Posts Tagged ‘rbi’

De stad als urban living lab

Posted 29 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Smart City-ontwikkelingen staan hoog op de agenda van steden in binnen- en buitenland. Metropolen worden de motor van de nieuwe economie. Waarbij verduurzaming vraagt om hoognodige stedelijke innovaties. Als het even kan met behulp van de Internet of Things. De race om de slimste stad is begonnen.

Een aantal jaren terug was het nog volstrekt ondenkbaar: een vijftal Chief Technology Officers van grote steden als Barcelona, Moskou, Dublin, Boedapest en Shanghai die op het Mobile World Congress in Barcelona hun plannen voor slimme steden ontvouwden.

Vooral de presentatie van de Rus Andrey Belorezov maakte indruk. Die vertelde hoe in zijn stad zestienduizend digitale camera’s Groot Moskou in de gaten houden. Maar die camera’s zijn niet van Moskou zelf: “We nemen alleen de beelden af van de bedrijven die ze hebben opgehangen.” Tevens meldde de CIO van Moskou dat door ziekenhuisapparatuur via een elektronische veiling centraal in te kopen, de Russische hoofdstad twintig miljoen dollar heeft kunnen uitsparen. Kortom: Moskou gaat het helemaal anders doen.

Van Shanghai tot Barcelona, overal worden ambitieuze programma’s ontwikkeld om maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden. Het concept van de slimme stad is weliswaar ontstaan vanuit de techindustrie, maar wordt inmiddels breed omarmd. De wereldwijde markt, die momenteel wordt geschat op 622 miljard dollar, zal daarbij doorgroeien tot 3,5 biljoen dollar in 2026, aldus marktonderzoeker Persistence begin dit jaar.

De CIO’s in Barcelona noemden het Internet of Things als de belangrijkste stimulator van de opwaartse trend. Doordat alles met elkaar wordt verbonden, ontstaan slimme oplossingen. Van camera’s die ongelukken of dreigend geweld detecteren (en automatisch hulpdiensten waarschuwen) tot een auto die je adviseert waar je het best kunt parkeren. Maar ook een project als Smart Emissions uit Nijmegen, waar wordt getest of sensordata over geluid en luchtkwaliteit uit een burgermeetnetwerk inzicht oplevert op lokaal en stadsniveau. Informatie die vervolgens kan worden gebruikt als aanvulling op de data van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM.

Opschalen
Dit soort toepassingen is hard nodig, vertelden de digital minded stadsbestuurders in Barcelona. Zo’n vijftig procent van de wereldbevolking leeft in stedelijke gebieden, waarmee steden verantwoordelijk zijn voor 67 procent van het totale mondiale energieverbruik en voor meer dan zeventig procent van de uitstoot van broeikasgassen.

Zoiets is nu al moeilijk beheersbaar: Parijs probeerde in december op allerlei manieren de smog te verminderen waarmee de stad zich plotseling zag geconfronteerd. Het gevolg: het openbaar vervoer werd gratis, net als leenfietsen en het autoverkeer werd gehalveerd. Letterlijk. Van de ene op de andere dag mochten alleen de auto’s de weg op met een even getal op hun nummerbord, de volgende dag alleen automobilisten met een oneven kenteken. Smog teisterde vorig jaar ook het openbare leven in Noord-India. Vele inwoners van Nieuw Delhi konden daardoor niet naar hun werk en een miljoen kinderen niet naar school. Ook de verduurzaming vraagt dus om stedelijke innovaties.

Commerciële belangen spelen echter evenzeer een rol. Metropoolregio’s worden de motor van de nieuwe economie. 75 procent van de economische productie wereldwijd vindt namelijk plaats in steden, wat onder andere zal leiden tot een sterke concurrentie tussen Europese regio’s. Wie hierin wil overleven, moet dus de slimste stad van de wereld worden. Of in elk geval van Europa.

Ook Nederland is zich bewust van deze ontwikkelingen. Vorig jaar deed minister-president Rutte dan ook de oproep om vanuit de praktijk een visie te ontwikkelen over Smart City. Zeker honderdveertig professionals uit bedrijfsleven, onderwijs en gemeenten hebben daarop een beleidsplan geschreven dat in januari aan de overheid is aangeboden. De steden concluderen dat nu investeren in slimme technieken noodzakelijk is om antwoorden te vinden op deze en andere grote maatschappelijke uitdagingen. Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Eindhoven zien voor zichzelf een leidende rol, maar hebben steun van het Rijk nodig. Willen we lokaal kansrijke initiatieven echt opschalen, van de ene stad naar de andere, dan moet het Rijk volgens het advies in de initiële extra kosten bijdragen en dit alles in regelgeving ondersteunen. Dat betekent in partnership optrekken met de steden en bedrijven, vanaf de start van een project.

3D-model
Aan projecten ontbreekt het in elk geval niet. Amsterdam loopt in Nederland al enige tijd voorop met Amsterdam Smart City (ASC), een uniek samenwerkingsverband tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Het stadsbestuur ziet de metropoolregio hierbij als een urban living lab dat bedrijven de mogelijkheid biedt om innovatieve producten te testen en te demonstreren, bijvoorbeeld op het gebied van sportparken, winkelstraten, verlichting, wet- en regelgeving, connectiviteit en thuiswerken.

ASC heeft inmiddels drie van dergelijke gebieden aangewezen waar verschillende producten, diensten en aanpakken worden getest en gecombineerd. De activiteiten in Nieuw-West staan bijvoorbeeld in het teken van het ‘smart grid’ en de mogelijkheden die dit slimme elektriciteitsnet (aangelegd door Liander) biedt voor de bewoners op het gebied van decentrale opwekking, inzicht in energiegebruik, elektrisch vervoer en zo meer.

Het project Slim Wonen en Slim Werken draait op zijn beurt om een bereikbaar IJburg. Bereikbaar qua mobiliteit, maar ook qua connectiviteit. En Energiek Zuidoost staat in het teken van samenwerking tussen de bedrijven in het gebied om energie-efficiency en -uitwisseling te bewerkstelligen door gebiedsgerichte maatregelen.

In Rotterdam ondergaat het Zuidplein de komende jaren een Smart City-metamorfose. Er komen slimme afvalcontainers en parkeerplekken die verbonden zijn via het LoRa-netwerk van KPN voor informatie-uitwisseling tussen objecten. Ook komen er intelligente energiemanagementsystemen die het uitruilen van energie tussen de diverse gebouwen – zoals Ahoy, het zwembad, het kunstenpand en het metro- en busstation – mogelijk maken. Door het gebruik van een 3D-model, dat onder andere het energiegebruik in het gebied visualiseert, ontstaat er tevens beter inzicht in de mogelijkheden om het energiemanagement te optimaliseren, stelt de gemeente.

De Europese Commissie heeft vorig jaar het Smart City-voorstel van een door de stad Rotterdam geleid internationaal samenwerkingsverband goedgekeurd voor een subsidiebedrag van bijna achttien miljoen euro. Hiervan is 5,4 miljoen euro bestemd voor projecten in Hart van Zuid.

Datahub
Techstad Eindhoven doet al even fanatiek mee. De TU/e, gemeente Eindhoven en VolkerWessels hebben de iCity Tender in het leven geroepen. Die daagt mkb-ondernemers en startups uit om innovatieve producten en diensten te ontwikkelen die de levenskwaliteit moeten verhogen. Strijp-S vormt daarbij het living lab om deze producten en diensten te testen.

De slimme stad die Eindhoven voor zich ziet, bestaat uit drie lagen. Om te beginnen bevinden alle data en online verkeer zich in de cloud. Hier vinden analyse, communicatie en content development plaats. Dan is er de ‘leefbare laag’: het tastbare deel van de stad. En tot slot de ‘infrastructuur’: wegen, rails, leidingen en glasvezelkabels. De interactie tussen deze lagen maakt de stad slim.

Uit twaalf pitches heeft de stad onlangs een zestal startups geselecteerd die elk twintigduizend euro krijgen om hun idee verder uit te werken. Op Strijp-S experimenteert het bedrijf ViNotion bijvoorbeeld met slimme camera’s die beeld interpreteren en informatie geven over bijzondere activiteiten. Op deze manier kunnen slimme wegen worden ontwikkeld die automatisch reageren in geval van nood. Ook is samenwerking gezocht met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor de vestiging van het CBS Urban Data Center/Eindhoven. Dat Center zou wel eens de toekomstige datahub van de stad kunnen worden. Eindhovense wethouder Mary-Ann Schreurs noemt data dan ook ‘de brandstof van een slimme samenleving’.

Ook andere gemeenten hebben interesse getoond om kennis en expertise te delen binnen een Urban Data Center. Zo heeft de gemeente Heerlen besloten om samen met CBS een Urban Data Center/Heerlen op te zetten. Het zijn dus niet alleen grote steden die nadenken over slimme oplossingen. In januari dit jaar heeft de gemeente Dordrecht nog een Smart City Innovatiefonds gelanceerd. Innovaties hebben steeds meer invloed op het dagelijks leven, vindt de gemeente. Digitale informatie wordt actiever verzameld en geeft meer kennis over bijvoorbeeld actuele waterstanden, WOZ-waarden, parkeerdrukte, luchtkwaliteit en het gebruik van de binnenstad.

In het oosten van hert land werken op hun beurt de Gemeente Enschede, Universiteit Twente en Saxion Hogeschool al geruime tijd samen. En bij de zuiderburen is eind vorig jaar het Smart Flanders-programma van start gegaan. Binnen dit project zullen dertien centrumsteden en de Vlaamse Gemeenschapscommissie in Brussel (VGC) gezamenlijk ondersteund worden bij de ontwikkeling van slimmere steden. Daarvoor is een projectsubsidie van één miljoen euro toegekend aan het Leuvense innovatiecentrum Imec.

Struikelblok
Toch zijn er ook kanttekeningen bij al deze plannen te plaatsen. De discussie over slimme steden gaat nog te vaak over ‘smart’ en veel minder over ‘city’, schreef Jan-Willem Wesselink, hoofdlaborant van het Kennislab voor Urbanisme onlangs. Steden, stadsmakers én techneuten moeten wat hem betreft samen een visie ontwikkelen die de basis vormt voor de stad van morgen én nu. Een nieuwe stedenbouwkundige laag over de stad leggen die bestaat uit data, vormt een flinke uitdaging. Wat zijn de gevolgen voor de stedenbouw als die laag gaat communiceren met gebruikers? Wat zijn de effecten voor hen die niet kunnen of willen meegaan in deze ontwikkelingen? Of wat zijn de sociale gevolgen van deze groeiende flexibilisering?

Techbedrijven schetsen een aanlokkelijke toekomstvisie voor slimme steden, maar vergissen zich vaak in de complexiteit. In Barcelona waarschuwde Jamie Cudden, hoofd van het Smart City Programme van de Dublin City Council, dan ook voor al te hooggespannen verwachtingen. “Natuurlijk kun je iedere vuilnisemmer in de stad ombouwen tot wifi-hotspot of milieusensor, maar de kosten die daarmee samenhangen zijn enorm. Veel techbedrijven waar wij mee spreken, schatten dat totaal verkeerd in. Daarnaast ontbreekt het aan technische standaarden. En moeten we meer samenwerken om tot resultaten te komen.”

De kans dat al deze mooie ambities blijven steken in losse demonstratieprojecten is dan ook niet ondenkbeeldig. Zo had de Drentse hoofdstad Assen alweer jaren geleden het plan om de bakermat van de sensortechnologie te worden. Er is flink wat geld in deze droom gepompt: Europa, het Rijk, SNN, de provincie en de gemeente Assen trokken er vijftig miljoen euro voor uit. De gemeente en de provincie doneerden nog eens drie miljoen euro om het TT Circuit geschikt te maken voor testen met zelfrijdende auto’s en sensoren. Maar begin 2017 verkeerden de projecten in grote financiële problemen en lijkt aan Sensor City voortijdig een einde te komen.

Het project Almere Smart Society, waarin de gemeente sinds 2012 met enkele grote bedrijven zoals IBM, Philips en Cisco aan slimme oplossingen werkte, komt ook niet echt van de grond, schreven het college van burgemeester en wethouders onlangs in een brief aan de gemeenteraad. Belangrijkste struikelblok: toch vooral de moeizame afstemming van de samenwerking. Met TNO wil men het nu opnieuw proberen.

Slimme steden zullen letterlijk en figuurlijk een levend lab blijven, verwacht Smart City-strateeg Kees Jansen. De systemen voor ruimtelijke ordening zijn in zijn ogen achterhaald. “Sinds de Tweede Wereldoorlog leggen we bestemmingen voor lange tijd vast, maar door de razendsnelle ontwikkelingen kun je geen beleid voor de komende tien jaar maken. Steden moeten flexibeler denken. Een winkel kan over twee jaar een woning zijn.”

Samenwerking is daarbij essentieel. Bij de vijftig grootste Nederlandse gemeenten worden voldoende middelen vrijgemaakt voor de ontwikkeling van data-infrastructuren. Maar een nationaal kader hiervoor ontbreekt en dus wordt afstemming onderling steeds lastiger. De verbindingslaag Smart City moet wellicht gaan fungeren als een nutsvoorziening, net als drinkwater en stroom. Ook een ministerie van Smart Cities is wellicht niet overbodig, zo suggereert Jansen.

 

* Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).

Beeld Nick Page (CC)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Acht ingrediënten voor de optimale customer journey

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Elk merk houdt zich bezig met de optimale digitale klantbeleving. In de praktijk blijken acht trends en ontwikkelingen van groot belang bij het ontwerpen, realiseren en managen van de customer journey.

Succesvolle merken zijn relevant voor (potentiële) klanten. Dat word je door onderstaande ontwikkelingen te combineren met de juiste technologie en data-gedreven inzichten.

Micro-interacties

Hoe een gebruiker de digitale prestaties van je merk beleeft, hangt af van hoe snel ze de relevante content kunnen vinden en de gewenste handeling verrichten. Dit krijg je bijna niet voor elkaar zonder gebruik te maken van micro-interacties. Dit zijn tijdige, logische en soms leuke reacties op de input van de gebruiker, zoals het uitzetten van een alarm of het aanraken van een link. Micro-interacties zijn simpele, gebruiksvriendelijke en doordachte vormen van interactie die op elke app en site voorkomen. Ze helpen de gebruiker om een bepaalde handeling te doen, ongeacht het formaat van het scherm. Wel kun je stellen dat het belang van micro-interacties het grootst is bij kleine schermpjes zoals die van wearables en fitnesstrackers, die enkelvoudige notificaties doen.

Continuous Delivery

De DevOps-benadering voor softwareontwikkeling richt zich op continuous delivery, oftewel apps en sites worden in een dagelijkse cyclus geüpdatet zodat de time-to-market zo kort mogelijk is. Hiervoor zijn tools nodig die omgevingen snel in- en uitschakelen, zodat er zo min mogelijk downtime is bij het fiksen van bugs en uitgeven van patches. Developers zijn vaker bezig met coderen en werken aan meer projecten tegelijkertijd. Consistentie is hierbij een uitdaging. De delivery tool moet ervoor zorgen dat de juiste volgorde in het project wordt bewaakt, anders neemt het risico op bugs en downtime toe wanneer nieuwe code wordtgeïntegreerd in bestaande omgevingen. Dit vergt een aanpassing van traditionele workflows, zodat het gemakkelijk is om productversies van elkaar te onderscheiden en veranderingen in de juiste volgorde door te voeren.

Responsive webdesign

Mobiele apparaten zijn desktop pc’s voorbijgestreefd als het gaat om de click share op Google. Qua volume is de desktop echter nog steeds een speler van formaat. En hoewel kopen via de smartphone steeds normaler wordt, geldt nu nog dat de koopintentie mobiel tot stand komt en leidt tot conversie op de pc. Dat is meteen de reden dat de meeste bedrijven er nog niet voor kiezen om mobile-first te worden, maar in plaats daarvan investeren in responsive webdesign.

Responsive webdesign is een configuratie waarbij de server altijd dezelfde HTML-code naar alle apparaten verstuurt en waarvoor CSS wordt gebruikt om de weergave van de pagina op het apparaat te wijzigen. Deze configuratie wordt automatisch door de algoritmen van Google herkend wanneer de Googlebot-user-agents toestemming hebben om de pagina en de bijbehorende items (CSS, JavaScript en afbeeldingen) te crawlen. Met responsive webdesign wordt op alle apparaten dezelfde code weergegeven en wordt de weergave aangepast op basis van de schermgrootte.

De keuze voor deze technologie is ook handig met het oog op de toekomst, wanneer content niet meer alleen op web en mobiel wordt gedistribueerd. Wearables, voice assistants en andere IoT-apparaten worden steeds populairder. Responsive webdesign zorgt ervoor dat de groei van het aantal kanalen niet leidt tot complexiteit. In plaats daarvan wordt de content gewoon ‘herschikt’ zodat de boodschap ook op deze apparaten goed overkomt.

Digitale personalisatie

De website afstemmen op de bezoeker of klant is niet nieuw, maar blijft belangrijk. Een gepersonaliseerde beleving op basis van profielgegevens en interesses verbetert de gebruikerservaring. Er zijn tools die klantdata over verschillende websites, sessies en apparaten kunnen verzamelen en consolideren zodat de bezoeker een betere, consistente beleving krijgt. Voor marketeers is dit onderdeel van hun technologiestack, omdat een contextgebonden beleving meer betrokkenheid creëert bij de klant wat weer leidt tot hogere conversie. Voor DX-designers is de uitdaging om de balans te vinden tussen de verwachtingen van de websitebezoeker en het niveau van personalisatie. Elk bedrijf begrijpt het nut van het bieden van de juiste content, aan de juiste persoon op het juiste moment, of dat nu een bekende, anonieme of vergeten bezoeker is. Met een tool en een paar business rules ben je er niet. Personalisatie vergt continue optimalisatie, zodat de beoogde individuele benadering niet ‘creepy’ wordt gevonden.

Omni-channel integratie

Eén zuiver klantprofiel met data uit meerdere tools en bronnen is niet alleen de basis voor personalisatie, maar ook voor omni-channel integratie. Klanten verwachten een persoonlijke beleving die consistent is in alle kanalen en op elk gewenst device. Voorspellende modellen en zelf kunstmatige intelligentie kunnen hierbij helpen. Daarmee kunnen patronen in klantgedrag, smaken en voorkeuren worden voorspeld, maar bijvoorbeeld ook wat voor content tot veel interactie leidt. Marketeers kunnen daardoor op basis van data besluiten welke content in welke kanalen wordt verspreid.

Internet of Things (IoT)

Het aantal IoT-apparaten groeit snel en dat brengt risico’s met zich mee. De beveiliging is vaak niet van hoog niveau en daardoor zijn de apparaten makkelijk te hacken. Tot de IoT-sector volwassen is geworden en alle onveilige, achterhaalde toepassingen zijn vervangen door betere modellen zal het aantal DDoS-aanvallen toenemen. Bedrijven die zich bezighouden met IoT zullen een strategie moeten hebben om dit risico te managen zodat klanten veilig gebruik kunnen maken van de ‘connected’ producten.

Management & beheer

Het beheren en managen van meerdere websites speelt vooral bij internationale organisaties die te maken hebben met verschillende merken, producten, campagnes en regio’s. Om chaos te voorkomen is één platform nodig dat alle digitale klantbelevingen consistent en veilig managet én schaalbaar maakt. Tegelijkertijd moet het beheer zo zijn geregeld dat lokale marketingteams de vrijheid en creativiteit hebben om de content aan te passen aan de eisen van die markt.

Wetgeving

Privacy in het algemeen en de nieuwe Europese General Data Protection Regulation (GDPR) in het bijzonder is een belangrijke overweging bij het vormgeven van de digitale klantbeleving. Bedrijven moeten uiteraard voldoen aan de regels ten aanzien van de manier waarop data worden verzameld en gebruikt en waar ze worden opgeslagen. Er is technologisch heel veel mogelijk maar dat betekent niet automatisch dat je compliant bent als je die mogelijkheden benut.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google wil greep op retailsector vergroten

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

“Naarmate we hun voorraden en data beter begrijpen, kunnen we dat beter integreren in onze kernsystemen. Dat is de uitdaging voor de lange termijn.” Googlebaas Sundar Pichai laat er geen misverstand over bestaan: hij wil hofleverancier worden van de digitale kant van Retail.

De eerste stappen in het uitvoeren van die visie worden nu gezet. Het is eigenlijk niet Google die dat doet, maar winkeliers zelf. Ze zijn druk bezig hun product- en voorraadinformatie te voeden aan Google, aan zoekmachine Shopping om precies te zijn.

Afgelopen jaar, zo werd gisteren bij de presentatie van Googles kwartaalcijfers bekend, verdubbelde het aantal retailers dat real time informatie doorstuurt over zijn voorraadstatus. Hoe meer data winkeliers aan Google Shopping geven, hoe groter de kans dat de consument bij hen koopt en niet bij een concurrent. Wie geen data geeft, verliest klanten. De retailer betaalt pas, als de consument uit de zoekresultaten naar zijn winkel klikt.

De consument slaat hierop aan, vertelde Sundar Pichai gisterenavond: “Het aantal mobiele zoekopdrachten in Shopping groeide afgelopen jaar met 45 procent.”

Google neemt de marktmacht niet, maar wordt hem gegeven door de winkeliers naarmate ze er meer data in stoppen. Dat beeld schetste ook directeur Kees Verpalen van Beslist.nl vorige week tegenover Emerce. Online retailers hebben geen onbeperkte marketingbudgetten en moeten dus kiezen in welke kanalen ze hoe intensief intensiveren. In afnemende mate zijn dat prijsvergelijkers. Verpalen: “De eerste, tweede en misschien wel derde prioriteit van marketeers bij webwinkels is hun aanwezigheid op Google Shopping goed in te richten. Het budget dat dan overblijft, gaat naar andere kanalen.”

Pichai lichtte ook een tipje van de sluier op over hoe hij wil kapitaliseren op zijn groeiende positie op de retailmarkt. “In het algemeen is Retail een schitterende categorie voor ons met Google Cloud. Op sommige punten verdiepen we onze samenwerkingsverbanden met retailers. Naarmate we daar bedrevener in raken, begrijpen we beter hoe ze met voorraden en data omgaan en kunnen wij dat vertalen naar onze kernactiviteiten.”

Google Cloud gaat niet over winkelen of over advertenties voor winkels, maar over de volle breedte van IT-architectuur. De technologiegigant aast zichtbaar op IT-uitbestedingen door de retail. Dat valt ver buiten de scope van de aanklacht van de Europese Commissie over misbruik van marktmacht door Google Shopping.

In het fysieke domein, dat van de bakstenen winkels, is Google Maps een belangrijk vehikel. Pichai: “Geld verdienen met Maps is iets voor de langere termijn, maar we zien nu al dat er local search goed geld wordt verdiend.” Daarbij gaat het vooral om reclame op de landkaart, vaak in de mobiele app. De topman zegt dat Maps overdag andere suggesties geeft dan op een vrijdagavond als een gebruiker in een binnenstad is.

Foto: Nguyen Hung Vu (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bebsy wil massatouroperator worden met maatwerk

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Na twee jaar bouwen is het online reisboekingssysteem Bebsy sinds augustus vorig jaar live. De site gaat de concurrentie aan met de grote allround touroperators. Sleutelwoord daarbij is volgens medeoprichter Daan van Luipen technologie.

Hoe is Bebsy ontstaan?

“Mijn compagnon Joeroen Helder en ik komen allebei bij traditionele reispartijen vandaan. Ik ben onder andere e-commerce manager bij Corendon geweest. Dat is een touroperator die sterk op volume is gericht en daardoor vrij grote risico’s loopt op het gebied van de inkoop. Als de ingekochte vliegtuigstoelen niet worden gevuld, hebben ze een financiële strop. Wij besloten het anders aan te pakken en ons te richten op dynamic packaging pur sang. We bieden onze klanten de ervaring van een traditionele touroperator maar onder water hebben we een nieuwe stijl van werken. Onze technologie maakt het mogelijk om realtime pakketten samen te stellen met behulp van vooral low-cost carriers en beddenbanken of ingekocht hotels. Het samenstellen en boeken gebeurt volautomatisch. In tegenstelling tot partijen als Expedia vragen we niet naar een vertrekdatum, maar proberen we onze bezoekers te verleiden of inspireren een bepaalde bestemming te kiezen, waarna ze in de kalender de prijzen kunnen vergelijken van verschillende vertrekdata, luchthavens en reisduren.”

Daan van Luipen, BebsyIs dat geen conversiekiller dan?

“Vanuit conversieoptimalisatie zou de mogelijkheid om te zoeken op datum fijn zijn, maar het is technologisch nog niet mogelijk. Het staat hoog op onze agenda, hopelijk kunnen we deze functionaliteit komende maand implementeren. We combineren 144 miljoen routes per dag met tienduizenden hotels. Dat is een enorme databerg. Als je daarin op data gaat zoeken, duur het te lang voor er een resultaat uit komt. Dat is de reden dat de bezoeker eerst de bestemming of het hotel moet bepalen.”

Met als logisch gevolg dat reizigers die gebonden zijn aan bepaalde data hun heil elders zoeken?

“We zien inderdaad dat onze doelgroep wat ouder is en meerdere malen per jaar op vakantie gaat. Zij zijn flexibel in reisdata, prijsbewust en vinden het prettig dat het pakketje in één keer in elkaar wordt gezet. Die markt is voor ons op zich groot genoeg om goed te kunnen draaien. Onze topmaand is september, dat zegt genoeg, denk ik.”

Je zegt zelf dat bezoekers denken dat ze een pakketreis boeken. Waarom zouden ze dan naar jullie gaan en niet naar TUI of Neckermann?

“Prijsstelling en flexibiliteit in vertrekdata. Traditionele aanbieders van stedentrips bijvoorbeeld richten zich met hun inkoop op de standaard verblijfsduur van donderdag tot en met zondag. Wij kunnen alle dagen waarop wordt gevlogen aanbieden vanaf verschillende vertrekluchthavens en airlines. Wij produceren goedkoper maar bieden dezelfde service als traditionele touroperators: een goed call center, snelle respons per mail, noodnummers en klachtenafhandeling. We willen absoluut niet overkomen als een eendagsvlieg. Dat kunnen we waarmaken omdat we alleen producten selecteren waarmee we niet zoveel troep binnenhalen. De keuze van airlines, bestemmingen en hotels is zeer bewust. Bovendien zijn we niet afhankelijk van een bepaalde bestemming. We hebben bijvoorbeeld op dit moment geen Egypte of Turkije in het aanbod, vanwege de onrust in die landen. Als de vraag aantrekt, zetten we het productaanbod weer online.”

Wat is jullie verdienmodel?

“Net als bij andere reispartijen zit er bij ons een marge op de prijs. Op de vluchten verdienen we niet zozeer wat, want dat zijn de tarieven die je op hun website kunt vinden. Het inkoopvoordeel zit hem in de hotels. Daar is ruimte voor volumekorting en marges. Zelf boeken kan goedkoper zijn dan via ons de reis te regelen. Voor ons is het belangrijk dat we onder de prijsstelling van onze concurrenten uitkomen. Dat is in het hoogseizoen lastig, omdat we geen prijsafspraken maken met luchtvaartmaatschappijen maar gewoon de reguliere tarieven gebruiken.”

Tegelijkertijd verkopen jullie ook reizen van concurrenten. Hoe zit dat?

“We bieden zelf samengestelde reizen aan en zijn in die zin een touroperator, maar er staan ook pakketreizen van andere partijen op de site, zoals Corendon. De reden is dat we graag een volledig aanbod willen hebben en Corendon is sterk op Curaçao. Andersom zijn er ook partners die ons aanbod op hun site verkopen, zoals Tjingo. We zijn in gesprek met meer partijen hierover maar het feit dat er bij ons nog niet op datum kan worden gezocht is nog een struikelblok. Die functionaliteit proberen we volgende week te activeren.”

Wat staat er verder op de technologische roadmap?

“We kijken naar de mogelijkheid om meer steden in één reis aan te doen, bijvoorbeeld een vlucht van Amsterdam naar Barcelona, een treinreis naar Sevilla en vanaf daar een terugvlucht naar Amsterdam. Die productverrijking is nodig om relevant te blijven voor consumenten. Verder willen we mobiel boeken stimuleren door de procedure sterk te vereenvoudigen. We denken aan een oplossing waarbij iemand zijn e-mailadres en telefoonnummer achterlaat en wij vervolgens telefonisch de boeking afmaken. We zien dat als er te veel invulvelden zijn, dat een afhaakmoment is.”

Er is best veel prijsverschil tussen de verschillende airlines en luchthavens. Wat vinden klanten daarvan?

“De laagste prijzen die we laten zien betreffen vaak vertrek vanaf een minder populaire luchthaven als Weeze of Charleroi. We krijgen daarom wel de kritiek dat we lokkertjes publiceren. Het prijsniveau verschilt inderdaad veel tussen de verschillende luchthavens. De oplossing waar wij aan denken is om te personaliseren, bijvoorbeeld op basis van IP-adres, waarbij we iemand in Groningen geen prijzen laten zien met vertrek vanaf Brussel.”

Wanneer zijn jullie winstgevend, denk je?

“We hopen in 2018 al een flinke plus te noteren. Met hetzelfde aantal medewerkers willen we een fors hogere omzet realiseren. Dat kan doordat de technologie schaalbaar is. De afgelopen jaren hebben we vooral geïnvesteerd en haalden we een klein plusje. Daar doen we het niet voor. We kijken daarom ook naar de mogelijkheden over de grens. Frankrijk is nu al onze grootste markt qua aantal passagiers. Ons systeem wordt nu gebruikt door partners in Frankrijk, Italië, Spanje en Denemarken, waar we dus feitelijk de afhandeling verzorgen. Het zou dan ook een logische stap zijn om het hele traject zelf in handen te nemen. België, Duitsland en Denemarken zijn ook goede opties. Voor ons is het een kwestie van luchthavens openzetten in het systeem en content in de lokale taal verzorgen. Niet ingewikkeld, wel tijdrovend. Dus we moeten even kijken wanneer we de middelen vrij kunnen maken om dat te doen.”

Headerfoto: Radu Bercan / Shutterstock.com



Lees het volledige bericht op Emerce »

Innovatie: loslaten om te overleven

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Elk bedrijf heeft of krijgt te maken met disruptie. Voor wie wil overleven en doorgroeien is het enige juiste antwoord hierop: innovatie. Maar waar begin je?

Vrij naar John Lennon: Disruption is what happens to you when you’re busy making other plans. Airbnb is niet bedacht om de hotelmarkt overhoop te gooien, het begon gewoon met een paar studenten die geld nodig hadden en een luchtbed neerzetten voor bezoekers van een conferentie. Dit neemt natuurlijk niet weg, dat de hotellerie vervolgens met de gebakken peren zat (en zit) en met een antwoord moet komen.

Algemeen geschetst zien wij twee stromingen in hoe er wordt gereageerd op disruptie: bedrijven die de digitale ontwikkelingen niet kunnen bijbenen en daarom besluiten zich vast te klampen aan hun business as usual; en bedrijven die in hun drang om mee te doen grote risico’s nemen bij het opzetten van een nieuwe onderneming of project. Beide categorieën hebben hetzelfde probleem: ze hebben geen idee hoe innovatie ingebed kan worden in de businessstrategie en zijn bang dat het ten koste zal gaan van de core business en de verwachtingen van de aandeelhouders.

Uitblinken is niet goed genoeg

De redenering is vervolgens vaak: als we blijven doen wat we doen, maar ervoor zorgen dat we uitblinken, komt het wel goed. Met als gevolg dat kansen blijven liggen die wél worden benut door concurrenten. Microsoft is hier een mooi voorbeeld van. Ze hebben al jaren hetzelfde businessmodel en excelleren hierin. Er zijn hoge winsten, dus de aandeelhouders zijn blij. Maar tegelijkertijd heeft Google het zoeken geclaimd en zijn Apple en Google de voorkeursbesturingssystemen voor smartphones. Op het gebied van media domineren Netflix en Apple en cloud services zijn het domein van Amazon. Microsoft is door de focus op operational excellence een risicomijdend, stabiel en voorspelbaar bedrijf, maar van enige creativiteit of durf is geen sprake en daardoor heeft Microsoft terrein verloren. De start-up mentaliteit (‘snel leren, snel falen’) ontbreekt. Het is een klassiek voorbeeld van wat professor Clayton Christensen het ‘innovators dilemma’ noemt. Moet je investeren in de bestaande business of in nieuwe ideeën? Kies je voor consistentie of evolutie?

Het meest praktische antwoord is: allebei. Besteed een deel van het budget aan ‘business as usual’ en de rest aan het vinden van nieuwe klantsegmenten en businessmodellen. Die strijd is niet bij voorbaat verloren, want het is zeker niet zo dat disruptie per definitie afkomstig is van start-ups met een lumineus idee. Ook succesvolle giganten kunnen transformeren. Apple heeft zichzelf veranderd van een computerbedrijf tot een disruptor in de muziekindustrie dankzij de iPod en iTunes, de telefonie door de iPhone en de softwaredistributie door de App store. Eclatante successen en toch moet Apple blijven innoveren. Artificial Intelligence is de volgende uitdaging, nu Amazon en Google druk bezig zijn met virtuele assistenten op basis van stemherkenning. Inderdaad, de volgende generatie Siri’s.

Grondwerk leggen voor innovatie

Wat geldt voor Apple, gaat op voor elk bedrijf. Innovatie is een continu proces dat nodig is om te overleven. Eerste vereiste daarvoor is management dat open staat voor nieuwe ideeën, een visie heeft en de organisatie zo structureert dat innovatie ook echt mogelijk is. Daarbij zijn mensen nodig die verstand hebben van website design, software-implementatie & projectmanagement, productinformatiemanagement & e-commerce, en systeemintegratie & IT-architectuur.

Ten tweede is het besef dat we in het tijdperk van de klant leven van essentieel belang voor bedrijven die zichzelf willen heruitvinden. Een inmiddels klassiek voorbeeld van een klantgedreven organisatie is hoe online retailer Zappos.com dit doet: de klant is daar echt koning en de medewerkers hebben carte blanche om dit uit te dragen.

Maak de klant onderdeel van het innovatieproces en vraag hem of haar wat er goed gaat, wat er beter kan en waar je moet staan over twee tot drie jaar. Het wiel is hoogstwaarschijnlijk niet uitgevonden in het donker. Dus waarom zou je in het duister rondtasten en degene die je bestaansrecht geeft niet betrekken bij je toekomst?

Hoe?

Als aan de twee basisvereisten is voldaan, kun je praktisch aan de slag. Stel een klein multidisciplinair team samen en laat vooral al het bekende los. Stimuleer die mensen om radicaal tegen de geldende bedrijfswetten en heilige huisjes in te gaan. Als je zo’n oefening goed uitvoert – en dat kan onder begeleiding van strategie-experts – komen nieuwe mogelijkheden en ideeën naar boven, die je vervolgens voorlegt aan de klant en als prototype test.

Digitale innovatie is een kwestie van visie, lef en proberen. Wat het niet is, is een optie. Verandering is de enige constante in het tijdperk van de klant, dus ga ermee aan de slag.

Infographic Osudio

Bron: Osudio



Lees het volledige bericht op Emerce »

Apple Pay mogelijk ook voor onderlinge betalingen

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Apple zou overwegen om Apple Pay in te zetten voor onderlinge betalingen, vergelijkbaar met PayPals Venmo.

Het bedrijf heeft volgens nieuwsblog Recode gesprekken gevoerd met partners over deze mogelijkheid. Concrete afspraken zouden nog niet zijn gemaakt.

Venmo is afgelopen kwartaal zeer succesvol gebleken, waarbij zeker 17,65 miljard dollar aan transacties zijn verwerkt. Het vergelijkbare QuickPay was Chase deed 28 miljard.

Apple zou ook zijn eigen betaalkaart willen lanceren en heeft daarover gesprekken gevoerd met Visa. Daarmee loopt Apple wel een risico. Banken zouden Apple als een concurrent kunnen zien.

Apple Pay is nog niet het grote succes dat analisten hadden verwacht. Zo zou vorig jaar slechts 36 miljard dollar aan transacties zijn verwerkt, terwijl de schattingen richting 207 miljard gingen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Flixbus: ‘We zijn geen busboer’

Posted 27 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Drieënhalf miljoen mensen uit de Benelux hebben de afgelopen tweeënhalf jaar gebruikgemaakt van Flixbus, dat goedkope busverbindingen binnen Europa verkoopt. Reden om een kantoor in Amsterdam te openen en Jesper Vis per maart aan te stellen als directeur. “Tachtig procent van wat we doen draait om e-commerce.”

Welke opdracht heb je bij je aanstelling meegekregen?

“Groei realiseren. Hoe dat mag ik zelf invullen, in samenspraak met het hoofdkantoor natuurlijk. Over kwantitatieve targets doen we geen mededelingen.”

Flixbus heeft zelf geen bussen of chauffeurs in dienst, maar werkt samen met busbedrijven. Wat is jullie toegevoegde waarde als organisatie?

“We boren een nieuwe doelgroep aan voor de busbedrijven, omdat we sterk zijn in e-commerce. Vrijwel alle boekingen worden online gedaan. De website is in Nederland de belangrijkste omzetgenerator, gevolgd door de mobiele site en de app. Ik denk dat we veel meer uit de app kunnen halen. Tot voor kort hadden we geen iDeal als betalingsmogelijkheid en dat is niet positief voor de conversie. Gebruikers konden wel met creditcard betalen, maar onze doelgroep is jong en heeft dat vaak niet. Inmiddels hebben we iDeal in de Android-app en werken we eraan om het te implementeren in iOS. Zodra dat het geval is gaan we in de Benelux sterker inzetten op de app. Mobile commerce is in Nederland goed in ontwikkeling en daar willen we de boot niet missen.”

Toch wordt op de website de mogelijkheid om telefonisch te reserveren behoorlijk prominent vermeld. Waarom is dat?

“Twee derde van onze reizigers zijn jongeren maar in sommige landen is ook de oudere doelgroep goed vertegenwoordigd. Zij geven de voorkeur aan persoonlijk contact, vandaar de mogelijkheid om te bellen. In de Benelux wordt hier amper gebruik van gemaakt. Waarom het dan toch prominent in beeld staat? Het Nederlandse domein is gebaseerd op de template van andere landen. Dat gaan we nog aanpassen.”

Jesper VisWat wil je dan veranderen?

“We gaan A/B-testen wat er anders moet om de site voor de Benelux te optimaliseren. Als je nu op Flixbus.nl komt zie je een route ingevuld die populair is in Duitsland. Dat willen we lokaliseren. Ik ben bijvoorbeeld ook benieuwd naar het effect van het laten zien van de betaalmethodes. Verder willen we de content, zowel tekst als beeld, lokaliseren en meer tips en inspiratie bieden om de reiziger te enthousiasmeren. En we gaan zoals gezegd de app meer pushen. Die is nu nog gericht op verkoop en aftersales maar het wordt een ‘travel companion’ voor, tijdens en na de reis, waarop de klant bijvoorbeeld real-time kan zien waar de bus zich bevindt.”

Hoe zet je Flixbus in de markt in Nederland?

“Bij Flixbus is het belangrijk dat alles wat je doet meetbaar is en dat je kunt terugrekenen wat het oplevert. Ik zou daarom bijvoorbeeld niet zo snel in traditionele media adverteren. We doen heel veel met Adwords, staan in metazoekmachines als GoEuro en hebben we veel direct verkeer. We doen aan offline marketing waarbij mensen een kortingsbon krijgen, zodat we precies kunnen traceren waar de sales vandaan komen. Voor Nederland gaan we de komende tijd experimenteren met social advertising. Dat is niet zozeer een conversietool maar wel een goede manier om persoonlijk te communiceren met potentiële klanten. Verder wil ik online video advertising inzetten om Flixbus als merk neer te zetten. Storytelling dus.”

Heeft deze vorm van intra-Europees vervoer echt toekomst nu je overal naartoe kunt vliegen met een prijsvechter?

“Dat hangt van de bestemming af. Naar Madrid zal niemand de Flixbus nemen vanaf Nederland. Maar we zijn heel geschikt voor middellange afstanden, zoals Amsterdam-Parijs. Gezien de controles en ligging van luchthavens buiten de stad ben je met de bus even lang onderweg als met het vliegtuig. Met als bijkomende voordelen wifi aan boord, meer beenruimte, extra bagage en een lagere prijs.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

700 miljoen gebruikers voor Instagram

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Instagram heeft het aantal maandelijkse actieve gebruikers in amper twee jaar verdubbeld naar 700 miljoen. Dat is hoofdzakelijk te danken aan het nieuwe onderdeel Stories, waarbij berichten na 24 uur vanzelf verdwijnen.

In december had Instagram 600 miljoen gebruikers. Er waren dus amper vier maanden nodig om nog eens 100 miljoen gebruikers aan te trekken. Het kostte Instagram zes maanden om te groeien van 500 naar 600 miljoen gebruikers.

De snelle groei komt door Stories. Eerder deze maand maakte Instagram bekend dat Instagram Stories, afgekeken van Snapchat, door meer dan 200 miljoen mensen dagelijks wordt gebruikt. Dat zijn ruim 150 miljoen mensen meer dan in januari.

Instagram is inmiddels twee keer zo groot als Twitter en Stories wordt door meer mensen gebruikt dan Snapchat. De 1 miljard gebruikers zou wel eens binnen het jaar kunnen worden gehaald. WhatsApp en Facebook zijn de 1 miljard al gepasseerd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook Workplace: de nieuwe funtionaliteiten

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dinsdag 18 April was F8. Facebook doet daar al haar grote aankondigingen. Workplace, het samenwerkingsplatform van Facebook voor bedrijven, had dit jaar voor het eerst een serieuze plek op het event. Dat betekent dat het serieus wordt genomen binnen Facebook. Het Workplace team gebruikte F8 om een aantal belangrijke aankondigingen rond nieuwe functionaliteit te doen die ook direct live gingen. Ik zet ze hieronder op een rij.

Als je weet dat Facebook dingen pas serieus neemt vanaf 100 miljoen gebruikers durf ik te concluderen dat het heel hard gaat met Workplace dat pas zes maanden op de markt is.

De nieuwe functionaliteiten zijn:

  1. Integratie met alle belangrijke bestandssystemen (Onedrive, Google, Dropbox, Box, Quip, Salesforce).
  2. Live video integreert met professionele video-apparatuur.
  3. De toevoeging van bots waardoor organisatieprocessen op Workplace gedraaid kunnen worden.
  4. Integratie met de belangrijkste beveiligings- en complianceplatforms.
Integratie met bestandssystemen

Het Workplaceteam kondigde aan dat er integraties waren gemaakt met Microsoft Onedrive, G-Suite en Google Drive, Dropbox, Box, Salesforce en Quip. Kort gezegd betekenen deze integraties dat bestanden niet meer ge-üpload worden naar Workplace. De bestanden blijven op de server staan waar ze stonden en zijn met een simpele click direct benaderbaar.

Bij Onedrive en Box creëert Workplace bovendien een serie van afbeeldingen (image carousel) zodat je snel het document kunt bekijken. Van iedere pagina wordt een preview gemaakt, met een comment box onderaan, zodat collega’s de inhoud kunnen verrijken of ‘liken’. Doe je dit, dan krijgt degene die het bericht gepost heeft een notificatie die direct naar jouw commentaar verwijst om het meteen te kunnen lezen en verwerken. Deze werkwijze vereenvoudigt het proces van review en feedback op een slimme, gebruiksvriendelijke en enorm tijdbesparende manier.

De ‘documententab’ in Workplacegroepen is ook aanzienlijk verbeterd. Bij de aanpassingen is duidelijk gedacht vanuit het perspectief van de gebruiker. Als je de tab nu opent, krijg je een lijst te zien van de meest recente documenten, onafhankelijk van de bron ervan. Zo vind je gemakkelijk de bestanden terug waar je (samen) aan werkt.

Het schijnt dat Sharepoint ook te koppelen is, maar dat heb ik nog niet kunnen testen op het moment van dit schrijven.

Bots zorgen voor meer productiviteit

Veel bedrijven waar wij mee samenwerken denken in eerste instantie dat Workplace vooral de plek is voor nieuws en de ‘sociale’ kant van het bedrijf. Bedrijfsprocessen versnellen of vereenvoudigen is dus niet het eerste wat bij mensen opkomt.

Met bots gaat dat veranderen. Eenvoudig gezegd, bots gaan helpen om organisatieprocessen te automatiseren en ze via Workplace te laten lopen. Door de techniek slim toe te passen kunnen processen eenvoudiger en efficiënter worden ingericht.

In Facebook Messenger bestaan bots al langer. Ze worden door veel organisaties gebruikt voor klantenservice. Je kunt een bot bijvoorbeeld vragen “Ik wil naar Parijs van 1 tot en met 5 mei, welke vluchten zijn er beschikbaar?” De bot antwoordt dan met verschillende opties en boeken en betalen kan eenvoudig via de Messenger app.

Ook deze functionaliteit wordt beschikbaar in Workplace en zal oneindig veel mogelijkheden bieden.

Het grote voordeel is dat je in Workplace een bot ook buiten de chat kunt activeren, door in een groep tegen ‘hem’ te praten met een @mention in het gesprek.

Het initiatief voor een gesprek kan van twee kanten komen, zowel van de medewerker als van de bot.

Voorbeelden van situaties waarin medewerkers zich tot een bot kunnen richten:

  1. Vertel de ‘wachtwoord reset bot’ dat je je wachtwoord bent vergeten en het herstelproces start automatisch op.
  2. Vertel de ‘facilitaire bot’ dat je een bezoeker verwacht volgende week. De bot meldt de bezoeker aan en vraagt of je een vergaderruimte of parkeerplaats nodig hebt. De nodige reserveringen zullen vervolgens automatisch worden geboekt.
  3. Plaats een bestelling in het ordersysteem. De bot stelt je verduidelijkingsvragen tot alle informatie correct is ingevuld in het ordersysteem.
  4. Stuur een bericht naar de printpapier-bot dat het papier op is. De bot zal het proces starten om nieuw papier te leveren.
  5. Een team van IT-specialisten kan een groep op Workplace starten waar hun interne klanten vragen en problemen kunnen posten. Als er een vraag is gesteld kan iemand in het team de bot aanroepen. Hierdoor wordt de vraag gerouteerd naar een persoon in het oplosteam en wordt direct een ticket aangemaakt in het ticketingsysteem. Tenslotte plaatst de bot een reactie met de link naar het ticket en de naam van de persoon die het probleem aan het oplossen is.

Voorbeelden van situaties waarin bots het initiatief kunnen nemen:

  1. Veel grote organisaties meten de medewerkerstevredenheid met grootschalige enquêtes. Deze zijn vaak duur, doen slechts een momentopname en vragen veel tijd van de medewerker bij het invullen. We werken momenteel aan een ‘engagement bot’ om tevredenheidsgeoriënteerde vragen te stellen aan alle medewerkers. Dit verdeelt de grote onderzoeken in ‘hapklare brokken’, wat het veel gemakkelijker maakt om in te vullen.
    1. Één vraag tegelijk verlaagt de drempel om deel te nemen aanzienlijk
    2. De meting kan op continue basis plaatsvinden in plaats van jaarlijks
    3. Het bedrijf kan het effect meten van impactvolle gebeurtenissen in het bedrijf, op het moment dat deze actueel zijn.
    4. Als er problemen zijn in delen van de organisatie, kun je specifiek onderzoek doen naar mogelijke oplossingen of oorzaken.
  2. Een op compliance gerichte bot kan een waarschuwing sturen naar medewerkers wanneer een document met bepaalde eigenschappen of inhoud geplaatst is. (Bijvoorbeeld als een medewerker klantdata post).
  3. Een bot kan je informeren dat je bezoeker gearriveerd is.
  4. Een bot kan je informeren dat de voorraad opraakt en kan je vragen welke actie je wilt ondernemen.

De mogelijkheden en kansen voor bots zijn eindeloos en de implementatie zal diepgaand effect hebben op hoe we op Workplace interacteren. De koppeling van bots aan Workplace onderstreept dat collaboration technologie een krachtige productieve technologie is en niet alleen een plek waar mensen ‘sociale dingen’ delen. Workplace is een productieve werkomgeving die mensen, kennis en processen verbindt waardoor organisaties slimmer en effectiever kunnen worden.

Live integration

Live Video opent deuren naar veel aansprekende use cases. In onze ogen kunnen andere platforms hier simpelweg niet mee kunnen concurreren. Videolearningkanalen, het vastleggen van performance support materiaal of live streaming van een toespraak van de CEO over de hele wereld zijn eenvoudig, effectief en zelfs toegankelijk op je mobiele device.

Op F8 maakte Facebook de Live API voor Workplace beschikbaar. Dat betekent dat live streaming niet meer alleen vanaf je mobieltje gaat, maar er professionele apparatuur gekoppeld kan gaan worden. Dit gaat de kwaliteit van live-streams enorm ten goede komen. Daarnaast geeft de integratie de nieuwe mogelijkheid om bijvoorbeeld videocalls te livestreamen. Door een samenwerking met video conferencing service Bluejeans worden deze mogelijkheden nu heel toegankelijk.

Workplace had al de potentie om het centrale communicatiekanaal van organisaties te zijn in organisaties. Deze nieuwe integraties zullen de interne communicatie bij bedrijven verder verbeteren en de transformatie nog verder versnellen. Van teamvergaderingen tot speeches van de CEO, de integratiemogelijkheden bieden mooie kansen om kwalitatief hoogwaardige en aansprekende content te verspreiden. We zijn nieuwsgierig hoe onze klanten de tools zullen omarmen en hoe ze deze zullen gebruiken voor nieuwe vormen van interne communicatie.

Security en Compliance

Een van de belangrijkste speerpunten van elke organisatie bij de keuze voor een nieuw ‘professioneel collaboration platform’ is zorgen dat de data veilig is. We weten dat Facebook zorgvuldig is in het beschermen van hun infrastructuur en data-opslag. Ook weten we dat bedrijven graag hun eigen data beschermen en zeker willen zijn van goede back-ups.

Tijdens F8 is aangekondigd dat organisaties en partners van Facebook ook zelf back-up en compliance tools kunnen bouwen. Dit laat zien dat het Workplaceteam serieus is als het gaat om de veiligheid van de data van huidige en toekomstige klanten te waarborgen. Het zal bovendien bepaalde organisaties helpen om te voldoen aan wettelijke regelgevingen.

Workplace heeft een partnership aangekondigd met CSDisco, Netskope, Smarsh en Skyhigh.

  • CSDisco zal het mogelijk maken om gegevens op Workplace te zoeken, op te halen en te beveiligen voornamelijk voor juridische doeleinden.
  • Netskope zal betere controle en monitoring mogelijk maken van gebruikersactiviteiten op Workplace.
  • Smarsh geeft bedrijven meer mogelijkheden om opgeslagen of gearchiveerde informatie terug te vinden.
  • Skyhigh geeft aan dat het vooral IT-teams zal helpen bij procedures rond DLP (Data Loss Prevention), het real-time beveiligen van bedrijfsgegevens en het controleren van gebruikersactiviteiten.
“We zijn nog maar net begonnen”

Toen Workplace gelanceerd werd, was het het meest overtuigende collaboration platform dat er was. Maar, het had ook zijn tekortkomingen als ‘enterprise platform’. De nieuwe releases lossen veel van de tekortkomingen op. Dit maakt van Workplace een solide speler als collaboration platform. De medewerkers van het Workplace team op F8 vertelde ons dat ze trots zijn op wat er nu staat, maar zijn ook stellig dat dit nog maar een procent is van wat Workplace kan gaan worden. Aan die belofte gaan we ze graag houden!

Een samenvatting van de belangrijkste aanpassingen:

  1. Workplace wordt nog aantrekkelijker voor gebruikers door een verdere verbetering van ‘usability’ en functionaliteit die je helpen sneller en gemakkelijker je werk te doen.
  2. Integratie met de belangrijkste plekken waar bestanden bewaard worden zal Workplace veel aantrekkelijker maken voor teams om het werk gedaan te krijgen. Daarnaast verbetert door de wijze waarop de integratie is uitgevoerd veiligheid en daarmee compliance bij veel organisaties.
  3. Bots maken Workplace tot een echt productieplatform, dat ingebed kan worden in de dagelijkse activiteiten van medewerkers.
  4. De Live video API maakt live streaming met professionele apparatuur mogelijk. Een koppeling met Bluejeans zorgt voor integratie met conference calling apparatuur.
  5. De integratie met compliance en security platforms zorgt ervoor dat juristen, IT security en compliance positiever zullen zijn over het gebruik van Workplace in de organisatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Voetbal International lanceert nieuwe digitale omgeving

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Voetbal International lanceert zijn nieuwe website vi.nl en smartphone app.  De redactie kan voortaan sneller content publiceren, het content management systeem ondersteunt branded content en de toepasbaarheid van data is vereenvoudigd.

Afgelopen januari heeft Voetbal International reeds VI PRO geïntroduceerd. Een digitaal abonnementsvorm waarbij men toegang heeft tot verhalen uit het tijdschrift, aangevuld met exclusieve content, zowel geschreven als in de vorm van video.

VI PRO content wordt nu verweven met de ‘open’ content en is na registratie tot vijf items per maand gratis te lezen en/of te bekijken (metered paywall).

Voor alle lezers geldt dat (nieuws)berichten sneller online staan, notificaties eerder ontvangen kunnen worden en er de mogelijkheid is om Mijn VI in te richten naar persoonlijke voorkeur en interesse.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Customer experience moet verantwoordelijkheid directie worden

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Te veel bedrijven denken customer-centric te zijn zonder dat ze ooit een klant hebben gesproken. Over de klant nadenken is toch echt iets anders dan hem vragen naar zijn ervaringen. En dat maakt het verschil tussen een succesvol project en weggegooid geld.

De noodzaak van user-centricity in projecten is voor iedereen duidelijk: iets bouwen zonder dat je een compleet klantbeeld hebt is risicovol. De kans op mislukking is domweg groter als je niet aan de behoeften van je doelgroep voldoet.

Toch merken we bij een groot deel van onze klanten dat er vaak te weinig research wordt gedaan naar de customer journey, zodat pseudo-inzichten regeren. Business-centric wordt geprofileerd als customer-centric met als gevolg dat het ontwikkelde product niet goed aansluit bij wat de klant wil. Het beroemde citaat van Henry Ford (‘Als ik klanten had gevraagd wat ze wilden, hadden ze gezegd: snellere paarden’) gaat hierbij niet op, omdat je klanten niet naar een oplossing maar naar de pijnpunten vraagt. Die los je vervolgens op met een nieuw of verbeterd product of dienst. Oftewel: de klant wilde zich sneller voort kunnen bewegen en Ford bedacht de auto.

Customer experience als directiefunctie

De technologie om klantgegevens te verzamelen en analyseren tot customer journeys is aanwezig, daar zit het probleem niet. Ook de noodzaak om innovatief te zijn is tot bedrijven en instanties doorgedrongen. Wat ontbreekt is iemand die op directieniveau verantwoordelijk is voor de customer experience. Met als gevolg dat als het budget voor een project overschreden dreigt te worden, het klantonderzoek als eerste wordt geschrapt. Ik ken een grote organisatie die een app heeft gebouwd zonder ook maar een klant te zien. De app heeft een bijzonder complexe menustructuur terwijl een klant gemiddeld maar anderhalf product heeft. Die organisatie heeft geen idee hoe de werkelijkheid eruitziet. Er wordt gewerkt in silo’s en iedereen houdt zich bezig met een ander stukje van de customer journey waardoor het volledige beeld ontbreekt. Er is geen budget voor inzichten die een groter doel dienen. Vervolgens wordt het project kleiner ingestoken en werkt het product niet of onvoldoende.

Door de bomen het bos niet meer zien

Als je alleen maar losse producten ontwikkelt, zie je het onderliggende probleem niet. Een reiziger die met de auto naar Schiphol komt, is niet alleen bezig met het vinden van een parkeerplaats, maar vraagt zich ook af of het vliegtuig op tijd is en hoever het lopen is naar de terminal. Functioneel bezien is het genoeg om de weg te wijzen naar de gereserveerde plek, maar dan optimaliseer je de customer journey niet. Dus is het zaak om verder te kijken wat je met de beschikbare data kunt doen.

Je zou verwachten: vele kleintjes maken één grote. Maar als je allemaal kleine dingen optimaliseert zonder daarin eenheid aan te brengen, kun je geen consistente klantbeleving bieden en dat wekt irritatie op. Wij zijn bijvoorbeeld betrokken bij het verbeteren van de instapprocedure voor NS en ProRail. De reiziger wil graag een zitplaats. Voor NS en ProRail lag de oplossing voor de hand: een app met daarin informatie over de drukte in elk treinstel. Maar iemand die aan komt rennen voor de trein gaat echt niet een app openen, de indeling op het scherm matchen met de werkelijkheid en op zoek naar de rustigste coupé. In plaats daarvan hebben we een groot scherm boven het perron gehangen met daarop informatie waar de trein stopt en in welke wagons nog zitplaatsen zijn. Met als gevolg blije klanten, want hun irritatie wordt erkend en zo goed mogelijk opgelost.

Bedrijfsstructuur te ingewikkeld

Sommige bedrijven hebben wel een concreet beeld van de customer journey maar kunnen die niet omzetten in actie. De bestaande structuur zit in de weg voor het oplossen van problemen en pijnpunten die klanten ondervinden. Nogmaals Schiphol als voorbeeld: men wil de parkeerflow verbeteren, maar dezelfde parkeerplaats heet soms Lang Parkeren, dan weer Smart Parking en dan P3. Dat is veel te ingewikkeld. Als je op drie manieren je product communiceert naar iemand die misschien twee keer per jaar op de luchthaven komt, dan loopt het spaak. Het basisproduct moet dus misschien wel op de schop. Door dit te staven met research heb je een goed fundament om barrières in de huidige businessstructuur te doorbreken.

Geld in je zak houden

Innovatie begint met het besef hoeveel waarde echte klantinzichten het bedrijf bieden. Vervolgens is het zaak de customer experience op hoog niveau in de organisatie te verankeren en de financiële middelen beschikbaar te stellen om dit goed te doen. Daarna kun je user-centricity uitrollen in projecten. Als je dit alles niet doet, kun je je geld beter in je zak houden. Toegegeven, de hiervoor benodigde mindshift krijg je eerder voor elkaar bij lean organisaties waar je snel kunt schakelen dan bij grote traditionele bedrijven. Maar niets doen is geen optie, want dan verlies je het van je concurrent en van nieuwkomers die wél de pijnpunten van de klant inzien en daar een goede oplossing voor bedenken. Wie ben je liever: Netflix of Kodak?



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Een op de 106 emails besmet’

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een op de 131 ontvangen emails wereldwijd bevat een schadelijke link of bijlage, het hoogste percentage in vijf jaar. In Nederland gaat het om een op de 106 emails. Dat blijkt uit onderzoek van Symantec.

Het gebruik van email als een infectiemogelijkheid groeide in 2016 fors. Het werd het voorkeurswapen van cybercriminelen en een gevaarlijke bedreiging voor gebruikers.

Verder leidden zogenoemde Business Email Compromise (BEC) scans, die gebaseerd zijn op zorgvuldig samengestelde spear-phishingmails, tot enorme schade: tot drie miljard dollar op gedurende de laatste drie jaar.

Naast mail werden vorig jaar vooral de scripttaal PowerShell en MS Office-bestanden als wapen ingezet. Als gevolg van het grootschalig gebruik van PowerShell door aanvallers was 95 procent van de PowerShell-bestanden die Symantec tegenkwam schadelijk.

Ransomware bleef zich verder ontwikkelen als een wereldwijd probleem en een lucratieve business voor criminelen. Symantec identificeerde 100 nieuwe malwaresoorten, meer dan drie keer zoveel als voorheen en een toename van 36 procent van het aantal ransomware-aanvallen wereldwijd.

Het Amerikaanse bedrijf constateert dat het grootste aantal overvallen tegenwoordig virtueel gepleegd wordt, waarbij cybercriminelen miljarden dollars buit maken. Sommige van deze aanvallen lijken het werk van georganiseerde criminele bendes, maar ook landen doen mee. Symantec heeft ‘bewijs’ gevonden dat Noord-Korea linkt aan aanvallen op banken in Bangladesh, Vietnam, Ecuador en Polen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Digitale notitieblokken: Yoga Book vs. Bamboo Slate

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Voor wie niet kan wennen aan een tablet of liever schrijft dan typt, is er tegenwoordig de mogelijkheid om krabbels digitaal om te zetten naar een beeldscherm. En nog veel meer. Tijd voor een vergelijk.

De Lenovo Yoga Book is geen tablet, geen laptop, maar eigenlijk een combinatie ervan. En voelt inderdaad aan als een boek dat je openklapt. Met aan de ene kant een 10-inchtouchscreen, en anderzijds een 10-inch touchpad die je met een simpele tik omtovert tot een virtueel toetsenbord.

Pietje precies
De technologie van de touchpad is van concurrent Wacomen levert met de stylus 2048verschillende druklevels op. Dat werkt uiterst precies. De stylus kun je tevens als balpen gebruiken. En als de meegeleverde blocnote op het touchpad ligt, kan je deze beschrijven en zie je je krabbels direct op het andere scherm.

Alleen papier
De Wacom Bamboo Slate gebruikt dezelfde technologie als de Yoga Book, maar kan alleen in combinatie met papier én de meegeleverde balpen worden gebruikt. Na installatie van de app Inkspace koppel je hem via bluetooth of USB aan elk willekeurige tablet of smartphone. Hoewel de app kleur toont, werk je op papier echter alleen met zwart.

Bijna gratis
Je kunt eerst aantekeningen maken en deze overzetten naar je apparaat. Of je werkt in live-modus, waarbij je net als bij de Yoga Book direct je pennestreken ziet. Opslag is tot 5GB, in de cloud van Wacom.Tegen betaling van drie euro per maand kan je ook extra functies activeren, waaronder handschriftherkenning en vectorconversie.

Conclusie
Het omzetten van je krabbels naar een digitaal bestand gebeurt bij beide apparaten op dezelfde manier: via de stylus in combinatie met eenonderlaag die EMR-golven uitzendt. Het voordeel is dat je in principe elke papiersoort hiervoor kan gebruiken. De handschriftherkenning van Wacom werkt zeer goed, maar is optioneel. Bij de Yoga Book is dit gratis in Microsoft OneNote of via Google, daarnaast heb je drie apparaten in één, een lange batterijduur, ziet er slick uit en is erg praktisch. Ben je echter alleen op zoek naar digitaal papier, dan heb je aan de veel goedkopere Bamboo Slate meer dan genoeg.

Specificaties:

Lenovo Yoga Book
Display: 10,1”
Resolutie: 1920 x 1200
Afmeting: 25,6 x 17,1 x 0,96 cm
Gewicht: 690 gram
Papierformaat: A5
Systeem: Android, Windows
Prijs: vanaf 499 euro
Site: lenovo.com

Wacom Bamboo Slate
Display: smartphone of tablet
Afmeting: 33 x 25,4 x 0,7 cm
Gewicht: 690 gram
Papierformaat: A4 (ook A5-versie beschikbaar)
Systeem: Android, Windows, iOS
Prijs: 149 euro
Site: wacom.com

* Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gen Z: fan van fysieke winkel

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De jongste generatie shoppers (18 tot 20 jaar) heeft heel andere wensen dan jongeren van enkele jaren ouder. Zo tonen zij een grotere interesse in gecureerde mode-abonnementen (73 procent) en automatische aanvuldiensten (71 procent), ook wel replenishment genaamd, denk aan Amazon Dash.

Dit blijkt uit onderzoek van Accenture. Opvallend is ook de waarde die zij hechten aan de fysieke winkel: wereldwijd geeft 60 procent hieraan de voorkeur. In de Verenigde Staten is dit zelfs 77 procent.

Impulsieve shoppers

Maar de Gen Z-shopper is ook een impulsieve shopper. Vaker dan millennials zegt een Gen Z’er een aankoop te doen, puur omdat ze er zin in hebben. En 58 procent zegt dan ook meer dan vijf dollar over te hebben voor éénuurslevering.

Het belang van digitale kanalen neemt daarom toch toe. Zo zegt inmiddels 24 procent van de Gen Z-jongeren de voorkeur aan online shoppen te geven en kiest 13 procent daarbij voor de mobiel. Meer dan 40 procent koopt meer dan 50 procent van zijn kleding en consumentenelektronica-items online.

Sociale media de nieuwe disruptor

Social media zou weleens het volgende grote Gen Z-verkoopkanaal kunnen worden. Meer dan twee derde (69 procent) van de jongeren tussen 18 en 20 jaar zegt interesse te hebben in het doen van directe aankopen via dat kanaal.

Ook noemt 44 procent social media een belangrijke inspiratiebron. En meer dan een derde (37 procent) van de Gen Z’ers gebruikte het afgelopen jaar social media vaker voor het maken van aankoopbeslissingen.

Regelmatig feedback geven

Praten over aankopen doen Gen Z-shoppers graag. Zo zegt maar liefst 70 procent weleens een review geschreven te hebben. En 40 procent geeft zelfs regelmatig feedback.

Maar merkloyaliteit is de Gen Z’er nog niet zo mee bekend. Slechts 16 procent shopt in één bepaalde winkel voor zijn fashion. Van de Amerikaanse Gen Z-shoppers is dat zelfs 5 procent. Terwijl van de millennials 26 procent dit doen.

19 procent koopt in één winkel zijn of haar gezondheids- en beautyproducten (millennials: 34 procent). En 38 procent doet zijn boodschappen altijd bij dezelfde supermarkt (millennials: 55 procent).

*) Een deel van dit artikel werd eerder gepubliceerd in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).

Het volledige onderzoek van Accenture is hier te downloaden, evenals de infographic.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Omzet uit streaming in Nederland naar 84,7 miljoen euro

Posted 25 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De omzet uit streaming steeg vorig jaar alleen al naar 84,7 miljoen euro en is 38,2 procent hoger in vergelijking met 2015, zo maakt branchevereniging NVPI vandaag bekend. De Nederlandse muziekindustrie zag de totale omzet 13,1 procent stijgen, naar 154,8 miljoen euro.

Het succes van de streaming heeft ervoor gezorgd dat de digitale markt 60,1 procent van de totale omzet bedraagt. Van de 93,6 miljoen euro aan digitale omzet wordt 84,7 miljoen gerealiseerd door streamingsdiensten.

Het positieve resultaat is vooral te danken aan de veel beluisterde albums en songs van internationale- en nationale artiesten zoals Adele, Justin Bieber, Broederliefde, Lil’ Kleine, Kensington, Coldplay, David Bowie, The Rolling Stones, Leonard Cohen en Kinderen voor Kinderen.

Binnen de fysieke markt blijft de vinylverkoop stijgen; 49,4 procent meer omzet ten opzichte van 2015. Daarmee maakt vinyl 23,9 procent uit van de totale fysieke markt. De totale fysieke markt bedroeg 61,2 miljoen euro en laat daarmee een lichte daling zien van 5,4 procent.

Vandaag maakte de vertegenwoordiger van de internationale muziekindustrie, de IFPI, ook zijn wereldwijde cijfers bekend. De omzet steeg met 5,9 procent. Nederland staat daarbij op de tiende plaats qua omzet in de wereld.



Lees het volledige bericht op Emerce »