Posts Tagged ‘mail’

Google stopt met scannen van Gmail content. Wat zijn de effecten?

Posted 03 Jul 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs kondigde Diane Green, Google’s Senior Vice President of Cloud Business, in een blogpost aan dat Google nog dit jaar gaat stoppen met het gebruiken van de inhoud van de Gmail inbox van gebruikers om advertenties te tonen. Het targeten op basis van keywords en domeinen uit de content van de Gmail inbox is momenteel de meest efficiënte manier om performance gerichte Gmail-ads campagnes op te zetten. Geen goed nieuws dus. Wat betekent dit voor Gmail-ads en hoe blijf je Gmail-ads efficiënt inzetten?

Wat is er straks wel en niet meer mogelijk en hoe zorg je er voor dat Gmail-ads binnen Google Adwords een waardevol onderdeel van je online marketing strategie blijft?

Prospect targeting in Gmail-ads

Remarketing is een van de best presterende campagne-targetingmethodes voor campagnes in het zoeknetwerk en Google Display Netwerk. Binnen Gmail-ads campagnes kunnen marketeers bijna alle typen targeting gebruiken die ook in het Google Display Netwerk beschikbaar zijn. Alleen remarketinglijsten en vergelijkbare doelgroepen zijn niet beschikbaar, met uitzondering van van e-maillijsten voor klanten en vergelijkbare doelgroepen op basis van e-maillijsten.

Door een slimme truc is het momenteel toch mogelijk om bestaande klanten en websitebezoekers te bereiken met Gmail-ads campagnes. Door brand keywords, domeinnaam en zinnen te targeten die voorkomen in je mailings kun je klanten en prospects die je e-mail in hun Gmail inbox hebben retargeten met relevante Gmail-ads.

Zo kun je bijvoorbeeld prospects nogmaals bereiken die je een e-mail hebt verzonden naar aanleiding van een evenement of een actie op je website. Volgens de jaarlijkse e-mail benchmark van E-village is de gemiddelde CTO 17 procent, dat betekent dat 83 procent van de prospects geen interactie heeft met je e-mail. Dit is dus een ideale doelgroep om opnieuw te bereiken met een relevante Gmail Ad. Deze manier van targeting zal na de aangekondigde wijziging in het beleid van Google niet meer mogelijk zijn. Maak er dus nog gebruik van zolang je kunt.

Concurrenten targeten

Een andere manier om met Gmail-ads zeer gericht geïnteresseerde klanten te targeten op basis van data uit de Gmail inbox, is door de merknaam of domeinnaam van concurrenten te targeten. Zo kun je potentiële klanten bereiken die ingeschreven zijn voor de nieuwsbrief van concurrenten.  Of – nog beter – die bezig zijn met het aankoopproces bij een concurrent. Deze mogelijkheid tot het targeten op basis van de inhoud van de mailbox van gebruikers zal in 2018 helaas niet meer beschikbaar zijn. Echter, tot die tijd kun je deze manier van targeten zeer efficiënt gebruiken voor je campagnes.

Zo hebben wij vorig jaar met veel succes een Gmail-ads campagne gedraaid voor Energiewonen, een grote zonnepanelen leverancier, door te targeten op potentiële klanten die offertes van concurrenten in hun Gmail inbox hadden. Door keywords te targeten zoals ‘offerte concurrent X’ en ‘bedankt voor uw aanvraag bij concurrent Y’ lukt het om met Gmail-ads een groot volume aan leads binnen te halen tegen een lagere CPL dan via zoekmachine advertenties.

Een ander voorbeeld is een campagne die we momenteel beheren voor ishipit, een start-up binnen de pakketdistributie. Deze partij concurreert met onder andere PostNL en DHL en biedt klanten de mogelijkheid om pakketten te laten bezorgen binnen een tijdvak van een half uur. Via Gmail-ads is het mogelijk om alleen consumenten te targeten die recent een online bestelling hebben gedaan bij een grote webshop of die recent een interactie hebben gehad met een van de concurrenten.

Denk hier bij aan keywords zoals ‘Uw bestelling met bestelnummer Y bij webwinkel X’ of ‘Concurrent X Shipment Notification’. Door in de advertenties zeer direct te communiceren met de voordelen ten opzichte van de concurrenten behalen we zeer goede resultaten met heel weinig verspilling.

Dit zijn slechts twee voorbeelden van de mogelijkheden die marketeers momenteel hebben om de data die Google uit Gmail accounts van gebruikers scant te gebruiken om zeer efficiënte en doelgerichte Gmail-ads campagnes te maken. Later dit jaar zullen deze mogelijkheden dus verdwijnen, hoe zorg je er als marketeer voor dat je Gmail-ads toch waardevolle resultaten opleveren?

Gebruik je e-maildata om betere Gmail-ads te maken

Wanneer je met Gmail-ads begint hoef je meestal niet helemaal op nul te beginnen met het testen van titels en onderwerpen. Volgens Chief Marketer is e-mail marketing de meeste gebruikte manier om leads te genereren en zet momenteel al 87 procent van alle bedrijven e-mailmarketing in om leads te genereren voor hun producten en/of diensten. Grote kans dus dat jouw bedrijf al een waardevolle schat aan data bezit over welke triggers en onderwerpen in email wel en niet werken. Gebruik de inzichten uit deze data om direct succesvolle Gmail-ads campagnes op te starten en het bereik van je meest succesvolle email campagnes te vergroten.

In-market doelgroepen

Google is doorlopend bezig met het verbeteren van de in-market doelgroepen binnen Adwords. Steeds meer databronnen worden aangesloten om de doelgroepen nog beter te maken. Tijdens Google Marketing Next kondigde Google aan dat In-Market doelgroepen ook beschikbaar worden voor zoekmachinemarketingcampagnes. Hierdoor kan Google nog sneller data verzamelen over de in-market doelgroepen en zullen de doelgroepen effectiever worden. Hierdoor zullen in-market doelgroepen straks de meest interessante manier van targeting worden als targeting op basis van de Gmail inbox gaat verdwijnen. Daarnaast verwachten we dat Google ook andere targetingmethoden, zoals aangepaste affiniteitsdoelgroepen, beschikbaar zal gaan maken voor Gmail-ads campagnes.

Maak gemakkelijk unieke en interactieve Gmail-ads met Mailchimp

Google Adwords biedt een aantal standaardmogelijkheden voor het ontwerpen van Gmail-advertenties in de Adwords interface. Je kunt kiezen uit vijf mogelijkheden waarvan vier standaardontwerpen die je zelf kunt vullen met afbeeldingen, tekst en buttons. De vijfde optie is echter de meeste interessante, hier heb je de mogelijkheid om zelf een aangepast HTML-bestand te uploaden. Zo kun je bijvoorbeeld het template gebruiken dat binnen je bedrijf al gebruikt wordt voor e-mails of in een tool als Mailchimp een geheel custom mail template bouwen. Hierin heb je alle vrijheid qua rich content, invulvelden en interactie. Ervaring leert dat met custom-templates de beste resultaten behaald worden omdat deze meer overeenkomsten hebben met email dan de bannerachtige advertenties die standaard als Gmail-ads gebruikt kunnen worden.

Door deze best practices te gebruiken kun je zeer effectieve en efficiënte Gmail-ads campagnes opzetten, ook als het straks niet meer mogelijk is om te targeten op basis van de inhoud van de Gmail inbox van gebruikers.

*) Dit artikel heb ik geschreven in samenwerking met Corné Degen van Prodos Online Marketing.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tien manieren om apps te promoten

Posted 30 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Als je een app hebt ontwikkeld begint het echte werk pas nadat je app in de appstore staat. Door net zoveel energie en budget te reserveren voor de marketing van je app als de ontwikkeling ervan heb je de eerste stap al gezet. Maar welke manieren zijn nu het meest effectief om je nieuwe app onder de aandacht van de doelgroep te brengen? Wat is het kostenplaatje en wat mag je er wel (of niet) van verwachten? 

Ik heb in de afgelopen jaren letterlijk miljoenen euro’s aan app investeringen zien verdampen waarbij met veel energie ontwikkelde apps uiteindelijk op het app-kerkhof terecht kwamen. Daarom is het mijn persoonlijke missie geworden om app-eigenaren er van te overtuigen dat de promotie van apps minimaal net zo belangrijk is als de ontwikkeling. Want onbekend maakt onbemind.

Knal de downloads van je app door het dak met onderstaande tien manieren om apps te promoten:

  1. Appstore Optimalisatie (ASO)

De Apple Appstore en Google Playstore zijn dé toegangspoort voor veel gebruikers. Het is de digitale etalage van je app. Dus daar moet je er goed op staan. Net zoals SEO belangrijk is voor websites, is ASO onmisbaar voor apps. Er valt genoeg te tweaken als je een app indient in de appstores. Denk daarbij aan een goede app-naam, trefwoorden, omschrijving en categoriekeuze. Een goede appstore optimalisatie voor je app kan al snel het verschil betekenen tussen slechts een handvol of honderden app downloads per dag. Groot voordeel is dat appstore optimalisatie alleen wat van je tijd kost, maar zich dubbel en dwars terugbetaalt en op jaarbasis goed kan zijn voor duizenden downloads per jaar als je het goed aanpakt.

  1. Facebook Ads

De helft van de tijd die we online spenderen gaat naar Facebook. Logisch dus om dat kanaal prominent in te zetten bij de promotie van je nieuwe app. Bij Facebook kun je specifieke advertenties inzetten die er op gericht zijn om downloads van je nieuwe app te stimuleren. Nog interessanter is dat je kunt afrekenen per download. Daarnaast kun je binnen Facebook hele specifieke doelgroepen definiëren waaraan je de advertentie toont. Facebook Ads kunnen je downloads een echte boost geven. Gemiddelde genomen betaal je tussen de  twee en vier euro per download, afhankelijk van je doelgroep en de kracht van je advertentie. Let wel, downloads zijn nog geen loyale gebruikers. Dus meet, weet en verbeter met behulp van analytics tools. Zodat je marketing euro een maximaal rendement oplevert.

  1. Adverteren in Appstore / Playstore

Valt je app te weinig op in de appstores en levert organisch bereik te weinig downloads op? Dan is het goed om eens te kijken naar de betaalde advertentiemogelijkheden voor de beide appstores. Google biedt mogelijkheden sinds 2015, Apple sinds 2016. Het is daarom een relatief nieuwe manier van app-promotie, waarbij je ook af kunt rekenen op prestatiebasis.

Belangrijkste pluspunt van deze methode is dat appstores natuurlijk dé plek zijn waar gebruikers nieuwe apps ontdekken. Dichter bij het vuur kun je niet zitten. In beide appstores wordt je advertentie getoond nadat de gebruiker een zoekwoord heeft ingetikt. De advertenties lijken veel op een normaal zoekresultaat en worden ook nog eens bovenin het scherm getoond.

In het geval van Google is het niet mogelijk om exclusief te adverteren in de Playstore. De app-advertentie die je maakt in Google Adwords, wordt ook getoond in het zoeknetwerk, display netwerk en op YouTube. Je kunt kiezen tussen een Universal App Campaign, Mobile app install of Mobile app engagement campagne.

Apple biedt wel mogelijkheden om exclusief in de appstore te adverteren. Daarbij biedt het ook mogelijkheden om je te richten op een specifieke doelgroep door te kiezen voor geslacht, leeftijd of locatie. Helaas zijn de Apple Search Ads vooralsnog alleen beschikbaar in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nieuw-Zeeland. Op dit moment dus alleen een geschikt promotiekanaal als je app een internationale ambitie heeft.

  1. Mobiele advertentienetwerken

Er zijn letterlijk enkele honderden aanbieders wereldwijd waar je terecht kunt als je een advertentie voor een app wilt tonen op smartphones van potentiële klanten. Bekende Nederlandse netwerken zijn Mobpro, Mobleap en Semilio. Internationaal zijn Admob, Appnext en Startapp toonaangevende spelers.

De meeste netwerken bieden mogelijkheden om te adverteren op mobiele websites of binnen apps. De exploitanten daarvan gebruiken de mobiele advertenties als een bron van inkomsten. Ondanks het feit dat je minder dicht op het vuur zit dan met appstore-advertenties wordt je advertentie nog wel binnen het mobiele umfeld getoond. Ook met mobiele advertentie netwerken kun je vaak afrekenen op CPC- of CPI-basis. Groot voordeel is dat deze netwerken een zeer hoog consumentenbereik kunnen bieden. Maak je daarbij overigens geen illusies over de klikratio’s, want die zijn vaak niet erg hoog.

  1. PR

Een doordachte strategie om gratis publiciteit te genereren mag absoluut niet ontbreken in een goed app-marketingplan. Zeker bij lancering van je app, maar ook bij belangrijke mijlpalen of grote updates heb je namelijk nieuws te melden dat interessant kan zijn voor de media. Breng je nieuws onder de aandacht in de vorm van een persbericht met een aansprekende kop en inhoud. Zorg dat je bericht voldoende nieuwswaarde heeft en voorkom dat het met een ‘nou en’ gebaar in de prullenmand verdwijnt.

Besteed veel zorg aan je persbericht, maar nog meer zorg aan de ontvangers er van. Journalisten krijgen dagelijks tientallen berichten binnen waaruit ze alleen de meest waardevolle items selecteren. Stel een lijst samen van minimaal 50 media die relevant zijn voor je doelgroep. Denk daarbij aan TV- of radioprogramma’s, kranten, tijdschriften, websites en blogs. Maar vergeet ook niet invloedrijke personen in je markt op de hoogte te brengen van je bestaan. Speur naar de persoonlijke e-mailadressen van de belangrijkste journalisten bij al deze media.

Stuur het bericht op exact hetzelfde moment naar alle media. Een uitzondering kun je daarbij maken voor een paar essentiële media die je een voorsprong geeft door het bericht eerder te sturen. Zo kunnen ze het nog beter voorbereiden en op een door jou gewenst moment plaatsen (onder embargo). Je zou zelfs nog een stap verder kunnen gaan door een mediapartij exclusiviteit te garanderen of extra informatie in de vorm van een interview aan te bieden. Het is bovendien altijd een goed idee om je persbericht te voorzien van een persoonlijk bericht aan de betreffende journalist. Dit verhoogt de attentiewaarde. Mijn favoriete verzendtijdstip is dinsdag op de vroege ochtend. De maandag en vrijdag zou ik persoonlijk vermijden. Maandag is voor veel personen een opstart dag en op vrijdag is de attentiewaarde ook stukken kleiner.

Aandacht in de media is van onschatbare waarde. Een artikel op iCulture levert al snel enkele duizenden downloads op. Een bespreking van je app tijdens de ochtendshow van een radio DJ betekent zeker een droomstart om nog maar te zwijgen van de golf van aandacht die een TV-optreden teweeg kan brengen. Naast het feit dat PR gratis is, komt deze vorm van publiciteit ook onafhankelijk over. Het is daarom qua geloofwaardigheid krachtiger dan het plaatsen van advertenties.

  1. Ambassadeurs

Fans brengen jouw merk en app nog een stap verder. Gebruikers van het eerste uur kunnen helpen om je app viraal te laten gaan. Naast gratis PR is ook mond-tot-mond reclame een goed instrument voor iedere app-eigenaar die niet al te diepe zakken heeft.

Je kunt bijvoorbeeld bestaande gebruikers belonen als ze op hun beurt nieuwe gebruikers aanbrengen. Een voorbeeld hiervan is Dropbox dat extra schrijfruimte weggeeft als je nieuwe gebruikerstips geeft Deze strategie werkt vooral goed als je iets weg kunt geven dat je niet direct iets kost.

Maar je kunt ook denken aan het opzetten van een zogenaamde closed beta strategie, waarbij je early adopters toegang biedt tot de app terwijl die zich nog in de ontwikkeling- of testfase bevindt. Dit versterkt het ‘wij gevoel’ en door de exclusiviteit worden andere potentiële gebruikers op hun beurt nieuwsgierig naar wat er gaat komen.

Je zit overigens helemaal gebakken als een bekende personality een echte fan wordt van je app.  Hou om die reden goed zicht op je gebruikersdatabase en volg welke media of invloedrijke personen schrijven over je app. Een voorbeeld is de case van de radio DJ die graag wat kilo’s kwijt wilde en daarom een app gebruikte om calorieën te tellen. Hij werd een echte fan en besteedde daarom met enige regelmaat aandacht aan de app tijdens zijn radio programma. Met als gevolg dat deze steeds bekender werd en de downloads groeiden. 

  1. Evenementen

Het is zeker een tijdrovende klus, maar ook een die een hoge impact kan hebben. Combineer de nieuwswaarde van het persbericht met de strategie van de ambassadeurs en organiseer een eigen app-lanceringsevenement.

Vertel meer over de achtergrond, het idee en de ambities van de app. Tijdens een flitsende presentatie en show lanceer je live de app. Vergeet niet deze uitgebreid te demonstreren aan het publiek. Nodig iedereen uit die er voor jou toe doet. Dit kunnen media, beta-gebruikers, partners, ontwikkelaars, collega’s, vrienden of familie zijn. Een hapje en drankje mogen natuurlijk niet ontbreken, een inspirerende locatie kan helpen om de juiste sfeer neer te zetten. Je biedt met een evenement een mooi kijkje achter de schermen en kunt veel persoonlijk toelichten. Hou er wel rekening mee dat de kosten voor een geslaagd introductie evenement al snel enkele duizenden euro’s bedragen.

Vindt je dit alles toch wat te arbeidsintensief of gaat het je budget te boven? Probeer dan aandacht te krijgen als spreker op evenementen binnen jouw markt. Denk daarbij aan beurzen, congressen en seminars. Het blijft een vorm van persoonlijke verkoop die je moet liggen, maar een zaal met enkele honderden bezoekers levert zeker weer nieuwe fans op.

  1. Appsite

De appstore is het belangrijkste uithangbord voor jouw app. Toch kiezen veel apps er voor om ook nog een promotionele microwebsite te bouwen. Dit verhoogt de vindbaarheid van je app als geïnteresseerden via Google gaan zoeken naar de app. Bovendien kun je veel meer aanvullende informatie bieden aan de doelgroep.

Een dergelijke appsite werkt ondersteunend in al je communicatie. Je kunt er ook iets beter je eigen merk goed laten stralen. Daarnaast kan de appsite helpen om goede gebruikersondersteuning te bieden.

De appsite heeft vaak het format van een lange webpagina met de allerbelangrijkste informatie. Denk daarbij aan een korte pitch, promotie video, screenshots, overzicht van features, uitspraken van gebruikers, veel gestelde vragen en contact mogelijkheden.

  1. Interne kanalen

Heb je het voorgaande afgerond of in de steigers staan? Vergeet dan niet om je bestaande contacten te informeren via eigen media die je tot je beschikking hebt. Denk daarbij aan bijvoorbeeld aan website, blog, social media, CRM, e-mail nieuwsbrief en brochures.

Een gemiddeld bedrijf heeft al snel enkele duizenden contacten die op deze manier geïnformeerd kunnen worden. Het hoeft daarbij overigens niet bij één contact moment te blijven. Beter is het om een communicatieplan te maken waarin je beslist wat je op welk moment aan wie gaat vertellen over de app. Zo hou je de aandacht over een wat langere tijd vast en is de kans op succes veel groter.

Neem je bestaande contacten mee in de reis die je hebt afgelegd om tot deze app te komen. Deel belangrijke milestones en opvallende feiten. Zorg er voor dat de app gaat leven in de hoofden van jouw inner circle. Dikke kans dat zij de eerste fans van jouw app worden.

  1. App-review-websites

Er zijn honderden websites die hun dagelijkse brood verdienen door te schrijven over nieuwe app-, website- of andere innovatieve concepten. Denk in Nederland bijvoorbeeld aan iCulture of Android World. Maar ook internationale technologiewebsites zoals Techcrunch, The Next Web of een gespecialiseerde review website zoals Producthunt kunnen je downloads een enorme boost geven. Niet voor niks wordt er gesproken over het ‘Techcrunch effect’ als een website down gaat nadat te veel gebruikers op hetzelfde moment doorklikken vanaf die website.

Deze categorie sites heeft vaak miljoenen bezoekers op een dag. Ze kunnen zorgen voor een enorme piek in je downloads en een toestroom van nieuwe gebruikers. Het loont dus de moeite om ze te benaderen met een verzoek om jouw app te bespreken. Realiseer je wel dat er meer voor nodig is dan een standaard mail om dit te realiseren. Vaak is het een kwestie van meerdere, persoonlijke contactmomenten en een lange adem om een relatie op te bouwen met de personen achter de sites. Zie deze strategie daarom ook als een langetermijninvestering waarbij je je inspant om iedere dag één contact te activeren.

Van regendruppel naar orkaan!

Als je de bovenstaande manieren in gaat zetten zou je kunnen denken dat er sprake is van een opeenvolgend stappenplan met dito timing . Maar voor wie echt succesvol wil worden is niks minder waar. De timing is namelijk essentieel, we kiezen er voor om zoveel mogelijk van onze promotiemiddelen te concentreren in DEZELFDE periode.

Een druppelstrategie waarbij we iedere week één promotiemiddel inzetten is minder effectief dan de app orkaan waarbij we alle middelen tegelijkertijd inzetten. De reden hiervoor is simpel. Ons belangrijkste doel is namelijk om de top lijsten van Apple en Android te domineren. Dat is de holy grail van iedere app marketeer! Een positie in die top rankings levert namelijk een nieuwe stoot aan downloads op waarvoor je eigenlijk niet veel meer hoeft te doen. Jouw app steekt zijn kop boven het maaiveld uit waardoor de aandacht er voor sterk toeneemt.

Door alle middelen te concentreren profiteren we van het zogenaamde ‘multiplier effect’ dat succesvolle app specialisten zeker kennen. Voor iedere betaalde download die we genereren krijgen we er minimaal 1,5 organische download bij als we eenmaal in de toprankings staan. Dat kan zelfs oplopen tot een factor 3 – 10 voor apps die hoog in de rankings staan. Laat het daarom stormen in plaats van druppelen als het gaat om app promotie!



Lees het volledige bericht op Emerce »

KPN neemt internetaanbieder Solcon over

Posted 29 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

KPN heeft voor een onbekend bedrag Solcon overgenomen, de bekende Nederlandse leverancier van internet, (mobiele) telefonie, hosting, televisie en beveiligde email diensten voor zowel particulieren als bedrijven.

Het in Dronten gevestigde bedrijf werd reeds in 1996 opgericht door de huidige CEO Peter van der Vlies. Solcon bedient ongeveer 45.000 particuliere klanten met internet, vaste en mobiele telefonie en tv-diensten. Daarnaast is het bedrijf ook actief in de zakelijke markt met hosting, internet en datacenter diensten.

‘In een wildwest landschap van internetcowboys zetten wij in 1996 onze eerste stappen als een provider met een ander geluid’, zo begint Solcon de eigen geschiedschrijving.

Solcon bouwde als eerste in Nederland een internet- en telefoonfilter voor zijn destijds overwegend christelijke klanten.

Solcon telt ongeveer 75 medewerkers en zal onder haar eigen merknaam zelfstandig in de markt blijven opereren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Blinker en MailPlus gaan op in Spotler

Posted 29 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De zusterbedrijven Blinker en MailPlus voegen de organisaties en bedrijfsdoelen bij elkaar en gaan verder onder de nieuwe naam Spotler. Vanaf volgend jaar gaan ze aan de slag op de internationale markt.

Directeur en oprichter Marc Schüssler: “Na dertien jaar gegroeid te zijn in Nederland hebben we ons een nieuw uitdagend doel gesteld: internationale speler worden op het gebied van marketingautomation. De eerste stap om ons doel te bereiken hebben we nu gezet met de samenvoeging van de bedrijven Blinker en MailPlus in Spotler.”

De bedrijven brengen expertise mee over e-mail en marketingautomation. Onder de nieuwe naam willen ze dat op de internationale markt gaan aanbieden. De vraag naar marketingautomation groeit al enige tijd omdat steeds meer bedrijven klantdata verzamelen en dat ook gericht willen inzetten voor communicatiedoeleinden.

“Aan het einde van dit jaar lanceren we een compleet nieuwe interface van onze software. Ons ontwikkelteam is al meer dan zes maanden bezig om de gehele front-end van MailPlus te vervangen door een moderne en prettig werkende nieuwe versie. We gaan hierin heel ver. De lancering grijpen we aan om dan ook de productnaam MailPlus te wijzigen naar Spotler.”

Het is nog niet bekend op welke markten Schüssler zich het eerst wil richten. Met het samenvoegen van zijn twee labels krijgt zijn Spotler ook een nieuwe, flexibeler structuur die de buitenlandse activiteiten moet faciliteren.

Eind vorig jaar heeft CNBB Venture Partners een meerderheidsbelang genomen in Bright Marketing Holding, het bedrijf achter Blinker en MailPlus. Toen sprak Schüssler de ambitie uit om binnen vijf jaar een serieus marktaandeel in Europa te hebben en de omzet ten minste te verdubbelen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

BlueM: locatie-onafhankelijk werken dankzij slimme technologie

Posted 28 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een gezonde mond is de basis voor een gezond lichaam. Dit was de drijfveer voor Fokke Jan Middendorp om een hoogwaardige lijn mondverzorgingsproducten te ontwikkelen. Dankzij de hulp van een bevriende kaakchirurg, goede producten en slimme IT-hulpmiddelen is de mondverzorgingslijn BlueM in meer dan dertig landen wereldwijd verkrijgbaar.

BlueM werd in 2010 opgericht samen met de kaakchirurg en andere specialisten voor de ontwikkeling van speciale tandpasta en mondwater. Het netwerk en de kennis van de kaakchirurg hielpen BlueM in het zadel. “De huidige geneeskunde focust zich op symptoombestrijding, maar preventie is veel efficiënter en goedkoper,” zegt Fokke Jan.

De bijzondere werking ging snel van mond-tot-mond, een groeiend aantal mensen raakte enthousiast en overtuigd van de effecten van BlueM. Steeds meer tandartsen en mondhygiënisten gingen de producten aanbevelen. Er werd onderzoek gedaan, casestudies gedeeld en via beurzen kreeg het bedrijf ook internationaal voet aan de grond.

De ontwikkeling van de producten en het ontwerp van de verpakkingen vindt plaats vanaf kantoor aan huis. De productie gebeurt in een fabriek waar BlueM capaciteit huurt. Vanuit daar gaan producten naar het distributiecentrum en via vervoerders vinden ze hun weg naar de klant.

Alles in de cloud

Omdat flexibiliteit en snel kunnen schakelen een must zijn, heeft Fokke Jan vanaf het begin gehamerd op het belang van een cloudoplossing. Bij de keuze van de ondersteunende technologie was het voor hem namelijk erg belangrijk dat hij niet gebonden is aan een bepaalde locatie. Exact Online voor Handel paste het beste bij BlueM. Next step was het koppelen van een webshop. Vereiste is dat alles geautomatiseerd verloopt, zodat er geen dom werk gedaan hoeft te worden. BlueM stapte hiervoor over op Lightspeed. Daardoor werd de administratie eenvoudiger en nam het inzicht in de bedrijfsvoering verder toe.

20 procent via webshop

Met de uitbreiding van het aantal landen dat BlueM ging bedienen steeg het aantal bestellingen in de webshop flink. De webverkopen bedragen nu zo’n 20 procent van de omzet en dat percentage neemt elk jaar toe. De logistiek is gestroomlijnd met Transsmart dat de bestellingen via de webshop, het magazijn en de vervoerders naar de klant leidt. De volgende slag die op het programma staat, is de inzet van een handscanner voor binnenkomende en uitgaande producten zodat voorkomen wordt dat de verkeerde producten naar de klant gaan.

Continu innoveren

BlueM richt zich op een niche doelgroep. Om succesvol te blijven, wordt ingezet op innovatie. Zo is het niet ondenkbaar dat de verpakkingen worden voorzien van een sensor die aangeeft dat de tandpasta bijna op is. De klant krijgt vervolgens een berichtje met de vraag of hij wil bijbestellen. Voor vergroting van de online aanwezigheid wordt er gekeken naar het organiseren van webinars over een gezonde levensstijl. Ook krijgen klanten een nieuwsbrief met nieuws en weetjes over goede mondverzorging. Hiervoor maakt BlueM gebruik van MailChimp. Ook deze tool is gekoppeld aan Exact Online waardoor al het mailverkeer te monitoren is. BlueM blijft groeien en toch nauw contact houden met het (internationale) team en de klanten, zonder afhankelijk te zijn van een locatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marijn Jongsma vertrekt bij De Telegraaf

Posted 28 Jun 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Plaatsvervangend algemeen-hoofdredacteur Marijn Jongsma vertrekt bij De Telegraaf, meldt hij in een e-mail aan collega’s. Jongsma schrijft dat de recente overnamestrijd rond De Telegraaf “een zware wissel” op zijn privéleven heeft…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Benchmark e-mailmarketing: minder effect door meer berichten

Posted 28 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In bijna iedere branche worden dit jaar meer e-mailcampagneberichten verstuurd dan in 2016. Het effect daarvan is dat de lezersbetrokkenheid daalt. Dat is in het kort de conclusie die onderzoekers van Sendgrid trekken na het analyseren van meer dan 30 miljard e-mails. De cijfers zijn gepresenteerd in een benchmark per industrie.

Voor iedere marketeer is het de vraag hoe campagnes het op dit moment doen. Presteert de e-mailmarketing ten minste naar de standaard in de branche of is er ruimte voor verbetering? E-mailmarketingservice Sendgrid analyseerde een representatieve steekproef van 30 miljard berichten van in totaal honderdduizend B2C-bedrijven. De e-mails zijn gestuurd aan anderhalf miljard unieke ontvangers.

Gemiddeld genomen wordt 27 procent van de e-mailberichten geopend en klikt bijna drie procent door naar een site. Behalve dat iets meer dan kwart van de e-mailberichten wordt geopend, meet het bedrijf een ‘click-to-open rate’ van gemiddeld 13,6 procent. Dit geldt doorgaans als de meting van de effectiviteit. Nieuw in deze jaarlijkse meting is dat in bijna iedere branche de mobiele lezers in de meerheid zijn. Alleen bij verzekeraars is dat anders: daar nam het aantal desktopgebruikers juist iets toe. Sendgrid meet bij bijna ieder type organisatie een stijging van het aantal verzonden berichten per maand. De keerzijde daarvan is dat de lezersbetrokkenheid afneemt.

Wat zijn de cijfers per branche?

Carrière- en vacaturesites: Het aantal berichten dat wordt geopend valt met 16,6 procent een stuk lager uit. Met het click-to-openpercentage is de effectiviteit van de berichten gemeten op 17,5 procent. Het advies: bijna twaalf berichten per maand is vrij fors. Mocht de effectiviteit ervan achterblijven is het slim de frequentie iets terug te brengen. Overweeg daarnaast meer begeleidende content toe te sturen. Achtergrondinformatie over salarissen, sollicitaties etcetera. Dat maakt de berichten relevanter.

E-commerce: online verkopers sturen gemiddeld de meeste berichten per maand – ruim achttien stelt Sendgrid. En dat zie je terug in de klikratio: slechts 4 procent klikt door naar een webwinkel of verkoopsite. Dit kan wijzen op e-mailmoeheid concluderen de onderzoekers. Overweeg daarom eens wat minder e-mails te sturen. Dat kan positieve invloed hebben op de klikcijfers. Niet onbelangrijk is dat bijna zes op de tien e-mails op een mobiel apparaat worden gelezen. Zorg daarom voor een responsive vormgeving en mobielvriendelijke inhoud.

Aanbiedingensites: de lezersbetrokkenheid is niet erg hoog. Probeer die te verhogen door minder berichten te versturen of beter te segmenteren. Het kan bijvoorbeeld goed uitpakken om alleen de meest betrokken lezers meer aanbieden per maand te sturen. De betrokkenheid is verder te verhogen door de inhoud van de e-mails af te stemmen op eerder vertoond aankoopgedrag.

Gezondheidsindustrie: in deze branche is de lezersbetrokkenheid juist erg hoog. De berichten worden zichtbaar gewaardeerd. Opvallend is de grote groep mobiele lezers. Bijna driekwart van de e-mails is geraadpleegd op een smartphone of tablet.

Media en uitgevers: met vier berichten per maand laten uitgevers mogelijk het een en ander liggen. Hoewel de betrokkenheid nu hoog is en voorzichtigheid dus is geboden, adviseert het bedrijf meer te experimenteren. Dat maar 19 procent van de berichten wordt gelezen betekent mogelijk dat de content niet interessant genoeg is voor de lezers.

Techbedrijven: in geen branche worden de berichten beter gelezen dan in deze. Tegelijkertijd blijft het aantal kliks wat achter. Het zou daarom goed zijn te (A/B-)testen met andere call to actionknoppen.

Travelbranche: maar liefst 42 procent van de berichten wordt door ontvangers geopend. Dat daarbij het aantal kliks wat achterblijft zegt vooral dat de e-mails actiegerichter mogen zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Communicatiekanaal ransomware aanvallers afgesneden

Posted 28 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het e-mail adres waarmee aanvallers van de Petya ransomware met slachtoffers communiceerden is uit de lucht gehaald. Hiervoor werd een gratis mailadres van de Duitse e-mailaanbieder Posteo gebruikt.

Daarmee is ook de betaling van bitcoins onmogelijk geworden. Slachtoffers moeten namelijk het adres van de eigen Bitcoin-portemonnee en een persoonlijke installatiesleutel naar een e-mailadres sturen om hun gegevens terug te krijgen.

Nadeel is dat bedrijven zonder backup hun gegevens nu ook kwijt zijn, tenzij beveiligingsonderzoekers alsnog de sleutel weten te achterhalen.

Het Petya virus heeft dinsdag veel overlast veroorzaakt. Hoeveel bedrijven zijn getroffen is nog altijd niet bekend.

Volgens Harry Lieferink van softwarebedrijf Itamsoft zijn de besmettingen bij onder meer Maersk en APM Terminals veroorzaakt door phishingmails. Oftewel: onoplettendheid.

In de eerste uren, voordat het e-mail adres uit de lucht werd gehaald, zou er slechts 29 keer met bitcoins betaald zijn, omgerekend 7497 dollar. Het gros van die betalingen is vermoedelijk gedaan door online beveiligers, zegt Raj Samani van McAfee.

Ook de aanval van WannaCry veroorzaakte veel overlast, maar de aanvallers zijn er nauwelijks wijzer van geworden. Een onderzoeker ontdekte een noodknop die vrij makkelijk kon worden aangezet.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vijf manieren om de frequentie van Facebook-advertenties te beheersen

Posted 26 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Adverteerders wachten al lang op de introductie van frequentielimieten door Facebook, een functie die deel had moeten uitmaken van de kern van het advertentieportfolio van Facebook Ads. Hoewel Facebook zijn adverteerders verzekert geavanceerde algoritmen te hebben opgezet om te voorkomen dat advertenties te vaak aan dezelfde persoon worden getoond, hebben we allemaal de voorbeelden gezien van het tegenovergestelde.

Facebook introduceert regelmatig nieuwe functies, maar biedt nog steeds geen fatsoenlijke optie voor frequentielimieten. We kunnen er daarom ook rustig vanuit gaan dat dit de komende tijd niet zal gebeuren.

Dus wat kunnen we doen om onze frequentie van Facebook-advertenties te beheersen? Er zijn eigenlijk een paar dingen die we kunnen proberen om de frequentie in Facebook te beperken. Ik heb een lijst gemaakt van de vijf meest effectieve manieren om de frequentie van Facebook-advertenties te beheersen:

  1. Gebruik bereik als campagnedoelstelling
  2. Schakel advertenties in de rechterkolom op de desktop uit
  3. Verlaag je advertentieset-budget
  4. Maak gebruik van geautomatiseerde regels
  5. Sluit engagement-doelgroepen uit
1. Gebruik bereik als campagnedoelstelling

Dit kan heel voor de hand liggend of irrelevant zijn voor je campagnedoelstelling. Facebook biedt echter een campagnedoelstelling waarbij je een Frequency Cap kunt instellen voor je advertenties:

Frequency Cap in campagnes met bereik als doelstelling.

Deze optie werkt het best als je daadwerkelijke campagnedoelstelling het bereiken van zoveel mogelijk mensen is. Als je daadwerkelijke doelstelling het verhogen van conversies op je website of het promoten van een productcatalogus is, dan is dit geen optie.

2. Schakel advertenties in de rechterkolom op de desktop uit

Het type advertentie dat in desktop-browsers wordt weergegeven in de kolom rechtsboven, levert meestal veel weergaven op en heeft een veel lagere klikfrequentie dan plaatsingen in het nieuwsoverzicht. De kans is groot dat wanneer je de prestaties van de afzonderlijke plaatsingen in je campagne bekijkt, de advertenties in de rechterkolom op de desktop de grootste bijdrage leveren aan je aantal weergaven en daardoor ook je bereik. Om achter deze statistische gegevens per plaatsing te komen, moet een uitsplitsing per plaatsing worden uitgevoerd en moeten de kolommen worden gecontroleerd op aantal weergaven, bereik en bovenal frequentie:

De frequentie van advertenties in de rechterkolom van de desktop is meestal veel hoger dan die van andere plaatsingen.

Wanneer je advertenties in de rechterkolom van de desktop uitschakelt, gaat je frequentie omlaag, maar wordt ook de blootstelling van je campagnes beperkt. Als je doelgroepen groot genoeg zijn, zou je de plaatsingen kunnen opsplitsen in verschillende advertentiesets om controle te krijgen over elke plaatsing. Dit biedt de mogelijkheid een andere bied-, budget- of biedingstrategie te specificeren voor elke plaatsing op basis van de resultaten daarvan.

3. Verlaag je advertentieset-budget

In tegenstelling tot Google AdWords bepaalt het budget dat je kiest voor je advertentieset gedeeltelijk hoe vaak je advertenties worden getoond aan dezelfde personen. Ik heb vaak gezien dat de frequentie omhoog schoot nadat het budget van een advertentieset was verhoogd, terwijl andere statistische gegevens (zoals bereik, link-kliks of conversies) en de algehele performance van de campagne niet veranderden. Facebook zal proberen zoveel mogelijk van je budget te besteden op basis van de gekozen campagnedoelstelling. Voor bepaalde campagnedoelstellingen betekent dit dat Facebook je advertenties vaker zal presenteren aan dezelfde mensen, simpelweg om jouw geld uit te geven. Afhankelijk van je daadwerkelijke doelstelling kan dit het tegenovergestelde zijn van wat je wilt, wat betekent dat het verlagen van het budget van je advertentieset invloed zal hebben op de frequentie van je advertenties. De enige manier om het optimale budget voor elke advertentieset te bepalen, is door meerdere budgetten uit te proberen en te zien wat het beste werkt voor jouw doelgroep.

4. Maak gebruik van geautomatiseerde regels

Geautomatiseerde regels zijn pas onlangs door Facebook geïntroduceerd en leken de beste optie te zijn als je de frequentie van je advertenties wilt beheersen. Er schuilt echter een addertje onder het gras als je deze instelt: de regels bieden je alleen de mogelijkheid om een melding te ontvangen of de advertenties helemaal uit te schakelen op basis van een bepaalde frequentie. Dit betekent dat je advertentie pas opnieuw wordt weergegeven wanneer je je advertentie (handmatig) opnieuw activeert:

Regels bieden de mogelijkheid advertenties uit te schakelen wanneer een opgegeven maximale frequentie is bereikt.

Aangezien er ook geen enkele optie bestaat om advertenties te activeren met regels, moet je dat altijd handmatig doen om te voorkomen dat alle advertenties worden uitgeschakeld. Er bestaat een mogelijkheid om Facebook je een bericht te laten sturen in het berichtencentrum van Facebook of per e-mail om je te laten weten dat de advertenties waarvoor je de regels hebt ingesteld de opgegeven frequentie hebben bereikt, waarna je kunt bepalen wat je ermee wilt doen.

5. Sluit engagement-doelgroepen uit

Een andere vrij recent toegevoegde functie van Facebook is ‘Engagement-doelgroepen’ in het doelgroepgedeelte. Dit is een aangepast type doelgroep dat je de mogelijkheid biedt een lijst op te stellen van mensen die hebben gereageerd op jouw content op Facebook. Dit kan ofwel je Video, Lead Ad of Canvas zijn. ‘Maak een lijst van mensen die interactie hebben gehad met jouw pagina op Facebook’. Deze doelgroepen zijn heel interessant om te gebruiken bij het targeten van je campagnes, maar kunnen ook worden gebruikt om mensen uit te sluiten die interactie hebben gehad met je advertenties:

Je kunt een aangepaste doelgroep maken op basis van de interactie van mensen met je bericht of advertentie.

Het nadeel van deze techniek is dat deze doelgroep geen mensen bevat die je advertentie hebben gezien, maar er niet op hebben geklikt of er op een andere manier interactie mee hebben gehad. Als je deze doelgroep uitsluit, wordt alleen voorkomen dat mensen die interactie hebben gehad met je advertentie, je advertentie opnieuw te zien krijgen. Er is ook geen mogelijkheid om een ​​limiet te bepalen voor het aantal keren dat iemand interactie moet hebben gehad met je advertentie, voordat ze worden uitgesloten. Dit betekent ook dat mensen die interactie hebben gehad met een normaal bericht en je advertentie niet noodzakelijkerwijs hebben gezien of daarmee interactie hebben gehad, worden uitgesloten van het zien van je advertenties. Dit kan ertoe leiden dat je een bepaald deel van je doelgroep mist. Natuurlijk kun je deze doelgroep in een andere advertentie targeten om dit probleem op te lossen en ervoor te zorgen dat je iedereen bereikt.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Een artikel plaatsen op LinkedIn: Best Practices

Posted 26 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het publicatieplatform van LinkedIn, ook wel ‘LinkedIn articles’ genoemd, groeit hard. Veel B2B-bedrijven halen al indrukwekkende resultaten met het publiceren van langere artikelen op LinkedIn. In dit artikel leer je wat het publiceren van artikelen op LinkedIn je kan brengen, hoe je dit het beste kunt aanpakken en welke valkuilen je beter kunt vermijden.

Begin nu met het genereren van meer hoogwaardige leads via LinkedIn dankzij het publiceren van LinkedIn articles.

Waarom een artikel plaatsen op LinkedIn?

Via LinkedIn articles kun je zogenoemde ‘long form posts’ publiceren. Duizend woorden of meer. Net als bij Google, hoe meer hoe beter. Zo lang je het maar relevant houdt. Het is een manier om je expertise onder de aandacht te brengen bij een groter publiek. Zeker wanneer die je content gaan liken en delen.

Voor de B2B-marketeer is LinkedIn als prominent business platform een krachtig kanaal. Zeker als je nagaat dat LinkedIn al meer dan een half miljard gebruikers heeft, waarvan zeven miljoen in Nederland. Wij Nederlanders behoren trouwens tot de meest actieve LinkedInners, nog een reden om met LinkedIn articles te starten.

Vandaag de dag is content meer dan ooit king. Elke zichzelf respecterende marketeer heeft zijn of haar contentstrategie intussen klaar of werkt eraan. Waarom? Met steeds strenger wordende privacy wetgeving moet je eigenlijk wel. Iemand ‘out of the blue’ een reclame mailtje sturen of een potential zonder toestemming opbellen kan niet meer. De tijd dat alleen de markt je afstraft is voorbij. Binnenkort krijg je er gewoon een boete voor.

Dus hoe kom je dan aan je nieuwe leads? Door deze met originele, authentieke en relevante content naar je toe te trekken. Een van de beste manieren voor B2B-marketeers is om dat te doen door regelmatig LinkedIn artikelen te publiceren.

LinkedIn Articles begon een paar jaar geleden als ‘LinkedIn Pulse’. In eerste instantie was Pulse een exclusief platform voor ‘thought leaders’ zoals Sir Richard Branson. Sinds het in 2015 open is gegaan voor een groter publiek luistert het naar de naam LinkedIn Articles en mag iedereen publiceren.

To blog or not to blog

Je kunt het publiceren op LinkedIn zien als een vorm van bloggen. Het kan heel goed werken zolang je maar niet teveel wilt verkopen met wat je schrijft. Hou het bij kennis delen. Veel geven dus, zaaien. Het oogsten komt pas later. Je schrijft je blogs of artikelen om aan je autoriteit te bouwen. Investeren in naamsbekendheid. De return op dat investeren komt terug in de vorm van een groeiend aantal contacten en, daar gaat het uiteindelijk om, aanvragen voor offertes.

Overigens hoef je je blogs natuurlijk niet per se zelf te schrijven. Niet iedereen wil dit. Tijdgebrek is ook wel eens een reden. Wil je toch onder eigen naam iets publiceren dan kun je een ghostwriter inhuren. Dat is een copywriter die je van een tekst voorziet die je dan zelf kunt publiceren, alsof je het zelf hebt geschreven.​​

Bloggen, net als een nieuwsbrief via e-mail, werkt alleen goed als je dit met enige frequentie doet. Zo zorg je voor een natuurlijke pull. Ook hier kan een externe partij verlichting bieden. Voor goede content abonnementen kun je terecht bij CopyRobin of de CopyMaker.

Zo publiceer je een artikel op LinkedIn Articles

In het begin bleek het nog best lastig om zo’n longpost te schrijven. Niet iedereen kreeg namelijk toegang. Dat moet nu over zijn. Sinds de interface-aanpassing na de overname door Microsoft zie je bovenaan een knop met ‘artikel schrijven’. Deze knop brengt je rechtstreeks naar de editor van LinkedIn Articles. Of publicaties, als je LinkedIn op Nederlands hebt staan.

De editor spreekt qua gebruik voor zich. Kopjes, quotes of een linkje invoegen gaat gemakkelijk met de knoppen bovenaan de pagina. Plakken vanuit een andere editor kan natuurlijk ook. Loop wel je tekst even na of alle opmaak correct is overgenomen. Wanneer je uit Microsoft Word plakt dan zul je merken dat de headers niet overgenomen worden als kopjes. Dit moet je handmatig doen. Om op safe te spelen is het een handige tip om, na het plakken, de gehele tekst te selecteren (ctrl-a op een windows pc) en deze naar de ‘normale’ opmaak te zetten. Dan ga je je kopjes af en stelt deze opnieuw in als kop 1 of kop 2.

Ben je klaar met schrijven dan publiceer je het artikel door op de blauwe ‘publiceren’ knop te drukken rechtsboven. Je krijgt dan een dialoogkader te zien waar je wat extra tekst en tags kunt toevoegen om jouw artikel beter vindbaar te maken. Vergeet dus vooral niet om je steekwoorden of zoekbegrippen met een ‘#’ toe te voegen. Je ziet ook nog een voorbeeld hoe dit artikel eruit ziet in de nieuwsfeed. Meestal zul je een thumbnail van de gekozen cover image zien en de titel. Plus je naam omdat je de auteur bent van het artikel. Dit is het moment om te bedenken of de door jou gekozen titel voldoende pull heeft. Ben je tevreden? Dan druk je op publiceren. Anders kun je nu nog terug naar de editor om de titel aan te passen.

Let op dat het artikel in je persoonlijke activiteiten terecht komt. Vanuit een bedrijfspagina kun je nog geen artikel plaatsen op LinkedIn. Dat los je anders op, daar komen we straks bij de promotie nog op terug. Jouw artikelen blijven online staan en je kunt ze altijd aanpassen. Merk je dat je te weinig response krijgt? Dan ga je terug in de editor (op dezelfde manier als hierboven omschreven), druk op het knopje ‘meer’ en kies voor ‘artikelen’. Nu kun je een eerder geschreven artikel weer oproepen, aanpassen en opnieuw publiceren.

Statistieken en tien optimalisatietips

Er is nog niet zoveel bekend over impact van deze artikelen en welke technieken het beste werken. Zoek je naar statistieken dan zul je vooral gegevens vinden die over ‘pulse’ gaan, dus voordat iedereen artikelen mocht schrijven. Een van de weinige artikelen met een analyse van de huidige situatie werd door Paul Shapiro geschreven. Hij geeft hierin, op basis van de analyse van ongeveer 3000 LinkedIn artikelen, inzicht in welke elementen leiden tot het hoogste aantal views, likes en shares. Dit zijn de tips en tricks:

  1. Gebruik een titel van 40 tot 49 karakters.
  2. Gebruik acht afbeeldingen in de tekst.
  3. Kijk uit met het embedden van video, audio of andere multimedia.
  4. Kopjes. Geen vragende zinnen als kopjes gebruiken, wel ‘hoe doe je…’ of lijstjes.
  5. Een tekst met vijf kopjes scoort het beste.
  6. De sweetspot voor LinkedIn articles is 1900-2000 woorden. Die worden het beste gelezen.
  7. Schrijf met een neutraal sentiment.
  8. Gebruik eenvoudige taal, alsof je voor een 11 jarige schrijft.
  9. Promoot je artikel ook op andere social media.
  10. Je doel is zoveel mogelijk likes scoren. Daaruit volgen de shares en comments vanzelf.

Vooral punt 3 en 4 vond ik verrassend. Jij ook? Ik heb altijd het tegendeel geleerd. Tijd dus om te experimenteren. Zou LinkedIn de uitzondering op de regel zijn of hebben we te maken met een trend die verandert. Ik ben benieuwd naar jouw mening, wil je die delen in de comments?

Mengvormen en syndicatie

Wil je aan de slag hiermee en een artikel plaatsen op LinkedIn? Dan kan ik me voorstellen dat je je afvraagt of dat dan ook weer originele content moet zijn. Terecht. Voor onze SEO-strategie straft Google ons uiteindelijk af wanneer we een identieke tekst (duplicate content) op meerdere plaatsen publiceren.

Wat blijkt? Het gezaghebbende Yoast heeft precies deze vraag al beantwoord. Het is geen probleem om een blog dat je eerder op jouw eigen website plaatste ook op LinkedIn te publiceren. Bij voorkeur in die volgorde. En laat wat tijd ertussen om Google de blog van je website te indexeren. Publiceer daarna op LinkedIn en plaats een opmerking eronder dat je dit artikel al eerder op jouw eigen website publiceerde. Dan is er niets aan de hand.

Het is wel mogelijk dat Google het LinkedIn artikel hoger rankt dan de blog op je eigen site. Daar kun je natuurlijk gebruik van maken. Publiceer een deel van het blog op LinkedIn en link dan door naar jouw eigen site en de volledige blog daar. Zo genereer je nog extra verkeer naar je eigen site ook. Een mooie mengvorm om te gebruiken. Het mooiste is wanneer je door middel van een ‘bookmark’ linkt naar de plek waar de lezer verder kan lezen, niet naar de bovenkant van de blog.

Voor wie schrijf je?

Een van de belangrijkste regels bij het maken van content of teksten is dat je het voor de lezer doet. Het is misschien wat breder dan enkel voor LinkedIn maar zeker van belang. Zonder lezers geen likes, toch? Laat je dus, ook op LinkedIn, niet verleiden tot allerhande professioneel klinkende terminologie. Schrijf je verhaal op alsof je tegen één persoon aan het praten bent, het liefst een tiener. En blijf onthouden, het gaat niet om wat jij kunt maar om wat de lezer wil weten.

Wanneer publiceer je je artikel

Het tijdstip van publiceren is ook zo’n vraag waar eigenlijk geen generiek antwoord op mogelijk is. Het hangt, opnieuw, van je publiek of doelgroep af. Veel experts zullen donderdag als beste publicatiedag aandragen. Het is ook de dag die het artikel van Paul Shapiro bevestigt. Ik heb zelf een tijdje goede ervaring gehad met woensdagmiddag. Dan was mijn doelgroep (ouders met kinderen op de basisschool) namelijk thuis en ging facebooken en Linkedinnen. Test hier dus mee. Ook de tijdstippen waarop je publiceert zijn van belang.

Hoe zorg je ervoor dat jouw artikel gelezen wordt?

Natuurlijk heb je content in handen die superinteressant is en hyperrelevant. Leuk geschreven in de juiste tone of voice. Daar ligt het dus niet aan. Uitsluitend een artikel plaatsen op LinkedIn is niet voldoende. De manier waarop het systeem van LinkedIn werkt maakt dat bij het publiceren het artikel in jouw ‘feed’ terecht komt. Dat betekent dat het potentieel door jouw connecties wordt gezien. Maar niet allemaal natuurlijk. Tijd om wat aan promotie te doen!

Je kunt vandaag nog niet vanuit een bedrijfspagina een artikel plaatsen op LinkedIn. Je kunt natuurlijk wel dat artikel delen. Doe dat dan ook. Dan staat het namelijk ook meteen op jouw LinkedIn-bedrijfspagina. Verder is het verstandig om het artikel ook te delen in relevante LinkedIn-groepen. Zo vergroot je het bereik. Promoot het artikel ook vanuit andere kanalen die je gebruikt, bijvoorbeeld via Twitter. Hoe meer je dit artikel onder de aandacht brengt, hoe groter de kans dat jouw likes, comments en shares groeien.

Tenslotte: promotie mag in dit geval schaamteloos. Je hoeft je echt niet tot één keer delen te beperken. Bedenk bijvoorbeeld vijf tweets om je artikel te promoten en stuur deze met een link naar het artikel op verschillende momenten rond. Een tooltje zoals Tweriod kan je helpen bij het kiezen van de juiste momenten. Zo zorg je ervoor dat het artikel door zoveel mogelijk mensen wordt gezien en hopelijk ook gelezen (en geliked!). Hou in het achterhoofd dat van alle dingen die je deelt, vaak maar een procent of twintig wordt gezien. Zeker bij mensen met veel connecties. Die hebben een erg drukke persoonlijke feed.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Payment Request API: goed nieuws voor mobiele conversie

Posted 26 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Complexe check-outprocessen zijn een conversiekiller op mobiel. De nieuwe Payment Request API kan dit probleem oplossen. Deze browser API biedt een aanzienlijk betere gebruikerservaring bij online betalingen, vooral op mobiele devices.

Iedereen die de mobiele conversie wil verhogen zou reikhalzend uit moeten kijken naar het moment waarop de grote betaalmethoden de nieuwe Payment Request API ondersteunen. Nu gebeurt het nog maar al te vaak dat de consument vrijwel de hele funnel heeft doorlopen en op het laatste moment afhaakt omdat hij bijvoorbeeld zijn random reader niet kan vinden, zijn creditcard niet bij de hand heeft of het scherm te klein is om het verzendadres in te typen. Bijkomend probleem is dat het check-outproces niet alleen per webshop verschilt, maar er ook niet altijd rekening wordt gehouden met mobiele gebruikers.

Dit is precies wat de Web Payments Working Group, bestaande uit leden als Google, Mozilla, Microsoft, Samsung en anderen, probeert op te lossen. Het resultaat is de nieuwe Payment Request API en een nieuwe online standaard die is beschreven in het bijbehorende Payment Manifest Proposal. De API definieert hoe webshops aan de browser kunnen laten weten welke betaalmethoden ze aanbieden en welke additionele gegevens, zoals bezorgadres, verzendmethoden en persoonsgegevens er moeten worden gevraagd aan de consument. Het Payment Manifest stelt browsers in staat om te controleren of de op het device geïnstalleerde betaalapps ook daadwerkelijk bij de geadverteerde betaalmethode horen.

Aan de basis van de Payment Request API ligt een aantal observaties:

  • De klant heeft een eigen device waar al heel veel persoonlijke informatie op staat, zoals de naam en het e-mail- en huisadres;
  • Veel leveranciers van betaalmethoden, zoals banken, hebben al een eigen app in de verschillende appstores staan;
  • Browsers bieden de mogelijkheid om creditcardgegevens op te slaan;
  • Betaalgegevens zijn vaak al bekend bij de Play Store of App Store.
Browser handelt check-out af

Het resultaat voor de consument is een check-outproces dat volledig wordt afgehandeld door de browser zelf en er voor elke webshop hetzelfde uitziet. Het werkt als volgt: de consument drukt op de betaalknop, waarna de browser een scherm toont waarin alle betaalmethoden staan die de webshop ondersteunt én waarvoor de consument de juiste apps heeft geïnstalleerd. Daarnaast is op het scherm te zien welke extra informatie de consument moet invullen, zoals bezorgadres, verzendmethode, naam en e-mailadres. Omdat de browser deze gegevens op kan halen uit het device zelf is dit vaak al volledig ingevuld, maar indien nodig kan de consument de gegevens makkelijk aanpassen. Door te klikken op de gewenste betaalmethode wordt de bijbehorende app geopend waarmee de consument kan betalen. Als er creditcardgegevens zijn opgeslagen op het device, toont de browser deze zelfs meteen in het scherm, waardoor er geen extra app hoeft te worden geopend.

In veel gevallen is het hele check-outproces niet complexer dan klikken op de betaalknop, kiezen voor de juiste creditcard, en de betaling autoriseren met een vingerafdruk. Alle andere informatie is al ingevuld. Dit geldt ook voor webshops waar de consument nog nooit iets heeft gekocht, want het is de browser die het proces aanstuurt, niet de website van de shop. Dit gaat een stuk sneller dan lange formulieren invullen op een mobiele telefoon.

Toch moeten er een paar dingen gebeuren voordat we massaal op deze manier gaan betalen:

  • Browsers moeten de Payment Request API gaan ondersteunen;
  • Leveranciers van betaalmethoden moeten hun betaalapps aanpassen en de Payment Manifest Proposal implementeren;
  • Online merchants (of PSP’s) moeten gebruik gaan maken van de API in hun check-outproces.

Google Chrome heeft inmiddels ondersteuning en Mozilla en Microsoft timmeren hard aan de weg. Enkele betaalmethoden zijn al beschikbaar, zoals creditcardbetalingen en Android Pay, en de verwachting is dat andere snel zullen volgen. Paypal heeft bijvoorbeeld al toegezegd ondersteuning te gaan bieden. Bedenk dat het Payment Manifest Proposal pas sinds half mei van dit jaar ‘final’ is geworden, dus nu pas kunnen de leveranciers van betaalmethoden ondersteuning gaan inbouwen.

Apple is de grote afwezige

De grote afwezige op dit moment is Apple die vorig jaar met Apple Pay on the Web (de browser versie van Apple Pay) een alternatief voor de Payment Request API heeft gelanceerd. De Apple Pay on the Web API biedt dezelfde functionaliteit en de gebruikerservaring is in grote lijnen ook hetzelfde. Het is voor de andere betaalmethoden echter niet mogelijk om mee te liften op de Apple Pay on the Web API, zoals bij de Payment Request API. Het is nog niet duidelijk of Apple haar API gaat aansluiten op de Payment Request API, al zijn er wel geruchten dat Apple plannen in die richting heeft.

Next step: experimenteren

De volgende stap is dat merchants en hopelijk PSP’s gaan experimenteren met deze nieuwe techniek. Ze zullen in het begin zeker niet hun bestaande check-outprocessen vervangen, simpelweg omdat dan nog niet alle betaalmethoden beschikbaar zijn en niet iedereen een browser of device gebruikt die de nieuwe functionaliteit ondersteunt. De merchant kan echter makkelijk automatisch detecteren of de browser van de consument de nieuwe API ondersteunt en of er geschikte betaalapps zijn geïnstalleerd. In die gevallen kan de merchant ervoor kiezen om een ‘quick check-out’-knop te tonen waarmee de consument de nieuwe, beter converterende, check-out doorloopt in plaats van de oude. Apple en Android Pay adviseren al om een ‘Buy with Apple/Android Pay’ knop te tonen op de productdetailpagina, maar dit zou natuurlijk ook gewoon een algemene ‘Buy now’ knop kunnen. Wanneer de gebruiker op die knop drukt dan ziet hij gewoon alle ondersteunde betaalmethoden in het Payment Request API scherm, inclusief Apple of Android Pay indien beschikbaar. Dit betekent natuurlijk dat merchants een alternatieve check-out moeten bouwen, maar de door Google verwachte mobiele conversieverbeteringen van 200 tot 300 procent maken deze investering waarschijnlijk de moeite wel waard.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Raj de Datta (BloomReach): ‘DXP combineert CMS en AI in open platform’

Posted 23 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De overname van CMS-bedrijf Hippo door het personalisatieplatform BloomReach heeft tot een nieuw product geleid: BloomReach DXP. “Het eerste open platform dat ieder digitaal kanaal personaliseert”, aldus Raj de Datta, oprichter van BloomReach.

BloomReach houdt zich al sinds 2009 bezig met artificiële intelligentie (AI) en de personalisatie van e-commerce. Het haalde honderd miljoen dollar op aan investeringsgeld, twintig procent van het wereldwijde e-commerceverkeer zou al via het platform van Raj de Datta en mede-oprichter Ashutosh Garg lopen. Met de overname van Hippo in oktober van vorig jaar kan het bedrijf nu een belangrijke volgende stap zetten, denkt De Datta. De kunstmatige intelligentie van de Amerikanen is in BloomReach DXP gecombineerd met de contentmanagementtechniek van de Nederlanders. Behalve webwinkels kan het platform ook andere digitale contactmomenten personaliseren.

De AI-elementen zijn verwerkt in het DXP voor enterprise klanten. Daarin heeft BloomReach Hippo opgenomen, daarnaast blijft dit CMS (het vroegere Hippo CMS community edition) als open source software op de markt. Hoeveel omzet het bedrijf al draait wordt niet bekendgemaakt, maar het aantal klanten ligt op dit moment rond de driehonderd.

‘Ontwikkelaars ware innovators’

De reden dat het DXP ‘open’ is en door middel van API’s aan andere platformen gekoppeld kan worden is volgens De Datta heel simpel: daarmee bereikt het bedrijf ontwikkelaars. En juist zij zijn “de ware innovators voor digitale bedrijven”. Digital Experience Platforms (DXP) spelen wat hem betreft een sleutelrol in de digitale transformatie van die organisaties. Door met een DXP data, systemen en services te integreren ontstaat de gepersonaliseerde klantervaring waar praktisch ieder bedrijf naar zou moeten streven.

“Dat vraagt echter om een heel andere kijk op het ontwerpen, ontwikkelen en distribueren van services”, zegt hij. “Ontwikkelaars zijn de stuwende krachten achter die radicale verandering. Doordat we de eerste zijn die een open DXP op te markt brengt hopen we die ontwikkelaars te bereiken en te betrekken in onze community. Samen kunnen we vervolgens proberen silo’s te doorbreken en bedrijven zover te krijgen dat ze de behoeften van iedere individuele klant centraal stellen.”

‘Einde van software suites’

De Datta legt uit te geloven in ‘best-of-stack’. Het tijdperk van de software suites is voorbij.” Dat betekent dat een DXP flexibel genoeg moet zijn om samen te werken met de beste Demand-side Platforms (DSP’s), Data Management Platforms (DMP’s) en software voor (E-mail) Marketing Automation. Met die visie wil hij de strijd aangaan met wat hij grote, gesloten en monolithische platformen noemt. “Onze belangrijkste concurrent? We kiezen ervoor samen te werken met bedrijven die de beste zijn in hun soort. Daarnaast integreert de software met grote systemen als SalesForce, SAP en IBM. Ik denk dat je kunt zeggen dat de concurrenten van onze partners ook onze belangrijkste concurrenten zijn. Ik denk dat je ook kunt zeggen dat het Adobe is.”

Met de overname van Hippo beschikte BloomReach zowel over een ‘AI-motor’ als CMS dat met segmentatie en instelbare regels tot personalisatie kwam. De afgelopen zes maanden zijn daarom gebruikt om de twee platformen volledig te integreren. Hierdoor moet iedere online bezoeker automatisch een site of webwinkel zien die is afgestemd op zijn dataprofiel. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het gaat er namelijk om niet alleen telkens andere producten te tonen. Er een centrale opslagplaats nodig voor alle content en de inhoud moet op – individuele basis – naar alle digitale kanalen zijn te brengen. De AI-motor moet vervolgens op basis van vertoond gedrag en iemands intentie (de koopbereidheid bijvoorbeeld) marketingcampagnes samenstellen.

‘Ontwikkelaar eerste uitgangspunt: dat blijft leren’

“Van huis uit zijn we ervaren in de toepassing van natural language processing, semantische analyses en machine learning op grote productcatalogi, transacties en bezoekersdata. Dit leidt dan tot gepersonaliseerde zoekresultaten, aanbevelingen en productweergaven die de acquisitie vergemakkelijken of de omzet en marge verbeteren van een e-commercebedrijf”, vertelt De Datta over de integratie. “Het fijne was dan ook om te zien hoe vergelijkbaar een productcatalogus en merchandising en opslagplek voor content en contentmarketing eigenlijk zijn. In een tijdperk van API’s is content gelukkig gestructureerd opgeslagen.”

De uitdaging was dat het er in Hippo – en nu BloomReach DXP – niet meer alleen om gaat om tools en widgets te bieden voor de e-commercemanager. “De ontwikkelaar is nu ons eerste uitgangspunt: die moet bijvoorbeeld leren hoe hij iets bouwt dat marketeers vervolgens in staat stelt om tot betere campagnes te komen of aan community management te doen.” Die koers heeft ervoor gezorgd dat iedereen binnen de organisatie moest bijleren, vertelt De Datta. “En eerlijk gezegd blijft dat werk in uitvoering. We leren bijvoorbeeld hoe ons kernplatform van AI het beste kunnen openstellen zodat ontwikkelaars ervan leren en er daadwerkelijk mee experimenteren.”

‘Personalisatie ook mogelijk bij weinig data’

Voor veel toepassingen blijft natuurlijk het grote probleem dat er (nog) te weinig data voor handen zijn om de content binnen een digitaal kanaal te kúnnen personaliseren. Met name rondom de eerste contactmomenten weet ook een AI-platform nog te weinig om zich op te baseren. Hoewel De Datta erkent dat die uitdaging een serieuze is, is hij ook van mening dat er zelfs in zo’n situatie heel wat mogelijk is om iemand het gevoel van een gepersonaliseerde omgeving te geven.

“Zeker als retailer wil je de aandacht van consumenten die even snel mobiel googelen. Maar hoe zorg je ervoor dat die converteren en niet direct hun Amazon-app openen? Dat begint al bij het aanbieden van een gepersonaliseerde landingspagina die in SEO is afgestemd op de zoekintentie.” BloomReach DXP kijkt hiervoor naar heel veel bezoekersdata en zoekt dan de correlaties tussen zoekopdrachten, surfgedrag en aankopen. “We analyseren bijvoorbeeld wat de verschillende manieren zijn om behoeften te beschrijven en koppelen dit aan de producten en content die men leest. Op basis daarvan geven we adviezen over de ‘long tail’ SEO om meer verkeer te genereren. Door vervolgens productgrids en content real-time te blijven optimaliseren wordt een site steeds slimmer.”

Het doel ervan laat zich natuurlijk raden. Gaat die anonieme klant over tot een aankoop en ontstaat er vervolgens loyaliteit dan zorgen die extra data en inzichten voor een hogere mate van personalisatie. Een CMS – in de moderne jas van DXP – speelt daar wat betreft De Datta een centrale rol in. “Door analytics, machine learning en AI in contact te brengen met de contentweergave wordt de belofte van één-op-éénpersonalisatie schaalbaar.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online content: welke bezoekers willen betalen en waarvoor?

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Steeds meer digitale contentpublishers kijken naar hun bezoekers als mogelijke inkomstenbron, vooral als gevolg van de teruglopende advertentie-inkomsten. Zoals eerder op Emerce beschreven: Consumenten betalen wel voor online content. Niet alle bezoekers, maar sommigen zijn – zo blijkt uit dat onderzoek – zeker betalingsbereid. Alleen: hoe weet je welke van jouw bezoekers gaan betalen?

Blijvende zoektocht

De opties om geld verdienen met online content is een veelgehoorde topic op seminars en congressen. Betalen consumenten voor nice-to-know content, zoals shownieuws, kookrecepten, opvoedtips, en zo ja, hoeveel, wanneer, op welke manier?

Tijdens het jaarlijkse grote internationale publisherscongres van FIPP bijvoorbeeld was één van de zeven besproken kernthema’s: monetisation. Verschillende merken, zoals de nieuwssite Quartz, gaven aan dat zij willen verschuiven van advertentiegedreven content naar consumenteninkomsten. Maar hoe dat zou moeten, bleef nog hangen in algemeenheden.

Een van de vaak genoemde opties is het freemiummodel: hierbij is een deel van de content voor een groot publiek gratis, en zijn extra’s (al dan niet in de vorm van content of services) beschikbaar voor de groep die daarvoor wil betalen. Laat bijvoorbeeld je bezoekers betalen voor het downloaden van een collage (Picsart) of voor het maken van een langere video (Animato). Al in 2009 beschreef Chris Anderson van Wired in zijn boek ‘Free’ (mooi toepasselijk qua freemium-constructie: gratis te lezen voor iedereen!) de vele mogelijkheden op dit gebied.

Subscription commerce of freemium

In Emerce Magazine (5/2017) beschrijft Jeroen Mirck de mogelijkheden van subscription commerce als verdienmodel: de consument ‘moet’ abonnee worden. Geen probleem als je Netflix, FTM.nl of HelloFresh bent, maar als een ander (soms groot) deel van je inkomsten bestaat uit advertisinginkomsten, dan loop je liever geen traffic mis. Een deel van je bezoekers zal nooit voor je content gaan betalen, maar zorgt wel voor indirecte inkomsten.

Kortom: voor een contentpublisher die primair stuurt op veel traffic, lijkt het freemiummodel de meest interessante optie als je (ook) geld aan consumenten wilt verdienen. De gratis toegang bied je als contentmaker adverteerdersinkomsten, en de premiumvariant additionele inkomsten aan consumentenzijde. Bij de ontwikkeling van zo’n freemiumaanbod is het dan wel belangrijk te weten wie van jouw totale doelgroep wil gaan betalen voor de content.

Internationaal onderzoek naar betalers

In 2013 onderzocht marketingprofessor Girish Punj van de Universiteit van Connecticut (VS) de relatie tussen betalingsbereidheid en consumenteneigenschappen: welke bezoekers zullen eerder betalen voor content? Hij stelde – in lijn met de meeste Nederlandse digital publishers – dat alle content ook gratis op het web te vinden is. Toch zullen mensen de afweging maken of zij willen betalen voor het gemak de content ‘direct’ te krijgen, of te accepteren dat zij een zoektocht naar een gratis variant moeten maken. De conclusies uit dit grootschalige onderzoek waren opvallend: geslacht en leeftijd bepalen sterker of mensen bereid zijn te betalen voor content dan opleiding en inkomen. Vrouwen betalen eerder (maar minder!) dan mannen. Rijk en hoogopgeleiden betalen minder vaak, maar als zij betalen, vaak wel weer meer dan de lager geschoolden. Lezers die in principe prima in staat zijn om te betalen voor content, zijn daar dus niet erg toe bereid.

Een betalende doelgroep overhalen

Uit dit onderzoek van Punj blijkt dus dat vooral laagopgeleide vrouwen bereid zijn om te betalen voor de content op je site. Misschien richt je je al op deze groep? Mooi! En anders: zorg dat je ook interessant wordt voor deze groep. Niet dat je een andere redactionele koers moet gaan varen, maar een freemium-constructie en paar meer marketinggerichte ingrepen kunnen al aanzienlijke resultaten opleveren.

Wat kun je daarvoor doen?

  • Start met testen: welke koppen, welke foto’s en welke kleuren spreken de lager opgeleide vrouwen uit jouw doelgroep het meeste aan? Neem deze uitkomsten mee in de daaropvolgende publicaties.
  • Vrouwen betalen wel eerder, maar ook minder dan mannen. Zorg dus voor een gedifferentieerd prijsaanbod in je premiumomgeving. Grote freemiumsites doen dat al: Spotify, New York Times, Mailchimp.
  • Onderzoek wijst uit dat een koper online bijna altijd kiest voor het ‘middelste’ aanbod. Zorg dus voor een drietal premiumvarianten, waarbij de middelste voor jouw business het meest rendabel is.

De keuze om te betalen komt voort uit twee factoren: de tijdwinst (in plaats van zelf over het net te moeten surfen en zoeken) en het gemak (alles op de juiste plek, met bronnen, etc.). Benadruk beide elementen dus expliciet in je premium aanbod.Met een grote groep lager opgeleide vrouwen in je bezoekersgroep werk je vanzelf aan bestendig verdienmodel op basis van consumenteninkomsten!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Malvertising geen groot probleem in Nederland, ransomware wel

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het besmetten van systemen door het verspreiden van malware via advertenties op websites, ook wel malvertising genoemd, lijkt in Nederland minder vaak voor te komen dan elders. Er zijn slechts enkele gevallen gemeld waarin organisaties ermee te maken hebben gehad. Dat staat in het deze week verschenen rapport Cybersecuritybeeld Nederland CSBN 2017.

RiskIQ meldt een groei van het totale aantal gevallen van malvertising van ruim 132 procent wereldwijd. Zowel aan de kant van de gebruiker als aan de kant van de website-eigenaren zijn het afgelopen jaar maatregelen getroffen om besmettingen door malvertising te voorkomen. Het gebruik van adblockers in Nederland is het afgelopen jaar gestegen tot 17 procent, tegen 13,9 procent in het tweede kwartaal van 2015, volgens cijfers van PageFair.

Cybercriminelen wisten eind 2016 wel met het Methbot-botnet grote hoeveelheden geld te stelen van de advertentie-industrie. Zij registreerden daarvoor domeinnamen op een dusdanige manier dat het leek alsof deze toebehoorden aan grote, bekende organisaties. Deze domeinnamen werden vervolgens aangemeld bij een advertentienetwerk om daar advertenties op te plaatsen.

Het algoritme vanuit het advertentienetwerk werd door de wijze van domeinnaamregistratie misleid, waardoor deze ten onrechte bepaalde dat het om een grote, interessante website zou gaan, om daar vervolgens een advertentie op te plaatsen. Met behulp van het botnet werd daarna geautomatiseerd op de advertenties geklikt, waarbij de adverteerder per klik een bedrag aan de eigenaar van de domeinnaam betaalde. Door geautomatiseerd in te loggen op
socialemedia accounts en het nabootsen van muisbewegingen en muisklikken vanuit een speciaal daarvoor ontwikkelde browser, werden echte gebruikers nagebootst.

Middelen als ransomware, zogenoemde CxO-fraude (facturen) en phishing blijven zeer effectief en lucratief, aldus de samenstellers van het rapport. Naast de bekende wijze van inzet, zoeken criminelen ook naar manieren om deze middelen op een efficiëntere en meer winstgevende manier in te zetten. Aanvallers blijven inspelen op kwetsbaarheden in software die vaak niet tijdig opgelost worden, gecombineerd met het bespelen van gebruikers, bijvoorbeeld via phishing e-mails.

De kwetsbaarheid van het Internet of Things heeft zich ongekend sterk gemanifesteerd. De productverantwoordelijkheid en -aansprakelijkheid is op dat gebied nog niet helder en de slachtoffers van misbruik zijn vooralsnog niet de producteigenaren zelf. Er lijkt vooralsnog weinig verandering te komen in deze situatie, terwijl de hoeveelheid apparaten die met het internet wordt verbonden gestaag toeneemt.

Ransomware is in 2016 zelfs explosief gegroeid. Vooral Wildfire trof relatief veel Nederlanders. Wildfire richtte zich daarbij op het MKB en werd verspreid in phishing-e-mails met een malafide Worddocument met macro’s. De criminele infrastructuur kon met een gerechtelijk bevel definitief worden neergehaald. Meer dan 20 procent van alle Wildfire-slachtoffers heeft bestanden teruggekregen.

Managed service providers geven aan dat het reageren op ransomware vrijwel dagelijkse kost is geworden. Enerzijds resulteert dit in aandacht voor het maken en terugzetten van back-ups. Anderzijds laten deze manifestaties zien dat de weerbaarheid tegen ransomwarebesmettingen nog sterk te wensen over laat.

In zijn deze week verschenen rapport McAfee Labs Threats Report juni 2017 constateert het gelijknamige bedrijf dat mobiele malware de afgelopen vier kwartalen wereldwijd met 79 procent gegroeid tot 16,7 miljoen varianten, ransomware groeide in het afgelopen jaar met 59 procent tot 9,6 miljoen varianten en meer dan de helft van alle gemelde beveiligingsincidenten vond plaats in de gezondheidszorg, de publieke sector en bij onderwijsinstellingen. McAfee waarschuwt dat honderden, tools veelal kant-en-klaar op het Darkweb te koop zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De beste SEO-tools van 2017

Posted 21 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zoekmachine-optimalisatie (SEO) voor contentmarketeers steunt op drie belangrijke pijlers, namelijk on-page SEO, technische SEO en linkbuilding. Voor elk van die pijlers bestaan honderden, misschien wel duizenden tools die je kunnen helpen met het besparen van tijd en het verbeteren van je resultaten. In dit artikel bespreek ik drie bijzonder krachtige, professionele zoekmachine optimalisatie tools. Één voor elke pijler.

Voor on-page SEO, oftewel het optimaliseren van de teksten op een webpagina voor een specifieke zoekterm bespreek ik Webtexttool. Voor de technische SEO, oftewel het technisch optimaliseren en onderhouden van je website bespreek ik ContentKing. En ten slotte voor een optimale linkbuildingstrategie bespreek ik Ahrefs. De grenzen tussen de tools zijn overigens niet zo strict. Er is de nodige overlap, maar tezamen vormen ze een prima SEO-gereedschapskist voor de serieuze content marketeer.

Met deze drie professionele SEO-tools beschik je dus over een complete suite van tools voor jouw website en/of blog. Geen van de drie tools is gratis, maar je kunt ze wel gratis uitproberen. Dus als je uitsluitend op zoek bent naar gratis zoekmachine optimalisatie tools, heeft verder lezen geen zin.

On-page SEO-tools: Webtexttool

On-page SEO is het optimaliseren van een webpagina voor een bepaalde zoekterm. Vroeger betekende dat letterlijk voor een specifieke schrijfwijze. Maar tegenwoordig is Google slim genoeg om synoniemen van een bepaalde zoekterm te herkennen. Je hoeft dus je pagina’s niet meer te optimaliseren voor verschillende schrijfwijzen en synoniemen van je gewenste zoekterm.

Jouw on-page zoekmachine-optimalisatie begint dus in ieder geval met het vinden van de juiste zoekterm. Webtexttool kan je helpen bij het vinden van de meest geschikte zoekterm voor jouw tekst. De tool kijkt daarbij naar twee factoren die tezamen de kwaliteit bepalen van een zoekterm. En die factoren zijn ten eerste het zoekvolume op een bepaalde zoekterm en ten tweede de moeilijkheidsgraad. Met andere woorden: hoe sterk is de concurrentie op die zoekterm? Daarbij geeft Webtexttool ook suggesties voor alternatieve zoektermen en kun je een concurrentieanalyse doen om te ontdekken op welke zoektermen je concurrenten goed scoren.

Zodra je de beste zoekterm voor je webpagina hebt gevonden, bewaar je die in webtexttool en begint het schrijven van de tekst. (Tip: ook Ahrefs bevat een krachtige zoekwoorden tool, waarover verderop meer.)

Nu is het zaak om de gekozen zoekterm optimaal te verwerken in je webpagina. Want het slim verwerken van je zoekterm heeft wel degelijk een grote invloed op de vindbaarheid van de pagina in Google. Zo is het belangrijk dat je zoekterm voorkomt in de url, de titel, de H1 tag, meta omschrijving, bodytekst, tussenkopjes en alt-tags van afbeeldingen. Op zich is dit niet bijzonder ingewikkeld. Maar je kunt ook overdrijven door je zoekterm te vaak te gebruiken. Dit is een vorm van ‘overoptimaliseren‘ en dat kan je juist een goede ranking kosten.

Webtexttool helpt je door tijdens het schrijven een score bij te houden en je adviezen te geven hoe je die score zo hoog mogelijk kunt krijgen. Zo kan Webtexttool je adviseren om je gewenste zoekterm nog twee keer in een tussenkopje te gebruiken. Of juist om je zoekterm drie keer minder te gebruiken in je bodytekst.

Zodra je je tekst hebt geoptimaliseerd tot 100 procent is hij in principe klaar voor gebruik in je website. Maar je kunt met Webtexttool nog een paar aanvullende analyses doen. Zo kun je jouw tekst analyseren op sentiment (negatief, positief), het correct gebruik van webrichtlijnen en de leesbaarheid volgens de Flesch Reading Ease Score. Die is nu nog vooral geschikt voor Engelse teksten, maar Webtexttool zal deze in de toekomst verder blijven uitwerken voor andere talen waaronder Nederlands.

Zodra je tekst klaar is, kun je deze makkelijk exporteren als HTML om in je CMS te plaatsen, maar ook als Word, PDF of e-mail om deze door derden te laten beoordelen.

Zodra je jouw tekst hebt gepubliceerd, wil je natuurlijk graag weten of al jouw zoekmachine optimalisatie ook resultaat oplevert. Daarom kun je met de ingebouwde ‘Pagetracker’ de ranking van je pagina in Google op jouw gekozen zoekterm door Webtexttool laten volgen. Je krijgt dan periodiek een mail met een overzicht van de zoekposities van alle pagina’s die je volgt.

Zelf werk ik nu een paar maanden met Webtexttool en ik merk dat ik de tool steeds vaker gebruik. Zo schrijf ik al mijn blogs direct in Webtexttool, omdat ik het als schrijftool inmiddels fijner vind werken dan Google docs. Ik kan namelijk tijdens het schrijven al de juiste HTML formatting meegeven in de vorm van tussenkopjes, externe links, bullet points, etcetera. Wanneer ik dan de tekst als broncode exporteer en ik mijn CMS plak, is deze al zo goed als klaar.

Heb je een WordPress website? Of werk je graag met Microsoft Word? Dan biedt Webtexttool plugins waardoor je direct in deze programma’s met Webtexttool kunt werken.

Werk je graag in teamverband? Je kunt makkelijk met meerdere mensen samenwerken in Webtexttool. Ook het team van CopyRobin draait al een paar maanden een pilot met Webtexttool door 10 van onze schrijvers ermee (samen) te laten werken.

Webtexttool heeft ook nog wel een paar nadelen. Zo vind ik de gebruikersinterface niet altijd even intuïtief. Sommige functies zitten verscholen achter minder voor de hand liggende links of knoppen. Met name het werken in teamverband kan wat dat betreft nog wel wat gebruikersvriendelijker. Ook de inspiratiemodule is op zich een leuk idee, want daarmee kun je artikelen vinden en importeren ter inspiratie. Alleen zijn de zoekresultaten in het Nederlands nog wat beperkt. Maar als ambitieuze startup werken de mensen van Webtexttool er hard aan om die problemen te verhelpen. In ieder geval weerhoudt het mij er niet van om met Webtexttool te werken.

Meer informatie: Webtexttool

Technische SEO-tools: ContentKing

Laten we eerlijk zijn: wij marketeers houden ons liever niet bezig met de techniek onder de motorkap van onze websites. Tegelijkertijd willen we wel dat onze website optimaal vindbaar is in zoekmachines. Helaas zijn we ons er meestal niet bewust van dat onze website als het om zoekmachine optimalisatie gaat ondermaats presteert door technische onvolkomenheden.

Een van de betere en makkelijk te gebruiken zoekmachine optimalisatie tools vind ik ContentKing. Dit is een real-time SEO-applicatie die tevens een wijzigingsgeschiedenis van je website bijhoudt. Aan de hand van ContentKing optimaliseren online marketeers en SEO-specialisten hun content voor meer verkeer en conversies. ContentKing vertaalt de analyse in kant en klare, geprioriteerde actiepunten en rapporteert veranderingen en fouten en zorgt ervoor dat je niet meer voor verrassingen komt te staan.

Toen ik het Mediaweb-blog voor het eerst analyseerde met ContentKing, schrok ik toch wel een beetje. Onder de motorkap viel nog heel wat te verbeteren aan de technische SEO. Zo ontdekte ContentKing dat onze Twitter Cards en Open Graph elementen niet compleet waren. Zonde, want Twitter Cards en Open Graph mark-up zorgen ervoor dat onze content goed voor de dag komt zodra het gedeeld wordt op social media.

Ook bleken we veel links te hebben naar redirects in de website. Dit betrof vooral links naar de http-versie van de homepage, die vervolgens weer redirecten naar de https-versie. Links naar redirects wil je vermijden omdat je er linkwaarde en crawl budget mee verspilt. Daarnaast heeft het een negatieve impact op de laadtijd.

Verder hadden we links naar canonicalized pagina’s: dit zijn links naar de pagina /contact (zonder trailing slash). De pagina /contact heeft vervolgens weer een canonical naar /contact/ (met trailing slash). Dit is een tegenstrijdig signaal voor zoekmachines.

En tenslotte vond ContentKing een aantal te korte, of juist te lange paginatitels. Hierbij lopen we het risico dat een zoekmachine de pagina titels afkapt of zelfs een andere titel toont.

We veranderen regelmatig onze website en zoekmachines spideren je webpagina’s ook continu. Daarom zou je eigenlijk dagelijks moeten controleren of de technische SEO van je website nog in orde is. Maar wie heeft daar nog tijd voor? Dat is geen doen. Gelukkig monitort ContentKing je website in real-time, en houdt zij ook alle wijzigingen bij in jouw website. Aan de hand hiervan heb je te allen tijde een actueel overzicht van de verbeterpunten, en wijzigingen in jouw website.

ContentKing geeft aan dat hun gebruikers tijdwinst behalen van 20-30 procent omdat ze simpelweg veel minder handmatig hoeven te checken. Alles wat je kunt automatiseren moet je automatiseren is hun filosofie. Iedere paar dagen of week handmatig door een website heen gaan om te zien of al je SEO elementen nog enigszins correct staan hoeft dus niet meer (hoewel we altijd aanraden om even goed met de hand bepaalde zaken te checken, je moet nooit 100% vertrouwen op tools).

Steven van Vessum van ContentKing geeft nog een paar voorbeelden van veel voorkomende SEO problemen uit de praktijk:

Meta robots tag van testomgeving naar live website meegenomen

“Dit heb ik diverse keren zien gebeuren bij onze klanten: op de testomgeving wordt alles klaargezet voor een lancering. Omdat de testomgeving onder geen beding geïndexeerd mag worden staat er een meta robots noindex tag op. Soms blijkt dat bij een livegang deze meta robots tag mee is gekomen naar de live website. Op onverklaarbare wijze loopt het organische verkeer hard terug, gaan mensen zoeken en dan vinden ze uiteindelijk wat er mis is, maar altijd veel te laat. Het wordt helemaal interessant als er een HTTP-header X-robots tag gebruikt wordt. Als HTTP-header is die veel lastiger te spotten.”

Duplicate content vinden en oplossen

“Wanneer we grotere websites (meer dan 500 pagina’s) analyseren in ContentKing vinden we vrijwel altijd gelijk al veel duplicate content. Pagina’s die via veel verschillende URLs beschikbaar zijn, vaak via parameters in de URL’s. Als ContentKing deze URL’s kan vinden, dan kan Google dat ook. Dus het is zaak duidelijk te maken wat jouw voorkeur is op dit vlak. Een goede manier om dat te doen is middels het robots.txt bestand. Die bepaalt eigenlijk de rules of engagement van zoekmachines. Na het oplossen van dit soort problemen zien we regelmatig 10-20 procent meer organisch verkeer naar de website.

Migraties verkeerd gegaan

Onlangs zag ik bij een klant van ons iets alarmerends: ze deden een HTTP naar HTTPS-migratie. Op het moment suprême keek ik mee in hun ContentKing-account. Al snel zag ik honderden pagina’s van de website redirecten naar de homepage (weliswaar geserveerd middels HTTPS), met een 302 redirect. Dubbel fout dus. Omdat ContentKing hun website continu monitort zagen we dit direct en konden ze dit direct oplossen, voordat dit impact had op hun SEO-resultaten.

Wanneer je ContentKing voor het eerst gebruikt, bestaat dus de kans dat je een flinke to-do-list krijgt. Voor veel van de werkzaamheden heb je waarschijnlijk een techneut nodig, zoals het aanpassen van redirects en robot.txt file. Maar tal van andere klussen, zoals het aanpassen van titels, meta omschrijvingen, headings en links kun je ook prima zelf doen.

Combineer daarom je eerste inzet van ContentKing gelijk met een algehele ‘content audit’ van je website. Het is daarvoor een perfecte tool.

Onderhoudsschema website

Zodra je de content audit hebt afgerond is het zaak om de gezondheid van je website voortaan dagelijks en wekelijks bij te houden. Dat scheelt je veel tijd en levert voordelen op voor de vindbaarheid van je website. ContentKing adviseert het volgende onderhoudsschema voor je website als je website essentieel is voor jouw business:

Dagelijks
  • Checken of er pagina’s bij zijn gekomen of verwijderd: in het Dashboard (1 minuut)
  • Checken of er wijzigingen in pagina’s hebben plaatsgevonden: in Pagina overzicht met historische wijzigingen (1 minuut)
Wekelijks
  • Checken of er schommelingen zijn in de breakdown van issues: in het Dashboard onder de “Website conditie” en “Pagina’s” grafieken (1 minuut)

Verbeteren: verder met belangrijkste issues aan de hand van: het Issues overzicht. (De benodigde besteding is volledig afhankelijk van de staat waarin je website verkeert, maar Steven van Vessum adviseert om hier minstens een uur per week aan te besteden. In veel gevallen meer.)

Meer informatie: ContentKing (affiliate link)

Linkbuilding SEO-tools: Ahrefs

Ahrefs is niet goedkoop, maar het is dan ook een echte SEO-krachtpatser. Ik heb Ahrefs vergeleken met een aantal andere zeer bekende SEO-tools zoals Majestic en SEMrush. Mijn keuze viel uiteindelijk op Ahrefs omdat het een super krachtige tool is.

De hoge prijs hangt samen met het feit dat Ahrefs ongeveer een derde crawlt van wat Google crawlt. En dat is een bizar grote hoeveelheid pagina’s om te crawlen voor een SEO-tool. Daarin is Ahrefs uniek. Het voordeel hiervan is dat de data van Ahrefs meer compleet en meer up to date is dan die van alle andere tools. En omdat ze deze data in hun eigen database bewaren, is Ahrefs ook nog eens razendsnel.

Ahrefs Backlink Profiel

Dit is denk ik de meest waardevolle functie van Ahrefs. Het geeft je inzage in de externe links naar je website. Dit is een essentieel onderdeel van goede SEO, want externe links wegen nog steeds heel zwaar bij de ranking van webpagina’s in Google. Of je nu passief aan linkbuilding doet door het publiceren van hoogwaardige content, of actief door andere webmasters te vragen om naar jouw content te linken, het is essentieel dat je inzicht hebt in de kwantiteit en kwaliteit van jouw inkomende links.

Ahrefs automatiseert die analyse en houdt het dagelijks voor je bij. Zo ontdek je niet alleen nieuwe links naar jouw content, maar ook verloren links. Deze informatie is bijzonder waardevol voor jouw linkbuildingstrategie.

Het mooie is dat je deze analyses ook kunt doen voor de websites van je concurrenten. Krijgen zij waardevolle backlinks? Dan kun jij de webmasters van die websites ook benaderen.

Welke content krijgt de meeste backlinks?

Met Ahrefs kun je analyseren welke van jouw blogposts de meeste externe links weten te vergaren. En dat is bijzonder waardevolle informatie om te helpen bepalen welke typen content het beste aanslaan bij jouw doelgroep.

Content Gap Analyse

Ahrefs stelt je in staat om snel en gemakkelijk een content gap analyse uit te voeren. Met een content gap analyse kun je zien hoe je content op dit moment presteert, hoe je deze content kunt verbeteren en welke belangrijke content jij nog mist ten opzichte van je concurrenten.

Content Explorer

Zoek naar goed presterende content van anderen via de content explorer. Vul een zoekterm in en Ahrefs toont je de webpagina’s die het beste presteren als het gaat om backlinks en social shares. Zeer waardevolle informatie. Ook om websites te vinden die naar je content zouden kunnen linken.

Keyword Explorer

Ik gaf bij mijn behandeling van Webtexttool al aan dat Ahrefs ook zoektermen kan analyseren. Ook in het Nederlands. De database met zoektermen van Ahrefs is gigantisch en groeit in hoog tempo. Niet alleen kun je met Ahrefs de beste zoektermen vinden voor je blogs, je kunt ook je posities voor honderden zoektermen volgen via de rank tracker.

Ahrefs heeft ook een bijzonder leerzaam blog waarin ze regelmatig grootschalige eigen onderzoeken publiceren. Ook het Ahrefs Youtube kanaal staat vol met leerzame SEO tips & tricks. En voor de klanten van Ahrefs is er een actieve Facebook groep. Handig als je begint met Ahrefs is deze training op Udemy.

Meer informatie: Ahrefs

Professionele SEO-tools: conclusie

Zoekmachine-optimalisatie is een heel breed vakgebied. Als online marketeer of ondernemer valt dit nauwelijks te overzien. Gelukkig bestaan er steeds meer handige zoekmachine optimalisatie tools voor niet technische gebruikers. Met de drie tools die ik heb behandeld in dit artikel kun je als online marketeer of ondernemer prima de zoekmachine optimalisatie van jouw website stroomlijnen.

Zoek je een compleet overzicht van alle denkbare SEO tools? Brian Dean van Backlinko maakte wat dat betreft de beste pagina die ik kon vinden: SEO Tools: The Complete List (2017 Update).



Lees het volledige bericht op Emerce »