Posts Tagged ‘kpn’

Takeaway.com gaat opgegeten worden, alleen door wie?

Posted 22 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De food delivery market is in een interessant spel terecht gekomen. Ik heb met interesse de beursgang van het meest recente succesvolle beursgang gevolgd: Takeaway. Een typisch internetplatform waar potentieel veel winst in zit. Dat wil zeggen; het bedient twee partijen tegelijkertijd. En Takeaway is de virtuele middle man die aan elke transactie wat overhoudt. Aan beide kanten. Lees hieronder mijn voorzichtige conclusie dat Takeaway overgenomen gaat worden. Het is alleen nog de vraag op welk moment, en voor welk bedrag…

Takeaway is het mooiste bedrijf dat er bij is gekomen op de Amsterdamse beurs afgelopen jaar. Het bedrijf zit in een belangrijke fase waar de kern gigantisch groeit. Tegelijkertijd wordt het zelf alweer aangevallen door de nieuwe spelers in de markt. Het bedrijf begeeft zich plots in een arena met nieuwe vechters zonder dat het nog dezelfde wapens bezit.

Het heeft nu technologie geacquireerd met ‘Bloomsbury food delivery’ om ook — naast alleen orderafhandeling — ook de logistiek van ‘thuisbezorgd’ te doen. Nu is het de vraag of Takeaway daarin niet al teveel achterstand heeft.

Bedrijf Thuisbezorgd

Het initiële model van Takeaway is eigenlijk die van het pre-internet tijd. De lokale pizzabakker opbellen om pizza’s thuis te laten bezorgen. Dat model is naar online getrokken, en vervolgens naar een mooie app en goede mobiele website. Daar is een platform omheen gebouwd zodat de consument de keuze kreeg van de opties in de buurt om eten te bestellen.

Zorgen dat die pizzeria meer orders binnen krijgt is de hoofdtaak van Thuisbezorgd.nl. En vervolgens zijn daar een heleboel andere ‘afhaal-’ restaurants ook op aangesloten. De Chinees, Indisch en de ‘lokale’ Thai. Zij krijgen via een mooi systeempje in de keuken extra orders binnen, het eigen personeel doet controle op de order -de eerste keer vaak nabellen- en brengt die, via de scooters voor de deur, rond in de nabijheid.

De consument krijgt van Takeaway een platform aangeboden waarop het kan kiezen op basis van de postcode en de restaurants die er op zijn aangesloten. Dit is een potentiële miljardenmarkt waarbij de maatschappelijke trend van gemak perfect bediend wordt.

Grote groei in verschillende landen

Daar is Takeaway verdomd goed in geworden, dat niet alleen. Ze hebben ook de rest van de markt uitgekocht of opgekocht zodat zij in de top van deze markt acteren in de landen waar zij actief zijn. Dat is vooral Nederland, Duitsland, Polen, Oostenrijk en België na flinke verschuivingen van activiteiten met de lokale ‘just-eat’ partijen in Europa.

Het gaat goed met Takeaway. De laatste cijfers hebben dan ook er voor gezorgd dat de beurskoers omhoog spoot. Clean en netjes in een kantje het verhaal: Orders +54% year-on-year. Perfect! De waarde van het bedrijf in enkele weken met 30 procent gestegen.

Tipping point

De markt neemt alleen — nu nog met minuscule omvang — een andere wending in de grote steden. Daar is het niet alleen extra orders binnenkrijgen via een platform. Nieuwe spelers in de markt hebben gezien dat er veel gedoe is rondom het uitserveren van het eten. Nabellen van nieuwe klanten, klachten opvangen bij te lang wachten op het eten. Extra personeel alleen voor het rondbrengen van het eten. Veel extra orders betekent ook veel extra problemen voor de restauranthouders die naast piekbelasting in de keuken ook de piekbelasting in de logistiek moeten managen.

Nieuwe spelers hebben al die logistieke taken ook naar zichzelf toegetrokken. Dan kan het restaurant bij zijn of haar kerntaak blijven: Zo goed mogelijk (lekker) eten (op een snelle manier) de keuken uit krijgen.

Dat betekent ook: geen brommeronderhoud, geen personeelonderhoud en allerlei personeel standby hebben staan. En zelfs als service voor de vergrote vraag zijn er extra keukens geplaatst om te doen waar het bedrijf goed in is: gerechten produceren.

Voor al het andere wordt gezorgd, deels door software, deels door de flexibele laag van standby personeel — die net zoals de Ubertaxi’s goed vraag en aanbod opvangen met betrekking tot piekbelasting. Totale ontzorging van de restauranthouders van deze nieuwe service bedrijven.

Deze nieuwe diensten doen namelijk alles van orders binnen halen tot de hele infrastructuur van zorgen dat het bij de persoon thuis komt die besteld heeft. Het lijkt bijna hetzelfde, het is het totaal niet. En dat kan Takeaway pijn gaan doen. Stad voor stad.

Vergelijk het met de mobieltjesmarkt — Nokia was ooit fier koploper in de markt voor mobieltjes die nog gigantisch zou groeien. Nokia zag de iPhone in 2007 gepresenteerd worden maar stond er bij te kijken. Het open platform en het high-end platform zag het in no-time voorbij steken. Wat als high-end begon, veranderde uiteindelijk de totale markt. Nokia heeft misschien langste tijd wel het grootste marktaandeel gehad, van het ‘dumbphone’ segment. Een langzaam uitstervend soort. En dat het snel kan gaan in een industrie, zo laten de opkomst en de neergang van LG, HTC en Nokia wel zien.

Kleurrijk Amsterdam

In Amsterdam is het rond etenstijd een gekrioel van de verschillende ‘kleuren’ op de fiets, eerst al Foodora en Delivero. Vervolgens ook het krachtige ‘zwarte’ Uber Eats met de miljarden dollars achter de hand (en nog iets veel belangrijkers, later meer daarover). En inderdaad, ook nog steeds de oranje Thuisbezorgdscooters.

Zoals Uber stad voor stad de taximarkt heeft veroverd – al dan niet illegaal – zal dat ook zo gaan met deze deliverydiensten in het Westen. Het probleem alleen is dat er nu vier verschillende diensten zijn in Amsterdam. Dat worden er op lange termijn hoogstens twee met misschien nog een sukkelende derde. Een flinke vechtersmarkt dus waar voorlopig verliezen worden geaccepteerd om uiteindelijk als marktwinnaar de monopolie positie ten gelde te maken.

Tornado

Het alweer 20 jaar oude boek Inside the Tornado van Geoffrey Moore legt perfect uit wat er nu in deze markt gaande is. Alles en dan ook echt alles voor marktaandeel en snelle groei. Dat is een kwestie van lange adem, veel geld of ergens een powerknop vinden in je eigen marketing en sales activiteiten.

Daar komt de power van Uber om de hoek zetten. Zij hebben het meest belangrijke: de creditcardinformatie van huidige Uberklanten — de welgestelde carrièredoelgroep die vaak deze manier van eten verkiest uit gemak en snelheid. Het grote voordeel is dat deze doelgroep de prettige Uberervaring kent. Uber Eats heeft een grote drempel verlaagd door deze doelgroep in de steden al bereikt wordt via de Uber App.

Service level up

Uber gebruikt zijn technologie. Én dus nog betere service voor de consumenten die eten bestellen. Je ziet letterlijk je eten naar je toe gebracht worden via de app. Waarbij je ook al — via je creditcard — in twee klikken je eten hebt betaald zonder uit de app te stappen.

Ik heb het zelf geprobeerd en naast de Uber app ook de Uber Eats app gedownload op mijn mobiel. Binnen een druk op de knop waren al mijn gegevens ingeladen binnen Uber Eats, een minuut later eten besteld via de al automatisch gekoppelde creditcard. Zestien minuten later stond het eten voor mijn deur.

Zestien minuten! Voor een restaurant dat een kleine twee kilometer weg lag, okay, het was een burrito met nacho chips. En het was verre van het beste wat die ik ooit gegeten heb. Maar holy shit: in zestien minuten een volwaardig avondmaal gebracht. Waarbij de koerier nog twee minuten voor de verkeerde deur stond ook.

De grootste concurrent komt dus niet van Just Eat (ook het oude Thuisbezorgd / Takeaway concept) maar van Deliveroo, Delivery Hero (Foodera), Uber Eats en …. drumroll …. zelfs Amazon gaat zich roeren in deze markt. (Hoewel dat voorlopig alleen in de States zal zijn).

Het zijn dus de bedrijven die ook de logistiek meepakken van de order en dus aan beide kanten van het platform de service verhogen, want in ‘eigen’ beheer via rating & review. Het is niet alleen markt afpakken, het is ook nog eens de high-end van de markt afpakken van Takeaway, waar het meeste op wordt verdiend.

Investeren voor de toekomst

Dat is de tegenstand, allemaal bereid om flink te investeren in het netwerk en het bedrijf, om later als winnaar op de lange termijn winsten af te romen.

De acquisitiekosten van nieuwe klanten voor Uber kunnen, inclusief het Uber Eats, hoger zijn juist doordat Uber op deze wijze twee markten bediend. Eenmalig kosten maken voor customer acquisition en vervolgens de klanten op meerdere markten bedienen.

Wereldwijd worden de verliezen geschat op drie miljard dollar in het afgelopen jaar voor Uber. No problem. Tegelijkertijd maakt dat het bedrijf zelf 60 miljard dollar waard. (Als het al niet meer is ondertussen). Juist vanwege de achterliggende netwerkeconomie-gedachte. Dezelfde aanpak zie je terug bij Amazon. Elke node extra op het netwerk zorgt voor extra veel waarde van het totale netwerk.

Daar moet Takeaway tegen concurreren. En dus flink geld uitgeven aan de marketingcampagne. Concurrentie is nooit goed, (voor een bedrijf) heeft Peter Thiel ons geleerd in Zero to One. Peter Thiel is een vreemd figuur, hij heeft het alleen businesswise wel vaak bij het juiste eind.

Netwerkmarkten vervallen altijd in hetzelfde patroon. De winner takes all. Zie Facebook, zie Spotify, of geheel vroeger… het Christendom om even een ander voorbeeld te noemen.

Potje risken?

Ergens lijken deze bedrijven een soort van Risk te spelen. (Nico Inberg van IEX vergelijk het met Monopolie tijdens de IPO). Eenmaal gewonnen landen zijn moeilijk te verslaan en het is belangrijk je niet te veel te verspreiden met je huidige legers (lees: cash). Na het veroveren van de markten is het daarna de koehandel met de overgebleven activiteiten die zijn overgebleven in landen die niet kunnen worden gewonnen. Zie de vele uitwisselingen van activiteiten de afgelopen jaren tussen onder andere Takeaway, Just Eat en Delivery Hero (Rocket internet).

Daarbij kan het strategisch zijn om de aanvalsplannen groots te verkondigen om juist andere spelers te misleiden. Zie alle berichtgeving in de Duitse thuismarkt voor Delivery Hero. Met Liefeheld en Foodera is het daar actief in de thuismarkt — die Takeaway claimt te hebben gewonnen maar waar Takeaway miljoenen euros moet investeren in de marketing campagne.

Endgame

Waar sommige nichemarkten nog uiteindelijk gewonnen worden door de liefde voor het product, is het hier heel simpel. Technologie + economische modellen zijn aan het werk. Het is harde business en ‘winner takes all’ markt.

Er zijn vier Nederlandse platformbedrijven waar ik aan moet denken die Takeaway zijn voorgegaan: Booking, Marktplaats, Hyves en KPN. Alle vier zijn zij totaal anders geëindigd.

Er zijn nu vier verschillende scenario’s voor Takeaway- aan de hand van die Nederlandse voorgangers — in mijn ogen, waarvan de eerste drie het meest waarschijnlijk:

  1. Overname door grote partij: Het Booking.com scenario- Takeaway wordt direct overgenomen en kan onder die paraplu doorgroeien als leading brand. Mooie premie op de beurskoers en iedereen blij.
  2. Overname door grote partij: Het Marktplaats scenario — Een overname waarbij de gewonnen landen gelden als cashcow en het operationeel lekker blijft doordraaien zonder grote investeringen of uitbreidingen. De landen zijn verdeeld en Takeaway is overgebleven als kleine lokale sterke speler en wordt voor een kleine premie overgenomen.
  3. Zelfstandig — Het Hyves Scenario — Op de top van de Nederlandse markt en enkele buitenlandse activiteiten die worden ontplooid, maar de grootste internationale speler walst uiteindelijk na een aantal jaar toch het bedrijf omver. Wachtend op de prins op het witte paard wordt het bedrijf uitgemergeld en uiteindelijk weggevaagd.
  4. Zelfstandig — Het KPN scenario — Takeaway zal zich steeds verder terug moeten trekken en opgesloten zitten in het eigen land. Wachtend tot er een keer een overname komt van een grote buitenlandse partij. Hoge marges blijven draaien op de omzet maar weinig groei op de lange termijn. Door zo erg op enkele landen en activiteiten te focussen overleeft Takeaway zelfstandig. Maar geen lange termijn groei meer door gebondenheid aan de geografische grenzen en de merkportefeuille die niet internationaal is.

Nu is Takeaway 1,3 miljard euro waard. Dit is natuurlijk een prachtprestatie van oprichter Jitse Groen. De waardering op de beurs is alleen wel bijna 20 keer de omzet van 2017. Nu weet ik dat exponentiële groei bijna niet te bevatten is en dus dat het — ondanks de mega waardering — ook nog simpelweg goedkoop kan zijn op de lange termijn.

Alleen de absolute waardering op lange termijn zit mijn inziens nu op slot omdat:

  1. De expansie gelimiteerd is aan de huidige landen. Het is nu eerder slim onderhandelingen over huidige activiteiten, dan oorlog voeren en nieuwe ‘werelden’ veroveren.
  2. Er nieuwe concurrenten bij zijn gekomen die extra service leveren. Takeaway moet hier opboksen tegen wereldwijde spelers en loopt simpelweg achter op dit gebied. Ze kopiëren deze ‘logistieke’ spelers nu wel in de steden maar ik vrees dat zij te laat zijn.

In 2016 zal de omzet hebben gelegen op circa 75 miljoen waarbij men zwaar moest investeren in de Duitse tak. En met de 49 miljoen orders is het internationaal gezien nog een kleintje vergeleken met de andere Europese spelers Just-Eat (2016 net onder de 100 miljoen orders) en Delivery Hero die recent ook Foodpanda binnen heeft gehengeld (en nu gezamenlijk 20 miljoen orders per maand verwerkt)

Gaat deze markt vervallen in echt pure wereldwijde monopolie? Zoals Facebook dat is, of in een markt waar landsgrenzen nog belangrijk zijn zoals bijvoorbeeld bij telco’s / kabelaars zoals kpn/ Vodafone? Moeilijk te zeggen. Verdere overnames in deze markt lijken in ieder geval onvermijdelijk.

De vraag is wat dan de huidige lokale marktdominantie waard is? In een groeimarkt, maar waar wel direct alweer aan de stoelpoten wordt gezaagd door de nieuwe spelers met een completer servicepakket.

Welke kant het op gaat? Ik heb een idee, zie het Nokia verhaal. Het zal in ieder geval zorgen voor grote uitschieters van de beurskoers.

P.S. Ik schrijf deze stukken puur uit interesse voor nieuwe technologie en trends. Schrijven helpt mij om de eigen gedachten te ordenen en vooral later terug te lezen hoe fout ik het had. Op moment van schrijven geen positie in bovengenoemde bedrijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

KPN ontkent schrappen eigen content voor KPN Presenteert

Posted 21 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Door tegenvallende resultaten gaat KPN binnen een aantal maanden de productie van eigen content voor het on demand kanaal afbouwen, zo meldde Adformatie maandag. KPN zegt dat daarvan geen sprake is en KPN Presenteert ‘belangrijk blijft’.

Volgens ingewijden stopt KPN ‘binnen drie maanden’ door tegenvallende kijkcijfers voor het grootste deel met de eigen content. Alleen de serie Brussel, naar een scenario van Leon de Winter, blijft bestaan.

KPN zegt dat KPN Presenteert ‘goed gewaardeerd’ wordt en het formaat zal ook dit jaar wordt aangevuld met ten minste een nieuwe titel.

KPN Presenteert werd eind 2015 gelanceerd. Het idee was om kijkers te lokken met eigemaakte programma’s, zoals Ijstijd en Clubhuis 16.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

'KPN Presenteert staakt productie eigen content'

Posted 20 Feb 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Door tegenvallende resultaten gaat KPN binnen een aantal maanden de productie van eigen content voor het on demand kanaal afbouwen.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

KPN herhaalt interactief b-to-b-event The Digital Dutch

Posted 15 Feb 2017 — by Adformatie
Category nieuws

'De eerste editie is zo goed ontvangen, dat we hebben besloten onze klanten opnieuw mee te nemen in de wereld van de digitale transformatie.'

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Brede coalitie tegen phishing

Posted 04 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bedrijfsleven, brancheorganisaties en overheid gaan gezamenlijk misbruik zoals phishing en het afluisteren van e-mail aanpakken. Daartoe hebben zij met steun van het ministerie van Economische Zaken de Veilige E-mail Coalitie opgericht.

E-mail is een zeer veel gebruikt communicatiemiddel. Daarvoor is het wel belangrijk dat verzenders en ontvangers in de gehele keten moderne beveiligingsmaatregelen en daarbij behorende standaarden toepassen. De standaarden zorgen ervoor dat internetcriminelen niet zomaar uit naam van andermans e-mailadres phishingmails kunnen versturen.

In die coalitie nemen diverse partijen deel, zoals PostNL, KPN, Betaalvereniging Nederland, DDMA, Thuiswinkel.org, VNO-NCW, MKB-Nederland, Stichting Zeker-Online, Dutch Datacenter Association, Stichting DINL, XS4ALL, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Rijks-CIO), Fraudehelpdesk, Nederland ICT en de Belastingdienst.

Onder meer gaan ze het gebruik van e-mailbeveiliging verder versnellen door onderlinge kennisdeling en promotie. De betrokken partijen nodigen andere bedrijven en overheden uit om zich aan te sluiten en gebruik te maken van de kennis binnen de coalitie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

T-Mobile en KPN stoppen met MMS

Posted 03 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

T-Mobile stopt in Nederland in 2019 met MMS. Dat bevestigt de aanbieder tegen Tweakers. De multimedia opvolger van SMS is nooit echt aangeslagen, vanwege de onzekerheid over kosten.

De maximale berichtgrootte is slechts 320KB, net voldoende voor een gecomprimeerd foto. Het aantal gebruikers is volgens T-Mobile ‘minimaal’.

KPN stopt al per 1 juli 2017 met MMS.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Samsung maakt plaats voor KPN

Posted 03 Feb 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Audi hoogste nieuwe binnenkomer in Merken Top 40.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Joris Broekmans Directeur Customer Experience Koninklijke Auping

Posted 02 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Koninklijke Auping stelt Joris Broekmans (1977) aan als Directeur Customer Experience. Broekmans wordt binnen Auping onder andere verantwoordelijk voor het ontwikkelen en uitvoeren van de strategie – nationaal en internationaal – op het gebied van digital, e-commerce, CRM en (store)format.

Broekmans werkte hiervoor als Global head of digital & CRM bij Unilever Food Solutions en als Senior Marketeer bij KPN.

Broekmans ziet grote uitdagingen. ‘Ik zie Auping als een start-up van 128 jaar oud. Auping wil steeds voorop blijven lopen en transformeert mee met de snel veranderende wereld. Het is een kwalitatieve en duurzame producent met prachtproducten die op klantorder geproduceerd worden met snelle levertijden.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Omzet KPN weer onder druk

Posted 01 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

KPN kampt met dalende omzetten, al werd de lagere omzet in de zakelijke markt in het vierde kwartaal deels gecompenseerd door positieve resultaten in de consumentenmarkt.

De omzet kwam uit op 1,723 miljard euro, een verlies van 1,3 procent ten opzichte van 2015. EBITDA groeide 8,3 procent naar 626 miljoen, de nettowinst was met 115 miljoen euro fors lager. Dat omdat KPN eenmalig extra kosten maakte voor de inkoop van schuldpapier.

KPN is tevreden met zijn positie als ‘toonaangevende speler’ op het gebied van vast-mobiele dienstverlening. In het vierde kwartaal versterkte KPN deze positie doordat nu ook XS4ALL-klanten gebundelde diensten kunnen afnemen.

Aan het einde van het vierde kwartaal had 37 procent van het aantal breedbandklanten – 1,077 miljoen huishoudens – een combinatie van vast-mobiele diensten,2015).

In het vierde kwartaal van 2016 steeg het aantal interactieve TV-klanten per saldo met 18.000 en er kwamen per saldo 2.000 nieuwe breedbandklanten bij. Het aantal mobiele abonnees steeg per saldo
met 19.000.

In alle segmenten van de zakelijke markt migreert KPN klanten naar geïntegreerde diensten en nieuwe technologieën. De vraag naar multi play en IT-diensten groeit, maar dit is nog niet voldoende om de daling in traditionele telecomdiensten te ondervangen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

SODAQ’s slimme sensoren koppelen 1.001 dingen aan het IoT

Posted 31 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Miljarden autonome dingen kunnen aan het internet geknoopt worden: bruggen, prullenbakken, fietsen, beregeningsinstallaties. Sensorontwikkelaar SODAQ versnelt de opmars van het Internet of Things (IoT) door met LoRa verbindingen te leggen tussen ding en web. Jan Willem Smeenk, CEO van SODAQ, levert de bijbehorende hard- en software. “Wij doorbreken moeizame processen in vastgeroeste bedrijven en maken het IoT duurzamer en efficiënter.”

SODAQ gebruikt het efficiënte LoRa-netwerk om zaken aan te sluiten op het Internet of Things. LoRa is de afkorting van long range. LoRa zorgt ervoor dat kleine hoeveelheden informatie eenvoudig uitgewisseld kunnen worden over een lange afstand.

Wat is SODAQ in één tweet?

“SODAQ is een pionier in de ontwikkeling van hard- en software voor een duurzaam Internet of Things.”

Waarom wil je een duurzaam IoT?

“Volgens een voorspelling van de Gartner Group zijn er in 2050 meer dan honderd miljard IoT-apparaten. Stel dat die allemaal van stroom worden voorzien door één penlightbatterij met een levensduur van een jaar. Het zou betekenen dat er jaarlijks vier miljoen ton batterijen weggegooid worden: vijfhonderd olympische zwembaden vol met lege batterijen. Wij streven ernaar zoveel mogelijk IoT-apparaten op zonne-energie te laten draaien.”

Wat doet SODAQ?

“Wij ontwikkelen hardware-oplossingen – zoals sensoren en modules – waarmee particulieren of bedrijven zelf autonome dingen aan het IoT kunnen hangen. Dat werkt via Arduino, een open source-platform dat bekendheid geniet bij mensen die geïnteresseerd zijn in microcontrollers. Iedereen kan daarmee leren programmeren en op een eenvoudige wijze onze hardware aansluiten op het LoRa-netwerk.”

Voor welke doeleinden kun je SODAQ gebruiken?

“De mogelijkheden zijn eindeloos. Je kunt het apparaatje dat je bij ons koopt en vervolgens programmeert bijvoorbeeld in het achterlicht van je fiets wegstoppen. Zo heb je een tracker voor je fiets. Als je fiets gestolen wordt, kun je hem volgen via je smartphone door Google Maps te openen.”

Hoe werkt dat op technisch vlak?

“Onze gebruikers kunnen kiezen uit verschillende LoRa-netwerken, zoals KPN of The Things Network. Met onze software gaat jouw positie-informatie door een LoRa-netwerk naar een LoRa-server. Het zijn dus de servers die de informatie presenteren, in een app.”

Hoe is het idee tot stand gekomen?

“Op verzoek van de beheerder van een natuurpark in Oost-Afrika. Ik was daar beroepshalve. We kregen de opdracht om een tracker te maken, die onze opdrachtgever vervolgens aan dieren kon hangen, bijvoorbeeld als halsband, oormerk of op de hoorn. Hij wilde altijd en overal neushoorns kunnen volgen, maar de tracker kan ook de aanwezigheid van een mens detecteren door de bewegingspatronen en het gedrag van de neushoorn te monitoren. Als er dan iemand in de buurt van een neushoorn komt, dan geeft de tracker een signaal af naar de parkbeheerder. Zo weet hij dat er iets aan de hand is én kan hij bijvoorbeeld het doodschieten van een neushoorn voorkomen.”

En wat heb je daarna ondernomen?

“Bij terugkomst in Nederland hebben wij het product gelanceerd op het crowdfundingplatform Kickstarter. Om een gezond businessmodel te realiseren, wilden wij ons natuurlijk niet alleen richten op neushoorns. Daarom zijn we een universele, multi-functionele tracker gaan ontwikkelen die je overal op kunt hangen. Dit is bedoeld voor alles wat je niet wilt kwijtraken. Hang er een tracker aan en volg het product. Of de neushoorn. Inmiddels maken we tal van sensor- en trackingproducten.”

Waarom juist ontwikkelingslanden?

“Sinds 1992 ben ik actief in Afrika. Op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken ben ik naar Tanzania gereisd om het land meer aan te sluiten op internet. Op het hele continent heeft internet in de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt. Afrika wordt minder gehinderd door de wet van de remmende voorsprong. In Tanzania, een van de armste landen ter wereld, heeft vrijwel iedereen een mobieltje. Maar voorheen hadden ze helemaal geen telefoon. De stap van vaste telefonie hebben ze gewoon overgeslagen. Dat mobiel een integraal onderdeel is geworden van het dagelijkse leven, biedt kansen.”

Kun je een concreet voorbeeld geven?

“Stel, je bent daar maïsboer. Vroeger had je geen flauw benul van wat je oogst zou gaan opbrengen in de markt. Nu kun je bellen met je neef uit de stad om de actuele prijs even te checken. Zo gaat ook het IoT in de toekomst een belangrijke rol spelen. Met de sensoren die wij aan boeren leveren, kunnen zij bijvoorbeeld de kwaliteit van het water waarmee zij hun akker besproeien meten. Een laag of hoog zoutgehalte kan wel twintig tot dertig procent schelen in de opbrengst voor een boer.”

Wat is jouw verdienmodel?

“De producten die SODAQ ontwikkelt, de hardware zoals sensoren dus, verkopen we in de webshop. Inmiddels hebben we duizenden stuks verkocht. Sommige producten kosten slechts een paar tientjes. Onze producten gaan de hele wereld over om vanaf de meest afgelegen locaties aangesloten te worden op het IoT. We zijn momenteel aanwezig in achtenveertig landen, van Colombia en Peru tot Zuid-Afrika. Vanochtend heb ik nog een pakket op de bus gedaan voor Japan.”

Wie zijn je partners?

“Een grote partner van ons is de chipfabrikant Microchip. Ook werken wij samen met Akvo, een bedrijf gespecialiseerd in water. Deze combinatie zorgt ervoor dat wij goedkope en slimme producten kunnen maken die makkelijk toepasbaar zijn in ontwikkelingslanden. De sensoren werken overigens op zonne-energie.”

Welke klanten heb je?

“Het is een mix van particulieren en bedrijven. Door de diverse succesvolle Kickstarter-campagnes in 2014, 2015 en 2016 hebben wij veel publiciteit gekregen. In het algemeen kan ik zeggen dat onze doelgroep mensen van over de hele wereld omvat, van rond de dertig jaar jong, met een bovenmatige belangstelling voor solartechniek. De meeste bedrijven die ons benaderen zoeken naar een specifieke IoT-oplossing en hebben daarvoor onze hardware nodig.”

Wat voor specifieke oplossingen?

“We hebben een klant in Spanje die zich bezighoudt met het aanleggen van irrigatiesystemen op golfbanen. Een golfbaan moet altijd groen zijn. In Spanje is het zeer droog, dus water is het vloeibare goud. Als je wilt zorgen dat de golfbaan er optimaal bijligt, moet je nét genoeg water gebruiken. Niet te weinig, maar zeker niet teveel. Met onze sensoren kunnen wij dit waarmaken. Wij meten de droogte, onze klant heeft de app en weet zo precies hoeveel water hij moet geven. Dit is het type klant dat zó tussen de tien of honderdduizend van onze modules bestelt.”

En verder?

“Bijvoorbeeld Kukua. Wij hebben werken nauw met hen samen in Afrika. Het bedrijf specialiseert zich in zo accuraat mogelijke weersverwachtingen, op basis waarvan ze boeren adviseren. Zo kunnen zij hun inkomen sterk verhogen. Kukua wendt onze producten aan om meetapparatuur op de geschiktste locatie op te stellen.”

Zijn er concurrenten?

“Ja. Bijvoorbeeld Libelium uit Spanje. Maar de markt is zo groot dat wij ze zien als collega’s. Het Internet of Things is enorm. En er wordt zelfs voorspeld dat er rond 2020 meer dan 25 miljard apparaten wereldwijd met elkaar verbonden zijn. Momenteel is er eerder een tekort dan een overvloed aan leveranciers.”

Zie je het IoT als een disruptieve innovatie?

“Zeker. Een maand geleden zat ik bij de gemeentereiniging in Hilversum. Ze wilden prullenbakken in de openbare ruimte slimmer legen. Standaard maakte de reiniging elke week een rondje langs alle bakken, en leegde ook de halfvolle. Door een slimme sensor in de prullenbak te integreren met het navigatiesysteem, wordt de chauffeur van volle naar volle prullenbak geleid. Het is een ogenschijnlijk futiele alledaagse functionaliteit, maar daarin schuilt voor mij juist de disruptie. Er zijn talloze toepassingen te bedenken waarvoor het IoT een oplossing biedt.”

Waar ben je nu mee bezig?

“In opdracht van de provincie Zuid-Holland maken we een systeem waarmee we signaleren of er een brug open gaat. Openstaande bruggen veroorzaken vaak lange files. Nu wordt er pas een signaal naar je navigatiesysteem gestuurd wanneer de brug al open is. Dat kan eerder. Daarvoor ontwerpen we een lichtsensor voor verkeerslichten én een bewegingssensor voor slagbomen. Die signalen worden vervolgens verstuurd naar je navigatiesysteem zodat je kunt anticiperen. Inmiddels doen wij dit voor vijftig testbruggen in Zuid-Holland, met het doel om het uit te breiden naar heel Nederland.”

En voor de toekomst?

“Wij geloven in het tracken van objecten, zoals je fiets. Hier willen we dus verder in gaan. Ook zien wij het voordeel van sensoren bij logistieke processen. Kijk maar naar de vershoudbloemen van Albert Heijn. Op de sticker staat dat deze bloemen gegarandeerd zeven dagen goed blijven. Ze kunnen onze sensoren gebruiken om de perfecte omstandigheden te handhaven.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met mijn collega Lotte Anne van Vemde. SODAQ was deelnemer tijdens de Accenture Innovation Awards 2015. Bekijk hier de winnaars van dit jaar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Test KPN combineert vaste en mobiele netwerken

Posted 30 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

KPN gaat in de gemeente Nijkerk een nieuwe technologie testen waarmee de internet bandbreedte van inwoners in de buitengebieden van Nederland een flinke boost kan krijgen. Hiervoor combineert KPN de bandbreedte van het vaste netwerk met die van het mobiele 4G-netwerk.

De breedband verbinding gebruikt in de basis het vaste netwerk. Er kan capaciteit van het mobiele netwerk worden bijgeschakeld (4G) wanneer de maximale capaciteit van de vaste lijn is bereikt. Hiervoor wordt de Experiabox router van KPN uitgebreid met een extra unit.

In de komende maanden zullen zo’n tweehonderd KPN-klanten in het buitengebied van Nijkerk deze techniek gaan testen. De test start in april 2017 en zal enkele maanden duren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

inSided opent kantoor in New York

Posted 30 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Technologiebedrijf inSided uit Amsterdam opent zijn hoofdkantoor voor de Amerikaanse markt in New York. Er is vijf man aangesteld om vanuit The Big Apple de lancering te begeleiden.

De leverancier van community engagement-software investeert komende periode anderhalf miljoen euro in het optuigen van de Amerikaanse activiteiten. Een kantoor in de mediahoofdstad met getrainde mensen moet de Nederlanders goed positioneren om een impact te maken in een nog groeiende markt.

Ondernemers Wouter Neyndorff en Robin van Lieshout (rechts en links op de foto) ontwikkelden afgelopen jaren technologie waarmee grote bedrijven op hun eigen domein discussiefora kunnen inrichten voor hun klanten. De gedachte daarachter: waarom moeten klanten op externe fora over je producten en diensten praten, ook klagen, als je dat platform ook zelf kunt hosten. Niet om discussies in de kiem te smoren, maar te faciliteren en snel van reactie te kunnen voorzien.

Dit platform draait volledig in de Amazon-cloud en biedt integraties met onder meer CRM- en businessanalyticssystemen.

Begonnen in Nederland, onder meer bij de NS en T-Mobile, rolde inSided zijn systeem uit naar andere Europese landen. Het claimt nu Europees marktleider te zijn. Bedrijven als Sonos, SoundCloud, Philips, Telefónica en BNP Paribas behoren ook tot de klanten. Zij zien miljoenen consumenten over hun fora trekken.

Begin 2016 haalde het bedrijf zes miljoen euro venture capital op bij Ventech, Henq en Fortino Capital. Een significant deel daarvan wordt nu aangewend voor de Amerikaanse groeiplannen. “Doordat bedrijven steeds meer investeren in de digitale klantervaring, realiseerden we dat inSided merken weer relevant kan maken”, aldus Duco Sickinghe, partner bij Fortino Capital en bestuursvoorzitter van KPN.

In 2016 is het aantal medewerkers gegroeid van veertig naar negentig. En er zijn nog vijftig vacatures, onder meer bij de kantoren in London, Berlijn en Madrid. De licentie-opbrengsten stegen in datzelfde jaar met de helft. Over de omzet en winst worden geen uitspraken gedaan.

Interview met Robin van Lieshout in het najaar van 2015:



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marketingbudgetten Online groeien nog 20%

Posted 20 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Topmarketeers in Nederland geven aan dat ze hun marketingbudgetten komende drie jaar met nog eens een vijfde opschroeven, van 54 procent nu naar 66 procent in 2020.

Dat blijkt uit een onderzoek van Deloitte Digital in opdracht van IAB Nederland, dat zojuist verscheen. De onderzoekers spraken met eindverantwoordelijken voor Marketing bij bedrijven als Achmea, Bol.com, Corendon, ING, KPN, Nederlandse Loterij, Nestlé en Unilever.

Het is niet verrassend dat er meer aan online video en Mobiel zal worden uitgegeven. Wel opmerkelijk is dat de respondenten nog niet weten of die budgetplus ook naar radio en televisie gaat. Het is hen kennelijk niet duidelijk of deze gevestigde mediakanalen wel digitaal genoeg zijn.

Adverteerders van deze tijd willen namelijk niet enkel banners en pre-rolls kopen. Ze willen aan de hand van eigen klant- en profieldata bepalen waar ze hoe welke commerciële boodschap uitventen. En dat kunnen ze bij radio en televisie vooralsnog onvoldoende. De reclamestraten daar zijn onvoldoende programmatic ingeregeld.

Driekwart van de ondervraagde verwacht over drie jaar de belofte van een-op-een reclame te kunnen inlossen. Qua targeting althans. Of de creatie, de inhoud van de boodschap, dat ook is valt nog te bezien. Die praktijk staat momenteel in de kinderschoenen en wordt amper op schaal toegepast.

Marketeers beseffen ook dat ze ook nog veel moeten investeren in technologie en in verdere automatisering van hun marketingsystemen. Daarbij lopen ze tegen het probleem aan dat het aanbod momenteel erg groot en vooral versnipperd is. Het regent adtech-specialisten die tal van diensten aanbieden, ieder weer met net een andere smaakje. Giganten als Adobe, Facebook, Google en Oracle profiteren daarvan omdat ze het hele pakket aanbieden. Maar wel tegen een corporate tarief.

Het Deloitte-onderzoek laat zien dat 36 procent van de ondervraagden zelf een Data Management Platform (DMP) heeft. Iets meer dan de helft, 55 procent, is bezig een DMP te installeren.

Iets meer dan een kwart van de respondenten (27%), toch niet de kleinste bedrijven, heeft nog helemaal geen datastrategie geïmplementeerd. Een op de drie van de ondervraagden (35%) vindt het überhaupt lastig om inzichten te onttrekken aan data. Dat is wellicht een van de grootste uitdagingen waar professionele marketeers mee te kampen krijgen. Te veel data om mee te werken. Techniek is niet de drempel, kennis en kunde van de specialist wel.

Een trend die al langer hoorbaar was op de markt, is dat bedrijven steeds vaker hun online marketingactiviteiten in huis gaan doen. Niet meer helemaal uitbesteden aan externe specialisten. Van de ondervraagden doet nu 55 procent dat. Dat percentage groeit komende drie jaar naar verwachting tot 63 procent.

Foto: Peter Boer (c)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Innovatie: waar haal je het vandaan?

Posted 10 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Briljante invallen, ijzersterke ideeën, levensvatbare businessmodellen: ze liggen niet zomaar voor het grijpen. Wat innovators doen, is soms jaloersmakend: waar halen ze hun kennis en ideeën vandaan? Wat is het effect van die bronnen op innovatie? En kunnen we daarbij een verschil aanwijzen tussen startups en middelgrote bedrijven die innoveren?

De antwoorden staan in ‘De innovatiebronnen van kleine ondernemers’: een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en Accenture.

Wat is er zo uniek aan de gegevens van de AIA-deelnemers?

Onderzoeker Rene van der Eijk: “Eigenlijk meten we al sinds 2007, het eerste jaar waarin de Accenture Innovation Awards (AIA) gehouden werden. Over de afgelopen vijf edities hebben we gegevens die valide genoeg zijn om gedegen onderzoek te doen. De werkvorm is fluïde en flexibel: Accenture laat aan de RUG over wat onderzocht wordt. De dataset die het bedrijf in de loop van de jaren heeft opgebouwd, bevat een schat aan informatie over microbedrijven, startups en innovators: uit het pitchproces, over hun ervaringen en verwachtingen, en over de herkomst van hun ideeën.”

Waarom doen de RUG en Accenture dit onderzoek?

“Er bestaan tal van gegevens over waar Nederlandse bedrijven innovatie vandaan halen. Maar het is zo dat alleen bedrijven met meer dan tien medewerkers gemeten worden. De realiteit leert dat zulke organisaties al lang gevestigd zijn. Bovendien ligt het voor de hand dat grotere bedrijven beter in staat zijn om intern ideeën te vergaren, bijvoorbeeld door eigen onderzoek te doen en kennis uit te wisselen. Maar hoe dat bij kleinere bedrijven zit, daarover is nog nauwelijks iets bekend. Die witte plek is nu precies wat ingevuld wordt door de data van de AIA-deelnemers.”

Wat is het praktisch nut van het onderzoek voor startups en andere innovators?

“Startups hebben een grote behoefte aan informatie. Een bedrijf opzetten is een risicovol proces. Er zijn doorgaans weinig financiële terugvalmogelijkheden. De resources zijn beperkt. Wat je doet moet werken, anders zul je vroeg of laat noodgedwongen je idee opzij moeten zetten. Elk bedrijf dat zichzelf serieus neemt is in de opstartfase op zoek naar handvatten. De onderzoeksresultaten bieden die.”

Vanwaar de link met de Accenture Innovation Awards?

“We hebben een enquête gehouden onder de bedrijven die zich inschreven voor de AIA, de belangrijkste innovatieprijs van Nederland. Het is een programma dat innovatie continu op de voet volgt. De apotheose van de AIA is elk jaar de Innovation Summit waar de prijzen worden uitgereikt, in elk van de tien thema’s. Voor de AIA kan elk innovatief en duurzaam concept van Nederlandse bodem, dat jonger is dan drie jaar, zich inschrijven. Een vakjury beoordeelt de concepten per thema in verschillende rondes.

Bedrijven die in afgelopen edities meedongen naar de Accenture Innovation Awards vormen een selecte steekproef uit het totale bestand van micro- en kleine bedrijven in Nederland. Zij meldden zich actief en bewust als gegadigden voor de innovatieprijzen. Deze bedrijven zijn vermoedelijk, in hun eigen perceptie, innovatiever dan vele andere. De winnaars van de innovatieprijzen zijn dat ook in de ogen van de jury. Dat maakt ze tot een goede graadmeter om het effect van innovatiebronnen te meten.”

Wat versta je precies onder ‘innovatiebronnen’?

“Alles wat bedrijven binnen of buiten de eigen bedrijfsgrenzen, of via een partner, aanboren om nieuwe ideeën en kennis op te doen. Intern doen ze dat met eigen onderzoeksactiviteiten, in gespecialiseerde onderzoeksgroepen of in de marge van dagelijkse bezigheden – en alles daartussenin. Bij externe innovatiebronnen gaat het vooral om allerlei informatie verwerven die toegang geeft tot nieuwe kennis. Denk aan beurzen bezoeken en aan samenwerken met gebruikers, klanten, universiteiten, en soms ook concurrenten.”

Samenwerken met concurrenten?

“Dat lijkt tegenstrijdig, maar heeft zich bewezen als succesformule. Het heeft te maken met de derde bron voor innovatie-ideeën: langdurige partnerschappen aangaan met andere partijen in de markt. Zo wend je complementaire kennis samen aan om nieuwe kennis te ontwikkelen die beide partijen kunnen gebruiken. Partnerschappen helpen kleine bedrijven, en vooral startups, de nadelen van hun beperkte omvang en resource-schaarste compenseren.”

Kun je een paar sterke voorbeelden noemen van zulke vitale partnerschappen?

“Eviate van FastTrack Company won twee Accenture Innovation Awards en kwam tot stand in nauwe samenwerking met Air-France KLM, KPN en Samsonite. Hun product is een app op de smartphone, waarmee je in contact staat met je bagage, die je voorafgaand aan je vliegreis in kunt checken. Dankzij het partnerschap met relevante partijen kon het product goed in de praktijk getest worden en was er direct een ‘launching customer’ in de vorm van Air-France KLM.

Een ander voorbeeld is de startup Toogethr. Toogethr is een app die carpoolen makkelijk maakt en zich tot doel stelt de filedruk te verminderen, parkeerproblemen op te lossen en de impact op het milieu te verlagen. Toogethr is overgenomen door Calendar42, dat nu samen met Accenture de app verder ontwikkelt. Onder andere ABN AMRO doet tests om de waarde aan te tonen en Toogethr waar nodig beter te maken.”

 

Wat is het onderscheid tussen kleine bedrijven en microbedrijven?

“De bedrijfsgrootte is bepalend voor de manier waarop bedrijven hun innovatieproces organiseren en in hoeverre daarbij schaalvoordelen te behalen zijn. Daarom onderscheiden we in het onderzoek de categorieën ‘microbedrijven’ en ‘kleine bedrijven’, waaronder je vrijwel alle AIA-deelnemers kunt scharen. Bij die eerste moet je denken aan de initiatiefnemer die als meewerkend voorman fungeert, en hooguit een of twee compagnons heeft. De kleine bedrijven zijn minder pril en hebben naast de initiatiefnemer vaak drie of vier medewerkers.”

Waarom maakt het onderzoek dat onderscheid? En hoe doe je dat?

Om het onderscheid tussen de categorieën scherp te krijgen. Om ervoor te zorgen dat verschillen binnen de categorieën het resultaat niet beïnvloeden, voegen we bedrijfsgrootte als continue variabele toe. We controleren voor de mate waarin bedrijven obstakels in de bedrijfsvoering ervaren. We nemen financiële, kennis-, markt- en overige obstakels mee – obstakels die ook in overheidsbeleid wel erkend worden.”

Waarom onderzoek je juist dat type bedrijven?

“Veel van de economische dynamiek en flexibiliteit in ons land het gevolg van start-ups. Het mkb, de banenmotor van Nederland, krijgt zijn aanwas door start-ups. Het bestuderen van dit deel van de economie is belangrijk voor de BV Nederland. Innovatiebronnen onderzoeken geeft inzicht in de piepjonge bedrijven tot tien werknemers, waar vaak de initiatiefnemer meewerkend voorman is. Dat is om diverse redenen interessant. Als een bedrijf een innovatieachterstand heeft, dan kunnen de onderzoeksresultaten net dat extra zetje geven om het bedrijf over te halen om vernieuwende activiteiten te ontplooien. Microbedrijven verkrijgen innovatieve ideeën anders dan kleine bedrijven. Voor de overheid is dat een gegronde reden om andere keuzes te maken op het gebied van beleid en subsidie.”

Wat maakt het onderzoek vooral waardevol?

“Enquêtevragen die gebruikt worden om te onderzoeken wat de verklaringen zijn voor innovativiteit, bestaan al geruime tijd. Ze zijn opgenomen in de Community Innovation Survey (CIS), met voorsprong de belangrijkste gegevensbron voor innovatieonderzoek in Europa, bijvoorbeeld van Eurostat. CIS-data over Nederland stelt het CBS beschikbaar. Een groot nadeel is dat daarin gegevens ontbreken over bedrijven met minder dan tien medewerkers ontbreken. Dat maakt de informatie over microbedrijven uit ons onderzoek zo waardevol. Daarnaast heeft onze enquête in tegenstelling tot die van CIS een hoge respons. AIA-deelnemers zijn enthousiast bereidwillig om medewerking te verlenen. Ze hebben zich immers zelf ingeschreven.”

Maar hoe meet je nu het effect van kennis en ideeën op innovatie?

“We meten innovativiteit aan hand van de kans dat een bedrijf een patent aanvroeg. Daarnaast bepaalden we welke innovatiebronnen bedrijven gebruikten. Naar het belang van bedrijfsinterne bronnen voor innovatie wordt gevraagd door een vijfpuntsschaal op te nemen, zoals ook in de CIS-enquête gebeurt. Externe bronnen meten we door het aantal benutte exemplaren te tellen. Of er al dan niet met een partner samengewerkt wordt, is een ‘binaire variabele’ die we gebruiken. Tot slot is het, omdat de ene innovatie de andere niet is, van belang te weten of een innovatie alleen in Nederland is geïntroduceerd of tegelijkertijd ook elders.”

Wat zijn de opvallendste resultaten uit het onderzoek?

“Dat startups of microbedrijven veel baat hebben bij een innovatiesamenwerking met een goede partner. Uit de analyse van de uitkomsten van de AIA-enquête blijkt dat microbedrijven (tot tien werknemers) in hoge mate afhankelijk zijn van partners, terwijl kleine bedrijven (meer dan tien medewerkers in dienst) al in belangrijke mate intern kennis ontwikkelen. Kleine bedrijven hebben in de beginfase behoefte aan externe bronnen van kennis bij hun innovatie-inspanningen. Voorlichting over hoe en wat voor startende ondernemers biedt kansen. Het vinden van de juiste partner is de uitdaging. Accenture biedt daarom een programma dat start-ups aan grote bedrijven koppelt. Het werkt met praktische meet-and-greets en verbindingssessies met grote ondernemingen. Zo worden nadelen van een kleine schaal tenietgedaan, en blijven de voordelen, zoals flexibiliteit, behouden.”

Wat kan daarbij de rol van de overheid zijn?

“De overheid zou beleid kunnen ontwikkelen om microbedrijven in contact te brengen met de juiste partners, om de microbedrijven te helpen een samenwerkingsverband aan te gaan. Ik vind het de overweging waard om subsidies te verstrekken die bepaalde vormen van samenwerken faciliteren – grotere bedrijven en publieke organisaties werken immers niet als vanzelf met microbedrijven samen.”

Waar staat dit onderzoek over vijf jaar?

“Het onderzoek naar de kenmerken en achtergrond van ondernemers gaat verder. We blijven barrières in kaart brengen en de invloed van subsidies en samenwerkingsverbanden nagaan. Het zou mooi zijn als dat over vijf jaar heeft geleid tot een succesvolle voorspelling van de drijfveren van toekomstig succes.”

*) Dit blog is tot stand gekomen in samenwerking met Dr. Rene van der Eijk (onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen) en Korik Alons (Strategy Manager bij Accenture). De inhoud is gebaseerd op het artikel Innovatiebronnen voor kleine ondernemers, dat gepubliceerd is in Ondernemerschap & Innovatie van ESB (inloggen met LinkedIn). Je kunt het artikel ook downloaden als pdf.




Lees het volledige bericht op Emerce »

Prijzenoorlog rond mobiel internet verwacht

Posted 10 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Experts verwachten een prijzenoorlog rond onbeperkt mobiel internet nadat T-Mobile gisteravond Go Unlimited EU lanceerde, een tweejarig abonnement voor 35 euro per maand. Bellen en sms’en binnen de Europese Unie is daarbij ook onbeperkt. Voor datagebruik geldt een limiet tot zestig dagen buiten Nederland.

T-Mobile loopt met het aanbod vooruit op het einde van de roamingkosten in juni van dit jaar. Dan kost mobiel internet binnen de EU niet meer dan in eigen land en is het niet zo moeilijk meer om een onbeperkt abonnement voor heel de EU te introduceren. Opvallend is dat T-Mobile voor 25 euro extra ook een onbeperkt abonnement lanceert voor de Verenigde Staten.

Het abonnement is vanaf 16 januari af te sluiten voor zowel consumenten als bedrijven. CEO Martin Knauer spreekt van een ‘geduchte concurrent voor wifi’. Tegen Telecompaper zegt Knauer dat de abonnementen ARPU verhogend zullen werken. Een bepaalde mate van kannibalisatie wordt teniet gedaan doordat meer consumenten bereid zullen zijn om (iets) meer te gaan betalen voor ongelimiteerd internet. Op dit moment betaalt slechts 12 procent van alle Nederlandse consumenten 30 euro of meer per maand voor hun mobiele aansluiting.

Met een kleine 30 euro per gigabyte is Nederland nog altijd één van de duurste landen van Europa, dus de marktcorrectie was te verwachten. In Scandinavië zijn diverse aanbieders actief met databundels tot 100 GB.

Tele2 is agressief gaan adverteren met grote data-abonnementen en biedt voor 35 euro een bundel voor 24 gigabyte per maand. Tot op heden bood Vodafone een databundel voor mobiel internet tot 25 GB. Alleen Robin Mobile biedt al enkele jaren abonnementen waarmee klanten onbeperkt kunnen bellen, sms’en en internetten, maar klanten worden in snelheid afgeknepen na het bereiken van een bepaald datavolume. De maximale 4G snelheden worden beperkt tot 25 Mbps.

De verwachting is dat VodafoneZiggo, KPN en Tele2 en een reeks van virtuele aanbieders hun tarieven flink gaan bijstellen.

Aan de onderkant van de markt blijft T-Mobile overigens duur. T-Mobile Go Basic met een databundel van 1 GB kost 19 euro per maand. Er zijn prijsbrekers met veel goedkopere abonnementen.



Lees het volledige bericht op Emerce »