Posts Tagged ‘google’

FILM.NL: Wat downloaden we vanavond?

Posted 22 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Met het zoekplatform FILM.NL wil branchevereniging FDN het zoeken en gebruiken van legale content vergemakkelijken. Digital agency TamTam (part of Dept) ontwikkelde de site en app.

De opdracht die TamTam kreeg, was om na te denken hoe je kijkers kunt helpen om de gewenste films en series te vinden. Gezien de populariteit van onder andere Spotify, Netflix en Videoland zijn mensen bereid om te betalen voor content. Dat was het eerste uitgangspunt voor FILM.NL. Tweede pijler is dat er al genoeg initiatieven zijn die de illegale kant van streaming benadrukken. De stok om mee te slaan bestaat al. Beter is het om de gebruiker een wortel voor te houden en op een positieve manier te benaderen.

Gratis content is geen optie

“Het idee voor FILM.NL is ontstaan in de werkgroep illegaal downloaden,” vertelt commercieel directeur Jaap Bruijnen van FDN, waar distributeurs van films en series bij zijn aangesloten. “De aanpak van piraterij loopt over drie assen: het legale aanbod moet op orde zijn, de consument moet je daarover vertellen en de regels moeten worden gehandhaafd. Voor handhaving zijn andere instanties. Dit initiatief gaat over de eerste twee assen.”

FILM.nlNatuurlijk wil iedereen alle content gratis hebben op de dag dat het waar dan ook ter wereld uitkomt. Dat is niet mogelijk. Tweede beste optie is om de content te verzamelen in een slimme zoekmachine, die alle bronnen ontsluit waar de gebruiker toegang tot heeft en in één oogopslag weergeeft wat die kan kijken. Daarbij is het mogelijk om gericht te zoeken, maar het platform geeft ook inspiratie als de gebruiker dat wil. De zoekresultaten geven weer waar je bijvoorbeeld de DVD van de serie of film die je zoekt kunt kopen en tegen welke prijs, maar ook in welke bioscoop je terecht kunt of bij welke omroep of streamingdienst. “De afgelopen jaren is het aantal platformen, systemen en bedrijven dat actief is op het gebied van films en series enorm gegroeid. Voor een gebruiker is het complex om een volledig overzicht te krijgen van de verschillende bronnen. Daar zorgt FILM.NL dus voor,” aldus Bruijnen. “We zijn de Funda van de films en series.”

Zo volledig mogelijke content

Elke bron is welkom op het platform, mits legaal. “Een zo volledig mogelijk aanbod is heel belangrijk voor FILM.NL, omdat de gebruiker afhaakt als hij iets zoekt en niet vindt. De dekkingsgraad moet dus zo hoog mogelijk zijn. Dat is in het belang van de leden die het platform financieren. Ook al omdat de kans bestaat dat er substitutiegedrag ontstaat. Iemand die voorheen wachtte tot Netflix het volgende seizoen van zijn favoriete serie plaatste, gaat dat nu misschien ergens anders kijken waar het eerder beschikbaar is.”

Qua uitvoering van het idee is gekozen voor een app en een website, waarbij de nadruk ligt op de app. Het idee is dat de gebruiker op de bank zit en iets wil kijken, maar niet weet wat of niet weet waar hij het kan vinden. Dan is het logisch dat hij zijn smartphone erbij pakt. Echter, voor wie het platform nog niet kent, is er een drempel om de app te downloaden. Vandaar de website.

Tweede reden daarvoor is SEO. Elke film en serie die op FILM.NL staat heeft een eigen landingspagina. Die worden goed opgepakt door Google – heel vaak staat FILM.NL in de top-drie. SEA is de derde belangrijke reden om ook een site te lanceren. Game of Thrones is de meest gedownloade serie. Wie zoekt op GoT-torrents, krijgt nu als suggestie ook FILM.NL te zien. “We zien op dit moment dat er meer verkeer naar de site gaat dan naar de app, dus het is een goede beslissing geweest om beide te doen.”

App is belangrijkst

Desondanks gaat het meeste ontwikkelingsbudget naar de app. Die heeft een aantal voordelen boven de website. Zo is er een mate van personalisatie mogelijk, omdat de gebruiker aan kan geven welke categorieën hem interesseren. Daarnaast selecteert de gebruiker de bronnen waar hij toegang toe heeft, bijvoorbeeld Netflix, HBO, et cetera. De app geeft suggesties waar films en series te zien zijn op tv, via streaming en in bioscopen en in welke winkels DVD’s te verkrijgen zijn. De gebruiker kan die resultaten filteren en bijvoorbeeld aangeven dat hij alleen die voor tv en bios wil zien. Als een serie of film nog niet in Nederland beschikbaar is, kan de gebruiker die toevoegen aan een watchlist en krijgt hij een push notification zodra deze wel wordt aangeboden.

Aan de lancering van FILM.NL is de campagne ‘Kijk niet zo moeilijk’ gekoppeld. Rutger Hauer, Barry Atsma, Monic Hendrickx, Robert de Hoog, Katja Schuurman, Sigrid ten Napel, Maryam Hassouni en Martijn Lakemeijer werken er belangeloos aan mee en zijn gefotografeerd door Pieter Henket.

Diesel komt op gang

Tot nu toe heeft dit alles geleid tot meer dan 30.000 downloads, vertelt Bruijnen. “We zijn absoluut een diesel die op gang moet komen, maar ik ben heel tevreden met hoe het gaat. Niet eerder heeft de filmindustrie op deze schaal een zoekmachine gelanceerd, dus we hadden geen idee wat we konden verwachten. Er staan nu 15.000 titels op FILM.NL en we werken er keihard aan om steeds completer te worden. Daarnaast sturen we natuurlijk aan op een significant aantal downloads van de app.”

Bij gebleken succes gaat NVPI geen verdienmodel aan FILM.NL hangen, benadrukt Bruijnen tot slot. “De verdiensten zitten hem erin dat gebruikers meer bij mijn leden kopen. Als je dit commercieel gaat uitbaten, loop je het risico dat partijen afhaken en dan heb je geen full content meer. Hetzelfde geldt voor de data over het zoek- en kijkgedrag dat FILM.NL op deze manier verzamelt. Die gaan we niet verkopen. Als we ze ontsluiten, dan doen we dat voor iedereen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Reputatie Samsung in VS geschonden door Note7

Posted 22 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De reputatie van Samsung heeft een behoorlijke knauw gekregen na het incident met de ontvlambare Note 7. In de VS zakte Samsung in een poll van Harris van de derde plaats naar positie 49.

In 2015 deed Samsung het nog beter dan Apple en Google, maar er is weinig vertrouwen in toekomstige producten. Exploderende smartphones zorgden er vorig jaar voor dat Samsung 2,5 miljoen exemplaren van de Galaxy Note 7 terug moest roepen.

Voor het onderzoek zijn 30.000 volwassenen geraadpleegd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hans Anders: 157% meer omzet met in-store visits

Posted 22 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Waar Nintendo een fantastische koppeling maakte tussen de online en offline wereld met Pokémon Go, kon Google natuurlijk niet achterblijven. Feitelijk al in december 2014 geïntroduceerd, maar nu pas voorzichtig uitgerold in Nederland; de in-store visits in Google AdWords. Een nieuwe metric die de invloed van Google AdWords op offline winkelbezoek weergeeft.

On- en offline hand in hand

Vanwege de strenge voorwaarden is er momenteel slechts een handjevol adverteerders in Nederland die gebruik kunnen maken van deze bèta. Gelukkig mochten wij alvast van start met deze primeur, we delen graag de eerste resultaten met jullie.  Eerdere testen in de VS lieten erg leuke findings zien, waarbij tot achttien procent van de AdWords bezoekers daadwerkelijk offline een fysieke winkel bezocht. Ook in Nederland zien we veelbelovende resultaten bij onze eigen campagnes. Een duurzame brug tussen offline en online lijkt gebouwd.

Een op de vijf mobiele klikken resulteert in offline winkelbezoek

Twee adverteerders die momenteel in samenwerking met ons gebruik maken van de in-store visits zijn Miss Etam en Hans Anders. In beide gevallen zien we dat, afhankelijk van de insteek van de campagne, tussen de elf en zeventien procent van alle AdWords bezoekers daarna een fysieke winkel bezoekt. Dit percentage zien we logischerwijs toenemen tot boven de 20 procent als we inzoomen op mobiel AdWords verkeer!

157 procent omzetstijging

Deze data wordt helemaal interessant als we inzoomen op wat dit oplevert aan extra omzet. De in-store visits in AdWords geven het aantal offline winkelbezoeken weer, het gaat dus niet om daadwerkelijke aankopen in de winkel. Wanneer de totale winkelomzet en de hoeveelheid winkelbezoeken bekend is, kan de gemiddelde waarde per winkelbezoek berekend worden. Wanneer dit gekoppeld wordt aan de in-store visits kan er een mooie business case gebouwd worden. Bij Hans Anders neemt de door AdWords gegenereerde omzet met 157 procent (!) toe wanneer hier ook de offline omzet in mee genomen wordt.

Adwords-data en locatiegeschiedenis gekoppeld

Hoe het werkt? In de afgelopen maanden zijn er veel artikelen verschenen over de metric en hoe het precies gemeten wordt. In een notendop komt het er op neer dat Google AdWords data koppelt aan locatiegeschiedenis van smartphones en de nabijheid van deze gebruikers tot de winkels van de adverteerder. Deze data wordt vervolgens geëxtrapoleerd naar een bredere groep die niet aan de voorwaarden voldoen. Signalen die hierbij meegenomen worden zijn:

  • Google Earth en Google Maps Street View data
  • De coördinaten van miljoenen winkels wereldwijd
  • Wi-Fi signalen in winkels
  • GPS locatiesignalen
  • Google zoekdata
  • Gedrag in de winkel (gebaseerd op tijd)
  • Panel van meer dan een 1 miljoen opted-in gebruikers die hun locatie geschiedenis delen en hiermee de nauwkeurigheid van het model valideren

Googles hoge privac drempel (er zullen bijvoorbeeld nooit actuele locaties doorgegeven worden aan adverteerders) zorgen er voor dat gegevens geanonimiseerd worden. Om toch met de data te kunnen werken, wordt deze gebaseerd op samples welke geëxtrapoleerd worden. Dit heeft echter als gevolg dat net als de cross device conversies ook de in-store visits een schatting zijn. De schattingen zijn echter erg conservatief en de data wordt pas vertoond bij significante resultaten. Er kan dan ook met grote zekerheid gesteld worden dat de resultaten klopt.

Waarom is het tof?

Dat mag duidelijk zijn. Langzaam maar zeker worden de grenzen tussen off- en online steeds vager. Met de in-store visits is de volgende brug tussen de twee gebouwd. Het is uiteraard niet waterdicht, het blijft immers een schatting, maar met de conservatieve berekeningen van Google hebben we een mooie benadering van de werkelijkheid. Voor adverteerders geeft het waardevolle inzichten in de effecten van online inspanningen met AdWords op de offline winkels.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google hoeft zoekresultaten naar schadelijke publicaties niet te verwijderen

Posted 21 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een man uit Almere die vond dat Google zoekresultaten moet verwijderen die leiden naar publicaties over hem, is door de rechtbank in het ongelijk gesteld.

De man zegt dat hij schade lijdt door negatieve publicaties op internet, waarin hij ten onrechte bestempeld wordt tot (ex) crimineel en iemand die diploma’s en titels verzint. Hij zou daardoor niet opnieuw maatschappelijk actief kunnen worden om zijn kost te verdienen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de man recht heeft op verwijdering van de zoekresultaten als er sprake is van onverenigbaarheid met de Wet bescherming persoonsgegevens. Van onverenigbaarheid is sprake als de zoekresultaten ontoereikend, niet ter zake dienend of bovenmatig zijn (zoals bepaald in het Costeja-arrest). Daarvan was in dit geval geen sprake.

De man stelde eenvoudig aan te kunnen tonen dat hij is afgestudeerd, maar in het kort geding zijn geen kopieën van officiële documenten ingebracht. Op een website heeft hij wel diverse scans van documenten geplaatst, maar een bewijs dat hij aan een universiteit is afgestudeerd ontbreekt.

Dat de man niet blij is met de publicaties is volgens de rechter goed voorstelbaar. Dit betekent echter niet dat dat voldoende reden is om de zoekresultaten te verwijderen. Het staat de man vrij om juridische stappen te nemen tegen de personen en organisaties van de publicaties.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Fire TV Stick naar Europa

Posted 21 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amazon start eindelijk met de verkoop van de Fire TV Stick in Europa. Vanaf 20 april is de dongel in Duitsland onder meer bij Saturn en de Media Markt te koop. Amazon verkoopt de Fire TV Stick helaas niet aan klanten in Nederland of België.

De Fire TV Stick is vergelijkbaar met Google Chromecast. Inbegrepen bij de mediaspeler is de afstandsbediening met ondersteuning voor spraakassistent Alexa. En dat is precies de reden dat de stick nog niet in Nederland te koop is, want Nederlands verstaat Alexa niet.

De stick is van de tweede generatie, met een MediaTek MT8127D-quadcore processor. Daarnaast is ondersteuning voor Wifi-ac en bluetooth 4.1 toegevoegd.

Afspelen van 4K-video behoort niet tot de mogelijkheden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘2,7 miljard dollar omzet voor Microsoft Azure’

Posted 21 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De clouddivisie van Microsoft, onder de naam Azure, heeft vorig jaar volgens analisten van J.P. Morgan 2,7 miljard dollar omgezet. Dat is nog altijd minder dan een kwart van de omzet van Amazon Web Services.

Azure wordt gezien als de belangrijkste concurrent van AWS. De derde speler Google Cloud Platform heeft een omzet van 1 miljard.

Microsoft specificeert zelf geen cijfers, behalve groeicijfers. In 2016 zou Azure 93 procent zijn gegroeid.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zoekmachines en webportalen spelen nauwelijks rol bij aankoop kleding

Posted 21 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeker zestig procent van de Nederlanders koopt online kleding, vrouwen (66 procent) vaker dan mannen (50 procent), zo blijkt uit onderzoek van Tribal en NovioResearch. Verrassend is dat de invloed van zoekmachines hierbij zeer beperkt is.

Het onderzoek laat verder zien dat met 66 procent vooral jongeren de online kledingwinkels weten te vinden, maar dat ook de helft van de 65-plussers online winkelt.

Zo geeft slechts 15 procent van de respondenten aan zoekmachines zoals Google te gebruiken in hun zoektocht naar kleding. Ook portalen zoals Beslist.nl en Fashionchick.nl worden weinig gebruikt.

Driekwart van de online shoppers geeft aan direct naar een kledingsite te gaan en hun zoektocht daar te starten. Vooral onder jongeren en vrouwen ligt dit aandeel met 80 procent hoog. Opvallend is ook de sterke voorkeur van 65-plussers voor deze aanpak. 78 procent van hen geeft aan rechtstreeks naar de webwinkel te surfen.

De resultaten onderstrepen de waarde van een goede zoekmachine binnen de website. Zo wordt de interne zoekmachine (53 procent) vaker gebruikt dan navigeren via de menustructuur (46 procent). Bijna alle jongeren onder de 25 jaar geven aan enkel de zoekfunctie te gebruiken.

Binnen het online shopping segment is de concurrentie moordend. De verschillende grote webshops liggen qua populariteit zeer dicht bij elkaar. Wehkamp neemt de eerste plaats in, gevolgd door Zalando en Bonprix. H&M, dat net buiten de top 3 valt, scoort vooral hoog onder jongeren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vijf succesfactoren voor hét smart home OS van morgen

Posted 20 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nog even en de strijd tussen de techgiganten barst los. De strijd om de controle over jouw thermostaat, verwarming, verlichting en meer. Maar Google, Apple, Microsoft of Amazon… wie gaat dé smart home interface claimen? Welk bedrijf heeft de kaarten in handen om in elk huis aanwezig te zijn? Ik voorzie vijf factoren die bepalen wie deze innovatieve markt gaat leiden.

Pff… nóg een app!

Maar eerst, het huidige probleem. Want als jij je huis wilt automatiseren en de thermostaat wilt aansluiten op je agenda, of je lampen op het alarmsysteem, loop je al snel tegen een hoop gedoe aan. Losse apps en protocollen, fragmentarische hubs en verschillende technologieën. Dit is dan ook waarom de gemiddelde consument nog maar weinig met home automation doet. Om écht door te breken, heeft ‘smart home’ een centraal en gebruiksvriendelijk operating system (OS) voor je hele huis nodig.

Een aantal gegadigden staat te trappelen om deze rol van centraal systeem te vervullen: Google, met Nest en Google Home, Apple met Homekit, Amazon met Alexa en de langverwachte Home Hub van Microsoft in Windows 10. Ze maken allemaal goede kans om favoriet te worden. Niet alleen door hun omvang, maar ook doordat ze inzetten op ‘omnipresence’ van de interface waarmee je je apparaten bedient. Zoals de Google Assistant waarmee je niet alleen chat via je telefoon, maar die je ook met spraak kunt besturen in een draadloze speaker of in je auto.

Vijf succesfactoren

Dus… wie gaat deze strijd om jouw huis winnen? Het bedrijf dat met zijn OS de beste invulling geeft aan de volgende punten.

  1. Openheid.
    Uiteraard moet jouw OS in ieder geval je huidige apparaten ondersteunen. Wil je gebruik maken van je Nest thermostaat? Dan valt Apple’s Homekit al af. Daarnaast moet het OS kunnen uitgroeien tot een rijk ecosysteem van apparaten en features. Amazon biedt bijvoorbeeld de mogelijkheid om ‘skills’ toe te voegen aan Alexa, zodat je via spraak ‘je Tesla’ op slot kunt doen, of je koffieapparaat kunt aanzetten.
  1. Beschikbaarheid.
    Een smart home OS zal het huiselijk leven makkelijker maken, maar hoe makkelijk is het om het OS in huis te halen? Voor Alexa koop je bijvoorbeeld de Echo voor zo’n 180 dollar, of je koopt een huishoudelijk apparaat dat je met Alexa kunt besturen en koopt vervolgens de Alexa app in je appstore. Voor de miljarden PC-gebruikers wordt het genieten: Windows 10 bevat straks standaard Microsoft’s smart home interface. Slimme zet!
  1. Gebruiksvriendelijkheid.
    Technologie moet je leven gemakkelijker maken. In het geval van je thermostaat: makkelijker dan van de bank opstaan, vier stappen zetten en aan een knop draaien. Je moet dus vooral niet te veel moeite hoeven doen voor de besturing. Een tweede stap is het zelflerend vermogen van het systeem: kun je verschillende gebruikersprofielen aanmaken, en onthoudt het OS wanneer je thuis komt en de verwarming aan mag?
  1. Veiligheid.
    Door je apparaten aan te sluiten op het internet kun je ze op afstand bedienen en met elkaar laten praten. Handig, maar dit maakt ze ook kwetsbaar voor aanvallen van buitenaf. Van toegang tot je huis, tot toegang tot je boodschappendata van de afgelopen maanden, een smart home is extreem persoonlijk. Apple vereist dan ook dat nieuwe apparaten aan hun uitzonderlijk hoge eisen voldoen voor je ze met Homekit mag bedienen.
  1. Privacy.
    Oké, laten we er even vanuit gaan dat het systeem veilig is en er niet wordt ingebroken. Maar hoe gaat de producent van jouw smart home system om met al je data, zoals in de winter de tijden waarop je verwarming uit staat, en je dus niet thuis bent? Waar wordt je data opgeslagen? Welke partijen hebben inzicht in jouw data? En mogen ze daar iets mee doen?

Weinig consumenten zullen nu al een afweging maken op basis van bovenstaande punten. Smart home apparaten worden vooralsnog gekocht op basis van hun individuele toegevoegde waarde –  zoals de Nest thermostaat om z’n looks en slimheid – maar niet om hun rol in een smart home ecosysteem. Het zijn innovatieve gadgets. Althans, nu nog. Want met de release van het ene na het andere slimme huishoudapparaat, zullen de voordelen en mogelijkheden van smart home dit jaar steeds tastbaarder worden.

De strategieën in een notendop
  • Amazon wil met Alexa vooral integreren met zo veel mogelijk verschillende platformen, en zet dus hard in op
  • Google richt zich met Google Home ook op openheid, maar is relatief nieuw en moet de achterstand op Amazon inhalen. Zijn omnipresence, zelfs chatbestuurbare OS scoort ook goed op
  • Apple stelt hoge eisen aan privacy en veiligheid waardoor het aantal Homekit ondersteunde apparaten tegenvalt, maar met recente software hacks lijkt ook dit een solide strategie.
  • Microsoft’s Home Hub verschijnt pas komend jaar op het toneel. Een beetje laat, maar als het bedrijf zijn beschikbaarheidskaart goed speelt, kan het talloze Windows users aan zijn interface binden.
Een kijkje in de toekomst

Wat de toekomst zal brengen en wie als winnaar uit de bus komt, is lastig te voorspellen. Maar ik kan wél een uitspraak doen over hoe we zullen omgaan met ons automated home, of eigenlijk: hoe ons huis met ons zal omgaan. Via sensoren zelfdiagnosticeren apparaten een defect en houden ze hun eigen dagwaarde bij, hulpdiensten worden gebeld bij een inbraak of brand en voordeuren gaan automatisch open voor het bekende gezicht van de pakketbezorger. Zoals nieuwe huizen nu worden aangesloten op energie- en watervoorziening, zullen ze in de toekomst ook worden aangesloten op online beschikbare diensten. Een huis dat voor jou zorgt in plaats van andersom.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google mengt zich in influencer marketing: megaplatform in de maak?

Posted 20 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google houdt zich sinds kort bezig met influencer marketing. Het bedrijf koppelt populaire YouTubers aan merken. Op naar het grote Google influencersplatform?

Nu bedrijven inluencers omarmen gaat ook Google zich bemoeien met deze relatief nieuwe vorm van marketing. Het bedrijf heeft afgelopen jaar een nieuw initiatief opgericht, YouTube Labs, dat populaire videomakers heeft gekoppeld aan enkele merken van L’Oreal. Dat deed het door samen te werken met multi-channel network (MCN) en YouTubekanaal AwesomenessTV.

Product in ontwikkeling?

De Amerikaanse tak van L’Oreal werkte tot nu toe als enige samen met YouTube Labs. Google noemt het dan ook een service met een alpha-status. En hoewel dit dus betekent dat YouTube Labs nog een verre van definitief product is, worden komend jaar meer merken geholpen bij het vinden van influencers. In Europa gaan onder meer BMW en Johnson & Johnson ermee aan de slag.

Voor L’Oreal heeft een hele serie aan video’s opgeleverd die goed zijn bekeken. AdAge meldt dat er met name is gewerkt met minder bekende namen uit de beautywereld. De bekendste namen weet het cosmeticabedrijf natuurlijk zelf wel te vinden. Er zijn juist contacten gelegd met andere influencers, bijvoorbeeld een populaire reisvlogger.

Welke rol Google exact voor ogen heeft is nog niet duidelijk. Afgelopen najaar nam het ook al Famebit over, een marktplaats die videomakers met marketeers in contact brengt. Dat resulteert dan vaak in content voor kanalen die niet van de bedrijven zelf zijn. Na de overname werd eveneens gesteld dat dit als een kleine aanval gezien moest worden op MCN’s.

‘Logische stap: steeds lastiger aandacht te krijgen’

Dorit Roest kijkt er niet van op. Zo is ze oprichter van The Influencer Movement (TIM), een marktplaats zoals Famebit. “Ik zou me haast beledigd voelen als Google niet een stap had gezet richting influencer marketing. Het is vooral een compliment als zo’n grootmacht zich op jouw markt begeeft en interesse heeft in een concurrent. Toen we begonnen was er nog niet eens een naam voor, nu wordt het door Google gezien.”

Hoe logisch is het dat Google zich op dit terrein begeeft? Behoorlijk, laat Roest weten. “Mede door de opkomst van adblockers, algoritmes op sociale media en reclamevrije initiatieven als Netflix wordt het steeds lastiger om iemands aandacht op een traditionele manier te krijgen. Bloggers, vloggers en mensen op sociale media hoeven die gewilde aandacht van de consument niet op te eisen, maar verdienen die gewoon dagelijks.” Zij kunnen de boodschap van een bedrijf volgens Roest op een authentieke wijze vertalen. “Natuurlijk wil Google dit stimuleren. Hoe minder storende en irrelevante advertenties, hoe beter.” Ze noemt haar eigen kijk idealistisch: ze gaat uit van het scenario dat Google gaat voor de gebruikerservaring en de kwaliteit van content.

Opvallend is wel dat één van de betrokken influencer netwerken laat weten de helpende hand van YouTube Labs in ieder geval niet als bedreiging te zien. Hoe de commerciële afspraken eruit hebben gezien – en in de toekomst uitzien – is niet bekendgemaakt. Google zegt niets te hebben gerekend voor de ‘match’. Google verdient natuurlijk wel aan de advertenties die het bedrijf rondom de video’s plaatst. Ook zouden de bedrijven de video’s ook op andere platformen – Facebook bijvoorbeeld – mogen gebruiken.

“Natuurlijk kan het ook anders lopen”, zegt Roest. “Een scenario waarin Google het geld achterna gaat. Wat ik helaas vaak zie is dat influencers en merken dan om verkeerde redenen aan elkaar worden gekoppeld. Niet omdat de influencer oprecht enthousiast is over het merk of omdat iemand een relevante doelgroep heeft, maar omdat er exclusiviteitscontracten zijn gesloten of veel geld mee gemoeid is.”

In een commentaar op het recent nieuws is in ieder geval één scenario uitgedacht: Google en YouTube kunnen het algoritme zo aanpassen dat de video’s uit het eigen lab goed worden gepositioneerd. ‘Natuurlijk zal YouTube er een label ‘gesponsord’ opplakken, maar dat valt op den duur niemand meer op’, wordt er opgemerkt.

‘Er is meer dan bereik’

“Wat ik niet wil”, vervolgt Roest haar verhaal, is dat we deze sympathieke vorm van marketing laten afglijden naar een vorm van van adverteren die niemand meer gelooft. Omdat het simpelweg ook niet echt is. Hopelijk komt er naast de aandacht voor iemands bereik vooral aandacht voor wat wij de REAL-factoren noemen: Relevance, Engagement, Authenticity, Likeability.”

Of Google zich op deze marketingvorm stort en hét dominante platform wordt of dat er juist ruimte is voor allerlei kleine nichespelers weet nog niemand. “Maar de wildgroei aan bemiddelaars gaat op termijn normaliseren”, denkt Roest. In bepaalde disciplines, food en fashion bijvoorbeeld, ziet ze al een aantal grotere spelers. “Wat je ziet is dat de ‘winnaars’ zich niet alleen richten op het matchen, maar ook services en advies bieden over bijvoorbeeld campagnes.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Kortingscodes: lust of last?

Posted 18 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeven op de tien Nederlanders maakt gebruik van kortingscodes bij het webwinkelen. Gouden business voor publishers en affiliates, maar nadelig voor de marge van menige webshop. Ook zorgen fake-kortingssites voor overlast. Rijst de vraag: wat is de toegevoegde waarde van de voucherbusiness?

‘The Great Voucher Code Swindle’, zo heette een prikkelende column die afgelopen zomer op de internationale vakblog PerformanceIn.com verscheen. Daarin betoogde Matt Bailey (FusePump) dat kortingscodesites niks bijdragen aan klantloyaliteit en maakte hij de ruwe schatting dat zeker negentig procent van alle vouchercodetraffic afkomstig is van de zoekopdracht ‘merk + korting’. Met als frustrerende uitkomst dat consumenten meestal stuiten op iets anders dan kortingscodes, aangezien het vaak standaardaanbiedingen betreft.

Zijn kritiek leidde ook in Nederland tot een debat. “Webshops zijn bang om sales mis te lopen, dus doen ze er massaal aan mee”, stelt Harm Linssen van Relevant Online, die er op Emerce.nl al eens een scherpe blog over schreef. “De aanname is dat het veel extra bezoekers oplevert die je anders niet zou hebben. Ik ben er echter van overtuigd dat slechts een klein deel van de vouchercodewebsites écht waarde toevoegt.”

Basket-freeze
Het probleem wordt ook herkend door het Utrechtse bureau Conversive, dat webshops actief waarschuwt voor het onnodig weggeven van marge aan last-click cookies. “Veel partijen zijn niet gediend van kortingscodespelers die alleen aan het einde van de funnel zitten”, vertelt campaign manager Ishtvan Torpoi. “Om zo’n inpikmoment te voorkomen, doen webwinkels er goed aan om een ‘basket-freeze’ te installeren, die aan het einde de cookies voor pakweg dertig minuten bevriest. Dan gaat de marge gewoon naar de affiliate die de klant naar de webshop heeft verwezen.”

Een andere oplossing is om als webshop te werken met exclusieve kortingscodes per publisher. “Het is een ongeschreven regel dat affiliates niet met elkaars unieke codes werken”, zegt Torpoi. “Natuurlijk heb je zogenaamde ‘scrapers’, zoals MrKortingscode.nl, maar die verwijzen vaak naar reguliere aanbiedingen. Adverteerders kunnen hen daarop aanspreken, al doen ze dat vaak niet, omdat elke vermelding toch weer extra exposure en klanten oplevert.”

“Er bestaat in deze business geen toegevoegde waarde van nul”, zegt Jochem Vroom, managing director van de grote speler Imbull, die onder meer de couponportals Kortingcode.nl en Actiecode.nl bestiert. “De grote webshops hebben dit steeds beter onder controle. Net als elk ander kanaal heeft ook het voucherkanaal added value, al moet je het wel optimaliseren. De commissievergoedingen voor affiliates hebben de laatste zes tot acht jaar wel onder druk gestaan en zijn wat gedaald. Maar uiteindelijk is iedereen er beter van geworden, zowel bureaus als marketeers. De markt is echt veranderd. Affiliate marketing is niet een van de duurste kanalen, maar de volumes zijn enorm. Zo hebben wij rond de kerst met kortingscodes voor een adverteerder een saleswaarde van twee ton gerealiseerd in slechts één dag tijd.”

De discussie over het ‘inpikken’ van cookies vindt Vroom dan ook een achterhoedegevecht. “Consumenten die via Google een kortingscode zoeken, ervaren blijdschap bij het afronden van hun aankoop. Waarom zou je daar vervolgens tegen willen vechten? Wees daar niet bang voor. Zorg gewoon dat je de boel optimaliseert en je prettig voelt bij het afrekenmodel. Daarnaast gebruikt de bezoeker minder touchpoints dan vaak wordt aangenomen. Hij gaat echt niet langs vier of vijf publishers voor korting. Vaak weet hij vooraf al wat hij wil. Geloof me: er wordt nog vaak genoeg voor een first cookie betaald.”

Verzonnen
Een simpele search leert dat er online volop kortingscodes worden aangeboden voor webwinkels die daar zelf helemaal niet aan meedoen. Zo communiceert Wehkamp expliciet via AdWords dat het ‘geen codes’ heeft, maar dat klanten altijd welkom zijn voor ‘leuke aanbiedingen in de sale’. Daaronder volgt een hele trits websites die wél kortingscodes voor het bedrijf zeggen aan te bieden. Doorklikken maakt direct duidelijk dat het vaak gaat om reguliere aanbiedingen of zoiets generieks als gratis verzendkosten.

‘Altijd korting!’ schreeuwt zelfs een van de vele affiliates over Wehkamp. De realiteit is echter anders: sinds eind 2013 is het Zwolse bedrijf al gestopt met het toelaten van externe kortingscodesites tot zijn affiliate netwerk. De online retailer ergerde zich eraan dat vaak niet-bestaande codes of acties werden gepromoot en dat posities in zoekmachines daardoor ‘op dubieuze manieren werden verkregen’. Deze aankondiging ging gepaard met het dreigement dat Wehkamp misbruik streng in de gaten ging houden.

Volgens Vroom (Imbull) is Wehkamp echter een uitzondering. Maar zijn ze natuurlijk wel op een andere wijze actief, via sites die deals aanbieden. Er zijn veel verschillende manieren om een kortingscodestrategie in te zetten. Een speler die voucher-affiliates inzet als onderdeel van een bredere strategie, is bol.com. Vroom: “Heel slim bieden zij gerichte kortingen op markten waar ze nieuwe toetreder zijn. Als bijvoorbeeld een Amazon vol gaat doorpakken in Nederland, zijn scherpe kortingen voor hen ook het eerste middel dat ze inzetten.” Scrapen kan altijd, zegt Torpoi over een voorbeeld als Wehkamp. “Er is pas sprake van inbreuk als adverteerders er bezwaar tegen maken. Omwille van de extra exposure doet men dat vaak niet. Dat is gewoon de manier van werken. In Nederland houden we nu eenmaal van korting en gratis.”

Linssen heeft flinke bedenkingen bij de werkwijze van veel kortingscodesites. “Kannibalisatie ligt op de loer, maar daar kunnen webwinkels veel tegen doen. Zo kunnen ze aangesloten affiliates verbieden dat hun merknaam indexeerbaar door Google gebruikt wordt. Daarnaast geven click-to-conversionrapportages inzicht in de transactietijd, waaruit kan worden opgemaakt of een kortingscode op het laatste moment elders is gehaald. Als je tienduizenden euro’s uitgeeft aan affiliate marketing, ben je gek als je geen geld uit wilt geven aan zo’n test.”

Cowboys
Een specifiek probleem zijn de fake-kortingssites. Zowel Thuiswinkel.org als de Consumentenbond hebben hiervoor in november gewaarschuwd. In korte tijd ontving de laatstgenoemde maar liefst meer dan tweeduizend klachten. Gedupeerden klagen specifiek over kortingssites die telefonisch proefabonnementen aanbieden waarmee producten en reizen met korting kunnen worden gekocht. Het aanbod lijkt in eerste instantie vrijblijvend, maar wie niet binnen de proeftijd opzegt, ontvangt toch een rekening. Volgens de bond zijn dit soort bedrijven in overtreding, omdat de consument niet akkoord is gegaan met deze transactie. Deze onrechtmatigheid zou aanbieders er echter niet van weerhouden om met bandopnames van telefoongesprekken consumenten alsnog onder druk te zetten, vaak met behulp van agressieve incassopraktijken.

“Een mondeling akkoord geldt in deze niet”, zegt Joyce Donat van de Consumentenbond desgevraagd. “Wij pleiten dan ook voor strengere wetgeving bij proefpakketjes, in lijn met wat er tegenwoordig geldt voor proefabonnementen op kranten en tijdschriften.”

Thuiswinkel.org waarschuwt op zijn beurt voor websites die niet-werkende codes aanbieden, soms tegen betaling. “Het afgelopen jaar is ons opgevallen dat er steeds meer websites zijn waarop nepkortingscodes worden aangeboden”, aldus de brancheorganisatie. “Het doel van de fake-kortingswebsite lijkt het genereren van traffic te zijn, hoewel er ook sites zijn die in ruil voor een laag bedrag een kortingscode aanbieden.” Thuiswinkel spreekt in dit kader van misbruik en fraude, vanwege onrechtmatig gebruik van bedrijfsnamen en het eigen Waarborg-logo, het kopiëren van websites en het oplichten van consumenten. “In samenwerking met de politie pakken wij deze fraudeurs aan.”

Ook marktpartijen spreken hun ergernis over dit soort nepsites uit. “Het zijn echt cowboys, eerder in de vorm van een soort callcenters dan kortingscodewebsites”, concludeert Vroom. “Ze bellen consumenten op, iets wat wij nooit zullen doen. Een ‘ja’ wordt vervolgens gebruikt om je een contract aan te smeren. Hiermee verzieken dit soort spelers onze markt.”

Orde
Te midden van het stormachtig groeiende aantal kortingscodewebsites kiezen sommige bedrijven bewust voor een afwijkende positionering. “Kortingsacties vechten elkaar de tent uit, dus hebben wij besloten het model om te draaien”, vertelt Jasper van Elferen, oprichter van Yellowbag. Dit bedrijf, dat onlangs de focus verlegde van app naar website, verzamelt alle kortingen van retailers in Nederland. En verdient hierbij aan affiliate commissies bij verkopen via het eigen platform.

“Kortingscodes zijn inmiddels een verzadigde markt”, zegt Van Elferen. “Daar zijn al veel spelers heel lang in bezig, dus die oorlog gaan we niet winnen. Daarom probeert ons concept een ander probleem op te lossen: orde scheppen in de chaos.” Hij ziet zijn bedrijf niet als een oneigenlijke concurrent. “Er zijn talloze e-commerceconcepten die zich bevinden tussen de retailer en de consument. Die kunnen allemaal prima naast elkaar bestaan. Wij helpen beide partijen om het doorzoeken van alle kortingen mogelijk te maken.”

Volgens Vroom is er juist sprake van allesbehalve een verzadigde markt. Als goed voorbeeld noemt hij Zalando, dat groot is geworden door affiliate marketing en kortingscodewebsites. “Ze hebben altijd goed op de googelende consument ingespeeld. Eigenlijk zijn dat ook de beste bezoekers, want zij zijn écht aan het shoppen. Ze zitten in feite al met hun creditcard in de hand voor je klaar.”

Fake-kortingen
Nepsites verzieken de markt met nepkortingen. De Consumentenbond waarschuwt in dit verband voor de volgende kortingssites: De Beste Korting, Weekendje Genieten, Crowncard, Kortingscenter, Big Mundo, Megapot, Reisvoordeelvoucher, Nr1cashback, Happy Numbers/Play Simple, Cadeaucashback-shopping, New Match/chance, Fictory/Takerz, Lucky Millions, HomeatHoliday, Voordeelinkoop, Spotreis, City Consultant en Voordelig Winkelen. Thuiswinkel.org richt zijn pijlen op: Kortingscode.coupon-worldshop.com, Acties-kortingscodes.com, Acties.me, Convict.nl, Kortingscodes-winkels.com en Couponpromotie.com.

Korting als doel
Bij het online shoppen maakt zeventig procent van de Nederlanders gebruik van kortingscodes. Dit blijkt uit de jaarlijkse barometer van Actiepagina.nl, sinds 2013 onderdeel van de Amerikaanse marktplaats RetailMeNot. De crisis, het grote aanbod online winkels en nieuwe technologieën hebben effect gehad op het winkelgedrag van Nederlanders.

Bij 87 procent van de kortingzoekers is kopen voor de best mogelijke prijs een doel op zich geworden en niet meer alleen een noodzaak. Dit zogenoemde ‘slimme shoppen’ zorgt ervoor dat bij 53 procent van deze doelgroep het actief zoeken naar digitale aanbiedingen of kortingscodes een vast onderdeel van het online winkelproces is geworden. Vooral jongeren in de leeftijd van 18 tot 24 jaar omarmen deze moderne manier van shoppen; 86 procent van hen gebruikt online kortingscodes tijdens het winkelen.

Actief naar korting zoeken is niet alleen goed voor de portemonnee, maar geeft ook een goed gevoel. Driekwart van de ‘slimme shoppers’ zegt zich trots te voelen als ze een goede deal hebben gevonden. Het laat mensen zich ook minder schuldig voelen over impulsaankopen.

Verder blijkt dat kortingscodes een grote invloed hebben op onze aankoopbeslissingen. Zo zoekt driekwart van de coupongebruikers naar aanbiedingen voordat ze weten wat of waar ze iets gaan kopen. 42 procent heeft daarnaast weleens een aankoop geannuleerd of uitgesteld, omdat ze geen goede aanbieding of kortingscode konden vinden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij luxere producten, waarbij voor 66 procent een coupon of kortingscode de doorslag geeft voor aankoop.

Influencers
Zanox, een van grote affiliate partijen in Nederland, ziet kortingscodewebsites als veel meer dan alleen ‘converters’. Ook hun rol als influencer is groot, aldus het bedrijf. Onderzoek van Affiliate Window uit 2015 toont aan dat dit soort publishers de afgelopen jaren een constante groei hebben doorgemaakt en steeds belangrijker zijn geworden voor affiliate marketing. Over hun rol als influencer stelt dit onderzoek dat bij de grootste kortingssites veel traffic plaatsvindt, soms zelfs meer dan bij een webshop. Dat suggereert dat online shoppers eerst op zoek gaan naar leuke aanbiedingen alvorens ze daadwerkelijk de webshop opzoeken. Ook worden consumenten door kortingscodepublishers op de hoogte gehouden van codes via nieuwsbrieven en online en offline aanbiedingen. Kortingscodepublishers zijn dus niet alleen actief in de laatste stap van de transactie, maar staan ook regelmatig helemaal aan het begin van de customer journey.

In Nederland vertaalt de rol van influencer zich in sterke samenwerking met adverteerders, zoals Kortingscode.nl (Imbull) dat doet met mediatitels als Metro, Grazia en Glamour. Door een speciale sectie op dit soort websites te plaatsen met een widget worden bezoekers op de hoogte gebracht van nieuwe kortingen en promoties.

* Dit artikel verscheen eerder in het februarinummer van Emerce magazine (#155).

Illustratie: Agnes Loonstra (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Verwarring over veilige websites door Chrome update

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vorige maand heeft Google de weergave van beveiligde HTTPS-verbindingen in Google Chrome gewijzigd. Het doel hiervan is het begrijpelijker maken van een beveiligde verbinding voor website bezoekers. Omdat hierbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen SSL-certificaten zonder of met bedrijfsgegevens, toont de browser ook het label ‘Secure’ als een malafide of phishing site met kwade bedoelingen een SSL certificaat heeft. Wat kunnen we hieraan doen?

Naar een volledig versleuteld internet

Onder andere Google is al geruime tijd bezig met het stimuleren van het gebruik van SSL-certificaten omdat dat leidt tot een veiliger internet. Zo neemt Google sinds enkele jaren het gebruik van HTTPS op de website al mee als rankingfactor in de Google zoekresultaten, en ze nemen vaak het voortouw bij het ontmoedigen van het gebruik van verouderde certificaten. Ook Mozilla Firefox gaat op korte termijn waarschuwen bij webpagina’s met onveilige invulvelden. Sinds kort wordt de meerderheid van alle webpagina’s via HTTPS opgevraagd, en het gebruik van HTTPS neemt continu toe. Mede dankzij de gratis certificaten van Symantec, Comodo en Let’s Encrypt is het aantal domein gevalideerde (DV) certificaten op dit moment 12,2 miljoen. Ter vergelijking: in januari 2016 was dit nog 3,2 miljoen.

Organisaties achter websites niet gecontroleerd

“Dat is toch positief?” zullen velen denken. Absoluut, maar het heeft ook een keerzijde: kwaadwillenden profiteren óók van de betere bereikbaarheid van goedkope of zelfs gratis DV SSL-certificaten. Voor de uitgifte wordt hiervoor alleen gecontroleerd of de aanvrager toegang heeft tot het domein waarvoor een certificaat wordt aangevraagd. Dit zegt dus niets over de organisatie achter de website.

In 2005 is als reactie op de wildgroei van beperkt gecontroleerde DV-certificaten het Extended Validation certificaat geïntroduceerd: een voor bezoekers aan de groene adresbalk duidelijk herkenbare hoge standaard van strenge controles. De insteek hierbij is dat een gebruiker niet alleen kan zien dat er een veilige verbinding is, maar ook met wie deze verbinding is. De langere levertijd en strenge voorschriften hebben echter ook gezorgd voor een moeilijk imago bij velen. De groei van het gebruik van EV-certificaten blijft dan ook achter, al is er wel een groei van veertien procent gemeten over het afgelopen jaar. In Nederland blijkt uit onderzoek dat slechts 0,3 procent van alle zakelijke websites, en 3,3 procent van alle webshops EV-certificaten gebruiken.

Domeinen niet gecontroleerd

DV-certificaten worden niet handmatig gecontroleerd. Commerciële certificaatuitgevers werken met een systeem dat waarschuwt bij high-risk domeinen (bijvoorbeeld een domein dat erg lijkt op een populair domein zoals PayPal.com). Op dat moment wordt er een handmatige controle gedaan. Voor gratis certificaatdiensten is zo’n handmatige check niet haalbaar. Let’s Encrypt heeft bijvoorbeeld al ruim 400 certificaten uitgegeven waarbij ‘PayPal’ in de domeinnaam voorkomt. Het aanvragen van een Let’s Encrypt certificaat voor appleappstore.eu en googleplaystore.eu is dan ook geen enkel probleem. Overigens staat wel ter discussie of deze controle de verantwoordelijkheid is van certificaat uitgevers. Let’s Encrypt heeft hier een duidelijk standpunt over.

Google Chrome toont onveilige websites ook als veilig

Sinds de laatste update van Chrome toont de browser een label met de term ‘Unsecure’ (of Niet Veilig) bij het ontbreken van https:// op webpagina’s met invulvelden. Als er wel een beveiligde verbinding is toont de browser ‘Secure’ (of ‘Veilig’, afhankelijk van de taalinstellingen) in het groen, wat erg veel lijkt op de groene adresbalk van het EV certificaat. Voor het tonen van de secure label wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de gratis verkrijgbare en nauwelijks gecontroleerde DV certificaten en de wél gecontroleerde certificaten met bedrijfsgegevens.

Overheden en banken hebben via diverse campagnes websitebezoekers geleerd te letten op de groene adresbalk als kenmerk van een veilige website. De groene ‘Secure’ melding wekt de indruk dat het om een betrouwbare site van een gecontroleerde organisatie gaat, terwijl in de praktijk alleen de controle over het domein is gecontroleerd. Secure betekent hier dus alleen dat er een HTTPS-verbinding aanwezig is, het zegt niets over de organisatie achter de website. Het wijzigen van de security indicators was juist bedoeld om bezoekers meer duidelijkheid te geven, maar geeft op deze manier een verkeerde indruk van veiligheid.

Meer aandacht voor high-risk domeinen

Uiteraard zijn het niet alleen de certificaatuitgevers die een rol spelen in het voorkomen van phishing sites: registrars zouden eventueel kunnen letten op welke domeinen ze verkopen, browsers zouden (beter) kunnen controleren op SSL-certificaten die na misbruik of vermoeden van fraude door een Certificaat Uitgever (CA) ingetrokken zijn. Websitebezoekers kunnen een bijdrage leveren door phishing websites door te geven aan blocklists van browsers.

Maar hoe dan wel?

In een ideale wereld bekijkt een bezoeker iedere website kritisch: wat is de volledige URL, ken ik de website en de organisatie erachter, zijn er NAW-gegevens, voorwaarden en contactmogelijkheden aanwezig? Komt de organisatienaam in het SSL certificaat overeen met de inhoud van de website, en vertrouw ik deze organisatie met mijn gegevens?

In de praktijk blijkt dit echter niet haalbaar. Dat Google het gebruik van HTTPS stimuleert en het duidelijker wil maken voor gebruikers is een positieve ontwikkeling. De onveilig-waarschuwing bij onbeveiligde invulvelden is hierin een waardevolle stap voorwaarts. We moeten alleen uitkijken dat het geen schijnveiligheid gaat bieden omdat de aanduiding veilig in veel gevallen niets zegt over de organisatie. Een simpele oplossing zou het aanpassen van de melding zijn: bijvoorbeeld ‘verbinding veilig, identiteit onbekend’ bij DV certificaten en bij Extended Validation certificaten met bedrijfsgegevens ‘verbinding veilig, identiteit organisatie gecontroleerd’. Dán weet je als bezoeker zeker naar wie je je persoonlijke informatie verstuurt.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Thuiswinkel

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sjors Fröhlich: ‘Radio is impactvoller dan tv, podcasts impactvoller dan radio.’

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

In de jacht naar pageviews verliezen veel uitgevers hun unieke signatuur. In dit artikel vraag ik Sjors Fröhlich, hoofdredacteur van BNR naar zijn missie en de keuzes die hij maakt als het gaat om verhalen, vorm en distributie. BNR maakt sinds oktober eigen podcasts en in maart gaat hun Expertnetwerk van start, waarbij BNR podcasts van deskundigen cureert, faciliteert en distribueert.

Wat voegen de podcasts toe aan de reguliere radioprogramma’s?

‘BNR wil altijd en overal bereikbaar zijn voor luisteraars. Ik zou graag zien dat we straks uit twee takken bestaan: aan de ene kant liveradio, waarbij we snel duiding geven op het nieuws, en aan de andere kant bijvoorbeeld een show over juridische zaken dat je kunt beluisteren als het jou uitkomt. Die combinatie is volgens mij essentieel voor het voortbestaan van BNR.’

Het FD werkt bijvoorbeeld digital only, is dat bij BNR ook zo? Of toch eerder radio first?

‘De strategie is zeker radio first. Het radiostation is het hart. Maar net als het FD, dat nadenkt over onafhankelijk worden van de papieren krant, is voor ons het voortbestaan zonder FM-frequentie de stip op de horizon. Vorig jaar kwam dat erg dichtbij toen onduidelijk was of we nog wel een FM-frequentie zouden krijgen. Dat kunnen we overleven, maar het zou wel een flinke tik betekenen. We hebben gewoon ook nog het bereik van radio nodig om de podcasts in de etalage te zetten. We digitaliseren enorm, we organiseren events, onze redacteuren maken ook video’s – die worden op social veel beter verspreid dan bijvoorbeeld audio-quotes, maar audio zal altijd het hart blijven.’

Het is relatief eenvoudig om een podcast te maken en daardoor zijn er ontzettend veel. Hoe maken jullie scherpe keuzes over welke podcasts jullie maken en welke jullie selecteren voor het Expertnetwerk?

‘We hebben een zin die we niet op zender gebruiken, maar die intern leidend is voor alles wat we doen: “BNR is aanjager van de vooruitgang”. We willen ondernemend Nederland helpen bij het nemen van beslissingen en dat doen we op een aantal specifieke domeinen, zoals ondernemen, innovatie, mobiliteit en internationale politiek. De Expertpodcast die wij selecteren, hebben een BNR-kwaliteitskeurmerk: ze voldoen aan technische en inhoudelijke kwaliteitseisen en zijn onafhankelijk.’

“Uiteindelijk willen we met BNR de destination zijn voor de zakelijke podcast.”

Waar zit voor jou het zwaartepunt: distributie via iTunes, Spotify en Soundcloud of luisteraars naar het eigen platform krijgen?

‘Distributie is ongelooflijk belangrijk, maar ik heb luisteraars liever in onze eigen omgeving. Dat is commercieel interessanter en het is duidelijker dat BNR de afzender is. Uiteindelijk willen we de destination zijn voor de zakelijke podcast. Als je iets wilt weten over leiderschap of innovatie, dan vind je sowieso iets op BNR.nl.’

Als je ’s ochtends je computer opstart, naar wat voor cijfers kijk je om te kijken of het goed gaat?

‘Het liefst zou ik de luistercijfers van gisteren willen zien. Maar bij de radio hebben we alleen de beschikking over genormaliseerde cijfers van de afgelopen twee maanden, die gebaseerd zijn op wat luisteraars bijhouden in dagboeken. We hebben wél goede metrics over wat er gebeurt in de app. We kunnen precies zien wanneer mensen inschakelen en zelfs wanneer mensen de livestream harder of zachter zetten. Dat is erg gaaf, want dan kun je dus precies zien welke items luisteraars kunnen waarderen, en welke niet. Zo weten we precies dat mensen bij ons inschakelen voor de blokken over economie. Items over sport vinden mensen minder interessant. Het mooie is dat we gedrag meten en niet meer afhankelijk zijn van sociaal gewenste antwoorden op enquêtes. En in plaats van twee maanden, wordt er nu per dag gerapporteerd en gaan we toe naar realtime cijfers.’

De volgende vraag is dan natuurlijk: ga je het realtime dashboard ook in de studio hangen?

‘Dat is wel mijn droom, maar daar moet ik natuurlijk mee oppassen. Ik vind het al gaaf als we met de ochtendploeg om 10 uur al kunnen kijken naar het rapport van die ochtend. De cijfers geven echt richting: we kunnen veel beter de selectie maken van welke items we herhalen. De digitalisering bij het Nationaal Luisteronderzoek gaat me dan ook veel te langzaam. Ik begrijp dat er haken en ogen zijn, maar er spelen ook teveel belangen mee. Veel partijen zijn bang dat realtime-cijfers zullen tegenvallen.’

“Podcast-luisteraars zijn waardevoller dan luisteraars die toevallig de radio aan hebben staan tijdens het autorijden.”

Als er achtduizend mensen luisteren naar een programma over politiek en vierduizend naar een programma over tech en innovatie, dan kun concluderen dat je moet stoppen met het techprogramma. Maar misschien is dat laatste programma wel onmisbaar voor de luisteraar en dat haal je niet uit deze cijfers. Hoe evalueer je dat?

‘Nu komen we precies op de toegevoegde waarde van podcasts. De podcasts gaan dieper in op de domeinen. In de podcast De Technoloog praten ze rustig een uur over Google. Op de radio zouden luisteraars na een tijdje wel afhaken, maar de echte geïnteresseerde vindt het heerlijk om een uur naar Herbert Blankesteijn en Ben van der Burg te luisteren. De luistercijfers van podcasts liggen een stuk lager en het duurt ook langer voordat het bereik zich opbouwt, maar die luisteraars hebben wel heel bewust gekozen om naar dat onderwerp te luisteren. Dat zijn waardevollere luisteraars dan degenen die toevallig de radio aan hebben staan tijdens het autorijden.’

Wat is het verschil in impact tussen radioprogramma’s en podcasts?

‘Ik zie dit verschil in het rijtje tv, radio, podcasts. Bij tv zit je met z’n vieren op de bank te kijken, bij radio zit Bas van Werven bij wijze van spreken naast je in de auto als je ‘s ochtends naar je werk rijdt, en een podcast is nog meer één-op-één. Een podcast begint niet met een tune, maar met Petra Grijzen die je welkom heet. Een podcast is intiemer en persoonlijker. Bij een podcast gaat het ook echt om de persoonlijkheid: mensen luisteren nog meer voor de persoon die presenteert. Radio is impactvoller dan tv, en een podcast is weer impactvoller dan radio.’

Na muziek waren de kranten aan de beurt, en nu ziet televisie het kijkgedrag digitaliseren. Hoe zie je de toekomst van radio?

‘De auto zal voor ons nog belangrijker worden. We moeten mensen tijdens de spits voorzien van het urgente nieuws, of ze de mogelijkheid geven te kiezen voor een podcast. Er luisteren per week nog miljoenen mensen naar Edwin Evers, terwijl je de nummers die hij draait ook op Spotify kunt horen. Het is ook wel eens fijn om niet zelf alles on demand te moeten kiezen en juist weer verrast te worden. Er zal een behoefte blijven aan een trusted party als BNR om het nieuws voor jou te selecteren. En vanwege die combinatie van live radio en on demand ben ik absoluut niet pessimistisch over de toekomst van radio.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dentsu Aegis herpositioneert databedrijf DAN DNA

Posted 17 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De dataspecialisten van Dentsu Aegis Nederland werken sinds kort niet meer voor collega-labels maar hoofdzakelijk voor externe klanten. Een ingrijpende verandering na anderhalf jaar leren en proberen.

“Sinds 1 januari zijn we 99 procent client facing”, licht managing director van DAN DNA aan deze uitgave toe. “We werken met 21 man en hadden 53 producten”, data- en onderzoeksproducten die allemaal van de afzonderlijke Dentsu Aegis-dochters bij elkaar waren gebracht en toegankelijk gemaakt. Maar veel hebben staat niet gelijk aan efficiënt werken.

“Nu werken we met drie productlijnen: audience insights, impact & effect en data-activiteiten. Dat gaat zowel om offline als online media.” De kern van de onderneming blijft het werken met data, maar die expertise wordt nu direct naar de markt gebracht. We hebben in anderhalf jaar geleerd hoe het dataspel werkt en dat gaat we nu aan klanten leren.”

“Wat in onze praktijk constant terugkeert is dat we unieke databronnen hebben, met beweerd en gemeten gedrag, maar ook social en webanalytics. Niemand anders dekt zo’n breed terrein af. We kijken naar alle vormen van gedrag.”

Julius Minnaar, CEO van Dentsu Aegis in Nederland, vult aan: “Er wordt goed in het bedrijf geïnvesteerd, er is een M&A-plan en ze kunnen gaan opschalen naar dertig man. We scannen het aanbod. DNA kan met zijn propositie alleen naar de markt of samen optrekken met zusterlabels als Carat, Vizeum of iProspect. De een doet data, de ander media & creatie.”

Waar Flaat komende tijd met name in wil investeren, voor organische groei of acquisities, is het advieswerk op het gebied van marketing en media. Zijn team levert immers data en inzichten, maar zijn klanten moeten daar wel mee kunnen werken. “Ze moeten ermee leren voordat ze zelf helemaal aan de knoppen kunnen zitten”. Flaat onderschrijft daarmee de trend dat met name grote adverteerders datamanagementplatformen in huis nemen en ook de uitvoering van de marketing- en datastrategie helemaal zelf willen verzorgen.

Google signaleerde aan Emerce vorige week al dat de helft van de top 25 adverteerders in Nederland echter geen bewuste datastrategie heeft en dus nog veel moet leren. Om die reden wil DNA consultants aanstellen. “Een belangrijke taak, zien we nu al, is het ontsiloën van de data binnen organisaties.”

Andere zaken waarin wordt geïnvesteerd: het uitbreiden van de CRM-expertise en “data en programmatic bij elkaar brengen. Ze lijken zo dicht bij elkaar te liggen, maar dat is enkel een papieren werkelijkheid. In de praktijk zijn er nog veel witte vlekken.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ghostery in Duitse handen

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Scriptblocker Ghostery, een bekende verschijning in de wereld van de adblockers, is gekocht door de Duitse start-up Cliqz. De technologie van beide bedrijven zal worden samengevoegd. Ze willen ‘anti-tracking’ van surfgedrag perfectioneren.

Met de overname, waarvan geen financiële details zijn bekendgemaakt, komt Ghostery onder de strenge Duitse privacywet te vallen. De verkopende partij, die zich omdoopt tot Evidon, gaat zich weer louter op de b2b-markt richten.

Cliqz is een jong bedrijf uit München dat met steun van investeerder Hubert Burda Media een browser en zoektechnologie ontwikkelt die geen surfgedrag meet en gebruikersprofielen aanlegt. Precies niet wat adtech-bedrijven willen en giganten als Facebook en Google.

Ghostery heeft tien miljoen actieve gebruikers en Cliqz een paar honderdduizend. Het richt zich pas sinds enkele maanden op de buitenlandse markt. De aanleiding daarvoor was de investering van Mozilla.

De bedrijven zeggen dat ze in de komende maanden verscheidene proeven gaan doen met integraties van elkaars technologie. Ze zoeken naar nieuwe, aansprekender manieren om de privacy van hun gebruikers nog beter te kunnen beschermen.

Een andere nieuwe browserbouwer die de privacy van zijn gebruikers hoog in het vaandel heeft staan, is Brave. Op het gebied van zoekmachines zijn het partijen als Startpage en Duckduckgo die hun gebruikersaantallen blijvend zien groeien. Op het gebied van e-mail zijn het partijen als Tutanota en Protonmail die Europese privacywetten als verkoopargument hanteren richting de internationale markt. Sinds de aanstelling van de nieuwe president in de VS melden zij sterke stijging in het aantal nieuwe gebruikers.

Foto: Robert Couse Baker (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoeveel impressies je mist met Google Ad Grants

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google Ad Grants zijn relatief minder waard dan advertentiegeld dat vanuit een regulier AdWords-account wordt ingelegd. Binnen Ad Grants – beschikbaar gestelde tegoeden voor non-profit organisaties van zoekgigant Google – kun je rekenen op een hogere Cost Per Click (CPC), terwijl je op posities terecht komt onder de advertenties van betaalde adverteerders.

Google Ad Grants zijn tegoeden die Google beschikbaar stelt aan non-profit organisaties. De waarde van het Grants-tegoed dat deze organisaties krijgen is echter niet absoluut, maar relatief ten opzichte van reguliere accounts. Wat betekent dit?

1 euro Grants versus 0,50 cent regulier

Een voorbeeld. Stel, je krijgt één euro vanuit Grants en die zet je in binnen een AdWords-campagne. Deze ene euro kan een slechtere positie of lagere impression share opleveren dan bijvoorbeeld de 0,50 eurocent die je vanuit een regulier account inzet.

Nog steeds is die ene euro uiteraard mooi meegenomen. Je koopt iets met geld dat je hebt gekregen van Google. De relatieve waarde betekent echter ook dat je wellicht minder waar voor je geld krijgt dan je van te voren duidelijk is. Omdat de verschillen in opbrengst tussen een Grants-account en regulier AdWords-account groot kunnen zijn, is het van belang je hier bewust van te zijn.

Ons artikel richt zich op het vergroten van dat bewustzijn en we willen ervoor zorgen dat non-profit organisaties en online marketeers weten hoe Google Grants werkt. Gebruik ik voor mijn campagnes puur en alleen Ad Grants-tegoed, combineer ik Ad Grants met een regulier account, en voor welk type campagne wend ik welk tegoed aan? Dat zijn SEA gerelateerde vragen waar goed over moet worden nagedacht.

Aan de hand van onderstaande case, laten we het graag zien.

De casus – 40.000 dollar van Google

Een maandelijks advertentietegoed van 40.000 dollar voor gebruik binnen AdWords – een van onze klanten is de gelukkige ontvanger daarvan. Fantastisch, maar het resultaat van de merknaamcampagne viel dermate tegen dat wij als dataliefhebbers onze testskills van stal haalden.

We wilden weten hoeveel omzet de klant misliep door het inzetten van Grants ten opzichte van een regulier account, gecorrigeerd voor de extra kosten en de omzet die via Organic search wordt opgevangen. Daarom zetten we een A/B-test op die ons toonde dat we met onze Grants-campagne circa 56 procent minder impressies hadden, 55 procent minder orders en dat het adverteren op de merknaam ‘duurder’ was.

Slimme zoektocht

Het ontvangen van Ad Grants van Google geeft enorm veel non-profitinstellingen de mogelijkheid überhaupt te adverteren en moet daarom beschouwd worden als een groot cadeau. Achterblijvend verkeer en omzet is echter wel een probleem dat opgelost moet worden. Hoe hebben we het aangepakt?

  1. We hebben de gehele merknaamcampagne vanuit het Ad Grants-account gekopieerd naar het reguliere AdWords-account.
  2. We hebben aan de hand van een tijdschema een A/B-test gedraaid waardoor de campagnes van het Grants-account en het reguliere AdWords-account om de drie uur wisselden.
  3. Tijdens een tweede test hebben we het tijdschema nog eens omgedraaid om beide accounts gelijke kansen te geven. Hierbij zagen we dezelfde resultaten als in de eerste test.
De verschillen

De verschillen bleken aanzienlijk. Ten aanzien van de betaalde prijs voor een click en het aantal impressies kwamen de volgende verschillen tussen Grants en Regulier naar boven:

Binnen het Grants account bieden we voor de betreffende zoekterm het maximum van 2 dollar, betalen vaak maar 0,22 dollar (0,21 euro) en komen dan terecht op positie 1.1. Na het overzetten naar het reguliere account betalen we 0,09 eurocent en behalen we – zoals te verwachten valt met een merknaamcampagne – een nummer 1 positie in Google.

Een hogere CPC is niet zozeer een probleem omdat het beschikbare tegoed van Ad Grants ruim voldoende is. Het belangrijkste inzicht voor deze campagne is dat het aantal ontvangen impressies beduidend verschilt afhankelijk van waaruit het advertentietegoed wordt aangewend. Zoals de tabel hierboven toont, lag het aantal impressies in de tijd dat Grants werd ingezet op 24.049 terwijl we met het reguliere account 54.811 behaalden. In dit geval ging het om de merknaam, een zoekterm met weinig concurrentie en hadden beide accounts een optimale Quality Score.

Google Ad Grants en een tweederangsveiling?

Een A/B-test brengt uiteraard beperkingen met zich mee, maar is de enige manier om enigszins inzicht te krijgen in de verschillen en op basis daarvan te beslissen om via Grants of een regulier account te adverteren. Dat deze verschillen er zijn wordt bevestigd door Google. Volgens Google bereik je doorgaans slechts 15 tot 20 procent van de impressies ten opzichte van een regulier account.

Zoals ze zelf op de site van Grants aangeven verschijnen advertenties altijd onder de advertenties van reguliere AdWords-accounts, dat is dus geen verrassing. Maar het is wel van belang om inzicht te hebben in de verschillen zodat je een weloverwogen keuze kunt maken tussen adverteren via Grants en een regulier account. Er is dus sprake van een soort tweederangsveiling. De betaalde accounts krijgen voorrang in de veiling en pas als er een plek over is, krijgt het Grants account ruimte. Zo kan het dus voorkomen dat je niet mee doet in de veiling of meer ‘betaalt’ voor een slechtere positie, en dat is fijn om te weten.

Weten is winnen

Gelukkig vingen de organische resultaten – in deze campagne althans – een groot deel van het zoekverkeer op. Heb je echter een campagne met zoektermen waar veel concurrentie op zit dan bestaat de kans dat je door Google Ad Grants een groot deel van het potentiële verkeer (mogelijk 80 tot 85 procent) misloopt. Verkeer mislopen betekent leads mislopen en dat betekent simpelweg minder omzet.

  • Weten dat het tegoed dat je van Google Grants krijgt minder waard is dan wanneer je dit bedrag via een regulier AdWords-account inzet, dat is waardevolle informatie.
  • Weten wat de verschillen zijn in impression share, de biedingen tussen de twee accounts vergelijken en de positie die daaruit volgt monitoren, dat levert geld op.
  • Door deze data te corrigeren voor wat je aan Google betaalt via het reguliere AdWords-account en de omzet die eventueel via Organic wordt opgevangen heb je het totale plaatje in beeld en alles dat nodig is voor het maken van strategische beslissingen.

Dankzij onze A/B-test en analyse weten wij nu waar het optimum zit voor onze klant. Welke campagne zet je in via het tegoed van Google Ad Grants? Wat levert dat op tegen welke kostenbesparing? En wanneer is het beter om het via het reguliere AdWords account te laten lopen?

Dat Google Ad Grants een fantastisch initiatief is dat vele non-profit instellingen en goede doelen de mogelijkheid geeft zich online zichtbaar te maken, daar zijn we het waarschijnlijk allemaal over eens. Dat maakt het echter niet minder waardevol om te weten hoe Google Ad Grants werkt en in elkaar steekt. Dat is simpelweg de moeite waard, zowel voor non-profit instellingen als voor online marketeers.



Lees het volledige bericht op Emerce »