Posts Tagged ‘internet’

‘Groen slotje maakt van Tikkie-fraude kinderspel’

Posted 20 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Criminelen voegen moeiteloos een groen slotje in de adresbalk van phishingwebsites waarmee ze consumenten gegevens ontfutselen. Vooral bij een nieuwe vorm van internetoplichting, Tikkie-fraude, wordt handig gebruik gemaakt van dit valse gevoel van veiligheid. Dat blijkt uit onderzoek van het televisieprogramma Kassa.

Kassa kon een domeinnaam kopen met banken en tikkie in de naam, bijvoorbeeld Mijntikkie.nl, die in een steekproef door consumenten het meest werd gekozen als de echte site van Tikkie.

Om ervoor te zorgen dat je geen slachtoffer wordt van tikkiefraude moet je exact weten of de domeinnaam van de website waar je op zit wel juist, en niet een naam die heel erg op de echte lijkt.

Criminelen kunnen met de gegevens die door middel van een neptikkie van hun slachtoffer zijn verkregen zelfs de officiële mobiel bankieren app, zoals de ABN Amro app, van het slachtoffer installeren en gebruiken. Zo kunnen zij grote bedragen buitmaken door zelf vanuit de mobiel bankieren app geld over te maken of direct uit te geven met contactloos betalen, zonder dat het slachtoffer dit doorheeft.

De Fraudehelpdesk heeft dit jaar al 167 meldingen over fraude met valse betalingslinks ontvangen. Hierdoor zijn melders in totaal 59.556 euro kwijtgeraakt. Over fraude met nep tikkies in het bijzonder zijn tientallen meldingen ontvangen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bewegingen pallets op water, spoor en asfalt te volgen

Posted 19 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

T-Systems, het Instituut Fraunhofer for Material flow and Logistics (IML) en de European Pallet Association (EPAL) introduceren ‘intelligente pallets’ tijdens de International Supply-Chain conferentie die deze week in Berlijn wordt gehouden. Met behulp van deze slimme pallets zijn bedrijven beter in staat bewegingen van hun goederen op water, spoor en asfalt te volgen.

De pallets zijn voorzien van een zogeheten low-cost tracker die zijn eigen positie achterhaalt en transportbewegingen en temperatuurwisselingen volgt. Naast de locatie detecteert de waterdichte sensor schokken, hellingen, versnellingskrachten en de temperatuur van elke pallet. De opleggers rapporteren zelf hun status van bijvoorbeeld afwijkingen op het vlak van onverwachte schud- of temperatuurfluctuaties.

Gemiddeld zo’n 30 procent van alle transporten komt niet op tijd – of nooit – aan op de juiste bestemming door diefstal, verlies of andere oorzaken. Pallets die aangesloten worden op slimme netwerken worden volgens de initiatiefnemers de nieuwe data-parels in supply chain management-trajecten.

De tracker is volgens partners eenvoudig in te bouwen in elke ladingdrager. Gegevensuitwisseling vindt plaats via het NarrowBand IoT netwerk van T-Mobile. De levensduur van de batterij in de sensor bedraagt zeker tien jaar.

Naar verwachting worden de komende jaren meer dan een miljard objecten verbonden met het internet. Veel van deze Internet of Things oplossingen worden ingezet in de transport- en logistieke sector. Slimme pallets, containers en verpakkingen zijn straks in staat miljarden statusberichten te verzenden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlanders waarderen mailings van webshops

Posted 19 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ons e-mailadres is de sleutel om toegang te krijgen tot social media, om zowel reclame als officiële berichten te ontvangen en is het – onder andere –  het adres waarop aankoopbevestigingen binnenkomen. In het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 wordt voor het eerst gevraagd hoe wij deze webshopmailings waarderen: Wij waarderen het mailverkeer van webshops, al zijn er wel opmerkelijke verschillen in leeftijd op te tekenen.

Jonge Nederlanders ontvangen het liefst gepersonaliseerde mailings

Deze leeftijdsverschillen zie je vooral terugkomen als je naar de waardering kijkt van gepersonaliseerde mailings. Uit het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 komen de volgende cijfers:

Welke mailings ontvang je graag van je webshops?

Jonge Nederlanders tot 25 jaar geven aan dat ze e-mail niet meer gebruiken voor berichten aan familie en vrienden. Niet verbazingwekkend: WhatsApp is met 86% hiervoor het meest gebruikte platform. Voor Nederlanders die ouder zijn dan 55 ligt dit percentage op 39%. Oudere Nederlanders sturen liever een e-mailtje naar vrienden en familie. Uit het onderzoek blijkt dat 50% van de 55-plussers hiervoor kiest.

Ergens zou je verwachten dat die laatste groep Nederlanders gepersonaliseerde e-mails van webshops prima vinden. Ze gebruiken e-mail immers ook als kanaal voor het versturen van persoonlijke berichten. Toch houdt dit gebruik van e-mail niet automatisch in dat er ook een voorkeur voor gepersonaliseerde mailings bestaat. Het is eerder andersom.

Het zijn juist de jonge Nederlanders die met 49% aangeven graag gepersonaliseerde mails te ontvangen. Oudere Nederlanders komen niet verder dan 34%. Het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 probeert deze cijfers te duiden. Er zijn drie deskundigen geïnterviewd die elk vanuit uit hun eigen expertise commentaar geven op de conclusies van het onderzoek. Eén van hen is Peter Rijcken, marketingdocent aan de Hogeschool Leiden. Hij zegt: ‘Communicatie via social media is veel meer “praten met” vrienden en familie. Bij een e-mail ga je echt iets schrijven aan een geadresseerde. Die moet je heel bewust kiezen.’

Misschien dat oudere Nederlanders wel heel bewust bezig zijn als ze een persoonlijk e-mailbericht schrijven en dat ze ook heel secuur een geadresseerde kiezen. Wie weet, vinden ze het om deze redenen vervelend als commerciële webshops ze op dezelfde manier aanspreken. Het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 geeft hiervoor niet direct een verklaring, maar de opgenomen interviews geven wel food for thoughts.

Verder valt op dat nagenoeg alle Nederlanders verjaardagsmails weten te waarderen. E-mailmarketeers weten uit zowel benchmarkgegevens als eigen gegevens dat verjaardagsmails hoge ratio’s scoren. Open ratio’s van boven de 70% zijn niet uitzonderlijk. Het is interessant om te zien dat de Nederlander deze waardering voor verjaardagsmails onderstreept. Om precies te zijn: dit geldt voor gemiddeld 47% van de Nederlanders.

Aantal online bestedingen blijft toenemen

Voor webshopeigenaren is het goed nieuws dat Nederlanders hun mailverkeer weten te waarderen, want dat mailverkeer zal toenemen. Uit de laatste cijfers van Thuiswinkel.org blijkt dat wij in de eerste helft van dit jaar 11% meer online hebben besteed dan in de eerste helft van 2017. Het Nationaal E-mail Onderzoek bevestigt deze stijgende trend. Zo gaf vorig jaar 49% van de Nederlanders aan dat ze maandelijks iets online aanschaften en 17% wekelijks. Dit jaar zie je de frequentie toenemen:

Hoe vaak doe je online aankopen?

In 2018 zijn de wekelijkse shoppers toegenomen van gemiddeld 17% in 2017 naar 21% in 2018. In het Nationaal E-mail Onderzoek is ook een interview opgenomen met Richard van Welie. Hij werkt bij Thuiswinkel.org. Hem is gevraagd waardoor het komt dat wij online steeds meer besteden: ‘Er zijn verschillende redenen waarom de e-commerce de laatste jaren een vlucht heeft genomen. Zo raakt de consument steeds vertrouwder met het kopen via internet, is de economie aangetrokken en is het online aanbod enorm gegroeid.’

En e-mail speelt in deze toegenomen e-commercemarkt een belangrijke rol. E-mail is ons voorkeurskanaal voor de ontvangst van reclame, het is het online kanaal dat ons het meest verleidt tot online shoppen en het is kanaal waar we het meeste vertrouwen in hebben. Cijfers uit het Nationaal E-mail Onderzoek bevestigen dit.

Dubbel devicegebruik nog springlevend

Vraag is dan nog met welk device wij al deze online aankopen doen. Het is opmerkelijk dat wij onze smartphone voor zo’n beetje alles gebruiken, maar dat we enige huiver voelen om er online bestedingen mee af te ronden. Zo lezen wij onze e-mails bij voorkeur (46%) op een smartphone, maar als zo’n mail ons weet te verleiden tot een online aankoop dan klappen we onze laptop open (40%). Uit het onderzoek:

Via welk device doe je het vaakst online aankopen?

Richard van Welie is ook gevraagd of hij kon aangeven wat de smartphone nog nodig heeft om populairder te worden als koopdevice. Zijn antwoord komt neer op: meer gemak en meer veiligheid. Richard: ‘De grootte van het scherm speelt een rol. Maar dat gaat goed komen, want uit een onderzoek van marktonderzoeksbureau GfK blijkt dat smartphones met grotere schermen steeds populairder worden in Nederland. Daarnaast wordt het ook steeds gemakkelijker en veiliger om via je mobiel aankopen te doen, bijvoorbeeld via one-click buy, two-way verification, vingerafdrukken of gerzichtsherkenning.’

Nationaal E-mail Onderzoek 2018

Naast de duiding van Richard van Welie en Peter Rijcken geeft ook e-mailspecialist Jordie van Rijn commentaar op de uitkomsten van het onderzoek. De interviews met deze drie heren plus het kwantitatieve deel van het onderzoek onder 2.055 Nederlanders geven een mooi beeld van ons e-mailgedrag. Het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 is een samenwerking tussen de e-mailserviceprovider Spotler en marktonderzoeksbureau CG Selecties.



Lees het volledige bericht op Emerce »

AD begint proefuitzendingen ochtendshow

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het AD is vanochtend begonnen met het testen van een online ochtendprogramma. De naam van het format veronderstelt draagbaarheid: De ‘Ochtendshow To Go’.

Tegen half negen stond de video van de eerste uitzending vanochtend live. Het programma werd gepresenteerd door Lucille Werner en Hidde van Warmerdam. De opnames vinden plaats in een aparte ruimte achterin op de redactie van het AD in Central Post te Rotterdam. Naast het NS-station Centraal.

Aan Villamedia legt AD-hoofdredacteur Hans Nijenhuis uit, dat de show bewust compact is gehouden. Dat is het doel althans. ‘In een kwartiertje bijgepraat’ duurde vanochtend bijna 25 minuten.

“Vanaf vandaag zenden we geregeld proefafleveringen uit. Omdat we testen kunnen zaken soms minder soepel lopen, zo was in deze show de verbinding via Skype nog niet optimaal.”

Het format toont twee presentatoren en twee studiogasten. Er worden actuele onderwerpen behandeld en de trending items op AD.nl worden doorgenomen. Een aantal gasten werd vanochtend ingeprikt via Skype.

De Twitterhandle @ochtendshowtogo is in augustus 2018 geclaimd.

In Central Post zijn ook meerdere internetbureaus gehuisvest.

Foto: Fred Romero (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Franchisenemers sluiten vrede met HEMA na overname door Boekhoorn

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ramphastos Investments van entrepreneur Marcel Boekhoorn, die rijk werd door de verkoop van Telfort, koopt retailer HEMA. Ook worden de schulden van de huidige eigenaar Lion Capital overgenomen. Met de franchisenemers zijn nieuwe afspraken gemaakt over e-commerce.

Volgens de Telegraaf betaalt Boekhoorn geen cent voor de keten, maar neemt hij een schuld over van 750 miljoen euro.

In een verklaring (pdf) laat HEMA weten dat ‘constructieve samenwerking’ de enige manier voortwaarts is. De juridische procedures tegen de franchisenemers zijn gestaakt.

In augustus lagen de franchisenemers en HEMA nog op ramkoers. Het bestuur van HEMA had de winkelcontracten opgezegd van alle bestuurders van zijn franchiseorganisatie, de Vereniging Aangesloten Bedrijven (VAB), naar aanleiding van het conflict over het online beleid.

Al langer was er onenigheid tussen de HEMA directie en de Vereniging Aangesloten Bedrijven Hema (VAB) over de digitale koers. HEMA vond dat de zelfstandige ondernemers wel willen profiteren van de internetverkopen, maar niet willen bijdragen aan de kosten.

In 2016 besloot het bestuur van de winkelketen eigenhandig de kosten van e-commerce door te berekenen. De rechtszaak hierover werd door de franchisers gewonnen. Ook de bodemprocedure viel onlangs in het voordeel van de franchisers uit.

Het conflict met de franchisers was ook de reden dat de overname van de winkelketen door het Belgische investeerder Core Equity afketste.

Warenhuisketen HEMA realiseerde in 2017 een omzet van 1,2 miljard euro. Ongeveer tien procent daarvan kwam binnen via digitale kanalen. De Twinkle100 spreekt over 115 miljoen euro. Het bedrijf boekte in het tweede kwartaal 2018 een omzet van 287 miljoen euro, 0,2 procent minder dan het jaar ervoor. De reden daarvan is het warme weer dat Europa blijf teisteren.

HEMA rondde afgelopen zomer nog een migratieproces af waarbij het van e-commerceplatform wisselde. Alles draait nu op en met Salesforce’ Demandware.

Er is wel verwarring over de status van de onderhandelingen met Boekhoorn. Tegen Quote laat Boekhoorn weten dat de deal nog ‘helemaal niet rond is’, terwijl vanmiddag al een persconferentie is belegd bij HEMA zelf en hij ook al in het persbericht wordt geciteerd.

De handtekeningen moeten in elk geval nog worden gezet. ‘Ik ben ook afhankelijk van de tegenpartij. Die zit in de Verenigde Staten en Engeland. Ik hoop dat degene in Los Angeles vandaag vroeg wakker wordt.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Valtech blaast beursgang af

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het Europese internetbureau Valtech blaast de beursgang, die voor vandaag gepland stond, op het laatste moment af. De reden is dat Amerikaanse aandelenmarkt momenteel te veel fluctuaties laat zien.

Op een later moment, “als de marktcondities beter zijn” wil de onderneming het weer proberen. “We blijven achter onze koers staan en vinden het spijtig dat we door deze omstandigheden dit besluit op dit moment hebben moeten nemen”, aldus een verklaring.

Met de voorgenomen beursgang had Valtech honderd miljoen dollar uit de markt willen halen. Een deel van dat geld zou worden gebruikt om een geplande Amerikaanse overname te financieren. Het is niet duidelijk of die transactie nog doorgaat.

De Noord-Amerikaanse markt was goed voor 12,4 procent van de 137 miljoen euro omzet die in de eerste zes maanden van 2018 werd gerealiseerd.

Foto: frank hb (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Creëer een gepersonaliseerde retailervaring met data science

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Hoe kan een statische winkel doorgroeien naar een retailomgeving waar de consument met slimme displays en spiegels een verrassende en gepersonaliseerde winkelervaring aangeboden krijgt? Met de ontwikkeling van data science en machine learning kan de fysieke winkel de klant een beleving bieden die online niet mogelijk is.

Nederlandse consumenten hebben in de eerste 6 maanden van 2018 11 procent meer online besteed dan in dezelfde periode van 2017. In totaal gaat het om 11,83 miljard aan online bestedingen. De Thuiswinkel Marktmonitor verwacht in 2018 uit te komen op een totaalbedrag van 25 miljard aan online bestedingen. De vraag is wat de positie is van fysieke winkels in dit snel veranderende retail landschap. Consumenten zoeken de winkelstraten steeds vaker op voor beleving, iets wat ze online niet vinden. Het is dan ook niet gek dat online shops zoals Coolblue en Zalando ook fysieke winkels hebben geopend. Het is duidelijk dat de consument open staat voor en verrast wil worden door een nieuwe vorm van beleving.

Retailers maken bewuste keuzes over categorieën en assortiment voor hun fysieke winkel. Een tv wil je als consument zien en horen; de emotionele waarde is hoog en het aankoopproces kent vaak een langere periode met meerdere touchpoints. Maar voor een wasmachine hoef je juist geen vloeroppervlak te reserveren. Die bestel je als de oude kapot gaat. Dan is vandaag bestellen en morgen in huis het devies. Een wasmachine kent doorgaans ook weinig emotionele waarde.

De producten die wel in de winkel komen, wil je als retailer op dezelfde, klantgerichte manier onder de aandacht brengen als online maar dan met extra beleving, wat online niet mogelijk is. Welke kansen bieden moderne technologieën om deze offline belevingen naar een hoger niveau te tillen? Hoe integreer je online en offline? En hoe gaat het fysieke kanaal weer toegevoegde waarde leveren naast het succes van de online business?

Data science in fysieke winkel

Door gebruik te maken van data science en machine learning technieken kunnen klantgedrag en -behoeften accuraat voorspeld worden; ook in de fysieke winkel. Dat is exact wat je nodig hebt om de beleving voor de consument verder te verbeteren en relevant te maken. De online consument kun je verleiden met interactieve apps, aanbiedingen die realtime kunnen worden gepersonaliseerd en aantrekkelijke productfilmpjes. In de fysieke winkel wil je vergelijkbare instrumenten kunnen inzetten om de klantbeleving naar een hoger plan te tillen.

We zien dan ook de laatste jaren de opkomst van interactieve internetzuilen, slimme displays die de klant een aanbod op maat kunnen tonen en slimme spiegels die op basis van de gepaste kleding of schoenen suggesties doen voor aanvullende aankopen. Een goed voorbeeld is Jeans Centre dat werkt aan een slimme spiegel die klanten kledingsuggesties geeft. De passpiegel herkent de labels van de kledingstukken die iemand bij zich draagt. Vervolgens wordt er bepaald welke andere artikelen daarmee matchen. Jeans Centre heeft daarvoor geïnvesteerd in de datahuishouding, zodat het bedrijf nu kan experimenteren met nieuwe toepassingen. De ontwikkeling van deze slimme hardware is in een stroomversnelling gekomen nu retailers beseffen dat die klantbeleving in de winkel zo belangrijk is geworden.

Gepersonaliseerde klantreis

Voorwaarde is wel dat deze slimme en interactieve schermen gevoed worden door data en aangestuurd worden door data science. Audiovisuele technieken in combinatie met data science oplossingen maken het mogelijk de consument mee te nemen in de journey en op basis van algoritmen steeds de next best action aan te bieden. Voordelen voor de klant zijn evident: persoonlijk advies, beter inzicht in beschikbaarheid van artikelen, nooit je favoriete spullen uitverkocht, de juiste aanbiedingen op de juiste plek en op het juiste moment. En de kwaliteit van de slimme displays en touchscreens is dusdanig hoog dat de consument daadwerkelijk gegrepen wordt door de beelden en vervolgens wordt meegezogen in een gepersonaliseerde klantreis.

Retailers zelf kunnen met data science voorspellingen doen over het gedrag en de behoeften van de individuele consument en hun aanbod en services hier zeer gericht op afstemmen. Verkoopmedewerkers brengen de producten die ‘het systeem’ de klant zojuist heeft geadviseerd en hebben hierdoor meer tijd en aandacht voor hun klanten. Retailers kunnen hun medewerkers daar inzetten waar de techniek niet voldoet; bij persoonlijke interactie, aandacht voor de klant en service. Het resultaat is dat de customer experience, cross-selling, up-selling en daarmee de customer lifetime value geoptimaliseerd worden. Je houdt de klant vast op een cruciaal moment in het aankoopproces.

Nieuwe rijke data beschikbaar met audience analytics

De combinatie van audiovisuele tools en data science oplossingen is nog volop in ontwikkeling. Een interactief display wordt uitgerust met een camera zodat het winkelpubliek geanalyseerd kan worden. Zeker wanneer je bedenkt dat dezelfde slimme displays een nieuwe databron voor de business opleveren. De retailer krijgt steeds meer inzicht in offline winkelgedrag doordat wordt gemonitord welke producten worden opgepakt in welke winkel en welke producten met elkaar worden vergeleken.

Er komen rijke data beschikbaar die tot voor kort onbereikbaar was. We noemen dit ook wel audience analytics. Geslacht, leeftijd, stemming; alles kan gemeten worden en met slimme algoritmen vertaald worden in de juiste advertentie of aanbieding. De beelden zelf worden niet opgeslagen, zodat je geen risico loopt wat betreft privacywetgeving. De voordelen liggen onder andere in het feit dat de retailer weet dat er in het weekend een ander publiek is dan op woensdagochtend. Ander publiek betekent andere behoeften en dus heb je andere content nodig om relevant te blijven. Als je erin slaagt deze data te koppelen aan transactiedata ben je ook in staat de voorraad te sturen. Zo zijn er legio voordelen te realiseren.

Het mes snijdt voortdurend aan twee kanten. De consument gaat echt voor de beleving in de winkel en ervaart dat hij via elk kanaal dezelfde klantgerichte behandeling aangeboden krijgt. De retailer heeft de beschikking over nieuwe impulsen om de consument te binden en de customer lifetime value verder te verbeteren. Zo tilt de retailer de customer experience boven een product uit, en maakt het een ware service- en merkbeleving.

Dit artikel is samen met Koen Wouters geschreven.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Maakt nieuw beleid van Google het kapen van merknamen mogelijk?

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Misschien heb je vorige week ook een bericht gekregen van Google over de update van het handelsmerkbeleid. Dit lijkt misschien op een normale aanpassing waar je alleen even snel doorheen bladert, maar het is in feite slecht nieuws voor hotels. Heel slecht nieuws.

In de e-mail staat dat ‘adverteerders een handelsmerk in de advertentietekst mogen gebruiken als zij een reseller zijn of bijpassende componenten of onderdelen voor of informatie over producten en services aanbieden die betrekking hebben op het handelsmerk.’

Als je dit juridische jargon vertaalt naar gewone-mensentaal, dan lijkt het erop dat online reisagenten (OTA’s) en zoekmachines binnenkort vrijelijk handelsmerken kunnen kapen van hotels op het zoeknetwerk van Google. Oftewel, als je een meer gangbare term wilt gebruiken, ze kunnen affiliate brand bidding toepassen.

Het lijkt enorm simpel te zijn om te voldoen aan de criteria van het nieuwe beleid. Zolang de bestemmingspagina ‘een duidelijke manier biedt om de producten of services te kopen of commerciële informatie (zoals tarieven of prijzen) over de producten of services bevat’ mogen resellers zoekwoorden die handelsnamen bevatten gebruiken, dus ook de naam van jouw hotel.

Op vergelijkbare wijze kwalificeren informatieve websites, zoals recensieplatformen of blogs, zich hiervoor als ‘het belangrijkste doel van de bestemmingspagina van de advertentie het leveren van informatie is over producten of services die betrekking hebben op het handelsmerk’.

Volgens MarkMonitor is de reisbranche een ‘complex online ecosystem dat vertrouwt op meerdere derde partijen om de zichtbaarheid van een merk op het internet te vergroten en zo traffic te genereren’. Het bedrijf waarschuwt voor ‘mogelijke conflicten die optreden als derde partijen gaan concurreren met merken voor hetzelfde verkeer’. MarkMonitor stelt dat de economische schade van ‘merkkapingen’ meer dan 2 miljard dollar per jaar bedraagt.

Kosten

Bescherming op zoekwoordniveau is al bijna tien jaar niet mogelijk. Maar hotels konden wel klachten indienen wegens inbreuk op het merkrecht bij Google, zodat resellers de merknaam van het hotel niet in advertentietitels en -teksten mochten gebruiken in de EU en EVA-regio. De revisie van het beleid lijkt hotels deze mogelijkheid te ontnemen.

Het beschermen van je hotelmerknamen op advertentieniveau was niet zo effectief als OTA’s verbieden om je handelsmerken te gebruiken. Maar die bescherming speelde wel een belangrijke rol in de gemiddelde CPC die hotels moesten betalen om resellers te overbieden.

Doordat bijvoorbeeld Booking.com je hotelnaam niet mocht gebruiken in advertenties, beïnvloedde je de kwaliteit van de advertenties van de OTA, waardoor het meer moest bieden om toch nog hoog in de zoekmachineresultaten voor te komen. Voor de hotels betekende dit lagere CPC’s, hogere kwaliteitsscores en betere zichtbaarheid op de resultatenpagina’s. Dat is te zeggen, zo was het tot vorige week.

Nu mogen OTA’s zolang zij een landingspagina hebben voor je accommodatie die ‘hoofdzakelijk is bedoeld voor de verkoop’ van je kamers (en waarom zouden ze dat niet doen?) en ‘commerciële informatie (zoals tarieven of prijzen) over de producten of services bevatten’ kunnen ze je merk weer kapen.

Dit is koren op de molen van talloze gewetenloze reclamebureaus, omdat hotels veel meer zullen moeten investeren om de resellers bij te houden, vooral in de EU/EVA-regio, waar voorheen bescherming gold op advertentieniveau.

Zoals Expedia’s CEO Mark Okerstrom eerder dit jaar zei tijdens een Goldman Sachs-conferentie: ‘iedereen biedt op tegen iedereen’.

Volgens Google wordt het nieuwe beleid ‘de komende maanden’ ingevoerd. Op de webpagina over het handelsmerkbeleid staat nog dat ‘voor advertentiecampagnes die gericht zijn op de Europese Unie en de Europese Vrijhandelsassociatie, het beleid geldt voor handelsmerken in advertentieteksten en zoekwoorden’.

Waar het op neerkomt: kijk goed naar de gemiddelde CPC van je advertenties in merkcampagnes want die kosten worden aanzienlijk hoger. En geen enkel handelsmerk gaat je redden.

PS: We hebben Google om een reactie gevraagd. Dit is het antwoord:

‘Het Google Ads-beleid ten aanzien van resellers en informatieve sites is al sinds 2010 van kracht in het Verenigd Koninkrijk. We implementeren het nu op andere markten, zodat het beleid gestroomlijnd wordt voor adverteerders en merkhouders wereldwijd.’

Dit artikel is eerder in het Engels verschenen op Tnooz.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Video en augmented reality domineren 5G-verkeer’

Posted 17 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Niet het Internet of Things, maar video gaat het toekomstige 5G-verkeer bepalen. Volgens een nieuw rapport 5G Economics of Entertainment Report van Intel en Ovum neemt video straks maar liefst negentig procent van het 5G-verkeer voor zijn rekening.

Na video worden VR en AR voor 5G belangrijk. Tegen 2028 zal gaming voor negentig procent het AR-verkeer bepalen. AR zal ook veel complexer en uitgebreider worden dan nu het geval is.

De entertainmentindustrie is ervan overtuigd dat 5G voor 1,3 biljoen dollar aan extra inkomsten kan zorgen. Ovum verwacht dat het gemiddelde gebruik van video van 11,7 GB per maand in 2019 naar 84,4 GB in 2028. Reden is dat de resolutie flink omhoog gaat.

Ook biedt 5G mogelijkheden voor haptische feedback. Zo moeten gamers straks de vibraties kunnen voelen van een virtuele Formule One auto of muziekfans het basgeluid tijdens een U2 concert.

De conclusies zijn tamelijk verrassend, want 5G werd tot nu toe vooral gezien als het netwerk om uiteenlopende apparaten aan elkaar te koppelen. Het bekendste voorbeeld zijn connected cars, die via 5G op elkaar kunnen reageren. 5G heeft, anders dan 4G, minder last van vertragingen, waardoor bijvoorbeeld ook robotoperaties op afstand mogelijk zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Advertenties naast extremistische content, hoe beperk je online reputatieschade?

Posted 17 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Als je als bedrijf online adverteert, loop je het risico dat je advertenties naast ongepaste content worden geplaatst. Alleen al in Amerika worden drie van de vier merken daardoor blootgesteld aan online reputatieschade, waardoor de roep om beleid en maatregelen toeneemt om bedrijven hier tegen te beschermen.

Online reputatieschade kan namelijk vergaande gevolgen hebben. Zo blijkt uit onderzoek van Hearts & Science onder millennials en Gen X’ers, dat 70 procent een merk niet leuk vindt, aanbeveelt of koopt wanneer er reclame verschijnt naast aanstootgevende, hatelijke of neerbuigende content. 64 procent stelt dat een merk hiermee zijn reputatie op het spel zet, 51 procent zegt het merk minder snel te zullen kopen. Ook al is de foute plaatsing niet bewust gedaan door het merk.

Internetgiganten als Facebook en Google proberen de schade uit alle macht te beperken, maar in de tussentijd staat er meer dan 628 miljard dollar aan digitale-advertentiebudgetten op het spel. Maar ook merken hebben de budgetten en de macht om hier verandering in te brengen. Vooral als het gaat om fake news en aanstootgevende inhoud waarmee ze niet verbonden willen zijn.

Groot probleem van de hele online branche

Onlangs onthulde een onderzoek van The Times het meest prominente voorbeeld van ongepaste content bij advertenties. De krant meldde dat “een aantal grote, internationale merken adverteerden op YouTube bij video’s waarin schaars geklede kinderen voorkwamen, die de aandacht trokken van honderden pedofielen.” Als gevolg van dit schandaal is de advertentieverkoop van YouTube in 2018 afgevlakt.

Marketeers zijn zich namelijk steeds bewuster van de veranderingen op het gebied van advertenties en kiezen zorgvuldig waar ze hun budget in investeren. Facebook stond net als YouTube ook negatief in de schijnwerpers. Daarom voert Facebook veranderingen door in zijn algoritme- en videostrategie. De beslissing van Facebook om mediacontent in de newsfeed een mindere waarde toe te bedelen, is daar onderdeel van. Tegelijkertijd ligt er een kans voor Instagram om met zijn nieuwe IGTV-app een deel van de video-advertentiemarkt te claimen.

Merkveiligheid en fraude in digital advertising

Juniper Research berekende dat fraude in digital advertising adverteerders in 2017 zo’n 19 miljard dollar kostte. Fraude wordt onder andere veroorzaakt door bots die de advertenties klaarzetten. Merken gaan ervanuit dat advertenties op een degelijke website geplaatst worden, maar tegelijkertijd wordt er zo gefraudeerd dat de resultaten niet overeenkomen met de werkelijkheid. Dit zorgt voor een afnemend vertrouwen van de consument in merk en bedrijf.

Chief Marketing Officer Keith Weed van Unilever riep onlangs op om het vertrouwen terug te winnen. Hij voegde daaraan toe dat consumenten zich geen zorgen maken om een controle van een derde partij, maar juist om frauduleuze praktijken en fake news. Het maakt hen ook niet uit of adverteerders waar voor hun geld krijgen, maar wel of hun favoriete merken geen advertenties plaatsen op sites die terrorisme financieren of kinderen uitbuiten.

Om misplaatsingen van advertenties tegen te houden, zijn er al verschillende initiatieven opgericht, onder andere in Amerika en door bedrijven zoals GroupM, een investeringsgroep op het gebied van media. Zij hebben een speciaal team opgericht om de discussie op gang te brengen en bij te dragen aan het opstellen van standaarden en zelfregulering van de digital advertising branche.

Merkveiligheid waarborgen

Maar waar moet je als adverteerder beginnen? Ten eerste moet je je publiek goed kennen en weten waar ze gevoelig voor zijn. Wanneer het merk wordt geassocieerd met een onderwerp, waar consumenten zich niet in kunnen vinden, kunnen zij besluiten over te stappen naar de concurrent. Daarbij is het dus ook belangrijk om het merk, of de perceptie van het merk, in lijn te houden met de verkoopwaarden en de missie van het bedrijf.

Je kunt overwegen te investeren in particuliere marketplaces. Door gebruik te maken van deze marketplaces voor advertenties, weten marketeers precies waar ze kopen en waar hun advertentie geplaatst wordt. Deze optie, die aan de kostbare kant is, zorgt wel voor meer gemoedsrust bij het plaatsen van advertenties. Daarnaast kan zo’n marketplace ervoor zorgen dat het bedrijf de juiste klanten bereikt.

Een andere manier om merkveiligheid te waarborgen is het ‘whitelisten’ van websites. Marketeers kunnen sites op een zwarte lijst plaatsen, maar het aantal ‘slechte websites’ neemt voortdurend toe en het vergt veel tijd om een ‘blacklist’ up-to-date te houden. ‘Whitelisten’ zorgt ervoor dat bedrijven de websites kunnen selecteren, die wel gebruikt kunnen worden voor een campagne of voor media-inkoop. Om niet alle websites handmatig te ‘whitelisten’, kun je hulp inroepen van ‘exchanges’, die gebruik maken van bepaalde processen om websites goed te keuren. De websites worden onderworpen aan testen en wanneer ze niet goedgekeurd worden, krijgen zij ook niet de mogelijkheid om hun advertentieruimte aan te bieden aan adverteerders.

Ten slotte kunnen merken gebruikmaken van de opties die programmatic uitgevers bieden om bijvoorbeeld websites of onderwerpen uit te sluiten, waar het merk niet mee geassocieerd wil worden. Dit biedt de kans om proactief de merkveiligheid te waarborgen en ervoor te zorgen dat advertenties alleen worden weergegeven waar het merk dat wil.

AI in de startblokken om online reputaties te redden

Internetgiganten gebruiken geavanceerde technologieën als artificial intelligence (AI), deep learning en computer vision om advertenties naast ongepaste of verontrustende content te voorkomen. Dit gebeurt nu nog veelal in combinatie met mensenwerk. Naast de menselijke moderatoren zet YouTube ook kunstmatige intelligentie in. Hierdoor worden vijf keer zoveel video’s verwijderd als eerst en wordt 98 procent van de video’s door computers herkend. YouTube benadrukt dat als hetzelfde werk was gedaan door moderatoren, hiervoor 180.000 fulltime werknemers nodig waren geweest.

Ook Google maakt gebruik van AI in de vorm van machine learning voor een nieuwe unit voor AdSense, Auto Ads. Deze techniek leest automatisch een pagina en kan zelf advertenties, die het beste bij de andere content passen, plaatsen en detecteren. Volgens Google kunnen uitgevers tot 10 procent meer verdienen door AI te gebruiken.

Deep learning – een geavanceerde tak van AI – kan software trainen om meer als een menselijk brein na te denken. Deze techniek kan door neurale netwerken en e-commerceplatforms te gebruiken de reacties van klanten verbeteren, het percentage verlaten winkelwagentjes verlagen en meer inkomsten genereren.

Zo gebruikt RTB House natural language processing. Dit algoritme is de kracht achter nieuwe software voor een snelle, uitgebreide en nauwkeurige inspectie op paginaniveau. Deze analyseert de URL, inhoud van de website en de metadata, voordat advertenties worden geplaatst. Sinds de introductie van het nieuwe algoritme catalogiseerde RTB House meer dan 1 miljoen artikelen en controleert het elke dag meer dan 16.000 van de populairste internationale artikelen. De volgende stap is om dat getal te verdrievoudigen tot 50.000 artikelen.

Veel experts zijn van mening dat AI nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt en de beste keuze is voor de advertentie-industrie om de grote crisis op het gebied van online reputatie te helpen oplossen. Bedrijven kunnen deze technologie gebruiken om websites met ongepaste inhoud te identificeren en te vermijden.

Omgaan met online vertrouwensproblemen

Je bewust zijn van de online reputatie van bedrijven en het beleid daar omheen, is nog nooit zo belangrijk geweest. Gelukkig hebben marketeers en de reclamebranche nu toegang tot effectieve strategieën en tools om merken te beschermen en de grootste uitdagingen van adverteren aan te pakken. Bijvoorbeeld hoeveel regie er nodig is op media-inkoop en adverteren. Hoewel dit afhankelijk is van het merk en bedrijf, staat het vast dat er actie ondernomen moet worden om de online reputatie van merken te beschermen.

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Veel Nederlandse sites onbereikbaar door verouderde certificaten

Posted 16 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Zeker 3000 Nederlandse websites zijn vanaf vandaag minder goed toegankelijk via Google Chrome vanwege verouderde beveiligingscertificaten. Het scherm kleurt felrood bij bedrijven als Ekoplaza, LOI en supermarktketen Emté. Ook de sites van Buma Stemra en de gemeentes Zutphen en Heemskerk blijven vooralsnog ‘hangen’, constateert de NOS.

Chrome waarschuwt voortaan voor oude certificaten van het beveiligingsbedrijf Symantec. Wie de websites toch wil bezoeken moet het rode waarschuwingsscherm negeren. Zeker 3000 Nederlandse sites zouden hierdoor zijn getroffen, aldus de NOS.

Website-eigenaren kunnen het probleem oplossen door een ander certificaat te installeren.

Firefox gaat binnenkort ook waarschuwen voor dit soort sites, maar wacht daar nu nog mee omdat er nog te veel websites zouden zijn die hun verbinding op de achterhaalde manier beveiligen.

Microsoft wil op zijn beurt in 2020 de beveiligingsstandaarden 1.0 en 1.1 uitschakelen in zijn browsers Edge en Internet Explorer. Door dat nu al bekend te maken, is er voor site-eigenaren genoeg tijd om over te schakelen op TLS 1.2 en 1.3.

De overstap zal weinig problemen veroorzaken. Het grootste deel van de bekendere sites gebruikt TLS 1.2 of hoger.

TLS staat voor transport security layer en is een standaard voor de versleuteling van webverkeer.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online omzet in augustus bijna 20 procent hoger

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

De online omzet was in augustus bijna 20 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Webwinkels hebben bijna 14 procent meer omgezet, volgens cijfers van CBS.

De online omzet van winkels waarvan de verkoop via het internet een nevenactiviteit is (multi-channelers) groeide met bijna 32 procent.

Ondanks de hoge temperaturen, lag de omzet van de detailhandel in augustus 3,4 procent hoger dan in augustus 2017. Het verkoopvolume groeide met 3,2 procent. Zowel de foodsector als de non-foodsector realiseerde een hogere omzet.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mediabureau DCMN van start in Nederland

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het in e-commerce en pure players gespecialiseerde mediabureau DCMN uit Duitsland gaat van start in Nederland.

Op zijn thuismarkt bedient DCMN klanten als asos, Home24, Idealo en Jimdo. Zijn digitale expertise gaat het nu ook aanbieden op de Nederlandse markt. Jos Lakeman, in het verleden werkend voor Helder, is gevraagd het lokale kantoor op te tuigen.

“Formeel ben ik op 1 oktober begonnen en begin volgende maand komen de eerste twee medewerkers erbij. Dan gaan we echt aan de slag.” Het kantoor bevindt zich in Amsterdam.

Het bureau is van waarde voor internetbedrijven omdat massa- en crossmediale campagnes worden bekeken volgens metrics waar online spelers comfortabel bij zijn. “We zijn goed in attributie toewijzen en breiden dat uit van televisie naar andere offline media. Campagnes worden geoptimaliseerd voor cost per visit, cost per order” en andere gebruikelijke KPI’s.

DCMN uit Berlijn is volledig in handen van de oprichters. De uitbreiding wordt gefinancierd uit de winst.

De eerste klanten in Nederland zijn partijen die in Duitsland ook al met het bureau werken. Namen geeft Lakeman niet.

Foto: Adam B (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Valtech naar de beurs voor 100 miljoen

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het Europese internetbureau Valtech gaat donderdag naar de beurs in New York. Dat moet ongeveer honderd miljoen dollar opleveren. Een deel van het geld wordt gebruikt voor een Amerikaanse overname die in de pen zit.

Dat blijkt uit documenten die het bedrijf heeft ingediend bij de Amerikaanse toezichthouder op de beurs, de SEC. Valtech wil 6,7 miljoen aandelen via de Nasdaq in publieke handen brengen tegen een openingsprijs van tussen de 14 en 16 dollar.

Na aftrek van de kosten voor de beursgang denkt Valtech 84,5 miljoen dollar over te houden aan de transactie.

Een deel van het geld wordt gebruikt om de overname van een Amerikaans bedrijf te financieren. Er is inmiddels een intentieverklaring getekend om de specialist in digitale transformaties te kopen. Die transactie wordt voor een kwart met aandelen gefinancierd en de rest met contanten. De naam van de partij, gevestigd aan de oostkust, is niet bekend.

Dit soort transacties is precies het doel van de beursgang: het kunnen bekostigen van de groeistrategie.

Valtech heeft een geschiedenis van overnames. Zo verwierf het zijn Nederlandse marktpositie met de overname van eFocus uit Utrecht in 2016. En in Duitsland breidde het zijn activiteiten in 2017 uit met de overname van People Interactive.

Tot maart 2017 stond Valtech aan de Euronext genoteerd.

In totaal werkte er aan het einde van het tweede kwartaal 2.416 man. Een aanzienlijk deel daarvan in India (518), gevolgd door Duitsland (334), Zweden (252) en Nederland (248). Het is actief in zestien landen.

Nederland boekte in de eerste zes maanden van 2018 een omzet van 14,3 miljoen euro (+17%). Dat is 10,5 procent van de concertozet van 136,6 miljoen euro. Europa is goed voor 79,6 procent en Noord-Amerika voor 12,4 procent.

De helft van de omzet wordt gerealiseerd in de sectoren Retail en Automotive (resp. 28% en 18%), gevolgd door Financial Services (10,5%). Andere sectoren die het bedrijf bedient zijn: Overheid, Travel & Hospitality en Healthcare.

Foto: Ken Lund (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom warenhuizen winnaars worden en V&D terug moet komen

Posted 13 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

De retail staat aan de vooravond van een ongekende bloeiperiode. Juist: de fysieke retail. Waarom Stenen Winkels Winnen? Wij weten het. En wij melden het. Aan jou.

Drie jaar geleden, in november 2015, schreven wij dit verhaal over winnaars in retail. Maar ook een relaas over de verliezers. Een optimistisch artikel. Maar ook een realistisch stuk. Enig Darwinisme is de retail namelijk niet vreemd. Later werd dit artikel getransformeerd tot hoofdstuk 7 van #WatNouEindeVanWinkels. Wat waren de belangrijkste conclusies destijds? En wie zijn de huidige winnaars en verliezers? Wie worden de winnaars van de toekomst? En waarom is het warenhuis niet ten dode opgeschreven? En komt het middensegment terug van nooit weggeweest? In dit artikel de antwoorden.

Samenvatting eerdere artikel ‘Winnaars en verliezers, namen en rugnummers’ (2015)

In 2015, dus nog vóór het faillissement van V&D, schreven wij het volgende:

<<<De lijst van (volledig of deels) verliezende winkels is lang. Miss Etam, Dixons. It’s, Polare, de Schoenenreus, Videoland, V&D. Waarom vielen deze ketens om? Of moest er doorgestart worden? ‘Geen kennis van klanten’. Geen kennis van een veranderende tijd. Geen contact meer met doelgroep. Geen aanpassing van de formule.

Gaan al die oud-klanten dan naar ‘het internet’? Nou, in het geval van Videoland wel. Maar in de meeste branches is er wat anders aan de hand. Nieuwe fysieke aanbieders blijken de grootste concurrenten van de vaak wat stoffige bestaande ketens. De Action en Flying Tiger doen de Blokker en HEMA pijn. En de Primark is concurrerend voor de gehele branche van modeaanbieders in het lage en middensegment. In de doe-het-zelfbranche hebben Gamma en Praxis last van Hornbach. En verder zijn veel winkelketens ‘stuck in the middle’. Middenaanbieders en generieke aanbieders als V&D hebben het vaak moeilijk (en gaan kapot).

De lijst van winkelwinnaars – in 2015 – is ook indrukwekkend. Denk aan Action en Rituals. Maar denk vooral ook aan buitenlandse ketens. Zoals Primark, Urban Outfitters, Zara, Pull & Bear, Topshop en Apple. En binnenkort ‘Japanners’ als Muji en Uniqlo. In het supermarktlandschap doet Lidl het uitstekend. Kernwoorden: kwaliteit voor weinig geld (Lidl). Of: een modieus artikel voor weinig geld (Primark). Of: een duidelijke merkpositionering tegen een forse prijs, zoals Rituals.

Maar ook kleinere ketens doen het goed. Waarbij het onderscheid tussen horeca en retail is vervaagd. Hutspot, Stach, Ace & Tate. Of zij het redden? Sommige wel, andere weer niet. En dat is prima. Dynamiek is de motor van de retail. Als de trend aanslaat, nemen grotere ketens deze over.

Zijn er nog andere winnaars? Jazeker. Sommige webwinkelaanbieders, degenen die zich ook fysiek gaan manifesteren, zijn misschien uiteindelijk wél in staat om winst te gaan maken.En de zelfstandige winkeliers? Sommigen floreren in de aanloopstraten. Het is niet kiezen voor: óf ketens óf zelfstandige winkeliers. Het is én-én. Beide winkeltypen zijn van groot belang voor een florerend winkelgebied.

En wie zijn – anno 2015 – de verliezers bij de winkelcentra en winkelgebieden? Allereerst zijn er te veel meubelboulevards (137). Verder doen binnensteden in de periferie van Nederland, zoals Delfzijl, Den Helder en Geleen, het niet goed. Deze moeten inkrimpen en ‘compactiseren’. Ook steden die vermalen worden door buren met een groot winkelbestand zijn gedwongen tot gedeeltelijke sanering. Bijvoorbeeld Schiedam in relatie tot Rotterdam en Vlaardingen. Of Helmond ten opzichte van Eindhoven. De zogenaamde ‘kleinere middelgrote steden’.

En de grotere middelgrote steden? Dat is een gemengd beeld. Als de ene stad (bijvoorbeeld Maastricht) het goed doet, kan dat ten koste gaan van een andere nabijgelegen stad (met een minder sterke identiteit, bijvoorbeeld Heerlen). Dat geldt ook op kleinere schaal. Uden doet het goed. Maar Veghel niet. Zo zijn er legio voorbeelden.

Een vergelijkbaar verhaal tekent zich af bij stadsdeelcentra. Weinig onderscheidende stadsdeelcentra (vooral die met meerdere eigenaren, dus zonder dominante eigenaar) kunnen het lastig hebben. Zeker als er geen sprake is van een heldere positionering en marketingvisie.Dan de wijkwinkelcentra en de buurtcentra. Ook binnen deze categorie vind je verliezers. Bijvoorbeeld in de buurtcentra met geen of maar één supermarkt (en dus onvoldoende massa).

Tegelijkertijd moet je dan niet vreemd opkijken als een ander wijkcentrum (op bijvoorbeeld een kilometer afstand) het dan wél goed doet. Twee of drie supermarkten zijn vaak een vereiste. En een volledig aanbod aan andere ‘dagelijkse goederen’. Misschien moeten we maar eens af van ‘Christaller’. Het lukt niet om twee winkelcentra – die op 500 meter afstand van elkaar liggen – tegelijkertijd te laten floreren. Maak een wijkwinkelcentrum dat het al goed doet sterker (en dus ook groter). En saneer de slecht draaiende kleinere wijkcentra.

Maar dan: de winnaars in winkelgebieden en winkelcentra. Om te beginnen de vijf grote binnensteden. Amsterdam-Centrum wordt steeds meer één groot kernwinkelgebied. Rotterdam doet het ook uitstekend. Er is een prachtige winkelas ontstaan van Lijnbaan via de Koopgoot naar de Markthal. Den Haag-centrum is interessanter en drukker bezocht dan ooit. Met de Spuistraat, Grote Marktstraat, de Oude en Nieuwe Passage én het nieuwe project Amadeus. Utrecht heeft een fenomenale historische binnenstad. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat de omzet hier jaarlijks toeneemt. En dat terwijl de binnenstad één grote bouwput is. Verder is Eindhoven een trendy high-tech- en designstad met Demer, Rechtestraat, de Heuvel en Piazza als uitstekende hoofdwinkeldestinaties.

De les: soms schept aanbod vraag. Kijk bijvoorbeeld naar de Markthal. Met niet alleen kijkers, maar ook veel kopers. Of: De Hallen in Amsterdam-Oud West. Maak iets dat de mensen leuk en aangenaam vinden en ze zullen komen en veel geld besteden.

Maar er zijn ook grotere middelgrote binnensteden die je als winnaars kunt bestempelen. Bijvoorbeeld Den Bosch. Haarlem. Of Maastricht. Maar ook jonge steden (qua bevolkingsopbouw) als Groningen zijn absolute winnaars. De trek naar deze stad is enorm.Ook grote regionale winkelgebieden/stadsdeelcentra met één dominante eigenaar zijn vaak succesvol. Bijvoorbeeld Stadshart Amstelveen. Gelderlandplein Amsterdam. Alexandrium Rotterdam. Leidsenhage Leidschendam (binnenkort: The Mall of the Netherlands). Minder opvallende winkelcentra kunnen het eveneens goed doen, vanwege de ligging en omdat alle grote ketens hier een filiaal hebben. Zoals Kronenburg Arnhem, CityPlaza Nieuwegein, Stadshart Zoetermeer en Zuidplein Rotterdam (niet gelegen in een rijk verzorgingsgebied, maar toch heel succesvol). Zolang je branchering, aanbod en uitstraling maar matchen met je doelgroep, zijn de mogelijkheden voor dit soort centra legio.

En dan de sterke wijkwinkelcentra, zoals Schelfhorst Almelo (jawel, ook in Almelo kan dat), Ellekoot Veenendaal en Vleuterweide Utrecht. En veel andere verrassend goed draaiende wijkcentra. Meestal met meer dan één supermarkt. Als je bereikbaarheid, parkeren en aanbod maar op orde hebt. >>>

Tot zover onze analyse in 2015, toen nog niet velen overtuigd waren van herstel. Wij denken dat de situatie in dat jaar redelijk compleet door ons is opgesomd en dat veel van wat toen is beschreven nog steeds geldt. Maar er zijn ook anderen die interessante studies hebben uitgevoerd. Wij willen die van Lindenaar & Co bijvoorbeeld niet onvermeld laten.

Onderzoek Lindenaar & Co (2017)

Wie zijn de winnaars in retail – in de niet dagelijkse sector – volgens dit bureau?

De winnaars zijn in vier categorieën te onderscheiden:

  • schaalbedrijven;
  • merken;
  • discounters;
  • nichespelers.

Bij de schaalbedrijven is de omzet in de jaren 2011-2016 gestegen met gemiddeld bijna 4 procent per jaar. Dat betreffen IKEA, Wehkamp, Coolblue, Swiss Sense en Nelson. Deze partijen profiteren van schaalvoordelen. Het zijn generalistische partijen. En zij verkopen (soms) merken van anderen. Maar vaak ook eigen merken. Bij sommige van deze partijen staat de winstmarge overigens wel onder druk.

De merken (brandspelers), zoals Rituals, Scotch & Soda, Suitsupply en Rivièra Maison, doen het vaak uitstekend. Door herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van het merk zijn consumenten sneller geneigd om in de merkwinkels te kopen. Merkretailers ondervinden minder concurrentie. Omdat de functionele eigenschap van het product vaak onderschikt is aan het merk. Consumenten zijn vaker bereid méér te betalen. Hierdoor profiteren brandspelers van gunstiger marges. Met een hogere winstgevendheid als gevolg.

Bij de discounters, oftewel de prijsvechters, draait alles om de beheersing van de inkoop, transport en distributie. Action, Jysk, terStal, Decathlon en New Yorker zijn voorbeelden. Zij boekten gemiddeld bijna 16 procent omzetgroei in afgelopen jaren. Door procesbeheersing, efficiëntie en standaardisatie kan de retailer zijn producten tegen een zeer concurrerende prijs aanbieden. Consumenten hebben niet altijd een binding met de prijsvechters. Zodat de lage prijs doorslaggevend is.

En dan de nichespelers. Dat zijn retailers als De Bijenkorf. Bever. Schoonenberg Hoorcomfort.  En Schaap & Citroen. Zij richten zich op een specifiek, afwijkend marktsegment. Vaak een duur marktsegment. Dit zijn relatief kleine, maar potentieel winstgevende niches. Waarin je van schaalvoordelen niet veel hoeft te verwachten. Gemiddeld groeiden zij jaarlijks met 6,5 procent in de afgelopen vijf jaar.

De winnaars, oftewel de overlevers, bestaan nog omdat zij ingespeeld hebben op de behoefte van de consument en zijn blijven innoveren en investeren. Nu de Nederlandse retailmarkt weer in de lift zit en de macro-economische ontwikkelingen gunstig zijn, is er volop reden om te denken dat ook de toekomst er rooskleurig uitziet voor de overlevers.

Winnaars en verliezers volgens Locatus (2018)

En de situatie nu? Hoe brengen wij deze in kaart? Wij zijn groot fan van Locatus, omdat dit bedrijf een schat aan informatie biedt. Nu heeft Locatus geen inzicht in de omzetten en de winstgevendheid van de retailbedrijven. Maar dit bedrijf registreert wel elk jaar consistent het aantal vestigingen van retailers. Wie zijn de grootste dalers in aantallen winkels in de periode 2013-2018? En wie zijn er verdwenen? Afbeelding 1 geeft uitsluitsel. Sommige retailers zijn gefailleerd. Zoals Free Record Shop. Anderen zijn gekrompen. Met Blokker als opvallende naam. Weer anderen zijn opgegaan in andere formules. Zoals C1000, dat Jumbo (of Coop) is geworden. Of Bart Smit, dat nu bijna overal Intertoys heet.

Winnaars in het aantal winkelvestigingen zijn er ook, zoals te zien in afbeelding 2. Anderen zijn (sterk) gegroeid. Waaronder vrij veel goedkope discountachtige aanbieders. En weer anderen zijn door overnames gegroeid, zoals Jumbo en Coop.

In welke binnensteden/centrumgebieden (plaatsen vanaf 30.000 inwoners) is de leegstand het hoogst in 2018? En in welke het laagst? Afbeeldingen 3 en 4 vertellen een helder verhaal. De verliezers komen nog vrijwel naadloos overeen met het eerdere verhaal in 2015. In deze (vaak) kleinere middelgrote steden (vaak in de periferie of vlakbij een veel grotere stad) ontkom je niet aan sanering. Doen! Die Hoogstraat in Schiedam gaat ‘m echt niet meer worden.

Maar winnaars zijn er ook. Zoals de centrumgebieden van Amsterdam, Haarlem, Utrecht en Amstelveen. Waar de leegstand erg gering is, dat wil zeggen op of onder de frictieleegstand van 4 à 5 procent (de ‘gezonde’ leegstand). Opvallend is dat er ook kleinere plaatsen als winnaar zijn te beschouwen, zoals Heemskerk en Nieuw-Vennep. En verder (valt net buiten de ‘top’ centrumgebieden): de grotere middelgrote steden doen het tegenwoordig allemaal uitstekend. Aan het lijstje winnaars kunnen moeiteloos Tilburg en Enschede worden toegevoegd. In die laatste stad moet vaak nee worden verkocht aan retailers, omdat er geen plek is op dit moment.

En als alle typen winkelgebieden en -centra van Nederland in afbeelding 5 worden weergegeven? Wie zijn dan de winnaars en verliezers? Waar is de hoogste leegstand? En de laagste? En hoe heeft de leegstand zich ontwikkeld van 2013 tot en met 2018? Verliezers vind je met name in hoofdwinkelgebieden (dat zijn dus de kleinere middelgrote steden, buiten de top 17 grootste binnensteden). De kernverzorgende centra (dat zijn de kleinere steden). En met name de stadsdeelcentra. Hier is de leegstand toegenomen.

Maar er zijn ook winnaars, zoals de binnensteden van de zeventien grootste steden. De binnenstedelijke winkelstraten (ook in de top 17). De grootschalige concentraties (dat is opvallend, buiten de binnenstad). En onder de zogenaamde ‘verspreide bewinkeling’. Hier is de leegstand afgenomen.

Horeca en blurring

Daarnaast doet de (betere) horeca het uitstekend. Zo zijn de volgende uitbaters hip and happening:

  • Food and beverage: koffie- en theetentjes, biercafé, wijnbars;
  • Streetfood (Vietnamees, Thais) en fastfood (Burgers, Mexicaans, Sushi).

Maar ook Wagamama, Five Guys, Vapiano, TGIF en andere ketens zijn sterk expansief;

Verder neemt ‘blurring’ een grote vlucht. Wij zien steeds vaker nieuwe ontwikkelingen, zoals de uitzendbar (in plaats van het uitzendbureau), stomerijbar, fietsenbar, kappersbar. En ga zo nog even door.

Winkels die terugkeren naar de binnenstad

Maar er zijn nog meer trends van belang. Bijvoorbeeld de bouwmarkten en webwinkels die ineens opduiken aan de rand van de binnenstad. Zoals de Praxis Citystore. Of Futurumshop (sportartikelen, begonnen op het internet). En verder, komt woninginrichting terug naar binnenstad? De IKEA experimenteert met stadswinkels. En de Søstrene Grene, uit Denemarken, vestigt zich op de Grote Markt in Groningen en in ‘de Post’ in Utrecht. Heerlijk, toch? Welkom in de binnenstad. Succes verzekerd.

Waarom Warenhuizen Winnaars Worden

De naam Blokker is al gevallen. In dit artikel is door een van de auteurs al aangegeven dat Blokker weer terug moet naar zijn roots. Blokker moet weer een gezellig, knus warenhuis in huishoudelijke artikelen worden. Met meer keus en huismerken. Blokker moet weer je beste vriendin zijn. En wat blijkt? Blokker neemt dit advies ter harte, zo blijkt uit de laatste berichten.

Al eerder benoemd is het gigantische succes van Action, die niet alleen fors uitbreidt maar ook enorme winsten behaalt. Action is in feite een warenhuis. Want je kunt er alles kopen, zelfs kleding. Het concept slaat aan. ‘Grabbelen en graaien’. Dat is de kracht van het warenhuis, zeker als de prijzen belachelijk laag zijn. Het spreekt de Nederlander aan. En het spreekt de buitenlander aan. Want in elk land is er een grote groep koopjesjagers. En in elk land waar Action zich vestigt is deze een doorslaand succes.

Zou dat ook kunnen lukken voor het middensegment? Het segment boven de discounters? Wij denken van wel. Wij weten van wel. Uiteindelijk willen veel consumenten in Nederland en daarbuiten gewoon een goede deal maken. Niet alleen maar ramsj kopen of veel te dure kwaliteitsspullen bij De Bijenkorf. Nu hebben wij al de HEMA, die het met enig vallen en opstaan weer steeds beter gaat doen. Vroeger bevond de HEMA zich in het lage segment. Maar met de komst van de Action vormt HEMA eigenlijk het nieuwe middensegment. HEMA gaat het redden. Maar alleen de HEMA in het middensegment is niet genoeg. Zijn er mogelijkheden voor een groter warenhuis in het middensegment? Een warenhuis met bewust een breed assortiment? Met een herkenbare profilering? Waar de consument uiteindelijk veel meer spullen afrekent dan hij/zij van plan was te kopen? Een warenhuis waar een lange kassabon wordt gehaald?

Maar het gaat toch overal slecht met de warenhuizen in het middensegment, zal je misschien denken? Niet alleen in Nederland, maar ook in Amerika, Engeland en Duitsland? Nou, deels wel. Maar niet overal. Zo maakt het Duitse Karstadt weer winst. In het Verenigd Koninkrijk zijn Harrods (meer dan uitstekend) en John Lewis (heel redelijk) monumenten die nog steeds fier overeind staan. Is Macy’s in de Verenigde Staten nog steeds goed bezig. En in Nederland bewijst Miss Etam (OK, meer een modewarenhuis voor de niet al te piepjonge vrouw) dat je een oude formule toch weer gezond nieuw leven in kunt blazen.

Waarom ging V&D kapot?

Het verdriet over het verlies van de V&D was groot. Maar bij sommigen, waaronder bij ons, overheerste ook de opluchting. ‘Die V&D, dat kon toch echt niet meer?’ Inderdaad, niet in de vorm van 2016. Want waarom heeft de V&D het niet gered? Onze analyse – en er zijn zeker nog meer redenen te bedenken – is als volgt:

  • De boeken- en de platenafdeling waren marktleider. En in deze hoek vielen de meeste klappen. Hoewel de boekenverkoop – en jawel, ook de vinylverkoop – de laatste tijd weer in de lift zit, hebben streamingdiensten muziek en dvd voor een groot deel vervangen;
  • De supermarkt was vaak de basis van de V&D, door schaalvergroting in de totale branche hebben deze te kleine supers het niet gered;
  • Te weinig en steeds minder eigen merken;
  • Te veel shop-in-shop merken (hoogwaardig en middle-of-the-road door elkaar). Vervreemding van de basisconsument. Deze houdt niet van Desigual, Replay of Diesel. Deze hield van Liv, het huismerk;
  • Jarenlang slecht beleid en leeggeroofd door de hedgefunds.
Het gat dat V&D achterlaat en de forse steken die Hudson’s Bay laat vallen

Goed, V&D is weg. Maar Hudson’s Bay komt ervoor in de plaats. En met Hudson’s Bay gaat het volgens velen niet lukken, dus ook niet met het warenhuis als concept. Maar is dat wel zo? Hudson’s Bay heeft fout op fout gestapeld. Dat wil niet zeggen dat het warenhuis als concept kansloos is. Wat is er misgegaan?

Allereerst arrogantie. Hudson’s Bay kent een fors aantal medewerkers dat het vak bij De Bijenkorf heeft geleerd. ‘Wij weten hoe je een warenhuis bouwt.’ Nu is dat zeker waar. Maar Hudson’s Bay lijkt meer een gouden kooi: mooi ontworpen maar elke warmte mist. Elke connectie met de Nederlandse klant ontbreekt. De verbinding met de oude V&D-klant had eerst hersteld moeten worden. Dan had je meteen krediet opgebouwd bij deze best nog omvangrijke klantenkring. Vergis je niet: de V&D’s in Groningen en Amstelveen bijvoorbeeld waren nog sterk winstgevend. Was bijvoorbeeld begonnen met de klantenkaart van V&D. Had de oud-klanten de mogelijkheid geboden om de punten over te zetten naar een klantenkaart van Hudson’s Bay.

En dan de collecties. Er had onderzoek moeten plaatsvinden onder de oud-klanten van V&D én onder de beoogde nieuwe doelgroepen om bevestigd te krijgen dat de ideeën over de collecties juist waren. V&D had ten tijde van het faillissement nog altijd een omzet van ruim 600 miljoen euro. Hudson’s Bay heeft deze omzet al grotendeels laten liggen door zich niet te richten op deze oud-klanten. En hun voorkeuren voor de collectie. Topman Beukema vertelde in 2017 exact wat de Hudson’s Bay in Nederland niet zal zijn. ‘Wij richten ons op een jong en trendy publiek’. En: ‘Je moet een t-shirt van 120 euro wel begrijpen.’ Tja, in één keer ben je dan de sympathie kwijt van al die oude V&D-klanten.

Verder zou Hudson’s Bay vooruitstrevend zijn en innovatief. Terwijl Hudson’s op een slap aftreksel van De Bijenkorf lijkt. Waarom heeft Hudson’s de belofte niet ingelost? Bijvoorbeeld als het gaat om de mogelijkheden die de digitale revolutie biedt? Zoals grote beeldschermen? Tablets bij de medewerkers? Kassa’s op de handheld van de medewerkers? Dan was de pers lovend geweest en was de consument naar de winkel gelokt. Dan was Hudson’s inderdaad vernieuwend geweest en innovatief.

Nu ogen de winkels zeker niet slecht. Vele malen beter dan de V&D ooit was. Er zijn uitstekende professionals aan de slag geweest. Maar toch mist het interieur warmte. Het is er te wit. Het licht is te fel. Of soms juist niet sterk genoeg. En de winkels zijn (te) rustig. Er wordt te weinig gekocht. Het nieuwe trendy publiek laat de winkel vaak links liggen. Dus zie je er meestal de oude V&D-klant rondlopen (voor zover al niet afgehaakt). En die komt niet voor een t-shirt van 120, euro maar voor het oude V&D-gevoel in een mooi nieuw jasje. Maar deze consument vindt er maar weinig van zijn gading en bezoekt daarom Hudson’s niet nog een keer. Je kunt een winkel nog zo mooi inrichten maar zonder publiek oogt zo’n winkel koud en kil.

En de collecties? Er is sprake van een allegaartje. Te veel merken die je overal kunt kopen en dan met een beter assortiment. Hudson’s Bay is domweg niet onderscheidend genoeg.

En dan de horeca. De Bijenkorf had onder leiding van de vorige directie goed in de gaten dat klanten ook culinair verwend willen worden. Na de koerswijziging en de verbouwing van de bovenste etage tot mini foodhall kreeg de Bijenkorf vele lovende kritieken. Het zit er dan ook continu stampvol. Kijk daar eens naar, als Hudson’s.

En dan het personeel. Het huidige personeel bij Hudson’s is jong, onervaren en maakt een slecht opgeleide indruk. Een gemiste kans.

Nu willen consumenten, ook de millennials en de generatie Z, wel degelijk fysiek winkelen. Maar dan moeten die winkels er wél toe doen. Dat geldt voor ‘local heroes’ en goede ketens maar ook voor warenhuizen. Nu zal een zelfstandig winkelier nooit de massa bereiken. Dat is ook niet zijn of haar doel. Klantcontact, service en onderscheidend vermogen bepalen zijn/haar succes. Maar het warenhuis richt zich wel op een groot publiek. Per definitie. En met meer dan 15.000 merken en leveranciers in Europa kan een warenhuis óók inspireren, innoveren en klanten aan zich binden met collecties. Vernieuwend zijn in retail? Hoe doe je dat? Het is vrij simpel: ken je klant, weet wie je doelgroepen zijn en focus daar voor de volle 100 procent op. Wees in staat om met die klant een connectie te maken. En kies duidelijk je assortiment.

Niet alle warenhuizen zijn verliezers. De Bijenkorf bewijst dat je zeer succesvol kunt zijn. De Action bewijst het. De HEMA bewijst het weer steeds meer, ondanks een wat zwalkend genderneutraal beleid. Hudson’s Bay zou het ook kunnen bewijzen. Al is het de vraag of Hudson’s Bay er als formule volgend jaar nog is.

De succesvolle terugkeer van de stenen V&D

Het Duitse Karstadt (met Oostenrijkse eigenaar en weer winstgevend, als eerder al gemeld) en Galeria Kaufhof (eigenaar van Hudson’s Bay) zijn onlangs gefuseerd en gaan een gemeenschappelijke Duitse formule uitdragen. Dat betreft waarschijnlijk een warenhuisformule in het middensegment, analoog aan de huidige Karstadt.

Een dergelijke positionering zou hoogstwaarschijnlijk wél aanslaan in Nederland. Maar deze formule moet geen Duitse naam hebben, dat valt niet goed. Ook een Engelse naam als Hudson’s Bay werkt vervreemdend. Dus moet het warenhuis een andere naam krijgen. Een Nederlandse naam. Noem het bijvoorbeeld ‘Ons warenhuis’. Of beter: noem het ‘V&D’. Koop die merkrechten op van Roland Kahn en start een nieuw warenhuis met de oude merknaam. Als je het nu maar wél slim doet. Met moderne winkels, een groot en mooi assortiment en met superpersoneel. Dat wordt een groot succes. Knus. Gezellig. Van alles wat. Grabbelen en graaien. De winkel voor de gewone Nederlander. De ‘Middenlander’.

Wij zien het helemaal zitten. V&D terug in het straatbeeld, in die prachtige oude V&D-panden, die door de vastgoedeigenaren en Hudson’s Bay waanzinnig goed gerenoveerd zijn. Ga weer mooie (kortings)campagnes bedenken, daar zijn Nederlanders gevoelig voor. Laat de Circusweken terugkomen of noem het desnoods De Dolle Dwaze Dagen (als die rechten niet meer bij de Bijenkorf in handen zijn). Creëer veel eigen merken en geef La Place een prominente plek. Met een goede prijs-kwaliteitverhouding ben je in staat om een goede deal met de Nederlander te maken. Deze wil een acceptabele kwaliteit voor niet al te veel geld. Van alleen ‘ramsj’ van de Action wordt niemand gelukkig.

En de HEMA?

De HEMA is op de goede weg, met beter voedsel, gezellige zithoekjes, mooie winkels en veel typische HEMA-producten en eigen merken. Alhoewel? Dat laatste lijkt wat te verwateren. Focus dus juist weer méér op de eigen merken en het typische HEMA design. Stop verder met rare experimenten als genderneutrale kleding. Dat is grachtengordelonzin waar 95 procent van de mensen helemaal niet mee bezig is. De HEMA moet ‘gewoon’ zijn. En tegelijkertijd eigenwijs met betaalbaar Dutch Design. Kortom: de HEMA moet Nederlands zijn en van ons allemaal. Inderdaad: de HEMA moet zich op zo veel mogelijk doelgroepen tegelijkertijd richten. Ook dat is een keuze. En tevens de juiste keuze.

Fysieke retail is terug

De fysieke retail heeft zich opgericht en is als een feniks uit de as herrezen. Alhoewel: de retail was nooit echt dood maar was in slaap gesukkeld. En dan komt een zware economische crisis hard aan. Feit is dat sinds 2015 er sprake is van een fors herstel. De retail als branche is bezig aan een opmars. Een grote bloeiperiode is nakende. Veel winkelgebieden zijn weer succesvol en veel winkels doen het weer geweldig. Zelfstandige winkeliers, ketens en ook warenhuisformules als Action en De Bijenkorf.

In Nederland ontbreekt echter het echte middensegment. Hudson’s heeft veel te hoog ingezet. Een meerderheid van de Nederlanders is echter nogal ‘middle of the road’. De meeste mensen wonen niet in de grachtengordel. Voor deze gewone Nederlanders, de Middenlanders, dient er dus een nieuwe warenhuisformule te komen. Juist. In het middensegment. Noem die formule dan V&D. Waarom niet? Volg de adviezen in dit artikel op, dan verwachten wij dat succes aanstaande is. En als Hudson’s die merkrechten van V&D niet opkoopt? Dan doen wij het zelf. Opschieten, dus!

Dit artikel is samen met Marcel Reinartz en Ernest Schaapman geschreven. Marcel Reinartz is directeur van RMA, Stedelijke Ontwikkeling en Vastgoed en is enkele decennia actief in de retail- en vastgoedsector als adviseur en projectmanager bij ontwikkeling, renovatie en transformatie van winkels, winkelgebieden en binnensteden.

Ernest Schaapman werkt op dit moment in de laatste fase aan een start-up in Stealth modus tezamen met partners Samsung en MoodMedia. Hij is altijd in de moderetail werkzaam geweest bij vele bedrijven en heeft ‘het centraal stellen van de klant’ tot kunst verheven.

Met dank aan Koen Visser, projectleider bij Strabo voor het maken van de grafieken en met dank aan Gertjan Slob van Locatus voor het leveren van waardevolle data.



Lees het volledige bericht op Emerce »