Posts Tagged ‘internet’

Elon Musks drijfveer: innovatie of macht?

Posted 21 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hij was dit jaar geen week uit het nieuws: van hogesnelheidstrein Hyperloop en de grootste zelflandende raket ooit tot zonnedaken en bijna twee miljard dollar aan obligaties voor Tesla Model 3. Maar wat drijft duizendpoot Elon Musk nu echt?

De eerste duizend werknemers van zijn ruimtebedrijf SpaceX interviewde Elon Musk (1971) nog zelf. Kandidaten werden daarbij vooraf gewaarschuwd voor zijn ietwat eigenaardige gedrag, zo schrijft zijn biograaf Ashlee Vance. ‘Elon zal tijdens het gesprek gewoon doorgaan met e-mails schrijven en niets zeggen. Raak niet in paniek. Dat is normaal. Op een gegeven moment draait hij zijn stoel naar je toe, maar zal hij je nog niet aankijken. Raak ook dan niet in paniek. Dat is ook normaal.’

Hij wordt ondanks alles gezien als de gedoodverfde opvolger van wijlen Apple-topman Steve Jobs, met minstens een even groot reality distortion field. Grootste verschil: Musk nam nog meer risico’s, scheerde gevaarlijk langs de afgrond en werd telkens weer door een wonder van de ondergang gered.

Interviews geven een beeld van een opvallend bescheiden man die soms een minuut lang op een vraag kan kauwen. Dat had hij als kind al. Dan was hij schijnbaar in zichzelf verzonken en visualiseerde hij de toekomst, zoals hij die in sciencefictionboeken las. Zinnen rollen niet vloeiend, eerder hakkelend, uit zijn mond. Potentiële vriendinnetjes stelde hij de vraag: “Ik denk veel aan elektrische auto’s, jij ook?”

Of de enorme dadendrang is terug te voeren op zijn moeilijke jeugd in Pretoria blijft onduidelijk. De ideale geek was hij wel. De Encyclopædia Britannica las hij van voren naar achteren uit. Als tiener ontwierp hij in 1984 een (tekstgebaseerde) pc-game genaamd Blastar. Die verkocht hij voor vijfhonderd dollar. De toekomst schetste de jonge student Musk in een studie The Importance of Being Solar. Hij zag zonnepanelen in de ruimte voor zich die energie aan de aarde zouden leveren.

Visitekaartje
In Silicon Valley viel hij met de neus in de boter. Samen met zijn broer begon hij het bedrijfje Zip2 dat een kruising was tussen Google Maps en de Gouden Gids. Internet was net begonnen. Uitgevers Knight Ridder en Hearst zagen er echter al brood in. Compaq bood uiteindelijk driehonderd miljoen dollar, waarmee Musk zijn eerste miljoenen binnenhaalde. Hij kocht een McLaren F1-sportauto, en stopte een deel van zijn 22 miljoen dollar tellende vermogen in internetbank X.com. Na het samengaan met concurrent Confinity ontstond het bedrijf dat nu bekendstaat als PayPal. Hoewel Musk inmiddels op een zijspoor was gezet, bleef hij de grootste aandeelhouder. Toen eBay in 2002 PayPal voor anderhalf miljard dollar overnam, was Musk instant honderdtachtig miljoen dollar rijker.

Dit fortuin vormde het begin van Musk als waaghals-ondernemer. In Los Angeles pakte hij zijn oude liefde voor de ruimtevaart weer op. Om – idealiter – binnen enkele jaren Mars te koloniseren. Daarvoor probeerde hij bij de Russen een tweetal rakketten los te praten, voor acht miljoen dollar. Met lege handen huiswaarts kerend, besloot hij ze zelf maar te gaan bouwen.

Dat bleek een gouden vondst, want door de raketten noodgedwongen minder duur te maken, wist SpaceX contracten voor de overheid en commerciële bedrijven binnen te slepen. Overigens pas nadat diverse testraketten op spectaculaire wijze waren geëxplodeerd. Desalniettemin vliegt SpaceX sinds dit jaar astronauten naar het internationaal ruimtestation ISS met zijn Dragon 2.

Voor Musk is zo’n mijlpaal echter zelden voldoende. Voor de kolonisatie van Mars – want dat idee is nog niet verlaten – heb je krachtiger raketten nodig en dit najaar gaat dan ook de eerste Falcon Heavy de lucht in. De opgetelde kracht van de motoren, vergelijkbaar met achttien 747-vliegtuigen, kan maar liefst 64 ton aan materiaal de ruimte in dragen, dubbel zoveel als de zwaarste raket die momenteel operationeel is. Maar even bijzonder is dat de drie gebruikte raketten ook weer kunnen landen, een noviteit die ruimtevaart nog aantrekkelijker moet maken.

De Tesla-baas gaat er daarbij vanuit dat de eerste testvlucht mogelijk niet probleemloos verloopt. Anders dan tien jaar geleden zullen mislukkingen hem dit keer echter minder snel in financiële problemen brengen. Integendeel: wat er ook gebeurt, hij levert er zijn visitekaartje mee af.

Aftroeven
Eveneens een gok was de investering in 2003 in autofabrikant Tesla. Nog geen jaar nadat het was opgericht. Een groot risico, want Chrysler was in 1925 de laatste succesvolle autofabrikant in de Verenigde Staten en de elektrische auto was technisch nog ver verwijderd van een doorbraak. Toen het geld bij SpaceX op was, en de financiële wereld weggleed in een crisis, dreigde Tesla rond 2008 al failliet te gaan. Musk verkocht zijn McLaren om aan geld te komen en moest vrienden smeken om geld te investeren, onder wie Googles Sergey Brin die hem wilde helpen aan vijfhonderdduizend dollar.

Na die redding ging het echter weer mis. Toen de verkopen in 2013 tegenvielen, stond Musk op het punt om het volledige bedrijf aan Google te verkopen. Zes miljard dollar wilde hij, plus nog eens vijf miljard voor fabrieksuitbreidingen. Waarbij hij bovendien nog zeker acht jaar aan het roer zou willen staan. De onderhandelingen duurden zo lang dat Tesla inmiddels op eigen krachten uit het dal kroop. Nog datzelfde jaar kon Tesla Motors de groene-energielening van Obama van 465 miljoen dollar, negen jaar eerder dan gepland, volledig aflossen.

Anno 2017 zoekt Musk wederom het risico op. Met de betaalbare Model 3 wil hij de massamarkt aanboren. Omdat de concurrentie van andere fabrikanten steeds heviger wordt, moet de productie echter worden opgevoerd naar vijfhonderdduizend auto’s. En dat lukt. Via obligatieleningen haalde Tesla afgelopen zomer driehonderd miljoen dollar meer op dan begroot.

Het bedrijf belooft kopers ondertussen onbeperkt en levenslang gratis gebruik van de Supercharger-laadpalen. Voor nieuwe kopers werd de regeling begin 2017 afgeschaft, waarna deze toch weer onder voorwaarden werd ingevoerd. Ook technologisch probeert Musk zijn rivalen af te troeven. Zo wil hij ergens in het najaar demonstreren dat je van Californië naar New York kunt rijden zonder het stuur aan te raken.

Echt briljant is de vondst om het bedrijf SolarCity – dat geleid wordt door zijn neven – samen te voegen met Tesla. In 2013 was deze onderneming al de grootste installateur van zonnepanelen in de VS. Tesla levert vanaf volgend jaar vier verschillende dakbedekkingen, afhankelijk van de vorm van het dak.

En wie een zonnedak heeft, kan ook een Powerwall (5500 dollar) aanschaffen, een huisbatterij die 13,5 kWh aan stroom kan opslaan. Waarmee je in de toekomst ook je Tesla kunt opladen. Zo is Tesla dus eigenlijk geen autofabrikant meer, maar een energiespecialist. Een beetje autofabrikant zou daar niet zijn opgekomen, maar Musk ziet kansen vanuit de overtuiging dat hij de planeet kan vergroenen.

Onderaannemer
Datzelfde zakelijke instinct kenmerkt ook zijn jongste avontuur, het reeds in 2012 geconcipieerde vervoerssysteem Hyperloop. Een soort hogesnelheidstrein in een vacuümbuis die snelheden tot twaalfhonderd kilometer per uur zou kunnen realiseren en passagiers in een half uur van Amsterdam naar Parijs kan brengen. Zelf wilde Musk dat idee in eerste instantie niet uitwerken, dus werd een wedstrijd uitgeschreven die begin dit jaar is gewonnen door de Delftse hyperloopstart-up Hardt.

Toen Musk deze zomer een ‘verbale toestemming’ van de Amerikaanse overheid kreeg om een Hyperloop te bouwen, besloot hij het project toch maar zelf ter hand te nemen. Ook nu weer op onconventionele wijze. Ook al is hij de eigenaar van de handelsnaam Hyperloop, hij richtte eerst een onderneming op onder de noemer Boring Company. De serieondernemer denkt namelijk dat hij met een kleinere tunneldiameter de kosten van de aanleg van buizen enorm omlaag kan brengen. Zodat het bedrijf ook voor derden opdrachten zou kunnen uitvoeren, net zoals SpaceX als onderaannemer fungeert. Met een stevige financiële basis kan er vervolgens worden geïnvesteerd in een megaproject dat de luchtvaart een zware klap kan toebrengen.

Hoezeer kenners ook waarschuwen voor onbewezen proefballonnen en luchtkastelen, zijn bedrijvenimperium is inmiddels vijftig miljard waard. Met drie hoofdactiviteiten – energie, ruimtevaart en vervoer – lijkt Musk minstens zo veelzijdig als zijn grote inspirator Thomas Edison. Hoewel zijn bekendste bedrijf is vernoemd naar die andere geniale tijdgenoot Tesla, voelt Musk zich naar eigen zeggen meer verwant met eerstgenoemde uitvinder. Die bracht zijn uitvindingen namelijk naar de markt, terwijl Tesla dat niet deed.

Trump
Waar sommigen een Thomas Edison zien, zien anderen een nieuwe Cornelius Vanderbilt, de magnaat die het geld dat hij met de stoomvaart verdiende investeerde in de spoorwegen en zo zijn wurggreep op die industrie verstevigde. SpaceX gaat vanaf 2019 een heel netwerk van 4425 internetsatellieten in een baan om de aarde brengen om iedere plek op aarde van een breedbandverbinding te voorzien. Heb je eenmaal het monopolie op goedkope raketten, dan is het volgende monopolie niet ver weg meer.

Op de vraag wat Musk drijft, komt doorgaans geen duidelijk antwoord, anders dan dat hij ‘heel hard werkt’. Hij benadrukt wel veelvuldig het belang van met de toekomst bezig te zijn. Die moet voor hem inspirerend en uitdagend zijn. “Er moet een reden zijn dat je ’s ochtends wakker wordt en je je ergens helemaal voor inzet. Ik vind de gedachte dat we geen multiplaneetsoort kunnen worden bijvoorbeeld heel erg deprimerend”, zo vertelde hij eens.

En dan is er nog de frustratie dat technologie zich in zijn ogen te langzaam ontwikkelt. “Mensen vergissen zich als ze denken dat technologie vanzelf beter wordt,” zei Musk tijdens een TED-interview. “In 1969 konden we iemand naar de maan brengen. De Space Shuttle daarna kon mensen hooguit alleen in een baan om de aarde brengen. Grote beschavingen als het Oude Egypte maakten piramiden, daarna vergaten ze hoe ze dat moesten doen.”

Het is dan ook niet zo vreemd dat Musk eerder dit jaar besloot plaats te nemen in een economisch adviescomité van Donald Trump in een poging om ook de Amerikaanse overheid enthousiast te maken voor zijn baanbrekende ideeën. Hij ijvert daarbij onder meer voor een soort van basisinkomen, omdat technologie velen werkloos zal maken. De weldoener hield het echter niet lang vol, vanwege het opzeggen van het klimaatverdrag van Parijs. Een kleine hick-up voor een man als Musk.

Apple
Met zijn 46 jaar is Musk jong genoeg om nog grotere uitdagingen aan te gaan. Die liggen vermoedelijk niet op het terrein van internetdiensten, waarmee hij ooit zijn loopbaan begon. Hij moest al wel eens het beeld corrigeren dat hij een hekel zou hebben aan Apple (na een negatieve opmerking over de Apple Watch): “Niet verleidelijk genoeg.” Dat was in de tijd dat Apple oud-werknemers van Tesla wegkaapte voor de ontwikkeling van een eigen elektrische auto. Later verduidelijkte Musk dat hij Apple een ‘groots bedrijf met getalenteerde mensen’ vond. Zij het een onderneming die hij vermoedelijk zelf nooit zou willen leiden.

Doemscenario’s
Musk is een geducht tegenstander van kunstmatige intelligentie. Als we blijven stilzitten, zullen robots de mens overvleugelen, meent hij. Er moeten wat hem betreft zelfs regels worden ingevoerd om de ontwikkeling van killer robots te voorkomen. Het is een opmerkelijk standpunt voor een entrepreneur die kansen ziet in het onmogelijke.

Facebook-oprichter Mark Zuckerberg ergerde zich dusdanig aan zijn doemscenario’s, dat hij Musk van repliek diende. A.I. kan volgens hem juist worden ingezet bij het diagnosticeren van ziektebeelden of autonoom rijden. De kennis van Zuckerberg over dit onderwerp is gewoon beperkt, zo liet Musk zich daarop in een tweet ontvallen. Die dan wel weer vindt dat biologische intelligentie meer moet samenwerken met digitale intelligentie, wil de mensheid overleven.

Tesla in Nederland
Begin dit jaar trok Nederland aan Tesla voor de Europese vestiging van een gigafabriek die wereldwijde productie van lithium-ion batterijen mogelijk moet maken. De noordelijke provincies, Rotterdam, Nijmegen, Noord-Brabant en Limburg, allemaal willen ze de fabriek, een kopie van Tesla’s Gigafactory in de woestijn van Nevada.

Nederland maakt zeker kans. Zowel de populaire Model S als de Model X worden in Tilburg geassembleerd. Sinds enige tijd gebeurt ook de laatste check van iedere Europese Tesla in Brabant. De fabriek bezit daarvoor een 750 meters tellend indoor testcircuit. Daarnaast is het Europese hoofdkantoor in Amsterdam-Zuidoost gevestigd.

Andere landen hopen echter ook op de megafabriek. Zo bezocht begin januari de Franse minister Michel Sapin (EZ) Tesla’s fabriek in Fremont. En bood collega-minister Ségolène Royal vorig jaar al grond aan bij de te ontmantelen kerncentrale in Fessenheim.

* Dit artikel verscheen eerder in het oktobernummer van Emerce magazine (#161).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Claus Rødgaard (Valtech): WiFi-beacons voor offline analytics

Posted 20 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Valtech heeft een nieuwe beacontechnologie ontwikkeld op basis van WiFi. Adviseur Claus Rødgaard vertelde erover op Emerce eDay. De ‘offline analytics’ die bedrijven ermee verzamelen, zijn zeer bruikbaar in de retailwereld, zo verwacht hij.

In tegenstelling tot veel van de bestaande beacon-producten, werkt Valtechs oplossing niet via Bluetooth maar WiFi. Zo’n WiFi-beacon pikt het signaal op van een telefoon die zoekt naar een draadloze internetverbinding. Het is een wereld van verschil, zegt Rødgaard. ‘Je kunt opeens meten wie er anoniem je winkel betreden.’

Het levert precies dezelfde analytics op die bedrijven van hun onlinekanalen kennen. Duidelijk wordt hoeveel mensen er zijn, wat ze bekijken en hoe lang ze dat doen. Op basis van de looproutes zijn bijvoorbeeld hittekaarten samen te stellen, legt hij uit. Wat bedrijven daarmee kunnen? ‘De bedrijven die de beacons nu proberen, gebruiken het vooral voor de juiste positionering van hun producten.’ Maar de data zouden ook real-time ingezet kunnen worden op de vloer. Op een digitaal display is een aanbieding voor één van die producten te communiceren.

Valtechs adviseur ziet concrete toepassingsmogelijkheden voor supermarkten. Die verkopen hun schappen en kunnen hiermee laten zien hoeveel mensen de producten daadwerkelijk zien. ‘Op het moment weten ze helemaal niets.’

Hoewel Rødgaard nog niet mag zeggen welke bedrijven ermee werken, deelt hij dat één ervan een Franse luxeketen is. De retailer gebruikt de techniek om klanten te herkennen en via de eigen app extra service te bieden. Maar ook om in alle wereldwijde vestigingen een dialoog aan te gaan. Waar diegene ook een filiaal binnenwandelt, de medewerker krijgt een berichtje en zou op basis van eerdere aankopen productadvies kunnen geven. Eng? ‘Nee hoor. Het is hetzelfde als op een website. Ook daar krijg je een persoonlijk bericht en allerlei suggesties. Mensen houden nu eenmaal van goede service.’

Hij denkt dat met name jonge mensen niet bang zijn zich kenbaar te maken en hun data te delen. Als ze er maar service op maat voor terugkrijgen. Dat is in zijn ogen de manier waarop retailers relevant blijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

NRC schaft online redactie af; alle redacteuren nu internet first

Posted 20 okt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De aparte online redactie van NRC is niet meer. De krant schaft de specifieke redactie na 22 jaar dienst af, als gevolg van een transitie naar online. Sinds NRC in oktober 2015 ‘online first’ is gaan werken, maken alle redacteuren hun productie…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Verzekeraar gaan pc-gebruikers beschermen tegen aanvallen

Posted 19 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Verzekeraar Univé levert klanten voortaan een nieuwe dienst genaamd Zorgeloos Online. Zij krijgen F-Secure SENSE, een beschermingswal die alle internetverkeer van alle apparaten in huis beschermt tegen virussen, phishing of ransomware aanvallen.

Een meegeleverde app beschermt apparatuur buitenshuis. Daarnaast is er een hulplijn met technici om te helpen voor als het toch misgaat.

De verzekering dekt ook de schade tot 5000 euro. Mocht er door apparaten schade ontstaan bij anderen, dan is de eigenaar tot 2,5 miljoen euro verzekerd voor aansprakelijkheid.



Lees het volledige bericht op Emerce »

eHealth Convention: Internet of things en medicijnen

Posted 19 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een kleine koelkast, meer is het niet. Maar het Franse Lifeinabox, een draagbare koelkast met mobiele app, biedt een oplossing waar miljoenen patiënten van kunnen profiteren en waarmee miljarden aan medische kosten kunnen worden bespaard.

Op dinsdag 14 november spreekt ondernemer Uwe Diegel op de eHealth Convention over zijn nieuwe product, geboren uit een samenwerking met zijn broer nadat laatstgenoemde plotseling niet meer over zijn gekoelde medicijnen kon beschikken.

Miljoenen patiënten ter wereld, variërend van diabetes tot kanker tot MS, zijn afhankelijk van medicatie die gekoeld moet worden bewaard. Dat maakt het reizen lastiger en het risico op productbeschadiging groter. Lifeinabox lost dat probleem op door een kleine, stijlvol ontworpen reiskoelkast op de markt te brengen.

Via Bluetooth ziet de eigenaar of de temperatuur in orde is, krijgt hij de nodige alerts en is inzichtelijk hoe goed hij de medicatie toedient.

Diegel begon onlangs de crowdfundingcampagne om het optuigen van een distributieketen te helpen financieren. En natuurlijk om het product an sich onder de aandacht te brengen. Tijdens de eHealth Convention vertelt hij over connected design hardware en het najagen van wereldveranderende ideeën.

De eHealh Convention wordt georganiseerd door Emerce en Skipr (programma) en vindt plaats in Pakhuis de Zwijger.

*) Zie hier de foto’s van de eHealth Convention 2016

Foto: Peter Boer (c)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Amazon populairst voor zoeken en kopen spullen Halloween

Posted 19 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amazon is in Amerika veruit de belangrijkste bestemming voor consumenten die inspiratie zoeken rondom Halloween en die daadwerkelijk spullen kopen voor de viering van de Angelsaksische variant van ons Allerheiligen.

Twintig procent doet niets aan Halloween en zestig procent koopt zijn spullen het liefst in een fysieke winkel, maar de Amerikaan die online shopt doet dat bij Amazon. Zeventig procent van de online shoppers zegt in een steekproef van Internet Retailer dat ze naar deze e-commercegigant gaan.

De nummers twee en drie zijn Walmart en dealsite Spirit Halloween voor hun angstaanjagende boodschappen.

Degenen die zich online oriënteren op kostuums en decoraties doet dat voor zestig procent bij Amazon en vijftig procent bij Google. De Amerikaan gebruikt liever een zoekmachine voor spulletjes dan een met links en letters. Opvallend is dat Pinterest met 36 procent een duidelijk nummer drie-positie inneemt.

De National Retail Federation schat dat er dit jaar rond de negen miljard dollar wordt uitgegeven bij online en offline kanalen aan dit soort feestgerei.

Foto: aotaro (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

19 miljoen groeigeld voor moeder Kortingscode.nl

Posted 19 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Global Savings Group, het moederbedrijf van onder meer Kortingscode.nl en Actiecode.nl, heeft een nieuwe financieringsronde afgesloten. Daarmee haalde het negentien miljoen euro op.

Dat maakte de Global Savings Group zojuist bekend. Investeerders in deze ronde zijn Holtzbrinck Ventures, Rocket Internet, Deutsche Telekom Venture Fund en ru-Net. Nieuw toetreder in deze derde ronde is en Deutsche bank.

De investering bestaat uit venture capital ter waarde van 10,2 miljoen euro en een lening van negen miljoen euro.

Dit is de grootste ronde het bedrijf uit de stal van Rocket Internet afsloot. Hiervoor haalde het in totaal zestien miljoen euro op.

Een van de doelen van de investering is het werkterrein te verbreden in de lifestyle- en traveldealsmarkt. In Nederland werden hierom de labels Savly en VakantieDetective gelanceerd. Er wordt ook actief gezocht naar overnames.

De Global Savings Group vergrootte in 2017 zijn bereik door verscheidene uitgeefpartners van naam op zijn netwerk aan te sluiten. Onder hen: SPIEGEL Online, Metronews, the Daily Mail, L’Express, Le Monde, El Pais en Corriere Della Sera. Zij helpen GSG de advertenties van diens reclamepartners tonen. Een vakantiedeal van Elmar Reizen gaat, bijvoorbeeld, via Vakantiedetective naar de site van een landelijk dagblad. Elmar betaalt enkel voor geleverd resultaat, wat kan worden gedefinieerd als het leveren van belangstellende of kopende klanten (leads of sales). De krant en GSG verdelen de vergoeding.

De bruto omzet, voor derden gerealiseerde handel, komt dit jaar uit op ongeveer 675 miljoen euro. Dat is 45 procent meer dan in 2016. Ook dit jaar wordt naar verwachting met winst afgesloten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Crowdfunding Bolt Mobility 200 keer overtekend

Posted 19 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse startup Bolt Mobility heeft 3,1 miljoen euro via crowdfunding opgehaald om een Nederlandse productielijn voor elektrische scooters op te zetten.

De crowfundingcampagne, die meer dan 2500 investeerders aantrok, met name uit Groot Brittannië, is daarmee zeker 200 keer overtekend.

Bolt levert een elektrische scooter met internetverbinding, de zogeheten Appscooter.

Met zijn scooter speelt het bedrijf in op nieuwe regelgeving. Vanaf januari 2018 zullen 77 procent van alle benzinescooters in Amsterdam de weg af moeten. Frankrijk en Italië hebben eveneens het gebruik van op benzine rijdende scooters verbannen in sommige steden op bepaalde dagen of tijdstippen.

Bolt Mobility werd in 2014 opgericht door ondernemers Marijn Flipse en Bart Jacobsz Rosier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Continue innovatie vraagt om analytics in HR

Posted 18 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Achter iedere bedrijfsinnovatie of verandering schuilt een implicatie voor de mensen die er werken. Niet zelden wordt dat echter vergeten. Analytics kunnen HR helpen bij de beoogde cultuurverandering.

Dat analytics een grote rol moeten hebben in HR staat voor Dirk Jonker van softwarebedrijf Crunchr vast – zo maakte hij vorige week tijdens Emerce eDay duidelijk. Bedrijven zijn namelijk continu bezig met verandering. Een volgende innovatie of vernieuwing in het businessmodel. Dat is niet iets cosmetisch of alleen van invloed op de klant. De impact van die innovatie zou je terug moeten zien onder de mensen waarmee wordt gewerkt. Continue innovatie vraagt ook om continue interne verandering.

Sturing in ontwikkeling

Jonker geeft Amazons overname van supermarktketen Wholefoods als concreet voorbeeld. ‘Natuurlijk hoopt Amazon tot een synergie te komen. Stel dat het de winkels bijvoorbeeld op termijn wil veranderen in Amazon Go’s. Wat betekent dit dan voor de mensen die er al werken? Ontslag? Omscholing tot adviseurs? Of is er juist een heel nieuw techteam nodig?’ Iedere strategische verandering vraagt wat dat betreft om een verandering in het menselijk kapitaal. Is daarvoor geen aandacht dan ontstaat er vanzelf een gapend gat tussen praktijk en dat wat er vanuit het management wordt beoogd.

Door ‘peoples data’ onderdeel te maken van het HR-beleid worden mensen niet uitsluitend meer gemanaged, maar ontstaat er zogezegd sturing in de ontwikkeling. Op persoonlijk vlak en op bedrijfsniveau. Voor een succesvolle integratie van Wholefoods is het bijvoorbeeld belangrijk dat de mensen bij elkaar blijven, legt Jonker uit. Een machine kun je dan op basis van historische data trainen om de ‘turnover’ te voorspellen – het aantal mensen dat vertrekt. ‘In de data die bedrijven in huis hebben is vaak goed te zien wie er weg zijn gegaan en welke patronen daarin zijn te herkennen.’ Werd er niet naar ze omgekeken? Of kregen ze niet geboden wat ze zochten? Met vergelijkbare data-analyses is vaak ook vast te stellen wat men dan wel in het werk of de organisatie zoekt.

Voorspellen wie vertrekt

Een bedrijf dat dit tijdig heeft ingezien is General Electric (GE). Het bedrijf – sinds mensenheugenis actief in technologie en als producent van industriële producten – wil binnen een paar jaar met name bekendstaan om zijn software. De gasturbines en motoren die het nu ontwikkelt, krijgen namelijk allemaal digitale en met internet verbonden sensoren. Met slimme software wil GE koploper worden van dit ‘industriële internet’. De afgelopen jaren zijn er daarom duizenden ontwikkelaars aangenomen. En die zijn wars van bureaucreatie en gericht op nieuwe carrièremogelijkheden, zo valt in de Harvard Business Review van afgelopen maand te lezen.

Door het HR-team uit te rusten met allerlei mogelijkheden om data te analyseren en medewerkers te voorzien van speciale carrièreapps houdt GE de ‘high potentials’ continu tevreden. Het is GE’s versie van een datingsite, vertelt de voormalige HR-baas. Op basis van eerdere interne ‘bewegingen’ en de overeenkomst tussen banen wordt er gewezen op passende trainingen en uitdagend (en nieuw) werk. Managers krijgen juist aandacht voor de minder voor de hand liggende mensen voor een baan. Met behulp van de data is GE naar eigen zeggen steeds beter in staat te voorspellen wie een baan zal opzeggen of wat voor een culturele verandering nodig is.

Dichter bij huis bewandelt PostNL eveneens het datapad om tot gewenste veranderingen te komen. En uiteindelijk een beter werkgever te zijn. In een artikel van Irma Doze (AnalitiQs) op HR praktijk legt de logistieke speler uit hoe het heeft gekeken naar de relatie tussen betrokkenheid vanuit het management en verzuim op de vloer. Die relatie bleek één-op-éen aan te tonen. Een hoge betrokkenheid resulteert in minder verzuim. Dat inzicht heeft geleid tot coaching van managers op basis van het gewenste leiderschapsprofiel. Andersom geldt dat een tijdig gevoerd voortgangsgesprek de perceptie van de leidinggevende ook positief beïnvloedt.

Digitalisering HR zet door

HR is van oudsher eerder een kwalitatief dan kwantitatief vakgebied. Dat vraagt dus om overtuiging, zo hebben ze ook bij PostNL gemerkt. Dirk Jonker van Crunchr komt tot een vergelijkbare conclusie. ‘In HR werken bijvoorbeeld veel mensen die eerder recruiter zijn geweest’, zei hij daarover. Het ‘grotere plaatje’ van HR’ is daardoor lang niet altijd op de radar.

Zoals recent in een onderzoekspaper van SAP en Harvard Business Review werd geconcludeerd: bedrijven zien de meerwaarde van analytics voor HR wel, maar richten zich in eerste instantie op de meer procesgedreven delen van de organisatie  – de werving bijvoorbeeld. En dat terwijl de grootste mogelijkheden liggen op vlakken van cultuur, het trainen en het succesvoller maken van de mensen.

De digitalisering in HR zal hoe dan ook snel doorzetten, zo wordt er verwacht. Strategie, data science, inzichten halen uit de gegevens en met behulp van coaching managers bijspijkeren wordt snel onderdeel van het werk.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Circular IQ brengt de circulaire economie met datamanagement dichterbij

Posted 18 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

“De circulaire economie gaat over zaken slimmer aanpakken en laat ruimte voor waardecreatie en groei. Het is duurzaam én winstgevend.”  Roy Vercoulen is medeoprichter van Circular IQ, dat software levert die bedrijven helpt om circulair denken te verankeren in hun manier van werken.


Roy Vercoulen, hoe omschrijf je Circular IQ in één tweet?
“Eenvoudig toe te passen softwaretool die de transparantie van de complete supply chain verbetert zodat bedrijven daadwerkelijk kunnen meten hoe duurzaam de producten en materialen die zij inkopen en verkopen zijn.”

Wat doet het?
“Met Circular IQ brengen we de circulaire economie dichterbij. Met onze software lichten bedrijven hun toeleveringsketen door, en zien ze in één oogopslag hoe duurzaam die is. Naast inzicht in hoe circulair economisch je bedrijf draait, maakt de software heldere prestatie-analyses, die je slim en makkelijk kunt downloaden en delen met wie je maar wilt.”

Hoe kom je aan de gegevens die bepalen hoe duurzaam je bent?
“Circular IQ is een IT-oplossing die ‘circulair inkopen’ toegankelijk en eenvoudig maakt. Daar profiteert de circulaire economie van. Toeleveranciers vullen de database. Nadat ze informatie hebben geüpload, autoriseren ze deze en wordt de dataset op een blockchain-achtige manier versleuteld zodat deze veilig gedeeld kan worden. Als inkoper selecteer je de gegevens daaruit heel eenvoudig. Het lijkt op een enquête invullen, waarbij je selecteert wat je belangrijk vindt: sociale aspecten, water en energie bijvoorbeeld.”

Wat versta je onder ‘circulair inkopen’?
“Dat je duurzame producten aanschaft die makkelijk uit elkaar te halen zijn en idealiter oneindig kunnen worden hergebruikt, zonder dat er afval ontstaat. De circulaire economie begint bij design en inkoop. Als de inkoper vragen gaat stellen over de herkomst, veiligheid en de mogelijkheden voor hergebruik van alles wat ze kopen verandert het hele systeem. Dat klinkt heel banaal, maar veel inkopers en verkopers ontbreekt het aan kennis, kunde en intentie om na te gaan wat er precies in een product zit. Naast ‘prijs en kwaliteit’ zou ‘veilig en circulair’ erbij moeten komen.”

Hoe helpt jouw idee de inkopers?
“Circular IQ stimuleert de hele keten om verder te kijken, door een circulaire bril. Het komt neer op aan de voorkant, in de enquête, zo transparant mogelijke vragen stellen over hergebruik.”

Waar komen de vragen vandaan?
“Uit best-in-class-standaarden, zoals C2C Certified en het Global Reporting Initiative. Bijvoorbeeld: uit welke componenten bestaat het product? Kan de leverancier het terugnemen? Heeft het een restwaarde? Is het werkelijk uit elkaar te halen?”

Heb je concurrentie? Wat is hét onderscheidende karakter van Circular IQ?
“Er zijn eigenlijk nog geen bedrijven die exact hetzelfde doen als wij. Natuurlijk heb je Ecovadis en heel veel verschillende duurzaamheidsstandaarden. Circular IQ is het enige platform waarbij je als inkoper op alle leidende duurzaamheidsstandaarden en -criteria kunt uitvragen. Daarnaast werken we met derde partijen zoals Lloyd’s Register, om gegevens die geüpload zijn onafhankelijk te verifiëren. Een ander onderscheid is dat alle leveranciers in de hele keten hun eigen gratis omgeving krijgen om veilig hun informatie in te verzamelen en we aan hen geen vergoeding vragen om onze tool te gebruiken.”

Hoe verhouden cradle-to-cradle en duurzaamheid zich tot elkaar volgens jou?
“Duurzaamheid gaat vooral over dingen niet of minder slecht doen: water, energie en grondstoffen besparen. Een warme trui aantrekken in plaats van de verwarming aan. Cradle-to-cradle gaat over zaken slimmer aanpakken en biedt ruimte voor waardecreatie en groei. Het is duurzaam én winstgevend.”

Waarom moeten bedrijven hun Circular IQ verhogen? Is dat vooral vanwege het milieu of komen bedrijven ook naar je toe om kosten te besparen?
“Beide. De roep om duurzaamheid wordt sterker en er zijn steeds meer gegevens beschikbaar. Góed datamanagement is vaak nog ver te zoeken. En dat terwijl klanten, media en politiek in toenemende mate kritische vragen stellen. Met onze software bespaar je veel tijd en kun je risico’s in je keten sneller identificeren en beter managen. Maar daarnaast bouw je gewoon aan een goed doorgronde duurzaamheidsstrategie die je makkelijk kunt communiceren.”

Wat moeten ze daarvoor doen?
“Informatie over duurzaamheid is slecht georganiseerd binnen bedrijven: met losse Excels, e-mails en allerhande tools. Het is allemaal stukje bij beetje. Ze zijn er steeds meer tijd mee kwijt, maar worden niet slimmer of beter. Wij helpen daar lijn in te brengen, voor nu, maar ook om prognoses te maken voor de nabije en verre toekomst.

Kun je een aantal voorbeelden noemen waarom Circular IQ interessant kan zijn voor marketeers?
“De manier waarop er nu gewerkt wordt, biedt weinig aanknopingspunten voor flitsende marketing. Ik vind dat bedrijven nu op een hele saaie manier communiceren over duurzaamheid, bijvoorbeeld in uitgebreide rapportages over een product. Erg gericht op zenden dus. Hoe gaaf is het als je veel meer ingaat op wat mensen écht willen weten over de producten die ze gebruiken?”

Hoe kan dat met Circular IQ?
“We gaan uit van consumentenvragen. Op internet en via sociale media circuleren talloze consumentenvragen, bijvoorbeeld aan het adres van een duurzame waterflesjesfabrikant: ‘hoe veel drinkwater gebruiken jullie eigenlijk om die duurzame flesjes te maken?’. De fabrikant weet dat niet, maar dit is nu juist het type vraag dat wij beantwoorden met onze software. Meetbare duurzaamheid is concreet en business-savvy.”

In welke sector zitten je klanten vooral?
“Circular IQ maakt momenteel de stap van minimum viable product naar een product dat gereed is voor schaalvergroting. Klanten zijn onder andere Bolsius, Facilicom, Ahrend, Van Wijnen, ABN AMRO en Rijkswaterstaat”

Wat zijn hun ervaringen?
“We hebben intensief klantcontact om ons product te blijven verbeteren. Opvallend is dat we aanvankelijk dachten dat klanten Circular IQ in de vorm van een dashboard wilden hebben. De praktijk wijst uit dat er veel meer interesse is in feiten en cijfers die aangeven hóe circulair het product is in plaats van hoe de toeleverancier het doet. Klanten willen concreet aantonen hoe duurzaam ze zijn. Onze downloads vatten dat samen in één helder overzicht.”

Je hebt eind september de Amsterdam Circular Challenge gewonnen. Hoe kijk je daarop terug?
“Positief. Circular IQ is volgens de jury direct toe te passen binnen Amsterdam, waar veel koplopers op het gebied van de circulair economische economie zitten. Wat leuk is, is dat de organisatie zich aan je committeert om je te helpen versnellen en met ideeën komt om pilots op te starten. Daar gaan we zeer binnenkort over in gesprek.”

Wie zijn ‘we’?
Claire Teurlings en ik hebben Circular IQ opgericht. Zij heeft een softwareachtergrond, we vonden elkaar in de gedachte en zoektocht naar een oplossing die bedrijven helpt om circulair denken te verankeren in hun manier van werken. Onlangs is Edo Lagendijk aangemonsterd.”

Wat was de persoonlijke aanleiding voor jou om in het avontuur te stappen?
“Ik heb hiervóór gewerkt voor Cradle to Cradle Certified. Daar zag ik dat circulaire concepten supergaaf zijn, maar dat het complex is om er als bedrijf mee aan de slag te gaan. Standaard is nu dat ze een certificaat krijgen voor een duurzaam product. Dat is mooi, maar ik wil een stap verder. Ik wil bruggen bouwen tussen alle certificaten en zorgen dat de klant en gebruiker een geïnformeerde keuze kan maken.”

Hoe ziet het businessmodel eruit?
“We werken nu met abonnementen en een implementatie-vergoeding voor de trainingen en eventuele configuratie bij onze klanten. We zijn wel aan het kijken of we meer naar een transactie-model toekunnen, waarbij je betaalt voor extra functies, zoals downloads, benchmarks, of je eigen filter.”

Je staat in de finale van de AIA17. Hoe kijk je terug op het behalen van de finaleplaats?
“In de halve finale moesten we een pitch van één minuut houden voor de jury. Dat leverde twee golden tickets en een blue ticket op, en we zijn nu finalist. Dat voelt al erg goed; maar we willen zeker ook gaan winnen! Ook in het AIA-traject krijgen we complimenten voor de software, vooral dat het makkelijk en goed toe te integreren is in bestaande bedrijfsprocessen.”

Wanneer ben je tevreden?
“We willen onze groei versnellen en zo snel mogelijk zoveel mogelijk data online hebben. Daarvoor zoeken we nu grote toonaangevende circulaire aanbestedingen en bedrijven met complexe ketens, zoals bijvoorbeeld IKEA en Philips. Als hun inkoop gaat vragen om circulariteits-informatie genereren we impact op een schaal die tot voor kort niet mogelijk was.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards (AIA) dat ik schreef in samenwerking met Eline van Vliet. Circular IQ is finalist in de categorie Circular Economy. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo werkt telemetrie in Windows 10

Posted 17 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft onderzoek gedaan naar Windows 10 Home en Pro. Microsoft maakt gebruik van telemetrie bij dit besturingssysteem. Maar wat is dit precies en hoe werkt het? Waarom doet Microsoft dit? En is er eigenlijk iets tegen te doen? Floor Terra, technoloog van de AP, geeft uitleg.

‘Telemetrie’ betekent letterlijk: meten op afstand. Bij Windows 10-telemetrie verzamelt Microsoft via internet gegevens van Windows 10-gebruikers. Dit zijn gegevens over de aangesloten hardware (zoals printers of modems), de software op het apparaat (inclusief apps en de browser Edge) en het gebruik van die software.

Microsoft kan deze gegevens verzamelen omdat het bedrijf in de software van Windows 10 een telemetriemodule heeft ingebouwd. Die module slaat voortdurend telemetriegegevens op en zorgt ervoor dat die regelmatig naar de servers van Microsoft worden verzonden. Gebruikers merken daar niets van. Ook kunnen zij niet zien wat de inhoud van die berichten is.

Uit het onderzoek door de AP blijkt dat deze telemetrieberichten informatie bevatten over het gebruik van apparaten, applicaties en het besturingssysteem. Het gaat hierbij niet alleen om de hardware die aangesloten is en hoe vaak en hoe lang iemand alle applicaties gebruikt, maar óók om het surfgedrag van deze persoon via de browser Edge en zelfs om de inhoud van handgeschreven teksten (met elektronische pen).

Microsoft gebruikt al deze gegevens voor verschillende doelen: (1) fouten oplossen, (2) apparaten up-to-date en veilig houden, (3) producten en diensten van Microsoft verbeteren, (4) gepersonaliseerde advertenties tonen voor Microsoftproducten (inclusief alle apps die Microsoft aanbiedt via de Windows Store) en (5) met het Reclame ID gepersonaliseerde advertenties laten tonen in apps van derden.

Het is logisch dat Microsoft bepaalde gegevens wil verzamelen over computers met Windows 10 om snel problemen te ontdekken en vervolgens updates uit te brengen die deze problemen en kwetsbaarheden verhelpen. Windows 10 is een complex besturingssysteem, waar veel applicaties op kunnen draaien. Het systeem moet kunnen samenwerken met heel veel soorten (nieuwe) hard- en software. Ook is Windows 10 een doelwit voor aanvallen van hackers en malware.

Maar Microsoft verzamelt de telemetriegegevens ook voor andere doeleinden. Microsoft beschouwt Windows 10  meer als een dienst dan als een product. Het gevolg hiervan is dat Microsoft veel meer gegevens kan verzamelen over het gebruik van en het gedrag op de computer dan vroeger, toen computers geen directe verbinding hadden met de aanbieder van het besturingssysteem.

De telemetriegegevens die Microsoft verzamelt, vormen een continue stroom van informatie over het gedrag van elke individuele Windows 10-gebruiker. Op basis van die informatie kan Microsoft meer controle uitoefenen dan vroeger, bijvoorbeeld door mensen gepersonaliseerde aanbiedingen te tonen.

Een besturingssysteem is niet vergelijkbaar met een losse app of website die inzicht wil krijgen in de bezoekers- of gebruiksgegevens. Als programmeur/eigenaar van het besturingssysteem krijgt Microsoft via de telemetrieberichten inzage in grote delen van het internetgedrag en computergebruik van elke gebruiker. Windows 10 is in feite het fundament waarop verschillende applicaties draaien en waarmee mensen websites bezoeken. Hierdoor kan Microsoft een veel breder (totaal)beeld krijgen van het internetgedrag en computergebruik van elke gebruiker dan een losse app of website.

Windows 10 past daarmee in een bredere technologische ontwikkeling waarbij bedrijven steeds meer producten als dienst aanbieden, bijvoorbeeld via de cloud. De gegevensverwerking komt op die manier centraal bij de aanbiedende bedrijven te liggen. Daardoor krijgen zij ruimere toegang tot veel meer gegevens over het gedrag van de gebruikers.

Deze verschuiving opent nieuwe technische mogelijkheden om persoonsgegevens te verzamelen en verder te verwerken. Maar dat betekent nog niet dat dergelijke verwerkingen ook zonder meer toelaatbaar zijn. Sommige gegevens over gebruik en gedrag kunnen noodzakelijk zijn om de dienst te leveren, maar dat betekent niet dat bedrijven deze gegevens ook mogen gebruiken om bijvoorbeeld producten en aanbiedingen te personaliseren. Dat de inzet van nieuwe technologie meer soorten verwerkingen en analyses mogelijk maakt, betekent niet dat het beginsel van doelbinding los mag worden gelaten.

Het is belangrijk dat organisaties hun gebruikers inzicht in en controle over hun gegevens geven. En dat zij vanaf het ontwerp van hun systemen – al aan de tekentafel dus – nadenken over dataminimalisatie, doelbinding en privacy by design.

Telemetrie over systeem en applicaties
Elke component van een besturingssysteem en elke applicatie kan telemetrieberichten voor dit systeem genereren. Een softwareontwikkelaar kan dus instructies in de software bouwen om informatie te verzamelen en in een telemetriebericht te stoppen. Dat kan in het besturingssysteem zelf, maar ook in afzonderlijke applicaties.

Microsoft verzamelt in het besturingssysteem zelf bijvoorbeeld telemetriegegevens via de module die tekstinvoer door handschriftherkenning mogelijk maakt. Met die module verzamelt Microsoft informatie om handschriftherkenning te verbeteren. Een ander voorbeeld is dat Microsoft met ‘volledige telemetrie’ bijhoudt welke applicaties vensters op het scherm tonen en hoeveel interactie de gebruiker met het scherm heeft (hoe vaak, hoe lang actief, hoe lang totaal gebruikt).

Informatie over internetgebruik
Een voorbeeld van een applicatie die telemetrieberichten genereert, is de webbrowser Edge. Dit is de nieuwe standaardbrowser in Windows 10. Wanneer een gebruiker de standaardinstellingen van Edge niet wijzigt, genereert Edge verschillende soorten telemetrieberichten. Bij het aanklikken van een link op een webpagina maakt Edge bijvoorbeeld een telemetriebericht aan met onder andere de URL van de pagina, de locatie van de aangeklikte link op deze pagina, de inhoud van de link (bijvoorbeeld de tekst van de link) en de URL waarnaar de link verwijst.

Microsoft verzamelt niet alleen via Edge informatie over internetgebruik, maar doet dat ook via een component die Secure Channel of Schannel heet. Applicaties van Microsoft, maar ook applicaties van derden, kunnen Schannel gebruiken om beveiligde (TLS) verbindingen te maken via het internet. Op het standaardtelemetrieniveau verzamelt Microsoft via deze component onder andere de naam van de applicatie, de domeinnaam waarnaar de beveiligde verbinding wordt gemaakt en informatie over de gebruikte cryptografische algoritmen. Microsoft verzamelt hierdoor ook informatie over het internetgebruik van applicaties die niet van Microsoft zelf zijn.

Onzichtbare telemetrie
De telemetriemodule – de Connected User Experience and Telemetry component geheten – is een Windows-service die op de achtergrond draait. Vanuit deze centrale service op de computer van de gebruiker worden verschillende telemetrieberichten verzameld en periodiek via internet verzonden naar Microsoftservers. Wanneer er geen of een betaalde (mobiele) internetverbinding aanwezig, is worden de telemetrieberichten opgespaard en later verzonden.

De telemetrieberichten op de computer zelf zijn (lokaal) versleuteld en opgeslagen in een verborgen folder. Ook de verzending van de berichten is beveiligd. Hierdoor kunnen onbevoegde derden niet meekijken. Maar ook de gebruikers zelf kunnen hierdoor niet bekijken welke telemetrieberichten over hun gebruik worden verzameld en verzonden. Microsoft had er ook voor kunnen kiezen om de telemetrieberichten wél zichtbaar te maken voor gebruikers. Uit de praktijk blijkt dat dit mogelijk is.

Ook webbrowsers laten gebruikers zien welke analytische gegevens websites verzamelen via cookies. Daarnaast kunnen technisch onderlegde gebruikers bijvoorbeeld de ingebouwde debug tools inzetten uit Firefox, Edge en Chrome om het verkeer te bekijken tussen hun computer en de website die zij bezoeken.

Praktische tips

Gebruikers die meer willen weten over de gegevens die Microsoft via telemetrie verzamelt, kunnen de technische overzichten bekijken van gegevens die op de telemetrieniveaus basis en volledig worden verzameld.

Let op: het overzicht van gegevens bij volledige telemetrie is minder gedetailleerd en niet volledig. Verder kan Microsoft met software-updates voortdurend nieuwe gegevens verzamelen via telemetrie. Bijvoorbeeld om de oorzaak te achterhalen van een nieuw probleem met bepaalde software. De gegevens die Microsoft verzamelt, blijven dus niet steeds hetzelfde.

Het is ook mogelijk om een inzageverzoek te doen bij Microsoft. Hiervoor kan het zogeheten Device local ID van het apparaat worden gebruikt. Dit staat in de client registry in de folder HKEY_LOCAL_MACHINE \Software\Microsoft\ SQMClient \MachineId.

De standaardinstelling bij installatie van of upgrade naar Windows 10 is ‘volledige telemetrie’ en gebruik van de gegevens voor de twee advertentiedoeleinden. De instellingen van Windows 10 zijn aan te passen naar een lager telemetrieniveau, waarbij minder gegevens worden verzameld. De AP heeft hiervoor een handleiding  gepubliceerd.

(Dit artikel verscheen ook op de site van de Autoriteit Persoonsgegevens)



Lees het volledige bericht op Emerce »

RTV Oost halveert tv-zendtijd

Posted 16 okt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Bij RTV Oost gaat de programmering op de schop. De regionale omroep halveert de tv-zendtijd tot een half uur per dag. De tijd en menskracht die hiermee vrijkomt, wil de regionale omroep gebruiken voor internetactiviteiten. Daarnaast vertrekt ook interim-hoofdredacteur…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Zes redenen waarom je je website van HTTP naar HTTPS moet overzetten

Posted 16 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

HTTPS is bij steeds meer websites aanwezig. Vooral grote organisaties en bedrijven als bol.com, Coolblue en Wehkamp zijn al even voorzien van HTTPS. Ook kleinere organisaties lijken over te stappen naar het HTTPS-protocol. Toch blijkt uit onderzoek van de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN) eerder dit jaar, dat bij grofweg 85% van de bedrijfswebsites nog geen gebruik maakt van HTTPS. Dit is waarom je deze maand nog zou moeten overstappen naar HTTPS.

Wat is eigenlijk het verschil tussen HTTP en HTTPS?

HTTPS staat voor Hypertext Transfer Protocol Secure. Dit is een manier waarmee een browser veilig verbinding kan maken met een website. Bij HTTPS zijn data en gegevens, welke uitgewisseld worden tussen bezoekers en een website, versleuteld. Dit ´versleutelen´ houdt in dat de gegevens, voorafgaand aan het verzenden, onherkenbaar worden. Dit wordt vervolgens weer omgezet nadat deze zijn aangekomen bij de bestemming, bijvoorbeeld na het invullen en verzenden van een webformulier. Bij HTTP is geen sprake van deze versleuteling. Hierdoor kunnen deze gegevens door kwaadwillenden gemakkelijker onderschept en misbruikt worden. Doorgewinterde hackers zijn goed in het onderscheppen van gegevens waarbij we het vaak niet eens doorhebben, bijvoorbeeld als je op dezelfde wifiverbinding zit. Bij HTTPS kunnen hackers deze gegevens nog steeds wel onderscheppen, alleen kunnen ze er niks mee omdat ze geen sleutel hebben en het niet kunnen ontcijferen. Maar met HTTPS kun je veel meer. Hier zes redenen waarom je moet overstappen naar HTTPS:

1. Betere beveiliging

Deze reden heb ik al kort besproken: betere beveiliging van gegevensuitwisseling. Bijna wekelijks worden we in het nieuws wel geconfronteerd met hacks onder grote bedrijven. Dit terwijl ook minder bekende websites doelwit kunnen zijn. Onder gegevensverzending valt alles wat via invoervelden op websites wordt verstuurd. Denk aan het online geld overmaken, persoonsgegevens invullen of zelfs je aanmelden voor een e-mail nieuwsbrief. Bij HTTPS weten we daarnaast ook zeker dat de informatie die wordt teruggezonden van de website naar de gebruiker echt van de website komt en niet mee gesjoemeld is. HTTPS maakt jouw website daarom dus ook minder aantrekkelijk voor hackers.

2. Het geeft meer vertrouwen en converteert beter

Een extra voordeel als resultaat van betere beveiliging is dat het meehelpt om vertrouwen van websitebezoekers te winnen. In de Chrome browser staat het ´https://’ in het groen met daarvoor het woord ‘Secure’ en een groen slotje:

Hiermee worden bezoekers continue herinnert aan een gegarandeerde versleutelde verbinding tussen bezoeker en website. Voor websitebezoekers geeft dit een professioneler en veiliger idee tijdens het surfen op een website en dit stelt hen meer op hun gemak. Daarbij geldt: des te meer bezoekers zich op hun gemak voelen op de website, des te groter de kans dat ze geneigd zijn te converteren.

3. Het kan de CTR verhogen in de Google resultaten

Veel internetgebruikers kunnen HTTPS inmiddels herkennen. Ze snappen in de basis wat dit inhoudt en weten het verschil met HTTP. Bijna ieder internetbezoek gaat gepaard met een zoekopdracht op een van de zoekmachines, bijvoorbeeld Google. Daarbij is het natuurlijk van belang dat jouw zoekopdrachten (welke veel over je leven kunnen vertellen), niet in te zien zijn voor anderen. Dat niet alleen, Google vind het dermate belangrijk dat de gegevens goed worden afgeschermd, dat ze het ook in de zoekresultaten laten zien. Na het intikken van een zoekterm in Google krijgen we de resultaten pagina te zien. Ook hier is ‘https://’ zichtbaar bij websites met een HTTPS  verbinding:

Naast een goede opmaak van de ‘snippet’ in de zoekresultaten, is het zichtbare HTTPS in de URL weer een extra overtuiging waarom een gebruiker op jouw website moet doorklikken.

4. Het is een ranking factor voor Google

In de SEO-wereld is dit inmiddels alweer enkele jaren bekend. Google heeft aangegeven dat een HTTPS-verbinding ook een factor is om hoger te ranken in de zoekresultaten. Dit betekent dat het uiteindelijk meehelpt om op hogere posities in Google terecht te komen. De impact lijkt vooralsnog beperkt te zijn: het draagt bij aan betere vindbaarheid, echter zal je geen grote verschillen zien na het overstappen naar HTTPS. De vraag is in welke mate Google nog een groter gewicht gaat toekennen aan HTTPS in de toekomst.

5. ‘Niet beveiligd’ melding in Google Chrome (Vanaf Oktober 2017 van kracht!)

Kort geleden kwam Google met de volgende melding: “Vanaf Oktober 2017 zal Chrome (versie 62) bij invulvelden een “Niet beveiligd” waarschuwingsmelding geven op HTTP verbindingen”. Deze melding zal er zo uit komen te zien:

Bron: Google Developer Updates

De intentie is om meer website eigenaren snel over te laten stappen op HTTPS. Hiermee gaat Google weer een stapje verder in de richting van het veiliger maken van het internet. Het kan websitebezoekers weerhouden om persoonlijke gegevens te delen wanneer ze worden geconfronteerd met deze melding. In zo´n geval gaat het zelfs de bestedingen en aankopen van bezoekers negatief beïnvloeden via de website.

6. Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)

Tegenwoordig is het voor bedrijven verplicht de verzending of uitwisseling van persoonsgegevens via internet te beveiligen. Dit is opgenomen in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) welke voortvloeit uit de Europese richtlijnen. Deze internetveiligheid wordt zo serieus genomen dat bij nalatigheid boetes kunnen oplopen tot wel 4500 euro op persoonlijke titel.  Dit geldt niet alleen wanneer bank en creditcard gegevens worden ingevuld, maar ook voor minder gevoelige gegevensuitwisseling. Hoewel de wet niet zegt dat een SSL certificaat verplicht is, wordt dit wel vanuit de overheid uitgelegd als verplichting bij het verwerken van persoonsgegevens.

Van plan om te migreren naar HTTPS?

Het migreren naar HTTPS hoeft niet moeilijk te zijn, echter moet er wel nauwkeurig gewerkt worden om alles soepel te laten verlopen. Zeker bij grote websites komt er best wat kijken bij een migratie. De belangrijkste stappen kort samengevat zijn:

  1. Voordat je begint wil je kunnen meten of het goed gaat, dat betekent dus dat alle domeinvarianten in Google Search Console moeten worden gezet.
  2. Zorg voor een goed SSL certificaat en laat de webbouwer deze installeren.
  3. Zorg ervoor dat alle URLs 1:1 worden geredirect met een 301 status code van http, naar https. Geen van de pagina’s mag meer op http beschikbaar zijn.
  4. Zorg er ok voor dat alle benodigde bestanden in HTTPS of protocol onafhankelijk in de broncode zijn opgenomen.
  5. Pas handmatige Interne links aan naar HTTPS variant indien nodig (enkel absolute URL’s).
  6. Vergeet niet de sitemap aanpassen met de HTTPS URL’s en opnieuw indienen.

Als al deze onderdelen worden opgevolgd zijn de belangrijkste stappen voor een succesvolle websitemigratie gezet.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Programmatic: een jaar na de ANA Papers

Posted 14 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De reclamewereld was een jaar geleden in de ban van de ANA Papers. De discussie over fraude en torenhoge marges vlakte af, maar Procter & Gamble zwengelde haar onlangs weer aan. Veel vingers wijzen naar programmatic advertising. Hoe gaat de branche het imago herstellen?

“Als al je vrienden van een klif springen, doe jij dat dan ook?” Met die woorden hekelde Marc Pritchard, Procter & Gambles Chief Brand Officer, begin dit jaar op een IAB-meeting in Florida het ontbreken van een marktbrede standaard van digitale platforms voor het meten van de zichtbaarheid van advertenties. De speech maakte veel los en het bleef niet alleen bij woorden: P&G maakte vlak voor de zomer bekend honderd miljoen dollar te snoeien in het eigen budget voor online marketing. De reden: een overdaad aan bot clicks met aantoonbaar ineffectieve campagnes tot gevolg.

Deze rigoureuze bezuiniging kwam precies een jaar na het spraakmakende onderzoek van K2 Intelligence voor de Association of National Advertisers (ANA) naar de transparantie van de Amerikaanse reclame-industrie, dat al gauw te boek stond als de ANA Papers. De conclusies: bij mediabureaus blijft te veel geld aan de strijkstok hangen voor totaal niet transparante diensten. Met veel te hoge marges en obscure geldstromen waarvan publishers extreem weinig terugzien. En waarbij met name de transparantie van programmatic buying en trading desks ter discussie staan.

Is de discussie uit de ANA Papers ruim een jaar na dato terug van weggeweest? “De overheid heeft het nog steeds in het vizier”, zegt internetondernemer Maarten Roelofs, die in 2016 stevig de noodklok luidde over de uitwassen in de VS die ook in Nederland zichtbaar waren. “In de industrie van programmatic buying is sindsdien in essentie weinig veranderd. Wel is het zo dat er veel aandacht is voor partijen die meer transparantie beloven.”

Marges
Het grote probleem is natuurlijk de almacht van de dominante techreuzen. “De hele displaymarkt verliest razendsnel terrein. Het geld loopt niet meer via de mediabureaus, maar direct naar Google en Facebook. Ook influencer- en contentmarketing betekent vaak direct zakendoen. Bureaus verdienen alleen maar aan gefactureerde uren advieswerk, aan contracten. Ze kunnen hun inkomen niet meer uit marges halen. Bureaupitches gaan dan ook niet meer over mediabestedingen, maar louter over advisering. De hele free ride is voorbij.”

En dat werd hoog tijd, vindt Roelofs. “Qua overheidscontracten is er in tien jaar tijd zo’n half miljard euro aan verborgen marges verdampt. Inkoopprijzen gingen drie of vier keer over de kop. Dat gebeurt trouwens nog steeds.”

In de hoop meer transparantie op de Nederlandse markt af te dwingen, presenteerde de Bond van Adverteerders (BVA) afgelopen zomer een modelcontract voor mediabureaus. Het contract is ontwikkeld door adviesbureau Ebiquity, waar voormalig BVA-mediaspecialist Bart van der Gaag tegenwoordig werkt.

“Het sluit aan bij de veranderende werkelijkheid en de digitale ecosystemen zoals die er nu zijn”, zegt Van der Gaag. “Ook is rekening gehouden met de General Data Protection Regulation (GDPR) die volgend jaar in de hele EU in werking treedt. Het doel is om wederzijds volledig transparante afspraken te kunnen maken.” Ook de BVA zelf benadrukt het belang van transparantie, evenals het opkrikken van het digitale kennisniveau van adverteerders.

Ook IAB onderneemt actie. Internationaal kwam de digitale branchevereniging met Ads.txt, dat adverteerders middels tekstcodes duidelijkheid biedt over het eigenaarschap van reclame-inventory. Daarmee wordt doorverkoop en ander gerommel met reclameposities tegengegaan. In Nederland maakt de branchevereniging zich intussen hard voor nieuwe online advertisingrichtlijnen, waarbij wordt gewerkt met het mondiale principe van L.E.A.N. (Light, Encrypted, Ad Choice Supported, Non-invasive Ads).

Duopolie
De vraag is in hoeverre dit soort initiatieven het speelveld echt structureel veranderen. “Dit brengt echt wel wat teweeg in het ecosysteem”, reageert Harmen Tjaarda, COO bij JustPremium, een geautomatiseerd platform voor rich media. “Het zijn stuk voor stuk goede initiatieven, al zijn ze niet allemaal even helder. Hoe dan ook moet er iets gebeuren. Er is tegenwicht nodig voor de duopolie van Google en Facebook. Dan is het goed om de krachten te bundelen, zoals met de Coalition for Better Ads.”

Transparantie bereik je natuurlijk niet zonder de duopolisten, erkent de COO. “Kleine initiatieven zijn niet de scheidsrechters, want dat is Google. Het signaal van Procter & Gamble betekent dat er nu echt ergens een lijn moet worden getrokken. En Google gaat die lijn trekken, niemand anders.”

Met zijn zoekmachine en de dominante browser Chrome heeft het advertentiebedrijf natuurlijk alle macht in handen. “Het spelletje wordt omgedraaid”, zegt Tjaarda. “Als een publisher zich niet aan de spelregels houdt, worden zijn pagina’s nog wel getoond, maar zonder advertenties. Want dan activeert Google een adblocker voor die bewuste websites. Van die nieuwe Chrome-toepassing bestaat nu al een mobiele bètaversie, maar in het eerste kwartaal van 2018 gaat hij echt live. Dan gaat er veel veranderen. Voor de consument betekent dit wel aanzienlijk minder intrusive advertenties.”

Tjaarda heeft ook goede hoop over de IAB-initiatieven. “Ads.txt is een goed begin om het doorlussen van advertenties aan te pakken. Daisy chaining, ofwel het inkopen en meteen doorverkopen van advertentieruimte, wordt bemoeilijkt, omdat je voortaan moet aangeven dat jij de erkende verkoper bent van een bepaalde positie. Op zijn beurt gaat L.E.A.N. bijdragen aan zaken als hogere laadsnelheden.”

Wake-upcall
‘ANA-cadabra’ noemt zelfstandig media-adviseur Peter Wiegman de huidige retoriek over transparantie in het reclamevak. “Het is maar de vraag of er veel is veranderd na de publicatie van de ANA-Papers. Het modelcontract van BVA is een stap in de goede richting, maar misschien ook een druppel op de gloeiende plaat.”

Het valt hem op dat header bidding ineens als panacee wordt aangedragen. “Het lijkt een manier om de omzet aan de kant van publishers op te krikken.” Improve Digital slaat ermee op de trom, getuige een recente blog van Michele Appello en Jan-Willem Borsboom. “Header bidding is hoofdzakelijk een hack”, schrijven zij. “Een manier voor contentproviders om de adserver-waterval te omzeilen. Een poging om concurrentie binnen de veiling te verhogen en uiteindelijk ook meer inkomsten te genereren. Maar zoals voor de meeste hacks geldt, is dit niet de meest duurzame oplossing.”

Header bidding heeft wel een relatie met transparantie, maar het is geen instrument dat zich daar specifiek op richt. “Deze hele discussie draait sowieso niet om tools, maar om mensen die hun verantwoordelijkheid moeten nemen”, zegt Sebastiaan Moesman, CEO van Improve Digital. “De discussie over transparantie gaat volgens hem over twee verschillende thema’s: enerzijds fraude bestrijden en viewability maximeren, anderzijds eerlijke businessmodellen. “Adverteerders als Procter & Gamble en Unilever praten hier al jaren over, dus is de recente ophef niet echt een verrassing. De markt heeft het zichzelf een beetje aangedaan. Programmatic is oorspronkelijk ontstaan in de Long Tail, voor advertentieruimte die publishers niet verkocht kregen. Na bijna tien jaar mogen adverteerders inmiddels wel een behoorlijke kwaliteit en betrouwbaarheid verwachten.” Dat spreekt volgens de CEO ook uit de reactie van P&G, dat honderdveertig miljoen dollar online advertentiebudget heeft ingetrokken omdat het probleem niet snel genoeg wordt opgelost. “Het klopt natuurlijk ook niet dat adverteerders zelf zouden moeten gaan checken of Chinese serverfarms massaal op hun advertenties klikken. De markt zit in een moeilijke fase, waarbij dit echt een wake-upcall is.”

Smart contracts
Op zoek naar transparantie in programmatic advertising ligt het voor de hand om ook naar blockchain te kijken. “Die techniek leent zich uiteindelijk perfect voor programmatic”, zegt Tim Geenen, oprichter van Faktor, een op blockchain gebaseerd platform dat identiteiten beheert voor uitgevers, merken en consumenten. “Bijkomend voordeel: van elke persoon die zich via blockchain aanmeldt en een transactie doet, weet je zeker dat het een echt mens is, dus geen bot. Zo ben je er zeker van dat je geen advertenties uitserveert aan botnetwerken.”

Een belangrijke meerwaarde voor een succesvolle toepassing in programmatic is volgens Geenen het eigenaarschap: geen enkele partij is exclusief eigenaar van de data. “Het is heel democratisch: het netwerk als geheel bepaalt of iets de waarheid wordt. Het draait allemaal om vertrouwen. Ik zie daarbij een grote uitdaging voor de tussenlaag van bureaus, netwerken en technologieleveranciers die geen directe relatie hebben met de consument. Die partijen zullen hun eigen toegevoegde waarde opnieuw moeten ontwikkelen.”

Ook wat de strijkstokdiscussie van de ANA Papers betreft, biedt blockchain serieuze kansen om het roer rigoureus om te gooien. Geenen: “In smart contracts komen alle afspraken digitaal vast te liggen in een chain. En door de toepassing van boolean logic worden de slimme contracten alleen uitgevoerd als er aan de juiste voorwaarden voldaan wordt. Er komt geen menselijke interventie meer aan te pas. Dan weten alle partijen precies waar ze aan toe zijn. Als je dat op grote schaal toepast voor advertising, zetten we echt een grote stap vooruit.”

Zekerheid
De tijd van de ‘cowboymarges’ is inmiddels voorbij, maar volgens Moesman (Improve Digital) is daarmee het lek nog niet boven. “Schoon schip maken betekent voor veel partijen ook zelf veel inkomstenverlies, terwijl investeerders hoge resultaten verwachten. Op hun beurt hebben adverteerders jarenlang geprofiteerd van heel lage tarieven. Nu ze roepen om een optimale inventory, zouden ze daar ook weer meer voor moeten willen betalen.”

Volgens Roelofs lost het probleem zich vanzelf op. “Het wordt kleiner door directe geldstromen van adverteerders richting partijen als Google. Bureaus moeten zichzelf nu hervormen. Je ziet WPP-topman Sorrell zich beklagen over marginale groei. De tijden van enorme marges zijn voorbij. Mediabureaus tuigen hun eigen inkoopplatforms op (zoals Xaxis van GroupM), waar kennis en data worden geclusterd. Tegelijk klinkt een dwingende roep vanuit adverteerders om gegarandeerde zichtbaarheid, bijvoorbeeld via opvallende take-overs of wallpaper-ads. Zo’n oproep van P&G is natuurlijk een schreeuw om aandacht of simpelweg een onderhandelingsstrategie. Adverteerders willen gewoon meer zekerheid.”

Gelukkig zijn er steeds meer initiatieven van zowel bureaus, adverteerders als uitgevers die de hele keten onder druk zetten, constateert Geenen. Bureaus valideren steeds meer het verkeer dat ze inkopen op kwaliteit en op het gebied van blockchain blijkt MadHive een goed voorbeeld, dat met adverteerders- en uitgeversconsortium Adledger nieuwe standaarden ontwikkelt. Plus dat uitgevers via header bidding de ‘adserver-waterval’ proberen te corrigeren. “Liefst wil je alles in één model proppen. Of dat nu via business rules of via een veiling gaat; je wil het speelveld homogeniseren en zelf bepalen waar de meeste waarde zit. In principe doet header bidding nu wat uitgevers altijd al wilden, namelijk dat alle vraag op een centrale plek kan worden verwerkt. Het is de ultieme manier om een positie te verwerven in een markt die totaal wordt gedomineerd door Amazon, Criteo, Google en Facebook.”

Schokgolven
Zoals het statement van P&G maatgevend is voor de veranderende opstelling van adverteerders, geldt dat evenzeer voor de bureauwereld als WPP-topman Martin Sorrell zich uitspreekt. Eind augustus liet de geridderde Brit nadrukkelijk van zich horen tijdens de presentatie van de halfjaarcijfers van zijn mediaconcern. Daar noemde hij 2017 het slechtste boekjaar van het laatste decennium, onder druk van ‘schokgolven’ die de reclame-industrie teisteren. Het resultaat: een omzetkrimp van een halve procent, waar een kleine groei was verwacht. Bovendien verwacht ’s werelds grootste reclameconcern voor dit jaar nauwelijks nog groei. Sorrell voerde de meest uiteenlopende oorzaken aan, van politieke onzekerheid tot de invloed van fake news. Vakblad AdAge ziet het simpeler: de roep om transparantie lijkt de belangrijkste oorzaak, waarbij de ANA Papers eindelijk echt hun tol beginnen te eisen.

Groei
Programmatic advertising is in 2016 met twintig procent sterk gegroeid, naar een omzet van 225 miljoen euro in Nederland. Dit blijkt uit de ‘Programmatic Advertising Study’ die Deloitte vlak voor de zomer publiceerde in opdracht van IAB Nederland. Programmatic video laat een omzetstijging zien van 95 procent en heeft daardoor nu een vijftien procent omzetaandeel binnen programmatic advertising. Ook mobile inventory blijft groeien: 35 procent van de exchange-omzet komt van mobieltjes of tablets.

De respondenten verwachten meer experimenteerdrift met header bidding (bieden op impressies die bij meerdere exchanges tegelijk worden aangeboden), dat dit jaar vijf procent van de programmatic-omzet zou moeten kunnen halen. Ook transparantie is een trending topic. Steeds meer URL-informatie van de aangeboden impressie wordt vrijgegeven binnen de exchange. Waarbij in 2012 van alle ingekochte impressies vijftien procent werd ingekocht zonder te weten waar deze zou worden geuit, is ‘blind’ inkopen nu vrijwel volledig verdwenen.

* Dit artikel verscheen eerder in het oktobernummer van Emerce magazine (#161).

Beeld: Isengardt (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlander zuinig met mobiele data

Posted 14 okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nederlanders gebruiken per maand ongeveer 1GB aan mobiele data. In België is dat nog minder: 860 MB per mobiel abonnement met mobiel internet. Finland is koploper met bijna 11GB per maand. Dat blijkt uit gegevens van de OESO over 2016.

Het gemiddelde van de dertig landen bedraagt 2,3GB, Nederland zit daar dus sterk onder. Of dat met kosten te maken heeft is niet duidelijk. Het dataverbruik is het laagst in Slowakije met 0,66GB.

Het gestegen dataverbruik in alle landen is toe te schrijven aan grotere databundels in veel landen. Ook waren er vorig jaar meer abonnementen met onbeperkt internet. In Nederland kwamen bundels met onbeperkt internet pas in 2017 op de markt.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »