Posts Tagged ‘rbi’

‘Ongeduld beleggers ICO Headstart raakt op’

Posted 24 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Oud-bankier Dirk Scheringa zou deze zomer zijn opgestapt bij startup ICO Headstart omdat hij ‘geen antwoord kreeg op de vraag waar het geïnvesteerde geld bleef dat we hebben opgehaald’. De Nederlandse cryptostartup heeft eind vorig jaar 11,7 miljoen euro opgehaald via een Initial Coin Offering (ICO), een muntuitgifte, maar over de investeringen doet de startup in het jongste nummer van zakenblad Quote vooralsnog geen nadere mededelingen.

Het bedrijfje presenteerde zich aanvankelijk als een wereldwijd opererend cryptokennis-platform dat adviseerde over de aankoop van monetaire crypto-producten met Scheringa als boegbeeld. De bitcoincrash zal zeker een rol hebben gespeeld bij het feit dat het streven van 20 miljoen euro niet werd gehaald, maar ook de reputatie van de betrokken ondernemers heeft niet echt geholpen. Enkele daarvan hadden een achtergrond in multi level marketing, een soort piramidespel.

Een van de beloofde investeringen was een groot vastgoedproject aan met drie Hard Rock Cafe’s in Brazilië ter waarde van 1 miljoen euro. Bijna acht maanden later wordt er nog steeds geschermd met deze ‘brancheoverstijgende deal’.

In Telegram, de belangrijkste berichtendienst van ICO Headstart, neemt het ongeduld van beleggers echter allengs toe. Quote stuitte op ‘cynisme, ongeloof en verbittering’. ICO Headstart, dat andere cryptomunten zou moeten beoordelen op betrouwbaarheid, wordt zelf niet meer geloofd.

Het geld zit in wallets, digitale portemonnees waar niemand bij kan behalve het management, aldus het bedrijf. En wat heeft een cryptostartup eigenlijk te maken met financiering van hotelstenen in Brazilië? ‘Crypto wordt steeds meer een asset-backverhaal. Met crypto kun je sneller geld ophalen; het is als zilver, goud of diamanten. Met deze deal kunnen we Hard Rock helpen, tenminste, als de gemeenschap van ICO dat ook wil.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Alibaba wil eigen chips maken voor clouddiensten

Posted 24 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Alibaba gaat zijn eigen computerchips ontwerpen voor clouddiensten. Het Chinese bedrijf wil minder afhankelijk zijn van buitenlandse technologie.

De chips die Alibaba volgend jaar wil ontwikkelen zijn behalve voor cloud vooral bedoeld voor kunstmatige intelligentie. Qua toepassingen kan daarbij worden gedacht aan autonoom rijden, slimme steden en logistiek.

Topman Jack Ma maakte eerder dit jaar al duidelijk dat de techsecctor te veel leunde op Amerikaanse chiptechnologie. Overigens nadat het Amerikaanse Ministerie van Handel het Chinese telecombedrijf ZTE allerlei beperkingen had opgelegd.

Alibaba heeft al diverse investeringen gedaan in chipbedrijven, recentelijk nog C-Sky.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marketing automation is accelator voor datakwaliteit

Posted 24 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het inzetten van marketing automation is alleen effectief als de datakwaliteit hoog is. Maar marketing automation kan ook heel goed worden ingezet om de datakwaliteit te verhogen.

Organisaties beschikken over een enorme hoeveelheid data. Deze data bestaat uit informatie afkomstig via je website, ordergegevens, offertes, notities, boekhoudgegevens, klantgegevens, metingen uit je productieproces. Dit is een enorme berg data die een representatie is van feiten, die informatie kan opleveren voor de aansturing van een bedrijf. Zodra de juiste doelstellingen zijn geformuleerd op het gebied van datamanagement is de volgende stap om de beschikbare data te gaan bekijken en te beoordelen. Als gevolg van het jarenlang verzamelen van data op verschillende manieren is het mogelijk dat de kwaliteit niet optimaal is. De vraag is dan ook of de aanwezige data bruikbaar is om de juiste informatie te presenteren.

Hoe meet je het begrip datakwaliteit? 

Er zijn diverse technieken beschikbaar die kunnen worden gebruikt om data te controleren en op te schonen. Daarnaast is het aan te raden om processen die zorgen voor het verzamelen van data goed te bestuderen. Het kan namelijk zo zijn dat er te veel of onvolledige data wordt verzameld die leiden tot verkeerde informatie.

Maar laten we eerst kijken naar het begrip datakwaliteit en op welke manier we dit kunnen meten. Iedere vorm van data, of het nu afkomstig is via een website of contactregels zijn in een klantsysteem, heeft te maken met regels. Binnen een salesafdeling kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat er minimaal vijf velden bij het aanmaken van een contact moeten worden geregistreerd. De datakwaliteit is goed op het moment dat deze vijf velden worden ingevuld met de juiste waarden. Deze ‘regels’ en daarmee de datakwaliteit zijn op twee manieren te controleren.

Kwaliteit moet bijdragen aan informatievoorziening

In het voorbeeld van de contactregistratie kan er een kwantitatieve controle worden gedaan door simpelweg te analyseren of iedere contactregistratie ook daadwerkelijk vijf ingevulde velden heeft, maar ook het controleren van de waarden binnen een veld kan kwantitatief worden uitgevoerd. Bij een contactregistratie wordt bijvoorbeeld een postcode ingevuld die altijd bestaat uit vier cijfers en twee letters en zijn e-mailadressen te controleren op basis van het @-teken en de extensie (.nl/ .com). Een kwantitatieve analyse kan dus heel snel inzichtelijk maken of er incomplete of foutieve velden zijn. In Excel kunnen met behulp van de functie gegevensvalidatie snel grote hoeveelheden data worden gecontroleerd.  Een kwalitatieve controle houdt in dat we gaan kijken of de ingevulde waarden in een veld ook daadwerkelijk bijdragen aan de informatievoorziening.

Het invullen van data in systemen blijft natuurlijk altijd mensenwerk en het is meestal geen hobby of leuke bezigheid om data in te voeren. Vaak wordt dit nog even snel gedaan om een taak af te ronden maar het komt ook regelmatig voor dat data niet of onvolledig wordt ingevuld. Om de datakwaliteit te verhogen valt het aan te raden om dataprocessen (deels) te automatiseren. Marketing automation is daarbij een handig hulpmiddel.

Data van bedrijven en contactpersonen wordt vaak meerdere malen verzameld en gedocumenteerd. Denk bijvoorbeeld aan een accountmanager die als taak heeft het bezoeken van prospects. Een bezoek aan een prospect komt vaak tot stand omdat deze een formulier heeft ingevuld via de website waarvoor contactgegevens moeten worden achtergelaten. Na afloop van het bezoek documenteert de accountmanager de contactgegevens netjes in een notitieschrift of in een digitale notitie. Om de data-invoer te complementeren neemt de accountmanager deze informatie vervolgens over in het CRM-systeem. De data wordt dus eigenlijk drie keer gedocumenteerd in drie verschillende ‘systemen’ en zijn dus ook drie momenten waarop data verkeerd of onvolledig kan worden geregistreerd.

Alles automatiseren

Marketing automation kan dit proces verbeteren en de data zelfs verrijken alvorens de afspraak heeft plaatsgevonden. Een ingevuld webformulier kan natuurlijk direct in CRM worden geregistreerd als een prospect. De verplichtingen met betrekking tot de privacy-wetgeving kunnen op deze manier meteen worden meegenomen. Na het telefonisch informeren en uitvragen van een prospect kan extra informatie worden gedocumenteerd die via een digitale afspraakbevestiging kan worden geverifieerd. Tijdens de afspraak kan vervolgens nieuwe data worden verzameld en om het af te sluiten zit in de opvolging van een afspraak nog een mogelijkheid om data te verzamelen of te verifiëren. De registratie van een prospect, bevestigen van een afspraak en opvolging van een bezoek zijn allemaal voorbeelden van stappen in het proces van datamanagement. Deze stappen kunnen met behulp van marketing automation worden geautomatiseerd. Daarvoor zijn diverse e-mailmarketingsystemen beschikbaar in de markt waarvan er diverse zelfs gratis kunnen worden gebruikt.

Netjes omgaan met aangeleverde data

Al deze stappen zorgen dus voor nieuwe data die met behulp van marketing automation kan worden ondersteund. De prospect heeft door toestemming te geven voor het verwerken van zijn of haar data de volledige controle en zal minder terughoudend zijn wanneer data wordt gevraagd. Op deze manier zorgt een organisatie voor een hoge datakwaliteit waarmee het prospects en hopelijk uiteindelijk klanten beter van dienst kan zijn. En het geeft prospects en klanten ook het gevoel dat er behoorlijk wordt omgegaan met de aangeleverde data en natuurlijk de vraag die wordt gesteld.

Dit betekent dat de inzet van marketing automation organisaties op twee manieren kan helpen. In de eerste plaats zorgen campagnes ervoor dat prospects en klanten steeds meer leren over de organisatie en daardoor eerder producten en diensten gaan afnemen. Maar daarvoor kan marketing automation er al voor zorgen dat de datakwaliteit en hoeveelheid hoog is waardoor campagnes nog effectiever zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Linkbuilding: 8 veilige manieren om betere links naar je site te krijgen

Posted 24 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Kwaliteit gaat boven kwantiteit bij links naar je website. Liever een verwijzing in dat gewaardeerde online vakblad, dan tientallen links op spammerige verzamelpagina’s.

Google denkt er ook zo over. Het algoritme van de zoekmachine is steeds beter in staat om de relevantie en kwaliteit van een link te beoordelen. Linkbuilding – het actief verzamelen van backlinks – is daardoor ook ingewikkelder geworden. Je komt niet meer hoog in de zoekresultaten met alleen veel links, je hebt ook goede links nodig.

Wat maakt nu precies kwalitatieve links? En hoe kun je hier zelf voor zorgen? Ik ga vanuit mijn ruime ervaring met linkbuilden kort in op de eerste vraag (wat) en langer op de tweede (hoe).

Ik moet wel eerlijk toegeven dat niet elke methode even eenvoudig is. Er is nu eenmaal veel concurrentie. Maar de eerste tip kun je zo toepassen.

Hoe belangrijk is linkbuilding voor je SEO?

DLLF = domeinlinks, PLLF = paginalinks, SM = social | Bron: Moz.com

Volgens de Amerikaanse marketinggrootmacht MOZ bepalen backlinks voor ongeveer de helft je ranking in Google. Nu kun je over het precieze percentage best discussiëren – en ook door de voortdurende updates van het algoritme verandert dit natuurlijk – maar links zijn en blijven enorm belangrijk voor je SEO.

Hoe krijg je waardevolle links?

Volgens sommigen hoef je alleen maar goede content te plaatsen en dan komen de verwijzingen vanzelf. Deze tactiek kan best werken voor bijvoorbeeld een journalistiek medium, maar voor een e-commerce site of een online dienstverlener blijkt dat vaak een stuk lastiger. Waarom? Omdat mensen minder snel linken naar een website met een commercieel karakter dan naar een journalistiek medium.

Je moet dan zelf op zoek naar zoveel mogelijk hoogwaardige verwijzingen naar je site. Tijd om te gaan linkbuilden.

Wat zijn kwalitatieve en relevante backlinks?

Google kent een eigen waarde (PageRank) toe aan webpagina’s om de autoriteit te meten. Deze is alleen niet meer openbaar beschikbaar.

Externe partijen zoals Moz en Majestic hebben nog wel tools om de kwaliteit van een website te meten. Zo heb je met Page Authority een aardige indicatie van hoe goed een pagina scoort.

Vuistregel: ga voor een Page Authority van 30 of hoger.

Behalve kwalitatieve links, wil je ook relevante links.

Als voetbalwebshop heb je minder aan een verwijzing van een toonaangevende medische site (hoge autoriteit), dan aan een linkje op een voetbalmagazine (gemiddelde autoriteit, hoge relevantie).

De Topical Trust Flow van Majestic is een prima manier om de relevantie van een site te meten op het onderwerp waar je op wilt scoren.

Vuistregel: ga voor een Trust Flow van 25 of hoger.

Het belang van een natuurlijk linkprofiel

Voor we naar de tips gaan nog heel even dit: pas op met overoptimaliseren!

Het lijkt misschien fantastisch als je in de eerste maand van je bestaan al een groot aantal links van relevante en kwalitatieve websites op precies de juiste zoekterm hebt (waar je dan waarschijnlijk voor betaald hebt).

Maar Google vindt dit verdacht. Je krijgt er een lagere ranking door.

Beter is het om te bouwen aan een veilig en ‘natuurlijk linkprofiel’, waarbij je geleidelijk aan backlinks verzamelt van verschillende soorten bronnen met verschillende soorten linkteksten.

#1 Je eigen social media

Heb je al een link naar je eigen bedrijf op je social media? En je medewerkers? Het klinkt als een open deur, maar ik sta soms versteld van hoeveel ondernemers dit nog vergeten.

Een kleine checklist voor backlinks:

  • Je bio op Twitter.
  • Je bio op Instagram.
  • Je bio op LinkedIn.
  • Je zakelijke Facebookpagina.
  • Google Plus (voor wie dat nog heeft).
#2 Broken links

Een andere beproefde methode is ‘broken link building’.

Het werkt als volgt:

  1. Identificeer websites waar je graag op wilt worden gelinkt. Dit kan door te zoeken op een voor jou relevante term en sites langs de eerder besproken ‘page authority’ & ‘trust flow’ meetlat te leggen.
  2. Met de Check My Links plug-in van Google Chrome identificeer je links die niet meer werken. Zijn er links die verwijzen naar het soort content dat je ook op je eigen site aanbiedt/kunt maken?
  3. Via de Link Explorer (registratie vereist) vind je nog meer sites die naar deze ‘broken link’ verwijzen.
  4. Nu is het tijd om de sites te benaderen. Wijs ze beleefd op de links die niet meer werken. Doe de suggestie voor een eventuele vervangende link naar de waardevolle content op je eigen site.
#3 Experts interviewen

Mensen zijn ijdele wezens.

Wanneer je de boer op gaat met je ‘hoogwaardige content’ staan weinig mensen springen om een linkje te plaatsen. Dat wordt ineens heel anders als ze er zelf in voorkomen.

Bert Bokhoven – de expert pur sang van kritische nieuwssite De Speld

Interview een expert (iemand in je branche met veel volgers) voor een artikel op je website. Investeer in een goed opgezet interview, een mooie foto en een originele invalshoek.

Grote kans dat deze persoon op zijn of haar eigen social media en website ook een linkje naar het artikel plaatst.

#4 Word gast in een podcast

Podcasts zijn in Nederland nog niet zo populair als in Amerika, maar het gaat aardig de goede kant op.

Het kan daarom ook slim zijn om aan te schuiven bij een relevante podcast. Dat kan om een onderwerp in je branche gaan, maar ook bijvoorbeeld een show over het ondernemerschap.

Je kunt de makers van een podcast zelf benaderen. Bedenk wel eerst goed welk verhaal je wilt vertellen. ‘Mijn business loopt fantastisch’ is saai. Vertellen over de problemen waar jij (als ondernemer) of je doelgroep mee worstelen is al interessanter.

De audio in de podcast wordt niet gelinkt, maar in de beschrijving kun je natuurlijk wel om een waardevolle backlink vragen.

#5 Gastblog plaatsen

De geijkte methode, maar ik zet hem er toch maar even bij.

Gastbloggen is nog steeds een goede manier om aan kwalitatieve backlinks te komen. Let er wel heel goed op dat de sites die je benadert voldoende meerwaarde bieden aan de bezoekers. Aan spammerige commerciële blognetwerken heb je niet zoveel.

Denk wanneer je een gastblog pitcht bij een magazine of blog ook goed na over een originele invalshoek. Zoek op de betreffende site wat ze al eerder over dit onderwerp hebben gepubliceerd en hoe je voor hun doelgroep iets nieuws kunt toevoegen.

#6 Infographics zijn in short supply

SEO-goeroe Brian Dean over infographics als linkbuildingstrategie

Ik heb in dit artikel gebruikgemaakt van een infographic van MOZ.

Waarom?

Het illustreert snel welke rol linkbuilding speelt in je SEO, ziet er mooier uit dan alleen tekst en het kost mij veel tijd om er zelf een te maken. MOZ heeft er daardoor weer een linkje (bronverwijzing) naar hun website bij. Daar hebben ze helemaal niets voor hoeven doen. Zelf kun je ook aan de slag met nuttige en mooie infographics maken.

Maar – zoals de linkbuilding expert in het filmpje hierboven beschrijft – je hoeft niet passief te wachten tot andere sites je infographic overnemen. Je kunt ze actief benaderen en zelfs aanbieden om een unieke introductie over je infographic te schrijven.

#7 Expert in de media

Je hebt misschien wel gemerkt dat deze tips qua moeilijkheid toenemen. Erkend expert worden in de (vak)media doe je dan ook niet van de ene op de andere dag. Toch is het een van de beste langetermijnstrategieën om waardevolle backlinks te krijgen van hoog aangeschreven sites. Een goede eerste stap is om journalisten te identificeren die schrijven over precies de niche waar je expert in bent.

Reageer op artikelen (o.a. via LinkedIn, Twitter & je eigen site) met inhoudelijke aanvulling en waardevolle bronnen. Probeer vooral voor de inhoud te gaan en niet je eigen bedrijf te verkopen.

#8 Bedenk een begrip

Osdorp Posse introduceerde het woord ‘vet’ in de Nederlandse taal

En tot slot de heilige graal in de linkbuilding: verzin een geheel nieuw begrip. Zo verzon SEO-expert Brian Dean de ‘Skyscraper Methode’ (kortweg: schrijf de beste post ooit, benader sites voor een backlink).

Een term die over het hele internet is overgenomen en hem verschrikkelijk veel verwijzingen heeft opgeleverd. Nu is de methode inhoudelijk best interessant, maar vooral de lekker bekkende en unieke naam zorgde ervoor dat hij zoveel backlinks kreeg.

Hoeveel tijd heb je voor linkbuilding?

Hopelijk heb je wat gehad aan de bovenstaande introductie van het hoe en waarom van linkbuilding. Zijn er nog belangrijke manieren die je mist in het verkrijgen van kwalitatieve links?

Wanneer je je eenmaal in linkbuilding gaat verdiepen (volg o.a. Ahrefs, LinkBuildr & Backlinko), blijkt het een fascinerende wereld die voortdurend in beweging is en waarin verschrikkelijk veel mogelijk is. Linkbuilden kost echter ook behoorlijk wat tijd. Grote kans dat veel websites die je aanschrijft niet eens terugmailen.

Vraag je daarom af in hoeverre je het zelf wilt doen of dat je linkbuilding wilt uitbesteden aan een expert. Vraag bij externe partijen – uiteraard – wel eerst naar een bewezen track record op de langere termijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Infographic: stappenplan voor neprecensies

Posted 22 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Online beoordelingen kunnen bedrijven maken of breken. 85 procent van de consumenten gaat af op beoordelingen van producten en diensten. Maar wat doe je met negatieve beoordelingen die blijkbaar alleen als doel hebben om je imago te beschadigen? Het gaat daarbij veelal om neprecensies en die zijn goed te herkennen. In deze infographic het stappenplan.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Yahoo schikt voor 47 miljoen dollar

Posted 21 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Internetbedrijf Yahoo heeft met verschillende partijen een schikking getroffen voor datalekken uit 2014, waarbij gegevens van 500 miljoen abonnees op straat kwamen te liggen. In totaal heeft Yahoo 47 miljoen dollar betaald, zo blijkt ook documenten die bij beurswaakhond SEC zijn ingediend.

Yahoo is tegenwoordig onderdeel van Verizon, maar die betaalt de schikking niet. Het gaat om het oude Yahoo, dat zijn belangen in onder meer Alibaba en Snap heeft ondergebracht in een aparte onderneming Altaba.

Eerder dit jaar trof Yahoo ook al een schikking van 80 miljoen dollar met aandeelhouders over de datalekken.

De schikkingen moeten nog wel door de rechter worden goedgekeurd. Ondanks de forse bedragen blijft Altaba op een pot goud zitten. Het belang in Alibaba is zo’n 78,1 miljard dollar waard en het belang in Yahoo Japan nog eens 7,1 miljard.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Klantje-pik’ met hulp van mobiele gegevens, mag dat?

Posted 21 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Verschillende grootwinkelbedrijven gebruiken telefoongegevens om te zien wie bij hun concurrenten over de vloer komt. De achterliggende techniek staat bekend als ‘geo-conquesting’ en komt erop neer dat je op basis van iemands locatie – specifiek, hij is bij de concurrent – een advertentie toont die bedoeld is om hem weg te lokken bij de concurrent. Dit matchen gebeurt op basis van IMEI- en dergelijke nummers uit de telefoon, of profielen van dienstverleners zoals Facebook of Google. En het zou niet in strijd zijn met de AVG. Wishful thinking, als je het mij vraagt.

Commercieel is het een best slimme truc, om mensen een aanbieding te doen om naar jou te komen terwijl ze net bij de concurrent dat wilden kopen. Het voorbeeld uit het FD is koffieketen Dunkin’ Donuts dat kortingscoupons voor koffie stuurt als je bij de Starbucks in de buurt bent. Google weet dat je daar bent, en kan dan die advertentie op dat moment vertonen. Veel relevanter en daardoor effectiever dan wanneer je in de trein zit of ’s avonds na het diner nog even wat nazoekt.

Twee dingen vallen daarbij op. Allereerst wordt gezegd dat dit niet in strijd is met de AVG, omdat er geen naam of adres nodig is, “ze hebben genoeg aan anonieme gebruikerscodes – user id’s – van telefoons”. Maar dat is geen argument. Onder de AVG is ieder gegeven een persoonsgegeven zodra het gekoppeld is aan een identificator, en dat begrip is veel breder dan iemands naam of adres. Een online identificator zoals een cookie of een uit de telefoon uitgelezen IMEI is gewoon een persoonsgegeven.

Opvallender vind ik deze passage:

Klanten geven er, al zullen ze het niet doorhebben, zelf toestemming voor dat adverteerders die data verzamelen. Wie commerciële app’s gebruikt, geeft toestemming om gebruiksinformatie te delen of te verkopen.

Dit is vanuit AVG-perspectief de grootst mogelijke onzin. Toestemming onder de AVG moet immers een vrije, specifieke, geïnformeerde en ondubbelzinnige wilsuiting zijn. Je kunt dus niet op voorhand voor van alles en nog wat toestemming vragen in algemene zin. Wie dus een spelletje installeert, en op basis daarvan wordt geprofileerd als een koffiedrinker zodat hij bij de Starbucks een bon voor de concurrent gaat krijgen, heeft daar geen toestemming voor gegeven. Ook al staat het honderd keer in de privacyverklaring en weet iedereen dat appbouwers ook geld moeten verdienen.

Wat wél kan, is dat deze advertenties op basis van de grondslag “eigen gerechtvaardigd belang” worden verstuurd. Dan is er geen toestemming nodig. Wel moet je informeren dat je dit doet en waarom jouw belang opweegt tegen de privacy van mensen. Ook moet er een opt-out mogelijkheid zijn (recht van bezwaar).

Het argument wordt dan, waarom weegt jouw commercieel belang op tegen de privacy. Direct marketing kunnen doen is een legitiem belang onder de AVG, het gaat er dus om hoe ver je mag gaan met welke reclame je stuurt en wanneer. Dat gaat hier best ver, het voelt nogal indringend dat je weet waar ik ben en daar een gericht aanbod op doet. En dat maakt dat het privacybelang erg zwaar zal wegen. Ik denk dus niet dat je het onder deze grondslag rond krijgt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Warm onthaal van beleggers voor Eventbrite

Posted 21 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ticketingbedrijf Eventbrite is succesvol naar de beurs gegaan. De koers sloot gisterenavond op 36,50 dollar, 58 procent hoger dan de koers waar tegen het naar de beurs ging (23 dollar).

De openingskoers was al bepalend voor de toon de rest van de dag: 36 dollar. In de loop van de Amerikaanse handelsdag steeg die nog naar 38,98 dollar om uiteindelijk te eindigen op 36,50 dollar.

Met de transactie aan de NYSE strijkt Eventbrite 230 miljoen dollar op.

In een bericht aan de zakelijk gebruikers klinkt het: “Dit grotere podium stelt ons in staat om dieper te investeren in innovatie, meer mensen te verbinden met hun passies en we kunnen meer makers succes brengen. De stap vandaag is gewoon een stap vooruit in onze gezamenlijke reis.”

De grootste investeerders zijn Sequoia, Tiger Global en T. Rowe Price. Het is niet bekend hoeveel van hun gezamenlijke 48 procent zij in omloop gaan brengen.

Investeerders staken in de afgelopen jaren driehonderd miljoen dollar in de start-up die vorig jaar Ticketscript uit Amsterdam kocht.

Eventbrite boekte afgelopen twee jaar veertig miljoen dollar verlies bij een groeiende omzet. In 2016 lag die op 133 miljoen, in 2017 op 201 miljoen dollar.

Geld verdient het aan organisatoren van evenementen die de Amerikaanse technologie inzetten voor hun ticketverkoop, -registratie en -gebruik.

Foto: North Charleston (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

E-commerce is het domste businessmodel: de webwinkel als sterfhuisconstructie

Posted 21 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

E-commerce is de belofte van de deze eeuw. Winkelcentra maken langzaam plaats voor bezorgdiensten van de grote en goedverdienende webwinkels. Toch? Niet als je naar de cijfers kijkt. Online verkoop is in hele wereld marginaal te noemen, betoogt Hans van Tellingen. Sterker nog, webwinkels zijn schadelijk voor de maatschappij.

Zijn naam: Pieter Zwart. Zijn beroep: eindbaas bij Coolblue. Zijn missie: een absurd hoge klanttevredenheid. Chapeau. Wie kent Pieter niet? Briljant ondernemer. Een PR-machine. Begiftigd met een forse dosis humor. En bovendien ‘very likable’. In december 2017 zei hij het volgende: “E-commerce is het domste businessmodel ter wereld. Iedere webwinkel ziet er precies hetzelfde uit. Het is altijd iets met een plaatje. Iets met een prijsje. En iets met een knopje. En daar zit precies het probleem. Dat plaatje is iets wat je zelf niet bedacht hebt. Dat knopje moet het gewoon doen. Dus uiteindelijk blijft er maar één ding over waarmee je je kunt onderscheiden. En dat is het (lage) prijsje. Aangezien ik alleen al in Nederland 60.000 concurrenten heb, snap je dat dit gewoon een race to the bottom is. Oftewel: geld verdienen met webwinkels maken, is bijna onmogelijk”.

Hé, maar dat is grappig. Dit lijken wel citaten uit ons eigen artikel (februari 2016). Een artikel waarop veel reacties kwamen. Van (uiterst) positief tot (uitgesproken) vijandig. Want: “Kom niet aan de webwinkel. Dat is de toekomst!”. Mwah, dat is de vraag vonden wij. En vinden wij nog steeds. En zou Pieter dat nu ook door hebben? Dat je dus geen geld kunt verdienen met (alleen) webwinkels?

Een aantal webwinkelfeiten uit Silicon Valley

Twee waargebeurde verhalen. Het eerste; toen ik Cisco in Silicon Valley bezocht – in het najaar van 2016 – werd daar een cursus ‘disruptie’ gegeven. Over hoe je met webshops geld kon verdienen. En hoe je de fysieke winkel kunt verslaan. Bij Cisco dachten ze dat 40 procent van alle aankopen in de VS al via het web ging. En dat de toekomst voor webwinkels zonnig is. Maar ik wees fijntjes op het feit dat het omzetaandeel van Amerikaanse webshops minder dan 8 procent was. Officiële cijfers van ‘The US Government’. Consternatie alom. Zeker toen ik het volgende vertelde: “Echt geld verdienen kun je alleen met een stenen winkel. Zo’n beetje elke webshop lijdt verlies. Gebruik internet als hulpmiddel om mensen naar jouw winkel toe te halen. Zodat de transactie daar plaatsvindt. Het liefste met een lange kassabon. Ingewikkelder dan dat is het niet”.

Het tweede verhaal. Ik bezocht ook Google, afgelopen voorjaar. Google is een stuk verder dan Cisco. Waarom? Google gelooft in retail. Fysieke retail wel te verstaan. In meerdere presentaties werd dit benadrukt. De mogelijkheden van de zich oriënterende consument zijn inmiddels oneindig groot. Hoe krijg je die consument in jouw winkel? Dat is de essentie. In geen enkel land vertegenwoordigen de webaankopen meer dan 10 procent. En Google verwacht niet dat dit percentage de komende jaren heel veel zal stijgen. Meer dan 90 procent van alle aankopen vindt dus nog steeds in de fysieke winkel plaats. En in die fysieke winkel kun je dus nog het meeste geld verdienen. Online zichtbaarheid is echter van groot belang. Maar internet dient met name om mensen naar de fysieke winkel toe te halen. Aldus Google. Internetgigant.

Ons eerder genoemde artikel deed veel stof opwaaien. Wat waren de belangrijkste conclusies destijds?

  • Het geloof in de webshop is een soort religie. ‘Internetkerk’ is een goede benaming.
  • Als je denkt dat webshops dé toekomst zijn, dan doe je aan achterhaald ‘2012-denken’.
  • Er is geen directe correlatie tussen internet en leegstand.
  • De pure webplayers zijn uiterst scheutig met informatie over de omzet. En de grote percentages groei. Maar zij zijn niet scheutig met informatie over winst. Daar is zelfs bijna nooit sprake van. Sterker nog: de megaverliezen stapelen zich op. Vaak evenredig. Dus: hoe hoger de omzet, hoe hoger het verlies. Met name Zalando – gratis verzendingen en gratis retourzendingen, terwijl deze laatste naar verluidt zeventig procent bedragen – maakt het bont. Elk jaar in januari melden zij trots dat zij voor het eerst winst hebben gemaakt. Maar ergens in augustus blijkt dan dat er kennelijk nog ‘vergeten kosten’ zijn. Die van de ‘brutowinst’ moeten worden afgetrokken. Zalando lijkt zo een piramidespel te zijn. Op een gegeven moment loopt het spaak. Bijvoorbeeld als de financiers Zalando zat zijn. In het artikel wordt een uitgebreide tabel getoond die onze stellingen ondersteunt.
  • En kloppen de omzetgegevens eigenlijk wel? Verzend- en retourkosten zijn meestal bij de omzet inbegrepen. En tevens doet men aan ‘dropshipping’. De omzet van de aangesloten partner (een andere retailer) van het verkochte product wordt voor 100% meegerekend. Terwijl sommige producten alleen maar zijn verhandeld. En dus nooit in het bezit zijn geweest van de internetaanbieder. Zodat eigenlijk alleen de commissie als omzet gerekend moet worden. Als Bol zegt met 30 procent te groeien, zijn ze eigenlijk maar met 7 of 8 procent gegroeid.
  • Waarom gaan bedrijven als Zalando toch gewoon door? Dat kunnen zij zolang er sprake is van financiers. Maar deze willen toch ook geen geld gooien in een bodemloze put? Uiteindelijk niet, zo is de verwachting.
  • Maar het zou ook anders kunnen. Op veel plekken worden fysieke winkels geopend door de vroegere ‘pure players’. Zodat zij volwaardige omnichannel-aanbieders worden. Zoals CoolBlue. Fietsenwinkel.nl. En op internationale schaal Amazon. En Ali Baba, dat zelfs complete winkelcentra opkoopt.
  • En verder kwam de Nederlandse onderzoeker Jesse Weltevreden tot de conclusie dat 80 procent van de e-tailers eigenlijk geen geld verdient. Zij zijn vaak niet eens vindbaar op het internet. Het zijn veelal ‘zolderkamerbedrijfjes’. En veel van die ‘winkels’ verdwijnen na een paar jaar weer. Natuurlijk zijn er ook bedrijven die wél vindbaar zijn. En die zelfs hoge omzetten behalen. Maar vaak wordt door deze bedrijven met name geconcurreerd op ‘prijs’. En dat is in 2018 niet anders
  • Discounters als Action en Primark hebben geen webshop en halen torenhoge omzetten. Hoge groeipercentages. En hoge winsten. Een webshop zou de winsten teniet doen. Want de lage marges laten geen verzend- en retourkosten toe, die door de retailer betaald moeten worden.
  • Op het internet wordt gericht gezocht en gekocht. Vaak blijft het bij één product. Er is sprake van een korte kassabon. In de fysieke retail wordt vaak meer gekocht dan men van plan was te kopen. Een lange kassabon.
  • De van origine fysieke spelers als Zara en onze eigen vanHaren hebben een webshop. Maar het gros van de (hoge) omzet en de (grote) winst wordt behaald in de fysieke winkel. Ook hier geldt dat de webshop meer als een service naar de klant wordt gezien. Om je bestaande klanten te houden. Om deze nog meer te laten besteden. En om nieuwe klanten te verkrijgen. Die daarna ook de winkel ingelokt worden als zij de bestelde spullen ophalen. En aldus een lange kassabon genereren.  
  • De ICSC heeft berekend dat minimaal tachtig procent van alle (van origine fysieke) retailers met een webshop verlies maakt op de webshop. Maar als je een sterk merk bent, maakt dat niet uit. Je maakt het goed met de winst van de fysieke winkel. Maar juist als matig draaiende retailer kan een webshop meer ‘burden’ zijn dan ‘asset’. Een webshop is er eigenlijk alleen voor de betere retailers, die de verliezen hierop kunnen compenseren.

Er kwamen veel reacties. Sommigen uit de online wereld dreigden zelfs met juridische maatregelen. Dat was het slechte nieuws. Maar goed nieuws was er ook. De media – krant, radio, tv, tientallen interviews – smulden van het verhaal. In Nederland én België. Eindelijk werd het hosannagejuich van de webshops een keer doorgeprikt. En sindsdien komt ook CoolBlue met winstcijfers naar buiten. Wat ze voorheen niet deden. Heel erg minieme – bruto? – winstcijfers overigens. Waarbij je je moet afvragen of dit ook eigenlijk geen netto verliezen blijken te zijn. En daarbij: zijn de verliezen uit eerdere jaren al gecompenseerd? In hoeverre is er sprake van eigen vermogen op de balans?

Maar meestal goed nieuws dus. En veel positieve reacties. Maar wat je dan krijgt, is dat anderen er ook met je verhaal vandoor gaan. Dat is prima. Wordt ook toegejuicht door ons. Als die mensen een bron gebruiken althans. Velen deden dat. Maar een aantal niet. Maar ach. Wat maakt het uit. Ons artikel uit 2016 raakte een snaar. En de boodschap mag gehoord worden. Een webshop is slechts een distributiekanaal en is geen concurrent voor de stenen winkels.

Waarom webwinkels schadelijk zijn voor de maatschappij

Maar het verhaal gaat verder. Webwinkels doen soms meer kwaad dan goed. En zijn vaak zelfs schadelijk voor de maatschappij. In dit artikel, van oktober 2017, is daar het volgende over geschreven:

  • Webwinkels leiden tot meer verkeerscongestie en gevaarlijke situaties in de binnenstad;
  • Grote ‘consultancy firms’ (als McKinsey) hebben vaak weinig met retail. En doen verkeerde voorspellingen die veel te positief uitpakken voor de toekomst van de webwinkels;
  • Banken lijken retail ook vaak niet goed te vatten. En hebben webshops zwaar gefinancierd;
  • Webshops betalen geen (winst)belasting;
  • The ‘race to the bottom’ leidt tot lagere prijzen. En dus ook tot verlies bij fysieke retailers;
  • Webshops worden onevenredig bevoordeeld ten opzichte van fysieke winkeliers, er is geen gelijk speelveld;
  • De overheid – en dus de belastingbetaler – draait uiteindelijk voor de kosten op.

Groeit het internetaandeel eigenlijk wel zo hard?

In 2015 hebben wij becijferd dat het internetaandeel in de totale retailomzet hooguit 7 procent bedroeg, en geen 23 procent waar Thuiswinkel.org en GfK mee schermden destijds in 2015. Let wel: in dit percentage – van maximaal 7 procent – is ook omnichannel verwerkt (op het web bestellen, in de winkel halen; of in de winkel bestellen en het dan thuis laten bezorgen), terwijl dit eigenlijk ook een fysieke component kent. In een komend artikel en het komende boek ‘Waarom Stenen Winkels Winnen’ volgen de resultaten van de eerste betrouwbare meting. 

Een webwinkel is eigenlijk een postorderbedrijf

Interessant is echter de these in hoeverre het onlineaandeel echt gegroeid is als je de vroegere postordermarktaandelen eraf trekt. Postorderbedrijven werden destijds verzendhuizen genoemd. Geen warenhuizen of winkels. Verder is Amerikaanse warenhuisketen Sears ooit begonnen als postorderbedrijf. Om later pas uit te groeien tot een fysieke warenhuisgigant. Amazon gaat dezelfde kant op. Amazon? Ja, Amazon. Want een webwinkel is eigenlijk niets meer dan een postorderbedrijf. En Amazon (nu al met een fysiek aandeel van ruim 30 procent) gaat zich ontwikkelen tot een soort Sears  en opent in rap tempo stenen winkels. Vroeger werd er al bezorgd, door de postorderbedrijven. Nu wordt er ook bezorgd, door de webwinkels. Het enige verschil met vroeger is een handige bestelapp. Niet veel meer dan dat. Maar met bezorgen verdien je geen geld in de retail. En daarom gingen de postorderbedrijven zich ontwikkelen tot fysieke aanbieder. En doen de huidige webwinkeliers hetzelfde.

Het verliesvehikel van Bol.com

En dan Bol.com, de eeuwige start-up. Al sinds 1999 actief. Mede-auteur Tadek Solarz heeft hier al sinds 2016 meerdere blogs aan gewijd. Het aardige is dat Ahold Delhaize sinds vorig jaar jaarcijfers produceert. En hieruit kun je, via een omweg, de verliescijfers van Bol.com distilleren. Deze bedragen jaarlijks zo’n 100 miljoen euro op een omzet van ruim een miljard. Dat lijkt geen duurzaam verdienmodel. In dit blog vat Tadek het samen: Daarmee lijkt het avontuur van de Nederlandse pure players voorlopig ten einde. Er is op dit moment kennelijk geen schaal in Nederland waarmee je als pure player een online warenhuis succesvol kan exploiteren. Verdere groei richting handelsplatform of investeren in fysieke winkels is onvermijdelijk”. 

En in een ander blog wordt ook de totale behaalde jaarlijks online omzet – van alle webwinkels tezamen – in Nederland (zo’n 11 miljard) gerelativeerd: “Elf miljard omzet is natuurlijk een indrukwekkend getal. In perspectief is het echter nog steeds maar evenveel als de halfjaaromzet van Zara, dat er met zijn stenen winkels meer dan een miljard euro netto aan overhoudt. Wat in Nederland wordt verdiend, onder de streep, met het verplaatsen van die elf miljard euro online omzet – waar online believers mee pronken – weet niemand”. En over de winsten – die geen echte winsten zijn – het volgende: “Nadat een ING-medewerker (gespecialiseerd in retail) juichend twitterde dat de ebitda van Coolblue was toegenomen, meldde ik dat ebitda nog geen winst was. En dat de verhouding ebitda versus omzet wellicht ietwat aan de krappe kant was. Ik werd door hem neergezet als een Dinosaurus. En we weten allemaal wat er met de Dinosaurussen is gebeurd. Alles mag je zeggen natuurlijk, maar van een bankmedewerker had ik iets meer diepgang verwacht. Ebitda – inkomsten vóór aftrek van rente, belasting, afschrijvingen op activa, leningen en goodwill – is een vaag begrip”.

Amazon, zo elegant als een kettingzaag

OK, zult u als lezer zeggen, dit is Nederland. In Amerika kan het wel, winst maken. Zo maakt Amazon veel winst. Zou het? In dit artikel blijkt dat – op de retailverkopen – Amazon misschien wel een miljard dollar per jaar verlies lijdt. En winst wordt er alleen behaald met clouddiensten en aanverwante zaken. Het is zeer de vraag of de hoge beurswaarde van Amazon gerechtvaardigd is. En of Amazon nog heel lang dé uitdager zal blijven. Zo verwacht Doug Stephens, Amerikaans Retail Futurist, althans. In essentie zegt hij: “As a shopping experience, Amazon is about as elegant and enjoyable as a chainsaw”.

Stephens heeft overigens al veel over Amazon geschreven. En door Retailtrends is hij ook geïnterviewd. Dat Amazon steeds nadrukkelijker investeert in echte winkels, is voor Stephens het bewijs dat het fysieke winkellandschap niet dood is. Logisch ook, vindt hij: “Want naar een winkel gaan is een menselijke activiteit, die afstamt van de dagen dat we nog jagers en verzamelaars waren. Het zit in ons DNA, de neiging om naar een winkel te gaan zal dus blijven”. Hij ziet Amazon nog veel jaren de lakens uitdelen, maar signaleert voor de onderneming ook risico’s aan de horizon: “Op een gegeven moment is Amazon op het speelveld geen uitdager meer die de vrijheid heeft om geld te verkwanselen onder het motto van innovatie en groei”. Anders gezegd: ook Amazon is eindig.

Het failliet van de platformeconomie

En de platformen als businessmodel? Bol is een platform, Amazon ook. In die zin dat je ook producten van anderen verkoopt. Volgens sommigen zijn platformen de toekomst. Maar wij denken dat de platforms (‘mooier Nederlands dan platformen’) eigenlijk de weg kwijt zijn. Alsof het niet meer om de producten gaat, maar alleen om de distributiekanalen. Het gaat echter niet om het distributiekanaal, het gaat om de spullen die je verkoopt. Dat moeten producten zijn die mensen ook willen hebben. En waarvoor ze willen betalen. Zowel online als offline.

De webshop is passé

De verwachtingen die de webshop-economie met zich meebracht zijn eigenlijk niet gerealiseerd. ‘Pure players’ spelen niet de belangrijke rol die werd verwacht. Zoals we eigenlijk al jaren roepen, blijkt ‘online’ een distributiemodel te zijn. Dat nu ook met succes als een servicemodel door alle winkels is omarmd. Kijk maar naar de gratis boodschappendiensten van Jumbo en Albert Heijn. Men noemt het e-commerce, maar dat is onzin. De kruidenier van vroeger bracht de boodschappen ’s avonds ook gratis bij je thuis. Dit betreft ‘gewoon’ goede service. ‘Piet de SRV-man’ deed elke avond een extra ronde, waarbij hij gratis de spullen bracht die hij overdag niet in zijn kar had. De hele e-commercediscussie is nogal hijgerig.

Daarbij is alles eigenlijk omnichannel geworden. De slechte winkelketens hebben door een waardeloze vermogenspositie de afgelopen tien jaar het loodje gelegd. Al die faillissementen stookten het online vuurtje op: ” Zie je wel, online heeft de toekomst, kijk eens naar al die bedrijven die kapot gaan. Dat komt door het internet”. Het bleek onzin. Zo blijkt. Nu de economie weer draait en de koopkracht weer meer op orde is. De meeste winkelbedrijven verdienen gewoon weer geld.

Verder gaan wij nu richting een nieuwe financiële situatie. Wanneer de rente gaat oplopen komen er alternatieven voor beleggers. De afgelopen jaren werd geïnvesteerd in de zogenaamde groeiaandelen, zoals bijvoorbeeld Thuisbezorgd/Takeaway. Niet omdat de resultaten zo goed zijn. Maar omdat er veel geld naar toe vloeit, stijgt de beurskoers als vanzelf. Dat levert mooie  – fictieve – rendementen op voor beleggers. De helft van de omzet is echter verlies. Dat kun je met droge ogen nauwelijks een verdienmodel noemen. Veel van deze internetaandelen, vrijwel allemaal, keren geen dividend uit. Dus zijn het eigenlijk geen aandelen voor beleggers. Maar wél aandelen voor speculanten. De geldpersen hebben de afgelopen jaren volop gedraaid. Een muur van ‘gratis geld’ stuwde de webshopeconomie.

Maar als je goed kijkt, zie je dat er een verandering op til staat. De geldpers draait steeds langzamer. De rente kruipt omhoog. Zodra financiële markten gaan veranderen – en dat is in de afgelopen tien jaar nog niet gebeurd – breekt de volgende fase aan voor de online pure players die – omdat ze niet of nauwelijks geld verdienen – niet zo veel vet op de botten hebben. Zodra speculanten alternatieven hebben om te beleggen, valt de motor stil. Het zou zomaar kunnen dat wij dan een domino-effect gaan zien. De problemen bij bijvoorbeeld Tesla steken misschien wel het lont in het kruitvat. Waarna ‘lievelingsdisrupters’ als Uber en Airbnb – en andere platforms-  het heel erg moeilijk gaan krijgen.

Het bloedbad van Uber, Tesla en Takeaway

Het is een soort bespiegeling die je niet veel leest. Iedereen schreeuwde dat de winkels naar de verdoemenis gingen vanwege het internet. Dat was onzinnig. Geld zoekt rendement en dat was te vinden in de onlinehoek. In die hoek groeiden de omzetten. Dat er geen ene mallemoer verdiend werd maakte niemand wat uit. Omzetgroei zorgde voor meerwaarde van die bedrijven en die werden meer waard omdat er meer geld ingestopt werd. Eigenlijk pomp je er een hoop lucht in. En alleen de eerste investeerders profiteren. De laatste investeerders draaien voor de ellende op. Daar zijn bedrijven heel groot mee geworden. Zodra dat geld ergens anders kan renderen loopt die motor echter vast. De kassa’s van bijvoorbeeld Takeaway en Tesla zijn leeg.  Daar moet steeds extern geld in. Zodra dat niet meer komt is het van de ene op de andere dag afgelopen. Het zou zomaar kunnen dat we zoiets binnen twee jaar gaan meemaken. Nu hebben wij geen glazen bol. Maar dat het weerstandsvermogen van veel online bedrijven nauwelijks iets voorstelt is een publiek geheim. Met één zuchtje tegenwind is het simpelweg afgelopen.

Je kunt je wel voorstellen dat zoiets een bloedbad kan worden. Als het vertrouwen uit die online shopmarkt loopt, krijg je simpelweg geen financieringen meer. De bank of externe financiers trekken óf de stekker eruit óf de webretailer betaalt zich bont en blauw aan risico-opslag. Waardoor je nooit meer een euro kunt verdienen. In zo’n scenario gaan wij precies zien wat wij ook gezien hebben met de fysieke winkels. Maar dan andersom. Gebrekkig eigen vermogen. En banken die niet thuis geven. Tel uit je winst. Of beter, je verlies. Faillissementen zijn het gevolg.

Conclusie

Is online zichtbaarheid eigenlijk met name een middel om klanten naar de echte winkel toe te lokken? En een service om jouw maat/kleur dezelfde dag of volgende dag thuis te laten bezorgen als het product niet op voorraad van de winkel is – met overigens wél gevolgen voor de marge vanwege de bezorgkosten -? Is een webwinkel eigenlijk alleen maar geschikt voor sterke fysieke retailers? En niet geschikt voor kwakkelende retailers – zie V&D, zie Blokker -? Te grote online marktaandelen leiden ertoe dat je in je eigen voet schiet als retailer. De onlinediscussie is daarmee een achterhoedegevecht. Uiteindelijk gaat het om de producten die je verkoopt. De collectie. Én de service en het ondernemerschap.

En om weer terug te komen op de postorderbedrijven van vroeger: ook toen had je al luie mensen. Of mensen die een hekel hadden aan winkelen of slecht ter been waren en dus vanuit hun stoel bestelden. Online verkoop is een distributiemodel maar geen verdienmodel. Een webwinkel runnen is een tamelijk domme activiteit, waarmee je zelden winst kunt maken.

Dit artikel is samen geschreven met Tadek Solarz, DGA van The Creative Marketing Group / CMG Nederland en  Ernest Schaapman, die op dit moment werkt aan een start-up in Stealth modus tezamen met partners Samsung en MoodMedia.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlandse merken: 1,25 miljard omzet via Alibaba

Posted 21 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Nederlandse merken realiseerden 1,25 miljard euro omzet met handel via Alibaba’s warenhuis Tmall. Honderd Nederlandse bedrijven voeren er een actieve e-commercestrategie. Via eigen puien op Tmall realiseerden ze 350 miljoen euro omzet in China.

Deze exclusieve cijfers deelt Alibaba Group voor het eerst over de Nederlandse markt. Het zijn cijfers over het boekjaar dat eindigde op 31 maart 2018. Eind vorige week gaf Alibaba Benelux’ topman Roland Palmer toelichting op deze cijfers aan Emerce en besprak zijn plannen voor het komende jaar.

Enorm competitief

“Ik werk nu ruim twee jaar voor Alibaba Group als MD Benelux en EMEA-baas voor Alipay. Vanuit de eerste rol heb ik vooral gesproken met merken en retailers die actief willen worden in China. Terugkijkend moeten dat er zo’n vijfhonderd zijn geweest. Dan kijk je hoe hoog een China-strategie op de agenda staat en hoe serieus ze willen investeren. De Chinese markt is enorm competitief. Je moet stevig investeren om een marktpositie te krijgen. Uiteindelijk zijn we nu live met honderd bedrijven. Er zijn er drie of vier afgevallen. Dat kan gebeuren.”

Roland Palmer was tot de zomer van 2015 vier jaar bestuursvoorzitter bij Blokker Holding en ging daarna naar Alibaba Group. Daar opereert hij grotendeels in de luwte. Dat gebeurt vanuit een klein kantoor in een van de duurste hoeken van de Herengracht te Amsterdam. Hij reist veel. Vorige week nog met een Nederlandse handelsdelegatie door China. En schakelt vooral met collega’s in het Verre Oosten. Hoeveel raad en capaciteit ook nodig is, die wordt vrijgemaakt.

Waar jaar één in het teken stond van het openen van ‘the port to China’, daar draaide jaar twee om ‘direct import’. Alibaba Group wil dat Chinese consumenten op Tmall kunnen beschikken over een constant, goed aanbod uit het buitenland. Daarom fungeert het niet louter als doorgeefluik maar is het ook zelf direct gaan inkopen bij de honderd Nederlandse bedrijven. En natuurlijk ook bij partijen in andere landen.

“Wat Chinezen zoeken is heritage en oorspronkelijkheid. Je ziet daarom merken als Maxi-Cosi, Mifi (Nijntje) en Zwitsal maar ook G-Star, Suitsupply, Douwe Egberts, Bols, Heineken en Brabantia op ons platform.” Over handelsvolumes per merk zegt Palmer niets, maar gemiddeld gaat het om 12,5 miljoen euro per merk uit de Benelux per jaar. Een peulenschil voor een bedrijf dat per kwartaal bijna 600 miljoen kopende klanten bedient.

Supply voor alle kanalen

Op de lange termijn wil Alibaba twee miljard actieve klanten per jaar hebben die zijn platform gebruiken. Het wil 110 miljoen nieuwe banen creëren, minus de miljoen die topman Jack Ma eerder in de VS beloofde, en tien miljoen MKB-bedrijven moeten door Alibaba winstgevend kunnen opereren. Technologie speelt een belangrijke, zij het faciliterende rol daarbij.

Palmer: “Het komende jaar staat in het teken van de fundamentele verandering van de Chinese markt. We streven ernaar om China om te keren van een exportland naar een importland. Dat moet per 2022 het geval zijn.” Om dat doel te kwantificeren geeft de bestuurder een getal: 8.000 miljard dollar aan bruto handelswaarde van artikelen die tegen die tijd naar China worden geïmporteerd.

“Mijn taak: supply realiseren voor alle kanalen uit en via Nederland naar China waar vraag naar is.”

Het gaat daarbij niet enkel om zaken als kinder- en babyspullen, kleding, drank en luxe-artikelen. Begin vorig jaar ging Tmall Fresh van start. Zoals de naam verklapt, is dat een aparte entiteit die zich erop toelegt louter verse producten te importeren en vers af te leveren. Dat varieert van bloemenbollen tot vlees en van groenten tot vis.

Transport geschiedt via lucht, zee en over land. China investeert honderden miljarden euro’s in een nieuwe zijderoute, het Belt and Road Initiative [?]. Dat omvat onder meer een treinverbinding van China via Rusland naar Duisburg. Een rit duurt nu nog drie weken, maar Palmer heeft er goede hoop op dat dat uiteindelijk vijftien dagen kan worden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Growth Tribe opent drie kantoren in Scandinavië

Posted 20 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Growth Tribe opent deze maand kantoren in Zweden, Denemarken en Finland. Verder wil het de komende twee jaar nieuwe academies uitrollen in zeven andere Europese landen. Een noodzakelijke stap, aldus co-founder en CEO Peter van Sabben: “Wanneer het gaat om digitaal leiderschap en technische kennis loopt Europa flink achter op Amerika en China.”

Growth Tribe lanceerde begin 2015, als eerste speler in Europa, een lesprogramma gericht op growth hacking. Inmiddels is het werkveld van de Amsterdamse start-up uitgebreid met diverse trainingen. “Elk bedrijf dat wil groeien en in staat is om data te verzamelen behoort nu tot onze doelgroep.”

Test now, fix later

“Er zijn zo veel dingen die je zelf kunt doen om je marktpositie te versterken, zonder dat je hiervoor een marketingbureau hoeft in te schakelen,” verklaart Peter. Het probleem is echter dat veel mensen de benodigde kennis niet paraat hebben, waardoor ze alsnog zijn aangewezen op externe partijen. Met behulp van trainingen en in-house-programma’s wil Growth Tribe deze kloof verkleinen, waardoor elke onderneming snel stappen kan maken.

Data zijn hierbij leidend, zowel binnen het bedrijf zelf als bij klanten. Ook wordt er volop geëxperimenteerd middels het motto: test now, fix later. Door veel te testen en de bijbehorende data goed bij te houden, zie je volgens de growth hacking-methode snel wat wel en niet werkt. Mits er data kan worden verzameld, kun je alles testen.

Al ruim 4000 mensen getraind

Veel experimenten zijn gericht op het verhogen van de bezoekersaantallen of de conversie. Maar er zijn bijvoorbeeld ook gemeentes die growth hacking inzetten om te kijken op welke manier ze hun boodschap het beste kunnen overbrengen bij het publiek. De experimenten die niet aanslaan, worden afgewezen en de testen die wel werken worden verder opgeschaald. “Door de data goed in kaart te brengen, kunnen we eenvoudig herleiden wat de bron is van het succes. De kanalen die het beste scoren, worden vervolgens geoptimaliseerd.”

In de afgelopen drie jaar trainde Growth Tribe ruim 4000 mensen binnen 700 bedrijven volgens deze methode. Dit zijn overigens niet overwegend Nederlandse cursisten, want het bedrijf is al sinds de start wereldwijd actief. Naast Engeland, waar het al een kantoor had, en de Nordics wordt Growth Tribe regelmatig ingeschakeld door Aziatische bedrijven. “Ons ultieme doel is om dé standaard voor growth marketing te worden, in binnen- en buitenland.”

Groeien op eigen kracht

Waar de meeste techbedrijven worden ondersteund door investeerders, is Growth Tribe opgericht met eigen middelen. “Omdat we geen verantwoording hoeven af te leggen aan externe partijen kunnen we sneller werken en denken we nog sneller te kunnen groeien.”
Op dit moment speelt huisvesting in Amsterdam een belangrijke rol, aangezien het bedrijf in korte tijd is vertienvoudigd qua medewerkers. “Voor de uitbreiding van ons pand hoeven we geen beroep te doen op financiers, dit regelen we gewoon zelf.”

Om te bepalen of er ruimte is voor extra uitgaven, raadpleegt Growth Tribe de cijfers uit Exact Online. “Op de balans zien we precies hoe we er financieel voorstaan en hoeveel speelruimte er nog is. We hadden eerst een ander systeem, maar werden al snel te groot voor deze software. Onze boekhouder adviseerde ons om over te stappen op Exact Online, zodat we weer een volledig inzicht hebben in onze financiën. Ook worden de betaalstromen nu grotendeels geautomatiseerd, waardoor we meer tijd overhouden voor het najagen van onze ambities.”

‘Dé standaard voor growth hacking’

Voor veel innovatieve startups is het streven om het einde van het jaar af te sluiten met zwarte cijfers, maar Growth Tribe is naar eigen zeggen al sinds de start winstgevend. “We waren de eerste Europese speler in dit segment, terwijl de vraag naar onze dienst enorm is.”

Inmiddels zijn er meer partijen die zich bezighouden met growth hacking, maar de voorsprong die Growth Tribe heeft opgebouwd halen ze volgens Peter niet zomaar in. “Wij zijn al veel verder in onze ontwikkeling”, zegt hij. “Bovendien zijn we relevant voor een bijzonder groot publiek, variërend van young professionals tot directeuren van multinationals en beleidsmedewerkers die meer binding met hun doelgroep willen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat je moet weten over Google CSS partners

Posted 20 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

Als paddenstoelen schieten ze uit de grond, de Google CSS (Comparison Shopping Service) partners. En logisch, want het lijkt erop dat iedere Google Shopping adverteerder die geen dief van eigen portemonnee wil zijn, op zoek zal moeten naar zo’n partner. Dit is de belangrijkste informatie over deze nieuwe ontwikkeling, aan de hand van 13 veelgehoorde vragen. 

OK, waar komt dit opeens vandaan?

Google kreeg vorig jaar naar aanleiding van een langslepende procedure van de Europese Commissie een recordboete van 2,4 miljard Euro aan de broek, wegens machtsmisbruik. Wat Google deed was volgens deze uitspraak ‘illegaal onder de EU-mededingingsregels’. Doordat Google het adverteren met shoppingadvertenties op haar zoekresultatenpagina alleen toegankelijk maakte voor webshops, ontnam het andere partijen (vergelijkingssites) de kans om eerlijk te concurreren. Of deze uitspraak terecht is of niet, daar verschillen de meningen over in de branche, maar er was Google in ieder geval veel aan gelegen om hier iets aan te veranderen. Als Google geen grote stappen zou zetten om vergelijkingssites te omarmen, dan zou de boete met zo’n 5 procent van haar wereldwijde omzet per jaar worden verhoogd. Dus die stappen heeft Google gezet…

Wat is een Google CSS partner?

Een Comparison Shopping Service (CSS) partner is eigenlijk gewoon een vergelijkingssite: een website die prijzen van verschillende webshops verzamelt, met als doel om haar bezoekers door te sturen naar deze webshops. Google Shopping (te vinden onder de ‘Shopping’ tab op de zoekresultatenpagina) is dus eigenlijk de CSS van Google. Om de EU richtlijnen tegemoet te komen heeft Google haar vergelijkingssite losgekoppeld en in een apart bedrijf gestopt. Dat betekent dat Google Shopping als een aparte vergelijkingssite een CSS is die adverteert met shopping advertenties op de Google zoekresultatenpagina. Maar ook andere vergelijkingssites kunnen nu dus shopping advertenties bij Google inkopen. Zo’n shopping ad ziet er eigenlijk precies hetzelfde uit als een shopping advertentie van Google, maar dan staat er in plaats van een link met “van Google” nu “Van [naam CSS]” onderin de advertentie. Dat is het enige verschil. De bezoeker wordt bij het klikken op de advertentie gewoon direct doorgestuurd naar de webshop waarvoor de CSS adverteert. Alleen bij het klikken op de link “Van [naam CSS]” gaat de zoeker naar een vergelijkingspagina van de CSS in plaats van de Google Shopping tab (de vergelijkingssite van Google). Om de eerlijke concurrentie met het Google Shopping CSS te bevorderen heeft Google hele interessante kortingen voor deze CSS partners geïntroduceerd.

Korting op Google Shopping ads? Hoe zit dat?

Om te kunnen “concurreren” tegen Google Shopping krijgt een CSS partner 20 procent korting op de CPC (cost per click). Google Shopping campagnes werken net als Google tekstadvertenties via een veiling waarin de adverteerder een bod kan uitbrengen op de kosten per klik die hij wil betalen. In de praktijk betekent het dat als een adverteerder 25 procent meer moet bieden via Google Shopping om een bieding via een CSS partner te matchen.

Dan denk je dus, “20 procent korting op de CPC, dat is interessant”, maar er is meer.

Om het CSS partnerprogramma extra te stimuleren heeft Google de zogenaamde Merchant SpendMatch geïntroduceerd. Het betekent dat de adverteerder die via de CSS partner adverteert, elke maand maarliefst 20-30 procent van zijn advertentie-uitgaven als advertentietegoed krijgt teruggestort in zijn Google Ads account. Dat werkt zo:

  • Een adverteerder met uitgaven van €500-€2.500 in een periode van 30 dagen krijgt 20 procent van zijn uitgaven teruggestort.
  • Een adverteerder met uitgaven van €2.500-€10.000 in een periode van 30 dagen krijgt 25 procent van zijn uitgaven teruggestort.
  • Een adverteerder met uitgaven boven  €10.000 in een periode van 30 dagen krijgt 30 procent van zijn uitgaven teruggestort, met een maximum van €32.000 per 30 dagen.  

Samengevat krijgt CSS partner of een adverteerder via een CSS partner dus 20 procent korting op zijn CPC en tot 30% van zijn uitgaven teruggestort in zijn account. Op een eventuele klik naar de CSS (ongeveer 5 procent van de mensen klikken door naar de CSS zo blijkt uit mijn eigen onderzoek) hoeft vooralsnog niet betaald te worden.

Wacht even, en 20 procent korting op de CPC en tot 30 procent van de uitgaven teruggestort?? Dat klinkt too good to be true…

Ja, eens. Ik moest het een tijd geleden ook drie keer nalezen voor ik het echt begreep en geloofde. Maar denk even terug naar hoe ik dit artikel begon: Google moet laten zien dat zij vergelijkingssites “omarmen” om een jaarlijkse megaboete te voorkomen. Dus ja, om daarin zo overtuigend mogelijk te zijn gaat Google daarin vrij ver. Nog lang niet alle adverteerders gebruiken dit, dus wellicht een interessant moment om hier om op deze ontwikkeling in te springen en een competitief voordeel te hebben in de advertentieveiling.

Is het de verwachting dat dit zo blijft?

Nee, ik denk dat veel van de voordelen van tijdelijke aard zullen zijn. De 20 procent korting op de CPC is wel een blijvertje. Daarmee blijft Google het concurrentieverschil maken tussen haar eigen CSS (Google Shopping) en de CSS partners. De extra 20-30 procent SpendMatch per maand is slechts een incentive om het programma te stimuleren en is denk ik eerder een kwestie van maanden dan jaren voordat dit uitgefaseerd wordt. Ook de klik naar de pagina van de CSS (via de Van [naam CSS] link in de advertentie) die nu nog gratis is, zou zomaar opeens betaald kunnen worden. Evengoed is het voor adverteerders zeer interessant is om via een CSS partner te gaan adverteren.

Hoe werkt dat dan, adverteren via een CSS partner?

De CSS partner kan zelf kiezen hoe het met dit programma om wil gaan. De ene start zelf campagnes op eigen kosten en koopt verkeer in voor adverteerders via een afgesproken CPC vergoeding of via affiliate links (ik mag hopen altijd met toestemming van de webshop). De andere CSS heeft briljante feed- of optimalisatie- technologie gemaakt en biedt CSS aan in combinatie met deze diensten, bijvoorbeeld op basis van een afgesproken vergoeding of op performance basis. Weer een andere CSS biedt adverteerders aan om tegen een eventuele vergoeding aan te sluiten op haar CSS, zodat de adverteerder met haar eigen bestaande campagnes kan profiteren van de Google voordelen.

Wat betekent dat in de praktijk?

Google heeft weer wat nieuws en het is groots. Dus iedereen sluit aan in de rij om daarvan te profiteren. Europa is opeens een heel aantal (vaak niet al te beste) vergelijkingswebsites rijker. Want de korting is groot. Veel dienstverleners in de advertentiemarkt (zoals online marketingbureaus) willen de boot niet missen en haken hierop in. Alle CRM systemen worden leeggetrokken en de aanbiedingen vliegen de webshops om de oren. Ieder zijn eigen unieke propositie en toegevoegde waarde, maar de korting die iedere CSS partner kan bieden is hetzelfde. Ik heb soms best even moeten lachen om de aanbiedingen die ik soms voorbij zag komen. Maar veel webshops gaan nu eenmaal naarstig op zoek naar snelle aansluiting bij een CSS partner, dus er valt geld te verdienen.

OK, interessant. Hoe werkt het als ik als shopping adverteerder van deze korting gebruik wil maken?

Eigenlijk is het betrekkelijk eenvoudig. Het is belangrijk dat je eerst een CSS partner kiest die bij je past. Misschien werk je met een bureau en hebben zij een CSS partner waarmee ze samenwerken. Of misschien is er een vergelijkingssite die je al kent en prettig zaken mee doet. Maar je kan ze in ieder geval allemaal vinden via de Google CSS vind een partner pagina. Als je een partner gevonden hebt en je wil met je bestaande campagnes van de CSS partnervoordelen profiteren dan dien je je Google Merchant Center(s) te associëren of te koppelen met het MCA account (het overkoepelende Merchant Center account) van de CSS partner. In het geval van associatie deel je helemaal niks van je data of accounts met de CSS. In het geval van koppeling heeft de CSS partner toegang tot jouw Merchant Center en kan hij/zij je productfeed zien en het absolute aantal betaalde klikken dat je de afgelopen 30 dagen via dat Merchant Center realiseerde. Hier wordt geen informatie over campagnes, CPC, kosten of conversie gedeeld. Het is opzich niet nodig om de CSS partner toegang te geven tot je Google Ads of Google Analytics account, tenzij je natuurlijk afspreekt dat de CSS partner je ook helpt met de optimalisatie van je campagnes. Belangrijk als je voor deze weg kiest, is dat de CSS partner een opt-in bij Google heeft om ook advertenties weer te geven op andere plekken dan de zoekresultatenpagina (zoals de Google Shopping tab). Als dat zo is dan kan je via de CSS ook gewoon buiten de zoekresultatenpagina adverteren, echter gelden daar dan niet de financiële voordelen. Mocht die opt-in er niet zijn dan worden je advertenties dus niet overal meer getoond.

Een andere manier om het te doen is door een nieuw Google Merchant Center aan te maken en deze aan nieuwe campagnes te koppelen. Een wat complexere weg, maar het stelt je in staat om het Google Shopping CSS en de Google Partner CSS campagnes naast elkaar te draaien. Bijvoorbeeld als je het na mijn lange uiteenzetting nog steeds too good to be true vindt en het een ander wil wil A/B testen.

Dus nu moet ik op zoek een CSS partner waar ik me aan verbind?

Op zich hoef je je niet perse aan één partner te verbinden. Ik ervaar nu al een aantal best practices van enkele grote webshops die samenwerken met meerdere geselecteerde partners. Google schrijft in haar documentatie rondom het CSS programma dat het niet nadelig hoeft te zijn om met meerdere CSS-en te werken. Het is namelijk zo dat je met meerdere CSS partners niet de concurrentie voor jezelf vergroot: je wint altijd de veiling met de  laagst mogelijke CPC. Wil je echt weten hoe dat allemaal precies werkt dan is daar een uitgebreide uitleg over beschikbaar. Voor grote retailers met hoge shopping uitgaven is het ook financieel aantrekkelijk om over enkele CSS-en te spreiden. Immers is de SpendMatch van per CSS ten hoogste €32.000. Dus mocht je echt veel centjes per maand uitgeven aan Google Shopping dan kan je de korting met spreiden vergroten. Voor kleine en middelgrote webshops is het denk ik goed om eens met één geselecteerde partner aan de slag te gaan. Naast dat het makkelijk is om een CSS partner extra aan te sluiten is het ook eenvoudig om van CSS partner te switchen, mits de overeenkomst tussen adverteerder en partner daar ruimte voor laat.

Wat ook nog een dingetje is om op te letten is dat de CSS partner een overeenkomst met Google heeft, dat Google (als bedrijf) toegang mag krijgen tot het account met de CSS campagnes (als dit in je reguliere Google Ads account zit). Anders loop je het risico dat je geen ondersteuning meer kan krijgen van je Google account manager.

Wat zijn de best practices?

Er zijn eigenlijk twee strategieën die je kunt nastreven met CSS korting. Je kan de omzet van je shopping campagnes vergroten of de winstgevendheid van de campagnes verbeteren.

  1. Je omzet vergroten

Als je een perfecte ROI op je shopping campagnes hebt en je bent op zoek naar meer volume, dan kan je de biedingen van je campagnes bijvoorbeeld onveranderd laten. Je zult zien (en dit heb ik duidelijk ervaren in meerdere accounts) dat je vertoningen en klikken sterk stijgen. Er gebeurt eigenlijk hetzelfde als wanneer je de biedingen van je campagne zou verhogen: je vertoningen gaan omhoog. Dat extra volume in shopping campagnes wordt gevonden in vertoningen op mindere specifieke zoektermen (hoger in de funnel). Let dan ook op: dat extra volume heeft een lagere doorklikratio (CTR) en conversieratio. Dus de algehele prestaties van je campagne blijven niet gelijk. Dus deze strategie kies je als je wat ruimte hebt in je ROI en op zoek bent naar groei.

  1. Je winstgevendheid verbeteren

Als je niet teveel ruimte hebt in de ROI van je campagnes en je wil kosten besparen om de winstgevendheid te verbeteren, dan je voor nu de biedingen van je campagnes wat (10%-20%) gaan verlagen. Ik heb in meerdere accounts gezien dat bij het toepassen van deze strategie het volume behouden blijft tegen lagere kosten.

De meeste adverteerders raad ik aan om te starten met strategie 2: vanuit verbeterde winstgevendheid en behoud van volume, gecontroleerd de omzet van de campagnes daarna te vergroten.

Dus is dit de heilige graal?

Dit gaat je nu zeker interessant voordeel opleveren. Succes van Google Shopping campagnes staat of valt echter bij goede strategie, feeds, campagnestructuur en optimalisatie. Ik heb zoveel accounts onder ogen gekregen die eigenlijk nog veel grotere resultaatverbeteringen kunnen realiseren als ze de best-practices van campagne opbouw en optimalisatie zouden toepassen. Maar dat neemt niet weg dat ik denk dat het Google CSS partnerprogramma voor alle shopping adverteerders momenteel zeer interessant kan zijn.

Ziet de toekomst er net zo rooskleurig uit?

Ik heb geen glazen bol op mijn tafel staan, maar in deze ontwikkelingen gaan zeker nog veel veranderingen plaatsvinden. Zoals gezegd, CSS partners schieten als paddestoelen uit de grond. Sommige initiatieven lijken uit de grond gestampt voor snel gewin. We zien nu al dat Google de eerste strengere eisen communiceert die aan partners worden gesteld. Ik kan me voorstellen dat in de toekomst een aantal partners daardoor het veld moeten ruimen.

Het voordeel voor de adverteerder zal in de toekomst ook niet zo groot meer zijn als nu. Naast dat de SpendMatch naar verwachting zal verdwijnen zal de 20% korting op de klikkosten voor een groot deel haar waarde verliezen als iedereen via CSS adverteert en dezelfde korting ontvangt. Ik verwacht dat de korting wel van blijvende aard zal zijn en dat het dus blijvend interessant kan zijn om via CSS te adverteren in plaats van direct via het Google Shopping CSS.

Lang verhaal. Wat is de conclusie?

Google CSS is een opzienbarende ontwikkeling. Veel adverteerders en bureaus die ik er uitleg over geef moeten even over een drempel om de gegeven financiële voordelen voor partners te geloven. Het zorgt ook voor veel onrust in de markt: webshops die niet achter het net willen vissen, bureaus die hun klanten benaderd zien worden door allerhande partijen met een niet te versmaden aanbod en een concurrentieslag tussen de eerste CSS partners die het ijzer willen smeden nu het heet is. Aansluiting op een CSS partner is kinderlijk eenvoudig, alhoewel er wel een aantal genoemde zaken zijn om goed op te letten. Hoewel het financiële voordeel in de toekomst naar mijn verwachting lang niet zo groot zal zijn als dat het nu is, verwacht ik wel dat het blijvend interessant kan zijn om via een (of meerdere) CSS partners te adverteren. Ik blijf de ontwikkelingen met interesse volgen.

Disclaimer van de auteur: Naast dat ik ruim 12 jaar in search advertising werkte voor verschillende e-commerce partijen uit de Twinkle100, en als spreker op diverse Emerce congressen, ben ik ook oprichter van de product vergelijkingssite Producthero.com. Vanuit die achtergrond is Producthero geaccrediteerd als Google CSS partner. Ik heb in dit artikel mijn opgedane ervaringen en observaties over Google CSS zo onafhankelijk mogelijk willen verwoorden, inclusief de verbazingwekkende en humoristische aspecten van deze wonderlijke ontwikkeling.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Alsnog boete voor roddelblad om toplessfoto’s Kate Middleton

Posted 19 sep 2018 — by Villamedia
Category nieuws

De publicatie van enkele toplessfoto’s van de Britse hertogin Kate Middleton, komt het Franse roddelblad Closer duur te staan. Na een eerdere gerechtelijke uitspraak, waarbij de rechter onder ander bepaalde dat het magazine een…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Helft Nederlandse beursgenoteerde bedrijven werkt samen met startups

Posted 19 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

47 procent van de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven innoveert samen met start-ups. Vooral in de financiële sector wordt veel met starters samengewerkt. Dat blijkt uit een inventarisatie van startup-onderzoeksbureau Golden Egg Check op basis van de jaarverslagen (2017) van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. 46 van de 98 bedrijven ondernemen activiteiten met startups. 52 corporates doen dus nog geen noemenswaardige activiteiten die betrekking hebben op startups.

Voor start-ups kunnen corporates hemel en hel zijn. Hemel, want corporates hebben budgetten om producten van start-ups te kopen of zelfs het hele bedrijf over te nemen en de oprichters rijk te maken. Hel, omdat de snelheid van innovatie en flexibiliteit die start-ups hebben precies kunnen zijn wat corporates missen, waardoor het moeilijk en frustrerend is om samen te werken. Maar hoe staat het met de corporate venturingstrategie in Nederland? De helft doet ‘iets’ met start-ups.

Natuurlijk zijn er vele manieren waarop grote bedrijven kunnen samenwerken met startups of interne ventures kunnen ontwikkelen. Ze kunnen investeren in venture capital fondsen of rechtstreeks in startups, ze kunnen in-house incubator-programma’s opzetten of samenwerken met universiteiten en accelerators, ze kunnen startups kopen of alleen de teams overnemen.

Bij Golden Egg Check vroegen we ons af: hoe werken Nederlandse corporates samen met startups? Wat is hun eventuele corporate venturing strategie? En welke sectoren lopen hier voorop? Daarom hebben wij de jaarverslagen over 2017 geanalyseerd van alle in Nederland beursgenoteerde ondernemingen. Ja, dat zijn 98 jaarverslagen.

Wij keken naar wat ze noemden over programma’s, samenwerkingsverbanden en partnerships op het gebied van startups, ventures, spin-offs, technologie en ondernemerschap. Op basis daarvan hebben we een overzicht gemaakt van de koplopers en de startup-strategieën die zij hanteren.

Het is duidelijk dat sommige bedrijven wel interactie hebben met startups, maar dat niet vermelden in hun jaarverslag. We waren geïnteresseerd in hoeverre Nederlandse beursgenoteerde bedrijven startups op hun strategische agenda hebben gezet. Dus als startups niet worden genoemd in het jaarverslag, tja, hoe belangrijk vinden ze het dan eigenlijk?

Wij zijn begonnen met 136 bedrijven die genoteerd zijn aan de Euronext Amsterdam en die zijn opgenomen in de AEX, AMX of AScX beursindexen. Van deze 136 beursgenoteerde bedrijven waren er honderd gemarkeerd als ‘actief’ en 36 gemarkeerd als ‘non-actief’. Van de honderd actieve bedrijven hebben we van twee geen jaarverslag; Esperite heeft publicatie enkele keren vertraagd en Adyen, dit jaar naar de beurs gegaan, heeft logischerwijs nog geen jaarverslag gedeponeerd.

De resterende 98 bedrijven zijn geanalyseerd op vermelding van start-upactiviteiten in het door hen gepubliceerde jaarverslag van 2017. De analyse bestond uit het digitaal doorzoeken van de jaarverslagen aan de hand van een door ons opgestelde trefwoordenlijst (zoals ‘start-up’, ‘scale-up’, ‘spin-off’, ‘lab’, ‘hub’, ‘hackathon’, ‘co-creation’ en ‘venture capital’) en het interpreteren van de bevindingen.

We hebben dus niet alleen gekeken naar samenwerkingen met ‘pure’ startups, maar ook naar andere manieren van externe innovatie, zoals het licenseren van technologie die bij (spin-offs van) universiteiten wordt ontwikkeld, en interne innovatie door middel van in-house startups. Voor het gemak schuiven we alle activiteiten onder de noemer ‘startup-activiteiten’ in dit artikel.

Uiteraard zijn er ook bedrijven die meer doen dan ze in hun jaarverslag melden, maar in dat geval zijn we in deze analyse alleen uitgegaan van de genoemde activiteiten. Ter illustratie: Philips heeft een eigen venture capital fonds (Philips Health Technology Ventures) en neemt startups over (denk aan NightBalance) wat niet in het jaarverslag wordt benoemd.

Sommige bedrijven noemen weliswaar dat hun cultuur elementen van een startup of scale-up bevat, zoals Nedap die zegt dat persoonlijk ondernemerschap een belangrijk onderdeel is van hun cultuur, maar hebben geen uitingen van samenwerking met (externe) start-ups of scale-ups. Dit hebben wij in dit onderzoek daarom niet meegerekend.

Helft corporates doet ‘iets’ met startups

Van de 98 beursgenoteerde bedrijven ontplooien er 46 startup-activiteiten. Dat komt neer op 47 procent. 52 corporates doen dus nog geen noemenswaardige activiteiten die betrekking hebben op start-ups.

Van de bedrijven die wel actief zijn met startup-activiteiten, doen de meeste meerdere typen activiteiten tegelijk. Akzo Nobel bijvoorbeeld heeft zowel samenwerkingen met startups en universiteiten (“collaborations with start-ups and universities designed to spur innovation”) en organiseert pitch-events voor startups (“[…] more than 200 hopeful startups pitching their bright ideas for sustainable chemistry solutions”).

Koploper qua verschillende startup-activiteiten is Koninklijke KPN, met maar liefst zes verschillende activiteiten. Andere bedrijven die erg actief zijn met verschillende activiteiten zijn Air France-KLM en DPA Group, die in vijf categorieën actief zijn. Deze bedrijven hebben samenwerking met startups duidelijk op hun strategische agenda staan.

Twintig bedrijven — ongeveer 40 procent van de bedrijven die startup-activiteiten onderneemt — kiest voor een meer gefocuste strategie door maar één type activiteit te ontplooien.

Startup-activiteiten van beursgenoteerde Nederlandse bedrijven
Belangrijkste activiteiten: open innovatie en in-house programma’s

De startup-activiteiten hebben we ingedeeld in tien categorieën. De meeste corporates (20) kiezen ervoor om samen te werken met start-ups vanuit een open innovatie-gedachte. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat ze technologie van de start-up gebruiken om hun eigen producten te verbeteren, of om gezamenlijk nieuwe business modellen te ontwikkelen.

Zeventien bedrijven hebben een in-house innovatieprogramma opgezet. Hierin richten ze interne start-ups op die in relatieve vrijheid de mogelijkheid krijgen om nieuwe product-marktcombinaties te ontwikkelen en te testen. Dit model heeft de laatste jaren aan interesse gewonnen, maar een succesfactor blijft toch wel de commitment die teamleden van bovenaf krijgen om echt tijd te stoppen in nieuwe, risicovolle business modellen.

Zestien bedrijven kiezen ervoor om samen te werken met universiteiten. Op die manier willen ze kansrijke spin-offbedrijven ontdekken om mee samen te werken of technologie te vinden om in licentie af te nemen. Hieruit blijkt het belang voor universiteiten en hun ‘tech transfer offices’ om goed te weten welke technologieën de moeite waard zijn om te valoriseren en welke spinoff bedrijven ondersteuning verdienen.

Dit zijn de aantallen van de waargenomen startup-activiteiten per categorie:

Het valt ook op dat meer corporates liever zelf investeren in startups dan dat ze als limited partner investeren in venture capital fondsen die op hun beurt investeren in startups (12 vs. 4 waarnemingen). Een voorbeeld hiervan is ABN AMRO, dat via hun Digital Impact Fund rechtstreeks investeert in fintech startups.

Financiële sector loopt voor, vastgoed en industrie lopen achter

Gekeken naar de startup-activiteiten per sector blijkt dat Telecommunicatie, Uitzendbureaus, Gezondheidszorg en Olie & Gas in relatieve zin sterk vertegenwoordigd zijn in samenwerkingen met start-ups. In de sectoren Telecommunicatie en Uitzendbureaus werken zelfs alle bedrijven samen met start-ups, maar hun absolute aantallen zijn wat kleiner (respectievelijk twee en drie bedrijven). De uitzendbureaus doen alle drie zelfs drie of meer verschillende startup-activiteiten, met DGA Group als koploper met vijf activiteiten.

Het valt op dat banken en financiële dienstverleners erg actief zijn met startups; negen van de veertien bedrijven in deze sector (64 procent) werken samen met start-ups en de financiële bedrijven zijn vertegenwoordigd in vrijwel het hele spectrum van startup-activiteiten.

Dat lag ook wel in de lijn der verwachting. Banken geven aan dat ze bang zijn om ‘gedisrupt’ te worden en druk voelen vanuit startups met nieuwe technologie (blockchain, cryptocurrencies) en business modellen. Om die reden zetten ze zelf hard in op innovatie en proberen ze samen te werken met startups.

Ten opzichte van andere sectoren zijn de financiële dienstverleners opvallend actief in het rechtstreeks investeren in start-ups via een eigen venture capitalfonds. Een derde van alle beursgenoteerde bedrijven die in rechtstreeks start-ups investeert, is een financiële dienstverlener.

Sectoren waar opvallend weinig wordt samengewerkt met startups zijn Industrie (slechts 1 van de 9) en Vastgoed (3 van de 9). Waarom is ons niet helemaal duidelijk. Wellicht zijn de aard en/ of de mentaliteit van de bedrijfsvoering wat traditionele of voldoen huidige business modellen en marges (nog).

In de sectoren Automotive, Consumenten diensten, Consumenten goederen, Detail- & groothandel en Farmacie worden geen meldingen gemaakt van samenwerkingen met startups, maar deze sectoren zijn in absolute omvang te beperkt (1 tot 3 bedrijven) om daar zinnige conclusies aan te verbinden.

Bedrijven moeten innoveren om relevant te blijven. In dat opzicht valt het op dat ‘slechts’ de helft van de beursgenoteerde bedrijven in Nederland innoveren met startups, althans volgens hun eigen jaarverslagen.

De meeste bedrijven die samenwerken met startups, doen dat op meerdere manieren. Op basis van deze data kunnen we niet zeggen of het verstandiger is om één manier heel goed te doen of juist een gespreide strategie te hanteren. Van de bedrijven die op veel verschillende manieren met startups samenwerken, zoals KPN, Air France-KLM en DPA Group, kan in ieder geval gezegd worden dat ze een bewuste strategie hebben om te innoveren.

In bepaalde sectoren, zoals de financiële sector en de bouw, wordt al veel samengewerkt met startups. In andere sectoren, zoals vastgoed en industrie, is de behoefte of de noodzaak blijkbaar minder hoog. Ook binnen sectoren zijn er verschillende te zien in de strategieën hoe bedrijven al dan niet met startups samenwerken.

Het is natuurlijk niet zo dat innoveren met startups de enige manier is of per definitie naar succes leidt. Sterker nog, wij denken dat ‘innovatietheater’, het voor de bühne samenwerken met startups zonder onderliggende strategie, eerder een verspilling van middelen is dan dat het een duurzame voorsprong biedt.

Hoe voorkom je innovatietheater?

Samenwerken met startups is lastig. Het moet voor beide partijen een win-win situatie zijn. En beursgenoteerde bedrijven en startups zijn zowat elkaar tegenpolen.

Het vinden, kwalificeren en overtuigen van goede startups is een duidelijke succesfactorAdverse selection, het aantrekken van startups die net niet goed genoeg zijn, ligt al snel op de loer. Veel goede startups hebben namelijk een duidelijke focus en hebben geen zin en tijd om een rolletje te spelen in het innovatietheater. Tenzij er natuurlijk duidelijke en overtuigende redenen zijn om mee te doen — denk aan financiering of het openstellen van een klantennetwerk.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ster stapt af van universeel tarief

Posted 19 sep 2018 — by Villamedia
Category nieuws

De Ster laat het vorig jaar ingevoerde vaste tarief voor adverteerders weer vallen. Er komt een staffel waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van de…

Lees het volledige bericht op Villamedia »