Posts Tagged ‘online’

De groeiende business van privacy

Posted 20 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Online zoeken zonder dat er geprofileerd wordt, digitaal winkelen met zo min mogelijk klantgegevens en de touwtjes omtrent je data in handen houden op social media. Na plug-ins en blockers krijgen ook andere producten en diensten die gebouwd zijn rond privacy meer tractie.

Privacy mag geen luxegoed zijn, stelde Google-CEO Sundar Pichai onlangs, waarmee hij een verlate reactie geeft op een statement van Eric Schmidt, voormalig bestuurder van de zoekgigant, enkele jaren geleden. Het opiniestuk in de New York Times dat Pichai hiervoor aangreep, zette nog eens op een rijtje waar de nadruk op lag tijdens Googles meest recente developerdag: ‘Ja, we verzamelen enorm veel data, maar dat is een goede zaak, want daarmee kunnen we je leven aangenamer maken. En dus spannen we ons hard in om je gegevens goed te bewaken.’ Hiermee erkent de techgigant publiekelijk het taboeonderwerp dat het een dataslurper is. Overigens wel rond de tijd van de introductie van een feature om automatisch je data te verwijderen na drie of achttien maanden. Wat weer een verlate reactie is op onduidelijkheid en discussie omtrent het volgen van gebruikers buiten de eigen toepassingen.

Hoewel dat vanuit gebruikersperspectief een stap in de goede richting is, is er op andere plekken in de techsector een trend van ‘simpelweg’ minder verzamelen van data te signaleren. “Het is een mythe dat je persoonlijke data nodig hebt om goede zoekresultaten te bieden of een succesvol bedrijf te bouwen”, stelt bijvoorbeeld Robert Beens, CEO en oprichter van Startpage.com. “Je groeit alleen minder hard.” Zijn bedrijf biedt sinds 2005 een privacyvriendelijke zoekmachine, later aangevuld met een e-maildienst en extra services zoals maps, en is een van het groeiende aantal partijen dat van privacy zijn corebusiness maakt. Wat in eerste instantie nog niet zoveel opleverde, door gebrek aan bewustzijn bij consumenten. De laatste jaren is het echter in een stroomversnelling gekomen. Niet vreemd, stelt Boot. In het verleden was het een technisch verhaal dat zich onder de oppervlakte afspeelde, nu is het mede door retargeting ads op andere plekken dan waar de data is ingewonnen zichtbaarder. “Dat wekt argwaan.”

Startpage.com haalt zijn inkomsten bij search ook uit advertenties, maar dat zijn ads uitsluitend gekoppeld aan de zoekwoorden, niet aan de zoekhistorie van de zoeker. “We kunnen dus niet kijken hoe lang iemand bij ons blijft of terugkomt, want iedereen is anoniem.” Toch levert dat voldoende op voor winstgevendheid. “We verdienen minder aan advertenties. Maar genoeg om de kosten te dragen en te investeren in ontwikkeling.”

GDPR-lite
Dat er momentum is, ziet ook Fatemeh Khatibloo, VP, Principal Analyst bij Forrester. Zij stelt dat 2018 een tumultueus jaar was, waarin niet alleen de AVG/GDPR van kracht werd, maar ook de staat Californië de Consumer Privacy Act aannam, terwijl de schandalen rondom privacyschendingen zich opstapelden. Met Facebook en zijn aaneenschakeling van incidenten als grootste windvanger. Reden voor consumenten om niet langer af te wachten, meent Khatibloo. Forrester-gegevens tonen aan dat 79 procent van de online volwassenen in de Verenigde Staten ten minste één tool gebruikt om zijn digitale privacy en beveiliging te beschermen. Het bedrijf verwacht dan ook dat gedurende dit jaar de druk vanuit enerzijds consumenten en anderzijds overheden verder zal toenemen. Waarbij individuen hun privacy actief beschermen en zich zullen laten horen over slechte actoren. “We voorspellen een piek in de acceptatie van privacytools en het gebruik van opt-outinstellingen en rechten van betrokkenen waardoor ‘hyperpersonalisatie’ een praktische en ethische uitdaging wordt.” Consumenten zullen daarmee privacyhandhavers worden, die toezichthouders waarschuwen over misdrijven, class-action rechtszaken indienen en bedrijven boycotten die hun privacy niet beschermen.

Tegelijkertijd proberen overheden ook grip op de zaak te krijgen. Zo namen politici in Vermont een wet aan die ‘data brokers’ ertoe verplicht zich te registreren en hun datapraktijken inzichtelijk te maken, inclusief datalekken. Iets wat met veel steun van het publiek gebeurde. Daarbij verwacht Khatibloo dat, mede door het gesoebat op nationaal niveau, meer staten federale wetten zullen formuleren en aannemen, gelijk aan een GDPR-lite.

Kluif
En ook vanuit het bedrijfsleven neemt de druk toe. Zoekbedrijf DuckDuckGo – dat zich net als Startpage.com richt op privacy – wil de Do Not Track-optie in browsers wettelijk verplicht stellen in de VS. Het stelt dat derde partijen internetgebruikers niet langer zouden mogen volgen als zij de Do Not Track-functie hebben ingeschakeld. Ook data die op plek A verzameld is, inzetten op plek B – denk aan een één-tweetje tussen WhatsApp en Instagram – moet hiermee voorkomen worden. Het wetsvoorstel dat het bedrijf hiervoor heeft geschreven, kan echter nog niet op veel steun rekenen onder politici. Neemt niet weg dat DuckDuckGo onder internetters een steeds groter bereik heeft, en het zoekbedrijf hoopt via de publieke opinie druk te zetten. Vorig jaar werd de grens van één miljard zoekopdrachten per maand overschreden.

Naast search zijn er ook op socialmediavlak verschillende privacygerichte initiatieven. Veelal met een decentrale opbouw. Zoals het langst lopende Diaspora* Project, dat gestart is in 2010. In plaats van alle persoonlijke gegevens in de centrale servers op te slaan, wordt gebruikgemaakt van lokale servers (pods) die overal in de wereld kunnen staan. Waarbij alle informatie eigendom blijft van de gebruikers en dus niet wordt overgedragen aan het medium. En gebruikers ook hun identiteit niet prijs hoeven te geven. Wat volgens de makers vrijheid moet geven, maar waar in het verleden ook al misbruik van werd gemaakt door IS-sympathisanten, toen zij geweerd werden van de mainstream social media. Het gebruikersaantal is door de genoemde opzet lastig vast te stellen, menen de makers. Naar schatting zijn dat er meer dan zeshonderdduizend.

Mastodon, dat in 2015 startte na onvrede over Twitter en zich aardig in de kijker speelde, zit met ruim achthonderdduizend gebruikers wat hoger, maar laat eveneens zien dat het lastig is om het grote publiek aan nieuwe initiatieven te binden. Het platform kenmerkt zich naast de decentrale opzet door een set antimisbruiktools en heeft moderators die vrij vlot kunnen ingrijpen.

Recenter nog, en dichter bij huis, is er Openbook dat al enkele jaren bezig is. Het verzamelt naar eigen zeggen geen persoonsgegevens, er zijn geen advertenties en de populariteit van bijvoorbeeld bedrijfspagina’s wordt niet bepaald door het aantal volgers. Plus: de berichten worden op de tijdlijn zelf versleuteld. Geld zal er verdiend worden met premiumfuncties, vertelde oprichter Joel Hernández Fernández eerder aan Emerce. Zoals een limiet op het aantal reacties en likes. Eveneens een initiatief dat op interesse kan rekenen, en zich naast het rumoer omtrent Facebook ook gesteund ziet door recente incidenten als het lekken van contactinformatie van miljoenen Instagram-influencers, bekendheden en merkaccounts. Maar desondanks een kluif zal hebben aan de groei in gebruikers.

Instemming
Een andere factor is de afhankelijkheid van big tech. Ook een partij als Startpage.com heeft ze nodig voor zijn diensten. Want het maakt gebruik van de zoekindex van Google. Beens: “Daar betalen we netjes voor. Het bijhouden van zo’n enorme index is alleen voorbehouden aan enkele grote spelers, zoals Google, Yahoo, Bing, Yandex en Baidu.” Maar, benadrukt hij, Google krijgt alleen te zien in welke taal gezocht wordt en in welk land. “Dat is de minimale informatie die nodig is om resultaten te bieden, want woorden kunnen meerdere betekenissen hebben.” Ondanks de behoefte aan privacy is er voor sommige zoekopdrachten aanleiding voor lokalisatie. “Als je in Amsterdam zit en een timmerman zoekt, wil je dat wel lokaal kunnen doen, niet in heel Nederland. Dat kan door specifiek voor zo’n opdracht met een random IP-adres uit die regio te kunnen zoeken. De gebruiker krijgt dan én privacy én lokale relevantie.”

Wat minder data verzamelen met zich meebrengt voor marketeers, wordt onder andere duidelijk bij Lush, dat zichzelf heeft opgelegd om het werk te doen met zo min mogelijk data over klanten. Het verwerkt online bestellingen bijvoorbeeld op basis van gegevens die daadwerkelijk nodig zijn voor levering, zoals naam en adres. Inzage in betaalgegevens heeft het bedrijf niet. Ook is de traffic geanonimiseerd en kan het klanten niet op de persoon nauwkeurig volgen, waardoor personalisatie niet mogelijk is. Hiervoor kiest de cosmeticaretailer een andere weg, blijkt onder andere uit customer-experienceonderzoek door KPMG: het (winkel)personeel gaat het gesprek aan.

Fatemeh Khatibloo (Forrester) ziet op haar beurt verrassend genoeg ook marketingkansen in de fel bekritiseerde opzet van social credit scoring, zoals we dat kennen van China. Dat kan ondanks het nachtmerriescenario dat het oproept volgens haar zorgen voor transparantie. Met potentie voor onder andere high profile lifestylemerken. Khatibloo voorziet dat een merk als Everlane of goop een dergelijke methode zal testen als uitbreiding van zijn influence-marketingprogramma. Waaraan klanten zullen willen deelnemen als het is gebaseerd op transparantie en instemming. En het daadwerkelijk waarde toevoegt.

Gemak
Het zal echter een flinke inspanning en missiewerk vergen om de status quo te veranderen. Beens: “Wij zijn te klein om awareness bij grote groepen te realiseren. Dat zal vooral door nieuws over datalekken, machtsmisbruik en dergelijke moeten komen.” Wat helpt is de AVG, zoals ook Forrester al aanhaalt. Bedrijven overwegen daardoor welke data ze willen delen met de wereld, merkt Beens, die het zakelijk verkeer naar zijn zoekmachine ziet groeien. Ook organisaties zijn zich bewuster van de risico’s. “Denk aan de researchafdeling van Philips die voortdurend zoekt naar patenten. Daar zijn patronen uit te halen.” Want die patronen tekenen zich sneller af dan mensen zich doorgaans realiseren, vervolgt hij. Zoals bleek uit een database met zoekgegevens van 650.000 mensen over drie maanden, die de Amerikaanse internetaanbieder AOL in 2006 online zette. Zonder IP-adres, maar wel met een uniek nummer. “Mensen waren door het samenstellen van hun zoekopdrachten vlot te identificeren.”

En dan is er naast bewustzijn en bekendheid nog een belangrijke uitdaging: gemak. De producten die in ruil voor persoonlijke data zijn te gebruiken, zijn uiterst verfijnd, erg gemakkelijk in gebruik en mede daardoor vervlochten in het dagelijks leven. Wat een drempel opwerpt. Want op het moment dat Facebook WhatsApp overneemt, wordt al gauw geroepen dat we beter met de chatapp kunnen stoppen. Door de netwerkfunctie – ‘iedereen zit er al’ – blijven mensen er echter toch. En dus zullen alternatieven nog overtuigender moeten zijn.

Solid
Op één centrale plek nagenoeg alle digitale persoonlijke gegevens bewaren, van foto’s tot adresboeken. Waarbij gebruikers het eigendom behouden en de gegevens kunnen delen met anderen. Dat is de gedachte achter Solid, een initiatief van Tim Berners-Lee, uitvinder van het World Wide Web. Gebruikers kunnen zo bedrijven als Facebook toestemming geven een deel van de gegevens te gebruiken, maar kunnen die toestemming ook op elk moment intrekken. Als een private website met je eigen API, aldus de bedenker.

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#172).

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Infographic: vakantiebestemming vooral bepaald door sociale media

Posted 20 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Uit onderzoek van de Reputatiefabriek onder 1000 respondenten blijkt dat 57 procent van de vakantiebestemmingen is geboekt vanwege foto’s die zijn gezien op sociale media.

Vakantietips op Facebook, Instagram en blogs worden serieuzer genomen dan suggesties van vrienden en familie. Daarnaast zegt 60 procent van de mensen hun vakantie-ervaringen tijdens de vakantie graag online te willen delen.

45 procent van de respondenten geeft toe wel eens Instagramfoto’s te bewerken om de vakantie beter te laten lijken dan dat het was. Twaalf procent heeft wel eens oude vakantiefoto’s gepost tijdens een huidige vakantie. Ook heeft 7 procent wel eens gedaan nog op vakantie te zijn, terwijl zij alweer thuis waren.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mijn Verkoopmakelaar start in Rotterdam

Posted 20 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Woningeigenaren kunnen straks vanaf de bank een makelaar kiezen voor de verkoop van een woning, zonder dat alle makelaars eerst thuis over de vloer hoeven te komen. Vanaf 1 augustus 2019 wordt Mijn verkoopmakelaar van Ron Kesting, Michel Bardelmeijer, Antoine Steenkamer en de Rotterdamse ondernemer Stefan Lazarov officieel in Rotterdam uitgerold.

Woningeigenaren kunnen online foto’s van hun woning plaatsen en kiezen van welke makelaars zij graag een reactie ontvangen. De makelaars nemen vervolgens de informatie door en stellen een reactie op met hoe zij de woning zouden willen verkopen, welke kosten zij daarvoor rekenen en hoeveel zij denken dat de woning kan opleveren.

Het is tegenwoordig heel normaal om op websites als Funda een nieuw huis te vinden, maar het kiezen van een geschikte makelaar is nog steeds een tijdrovend, offline proces, zeggen de initiatiefnemers.

Ongeveer 230 makelaarskantoren in Nederland hebben zich al aangesloten bij Mijn Verkoopmakelaar. Bij goede resultaten gaat Mijn Verkoopmakelaar ook officieel van start in Den Haag, Utrecht en Amsterdam.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat zijn de kansen en bedreigingen van de deeleconomie?

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De deeleconomie groeit. Men deelt woningen bijvoorbeeld via Airbnb en auto’s via SnappCar. De jeugd verdient geld bij bedrijven als Deliveroo en Helpling. De kwestie blijft echter hoe men van een grotere afhankelijkheid van deze platformen kan blijven profiteren en tegelijkertijd behoed kan blijven voor negatieve gevolgen.

Deze vraag stond op 27 juni 2019 centraal in een avond paneldiscussieronde met als titel “Towards an Inclusive Platform Economy” in Tivoli Vredenburg in Utrecht. 

Deelplatformen voor het goede doel 

Peter Baeck, hoofd van de Britse innovatiedenktank Nesta, concludeert dat de deeleconomie aan de ene kant grote voordelen kan bieden voor de samenleving, maar beleidsmakers moeten zowel de negatieve gevolgen ervan actief reguleren als een ecosysteem van sociale innovatie financieren en koesteren. Anderzijds zal men innovators moeten opleiden en aanmoedigen om te experimenteren met eigendom en modellen te gebruiken die waarde overdragen aan de lokale economieën.

Hieronder een aantal voorbeelden van online platformen, die zich vooral op welzijnsdenken focussen in hun activiteiten: 

  • Beam biedt hulp voor dakloze mensen. Men kan via het platform een donatie geven om een training voor een dakloze te financieren. Beam faciliteert in het traject de trainingen en zoekt werk voor de kandidaat. 
  • Equal Care Co-op bouwt aan een samenwerkingsplatform in de Upper Calder Valley in het Verenigd Koninkrijk dat de relatie tussen de zorgontvanger en de verzorger centraal stelt binnen hun dienstverlening. De platform geeft een echte stem en macht aan mensen, die zowel ondersteuning geven alsook ontvangen. 
  • Good SAM is een app welke levens redt met behulp van technologie. Via de app is een gemeenschap van goede Samaritanen aangesloten, welke graag voor het geval de dichtstbijzijnde persoon in nood helpen. Velen zijn gepensioneerde dokters, verpleegkundige, paramedici en andere leden van hulpdiensten. Ze zijn vooral getraind op het gebied van eerste hulp. Ze kunnen een luchtweg onderhouden, ondersteunen een bloeding te stoppen en als nodig kunnen ze ondersteunen bij het uitvoeren van levensreddende reanimatie. 
  • De Hearts Milk Bank is de nieuwste melkbank in het Verenigd Koninkrijk. Het platform biedt een rechtvaardige toegang tot donormelk voor premature en zieke baby’s, en meer moeders ondersteunen om melk te doneren vroegtijdig geboren en zieke baby’s. 
  • ShareTown, ontwikkeld door Nesta, schets een toekomstig stadsbeeld dat de veranderende relatie tussen burgers, technologie en lokaal bestuur verkent. De focus ligt vooral op een rechtvaardiger sociaal gerichte sharing economie. Uiteindelijk zal meer macht moeten gaan naar lokale groeperingen. 

Wat zijn de argumenten vanuit de maatschappij om te investeren in dit soort van welzijnsinitiatieven: 

  • Ze starten iets nieuws
  • Ze laten iets herleven dat braak heeft gelegen of dat op het punt staat stilgelegd te worden  
  • Ze willen meer financiële zekerheid
  • Ze willen groeien
  • Ze willen de community bij betrekken
Hoe de big 5 tech-bedrijven steeds meer indringen in de samenleving

Prof. dr. José van Dijck, coauteur van het boek ‘The Platform Society’ en Universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht geeft in haar pleidooi aan dat zij niet graag de term sharing economy gebruikt maar zij verwijst vooral naar de term platformsamenlevingen. In deze context speelt het verzamelen van data een belangrijke rol. In haar betoog geeft zij aan dat men afstand zou moeten winnen van de markten en zich meer zou moeten richten op de behoeften van de samenleving. De gezelschap wordt steeds afhankelijker van de grote zogenaamde big 5 platformen: Alphabet, Amazon, Apple, Facebook, Microsoft. Het is duidelijk dat Google (onderdeel Alphabet) in toenemende mate een dominante machtspositie inneemt in verschillende sectoren zoals de publieke en private sector. 

Bron: Visual Capitalist (2019)

Hoe de big 5 indringen in de publieke sector

Binnen de publieke sector worden scholen in toenemende mate platformiseert door de big 5. Het zijn in dat opzichte geen neutraal te beschouwen leeromgevingen meer. Voorbeelden uit Amerika laten zien, hoe bijvoorbeeld Jeff Bezos van Amazon scholen wil oprichten waarin schoolkinderen als consumenten worden behandelt, zoals het in dit artikel op the Verge wordt beschreven. Facebook is van plan om in een samenwerking eveneens gepersonaliseerde leeromgevingen aan scholen aan te bieden. Google heeft eveneens plannen om volledig het leslokaal over te nemen.

Zo verkoopt het bedrijf bijvoorbeeld Chrome laptops met reeds geïnstalleerde software en apps, zodat Google elke handeling van een student kan monitoren. Daarbij communiceert Google in richting van de scholen een reeks aan voordelen, namelijk leeromgevingen op maat, betere educatie, meer vrije tijd voor leerkrachten. De vraag is echter of deze beloftes ook daadwerkelijk waar zijn. Uiteindelijk wordt op deze manier meer geld in technologie investeert, maar dat geld zou eigenlijk beter terecht komen bij de leraren welke ook onder druk staan. 

Wat betekent dit voor de publieke waarden binnen de publieke sector? 

Met betrekking tot privacy wordt het complete leerproces van studenten vastgelegd, de interactie, de communicatie en de administratie. Op het vlak van autonomie wordt het onderwijs in toenemende mate gestuurd op basis van commerciële waardes. Men weet echter niet wat de effecten van deze leerplatformen zijn. Het is interessant dat Google leraren rechtstreeks lijkt te benaderden om ingangen te vinden in de scholen. Ze richten hun pijlen niet op bijvoorbeeld het management of bestuur. 

Daarnaast is er uiteraard een discussie gaande om reputatie systemen voor leraren in te voeren. De term reputatie is in deze context al gecommercialiseerd. Zo zijn er bijvoorbeeld al platformen zoals Rate my professors en Teach Point die het beoordelen van docenten mogelijk maken. Het zijn voornamelijk eveneens niet-transparante systemen. Geldmiddelen zijn vooral een issue binnen het onderwijs. 

Oproep om een goede omgang met data te koesteren

Een issue bestaat erin dat veel scholieren en mensen in het algemeen niet zo een groot belang daaraan hechten hoe met hun data wordt omgegaan. Het zou wel van belang zijn dat het onderwijs hier in toekomst meer belang aan besteed. Met de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn wel de eerste stappen gezet, maar men zou deze reglementen nog verder moeten uitbreiden. 

De rol van het stadsbestuur in deze context

Het stadsbestuur zou met betrekking tot deze belangen veel meer ondersteuning moeten bieden voor lokale onderwijsinstellingen. Een bepaalde mate van verantwoordelijkheid is in deze context verplicht voor alle betrokken partijen. Daarnaast zouden leraren gestimuleerd worden om met open source software en open data te werken. 

Deemly: een insteek om de deeleconomie te reguleren

De grote vraag blijft hoe men deze deeleconomie nog kan blijven reguleren. Een insteek biedt Sara Green Brodersen met haar opgezette platform Deemly. Het Deense reputatieplatform Deemly helpt gebruikers hun opgebouwde reputatie op verschillende platformen, zoals airbnb en eBay centraal te bundelen op één platform, zodat men niet van één platform afhankelijk wordt. 

Bron: Deemly (2019) 

Er zal nauwkeuriger moeten worden onderzocht wat de effecten van platformen voor de samenleving zijn en hoe men ook vooral gemeenschappelijke belangen centraal kan stellen binnen deze platformen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zooplus: verkoop eigen merken groeit twee keer harder

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De verkoop van eigen merken groeit bij online dierenwinkel Zooplus met 29 procent twee keer sneller dan het gemiddelde, dat op 14 procent ligt. De omzet over het tweede kwartaal komt uit op 363 miljoen euro.

Gisteren publiceerde de Europees werkende winkel zijn financiële resultaten over de drie maanden tot 1 juli 2019 (PDF). Die laten onderliggend bemoedigende cijfers zien. Niet enkel doen de eigen merken het goed, maar ook de aanwas van nieuwe klanten (+32%) wordt positief ontvangen. Immers, de retentieratio ligt boven de negentig procent. Een eenmaal gewonnen klant, blijft meestal lange tijd aan boord.

Topman Cornelius Patt van Zooplus: “In het tweede halfjaar willen we de groei verder versnellen, al geeft de GDPR enige remming in de DM-activiteiten richting nieuwe klanten.”

De omzetverwachting voor het hele jaar ligt ongewijzigd op een groei van tussen de 14 tot 18 procent.

Foto: Eric Sonstroem (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Onlinebank N26 haalt weer 170 miljoen dollar op

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De Duitse onlinebank N26 haalt 170 miljoen dollar op, luttele maanden na een vorige financieringsronde van 300 miljoen. Het bedrijf wordt nu gewaardeerd op 3,5 miljard.

Daarmee is het de hoogst gewaardeerde Duitse startup ooit, en ook een van de best gefinancierde fintechs.

Het geld werd opgehaald bij bestaande investeerders Insight Venture Partners, GIC, Tencent, Allianz X, Peter Thiel’s Valar Ventures, Earlybird Venture Capital en Greyhound Capital. In totaal is 670 miljoen binnengesleept.

De bank begon een dezer dagen zijn activiteiten in de VS. Brazilie wordt de volgende bestemming.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online lessen: ‘Mensen zoeken een antwoord en wij bieden dat in De Gids’

Posted 19 jul 2019 — by Villamedia
Category nieuws

De Volkskrant is er niet alleen voor nieuws, maar is er ook om de lezer antwoord te geven op belangrijke levensvragen. Dat vindt Volkskrant-journalist Corinne van Duin, die sinds april vorig jaar De Gids bestiert. De sectie op de website van de Volkskrant…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Maandbereik online winkelen apps stijgt naar 51 procent in eerste halfjaar

Posted 19 jul 2019 — by Adformatie
Category nieuws

Het hoogste online bereik is onder 35-49 jarigen.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Waarom apps een onmisbaar hulpmiddel zijn in e-commerce

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Mobile commerce is onlosmakelijk verbonden met de groei van in-app-aankopen. In een snel evoluerende en competitieve branche als e-commerce is het inspelen op trends en veranderingen simpelweg een must. Merken zullen zich dus moeten richten op in-app-aankopen.

eMarketer voorspelt dat de uitgaven voor mobiele advertenties in 2019 wereldwijd zal oplopen tot 232,34 miljard dollar. Bovendien groeit het wereldwijde mobiele dataverkeer tussen 2018 en 2021 met 300 procent, volgens Statista. De reden hiervoor is dat steeds meer smartphones worden gebruikt, waarbij de gebruikers 87 procent van hun tijd in-app besteden. De toenemende snelheid van het internet draagt ook een steentje bij aan deze groei. 

In e-commerce is het van belang dat nieuwe technologieën worden toegepast en de klanten worden betrokken bij het merk. Wanneer dit niet gebeurt, zal het merk verdwijnen. Daarom is de belangrijkste vraag voor marketeers niet ‘moeten we gokken op mobiel?’, maar ‘hoe gebruiken we het volledige verkooppotentieel van mobiel?’. Elk merk zou apps moeten behandelen als een nieuw verkoopkanaal en een nieuwe vorm van verbetering van de klantervaring met het merk.

Mobiele app versus voor mobiel geoptimaliseerde website

Volgens TechCrunch hebben mobiele apps een veel hogere betrokkenheid dan websites die zijn geoptimaliseerd voor mobiel. De conversiepercentages liggen dan ook 100 tot 300 procent hoger. Deze verkoopstimulans wordt veroorzaakt door een toename van het volume en de frequentie van de bezoeken. Zoals een Bain & Co-analyse aangeeft, gaan gebruikers van een mobiele app drie keer sneller door de customer journey en zien ze ruim vier keer zoveel producten dan gebruikers van andere kanalen. 

Een mobiele app heeft – vergeleken met voor mobiel geoptimaliseerde websites – verschillende voordelen, zoals dat een app sneller werkt, altijd up-to-date is en zich binnen duimbereik van gebruikers bevindt. Mensen maken veel gebruik van mobiele apparaten en apps, waarmee ze slechts één klik verwijderd zijn van een merk. Volgens een rapport van App Annie groeide de tijd besteed aan shopping-apps tot 18 miljard uur wereldwijd in 2018. Met een app staat een adverteerder in directe verbinding met de gebruiker, wat marketeers veel kansen biedt om hen aan te trekken – natuurlijk via de app, maar ook via push-berichten, e-mails, meldingen, enzovoort. 

Het belangrijkste kenmerk van mobiele apps en de belangrijkste reden om ze in te zetten: personalisatie. Apps maken het mogelijk om gepersonaliseerde aanbiedingen en updates aan te bieden door middel van loyaliteitsprogramma’s en het gebruik van geolocatie en helpen bij het bewaken van de gebruikersbetrokkenheid. Over het algemeen is de app-omgeving ook een uitstekende omgeving om verschillende marketingbenaderingen en -tactieken te testen, wat uiteindelijk tot hogere conversiepercentages leidt. Daarnaast blijkt uit een Compuware-analyse dat 85 procent van de consumenten een app verkiest boven mobiele websites.

Mobiele conversies – de real deal komt eraan

Zoals App Annie meldt, zullen apps zestig procent meer inkomsten genereren via in-app-reclame in 2019. Maar nog steeds zijn veel marketeers niet op de hoogte van advertentiemogelijkheden binnen de app-omgeving. Dat is verrassend, omdat de concurrentie tussen merken steeds moeilijker en veeleisender wordt, evenals het gedrag, de behoeften en de verwachtingen van de gebruikers. 

Volgens Adjust, dat wereldwijd acht miljard app-installaties analyseerde, worden apps gemiddeld binnen 5,8 dagen verwijderd nadat ze voor het laatst zijn gebruikt. Natuurlijk zijn daar vele redenen voor, zoals bijvoorbeeld niet genoeg opslagruimte, systeemfouten, slechte gebruikerservaring, of simpelweg de app vergeten en niet gebruiken vanwege een gebrek aan betrokkenheid. En dit brengt ons bij het onderwerp retargeting.

Merken gebruiken retargeting met succes om actieve klanten of “dormant” gebruikers over te halen om terug te komen en de aankoop in hun online winkels te voltooien. In slechts enkele jaren werd het een must-have tool in marketing. Toch wordt het door veel marketeers nog niet gebruikt voor shopping-apps. Volgens data van RTB House is meer dan 80 procent van de totale inventory al beschikbaar op mobiele apparaten. Met dit in het achterhoofd moeten bedrijven zich drukker maken over in-app retargeting dan over hun e-shop retargeting. 

Wees niet bang om te veranderen – integratie is het gemakkelijkste deel

Een andere reden om retargetingtools niet te integreren met apps is de terughoudendheid van merken. Ze gaan er vaak vanuit dat het een complex proces is, maar gevestigde retargetingbedrijven hebben veel leveranciers en platforms vaak al geïntegreerd. Dus wanneer het merk een applicatie heeft opgezet op een dergelijk platform, is de integratie binnen een mum van tijd gebeurd.

Bovendien volgt in-app retargeting dezelfde principes als web-retargeting. Het zorgt dat gebruikers betrokken blijven en vaker terugkomen, stuurt conversies en verkopen aan met gepersonaliseerde advertenties en relevante aanbiedingen op het juiste moment. Daarnaast verhoogt retargeting de gebruikerservaring en toont relevante producten.

Vanzelfsprekend kunnen campagnes volledig worden aangepast en ingericht naar de wensen van de marketeer. In-app retargeting verschilt wat dat betreft niet veel van klassieke retargeting, behalve het groeiend aantal mobiele klanten. Statista-gegevens laten zien dat 67 procent van de gebruikers aangeeft dat ze door de ervaring van mobiele apps een product hebben gekocht. Het potentieel is reëel en de klanten staan te poppelen, in afwachting van een merk dat binnen hun duimbereik komt!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Blendle laat gebruikers tegoeden ook na 1 augustus opmaken

Posted 19 jul 2019 — by Villamedia
Category nieuws

De online kiosk Blendle laat gebruikers tegoed dat ze hebben gestort voor de aanschaf van losse artikelen ook na 1 augustus nog opmaken. Dat bevestigt een woordvoerder van het bedrijf desgevraagd tegenover Villamedia.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

18,6 procent meer online vacatures in het tweede kwartaal

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

In het eerste kwartaal van 2019 zijn 725.995 unieke vacatures online geplaatst. Het aantal vacature-advertenties kwam daarmee uit op ruim 4 miljoen, omgerekend 5,5 advertenties voor 1 unieke vacature. Dat blijkt uit cijfers van Jobfeed.

De top 3 provincies blijft niet verrassend ongewijzigd: Zuid-Holland blijft met 19,1 procent van alle vacatures koploper, Noord-Holland volgt met 17,6 procent van alle online vacatures op de tweede plaats, op de voet gevolgd door Noord-Brabant met 16,8 procent. Het totale aandeel van deze drie provincies daalt wel licht ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar.

De grootste beroepsklasse blijft ook in het tweede kwartaal van dit jaar Verkoop & Handel, met een marktaandeel van 9,1 procent. Daarmee komt de nummer 2 van het tweede kwartaal 2018, Administratie en klantenservice, op de tweede plek terecht.

Het aandeel vacatures op mbo-niveau of lager groeit wederom harder dan het aantal unieke vacatures op hbo-niveau of hoger. Van alle 100 unieke vacatures wordt er gemiddeld in 65 van de gevallen om een opleiding op mbo niveau of lager gevraagd.

De cijfers zijn afkomstig uit de arbeidsmarktanalysetool van Textkernel, die alle online vacatures verzamelt, categoriseert en doorzoekbaar maakt. In het tweede kwartaal van 2019 heeft Jobfeed 4.023.175 online-vacatureplaatsingen ontdekt en geanalyseerd.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Matthias Scholten RTL’s nieuwe wapen tegen Netflix

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Matthias Scholten verlaat RTL Nederland om voor het hoofdkantoor de nieuwe tak Format Creation Group op te tuigen. Dat moet videoformats gaan ontwikkelen die exclusief voor RTL zijn, om de zendergroep te wapenen tegen concurrentie van Netflix, Disney en Amazon.

De Format Creation Group, intern aangeduid met FC Group, wordt een autonome eenheid binnen de mediagroep. Scholten gaat komende maanden een klein creatief team om zich heen verzamelen van vijf à zes man. Gefinancierd door RTL Nederland, RTL Deutschland en Groupe M6 gaan zij nieuwe formats verzinnen.

De formats, voor televisie en RTL’s eigen online kanalen, worden exclusief voor de Europese zendergroep gemaakt. De productie kan per land bij een ander bedrijf liggen, maar het intellectueel eigendom is in handen van RLT Group.

Managing director Matthias Scholten rapporteert aan Andreas Fischer, RTL Group’s hoofd Business Development.

De nieuwe tak zal vanuit Nederland opereren en richt zich puur op non-scripted ‘big entertainment’, realityshows bijvoorbeeld.

Format Creation Groups oprichting is een defensieve stap. Online giganten als Netflix, Disney en Amazon investeren honderden miljoenen euro’s in de productie van eigen series en films. Dat betekent dat die nooit elders op de markt komen voor andere zenders.

Scholten: “Productiebedrijven besluiten steeds makkelijker om hun succesvolle shows terug te trekken bij tv-zenders. Of ze verhogen de prijzen. Met de komst van nieuwe streamingdiensten wordt het ook moeilijker om bewezen successen aan te schaffen voor onze tv-kanalen.”

“We werken voor tv en online. Met de inzichten van de VOD-platformen leren we waar we onze creatieve processen moeten beginnen.”

De nieuwe tak wordt gezien als een toevoeging op RTL’s internationale rechtenhuis Fremantle.

RTL Group investeert jaarlijks 3,5 miljard euro in content. Hoe groot de investeringen in Format Creation Group zijn, kon de woordvoerder in deze fase niet aangeven.

De Duitsers zijn op meerdere fronten actief zich te wapenen tegen de concurrentie van de online giganten. Dat is ook de reden dat de MCN-activiteiten uit Scandinavië, de Benelux en Duitsland worden samengevoegd onder het een label van Divimove. Daarnaast wordt achter de schermen gewerkt aan de bouw van een gedeelde technische infrastructuur voor de VOD-platformen in de afzonderlijke RTL-landen.

De functie van directeur Content, Scholtens vorige werk, is sinds februari in handen van Peter van der Vorst.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlanders kopen steeds vaker bij buitenlandse webwinkels

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Ieder jaar shopt de Nederlander meer bij buitenlandse webshops. Zo deed 9 procent van de Nederlanders hun online aankopen vorig jaar enkel bij webwinkels over de grens. Nog eens 40 procent maakte zowel gebruik van webshops in Nederland als in het buitenland. In 2016 was dit respectievelijk 7 en 32 procent, aldus het Ecommerce rapport 2019 dat in samenwerking met SAP Customer Experience is opgesteld.

Het aantal mensen dat enkel in Nederland online winkelt daalde in die periode van 63 naar 51 procent.

Wanneer Nederlanders in het buiteland winkelen kiezen ze meestal voor Chinese webwinkels. 45 procent van de buitenlandse aankopen komt daarvandaan. Ook in Frankrijk (26 procent) en Engeland (21 procent) wordt veel online gewinkeld.

Niet iedereen is happig op het online winkelen in Azië. Een derde van de Nederlanders vertrouwt de kwaliteit van de producten niet. Daarnaast vindt 32 procent het gemakkelijker om via een Nederlandse webshop te bestellen en is een kwart bang dat het pakketje niet aan zal komen.

Opvallend is dat er niet veel aankopen vanuit de Verenigde Staten komen. 72 procent van de Nederlanders heeft hier nog nooit iets gekocht en slechts vier procent shopt regelmatig bij webshops uit de VS. Gemiddeld genomen zijn Europa en Azië ongeveer even populair. Het percentage dat regelmatig shopt in Azië ligt echter wel zeven procent hoger dan in Europa.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo werken de vier groeistrategieën voor een webwinkel

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Een Nederlandse webwinkelier heeft tegenwoordig rond de 80.000 concullega’s. En hoewel de online bestedingen nog ieder jaar stijgen, geeft dit hoge aantal webwinkels per consument al snel een forse druk op marktaandeel en marges. Welke verschillende strategieën voor groei zijn er, en welke is het slimst bij de huidige marktomstandigheden?

Halverwege de twintigste eeuw ontwikkelde Igor Ansoff een model waarmee hij de belangrijkste groeistrategieën in kaart bracht aan de hand van bestaande en/of nieuwe producten enerzijds en bestaande en/of nieuwe markten anderzijds. Deze matrix-indeling levert vier unieke product-marktcombinaties op, die ondernemers kunnen ondersteunen in hun strategievorming. Dit model, ook wel Ansoffs Matrix genoemd, werd in 1957 voor het eerst gepubliceerd en is nog steeds een van de meest gebruikte modellen waarmee ondernemers hun groeistrategie concreet maken:

Bestaande producten Nieuwe producten
Bestaande markten Marktpenetratie Productontwikkeling
Nieuwe markten Marktontwikkeling Diversificatie

 

Marktpenetratie – Het vergroten van huidig marktaandeel: dus bestaande klanten meer laten kopen van bestaande producten of klanten van concurrerende webwinkels aantrekken. De meeste literatuur geeft aan dat dit de groeistrategie met het minste risico is. 

Productontwikkeling –Nieuwe producten verkopen aan bestaande klanten of met nieuwe producten nieuwe klanten trekken in de eigen markt. Hierbij kan je denken aan vervangende producten, maar ook aan de mogelijkheden van cross-selling.

Marktontwikkeling – Het vergroten van marktaandeel door een gevestigd product in te zetten om een nieuw klantensegment aan te spreken. Hierbij kan worden gedacht aan een groothandel die nu ook particulieren direct gaat bedienen.

Diversificatie – Met een eigen product een nieuwe doelgroep van klanten aanspreken. Er wordt dus een nieuw product ingezet of ontwikkeld in een voor de ondernemer nieuwe markt. De meeste literatuur benoemt dit als de lastigste strategie die het vaakst mislukt, maar als ze slaagt erg succesvol kan zijn.

Groeistrategie

Van de vier groeistrategieën worden in de praktijk door ondernemers vooral de ‘marktpenetratie’ en de ‘productontwikkeling’ vaak toegepast. In slechts tien procent van de gevallen valt de keuze op een diversificatie of marktontwikkeling groeistrategie.

Ondernemers blijken zich dus vooral te richten op groei in de bestaande markten. En dat lijkt ook heel logisch: het zijn de markten waar ze mee bekend zijn en waar het afbreukrisico van hun groeistrategieën kleiner is dan in nieuwe markten waar ze nog vertrouwd mee moeten raken.

Bestaande markt ontwikkelen

Meestal ligt de focus van webshophouders op de uitvoering van hun groeistrategie op een organische wijze. Met andere woorden, ze bouwen hun eigen bestaande webwinkel uit met extra producten of proberen met extra marketing-inspanningen een groter aantal klanten in hun huidige webwinkel te krijgen.

Dat is meestal een goede basis en er is genoeg over geschreven. Er zijn echter meer manieren waarop invulling kan worden gegeven aan een groeistrategie. De meest voorkomende manier om versneld een gekozen groeistrategie uit te rollen is ‘Groeien door Overname’ en die zal hier verder worden toegelicht.

Vanuit Ansoffs Matrix geredeneerd is een horizontale overname de manier om sneller je groeidoelstellingen te halen, als je een Marktpenetratie strategie volgt. Volg je een 

Productontwikkeling strategie, dan is een gerelateerde overname jouw manier voor versnelde groei.

Horizontale overname

Wanneer bedrijven met een vergelijkbaar productaanbod worden samengevoegd, wordt gesproken van een ‘horizontale overname’. Dit type overnames vinden vooral plaats in een meer volwassen markt waarin (te) veel aanbieders aanwezig zijn.

Over het algemeen bieden horizontale overnames voordelen op het gebied van:

Schaalvergroting – Lagere inkoopprijzen bij meer volume bijvoorbeeld.

Googleposities – Met de overname vermindert de concurrentie op belangrijke keywords (seo/sea).

Bedenk wel dat deze voordelen meestal niet uniek zijn: de schaalvoordelen zijn voor concullega’s meestal ook bereikbaar, wanneer zij ook zich ook op het overname gaan begeven. In dat geval is een voordeel dus tijdelijk. Maar als je hier niets doet en de concurrentie wel, sta je mogelijk op achterstand.

Gerelateerde overname

Er zijn ook bedrijven die wel bepaalde eigenschappen delen, maar geen vergelijkbaar productaanbod hebben. Als hier een overname tussen plaatsvindt, wordt er gesproken van een ‘gerelateerde overname’. Dit zijn bijvoorbeeld partijen die dezelfde doelgroep bedienen, maar met een ander (type) aanbod.

Gerelateerde overnames bieden vooral voordelen op het gebied van:

Synergie – Denk aan cross-selling bijvoorbeeld. Maar ook schaalvergroting speelt hier een rol: vaste kosten aan overhead, bijvoorbeeld, zouden over meer omzet kunnen worden verdeeld.

Om te bepalen welke strategie het beste aansluit bij jouw webwinkel en in jouw marktomstandigheden, start je allereerst met een grondige analyse van de sterke en zwakke kanten van je webwinkel en de kansen en de bedreigingen (de veelgebruikte SWOT-analyse). 

De uitkomsten van deze analyse vormen het startpunt voor de toepassing van de Ansoff Matrix: Bevind je onderneming zich in een markt met een stevige concurrentie en beperkte marge? De kans is dan groot dat er een consolidatie plaats gaat vinden. Het is dan slim om zelf de eerste horizontale overname(s) te doen en de interessantste krenten uit de pap kan vissen. En zijn er partijen die dezelfde doelgroep als jij bedienen, maar met producten waar meer marge op wordt gemaakt? Bekijk dan de opties van gerelateerde overnames.

Maar overnames zijn niet voor iedereen: iedere verkoper zal een redelijke vergoeding voor zijn webwinkel verwachten en afhankelijk van de resultaten van deze webwinkel, kan die vergoeding oplopen. Deze investering moet je financieel dus wel kunnen dragen. Maar als dat het geval is, is een overname een interessante wijze om op een versnelde manier invulling te geven aan je groeistrategie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe kies je het juiste DMP?

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Om ervoor te zorgen dat je data goed opgeslagen en verwerkt wordt is een data management platform (DMP) onmisbaar. Bij het oriënteren op geschikte DMP’s is het niet gemakkelijk te bepalen aan welke vereisten een systeem precies moet voldoen. Daarom is het goed die eens op een rijtje te zetten. 

Daarbij is het wel belangrijk op te merken dat DMP’s grotendeels maatwerk zijn. Er is geen one-size-fits-all, geen systeem dat voor elk bedrijf werkt. Net als met het kopen van bijvoorbeeld een huis, schaf je niet zomaar het eerste de beste aan. Voor een DMP is dat niet anders. Toch is er een aantal punten waaraan een goed systeem sowieso hoort te voldoen.

Real-time data

Het eerste dat een DMP goed moet doen is de doelgroep vergroten. Hoe meer data je hebt, hoe beter. Sommige DMP’s hebben 48 uur de tijd nodig om nieuwe gegevens te verwerken en te activeren, terwijl andere real-time functioneren. Dat laatste is belangrijk bij het invullen van segmenten. Als je elke keer twee etmalen zit te wachten om de resultaten te bekijken, verspil je enorm veel tijd. Real-time data maken het veel gemakkelijker om te spelen met de gegevens die binnenkomen.

Nog sneller

Om snelheid te garanderen is het ook belangrijk dat je segmenten kunt invullen met historische data, zodat je niet hoeft te wachten tot nieuwe gegevens binnen zijn gekomen na het maken van nieuwe segmenten. Een andere vereiste waar je op wilt letten, is de mogelijkheid tot cookie life extension, waardoor cookies langer actief blijven dan de standaard 48 uur. En een hoge cookie match rate tussen verschillende systemen en je DMP, zodat een zo’n groot mogelijk deel van je publiek herkend wordt. Dit heeft allemaal tot doel om de hoeveelheid data waaruit je kunt putten zo groot mogelijk te maken.

Uiteindelijk is een DMP immers als een schatkist vol met data. Net als bij een schatkist wil je altijd de beschikking hebben over al het goud en de juwelen die daarin liggen. Als je op elk bepaald moment maar een klein deel van je waardevolle spullen kunt pakken, heb je er weinig aan.

Alles willen weten

Niet alleen de kwantiteit van de data is belangrijk. Het is net zo goed van belang dat het rijke data betreft. Je wilt, kort gezegd, zoveel mogelijk weten over je (potentiële) klanten. Niet alleen hun surfgedrag op jouw website, maar als het even kan ook leeftijd, geslacht, hun koopintentie en gedrag zowel online als offline. Een DMP zal daarbij al snel tekort schieten. Een customer data platform (CDP) kan deze gegevens uitstekend verzamelen. Dat onderscheid betekent echter wel dat je weer op zoek moet gaan naar een nieuw systeem, dat integreert met je bestaande stack. De oplossing ligt daarom voor de hand: een full-stack DMP die net zo goed eigenschappen van een CDP integreert.

Data inzetten

Heb je eenmaal die grote hoeveelheid rijke data, dan is het belangrijk dat het systeem je die laat activeren. Bijvoorbeeld op je eigen website, om advertenties te tonen. Maar een goede DMP laat je veel verder gaan dan dat. Het idee is dat je elk touchpoint met je klanten optimaal benut. Je kunt e-mail, sms of push notificaties gebruiken of klanten retargeten op Facebook. Als de data goed worden verzameld kun je deze op elk kanaal activeren en kun je jouw klanten retargeten met gepersonaliseerde advertenties op al je kanalen. De juiste advertentie, op de juiste plek en op het juiste moment.

Denk aan de medewerkers

Tot slot is het belangrijk dat de DMP die je kiest het leven van de mensen in je bedrijf gemakkelijker maakt. Dat begint bij de mensen die je technologie beheren. Maak het ze makkelijk door een DMP te kiezen met een benadering die API’s prioriteit geeft. Een DMP die flexibel is en gemakkelijk te integreren in bestaande platformen. En die ook het leven van je sales-mensen gemakkelijker maakt, door ze een omgeving te bieden waarin ze real-time contact op kunnen nemen met hun adverteerders en direct antwoorden op vragen kunnen vinden van hun belangrijke klanten. Geef ook het marketingteam de mogelijkheid om gebruik te maken van ingebouwde functionaliteit waarmee ze real-time beslissingen kunnen maken op basis van de verzamelde data.

De beste DMP kiezen

Hoe kom je dan uit bij een DMP die aan al deze vereisten voldoet? Daar is helaas geen eenduidig antwoord op te geven. De beste manier om de juiste optie te kiezen, is door je erin te verdiepen. Ga niet alleen af op beloftes op de website, maar doe een deep-dive in de technologie. Stel vragen aan experts of andere bedrijven die gebruikmaken van een DMP, gebruik hun kennis om je oordeel te vormen. Kies niet zomaar de eerste de beste optie, maar neem contact op met de makers van het systeem, om te zien of het opties biedt die precies bij jouw organisatie passen.

Zie het aanschaffen van een DMP als het kopen van een huis. Dat doe je ook niet ongezien. Je wilt op z’n minst een keer binnen zijn geweest. Alle kamers bekeken hebben. Erin rondlopen, op muren kloppen en op vloeren stampen. Je wilt er zeker van zijn dat niet alleen het huis goed bij je past, maar ook de straat en de buurt. De omgeving moet naadloos aansluiten op je wensen.

Het kopen van een huis is geen gemakkelijke opdracht, maar uiteindelijk is het wel iets dat vrijwel iedereen een keer doet en waar je -als je het goed doet- jaren profijt van hebt. Datzelfde geldt voor het kiezen van een DMP. Het kiezen van een systeem dat aan alle vereisten van je bedrijf voldoet, is niet 1-2-3 gedaan. Maar het maken van een goede keuze levert jarenlang plezier op.



Lees het volledige bericht op Emerce »