Posts Tagged ‘rbi’

Dynamic prospecting: retargeting op een nieuwe doelgroep

Posted 24 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ondanks het soms irritante gevoel dat dat ene paar schoenen je blijft achtervolgen, weten we allemaal dat dynamic retargeting werkt als een trein. Het grootste nadeel hieraan is dat men op je website geweest moet zijn om de doelgroep te kunnen targeten. Hoe pas je dit succes toe op een nieuwe doelgroep? Daar komt dynamic prospecting om de hoek kijken.

Dynamic prospecting houdt in dat er door middel van dynamische banners personen bereikt worden die nog niet op je website geweest zijn. Door middel van dynamische banners is het mogelijk om een product te laten zien dat een zo groot mogelijke kans heeft op interesse bij de gebruiker. Hoe werkt dat dan?

Wat heb je nodig?

1. Een Facebook-pixel inclusief standaardgebeurtenissen. Deze pixel vind je in je Facebook-advertentieaccount en plaats je (of de webbouwer) in de headtags van je website. Daarnaast gebruik je standaardgebeurtenissencodes die relevant zijn voor bepaalde pagina’s. Wanneer iemand een product bekijkt wil je een ViewContent-gebeurtenis, wanneer iemand een product in de winkelwagen doet een AddToCart-gebeurtenis en na betaling een Purchase-gebeurtenis. Facebook hanteert in totaal negen standaardgebeurtenissen, maar het is ook mogelijk om een eigen gebeurtenis aan te maken.
1 = code van website, 2 = basiscode Facebook pixel, 3 = standaardgebeurteniscode.

2. Facebook Business Manager en beheerderstoegang tot de juiste pagina om een productfeed toe te voegen aan Facebook en te koppelen aan je Facebookpixel. De Business Manager maak je aan via deze pagina, check eerst intern of er al Business Manager aangemaakt is. Vervolgens kun je een Facebook-pagina koppelen of toegang vragen via Instellingen. Bij Productcatalogi kan je de productfeed toevoegen en vervolgens de pixel koppelen aan je productfeed. Voor een uitgebreide handleiding, check deze pagina.

3. Productfeed: Wij raden hier een productfeed aan met relatief weinig producten (10-12 producten), zoals bestsellers of producten met een hoge marge. Dat verschilt sterk van een dynamische remarketing-campagne, waarin je over het algemeen veel meer producten opneemt. Voor een succesvolle prospecting-campagne leert onze ervaring dat minder producten een verstandige keuze is.

Hoe ga je te werk?

Nadat je de basis hebt staan, is het belangrijk om na te denken over je doel met de campagne. Wil je zoveel mogelijk producten verkopen of juist producten met een zo hoog mogelijke marge? Of wellicht heb je een heel ander doel voor ogen. Op basis daarvan kies je strategisch welke producten er dan het beste getoond kunnen worden en welke doelgroep interessant is.

Wat je bijvoorbeeld zou kunnen doen is best selling producten tonen in een dynamische banner, gericht op een lookalike audience van de daadwerkelijke personen die deze producten besteld hebben. Dit kan je per productcategorie doen of over je gehele assortiment. Of maak een lookalike audience aan van huidige kopers van producten met een hoge marge en toon daarbij tevens de producten met een hoge marge.

Voorbeeld:

Product X is 5000 keer verkocht. 40 procent van de verkopen zijn gerealiseerd door vrouwen tussen de 25 en 40 jaar uit Noord-Holland en Zuid-Holland. De e-mailadressen van deze doelgroep gebruiken wij voor het aanmaken van een lookalike audience binnen Facebook. Deze lookalike audience zetten we in tijdens de dynamic prospecting campagne.

Belangrijk hierbij is om websiteverkeer en recente converteerders uit te sluiten. Zo heb je minder waste en ben je dus strakker aan het prospecten. Dit doe je door doelgroepen aan te maken op basis van websiteverkeer en op basis van de ‘purchase’ gebeurtenis en deze vervolgens uit te sluiten binnen je advertentieset.

Wanneer de doelgroep en de strategie bepaald is, ga je de daadwerkelijke campagnes opzetten. Selecteer wanneer je de campagne opzet de campagnedoelstelling ‘Conversies’. Dit is namelijk een vereiste wanneer je dynamic prospecting wilt inzetten. Vervolgens bouw je een advertentieset op waarbij je ‘Aankoop’ als ‘Conversion Event Location’ selecteert.

Daarna vul je zoals gebruikelijk elk veld dat je in kunt vullen in de advertentieset in. Vergeet niet je bestaande websiteverkeer en converteerders uit te sluiten. Stel ook in dat de advertentieset optimaliseert voor conversies met 1 dag na klikperiode en een handmatig bod per aankoop. Test goed welk bod voor jou het beste werkt.

Geen idee wat je moet instellen? Start dan met twee á drie keer wat een daadwerkelijke verkoop mag kosten. Dus als een verkoop 15 euro mag kosten stel ik 30 tot 45 euro als handmatig bod in. Met een hoog bod vergroot je je bereik en dat zorgt ervoor dat je campagne een goede kans krijgt.

Als laatste stel je de advertentie op, kies hierbij voor een carrousel. Omdat je als campagnedoelstelling ‘Conversies’ hebt gekozen krijg je onderstaande opties te zien:

Selecteer hierbij voor de tweede optie ‘Sjabloon dynamisch vullen vanuit een productverzameling’. Kies vervolgens je gekoppelde productcatalogus en eventueel ook een productverzameling. Daarna kan je de teksten op gaan maken, de URL-parameters opgeven en je pixel selecteren.

De kop en tekst van je advertentie kan je dynamisch in laten vullen door de verplichte velden in de productfeed, zoals:

Helemaal klaar? Live zetten die handel! Vergeet niet de resultaten goed te monitoren om tijdig bij te sturen en te optimaliseren.

Resultaten

Wanneer wij de resultaten vergelijken met een reguliere prospecting-campagne zien we dat de CTR doorgaans verdubbelt. Daarnaast liggen conversiepercentages hoger en is de return on ad spend (ROAS) positiever. Een ROAS van 200 tot 300 procent en een conversiepercentage tussen de een en twee procent zijn bij dynamic prospecting geen bijzondere cijfers en dus goed haalbaar met de juiste strategie en content. Betrek hierbij de kwaliteit van verkeer (hoog percentage nieuwe bezoekers, lange tijd on site, meerdere pagina’s per sessie, lage bounce) en je hebt een toffe nieuwe campagnemogelijkheid met talloze opties.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Conversie-optimalisatie: kansen voor websites met weinig traffic

Posted 24 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wat doe je als het een jaar duurt voordat je A/B-test significant is? Als je zo weinig verkeer hebt dat testen nutteloos lijkt? Juist. Gewoon blijven optimaliseren! Elke website is geschikt voor conversie-optimalisatie. Ook als je weinig traffic hebt, zijn er optimalisatiekansen.

Conversie-optimalisatie is méér dan alleen A/B-testen. Het gaat om het verbeteren van de gebruikerservaring van websites en daar komt veel bij kijken. Als je niet kunt A/B-testen, betekent dit dus niet dat het daar stopt. Er zijn namelijk erg veel alternatieve methoden om je website te optimaliseren.

Expert review

Allereerst moeten de pijnpunten van de website worden vastgelegd. Een expert review is een goede leidraad om je website te evalueren. Voor deze analyse gebruikt een expert verschillende modellen en frameworks om mogelijke pijnpunten van je site vast te stellen. In deze modellen komen de volgende punten veel naar voren:

  • Duidelijkheid: is het duidelijk waar de website over gaat en wat het aanbod is? Is er een duidelijke call-to-action aanwezig op elke pagina?
  • Waardepropositie: wat maakt jouw merk uniek? En komt dit wel duidelijk naar voren op je website?
  • Verwachtingen: hoe komen bezoekers op landingspagina’s terecht? Sluiten deze pagina’s aan bij de verwachtingen van de bezoekers op dat moment?
  • Vindbaarheid: is de website gemakkelijk te vinden in de zoekmachines? Kunnen gebruikers op de website gemakkelijk informatie opzoeken met behulp van een interne zoekmachine?
  • Toegankelijkheid: is de website toegankelijk voor mensen met een beperking? Zijn de letters te vergroten? Wordt er gebruik gemaakt van genoeg contrast?
  • Afleiding: zijn er elementen op de website aanwezig die de bezoeker kunnen afleiden van het converteren?
  • Frictie: waar vallen bezoekers af en hoe komt dit? Hoe moeilijk is het voor bezoekers om de funnel te doorlopen?

Gebruikersonderzoek

Ook met weinig verkeer kun je gebruikersonderzoek doen. Er zijn verschillende manieren om dit te doen:

User testing

Nodig ongeveer vijf tot tien respondenten uit die representatief zijn voor je doelgroep en laat ze taken uitvoeren op je website. Zorg ervoor dat de respondenten hardop denken. Hiermee kom je erachter:

  • Of ze begrijpen waar je website voor staat
  • Of ze snappen wat er wordt aangeboden
  • Of er enige verwarring of frictie ontstaat tijdens het uitvoeren van de taken
Five second test

Optimaliseer de duidelijkheid van je website door de eerste indruk van bezoekers te meten. Met UsabilityHub kun je een five second test laten uitvoeren. Je uploadt een screenshot van de homepage (of een andere belangrijke landingspagina) van je website. Respondenten zien dit beeld voor vijf seconden en worden dan gevraagd om te beschrijven wat ze zojuist hebben gezien. Als er een grote mismatch zit tussen jouw beoogde waarde propositie en de daadwerkelijke antwoorden van de respondenten, dan is er werk aan de winkel.

On-site klantenfeedback

Je kunt ook online klantfeedback verzamelen. Met tools als Hotjar kun je gemakkelijk surveys, polls en feedback items toevoegen aan je site. Hiermee kun je bezoekers op bepaalde momenten in het aankoopproces vragen om hun ervaringen, meningen en beweegredenen. Als je de ervaringen van bezoekers weet, dan kun je gemakkelijker optimalisatiekansen identificeren die je anders gewoonweg niet zelf had kunnen bedenken.

Heatmaps en user recordings

Met behulp van heatmaps wordt het gedrag van bezoekers visueel inzichtelijk gemaakt. Hiermee zie je in één oogopslag wat belangrijke elementen op een pagina zijn. Met clickmaps zie je precies waar bezoekers veel klikken op een pagina. Movemaps laten zien waar bezoekers met hun muis bewegen en scrollmaps tonen hoe ver bezoekers de pagina naar beneden scrollen.

Het enige probleem met heatmapping is dat er vaak een bepaalde sample size vereist is om een volledige heatmap te creëren. Er zijn ook tools waarbij dit geen vereiste is. Met bijvoorbeeld EyeQuant kun je screenshots van je website uploaden. De tool vertelt je vervolgens iets over het design. Het zijn niet je gebruikers waar je de data vandaan haalt, maar je krijgt alsnog waardevolle informatie waar je direct mee aan de slag kunt.

User recordings geven een gedetailleerd inzicht in het gedrag van je bezoekers. Hiermee zie je hoe je bezoeker écht over je website beweegt. Groot pluspunt: voor user recordings is geen minimale sample size nodig. Elke recording kan je iets zinnigs vertellen over de gebruiksvriendelijkheid van je website.

Wil je hiernaast toch A/B-testen?

Als we het puur en alleen hebben over A/B-testen op websites met weinig traffic, kun je stellen dat dit erg lastig is. Het probleem is als volgt:

Als je weinig verkeer hebt, is de kans groot dat een test heel erg lang moet draaien voordat er significante resultaten te zien zijn. Testresultaten moeten altijd significant zijn. In dit artikel legt mijn collega Joren uit waarom dit belangrijk is. Kijk van tevoren altijd wat de verwachte doorlooptijd is van de test. In dit artikel legt mijn collega Eva uit hoe je dat het beste kunt doen.

Houdt dit je niet tegen en wil je toch A/B-testen? Heel goed! Let dan wel op de volgende punten:

Test alleen veranderingen waarvan je een hoge impact verwacht

Kleine veranderingen kunnen een grote impact hebben op het conversiepercentage. Echter zien we dat dit vaak alleen het geval is bij websites met veel verkeer. Heeft je website weinig verkeer? Dan zal je je tijdens het testen moeten focussen op rigoureuze tests. Dit betekent dat er alleen getest wordt met grote aanpassingen en kan betekenen dat er meerdere elementen tegelijk worden aangepast.

We stappen steeds meer af van de gedachte dat er maar één element per test mag worden aangepast, omdat “we dan niet weten welk element voor de verandering heeft gezorgd”.. Voor bijvoorbeeld een test met de call-to-action, kun je experimenteren met de kleur, benaming en positie (in één variant). Ervaring leert dat rigoureuze tests met meerdere aanpassingen zorgen voor een hogere impact en significante resultaten. Durf hiermee dus te experimenteren. Juist als je weinig verkeer hebt.

Reken tests af op zachte conversies

Het vak heet conversie-optimalisatie en dat betekent in eerste instantie natuurlijk: meer conversies behalen. Maar ‘conversies’ is een breed begrip. Voor websites met weinig verkeer is het niet aan te raden om de tests op harde conversies af te rekenen. Dit komt door de lange tijd die dan nodig is om significante resultaten te behalen.

Als je snel resultaten wil zien, is het daarom beter om de tests op zachte conversies af te rekenen. Hieronder noem ik een aantal voorbeelden van zachte conversies:

  • Website-engagement: voordat bezoekers converteren, bekijken ze je website. Ze zitten eerst nog in de oriëntatiefase. Engagementdoelen voor tests zijn bijvoorbeeld:
    • De tijd op de website verhogen
    • De bounce rate verlagen
    • Het aantal pagina’s per sessie verhogen
    • Leads naar harde conversies verhogen: bijvoorbeeld het invullen van een postcodechecker, het aanvragen van een brochure of het toevoegen van een product aan de verlanglijst.
  • Clicks: clicks vertellen je waar bezoekers op dat moment behoefte aan hebben. Met bijv. clicks op de ‘Bestel’-button kun je al zien dat bezoekers ver zijn in het aankoopproces.

Kies zachte conversies die passen bij het type website. Kijk hierbij ook goed naar het doel, de aanpassingen en de locatie van de test.

Conclusie

Ook websites met weinig verkeer zijn geschikt voor conversie-optimalisatie. Met behulp van heuristische analyses en gebruikersonderzoek achterhaal je waar de optimalisatiemogelijkheden liggen. Wil je deze punten toch testen met behulp van A/B testing? Ook dan zijn er mogelijkheden.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Traffic Builders



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Winstmarge DDoS-aanval loopt op tot 95 procent’

Posted 24 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De prijs van een DDoS-aanval varieert van anno 2017 van 4,50 euro voor aanval van 300 seconden tot 370 euro voor 24 uur. De gemiddelde prijs voor een aanval is ongeveer 23 euro per uur, zegt onderzoekslab Kaspersky.

Deskundigen van Kaspersky Lab berekenden ook dat een aanval met behulp van een cloud-gebaseerd botnet van 1000 desktops de aanbieders waarschijnlijk ongeveer 6,50 euro per uur kost. Dit betekent dat cybercriminelen die DDoS-aanvallen organiseren een winst maken van circa 16,50 euro per uur.

Het serviceniveau van DDoS-‘dienstverleners’ op de zwarte markt wijkt vrijwel niet af van dat van een legale onderneming, zegt Kaspersky. Het enige verschil is dat er geen direct contact is tussen de leverancier en de klant. De ‘dienstverleners’ bieden een handige site aan waar klanten, na registratie, de benodigde service kunnen selecteren, ervoor betalen en een verslag ontvangen over de aanvallen. In sommige gevallen is er zelfs een loyaliteitsprogramma, waarbij klanten beloningen of bonuspunten ontvangen voor elke aanval.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Moet Apple de NFC-chip openstellen? Bedrijven willen meer concurrentie

Posted 24 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Australische druk op Apple is nog niet voorbij. De grootste banken eisen nog altijd dat het bedrijf de NFC-chip openstelt voor andere bedrijven. Dat zou goed zijn voor de concurrentie op de markt van mobiele portemonnees.

Al sinds vorig jaar steggelen vier grote Australische banken met Apple. Zij willen zelf mobiele betaalapps ontwikkelen en daarbij gebruikmaken van de NFC-chip in de iPhone. Apple houdt dat tot nu toe tegen. Het bedrijf wil dat al het contactloze betalingsverkeer via Apple Pay loopt, de ‘wallet’ die het zelf heeft ontwikkeld.

Vuist richting Apple

Om een vuist te kunnen maken werken de vier banken – Commonwealth Bank of Australia, National Australia Bank, Westpac Banking en Bendigo & Adelaide Bank, samen. Ze hebben daarom recent hun klacht wat afgezwakt om meer kans te maken op succes. Ze vragen nu alleen nog om de toegang tot de NFC-chip. “De banken zijn bereid deel te nemen aan Apple Pay, maar willen ook hun eigen mobiele portemonnee ontwikkelen”, zegt een woordvoerder. “Het gaat de bedrijven uiteindelijk om keuze. Ze willen competitie tussen makers zodat consumenten zelf kunnen bepalen wat voor hen de beste oplossing is.”

De kritiek komt niet helemaal uit de lucht vallen. Al vaker is er gesproken over de dominantie van Apple en hoe het anderen zou dwingen de eigen technieken te gebruiken. Wat dat betreft zijn de mogelijkheden in Googles Android veel groter. Hoewel Google zelf Android Pay op de markt heeft gebracht, hebben andere bedrijven de optie om een eigen mobiele betaaloplossing te ontwikkelen. De concurrentie wordt niet geschuwd.

‘Concurrentie onmogelijk’

Critici houden vol dat Apple met dit gedrag de concurrentie lamslaat. De populariteit van de iPhone is zo groot dat banken gedwongen worden om met Apple Pay te werken. ‘Toegang tot NFC is niet alleen belangrijk voor bedrijven en het mobiele betalen’ zeggen deze bedrijven. Dit raakt namelijk allerlei sectoren die met NFC willen werken. Dit is een wereldwijd probleem. ‘Mobiel betalen zonder NFC zal nooit een succes worden.’

Ondertussen werkt de vierde grootste bank ‘Australia and New Zealand Banking Group’ wel gewoon samen met Apple Pay. Twee relatief kleine spelers sloten zich daar recent bij aan. ING Direct en Macquarie Group zien juist kansen in Apple Pay. ‘Het is logisch dat voor veel klanten de iPhone uiteindelijk een portemonnee wordt’, zegt een woordvoerder van ING Direct.

Of Apple iets geeft om de kritiek is nog maar de vraag. Het bedrijf houdt vol dat de NFC-chip voor zichzelf moet houden om de werking van de hardware te kunnen garanderen. Op de Amerikaanse thuismarkt wist het uiteindelijk ook gewoon bedrijven aan zich te binden. Nederlandse bedrijven lijken er ook geen concrete moeite mee te hebben.



Lees het volledige bericht op Emerce »

User testing: hoe pak je dat professioneel aan?

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

User testing betekent niet alleen de gebruiker achter een scherm zetten en kijken hoe hij met je product omgaat. In de beginfase van User testing kan je gebruikers op verschillende manieren betrekken. Het gaat erom een begrip te krijgen van de mensen in je doelgroep, zodat je hierop begrip kunt krijgen. Door gebruikers vroeg al te betrekken zit je sneller in een goede richting dan wanneer je alleen je gut feeling volgt. Onderstaand een kijkje in de keuken van User Testing bij TamTam.

De afgelopen paar maanden zijn we veel bezig geweest met de ontwikkeling van onze user involvement skills. Structureel testen krijg je niet namelijk zomaar in je systeem. Daarom zijn we low key begonnen met het introduceren van Usability Testing. Inmiddels zijn we al een stap verder en worden gebruikers veel eerder en vaker in ons ontwikkelproces betrokken.

Je kunt gebruikers op verschillende momenten in dit proces aanhaken. Voordat je een onderzoeksmoment inplant, is het goed om een stap eerder het doel te bepalen. Wat ga je testen? Het concept of de propositie, de stijl, of gaat het om de usability? Aan de hand daarvan kun je een methode en insteek bepalen.

Hoe kun je in het begin van het project gebruikers betrekken?

In de beginfase van een project, zoals bij sprint 0 of 1, zal het onderzoek met name draaien om concept en stijl. Je bent volop bezig met inspiratie opdoen en het bepalen van een richting. Juist nu is het nuttig om gebruikers al te betrekken, zodat je je ideeën kan valideren. Je kan dit op uiteenlopende manieren doen, zoals met één op één sessies met gebruikers of juist met een panelonderzoek.

Je begint het onderzoek met het bepalen van vraagstukken of onzekerheden over de doelgroep. Je weet bijvoorbeeld niet hoe hun huidige situatie eruitziet of hoe ze over het onderwerp van je project denken. Of: je bent al bent begonnen met een designrichting en je wilt deze onderzoeken. Beide vraagstukken kun je prima beantwoorden tijdens één op één sessies.

Hoe zien één op één-sessies er uit?

Voor één op één-sessies nodigen we zes respondenten uit. We beginnen met een korte introductie en vertellen de respondent dat de sessie wordt opgenomen. Hiervoor tekenen ze een toestemmingsverklaring, waarin we uitleggen wat wij wel en niet met het materiaal zullen doen. Ik zit als onderzoeker met de respondent in een meeting room. De ruimte is casual ingericht en geeft een huiskamergevoel om de gebruiker op zijn gemak te stellen. Daardoor zul je gemakkelijker de eerlijkste antwoorden krijgen.

In een interview gaan we diep in op motivatie, behoefte en pijnpunten. We kunnen de respondent ook vragen hoe hij over een bestaand merk denkt. In enkele gevallen doen we ook opdrachten met een respondent. Niet alle vragen hoef je in vragende vorm te stellen. We wilden voor een verzekeraar bijvoorbeeld ontdekken in welke categorieën gebruikers denken als het gaat om hun inboedel.

In plaats van vragen te stellen, hebben we gebruikers een set kaarten gegeven met daarop allerlei spullen in huis, die ze in categorieën moesten opdelen. Met dit soort trucjes zorg je ervoor dat een interview geen droog gesprek wordt: je haalt er zo een stuk meer uit. Soms moet je respondenten inspireren om het antwoord op je vraag te kunnen geven.

Als we ook een stijlrichting willen toetsen, leggen we die vaak simpelweg aan de gebruiker voor. We laten de gebruiker even kijken naar het design en vragen hem erover te praten. Vervolgens zetten we de Microsoft Product Reaction Cards in om het gevoel en de mening van de gebruiker tastbaarder te maken. Reaction Cards is een set van 118 woorden, die we printen op losse kaarten. De gebruikers kiezen er vervolgens 5 uit die hun gevoel bij het design het beste omschrijven. Op deze manier maken we de uitkomst van het onderzoek enorm tastbaar.

Hoe betrek je gebruikers later in het proces?

Later in het ontwerpproces is het goed om te starten met usability testing. Hiermee ontdek je problemen in de flow en onderzoek je de gebruiksvriendelijkheid van het product. Een bekende valkuil is te veel in één keer willen testen. Dit maakt de test rommelig en zorgt ervoor dat je niet diep genoeg op bepaalde elementen in kan gaan. De beste aanpak is om een klein stuk van de website of app goed uit te werken in een prototype en dit vervolgens te testen.

Ook usability tests voeren wij één op één uit in een gezellige meeting room. We gebruiken live streaming en een eye tracker (bij desktop tests). We zijn ooit low key begonnen met user testing. Dit werkt heel goed als je in een vroeg stadium quick and dirty wilt testen. Maar als je echt op de usability wil ingaan, zul je het iets groter moeten aanpakken. Hieronder beschrijf ik onze aanpak.

Hoe ziet een usability test er uit?

Een usability test begint altijd met een interview vooraf. Hiermee leren we de gebruiker kennen en stellen we hem op zijn gemak. Vervolgens gaan we over op het prototype. Op basis van het testplan hebben we kaartjes geprint waar opdrachten voor de gebruiker op staan. Een voorbeeld van een opdracht: ‘achterhaal de prijs van een creditcard.’

Wij geven de opdracht aan de respondent. Die leest de opdracht hardop voor en voert hem zelf uit. Het voordeel van deze manier van werken is dat de observator zo min mogelijk hoeft te praten en daadwerkelijk de rol van observator op zich neemt. Ook bij een usability onderzoek kun je de Reaction Cards inzetten. Een usability onderzoek combineer je namelijk eenvoudig met een stijlonderzoek.

Je kunt de tests uitvoeren op een desktopcomputer of laptop, maar met een smartphone kan ook. Dit ligt maar net aan het doel van het onderzoek en waar het prototype in is gemaakt. Bij tests op een desktopcomputer gebruiken we een eye tracker, zodat we kunnen volgen hoe de ogen van de gebruiker over het scherm bewerken. We zien precies op welke plekken gebruikers informatie zoeken , waar ze kort of lang naar kijken, en wat ze totaal over het hoofd zien.

Een laatste belangrijk onderdeel van onze usability tests is het meekijken via een livestream. Je betrekt de klant en de designer hiermee actief bij het onderzoek. Zij maken het zelf mee en ervaren zelf het gevoel wat jij anders zou moeten overdragen via een document of presentatie. Daarnaast kan de meekijkende partij direct input geven voor aanvullende vragen en kunnen zij ter plekke al nadenken over verbeteringen.

Hardware en software

De eye tracker die wij gebruiken is van Tobii. Dit simpele usb device past gemakkelijk op elke monitor. De opstelling bestaat verder uit een desktopcomputer met Windows, een toetsenbord, een muis, een externe microfoon en 2 schermen. Scherm 1 heeft een geïntegreerde webcam: de gebruiker zit hier.

Scherm 2 is een extra scherm waarop de onderzoeker meekijkt met de gebruiker. Door de eenvoudige opstelling en de haast onzichtbare webcam heeft de gebruiker niet het gevoel dat hij opgenomen wordt.

Voor onze livestream gebruiken we Wirecast en voor de stream Youtube of Twitch. Deze programma’s werken erg prettig en feilloos. Let er wel op dat je de computer aan bekabeld internet hebt zitten. Over wifi kan streamen minder soepel gaan. We nemen de sessie op zodat we later nog eens terug kunnen kijken en de beelden in de rapportage  kunnen gebruiken. De output is een video waarbij je het scherm van de gebruiker ziet met daarop de uitvoer van de eye tracker en de gebruiker rechts in de hoek. Ook hiervoor tekenen gebruikers een toestemmingsverklaring.

Next steps

Uiteraard is alleen het onderzoek uitvoeren niet alles: juist de analyse en de volgende stappen zijn key voor het project. Wij hebben een manier van documenteren ontwikkeld die lekker snel en efficiënt werkt. We schrijven de belangrijkste bevindingen uit, knippen quotes uit de filmpjes, schrijven sterke conclusies en sluiten af met aanbevelingen en schetsen ter verheldering. Door het document op te leveren als Keynote kunnen we de informatie visueel en behapbaar weergeven.

De aanbevelingen zijn het belangrijkste: dit is het advies van de onderzoeker waarmee de designer direct verder kan. De Keynote wordt vervolgens gepresenteerd aan de klant en de designers. Op die manier bespreken we de resultaten en krijgen we iedereen op één lijn. Daarnaast kun je in de presentatie als onderzoeker benadrukken welke wijzigingen echt doorgevoerd moeten worden.

Uiteraard zijn gebruikers ook maar mensen en hoef je niet altijd alles letterlijk te nemen. Maar onthoud wel dat wij in onze creatieve digitale bubbel leven, waar we lang niet altijd uit durven te stappen. Be brave, test like the big boys.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vliegtickets.nl evalueert WhatsApp

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vliegtickets.nl heeft drie maanden geleden WhatsApp als servicekanaal ingevoerd en evalueert deze pilot nu. Twintig procent van de klanten maakt gebruik van de messaging app om contact op te nemen en de responstijd is twee keer sneller dan via e-mail.

Een speciaal team van customer service agents beantwoordde in de periode 8 december tot en met 8 maart ruim 8.000 vragen via WhatsApp. Deze klanten krijgen 57 procent sneller antwoord dan mensen die een vraag stellen per e-mail. Vliegtickets.nl wil de komende tijd gaan kijken hoe dit verschil kan worden verkleind. Daarbij plaatst de online reisagent wel als kanttekening dat er meer vragen binnenkomen via e-mail en telefoon, die ook nog eens minder afgebakend zijn qua onderwerp dan de communicatie via WhatsApp. “Daardoor is het snel en naar tevredenheid beantwoorden van vragen niet altijd eenvoudig,” aldus een woordvoerder.

Uit de evaluatie blijkt verder dat de meeste vragen worden gesteld tijdens lunchtijd en tussen 14.00 en 16.00 uur. De drie meest voorkomende vragen gaan over wijzigingskosten, bagagevoorwaarden en hoe online inchecken werkt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Micro-influencer soms belangrijker dan groot bereik

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bereik bij inlfuencers is lang niet altijd belangrijk. Vertelden Eva Piers (Joolz), Lonneke Nooteboom (Stylemyday) en Judith Franse (Center Parcs) vanochtend op The Social Influence in Amsterdam. Aan micro influencers heb je doorgaans veel meer.

Center Parcs koos wel voor bereik. Het vakantiepark werkte samen met Enzo Knol (ruim 1 miljoen volgers) om de naamsbekendheid onder tieners te vergroten. Die gaven het park een mager zesje, na de campagne was dat 7,3 geworden. “De doelstelling was daarmee bereikt,” zegt Franse.

Het was de eerste ervaring met influenceer marketing voor Center Parcs, maar die is goed bevallen. “Enzo Knol werkt met maar weinig adverteerders, maar hij vond dit leuk om te doen.”

Joolz vindt het belangrijk dat influencers een relatie hebben met het product. “Alle influencers waarmee we samenwerken zijn zelf in verwachting. Zij krijgen een kinderwagen voor enige tijd, maar geen geld,” zegt Eva Piers.

Kleinere volgers kunnen daarbij even invloedrijk zijn. Bij de Amerikaanse lancering in oktober is wel bewust gekozen voor bereik, zegt ze. “Dan wil je zo snel mogelijk naamsbekendheid. Maar in het algemeen vinden we een duurzame relatie met een influencers belangrijker.”

Influencer Lonneke Nooteboom, stiliste voor Marco & Leontine Borsato en John Ewbank & Kelly Weekers, is oprichtster van online mode- en lifestyle platform Stylemyday.nl. Zij erkent dat influencers marketing doorgaans echt wel wat kost. “Bereik dicteert de prijs. We hebben de piek wel bereikt, maar het gaat niet verdwijnen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Reddit gaat Facebook achterna

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Reddit wil meer op Facebook gaan lijken. Het nogal altijd zeer lelijk ogende sociale nieuwsforum laat gebruikers straks profielen maken, waardoor niet alleen onderwerpen, maar ook auteurs met bepaalde interesses zijn te volgen. Die kunnen ook op een eigen pagina berichten plaatsen.

Vooralsnog mag een beperkt aantal gebruikers – redditors – met die profielen aan de slag. Die voeren ook het beheer over hun eigen pagina’s.

Op het congres SxSW in Texas gaf medeoprichter Alexis Ohanian toe dat Reddit tot nu toe te weinig heeft gedaan om nieuwe gebruikers te faciliteren. Ook hebben gebruikers moeite om berichten in de allerlei categorieën te plaatsen, daarvan zijn er te veel, elk met eigen regeltjes. Het lijkt dus logischer om profielen te maken rond deelinteresses.

Daarmee is Reddit het volgende bedrijf dat zich aansluit bij de zogenoemde Clone Wars, het fenomeen waarbij sociale platforms steeds meer kenmerken van elkaar overnemen.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Omroep Brabant wint Gouden NL-Award 2016

Posted 23 Mrt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Tijdens de ROOS Dagen in Eindhoven zijn de winnaars bekend gemaakt van de 15e editie van de NL-Awards, de onderscheidingen voor de beste producties van de regionale omroepen. Vijf omroepen vielen in de prijzen, waarbij Omrop Fryslân drie keer op het…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Eerste investering voor Dutch Student Investment Fund (DSIF)

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Dutch Student Investment Fund (DSIF) heeft haar eerste investering gerealiseerd. Afgelopen dinsdag tekende het bestuur van het Twentse fonds, dat voor honderd procent wordt gerund door studenten, de investeringsovereenkomst met Grasp uit Enschede.

Grasp heeft een technologie ontwikkeld die grote hoeveelheden content op websites of blogs snel analyseert en advies geeft hoe geschreven moet worden om een boodschap bij de lezer te laten doordringen.

De startup bouwt voort op technologie die UT-student Frans van der Sluis ontwikkelde tijdens zijn promotieonderzoek: een gepatenteerd algoritme dat grote hoeveelheden content als blogs en nieuwsartikelen analyseert en structureert.

Grasp speurt binnen content naar zogenoemde sweet spots. Dit zijn punten waarop de informatie die iemand leest, het beste aankomt. Daarbij wordt gekeken naar onderwerpruimte, schrijfstijl en complexiteit. Belangrijkste doelgroep zijn content marketeers.

Naast een financiële bijdrage van 50 duizend euro blijft DSIF in de nabije toekomst nauw betrokken bij de ontwikkeling van Grasp. Men zet het netwerk in om het bedrijf verder te helpen. Zo is Grasp gekoppeld aan het Amsterdams-Enschedese contentbureau Blutarsky. Het DSIF werkt ook nauw samen met Novel-T. Startups vinden daar steun bij de opstart en groei van hun bedrijf.

Het Dutch Student Investment Fund is het eerste fonds in Europa dat geheel voor en door studenten wordt gerund. Het fonds investeert in zeer vroege fasen tot 50.000 euro in startups van studenten, recent afgestudeerden en promovendi. De investeringen worden gedaan in de vorm van converteerbare leningen, die bij vervolgfinancieringen bijvoorbeeld kunnen worden omgezet naar aandelen.

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

UX-onderzoekscentrum voor ANWB: ‘Elk onderzoek beter dan geen onderzoek’

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zo’n drie jaar geleden richtte de ANWB een intern ‘UX Center’ op voor onderzoek. Het verving daarmee de gebruiksonderzoeken die door externe bureaus werden verricht. Waarom deed de organisatie dat? En wat levert zoiets op?

Zoals bij veel bedrijven speelt het team dat zich ooit bezighield met de online user experience nu een veel grotere rol in de organisatie. Naast ‘wireframes’ en ‘visuals’ staat de totale klantervaring en het verbeteren van digitale services hoog op de agenda.

Zo niet anders bij de ANWB, waar Iwan Banens ‘Manager Customer Experience & Service Innovatie’ is. “Onderzoek naar hoe klanten en niet-klanten onze producten ervaren wilden we een standaard onderdeel maken van het ontwikkelproces”, vertelt hij. “Voor de oprichting van het UX Center werd er soms wel onderzoek gedaan, maar dat werd verricht door externe bureaus en vaak pas vlak voor de livegang van een product. Daarna had je nauwelijks de tijd om learnings door te voeren. Het was eerder een sanity check, een laatste grove controle.”

45 onderzoeken: helder proces basis van succes

Drie jaar geleden is daarom een eigen onderzoekscentrum opgericht, geleid door een UX-onderzoekster. “Sindsdien onderzoeken we zo’n beetje alles dat belangrijk is.” Voor ieder onderzoek wordt gemiddeld één dag uitgetrokken waaraan zes tot acht respondenten deelnemen. Die respondenten worden apart gezet en krijgen een heldere opdracht mee. “Je beschikt al over een ANWB-lidmaatschap en wil via de app een pechmelding doen. Hoe pak je dat aan? Of je gaat morgen naar Amsterdam en wil weten waar je korting kunt krijgen met de ANWB-pas. Waar vind je dat?” Banens zegt daarbij niet zo zeer te zoeken naar harde fouten of bugs. Het doel is om uit te vinden of services intuïtief bruikbaar zijn. Misschien is de hele propositie en het gebruiksvoordeel niet helder. In zo’n geval moet men terug naar de tekentafel.

Afgelopen jaar zijn er 45 onderzoeken uitgevoerd. “Een hele vooruitgang ten opzichte van de vijf per jaar die we eerder extern lieten doen.” Het belangrijkste voor het succes van het centrum is het hebben van een helder proces, vertelt Banens. “Dat start bij de intake met een business of product owner. Wat wil je precies weten van de respondenten? Wat hoop je met het onderzoek te bereiken? Is dat bijvoorbeeld het vinden van belemmeringen of wil je concreet nagaan hoe je er online voor kunt zorgen dat de druk op het callcenter afneemt? Belangrijk voor het onderzoek is ook om de doelgroep helder voor ogen te hebben. Zijn dat leden of juist de niet-leden? Welk demografisch profiel zoek je? Wil je bijvoorbeeld specifiek iets weten van de mensen die op autovakantie gaan? Of liever recreanten die de fiets pakken?”

Op basis van de onderzoeksopzet wordt een script geschreven dat formuleert welke acties er van de respondenten worden verwacht. Het is belangrijk dat een onderzoekssessie niet langer dan 45 minuten tot een uur duurt, is de ervaring. “Is de opdracht complexer dan kun je die beter opknippen.”

‘Héél belangrijk: lessen delen in de organisatie’

Het grootste voordeel van een intern onderzoekscentrum is dat de interne zichtbaarheid en toegankelijkheid groot is, vertelt Banens. Concreet betekent dit dat iedere geïnteresseerde mag meekijken tijdens de onderzoeken. Marketeers, ontwikkelaars en hele scrumteams lopen binnen en zien van achter een spiegelwand hoe iemand mogelijk worstelt. “Als je iemand ziet worstelen met een product dat in jouw ogen briljant is, is dat veel sprekender dan wanneer je een onderzoeksrapport leest.”

Tijdens het onderzoek laat iedere observator zijn bevindingen achter op post-its die samen met de bevindingen van de onderzoeker in een aanbevelingsrapport belanden. “Héél belangrijk is om die rapporten met alle scrumteams en designers te delen. En niet alleen met diegene die bij dit onderzoek betrokken zijn.” Dat zorgt ervoor dat de lessen ook op andere afdelingen of in andere use cases worden toegepast.

Doorgaans komen er uit een onderzoek zo’n drie tot tien aanbevelingen voort, vertelt Banens. Kleine dingetjes meestal, geen ‘blocking issues’. Slechts één keer is besloten de livegang van een project uit te stellen. Het registratieproces werkte gewoon niet goed. “De oplossing voor dit probleem was niet heel complex, maar we zien dat nog steeds als mijlpaal. De stem van de eindgebruiker werd gehoord.”

Bredere inzet: ook buiten de digitale kanalen

Over de representativiteit van de uitkomsten heeft hij geen twijfels. “Allerlei onderzoeken tonen aan dat je met zes respondenten al 80 procent van de gebruiksproblemen ontdekt. Zeker wanneer je iteratief ontwikkelt en ook een volgende versie van een product laat onderzoeken wordt de kans op grotere problemen nog kleiner.”

Banens vertelt dat zijn plan om het UX Center intern onder te brengen niet direct op iedereen zijn steun kon rekenen. Zowel aan de respondenten als aan de intern gewerkte uren hangt een prijskaartje. Inmiddels is het succes ervan aangetoond en wordt er gekeken hoe een techniek als eyetracking ook buiten het digitale domein is te gebruiken. Afgelopen jaar is er een eerste uitstapje gemaakt naar print en zijn de brieven en facturen onder de loep genomen. Met eyetracking is vastgesteld welke specifieke delen van de brieven en facturen aandacht kregen. Zo bleken ontvangers een insteekkaart in de envelop vaak niet op te merken en konden de betaaloverzichten en de begeleidende teksten wel iets duidelijker.

Een volgende stap is om het onderzoek nog breder in te zetten. Om uit te vinden hoe klanten de apps onderweg of in de winkel gebruiken bijvoorbeeld. “Je kunt eigenlijk niet snel iets fout doen. De vraag is alleen of je al alles uit een product haalt dat erin zit. Ieder onderzoek dat je doet is beter dan geen onderzoek. Anders ontvang je die feedback pas na livegang en dan is de eerste indruk al bepaald.”

Enkele voorbeelden uit de praktijk

WizGo app voor voor theorierijbewijs halen – bewustwording

Binnen de ANWB was er weinig besef van hoe dit product in het nieuwe digitale jasje gebruikt zou worden. Een belangrijke onderzoeksuitkomst was bijvoorbeeld dat gebruikers het gevoel hadden dat de app niet alle stof uit het klassieke rijlesboek bevatte. Iets dat wel het geval is. Door eerst het concept en later de MVP te onderzoeken is de waarde van learnings in het algemeen duidelijk geworden. In de communicatie rondom de nieuwe app zullen de verwachtingen beter worden gemanaged.

Onderweg app voor verkeersinfo, parkeren, tanken – iteratief

Het onderzoek naar deze app wordt maandelijks herhaald. De ANWB ontwikkelt hierdoor minder op basis van aannames en laat zich leiden door inzichten uit data. Uit onderzoeken is bijvoorbeeld naar voren gekomen dat sommige gebruikers een navigatiesysteem verwachten – iets dat geen onderdeel is van de app. Daarnaast begrijpt men niet altijd wat het ‘connecten’ met de auto inhoudt. Duidelijk is dat de meerwaarde van een app goed naar voren moet komen om aan de verwachtingen te voldoen. Gedurende de iteraties is dit verbeterd.

Wegenwacht app – nieuwe en snelle product ontwikkelcyclus

De wegenwacht app is naar het model van Google Ventures ontwikkeld in een designprint van slechts één week. Binnen die korte periode is de ANWB van een concept tot resultaat en validatie gekomen. Naar eigen zeggen een waardevolle ervaring omdat het de organisatie leerde welke volgorde de ‘Pechmelden-flow’ moet hebben. Ook voor deze casus geldt dat het overbrengen van de meerwaarde van een app veel aandacht verdient. De app is gemaakt voor het online melden van autopech. Als de applicatie niet aan de verwachtingen voldoet moet men alsnog de wegenwacht bellen. Dit stelt teleur en leidt ertoe dat de app niet langer wordt gebruikt.

Prolongatie – omnichannel

Een van de eerste onderzoeken naar offline uitingen richtte zich op de jaarlijkse prolongatiebrief voor de verlenging van het ANWB-lidmaatschap. Die brief was nooit eerder onder de loep genomen. Uit het onderzoek is gebleken dat zeer belangrijke informatie door ontvangers wordt overgeslagen. Ontvangers lezen de brief simpelweg niet goed. De bijbehorende flyer bleef bovendien achter in de envelop en werd zo compleet gemist. Enkele inhoudelijke veranderingen zijn doorgevoerd en de flyer wordt nu beter in de brief gevouwen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De volwassenwording van AI: wat zijn de gevolgen?

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ieder jaar is er tijdens SxSW een thema dat opvallend veel wordt besproken. In voorgaande jaren waren dat ‘internet of things’, ‘smart homes’ en ‘virtual reality’. Dit jaar speelden veruit de meeste sessies rond artificial intelligence.

‘How AI will eat your job’, ‘How AI will make everybody handsome’, ‘What we have to teach our kids about AI’, ‘AI: the next and last revolution’ – slechts een kleine greep uit de vele catchy titels die gebruikt werden om bezoekers te lokken. Anders gezegd: de AI-sessies gingen over onderwerp X in relatie tot AI, leidend tot de formule: ‘take X and add AI’. Op basis van vijf dagen SxSW en de vele AI-talks zet ik de drie meest besproken thema’s rond AI op een rij.

1. De UX van AI

AI klinkt voor veel mensen net zo vaag als Big Data of de cloud dat een paar jaar terug deed. Hoe ziet AI er eigenlijk uit en hoe interacteren we met AI? Oftewel, wat is de user interface van AI? De meest voor de hand liggende interfaces is een Chat UI; het middels een chats interacteren met een slimme bot. Maar het is ook interessant om te kijken hoe je de beste interface ontwerpt voor Voice, zoals bij Alexa en Siri.

Als AI slimmer wordt en meer weet over de persoon waarmee deze interacteert, kan AI als een black box voelen en afschrikken. Mark Sagar van Soul Machines stelt dan ook dat we AI een gezicht zullen moeten geven om er optimaal mee te kunnen communiceren. Sagar ontwikkelt prototypes van gezichten die als interface van AI kunnen worden ingezet. Ze kijken in real time vanaf het scherm naar de gebruiker en reageren uitermate kundig met emoties, oogcontact en mimiek. Je ziet als gebruiker dat het gezicht van de AI je begrijpt of juist niet. Het klinkt misschien als verre toekomstmuziek, maar het inzetten van een gezicht als UI van AI is een interessante gedachte en met 7,5 miljoen dollar funding zal Soul Machines er de komende jaren zeker mee doorgaan.

2. AI en de white collar workforce

Welke banen gaan er door de inzet van AI verdwijnen en welke niet? Malcolm Frank van Cognizant behandelde uitgebreid de scenario’s voor de workforce en verschillende industrieën. In een notendop? Uiteraard zullen er banen verdwijnen, iets wat nu al gebeurt, maar banen waar menselijk contact centraal staat zullen blijven bestaan, zoals in het onderwijs en de zorg. Daarnaast verwacht hij dat veel banen ‘enhanced’ worden door AI, zoals dokters die tijdens een onderzoek naar botkanker advies krijgen van een intelligente machine.

Verder zal er ook een nieuwe groep banen ontstaan die voortkomt uit de innovatie die AI met zich meebrengt. Vergelijk het met de opkomst van IT, waardoor bijna elke tolweg- of bankmedewerker zijn of haar baan is kwijtgeraakt, maar wat tegelijkertijd zo veel nieuwe banen heeft doen ontstaan dat inmiddels 20 procent van de wereldbevolking indirect in de IT-sector werkt. Zoals de industriële revolutie blue collar banen heeft doen verdwijnen zal de AI dat doen met white collar banen, maar op hetzelfde moment zal er een nieuwe klasse ontstaan.

3. Het ontwikkelen van de perfecte AI-respons

Hoe moet AI op ons reageren? De verwachting is dat AI op korte termijn al heel nauwkeurig onze emoties zal kunnen aflezen uit de kleinste details, zoals een trilling in onze stem of een onderwerp zoals in dit filmpje te zien is. Tegelijkertijd ontwikkelen we een bepaalde band met AI, zoals Sophie Kleber van Huge uitvond door te praten met gebruikers van de Google Home Assistent, die aangeven dat ze zich thuis minder alleen voelen door het device.

AI zal moeten kunnen beslissen hoe te reageren in welke situatie. Kleber van Huge ziet drie typen responsen voor zich op basis van context en behoefte. Als ik de Google Home Assistent vraag om het licht aan te doen verlang ik een andere reactie dan wanneer ik aangeef kapot te zijn na een lange dag hard werken. In het eerste geval dient de AI te reageren als een machine, zonder gebruik te maken van emotie of contact. De handeling op zich is voldoende.

Een tweede respons-categorie zou AI als verlenging van jezelf kunnen zijn. De AI herkent de emotie, maar probeert die niet te veranderen, een bevestiging is genoeg. Als ik moe thuiskom, hoef ik verder geen advies.

De derde categorie is AI die reageert als een ander mens. Ik vind het goed dat de AI met mij in gesprek gaat, advies geeft en eventueel de emotionele sfeer probeert te beïnvloeden. Denk hierbij aan advies over geldzaken of gezondheid. Hoe geavanceerder AI wordt des te meer we zullen moeten nadenken over dit soort complexe interactieniveaus.

De volwassenwording van AI – wat zijn de gevolgen?

AI wordt langzaam maar zeker volwassen. We denken nu na over de verschijningsvormen en gevolgen die we op korte termijn gaan zien. Met dit verslag van SxSW ben je weer even up to date. Maar AI ontwikkelt zich in rap tempo, nu proberen om dat bij te benen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

WordPress versus Adobe Muse: een wereld van verschil of toch niet?

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

WordPress is het meestgebruikte Content Management Systeem (CMS) en wordt gewoonlijk vergeleken met andere CMS-en als Joomla of Drupal. De gebruikers van deze systemen maken heel vaak gebruik van kant-en-klaar vormgegeven templates die worden ingevuld met eigen content. Voeg er nog een paar plugins aan toe en klaar is kees. Of toch niet helemaal? Wat heeft een programma als Adobe Muse te bieden en met welk systeem kan de klant zijn site het makkelijkst zelf onderhouden?

Laten we de voor- en nadelen van deze systemen eens naast elkaar leggen.

Wie bouwt een WordPress-site?

Als we even afzien van de puristen die zweren bij handmatig programmeren van elke nieuwe site, is de gemiddelde bouwer van WordPress-sites een technisch onderlegde persoon met enige kennis van en affiniteit met HTML, CSS en wellicht javascript. Hij of zij kan in principe zelf de code schrijven, maar wil het wiel niet iedere keer opnieuw uitvinden en maakt handig gebruik van alle templates en plugins die WordPress biedt.

Hij shopt in de WordPress-winkel naar de gewenste vormgeving en alle benodigde functionaliteit, maar vertrouwt nog wel op zijn programmeurskennis, want het aanbod is natuurlijk nooit exact zoals gewenst. En als het ingewikkeld wordt, zal deze bouwer toch zelf een plugin moeten schrijven of expertise moeten inhuren.

De WordPress-klant

Een middelgrote klant heeft een webredacteur en -beheerder in dienst die de website up-to-date houden. Maar de kleine zelfstandige die zijn WordPress-pagina’s of -blog zelf wil onderhouden, zal zich enigszins moeten verdiepen in het systeem (zoals in elk CMS-systeem). Een klein beetje HTML-kennis kan daarbij geen kwaad, want de content-editor van WordPress houdt niet over. Deze kleine klant zal teksten aanpassen en een afbeelding plaatsen. Veel verder zal hij niet gaan, want de afbeeldingsgrootte en tekstomloop rond een afbeelding leveren al voldoende gehannes op.

De wysiwyg-omgeving van WordPress houdt niet over

Wie bouwt een Muse-site?

Dit zijn vormgevers die bekend zijn met Adobe producten als Photoshop, Illustrator en InDesign. Het is maar een vrij kleine stap om dan ook websites te gaan vormgeven en de code te laten genereren door Muse. Deze vormgevers hebben weinig affiniteit met HTML, CMS en javascript en houden van wysiwyg. Ze werken op een reclamebureau en de opdrachten voor webdesign zijn eerder bijkomend dan hoofdzaak.

Ze maken liever zelf vormgevingstemplates dan dat ze die zouden kopen. Als het ingewikkeld wordt, maken ook zij gebruik van plugins, maar in Muse heten die widgets, al blijft het gebruiksgemak voorop staan. Voor echt grote projecten komt Adobe Business Catalyst om de hoek kijken, maar deze uitbreiding van functionaliteit begint op een echt CMS te lijken.

De Muse-klant

Een gemiddelde Muse-klant leidt een midden- en kleinbedrijf of is zelfstandig. Hij of zij heeft een ijssalon of een kleine schoenenzaak, is fotograaf of artiest en wil zijn diensten kenbaar maken via een gelikte website. Erg handig is de mogelijkheid om zelf teksten en afbeeldingen in de eigen browser aan te passen, maar meer kan er niet! Veel kennis is niet nodig en HTML, CSS en javascript al helemaal niet.

Tekst en afbeeldingen kunnen in de browser worden aangepast

Voor- en nadelen

Laten we Muse en WordPress vergelijken op het gebied van organisatie (rollen en permissies), flexibiliteit en efficiency om inhoud en vormgeving aan te passen, uitbreiding van functionaliteit en SEO.

Organisatie (rollen en permissies)

Dit is van cruciaal belang bij grotere organisaties en verenigingen. Het spreekt voor zich dat dit in WordPress goed kan worden geregeld. Muse zelf is hierin uiterst rudimentair: er zijn maar twee rollen: de ‘maker’ van de website en de ‘klant’ die toestemming krijgt om in de browser wijzigingen in tekst en beeld aan te brengen. Dit is weliswaar te ondervangen met Business Catalyst, maar dat verdient een eigen vergelijking met WordPress en staat min of meer los van Muse. Het moge duidelijk zijn dat Muse alleen het niet redt in een organisatie-omgeving waarbij diverse rollen en permissies van cruciaal belang zijn.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing inhoud)

Vanwege de wysiwyg- en in-browser-omgeving is Muse op dit punt efficiënter dan WordPress. Natuurlijk kun je ook vrij gemakkelijk een tekst aanpassen in WordPress, maar als je daarin heel netjes afbeeldingen wilt opnemen, ben je al wat langer bezig. In Muse gaat dit allemaal heel intuïtief.

Voor een eindklant, die nieuwe inhoud wil creëren op een nieuwe pagina is Muse echter minder efficiënt. Hij kan weliswaar teksten en afbeeldingen op bestaande pagina’s gemakkelijk via zijn browser vervangen, maar niet zomaar nieuwe content op nieuwe pagina’s aanmaken. Die pagina’s moet de vormgever eerst voor hem aanmaken. Om nieuwe pagina’s aan te maken, is de WordPress-klant dus in het voordeel.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing vormgeving)

Omdat Muse is ingericht op vormgevers, wint Muse het volledig in dit opzicht. De look & feel van elke pagina kan geheel naar eigen wens worden bepaald en tevens snel en flexibel worden gewijzigd. Zo kan ook een kleuraanpassing gemakkelijk op de hele site worden doorgevoerd of een logo eenvoudig op alle pagina’s worden geplaatst. One-page-design en parallax scrolling lijken wel voor Muse gemaakt! In WordPress is het niet meer dan behelpen.

Uitbreiding van functionaliteit

Wie zou tegen de rijkdom van WordPress-plugins op kunnen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Toch wil ik hier een kanttekening plaatsen. Muse heeft een zodanig marktaandeel in webdesign verworven dat het aantal plugins (widgets genaamd) meer dan voldoende is om uit te kiezen. Sterker nog: deze uitbreidingen zijn vaak gelikter en eenvoudiger in te stellen dan in WordPress. Denk aan responsive menu’s, Google Maps, social media-knoppen, polls, slideshows etc. Maar als u heel specifieke uitbreidingen wenst (specifieke database- en spreadsheetkoppelingen etc.), dan zult u gebruik moeten maken van Business Catalyst of waarschijnlijk alsnog moeten overstappen naar WordPress.

SEO

Er was en is nog steeds discussie over de mogelijkheden van SEO binnen Muse. Hoewel Google Analytics en Tag Manager eenvoudig kunnen worden geïntegreerd, zijn plugins als Yoast voor WordPress (nog) niet beschikbaar voor Muse. Dat gezegd hebbende, zijn er een paar lichte widgets verkrijgbaar voor Muse om de lacune op te vullen. Maar het is aannemelijk dat je een WordPress-site iets beter kunt afstemmen op het gebied van SEO.

Conclusie

WordPress en Muse zijn gebouwd vanuit twee verschillende disciplines en voor twee verschillende websitebouwers: de oorspronkelijke HTML-programmeurs versus de oorspronkelijke drukwerk-vormgevers. Dat beide type bouwers fraaie en functionele websites kunnen maken, mag duidelijk zijn. Maar de voor- en nadelen van beide systemen hangen wel nog steeds samen met de oorspronkelijke disciplines.

In WordPress is het ondanks alle templates en moderne content-editors nog steeds lastig je eigen vormgevingsideeën eenvoudig door te voeren, terwijl Muse voor websites van grotere organisaties nauwelijks een optie is vanwege het gebrek aan bijvoorbeeld organisatie-middelen en database-koppelingen.

Muse verdient de voorkeur als je als vormgever een grafisch gelikte, compacte site wilt bouwen, terwijl WordPress eerder in aanmerking komt als zowel auteurs en redacteuren als webmasters aan gestructureerde content moeten werken of als heel specifieke functionaliteit is gevraagd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Eerste Belgische bug bounty platform

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

The CoFoundry en KU Leuven zijn betrokken bij Intigriti, het eerste Belgische platform dat ethische hackers inzet om op zoek te gaan naar online veiligheidsproblemen.

Het platform werkt volgens een bug bounty programma. Pas wanneer er een lek is gevonden worden geldprijzen of prijzen in natura uitgereikt. Zo kunnen ethische hackers hun vaardigheden op een legale manier aanscherpen.

Intigriti is een spin-off van KU Leuven die voortbouwt op de expertise van het zogenoemde DistriNet-labo (Gedistribueerde Software en Veilige Software) onder leiding van professor Wouter Joosen.

Het intigriti-team ontwikkelde het voorbije jaar een eerste versie van het platform die momenteel gebruikt wordt door enkele eerste klanten waaronder UZ Leuven, Kinepolis en Telenet.

Op de foto oprichter Stijn Jans



Lees het volledige bericht op Emerce »

Adaptive keyboards: Apple vs Art. Lebedev

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De scheiding tussen een standaard toetsenbord en een virtuele variant op een touchscreen wordt geleidelijk vager met het verschijnen van adaptieve keyboards. Waarbij ale toetsen vervangen zijn door een mini-touchscreen. Tijd voor een vergelijk. De Optimus Popularis van Art. Lebedev versus de Touch Bar van Apple.

Deze opvolger van de Optimus Maximus uit 2007 is sinds drie jaar op de markt, maar wil niet echt doorbreken. Ondanks dat de Popularis achthonderd euro goedkoper is dan zijn voorganger, is het nog steeds een flinke uitgave voor een 7-inch LCD-display met een mechanische overlay. Aardig om te weten: bij de Maximus waren dit nog 113 losse OLED-displays.

Animaties
De grote strip onder de eerste rij toetsen blijkt bij gebruik helemaal geen touchbar, maar een infostrip die volledig naar eigen inzicht is in te delen. De overige toetsen kan je ook naar eigen inzicht voorzien van letters, icoontjes en zelfs animaties. Standaard worden wel toetsensets meegeleverd als template voor verschillende talen en programma’s.

Standalone
Bij de nieuwe MacBook Pro zit op de duurdere modellen standaard de OLED Touch Bar. De verwachting is echter dat Apple ze binnenkort ook standalone zal uitbrengen. Het concept van de touchbar is overigens al eerder toegepast in de Lenovo ThinkPad X1, maar de uitvoering hiervan liet nog te wensen over.

Gimmick
Zoals gewoonlijk bij Apple valt het kwartje pas als je een tijdje met een nieuw product of feature hebt gewerkt. De Touch Bar blijkt meer dan een gimmick en voegt letterlijk iets aan je toetsenbord en beeldscherm toe. Per app schakelt de bar ook mee: in Safari zie je zo alle previews van openstaande tabs, in Pages krijg je spellingsuggesties en helemaal rechts zit een vingerscanner.

Conclusie
Optimus’ techniek zou ook in een laptop kunnen worden toegepast en die van de Touch Bar in een los toetsenbord. Het eerste zou de laptop echter nog zwaarder maken en de prijs doen stijgen. Voor de Touch Bar ziet de toekomst er rooskleuriger uit: er wordt al gesproken over een e-Ink-versie voor de iPad. Ook steeds meer programma’s maken er gebruik van en de uitwerking is zo intuïtief dat je je afvraagt of je ooit nog zonder zou kunnen.

Specificaties:

Art. Lebedev Optimus Popularis

Type display: LCD
Aantal toetsen: 77 (+ info strip)
Afmetingen: 29 x 19 x 1,9 cm
Afmetingen toetsen: 12,5 x 12,5 mm
Resolutie toetsen: 72 x 72 pixels
Gewicht: 3 kg
Prijs: 1400 euro
Site: artlebedev.com

Apple MacBook Pro Touch Bar

Type display: OLED
Aantal toetsen: 65 (+ Touchbar)
Resolutie Touch Bar: 2170 × 60 pixels
Afmeting bar: 35 x 24 x 1,55 cm
Afmeting toetsen: 15 x 15 mm
Gewicht: 1,83 kg (volledige laptop)
Prijs: vanaf 1999 euro
Site: apple.com

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#156).



Lees het volledige bericht op Emerce »