Posts Tagged ‘marketing’

B2B e-commerce platformen: wordt het all-in-one, best-in-breed of headless?

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

B2B-klanten verwachten een rijkere koopbeleving en meer content als ze zich op producten oriënteren. Voor veel B2B-bedrijven is dat reden om legacy e-commerce en ERP-systemen te vervangen door wendbaarder platformen. Drie ervaringsdeskundigen aan het woord over deze keuze.

Uit onderzoek van Forrester blijkt dat snelle time-to-market, personalisatie, omni-channel ondersteuning en data analytics de belangrijkste eisen zijn die B2B-bedrijven aan een e-commerce platform stellen. Dirk de Bruijn is zelfstandig e-commerce professional en herkent dat rijtje zeker. “Ik begeleid organisaties bij het zoeken naar het juiste platform en de implementatie daarvan. De reden daarvoor is tweeledig: ofwel ze zetten voor het eerst de stap naar e-commerce, ofwel het oude systeem voldoet niet meer. Ik werk nu bijvoorbeeld bij een organisatie die een online bestelsysteem gebruikt dat is gelinkt aan het ERP-systeem. Zij zijn toe aan een geavanceerdere oplossing. Maar het komt ook vaak voor dat bedrijven een systeem gebruiken dat stug en inflexibel is, waardoor ze de snelle ontwikkelingen op het gebied van e-commerce niet kunnen bijbenen en de time-to-market te lang is. Als het businessmodel verandert, is het heel veel werk om zo’n legacy systeem daarop aan te passen.”

Personalisatie speelt ook in de ervaring van Dirk in het B2B-segment een grote rol. “Er is immers vaak sprake van klantspecifieke prijzen. Daar moet het e-commerce pakket mee om kunnen gaan. Daarnaast wil je op basis van het klantprofiel de juiste content serveren. Als iemand steeds in een bepaalde productcategorie zoekt, dan moet die uitgelicht worden. Dat kan ook proactief gebeuren: als je weet wanneer iemand een bepaalde koffiemachine heeft gekocht, kun je voorspellen wanneer hij wat nodig heeft op het gebied van koffiebonen en toebehoren en onderhoud. Hieruit volgt logischerwijs de eis dat het platform data verzamelt en analyseert. Zonder die informatie kun je niet personaliseren.”

De omni-channel eis is volgens Dirk klantgedreven. Zij willen self- en full-service de koop kunnen sluiten, online en offline, direct en indirect. “Er moet een mix van kanalen gefaciliteerd worden. Een vertegenwoordiger moet het e-commerce pakket ook kunnen gebruiken om de order van de klant te plaatsen.”

Welke set-up?

Niet alleen de functionele eisen, ook de opzet van het e-commerce platform zelf is iets waar bedrijven over na moeten denken. Forrester onderscheidt hierbij drie opties:

All-in-one

Een alles-in-een oplossing biedt alle pijlers van e-commerce aan (commerce management, marketing, experience management, order management en PIM) en is volgens Forrester vooral interessant voor bedrijven die hun bestaande platform willen vervangen, MKB’ers die niet het budget hebben om verschillende tools op elkaar af te stemmen en bedrijven die net begonnen zijn met het ontwikkelen van e-commerce. Daarnaast ziet Dirk de Bruijn mogelijkheden voor pure players. “Ik sprak pas een technologische groothandel die een aparte online formule heeft opgezet, waarbij alleen via internet wordt verkocht. Als je daarmee snel van start wilt gaan, dan is een all-in-one oplossing een goede optie.”

Best-in-breed

Het is ook mogelijk om voor elke benodigde functionaliteit de beste oplossing op de markt te kopen en al die oplossingen aan elkaar koppelen. Dat kost wel veel tijd en geld. Een meer strategische aanpak is om een e-commerce platform als uitgangspunt te nemen en waar nodig aanvullende toptools te implementeren. Dit gebeurt met name op enterprise-niveau en bij bedrijven die veel ervaring hebben in e-commerce.

Headless

Headless e-commerce platformen hebben geen front-end, waardoor de userinterface op maat moet worden gemaakt. Bedrijven die hiervoor kiezen hebben veelal een web CMS en marketingtoolsets waar ze gebruik van willen blijven maken of ze willen innoveren met e-commerce op nieuwe interfaces zoals conversational of social commerce. “Ik heb zo’n oplossing tot nu toe bij één organisatie gezien,” zegt Dirk. “Zij hadden een ERP-systeem voor alle backend-processen en een data-assetmanagement-tool voor foto’s en video’s en een e-commerce platform. Al die data werden gerenderd naar een Javascript generator die de front-end vormt. Dit bedrijf was heel erg gefocust op snelheid aan de voorkant, dus een korte laadtijd van de site voor de gebruiker.”

Kiezen in de praktijk: Fluiconnecto

Fluiconnecto is gespecialiseerd in hydrauliek en actief in 31 landen. Eind vorig jaar werd besloten om e-commerce ‘op te tuigen’, vertelt Group E-commerce Manager Krimo Maadi. “Steeds meer klanten willen online kunnen bestellen en wij zien het daarnaast als een goede mogelijkheid om nieuwe klanten te vinden. Onze producten lenen er zich ook goed voor. Daarom zijn we vorig jaar zomer begonnen met ons te oriënteren op hoe we dit kunnen opzetten.”

Uitgangspunt bij de selectie van een e-commerce platform is vooral om in zoomen op bedrijfsspecifieke vereisten, stelt Krimo. “Ieder platform biedt tegenwoordig de belangrijkste standaardfunctionaliteiten zoals een winkelmandje. Voor ons als Fluiconecto is het belangrijk dat het platform geschikt is voor het beheer van meerdere webshops in verschillende talen én dat we aan medewerkers rollen kunnen toekennen met de bijbehorende autorisatieniveaus. We hebben de marketing decentraal ingericht, omdat lokale mensen de meeste kennis van de markt hebben. Maar zij hoeven niet in detail te kunnen zien wat er in de andere landen gebeurt.”

In het selectieproces heeft Krimo ervoor gekozen zich niet op de standaardfunctionaliteiten te concentreren. “De feature list kun je downloaden op de website van de leverancier. Wij hebben vooral gekeken naar de vendor zelf en diens partners, het financiële model, de architectuur van het platform, integratiemogelijkheden en gebruikersvriendelijkheid. De RFP/RFI richtte zich dus op zakelijke en technische punten die van belang zijn als je zo’n investering doet. Van daaruit hebben we eerst het platform gekozen. Vervolgens hebben we implementatiepartners uitgenodigd voor interactieve demo’s van een aantal specifieke use cases, zodat we konden zien hoe partners daarmee omgaan, wat de dynamiek is met de leverancier, enzovoorts. Dit traject hebben we in drie maanden doorlopen.”

Er is vervolgens gekozen voor Intershop als platform met daarnaast een aparte PIM-tool. “Gaandeweg zullen we andere tools aankopen, we gaan voor de best-in-breed aanpak. Maar dat is toekomstmuziek. De basis zoals we die nu hebben is voldoende om goed van start te kunnen gaan.”

MS Schippers: B2C look & feel, B2B achterkant

Jules van der Werf is marketingmanager bij MS Schippers, toeleverancier van agrarische bedrijven. De webshop is actief in tien landen en zeven talen en kenmerkt zich door een B2C look & feel. “Dat is natuurlijk een bewuste keuze. We willen nieuwe klanten trekken en dat gaat gemakkelijker als de site vertrouwd aanvoelt.”

Van belang bij de selectie van een e-commerce platform was dat deze nieuwe technologische ontwikkelingen (mobile, responsive) en de verschillenden landensites en talen aan zou kunnen. Aan de achterkant moest het systeem een aantal specifieke B2B-kenmerken kunnen ondersteunen. “Herhaalbestellingen zijn op ons vakgebied heel belangrijk, dat zie je bij bol.com en CoolBlue natuurlijk minder. Verder zorgen we er door middel van favorietenlijsten voor dat de verschillende typen agrarische bedrijven bij de juiste informatie terechtkomen. Een pluimveehouder kan kippen hebben vanwege de eieren, maar ook om kuikens te fokken. Beiden hebben behoefte aan andere producten. Maar de personalisatie gaat nog verder. Een varkenshouder krijgt straks geen foto van een koe meer te zien op onze site. Dat levert een spanningsveld op, want de hoeveelheid content neemt enorm toe als je dit goed wilt doen. We zijn nu aan het kijken hoe snel we dit kunnen invoeren.”

Een ander typisch B2B-kenmerk dat het platform volgens Jules aan moet kunnen, is het feit dat agrariërs vaak verschillende bedrijven hebben. “Als ze meer stallen hebben dan zijn die ondergebracht in aparte bv’s. Maar de eigenaar moet wel kunnen zien wat er overal is besteld, dus het moet makkelijk zijn om tussen accounts te switchen. Het prijsbeleid is ook een groot verschil tussen B2B en B2C. We hebben met bepaalde klanten prijsafspraken en die moeten natuurlijk wel online zijn verwerkt anders kunnen zij niet in de webwinkel bestellen. Verschillen in belastingen dangerous goods-heffingen verhogen de complexiteit.”

Dit alles leidde ertoe dat de keuze op Intershop viel. “Wat een beetje meespeelde was dat we hier een aantal Java-developers hebben zitten die al ervaring met dat platform hadden. Dat scheelt in de implementatietijd. In 23 weken zijn we live gegaan met tien landen. We zitten nu in de feedbackfase. Onze salesmedewerkers gebruiken hetzelfde systeem als de klant en dat levert ons heel veel goede respons op. Mijn belangrijkste adviezen zijn dan ook: zorg dat je helder hebt aan welke bedrijfsspecifieke eigenschappen het systeem moet voldoen en betrek de medewerkers bij het verbeteren van de gebruikerservaring.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is de beste indeling van een website voor organische vindbaarheid?

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In dit artikel leg ik uit welke verschillende mogelijkheden er zijn om een website op te bouwen, en wat de invloed hiervan is op organische vindbaarheid. In het tweede deel van het artikel ga ik ook dieper in op het fenomeen microsites.

Bij de aanmaak van een website is het altijd een moeilijke keuze hoe deze zal worden opgebouwd: wat komt waar, en hoe wordt de website ingedeeld. Over het algemeen kan een website als volgt worden ingedeeld:

* Hoofddomein

* Subdomein

* Subfolder

Een aparte categorie, die toch het vermelden waard is, zijn de microsites.

Hoofddomein

Het hoofddomein begint met een goede URL. Hier zijn een aantal zaken waarmee je rekening mee moet houden. Een URL moet immers gemakkelijk te onthouden zijn, zodat het niet te moeilijk is om deze terug te vinden, en mond-op-mond reclame mogelijk maakt. Houd het adres daarom kort.

Zie bijvoorbeeld Internet Marketing Universiteit. Deze begon in 2010 als InternetMarketingUniversiteit.nl. In 2014 stapt men dan over naar IMU.nl. Het oude domein was met 29 karakters echt te lang. IMU.nl daarentegen is lekker kort en pakkend. Makkelijk deelbaar. Klinkt meer als een ‘officiële instelling’ en minder als een domein gevuld met zoekwoorden.

Moet wel gezegd worden, anno 2017 is het bijzonder moeilijk om dit soort mooie drieletter domeinnamen goedkoop vast te leggen voor de .nl domeinnaam extensie. Je zou kunnen denken aan alternatieve extensies zoals bijvoorbeeld .io (populair onder tech geeks), .amsterdam en .frl (voor lokale ondernemingen) of .coach/.expert/.consulting (voor professionals). Maar deze relatief nieuwe domeinnaam extensies zijn op moment van schrijven nog niet echt ingeburgerd. Mijns inziens zijn deze nieuwe extensies risicovol qua ‘type-in traffic’. Je hebt kans dat mensen jouw merknaam horen op de radio, en bij thuiskomen deze intypen en uit gewoonte ‘.nl’ toevoegen. En dan vervolgens op de website komen van een concurrent of irrelevante partij.

Een voorbeeld hiervan is de politieke partij Voor Nederland. Omdat de drieletter domeinnaam ‘VNL.nl’ al vergeven was aan een ICT instelling, hebben zij gekozen voor VNL.nu. De .nu extensie zie ik overigens ook in de praktijk vaak gebruikt worden in Nederland als alternatief voor wanneer .nl niet meer beschikbaar is.

Problematisch is dat wanneer mensen graag meer te weten willen komen over de standpunten van deze partij zij toch geneigd zullen zijn om in de browser balk in te typen ‘VNL.nl’ en in dat geval zullen zij terecht komen op een ICT-servicewebsite. Dit is geen goede eerste kennismaking en komt onprofessioneel over. De ICT-partij gebruikt het domein overigens niet, deze verwijst door naar een andere domein, SLTN.nl.

Mijns inziens zou Voor Nederland budget opzij moeten schuiven om de meest geschikte domeinnaam over te nemen (indien de ICT-partij daar open voor staat natuurlijk, het domein wordt momenteel niet gebruikt, en kent weinig linkwaarde volgens de Ahrefs backlink checker tool, dus ik zou niet weten waarom zij deze domein niet zouden willen overdragen voor de juiste prijs).

Subdomeinen

Subdomeinen, ook gekend als ‘third-level domeinen’, zijn onderverdelingen van je domein. Heel dikwijls kunnen we zien dat websites de blog als een subdomein gebruiken, bijvoorbeeld: Blog.prenatal.nl of Blog.seniorennet.be. Voorgaande is niet ideaal, omdat je onder andere linkwaarde wegleidt van het hoofddomein. Het is immers niet gezegd dat Google deze als één website zal erkennen. Het is beter om een blog te gebruiken als een subfolder.

Subdomeinen kunnen wél gebruikt worden om bijvoorbeeld verschillende divisies van een bedrijf aan te geven. Het bekendste voorbeeld hiervan is wat Google doet. Iedereen kent immers de subdomeinen Maps.google.com of Translate.google.com.

Een tweede manier om subdomeinen te gebruiken is wanneer een deel van je website niet zichtbaar is, of niets bijdraagt aan de inhoud van de website en bijgevolg ook niet noodzakelijk door Google gevonden moet worden. We denken dan bijvoorbeeld aan het ledengedeelte, training, of gedeelten waarvoor een inlog nodig is. Zie bijvoorbeeld het Nederlands Instituut voor Biologie: Leden.nibi.nl. Wederom goede hoofddomeinnaam keuze overigens.

Subfolder

Over het algemeen kunnen we zeggen dat het beter is een subfolder te gebruiken dan een subdomein. Hierboven hebben we enkele uitzonderingen gezien, maar de subfolder is in de overgrote meerderheid van de gevallen aan te raden.

Subfolders hebben bijvoorbeeld de volgende indeling: https://www.schoonenberg.nl/blog. Bemerk dat de blog hier niet als subdomein, maar als subfolder staat. De subfolders zijn de indeling van de website. Maak deze dus logisch, overzichtelijk en gemakkelijk te doorzoeken voor Google, volgens een zogenaamde silostructuur.

Maak voor je begint een indeling van de pagina, en beslis welke subfolders en eventuele onderliggende folders je wenst. Dit is belangrijk, want deze folders zijn een integraal deel van de zoektocht door je website die Google doet. Overigens is het ook voor de bezoeker beter dat je een goede indeling hebt.

Subfolders kunnen ook gebruikt worden om een specifiek thema te behandelen (bijvoorbeeld binnen subfolder http://www.knvb.nl/competities/eredivisie-vrouwen kan men louter informatie vinden omtrent de damesvoetbal eredivisie competitie), of zich specifiek richten tot een bepaalde locatie of taal (zoals www.coolcat.be/nl/ en http://www.coolcat.be/fr).

Tot slot wil ik nog beklemtonen dat het belangrijk is om de naam van de subfolders duidelijk te houden. Gebruik dus streepjes, zijnde het teken: ‘-‘ tussen de woorden in de titel, bijvoorbeeld: http://www.mazda.nl/modellen/nieuwe-mazda-cx-5/. Net zoals voor de domeinnaam geldt hier: Korter liever dan langer.

Microsites

Met microsites bedoel ik websites die los staan van de website van het bedrijf, en dus een volledig apart domein hebben. Microsites zijn kleiner dan traditionele websites (over het algemeen 2-3 pagina’s), en zijn gecreëerd voor een specifiek doel of een specifieke campagne. Ze zijn dus veel specifieker qua inhoud, en zijn meestal tijdelijk. Ze zijn gemaakt om te informeren óf te entertainen.

Opmaak

Voor we kijken naar de voor- en nadelen van microsites, gaan we eerst even in op hoe een microsite het best wordt opgebouwd, en wat je wilt vermijden.

Het belangrijkste is uiteraard de URL: door de specifieke opzet van een microsite is het heel belangrijk dat deze duidelijk is, en gemakkelijk te onthouden. Deze zal dan ook meestal kort zijn, en duidelijk maken wat er op de site te zien is.

Indien je een (nieuw) product wenst te promoten, is het best om een domeinnaam als bijvoorbeeld Fanta.nl te gebruiken.

Wat de website zelf betreft, is het belangrijk om dubbele content met de hoofdwebsite te vermijden.

Nadelen

Kijken we naar de negatieve zaken, dan kan het gebeuren dat klanten verward raken, en niet weten waar ze op terecht gekomen zijn. Potentiële klanten kunnen denken op je hoofdsite terecht gekomen te zijn, en (voorgoed) wegklikken als dit niet het geval is.

Op het vlak van search is het zo dat meerdere websites voor een merk links, sociale signalen en gebruikerssignalen naar je websites opsplitsen, waardoor alle websites lager kunnen noteren in de zoekresultaten. Ook zien we dat Google grote, gezaghebbende domeinen met geschiedenis verkiest boven nieuwe domeinen, waardoor het beter kan zijn te centraliseren door een subfolder aan te maken op een bestaand hoofddomein. Tot slot is het zo dat, door het feit dat deze websites zo specifiek zijn, je niet alle aspecten van je bedrijf aan bod kunt laten komen, waardoor je misschien bepaalde inzichten op topics niet zal vermelden, en wederom klanten afschrikt die dachten op je hoofdpagina te zijn, en niet vinden wat ze zoeken.

Mogelijkheden

Kijken we nu naar de unieke voordelen van microsites, dan zijn er verschillende punten aan te halen. Niet alle punten zijn voor iedereen van toepassing, dus goed nagaan wat je exact nodig hebt is de boodschap.

Makkelijk te onthouden

Microsites zouden een unieke domeinnaam moeten hebben wat gemakkelijk te onthouden is, waardoor potentiële klanten je sneller en gemakkelijker kunnen terugvinden. Dit kan of een productnaam zijn, of gebaseerd op gemakkelijk te onthouden zoekwoorden.

Merkbekendheid

Bij overkoepelende bedrijven die meerdere merken herbergen, kunnen we soms zien dat merken een afzonderlijke website krijgen. Mensen die naar een specifiek product op zoek zijn, hebben immers geen boodschap aan de vele, soms totaal verschillende, producten die datzelfde bedrijf aanbied. Zo zien we bijvoorbeeld bij het bedrijf AB Inbev dat naast Ab-inbev.be, in België bekende bieren een eigen microsite krijgen: Leffe.be, Hoegaarden.be, Jupiler.be et cetera. Hetzelfde kunnen we bijvoorbeeld zien bij multinationals zoals Unilever, Mars, Coca-Cola en dergelijke.

Informatie verzamelen

Soms worden microsites specifiek gecreëerd om informatie te verzamelen. Om negatieve invloed hiervan te vermijden op de hoofdwebsite, is dit een heel goede methode. Dit kan aan de hand van spelletjes, versturen van informatie, details betreffende een event…, waarna de bezoeker zijn gegevens achter moet laten. Eén van de bekendste voorbeelden die je zeker hebt zien voorbij komen rond de kerstperiode is Elfyourself.com, waar je de gezichten van je familie op elfen kan plakken, en dit daarna delen op Facebook. Hoewel dit gemaakt is door het bedrijf OfficeMax, is dit hoofdzakelijk bedoeld voor het verzamelen van informatie (aangezien je toegang geeft tot je gegevens bij het plaatsen op Facebook), en niet om verkoop te genereren.

Uitproberen

Een microsite is ook perfect om zaken uit te proberen voordat je deze op de hoofdwebsite zet. Indien dit niet werkt, is er geen negatieve invloed geweest op de eigenlijke website.

Doorverkopen website

Tot slot is een microsite een goed idee als je van plan bent om een domein, product of dienst door te verkopen. Indien je die website in een subdomein of subfolder plaats is dat immers niet mogelijk.

Verschil microsite en landingspagina

Tot slot wil ik nog even ingaan op het verschil tussen een microsite en een landingspagina. Een landingspagina is slechts één pagina, en zal altijd gepubliceerd worden onder de hoofdwebsite. Zie bijvoorbeeld VisDeal.nl. Een microsite daarentegen, kan meer dan een pagina zijn, en staat op een apart domein. Wat betreft het doel en de gebruiksduur kunnen beide gelijk zijn.

Over het algemeen kunnen we zien dat een landingspagina meer gebruikt wordt om de conversie te vergroten, terwijl een microsite meer gebruikt wordt om specifieke informatie over een product of dienst door te geven.

De meest passende opzet kiezen voor je doel

In dit artikel zijn we begonnen met de indeling bespreken, en wat je best gebruikt voor je website. In de meeste gevallen is het best om je volledige website op 1 domein te zetten en te werken met subfolders. Dit is immers wat Google prefereert, en waardoor je website dus hoger zal rangschikken. Er zijn echter een aantal uitzonderingen waardoor je toch een onderscheid kan maken, en het daarom beter is een gedeelte van je website op een subdomein zetten.

Kijken we naar de microsites, dan geldt hier vooral dat je goed moet nadenken voor je beslist om dit te gebruiken. Het grootste gevaar is immers dat je link waarde, sociale signalen en gebruikerssignalen weg leidt van je eigen website, waardoor beide websites lager rangschikken binnen zoekmachines, of klanten zelfs kunnen afhaken als ze niet vinden wat ze zoeken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ard Bossema nieuwe Marketing & Strategie directeur Koninklijke Grolsch

Posted 19 Jun 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Hij wordt verantwoordelijk voor het totale marketingbeleid en het bijbehorende merkenportfolio van Grolsch.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

McDonald’s stopt met sponsoring Olympische Spelen

Posted 19 Jun 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Sponsoring past niet meer bij marketingstrategie, zo legt de fastfoodgigant uit.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Nextail (Blokker) kiest voor nieuw attributiemodel

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nextail, de online organisatie van Blokker Holding, rolt TradeTrackers Real Attribution uit voor haar affiliate marketingcampagnes. De retailorganisatie wil alle sitebeheerders belonen die betrokken zijn in het conversiepad voor zijn campagnes.

Met TradeTracker is besloten om over te stappen van een last click naar een zogenoemd customized attributiemodel. In de klantreis zijn meerdere partijen actief die niet altijd betaald krijgen voor hun inspanningen.

Nextail kiest voor een model waarbij elke uitgever op gelijke wijze wordt beloond. Uitzondering hierbij zijn de cashbackpartijen die een vaste vergoeding ontvangen wanneer zij aan de conversie hebben bijgedragen.

Het model geldt voor Blokker, Intertoys en Leen Bakker.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Emerce eFashion: ‘Digital stórmt de winkels binnen’

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Retail zit middenin de grootste revolutie uit haar geschiedenis. Een golf van innovatie, creativiteit en verfrissend ondernemerschap. Hoe kies je uit alles wat crossborder in multi- en omnichannel te bieden heeft de juiste partners en distributiemodellen? Pak de kansen, word winner. Ger Boersma, gepokt en gemazeld in de internationale retail in directiefuncties, geeft op Emerce eFashion een overzicht van de huidige en toekomstige mogelijkheden.

Je recente boek heet Retail in oorlog. Is er nog wel sprake van een gevecht? De aanvallers (online) hebben weinig moeite om retailers van de markt te drukken.


“Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad zo dat de ene winkelketen na de andere omvalt onder het geweld van de aanvallers. Ooit onverwoestbare merken verdampen. Zelfstandige retail wordt bijna uit de markt gedrukt. Winkelstraten in losersteden zien er beroerd uit. De opmars van de aanvallers lijkt niet te stuiten.

“Maar zo eenvoudig is het toch niet. Revoluties gaan nu eenmaal niet zonder geweld en retail zit middenin de grootste van alle revoluties uit haar geschiedenis. De muntjes en krachten zijn ook nog eens oneerlijk verdeeld. De moderetailer die geld van de bank wil krijgt niet eens koffie, de bankmannen sprinten naar hun leasebak als de retailer binnenkomt. De grote jongens als Amazon, Alibaba en in de mode Zalando komen op een makkelijke manier aan geld. In de top tien van de meest waardevolle bedrijven ter wereld staan maar liefst acht technologieconcerns. Zowel privépersonen als fondsen investeren als gekken in deze bedrijven om vooral niets te missen aan waardevermeerdering en klagen tegelijkertijd dat het zo slecht met de stenen retail gaat. Die heeft dan ook weinig kans tegen de opmars van online.

“Er is echter meer aan de hand. E-commerce versmelt met retail tot een digitaal distributiemodel. Digital sluipt instore retail binnen, beter gezegd stórmt de winkels binnen. On- en offline groeien naar elkaar toe. Amazon opent boekwinkels, kassaloze foodstores en food drive-ins. Zalando opent outletstores, koopt ketens en biedt ship from store concepten aan waar een volledige integratie plaatsvindt tussen merk, marketplace en retailer. Het is dus niet zo simpel dat online de stenen wegblaast; er vindt een wedergeboorte van de stenen winkels plaats, zou je bijna zeggen.

“Dat proces wordt zoals gezegd aangejaagd door het geld vanuit investeerders, maar laten we vooral ook Koning Leeuw (de consument) niet vergeten. De wereld is in korte tijd omgekeerd: de consument bepaalt nu waar, wanneer en bij wie wordt gekocht. Grenzeloos. Dat was vijftig jaar geleden wel even anders. De producent was de baas en de winkel een doorgeefluik naar de consument. De retailers riepen in koor dat de klant koning was, wat heel lang onzin is geweest. Nu niet meer: de rollen zijn omgedraaid. De koning heerst als een leeuw over zijn onderdanen, in dit geval de merken en de retailers. De prooi wordt 24/7 opgejaagd en het smakelijke hapje wordt verschalkt als het goed of goedkoop genoeg is.

“Het onder vuur liggende deel van retail voelde zich altijd superieur, heeft te lang zitten wachten, te weinig geïnvesteerd in vernieuwing en heeft de aanvaller niet zien aankomen. Schoenen moet je immers in de winkel passen en kleding moet je kunnen voelen. Dat kun je niet via internet verkopen. Dat weten we ondertussen, ieder vierde paar schoenen gaat in ons land via het net. Bij onze oosterburen wordt al bijna een derde in mode, schoenen en sport via het net verkocht. En de rek is er nog niet uit. Het is als een communicerend vat, wat er bij de een bijkomt gaat er bij de ander af. Of toch niet?

“Eén ding is zeker, het aandeel van de stenen retail slinkt naar zo’n 60 procent in de komende jaren. Waar staan we nu? De wedstrijd is op dit moment een gelijkspel tussen ups en downs. Alles is mogelijk. Niemand is op voorhand verloren, maar niemand is ook zeker van zijn voortbestaan. Dus aanvallen. Er zijn voldoende kansen. Meer dan ooit misschien wel, zij het gepaard aan reusachtige risico’s. Is het nog wel de moeite waard om die risico’s te nemen? Met die mentaliteit is niet alleen Amazon groot geworden. Nieuwe merken en initiatieven en start-ups schieten als paddestoelen uit de grond omdat het lef van de geldschieters en initiatiefnemers groot is, of omdat ze heilig geloven in wat ze doen, of omdat ze hopen ‘helemaal binnen te lopen’.”

“Het gevecht is nog niet afgelopen, het is net begonnen, het is dag 1 van de geschiedenis van internet. Het veranderingsproces gaat in een duizelingwekkend tempo en is bijna niet bij en vol te houden, in ieder geval niet voor de minder kapitaalkrachtige retailers. Retail is en blijft een orgie van innovatie, ondernemerschap, creativiteit, organisatie en technologie — en van concurrentie natuurlijk. Het gaat er hard aan toe. Winner takes all, lijkt het wel. De namen van de huidige winnaars kennen we allemaal, of zien we er een paar over het hoofd? Zijn de winnaars van de komende jaren de gedoodverfde kandidaten van nu, of worden de kaarten toch steeds opnieuw geschud?”

In de schoenenbranche zijn de afgelopen jaren bijna 800 winkels verdwenen. Zijn er nog winkels in de fashionsector die wel succes hebben? Wat is hun geheim?

“Er zijn duizenden winkels verdwenen, niet alleen schoenenwinkels, ook in de mode en sport heeft er een behoorlijke kaalslag plaatsgevonden. En het einde is nog niet in zicht, de komende jaren verdwijnen er nog eens duizenden winkels. De weidewinkels doen het de laatste jaren gewoon goed, het kan dus wel. In kleinere steden als Bavel, Franeker, Tiel, Zuid-Beijerland, Wilp, Rijssen, Gorredijk, Tilligte en Dussen staan hele grote winkels met een breed assortiment in mode. Bedrijven die worden gerund door vaak meerdere generaties van families. De benaming ‘weidewinkels’ doet ze eigenlijk geen eer aan, want het zijn stuk voor stuk modepaleizen met een enorm aanbod aan merken en een geweldige service. Vijf- tot zevenhonderd modemerken onder één dak is zeker geen uitzondering. Goede parkeergelegenheid in combinatie met een breed aanbod en een café en restaurant maakt een bezoek aan dat soort winkels tot een dagje uit. Plezierige ontvangst, vermaakservice als de broek of rok net iets te lang is en een verkoper die je op een aangename en niet opdringerige wijze in het verkoopproces begeleidt. Dit soort bedrijven hanteert vaak slimme loyaltysystemen en biedt soms een gratis kopje koffie of livemuziek waardoor de klant graag terugkomt.

“Verder zie je dat retailers en ketens die hebben begrepen dat de nieuwe wereld om data draait succesvol zijn. Hunkemöller wordt daarin vaak genoemd, er zijn gelukkig ook zelfstandige retailers die dat goed aanpakken. Ze zijn echter in de minderheid, voor het overgrote deel houdt technologie op bij het hebben van een elektronisch telraam en voor velen is zelfs dat al uitdagend, data uitwisseling via EDI is daar een goed voorbeeld van.

“Bij het gros van de merken is het overigens niet anders gesteld, mode- en schoenenmerken zijn emogedreven, het gaat om het kleurtje en het stofje. De nieuwe wereld is kil en rationeel, datagedreven. Een wereld van verschil. Data en systemen inzetten in een klantgericht model, daar draait het voor de retailer om. Terug naar ieders kerncompetentie. Die van producent en merk is het product, die van de retailer het verkopen van dat product. Aan elkaar gekoppeld via de moderne platformtechniek. Voor de retailer geldt dat data en systemen in combinatie met e-marketing in een klantgerichte aanpak de sleutel tot succes is. Een mondvol kreten die door veel retailers niet worden begrepen, er zit domweg te weinig kennis die de nieuwe aanvallers wel bezitten.

“Succes in de toekomst zit in nieuwe samenwerkingsmodellen waar voorraad uit de keten wordt gehaald. Ook ketenverkorting speelt een belangrijke rol. Alleen zo kunnen midsized merken en retailers overleven. Niet de retailer ‘volstoppen’ met spullen omdat het salesbudget van het merk met 5 procent is verhoogd. Het merk zal moeten leven met het feit dat risicodragend voorraad wordt gehouden. Zij zijn uiteindelijk ook degene die horen te weten wat de consument in de komende maanden wil kopen. Het gevolg hiervan is dat de retailer een lager kapitaalbeslag heeft voor financiering van de voorraad. Het vrijvallende geld kan dan worden geïnvesteerd in zijn kerncompetentie, klantgerichte retailing. Voor producent en merk geldt dát het merk wordt gekocht, voor de retailer wáár het wordt gekocht, en door wie. Zo simpel zijn de kaarten verdeeld.

“Verder is er een hoofdrol weggelegd voor delen. Delen van data, delen van verkoopinformatie, delen van voorraden, delen van kennis en delen van marges. Sharing economy in optima forma. De Airbnbs en Ubers doen het ons voor via de platformtechniek waar service providers en users worden geconnect voor wederzijds voordeel. Een vergelijkbaar platform is ook beschikbaar voor producent, merk en retailer in fashion, schoenen en sport. Op eFashion is dit mijn hoofdthema, maak data systeemonafhankelijk via het platform voor alle deelnemende partijen op een simpele wijze toegankelijk.”

In Zevenaar wil men een Factory Outlet Center openen. Zijn deze outlets niet een beetje als de Actions onder de modewinkels? De belevenis van graaien en goedkoop kun je online nog moeilijk evenaren.

“De vergelijking met Action vind ik niet opgaan. Deze keten zit aan de onderkant van de prijsmatrix met een breed assortiment in een low price aankleding. De outletcenters zijn stuk voor stuk architectonische hoogstandjes waar ook hoge eisen aan de winkels worden gesteld. Veel outletwinkels misstaan niet in de normale voetgangerszones. Wel is er een duidelijke trend in de Aldisering van de mode, goede artikelen tegen lage prijzen. Buiten de Nikes en Adidassen lijken de merkwaardes voor de nieuwe generaties af te nemen waardoor goed en goedkoop in fashion prima samengaan. Het succes van H&M, de Inditex merken en Primark spreekt boekdelen.

“Consumenten zijn altijd in voor een koopje. Dat is het principe waaraan de outletcenters hun bestaansrecht danken. Omgekeerd zijn investeringsfondsen altijd in voor een goed rendement, ook daaraan danken de outletcenters hun bestaansrecht. Tel beide zaken op, voeg er nog wat village-uitstraling en enthousiasme van consument en merk aan toe, en we zien een fenomeen dat zich op een ongekend succesvolle manier heeft bewezen in de zich verder stroef ontwikkelende Europese stenen retailindustrie.

“Het outletstore concept is overgewaaid vanuit Amerika. Ooit gestart als fabriekswinkelverkoop van beschadigde goederen. In de jaren zeventig ontstonden daar de eerste multibrand-outletcenters die uiteindelijk uitgroeiden tot de designer outletcenters zoals we die nu kennen in Lelystad, Roermond en Roozendaal. In Europa staan honderden van dit soort centers. Bezoek het mekka van de outlets eens in het vlakbij Stuttgart gelegen Metzingen. Daar kan niet meer gesproken worden van outlets, het zijn luxe winkels waarvan een aantal op de Champs-Élysées niet zouden misstaan. Puma heeft er net als Oakley, Move, Marc O’Polo, Tommy Hilfiger een slagschip staan en de vernieuwde en sterk vergrote Hugo Boss vestiging kent op zaterdag lange wachtrijen. Bally, Miu Miu, Ermenegildo Zegna, Porsche Design, Tod’s, Swarowski, Diesel maar ook Lindt, Milka en Tchibo hebben er outletwinkels. Een aantal jaren geleden is het concept omgedoopt tot ‘Outlet City Metzingen’ en de stad met twintigduizend inwoners verwelkomt bijna vijf miljoen bezoekers per jaar.

“Online zijn er voldoende mogelijkheden om te graaien, er zijn tientallen off-priced marketplaces, vaak bedrijven met honderden miljoenen en soms miljarden omzet. Voorbeelden hiervan zijn Vente Privee, Zulily, Monoqi, Clubsale, Ozsale, Limango, Secret Sales, Clubsale, Ruelala. Zalando kent Zalando Lounge waar merken tot wel 70 procent korting worden aangeboden. Amazon is gestopt met Myhabit en BuyVIP. Op zich niet onlogisch, het aanbod op deze gigant is zeer breed en de prijstransparantie is maximaal. Even goed zoeken en je vindt de Samsonite koffer er met 100 euro prijsverschil, ook van de nieuwste collecties. Check ook nog even op één van de andere Europese Amazon landen of de koffer mogelijk nog goedkoper wordt aangeboden. Een Levis 501 vind je in 1 kleur en 1 maat met prijsverschillen van factor twee tot drie. En als klap op de vuurpijl kun je ook via de Amazon app instore de barcode van het artikel even scannen om te zien welke prijs Amazon biedt. Horror voor retailers.”

Sommige winkels proberen nieuwe technologie: interactieve spiegels. Maar nog even en deze spiegels staan bij ons thuis. We kunnen dat jurkje meteen virtueel aantrekken, de maat wordt door de spiegel gemeten, en hoeven alleen nog op de bezorgers te wachten. Verwacht jij die toekomst ook?

“Je hoeft niet eens meer op de bezorger te wachten, van de Israëlische designer Danit Peleg kun je de artikelen thuis 3D printen. Het is allemaal geen toekomst meer, het bestaat al, kunstmatige intelligentie rukt in snel tempo op. AI – artificial intelligence – gaat ons leven in snel tempo veranderen. Ongemerkt is het onze smartphones binnengeslopen. Amazons Echo is alive and kicking en nu al niet meer weg te denken. Zelfs met deze kleine greep uit wat er nu al speelt, zie je dat het tempo hoog ligt

“De paskamer in de winkel is verlegd naar die in de woonkamer. De consument is de baas. Schakels zonder meerwaarde verdwijnen. In de keten wordt door alle partners samengewerkt, naadloos zoals ondergoed naadloos kan zijn. IBM, Apple, Amazon en hun soortgenoten hebben kunstmatige intelligentie geïntegreerd in onze dagelijkse samenleving. In het koopgedrag weten merk en retailer alles van de consument via big data en cognitieve systemen.

“Het koopgedrag is vereenvoudigd: wat je à la minute nodig hebt, is beschikbaar via geautomatiseerde processen. Winkels zijn daarvoor niet meer nodig, want producenten verzorgen de directe levering. Logistieke processen nemen in belangrijkheid toe.

“De Amazons en Zalando’s spelen daar op in. Spreek met Alexa en de pizza wordt geleverd. De Zalando-bot kleedt je. Apple, Google en Facebook zijn de nieuwe bank. Amazon Polly leest je via AI het artikel uit de krant voor. Spraak naar tekst was er al, tekst naar spraak is er nu ook.

“De CV-ketel bestelt de printplaat, de vaatwasser regelt na vijftig spoelbeurten dat er vaatwastabletten worden besteld. De huisairco bestelt via Amazon de monteur die minstens vier sterren heeft. En dan zijn er de abonnementen. Nieuwe business modellen waarin ook de producent op een simpele wijze aan de retail voorbijgaat. De producent levert direct aan de consument. Via smartphones, muziek via Spotify, films via Netflix, een abonnement op ondergoed of scheermesjes als Shaversclub of Dollar Shave Club, het foodabonnement van Hello Fresh, Delivery Hero of Marley Spoon. Na de consumentenbestelling vanuit een van de deelnemende webshops snijdt de bloementeler de bloemen vers af. PostNL levert het boeket slim verpakt next day. Verser gaat niet, het model is up and running. Van Samsung leasen we licht, lampen gaan langer mee. Al deze producten en diensten worden mobiel of thuis geleverd en slaan de stenen retail over.

“De passpiegel is er al, Amazons Echo Look gaat nog een stap verder. Je videoot jezelf met Echo, speelt het af op je smartphone en via AI krijg je kleedadvies en spraakgestuurd bestel je een artikel. Wel één lastig puntje, als je als merk of retailer dan niet op dat kanaal aanwezig bent mis je omzet.

Suitsupply en Zalando zijn begonnen met online adviseurs. Gaan we dat vaker zien?

“De Zalando Man Box is niets anders dan een predictive delivery op de voorkeuren die je zelf hebt aangegeven. Via je smaakvoorkeur, je favoriete muziek, je vrijetijdbesteding, je favoriete vakantieland en je eetvoorkeuren weet de AI welke kleding en merken je leuk vindt en stelt op basis daarvan de Man Box samen.

“AI geeft ons chatbots die snel leren en op alle vragen antwoorden geven. Alibaba beheerst de techniek al zo ver dat dagelijks 1 miljoen vragen van klanten volledig door de chatbot worden beantwoord. In Australië heeft de chatbot zelfs al een menselijk gezicht die tegen je praat; ik laat dat op eFashion zien. Online adviseurs zijn robots die via AI met de cloud verbonden zijn en dat zijn de nieuwe verkopers. Mogelijk kijkt er in deze fase nog een mens van vlees en bloed mee, in de toekomst is ook dat overbodig.

“Griezelig? Ja en nee. Merk en retail moeten er op inspelen om te overleven. En dat spelletje beheersen Suitsupply, Zalando en de andere grootmachten tot in de perfectie. Suitsupply is geen pakkenverkoper, het is een technologiebedrijf in een klantgericht model waar 100 man op de IT afdeling werken. Niets doen is geen optie. Of je kiest er voor een minispeler te zijn die een nichemarkt bedient, of je pakt het op in de nieuwe stijl.

“Het oude model is of gaat dood. Belangrijk is dat merken en retailers keuzes maken, uiteindelijk is iedere keuze legitiem. Durf te kiezen voor nieuwe samenwerkingsvormen. Kies voor delen. Of ga verticaal. Grenzen tussen de bedrijfsmodellen vervagen. Er is keus te over en uiteindelijk is de consument de baas – totdat AI bepaalt wat we kopen en dragen. In Retail in oorlog lees je de veranderingen in het distributiemodel én de oplossingen voor producent, merk en retailer hoe in nieuwe businessmodellen kan worden samengewerkt.”

Emerce eFashion wordt gehouden op 22 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gamesbedrijven in Arnhem verenigen zich in Gamepact Gelderland

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vier Arnhemse gamebedrijven hebben aangekondigd dat ze gaan samenwerken onder de naam Gamepact Gelderland. Het nieuwe samenwerkingsverband wordt een multi-disciplinaire gaming netwerkorganisatie die elk vraagstuk op het gebied van games, gamification, game-evenementen, game-lanceringen wil faciliteren, begeleiden en oplossen.

Gamepact Gelderland is tot stand gekomen door een samenwerking tussen Yellow Riders, Gamestad, Weber Interactive en Vertigo 6, vier partijen die op verschillende gebieden bezig zijn met gaming en zich allen in de ‘gaming corridor’ bevinden in de Arnhemse binnenstad.

Yellow Riders helpt bij het ontwikkelen van games voor gedragsverandering, verbinding en motivatie. Weber Interactive ontwikkelt websites, apps en (online) games. Gamestad Arnhem enthousiasmeert jonge gamers om games te maken tijdens events en bijeenkomsten. Vertigo 6 is een marketing- en pr-bureau dat werkt voor internationale gamesuitgevers zoals Electronic Arts, Jagex en Bandai Namco en hen ondersteunt op het gebied van marketing en PR in de Benelux en Scandinavië.

Er zijn meerdere gamecollectieven in Nederland, maar deze zijn vaak gericht op een specifiek onderdeel van het maken van een game, zegt de nieuwe organisarie. Gamepact Gelderland houdt zich bezig met het het gehele creatieproces; van idee en financiering tot aan het in de markt zetten van een product.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘E-mailmarketing reisbranche en hotellerie kan veel beter’

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zowel de reisbranche als de hotellerie kunnen e-mailmarketing effectiever inzetten. Dit blijkt uit onderzoek van branchevereniging DDMA naar de campagnes die in 2016 door de grootste bedrijven in 24 sectoren werden verstuurd.

De reisbranche heeft in 2016 2.339 e-mailcampagnes opgezet wat neerkomt op 291 miljoen verstuurde mailtjes door 41 onderzochte bedrijven. Dat is een hoog aantal e-mails per campagne vergeleken met andere sectoren. De Confirmed-Open-Rate (COR) daarvan was 26,5 procent, onder het gemiddelde van 37 procent. De Click-Through Rate (CTR) was 3 procent, meer dan de helft lager dan het gemiddelde van 6,7 procent en de Click-To-Open (CTO) ratio was 10,8 procent vergeleken met een gemiddelde van 16,6 procent. Van de vierentwintig vergeleken sectoren is travel hiermee consequent een van de hekkensluiters.

De reisbranche scoort volgens de DDMA laag op dynamische content en een persoonlijke onderwerpregel in de mailings en gemiddeld op responsive design. Het gebruik van mobiel is daarentegen bovengemiddeld: Van de B2C-campagnes wordt 50 procent geopend op een mobiel apparaat en bij B2B is dat 27 procent.

De hotellerie verstuurde vorig jaar 204 mailtjes verdeeld over 2.872 campagnes door 38 bedrijven. De COR lag op 24,3 procent, CTR was 1 procent en CTO 6,5 procent. Ook hier geldt dus dat er lage ratio’s werden behaald. Er werd in B2C-mailings veel gebruikgemaakt van dynamische content, maar personalisatie en reponsive design werden niet toegepast. Opvallend is verder dat maar liefst 61 procent van de B2C-campagnes werd geopend op een mobiel apparaat.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marketeers halen meer digitale vaardigheden in huis

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Grote bedrijven kopen steeds vaker zelf marketing- en mediatechnologie in plaats dat in te huren bij specialistische bureaus. Ook kiezen ze makkelijker voor consultancies voor het opstellen van hun nieuwe digitale strategieën.

Van donkere wolken boven de markt is geen spraken, maar internetbureaus wereldwijd merken dat hun markt en klanten volwassen beginnen te worden. Ook in Nederland is het merkbaar dat grote bedrijven digitale expertise insourcen en bezig zijn met de aanschaf van zaken als DMP’s en media-inkoop- en planningsystemen.

Dat valt te lezen in een nieuw rapport (PDF) van de Society of Digital Agencies (SoDA). In Nederland is bureaunetwerk Dept daar lid van.

Deze veranderingen in de markt zijn ook te merken, stelt het rapport, in het soort opdrachten dat digital agencies dit jaar aannemen. Vorig jaar waren dat voor het merendeel consultancyklussen, dit jaar zijn dat meer projectmatige opdrachten. Mogelijk als gevolg van het advieswerk, maar daar zeggen de onderzoekers van SoDA en Forrester niets over.

Ook opvallend is de opmerking dat bedrijven makkelijk partneren met bijvoorbeeld Facebook en Google voor digitale innovatie binnen de bedrijfsmuren. Nog makkelijker dan met hun internetbureau:

TamTam laat in aanvulling op dit rapport weten: “Een kleine zestig procent van de digitale bureaus verwacht dat insourcing van digitale teams een bedreiging wordt voor hun werkzaamheden. Vooral op het gebied van social media, analytics en digital experiences lijken de corporate marketeers daar ook steeds beter in te slagen. Hun prioriteiten liggen dit jaar op data, de organisatiecultuur en -structuur en customer insights. Interessant om te zien is dat de verwachtingen van marketeers over insourcing hooggespannen zijn, maar als de data wordt vergeleken met 2016 blijkt dat het vaak nog bij plannen blijft. De reden? De zoektocht naar talent blijkt voor marketeers aan klantzijde nog veel ingewikkelder dan bij ons als digitale bureaus.”

Wat de toewijzing van digitale budgetten betreft, blijkt dat bedrijven van jaar op jaar beter wegen hoeveel ze daarin willen investeren. De helft van de corporate marketeers zegt niet meer te investeren dan vorig jaar. In 21 procent is zelfs sprake van een afname. Twee keer meer dan het jaar ervoor.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe Nederlandse app voor last-minute kamers

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wie de laatste trein heeft gemist of spontaan een avondje uit gaat kan terecht bij een nieuwe Nederlandse app voor last-minute kamers. MusjrooM is sinds drie weken beschikbaar voor iOS en Android, vertelt medeoprichter Khosrou Golzad.

Hoe ben je op het idee van MusjrooM gekomen?

“Uit frustratie. We gingen elk jaar vanuit Den Helder de verjaardag van een vriend vieren in Amsterdam. Heel gezellig natuurlijk, waardoor we meestal niet meer met het openbaar vervoer thuis konden komen. Een taxi of hotelkamer was te duur. Dus bouwden we een peer-to-peer platform waar mensen die iets bij willen verdienen een kamer beschikbaar kunnen stellen aan mensen die op het laatste moment een overnachtingsplek nodig hebben.”

Hoe werkt het?

“Je installeert de app en op de dag zelf kijk je welke kamers beschikbaar zijn. Je kunt niet vooruitboeken – het is echt last-minute, we zijn geen Airbnb. Onze focus ligt om te beginnen op Amsterdam. Daarna volgen Utrecht, Groningen, Rotterdam en Den Haag. En uiteindelijk willen we natuurlijk de grens over, naar België, Frankrijk en Duitsland.”

Khosrou GolzadDus als verhuurder moet je bij nacht en ontij klaarstaan om gasten te verwelkomen?

“Dat bepaal je als verhuurder natuurlijk zelf. Als je daar geen zin in hebt, haal je de kamer tijdelijk offline. Wel is het zo dat we werken met ratings in het overzicht dat wordt gepresenteerd van beschikbare kamers. En daarin speelt mee hoe gastvrij en flexibel je bent. Dus als je een hogere positie wil, is het handig om ook late check-ins te accepteren.”

Haal je je als verhuurder niet vooral dronken mensen op de hals?

“Er zijn verschillende scenario’s denkbaar natuurlijk. Ik heb weleens gehad dat ik om half negen ’s avonds een tentamen had in Amsterdam, dat om half twaalf was afgelopen. Door een storm reden er geen treinen meer. Ik ben door de stad gaan lopen tot er weer gereden werd. En soms hebben mensen zin om iets spontaans te doen. Op zulke momenten komt MusjrooM goed van pas.”

Wat is het verdienmodel?

“Wij ontvangen 9 procent commissie. De gemiddelde kamerprijs is op dit moment 63 euro per nacht.”

In Amsterdam geldt een limiet van 60 dagen als het gaat om het verhuren van je eigen woning. Hoe gaan jullie hiermee om?

“We hebben geen teller, zoals Airbnb. Wij informeren de verhuurder hierover, het is aan hem of haar om zich eraan te houden. We leveren het platform en nemen de verantwoordelijkheid om dat zo veilig mogelijk te maken.  Verhuurders geven we tips over hoe je een zo goed mogelijke beleving kunt bieden. Aan de boekers leggen we uit wat ze kunnen verwachten.”

Hoeveel verhuurders hebben zich al aangemeld?

“De vraag overtreft het aanbod. We hebben de app gelanceerd om feedback te verzamelen van zowel gasten als verhuurders. Die zijn we nu aan het verwerken. Vervolgens gaan we aan het product werken door meer verhuurders te werven en daarna starten we met marketingcampagnes om naamsbekendheid te verwerven.”

Waar wil je naartoe met MusjrooM?

“Mijn visie is dat we uiteindelijk een ‘ruimteplatform’ worden, dus niet alleen last-minute kamers bieden maar ook bijvoorbeeld een vergaderzaal, garage of yogaruimte. Daar werken we naartoe.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Adobe: ‘We gaan naar Cannes met The Hovering Art Director’

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wat begonnen is als een lokale marketingcampagne voor de Benelux is inmiddels uitgegroeid tot een succesvolle wereldwijde campagne voor Adobe Stock: The Hovering Art Director. De campagne is ingezonden voor de Cannes Lions en zal daar ook worden gepresenteerd bij de Nederlandse handelsmissie Embassy of Dutch Creativity, waar Adobe een van de partners van is. We spreken met Alexander Meyers, Marketing Manager Adobe Benelux. 

In de campagne wordt de creatieve professional in beeld gebracht die samen moet werken met het herkenbare type dat vage feedback geeft, de ‘Hovering Art Director’. Met de campagne wordt Adobe Stock onder de aandacht gebracht, dat door de integratie met Creative Cloud het aankopen van stock-materiaal voor gebruik in creatieve tools versnelt. Daarnaast wordt ook een action figure van de Hovering Art Director verspreid.

Kan je iets meer vertellen over het doel van deze campagne?

“Het primaire doel van de campagne is het verhogen van de naamsbekendheid van Adobe Stock. Het is een nieuw product dat het moet opnemen tegen gevestigde namen in de stock-industrie. Daarnaast willen we uiteraard dat de doelgroep Adobe Stock uiteindelijk gaat uitproberen.”

Hoe is het idee ontstaan en wie hebben eraan gewerkt?

“We zochten naar een concept om de creatieve industrie op een relevante wijze te laten zien wat Adobe Stock zo bijzonder maakt. Initieel hadden we geen budget beschikbaar om een grote mediacampagne te voeren, dus het idee moest gewoonweg sterk genoeg zijn om opgepakt te worden zonder grote media investeringen. We hebben goed gekeken naar de dynamiek in de creatieve industrie en kwamen uiteindelijk uit bij een fenomeen waar elke creatief in de bureauwereld mee te maken heeft gehad: The Hovering Art Director. En daar hadden wij nou net de perfecte oplossing voor.

Naast het team van Achtung! mcgarrybowen, onder de bezielende creatieve leiding van Daniel Sytsma (zie casefim), is uiteindelijk een zeer groot team betrokken geweest bij de ontwikkeling. Het zou echter nooit wereldwijd zijn gelanceerd zonder mijn Adobe collega’s Paul van Keeken, Nienke Schipper-Pauw en Patty Novato.”

Hoe werd de campagne in eerste instantie ontvangen?

“Daar zit wel een mooi verhaal aan vast! Toen het concept van de campagne concreet werd heb ik het een aantal malen aan ons Europese team gepresenteerd. Ze stonden unaniem achter het concept en vonden onze benadering wel interessant om te testen in de Benelux. Minder dan een week voor de lancering presenteerde ik de campagne aan onze EMEA marketing director. Een dag later werd ik gebeld met het verzoek de campagne uit te stellen. Er waren zorgen dat het mogelijk zou conflicteren met de toenmalige wereldwijde campagne voor Adobe Stock. Dat was natuurlijk een zware tegenvaller voor iedereen die betrokken was bij de ontwikkeling van de campagne. Uiteindelijk kreeg ik de kans om het te presenteren aan de persoon die wereldwijd verantwoordelijk was voor Adobe Stock marketing. Niet veel later werd er besloten om “The Hovering Art Director” de volgende wereldwijde campagne voor Adobe Stock te maken.”

En toen werd het veel groter uitgerold, hoe ging dat in zijn werk?

“Ja, dat was wel een behoorlijke stap. Ineens werk je met een enorm team samen om de campagne verder te ontwikkelen. Je moet je voorstellen, dit is de eerste keer dat een dergelijke wereldwijde campagne voor Adobe ontwikkeld is buiten de US. Daar moest iedereen wel even aan wennen natuurlijk. We hebben maandenlang intensief samengewerkt met diverse corporate teams om alles klaar te maken voor de wereldwijde lancering. Onze eigen Adobe Studio in San Francisco werd ook toegevoegd aan het creatieve team en zij zijn samen met Achtung! mcgarrybowen aan de slag gegaan om de creatieve concepten verder uit te werken. Daarnaast werd ons verzocht te onderzoeken of we de campagne ook geschikt konden maken voor de grootzakelijke markt. Zo hebben we ook een specifieke strategie ontwikkeld om te zorgen dat we Adobe Stock onder de aandacht konden brengen van onze grootzakelijke klanten.”

Er werd ook een action figure toegevoegd, is die succesvol?

“Zeker! Het grappige is eigenlijk dat we de action figure hebben bedacht als incentive voor onze grootzakelijke klanten. Maar goed, zodra het idee uitgewerkt was voelden we natuurlijk al heel snel aan dat we hier meer mee moesten doen. Wie wil er nou geen pratende Hovering Art Director action figure op zijn bureau hebben staan die je van ongecensureerd creatief advies kan voorzien? We krijgen nu werkelijk waar vanuit de hele wereld een stroom van vragen binnen van mensen die zo’n action figure wilden bemachtigen. Wees gerust, hij is wereldwijd te winnen bij verschillende marketing activiteiten van Adobe.”

Wat heeft de campagne Adobe tot nu gebracht, wat zijn de resultaten?

“De film is tot nu meer dan vijftien miljoen bekeken, onze socialmedia-inspanningen en zo’n beetje 120 artikelen in diverse vormen wereldwijd – en alle reacties daarop – hebben beslist geleid tot een grotere naamsbekendheid. Het meten van de hoeveelheid personen die Adobe Stock hebben uitgeprobeerd is wat lastiger, maar direct uit de campagne af te leiden zijn 6500 geactiveerde trials – al ligt het werkelijke aantal zeker hoger. Door de campagne komen we eerder aan tafel bij klanten en relaties. Plus we gebruiken de campagne wereldwijd bij events om Adobe Stock mee te introduceren.”

Wat heeft dit project jou persoonlijk gebracht?

“Ik heb echt zo enorm veel geleerd het afgelopen jaar. Het ontwikkelen en uitvoeren van campagnes die wereldwijd worden gevoerd bij een dergelijk grote organisatie brengt gewoonweg zoveel complexiteiten met zich mee, dat was wel even schakelen. Maar het is fantastisch dat ik die mogelijkheid heb gekregen en met zoveel mensen heb kunnen samenwerken. Onlangs kreeg ik van de CMO van Adobe onze Global Marketing Excellence Award. Dat is natuurlijk een geweldige erkenning die voor mij veel deuren heeft geopend. En niet te vergeten, we hebben erg veel lol gehad tijdens het ontwikkelen van de campagne. Dat is minstens zo belangrijk.”

Jullie hebben dit werk ook ingezonden voor Cannes Lions?

“Klopt! Het zou wel heel erg mooi zijn als het team wordt beloond met een nominatie van de Cannes Lions. En wie weet, misschien mogen we wel een van de felbegeerde leeuwen mee naar huis nemen. Dat zou natuurlijk wel een bekroning op al het werk zijn.”

En daar zijn jullie ook partner van de Embassy of Dutch Creativity?

“De Embassy of Dutch Creativity is een fantastisch initiatief waarmee we ons als Nederlandse creatieve industrie absoluut enorm onderscheiden. Als je zo veel partijen bij elkaar kan brengen en samenwerkt om jezelf op de beste mogelijke manier te presenteren aan de wereld, dan mag Adobe daar als partner niet ontbreken. Sterker nog, Daniel Sytsma van Achtung! mcgarrybowen Amsterdam zal op donderdag 22 juli de complete campagne op de Embassy gaan presenteren.”

En als we daar zijn maken we ook kans op de action figure?

“Daar konden we natuurlijk niet omheen zoals je begrijpt. Ben je in Cannes, kom dan even langs bij de Embassy of Dutch Creativity. Je moet er wel wat voor doen, maar je kan elke dag een Hovering Art Director action figure winnen!”

Wat zijn de next steps voor deze campagne?

“De campagne is voor ons om meerdere vlakken er succesvol gebleken. Het heeft onze organisatie ook een geweldige impuls gegeven als je het hebt over hoe we beter internationaal samen kunnen werken. Dat vraagt uiteraard om een vervolg. Ik kan hier helaas nog niet te veel over vertellen, maar binnenkort vlieg ik weer naar San Francisco toe om te werken aan de volgende wereldwijde campagne voor Adobe Stock. Ook daar zal weer een flink team uit Nederland aan gaan werken.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sabine van der Plas (Sweek): ‘Wat YouTube is voor video’s zijn wij voor verhalen en fictie’

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een open en sociaal platform voor lezers en schrijvers. Dat is Sweek.com. Bedacht in Rotterdam, negen maanden geleden live gegaan en inmiddels 130.000 gebruikers wereldwijd. Waarbij Latijns Amerika de grootste markt vormt.

“Het past heel erg bij de levensstijl en cultuur daar”, aldus Sabine van der Plas, co-founder en marketing manager bij Sweek. Zij doelt op een jongerencultuur waarbij de smartphone centraal staat en online sociaal gedrag belangrijk is. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Eerste IAB Programmatic Awards uitgereikt

Posted 15 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het beste werk met programmatic advertising van voorlopersland Nederland is zojuist bekroond tijdens de eerste IAB Programmatic Awards.

Zojuist werden in het Westergastheater in Amsterdam de Programmatic-prijzen uitgereikt. Specialisten uit de wereld van online reclame keken er reikhalzend naar uit, om te zien welke cases als meest vernieuwend worden bestempeld.

Programmatic advertising is de meeste dynamische vorm van internetreclame omdat zo goed als real time wordt bepaald welke reclameboodschap het beste aan welke internetgebruiker kan worden getoond. Targeting is daarbij slechts één variabele. Het vertellen van een always on-verhaal en het dynamisch genereren van gepersonaliseerde content zijn twee andere variabelen.

Aan het begin van deze maand werden de genomineerden bekendgemaakt in deze vijf rubrieken: Branding/awareness, Performance/activatie, Always on/Full funnel, Innovatieve strategie en Datadriven creative. Hierin wordt vooral het innovatieve, vernieuwende werk in deze nieuwe vorm van internetreclame belicht.

De winnaars die zojuist gelauwerd zijn:

TALENT AWARDS
– Campagne manager – Bannerconnect – Tobias Tanger
– Preacher – Massarius – Bert Jan ten Kate
– Yield manager – Improve Digital – Marlous van den Oever
– Pionier – Omnicom – Marco Bar
– Rising star – Kinetic – Aaron Spijkers

CAMPAGNE AWARDS

    Branding / Awareness

1. Bannerconnect – Burst strategie
2. MobPro – Danone Hüttenkäse
3. Havas – Disney Finding Dory

    Performance / Activatie

1. IPG Mediabrands – Jumbo snel besteld
2. MobPro – Marktplaats app marketing
3. SearchResults – Politie Zeeland & West-Brabant

    Always on / Full funnel

1. Bol.com – #PakjeLiefde
2. SearchResult – Essent Daltarief
3. FreshFruit – DELA Uitvaartverzekering

    Innovatieve Strategie

1. Nmpi – Transavia wintersport
2. Bannerconnect – KPN bridging ATL attribution gap
3. MobPro – Greetz Verjaardag

    Data-driven creative

1. OMD – Renault
2. Adcombi – Cornetto Liefde
3. Bluemango – Vodafone Vluggertjes

Foto: Sam Howzit (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe tak Divimove voor performancemarketing op YouTube

Posted 15 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Divimove richt een nieuwe tak op die zich puur richt op performancemarketing op YouTube.

De performancetak van Brandboost by Divimove, intern omschreven als een videocreatief bureau, staat onder leiding van de Nederlander Peter Gamelkoorn (foto). Hij stuurt een team aan sales- en controlexperts aan. Gamelkoorn werkte eerder voor onder meer eBay, eDarling en Outfittery.

De woordvoerder licht toe: “Als fullserviceagency biedt we creatie, concepting, denken mee in strategieën en kunnen ook de productie verzorgen”. De commerciële uitingen verlopen via aangesloten influencers en sinds nu ook display. “We hebben een eigen adserver en bieden honderd procent brandsafety op Youtube, omdat we alle 1.200 kanaalbeheerders kennen. Via ons systeem kunnen we prerolls, overlays en binnenkort ook bumpers inboeken. Daarmee kunnen adverteerders het effect van hun campagne verlengen.”

Divimove is een Europees werkend mediabedrijf in Berlijn dat een een netwerk van 1.200 YouTube-kanalen exploiteert. Voorheen werd dat aangeduid als multichannelnetwerk, maar het werk omvat tegenwoordig meer dan alleen het exploiteren van videokanalen. Influencers geven ook boeken en cd’s uit en organiseren concerten waar ze zelf optreden. In Nederland is het bedrijf onder meer werkzaam voor Nikkie, DusDavidGames en Ties.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Is een DMP waardevol, en hoe kies je de juiste?

Posted 15 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In dit artikel zal ik ingaan op drie belangrijke vragen over datamanagementplatformen (DMP), namelijk: Waarom zou je als merk een DMP aanschaffen? Wat voor verschillenden soorten DMP’s zijn er? En, als je besluit om de investering te doen: Hoe kies je de juiste DMP?

Voor meer achtergrond over wat een DMP is en wat je ermee kan, verwijs ik je graag naar een artikel wat ik eerder dit jaar schreef genaamd ‘Vier vragen over DMP’s die elke klant gaat stellen’. In dit artikel ging ik al kort in op wat een Data Management Platform (DMP) precies is, wat marketeers ermee kunnen en welke beperkingen er bestaan.

Waarom een DMP?

In tegenstelling tot wat veel marketeers denken, is een DMP niet voor alle merken en bedrijven een logische keuze en daarmee niet altijd een verstandige investering. Een DMP biedt bedrijven de mogelijkheid om zelf ownership te verkrijgen van hun data en meer controle te krijgen over waar en hoe het wordt opgeslagen. Daarnaast is veel meer te halen uit klant en doelgroep data door alle verschillende databronnen met elkaar te combineren. Maar niet elk bedrijf heeft een DMP nodig om de eerste vruchten te plukken van het combineren van data. Deze twee indicatoren vertellen je of jouw organisatie er klaar voor is of niet:

  1. Positie op de digitale transformatie-ladder

Veel grote merken zijn nog volop bezig of net klaar met het schetsen van het theoretische kader van hun Digitale Transformatie. Andere merken zijn al verder en gebruiken volop hun eigen data en de databronnen van derden in hun programmatic marketing. Een grote stap in de digitale transformatie is de omslag van de one to many marketing, het zenden van één boodschap voor de gehele doelgroep, naar het afstemmen van de boodschap per doelgroep-segment. Als je als marketeer pas net de eerste schreden aan het zetten bent op het gebied van het afstemmen van je boodschap op verschillende segmenten in plaats van op één overkoepelende doelgroep, dan is er nog enorm veel winst te behalen met de audience-segmentatie van Facebook en Google. Het is dan ook raadzaam om eerst hiermee aan de slag te gaan en te kijken welke use cases je hiermee kunt uitvoeren alvorens een DMP aan te schaffen. Een use case is het beste te definiëren als een uitgeschreven targeting strategie, waarbij je verschillende data bronnen (en vaak ook technologieën) combineert om een duidelijk marketingdoel te behalen. Zodra je met de use cases die je wilt realiseren tegen de beperkingen aanloopt van de targeting mogelijkheden van Facebook en Google, is het tijd om met een DMP aan de slag te gaan.

  1. Omvang van het bedrijf, de doelgroep en de budgetten

Een andere afweging is de omvang van je doelgroep en de marketingbudgetten die je tot je beschikking hebt. Wanneer je een DMP hebt geïnstalleerd, kan je data verzamelen over je prospects en de data over je klanten, die je reeds via je owned kanalen hebt verzameld verrijken. Je owned kanalen zijn belangrijk en veel van de cookie matching gebeurt via bijvoorbeeld online registratie, maar ook veel cookie matching gebeurt in paid kanalen. Als je een klein mediabudget hebt, kan het moeilijk zijn om je data te matchen en daarmee om de kosten die veel completere DMP’s met zich meebrengen, terug te verdienen. Een DMP kán waardevol zijn bij een kleine doelgroep, afhankelijk van onder andere je winstmarge en koopfrequentie, maar bereken goed welke gedragsverandering er tegenover je investering moet komen te staan.

Wat voor DMP’s zijn er?

Naast de inhoudelijke verschillen tussen de beschikbare DMP’s, zijn er veel manieren waarop je ze kunt onderverdelen. Een praktische manier om DMP’s te categoriseren is kijken naar de oorsprong van de bouwer van het platform. Komt die uit de publisher-hoek, uit de CRM hoek, of was het een DSP (Demand Side Platform) die de DMP bovenop zijn bestaande service heeft gebouwd? Wanneer e-mailmarketing verreweg je belangrijkste kanaal is en je verwacht dat dit zo zal blijven, is wellicht een DMP gebouwd door een partij gespecialiseerd in CRM voor jou de beste keuze. Leun je sterk op programmatic display- en video-advertising in je digital marketing, dan ligt een DMP gebouwd door een DSP wellicht meer voor de hand.

Een andere veel gebuikte onderverdeling is best of breed versus full stack DMP’s. Best of breed DMP’s richten zich primair op het leggen van connecties met andere advertising technologie en zijn vaak sneller in het maken van connecties met externe tools. Voorbeelden van best of breed DMP’s zijn Relay42 en KRUX. KRUX heeft hierin wel weer een hele andere achtergrond dan Relay42. Relay42 is ontstaan als DMP voor adverteerders, waar KRUX’ achtergrond ligt in het helpen van publishers met het genereren & verkopen van audience segmenten waardoor deze twee weer een verschillende focus hebben op het soort data waar ze zich op richten.

Full stack DMP’s zijn datamanagementplatformen die volledig zijn geïntegreerd binnen de stack van één bedrijf en komen het beste tot hun recht wanneer de volledige stack wordt gebruikt. Voorbeelden van full stack DMP’s zijn Adobe Audience Manager of Bluekai van Oracle en Google. Sommige leveranciers van full stack DMP’s spreken deze onderverdeling echter tegen, aangezien zij net zo goed zouden kunnen integreren met andere technologieën als hun best of breed-tegenhangers dat kunnen. Zo zullen er inderdaad weinig DMP’s zijn die niet geïntegreerd zijn met de DSP van Google, DoubleClick Bid Manager, maar er bestaat naar mijn idee wel degelijk een verschil in filosofie tussen full stack en best of breed DMP-leveranciers.

Hoe kies je de juiste DMP?

Allereerst is het essentieel om te kijken naar wat je wilt bereiken met de DMP. Vervolgens kan je onderzoeken wat nu je belangrijkste kanalen zijn en welke dat zullen zijn, vooruitkijkend naar de komende jaren. Is het wijs om een DMP te kiezen die ‘goed’ is in use cases voor de kanalen die nu belangrijk voor je zijn, of verwacht je dat in de toekomst andere kanalen belangrijker zullen worden voor je merk en wil je een DMP kiezen die meer op die kanalen zijn ingericht? Als programmatic video bijvoorbeeld je belangrijkste kanaal is en je verwacht dat dit zo zal blijven, dan zal je met deze vragen bij een andere DMP uitkomen dan wanneer je primair van e-mail afhankelijk bent voor het genereren van je sales.

Tot slot moet er goed gekeken worden naar de bestaande technologiestack, en of de DMP(’s) die je overweegt al bestaande integraties hebben met de reeds gebruikte technologie en ad stack. Draai je al 90 procent van de Adobe stack? Dan is het wellicht raadzaam om met Adobe Audience Manager in zee te gaan, mits je ervoor kiest om een DMP te kiezen die goed bij je huidige Ad Tech Stack past.

Er bestaan in DMP-land veel verschillende tarieven. Sommige meer beperkte datamanagementplatformen hebben een veel kleiner prijskaartje dan de DMP’s met alle mogelijke functionaliteiten. De vraag is hier weer welke functionaliteiten je daadwerkelijk nodig hebt om je beoogde doelstellingen te behalen.

Tot slot is het goed om goed na te denken over hoe belangrijk het voor jouw bedrijf is om zelf ownership te hebben over je data en om op die manier meer controle te hebben over wat er gebeurt met de data van je klanten. Dit is iets wat moeilijk uitgedrukt kan worden in een nominale waarde, maar het is ook het topic waarvan ik vind dat het schromelijk wordt onderschat door veel adverteerders.

Valkuilen en best practices

Ik heb bij veel adverteerders gezien dat er direct na het selectietraject een fase komt waarin het hele project vrijwel stil staat. De reden is vaak óf dat men geen keuze kan maken met alle betrokken afdelingen over welke use case er als eerste uitgerold zal worden, óf dat men in de veronderstelling is dat de gehele customer journey-strategie uitgedacht en -geschreven moet zijn alvorens gestart kan worden met de eerste use case.

Mijn advies om dit te voorkomen is het volgende:

  • Kies de juiste DMP-technologie en kijk niet alleen naar de technologische specificaties van de tooling, maar ook naar of de filosofie en werkwijze van de DMP past bij de cultuur van je organisatie.
  • Maak een aparte DMP-divisie binnen je marketingafdeling en benoem iemand binnen die divisie tot eigenaar van het project.
  • Stel gezamenlijke doelen op voor het gebruik van de DMP en definieer duidelijke meetpunten voor succes.
  • Betrek alle stakeholders binnen je bedrijf, met extra aandacht voor Legal en IT. Legal zal vaak eerst goed moeten worden bijgepraat over wat een DMP precies is alvorens ze een call kunnen maken over welke data wel en niet gebruikt mag worden en op welke manier dat moet gebeuren. IT kan zich gepasseerd voelen als er vanuit Marketing een keuze gemaakt wordt voor een DMP zonder dat zij betrokken zijn. Daarnaast speelt IT een grote rol bij het koppelen van de verschillende databases.
  • Begin met een kleine use case en wacht niet totdat je alles helemaal hebt uitgedacht. Blijf na deze eerste use case constant nieuwe use cases ontwikkelen & uitrollen. Je zult zien dat dit steeds makkelijker wordt en het succes ratio omhoog gaat naarmate je meer cases uitrolt.
‘Slideware’ versus software

De mogelijkheden van use cases met een datamanagementplatform zijn vrijwel eindeloos en naarmate er meer en meer succesvolle cases opduiken van de early adopters, zullen steeds meer bedrijven besluiten zelf ook een DMP aanschaffen. Hierdoor krijgen DMP-leveranciers het steeds drukker, wat de service niet altijd ten goede komt. Daarbij is er jarenlang door veel adverteerders alleen maar gepraat over de aanschaf van een datamanagementplatform. Nu deze partijen ook daadwerkelijk aan de slag gaan met een DMP, krijgen sommige leveranciers het idee dat ze nu moeten ‘oogsten’. Dit kan soms helaas leiden tot loze beloftes over wat de DMP allemaal kan en met welke technologieën deze al is geïntegreerd. Ook worden er soms te rooskleurige verhalen verteld over de snelheid waarmee nieuwe integraties gerealiseerd kunnen worden. Door al deze factoren zit er regelmatig een groot gat tussen wat het salesteam van een DMP in hun presentaties belooft en wat hun collega’s die over de uitvoering gaan kunnen waarmaken. Daarom is het raadzaam om een goede due diligence te doen en je te verdiepen in wat de DMP nu al aan integraties heeft en wat er op de roadmap staat. Verder is een duidelijke SLA cruciaal als je teleurstellingen wilt voorkomen.

Ik heb geweldige succescases gezien bij onze klanten waar CPA’s halveerden en ROI’s verdubbelden, tegenover diepe teleurstelling over het feit dat de DMP niet de Heilige Graal van de marketing blijkt te zijn. Een constante bij de succes cases was dat de adverteerder een weloverwogen keuze had gemaakt voor een bepaalde DMP en goed wist welk doel hij met de DMP wilde bereiken. Dat is dan ook het beste advies wat ik eenieder die de aanschaf van een DMP overweegt kan meegeven: bedenk duidelijk wat je wilt bereiken met de DMP en kies vervolgens de DMP die het meest geschikt is om dit doel mee te behalen.



Lees het volledige bericht op Emerce »