B – denk aan een één-tweetje tussen WhatsApp en Instagram – moet hiermee voorkomen worden. Het wetsvoorstel dat het bedrijf hiervoor heeft geschreven, kan echter nog niet op veel steun rekenen onder politici. Neemt niet weg dat DuckDuckGo onder internetters een steeds groter bereik heeft, en het zoekbedrijf hoopt via de publieke opinie druk te zetten. Vorig jaar werd de grens van één miljard zoekopdrachten per maand overschreden.

Naast search zijn er ook op socialmediavlak verschillende privacygerichte initiatieven. Veelal met een decentrale opbouw. Zoals het langst lopende Diaspora* Project, dat gestart is in 2010. In plaats van alle persoonlijke gegevens in de centrale servers op te slaan, wordt gebruikgemaakt van lokale servers (pods) die overal in de wereld kunnen staan. Waarbij alle informatie eigendom blijft van de gebruikers en dus niet wordt overgedragen aan het medium. En gebruikers ook hun identiteit niet prijs hoeven te geven. Wat volgens de makers vrijheid moet geven, maar waar in het verleden ook al misbruik van werd gemaakt door IS-sympathisanten, toen zij geweerd werden van de mainstream social media. Het gebruikersaantal is door de genoemde opzet lastig vast te stellen, menen de makers. Naar schatting zijn dat er meer dan zeshonderdduizend.

Mastodon, dat in 2015 startte na onvrede over Twitter en zich aardig in de kijker speelde, zit met ruim achthonderdduizend gebruikers wat hoger, maar laat eveneens zien dat het lastig is om het grote publiek aan nieuwe initiatieven te binden. Het platform kenmerkt zich naast de decentrale opzet door een set antimisbruiktools en heeft moderators die vrij vlot kunnen ingrijpen.

Recenter nog, en dichter bij huis, is er Openbook dat al enkele jaren bezig is. Het verzamelt naar eigen zeggen geen persoonsgegevens, er zijn geen advertenties en de populariteit van bijvoorbeeld bedrijfspagina’s wordt niet bepaald door het aantal volgers. Plus: de berichten worden op de tijdlijn zelf versleuteld. Geld zal er verdiend worden met premiumfuncties, vertelde oprichter Joel Hernández Fernández eerder aan Emerce. Zoals een limiet op het aantal reacties en likes. Eveneens een initiatief dat op interesse kan rekenen, en zich naast het rumoer omtrent Facebook ook gesteund ziet door recente incidenten als het lekken van contactinformatie van miljoenen Instagram-influencers, bekendheden en merkaccounts. Maar desondanks een kluif zal hebben aan de groei in gebruikers.

Instemming
Een andere factor is de afhankelijkheid van big tech. Ook een partij als Startpage.com heeft ze nodig voor zijn diensten. Want het maakt gebruik van de zoekindex van Google. Beens: “Daar betalen we netjes voor. Het bijhouden van zo’n enorme index is alleen voorbehouden aan enkele grote spelers, zoals Google, Yahoo, Bing, Yandex en Baidu.” Maar, benadrukt hij, Google krijgt alleen te zien in welke taal gezocht wordt en in welk land. “Dat is de minimale informatie die nodig is om resultaten te bieden, want woorden kunnen meerdere betekenissen hebben.” Ondanks de behoefte aan privacy is er voor sommige zoekopdrachten aanleiding voor lokalisatie. “Als je in Amsterdam zit en een timmerman zoekt, wil je dat wel lokaal kunnen doen, niet in heel Nederland. Dat kan door specifiek voor zo’n opdracht met een random IP-adres uit die regio te kunnen zoeken. De gebruiker krijgt dan én privacy én lokale relevantie.”

Wat minder data verzamelen met zich meebrengt voor marketeers, wordt onder andere duidelijk bij Lush, dat zichzelf heeft opgelegd om het werk te doen met zo min mogelijk data over klanten. Het verwerkt online bestellingen bijvoorbeeld op basis van gegevens die daadwerkelijk nodig zijn voor levering, zoals naam en adres. Inzage in betaalgegevens heeft het bedrijf niet. Ook is de traffic geanonimiseerd en kan het klanten niet op de persoon nauwkeurig volgen, waardoor personalisatie niet mogelijk is. Hiervoor kiest de cosmeticaretailer een andere weg, blijkt onder andere uit customer-experienceonderzoek door KPMG: het (winkel)personeel gaat het gesprek aan.

Fatemeh Khatibloo (Forrester) ziet op haar beurt verrassend genoeg ook marketingkansen in de fel bekritiseerde opzet van social credit scoring, zoals we dat kennen van China. Dat kan ondanks het nachtmerriescenario dat het oproept volgens haar zorgen voor transparantie. Met potentie voor onder andere high profile lifestylemerken. Khatibloo voorziet dat een merk als Everlane of goop een dergelijke methode zal testen als uitbreiding van zijn influence-marketingprogramma. Waaraan klanten zullen willen deelnemen als het is gebaseerd op transparantie en instemming. En het daadwerkelijk waarde toevoegt.

Gemak
Het zal echter een flinke inspanning en missiewerk vergen om de status quo te veranderen. Beens: “Wij zijn te klein om awareness bij grote groepen te realiseren. Dat zal vooral door nieuws over datalekken, machtsmisbruik en dergelijke moeten komen.” Wat helpt is de AVG, zoals ook Forrester al aanhaalt. Bedrijven overwegen daardoor welke data ze willen delen met de wereld, merkt Beens, die het zakelijk verkeer naar zijn zoekmachine ziet groeien. Ook organisaties zijn zich bewuster van de risico’s. “Denk aan de researchafdeling van Philips die voortdurend zoekt naar patenten. Daar zijn patronen uit te halen.” Want die patronen tekenen zich sneller af dan mensen zich doorgaans realiseren, vervolgt hij. Zoals bleek uit een database met zoekgegevens van 650.000 mensen over drie maanden, die de Amerikaanse internetaanbieder AOL in 2006 online zette. Zonder IP-adres, maar wel met een uniek nummer. “Mensen waren door het samenstellen van hun zoekopdrachten vlot te identificeren.”

En dan is er naast bewustzijn en bekendheid nog een belangrijke uitdaging: gemak. De producten die in ruil voor persoonlijke data zijn te gebruiken, zijn uiterst verfijnd, erg gemakkelijk in gebruik en mede daardoor vervlochten in het dagelijks leven. Wat een drempel opwerpt. Want op het moment dat Facebook WhatsApp overneemt, wordt al gauw geroepen dat we beter met de chatapp kunnen stoppen. Door de netwerkfunctie – ‘iedereen zit er al’ – blijven mensen er echter toch. En dus zullen alternatieven nog overtuigender moeten zijn.

Solid
Op één centrale plek nagenoeg alle digitale persoonlijke gegevens bewaren, van foto’s tot adresboeken. Waarbij gebruikers het eigendom behouden en de gegevens kunnen delen met anderen. Dat is de gedachte achter Solid, een initiatief van Tim Berners-Lee, uitvinder van het World Wide Web. Gebruikers kunnen zo bedrijven als Facebook toestemming geven een deel van de gegevens te gebruiken, maar kunnen die toestemming ook op elk moment intrekken. Als een private website met je eigen API, aldus de bedenker.

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#172).

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat zijn de kansen en bedreigingen van de deeleconomie?

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De deeleconomie groeit. Men deelt woningen bijvoorbeeld via Airbnb en auto’s via SnappCar. De jeugd verdient geld bij bedrijven als Deliveroo en Helpling. De kwestie blijft echter hoe men van een grotere afhankelijkheid van deze platformen kan blijven profiteren en tegelijkertijd behoed kan blijven voor negatieve gevolgen.

Deze vraag stond op 27 juni 2019 centraal in een avond paneldiscussieronde met als titel “Towards an Inclusive Platform Economy” in Tivoli Vredenburg in Utrecht. 

Deelplatformen voor het goede doel 

Peter Baeck, hoofd van de Britse innovatiedenktank Nesta, concludeert dat de deeleconomie aan de ene kant grote voordelen kan bieden voor de samenleving, maar beleidsmakers moeten zowel de negatieve gevolgen ervan actief reguleren als een ecosysteem van sociale innovatie financieren en koesteren. Anderzijds zal men innovators moeten opleiden en aanmoedigen om te experimenteren met eigendom en modellen te gebruiken die waarde overdragen aan de lokale economieën.

Hieronder een aantal voorbeelden van online platformen, die zich vooral op welzijnsdenken focussen in hun activiteiten: 

  • Beam biedt hulp voor dakloze mensen. Men kan via het platform een donatie geven om een training voor een dakloze te financieren. Beam faciliteert in het traject de trainingen en zoekt werk voor de kandidaat. 
  • Equal Care Co-op bouwt aan een samenwerkingsplatform in de Upper Calder Valley in het Verenigd Koninkrijk dat de relatie tussen de zorgontvanger en de verzorger centraal stelt binnen hun dienstverlening. De platform geeft een echte stem en macht aan mensen, die zowel ondersteuning geven alsook ontvangen. 
  • Good SAM is een app welke levens redt met behulp van technologie. Via de app is een gemeenschap van goede Samaritanen aangesloten, welke graag voor het geval de dichtstbijzijnde persoon in nood helpen. Velen zijn gepensioneerde dokters, verpleegkundige, paramedici en andere leden van hulpdiensten. Ze zijn vooral getraind op het gebied van eerste hulp. Ze kunnen een luchtweg onderhouden, ondersteunen een bloeding te stoppen en als nodig kunnen ze ondersteunen bij het uitvoeren van levensreddende reanimatie. 
  • De Hearts Milk Bank is de nieuwste melkbank in het Verenigd Koninkrijk. Het platform biedt een rechtvaardige toegang tot donormelk voor premature en zieke baby’s, en meer moeders ondersteunen om melk te doneren vroegtijdig geboren en zieke baby’s. 
  • ShareTown, ontwikkeld door Nesta, schets een toekomstig stadsbeeld dat de veranderende relatie tussen burgers, technologie en lokaal bestuur verkent. De focus ligt vooral op een rechtvaardiger sociaal gerichte sharing economie. Uiteindelijk zal meer macht moeten gaan naar lokale groeperingen. 

Wat zijn de argumenten vanuit de maatschappij om te investeren in dit soort van welzijnsinitiatieven: 

  • Ze starten iets nieuws
  • Ze laten iets herleven dat braak heeft gelegen of dat op het punt staat stilgelegd te worden  
  • Ze willen meer financiële zekerheid
  • Ze willen groeien
  • Ze willen de community bij betrekken
Hoe de big 5 tech-bedrijven steeds meer indringen in de samenleving

Prof. dr. José van Dijck, coauteur van het boek ‘The Platform Society’ en Universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht geeft in haar pleidooi aan dat zij niet graag de term sharing economy gebruikt maar zij verwijst vooral naar de term platformsamenlevingen. In deze context speelt het verzamelen van data een belangrijke rol. In haar betoog geeft zij aan dat men afstand zou moeten winnen van de markten en zich meer zou moeten richten op de behoeften van de samenleving. De gezelschap wordt steeds afhankelijker van de grote zogenaamde big 5 platformen: Alphabet, Amazon, Apple, Facebook, Microsoft. Het is duidelijk dat Google (onderdeel Alphabet) in toenemende mate een dominante machtspositie inneemt in verschillende sectoren zoals de publieke en private sector. 

Bron: Visual Capitalist (2019)

Hoe de big 5 indringen in de publieke sector

Binnen de publieke sector worden scholen in toenemende mate platformiseert door de big 5. Het zijn in dat opzichte geen neutraal te beschouwen leeromgevingen meer. Voorbeelden uit Amerika laten zien, hoe bijvoorbeeld Jeff Bezos van Amazon scholen wil oprichten waarin schoolkinderen als consumenten worden behandelt, zoals het in dit artikel op the Verge wordt beschreven. Facebook is van plan om in een samenwerking eveneens gepersonaliseerde leeromgevingen aan scholen aan te bieden. Google heeft eveneens plannen om volledig het leslokaal over te nemen.

Zo verkoopt het bedrijf bijvoorbeeld Chrome laptops met reeds geïnstalleerde software en apps, zodat Google elke handeling van een student kan monitoren. Daarbij communiceert Google in richting van de scholen een reeks aan voordelen, namelijk leeromgevingen op maat, betere educatie, meer vrije tijd voor leerkrachten. De vraag is echter of deze beloftes ook daadwerkelijk waar zijn. Uiteindelijk wordt op deze manier meer geld in technologie investeert, maar dat geld zou eigenlijk beter terecht komen bij de leraren welke ook onder druk staan. 

Wat betekent dit voor de publieke waarden binnen de publieke sector? 

Met betrekking tot privacy wordt het complete leerproces van studenten vastgelegd, de interactie, de communicatie en de administratie. Op het vlak van autonomie wordt het onderwijs in toenemende mate gestuurd op basis van commerciële waardes. Men weet echter niet wat de effecten van deze leerplatformen zijn. Het is interessant dat Google leraren rechtstreeks lijkt te benaderden om ingangen te vinden in de scholen. Ze richten hun pijlen niet op bijvoorbeeld het management of bestuur. 

Daarnaast is er uiteraard een discussie gaande om reputatie systemen voor leraren in te voeren. De term reputatie is in deze context al gecommercialiseerd. Zo zijn er bijvoorbeeld al platformen zoals Rate my professors en Teach Point die het beoordelen van docenten mogelijk maken. Het zijn voornamelijk eveneens niet-transparante systemen. Geldmiddelen zijn vooral een issue binnen het onderwijs. 

Oproep om een goede omgang met data te koesteren

Een issue bestaat erin dat veel scholieren en mensen in het algemeen niet zo een groot belang daaraan hechten hoe met hun data wordt omgegaan. Het zou wel van belang zijn dat het onderwijs hier in toekomst meer belang aan besteed. Met de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn wel de eerste stappen gezet, maar men zou deze reglementen nog verder moeten uitbreiden. 

De rol van het stadsbestuur in deze context

Het stadsbestuur zou met betrekking tot deze belangen veel meer ondersteuning moeten bieden voor lokale onderwijsinstellingen. Een bepaalde mate van verantwoordelijkheid is in deze context verplicht voor alle betrokken partijen. Daarnaast zouden leraren gestimuleerd worden om met open source software en open data te werken. 

Deemly: een insteek om de deeleconomie te reguleren

De grote vraag blijft hoe men deze deeleconomie nog kan blijven reguleren. Een insteek biedt Sara Green Brodersen met haar opgezette platform Deemly. Het Deense reputatieplatform Deemly helpt gebruikers hun opgebouwde reputatie op verschillende platformen, zoals airbnb en eBay centraal te bundelen op één platform, zodat men niet van één platform afhankelijk wordt. 

Bron: Deemly (2019) 

Er zal nauwkeuriger moeten worden onderzocht wat de effecten van platformen voor de samenleving zijn en hoe men ook vooral gemeenschappelijke belangen centraal kan stellen binnen deze platformen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom apps een onmisbaar hulpmiddel zijn in e-commerce

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Mobile commerce is onlosmakelijk verbonden met de groei van in-app-aankopen. In een snel evoluerende en competitieve branche als e-commerce is het inspelen op trends en veranderingen simpelweg een must. Merken zullen zich dus moeten richten op in-app-aankopen.

eMarketer voorspelt dat de uitgaven voor mobiele advertenties in 2019 wereldwijd zal oplopen tot 232,34 miljard dollar. Bovendien groeit het wereldwijde mobiele dataverkeer tussen 2018 en 2021 met 300 procent, volgens Statista. De reden hiervoor is dat steeds meer smartphones worden gebruikt, waarbij de gebruikers 87 procent van hun tijd in-app besteden. De toenemende snelheid van het internet draagt ook een steentje bij aan deze groei. 

In e-commerce is het van belang dat nieuwe technologieën worden toegepast en de klanten worden betrokken bij het merk. Wanneer dit niet gebeurt, zal het merk verdwijnen. Daarom is de belangrijkste vraag voor marketeers niet ‘moeten we gokken op mobiel?’, maar ‘hoe gebruiken we het volledige verkooppotentieel van mobiel?’. Elk merk zou apps moeten behandelen als een nieuw verkoopkanaal en een nieuwe vorm van verbetering van de klantervaring met het merk.

Mobiele app versus voor mobiel geoptimaliseerde website

Volgens TechCrunch hebben mobiele apps een veel hogere betrokkenheid dan websites die zijn geoptimaliseerd voor mobiel. De conversiepercentages liggen dan ook 100 tot 300 procent hoger. Deze verkoopstimulans wordt veroorzaakt door een toename van het volume en de frequentie van de bezoeken. Zoals een Bain & Co-analyse aangeeft, gaan gebruikers van een mobiele app drie keer sneller door de customer journey en zien ze ruim vier keer zoveel producten dan gebruikers van andere kanalen. 

Een mobiele app heeft – vergeleken met voor mobiel geoptimaliseerde websites – verschillende voordelen, zoals dat een app sneller werkt, altijd up-to-date is en zich binnen duimbereik van gebruikers bevindt. Mensen maken veel gebruik van mobiele apparaten en apps, waarmee ze slechts één klik verwijderd zijn van een merk. Volgens een rapport van App Annie groeide de tijd besteed aan shopping-apps tot 18 miljard uur wereldwijd in 2018. Met een app staat een adverteerder in directe verbinding met de gebruiker, wat marketeers veel kansen biedt om hen aan te trekken – natuurlijk via de app, maar ook via push-berichten, e-mails, meldingen, enzovoort. 

Het belangrijkste kenmerk van mobiele apps en de belangrijkste reden om ze in te zetten: personalisatie. Apps maken het mogelijk om gepersonaliseerde aanbiedingen en updates aan te bieden door middel van loyaliteitsprogramma’s en het gebruik van geolocatie en helpen bij het bewaken van de gebruikersbetrokkenheid. Over het algemeen is de app-omgeving ook een uitstekende omgeving om verschillende marketingbenaderingen en -tactieken te testen, wat uiteindelijk tot hogere conversiepercentages leidt. Daarnaast blijkt uit een Compuware-analyse dat 85 procent van de consumenten een app verkiest boven mobiele websites.

Mobiele conversies – de real deal komt eraan

Zoals App Annie meldt, zullen apps zestig procent meer inkomsten genereren via in-app-reclame in 2019. Maar nog steeds zijn veel marketeers niet op de hoogte van advertentiemogelijkheden binnen de app-omgeving. Dat is verrassend, omdat de concurrentie tussen merken steeds moeilijker en veeleisender wordt, evenals het gedrag, de behoeften en de verwachtingen van de gebruikers. 

Volgens Adjust, dat wereldwijd acht miljard app-installaties analyseerde, worden apps gemiddeld binnen 5,8 dagen verwijderd nadat ze voor het laatst zijn gebruikt. Natuurlijk zijn daar vele redenen voor, zoals bijvoorbeeld niet genoeg opslagruimte, systeemfouten, slechte gebruikerservaring, of simpelweg de app vergeten en niet gebruiken vanwege een gebrek aan betrokkenheid. En dit brengt ons bij het onderwerp retargeting.

Merken gebruiken retargeting met succes om actieve klanten of “dormant” gebruikers over te halen om terug te komen en de aankoop in hun online winkels te voltooien. In slechts enkele jaren werd het een must-have tool in marketing. Toch wordt het door veel marketeers nog niet gebruikt voor shopping-apps. Volgens data van RTB House is meer dan 80 procent van de totale inventory al beschikbaar op mobiele apparaten. Met dit in het achterhoofd moeten bedrijven zich drukker maken over in-app retargeting dan over hun e-shop retargeting. 

Wees niet bang om te veranderen – integratie is het gemakkelijkste deel

Een andere reden om retargetingtools niet te integreren met apps is de terughoudendheid van merken. Ze gaan er vaak vanuit dat het een complex proces is, maar gevestigde retargetingbedrijven hebben veel leveranciers en platforms vaak al geïntegreerd. Dus wanneer het merk een applicatie heeft opgezet op een dergelijk platform, is de integratie binnen een mum van tijd gebeurd.

Bovendien volgt in-app retargeting dezelfde principes als web-retargeting. Het zorgt dat gebruikers betrokken blijven en vaker terugkomen, stuurt conversies en verkopen aan met gepersonaliseerde advertenties en relevante aanbiedingen op het juiste moment. Daarnaast verhoogt retargeting de gebruikerservaring en toont relevante producten.

Vanzelfsprekend kunnen campagnes volledig worden aangepast en ingericht naar de wensen van de marketeer. In-app retargeting verschilt wat dat betreft niet veel van klassieke retargeting, behalve het groeiend aantal mobiele klanten. Statista-gegevens laten zien dat 67 procent van de gebruikers aangeeft dat ze door de ervaring van mobiele apps een product hebben gekocht. Het potentieel is reëel en de klanten staan te poppelen, in afwachting van een merk dat binnen hun duimbereik komt!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Omzet voor refurbished naar 159 miljoen euro

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

In de afgelopen twaalf maanden zijn in Nederland 369.000 refurbished iPhones verkocht die een omzet vertegenwoordigen van 103 miljoen euro. Keurmerkretailers Forza Refurbihed, leapp en Renewd maakten de cijfers vandaag bekend.

De gemiddelde verkoopprijs van een gereviseerd toestel bedraagt 280 euro. In een jaar tijd werden naast iPhones ook nog 64.000 refurbished laptops en 62.000 tablets verkocht.

De retailers verwachten dat de totale omzet voor refurbished dit jaar uitkomt op 159 miljoen.

De refurbished smartphonemarkt bestaat voor 95 procent uit iPhones. Dat heeft vooral te maken met de prijs van nieuwe toestellen die steeds verder toeneemt.

Refurbished iPhones zijn minder prijzig, terwijl ze wel een hoge kwaliteit bieden, een lange levensduur en een langdurige ondersteuning van het besturingssysteem door Apple.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Microsoft sluit recordjaar af

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Microsoft sluit het gebroken boekjaar af met een record. De omzet viel in het laatste kwartaal 12 procent hoger uit en bedroeg 33,7 miljard dollar, met een 49 procent hogere winst van 13,2 miljard.

Wederom was het de cloud die met 39 procent groei voor de beste resultaten zorgde. Zeker 11 miljard dollar komt uit Azure en andere diensten.

Ook de zakelijke software deed het wederom goed, waarbij LinkedIn 25 procent beter presteerde. CRM software steeg 12 procent in omzet en Office 14 procent.

Personal Computing leverde Microsoft 11,3 miljard dollar op. Aan Windows licenties verdiende Microsoft 9 procent meer dan ee jaar terug. Ook ging de omzet van Surface hardware 14 procent omhoog. Zoekadvertenties vertoonden een opgaande lijn, maar inkomsten uit gaming daalde met 10 procent fors.

In het complete jaar zette Microsoft 125,8 miljard dollar om. De winst kwam uit op 39,2 miljard.

Beleggers lijken tevreden. Microsoft is momenteel op papier 1 biljoen dollar waard, terwijl Alphabet (Google) achterblijf met 800 miljoen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat CRO heeft geleerd van het WK vrouwenvoetbal

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Tijdens het afgelopen WK vrouwenvoetbal was er in het begin weinig enthousiasme en positiviteit over de Nederlandse voetbaldames. Het spel viel tegen en dit ging volgens ons, de experts voor de televisie, niet leiden tot succes. Maar de Leeuwinnen hebben dit tij gekeerd. Meer dan vijf miljoen mensen keken zowel naar de halve finale en finale. Maar wat heeft dit nu met conversieratio-optimalisatie te maken?

Zonder team, geen succes en zonder resultaat, geen zichtbaarheid. Hoe creëer je een succesvol team en optimalisatieprogramma? 

Wat heb je nou liever? Een goed elftal of elf goede ééntallen 

Elk team heeft verschillende rollen nodig. Alleen maar aanvallers in een elftal werkt net zo min als een team met alleen maar analisten. Je kan een team hebben met de allerbeste analisten, UX-designers en/of psychologen, maar dat is geen garantie voor succes. Als je voor elke positie de beste speler kiest, heb je nog geen sterk elftal maar een team dat als los zand uiteen valt. Daarnaast is in je eentje vaart maken heel erg lastig. Het succes zit het met name in de transformatie van een groep specialisten naar een dedicated multidisciplinair team. 

Je moet blijven aanvallen om je scoringskans te verhogen

Als je begint met experimenteren, kijken andere afdelingen sceptisch naar je als team en de manier van werken. Bij het starten van een optimalisatieprogramma gaat het om meters maken, de eerste testen draaien én blijven testen. Niet stoppen als je bij de eerste testen geen winnaars vindt. Vaak merk je dat naarmate je meer testen hebt gedaan, er een steeds groter deel winnaars blijken. En het mooie is: je ziet dat als je succes hebt, je ook de sceptici meekrijgt.

Succes moet gevierd worden

Zorg ervoor dat je successen deelt. Je moet de mensen meenemen in je verhaal, ook als het minder gaat, want zo maak je ze er onderdeel van. Zo werk je, zelfs op korte termijn, toe naar een winnend team. Bij CRO is het daarom enorm belangrijk dat je succes met elkaar viert. Het delen van succes is ook voor de sceptici belangrijk. Zij zullen, naarmate er meer successen geboekt worden, steeds positiever en actiever worden. 

Het belang van een manager

Naast een goed en multidisciplinair team is ook support van bovenaf nodig om een goed optimalisatie programma van de grond te krijgen. Er is een manager nodig die het team stuurt en gelooft in experimenteren. Alleen een groep specialisten het werkveld insturen, zonder geloof en sturing door een manager, werkt niet. Je hebt een manager nodig die een duidelijke taakverdeling meegeeft en het team steunt. Iemand die ook niet bang is om in te grijpen als het nodig is. 

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

Het is natuurlijk een beetje een open deur om te stellen dat hoe meer je wint, des te beter de resultaten. Maar het is wel zo: hoe meer je test, des te meer winnaars ga je vinden. Door veel ervaring op te doen ga je leren van de resultaten die je hebt behaald en dit zorgt ervoor dat je echt stappen gaat maken. Winst of verlies is hierbij niet van belang. Je leert namelijk ook van de verliezers. Vaker testen zal leiden tot een beter optimalisatieprogramma, meer successen en enthousiasme vanuit de hele organisatie.

Wie een aantal jaar geleden had gezegd dat ik het Nederlandse vrouwenelftal zou aanmoedigen op weg naar de finale van het WK, had ik voor gek verklaard. Maar je ziet, we willen allemaal successen vieren. Dus… hup CRO hup! 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo werken de vier groeistrategieën voor een webwinkel

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Een Nederlandse webwinkelier heeft tegenwoordig rond de 80.000 concullega’s. En hoewel de online bestedingen nog ieder jaar stijgen, geeft dit hoge aantal webwinkels per consument al snel een forse druk op marktaandeel en marges. Welke verschillende strategieën voor groei zijn er, en welke is het slimst bij de huidige marktomstandigheden?

Halverwege de twintigste eeuw ontwikkelde Igor Ansoff een model waarmee hij de belangrijkste groeistrategieën in kaart bracht aan de hand van bestaande en/of nieuwe producten enerzijds en bestaande en/of nieuwe markten anderzijds. Deze matrix-indeling levert vier unieke product-marktcombinaties op, die ondernemers kunnen ondersteunen in hun strategievorming. Dit model, ook wel Ansoffs Matrix genoemd, werd in 1957 voor het eerst gepubliceerd en is nog steeds een van de meest gebruikte modellen waarmee ondernemers hun groeistrategie concreet maken:

Bestaande producten Nieuwe producten
Bestaande markten Marktpenetratie Productontwikkeling
Nieuwe markten Marktontwikkeling Diversificatie

 

Marktpenetratie – Het vergroten van huidig marktaandeel: dus bestaande klanten meer laten kopen van bestaande producten of klanten van concurrerende webwinkels aantrekken. De meeste literatuur geeft aan dat dit de groeistrategie met het minste risico is. 

Productontwikkeling –Nieuwe producten verkopen aan bestaande klanten of met nieuwe producten nieuwe klanten trekken in de eigen markt. Hierbij kan je denken aan vervangende producten, maar ook aan de mogelijkheden van cross-selling.

Marktontwikkeling – Het vergroten van marktaandeel door een gevestigd product in te zetten om een nieuw klantensegment aan te spreken. Hierbij kan worden gedacht aan een groothandel die nu ook particulieren direct gaat bedienen.

Diversificatie – Met een eigen product een nieuwe doelgroep van klanten aanspreken. Er wordt dus een nieuw product ingezet of ontwikkeld in een voor de ondernemer nieuwe markt. De meeste literatuur benoemt dit als de lastigste strategie die het vaakst mislukt, maar als ze slaagt erg succesvol kan zijn.

Groeistrategie

Van de vier groeistrategieën worden in de praktijk door ondernemers vooral de ‘marktpenetratie’ en de ‘productontwikkeling’ vaak toegepast. In slechts tien procent van de gevallen valt de keuze op een diversificatie of marktontwikkeling groeistrategie.

Ondernemers blijken zich dus vooral te richten op groei in de bestaande markten. En dat lijkt ook heel logisch: het zijn de markten waar ze mee bekend zijn en waar het afbreukrisico van hun groeistrategieën kleiner is dan in nieuwe markten waar ze nog vertrouwd mee moeten raken.

Bestaande markt ontwikkelen

Meestal ligt de focus van webshophouders op de uitvoering van hun groeistrategie op een organische wijze. Met andere woorden, ze bouwen hun eigen bestaande webwinkel uit met extra producten of proberen met extra marketing-inspanningen een groter aantal klanten in hun huidige webwinkel te krijgen.

Dat is meestal een goede basis en er is genoeg over geschreven. Er zijn echter meer manieren waarop invulling kan worden gegeven aan een groeistrategie. De meest voorkomende manier om versneld een gekozen groeistrategie uit te rollen is ‘Groeien door Overname’ en die zal hier verder worden toegelicht.

Vanuit Ansoffs Matrix geredeneerd is een horizontale overname de manier om sneller je groeidoelstellingen te halen, als je een Marktpenetratie strategie volgt. Volg je een 

Productontwikkeling strategie, dan is een gerelateerde overname jouw manier voor versnelde groei.

Horizontale overname

Wanneer bedrijven met een vergelijkbaar productaanbod worden samengevoegd, wordt gesproken van een ‘horizontale overname’. Dit type overnames vinden vooral plaats in een meer volwassen markt waarin (te) veel aanbieders aanwezig zijn.

Over het algemeen bieden horizontale overnames voordelen op het gebied van:

Schaalvergroting – Lagere inkoopprijzen bij meer volume bijvoorbeeld.

Googleposities – Met de overname vermindert de concurrentie op belangrijke keywords (seo/sea).

Bedenk wel dat deze voordelen meestal niet uniek zijn: de schaalvoordelen zijn voor concullega’s meestal ook bereikbaar, wanneer zij ook zich ook op het overname gaan begeven. In dat geval is een voordeel dus tijdelijk. Maar als je hier niets doet en de concurrentie wel, sta je mogelijk op achterstand.

Gerelateerde overname

Er zijn ook bedrijven die wel bepaalde eigenschappen delen, maar geen vergelijkbaar productaanbod hebben. Als hier een overname tussen plaatsvindt, wordt er gesproken van een ‘gerelateerde overname’. Dit zijn bijvoorbeeld partijen die dezelfde doelgroep bedienen, maar met een ander (type) aanbod.

Gerelateerde overnames bieden vooral voordelen op het gebied van:

Synergie – Denk aan cross-selling bijvoorbeeld. Maar ook schaalvergroting speelt hier een rol: vaste kosten aan overhead, bijvoorbeeld, zouden over meer omzet kunnen worden verdeeld.

Om te bepalen welke strategie het beste aansluit bij jouw webwinkel en in jouw marktomstandigheden, start je allereerst met een grondige analyse van de sterke en zwakke kanten van je webwinkel en de kansen en de bedreigingen (de veelgebruikte SWOT-analyse). 

De uitkomsten van deze analyse vormen het startpunt voor de toepassing van de Ansoff Matrix: Bevind je onderneming zich in een markt met een stevige concurrentie en beperkte marge? De kans is dan groot dat er een consolidatie plaats gaat vinden. Het is dan slim om zelf de eerste horizontale overname(s) te doen en de interessantste krenten uit de pap kan vissen. En zijn er partijen die dezelfde doelgroep als jij bedienen, maar met producten waar meer marge op wordt gemaakt? Bekijk dan de opties van gerelateerde overnames.

Maar overnames zijn niet voor iedereen: iedere verkoper zal een redelijke vergoeding voor zijn webwinkel verwachten en afhankelijk van de resultaten van deze webwinkel, kan die vergoeding oplopen. Deze investering moet je financieel dus wel kunnen dragen. Maar als dat het geval is, is een overname een interessante wijze om op een versnelde manier invulling te geven aan je groeistrategie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Thuisbezorgd test nieuw verdienmodel

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Thuisbezorgd.nl test een nieuw verdienmodel waarbij restaurants gaan betalen voor de positie van hun vermelding. Hoe meer ze betalen, hoe hogere ze in het overzicht of een subcategorie verschijnen.

Het betreft vooralsnog een proef maar, zo vertelt een werknemer van het bedrijf aan RTL Z, het ziet ernaar uit dat het deze commercieel zal worden uitgerold.

Thuisbezorg noemt de nieuwe reclameoptie TopRank. Net als AdWords bij Google betalen bedrijven ook op de restaurantsite een x-bedrag voor een hogere positie in een overzicht. Hoe hoger de positie op de pagina, hoe meer deze kost.

TopRank zou realtime werken, wat inhoudt dat restaurants tot op de minuut of het uur nauwkeurig kunnen aangeven wanneer ze minimaal op welke positie willen staan. Het gevolg is dat de prijs voor de topposities bij schaarste – dus op piektijden – drastisch kan stijgen.

Een deelnemer aan de proef vertelt aan RTL Z dat het voor de consument niet duidelijk is of een restaurant heeft betaald voor een toppositie in het resultatenoverzicht of niet.

Het is verder niet duidelijk of en welke analyticstools horeca-ondernemers krijgen van Thuisbezorgd of het rendement van hun investering te berekenen.

Horeca-ondernemers klagen al langer of de naar hun idee hoge commissies die ze moeten betalen aan het Nederlandse label van Takeaway.com. Het is niet duidelijk of de introductie van TopRank variatie gaat brengen in de hoogte van de gevraagde commissie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe kies je het juiste DMP?

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Om ervoor te zorgen dat je data goed opgeslagen en verwerkt wordt is een data management platform (DMP) onmisbaar. Bij het oriënteren op geschikte DMP’s is het niet gemakkelijk te bepalen aan welke vereisten een systeem precies moet voldoen. Daarom is het goed die eens op een rijtje te zetten. 

Daarbij is het wel belangrijk op te merken dat DMP’s grotendeels maatwerk zijn. Er is geen one-size-fits-all, geen systeem dat voor elk bedrijf werkt. Net als met het kopen van bijvoorbeeld een huis, schaf je niet zomaar het eerste de beste aan. Voor een DMP is dat niet anders. Toch is er een aantal punten waaraan een goed systeem sowieso hoort te voldoen.

Real-time data

Het eerste dat een DMP goed moet doen is de doelgroep vergroten. Hoe meer data je hebt, hoe beter. Sommige DMP’s hebben 48 uur de tijd nodig om nieuwe gegevens te verwerken en te activeren, terwijl andere real-time functioneren. Dat laatste is belangrijk bij het invullen van segmenten. Als je elke keer twee etmalen zit te wachten om de resultaten te bekijken, verspil je enorm veel tijd. Real-time data maken het veel gemakkelijker om te spelen met de gegevens die binnenkomen.

Nog sneller

Om snelheid te garanderen is het ook belangrijk dat je segmenten kunt invullen met historische data, zodat je niet hoeft te wachten tot nieuwe gegevens binnen zijn gekomen na het maken van nieuwe segmenten. Een andere vereiste waar je op wilt letten, is de mogelijkheid tot cookie life extension, waardoor cookies langer actief blijven dan de standaard 48 uur. En een hoge cookie match rate tussen verschillende systemen en je DMP, zodat een zo’n groot mogelijk deel van je publiek herkend wordt. Dit heeft allemaal tot doel om de hoeveelheid data waaruit je kunt putten zo groot mogelijk te maken.

Uiteindelijk is een DMP immers als een schatkist vol met data. Net als bij een schatkist wil je altijd de beschikking hebben over al het goud en de juwelen die daarin liggen. Als je op elk bepaald moment maar een klein deel van je waardevolle spullen kunt pakken, heb je er weinig aan.

Alles willen weten

Niet alleen de kwantiteit van de data is belangrijk. Het is net zo goed van belang dat het rijke data betreft. Je wilt, kort gezegd, zoveel mogelijk weten over je (potentiële) klanten. Niet alleen hun surfgedrag op jouw website, maar als het even kan ook leeftijd, geslacht, hun koopintentie en gedrag zowel online als offline. Een DMP zal daarbij al snel tekort schieten. Een customer data platform (CDP) kan deze gegevens uitstekend verzamelen. Dat onderscheid betekent echter wel dat je weer op zoek moet gaan naar een nieuw systeem, dat integreert met je bestaande stack. De oplossing ligt daarom voor de hand: een full-stack DMP die net zo goed eigenschappen van een CDP integreert.

Data inzetten

Heb je eenmaal die grote hoeveelheid rijke data, dan is het belangrijk dat het systeem je die laat activeren. Bijvoorbeeld op je eigen website, om advertenties te tonen. Maar een goede DMP laat je veel verder gaan dan dat. Het idee is dat je elk touchpoint met je klanten optimaal benut. Je kunt e-mail, sms of push notificaties gebruiken of klanten retargeten op Facebook. Als de data goed worden verzameld kun je deze op elk kanaal activeren en kun je jouw klanten retargeten met gepersonaliseerde advertenties op al je kanalen. De juiste advertentie, op de juiste plek en op het juiste moment.

Denk aan de medewerkers

Tot slot is het belangrijk dat de DMP die je kiest het leven van de mensen in je bedrijf gemakkelijker maakt. Dat begint bij de mensen die je technologie beheren. Maak het ze makkelijk door een DMP te kiezen met een benadering die API’s prioriteit geeft. Een DMP die flexibel is en gemakkelijk te integreren in bestaande platformen. En die ook het leven van je sales-mensen gemakkelijker maakt, door ze een omgeving te bieden waarin ze real-time contact op kunnen nemen met hun adverteerders en direct antwoorden op vragen kunnen vinden van hun belangrijke klanten. Geef ook het marketingteam de mogelijkheid om gebruik te maken van ingebouwde functionaliteit waarmee ze real-time beslissingen kunnen maken op basis van de verzamelde data.

De beste DMP kiezen

Hoe kom je dan uit bij een DMP die aan al deze vereisten voldoet? Daar is helaas geen eenduidig antwoord op te geven. De beste manier om de juiste optie te kiezen, is door je erin te verdiepen. Ga niet alleen af op beloftes op de website, maar doe een deep-dive in de technologie. Stel vragen aan experts of andere bedrijven die gebruikmaken van een DMP, gebruik hun kennis om je oordeel te vormen. Kies niet zomaar de eerste de beste optie, maar neem contact op met de makers van het systeem, om te zien of het opties biedt die precies bij jouw organisatie passen.

Zie het aanschaffen van een DMP als het kopen van een huis. Dat doe je ook niet ongezien. Je wilt op z’n minst een keer binnen zijn geweest. Alle kamers bekeken hebben. Erin rondlopen, op muren kloppen en op vloeren stampen. Je wilt er zeker van zijn dat niet alleen het huis goed bij je past, maar ook de straat en de buurt. De omgeving moet naadloos aansluiten op je wensen.

Het kopen van een huis is geen gemakkelijke opdracht, maar uiteindelijk is het wel iets dat vrijwel iedereen een keer doet en waar je -als je het goed doet- jaren profijt van hebt. Datzelfde geldt voor het kiezen van een DMP. Het kiezen van een systeem dat aan alle vereisten van je bedrijf voldoet, is niet 1-2-3 gedaan. Maar het maken van een goede keuze levert jarenlang plezier op.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo dragen smart cities en connected cars bij aan groei van duurzaamheid

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Duurzaamheid komen we overal tegen, maar over de rol die de infrastructuur gaat spelen op het gebied van die duurzaamheid horen we weinig.  Wat zijn de mogelijkheden van smart cities, connectiviteit van de infrastructuur, connected cars en de rol van data?

Volgens de VN zal in 2030 zeventig procent van de wereldbevolking in steden wonen – 1,5 miljard meer dan in 2010. Naarmate de bevolking toeneemt, zien de meeste landen ecologische, sociale en economische duurzaamheid als een noodzaak om de groei in goede banen te leiden. Duurzaamheid van de infrastructuur staat centraal in deze agenda voor duurzame ontwikkeling, en hoewel het concept van duurzame infrastructuur van oudsher wordt geassocieerd met het bouwen van milieuvriendelijke of ‘groene’ infrastructuur, wordt het steeds duidelijker dat dit veel verder reikt dan slechts deze milieudimensie. Duurzame infrastructuur wordt op maat gemaakt voor de lokale sociale, economische en ecologische omgeving en voorziet in de behoefte aan infrastructuurdiensten op de meest effectieve en efficiënte manier. 

Dit gaat verder dan alleen het beoordelen en aanpakken van milieurisico’s, maar vereist ook het waarborgen van financiële middelen om de infrastructuur gedurende de gehele levensduur te handhaven, rekening houdend met de voorkeuren en behoeften van gebruikers bij het ontwerp (voor maximale effectiviteit), en inzicht in de institutionele en politieke dynamiek om projecten gedurende de politieke cyclus van verkiezingen te waarborgen. Vanwege dergelijke redenen worden steden gedwongen manieren te vinden om de hinder die inwoners en forenzen ondervinden door stedelijk wonen en mobiliteit aan te pakken met slim beleid: het worden zogenaamde Smart Cities.

Smart Cities

Technologie speelt een steeds grotere rol bij het oplossen van deze vraagstukken en is onmisbaar voor het inrichten van de stedelijke infrastructuur. Smart cities maken gebruik van sensoren met internetverbinding om bijvoorbeeld verkeersopstoppingen te monitoren en daarop te acteren onder meer door stoplicht schema’s aan te passen wanneer nodig. En Woensdrecht had een vernieuwende oplossing voor een fietsroute naar het naburige Bergen op Zoom die in de donkere wintermaanden als verkeersonveilig bekend stond: de stad installeerde 65 slimme LED straatlantaarns die automatisch aangaan wanneer een fiets nadert en zich vervolgens weer uitschakelen wanneer er geen verkeer is. Het maakt het voor de kinderen veiliger om na school in het donker tussen de twee steden te fietsen, en er is geen nadelige invloed op de fauna.

Het populairste voorbeeld van een smart city-applicatie zijn connected cars, waarvan geschat wordt dat er in 2020 in totaal 250 miljoen van op de weg zullen zijn, hetgeen betekent dat één op de vijf voertuigen binnenkort een of andere vorm van draadloze netwerkverbinding zal hebben.

Wat is een ‘connected car’?

Een connected car heeft een eigen verbinding met internet, meestal via een draadloos lokaal netwerk (WLAN) waarmee de auto internettoegang en gegevens deelt met andere apparaten binnen en buiten de auto. Verbonden auto’s maken deel uit van het Internet of Things, een uitdrukking die verwijst naar alledaagse voorwerpen die verbonden zijn met internet met de bedoeling om het leven gemakkelijker te maken. Behalve dat bepaalde items op afstand bestuurd kunnen worden, vaak via een smartphone-app, kunnen deze auto’s ook communiceren met andere producten. 

Connected cars bieden een breder scala aan communicatiemogelijkheden dan veel andere devices. Ze stellen hun gebruikers niet alleen in staat om realtime toegang te krijgen tot allerlei informatie, maar kunnen ook het contact tussen de auto en de dealer vergemakkelijken en de hulpdiensten waarschuwen indien de auto bij een ongeval betrokken was; sinds maart 2018 is het bovendien verplicht gesteld voor alle nieuwe auto’s om een ​​systeem te hebben dat de politie informeert wanneer een auto bij een ongeval betrokken is geweest. 

Een connected car biedt nuttige diensten zoals een satellietnavigatiesysteem met een verkeersmonitorfunctie die waarschuwt voor vertraging op de route en een alternatief biedt dat dit vermijdt, of een conciërgeservice waarmee je kunt vragen om een ​​parkeerplaats dicht bij de bestemming.

Maar in Nederland is het inzetten van technologie om de infrastructuur duurzamer te maken naar een hoger plan getild door een ‘C-ITS’ proefproject van Rijkswaterstaat in Noord-Brabant. C-ITS staat voor cooperative intelligent transport systems, een internationaal verzamelbegrip voor de toepassing van informatie- en communicatietechnologieën in het verkeer dat beoogt om het verkeer veiliger, efficiënter, betrouwbaarder en milieuvriendelijker te maken.

Langs de weg zijn Wifi-p hubs geplaatst die alle auto’s op de weg met elkaar in verbinding brengen. Zo krijgen bestuurders realtime informatie op hun dashboard over auto’s voor hen die remmen, opkomende files of snelheidsadviezen waardoor de doorstroom verbetert en spookfiles verminderen. Alle auto’s worden sinds dit jaar uitgerust met Wifi-p, aldus de autofabrikanten. Ook Rijkswaterstaat ziet een steeds grotere rol voor Big Data.

Big data zijn gegevens die met steeds grotere variëteit in toenemende volumes met een steeds hogere snelheid aankomen. Eenvoudig gezegd zijn Big Data grotere, complexere datasets, vooral van nieuwe gegevensbronnen. Miljoenen slimme auto’s leveren dan een schat aan informatie op: één enkele auto heeft maar liefst 2.500 sensoren die relevante data produceren, van de sensoren die de ruitenwissers activeren bij regen tot passieve sensoren die de buitentemperatuur meten. De huidige uitdaging is het ontwikkelen van intelligente modellen om al die data te analyseren met inachtneming van de privacy én zonder controle over deze Big Data volledig uit handen te geven aan het bedrijfsleven.

Wat kunnen de verbonden auto’s van de toekomst doen?

Connected cars verbinden dus niet alleen met mensen en diensten – ze kunnen ook verbinding met elkaar maken en met de infrastructuur van het wegennetwerk. Deze kenmerken zullen belangrijker worden naarmate er meer zelfrijdende auto’s verschijnen. Zelfrijdende auto’s gebruiken informatie van camera’s, lasers en radar om een ​​3D-digitale kaart van hun omgeving te maken. We zien op dit moment in Nederland de eerste implementatie van de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven om van ‘connected’ tot ‘automated’ vervoer te komen. 

De autonomie van auto’s (en andere voertuigen) neemt hier constant toe door investeringen en verbeteringen in de technologie van ‘connected’ door ‘informatization of traffic’, waarbij de overheid zich een betrouwbare en toegewijde partner toont. De connected car communiceert ook met de auto’s om zich heen om meer informatie te krijgen over de vraag of ze een bocht nemen, versnellen of remmen.

In feite zorgt het vermogen om dit te doen ervoor dat de zelfrijdende auto door de omgeving heen kijkt en anticipeert op hun bewegingen. Ze kunnen ook informatie krijgen van verkeerslichten, verkeersborden, rijstrookmarkeringen en wegwerkzaamheden. Als kers op de taart werd tijdens de zonopgang op 25 juni jl. in Katwijk de Lightyear One gepresenteerd, een elektrische auto die wordt aangedreven door zonne-energie. Met deze wereldpremière toont Nederland dat het écht synchroon werkt aan duurzaamheid!

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Blijft apphit FaceApp wel gratis?

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De app FaceApp die je tien jaar ouder of jonger maakt lijkt de grootste apphit van het jaar te worden. De app gaat wereldwijd viraal via de hashtag #AgeChallenge, aangezien iedereen nieuwsgierig is hoe hij er in de toekomst uit gaat zien. De grote vraag is: hoe gaan ze eraan verdienen?

FaceApp begon twee jaar terug als een fotomontageapp ontwikkeld door een klein team in Sint Petersburg. Het sloeg ook toen al aan in landen als Nederland, Noorwegen, Rusland en Argentinië. Je kon er gezichten mee morphen, maar het verouderingsfilter was er toen nog niet. Dat filter heeft gezorgd voor een nieuwe doorbraak; er is alom waardering voor de wijze waarop gezichten levensecht ‘verouderen’.

Marketingtechnisch is het een mooie stunt. Alleen al op Facebook heeft FaceApp bijna een half miljoen volgers.

Er is ook kritiek: in de privacyovereenkomst van de app staat weliswaar dat je informatie niet met derden wordt gedeeld, maar daaraan wordt sterk getwijfeld. Privacybedrijf Privacy Zeker stelt dat de app niet voldoet niet aan de geldende privacywetgeving. Ze geven geen inzage in de rechten die je hebt als gebruiker. Weer anderen beweren dat FaceApp je gezicht in een database met duizenden andere gezichten stopt. Daar zouden de beelden alsnog worden verkocht aan bedrijven, maar daarvoor zijn geen aanwijzingen gevonden.

Oprichter Yaroslav Goncharov ontkent dat gegevens aan derden worden verkocht. De bewerkingen vinden plaats in de cloud, namelijk Amazon Web Services en Google Cloud. De gegevens komen niet in Rusland terecht.

FaceApp verdient hoofdzakelijk aan een Pro versie, waarbij maandelijks moet worden betaald voor toegang tot betaalde filters. Dat kost momenteel 3,99 dollar per maand. Een levenslange licentie kost 39,99 dollar. Het zou zomaar kunnen dat het verouderingsfilter uiteindelijk achter de betaalmuur verdwijnt.

Foto boven Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bedrijven, instituten en overheden lanceren Nederlandse AI Coalitie

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Om te zorgen dat Nederland bijblijft in de race rond Kunstmatige Intelligentie (AI) wordt in oktober de Nederlandse AI Coalitie opgericht. Die moet zorgen voor een gezamenlijke aanpak nu tal van landen hard aan de weg timmeren en een voorsprong nemen bij het aantrekken van talent.

‘Juist Nederland kan een unieke en mensgerichte aanpak ontwikkelen als we daar gezamenlijk de schouders onder zetten. Daarmee laten we AI werken voor elke Nederlander,’ schrijven de initiatiefnemers in een position paper.

De vorming van één nationaal AI kennis- en innovatienetwerk moet alle versnipperde AI-initiatieven en onderzoekscentra gaan verbinden en zorgen dat er beter wordt samenmgewerkt. Ook moet er ruimte komen voor meer dan 400 extra onderzoekers. Het nieuwe centrum moet verder zorgen dat we bijvoorbeeld slimmer en verantwoorder data gaan delen en gebruiken.

Verder moet Nederland volgens de voorstellen inzetten op een grootschalig om- en bijscholingsprogramma. Slechts 10 procent van de scholing is nu bijvoorbeeld gericht op noodzakelijke digitale vaardigheden.

Het idee voor de vorming van één Nederlandse AI-coalitie komt van de Taskforce AI die is opgezet door MKB-Nederland, VNO-NCW, TNO, de VSNU en het ministerie van EZK en waar partijen als Seedlink, Philips, IBM, Ahold Delhaize en Topteam Dutch Digital Delta in participeren.

Foto Pexels



Lees het volledige bericht op Emerce »

EU start onderzoek naar machtsmisbruik Amazon

Posted 17 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De EU start een officieel onderzoek naar mogelijk machtmisbruik door Amazon. Daarbij draait het om het gebruik van gegevens van onafhankelijke verkopers op het platform.

Eurocommissaris voor mededingingsrecht Margrethe Vestager wil onderzoeken of gevoelige informatie van verkopers op Amazons platform tot hogere prijzen leidt. Amazon vervult een dubbelrol, net als in Nederland bol.com: het bedrijf is zowel marktplaats als retailer.

Volgens de Commissie lijkt het erop dat Amazon die informatie over de verkopers, hun producten en transacties gebruikt om concurrentie te verstoren.

Het onderzoek komt niet als een complete verrassing. Amazon was al op de radar van de commissie verschenen. De aankondiging door de EU is geen goed nieuws voor het Amerikaanse bedrijf van Jeff Bezos. Tot dusverre zijn vergelijkbare onderzoeken naar Google altijd geëindigd in forse boetes.

Amazon zegt volledig mee te werken aan het onderzoek. Amazon heeft al toegezegd dat het de overeenkomsten met de onafhankelijke verkopers aanpast in augustus.

Ook zijn alvast schikkingen getroffen met Duitsland en Oostenrijk. De Duitse mededingingsautoriteit heeft onderzocht of de voorwaarden van Amazon kloppen, en of de retailer wel op transparante wijze contracten met handelaren opzegt.

Amerikaanse politici hebben al eens aangedrongen op splitsing van marktplaatsen als Amazon. De huidige dubbelrol van marktplaats en retailer levert steeds vaker scheve ogen op.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe wint social advertising van televisiecommercials?

Posted 17 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Advertising op sociale media lijkt de traditionele televisie voor het eerst in te gaan halen. En dat terwijl advertising op sociale media en commercials op televisie veel overeenkomsten hebben. Hoe wint social media? 

1. Aanzet tot actie

Na een advertentie of reclame te hebben vertoond, wenst een adverteerder dat de ontvanger actie onderneemt. Wanneer een kijker een reclame ziet waarin verwezen wordt naar een website en besluit deze te willen onderzoeken, zal diegene eerst een ander apparaat moeten pakken.

Via sociale media zijn gebruikers direct aan te zetten tot een actie. Gebruikers zijn immers al actief op een device wanneer zij gebruik maken van sociale mediakanalen. Door te adverteren op deze kanalen kunnen gebruikers die in aanraking komen met een advertentie direct doorlinken naar een opeenvolgende actie (zoals het bezoeken van een website). Hierdoor zijn er voor de gebruiker minder drempels om de volgende actie te ondernemen en heeft de adverteerder invloed op waar de bezoeker naar toe gelinkt wordt.

2. Doelgroepen

Wanneer een bedrijf besluit te adverteren dan is het van groot belang om de doelgroep zo relevant mogelijk te kaderen. In het geval van adverteren op televisie, kan de doelgroep bepaald worden op basis van zender, tijdstip en programma.

Door te adverteren op sociale media zijn er veel mogelijkheden om een relevante doelgroep te bepalen. Zo is het mogelijk om te targeting in te zetten op demo- en geografische gegevens, zoals leeftijd, geslacht en woonplaats. Maar bijvoorbeeld ook op interesses, levensgebeurtenissen en (online) gedrag. Daarbij is het mogelijk om op basis van bestaande doelgroepen zogeheten look-a-like doelgroepen te maken, waardoor er nog meer mensen met overeenkomende eigenschappen en gegevens kunnen worden bereikt.

3. Video doelgroepen

Het inzetten van videocontent binnen advertenties kan vele voordelen opleveren. Voor televisiereclames is dit allang bekend en gebruikelijk, voor social advertising kan dit ook een slimme zet zijn. Bewegend beeld trekt namelijk sneller de aandacht. De boodschap kan niet alleen verpakt worden in beeld, maar ook in tekst en geluid. Doordat meerdere zintuigen geprikkeld worden, is de kijker beter in staat de boodschap te onthouden. Ook kunnen er in video’s meerdere beelden, informatie en details opgenomen worden over een desbetreffend product/dienst in vergelijking met statische visuals.

Daarbij komt er extra data vrij wanneer er gebruik wordt gemaakt van video is een socialadvertising-campagne. We kunnen in het geval van reguliere advertenties vaak wel het bereik meten. Maar video brengt daarnaast kijkers met zich mee. Deze kijkers ontwikkelen een bepaald engagement met de video. Door deze bij te houden, kunnen er vervolgens nieuwe targeting-acties op worden ondernomen.

Het is bijvoorbeeld mogelijk om een doelgroep te maken van gebruikers die een video minimaal drie seconden hebben bekeken. Door er vervolgens een tijdsperiode aan te koppelen, ontstaan er geheel nieuwe doelgroepen die relevant kunnen zijn voor de rest van de campagne. Voorbeeld: gebruikers die de afgelopen maand meer dan de helft van een video hebben bekeken. Deze mensen hebben al behoorlijk wat interesse getoond en kunnen dus vrij ontvankelijk zijn voor verdere advertenties.

4. Influencers

In televisiereclames wordt veel gebruik gemaakt van de autoriteit of het imago van bekendheden. Dit is via social advertising ook eenvoudig te doen en daarmee aan te raden. Uit een onderzoek van Google blijkt dat 4 op de 10 millennials aangeeft dat hun favoriete influencer hen beter begrijpt dan hun eigen vrienden. Influencers kunnen dus veel invloed uitoefenen binnen een socialadvertising-campagne.

Het voordeel van de inzet van bekendheden binnen social advertising is het plaatsen van advertenties via het kanaal van de desbetreffende influencer. Op die manier lijken de gesponsorde berichten af te komen vanaf de bekendheid. Hierdoor worden de krachten van het merk, de influencer en van social advertising gebundeld.

5. Meetbaarheid

Eén van de belangrijkste verschillen die blijkt uit de vergelijking tussen social advertising en TV-Commercials ligt bij de meetbaarheid. In het geval van televisiecommercials kunnen de kijkcijfers gemeten worden. Hieruit kan worden herleid hoeveel en hoelang apparaten de commercial vertonen.

In het geval van social advertising heb je te maken met bepaalde codefragmenten waaruit data gemeten kan worden. Via het codefragment van Facebook (de Facebook Pixel) is bijvoorbeeld veel nauwkeurige informatie te winnen over het verloop en de resultaten van Facebook Advertising en Instagram Advertising.

Via de Pixel is eveneens veel informatie te achterhalen over websitebezoekers. Zo is te meten hoe de bezoeker op de website terecht komt en welke acties hij uitvoert op de website. Daarnaast is de attributie eenvoudig aan te passen. Wil je bijvoorbeeld de resultaten bekijken op basis van 28 dagen view-attributie of hecht je met name waarde aan klik-attributie?

Binnen social advertising is de Cross Device Tracking ook erg sterk. Dit is het meten van gebruikersgedrag over verschillende apparaten heen. Omdat een gebruiker vaak al is ingelogd op zijn social accounts op zijn devices, kunnen acties eenvoudig aan meerdere apparaten gekoppeld worden. Via TV is deze manier van meten een stuk lastiger.

6. Hoeveelheid en kosten

Via televisie laten de meeste bedrijven slechts één commercial-variant een X-aantal dagen zien. Dit gaat meestal gepaard met hoge kosten. Via social advertising bestaat de mogelijkheid om ontoereikend veel ads te maken en deze tegen elkaar te testen om te kijken welke variant het beste resultaat oplevert.

Op die manier kom jij als adverteerder heel snel achter de meest effectieve Ad en kun je het marketingbudget hierop aanpassen. Het toereiken van budget is in het geval van social advertising namelijk volledig zelf te bepalen. Je kunt het zo goedkoop of duur maken zoals je wilt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

1,2 miljoen slachtoffers van digitale criminaliteit

Posted 17 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

In 2018 gaf 8,5 procent van de internetgebruikers van 12 jaar of ouder aan in de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van digitale criminaliteit. Dat komt neer op ruim 1,2 miljoen mensen. Vooral jongeren waren slachtoffer. Vermogensdelicten kwamen het vaakst voor, zo meldt het CBS op basis van het vandaag verschenen onderzoek Digitale Veiligheid en Criminaliteit.

Het onderzoek naar Digitale Veiligheid & Criminaliteit is een nieuw onderzoek dat het CBS in het najaar van 2018 heeft uitgevoerd in samenwerking met de politie. Voor dit onderzoek werden 100.000 personen benaderd, van wie ruim 38.000 meededen.

4,6 procent was slachtoffer van een vermogensdelict, een delict waaraan de dader geld heeft verdiend. De slachtoffers betaalden bijvoorbeeld voor diensten of goederen die niet werden geleverd. Daarnaast is bij 0,5 procent geld van de rekening gehaald of zijn betalingen gedaan vanaf de rekening.

Van fraude bij online handel werd 2,9 procent van de internetgebruikers slachtoffer, waarvan het grootste deel van aankoopfraude (2,7 procent). Ruim 4 op de 10 slachtoffers van aankoopfraude (42 procent) in 2018 deden hun aankoop via een tweedehands website. Producten waarbij vaak gefraudeerd werd zijn kleding, schoeisel en accessoires (30 procent) en mobiele telefoons (20 procent). Een op de tien slachtoffers van aankoopfraude in 2018 gaf aan de schade vergoed te hebben gekregen.

Van fraude via het betalingsverkeer werd 0,7 procent van de internetgebruikers in 2018 slachtoffer. Bij 0,5 procent werd geld van de rekening gehaald of betalingen gedaan; bij 0,2 procent werden op naam van het slachtoffer een lening, abonnement, goederen of diensten verkregen. Bij slachtoffers waarbij geld van de rekening werd gehaald, gebeurde dit vooral door phishing (30 procent) en hacken (12 procent).

In 2018 is bijna een op de 50 internetgebruikers (1,8 procent) slachtoffer geweest van een of meer gevallen van hacken, waarbij gegevens zijn verstoord, geblokkeerd of gestolen. Bij ruim de helft (56 procent) was ingebroken op hun sociale media account; bij bijna 3 op de 10 werd het email-account gehackt.

Internetgebruikers zijn het meest bezorgd over misbruik van hun bank- en persoonsgegevens. In 2018 zei 42 procent hier zeer bezorgd over te zijn. Vanwege de bezorgdheid over de veiligheid laten internetgebruikers bepaalde activiteiten op het web achterwege. In 2018 zei 45 procent om die reden wel eens af te zien van het doen van online aankopen, een vergelijkbaar aandeel (42 procent) vermeed het downloaden van zaken als apps, software of muziek.

In 2018 gaf 1 op de 5 internetgebruikers aan nooit backups te maken; 1 op de 10 zei nooit computerprogramma’s (bijvoorbeeld besturingssysteem, virusscanner of internetbrowser) te updaten of vernieuwen. Eveneens 1 op de 10 beschermde de toegang tot de apparatuur nooit met toegangscodes of wachtwoorden.

Mannen waren net zo vaak slachtoffer van digitale criminaliteit als vrouwen. Mannen werden wel vaker slachtoffer van vermogensdelicten, vrouwen daarentegen vaker van interpersoonlijke incidenten.

Belangrijke redenen voor slachtoffers om niet te melden of geen aangifte te doen, waren dat het niet helpt of dat het niet belangrijk genoeg was.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »