Posts Tagged ‘internet’

Amazon steviger in Europees online autoverkoop

Posted 21 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amazon zou overwegen om ook in Engeland en Frankrijk online auto’s te gaan verkopen via zijn website. Daarbij werkt het actief samen met autofabrikanten.

De Financial Times meldt dat op gezag van bronnen rondom Amazon.

Het Amerikaanse e-commerceplatform is niet onbekend met online autohandel in Europa. In Italië verkoopt het kleine Fiats (500, 500L en Panda) via zijn site. In Frankrijk zouden vergelijkbare plannen bestaan maar dan met Seat. Dit onderdeel van de VW Group had in Frankrijk in het eerste kwartaal van dit jaar een marktaandeel van 1,1 procent, 19 procent meer dan het jaar ervoor.

De twee andere grote markten van Amazon in Europa zijn Duitsland en Engeland. De FT tekent bij zijn bronnen op, dat e-tailers ook in Engeland met de gedachte speelt om online auto’s te verkopen. Een specialistisch team in Luxemburg zou hieraan werken.

Het verkopen van auto’s via internet lijkt een soort heilige graal. Zoals het ooit ondenkbaar werd geacht dat consumenten schoenen, kleding, meubilair en dagelijkse boodschappen via internet zouden kopen, klinkt dat nog steeds voor auto’s. Amazon heeft de bereik en marktpenetratie om voor langere periode uit te zoeken of en hoe deze noot te kraken valt.

In de VS verkoopt Amazon al langer kleine en grotere personenauto’s, trucks en transportbusjes op Vehicles.

Foto: Kai Lehmann (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Het digitale eindspel van de muziekindustrie is in zicht

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het eindspel van de muziekindustrie is in zicht. Volledig geautomatiseerde communicatie is de weg die ingeslagen moet worden. Alleen artiesten, maar ook festivalorganisatoren, die hun relatie met hun fans digitaal optimaliseren zullen op termijn kans hebben te overleven.

Veelal zijn mijn columns op actualiteit gebaseerd en data die op dat moment voorhanden is. Dit keer wil ik echter stilstaan bij een langer termijn beeld dat vorig jaar is ontstaan waar ik twee weken tijdens Emerce Digital Marketing Live 2017 aandacht aan heb besteed.

Relatie

In de digitale cultuur is de relatie met de fan (als we het hebben over dj’s) of klant (organisaties) de belangrijkste (economische) waarde. Het personaliseren van de relatie met de fan is voor dj’s de heilige graal. Feitelijk geldt hetzelfde voor festivalorganisaties en hun klanten. De relatie met de klant is immers de enige levenslijn van het businessmodel van een organisatie.

Veel dj’s en organisatoren hanteren een waardepropositie die in essentie neerkomt op: ‘We leveren muziek, een evenement of festival en geven daar een beetje ondersteuning bij, in ruil voor een beetje betere marge.’ Erg veel interesse in hun fans en klanten hebben ze vaak niet. Dit ging goed, tot het internet en social media zich gingen manifesteren en de markt zijn verzadigingspunt heeft bereikt.

Andere type fans en klanten zijn ontstaan, die always connected, en goed geïnformeerd willen zijn. Ze zijn beter in staat zelf onderscheid en bewuste keuzes te maken. Fans en klanten zijn nu assertiever, nemen minder snel iets voor waar aan en eisen connectie en transparantie. Voor hen staat de relatie met de artiest of het festival voorop. Het ‘content = relatie = informatie’-principe is de basis van de waardepropositie van het businessmodel van de muziek- en entertainmentindustrie.

Intelligentie

Met het voldoen aan de juiste waardepropositie ben je er als artiest of festivalorganisatie nog niet. Op een fiets kom je immers niet naar de maan, daarvoor moet je een raket bouwen. Hoe ziet die raket er dan uit?

Waar vroeger nog een rapport door middel van een export uit een applicatie rolde, hebben we nu te maken met een complexere wereld: front-, mid-, en backoffices. Meerdere applicaties en koppelingen spelen mee, maar ook partners in de keten, social media, samenwerkingsverbanden met ticketproviders, e-commercepartijen en shared service centra. Het realiseren van de juiste context speelt hierbij de belangrijkste rol. Zonder context in data doet een organisatie maar wat.

Is in het huidige digitale tijdperk nog plek voor traditionele analytics-tools? Het antwoord is nee. Voor degenen die data hoog op de prioriteitenlijst hebben staan is het vasthouden aan traditionele silo’s met data geen optie meer. Een infrastructuur, zoals bijvoorbeeld het Business Acceleration Framework waarbij eenduidige definities worden gehanteerd en waarin de complete customer journey zichtbaar is, begint voor steeds meer organisaties de standaard te worden. Dit is de intelligentie van een organisatie. De raket binnen de digitale wereld die je naar de digitale maan lanceert.

Automatisering

Als de intelligentie van een organisatie op orde is dan moet je aan de slag met het automatiseren van de communicatie. Een artiest of festivalorganisatie die honderden of duizenden fans heeft kan simpelweg niet de relatie handmatig onderhouden.

Het realiseren en onderhouden van connecties, die je doelen en doelstellingen uit het Business Acceleration Framework behalen, vormen de hoofdmoot. De fan of klant van een dj en de onderlinge relatie in het ecosysteem staat in het beleid centraal. De inzet van bots via Messenger-apps op basis van dit beleid om de relatie te optimaliseren is een logisch gevolg.

Kunstmatige intelligentie is het automatisch aanbrengen van context in data. Bots en intelligentie zijn onlosmakelijk verbonden dat staat vast. Het gebruik van een bot met het oog op marketing-, communicatie- en/of verkoopdoeleinden kent bijna oneindige mogelijkheden. In de opmaat naar de intelligentie van een bot heb je echter bergen data nodig. De data die hiervoor nodig is, komt uit het ecosysteem van de organisatie en daarbuiten.

Uitdagingen

Een nieuw tijdperk van communicatie en marketing is aangebroken. De scheidslijnen tussen analyses, coderen en marketing zijn verdwenen. Grote marketingcampagnes plaats hebben gemaakt voor kleine experimenten en het continu testen van lopende campagnes. Artiesten en hun teams hebben veel meer technische en analytische skills nodig om hun carrière te laten groeien. Zo ook festivalorganisatoren.

Door gebruik van de juiste context neemt de kans tot bereik, interactie, relevantie en transactie significant toe. Contextuele inzichten, dat is het waar het uiteindelijk allemaal over gaat. Alleen zo kan je de intelligentie van een organisatie vergroten en tot betere relaties en samenwerkingen komen met fans en klanten.

Hervorming

Heeft een organisatie nog niet geïnvesteerd in data-vergaring en het aanbrengen van context? Dan is de kans groot dat je data nooit optimaal kan inzetten. Overigens kan geen enkele vorm van communicatie met fans plaatsvinden zonder dat je gebruik maakt van data. Bijna een kansloze exercitie. In 2017 kan geen enkele organisatie meer zonder context. Zonder de juiste context in data maakt automatische communicatie geen schijn van kans.

In het digitale spel moeten organisaties in de dance-industrie de volgende koers inzetten. De inzet van bots, blockchain-technologie, voice assistant-applicaties en augmented/virtual reality zijn het logische vervolg in de steeds verdergaande digitalisering. De huidige zelfhulpboeken over de dance-industrie voorzien hier niet in. Verdere hervorming van de dance-industrie en opleidingen binnen de dance-industrie is noodzakelijk en een onvermijdelijk gevolg. Het eindspel is inmiddels ingezet. Dat staat vast.

*) Dit is een bewerkte versie van de column die op This Is Our House verscheen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marktplaats oplichters voor de rechter

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vandaag, woensdag en donderdag staan in totaal tien verdachten voor de rechter wegens het plegen van oplichting. Via Marktplaats boden zij graafmachines en tractoren aan en leverden deze vervolgens niet.

De verdachten gingen volgens het Openbaar Ministerie geraffineerd te werk en pasten voortdurend hun werkwijze aan op Marktplaats. Hierdoor hebben de verdachten meer dan 78 slachtoffers kunnen maken. Meerdere slachtoffers hebben melding gemaakt van oplichting bij het Landelijk Meldpunt Internet Oplichting (LMIO). De bedragen variëren van 1000 euro tot 10.000 euro per slachtoffer. Het totale benadelingsbedrag is ruim 320.000 euro.

In totaal worden tien verdachten voor oplichting en deelname aan een criminele organisatie vervolgd. Vanochtend kwamen vijf verdachten tegelijk voor.

De verdachten zijn aangehouden naar aanleiding van grootschalig onderzoek dat liep in 2014, 2015 en 2016. De verdachten zijn in eerste instantie in augustus 2015 door de rechtbank in Assen geschorst uit de voorlopige hechtenis. Begin 2016 ontstond de verdenking dat de twee hoofdverdachten zich opnieuw schuldig maakten aan marktplaatsfraude. Zij zijn daarop in mei 2016 opnieuw aangehouden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Telecomsector investeert 2,2 miljard in digitale infrastructuur

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In 2016 is er in totaal 2,2 miljard euro geïnvesteerd in vast en mobiele netwerken. Daarmee zijn de investeringen in 2016 in vergelijking met 2015 nagenoeg constant gebleven. Deze cijfers zijn vandaag gepubliceerd in de jaarlijkse Staat van Telecom van brancheorganisatie Nederland ICT, namens de gezamenlijke telecombedrijven.

Op het gebied van snelheid en dekking van het breedbandnetwerk behoort Nederland tot de Europese top, zegt Nederland ICT. Van alle Nederlandse huishoudens heeft 90 procent toegang een internetverbinding van 100 mbit/s of meer. Eerder dit jaar stond Nederland opnieuw op de eerste plaats in de digitaliseringsindex van de Europese Commissie voor het onderdeel connectiviteit.

Uit De Staat van Telecom blijkt dat mobiel datagebruik nog steeds sterk groeit. Het aantal verbruikte MB’s binnen mobiele abonnementen steeg in 2016 met 61 procent. Voor mobiele belminuten was er een voorzichtige stijging van 4 procent. Die toename gaat volledig ten koste van vaste belminuten.

De digitale infrastructuur biedt ook ruimte aan innovatieve nieuwe toepassingen. Het aantal M2M (machine-to-machine)-aansluitingen neemt exponentieel toe. In 2016 groeide het aantal aansluitingen met 9,3 procent.



Lees het volledige bericht op Emerce »

B2B e-commerce platformen: wordt het all-in-one, best-in-breed of headless?

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

B2B-klanten verwachten een rijkere koopbeleving en meer content als ze zich op producten oriënteren. Voor veel B2B-bedrijven is dat reden om legacy e-commerce en ERP-systemen te vervangen door wendbaarder platformen. Drie ervaringsdeskundigen aan het woord over deze keuze.

Uit onderzoek van Forrester blijkt dat snelle time-to-market, personalisatie, omni-channel ondersteuning en data analytics de belangrijkste eisen zijn die B2B-bedrijven aan een e-commerce platform stellen. Dirk de Bruijn is zelfstandig e-commerce professional en herkent dat rijtje zeker. “Ik begeleid organisaties bij het zoeken naar het juiste platform en de implementatie daarvan. De reden daarvoor is tweeledig: ofwel ze zetten voor het eerst de stap naar e-commerce, ofwel het oude systeem voldoet niet meer. Ik werk nu bijvoorbeeld bij een organisatie die een online bestelsysteem gebruikt dat is gelinkt aan het ERP-systeem. Zij zijn toe aan een geavanceerdere oplossing. Maar het komt ook vaak voor dat bedrijven een systeem gebruiken dat stug en inflexibel is, waardoor ze de snelle ontwikkelingen op het gebied van e-commerce niet kunnen bijbenen en de time-to-market te lang is. Als het businessmodel verandert, is het heel veel werk om zo’n legacy systeem daarop aan te passen.”

Personalisatie speelt ook in de ervaring van Dirk in het B2B-segment een grote rol. “Er is immers vaak sprake van klantspecifieke prijzen. Daar moet het e-commerce pakket mee om kunnen gaan. Daarnaast wil je op basis van het klantprofiel de juiste content serveren. Als iemand steeds in een bepaalde productcategorie zoekt, dan moet die uitgelicht worden. Dat kan ook proactief gebeuren: als je weet wanneer iemand een bepaalde koffiemachine heeft gekocht, kun je voorspellen wanneer hij wat nodig heeft op het gebied van koffiebonen en toebehoren en onderhoud. Hieruit volgt logischerwijs de eis dat het platform data verzamelt en analyseert. Zonder die informatie kun je niet personaliseren.”

De omni-channel eis is volgens Dirk klantgedreven. Zij willen self- en full-service de koop kunnen sluiten, online en offline, direct en indirect. “Er moet een mix van kanalen gefaciliteerd worden. Een vertegenwoordiger moet het e-commerce pakket ook kunnen gebruiken om de order van de klant te plaatsen.”

Welke set-up?

Niet alleen de functionele eisen, ook de opzet van het e-commerce platform zelf is iets waar bedrijven over na moeten denken. Forrester onderscheidt hierbij drie opties:

All-in-one

Een alles-in-een oplossing biedt alle pijlers van e-commerce aan (commerce management, marketing, experience management, order management en PIM) en is volgens Forrester vooral interessant voor bedrijven die hun bestaande platform willen vervangen, MKB’ers die niet het budget hebben om verschillende tools op elkaar af te stemmen en bedrijven die net begonnen zijn met het ontwikkelen van e-commerce. Daarnaast ziet Dirk de Bruijn mogelijkheden voor pure players. “Ik sprak pas een technologische groothandel die een aparte online formule heeft opgezet, waarbij alleen via internet wordt verkocht. Als je daarmee snel van start wilt gaan, dan is een all-in-one oplossing een goede optie.”

Best-in-breed

Het is ook mogelijk om voor elke benodigde functionaliteit de beste oplossing op de markt te kopen en al die oplossingen aan elkaar koppelen. Dat kost wel veel tijd en geld. Een meer strategische aanpak is om een e-commerce platform als uitgangspunt te nemen en waar nodig aanvullende toptools te implementeren. Dit gebeurt met name op enterprise-niveau en bij bedrijven die veel ervaring hebben in e-commerce.

Headless

Headless e-commerce platformen hebben geen front-end, waardoor de userinterface op maat moet worden gemaakt. Bedrijven die hiervoor kiezen hebben veelal een web CMS en marketingtoolsets waar ze gebruik van willen blijven maken of ze willen innoveren met e-commerce op nieuwe interfaces zoals conversational of social commerce. “Ik heb zo’n oplossing tot nu toe bij één organisatie gezien,” zegt Dirk. “Zij hadden een ERP-systeem voor alle backend-processen en een data-assetmanagement-tool voor foto’s en video’s en een e-commerce platform. Al die data werden gerenderd naar een Javascript generator die de front-end vormt. Dit bedrijf was heel erg gefocust op snelheid aan de voorkant, dus een korte laadtijd van de site voor de gebruiker.”

Kiezen in de praktijk: Fluiconnecto

Fluiconnecto is gespecialiseerd in hydrauliek en actief in 31 landen. Eind vorig jaar werd besloten om e-commerce ‘op te tuigen’, vertelt Group E-commerce Manager Krimo Maadi. “Steeds meer klanten willen online kunnen bestellen en wij zien het daarnaast als een goede mogelijkheid om nieuwe klanten te vinden. Onze producten lenen er zich ook goed voor. Daarom zijn we vorig jaar zomer begonnen met ons te oriënteren op hoe we dit kunnen opzetten.”

Uitgangspunt bij de selectie van een e-commerce platform is vooral om in zoomen op bedrijfsspecifieke vereisten, stelt Krimo. “Ieder platform biedt tegenwoordig de belangrijkste standaardfunctionaliteiten zoals een winkelmandje. Voor ons als Fluiconecto is het belangrijk dat het platform geschikt is voor het beheer van meerdere webshops in verschillende talen én dat we aan medewerkers rollen kunnen toekennen met de bijbehorende autorisatieniveaus. We hebben de marketing decentraal ingericht, omdat lokale mensen de meeste kennis van de markt hebben. Maar zij hoeven niet in detail te kunnen zien wat er in de andere landen gebeurt.”

In het selectieproces heeft Krimo ervoor gekozen zich niet op de standaardfunctionaliteiten te concentreren. “De feature list kun je downloaden op de website van de leverancier. Wij hebben vooral gekeken naar de vendor zelf en diens partners, het financiële model, de architectuur van het platform, integratiemogelijkheden en gebruikersvriendelijkheid. De RFP/RFI richtte zich dus op zakelijke en technische punten die van belang zijn als je zo’n investering doet. Van daaruit hebben we eerst het platform gekozen. Vervolgens hebben we implementatiepartners uitgenodigd voor interactieve demo’s van een aantal specifieke use cases, zodat we konden zien hoe partners daarmee omgaan, wat de dynamiek is met de leverancier, enzovoorts. Dit traject hebben we in drie maanden doorlopen.”

Er is vervolgens gekozen voor Intershop als platform met daarnaast een aparte PIM-tool. “Gaandeweg zullen we andere tools aankopen, we gaan voor de best-in-breed aanpak. Maar dat is toekomstmuziek. De basis zoals we die nu hebben is voldoende om goed van start te kunnen gaan.”

MS Schippers: B2C look & feel, B2B achterkant

Jules van der Werf is marketingmanager bij MS Schippers, toeleverancier van agrarische bedrijven. De webshop is actief in tien landen en zeven talen en kenmerkt zich door een B2C look & feel. “Dat is natuurlijk een bewuste keuze. We willen nieuwe klanten trekken en dat gaat gemakkelijker als de site vertrouwd aanvoelt.”

Van belang bij de selectie van een e-commerce platform was dat deze nieuwe technologische ontwikkelingen (mobile, responsive) en de verschillenden landensites en talen aan zou kunnen. Aan de achterkant moest het systeem een aantal specifieke B2B-kenmerken kunnen ondersteunen. “Herhaalbestellingen zijn op ons vakgebied heel belangrijk, dat zie je bij bol.com en CoolBlue natuurlijk minder. Verder zorgen we er door middel van favorietenlijsten voor dat de verschillende typen agrarische bedrijven bij de juiste informatie terechtkomen. Een pluimveehouder kan kippen hebben vanwege de eieren, maar ook om kuikens te fokken. Beiden hebben behoefte aan andere producten. Maar de personalisatie gaat nog verder. Een varkenshouder krijgt straks geen foto van een koe meer te zien op onze site. Dat levert een spanningsveld op, want de hoeveelheid content neemt enorm toe als je dit goed wilt doen. We zijn nu aan het kijken hoe snel we dit kunnen invoeren.”

Een ander typisch B2B-kenmerk dat het platform volgens Jules aan moet kunnen, is het feit dat agrariërs vaak verschillende bedrijven hebben. “Als ze meer stallen hebben dan zijn die ondergebracht in aparte bv’s. Maar de eigenaar moet wel kunnen zien wat er overal is besteld, dus het moet makkelijk zijn om tussen accounts te switchen. Het prijsbeleid is ook een groot verschil tussen B2B en B2C. We hebben met bepaalde klanten prijsafspraken en die moeten natuurlijk wel online zijn verwerkt anders kunnen zij niet in de webwinkel bestellen. Verschillen in belastingen dangerous goods-heffingen verhogen de complexiteit.”

Dit alles leidde ertoe dat de keuze op Intershop viel. “Wat een beetje meespeelde was dat we hier een aantal Java-developers hebben zitten die al ervaring met dat platform hadden. Dat scheelt in de implementatietijd. In 23 weken zijn we live gegaan met tien landen. We zitten nu in de feedbackfase. Onze salesmedewerkers gebruiken hetzelfde systeem als de klant en dat levert ons heel veel goede respons op. Mijn belangrijkste adviezen zijn dan ook: zorg dat je helder hebt aan welke bedrijfsspecifieke eigenschappen het systeem moet voldoen en betrek de medewerkers bij het verbeteren van de gebruikerservaring.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe investering VICE, wil abonnementen verkopen

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Private equity-partij TPG Investments verwerft voor 450 miljoen dollar een minderheidsbelang in VICE. Het bedrijf wordt daarmee gewaardeerd op 5,7 miljard dollar. CEO Shane Smith gaat met abonneediensten ontwikkelen met het nieuwe geld.

VICE trekt het nieuwe kapitaal primair aan om, zoals het zelf zegt, ‘de volgende generatie OTT- en DTC-aanbod te ontwikkelen, zijn transactionele mogelijkheden vorm te geven en het bereik van zijn iconische merken te vergroten’. Dat is jargon voor abonneediensten via meer kanalen dan alleen het internet.

Daarnaast wordt het geld van TPG (mediaportfolio) gebruikt om VICE Studios op te bouwen. Dat is een nieuwe tak die zich puur richt op – wat heet – scripted multiscreen programming. Jargon voor: niet zo rauw en ongeproduceerd als waar VICE bekend van is, maar keurig voorgeproduceerde formats en programma’s.

In de kern wil VICE blijven doen wat het doet, maar dan via meer kanalen in meer landen voor meer doelgroepen.

Investeerder Disney, zo merkt Bloomberg op, doet niet mee in deze investeringsronde.

TPG Investments heeft naast VICE ook belangen in de mediawereld in Uber, Airbnb, Spotify en Cirque du Soleil.

Foto: Techcrunch (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Netto mediabestedingen Nederland (2016): 4,7 miljard

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bedrijven gaven in 2016 niets meer uit aan reclame dan in 2015: 4,7 miljard euro. “Het is dat de inflatie zo laag is, anders was er geen reële groei geweest in de netto mediabestedingen”, aldus marktonderzoeker Nielsen in nieuw rapport.

Uit een nieuw rapport komt naar voren dat de mediabestedingen vorig jaar met 1,4 procent stegen tot 4,7 miljard euro. Het líjkt dat er in een jaar tijd niet veel is veranderd, maar dat is schijn.

Vrijwel alle mediatypen in Nederland zagen de instroom van reclame-euro’s afnemen. Van sponsoring tot bioscoop en van kranten tot folders. Slechts twee mediavormen lieten groei zien: Out of Home en Online.

“De digitale bijdrage aan de marktgroei bedraagt 166 miljoen euro, maar de papieren media halen daar bijna de helft vanaf. Ook de daling bij sponsoring is met 24 miljoen euro substantieel.”

De groeicijfers bij Online komen overigens grotendeels ten goede aan Facebook en Google. Onderzoek van Zenith liet onlangs zien dat deze twee partijen verantwoordelijk zijn voor 64 procent van de internationale groei in internetreclame tussen 2012 en 2016. In de ons omringende landen wordt nu de eerste bescheiden stapjes gezet door mediabedrijven om door volumebundeling een alternatief te bieden voor deze twee Amerikaanse giganten.

Foto: claveirole (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is de beste indeling van een website voor organische vindbaarheid?

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In dit artikel leg ik uit welke verschillende mogelijkheden er zijn om een website op te bouwen, en wat de invloed hiervan is op organische vindbaarheid. In het tweede deel van het artikel ga ik ook dieper in op het fenomeen microsites.

Bij de aanmaak van een website is het altijd een moeilijke keuze hoe deze zal worden opgebouwd: wat komt waar, en hoe wordt de website ingedeeld. Over het algemeen kan een website als volgt worden ingedeeld:

* Hoofddomein

* Subdomein

* Subfolder

Een aparte categorie, die toch het vermelden waard is, zijn de microsites.

Hoofddomein

Het hoofddomein begint met een goede URL. Hier zijn een aantal zaken waarmee je rekening mee moet houden. Een URL moet immers gemakkelijk te onthouden zijn, zodat het niet te moeilijk is om deze terug te vinden, en mond-op-mond reclame mogelijk maakt. Houd het adres daarom kort.

Zie bijvoorbeeld Internet Marketing Universiteit. Deze begon in 2010 als InternetMarketingUniversiteit.nl. In 2014 stapt men dan over naar IMU.nl. Het oude domein was met 29 karakters echt te lang. IMU.nl daarentegen is lekker kort en pakkend. Makkelijk deelbaar. Klinkt meer als een ‘officiële instelling’ en minder als een domein gevuld met zoekwoorden.

Moet wel gezegd worden, anno 2017 is het bijzonder moeilijk om dit soort mooie drieletter domeinnamen goedkoop vast te leggen voor de .nl domeinnaam extensie. Je zou kunnen denken aan alternatieve extensies zoals bijvoorbeeld .io (populair onder tech geeks), .amsterdam en .frl (voor lokale ondernemingen) of .coach/.expert/.consulting (voor professionals). Maar deze relatief nieuwe domeinnaam extensies zijn op moment van schrijven nog niet echt ingeburgerd. Mijns inziens zijn deze nieuwe extensies risicovol qua ‘type-in traffic’. Je hebt kans dat mensen jouw merknaam horen op de radio, en bij thuiskomen deze intypen en uit gewoonte ‘.nl’ toevoegen. En dan vervolgens op de website komen van een concurrent of irrelevante partij.

Een voorbeeld hiervan is de politieke partij Voor Nederland. Omdat de drieletter domeinnaam ‘VNL.nl’ al vergeven was aan een ICT instelling, hebben zij gekozen voor VNL.nu. De .nu extensie zie ik overigens ook in de praktijk vaak gebruikt worden in Nederland als alternatief voor wanneer .nl niet meer beschikbaar is.

Problematisch is dat wanneer mensen graag meer te weten willen komen over de standpunten van deze partij zij toch geneigd zullen zijn om in de browser balk in te typen ‘VNL.nl’ en in dat geval zullen zij terecht komen op een ICT-servicewebsite. Dit is geen goede eerste kennismaking en komt onprofessioneel over. De ICT-partij gebruikt het domein overigens niet, deze verwijst door naar een andere domein, SLTN.nl.

Mijns inziens zou Voor Nederland budget opzij moeten schuiven om de meest geschikte domeinnaam over te nemen (indien de ICT-partij daar open voor staat natuurlijk, het domein wordt momenteel niet gebruikt, en kent weinig linkwaarde volgens de Ahrefs backlink checker tool, dus ik zou niet weten waarom zij deze domein niet zouden willen overdragen voor de juiste prijs).

Subdomeinen

Subdomeinen, ook gekend als ‘third-level domeinen’, zijn onderverdelingen van je domein. Heel dikwijls kunnen we zien dat websites de blog als een subdomein gebruiken, bijvoorbeeld: Blog.prenatal.nl of Blog.seniorennet.be. Voorgaande is niet ideaal, omdat je onder andere linkwaarde wegleidt van het hoofddomein. Het is immers niet gezegd dat Google deze als één website zal erkennen. Het is beter om een blog te gebruiken als een subfolder.

Subdomeinen kunnen wél gebruikt worden om bijvoorbeeld verschillende divisies van een bedrijf aan te geven. Het bekendste voorbeeld hiervan is wat Google doet. Iedereen kent immers de subdomeinen Maps.google.com of Translate.google.com.

Een tweede manier om subdomeinen te gebruiken is wanneer een deel van je website niet zichtbaar is, of niets bijdraagt aan de inhoud van de website en bijgevolg ook niet noodzakelijk door Google gevonden moet worden. We denken dan bijvoorbeeld aan het ledengedeelte, training, of gedeelten waarvoor een inlog nodig is. Zie bijvoorbeeld het Nederlands Instituut voor Biologie: Leden.nibi.nl. Wederom goede hoofddomeinnaam keuze overigens.

Subfolder

Over het algemeen kunnen we zeggen dat het beter is een subfolder te gebruiken dan een subdomein. Hierboven hebben we enkele uitzonderingen gezien, maar de subfolder is in de overgrote meerderheid van de gevallen aan te raden.

Subfolders hebben bijvoorbeeld de volgende indeling: https://www.schoonenberg.nl/blog. Bemerk dat de blog hier niet als subdomein, maar als subfolder staat. De subfolders zijn de indeling van de website. Maak deze dus logisch, overzichtelijk en gemakkelijk te doorzoeken voor Google, volgens een zogenaamde silostructuur.

Maak voor je begint een indeling van de pagina, en beslis welke subfolders en eventuele onderliggende folders je wenst. Dit is belangrijk, want deze folders zijn een integraal deel van de zoektocht door je website die Google doet. Overigens is het ook voor de bezoeker beter dat je een goede indeling hebt.

Subfolders kunnen ook gebruikt worden om een specifiek thema te behandelen (bijvoorbeeld binnen subfolder http://www.knvb.nl/competities/eredivisie-vrouwen kan men louter informatie vinden omtrent de damesvoetbal eredivisie competitie), of zich specifiek richten tot een bepaalde locatie of taal (zoals www.coolcat.be/nl/ en http://www.coolcat.be/fr).

Tot slot wil ik nog beklemtonen dat het belangrijk is om de naam van de subfolders duidelijk te houden. Gebruik dus streepjes, zijnde het teken: ‘-‘ tussen de woorden in de titel, bijvoorbeeld: http://www.mazda.nl/modellen/nieuwe-mazda-cx-5/. Net zoals voor de domeinnaam geldt hier: Korter liever dan langer.

Microsites

Met microsites bedoel ik websites die los staan van de website van het bedrijf, en dus een volledig apart domein hebben. Microsites zijn kleiner dan traditionele websites (over het algemeen 2-3 pagina’s), en zijn gecreëerd voor een specifiek doel of een specifieke campagne. Ze zijn dus veel specifieker qua inhoud, en zijn meestal tijdelijk. Ze zijn gemaakt om te informeren óf te entertainen.

Opmaak

Voor we kijken naar de voor- en nadelen van microsites, gaan we eerst even in op hoe een microsite het best wordt opgebouwd, en wat je wilt vermijden.

Het belangrijkste is uiteraard de URL: door de specifieke opzet van een microsite is het heel belangrijk dat deze duidelijk is, en gemakkelijk te onthouden. Deze zal dan ook meestal kort zijn, en duidelijk maken wat er op de site te zien is.

Indien je een (nieuw) product wenst te promoten, is het best om een domeinnaam als bijvoorbeeld Fanta.nl te gebruiken.

Wat de website zelf betreft, is het belangrijk om dubbele content met de hoofdwebsite te vermijden.

Nadelen

Kijken we naar de negatieve zaken, dan kan het gebeuren dat klanten verward raken, en niet weten waar ze op terecht gekomen zijn. Potentiële klanten kunnen denken op je hoofdsite terecht gekomen te zijn, en (voorgoed) wegklikken als dit niet het geval is.

Op het vlak van search is het zo dat meerdere websites voor een merk links, sociale signalen en gebruikerssignalen naar je websites opsplitsen, waardoor alle websites lager kunnen noteren in de zoekresultaten. Ook zien we dat Google grote, gezaghebbende domeinen met geschiedenis verkiest boven nieuwe domeinen, waardoor het beter kan zijn te centraliseren door een subfolder aan te maken op een bestaand hoofddomein. Tot slot is het zo dat, door het feit dat deze websites zo specifiek zijn, je niet alle aspecten van je bedrijf aan bod kunt laten komen, waardoor je misschien bepaalde inzichten op topics niet zal vermelden, en wederom klanten afschrikt die dachten op je hoofdpagina te zijn, en niet vinden wat ze zoeken.

Mogelijkheden

Kijken we nu naar de unieke voordelen van microsites, dan zijn er verschillende punten aan te halen. Niet alle punten zijn voor iedereen van toepassing, dus goed nagaan wat je exact nodig hebt is de boodschap.

Makkelijk te onthouden

Microsites zouden een unieke domeinnaam moeten hebben wat gemakkelijk te onthouden is, waardoor potentiële klanten je sneller en gemakkelijker kunnen terugvinden. Dit kan of een productnaam zijn, of gebaseerd op gemakkelijk te onthouden zoekwoorden.

Merkbekendheid

Bij overkoepelende bedrijven die meerdere merken herbergen, kunnen we soms zien dat merken een afzonderlijke website krijgen. Mensen die naar een specifiek product op zoek zijn, hebben immers geen boodschap aan de vele, soms totaal verschillende, producten die datzelfde bedrijf aanbied. Zo zien we bijvoorbeeld bij het bedrijf AB Inbev dat naast Ab-inbev.be, in België bekende bieren een eigen microsite krijgen: Leffe.be, Hoegaarden.be, Jupiler.be et cetera. Hetzelfde kunnen we bijvoorbeeld zien bij multinationals zoals Unilever, Mars, Coca-Cola en dergelijke.

Informatie verzamelen

Soms worden microsites specifiek gecreëerd om informatie te verzamelen. Om negatieve invloed hiervan te vermijden op de hoofdwebsite, is dit een heel goede methode. Dit kan aan de hand van spelletjes, versturen van informatie, details betreffende een event…, waarna de bezoeker zijn gegevens achter moet laten. Eén van de bekendste voorbeelden die je zeker hebt zien voorbij komen rond de kerstperiode is Elfyourself.com, waar je de gezichten van je familie op elfen kan plakken, en dit daarna delen op Facebook. Hoewel dit gemaakt is door het bedrijf OfficeMax, is dit hoofdzakelijk bedoeld voor het verzamelen van informatie (aangezien je toegang geeft tot je gegevens bij het plaatsen op Facebook), en niet om verkoop te genereren.

Uitproberen

Een microsite is ook perfect om zaken uit te proberen voordat je deze op de hoofdwebsite zet. Indien dit niet werkt, is er geen negatieve invloed geweest op de eigenlijke website.

Doorverkopen website

Tot slot is een microsite een goed idee als je van plan bent om een domein, product of dienst door te verkopen. Indien je die website in een subdomein of subfolder plaats is dat immers niet mogelijk.

Verschil microsite en landingspagina

Tot slot wil ik nog even ingaan op het verschil tussen een microsite en een landingspagina. Een landingspagina is slechts één pagina, en zal altijd gepubliceerd worden onder de hoofdwebsite. Zie bijvoorbeeld VisDeal.nl. Een microsite daarentegen, kan meer dan een pagina zijn, en staat op een apart domein. Wat betreft het doel en de gebruiksduur kunnen beide gelijk zijn.

Over het algemeen kunnen we zien dat een landingspagina meer gebruikt wordt om de conversie te vergroten, terwijl een microsite meer gebruikt wordt om specifieke informatie over een product of dienst door te geven.

De meest passende opzet kiezen voor je doel

In dit artikel zijn we begonnen met de indeling bespreken, en wat je best gebruikt voor je website. In de meeste gevallen is het best om je volledige website op 1 domein te zetten en te werken met subfolders. Dit is immers wat Google prefereert, en waardoor je website dus hoger zal rangschikken. Er zijn echter een aantal uitzonderingen waardoor je toch een onderscheid kan maken, en het daarom beter is een gedeelte van je website op een subdomein zetten.

Kijken we naar de microsites, dan geldt hier vooral dat je goed moet nadenken voor je beslist om dit te gebruiken. Het grootste gevaar is immers dat je link waarde, sociale signalen en gebruikerssignalen weg leidt van je eigen website, waardoor beide websites lager rangschikken binnen zoekmachines, of klanten zelfs kunnen afhaken als ze niet vinden wat ze zoeken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe investeerder voor kaartenmaker HERE

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Kaartenmaker HERE Technologies krijgt een nieuwe investeerder die naast geld ook kennis zal inbrengen op het gebied van R&D.

Wie deze partij is en hoeveel geld er wordt geïnvesteerderd houdt CEO Edzard Overbeek voor zich. Hij kondigt het nieuws, waarvan de details pas over een paar maanden worden bekendgemaakt, aan in Het Financieele Dagblad vandaag.

HERE is het kaartenbedrijf dat de autoconcerns Daimler, BMW en Audi in juli 2015 overnamen [Wikipedia]. Toen heette het nog Nokia Maps.

Van meet af aan stonden de autoconcerns open voor toetreding van nieuwe investeerders. Hoe maar strategische partners hoe steviger het tegenwicht dat ze tegen rivaal Google Maps kunnen bieden. Vanuit die achtergrond verwierven eind vorig jaar het Chinese internetbedrijf Tencent, kaartenbedrijf Navinfo en investeerder GIC tien procent van het HERE. Begin dit jaar meldde persbureau Reuters dat Intel een belang van vijftien procent wilde. Die transactie werd tot op heden niet bevestigd.

Foto: Robert van Dijk (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Emerce eFashion: ‘Digital stórmt de winkels binnen’

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Retail zit middenin de grootste revolutie uit haar geschiedenis. Een golf van innovatie, creativiteit en verfrissend ondernemerschap. Hoe kies je uit alles wat crossborder in multi- en omnichannel te bieden heeft de juiste partners en distributiemodellen? Pak de kansen, word winner. Ger Boersma, gepokt en gemazeld in de internationale retail in directiefuncties, geeft op Emerce eFashion een overzicht van de huidige en toekomstige mogelijkheden.

Je recente boek heet Retail in oorlog. Is er nog wel sprake van een gevecht? De aanvallers (online) hebben weinig moeite om retailers van de markt te drukken.


“Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad zo dat de ene winkelketen na de andere omvalt onder het geweld van de aanvallers. Ooit onverwoestbare merken verdampen. Zelfstandige retail wordt bijna uit de markt gedrukt. Winkelstraten in losersteden zien er beroerd uit. De opmars van de aanvallers lijkt niet te stuiten.

“Maar zo eenvoudig is het toch niet. Revoluties gaan nu eenmaal niet zonder geweld en retail zit middenin de grootste van alle revoluties uit haar geschiedenis. De muntjes en krachten zijn ook nog eens oneerlijk verdeeld. De moderetailer die geld van de bank wil krijgt niet eens koffie, de bankmannen sprinten naar hun leasebak als de retailer binnenkomt. De grote jongens als Amazon, Alibaba en in de mode Zalando komen op een makkelijke manier aan geld. In de top tien van de meest waardevolle bedrijven ter wereld staan maar liefst acht technologieconcerns. Zowel privépersonen als fondsen investeren als gekken in deze bedrijven om vooral niets te missen aan waardevermeerdering en klagen tegelijkertijd dat het zo slecht met de stenen retail gaat. Die heeft dan ook weinig kans tegen de opmars van online.

“Er is echter meer aan de hand. E-commerce versmelt met retail tot een digitaal distributiemodel. Digital sluipt instore retail binnen, beter gezegd stórmt de winkels binnen. On- en offline groeien naar elkaar toe. Amazon opent boekwinkels, kassaloze foodstores en food drive-ins. Zalando opent outletstores, koopt ketens en biedt ship from store concepten aan waar een volledige integratie plaatsvindt tussen merk, marketplace en retailer. Het is dus niet zo simpel dat online de stenen wegblaast; er vindt een wedergeboorte van de stenen winkels plaats, zou je bijna zeggen.

“Dat proces wordt zoals gezegd aangejaagd door het geld vanuit investeerders, maar laten we vooral ook Koning Leeuw (de consument) niet vergeten. De wereld is in korte tijd omgekeerd: de consument bepaalt nu waar, wanneer en bij wie wordt gekocht. Grenzeloos. Dat was vijftig jaar geleden wel even anders. De producent was de baas en de winkel een doorgeefluik naar de consument. De retailers riepen in koor dat de klant koning was, wat heel lang onzin is geweest. Nu niet meer: de rollen zijn omgedraaid. De koning heerst als een leeuw over zijn onderdanen, in dit geval de merken en de retailers. De prooi wordt 24/7 opgejaagd en het smakelijke hapje wordt verschalkt als het goed of goedkoop genoeg is.

“Het onder vuur liggende deel van retail voelde zich altijd superieur, heeft te lang zitten wachten, te weinig geïnvesteerd in vernieuwing en heeft de aanvaller niet zien aankomen. Schoenen moet je immers in de winkel passen en kleding moet je kunnen voelen. Dat kun je niet via internet verkopen. Dat weten we ondertussen, ieder vierde paar schoenen gaat in ons land via het net. Bij onze oosterburen wordt al bijna een derde in mode, schoenen en sport via het net verkocht. En de rek is er nog niet uit. Het is als een communicerend vat, wat er bij de een bijkomt gaat er bij de ander af. Of toch niet?

“Eén ding is zeker, het aandeel van de stenen retail slinkt naar zo’n 60 procent in de komende jaren. Waar staan we nu? De wedstrijd is op dit moment een gelijkspel tussen ups en downs. Alles is mogelijk. Niemand is op voorhand verloren, maar niemand is ook zeker van zijn voortbestaan. Dus aanvallen. Er zijn voldoende kansen. Meer dan ooit misschien wel, zij het gepaard aan reusachtige risico’s. Is het nog wel de moeite waard om die risico’s te nemen? Met die mentaliteit is niet alleen Amazon groot geworden. Nieuwe merken en initiatieven en start-ups schieten als paddestoelen uit de grond omdat het lef van de geldschieters en initiatiefnemers groot is, of omdat ze heilig geloven in wat ze doen, of omdat ze hopen ‘helemaal binnen te lopen’.”

“Het gevecht is nog niet afgelopen, het is net begonnen, het is dag 1 van de geschiedenis van internet. Het veranderingsproces gaat in een duizelingwekkend tempo en is bijna niet bij en vol te houden, in ieder geval niet voor de minder kapitaalkrachtige retailers. Retail is en blijft een orgie van innovatie, ondernemerschap, creativiteit, organisatie en technologie — en van concurrentie natuurlijk. Het gaat er hard aan toe. Winner takes all, lijkt het wel. De namen van de huidige winnaars kennen we allemaal, of zien we er een paar over het hoofd? Zijn de winnaars van de komende jaren de gedoodverfde kandidaten van nu, of worden de kaarten toch steeds opnieuw geschud?”

In de schoenenbranche zijn de afgelopen jaren bijna 800 winkels verdwenen. Zijn er nog winkels in de fashionsector die wel succes hebben? Wat is hun geheim?

“Er zijn duizenden winkels verdwenen, niet alleen schoenenwinkels, ook in de mode en sport heeft er een behoorlijke kaalslag plaatsgevonden. En het einde is nog niet in zicht, de komende jaren verdwijnen er nog eens duizenden winkels. De weidewinkels doen het de laatste jaren gewoon goed, het kan dus wel. In kleinere steden als Bavel, Franeker, Tiel, Zuid-Beijerland, Wilp, Rijssen, Gorredijk, Tilligte en Dussen staan hele grote winkels met een breed assortiment in mode. Bedrijven die worden gerund door vaak meerdere generaties van families. De benaming ‘weidewinkels’ doet ze eigenlijk geen eer aan, want het zijn stuk voor stuk modepaleizen met een enorm aanbod aan merken en een geweldige service. Vijf- tot zevenhonderd modemerken onder één dak is zeker geen uitzondering. Goede parkeergelegenheid in combinatie met een breed aanbod en een café en restaurant maakt een bezoek aan dat soort winkels tot een dagje uit. Plezierige ontvangst, vermaakservice als de broek of rok net iets te lang is en een verkoper die je op een aangename en niet opdringerige wijze in het verkoopproces begeleidt. Dit soort bedrijven hanteert vaak slimme loyaltysystemen en biedt soms een gratis kopje koffie of livemuziek waardoor de klant graag terugkomt.

“Verder zie je dat retailers en ketens die hebben begrepen dat de nieuwe wereld om data draait succesvol zijn. Hunkemöller wordt daarin vaak genoemd, er zijn gelukkig ook zelfstandige retailers die dat goed aanpakken. Ze zijn echter in de minderheid, voor het overgrote deel houdt technologie op bij het hebben van een elektronisch telraam en voor velen is zelfs dat al uitdagend, data uitwisseling via EDI is daar een goed voorbeeld van.

“Bij het gros van de merken is het overigens niet anders gesteld, mode- en schoenenmerken zijn emogedreven, het gaat om het kleurtje en het stofje. De nieuwe wereld is kil en rationeel, datagedreven. Een wereld van verschil. Data en systemen inzetten in een klantgericht model, daar draait het voor de retailer om. Terug naar ieders kerncompetentie. Die van producent en merk is het product, die van de retailer het verkopen van dat product. Aan elkaar gekoppeld via de moderne platformtechniek. Voor de retailer geldt dat data en systemen in combinatie met e-marketing in een klantgerichte aanpak de sleutel tot succes is. Een mondvol kreten die door veel retailers niet worden begrepen, er zit domweg te weinig kennis die de nieuwe aanvallers wel bezitten.

“Succes in de toekomst zit in nieuwe samenwerkingsmodellen waar voorraad uit de keten wordt gehaald. Ook ketenverkorting speelt een belangrijke rol. Alleen zo kunnen midsized merken en retailers overleven. Niet de retailer ‘volstoppen’ met spullen omdat het salesbudget van het merk met 5 procent is verhoogd. Het merk zal moeten leven met het feit dat risicodragend voorraad wordt gehouden. Zij zijn uiteindelijk ook degene die horen te weten wat de consument in de komende maanden wil kopen. Het gevolg hiervan is dat de retailer een lager kapitaalbeslag heeft voor financiering van de voorraad. Het vrijvallende geld kan dan worden geïnvesteerd in zijn kerncompetentie, klantgerichte retailing. Voor producent en merk geldt dát het merk wordt gekocht, voor de retailer wáár het wordt gekocht, en door wie. Zo simpel zijn de kaarten verdeeld.

“Verder is er een hoofdrol weggelegd voor delen. Delen van data, delen van verkoopinformatie, delen van voorraden, delen van kennis en delen van marges. Sharing economy in optima forma. De Airbnbs en Ubers doen het ons voor via de platformtechniek waar service providers en users worden geconnect voor wederzijds voordeel. Een vergelijkbaar platform is ook beschikbaar voor producent, merk en retailer in fashion, schoenen en sport. Op eFashion is dit mijn hoofdthema, maak data systeemonafhankelijk via het platform voor alle deelnemende partijen op een simpele wijze toegankelijk.”

In Zevenaar wil men een Factory Outlet Center openen. Zijn deze outlets niet een beetje als de Actions onder de modewinkels? De belevenis van graaien en goedkoop kun je online nog moeilijk evenaren.

“De vergelijking met Action vind ik niet opgaan. Deze keten zit aan de onderkant van de prijsmatrix met een breed assortiment in een low price aankleding. De outletcenters zijn stuk voor stuk architectonische hoogstandjes waar ook hoge eisen aan de winkels worden gesteld. Veel outletwinkels misstaan niet in de normale voetgangerszones. Wel is er een duidelijke trend in de Aldisering van de mode, goede artikelen tegen lage prijzen. Buiten de Nikes en Adidassen lijken de merkwaardes voor de nieuwe generaties af te nemen waardoor goed en goedkoop in fashion prima samengaan. Het succes van H&M, de Inditex merken en Primark spreekt boekdelen.

“Consumenten zijn altijd in voor een koopje. Dat is het principe waaraan de outletcenters hun bestaansrecht danken. Omgekeerd zijn investeringsfondsen altijd in voor een goed rendement, ook daaraan danken de outletcenters hun bestaansrecht. Tel beide zaken op, voeg er nog wat village-uitstraling en enthousiasme van consument en merk aan toe, en we zien een fenomeen dat zich op een ongekend succesvolle manier heeft bewezen in de zich verder stroef ontwikkelende Europese stenen retailindustrie.

“Het outletstore concept is overgewaaid vanuit Amerika. Ooit gestart als fabriekswinkelverkoop van beschadigde goederen. In de jaren zeventig ontstonden daar de eerste multibrand-outletcenters die uiteindelijk uitgroeiden tot de designer outletcenters zoals we die nu kennen in Lelystad, Roermond en Roozendaal. In Europa staan honderden van dit soort centers. Bezoek het mekka van de outlets eens in het vlakbij Stuttgart gelegen Metzingen. Daar kan niet meer gesproken worden van outlets, het zijn luxe winkels waarvan een aantal op de Champs-Élysées niet zouden misstaan. Puma heeft er net als Oakley, Move, Marc O’Polo, Tommy Hilfiger een slagschip staan en de vernieuwde en sterk vergrote Hugo Boss vestiging kent op zaterdag lange wachtrijen. Bally, Miu Miu, Ermenegildo Zegna, Porsche Design, Tod’s, Swarowski, Diesel maar ook Lindt, Milka en Tchibo hebben er outletwinkels. Een aantal jaren geleden is het concept omgedoopt tot ‘Outlet City Metzingen’ en de stad met twintigduizend inwoners verwelkomt bijna vijf miljoen bezoekers per jaar.

“Online zijn er voldoende mogelijkheden om te graaien, er zijn tientallen off-priced marketplaces, vaak bedrijven met honderden miljoenen en soms miljarden omzet. Voorbeelden hiervan zijn Vente Privee, Zulily, Monoqi, Clubsale, Ozsale, Limango, Secret Sales, Clubsale, Ruelala. Zalando kent Zalando Lounge waar merken tot wel 70 procent korting worden aangeboden. Amazon is gestopt met Myhabit en BuyVIP. Op zich niet onlogisch, het aanbod op deze gigant is zeer breed en de prijstransparantie is maximaal. Even goed zoeken en je vindt de Samsonite koffer er met 100 euro prijsverschil, ook van de nieuwste collecties. Check ook nog even op één van de andere Europese Amazon landen of de koffer mogelijk nog goedkoper wordt aangeboden. Een Levis 501 vind je in 1 kleur en 1 maat met prijsverschillen van factor twee tot drie. En als klap op de vuurpijl kun je ook via de Amazon app instore de barcode van het artikel even scannen om te zien welke prijs Amazon biedt. Horror voor retailers.”

Sommige winkels proberen nieuwe technologie: interactieve spiegels. Maar nog even en deze spiegels staan bij ons thuis. We kunnen dat jurkje meteen virtueel aantrekken, de maat wordt door de spiegel gemeten, en hoeven alleen nog op de bezorgers te wachten. Verwacht jij die toekomst ook?

“Je hoeft niet eens meer op de bezorger te wachten, van de Israëlische designer Danit Peleg kun je de artikelen thuis 3D printen. Het is allemaal geen toekomst meer, het bestaat al, kunstmatige intelligentie rukt in snel tempo op. AI – artificial intelligence – gaat ons leven in snel tempo veranderen. Ongemerkt is het onze smartphones binnengeslopen. Amazons Echo is alive and kicking en nu al niet meer weg te denken. Zelfs met deze kleine greep uit wat er nu al speelt, zie je dat het tempo hoog ligt

“De paskamer in de winkel is verlegd naar die in de woonkamer. De consument is de baas. Schakels zonder meerwaarde verdwijnen. In de keten wordt door alle partners samengewerkt, naadloos zoals ondergoed naadloos kan zijn. IBM, Apple, Amazon en hun soortgenoten hebben kunstmatige intelligentie geïntegreerd in onze dagelijkse samenleving. In het koopgedrag weten merk en retailer alles van de consument via big data en cognitieve systemen.

“Het koopgedrag is vereenvoudigd: wat je à la minute nodig hebt, is beschikbaar via geautomatiseerde processen. Winkels zijn daarvoor niet meer nodig, want producenten verzorgen de directe levering. Logistieke processen nemen in belangrijkheid toe.

“De Amazons en Zalando’s spelen daar op in. Spreek met Alexa en de pizza wordt geleverd. De Zalando-bot kleedt je. Apple, Google en Facebook zijn de nieuwe bank. Amazon Polly leest je via AI het artikel uit de krant voor. Spraak naar tekst was er al, tekst naar spraak is er nu ook.

“De CV-ketel bestelt de printplaat, de vaatwasser regelt na vijftig spoelbeurten dat er vaatwastabletten worden besteld. De huisairco bestelt via Amazon de monteur die minstens vier sterren heeft. En dan zijn er de abonnementen. Nieuwe business modellen waarin ook de producent op een simpele wijze aan de retail voorbijgaat. De producent levert direct aan de consument. Via smartphones, muziek via Spotify, films via Netflix, een abonnement op ondergoed of scheermesjes als Shaversclub of Dollar Shave Club, het foodabonnement van Hello Fresh, Delivery Hero of Marley Spoon. Na de consumentenbestelling vanuit een van de deelnemende webshops snijdt de bloementeler de bloemen vers af. PostNL levert het boeket slim verpakt next day. Verser gaat niet, het model is up and running. Van Samsung leasen we licht, lampen gaan langer mee. Al deze producten en diensten worden mobiel of thuis geleverd en slaan de stenen retail over.

“De passpiegel is er al, Amazons Echo Look gaat nog een stap verder. Je videoot jezelf met Echo, speelt het af op je smartphone en via AI krijg je kleedadvies en spraakgestuurd bestel je een artikel. Wel één lastig puntje, als je als merk of retailer dan niet op dat kanaal aanwezig bent mis je omzet.

Suitsupply en Zalando zijn begonnen met online adviseurs. Gaan we dat vaker zien?

“De Zalando Man Box is niets anders dan een predictive delivery op de voorkeuren die je zelf hebt aangegeven. Via je smaakvoorkeur, je favoriete muziek, je vrijetijdbesteding, je favoriete vakantieland en je eetvoorkeuren weet de AI welke kleding en merken je leuk vindt en stelt op basis daarvan de Man Box samen.

“AI geeft ons chatbots die snel leren en op alle vragen antwoorden geven. Alibaba beheerst de techniek al zo ver dat dagelijks 1 miljoen vragen van klanten volledig door de chatbot worden beantwoord. In Australië heeft de chatbot zelfs al een menselijk gezicht die tegen je praat; ik laat dat op eFashion zien. Online adviseurs zijn robots die via AI met de cloud verbonden zijn en dat zijn de nieuwe verkopers. Mogelijk kijkt er in deze fase nog een mens van vlees en bloed mee, in de toekomst is ook dat overbodig.

“Griezelig? Ja en nee. Merk en retail moeten er op inspelen om te overleven. En dat spelletje beheersen Suitsupply, Zalando en de andere grootmachten tot in de perfectie. Suitsupply is geen pakkenverkoper, het is een technologiebedrijf in een klantgericht model waar 100 man op de IT afdeling werken. Niets doen is geen optie. Of je kiest er voor een minispeler te zijn die een nichemarkt bedient, of je pakt het op in de nieuwe stijl.

“Het oude model is of gaat dood. Belangrijk is dat merken en retailers keuzes maken, uiteindelijk is iedere keuze legitiem. Durf te kiezen voor nieuwe samenwerkingsvormen. Kies voor delen. Of ga verticaal. Grenzen tussen de bedrijfsmodellen vervagen. Er is keus te over en uiteindelijk is de consument de baas – totdat AI bepaalt wat we kopen en dragen. In Retail in oorlog lees je de veranderingen in het distributiemodel én de oplossingen voor producent, merk en retailer hoe in nieuwe businessmodellen kan worden samengewerkt.”

Emerce eFashion wordt gehouden op 22 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marketeers halen meer digitale vaardigheden in huis

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Grote bedrijven kopen steeds vaker zelf marketing- en mediatechnologie in plaats dat in te huren bij specialistische bureaus. Ook kiezen ze makkelijker voor consultancies voor het opstellen van hun nieuwe digitale strategieën.

Van donkere wolken boven de markt is geen spraken, maar internetbureaus wereldwijd merken dat hun markt en klanten volwassen beginnen te worden. Ook in Nederland is het merkbaar dat grote bedrijven digitale expertise insourcen en bezig zijn met de aanschaf van zaken als DMP’s en media-inkoop- en planningsystemen.

Dat valt te lezen in een nieuw rapport (PDF) van de Society of Digital Agencies (SoDA). In Nederland is bureaunetwerk Dept daar lid van.

Deze veranderingen in de markt zijn ook te merken, stelt het rapport, in het soort opdrachten dat digital agencies dit jaar aannemen. Vorig jaar waren dat voor het merendeel consultancyklussen, dit jaar zijn dat meer projectmatige opdrachten. Mogelijk als gevolg van het advieswerk, maar daar zeggen de onderzoekers van SoDA en Forrester niets over.

Ook opvallend is de opmerking dat bedrijven makkelijk partneren met bijvoorbeeld Facebook en Google voor digitale innovatie binnen de bedrijfsmuren. Nog makkelijker dan met hun internetbureau:

TamTam laat in aanvulling op dit rapport weten: “Een kleine zestig procent van de digitale bureaus verwacht dat insourcing van digitale teams een bedreiging wordt voor hun werkzaamheden. Vooral op het gebied van social media, analytics en digital experiences lijken de corporate marketeers daar ook steeds beter in te slagen. Hun prioriteiten liggen dit jaar op data, de organisatiecultuur en -structuur en customer insights. Interessant om te zien is dat de verwachtingen van marketeers over insourcing hooggespannen zijn, maar als de data wordt vergeleken met 2016 blijkt dat het vaak nog bij plannen blijft. De reden? De zoektocht naar talent blijkt voor marketeers aan klantzijde nog veel ingewikkelder dan bij ons als digitale bureaus.”

Wat de toewijzing van digitale budgetten betreft, blijkt dat bedrijven van jaar op jaar beter wegen hoeveel ze daarin willen investeren. De helft van de corporate marketeers zegt niet meer te investeren dan vorig jaar. In 21 procent is zelfs sprake van een afname. Twee keer meer dan het jaar ervoor.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Infographic: Hoe internetgiganten alsmaar rijker worden

Posted 17 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De vijf grootste beursgenoteerde techbedrijven zijn samen goed voor een indrukwekkend bedrag van 2,8 biljoen dollar. Hun gezamenlijke omzet bedraagt 555 miljard en de winst 100 miljard. Visual Capitalist brengt de cijfers in beeld. Daaruit blijkt ook dat de grote winsten in elk geval nog niet bij Amazon zitten. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Rovio wil niet reageren op overnamegeruchten

Posted 17 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Rovio sluit een beursgang in de toekomst niet uit. Dat meldt het bedrijf achter Angry Birds aan Reuters. Tegelijkertijd wil men niet reageren op geruchten dat er overnamegesprekken zijn met Tencent.

Vorig jaar nam Tencent Clash of Clans-ontwikkelaar Supercell al eens over voor 8,6 miljard dollar. Tencent zou 3 miljard dollar willen bieden voor Rovio. De gesprekken zouden zich nog in een oriënterende fase bevinden.

Het Chinese Tencent is een van de grootste internetbedrijven ter wereld, en vooral bekend van chatdienst WeChat met 864 miljoen actieve gebruikers.

Rovio is recentelijk uit een dal gekropen na een periode van teruglopende inkomsten en ontslagen. Vorig jaar werd voor het eerst weer winst geboekt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google moet Groningse taal redden

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google heeft het Gronings, als eerste Nedersaksische taal, toegevoegd aan zijn programma voor bedreigde talen. Daarnaast starten het Bureau Groninger Taal en Cultuur en het Huis van de Groninger Cultuur volgende week het project Gronings Digi-toal.

Er zijn zevenduizend talen op deze wereld. Google probeert elke taal op internet een plek te geven. Daar hoort het Gronings nu ook bij, zegt Martin Hillenga van het Bureau voor Groninger Taal en Cultuur tegen RTV Noord.

De gedachte is dat een taal die digitaal niet vindbaar is of gebruikt wordt, tot uitsterven is gedoemd. Daarom komt er onder meer een digitaal woordenboek.

Het project Gronings Digi-toal wordt dinsdag gelanceerd tijdens het mede door Google georganiseerde evenement Digital X Groningen, in de Oude Suikerfabriek in Groningen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Jongeren vaker (roekeloos) op publiek wifi

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeventig procent van de internetgebruikers tot 25 jaar gebruikt onbeveiligde publieke wifihotspots. En ook als die hotspots niet beveiligd zijn, maakt dertig procent daar moeiteloos gebruik van.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS over het gebruik van publiek wifi, zoals bijvoorbeeld wordt aangeboden in horeca of ander drukke publieke passages.

Senioren blijken het minst gebruik te maken van publiek wifi en als ze twijfels hebben over de veiligheid ervan dan houden ze de telefoon of tablet gewoon dicht. Deels ook omdat er geen daadwerkelijke urgentie is om online te gaan. “Oudere en hoogopgeleide gebruikers gaan vaker dan gemiddeld bewust om met internet op onbeveiligde netwerken”, licht het CBS toe. Slechts een kwart van de groep tot 25 jaar legt zichzelf beperkingen op bij twijfel over de veiligheid van de dataverbinding.

Onbeveiligd wifi is niet per definitie gevaarlijk, maar onversleutelde data zijn makkelijk af te luisteren. Een kwaadwillende of nieuwsgierige technische slimmerik hoeft enkel zijn laptop open te zetten om alle signalen op te vangen. Daaronder ook inloggegevens inclusief de wachtwoorden. Ook beveiligde hotspots zijn niet per se veilig, omdat niet altijd bekend is wie de eigenaar is en wat zijn intenties zijn. Een goed VPN of getetherde hotspot uit iemands telefoon kan uitkomst bieden.

Foto: Yahoo (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »