Posts Tagged ‘internet’

Forse groei digitale video-advertising in 2018

Posted 23 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Een nieuw onderzoek van IAB Europe laat zien dat digitale videoreclame echt is doorgedrongen tot de mediamixen van adverteerders. Niet enkel de algemeennieuwssites merken dat.

Specialistische sites in businss, finance, fashion, weather maar ook sport zijn de grootste groeiers. In 2018 ontvingen ze aanzienlijk meer omzet uit videoreclame dan in 2017.

Desgevraagd geven adverteerders het volgende overzicht van op wat voor sites hun commerciële boodschappen verschijnen:

IAB Europe geeft het onderzoek een generiek beeld over de ontwikkeling van videoreclame in het digitale domein. Zo blijkt bijvoorbeeld ook dat weinig partijen nog tv-commercials omwerken tot internetreclame. Tot mediabureaus is doorgedrongen dat digitale kanalen een andere benadering vergen dan offline massamedia.

Anders dan bij display advertising wordt het merendeel van de videoreclames uitgeserveerd via private marketplaces, niet via open RTB. Anders gezegd: adverteerders willen zelf controle hebben over de vraag op welke sites hun boodschappen verschijnen.

De groei van videoreclame is een van de drijvers achter de toename van online budgetten als geheel. De digitale reclamemarkt in Europa is ongeveer 48 miljard euro groot, schat de brancheorganisatie voor adverteerders en media IAB in. Minder dan tien procent daarvan gaat naar video.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe dienst biedt gratis data aan over actuele energieonderbrekingen

Posted 23 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

De drie grootste netbeheerders van Nederland, zijn een nieuwe dienst begonnen waarmee realtime inzicht wordt geboden in actuele energieonderbrekingen. Op het nieuwe platform energieonderbrekingen.nl worden alle storingen van de netbeheerders inzichtelijk gemaakt.

De dienst is ontwikkeld om bedrijven die afhankelijk zijn van energie voor hun producten en diensten te helpen bij het sneller geven van inzicht in actuele storingen.

Telecombedrijven en kabelbedrijven krijgen bijvoorbeeld bij regionale stroomonderbrekingen direct veel vragen van hun klanten over het uitvallen van internet of telefoon.

Het nieuwe platform is door Enexis Netbeheer, Liander en Stedin samen met TNO en app-ontwikkelaar YAZULA ontwikkeld. De actuele (realtime) gegevens over gas- en stroomstoringen van deze netbeheerders is hierin gebundeld opgenomen en is gratis toegankelijk.

YAZULA heeft de data uit de dienst ook in zijn omgevingsapp beschikbaar gemaakt. Deze app wordt onder meer door overheden gebruikt om berichten over calamiteiten en waarschuwingen in een bepaalde regio te delen.

Foto: Enexis



Lees het volledige bericht op Emerce »

Klarna geeft creditcard uit met VISA

Posted 20 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het Zweedse Klarna, waarmee webwinkels de optie tot achteraf betalen aanbieden, gaat met zijn aandeelhouder VISA een eigen gratis creditcard in de markt zetten. Na introductie op de thuismarkt is nu Duitsland aan de beurt.

Enkel Duitse consumenten die eerder al iets afrekenden via Klarna én die diens app hebben, kunnen de Klarna Card aanvragen. De aanvraag van de creditcard verloopt namelijk via de app.

Klarna heeft in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland dertig miljoen gebruikers, van wie er 2,4 miljoen ook de app hebben.

Met de creditcard vergroot Klarna de binding met zijn eindklanten. Behalve in het digitale domein kunnen consumenten nu ook in het fysieke domein achteraf hun transacties afrekenen. Voor die dienst brengen de Zweden geen extra kosten in rekening.

De verstrekker van de kaart kan profiteert op een andere manier profiteren van de creditcard. Hij kan worden gebruikt om de zichtbaarheid van de online dienst te vergroten in landen waar creditcards gebruikelijk zijn. Zo is Klarna in Amerika nog een vrij onbekende partij op internet, maar zou een kaart een effectief promotiemiddel kunnen zijn.

De creditcard is te koppelen met Google Pay zodat Duitsers met hun contactloos kunnen betalen met hun telefoon in een winkel.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo rechtvaardig je advertentie-uitgaven in apps

Posted 19 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Tracking en optimalisatie tussen in-app-advertising en de mobiele webpagina is wel degelijk mogelijk, toont de App2Web-case aan. Voor adverteerders lijkt de combinatie van mobiel internet en app in één apparaat niet ideaal door de beperkte communicatie tussen de browser en de app. Toch zijn de advertentie-uitgaven wel te verantwoorden.

Nu ruim 75 procent van het internetgebruik via mobiele telefoons plaatsvindt – waarvan negentig procent van het gebruik via mobiele apps gebeurt -, zijn mobiele strategieën verandert van een ‘nice-to-have’ in een ‘must-have’. Met name uitgevers hebben, om een ​​betere mobiele ervaring te bieden en het retentiepercentage te verhogen, zowel mobielvriendelijke websites als mobiele apps gemaakt.

Voor adverteerders daarentegen is de combinatie van mobiel internet en app in één apparaat niet ideaal door de beperkte communicatie tussen de browser en de app. In-app adverteren met een opening op de bestemmingspagina in een mobiele browser maakt het namelijk moeilijk om de in-app-klik te koppelen aan de landingspagina in de mobiele browser. Omdat hierdoor de prestaties niet eenvoudig kunnen worden gemeten, is het moeilijk om advertentie-uitgaven in apps te rechtvaardigen. Doordat het verplaatsen van het budget naar mobiel internet voor adverteerders ook verre van ideaal is, zijn adverteerders en uitgeverijen zoekende naar het juiste model.

Unieke kliktoken

Om een ​​brug te slaan tussen mobiel internet en app gebruikten Bannerconnect en de Greenhouse Group voor de App2Web-case bestaande technologie van DSP AppNexus en combineerden dit met een op maat gemaakte oplossing in CORE, Bannerconnects DMP-oplossing voor het beheren en activeren van grote hoeveelheden gegevens. Een relatief simpele koppeling, die voor een grote verschuiving zorgde door de unieke kliktoken die hieruit voortkwam.

Wanneer in de nieuwe situatie een bezoeker op een advertentie klikt, wordt de kliktoken in CORE opgeslagen via een macro op de bestemmingspagina van de banner. De bezoeker komt vervolgens terecht op de landingspagina van de adverteerder via een omleidingspagina. Dankzij deze omleidingspagina is het nu mogelijk om de gebruikers-ID van de browser van de bezoeker op te slaan in CORE. De unieke kliktoken, de gebruikers-ID en de mobiele apparaat-ID die binnenkomt wanneer de advertentie in de app wordt geserveerd, maken het samen mogelijk om een ​​in-app-klik te matchen met een landing in de browser.

Resultaat: 98 procent van de conversies kunnen nu worden getrackt

Om te onderzoeken wat de meetsnelheid van deze nieuwe techniek is, hebben de betrokkenen gegevens uit Google Analytics gebruikt om dit te valideren. Op basis van bijna vierduizend conversies is maar liefst 98 procent (!) van alle conversies bijgehouden, voor zowel Android als iOS. Het resultaat? Adverteerders kunnen een betere optimalisatie en een beter bereik van hun mobiele advertenties realiseren. Een geweldig resultaat, aangezien gespecialiseerde bedrijven voor de conversie van mobiele apparaten, zoals AppsFlyer en Adjust, deze App2Web-conversies met hun oplossing niet kunnen meten.

Unaniem juryoordeel

De resultaten liegen er niet om: van geen inzage naar 98 procent van de conversies die nu kunnen worden getrackt. Conversies die nu in de DSP kunnen worden gemeten geven zowel adverteerders als uitgevers de mogelijkheid om cijfermatig te onderbouwen waarom budgetten van mobiel internet naar apps worden verplaatst. Maar dat niet alleen; op basis van de resultaten kan ook daadwerkelijk worden geanticipeerd door het algoritme de gegevens te laten gebruiken om zo de prestaties te verbeteren. De jury van de Programmatic Awards was unaniem: de technische oplossing is een heel belangrijke, praktische en schaalbare oplossing die zeker ook andere partijen in de markt zal inspireren om dit probleem op dezelfde of een vergelijkbare manier aan te pakken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bijna kwart van de Nederlanders vraagt online herhaalrecept aan

Posted 19 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Van de volwassen Nederlanders heeft 22 procent in 2018 via internet een herhaalrecept aangevraagd bij de huisarts. Het maken van een afspraak online doet iets meer dan 1 op de 10 volwassenen. Dat blijkt uit het onderzoek Belevingen van het CBS.

Van de ondervraagden gaf bijna de helft aan dat het mogelijk was om via internet bij de huisarts een herhaalrecept aan te vragen, een derde wist niet of het kon.

Indien het mogelijk is om een online herhaalrecept aan te vragen, maakt volgens CBS meer dan 50 procent van de 55- tot 75-jarigen hier gebruik van, bij de 55-minners ligt dit tussen de 33 en 41 procent.

Van de volwassenen die niet de mogelijkheid hebben om herhaalrecepten aan te vragen, niet weten of dat kan, of er nog geen gebruik van hebben gemaakt, zegt bijna twee derde bereid te zijn dit in de toekomst wel te doen. De bereidheid is lager naarmate mensen ouder zijn.

Ouderen en vrouwen geven in het algemeen minder vaak aan bereid te zijn om verschillende eHealth-toepassingen in de toekomst te gebruiken. Tegelijkertijd geeft een groter aandeel van deze groepen aan al van deze toepassingen gebruik te maken.

Bijna vier op de tien volwassenen zeggen bijvoorbeeld via internet een afspraak met de huisarts te kunnen maken. Ongeveer een derde van deze groep maakt hier ook gebruik van. Dit is 12 procent van alle volwassenen.

Een kwart van de volwassen Nederlanders zegt via mail of website met vragen of klachten bij de huisarts te kunnen komen, 9 procent zegt dat dit ook via een videogesprek kan.

Iedereen in Nederland kan toestemming geven om de eigen medische gegevens ter beschikking te stellen aan huisarts, apotheker of specialist via het Landelijk Schakelpunt (LSP).

Het Landelijk Schakelpunt (LSP) is een bekende toepassing; iets meer dan acht op de tien volwassenen heeft hiervan gehoord. Vrouwen vaker dan mannen en ouderen vaker dan jongeren. Onder 75-plussers ligt het aandeel dat ermee bekend is op 81 procent.

De belangrijkste redenen waarom mensen geen toestemming geven om gegevens te delen zijn: zorgen over privacy, gebrekkige beveiliging of angst voor misbruik van de gegevens door zorgverleners of externe partijen.

Foto Shutterstock



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bestedingen digitale radioreclame: +95% in 2018

Posted 19 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Adverteerders gaven in 2018 95 procent meer reclamegeld uit aan reclame op digitale radio. In het eerste kwartaal van 2019 bedroeg de stijging 33 procent.

Hoeveel dat in absolute aantallen is, wil Liedewij Hentenaar niet zeggen. Zij is de directeur het RAB, Radio Advies Bureau. Gisteren publiceerde haar organisatie behalve een nieuwe website ook de cijfers met daarin netto omzetrapportage va adverteerders op Nederlandse radio.

“Reclame op digitale radio, daaronder verstaan we naast internetradio ook DAB+, is enorm gegroeid. En voor heel 2019 verawchte ik een enorme stijging. Digitaal is voor de radio namelijk een zegen, omdat zenders er overál bereik mee hebben.” Ook een nieuwe zender als KINK dat helemaal geen FM-frequentie heeft of een zender als BNR dat juist niet al zijn producties ook op FM uitzendt. Het podcastnetwerk is louter via internet te nuttigen.

Hentenaar deelt ook bereikcijfers die laten zien dat 88 procent van Nederland in januari en februari met radio in contact kwam.

Het merendeel, 72 procent, luistert via FM of de kabel. De nieuwe, digitale distributiekanalen blijken daarnaast al niet meer zo nieuw. DAB+ wordt door 14,6 procent van het luisterpubliek gebruikt en 29,9 procent van de luisteraars hoort de radio ook via internet. In deze cijfers is het luistergedrag via kanalen als Spotify, YouTube en podcastnetwerken niet meegenomen.

De totale radioreclameomzet over het eerste kwartaal groeide met 8,2 procent tot 42,1 miljoen euro. Dat is het hoogste niveau sinds het eerste kwartaal van recordjaar 2008.

Foto: Luisella Planeta Leoni via Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Het is tijd voor een wereldwijde standaard voor digitale identiteit

Posted 18 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Per uur vinden er miljoenen digitale transacties plaats waarvoor verificatie of authenticatie van iemands identiteit nodig is. Maar hoe doe je dat als je die persoon niet kent, niet kunt zien en hij of zij niet persoonlijk aanwezig is? Oftewel: hoe standaardiseer je wederzijds vertrouwen?

Er is een duidelijke behoefte aan een geverifieerde identiteit die mondiaal wordt geaccepteerd in verschillende digitale kanalen. Dat betekent niet dat er nog meer data moeten worden verzameld dan nu al gebeurt in mogelijk kwetsbare data warehouses. Je wilt juist een oplossing die het individu de controle geeft over de verschillende gegevens die samen zijn of haar identiteit vormen. Een identificatiemethode die de identiteit van een persoon en diens apparaten veilig, direct en met zekerheid verifieert, zonder dat er wachtwoorden nodig zijn en met de garantie dat gegevens alleen met toestemming van de eigenaar worden uitgewisseld.

Digitale identiteit is veel meer dan een gedigitaliseerd paspoort of rijbewijs of online profiel. Het is een combinatie van actuele digitale data die een individu definiëren. Het is dynamisch, voor meerdere doelen geschikt en herbruikbaar. Het is een methode waarmee kan worden vastgesteld of je recht hebt op een dienst of voordeel. En het is het gevolg van een dynamisch netwerk van gedistribueerde databronnen (zoals van financiële instellingen, mobiele netwerkproviders en overheden) die je identiteit indien nodig verifiëren.

Principes: de eigenaar heeft de controle

Hoe kom je nu tot een wereldwijde standaard die dit alles mogelijk maakt? Over die vraag hebben wij ons het afgelopen jaar samen met Microsoft gebogen. En daar zijn de volgende principes uit voortgekomen die samen het grondwerk vormen voor identiteitsoplossingen:

  • Inclusiviteit– iedereen heeft recht op een digitale identiteit.
  • Eigendom– individuen zijn eigenaar van hun identiteit en persoonlijke gegevens.
  • Eenvoud– het gebruik van je digitale identiteit moet intuïtief zijn.
  • Vertrouwelijkheid– een persoon heeft het recht om zijn digitale identiteitsinformatie privé te houden.
  • Toestemming– de digitale identiteit van een persoon mag niet worden gebruikt of gedeeld zonder diens uitdrukkelijke toestemming, tenzij de wet anders stelt.
  • Transparantie– individuen hebben het recht om te weten hoe hun digitale identiteitsgegevens worden gebruikt en gedeeld.
  • Beveiliging & integriteit– identiteitsgegevens en transacties waarbij de digitale identiteit van een persoon wordt gebruikt, moeten veilig worden bewaard.
  • Gegevensrechten– individuen hebben het recht om hun gegevens in te zien, te corrigeren en te verwijderen. Bovendien hebben ze recht op verhaal als deze rechten worden geschonden.
  • Eerlijk gebruik– de gegevens mogen alleen worden gebruik voor legitieme, eerlijke en niet-discriminerende doeleinden.
  • Keuze– individuen moeten kunnen kiezen welke aanbieder van digitale identiteit ze gebruiken en ze hebben het recht om zich af te melden voor die oplossing.

Deze principes zijn het hart van het ecosysteem waarop onze partners identiteitsoplossingen kunnen ontwikkelen. Om de digitale identiteit mogelijk te maken, zijn er drie nieuwe rollen die ingevuld moeten worden, die van vertrouwensverschaffer, data-verificatiepartij en het digitale-identiteitsnetwerk. De vertrouwensverschaffer heeft idealiter al een relatie met de gebruiker; het kan bijvoorbeeld diens bank zijn. Deze partij levert de oplossing waarmee de gebruiker indien gewenst zijn digitale identiteit kan beheren. De data-verificatiepartij controleert de verstrekte data met zijn eigen gegevens; dit kan bijvoorbeeld een overheidsinstantie zijn. Het digitale-identiteitsnetwerk maakt de technische interacties mogelijk. Daar ligt dus onze rol als Mastercard, waarbij wij nadrukkelijk geen data verzamelen maar enkel de connectie mogelijk maken. De gegevens zijn lokaal opgeslagen op de smartphone of een ander apparaat van de eigenaar. Zo verlaag je de kans op databreuken zoveel mogelijk.

Betere klantreis, nieuwe diensten

Vergelijk het met een besturingssysteem als iOS of Android. Voor de consument maakt het niet uit hoe dat technisch werkt, zolang hij zijn telefoon of laptop maar snel, gemakkelijk en veilig kan gebruiken. Maar achter de schermen komt er veel bij kijken. Dat geldt ook voor digitale identiteit.

Door digitale identiteit te standaardiseren, verloopt de customer journey soepeler en kun je nieuwe diensten ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan een versneld aanvraagproces voor een lening of het openen van een nieuwe bankrekening. De koopknop bij webwinkels wordt meteen de betaalknop. Het delen van informatie over je gezondheid met verschillende instanties verloopt soepeler terwijl je zelf de controle houdt. En ga zo maar door.

De gemiddelde internetgebruiker heeft algauw 150 online accounts, allemaal met een eigen beleid ten aanzien van wachtwoorden en authenticatie. Het identiteitsmodel zoals wij dat voor ogen hebben, zorgt ervoor dat de consument hiervoor zijn digitale identiteit kan gebruiken.

Daarnaast is het veiliger dan de huidige identificatiemethoden. Het probleem van online fraude is nog steeds niet opgelost en wordt alleen maar groter met de opkomst van Internet of Things-apparaten. Over een paar jaar zijn er 50 miljard verbonden apparaten en sensoren, die de eigenaar kwetsbaar maken voor hacks en andere cybersecuritydreigingen.

Kortom, dit model zal digitale interacties mogelijk maken met minimale gegevensuitwisseling en alleen wanneer dat nodig is. Gegevens en het gebruik daarvan zijn effectief beveiligd, zodat de gebruikers de controle hebben en de identiteit van een persoon veilig is gekoppeld aan hun smartphone. Gevolg is een betere gebruikerservaring en een kleiner risico op fraude.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Digitaal bureau Osudio versterkt organisatie

Posted 18 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Mark Blockhuys en Roy Machielsen nemen de dagelijkse leiding over full service internetbureau Osudio Benelux en Denemarken op zich.

Op dit moment bestaat de Osudio organisatie uit zes landen (België, Duitsland, Denemarken, Nederland, Spanje en Zwitserland) die centraal door de Osudio board worden aangestuurd. In de nieuwe set up zal Osudio in drie regio’s worden verdeeld: Benelux en Denemarken, DACH (Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland) en Spanje. De DACH organisatie is reeds vergelijkbaar opgezet sinds 2018, met Stefan Herold en Ralf Außel als directeuren.

De huidige bestuur, bestaande uit Peter van Reijmersdal, Luc Box en Victor Terpstra, zal in de toekomst opereren als strategische holding. Vanuit deze holding zullen zij verdere strategische initiatieven binnen Osudio en moederbedrijf SQLI ontplooien en fungeren als Executive Board voor Osudio.

Osudio heeft Carlsberg, Miele, Sligro en Intergamma als klant en is onderdeel van de SQLI group.



Lees het volledige bericht op Emerce »

VK voert omstreden leeftijdscheck pornosites in

Posted 18 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Om te voorkomen dat jongeren onder de 18 naar porno kijken, voert Groot Brittannië half juli een verplichte leeftijdscheck in. Sites die de regelgeving negeren lopen het risico dat ze worden geblokkeerd.

De invoering van de wet heeft vergaande gevolgen. Het betekent dat iedere Britse gebruiker, ongeacht de leeftijd, zich bij pornosites moet identificeren. Veel pornosites vragen gebruikers bij een eerste bezoek of ze ouder zijn dan 18, maar dat wordt in het VK niet langer geaccepteerd.

De controles zullen vergelijkbaar zijn met die voor goksites. Jongeren zullen scans van hun paspoort of rijbewijs moeten sturen die vervolgens op echtheid gecontroleerd worden. MinkGeek, onder meer eigenaar van PornHub, hanteert al een dergelijk systeem genaamd AgeID. Gebruikers kunnen ook zogenoemde ‘pornopassen’ aanvragen bij winkels die dan de leeftijd ter plekke kunnen controleren.

De regelgeving geldt alleen voor sites waarvan een derde van de content uit porno bestaat. Bovendien moet het gaan om commerciële aanbieders.

Aanvankelijk riskeerden de sites die de regelgeving negeren een boete van 250.000 pond, maar ministers denken dat een blokkade via internetaanbieders effectiever is.

De plannen voor de checks dateren al van 2014 en zijn eigenlijk al sinds 2017 onderdeel van de Digital Economy Act. De uitrol liep echter vertraging op.

Engeland is het eerste land dat een dergelijke wetgeving invoert. Volgens minister Margot James is ‘volwassen content’ momenteel te makkelijk toegankelijk voor kinderen.

Het is echter nog maar de vraag of buitenlandse sites de moeite willen nemen om dergelijke controles aan te bieden. Ze zouden hun sites ook kunnen sluiten voor Britse IP-adressen.

Critici denken dat de verplichting niet gaat werken. Via een VPN kunnen jongeren blokkades makkelijk omzeilen. De Open Rights Group is bang dat gegevens van pashouders op straat komen te liggen. De Britse versie van Wired noemde de checks ‘een van de slechtste ideeën ooit’.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Europese richtlijn maakt contentdistributie omroepen makkelijker

Posted 17 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

De Europese ministerraad heeft maandag een nieuwe richtlijn bekrachtigd waarmee het eenvoudiger wordt om content binnen de Europese Unie grensoverschrijdend aan te bieden. Dat geldt niet voor sportevenementen, maar wel voor radio-uitzendingen, actualiteitenprogramma’s, journaals en volledig zelfstandig gefinancierde producties van omroepen.

De richtlijn voorziet in een eenvoudige eenmalige afkoop van rechten binnen het land waar de omroep gevestigd is.

De Europese Raad heeft de richtlijn geadopteerd omdat consumenten steeds vaker zelf de tijd en plaats kiezen om bepaalde programma’s te zien. De richtlijn maakt geen onderscheid tussen distributiekanalen: internet, kabel en satelliet vallen onder de maatregel.

Bestaande distributiecontracten blijven nog minstens vier jaar gelden.

Foto: RTL



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tele2 zet postduif in om bedrijven te herinneren aan verdwijnen ISDN

Posted 17 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Tele2 Zakelijk is een campagne gestart om de waarschuwen voor het verdwijnen per 1 september van ISDN, de technologie die in de jaren negentig werd gebruikt om sneller te internetten, en de laatste jaren nog voor telefonie wordt ingezet.

Reeds in het voorjaar van 2017 werd aangekondigd dat de stekker uit ISDN2 gaat. Dat moment komt nu snel dichterbij. Gemiddeld duurt het volgens Tele2 vier tot 16 weken – afhankelijk van het pakket – om volledig over te stappen naar een digitaal alternatief.

Naast telefonie en internet zijn er ook andere diensten die via een ISDN2-lijn lopen. De fax stopt ermee evenals pinapparaten, inbraak- en brandalarmsystemen en zelfs de lift. Zeker 50.000 bedrijven maken nog gebruik van de technologie.

Tele2 Zakelijk zette gisteren de oude vertrouwde postduif aan het werk om zakelijke ISDN2-gebruikers in het hele land aan te sporen direct over te stappen op Het Nieuwe Bellen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

AI verantwoord ontwikkelen? Daar is nu een keurmerk voor

Posted 17 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Om te zorgen dat robots en op AI gebaseerde producten op een verantwoorde manier worden ontwikkeld en ingezet, werken de Foundation for Responsible Robotics (FRR) en Deloitte aan het  FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence.

Robots en op AI gebaseerde producten worden steeds vaker ingezet voor taken die van grote invloed zijn op ons dagelijks leven. Op AI gebaseerde producten zorgen bijvoorbeeld voor veranderingen in de manier waarop sollicitatieprocedures, kredietbeoordelingen of fraudeopsporingsactiviteiten worden uitgevoerd. Robots worden ingezet ter ondersteuning en vervanging van mensen bij saaie of gevaarlijke taken, denk bijvoorbeeld aan drones voor zoek- en reddingsactiviteiten, robots in magazijnen en robots die chirurgen ondersteunen.

Al werken robots en op AI-gebaseerde producten vandaag de dag nog veelal achter de schermen, ze zullen naar verwachting steeds prominenter aanwezig zijn in ons leven. Voor de meeste mensen is het moeilijk, zo niet onmogelijk, zich een voorstelling te maken van hoe deze producten werken. Hoe kunnen wij als consumenten er zeker van zijn dat robots en op AI gebaseerde producten op een verantwoorde wijze worden ontwikkeld en doen wat ze behoren te doen?

Naar aanleiding van deze vragen werken de Foundation for Responsible Robotics (FRR) en Deloitte momenteel samen aan het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence. Het uiteindelijke doel van het keurmerk is ervoor te zorgen dat robots en op AI gebaseerde producten op een verantwoorde manier worden ontwikkeld, waarbij rekening wordt gehouden met mensenrechten en waarden. Het streven is om een herkenbaar kwaliteitskeurmerk voor consumenten te creëren, dat vergelijkbaar is met het Fairtrade-keurmerk voor producten die zijn geproduceerd overeenkomstig de Fairtrade-normen. “Als consument moet je kunnen vertrouwen op een norm”, aldus Marc Verdonk, partner Emerging Technology bij Deloitte. “Je hoeft niet alle details van de technologie te doorgronden, maar je wilt er wel zeker van zijn dat iemand  met de juiste expertise en op basis van het juiste kader kan waarborgen dat dingen op een verantwoorde wijze worden ontwikkeld en gebruikt.”

Ontwikkeling van een framework

FRR is een non-profitorganisatie en is gericht op het creëren van een toekomst waarin robotica en AI op een verantwoorde wijze wordt ontworpen, ontwikkeld en ingezet. Het bestuur van FRR bestaat uit deskundigen op het gebied van ethiek, robotica en AI, en staat onder leiding van Aimee van Wynsberghe, universitair docent technologische ethiek aan de Technische Universiteit Delft. “Ons doel is om een cultuur te creëren van een verantwoorde ontwikkeling van robotica en AI, om zo het publieke welzijn voor onszelf en de komende generaties te bevorderen”, aldus Van Wynsberghe. Deloitte ondersteunt FRR via de Deloitte Impact Foundation en brengt haar expertise op het vlak van AI en Audit in om FRR bij te staan bij de ontwikkeling van het Quality Mark.

Over de reikwijdte van het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence wordt nog gediscussieerd, maar een belangrijk uitgangspunt is te waarborgen dat binnen de gehele ontwikkelingsketen van het product rekening wordt gehouden met mensenrechten en maatschappelijke waarden. Alle producten die gebruikmaken van robotica en AI kunnen zich aanmelden voor het kwaliteitskeurmerk. “Dit kan een breed scala aan producten zijn, zoals algoritmen, robots, slimme apparaten en speelgoed dat is aangesloten op het internet”, zegt Verdonk.

Tijdens de beoordeling voor het Quality Mark wordt het product nauwlettend onderzocht, onder andere op de controlemaatregelen voor bedieningselementen, de communicatie-interface, sensoren, gegevensopslag en firmware. Daarnaast wordt de AI-engine doorgelicht: hoe worden de algoritmen getraind en getest? Kunnen de algoritmen onbevoegd worden gewijzigd? Voor het Quality Mark wordt ook gekeken naar de procedures van het bedrijf dat het product ontwikkelt. “Bij al deze aspecten moeten de beginselen van ethisch verantwoorde ontwikkeling worden gewaarborgd”, aldus Verdonk.

Waarborging van veiligheid en privacy

Een van de aspecten van het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence  is veiligheid. “Als we een verantwoord gebruik van robotica en AI willen bevorderen, is veiligheid enorm belangrijk”, aldus Verdonk. “Bij grote robots of drones moet veiligheid altijd een prioriteit zijn. Of denk aan een pop waarbij AI wordt ingezet voor de interactie met het kind. Als de pop kan worden gehackt en voor iets totaal anders wordt gebruikt, kunnen de gevolgen rampzalig zijn.”

Een ander aspect is privacy. “Neem bijvoorbeeld bezorgrobots”, zegt Verdonk. “Ze maken gebruik van camera’s om de weg te zien. In theorie kunnen deze camera’s ook mensen vastleggen die toevallig voorbijkomen. Maar je kunt een robot ook bewust zo ontwerpen dat de camera niemand boven kniehoogte kan filmen, zoals de zelfrijdende bezorgrobot van Starship Technologies. Respect voor privacy door middel van ontwerpkeuzen is een ethische keuze en juist dit soort keuzen willen we aanmoedigen.” Het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence beoordeelt daarom niet alleen of de producten naar behoren functioneren en of ze grondig zijn getest, maar houdt ook de overwegingen tegen het licht die tijdens het ontwerpproces aan de orde zijn geweest.

De industrie in de juiste richting leiden

Voor de consument kan het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence bijdragen aan het vertrouwen in een technologie die moeilijk te doorgronden kan zijn. Het kan consumenten tevens helpen een weloverwogen keuze te maken welke robots of op AI gebaseerde producten ze willen kopen of gebruiken. Voor bedrijven kan het Quality Mark ertoe bijdragen dat zij robots en AI ontwikkelen op een transparante en verantwoorde manier. “Het FRR Quality Mark for Robotics & Artificial Intelligence zorgt voor een standaard voor bedrijven”, aldus Verdonk. “Bedrijven kunnen hun klanten laten zien dat zij belang hechten aan ethische vraagstukken. Door middel van een onafhankelijk kwaliteitskeurmerk kunnen zij laten zien dat zij ethische overwegingen serieus nemen.”

Verdonk is ervan overtuigd dat het Quality Mark zal bijdragen aan hogere industriële normen voor het ontwikkelen van robots en op AI gebaseerde producten en dat het de industrie in de juiste richting zal leiden. “Ik denk dat robotica en AI technologieën zijn met een uitermate grote impact”, zegt hij. “Maar om te zorgen dat deze impact ook echt positief is, moeten we grondig geteste producten hebben die op een verantwoorde manier zijn ontwikkeld en worden ingezet, en die het vertrouwen genieten van het grote publiek. Als we een betrouwbare norm kunnen opstellen die zorgt voor een verantwoord gebruik van robotica en AI, kunnen we bouwen aan een toekomst waarin deze technologieën een enorm positief effect kunnen hebben.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

De spelcomputer is nog niet weg: Xbox One zonder schijflade, PlayStation5 met 8k

Posted 17 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

De spelcomputer archaïsch? Sony en Microsoft geven het nog niet op: nieuwe hardware verschijnt aan de horizon, terwijl de trend duidelijk richting netwerk gaat.

Microsoft brengt begin mei een goedkopere variant van zijn Xbox One S op de markt voor 229 euro. De prijs van de XBox One kan omlaag omdat dit model geen schijflade heeft. Games kunnen alleen digitaal gekocht worden. Gamers krijgen er Minecraft, Sea of Thieves en Forza Horizon 3 gratis bij.

De nieuwe variant wordt de goedkoopste spelcomputer op de markt. Het zogenoemde Slim-model van de PlayStation 4 kost nog altijd rond de 300 euro. De Nintendo Switch heeft een adviesprijs van 319 euro.

Noem het toeval, maar uitgerekend deze week besloot Sony al een tipje van de sluier op te lichten van de geplande PlayStation 5 spelcomputer. Hardwareontwerper Mark Cerny noemt al diverse details in een interview met het Amerikaanse tijdschrift Wired.

Niet verrassend gaat Sony voor weergave in 8K, terwijl de huidige PlayStation 4 alleen games in 4K afspeelt. Dat Sony ook zelf 8K televisies levert komt mooi uit. De spelcomputer gebruikt overigens nog gewoon een ‘solid state drive’ (SSD) om bestanden op te slaan.

Het is opmerkelijk dat Sony nu al details vrijgeeft over een computer die op zijn vroegst volgend jaar en mogelijk pas zelfs in 2021 verkrijgbaar zal zijn. De grote vraag is: komt de PS5 niet veel te laat?

Voor alle duidelijkheid: de spelcomputermarkt is nog springlevend en was volgens marktvorser Newzoo vorig jaar goed voor 38 procent van de omzet van Top 25 techbedrijven die aan gaming doen.

In het verleden waren echte gamers aangewezen op krachtige spelcomputers omdat pc’s niet dezelfde speelkracht konden leveren. Maar dat is aan het veranderen. Vorige maand lanceerde Google zijn nieuwe gamingplatform Stadia dat ‘draait’ op het Google Cloud Platform. Een krachtiger computer is nauwelijks denkbaar. Dankzij breedbandverbindingen is het klassieke kabeltje naar de monitor min of meer de internetverbinding naar tablet of pc geworden. Binnen vijf seconden staat het spel klaar zonder download en installatie. De toekomst van gaming past niet meer in een doos, beweert Google. Die nog wel eigen controller levert die via wifi werkt.

De nieuwe XBox van Microsoft zou dus zomaar eens de laatste kunnen zijn. Het bedrijf werkt aan Project xCloud, waarbij grafisch intensieve games via Android en iOS via cloud streaming zijn te spelen. Net dus als bij Stadia. Hoofd XBox Phil Spencer moest toegeven dat hij behoorlijk onder de indruk is van de snelle 4K HDR 60fps streaming die Google biedt, maar Microsoft zou dat niveau makkelijk kunnen halen.

Marketingdirecteur Mile Nichols wees al wel op een zwakheid van Stadia: gebrek aan aansprekende aansprekende games. Google hoopt de schade in te halen met het nieuwe bedrijfsonderdeel Stadia Games and Entertainment.

Microsoft en Google zouden dus zomaar eens elkaar grote concurrenten kunnen worden op het gebied van cloudgames. Sony zou voor een soortgelijk aanbod bij zijn grote rivalen moeten aankloppen, want het heeft geen geografisch gespreide datacenter infrastructuur. Wat mogelijk verklaart waarom het bedrijf blijft geloven in eigen hardware.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe AI ons vertrouwen heeft gewonnen in ons dagelijks leven

Posted 16 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Vertrouwen speelt een belangrijke rol in de adoptie van elke nieuwe technologie. We onderzoeken de introductie van voices interfaces, en vooral: hoe gaan gebruikers er eigenlijk mee om in hun dagelijks leven?

In dit artikel onderzoeken we het begrip ‘vertrouwen’ in relatie tot de digitale technologieën die ons omringen. De focus ligt hierbij op kunstmatige intelligentie. Het gedrag van personen die in hun dagelijks leven voice interfaces zoals Google Home en Amazon Alexa gebruiken wordt geanalyseerd, en hun reactie op de risico’s met betrekking tot kunstmatige intelligentie en technologie wordt vanuit een breder perspectief beoordeeld. Ik laat zien hoe bestaande netwerken van fundamenteel belang zijn voor de wijze waarop mensen technologie gaan vertrouwen. En hoe we onze weg proberen te vinden in een regelloze digitale wereld door onze eigen richtlijnen en grenzen te bepalen.

Het is moeilijk om iemand in de westerse wereld te vinden wiens leven de afgelopen twintig jaar niet is veranderd door digitale technologie. Sinds de geboorte van het internet (zoals wij het kennen) in 1990, hebben we onder andere de opkomst van e-mail, laptops, smartphones, apps, tablets, VR en zelfrijdende auto’s meegemaakt. En wie weet wat volgend jaar zal brengen, of het jaar daarna? Het digitale landschap is voortdurend in beweging.

Steeds meer aspecten in ons leven worden gedigitaliseerd: interacties met bedrijven, relaties met vrienden, de manier waarop politiek en activisme worden georganiseerd of de manier waarop we naar liefde zoeken. Maar deze relatief nieuwe stand van zaken wordt niet begeleid met uitgeschreven spelregels die ons vertellen hoe we ons moeten gedragen. Mijn onderzoek – gericht op alledaagse interacties met kunstmatige intelligentie – legt bloot hoe mensen door hun digitale leven navigeren en grenzen en beperkingen stellen om de aanwezigheid van technologie in hun huizen te rechtvaardigen. En de manier waarop de mogelijke risico’s tegen elkaar afwegen.

Pas op voor killer robots

Van alle recente technologische ontwikkelingen heeft er een als geen ander onze collectieve aandacht gevangen: kunstmatige intelligentie (AI). Of het nu gaat om angstaanjagende beelden van apocalyptische Hollywood-films met robots die op hol slaan, of de potentie van AI om voor God te spelen, AI creëert een buzz. Silicon Valley spreekt over ‘the next big thing’. De media doen ons graag geloven dat AI ons allemaal zal doden of ons werk zal overnemen. Hierdoor wordt de ontwikkeling van AI gepositioneerd als iets wat verstrengeld is met risico’s waardoor zowel onze economische stabiliteit als het voortbestaan van de mensheid in gevaar komen. Het is niet ongebruikelijk dat nieuwe ontwikkelingen vergezeld gaan met tegenstanders, lasteraars en paniekzaaiers.

Zulke lieden schetsen een beeld van AI als fundamenteel riskant, maar risico, zo zal blijken uit dit onderzoek, kan verschillende vormen aannemen. Risico geldt niet alleen voor de toepassing van AI en digitale technologie. De moderne samenleving is zo complex geworden, en we zijn zo bezeten door deze complexiteit, dat overal potentieel gevaar op de loer ligt. De risico’s van grootschalige stroomonderbrekingen, computing-hacks en nucleaire fall-out liggen buiten ons voorstellingsvermogen.

We weten alleen dat ze catastrofaal zijn. Deze stand van zaken bracht de Duitse socioloog Ulrich Beck ertoe de moderne wereld te karakteriseren als een ‘risicomaatschappij’. Volgens Beck zijn moderne risico’s ‘verborgen’ en vallen deze buiten ons voorstellingsvermogen. Hierdoor worden we in beslag genomen door ‘wat als’ vragen en zijn we in onze gedachten voortdurend aan het gissen naar mogelijke risico’s. Bij het onderkennen van de wijdverspreide risico’s van het moderne leven, is volgens de Britse socioloog Anthony Giddens vertrouwen essentieel voor het goed functioneren van een samenleving.

In onze complexe samenleving moeten we uitgaan van een abstract begrip van vertrouwen om ons veilig te voelen. We zijn afhankelijk van experts die we niet kennen en nooit zullen ontmoeten. De manier waarop risico en vertrouwen met elkaar samenhangen vormt de theoretische basis voor de benadering van mijn onderzoek.

De keuze voor voice

De mate waarin we AI vertrouwen of niet vertrouwen zal de rol die AI in de komende decennia in ons dagelijks leven gaat spelen gaan bepalen. Niemand weet precies wat de toekomst zal brengen, of in welke richting AI zich zal gaan ontwikkelen. Maar wat we met zekerheid kunnen zeggen, is dat de technologie zich zal blijven ontwikkelen en dat machine-learning algoritmes nu al hun weg vinden in ons dagelijks leven. Hoe we vandaag reageren op nieuwe technologieën, zal de toekomst ervan bepalen. De sleutel tot een toekomst waarin zowel de gebruiker als de ontwerper AI op de juiste manier kunnen gebruiken, is vooral om volledig te begrijpen op welke manieren AI wordt gebruikt in ons dagelijks leven en hoe mensen deze technologieën gaandeweg gaan vertrouwen, ondanks alle sensationele koppen over het gevaar van AI.

Nu AI steeds meer wordt toegepast kunnen we sommige van de in de media aan de orde gestelde problemen onderzoeken. Met name één technologie – de voice interface – biedt een interessante invalshoek om te bestuderen welke positie AI in het dagelijks leven van mensen inneemt.

Het gebruik van conversational interface devices wordt steeds gebruikelijker. Mensen plaatsen voice assistents in de meest persoonlijke ruimtes van hun huis om hen te helpen met dagelijkse taken. Deze AI-apparaten helpen gebruikers om een verscheidenheid aan functies uit te voeren door met het apparaat te praten. Google en Amazon domineren momenteel deze markt. In 3,5 jaar tijd heeft Amazon meer dan twintig miljoen Echo-apparaten verkocht, terwijl Google’s apparaat – Google Home – bijna vijf miljoen omzet haalt. Amazon zelf verklaart dat conversational AI: “kan communiceren op een manier die natuurlijk aanvoelt, problemen oplost en steeds slimmer wordt.”

Maar de opkomst van deze apparaten gaat niet zonder slag of stoot. Er is veel ophef over deze devices in het nieuws en er blijven nieuwe verhalen verschijnen. Dergelijke berichten gaan over het idee dat de apparaten je voortdurend afluisteren en gegevens opslaan voor toekomstig gebruik, waardoor Google en Amazon complete portretten van consumenten kunnen vastleggen. Een soort ‘digitale bedrijfsspion’ die we ‘vrijwillig’ bij ons thuis uitnodigen. De aard en populariteit van deze apparaten is een interessante aanleiding om te bestuderen hoe mensen AI beginnen te gebruiken en hoe vertrouwen wordt gevormd in interacties met nieuwe, mogelijk risicovolle, machines.

We vragen het de early adopters

Voor dit onderzoek wilde ik graag mensen spreken die met een Google Home of Amazon Alexa samenwonen. Door de interactie tussen de mensen en deze devices te bestuderen, kon ik de motivaties voor het bezit van een spraakinterface begrijpen en zien hoe de apparaten worden gebruikt. En of de gebruikers risico’s met AI associëren, en hoe jonge kinderen worden opgevoed in een omgeving met een ‘intelligente’ speaker met een naam. Ik voerde drie diepte-interviews uit.

Petrushka, Lennart en Saloua wonen allemaal in Nederlandse steden en kunnen worden omschreven als goed opgeleide, tech-savvy personen met een internationale, kosmopolitische achtergrond. In twee van deze gevallen zag ik uit de eerste hand hoe de apparaten thuis werden gebruikt. Twee deelnemers hebben een Google Home en de derde maakt gebruik van Alexa van Amazon. Door de apparaten in gebruik te zien, kon ik vaststellen hoe ze werkten en welke posities ze innemen in het dagelijks leven van mensen.

Gedetailleerde beschrijvingen, gebaseerd op deze interviews, vormen de basis voor mijn begrip van hoe mensen samenwonen met AI en hun eigen regels bepalen om door de digitale wereld te navigeren. Door te praten met mensen die voice assistants bezitten, werd duidelijk dat er, lang voordat het uitgepakt wordt, al een zekere mate van vertrouwen in het apparaat bestaat.

Voordat Lennart en Saloua besloten een Google Home te nemen, hebben ze aardig wat tijd in het beslissingsproces gestopt. Na haar engineeringstudie heeft Saloua voor een grote bank op het gebied van smart-chiptechnologie gewerkt. Ze is geïnteresseerd in technologie die haar leven gemakkelijker kan maken. Na het lezen van een artikel waarin twee populaire voice interfaces worden vergeleken, besloot ze dat de Google Home het beste bij haar past.

Lennart had de Amazon Alexa van zijn vriend een paar keer geprobeerd voordat hij zelf een Google Home nam. Een podcast over de apparaten ondersteunde zijn beslissing. Als vaste luisteraar vertrouwt hij op de meningen van de host. Petrushka kocht de Amazon Alexa die in haar woonkamer staat niet zelf. Haar man deed het. We kunnen redelijkerwijze aannemen dat zij haar echtgenoot vertrouwt om geen schadelijke voorwerpen in huis te nemen en in contact te brengen met hun kinderen. In alle drie gevallen is het duidelijk dat het vertrouwen dat hen motiveerde om deze producten aan te schaffen afkomstig is van meerdere bronnen en niet los van elkaar kan worden gezien. Het zit ingebakken in complexe sociale relaties en bestaande vertrouwensnetwerken.

Voor twee van de deelnemers kan de voice assistant worden omschreven als een digitale assistent die hen helpt om hun dagelijkse ochtendrush wat soepeler te laten verlopen. Saloua, begin dertig, komt elke ochtend de trap af, loopt haar woonkamer binnen en begroet haar Google Home:

“Hé Google, goodmorning.”

“Hey Saloua, the time is 7:56am. Utrecht is currently 14 degrees and cloudy. Today will be sunny with a….”

Een ongedefinieerde, Britse stem voltooit de weersvoorspelling en gaat verder met het lezen van het nieuws. Vroeger zou Saloua de weersvoorspelling opzoeken en de nieuwste krantenkoppen doorbladeren – dat wil zeggen, zolang haar laptop voldoende batterijduur had en in de buurt stond. Nu heeft ze deze alledaagse taken samengevat in drie woorden.

De ochtenden van Lennart volgen een soortgelijk patroon. Zijn Google Home herinnert hem aan de afspraken van die dag en het weerbericht. In tegenstelling tot Saloua, waarvan het apparaat ’s morgens voornamelijk wordt gebruikt, gebruikt Lennart het apparaat de hele dag door. Als een, zoals hij het zelf noemt, ‘early adopter’ die van ‘coole dingen’ houdt, gebruikt hij zijn Google Home om zoekopdrachten naar treintijden uit te voeren en ook in de keuken te helpen. Vaak voegt hij dingen toe aan boodschappenlijstjes, zoekt hij recepten op en stelt hij kooktimers in.

De Amazon Alexa staat bovenop de kast van Petrushka in haar open woonkamer, en komt ook goed van pas als ze aan het koken is. Alexa laat haar weten wanneer een bepaalde hoeveelheid tijd is verstreken, zodat ze op tijd de oven uitzet. Ze gebruikt de timer ook als een van haar drie kinderen een strafbaar feit heeft gepleegd.

Zwijgend mogen ze hun straftijd aftellen in de hoek. Alexa geeft hen een seintje wanneer de vijf minuten van de straf zijn verstreken. Door timers in te stellen, wordt het gissen naar de tijd uit het koken en uit de kleine disciplinaire gehaald. Met Alexa’s hulp probeert Petrushka haar dagelijkse routine in het huis te vereenvoudigen. Maar Alexa treedt niet alleen op als tijdwaarnemer wanneer haar kinderen worden gestraft. Het fungeert ook als een digitale speelkameraadje. Het leest interactieve verhalen en vertelt hen grappen als ze erom vragen. 

Petrushka heeft twee Alexa-apparaten in haar huis: één beneden, die ook een camera bevat, en één boven in haar tweelingdochters kamer. Haar man, naar wie ze gekscherend verwijst als een ‘kind’ door zijn liefde voor alles met knoppen en draden, kocht de apparaten en zette ze in het huis. Petrushka vertelt hoe ze in eerste instantie moeite had om het nut van de voice assistant te zien. Toen Alexa werd verbonden met een paar slimme gloeilampen, begon ze langzamerhand de waarde te zien. Wat begon als een leuke manier om het licht aan te doen, vereenvoudigt nu haar dagelijkse routine elke dag een stukje meer.

Het voordeel van vertrouwen

Hoewel het gebruik van een voice assistent enigszins kan verschillen, heeft het apparaat wel één ding gemeen in deze drie huishoudens. Ze zijn allemaal ontworpen om tijd te besparen of taken te vereenvoudigen: als ze ’s morgens het weer hoort, weet Saloua of ze de regenjas van haar zoon moet inpakken. Lennart mist minder vaak een vroege afspraak die maanden geleden is gepland. En het bereiden van het avondeten gaat veel soepeler als Petrushka een timer instelt. In hun drukke routine hebben deze kleine, tijdbesparende functies veel waarde.

Saloua verwoordde dit gevoel perfect: “Het bespaart me gewoon tijd, het meest waardevolle goed dat we hebben.” Er komen vaak nieuwe producten op de markt die ons beloven tijd te besparen, of helpen bij het organiseren en vereenvoudigen van ons hectische leven. Historisch gezien werd technologie altijd geprezen als het ultieme voorbeeld hiervan. Denk aan hoe magnetrons, wasmachines, stofzuigers en vaatwassers huishoudelijk werk hebben veranderd. Maar er is ook een gevoel dat we meer tijd nodig hebben dan ooit tevoren, ondanks de technologische vooruitgang en de overvloed aan ‘life-hacks’ die er zijn.

De overvloed aan digitale technologieën om ons heen en onze oneindige fixatie op beeldschermen, zijn enkele redenen waarom Lennart een Google Home kocht. Door zijn stem te gebruiken om functies uit te voeren, kan hij voorkomen dat hij te veel tijd op zijn telefoon of laptop doorbrengt. Het klinkt misschien vreemd, maar de oplossing voor het verminderen van het gebruik van bepaalde technologie is in dit geval door meer technologie te gebruiken.

Saloua en Petrushka laten ook zien hoe technologieën kunnen worden gebruikt om meer controle te krijgen over onze digitale levens en, in dit geval, hun kinderen. Petrushka vindt het leuk dat Alexa een verhaal kan voorlezen aan haar kinderen, waardoor ze minder tijd tijd doorbrengen voor de tv. Dit stimuleert hun verbeeldingskracht, veel meer dan voorgekookte tv-beelden. Samen met haar man creëerde Saloua een Netflix-kanaal voor haar vier jaar oude zoon, om te voorkomen dat hij iets zag dat hij tegenkwam in het standaardkanaal.

Dergelijke voorbeelden laten zien hoe de ene technologie kan worden ingezet als bescherming tegen de nadelen van een andere technologie.

De angst onder ogen zien

De angst voor de mogelijk schadelijke effecten van nieuwe technologieën komt voort uit het ‘onbekende’. Niemand weet precies wat de ernst van het risico is. Privacy was een specifieke zorg voor Lennart. Onlangs is hij gestopt met het gebruik van de Google-services Gmail, Chrome en Search om te voorkomen dat het bedrijf een duidelijk beeld kan vastleggen van wie hij is en zodoende advertenties kan targetten. Tegenstrijdig genoeg liet hij vervolgens wel een Google-product met ingebouwde luisterapparatuur in zijn woonkamer toe. Hij gebruikte het opzeggen van andere Google-services als rechtvaardiging voor het bezit van een Google Home. Daarbij heeft hij een goed begrip van de werking van de voice interface, met de automatische uitschakelfunctionaliteit, en voelt hij zich hierdoor gerustgesteld.

Petrushka is niet onder de indruk van het feit dat Amazon misschien naar haar luistert. Ze gaat er zelfs vanuit, op basis van een artikel dat ze ergens online heeft gelezen, dat microfoons ons overal afluisteren. “Als je het niet hardop kunt zeggen, zeg het dan helemaal niet”, zegt ze. Ze heeft echter wel opzettelijk het apparaat met de camera beneden geplaatst, en niet in de kamer van haar dochters. Ze was bang dat iemand haar kinderen zou kunnen zien.

Zowel Lennart als Petrushka zagen een aantal risico’s verbonden aan de voice assistants. Ze wisten dat het inbreuk kon maken op hun privacy. Hoewel deze gevoelens niet waren gebaseerd op concrete feiten, doen Lennart en Petrushka er nog steeds alles aan om het potentiële risico van hun apparaten te beperken. Ze creëerden grenzen en regels die de aanwezigheid van de technologie in hun huizen rechtvaardigt. Ze deden persoonlijke interventies om de waargenomen gevaren die gepaard gaan met hun nieuwe apparaten te compenseren en zichzelf veilig te laten voelen.

Op dezelfde manier stelde Saloua persoonlijke grenzen aan het navigeren door de digitale wereld. Ze vertelt me bijvoorbeeld dat ze weigert om foto’s van haar zoon op social media te plaatsen. Omdat het zijn intellectuele eigendom is, is het niet aan haar om zijn foto’s te verspreiden. Als ze foto’s met familie en vrienden wil delen, heeft ze privéplatformen om dit te doen.

Ze vertelt dat ze slechts één keer boos werd toen technologie inbreuk maakte op haar leven. Ook hier betrof het haar jonge kind. Haar zwager had haar zoon een verhalenboek met prachtige illustraties gegeven met een speaker die het verhaal kon voorlezen: “Ik haat dat ding”, vertelt ze me. Het lezen van een verhaal voor haar kind was iets wat ze als een menselijke activiteit zag en het idee dat een machine dit zou kunnen vervangen past niet bij Saloua. Alles wat een “echte” menselijke kwaliteit heeft, zoals tijd met haar geliefden, is verboden terrein voor automatisering. We zien opnieuw dat een duidelijke set van zelfbedachte regels Saloua begeleiden als het gaat om technologie. Deze regels helpen haar om de aanwezigheid van technologie in haar leven te rechtvaardigen.

De volgende stappen

Zowel Petrushka als Lennart hebben grenzen gesteld aan de mate waarin ze AI en algoritmen in hun leven willen toelaten. Als intelligente apparaten de alledaagse, repetitieve taken in onze dagelijkse routine zouden kunnen overnemen, zou dat Petrushka heel gelukkig maken. Dat zou haar in staat stellen zich te focussen op “being a person”. Lennart was een stuk specifieker. Gezondheid en financiën zijn voor hem gebieden die hij liever niet toevertrouwd aan AI. In het verlengde van deze gedachtengang gaf Lennart aan dat hij geen AI-apparaat met een camera zou willen hebben. Alle deelnemers stelden individuele grenzen aan de manier waarop ze technologie gebruiken in het heden. Bovendien hadden ze allemaal ideeën over de mate waarin ze AI toelaten in hun toekomstige levens.

De digitale wereld ontwikkelt zich razendsnel en daar komen bepaalde risico’s bij kijken. Deze worden ook nog eens versterkt als we onze fantasie de vrije loop laten over de potentie van AI. Maar de meerderheid van mensen in het Westen heeft dit bewustzijn tot op zekere hoogte nodig. Het riskante en veranderende landschap komt namelijk zonder regels en zonder een standaard of ‘juiste’ manier om dingen te doen. Degenen die ik interviewde, maakten allemaal hun eigen regels. Of het nu gaat om het verlaten van Google, het niet plaatsen van persoonlijke dingen op social media of het niet toestaan van camera’s in bepaalde delen van het huis, we ondernemen bewust actie om de aanwezigheid van technologieën te rechtvaardigen. Deze acties laten zien dat mensen het gebruik van technologie in hun leven zelf bepalen. Technologie is geen autonome kracht, los van de samenleving. De wijze waarop technologie wordt toegepast bepaalt de betekenis ervan.

Deze gedachte kan je doortrekken naar je eigen gebruik van digitale technologie. Bedek je de webcam van je computer? Ken je mensen die dat doen? Waarom doen ze dit? Technologie stelt ons in staat om op verschillende en specifieke manieren te navigeren. Zodat we, binnen bepaalde grenzen, altijd onze individuele keuzevrijheid kunnen uitoefenen. Wanneer we worden geconfronteerd met onzekerheid over mogelijke risico’s, kunnen we dingen doen om onszelf meer vertrouwen te geven.

Uiteindelijk weten we misschien niet alles van de werking van technologie of het beleid van de grote bedrijven die het maken (en die misschien niet volledig transparant zijn), maar we vertrouwen onszelf en veel van degenen om ons heen. Onderzoek naar hoe mensen nieuwe technologieën gebruiken en wat ze ervan vinden, toont aan dat we door onszelf en anderen te vertrouwen, we leren welke invloed we hebben om de technologieën zinvol in ons leven in te passen. dat vragen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Politie stelt data beschikbaar over malafide handelspartijen

Posted 16 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

​​​​​​​Bedrijven en organisaties kunnen voortaan real time data van de politie binnenhalen. Het betreft de gegevens die al enige jaren te vinden zijn op Politie.nl onder de noemer Controleer Verkopergegevens. In dit bestand staan alle namen, bankrekeningnummers of telefoonnummers waartegen drie of meer meldingen zijn gedaan van oplichting via internet.

De gegevens zijn voortaan ook via een API toegankelijk voor bedrijven en organisaties die consumenten willen beschermen. Het gaat daarbij om IBAN-nummers, e-mail adressen, telefoonnummers en URL’s.

Oplichters bedienen zich vaak van fake namen, gestolen identiteiten, gepikte foto’s en telefoonnummers die keer op keer veranderen. Aanhoudingen vinden regelmatig plaats, maar er blijkt vooral veel winst te behalen met het waarschuwen van toekomstige slachtoffers.



Lees het volledige bericht op Emerce »