Posts Tagged ‘marketing’

TDE en Fingerspitz spelen samen in digital sportmarketing

Posted 28 Apr 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Sportmarketingbureau TDE uit Eindhoven slaat de handen ineen met Fingerspitz Online Marketing uit Breda.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Acht ingrediënten voor de optimale customer journey

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Elk merk houdt zich bezig met de optimale digitale klantbeleving. In de praktijk blijken acht trends en ontwikkelingen van groot belang bij het ontwerpen, realiseren en managen van de customer journey.

Succesvolle merken zijn relevant voor (potentiële) klanten. Dat word je door onderstaande ontwikkelingen te combineren met de juiste technologie en data-gedreven inzichten.

Micro-interacties

Hoe een gebruiker de digitale prestaties van je merk beleeft, hangt af van hoe snel ze de relevante content kunnen vinden en de gewenste handeling verrichten. Dit krijg je bijna niet voor elkaar zonder gebruik te maken van micro-interacties. Dit zijn tijdige, logische en soms leuke reacties op de input van de gebruiker, zoals het uitzetten van een alarm of het aanraken van een link. Micro-interacties zijn simpele, gebruiksvriendelijke en doordachte vormen van interactie die op elke app en site voorkomen. Ze helpen de gebruiker om een bepaalde handeling te doen, ongeacht het formaat van het scherm. Wel kun je stellen dat het belang van micro-interacties het grootst is bij kleine schermpjes zoals die van wearables en fitnesstrackers, die enkelvoudige notificaties doen.

Continuous Delivery

De DevOps-benadering voor softwareontwikkeling richt zich op continuous delivery, oftewel apps en sites worden in een dagelijkse cyclus geüpdatet zodat de time-to-market zo kort mogelijk is. Hiervoor zijn tools nodig die omgevingen snel in- en uitschakelen, zodat er zo min mogelijk downtime is bij het fiksen van bugs en uitgeven van patches. Developers zijn vaker bezig met coderen en werken aan meer projecten tegelijkertijd. Consistentie is hierbij een uitdaging. De delivery tool moet ervoor zorgen dat de juiste volgorde in het project wordt bewaakt, anders neemt het risico op bugs en downtime toe wanneer nieuwe code wordtgeïntegreerd in bestaande omgevingen. Dit vergt een aanpassing van traditionele workflows, zodat het gemakkelijk is om productversies van elkaar te onderscheiden en veranderingen in de juiste volgorde door te voeren.

Responsive webdesign

Mobiele apparaten zijn desktop pc’s voorbijgestreefd als het gaat om de click share op Google. Qua volume is de desktop echter nog steeds een speler van formaat. En hoewel kopen via de smartphone steeds normaler wordt, geldt nu nog dat de koopintentie mobiel tot stand komt en leidt tot conversie op de pc. Dat is meteen de reden dat de meeste bedrijven er nog niet voor kiezen om mobile-first te worden, maar in plaats daarvan investeren in responsive webdesign.

Responsive webdesign is een configuratie waarbij de server altijd dezelfde HTML-code naar alle apparaten verstuurt en waarvoor CSS wordt gebruikt om de weergave van de pagina op het apparaat te wijzigen. Deze configuratie wordt automatisch door de algoritmen van Google herkend wanneer de Googlebot-user-agents toestemming hebben om de pagina en de bijbehorende items (CSS, JavaScript en afbeeldingen) te crawlen. Met responsive webdesign wordt op alle apparaten dezelfde code weergegeven en wordt de weergave aangepast op basis van de schermgrootte.

De keuze voor deze technologie is ook handig met het oog op de toekomst, wanneer content niet meer alleen op web en mobiel wordt gedistribueerd. Wearables, voice assistants en andere IoT-apparaten worden steeds populairder. Responsive webdesign zorgt ervoor dat de groei van het aantal kanalen niet leidt tot complexiteit. In plaats daarvan wordt de content gewoon ‘herschikt’ zodat de boodschap ook op deze apparaten goed overkomt.

Digitale personalisatie

De website afstemmen op de bezoeker of klant is niet nieuw, maar blijft belangrijk. Een gepersonaliseerde beleving op basis van profielgegevens en interesses verbetert de gebruikerservaring. Er zijn tools die klantdata over verschillende websites, sessies en apparaten kunnen verzamelen en consolideren zodat de bezoeker een betere, consistente beleving krijgt. Voor marketeers is dit onderdeel van hun technologiestack, omdat een contextgebonden beleving meer betrokkenheid creëert bij de klant wat weer leidt tot hogere conversie. Voor DX-designers is de uitdaging om de balans te vinden tussen de verwachtingen van de websitebezoeker en het niveau van personalisatie. Elk bedrijf begrijpt het nut van het bieden van de juiste content, aan de juiste persoon op het juiste moment, of dat nu een bekende, anonieme of vergeten bezoeker is. Met een tool en een paar business rules ben je er niet. Personalisatie vergt continue optimalisatie, zodat de beoogde individuele benadering niet ‘creepy’ wordt gevonden.

Omni-channel integratie

Eén zuiver klantprofiel met data uit meerdere tools en bronnen is niet alleen de basis voor personalisatie, maar ook voor omni-channel integratie. Klanten verwachten een persoonlijke beleving die consistent is in alle kanalen en op elk gewenst device. Voorspellende modellen en zelf kunstmatige intelligentie kunnen hierbij helpen. Daarmee kunnen patronen in klantgedrag, smaken en voorkeuren worden voorspeld, maar bijvoorbeeld ook wat voor content tot veel interactie leidt. Marketeers kunnen daardoor op basis van data besluiten welke content in welke kanalen wordt verspreid.

Internet of Things (IoT)

Het aantal IoT-apparaten groeit snel en dat brengt risico’s met zich mee. De beveiliging is vaak niet van hoog niveau en daardoor zijn de apparaten makkelijk te hacken. Tot de IoT-sector volwassen is geworden en alle onveilige, achterhaalde toepassingen zijn vervangen door betere modellen zal het aantal DDoS-aanvallen toenemen. Bedrijven die zich bezighouden met IoT zullen een strategie moeten hebben om dit risico te managen zodat klanten veilig gebruik kunnen maken van de ‘connected’ producten.

Management & beheer

Het beheren en managen van meerdere websites speelt vooral bij internationale organisaties die te maken hebben met verschillende merken, producten, campagnes en regio’s. Om chaos te voorkomen is één platform nodig dat alle digitale klantbelevingen consistent en veilig managet én schaalbaar maakt. Tegelijkertijd moet het beheer zo zijn geregeld dat lokale marketingteams de vrijheid en creativiteit hebben om de content aan te passen aan de eisen van die markt.

Wetgeving

Privacy in het algemeen en de nieuwe Europese General Data Protection Regulation (GDPR) in het bijzonder is een belangrijke overweging bij het vormgeven van de digitale klantbeleving. Bedrijven moeten uiteraard voldoen aan de regels ten aanzien van de manier waarop data worden verzameld en gebruikt en waar ze worden opgeslagen. Er is technologisch heel veel mogelijk maar dat betekent niet automatisch dat je compliant bent als je die mogelijkheden benut.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google wil greep op retailsector vergroten

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

“Naarmate we hun voorraden en data beter begrijpen, kunnen we dat beter integreren in onze kernsystemen. Dat is de uitdaging voor de lange termijn.” Googlebaas Sundar Pichai laat er geen misverstand over bestaan: hij wil hofleverancier worden van de digitale kant van Retail.

De eerste stappen in het uitvoeren van die visie worden nu gezet. Het is eigenlijk niet Google die dat doet, maar winkeliers zelf. Ze zijn druk bezig hun product- en voorraadinformatie te voeden aan Google, aan zoekmachine Shopping om precies te zijn.

Afgelopen jaar, zo werd gisteren bij de presentatie van Googles kwartaalcijfers bekend, verdubbelde het aantal retailers dat real time informatie doorstuurt over zijn voorraadstatus. Hoe meer data winkeliers aan Google Shopping geven, hoe groter de kans dat de consument bij hen koopt en niet bij een concurrent. Wie geen data geeft, verliest klanten. De retailer betaalt pas, als de consument uit de zoekresultaten naar zijn winkel klikt.

De consument slaat hierop aan, vertelde Sundar Pichai gisterenavond: “Het aantal mobiele zoekopdrachten in Shopping groeide afgelopen jaar met 45 procent.”

Google neemt de marktmacht niet, maar wordt hem gegeven door de winkeliers naarmate ze er meer data in stoppen. Dat beeld schetste ook directeur Kees Verpalen van Beslist.nl vorige week tegenover Emerce. Online retailers hebben geen onbeperkte marketingbudgetten en moeten dus kiezen in welke kanalen ze hoe intensief intensiveren. In afnemende mate zijn dat prijsvergelijkers. Verpalen: “De eerste, tweede en misschien wel derde prioriteit van marketeers bij webwinkels is hun aanwezigheid op Google Shopping goed in te richten. Het budget dat dan overblijft, gaat naar andere kanalen.”

Pichai lichtte ook een tipje van de sluier op over hoe hij wil kapitaliseren op zijn groeiende positie op de retailmarkt. “In het algemeen is Retail een schitterende categorie voor ons met Google Cloud. Op sommige punten verdiepen we onze samenwerkingsverbanden met retailers. Naarmate we daar bedrevener in raken, begrijpen we beter hoe ze met voorraden en data omgaan en kunnen wij dat vertalen naar onze kernactiviteiten.”

Google Cloud gaat niet over winkelen of over advertenties voor winkels, maar over de volle breedte van IT-architectuur. De technologiegigant aast zichtbaar op IT-uitbestedingen door de retail. Dat valt ver buiten de scope van de aanklacht van de Europese Commissie over misbruik van marktmacht door Google Shopping.

In het fysieke domein, dat van de bakstenen winkels, is Google Maps een belangrijk vehikel. Pichai: “Geld verdienen met Maps is iets voor de langere termijn, maar we zien nu al dat er local search goed geld wordt verdiend.” Daarbij gaat het vooral om reclame op de landkaart, vaak in de mobiele app. De topman zegt dat Maps overdag andere suggesties geeft dan op een vrijdagavond als een gebruiker in een binnenstad is.

Foto: Nguyen Hung Vu (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Flixbus: ‘We zijn geen busboer’

Posted 27 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Drieënhalf miljoen mensen uit de Benelux hebben de afgelopen tweeënhalf jaar gebruikgemaakt van Flixbus, dat goedkope busverbindingen binnen Europa verkoopt. Reden om een kantoor in Amsterdam te openen en Jesper Vis per maart aan te stellen als directeur. “Tachtig procent van wat we doen draait om e-commerce.”

Welke opdracht heb je bij je aanstelling meegekregen?

“Groei realiseren. Hoe dat mag ik zelf invullen, in samenspraak met het hoofdkantoor natuurlijk. Over kwantitatieve targets doen we geen mededelingen.”

Flixbus heeft zelf geen bussen of chauffeurs in dienst, maar werkt samen met busbedrijven. Wat is jullie toegevoegde waarde als organisatie?

“We boren een nieuwe doelgroep aan voor de busbedrijven, omdat we sterk zijn in e-commerce. Vrijwel alle boekingen worden online gedaan. De website is in Nederland de belangrijkste omzetgenerator, gevolgd door de mobiele site en de app. Ik denk dat we veel meer uit de app kunnen halen. Tot voor kort hadden we geen iDeal als betalingsmogelijkheid en dat is niet positief voor de conversie. Gebruikers konden wel met creditcard betalen, maar onze doelgroep is jong en heeft dat vaak niet. Inmiddels hebben we iDeal in de Android-app en werken we eraan om het te implementeren in iOS. Zodra dat het geval is gaan we in de Benelux sterker inzetten op de app. Mobile commerce is in Nederland goed in ontwikkeling en daar willen we de boot niet missen.”

Toch wordt op de website de mogelijkheid om telefonisch te reserveren behoorlijk prominent vermeld. Waarom is dat?

“Twee derde van onze reizigers zijn jongeren maar in sommige landen is ook de oudere doelgroep goed vertegenwoordigd. Zij geven de voorkeur aan persoonlijk contact, vandaar de mogelijkheid om te bellen. In de Benelux wordt hier amper gebruik van gemaakt. Waarom het dan toch prominent in beeld staat? Het Nederlandse domein is gebaseerd op de template van andere landen. Dat gaan we nog aanpassen.”

Jesper VisWat wil je dan veranderen?

“We gaan A/B-testen wat er anders moet om de site voor de Benelux te optimaliseren. Als je nu op Flixbus.nl komt zie je een route ingevuld die populair is in Duitsland. Dat willen we lokaliseren. Ik ben bijvoorbeeld ook benieuwd naar het effect van het laten zien van de betaalmethodes. Verder willen we de content, zowel tekst als beeld, lokaliseren en meer tips en inspiratie bieden om de reiziger te enthousiasmeren. En we gaan zoals gezegd de app meer pushen. Die is nu nog gericht op verkoop en aftersales maar het wordt een ‘travel companion’ voor, tijdens en na de reis, waarop de klant bijvoorbeeld real-time kan zien waar de bus zich bevindt.”

Hoe zet je Flixbus in de markt in Nederland?

“Bij Flixbus is het belangrijk dat alles wat je doet meetbaar is en dat je kunt terugrekenen wat het oplevert. Ik zou daarom bijvoorbeeld niet zo snel in traditionele media adverteren. We doen heel veel met Adwords, staan in metazoekmachines als GoEuro en hebben we veel direct verkeer. We doen aan offline marketing waarbij mensen een kortingsbon krijgen, zodat we precies kunnen traceren waar de sales vandaan komen. Voor Nederland gaan we de komende tijd experimenteren met social advertising. Dat is niet zozeer een conversietool maar wel een goede manier om persoonlijk te communiceren met potentiële klanten. Verder wil ik online video advertising inzetten om Flixbus als merk neer te zetten. Storytelling dus.”

Heeft deze vorm van intra-Europees vervoer echt toekomst nu je overal naartoe kunt vliegen met een prijsvechter?

“Dat hangt van de bestemming af. Naar Madrid zal niemand de Flixbus nemen vanaf Nederland. Maar we zijn heel geschikt voor middellange afstanden, zoals Amsterdam-Parijs. Gezien de controles en ligging van luchthavens buiten de stad ben je met de bus even lang onderweg als met het vliegtuig. Met als bijkomende voordelen wifi aan boord, meer beenruimte, extra bagage en een lagere prijs.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Apple verlaagt tarieven affiliate marketing App Store

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Apple gaat minder uitgeven aan affiliate marketing. De betalingen voor apps en in-app aankopen worden bijna gehalveerd, van 7 procent naar 2,5 procent.

Apple rekende al 2,5 procent commissie in Japan voor apps en in-app aankopen, maar dat tarief wordt nu ook elders geïntroduceerd.

Dat is geen goed nieuws voor met name kleinere websites, omdat zij via Apple wat konden bijverdienen. In Nederland verdiende iCulture (mede) aan deze marketing. Bij sites als The App Factor (recensies) en Touch Arcade (games) staat de toekomst op het spel. Arnold Kim, eigenaar van zowel Touch Arcade als Appshopper.com, overweegt nu zelfs helemaal met beide sites te stoppen.

De 7 procent blijft per 1 mei wel gehandhaafd voor muziek, video, ebooks en tv.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gites.nl vernieuwt site en verdienmodel

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vakantiehuisjessite Gites.nl verandert zijn verdienmodel van een abonnementenstructuur naar commissiebasis. Verhuurders lijken de wijziging te waarderen, want ondernemer Marijn Bom ziet de grootste groei sinds jaren.

Eigenaren van vakantiehuisjes in Frankrijk ondergaan een verandering bij een van hun belangrijkere online marketingmiddelen. Gites.nl heeft zijn site in een nieuw jasje gestoken en het achterliggende betaal- annex verdienmodel is op de schop gegaan.

Verhuurders die dat willen, kunnen de bemiddelingssite gaan betalen naar geleverd resultaat. Jarenlang betaalden ze een kleine honderd euro per jaar voor een vermelding. Sinds kort is dat óf nul euro per jaar maar wel een commissie van tien procent óf 95 euro per jaar met een commissie van 4,5 procent over het verhuurbedrag.

Volgens oprichter en mede-eigenaar Marijn Bom, ook bekend als mede-oprichter van internetbureau Hoppinger uit Rotterdam, is de verandering ingegeven door gemak voor de verhuurder. “In plaats van dat ze huuraanvragen via een webformulier binnenkrijgen en moeten afhandelen, met al het gemail en ander tijdrovend detailwerk van dien, kunnen klanten direct bij ons boeken en betalen. We handelen ook de betaling voor de verhuurder af. Een voordeel voor de vakantieganger is dat hij SGR-garantie krijgt.”

De nieuwe site is voor de vakantieganger een pluspunt, want het zoeken en boeken is eenvoudiger geworden. De automatisering van de achterkant moet vooral de verhuurder bedienen.

Iets meer dan tweehonderd van de paar duizend locatie-eigenaren is reeds over op het nieuwe model. Het daadwerkelijke succes, ook financieel gezien, zal zich pas in het eerste kwartaal van 2018 kunnen laten zien. De maand januari is immers de drukste maand qua vakantieboekingen. Niettemin ziet Bom dat locatie-eigenaren erop aanslaan. In de afgelopen jaren sloten niet zoveel verhuurders zich aan op Gites als nu.

“Tachtig procent van de verhuurders kiest voor het nul euro-model” en betaalt tien procent commissie. Veelverhuurders zijn meer gebaat bij de lagere commissie.

De ondernemer ziet dat het aanbod in vakantiehuizen harder stijgt dan het aantal belangstellende vakantiegangers. Verhuurplatformen concurreren onderling sterk om de aandacht van de reiziger. “De stijgende opbrengsten van ons nieuwe model stellen ons in staat om onze zichtbaarheid naar de vakantieganger te vergroten.”

Gites.nl genereerde afgelopen maart achthonderdduizend pageviews en in januari 1,2 miljoen.

Achter de schermen wordt nu gewerkt aan een mobiele app. Die is met name bedoeld voor de verhuurders.

Foto: Jean-Jacques Abalain (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vierhonderd adverteerders op bol.com in 2016

Posted 26 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Sinds de zomer van 2016 maakten vierhonderd adverteerders gebruik van de mogelijkheid om een reclamepositie op bol.com te huren.

Steeds meer webwinkels, en dan vooral de allergrootsten, gaan zich behalve als shop ook als uitgever gedragen. MediaMarkt en Zalando hebben internationaal zoveel bezoekers en kopers dan de bezoekers- en kopersprofielen geld waard zijn voor adverteerders. bol.com sloeg in de zomer van 2016 diezelfde koers in en bediende sindsdien honderden adverteerders.

Ruim vierhonderd om precies te zijn. Dat gebeurt via een aparte tak, de bol.com Retail Media Groep. Die treedt op als exploitant van de geanonimiseerde bezoekes- en klantgegevens. Zowel producenten, verkopers als mediabureaus maken gebruik van diens diensten. Enkele namen: L’Oréal, Philips, P&G, Samsung, Universal, Disney en HP.

Deze partijen zetten middelen in als: sponsored products, programmatic display en contentmarketingcampagnes via de magazines. Dat zijn de populairste middelen. In totaal leverden deze activiteiten in 2016 zo’n tien miljoen euro op. Dat bedrag zal naar verwachting verder groeien, al is het op een totaalomzet van een miljard euro een druppel op een gloeiende plaat.

Als datamanagementplatform zet bol.com Krux in, media-inkoop geschiedt via DoubleClick. Zowel bol.com als de adverteerders gebruiken deze systemen.

Foto: eka shoniya (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Storefront: boek retailruimte net zo gemakkelijk als een hotelkamer

Posted 25 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wij willen de deur openzetten voor elk idee,” zegt Mohamed Haouache, CEO en medeoprichter van Storefront: de Booking.com voor winkelruimte. De ondernemer van Franse origine merkte dat de leegstand ook na de economische crisis bleef toenemen. Hij zag zijn kans schoon en besloot winkelruimte voor de korte termijn te verhuren aan e-commerce bedrijven, artiesten, ondernemers en winkeliers.

Hoe zou je Storefront in één tweet omschrijven?

“Toonaangevende wereldwijde marktplaats om op korte termijn retailruimte te huren.”

Wat doet Storefront precies?

“Storefront is een online platform dat fysieke locaties kortdurend beschikbaar maakt voor ondernemers. Dat maakt het snel en makkelijk haalbaar om op aantrekkelijke plekken je product in de etalage te zetten zodat je kunt werken aan je verkoop- of pr-doelen. Pop-up stores en showrooms zijn een goede manier om mode en kunst onder de aandacht te brengen. In feite kun je elk product op een originele manier onder de aandacht brengen bij een groot publiek.”

Wat is je persoonlijke interesse met deze business? Wat was de aanleiding om dit te gaan doen?

“We doen dit om pandeigenaren met winkeliers in contact te brengen, om zo optimaal gebruik te maken van de ruimte die vooralsnog leeg staat. Je kunt Storefront zien als de Airbnb of Booking.com voor alle winkeliers. Bij mij ontstond de motivatie om dit te gaan doen toen ik een vriendin hielp haar winkel te openen. Ik zocht naar een winkelruimte in Parijs, maar in de hele stad was geen beschikbaarheid voor de benodigde korte periode. Ik vroeg mijzelf af hoe het kon dat winkeliers zo lastig een passende ruimte kunnen vinden en heb die vraag omgezet in daden.”

Hoe ontstond Storefront?

“Storefront is vorig jaar gefuseerd met Oui Open. De diensten die beide bedrijven leverden leken veel op elkaar en de visies van de oprichters van Storefront, Tristan Pollock en Erik Eliason, en die van Oui Open, Adrien Kerbrat en ikzelf, kwamen overeen.”

Wat was die visie?

“Dat we iets moeten doen met al die lege winkelruimtes en tegelijkertijd startende ondernemers helpen om voor de korte termijn een onderkomen voor hun winkel te vinden. Het belangrijkste punt is flexibiliteit; ondernemers willen het liefst hun bedrijf in vijf landen tegelijk onder de aandacht brengen en dit zou met een ‘normaal’ contract nooit kunnen.”

Wat valt er allemaal onder de diensten van Storefront?

“Voornamelijk de boeking van een zeer uitgebreid aanbod van winkelruimte faciliteren en alles rondom de huur verzekeren. Klanten kunnen op onze site in vrijwel elke prijsklasse een locatie vinden. Wij focussen op het element van boeken. De architectuur en de regels bij het boeken van winkelruimte verschillen van andere websites en daardoor is het boeken al een grote uitdaging. Storefront verhuurt panden voor een periode van één dag tot twee jaar, zodat het huren van een winkelruimte net zo makkelijk wordt als het boeken van een hotelkamer.”

Kun je voor elk doel een ruimte via Storefront huren?

“In theorie zou dat kunnen, maar wij focussen op het ‘retail-DNA’, dus winkeliers, modelabels, artiesten en e-commercebedrijven. We zouden de Facebook-weg kunnen inslaan door voor alles en iedereen onze service beschikbaar te maken. Wij kiezen ervoor om een gerichte groep excellente service te bieden. Een duidelijke focus is essentieel, vind ik. Veel start-ups die te veel tegelijkertijd willen, falen.”

Wat maakt Storefront uniek?

“Dat we ruimtes aanbieden voor de precieze periode waarin je het nodig hebt. De verkoopcyclus van een product is vaak kort. Een kortere huurcyclus geeft minder verplichtingen en is flexibeler. Storefront maakt de match tussen de cycli van fysieke winkels en verkoop.”

Waar zijn jullie actief?

“We hebben al ongeveer zevenduizend pop-up stores gefaciliteerd. In Europa, Noord-Amerika en Azië hebben we momenteel in totaal tienduizend winkelruimtes in de aanbieding. Op onze website bieden we ruimtes in Londen, Parijs, New York, San Francisco, Milaan, Los Angeles, Hong Kong en Amsterdam.”

Waarom hebben jullie gekozen voor Amsterdam?

“In oktober 2016 hebben wij ons platform in Amsterdam geopend. De reden hiervoor is dat Amsterdam een grote en tegelijkertijd kleine stad is. In het centrum voelt het alsof je in het beste deel van Parijs bent, maar qua vierkante kilometers is het een van de kleinste metropolen ter wereld. Persoonlijk vind ik de sfeer die er hangt inspirerend. Daarnaast telt Amsterdam menig creatieveling. Het maakt de stad aantrekkelijk, ook voor niet-Nederlandse ondernemers.”

Hoe werkt jullie platform voor een gebruiker?

“Je gaat naar onze website en selecteert de stad waarin je een ruimte zoekt. Je kiest je prijsklasse en doel waarvoor je de ruimte wilt huren. Wanneer je hebt bepaald welke ruimte de perfecte match is, brengen wij je in contact met de verhuurder via een chatfunctie. Je geeft aan voor welke termijn je de ruimte nodig hebt, je betaalt vooraf en voilà: je kunt van start.”

Wie zijn Storefronts klanten?

“Wij hebben veel klanten uit de top 101 van bedrijven, zoals L’Oréal, Nike en Heineken. Daarnaast helpen wij veel beginnende ondernemers met hun fysieke aanwezigheid, door ook ruimte aan te bieden in de minder dure delen van de stad.”

Welke klant levert voor jullie de meeste waarde?

“Als je het vanuit financieel oogpunt bekijkt, dan uiteraard de grotere bedrijven. Die kiezen nou eenmaal de duurdere locaties. Maar we hebben speciaal oog voor startende ondernemers. Als je alleen de grote spelers overhoudt, dan loop je het risico radicale innovaties in de retail mis te lopen.”

Hoe ziet jullie verdienmodel eruit?

“Wij rekenen een commissie van twintig procent op elke boeking. Dit is een gemiddelde mark-up in ons werkveld. We verkopen geen losse diensten, zoals schoonmaak of opslag, juist omdat wij goed zijn in wat we nu doen en niet te veel poespas eraan toe willen voegen. De extra diensten worden geleverd door andere partijen die er simpelweg veel gespecialiseerder in zijn dan wij. We brengen onze klanten dan graag in contact.”

Hoe is de verzekering van huurder en verhuurder geregeld?

“Het is voor zowel de pandeigenaar als de huurder belangrijk dat er vertrouwen is. Wanneer je via het internet je pand verhuurt, dan hoop je maar dat er goed mee om wordt gegaan. Daarom hebben wij negen maanden besteed aan de bouw van een platform waarbij alle partijen volledig gedekt zijn. Hiervoor maken wij gebruik van de diensten van Allianz, een wereldwijde zakelijke verzekeringsmaatschappij.”

Werk je samen met andere partners?

“Technisch gezien werken we samen met veel winkelcentra, omdat daar veel ruimte beschikbaar is voor retailers, maar echt partners hebben wij niet. De reden hiervoor is dat wij onafhankelijk willen zijn. Ook ons platform hebben wij zelf gebouwd, de software die wij gebruiken, bestond nog niet.”

Je hebt Arthur Kosten binnengehaald als investeerder, hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

“Met mijn Franse accent natuurlijk! Ha ha, nee – Arthur is als medeoprichter van Booking.com bijzonder goed thuis in de markt waarin Storefront opereert. We hadden meteen een goede klik en hij gelooft er net als ik in dat Storefront het gat vult in de marktplaats voor retail. Voor mij fungeert Arthur als mentor en inspirator voor de groei die we willen bereiken. Toen hij in ons investeerde, hadden we al het plan om uit te breiden naar Amsterdam.”

Heb je een tip voor start-ups die een investering willen binnenhalen?

“Uiteindelijk zijn investeerders er niet om jouw bedrijf te bouwen of om je businessmodel te valideren. Investeerders ondersteunen je om op te schalen. Het blijft je eigen verantwoordelijkheid om de eerste stap te zetten in de markt. Ik heb geleerd dat je van tevoren volledig moet begrijpen wat de potentie is van je dienst en dat je de behoefte van je doelgroep moet doorgronden. Veel ondernemers wachten te lang hiermee en denken dat investeerders vanzelf komen. Conclusie: zorg dat je meteen van start gaat en een solide basis neerzet, voordat je van iemand anders vraagt hierin te investeren.”

Wat heeft vooral de groei van Storefront mogelijk gemaakt?

“Het besef dat het gat in de markt niet alleen op één locatie zit. Wereldwijd is er winkelruimte ten overvloede en door de nasleep van de economische crisis staat is er nog steeds veel leegstand. Dit gaf ons de mogelijkheid om geografisch te schalen. Onze benadering daarbij is wetenschappelijk: we blijven constant experimenteren en leren van onze fouten.”

Van welke fout heb je het meeste geleerd?

“Dat was vorig jaar, toen wij ons platform in de Verenigde Staten uitbreidden. Ik heb toen de keuze gemaakt om veel zelf te doen, in plaats van extra mensen aan te nemen. Het is echter belangrijk om mensen aan boord te hebben die bekend zijn met de markt waarin je actief bent. Daarnaast moet je vertrouwen kunnen geven en dat kan onverwachte gevolgen hebben. Voor mij was dit zeker een leerpunt.”

Wat is het origineelste product dat ooit in een retailruimte van Storefront is neergezet?

“De koffietent voor huisdieren schiet mij als eerste te binnen. Je kon er samen met je huisdier genieten van een kop thee en kletsen met anderen. Ook heeft Storefront-winkelruimte andere gave producten in de etalage gehad, zoals het Wendy-magazine en de Rihanna/Puma-modeshow in Parijs.”

Wat zijn de kansen voor marketeers?

“Storefront wordt meer en meer een mediabedrijf, omdat de kosten om een pop-up store op te zetten vaak gelijk zijn aan het budget dat marketeers beschikbaar hebben. Je ziet een verschuiving van tv-reclames en e-mailmarketing naar experience marketing. Marketeers willen actief communiceren met hun doelgroep. De informatie die je via bezoekers van een pop-up store binnenhaalt, is veel interessanter en waardevoller dan de boodschap die je verzendt via traditionele media.” 

Wie zijn je concurrenten?

“Op de schaal waarop wij werken, hebben we geen directe concurrentie. Als ik lokaal kijk, wel. In de VS heb je Peerspace, dat voornamelijk actief is in de evenementensector. Waar Storefront winkelruimte voor de korte termijn biedt, kun je bij hen een locatie afhuren voor een kerstborrel.”

Wat brengt de toekomst?

“Wij zijn aan het uitbreiden, Milaan is er twee weken geleden bijgekomen. In Nederland breiden we ook snel uit. Rotterdam is de eerste op de planning en ik ben al in contact met meerdere andere steden in de Randstad. Net als in Amsterdam hangt daar een heel eigen internationale vibe die Europese retailers kansen biedt hun fysieke aanwezigheid te vergroten. We willen nog meer uitbreiden, zodat in elke hoek op de wereld winkeliers de mogelijkheid hebben voor óók voor de korte termijn een winkelruimte te huren.”

Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Sanne van den Berg. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016. 

Foto credit: Adrien Dubuisson, Dêlight Studio



Lees het volledige bericht op Emerce »

Travix en Bohemian Birds op Emerce eTravel

Posted 25 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Paul van Breugel van Travix en Jasper Mutsaerts van Bohemian Birds zijn bevestigd als sprekers op Emerce eTravel op 20 juni. Hét evenement voor de online reisbranche wordt voor de achtste keer gehouden in Amsterdam.

Paul van Breugel werkte onder meer voor KLM en T-mobile, voordat hij als CCO naar Travix ging. Op eTravel vertelt hij wat er gaande is op het snijvlak van marketing en technologie. Hoe zet je voor een reisbedrijf technologie in zonder de menselijke kant uit het oog te verliezen? Wat zijn zijn lessen en leerpunten?

Jasper Mutsaerts richtte Bohemian Birds op, dat zich volledig specialiseert in lustrumreizen. Jasper vertelt hoe hij als startup marketing bedrijft zonder budget, maar met de Growth Hacking methodiek. In het verleden verzorgde hij projecten voor McKinsey, Nationale DenkTank, THNK en ImpactHub.

Zoals we eerder al aankondigden gaat we ook op zoek naar de beste startup in de reisbranche. Tijdens eTravel presenteren drie aanstormende ondernemers hun verhaal voor een heuse Dragon’s Den. Publiek en dragons zullen reageren met scherpe vragen. Atilay Uslu is een van de ‘draken’. Als oprichter van Corendon én met meer dan vijftien jaar ondernemingservaring weet Atilay alles over succesvol innoveren.

Emerce eTravel vindt plaats op 20 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ronald Voorn: ‘Onderscheid tussen klassieke en digitale bureaus is van de gekke’

Posted 25 Apr 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Vincent Mispelblom Beyer interviewt de ex-reclameman en ex-marketingdirecteur van Heineken over zijn werk als ‘merkwetenschapper’

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Onderzoek: de elf meest voorkomende SEO-fouten

Posted 25 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onderzoek laat zien dat veel websites kampen met de technische kant van SEO. Wat zijn de meest voorkomende fouten op websites en hoe hebben deze een negatief effect op je SEO?

We hebben ons geconcentreerd op feiten door geanonimiseerde data te analyseren van 100,000 websites en 4,5 miljoen webpagina’s. Om te bepalen wat de belangrijkste SEO problemen zijn en hoeveel sites hiermee te kampen hebben, gebruikten we onze Site Audit tool. Op welke SEO-zaken moet je letten?

  1. Dubbele inhoud

Volgens ons onderzoek is een van de meest gemaakte fouten in SEO dubbele inhoud. We vonden dit op maar liefst 50 procent van de geanalyseerde websites. Google omschrijft dubbele inhoud als ‘substantiële blokken inhoud binnen of tussen domeinen die ofwel volledig gelijk zijn of aanzienlijk op elkaar lijken’. Tijdens een recente Google Q&A-sessie gaf Andrey Lipattsev, Search Quality Senior Strategist bij Google, aan dat er geen penalty bestaat voor dubbele inhoud, maar toch is het iets waar men rekening mee moet houden.

Door dubbele inhoud op een website kan deze mogelijk minder goed indexeren. Zoekmachines weten immers niet welke pagina’s bedoeld zijn als landing page voor in de zoekresultaten. Bovendien kunnen webpagina’s met dubbele inhoud zelfs concurrenten van elkaar worden. Ook worden zoekmachines specifiek ontworpen om het web beter te maken voor gebruikers, waardoor waardevolle, unieke content zeer gewaardeerd wordt door zowel zoekmachines als de gebruikers zelf.

  1. Ontbrekende alt tags en gebroken afbeeldingen

Afbeeldingen zijn een belangrijk onderdeel van content marketing, maar kunnen ook SEO-problemen veroorzaken. Uit ons onderzoek is gebleken dat 45 procent van de websites die we hebben geanalyseerd afbeeldingen hebben zonder alt tags. Tien procent van de websites bevatten zelfs gebroken afbeeldingen. Beide zijn slecht voor SEO.

Laten we beginnen met alt tags. Alt tags zijn erg belangrijk voor de vindbaarheid van afbeeldingen. Hoewel zoekmachines behoorlijk slim zijn geworden, kunnen zij zonder alt tags geen afbeeldingen lezen. Oftewel, alt tags geven een tekstuele beschrijving aan afbeeldingen, zodat het voor zoekmachines mogelijk is om ze te indexeren. Alt tags moeten dan ook je belangrijkste trefwoorden bevatten.

Alt tags zijn ook nuttig voor blinden en slechtzienden. Voorleessoftware maakt het namelijk mogelijk om de informatie van alt tags voor te lezen aan de gebruiker. Zoekmachines zijn zeer gefocust op gebruiksvriendelijkheid; afbeeldingen zonder alt tags worden beschouwd als signaal dat de website weinig waarde biedt voor de gebruiker. Ze kunnen leiden tot een hogere bounce rate en als gevolg daarvan leiden tot slechte zoekmachine prestaties.

Gebroken afbeeldingen kunnen dezelfde issues veroorzaken als gebroken links, iets wat we hieronder in meer detail bespreken. Gebroken links zijn doodlopende adressen voor zoekmachines en gebruikers. Ze kunnen ervoor zorgen dat websites lager geïndexeerd worden, omdat zoekmachines ze als niet gebruiksvriendelijk bestempelen.

  1. Title tag issues

Zoekmachines gebruiken title tags (titel van een webpagina) om te bepalen waar webpagina’s over gaan. Title tags verschijnen als titel van zoekresultaten, wat betekent dat ze de gebruiker helpen te bepalen of ze de link willen volgen of niet. Title tags zijn een van de belangrijkste SEO-elementen op een webpagina – correct geoptimaliseerde title tags kunnen oprecht een positieve invloed hebben op de ranking van een webpagina.

Bij SEMrush zien we vier belangrijke kwesties bij het gebruik title tags:

  • 35 procent van de websites heeft dubbele title tags
  • 15 procent van de websites heeft te lange title tags
  • Ontbrekende title tags zijn een probleem voor 8 procent van de websites
  • We vonden op 4 procent van de websites te korte title tags

Zoals eerder gemeld streeft Google naar unieke content voor haar gebruikers. Ontbrekende en dubbele title tags leveren geen relevante informatie over de inhoud van een webpagina, en geven dus niet aan of een pagina waardevol is.

Ook de lengte van de title tag is belangrijk; er wordt immers maar een deel zichtbaar in de zoekresultaten. Volgens de laatste ontwikkelingen laat Google 70-71 tekens van een titel zien. Het is dan ook van belang om de belangrijkste informatie, met inbegrip van sleutelwoorden, binnen dit bereik te houden. Dit is ook deels afhankelijk van het apparaat dat gebruikt wordt.

Goede SEO-tools helpen je om dubbele, lange, korte of ontbrekende title tags te identificeren. Voor meer hulp, kijk naar onze gids voor het optimaliseren van title tags.

  1. Meta Descriptions

Meta descriptions in zoekresultaten helpen gebruikers kiezen of ze wel of niet je website willen bezoeken. Ondanks dat meta descriptions geen directe invloed hebben op page ranking, hebben ze wel invloed op de klikfrequentie (CTR).

Uit ons onderzoek komt naar voren dat 30 procent van de onderzochte websites duplicate meta descriptions bevatten en dat 25 procent van de onderzochte websites geen enkele meta descriptions bevatten.

Onze Site Audit tool zal je helpen om beide issues op te sporen, maar het is belangrijk om dit handmatig in het programma te zetten. Als je WordPress gebruikt, dan zal de juiste SEO-plugin je helpen om alle regels op te zetten, zodat al je content meta descriptions bevat. Met behulp van de volgende bronnen kun je nieuwe en succesvolle meta descriptions creëren:

  1. Gebroken interne en externe links

Gebroken links kunnen een groot SEO-probleem vormen. Als je website groeit en je je bronnen update, zullen een of twee gebroken links geen probleem zijn. Als de 404 page op een juiste manier is opgezet, dan is het geen probleem, maar wat als er honderd van deze pagina’s zijn?

Dit maakt gebroken links tot een potentieel gevaar. Er zijn verschillende redenen voor, in de eerste plaats zorgt een 404 page er vooral voor dat de gebruiker niet de informatie te zien krijgt die hij wil, wat zorgt voor een traffic dropdown. Ook zullen gebruikers van mening zijn dat je website een lage kwaliteit heeft. Ten tweede zijn gebroken links een verspilling van je crawl budget. Iedere keer als engine bots je website bezoeken, crawlen ze een bepaald aantal pagina’s, maar niet je hele website. Als je veel gebroken links hebt, loop je het risico dat de aandacht van de bots afgeleid wordt van de pagina’s die er toe doen. Hierdoor worden je pagina’s niet gecrawld en geïndexeerd.

Ons onderzoek wees uit dat 35 procent van de websites die we gecrawld hebben, gebroken interne links hadden die zorgen voor slechte http status codes. (70 procent keren terug naar een 4xx – page not found of gelijksoortige code).

25 procent van de websites die we geanalyseerd hebben, hadden gebroken externe links. Op de lange termijn kan dit ervoor zorgen dat er minder pagina’s verschijnen in de zoekmachine resultaten. Ook kan het de pagina autoriteit aantasten. Het is dus zeer belangrijk om dit probleem op te lossen.

Je kan gebroken links altijd identificeren met onze Site Audit tool of een link checker plugin, en ze vervolgens allemaal herstellen. Je kan gebroken inbound links ook vinden en de webmasters benaderen om een nieuwe bron op je website te plaatsen waarnaar gelinkt kan worden.

Voor meer hulp met crawl errors en gebroken links, check dan:  5 Steps to Get Your Website Crawled Faster en een ultieme lijst van crawlability fouten – 18 Reasons Your Website is Crawler-Unfriendly: Guide to Crawlability Issues.

  1. Lage Text-to-HTML Ratio

Wij zagen de waarschuwing lage text-to-HTML ratio op 28 procent van de websites die we geanalyseerd hebben. Dit houdt in dat deze websites disproportioneel veel back-end HTML code bevatten dan bezoekers aan tekst te lezen krijgen. Wij raden aan om een lagere limiet te hanteren van 20 procent. Vaak is deze waarschuwing een teken van andere SEO-ranking issues die je aan moet pakken. Een lage text-to-HTML ratio kan een teken zijn van:

  • Een slecht gecodeerde website (met niet valide codes en een excessief Javascript Flash en inline styling)
  • Verborgen teksten. Spammers doen dit vaak en daardoor geeft dit rode vlaggen bij zoekmachines.
  • Een langzame website – Hoe meer codes en scripts een pagina bevat, hoe langzamer ze zullen laden, en page load is een belangrijke SEO factor.

Fix dit issue door iedere pagina waarbij dit voorkomt te checken en:

  • Verwijder niet noodzakelijke codes om de grootte van de pagina te verkleinen en de snelheid te vergroten
  • Zet inline scripts en stijlen in aparte files
  • Voeg tekst toe aan de pagina
  1. H1 Tag Problemen

Header tags zijn in het verleden altijd een belangrijk onderdeel geweest van SEO omdat de header tags als indicatoren fungeerden voor de belangrijkste content op de pagina. Er zou op elke pagina slechts één H1 tag moeten staan, en in de meeste gevallen zou dat voor de titel zijn. Hoewel HTML5 het gebruik van header tags heeft veranderd (het is nu mogelijk om meer dan één H1 tag te plaatsen op een pagina), zijn header tags nog steeds belangrijk voor het bepalen van de hiërarchie voor zowel zoekmachines als gebruikers.

Ons onderzoek liet zien dat 20 procent van de geanalyseerde websites meerdere H1 tags gebruikte op een pagina, 20 procent gebruikte geen H1 tags en 15 procent had dubbele informatie in hun titel tag en H1. Het is dus belangrijk om het verschil te begrijpen tussen de titel tag en de header tag. De informatie in de titel tag verschijnt in de zoekresultaten; header tags zijn wat de lezer op de website zelf zien.

Zoals gezegd is het mogelijk om meerdere H1 tags op een pagina te gebruiken, maar dat kan alleen wanneer de juiste HTML5 markup wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen passages die even belangrijk zijn. Deze tutorial van Tuts+ geeft meer informatie. In alle andere gevallen, vermijd het overmatig gebruik van H1s. En zorg ervoor dat de H1s in lijn zijn met de titel tags, (met als doel een betere SEO) zonder dat deze precies hetzelfde zijn.

  1. Te weinig woorden

Achttien procent van de websites die werden onderzocht, had op een aantal pagina’s een zeer beperkt aantal woorden. Het aantal woorden is een zeer complexe SEO metric. Aan de ene kant is er geen minimum aantal woorden voor een pagina, maar aan de andere kant is het bekend dat Google meer waarde toekent aan content met meer diepte. En langere stukken content is wel een indicatie voor meer diepte in een tekst.

Bij punt zes bespraken we al het belang van het gebruik van relevante stukken tekst op een webpagina. Het is belangrijk om content meer diepte te geven zodat het waardevoller is voor de lezer. Denk er maar eens over na, wanneer je een infographic tegenkomt, waardeer je het dan niet als de maker extra tijd heeft gestoken in een geschreven toelichting? Wij wel, en onze lezers ook.

  1. Teveel linkjes op een pagina

Het is moeilijk om op de juiste manier te linken naar andere pagina’s. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat vijftien procent van de onderzochte websites te veel linkjes hadden op sommige pagina’s. Ondanks dat Google de vereiste heeft laten vallen om het aantal linkjes op een pagina onder een bepaald aantal te houden, betekent goede SEO dat dat er op een natuurlijke manier gelinkt wordt naar relevante en kwalitatief hoogwaardige content.

Te veel linkjes kunnen de waarde van een pagina laten verwateren en ervoor zorgen dat mensen weggaan van deze pagina. Maar als de linkjes relevant en bruikbaar zijn, dan zal je website toch de juiste ranking krijgen.

Een issue met de linkjes op een pagina kan opgelost worden door alle linkjes opnieuw te beoordelen op relevantie en waarde. En wanneer een link niets toevoegt, zorg dan dat deze verwijderd wordt om zo de SEO te verbeteren en te zorgen voor een betere gebruikerservaring (wat ook weer goed is voor SEO).

  1. Verkeerde taalinstelling

Op het web heb je een mondiaal publiek. Daarom is het belangrijk dat je website een taalinstelling heeft waarmee je aangeeft wat de standaard taal van de tekst op de pagina is. Uit ons onderzoek blijkt dat dit in twaalf procent van de websites verkeerd staat ingesteld. Een taalinstelling is een belangrijke tool die ervoor zorgt dat:

  • Het de browser informeert over de taal van de content (belangrijk voor vertalen en weergave)
  • Het zorgt ervoor dat taal-spraak converters je content in de juiste taal of dialect lezen en vervolgens uitspreken. (Er is bijvoorbeeld een groot verschil tussen Catalaans en Latijns Amerikaans Spaans)
  • Het helpt je met geolocatie en internationale SEO.

Gebruik deze lijst met taalcodes om er zeker van te zijn dat je de juiste taalinstelling gebruikt. Google zal de taalinstelling gebruiken om ervoor te zorgen dat de juiste bezoekers de juiste inhoud zien. Een ook al heeft dit geen direct effect op je SERPs, onthoud dat het je helpt om de relevantie van je pagina te verhogen, een belangrijk onderdeel van je SEO.

  1. Tijdelijke Redirects

Een redirect is een uitstekende manier om zoekmachines te laten weten dat een pagina verhuisd is. Op deze manier verliest de pagina geen autoriteit. Er is echter een groot verschil tussen een permanente redirect (301) en een tijdelijke redirect (302) als je het bekijkt vanuit SEO. Uit onze analyse blijkt dat 10% van de websites tijdelijke redirects bevatten. Een 302 redirect kan ervoor zorgen dat zoekmachines doorgaan met het indexeren van een verouderde pagina terwijl het negeert waarnaar de pagina verwijst. Daarom is het belangrijk er een permanente redirect van te maken als de redirect ook echt permanent is. Volgens MOZ is dit de beste aanpak.

Natuurlijk zal Google uiteindelijk inzien dat een 302 redirect permanent is en er een 301 van maken, maar om slechte optimalisatie en verlies van traffic te voorkomen is het beter om meteen goed te doen.

Conclusie

Deze elf veel voorkomende problemen zijn slecht voor de optimalisatie van je website. Ons onderzoek toont aan dat een hoop websites te kampen hebben met flinke SEO problemen. Het is waar dat niet alle problemen even zwaar wegen maar realiseer je dat slechte SEO niet direct een schending hoeft te zijn van zoekmachineregels, maar dat het soms gewoon het resultaat is van slecht onderhoud..

Natuurlijk hebben handmatige tijdelijke redirects niet dezelfde impact op je positie als andere problemen. En natuurlijk bestaat er geen boete voor gedupliceerde content of boete voor foutieve titel tags. Maar je moet op z’n minste van deze problemen op de hoogte zijn. Ze hebben immers een behoorlijke impact op je traffic en reputatie en kunnen lijden tot  verlies van omzet. En altijd bestaat de kans waar al die kleine foutjes ineens kunnen resulteren in een sneeuwbal effect die je positie in SERPss om zeep kan helpen.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Exact en apps: ‘De nieuwe vorm van marketing: verweven in het product’

Posted 25 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Exact introduceert mobiele apps voor ondernemers. Met Exact Connect koppelt het andere bedrijven aan leads. Wat Mark Appel betreft, sinds een kleine vijf jaar de Global Marketing Director van de clouddivisie, is dit de nieuwe vorm van marketing: “Marketing wordt verweven in het product.”

Op dit moment sluit Exact wekelijks zo’n 1500 nieuwe bedrijven aan op de cloud based bedrijfssoftware. Daarmee wist het bedrijf in vier jaar tijd te groeien van 50 duizend naar 300 duizend gebruikers. Het geheim? Onder meer de goed geoliede marketingmachine die uitblinkt in ‘demand generation’ – het aanwakkeren van de vraag en verkoop. Potentiële klanten worden met de juiste content op het juiste moment naar een volgende fase in de verkooptrechter begeleid.

‘Je kunt veel meer bieden dan traditionele content’

De introductie van mobiele apps voor ondernemers ziet Appel als een volgende stap voor deze marketingmachine. Met Exact Connect, nu nog in gesloten bèta-uitvoering voor accountants, worden bedrijven gelinkt aan leads, potentiële klanten dus. Appel benadrukt dat het geen middel is om de eigen sales pijplijn te vullen. “De appgebruikers betalen er een leadfee voor. Het gaat ons er echt om tot een kwalitatieve match te komen. We vragen de potentiële leads naar meer dan alleen de omzetgrootte. We zoeken echt naar de persoonlijke klik tussen twee partijen.”

Een eigen onderzoek naar hoe Exact relevanter kon worden leidde tot een duidelijke uitkomst: de grootste uitdaging voor ondernemers is het vinden van nieuwe leads en klanten. Laat Exact daar nu net voor zichzelf veel ervaring in hebben opgedaan. Je kunt als bedrijf dus veel meer bieden dan alleen traditionele content, zegt Appel. Door echte interacties te hebben die verder gaan dan alleen een vluchtige e-mail word je in zijn ogen eerder interessant in het leven van de b2b-doelgroep.

En hoe helpt het Exact dan precies bij de eigen marketing? “Een logische vervolgstap is dat de bedrijven een offerte maken en later een factuur moeten sturen. Hiervoor introduceren we later dit jaar de app Exact LEA. Vanuit daar ontstaan er haakjes met onze huidige bedrijfssoftware: we kunnen de app bijvoorbeeld integreren met onze boekhoudsoftware waarmee boekhoud- en accountantskantoren werken.”

Dit is wat Appel betreft de volgende stap in marketing. De marketing zit als het ware verweven in het product. Alle producten worden als een onderdeel beschouwd van een online platform dat de werkzaamheden van bedrijven digitaliseert.  “Nu heb je nog een product en vervolgens gaat de marketeer dat vermarkten. Die twee werelden versmelten met elkaar. Met de app voorzien we al in een behoefte: het lost een microprobleempje op. Daardoor zijn we dus al in een eerder stadium van waarde, zoiets gaat natuurlijk veel verder dan de impact van een whitepaper. De eigen rol kun je dan op een later moment uitbreiden.”

‘Marketing automation begint bij de definities’

De marketingmachine die Appel de afgelopen jaren bouwde blijft onveranderd belangrijk. “Zo’n 70 tot 80 procent van de 1500 bedrijven die we wekelijks aansluiten zijn leads geweest die onze marketingmachine heeft gegenereerd. Die worden vervolgens door sales succesvol opgevolgd. Met zo’n groei kun je die machine dus best succesvol noemen.”

Het grote verschil met vijf jaar geleden is dat er volgens Appel nu naar gestreefd wordt inzichtelijk te maken wat iedere marketingeuro heeft opgeleverd. “Voor we hiermee startten deden we aan communicatie, niet zozeer aan marketing. Exact draaide campagnes en wist de doelgroep te bereiken. Maar het was lastig te achterhalen wie we precies bereikten en hoeveel leads en klanten dit opleverde. Er vond eigenlijk geen echte monitoring plaats. Dat is een groot verschil met nu. Klaar zijn we natuurlijk nog niet, maar we hebben aardig zicht op de effectiviteit.”

In de basis begint het succes van marketing automation bij de definities, heeft Appel ervaren. “Want als marketing verantwoordelijk is voor een met leads gevulde pijplijn, wat verwacht sales dan concreet? Over welke typen leads hebben we het dan eigenlijk?” Wekelijks vindt er daarom een meeting plaats tussen sales en marketing en blikken beide partijen vooruit. “Wat wordt in de zes weken daarna aan omzet verwacht, hoeveel leads zijn daarvoor nodig, welke soorten leads en wat vraagt dat dan concreet van marketing? Je spreekt naar elkaar je verwachtingen uit. Dat klinkt heel basaal natuurlijk, maar die afspraken waren er eerst niet.”

Gezamenlijk is men tot zeven leadtypes gekomen. Leads die een proefabonnement afsluiten, deelnemen aan een webinar of inschrijven voor een online demo, bijvoorbeeld. “Het is allemaal geen rocket science, maar je moet wel voor consistentie zorgen. Het is een spel van marketing en sales samen.” Dat spel wordt gespeeld aan de hand van een uitgetekende buying journey. “Hoe ziet die reis van het begin naar het einde van de funnel er idealiter uit en hoe bewegen de doelgroepen zich? Het voordeel is dat we ons richten op bedrijven tot vijftig medewerkers. De DMU (Decision Making Unit, red.) is daardoor bijna altijd de bedrijfseigenaar zelf. Alle content die we hebben kunnen we op die ene persona afstemmen.”

Techgedreven marketing

Als marketingafdeling probeer je ervoor te zorgen dat leads iets over zichzelf vertellen. Wat het probleem is waarvoor ze een oplossing zoeken bijvoorbeeld. “Dat gebeurt alleen als je iets van waarde biedt. “Die waarde zit net als bij andere bedrijven vooral in content” merkt Appel. “Whitepapers, ebooks, video’s en animaties. We vragen ons telkens af voor wie het is, in welke fase van de journey diegene zich bevindt en via welk kanaal we de inhoud delen. Het beeldmateriaal of de tekst moet dan net even anders zijn om een reactie te krijgen.”

De ‘flow’ erachter, met wie en wat er wordt gedeeld, is volledig geautomatiseerd. Dat moest ook wel met duizenden contactmomenten per week. “Met zulke volumes is handwerk echt ondoenlijk.” De marketingmachine draait op Eloqua uit de Oracle Marketing Cloud. Althans: “Voor het stukje automation”. Daarmee wordt e-mail en een gedeelte van de website gedekt. “Je meet en verzamelt informatie: dat wordt dan vaak al gezien als marketing automation. Maar in mijn ogen is het veel meer dan dat. Zo’n tool dekt slechts een deel van de buyer journey. Daarom worden nu DoubleClick en Analytics Premium van Google geïmplementeerd. Want marketing automation gaat ook over het opbouwen en meten van je ingekochte bereik.”

Appel stuurt aan op een steeds slimmere en techgedreven marketing. Zo werd met de tijd duidelijk dat bepaalde typen leads erg bruikbaar waren voor sales. Iemand die online een chatgesprek heeft gevoerd met een salesmedewerker converteert veel sneller dan iemand die een proefabonnement heeft aangevraagd, vertelt hij. “Met onze inhoud sturen we daar dan op aan.” De stap om met apps al eerder contact te leggen met de doelgroep verfijnt dat alleen maar. “Een whitepaper is van zichzelf nogal een statisch iets. De content kunnen we straks nog slimmer uitserveren. Als een bepaalde handeling in onze software erop duidt dat iemand een webwinkel wil openen dan kunnen we de content daarop aanpassen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

RTL Ventures investeert 3 miljoen in Flinders

Posted 25 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De investeringstak van RTL Nederland neemt voor drie miljoen euro een minderheidsbelang in verkoper van designmeubelen Flinders. Dat start volgende maand een tv-campagne als onderdeel van de strategie het merk uit te bouwen.

Flinders wil in de komende jaren marktleider worden in het designsegment binnen de woonbranche. Directeur en oprichter Geert-Jan Smits denkt dat die kans realistisch is. “De woonbranche is tot op heden erg versnipperd. Zeker in het hogere segment bestaat geen landelijk merk dat de consument via alle kanalen weet te bereiken en te bedienen. De huidige design woonwinkels hebben vooral een regionale focus en online grootmachten als Bol.com, Wehkamp en Fonq missen de specialisatie in het luxesegment.”

Zijn bedrijf is actief in Nederland, België en Duitsland met eigen winkels, zowel online als in de fysieke wereld. Ook in Duitsland is het onder eigen naam actief en dus niet afhankelijk van Amazon, veruit de allergrootste e-commercepartij in dat land. “Omdat wij alleen designmerken verkopen, is er sowieso al veel organisch zoekverkeer dat bij ons binnenkomt.”

Het geld van RTL Ventures investeert Smits in marketing, personalisatie van het aanbod en internationale expansie. Een deel van de RTL-miljoenen gaat naar tv-reclame. Flinders zal de komende twee jaar selectief adverteren op televisie. Over twee weken begint de eerste campagne op de RTL-zenders. “Om ons merk te vestigen gaan we het designsegment claimen.” Flinders gaat ook een eigen magazine uitgeven.

“Wat me ook erg opviel is RTL’s kennis van het opbouwen van merken.” Smits licht op 31 mei tijdens Emerce’ E-commerce Live toe met welke merkstrategie hij zich denkt te kunnen onderscheiden van de grote online verkopers en marktplaatsen.

Investeringsdirecteur Vincent Pieterson: “Er liggen enorme kansen voor woonwinkels die alle kanalen weten te benutten om de woonconsument te inspireren en te adviseren. Met het versnipperende aanbod is het slechts een kwestie van tijd dat er ook online in dit segment een marktleider opstaat. Flinders heeft alle kenmerken om die positie te claimen, met name dankzij de multichannelbenadering en ondernemers aan het roer met een bewezen track record in e-commerce.”

Flinders wil zijn omzetgroei van vijftig procent per jaar vasthouden. Het verkooptotaal moet volgend jaar op 25 miljoen euro uitkomen. Over een aantal jaar denkt Smits meer dan de helft van de omzet in het buitenland te realiseren. Hij acht het haalbaar om op termijn te groeien naar honderd miljoen euro.

De investering van RTL Ventures is de tweede ronde venture capital. In 2013 investeerde Peak Capital. Tot dat moment betaalde Smits, ooit ook oprichter van Jungle Minds, de activiteiten uit eigen middelen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Erik Wiechers nieuwe CEO bij DTG

Posted 25 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Erik Wiechers is aangesteld als nieuwe algemeen directeur van de MKB-marketingdienst DTG.

Hij volgde vorige maand Erik Hoekstra op en verliet daarmee zijn positie bij Ziggo Zakelijk. De reden voor Hoekstra’s afscheid is niet bekend. Zijn LinkedIn-profiel verklapt vooralsnog niets over zijn eventuele nieuwe betrekking.

DTG geeft een summiere verklaring: “[We gaan] momenteel de tweede fase van online transformatie in. Gedurende deze fase zullen de producten, processen en diensten van DTG verder worden verbeterd en ontwikkeld.

Hoekstra was sinds de zomer van 2012 directeur van wat toen nog heette De Telefoongids.

Wiechers heeft een historie in de corporate telecomwereld en vervulde managementposities bij onder meer Verizon, BT, Alcatel-Lucent en Ziggo. Zijn LinkedInprofiel meldt nadrukkelijk dat DTG eigendom is van private-equitypartij Triton, wat sinds 2012 het geval is. Het is niet duidelijk of dat een bewust signaal is aan de investeerdersmarkt tot strategische gesprekken.

Het bedrijf was nog niet in de gelegenheid te reageren op vragen van deze uitgave over de inhoud van DTG’s nieuwe strategie.

Foto: Tuncay (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Continuous delivery: katalysator voor de digitale transformatie

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De digitale transformatie. In tegenstelling tot consumenten en eindgebruikers zijn bedrijven en organisaties nog lang niet zo tech-savvy als je zou denken. Ze zitten er middenin. Onderweg naar een bedrijfsmodel met ‘digitaal in het hart’. Met continuous delivery als nieuwe ontwikkelmethode lijken IT-bedrijven de versnelling waar te gaan maken.      

Organisaties veranderen stuk voor stuk in datagedreven softwarebedrijven. Dat heeft te maken met schalen, exponentieel groeien en geen bezit hebben, maar een platform bieden. Denk Uber, Airbnb en Spotify. En snel schakelen. Want de concurrent ligt op de loer. De makers van software moeten dus mee in die transformatie. Continuous delivery is dé manier om snel nieuwe software vanaf de programmeur naar de opdrachtgever uit te rollen. Heel snel. Met slimme technieken die broncode integreren, testen én distribueren.

Kant-en-klare pakketjes

Continuous delivery is het logische gevolg van de overstap die IT-bedrijven maakten van ‘waterval’ naar ‘agile’. Eerst werd ontwikkeld in een vast aantal, vaak bewerkelijke en soms maandenlange, fasen waarbij de opdrachtgever pas aan het eind voor het eerst een werkend product te zien kreeg. Volgens de agile scrum-methode werken ontwikkelteams in sprints die slechts een aantal weken duren en wordt elke vordering met de opdrachtgever gedeeld. De gedachte erachter is dat software ‘leeft’ vanuit de code en niet in één keer bij de opdrachtgever wordt neergegooid.

Continuous delivery past goed in een agile scrum-omgeving omdat gedurende de sprintwijzigingen continu gebouwd, getest en uitgerold worden. Dat uitrollen gebeurt automatisch, van test tot acceptatie, en daarna ook naar de productie-omgeving. Dit stelt de opdrachtgever in staat op de acceptatie-omgeving bijna live de ontwikkeling uit de sprint te volgen.

Continuous delivery wordt nogal eens verward met continuous deployment. Bij continuous deployment gaat elke wijziging aan het product door een ontwikkelstraat en komt automatisch op de live- of productieomgeving te staan. Dit levert extreem korte release-cycles op.

Het verschil met continuous delivery is dat organisaties aanpassingen aan de software frequent kúnnen uitrollen, en dus ook kunnen kiezen om dit (nog) níét te doen. Dan is er ook nog continuous integration, onderdeel van beide methodieken, waarbij tijdens de gehele ontwikkeling van een product de code continu wordt gecontroleerd.

Continuous deployment is het naar de opdrachtgever brengen van het verpakte product en bij continuous delivery zorg je dat je bij elke verandering een verpakt product kunt leveren. Want dat is de voorwaarde voor continuous delivery; alles wat je verandert in de codebase moet een product opleveren dat live gezet kan worden. Een kant-en-klaar pakketje als het ware.

Omslachtig en tijdrovend

Er zitten meerdere kanten aan continuous delivery: een technologische, een organisatorische en een bedrijfsculturele. Het eerste – wat IT in de kern doet – is automatiseren. Dus ook de stapjes van: ontwikkelen, testen met de opdrachtgever, klaarzetten, uitrollen. Voor elk goed IT-bedrijf geldt: Don’t repeat yourself. Als een ontwikkelaar voor de tweede keer een aantal handelingen handmatig uitvoert, dan is-ie verkeerd bezig. Waarom? Omdat het geautomatiseerd had kunnen worden.

Organisatorisch gezien: als continuous delivery als proces is ingebed in de workflow van IT-bedrijven dan profiteren opdrachtgevers, klein en groot, daarvan. En dan is er de cultuuromslag. Anders denken, anders werken. Voor opdrachtgevers geldt dat net zo goed als voor ontwikkelaars.   

De opdrachtgever meenemen in het proces was namelijk niet zo gewoon. Werken volgens de watervalmethode was een vrij omslachtige en tijdrovende manier van werken. En testen gebeurde pas in een laat stadium, met alle gevolgen vandien als iets niet bleek te werken.

Case – HP FutureSmart

De divisie die de firmware voor HP LaserJet bouwt voor hun scanners, printers en multifunctionele apparaten bestaat uit 400 personen verdeeld over drie landen. Dat hielp niet om snel en gericht met nieuwe releases te komen om aan de marketingdoelstellingen te voldoen. De productiviteit moest met een factor tien omhoog. Daarvoor was nodig:

  • Een universeel platform om alle diensten te ondersteunen
  • Meer kwaliteit en sneller releases
  • Minder tijdverlies aan planning

Continuous delivery was een belangrijke factor om deze doelstellingen waar te maken, met een focus op:

  • Toepassen van continuous integration
  • Aanzienlijke investering in geautomatiseerd testen  
  • Het creëren van een hardware-simulator om tests te draaien op een virtueel platform
  • Het reproduceren van de (negatieve) resultaten van tests op de werkstations van developers

Drie jaar later waren de economische voordelen van de transformatie naar agile bij HP duidelijk:

  • 40% minder totale ontwikkelkosten
  • 140% meer productiviteit
  • 78% minder kosten per programma    
  • 8 keer grotere capaciteit om te innoveren

Conclusie: deze enorme besparingen in kosten en toegenomen productiviteit zijn alleen mogelijk door continue investering van het team dat verantwoordelijk is voor geautomatiseerd testen en continuous integration. Het is geen managementactiviteit gericht op kostenbesparing. Het is een activiteit die geleid wordt door de ontwikkelaars zelf (bron).

Risico’s door aannames

Continuous delivery brengt het ontwikkelproces dichter bij de opdrachtgever. Doordat ontwikkelaars zich meer naar de voorkant begeven, met meer verantwoordelijkheid, groeien ze steeds meer toe naar ‘DevOps’. Een ‘developer’ én ‘system operator’ die zelf verantwoordelijk is voor het op een agile manier nieuwe code schrijven die stabiel (lees: vrij van fouten) in een productieomgeving kan draaien. Dit is hét antwoord op problemen die ontstaan tijdens de derde generatie in computing: het cloudtijdperk. Groot voordeel is dat je de foutgevoeligheid van de extra laag, bijvoorbeeld de systeembeheerder, er tussenuit haalt. Door het clouddenken verhuist deze juist meer naar de achtergrond.

Een ander groot voordeel is dat je sneller kunt toetsen met de eindgebruiker, bijvoorbeeld door A/B-testen. Waar het voorheen maanden duurde om iets door te voeren worden wensen en eisen sneller gehoord én bijgesteld. Je leert of je ideeën valide zijn. Want in tegenstelling tot de waterval-gedachte, waarbij het doel vooral het afvinken van de afgesproken functionaliteiten is, is bij de agile-methodiek het best passende eindproduct voor de eindklant het doel. Risico’s die ontstaan door aannames nemen af. Opleveren kan snel, en snelheid is belangrijk.

IT-bedrijven moeten direct kunnen inspringen als dat nodig is. Maar ook: opdrachtgevers weten waar ze aan toe zijn, het werk wijkt niet ineens af van de verwachtingen. Hierdoor is het totaalproces zomaar een stuk minder kostbaar. Er wordt geen geld en tijd weggegooid als het misgaat. En niets is duurder, tijdrovender en frustrerender dan iets opnieuw te moeten maken.

Kwestie van vertrouwen

De voordelen zijn helder, toch vraagt het ook iets van de opdrachtgever. Die moet accepteren dat het anders is dan denken in vaste budgetten. Dat is voor hen soms een spannende ontwikkeling. Want je moet bereid zijn om niet alles van tevoren te kunnen weten. De focus ligt namelijk veel meer op het inkopen van effort, in plaats van het inkopen van een product. De praktijk leert: omdat je in online-producten altijd iets kúnt veranderen, gebeurt het ook. Maar het nieuwe inzicht is: het snel corrigeren van fouten is belangrijker dan ze niet maken of ze per se willen voorkomen. Ook daar moeten opdrachtgevers aan wennen.

Het is een kwestie van vertrouwen, zeggen ervaren IT-bedrijven. Met een opdrachtgever in dat ritme zitten, ‘werkt geweldig’. Dat vertrouwen wekken zit hem al in de manier waarop continuous delivery werkt; omdat opdrachtgevers niet hoeven af te wachten tot het product af is, ze volgen de ontwikkeling zelf op de voet. Denk niet dat het voorbehouden is aan grote opdrachtgevers, wanneer continuous delivery als intern proces bij het IT-bedrijf ingebed is, werkt het ook voor kleinere bedrijven en organisaties.

En het mooie is, je kunt het ook op andere processen toepassen. Denk aan conceptontwikkeling. Zo is de Design Sprint ook ontstaan vanuit de agile-gedachte: in één adem van concept tot productie.



Lees het volledige bericht op Emerce »