Posts Tagged ‘google’

Wat digital agencies kunnen leren van SoDA’s Global Digital Outlook 2017

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De jaarlijkse Global Digital Outlook Study door SoDA en Forrester is live. Als onderdeel van SoDA, het netwerk van de honderd meest innovatieve en bekroonde digitale bureaus ter wereld, zetten we de zeven belangrijkste resultaten voor je op een rij.

1. 48 procent van de marketeers verwacht stijging in digitaal

Het is bijna geen nieuws meer te noemen, maar wel fijn om te concluderen dat 48 procent van de marketeers verwacht dat de budgetten voor digital ook het komende jaar gaan stijgen. Dat wil zeggen; over het grote geheel blijven de totale marketingbudgetten gelijk, maar het merendeel (27%) verwacht een groter deel daarvan naar digitale projecten en campagnes te schuiven. Desondanks verwacht maar liefst 21 procent van de marketeers significant minder te investeren in online. En dat is ogenschijnlijk veel, aangezien vorig jaar slechts 11 procent van de marketeers aangaf een daling te verwachten in digital marketing budget. Waar dat dan in zit? Daar geeft het rapport helaas geen antwoord op.

2. We gaan voor Programmatic, VR & Voice

Aan welke projecten wordt dit budget dan uitgegeven? Net als vorig jaar staan digitale experiences (web en mobiel), content, digitale services en analytics bovenaan de lijst. Als het gaat om digital media spend verwachten de marketeers de meeste uitgaven te doen op het gebied van Video Advertising (49%) en Social Content (47%). Nieuwe, kortetermijninvesteringen worden volgens marketeers verwacht op het gebied van Programmatic Advertising, VR/AR en Voice/Chatbots. Als we dezelfde vraag stellen aan digital agencies blijkt dat de meesten – gelukkig – een aardig goed beeld hebben van waar klanten in willen investeren.

3. Innovatie Labs FTW

Als het gaat over de manier van samenwerken tussen marketeers en agencies, verwacht een groot aantal dat echte samenwerking met multi-agency teams het speerpunt van 2017 zal zijn. Daarbij ziet het grootste gedeelte van de bureaus het aantrekken van talent en continu ontwikkelen van nieuwe services en diensten als belangrijkste strategie om succesvol te zijn. Ook het creëren van een Innovatie Lab – helaas, je dacht waarschijnlijk uniek te zijn – is bij 66 procent van de agencies al een feit, en het blijkt daadwerkelijk een vruchtbare manier om nieuwe services snel uit te kunnen rollen.

4. Meerdere, gespecialiseerde bureaus krijgen de voorkeur

Het is interessant om te zien dat de ene helft van de bureaus gelooft in specialisatie voor groei, terwijl de andere helft juist gaat voor het combineren van meerdere diensten. Marketeers zelf (40%) geven de voorkeur aan meerdere, gespecialiseerde digitale bureaus om hun activiteiten onder te brengen. Benieuwd waarom marketeers de samenwerking met een bureau stoppen? Dat is meestal het gebrek aan innovatie of – hoe kan het ook anders – de prijs.

5. Daar komen de consultancy firms…

Innovatie. Waar in 2015 nog 66 procent van de marketeers dacht dit intern te kunnen organiseren, is deze verwachting over 2017 slechts bij 14 procent blijven leven. Slecht nieuws voor ons als digitale bureaus is dat consultancy firms als Accenture en Deloitte Digital op de eerste plek staan als het gaat om het brengen van deze innovatie, nog boven digital media partners als Google en Facebook. Wat er wellicht mee te maken heeft is dat inmiddels 49 procent van de marketeers aangeeft dat C-level collega’s worden aangehaakt bij het selecteren van digitale partners. De bureaus zelf verwachten overigens dat digital agencies met hun ‘makers’-mentaliteit de top 3 te kunnen behouden.

6. Aantrekken van talent grootste probleem bij insourcing digitale teams

58 procent van de digitale bureaus verwacht dat insourcing van digitale teams een bedreiging wordt voor hun werkzaamheden. Vooral op het gebied van social media, analytics en digital experiences lijken de corporate marketeers daar ook steeds beter in te slagen. Hun prioriteiten liggen dit jaar op data, de organisatiecultuur en -structuur en customer insights. Interessant om te zien is dat de verwachtingen van marketeers over insourcing hooggespannen zijn, maar als de data wordt vergeleken met 2016 blijkt dat het vaak nog bij plannen blijft. De reden? De zoektocht naar talent blijkt voor marketeers aan klantzijde nog veel ingewikkelder dan bij ons als digitale bureaus.

7. Innovatie? Creativiteit & data it is!

Een mooie conclusie van het rapport is dat marketeers en digital agencies wat betreft digitale innovatie recht over elkaar lijken te staan. 78 procent van de marketeers gelooft dat zijn of haar organisatie klaar is om de innovatie aan te gaan, terwijl slechts 23 procent van de digitale bureaus het daarmee eens is. Teveel bezig zijn met de business-as-usual en geen proces voor innovatie zijn volgens de digitale bureaus de belangrijkste reden dat innovatie niet kan slagen. Terwijl de bureaus lijken te focussen op innovatie zijn marketeers vrij concreet in wat ze van bureaus willen. Beter design en creative (44%) en beter kunnen inspelen op data (43%) blijken de belangrijkste peilers.

De conclusie? Als digital agency lijken we niet te ontkomen aan insourcing, de grote consultants en zoektocht naar talent. Maar laten we met z’n allen zorgen dat de marketeers de meerwaarde zien van makers, een blik van buitenaf en van ‘digital natives’ die zijn gewend zijn aan snelheid van de wereld van vandaag. Let’s practice what we preach!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Netto mediabestedingen Nederland (2016): 4,7 miljard

Posted 20 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bedrijven gaven in 2016 niets meer uit aan reclame dan in 2015: 4,7 miljard euro. “Het is dat de inflatie zo laag is, anders was er geen reële groei geweest in de netto mediabestedingen”, aldus marktonderzoeker Nielsen in nieuw rapport.

Uit een nieuw rapport komt naar voren dat de mediabestedingen vorig jaar met 1,4 procent stegen tot 4,7 miljard euro. Het líjkt dat er in een jaar tijd niet veel is veranderd, maar dat is schijn.

Vrijwel alle mediatypen in Nederland zagen de instroom van reclame-euro’s afnemen. Van sponsoring tot bioscoop en van kranten tot folders. Slechts twee mediavormen lieten groei zien: Out of Home en Online.

“De digitale bijdrage aan de marktgroei bedraagt 166 miljoen euro, maar de papieren media halen daar bijna de helft vanaf. Ook de daling bij sponsoring is met 24 miljoen euro substantieel.”

De groeicijfers bij Online komen overigens grotendeels ten goede aan Facebook en Google. Onderzoek van Zenith liet onlangs zien dat deze twee partijen verantwoordelijk zijn voor 64 procent van de internationale groei in internetreclame tussen 2012 en 2016. In de ons omringende landen wordt nu de eerste bescheiden stapjes gezet door mediabedrijven om door volumebundeling een alternatief te bieden voor deze twee Amerikaanse giganten.

Foto: claveirole (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is de beste indeling van een website voor organische vindbaarheid?

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In dit artikel leg ik uit welke verschillende mogelijkheden er zijn om een website op te bouwen, en wat de invloed hiervan is op organische vindbaarheid. In het tweede deel van het artikel ga ik ook dieper in op het fenomeen microsites.

Bij de aanmaak van een website is het altijd een moeilijke keuze hoe deze zal worden opgebouwd: wat komt waar, en hoe wordt de website ingedeeld. Over het algemeen kan een website als volgt worden ingedeeld:

* Hoofddomein

* Subdomein

* Subfolder

Een aparte categorie, die toch het vermelden waard is, zijn de microsites.

Hoofddomein

Het hoofddomein begint met een goede URL. Hier zijn een aantal zaken waarmee je rekening mee moet houden. Een URL moet immers gemakkelijk te onthouden zijn, zodat het niet te moeilijk is om deze terug te vinden, en mond-op-mond reclame mogelijk maakt. Houd het adres daarom kort.

Zie bijvoorbeeld Internet Marketing Universiteit. Deze begon in 2010 als InternetMarketingUniversiteit.nl. In 2014 stapt men dan over naar IMU.nl. Het oude domein was met 29 karakters echt te lang. IMU.nl daarentegen is lekker kort en pakkend. Makkelijk deelbaar. Klinkt meer als een ‘officiële instelling’ en minder als een domein gevuld met zoekwoorden.

Moet wel gezegd worden, anno 2017 is het bijzonder moeilijk om dit soort mooie drieletter domeinnamen goedkoop vast te leggen voor de .nl domeinnaam extensie. Je zou kunnen denken aan alternatieve extensies zoals bijvoorbeeld .io (populair onder tech geeks), .amsterdam en .frl (voor lokale ondernemingen) of .coach/.expert/.consulting (voor professionals). Maar deze relatief nieuwe domeinnaam extensies zijn op moment van schrijven nog niet echt ingeburgerd. Mijns inziens zijn deze nieuwe extensies risicovol qua ‘type-in traffic’. Je hebt kans dat mensen jouw merknaam horen op de radio, en bij thuiskomen deze intypen en uit gewoonte ‘.nl’ toevoegen. En dan vervolgens op de website komen van een concurrent of irrelevante partij.

Een voorbeeld hiervan is de politieke partij Voor Nederland. Omdat de drieletter domeinnaam ‘VNL.nl’ al vergeven was aan een ICT instelling, hebben zij gekozen voor VNL.nu. De .nu extensie zie ik overigens ook in de praktijk vaak gebruikt worden in Nederland als alternatief voor wanneer .nl niet meer beschikbaar is.

Problematisch is dat wanneer mensen graag meer te weten willen komen over de standpunten van deze partij zij toch geneigd zullen zijn om in de browser balk in te typen ‘VNL.nl’ en in dat geval zullen zij terecht komen op een ICT-servicewebsite. Dit is geen goede eerste kennismaking en komt onprofessioneel over. De ICT-partij gebruikt het domein overigens niet, deze verwijst door naar een andere domein, SLTN.nl.

Mijns inziens zou Voor Nederland budget opzij moeten schuiven om de meest geschikte domeinnaam over te nemen (indien de ICT-partij daar open voor staat natuurlijk, het domein wordt momenteel niet gebruikt, en kent weinig linkwaarde volgens de Ahrefs backlink checker tool, dus ik zou niet weten waarom zij deze domein niet zouden willen overdragen voor de juiste prijs).

Subdomeinen

Subdomeinen, ook gekend als ‘third-level domeinen’, zijn onderverdelingen van je domein. Heel dikwijls kunnen we zien dat websites de blog als een subdomein gebruiken, bijvoorbeeld: Blog.prenatal.nl of Blog.seniorennet.be. Voorgaande is niet ideaal, omdat je onder andere linkwaarde wegleidt van het hoofddomein. Het is immers niet gezegd dat Google deze als één website zal erkennen. Het is beter om een blog te gebruiken als een subfolder.

Subdomeinen kunnen wél gebruikt worden om bijvoorbeeld verschillende divisies van een bedrijf aan te geven. Het bekendste voorbeeld hiervan is wat Google doet. Iedereen kent immers de subdomeinen Maps.google.com of Translate.google.com.

Een tweede manier om subdomeinen te gebruiken is wanneer een deel van je website niet zichtbaar is, of niets bijdraagt aan de inhoud van de website en bijgevolg ook niet noodzakelijk door Google gevonden moet worden. We denken dan bijvoorbeeld aan het ledengedeelte, training, of gedeelten waarvoor een inlog nodig is. Zie bijvoorbeeld het Nederlands Instituut voor Biologie: Leden.nibi.nl. Wederom goede hoofddomeinnaam keuze overigens.

Subfolder

Over het algemeen kunnen we zeggen dat het beter is een subfolder te gebruiken dan een subdomein. Hierboven hebben we enkele uitzonderingen gezien, maar de subfolder is in de overgrote meerderheid van de gevallen aan te raden.

Subfolders hebben bijvoorbeeld de volgende indeling: https://www.schoonenberg.nl/blog. Bemerk dat de blog hier niet als subdomein, maar als subfolder staat. De subfolders zijn de indeling van de website. Maak deze dus logisch, overzichtelijk en gemakkelijk te doorzoeken voor Google, volgens een zogenaamde silostructuur.

Maak voor je begint een indeling van de pagina, en beslis welke subfolders en eventuele onderliggende folders je wenst. Dit is belangrijk, want deze folders zijn een integraal deel van de zoektocht door je website die Google doet. Overigens is het ook voor de bezoeker beter dat je een goede indeling hebt.

Subfolders kunnen ook gebruikt worden om een specifiek thema te behandelen (bijvoorbeeld binnen subfolder http://www.knvb.nl/competities/eredivisie-vrouwen kan men louter informatie vinden omtrent de damesvoetbal eredivisie competitie), of zich specifiek richten tot een bepaalde locatie of taal (zoals www.coolcat.be/nl/ en http://www.coolcat.be/fr).

Tot slot wil ik nog beklemtonen dat het belangrijk is om de naam van de subfolders duidelijk te houden. Gebruik dus streepjes, zijnde het teken: ‘-‘ tussen de woorden in de titel, bijvoorbeeld: http://www.mazda.nl/modellen/nieuwe-mazda-cx-5/. Net zoals voor de domeinnaam geldt hier: Korter liever dan langer.

Microsites

Met microsites bedoel ik websites die los staan van de website van het bedrijf, en dus een volledig apart domein hebben. Microsites zijn kleiner dan traditionele websites (over het algemeen 2-3 pagina’s), en zijn gecreëerd voor een specifiek doel of een specifieke campagne. Ze zijn dus veel specifieker qua inhoud, en zijn meestal tijdelijk. Ze zijn gemaakt om te informeren óf te entertainen.

Opmaak

Voor we kijken naar de voor- en nadelen van microsites, gaan we eerst even in op hoe een microsite het best wordt opgebouwd, en wat je wilt vermijden.

Het belangrijkste is uiteraard de URL: door de specifieke opzet van een microsite is het heel belangrijk dat deze duidelijk is, en gemakkelijk te onthouden. Deze zal dan ook meestal kort zijn, en duidelijk maken wat er op de site te zien is.

Indien je een (nieuw) product wenst te promoten, is het best om een domeinnaam als bijvoorbeeld Fanta.nl te gebruiken.

Wat de website zelf betreft, is het belangrijk om dubbele content met de hoofdwebsite te vermijden.

Nadelen

Kijken we naar de negatieve zaken, dan kan het gebeuren dat klanten verward raken, en niet weten waar ze op terecht gekomen zijn. Potentiële klanten kunnen denken op je hoofdsite terecht gekomen te zijn, en (voorgoed) wegklikken als dit niet het geval is.

Op het vlak van search is het zo dat meerdere websites voor een merk links, sociale signalen en gebruikerssignalen naar je websites opsplitsen, waardoor alle websites lager kunnen noteren in de zoekresultaten. Ook zien we dat Google grote, gezaghebbende domeinen met geschiedenis verkiest boven nieuwe domeinen, waardoor het beter kan zijn te centraliseren door een subfolder aan te maken op een bestaand hoofddomein. Tot slot is het zo dat, door het feit dat deze websites zo specifiek zijn, je niet alle aspecten van je bedrijf aan bod kunt laten komen, waardoor je misschien bepaalde inzichten op topics niet zal vermelden, en wederom klanten afschrikt die dachten op je hoofdpagina te zijn, en niet vinden wat ze zoeken.

Mogelijkheden

Kijken we nu naar de unieke voordelen van microsites, dan zijn er verschillende punten aan te halen. Niet alle punten zijn voor iedereen van toepassing, dus goed nagaan wat je exact nodig hebt is de boodschap.

Makkelijk te onthouden

Microsites zouden een unieke domeinnaam moeten hebben wat gemakkelijk te onthouden is, waardoor potentiële klanten je sneller en gemakkelijker kunnen terugvinden. Dit kan of een productnaam zijn, of gebaseerd op gemakkelijk te onthouden zoekwoorden.

Merkbekendheid

Bij overkoepelende bedrijven die meerdere merken herbergen, kunnen we soms zien dat merken een afzonderlijke website krijgen. Mensen die naar een specifiek product op zoek zijn, hebben immers geen boodschap aan de vele, soms totaal verschillende, producten die datzelfde bedrijf aanbied. Zo zien we bijvoorbeeld bij het bedrijf AB Inbev dat naast Ab-inbev.be, in België bekende bieren een eigen microsite krijgen: Leffe.be, Hoegaarden.be, Jupiler.be et cetera. Hetzelfde kunnen we bijvoorbeeld zien bij multinationals zoals Unilever, Mars, Coca-Cola en dergelijke.

Informatie verzamelen

Soms worden microsites specifiek gecreëerd om informatie te verzamelen. Om negatieve invloed hiervan te vermijden op de hoofdwebsite, is dit een heel goede methode. Dit kan aan de hand van spelletjes, versturen van informatie, details betreffende een event…, waarna de bezoeker zijn gegevens achter moet laten. Eén van de bekendste voorbeelden die je zeker hebt zien voorbij komen rond de kerstperiode is Elfyourself.com, waar je de gezichten van je familie op elfen kan plakken, en dit daarna delen op Facebook. Hoewel dit gemaakt is door het bedrijf OfficeMax, is dit hoofdzakelijk bedoeld voor het verzamelen van informatie (aangezien je toegang geeft tot je gegevens bij het plaatsen op Facebook), en niet om verkoop te genereren.

Uitproberen

Een microsite is ook perfect om zaken uit te proberen voordat je deze op de hoofdwebsite zet. Indien dit niet werkt, is er geen negatieve invloed geweest op de eigenlijke website.

Doorverkopen website

Tot slot is een microsite een goed idee als je van plan bent om een domein, product of dienst door te verkopen. Indien je die website in een subdomein of subfolder plaats is dat immers niet mogelijk.

Verschil microsite en landingspagina

Tot slot wil ik nog even ingaan op het verschil tussen een microsite en een landingspagina. Een landingspagina is slechts één pagina, en zal altijd gepubliceerd worden onder de hoofdwebsite. Zie bijvoorbeeld VisDeal.nl. Een microsite daarentegen, kan meer dan een pagina zijn, en staat op een apart domein. Wat betreft het doel en de gebruiksduur kunnen beide gelijk zijn.

Over het algemeen kunnen we zien dat een landingspagina meer gebruikt wordt om de conversie te vergroten, terwijl een microsite meer gebruikt wordt om specifieke informatie over een product of dienst door te geven.

De meest passende opzet kiezen voor je doel

In dit artikel zijn we begonnen met de indeling bespreken, en wat je best gebruikt voor je website. In de meeste gevallen is het best om je volledige website op 1 domein te zetten en te werken met subfolders. Dit is immers wat Google prefereert, en waardoor je website dus hoger zal rangschikken. Er zijn echter een aantal uitzonderingen waardoor je toch een onderscheid kan maken, en het daarom beter is een gedeelte van je website op een subdomein zetten.

Kijken we naar de microsites, dan geldt hier vooral dat je goed moet nadenken voor je beslist om dit te gebruiken. Het grootste gevaar is immers dat je link waarde, sociale signalen en gebruikerssignalen weg leidt van je eigen website, waardoor beide websites lager rangschikken binnen zoekmachines, of klanten zelfs kunnen afhaken als ze niet vinden wat ze zoeken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe investeerder voor kaartenmaker HERE

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Kaartenmaker HERE Technologies krijgt een nieuwe investeerder die naast geld ook kennis zal inbrengen op het gebied van R&D.

Wie deze partij is en hoeveel geld er wordt geïnvesteerderd houdt CEO Edzard Overbeek voor zich. Hij kondigt het nieuws, waarvan de details pas over een paar maanden worden bekendgemaakt, aan in Het Financieele Dagblad vandaag.

HERE is het kaartenbedrijf dat de autoconcerns Daimler, BMW en Audi in juli 2015 overnamen [Wikipedia]. Toen heette het nog Nokia Maps.

Van meet af aan stonden de autoconcerns open voor toetreding van nieuwe investeerders. Hoe maar strategische partners hoe steviger het tegenwicht dat ze tegen rivaal Google Maps kunnen bieden. Vanuit die achtergrond verwierven eind vorig jaar het Chinese internetbedrijf Tencent, kaartenbedrijf Navinfo en investeerder GIC tien procent van het HERE. Begin dit jaar meldde persbureau Reuters dat Intel een belang van vijftien procent wilde. Die transactie werd tot op heden niet bevestigd.

Foto: Robert van Dijk (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Snapchat torent boven Cannes uit met blikvangers

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Met een groot reuzenrad, een private lounge en een gigantisch billboard op het Palais krijgt Snapchat alle aandacht van bezoekers en passanten op de boulevard in Cannes.

Snap’s latest ad: A giant, yellow ferris wheel https://t.co/Z4BEZpOGS7 pic.twitter.com/WLioYJUPVB

— Recode (@Recode) 17 juni 2017

The Mad Men (and Women) are definitely in town — Snapchat big wheel outside the Palais des Festivals, #CannesLions pic.twitter.com/gm76ZcGM2t

— Bex (@doublemacbex) 16 juni 2017

De attractie is open van noen tot middernacht en bevat 21 wagons met vier stoelen. Genoeg ruimte en tijd voor een bondige vergadering, opzetje van een deal of om even een toeristisch uitstapje te maken.

Deze week bezoeken vijftienduizend marketeers en creatieven het Cannes Lions-reclamefestival. Op dit jaarlijkse evenementen regent het vakprijzen maar wordt ook intensief genetwerkt en worden zaadjes geplant voor grote mediadeals. Sinds een paar jaar manifesteert de online industrie zich hier steeds duidelijker. Zowel de giganten als Facebook, Google en Snapchat, maar bijvoorbeeld ook de Nederlandse industrie. Die laat zich in gezamenlijkheid zien met de Embassy of Dutch Creativity.

Foto: Frank Michel (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Emerce eFashion: ‘Digital stórmt de winkels binnen’

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Retail zit middenin de grootste revolutie uit haar geschiedenis. Een golf van innovatie, creativiteit en verfrissend ondernemerschap. Hoe kies je uit alles wat crossborder in multi- en omnichannel te bieden heeft de juiste partners en distributiemodellen? Pak de kansen, word winner. Ger Boersma, gepokt en gemazeld in de internationale retail in directiefuncties, geeft op Emerce eFashion een overzicht van de huidige en toekomstige mogelijkheden.

Je recente boek heet Retail in oorlog. Is er nog wel sprake van een gevecht? De aanvallers (online) hebben weinig moeite om retailers van de markt te drukken.


“Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad zo dat de ene winkelketen na de andere omvalt onder het geweld van de aanvallers. Ooit onverwoestbare merken verdampen. Zelfstandige retail wordt bijna uit de markt gedrukt. Winkelstraten in losersteden zien er beroerd uit. De opmars van de aanvallers lijkt niet te stuiten.

“Maar zo eenvoudig is het toch niet. Revoluties gaan nu eenmaal niet zonder geweld en retail zit middenin de grootste van alle revoluties uit haar geschiedenis. De muntjes en krachten zijn ook nog eens oneerlijk verdeeld. De moderetailer die geld van de bank wil krijgt niet eens koffie, de bankmannen sprinten naar hun leasebak als de retailer binnenkomt. De grote jongens als Amazon, Alibaba en in de mode Zalando komen op een makkelijke manier aan geld. In de top tien van de meest waardevolle bedrijven ter wereld staan maar liefst acht technologieconcerns. Zowel privépersonen als fondsen investeren als gekken in deze bedrijven om vooral niets te missen aan waardevermeerdering en klagen tegelijkertijd dat het zo slecht met de stenen retail gaat. Die heeft dan ook weinig kans tegen de opmars van online.

“Er is echter meer aan de hand. E-commerce versmelt met retail tot een digitaal distributiemodel. Digital sluipt instore retail binnen, beter gezegd stórmt de winkels binnen. On- en offline groeien naar elkaar toe. Amazon opent boekwinkels, kassaloze foodstores en food drive-ins. Zalando opent outletstores, koopt ketens en biedt ship from store concepten aan waar een volledige integratie plaatsvindt tussen merk, marketplace en retailer. Het is dus niet zo simpel dat online de stenen wegblaast; er vindt een wedergeboorte van de stenen winkels plaats, zou je bijna zeggen.

“Dat proces wordt zoals gezegd aangejaagd door het geld vanuit investeerders, maar laten we vooral ook Koning Leeuw (de consument) niet vergeten. De wereld is in korte tijd omgekeerd: de consument bepaalt nu waar, wanneer en bij wie wordt gekocht. Grenzeloos. Dat was vijftig jaar geleden wel even anders. De producent was de baas en de winkel een doorgeefluik naar de consument. De retailers riepen in koor dat de klant koning was, wat heel lang onzin is geweest. Nu niet meer: de rollen zijn omgedraaid. De koning heerst als een leeuw over zijn onderdanen, in dit geval de merken en de retailers. De prooi wordt 24/7 opgejaagd en het smakelijke hapje wordt verschalkt als het goed of goedkoop genoeg is.

“Het onder vuur liggende deel van retail voelde zich altijd superieur, heeft te lang zitten wachten, te weinig geïnvesteerd in vernieuwing en heeft de aanvaller niet zien aankomen. Schoenen moet je immers in de winkel passen en kleding moet je kunnen voelen. Dat kun je niet via internet verkopen. Dat weten we ondertussen, ieder vierde paar schoenen gaat in ons land via het net. Bij onze oosterburen wordt al bijna een derde in mode, schoenen en sport via het net verkocht. En de rek is er nog niet uit. Het is als een communicerend vat, wat er bij de een bijkomt gaat er bij de ander af. Of toch niet?

“Eén ding is zeker, het aandeel van de stenen retail slinkt naar zo’n 60 procent in de komende jaren. Waar staan we nu? De wedstrijd is op dit moment een gelijkspel tussen ups en downs. Alles is mogelijk. Niemand is op voorhand verloren, maar niemand is ook zeker van zijn voortbestaan. Dus aanvallen. Er zijn voldoende kansen. Meer dan ooit misschien wel, zij het gepaard aan reusachtige risico’s. Is het nog wel de moeite waard om die risico’s te nemen? Met die mentaliteit is niet alleen Amazon groot geworden. Nieuwe merken en initiatieven en start-ups schieten als paddestoelen uit de grond omdat het lef van de geldschieters en initiatiefnemers groot is, of omdat ze heilig geloven in wat ze doen, of omdat ze hopen ‘helemaal binnen te lopen’.”

“Het gevecht is nog niet afgelopen, het is net begonnen, het is dag 1 van de geschiedenis van internet. Het veranderingsproces gaat in een duizelingwekkend tempo en is bijna niet bij en vol te houden, in ieder geval niet voor de minder kapitaalkrachtige retailers. Retail is en blijft een orgie van innovatie, ondernemerschap, creativiteit, organisatie en technologie — en van concurrentie natuurlijk. Het gaat er hard aan toe. Winner takes all, lijkt het wel. De namen van de huidige winnaars kennen we allemaal, of zien we er een paar over het hoofd? Zijn de winnaars van de komende jaren de gedoodverfde kandidaten van nu, of worden de kaarten toch steeds opnieuw geschud?”

In de schoenenbranche zijn de afgelopen jaren bijna 800 winkels verdwenen. Zijn er nog winkels in de fashionsector die wel succes hebben? Wat is hun geheim?

“Er zijn duizenden winkels verdwenen, niet alleen schoenenwinkels, ook in de mode en sport heeft er een behoorlijke kaalslag plaatsgevonden. En het einde is nog niet in zicht, de komende jaren verdwijnen er nog eens duizenden winkels. De weidewinkels doen het de laatste jaren gewoon goed, het kan dus wel. In kleinere steden als Bavel, Franeker, Tiel, Zuid-Beijerland, Wilp, Rijssen, Gorredijk, Tilligte en Dussen staan hele grote winkels met een breed assortiment in mode. Bedrijven die worden gerund door vaak meerdere generaties van families. De benaming ‘weidewinkels’ doet ze eigenlijk geen eer aan, want het zijn stuk voor stuk modepaleizen met een enorm aanbod aan merken en een geweldige service. Vijf- tot zevenhonderd modemerken onder één dak is zeker geen uitzondering. Goede parkeergelegenheid in combinatie met een breed aanbod en een café en restaurant maakt een bezoek aan dat soort winkels tot een dagje uit. Plezierige ontvangst, vermaakservice als de broek of rok net iets te lang is en een verkoper die je op een aangename en niet opdringerige wijze in het verkoopproces begeleidt. Dit soort bedrijven hanteert vaak slimme loyaltysystemen en biedt soms een gratis kopje koffie of livemuziek waardoor de klant graag terugkomt.

“Verder zie je dat retailers en ketens die hebben begrepen dat de nieuwe wereld om data draait succesvol zijn. Hunkemöller wordt daarin vaak genoemd, er zijn gelukkig ook zelfstandige retailers die dat goed aanpakken. Ze zijn echter in de minderheid, voor het overgrote deel houdt technologie op bij het hebben van een elektronisch telraam en voor velen is zelfs dat al uitdagend, data uitwisseling via EDI is daar een goed voorbeeld van.

“Bij het gros van de merken is het overigens niet anders gesteld, mode- en schoenenmerken zijn emogedreven, het gaat om het kleurtje en het stofje. De nieuwe wereld is kil en rationeel, datagedreven. Een wereld van verschil. Data en systemen inzetten in een klantgericht model, daar draait het voor de retailer om. Terug naar ieders kerncompetentie. Die van producent en merk is het product, die van de retailer het verkopen van dat product. Aan elkaar gekoppeld via de moderne platformtechniek. Voor de retailer geldt dat data en systemen in combinatie met e-marketing in een klantgerichte aanpak de sleutel tot succes is. Een mondvol kreten die door veel retailers niet worden begrepen, er zit domweg te weinig kennis die de nieuwe aanvallers wel bezitten.

“Succes in de toekomst zit in nieuwe samenwerkingsmodellen waar voorraad uit de keten wordt gehaald. Ook ketenverkorting speelt een belangrijke rol. Alleen zo kunnen midsized merken en retailers overleven. Niet de retailer ‘volstoppen’ met spullen omdat het salesbudget van het merk met 5 procent is verhoogd. Het merk zal moeten leven met het feit dat risicodragend voorraad wordt gehouden. Zij zijn uiteindelijk ook degene die horen te weten wat de consument in de komende maanden wil kopen. Het gevolg hiervan is dat de retailer een lager kapitaalbeslag heeft voor financiering van de voorraad. Het vrijvallende geld kan dan worden geïnvesteerd in zijn kerncompetentie, klantgerichte retailing. Voor producent en merk geldt dát het merk wordt gekocht, voor de retailer wáár het wordt gekocht, en door wie. Zo simpel zijn de kaarten verdeeld.

“Verder is er een hoofdrol weggelegd voor delen. Delen van data, delen van verkoopinformatie, delen van voorraden, delen van kennis en delen van marges. Sharing economy in optima forma. De Airbnbs en Ubers doen het ons voor via de platformtechniek waar service providers en users worden geconnect voor wederzijds voordeel. Een vergelijkbaar platform is ook beschikbaar voor producent, merk en retailer in fashion, schoenen en sport. Op eFashion is dit mijn hoofdthema, maak data systeemonafhankelijk via het platform voor alle deelnemende partijen op een simpele wijze toegankelijk.”

In Zevenaar wil men een Factory Outlet Center openen. Zijn deze outlets niet een beetje als de Actions onder de modewinkels? De belevenis van graaien en goedkoop kun je online nog moeilijk evenaren.

“De vergelijking met Action vind ik niet opgaan. Deze keten zit aan de onderkant van de prijsmatrix met een breed assortiment in een low price aankleding. De outletcenters zijn stuk voor stuk architectonische hoogstandjes waar ook hoge eisen aan de winkels worden gesteld. Veel outletwinkels misstaan niet in de normale voetgangerszones. Wel is er een duidelijke trend in de Aldisering van de mode, goede artikelen tegen lage prijzen. Buiten de Nikes en Adidassen lijken de merkwaardes voor de nieuwe generaties af te nemen waardoor goed en goedkoop in fashion prima samengaan. Het succes van H&M, de Inditex merken en Primark spreekt boekdelen.

“Consumenten zijn altijd in voor een koopje. Dat is het principe waaraan de outletcenters hun bestaansrecht danken. Omgekeerd zijn investeringsfondsen altijd in voor een goed rendement, ook daaraan danken de outletcenters hun bestaansrecht. Tel beide zaken op, voeg er nog wat village-uitstraling en enthousiasme van consument en merk aan toe, en we zien een fenomeen dat zich op een ongekend succesvolle manier heeft bewezen in de zich verder stroef ontwikkelende Europese stenen retailindustrie.

“Het outletstore concept is overgewaaid vanuit Amerika. Ooit gestart als fabriekswinkelverkoop van beschadigde goederen. In de jaren zeventig ontstonden daar de eerste multibrand-outletcenters die uiteindelijk uitgroeiden tot de designer outletcenters zoals we die nu kennen in Lelystad, Roermond en Roozendaal. In Europa staan honderden van dit soort centers. Bezoek het mekka van de outlets eens in het vlakbij Stuttgart gelegen Metzingen. Daar kan niet meer gesproken worden van outlets, het zijn luxe winkels waarvan een aantal op de Champs-Élysées niet zouden misstaan. Puma heeft er net als Oakley, Move, Marc O’Polo, Tommy Hilfiger een slagschip staan en de vernieuwde en sterk vergrote Hugo Boss vestiging kent op zaterdag lange wachtrijen. Bally, Miu Miu, Ermenegildo Zegna, Porsche Design, Tod’s, Swarowski, Diesel maar ook Lindt, Milka en Tchibo hebben er outletwinkels. Een aantal jaren geleden is het concept omgedoopt tot ‘Outlet City Metzingen’ en de stad met twintigduizend inwoners verwelkomt bijna vijf miljoen bezoekers per jaar.

“Online zijn er voldoende mogelijkheden om te graaien, er zijn tientallen off-priced marketplaces, vaak bedrijven met honderden miljoenen en soms miljarden omzet. Voorbeelden hiervan zijn Vente Privee, Zulily, Monoqi, Clubsale, Ozsale, Limango, Secret Sales, Clubsale, Ruelala. Zalando kent Zalando Lounge waar merken tot wel 70 procent korting worden aangeboden. Amazon is gestopt met Myhabit en BuyVIP. Op zich niet onlogisch, het aanbod op deze gigant is zeer breed en de prijstransparantie is maximaal. Even goed zoeken en je vindt de Samsonite koffer er met 100 euro prijsverschil, ook van de nieuwste collecties. Check ook nog even op één van de andere Europese Amazon landen of de koffer mogelijk nog goedkoper wordt aangeboden. Een Levis 501 vind je in 1 kleur en 1 maat met prijsverschillen van factor twee tot drie. En als klap op de vuurpijl kun je ook via de Amazon app instore de barcode van het artikel even scannen om te zien welke prijs Amazon biedt. Horror voor retailers.”

Sommige winkels proberen nieuwe technologie: interactieve spiegels. Maar nog even en deze spiegels staan bij ons thuis. We kunnen dat jurkje meteen virtueel aantrekken, de maat wordt door de spiegel gemeten, en hoeven alleen nog op de bezorgers te wachten. Verwacht jij die toekomst ook?

“Je hoeft niet eens meer op de bezorger te wachten, van de Israëlische designer Danit Peleg kun je de artikelen thuis 3D printen. Het is allemaal geen toekomst meer, het bestaat al, kunstmatige intelligentie rukt in snel tempo op. AI – artificial intelligence – gaat ons leven in snel tempo veranderen. Ongemerkt is het onze smartphones binnengeslopen. Amazons Echo is alive and kicking en nu al niet meer weg te denken. Zelfs met deze kleine greep uit wat er nu al speelt, zie je dat het tempo hoog ligt

“De paskamer in de winkel is verlegd naar die in de woonkamer. De consument is de baas. Schakels zonder meerwaarde verdwijnen. In de keten wordt door alle partners samengewerkt, naadloos zoals ondergoed naadloos kan zijn. IBM, Apple, Amazon en hun soortgenoten hebben kunstmatige intelligentie geïntegreerd in onze dagelijkse samenleving. In het koopgedrag weten merk en retailer alles van de consument via big data en cognitieve systemen.

“Het koopgedrag is vereenvoudigd: wat je à la minute nodig hebt, is beschikbaar via geautomatiseerde processen. Winkels zijn daarvoor niet meer nodig, want producenten verzorgen de directe levering. Logistieke processen nemen in belangrijkheid toe.

“De Amazons en Zalando’s spelen daar op in. Spreek met Alexa en de pizza wordt geleverd. De Zalando-bot kleedt je. Apple, Google en Facebook zijn de nieuwe bank. Amazon Polly leest je via AI het artikel uit de krant voor. Spraak naar tekst was er al, tekst naar spraak is er nu ook.

“De CV-ketel bestelt de printplaat, de vaatwasser regelt na vijftig spoelbeurten dat er vaatwastabletten worden besteld. De huisairco bestelt via Amazon de monteur die minstens vier sterren heeft. En dan zijn er de abonnementen. Nieuwe business modellen waarin ook de producent op een simpele wijze aan de retail voorbijgaat. De producent levert direct aan de consument. Via smartphones, muziek via Spotify, films via Netflix, een abonnement op ondergoed of scheermesjes als Shaversclub of Dollar Shave Club, het foodabonnement van Hello Fresh, Delivery Hero of Marley Spoon. Na de consumentenbestelling vanuit een van de deelnemende webshops snijdt de bloementeler de bloemen vers af. PostNL levert het boeket slim verpakt next day. Verser gaat niet, het model is up and running. Van Samsung leasen we licht, lampen gaan langer mee. Al deze producten en diensten worden mobiel of thuis geleverd en slaan de stenen retail over.

“De passpiegel is er al, Amazons Echo Look gaat nog een stap verder. Je videoot jezelf met Echo, speelt het af op je smartphone en via AI krijg je kleedadvies en spraakgestuurd bestel je een artikel. Wel één lastig puntje, als je als merk of retailer dan niet op dat kanaal aanwezig bent mis je omzet.

Suitsupply en Zalando zijn begonnen met online adviseurs. Gaan we dat vaker zien?

“De Zalando Man Box is niets anders dan een predictive delivery op de voorkeuren die je zelf hebt aangegeven. Via je smaakvoorkeur, je favoriete muziek, je vrijetijdbesteding, je favoriete vakantieland en je eetvoorkeuren weet de AI welke kleding en merken je leuk vindt en stelt op basis daarvan de Man Box samen.

“AI geeft ons chatbots die snel leren en op alle vragen antwoorden geven. Alibaba beheerst de techniek al zo ver dat dagelijks 1 miljoen vragen van klanten volledig door de chatbot worden beantwoord. In Australië heeft de chatbot zelfs al een menselijk gezicht die tegen je praat; ik laat dat op eFashion zien. Online adviseurs zijn robots die via AI met de cloud verbonden zijn en dat zijn de nieuwe verkopers. Mogelijk kijkt er in deze fase nog een mens van vlees en bloed mee, in de toekomst is ook dat overbodig.

“Griezelig? Ja en nee. Merk en retail moeten er op inspelen om te overleven. En dat spelletje beheersen Suitsupply, Zalando en de andere grootmachten tot in de perfectie. Suitsupply is geen pakkenverkoper, het is een technologiebedrijf in een klantgericht model waar 100 man op de IT afdeling werken. Niets doen is geen optie. Of je kiest er voor een minispeler te zijn die een nichemarkt bedient, of je pakt het op in de nieuwe stijl.

“Het oude model is of gaat dood. Belangrijk is dat merken en retailers keuzes maken, uiteindelijk is iedere keuze legitiem. Durf te kiezen voor nieuwe samenwerkingsvormen. Kies voor delen. Of ga verticaal. Grenzen tussen de bedrijfsmodellen vervagen. Er is keus te over en uiteindelijk is de consument de baas – totdat AI bepaalt wat we kopen en dragen. In Retail in oorlog lees je de veranderingen in het distributiemodel én de oplossingen voor producent, merk en retailer hoe in nieuwe businessmodellen kan worden samengewerkt.”

Emerce eFashion wordt gehouden op 22 juni in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wordt Amazon nu echt een websuper?

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Analisten lijken het eens over de beweegredenen van Amazon om de duurzame supermarkt Whole Foods over te nemen voor bijna 14 miljard dollar. De Amerikaanse retailer is er tot nu toe niet in geslaagd om de boodschappenmarkt open te breken en heeft een versnelling nodig.

Vrijwel alle beursgenoteerde supers in de VS kregen vrijdag klappen toen het nieuws van de overname van Whole Foods bekend werd. De aandelen van Target, Kroger, Costco, Walmart, Dollar General, SuperValu en Sprouts verdampten 20 miljard dollar aan waarde. De koers van Whole Foods, nu nog beursgenoteerd, schoot daarentegen 29 procent omhoog.

Het was dan ook opmerkelijk nieuws. Voor het eerst koopt Amazon een complete supermarkt, ook al is het geen grote. Wereldwijd staat Whole Food op een zeventigste plaats, ruim onder Ahold Delhaize. Het is ook geen complete supermarkt, je vindt er vooral natuurvoeding.

Tot nu toe heeft Amazon geen deuk in een pakje boter kunnen slaan op een markt die in de VS een omvang heeft van 800 miljard dollar. Wellicht heeft Jeff Bezos zich gerealiseerd dat hij op eigen kracht ook niet veel verder was gekomen.

Bezorgdienst AmazonFresh bestaat al sinds 2007, maar ook nu nog is het maar in een gering aantal steden beschikbaar, dit jaar voor het eerst ook in Berlijn en Tokio. Een variant is de AmazonFresh Pickup, maar die is er alleen in Seattle.

Het bedrijf opende verder een proefwinkel Amazon Go, waarvan niet eens duidelijk is of die opvolging krijgt. Kortom: Amazon steekt al een tijd zijn teen in het water, maar durfde niet verder dan het kinderbad.

De aankoop wordt dan ook ook gezien als een reactie op Wal-Mart, het warenhuis dat Jet.com kocht, maar daarnaast ook sterk is in dagelijkse boodschappen. Maar Wal-Mart sluit juist vestigingen, terwijl het de vraag is of Amazon met Whole Foods wil groeien. Dat bedrijf had gelet op de retailomstandigheden juist winkels willen sluiten.

De belangrijkste reden voor de overname lijkt te zijn dat Amazon met de aankoop beschikt over 460 winkels, van waaruit een breed assortiment dagverse groenten en dergelijke kan worden geleverd. Dat kon Amazon ook al met AmazonFresh, maar deze bezorgdienst was daarbij steeds aangewezen op lokale supers.

De overname is slecht nieuws voor bezorger Instacart. Whole Foods was een van de eerste klanten van het Amerikaanse bedrijf, dat ook werkt voor Costco en Wegmans. Het is onwaarschijnlijk dat de huidige bezorgcontracten verlengd worden. Tien procent van de omzet komt van Whole Foods.

Toch moet de overname niet overschat worden: Amazon blijft een kleinduimpje in boodschappenland. Wal-mart is qua omzet ongeveer dertig zo groot, Kroger zeven keer. Na het spartelbad begint Amazon pas aan de schoolslag.

Andere aankopen van Amazon

Zappos (2009) voor 1,2 miljard dollar. De aankoop van de online schoenenverkoper was de grootste tot nu toe

Twitch (2014) voor 970 miljoen. Amazon klopte Google met de aankoop van dit gamekanaal.

Kiva Systems (2012) voor 775 miljoen. Producent van logistieke robots.

Souq (2017) voor 650 miljoen. Ook wel de Amazon voor het Midden Oosten genoemd. Het overnamebedrag is een schatting.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marketeers halen meer digitale vaardigheden in huis

Posted 19 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Grote bedrijven kopen steeds vaker zelf marketing- en mediatechnologie in plaats dat in te huren bij specialistische bureaus. Ook kiezen ze makkelijker voor consultancies voor het opstellen van hun nieuwe digitale strategieën.

Van donkere wolken boven de markt is geen spraken, maar internetbureaus wereldwijd merken dat hun markt en klanten volwassen beginnen te worden. Ook in Nederland is het merkbaar dat grote bedrijven digitale expertise insourcen en bezig zijn met de aanschaf van zaken als DMP’s en media-inkoop- en planningsystemen.

Dat valt te lezen in een nieuw rapport (PDF) van de Society of Digital Agencies (SoDA). In Nederland is bureaunetwerk Dept daar lid van.

Deze veranderingen in de markt zijn ook te merken, stelt het rapport, in het soort opdrachten dat digital agencies dit jaar aannemen. Vorig jaar waren dat voor het merendeel consultancyklussen, dit jaar zijn dat meer projectmatige opdrachten. Mogelijk als gevolg van het advieswerk, maar daar zeggen de onderzoekers van SoDA en Forrester niets over.

Ook opvallend is de opmerking dat bedrijven makkelijk partneren met bijvoorbeeld Facebook en Google voor digitale innovatie binnen de bedrijfsmuren. Nog makkelijker dan met hun internetbureau:

TamTam laat in aanvulling op dit rapport weten: “Een kleine zestig procent van de digitale bureaus verwacht dat insourcing van digitale teams een bedreiging wordt voor hun werkzaamheden. Vooral op het gebied van social media, analytics en digital experiences lijken de corporate marketeers daar ook steeds beter in te slagen. Hun prioriteiten liggen dit jaar op data, de organisatiecultuur en -structuur en customer insights. Interessant om te zien is dat de verwachtingen van marketeers over insourcing hooggespannen zijn, maar als de data wordt vergeleken met 2016 blijkt dat het vaak nog bij plannen blijft. De reden? De zoektocht naar talent blijkt voor marketeers aan klantzijde nog veel ingewikkelder dan bij ons als digitale bureaus.”

Wat de toewijzing van digitale budgetten betreft, blijkt dat bedrijven van jaar op jaar beter wegen hoeveel ze daarin willen investeren. De helft van de corporate marketeers zegt niet meer te investeren dan vorig jaar. In 21 procent is zelfs sprake van een afname. Twee keer meer dan het jaar ervoor.



Lees het volledige bericht op Emerce »

CEO TradeCast: ‘We blijven liever klein’

Posted 17 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zwolle is de stad van wehkamp, maar sinds kort ook wel een beetje van TradeCast. En met een forse investering van twee miljoen euro maakt het jonge videoplatform nog dit jaar de sprong naar Silicon Valley, aldus CEO Yillmaz Schoen.

 Met TradeCast kunnen bedrijven beschikken over een videokanaal in eigen beheer. Zo kunnen bijvoorbeeld brancheverenigingen hun eigen kanaal inrichten of sportbonden hun eredivisies live uitzenden. Waarbij kijkers bovendien deelnemers kunnen worden in de programmering.

Het is een pure cloudoplossing, waaraan ook allerlei verdienmodellen zijn te koppelen, inclusief advertenties. Software hoeft niet geïnstalleerd te worden en ook de hosting is er onderdeel van. De goedkoopste licentie kost 250 euro per maand en geeft je inzicht in kijkersgegevens en analytics, met 2500 euro krijg je alle toeters en bellen, zoals de ondersteuning voor mobiele platforms en kastjes van Roku, Apple TV tot Chromecast. Aan de abonnementen zelf zijn weer bundels gekoppeld voor datagebruik.

YouTube
Daarmee ben je er uiteraard nog niet, want als bedrijf moet je wel zelf investeren in hardware en montage. “Dat hoeft echter niet veel te kosten”, stelt Schoen. “We begeleiden partners daar ook wel in. Hoewel we ook klanten hebben die reeds gepokt en gemazeld uit de video- of omroepwereld komen.”

Opmerkelijk is dat het bedrijf werd uitgenodigd door de organisatie van de NAB Show in Las Vegas, veruit de belangrijkste omroepbeurs in de Verenigde Staten. En daar ook nog een mooie prijs in de wacht sleepte. “We hebben nu eenmaal weinig echte concurrenten. Natuurlijk zijn er veel partijen met video on demand-platformen, maar een alles-in-één uitzendoplossing in de cloud is iets waarmee de sector niet veel ervaring heeft.”

En dat is dan ook de reden dat de CEO voorheen nogal eens als reactie kreeg dat wat TradeCast aanbiedt, je ook op YouTube kunt doen. Maar YouTube heeft als nadeel dat willekeurige advertenties voor en na de content worden getoond. Verder zijn er slechts summiere cijfers over kijkgedrag beschikbaar en zijn kijkers niet rechtstreeks te benaderen. Bij TradeCast wel.

Valley
Overigens heeft techreus Google, het moederbedrijf van YouTube, al in een vroeg stadium interesse getoond om van gedachten te wisselen over de wereldwijde uitrol.

Die er nu ook lijkt te komen, zij het vooralsnog zonder Google. Na de eerste stappen in 2014 zijn de ontwikkelingen de laatste maanden namelijk in een stroomversnelling geraakt. Met dank aan een nieuwe financieringsronde. Na enige tijd geleden al eens 1,2 miljoen euro opgehaald te hebben bij privé-investeerders, komt daar nu twee miljoen euro bij.

Hoewel het bedrijf de internationale markt tot nu toe vanuit Zwolle heeft bediend, wordt nog dit jaar een bescheiden kantoor in Silicon Valley geopend. Wat Schoen betreft blijft het hoofdkwartier in Zwolle. Want zoals de stad trots is op TradeCast, geldt dat ook vice versa. En – niet onbelangrijk – wordt via Regiozwolle.tv ook regionaal nieuws aangeboden.

Zo groot als stadsgenoot wehkamp wil Schoen op termijn ook niet worden, stelt hij. “Ik wil hier geen honderden mensen hebben werken. Met vijftig mensen kunnen we prima de wereldmarkt bedienen.”

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#159).

Foto: Vincent Boon (in opdracht  van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google moet Groningse taal redden

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google heeft het Gronings, als eerste Nedersaksische taal, toegevoegd aan zijn programma voor bedreigde talen. Daarnaast starten het Bureau Groninger Taal en Cultuur en het Huis van de Groninger Cultuur volgende week het project Gronings Digi-toal.

Er zijn zevenduizend talen op deze wereld. Google probeert elke taal op internet een plek te geven. Daar hoort het Gronings nu ook bij, zegt Martin Hillenga van het Bureau voor Groninger Taal en Cultuur tegen RTV Noord.

De gedachte is dat een taal die digitaal niet vindbaar is of gebruikt wordt, tot uitsterven is gedoemd. Daarom komt er onder meer een digitaal woordenboek.

Het project Gronings Digi-toal wordt dinsdag gelanceerd tijdens het mede door Google georganiseerde evenement Digital X Groningen, in de Oude Suikerfabriek in Groningen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is het lot van prijsvergelijkers?

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Beslist.nl meldde onlangs niet meer te geloven in prijsvergelijking. Tegelijkertijd ontstaan elders nieuwe initiatieven, onder andere voor refurbished producten. Welke toekomst hebben vergelijkers nog?

In het verleden konden vergelijkingssites veel waarde toevoegen in de selectie van het juiste product en de juiste aanbieder. En hielpen ze consumenten middels filteren op specificaties en beoordelingen van producten. Veel webshops bleven hierin flink achter met slechts beperkte productinformatie, nauwelijks gebruikersreviews en een gelimiteerd aanbod.

De afgelopen jaren is hierin echter veel veranderd. De grote webshops hebben het productaanbod flink uitgebreid. Soms zelfstandig, zoals bij Coolblue, en soms door de poorten open te zetten voor andere aanbieders. Zoals Bol.com via zijn Plaza. Waarbij ook andere verkopers hetzelfde product kunnen verkopen. En het platform in essentie een prijsvergelijker wordt, inclusief directe afrekenmogelijkheid.

Onzichtbaar

Daarnaast is de productinformatie enorm verbeterd. Van uitgebreide specificaties en video reviews tot ‘best getest’ en top 10-lijsten. Het aantal gebruikersreviews overtreft in veel gevallen zelfs dat van vergelijkingssites. Ter illustratie: een Samsung UE32J5200-televisie heeft op Kieskeurig vijf reviews, terwijl Coolblue 604 reviews telt. Let wel, de grote marktplaatsen lopen nog wat achter op adviesvlak.

Voor vergelijkers wordt het nu echter al steeds lastiger om voldoende bezoekers te trekken en te kunnen blijven investeren in goede content en advies. De hoge zoekmachineposities die zij hadden, verdwijnen snel doordat Google sites een lagere ranking toekent indien ze een korte bezoekduur en veel uitklikmogelijkheden hebben. Google Shopping daarentegen is bij elke productzoektocht wel prominent in beeld en wordt geflankeerd door een hele rij Adwords. Waardoor bij veel zoekopdrachten naar producten geen of slechts enkele resultaten van vergelijkingssites te zien zijn. En verbaast het niet dat de Europese Commissie op het punt staat hiervoor een boete uit te delen.

Voorsprong

Het enige serieuze antwoord om rankings en klanten niet te verliezen is zich als vergelijkingssite ook te ontwikkelen tot een marktplaats. Waarbij de eindgebruiker het product afrekent bij de vergelijker zelf. Daar zijn verschillende pogingen toe gedaan in ons land. Die veelal vroegtijdig sneuvelden of weinig snelheid laten zien. Zo is bij Beslist nog slechts een klein percentage van de producten online af te rekenen. En draaide een pilot bij Kieskeurig en vergelijk.nl slechts korte tijd, om voor de toekomst te blijven gokken op het aloude klikmodel.

Hoewel de grote webshops dus steeds betere productadviseurs worden en marktplaatsen in feite prijsvergelijkers zijn – met een vooralsnog beperkt productadvies –  hebben sommige vergelijkingssites momenteel nog een voorsprong. Die ze mijns inziens alleen kunnen behouden als ze een ijzersterke productexpertise ontwikkelen. En op basis van dat onderscheidende vermogen de transformatie van vergelijker naar marktplaats alsnog overwegen. Of in hoog tempo doorzetten.

*) Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het juninummer van Emerce magazine (#159)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Slack zoekt 500 miljoen dollar financiering’

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Chatapp Slack zoekt 500 miljoen dollar financiering tegen een waardering van 5 miljard dollar, zo meldt Recode. Ook zouden Microsoft, Google, Salesforce en Amazon interesse hebben getoond om het bedrijf over te nemen.

Het zou de tweede financieringsronde worden van 500 miljoen dollar voor Slack. Eerder werd een dergelijk bedrag al opgehaald bij Accel, Andreessen Horowitz, Alphabet’s GV, Kleiner Perkins en Thrive Capital.

Verkoop lijkt echter niet aan de orde. CEO Stewart Butterfield (foto) heeft in het verleden regelmatig benadrukt dat Slack onafhankelijk moet blijven. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat Microsoft na Slack en Yammer weer een chatbedrijf zou overnemen. En wat Amazon met Slack zou moeten aanvangen is ook al niet erg duidelijk.

Slack maakt chatsoftware voor teams. Recentelijk zijn er nieuwe functies bijgekomen, waaronder videobellen.

Het Amerikaanse bedrijf zet naar verluidt zo’n 1 miljard dollar om, maar maakt verlies. De basisfuncties van Slack zijn trouwens gratis.

Foto: kris krüg (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘IBM raakt WhatsApp als klant kwijt’

Posted 16 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De berichtendienst van WhatsApp gaat mogelijk verhuizen. De dienst draait nu in de cloud van IBM, maar Facebook wil WhatsApp op zijn eigen servers hebben.

Het verlies van WhatsApp gaat IBM zeker in de portemonnee merken. Naar verluidt behoort de berichtenapp tot de vijf grootste cloudklanten van IBM. In het verleden betaalde WhatsApp zeker 2 miljoen dollar per maand aan IBM.

Het zou niet de eerste keer zijn dat Facebook overgenomen bedrijven weghaalt bij IBM.

IBM is de vierde cloudspeler ter wereld na Amazon, Google en Microsoft.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Is een DMP waardevol, en hoe kies je de juiste?

Posted 15 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

In dit artikel zal ik ingaan op drie belangrijke vragen over datamanagementplatformen (DMP), namelijk: Waarom zou je als merk een DMP aanschaffen? Wat voor verschillenden soorten DMP’s zijn er? En, als je besluit om de investering te doen: Hoe kies je de juiste DMP?

Voor meer achtergrond over wat een DMP is en wat je ermee kan, verwijs ik je graag naar een artikel wat ik eerder dit jaar schreef genaamd ‘Vier vragen over DMP’s die elke klant gaat stellen’. In dit artikel ging ik al kort in op wat een Data Management Platform (DMP) precies is, wat marketeers ermee kunnen en welke beperkingen er bestaan.

Waarom een DMP?

In tegenstelling tot wat veel marketeers denken, is een DMP niet voor alle merken en bedrijven een logische keuze en daarmee niet altijd een verstandige investering. Een DMP biedt bedrijven de mogelijkheid om zelf ownership te verkrijgen van hun data en meer controle te krijgen over waar en hoe het wordt opgeslagen. Daarnaast is veel meer te halen uit klant en doelgroep data door alle verschillende databronnen met elkaar te combineren. Maar niet elk bedrijf heeft een DMP nodig om de eerste vruchten te plukken van het combineren van data. Deze twee indicatoren vertellen je of jouw organisatie er klaar voor is of niet:

  1. Positie op de digitale transformatie-ladder

Veel grote merken zijn nog volop bezig of net klaar met het schetsen van het theoretische kader van hun Digitale Transformatie. Andere merken zijn al verder en gebruiken volop hun eigen data en de databronnen van derden in hun programmatic marketing. Een grote stap in de digitale transformatie is de omslag van de one to many marketing, het zenden van één boodschap voor de gehele doelgroep, naar het afstemmen van de boodschap per doelgroep-segment. Als je als marketeer pas net de eerste schreden aan het zetten bent op het gebied van het afstemmen van je boodschap op verschillende segmenten in plaats van op één overkoepelende doelgroep, dan is er nog enorm veel winst te behalen met de audience-segmentatie van Facebook en Google. Het is dan ook raadzaam om eerst hiermee aan de slag te gaan en te kijken welke use cases je hiermee kunt uitvoeren alvorens een DMP aan te schaffen. Een use case is het beste te definiëren als een uitgeschreven targeting strategie, waarbij je verschillende data bronnen (en vaak ook technologieën) combineert om een duidelijk marketingdoel te behalen. Zodra je met de use cases die je wilt realiseren tegen de beperkingen aanloopt van de targeting mogelijkheden van Facebook en Google, is het tijd om met een DMP aan de slag te gaan.

  1. Omvang van het bedrijf, de doelgroep en de budgetten

Een andere afweging is de omvang van je doelgroep en de marketingbudgetten die je tot je beschikking hebt. Wanneer je een DMP hebt geïnstalleerd, kan je data verzamelen over je prospects en de data over je klanten, die je reeds via je owned kanalen hebt verzameld verrijken. Je owned kanalen zijn belangrijk en veel van de cookie matching gebeurt via bijvoorbeeld online registratie, maar ook veel cookie matching gebeurt in paid kanalen. Als je een klein mediabudget hebt, kan het moeilijk zijn om je data te matchen en daarmee om de kosten die veel completere DMP’s met zich meebrengen, terug te verdienen. Een DMP kán waardevol zijn bij een kleine doelgroep, afhankelijk van onder andere je winstmarge en koopfrequentie, maar bereken goed welke gedragsverandering er tegenover je investering moet komen te staan.

Wat voor DMP’s zijn er?

Naast de inhoudelijke verschillen tussen de beschikbare DMP’s, zijn er veel manieren waarop je ze kunt onderverdelen. Een praktische manier om DMP’s te categoriseren is kijken naar de oorsprong van de bouwer van het platform. Komt die uit de publisher-hoek, uit de CRM hoek, of was het een DSP (Demand Side Platform) die de DMP bovenop zijn bestaande service heeft gebouwd? Wanneer e-mailmarketing verreweg je belangrijkste kanaal is en je verwacht dat dit zo zal blijven, is wellicht een DMP gebouwd door een partij gespecialiseerd in CRM voor jou de beste keuze. Leun je sterk op programmatic display- en video-advertising in je digital marketing, dan ligt een DMP gebouwd door een DSP wellicht meer voor de hand.

Een andere veel gebuikte onderverdeling is best of breed versus full stack DMP’s. Best of breed DMP’s richten zich primair op het leggen van connecties met andere advertising technologie en zijn vaak sneller in het maken van connecties met externe tools. Voorbeelden van best of breed DMP’s zijn Relay42 en KRUX. KRUX heeft hierin wel weer een hele andere achtergrond dan Relay42. Relay42 is ontstaan als DMP voor adverteerders, waar KRUX’ achtergrond ligt in het helpen van publishers met het genereren & verkopen van audience segmenten waardoor deze twee weer een verschillende focus hebben op het soort data waar ze zich op richten.

Full stack DMP’s zijn datamanagementplatformen die volledig zijn geïntegreerd binnen de stack van één bedrijf en komen het beste tot hun recht wanneer de volledige stack wordt gebruikt. Voorbeelden van full stack DMP’s zijn Adobe Audience Manager of Bluekai van Oracle en Google. Sommige leveranciers van full stack DMP’s spreken deze onderverdeling echter tegen, aangezien zij net zo goed zouden kunnen integreren met andere technologieën als hun best of breed-tegenhangers dat kunnen. Zo zullen er inderdaad weinig DMP’s zijn die niet geïntegreerd zijn met de DSP van Google, DoubleClick Bid Manager, maar er bestaat naar mijn idee wel degelijk een verschil in filosofie tussen full stack en best of breed DMP-leveranciers.

Hoe kies je de juiste DMP?

Allereerst is het essentieel om te kijken naar wat je wilt bereiken met de DMP. Vervolgens kan je onderzoeken wat nu je belangrijkste kanalen zijn en welke dat zullen zijn, vooruitkijkend naar de komende jaren. Is het wijs om een DMP te kiezen die ‘goed’ is in use cases voor de kanalen die nu belangrijk voor je zijn, of verwacht je dat in de toekomst andere kanalen belangrijker zullen worden voor je merk en wil je een DMP kiezen die meer op die kanalen zijn ingericht? Als programmatic video bijvoorbeeld je belangrijkste kanaal is en je verwacht dat dit zo zal blijven, dan zal je met deze vragen bij een andere DMP uitkomen dan wanneer je primair van e-mail afhankelijk bent voor het genereren van je sales.

Tot slot moet er goed gekeken worden naar de bestaande technologiestack, en of de DMP(’s) die je overweegt al bestaande integraties hebben met de reeds gebruikte technologie en ad stack. Draai je al 90 procent van de Adobe stack? Dan is het wellicht raadzaam om met Adobe Audience Manager in zee te gaan, mits je ervoor kiest om een DMP te kiezen die goed bij je huidige Ad Tech Stack past.

Er bestaan in DMP-land veel verschillende tarieven. Sommige meer beperkte datamanagementplatformen hebben een veel kleiner prijskaartje dan de DMP’s met alle mogelijke functionaliteiten. De vraag is hier weer welke functionaliteiten je daadwerkelijk nodig hebt om je beoogde doelstellingen te behalen.

Tot slot is het goed om goed na te denken over hoe belangrijk het voor jouw bedrijf is om zelf ownership te hebben over je data en om op die manier meer controle te hebben over wat er gebeurt met de data van je klanten. Dit is iets wat moeilijk uitgedrukt kan worden in een nominale waarde, maar het is ook het topic waarvan ik vind dat het schromelijk wordt onderschat door veel adverteerders.

Valkuilen en best practices

Ik heb bij veel adverteerders gezien dat er direct na het selectietraject een fase komt waarin het hele project vrijwel stil staat. De reden is vaak óf dat men geen keuze kan maken met alle betrokken afdelingen over welke use case er als eerste uitgerold zal worden, óf dat men in de veronderstelling is dat de gehele customer journey-strategie uitgedacht en -geschreven moet zijn alvorens gestart kan worden met de eerste use case.

Mijn advies om dit te voorkomen is het volgende:

  • Kies de juiste DMP-technologie en kijk niet alleen naar de technologische specificaties van de tooling, maar ook naar of de filosofie en werkwijze van de DMP past bij de cultuur van je organisatie.
  • Maak een aparte DMP-divisie binnen je marketingafdeling en benoem iemand binnen die divisie tot eigenaar van het project.
  • Stel gezamenlijke doelen op voor het gebruik van de DMP en definieer duidelijke meetpunten voor succes.
  • Betrek alle stakeholders binnen je bedrijf, met extra aandacht voor Legal en IT. Legal zal vaak eerst goed moeten worden bijgepraat over wat een DMP precies is alvorens ze een call kunnen maken over welke data wel en niet gebruikt mag worden en op welke manier dat moet gebeuren. IT kan zich gepasseerd voelen als er vanuit Marketing een keuze gemaakt wordt voor een DMP zonder dat zij betrokken zijn. Daarnaast speelt IT een grote rol bij het koppelen van de verschillende databases.
  • Begin met een kleine use case en wacht niet totdat je alles helemaal hebt uitgedacht. Blijf na deze eerste use case constant nieuwe use cases ontwikkelen & uitrollen. Je zult zien dat dit steeds makkelijker wordt en het succes ratio omhoog gaat naarmate je meer cases uitrolt.
‘Slideware’ versus software

De mogelijkheden van use cases met een datamanagementplatform zijn vrijwel eindeloos en naarmate er meer en meer succesvolle cases opduiken van de early adopters, zullen steeds meer bedrijven besluiten zelf ook een DMP aanschaffen. Hierdoor krijgen DMP-leveranciers het steeds drukker, wat de service niet altijd ten goede komt. Daarbij is er jarenlang door veel adverteerders alleen maar gepraat over de aanschaf van een datamanagementplatform. Nu deze partijen ook daadwerkelijk aan de slag gaan met een DMP, krijgen sommige leveranciers het idee dat ze nu moeten ‘oogsten’. Dit kan soms helaas leiden tot loze beloftes over wat de DMP allemaal kan en met welke technologieën deze al is geïntegreerd. Ook worden er soms te rooskleurige verhalen verteld over de snelheid waarmee nieuwe integraties gerealiseerd kunnen worden. Door al deze factoren zit er regelmatig een groot gat tussen wat het salesteam van een DMP in hun presentaties belooft en wat hun collega’s die over de uitvoering gaan kunnen waarmaken. Daarom is het raadzaam om een goede due diligence te doen en je te verdiepen in wat de DMP nu al aan integraties heeft en wat er op de roadmap staat. Verder is een duidelijke SLA cruciaal als je teleurstellingen wilt voorkomen.

Ik heb geweldige succescases gezien bij onze klanten waar CPA’s halveerden en ROI’s verdubbelden, tegenover diepe teleurstelling over het feit dat de DMP niet de Heilige Graal van de marketing blijkt te zijn. Een constante bij de succes cases was dat de adverteerder een weloverwogen keuze had gemaakt voor een bepaalde DMP en goed wist welk doel hij met de DMP wilde bereiken. Dat is dan ook het beste advies wat ik eenieder die de aanschaf van een DMP overweegt kan meegeven: bedenk duidelijk wat je wilt bereiken met de DMP en kies vervolgens de DMP die het meest geschikt is om dit doel mee te behalen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Emerce eFashion: kleding als interactieve interface met omgeving

Posted 15 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De term ‘op het scherpst van de snede’ krijgt op Emerce eFashion een heel nieuwe betekenis als Jasna Rok het publiek meeneemt naar de nabije toekomst. Kleding is in die toekomst niet enkel materiaal om iemand af te kleding, maar is weefsel dat zich bewust is van de fysieke en sociale context en zich daarop aanpast.

Volgende week donderdag 22 juni is de Vlaamse Jasna Rok de openingsspreker op Emerce eFashion in Pakhuis De Zwijger te Amsterdam. Daar zal ze het verhaal vertellen, en demonstreren, dat ze ook op internationale podia vertelt. Fashion is de breininterface van de toekomst. Het laat zien wie je bent, hoe je je voelt maar het is – bewust of onbewust – ook een drager van communicatie naar iemands omgeving. Kleur, geluid, vorm, stof en andere signalen kunnen input zijn voor iemands omgeving. “Communiceren zonder woorden, neurofeedback”, aldus de oprichtster van de fashiontech designstudio die haar naam draagt.

Zoals veel andere industrieën is ook de fashionindustrie op zoek naar de vorm en business van de toekomst. Zalando deed een verkenning met Google door algoritmes kleding van de toekomst te laten ontwikkelen. Datzelfde Google weefde nanotechnologie in spijkerjassen van Levi’s zodat een veeg over een mouw input geeft aan iemands mobieltje. Allemaal stappen in een verkenningstocht waarin niemand de weg kent.

Rok, of zoals haar paspoort vermeldt: Rokegem, tast niet uitputtend weg voor weg af maar gooit meerdere lijnen uit. De fashiontechdesigner inspireert en zet anderen aan het werk om er ook weer zelf te leren. De ontwikkelingen worden gedreven vanuit een technologypush. Daarom kan in het ene project robotica centraal staan, in het volgende nanotechnologie en in een weer een andere AR of VR. Die benadering sprak Nokia Bell Labs dermate aan, dat het concern de Vlaamse hulp inroept bij zijn eigen verkenningstochten. Bijna geen betere, historisch betekenisvoller plek dan daar om kleding interactief en misschien wel echt sociale voelend te maken.



Lees het volledige bericht op Emerce »