Posts Tagged ‘marketing’

Online video: zoektocht naar verdienmodellen

Posted 21 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

De online videoconsumptie ontwikkelt zich in hoog tempo. En is een van de redenen dat online advertentievolumes inmiddels groter zijn dan die van tv. Toch is serieuze business genereren allerminst vanzelfsprekend in deze jonge branche. Rijst de vraag: is er toekomst voor online video in Nederland?

Internationale en Nederlandse cijfers laten al enige jaren een flinke stijging in kijktijd van online video zien. Zowel op open platformen als bij betaalde diensten. In alle leeftijdscategorieën, hoewel het groeitempo varieert. Waarbij jongeren tussen de 18 en 34 volgens GfK vorig jaar al dagelijks ruim drie en een half uur online videocontent keken. Wat zo’n drie uur meer is dan bij 55-plussers.

Qua consumentenbehoefte gaat het de sector dus voor de wind. Businesswise zijn er echter grotere uitdagingen. Zo is het lastig om alleen via Google AdSense – de monetizationtool achter onder andere YouTube – de productiekosten terug te verdienen, stelt Frank de Wit, Hoofd Endemol Beyond Nederland, de online videotak van het mediabedrijf. Snel rekenend: ongeveer één euro voor duizend views betekent dat één miljoen views slechts duizend euro oplevert. “Dat is niet rendabel voor ons, tenzij je een productie heel lean houdt en het concept zo neerzet dat het jaren succesvol meekan.”

Lucratiever blijken sponsoring en campagnes. Zoals bij Endemols gamekanaal Legends of Gaming. Een format dat geadopteerd is van de Britse tak van het moederbedrijf en lokaal is vertaald. “Doordat we van tevoren al wisten wat het succes in het buitenland was en wat de productiekosten zijn, hebben we het als één campagne kunnen verkopen. Vanaf de start honderd procent gesponsord dus, maar wel ons eigendom.” Ook succesvol: campagnes per video verkopen, zoals bij Endemols reiskanaal Wander. En dus komt een groot deel van de videoverdiensten vooralsnog uit marketingbudgetten van merken.

Balans
Daar ligt ook de kans voor de contentcreatiekant, gezien de groeiende behoefte aan video’s. Met name door formats te bedenken en te maken die herkenbaar zijn en richting geven, kun je als maker uitgroeien tot partner, zegt Arthur Clement, tot voor kort General Manager van Tiny Riot!, de digital contentstudio van FremantleMedia. “Zeker wanneer je concepten doorvertaalt naar andere landen en opschaalt. Wat mij betreft het belangrijkste verdienmodel voor creatives.”

Tegelijkertijd ziet hij ook knelpunten voor uitgevers, aangezien video relatief duur is en er geen gegarandeerde ROI is. “Video moet dan ook nooit een doel an sich zijn, maar vooral een middel om een merk te bouwen. Je moet altijd andere modellen eromheen hebben.” Wijzend op Tiny Riot!’s (online) boyband Continuum: “De naamsbekendheid bouwden we op YouTube op, gecombineerd met wat je met muziek nog meer kunt, zoals verkoop, merchandise en events.”

Merken op hun beurt kunnen volgens Clement een groter succes behalen door de ‘always on/always relevant’-gedachte goed tussen de oren te krijgen. Social tijdslijnen staan volgens hem nu nog te vol met content met commerciële boodschappen. “Dat komt omdat merken vaak alleen nog geadviseerd worden door reclamebureaus. Waardoor er een groot gat is op editorial contentgebied. Iets wat je makkelijk kunt dichten door te gaan denken als een uitgever.” Oftewel: video inzetten als loyaltymiddel. Middels een continue stroom aan video’s de doelgroep inhoudelijke verhalen vertellen of vermaken. “Dat herstelt ook de balans met adverteren.”

Of zoals Jonatan de Boer, Managing Director van producent OnLane, het stelt: een bestemming creëren waar mensen content kunnen vinden die ze graag willen zien. Een plek waar zij uit eigen beweging heen gaan. Coca-Cola doet dat met CokeTV op YouTube volgens hem al een tijdje goed. Met content waarin het merk zelf niet de hoofdrol speelt. En waar consumenten niet naartoe ‘gejaagd’ worden door influencers. “Coca-Cola wil geen tijdelijke aandacht, maar klanten voor het leven. Dan doe je automatisch ook wat rustiger aan.”

Twee werelden
Bij RTL MCN, dat online videomakers ondersteunt, gaan adverteerders nu echt over de streep naar online. Met de targetingmogelijkheden en data die online video oplevert als voornaamste reden. Plus het samenspel met andere disciplines. Zo wordt het fragmentarische karakter van online aangevuld met het bereik van tv. Een combinatie van sterke content, hoog bereik en daardoor impact bij de doelgroep, stelt Erik Kepper, Managing Director. “Je kan content maken, maar als je het bereik niet hebt, dan realiseer je geen impact.” Dus wordt bij nieuwe formats bedacht hoe deze zijn door te vertalen naar verschillende platformen. Zo is voor Videoland de jongerenserie DARE gemaakt, waarin verschillende influencers die RTL MCN onder zijn hoede heeft een rol spelen. En is ook een actualiteitenprogramma als Juice op online platform Concentrate – waar regelmatig verschillende YouTubers aanschuiven – een voorbeeld van de kruisbestuiving. Waarbij de invulling wordt gedaan door dezelfde producent als RTL Boulevard: “Het is voor ons een groot voordeel dat we zo toegang hebben tot een sterke redactie.”

Mede door de targetingmogelijkheden liggen er ook kansen in niches. “Denk aan een hengelsportadverteerder”, zegt De Boer. “Als die op tv adverteert, zal wellicht twee procent van de kijkers zo’n onderwerp interessant vinden. Maar online kun je juist die groep direct aanspreken. En hoef je dus niet te betalen voor de andere 98 procent.” Hierin kunnen adverteerders zeker nog een stap maken, meent hij. “Ondanks de mogelijkheden wordt er in onze business vaak nog erg lineair gedacht.”

Voor toekomstig succes is het nodig om niet meer in twee werelden te denken, stelt Clement. Elk online kanaal zou je volgens hem dan ook niet een eigen naam moeten geven, zoals bij tv-bedrijven gebruikelijk is. Maar als één platform positioneren. “Daar kun je dan alle content neerleggen en nieuwe dingen toevoegen.”

Musical.ly
Zijn uitgevers in deze überhaupt nog wel nodig? Volgens Clement niet. Hij ziet distributie als een commodity. “Merken kunnen dat prima zelf.” Ook hij is er voorstander van om goed naar de persona te kijken die je wilt bereiken en content te maken vanuit de merkgedachte waarnaar de doelgroep zelf op zoek is. Onder andere BankGiro Loterij en Olvarit hebben dat spel volgens Clement al goed door. En gebruikten Facebook-data om te bepalen welke content passend is. Bij Olvarit aangevuld met data van Google Zoo, het marketingbureau van de zoekgigant. “Daarmee kun je heel specifiek persona’s onderzoeken. En kwamen we erachter waar de doelgroep eigenlijk echt over praat.”

Kepper verwacht eveneens dat merken steeds vaker zelf verhaallijnen zullen ontwikkelen en vertellen. “Wat eerder een bedreiging is voor de creatieve sector dan mediabedrijven.” Adverteerders zijn volgens hem namelijk minder snel dan voorheen geneigd om direct via platformen als Facebook te adverteren. “Vaak missen ze toch wel het bereik dat een combinatie van platformen hen kan bieden. En ervaren ze dat uitgeven en een mediamerk bouwen toch wat anders is dan producten verkopen.”

Wat betreft distributie door de merken zelf zijn er nog wel stappen te zetten, vervolgt Clement. “Veelal worden video’s door hen nog geclusterd op eigen websites. Maar waarom niet op YouTube om een eigen minizender te bouwen? Zodat ze ook als editorial video toegevoegd kunnen worden aan een nieuwsbrief.” Waardoor er ook meer balans ontstaat tussen commerciële en redactionele content. “Door titels die video’s krijgen te laten corresponderen met de SEA die je inkoopt en kennis vanuit SEO kun je het effect nog eens flink versterken. Dat besef ontbreekt nog vaak.”

Hoewel YouTube nog steeds de beste plek is om business te bouwen, worden ook jongere platformen als Instagram, Snap en Musical.ly. steeds aantrekkelijker. “Musical.ly is vergelijkbaar met waar YouTube vijf jaar geleden was, een echte speeltuin”, aldus De Boer. “Maar de adverteerders druppelen inmiddels wel binnen. Mede doordat de tarieven nog lager liggen dan bij YouTube.” Ook bij Facebook zijn ontwikkelingen gaande. OnLane draait daar onder meer mee in een monetization pilot. “Een experimentele fase en nog niet publiekelijk beschikbaar. Maar als dat open gaat, kan het nog wel eens oorlog worden tussen de videoplatformen.”

Big entertainment
Ook de platformen zelf zijn nog zoekende hoe om te gaan met verdienmodellen. Om het vertrouwen van adverteerders terug te winnen na incidenten met schokkende filmpjes en koppeling van advertenties aan extreme content, stelde YouTube recent zijn criteria voor advertentie-inkomsten bij. En dienen kanalen nu minimaal vierduizend uur kijktijd in de afgelopen twaalf maanden te hebben en meer dan duizend abonnees. Wat op weerstand stuit vanuit de community. Kleine makers zien hun kansen hierdoor namelijk slinken. Voor professionele YouTubers en producenten is het echter een gunstige ontwikkeling, stelt De Wit. “Het is nog best het Wilde Westen. Iedereen jat bij elkaar om maar aan AdSense te verdienen. Dat kanalen die zomaar het web op zijn geslingerd op deze manier worden afgestraft, is een teken van professionaliteit.”

Desondanks blijft het een uitdaging om eenvoudige content tegen lage kosten te produceren. Dit kan tegenwoordig immers al met een gemiddelde smartphone. “En dus zoeken we voortdurend naar programma’s die alleen bedrijven als wij kunnen maken”, vertelt De Wit. “Lowcostproducties met hele goede ideeën of grote studioproducties, big entertainment. Maar ook bij die tweede moeten we goed op de kosten letten. Anders prijs je jezelf uit de markt.”

De eerdergenoemde budgetgroei zal er ook voor zorgen dat de kwaliteit van content en producties de komende jaren verder omhoog gaan, verwacht Kepper. Wat zich vertaalt in sterke mediamerken met een internationaler karakter. “Internationalisering is een belangrijke volgende stap voor de sector. Iets waar wij als RTL de komende tijd dan ook op inzetten.”

Aggregator
Waar het de komende tijd businesswise heen gaat? De Wit ziet vooral kansen voor video als aanjager van andere diensten, zoals Amazon dat al doet. Bijvoorbeeld om een online abonnement extra aantrekkelijk te maken met exclusieve content. En conversie vanuit video naar de verkoop van producten en diensten. De Boer benadrukt de vroege fase van verdienmodellen waarin de sector nog zit. De richting is nog niet geheel duidelijk. “Dat content data driven wordt, zal wel nieuwe deuren openen. Komend jaar staat het meten van resultaten en die weer meenemen in de volgende creatie dan ook centraal.”

Los daarvan ziet hij ook mogelijkheden als een tip jar, zoals Twitch heeft, en directe betalingen door consumenten, zoals bij Patreon, dat vooral in de Verenigde Staten terrein wint. Waar mensen zich tegen betaling kunnen abonneren op (exclusief) werk van muzikanten, kunstenaars en andere makers. “Dat gaat makers wegtrekken bij YouTube.”

Als het aan Clement ligt, wordt er uiteindelijk meer platformoverstijgend gewerkt. De kijker weet met alle losse diensten volgens hem namelijk steeds minder waar hij aan toe is. “Er ligt voor de industrie een grote kans om content vanuit een geaggregeerde omgeving aan te bieden. Als branche moeten we dan ook meer denken vanuit de consument, hoe we bijvoorbeeld de gebruiksvriendelijkheid voor hem kunnen verbeteren. Wat mij betreft betekent dat: op één plek starten en van daaruit naar andere omgevingen gaan. En alleen betalen voor wat je echt consumeert, met minder abonnementsvormen. Dat is pas echt on demand.”

Facebook Watch
Enkele maanden na de lancering van Watch – Facebooks nieuwe videoplatform dat vooralsnog alleen beschikbaar is in de Verenigde Staten – blijkt het al populair onder de leden van het social platform. Veertig procent van de Amerikaanse Facebookers maakt er wekelijks gebruik van, wijst een peiling van Morgan Stanley onder veertienhonderd consumenten uit.

De dienst blijkt daarbij in trek bij een jong publiek. De veertig procent die dagelijks naar de video’s kijkt, is tussen de 16 en 34 jaar. In het licht van Facebooks problemen om jongeren bij zich te houden, is dat onverwacht goed nieuws. En bijzonder relevant, stellen de onderzoekers, die Watch (en online video in bredere zin) zien als een van Facebooks belangrijkste langetermijndrivers voor engagement en monetization.

Crypto YouTube
Ook online video ontkomt niet aan pogingen om met behulp van blockchain tot een democratischer ecosysteem te komen. Na partijen als Flixxo, Viewly en Stream haalde de Amerikaanse start-up Lino onlangs twintig miljoen dollar op middels de uitgifte van een eigen crypto token. Om net als bij vele andere blockchaininitiatieven tussenpersonen overbodig te maken. En een platform te creëren waarbij contentmakers en anderen die zorgen voor interactie middels microbetalingen en advertentie-inkomsten direct (virtueel) geld kunnen verdienen.

Tv-avond
Cord-cutting is in opkomst, maar het tv-scherm blijkt nog lang niet dood. Voor YouTube is de televisie zelfs het snelst groeiende scherm met een toename van zeventig procent in het afgelopen jaar. En hoewel mobile zestig procent van de kijktijd op het platform uitmaakt, blijken kijkers op ‘heilige’ tv-momenten als prime time en weekenden nog steeds voor een groot scherm plaats te nemen. De kijktijd piekt op die momenten flink, aldus YouTube.

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#164).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Is profiling nu verboden onder de AVG?

Posted 20 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Dat de komst van de AVG zorgt voor onzekerheid bij veel marketeers en compliance-verantwoordelijken mag duidelijk zijn. Met name de vraag wat nou profiling is roept nog veel onduidelijkheid op. Want is profiling straks verboden? 

De laatste maanden ligt bij bijna alle organisaties op het duiden van de nieuwe richtlijnen en het implementeren van processen om aan de richtlijnen te voldoen. Echter, nog niet alle richtlijnen zijn volledig helder. Met name de vraag wat nou profiling is roept nog veel onduidelijkheid op. Daarnaast denken veel mensen ook dat profiling verboden is. Dat is niet het geval, er zijn alleen een aantal regels rond profiling. Het is dus goed die regels te kennen. Maar profiling is een waardevol instrument in marketing dus het is zonde om dit niet te gebruiken op basis van een misverstand dat de wet het niet zou toestaan. Wat wordt onder profiling verstaan en in welke omstandigheden is profiling toegestaan? 

Definitie van profiling

De entiteit die namens de Europese Commissie de richtlijn voor profiling heeft uitgewerkt, is de artikel 29 werkgroep (WP29). Op 6 februari 2018 hebben zij hun definitieve opinie rond profiling gepubliceerd. Daarin definieert de WP29 profiling als “een proces waarbij persoonsgegevens worden verwerkt om een verband aan te tonen tussen kenmerken van individuen en hun gedrag, met als doel voorspellingen te maken van toekomstig gedrag. Het werken met scoremodellen, generieke klant- en doelgroepsegmentaties en persona’s valt inderdaad onder profiling.

Wanneer is profiling toegestaan?

Het is niet zo dat profiling of werken met persona’s binnen de AVG verboden is. Ook de Nederlandse wet zegt dit niet. Zie hiervoor onder andere deze pagina van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Belangrijker nog: in het definitieve standpunt van de WP29 staat expliciet uitgelegd in welke omstandigheden profiling is toegestaan. Paragraaf 4A/B legt uit wanneer profiling een probleem is: Als het betrekking heeft op “decisions ‘based solely’ on automated processing” ….”producing legal effects’” ……or “‘Similarly significantly affects him or her’”

In het Nederlands dus: Profiling is niet toegestaan in de context van volledig geautomatiseerde besluitvorming die voor een individu rechtsgevolgen heeft of die hem/haar in aanmerkelijke mate treft.  Aanmerkelijke mate wordt ook nog gespecificeerd:

  • Als profiling een significante impact heeft op de omstandigheden, het gedrag of de keuzevrijheid van individuen.
  • Als profiling een langdurig of blijvend effect heeft op het individu
  • In het meest extreme geval, als profiling leidt tot uitsluiting of discriminatie van individuen.
Dus toch profiling?

Zoals gezegd: Dit is het definitieve standpunt van de artikel 29 werkgroep van de Europese Commissie. Zij gaan hierover. Dit standpunt zal in de Nederlandse wet worden overgenomen. Je mag dus niet in aanmerkelijke mate de keuzevrijheid van een individu beperken of hem uitsluiten of discrimineren. Maar als je dat niet van plan bent, is er niets aan de hand.

Je mag bijvoorbeeld best op basis van doelgroep segmentatie en persona’s selectief reclame versturen. Het niet ontvangen van een reclame-uiting wordt niet gezien als “het in aanmerkelijke mate treffen van een individu”. Het belang van een individu wordt niet geschaad omdat hij/zij een reclameboodschap al dan niet heeft ontvangen. Hetzelfde geldt voor het maken van keuzes omtrent welke content je als eerste wil tonen aan een bezoeker op je website, op basis van persona’s. Het belangrijkste is dat je dus bij alle vormen van profiling goed nadenkt over in welke mate dit impact heeft op de individuen op wie je de persona’s betrekt. Dit uit zich echter in de beslissingen die je over individuen neemt en niet in de profilingverwerkingsmethode zelf. Een geruststellende gedachte voor wie zijn marketingprocessen op basis van profiling heeft ingericht.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sovendus open voor Belgisch e-commerce

Posted 20 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Sovendus gaat vanaf volgende week ook de Belgische markt bedienen met zijn reclamediensten voor webwinkels.

Op de Webshop Vakbeurs in Mechelen toont het van oorsprong Duitse bedrijf Sovendus zich aan de lokale markt. Dan zullen winkeliers zien hoe ze vanaf de bedankpagina’s in hun shops, die worden getoond aan het einde van een transactie, extra geld kunnen verdienen. Bovendien helpen ze collega-ondernemers aan nieuwe klanten.

Het marketingbedrijf is al enkele jaren actief in Nederland, via een licentie van het hoofdkantoor. De managing director is Marko Dobroschelski, directeur van Daisycon, en country manager Nederland en België is Daan van der Hofstede.

Dobroschelski: “In Nederland hebben we een netwerk van 130 aangesloten shops en in België zitten we op zeventien. Dat zijn veelal Nederlandse klanten die naar het zuiden willen.”

Van der Hofstede: “Shops wisselen klanten uit via hun bedankpagina’s. Daar tonen ze een overzicht tijdelijke, exclusieve aanbiedingen die nergens anders zijn te vinden. Het aanbod is gestoeld op relevantie en populariteit. In een dameswinkel zul je niet snel op een boormachine worden gewezen.”

Sovendus deelt in België zijn kantoor met Daisycon en Affiliprint.

Foto: Nan Palmero (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit zijn de belangrijkste succesfactoren bij B2B digital commerce

Posted 20 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ook de meest conservatieve B2B-sectoren weten: e-commerce doe je er niet even bij. Zakelijke klanten verwachten steeds meer het gemak dat ze kennen van consumentenwinkels zoals Coolblue of Zalando. Maar bij het bestellen van een essentieel machine- of motoronderdeel komt wel wat meer kijken dan bij de aankoop van een t-shirt.

Hoe zorg je voor de juiste mix van online self-service en ouderwets op maat gemaakt advies? Welke plek geef je een e-commerce team binnen je organisatie? Wie voert relevante productinformatie in en hoe geef je als management effectief leiding aan een digitale transformatie?

Kortom: Hoe maak je B2B digital commerce tot een succes?

Herbert Pesch (eigenaar B2B digital agency Evident) en Roelof Swiers (manager Benelux e-commerce platform Intershop) organiseerden rond dit thema gedurende 2017 een serie expertpanels met online business managers van bekende Nederlandse B2B bedrijven (o.a. Technische Unie, Mediq, ZAMRO, AkzoNobel, Royal Brinkman, Bavaria en STIHO).

Dit zijn hun belangrijkste conclusies.

#1 Beschrijf je producten zo relevant mogelijk

Heb je als consument online een verkeerde maat of kleur t-shirt besteld? Geen probleem: je stuurt het gratis retour en binnen de kortste keren ligt de outfit die je wel graag wilt bij je op de deurmat. Dat wordt een heel ander verhaal wanneer je als bedrijf een specifiek motoronderdeel nodig hebt voor je schip in de binnenlanden van Brazilië. Elke dag vertraging kost je bakken met geld.

Elke dag vertraging betekent omzetverlies

Specifieke en relevante productinformatie is daarom ook essentieel in B2B e-commerce. Dit om vier verschillende redenen:

  • Het levert je meer directe omzet op via je B2B-webshop.
  • Het zorgt voor minder retouren.
  • Het zorgt voor een hogere klanttevredenheid.
  • Het zorgt ook voor meer offline kopers.

Dat laatste punt vergt extra uitleg.


Bron: The Case for Omnichannel B2B (Forrester)

Ook klanten die offline kopen, doen online research.

Combineer dat met een afgenomen merkentrouw in de B2B-sector en het belang van uitgebreide productinformatie tekent zich af. Het waarom is nu duidelijk. Maar hoe pak je het aan? De experts uit het panel geven 5 verschillende tips:

Doe onderzoek naar wat je klanten willen weten

Te weinig productinformatie is een probleem, maar te veel is dat zeker ook. Doe daarom onderzoek naar wat je klanten specifiek willen weten. Begin met de informatie waar 80% van je doelgroep om vraagt.

Welke content willen je klanten zien? Bron: Shopify Plus

Krijg iedereen aan boord

Het klantonderzoek helpt je ook om interne stakeholders te overtuigen dat dit niet zomaar ‘een projectje’ is om informatie op de webshop in te voeren. De klant (de koning) heeft er specifiek behoefte aan.

Zorg voor de juiste data-infrastructuur

Bij teveel organisaties is de relevante informatie nog versnipperd over verschillende afdelingen of locaties. Zorg daarom voor een data-infrastructuur waar alle productinformatie in wordt opgenomen. Maak eventueel gebruik van branchespecifieke standaarden.

Bepaal wie productinformatie het beste kan invoeren

Dat je met een centrale data-opslag werkt, wil nog niet zeggen dat alle informatie ook op het hoofdkantoor moet worden ingevoerd. Onderzoek waar (lokaal) de meeste kennis zit en laat daar de informatie invoeren.

Je bent nooit klaar (want: klanten verwachten steeds meer)

Onderschat niet hoeveel tijd en moeite het optimaliseren van je productinformatie kost. Het is een voortdurend doorlopend proces.

Je B2B-klanten zullen daarbij steeds meer verwachten van hun online productinformatie (live-ondersteuning, videotutorials, AR toepassingen). Ze zijn het immers al gewend als online shoppende consument.

#2 Iedereen in je organisatie mee met digital

E-commerce kan en mag geen eiland zijn binnen de organisatie.

Ook binnen de meest conservatieve sectoren moet iedereen doordrongen zijn van het belang van digitalisering. Te beginnen met de board, maar zo merkt Fred van der Sluijs (manager e-business Rensa) op: “Als je nu het C-level nog moet overtuigen, heb je het over organisaties die over drie jaar niet meer bestaan.” Hoe krijg je iedereen dan mee in je organisatie?

De experts geven 6 verschillende adviezen.

1) Doe inspiratie op buiten de deur

Bezoek een relevante conferentie

Digital B2B evolueert razendsnel. Een goede manier om daarvan doordrongen te raken is door met managers relevante conferenties en events te bezoeken. Ook een zakelijke trip naar China of Silicon Valley langs innoverende bedrijven behoort tot de mogelijkheden. Zorg er wel voor dat je niet te veel op de hype focust, maar blijf kijken naar wat nu en in de nabije toekomst relevant is voor je business.

2) Focus niet te veel op ROI

Een webshop levert je niet automatisch morgen bakken met geld op. Dat mag ook niet de belangrijkste motivatie zijn. Het kan onderdeel uitmaken van een omnichannelstrategie, en in bredere zin van een noodzakelijke digitale transformatie (waar bijvoorbeeld ook EDI en online B2B-marktplaatsen een rol in spelen). Schets in je businesscase daarom duidelijk wat de impact van digitalisering is, maar focus nog niet te veel op details en ROI. Zo laat je ruimte voor bijsturing in een voortdurend evoluerende omgeving.

3) Laat je managers praten met je klanten

Marktonderzoek en klantonderzoek vertellen het grote verhaal, maar een face-to-face ontmoeting helpt met overtuigen. Faciliteer daarom een ontmoeting tussen de belangrijke klanten en managers over de impact van digitalisering: wat zijn de wensen, pijn en verwachtingen?

4) Zorg voor een visie die iedereen begrijpt

Het moet voor iedereen in je organisatie glashelder zijn waarom je digitaliseert en wat de eerste stapjes zijn. Zorg dus zowel voor een stip op de horizon als een concreet plan voor de komende tijd.

5) Denk mee vanuit elke afdeling

De toegevoegde waarde van een e-commerceplatform voor het bedrijf als geheel is niet genoeg. “Maar wat levert het mij op?” zullen verschillende mensen bij verschillende afdelingen denken.

Probeer daarom bij elke afdeling de volgende vragen te stellen:
‘Hoe kan digital jou of onze klant helpen?’ (Welke data zijn bijv. relevant.) ‘Wat verwacht je dat door digital lastiger wordt?’

6) Voorkom een digitaal eiland

Digitaal mag geen eiland binnen je organisatie zijn

Tot slot wil je nooit de aansluiting tussen het e-commerce of digital team en de rest van de organisatie verliezen. Werk daarom regelmatig eens met e-commerce op een andere afdeling en zorg er ook voor dat je succes samen met andere onderdelen van het bedrijf viert.

#3 Waar moet je op sturen bij B2B e-commerce?

Elk bedrijf heeft een eigen focus in de e-commerce KPI’s.

  • Linde Gas meet bijvoorbeeld hoeveel klanten online selfservice gebruiken (waardoor de backoffice wordt ontlast).
  • Technische Unie besteedt speciale aandacht aan langzaam wegebbende klanten (en hoe ze weer fan te maken).

Welke informatie wil je op je dashboard? Bron: Intershop

Royal Brinkman koos daarom voor OMTM (One Metric That Matters): “Juist omdat alles meetbaar is online, hadden we te veel sturingsinformatie. Daarom hebben we bepaald wat de állerbelangrijkste KPI is. Dat is in ons geval het aantal klanten dat online bestelt met een terugkeerpatroon binnen 30 dagen”
Wie dat wat te extreem vindt, kan voor een beperkte lijst met KPI’s gaan. Dit is wat het expertpanel verstandig acht om dagelijks te monitoren:

  • Je klanttevredenheid (NPS).
  • Frequente shoppers.
  • Conversieratio.
  • Snelheid van de website.
  • Verhouding sales: online vs ERP vs offline.
  • Customer lifetime value.

Dashboard voor de directie
Het management wordt vaak al overspoeld met informatie. Dit zijn een aantal manieren om het directiedashboard overzichtelijk te houden:

  • Visualiseer het dashboard.
  • Houd het bij een onepager: forecast versus gerealiseerd.
  • Gebruik iconen en bijvoorbeeld een stoplichtsysteem.
  • Relateer de KPI’s aan de bedrijfsdoelstellingen.
  • Voeg een korte set highlights toe in de vorm van een beperkt aantal bullets. Duid de uitkomsten met een toelichting.
  • Zorg dat de onderliggende KPI’s beschikbaar zijn.
  • Geef de digitale roadmap een plek. Laat zien hoe de voortgang is.
#4 Bouw aan een succesvol e-commerce team

‘Wij zaten op een industrieterrein’ vertelt omnichannel manager Nanne Batelaan. ‘Niet lullig bedoeld, maar daar wil geen digital native werken.’ Hij zette daarom namens (onder andere) bouwgroothandel STIHO een apart internetbureau op met de naam Sybrand’s Place.

Uiteraard mag de pingpongtafel niet ontbreken / Bron: Sybrand’s Place

Het kenschetst de keuze waar B2B bedrijven mee worstelen: zetten we een e-commerce team intern op, op afstand, of in een mixvorm? Elk heeft zo zijn eigen voor- en nadelen: Met een intern team communiceer je eenvoudig met andere afdelingen, houd je 1 bedrijfscultuur en je zet het relatief eenvoudig op. Wel is het lastiger om talentvolle (jonge) krachten aan je te binden, en laat je wellicht als directie niet zien hoe belangrijk digital is. Met een extern team trek je sneller digital natives aan en kun je met een eigen bedrijfscultuur meer ruimte laten voor experimenten. Daarentegen is een risico dat je de binding met het moederbedrijf kwijtraakt en door minder draagvlak ook minder kennis in huis hebt.

Tips voor een succesvol e-commerce team

Volgens de experts zijn er verschillende manieren om te bouwen aan het sterkst mogelijke e-commerce team:

#1 Betrek experts bij het e-commerce ecosysteem

B2B bedrijven die met e-commerce beginnen hebben nog niet zoveel data voorhanden als webshops voor consumenten. Bovendien is het aantal klanten in de regel kleiner dan bij de B2C-branche. Een belangrijke schat aan data zit echter in de hoofden van inhoudelijk experts binnen het bedrijf. Wellicht mensen die binnenkort al met pensioen gaan (waarmee de data verloren gaat!). Dirk Jan Goudswaard van scheepsbouwer IHC noemt het voorbeeld van oude kapiteins die precies weten welk onderdeel je kunt gebruiken wanneer een ander onderdeel niet voorradig is. Data die je natuurlijk graag opneemt in de suggestie-module van je webshop.

#2 De juiste eigenschappen bij het aannemen van je team

Wie moet je aannemen voor je e-commerce team? Los van inhoudelijke programmeer- of marketingskills zijn er volgens Eric Croon (ZAMRO) drie eigenschappen waar je op moet letten:

  • Zit er energie in? (‘Zie je de ‘sparkle in the eye’ – hebben ze het doorzettingsvermogen om continu te verbeteren?’)
  • Kunnen ze de beste worden? (‘Hoe steil is hun learning curve?’)
  • No assholes. (‘Ego’s passen niet in digital, je moet een omgeving creëren waarin je mag experimenteren zonder afstraffing.)
#3 Creëer een agile cultuur

Bij het uitbouwen van een digital commerce kanaal heb je geen jaren de tijd. Daarvoor verandert de markt te snel. Implementeer daarom een agile cultuur waarmee je snel kunt experimenteren en falen.

#4 Een duidelijke visie

Wat wil je bereiken met je online commerce kanaal? Ga je alles zelf doen of (deels) ook gebruikmaken van platformen van anderen. Niet iedereen kan immers een eigen Amazon bouwen.

#5 Zorg voor externe developers

Kennis in huis halen is belangrijk. Maar soms wil je ook versnellen. Op zo’n moment is het van belang dat je voldoende externe capaciteit kunt inhuren. Daarmee kun je grotere aanpassingen op je platform doen.

#5 Samenwerken met sales

Niet elke verkoper staat te springen bij het idee van een uitgebreide B2B webshop. ‘Dat gaat me straks m’n baan kosten’ denkt hij of zij dan.

Bron: Death of a B2B Salesman 2 years later (Forrester)

En deels zit daar natuurlijk wat in. Bedrijven kunnen online verkoopkanalen gebruiken om te besparen op backoffice support en salesmedewerkers. Tegelijkertijd is de kans klein dat klanten voor ingewikkelde opdrachten niet meer met een adviseur met kennis van zaken zouden willen praten. Bovendien kun je de data vanuit e-commerce juist gebruiken om je offline verkoopproces te optimaliseren.

Dit zijn 3 manieren om sales meer te betrekken bij online:

  • Houd sessies met klanten en verkopers voor de lancering van je webshop. Laat ze samen bekijken wat er beter kan.
  • Tel omzet van bestaande klanten via de webshop op bij het resultaat van het regionale salesteam.
  • Laat zie hoe je met data uit de webshop salesmedewerkers kunt helpen om betere adviezen te geven of meer te verkopen.
Conclusie: digitaliseren doe je samen

B2B bedrijven die een succesvolle digital commerce strategie willen opzetten moeten daarbij rekening houden met alle stakeholders. Ontmoetingen tussen klanten, verkopers, management, developers en inhoudelijk experts zijn daarom van levensbelang voor een succesvolle lancering van je online verkoopkanalen.

Zo wil je bijvoorbeeld weten welke productinformatie je klanten nodig hebben en wie binnen je organisatie hiervoor gaat zorgen. Het management een digital commerce visie formuleert die breed wordt gedragen binnen het bedrijf. Je een overzichtelijk aantal KPI’s hebt waarop je wilt sturen voor het succes van je webshop (bijv. terugkerende klanten binnen 1 maand). Een succesvol e-commerce team agile laat werken, maar tegelijkertijd voldoende betrokken houdt bij de rest van je organisatie. Je offline verkopers, online laat ondersteunen (en omgekeerd).

En wanneer is een digitale transformatie geslaagd? Eric Croon (ZAMRO) heeft nog wel een tip : “Wanneer je eigen medewerkers eerst naar de webshop gaan en dan pas naar het ERP, dan weet je dat je goed bezig bent.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mag je nog wel persoonsgegevens verwerken volgens de AVG?

Posted 19 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

De gedachte leeft dat onder de AVG ongeveer niks meer mag. Maar als je de wet nauwkeurig leest, valt het op dat de AVG ongeveer hetzelfde regelt als de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Er is praktisch niets veranderd. Dus als je je al aan de wet hield, is dat na 25 mei nog steeds het geval. Toch?

De twee belangrijkste veranderingen zijn dat de boetes zijn verhoogd en dat verduidelijkt wordt op welke drie onafhankelijke regels je wordt geacht te kunnen aantonen dat je compliant bent. En met name die drie regels zorgen voor veel onduidelijkheid. Ze worden door elkaar gehaald, er worden onderlinge verbanden verondersteld die er niet zijn, ze worden anders geïnterpreteerd dan de wet zegt. Wat je wordt geacht aan te tonen om aan de wet te voldoen:

Regel 1 Grondslag: heb ik het recht om persoonsgegevens verwerken voor marketingdoeleinden?

Ja, dat recht heb je. Zolang je er maar een goede reden voor hebt die door de wet wordt erkend. In de wet worden dit grondslagen genoemd. Er zijn er zes (onder andere noodzakelijk voor de uitvoering van een contractuele verplichting, vitaal belang, publiekrechtelijke taak, enzovoort). Je zal meestal een beroep doen op ofwel permissie/toestemming, ofwel gerechtvaardigd belang. Merk op dat direct marketing expliciet wordt genoemd in de wet als domein waarop gerechtvaardigd belang als grondslag van toepassing is.

Permissie is dus lang niet altijd verplicht en dus ook niet altijd nodig. Permissie is wel verplicht op persoonsgegevens die via elektronische weg zijn verzameld (bijvoorbeeld cookie informatie en e-mailadressen) en dus onder de telecommunicatiewet van 2016 vallen. Maar dat is al meer dan twee jaar zo, dus daar is niks veranderd onder de AVG. Informatie zoals CRM-data, transactiehistorie, informatie ten behoeve van klantprofielen van derden kan ook worden ingezet onder de grondslag gerechtvaardigd belang.

Regel 2 Doelbinding: Voor welk doel mag ik persoonsgegevens verwerken?

Je mag persoonsgegevens verwerken voor het doel waarvoor je die gegevens verzameld hebt (doelbinding). De truc is dat je moet aantonen dat je aan de eisen van doelbinding voldoet. Dat betekent dat je in een document moet vastleggen voor welke doelen je de gegevens verwerkt. Het privacybeleid is een prima plaats daarvoor. Vervolgens moet je er ook voor zorgen dat de individuen van wie je persoonsgegevens verwerkt, hiervan op de hoogte kunnen zijn door transparante communicatie. En je moet je houden aan de doelen die je hebt vastgelegd in je privacydocument. Als je dan vragen krijgt, kun je enerzijds aantonen dat je je aan het beginsel van doelbinding houdt en anderzijds dat het individu dit had kunnen weten.

Doelbinding staat los van grondslag. Je moet aan de eisen van doelbinding voldoen ongeacht van welke grondslag je je bedient. Je moet ook transparant zijn in jouw communicatie en consumenten het recht bieden van inzage, verwijdering, vergetelheid, portabiliteit, ongeacht de grondslag die je gebruikt. Andersom is er ook geen eis over welke grondslag je moet gebruiken, gekoppeld aan enig doel. Dus het zijn allebei harde eisen maar ze hebben in beginsel geen relatie onderling.

Regel 3 Verwerking: Op welke manier mag ik persoonsgegevens verwerken?

Je mag persoonsgegevens verwerken op verschillende manieren. Je kunt persoonsgegevens in een kaartenbak in je kluis bewaren, ze op individuele basis laten oproepen door je callcentermedewerkers ter ondersteuning van telefoongesprekken, je kunt er statistische analyses mee maken of selecties. Je kunt ze ook gebruiken voor profiling. zoals het segmenteren van doelgroepen en het maken van (klant)profielen en persona’s. Al deze toepassingen zijn mogelijk en toegestaan. Wel is bij profiling een extra regel van toepassing. Immers, omdat profiling gebruik maakt van voorspellingstechnieken en veronderstelde correlaties, is het niet toegestaan om geautomatiseerd beslissingen te nemen over individuen die rechtsgevolgen hebben voor het individu. Maar keuzes over welke marketingboodschap je aan wie communiceert mogen zeker op basis van profiling worden gemaakt.

Ook hier geldt weer dat er geen relatie is tussen de eisen rond verwerking en de andere twee regels (grondslagen en/of doelbinding). Als je besluit profiling in te zetten, moet je je houden aan de profiling regels. Er is geen verband met of je de grondslag permissie gebruikt of de grondslag gerechtvaardigd belang. En de regels rond doelbinding veranderen ook niet op basis van welke verwerkingsmethode je hanteert.

Het is voor marketeers toegestaan persoonsgegevens te verwerken voor hun marketingpraktijk. Zolang je maar een in de wet vastgelegde reden of grondslag hebt. Voor data die onder de telecommunicatiewet valt is permissie verplicht, het gebruik van andere persoonsgegevens is prima te rechtvaardigen onder de grondslag “gerechtvaardigd belang”. En zolang je je aantoonbaar aan de regels van doelbinding en transparantie houdt is de AVG niet veel anders dan de WBP. Wel een aanzienlijk grotere administratieve taak maar niet een beperking van de marketingmogelijkheden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Conversieoptimalisatie: de Bayesian vs Frequentist-methode

Posted 19 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Momenteel zijn er twee stromingen in de statistiek die je impact testen: Frequentist en Bayesian​. Wat zijn de eigenschappen van deze twee stromingen binnen de teststatistiek? Bayesian líjkt beter geschikt voor conversieoptimalisatie vanwege de heldere communicatie, het gebruiksgemak en de flexibiliteit van deze methode. 

Het is een stuk simpeler en transparanter om via de Bayesian-methode een kans op succes te communiceren dan om de statistische aannames te delen die Frequentistische statistiek vereist (P-waardes, Confidence Intervals, nulhypothese en dergelijke). In de online marketing en conversieoptimalisatie heeft niet iedereen evenveel kaas gegeten van het onderwerp statistiek. Juist daarom is de mogelijkheid om gemakkelijk resultaten te delen erg belangrijk.

Vaak zijn de mensen waarmee je schakelt geïnteresseerd in hoe de adviezen tot stand komen en waar ze op zijn gebaseerd. Hierin heeft Bayesian zeker een voordeel ten opzichte van Frequentist. Direct hieraan gerelateerd is natuurlijk het gebruiksgemak van de statistische methode. Welke van de twee methoden is gemakkelijker te gebruiken?

Bayesian is gemakkelijker in gebruik

Er komen steeds meer tools online waarmee je gemakkelijk Bayesiaans kunt testen. Deze tools en de versimpelde vorm van interpretatie en communicatie van testresultaten maakt het steeds makkelijker om met Bayesiaanse statistiek bezig te zijn, zonder hier diepgaande kennis van te hebben. De meeste tools geven je namelijk een kans dat variant B beter zal presteren dan A, wanneer je enkel de bezoekers- en transactie-aantallen ingeeft.

Wat hier achter de schermen gebeurt is dus niet ‘nodig’ om uitspraken te kunnen doen over je data. Dit is uiteraard een enorm voordeel, aangezien het testen hierdoor erg laagdrempelig is. Het zorgt echter ook voor een grote valkuil wanneer mensen ook tests opzetten en uitspraken gaan doen over data die niet goed past bij Bayesian statistiek. Het foutief inzetten van A/B-testing en de statistiek leidt tot verkeerde business decisions en heeft daarmee zelfs impact op de omzet! Het is daarom sterk aan te raden om de juiste kennis in te schakelen van een conversiespecialist die hier uitgebreide ervaring mee heeft.

Kortom, Bayesian is gemakkelijker in gebruik en implementatie, maar laat vanwege de flexibiliteit wel ruimte over voor human errors. Deze kans op human errors kan dan wel weer gemakkelijk ondervangen worden door het inzetten van de juiste experts op dit gebied. Dit kenmerk waarin Bayesian flexibeler is dan Frequentist zien we ook in de test strengheid terug.

Frequentist test strenger, maar Bayesian is flexibeler

Frequentistische statistiek is erg streng in zijn eisen. Er zijn twee onfeilbare hypotheses, de nulhypothese die stelt dat er geen verschil is, en de experimentele hypothese die stelt dat er wel verschil is. Ook dien je voordat je begint met data verzamelen al verschillende zaken te hebben uitgezocht. Zo moet je op voorhand de power (gebaseerd op verwachte impact van uw testvariant) berekenen en je benodigde hoeveelheid datapunten (users, respondenten, etc.). De getallen die hieruit komen zijn absoluut en moeten hoe dan ook nageleefd worden, anders is je
test niets meer waard.

Dit berekenen zorgt voor meer rigiditeit en is een lang proces voordat je überhaupt begint met data verzamelen, maar zorgt ook voor een streng eindoordeel. Mocht je dus het geduld hebben en de moeite er in willen steken om aan het einde van de rit (wat soms maanden kan duren) een significant resultaat te vinden, dan kun je er ook relatief zeker van zijn dat je de juiste beslissing aan het maken bent. Deze trage opzet van Frequentistische tests is vaak een erg lastig punt in de dynamische en snel veranderende online marketing wereld. Bayesian is flexibeler in zoverre dat er geen aannames van tevoren gesteld hoeven te worden.

Dit is een voordeel aangezien organisaties en de online omgeving natuurlijk behoefte hebben aan flexibiliteit. Echter is het ook een mogelijk nadeel wanneer er niet juist wordt omgegaan met deze flexibiliteit. Het is namelijk zo dat Bayesiaanse statistiek met evenveel ‘zekerheid’ kan spreken dat B beter zal zijn dan A na 10 observaties (conversies) als na 100 observaties. Het is hierbij dus erg belangrijk om de kwaliteit van je experimenten te bewaken en alsnog een soort benchmark te zetten voor hoeveel observaties nodig zijn om nuttige uitspraken over te kunnen doen.

We hanteren een minimale looptijd van twee businesscycles en een minimum aantal bezoekers en conversies, dit baseren wij op het gemiddelde online verkeer op de pagina. Een test op een website met weinig verkeer zal immers langer moeten lopen om nuttige uitspraken te kunnen doen over je data.

Conclusie: Bayesian is de beste keus, maar kwaliteitsbewaking is nodig

De ervaring leert dat Bayesian voor A/B-testing bij de meeste organisaties het prettigst werkt. Dit komt voornamelijk door de simpele manier om je resultaten te bespreken. Ook is de flexibiliteit die Bayesian statistiek toelaat een groot voordeel, waar Frequentist vaak te strikt is in haar eisen. De flexibiliteit van de Bayesian methode is een enorm voordeel, maar wel alleen wanneer de kwaliteit van de A/B-testing en statistiek wordt bewaakt door iemand met de juiste kennis van zowel A/B-testing als statistiek. Ons advies is dan ook om een goede kwaliteitsbewaker te betrekken bij je A/B-testing en zo samen tot de beste resultaten te komen voor je organisatie. Beide statistische methoden hebben immers kennis nodig om tot hun volle potentie gebruikt te worden.

Daarnaast is het grootste verschil dat je bij Bayesian zelf de kwaliteit moet waarborgen, wat wel meer flexibiliteit biedt, maar ook voor human errors kan zorgen. Het is op vrijwel alle fronten de statistische methode die de meeste werkbaarheid biedt door de flexibiliteit en de omgang met data. Het is echter niet zo dat de ene methode per definitie ‘beter’ is dan de ander. Het advies dat volgt uit een experiment met goede Bayesian statistische analyse en interpretatie zal vrijwel altijd hetzelfde advies geven als een experiment met goede Frequentistische statistiek analyse en interpretatie. Bayesian is in de context van de werkvloer en de dynamische online omgeving vaak sneller, werkbaarder en gemakkelijker, maar niet betrouwbaarder, beter of superieur ten opzichte van Frequentistische statistiek in een absolute zin.

Voor beide soorten statistiek is het sterk aan te raden om een specialist te hebben die de kwaliteit van je experimenten waarborgt door de juiste kennis over experimenteren en de bijbehorende statistiek. Enkel met de juiste kennis kun je de correcte data-driven business decisions maken, om grensverleggende resultaten te realiseren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Binnen 5 jaar is affiliate marketing de grootste traffic driver’

Posted 18 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Zo begon Bas Weiler, Head of affiliate Europe bij Adidas, zijn keynote bij de Affiliateblogger Sessions. Om affiliate marketing ook daadwerkelijk die grootste traffic driver te laten worden, moet er wel een hoop veranderen binnen de affiliate wereld. Maar wat?

De sprekers op het evenement waren het in ieder geval met elkaar eens over de noodzakelijke veranderingen:  

  • Affiliate marketing inzetten voor awareness campagnes
  • Influencer marketing als onderdeel van affiliate marketing
  • Een eerlijke verdeling van commissies
  • Nieuwe ondersteunende technieken
Inzet voor awareness

Een groot deel van de adverteerders staart zich nog blind op de hoeveelheid conversies die een publisher realiseert en past hier zijn commissies op aan, maar is dit wel fair? Levert een publisher niet veel meer op dan enkel conversies? Ingmar Bruinsma, oprichter vanTicketspy, is van mening van wel. Voor hem is het duidelijk, publishers zijn er niet alleen maar om extra conversies binnen te halen en dienen voor verschillende doelen te worden ingezet. Affiliate marketing is een uitermate geschikt kanaal om bijvoorbeeld awareness te creëren en een merk te presenteren bij de gewenste doelgroep.

Influencer marketing als onderdeel van affiliate marketing

Een adverteerder weet welke doelgroep bij de affiliate op de website voor de conversies zorgt en weet dus ook wie hij precies wil bereiken. Met het goed scouten van relevante influencers kan je jouw doelgroep effectief bereiken en in veel gevallen ook nog eens performance based belonen. Jelle Oskam, interim global affiliate manager bij Adidas, noemde de komst van attributiemodellen een belangrijke drijfveer voor influencers om weer op performance-basis te gaan én kunnen werken. Dit brengt veel minder risico met zich mee voor een adverteerder dan bijvoorbeeld een beloning op basis van een fixed price.

Voor het inzetten van influencers moet er wel kritisch onderzoek worden gedaan naar het bereik van de influencer. Wat is bijvoorbeeld de engagement rate van een influencer op social media, zijn dit niet enkel ‘ghost followers’ die al tijden niet meer actief zijn. Zijn de bezoekers op de website van kwaliteit? Hoe lang blijven deze bezoekers op de website en wat is het percentage wat uiteindelijk doorklikt? Dit zijn enkele voorbeelden van factoren die kritisch moeten worden beoordeeld. Veel adverteerders hebben hier intern iemand die dit op zich kan nemen, maar vaak kan een marketingbureau dit ook effectief beoordelen.

Een eerlijke verdeling van commissies

Een influencer levert in veel gevallen niet de last click, waar veel huidige commissies op gebaseerd zijn. Een influencer zit veel hoger in de funnel en voor de volgers van deze influencers is het vaak de eerste kennismaking met een merk. Enorm waardevol dus, maar dit wordt in veel gevallen nog niet beloont. Je ziet vaak dat de last click nog steeds wordt beloont met de volledige commissie en dat veel kortingscodewebsites dit opeisen, maar is dit wel eerlijk? Zijn deze kortingscodewebsites net zo waardevol in de customer journey als een publisher die jouw merk heeft geïntroduceerd bij de consument? Dit is in elke branche verschillend en als adverteerder is dit iets wat je je moet afvragen en naar moet handelen.

Gelukkig bieden steeds meer netwerken technologieën aan waarmee je deze commissie kan verdelen over verschillende touchpoints binnen de funnel. Je bepaalt als adverteerder zelf de commissieverdeling onder jouw publishers aan de hand van de toegevoegde waarde in de customer journey. Je kan ervoor kiezen om je first en last click relatief de hoogste commissie te geven en alle touchpoints daartussen een lagere percentage of je zou ervoor kunnen kiezen om iedere touchpoint dezelfde commissie te geven, kortom er zijn allerlei verdelingen mogelijk.

Het bepalen van de commissieverdeling

Wat is een publisher nou waard in euro’s of percentages van de omzet? Dit is iets wat voor veel adverteerders nog lastig te bepalen is. Vaak is er wel een beeld van hoe waardevol een bepaalde  click is, maar om dit echt te onderbouwen is er simpelweg data nodig en een goede analyse van de customer journey. Hierbij zijn ook het aantal vertoningen belangrijk bij het beoordelen van de waarde.

Maar eerst terug naar de kern: de juiste publishers aansluiten

Om een affiliateprogramma te laten slagen is het noodzakelijk om een goede kern van publishers te hebben. Waar veel adverteerders ervoor kiezen om elke publisher te accepteren in het programma onder het mom van ‘elke sale is een sale’ is dit simpelweg niet meer rendabel. Het beheren van een kanaal met een grote hoeveelheid publishers kost nou eenmaal een hoop tijd. Om je affiliateprogramma zo effectief mogelijk in te zetten zal je dus kritisch moeten kijken naar de publishers die je aansluit.

Onderzoek welke publishers scoren op relevante zoektermen

Een manier om relevante publishers te scouten is door te kijken naar de zoekwoorden waar de publisher op scoort binnen de organische zoekresultaten van Google. Deze posities zeggen vaak al een hoop over de focus van een publisher. Komen deze zoekwoorden overeen met de zoekwoorden waar jouw doelgroep op zoekt? Dan is er een grote kans dat jouw doelgroep zich op deze website bevindt. Niet verhoog je hier enkel de kans op een verhoging van de CTR, maar ook bereik je veel gemakkelijker (en in veel gevallen goedkoper) consumenten die nog niet aan jouw merk hebben gedacht dan bij de meeste andere marketingkanalen.

Hoe je de juiste publishers moet scouten is afhankelijk van het doel van je programma. Is het doel conversies behalen? Dan kan een onderzoek naar de best converterende zoekwoorden binnen je Adwords account een goede start zijn. Op welke zoekwoorden (met enige volume) zit de hoogste conversiepercentage en welke publishers scoren goed in de organische zoekresultaten op deze zoekwoorden?

Gebruik de kracht van de publisher

Wanneer je met een kern van kwalitatieve publishers werkt is het goed om deze naar de kracht van de publisher in te zetten. Zo heb je publishers die volledig conversie gericht zijn, maar heb je ook publishers die de consument van inspiratie voorziet met bijvoorbeeld een blog. Benader deze publishers eens om van gedachten te wisselen. De beste ideeën komen immers vaak uit onverwachte hoek en in veel gevallen zijn publishers enorm creatief in het bereiken van de doelgroep. Ander voordeel  is dat de publisher zich veel meer betrokken voelt bij het proces en dus sneller geneigd zal zijn om een stapje harder te lopen voor jouw merk, dan voor een merk die nooit iets van zich laat horen.

Nieuwe tools om de toegevoegde waarde te bepalen

Gelukkig worden er  steeds meer tools geïntroduceerd om je te helpen publishers op toegevoegde waarde te kunnen inschatten. Zo is het mogelijk om met de nieuwe technieken de waarde van al je publishers te meten op basis van alle data die beschikbaar is. Belangrijke factoren hierbij zijn het aantal touchpoints van alle betaalde kanalen en deze in kaart te brengen voor een groep met dezelfde soort publishers.  Als de consument na een click bij de ene publisher een langere tijd nodig heeft, via een displaycampagne nog een keer terugkomt en vervolgens ook nog eens via een Adwords advertentie, dan zijn de kosten natuurlijk hoger dan bij een publisher die ervoor zorgt dat er na de click direct wordt afgerekend. Dit zou een reden kunnen zijn om een effectieve publisher te belonen en de samenwerking te intensiveren.

Omarm de diversiteit

Al met al is de uitspraak dat affiliate marketing binnen vijf jaar het grootste marketingkanaal zal zijn nog steeds erg ambitieus en zal de toekomst dit moeten gaan uitwijzen. Het beeld van affiliate marketing als enkel conversiekanaal zal hiervoor moeten verdwijnen en de diversiteit binnen affiliate marketing moet omarmt worden. De huidige ontwikkelingen binnen de affiliate wereld en de steeds groter wordende afkeer tegen de macht van de grote partijen zouden hier weleens een belangrijke rol in kunnen gaan spelen en bepalend kunnen zijn voor de toekomst van affiliate marketing.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

SCOUPY lanceert via app schap- en storechecks

Posted 18 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Met Barilla, Pedigree en Lipton als eerste opdrachtgevers, heeft het Nederlandse bedrijf Scoupy een nieuwe propositie gelanceerd, waarbij winkelschappen met behulp van de app gecheckt kunnen worden op de aanwezigheid, de correcte prijs en de presentatie van producten.

Scoupy claimt met 1,7 miljoen unieke gebruikers het grootste actiemarketingplatform van Nederland te zijn, althans in de boodschappenmarkt. Via het platform worden door sponsors bepaalde producten gepromoot. Met een foto van de kassabon krijgt de consument binnen een dag (een deel van) zijn of haar aankoopbedrag teruggestort. Ook worden spaarpunten toegekend.

In de laatste jaren neemt de strijd om dure schapmeters hevig toe. Optimale zichtbaarheid en beschikbaarheid van meerdere productvarianten in de schappen is niet meer vanzelfsprekend.

Aan Scoupy-gebruikers wordt daarom gevraagd een bepaald product te ‘scouten’ in hun (lokale) supermarkt. Met de Scoupy-app kunnen ze product lokaliseren, foto’s maken van het schap en een aantal simpele vragen beantwoorden. Daarbij kunnen ook omliggende producten worden meegenomen.

Consumenten worden beloond met een gratis product (via cashback direct mee te nemen uit de supermarkt). In sommige gevallen vergoedt SCOUPY ook een cashbedrag via de app.

Scoupy claimt nu al succes met deze mystery guest-aanpak. Bij een recente Scoupy Scout-actie werden 85 procent van alle Nederlandse supermarkten gechect. Voor klanten is een online rapportagetool beschikbaar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

NIBC Direct: customer experience blijven verbeteren

Posted 18 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

NIBC Direct wil continu processen verbeteren en de klanttevredenheid en employee engagement verhogen. “Direct duidelijk, dat is wat we nastreven,” zegt Director Marketing & Sales Richard Leijnse.

NIBC werd in 1945 opgericht als Nationale Investeringsbank om ondernemers mee te helpen het land weer op te bouwen. De focus lag dus op zakelijke klanten. In 2008 kwam daar verandering in toen de bank met het label NIBC Direct ook de consumentenmarkt begon te bedienen. “Tijdens de kredietcrisis hebben we de keuze gemaakt om ons ook middels spaargeld te funden. Wij besloten daarom een online spaarbank op de richten, NIBC Direct,” zegt Richard. NIBC positioneert zich als ondernemende bank voor ondernemende mensen die zelf de regie willen hebben over hun financiën. Er werken zo’n 650 mensen in de vestigingen in Den Haag, Brussel, Londen en Frankfurt. “Consumenten kunnen bij ons sparen, een hypotheek afsluiten en beleggen. Met onze ‘think yes’-mentaliteit streven we ernaar het verschil te maken op beslissende momenten.”

Lat ligt steeds hoger

Dat doet NIBC Direct in een snel veranderende sector, schetst Richard. “Er komen steeds meer nieuwe spelers bij, ook branchevreemd. De rente is laag en dit zorgt voor druk op de marges. Er is een hoge mate van digitalisering. Daar spelen we op in door onze bestaande producten zo gebruikersvriendelijk mogelijk te maken, processen te vereenvoudigen en het klantcontact te verbeteren. Maar we ontwikkelen ook nieuwe diensten. Dit doen we regelmatig in samenwerking met fintechs.”

Daar komt bij dat het gedrag van klanten ook aan verandering onderhevig is. “We reageren niet alleen op bekende of nieuwe concurrenten, we moeten ook aan de verwachtingen van de consument blijven voldoen. De lat wordt steeds hoger gelegd en daar moeten wij in mee kunnen gaan. Dat stelt eisen aan ons IT-landschap. Wij willen schaalbaarheid en flexibiliteit, dus toekomstvaste (cloud)oplossingen met groeimogelijkheden qua functionaliteiten. Tweede eis was een beheersbare infrastructuur, wat onder andere een reden is dat we voor een partner hebben gekozen die meerdere oplossingen kan leveren, Salesforce.”

360-graden-klantbeeld en personalisatie

Het klantcontactcenter van NIBC Direct is als eerste bedrijfsonderdeel gebruik gaan maken van Salesforce Service Cloud, waarin een 360-graden-klantbeeld kan worden opgebouwd. Het doel hiervan was om de klant te kunnen helpen in één applicatie, zodat het volledige klantbeeld in één systeem terug te vinden is. “Voorheen moesten zij veel meer bronnen raadplegen. Daar komt bij dat het aantal kanalen is uitgebreid – naast telefonie en e-mail kunnen mensen nu ook met ons webchatten en via WhatsApp contact opnemen. We zochten een oplossing die dat kon stroomlijnen. Voor de klant is het voordeel dat ze meer contactmogelijkheden hebben, voor agents dat ze gemakkelijk toegang hebben tot een 360-graden klantbeeld en daardoor efficiënter te werk kunnen gaan en marketing profiteert van betere customer insights.”

Om met die klantprofielen actiematig wat te kunnen doen is daarna ook Salesforce Marketing Cloud geïmplementeerd in samenwerking met Emark. “Daarmee kunnen we veel sneller en gepersonaliseerd e-mailcampagnes uitvoeren, uiteraard conform de AVG-regels,” zegt Richard. “Om de customer experience van onze kanalen verder te verbeteren gaan we ook Salesforce Community Cloud gebruiken. We nemen nu al onze klantcontactpunten onder de loep om daar eventuele verbeteringen in aan te brengen. Met Salesforce Community Cloud als basis kunnen klanten meer zelf doen in de mijn-omgeving, die qua design en overzichtelijkheid ook aan een opfrisbeurt toe is. Verder willen we meer snelheid en gemak bieden in de on-boarding van spaarklanten, doordat zij geen documenten meer hoeven op te sturen en hun rekening in een paar minuten volledig online kunnen openen. Dit gaat naar verwachting eind 2018 live. En wat de log-in procedure betreft kijken we naar nieuwe identificatiemethoden, zoals biometrie, die het proces nog gemakkelijker maken voor de klant.”

Meer flexibiliteit om te groeien

Wat zijn de winstpunten van de nieuwe opzet? “De flexibiliteit de we hebben bereikt in de mailcampagnes is een groot voordeel. De personalisatie die we nu kunnen toepassen heeft ervoor gezorgd dat alle ratio’s omhoog zijn gegaan – CTR, open rate, enzovoorts. Aan de klantcontactcenterkant kunnen vragen veel beter worden gekanaliseerd zodat klanten zo snel en zo goed mogelijk antwoord krijgen.”

De investeringen van NIBC in klanten en de toekomst zijn eind maart bekroond met een beursgang. Volgens Richard is de ambitie van de bank simpel: groeien dankzij een maximale klant- en werknemerstevredenheid. “We willen groeien door een goede service, consistent prijsbeleid en duidelijk productportfolio te bieden. Al onze initiatieven staan in het teken van het verhogen van de klanttevredenheid. Maar ook de employee engagement en employer branding zijn belangrijk. Wij willen een moderne, aantrekkelijke en technologiegedreven werkomgeving kunnen bieden en zo relevant blijven voor zowel onze klanten als onze medewerkers.”

Headerfoto: De Beeldredaktie



Lees het volledige bericht op Emerce »

NBTC wil meer spreiding Chinese bezoekers via WeChat

Posted 18 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

KPN, WeChat en NBTC Holland Marketing hebben het ‘WeChat Go Europe’-programma gelanceerd die Chinese bezoekers moet inspireren, informeren en begeleiden tijdens hun reis door Nederland. Doel is om niet alleen Amsterdam maar ook andere highlights onder de aandacht te brengen.

Europa is steeds meer in trek bij Chinese bezoekers. Om hun reis gemakkelijker te maken, heeft KPN vorig jaar een partnership gesloten met Tencent, de eigenaar van WeChat, en SunWay. Hierodor kunnen Chinese toeristen de populaire app WeChat in Europa net zo gebruiken als ze thuis gewend zijn.

Hieruit is WeChat Go Europe voortgekomen, een mini-programma binnen WeChat met informatie over Nederland en andere Europese bestemmingen die relevant is voor Chinese toeristen. Vooralsnog zijn dat Londen, Parijs, Rome, Barcelona en Berlijn.

Voor de ontwikkeling van de content wordt door KPN opgetrokken met verschillende partijen, in Nederland is dat bijvoorbeeld het NBTC. Maar veel informatie is ook afkomstig van de partners die zijn aangesloten op het miniprogramma. Denk bijvoorbeeld aan toeristische attracties, restaurants, vervoersmogelijkheden en bepaalde winkelketens.

Volgens NBTC bezochten in 2017 365.000 Chinezen Nederland, een toename van 23 procent. De samenwerking met KPN en WeChat sluit aan op de HollandCity-strategie waarin de focus ligt op spreiding van internationale bezoekers ‘in ruimte en tijd’.

WeChat Go Europe is ontwikkeld in het China Lab, het samenwerkingsverband van NBTC en Nederlandse reispartners. Doel hiervan is om beter in te kunnen spelen op de snelle digitale ontwikkelingen in de Chinese markt en dit ook als testomgeving voor relevante toepassingen elders in de wereld te gebruiken.

Dit promofilmpje geeft een indruk van wat de Chinese reiziger met WeChat Go Europe kan:



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gegevens uit KvK gebruikt voor Facebook marketing

Posted 18 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Bedrijven gebruiken gegevens van de Kamer van Koophandel om zzp’ers met advertenties te benaderen op Facebook. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS.

Via customized audience targeting kunnen adverteerders profielen doorsturen naar Facebook, waarna gebruikers die aan dat profiel beantwoorden aanbiedingen op maat te zien krijgen. De NOS suggereert dat Facebook gebruikers direct identificeert op basis van KvK profielen, bijvoorbeeld aan de hand van een 06-nummer.

De NOS noemt als adverteerders die hiervan gebruik maken onder meer autofabrikanten Toyota en Lexus naast CZ, Ziggo en mogelijk ook de zakelijke winkelketen Makro. Niet al deze bedrijven hebben bewust voor deze tactiek gekozen, vaak zijn het mediapartners die deze technieken toepassen.

De Kamer van Koophandel verkoopt de informatie van ingeschreven bedrijven al jaren aan adverteerders. Die praktijk stuit ondernemers al langer tegen de borst. De moeilijkheid zit hem in het feit dat zakelijke adresgegevens publiek domein zijn. Zelfstandig ondernemers zijn verplicht zich te laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel. De Kamer van Koophandel zou zelfs voor 40 tot 50 procent van zijn inkomsten afhankelijk zijn de verkoop van data.

Het lijkt er nu sterk op dat de Autoriteit Persoonsgegevens hier een stokje voor gaat steken in het kader van de nieuwe Europese pricacywet. De privacywaakhond stelt dat het verkopen van gegevens voor direct marketing-doeleinden alleen kan als de betrokkenen daarvoor toestemming hebben gegeven. In ieder geval is het nodig dat er een goede opt-out is, zegt privacy-onderzoeker Frederik Zuiderveen Borgesius tegen de NOS.

Deze week nog gaan partijen met elkaar in overleg.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Affiliate marketing: wat kun je ermee?

Posted 18 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Affiliate marketing is volwassen geworden en kan niet langer worden weggezet als een pusherige manier om klanten tot conversie te brengen, een ‘cowboykanaal’. Dit zijn de belangrijkste trends waar je als merk en webshop je voordeel mee kunt doen.

Heb je moeite om op te vallen in de stortvloed aan informatie waar consumenten mee worden geconfronteerd? Die worsteling is de belangrijkste reden waarom de uitgaven aan affiliate marketing jaarlijks met minimaal 10 procent groeien. Onderzoeksbureau Forrester verwacht dat de Amerikaanse markt van e-commerce 500 miljard dollar zal bedragen in 2020. Affiliate marketing is goed voor 70 miljard dollar van die verkoopomzet. Oftewel, 14 procent wordt gerealiseerd met behulp van affiliate programma’s. Dat is evenveel als e-mailmarketing en meer dan social commerce en display advertising.

Welke ontwikkelingen maken de affiliate markt door en wat heb je daaraan als publisher en adverteerder? Wij zien de volgende vier belangrijke trends:

 1. Vinden van de juiste match is ingewikkelder

De groei van het affiliate kanaal betekent ook dat de complexiteit toeneemt. Adverteerders zoeken interessante publishers en vice versa. De aard van het digitale medialandschap houdt in dat niet alleen de traditionele publishers maar iedereen met een socialmediaccount interessant kan zijn voor adverteerders.

Influencer marketing wordt een steeds belangrijker onderdeel van affiliate programma’s. Logisch ook – we nemen meer aan van familie en vrienden dan van commerciële merken en influencers die ons aanspreken vallen gevoelsmatig onder de noemer vrienden.

Andersom geldt dat publishers die relatief onbekend zijn in deze tak van sport op zoek gaan naar adverteerders. Het affiliate netwerk managet deze complexiteit voor beide partijen.

 2. Doelstelling: niet alleen performance

Klanten zijn best bereid om naar marketingboodschappen te luisteren, maar dan moeten die wel relevant en boeiend zijn. Dergelijk content leent zich niet alleen voor conversie, maar ook voor awareness en customer engagement. We zien bij adverteerders steeds meer bereidheid om budget uit te trekken voor affiliate marketing die is gericht op branding, al dan niet in combinatie met performance doelstellingen. De publishermix en beloningsmodellen worden daarop afgestemd.

 3. Cross-channel attributie

Een van de grootste veranderingen is dat het last-click attributiemodel wordt verrijkt met een ander model waarbij per touchpoint wordt gekeken wat de bijdrage is aan het doel van de adverteerder. Publishers worden op basis daarvan beloond. Hierdoor kunnen adverteerders hun budget veel gerichter inzetten en zien zij geen schakels over het hoofd in de customer journey.

 4. Cross-device tracking

Hiervoor geldt hetzelfde als voor de cross-channel attributie: je wilt als adverteerder weten welke devices een rol spelen in de customer journey zodat het budget juist wordt besteed. Andersom geldt dat als de publisher wordt beloond omdat de cross-device analyse bijvoorbeeld vaststelt dat de klant in diens app of mobiele website de aankoopbeslissing heeft gemaakt, ze meer moeite zullen doen om de adverteerder daar te promoten.

Maar voor wie is affiliate marketing interessant?

Het is te kort door de bocht om op basis van dit artikel te concluderen of affiliate marketing interessant is voor je merk of bedrijf. Maar er is wel een aantal situaties waarin je het affiliate marketingkanaal zou kunnen overwegen. Bijvoorbeeld als je je wilt onderscheiden van anderen met behulp van content. Maar ook als je jezelf branding of performance targets hebt gesteld of je nieuwe kanalen zoekt om die doelstellingen te realiseren.

Daarbij is het handig om je te realiseren dat als je net met affiliate marketing begint, je het programma om te beginnen breed moet opzetten. Er zijn data nodig om te kijken wat wel en niet werkt. Zodra je meer inzicht hebt in je prestaties, kun je het programma gaan optimaliseren. Wat hierbij helpt, is als je werkt met een affiliate netwerk die benchmarks beschikbaar stelt voor je sector of productcategorie. Zo kun je al in een vroeg stadium zien hoe je programma het doet.

Maar dat is niet het enige criterium voor adverteerders die een affiliate netwerk zoeken. Belangrijke andere keuzefactoren zijn de ervaring van het netwerk met hun sector of productcategorie, het prijskaartje dat aan de samenwerking hangt en in hoeverre het netwerk internationaal actief is, zodat groei in nieuwe landen gemakkelijker wordt gemaakt.

Publishers kijken op hun beurt naar verschillende factoren, waarvan de belangrijkste zijn: welke concurrenten van de webshops zijn al op het netwerk vertegenwoordigd, met welke merken er connecties zijn, hoe internationaal het netwerk is, of er directe deals kunnen worden gesloten tussen adverteerders en publishers en hebben de tools voldoende mogelijkheden om de impact van de programma’s te meten.

Meer weten? In de podcast ”Add value or kiss my a**” gaat Krijn Schuurman in gesprek met Eva Baetsen (Imbull) en Sebastiaan Elsholz (Praxis) over waarde toekennen aan first click versus last click. Vragen als ‘Welke commissie geef je welke publisher?’ en ‘Hoe bepaal je de toegevoegde waarde?’ worden daarbij uitgebreid bediscussieerd. Beluister de podcast hier.

Meer weten over de toegevoegde waarde van affiliate marketing? In de podcast ‘Affiliate marketing op z’n best; het optimale programma’ bespreken Jesse le Grand en Merve Tosun samen met host Krijn Schuurman waarom het affiliate kanaal een toevoeging kan zijn aan je marketingpalet en hoe een optimaal programma eruitziet. Beluister de podcast hier. 

Headerfoto: ESB Professional / Shutterstock.com



Lees het volledige bericht op Emerce »

Geur is de onbewuste factor in de marketingmix

Posted 17 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Alleen een mooie inrichting of een leuk achtergrondmuziekje is niet meer genoeg; geur wordt steeds onderdeel van retailmarketing. Iedereen kent het voorbeeld van vers brood in de supermarkt om meer brood te verkopen, maar hoe en waar kan geur het beste ingezet worden?

Geur werkt op meerdere niveaus. We onderscheiden vier functies:

  1. Een directe koppeling met de hersenen
  2. Oproepen van emoties
  3. Onbewust positief beïnvloeden
  4. Creëren van herinneringen

Een korte uitleg van deze functies:

Een directe koppeling met de hersenen

De neus staat in direct contact met het deel van de hersenen dat emotie reguleert, het lymbisch systeem. De geur in een zaak wordt dan ook direct gekoppeld aan de beschikbare artikelen – of je dat nu wil of niet. Zonder twijfel impactvolle marketing.

Oproepen van emoties

Geuren worden in het brein gekoppeld aan emoties. Het ruiken van die geur roept die emoties weer op. Je zaak voelt direct vertrouwd. Hebben je klanten een goede ervaring gehad? Dan herinneren ze zich die positieve herinnering meteen weer als ze de bedrijfsgeur ruiken. Zelfs als dat ergens anders is.

Onbewust positief beïnvloeden

Ook los van herinneringen aan goede tijden heeft geur een effect op het gevoel van klanten. Vaak merken ze het zelf niet eens. Maar een goede geur, in combinatie met de rest van de omgeving en marketingmix, brengt klanten in een positieve stemming, een zogeheten “ja-modus”.

Creëren van herinneringen

Geuren vergeet je niet. Dat verklaart waarom je weer in de keuken van je ouderlijk huis kan staan op het moment dat je appeltaart ruikt. En soms overvallen wordt door de geur van een oude liefde. Op dezelfde manier wordt ook je zaak onthouden door klanten. Koppel je geur aan een goede herinnering en je bent al halverwege.

Geur biedt een aantal effecten die een merk en product ten goede kunnen komen. We onderscheiden drie effecten die je met geur kunt bereiken:

  1. Verbeteren van imago
  2. Consumenten activeren
  3. Ongewenste geuren neutraliseren
Verbeteren van imago

Een goede geur straalt kwaliteit uit. Onderzoeken wijzen uit dat klanten de producten beter waarderen, langer verblijven en bereid zijn meer te betalen voor hetzelfde product. Bovendien helpt een wereldwijde bedrijfsgeur, net als een logo en kleurgebruik in winkels, bij het vaststellen en onderhouden van een (inter)nationaal imago.

Consumenten activeren

Activeren betekent niet per se tot koop overgaan, al is het daar wel een onderdeel van. Geur beïnvloedt mensen op verschillende manieren. Rustgevende geuren zoals vanille zorgen ervoor dat klanten zich ontspannen en op hun gemak voelen – frisse citrusgeuren maken hen juist actief. En van warme, complexe geuren worden klanten vrolijker en blijven ze langer in de zaak. Bij het kiezen van een geur is het dus van belang dat er niet alleen naar “aangename” geuren wordt gekeken, maar dat u ook goed bedenkt welk effect u bereiken wilt en hoe dat past bij het product.

Ongewenste geuren neutraliseren

Waar veel mensen samenkomen, kunnen soms nare geuren ontstaan. Dat komt het meest voor in de horeca en de zorg, maar ook retailbedrijven kunnen er last van hebben. En dat heeft natuurlijk een negatieve uitwerking op imago en bedrijfsresultaat. Met het gebruik van gepatenteerde geurneutralisatietechnologie is die zorg verleden tijd: de ongewenste geur wordt daarmee compleet afgebroken. Tegelijkertijd wordt een aangename geur in de ruimte verspreid waardoor uw klanten weer graag bij u langskomen.

Omdat het belangrijk is dat de combinatie van winkel, product en geur tot in de puntjes klopt, is het zaak een en ander te proberen. Zoals gezegd, het is niet genoeg als je een geur alleen maar “lekker” vindt. Kies voor een geur die het gewenste effect heeft. Een testperiode is vaak een goed idee – op die manier kun je variëren met bijvoorbeeld de intensiteit. Aarzel niet om personeel en klanten om feedback te vragen. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Topman Medialaan stapt op

Posted 17 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Topman Peter Bossaert stapt op bij het Belgische mediabedrijf Medialaan wegens een geschil over de te varen koers.

Onder zijn leiding transformeerde Medialaan van een klassiek tv- en radiobedrijf naar een hedendaags digitaal en multidimensionaal mediabedrijf.

Hij werkte twintig jaar bij het bedrijf achter de VTM en Q-Music. Ook stuurde hij geruime tijd Qmusic Nederland aan.

Erwin Deckers (CCO, Chief Content Officer) en Dirk Lodewyckx (CMO, Chief Marketing Officer) nemen voorlopig zijn taken waar. Bij De Persgroep Publishing blijft het dagelijks beleid ad interim in handen van Rudy Bertels.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Harco Enting naar Kaspersky Benelux

Posted 17 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Harco Enting (47) gaat de Benelux organisatie van Kaspersky Lab aansturen. Hij neemt het stokje over van Martijn van Lom die de Europese marketingorganisatie gaat leiden.

Enting startte zijn loopbaan in de ICT bij KPN. In 1998 stapt hij over naar Microsoft waar hij vervolgens 13 jaar diverse commerciële functies heeft bekleed in binnen- en buitenland. Daarna was hij twee jaar werkzaam als commercieel directeur bij Noordhoff Uitgevers.

In 2014 keerde hij terug bij Microsoft als directeur verantwoordelijk voor de marktsegmenten overheid, gezondheidszorg en educatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »