Posts Tagged ‘iphone’

‘Productie iPhone 8 vertraagd’

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Apples volgende vlaggenschip zou wel eens veel later kunnen verschijnen dan gepland. De productie van de nieuwe iPhone 8 zou volgens goed ingelichte bronnen zijn vertraagd tot oktober. Het is nog maar de vraag of de smartphone op tijd klaar is voor de feestdagen.

Het bedrijf loopt tegen nogal wat uitdagingen aan. Het wordt de eerste iPhone met een OLED-scherm zonder schermranden en een thuisknop, en vooral de Touch ID-sensor zorgt naar verluidt voor problemen omdat die in het glas moet worden verwerkt.

Mogelijk zal Apple de iPhone 8 al wel kunnen demonstreren, maar zal het toestel niet meteen beschikbaar zijn, laat staan wereldwijd.

Wel komt er in september een iPhone 7s en iPhone 7s Plus, maar die krijgen hetzelfde uiterlijk als de huidige iPhone 7.

Het nieuws komt van KGI analist Ming-Chi Kuo, die zich doorgaans baseert op bronnen bij componentenleveranciers.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Duolingo lanceert betaald abonnement

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Duolingo, de app waarmee je gratis vreemde talen kunt leren, introduceert een betaald abonnement. Voor Android geldt dat abonnement al, voor iPhone binnenkort.

Wie een betaald abonnement neemt op Duolingo, voor 9,99 euro per maand, krijgt geen advertenties te zien  app en kan lessen downloaden om offline te oefenen.

CEO Luis von Ahn was al langer op zoek naar inkomsten, onder meer via advertenties of in-app aankopen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo veroveren spraakgestuurde assistenten onze woonkamer

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ondanks dat Apple-assistent Siri alweer vijf jaar bestaat, bedienen we onze smartphone nog altijd voornamelijk met onze vingers. Met Google Home, Amazon Echo en Bixby aan de horizon is een tweede generatie stembesturing onderweg. En zo gaan die onze woonkamer veroveren.

Spraakassistent

Hoewel Apple er alles aan doet om Siri in elk onderdeel van de iPhone te verweven, komt het in de praktijk weinig voor dat je de stemgestuurde assistent voor je dagelijkse taken gebruikt. Er zijn simpelweg teveel drempels. Die zijn deels technologisch: de spraakherkenning van Siri en andere assistenten kan stukken beter, vooral in het Nederlands. Ook is het aantal acties dat de assistenten uitvoeren vaak nog te klein.

Misschien wel de grootste drempel is echter psychologisch. Hardop praten tegen je telefoon, een lichtelijk robotische stem die terugpraat: het blijft raar, want je voelt je al gauw bekeken. In het openbaar vervoer, op een feestje of tijdens het werk, stembesturing leent zich zelden voor drukke omgevingen en situaties. Siri komt het best tot zijn recht in een omgeving waar je op jezelf bent, of waar je je op je gemak voelt. In de auto, tijdens het hardlopen of in de woonkamer.

Drempel

De woonkamer is de beste plek voor Siri. Snel iets opzoeken tijdens het koken, een alarm instellen voor het slapen gaan of de lichten dimmen op verzoek: de spraakassistent pakt het voor je op. Daarbij loop je echter weer tegen een andere drempel aan: de woonkamer is de perfecte plek voor Siri, maar je smartphone niet het ideale apparaat om tegen te praten. Wat als je telefoon net in de slaapkamer aan de oplader hangt, of de microfoon niet sterk genoeg is om je te horen tijdens het koken?

Zo is het uiteindelijk een handige tool, die niet tot zijn recht komt door fysieke omstandigheden. Als je als bedrijf Siri of een andere stemgestuurde smartphone-assistent in wil zetten, dan valt daar vooralsnog weinig te halen. Is je smartphone dichtbij, dan kun je net zo goed direct een app openen. Minder opvallend voor je omgeving, en met dat touchscreen heb je meer zekerheid dat je precies de juiste acties uitvoert.

Nieuwe generatie

Grote namen als Google, Amazon en Samsung zien echter potentieel voor een nieuwe generatie stemgestuurde producten. In het afgelopen jaar rolde Amazon zijn Echo-speakers uit in verschillende landen, terwijl Google Home in de Verenigde Staten werd gelanceerd. Samsung brengt binnenkort Bixby uit voor de Galaxy S8, maar deze stemgestuurde assistent zou binnenkort in alle apparaten van Samsung moeten zitten. Bij BigSpark hebben deze assistenten het afgelopen jaar uitgebreid getest, wat duidelijk maakte hoe de speakers met stemherkenning verschillen van voorlopers als Siri, en wat voor kansen dat biedt.

Apple Siri

  1. Dagelijks briefings voorzien van ‘vriendelijke’ reclame

Zowel Google Home als Amazon Echo zijn voorzien van een optie voor een dagelijkse briefing. Door ‘goedemorgen’ te roepen tegen te speaker, krijg je een opsomming van het nieuws, het weer, je afspraken en andere informatie die mogelijk relevant voor je is. Het is misschien wel het grootste pluspunt van zo’n speaker in je huis: terwijl je voor of na het werk ontbijt, afwast of andere kleine huishoudelijke taken doet, praat Google of Amazon je bij over alles wat je gemist hebt.

Beide bedrijven begrijpen goed dat ze daarmee het gesprek in je huiskamer domineren, en je volle aandacht hebben. Dat maakt het een ideaal moment om er wat reclameboodschappen tussendoor te gooien. Zo biedt Amazon geregeld tips voor nieuwe muziekalbums op zijn streamingdienst of bijzondere uitverkopen tussen het nieuws door. Google kreeg recentelijk nog kritiek over zich heen, toen het in een dagelijkse briefing verwees naar Disney’s nieuwe Beauty & the Beast-film. Later bleek dat het een onbetaald bericht was en slechts een suggestie voor weekendplannen. Maar reken er maar op dat Google deze advertentieruimte in de toekomst ook écht gaat bieden.

En waarom ook niet? Het is een zeer subtiele vorm van reclame, mits juist geïmplementeerd. Een assistent die je aandringt om een nieuwe verzekering af te sluiten of om een auto te kopen gaat wellicht wat ver, maar multimedia is juist perfect. Google en Amazon doen er alles aan om hun assistenten als virtuele vrienden te positioneren, wat vertrouwen moet opwekken. En dan is het niet meer dan redelijk dat zo’n virtuele vriend soms tips heeft voor leuke nieuwe films of muziek, net als een ‘echte’ vriend zou doen.

Het is in feite een reclame gegoten in een conversational interface. Geen duidelijk gemarkeerde tekst boven de zoekresultaten, maar een aanrader gegoten in een vriendelijk jasje.

  1. Een stemgestuurd boodschappenlijstje

Amazon Echo en bijbehorende assistent Alexa zijn op het eerste gezicht opvallende innovaties voor een ‘online warenhuis’, tot je beseft hoe het bedrijf de laatste jaren steeds vaker de fysieke wereld met zijn online winkel probeert te combineren. Dan hebben we het niet alleen over de boekenwinkels en supermarkten die het bedrijf in het afgelopen jaar heeft geopend, maar vooral de Amazon Dash-knoppen. Dit zijn knoppen voor een groot aantal huishoudproducten die je op elke plek in je huis kunt plakken. Met een druk op de knop wordt vervolgens automatisch een nieuw product besteld of aan je virtuele boodschappenwagentje toegevoegd. Wat voor de gebruiker voelt als een handigheid (nooit meer die kleine dingen vergeten) zorgt er in de praktijk voor dat je volledig wordt ondergedompeld in het ecosysteem van Amazon. Wie gaat er nog naar de supermarkt als Amazon het met één druk op de knop binnen enkele uren thuisbezorgt?

Natuurlijk gaat het wat te ver om voor werkelijk elk product dat je koopt een Amazon Dash-knop in huis te halen. Die Tony Chocolonely-reep waar je jezelf één keer per maand op trakteert hoeft echt geen eigen knop, daarmee kom je alleen maar in de verleiding om vaker te bestellen. Daar komt Alexa goed uit: hardop een product bestellen is sneller dan even een boodschappenlijstje pakken, met als bijkomend voordeel dat je niet eens meer naar de supermarkt moet. Daarmee creëert Amazon in feite een nieuw soort impulsaankoop. De drempel voor een bestelling is ontzettend laag, want in vijf seconden heb je een product aan je lijstje toegevoegd.

  1. Integratie met bestaande producten

Nog zo’n trend die al jaren in opkomst is, maar nog niet écht van de grond wil komen: smart homes. Van televisies tot wasmachines tot tandenborstels, steeds vaker hebben ze eigen apps, microfoons, touchscreens en andere manieren om ze preciezer aan te sturen. Het grote probleem is dat elk apparaat zijn eigen app en interface heeft. Die kan nog zo gebruiksvriendelijk zien, op een gegeven moment zie je door de bomen het conversational bos niet meer.

We zien nu al dat Amazon en Google integratie bieden met Philips Hue en Withings en diensten als IFTTT. Je leunt dan echter nog steeds vooral op externe diensten, die ervoor moeten zorgen dat hun integratie met Alexa en Home geslaagd is. Daar kun je helaas niet altijd op rekenen.

Om zoiets goed te laten werken moet je als bedrijf zelf ook diep in de consumentenelectronica zitten; niet alleen de speakers maken, maar ook je eigen wasmachines en koelkasten. Enter Samsung, één van de grootste technologiebedrijven ter wereld. De gemiddelde consument kan, bewust of onbewust, gemakkelijk zijn hele huis vullen met enkel Samsung-producten. Het bedrijf kondigde deze maand Bixby aan, een stemgestuurde assistent die wordt gelanceerd met de Samsung Galaxy S8 maar in de toekomst in alle Samsung-apparaten zit, zo belooft de fabrikant.

Samsung Bixby

Bixby is gebaseerd op Viv AI, een bedrijf dat vorig jaar werd overgenomen door Samsung. Volgens Samsung zelf komt de kracht van Bixby uit het grote begrip voor de context van de vragen die je stelt. Je kunt de assistent behandelen als een ‘echt’ mens en er complete gesprekken mee voeren. Net als conversational interfaces in tekstvorm stel je een vraag, in plaats van dat je een opdracht geeft. Wij zien echter vooral veel in de integratie van Bixby in toekomstige Samsung-producten. Terwijl je in de huiskamer staat even het wasprogramma aanpassen van je wasmachine, onderweg naar huis de oven voorverwarmen, de speakers aanzetten terwijl je nog op de bed ligt: het moet allemaal geen probleem zijn.

Het verdienmodel zit hem daarbij niet in de producten die je koopt mét Bixby, maar vóór Bixby. Als je toch al een Samsung-telefoon op zak hebt of een televisie van de Koreanen in je huiskamer, dan is het een kleine stap om bij een toekomstige upgrade ook andere Samsung-producten in huis te halen. Met elke stap naar een Bixby-apparaat wordt het aantrekkelijker om jezelf verder onder te dompelen in het Samsung-ecosysteem.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hands-on: LG G6

Posted 17 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Zuid-Koreaanse LG heeft altijd een beetje in de schaduw gestaan van grote broer Samsung als het om smartphones gaat. Er zaten best zeer aardige modellen tussen, maar ook een paar flinke missers. Slaat de LG G6 wel aan?

Het halfmodulaire LG G5 was zo’n misser, vond LG in elk geval zelf. Het was een moedige poging om zich van concurrenten te onderscheiden door modules als extra camera’s aan te klikken. Daar bleek echter nauwelijks belangstelling voor te zijn.

De LG G6 lijkt een directe reactie op die flop: een no nonsense smartphone met als enige bijzonderheid het verlengde scherm. Overigens heeft de Samsung Galaxy S8 ook zo’n verlengd scherm, maar dan gekromd. Dat moeten ze bij LG allemaal maar onzin hebben gevonden.

Het scherm (beeldverhouding van 18:9 in plaats van het meer gebruikelijke 16:9) is zeker een paar centimeter langer dan standaard smartphones als de iPhone 6. Dat heeft voor- en nadelen. Een langer scherm (portetmodus) is natuurlijk altijd handig voor email en chat, kortom alles waarvoor je je vingers moet gebruiken. Lezen is ook prettig, want je hoeft minder te scrollen.

Nadeel zijn de zwarte balken in de landschapsmodus bij het afspelen van video’s van onder meer YouTube. Al is dat beter dan een uitgerekt beeld. Jammer is wel dat de audioervaring is afgestemd op portretmodus. Stereoluidsprekers ontbreken. Overigens schiet de camera standaard foto’s in de zeer brede beeldverhouding van het scherm.

Het scherm (2880×1440 pixels) zelf is best mooi helder, maar er zijn smartphones in dezelfde prijsklasse met betere schermen. De kleurtemperatuur (blauwig) is helaas niet aan te passen.

Op de achterkant zitten naast een vingerafdrukscanner twee 13 megapixel camera’s. Een daarvan heeft een een groothoeklens voor het maken van groepsportretten of panorama’s. Ook dat zie je tegenwoordig steeds vaker bij luxe smartphones.

Maar het houdt allemaal niet over. Het toestel is eigenlijk best zwaar en de dikke randen versterken dat gevoel nog eens. Een hoes is aan te raden om de achterkant van glas tegen krassen te beschermen.

De LG G6 gebruikt eigen software over Android 7.0, aangevuld met apps van derden. Kennelijk is er een deal met Evernote, want die staat er ook op. Niet alles dat LG zelf ontwikkelt blinkt uit in gebruiksgemak, vooral de camera-app had echt wel beter gekund.

Kenners vallen ook over de Snapdragon 821-chipset van vorig jaar, maar er zijn ergere zaken te bedenken. Want deze smartphone is snel genoeg.

Met 749 euro is de LG G6 geen goedkoop toestel. In dezelfde prijsklasse zijn nogal wat alternatieven. Al krijg je zonder meer waar voor je geld: er is weinig op aan te merken. En dat is misschien ook wel het probleem: een smartphone die nergens in uitblinkt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

iPhone meest gebruikte zakelijke smartphone

Posted 14 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Apples iPhone is de meest gebruikte zakelijke smartphone in Nederland met een marktaandeel van 43 procent. Samsung neemt ruim een derde deel in beslag. Microsoft sluit de top drie met bijna 9 procent. Dit blijkt uit analyse van Computer Profile.

BlackBerry is zo goed als verdwenen op de Nederlandse zakelijke markt. HTC ziet haar aandeel verder dalen naar slechts 1 procent.

Vorig jaar lag het aandeel van Android-toestellen voor het eerste hoger dan iOS, Windows Phone en BlackBerry OS. Nu staat iOS toch weer op nummer één.

Vanaf 2011/2012 heeft het gebruik van Android in de zakelijke markt een vlucht genomen. Voor Microsoft Phone-toestellen is na enkele perioden van stijging in het zakelijk gebruik nu weer een daling te zien.

De verdeling van zakelijke smartphones verschilt wel als men kijkt naar het type en de omvang van een bedrijf. Bij multinationals lijkt Samsung populair, bij nationale bedrijven gaat het om nog geen kwart.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google blaast Google Earth nieuw leven in

Posted 13 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dinsdag introduceert Google in New York City een geheel nieuwe versie van de app die bijna weer vergeten was, Google Earth. De pers is uitgenodigd voor een evenement.

De laatste tijd concentreerde Google zich meer op Google Maps. In november kreeg Maps ook 3D ondersteuning waardoor je bijna vliegend een stad of landschap kon verkennen. Dat kon Google Earth ook.

Google Earth begon als EarthViewer 3D in 2001 en was ontwikkeld door Keyhole, een bedrijfje dat Google enkele jaren later overnam. Vanaf 2005 werd de software Google Earth genoemd, vanaf 2008 was er ook een iPhone app. De laatste jaren werd Google Earth nauwelijks nog verder ontwikkeld.

Wat er precies nieuw aan is, zal moeten worden afgewacht, maar ondersteuning voor VR lijkt nog het meest logisch.



Lees het volledige bericht op Emerce »

MVP is niet genoeg: MDP is de sleutel tot innovatie

Posted 11 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het succes van een innovatie wordt niet bepaald door de kwaliteit van een idee, maar door de mate waarin dit idee omarmd wordt. Hoe goed het idee in potentie ook is, als het geen enthousiasme losmaakt gebeurt er niets. De sleutel hiervoor ligt in de kracht van design en communicatie. Succesvolle innovatie drijft op verleiding, en niet op een proces waarin nieuwe ideeën uitgekleed worden tot hun minimaal levensvatbare versie. In dit artikel ga ik dieper in op de kracht van het Minimum Desirable Product (MDP) en geef een drietal praktische voorbeelden.

Innovatie is risico nemen

Gebruikers moeten een nieuw product of dienst willen gebruiken en ervoor willen ‘betalen’. En ook binnen de organisatie moet een idee continu verkocht worden. Er moeten nogal wat stakeholders overtuigd worden om ervoor te zorgen dat het idee ook daadwerkelijk het levenslicht kan zien. Voor ieder nieuw idee zijn er immers meer redenen om het niet te doen dan wel. “Wat kunnen we ermee?”, “Wat levert het ons op?”, “Waarom zou ik hier mijn budget in moeten steken?”, “We moeten keuzes maken”, “We mogen de dagelijkse core business niet uit het oog verliezen”. Het zijn zomaar een aantal uitspraken die een ieder die zich met innovatie bezighoudt bekend in de oren zullen klinken.

Innovatie is risicovol. Nieuwe wegen inslaan betekent per definitie keuzes maken waarvan de uitkomst onbekend is. Methodieken als Scrum en Lean Startup knippen het innovatieproces op in een serie korte functionele sprints. Dat heeft een flink aantal voordelen: snelheidswinst, kostenbesparing en de kans om snel inzichten te vergaren. Hoe kleiner de tussenstappen, hoe minder tijd en geld er aan de verkeerde dingen besteed wordt. Zo kan een team falen op de korte termijn, maar wordt de kans op falen op de lange termijn drastisch verkleind.

In de basis is dat een goed idee. Met name de keuze om in een vroeg stadium een idee in de handen van gebruikers te leggen, zorgt voor producten en diensten die beter aansluiten bij werkelijke consumentenbehoeften en een scherpere executie. Het is echter belangrijk om het grotere plaatje niet uit het oog te verliezen. Anders dreigen nieuwe ideeën te verworden tot lijstje te-ontwikkelen-functionaliteiten in plaats van een verleidelijke toekomstvisie.

Succesvolle innovatie kan pas goed op waarde geschat worden in de juiste context en met een aansprekende belofte. Voordat je het weet is er een groep mensen enthousiast legoblokjes aan het bouwen, terwijl niemand zich afvraagt of het uiteindelijk een boerderij of brandweerauto moet worden.

Het probleem met het MVP

Een van de favoriete termen uit de gereedschapskist van de hedendaagse innovatiemanager (van Product Owner tot Chief Innovation Officer) is het Minimum Viable Product. Deze term is gepopulariseerd door Eric Ries in het boek The Lean Startup.

De definitie is vaag: the minimum viable product is that version of a new product which allows a team to collect the maximum amount of validated learning about customers with the least effort.

Hoeveel ‘minimum’, ‘maximum’ and ‘least effort’ precies is, hangt af per situatie betoogt Ries. Maar het idee is duidelijk: organisaties moeten zo snel mogelijk een minimale versie van een idee realiseren, om uit te vinden hoe mensen het product of de dienst precies zullen gebruiken. Op basis hiervan kan de organisatie leren en zijn ideeën bijstellen.

Het probleem zit niet in deze aanpak, maar in de term zelf. Viable betekent letterlijk: levensvatbaar of uitvoerbaar. Een MVP doet wat het moet doen, in technische en bedrijfsmatige zin. Maar een MVP is niet per se de wenselijke, laat staan de verleidelijke versie van een idee. De populariteit van het denken in MVP’s leidt ertoe dat snelheidswinst en budgetbeperking snel de overhand krijgen in functioneel gedreven discussies.

Het praktische karakter overschaduwt het hogere doel van vernieuwing. Wie wil, kan met de term MVP in de hand een nieuw idee uitkleden tot slechts het functionele geraamte overblijft en heeft een argument om ‘nee’ te zeggen tegen alle tijd en energie die in de executie moeten worden gestoken om het idee niet alleen uitvoerbaar, maar wenselijk of zelfs verleidelijk te maken.

Van ‘Viable’ naar ‘Desirable’

Een kleine, maar groeiende groep organisaties ziet in dat innovatie slechts succesvol kan zijn als deze op zijn minst wenselijk is. Zij beperken het risico van innovatie niet door de investering in tijd, geld en moeite zo laag mogelijk te houden, maar door de kans van slagen zo groot mogelijk te maken. En zij geloven dat een verleidelijke toekomstvisie de sleutel is om verschillende groepen stakeholders op emotionele gronden te overtuigen. Deze organisaties maken de stap van MVP naar MDP: het Minimum Desirable Product.

Door deze toekomstvisie in design tot leven te wekken is het mogelijk om de context te laten zien waarbinnen een nieuw idee op waarde geschat kan worden. Pas dan zijn de reacties van gebruikers én interne stakeholders een goede afspiegeling van het potentieel van het idee en geven zij een goed beeld hoe de nieuwe innovatie gebruikt gaat worden. Ter vergelijking: De smartphones die door toenmalig marktleider Nokia gelanceerd werden, waren in feite functionele MVP’s van de moderne smartphone. Pas na de introductie van de iPhone, met een geheel nieuw interface ontwerp, zagen mensen de wenselijkheid van een telefoon met internetverbinding. De learnings over het gebruik van alle smartphones vóór de iPhone bleken waardeloos in het licht van de nieuwe gebruikspatronen die de iPhone mogelijk maakte.

Wat maakt een idee ‘Desirable’?

Stap 1: Ga op zoek naar de meest aantrekkelijke functionaliteit

Het plan voor de meeste MVP’s gaat uit van een minimum aantal functionaliteiten die nodig zijn om een dienst in zijn meest simpele vorm te laten werken. Een MDP gaat uit van dezelfde functionaliteiten plus één of twee additionele features die helpen om de belofte van de dienst kracht bij te zetten of om het gebruik van de dienst nog aantrekkelijker te maken. Toen wij bijvoorbeeld het Connected Car platform voor Volkswagen ontwikkelden, dreigde een aantal gamification elementen de pilot-versie niet te halen. Uit consumentenonderzoek bleek dat men dit zou zien als een ‘gimmick’ die niet kritisch was voor het functioneren van de dienst. Uiteindelijk heeft het team besloten hier toch voor te gaan, op basis van een verleidelijk UX propotype. Al tijdens de eerste pilot onder 100 gebruikers bleek dit de meest gebruikte feature te zijn en een belangrijke aanjager van herhaald gebruik.

Stap 2: Gebruik design om de toekomst voorstelbaar en verleidelijk te maken

In veel MVP’s zie je dat design beperkt blijft tot minimale invulling van de meest belangrijke interface elementen. Echter, het is makkelijker om in het hele proces enthousiasme te creëren voor een nieuw idee, door al in een vroeg stadium de schermen en interacties van uiteindelijke dienst vorm te geven. De ideeën gaan leven, zijn makkelijk te verspreiden binnen de organisatie en zijn voor iedereen direct te begrijpen. Goed design maakt veel tekst en uitleg overbodig. Met een prototype, zoals bijvoorbeeld een click-demo, kunnen stakeholders en gebruikers alvast kennismaken met de dienst zoals deze eruit moet komen te zien, nog voordat deze gebouwd wordt. Bij ons werk voor Philips Oral Healthcare zijn wij continu op zoek naar nieuwe manieren om mensen te inspireren tot betere mondverzorging, met games of connected products. Door deze in een vroeg stadium visueel uit te werken, krijgen zowel budget owners als het uiteindelijk realisatie team een beter beeld bij de kracht van dergelijke ideeën om gedragsverandering te stimuleren.

Stap 3: Creëer micro-interacties die het gebruik verslavend maken

Het succes van een nieuwe dienst valt of staat met het bouwen van een relatie met de gebruiker. En dit gebeurt niet alleen door zijn of haar behoeften functioneel goed in te vullen, maar door een waardevolle totaalervaring te bieden. Besteedt daarom in het MDP al aandacht aan verrassende micro-interacties en de juiste tonaliteit. Bij het ontwikkelen van de nieuwe Greenwheels app hebben wij functioneel feitelijk niets veranderd. Maar om mensen zover te krijgen dat ze het comfort van een eigen auto opgeven voor een deelauto, moet de hele ervaring vlekkeloos prettig voelen. Door de interface radicaal te versimpelen en het gebruik zo prettig mogelijk te maken, realiseert Greenwheels al met de eerste versie van de nieuwe app een vele malen hogere conversieratio én NPS.

Kortom, er is niets mis met de wens om het risico van innovatie te willen beperken en te werken in korte sprints. In een snel veranderende wereld is het waardevoller dan ooit om ideeën snel tastbaar te maken en bij gebruikers en interne stakeholders te toetsen.

Desalniettemin is enthousiasme de brandstof die nieuwe ideeën vooruit stuurt. Het enthousiasme van medewerkers om aan een nieuw idee te willen werken, het enthousiasme van het management om resources vrij te maken en het enthousiasme van gebruikers om te midden van een overvloed aan producten en diensten voor een nieuw idee te willen kiezen. Dit enthousiasme wordt niet gevoed door features maar door visie. En dit enthousiasme drukt zich niet uit in de kille, functionele taal van uitvoerbaarheid, maar door de verleidelijke taal van de wenselijkheid.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Progressive web apps: wat houdt je tegen?

Posted 10 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Progressive web apps zijn een serieuze concurrent van native apps. Ze zijn sneller, veiliger en goedkoper om te bouwen. Wat houdt de online wereld nog tegen?

Het is niet voor het eerst dat het web met een antwoord moet komen op de technologie van iemand anders. Er was een tijd dat elke website Flash nodig had om interactieve content te tonen. Dankzij HTML5 en krachtiger browsers is die technologie niet meer nodig en zijn irritaties bij de gebruiker over de gebruikerservaring (Flash moest continu worden geüpdatet anders deden sites het niet) weggenomen.

Hetzelfde zie je op het gebied van apps gebeuren. Vanuit de gebruiker bezien is het best tegenstrijdig dat je op een website de vraag krijgt of je een app wilt downloaden. Waarom niet gewoon vanuit de browser die informatie en functionaliteiten bieden, geoptimaliseerd voor het device? Op dat vraagstuk is inmiddels een antwoord gevonden in de vorm van progressive web apps (PWA).

Waarom wel?

De mooiste concrete voorbeelden van PWA’s vind je bij Google, de bedenker van het concept. Dochterbedrijf YouTube maar ook Twitter en de Chinese retailgigant Alibaba bieden alle mobiele verkeer via PWA’s aan.

Een PWA start je vanaf de browser en net als bij een native app kun je een icoontje installeren op het home screen. De technologie is snel is en je kunt er ook offline mee werken. Je hoeft niets te downloaden en daardoor is de PWA altijd up-to-date. Verder helpt het hebben van een PWA bij SEO. Google stelt tools beschikbaar om te testen of je PWA goed genoeg is, waarbij vooral een snelle laadtijd en de beveiliging (een HTTPS-verbinding is verplicht) belangrijk zijn.

Voor de contentmanager betekent een PWA minder werk. In plaats van de website plus twee apps (Android en iOS) te moeten onderhouden, wordt de content nu vanaf één platform gedistribueerd. Daar komt bij dat je niet te maken hebt met de eisen en eventuele geografische restricties van app stores.

Waarom niet?

Genoeg voordelen dus. Waarom de PWA de native app dan nog niet heeft verdrongen? Ik hoor vaak het argument dat bedrijven vanuit hun branding zichtbaar willen zijn in de Play of App Store. Mijn antwoord: als je in Google te vinden bent, hoef je niet ook nog in een app-winkel geëtaleerd te worden.

Een ander veelgenoemd bezwaar is dat de technologie niet ondersteund wordt door iOS. Apple gaat er inderdaad minder hard in mee, wat logisch is, want het ondermijnt het verdienmodel van de App Store. PWA’s werken wel op iPhones, maar niet alle functionaliteiten doen het. Denk daarbij aan offline werken en pushnotificaties versturen. Ik denk dat Apple uiteindelijk wel mee gaat doen, al was het alleen maar omdat klanten een goede ervaring verwachten op alle platformen. Positief teken is dat Apple overweegt om Service Worker te implementeren, de proxy voor het netwerk die de kern van de PWA vormt. Hierin ligt bijvoorbeeld vast wat er moet gebeuren als de verbinding wegvalt, hoe lang of hoe kort er moet worden gecachet, et cetera.

Derde struikelblok is dat niet alle functionaliteiten van een native app nu al beschikbaar zijn voor ontwikkelaars van PWA’s (zie overzicht). Bluetooth en Near Field Communications (NFC) ontbreken bijvoorbeeld nog, al ondersteunen sommige browsers nu al web bluetooth. En PWA’s hebben geen toegang tot de contactenlijst van de gebruiker.

Wat verder ontwikkeld moet worden, is het verdienmodel. Wie in een native app niet lastig wil worden gevallen met reclame, koopt een pro-versie voor 99 cent of meer. Dat kan bij een PWA niet. En omdat het webtechnologie is, loop je het risico dat de PWA volloopt met banners. De vraag is dus hoe je advertenties kunt weergeven zonder dat die hinderlijk zijn voor de gebruikerservaring.

Je moet sowieso goed nadenken over het design, de snelheid en de veiligheid. Een voorbeeld: iOS heeft geen back button. Die moet je er dus zelf inzetten, wil je dezelfde gebruikerservaring bieden als in een Android-browser. Het is dus goed om je te realiseren dat PWA’s geen wondermiddel zijn die alle verschillen tussen de bestaande besturingssystemen weghalen.

Progressive versus native?

Wat mij betreft zijn PWA’s geschikt voor ieder bedrijf dat online actief is. Maar ik denk niet dat er een ‘progressive web apps versus native apps’-tegenstelling zal ontstaan. Natuurlijk blijven native apps bestaan, al was het alleen maar omdat Google en Apple er veel geld aan verdienen. Dus ja, er is een beweging gaande richting het open web, en nee, dat betekent niet het einde van het lucratieve gesloten systeem. Zoals zo vaak zullen de voorkeuren van de consument uiteindelijk bepalend zijn voor de toekomst van PWA’s en native apps.

wat kan op internet



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marktaandeel Apple TV blijft zeer bescheiden

Posted 07 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Apple TV is er nog altijd niet in geslaagd om rivalen Roku, Amazons fireTV and Googles Chromecast in te halen. Volgens de jongste cijfers van comScore heeft vijf procent van de Amerikaanse huishoudens Apple TV in huis.

Naar verluidt wil Apple zijn tv-kastje nieuw leven inblazen met premiumbundels. Tegen gereduceerde prijs kunnen kijkers zich dan abonneren op HBO, Showtime en Starz. Deze diensten worden nu alleen los aangeboden voor 15 dollar per maand. Premiumabonnees kunnen ook op iPad en iPhone kijken.

ComScore constateert ook dat Amerikanen nog voor het grootste deel live tv kijken, 84 procent doet dat, ondanks de opmars van internetdiensten als Netflix.

YouTube is inmiddels begonnen met de uitrol van YouTube TV, een alternatief voor de Amerikaanse kabel. Voor 35 dollar per maand kan men naar veertig zenders kijken, waaronder ABC, Fox, CBS, NBC, CW, Disney, SyFy en ESPN. YouTube TV is verkrijgbaar in vijf steden: San Francisco, Los Angeles, New York, Chicago en Philadelphia.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Apple betreedt Snapchat-tijdperk met Clips

Posted 06 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zojuist heeft Apple Clips vrijgegeven, een gratis app om foto’s en video’s mee op te leuken. De mogelijkheden doen sterk denken aan Snapchat en Instagram Stories, al heeft Apple besloten om er geen eigen sociaal netwerk omheen te bouwen.

Clips is eigenlijk weinig meer dan een camera-app met filters en emojis. Gesproken tekst kan worden omgezet in geschreven tekst. Apple biedt gratis muziek ter ondersteuning van een video of diashow.

Delen kan via de bestaande kanalen Facebook, Instagram en Messages.

Clips (voor iPhone en iPad) wordt voorlopig niet standaard meegeleverd op Apple hardware en een Android versie komt er vermoedelijk ook niet.

Om Clips te kunnen gebruiken heb je minimaal een iPhone 5S nodig, evenals iOS 10.3.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online klantenbinding: eerst kijken en inspireren, dan kopen

Posted 29 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een schreeuwerige online campagne heeft geen nut als mensen je merk of product nog niet kennen. Wie recht op het conversiedoel afgaat, schiet vaak mis. Maar hoe kun je nieuwe klanten dan wel aan je binden?

Een online campagne met als KPI’s nieuwe klanten trekken en de verkoop verhogen hoef je niet direct te vertalen naar een ‘Koop mij nu!’-boodschap. Met een wat langere adem neem je de potentiële klant mee in je verhaal, met goodwill en uiteindelijk conversie als gevolg. Wij zien vijf belangrijke manieren om een relatie op en/of uit te bouwen.

1. Leadgeneratie door middel van actiematige campagnes

Het doel van leadgeneratie is om mensen te verleiden hun gegevens af te geven, zoals een e-mailadres of telefoonnummer. Je wilt met een leuke online campagne mensen werven via andere kanalen dan je eigen site, omdat de kans groter is dat ze je merk of product nog niet of niet goed kennen. Voor verschillende klanten hebben we win-campagnes ontwikkeld met als doel niet alleen het verkrijgen van het e-mailadres van de deelnemer, maar ook aanvullende informatie die gebruikt kan worden voor personalisatie. Het win-element in de campagne is de trigger die mensen overhaalt hun mailadres af te staan.

Creatief gezien kunnen dergelijke campagnes op vele manieren worden ingericht. Hierbij is het belangrijk dat er goed wordt nagedacht over de doelgroep die je wilt bereiken, zodat de campagne hierbij aansluit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een korte enquête of ontwikkel een leuk spelletje (vaak ook nog eens goed voor de share-factor op social media). Het belangrijkste is dat het kort, krachtig en laagdrempelig is om mee te doen. Daarnaast is het goed mogelijk om tijdens deelname al aanvullende informatie te vragen, die je kunt gebruiken om gesegmenteerd opvolging te geven aan je campagne. Let wel op dat je niet te veel vraagt, dit kan juist een averechts effect hebben en mensen kunnen hierdoor afhaken.

We hebben bijvoorbeeld voor een telecomprovider een online quiz ontwikkeld. Deelnemers moesten icoontjes raden van bekende apps en konden een iPhone of Samsung Galaxy winnen. Ze vulden hun e-mailadres in, waarna ze een e-mail ontvingen om dat adres te bevestigen, waarin we meteen vroegen welke smartphone hun voorkeur had. De opvolging van mails werd toegespitst op de keuze voor Android of iOS. We stuurden niet meteen een verkoopmail, maar richtten ons op inspirerende content, met als doel de ontvanger een goed gevoel te geven. De target voor het aantal nieuwe e-mailadressen werd met 102 procent gehaald. En de zo verkregen data van potentiële klanten leverden een hogere conversie op dan bij de eigen commerciële mails die het telecombedrijf verstuurde.

Voor alle win-campagnes met als doel het verzamelen van nieuwe e-mailadressen geldt dat je vervolgens ook op een goede manier met deze adressen om moet gaan. Iemand direct laten instromen in de regulieren nieuwsbriefflow zonder verdere introductie of referentie aan de campagne, leidt onherroepelijk tot hoge uitschrijfpercentages. Het is beter om de nieuwe abonnees eerst vanuit de campagne te benaderen en pas later, bijvoorbeeld als de prijswinnaar bekend is gemaakt, door te laten stromen naar de reguliere nieuwsbrieven.

2. Storytelling

Niet iedereen is even makkelijk in het delen van zijn mailadres of staat er open voor je meteen te volgen op social media. Dan is storytelling via display een goed middel om onder de aandacht te komen van potentiële klanten. Met de inzet van display banners en bijvoorbeeld prerolls, kun je mensen buiten je eigen website om meer vertellen over je producten of merk volgens het Touch-Tell-Sell of Reach-Connect-Convert ritme. Met als kanttekening dat dit in online marketing vaak drie op zichzelf staande campagnes zijn, terwijl een logisch verband ertussen bewezen tot veel meer resultaat leidt.

Hoe gaat het in zijn werk? Op basis van data, zoals cookies, zet je je campagne op en neem je mensen mee in je verhaal, dat wordt aangepast aan de klant en diens positie in de customer journey. Je bepaalt zelf na hoeveel bannerviews of clicks een bezoeker doorschuift naar het volgende verhaal. Je kunt dit opzetten door middel van sequential bannering, maar hier kleeft een aantal nadelen aan. Zo kun je in de meeste DSP’s binnen één placement maar één bannerformaat kwijt, waardoor iemand bij een medium rectangle bijvoorbeeld al bij verhaallijn drie (convert) kan zitten, terwijl hij op de volgende webpagina een leaderboard te zien krijgt waarbij hij nog maar in verhaallijn één zit (reach). Wanneer je verschillende placements gebruikt voor verschillende strategieën of publishers in je displaycampagne, zal het met sequential bannering ook voorkomen dat een gebruiker op verschillende punten in je verhaal kan zitten bij verschillende publishers/websites.

Een goed opgezette storytelling campagne vergt daardoor meer werk om op te zetten, te monitoren en te optimaliseren dan een standaardcampagne of sequential bannering, maar dat weegt zeker op tegen de efficiëntere besteding van het budget.

Belangrijk is ook om de juiste KPI’s aan de campagne te verbinden. Storytelling draait niet om sales, maar om viewability en bereik voor de banners. Bounce, time-on-site en het percentage nieuwe bezoekers zijn de KPI’s wanneer er wordt doorgeklikt.

Dit doen we onder andere voor Eurocamp. Bij de eerste verhaallijn vragen we of de bezoeker weleens aan een kampeervakantie heeft gedacht, de volgende draait om inspiratie (bijvoorbeeld de negen leukste campings in het bos) en pas bij de laatste verhaallijn ligt de focus op boeken.

3. Slimmere retargeting

Veel consumenten zijn retargeting beu, omdat ze maandenlang worden achtervolgd door het paar schoenen of hotel dat ze ooit hebben bekeken en niet meer interessant vinden of allang gekocht of geboekt hebben bij een andere leverancier. Die irritatie is eenvoudig weg te nemen door gebruik te maken van frequency caps. Je kunt bijvoorbeeld instellen dat een advertentie in de eerste paar dagen vaker wordt getoond en die frequentie laten afnemen. Nog beter is het wanneer je weet wat de gemiddelde tijd is tussen het zoeken van een product en de aanschaf daarvan. Daarna stop je uiteraard met de retargeting van dat product, zodat het eerste contact dat deze persoon met je merk heeft niet uitmondt op een negatieve ervaring.

Een interessante vorm van retargeting om mee te experimenteren is het tonen van een bijpassend artikel. Als iemand een leuke jurk heeft bekeken, kun je die een aantal dagen weer laten zien, maar daarna is het misschien beter om een paar schoenen dat er goed bij past onder de aandacht te brengen. Dit kun je relatief eenvoudig opzetten met behulp van recommendation tooling en dynamische bannering.

4. Tools inzetten op de website

Er zijn tools die je op de website kunt gebruiken om relevante pop-ups te tonen, bijvoorbeeld om de bezoeker te vragen zich in te schrijven voor je nieuwsbrief of je te volgen op social media. Deze tools richt je in op basis van business rules, zoals hoe een bezoeker op de site terecht is gekomen of dat een bezoeker de pop-up bij een eerder bezoek al heeft gezien. Aan de hand daarvan zorgt de tool ervoor dat er een passende call-to-action pop-up verschijnt.

Dit is een laagdrempelige en goedkope manier om adressen toe te voegen aan het mailbestand. Door in e-mails vragen te stellen die relevant zijn voor het bedrijf, over bijvoorbeeld de favoriete kledingstijl of droombestemmingen maar ook hoe vaak iemand een nieuwsbrief wil ontvangen, kun je steeds persoonlijker communiceren en op een goede manier een relatie opbouwen met de potentiële klant. En door te testen welke pop-up je laat zien, kun je de conversieratio’s verhogen.

Dergelijke tools zijn vooral effectief als de website hoge bezoekersaantallen heeft. Verder moeten de business rules zo worden ingericht, dat de bezoeker niet het gevoel heeft lastig te worden gevallen. Door middel van AB-testen kun je onder andere de optimale positie, frequentie en design bepalen. De gemiddelde conversieratio’s voor het inschrijven op een nieuwsbrief liggen tussen de 0,85 procent en 1,85 procent, dus zo’n pop-up kan al snel een positieve bijdrage leveren aan je e-mailbestand.

Natuurlijk geldt ook hier: zorg voor een adequate opvolging zodat je de prille relatie niet verpest door keihard op conversie aan te sturen. Heet nieuwe abonnees eerst welkom, geef ze inspirerende tips of laat zien waar ze hun mailvoorkeuren kunnen aanpassen.

5. On-site personalisatie

Deze optie heeft veel weg van de tools die je op je website kunt inzetten, met als grootste verschil dat het niet gaat om pop-ups. In plaats daarvan is er een aantal contentblokken op de website gedefinieerd die kunnen worden gepersonaliseerd. Hierbij wordt er met behulp van software (bijvoorbeeld een DMP) informatie opgeslagen over het on-site gedrag van de bezoeker. Dit kan zowel met bekende bezoekers (die ingelogd zijn) als met anonieme bezoekers (cookies). Op basis van de verzamelde data kan de content zowel tijdens de huidige sessie als in een volgende sessie worden aangepast aan de specifieke gebruiker. Op deze manier kun je bijvoorbeeld een introductiekorting aanbieden aan nieuwe klanten of meer vertellen over de USP’s van je merk of product.

Goede communicatie van grootste belang

Wie nieuwe klanten en bezoekers over de streep wil trekken, moet zijn communicatie goed op orde hebben. Als je een winkel binnenloopt roept de verkoper ook niet meteen: ‘Hier! Kopen?’ De eerste vraag is: ‘Waarmee kan ik je helpen?’ Dat principe levert ook online resultaat op. Door eerst je merk voor te stellen aan de bezoeker, inspiratie te bieden of op een andere manier betrokkenheid te creëren maak je de weg vrij voor conversie en een lange-termijnrelatie met de klant.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Een extern scherm voor je smartphone

Posted 24 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Over het eerste gezicht lijkt het grote onzin: een scherm dat de inhoud van je smartphone weergeeft. Alsof je op een tablet werkt. De Superscreen van Transcendent Designs is alleen wel flink goedkoper dan een iPad.

Natuurlijk kun je voor pakweg 400 euro die nieuwe iPad van Apple kopen, en daarop nagenoeg al je apps zetten die je ook op je iPhone of Android gebruikt. Maar je kunt ook voor 99 dollar dit Superscreen scherm aanschaffen (via Kickstarter). Met behulp van wifi en een app voor iOS of Android koppel je vervolgens het scherm aan de smartphone. De batterij gaat 12 uur mee.

Of er ook behoefte aan is, zal moeten blijken. Schermen van smartphones worden steeds groter en menigeen heeft toch wel een tablet in huis. Handig is wel dat je kunt whatsappen op een groter scherm. WhatsApp werkt niet op tablets.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Moet Apple de NFC-chip openstellen? Bedrijven willen meer concurrentie

Posted 24 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Australische druk op Apple is nog niet voorbij. De grootste banken eisen nog altijd dat het bedrijf de NFC-chip openstelt voor andere bedrijven. Dat zou goed zijn voor de concurrentie op de markt van mobiele portemonnees.

Al sinds vorig jaar steggelen vier grote Australische banken met Apple. Zij willen zelf mobiele betaalapps ontwikkelen en daarbij gebruikmaken van de NFC-chip in de iPhone. Apple houdt dat tot nu toe tegen. Het bedrijf wil dat al het contactloze betalingsverkeer via Apple Pay loopt, de ‘wallet’ die het zelf heeft ontwikkeld.

Vuist richting Apple

Om een vuist te kunnen maken werken de vier banken – Commonwealth Bank of Australia, National Australia Bank, Westpac Banking en Bendigo & Adelaide Bank, samen. Ze hebben daarom recent hun klacht wat afgezwakt om meer kans te maken op succes. Ze vragen nu alleen nog om de toegang tot de NFC-chip. “De banken zijn bereid deel te nemen aan Apple Pay, maar willen ook hun eigen mobiele portemonnee ontwikkelen”, zegt een woordvoerder. “Het gaat de bedrijven uiteindelijk om keuze. Ze willen competitie tussen makers zodat consumenten zelf kunnen bepalen wat voor hen de beste oplossing is.”

De kritiek komt niet helemaal uit de lucht vallen. Al vaker is er gesproken over de dominantie van Apple en hoe het anderen zou dwingen de eigen technieken te gebruiken. Wat dat betreft zijn de mogelijkheden in Googles Android veel groter. Hoewel Google zelf Android Pay op de markt heeft gebracht, hebben andere bedrijven de optie om een eigen mobiele betaaloplossing te ontwikkelen. De concurrentie wordt niet geschuwd.

‘Concurrentie onmogelijk’

Critici houden vol dat Apple met dit gedrag de concurrentie lamslaat. De populariteit van de iPhone is zo groot dat banken gedwongen worden om met Apple Pay te werken. ‘Toegang tot NFC is niet alleen belangrijk voor bedrijven en het mobiele betalen’ zeggen deze bedrijven. Dit raakt namelijk allerlei sectoren die met NFC willen werken. Dit is een wereldwijd probleem. ‘Mobiel betalen zonder NFC zal nooit een succes worden.’

Ondertussen werkt de vierde grootste bank ‘Australia and New Zealand Banking Group’ wel gewoon samen met Apple Pay. Twee relatief kleine spelers sloten zich daar recent bij aan. ING Direct en Macquarie Group zien juist kansen in Apple Pay. ‘Het is logisch dat voor veel klanten de iPhone uiteindelijk een portemonnee wordt’, zegt een woordvoerder van ING Direct.

Of Apple iets geeft om de kritiek is nog maar de vraag. Het bedrijf houdt vol dat de NFC-chip voor zichzelf moet houden om de werking van de hardware te kunnen garanderen. Op de Amerikaanse thuismarkt wist het uiteindelijk ook gewoon bedrijven aan zich te binden. Nederlandse bedrijven lijken er ook geen concrete moeite mee te hebben.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Standaard 9,7 inch iPad vernieuwd

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het werd hoog tijd tijd ook. De standaard iPad, beter bekend als de iPad Air, heeft eindelijk een opvolger gekregen. Deze nieuwe 9,7-inch iPad is bedoeld als een goedkoper alternatief voor de vorig jaar gelanceerde iPad Pro en heeft dan ook een iets minder krachtige chip.

Heel veel nieuws is er niet aan te ontdekken. Wel heeft Apple een nieuwe app gelanceerd Clips, waarmee snel video’s kan maken op een iPhone of iPad. De app combineert videofragmenten, foto’s en muziek tot expressieve video’s. Die kun je dan via de Berichten-app delen met anderen. Het is ook mogelijk om ze te posten op Instagram, Facebook en andere populaire sociale media. Clips kan vanaf begin april gratis worden gedownload in de App Store. De app kan worden gebruikt met iPhone 5s en nieuwer, de nieuwe 9,7-inch iPad, alle iPad Air- en iPad Pro-modellen, iPad mini 2 en nieuwer en iPod touch van de zesde generatie. Ook moet iOS 10.3 zijn geïnstalleerd.

De iPad kan vanaf vrijdag 24 maart worden besteld en wordt vanaf volgende week geleverd. Prijzen zijn vanaf 409 euro voor het 32-GB model met wifi en 569 euro voor het 32-GB model met wifi + 4G.

De iPad mini 4 is afgeprijsd en kost 489 euro voor het 128-GB model met wifi en 639 voor het 128-GB model met Wifi + Cellular.

Apple heeft vandaag ook de iPhone 7 en iPhone 7 Plus in de kleur rood uitgebracht. Een deel van de opbrengst gaat naar AIDS-onderzoek gaat. De (RED) iPhones zullen vanaf vrijdag 24 maart verkrijgbaar zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Slimme iPhone-hoes komt er niet meer

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dit gaat hem helaas niet meer worden. Popslate, het bedrijf achter de gelijknamige iPhone smartphonehoes waarmee je op de achterkant een boek kon lezen en je afspraken kon inzien, is failliet. De 1,1 miljoen dollar die via Indiegogo werd opgehaald om de Popslate 2 te maken krijgen is in rook opgegaan.

De eerste serie Popslate-hoesjes verscheen nog wel gewoon op de markt, maar dat was alweer wat jaartjes geleden. Vorig jaar ging het al fout met de productie van Popslate 2: Er waren technische problemen en de productie kostte meer geld dan begroot.

Vervolgens werden de prototypes afgekeurd door Apple, omdat de hoes het verzenden en ontvangen van radiosignalen blokkeert. Aanpassen gaat niet meer, want het geld is op.



Lees het volledige bericht op Emerce »