Posts Tagged ‘google’

Dynamic Search Ads: 6 experttips die je direct moet gaan gebruiken

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Haal je het maximale uit de mogelijkheden die Dynamic Search Ads (DSA) te bieden hebben? Weet je precies via welke structuur je DSA moet opzetten en welke categorieën & tactieken je kan inzetten om je ROI te verhogen? Ik ga je aan de hand van zes tips in dit artikel meer grip geven op je DSA campagnes.

Maar eerst, wat is DSA eigenlijk? 

Zoals gezegd, DSA staat voor Dynamic Search Ads. Hierbij scant Google je site (of feed) voor relevante zoektermen en genereert automatisch een relevante advertentie. Dit is een toevoeging op je huidige Search & Shopping campagnes.

Qua targeting is DSA heel divers. DSA werkt niet op basis van keyword targeting maar op basis van autotargets. In plaats van het instellen van een zoekwoord stel je een autotarget in. Dit kan een website categorie zijn, een (deel van een) url, pagina titel of paginacontent.

Sinds enkele maanden zijn Expanded tekst ads voor DSA voor elk account beschikbaar, hierbij stelt Google automatisch je Headline & Display url in. Hierdoor kan je 1 format aanhouden voor Search & DSA.

Feed based DSA

Tegenwoordig kan je ook een productfeed meegeven aan je DSA campagnes, je kunt dit gebruiken als extra informatie, of om hier specifiek op te targeten. Door een feed toe te voegen kan je precies aangeven op welke url’s je DSA wel & niet wilt inzetten. Dit helpt Google met bepalen welke advertenties getoond moeten worden & welke landingspagina’s gebruikt moeten worden.

Heb je succesvol een of meerdere DSA-campagnes opgezet en wil je de volgende stap maken in je prestaties en optimalisaties? Gebruik deze zes tips om je DSA campagnes een performance boost te geven! 

  1. Heroverweeg je DSA-structuur

De makkelijkste manier om DSA op te zetten (1 advertentiegroep met alle pagina’s) is vaak niet de beste manier. Begin met het verdelen van je DSA-campagnes in categorieën (via Google) of bouw de websitestructuur na. Mocht je geen sitemap beschikbaar hebben, dan kan je met xml-sitemaps.nl zelf een sitemap maken, hiermee kan je via Excel snel een goede campagnestructuur neerzetten. Door een goede structuur is het op een later tijdstip gemakkelijker om je resultaten te segmenteren en  je campagne te optimaliseren.

  1.  Blijf advertentiegroepen splitsen & optimaliseer je advertenties

Als je meer dan 500 klikken per week uit je DSA advertentiegroep haalt, is het tijd om de advertentiegroep op te delen. Door uit te splitsen kan je beter de CPC’s bepalen op autotargetniveau (of als je 1 autotarget per advertentiegroep hebt) op advertentiegroep niveau. Hierdoor kan je de teksten optimaliseren om een hogere CTR te halen in je nieuwe advertentiegroepen.

CTR is het enige deel van de Adwords Quality Score die je zelf in de hand hebt voor DSA. Door actief advertentieteksten te optimaliseren, kan je de CTR verhogen met als uitkomst een beter presterende advertentie. Dit heeft twee voordelen; aan de ene kant zal je CPC omlaag gaan, omdat de Quality Score achter je DSA campagne hoger is. Aan de andere kant is je advertentie relevanter voor de consument, wat leidt tot meer websitebezoek en meer conversies.

  1. Less is More binnen DSA: Adverteer op relevante content

Door het uitsluiten van producten die out of stock zijn, of bijvoorbeeld pagina’s van je website zoals je blog en FAQ uit te sluiten, beperk je het aantal webpagina’s waarop DSA kan adverteren. Hierdoor zal je effectiviteit binnen je DSA campagne sterk toenemen. Sluit daarom altijd content uit waaraan een niet voorradig product of een blog te herkennen is.

  1. Maak gebruik van alle bodsegmentatie-opties binnen Adwords & Analytics

Door actief gebruik te maken van de verschillende demografische opties binnen Adwords, kan je de biedingen aanpassen om een hogere ROI binnen je campagnes te halen. Wat uiteindelijk je non branded ROAS / CPA ten goede komt.

  1. Test met Feed – Based DSA

Aangezien dit slechts enkele maanden beschikbaar is, raad ik altijd aan om dit eerst te testen voor je dit implementeert. Om dit te testen voeg ik zelf altijd een campagne toe die hier alleen op target, zodat ik de prestaties kan vergelijken met onze API-campagnes die we via onze in house tool iActivate bouwen & reguliere DSA campagnes.

Het grote voordeel voor DSA-campagnes in combinatie met een feed is dat je erg makkelijk specifieke url’s kan targeten. Door een custom label mee te geven in de feed kan je ook gemakkelijker prestaties segmenteren en bid management uitvoeren.

De Feed 

Mocht je geen (goede) feed hebben die je hiervoor kan gebruiken, dan kan je via Feedmanagement systemen als Channable & Datafeedwatch gemakkelijk een goede feed voor DSA opzetten. Door het gebruik van een Feedmanagementsysteem kan je ook gemakkelijk bepaalde toevoegingen en aanpassingen in de feed testen en  de feed zelf optimaliseren (zonder dat IT of de klant hierbij komt kijken).

  1. Gebruik de IF-functie voor je DSA-advertenties

De IF-functie binnen Adwords is ook beschikbaar voor DSA campagnes. Door het gebruik hiervan kan je verschillende advertenties tonen voor de volgende dimensies:

  • Device
  • Gender
  • Time
  • Audience
  • Age

Door het gebruik van de IF-functie kan je gemakkelijk een andere tekst tonen aan een bezoeker die in de afgelopen zeven dagen een product in zijn winkelmandje heeft gestopt. Hierdoor ben je meteen een stuk relevanter dan de andere adverteerders. Het zal de CTR significant verhogen en zo blijf je de competitie een stapje voor.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Focus op efficiency en uniformiteit hindert echte digitale transformatie

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

We leven in een wereld die steeds diverser en persoonlijker wordt. Klanten willen ervaringen en producten die hen op het lijf zijn geschreven. Toch blijven veel bedrijven zich richten op operationele efficiency en uniforme producten of diensten. Wat weerhoudt ons van een volledige digitale transformatie?

Digitale leiders die de ouderwetse manier van denken willen doorbreken doen drie dingen: ze veranderen de bedrijfscultuur met behulp van technologie om aan de behoeften en verwachtingen van klanten te voldoen. De technologie is hierbij de minst ingewikkelde factor, die is beschikbaar en kun je gewoon aanschaffen. Maar hoe veranderen we de bedrijfscultuur en voldoen we continu aan de klantbehoeften? Ik zie drie belangrijke obstakels.

 1. Sense of urgency ontbreekt

Het eerste is dat we de urgentie niet inzien. Misschien ben je marktleider en waan je je veilig, of denk je dat je industrie immuun is voor verandering en dat digitale transformatie niet nodig is. Paul Chapman, CIO van kledingmerk Gap, zegt dat de veranderingen die hij heeft doorgevoerd, pas hoog op de agenda kwamen te staan door de oorlog die gaande is in de Amerikaanse retail. 2016 was een van de slechtste jaren voor retailers in de VS, veel winkels sloten hun deuren. Al deze namen verliezen hun mojo bij de Amerikaanse consument. Tegelijkertijd zijn er nieuwe merken die razendsnel populair worden.

Je ziet dat meer dan vijftig nieuwe merken binnen vijf jaar 100 miljoen dollar aan salesomzet realiseren. Nike deed daar veertien jaar over maar ook relatieve nieuwkomers als Lululemon en Under Armour hadden er respectievelijk negen en acht jaar voor nodig. Het tempo is moordend. Dit is de disruptie die gaande is in de retail die de sense of urgency veroorzaakt waar Paul Chapman intern van profiteerde. De technologie zit in de hoogste versnelling en als je daar zelf niet van profiteert, doen (nieuwe) concurrenten dat wel.

 2. Klant is niet koning

Het tweede obstakel voor succesvolle digitale transformatie is dat je je klant niet op waarde weet te schatten. Ik ben een trouwe klant van United Airlines. De reactie van CEO Oscar Munoz op het incident waarbij een 69-jarige arts met geweld van boord werd gehaald, begreep ik totaal niet. ‘Ik bied mijn verontschuldigingen aan voor het moeten verplaatsen van deze klanten,’ waren de woorden van Munoz. Compleet toondoof, wat het onverbiddelijke oordeel op social en andere media.

Dit is een extreem voorbeeld van de klant niet op waarde schatten maar we maken ons er allemaal in zekere mate schuldig aan. We kijken wat we nodig hebben als organisatie in plaats van naar de behoeften van de klant. Ja, er worden veel personalisatietools gebruikt, maar die worden ingezet om meer te verkopen, niet om te luisteren.

 3. Weerstand tegen verandering

Het derde obstakel betreft het onvermogen om de bedrijfscultuur te veranderen. Om United maar weer als voorbeeld te nemen: wat heeft tot de slechte ervaring van de verwijderde arts geleid? United is gericht op operationele efficiency, waarbij elke eventualiteit is vastgelegd in procedures. Medewerkers die direct contact hebben met klanten worden niet aangemoedigd zelf na te denken. Zo ontstaat slechte klantenservice.

Het is het verschil tussen Steve Jobs en Tim Cook van Apple. Jobs vond nieuwe dingen uit, Cook keek hoe hij 1200 suppliers op één lijn kon krijgen zodat ze de iPhone voor vijf marktsegmenten konden maken met optimale operationele snelheid en efficiency. Die mindset gaat volledig voorbij aan het feit dat tal van bedrijven zich bezighouden met disruptie en het overbodig maken van de iPhone. Denk ook aan de quote van Mike Lazaridis van Blackberry in 2008. Hij dacht dat de iPhone geen kans maakte omdat het geen toetsenbord had.

Barrières wegnemen

Hoe overwin je deze obstakels? Er zijn drie remedies. Punt één: als je de urgente noodzaak van digitale transformatie niet inziet moet je de concurrentie herindelen. PayPal is een bedrijf dat betalingen op een gemakkelijke manier faciliteert. Je zou niet denken dat ze concurreren met Facebook Messenger. Maar er zijn nu al veel messenger-platformen die de manier waarop consumenten shoppen en kopen compleet veranderen. De meeste zijn te vinden in Azië, zoals Line (Japan), Wechat (China) en Kakao (Zuid-Korea). In Thailand kun je op Instagram rondkijken voor producten en die betalen via messenger app Line. Bedrijven als PayPal en zelfs Apple met Apple Pay gaan uit van het paradigma dat consumenten dingen kopen op websites met betaalfunctionaliteiten en dat consumenten daar gebruik van willen maken. Maar we zien steeds meer dat messaging platformen de betaling van de transactie mogelijk maken.

Een ander voorbeeld is Amazon. Je denkt misschien niet meteen aan Amazon als concurrent van Apple, eerder als samenwerkingspartner. Maar tech expert Chris Messina is ervan overtuigd dat Amazon met spraakassistent Echo een complete ommezwaai wil creëren in de interactie van mensen met het internet en dan specifiek in shoppen. Amazon is nu nog vooral een website of mobiele app waar mensen spullen kopen. Met Alexa heeft Amazon mogelijk een alomtegenwoordige interface in handen die devices en platformen van Apple en Google compleet omzeilt. Amazon zal die nieuwe manier van internet gebruiken domineren, stelt Messina. Als dit uitkomt dan gaat Amazon met Alexa de kern van Apples business flink verstoren.

Nogmaals: dit gebeurt overal, het maakt niet uit in welke industrie je werkzaam bent. Stel, je werkt bij een financiële instelling waar je je bezighoudt met autoverzekeringen of -leningen voor particulieren. Die zullen altijd nodig zijn, nietwaar? Nou, nee. Toyota werkt aan mobiliteit op abonnementsbasis in samenwerking met Uber, waarbij consumenten een maandbedrag betalen voor vervoer, of dat nu openbaar, privé of een mengvorm daarvan is. Als dit idee aanslaat, worden dealers en verzekeringsmaatschappijen dus overbodig of ze moeten hun businessmodel aanpassen.

Snel falen en leren

De tweede remedie: als je je klanten niet kent, moet je snel falen en leren. Paul Chapman van Gap, heeft het bedrijf wendbaar gemaakt. Er zijn drie dingen die mij opvallen aan zijn werkwijze. Ten eerste vindt Chapman dat een besluit binnen 48 uur moet worden genomen. Het is wat hem betreft prima om nieuwe dingen te doen maar raak niet verlamd door detailanalyses; besluit snel of je ermee doorgaat of niet. Het tweede wat ze bij Gap hebben gedaan is DevOps invoeren om sneller software te kunnen ontwikkelen. Het derde punt draait om hoe je ervoor zorgt dat developers en andere technische bouwers de behoeften van de klanten begrijpen en voor ogen houden. Daarom worden er bij Gap geen projectteams opgericht maar zijn deze technische mensen ingedeeld bij procesonderdelen, zoals betalen en logistiek. Hierdoor wordt er op de lange termijn heel goed nagedacht over oplossingen voor de pijnpunten die klant kan ondervinden.

Die behoefte van Gap om snel te kunnen handelen draait om klantgedrevenheid. Jeff Bezos van Amazon stelt dat klanten uiteindelijk ontevreden zullen zijn. Er gebeurt altijd iets wat niet aan hun verwachtingen voldoet. Om op het onvermijdelijke in te spelen zal je snel moeten kunnen handelen. Agility draait dus om de klant.

De derde remedie gaat over hoe je mensen verandering kunt laten omarmen, namelijk door klein te beginnen en resultaten te laten zien. Mary Ransom van Bloomingdale’s zegt dat data de luidste stem aan tafel moeten hebben. Data helpen mensen te begrijpen hoe wat je doet de problemen van de klant oplost zodat zij hun werk beter kunnen doen. Zo kun je de weerstand tegen verandering afbreken. Met als uiteindelijke resultaat: een digitaal getransformeerd bedrijf dat klaar is voor de toekomst en alle disruptie die die gaat brengen.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Bryan Cheung, CEO van Liferay.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ruim 400 AI-bedrijven in Europa, vooral in data analytics

Posted 17 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het aantal Europese bedrijven dat zich bezighoudt met kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, AI) neemt snel toe. De veelal jonge bedrijven begeven zich met name op het vlak van analytics, zo blijkt uit een analyse. Opvallend: in veertig procent van de gevallen claimt men wel een AI-oplossing aan te bieden, maar dat blijkt dan vaak vooral marketingtaal.

In Europa zijn ten minste vierhonderd jonge bedrijven actief die zich focussen op de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Dat blijkt uit een analyse die de Duitse investeerder Asgard heeft gepubliceerd. Het bedrijf nam hiervoor 715 bedrijven onder de loep die claimen zich met AI bezig te houden. Daarvan doen dat er 409 ook daadwerkelijk.

Verreweg de meeste bedrijven richten zich op de markt met een data analytics-product, zo blijkt uit de inventarisatie. Asgard telt er 56. Dat er relatief zoveel bedrijven zijn die zich hiermee bezighouden heeft ongetwijfeld te maken met de grote vraag van bedrijven naar oplossingen die helpen met de interpretatie van alle data. Een veelbeschreven uitdaging is om de grote hoeveelheid data die in huis is ook ten volle te benutten. Andere categorieën waarin veel van dit soort bedrijven voorkomen zijn sales en marketing en de gezondheidszorg. Maar ook tekstanalytics en conversational AI.

Van alle ‘start-upsteden’ huisvest Londen de meeste AI-bedrijven. In Engeland zijn er in totaal 121 van dit soort bedrijven, 97 zijn gevestigd in de hoofdstad. In Londen bevinden zich ook Europa’s best ‘gefunde’ partijen. BenevolentAI (onderzoek en innovatie in de gezondheidszorg) en Blippar (beeldherkenning) hebben beiden ongeveer 85 miljoen euro aan investeringsgeld binnen.

Ook in Zwitserland, Zweden en Nederland is er sprake van een groeiende industrie, merkt het investeringsbedrijf op. Zo wordt in de categorie ‘data analytics’ het Eindhovense bedrijf FOBISS genoemd. Dit relatief onbekende bedrijf houdt zich onder andere bezig met analyses en kunstmatige intelligentie voor ‘cash management’ en retail. Met analytics voorspelt het bijvoorbeeld de vraag naar producten en helpt het retailers bij de voorraadplanning.

Andere bekendere namen die Asgard opvielen zijn Flow.ai (actief op het gebied van conversational AI, hier in een interview met Emerce), ReSnap (AI en big data voor de samenstelling van fotoboeken – hier in een interview met Emerce), Sightcorp (emotieherkenning), Recruitz (recruitment), Braingineers (neuromarketing), Crowdynews (social media curatie voor uitgevers) en 904Labs (zoekfunctie voor webwinkels).

Dat lang niet bedrijven die met AI zeggen te werken dat ook daadwerkelijk doen, mag niet als een verrassing komen. Eind vorig jaar waarschuwde Andrew Ng hier ook al voor. De AI-expert die al voor Google Brain en Baidu werkte waarschuwt dat AI vaak als een magisch label wordt gebruikt. Bijvoorbeeld om op software te plakken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google for Jobs (2): wat is de beste manier om je vacatures zichtbaar te maken?

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs stelden we de vraag: “Google for Jobs: einde van de traditionele jobboards?” Het voorlopige antwoord; nee niet perse. Maar het organische verkeer naar de jobboards, waar deze toch voornamelijk van moeten leven, zal wel drastisch af gaan nemen. Wat betekent dit voor de zichtbaarheid van vacatures van je organisatie? En dan specifiek de vacatures die je ook op je eigen website hebt staan?

Jouw vacature op twee plekken

Een aspect wat bij de vraag van vorige week onderbelicht is gebleven is hoe Google omgaat met meerdere varianten van dezelfde vacature. Een doorn in het oog van de gemiddelde werkzoekende; het vier keer tegenkomen van dezelfde vacature op verschillende sites. Ondertussen is jouw doel om de kans op een ideale kandidaat te optimaliseren.

Wat nu als je als werkgever je vacatures op je eigen website hebt staan, netjes opgemaakt met de JobPosting structured data en deze graag in Google Jobs wil zien staan. In de nabije toekomst verwachten we dat dit ook naar Nederland gaat komen en gezien de eerste resultaten wil je dat natuurlijk! Om je kansen te vergroten heb je ook jouw vacature netjes aangemeld op je ‘go to jobboard’. Wat gebeurt er dan met je vacature en welke variant is dan zichtbaar in Google Jobs?

Duplicate content

Google gaat nog radicaler om met duplicaten in Google Jobs dan met reguliere zoekresultaten. In het laatste geval wordt het duplicaat afgewaardeerd en lager geplaatst ten opzichte van het origineel. Met wat moeite is het duplicaat nog wel te vinden in de zoekmachine. Google Jobs ontdubbelt de vacatures alvorens deze weer te geven binnen de vacature zoekmachine.

Als SEO-er kan ik dat wel waarderen, SEO gaat tenslotte om het beste antwoord geven op de vraag die een gebruiker stelt en zo bovenaan in de zoekresultaten komen. Niets is daarbij vervelender dan dubbele/dezelfde informatie meerdere keren tegenkomen. Dit betekent wel dat Google een keuze maakt welke bronvermelding er bij een vacature komt te staan. Nu is dat wellicht niet perse een probleem als je eenmalig voor de plaatsing betaalt bij een jobboard, maar kan het wel nadelig zijn als je een fee betaalt aan een recruitment bureau als iemand via dat bureau wordt voorgesteld.

Daarnaast wil je als werkgever ook graag zichtbaar zijn met naam en toenaam omdat employer branding steeds belangrijker wordt. De grote vraag is dus: hoe bepaalt Google welke vacature – of misschien beter gezegd: welke vacaturebron – wordt getoond en welke niet? Samen met Rituals hebben wij dit getest in de Verenigde Staten.

Zichtbaarheid van organisatie vacatures vergroten

Bij Rituals hebben ze de proef op de som genomen met de vacatures in de Verenigde Staten. De vacatures van Rituals staan op hun eigen recruitmentplatform, maar zijn ook gedeeld op het jobboard Glassdoor.

De vacaturepagina’s van Rituals zijn voorzien van Structured Data en de meeste aanbevolen velden zijn ingevuld. Bij Glassdoor is minder informatie opgemaakt met structured data, ondanks dat alle vereiste velden wel zijn ingevuld.

Afb 3. Boven de JobPosting data van de Rituals-website, onder van Glassdoor. Warnings zijn aanbevolen additionele waarden voor de vacature structured data.

Het komt dus niet door de kwaliteit van de vacature, komt het dan wellicht door het moment van plaatsen? Dat kan het ook niet zijn, aangezien de vacature van Rituals al beschikbaar was op het eigen platform voor de aanmelding via Glassdoor. Beschikbaar betekent echter niet per se dat de pagina ook al geïndexeerd was door Google. Helaas hebben we geen inzicht in wanneer Google een individuele pagina indexeert.

We vermoeden dat hier een aantal zaken spelen:

  1. Glassdoor heeft een directe integratie met Google Jobs (net zoals bijv. Linkedin) en dit zou kunnen betekenen dat dit als bron wordt gezien;
  2. Het subdomein van Rituals waar de vacatures op staat is vrij recent en heeft derhalve nog geen hoge ‘autoriteit’. De Jobboards hebben dit wel, derhalve wordt die als bron gekozen;
  3. Google heeft mede door de lagere autoriteit van het subdomein niet de tijd/moeite genomen om de structured data van de vacature bij Rituals op te nemen. Bij lagere autoriteitdomeinen duurt het opnemen van additionele informatie langer doordat er minder vaak gecrawld wordt.

Geen definitief antwoord tot dusver hoe Google de bronvermelding bepaald heeft, en een uitgebreide zoektocht over het internet biedt ook geen antwoord naar ‘hoe’ het gebeurt. Wel ‘dat’ het gebeurt.

Wat kun je zelf doen?
  1. De vacature-informatie die je invoert in het CMS moet direct wordt opgemaakt met Structured data. Zo zorg je ervoor dat Google altijd de context van de informatie op een pagina begrijpt, in dit geval de vacature.
  2. Zet je vacatures niet op een subdomein (vacatures.jouwbedrijf.nl) bijvoorbeeld. Google ziet een subdomein als een losse website en zal dit minder snel indexeren.
  3. Zorg ervoor dat je een goede, dynamische xml sitemap hebt. Zodra je daar een nieuwe vacature / pagina in hebt staan, waarbij de laatste wijzigingsdatum (‘lastmod’) aangeeft dat het een nieuwe pagina voor Google is, zal Google deze eerder oppakken.
  4. Overweeg je publicatie op andere platformen een paar dagen uit te stellen als je denkt hier voordeel uit te kunnen halen, zo vergroot je de kans dat jouw resultaat als ‘origineel’ wordt bestempeld.
  5. Ongeacht hoe je er staat wil je sowieso tussen Google Jobs staan, sluit je daarom aan bij de juiste jobboards. Nog niet alle jobboards zijn klaar voor een integratie met Google Jobs, vraag dan aan je contactpersoon of het op de roadmap staat!
Slotwoord

Ondanks dat Google Jobs structured data vereist om de vacatures weer te (gaan) geven hebben, we in de afgelopen maanden erg mooie resultaten kunnen boeken met JobPosting in Nederland, maar ook met andere vormen van Structured data.

Het verschaffen van context aan de informatie op een pagina aan zoekmachines werkt erg goed en we raden aan, ongeacht of je voornemens bent actief te zijn op Google Jobs, aan de slag te gaan met Structured data om betere organische resultaten te behalen.

Daarnaast geloof ik persoonlijk in de kracht van gespecialiseerde jobboards naast een generiek platform zoals Google dat aanbiedt, waarbij specialistische filters het vinden van de juiste vacature veel gemakkelijker maken. Mijn advies: Ga mee in de stroom van Google, maar differentieer en specialiseer je daarnaast ook in een markt / niche om organisch goed vindbaar te blijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Rich snippets voor reviews in Google verdwenen? Enkele praktische tips

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Waar tot voor kort de zoekresultaten rijkelijk gevuld waren met reviewsterren, komen ze nu veel minder voor. Google lijkt bezig te zijn met een grote schoonmaak van websites die helemaal geen review snippet verdienen of waarbij de benodigde ‘structured data’ om reviewsterren te laten verschijnen, verkeerd is ingesteld. De stand van zaken.

Tijdens het zoeken naar een product of bedrijf in Google kom je ze vaak tegen. Oranje reviewsterren onder de zoekresultaten, ook wel rich snippets voor reviews of kortweg review snippets genoemd. Ze visualiseren de beoordelingen van consumenten over een product of bedrijf en hebben een serieuze impact op de hoeveelheid bezoekers die een website krijgt. Het is dan ook niet gek dat veel websitebeheerders graag de moeite nemen om deze review snippets in te stellen op hun website.

Lokale versus normale zoekresultaten

Voordat we ingaan op de praktische tips om je review snippets veilig te stellen of weer terug te toveren, is een vergelijking tussen de lokale en normale zoekresultaten op zijn plaats. Reviewsterren in de zoekresultaten komen namelijk in verschillende gedaanten voor.


Voorbeeld van lokale zoekresultaten

Lokale zoekresultaten vormen een eigen blok in Google en de reviewsterren die daar worden getoond, komen rechtstreeks uit Google Maps. Het verkrijgen van sterren voor deze groep zoekresultaten is simpel: verzamel genoeg klanten die een review achterlaten op je bedrijfsprofiel in Google Maps.


Voorbeeld van normale zoekresultaten

Sterren verkrijgen in de normale resultaten is een ander verhaal. In tegenstelling tot de lokale resultaten worden rich snippets voor reviews gebaseerd op de structured data die je zelf hebt toegevoegd aan je webpagina’s. Er zitten echter wat haken en ogen aan de juiste implementatie van deze data.

Hou bij het plaatsen van je structured data daarom rekening met de volgende punten om niet ook op de schraplijst van Google te belanden. In dit artikel gaan we ervan uit dat jouw website ook gebruikmaakt van review snippets en je weet hoe je deze moet instellen.

De juiste hoofdcategorie verbinden aan je review snippet

Voor een juiste weergave van reviewsterren in de zoekresultaten speelt de hoofdcategorie die je kiest voor het opmaken van je review snippet een belangrijke rol. Bij het gebruik van Schema.org markup worden vaak categorieën als LocalBusiness gebruikt:

 <div itemscope itemtype="http://schema.org/LocalBusiness">
  <span itemprop="name">Bakker X</span>
  <div itemprop="aggregateRating" itemscope itemtype="http://schema.org/AggregateRating">
    <span itemprop="ratingValue">4</span> sterren -
    Gebaseerd op<span itemprop="reviewCount">100</span> reviews
  </div>
</div>

Het kan voorkomen dat je succesvol de tool voor gestructureerde gegevenstests doorkomt, maar nog steeds geen reviewsterren in Google krijgt. In dat geval heeft Google wellicht besloten geen reviewsterren in de zoekresultaten te tonen voor de door jouw gekozen hoofdcategorie. Probeer in dat geval eens een andere hoofdcategorie voor je rich snippets te kiezen die past bij je bedrijf, zoals Product of WebPage:

<div itemscope itemtype="http://schema.org/WebPage">

Deze kleine verandering kan voldoende zijn om reviewsterren voor jouw zoekresultaten te laten verschijnen.

Vergeet naast de juiste hoofdcategorie niet de andere belangrijke en bijbehorende schema-gegevens te vermelden, zoals de naam van je product of dienst. Voor de subcategorie AggregateRating (die verantwoordelijk is voor je review snippet) is naast het vermelden van een beoordelingscijfer ook het vermelden van het aantal beoordelingen verplicht. Vandaar dat er in het bovenstaande codevoorbeeld zowel een ratingValue als reviewCount staan.

Plaatsing van structured data op de juiste pagina’s

Een rich snippet voor reviews dient ter ondersteuning van een product- of dienstenpagina en hoort daarom niet thuis op alle pagina’s van je website. Een homepage is bijvoorbeeld grotendeels bedoeld ter introductie van je persona of bedrijf. Een rich snippet voor reviews heeft hier meestal niets te zoeken.* Daarom laat Google standaard geen reviewsterren meer zien bij homepages in de zoekresultaten, ook al is de markup-code hiervoor wel ingesteld. Commentaar van Google’s John Mueller lijkt dit te bevestigen:

“No, review rich snippets should only be used in cases where “the main topic of the page needs to be about a specific product or service.” — using them on your homepage in general wouldn’t be like that.”

* Een uitzondering op deze regel is als je website slechts uit één pagina bestaat. Dit is dan ook gelijk de plek waar je product of dienst is genoemd.

Kijk dus uit met het toevoegen van structured data voor review snippets in de footer of sidebar van je website. Elke webpagina draagt als gevolg hiervan een review snippet, wat in de ogen van Google al snel neerkomt op spampraktijken. Plaats alleen rich snippets voor reviews op pagina’s die specifiek gericht zijn op jouw product of dienst.

Reviews van andere websites importeren

Een belangrijk vereiste uit de review guidelines van Google is:

“Make sure the reviews and ratings you mark up are readily available to users from the marked-up page. It should be immediately obvious to users that the page has review or ratings content.

Op het eerste gezicht zou je denken dat elke product- of dienstenpagina een aparte reviewafdeling moet krijgen die al je reviews direct weergeeft. Als je honderden reviews hebt, is dit niet erg praktisch voor je website. Dankzij David Deering – die een praatje met Google-medewerkers wist te scoren – weten we meer. Een referentie naar reviews verzameld op aparte beoordelingswebsites als TrustPilot lijkt Google toe te staan in de volgende gevallen:

  • Bewijs de echtheid van externe reviews door er een paar te tonen op je product- of dienstenpagina. Een regeltje tekst met het aantal reviews en het cijfer dat je bedrijf krijgt, is eigenlijk onvoldoende.
  • Plaats een link naar de externe beoordelingswebsite zodat nieuwsgierige bezoekers alle reviews kunnen bekijken.
  • Importeer reviews en bijbehorende markup-code enkel op pagina’s die specifiek gaan over je product of dienst (zoals in het vorige punt besproken).


Voorbeeld van geïmporteerde reviews op een productpagina

Bedrijfsreview of productreview?

Het laatste punt van dit artikel en een ander belangrijk vereiste uit de review guidelines van Google, is:

“Provide review and/or rating information about a specific item, not about a category or a list of items. For example, “hotels in Madrid,” “summer dresses,” or “cake recipes” are not specific items.”

Betekent dit dat je reviews over je bedrijf of merk niet mag gebruiken voor de review snippet op een productpagina? TrustPilot en Yoast lijken eensgezind en maken een onderscheid tussen reviews over een bedrijf of merk in zijn geheel en reviews over een specifiek product. Hier valt wat voor te zeggen, aangezien iemand een goed oordeel kan vellen over een bedrijf in zijn geheel, maar niet zo blij hoeft te zijn met één specifiek product van dat bedrijf. Reviews over je bedrijf plaatsen op een productpagina kan daarnaast misleidend ogen en een reden voor Google zijn om jouw reviewsterren in de zoekresultaten te verwijderen. Het is daarom verstandig om je productpagina’s alleen op te maken met reviews over het product zelf.


Productpagina met reviews over een specifiek product

Aan de andere kant gaat het verzamelen van reviews niet elk bedrijf even makkelijk af. Bij de meeste bedrijven stromen er namelijk niet elke week tientallen reviews binnen. Alle verkregen reviews richting één plek sturen – je bedrijf of merk in het algemeen – is daarom aantrekkelijker dan ze te verspreiden over meerdere producten. Vooral wanneer je in tegenstelling tot grote webshops producten of diensten aanbiedt die in-house zijn ontwikkeld. Denk bijvoorbeeld aan een advocatenkantoor of een internetbureau. Een mening over het bedrijf of merk weerspiegelt in zulke gevallen voldoende de mening over een product of dienst van dat bedrijf. Google lijkt deze manier van opmaak in ieder geval toe te laten en heeft er nog geen duidelijke uitspraken over gedaan.


Dienstenpagina met reviews over het bedrijf in het algemeen

Zoals je ziet zijn er naast het invoeren van de juiste structured data genoeg zaken om rekening mee te houden voor het succesvol tonen van rich snippets voor reviews. Volg de vier bovenstaande tips om jouw reviewsterren in Google te laten verschijnen of (als je ze al hebt) veilig te stellen voor de toekomst.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Chris Lattner (Swift) naar Google

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Chris Lattner, een van de bedenkers van Apples programmeertaal Swift, gaat voor Google werken op het gebied van kunstmatige intelligentie. Een dezer dagen vertrok Lattner bij automaker Tesla.

Bloomberg schrijft dat de Amerikaan gaat werken aan de machine learning-softwarebibliotheek TensorFlow, die Google in 2015 opensource maakte.

Lattner heeft het maar kort volgehouden bij Tesla, waar hij nog geen zes maanden heeft gewerkt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mobiele optimalisatie met AMP? Pas op voor deze misvattingen

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Behalve nieuwssites kiezen steeds meer ‘gewone’ sites voor webstandaard AMP. Is het nodig de laadtijd van de mobiele pagina’s omlaag te brengen en is AMP daarvoor de oplossing? Bij het maken van die keuze komen doorgaans nogal wat misvattingen voorbij.

Samen met enkele andere internetbedrijven ontwikkelde Google de open webstandaard Accelerated Mobile Pages (AMP). Een raamwerk voor een lichtgewicht web zogezegd. De op basis van deze AMP-standaard ontwikkelde pagina’s bestaan uit componenten die zijn geoptimaliseerd voor de mobiele gebruiker. Bovendien worden deze sites opgenomen in Googles cache waardoor de bezoekers die vanaf een zoekresultatenpagina komen de site direct – zonder laadtijd – kunnen bekijken.

Wat begon als een project om met name mobiele nieuwspagina’s sneller te laten laden, breidt zich nu in hoog tempo uit. China’s grootste zoekmachine Baidu, Japans meest bekeken site Yahoo en tal van andere bedrijven hebben aangekondigd AMP te omarmen: Bing, TripAdvisor, Pinterest LinkedIn en Tumblr. Het doel is simpel: mobiele gebruikers bevrijden van pagina’s die er tien seconden of meer over doen volledig in beeld te verschijnen.

‘Al 20 procent verkeer afkomstig van AMP’

Voor veel bedrijven dient zich nu de vraag aan of zij ook moeten overstappen. En in die zoektocht komen nogal wat misvattingen voorbij, stelt expert Christian Oliveira: argumenten die als een voor of tegen klinken, maar feitelijk geen invloed zouden mogen hebben op de uiteindelijke beslissing.

Een van de meest gehoorde argumenten vóór AMP is dat bij die ene grote nieuwssite X al Y procent van het organische zoekverkeer ‘afkomstig’ is van AMP-pagina’s. Zo viel bijvoorbeeld dit voorjaar nog op Digiday te lezen dat meer dan de helft van The Guardians mobiele verkeer richting de geoptimaliseerde content ging. Dat zegt echter niet dat de omarming van de webstandaard een succes is, betoogt Oliveira. Constateert Google dat er voor een bestaande pagina een AMP-variant beschikbaar is, dan neemt het die in de zoekresultaten op. Zo’n getal over The Guardian zegt dus hooguit dat meer dan de helft van de pagina’s is geoptimaliseerd. Het zou veel interessanter zijn om te weten of het mobiele verkeer is toegenomen. Dat zijn echter cijfers die veel minder vaak worden gedeeld.

Bouncepercentage verkeerd berekend

Een vaak beschreven kritiek is dat het bouncepercentage erg hoog is voor AMP-pagina’s. Bezoekers zouden dus relatief vaak weer vertrekken na het zien van één enkele mobiele pagina. Ook dat is geen argument (tegen) vindt hij. Het bouncepercentage is waarschijnlijk gewoon verkeerd berekend. De wijze waarop AMP is ontwikkeld zorgt ervoor dat een analysetool als Google Analytics een incorrecte toename van het aantal sitebezoeken registreert. Dit leidt weer tot een miscalculatie van het bouncecijfer. Google is hiervan op de hoogte en werkt aan een oplossing. Tot die tijd is het onverstandig om hieraan het succes af te meten.

AMP als rankingfactor

Misschien wel het grootste misverstand over AMP is dat Google de gebruikers ervan bevoordeelt. Zo is er bovenaan Googles eigen zoekresultatenpagina een box te zien met uitgelicht nieuws dat er zou zijn voor AMP-content. De artikelen die hierin verschijnen zijn inderdaad vrijwel altijd opgemaakt in AMP-formaat.

Maar is het daarmee een ranking factor? Nee, niet direct. De box bestond namelijk al voordat de webstandaard beschikbaar was. En, zo voert Oliveira terecht aan, het is hoe dan ook lastig om de content in deze carrousel te krijgen: met name de grote nieuwsuitgevers kunnen op aandacht rekenen. Google laat er vooral content zien die mobielvriendelijk is. Vaak is dat AMP-content. Soms ook niet. Voor alle andere organische zoekresultaten geldt hetzelfde: er zijn geen gegevens beschikbaar die aantonen dat een AMP-pagina beter scoort.

Dat Google onder de AMP-zoekresultaten een bijbehorend AMP-symbool plaatst zou natuurlijk wel de CTR (doorklikratio) positief kunnen beïnvloeden. Mogelijk dat gebruikers op den duur liever een AMP-resultaat aanklikken dan een gewone pagina. Er zijn al wat uitgevers, The Guardian bijvoorbeeld, die dat effect hebben gemeten.

Op de vraag of bedrijven AMP moeten omarmen is dus niet een panklaar antwoord te geven. Velen gaan ervan uit dat Google bedrijven met harde of zachte hand in die richting zal bewegen. Maar voorlopig is daar nog geen sprake van. Het gebruik van AMP zorgt in ieder geval voor snellere mobiele webpagina’s – iets dat volgens de experts bij ieder bedrijf hoog op de prioriteitenlijst zou moeten staan. Het is daarmee vooral een goede en handige verzameling van ‘best practices’ die bedrijven in staat stelt snel te optimaliseren en up-to-date te te blijven. Maar zo zeggen ciritici terecht: die optimalisatie kun je ook op andere manieren voor elkaar krijgen. Zorg er in ieder geval voor dat de verschillende misvattingen niet de doorslag geven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Marktplaats vreest Facebook niet als concurrent

Posted 16 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

’s Werelds grootste website gaat in Nederland de directe concurrentie aan met Marktplaats.nl. De eBay-dochter lijkt zich echter geen zorgen te maken. “Concurrentie is nog een grotere stimulans om ons platform elke dag weer verder te verbeteren”, klinkt het nuchter.

Gisteren rolde Facebook de nieuwe dienst Marketplace internationaal uit. Hiermee positioneert zich definitief op de markt van de rubrieksadvertenties. Marketplace komt naar zeventien Europese landen, waaronder ook Duitsland, Frankrijk, Zweden, Finland en Spanje.

In Nederland is Marktplaats.nl sinds jaar en dag de nummer één op het gebied van de rubrieksadvertenties of, zoals er internationaal naar wordt verwezen, classifieds. Jaren geleden heeft De Telegraaf nog even geprobeerd om tegenwicht te bieden met Speurders.nl, maar dat sneuvelde uiteindelijk. Een goed team, maar te weinig aandacht en geld van de directie.

Sinds vorige maand is duidelijk hoe groot Facebook en Google echt zijn in Nederland. Toen verscheen namelijk de eerste rapportage van bereiksmeter NOBO waarin ook cijfers over de Amerikaanse partijen zijn opgenomen. Was Marktplaats.nl in de rapportages tót juni 2017 nog de grootste, nu blijkt dat Facebooks bereik twee keer groter is. Dat geeft diens Marketplace een aanzienlijk potentieel.

Het is toch niet waarschijnlijk dat Nederland massaal overstapt van Marktplaats.nl naar Facebook Marketplace. Immers, al langer zijn er verkopersgroepen op Facebook waarin men spulletjes te koop aanbiedt. Niets staat een gebruiker overigens in weg om zijn advertenties te crossposten, op beide sites te plaatsen.

Ondanks het bereik van Facebook lijkt Marktplaats.nl zich geen grote zorgen te maken over de nieuwe speler op de classifiedsmarkt. Dat is niet uit arrogantie, want ook achter Marktplaats.nl staat een wereldwijd opererend beursgenoteerd bedrijf met zeer gespecialiseerd personeel en diepe marktinzichten. Daarnaast is Marktplaats al jaren de nummer één-bestemming voor handelaren en koopjeszoekers.

Toch is er al jaren commentaar te horen op Marktplaats. Gebruikers vinden het vervelend dat de site steeds commerciëler wordt. Dit was zelfs de grootste angst van de oprichters van Marktplaats toen ze hun bedrijf aan eBay verkocht in 2004 voor – toen – een recordbedrag van 225 miljoen euro. Daarnaast vinden gewone, ‘kleine’ verkopers door de massaliteit dat ze amper serieus kans maken hun spulletjes te verkopen. Ook de niet altijd even beschaafde omgangsvormen roepen wrevel op. Deze negatieve sentimenten leidden echter niet tot een massale uitstroom. In tegendeel, zo lijkt het.

In een reactie op vragen van Emerce laat het bedrijf via een woordvoerder weten:

“Online handelen neemt nog steeds in hoog tempo toe. Naar verwachting zal dit alleen maar verder toenemen. We zien dat ook aan het aantal unieke bezoekers dat Marktplaats bezoekt elke maand toeneemt: momenteel 8,1 miljoen en ruim 10 miljoen nieuwe advertenties per maand. Met zo’n grote en groeiende markt is het logisch dat meerdere bedrijven hier op inspringen. Nieuwe en bestaande concurrentie is voor Marktplaats nog een grotere stimulans om ons platform elke dag weer verder te verbeteren.“

Is de afwezigheid van een sociale onderlaag, die Facebook vanzelfsprekend wel heeft, een gemis voor Marktplaats?
“Marktplaats is ruim 18 geleden gestart als handelsplatform, we stellen mensen in staat om op een zo’n makkelijk mogelijke manier handel te drijven. Dit blijft onze primaire doelstelling. Kopers en verkopers zijn beiden op zoek naar de beste deal. En de grootste kans daarop maak je op de plek waar het grootste aanbod en vraag samenkomen. Het onderlinge contact om tot een overeenkomst te komen is daarbij ontzettend belangrijk.”

“De introductie van chat bij elke advertentie zorgt ervoor dat gebruikers minder lang hoeven te wachten op een reactie en sneller tot een deal komen. Die chat gaf ons ook de mogelijkheid om rechtstreeks in-app of on-site betalingen op Markplaats mogelijk te maken. Met als bijkomend voordeel dat kopers en verkopers profiteren van de verificatie van telefoonnummer en bankrekeningnummer en voor grotere bedragen ook een ID-bewijs. Stuk voor stuk voorbeelden waarmee we handelen weer makkelijker en laagdrempeliger maken.“

Hoeveel verkeer gaat vanuit Marktplaats naar Facebook via de shareknoppen?
“In zijn algemeenheid zien we dat onze gebruikers hun advertenties naast het nationale bereik met Marktplaats ook in hun eigen social kring onder de aandacht brengen. Wat we ook veel zien is dat mensen hun zoekresultaten bijvoorbeeld via Whatsapp delen met vrienden. Het gaat dus niet alleen maar om het delen van een eigen advertentie maar ook het delen van een bijzonder product dat zij op Marktplaats hebben gevonden.”

Foto: Gauthier Delecroix (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

StartPage.com: wat gebeurt er met je zoekhistorie?

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

De keerzijde van personalisatie is dat de consument zijn privacy op moet offeren. Volgens Christiaan Solcer van StartPage.com ontbreekt bij veel mensen het besef dat hun jarenlange online zoekhistorie ergens in Amerika ligt opgeslagen.

StartPage is een zoekmachine die geen gegevens bijhoudt van de gebruiker. “Het werkt zoals je gewend bent bij Google, alleen dan zonder advertenties die je achtervolgen en zonder persoonlijke resultaten die je kunnen vangen in een soort van filterbubbel,” zegt Solcer tijdens Tech Live! 2017.

Solcers bezwaar tegen personalisatie in advertising is dat zoekmachines zoekopdrachten gebruiken om je te profileren en die informatie doorverkopen aan adverteerders. Gepersonaliseerde zoekresultaten zijn kwalijk, omdat de gebruiker wordt gesterkt in zijn of haar standpunt doordat er geen afwijkende meningen of resultaten worden getoond online. De nuance is dus zoek.

Op zich vindt Solcer het prima als mensen Google blijven gebruiken. “Als mensen blij zijn met persoonlijke resultaten dan moeten ze dat vooral blijven doen. Ik zeg niet dat het per se heel erg fout is, dat het zwart-wit is. Wat voor mij belangrijk is, is dat mensen nadenken over wat er met hun data kan gebeuren en dat ze zich bewust zijn van alternatieven.”

Twintig jaar aan zoekopdrachten

Worst case scenario is dat je hele zoekhistorie wordt misbruikt, zegt Solcer. “Twintig jaar aan zoekopdrachten wordt opgeslagen ergens in een database in Amerika zonder dat je weet wat ermee wordt gedaan. Nu zitten we in een relatief veilige omgeving, zeker in Nederland. De Tweede Wereldoorlog is heel lang geleden. Maar je weet niet wie er nog meer aan de macht gaat komen en dan staat er al wel ergens een bakje met mijn naam erop met twintig jaar aan data – al mijn zoekopdrachten over ziektes, relatieproblemen, financiële gegevens, alles is ergens opgeslagen. Dat zou zomaar ooit tegen me gebruikt kunnen worden.”

Maar is privacy in het social-mediatijdperk niet gewoon een achterhaald concept? We laten ons e-mailadres achter voor 5 euro korting. Solcer ziet dat met name Nederlanders vrij gemakkelijk zijn in het opofferen van persoonlijke gegevens. “Wij vinden privacy wel belangrijk maar we nemen niet direct actie om het te waarborgen.”

Dat is anders in Duitsland en Amerika, waar StartPage veel wordt gebruikt als zoekmachine. “Duitsland heeft een recentere historie met de keerzijde van privacyschending vanuit bijvoorbeeld het Stasi-tijdperk. Die mensen zijn heel bewust nog bezig met privacy. Zij betalen niet zomaar met creditcard en denken echt wel na voordat ze iets delen. Dat is wel onze doelgroep.”

Vanuit de EU wordt er ook nagedacht over de bescherming van persoonsgegevens. Dat heeft geleid tot de General Data Protection Regulation die per 25 mei 2018 van kracht wordt. Dit betekent echter niet dat de consument zich niet meer met privacy bezig hoeft te houden, aldus Solcer. “Het zorgt er wel voor dat bedrijven zich bewuster bezighouden met wat er met klantdata gebeurt. Maar wat voor mij belangrijker is, is hoe Amerikaanse diensten die data gaan gebruiken. Google, Yahoo, Microsoft – de data van alle systemen die wij op kantoor gebruiken gaan naar Amerika terwijl we niet weten wat ermee gedaan wordt. Dan heb ik het niet alleen over de commercialisering maar ook de diensten die meekijken zoals een NSA.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

CM bouwt mee aan opvolger van sms

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Telecombedrijf CM uit Breda sluit zich aan bij het Early Acces Program van Google voor de doorontwikkeling van RCS, Rich Communications Services. Dat kan in de nabije toekomst sms zo multimediaal en interactief als WhatsApp of iMessage maken.

Gezien de klantenkring van CM ligt het voor de hand dat bedrijven uit binnen- en buitenland in de nabije toekomst veel modernere sms’jes gaan versturen. De Brabanders gaan met Google samenwerken om RCS in zakelijk berichtenverkeer te gebruiken. Consumenten zullen dat vooral merken als ze contact gaan leggen met de klantenservice van een bedrijf.

Daan Gönning is bij CM het meest betrokken bij de RCS-ontwikkeling en proeven bij klanten. Hij licht toe: “Alle functies van Facebook Messenger zitten ook in RCS. Het grootste verschil is de support van operators. Mobiel internet is niet overal even betrouwbaar en stabiel, RCS is dat wel. Dat is voor bedrijven belangrijk.”

Een ander verschil tussen sms en RCS: “Sms is om te informeren, RCS is er om te converseren. Het is een extra communicatiekanaal op het pallet van de klantenservice.”

Hij schetst een mogelijk scenario: “Bijvoorbeeld, berichten van luchtvaartmaatschappijen die mensen herinneren om in te checken voor een vlucht, kunnen nu profiteren van rijkere media en interactiviteit om een ​​volledige check-in ervaring te bieden, compleet met instapkaart, visuele vluchtupdates en terminalkaarten op aanvraag, allemaal binnen de messagingervaring.”

MessageBird uit Amsterdam neemt sinds februari van dit jaar deel aan Googles Early Acces Program rondom RCS. Directeur Robert Vis hield legde toen uit dat RCS zich kan gaan ontwikkelen tot een soort ‘mobiel besturingssysteem’ dat qua functioneren lijkt op WeChat.

RCS wordt actief ondersteund door ’s werelds grootste telecomoperators, onder wie Vodafone, T-Mobile en KPN.

Wanneer RCS internationaal overal beschikbaar is, valt niet goed te zeggen omdat er meerdere partijen bij zijn betrokken. Telecombedrijven moeten de software in hun netwerken updaten, Google moet de sms-app in Android updaten en bedrijven die multimediale interactieve conversaties willen houden moeten er hun techniek en personeel op inrichten. Het is aannemelijk dat de GSMA of Google tijdens het Mobile World Congress begin 2018 updates zal geven.

Foto: Daniel Enchev (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Accerion: flexibele robots dankzij vingerafdruk van de werkvloer

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

We kennen allemaal de robotstofzuiger en -grasmaaier, maar werkt deze technologie ook bij autonome robots in bijvoorbeeld magazijnen? “Nee”, zegt Willem-Jan Lamers – oprichter van Accerion. “Deze robots vragen om technologie die betrouwbaarder en nauwkeuriger is, aangezien ze heel precies een pallet of ander object op moeten kunnen pakken.” Hij legt uit hoe hun technologie ’s werelds eerste is in infrastructuur-vrije mobiele robots die op deze manier een bestaande vloer als referentie gebruiken.  

Willem-Jan, hoe zou je Accerion omschrijven in één tweet?

“Accerion heeft een baanbrekende positioneringstechnologie voor mobiele robots ontwikkeld, die 100 procent infrastructuur-vrij is.”

Wat doet Accerion?

“We ontwikkelen positioneringstechnologie voor mobiele robots. We zorgen dat zelfrijdende robots in bijvoorbeeld opslagplaatsen autonoom hun weg kunnen vinden op de werkvloer. Deze robots verplaatsen pallets of producten van het magazijn naar de productiemachine en terug, waarbij ze op een nauwkeurige en veilige manier rond moeten kunnen rijden.”

Welk probleem los je op?

“Huidige systemen werken vaak met een infrastructuur die aangebracht moet worden in het gebouw: er moet iets fysiek gemonteerd worden. De kosten en het onderhoud hiervan is duur en veel werk. Ook kan een robot vaak niet afwijken van de bekende locaties, waardoor het systeem niet flexibel is. Accerion heeft een volledig infrastructuurloze technologie ontwikkeld.”

Wat voor infrastructuur gebruiken huidige systemen?

“AGV’s (Autonoom Geleide Voertuigen) bestaan al meer dan een halve eeuw. De eerste robots reden op rails op de vloer. Recentere systemen werken met kleine magneetjes of sensoren in de grond. De laatste AGV’s bewegen door radiosignalen of met lasersystemen, waarvan de bakens of reflectoren aan de muur of het plafond worden bevestigd. Andere systemen herkennen vaste punten in de omgeving met lasers.”

Hoe pakt Accerion het aan?

“Ons product bestaat uit een sensormodule – een kastje dat op de robot wordt gemonteerd – waardoor de robot zelf in staat is zijn omgeving te bepalen. Dit kastje analyseert de magazijnvloer met behulp van artificial intelligence-algoritmes waardoor de robot weet waar hij is.” Hierbij combineert de sensor een relatieve (vergelijkbaar met het principe van een computermuis) en absolute technologie. Door deze te combineren weet de sensor, en daarmee de robot, exact waar hij is.

Hoe weet de robot waar hij heen moet?

“Een robot moet eenmalig op een paar locaties gezien hebben welk stukje vloer waar op de plattegrond thuishoort: wij noemen dit inleren. We maken een wiskundig model van de relevante ondergrond, de ‘strategische locaties’. Daarbij zijn vooral kruispunten en doorgangen belangrijk, omdat de robot daar vaak voorbijkomt.”

Werkt het als een robotstofzuiger in huis?

“Het werkt nauwkeuriger en betrouwbaarder. Zo’n stofzuiger rijdt rond in je huis en botst weleens ergens tegenaan. Op basis van deze botsingen maakt hij een plattegrondje van bijvoorbeeld je woonkamer. Bij industriële robots, die pallets of producten oppakken en rondrijden, moet dat natuurlijk voorkomen worden.”

Bouwen jullie zelf de robot?

“Nee, wij richten ons alleen op de ontwikkeling van de technologie voor de positionering van de robot. Tijdens de prototypefase bleek de technologie inzetbaar voor zeer veel robot-applicaties. De technologie is dus heel generiek in te zetten, terwijl robots zelf vaak zeer specifiek voor een bepaalde industrie en functie gebouwd worden. Het richten op de positioneringstechnologie zorgt ervoor dat we ons kunnen focussen op onze unieke waarde en zo echt een verschil kunnen maken.”

Wat voor robots werken zoal met jullie technologie?

“Elke mobiele robot die in een bepaalde omgeving – zowel binnen als buiten – zelfstandig moet kunnen rondrijden, kan onze technologie gebruiken. Wij richten ons daarbinnen voornamelijk op de logistieke en productie-automatiseringsmarkt, zoals magazijnen en fabrieken. Daarnaast kun je binnen de service-roboticamarkt denken aan schoonmaakrobots en binnen de procesindustrie aan bijvoorbeeld pijpleidinginspectie-robots. Denk tenslotte aan geautomatiseerd personenvervoer op bijvoorbeeld vliegvelden of agrarische robots die autonoom dieren voeren of oogstkarren in kassen verplaatsen.”

Ontwikkelen jullie alleen nog de Jupiter-technologie?

“Op het moment is ons product, Jupiter, in de pilot-fase bij verschillende klanten in zowel Europa als de VS, maar zijn we ondertussen ook bezig met twee nieuwe producten. Deze zijn beide afgeleid van ons hoofdproduct Jupiter en bieden een speciaal aantal functies voor de servicerobotica-markt. Bijvoorbeeld schoonmaakrobots vragen enkel om een deel van de functionaliteiten van Jupiter.”

Wie zijn je klanten?

“De robotfabrikanten. Onze klanten plaatsen onze technologie op hun robots en verkopen deze vervolgens aan de eindgebruiker: bijvoorbeeld een eigenaar van een magazijn. We werken nu met een pilotprojecten bij vijf internationale klanten. Maar ook de TU/Eindhoven gaat onze technologie gebruiken in een onderzoek.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“We verkopen met name het sensorproduct Jupiter, maar ook de technologie erachter in licentie. Daarnaast doen we ook projecten op maat, waarbij we een complete oplossing aan klanten bieden – bijvoorbeeld bij tankinspectie-robots. Tijdens deze projecten werken we in sommige gevallen ook samen met onze partner Nobleo Technology.”

Komt je software in de toekomst in zelfrijdende auto’s?

“Technisch gezien zou het kunnen, maar de technologie van bijvoorbeeld Google en BMW is verder ontwikkeld voor die applicatie. Wel worden we interessant als je denkt aan autonoom parkeren in parkeergarages waar je de gps-ontvangst verliest.”

Heeft Accerion concurrentie?

“Wat betreft positioneringstechnologie wel, zoals de besproken rails-, laser- of magneetsystemen. Maar met de manier waarop wij dit oplossen, zonder infrastructuur, zijn wij wereldwijd uniek.”

Hoe is Accerion ontstaan?

“In 2012 legde ik de basis voor de technologie in mijn eenmanszaak, waarbij ik me in eerste instantie richtte op personenauto’s en vrachtwagens. Al snel bleek de technologie geschikter voor autonome robots. Tijdens de Startup Bootcamp Hightech XL in Eindhoven hebben mijn toenmalige medeoprichters en ik het idee op zijn kop gegooid: in plaats van de robots legden we de focus op de positioneringstechnologie. We zijn verschoven van de agrarische naar de logistieke markt, aangezien daar veel meer vraag bleek te liggen.”

En toen?

“Toen mijn mede-eigenaren uit het bedrijf stapten, vond ik –  na intensieve samenwerking in de business accelerator – in 2016 mijn huidige mede-eigenaar Vincent Burg. Inmiddels zijn we met een internationaal team van acht personen gevestigd in Venlo.”

Welk knelpunt kom je tegen als startup?

“Het grootste probleem is de lange verkoopcyclus. Vanaf het moment dat we een pilotproject verkopen bij een klant, gaat er eerst zes tot twaalf maanden overheen voordat alle tests gedaan zijn. Zodra de klant akkoord gaat, moet de technologie geïntegreerd worden in hun product en vervolgens moeten zij het doorverkopen aan de eindgebruiker. Je hebt een lange adem nodig voordat je volume hebt opgebouwd.”

Waarom doe je mee aan de Accenture Innovation Awards?

“Vorig jaar bereikten we de halve finale, dit jaar doen we weer enthousiast mee aan de Accenture Innovation Awards. We merkten vorig jaar dat het moeilijk is om onze ingewikkelde technologie in één minuut te pitchen aan het grote publiek. We zijn hard aan het werk om dit verhaal korter en krachtiger te krijgen, met voorbeelden die tot de verbeelding spreken. De AIA winnen zou voor ons een mooie manier zijn om ons verhaal te vertellen aan de wereld.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met Nikki Mennen. Accerion deed mee aan de AIA 2016 en doet opnieuw mee dit jaar. Bekijk hier de AIA-winnaars van 2016.

 

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Design thinking: ‘Te veel empathie voor gebruikers helpt bedrijf om zeep’

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Design thinking is één van de invloedrijke denkwijzen van dit moment. Een denkwijze die niet in beton gegoten hoeft te zijn, zegt Steve Vassallo. De voormalig designer van IDEO geeft in zijn eboek ‘The Way to Design’ twee belangrijke adviezen. Designers en de bedrijven waarvoor zij werken moeten groter denken en het systeemdenken bestuderen. En daarnaast is zijn raad niet blind te staren op empathie en het inleven in de gebruiker. ‘Sterker, te veel empathie kan een bedrijf om zeep helpen.’

Sinds David Kelley van het designbureau IDEO de filosofie achter design thinking in de markt zette, duikt de denkwijze op bij vele soorten bedrijven. De werkwijze van ontwerpers blijkt namelijk ook in heel andere omgevingen toepasbaar. In de concrete beschrijving gaat het doorgaans over de verschillende fases die worden doorlopen. Van het observeren van gebruikers tot aan korte iteraties met multidisciplinaire teams om vervolgens prototypes te ontwikkelen en deze met behulp van gebruikersonderzoek te verbeteren. Maar anders dan die paar stappen nu doen vermoeden is design thinking meer dan een projectaanpak: het is een cultuurverandering. Het gaat niet om de oplossingen, het is een manier om als bedrijf vooruit te komen.

Het effect van een kleine verandering

Met het oog op dat doel stelt Vassallo – die jarenlang bij IDEO, de ‘bron’ van design thinking, heeft gewerkt – dat designers niet (meer) moeten streven naar die perfecte vormgegeven oplossing. Hij verwijst daarvoor naar het systeemdenken. Een al ouder concept dat door de ‘alles is door big-data verbonden-wereld’ steeds relevanter zou worden. Systeemdenkers zien de losse onderdelen en de relatie ertussen als minstens zo belangrijk als de onderdelen in een systeem zelf. Het ijsbergmodel is een concept dat dit goed illustreert: gebeurtenissen aan de top van de ijsberg worden waargenomen en krijgen doorgaans de meeste aandacht. Toch zijn het de structuren en variabelen onder het oppervlak die de zichtbare gebeurtenissen sturen. ‘We ondernemen acties zonder te begrijpen wat de impact is op het systeem en maken de situatie erger.’

Dat designers en bedrijven die design thinking hebben omarmd aandacht moeten hebben voor het systeemdenken is vooral omdat een kleine verandering soms veel grotere effecten heeft dan een geheel nieuw en uitgedacht systeem. Analyseer daarom de hefboompunten en probeer via deze weg het systeem significant te verbeteren, schrijft Vassallo. Dat ligt niet altijd in de aard van designers en vernieuwers, merkt ook de oprichter van Pinterest in het boek op. Maar alles in cultuur en communicatie verloopt via netwerken. ‘Ontwerpen voor de echte wereld betekent dat je moet omgaan met beperkingen en met het compromis zoekt naar verbeteringen.’

‘Vervang ‘T-shaped’ medewerkers’

Het is interessant om te lezen dat Vassallo met zijn tweede advies één van de kernelementen van design thinking wil veranderen. De focus op de eindgebruiker is wat hem betreft een buzzwoord geworden. En de bekende ’T-shaped’ medewerker heeft zijn beste tijd gehad. Empathie stond ooit – en zeker in de filosofie van IDEO – voor etnografisch onderzoek, verklaart hij zich. ‘Maar wanneer designers praten over empathie lijken ze me niet te doelen op feitenverzameling, eerder op een gevoel.’ Dat leidt in zijn ogen tot een aantal serieuze problemen. Empathie kent namelijk nogal wat beperkingen. ‘Geen zeer goedbetaalde witte twintiger die werkzaam is voor Uber, Instragram of Google kan ervan uitgaan de honderden miljoenen potentiële gebruikers aan de andere kant van het land of de wereld te begrijpen.’

De designer en auteur heeft het gevoel dat op veel plekken waar design thinking de norm is, beslissingen worden genomen op intuïtie of onderbuikgevoel. ‘Maar vandaag de dag hoeven we ons niet te beperken tot empathie en we kunnen zelfs meer dan in de etnografie. We kunnen de data laten vertellen wat wel werkt en niet.’ Vassallo pleit daarom voor de vervanging van de bekende ‘T-shaped’ medewerker die breed georiënteerd is en ook een specialisme heeft. Liever ziet hij dat ‘π-shaped’ personen zich bezighouden met design thinking. Deze medewerkers kunnen zowel op creatief als (data)analytisch vlak de diepte in. ‘Empatisch en datagedreven.’

Natuurlijk moeten betrokkenen zich niet uitsluitend laten leiden door data. Zo was het prototype van Joe Gebbia en Brian Chesky jaren geleden in de prullenbak beland als de twee hadden geluisterd naar de gebruiksanalyses. Een bedrijf dat door een eigenwijze visie uiteindelijk het grote AirBnB werd. Een algoritme kan inderdaad nooit de mens vervangen, haast Vassallo zich erbij te zeggen. Maar te veel empathie kan een bedrijf wel om zeep helpen. Geen product of dienst laat zich wat hem betreft ontwikkelen op basis van focusgroepen. ‘Bouw iets, zet het op de wereld, verzamel data, verzamel feedback en maak aanpassingen. Luister real-time naar gebruikers, maar wees geen slaaf van consumenten en hun verlangens. Vraag niet; ontwikkel.’ Of in andere woorden: zorg voor een eigen visie en toon dan waar design thinking volgens Vassallo voor bedoeld is: creatief leiderschap.

Het ebook ‘The Way to Design’ is hier gratis te downloaden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Android O al op 21 augustus beschikbaar’

Posted 15 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Android O, de nieuwste versie van de mobiele systeemsoftware, komt naar verluidt 21 augustus reeds beschikbaar voor Googles Pixel smartphones.

Android O, waarvan de naam (Oreo?) nog onthuld moet worden, verschijnt dit jaar extra vroeg. De preview kwam reeds in maart uit.

Zoals altijd zal de nieuwe Android eerst alleen worden uitgerold voor Googles eigen toestellen, de Nexus 5X en Nexus 6P uit 2015, de Nexus Player, en de Pixel, Pixel XL en Pixel C. Het kan wel een half jaar duren voordat Android O ook op toestellen van andere fabrikanten staat.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Een echte micro-foon

Posted 14 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Met een scherm van 1,5 inch en een gewicht van 30 gram is deze Nanite zonder twijfel ’s werelds kleinste smartphone.

Meer dan bellen en berichten sturen kun je met het compacte apparaatje niet, al is hij te koppelen aan een Android- of iOS-smartphone voor extra functionaliteit. Zo werkt ook Siri en OK Google met de Nanite.

Het voordeel? Hij levert meer dan vier dagen batterijduur.

Het beoogde bedrag bij Kickstarer van slechts 20.000 dollar is al binnen, waardoor de makers hem al in november hopen te leveren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Werner Vogels, Ayelet Noff en Slava Rubin naar CapitalFest

Posted 14 Aug 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amazon CTO Werner Vogels, investeerder Kees Koolen, medeoprichter Slava Rubin van Indiegogo en Ayelet Noff van Blonde 2.0 zijn de belangrijkste sprekers van CapitalFest in de Beurs van Berlage, het investeerdersfestijn van StartupFestEurope eind september.

StartupFest moet het dit jaar stellen zonder klinkende namen als Tim Cook (Apple), Eric Schmidt (Google) en Travis Kalanick (Uber), en anders dan vorig jaar ligt de nadruk meer op matchmaking en roundtables. De genodigden zijn hoofdzakelijk investeerders. Ook zijn er enkele breakout sessies rond thema’s als mobiliteit, intelligentie en de toekomst van het geld.

In de laatste week van september vinden in het land net als vorig jaar verschillende manifestaties plaats rond innovatie en technologie. Op 25 september is dat New Materials in Plant One in Rotterdam, op 25 en 26 september er Impact Startup Fest in de Cabellero Fabriek in Den Haag, The Future of HighTech is de naam van een congres op 26 september in Hengelo, FinTech Vortex vindt op 26 september plaats in de Fokkerterminal in Den Haag, Digital Health & MedTech is het thema op 26 september in Tivoli in Utrecht, in de Ridderzaal in Den Haag staat 28 september blockchain centraal en in het Shell Technology Centre in Amsterdam energie.

CapitalFest vindt plaats op 27 september.

Zowel CapitalFest als StartupFestEurope worden georganiseerd door Startup Delta, waarvan de voorzitter sinds vorig jaar Constantijn van Oranje is.



Lees het volledige bericht op Emerce »