Posts Tagged ‘google’

Western Union mikt met eigen app op jonge klanten

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Geldwisselkantoor Western Union lanceert haar eigen app. Smartphone-gebruikers kunnen voortaan geld overmaken naar agentschappen van Western Union voor cashopnames, direct naar bankrekeningen, of naar mobiele wallets in meer dan 200 landen en regio’s over de hele wereld.

Western Union hoopt met de app jonge klanten aan te trekken die online geld willen overmaken.

De app heeft onder meer een scanfunctie voor creditcard- en betaalpasgegevens en biedt de mogelijkheid om contacten, persoonlijke informatie en betaalmethoden op te slaan.

In de loop van dit jaar wordt extra functionaliteit toegevoegd. Zo wordt het mogelijk op een smartphone een transactie voor te bereiden, gevolgd door een cash-betaling op een locatie van Western Union.

De app is per direct te downloaden via de Nederlandse Google Play Store en de Apple App Store.



Lees het volledige bericht op Emerce »

UX-onderzoekscentrum voor ANWB: ‘Elk onderzoek beter dan geen onderzoek’

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zo’n drie jaar geleden richtte de ANWB een intern ‘UX Center’ op voor onderzoek. Het verving daarmee de gebruiksonderzoeken die door externe bureaus werden verricht. Waarom deed de organisatie dat? En wat levert zoiets op?

Zoals bij veel bedrijven speelt het team dat zich ooit bezighield met de online user experience nu een veel grotere rol in de organisatie. Naast ‘wireframes’ en ‘visuals’ staat de totale klantervaring en het verbeteren van digitale services hoog op de agenda.

Zo niet anders bij de ANWB, waar Iwan Banens ‘Manager Customer Experience & Service Innovatie’ is. “Onderzoek naar hoe klanten en niet-klanten onze producten ervaren wilden we een standaard onderdeel maken van het ontwikkelproces”, vertelt hij. “Voor de oprichting van het UX Center werd er soms wel onderzoek gedaan, maar dat werd verricht door externe bureaus en vaak pas vlak voor de livegang van een product. Daarna had je nauwelijks de tijd om learnings door te voeren. Het was eerder een sanity check, een laatste grove controle.”

45 onderzoeken: helder proces basis van succes

Drie jaar geleden is daarom een eigen onderzoekscentrum opgericht, geleid door een UX-onderzoekster. “Sindsdien onderzoeken we zo’n beetje alles dat belangrijk is.” Voor ieder onderzoek wordt gemiddeld één dag uitgetrokken waaraan zes tot acht respondenten deelnemen. Die respondenten worden apart gezet en krijgen een heldere opdracht mee. “Je beschikt al over een ANWB-lidmaatschap en wil via de app een pechmelding doen. Hoe pak je dat aan? Of je gaat morgen naar Amsterdam en wil weten waar je korting kunt krijgen met de ANWB-pas. Waar vind je dat?” Banens zegt daarbij niet zo zeer te zoeken naar harde fouten of bugs. Het doel is om uit te vinden of services intuïtief bruikbaar zijn. Misschien is de hele propositie en het gebruiksvoordeel niet helder. In zo’n geval moet men terug naar de tekentafel.

Afgelopen jaar zijn er 45 onderzoeken uitgevoerd. “Een hele vooruitgang ten opzichte van de vijf per jaar die we eerder extern lieten doen.” Het belangrijkste voor het succes van het centrum is het hebben van een helder proces, vertelt Banens. “Dat start bij de intake met een business of product owner. Wat wil je precies weten van de respondenten? Wat hoop je met het onderzoek te bereiken? Is dat bijvoorbeeld het vinden van belemmeringen of wil je concreet nagaan hoe je er online voor kunt zorgen dat de druk op het callcenter afneemt? Belangrijk voor het onderzoek is ook om de doelgroep helder voor ogen te hebben. Zijn dat leden of juist de niet-leden? Welk demografisch profiel zoek je? Wil je bijvoorbeeld specifiek iets weten van de mensen die op autovakantie gaan? Of liever recreanten die de fiets pakken?”

Op basis van de onderzoeksopzet wordt een script geschreven dat formuleert welke acties er van de respondenten worden verwacht. Het is belangrijk dat een onderzoekssessie niet langer dan 45 minuten tot een uur duurt, is de ervaring. “Is de opdracht complexer dan kun je die beter opknippen.”

‘Héél belangrijk: lessen delen in de organisatie’

Het grootste voordeel van een intern onderzoekscentrum is dat de interne zichtbaarheid en toegankelijkheid groot is, vertelt Banens. Concreet betekent dit dat iedere geïnteresseerde mag meekijken tijdens de onderzoeken. Marketeers, ontwikkelaars en hele scrumteams lopen binnen en zien van achter een spiegelwand hoe iemand mogelijk worstelt. “Als je iemand ziet worstelen met een product dat in jouw ogen briljant is, is dat veel sprekender dan wanneer je een onderzoeksrapport leest.”

Tijdens het onderzoek laat iedere observator zijn bevindingen achter op post-its die samen met de bevindingen van de onderzoeker in een aanbevelingsrapport belanden. “Héél belangrijk is om die rapporten met alle scrumteams en designers te delen. En niet alleen met diegene die bij dit onderzoek betrokken zijn.” Dat zorgt ervoor dat de lessen ook op andere afdelingen of in andere use cases worden toegepast.

Doorgaans komen er uit een onderzoek zo’n drie tot tien aanbevelingen voort, vertelt Banens. Kleine dingetjes meestal, geen ‘blocking issues’. Slechts één keer is besloten de livegang van een project uit te stellen. Het registratieproces werkte gewoon niet goed. “De oplossing voor dit probleem was niet heel complex, maar we zien dat nog steeds als mijlpaal. De stem van de eindgebruiker werd gehoord.”

Bredere inzet: ook buiten de digitale kanalen

Over de representativiteit van de uitkomsten heeft hij geen twijfels. “Allerlei onderzoeken tonen aan dat je met zes respondenten al 80 procent van de gebruiksproblemen ontdekt. Zeker wanneer je iteratief ontwikkelt en ook een volgende versie van een product laat onderzoeken wordt de kans op grotere problemen nog kleiner.”

Banens vertelt dat zijn plan om het UX Center intern onder te brengen niet direct op iedereen zijn steun kon rekenen. Zowel aan de respondenten als aan de intern gewerkte uren hangt een prijskaartje. Inmiddels is het succes ervan aangetoond en wordt er gekeken hoe een techniek als eyetracking ook buiten het digitale domein is te gebruiken. Afgelopen jaar is er een eerste uitstapje gemaakt naar print en zijn de brieven en facturen onder de loep genomen. Met eyetracking is vastgesteld welke specifieke delen van de brieven en facturen aandacht kregen. Zo bleken ontvangers een insteekkaart in de envelop vaak niet op te merken en konden de betaaloverzichten en de begeleidende teksten wel iets duidelijker.

Een volgende stap is om het onderzoek nog breder in te zetten. Om uit te vinden hoe klanten de apps onderweg of in de winkel gebruiken bijvoorbeeld. “Je kunt eigenlijk niet snel iets fout doen. De vraag is alleen of je al alles uit een product haalt dat erin zit. Ieder onderzoek dat je doet is beter dan geen onderzoek. Anders ontvang je die feedback pas na livegang en dan is de eerste indruk al bepaald.”

Enkele voorbeelden uit de praktijk

WizGo app voor voor theorierijbewijs halen – bewustwording

Binnen de ANWB was er weinig besef van hoe dit product in het nieuwe digitale jasje gebruikt zou worden. Een belangrijke onderzoeksuitkomst was bijvoorbeeld dat gebruikers het gevoel hadden dat de app niet alle stof uit het klassieke rijlesboek bevatte. Iets dat wel het geval is. Door eerst het concept en later de MVP te onderzoeken is de waarde van learnings in het algemeen duidelijk geworden. In de communicatie rondom de nieuwe app zullen de verwachtingen beter worden gemanaged.

Onderweg app voor verkeersinfo, parkeren, tanken – iteratief

Het onderzoek naar deze app wordt maandelijks herhaald. De ANWB ontwikkelt hierdoor minder op basis van aannames en laat zich leiden door inzichten uit data. Uit onderzoeken is bijvoorbeeld naar voren gekomen dat sommige gebruikers een navigatiesysteem verwachten – iets dat geen onderdeel is van de app. Daarnaast begrijpt men niet altijd wat het ‘connecten’ met de auto inhoudt. Duidelijk is dat de meerwaarde van een app goed naar voren moet komen om aan de verwachtingen te voldoen. Gedurende de iteraties is dit verbeterd.

Wegenwacht app – nieuwe en snelle product ontwikkelcyclus

De wegenwacht app is naar het model van Google Ventures ontwikkeld in een designprint van slechts één week. Binnen die korte periode is de ANWB van een concept tot resultaat en validatie gekomen. Naar eigen zeggen een waardevolle ervaring omdat het de organisatie leerde welke volgorde de ‘Pechmelden-flow’ moet hebben. Ook voor deze casus geldt dat het overbrengen van de meerwaarde van een app veel aandacht verdient. De app is gemaakt voor het online melden van autopech. Als de applicatie niet aan de verwachtingen voldoet moet men alsnog de wegenwacht bellen. Dit stelt teleur en leidt ertoe dat de app niet langer wordt gebruikt.

Prolongatie – omnichannel

Een van de eerste onderzoeken naar offline uitingen richtte zich op de jaarlijkse prolongatiebrief voor de verlenging van het ANWB-lidmaatschap. Die brief was nooit eerder onder de loep genomen. Uit het onderzoek is gebleken dat zeer belangrijke informatie door ontvangers wordt overgeslagen. Ontvangers lezen de brief simpelweg niet goed. De bijbehorende flyer bleef bovendien achter in de envelop en werd zo compleet gemist. Enkele inhoudelijke veranderingen zijn doorgevoerd en de flyer wordt nu beter in de brief gevouwen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Google Flights speelt nog geen rol van betekenis’

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google Flights’ invloed op de reisbranche is nog relatief beperkt. Dit blijkt uit onderzoek van OAG onder 2500 Amerikaanse reizigers, van wie slechts 10 procent hun zoektocht naar een vliegreis begint op Google Flights.

Minder dan een kwart (23 procent) gebruikt Google Flights is een later stadium van het organiseren van hun zakenreis of vakantie. Dat lijkt laag, maar volgens OAG is Google een relatieve laatkomer in de reisbranche en ligt het voor de hand dat het marktaandeel nog zal stijgen.

Zover is het echter nog niet. Vandaag de dag start 41 procent hun zoektocht naar een vliegticket op de website of app van hun favoriete airline. Achtentwintig procent kiest voor een online reisagent (OTA) of metazoekmachine en 11 procent gaat voor reisaanbiedingensites en -apps. Tien procent begint zoals gezegd op Google Flights en 4 procent gaat naar het reisbureau.

Het gros van de reizigers meent dus dat de beste deals verkrijgbaar zijn bij de bron, de airline zelf. OAG denkt dat de voorkeursluchthaven van de (Amerikaanse) ondervraagden ook meespeelt: ze weten welke luchtvaartmaatschappij daar het grootste aanbod van bestemmingen heeft en beginnen daar hun zoektocht.

Interessant is dat van de millennials 21 procent eerst naar vliegtickets zoekt op Google Flights. En 62 procent van de ondervraagden zou via Google Flights een ticket boeken als die optie werd geboden.

Reizigers willen prijsvoorspelling

OAG vroeg ook hoe het zoekproces kan worden verbeterd door OTA’s, luchtvaartmaatschappijen en andere reispartijen. De respondenten willen graag dat de volgende informatie wordt vermeld:

  • de waarschijnlijkheid dat de prijs van een vliegticket de komende weken zal stijgen of dalen (53 procent);
  • hoe waarschijnlijk het is dat een overstap wordt gehaald (52 procent)
  • meer duidelijkheid over bagagetoeslagen en andere betaalde extra’s (46 procent)
  • punctualiteit per vlucht (40 procent)

Bij een vergelijkbare prijs en vluchtschema is de ‘on-time performance’ van een vlucht de doorslaggevende keuzefactor, stelt 43 procent.

De roep om prijsvoorspellingen is interessant, omdat slechts 8 procent deze volledig vertrouwt en hun boekingen erop afstemt. Een derde heeft helemaal geen vertrouwen in de voorspellingen en 62 procent vindt de indicatoren handig, maar ze zijn niet doorslaggevend voor het boekingsmoment.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Coalition for Better Ads luidt de noodbel: Nu stoppen met irritante online advertenties

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een brede coalitie van brancheverenigingen op het gebied van online adverteren heeft gisteren opgeroepen om te stoppen met irritante advertentieformaten. Autoplay video, popups en paginavullende scrollovers zorgen voor toenemend gebruik van adblockers, zo waarschuwt Coalition for Better Ads, die gisteren in zowel Brussel als Washington D.C. vrijwillige advertentiestandaarden aankondigde.

Op basis van uitgebreid onderzoek onder 25.000 webgebruikers zijn zes typen desktop en twaalf typen mobiele advertenties geïdentificeerd die grote irritatie veroorzaken en wat Coalition for Better Ads betreft niet meer gebruikt moeten worden.

Het onderwerp adblockers kreeg de laatste tijd nauwelijks nog aandacht, maar dat betekent niet dat het probleem uit de wereld is geholpen. Adblockers werden vorig jaar op maar liefst 615 miljoen pc’s of mobiele apparaten gebruikt, dertig procent meer dan een jaar eerder. Facebook trok in 2015 al aan de bel over adblockers en het bedrijf schrapte een groot aantal advertentieformaten.

‘Als we deze formaten blijven gebruiken, zullen advertentie-inkomsten dalen,’ waarschuwde Randall Rothenberg CEO van het IAB. Dat is vooral slecht nieuws voor uitgevers, die grotendeels van advertentie-inkomsten afhankelijk zijn.

De Coalition for Better Ads werd vorig jaar gelanceerd op de vakbeurs Dmexco in Keulen. Men begon toen meteen een studie naar onder meer laadtijden, het aantal trackingpixels en andere technische aspecten.

De coalitie bestaat uit belangengroepen uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en de VS (onder meer IAB en ANA), internetbedrijven als Google en Facebook, en adverteerders als Procter & Gamble en Unilever. Ook enkele uitgevers, waaronder News Corp en Thomson Reuters, zijn lid. Opvallend genoeg zijn geen consumentenorganisaties uitgenodigd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De volwassenwording van AI: wat zijn de gevolgen?

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ieder jaar is er tijdens SxSW een thema dat opvallend veel wordt besproken. In voorgaande jaren waren dat ‘internet of things’, ‘smart homes’ en ‘virtual reality’. Dit jaar speelden veruit de meeste sessies rond artificial intelligence.

‘How AI will eat your job’, ‘How AI will make everybody handsome’, ‘What we have to teach our kids about AI’, ‘AI: the next and last revolution’ – slechts een kleine greep uit de vele catchy titels die gebruikt werden om bezoekers te lokken. Anders gezegd: de AI-sessies gingen over onderwerp X in relatie tot AI, leidend tot de formule: ‘take X and add AI’. Op basis van vijf dagen SxSW en de vele AI-talks zet ik de drie meest besproken thema’s rond AI op een rij.

1. De UX van AI

AI klinkt voor veel mensen net zo vaag als Big Data of de cloud dat een paar jaar terug deed. Hoe ziet AI er eigenlijk uit en hoe interacteren we met AI? Oftewel, wat is de user interface van AI? De meest voor de hand liggende interfaces is een Chat UI; het middels een chats interacteren met een slimme bot. Maar het is ook interessant om te kijken hoe je de beste interface ontwerpt voor Voice, zoals bij Alexa en Siri.

Als AI slimmer wordt en meer weet over de persoon waarmee deze interacteert, kan AI als een black box voelen en afschrikken. Mark Sagar van Soul Machines stelt dan ook dat we AI een gezicht zullen moeten geven om er optimaal mee te kunnen communiceren. Sagar ontwikkelt prototypes van gezichten die als interface van AI kunnen worden ingezet. Ze kijken in real time vanaf het scherm naar de gebruiker en reageren uitermate kundig met emoties, oogcontact en mimiek. Je ziet als gebruiker dat het gezicht van de AI je begrijpt of juist niet. Het klinkt misschien als verre toekomstmuziek, maar het inzetten van een gezicht als UI van AI is een interessante gedachte en met 7,5 miljoen dollar funding zal Soul Machines er de komende jaren zeker mee doorgaan.

2. AI en de white collar workforce

Welke banen gaan er door de inzet van AI verdwijnen en welke niet? Malcolm Frank van Cognizant behandelde uitgebreid de scenario’s voor de workforce en verschillende industrieën. In een notendop? Uiteraard zullen er banen verdwijnen, iets wat nu al gebeurt, maar banen waar menselijk contact centraal staat zullen blijven bestaan, zoals in het onderwijs en de zorg. Daarnaast verwacht hij dat veel banen ‘enhanced’ worden door AI, zoals dokters die tijdens een onderzoek naar botkanker advies krijgen van een intelligente machine.

Verder zal er ook een nieuwe groep banen ontstaan die voortkomt uit de innovatie die AI met zich meebrengt. Vergelijk het met de opkomst van IT, waardoor bijna elke tolweg- of bankmedewerker zijn of haar baan is kwijtgeraakt, maar wat tegelijkertijd zo veel nieuwe banen heeft doen ontstaan dat inmiddels 20 procent van de wereldbevolking indirect in de IT-sector werkt. Zoals de industriële revolutie blue collar banen heeft doen verdwijnen zal de AI dat doen met white collar banen, maar op hetzelfde moment zal er een nieuwe klasse ontstaan.

3. Het ontwikkelen van de perfecte AI-respons

Hoe moet AI op ons reageren? De verwachting is dat AI op korte termijn al heel nauwkeurig onze emoties zal kunnen aflezen uit de kleinste details, zoals een trilling in onze stem of een onderwerp zoals in dit filmpje te zien is. Tegelijkertijd ontwikkelen we een bepaalde band met AI, zoals Sophie Kleber van Huge uitvond door te praten met gebruikers van de Google Home Assistent, die aangeven dat ze zich thuis minder alleen voelen door het device.

AI zal moeten kunnen beslissen hoe te reageren in welke situatie. Kleber van Huge ziet drie typen responsen voor zich op basis van context en behoefte. Als ik de Google Home Assistent vraag om het licht aan te doen verlang ik een andere reactie dan wanneer ik aangeef kapot te zijn na een lange dag hard werken. In het eerste geval dient de AI te reageren als een machine, zonder gebruik te maken van emotie of contact. De handeling op zich is voldoende.

Een tweede respons-categorie zou AI als verlenging van jezelf kunnen zijn. De AI herkent de emotie, maar probeert die niet te veranderen, een bevestiging is genoeg. Als ik moe thuiskom, hoef ik verder geen advies.

De derde categorie is AI die reageert als een ander mens. Ik vind het goed dat de AI met mij in gesprek gaat, advies geeft en eventueel de emotionele sfeer probeert te beïnvloeden. Denk hierbij aan advies over geldzaken of gezondheid. Hoe geavanceerder AI wordt des te meer we zullen moeten nadenken over dit soort complexe interactieniveaus.

De volwassenwording van AI – wat zijn de gevolgen?

AI wordt langzaam maar zeker volwassen. We denken nu na over de verschijningsvormen en gevolgen die we op korte termijn gaan zien. Met dit verslag van SxSW ben je weer even up to date. Maar AI ontwikkelt zich in rap tempo, nu proberen om dat bij te benen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwste versie Chrome biedt ondersteuning voor WebGL 2.0

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google heeft ondersteuning voor WebGL 2.0 in zijn nieuwste Chrome-versie ingebouwd. Met WebGL kunnen 3D-beelden zonder plug-in in een browser worden getoond.

WebGL is een afgeleide van OpenGL ES 2.0, de variant van OpenGL die veel wordt toegepast in mobiele apparaten zoals smartphones.

De nieuwste versie is inmiddels beschikbaar in Chrome 56 voor Windows, Linux en Mac. Op termijn wordt de standaard ook toegevoegd aan Chrome voor Android.

Mozilla Firefox en Opera boden als ondersteuning voor WebGL 2.0.



Lees het volledige bericht op Emerce »

WordPress versus Adobe Muse: een wereld van verschil of toch niet?

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

WordPress is het meestgebruikte Content Management Systeem (CMS) en wordt gewoonlijk vergeleken met andere CMS-en als Joomla of Drupal. De gebruikers van deze systemen maken heel vaak gebruik van kant-en-klaar vormgegeven templates die worden ingevuld met eigen content. Voeg er nog een paar plugins aan toe en klaar is kees. Of toch niet helemaal? Wat heeft een programma als Adobe Muse te bieden en met welk systeem kan de klant zijn site het makkelijkst zelf onderhouden?

Laten we de voor- en nadelen van deze systemen eens naast elkaar leggen.

Wie bouwt een WordPress-site?

Als we even afzien van de puristen die zweren bij handmatig programmeren van elke nieuwe site, is de gemiddelde bouwer van WordPress-sites een technisch onderlegde persoon met enige kennis van en affiniteit met HTML, CSS en wellicht javascript. Hij of zij kan in principe zelf de code schrijven, maar wil het wiel niet iedere keer opnieuw uitvinden en maakt handig gebruik van alle templates en plugins die WordPress biedt.

Hij shopt in de WordPress-winkel naar de gewenste vormgeving en alle benodigde functionaliteit, maar vertrouwt nog wel op zijn programmeurskennis, want het aanbod is natuurlijk nooit exact zoals gewenst. En als het ingewikkeld wordt, zal deze bouwer toch zelf een plugin moeten schrijven of expertise moeten inhuren.

De WordPress-klant

Een middelgrote klant heeft een webredacteur en -beheerder in dienst die de website up-to-date houden. Maar de kleine zelfstandige die zijn WordPress-pagina’s of -blog zelf wil onderhouden, zal zich enigszins moeten verdiepen in het systeem (zoals in elk CMS-systeem). Een klein beetje HTML-kennis kan daarbij geen kwaad, want de content-editor van WordPress houdt niet over. Deze kleine klant zal teksten aanpassen en een afbeelding plaatsen. Veel verder zal hij niet gaan, want de afbeeldingsgrootte en tekstomloop rond een afbeelding leveren al voldoende gehannes op.

De wysiwyg-omgeving van WordPress houdt niet over

Wie bouwt een Muse-site?

Dit zijn vormgevers die bekend zijn met Adobe producten als Photoshop, Illustrator en InDesign. Het is maar een vrij kleine stap om dan ook websites te gaan vormgeven en de code te laten genereren door Muse. Deze vormgevers hebben weinig affiniteit met HTML, CMS en javascript en houden van wysiwyg. Ze werken op een reclamebureau en de opdrachten voor webdesign zijn eerder bijkomend dan hoofdzaak.

Ze maken liever zelf vormgevingstemplates dan dat ze die zouden kopen. Als het ingewikkeld wordt, maken ook zij gebruik van plugins, maar in Muse heten die widgets, al blijft het gebruiksgemak voorop staan. Voor echt grote projecten komt Adobe Business Catalyst om de hoek kijken, maar deze uitbreiding van functionaliteit begint op een echt CMS te lijken.

De Muse-klant

Een gemiddelde Muse-klant leidt een midden- en kleinbedrijf of is zelfstandig. Hij of zij heeft een ijssalon of een kleine schoenenzaak, is fotograaf of artiest en wil zijn diensten kenbaar maken via een gelikte website. Erg handig is de mogelijkheid om zelf teksten en afbeeldingen in de eigen browser aan te passen, maar meer kan er niet! Veel kennis is niet nodig en HTML, CSS en javascript al helemaal niet.

Tekst en afbeeldingen kunnen in de browser worden aangepast

Voor- en nadelen

Laten we Muse en WordPress vergelijken op het gebied van organisatie (rollen en permissies), flexibiliteit en efficiency om inhoud en vormgeving aan te passen, uitbreiding van functionaliteit en SEO.

Organisatie (rollen en permissies)

Dit is van cruciaal belang bij grotere organisaties en verenigingen. Het spreekt voor zich dat dit in WordPress goed kan worden geregeld. Muse zelf is hierin uiterst rudimentair: er zijn maar twee rollen: de ‘maker’ van de website en de ‘klant’ die toestemming krijgt om in de browser wijzigingen in tekst en beeld aan te brengen. Dit is weliswaar te ondervangen met Business Catalyst, maar dat verdient een eigen vergelijking met WordPress en staat min of meer los van Muse. Het moge duidelijk zijn dat Muse alleen het niet redt in een organisatie-omgeving waarbij diverse rollen en permissies van cruciaal belang zijn.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing inhoud)

Vanwege de wysiwyg- en in-browser-omgeving is Muse op dit punt efficiënter dan WordPress. Natuurlijk kun je ook vrij gemakkelijk een tekst aanpassen in WordPress, maar als je daarin heel netjes afbeeldingen wilt opnemen, ben je al wat langer bezig. In Muse gaat dit allemaal heel intuïtief.

Voor een eindklant, die nieuwe inhoud wil creëren op een nieuwe pagina is Muse echter minder efficiënt. Hij kan weliswaar teksten en afbeeldingen op bestaande pagina’s gemakkelijk via zijn browser vervangen, maar niet zomaar nieuwe content op nieuwe pagina’s aanmaken. Die pagina’s moet de vormgever eerst voor hem aanmaken. Om nieuwe pagina’s aan te maken, is de WordPress-klant dus in het voordeel.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing vormgeving)

Omdat Muse is ingericht op vormgevers, wint Muse het volledig in dit opzicht. De look & feel van elke pagina kan geheel naar eigen wens worden bepaald en tevens snel en flexibel worden gewijzigd. Zo kan ook een kleuraanpassing gemakkelijk op de hele site worden doorgevoerd of een logo eenvoudig op alle pagina’s worden geplaatst. One-page-design en parallax scrolling lijken wel voor Muse gemaakt! In WordPress is het niet meer dan behelpen.

Uitbreiding van functionaliteit

Wie zou tegen de rijkdom van WordPress-plugins op kunnen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Toch wil ik hier een kanttekening plaatsen. Muse heeft een zodanig marktaandeel in webdesign verworven dat het aantal plugins (widgets genaamd) meer dan voldoende is om uit te kiezen. Sterker nog: deze uitbreidingen zijn vaak gelikter en eenvoudiger in te stellen dan in WordPress. Denk aan responsive menu’s, Google Maps, social media-knoppen, polls, slideshows etc. Maar als u heel specifieke uitbreidingen wenst (specifieke database- en spreadsheetkoppelingen etc.), dan zult u gebruik moeten maken van Business Catalyst of waarschijnlijk alsnog moeten overstappen naar WordPress.

SEO

Er was en is nog steeds discussie over de mogelijkheden van SEO binnen Muse. Hoewel Google Analytics en Tag Manager eenvoudig kunnen worden geïntegreerd, zijn plugins als Yoast voor WordPress (nog) niet beschikbaar voor Muse. Dat gezegd hebbende, zijn er een paar lichte widgets verkrijgbaar voor Muse om de lacune op te vullen. Maar het is aannemelijk dat je een WordPress-site iets beter kunt afstemmen op het gebied van SEO.

Conclusie

WordPress en Muse zijn gebouwd vanuit twee verschillende disciplines en voor twee verschillende websitebouwers: de oorspronkelijke HTML-programmeurs versus de oorspronkelijke drukwerk-vormgevers. Dat beide type bouwers fraaie en functionele websites kunnen maken, mag duidelijk zijn. Maar de voor- en nadelen van beide systemen hangen wel nog steeds samen met de oorspronkelijke disciplines.

In WordPress is het ondanks alle templates en moderne content-editors nog steeds lastig je eigen vormgevingsideeën eenvoudig door te voeren, terwijl Muse voor websites van grotere organisaties nauwelijks een optie is vanwege het gebrek aan bijvoorbeeld organisatie-middelen en database-koppelingen.

Muse verdient de voorkeur als je als vormgever een grafisch gelikte, compacte site wilt bouwen, terwijl WordPress eerder in aanmerking komt als zowel auteurs en redacteuren als webmasters aan gestructureerde content moeten werken of als heel specifieke functionaliteit is gevraagd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Uittocht adverteerders: Google door het stof

Posted 22 Mrt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Google gaat diep door het stof voor hun voornaamste inkomstenbron, de adverteerder. Een slecht werkend algoritme betekende dat advertenties van onder meer kranten, tv-zenders, restaurants, vervoerders en mode- en cosmeticamerken bij extremistisch materiaal…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

‘De regel voor datafeeds: hoe meer informatie, hoe beter’

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Peak Capital investeerde 750 duizend euro in Channable, een bedrijf dat een managementtool voor datafeeds heeft ontwikkeld. Wat doet deze Nederlandse onderneming en hoe belangrijk zijn zulke feeds tegenwoordig?

Het in Utrecht gevestigde bedrijf heeft software ontwikkeld die alle productinformatie van een webwinkel uitleest en tot een datafeed vormt. Deze feeds worden geoptimaliseerd voor de talloze vergelijkingssites en marktplaatsen die er vandaag de dag zijn.

Voor e-commerceplatformen als Magento, Lightspeed en WooCommerce zijn plugins ontwikkeld die zorgen voor een directe koppeling met bijvoorbeeld bol.com, Amazon, Marktplaats of Google Shopping. Bedrijven met een eigen tool of een complexere commerce-omgeving als Hybris en SAP sluiten de shop aan op de API van de externe verkoopplek. E-commercemanagers kunnen vervolgens op één centrale plek hun productinformatie managen.

‘Hoe meer informatie, hoe beter’

Channable is voortgekomen uit een eerder bedrijf van Rob van Nuenen zijn twee compagnons Stefan Hospes en Robert Kreuzer. In een tijd dat responsive designs nog nauwelijks werden gebruikt, schraapte het bedrijf content van websites en vormde dit om tot mobiele sites. Van Nuenen zat daardoor veel bij marketingafdelingen en -bedrijven aan tafel. Die wezen hem erop die toch al geëxtraheerde informatie automatisch met een feed door te sturen naar de vergelijkingssites.

Inmiddels bevat een beetje feed veel meer info dan alleen de naam, prijs en omschrijving. “De regel is hier, hoe meer informatie hoe beter”, zegt Van Nuenen. Een feed bevat idealiter informatie over de kleur, grootte, belangrijke kenmerken en ook voorraad en marges. Hij beaamt dat er met een vergelijkbaar doel diverse Product Information Management-tools (PIM) op de markt zijn gekomen. “Maar een PIM is er vooral om de informatie op orde te houden en zorgt niet altijd voor de directe koppeling met andere systemen.”

Een belangrijk kenmerk van Channable is dat het de orders en dus de veranderingen in voorraad ‘teruggeeft’ aan het e-commerceplatform. “Een grote uitdaging die retailers nu hebben is het in de hand houden van de kosten voor de plaatsing op een vergelijker of marktplaats. De eerste stap is natuurlijk het inlezen van die prestatiedata, daarna volgt het optimaliseren per kanaal. Zo is een feed er niet alleen om informatie door te geven, maar kun je er ook mee sturen.” Dus: schoenen met bepaalde kenmerken worden alleen verkocht op Fashiochick, t-shirts staan op kleding.nl. Restproducten of restmaten worden juist weer wel via het kanaal verkocht waarvan de ‘cost per sale’ laag is en niet waar het retourenpercentage aan de hoge klant blijkt.

Is verkopen op marktplaatsen wel verstandig?

Een veelgehoorde kritiek op het verkopen op externe plekken is dat het de winkelier nauwelijks terugkerende klanten oplevert. In feite wordt alleen het merk van het platform opgebouwd en niet dat van de retailer zelf. Van Nuenen spreekt veel retailers en heeft zicht op verkoopdata. Hoe kijkt hij daar tegenaan? “Op een site als bol.com en Amazon ben je met name voor deze bedrijven bezig. Mensen hebben vaak niet eens door bij welke retailer ze nu daadwerkelijk kopen. Maar vergeet niet dat de bedrijven je wel een miljoenenpubliek bieden. Over het algemeen worden de kosten hoger en hebben vergelijkers en marktplaatsen moeite dat te verantwoorden. Uiteindelijk denk ik dat je op marktplaatsen alleen de kleinere shops overhoudt, op vergelijkingssites juist de allergrootste.”

De behoefte aan goede beheersing van datafeeds wordt er in zijn ogen niet minder op. Hoewel de software wordt geïntegreerd met andere tools – Google Analytics en Adwords bijvoorbeeld -blijft de specifieke functie van feedmanagement de basis. Een belangrijk doel voor de nabije toekomst is om Channable in enkele nieuwe Europese landen te lanceren. Nadat de software al in Scandinavië en de Duitstalige landen live ging, wil Van Nuenen zich met de opgehaalde investering richten op Engeland, Frankrijk en Spanje.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google verrast met preview Android O

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google heeft onverwachts alvast een vroege versie van Android O ter beschikking gesteld aan ontwikkelaars. De huidige versie verschilt nog weinig van Marshmallow of Nougat.

Net als vorig jaar wacht Google niet op zijn I/O congres voor de lancering van de systeemsoftware. Android O werkt vooralsnog echter alleen op toestellen die Google zelf heeft ontwikkeld, zoals Nexus 5X, Nexus 6P, Nexus Player, Pixel, Pixel XL en Pixel C. Wel is de software uit te proberen met Googles Android Emulator.

Android O zou de batterij nog beter sparen, krijgt Picture in Picture bij video en ondersteuning voor diverse audiocodecs. Gebruikers krijgen ook meer controle over notificaties. De vormgeving blijft echter hetzelfde.

Pas later dit jaar wordt duidelijk waar de O voor staat, al zal het ongetwijfeld weer een naam worden die verwijst naar snoepgoed.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat zijn de alternatieven voor Google Analytics?

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google Analytics is voor de meeste website exploitanten nog steeds de standaardoplossing voor web analytics. Bestaan er dan geen alternatieven voor deze allesweter? Jazeker, die bestaan. Hieronder vind je een aantal alternatieven voor Google Analytics op een rij.

Niet voor niets staat in de inleiding het woord ‘allesweter’. Een belangrijke reden waarom sommige bedrijven en organisaties ervoor kiezen om geen gebruik te maken van Google Analytics is namelijk het feit dat Google niet alleen heel veel van ons en de bezoekers van onze websites weet, maar dat deze data ook is opgeslagen op servers die in de Verenigde Staten staan. Vooral voor (semi-)overheidsdiensten en andere publieke organisaties is dat niet wenselijk, zeker gezien de recente politieke ontwikkelingen aan de overkant van de grote plas.

Ook zijn er bedrijven die het lastig vinden om Google Analytics volledig conform de privacy-richtlijnen van verschillende landen in te richten en daarom maar gebruik maken van een alternatieve web analytics-oplossing. Dat zien we vooral gebeuren bij kleinere Nederlandse bedrijven die actief zijn op de Duitse markt, waar de privacyrichtlijnen nog wat strenger zijn dan in Nederland.

Wat je redenen ook mogen zijn, hieronder vind je een aantal alternatieven voor Google Analytics. Natuurlijk is dit geen compleet overzicht: er bestaan ook tools die een deel van de web analytics-functionaliteiten van Google Analytics bieden, maar dat zijn daardoor m.i. geen volwaardige alternatieven voor Google Analytics.

Piwik

Piwik is het Google Analytics alternatief wat we in de praktijk relatief vaak tegenkomen. Dat is niet zo verwonderlijk, aangezien Piwik, net als Google Analytics, gratis en redelijk gebruiksvriendelijk is. Een belangrijk argument om Piwik in plaats van Google Analytics te gebruiken is het feit dat bij Piwik de data op de eigen (web-)server opgeslagen worden en niet op een server die eigendom is van een derde partij (zoals Google).

Piwik komt in twee smaken: een gratis community versie, en Piwik Pro. Hier vind je de verschillen tussen de beide versies. Piwik Pro komt ook weer in twee smaken; een cloudversie (die dus niet het voordeel kent van data die wordt opgeslagen op een eigen server) en de zelf gehoste versie. De kosten van Piwik Pro zijn afhankelijk van het aantal bezoekers en beginnen bij 29 euro per maand.

Ten opzichte van de gratis community versie biedt de betaalde Pro-versie onder andere tag management (vergelijkbaar met Google Tagmanager), betere segmentatiemogelijkheden dan de community versie, campagne rapportages, Google AdWords integratie, funnel analytics en conversie-attributie.

Functies die het gratis Google Analytics standaard biedt, naast integratiemogelijkheden met andere Google-producten. Daarnaast kunnen de functionaliteiten van Piwik met behulp van (voornamelijk commerciële) plugins van Piwik en van derden ook worden uitgebreid met onder andere heatmaps, form analytics, campagne en media analytics, en nog veel meer.

Wil je Piwik in plaats van Google Analytics inzetten dan kan je dus eigenlijk niet om de Pro versie heen. Afhankelijk van je analytics behoeften kan het zijn dat je daar ook enkele abonnementen op  commerciële plugins bij nodig hebt.

Clicky

Laat je niet foppen door de kinderachtige naam; Clicky is een volwaardig alternatief voor Google Analytics. Een groot voordeel van Clicky is dat alle rapportages real-time inzicht bieden, waar dit bij Google Analytics nogal beperkt is. Verder vind ik persoonlijk de user interface duidelijker en de rapportages logischer dan die van Google Analytics, en is de mobiele versie gebruiksvriendelijker.

De gratis versie van Clicky is beperkt tot 1 website en 3.000 pageviews per dag. Dat lijkt misschien weinig maar dit is een aantal wat veel websites niet halen. Heb je meer websites of heeft je website meer pageviews dan is er de Pro versie, waarmee je voor 9,99 euro per maand 30.000 pageviews op tien websites kunt meten.

Vanaf Pro Plus (€ 14,99 per maand) wordt het nog interessanter; dan heb je namelijk ook de beschikking over heatmaps die je meer inzicht bieden in het klikgedrag van bezoekers op een pagina, en over uptime monitoring wat je een seintje geeft als je website offline is. Hier vertelt Clicky zelf hoe zij verschillen van Google Analytics.

Heeft Clicky dan geen nadelen? Natuurlijk wel. Het belangrijkste nadeel is dat de integratie met andere Google services nagenoeg afwezig is. Iets waar natuurlijk meer Google Analytics alternatieven last van hebben.

Open Web Analytics

Voor liefhebbers van open source oplossingen is er het Open Web Analytics project. Net als bij Piwik wordt ook hier de data op de eigen (web-)server opgeslagen, waardoor ook Open Web Analytics kan worden ingezet in situaties waarin het niet wenselijk is dat deze data door een derde partij wordt opgeslagen.

Hier vind je een vergelijking  tussen de functionaliteiten van Open Web Analytics en die van Google Analytics. Net als Clicky Pro Plus en Piwik Pro (met plugin) biedt Open Web Analytics ook heatmaps, en zelfs mouse movemaps. In tegenstelling tot Clicky Pro Plus en Piwik Pro is Open Web Analytics gratis, net als Google Analytics. Donaties worden uiteraard op prijs gesteld.

Het belangrijkste voordeel van Open Web Analytics is ook het belangrijkste nadeel; door het open source principe is er geen bedrijf wat ondersteuning biedt. Hiervoor kan je eigenlijk alleen terecht bij de Open Web Analytics support forums. Nu is de support vanuit Google voor Google Analytics voor bedrijven die geen Google Partner zijn ook niet altijd om over naar huis te schrijven, maar over Google Analytics is online dan nog veel informatie en documentatie te vinden. Naast ondersteuning is ook de doorontwikkeling en continuïteit van een open source project zoals Open Web Analytics nooit gegarandeerd.

Ondanks dat is Open Web Analytics een volwaardig alternatief voor zowel Google Analytics als Piwik Pro en Clicky Pro Plus, maar is het door de beperkte ondersteuning vooral weggelegd voor ervaren en vooral ook wat technisch onderlegde gebruikers.

Adobe Analytics

Naast Piwik Pro zijn er nog een aantal webstatistieken-oplossingen die zich nog verder aan de bovenkant van de markt bevinden. Een bekende high end oplossing is Adobe Analytics, het voormalige Omniture SiteCatalyst. Adobe Analytics is onderdeel van de Adobe Marketing Cloud.

Waar Google Analytics, Clicky en Piwik gemakkelijk te implementeren zijn, is de implementatie van Adobe Analytics grotendeels maatwerk. Deze implementatie is afhankelijk van de te meten metrics en doelen. Het voordeel van deze maatwerk implementatie is dat de informatie die deze oplossing biedt wel helemaal toegespitst is op de wensen en behoeften van de organisatie. Daarnaast biedt Adobe Analytics uitgebreide data-integratiemogelijkheden met de informatie-architectuur van de organisatie, grotere hoeveelheden te meten custom variabelen (voor traffic, events en conversies), en uitgebreide rapportages van verschillende data sets.

Is Adobe Analytics dan in alles beter dan Google Analytics? Nee. Buiten de implementatie zijn de segmentatiemogelijkheden van Adobe Analytics, en de manier waarop segmenten kunnen worden vergeleken, nog wat bewerkelijker. Daarnaast spelen ook de kosten een rol: naast de kosten die gemaakt dienen te worden voor de implementatie kunnen de licentiekosten voor de Adobe Marketing Cloud oplopen tot enkele duizenden Euro’s per maand.

Webtrends Infinity Analytics

Een andere high end oplossing is Webtrends Infinity Analytics. Vergeleken met Adobe Analytics, Google Analytics 360 (Googles high end oplossing) en de standaard Google Analytics, ligt de focus van Webtrends Infinity Analytics sterker op data-analyse. Zo is er meer visitor-level data beschikbaar en zijn er veel mogelijkheden voor onder andere data-exploratie, datasegmentatie en drill-down (helaas niet on-demand beschikbaar), correlaties tussen dimensions en metrics, en custom reporting. Daarnaast is alle data real-time beschikbaar en wordt er bij grote data volumes geen gebruik gemaakt van data samples maar van alle data.

Een belangrijk nadeel van Webtrends Infinity Analytics  is dat de historische data niet verder terug gaat dan 90 dagen, tenzij je gebruik maakt van web log analytics. Standaard kan je dus niet even snel vergelijkingen maken met eerdere periodes. Daarnaast is de integratie met andere services beperkt tot SharePoint.

De zelf-gehoste versie van Webtrends Infinity Analytics is niet meer beschikbaar, alleen nog de SaaS-oplossing. Volgens Webtrends is en blijft de website exploitant echter wel de eigenaar van alle data.

Conclusie

Google Analytics is voor de meeste website exploitanten nog steeds de standaardoplossing voor web analytics. Bestaan er dan geen alternatieven voor deze allesweter? Jazeker, die bestaan. Sommige alternatieven bieden voor een klein maandbedrag zelfs meer en betere functionaliteiten. Het grootste nadeel van vrijwel alle Google Analytics alternatieven is en blijft echter de beperkte integratie met andere Google services.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Energieleveranciers vallen buiten SEO-top 10 Energie

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Niet de energieleveranciers zelf maar de prijsvergelijkers in deze markt scoren het hoogste qua SEO-zichtbaarheid, zo laat een nieuw onderzoek zien.

SEO Effect onderzocht begin deze maand hoe energiebedrijven en -vergelijkers qua zichtbaarheid scoren in Google. Vanmiddag publiceerde het de resultaten.

Opvallend daarin is dat het de dienstverleners rondom de energiebranche zijn die qua zichtbaarheid het best scoren.

De top 6 op 2 maart:

“Bekende partijen als oxxio.nl (0,7%), eon.nl (1,1%), nle.nl (2,5%) en essent.nl (1,8%) zijn nergens te vinden. Nuon.nl (4,9%) doet het dan van de bekende partijen nog het beste. Nle.nl stijgt overigens ook sterk de laatste weken”, licht directeur Kees Jan Deelstra toe.

Aan de organische SEO-positie van Energievergelijken.nl dicht hij ook een mediawaarde toe: 1,6 miljoen euro op jaarbasis.

Foto: Ninian Reid (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Guetzli-algoritme wordt open source

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google maakt het Guetzli-algoritme open source. Met dat algoritme kunnen JPEG-plaatjes sterk worden verkleind, fotobestanden in hoge resolutie zelfs tot 35 procent.  

Google lanceerde in 2014 ook al het WebP-format, dat beelden met 10 procent verkleinde. Met het nieuwe Guetzli-algoritme is dus nog meer compressie mogelijk. Voordeel is bovendien dat deze standaard ook met bestaande browsers is te gebruiken.

Het enige nadeel van Guetzli is dat de compressie iets langer duurt dan bestaande methoden. Maar volgens Google is dat de moeite waard, omdat laadtijden worden teruggebracht.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Brusselse Tinder voor muzikanten in juni wereldwijd beschikbaar

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

In juni lanceren drie Brusselse ondernemers een app die vertelt welke ondernemers en concerten er in de buurt zijn. Deze Tinder voor muzikanten is ook meteen internationaal beschikbaar.

De app is al twee jaar in ontwikkeling, zegt Charles Doumit van Wipmusic in het Nieuwsblad. ‘We vertrokken uit de vaststelling dat veel muzikanten die bijvoorbeeld een conservatoriumopleiding gevolgd hebben, niet aan de bak komen. Ze spelen een paar jaar in cafeetjes en moeten daarna genoegen nemen met een bediendejob. Wipmusic laat hen toe om makkelijk een netwerk uit te bouwen, een publiek te vinden en optredens te versieren.’

Wipmusic wordt iets tussen Facebook, Tinder, Google Maps en Myspace. Een sociaal netwerk waarin muzikant, muziekliefhebber en concertpromotor met elkaar in contact kunnen komen.

In mei wordt Wipmusic getest in België. In juni wordt Wipmusic wereldwijd uitgerold.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is crawl budget en moet ik me daarmee bezighouden?

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Crawlen, het is datgene wat Google doet om de inhoud van je site te indexeren. Als je website niet goed gecrawld kan worden, heeft dit grote gevolgen voor de vindbaarheid. Crawl budget is een niet veel gehoorde term, echter we merken dat, vooral grote, websites hier vaak kansen laten liggen. In deze blog vier insider tips voor techies.

Wat is crawl budget?

Dagelijks crawled Google een aantal pagina’s op je website. Dit aantal, ook wel het crawl budget genoemd, kan per dag licht variëren. Op de lange termijn blijven deze afwijkingen vaak echter in lijn. De hoeveelheid pagina’s dat een zoekmachine crawled is afhankelijk van een aantal zaken, zoals de grootte van je website en het aantal links naar je website. Via Search Console kun je het crawl budget voor jouw pagina terugvinden, in onderstaande afbeelding zie je een voorbeeld.

Om snel te kunnen zien of het crawl budget op jouw website geoptimaliseerd kan worden, kun je de volgende zoekopdracht in Google uitvoeren (protocol afhankelijk): “site:website.nl”. Daarna zie je het totaal aantal geïndexeerde pagina’s in Google. Zie onderstaande afbeelding voor het voorbeeld:

Als dit enorm afwijkt van het gemiddelde aantal gecrawlde pagina’s uit de Search Console, dan kun je de conclusie trekken dat niet elke pagina dagelijks wordt gecrawld. Hierbij is het goed in je achterhoofd te houden dat het dagelijkse aantal gecrawlde pagina’s door Google afhankelijk is van meerdere factoren zoals autoriteit, de grootte van de website etcetera.

Waarom moet ik het crawl budget optimaliseren?

Eén van de elementen die vaak van grote invloed kan zijn op je crawl budget is de snelheid van de website. Googlebot besteedt tijd aan het renderen van een pagina, als je deze tijd terugbrengt dan zal Googlebot ook sneller de website crawlen. Op deze manier zullen pagina’s dus eerder bezocht worden. Hieronder laten we een voorbeeld zien waarbij de website snelheid omlaag ging (zie onderste grafiek) en wat dit voor invloed had op het aantal gecrawlde pagina’s per dag (zie bovenste grafiek).

Inkomende links

Inkomende links hebben ook een groot effect op het crawl budget van een website. Hoe meer externe links verwijzen naar je website, hoe meer links Googlebot dus kan volgen en hoe meer tijd er op je website wordt doorgebracht.

Hieronder zullen we vier factoren beschrijven hoe je je website kan optimaliseren op het gebied van crawl budget. Deze tips zullen ervoor zorgen dat Google meer aandacht besteedt aan pagina’s die veel waarde hebben om organisch verkeer binnen te halen. Aan de andere kant helpen deze tips ook om Googlebots geen aandacht meer te laten geven aan pagina’s die niet relevant zijn om geïndexeerd te worden.

  1. Filters en duplicate content

Bij e-commercewebsites heb je veel te maken met product- of categoriefilters, die ervoor zorgen dat een URL er steeds anders uitziet. De verschillende combinaties van filters zorgen zo voor heel veel verschillende URL’s. Filters worden vaak achter een parameter geladen en deze zijn in sommige gevallen niet relevant om door Google gecrawld te worden en aandacht te krijgen.

Een aantal praktische voorbeelden hiervan zijn:

  • Filter op prijs: Stel je voor, je hebt op elke mogelijke categorie een filter waarbij het mogelijk is om op een bepaalde prijsrange te filteren. Als het mogelijk is om te kiezen uit tien mogelijke prijsfilters, dan zorgt dit ervoor dat op elke mogelijke categorie met een unieke URL er tien URL’s bestaan die totaal niet relevant zijn om gecrawld te worden door Google. Voorbeeld URL’s:
    • webshop.nl/rode-schoenen?price=10-20
    • webshop.nl/blauwe-schoenen?price=50-70
  • Zoekresultaten: Een veelvoorkomend probleem bij websites met een interne zoekfunctie is dat deze zoekopdrachten unieke URL’s genereren die niet worden uitgesloten van indexatie. Dit kan op termijn leiden tot een groot aantal aan URL’s waarvan je niet wilt dat deze geïndexeerd worden. Deze URL’s zouden daarnaast mogelijk kunnen conflicteren met de categoriepagina’s op de website. Voorbeeld URL’s:
    • webshop.nl/zoeken?search=rode%schoenen
    • webshop.nl/zoeken?search=blauwe%schoenen

Nu hoor ik je denken, deze twee simpele voorbeelden kunnen slechts enkele URL’s genereren. Bij één van onze klanten hebben we het crawl budget ook geoptimaliseerd, hieronder kun je zien hoe we dat gedaan hebben:

In dit voorbeeld werden er allerlei soorten categoriefilters en zoekfilters geïndexeerd door Google. Als deze pagina’s niet waren uitgesloten van de indexatie, dan zou Google mogelijk 666.445 URL’s crawlen die helemaal geen aandacht horen te krijgen. Door het uitsluiten van de filters zorg je ervoor dat de pagina’s die wel relevant zijn wel gecrawled worden. Dit kan zelfs bijdragen aan een hogere positie in Google, doordat Google vaker op deze (belangrijkere) pagina’s komt.

Het uitsluiten van filters kan op verschillende manieren. Als we de zoekfilters van het bovenstaande voorbeeld willen uitsluiten van de indexatie in Google, dan kunnen we de volgende regel toevoegen in de robots.txt :

  • Disallow: ?search

Voor de techies onder ons; deze disallow regel zegt eigenlijk tegen Googlebot dat URL’s met het pad ?search in de URL niet gecrawld mogen worden. Dit lost alleen nog niet het probleem op met alle URL’s die in de zoekresultaten van Google zullen blijven. Daarom is de beste oplossing in dit geval om eerst een “noindex” regel toe te voegen en daarna een disallow. Daarnaast kun je ook een nofollow tag plaatsen op filter URL’s, dit is een alternatieve oplossing. Hiermee wordt aangegeven dat GoogleBot de URL niet mag volgen, zo wordt deze dus ook niet geïndexeerd.

  1. Duplicate content

Een ander veelvoorkomend probleem is duplicate content, ofwel pagina’s met identiek dezelfde content op een andere URL. Er bestaan veel verschillende varianten van duplicate content, daarom zullen we een voorbeeld geven die we veel tegenkomen bij webshops.

Stel, je verkoopt een bepaalde type bril, deze bril is bereikbaar via verschillende categorieën met elk een eigen URL. Dan betekent dit dat identiek dezelfde content op twee of meer verschillende URL’s staat. Als voorbeeld:

  • webshop.nl/heren-brillen/bril-type-x/
  • webshop.nl/brillen/bril-type-x/

Als dit probleem zich voordoet bij bijvoorbeeld 1000 producten die elk op twee verschillende URL’s beschikbaar zijn, dan betekent dit dus dat Google onnodig twee keer zo lang nodig heeft om alle producten te crawlen. Vervolgens wordt dit dan ook nog als duplicaat gezien.

Om te checken of je te maken hebt met dezelfde producten op verschillende URL’s kun je de volgende zoekopdracht uitvoeren in Google:

  • site:webshop.nl “Productnaam”

Als je vervolgens twee of meer dezelfde resultaten ziet, dan weet je genoeg.

  1. Interne 404’s en redirects

Interne 404-pagina’s zijn een boosdoener voor elke website, dit zien we dan ook regelmatig terugkomen. Wanneer Google links op de website volgt en op een 404-pagina uitkomt, kan dit negatieve gevolgen hebben voor je crawl budget.

Interne 404’s zijn makkelijk terug te vinden via de Search Console onder het kopje “Crawlen → Crawlfouten → Niet gevonden”. Om dit probleem te verhelpen kun je de volgende twee dingen doen:

  • De interne link aanpassen naar een werkende pagina (aan te raden)
  • De URL 301 redirecten naar een werkende pagina

Nu hoor ik je denken “Een 301 redirect lost het probleem toch ook op?” Dat klopt, maar het zorgt wel voor interne redirects waardoor Googlebot meer tijd nodig heeft om op de gewenste URL te komen. Daarom raden we altijd aan interne links die met behulp van een 301 redirect naar de gewenste URL gaan, aan te passen naar de eindlocatie, zodat de redirect wordt vermeden.

Daarnaast kan er nog een groter probleem zijn, namelijk een redirect chain op de website. Dit is een loop van redirects op de website, ook wel een constante herhaling van redirects. Dit probleem zien we minder vaak terugkomen, maar het kan een groot effect op je crawl budget hebben. Hieronder zie je een praktisch voorbeeld waarbij je ziet dat de ene URL redirect naar de ander en andersom.

In dit voorbeeld wordt de Googlebot van de ene URL naar de andere gestuurd zonder dat er ook maar één werkende URL wordt gecrawld.

  1. Analyseer server logs

Een vierde manier om het crawl budget op de website te analyseren is via een server log analyse. Met deze analyse kun je achterhalen of de juiste pagina’s op de website de juiste aandacht van zoekmachines krijgen.

Een server log analyse kun je uitvoeren met een tool als Screaming Frog. Deze analyse laat alle server logs zien, waarbij je de data van de user agent (bijvoorbeeld GoogleBots) die de URL heeft gecrawld ziet. Daarnaast kun je de statuscode, responstijd, aantal keer gecrawld en aantal gedownloade bytes terugvinden.

Een serverlog-analyse is vrij ingewikkeld om uit te voeren, maar het laat wel duidelijk zien hoe user agents (bots) de website crawlen en hoe vaak ze op welke pagina’s zijn geweest.

Conclusie

Met deze tips hopen we dat je ook kunt starten met het optimaliseren van het crawl budget voor je website. Deze tips zijn ook niet alleen handig om je crawl budget te verbeteren, maar optimalisaties zoals pagespeed en navigatie links kunnen ook de gebruikerservaring voor bezoekers verbeteren. Daarnaast zijn inkomende links ook buiten het crawl budget om een erg invloedrijke factor. Realiseer je hierbij dat hoe groter jouw website is, hoe belangrijk crawl budget voor je website is.



Lees het volledige bericht op Emerce »