Posts Tagged ‘mail’

Na megaboete EU Android niet langer gratis?

Posted 19 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google mag smartphonefabrikanten in Europa niet langer verplichten om Google apps mee te leveren als ze Android gratis willen gebruiken voor hun toestellen. Daarmee valt een belangrijke inkomstenbron voor Google weg. Moeten fabrikanten straks gaan betalen voor Android?

Voor alle duidelijkheid: smartphonefabrikanten zijn niet verplicht om de apps van Google te installeren. Android is open source en in de loop der jaren zijn dan ook diverse varianten van de mobiele systeemsoftware uitgebracht, waaronder eentje die retailer Amazon gebruikt voor zijn tablets. Ook aanpassingen zijn toegestaan, vandaar dat veel fabrikanten zoals Samsung ook nog eigen software schrijven die met Android samenwerkt.

Het probleem is dat een kale versie van Android niet interessant genoeg is. Fabrikanten willen gebruikers ook toegang kunnen bieden tot miljoenen apps in de Google Play Store. Ook is het handig als gebruikers kunnen e-mailen (via Gmail) of browsen (via Chrome). De meeste fabrikanten willen dit soort software niet zelf schrijven.

Google levert in dat geval een volledig pakket oplossingen, waarover dan wel contractuele afspraken worden gemaakt. Deze ‘lock-in’ is waar de EU over valt. Rivalen als zoekmachine Yandex krijgen dan geen kans meer om afspraken met fabrikanten te maken.

Google CEO Sundar Pichai suggereert in een blogpost dat de maatregelen wel eens zouden kunnen leiden tot een ander verdienmodel. Per slot van rekening moet Google miljarden dollars aan ontwikkelingskosten zien terug te verdienen, wat nu tenminste nog lukt via diverse apps. Aan deze volgens Pichai ‘fijne balans’ zou zomaar eens een einde kunnen komen.

Theoretisch zou Google fabrikanten geld kunnen vragen voor het gebruik van Android. Die kosten worden dan meestal aan consumenten doorberekend. Het was een van de (pers)vragen gisteren aan Eurocommissaris Margrethe Vestager (Mededinging): worden Android smartphones als gevolg van de boete juist niet duurder?

Vermoedelijk niet. Ten eerste gelden de beperkingen alleen voor Europa, weliswaar een belangrijke afzetmarkt, maar elders kan Google gewoon zijn gang gaan.

Ten tweede kan de EU fabrikanten niet verplichten om een verscheidenheid aan apps van verschillende leveranciers op hun toestellen te installeren. Fabrikanten kunnen nog steeds kiezen voor Google apps en anders zijn die wel makkelijk te downloaden. Vroeger konden Google apps op Android moeilijk verwijderd worden, dat is al een stuk makkelijker geworden.

Wat dat betreft doet deze zaak erg denken aan de boetes die Brussel in het verleden aan Microsoft oplegde. Die moest gebruikers van Windows-software meerdere browsers aanbieden in plaats van alleen het eigen Internet Explorer. Maar wie tegenwoordig de nieuwste Windows 10 versie van het net haalt ziet nog altijd geen keuzescherm. Het gros van gebruikers interesseert zo’n keuzescherm al helemaal niet.

Sterker nog: Internet Explorer heeft al jaren geleden marktaandeel verloren aan Google dankzij de truc met het koekoeksei. Telkens wanneer Internet Explorer gebruikers gaan googelen worden ze gewezen op die mooie browser Chrome die je met een simpele muisklik kunt downloaden. Chrome kan tegenwoordig 55 procent marktaandeel claimen, IE is gedaald naar een magere 6 procent. Het effect van de boetes was in dit geval nul.

Google mag in Europa dan geen keiharde afspraken meer maken met smartphonefabrikanten, in de praktijk gaat er vermoedelijk niet veel veranderen. Menige Android telefoon zal nog steeds worden geleverd met Google Maps, Gmail, Chrome, Google Play en Google Search en geen gebruiker gaat daar over klagen.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

David Schwartz, Ripple: “We zijn allen kwetsbaar om technologisch voorbijgestreefd te worden”

Posted 17 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het Ripple-project is een opvallend cryptoproject, waarbij niet iedereen precies weet wat van te vinden. Chief Cryptographer David Schwartz verduidelijkt. “Wat ik me afvraag is of wij de Google in deze industrie gaan worden.”

Ripple bouwt op de XRP ledger, met cryptovaluta XRP als digitale valuta. Het wil met haar project internationale betalingen vergemakkelijken middels het gebruik van die digitale valuta XRP. Het bedrijf bestaat nu zo’n zes jaar, met David Schwartz als man van het eerste uur. In die zes jaar tijd is het bedrijf ongelooflijk gegroeid. Schwartz was de initiator in de ontwikkeling van de XRP-ledger, een ledger dat lage transactiekosten kent en tevens een hoge transactiesnelheid. Het kent verschillende features, inclusief een gedecentraliseerde exchange.

Wat zijn de bepalende verschillen in vergelijking met andere gedecentraliseerde blockchains?

“Een groot verschil is dat wij geen POW (proof of work) kennen, een proces dat bijzonder duur is. Bitcoin kost per dag miljoenen dollars, enkel om de blockchain veilig te houden. Andere POW-blockchains hebben in de tussentijd ook al flinke aanvallen te verduren gekregen. Dat wij die zwakte niet hebben, is een groot verschil. Daarnaast bouwen wij verschillende features in het protocol, specifiek gericht op betalingsgemak. Veel blockchains zijn gericht op verschillende use-cases, terwijl wij altijd de focus hebben gehad op internationale betalingsverwerking.”

BM: Hoe snel zijn die betalingen eigenlijk?

“Met grote zekerheid is te zeggen dat betalingen binnen vijf seconden worden afgehandeld maar vaak is dit nog sneller, een kwestie van seconden. In vergelijking: bij bitcoin is dat bijvoorbeeld twintig minuten tot een uur. Wanneer je een betaling van de VS naar Mexico doet, en je wil van Amerikaanse dollar naar Mexicaanse peso’s gaan, dan wil je niet te lang een cryptovaluta vasthouden die die betaling faciliteert (in dit geval XRP). Vooral nu cryptovaluta’s nog steeds bijzonder volatiel zijn. XRP is met zijn hoge snelheid alleen daarom al bijzonder interessant.”

Tegen wat voor soort uitdagingen lopen jullie aan?

“Omdat we nog een jong bedrijf zijn en bijzonder hard groeien is de opschaling en de daarmee gepaard gaande managementbeslissingen een punt van zorg. Zover ik dat in kan vullen in ieder geval niet de partnerships. In 2014 waren wij al met verschillende banken in gesprek. Toen was het moeilijk om de juiste mensen bij elkaar te vinden die zowel iets van digitale valuta als de bankenwereld af wisten. Dat probleem hebben we nu niet meer. Tegenwoordig werken we samen met zo’n honderd banken dus dat probleem hebben we wel getackeld. Nu gaat het er vooral om dat we onze groei voort kunnen zetten. We begonnen met twee man maar tegenwoordig werken er 250 man fulltime voor Ripple. Dat geeft de nodige uitdagingen.”

Is het moeilijk om talent aan te trekken?

“Vooral op technologisch vlak vind ik het aardig meevallen. Mensen zijn in ieder geval niet zo belust op geld als dat men zou denken. Jongere mensen willen vooral een goed CV opbouwen. Bij ouderen zie je dat ze vaak een sociale impact willen bewerkstelligen, de wereld verbeteren. Dat zijn de voornaamste drijfveren.

Bedrijven zonder specifieke visie hebben het volgens mij wel moeilijk. Mensen in deze sector zijn behoorlijk specifiek en selectief, maar met de juiste kaarten in handen is het prima te doen. Wat me verder is opgevallen is dat mensen die eerder niet voor ons wilden werken dat nu wel willen en vice versa. Dat heeft te maken dat ze niet bij een klein bedrijf willen werken, maar nu we gegroeid zijn dat wel aantrekkelijk vinden. Anderen die er van het begin af aan bijzaten zijn vertrokken omdat ze juist niet bij een groot bedrijf werkzaam willen zijn.”

Zijn jullie met XRP ook op zoek naar samenwerking met partijen als Western Union of MoneyGram?

“Absoluut. xRapid betreft ons eerste product dat daadwerkelijk internationale betalingen verwerkt waarmee XRP wordt gebruikt. Daarbij zijn wij zeker op zoek naar partners. We hebben daarbij pilots gedraaid met zowel Western Union als MoneyGram maar ook met andere bedrijven. Zij zien daarbij significante besparingen tussen liefst 40 tot 60 procent.”

Is het ook mogelijk om jullie technologie te integreren bij PayPal bijvoorbeeld?

“Zeker. Iets waar we erg op focussen maar waar we eigenlijk weinig over praten, omdat het commercieel gezien niet per se hoofdzaak is, is de compatibiliteit tussen verschillende ledgers. Wij denken dat het niet verstandig is om interoperabiliteit (de mogelijkheid van verschillende autonome, heterogene systemen om met elkaar te communiceren en samen te werken) tussen blockchains te bouwen. Veel mensen werden aangetrokken door deze cryptosector vanwege het feit dat er allerlei silo’s aan bedrijven waren die niet of nauwelijks samenwerken. Om dat probleem op te lossen is bitcoin in principe ook in het leven geroepen zodat iedereen dat systeem ging gebruiken, waarmee het interoperabiliteitsprobleem werd opgelost.

Nu we duizenden cryptovaluta’s hebben zien we juist duizenden cryptosilo’s die het interoperabiliteitsprobleem op hebben willen lossen maar niet interoperabel zijn. Dat schiet natuurlijk niet op. Ons protocol genaamd interledger, dat een bijzonder simpel interoperabiliteitsprotocol betreft, interesseert het niet met wat voor soort ledger er wordt gewerkt. Of het nu blockchains zijn, banken of bedrijven als PayPal. Volgens mij hebben we daarmee het potentieel om dat probleem voorgoed te tackelen en kunnen we dat wat het Internet of Value genoemd wordt een realiteit maken. Het overdragen van waarde over het internet moet daarmee net zo makkelijk worden als het verzenden van een email.”

Dus Ripple wil met dit protocol leidend worden?

“Uiteraard gaan wij voor een leidende rol in de verwerking van internationale betalingen. Het zou super zijn als XRP daarin zou domineren. Niet dat dit een zekerheid is maar het is wel onze ambitie. Anderen bouwen weer andere zaken bovenop de XRP ledger voor bijvoorbeeld gedecentraliseerde beurzen. Het betreft een “general purpose systeem” dat in principe gebruikt kan worden voor van alles. Wij willen zelf echter niet overal de beste in zijn, dat is simpelweg onmogelijk. Dus onze focus ligt echt op de verwerking van internationale betalingen.”

BM: Hoe zie jij projecten als IOTA of Hedera Hashgraph die zonder blockchain werken?

“We zitten echt in een beginfase van deze technologie. Ik verdeel technologie eigenlijk in drie fases. De eerste is de “wat is dit fase?“. Daar zijn we met bitcoin en blockchain redelijk overheen. Vervolgens komen we in de tweede fase waarbij we alles proberen op te lossen. Hoe gooien we alles op het internet? Hoe gooien we alles op de blockchain? In dat stadium zitten we nu. Daarna komen we in de volgende fase, waarbij er zaken ontstaan als Facebook en Twitter. Dingen die we nooit hadden kunnen voorspellen of hadden kunnen voorstellen die het levenslicht gaan zien.

Daarbij is alles op dit moment kwetsbaar voor technologische vooruitgang en vernieuwing. Het is werkelijk een ongelooflijk disruptieve sector. Is de XRP-ledger de beste die er ooit zal zijn? Waarschijnlijk niet. Is dat bitcoin? IOTA? Allen zijn ze kwetsbaar om technologisch gezien voorbijgestreefd te worden. Waar wij op focussen is of de technologie juist ingezet kan worden voor bepaalde use case. Met XRP zitten we daar vooralsnog goed bij in die tweede fase.”

Maar hoe voorkomen jullie eenzelfde lot als Netscape?

“Wat ik me inderdaad afvraag is of wij de Google in deze industrie gaan worden. Het is leuk om de eerste te zijn, het is leuk om een hoop geld te hebben, leuk om er goed voor te staan en ook zeker leuk om een heldere visie te hebben. Maar dat geeft geen enkele garantie.

Dit zijn de dingen die mij ‘s nachts uit mijn slaap houden. Komt er iemand met een betere technologie of zou iemand het beter uit kunnen voeren? We zouden zo maar uit het veld geslagen kunnen worden. Daarom ben ik zo gedreven het beste systeem te bouwen als mogelijk.

Mocht Ripple uiteindelijk niet als winnaar uit de bus komen zou ik daarmee kunnen leven, ten minste als iemand anders betreffende problemen beter op weet te lossen. Maar uiteraard zou ik Ripple het liefst als nummer een zien. De ontwikkeling van de techniek en het oplossen van dit probleem is voor mij echter veel belangrijker dan dat anderen mogelijk met de hoofdprijs naar huis gaan.”

BM: Is dit niet gewoon een grote bubbel?

“Op een gegeven moment zag je dat alle knappe koppen werkzaam waren voor Microsoft, vervolgens Apple. En daarna Facebook, Uber, noem maar op. En nu zie je veel van hen de cryptospace opzoeken. Niet alleen ontwikkelaars maar ook marketing, sales, etc. Dat wil toch zeker wat zeggen niet?

Daarbij heeft niet een enkele knappe kop de waarheid in pacht. Sommige ideeën zullen slecht zijn. Dus ja, wellicht zitten we op dit moment in een bubbel. Ik heb geen idee. Er worden inderdaad nu al genoeg slechte ideeën gepitcht, waarbij die slechte ideeën ook bijzonder veel geld op hebben gehaald. Maar de potentie van deze sector is gigantisch”

Gecentraliseerde en gedecentraliseerde oplossingen, hoe sta jij daar persoonlijk in?

“Wanneer je me op Twitter volgt dan weet je dat ik in dit soort interacties behoorlijk actief ben. Wat ik eigenlijk de hele tijd over probeer te brengen is dat mensen enorm in modewoorden blijven hangen. “Is het gedecentraliseerd? Is het een cryptovaluta? Is het een token?” Ik vind dit soort argumenten weinig constructief. Ik vergelijk het met het beargumenteren of een auto een paard of een wagen is. Een auto is een auto. Punt.

Wanneer we allemaal begrijpen wat voor eigenschappen deze systemen hebben om ze vervolgens in al bestaande boxen te plaatsen, dat is naar mijn mening weinig zinvol. Wanneer iemand mij vraagt of het uitmaakt of een cryptosysteem gecentraliseerd of gedecentraliseerd is, dan zet ik een stapje terug en zeg “waar we het over eens zijn, dat doet er toe“.

Voor mij is het belangrijk dat het gebruikers eerlijk behandeld, dat iedereen gebruik kan maken van het systeem, dat de regels goed te begrijpen zijn en dat er geen administratiefunctie is. Wanneer het daaraan voldoet is het voor mij niet belangrijk of het een token is of een cryptovaluta. Of een gecentraliseerd of gedecentraliseerd systeem is. Wat er toe doet is of het voldoet aan de eigenschappen die je nodig hebt voor de specifieke use case.

Zo ook de discussie of XRP een blockchain is of niet. Het gaat maar net om de manier waarop je uitlegt of iets een blockchain is of niet. XRP zou op beide wijze uitgelegd kunnen worden, maar waar het om gaat is dat het nog steeds dezelfde oplossing biedt.”

En het debat tussen bitcoin en bitcoin cash?

“Daar probeer ik buiten te blijven. Ten eerste heb ik al heel veel tijd geïnvesteerd om dat debat te proberen te begrijpen en ik snap er nog steeds niets van. Ik weet niet welke kant gelijk heeft of dat er überhaupt iemand gelijk heeft. Het andere probleem is dat iemand uit het ene of het andere kamp dingen zegt die gewoonweg niet kloppen.

Wanneer ik me ergens mee bemoei, en dat doe ik zo nu en dan, dan heb ik geen aandeel in dat gevecht. Ik probeer met redelijke argumenten iets duidelijk te maken. Ik sta niet aan de ene of de andere kant. Om mij vervolgens volledig met de grond gelijk te maken, omdat je het niet met me eens bent is simpelweg toxic. Iets waar de cryptogemeenschap geen baat bij heeft. Terwijl ik deze gemeenschap behoorlijk ken, heb ik al geen zin in dit soort discussies.

Moet je voorstellen dat je jonger bent of minder ervaren en in principe gewoon uit pure interesse je inmengt. Om vervolgens volledig met de grond gelijk gemaakt te worden omdat je het niet precies eens bent met wie dan ook. Dat is weinig bevorderlijk, sterker nog: vergif voor de sector.”

Investeer je zelf ook in crypto’s?

“Er zijn enkele cryptovaluta’s die ik al heel lang aanhoud, ik speculeer zelf niet actief. Voornamelijk omdat echte kwaliteitsinformatie slecht voorhanden is. Het is bijzonder moeilijk goede projecten te selecteren. Evengoed ben ik redelijk gediversifieerd. Maar ik heb geen precies idee in wat. Sterker nog, mijn vrouw houdt die portfolio bij want ik wil er geen tijd mee kwijt zijn. Ik focus me op dat waar ik verstand van heb.”

Als laatste. Hoe zie je de sector in zijn algemeenheid ontwikkelen de komende 5 tot 10 jaar?

“Het is enorm moeilijk te voorspellen. Mocht ik iets zeggen zal ik het achteraf waarschijnlijk toch fout hebben. In ieder geval een ding: mochten we het interoperabiliteitsprobleem kunnen oplossen en de Internet of Value visie uitwerken dan gaan betalingen bijzonder snel, goedkoop, veilig en simpel zijn. En dat zal op velerlei wijze een enorme impact gaan hebben.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Startup Complianz.io vindt blue ocean na AVG-drukte

Posted 17 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Na 25 mei 2018 is de stroom aan AVG-mailtjes in de mailbox gestopt. Het lijkt ondertussen weer business as usual voor bedrijven, maar daar maken ze volgens Aert Hulsebos van Complianz.io een grote vergissing. “Privacy als trend blijft groeien”, stelt hij. Zijn startup biedt een AVG-plugin voor WordPress. “Het is een vrij nieuwe markt met veel kansen, een echte blue ocean. We gaan voor de lange termijn.”

Dat de AVG nog niet volledig wordt nageleefd, zal niemand zijn ontgaan. Nog veel websites dwingen je direct akkoord te gaan met alle cookies, en bieden als optie alleen het lezen van de privacyverklaring. Ook hier bij Emerce zelf. Is er wel een markt voor zo’n AVG-plugin? “In de afgelopen maanden werd er in alle media vooral ingespeeld op de angst voor boetes vanuit de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). En met de berichten dat er personeelstekorten bij de AP zouden zijn, en het uitblijven van die boetes, zou je inderdaad denken dat het business as usual is”, bevestigt Hulsebos. “Maar vergis je niet, de gevolgen worden echt voelbaar. Wellicht alleen anders dan je verwacht, via stichtingen en consumentenorganisaties. Die komen op voor consumenten en zullen als eerste wijzen op partijen die de AVG slecht naleven. De AP zal die klachten serieus gaan oppakken.”

Dat is nog steeds vanuit wetgeving en naleving gedacht. Wat zijn voor bedrijven nu zakelijke redenen om privacy op te pakken?

“Het is zonde dat er vooral gecommuniceerd is met die torenhoge boetes. Want het is in eerste instantie gewoon goed om als bedrijf de privacy van je werknemers, sollicitanten, websitebezoekers en klanten serieus te nemen. Dat is al een prima uitgangspunt. Daarnaast weten consumenten steeds beter wat hun rechten zijn. Het zal daarom steeds belangrijker worden in B2B en B2C om te laten zien dat je privacy serieus neemt.”

Hoe moet het eigenlijk?

“Een website zou zo moeten werken: uitsluitend functionele cookies en geen enkele andere cookies of scripts, ook niet van derden, totdat de bezoeker daar helder over is geïnformeerd en expliciet toestemming geeft. In de praktijk zien consumenten dit nog heel weinig. Bij bedrijven is men al veel meer bewust van dataveiligheid.”

Bedrijven zien dataveiligheid als voorwaarde voor zakendoen?

“Wilde je voor 25 mei die grote klant binnenhalen, dan moest je al aantonen dat je veilig met hun bedrijfsgegevens omgaat, ISO-certificaten hebt en voor een eventueel datalek bent verzekerd. Nu is de AVG daar bovenop gekomen. Het is een kwestie van professionaliseren, er niet aan voldoen betekent dat je achterblijft. Wil je serieuze klanten, dan moet je serieus met de AVG bezig. Zeker met de komst van de volgende wet.”

De E-privacyverordening die gepland stond voor dit jaar.

“Klopt, die is uitgesteld in afwachting van politieke overeenstemming op Europees niveau. Tot die tijd blijft de huidige cookiewet nog gelden. Er is nu nog enige onduidelijkheid over de AVG en de begrippen die je moet interpreteren en toepassen. De E-privacyverordening krijgt straks voorrang op de AVG, daarom kijken wij ook naar de voorstellen zoals die nu in Brussel liggen. Deze nieuwe wet zal de exacte invulling specificeren voor online communicatie, tracking-technologieën en direct marketing. Je zal bijvoorbeeld expliciet moeten aangeven welke cookies je gebruikt en wat ze doen. In gewone mensentaal, en met als uitgangspunt dat de consument zelf niet weet waar cookies staan en hoe je die weert of verwijdert.”

Dus privacy staat voorlopig nog op agenda?

“Ja, en niet alleen bij ons. Amerika liep altijd achter op het beschermen van persoonsgegevens. Totdat opeens Facebook in het nieuws kwam met allerlei privacyschandalen. Nu heeft de staat California de meest verrijkende privacywet aangenomen, The California Consumer Privacy Act of 2018, die veel overeenkomsten heeft met onze Europese GDPR. Ook in Australië kijken ze hoe onze GDPR uitpakt.”

Waar komt privacy als trend volgens jou vandaan?

“De adoptie van technologie gaat steeds sneller en we creëren steeds meer persoonsgegevens. De discussie over het beschermen van die data komt nu in een stroomversnelling. Precies zoals je met AI zag. Als je tien jaar geleden aangaf hoe AI onze banen zou vervangen, werd dat al snel science fiction genoemd. Nu zien we dat sneller gebeuren dan we dachten en volgen er vele discussies. We zijn als het ware overrompeld door de technologische vooruitgang en dat gebeurt nu ook met het privacyvraagstuk.”

Is dat waarom je Complianz.io hebt opgericht?

“Nee, we begonnen eigenlijk heel praktisch. Als marketingbureau (Abraham en De Leeuw en Marbles Marketing – red.) vroegen ook wij ons aan het begin van het jaar af hoe we aan de AVG konden voldoen. We hadden in 2017 al een paar privacyvraagstukken voor klanten opgepakt, dus we hadden al contact met ICTRecht Groningen. We kwamen erachter dat het een hele opgave was om volledig aan de AVG te voldoen, ook met een WordPress site.”

“Er is een heel versnipperd aanbod aan tools en plugins, cookiemeldingen en privacy policy- generatoren, maar geen enkele tool waarmee je echt volledig voldoet aan de AVG. Samen met Mathieu Paapst van ICTRecht kregen we het idee om zo’n tool zelf te maken, in eerste instantie voor onszelf en onze klanten. Later merkten we dat veel meer bureaus hiermee kampen. We kwamen vervolgens in contact met Rogier Lankhorst, een ervaren programmeur die met zijn Really Simple SSL plugin op meer dan een miljoen actieve installaties zat. Zo hadden we de driehoek compleet: marketing, juridisch en programmeren.”

Hoe werkt jullie tool?

“Het is een WordPress plugin, met een gratis versie en een premium versie met extra mogelijkheden. Je doorloopt een wizard, waarin we allerlei vragen stellen over je bedrijfsvoering en hoe er met privacy wordt omgegaan. Daarbij zit ook een cookiescan die jouw hele website checkt op de aanwezige cookies en scripts. In dertig minuten heb je een cookie policy met een cookielijst, privacyverklaring, verwerkersovereenkomsten en een disclaimer. Op maat op voor jouw website, met cookiemelding indien nodig.”

Hoe onderscheid je je van andere tools?

“Ten eerste zetten we ook alle cookies van derden uit, dus denk aan YouTube, Facebook, share buttons. Bij andere tools wordt hier nogal eens aan voorbij gegaan. Daarnaast werkt onze wizard op maat, het is geen sjabloon. Dus checken we bijvoorbeeld of je bij je contactformulieren wel een GDPR-consent box nodig hebt. Want heb je een wettelijke grondslag voor het vragen van een persoonsgegeven, zoals een biermerk bijvoorbeeld dat de geboortedatum vraagt, dan hoef je geen toestemming meer te vragen. Totdat je dat gegeven weer wilt inzetten voor je marketing natuurlijk. En onze plugin blijft op de achtergrond draaien. Wil je bijvoorbeeld de Facebookpixel of een javascript toevoegen, dan geeft onze plugin een melding en stelt het voor om deze in onze eigen tool te plaatsen. Zo houd je grip op alle cookies en scripts, en zet je echt alles uit totdat de klant toestemming geeft.”

Maak je dan geen dubbele functionaliteiten?

Dat is niet ons uitgangspunt. Populaire contactformulieren zoals Gravity Forms en Form 7 komen met eigen native functies, waarmee bezoekers bijvoorbeeld straks hun eigen contactgegevens kunnen opvragen en laten verwijderen. We hebben wel nagedacht om zelf een contactformulier te maken, maar eigenlijk alleen om een volledige controle te hebben. Dus besloten we om daar een laag boven te zetten, door aan te geven dat wat de privacymogelijkheden van dat soort plugins zijn en of je het nodig hebt. WordPress heeft sinds versie 4.9.6. zelf ook allerlei extra privacyfuncties, maar die zijn lastig te vinden en te gebruiken. Onze benadering is om een privacy dashboard in WordPress te bieden, waarmee je volledig overzicht hebt.”

Waarom alleen WordPress?

“We gebruiken het zelf, veel van onze klanten gebruiken het en het is verreweg het meest populaire CMS-systeem voor het mkb en zzp’ers. Natuurlijk kregen we gaandeweg vragen om ook andere platformen te gaan doen, en dat doen we op basis van potentie. Open source en PHP zijn vooralsnog ons uitgangspunt. We kijken nu naar MODX, Typo3, Shopware en Magento. Elk systeem heeft zijn eigen uitdaging.”

De AVG reikt veel verder dan alleen de website. Waar stopt jullie dienstverlening?

“Onze focus is een dashboard dat zoveel mogelijk privacyzaken in je website omvat. Niet eenmalig omdat er een nieuwe wet ingaat, maar doorlopend. Alles wat je op je website doet, heeft een privacycomponent. We willen een soort WordPress GDPR-kenniscentrum worden en een dashboard bieden waarmee je privacy volledig kunt waarborgen. Daarvoor beginnen we met de meest voorkomende plugins en scripts, en werken naar beneden. Onze focus is de website, met een CRM-systeem met klantgegevens kunnen wij bijvoorbeeld als plugin niet zoveel.”

Welke toekomst zie je voor Complianz.io?

“Ik zou graag zien dat iedereen die een WordPress-website start of heeft draaien, standaard onze plugin meeneemt voor de privacy. In onze communicatie hebben we het expliciet niet over mogelijke boetes, maar over de kansen die privacy biedt. We gaan voor de lange termijn, met hoge kwaliteitseisen en een gemakkelijke oplossing die laagdrempelig werkt. Privacy wordt steeds belangrijker, en onze tool is interessant voor mkb’ers en zzp’ers wereldwijd. We worden graag de autoriteit op privacy voor websites, zodat bedrijven zich weer volledig op het ondernemen kunnen richten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Omroep Flevoland past programmering aan na personele en financiële problemen

Posted 17 jul 2018 — by Villamedia
Category nieuws

De regionale Omroep Flevoland gaat de tv-programmering voor het komende najaar aanpassen. In verband met personele en financiële problemen zal de zomerprogrammering tot uiterlijk het einde van het jaar worden doorgezet, blijkt uit een mail die aan medewerkers…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Agile bij NS International: zo boekt het Retentieteam succes

Posted 16 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Dat het Retentieteam van NS International een jaar geleden begonnen is met agile werken, heeft zijn vruchten afgeworpen. Een hogere e-mail opt-in percentage en conversieverbetering op herhaalaankopen zijn slechts twee van de successen. Maar wat voor veranderingen brengt deze aanpak op de werkvloer? Een blik op de praktijk.

Na de invoering van agile bij onze IT-ontwikkelteams zijn wij met Retentie één van de eerste businessteams die ook de omslag heeft gemaakt. Hierdoor is onze scope groter dan voorheen en zijn wij met bredere onderwerpen bezig. Kort gesteld, wij vragen ons de hele dag af waar onze klant écht blij van wordt. In kleine, multidisciplinaire teams vertalen wij (klant)inzichten naar aannames die vervolgens getoetst worden middels kortlopende experimenten. Elk experiment of idee moet bijdragen aan de hoofd-KPI van het team: het verhogen van het aantal boekingen onder bekende klanten. Om deze KPI te behalen, richt het team zich aan de ene kant op salesactiviteiten en aan de andere kant op het verbeteren van services en diensten. Er vanuit gaande dat een hogere klanttevredenheid leidt tot een herhaalaankoop.

Het werken in multidisciplinaire teams is één van de belangrijkste en positiefste veranderingen. Het huidige team bestaat uit twee retentiemarketeers, een data-analist, een propositiemarketeer en een ontwikkelaar vanuit het bureau waarmee wij nauw samenwerken. Hierdoor is er geen sprake van silovorming en hebben we alle kennis en kunde om te kunnen experimenteren op onze hoofd-KPI. Ons team is bovendien autonoom, waardoor we geen afhankelijkheden hebben en sneller kunnen schakelen. De Growth Owner van ons team bewaakt de KPI en visie terwijl ik, als Scrum Master, vooral de snelheid verbeter en obstakels probeer op te lossen.

Voortdurende analyse

Dat er een data-analist in het team zit, zorgt voor een enorme versnelling. Voorheen werden er data-analyseverzoeken ingediend op basis van onze aannames en vermoedens of als we een campagne in kaart wilden brengen. De resultaten daarvan kreeg je een aantal weken later. Nu zit de data-analist dicht op het vuur en ziet hij sneller interessante inzichten en kan hij continu verdiepende analyses uitvoeren. Waardoor onze experimenten scherper worden en we fact-based werken. En we beter in staat zijn om experimenten tussentijds bij te sturen als er nieuwe inzichten vanuit de data naar boven komen.

Wij weten bijvoorbeeld dat de gemiddelde reisfrequentie voor een internationale treinreis 1,7 keer per jaar is. Dus onze aanname was dat we tot een paar maanden na de reis moesten wachten met het benaderen van klanten met een commercieel aanbod voor een volgende treinreis. Uit data-analyse bleek echter dat klanten vlak na hun reis al een nieuwe boeking maken. Hierdoor is ons beeld over het aankoopproces van klanten radicaal veranderd. Hier hebben wij onze e-mailcampagnes dan ook op aangepast.

Een andere aanname was dat klanten geen e-mail willen ontvangen over een bestemming waar zij via ons al geweest zijn. Hierdoor werden bepaalde groepen klanten uitgesloten van e-mailcampagnes. Een experiment wees echter uit dat klanten juist openstaan voor een e-mail over een bestemming waar zij al eens geweest zijn. Door dit te doen, verbeterde zowel de klantfeedback als het conversiepercentage van de e-mail. Zonder een data-analist die echt deel uitmaakt van ons team, waren we niet zo snel tot dit inzicht gekomen.

Gelijk naar de praktijk

Agile werken brengt naast de vrijheid om te experimenteren ook prettige routines met zich mee. Zoals de daily stand up, het dagelijkse kwartiertje om de vorige dag te evalueren, vooruit te kijken en blokkades te signaleren. Super transparant. Aan elke sprint gaat ook een swarming-sessie vooraf, een zeer intensieve sessie waarbij het team een dag(deel) samen een probleem of onderwerp aanpakt. Tijdens een swarming-sessie wordt alle data, klantinzichten en andere hulpmiddelen op tafel gegooid en wordt er met volledige focus naar gekeken. Met als doel nieuwe inzichten op te doen en deze in de komende sprints te toetsen door middel van experimenten. Erg inspirerend!

Door het Agile werken zijn wij ook minder bezig met grote en langlopende projecten. Wij sturen steeds meer op kleinere projecten die stapsgewijs worden uitgebouwd. Waarbij alle learnings die tussentijds worden opgedaan meteen worden toegepast. Of het nu een foutje is of een succesje, elke learning voegt waarde toe.

Een concreet voorbeeld is dat wij wilden weten waarom klanten geen tweede boeking bij ons deden. Hiervoor hebben wij tijdens een swarming-sessie tien klanten mét herhaalboeking en tien klanten zónder herhaalboeking naast elkaar gelegd. Door de verschillen in contactmomenten, timing en aanbod met elkaar te vergelijken, wilden we tot inzichten komen. Zo bleek het grootste verschil tussen beiden groepen dat de klanten met een herhaalboeking vaker een e-mail van ons hebben ontvangen, omdat ze een commerciële opt-in hebben. Op basis van dit inzicht, hebben we de totale opt-in flow in kaart gebracht en stapsgewijs verbeterd om zo het aantal commerciële opt-ins te vergroten. Onder andere door de aanmeldingsformulieren en webpagina’s aan te passen. En ook de verschillende e-mails om de opt-in te bevestigen, zowel op content als op timing. Daarvoor hebben we altijd een A/B-test lopen.

En met succes. Sinds de invoering van de uiteindelijke – of beter gezegd voorlopige – verbeteringen zijn er zeventien procent meer aanmeldingen en zeven procent minder afmeldingen voor onze nieuwsbrieven

Een ander succesverhaal is de optimalisatie van onze ‘Boeking-Alert’ campagne. Deze campagne is opgezet als service richting klanten die ver van tevoren hun ticket willen boeken. Tickets zijn maximaal vier tot zes maanden vooruit te boeken en de voordeligste tickets zijn vaak als eerste uitverkocht. Om onze klanten nog beter van dienst te zijn, kunnen zij hun e-mailadres achterlaten en ontvangen zij een bericht zodra hun ticket te boeken is. Zo hoeven zij hier zelf niet meer aan te denken én maken ze kans om die voordelige tickets te boeken. Deze campagne wordt zeer goed beoordeeld. Soms zitten er echter tussen het aanvragen en ontvangen van de alert meerdere maanden. Door middel van een experiment kwamen wij erachter dat de conversie en beoordeling van de campagne verhoogt door het toevoegen van een extra contactmoment. Zo blijven wij top of mind bij de klant en laten wij weten dat we hen niet vergeten zijn. De conversie hebben wij daardoor met vijf procent zien stijgen.

Innovatiedagen

Deze manier van werken vraagt ook om een andere mindset. Wij nemen namelijk niet elk idee meteen mee in een sprint, maar beoordelen ze op basis van effort, impact en bereik. De ideeën die het hoogst scoren, worden als eerst opgepakt. Hierdoor blijven de leuke en innovatieve ideeën soms liggen, omdat die op korte termijn te weinig impact hebben ten opzichte van andere ideeën. Zonde, want als organisatie willen en moeten we ook op langere termijn blijven innoveren.

Als oplossing hiervoor hebben wij een innovatiesprint in het leven geroepen waarbij wij als team een sprint lang één of meerdere innovatieve ideeën oppakken die we anders lieten liggen. Dat is ook nog eens ontzettend leuk om te doen. Ook is in samenwerking met de businessteams en IT-ontwikkelstraten een volledige innovatiedag gehouden, waarbij op basis van klantinzichten nieuwe ideeën zijn aangedragen.

Impact op de klant

Het mag duidelijk zijn dat ik erg tevreden over deze manier van werken. Je hebt samen met je team een heel duidelijk doel en weet dus precies waarvoor je naar je werk komt iedere dag. En je leert bovendien erg veel: sinds de start is het aantal experimenten met een factor zeven toegenomen. Mede hierdoor lopen we zeventien procent voor op target. Belangrijker nog wellicht is dat de happiness score, die je als team bijhoudt om bij te kunnen sturen, heel hoog is. Het is dan ook onwijs leuk om te zien dat wat jij met je team doet echt impact heeft op de klant.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Samenwerking Primera en Cashly om online aankopen contant te betalen

Posted 16 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Consumenten kunnen bij winkelketen Primera online aankopen voortaan contant betalen. Dat is mogelijk dankzij het netwerk van Cashly.

Wanneer een consument op de betaalpagina voor Cashly of betaalt via Cashly.nl, wordt er per e-mail een betaalvoucher met QR-code gestuurd. Met deze code kan de consument de rekening vervolgens contant afrekenen bij één van de 500 Primera winkels.

Volgens De Nederlandsche Bank wordt 41 procent van de betalingen in winkels in Nederland nog steeds met contant geld voldaan.

Er zijn inmiddels meer dan 150 aangesloten partijen die de dienst van Cashly aanbieden, zoals Aegon, Corendon, Essent, ICS, Hogeschool Utrecht en diverse gemeenten. Het bedrijf begon zijn activiteiten in 2017.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Een goede datagedreven organisatie draait op samenwerking van tools en mensen

Posted 13 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Er zijn tientallen marketingtools die het werk van de marketeer makkelijker moeten maken, maar die ook zorgen voor een nieuw probleem: de tools die je inzet hebben alleen impact als ze samenwerken. Het geheel is immers altijd meer dan de som der delen, daarin is data-gedreven marketing geen uitzondering. Dit geldt niet alleen voor de inzet van marketingtechnologie. Ook de interne organisatie van marketing, sales en service heeft meer impact als ze samenwerken binnen gezamenlijke doelstellingen.

Datagedreven marketing begint daarom met een breed gedragen waarheid en visie binnen de organisatie. Een waarheid met betrekking tot de data die je als brandstof voor je marketingmotor gebruikt en een visie waar je het als organisatie allemaal voor doet. Waarom is die waarheid en visie zo belangrijk en welke eisen moet je stellen om succesvol te zijn met data-gedreven marketing?

Gebrek aan samenspel

Data-gedreven marketing is meer dan een aantal tools aansluiten, op een magische knop drukken en wachten op betere resultaten. Veel bedrijven hebben nu al verschillende marketingtools draaien, maar slagen er onvoldoende in om die tools te laten samenwerken om zo het effect van hun data-gedreven aanpak te maximaliseren.

De meeste marketeers werken namelijk al met een e-commercesysteem, een marketing automation-tool die e-mails, sms- en pushberichten verstuurt, een CRM-systeem dat klantgegevens en – communicatiehistorie beschikbaar maakt, een analytics- en dashboardingtool en een of meerdere advertisingplatform(en). In marketing gaat het daarom steeds vaker over dé marketingcloud als optelsom van alle cloudbasedtools die gebruikt worden. Die term veronderstelt een mate van samenspel tussen die verschillende tools die juist vaak ontbreekt. De realiteit is namelijk dat al die tools vaak fungeren als losse clouds met klantdata die nog nergens effectief bij elkaar komen.

Data-gedreven marketing = data management

In plaats van verschillende en opzichzelfstaande systemen moeten de tools die je gebruikt werken als een geïntegreerde set aan oplossingen die samen de technologische ruggengraat van je customer journeys vormen: van de eerste getoonde banner tot een afgehandelde servicevraag. Dat is de reden dat veel bedrijven inzetten op een data management platform als de lijm die alle tools en data samenbrengen.

Het volgende scenario, waarin een aanschaf in een webshop wordt gedaan door een nieuwe klant, toont de werking van zo’n geïntegreerde set aan tools:

  1. Als iemand iets koopt in je webshop betekent dat bijvoorbeeld dat die data direct in je CRM-omgeving beschikbaar moet zijn voor customer service, zodat zij een vraag over de bestelling makkelijk kunnen beantwoorden.
  2. De persoon die iets gekocht heeft moet op alle advertentieplatformen uitgesloten worden van retargeting op dat product en moet wellicht ook uit eventuele prospectingcampagnes gehaald worden. Tegelijkertijd moet de nieuwe klant meegenomen worden in lookalike-modeling op alle advertentieplatformen waar je actief bent.
  3. Je wil de nieuwe klant na een specifiek aantal dagen ook een onboarding e-mail sturen met uitleg over het product. In die e-mail toon je aanbevolen en aanverwante producten op basis van een Predictive Intelligence-tool die de kenmerken van de aanschaf van het nieuwe product laten meewegen.
  4. Tot slot wil je dat dit process automatisch verloopt en dat alle data near realtime door al je marketingtechnologie stroomt.

Dit voorbeeld laat goed zien dat het draait om het samenspel van al je tools en hoe goed je de stroom van data binnen die tools weet te orchestreren. Dat maakt een plek waar dat samenspel tot uiting komt, een data management platform (DMP), een cruciale schakel in je marketingorganisatie. Een DMP aggregeert data vanuit verschillende bronnen omtrent een klantprofiel, organiseert die data en zorgt ervoor dat je die data kunt inzetten voor marketingacties zodat het bovenstaande scenario realiteit wordt. Een DMP is daarmee de motor van je data-gedreven marketing.

Eén gedeelde waarheid over je data-input

In een DMP wil je audiences en customer journeys managen die zo goed mogelijk zijn afgestemd op de klantdata die via verschillende systemen verzameld worden. Om al die data te genereren en op een effectieve manier via een DMP in te zetten is een gedeelde waarheid met betrekking tot je data-input als basisvoorwaarde een vereiste. Dat begint bij door vanuit je marketingdoelstellingen te bepalen welke datapunten in een systeem vastgelegd (moeten) worden, hoe deze gegevens gestructureerd moeten zijn en wat de verbanden zijn tussen die gegevens. Eén centraal contact-ID, een specifiek datapunt dat één klantidentiteit representeert, is daarbij het voornaamste datapunt.

Eén gedeelde waarheid over hoe je klantidentiteiten uniform registreert in al je systemen is daarom de belangrijkste stap. Je wilt immers alle data die je verzamelt over een klant of prospect kunnen relateren aan die persoon. Een DMP kan vervolgens op basis hiervan alle data vanuit verschillende platformen gestructureerd en gekoppeld aan een individu opslaan, bijhouden, analyseren en gebruiken voor activatiedoeleinden.

Alleen met een gedeelde waarheid met betrekking tot contact-ID’s als fundament voor al je bronsystemen kan een data management platform effectief werken als een identiteits-infrastructuur die verschillende systemen met elkaar verbindt en met elkaar laat praten. Dit is een voorwaarde om je klant over de hele journey persoonlijk en effectief te kunnen bedienen.

Eén gedeelde visie binnen je organisatie

Als we het hebben over data-gedreven marketing dan gaat het vaak over het afbreken van datasilo’s, maar het afbreken van marketingsilo’s in je organisatie is net zo belangrijk. Een succesvolle samenwerking van je marketingtools vraagt ook verregaande integratie als het gaat om organisationele inrichting en doelstellingen. Veel bedrijven zijn bijvoorbeeld nog ingericht rondom verschillende marketingteams die elk hun eigen targets hebben: het e-mailteam heeft eigen KPI’s, het performance-team heeft eigen KPI’s en het branding team heeft eigen KPI’s.

Het resultaat hiervan is dat teams of afdelingen niet van elkaar weten welke data beschikbaar zijn, dat customer journeys soms onvoldoende op elkaar aansluiten en dat samenwerken lastig kan zijn omdat kostbare FTE’s werken aan de doelstelling van een ander team waardoor de eigen KPI’s onder druk staan.

De noodzaak van een gedeelde waarheid geldt dus echt niet alleen voor de technologie, maar ook voor de inrichting van je organisatie. Een organisationele gedeelde visie is leidend voor de bruggen die je moet slaan tussen marketing, sales, service en IT. Organiseer marketing, en de inrichting van de technologie, op basis van een gedeelde visie en gedeelde doelstellingen waarin iedereen bijdraagt aan het overkoepelende resultaat. Die gedeelde universele waarheid is vervolgens richtinggevend voor de keuzes die je maakt in je marketingroadmap, de data die je gaat verzamelen en inzetten en de campagnes en services die je op basis daarvan kunt inrichten.

Geen data-gedreven marketing zonder fundament

De marketingwereld wil aan de slag met data-gedreven marketing. Iedereen wil inzichten op basis van data-analyse sneller achterhalen, persoonlijker communiceren met klanten en zo uiteindelijk een hoger rendement behalen. Hoe die ultieme data-gedreven marketingdroom eruitziet is voor ieder bedrijf anders en is afhankelijk van het type bedrijf, de omvang, het budget, de ambities, doelstellingen en de interne capabilities.

De voorwaarde om die droom te realiseren is echter overal hetzelfde. Alleen door het werken met een gedeelde waarheid, zowel technologisch als organisationeel, kan je marketingtechnologie effectief inrichten, data makkelijk ontsluiten en deze data sneller activeren. Het is de belangrijkste voorwaarde zodat al die verschillende marketingtools nu eens echt gaan samenwerken en zo het leven van marketeers ook daadwerkelijk makkelijker maken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Platformen marketing automation kunnen niet voldoen aan analyticsbehoeften

Posted 12 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Met de impuls die platformen als Pardot, Hubspot en Eloqua hebben gegeven aan de marketingwereld, hebben de achterliggende bedrijven voor zichzelf een nieuw probleem gecreëerd. Gebruikers vragen om meer geavanceerde rapportages, de platformen kunnen echter maar moeilijk aan die vraag voldoen.

De komst van marketing automation-platformen heeft er bij heel wat bedrijven voor gezorgd dat marketeers niet meer in het duister tasten. Het heeft marketeers zo goed geholpen dat de eisen nu toenemen. De rapportages over e-mailengagement en het aantal leads die een campagne hebben voortgebracht, stemmen niet langer tevreden. Voor het nemen van strategische beslissingen zijn veel geavanceerdere inzichten nodig, bijvoorbeeld over de attributie. De makers van de platformen schenken daar echter onvoldoende aandacht aan.

Kanaaloverstijgende attributie

Dit beeld komt althans naar voren in het onderzoek van InsightSquared en Heinz Marketing naar de tevredenheid van ervaren gebruikers. Van alle functies die platformen voor marketing automation bieden, worden analyses en rapportages het belangrijkste gevonden. Het is echter ook het onderdeel dat niet aan de verwachtingen weet te voldoen.

Zogenoemde ‘tweede-generatie-marketeers’ die ervaring hebben met de platformen kijken verder dan de leadgeneratie voor hun belangrijkste KPI’s. Ze kijken op een hoger niveau naar hun bijdrage aan de omzet. Ongeacht het platform waarmee bedrijven in zee zijn gegaan, laat de oplossing het juist op dit vlak afweten. Op de vraag wat ze met name als een gemis ervaren, wordt een overzicht van de door marketing beïnvloedde omzet en een kanaaloverstijgende (conversie)attributie genoemd. Daarnaast zijn ook de mogelijkheden om geavanceerde multi-channel campagnes op te zetten te beperkt, zo laten de ondervraagden weten.

Dat grote namen als Hubspot, Pardot (Salesforce), Eloqua (Oracle) en Marketo de vraag niet kunnen bijbenen is volgens kenners niet zo verwonderlijk. Het aanbieden van zulke analyses zou bijzonder ingewikkeld zijn. Het landschap van softwareleveranciers is dermate gefragmenteerd dat het moeilijk is alle hiervoor benodigde data op één plek te krijgen. Wat ook niet onbelangrijk is, is dat het toevoegen van technieken met een hypestatus nu eenmaal meer aandacht trekt. Verreweg het grootste deel van de recente updates gaat dan ook over de omarming van kunstmatige intelligentie. Slechts een handvol van die updates benoemt analytics.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Amerikaans congres wil duidelijkheid over lezen Gmail-berichten

Posted 12 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het Amerikaanse congres wil duidelijkheid over het lezen van Gmail berichten door apps van derden. CEO Larry Page van Alphabet heeft tot 23 juli de tijd om te reageren op een brief van het House Committee on Energy and Commerce. Zo moet Page een lijst overleggen van alle bedrijven waaraan toegang wordt verleend.

Enige tijd scande Google Gmail-berichten om gebruikers advertenties op maat te kunnen te tonen. Die advertenties waren dan gebaseerd op bepaalde trefwoorden die in de mail werden gebruikt. Google is daar in 2017 mee gestopt na de nodige protesten en rechtszaken.

Naar nu blijkt hebben ontwikkelaars nog altijd toegang tot berichten van gebruikers, onder meer ten behoeve van tripplanners en CRM systemen. Gebruikers zijn zich daarvan amper bewust. Overigens laat Google weten dat alleen ‘doorgelichte partijen’ toestemming krijgen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

AMP voor e-mail: verdeeldheid over experiment met interactiviteit

Posted 12 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het is maar de vraag of e-mailmarketeers en ontwikkelaars gaan experimenteren met AMP. Googles aankondiging om de techniek achter AMP beschikbaar te maken voor e-mail leidt tot een hoop bezwaren. Een eerste poll laat zien dat de markt verdeeld is.

Hoewel Accelerated Mobile Pages (AMP) ontwikkeld is om tot snellere mobiele sites te komen, wil initiatiefnemer Google er ook e-mails mee veranderen. Begin dit jaar maakte het bedrijf bekend het open source-project uit te breiden. Het doel is om e-mails behalve sneller ook interactiever te maken. Zo zullen e-mails zijn uit te rusten met elementen die iedereen kent van het web: een vliegmaatschappij zou een widget kunnen opnemen met actuele vertrektijden. Ook het plaatsen van een review kan in een e-mailbericht zelf.

‘Bijna de helft onbekend met AMP’

De bedoeling is dat in ieder geval Gmail tegen het einde van het jaar overweg kan met de techniek. Ontwikkelaars kunnen sinds enige tijd experimenteren met het raamwerk. Maar doen ze dat ook? Een groot onderzoek is er nog niet, maar een poll van e-mailbedrijf Litmus onder bijna elfhonderd eigen klanten geeft een eerste beeld. Net iets meer dan de helft zegt bekend te zijn met AMP, 44 procent heeft er nog nooit van gehoord. Van de gebruikers die AMP kennen denkt de helft er mee te gaan werken. Net zoveel bedrijven verwacht het project dus links te laten liggen.

Nog geen ondersteuning ESP’s

Litmus dook in de waarom achter die twijfel. Een van de factoren is de gebrekkige ondersteuning van de techniek. Marketeers gebruiken nu al twee zogeheten MIME-types, één voor de HTML-variant en één voor een tekstversie. Daar komt dus een derde bij, ‘text-x-amphtml’, die echter door nog geen e-mail service provider (ESP) wordt ondersteund. ‘Op dit moment maakt ook geen ESP aanstalten AMP’s MIME-type te ondersteunen’, weet het bedrijf te melden. Een zelfde ontwikkeling zag Litmus nadat Apple een MIME-type introduceerde voor de Watch. Ook daarmee wordt bijna nergens gewerkt. Als daarin geen verandering optreedt kunnen bedrijven hun marketinguitingen dus niet eens in AMP-formaat versturen.

Een andere drempel die wordt gesignaleerd heeft te maken met het meten van de performance. Met het toevoegen van allerlei interactieve elementen die normaal alleen op websites voorkomen, zullen marketeers anders moeten gaan denken over het meten van hun werk. De oprichter van start-up Rebel die – op een andere manier – ook aan de interactiviteit van e-mails werkt, merkte dit eerder al op. Hij zegt vooral marketeers te moeten overtuigen interactiever te denken. Die hebben zich jarenlang gefocust op het verhogen van de doorklikratio en moeten dus op een andere manier denken over het kanaal. Dit vraagt wat hem betreft om innovatieve marketeers.

Oplossing voor niet bestaand probleem

Het zijn niet de enige bezwaren die kenners hebben. TechCrunch kopte niets verhullend dat AMP voor e-mail een verschrikkelijk idee is. Hoewel de suggestie van snellere of interactievere berichten voor sommigen als muziek in de oren klinkt, vragen minstens zoveel mensen zich af welk probleem dit oplost. De kracht van de e-mail is juist dat de berichten statisch zijn. Geen gebruiker wacht er in hun ogen op mini-websites te ontvangen. ‘Het enige probleem met e-mail is de overload aan berichten. Maar dat wordt hier niet mee opgelost.’ Googles enige motief, zo luidt de kritiek, is dat het meer controle wil hebben over de content en hoe en waar die wordt getoond.

Los van het vraagstuk wat Googles motieven zijn, is er de kritiek op de code zelf. Om gebruikers zo’n interactief bericht te kunnen sturen, moeten marketeers en ontwikkelaars e-mails ‘Gmail specifiek’ opbouwen. Daardoor hebben ze minder bewegingsruimte – AMP is niet zo vrij ontwikkeld als HTML/CSS – en bovendien zou het ontwikkelproces ook complexer worden. De extra aandacht voor één e-mailprogramma leidt tot een extra stap tijdens het ontwerp- en testprogramma. De vraag is bovendien wat de betrokkenen daarmee over zich afroepen: wat te doen als Apple of een ander bedrijf morgen een nieuw raamwerk voor e-mails uitbrengt?

Het is te verwachten dat ontwikkelaars AMP voor e-mail uitproberen. Litmus’ cijfers wijzen daar ook op. Toch verwachten experts niet dat bedrijven massaal inspelen op deze ontwikkeling. Interactiviteit is vanuit dat perspectief interessant. Maar de hordes die er nu nog zijn te nemen, zijn groot. Van een ‘e-mail 2.0’ lijkt voorlopig nog geen sprake.

Interview tussen Product Manager Aakash Sahney en een ontwikkelaar



Lees het volledige bericht op Emerce »

HousingAnywhere niet transparant over lezen berichten

Posted 11 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Kamermakelaar HousingAnywhere heeft zijn algemene voorwaarden aangepast nadat Emerce het bedrijf confronteerde met gebrek aan transparantie. Het bedrijf beweerde dat de berichten van gebruikers niet worden gelezen en geanalyseerd, maar doet dat toch, hoofdzakelijk om te voorkomen dat huurders en verhuurders buiten het platform om contact met elkaar zoeken. Gebruikers werden hierover niet geïnformeerd.

Het Nederlandse platform is in 2009 ontstaan toen oprichter Niels van Deuren zijn studentenkamer in Rotterdam probeerde te verhuren tijdens zijn uitwisseling in Singapore. Inmiddels is HousingAnywhere in meer dan 500 steden wereldwijd aanwezig. Jaarlijks trekt de site naar eigen zeggen 5 miljoen bezoekers.

De startup haalde onlangs nog 6 miljoen euro op in een financieringsronde geleid door het Zweedse Vostok New Ventures.

Huurders hoeven op het platform niets te betalen, verhuurders betalen een commissie van 10 procent over de eerste maand huur (de eerste huurder is overigens gratis). Het verdienmodel is dus anders dan bij Kamernet. Die vraagt aan huurders 21 euro per maand om contact te zoeken met een verhuurder.

HousingAnywhere lijkt erg op gebrand te zijn om huurders zo snel mogelijk aan een verhuurder te koppelen. Verhuurders worden via mails onder druk gezet om snel actie te ondernemen zodra iemand informeert naar de kamer. Een standaardmailtje waarschuwt dat de huurder ‘al in contact is met andere adverteerders’, maar na drie identiek geformuleerde mails is dat weinig geloofwaardig meer. Het platform heeft het bericht na opmerkingen van Emerce hierover aangepast, aangezien de mededeling niet is gebaseerd op actuele data. Wel krijgen conversaties nog steeds de status ‘verlopen’ als er binnen enkele dagen geen contact meer is.

HousingAnywhere wil al helemaal niet dat huurders en verhuurders buiten het platform met elkaar in contact komen. Immers, dan bestaat er gerede kans dat de partijen tot een vergelijk komen zonder dat HousingAnywhere daarvan profiteert.

Dat deze restricties vooraf niet duidelijk aan huurders en verhuurders worden gecommuniceerd, en slim zijn weggestopt in de voorwaarden, blijkt uit reacties van gebruikers die nietsvermoedend hun telefoonnummer of e-mailadres voor de verhuurder achterlaten. Deze gegevens worden direct geblokkeerd, vergezeld van een waarschuwing. Woorden als Skype en WhatsApp leveren eveneens een waarschuwing op, zelfs als ze in een heel andere context worden gebruikt. Na enkele waarschuwingen blijkt dat moderatoren de berichten ook daadwerkelijk lezen.

In de algemene voorwaarden werd tot vorige week, bezijden de waarheid, gesteld dat er niet wordt (mee)gelezen: ‘Only in the case of expected fraud Housing Anywhere reserves the right to analyse the conversations and inform or act in accordance with the criminal code.’

De vermeende grondslag ‘fraudepreventie’ (met verwijzing naar een niet nader toegelichte ‘criminal code’) lijkt dus te worden gebruikt om iets heel anders te bewerkstelligen. Blijkbaar ziet het platform ieder bericht als potentieel frauduleus.

De Europese privacywetgeving AVG eist dat je een duidelijk belang hebt. Fraude opsporen is zo’n belang, ‘maar je moet natuurlijk wel iets hebben om fraude te vermoeden. Alles lezen met het idee, wie weet zit er fraude tussen ergens, gaat natuurlijk niet werken,’ zegt jurist Arnoud Engelfriet.

In zijn algemeenheid geldt dat dat organisaties niet zomaar persoonsgegevens mogen verwerken, zegt een woordvoerster van de Autoriteit Persoonsgegevens desgevraagd. Hiervoor is altijd een wettelijke grondslag nodig. Via een helder, beknopt en toegankelijk privacystatement moet een gegevensverwerker de gebruikers goed informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens.

Kamerverhuurder Airbnb scant berichten eveneens op e-mail adressen en telefoonnummers, maar vermeldt dat nadrukkelijk in zijn voorwaarden. Bovendien geeft Airbnb allerlei garanties voor een veilige afhandeling als gebruikers binnen het systeem blijven.

Het lezen van vertrouwelijke berichten ligt niettemin gevoelig. Google deed dat enige tijd met Gmail om gebruikers op maat gemaakte reclames te kunnen tonen. Dat leverde enkele rechtszaken op en nu is er weer ophef over derden die de mails kunnen uitlezen.

HousingAnywhere zegt dat bij kamerverhuur malafide partijen actief zijn die potentiële huurders naar alternatieve communicatiekanalen of platformen proberen te leiden met als doel hen op te lichten. ‘Een automatische scan met behulp van patroonherkenningstechnieken is in onze ogen een van de beste manieren om onze gebruikers te beschermen tegen fraude. Zo worden berichten door het systeem automatisch gescand op bepaalde woorden, maar ook foto’s op de aanwezigheid van contactgegevens.’

Maar voor een bedrijf dat de bestrijding van fraude zo belangrijk vindt, doet Housing Anywhere, anders dan Airbnb, opvallend weinig om de identiteit van de huurders en verhuurders te verifiëren. Die kunnen zich met een simpel e-mail adres aanmelden. Ook zijn de mogelijkheden om de verhuurder of huurder beter te leren veel te beperkt. Er ontbreken recensies en er is geen videofaciliteit om huurders persoonlijk te spreken. Verhuurders willen graag weten wat voor vlees ze in de kuip hebben als ze een kamer voor zes maanden of langer aan onbekenden verhuren.

Een kamer vooraf bezichtigen is voor veel huurders niet mogelijk, aangezien het merendeel van de (buitenlandse) studenten direct bij aankomst in een ander land een kamer nodig heeft.

Op internet zijn dan ook verschillende klachten te lezen over HousingAnywhere, die grotendeels zijn terug voeren op gebrek aan communicatie vooraf. Over huurders die zonder te betalen vertrekken bijvoorbeeld.

De Big Brother-aanpak zou eigenlijk niet nodig moeten zijn: zowel verhuurders als huurders hebben belang bij een goede financiële afhandeling en daarin voorziet HousingAnywhere in elk geval. Zo wordt het geldbedrag pas 48 uur na het inchecken naar de verhuurder overgemaakt. Mocht de kamer of het appartement niet bestaan of niet overeenkomen met de foto’s, dan wordt de huur niet uitgekeerd.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tommy Hilfiger lanceert mobile based loyaltyprogramma

Posted 11 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Tommy Hilfiger heeft met MYTOMMY een nieuw loyaltyprogramma gelanceerd. Extra bijzonder is dat het er veel van weg heeft dat Nederland als pilotland wordt gebruikt. In het programma staat de MYTOMMY app centraal. Er wordt geen gebruik gemaakt van een fysieke pas, zoals veel retailers doen.  

Het is overigens niet zo gek dat Nederland pilotland is voor het MYTOMMY loyaltyprogramma. Tommy Hilfiger is opgericht in de Verenigde Staten, maar sinds enkele jaren is het wereldwijde hoofdkantoor van de retailer gevestigd in Amsterdam. De website Mytommy.club toont vooralsnog enkel het logo van het programma.

Het modemerk werkte de afgelopen jaren wereldwijd met het programma The Hilfiger Club, dat ook nog steeds actief is en in andere landen nog volop wordt gepromoot. Voor The Hilfiger Club dien je een e-mailadres achter te halen en krijg je regelmatig uitingen per e-mail.

Persoonlijk was deze communicatie ondanks transacties en (online) gedrag echter niet. Nederlandse leden van The Hillfiger Club werden afgelopen weekend per e-mail uitgenodigd om deel te nemen aan het nieuwe programma. Bij MYTOMMY wordt hoofdzakelijk gecommuniceerd via de MYTOMMY-app, maar ook via e-mail, sms of post. Communicatievoorkeuren kunnen in de app worden aangepast.

MYTOMMY loyaltyprogramma Key visual

Drie pijlers om loyaliteit te verhogen

MYTOMMY heeft drie pijlers, namelijk Rewards, Exclusiviteit en Persoonlijk. Bij Tommy Hilfiger kunnen op basis van transacties en gedrag punten worden gespaard, die vervolgens ingeruild kunnen worden bij de retailer en haar partners. Bij Exclusiviteit valt onder andere te denken aan toegang tot exclusieve evenementen en services. Ook pre-sales-uitnodigingen zullen hier uiteraard niet in ontbreken.

Tot slot heeft Tommy Hilfiger met MYTOMMY de ambitie om leden een zo’n persoonlijk mogelijk ervaringen met aanbiedingen op maat te bieden. Ongeacht of dit in de MYTOMMY app of in de winkel is. Iets wat bij The Hilfiger Club slechts in zeer beperkte mate het geval is.

Van Lid naar Ambassadeur

Het programma maakt een onderscheid tussen vier niveaus, uiteenlopend van lid tot aan ambassadeur. Alle nieuwe gebruikers worden automatisch Lid (0 punten). Op basis van aankopen en gedrag kan iemand uitgroeien tot Vriend (2.500 punten), Insider (8.000 punten) of zelfs Ambassadeur (40.000 punten). Aan de hand van de kortingen en cadeaus kan extra loyaliteit en mogelijk ook omzet worden gegenereerd.

Gespaarde punten blijven een jaar geldig. Elke dag zal opnieuw worden bekeken voor welk niveau een klant in aanmerking komt. Bij andere programma’s, zoals Starbuck Rewards of Hilton Honors, kan je altijd promoveren naar een hoger niveau, maar wordt maar één keer per jaar gekeken of je nog voldoet aan een bepaald niveau. Onderstaand overzicht van voordelen en beloningen is te vinden in de algemene voorwaarden van het programma. 

Voordelingen en beloningen MyTOmmy

Punten die bij MYTOMMZY zijn verdiend bij eenmalige acties, zoals inschakelen van pushberichten en verrijking profiel, vervallen overigens niet na één jaar. Tommy Hilfiger zal loyaltyleden die twee jaar lang niet actief zijn geweest, dus de app niet hebben gebruikt, verwijderen. Wanneer een consument opnieuw wil profiteren dan zal deze zich opnieuw moeten registreren en vanaf nul beginnen.

Tommy Hilfiger beloont niet alleen transacties

In tegenstelling tot veel andere loyaltyprogramma’s kunnen consumenten bij Tommy Hilfiger niet alleen transactioneel punten sparen. Het is uiteraard wel de belangrijkste driver. Bij elke aankoop via Tommy.com of de ruim twintig eigen Nederlandse winkels levert tien punten per uitgegeven euro op.

Er zijn echter ook andere manieren om punten te verzamelen:

  • Registratie (eenmalig) via de app: 50 punten
  • Inschakelen van pushberichten: 100 punten
  • Inchecken in deelnemende winkels: 10 punten. Maximaal 1 keer per dag en maximaal 10 keer per maand.
  • Profiel verrijking in de MYTOMMY app: 75 punten
  • Enquête invullen: 25 punten

Bij het retourneren van een gekocht product gaan de verdiende punten verloren. Wanneer pushberichten wordt uitgeschakeld raakt een consument deze punten ook kwijt.

Gemiste kans

Op dit moment is de app enkel en alleen beschikbaar voor Apple-gebruikers. Androidgebruikers kunnen zich wel aanmelden voor de beta test maar er is nog geen zicht op wanneer deze precies beschikbaar is. Hilfiger Clubleden konden in de e-mail van afgelopen weekend zich wel aanmelden voor de betatest van de Android app.

Wat brengt de toekomst?

De komende periode zal MYTOMMY zich op de Nederlandse markt moeten gaan bewijzen. Er is wel een soort van ‘loyaltydilemma’. Natuurlijk zal het programma bijdragen aan een betere relatie tussen loyale klanten en Tommy Hilfiger. Daarmee draagt het volgens de voorstanders bij aan retentie en levert het op de lange termijn geld op.

De vraag is echter of die überhaupt niet al ‘fan’ zouden blijven bij een wereldwijd bekend merk als Tommy Hilfiger en het geld toch al zouden uitgeven. Mogelijk dat ze nu wel eerder bij Tommy.com of in de eigen winkels shoppen dan bij externe retailers als De Bijenkorf en Hudson’s Bay, wat tot hogere marges zal leiden.

Aan de andere kant is het programma op dit moment nog niet spraakmakend genoeg om bij te dragen aan de acquisitie van nieuwe klanten en deze ook vaker (direct) bij Tommy Hilfiger te laten kopen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Smartphoneverslaving: wat de geschiedenis van het roken ons leert

Posted 10 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Verslaafd aan het beeldscherm, en met name de telefoon, is een hedendaags probleem. Misschien niet voor marketeers en adverteerders, wel voor consumenten. Hoe kun je het beste met deze ‘verslaving’ omgaan? Na deze tien lessen uit het nicotine-tijdperk kun je prima omgaan met je telefoon. “Misschien zou de smartphone moeten waarschuwen dat Candy Crush met jou speelt in plaats van andersom.”

Ik ben geboren in 1971. Tijdens de kraamvisites stond mijn kinderkamer regelmatig blauw van de rook. Een paar jaar later was het mijn taak om tijdens verjaardagen ervoor te zorgen dat de glaasjes met sigaretten altijd gevuld waren. Wanneer we op vakantie gingen, zaten mijn broer en ik op de achterbank van onze auto en rookten mijn ouders. Met de raampjes dicht. Mijn dokter rookte tijdens het spreekuur. Zelfs de spelers van de briljante Nederlandse elftallen uit de jaren ’70 staken in de rust een sigaret op.

Vergis je niet. In die jaren wisten we al lang dat tabak slecht voor ons was. Het interesseerde ons alleen weinig. Bijna iedereen rookte. Altijd. Overal. Zonder er bij na te denken. Als je niet rookte, dan had je wat uit te leggen. Roken was de norm. Precies zoals we nu onze smartphone gebruiken. Iedereen doet het. Altijd. Overal. Zonder er bij na te denken. En als je het niet doet, dan heb je wat uit te leggen.

Gelukkig roken we veel minder. Het percentage Nederlanders dat rookt is gedaald van 86 procent in de Jaren ’70 naar 22 procent nu. En we houden meer rekening met elkaar. Roken in de kinderkamer is zó passé. Dat is goed nieuws en het werpt een interessante vraag op: kunnen we iets leren van de geschiedenis van het roken om beter met onze smartphone om te gaan? Het antwoord is ja. Natuurlijk, kunnen we dat. Ik zet de tien belangrijkste lessen op een rij.

Les één. Smartphonegebruikers zijn géén daders maar slachtoffers

In de jaren ’70 had je veel redenen om te roken. Roken was cool. David Bowie rookte. John Travolta rookte. Iedereen rookte. Overal had je advertenties. Sigaretten waren goedkoop. Maar de belangrijkste reden was – zonder twijfel – nicotine. Roken is ontzettend verslavend en inmiddels begrijpen we dat mensen niet roken omdat zij dat willen. Ze roken omdat iemand anders dat wil. Rokers zijn géén daders. Het zijn slachtoffers.

Hetzelfde geldt voor smartphonegebruikers. Negentig procent van de tijd dat we onze smartphone gebruiken, gebruiken we een app. Meestal een app die ontworpen is om verslavend te zijn. Of, zoals de industrie het formuleert: een ‘gewoonte-vormende’ app. App-ontwerpers zijn daar heel goed in. Ze hebben ons door en ze weten op welke knoppen ze moeten duwen. We gebruiken onze smartphones omdat iemand anders dat wil. Mensen die verslaafd zijn aan hun smartphone zijn daarmee slachtoffers. Geen daders. Dat inzicht is ongelooflijk belangrijk. Immers, daders moet gestraft worden. Slachtoffers geholpen.

Les Twee. Je hebt het recht om niet mee te roken

Vanaf het moment dat er gepraat werd over de gezondheidsrisico’s van meeroken wist de tabaksindustrie dat ze in de problemen zaten. Als mensen het recht hebben om te roken, zoals de tabaksindustrie lobbyde, hebben ze ook het recht om niet mee te roken. De gezondheidsrisico’s van passief roken was de drijvende kracht achter strengere regelgeving en een compleet andere houding ten opzichte van roken en rokers.

Er is ook zoiets als mee-appen. Onvrijwillig slachtoffer worden van andermans smartphonegebruik. Bijvoorbeeld wanneer je overreden wordt door een appende truckchauffeur. Maar er zijn subtielere vormen van mee-appen. Stel je voor dat je een presentatie hebt voorbereid voor een vergadering en tijdens je verhaal staart iedereen naar zijn telefoon. Of je gesprek verslechtert omdat je gesprekspartner voortdurend zijn telefoon checkt. Of je bent een leraar die staat te praten tegen Apple,- en Samsunglogo’s. Of je bezoekt Auschwitz en ziet toeristen selfies maken met  ‘Arbeit macht Frei’ op de achtergrond. Of misschien ga je naar een concert en merk je dat je omringd bent door mensen die foto’s maken, filmen, posten en dan elke vijf minuten checken hoeveel likes ze hebben. Het is, las ik eens, geen probleem dat mensen hun smartphone gebruiken in de wachtkamer. Wachtkamers zijn saai! Het is wel een probleem als je wereld, je feestjes, je bbq’s, je etentjes beginnen te lijken op een wachtkamer.

Ik ben er van overtuigd dat mensen soms het recht hebben om niet blootgesteld te worden aan andere smartphonegebruikers. Het wordt tijd dat we mee-appen serieus nemen.

Les Drie. Smartphonegebruik. Samen komen we er niet uit!

Kent u deze slogan nog: Roken? Samen komen we er wel uit. Raad eens? We kwamen er samen niet uit. Dat was ook niet verrassend want de slogan was bedacht door de tabaksindustrie. Het was een afleidingsmanoeuvre. Ze wisten ook wel dat we er samen niet uit zouden komen. We hadden regels nodig en een beetje wetgeving. Hetzelfde geldt voor smartphonegebruik.  

Bijvoorbeeld: Ik verplicht mijn studenten om hun smartphone op te bergen tijdens de les. Veel van mijn collega’s doen dat niet. Ze geloven niet in verbieden. Ze geloven in zaken als verleiding en motivatie en inspiratie. Ik denk dat dat naïef is. Je gaat namelijk de strijd aan met een apparaat dat studenten gebruiken op de fiets, in druk verkeer. Een apparaat dat zo verleidelijk is, dat ze hun leven riskeren om het te kunnen gebruiken. Neem van mij aan, dat ga je nooit winnen ook al ben je de beste leraar ooit bent. En dat ben je niet.

Natuurlijk moeten we praten. Moeten we motiveren. Moeten we inspireren. Maar wat we vooral nodig hebben is een paar regels en wat wetgeving. Samen komen we er namelijk niet uit. Hieronder staan een aantal voorbeelden uit de geschiedenis van het roken.

Les Vier. We hebben meer smartphonevrije ruimtes nodig

Eerst rookten we overal. Daarna kwamen er langzaam meer ruimtes waar je niet mocht roken. Tegenwoordig vind je jezelf, als roker, soms terug in een stinkend aquarium op het vliegveld. Dit werkt. Ik denk dat er ook meer ruimtes zouden moeten zijn waar je niet mag appen. Hier en daar heb je restaurants en kroegen met een smartphonebeleid. Soms zie je een advertentie voor een duur resort zonder internetaansluiting. Offline is tenslotte de nieuwe luxe. Maar het moet normaler worden. Vanzelfsprekender. Concerthallen, treincoupés, kantoren, klaslokalen, vergaderzalen, conferentiezalen, bioscopen, bars, vakken in het voetbalstadion en ga zo maar door. Niet om mensen te irriteren of te frustreren, zeker niet. Immers, mensen die hun smartphone niet kunnen weerstaan zijn slachtoffers die geholpen moeten worden. Smartphoneloze ruimtes helpen je om je te concentreren op hetgeen waarvoor je gekomen bent en tegelijkertijd hou je rekening met die mensen die liever niet mee-appen. Het zou kunnen dat we dit zelf regelen. Ik twijfel. Ik denk dat we hier en daar wat regels nodig hebben, net zoals we zien op middelbare scholen in Frankrijk.

Het idee van smartphonevrije ruimtes is ook thuis heel effectief. Het is beter en gemakkelijker om regels af te spreken over plaatsen wáár je je smartphone gebruikt dan over tijd. Niet in de slaapkamer. Niet aan de eettafel. Niet voor de TV. Bij mij thuis noemen we dat ‘double dipping’ als een verwijzing naar de twee schermen. En het mag niet.

Les Vijf. Het wordt tijd dat we voor onze apps gaan betalen

We heffen accijns op tabaksproducten om roken te ontmoedigen en om het geld te gebruiken voor anti-rookcampagnes of gezondheidszorg. Waarom heffen we geen accijns op onze apps? De meeste zijn gratis. Natuurlijk, we betalen met onze data, maar de meeste mensen interesseert dat niet. Of ze begrijpen het niet. De reden om dit te gaan doen is niet zozeer om gebruik te ontmoedigen maar om gebruikers aan het denken te zetten. We vergelijken kosten en baten om tot een besluit te komen maar als er géén kosten zijn, dan doen we dat niet. Het resultaat is dat we ook geen betere apps eisen. We gebruiken onze ‘gratis’ apps zonder erbij na te denken. Als we willen dat gebruikers veranderen in kritische consumenten, dan moeten we een einde maken aan de ‘gratis’ apps. We kunnen accijns heffen of een wet opstellen die de technologiebedrijven dwingt om hun producten te verkopen. Voor geld. Het is tenslotte ook verboden om gratis sigaretten uit te delen.

Les Zes: We moeten betere apps eisen voor onze smartphones

Sigaretten veranderen maar weinig. Zelfs in science-fiction films. Schrijvers verzinnen vliegende auto’s, gevoelige robots, kweekvlees en reizen naar Mars, maar de personages roken meestal nog steeds gewone sigaretten. Oké, er zit gemiddeld steeds minder nicotine en teer in een sigaret maar het resultaat is vooral dat rokers harder aan hun sigaretten trekken. Maar, goed nieuws, sinds een aantal jaren is er een e-sigaret. De risico’s zijn nog niet bekend maar het lijkt er op dat dampen in ieder geval veiliger is dan roken.

We hebben sneller betere apps dan betere sigaretten. We hoeven er alleen maar om te vragen. We bepalen wat we willen met ons geld. Daarom zijn er salades bij de McDonalds. Waarom vragen we niet om apps die weten dat we in de auto zitten of aan het fietsen zijn, en ons dan niet lastig vallen. Mijn dochter van 13 fietst dagelijks door druk verkeer terwijl een apparaatje in haar zak keihard aan het werk is om haar aandacht te trekken. Dat is bijna immoreel. We moeten vragen om apps die weten dat we aan het eten zijn en ons dan met rust laten. Apps die leren welke notificaties belangrijk zijn en welke niet. Apps die begrijpen dat als onze kinderen drie afleveringen Sponge Bob hebben gekeken, dat het dan tijd wordt om buiten te spelen, in plaats van oneindig afleveringen te voeren. Of apps met ingebouwde gebruikslimieten.

Misschien hebben we ook technologie nodig die het mogelijk maakt om onze smartphones thuis te laten. Nu is alles er op gericht om alle functionaliteiten in de smartphone te stoppen, maar dan moet je het apparaat dus altijd meenemen. En dan word je weer afgeleid. Maar er zijn ook andere ontwikkelingen. Armbanden die ons ‘knijpen’ zodat we de weg kunnenn vinden, of kunnenn laten weten dat je aan iemand denkt. Kleine apparaatjes waarmee je naar Spotify kunt luisteren. Hardloopschoenen die data verzamelen, betalen met een chip onder je huid en ga zo maar door. Er is meer en meer. Vergeet niet, technologische problemen los je ook op met betere technologie. We hebben kunstmatige intelligentie nodig. En blockchain. En chatbots. Maar alleen als die technologie onze waarden centraal stelt.

Les Zeven: Op onze smartphones moeten waarschuwingen staan

Als ik een roker was, zou ik altijd pakjes sigaretten kopen met de volgende waarschuwing: Roken Veroorzaakt Impotentie. Als een vader van twee kinderen klinkt dat een stuk beter dan Dodelijke Longkanker. Er is veel gezegd en geschreven over de effectiviteit van dit soort waarschuwingen maar er is duidelijk bewijs dat de waarschuwingen het bewustzijn bij de consument vergroten. Smartphones zouden ook moeten waarschuwen. iOs12 en Android P bewegen al in die richting. Ze informeren de gebruiker over de tijd die ze doorbrengen op hun smartphone. Maar dat kan nog veel beter. Misschien zou de telefoon ons ook moeten waarschuwen over de negatieve gevolgen van het teveel gebruiken van social media. Of wanneer je je telefoon gebruikt vlak voor je gaat slapen. Of als je aan het fietsen bent. Of in de auto. Of als je in een filterbubbel zit. Of misschien zou de smartphone moeten waarschuwen dat Candy Crush Saga met jou speelt in plaats van andersom.

Les Acht: Elk bedrijf zou een smartphone-etiquette moeten hebben

Een jaar of tien geleden was het toegestaan om in ons kantoorgebouw te roken, maar er waren wel regels. Je mocht niet roken tijdens vergaderingen en rokers zaten bij elkaar op kantoor. Later was het verplicht om buiten te roken en nu mag er alleen nog maar gerookt worden op een klein, afgezet gebied. We hadden ook een mail-etiquette. Dingen als: ga nou niet iedereen mailen om te vragen of iemand jouw sleutels heeft gevonden. Antwoord niet iedereen. Gebruik geen bcc. En zo nog wat meer afspraken. Maar wij hebben geen smartphone-etiquette. De meeste bedrijven hebben dat niet. Ik denk dat dat wel tijd wordt.

Je zou lockers kunnen installeren en afspreken dat je je privé-smartphone in de locker laat en alleen gebruikt tijdens pauzes. Koffie. Sigaretje. Smartphone. Misschien spreek je af dat je je privé-smartphone niet meeneemt naar het werk. Of in ieder geval niet naar een vergadering. Of dat je je smartphone weg doet tijdens één-op-ééngesprekken. Of tijdens conferenties. Of, wat dan ook. Het belangrijkste is dat je er over nadenkt en experimenteert met gedragsregels.

Les Negen. Een behandeling voor smartphoneverslaving moet gedekt worden door je verzekering

Wanneer je wilt stoppen met roken dan zal je baas je meestal ondersteunen en zijn er uitgedachte behandelingen beschikbaar, die vergoed worden door je ziektekostenverzekering. Als je je smartphonegebruik onder controle wilt krijgen, dan moet je dat zelf uitzoeken én betalen. Je smartphone teveel gebruiken is nog géeén vastgestelde verslaving en als gevolg niet gedekt. Het gevolg is dat behandelingen meestal ook zeer experimenteel en onvolwassen zijn. Wat we nodig hebben is een Allen Car (die van stoppen met roken) maar dan voor smartphonegebruik.

Les Tien. We willen geholpen worden!

Telkens wanneer de overheid roken verder in het verdomhoekje duwt, wanneer roken weer ergens verboden wordt, zelfs in rookruimtes in de kroeg of in voetbalstadions of wanneer de sigaretten weer duurder worden, is er geen echt protest. Ik denk dat dat komt omdat de meeste rokers diep van binnen willen stoppen. Het zijn geen trotse rokers. Hetzelfde geldt voor smartphonegebruikers. Ik heb met veel mensen gesproken en ik heb een hoop presentaties gehouden over de absurditeit van ons smartphonegebruik, over dat we niet nadenken, over hoe we worden gemanipuleerd door bedrijven en mensen worden nooit kwaad. Meestal zijn ze het met me eens, en dan kijken ze weer naar hun scherm.

De reden hiervoor is, denk ik, dat ook smartphonegebruikers geholpen willen worden. Diep van binnen verwelkomen ze ruimtes waar je niet mag appen, betere technologie, waarschuwingen op hun smartphone en zelf accijnzen. De technologiebedrijven zullen lijden onder deze maatregelen, niet de gebruikers.

De tien lessen hierboven zijn slechts een gedeelte van de rookmetafoor. Er is veel meer. Leeftijdsrestricties, Big Tobacco/Big Tech, roken/appen na de seks, het dwangmatige, het kalmeren van je zenuwen en ga zo maar door.

Het meest belangrijke is echter het volgende: als we terugkijken naar de jaren ’70 dan lijkt dat nu een absurde periode vol met rokers, altijd en overal. Een tijd die we ons moeilijk kunnen voorstellen. Een tijd waarin de collectanten voor het KWF rammelend met hun bus en rokend langs de deuren gingen. Een tijd waarnaar we niet terug willen. Het is nu veel beter. Ik zou het fijn vinden om in 2030 op dezelfde manier terug te kijken naar deze tijd. Maar ik ben bang dat als we geen actie ondernemen, als we niet leren van de geschiedenis van het roken, dat we in 2030 wensen dat het 2018 was.

En dat is een zorgwekkende gedachte.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Prappers Media stapt in voice: ‘Apparaten zijn er, tijd voor de apps’

Posted 05 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Prappers Media, als bureau actief in appmarketing, start een apart label voor voice-oplossingen, Voice Search Digital. De slimme thuisapparaten en bijbehorende digitale assistenten die bijvoorbeeld Google en Amazon leveren, zijn slechts apparaten, zegt Managing Director Joey Scheufler. “De services moeten nu allemaal nog worden bedacht.”

Behalve marketingcampagnes voor apps, is Prappers Media actief in de zogeheten ‘app store optimalisatie’. Het bedrijf maakt de apps van bijvoorbeeld NPO Radio 2, 3FM en financiële instellingen beter vindbaar. Door dit werk zag Scheufler een belangrijke verandering optreden: in het zoeken draait het steeds minder om merknamen en juist meer om de functionaliteit. Met de toevoeging van spraakgestuurde zoekopdrachten aan de Google Play Store en Apple App Store is het thema ‘voice’ bovendien op de agenda komen te staan.

De vraag hoe het belang van functie en stem is te combineren, bracht het bedrijf tot een breder aanbod van voice services. Met het nieuwe label wil Scheufler behalve het advies ook de ontwikkeling van ‘voice apps’ voor rekening nemen.

Foto: Managing Director Joey Scheufler

Welke toegevoegde waarde denk je al te kunnen bieden?

Scheufler:Met consultancy als voice apps helpen we bedrijven zich voor te bereiden en de boot niet te missen. Voice is namelijk echt the next big thing. De reden is simpel: door je stem te kunnen gebruiken is er totaal geen drempel meer om over te gaan tot actie. Nu voelt het nog normaal iets op te zoeken op een telefoon, maar dat verdwijnt. Mensen kiezen liever de weg van de minste weerstand.

“Voor klanten kijken we zowel naar de korte als lange termijn. Wat kunnen ze nu al met voice en hoe gaan consumenten dit gebruiken? Maar ook welke stappen zijn er nodig om daarin succesvol te zijn? Een voorbeeld: de grootste toegevoegde waarde zit op dit moment in de koppeling van een stemgestuurde opdracht aan activatie. Stel dat iemand in de auto een reclame hoort. Diegene zegt vervolgens ‘Oké Google, download app ABC’. Of ‘Oké Google, e-mail me de informatie over auto XYZ’. We ontwikkelen nu voor een aantal klanten zulke skills en actions. In de eerste fase zullen we consumenten moeten uitleggen wat ze moeten doen – het gaat dus stapsgewijs.”

Welke nieuwe uitdaging dient zich aan?

“Het mooie is dat de voice assistenten slechts de apparaten zijn, de services moeten allemaal nog worden bedacht. Hoe het zich gaat ontwikkelen weet dus nog niet niemand, maar dat er veel verandert is zeker. Je kunt de Alexa Skills en Google Actions vergelijken met mobiele apps. Zonder apps is een telefoon maar een telefoon. Voor voice zit de waarde in de skills en actions. Het is dus zaak juist nu de functies te ontwikkelen waar in de toekomst vraag naar is. Net als bij apps geldt dat de eerste speler met een bepaalde dienst een enorme voorsprong heeft en een goede kans heeft de grootste te blijven.”

Jullie zijn vooral actief in de appmarketing. Hoe helpt die ervaring hierbij?

Een combinatie van skills en actions vormt een customer journey die vergelijkbaar is met het bezoeken van een app. Voor mobiele apps werken we voornamelijk performance based, klanten betalen alleen als de app is gedownload en geopend. Voor de voice apps denk ik een vergelijkbaar model te kunnen hanteren – ‘Cost Per Command’. De adverteerder betaalt dan alleen als er daadwerkelijk een commando is uitgesproken.”

De uitdaging met voice is dat er vooral veel wordt verwacht van slimme apparaten voor thuis. Die bezit nog bijna niemand. Waarom zou je als bedrijf wel al een investering doen voor iets dat nu nog een ‘gimmick’ lijkt?

“Als bedrijf moet je nu al nadenken over hoe de toekomstige customer journey eruitziet. Ik verwacht niet dat mensen heel snel de wasmachine aanzetten met hun stem. Wel geloof ik in de koppeling van apparaten door middel van een voice assistent. Google Assistant zal bijvoorbeeld de thermostaat, wasmachine, tv en lampen aansturen. Als bedrijf kun je dit soort ‘skills’ koppelen aan je merk. ‘Oké Google, ik wil graag een nieuwe broek van merk X’. Omdat Google weet dat diegene thuis is, wordt de tv gestart die het productaanbod laat zien. Vervolgens kan iemand stemgestuurd navigeren en kopen.

“Dat klinkt misschien ver weg, maar dat is het niet. Een smartphone kan dit al, de koppeling met de tv is er ook. Het gaat erom dat bedrijven skills en actions ontwikkelen die dit ontsluiten. Het belangrijkste voor nu is dat bedrijven er over nadenken, een strategie ontwikkelen en vervolgens de massa voorblijven.”

Jullie hebben al een aantal oplossingen ontwikkeld. Welke inzichten heb je tot nu toe opgedaan?

“Het belangrijkste inzicht is dat het een heel nieuw domein is. We kunnen de toekomst van voice dus echt vormgeven. Bedrijven kunnen nog hun stempel drukken. Daarnaast moet elk bedrijf zich opeens afvragen hoe een merk moet klinken. Het gaat letterlijk om de stem van de organisatie: is dat een man of een vrouw? Of allebei? Is diegene jong of al wat ouder? Dat is echt een belangrijk vraagstuk voor nu.”

Hoe snel deze nieuwe technologie onder Nederlandse consumenten landt is nog even afwachten. Google zal Google Assistant nog dit jaar uitbrengen, zegt Scheufler. “Daarna kan het redelijk snel gaan met de basisfunctionaliteit, het geven van commando’s en aanzetten tot actie. Omdat consumenten hun telefoon kunnen gebruiken en niet per se een Google Home of Amazon Echo nodig hebben, raakt iedereen geleidelijk gewend aan de stembesturing. De stap is kleiner dan de meesten denken.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

HolidayPirates: groeien zonder Google

Posted 05 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

In 2017 heeft de reisbranche naar schatting 14 miljard dollar bijgedragen aan de omzet van Google. Voor dit jaar wordt een stijging van 20 procent verwacht. De meeste reisorganisatie accepteren de dominantie van Google als een gegeven. HolidayPirates Group vormt een uitzondering op deze regel.

Gebrek aan loyaliteit van de klant maakt de marketingkosten torenhoog voor online reismerken. Bij Booking Holdings bijvoorbeeld (waartoe ook Priceline, Agoda, Kayak, Rentalcars.com en OpenTable behoren) gaat van elke euro omzet 40 cent op aan marketing. “Het is een fact of life,” zei CEO Gillian Tans hier eerder over op Emerce.nl. “Door onze schaalgrootte moeten wij veel uitgeven aan advertenties, niet alleen bij Google maar in alle kanalen.”

Daar is CEO David Armstrong van HolidayPirates Group, een reisdealsite die in Nederland opereert onder de naam Vakantiepiraten.nl, het niet mee eens. Het bedrijf bestaat zeven jaar, heeft meer dan 30 miljoen websitebezoeken per maand, 9,5 miljoen Facebookfans en meer dan 10 miljoen app downloads. En dat alles zonder een euro uit tegeven aan Google AdWords. Tijdens Emerce Travel lichtte Armstrong toe hoe HolidayPirates dat voor elkaar heeft gekregen.

“Onze overtuiging is dat je moet vissen waar de vissen zitten. Wij richten ons op de generatie Z en de millennial reiziger en die zit op social media, messaging services als WhatsApp en Facebook Messenger en in onze eigen mobile app. Je kunt wel veel geld in nieuwe kanalen gooien om verkeer te kopen maar dat is geen houdbare tactiek. Je moet de kansen begrijpen die elk kanaal biedt voor organische groei.”

Succesrecept: vier ingrediënten

David Armstrong, HolidayPiratesArmstrong deelt graag het recept waarmee HolidayPirates dit voor elkaar heeft gekregen. Er zijn volgens hem vier ingrediënten: authenticiteit, transparantie, relevantie en call-to-action. “Je moet authentiek zijn, mensen entertainen en de juiste toon aanslaan, afhankelijk van je merk en het kanaal dat je gebruikt. Ten tweede is transparantie belangrijk, niet alleen door goede deals te laten zien maar ook door open zijn over wat je goed en slecht doet. De derde component, relevantie, spreekt voor zich. En ten vierder heb je een call-to-action nodig die mensen aanspreekt. Met dit alles bouw je vertrouwen op en inspireer je bezoekers. Dat is hoe wij traffic aantrekken.”

Armstrong benadrukt dat het niet nodig is om op conversie aan te sturen. Hij laat ter illustratie een Facebookpost zien van een waterpark met opblaasbare eenhoorns. “Niemand gaat een trip naar dit park boeken, dat is niet waarom we het op Facebook plaatsen. Ons doel is om engagement te creëren. Mensen delen en liken dit soort berichten en zo wordt ons merk steeds weer geladen op verschillende social media. Daarom delen wij heel vaak inspirerende foto’s en video’s, zonder daar direct conversie op te verwachten. Social media draait niet om het pushen van iets zodat je het kunt verkopen. De aanpak is anders. Als je adverteert op Google, dan wil je iemand ‘vangen’ die de intentie heeft om nú iets te boeken en daarom aan het zoeken is. Wij willen met geweldige content mensen inspireren en zo likes en shares krijgen. Ze moeten in contact willen blijven met je merk en blijven terugkomen, omdat ze het vertrouwen hebben dat jouw merk de aangewezen partij is als ze een vakantie zoeken.”

Messaging belangrijker dan social media

Met deze aanpak is HolidayPirates van minder dan een half miljoen volgers op Facebook in 2013 naar bijna tien miljoen dit jaar. Het websiteverkeer laat eenzelfde groei zien, van zo’n 25 miljoen bezoeken in 2013 naar 325 miljoen in 2017.

Interessant is dat het gros van het verkeer mobiel is. In 2017 was 14 procent van de traffic afkomstig van desktop, de overige 86 procent was voor rekening van mobiel en de app. “Daarom richten we ons voor onze toekomstige groei niet alleen op social media maar vooral op messaging,” zegt Armstrong. “Mensen brengen inmiddels meer tijd door op messaging platformen dan op social media, dus dat is voor ons de place to be. We zijn vrij vroeg begonnen met het aanbieden van een WhatsApp-dienst waar mensen zich op kunnen abonneren. Dit is wederom ingegeven door onze doelgroep, millennials en generatie Z. Zij hebben misschien een e-mailadres omdat het moet, maar gebruiken liever messaging. Daarom zijn we nu ook bezig met Facebook Messenger. Daarnaast blijft onze app een belangrijk medium om content te delen met onze gebruikers.”

Vroeg surfen

Het ecosysteem van HolidayPirates is dus gericht op het zenden van deals en delen van inspirerende contant zodat er een band en interactie ontstaat met de doelgroep die vervolgens blijven terugkomen om vakanties te zoeken en te boeken. “Dit bereik je niet met Google. Je betaalt om iemand vanaf Google naar je website te krijgen maar hoe weet je dat diegene de volgende keer niet gewoon weer zijn zoektocht op Google begint? Via social media blijft je frequent in contact en komen mensen terug naar je website of app. Twee derde van onze bezoekers zijn bestaande gebruikers, 34 procent is nieuw. Dat toont aan hoe houdbaar ons ecosysteem is. Ik denk niet dat er bedrijven zijn die net zo snel groeien als wij met dezelfde resultaten.”

Geeft HolidayPirates dan helemaal geen geld uit aan traffic? Jawel, maar niet aan Google en het levert slechts 7 procent van het totale aantal bezoekers. “Al het andere verkeer is organisch. Als je kijkt naar de verdeling dan is 33 procent van de traffic organisch, 27 procent komt binnen via de app, eveneens 27 procent via social media, 7 procent is zoals gezegd betaald en 6 procent is CRM.”

Het is HolidayPirates dus gelukt door een merk buiten social media op te bouwen door alleen te investeren in social media. “Ons succes komt doordat we vroeg op de golven proberen te surfen,” is de overtuiging van Armstrong. “Het is een risico om van de platgebaande paden afwijken, zoals wij deden toen we in 2012 begonnen op Facebook, maar daar zijn we nu wel het grootste reismerk. Voor de investeringen in de app en instant messaging geldt hetzelfde – we waagden een gok en het pakte goed uit. We kijken nu hoe we voice kunnen gebruiken. Wat er verder nog komt? Ik weet het niet, maar zodra het in de verte aan de horizon te zien is gaan wij ermee aan de slag.”



Lees het volledige bericht op Emerce »