Posts Tagged ‘mobiel’

Sterke stijging IOT malware en cryptominers

Posted 19 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Malware voor het internet of things en cryptominers, software die computerkracht steelt voor het delven van cryptomunten, domineerden volgens beveiliger McAfee het derde kwartaal. McAfee Labs telde niet minder dan 480 nieuwe bedreigingen per minuut.

Malware voor het internet of things groeide 73 procent, illegale cryptomining met 71 procent, ondanks fors lagere waardes van de munten (pdf).

McAfee signaleerde ook een daling van nieuwe mobiele malware van 24 procent. Ransomware groeide nog steeds met 10 procent. GandCrab, een van de meest actieve families van ransomware, verhoogde het afkoopbedrag van 1000 naar 2400 dollar.

Sterk in opkomst zijn spam botnets met ‘sextortion’, waarbij gedreigd wordt om het surfgedrag van het slachtoffers te openbaren (tenzij er betaald wordt). De bekendste spambot op dit gebied heet Gamut.

Hoewel malware in zijn algemeen op de terugtocht is, groeide die voor macOS juist met 9 procent.

De sluiting in 2017 van darkweb marktplaatsen Hansa en AlphaBay heeft volgens McAfee nog steeds zijn uitwerking op de sector. Cybercriminelen proberen alternatieven te vinden en buiten het bereik van de politie te blijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Je gaat meer met apparaten praten dan met je partner’

Posted 19 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Talpa Radio ziet toekomst in stemgestuurde applicaties. Over enige tijd wordt de on demand-dienst Juke geheel met de stem bediend. Afgelopen zomer bracht Radio 538 als een van de eerste Nederlandse mediamerken al het gesproken nieuws naar de Google Assistent. Dat vertelde CMO Jeroen de Bakker dinsdag op Cross Media Café – Nieuwe Interfaces op het Mediapark in Hilversum.

Media Perspectives sloot zijn reeks Cross Media Café’s dit jaar af met de hype van 2018 en de grote belofte voor 2019: Voice. De techwereld zet op grote schaal in op een nieuwe manier van interactie: de stem. Bedrijven als Apple, Google, Amazon en Samsung hebben slimme luidsprekers op de markt gebracht en introduceren steeds slimmere spraakassistenten.

Maarten Lens-Fitzgerald is oprichter van Layar, Teamily en Conva Voice Services, maar ook organisator van Open Voice, een serie bijeenkomsten waar stempioniers ervaringen delen. Hij refereert aan Voice als de ‘volgende iPhone’. ‘Het gerucht gaat dat Steve Jobs kort voor zijn dood Siri heeft gekocht omdat hij voorzag dat het de interface van de toekomst zou gaan worden. Dat geloof ik zeker. We gaan in de toekomst vaker met apparaten praten dan met onze partner.”

Siri leeft overigens voort in Bixby 2.0, het spraakhulpje van Samsung. De ontwikkelaars stonden aan de wieg van Apples stemtechnologie. Door het enorme bereik dat Samsung heeft, zou Bixby zijn concurrenten wel eens kunnen verslaan.

Kinderen die op hun smartphone en tablets vegen zijn nu al passé, aldus Lens-Fitzgerald. De adoptie van voice gaat volgens hem sneller dan van het web en mobiel. “Mijn kinderen doen alles met de stem.”

Een grote belofte is Voice zeker. Nagenoeg iedereen is er mee bezig. Liam Tjoa richtte eerder samen met Tim van der Wiel GoSpooky op, een bureau dat Snapchat campagnes ontwikkelde voor Spinnin’ Records. Nu zijn ze met Speaky begonnen, een bedrijf gericht op het ontwikkelen van een strategie en applicaties voor voice control.

Joey Scheufler van Prappers Media (app marketing) constateert dat het aantal Nederlandse voiceapps, toepassingen voor Amazon Echo of Google Home, fors toeneemt, maar hij waarschuwde om vooral geen apps te ontwikkelen omdat anderen dat ook doen. “Je moet met je app echt in een behoefte voorzien.”

Scheufler constateert wel dat de stemgestuurde killerapp nog ontwikkeld moet worden. En ook Liam Tjoa gaf toe dat de grote doorbraak misschien nog een jaar weg is, ondanks massaal gebruik van slimme luidsprekers.

Talpa voegde daaraan toe dat er ook nog geen duidelijk verdienmodel is,”maar zolang mensen luisteren naar onze lineaire radio-uitzendingen verdienen we gewoon aan reclame.” Wel heeft het mediabedrijf al de nodige ervaringen opgedaan. De Bakker: “Elk leesteken dient goed verstaanbaar te zijn, en je hebt ook echte call to actions nodig om consumenten in beweging te zetten, anders gebeurt er niets.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Geo-targeted minicampagne per café verkoopt Rondje Van Dobben

Posted 18 dec 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Activatiecampagne van Alfred en Addurance combineert moderne mobiele campagne met authentieke POS. Dit levert cafés traffic en omzet op.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Wat kan digital out of home betekenen voor SOS Kinderdorpen?

Posted 18 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

SOS Kinderdorpen voert in de maand december campagne om meer donateurs te werven. Dit doen zij dit jaar niet alleen op televisie maar voor het eerst ook met behulp van digital out of home.

SOS Kinderdorpen is een goed doel dat hulp biedt aan kwetsbare kinderen in 135 landen en gebieden. De campagne van SOS Kinderdorpen heet ‘Geef een kind als Mali weer een familie’. Hierin wordt het verhaal van het meisje Mali verteld, dat beide ouders verloor en met haar broertje in een Keniaanse sloppenwijk woont. Om aan geld voor eten te komen zoekt zij elke dag op de vuilnisbelt naar metaal en kranten. Doel van de campagne is om meer donateurs te werven zodat meer kinderen een nieuw thuis kan worden geboden. Het is een nationale campagne die tegelijkertijd ingezet zal worden op SBS6 en NET5 en via de social kanalen.

Voor het eerst DOOH

Nieuw is dat SOS Kinderdorpen dit jaar voor het eerst gebruikmaakt van digital out of home (DOOH), doordat ze samen met ons een test doen. Wij bieden kosteloos ruimte aan op al onze digitale billboards om onze nieuwe programmatic set-up van Broadsign te testen. De bedoeling is dat wanneer er ergens in Nederland plek is op een scherm, automatisch de campagne van SOS Kinderdorpen wordt ingeschoten in de twee minuten durende advertentieloop. Over het algemeen gaat het dan om een week exposure, maar het kan ook een dag of een uur zijn, afhankelijk van de looptijd van de overige (betaalde) campagnes die zijn ingeboekt. De totale waarde van deze exposure zal naar schatting 60.000 euro zijn.

Waarde van de testcampagne

Voor ons is deze test belangrijk om te zien of de aansturingssoftware de vrije ruimte herkent en daadwerkelijk de campagne serveert inclusief oversaturation. Dat betekent immers dat we in de toekomst deze manier van campagnevoeren kunnen aanbieden aan budgetbewuste adverteerders die geen voorkeur hebben voor exacte locaties of tijden.

Voor SOS Kinderdorpen is het natuurlijk interessant om te zien of de extra exposure leidt tot meer donateurs. Gemiddeld moet een consument zeventien tot negentien keer blootgesteld worden aan een merk of dienst voor ze tot een aankoopbeslissing overgaan. Omnicon Media Group heeft daarnaast op basis van hun resultaten in de VS becijferd dat met out of home in de mediamix, er 40 procent vaker gericht online wordt gezocht op het merk of product dat wordt gepromoot.

Wij kunnen in de gekozen set-up niet op voorhand exact aangeven waar de advertentie zichtbaar zal zijn. Er wordt ook niet tussentijds doorgemeten of geoptimaliseerd, omdat het een test is die we zien als een branding campagne. Achteraf leveren we wel een gedetailleerde rapportage over waar en hoelang de boodschap te zien is geweest en hoeveel passanten er gemiddeld voorbij zijn gekomen. Die informatie kan natuurlijk worden gecombineerd met de learnings van de totale campagne.

Next steps?

Bij een volgende campagne zou SOS Kinderdorpen ervoor kunnen kiezen om gebruik te maken van triggers en data-integratie. De dynamische triggers die op dit moment vooral worden gebruikt in DOOH, zijn actuele weersinformatie, verkeersintensiteit en het tijdstip van de dag. Als het regent, kun je een andere boodschap laten zien dan wanneer de zon schijnt, om de effectiviteit te vergroten. En ’s ochtends toon je als supermarktketen mogelijk liever een reclame voor ontbijtgranen, terwijl je ’s avonds beter bier kunt promoten. Hier zou SOS Kinderdorpen wat onderzoek naar moeten doen, maar ik kan mij zo voorstellen dat mensen eerder openstaan om donateur te worden als het guur weer is dan wanneer de zon straalt. Of bijvoorbeeld wanneer ze ’s avonds naar huis rijden in plaats van ’s ochtends als de werkdag nog moet beginnen. Daar kun je met dynamische triggers op inspelen.

Een andere optie is om data-integratie toe te passen. Hiervoor benutten we de verplaatsingsdata van de 4 miljoen mobiele telefoons die gebruikmaken van het Vodafone-netwerk. De bewegingen van de gebruikers worden geanonimiseerd verzameld. Het zijn big data waarmee we kunnen segmenteren hoeveel passanten bijvoorbeeld uit een bepaald gebied afkomstig zijn. Dat kunnen we verrijken met andere waardevolle informatie zoals over de gemiddelde inkomensverdeling per gebied.

Als je deze gegevens combineert met de informatie van de Rijksdienst Wegverkeer over hoe snel er wordt gereden op de weg en waar de files staan, dan heb je een interessant algemeen profiel van de mensen die je DOOH-uitingen hebben gezien. Dit is volledig AVG-proof omdat we de gegevens niet aan een individu koppelen. Een adverteerder wil natuurlijk heel graag weten dat bijvoorbeeld 40 procent van de mensen die langs een bepaalde billboard rijden, op weg is naar hun werk in Amsterdam. Met die informatie kunnen adverteerders hun campagnes nog relevanter maken. Maar dat zijn overwegingen voor de toekomst – voor nu hopen we van harte dat SOS Kinderdorpen zoveel mogelijk donateurs binnenhaalt deze maand.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Microsoft 365-abonnement voor consumenten in de maak

Posted 18 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Microsoft werkt naar verluidt aan een abonnementsdienst voor meerdere Microsoft-producten onder de noemer Microsoft 365 Consumer. Dat blijkt uit vacatures die door ZDNet werden opgemerkt.

Momenteel zijn er Microsoft 365-abonnementen voor bedrijven en het onderwijs. Deze abonnementen omvatten Windows 10, Office 365 en Enterprise Mobility + Security voor beveiliging en beheer van Windows 10 en mobiele apparaten.

Waarin Microsoft 365 Consumer zich onderscheidt van Office 365 Home is niet duidelijk.

ZDNet vermoedt dat Microsoft 365 uit Windows 10, Office 365 Home, Skype, Cortana, Bing, Outlook Mobile en Microsoft To-Do gaat bestaan.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Delete your bank: waarom bankenapps overbodig worden

Posted 18 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

In 2022 is er één app die iedereen gebruikt om zijn geldzaken mee te regelen. En die is niet van een bank. Van wie dan wel? Stap in mijn DeLorean en ga mee ‘back to the future’.

Domineren Google, Amazon, Facebook of Apple straks de financiële markt? Dat zou kunnen maar laten we er voor dit verhaal vanuit gaan dat het PayPal is geworden. Hoe is PayPal de standaardbankierenapp geworden voor consumenten? Vanuit 2022 heb ik de volgende reconstructie gemaakt:

September 2019

PSD2 is eindelijk echt ingevoerd en alle banken zijn verplicht om hun API’s open te stellen. PayPal heeft onder de radar gewerkt aan een volledige app die meteen al die API’s kan gebruiken.

Om gebruik te maken van deze PayPal-app hoef je niet weg bij je bank. Integendeel: de kern van de applicatie is dat je alle financiële dienstverleners waarmee je zakendoet, erin onder kunt brengen. Dus in plaats van vijf verschillende apps te moeten downloaden en updaten, kun je je bankzaken afhandelen met één mobiele oplossing.

PayPal heeft de wind mee, want 2 miljoen Nederlanders hebben al een account. Van de ene op de andere dag hebben al die mensen een personal finance manager (PFM) in hun broekzak zitten.

Wat kan die app precies? In een notendop:

  • Alle rekening- en creditcardoverzichten weergeven van elke Europese bank;
  • Integratie van Google Pay en Apple Pay;
  • Uitgaven categoriseren, bijvoorbeeld naar vaste lasten, boodschappen, entertainment, et cetera;
  • Virtuele potjes maken voor boodschappen, huur, een financiële buffer, enzovoorts, waardoor je veel beter je budget kunt beheren;
  • ‘Left to spend’ – je saldo minus wat er die maand nog betaald moet worden en wat je aan uitgaven gebudgetteerd hebt;

Regels instellen voor je geld (‘if this, then that’). ‘Als mijn salaris binnenkomt, moet 10 procent naar mijn spaardoel worden overgeboekt.’

Gaat PayPal in 2019 gebruikers wegkapen bij de banken met deze campagne?

2020

PayPal wordt geïntegreerd in WhatsApp en maakt zo in één klap Tikkie overbodig. Je kunt nu geld overmaken zoals je een foto verstuurt – je hoeft WhatsApp niet meer uit. De banken zien een daling in het gebruik van hun apps. Er zijn minder logins en minder overschrijvingen. PayPal snoept marktaandeel af.

De echte kracht van de PayPal-app zit in de openstelling van het platform voor derde partijen. Independer, Bencom (bekend van onder andere bellen.com) en Nibud maken plug-ins die perfect passen in de financiële context van de app. Zo krijg je bijvoorbeeld een betere deal op je autoverzekering of kun je je Netflixabonnement wijzigen of opzeggen. Met de Independer-plug-in kun je zelfs schades afhandelen in de app

Slimme developers maken nog meer handige tooltjes, zoals het uitlezen van je foto’s en daar de betaalbewijzen uithalen. Die bonnetjes worden op basis van locatie en tijd gekoppeld aan de transactie en zo verschijnen ze automatisch in je betaaloverzicht.

2022

De banken kunnen niet meer om PayPal heen. Ze sluiten zich aan bij het platform en maken het mogelijk om in de PayPal-app een rekening te openen. Je hele financiële ecosysteem zit dus in één applicatie. Alle andere apps zijn officieel overbodig geworden.

Hoe waarschijnlijk is dit?

Kan dit echt gebeuren? De grap is: het is al gebeurd. De toekomst is er al, alleen zijn de genoemde functionaliteiten nog niet op één plek geïntegreerd. Kijk maar naar wat deze bestaande apps de gebruiker te bieden hebben:

  • Yolt, Verenigd Koninkrijk: rekeningen van verschillende banken in één overzicht, monitort rekeningen en abonnementen, vergelijkt energieleveranciers, enzovoorts;
  • Bankin, Frankrijk: transacties van al je rekeningen, inclusief PayPal, automatisch gecategoriseerd;
  • Simple, Verenigde Staten: maak digitale envelopjes waar je geld in stopt voor een bepaald doel;
  • Monzo, Verenigd Koninkrijk: ‘left to spend’ – je besteedbare saldo in plaats van je ‘echte’ saldo;
  • Flow Your Money, Nederland: automatiseert transacties op basis van regels en triggers. Is gebouwd op Bunq, de enige bank die tot nu toe API’s beschikbaar heeft gesteld;
  • WhatsApp Payments, India: op basis van de Indiase variant op PSD2 test WhatsApp een bètaversie die het mogelijk maakt om geld te versturen in een chat, net als een foto;
  • Clarity Money, Verenigde Staten: zie in één overzicht hoeveel je kwijt bent aan abonnementen en zeg je Netflix- of fitnessabonnement op vanuit de app;
  • Fintonic, Spanje: alle bankrekeningen, verzekeringen en leningen in één app, die ook nog schades afhandelt;
  • Numbrs, Duitsland: bankproducten en verzekeringen afsluiten in één app.

Met apps als Flow Your Money en Clarity Money wordt de gebruiker weer de baas over zijn geld

Drie scenario’s: grijp je kans

Het PayPal-voorbeeld is fictief. Ik heb geen enkele aanwijzing dat ze hiermee bezig zijn. Maar wie de bal ook oppakt, die universele financiële app komt er zeker aan. Wat betekent dit voor financiële dienstverleners? Ik zie drie mogelijke scenario’s:

  1. Je gaat de concurrentie aan en maakt de beste app, bomvol handige features zoals hierboven beschreven;
  2. Je houdt je eigen app maar zorgt er ook voor dat je diensten kunt leveren aan dat ene killer platform, welke het ook wordt;
  3. Je stopt met je eigen app en integreert je diensten in de third party app.

Welk scenario je ook kiest, het is slechts de schil om wat je doet, waar je bedrijf voor staat en hoe je je klant helpt. Daar ligt een grote kans die op dit moment door geen enkele speler echt wordt benut. We leven financieel niet zo gezond. Bijna de helft van ons maakt zich zorgen over zijn financiële toekomst. Meer dan de helft zet echter geen geld opzij voor later. Een derde heeft daar simpelweg de financiële ruimte niet voor. De rest vindt later een ver-van-mijn-bed-show.

Omdat alles digitaal is geworden, weten we niet meer waar ons geld heengaat. De informatie is versnipperd – het staat in de mail, een bankenapp of een mijn-omgeving. Het gevolg is dat heel veel uitgaven onbewust plaats vinden en dat er veel geld weglekt. Geld dat we ook zouden kunnen storten in een pensioenpotje. Dit is bij uitstek iets waar financiële instellingen mensen mee kunnen helpen.

Van fast money naar slow money

Wat je nu echter ziet, is dat innovatie is gericht op ‘fast money’, zoals features die betalen gemakkelijker maken. Slow money gaat over je pensioen en sparen voor later. Daar zijn mensen van nature niet zo in geïnteresseerd en je ziet er dan ook weinig vernieuwingen. Mijn advies: ga in het midden zitten. Onderzoek hoe je met fast money-interacties slow money beter kunt bedienen.

Een voorbeeld: als je nu een overzicht van je pensioensituatie wilt hebben, moet je naar een aparte website en daar inloggen met je DigiD. Die drempel is te hoog voor iets waar mensen sowieso niet zo veel belangstelling voor hebben. Maar als de bankenapp die al in mijn broekzak zit onder het tabje ‘later’ een handig overzicht geeft van hoe ik ervoor sta, dan is de drempel weg. Helemaal als er praktische suggesties worden gegeven voor hoe ik een eventueel pensioengat kan dichten.

Stel, ik ga shoppen bij Zalando maar zit al op 80 procent van mijn kledingbudget. Als ik deze aankoop doe, ga ik daar overheen. De app geeft me de keuze: deze spullen bestellen of het geld in mijn pensioenpotje doen. Grote kans dat ik uit mezelf niet ga sparen voor later, maar op deze manier wel geld in dat potje stort. Door fast money te relateren aan slow money bereik je dus meer.

Je pensioenoverzicht gewoon in je bankapp en bewuster geld uitgeven. Waarom zijn dit soort features er nog niet?

Mee met de feature ratrace of een andere aanpak?

Wie deze kans wil benutten, moet allereerst stoppen met de feature ratrace. Moeten we echt Tikkie nadoen? Over een paar jaar is Tikkie achterhaald en heb je veel tijd en geld gestoken in het evenaren van een overbodige applicatie. Apple handelt nu al in de VS betaalverzoeken af binnen iMessages en doet dat veel efficiënter dan Tikkie. Dat is niet zo gek, want grote techpartijen kunnen veel sneller features ontwikkelen voor fast money. De vraag is of je die concurrentie aan moet willen gaan.

Een betere insteek is om thematisch te werken, door te kijken naar problemen en behoeften van gebruikers en niet per se het bouwen van features. Een feature is bijvoorbeeld betaalverzoeken doen of spaardoelen instellen. Het succes wordt bepaald door kwantiteit: hoeveel downloads zijn er geweest, hoeveel gebruikers hebben we, hoeveel accounts zijn er aangemaakt, hoeveel geld is er doorheen gegaan. Dat zijn mooie metrics maar het is het daarmee voor de gebruiker ook een succes?

Als je denkt in thema’s kan je op dezelfde feature uitkomen maar je beweegt je een niveau hoger. Wat is de achterliggende reden van een betaalverzoek? Dat zou kunnen zijn: eerlijk gezamenlijke kosten delen. Waarom stelt iemand zich spaardoelen? Misschien om de balans te vinden tussen nu en later. De focus ligt bij deze aanpak op de gebruikers en het succes wordt bepaald door het effect: hebben ze minder stress en meer financiële autonomie en zelfvertrouwen? En de ultieme test: zien we dat mensen meer geld hebben voor later?

Tot slot nog één advies: ga naar buiten. Zoek je eindgebruikers op. Kwantitatief onderzoek geeft aan dát er iets aan de hand is, maar niet waarom. Daar kom je alleen achter door bij je klanten thuis te gaan zitten en te kijken hoe ze hun geld managen. Ga met mensen praten, pas methodes toe als diary studies en experience sampling. Dat is het allerbelangrijkste als je niet mee wil in die feature ratrace maar waarde wilt toevoegen voor je gebruiker. Zoals Doc Brown tegen Marty McFly zei aan het eind van de Back to the Future-trilogie: de toekomst staat niet vast. Je kunt ermee doen wat je wil, dus maak er wat van!

Headerfoto: MorePixelsShutterstock / Shutterstock.com



Lees het volledige bericht op Emerce »

Innovatie bij NS International: wayfinding en vertragingen voorspellen

Posted 14 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Elke reis heeft stressmomenten en bij treinreizen is dat niet anders. Samen met BIT Students proberen we zoveel mogelijk frictie uit de passenger journey te halen. Met als eerste proof-of-concept: navigatie op internationale stations.

Alle initiatieven die wij ondernemen hebben natuurlijk te maken met de reis van de internationale treinpassagier. Het is leuk om met technologie te spelen maar het moet wel waarde creëren in onze dienstverlening. De innovatiefocus ligt nu voornamelijk op onderweg, om daar zoveel mogelijk stress weg te nemen. Een van de beste tools die we daarvoor hebben is de app. Wat we onderzoeken is welke functionaliteiten we daaraan kunnen toevoegen die het leven van de reiziger gemakkelijker maken.

Eerste idee: navigeren op internationale stations

Voor de antwoorden op deze vraag experimenteren we samen met het studentencollectief BIT Students, de vijftig beste IT-studenten van Amsterdam. Zij bouwen ‘jumpstarts’, proof-of-concepts voor bedrijven op het gebied van AI, computer science en design. Het eerste idee dat we samen met hen hebben uitgewerkt betreft de navigatie binnen stations.

Met name overstappen op een vreemd station wordt door reizigers genoemd als een van de belangrijkste oorzaken van stress. Onze hypothese is dat het rust geeft als de passagier met de NS International-app, die hij toch al heeft gedownload, gemakkelijk naar het volgende perron kan navigeren.

We zijn voor het proof-of-concept allereerst gaan onderzoeken wat de huidige staat van technologie mogelijk maakt. Hoe kunnen we de belangrijkste knooppunten in het internationale treinverkeer snel en eenvoudig geschikt maken voor indoor navigatie? Wat moet er gebouwd worden en welke technologie bestaat al?

Google biedt bijvoorbeeld al kaarten aan van stations. Dat is een goede basis, maar de locatiebepaling voor binnen heeft een accuratesse van tachtig meter, dus je kunt er niet mee navigeren naar bijvoorbeeld het juiste perron. We willen natuurlijk het liefst dat reizigers in het juiste vak terechtkomen, bij het rijtuig waar hun gereserveerde zitplaatsen zich bevinden.

We hebben hiervoor een andere dienst gevonden, Indoor Atlas, die de navigatiebepaling veel nauwkeuriger kan doen dan Google. Deze tool maakt gebruik van praktisch alle sensoren in je telefoon en combineert die gegevens om zo heel nauwkeurig te bepalen waar je je bevindt.

Het uitgangspunt is de GPS voor ruwe locatiebepaling. Daarnaast worden data van de wifi, bluetooth, giroscoop, kompas, magneetsensor en de mobiele telefoonmasten in de buurt samengevoegd. De overkapping van het perron voorkomt dat GPS duidelijk ontvangen wordt. Maar het verstoort ook het magnetische veld van de aarde en met de magneetsensor kun je die verstoring gebruiken voor locatiebepaling, omdat het een uniek profiel geeft. Dat zorgt voor de ‘last meter precision’.

Om dit te kunnen doen moet je eerst een keer door het station lopen om de sensorwaarden van de smartphone te meten. Die bouwen een soort profiel op van het gebouw. Daarna kun je als gebruiker van onze app navigeren over het station.

De technologie heeft zichzelf bewezen in diverse situaties, zoals in ziekenhuizen en conferentiegebouwen. We testen dit nu zelf op Amsterdam Centraal. Daarnaast is het natuurlijk zaak om de oplossing te valideren door klanten het te laten testen. Als we de sterke en zwakke punten hebben bepaald en de kinderziekten eruit zijn, gaan we andere stations inscannen en aansluiten. Zodra we tevreden zijn over de techniek, dragen we het over aan de ontwikkelaars van de NS International-app, zodat het daar ingebouwd kan worden.

Tweede idee: actuele informatie over vertragingen

De resultaten van het navigatie-experiment smaken naar meer. Het volgende project waar we met de studenten aan gaan werken is het beter communiceren over vertragingen. Van klanten krijgen we te horen dat de updates vanuit de app niet altijd kloppen. Dat is terecht. Die updates komen uit een centraal systeem van alle spoorwegmaatschappijen in Europa en daar zit ook handwerk in. Daardoor is de informatie soms niet actueel.

De treinen zijn niet allemaal van ons, wij zijn een verkooporganisatie. Het is niet haalbaar om met alle treinmaatschappijen van Europa afspraken te maken over het verstrekken van actuele informatie over de dienstregeling, als die al beschikbaar is. Ons idee is dan ook om een corrigerende laag te bouwen, De hypothese is dat op basis van historische data we een voorspelmodel leren op welke locatie een trein volgens de planning hoort te zijn. Als een trein hierop achterloopt kan dat model voorspellen of de trein vertraging oploopt. Het is te vergelijken met de populaire applicatie Waze: automobilisten die die app open hebben staan, verstrekken informatie over de verkeerssituatie en Waze kan op basis daarvan de reistijd berekenen en alternatieve routes aandragen.

Wij onderzoeken of we deze dienst kunnen bieden aan reizigers die hun locatie met ons willen delen. We weten waar een trein op een bepaald tijdstip moet zijn. Als uit de locatiedata van de passagier blijkt dat het nog vijf minuten duurt voordat die positie wordt bereikt, dan is er dus vertraging. Als de passagier hierdoor een overstap gaat missen, kunnen we dit meteen melden en alternatieven aandragen zodat de reis gewoon kan worden voortgezet.

Dit project willen we al een tijdje opstarten, maar het kost wat moeite om de juiste data boven water te krijgen. Inmiddels hebben we een startdataset van de treinen zelf. Daarmee kunnen we onderzoeken of de locatie van de telefoon van de passagier matcht met waar de trein zou moeten zijn. We gebruiken hiervoor historische data over vertragingen en locatiebepalingen, en mogelijk is dit uit te breiden met variabelen als de tijd van het jaar, het weer en andere bewegingen. Op basis van al die gegevens kijken we of we een model kunnen bouwen dat adequaat kan voorspellen of er vertraging optreedt.

Nog meer ideeën toetsen

We willen niet ontwikkelen op basis van een mening. We investeren in nieuwe toepassingen op basis van bewijs. Door de samenwerking met het studentencollectief zijn we op de hoogte van de nieuwste, hipste en relevantste technieken. Gezamenlijk kijken we of die toepasbaar zijn op businessvraagstukken en dit toetsen we bij klanten.

Deze manier van innoveren bevalt zo goed, dat we voor volgend jaar intern doelstellingen hebben afgesproken over het aantal experimenten dat we gaan doen. De hele organisatie is inmiddels getraind in de lean start-up methode en kent de principes van design thinking. Dit leidt tot veel meer interactie met de klant en daar komen weer interessante ideeën uit naar voren. En dat vliegwieleffect maakt dat 2019 voor ons een heel goed innovatiejaar belooft te worden.

Headerfoto: olrat / Shutterstock.com

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Accenture koopt campagnespecialist Adaptly

Posted 14 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Accenture Interactive doet met de aankoop van Adaptly uit Amerika zijn volgende overname in het digitale domein. Dit keer eigent het zich een specialist toe op het gebied van datagedreven online reclamecampagnes.

Het is niet bekend hoeveel geld met de transactie is gemoeid. Adaptly haalde in de afgelopen jaren dertien miljoen dollar op bij durfinvesteerders. Naast vijf kantoren in de VS heeft het ook een Europees filiaal in Londen.

De marketingtak van Accenture kocht in 2016 de Nederlandse mobiele specialist MOBGEN en in Engeland het creatieve bureau Karmarama. Sindsdien deed het nog enkele overnames op het gebied van creatie en reclame. In het voorjaar van 2018 werd het actief met programmatic advertising.

Adaptly ging in op Accentures avances omdat het daarmee zijn werkterrein internationaal kan oprekken.

Het dienstenpallet van Accenture kan zich steeds meer meten met dat van netwerkgroepen als WPP.

Foto: Franz Conde (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wifi-tellingen in binnensteden stilgelegd

Posted 13 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het bedrijf Locatus is per direct gestopt met wifitracking na een publicatie van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Bezoekers van onder meer Deventer, Zutphen, Apeldoorn, Arnhem, Groningen en Leeuwarden worden niet meer ongevraagd via hun mobiele telefoon gevolgd.

Gemeenten schakelden Locatus in om bezoekersstromen via wifisensoren te meten.

Het volgen van mensen op straat, in winkelcentra of stations via hun mobiele apparatuur is voor bedrijven slechts in zeer weinig gevallen toegestaan, zo waarschuwde de AP onlangs. Het betreft vrijwel altijd een verwerking van persoonsgegevens, waardoor deze volgmethode onder de privacyregels valt.

Bedrijven kunnen het digitaal volgen van mensen in de (semi-)openbare ruimte in theorie op drie wettelijke gronden baseren. Naast toestemming zijn dat gerechtvaardigd belang of het uitvoeren van een overeenkomst. Bedrijven moeten dan wel aan strikte voorwaarden voldoen.

De toezichthouder vraagt zich af of tracking noodzakelijk is als er minder ingrijpende alternatieven zijn. Het vragen van toestemming aan mensen die in het gebied lopen is in theorie een laatste mogelijkheid, maar is in de praktijk vooralsnog niet uitvoerbaar.

Branchevereniging MOA heeft volgens het AD de toezicthouder om nadere toelichting gevraagd. Als die negatief uitpakt, stopt Locatus helemaal met het meten via wifisensoren. Citytraffic, is reeds gestopt in Enschede.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Feyenoord opent nieuwe webshop

Posted 12 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Feyenoord heeft zijn webshop vrijdag vernieuwd op basis van Magento 2 Commerce en beter toonbaar gemaakt op mobiele apparaten.

“De nieuwe Feyenoord webshop heeft onder andere een verbeterde zoekmachine, koppeling met het Legioen via Sports Alliance, een optimale verbetering op mobiel, een speciale spelers pagina en een geoptimaliseerde shirt configurator. Met dit laatste kunnen supporters gepersonaliseerde Feyenoord shirts laten maken.”

De sportclub maakte voor de e-commercevernieuwing gebruik van de diensten van Redkiwi en Dept. Laatstgenoemde verzorgde het design van de shop, Redkiwi deed de front- en backendontwikkeling.

Feyenoord Fanshop kan een piekbelasting aan van drieduizend gelijktijdige bezoekers, bijvoorbeeld bij de presentatie van een nieuw shirt. De kassa kan zeker vijfhonderd transacties per minuut aan.

Foto: Dan Kamminga (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Cybercrime: We wanen ons veiliger dan we zijn

Posted 12 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Cybercrime is een groeiend gevaar waar ondernemingen onvoldoende bewust van lijken. Hoe groot is de cyberdreiging anno 2018? Wat kost cybercrime de samenleving en hoe kunnen we ons ertegen wapenen?

In oktober was de zesde European Cyber Security Month (ECSM), een goed moment om de balans op te maken. Cybercrime is criminaliteit die zich afspeelt binnen de cyberspace, of het world wide web (www). Cybercrime is zo oud als computernetwerken zelf. Het begrip en het fenomeen bestaan al sinds de jaren tachtig. In dit decennium stak het eerste computervirus de kop op en vond de eerste grootschalige ransomware-aanval plaats. Tegenwoordig kent cybercrime vele gedaanten. Van vandalisme tot gegevensdiefstal en identiteitsfraude.

Net zoals de traditionele criminaliteit, kent cybercriminaliteit criminelen van allerlei allooi. Van kruimeldieven met beperkte kennis en middelen tot grote criminele organisaties met miljardenwinsten, die over de meest geavanceerde technologieën kunnen beschikken.

Cybercriminaliteit floreert. De bevolking en het aantal internetgebruikers neemt alleen maar toe. We verbinden ook steeds meer apparaten met het internet, waardoor we meer toegangspunten voor criminelen creëren en zo de kwetsbaarheid vergroten. Ook vertrouwen we meer en meer gegevens toe aan de cloud, waardoor criminelen uit een steeds grotere vijver kunnen vissen. Hoe kunnen we ons in dit cybertijdperk wapenen tegen cybercrime?

Meer dan het BBP van Rusland

In 2016 registreerde de Nederlandse politie 2,6 miljoen cybercrime-delicten. Dat zijn dan alleen nog de gevallen waarvan aangifte is gedaan. Het werkelijke aantal ligt ongetwijfeld stukken hoger. Meer dan de helft van de kleine bedrijven heeft te maken met cybercrime. De overheid trekt dan ook 1,2 miljoen uit voor betere voorlichting aan het mkb. 

Cybercrime anno 2018 is een lucratieve business. Volgens een onderzoek gaat er jaarlijks circa 1,34 biljoen euro om in deze ondergrondse economie. Dat is meer dan het bruto binnenlands product (BBP) van een land als Rusland. Meer dan de helft van de omzet, een slordige 765 miljard euro, komt op het conto van illegale handel op online marktplaatsen. Dat gaat ten koste van het bedrijfsleven en overheden, die omzet en belastinginkomsten mislopen.

In het verkopen van handelsgeheimen en de diefstal van IP-adressen gaat jaarlijks zo’n 445 miljard euro om. In het illegaal verhandelen van gegevens circa 142 miljard euro. Aan malware en ransomware verdienen cybercriminelen ‘slechts’ 2,3 miljard euro, maar dat bedrag geeft een wat vertekend beeld van de dreiging die malware vormt.

Een ander probleem is identiteitsfraude, en praktijken zoals phishing en skimming. De helft van alle Nederlanders heeft wel eens te maken gehad met een poging tot identiteitsfraude. Al blijft het in de meeste gevallen bij een poging. Over 2016 en 2017 werd 5,7 procent van de Nederlandse bevolking daadwerkelijk het slachtoffer van identiteitsfraude. Dit percentage lag in 2015 (3,4 %) en 2014 (2,1 %) lager. De kans dat je slachtoffer wordt van identiteitsfraude neemt dus toe.

Wat kost cybercriminaliteit de samenleving?

De maatschappelijke kosten van cybercrime nemen explosief toe. In 2015 kostten online criminele activiteiten de samenleving al 2,7 biljoen euro. Naar verwachting is dat toch al astronomische getal in 2021 verdubbeld. Enerzijds door een te verwachten stijging van de cybercriminaliteit. Anderzijds door de toenemende beveiligingsmaatregelen die organisaties en burgers moeten treffen om hun gegevens te beschermen.

Malware-epidemie

Volgens Kaspersky Lab was 2017 het jaar van de ransomware. In zijn terugblik op datzelfde jaar, ziet de ontwikkelaar van cybersecuritysoftware ook een toename in aanvallen gericht op het vernietigen of de diefstal van gegevens. Ook waren er in 2017 de nodige datalekken, waarbij de gegevens van miljoenen klanten openbaar werden. Het aantal gevallen van malware op mobiele besturingssystemen nam toe.

Kaspersky voorspelde voor 2018 dat de malware-epidemie nog wel even zal aanhouden en goed zal gedijen bij onze toegenomen connectiviteit. Een betrekkelijk nieuwe vorm van internetcriminaliteit is cryptomining, waarbij software op je computer wordt geïnstalleerd voor het minen van cryptovaluta. Een winstgevende bezigheid. Cryptomining lijkt dan ook de nieuwe favoriete modus operandi van internetcriminelen te zijn.

Cybercrime baart ons (te) weinig zorgen

We lijken ons niet heel erg druk te maken over cybercrime en wanen ons veiliger dan we daadwerkelijk zijn. Dat wijst het Nationaal Cybersecurity Bewustzijnsonderzoek 2018 uit. Hoewel we steeds vaker te maken krijgen met cybercrime, maken we ons niet meer zorgen en schatten we de kans dat we het slachtoffer worden van cybercrime te laag in. Ook over identiteitsfraude maken we ons niet al te druk. Zelfs als we getroffen worden door cybercriminaliteit, treffen we in de helft van de gevallen geen maatregelen naar aanleiding van het voorval.

Wat kunnen we doen tegen cybercriminaliteit?

Het gebrek aan gevaar(h)erkenning en de lage bereidheid preventieve maatregelen te treffen tegen cybercrime baart enige zorgen. Met de campagne ‘Maak het ze niet te makkelijk’ leert de overheid Nederlanders zich beter te wapenen tegen internetcriminelen. De campagne vindt plaats in het kader van de Europese maand van de cyberveiligheid, of European Cyber Security Month (ECSM).

De campagne presenteerde een vijftal simpele maatregelen die mensen kunnen treffen om het cybercriminelen een stuk lastiger te maken:

  1. Voer software-updates direct uit. Dergelijke updates dichten veelal bekende beveiligingslekken, waarmee je voorkomt dat er gevoelige informatie wordt gestolen.
  2. Zorg dat je gevaarlijke links herkent. Veelal worden deze verspreid via e-mailberichten. Het volgen van een dergelijke link kan ertoe leiden dat je onbedoeld malware installeert of belangrijke informatie, zoals inloggegevens, prijsgeeft.
  3. Gebruik overal een ander wachtwoord en vernieuw je wachtwoorden regelmatig. Databases van websites en organisaties worden voortdurend gehackt, waarbij inloggegevens van klanten en bezoekers worden buitgemaakt. Door verschillende wachtwoorden te gebruiken zorg je ervoor dat als jouw account bij website A ten prooi valt aan een hack, deze gegevens niet gebruikt kunnen worden om in te loggen bij website B en C.
  4. Gebruik gedegen anti-malware software. Er zijn legio gratis en betaalde virusscanners van goede kwaliteit, zowel voor computer, tablet als smartphone. Zorg dat je al deze apparaten beschermt; gelukkig zijn er ook handige antivirus apps te downloaden in de App Store en Play Store.
  5. Backups, backups, backups: maak met grote regelmaat backups. Mocht je bijvoorbeeld slachtoffer worden van ransomware, dan is er een reëel risico dat je je bestanden verliest. Door met een gepaste frequentie backups te maken beperk je de schade; vergeet ook niet je telefoon en tablet te backuppen. Backups kan je maken in de cloud of op een fysieke harde schijf.

Deze simpele stappen zijn ook van toepassing binnen organisaties, die hierin echter een stap verder moeten gaan. Elke organisatie – klein of groot – doet er goed aan een gedegen risicoanalyse uit te voeren naar de specifieke cyberdreigingen, en die te vertalen naar een beveiligingsbeleid en -procedures. Vervolgens is het zaak medewerkers voor te lichten over het beleid en de procedures. Ook moet er worden gezocht naar samenwerkingen, binnen de branche en daarbuiten. Gezien het schreeuwende tekort aan cybersecurityprofessionals, bestaat de grootste uitdaging voor organisaties misschien wel uit het behouden en werven van talent op het gebied van cybersecurity.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe haal je zoveel mogelijk uit shoppingevenementen?

Posted 11 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Wat je ook vindt van Singles Day, Black Friday, Cyber Monday en lokale retailevenementen als de Glamour Shopping Day – ze winnen aan populariteit bij de consument en dus bieden ze webshops kansen. Hoe kom je goed beslagen ten ijs bij dit soort piekverkoopmomenten?

Het succes van Black Friday blijkt uit de cijfers: op de dag zelf lag de verkoopomzet 60,4 procent hoger dan op een gewone vrijdag in 2018. In de hele week was dit 12,2 procent – de meeste consumenten wachten dus echt tot Black Friday zelf met het doen van aankopen. We onderzochten de verwachtingen en ideeën van koopjesjagers uit Nederland, België, Frankrijk, Spanje, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk ten aanzien van Black Friday. Dit zijn de zeven belangrijkste inzichten die op elk salesevenement toegepast kunnen worden:

 1. Maak je korting transparant

Prijs is de belangrijkste reden waarom Nederlandse consumenten meedoen aan Black Friday. Toch heeft 35 procent zo zijn twijfels over de eerlijkheid van de geboden kortingen. Van hen denkt 98 procent dat prijzen in de aanloop naar het evenement worden verhoogd, om de korting vervolgens zo hoog mogelijk te laten lijken.

Dergelijke trucjes zijn niet meer van deze tijd en gaan volledig voorbij aan de prijstransparantie die internet ons gebracht heeft. Bijna de helft van de consumenten is bereid te wachten tot Black Friday met een aankoop. De kans is groot dat zij hun huiswerk hebben gedaan en dus nepkortingen weten te ontmaskeren.

 2. Richt je op jongeren

De verkopen op Black Friday groeien snel in Europa. Waar komt die vraag vandaan? In Het Verenigd Koninkrijk is bijna driekwart van de salesomzet afkomstig van 18-34-jarigen. Zes op de tien 18- tot 24-jarigen was dit jaar van plan iets te kopen op Black Friday.

Op het Europese vasteland zijn de resultaten vergelijkbaar: in België is 65 procent van de 18- tot 24-jarigen van plan om dit jaar van de koopjes te profiteren, in Duitsland 63 procent en in Frankrijk en Nederland telkens 62 procent.

Vergelijk dat met de 68 procent van de 55-plussers die nog nooit mee hebben gedaan aan het evenement en dat ook niet van plan zijn en de doelgroep is duidelijk.

 3. Kleine retailers zijn populair

Black Friday is zeker niet alleen het toneel van de bekende grote webshops. Opvallend is dat in Nederland de kleinere retailers uit eigen land het goed doen ten opzichte van de grote internationale merken. Van de Black Friday-shoppers heeft 26 procent een voorkeur voor kleine, gespecialiseerde lokale winkels en 64 procent kiest het liefst voor gevestigde Nederlandse merken zoals Coolblue.

Eenendertig procent gebruikt bij voorkeur internationale webshops als Amazon.com en AliExpress. Dat duidt erop dat kleinere ondernemingen zich steeds beter kunnen weren tegen het geweld van grote massashops dankzij een gerichter aanbod en betere service en betaalmogelijkheden voor nationale en internationale klanten.

 4. Voice speelt al een rol

Interessant weetje: 13 procent van de Nederlandse consumenten tussen 18 en 24 jaar schakelt een spraakassistent zoals Alexa in om aankopen te doen. Van de mensen tussen 35 en 44 jaar is dat 7 procent. Mensen van 45 jaar en ouder gebruiken geen voice voor aankopen. Mocht je dus een jonge doelgroep hebben, dan kan het de moeite lonen om je te verdiepen in de mogelijkheden van spraakassistenten.

 5. Online leidt de weg

In Nederland zoeken shoppers hun koopjes vooral online: 61 procent geeft de voorkeur aan internet als verkoopkanaal en 40 procent gaat naar een fysieke winkel. Er is een voorzichtige kentering merkbaar richting mobiel kopen. Drieëntwintig procent van de consumenten wil shoppen in een retailapp. Overigens is Nederland hiermee de hekkensluiter van de zes onderzochte landen. In Spanje wil 39 procent shoppen in een mobiele app, in Duitsland is dat 31 procent en in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België 30 procent. Daar staat tegenover dat Nederlandse consumenten het vaakst winkelen via social media (12 procent).

 6. Durf grenzen te overschrijden

Consumenten willen bijzondere dingen kopen en dat betekent vaak dat ze hun heil zoeken bij kleinere webshops in het buitenland. Dat is althans de trend die uit ons onderzoek blijkt. Met name Belgen shoppen veel over de grens (47 procent), wat gezien de grootte van het land en de tweetaligheid niet verrassend is. Maar ook Nederlanders (32 procent), Fransen (27 procent) en Spanjaarden (23 procent) zijn enthousiaste ‘cross-border’ shoppers. Duitsers volgen op afstand met 15 procent en de absolute hekkensluiter zijn de Britten (3 procent). Belangrijk hierbij is dat klanten het gevoel hebben dat hun betaling in goede handen is en dat de verzendkosten binnen de perken blijven. En natuurlijk dat de webshop in de eigen taal beschikbaar is.

 7. Wees voorbereid op retouren

Als de euforie van het gescoorde koopje wegzakt, worden de retourzendingen aangemeld. Maar liefst twee op de vijf Nederlandse consumenten heeft spijt van een Black Friday-aanschaf. Van de ondervraagde online shoppers zegt 12 procent dat ze gekochte items vaak retourneren. Vooral mannen zijn spijtoptanten: 14 procent stuurt spullen terug vergeleken met 9 procent van de vrouwen. Daar moet je dus rekening mee houden in de nasleep van een piekverkoopmoment zoals Black Friday.

Meer weten over het onderzoek? Download ‘Black Friday – klaar voor geslaagde koopjesdagen’.

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vier tips om meer sollicitanten te krijgen en afhakers te voorkomen

Posted 11 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Waarom verdwijnen kandidaten op je recruitmentsite of werken-bij-site? In Google Analytics zie je misschien dat ze geweest zijn, maar je wilt natuurlijk ook weten waarom iemand die geïnteresseerd is, toch niet overgaat tot solliciteren. Dit zijn vier praktische tips om je site te optimaliseren én een gouden tip waarmee je direct aan de slag kan.

Eerst maar het goede nieuws: het gaat goed met Nederland. In 2017 was de economische groei meer dan drie procent en hoewel 2018 nog niet is afgelopen, verwachten we dit percentage ook dit jaar te gaan halen. Waar bedrijven groeien, zijn ook nieuwe medewerkers nodig om die groei te realiseren. Dit zien we terug in het vacature-aanbod. Op dit moment zijn er meer dan één miljoen vacatures. Het UWV verwacht in 2019 het nog nooit vertoonde aantal van 10,5 miljoen banen in de boeken te zetten. Geweldig nieuws. Ware het niet dat we al die open posities ook opgevuld moeten worden met genoeg mensen. Dat dit in de praktijk lastig blijkt, blijft niet onopgemerkt. In augustus 2018 kopte het AD nog ‘UWV: bedrijven vrezen voor hogere werkdruk door personeelstekort’.

Vroeger was alles beter

Tien jaar geleden stonden kandidaten nog voor je in de rij. Tijdens de financiële crisis was het lastiger voor mensen om een nieuwe baan te vinden. De zoektocht begon op Google of bij het uitzendbureau en de sollicitatie was al snel een feit. Je grootste uitdaging was om uit driehonderd cv’s de beste kandidaat te vinden. Nog steeds zijn er werkgevers die denken dat hun grootste moeilijkheid is om kandidaten naar de vacature te krijgen: “Want als iemand de vacature ziet, dan solliciteert hij wel.”

Dream on

Voor die werkgevers luidt de trieste mededeling: dream on. De tijden zijn veranderd. Dit zien we bijvoorbeeld aan de verhouding tussen mensen die actief een nieuwe baan zoeken en hen die er misschien voor openstaan, maar niet zelf op zoek gaan. Volgens onderzoek van Intelligence Group gaat het dan om twaalf procent actieve werkzoekers tegenover 43 procent latente kandidaten. Kortom: een gigantische groep die jouw vacature niet op zoekt, maar waar misschien wel een geschikte kandidaat tussen zit. Die latente kandidaten kan je bereiken via creatieve banners op relevante kanalen zoals Nu.nl, Google Display of een socialmediakanaal als Instagram.

Hocus pocus: personeel

Maar liefst 32 procent van de werkgevers geeft aan te weinig sollicitaties binnen te krijgen. Een oplossing kan zijn om creatiever te zijn met je job-advertising-campagnes, zodat je kandidaten niet alleen naar de vacature toetrekt, maar er ook voor zorgt dat zij verleid worden om te solliciteren. Een goed voorbeeld hiervan is de wervingscampagne van Securitas. Hiermee werven zij duizenden beveiligers via de campagnepagina www.jijalsbeveiliger.nl die los staat van hun werken-bij-site.

Inzicht

Kijk eens in Google Analytics hoeveel bezoekers je krijgt op een vacaturepagina en wat er gebeurt met die bezoekers. Hoe lang blijft iemand op de pagina, hoe hoog is het percentage afhakers (ofwel het bouncepercentage), naar welke vervolgpagina’s klikken bezoekers? Gemiddeld haakt zeventig procent af op een pagina, al kan het bouncepercentage enorm verschillen per type organisatie. Als je een laag percentage hebt, betekent dit dat je vacature de doelgroep voldoende aanspreekt. Ga na of kandidaten überhaupt naar een sollicitatieformulier toe gaan en of ze dáár vervolgens afhaken. Als dit het geval is, loop dan deze checklist na:

  • Sollicitatiebutton: is er op de pagina een sollicitatiebutton en is deze makkelijk te vinden? Werkt hij ook als je erop klikt? Dit klinkt te simpel voor woorden, maar uit de praktijk blijkt: het gaat regelmatig fout.
  • Ga op zoek naar drempels, zoals het aanmaken van een account. Dit betekent meestal dat je een formulier aanmaakt, wacht op een bevestigingsmail waar een linkje in staat waar je op klikt. Deze leidt naar een pagina die aangeeft dat je een account hebt gemaakt. Vervolgens moet je inloggen, weer naar de vacature en dán solliciteren. Hoe meer stappen, hoe groter de kans dat er iets misgaat.
  • Kun je de invoervelden ook écht invullen? Hoe minder vragen je vooraf stelt, hoe groter de kans dat een formulier wordt ingevuld. Dat cv vraag je dan maar op ná een goed telefonisch gesprek. Een formulier met méér dan acht vragen is vanuit de gebruiker bezien te lang. Bovendien lopen kandidaten soms vast op verplichte invoervelden. Bijvoorbeeld wanneer de geboortedatum DD/MM/YYYY moet zijn, terwijl zij DD-MM-YY invullen. Hetzelfde geldt ook voor huis- en telefoonnummers die maar op één manier ingevuld kunnen worden. Heel frustrerend en daardoor een afhaakmoment.
  • Devices: millennials gebruiken hun smartphone gemiddeld 5 uur per dag. Hoeveel sollicitaties extra zou je hebben als mobiel solliciteren net zo makkelijk is als een Instagram-post plaatsen?
Gouden tip

Eigenlijk is de allerbeste tip: solliciteer zélf eens bij je organisatie. Doe dat via verschillende routes, verschillende devices et cetera. Dan merk je vanzelf waar het misgaat en ervaar je bovendien hoe vervelend dat is. Heb je vanuit deze learnings het proces op orde, dan kan je overwegen alternatieve manieren van solliciteren aan te bieden, bijvoorbeeld via Whatsapp of Facebook Messenger. Zo voorkom je afhakers in het sollicitatieproces.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederland warm voor ‘bankieren bij Google’

Posted 10 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Meer dan de helft van de consumenten vertrouwt een technologiebedrijf meer dan banken in het algemeen. In Nederland, zo blijkt uit nieuw onderzoek, hebben de banken een nipte voorsprong. Mede door hun investeringen het mobiele kanaal.

Wereldwijd hebben banken te kampen met opkomende concurrentie op onverwachte hoek. Steeds meer internetbedrijven willen een stuk van de markt pakken, veelal op het gebied van betalingen. De stap e-commercepartij naar betaalspecialist is niet groot. En start-ups met scherpe focus op een bepaalde dienst winnen ook makkelijk klandizie.

“Niet-banken zijn sterk en zelfs dominante geworden in veel landen, waaronder Brazilië, Hong Kong, Duitsland en India. Als banken het geboden gemak en de ervaring van dienstverlening niet verbeteren dan blijven nieuwe spelers klanten winnen.” Dat valt te lezen in een onderzoeksrapport van adviesbureau Bain & Company. Het onderzoek vond plaats onder 152.000 consumenten, waarvan 2.500 in Nederland.

Een van de belangrijkste elementen waarmee nieuwkomers klanten van banken afsnoepen is vertrouwen in de partij die het meeste waarde levert. Het blijkt dat consumenten eerder een technologiebedrijf vertrouwen dan banken:

In Nederland doen banken het nog goed omdat ze veel investeerden in apps. In de meeste andere landen winnen de nieuwe marktpartijen met hun focus op het mobiele kanaal. Of de afwezigheid daarvan bij gevestigde partijen.

Bain & Company zegt dat er weinig landen in de wereld zijn waar consumenten enkel en alleen met een app bankieren. Naast Zweden, Singapore en Zuid-Afrika is Nederland een van die uitzonderlijke markten.

Het Financieele Dagblad zocht uit welke technologiebedrijven in Nederland beter qua NPS scoren dan banken. Rabobank en SNS zijn de enigen die meer promoters dan critici hebben maar ze leggen het af tegen bol.com, Microsoft, Google, Amazon en eBay. Apple scoort in Nederland de hoogste NPS, gevolgd door Coolblue.

Foto: Ben Kraan Architecten (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe Albert Heijn, Hunkemöller en Beerwulf de relatie met hun klanten versterken

Posted 10 dec 2018 — by Emerce
Category nieuws

Emoties zorgen voor stickiness. Dit betekent dat je voor engagement verder moet gaan dan alleen het stimuleren of belonen van transacties. Hiervoor dien je inzicht te hebben in de doelgroepen met wie je de relatie wilt versterken. Je moet begrijpen welke behoeften ze hebben, welke vragen ze hebben en hoe je als bedrijf hen kunt helpen of blij maken. Hoe hebben Albert Heijn, Hunkemöller en Beerwulf de relatie met hun klanten succesvol versterkt?

Bij Emerce Engage draaide het om hoe je verbinding kunt maken met je klanten en zo de relatie met klanten kunt versterken. Emoties staan hierin centraal; mensen onthouden niet wat er tegen hen gezegd wordt, maar wel wat voor gevoel ze kregen van iemand.

Hunkemöller’s Wheel of Passion

Hunkemöller introduceerde in 2007 haar loyaltyprogramma My Hunkemöller. De kern van het programma is een puntenspaarsysteem (Passion Points) op basis van je aankopen. Maar Hunkemöller doet meer dan alleen het belonen van transacties. Een van de manieren om meer verbinding met haar klanten te krijgen, is het stimuleren van socialmedia-activiteit in relatie tot het merk. Zo kun je beloond worden voor het koppelen van je Facebookaccount of voor het liken van hun posts. In 2017 merkte Hunkemöller dat er ruimte was om de jongere doelgroep meer te kunnen engageren. Hierop ontwikkelde Hunkemöller ‘the Wheel of Passion’. Members van het programma konden gedurende actieperiodes iedere 24 uur een keer aan het rad draaien voor verschillende prijzen zoals bijvoorbeeld extra Passion Points of gratis producten.

Dit game-element is er goed in geslaagd om de jongere doelgroep op een speelse manier (tijdelijk) te betrekken bij het programma en het merk. Dit komt mede door de eenvoudige opzet van het spel en de spanning of je iets hebt gewonnen of niet. Maar ook door de deelnemers van het spel te verleiden de volgende dag weer het spel te spelen. Op meerdere touchpoints worden ze eraan herinnerd om weer mee te doen, soms zelfs met een aftelklok voor de heel eagere mensen.

Hiermee probeert Hunkemöller top of mind te blijven bij de jongere doelgroep en een positieve associatie te ontwikkelen. Niet geheel onbelangrijk, aangezien je maar een paar keer per jaar nieuwe BH’s koopt (denk ik). In de toekomst zal het Wheel of Passion niet alleen mobiel te bereiken zijn, maar ook op de website. En zo wordt dit effectieve mechanisme ook voor een breder en ouder publiek beschikbaar gemaakt.

De best beer user experience van Beerwulf

Beerwulf is een e-commercestartup die zich richt op het verkopen van speciaalbieren. Het bedrijf heeft de ambitie om het grootste en beste online bierplatform van Europa te bouwen waar alle brouwers en de bierliefhebbers een belangrijke rol spelen. Een belangrijk onderdeel van hun onderscheidend vermogen is hun assortiment; enkel speciaalbieren. En in deze wereld laten ze hun klanten kennismaken met meer dan duizend verschillende bieren en packs.

Maar hoe ga je als klant jouw specifieke, favoriete speciaalbier vinden of nieuwe biertjes ontdekken, die je ook heel lekker zou vinden? Om dit succesvol te doen is Beerwulf structureel bezig de ‘best beer user experience’ te bieden, een ander onderscheidend vermogen. Van inspiratie tot bezorging tot direct contact met de brouwerijen. Een goede UX is natuurlijk essentieel, want met een paar klikken zijn klanten zo bij een ander.

Om de best beer UX te bieden is Beerwulf continu bezig met de vraag: hoe kan het beter? Ze wachten niet alleen op informatie van de klantenservice, maar zijn ook zeer actief in het vergaren van waardevolle input. Ze meten alles door (zoals klantenreviews en NPS) en vragen veel aan klanten zoals via enquetes en klantenpanels. De inzichten hiervan gebruiken ze om ongeveer iedere twee weken een nieuwe versie van de site live te zetten. Zo spelen ze steeds in op wat hun klanten willen. Daarnaast geven ze ook een persoonlijke touch aan de klantervaring door met handgeschreven kaartjes hun klanten te verwelkomen of bedanken.

Dat dit werkt is af te lezen aan de effectiviteit van de ingezette referral-programma’s. Zonder goede engagement met klanten zullen zij ook minder geneigd zijn om anderen aan te brengen. En waar kan dit nou beter werken dan in de bierbranche, want wat bindt nou beter dan een biertje. Of om in de woorden van Sebastiaan Berkvens van Beerwulf te spreken ‘bier is de maizena van de samenleving’?

Albert Heijn raakt millennials met Appie Today

Albert Heijn richt zich als grootste supermarkt van Nederland primair op gezinnen met kinderen. De betrokkenheid van millennials bij het merk was dan ook lager dan bij deze kerndoelgroep. Millennials zijn voor de supermarkt echter ook een belangrijke doelgroep, dus keek het bedrijf naar manieren om deze betrokkenheid te verhogen. De ambitie was om loyaliteit te ontwikkelen, gebaseerd op wie AH is en wat AH doet en niet zozeer op prijs of aanbiedingen. Dit vroeg dus om een andere benadering. Na grondig onderzoek werd Appie Today geboren: hun eigen contentkanaal, dat dagelijks shows, rapportages en series maakt over wat de millennial vandaag bezig houdt, zoals bijvoorbeeld liefde, plastic, trends of het eten van vandaag en morgen. Deze content werd door Albert Heijn via verschillende social media verspreid en was meteen een succes.

Jongeren voelen zich aangesproken door de onderwerpen en de kanalen waarop de content verschijnt, en ze kunnen de knipoog en humor erg waarderen. Ook de transparantie wordt gewaardeerd, waarbij gevoelige onderwerpen zoals het gebruik van plastic of de rijpheid van avocado’s niet wordt geschuwd. Voor Albert Heijn betekent Appie Today een verandering. Opeens is Albert Heijn een maker van content geworden; en niet van strakke magazines of gescripte commercials van veertig seconden. Nu wordt onverwachte content gemaakt door Albert Heijn zelf, waarin medewerkers een hoofdrol spelen, zoals de sexy Davey, de ontwapende (en inmiddels beroemde Sjoerd) of de kritische Abel. En juist deze combinatie van mensen, onderwerpen, humor, tone of voice en contentvorm raakt bij de doelgroep de juiste snaar.

Echt niet alles werd meteen een hit. Maar door alles te analyseren en te meten (bijvoorbeeld wat werkt en niet of wanneer kijkers afhaken) kreeg Appie Today heel waardevolle feedback. Deze feedback wordt meteen gebruikt om het volgende filmpje of concept beter te maken. De focus was dus gericht op wat de doelgroep wil en niet per se wat ze zelf wilden vertellen. Met Appie Today bereikt Albert Heijn nu nog steeds de millennialdoelgroep met relevante content op de kanalen, waar zij op zitten en waar deze content past. Met aantoonbaar hogere engagement en waardering onder deze doelgroep. 

Deze presentaties tijdens Emerce Engage geven meer inzicht in hoe deze bedrijven meer engagement met hun klanten realiseren. Dat doen ze vooral door goed te luisteren naar hun doelgroep, daarmee aan de slag te gaan (just do it!) en continu data driven te optimaliseren. Beerwulf meet alles door en kan als online-only startup beter doormeten wat de impact is op retentie en sales. Voor Albert Heijn en Hunkemöller is het interessant om op basis van hun loyaltydata te kijken naar de impact op de transactionele kant van deze versterkte engagement met de jongere doelgroep.



Lees het volledige bericht op Emerce »