Posts Tagged ‘google’

The Guardian weg uit Facebook Instant Articles

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

The Guardian zet geen nieuwsverhalen meer door naar Facebook Instant Articles en Apple News. De Engelse krant wil de lezers op zijn eigen platformen bedienen, niet op die derde partijen.

Twee jaar geleden was The Guardian een van de eerste nieuwsuitgevers die al zijn berichten real time doorzette naar Facebook Instant Articles. Dat was destijds een nieuw format van de profielensite om nieuws sneller op mobiele telefoons te presenteren. Saillant detail: de hosting vindt plaats op Facebook, niet op de site van de nieuwsuitgever.

Vorige week werd bekend dat de Engelse kwaliteitskrant zijn nieuwsstroom naar Facebook heeft stopgezet. Als reden geeft de krant, dat het zijn lezers op zijn eigen platform wil bedienen en niet op die van Apple en Facebook. Onderliggend, maar dat wordt niet expliciet genoemd, kan ook meespelen dat Facebook simpelweg onvoldoende extra omzet oplevert.

Digiday, dat het nieuws meldt, weet ook dat BBC News, National Geographic en The Wall Street Journal Instant Articles amper meer gebruiken. The New York Times is er helemaal mee gestopt.

Het jaarverslag van RTL Group liet onlangs zien hoeveel, of eigenlijk hoe weinig, extra pageviews Facebook Instant Articles extra oplevert voor RTL Nieuws. De site en apps van RTL Nieuws genereerden samen 419 miljoen bezoeken en 1,9 miljard pageviews, een toename van drie procent ten opzichte van 2015. Volgens Google Analytics genereerde Facebook Instant Articles 13 miljoen extra pageviews in 2016. Dat is nog geen 0,7 procent extra pageviews in een jaar.

Emerce Topics meldde vorige maand ook al, dat de inkomsten uit Facebook Instant Articles en Google AMP tegenvallen voor uitgevers. Gemiddeld genomen was YouTube de belangrijkste inkomstenbron voor de besproken buitenlandse uitgevers.

Foto: Martin Hearn (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google Play Music standaard muziekspeler op Galaxy S8

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google blijkt een exclusieve deal met Samsung te hebben gesloten voor de nieuwe Galaxy S8 en S8+. Google Play Music wordt op deze smartphone de standaard muziekspeler wereldwijd.

Gebruikers kunnen tot 100.000 liedjes uit hun verzameling uploaden, twee keer de normale hoeveelheid. Wie toegang wil tot de circa 40 miljoen songs in de database moet een abonnement afsluiten. De dienst mag drie maanden gratis worden uitgeprobeerd. Ook krijgen gebruikers toegang tot YouTube Red.

Spraakhulpje Bixby wordt ook ingezet voor Google Play Music.

Financiële details zijn overigens niet bekend gemaakt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vakantie boeken bij Nederlanders: nieuwe site en verdienmodel

Posted 24 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vakantie boeken bij Nederlanders – de naam legt het concept al uit. Oprichter Maurits Schriemer startte een website waarop de tienduizenden Nederlanders die in het buitenland een accommodatie runnen of verhuren hun aanbod kunnen tentoonspreiden. Het begon als hobby, maar wordt met de lancering van een nieuwe website serieus.

Hoe ben je op het idee gekomen?

“Ik werk al heel lang in de IT en e-commerce. Ooit zat ik bij een werkgever die een vergelijkbaar project ontwikkelde, maar in een andere niche. Ik realiseerde me dat veel mensen het fijn vinden om op vakantie in hun eigen taal te kunnen vragen wat er in de omgeving te doen is. Dat was de start van www.vakantieboekenbijnederlanders.nl. Ik heb er tweeënhalf jaar aan gewerkt zonder iets te verdienen. De accommodaties zoeken, aanschrijven en online zetten deed ik in het weekend en de avonduren. Van de tien die ik benaderde vonden één of twee het goed. We hadden nog geen naamsbekendheid natuurlijk. De groei kwam dan ook langzaam op gang maar inmiddels komen er één of twee accommodaties per dag bij. We zitten nu in totaal op 6700 vakantiewoningen en B&B’s, allemaal gerund door Nederlandstalige eigenaars.”

Wat is er anders aan de nieuwe website?

“Ik bouwde de eerste site zelf met een WordPress-template. Dat zag je er na een tijdje wel aan af; we kregen steeds vaker commentaar van bezoekers. Anderhalf jaar geleden besloten we daarom te investeren in een nieuwe website. Die is net live gegaan. De filters zijn verbeterd, we hebben een landkaart toegevoegd en de look & feel is veel beter. Het gebruiksgemak trouwens ook. En we hebben uiteraard rekening gehouden met het feit dat 65 procent van ons verkeer mobiel is.”

Wat is je verdienmodel?

“We hadden in het begin geen verdienmodel – accommodaties kregen gratis een vermelding op de site. Later begonnen we advertenties van Google te tonen om uit de kosten te komen. Daaraan hebben we de mogelijkheid toegevoegd om voor 50 euro per jaar ex BTW uitgelicht te worden als accommodatie. Ook werken we samen met derde partijen, van wie we de accommodaties op onze site tonen. Daarbij blijft de eis dat die van Nederlanders zijn overeind. Op de nieuwe website zetten we een stap verder en vragen we aan alle accommodaties een jaarlijkse bijdrage.”

Gaan die daar allemaal mee akkoord?

“Ik ga er niet vanuit dat alle 6800 accommodaties blijven meedoen. Er komt een overgangsperiode. We hebben de eigenaren een mail gestuurd met daarin de pluspunten van de nieuwe site. We werken ook samen met het recensieplatform Seeviews en maken reclame voor de website op Facebook. Dat moet hen triggeren om met ons door te gaan. Een eigenaar die zich aansluit bij een online boekingsorganisatie is al snel een commissie van 20 tot 40 procent kwijt. Bij een weekend weg is dat al meer dan de jaarbijdrage die wij vragen.”

Een kleiner portfolio kan flinke gevolgen hebben voor de vindbaarheid.

“Er zal inderdaad een terugval zijn in SEO. Ik reken op 30 tot 40 procent. Daar staat tegenover dat de aandacht beter zal worden verdeeld over de betaalde vermeldingen als er accommodaties wegvallen. We hebben gemiddeld 1400 bezoekers per dag. Dat aantal groeit niet zo snel als het aantal accommodaties. Vanuit de eigenaar geredeneerd is een kleiner aanbod dus alleen maar gunstig.”

Wat dragen jullie bij aan de conversie van de deelnemende eigenaars?

“Wij hebben alleen zicht op het aantal kliks. En de websites van de accommodaties zijn vaak zo basaal dat ik betwijfel of de eigenaren weten welk aandeel wij hebben in de conversie. Dat is een nieuw product waar we aan werken: samen met een derde partij websites bouwen en aansluiten op een goed eigen boekingssysteem voor de accommodaties die dat willen.”

Giganten in de vakantieverhuur als HomeAway werken aan instant boeking. Is dat niets voor jullie?

“Nee, want wij willen absoluut geen reisbureau zijn. Dan krijg je ook vragen of er handdoeken en een airco zijn. Daar ben ik niet goed in, ik ben IT’er. Wij moeten zorgen dat Vakantie boeken bij Nederlanders goed wordt gevonden, dan doen de eigenaren de rest.”

Wat is je doel?

“Ik werk er inmiddels fulltime aan en draai een jaaromzet van 40.000 euro. Het doel is genoeg te verdienen om ervan te kunnen leven, zeg een ton per jaar. Dan willen we met het gezin zelf verkassen naar het buitenland om een minicamping te beginnen. Die groei realiseren we op eigen kracht. Ik heb gesproken met investeerders maar die vragen te veel of willen een groot aandeel. Ik ben daar huiverig voor.”

Op de vorige website was er een overzicht van de deelnemers aan het tv-programma Ik Vertrek. De nieuwe heeft dat niet meer. Waarom?

“Alle eigenaren verdienen evenveel aandacht, want ze betalen dezelfde bijdrage. De meeste deelnemers aan Ik Vertrek staan wel bij ons op de site. Dat programma heeft 1 tot 1,5 miljoen kijkers, dus natuurlijk schrijf ik een stukje als een van onze accommodaties erin voorkomt, dat is goed voor de traffic. Maar een apart overzicht vind ik niet meer nodig.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Belangrijkste partijen in advertising praten over ad blocking op grote schaal

Posted 23 Apr 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Spelers als Google, Microsoft, Procter & Gamble, Unilever, GroupM en Facebook die in de Coalition for Better Ads zitten, willen nu snel actie.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Next: People analytics hervormt arbeidsmarkt

Posted 22 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

People analytics worden steeds belangrijker voor bedrijven. HR-afdelingen kunnen zo niet alleen scherper sturen op selectie en output, maar straks ook hun aandeel in het bedrijfsresultaat beter kwantificeren. Een gloednieuw vakgebied waarbij ‘datastofzuigers’ nieuwe inzichten bieden.

Bedrijven sturen steeds meer op data, en dus doen HR-afdelingen dat ook. Toch kan de gebruikelijke data lang niet alles verklaren. Neem nou een vliegtuigmaatschappij waar bovengemiddeld veel stewardessen zich ziek melden. Zware werkomstandigheden? Nee, er blijkt een verband te zijn tussen ziekmelding en afgewezen voorkeuren voor de gewenste reisbestemmingen van het vliegtuigpersoneel. Wie een afwijzing ontvangt, meldt zich sneller ziek. De HR-afdeling had dit niet voorzien, maar data-analyse legde een haarfijn verband.

“Veel mensen vergeten dat data gaat over menselijk gedrag”, vertelt Sandjai Bhulai, hoogleraar Business Analytics aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Het zijn niet zomaar cijfertjes. Met people analytics kan een HR-manager beter anticiperen op wat er leeft bij werknemers.”

Tweedeling
In het gouden berglandschap van big data lijkt people analytics het nieuwe toverwoord. Wat is het precies? “Eigenlijk creëer je nieuwe inzichten door het passief of actief verzamelen van data, over een individuele persoon of een geselecteerde groep, en deze in een bredere context te plaatsen”, zegt Florian Chilla, investment analyst bij het Randstad Innovation Fund. “Grof gezegd zien we daarin een tweedeling: enerzijds initiatieven die zich specialiseren in talentacquisitie en anderzijds initiatieven die zich bezighouden met het verkrijgen van inzichten in een bestaande workforce. Uiteraard kan dat laatste wel indirect invloed hebben op het aannamebeleid van een bedrijf. Door op deze empirische manier naar HR te kijken, kunnen trends worden blootgelegd en onderliggende correlaties worden geïdentificeerd. Een belangrijke voorwaarde is wel dat de data betrouwbaar en groot genoeg is. Dit is nu nog lang niet altijd het geval.”

Randstad Innovation Fund is als venturetak van Randstad actief op het gebied van HR-Tech-startups. Chilla en zijn collega’s tracken meer dan tweeduizend startups, wat onder meer inzicht verschaft in het menselijk kapitaal. Binnen recruitment speelt data uiteraard ook een grote rol. “Bepaalde hard-skills kunnen steeds beter worden gemeten, zoals vaardigheden die nodig zijn bij softwareontwikkeling. Ook het objectief meten van soft-skills kan iets zeggen over de kwaliteit ven een match, zeker wanneer dit gelinkt is aan de cultuur binnen een afdeling of bedrijf. Er zijn genoeg startups die daarbij de klassieke vragenlijsten omzeilen. Gedrag op sociale netwerken, analyse van geschreven content of psychologische spellen worden daarbij steeds vaker ingezet.” Binnen talentmanagement denkt Chilla aan het inzichtelijk maken van employee retention, diversiteit en opvolgingsplanning. Het real time meten van engagement geeft volgens hem tevens inzichten in hoe de stemming is binnen een bedrijf.

“Eigenlijk is de HR-branche nog heel erg traditioneel”, zegt VU-hoogleraar Bhulai. “Nu zoeken bedrijven vaak nog heel erg ad hoc data bij hun doelen. Meten en monitoren zou eigenlijk in het DNA van elk bedrijf moeten zitten. Constant zoeken naar data is een transitie die echt nog moet worden gemaakt.”

Rekenkracht
Zowel Randstad als de VU participeren in het People Analytics Consortium (PAC), dat sinds vorig jaar technieken ontwikkelt om het vakgebied verder te ontwikkelen. TU Delft en ASML doen ook mee, evenals de Amsterdamse startup Focus Orange. Niet toevallig, want oprichter Dirk Jonker heeft een softwareprogramma ontwikkeld, Crunchr genaamd, dat als een van de weinige wereldwijd in staat is tot diepgravende people analytics.

“Menselijk kapitaal is het duurste kapitaal dat een bedrijf níet bezit”, stelt hij. “Wiskundige analyse is enorm doorontwikkeld in andere sectoren, dus liggen er ook enorme kansen in HRM. De potentie is gigantisch, want zestig tot tachtig procent van de bedrijfskosten gaat op aan personeel, variërend van salaris tot pensioen en opleidingen. Daarbij past geen ‘one size fits all’-aanpak.”

In veel raden van bestuur staat de HR-topman vaak met zijn mond vol tanden, schetst Jonker. “Terwijl de CEO en de CFO de bedrijfsresultaten cijfermatig haarfijn kunnen onderbouwen, komt HR veelal niet veel verder dan: 57 procent heeft zich opgegeven voor een leiderschapscursus.”

People analytics kan HR-afdelingen veel beter de eigen bedrijfsprocessen laten sturen. Jonker schetst deze dataverdieping aan de hand van het eigen Crunchr Maturity Model, waarbij datagebruik door multinationals zich op twee assen kan ontwikkelen: van opportunistisch naar systematisch en van reporting naar échte analytics. Veel data bevindt zich op het niveau van opportunistische rapportage. Die data is ongestructureerd en laat zich beperkt analyseren. De eerste stap die je als bedrijf moet zetten, is naar systematische datavergaring, in principe met een mondiale HR-infrastructuur. Pas daarna kun je de stap naar diepgravende analyse van een veelvoud aan data maken.

Om stappen te kunnen zetten, zijn volgens Jonker twee zaken nodig: visie en architectuur. “Wat dat betreft ben ik blij met de oproep van ING-topman Ralph Hamers: weg met het onderbuikgevoel! Data en innovatie maken het verschil.” Zelf bouwde Jonker de benodigde technologie. Crunchr is in feite een ‘datastofzuiger’ die alle mensgerelateerde data bijeenbrengt, verbetert en ontsluit. Het programma ontwikkelt zich ook razendsnel. “Vergeleken met januari vorig jaar zit er al zeker vijf keer zoveel data in. We realiseren een enorme rekenkracht, die het mogelijk maakt om heel complexe materie te analyseren. Omgang met dit soort data zou de corebusiness van elke HR-afdeling moeten worden, waarbij het belangrijk is dat ze het zelf kunnen doen.”

Waarschuwing
Volgens Bhulai is people analytics in HRM de laatste jaren sterk geavanceerd door technieken als text mining en machine learning. “Door deze technieken kunnen grote hoeveelheden data veel sneller worden uitgelezen en beter worden gebruikt. Denk aan de vaak nogal ongestructureerde data uit voorgangs- of exitgesprekken.” Als wetenschapper geeft hij tegelijkertijd ook een duidelijke waarschuwing: “Techniek is nooit voor honderd procent nauwkeurig, dus moet je altijd goed valideren. Daarom is het zaak dat een besluit altijd door een mens, in dit geval de HR-manager, wordt genomen. En nooit door een algoritme.”

“Je kunt heel goed de parallel met marketing trekken”, stelt Mariëlle Sonnenberg, Director HR Strategy & Analytics bij Wolters Kluwer. “Vroeger werd ook daar vooral besloten op basis van gevoel, terwijl men tegenwoordig continu werkt met data over hoe klanten zich gedragen. Diezelfde ontwikkeling is nu gaande in HR, al zijn veel datasets nog niet goed genoeg om real time op te sturen.”

Het manco is volgens haar niet de beschikbaarheid van de data, maar of bedrijven ermee kunnen of willen werken. Sommige multinationals, zoals Unilever en Shell, zijn al een paar stappen verder. “Net als klanten zijn ook medewerkers behoorlijk voorspelbare wezens. Op basis van people analytics kun je goed op hun behoeftes inspelen. Stel je voor dat er relatief veel goed presterende mensen in kritische functies vertrekken. Dan is het belangrijk om in te spelen op wat zij missen. Is dat een ontwikkelingsvraagstuk, investeer dan in bepaalde trainingen. Als je ze daarmee langer aan je bindt en de uitstroom verlaagt, dan ben je als HR-afdeling voor het bedrijf veel geld waard. Daarmee heb je ook een duidelijk verhaal richting de CEO, die wil weten wat jouw beleid oplevert.”

Retentie
Volgens Sonnenberg moet je HR-mensen echter niet zelf met datasets laten knutselen. “Dan is de uitkomst heel erg afhankelijk van de kennis van zo’n individuele medewerker.” En dus pleit ze voor het aannemen van specialisten, bij voorkeur met een wetenschappelijke achtergrond. “Analytics is niet makkelijk, het is echt een apart vakgebied. Naast fouten uit data halen, is ook een goede visuele weergave van die data belangrijk. Daarmee maak je het tevens interactief en beter bruikbaar.”

De Googles, Unilevers, Shells en Facebooks van deze wereld hebben al datawetenschappers in huis, vervolgt ze. “HR mag dan een saai imago hebben, met deze data kun je als strateeg heel gave dingen doen. Hoe meer je kunt kwantificeren, hoe meer omzet het oplevert.”

Als het goed is, draagt people analytics natuurlijk bij aan de performance van bedrijven. Volgens Chilla hangt dat sterk af van de specifieke toepassing. “In het algemeen kan er scherper op HR-doelen worden gestuurd door het toevoegen van meer datapunten. People analytics moet daarom direct worden gelinkt met de bedrijfsdoelstellingen, die op hun beurt weer worden uitgevoerd door mensen. En dus is het relevant om de performance van teams te combineren met engagementscores of retentiegegevens. Die inzichten maken het mogelijk om actie te ondernemen en zo de resultaten te verbeteren.”

De algoritmes kunnen zelfs worden ingezet bij reorganisaties, fusies en overnames. “Bij transacties liggen aannames ten grondslag omtrent HR”, zegt Chilla. “Denk aan synergieopbrengsten of potentiële uitloop van talenten door het samengaan van organisaties. Nieuwe manieren om deze aannames te valideren of de onzekerheid te verkleinen, kunnen nieuwe inzichten creëren die input kunnen zijn in de besluitvorming.”

In de toekomst zou people analytics volgens hem een nog nadrukkelijkere rol kunnen spelen in het voorspellen van het succes van een kandidaat. “Factoren en omstandigheden die bepalen dat een persoon het in Sales erg goed doet, zijn interessant om terug te brengen in objectieve data rondom de persoon bij een persoonlijk ontwikkelplan. Dit kan op een individueel niveau, maar ook in het meten van de samenstelling van succesvolle teams.”

Opt-out
Volgens Bhulai hebben bedrijven vandaag de dag sowieso behoefte aan andere databronnen. Zoals social media, maar ook Internet of Things. “Dat kan zelfs interessant zijn voor je businessmodel. Neem nou een postbedrijf: dat weet wat er bij consumenten op de mat valt, dus zou het in principe ook een marketingbedrijf kunnen worden. HR-afdelingen kunnen door data ook andere bedrijven gaan adviseren. Via assessments kun je eveneens profielen opbouwen en talenten elders aanbieden. In dat geval ga je niet vraaggedreven, maar aanbodgedreven werken.”

Een belangrijke uitdaging voor de toekomst ligt voor Sonnenberg op het vlak van privacywetgeving. Hoewel de handen van veel recruiters al jeuken om met socialmediadata aan de gang te gaan, staat Europese regelgeving dat nog niet toe. Zelfs werktevredenheidsstudies mogen niet op individueel niveau worden gebruikt. “De jongere generatie vindt het best normaal om data vrij te geven voor specifieke doelen, als daar voor hen ook iets tegenover staat. Als informatie wordt gebruikt om personeel beter te maken en optimale besluiten te nemen, denk ik dat medewerkers het op termijn steeds vanzelfsprekender gaan vinden. Het gaat erom dat het bijdraagt aan goed werkgeverschap. Daarvan is trouwens niet bepaald sprake als je er via social media achter moet komen dat iemand de organisatie wil gaan verlaten.”

Ook Jonker voorspelt een verandering op dit vlak. “De privacydiscussie wordt nog onvoldoende gevoerd. De mogelijkheden zijn enorm, maar niet voordat werkgevers deze discussie opstarten. Dat gesprek begint met: we willen je helpen, maar dan hebben we wel een deel van je persoonlijke data nodig.”

Transparantie is hier volgens Bhulai heel belangrijk. “Als je data verzamelt, moet je heel duidelijk uitleggen waarom je het nodig hebt. Ook is het belangrijk dat je een opt-out aanbiedt. Je doet dit niet om mensen te bestraffen, maar om waarde te creëren. Mensen moeten zich fijn voelen waar ze werken.”

Sensoren
Niet alleen de privacy gaat veranderen, maar ook de beschikbare techniek. In de toekomst verwacht VU-professor Bhulai veel van sensortechnologie. “Al die kleine sensoren die van alles kunnen meten, laten zich ook prima inzetten om werkomstandigheden in kaart te brengen. Denk aan iemand op de werkvloer met structurele hoofdpijn. Voorspellen wie ziek gaat worden is straks misschien wel een nieuwe verdienmodel voor HR-afdelingen.”

Dit alles gaat volgens Jonker alleen werken als ook de bedrijven zelf meeveranderen. “Voor een brede toegang tot data is het noodzakelijk om de verschillende silo’s binnen organisaties af te breken. Afdelingen als HR en Sales moeten toegang hebben tot elkaars data. Alleen zo kun je een relatie leggen tussen het bedrijf, de medewerkers en de zakelijke prestaties. Ook wij delen kennis. Het vakgebied van people analytics is namelijk te pril om kennis voor jezelf te houden.”

Hoe het vakgebied zich verder gaat ontwikkelen, is volgens Bhulai sterk afhankelijk van gedeelde successen. “Dan gaan de wat voorzichtigere bedrijven de waarde ervan inzien en zullen meer bedrijven het goede voorbeeld volgen. Ik vind dat we binnen vijf jaar serieuze stappen moeten hebben gezet. In de Verenigde Staten zijn ze al veel verder. Daar hebben ze ook enorm veel sollicitanten, dus ontkom je niet aan geavanceerde cv-scanners. Softwarepartijen zullen ook in HR stappen, waardoor people analytics nog enorm gaat groeien.”

Speurtocht
Werkgevers ontdekken langzaamaan de voordelen van analytics als instrument voor recruitment. Dit blijkt uit onderzoek van Neomax in samenwerking met trendwatcher Adjiedj Bakas, dat is gebundeld in het boek ‘De digitale transformatie’. “Sollicitanten en werkgevers kunnen beiden profiteren van de technologische verbeteringen in het sollicitatie- en recruitmentproces”, zegt Claudette Martens, oprichter van Neomax. “Voor werkgevers speelt analytics een belangrijke rol in de speurtocht naar nieuw talent. Momenteel wordt nog vaak gekeken naar schoolresultaten en cv’s. Een mooie opleiding met goede cijfers en ervaring kan leiden tot hoge verwachtingen. Maar organisaties die met analytics werken, komen erachter dat deze selectiecriteria geen volledig inzicht geven in de toekomstige prestaties. Er zijn allerlei onderliggende factoren die een rol spelen bij het succes van een werknemer. Data-analyse kan die factoren aan het licht brengen, waarna er in het recruitmentproces rekening mee kan worden gehouden en er zelfs speciaal op kan worden geselecteerd.”

Flexibel
Hoewel sturen op data al volop gebeurt, lopen nog steeds veel bedrijven achter als het gaat om people analytics, aldus Yuri van Geest, trendwatcher, oprichter van de Singularity Universiteit en auteur van het boek ‘Exponentiële Organisaties’. “Dat geldt zeker voor de meest conservatieve afdelingen, te weten Legal, Finance en HR. Die worden nu pas wakker. Daar staat tegenover dat er steeds meer mogelijkheden komen, mede dankzij machine learning, kunstmatige intelligentie en deep learning. Bedrijven moeten ook op zoek naar andere medewerkers, met andere eigenschappen: nieuwsgierigheid, weerbaarheid, flexibiliteit. Men gaat zichzelf opleiden, de manager valt weg. Teams gaan zelf beslissingen nemen, op basis van steeds meer geavanceerde data.”

* Dit artikel verscheen eerder in het aprilnummer van Emerce magazine (#157).

 Illustratie Monique Wijbrands (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘China leidt technologische innovatie’

Posted 22 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Bestuurders van grote ondernemingen zien China steeds belangrijker worden voor technologische vernieuwing. Het land ontwikkelt zich in toenemende mate van een belangrijke speler in de maakindustrie tot een leidende speler op het gebied van innovatie. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van KPMG onder bijna 700 bestuurders van ondernemingen.

China wordt met name gedreven door een omvangrijke groep consumenten en bedrijven die niet alleen steeds mobieler wordt, maar ook digitaal steeds geavanceerd. China volgt de Verenigde Staten inmiddels op de voet als het gaat om de landen die de meeste technologische vernieuwing realiseren.

Als het om de meest innovatieve bedrijven gaat, ziet 20% van de onderzochte bestuurders Google als de onderneming die wereldwijd leidend is op het gebied van technologische vernieuwing. Google wordt gevolgd door Apple met 15 procent, Microsoft met 12 procent en IBM met 7 procent.

De Verenigde Staten is nog altijd leidend als het gaat om technologische vernieuwing. Het land moet wel iets van haar leidende positie inleveren. Volgens 26 procent van de onderzochte bestuurders biedt de Verenigde Staten het meeste perspectief op het ontwikkelen van nieuwe technologieën die de wereld op zijn kop gaan zetten. Vorig jaar was dit nog 29 procent. Eén op de vier bestuurders kiest voor China, 11 procent voor India en 10 procent voor Londen.

Uit het onderzoek van KPMG blijkt dat India en het Verenigd Koninkrijk door steeds meer bestuurders worden gezien als landen die voortvarend bezig zijn met het bouwen van hun eigen techhub, waardoor zij in staat zijn om producten en diensten te ontwikkelen die in zowel de gevestigde als de opkomende markten voor doorbraken kunnen zorgen.

De opkomst van India wordt vooral ingegeven door de grote groep jongeren in het land die gebruik maakt van mobiele toepassingen. India is bovendien het thuisland van negen startups die stuk voor stuk meer van één miljard dollar waard zijn.

De drang om leidend te zijn op het gebied van technologische innovatie breidt zich wereldwijd in hoog tempo uit. Gedreven door zowel initiatieven van de overheid en de beschikbaarheid van voldoende kapitaal willen steeds meer steden herkend worden als leidende innovatiehubs in de wereld.

Iets meer dan een kwart van de onderzochte bestuurders verwacht dat Shanghai de komende vier jaar de meest belangrijke hub zal zijn voor technologische innovatie. Een groot aantal bestuurders ziet Shanghai als toekomstig leider op het gebied van technologie vanwege haar sterke regionale positie in de financiële markten en verschillende hightech parken in Pudong. En Shanghai zal voorlopig tot de meest innovatieve hubs blijven behoren gezien het feit dat de stad aan steeds meer bedrijven op het gebied van digitale media en entertainment onderdak biedt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo veroveren spraakgestuurde assistenten onze woonkamer

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ondanks dat Apple-assistent Siri alweer vijf jaar bestaat, bedienen we onze smartphone nog altijd voornamelijk met onze vingers. Met Google Home, Amazon Echo en Bixby aan de horizon is een tweede generatie stembesturing onderweg. En zo gaan die onze woonkamer veroveren.

Spraakassistent

Hoewel Apple er alles aan doet om Siri in elk onderdeel van de iPhone te verweven, komt het in de praktijk weinig voor dat je de stemgestuurde assistent voor je dagelijkse taken gebruikt. Er zijn simpelweg teveel drempels. Die zijn deels technologisch: de spraakherkenning van Siri en andere assistenten kan stukken beter, vooral in het Nederlands. Ook is het aantal acties dat de assistenten uitvoeren vaak nog te klein.

Misschien wel de grootste drempel is echter psychologisch. Hardop praten tegen je telefoon, een lichtelijk robotische stem die terugpraat: het blijft raar, want je voelt je al gauw bekeken. In het openbaar vervoer, op een feestje of tijdens het werk, stembesturing leent zich zelden voor drukke omgevingen en situaties. Siri komt het best tot zijn recht in een omgeving waar je op jezelf bent, of waar je je op je gemak voelt. In de auto, tijdens het hardlopen of in de woonkamer.

Drempel

De woonkamer is de beste plek voor Siri. Snel iets opzoeken tijdens het koken, een alarm instellen voor het slapen gaan of de lichten dimmen op verzoek: de spraakassistent pakt het voor je op. Daarbij loop je echter weer tegen een andere drempel aan: de woonkamer is de perfecte plek voor Siri, maar je smartphone niet het ideale apparaat om tegen te praten. Wat als je telefoon net in de slaapkamer aan de oplader hangt, of de microfoon niet sterk genoeg is om je te horen tijdens het koken?

Zo is het uiteindelijk een handige tool, die niet tot zijn recht komt door fysieke omstandigheden. Als je als bedrijf Siri of een andere stemgestuurde smartphone-assistent in wil zetten, dan valt daar vooralsnog weinig te halen. Is je smartphone dichtbij, dan kun je net zo goed direct een app openen. Minder opvallend voor je omgeving, en met dat touchscreen heb je meer zekerheid dat je precies de juiste acties uitvoert.

Nieuwe generatie

Grote namen als Google, Amazon en Samsung zien echter potentieel voor een nieuwe generatie stemgestuurde producten. In het afgelopen jaar rolde Amazon zijn Echo-speakers uit in verschillende landen, terwijl Google Home in de Verenigde Staten werd gelanceerd. Samsung brengt binnenkort Bixby uit voor de Galaxy S8, maar deze stemgestuurde assistent zou binnenkort in alle apparaten van Samsung moeten zitten. Bij BigSpark hebben deze assistenten het afgelopen jaar uitgebreid getest, wat duidelijk maakte hoe de speakers met stemherkenning verschillen van voorlopers als Siri, en wat voor kansen dat biedt.

Apple Siri

  1. Dagelijks briefings voorzien van ‘vriendelijke’ reclame

Zowel Google Home als Amazon Echo zijn voorzien van een optie voor een dagelijkse briefing. Door ‘goedemorgen’ te roepen tegen te speaker, krijg je een opsomming van het nieuws, het weer, je afspraken en andere informatie die mogelijk relevant voor je is. Het is misschien wel het grootste pluspunt van zo’n speaker in je huis: terwijl je voor of na het werk ontbijt, afwast of andere kleine huishoudelijke taken doet, praat Google of Amazon je bij over alles wat je gemist hebt.

Beide bedrijven begrijpen goed dat ze daarmee het gesprek in je huiskamer domineren, en je volle aandacht hebben. Dat maakt het een ideaal moment om er wat reclameboodschappen tussendoor te gooien. Zo biedt Amazon geregeld tips voor nieuwe muziekalbums op zijn streamingdienst of bijzondere uitverkopen tussen het nieuws door. Google kreeg recentelijk nog kritiek over zich heen, toen het in een dagelijkse briefing verwees naar Disney’s nieuwe Beauty & the Beast-film. Later bleek dat het een onbetaald bericht was en slechts een suggestie voor weekendplannen. Maar reken er maar op dat Google deze advertentieruimte in de toekomst ook écht gaat bieden.

En waarom ook niet? Het is een zeer subtiele vorm van reclame, mits juist geïmplementeerd. Een assistent die je aandringt om een nieuwe verzekering af te sluiten of om een auto te kopen gaat wellicht wat ver, maar multimedia is juist perfect. Google en Amazon doen er alles aan om hun assistenten als virtuele vrienden te positioneren, wat vertrouwen moet opwekken. En dan is het niet meer dan redelijk dat zo’n virtuele vriend soms tips heeft voor leuke nieuwe films of muziek, net als een ‘echte’ vriend zou doen.

Het is in feite een reclame gegoten in een conversational interface. Geen duidelijk gemarkeerde tekst boven de zoekresultaten, maar een aanrader gegoten in een vriendelijk jasje.

  1. Een stemgestuurd boodschappenlijstje

Amazon Echo en bijbehorende assistent Alexa zijn op het eerste gezicht opvallende innovaties voor een ‘online warenhuis’, tot je beseft hoe het bedrijf de laatste jaren steeds vaker de fysieke wereld met zijn online winkel probeert te combineren. Dan hebben we het niet alleen over de boekenwinkels en supermarkten die het bedrijf in het afgelopen jaar heeft geopend, maar vooral de Amazon Dash-knoppen. Dit zijn knoppen voor een groot aantal huishoudproducten die je op elke plek in je huis kunt plakken. Met een druk op de knop wordt vervolgens automatisch een nieuw product besteld of aan je virtuele boodschappenwagentje toegevoegd. Wat voor de gebruiker voelt als een handigheid (nooit meer die kleine dingen vergeten) zorgt er in de praktijk voor dat je volledig wordt ondergedompeld in het ecosysteem van Amazon. Wie gaat er nog naar de supermarkt als Amazon het met één druk op de knop binnen enkele uren thuisbezorgt?

Natuurlijk gaat het wat te ver om voor werkelijk elk product dat je koopt een Amazon Dash-knop in huis te halen. Die Tony Chocolonely-reep waar je jezelf één keer per maand op trakteert hoeft echt geen eigen knop, daarmee kom je alleen maar in de verleiding om vaker te bestellen. Daar komt Alexa goed uit: hardop een product bestellen is sneller dan even een boodschappenlijstje pakken, met als bijkomend voordeel dat je niet eens meer naar de supermarkt moet. Daarmee creëert Amazon in feite een nieuw soort impulsaankoop. De drempel voor een bestelling is ontzettend laag, want in vijf seconden heb je een product aan je lijstje toegevoegd.

  1. Integratie met bestaande producten

Nog zo’n trend die al jaren in opkomst is, maar nog niet écht van de grond wil komen: smart homes. Van televisies tot wasmachines tot tandenborstels, steeds vaker hebben ze eigen apps, microfoons, touchscreens en andere manieren om ze preciezer aan te sturen. Het grote probleem is dat elk apparaat zijn eigen app en interface heeft. Die kan nog zo gebruiksvriendelijk zien, op een gegeven moment zie je door de bomen het conversational bos niet meer.

We zien nu al dat Amazon en Google integratie bieden met Philips Hue en Withings en diensten als IFTTT. Je leunt dan echter nog steeds vooral op externe diensten, die ervoor moeten zorgen dat hun integratie met Alexa en Home geslaagd is. Daar kun je helaas niet altijd op rekenen.

Om zoiets goed te laten werken moet je als bedrijf zelf ook diep in de consumentenelectronica zitten; niet alleen de speakers maken, maar ook je eigen wasmachines en koelkasten. Enter Samsung, één van de grootste technologiebedrijven ter wereld. De gemiddelde consument kan, bewust of onbewust, gemakkelijk zijn hele huis vullen met enkel Samsung-producten. Het bedrijf kondigde deze maand Bixby aan, een stemgestuurde assistent die wordt gelanceerd met de Samsung Galaxy S8 maar in de toekomst in alle Samsung-apparaten zit, zo belooft de fabrikant.

Samsung Bixby

Bixby is gebaseerd op Viv AI, een bedrijf dat vorig jaar werd overgenomen door Samsung. Volgens Samsung zelf komt de kracht van Bixby uit het grote begrip voor de context van de vragen die je stelt. Je kunt de assistent behandelen als een ‘echt’ mens en er complete gesprekken mee voeren. Net als conversational interfaces in tekstvorm stel je een vraag, in plaats van dat je een opdracht geeft. Wij zien echter vooral veel in de integratie van Bixby in toekomstige Samsung-producten. Terwijl je in de huiskamer staat even het wasprogramma aanpassen van je wasmachine, onderweg naar huis de oven voorverwarmen, de speakers aanzetten terwijl je nog op de bed ligt: het moet allemaal geen probleem zijn.

Het verdienmodel zit hem daarbij niet in de producten die je koopt mét Bixby, maar vóór Bixby. Als je toch al een Samsung-telefoon op zak hebt of een televisie van de Koreanen in je huiskamer, dan is het een kleine stap om bij een toekomstige upgrade ook andere Samsung-producten in huis te halen. Met elke stap naar een Bixby-apparaat wordt het aantrekkelijker om jezelf verder onder te dompelen in het Samsung-ecosysteem.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Micromomenten voor hoteliers: de vier sleutelmomenten volgens Google

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Micromomenten zijn ook voor hotelmarketeers de sleutel tot conversie. Hoe dominanter mobiel wordt in het zoekproces, des te groter de rol van micromomenten in de boekingsstrategie van het hotel.

Instant inspiratie en impulsieve beslissingen op smartphones leiden gasten diep in de travel funnel. En ook al wordt de uiteindelijke boeking meestal op laptop of desktop gemaakt, hotels hebben de kans om een grote indruk te maken op reizigers in de onderzoeksfase.

Google is zoals bekend volledig overtuigd van het belang van micromomenten en heeft hier diepgaande analyses naar gedaan in verschillende industrieën. Recent heeft de zoekgigant een nieuwe gids gepubliceerd waarin wordt onthuld hoe Australische reizigers hun reizen plannen en wat hotels kunnen doen om deze gasten op de micromomenten te ‘vangen’. Inzichten die uiteraard ook in andere landen toepasbaar zijn.

Google definieert vier sleutelmomenten in het mobiele gedrag van de consument en geeft aan wat hotels kunnen doen om dan zichtbaar te zijn.

 1. Ik-wil-weg-momenten

In Australië is mobiel goed voor 38 procent van het verkeer naar reissites. Voor 60 procent van de consumenten is hun vakantiereis de grootste uitgave van het jaar. Toch heeft een op de drie niet een specifieke bestemming in gedachten als zij nadenken over de vakantie. Zij gaan eerst locaties verkennen en gebruiken daarbij aanbevelingen van vrienden.

Tactiek voor hoteliers:
Hotels moeten aanwezig zijn als de behoefte aan inspiratie ontstaat. Kijk of je hotel naar boven komt bij het invoeren van veel voorkomende zoekopdrachten en optimaliseer de SEO op basis van de uitkomsten. Met name millennials vinden naar eigen zeggen nieuwe reismerken als ze op hun smartphone op zoek gaan naar reisinspiratie.

 2. Maak-een-plan-momenten

Zodra een plan vorm begint te krijgen gaan reizigers op zoek naar informatie over prijzen, hotelrecensies en –foto’s, vluchtduur en de activiteiten die je kunt doen op een bestemming. Bijna zeven op de tien reizigers maken zich zorgen dat ze niet de beste prijs vinden en twijfelen over hun keuzes. Toch zegt 85 procent dat informatie die ze via hun smartphone hebben gevonden helpt bij de besluitvorming.

Tactiek voor hoteliers:
Wees niet zuinig met de informatie die je laat zien op mobiel. Het moet niet te ingewikkeld worden maar je wilt ook genoeg gegevens tonen om ervoor te zorgen dat consumenten niet naar een concurrent gaan. Maak gebruik van de kracht van foto’s.

 3. Boek-nu-momenten

Dit is het moment waarop reizigers terughoudend zijn in het gebruik van mobiele apparaten. Slechts 23 procent denkt dat ze dezelfde informatie op hun smartphone kunnen vinden als op laptop of desktop. Bovendien zegt 54 procent van de vrijetijdsreizigers en 69 procent van de zakenreizigers dat mobiele functionaliteiten tekortschieten, wat de reden is dat ze liever op een ander apparaat boeken.

Tactiek voor hoteliers:
Neem de reserves van gasten weg door mobiele boekingen kosteloos te laten annuleren. Daarnaast moet het mobiele boekingsproces zo min mogelijk stappen omvatten en het moet gemakkelijk zijn voor gasten om contact met je op te nemen, bijvoorbeeld door een click-to-call link of button.

 4. Eropuit-momenten

Als de reis eenmaal is begonnen gebruiken reizigers hun mobiele apparaten des te meer. Zo’n 85 procent besluit welke activiteiten ze gaan ondernemen nadat ze op de bestemming zijn gearriveerd en bijna negen op de tien verwacht hierover relevante informatie te ontvangen van de reisorganisatie of het hotel. Ze willen weten wat de weersvoorspelling is, hoe het openbaar vervoer in elkaar steekt, valutakoersen, actuele verkeersinformatie en ander relevant nieuws.

Tactiek voor hoteliers:
Twee derde van de reizigers zegt meer loyaliteit te voelen voor een merk dat nuttige informatie verstrekt tijdens de reis. Het is dus een goed idee om gasten tips te geven over wat er te doen is op de bestemming, welke restaurants aan te bevelen zijn, enzovoorts. Door deze en bovenstaande tactieken toe te passen en reizigers van dienst te zijn gedurende de hele customer journey vergemakkelijk je het boekingsproces en creëer je loyaliteit richting je hotel.

Deze blog is ook gepubliceerd op SiteMinder.com.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Promoted Pins deze zomer naar Nederland’

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Deze zomer zal Pinterest de Promoted Pins in Nederland lanceren. Daarnaast introduceert het bedrijf een vorm van ‘video advertising’. Dat vertelt Maarten Bierman van The Pinfluencers op The Social Conference.

Lange tijd moesten Nederlandse bedrijven het nog zonder Pinterests advertentiemogelijkheden doen. De Promoted Pins duiken weliswaar sinds vorig jaar op in landen buiten de VS, de Engelstalige markten kregen daarin tot op heden voorrang. Wat Bierman betreft wordt Pinterest stap voor stap een aan Google gelijkwaardige zoekmachine. “Van de honderd miljard zoekopdrachten per maand worden er tweehonderd miljard bij Pinterest verricht. Pinterest is een visuele zoekmachine en bovenal een e-commerceplatform. Het heeft meer met e-commerce te maken dan met social media.”

Een bedrijf dat dit volgens hem al goed heeft begrepen is Albert Heijn. Allerhande-recepten worden als Rich Pinsde verrijkte Pins – geplaatst. “Je ziet in één oogopslag wat het recept is, wat de ingrediënten zijn wat de bereidingstijd is. Er ontbreekt eigenlijk nog maar één klik: een knop om alles direct in een digitaal winkelmandje te kunnen stoppen.” Bierman geeft aan samen met Pinterest te kijken naar een koppeling tussen de systemen. “Dat zou natuurlijk te gek zijn.”

De vraag is natuurlijk wat al dat pinnen nu precies oplevert. Kledingwinkel Nummer Zestien is vier jaar geleden gestart op het platform. Ook dit bedrijf gebruikt de verrijkte Pins. “Dat betekent dat iedere foto die wordt geplaatst voorzien is van een prijstag. Dat brengt enorme conversie met zich mee. Van het referral verkeer dat converteert is ongeveer dertig procent afkomstig van Pinterest. Ze hebben tijdig ingezien dat Pinterest een visuele zoekmachine is voor mensen met een concrete koopintentie.”

Dit interview is opgenomen tijdens The Social Conference 2017, het evenement over het toepassen van social in business. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwe adblockertechnologie schrik voor uitgevers

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een nieuwe adblocktechnologie van de Princeton Universiteit belooft weinig goeds voor uitgevers: de Perceptual Ad Blocker leest geen HTML, maar herkent patronen.

De Perceptual Ad Blocker analyseert visuele elementen van een webpagina. Daarbij maakt het gebruik van optische karakterherkenning, detectie van woorden die vaak voorkomen in advertenties en ‘kliksimulatoren’.

De software, ontwikkeld door Arvind Narayanan, Dillon Reisman, Jonathan Mayer en Grant Storey, sluit aan bij nieuwe regelgeving in de VS, die voorschrijft dat advertenties duidelijk herkenbaar moeten zijn. Normaal worden advertenties aangegeven door HTML-tags.

Op dit moment is er echter sprake van een kat-en-muis spel, waarbij nieuwe technieken adblockers toch weten te omzeilen. Het team heeft het algoritme uitgeprobeerd op vijftig van dergelijke sites.

De adblocker wordt momenteel getest als een extensie voor Googles browser Chrome, ook al is hij niet volledig functioneel.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Beslist.nl: Geen geloof meer in prijsvergelijken

Posted 21 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

“Het pure prijsvergelijken heeft zijn beste tijd gehad, mede door ons eigen succes en dat van Kieskeurig”, zegt de mede-oprichter van Beslist.nl Kees Verpalen.

“In de vroege jaren van prijsvergelijkers voorzagen ze in een behoefte. Ze maakten de prijzen van een bepaald product bij verschillende webwinkels inzichtelijk. Door die transparantie kropen productprijzen over de volle breedte naar elkaar toe. De meerwaarde van prijsvergelijkers is nu grotendeels verdwenen.”

Verpalen reageert op de verkoop van concurrent Kieskeurig.nl en .be door Sanoma aan Reshift. Die uitgeverij is mede eigendom van Paul Molenaar. Hij kocht in 2006 voor Ilse Media, later Sanoma, Kieskeurig.nl uit Culemborg voor de eerste keer. Gisteren werd bekend dat hij dat voor de tweede keer. Verpalen heeft vorig jaar nog overwogen Kieskeurig te kopen, maar besloot dat niet door te zetten. “Dat had ons geen versnelling opgeleverd.”

De wereld voor prijsvergelijkers is afgelopen decennium sterk veranderd. Van eenoog in het land der blinden naar zoekresultaat onder de vouw of zelfs buiten de eerste pagina. “De eerste, tweede en misschien wel derde prioriteit van marketeers bij webwinkels is hun aanwezigheid op Google Shopping goed in te richten. Het budget dat dan overblijft, gaat naar andere kanalen.”

Hoewel onder de loep van de Europese Commissie, vanwege vermeende concurrentievervalsing, zet Google stevig in op Shopping. De resultaten van die product- annex prijsvergelijker worden prominent getoond in de algemene zoekresultaten van Google. Iedere consument die met Google naar een product zoekt, komt eerst langs een reclamebericht met suggesties daar omtrent. Een uitspraak van Europa hierover wordt op zijn vroegst laat 2017 verwacht. Tot die tijd blijft Shopping in Nederland verantwoordelijk voor de toenemende uitgaven aan Search.

Het inzicht dat de rol van prijsvergelijkers is veranderd, heeft Beslist.nl ertoe doen besluiten een meer transactionele rol in te nemen. Consumenten kunnen er behalve zoeken en vergelijken ook producten kopen. “Dat ontwikkelt zich staag, maar vooruit en steeds harder.”

Kieskeurig.nl was hetzelfde lot beschoren als tv-zender SBS onder Sanoma: de eigenaar wilde of kon niet de investeringen doen die noodzakelijk waren om een relevante rol op de markt te blijven spelen.

Foto: Shaun Fisher (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Repareer kapotte links en win linkwaarde terug in 4 simpele stappen

Posted 20 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Links vanaf andere websites naar je website bepalen in grote mate de vindbaarheid van je website. Iedere link geeft waarde door. Deze waarde noemen we linkwaarde. Het verkrijgen van links wordt linkbuilding genoemd. Linkbuilding is mensenwerk en kost daarom veel tijd. 

Veel bedrijven richten zich uitsluitend op het verkrijgen van nieuwe links naar de website, en zien over het hoofd hoeveel winst ze kunnen behalen door het verbeteren van bestaande links. De linkwaarde van links naar pagina’s die niet meer bestaan of niet goed functioneren gaat verloren. Dat is zonde, en onnodig.

Dit artikel beschrijft hoe je in vier eenvoudige stappen kunt onderzoeken of er ook bij jouw website linkwaarde verloren gaat, en hoe jij deze linkwaarde kunt terugwinnen.

Stap 1: Inventariseer links naar je website

Inventariseer welke pagina’s er allemaal verwijzen naar jouw website. Raadpleeg daartoe de volgende bronnen:

  • Google Search Console
  • Google Analytics
  • Link data provider zoals Majestic
Google Search Console

Volg onderstaande stappen om de links naar jouw website uit Google Search Console te downloaden:

  1. Log in bij Google Search Console
  2. Kies jouw website (Als je jouw website nog niet hebt geverifieerd, doe dat dan eerst!)
  3. Ga naar ‘Zoekverkeer’ > ‘Links naar uw site’
  4. Klik op ‘Meer »’ onder ‘Uw content met de meeste links’
  5. Selecteer ‘500’ bovenaan de tabel bij ‘Weergeven’ om zoveel mogelijk data te exporteren
  6. Klik op ‘Deze tabel downloaden’ links boven de tabel
Google Analytics

Volg onderstaande stappen om de links naar je website uit Google Analytics te downloaden:

  • Log in bij Google Analytics
  • Ga naar ‘Acquisitie’ > ‘Alle verkeer’ > ‘Verwijzingen’
  • Selecteer als secundaire dimensie ‘Bestemmingspagina’
  • Selecteer als periode in de datumprikker de afgelopen 2 jaar.
  • Ga boven de grafiek naar ‘Exporteren’ en kies het gewenste formaat.
Majestic

Majestic is een dienst die informatie aanbiedt over hoe websites gelinkt zijn. Majestic spidert het hele internet af om te achterhalen hoe websites naar andere websites linken. Van iedere website die Majestic kent (dus ook jouw concurrenten!), weten ze vanaf welke pagina’s gelinkt wordt, naar welke pagina’s gelinkt wordt, welke linktekst (anchor text) er gebruikt wordt etc.

Doe het volgende om de linkteksten te exporteren die Majestic heeft gevonden voor inkomende links naar jouw website:

  1. Ga naar de Majestic website (inloggen is niet nodig)
  2. Voer jouw domeinnaam in, bijvoorbeeld emerce.nl
  3. Klik op ‘Backlinks’
  4. Klik op ‘Data exporteren’ rechts bovenaan de tabel

Alhoewel Majestic een betaalde applicatie is, bieden ze ook gratis data aan en hebben ze ook een gratis proefperiode.

Samenvoegen data

Maak een spreadsheet met daarin vier kolommen:

  1. ‘Bron pagina’ (waar de link vandaan komt)
  2. ‘Doel URL’ (waar de link naartoe verwijst).
  3. ‘Niet werkende pagina’s historisch met links’
  4. ‘Niet werkende pagina’s’
  5. ‘Heeft links?’

Kopieer en plak vervolgens de geëxporteerde linkdata in dit spreadsheet.

Google Analytics

Kopieer de kolommen ‘Bron’ en ‘Bestemmingspagina’ van de Google Analytics data naar het spreadsheet in de kolommen ‘Bron pagina’ en ‘Doel pagina’.

Google Search Console

Kopieer de kolom ‘Your pages’ van de Google Search Console data naar het spreadsheet in de kolom ‘Doel pagina’. Het is helaas niet mogelijk om ook de linkende pagina’s te exporteren, die informatie kun je naderhand in Google Search Console met de hand nog wel terug vinden.

Majestic

Kopieer de kolommen ‘SourceURL’ en ‘TargetURL’ van de Majestic data naar het spreadsheet in de kolommen ‘Bron pagina’ en ‘Doel pagina’.

Voorbeeld spreadsheet

Download het voorbeeld spreadsheet hier.

Normaliseren van data

Omdat de linkdata uit verschillende bronnen komt moeten we deze eerst normaliseren.

In de Google Analytics data is de URL van de homepage voluit geschreven. In de Majestic data is iedere URL van de kolom ‘TargetURL’ voluit geschreven. Vervang daarom ‘/?’ door de volledige URL van de homepage (inclusief de / aan het einde) en vink ‘Zoeken op gehele celinhoud’ aan. In Google Spreadsheets ziet dat er zo uit:

Nu de linkdata genormaliseerd is en in één overzicht staat zul je zien dat de linkdata overlapt: veel van de pagina’s in de kolom ‘Doel pagina’ zijn dubbel. Ontdubbel de lijst om tot een lijst te komen van unieke pagina’s op jouw website die gelinkt zijn. Microsoft Excel heeft hier een speciale functie voor, die je vindt onder ‘Gegevens’ > ‘Duplicaten verwijderen’. Hiervoor is in Open Office een workaround, en hetzelfde geldt voor Google Spreadsheets.

Stap 2: Werken alle gelinkte pagina’s wel?

In de vorige stap heb je een overzicht gemaakt van alle links naar jouw website. Nu is het zaak om te controleren of alle gelinkte pagina’s op jouw website wel goed functioneren. Breng daartoe eerst alle content op jouw website in kaart. Dit kan met behulp van de applicatie ContentKing.

Exporteer pagina overzicht

Filter in ContentKing vervolgens op pagina’s die redirecten, verwijderd zijn, een serverfout geven of een time-out geven. Volg hiertoe onderstaande stappen:

  1. Log in op ContentKing (als je nog geen account heb, maak dan hier een gratis trial account aan)
  2. Ga naar ‘Pagina’s’ en haal in het filter ‘Type’ het vinkje weg bij ‘Pagina’.
  3. Exporteer dit overzicht van pagina’s middels de ‘Exporteren’ knop rechtsboven in het scherm.
Check welke pagina’s met links niet werken

Kopieer de pagina’s uit de export van ContentKing naar het spreadsheet met de links. Middels een eenvoudige formule in het spreadsheet kunnen we de lijst met gelinkte pagina’s vergelijken met de lijst met pagina’s die niet goed functioneren. Waar deze lijsten overlappen is er werk aan de winkel: deze pagina’s functioneren niet goed, en hier laat je linkwaarde liggen. Als er ‘Ja’ staat in kolom ‘Heeft links?’ dan moet je deze pagina repareren.

Als je een website hebt die al een tijd in gebruik is dan zul je waarschijnlijk links hebben naar pagina’s die al lang niet meer bestaan, en daarom ook niet door ContentKing gevonden kunnen worden. Het is wel belangrijk ook deze pagina’s te repareren, vul daartoe de URL’s uit kolom ‘Doel pagina’ die ‘Ja’ hebben in de kolom ‘Niet werkende pagina’s historisch met links’ in een applicatie om te checken of deze oude pagina’s nog goed werken. Als zij geen Status Code ‘200’ teruggeven dan is er ook voor deze URL’s werk aan de winkel. Het repareren van de pagina’s met links is beschreven in stap 3.

Stap 3: niet werkende pagina’s met links repareren

Het is duidelijk welke pagina’s onze aandacht nodig hebben. Nu is het zaak deze pagina’s te repareren.

Pagina’s die niet meer werken vallen ruwweg in twee categorieën:

  • Pagina is niet gevonden (de pagina is verplaatst of verwijderd)
  • Pagina geeft een serverfout of time-out (bijvoorbeeld: fout geconfigureerde server)
Pagina is niet gevonden:

Wanneer een pagina niet wordt gevonden zijn er twee opties:

  • De pagina doorverwijzen naar een andere pagina (zogenaamde ‘301 redirect’).
    • Middels de 301 redirect geef je het merendeel van de linkwaarde door. De manier om alle linkwaarde door te geven blijft echter optie 2, zie hieronder.
  • De pagina weer tot leven brengen op dezelfde URL.
    • Als je de mogelijkheid hebt om de pagina weer tot leven te brengen dan geniet dat de voorkeur. Het is alleen de vraag waarom de pagina in de eerste plaats verplaatst c.q. verwijderd was. Goede kans dat je de pagina niet tot leven wilt brengen als je deze bewust hebt verwijderd. Als dat het geval is, kies dan optie 1: een redirect om zoveel mogelijk linkwaarde evengoed nog door te geven.
Pagina geeft een serverfout of time-out:

Er zijn legio redenen waarom een pagina een serverfout geeft, of niet of te langzaam reageert (time-out). Bespreek dit met de programmeurs en/of hosting provider. Zij kunnen je hierbij verder helpen.

Stap 4: Check of de verbeteringen correct zijn doorgevoerd

Zodra de pagina’s zijn gerepareerd is het zaak om te checken of dit ook correct is gebeurd. Loop daarom alle pagina’s die gerepareerd zouden moeten zijn goed na. Alle pagina’s moeten zich als een normale pagina gedragen en een zogenaamde Status Code 200 teruggeven. ContentKing controleert automatisch de Status Codes van pagina’s omdat zij pagina’s continu monitort op problemen en wijzigingen.

Als het een klein aantal gerepareerde pagina’s betreft dan kun je deze ook met https://httpstatus.io/ nalopen.

Expert tip #1: Herhaal stappen 1 t/m 4 op maandelijkse basis

Herhaal stappen 1 t/m 4 op maandelijkse basis om ervoor te zorgen dat je linkwaarde die recentelijk verloren is gegaan snel weer terugwint. Kijk daarbij gelijk ook naar je interne linkstructuur.

Expert tip #2: Niet werkende pagina’s allemaal nalopen

Het is verstandig om ook niet werkende pagina’s die geen links hebben te onderzoeken. Als deze bijvoorbeeld een server fout of een time-out geven dan kan dit duiden op een probleem waar de hele website last van heeft.

Linkwaarde herstellen: conclusie

Het periodiek repareren van niet werkende pagina’s met links is een van de best practices van zoekmachine optimalisatie. Je hebt volledige controle over jouw website, benut dit en win verloren linkwaarde terug met als resultaat betere vindbaarheid van jouw website. Onthoud: dit is de snelste vorm van linkbuilding: verbeteren van wat je al hebt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Succesvollere A/B-tests met emotion analytics

Posted 20 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wanneer je regelmatig A/B-test zal je merken dat het moeilijk is om succesvolle A/B-tests op te zetten op basis van data- en expertise-gebaseerde hypotheses. Daarom is het belangrijk om niet alleen te focussen op méér A/B-testen uit te voeren, maar op het verhogen van het percentage succesvolle hypotheses. 

Negen van de tien tests mislukken

Booking.com heeft met hun hoofdkantoor in Amsterdam meer dan 13.000 werknemers die 1,2 miljoen kamers per dag verhuren. Ze zijn uitgegroeid tot een van de grootste online hotelboekingssites van de wereld. Ze zijn namelijk niet alleen heel erg goed in het verhuren van hotelkamers, maar ook in A/B-testen. Evercore Equity Research stelt zelfs dat “het gebruik van A/B-testen door Booking.com leidt tot hogere conversies over het gehele platform dat resulteert in twee tot drie keer het gemiddelde van de gehele industrie”. Hun motto is dan ook “Als het getest kan worden, test het”.

Hun teams zijn daarom ingesteld op het onderzoeken van data, creëren van hypotheses, designen en het uitvoeren van A/B-testen. Dit proces is herkenbaar voor veel bedrijven die hun eigen CRO flow opgezet hebben. Er wordt gebruik gemaakt van tools als Google Analytics of Snowplow om inzichtelijk te krijgen waar de meeste bezoekers zich bevinden in de website en hoe zij zich begeven naar de check-out. Dit geeft meestal een indicatie van waar men uitvalt in een salesfunnel en waar de problemen kunnen zitten.

Daarna worden tools als Hotjar ingezet om op pagina-niveau inzichtelijk te maken waar men kijkt, klikt of feedback op geeft. Op basis van de tools worden hypotheses opgezet voor optimalisatie van die pagina’s, met het doel om een hogere CTR of conversie te realiseren.

Het resultaat: x van de tien testen mislukt, waarbij Booking.com dit op negen van tien testen zit. En de grootste frustratie is dat ze niet weten waaróm dit komt. Ligt het aan het slechte design, is het idee slecht of is de implementatie slecht? De tools geven inzicht in het ‘hoe’ en ‘wat’ over het gedrag van bezoeker, maar het is hun grootste frustratie en uitdaging om te pinpointen waarom de ene hypothese niet slaagt en de andere wél. Klinkt herkenbaar?

User research

“Om die reden is het belangrijk dat je je research budget niet alleen maar besteedt aan het opzetten van een A/B-testing framework, maar ook aan user research” roept Booking. User research wordt meer een input voor het genereren van hypotheses dan de output van een product development proces. Neem een hypothese of groep van hypothese in een user test en je bouwt data en inzichten op die je iets vertellen over waarom sommige hypotheses het wél redden en sommige niet. En dáárna wordt pas de hypothese getest met een A/B-test. Uiteindelijk worden hierdoor de eindklanten de drivers van het product en gaat het product zich vormen door kleine stappen te nemen en regelmatige user tests uit te voeren.

Element-niveau emotion analytics

Het blijft echter moeilijk om met traditionele methoden de ‘waarom’ te achterhalen van onbewust gedrag. Bezoekers landen op je website, bekijken producten, bereiken soms de check-out en verlaten de website. En dat binnen een á twee minuten. In traditionele usability tests is het moeilijk na te bootsen en geven participanten bewust feedback over dingen die ze thuis onbewust zouden uitvoeren. Iets waar mensen simpelweg niet goed in zijn.

Transavia heeft als einddoel van een CRO process om meer omzet te realiseren, betere resultaten en meer tevreden klanten door relevant te zijn. Ze hebben hierdoor de focus gelegd op neuro usability research om op element-niveau de ‘waarom’-vraag te beantwoord te krijgen.

Exponentiële groei

Door op elementniveau inzicht te krijgen vanuit kwalitatief onderzoek is het mogelijk om een hogere ratio succesvolle hypotheses op te stellen omdat hier ten eerste op een element niveau wordt gekeken naar gedrag van de participanten, en dit ten tweede op onbewust niveau gebeurt met behulp van EEG en eye tracking.

Deze emotion analytics gecombineerd met data analytics geeft een veel solidere basis voor hypothese-generatie en zorgt daardoor voor een verhoging van het aantal succesvolle A/B-tests. Daarnaast is het mogelijk om de emotionele beleving van de bezoekers als KPI te benoemen voor het online platform.

Zoals Transavia uitlegt vragen ze gebruikers om een specifieke taak uit te voeren op een website terwijl ze een EEG headset ophebben. “We kunnen dan hun hersenactiviteiten meten terwijl ze onze site doorlopen of bepaalde functies uitproberen. Dit vertelt ons niet alleen of de bezoeker zal converteren, maar ook op welke manier. We kunnen dus heel agressief zijn en ze laten converteren maar ze achterlaten met een slecht gevoel. En dat is iets wat we niet willen.”

Een voorbeeld voor mobile:

Uiteindelijk lijkt het standaard toevoegen van deze stap in de CRO-processen te leiden tot succesvollere hypotheses, en dus een sterkere groei in conversie door middel van A/B-testen. Wanneer je tooling goed zit qua A/B-testen en data analytics is het toevoegen van emotion analytics dus een goede volgende stap.

Meer en meer focus op user research bij bedrijven zorgt ervoor dat naast KPI’s als conversie, ook de online beleving getracked en geoptimaliseerd wordt. Zoals Transavia in de video ook uitlegt willen ze de klant niet met een slecht gevoel achterlaten terwijl ze wel converteren. Bij sites als Booking.com zal de nadruk veel meer op conversie liggen, maar kan dit wel effect hebben op de beleving en dus bijvoorbeeld retentie.

Nieuwe methoden als emotion analytics op gebied van online maken het mogelijk om een belangrijke deur te openen in het optimaliseren van het CRO-proces. Deze tools zijn snel met resultaten en bieden wetenschappelijke inzichten op onbewuste beleving, iets wat tot nu toe niet mogelijk was.

Deze nieuwe technieken zullen zich door blijven ontwikkelen naarmate er betere EEG-headsets, eye trackers, emotie-algoritmes, gezichtsherkenningssoftware en meer op de markt zullen komen. Hiermee lijkt het mogelijk om de ontwikkelingen op gebied van online naar een hoger niveau te tillen door emoties mee te nemen in bedrijfsdoelstellingen en ben ik benieuwd wat de toekomst ons zal brengen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sanoma verkoopt Kieskeurig.nl aan Reshift

Posted 20 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Uitgeverij Sanoma verkoopt na bijna elf jaar zijn product- en prijsvergelijker Kieskeurig.nl. De kopende partij is Reshift, waar de voormalig Sanoma-directeur Paul Molenaar aan het roer staat.

De partijen maakten de transactie net voor het middaguur bekend. Hoeveel geld met de overname is gemoeid, houden ze voor zich. Zowel de Nederlandse als de Belgische tak van Kieskeurig gaan over naar Reshift uit Haarlem.

Wanneer de Ondernemingsraad de verkoop goedkeurt, gaan 24 mensen, middelen en eigendom per 1 juni over.

Als argument voor de verkoop geeft Sanoma: “De vergelijkingswebsite Kieskeurig heeft onvoldoende synergie met de overige sterke merken van Sanoma’s portfolio en de domeinen waarin het bedrijf actief is. Dat zijn: Women, News, Home Deco, Automotive en Kids&teens.”

Kieskeurig kwam in 2006 in handen van Sanoma, dat toen nog Ilse Media heette. Vergelijkingssites hadden toen nog een heel sterke positie in de e-commercemarkt, iets dat in de loop van de jaren terugliep door de opkomst van sterke merken als bijvoorbeeld bol.com, Coolblue, Fonq en Wehkamp en – zeker de laatste tijd – Google Shopping als leadmachine.

Uitgeverij Reshift bereikt maandelijks meer dan vijf miljoen mensen met merken als Computer!Totaal, Computer Idee, InsideGamer, PCM, Zoom.nl en SHUTR.photo.



Lees het volledige bericht op Emerce »

GDPR: vier data-vraagstukken voor marketeers

Posted 20 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

De General Data Protection Regulation (GDPR) wordt op 25 mei 2018 van kracht. Zoals zo vaak met nieuwe Europese regelgeving zitten er behoorlijk wat haken en ogen aan.

De GDPR moet ervoor zorgen dat bedrijven de data van EU-burgers op een transparante manier verzamelen en opslaan. De wet draait om data governance en gaat daarmee verder dan de bestaande privacy- en databeschermingsregels. De consument heeft het recht:

– te eisen dat persoonlijke informatie wordt verwijderd uit de database van een bedrijf;

– om data over te hevelen van het ene naar het andere bedrijf;

– te weten wanneer data zijn gecompromitteerd, bijvoorbeeld door een hacker (meldplicht datalekken).

Bedrijven moeten verder toestemming van de consument hebben voor ze data verzamelen en opslaan. Een opt-out mogelijkheid of het verbergen van de toestemming in de kleine lettertjes (hallo, Google en Apple!) wordt niet geaccepteerd door de wetgever. En er zijn strenge regels ten aanzien van dataprofileren: persoonlijke gegevens automatisch verwerken om voorspellingen te doen over de economische status, locatie, gezondheid en voorkeuren van de consument zonder diens toestemming. Voor dit alles moet een Data Protection Officer worden aangewezen binnen het bedrijf die het in goede banen leidt.

Zoals dat zo vaak gaat met wetgeving, zijn de nieuwe regels niet klip en klaar. Voor marketeers zijn er drie belangrijke vraagstukken: de bewaartijd en herkomst van de data, hoever je mag gaan met profileren en het recht om vergeten te worden.

Hoelang data mogen worden opgeslagen

Het bedrijf moet aan de consument laten weten hoelang de persoonlijke data worden opgeslagen. Dat klinkt gemakkelijker dan het is, want hoelang gegevens worden bewaard, hangt af van de categorie. Contactinformatie zal langer worden opgeslagen dan voorkeuren; en persoonsgegevens die nodig zijn voor het versturen van facturen langer dan transactiedata. Een oplossing voor dit probleem zou kunnen zijn om de criteria te publiceren voor de verschillende datacategorieën zodat de consument zelf kan bepalen hoelang gegevens worden bewaard.

Wat is de databron?

Wanneer de GDPR-wetgeving van kracht is, moet de consument worden geïnformeerd over de herkomst van de gegevens die het bedrijf over hem of haar heeft opgeslagen. Tot nu toe hoefde dit alleen als deze informatie beschikbaar was. Het gevolg is dus dat persoonsgegevens waarvan de bron niet meer te achterhalen is, niet gebruikt mogen worden. De oplossing: de wetgever zou een uitzondering moeten maken voor data die voor 28 mei 2018 zijn verzameld.

Het recht om vergeten te worden

Als de consument dat wil, moeten zijn gegevens volledig worden gewist uit de database waarin deze zijn opgeslagen. Dat betekent allereerst dat het bedrijf precies moet weten waar die gegevens intern allemaal worden bewaard, wat in de praktijk voor veel organisaties al een uitdaging is. Bovendien moeten ook derde partijen aan wie de data zijn verstrekt overgaan tot het wissen daarvan, wat een behoorlijke administratieve last voor het bedrijf betekent. En verwijdering uit de database geeft geen enkele garantie dat de desbetreffende persoon niet meer wordt benaderd voor marketingacties. Wanneer hij bij een externe partij conform de regels toestemming heeft gegeven voor partnermailings bijvoorbeeld, kan hij tot zijn grote ergernis gewoon weer door het bedrijf worden benaderd. Het is dus beter om de gegevens te bewaren en te signaleren dat deze absoluut niet mogen worden gebruikt voor marketing- of andere doeleinden.

Bijkomend probleem is de lijst met uitzonderingen die voor verschillende interpretaties vatbaar zijn. Wanneer de data nodig zijn voor het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie, voor het nakomen van wettelijke verplichtingen, om redenen van algemeen belang op het gebied van volksgezondheid, met het oog op archivering in het algemeen belang, of voor de instelling of uitoefening van een rechtsvordering, hoeven de gegevens niet te worden gewist. De eis van de Belastingdienst dat je je administratie zeven jaar moet bewaren prevaleert dus boven de wens van de consument om vergeten te worden. Maar wat valt er precies onder een reden van algemeen belang? Wanneer dit in de nationale wetgeving waarin de EU-regels worden ingebed niet duidelijk wordt afgebakend, liggen conflicten en rechtszaken op de loer.

Data-profilering

Data gebruiken voor het opstellen van algoritmen die klantgedrag voorspellen – het mag straks alleen met expliciete toestemming van de klant. Die heeft ook het recht om in beroep te gaan tegen beslissingen die zijn genomen door zelflerende systemen waarbij gebruik wordt gemaakt van kunstmatige intelligentie. Denk bijvoorbeeld aan de aanvraag van een lening, die door een automatisch systeem wordt goed- of afgekeurd. De klant heeft het recht om inzicht te verkrijgen in de achterliggende reden. Maar het kenmerk van AI is dat er gebruik wordt gemaakt van een enorme hoeveelheid data. De complexiteit van de analyse maakt het lastig om te motiveren waarom iemand is afgewezen. De vraag is hoever zo’n motivatie volgens GDPR moet gaan. Volstaat het antwoord: ‘de klant is niet kredietwaardig’ of moet het bedrijf precies kunnen vertellen op basis van welke parameters de afwijzing tot stand is gekomen?

Tijd moet het leren

De praktische implicaties van GDPR zijn moeilijk in te schatten. Experts adviseren om in elk geval goed na te denken over de interpretatie en als bedrijf je verhaal klaar te hebben. Als de wetgevende macht dan van mening is dat je in overtreding bent, dan kun je in elk geval aantonen dat je geprobeerd hebt de regels te volgen.



Lees het volledige bericht op Emerce »