29 Jun 2017 — 12:37 { Posts RSS } { Comments RSS }
mediafeed over journalistiek, fotografie, reclame en internet

Posts Tagged ‘internet’

Ondanks e-commerce forse groei directe verkoopbranche

Posted 29 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ondanks de concurrentie van internet noteerde de Nederlandse directe verkoopbranche afgelopen jaar voor het derde jaar op rij een forse groei, zowel in omzet als het aantal business partners. Dit blijkt uit cijfers van de Vereniging Directe Verkoop Nederland.

In één jaar tijd groeide het aantal partners in deze sector met 13 procent, van ruim 82.000 tot ruim 93.000.

Directe verkoop wordt ook wel multilevel marketing of netwerkmarketing genoemd. Goederen of diensten worden daarbij direct aan de consument verkocht via een netwerk van onafhankelijke partners, die mensen persoonlijk adviseren.

Tegenwoordig wordt directe verkoop ook wel aangeduid als ‘social selling’, omdat producten (in tegenstelling tot online verkoop), in een persoonlijke setting verkocht worden. De Tupperware party’s zijn bekende voorbeelden.

Toch maken de partners wel degelijk gebruik van online marketing. Directe verkopers kunnen via sociale media de interactie opzoeken met hun klanten.

De bestverkopende producttypes in Nederland zijn, net als in veel andere Europese landen, wellness en cosmetica.



Lees het volledige bericht op Emerce »

EU-boete Google twee keer zo hoog als verwacht

Posted 27 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zoals verwacht heeft de Europese Commissie Google een boete opgelegd van 2,42 miljard euro, veel hoger dan de 1,1 miljard die in de wandelgangen werd genoemd. Google zou de populariteit van zijn zoekmachine hebben misbruikt om andere producten en diensten, zoals de prijsvergelijker Google Shopping, een voorsprong te geven op concurrenten.

De Europese Commissie vindt dat zowel aanbieders als de consument zijn benadeeld. In Europa vindt 90 procent van alle zoekopdrachten op internet via Google plaats. De zoekmachine domineert in alle 31 EU-landen.

Commissaris Margrethe Vestager schrijft: ‘Google heeft vele innovatieve producten ontwikkeld die ons leven hebben veranderd. Dat is een goede ontwikkeling. Maar Googles strategie voor prijsvergelijkingen ging meer om marktdominantie en dat is illegaal onder de Europese wetgeving.’ Het ontnam Europese consumenten een echte keuze in diensten.

De commissie acht bewezen dat het zijn eigen diensten (zoals Froogle, dat nu Google Shopping heet) voortrok wanneer consumenten de zoekmachine gebruikten om producten te vinden. Zeven bedrijven hebben klachten ingediend tegen Google, waaronder Yelp, Oracle en News Corp.

Als bewijs fungeren volgens de commissie documenten van zowel Google als concurrenten, analyses van 5,2 terabyte aan data (1,7 miljard zoeksessies), eigen experimenten en verkeersdata.

Google moet binnen negentig dagen stoppen met deze volgens de EU illegale activiteiten en concurrenten gelijke plaatsing geven, maar de verwachting is dat Google het besluit bij de hoogste rechter zal aanvechten.

Het bedrijf heeft zojuist al bij monde van jurist Kent Walker gereageerd en zegt het oneens te zijn met het besluit. Volgens Google hebben consumenten duidelijk laten blijken dat ze de voorkeur geven aan prijsvergelijkers die hen rechtstreeks naar producten leidt, niet naar weer een andere zoekmachine.

Het is in elk geval de hoogste boete ooit uitgedeeld door de Europese Commissie in een anti-trust zaak. De hoogste geldstraf tot was die van 1,1 miljard euro voor het bedrijf Intel.

Mogelijk volgen later dit jaar ook uitspraken in twee andere Brusselse mededingingszaken tegen Google, een rond het het advertentiebeleid van het internetbedrijf (AdWords) en Android, het besturingssysteem voor smartphones en tablets. De commissie heeft deze beide onderzoeken nu nog eens bevestigd.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

DNS als het telefoonboek van het internet

Posted 27 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het internet kent veel termen die menig mens de wenkbrauwen doet optrekken. Daarom ga ik hier menigmaal komen met het verhaal achter bepaalde internettermen. Met deze keer in de spotlights, het Domain Name System (DNS).

DNS is een in 1983 bedacht systeem om de communicatie tussen computers gemakkelijker te maken voor mensen. Een van de belangrijkste taken van het DNS is het koppelen van een meercijferig IP-adres aan de domeinnaam van een computer, waarvan bijvoorbeeld een website wordt geserveerd. Dankzij DNS hoef je daarom nooit een IP-adres tijdens het browsen te typen, maar alleen de domeinnaam. Dit maakt DNS vergelijkbaar met het telefoonboek op je mobiel. Zonder telefoonboek zou je alle telefoonnummers van je vrienden moeten onthouden om ze te kunnen bellen.

Hosts File

Toen het internet nog in zijn kinderschoenen stond, maakte elke computer gebruik van een hosts file. Dit is een op je computer opgeslagen tekstbestand waarin domeinnamen en hun bijhorende IP-adressen staan. Bij wijzigingen of aanvullingen moest een hosts file handmatig geüpdatet worden. Naarmate het internet groeide, was dit moeilijk vol te houden. Het zou namelijk een dagtaak worden om je hosts file up-to-date te houden. Op zoek naar een praktischer systeem dus. DNS was geboren.

Een vrij toegankelijk systeem met een verdeelde administratie

DNS heeft gezorgd voor een actueel systeem (de DNS namespace) waartoe iedereen toegang heeft om onder andere het IP-adres dat schuilt achter een domeinnaam op te sporen. Een centrale administratie achter dit systeem ontbreekt. Gelukkig, want net zoals het onmogelijk is om een hosts file up-to-date te houden, is het voor één organisatie onuitvoerbaar om de DNS namespace up-to-date te houden. Dat zou betekenen dat deze organisatie miljarden wijzigingen of aanvullingen per dag moet verwerken en veel macht over het internet krijgt.

Om dit te voorkomen, is de namespace verdeeld over talloze DNS nameservers, in beheer bij verschillende entiteiten. Ze nemen allemaal de verantwoordelijkheid over een klein deel van het grote geheel. Welke nameserver welk gedeelte van de DNS namespace voor zijn rekening moet nemen, wordt bepaald door de DNS-hiërarchie.


Hiërarchie binnen de DNS namespace

In plaats van een platte database (zoals de hosts file) werkt de DNS namespace met een gedistribueerde database, onderverdeeld in meerdere zones. Om de hiërarchie tussen deze zones te begrijpen is de term fully qualified domain name belangrijk. Dit is een voluit geschreven domeinnaam, zoals:

www.transip.nl.

Deze domeinnaam bestaat uit een aantal door punten gescheiden delen, genaamd labels. Elk label staat gelijk aan een niveau binnen de DNS namespace. De hiërarchie snap je het beste wanneer je een domeinnaam van rechts naar links ontleedt.

Achter de laatste punt in een domeinnaam, die door vrijwel niemand geschreven wordt, schuilt het hoogste niveau, ook wel de root genoemd. De root heeft geen domeinnaam, vandaar dat je alleen een punt op het einde ziet met niets erachter. De nameservers die dit niveau onderhouden, worden rootservers genoemd en zijn in beheer bij verschillende grote partijen.

Het eerste niveau domeinnamen dat zich direct onder de root bevindt, bevat de Top Level Domains (TLD). Denk hierbij aan gTLD’s als .com en .shop of ccTLD’s voor landen zoals .nl. SIDN heeft het beheer gekregen over de TLD-nameservers van het nl-domein.

Het tweede niveau domeinnamen dat zich onder de root bevindt, bevat domeinen die vrij te verzinnen zijn en vaak de naam van een organisatie of bedrijf dragen. Denk hierbij aan albertheijn.nl, nu.nl of transip.nl. De nameservers verantwoordelijk voor deze domeinnamen zijn vaak in beheer bij hostingproviders zoals TransIP en dus indirect bij de klanten van hostingproviders.

Het meest linkerlabel is ook vrij te verzinnen, maar wordt vaak www genoemd. Soms zie je ook domeinnamen met nog meer labels, zoals de nieuwswebsite van de BBC: www.bbc.co.uk.


De zoektocht naar een IP-adres

De werking van DNS is makkelijker te begrijpen aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Nadat je in je browser www.transip.nl hebt ingetypt, kijkt jouw computer of het IP-adres dat bij deze domeinnaam hoort bekend is in zijn eigen DNS cache of de hosts file.

Als dit niet zo is, dan moet je computer op zoek naar een nameserver die het antwoord wel weet, de authoritative nameserver. Deze zoektocht wordt ook wel name resolution genoemd. Zonder doordacht plan is het zoeken naar een speld in een hooiberg. Daarom schakelt jouw computer hulp in om slim gebruik te maken van de hiervoor besproken DNS-hiërarchie.

Jouw computer, tijdens de name resolution ook wel een DNS client genoemd, zoekt contact op met een DNS resolver. Deze server is meestal in beheer bij je internetprovider, zoals KPN. Aan de resolver stelt je computer de vraag welk IP-adres hoort bij de domeinnaam www.transip.nl. Deze vraag wordt een forward lookup genoemd. Hiernaast geeft hij de opdracht aan de resolver om deze vraag ook aan andere servers te stellen, in het geval de resolver het niet zelf weet. Zo’n opdracht heet een recursive query.

  • DNS resolver

De resolver gaat meteen aan de slag en kijkt eerst in zijn eigen cache om een antwoord te vinden. Als hij niets vindt, is het tijd om de nameservers behorend tot de DNS namespace te raadplegen. Een gestructureerde aanpak is om te beginnen bij het hoogste niveau, de rootservers. Op elke DNS resolver staat een bestand (root hints) waarin de IP-adressen van alle rootservers staan. Via deze adressen wordt contact gemaakt met een rootserver aan wie opnieuw de vraag wordt gesteld welk IP-adres bij de domeinnaam www.transip.nl hoort. Het enige verschil is dat de rootserver niet de opdracht krijgt om verder te vragen, maar alleen om te antwoorden. Zo’n opdracht heet een iterative query.

  • Rootserver

Aangezien elke nameserver maar een klein deel van de DNS namespace voor zijn rekening neemt, weten we nu al dat het antwoord van de rootserver niet 100 procent compleet is. Een rootserver kent namelijk alleen IP-adressen binnen zijn eigen DNS zone: die van zichzelf en alle nameservers die zich één niveau lager bevinden, de Top Level Domains. Het antwoord luidt dan ook: Ik weet niet welk IP-adres hoort bij die volledige domeinnaam, maar wel het IP-adres van de nameservers verantwoordelijk voor het nl-domein.’

Er is hier sprake van een delegatie van verantwoordelijkheden naar een lager niveau. De nl-nameserver moet de zoektocht naar het IP-adres achter www.transip.nl voortzetten. Deze delegatie maakt de nameserver duidelijk door de volgende DNS records terug te sturen.

  • TLD-server

De resolver neemt vervolgens contact op met de nl-nameserver. Deze server kent zijn eigen IP-adres en onder andere die van alle nameservers verantwoordelijk voor het transip.nl-domein, zolang de domeinnamen van deze nameservers maar eindigen op de .nl-extensie. Het antwoord luidt daarom: ‘Ik weet niet welk IP-adres hoort bij die domeinnaam, maar wel welke nameservers verantwoordelijk zijn voor het transip.nl-domein. Dit zijn hun domeinnamen. Aangezien al hun domeinnamen eindigen op de .nl-extensie, weet ik ook de bijhorende IP-adressen van deze nameservers.’

  • Authoritative nameserver

Voor de derde keer neemt de resolver contact op met een nameserver, die van TransIP zelf. Deze keer zal hij niet doorgestuurd worden omdat de transip-nameserver in dit scenario de authoritative nameserver is. In het antwoord wat de resolver teruggestuurd krijgt, is daarom alleen een A record genoemd: het IP-adres dat hoort bij de domeinnaam www.transip.nl.


Dit IP-adres wordt tijdelijk (300 seconden in dit geval) opgeslagen in de cache van de resolver, zodat deze bij een volgende identieke vraag van jou of iemand anders direct een antwoord kan geven.

Dit betekent overigens niet dat het complete vragenrondje van de resolver lang duurt. Nadat jij in de browserbalk om een website hebt verzocht, is het IP-adres hiervan al bekend voordat je weer je hand op de muis hebt gelegd. Deze snelle communicatie tussen jouw computer, de DNS resolver en alle nameservers zie je goed terug in de volgende video.

*) Dit artikel is eerder gepubliceerd op de website van Transip



Lees het volledige bericht op Emerce »

E-commerce Europa naar 531 miljard euro

Posted 27 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De online verkoop van diensten en producten blijft onverminderd populair in Europa. Waar in 2015 Europese consumenten nog ruim 459 miljard euro via internet besteedden, is dit bedrag in 2016 met ongeveer 15 procent gestegen naar bijna 531 miljard. Dat blijkt uit de cijfers van het European Ecommerce Report 2017, dat door Ecommerce Europe en de Ecommerce Foundation is gepubliceerd.

West-Europa blijft verreweg de grootste e-commerceregio binnen het Europese continent. Het marktaandeel van 53,2 procent is groter dan alle andere regio’s bij elkaar. Op landenniveau blijft het Verenigd Koninkrijk de leiding houden. In 2016 werd daar 197 miljard euro besteed aan de online aankoop van producten en diensten. De Duitsers volgen met 86 miljard en de Fransen met 82 miljard.

Het onderzoek laat ook zien dat de groei van de e-commercemarkt naar verwachting dit jaar iets afneemt, maar nog steeds sterk blijft. Dit jaar verwacht men uit te komen op 602 miljard.

Leden en partners van Thuiswinkel.org kunnen de volledige versie van het European Ecommerce Report 2017 gratis downloaden.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe app voor Nederlanders met vakantiebestemming Iran

Posted 27 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een nieuwe app moet Nederlanders die naar Iran op vakantie gaan ondersteunen bij hun reis. Het video- en reisgidsenplatform REiSREPORT heeft de app gelanceerd. Bij succes volgen meer bestemmingen, laat medeoprichter Godfried van Loo weten.

De app houdt de gebruiker op de hoogte van belangrijke ontwikkelingen via pushnotificaties en biedt de mogelijkheid realtime met andere Nederlanders en Belgen in contact te komen en vanuit de app betrouwbare taxi’s, gidsen en hotels te boeken. De app is gratis beschikbaar voor Android en iOS.

Waarom hebben jullie voor Iran gekozen?

“Iran is de bakermat van de beschaving met een ongekende geschiedenis, rijke cultuur en een gastvrijheid en hartelijkheid die je nergens anders vindt. Men is erg nieuwsgierig en verwelkomt je met open armen. Het toerisme in Iran is enorm in opkomst terwijl de sector zich nog sterk moet ontwikkelen. Zo zijn er in het hoogseizoen veel te weinig hotels. Juist door het opkomende karakter zien we hier en daar nog wat onduidelijkheid en onzekerheid bij reizigers. Sinds het opheffen van een deel van de sancties in 2015 is er namelijk enorm veel veranderd maar je weet niet altijd wat. Creditcards en pinpassen zijn bijvoorbeeld nog altijd nutteloos in Iran dus je moet al je contant geld meenemen.“

Wat is jullie verdienmodel?

“We hebben verschillende verdienmodellen. Sommige zijn al verwerkt in de app, andere zullen volgen. Ten eerste krijgen we commissie over de boekingen die via de app worden gedaan, zoals  gidsen, hotels en chauffeurs. Meer diensten zullen volgen. Dit is een samenwerking met onze partner Middenoostenreizen.com. Ten tweede richten we ons op adverteerders, die branded content, in-content advertenties en branded app onderdelen kunnen afnemen. Ten derde is er een shop in de app waar we samen met partners relevante producten een podium bieden en verkopen. Verder zijn we met twee andere modellen bezig die we in onze volgende update en toekomstige apps zullen verwerken.”

Zijn er plannen voor andere bestemmingen?

“Zeker! Mijn medeoprichter Marlou Jacobs en ik reizen volgende week naar de Balkan. REiSREPORT is onze fulltime onderneming dus er zijn zeker ideeën voor volgende bestemmingen die een app verdienen, maar we laten ons uiteraard ook leiden door adverteerders. De komende weken vullen we onze YouTube en social kanalen nog aan met tientallen video’s van Iran, die uiteraard ook weer in de app terecht komen.”

In hoeverre nemen jullie verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de app-gebruiker? Als de situatie ter plaatse bijvoorbeeld dusdanig verslechtert dat mensen extra maatregelen moeten treffen, worden die dan gecommuniceerd?

“Iedereen is uiteraard altijd verantwoordelijkheid voor eigen veiligheid. Wel helpen we met de app graag mee die veiligheid te vergroten. Zo beschikt de app over pushnotificaties die wij uitsturen. Zodra bijvoorbeeld Buitenlandse Zaken een update doet, zullen wij die eveneens doorsturen. We zijn al in gesprek met BZ om deze push notificaties nog sneller te kunnen ontvangen. De app verkrijgt overigens wel zijn data via internet, dus een internetconnectie zal altijd vereist zijn.”

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘1,1 miljard euro boete voor machtsmisbruik Google’

Posted 27 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google hoort vandaag welke boete het internetbedrijf van de Europese Commissie krijgt opgelegd voor misbruik van zijn dominante marktpositie. Volgens diverse bronnen gaat het om een boete van 1,1 miljard euro.

De commissie ontving de afgelopen jaren diverse klachten over Google, onder meer over de prijsvergelijker Google Shopping. De zoekresultaten van Shopping kregen in de algemene zoekresultaten zo’n prominente positie dat het concurrerende productvergelijkers benadeelde. Daarop volgde een onderzoek dat circa zeven jaar heeft geduurd.

Insiders houden rekening een even hoog bedrag als chipmaker Intel betaalde wegens ongeoorloofde kortingen aan klanten.

De Commissie kan boetes opleggen tot maximaal tien procent van de jaaromzet van een bedrijf. In Googles geval zou dat negen miljard dollar zijn.

Er lopen nog aparte onderzoeken naar het advertentiebeleid van het internetbedrijf en naar het vermeende machtsmisbruik van Android, het besturingssysteem voor smartphones en tablets.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Beleggersverereniging waarschuwt voor cryptovalutazeepbel

Posted 27 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse beleggersvereniging VEB waarschuwt voor een cryptovalutazeepbel die elk moment kan klappen. De totale marktwaarde van alle cryptovaluta samen is dit jaar circa zes keer over de kop gegaan en is de grens van 100 miljard dollar voorbijgeschoten.

Juist bij de kleinere digitale valuta zit de echte prijsexplosie, constateert de VEB. De tweede digitale munt, ether (of Ethereum), is sinds begin dit jaar ruim veertig keer over de kop gegaan. Ripple, de nummer drie, 54 keer.

Dit doet volgens de vereniging denken aan de internetzeepbel waar op de Amerikaanse beurs ook legio kleine onbekende internetbedrijven met amper omzet miljardenwaarderingen kregen. De VEB noemt feiten en omstandigheden die erop duiden dat dit daadwerkelijk een zeepbel is.

De directe aanleiding voor de koersstijging vanaf half maart lijkt te zijn dat Aziatische beleggers cryptovaluta op grote schaal hebben omarmd.

De eerste crash is al achter de rug. Vorige week implodeerde de koers van Ethereum kortstondig op een groot Amerikaans handelsplatform, een flashcrash zoals die afgelopen paar jaar een paar keer plaatsvond op andere financiele markten.

China werkt intussen naar verluidt aan een eigen cryptomunt. Er zouden momenteel verschillende testen lopen, al heeft de Centrale Bank van China daarover formeel nog niets losgelaten. Mogelijk wil het land een stabiel alternatief bieden voor de volatiele bitcoin en andere munten.

Ook Palestina en Rusland zouden overwegen om hun eigen digitale valuta te introduceren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Eerste landelijke Digitale Dag in 237 ING-kantoren

Posted 26 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

ING Bank organiseerde zaterdag voor de eerste keer een landelijke Digitale Dag op alle 237 ING-kantoren om klanten digitaal vaardiger te maken.

64 procent van de ING-klanten bankiert al digitaal via de mobiel bankieren app of via internet bankieren en dit aantal stijgt nog steeds. De meest digitale leeftijdsgroep is de groep van 18-35 jaar, daarvan bankiert maar liefst 84 procent digitaal.

De leeftijdsgroep 80 plus is het minst digitaal, hier bankiert 21 procent digitaal. Ouderen hebben echter de afgelopen jaren een inhaalslag gemaakt. In de leeftijdscategorieën 66-79 jaar en 80+ is het aantal mensen dat digitaal gaat bankieren de afgelopen 2 jaar het meest gegroeid.

Toch is er een groep die nog niet bankiert via internet of mobiele telefoon of die nog geen gebruik maakt van alle mogelijkheden die digitaal bankieren biedt. Op de Digitale Dag konden klanten de hele dag binnenlopen bij een ING-kantoor met vragen over digitaal bankieren op de computer, telefoon of tablet. Daarnaast hielpen digicoaches klanten met het aanvragen, installeren en gebruiken van internet en mobiel bankieren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Picnic: ‘Zelf innoveren is key’

Posted 24 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse app-only supermarkt Picnic – dit jaar op positie twee in de E-commerce 10 – is bezig met een gestage opmars. En de ambities liegen er niet om. Mede geholpen door de ruim honderd miljoen aan funding. “Wie bij ons vijf keer iets koopt, gaat nooit meer weg”, aldus medeoprichter Michiel Muller (52).

De fundamenten van Picnic werden al in 2012 gelegd door Joris Beckers en Frederik Nieuwenhuys – beiden ex-eigenaar van personalisatiesoftwarebedrijf Fredhopper. Later haken Muller en Bas Verheijen, voormalig marketingdirecteur van Albert Heijn en C1000, aan en in september 2015 worden de eerste boodschappen bezorgd.

Allereerst in Amersfoort, dat volgens de oprichters de ideale testlocatie was. “Die stad heeft namelijk wijken die vrij homogeen zijn, maar ook weer genoeg van elkaar verschillen. Zo zijn er gezinnen met jonge kinderen, maar ook families waar ze net de deur uit zijn. En is er een villawijk, een stadswijk en ga zo maar door.” Vandaag de dag is Picnic actief in meer dan twintig steden, met als nieuwste aanwinst de regio Rotterdam.

De online supermarkt werkt vooralsnog met twee distributiecentra (dc’s) – in Nijkerk en Utrecht – en tien hubs, van waaruit bijna honderdvijftig elektrische busjes de nabije omgeving beleveren. “Dan heb je het over kleine melkboerrondjes van maximaal twee uur. Onder meer omwille van het op tijd aankomen bij onze klanten, de actieradius van de accu en omdat er een limiet zit aan het aantal artikelen dat we kunnen meenemen.”

Momenteel werken er ruim vijfhonderd mensen bij het bedrijf. Samen goed voor een omzet van dertig miljoen euro begin dit jaar, een verdubbeling van heel 2016. “Eind 2017 verwachten we de honderd miljoen euro omzet te halen. Gelukkig trekken we steeds meer talent aan, waarmee we de groei kunnen realiseren.”

Er is drie jaar besteed aan de voorbereiding van Picnic. Wat vergde de meeste tijd?
“We willen ons van andere online supermarkten onderscheiden door onder meer gratis bezorging, zonder wachttijden. In het logistieke aspect is dan ook relatief veel tijd gaan zitten. Zo is er gekeken naar hoe PostNL dat doet, maar ook naar de Engelse internetsupermarkt Ocado. Grofweg kun je de voorbereidingstijd opsplitsen in drie delen: het ontwikkelen van het businessmodel, nadenken over hoe we het in de markt gaan zetten en de ontwikkeling van de software. Dat laatste is de kern van Picnic, want links- of rechtsom zijn we een techbedrijf dat ‘toevallig’ in boodschappen doet. Aan onze MVP hebben zo’n dertig mensen een klein jaar gewerkt. En na een pilot van vier maanden zijn we live gegaan.”

Is er wereldwijd al een Picnic-achtig concept?
“Nee, overal wordt gewerkt vanuit een centrale locatie voor order picking, waarvandaan vrachtwagens – met in Nederland veelal niet meer dan vijftien à twintig orders – de bestellingen bezorgen. Wat al gauw een dag in beslag neemt, omdat ze kriskras door de stad rijden. Een uiterst inefficiënt systeem, dat wij opnieuw hebben ontworpen door juist onze melkboerrondjes te rijden. En waarbij we op de door ons bepaalde tijdvakken van maximaal twintig minuten bij je langskomen. In die zin zijn we een soort busdienst, waar anderen hebben gekozen voor een taximodel. Daarbij komt dat de door onszelf ontwikkelde elektrische voertuigen specifiek voor online bezorging zijn gemaakt en duurzamer zijn. De gehele operatie lijkt op het eerste gezicht heel simpel, maar is uiteindelijk een wiskundig complex geheel. Want welk rondje ga je bijvoorbeeld rijden? En wat neem je mee? Onze route-algoritmes, die we zelf hebben ontwikkeld en die zeven procent beter werken dan wat er in de markt te koop is, rekenen dat dagelijks uit. Mede op basis van locatiegegevens en de aflevertijd per individuele klant. Zo woont de een dicht bij de weg, waardoor we eerder klaar zijn dan bij iemand op vier hoog. Tevens wordt berekend hoe de bestelde producten het best kunnen worden verdeeld over de kratten en wat hun gunstigste positie is in het bezorgwagentje. Zodat onze runners c.q. bezorgers ze er makkelijk uit kunnen tillen en we zo energiezuinig mogelijk kunnen rijden. Hoe langer we in een bepaalde omgeving actief zijn, hoe efficiënter we worden en hoe strakker onze rijschema’s worden.”

Voelen de runners zich daardoor niet opgejaagd?
“Nee, allesbehalve. De ruim tweehonderdvijftig bezorgers waar we momenteel mee werken – veelal twintigers met een bijbaan – zien het eerder als een soort spel. Waarbij ze hun scores op de dashboards in de hubs en via Slack kunnen volgen. Juist door het delen van dergelijke data managen ze uiteindelijk zichzelf. Dat is echt iets voor die generatie. En levert dus positieve prikkels op. Onze runners vertrekken voor hun rit ook niet eerder dan in het schema staat. Dan heb je namelijk weer de kans dat we ergens eerder aankomen dan beloofd, wat klanten ook niet fijn vinden. Binnenstedelijk heb je namelijk vrijwel geen vertragende factoren en we maken korte ritjes. Wil je dit spel slim spelen, dan moet je dus doen wat is voorgerekend. En niet je eigen plan trekken. Momenteel wordt 99 procent van al onze orders binnen de beloofde tijd afgeleverd.”

Jullie bemoeien je met de gehele keten. Van verpakkingsmaterialen tot de ontwikkeling van de elektrische wagentjes. Waarom?
“Uiteindelijk willen we alles beter en slimmer maken. Kijk je naar de verpakkingen en gebruikte materialen, dan zie je dat daar nogal wat waste in zit. En vaak duurzamer kan. Daarnaast kunnen we door een compactere verpakking meer producten in een  wagentje kwijt. We bemoeien ons bijvoorbeeld ook met de accusoftware. Door die slimmer te programmeren, gaan ze niet alleen langer mee, maar vergen ze tevens minder stroom en dergelijke. Scheelt geld en is goed voor het milieu. Ook zou je door softwarematige aanpassingen de busjes zo kunnen aansturen dat ze weten hoe hard ze op welke plekken mogen rijden, waardoor we nog beter kunnen voorspellen wanneer we voor je deur staan. Ook zou je overtollige acculading weer kunnen teruggeven aan het energienetwerk, waarvoor inmiddels ook interesse bij energieleveranciers is. Op die manier veranderen we niet alleen de supermarktbusiness, maar ook aanpalende industrieën. Hoe gaaf is dat?”

Picnic positioneert zichzelf graag als de ‘melkboer 2.0’, zij het alleen actief in stedelijke gebieden. Waarom niet ook daarbuiten?
“We hebben een bepaalde bevolkingsdichtheid nodig om een minimaal aantal orders per uur te halen. Anders kunnen we het niet meer gratis doen. Net als dat we geen voorraden aanhouden en pas om tien uur ’s avonds de bestellingen doorzetten naar onze leveranciers. Met nog eens drie dc’s en een kleine zeventig hubs in de komende drie jaar zullen we wel een heel groot deel van Nederland kunnen bedienen. De exacte locaties van de nieuwe dc’s en hubs zijn nog onbekend, maar bepalen we op basis van de hoeveelheid orders die we per gebied verwachten. Dat zal opgeteld zo’n tienduizend banen opleveren, vooral aan de operationele kant.”

Jullie assortiment is nu zo’n tienduizend producten groot. Die van de concurrentie al gauw het dubbele. Is dat ook jullie ambitieniveau?
“Nee. Wat wij doen is namelijk iets totaal anders dan de traditionele supermarkt. Zij hebben vooral een groter assortiment, omdat ze schapruimte te vullen hebben, niet omdat er daadwerkelijk behoefte aan is. Wetende dat slechts tien procent van hun producten negentig procent van de omzet doet. Onze klanten willen bij ons in een paar minuten boodschappen doen. Ze kunnen aangeven of ze meer producten willen, maar niemand zit te wachten op de zoveelste soort zeezout of zilvervliesrijst. Gemiddeld bestellen klanten overigens elke week voor tachtig procent dezelfde boodschappen en vragen niet om twintigduizend producten. Het heeft ook een positief effect op de tijd die de orderpicking vergt (minder schappen aflopen) en op onze app, want meer producten betekent ook een langer bestelproces.”

Is het een idee om die boodschappenmandjes door jullie software al vooraf te laten vullen?
“Zeker, daarmee hebben we ook al een test gedaan onder zo’n vijftig gebruikers. Ongeveer de helft van hen bleek uiteindelijk helemaal niet meer naar de inhoud van zijn mandje te kijken. Daar word je als ondernemer natuurlijk erg blij van. Neemt niet weg dat het nog erg experimenteel is. Want wil je dat aanbieden, dan moet je ook rekening gaan houden met seizoensinvloeden, impulsaankopen en dergelijke. In de basis is het wel de weg die we als Picnic gaan bewandelen.”

Dertig procent van jullie klanten shopt ook nog bij een andere supermarkt. Picnic voorziet dus nog niet honderd procent in een behoefte, zo lijkt het.
“Onze cijfers tonen aan dat als iemand zo’n vijf keer bij ons heeft gewinkeld, hij of zij altijd klant blijft. De meeste van onze klanten plaatsen elke week één bestelling, tenzij ze op vakantie zijn. Dat doet geen enkele andere online winkel ons na. Bij webshops bestel je wellicht twee keer in een jaar, maar geen 35 keer. Twintig procent van onze gebruikers shopt twee keer per week en komt dus nooit meer in een supermarkt. De eerste groep komt dus inderdaad nog weleens in een fysieke supermarkt of gaat naar een speciaalzaak. Het zal een kwestie van tijd zijn totdat ook zij geheel online gaan.”

Gaan jullie je app op termijn openstellen voor derden à la het Plaza-model van bol.com?
“We kopen nu onder meer via Boni in (onderdeel van Superunie, red.) en zullen dat blijven doen. Wat we daarnaast al wel doen, is producten van middenstanders of kleine producenten lokaal meenemen in ons assortiment. Zoals Sambal Bert uit Amersfoort, die erg lekkere en superverse sambal maakt. Doordat we app-only zijn, kunnen we dit makkelijk integreren. Zou zo’n ondernemer het met een supermarktketen doen, dan heb je het meteen over veel grotere aantallen die hij meestal niet kan waarmaken gezien zijn productiecapaciteit. Ook logistiek gaat hij nooit al hun dc’s kunnen beleveren, daarvoor is hij simpelweg te klein. En dan ga je er al vanuit dat hij überhaupt schapruimte krijgt toegewezen, wat al een prestatie op zich is. Door ons krijgt Sambal Bert juist ook lokaal meer aanloop. Een win-win.”

Jullie bezorgen tussen drie uur ’s middags en half elf ’s avonds. Alleen aan particulieren. Waarom niet ook aan bedrijven, in de ochtend?
“Eerst willen we de groei in het particuliere segment goed neerzetten. Daar valt nog genoeg te winnen. Zeker als je bedenkt dat momenteel pas anderhalf à twee procent van de online foodmarkt is ontgonnen. Een markt die 35 miljard euro groot is, groter dan alle andere markten – van elektronica, reizen tot games – bij elkaar. Dat is gigantisch. Ik verwacht dat in 2020, als het zo doorgaat, online boodschappen in Nederland zeker de vijf procent haalt. Dan zie je waar nieuwe technologie die aansluit bij de wensen van de moderne consument toe in staat is. Dat is een aardverschuiving als je bedenkt dat de winst van een fysieke supermarkt de laatste tien procent van de omzet is. Bij een afname van vijf procent betekent dat al gauw de helft minder winst…”

De investeerders achter Picnic komen uit Nederland, waarom niet met grote partijen uit Silicon Valley in zee gegaan?
“Allereerst denk ik dat de waarde die investeerders uit Silicon Valley kunnen toevoegen rijkelijk wordt overschat. Natuurlijk kunnen we veel van Uber of Amazon leren, maar hun komst betekent niet per definitie dat je zeg vijf keer zo hard gaat groeien. Je moet vooral zelf kennis opdoen en slimme dingen ontwikkelen. Daar heb je veel meer aan. Hierdoor zijn we bij Picnic op bepaalde vlakken verder dan Amazon. De keuze voor Nederlandse familiebedrijven is omdat ze er voor de langere termijn in zitten en we Picnic graag Nederlands houden.”

Wanneer verwacht je dat Picnic winstgevend is?
“We draaien nu al binnen een half jaar cashflowpositief in elke nieuwe stad waar we beginnen, daar moeten dan alleen de indirecte kosten nog vanaf. Overall kun je stellen dat zodra er vijftien steden vanuit een dc worden beleverd en we er een tijdje draaien – dus enige vorm van volwassenheid hebben – het geheel winstgevend is. Uiteindelijk zullen we er natuurlijk meer steden aan gaan koppelen. Vooralsnog zie je bij elke stad dezelfde groeicurve. Een mooi vooruitzicht, wetende dat we nog in legio steden zullen neerstrijken. Of we op termijn ook naar het buitenland gaan? Dat zou kunnen. Ik zie namelijk geen grote verschillen wat betreft consumentbehoefte. Wel in assortiment en hoe online-fähig men is. Maar dat is allemaal niet onoverkomelijk.”

Wat is jullie grootste uitdaging?
“Waanzinnig hard groeien met behoud van kwaliteit. Interesse is er meer dan genoeg. Zelfs in steden waar we nog niet actief zijn, hebben zich nu al duizenden consumenten geregistreerd via onze app. Dat is nu al waardevolle data en belooft veel goeds.”

Is er nog toekomst voor de fysieke supermarkt?
“Zeker. Zij moeten zich alleen wel ontpoppen tot local heroes. Met maximale focus op beleving, inspiratie, workshops en dergelijke. En een superservice. (De NPS van Picnic is 85, red.) Dan heb je nog lange tijd een fantastische business. Hun marktaandeel en omzet zal door allerlei technologische ontwikkelingen de komende jaren wel verder onder druk komen te staan.”

Tot slot, waarom hebben jullie alleen een app en niet ook een website?
“Dat wilden we wel, maar nadat we de app hadden gebouwd voor de pilot, beseften we dat we daaraan eigenlijk genoeg hadden. Een app dwingt je ook veel meer om keuzes te maken, onder meer vanwege de UX. In een browser ben je toch eerder geneigd allerlei features in te bouwen die in de kern niet noodzakelijk zijn. Daarbij komt dat je een mobiel – en dus de app – altijd dicht bij je draagt. En niet onbelangrijk: ons tal van inzichten biedt, waardoor we nog beter kunnen worden in wat we al doen.”

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#159).

Foto: Alek (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Helft Europeanen shopt over de grens

Posted 23 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ruim de helft van de Europeanen kocht het afgelopen jaar in een ander land. Dat blijkt uit de eerste E-Shopper Barometer van logistiek dienstverlener DPD.

Retaildetail schrijft erover.

In 59 procent van de gevallen kopen shoppers over de grens omdat ze er goedkopere prijzen vinden, maar ook als producten in eigen land niet beschikbaar zijn.

Britten zijn en blijven de ferventste online shoppers van Europa: 63 procent van hen kocht in het voorbije jaar minstens één keer per maand via het internet. In Nederland ligt dat heel anders: ondanks de hoge internetpenetratie van 94 procent, koopt slechts 44 procent van de respondenten koopt minstens één keer per maand iets online.

Het grootste groeipotentieel zit volgens DPD in de categorie van kleine meubelen en huisaccessoires: 20 procent van de Europese respondenten is van plan deze artikelen online te gaan kopen. Nu koopt bijna de helft al kleding online.

De eerste E-Shopper Barometer van DPD is gelanceerd in samenwerking met Kantar TNS.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Iskander Smit wordt gasthoogleraar TU Delft Connected Everyday Lab

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Iskander Smit, momenteel Strategy en Innovation director bij info.nl, zal als Design United gasthoogleraar tot het TU Delft Connected Everyday Lab toetreden. Daar zal hij zich richten op een nieuw thema, ‘Ontwerp de toekomst voor slimme steden’.

In samenwerking met het Connected Everyday Lab, zal Smit een onderzoeksprogramma opzetten om na te gaan welke rol slimme objecten kunnen spelen bij het verbeteren van steden, met name met betrekking tot de luchtkwaliteit.

Smit is ervan overtuigd dat ontwerpers, vanwege de snelle ontwikkeling op het gebied van Machine Learning en het Internet of Things, de aandacht moeten verleggen naar het ontwerpen van regels en gedrag. Bovendien hebben ontwerpers de verantwoordelijkheid om de sociale en ethische implicaties en standaarden van hun werk goed te overwegen. ‘Design kent een aantal nieuwe uitdagingen. Niet alleen mensgericht ontwerp, want gebruikers ontwerpen ook door dingen te gebruiken en dus moeten we de nieuwe rol van dingen leren begrijpen.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tencent steekt miljarden in e-sports

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Chinese internetgigant Tencent wil maar liefst 13 miljard euro investeren in de e-sportsmarkt in China. Dat wil zeggen competities en toernooien.

Ook zijn diverse pretparken met e-sports of e-sportsgames als thema gepland.

In mei maakte het bedrijf bekend een speciale gamestad te gaan bouwen in de Chinese stad Wuhu. Daar komt niet alleen e-sportspretpark komen, maar ook een e-sportsuniversiteit en een datacentrum.

Tencent heeft haast nu ook Alibaba, met dochterbedrijf Alisports, grootste plannen heeft. Alisports werkt reeds samen met de Olympic Council of Asia. In 2018 en 2022 wordt e-sports opgenomen in het programma van de Olympische Spelen.

Foto: Sam Churchill (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nog lang niet alle retailers klaar voor digitale storm

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In China en India lijken retailers goed voorbereid op de digitale storm. Frankrijk, Japan, Italië en Spanje hebben daarentegen grote moeite om aan te haken. Dat blijkt uit de Retail Risk Map van Euler Hermes, de researchafdeling van de kredietverzekeraar die naar twaalf grote landen keek.

Voor veel traditionele retailers is het nu of nooit. Om te overleven moeten ze hun zakelijke modellen grondig bijstellen. Dat alles onder druk van de online-ontwikkelingen. Bijna de helft van de wereldbevolking heeft al toegang tot internet (in 2000 was dat nog slechts 7 procent). In de geavanceerde economieën is de penetratiegraad van internet meer dan tachtig procent.

De winstgevendheid van veel traditionele winkels en ketens is in een paar jaar tijd bijna gehalveerd. Het aantal grote retailers (omzet meer dan 10 miljoen dollar) met betalingsproblemen steeg in 2016 met 66 procent.

Bij retailers in de VS, Groot-Brittannië, Duitsland en Zuid-Korea is de druk het grootst om hun bedrijfsmodel te transformeren. Veel van de retailers zijn goed gepositioneerd.

– Frankrijk, Japan en in mindere mate Italië en Spanje moeten veranderen, maar houden de boot af. De bereidheid bij veel retailers ontbreekt. Het risico op een kostbare herstructurering dreigt.

China en India profiteren van slimme spelers die het digitaliseringspotentieel volop weten te benutten en daardoor enorme marktaandelen weten te veroveren. Wel kent de toegang tot de onlinemarkt in deze landen flinke belemmeringen.

In Brazilië en Rusland ondervindt de retailsector beperkte druk van nieuwkomers en consumenten. Dat is een geluk bij een ongeluk, want de meeste retailers missen de financiële middelen om een structurele verandering door te voeren.

Het begint met bewustzijn, zegt Euler Hermes. ‘Echte ondernemers zien wat er aan de hand is en omarmen de kansen van de digitalisering én van een fysiek winkelnetwerk.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Malvertising geen groot probleem in Nederland, ransomware wel

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het besmetten van systemen door het verspreiden van malware via advertenties op websites, ook wel malvertising genoemd, lijkt in Nederland minder vaak voor te komen dan elders. Er zijn slechts enkele gevallen gemeld waarin organisaties ermee te maken hebben gehad. Dat staat in het deze week verschenen rapport Cybersecuritybeeld Nederland CSBN 2017.

RiskIQ meldt een groei van het totale aantal gevallen van malvertising van ruim 132 procent wereldwijd. Zowel aan de kant van de gebruiker als aan de kant van de website-eigenaren zijn het afgelopen jaar maatregelen getroffen om besmettingen door malvertising te voorkomen. Het gebruik van adblockers in Nederland is het afgelopen jaar gestegen tot 17 procent, tegen 13,9 procent in het tweede kwartaal van 2015, volgens cijfers van PageFair.

Cybercriminelen wisten eind 2016 wel met het Methbot-botnet grote hoeveelheden geld te stelen van de advertentie-industrie. Zij registreerden daarvoor domeinnamen op een dusdanige manier dat het leek alsof deze toebehoorden aan grote, bekende organisaties. Deze domeinnamen werden vervolgens aangemeld bij een advertentienetwerk om daar advertenties op te plaatsen.

Het algoritme vanuit het advertentienetwerk werd door de wijze van domeinnaamregistratie misleid, waardoor deze ten onrechte bepaalde dat het om een grote, interessante website zou gaan, om daar vervolgens een advertentie op te plaatsen. Met behulp van het botnet werd daarna geautomatiseerd op de advertenties geklikt, waarbij de adverteerder per klik een bedrag aan de eigenaar van de domeinnaam betaalde. Door geautomatiseerd in te loggen op
socialemedia accounts en het nabootsen van muisbewegingen en muisklikken vanuit een speciaal daarvoor ontwikkelde browser, werden echte gebruikers nagebootst.

Middelen als ransomware, zogenoemde CxO-fraude (facturen) en phishing blijven zeer effectief en lucratief, aldus de samenstellers van het rapport. Naast de bekende wijze van inzet, zoeken criminelen ook naar manieren om deze middelen op een efficiëntere en meer winstgevende manier in te zetten. Aanvallers blijven inspelen op kwetsbaarheden in software die vaak niet tijdig opgelost worden, gecombineerd met het bespelen van gebruikers, bijvoorbeeld via phishing e-mails.

De kwetsbaarheid van het Internet of Things heeft zich ongekend sterk gemanifesteerd. De productverantwoordelijkheid en -aansprakelijkheid is op dat gebied nog niet helder en de slachtoffers van misbruik zijn vooralsnog niet de producteigenaren zelf. Er lijkt vooralsnog weinig verandering te komen in deze situatie, terwijl de hoeveelheid apparaten die met het internet wordt verbonden gestaag toeneemt.

Ransomware is in 2016 zelfs explosief gegroeid. Vooral Wildfire trof relatief veel Nederlanders. Wildfire richtte zich daarbij op het MKB en werd verspreid in phishing-e-mails met een malafide Worddocument met macro’s. De criminele infrastructuur kon met een gerechtelijk bevel definitief worden neergehaald. Meer dan 20 procent van alle Wildfire-slachtoffers heeft bestanden teruggekregen.

Managed service providers geven aan dat het reageren op ransomware vrijwel dagelijkse kost is geworden. Enerzijds resulteert dit in aandacht voor het maken en terugzetten van back-ups. Anderzijds laten deze manifestaties zien dat de weerbaarheid tegen ransomwarebesmettingen nog sterk te wensen over laat.

In zijn deze week verschenen rapport McAfee Labs Threats Report juni 2017 constateert het gelijknamige bedrijf dat mobiele malware de afgelopen vier kwartalen wereldwijd met 79 procent gegroeid tot 16,7 miljoen varianten, ransomware groeide in het afgelopen jaar met 59 procent tot 9,6 miljoen varianten en meer dan de helft van alle gemelde beveiligingsincidenten vond plaats in de gezondheidszorg, de publieke sector en bij onderwijsinstellingen. McAfee waarschuwt dat honderden, tools veelal kant-en-klaar op het Darkweb te koop zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Digitale weerbaarheid Nederland blijft achter op groeiende dreiging’

Posted 21 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De digitale weerbaarheid in Nederland blijft achter bij de groei van dreigingen. Overheid, bedrijfsleven en burgers nemen veel stappen om de digitale weerbaarheid te vergroten, maar dit gaat niet snel genoeg. Dat blijkt uit het Cybersecuritybeeld Nederland 2017 (CSBN 2017) dat demissionair staatssecretaris Dijkhoff naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Het besef van investeren in cyberveiligheid groeit in Nederland. Toch moeten we blijven investeren in kennis en kunde om als Nederland op topniveau te blijven, vindt de staatssecretaris.

Net als vorig jaar blijft cybercriminaliteit een belangrijk punt van aandacht. Cyberaanvallen zijn aantrekkelijk vanwege de grote impact door inzet van vrij beperkte middelen en raken de gehele samenleving. De dreiging van ‘statelijke actoren’ houdt aan, meer dan honderd landen spioneren wereldwijd met digitale middelen. Ook worden door digitale aanvallen democratische processen beïnvloed.

De ontwikkeling van Internet of Things brengt naast kansen ook veel risico’s met zich mee. Veel apparaten bevatten kwetsbaarheden waarvoor geen beveiligingsupdates uitkomen. Op die manier kunnen deze apparaten worden misbruikt voor bijvoorbeeld DDoS-aanvallen. Ook de sterke afhankelijkheid van een beperkt aantal buitenlandse aanbieders van infrastructuurdiensten is niet ideaal.

Volgens Dijkhoff laten de bevindingen uit het CSBN zien dat er de komende jaren geïnvesteerd moet blijven worden om de digitale weerbaarheid van Nederland te vergroten. ‘De afgelopen jaren is er structureel meer geld vrijgemaakt in de begroting van Veiligheid en Justitie om de Nederlandse cybersecurity te versterken. Daarbij zijn bijvoorbeeld de publiek-private samenwerking versterkt en de aanpak van cybercrime en detectie van digitale dreigingen geïntensiveerd. Gezien het zorgelijke beeld van 2017 blijven deze acties en investeringen broodnodig.’



Lees het volledige bericht op Emerce »