Posts Tagged ‘internet’

De trends van Money 20/20: voice, IoT, identiteit, open banking en AI

Posted 21 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Begin juni vond de Europese editie van Money 20/20 in Amsterdam plaats. Meer dan 1200 betalingsproviders, financiële instellingen en fintech bedrijven kwamen bij elkaar om de toekomst van finance te bespreken en vorm te geven. Dit zijn de vijf belangrijkste trends.

Conversational commerce

Recent onderzoek dat we in de VS hebben gedaan samen met Mercator wijst uit dat 21 procent van de Amerikaanse consumenten al spraaktechnologie of chatbots gebruikt om te winkelen, betalingen te verrichten of online te bankieren. Daarbij zijn chatbots zoals op Facebook Messenger meer ingeburgerd dan winkelen via een spraakassistent zoals Amazon Alexa. Logisch, want chatbots bestaan langer. De betaalmogelijkheden zijn dan ook verder ontwikkeld in chat: werd je twee jaar geleden nog standaard naar een betaalpagina geleid buiten de chatomgeving, nu is het mogelijk de gehele transactie op Messenger af te handelen.

De ondervraagde consumenten geven hierbij aan het liefst te werken met een card-on-file oplossing (37 procent). Dit houdt in dat de betaalinformatie wordt opgeslagen in de database van de merchant of op een veilige server waar de merchant toegang toe heeft. De klant hoeft deze gegevens dan niet bij elke aanschaf opnieuw in te voeren. Verder wil 21 procent de betaalinformatie doorgeven bij de check-out. Dit is een opvallende ommezwaai vergeleken met ‘gewone’ online transacties, waarbij de consument juist een duidelijke voorkeur heeft om de betaalgegevens bij de check-out in te vullen.

Voor ons was dit inzicht mede de reden om een API te ontwikkelen voor betaalplatformen die werken met card-on-file betalingen. Die koppeling actualiseert de kaartgegevens automatisch, zodat een betaling bijvoorbeeld niet langer afketst omdat de consument een nieuwe creditcard heeft. Met de API hoeven kaarthouders niet meer stuk voor stuk accounts te updaten waar gebruik gemaakt wordt van card-on-file, en lopen verkopers geen betalingen mis.

Internet of Payment Things

Wearables en smart homes worden meer en meer ingezet als verkoopkanalen. Als gevolg daarvan komen er steeds meer oplossingen voor wat wij het Internet of Payment Things (IoPT) noemen. Het doel is dat elk met internet verbonden item kan worden gebruikt als betaalmiddel, of het nu gaat om een ring, fitnesstracker, koelkast of autosleutels. Tokenization zorgt ervoor dat deze manier van onzichtbaar betalen veilig plaats kan vinden. De businesscase is simpel: hoe meer gemak, hoe meer je verkoopt.

Hetzelfde geldt voor data: hoe beter je de klant kent, des te meer je verkoopt. De slimme gadgets zijn tegelijkertijd meetpunten waaruit een schat aan informatie over de consument te halen valt, zodat deze – mits hij hiervoor toestemming heeft gegeven – relevanter en persoonlijker kan worden benaderd. Stel je voor, je rijdt met je slimme auto naar een tankstation. De auto laat de pomp weten hoeveel benzine er nodig is, verricht de betaling en schrijft de spaarpunten bij op de rekening van de eigenaar. Dat is wat er mogelijk is met Internet of Things.

Identiteit

De digitalisering zorgt voor uitdagingen als het gaat om het vaststellen van de identiteit van de klant. Dit is een vraagstuk waar banken, payment providers, et cetera continu naar kijken, omdat de technologische mogelijkheden nieuwe authenticatiemethoden mogelijk maken. Bijvoorbeeld met een selfie of een gezichtsscan, en omdat fraudeurs niet stil zitten.

PSD2 heeft dit onderwerp extra actueel gemaakt. Banken moeten de financiële gegevens van klanten aan derden verstrekken, als de klant hierom vraagt. Er komen dus extra schakels in de waardeketen. Om ervoor te zorgen dat het veilig blijft voor de consument, zijn er strenge verificatie-eisen opgesteld door de nieuwe Europese wetgeving.

Elke bank moet de identiteit van de klant verifiëren alvorens er interactie plaats vindt met een derde partij. Die partij moet zelf ook een verificatie doen van de identiteit van de klant en dan moeten de twee controlemechanismen ook nog eens met elkaar communiceren. Een flinke klus die wel kansen biedt voor bedrijven die hiervoor de infrastructuur kunnen leveren.

Open banking

PSD2 is nog maar het begin van de transformatie die de financiële sector door gaat maken. Niet alleen de transacties, maar alle diensten zullen worden opgeschud doordat banken en andere spelers samenwerkingsverbanden aangaan. Denk hierbij aan fintechs en nichebedrijven die sterk zijn in bijvoorbeeld identity management of mobile payment.

Met één app kan de consument straks alle transacties, verzekeringen, beleggingen, leningen, maar ook spaarpunten en kortingsbonnen controleren, ongeacht bij welke partij deze zijn ondergebracht. Zo’n digitale hub komt er ook voor bedrijven. Bijna 90 procent van de banken is bezig met de open API’s die nodig zijn om dit werkelijkheid te maken, blijkt uit onderzoek van ACI Worldwide. Meer dan 70 procent is bereid hun API’s open te stellen voor ontwikkelaars. In Europa is dat zelfs 79 procent.

Artificial intelligence

De universele app zoals hierboven beschreven is ‘dom’, in de zin dat het informatie verzamelt en inzichtelijk maakt, maar daar geen conclusies aan verbindt. Dat moet de mens zelf doen ,tenzij er een AI-laag aan wordt toegevoegd. Digitale assistenten worden dan via de API-koppelingen met de verschillende financiële instellingen ‘gevoed’ met informatie, die vervolgens met dank aan artificial intelligence wordt geanalyseerd en omgezet in actiematige inzichten en adviezen. Als je autoverzekering afloopt, ontvang je niet alleen een seintje, maar ook de tip dat dezelfde dekking bij een andere verzekeraar goedkoper is.

En als de virtuele assistent niet alleen toegang heeft tot je financiële producten, maar bijvoorbeeld ook je social media, dan wordt er een lifestyle-element aan toegevoegd met suggesties die worden gebaseerd op die data. Zoals het versturen van een cadeau aan een bijna-jarige of het betalen van een factuur die aan je is gemaild. Finance draait niet meer om transacties, maar om je klanten persoonlijk van dienst te zijn. Oftewel, de toekomst van de betaalsector wordt volledig bepaald door de consument. Bied je gemak en los je zijn problemen op, dan blijf je in het spel.



Lees het volledige bericht op Emerce »

BitTorrent verkocht aan blockchainstartup

Posted 21 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

BitTorrent, ooit maker van een van de populairste torrentprogramma’s op het web, is verkocht aan blockchain startup Tron van Justin Sun van Ripple Labs.

Het idee is om van BitTorrent een gedecentraliseerd platform voor de entertainmentindustrie te maken.

Voor BitTorrent zou 140 miljoen dollar zijn betaald, omgerekend 1 dollar per gebruiker. BitTorrent heeft 170 miljoen gebruikers.

Torrents waren ooit erg populair op internet, maar door gerichte acties van de muziekindustrie en de opkomst van online muziekdiensten zijn de meeste torrenttrackers die naar illegale bestanden verwezen verdwenen. BitTorrent is zich daarna meer gaan richten op legale toepassingen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

GCOX wil groot worden met cryptomunten van beroemdheden

Posted 21 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Money20/20 is het grootste financiële innovatie-event van Europa en de focus van dit event is voornamelijk op startups en ontwikkelingen binnen de FinTech. Tipje van de sluier? Blockchain is dit jaar goed vertegenwoordigd. En cryptomunten voor celebrities worden groot. 

De beurshallen staan vol met stands van bedrijven uit de financiële sector. Het is leuk om te zien dat er, in een poging om op te vallen, niet verlegen wordt omgegaan met termen uit de crypto- en blockchainwereld. Naast grote stands van gevestigde namen zoals ING, Mastercard, Visa en de Rabobank zien we minstens even grote booths staan van Ripple en Dash. Ook de lijst aan bedrijven die betalingsdiensten leveren was lang.

Op het podium stond Steve ‘The Woz’ Wozniak samen met Feedzai CEO Nuno Sabastião. De twee namen plaats op een bank en bespraken de huidige staat van technologie en hoe de toekomst er uit zou kunnen zien. Wozniak had vermakelijke anekdotes en antwoordde met een glimlach dat híj in het verleden geen foutjes heeft gemaakt toen hij werd gevraagd of hij dingen anders zou doen als Apple opnieuw opgericht werd. Verder sprak The Woz zijn hoop uit dat Bitcoin ooit de enige currency zal zijn in de wereld, maar gaf ook aan dat het louter hoop is en geen voorspelling. Wat technologische vooruitgang betreft ziet Wozniak heil in het platform van Ethereum.

Ook aanwezig: GCOX. Het bedrijf werkt aan een cryptocurrency exchange voor celebrity tokens. Het bedrijf heeft sterren zoals oud-voetbalinternational Michael Owen en bokskampioen Manny Pacquiao al weten te strikken.

GCOX ontwikkelt een platform waarop deze beroemdheden hun eigen token kunnen verhandelen. Fans kunnen deze tokens bijvoorbeeld inruilen voor exclusieve merchandise, meet & greets of event tickets. De exchange zal door zijn marktwerking tegelijk fungeren als een populariteits-index. Sir Dr Jeffrey Lin, CEO en oprichter van GCOX, vertelt meer over het project.

Hoe kwam GCOX tot stand en hoe werkt het?

“We zochten naar een vrij ongebruikelijke bedrijfssector die we naar de blockchain konden brengen; een bedrijfssector die niet zo zeer gelieerd is aan de fintech. We wierpen onze blik toen op de entertainmentindustrie. Deze industrie is jaar in jaar uit goed voor een miljardenmarkt en heeft, als je bijvoorbeeld kijkt naar Facebook en Youtube, een enorm grote afzetmarkt. De eerste vraag was: hoe slaan we hier munt uit? Als antwoord op deze vraag ontwierpen we vier kernprocessen: Celeb-Listing, Celeb-Connect, Celebreneur en Celeb-Charity. Binnen Celeb-Listing geven bekende personen hun eigen token uit, die ze zelf in beheer hebben. We ontwierpen vervolgens een platform dat dit kan faciliteren met een volwaardige ‘utility token’. Hiermee wordt bedoeld dat het publiek de token kan kopen voor een toekomstige dienst die bekende personen kunnen leveren. Denk hierbij aan exclusieve verkoopwaar, meet & greets, concerttickets en wedstrijdtickets.”

Waarom heeft GCOX gekozen voor een op blockchain gebaseerde fondsenverwerving?

“Ik kom zelf uit de financiële sector en run een bedrijf in vermogensbeheer. We beseften binnen het bedrijf dat er minder wordt geïnvesteerd binnen de traditionele VC markt. De blockchain startups hebben een sterkere fondsenverwerving dan de traditionele markt. Dit is de reden dat we ons verdiepten in de blockchain wereld. We kwamen er gauw achter dat blockchain hier is om te blijven door gedegen technologie, transparantie en een platform voor een breed scala aan toepassingen.”

Kun je iets vertellen over het team achter GCOX?

“GCOX focust met name op ondernemingsbestuur en het samenbrengen van het bedrijfsleven en blockchain. In ons team zit Steve Askew als uitvoerend voorzitter. Hij zit al 30 jaar in de entertainmentindustrie en was grondlegger van ‘Star TV’ en ‘Who wants to be a millionaire’. Voor onze financiële tak hebben we Lim How Teck. Hij is tevens de voorzitter van Heliconia Capital Management. Dan hebben we Sjeik Bin Zayed. Hij is ook één van de investeerders van GCOX. We hebben verder mensen van de Singapore Stock Exchange en adviseurs van de Singapore Bank.”

Hoe gaat de token-distributie via exchanges eruit zien?

“Voor onze eigen token, ‘Acclaim Token’ (ACM), zijn we in gesprek met verschillende bestaande exchanges. Echter zullen de celebrity tokens, die door beroemdheden in eigen beheer worden uitgegeven, hoogstwaarschijnlijk alleen op onze eigen exchange worden verhandeld. De reden is dat derde exchanges, ondanks vaak hoge liquiditeit, heel veel tokens listen. Dit strookt niet met de exclusiviteit die we, met betrekking tot de celebrity tokens, willen behouden. We hebben ook grote exchanges zoals Binance en Kraken onder de loep genomen. De grote getalen aan gebruikers maken deze exchanges zo groot. Wij hebben die gebruikers niet nodig aangezien de bekende personen die we aantrekken met een eigen fanbase komen. Als je kijkt naar Manny Pacquiao, die we al hebben aangetrokken, zijn er 100 miljoen Filipijnse inwoners. Als ook maar één procent van de bevolking naar ons platform komt, dan zijn dat al heel veel klanten. Bedenk je ook dat we het hier dan hebben over één enkele beroemdheid, laat staan als we tien beroemdheden aantrekken. De cryptocurrency investeerders zullen, naar verwachting, daarna gauw komen.”

Hoe worden beroemdheden aangemoedigd om zich bij GCOX aan te sluiten?

“De beroemdheden worden niet door GCOX betaald. De celebrity token is van hen en ook het grootste deel van de opbrengsten van deze tokens gaat naar hen. Derde partijen, en in deze zin specifieke zin de ‘middle man’, worden geëlimineerd door gebruik te maken van de blockchain. We voorzien dat, door het elimineren van derde partijen, tickets goedkoper kunnen worden en er tegelijkertijd meer wordt verdiend door de beroemdheden. Ook kunnen we als GCOX door de blockchain en het internet een groot bereik garanderen dat heel snel zal groeien. Zo brengen we beroemdheden en fans dichter bij elkaar.”

Als u uitzoomt en naar blockchain kijkt in het algemeen, ziet u dan een welkome innovatie?

“Als ik nu naar blockchain kijk, vanuit mijn eigen perspectief, dan zie ik nog een vrij gesloten community. Je bent als het ware pro-blockchain of ziet er geen heil in. Dit maakt dat de mate van conversie laag is. Daarom proberen we met dit project toegankelijk te zijn. Het is een simpel concept en je hebt als klant geen kennis nodig van blockchain. Op ons platform zullen diensten en producten worden verkocht zoals men dat gewend is. De technologie erachter is anders, maar daar kom je als klant niet mee in aanraking. Educatie is wat dat betreft belangrijk, voor een omarming van blockchain, maar dat kan wellicht later.”

De huidige cryptocurrency exchanges vergen wat basiskennis over blockchain en hoe transacties verlopen. Hoe zit dat bij GCOX?

“GCOX zal voornamelijk werken met apparaten met een Point-of-Sale (POS) systeem, dat zal worden geleverd door Pundi X; een internationaal bedrijf dat zich bezighoudt met het toegankelijk maken van cryptocurrency en blockchain-technologie. In veel delen van Azië hebben mensen geen computer thuis. Platformen als Binance vergen klanten die aardig met een computer overweg kunnen. Wij willen ook Filipijnen kunnen helpen die geen computer tot hun beschikking hebben. Om dergelijke mensen de mogelijkheid te geven een beroemdheid als Manny Pacquiao te steunen (of verkoopwaar te kopen), hebben we POS systemen waarop mensen dit soort activiteiten kunnen verrichten. Daarnaast zullen we een exchange oprichten en die zal in het begin een heel simpel koop- en verkoopplatform zijn. Het moet meer een marktplaats zijn dan een professioneel handelsplatform.”

Zijn er nog meer beroemdheden die GCOX van plan is om aan te trekken?

“Hier kan ik helaas nog weinig over loslaten. We kijken wel naar de top-5 van bekendste Bollywood-acteurs, Hollywood-acteurs en een aantal enorm populaire Koreaanse K-popsterren. Ook zijn we, met name in Europa, aan het kijken naar bekende voetballers. We maken in principe geen onderscheid in sectoren. Of een bekend persoon nu uit de filmwereld of de sportwereld komt, dat maakt voor ons niet uit.”

Heeft GCOX momenteel een geografische focus?

“We gaan op de lange termijn voor wereldwijde adoptie, ook omdat de technologie zich ervoor leent. We zijn op het moment bezig met licenties voor zeven verschillende jurisdicties om daar zaken te kunnen doen; van Azië tot aan Europa. De Filipijnen en Dubai zullen tot de eerste landen behoren. Ondanks Amerika een grote afzetmarkt is willen we, door de onduidelijke regelgeving, ons daar nog niet wagen. Wat we wel kunnen doen in dat soort landen is samenwerken met een partner. Zo zouden we bijvoorbeeld kunnen samenwerken met Kraken die al een licentie heeft in Amerika. Op die manier kunnen we in ieder geval onze eigen ACM coin daar aan de man brengen. Wij kunnen Kraken een grote userbase bieden.”

Het GCOX project klinkt interessant, zeker omdat het blockchain-technologie samenbrengt met een lifestyle-sector. Ondanks dat eindgebruikers amper tot niet in aanraking zullen komen met de complexiteit van de blockchain-technologie zelf, is deze ontwikkeling een duw in de rug van ‘mass adoption’. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Europees Parlement stuurt aan op strenger copyright internet

Posted 21 jun 2018 — by Villamedia
Category nieuws

De auteursrechtregels voor het internet moeten aangescherpt worden. Dat vindt het merendeel van de commissie Juridische Zaken van het Europees Parlement. De definitieve stemming volgt in juli, maar de kans is groot dat het parlement het oordeel van de…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Nieuwe wet stelt strenge eisen web- en appdesign

Posted 21 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Op 1 juli wordt een nieuwe wet van kracht die eisen stelt aan het design van sites en apps van overheidsinstanties. Ze moeten helemaal toegankelijk zijn voor mensen met een handicap, onder wie doven en blinden.

Het gevolg daarvan is dat duizenden websites van overheidsinstanties in de publieke sector moeten worden geanalyseerd op hun toegankelijkheid en, wanneer nodig, bijgewerkt.

De nieuwe wet vloeit voort uit een Europese richtlijn die in 2016 werd aangenomen.

Volgens directeur Jasper Verbunt van bureau Redkiwi, dat veel voor overheden werkt, drijven toegankelijkheidseisen de bouwprijs van een website op. “Niet enkel het ontwerp maar ook de content moet aangepast worden. Denk aan het ondertitelen of zelfs transcriberen van video’s. Daarnaast moet je ook testen op toegankelijkheid. Ook dat kost geld.”

Websites die zijn gepubliceerd voor 23 september 2018 moeten voor 23 september 2020 voor iedereen in Nederland toegankelijk zijn. Sites die na 23 september 2018 worden gepubliceerd hebben een deadline van 23 september 2020. Voor mobiele apps geldt 23 juni 2021.

Er zijn in Nederland twee miljoen mensen met een beperking. Expertisecentrum Accessibility.nl zegt: “Verschillende handicaps hebben invloed op het gebruik van internet: denk aan blind, slechtziend, kleurenblind, doof, slechthorend, motorische of verstandelijke beperking.” Een deel van hen gebruikt digitale diensten via een hulpmiddel, een braillelezer bijvoorbeeld. Maar dan moeten die diensten wel zo zijn geschreven dat ze daarmee overweg kunnen.

Het W3C, de internationale organisatie die de webstandaarden opstelt, publiceerde daartoe eind 2008 al de zogeheten WCAG-standaard en updatete die op 5 juni 2018.

De website van Thuiswinkel.org, bijvoorbeeld, kreeg in maart nog het certificaat van toegankelijkheid.

Digitale toegankelijkheid wordt internationaal ook geagendeerd door de Verenigde Naties via VN-verdrag Handicap. Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stuurde hierover vorige week nog een brief aan de Tweede Kamer. Daarin details van het programma ‘Onbeperkt Meedoen!’. Drempelvrij.nl las het programma en vat samen: “In twee actielijnen wordt expliciet aandacht besteedt aan digitale toegankelijkheid: vergroten aantal toegankelijke websites portals en apps” en “alle overheidswebsites toegankelijk [maken]”.

Vandaag, op de langste dag van het jaar, organiseert het Oogfonds weer de actie Blind voor 1 Dag. Bureau LimoenGroen uit Amsterdam gaat die dag ‘op zwart‘. De mensen van het bedrijf gaan die dag blind reizen, programmeren en hun websites op toegankelijkheid testen.

Foto: norwegian cactus (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

EU commissie stemt in met uploadfilter

Posted 20 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Zoals verwacht heeft de commissie voor Juridische Zaken van het Europarlement woensdag gestemd voor een uploadfilter. De stemming laat zien dat ook de commissie op dit punt sterk verdeeld was. Het voorstel is met de stemming overigens nog lang geen richtlijn.

Artikel 13 van de Copyright Directive verplicht internetplatforms bestanden die gebruikers op het plaatsen te controleren op auteursrecht. Dat betekent een enorme investering voor onder meer internetaanbieders.

Allerlei belangenorganisaties zijn sterk gekant tegen het voorstel. Een combinatie van falende technologie, risicomijdende platforms en de onzekerheid van gebruikers kan in hun ogen leiden tot een grote aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Ook Nederland heeft scherpe kritiek geuit op de voorstellen.

Ook wordt gevreesd voor misbruik. Het internetfilter dat in Spanje werd uitgerold in de strijd tegen illegale goksites, werd in oktober 2017 ingezet om het referendum te ontregelen.

Het voorstel is met 15 tegen 10 stemmen aangenomen. Rapporteur Axel Voss heeft namens de werkgroep het mandaat gekregen om direct over te gaan tot onderhandelingen met de commissie, in plaats van het voorstel eerst met het hele Europees Parlement te bespreken. Bits of Freedom, sterk gekant tegen uploadfilters, vermoedt dat hiertegen bezwaar zal worden aangetekend en het hele Parlement over het mandaat moeten stemmen. Dat gebeurt over twee weken. De definitieve stemming volgt in december of januari.

Allerlei organisaties zijn van plan om actie te voeren en het voorstel van tafel te krijgen.

Ook is vandaag gestemd voor een zogeheten linkbelasting. Nieuwsuitgevers krijgen daarmee aanvullende rechten om nieuwsberichten openbaar te maken en te reproduceren. Het zou kunnen betekenen dat partijen als Google en Facebook voor nieuwssnippers een vergoeding moeten betalen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Reclame in VR en AR krijgt met programmatic platform vorm

Posted 20 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Een Zweedse start-up is een programmatic platform gestart voor reclames in augmented en virtual reality. Bijzonder aan de advertenties die het bedrijf uitserveert is dat ze ‘native’ zijn. Ze gaan dus  op in de omgeving. Daarmee zeggen de Zweden een primeur in handen te hebben. De manier waarop de virtuele wereld en advertentiemarkt samenkomen, krijgt beetje bij beetje vorm.

Of het nu VR is dat doorbreekt of dat de opkomende technologie definitief plaatsmaakt voor AR of een hybride ‘mixed reality’, het lijkt reclamebedrijven niet zo te deren. Ongeacht de uiteindelijke vorm, bereiden zij zich alvast voor op de definitieve komst van commerciële uitingen naar deze kunstmatige omgevingen.

‘Zichtbaarheid van 100 procent’

Om een antwoord te vormen op de vraag hoe virtuele reclame eruit gaat zien, namen technici van Google een klein jaar geleden al de proef op de som. Het concept dat eruit voortkwam liet de dragers van een VR-bril staren naar een interactief blokje. Zo werd vervolgens een reclamevideo opengeklapt.

Het probeersel was met name bedoeld als voer voor discussie. Voor het Zweedse Adverty ongetwijfeld reden om haast te maken met een oplossing waarin hun kijk al is uitgewerkt: de reclames moeten wat dit bedrijf betreft vooral ‘native’ zijn en opgaan in de virtuele wereld. Zoals onderstaande pilot met Coca-Cola laat zien, komt de reclame in een billboard voorbij alsof het een ‘natuurlijk’ onderdeel is van het spel.

Adverty heeft naar eigen zeggen het eerste programmatic platform ontwikkeld voor AR en VR. Spellenbedrijf Rovio Entertainment, bekend van Angry Birds, gaat nu met de technologie werken. Adverty levert een supply-side platform (SSP) dat reclames accepteert van adverteerders of van een demand-side platform (DSP). Ook kan het integreren met andere SSP’s. Hoewel er sprake is van een CPM, wordt er alleen geturfd wanneer de reclame daadwerkelijk door iemand is waargenomen. De oprichter van het bedrijf spreekt over een zichtbaarheidspercentage dat de honderd procent zéér dicht nadert.

De advertenties worden vooralsnog in 2D gevraagd en daarna door het platform ‘gemapped’ naar AR en VR. De reclames kunnen daarna op allerlei plekken opduiken. Op een billboard dus, maar net zo goed op een koffiebeker. Omdat de IAB nog niet over standaardformaten beschikt voor AR en VR, heeft Adverty ervoor gekozen enkele populaire IAB advertentietypes aan te houden.

‘Virtuele advertentie heel natuurlijk’

Dat bedrijven naar mogelijkheden zoeken om reclame onderdeel te maken van deze nieuwe technieken is volgens Joost Rueck van Purple volstrekt logisch. “Die combinatie is zo natuurlijk als in het echte leven.” Juist omdat we dagelijks al worden omringd door reclame-uitingen sluit het goed op elkaar aan. “Sterker nog, het draagt zelf bij aan het realisme van de virtuele omgevingen.” In creatief opzicht ziet hij nieuwe mogelijkheden ontstaan, met name op het vlak van interactieve reclame. Een advertentie in een VR-omgeving kan bijvoorbeeld de toegangspoort zijn tot de ‘wereld’ van de adverteerder. “Een tijdelijk uitstapje met mogelijk extra gamecredits of andere beloningen.”

Zeker omdat het om nog grotendeels onontgonnen terrein gaat, is de vraag welke vorm reclame in AR en VR gaat aannemen. Rob Nolten van DPDK – een bureau dat al een aantal jaar toepassingen maakt met deze technieken – denkt dat er in feite oneindig veel opties en dus antwoordmogelijkheden zijn. De vorm wordt echter wel sterk beïnvloed door de gebruikte techniek.

Zo wordt iemand met een VR-bril op volledig ondergedompeld in een andere wereld, maar staat diegene wel stil. AR mengt de realiteit met een virtuele omgeving en is dus overal toe te passen. Daar staat weer tegenover dat het in mindere mate de zintuigen prikkelt en dus niet voor die overweldigende ervaring zorgt.

‘Mag nog wat spannender’

Nolten verwacht dat bedrijven nieuwe soorten ervaringen bouwen rondom hun producten. Ze zullen gebruikers inderdaad verleiden een bezoek te brengen aan een ‘experience room’. Hij stelt zich voor dat als uit de data waarover een bedrijf beschikt blijkt dat iemands relatie over is, een gebouw uit een VR-wereld wordt gevuld met leuke meubels of IKEA-spulletjes. “Hartstikke gaaf ook als je door Red Bull wordt uitgenodigd om met hun nieuwste Formule 1-wagen te scheuren of met Tesla naar Mars kan. De emotionele component is immens.”

AR is op een heel andere manier ontzettend activerend. Supermarkten of navigatieapps die consumenten met pijlen en triggers door winkels leiden kunnen dit traject bijvoorbeeld voorzien van spelelementen. Bedrijven kunnen hun klanten laten sparen voor producten of een aanbieding onder de aandacht brengen. Ook een Appie-app van Albert Heijn zou een lucratief AR-advertentieplatform kunnen zijn.

Wel hoopt Nolten dat zodra VR en AR enigszins uit de kinderschoenen stappen, voorbeelden zoals hij die schetst alweer achterhaald zijn. “Hopelijk zijn er dan nog spannendere toepassingen bedacht. Misschien zijn er blockchainoplossingen gekoppeld aan ‘content assets’. En worden gebruikers door bedrijven beloond voor hun hoeveelheid virtuele aandacht.”

Nieuw kanaal voor adverteerders

Beiden zijn het er over eens dat de ontwikkeling voor nog een extra kanaal zorgt waarin adverteerders hun doelgroepen kunnen vinden. Het betekent dat er nieuwe content moet komen, budgetten verder verdeeld worden en relevantie nog belangrijker wordt. Niets nieuws onder de zon dus. “Gaming in VR levert adverteerders mogelijk een scherp afgetekende doelgroep op”, zegt Rueck. “Tegelijkertijd is het een versnippering van de mogelijkheden. Meer dan ooit moeten bedrijven nadenken hoe ze hun doelgroep op de meest treffende manier kunnen bereiken.”

Dat een bedrijf als Adverty met programmatic adverteren komt, was dus te verwachten. Maar voor een grote doorbraak zorgt het waarschijnlijk nog niet. Daarvoor is de toepassingsschaal nog te klein, denkt Rueck. En bovendien levert het bedrijf in de basis niets anders dan product placement. Iets wat al jaren gebeurt in bijvoorbeeld de film- en gamewereld.

‘Hoge wow-factor’

Vooral de grote merken zullen op korte termijn aandacht geven aan deze nieuwe reclamevariant, denken beide kenners. Een platform zoals het Zweedse bedrijf nu biedt draagt daar iets aan bij. Dit vraagt om tijd en experiment denken ze. “Technisch kunnen we alles uit een VR of AR-beleving persen”, zegt DPDK’s Nolten.

De meeste bedrijven hebben nog wat last van koudwatervrees, merkt Rueck van Purple. “En dat terwijl de eerste resultaten aantonen dat de ‘immersive experiences’ een hoge wow-factor en dus attentiewaarde hebben.” Zijn advies aan bedrijven is daarom om zelf te onderzoeken welke effecten zulke virtuele ervaringen hebben. “Het is net als met internet in 1998. We weten dat het groot wordt, maar staan nog aan het begin van de ontwikkeling ervan. Het is een kwestie van experimenten om de waarde ervan te ontdekken.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nog eens 1000 nepwebshops offline gehaald

Posted 20 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Van de 2000 malafide webwinkels die de Consumentenbond in maart 2018 opspoorde, zijn er nog eens 1000 offline gehaald door twee buitenlandse verstrekkers van domeinnamen. Dat heeft de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) aan de Consumentenbond laten weten.

De Consumentenbond deed onderzoek naar webwinkels die met hoge kortingen merkkleding of luxe producten aanbieden, maar in werkelijkheid nepproducten verkopen of soms zelfs helemaal niets leveren. Het resultaat was een lijst van 2000 nepwebshops die bij slechts 4 hostingpartijen waren geregistreerd. Twee partijen, 1API en Openprovider, haalden op verzoek van de Consumentenbond al 850 websites offline.

SIDN heeft verder aangegeven te werken aan een geautomatiseerd systeem waarbij ze malafide websites sneller en op grotere schaal kan opsporen en doorspelen aan zogenaamde ‘registrars’ om ze offline te laten halen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Film1 ook als streamingdienst

Posted 20 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Vanaf donderdag is Film1 ook beschikbaar als streamingdienst. Tussenkomst van een tv-aanbieder is dan niet langer vereist.

Film1 is al enkele jaren eigendom van Sony. Het bedrijf nam de betaalzender destijds over van Liberty Global, dat Film1 moest afstoten na de overname van Ziggo.

Tot voor kort was alleen mogelijk om een Film1-abonnement af te nemen via een tv-aanbieder. Voortaan kan dus ook op internet worden gekeken voor 7,99 euro per maand.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe haal je alles uit het marktplaatsmodel?

Posted 19 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De strijd om de aandacht van de online-consument speelt marktplaatsen in de kaart. Zij bieden gemak en een allesomvattend assortiment, of het nu gaat om een niche als nepwimpers of om telefoonhoesjes. Bijna elk product dat je nodig kunt hebben kan je vinden bij marktplaatsen als Amazon of Bol.com. Hoe maak je succesvol gebruik van dit businessmodel?

Het cijfer is bekend: in de VS start 63 procent van de consumenten hun zoektocht naar een product direct op Amazon. Ze vergelijken geen websites meer en doen geen onderzoek op recensiesites omdat ze erop vertrouwen dat Amazon de juiste prijzen en een geweldige koopervaring biedt en daar ook beoordelingen van consumenten worden gegeven. In Nederland zie je hetzelfde gebeuren met Bol.com.

Tot een paar jaar geleden was de technologie niet klaar voor deze manier van verkopen. Je moet immers als marktplaats toegang hebben tot de productcatalogi en actuele voorraad van tal van partners – in het geval van Amazon miljoenen – en de betalingen aan de verschillende leveranciers goed kunnen afhandelen.

Vliegwieleffect

Waarom zijn marktplaatsen nu zo interessant? Dit is te verklaren met het vliegwieleffect: meer aanbod trekt meer kopers die weer meer aanbieders aantrekken. Vaak leidt dit tot meer efficiency wat weer lagere prijzen als gevolg heeft en dus een verdere versnelling van het vliegwiel.

Voor bijvoorbeeld groothandels – die zich in toenemende mate zorgen maken over hun toegevoegde waarde – is het creëren een marktplaats en aantrekkelijk manier om hun product range te vergroten zonder enorme investeringen in extra voorraad.

Een aannemer die een dakkapel gaat plaatsen wil niet vijf leveranciers af moeten gaan om alle materialen bij elkaar te sprokkelen. Die surft naar een marktplaats voor bouwmaterialen en bestelt alles in één keer. Dat zijn winkelmandje door verschillende leveranciers wordt gevuld, daar merkt hij niets van.

Nu het realiseren van een marktplaats, door de ontwikkelingen in de techniek, technisch eenvoudiger wordt, zullen we een aanzienlijk groei in marktplaatsen gaan zien. Zeker in de B2B is er volop ruimte voor verticale marktplaatsen.

Hoe ga je hier nu mee om als online retailer of groothandel? In een eerder blog beschreven we al dat er twee mogelijkheden zijn:

  1. Je start zelf een marktplaats;
  2. Je sluit je bij een bestaand platform aan.
 1. Je start zelf een marktplaats

Als je een marktplaats wilt oprichten, dan is er een aantal zaken die de kans op succes vergroten:

  • Ben je in staat om een allesomvattend assortiment te voeren in je branche (horizontaal) of alle producten in een bepaalde niche (verticaal)?
  • Kun je je businessmodel en organisatie snel aanpassen aan de nieuwe manier van zakendoen? Je gaat externe partijen aansluiten op je platform – hoe doe je de on-boarding, welk producten biedt je aan, hoe ga je om met prijzen – sta je prijsconcurrentie toe op je marktplaats – en hoe richt je de klantenservice in?
  • Ben je eigenaar (of kun je dat worden) van alle interfaces? (hierover later meer)

De belangrijkste vraag die je moet beantwoorden als je een marktplaats start, is natuurlijk of het een probleem oplost. Een marktplaats voor laptops heeft niet zoveel zin – Amazon verkoopt ze immers ook al. Maar stel, je biedt refurbished Macbooks aan. Dat is een dusdanig nicheproduct dat de grote spelers het niet in hun assortiment hebben. Je zou dus andere refurbishers kunnen aanspreken en een marktplaats beginnen met dat specifieke aanbod. Of begin een marktplaats met alle benodigdheden die een boer zou kunnen inkopen; van veevoeder tot schrikdraad en kalverdekken. Dat zijn niches die nog niet in de long-tail van de grote marktplaatsen zitten maar wel een publiek hebben.

Wanneer je hebt bepaald wat je wilt aanbieden op je marktplaats, dan is er vervolgens geld en tijd nodig om het businessmodel goed vorm te geven. Het is niet iets wat je er even bij doet, niet alleen vanwege de technologische complexiteit maar ook vanwege de impact op je eigen producten.

Daar kwam automaterialenketen Halfords in de UK achter – de eigen omzet daalde omdat andere producenten de voorkeur kregen van bezoekers van de Halfords-marktplaats. Maar als je je businessmodel zodanig inricht dat de kannibalisatie op het eigen assortiment wordt gecompenseerd door meer bezoek (vliegwieleffect!) en commissie inkomsten over verkopen van derden, dan worden dit soort teleurstellingen voorkomen.

Er zijn meerdere strategieën mogelijk bij het oprichten van een marktplaats. Drie modellen die zich in de praktijk hebben bewezen zijn:

  • De start-up

Zoek investeerders en creëer een nieuw bedrijf met een digital-first aanpak en nieuwe medewerkers. Zo word je een agile, softwaregedreven, pure-player. Dit is de beste aanpak als je jaren van change management, debatten over cultuurverschillen en de last van legacy processen en software wilt voorkomen. Je begint vanaf nul zodat de marktplaats perfect aansluit op de markt. Dit model werkt met name in niches.

  • De buy-in

Werk samen met fabrikanten of zelfs de concurrent. Start een coöperatieve marktplaats met andere spelers in je markt en zorg voor een long-tail aanbod dat andere verkopers niet hebben. Je deelt kosten en opbrengsten en verhoogt je marktaandeel ten opzichte van niet-deelnemers. Dit model is heel geschikt voor markten waar de concurrentie moordend is.

  • De uitbreider

Dit model spreekt vooral marktleiders aan die bang zijn om marktaandeel te verliezen aan disruptieve spelers. De bestaande e-commerce website wordt omgeturnd tot een marktplaatsplatform waar andere spelers hun producten op kunnen verkopen. Let wel, het is een langetermijnstrategie. Het vergt een investering in processen en geld maar op den duur betaalt het zich terug in traffic en conversie.

Je sluit je aan bij een bestaande marktplaats

Het feit dat consumenten hun tijd niet wensen te besteden aan het aflopen van verschillende webshops levert de marktplaatsen veel traffic op en een hoge positie in de zoekmachineresultaten. Voor een nieuwe webshop wordt het heel moeilijk om op SEO te scoren en de kosten van SEA zijn niet op te brengen door de moordende concurrentie. Dan ligt het voor de hand je aan te sluiten bij een bestaande marktplaats.

Dat besluit is nog maar het begin. Marktplaatsen zeggen allemaal hoe gemakkelijk het is om je aan te sluiten en dat succes dan volgt. Maar het maken van de connectie met het platform is niet de uitdaging, dat is de stap die daarna komt: hoe ga je succesvol producten verkopen op een marktplaats? Heb je de juiste prijs en content voor je aanbod? Hoe weet je zeker dat je producten bovenaan de zoekresultatenpagina’s komen te staan?

Sommige marktplaatsen geven verschillende mogelijkheden om je producten voor het voetlicht te brengen op hun platformen. De drie meest voorkomende zijn: de marktplaats koopt de producten in verkoopt die zelf (1P), een reseller verkoopt je producten namens jou of je doet alles zelf (3P).

Interface-imperialisme

Aan de twee keuzemogelijkheden zitten voor- en nadelen. Wat echter de doorslag geeft bij het besluit zelf doen of aansluiten, is het antwoord op de vraag: bezit je alle interfaces zoals desktop, mobiel, maar ook slimme luidsprekers of zelfs slimme koelkasten?

Succesvolle merken, retailers en groothandels zijn eigenaar van de interfaces die hun klanten gebruiken, wat we interface-imperialisme noemen. De logica achter deze vorm van imperialisme is simpel: als je eigenaar van de interface bent, ben je ook eigenaar van de klant, en dus eigenaar van de data. En als je de data bezit, heb je de toekomst in handen.

Als je deze strijd niet kan winnen, dan zal je moeten sluiten bij een partij die wel alle interfaces bezit. Amazon is een goed voorbeeld van een ecosysteem dat geschikt is voor elke digitale interface en ontworpen is om een geweldige gebruikerservaring te bieden, of het nu om een smartphonescherm gaat of een ‘spraakassistent’.

De glazen bol

Digitale marktplaatsen spelen goed in op de klantvraag van vandaag. Ze bieden een prettige ervaring en lossen problemen op. Ze besparen de consument immers tijd, geven gemak door producten en diensten van over de hele wereld bij elkaar te brengen en het zijn platformen waar merken, fabrikanten, kopers en verkopers ervaringen en ideeën kunnen delen.

Wij verwachten dat marktplaatsen in de toekomst alleen maar socialer en persoonlijker worden door groei in en toepassing van data en machine-learning. Er zijn twee mogelijke scenario’s:

  • Iedereen wordt eigenaar van of integreert met een marktplaats.

Het effect is dat marktplaatsen het traditionele e-commerce model vervangen. Omdat iedereen met elkaar verbonden is, is dit feitelijk een nulsomspel.

  • The winner takes it all.

Dit is een waarschijnlijker scenario. Enkele grote spelers overleven de interface-race waarna een beperkt aantal grote B2C-platformen en D2C-shops van sterke merken het internet domineert. In B2B zal er zeker ruimte zijn voor meerdere specialistische marktplaatsen, maar ook daar zet de consolidatie door. De overige (multi-brand) retailers moeten aansluiting zoeken bij een bestaande marktleider, anders worden ze steeds minder relevant en lopen zij het risico dat ze zullen verdwijnen.

Headerfoto: Radu Bercan / Shutterstock.com



Lees het volledige bericht op Emerce »

Intuïtie of informatie: hoe maak je de beste marketingbeslissing?

Posted 18 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Jarenlang hebben marketeers op basis van onderbuikgevoel beslissingen moeten nemen. Maar nu er steeds meer (digitale) informatie beschikbaar is, en data inmiddels alles is waar we nog over lijken te spreken, dringt de vraag op: wat is eigenlijk een betere basis voor marketingbeslissingen? Informatie of intuïtie?

Onbewuste vs. analytische besluitvorming

Hoe tegenstrijdig die twee opties ook lijken: zelfs als je in besluitvorming nog volledig op intuïtie vertrouwt, gebruik je informatie. Intuïtie bestaat immers uit verzamelde ervaringen uit het verleden, en het is moeilijk om te ontkennen dat dat ook een vorm van informatie is. Het verschil zit daarom strikt gezien niet in de basis waarop beslissingen worden genomen, maar in de stijl ervan, leert Danny Oosterveer ons in zijn ‘Basisboek digital analytics’. Intuïtieve beslissingen maak je onbewust, analytische beslissingen neem je weloverwogen.

Met de toegenomen toegankelijkheid van data ligt de weg open naar deze meer analytisch gedreven marketingbeslissingen. Toch maken we daar nog onvoldoende gebruik van. Leg je oor te luister op kantoor en de kans is groot dat je met enige regelmaat ‘dit voelt niet goed’, ‘ik heb het idee dat dit niet gaat werken’ of zelfs ‘nee, deze kleur vind ik niet mooi’ hoort. Daarmee nemen mensen dus beslissingen op basis van hun gevoel, en ontkennen ze dat ze op de één of andere manier altijd vooringenomen of persoonlijk beïnvloedbaar zijn. Terwijl mensen minder goed in staat zijn om de beste keuze te maken dan ze zelf vaak denken, beargumenteert Oosterveer. Hij pleit voor datagedreven organisaties: bedrijven die bewust informatie gebruiken om wél onbevooroordeeld en onafhankelijk beslissingen te kunnen nemen. Data helpt hen zo diverse vormen van bias tegen te gaan, en dat levert betere keuzes op.

Datakwaliteit boven kwantiteit

Tenminste, zolang je niet doorslaat in het verzamelen van alsmaar meer data. Op den duur levert méér data (en dus hogere kosten en een grotere tijdsinvestering) namelijk nog slechts een minimale verbetering van beschikbare kennis op. Sterker nog, kennis kan zelfs verminderen als je te veel (irrelevante) variabelen in je dataset gebruikt, omdat ze vroeg of laat een keer met elkaar gaan samenhangen. Tekenend is het humoristische voorbeeld van de significante correlatie tussen het aantal verdrinkingen in zwembaden en het aantal films waarin Nicolas Cage speelt. Die hebben vanzelfsprekend niks met elkaar te maken, maar iemand die de data blind volgt, zou zomaar compleet verkeerde conclusies kunnen trekken.

Dit soort loze correlaties onderstreept het belang van intuïtie als aanvulling op data. Om wat de data ons vertelt op waarde te schatten. Of in de woorden van Oosterveer: “Er zullen altijd mensen moeten zijn die begrijpen wat er onder de motorkap gebeurt”.

De illusie van data als waterdichte voorspeller

Kwaliteit gaat dus boven kwantiteit, maar er wordt nog onvoldoende erkend dat er natuurlijke grenzen zijn aan relevante data en de beschikbaarheid ervan. Oosterveer doorspekt zijn boek daarom met het praktisch veel bruikbaardere idee van begrensde rationaliteit. Dat stelt dat het niet reëel is om over alle informatie te beschikken. Beslissingen zijn daarom ook geen invuloefening die zomaar door de data zelf gemaakt zouden kunnen worden. Dat moeten we als marketeers ook helemaal niet willen. We hebben nu eenmaal te maken met ‘het onbekende’, dat de kloof vormt tussen wat jij kunt weten en wat uiteindelijk de juiste keuze blijkt te zijn. Data dienen er vooral voor om die kloof zo klein te maken als redelijkerwijs mogelijk is.

Maar zelfs met een kleine ‘kloof’ is er nog geen garantie op succes. De Sony MiniDisc is daarvan een treffend voorbeeld. Vlak voor de tijd waarin Apple met de iPod record na record verbrak, zette Sony al haar geld op een nieuwe opnametechnologie: de MiniDisc. Daarmee kon je zowel muziek opnemen als afspelen, de schijfjes waren sterker dan cd’s en ook nog eens kleiner, waardoor onderweg muziek luisteren veel comfortabeler werd. Alle beschikbare data wezen erop dat de MiniDisc-speler een eclatant succes ging worden. En toch mislukte het product jammerlijk, door één allesbepalende ontwikkeling: het internet. Dat had data niet voorzien. Er zijn nu eenmaal zaken die niet zijn uit te drukken zijn in cijfers, zo blijkt.

De wereld van data en intuïtie overbruggen

De waarde van data is niet te onderschatten. Als informatie bewust gebruikt, juist geïnterpreteerd en overzichtelijk gepresenteerd wordt, leidt het tot betere keuzes. Maar zoals zo vaak in marketing is er geen zwart-wit-antwoord. Geen kwestie van of-of. In de meeste situaties is het verstandig om ook intuïtie te gebruiken. Intuïtie heeft namelijk ook voordelen. Het is snel en goedkoop, en kan met behulp van vuistregels in voorspelbare situaties ook een prima uitkomst opleveren.

Niet voor niets geeft meer dan de helft van de bedrijven in een onderzoek van Accenture (2013, Analytics in Action: Breakthroughs and Barriers on the Journey to ROI) aan dat de beste beslissingen worden gemaakt op basis van zowel menselijke expertise als data. Dus zolang informatie de belangrijkste motor is van beslissingen en intuïtie dient als smeerolie, gaan ze op het gebied van marketing prima hand in hand.

De grootste kracht van Basisboek digital analytics is dat het niet stopt bij een uiteenzetting van huidige databronnen en -verzamelingstechnieken. Oosterveer geeft ons een wetenschappelijk onderbouwde, nuchtere inkijk in de kansen, mogelijkheden en beperkingen van data. Hij werkt met behulp van thema’s als ethiek en privacy een toekomstbestendig en compleet framework voor datamarketing uit, dat zowel in marketingopleidingen als in de praktijk zijn waarde zal bewijzen.

Vernieuwend voor iedereen die databedreven wil worden, verfrissend voor iedereen die de context rond data wil begrijpen.  

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Meer reclame-inkomsten uit mobiel dan vast internet’

Posted 18 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

In 2018 wordt er voor het eerst meer reclame-inkomsten gegenereerd uit mobiele dataverbindingen dan via vaste internetverbinding. Dat voorspelt accountants- én adviesbureau PwC in zijn Global Entertainment & Media Outlook 2018 – 2022.

De totale bestedingen binnen de wereldwijde entertainment- en mediamarkt groeien de komende vijf jaar met 4,4 procent per jaar.

Deze groeiprognose zorgt ervoor dat er in 2022 2 biljoen euro per jaar wordt besteed in deze industrie. Digitaal gedreven diensten stijgen uiteraard het hardst.

De omzetontwikkeling verschilt wel enorm per land en per medium. Zo laten VR virtual reality (+ 40 procent) en internet tv (+ 10 procent) de grootste relatieve groei zien. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich kranten en tijdschriften waar ook de komende vijf jaar de inkomsten zullen dalen.

In Nederland zijn de trends eveneens te zien. De reclameopbrengsten van televisie liggen hier al jaren rond één miljard euro. In 2017 is dit echter met 5 procent gedaald. Voor 2018 is een verdere daling niet ondenkbaar.

De meest opvallende groei tot en met 2022 wordt overigens gerealiseerd in Nigeria en Egypte. Daar worden jaarlijks groeicijfers van ruim 21 procent (Nigeria) en 17 procent (Egypte) genoteerd. In Europa en Noord-Amerika is de grootste groei er momenteel uit, geen enkel westers land groeit meer dan 3 procent per jaar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

ACM spreekt kledingmerk BALR. aan op fouten bij online kortingsactie

Posted 18 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft kledingmerk BALR. op de vingers getikt. Dit gebeurde nadat het bedrijf een deel van zijn klanten had gemeld dat zij hun bestelling bij de webwinkel niet konden terugsturen omdat zij gebruik hadden gemaakt van een eenmalige kortingscode.

De ACM ontving hier in korte tijd veel klachten over. Het ging volgens BALR. echter om een eenmalige actie waarvoor het retourrecht in hun ogen niet gold.

Die redenering is volgens de toezichthouder onjuist. Bij internetaankopen heb je als klant altijd een bedenktijd van 14 dagen om de koop te ontbinden en daarna 14 dagen om de bestelling terug te sturen.

Na de gesprekken met de ACM heeft het bedrijf zijn klanten laten weten dat zij hun aankopen desgewenst alsnog mogen terugsturen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Recente trends en ontwikkelingen op het gebied van internetaanbieders

Posted 18 jun 2018 — by Adformatie
Category nieuws

De interneteisen van de consument blijven groeien. Op Internet vergelijken van providers resulteert in een passend en gunstig abonnement.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Deze week stemming over omstreden uploadfilters

Posted 18 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Commissie voor Juridische Zaken van het Europese parlement stemt komende week over het omstreden wetsvoorstel rond geautomatiseerde uploadfilters. Het verzet daartegen neemt toe.

In een vorige week gepubliceerde brief (pdf) protesteren internetpioniers Vint Cerf, Brewster Kahle, Jimmy Wales, Mitch Kapor en Tim Berners-Lee en een groot aantal parlementariërs tegen het beruchte Artikel 13.

De vrees is dat alle internetplatformen worden verplicht om content filtering te introduceren, terwijl de huidige oplossing in hun ogen beter is: platformen hoeven pas na een melding auteursrechtelijk beschermd werk te verwijderen. In de nieuwe opzet zou content op voorhand gescand moeten worden.

Het voorstel gaat officieel over Europese harmonisatie van het auteursrecht. Maar een onderdeel ervan is de verplichting voor elk internetbedrijf dat online publicaties faciliteert, zoals internetaanbieders en hostingpartijen, om alle aangeboden bestanden vooraf te inspecteren op auteursrechten. Ze moeten elk bestand verifiëren met databases van mediabedrijven en uitgevers.

Implementatie van het artikel is een hellend vlak dat kan leiden tot monitoring en filtering van allerlei andere vormen van internetgebruik, vindt bijvoorbeeld Stichting Digitale Infrastructuur Nederland.

Ook het Nederlandse kabinet heeft eind 2016 kritische reeds kanttekeningen geplaatst bij het voorstel. Het kabinet vindt dat er een balans moet zijn tussen de gerechtvaardigde belangen van rechthebbenden enerzijds en de belangen van gebruikers anderzijds.



Lees het volledige bericht op Emerce »