Posts Tagged ‘foto’

Laat Silicon Valley niet bepalen wat gezegd mag worden

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vorige week werden door de Britse krant The Guardian de Facebook Files openbaar gemaakt: gelekte interne richtlijnen van Facebook over de vraag welke berichten en beelden wel en niet moeten worden gecensureerd op het grootste sociale medium ter wereld. Facebook bepaalt namelijk zelf wat u wel en niet mag zeggen of laten zien op dit sociale medium. Dat is verontrustend, omdat Facebook voor steeds meer mensen het belangrijkste internetplatform is om nieuws te vergaren en meningen te delen.

D66 wil niet dat de grote techbedrijven bepalen wat je wel of niet mag zeggen op internet. Over de grenzen aan onze vrijheid van meningsuiting moet niet in de geheime achterkamertjes van Silicon Valley beslist worden, maar via een democratisch proces.

Een aantal opvallende voorbeelden gaf al aanleiding tot debat de voorbije jaren. Facebook haalde de wereldberoemde foto van de site van een Vietnamees meisje dat wegvlucht van de walm van napalm. Een naakt standbeeld van de Romeinse God Neptunus overleefde de censuurmachine van Facebook ook niet. YouTube haalde ook een politieke speech in het Europees Parlement van Marietje Schaake offline over martelen en de doodstraf. Foto’s van vrouwen die borstvoeding gaven waren ook lange tijd not done. In de Amerikaanse moraal past dat immers niet, maar in Nederland is zoiets regelrechte censuur.

De digitale Europese markt is belangrijk voor alle internetgebruikers, ook in Nederland. Vorige week praatten Europese ministers over hoe we om moeten gaan met zaken als racisme en geweld op internetplatforms. In deze nieuwe Europese richtlijn worden regels voor radio en televisie doorgetrokken naar online evenknieën, zoals Netflix en YouTube.

Denkfout

Maar deze nieuwe richtlijn bevat een fundamentele denkfout. Een televisiezender kan voor elk uur uitzending uitgebreid controleren of het allemaal wel fatsoenlijk is wat uitgezonden wordt. Internetbedrijven werken in een totaal andere context. YouTube-gebruikers uploaden elke minuut voor 300 uur aan content. Op Facebook worden per dag meer dan 350 miljoen foto’s geplaatst.

Als je preventief wil voorkomen dat racisme en discriminatie op Facebook-Live videos te zien zijn, dan zou Facebook een gigantische censuurfilter moeten installeren die automatisch alle content scant die op de site geüpload wordt.

Als algoritmes gaan beslissen wat er online mag komen, dan is het einde zoek. Een algoritme kan immers nooit de nuances, context of bedoeling inschatten van een filmpje. Een filmpje uit Zondag met Lubach kan een compleet ander verhaal vertellen dan dezelfde beelden zonder voice-over. Het bedrijfsbelang van die Amerikaanse technologiebedrijven moet niet gaan bepalen wat je wel en niet mag zeggen of laten zien op het internet.

Over de opvallendste voorbeelden kwam een mediastorm op gang, maar nu al worden dagelijks ongemerkt ontelbare foto’s, video’s en teksten aan het oog onttrokken. Dat kan onhandig zijn voor wie een toeristische kiek uit Bologna wil delen, maar is een ramp voor wie in een video een heel legitieme mening verkondigt via social media.

Heldere regels

Als er geen heldere regels zijn kunnen bedrijven uit voorzorg voor hun reputatie nog feller informatie filteren en dus tegenhouden. Tenslotte wil geen enkel bedrijf beschuldigd worden van het niet zorgvuldig monitoren op kinderporno of het niet weghalen van een oproep tot geweld.

Wat wel moet gebeuren: een simpele route voor de gebruiker om bezwaar te maken als jouw foto, video of tekst verwijderd is, zodat een écht mens snel de fout van een algoritme kan corrigeren, en de mening van een dissident niet als die van een terrorist wordt aangemerkt. Een duidelijke Europese richtlijn moet ervoor zorgen dat we geen lappendeken van regels in de EU krijgen, die dan ook weer minder makkelijk te handhaven zijn, of omzeild worden.

Nederland moet actief meedoen met Europees beleid maken. Zodat we het internet open houden, en gebruikers niet automatisch door Silicon Valley wordt verteld wat wel en niet gezegd mag worden.

*) Dit artikel heb ik geschreven in samenwerking met Marietje Schaake en is tevens gepubliceerd op de website van D66.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Outbrain sluit aan op AppNexus

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het tot nu toe gesloten contentmarketingnetwerk Outbrain lanceert Outbrain Programmatic Access (OPA) en stelt zijn inventory beschikbaar via AppNexus’ Marketplace.

Hierdoor kunnen gebruikers van AppNexus gaan bieden op plaatsing van hun contentmarketingitems in het netwerk van Outbrain. Het Amerikaanse bedrijf exploiteerde dat netwerk tot nu toe zelf op sites van grote, vaak ook internationale uitgevers.

Met meer aanbod in zijn netwerk bij gelijkblijvende vraag verwacht Outbrain hogere CPM-prijzen te kunnen vragen. Uitgevers en adverteerders die het netwerk willen inschakelen hoeven geen aparte investeringen in technologie te doen.

Foto: Bartosz Mogiełka (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gratis stockvideo’s gebruiken zonder naamsvermelding

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nike doet het. Walibi Holland doet het. En wij doen het ook: gebruikmaken van videoheaders op de website. Maar het huren van een filmmaker of betalen voor stockvideo’s kan al snel in de papieren lopen. Zeker voor particulieren of kleinere ondernemers. Daarom delen we graag een lijst van websites met gratis stockvideo’s die je kunt gebruiken zonder credits te hoeven geven aan de filmmaker en zelfs voor commerciële doeleinden mag inzetten.

Een video als achtergrond op je website is hot

Het wordt steeds populairder om een video als header of achtergrond op de homepage van je website te zetten. Daar is een goede reden voor! In ons drukke volgeplande leven hebben we weinig geduld. Zeker wanneer we online gaan. Uit het onderzoek State of Video in the Enterprise van softwarebedrijf Kaltura blijkt dat we geen zin of tijd meer hebben om alle informatie die we online vinden van A tot Z door te nemen.

We scannen een website of artikel dan ook het meest op de titel, de dikgedrukte woorden en het design. Daarbij valt een aantrekkelijke video nog meer op dan een afbeelding. Een video geeft sneller de boodschap van de website weer en roept bij veel mensen meer emoties op. Video’s zijn dus belangrijk om je bezoekers op je website te houden en kunnen zelfs verkoopbevorderend werken. Maar hoe kom je aan een video die past bij jouw website?

Gratis stockvideo’s: de addertjes onder het gras

Net als bij foto’s zijn er steeds meer websites die gratis stockvideo’s aanbieden. Gratis klinkt vaak te mooi om waar te zijn en helaas geldt dit ook voor ‘gratis stockvideo’s. In deze gevallen hoef je niet te betalen voor een video, maar vaak zijn er restricties verbonden aan het gebruiken, aanpassen en verspreiden van het materiaal. Waar moet je op letten?

Licenties

Aan een gratis stockvideo hangt vaak een licentie. Populair zijn de Creative Commons-licenties. Met zo’n licentie bepaalt de videomaker of rechthebbende van de video onder welke voorwaarden hij zijn werk beschikbaar stelt voor het publiek. Op deze manier heb je toestemming om een video kosteloos te gebruiken voor je website, maar moet je in ruil daarvoor bijvoorbeeld wel de naam van de maker noemen of de website waar je de video vandaan hebt gehaald. Zonde, want het vermelden van een externe bron onder de mooie video die je hebt uitgekozen, doet afbreuk aan het design en de professionaliteit van je website. Het liefst wil je video’s zonder naamsvermelding kunnen gebruiken voor je website.

Niet voor commercieel gebruik

Behalve dat je rekening dient te houden met het noemen van de maker, bepalen veel licenties ook dat video’s niet voor commerciële doeleinden gebruikt mogen worden. In deze gevallen mag je een video niet gebruiken wanneer het een dienst of product steunt waar je winst mee probeert te behalen. Veel mensen negeren deze licentieregel en zetten gratis video’s die hieronder vallen alsnog voor commercieel gebruik in. Kijk daarmee uit! Het doet je reputatie geen goed om de regels aan je laars te lappen en iemands werk onterecht te gebruiken.

Hoera voor het publiek domein!

Veel video’s mag je dus zonder naamsvermelding niet gebruiken of niet inzetten voor commerciële doeleinden. Gelukkig vallen er ook nog video’s onder het ‘publiek domein’. Dit zijn rechtenvrije video’s die tot niemands eigendom behoren. Tegenwoordig staan er steeds meer videomakers op die hun creatieve en moderne werk graag openbaar stellen voor het grote publiek. Een populaire licentie voor dit doeleinde is Creative Commons CCO. Met deze licentie heb je als gebruiker praktisch geen restricties. Je mag de video’s zonder credits te geven aan de maker gratis downloaden, aanpassen, verspreiden en zelfs gebruiken voor commerciële doeleinden en socialmediaplatformen als Facebook.

Lijst met rechtenvrije video’s voor commercieel gebruik

Bij welke websites is gratis dan ook echt gratis? We maken je wegwijs in het land der video’s met de onderstaande lijst van zeven websites en hun belangrijkste kenmerken zoals gratis video’s zonder credits te hoeven geven aan de maker, met CCO-licentie en vrij voor commercieel gebruik. Een leuke extra: bij geen van deze websites hoef je in te loggen met een account. Happy downloading.

1. Coverr

Ben je op zoek naar een headervideo voor je website, dan zal de website van Coverr je absoluut aanspreken. Scroll voorbij de header en ontdek de negen categorieën als ‘Artsy’ of ‘Urban’ waarin de gratis video’s zijn onderverdeeld. Het kan even scrollen zijn voordat je op de video stuit waar je naar op zoek bent, want een zoekfunctie of extra informatie over de desbetreffende video ontbreken op de website. Maar dat maakt de mooiste feature van de website meer dan goed: de door jou gekozen video kun je direct in de header van de Coverr-website bekijken. Is het resultaat naar wens? Download de video en voeg het via de korte instructie van Coverr toe aan je website.

2. Distill

De website van Distill is ingericht als community. Wat namelijk direct opvalt, zijn de namen van de betreffende videomakers die op de website groot in beeld worden gebracht. Smaakt een bepaalde videostijl naar meer? Klik in de video op het icoontje van het portfolio. Je krijgt dan in een oogopslag alle video’s van deze persoon op Distill te zien en een link naar zijn persoonlijke website, blog of socialpagina. Scroll door de diverse videoclips op de homepagina voor een snelle indruk. Je kunt ook gebruikmaken van de zoekfunctie op de website of verschillende clips bekijken in een van de 9 categorieën zoals ‘Abstract’ of ‘People’.

3. Videvo

Videvo richt zich volledig op gratis stockvideo’s en profileert zich daarnaast met een grote collectie motion graphics. Met maar liefst 28 categorieën waaronder ‘Religion’, ‘World flags’, ‘Holidays en ‘Sport’ haal je hier je videohart op. Filter in je zoektocht op de ‘Videvo Standard License’. Deze is vergelijkbaar met de CCO-licentie en geeft alleen de video’s weer die je zonder naamsvermelding voor elk project kunt gebruiken. Onder de zoekfunctie in de header vind je de populairste en recentste video’s overzichtelijk weergegeven. Bekijk een video en ontdek vergelijkbare clips, interessante zoekwoorden en belangrijke achtergrondinformatie over de betreffende clip.

4. Vidlery

Ben je op zoek naar animatiefilmpjes? Op Vidlery vind je gratis geanimeerde video-achtergronden voor je website. Net als bij Coverr kun je je gewenste animatiefilm in de header van deze website plakken, zodat je direct het resultaat ziet. Tevreden? Download het zipbestand naar je computer en upload de animatie op je eigen website.

5. Pixabay

Pixabay staat bekend om de hoogwaardige en rechtenvrije foto’s die ze gratis aanbieden. Met meer dan 3100 clips is hun video-assortiment ook flink uitgebreid. Op de website is de zoekbalk in de header je beste vriend. Vul in waarnaar je op zoek bent en filter rechts in de zoekbalk op het mediatype ‘Video’ om direct een lijst met mooie filmpjes te zien. Gebruik ‘AND’, ‘OR’ of ‘NOT’ (bijvoorbeeld ‘flower NOT yellow’) om je zoekopdracht te verfijnen, of klik op een van de 20 categorieën die je eenvoudig kunt combineren met effecten als ‘Slow motion’ of ‘Time lapse’. Beweeg met je muis over de lijst met resultaten en de filmpjes spelen zich automatisch af. Fijn, dan hoef je ze niet individueel steeds aan te klikken om ze te bekijken. Waar het blog zich vooral richt op fotografie, kun je op het forum terecht met al je videovragen.

6. Life of Vids

Life of Vids is het jongere broertje van de fotografievariant Life of Pix. De website heeft geen categorieën waarin je kunt bladeren, maar via de zoekfunctie navigeer je eenvoudig door de verzameling met meer dan 2500 video’s. De video’s zijn op de website van Life of Vids zelf te bekijken, maar kunnen alleen via het platform van Vimeo gedownload worden of via de ingebedde code aan je website worden toegevoegd. Ondanks dat alle video’s vallen onder de CCO-licentie, vraagt Life of Vids om je waardering voor de video’s te uitten door ergens op je website een backlink te plaatsen. Dit is niet verplicht, zodat je de video’s ook zonder naamsvermelding kunt gebruiken.

7. Pexels

Misschien ken je Pexels wel van de hoeveelheid gratis stockfoto’s, maar ze hebben ook een ruim assortiment rechtenvrije video’s op een apart webadres staan. De website verzamelt gratis videomateriaal van andere websites als Pixabay en Coverr op één plek. De populaire zoekopdrachten dienen als categorieën met onderwerpen uiteenlopend van ‘Nature’ en ‘Tech’ tot zelfs ‘Blur’ en ‘Mock-up’. Navigeer met je cursor over een video en een paar fragmenten uit de video worden automatisch afgespeeld. Klik op de gewenste video voor details, vergelijkbare clips en veelgebruikte tags.


Tip: maak je voor je website gebruik van ons product Jouw Site of ben je van plan dit te gaan doen, dan hoef je voor videoheaders niet ver te zoeken. Onze krachtige sitebuilder bevat maar liefst 23 videoheaders waar je uit kunt kiezen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Meer appontwikkelaars bereiken omzet van 1 miljoen dollar

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het aantal appontwikkelaars dat jaarlijks meer dan 1 miljoen dollar omzet via de Amerikaanse appwinkels van Google en Apple neemt sterk toe, volgens gegevens van Sensor Tower. Het merendeel behaalt die omzet via de Apple App Store.

Wel loopt Google Play de achterstand langzaam in. De grootste verdieners zijn game-ontwikkelaars, maar die halen hun omzet juist via Google Play. Ze vormen daar 75 procent van het geheel tegen 47 procent bij de Apple App Store. Ook in de categorieen dating, foto en lyfestyle worden dit soort omzetten gegenereerd.

Toppers bij de App Store zijn PokerStars (PokerStars Poker), Seven Pirates (Ark of War), en BitMango (Block! Hexa Puzzle). Bij Google Play gaat het om Playdots (Two Dots), Zeptolab (King of Thieves), en Super Evil Megacorp (Vainglory).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Pure player Zamro op machine- en onderdelenmarkt: ‘Guided selling telt’

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Kenners noemen Zamro steevast op hun lijstjes van veelbelovende B2B-bedrijven. Dit voorjaar nog werd de nieuwe ‘pure player’ in technische onderdelen en gereedschap tijdens de Shopping Awards uitgeroepen tot beste starter. De ambities liegen er niet om.

Zamro wordt omschreven als B2B-concept naar de standaard van de consumentenmarkt. De webwinkel voor technische onderdelen en gereedschap heeft ambitie en internationale potentie, schreef de jury van de Shopping Awards in de beoordeling. En nog voor de prijs goed en wel was toegekend maakte Zamro bekend zich na Nederland en België ook op de Duitse markt te storten.

Oprichter en directeur Floris Jan Cuypers gaat er in zijn vooruitblik vanuit dat tien procent van de Europese omzet op de markt voor onderhoud- reparatie- en revisie zich naar het web verplaatst. “Dat is een tiende van ten minste honderd miljard euro. Daar willen we in een aantal jaar tijd een serieus stuk van pakken.”

Foto: Floris Jan Cuypers, mede-oprichter Zamro

‘Marktbenadering moet anders zijn’

Tijdens zijn eerdere werk voor bedrijven als Google, Spil Games en Home24 valt Cuypers iets op. In Europa groeien de e-commercebedrijven als kool, maar tussen al die formules bevinden zich nauwelijks spelers die hun pijlen richten op de zakelijke markt. Opmerkelijk want in de VS is een industriële speler als Zoro wel al een succesverhaal. Samen met mede-oprichter Eric Croon duikt Cuypers naar eigen zeggen in dit gat in de markt en lanceert afgelopen najaar ‘pure player’ Zamro.

Net zoals het Amerikaanse Zoro een traditionele distributeur van machineonderdelen en gereedschap achter zich heeft staan, zo heeft Zamro SHV als aandeelhouder en eigenaar. Dit bedrijf van de familie Fentener van Vlissingen is eigenaar van onder meer Makro, Mammoet en industrieel dienstverlener ERIKS. Zamro leunt vooralsnog op de voorraad en bevoorradingsketen van die laatste maar wordt vanaf deze zomer zelf voorraadhoudend, vertelt Cuypers. Groei- en omzetcijfers maakt hij niet bekend, maar hij spreekt van duizenden nieuwe klanten per maand.

Dat Zamro door kenners wordt genoemd als veelbelovende speler heeft er vooral mee te maken dat het begrijpt dat de inkopers van B2B-bedrijven een goede online ervaring eisen. “We zien dat de klantbehoefte anders is en verandert.” Dat is ook de voornaamste reden geweest om een zelfstandige onderneming te starten en niet een webwinkel te beginnen voor ERIKS zelf. Dat richt zich op de grootste industriële partijen. “Kleine en middelgrote bedrijven vertonen specifiek gedrag: ze zoeken online naar productcontent. De marktbenadering moet dus anders zijn. Je moet klanten echt begrijpen en een ervaring bieden die ze kennen van een bedrijf als Zalando.”

Homepage Zamro (tekst loopt door aan onderzijde)

‘Meer dan in B2C telt guided selling’

In een relatief kort tijdsbestek van enkele maanden is onder leiding van CTO Tim Noordhoek een platform ontwikkeld. Een combinatie van Intershop en maatwerk modules. In de aanloop er naartoe is met name heel veel onderzoek gedaan naar de klant, vertelt Cuypers. “Wie kopen deze producten en wat voor een aankoopproces verwachten zij? Daaruit bleek onder meer dat we te maken hebben met meerdere persona’s. Bij het ene bedrijf is de eigenaar zelf technisch geschoold en koopt zijn eigen producten in. In andere gevallen wordt dit voor hem gedaan. Je moet dus laten zien de specialist zelf te begrijpen en iemand kunnen adviseren. Soms is dat een administratief medewerker die met wat aanwijzingen op pad is gestuurd.”

Het succes van een “one-stop shop” als Zamro staat en valt dus bij de content en klantbenadering. Een techneut wil heel snel zeker weten dat hij het juiste product heeft geselecteerd. Een machine met deze kenmerken is kapot. Is dit het onderdeel dat ik zoek? “Die vraag beantwoord je vooral door content te bieden en het zoeken te vergemakkelijken. Content over de kwaliteit en technische kenmerken. En je moet al vroegtijdig filters bieden. Meer nog dan in B2C gaat het om ‘guided selling’. In de toekomst willen we daarom nog meer pro-actief vragen stellen om bezoekers door de site te begeleiden.”

Menselijk contact via een live chat blijkt daarin erg belangrijk. Dat wordt al tijdens het aankoopproces relatief veel gebruikt, zegt Cuypers. Dat is kostbaar – en op termijn best aan te vullen met chatbots – maar nu een belangrijke investering. “Klanten moeten er gewoon zeker van zijn dat iets in een machine past. Meestal liever nu dan morgen. Daarom hebben we de openingstijden van onze support verruimd tot in de avonduren. Je ziet dat dit leidt tot loyaliteit. Iedere maand neemt de gemiddelde orderwaarde weer toe. Vertrouwen leidt tot kopen.”

Anders dan weleens wordt aangenomen is de B2B-inkoper erg digitaal. “De B2B-markt alleen maar conservatief? Al meer dan een derde van onze bestellingen wordt mobiel geplaatst”, reageert hij. “Ondernemers en monteurs zijn onderweg. Die hebben geen tijd om de hele dag achter een computer te zitten.” Een responsive design is wat hem betreft dus wel het minste dat je kunt doen. De mobiele gebruikerservaring moet geoptimaliseerd zijn. “Het gaat erom dat je de productdata op een manier toont die bij het gekozen apparaat past.”

Laagdrempeligheid en gemak zijn leidend. In de ontwikkeling en continue optimalisatie. Zo bleek uit onderzoek en de eerste ervaringen dat de persoon die op locatie bestelt lang niet altijd diegene is die de factuur betaalt. Dan kun je zoals veel andere B2B-bedrijven uitsluitend met offertesystemen werken, maar dat is volgens Cuypers geen sluitende oplossing voor die behoeftegedreven koop. De optie om op rekening te betalen of het aanbieden van een eenvoudige autorisatieflow is dat wel.

‘Gekozen voor middenweg: iets minder data, wel transparant’

Opvallend aan Zamro’s platform is dat bestellingen ook zonder account zijn te plaatsen. Voor veel zakelijke ondernemingen is dit nu juist een enorme kracht: het is immers veel makkelijker data verzamelen van een gebruiker die is ingelogd. Cuypers ziet het vooral als middel om de transparantie weg te nemen. Gebruikers worden direct in een prijsstaffel geplaatst en hebben geen idee wat anderen voor dezelfde producten betalen.

“We hebben gekozen voor een middenweg. Iets minder data, alleen cookies en orderdata, maar met genoeg diepte om de content op termijn te kunnen personaliseren.” Een ‘datawarehouse’ en ERP wordt nu gebouwd, vertelt hij. Dat moet bijvoorbeeld leiden tot gepersonaliseerde zoekresultaten op de site. Een gebruikersaccount moet dan vooral loyaliteitsvoordelen of extra bestelgemak bieden. “Tijdens de acquisitie zijn we open en transparant.”

Met de livegang in Duitsland verwacht Cuypers dit jaar exponentiële groeicijfers neer te zetten. De populariteit van Amazon Business geeft wat hem betreft wel het momentum aan. “De markt trekt nu aan. Het doel is niet om maar zo snel mogelijk overal vlaggetjes te planten. Het opzetten van de eigen logistieke keten is het belangrijkste. In de tweede helft van 2017 gaan we nadenken over nieuwe landen. Uiteindelijk moet Zamro echt een Europese speler zijn.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Opnieuw poging tot beursgang bij HelloFresh

Posted 29 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

HelloFresh zou een tweede poging willen wagen om het bedrijf aan de beurs genoteerd te krijgen. Daartoe is een aantal zakenbanken gevraagd om het proces te begeleiden.

Persbureau Reuters hoort uit meerdere bronnen dat HelloFresh de banken Morgan Stanley, JPMorgan en Deutsche Bank heeft ingeschakeld.

In de zomer van 2015 was ook al sprake van een beursgang van de verkoper van maaltijddozen. Dat ging niet door. Volgens de ene lezing omdat de CEO van grootaandeelhouder Rocket Internet de waardering niet goed vond, volgens de andere lezing omdat de markt te onrustig was.

Of deze beursgang wel doorgaat, hangt in ieder geval af van hoe goed de beursgang van zusterbedrijf Delivery Hero gaat. Naar verluidt zou de grootste concurrent van Takeaway.com nog voor de zomervakantie een notering kunnen krijgen. HelloFresh niet.

HelloFresh zag de omzet in 2016 verdubbelen tot 597 miljoen euro. Het aantal actieve klanten steeg met 38 procent tot 857 duizend Europeanen en (wat) Amerikanen.

Foto: Marc Smith (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Social Clone Wars: kopiëren om te overleven

Posted 27 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ongeveer alles waarmee Snapchat zich tot voor kort onderscheidde, is inmiddels door rivaal Facebook onder een carbonnetje gelegd. En ook andere media kopiëren er lustig op los. Wat betekent dit voor het socialmedialandschap? En what’s next?

Toen de Facebook-dochter in 2016 Stories van Snap kopieerde – zelfs de naam werd overgenomen – vond Instagram-topman Kevin Systrom het helemaal geen punt om dat ruiterlijk toe te geven. Zij het wel met een belangrijke nuance: “Dit gaat niet over wie wat heeft uitgevonden. Dit gaat over een format waar je je eigen draai aan geeft. Facebook ontwikkelde de tijdlijn, en LinkedIn deed dat ook.”

Instagram heeft nog net de moeite genomen de volgorde van wat icoontjes te wisselen, maar dat is het dan ook wel, schamperde techblog Mashable. Snapchat-fans spraken zelfs over ‘Snapstagram’. Maar Systrom zat er niet mee. Kopiëren is alomtegenwoordig in de techsector, meent hij. De filters van Instagram zijn immers ook schaamteloos gekopieerd.

Wat velen als een daad van oorlog zagen, is achteraf een geniale zet gebleken. Binnen vijf maanden steeg namelijk het aantal dagelijkse gebruikers van Stories naar honderdvijftig miljoen. Het zou ook de reden zijn dat de groei van Snapchat het afgelopen half jaar is vertraagd. Volgens TechCrunch wordt Snapchat Stories zelfs vijftien tot veertig procent minder bekeken dan voor de introductie door Instagram. Want waarom zou je Snapchat nog willen gebruiken als je met Instagram precies hetzelfde kunt?

Wraak
Leentjebuur spelen viert momenteel hoogtij in de sociale media, al is het verschijnsel niet nieuw. Toen Twitter de hashtag introduceerde, deden Facebook, Instagram en andere platforms dat ook. LinkedIn nam elementen van Facebook over en daar is het dan ook sterk op gaan lijken. Nog verder terug: twintig jaar geleden kopieerde Microsoft met Windows 95 al de gebruikersomgeving van Apples MacOS.

Op dit moment wordt de kopieerdrift vooral bepaald door de angst om gebruikers kwijt te raken. Nu sociale platforms zich steeds meer ontwikkelen tot multifunctionele omgevingen waarin je nagenoeg alles kunt doen – van shoppen tot bankieren – is het zaak om gebruikers binnen de muren te houden.

Toch valt het kopieergedrag van Facebook nog het meest op, omdat het Snapchat aan de lopende band kopieert. Niet alleen met Instagram, maar ook met Facebook Messenger en WhatsApp. Het is alsof topman Mark Zuckerberg alsnog wraak wil nemen op Snap-CEO Evan Spiegel, die enkele jaren terug een bod van Facebook hooghartig afsloeg.

Eind 2012 kreeg Spiegel, destijds amper 23 jaar oud, een uitnodiging van Zuckerberg om eens kennis te komen maken op het hoofdkwartier in Silicon Valley. Spiegel antwoordde dat Zuckerberg maar naar Los Angeles moest komen, waar Snapchat kantoor houdt. Daar schudden Spiegel, Snapchat-medeoprichter Bobby Murphy en Zuckerberg elkaar uiteindelijk de hand.

Facebook stond op het punt een eigen variant van Snapchat te lanceren onder de naam Poke, onthulde Zuckerberg, toch vooral bedoeld om met Snapchat in gesprek te komen. Maar Spiegel zag het als een regelrechte aanval. Terug in zijn kantoor bestelde hij direct een boek voor zijn werknemers, Sun Tzu’s: The Art of War. Spiegel was zelfs zo boos over de komst van de kloon dat hij zich direct uitschreef bij Facebook.

Poke werd echter een regelrechte flop. En dus kwam Zuckerberg met een opmerkelijk vredesvoorstel: hij bood drie miljard dollar voor Snapchat, een bod dat een normaal mens moeilijk zou kunnen weigeren. Maar wederom werd de Facebook-topman de deur gewezen. Zomer 2014 was duidelijk dat ook de nieuwe Snap-kloon Slingshot van Facebook het niet zou gaan redden. Zowel Poke als Slingshot werden geruisloos uit de appwinkels verwijderd.

Vorig jaar werd bekend dat Facebook ook nog heeft geprobeerd het Zuid-Koreaanse Snow te kopen. Op het eerste gezicht lijkt de gebruikersomgeving van deze app een regelrechte kopie van Snapchat. Buiten Azië heeft Snow echter nog nergens voet aan de grond weten te krijgen.

Camerabril
Achteraf blijken al deze pogingen om Snapchat af te troeven voor niets te zijn geweest. Alle kenmerken die Snapchat voorheen uniek maakten, zijn in Instagram terechtgekomen. “Dat hebben ze best knap gedaan”, vertelde voormalig Twitter-directeur Marc de Vries onlangs op The Social Conference in Amsterdam. Al moest hij toegeven dat het onderscheidende vermogen van de platforms hierdoor wel verdwijnt.

Sterker nog: de trend om elkaar te kopiëren, lijkt de ontwikkeling van nieuwe sociale platforms tegen te houden. Na Snapchat is er geen nieuwe sociale app van betekenis meer opgekomen.

Snap kan vooralsnog weinig ondernemen tegen copycats. Fast Company haalde vorig jaar jurist Arti Rai (Duke University) aan die zegt dat zolang de uitvoering van een idee verschillend is, daar weinig tegen is te doen. Een concept als Stories kun je niet patenteren, tenzij de onderliggende broncode zou zijn overgenomen.

Dat is bijzonder slecht nieuws voor Snap, dat onlangs met veel bombarie naar de beurs ging. Want Snap is niet zeker van zijn toekomst, zo geeft ook Spiegel toe. De nadruk die het platform op hardware is gaan leggen – via de verkoop van camerabrillen – is niet zonder risico. Om accessoires te verkopen, moet je toch een stevig basisproduct hebben. En aan de poten van dat product wordt aan alle kanten flink gezaagd.

Dat is zelfs meetbaar. De groei van Snapchat neemt de laatste maanden in Nederland en ook daarbuiten in rap tempo af. Niet alleen zakt het aantal nieuwe installaties op mobiele telefoons weg, ook het gebruik onder jongeren neemt af, zo blijkt uit het meest recente Dutch Apps Market-rapport van Telecompaper.

Het aantal installaties van Snapchat groeide in november 2016 nog met 67 procent ten opzichte van een jaar eerder. In december was dit veertig procent en afgelopen januari liet nog een stijging van twintig procent zien ten opzichte van een jaar ervoor.

Segmentatieslag
Behalve Snapchat heeft ook Instagram te maken met een sterk leeftijdsgerelateerde populariteit. Al lijkt de Facebook-dochter beter in staat om dertigers en veertigers aan zich te binden. WhatsApp is onder alle leeftijdsgroepen ongeveer even populair.

Leeftijd en niet functies lijken dus de keuze van de sociale apps te gaan bepalen. Luuk de Haardt, die crossmediale marketingcampagnes voor RTL heeft bedacht, haalt Amerikaanse onderzoeken aan waaruit blijkt dat jongeren Snapchat drie keer eerder dan Facebook openen en twee keer eerder dan Instagram.

Instagram groeide van 2,1 in 2016 naar 3,2 miljoen Nederlanders in 2017. Er is qua leeftijd flink wat overlap met Snapchat: 66 procent van de gebruikers in de leeftijd van 15 tot 19 jaar gebruikt Instagram. Maar Instagram bereikt meer een iets oudere doelgroep (20 tot 39 jaar) dan Snapchat.
Demografie is ook wat Instagram onderscheidt van bijvoorbeeld Pinterest. Instagram volgt met Instagram Shopping de koopbare pins van Pinterest. Gebruikers kunnen producten die zij op foto’s zien meteen bestellen. De leeftijd van de gemiddelde Pinterest-gebruiker ligt echter flink hoger.

De toenemende vergrijzing hoeft overigens voor Facebook zelf nog niet eens zo negatief uit te pakken. Nu zijn in Nederland nog alle leeftijden bij Facebook goed vertegenwoordigd, maar de doelgroep lijkt steeds ouder te worden. Voor adverteerders liggen hier juist kansen. En dus ook voor Facebook zelf.

Het geringe onderscheid tussen de platforms zou daarmee best eens tijdelijk kunnen zijn. In plaats van elkaar schaamteloos te kopiëren, zouden de platforms moeten kijken aan welke functies doelgroepen de voorkeur geven. Oudere Facebook-gebruikers zitten wellicht niet te wachten op schreeuwerige filters, terwijl jongeren dat juist wel willen.

De Social Clone Wars eindigen dus wellicht in een segmentatieslag, waarbij veel meer de wetmatigheden gelden die we van traditionele media kennen: Snapchat, Facebook en Instagram zullen zich steeds meer profileren als ‘doelgroepzenders’.

Een overzicht van gekloonde features:

Live Masks
Najaar 2016 kondigde Facebook selfiefilters voor livevideo aan. De filters, die het platform Live Masks noemt, maken gebruik van augmented reality om je gezicht te veranderen in bijvoorbeeld een schedel of pompoen. Het is een kopie van Lenses van Snapchat. De technologie komt overigens van de app MSQRD die Facebook eerder overnam.

Mark Zuckerbergs bedrijf heeft Facebook Stories inmiddels uitgerold voor zijn mobiele apps. Door op een camera-icoon te drukken, kunnen gebruikers foto’s en video’s in een tijdlijn zetten. En versieren met tekst, tekeningen, stickers en filters. Ze verdwijnen na 24 uur.

Messenger Day
Is een Snapchat-alternatief waarmee je gemakkelijk foto’s en video’s deelt. De foto’s zijn 24 uur zichtbaar voor al je vrienden en andere contacten. Je kunt ook filters, stickers of andere versieringen toevoegen. Dat Facebook Messenger Day als eerste in Polen is getest, is waarschijnlijk geen toeval. Daar kennen ze Snapchat nauwelijks.

Clips
Apple zat een beetje met de handen in het haar. Vergeleken met hippe chatapps als Line, WeChat en Facebook Messenger had iMessage lange tijd maar weinig spannends te bieden. En dus lanceerde Apple naast stickers en effecten ook iMessage-apps. Ontwikkelaars kunnen mini-apps maken die de chatervaring moeten verrijken. Er zijn inmiddels bijna vijfduizend varianten beschikbaar. De populariteit daarvan loopt echter sterk terug. Dat is niet verwonderlijk: iMessage is alleen te gebruiken op Apple-hardware.

Ook Apple heeft zich recentelijk laten inspireren door Snapchat. Zo verscheen begin april de gratis videoapp Clips. Waarin je naast filters spraakballonnen en geanimeerde posters kunt maken. Evenals emoji’s toevoegen. Het wachten is op integratie met FaceTime of iMessage. Vooralsnog is het echter een losse applicatie.

Instagram
In augustus 2016 lanceerde Instagram lanceerde zijn verhalenfunctie Stories. Je kunt er een serie foto’s mee samenvoegen tot een album, of liever gezegd tot een verhaal. Tekenen op de afbeeldingen kan ook, net zoals dat in Snapchat het geval is. En evenals bij Snapchat verdwijnen de verhalen na 24 uur.

De volgende stap volgde in februari van dit jaar, met geostickers. Ook regelrecht afgekeken van Snapchat. Het zijn stickers (grappige plaatjes) die je in Instagram Stories kunt gebruiken op basis van je locatie.

Ook zijn in berichten dienst Direct verdwijnende berichten geïntegreerd. Inderdaad net als bij Snapchat.

Met het van Pinterest afgekeken Instagram Shopping kunnen retailers op hun beurt berichten plaatsen met een tap to view-knop in de linkerbenedenhoek van een foto. Wanneer de gebruiker daarop drukt, ziet hij wat het product kost en hoe hij het kan bestellen.

Medium
Het jaar begon niet best voor het bedrijf achter verhalenapp Medium. Kort na de jaarwisseling maakte CEO Ev Williams, medeoprichter van Twitter, bekend dat hij vijftig werknemers op straat zou zetten, tegelijk met sluiting van de kantoren in New York en Washington D.C. Medium houdt het midden tussen Twitter en een blog als WordPress: deelnemers kunnen er korte of langere verhalen delen. Begin maart lanceerde Medium al Series, dat sprekend lijkt op Stories van Snap. Gebruikers kunnen snippets met tekst en foto’s publiceren en die al swipend consumeren. Het grote verschil met Snapchat: de verhalen verdwijnen niet na 24 uur.

Teams
Ook in de zakelijke sfeer wordt er flink gekopieerd. Slack had het rijk voor teamsoftware grotendeels voor zich alleen, maar zelden is een concept zo goed gekopieerd als door Microsoft. Die rolde onlangs in 181 landen Teams uit, waaronder in de Benelux. Ook deze dienst stelt medewerkers van bedrijven in staat om via meerdere kanalen met elkaar te communiceren, waaronder via videochat.

Gebruikers met een Office 365-abonnement hebben toegang tot Teams. Dat zijn er gelijk al zo’n 85 miljoen. Ter vergelijking: Slack heeft er 6,8 miljoen. Het grote voordeel is de integratie met Office en andere Microsoft-diensten. Meer dan honderdvijftig integraties zijn al beschikbaar, onder andere voor SAP, Trello en ModuleQ.

Reddit
Wil meer op Facebook gaan lijken. Bij het nog altijd zeer lelijk ogende sociale nieuwsforum kunnen gebruikers binnenkort profielen maken, waardoor niet alleen onderwerpen, maar ook auteurs met bepaalde interesses zijn te volgen. Waarbij leden interessante berichten ook op hun eigen pagina kunnen plaatsen.

Op het congres SXSW in Texas gaf medeoprichter Alexis Ohanian toe dat Reddit tot nu toe te weinig heeft gedaan om nieuwe gebruikers te faciliteren. Ook hebben gebruikers moeite om berichten in de verschillende categorieën te plaatsen, daarvan zijn er te veel, elk met eigen regeltjes. Of Reddit een echte Facebook-kloon wordt, blijft afwachten.

WhatsApp
Ook in WhatsApp kunnen gebruikers sinds begin dit jaar foto’s en filmpjes delen die na vierentwintig uur verdwijnen. Net als bij Instagram Stories en Snapchat dus. Niet alle gebruikers zaten daarop te wachten. Het vervangt de oude WhatsApp Status, ooit een zinnetje onder de gebruikersnaam waarin je kon laten weten dat je niet beschikbaar bent. WhatsApp voert de oude Status-versie daarom opnieuw in. En behoudt ook de nieuwe variant.

Secret Chats
Belapps kijken ook naar Snapchat. Neem Viber, onderdeel van het Japanse internetbedrijf Rakuten, dat met zo’n achthonderd miljoen gebruikers vooral populair is in Oost-Europa, Noord-Afrika en Azië. Ook deze app krijgt berichten die na verloop van tijd automatisch verdwijnen, Secret Chats genaamd. Net als bij Snapchat zijn er tientallen stickers om over beelden heen te plakken. En kunnen gebruikers tekeningen toevoegen, waarbij de kwastdikte dunner of dikker te maken is. Een detail waar ook Snap zich onlangs op richtte.

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#158).

Foto: mellamokat (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Europese internetreclame naar 42 miljard (+12%)

Posted 23 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Adverteerders gaven in 2016 42 miljard euro uit aan online reclame. De groei wordt met name veroorzaakt door meer uitgaven aan mobiele display en mobiele search.

Bestedingen aan het mobiele kanaal groeiden in 2016 met meer dan vijftig procent, zo laten nieuwe cijfers van IAB Europe zien. Marktonderzoeker Daniel Knapp van IHS Markit publiceerde die zojuist op IAB Europes jaarcongres Interact, dit jaar gehouden in Amsterdam.

De twee grootste markten, Duitsland en Engeland, zijn samen goed voor de helft van de totale online mediabestedingen. Het Verenigd Koninkrijk is veruit de grootste markt, volgens kenners ook de meest vooruitstrevende, wat zich laat vertalen naar een totaal van online budgetten van 14,2 miljard euro. In Duitsland eindigde de teller eind 2016 op 5,9 miljard.

Nederland staat op de zesde plek. De zak digitaal reclamegeld was hier 1,7 miljard euro. Dat werd vorige maand al bekendgemaakt. De markten in Italië (2,3 miljard euro), Frankrijk (2,6 miljard) en Rusland (4,2 miljard) zijn groter dan Nederland.

De online reclamemarkt in Europa is in de afgelopen zes jaar verdubbeld, zo laten IAB Europes cijfers zien.

Foto: Per Gosche (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Campagnepanel: ‘Kloon-campagne van Instagram Stories’

Posted 23 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

In het campagnepanel beoordelen drie deskundigen een campagne. Dit keer de eerste internationale on- en offline campagne van Instagram Stories.

Site: Instagram
Klant: Instagram
Bureau: W + K Amsterdam
Gebruikte media: Out-of-home installaties, PR en Instagram.
Doel van de campagne: Inspiratie, activatie en – al zeggen ze dat niet hardop – onder de duiven van Snapchat schieten.

Omschrijving

Facebook is begin deze maand zijn eerste mondiale campagne voor Instagram Stories begonnen. Het thema van de campagne is ‘Stories Are Everywhere’. De campagne draait out-of-home in Keulen, Milaan en Philadelphia en natuurlijk op het web en mobiel. Behalve foto’s zitten er ook vijftien seconden durende filmpjes in. Uiteindelijk moeten er 20 à 25 filmpjes zijn verschijnen. Naast eindgebruikers richt de campagne zich indirect ook op adverteerders. Zij hebben immers sinds januari dit jaar de mogelijkheid om reclameboodschappen in Stories te nestelen.

Panelleden

Patric Kint
Managing partner
Your Social

“De campagne bestaat vooral uit het laten zien wat kan met Instagram. Het element activatie mis ik hier volledig. Geen hashtag (voor een Instagram-campagne nota bene!) en geen duidelijk mechanisme dat daadwerkelijk prikkelt om iets te doen, zoals een app downloaden of nieuwe functies uitproberen. En juist zulke tools willen ze sterk naar voren brengen. Het is duidelijk dat Instagram Snapchat kopieert wat functionaliteiten betreft. Snap zal hier heus enige pijn van voelen. Cijfers tonen echter aan dat gebruikers Instagram Stories náást Snap gebruiken en niet in plaats van. Ze echt overhalen om naar Stories te gaan en Snapchat te verlaten, gebeurt dus vooralsnog niet. Deze campagne zal daar naar mijn idee ook geen verandering in brengen. Daar is een stuk meer creativiteit voor nodig.”

cijfer: 6

Robert Withagen
Medeoprichter
Dorst & Lesser

“Ik ben erg te spreken over deze campagne. De pay-off en uitingen spreken de taal van de doelgroep en benadrukken op een laagdrempelige manier de fun van Instagram Stories. Instagram zet zich hiermee sterk neer richting de doelgroep. Daarnaast inspireert het met creatieve content op elk moment van de dag. Dit is ook waar wij zien dat Stories echt voor wordt gebruikt. Het draait er minder om het perfecte plaatje dan in je Instagramfeed. Je kunt met Instagram Stories juist heel creatief met stickers en andere functies werken. We maken foto’s en video’s om te communiceren met elkaar, niet alleen om het vast te leggen als herinnering. Wel ontbreekt de call-to-action. Eigenlijk vind ik dat niet erg, maar het is zo wel lastig resultaten meten.”

cijfer: 8 

Seb van Deursen
Creative director
Zicht online

“Het is overduidelijk dat Instagram Stories een schaamteloze kloon van Snapchat is. En ook de niet zo bijstervol creatieve campagne met diverse vijftien seconden durende komische en vrolijke animaties had net zo goed van Snapchat kunnen zijn. Er is Instagram blijkbaar alles aan gelegen om marktaandeel van de concurrent af te snoepen. En het lijkt ze te gaan lukken ook. Inmiddels heeft Instagram Snapchat namelijk al ingehaald wat betreft aantal gebruikers. In de video’s van de campagne spelen vrolijke jongeren de hoofdrol. Toevallig is dit ook de core usergroup van Snapchat. Met deze nieuwe campagne loopt Instagram zo wel het risico dat het haar trouwe doelgroep van oorspronkelijke gebruikers verder van zich vervreemdt. Deze doelgroep heeft namelijk niet voor niks Snapchat als ‘sociaal medium voor tieners’ links laten liggen.”

cijfer: 6

*) Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#158).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe Jeany Ngo mijn TNW Conference redde   

Posted 22 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Op 18 en 19 mei barstte het festival van The Next Web weer los in Amsterdam. Meer dan 12.000 techies and digital hippies buitelend over elkaar heen om de laatste insights van thought leaders te horen en een glimp op te vangen van de rocksterren van de nieuwe economie. Ik keek er naar uit. Al nam ik me voor om de mainstream wat te ontwijken en op zoek te gaan naar de hidden gems onder de sprekers. Dit artikel is geen bash van TNW Conference. Een sarcastische zwijm kan echter zeker ervaren worden. Het is een pure afspiegeling van mijn ervaring van het festival van The Next Web. Neem het vooral met een korrel zout.

Na een hete busrit vanaf het CS en de klamme wandeling die daarop volgde, schrokken mijn collega en ik enigszins van de hordes mensen die in de rij stonden te wachten om een cashless payment bandje op te halen met daarbij de welbekende plastic dogtag met onze naam. De medewerkers in de twaalf cabins op een rij voorzagen de meute van de gewenste toegangspapieren.

Naast ons in de rij steeg een kekke drone op die iemand voorzag van een selfie. Druk appende en serieus kijkende captains of industry maakte zich klaar voor het feest van het jaar. Na de wat klungelige entree met dito gang naar locatie De Gashouder wordt duidelijk waarom dit ook de ook alweer hét tech-event is van het jaar. De ambiance op de mainstage is fenomenaal. De goede vibe is voelbaar bij het publiek als de eerste video wordt ingestart en de discobol zijn draaiende werk doet aan het plafond.

Boris en Pep trappen af met de bekende toiletrolgrapjes (tweet @boris als het wc-papier op is) en gejuich valt hen ten deel. Het feest kan beginnen, terwijl 100-en mensen nog buiten in de rij staan te wachten op hun persoonlijke pols. Hadden ze er maar eerder moeten zijn.

Gezocht: relevantie en menselijkheid

Het thema dat ik voor mezelf had opgebouwd voor de twee dagen was ‘relevantie en menselijkheid’. Na mijn vorige bezoek aan TNW in 2015 bekroop me het gevoel dat we wel erg hard gaan. Alles moest mooier, groter, duurder en sneller. Hoe spannender de termen, hoe beter. Ik had daar als dromerige dorpeling wat moeite mee en hoopte deze editie wat meer menselijkheid op te merken. Iemand mag toch blijven dromen nietwaar?

Amber Chase trapte voor mij af onder de titel ‘Calm Technology’, vernoemd naar haar gelijknamige boek. Het bleek gelijk een schot in de roos; “We need to have smarter people, not smarter technology”. Amber is duidelijk een intelligente dame met veel podium-ervaring. Als onderzoekster had ze een krachtig verhaal opgetuigd, maar hoe werkt haar overtuiging in de praktijk?

Met die vragende gedachte verlaat ik het hoofdpodium en inmiddels wordt duidelijk hoe druk het is op het terrein als de Gashouder leegloopt en iedereen zijn plekje probeert te bemachtigen in de rij voor koffie. Het is tenslotte al 11:00 uur. De beoogde horeca-efficiëntie legt het af tegen de klapperende cafeïne-instincten in de late ochtend.

Het uitgestippelde praatjes-plan is door de oponthoud binnen no-time in duigen gevallen en nieuwe plannen worden gesmeed. In mijn ooghoek zie ik nog net Mark Randall (VP of Creativity Adobe) over zijn Kickboxsuccesverhaal vertellen. Zag ik dit zelfde verhaal niet twee jaar geleden ook al?

De derde talk waar we aansluiten is in het Transformatorhuis. Het is niet zozeer een presentatie, maar een paneldiscussie. En een interessante. Wytze de Haan (Director Conference van TNW), Tracy Chou (Software Engineer at Large), Y-vonne Hutchinson (Founder of Ready Set) en moderator Janneke Niessen (Co-founder Improve Digital) praten over het thema ‘diversiteit’ en een ‘inclusive culture’ binnen je bedrijf.

Een bijzonder interessant gesprek waar logischerwijs geen duidelijk antwoord op geformuleerd kon worden. Ze concluderen wel dat diversiteit binnen digital teams lastig blijft in een witte mannelijke wereld. De vrouwen in het panel benadrukken vooral dat ze niet de excuus-vrouw willen zijn in een sprekers-line-up of binnen een team.

Het zette mij zelf aan het denken over de rol van internationalisering binnen het onderwijs. De kracht die daarvan uit gaat. En in hoeverre we die voldoende benutten. In een globaliserende wereld gaat het er niet alleen over dat je met mensen met verschillende culturele achtergronden kan samenwerken, maar vooral dat je open staat voor verschillende interculturele invalshoeken. Dat je inziet dat andere meningen en andere visies essentieel zijn om zelf te kunnen groeien. En omdat de kans groot is, dat als jij voor een tech-bedrijf werkt, je producten gebruikt worden door mensen van over de hele wereld.

Nir Eyal, hoogtepunt van dag 1

Na vele omzwervingen over het terrein, een fijne workshop Design Thinking van The New School’s Parson School of Design en een aantal talks die naar mijn mening niet in het programma opgenomen hadden hoeven worden gezien de inhoudelijke relevantie, eindigde ik de eerste dag bij Nir Eyal, schrijver van het book ‘Hooked’. Dit was voor mij wel het hoogtepunt van de dag.

Nir durfde het aan, als één van de weinigen, om de ethische kwesties aangaande verslaving van digitale middelen kritisch aan de kaak te stellen. Zo stelt hij Facebook hardop de vraag waarom zij niks doen aan verslaving van hun applicatie bij jongeren. Waar het bij bijvoorbeeld alcoholisme moeilijk is te achterhalen of iemand aan het afglijden is, kan Facebook eenvoudig zien welke gebruikers er verslavings-typerende scroll-activiteiten op nahouden.

Waarom is het zo moeilijk voor Facebook om hen een berichtje te sturen met de boodschap ‘we zien dat je ons platform bovengemiddeld en mogelijk ongezond veel gebruikt. Kunnen we je helpen?’ vraagt Nir zich af.

Daarnaast plaatst hij vraagtekens bij platformen als Slack die ons in staat stellen 24/7 met collega’s in contact te staan, terwijl ze op kantoor bij Slack promoten dat iedereen na het harde werken naar huis gaat en vooral niet meer werk bezig moet zijn tot ze weer op kantoor komen.

Het zijn de gedachtensprongen van Nir die me veel energie geven, maar tevens ook een beetje bang maken. Willen deze invloedrijke bedrijven geen ethisch beleid voeren? Of gaat het echt alleen om business? Ik zie iedere week op onze academie hoe media onze jonge generatie in de greep houden. En mijzelf ook. In deze attentie-economie waarbij vernuftig geschreeuwd wordt om aandacht via notificaties, haptic touches en UX-sounds, wordt een simpel gesprek een schaars goed. Het leek erop of Nir zijn nieuwe boek ‘Getting De-Hooked’ aan het pitchen was met zijn verhaal, dus ik zie uit naar dat boek.

Dag twee begon met een valse start. Namen hoeven niet genoemd te worden, maar op een festival zoals TNW, met volgens mij toch een redelijk ervaren tech-doelgroep als publiek, kunnen sommige sprekers zich wel afvragen of hun talk werkelijk een plaats moest hebben op dit podium.

Enfin, ik ging op zoek naar een nieuw ankerpunt voor de dag en vond deze bij Arash Aazami, founder van Kamangir. Arash wist tussen al het geweld van AI’s, Big Data, Cyborgs, Seed-millions, VR’s en Influencers een menselijk verhaal neer te zetten waarbij hij in staat was om ons echt even na te laten denken.

Ik besef dat ik een aanname doe omdat ik voor meerdere mensen spreek, maar bij de menselijke verhalen van Arash, Chase Jarvis (creativity over technology), Kodi Foster (ga niet blind voor de data-bubbel), Luuc Elzinga (kom eens achter je scrumboard vandaan en ga nou in godsnaam eens naar buiten om in gesprek te gaan met je klant) leek er een soort zucht van rust in de zaal te komen. Het applaus was net wat warmer. Mensen bleven zitten tot het einde van deze verhalen.

Ik dacht op te merken dat mensen het fijn vonden om eerlijke, emotionele verhalen te horen tussen al de business-bombardementen en tech-term-bingo’s. Zijn we tech-moe? Of ben ik dat vooral zelf? De waarheid zal ongetwijfeld ergens in het midden liggen.

Jeany Ngo, hoogtepunt dag 2

Al mijn gedachten kwamen tot een soort concluderend hoogtepunt bij het verhaal van Jeany Ngo, designer bij AirBnB. Een ietwat kleine en tengere dame die vol-nerveus het podium op kwam. Ze vertelde dat degene die haar mailde met het verzoek om te komen spreken op TNW het wel mis moest hebben. Ze hadden waarschijnlijk de verkeerde persoon gemaild.

Met een stotterende stem verzamelde Jeany vervolgens de moed om bij de venue-crew aan te geven dat haar notes niet op het scherm waren te lezen. En die had ze toch wel echt nodig. Het publiek gaf haar de mentale support die ze nodig had met wat verse cheers. De notes verschenen op haar scherm en nadat ze een gat in de lucht was gesprongen ontving ze het spontane applaus als een warme deken.

Haar presentatie was visueel gezien ongeëvenaard. Prachtige slides met super strakke visuals. Maar daarmee won ze niet mijn hart. Haar verhaal ging over de ‘imposter’ die ieder in zich heeft. Jeany heeft als designer niet de beste papieren qua onderwijs, ze wordt onzeker door de zwaargewichten waarmee ze samenwerkt en voelt de druk van haar werkzaamheden omdat het gaat over zaken die miljoenen mensen gebruiken.

Ze houdt een bepaald imago hoog, waarvan ze het gevoel heeft dat ze het niet verdient. Ze voelt zichzelf een imposter. En ze vraagt zich af wanneer ze ontmaskerd gaat worden. Voor haar gevoel kan dat op ieder moment gebeuren. Ze neemt ons mee in een eerlijk en persoonlijk verhaal en soms maakt ze een gevoelig uitstapje naar haar toehoorders door te zinspelen op het feit dat we allemaal een imposter in ons hebben.

Wanneer wordt jij ontmaskerd? Wanneer wordt jouw ware aard zichtbaar? Wanneer blijkt dat niet je ambitie en doorzettingsvermogen, maar je onzekerheid ervoor zorgt dat je 80 uur per week werkt? Wanneer blijkt dat die universitaire studie waar jij je bestaansrecht aan ontleent bij je collega’s, je toentertijd wel bijna een burn-out heeft bezorgd?

Of wanneer komt uit dat jij je start-up eigenlijk helemaal niet bent begonnen om de wereld mooier te maken, maar is geld je drijfveer…ik vul het even in voor Jeany, maar ik kan me voorstellen dat ze dit soort interne imposter-kwesties bedoelde. Natuurlijk vulde ik dit ook voor mijzelf in. Wat maakt nou dat ik relevant ben voor mijn studenten? Volgens mij nam iedereen in de zaal even de tijd om een soort innerlijk mentaal gesprekje te voeren.

Jeany maakte vervolgens de ommezwaai naar het omarmen van je imposter. Het kwetsbaar op durven stellen van je zijn. Dat je durft te zien wie je bent en dat je hier ook naar durft te handelen. Dat je hiermee eerlijk kan zijn naar jezelf en daarmee nog krachtiger kan worden. En dat andere mensen jou beter kunnen begrijpen en je daarmee een sociale context creëert die je verder kan brengen.

Soms is het ook niet erg dat je het even niet meer weet. Of dat het allemaal even teveel wordt. Dat jouw imposter op het punt staat ontmaskerd te worden. Jeany sloot haar verhaal af en een fijn applaus was haar cadeau. Ik besloot dat ik als een ware groupie een selfie (sorry voor de slechte kwaliteit) wilde maken met Jeany en ik schoof naar voren. Nadat ik de foto had genomen en een hoogst ongemakkelijke small-talk had gevoerd liep ik weg en hoorde ik haar tegen haar entourage zeggen “now, let’s have a drink”. De druk was van de ketel.

Tot slot

Ik begon aan dit artikel met de gedachte dat ik veel meer frustraties op papier zou gaan zetten. Frustratie over de organisatorische struggles met de lange rijen, de wisselende tijdschema’s en de haperende horeca in combinatie met de soms inhoudelijk twijfelachtige talks en de, in mijn ogen onnodige, verheerlijking van technologie boven de relevantie.

Frustratie over het feit TNW conference mij niet heeft gefaciliteerd in de rust en ruimte om op een ordelijke manier inspiratie op te halen. Misschien waren mijn verwachtingen daarin te hoog en ben ik te dromerig. Misschien verwacht ik teveel van een industrie die het verschil maakt in de wereld. Misschien kunnen we het tij niet keren binnen het energie-probleem. Misschien is tech niet een mogelijk handvat van een meer eerlijke verdeling van welvaart op de wereld.

En misschien verlang ik teveel als ik zoek naar de relevantie van technology voor onze dagelijks leven en persoonlijke ontwikkeling. Maar als ik nu terug lees wat ik heb opgeschreven, dan kan ik eigenlijk toch wel concluderen dat TNW wel mijn doel heeft gediend. Dus dank TNW. Tot volgend jaar. Alleen dan wel vanachter mijn bureau op de live-stream.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Amerikaans e-commerce groeit 15 procent

Posted 22 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Amerikanen kochten in het eerste kwartaal van 2017 voor 98 miljard dollar aan producten en diensten bij webwinkels. Inmiddels is Online goed voor 12,8 procent van alle retailverkopen.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de US Commerce Department die vorige week verschenen.

Een jaar geleden boekten webwinkels een gezamenlijke omzet van 85 miljard dollar. Dat bedrag is dit jaar opgelopen met 14,8 procent.

Online winkels pikten weer anderhalf procentpunt handelsomzet af van de fysieke detailhandel.

Hoeveel e-commercehandel in de VS wordt gegenereerd en hoeveel daarbuiten, en uit welke landen, vertelt de overheid niet (PDF).

Foto: Erwin Soo (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tips voor het gebruik van duurzame (retour)verpakkingen

Posted 22 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dat Nederlanders voor de aankoop van producten steeds vaker de onlinewinkel weten te vinden, mag allang geen nieuws meer heten. Volgens de Thuiswinkel Markt Monitor passeerde het totale online bestede bedrag in 2016 zelfs de grens van 20 miljard euro. Nederlandse consumenten gaven daarmee 23 procent meer uit aan online aankopen dan in 2015.

Onlosmakelijk verbonden aan deze stijging is het belang van een duurzaam retourbeleid: want meer verkochte producten betekent in veel gevallen ook meer retourgezonden producten. Hoe kunnen producten het beste duurzaam geretourneerd worden en welke retourverpakkingen zijn daarvoor het meest geschikt? Ik geef graag enkele tips.

1.    Retourneren voorkomen

Een goed retourbeleid valt of staat met het zoveel mogelijk zien te voorkomen van retourzendingen. Niet alle geretourneerde producten kunnen nog eens verkocht worden en dat werkt verspilling in de hand. Bovendien gaat er een stijging van de CO2-uitstoot mee gemoeid, simpelweg omdat er nu twee ritten nodig zijn voor een product in plaats van één. Het is daarom raadzaam consumenten op voorhand te voorzien van goede productinformatie en -foto’s, zodat zij precies weten wat ze kunnen verwachten en het aantal retourzendingen flink kan worden teruggebracht.

Retailers kunnen bovendien – waar mogelijk – aanbieden eerst een proefmonster te versturen. Als consumenten dan niet tevreden zijn, hoeft er geen grote hoeveelheid van het product teruggestuurd te worden. Portieverpakkingen, proefmonsters of mini’s verpakt in flexibele verpakkingen, zoals stazakken of pouches, passen in de meeste gevallen door de brievenbus en voorkomen op deze manier niet alleen verspilling, maar zijn ook nog eens veel milieuvriendelijker dan de meeste andere verpakkingsvormen dankzij de geringe diktes.

Daarnaast is het raadzaam om schade aan de producten tijdens transport en ‘handling’ zoveel mogelijk te voorkomen. Retourzendingen als gevolg daarvan kunnen een grote kostenpost betekenen voor retailers. Daarom is het van belang dat zij hun producten verpakken in een goede, passende verzendverpakking die het product beschermt tijdens vervoer. Let bij het kiezen van bijvoorbeeld een verzenddoos niet alleen op het formaat, maar ook op de juiste golfkwaliteit. Kwetsbare zendingen kunnen het beste worden voorzien van een waarschuwingsetiket.

2.    Retourverpakkingen meezenden

Om te voorkomen dat producten onnodig beschadigen tijdens een retourzending is het aan te raden een retourverpakking mee te zenden. Je voorkomt dan dat consumenten zelf een retourverpakking in elkaar knutselen. Mocht een consument een product terug willen sturen, dan weet je als retailer tenminste zeker dat deze zo goed mogelijk beschermd wordt. Het nadeel is dat je met iedere verzending een retourverpakking moet meezenden. Voordeliger – en milieuvriendelijker – is om een verzendverpakking te gebruiken die tevens geschikt is voor hergebruik als retourverpakking.

3.    Hergebruik als retourverpakking

Er bestaan tal van verpakkingsoplossingen die eenvoudig hergebruikt kunnen worden als retourverpakking. Bijvoorbeeld de  verzendzak met dubbele plakstrip: hiermee kan de consument de verzendzak weer dichtplakken en de inhoud retour zenden. PostNL heeft bijvoorbeeld een handige verpakking voor kleding die tevens dienst kan doen als retourverpakking. Consumenten kunnen de kleding eenvoudig terugschuiven in de hersluitbare zak, de lucht uit het pakket verwijderen en deze als brievenbuspost retourneren (bekijk hier de video). Een retourdoos werkt volgens hetzelfde principe: dankzij een dubbele plak- en een scheurstrip is de doos eenvoudig weer te vullen en te hersluiten. Het product is daardoor net zo goed beschermd tegen schade tijdens de retourzending als tijdens het bezorgen.
Een doos met een ‘easy open-functie’, zoals een geperforeerde scheurrand, is speciaal ontwikkeld om ervoor te zorgen dat deze eenvoudiger te openen is. Bijkomend voordeel is dat de dozen minder snel beschadigd raken tijdens het openen, waardoor ze goed te hergebruiken zijn als retourverpakking.

4.    Retourneren van de verpakking

Bij versproducten is het retourneren van de producten een stuk lastiger. Niet in de minste plaats omdat deze producten gevoelig zijn voor schommelingen in de temperatuur en daardoor het risico lopen niet in optimale staat terugbezorgd kunnen worden. Wel kun je een retoursysteem opzetten voor de verpakking zelf. Een isolatieverpakking is namelijk niet altijd even milieuvriendelijk. Ze bestaan nogal eens uit materialen als EPS, EPP, polypropyleen en polyethyleen. Het zou zonde zijn als deze verpakkingen slechts eenmalig gebruikt worden, terwijl ze vaak prima herbruikbaar zijn.

Een bekend voorbeeld van een retoursysteem voor verpakkingen is natuurlijk de boodschappenkrat van de bezorgservice van de supermarkt, waarvoor je statiegeld betaalt. Ook voor isolatieverpakkingen kun je statiegeld vragen om zo hergebruik te stimuleren. Een voorbeeld is de Thermobag, een van de meest duurzame oplossingen in gebruik, vervoer en materiaal. De tas is tot honderd keer herbruikbaar. Consumenten kunnen de tas na bezorging direct mee teruggeven, waarna deze gereinigd kan worden en opnieuw gebruikt. Daarnaast kunnen ze de tas ook zelf blijven gebruiken.

5.    Duurzame verpakkingen

Gelukkig zijn consumenten in de meeste gevallen blij met hun bestelling en besluiten ze deze te houden. In dat geval is de verzendverpakking niet meer nodig als retourverpakking. Om te voorkomen dat ontvangers dan blijven zitten met onnodig restafval, kun je ervoor zorgen dat deze herbruikbaar is. Uit onderzoek van Dotcom Distribution blijkt dat 90 procent van de ondervraagde consumenten een mooie verpakking bewaart of deze opnieuw gebruikt. Nadeel is wel dat bij zulke verzendverpakkingen vaak milieuonvriendelijke inkt gebruikt wordt om de dozen op te leuken. Vraag daarom naar een verpakking waarbij gebruikgemaakt is van inkt op waterbasis.

Is de consument het eindstation voor de verzendverpakking en is de verpakking niet geschikt voor hergebruik, dan kunnen bedrijven ervoor kiezen deze te voorzien van speciale logo’s waarmee ze hun klanten kunnen informeren over het scheiden van verpakkingsafval. De labels, die zijn opgenomen in de weggooiwijzer, zijn speciaal ontwikkeld voor de e-commercesector en zorgen ervoor dat verpakkingen op de juiste manier kunnen worden gescheiden door de consument.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Thuiswinkel



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook met ESL in live gamingstreaming

Posted 22 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Facebook sluit een samenwerking met gamingnetwerk ESL Gaming en knaagt aan het publiek van Twitch. De partijen gaan honderden uren live gametournooien en -wedstrijden uitzenden.

Dat maakten ESL en Facebook kort voor het weekend bekend. Ze spreken af om 5.500 uur gamevideomateriaal te maken, waarvan 1.500 uur nergens anders te zien is. Het gaat om tientallen uren per week.

Via Facebook Live worden ESL One en Intel Extreme Masters uitgezonden, inclusef backstageverslagen. Het geheel wordt in zes talen geproduceerd, waaronder Engels en Duits. Daarnaast wordt er een nieuwe competitie ingericht, Rank S.

Gamers die hun streams via de concurrerende videosite Twitch laten lopen, wordt geen beperking opgelegd. ESL zegt: “Er komen geen grote veranderingen voor wie op Twitch streamt. Wat we wel doen is gamers helpen bij het opbouwen van hun Facebookprofiel. Uiteindelijk willen we iedereen helpen, ongeacht het platform waar ze hun content produceren.”

Twitch is site voor ingamevideostreaming van Amazon.

Foto: artubr (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Opnieuw sociale app om kledingvoorkeuren te delen

Posted 22 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een Amsterdams bedrijf dat vorige week debuteerde op The Next Web gaat de concurrentie aan met sociale modeapp Frendz, de doorstart van V&D. Ask MirrorMirror is een app waarmee gebruikers hun vrienden advies kunnen vragen over hun kleding.

Hoewel ook Instagram kan worden gebruikt voor het delen van kledingvoorkeuren, is dat niet altijd echt ideaal, omdat die app voor heel veel andere zaken wordt gebruikt.

Gebruikers loggen bij Ask MirrorMirror in via hun Facebook account, waarna ze hun vrienden kunnen uitnodigen. Daarna kunnen foto’s worden gedeeld ter beoordeling. Wie niet zeker weet wat hij of zij die dag moet dragen – rode of groene schoenen – of geen keuze kan maken in de winkel, kan ‘virtueel advies’ vragen. Vrienden kunnen hun voorkeur aangeven met een hartje.

Uiteindelijk moet worden verdiend door koppelingen met webshops waar de kleding kan worden gekocht. Dat is nu overigens nog niet het geval.

De opzet herinnert sterk aan Frendz. Via deze app Ronald van Zetten en Roland Kahn kunnen ook foto’s van kleding worden gedeeld. Ask MirrorMirror vergelijkt altijd twee kledingstukken.

Het bedrijf is opgezet door Hannah Swift, die in het verleden als senior digitaal ontwerpster voor Suit Supply in Amsterdam werkte. Ook heeft zij voor Mexx Europe en JAMJAM Marketing gewerkt.

De app is ontwikkeld door het Amsterdamse bureau Moqod.

HoewelAsk MirrorMirror begint met mode, overweegt het bedrijf ook andersoortige producten te delen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

CEO Fnatic: ‘We willen altijd frontrunner zijn’

Posted 20 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

E-sports is booming business, en mondiaal goed voor 696 miljoen dollar aan omzet. In 2020 zelfs anderhalf miljard. Een megagroeimarkt, ook voor Fnatic, een van de succesvolste e-sportorganisaties ter wereld. “Wij zijn de Real Madrid van digital sports”, aldus CEO en Nederlander Wouter Sleijffers (40).

Wie denkt dat e-sports een marginale business is bestaande uit nerds achter een laptop, heeft het flink mis. Het competitief spelen van online games – van first person shooters als Counter-Strike tot multiplayer role playing games als World of Warcraft – is in de afgelopen tien jaar uitgegroeid tot een mondiale sport. En is met name populair bij 21- tot 35-jarigen.

Dat e-sport volwassen is geworden, blijkt ook uit de wereldwijde fanbase. Momenteel zo’n 385 miljoen in aantal, een kleine twintig procent meer dan in 2016. Hoewel 51 procent van hen zich in Azië bevindt, wordt er in Noord-Amerika – waar slechts 13 procent van de fans woont – het meeste geld aan verdiend: 257 miljoen dollar. Een omzet die medio 2020 rond de 607 miljoen zal uitkomen, aldus onderzoeksbureau Newzoo.

Wie wil, kan de verwikkelingen van zijn favoriete team volgen via livestreams op online platformen als Twitch, YouTube, DingIt en Hitbox, en sinds kort ook Facebook. Voor wie meer wil, zijn er ook tal van venues. Overal ter wereld. Veelal in voetbalstadions, waar tienduizenden sportfans samenkomen om hun team te zien strijden. Hetzij in reallife, dan wel via een groot beeldscherm.

Europa doet volgens Sleijffers nauwelijks voor de Amerikaanse markt onder. “Wat betreft het aantal events en het prijzengeld gaan we gelijk op. Kijk je naar de interesse van investeerders en merken, dan lopen we hier wel een dik jaar achter op de Verenigde Staten.” De Aziatische markt is qua omzet volgens hem een goede derde, en groeit het hardst, met tientallen procenten in het afgelopen jaar.

Hoewel de eerste videogamecompetitie al in 1972 aan de Stanford University werd gehouden, heeft e-sport pas na 2000 echt tractie gekregen. Met Fnatic als een van de eerste spelers. Het Engelse bedrijf, opgericht door gamers van het eerste uur, zet twaalf jaar na dato mondiaal de toon. Met onder andere tien eigen teams die bij elkaar al meer dan vijftien miljoen dollar aan prijzengeld hebben gewonnen.

Sleijffers, die sinds 2015 Fnatic’s CEO is, moet er onder meer voor zorgen dat het bedrijf, met hoofdkantoor in Londen, future proof is. “Wij willen ook op termijn dé innovator binnen e-sports zijn, of beter gezegd de new world sports. Want uiteindelijk ligt onze focus op digital sports.”

Hoe kan je Fnatic het best omschrijven?
“We zijn een competitieve e-sportsorganisatie en managen diverse teams, veelal bestaande uit vijf professionele gamers. Daarnaast doen we aan merchandising, content en hebben we onze eigen productlijn, Fnatic Gear, met gaming mouses, keyboards en headsets. En net als bij een voetbalclub staan al onze spelers, momenteel 46 in totaal, onder contract. We scouten ze zelf. Waarbij we gamedata gebruiken om iemands persoonlijkheid te duiden. Want dat je op het hoogste niveau kunt spelen, is slechts een deel van het verhaal. Alles draait – net als bij andere topsporten – uiteindelijk om hoe goed je in een team past en of je voor langere tijd op topniveau kunt presteren. Door de support en faciliteiten die we bieden, kan je er tegenwoordig echt een carrière in opbouwen. En stopt deze niet meer zodra je de twintig bent gepasseerd. Het dagelijks leven van een pro-gamer bestaat vandaag de dag dan ook grotendeels uit veel trainen, tactische sessies, lichamelijke sporten en een goede work-life balance.”

Krijgen alle spelers dezelfde begeleiding?
“Nee, daar zit een groot verschil in. Want er wordt simpelweg minder geïnvesteerd in kleine games, en dus ook in de staff eromheen. Bij een spel als League of Legends, dat wereldwijd een relatief groot kijkerspubliek trekt, gebeurt dat wel. En stopt publisher en organisator Riot Games er zelf ook nog eens geld in, waardoor de competitie nog professioneler wordt. Daar profiteren niet alleen de spelers, de teammanager en de coaches van, maar ook de data-analisten die per spel onder meer de strategieën bepalen en monitoren hoe het een speler mentaal afgaat. Aangezien niet alle data wordt vrijgegeven, onder meer vanwege de gevoeligheid ervan ten aanzien van betting, ontwikkelen we zelf ook tools die helpen bij het analyseren van onze eigen matches en die van onze tegenstanders.”

Spelers wonen samen in gaming houses. Wat is daar het idee achter?
“Het is de plek waar ze als team wonen en trainen. Inclusief een kok die voor hen kookt. We hebben dergelijke houses onder meer in Los Angeles, Berlijn en Kuala Lumpur. Veelal omdat daar bepaalde game-wedstrijden worden gehouden. Zo is Berlijn bij uitstek de plek voor League of Legends, omdat de Europese competitie ervan in een lokale tv-studio wordt gehouden en dus ook onze concurrentie er woont. Elke speler krijgt overigens gewoon een maandelijks salaris, eventueel aangevuld met een share van het gewonnen prijzengeld, een soort performancebonus.”

Leiden jullie zelf ook gamers op?
“We leiden ze niet op, maar laten opkomende gamers via onze Academy wel kennismaken met het pro-circuit. Zodat ze zien wat het betekent om aan de top mee te draaien. Het geeft hen tevens een bepaalde status in de markt, waardoor ze toegang tot e-sportevenementen krijgen waar ze anders niet voor zouden worden uitgenodigd. Voor ons is het ook een mooie manier om de kennis en ervaring van het gevestigde talent te delen.”

Lijkt me een kostbaar geheel. Betalen jullie dat zelf?
“Fnatic is tot op heden organisch gegroeid. Om onze ambities te realiseren, hebben we recentelijk nog wel zeven miljoen dollar aan funding opgehaald. Overall zijn we winstgevend. Als groeibedrijf investeren we momenteel in zaken als productontwikkeling, talent, content, distributie en warehousing, maar ook in een nieuw hoofdkantoor. Dat is noodzakelijk, willen we er ook over een paar jaar nog toe doen. Dat het een groeimarkt is, betekent niet dat je op je lauweren kunt rusten. Allesbehalve, het is keihard werken.”

Hoe ziet deze tak van sport er over een paar jaar uit?
“Dat is deels koffiedik kijken. Neemt niet weg dat we altijd een frontrunnerpositie willen innemen. Je ziet al wel dat virtual reality een mooie basis legt voor een nieuw soort spelervaring. Hetzelfde geldt voor augmented reality. Maar of het wat gaat worden, en hoe groot, is grotendeels ongewis. En niet aan ons, maar aan de publishers en hun games. We proberen wel alvast een blik in de toekomst van de new world sports te geven door ons Bunkr-concept, een soort gathering, winkel, maar ook playground en eventlocatie voor alles rondom digital sports. Eind vorig jaar hebben we daar de eerste vestiging van geopend, hier in Londen. In eerste instantie bedoeld als pop-upstore, maar vanwege het succes gaan we er meer openen, zoals in Parijs en Los Angeles. Gezien de marktvraag mogelijk zelfs via een franchisemodel. Kunnen we tevens sneller opschalen.”

Wanneer ben je als CEO van Fnatic succesvol?
“Als onze fanbase, brand en bedrijfsresultaat harder groeien dan de al explosieve e-sportsmarkt. Wat betreft onze fanbase kijken we nog vooral naar onze socialmediacijfers, maar dat moet breder. Vanuit mijn positie is het ook belangrijk hoe groot de brand awareness van Fnatic is. Van de Verenigde Staten tot Korea. Tot op heden zijn we wereldwijd een van de bekendste e-sportmerken. Mede doordat we vanaf het begin ons tevens hebben gericht op andere zaken dan gaming. Waarbij ook ik word afgerekend op omzet en de groei ervan. Komend jaar verwachten we vele miljoenen omzet te doen. Hoe hard de omzet nog gaat groeien, hangt grotendeels af van het aantal sponsordeals die we nog gaan afsluiten. De meeste hebben namelijk een looptijd van een jaar. Deels vanwege de onstuimige marktgroei en deels omdat veel merken nu pas met onze business kennismaken. Gezien de groeiende interesse is één jaar lang genoeg. Voor beide partijen. Meerjarige afspraken maken we alleen als een merk in staat is om financieel met de markt mee te groeien. Een voorbeeld daarvan is Monster Energy, waarmee we al langere tijd een succesvolle samenwerking hebben.”

Waar verdienen jullie het meest aan?
“De meeste omzet komt uit sponsorships, de merchandise en de hardwareverkoop. In die volgorde. Ze doen onderling overigens niet veel voor elkaar onder. De omzet uit Fnatic Gear, dat we pas anderhalf jaar geleden hebben gelanceerd, schaalt rap op en zal spoedig wel flink meer inkomsten genereren. Omdat we zelf meer gas gaan geven en de markt als geheel nog fors groeit. Volgens marktgegevens van Newzoo komt 38 procent van de omzet uit de markt op conto van sponsorships. Gevolgd door 22 procent uit advertenties en respectievelijk 17 en 14 procent door publisher fees en mediarechten. In merchandise zou branchebreed zo’n 64 miljoen dollar omgaan, goed voor een kleine 9 procent marktaandeel.”

Jullie merchandise is op jullie eigen site en op Amazon, eBay en AliExpress te koop. Hoe loopt dat?
“Haha. De merchants op die laatste zijn copycats, want officieel leveren we niet via AliExpress. Daar doe je overigens weinig tegen. Het is voor ons vooral een signaal dat onze fanbase in Azië serieuze omvang krijgt. En dat we er spoedig een online winkel moeten openen. Voor Amazon en eBay hebben we gekozen omdat ze wereldwijd bereik hebben. Dat zie je ook terug in de verkoopcijfers.”

Worden er ook nieuwe verdienmodellen uitgeprobeerd?
“Zeker. Eén ervan is het delen in de inkomsten van leagues. Sommigen experimenteren hier al mee op basis van revenue share. Daar verwachten we veel van. Zelf hebben we onlangs een streamingdeal met Facebook afgesloten, iets wat we voorheen exclusief bij Twitch deden. Gezien de marktontwikkelingen, waaronder ook de komst van livestreams op YouTube Gaming en de ambitie van Twitter daarin, is dat voor ons nog vooral op basis van trial-and-error.”

Jullie managen het FiFa-team van voetbalclub AS Roma. Is dat ook een nieuw businessmodel?
“Ja, we managen en coachen hun e-sportsteam, net als onze eigen teams. Onderdeel van de deal is dat wij onder meer op de spelersshirts van AS Roma vermeld staan. Waardoor we dus goed zichtbaar zijn bij een voetbalpubliek dat per definitie openstaat voor gameachtige sporten. Over het algemeen zie je dat het spelniveau en de manier waarop dergelijke activiteiten worden aangestuurd en gemanaged veel professioneler kan.”

Eerder repte je over inkomsten uit content. Ambiëren jullie een soort Red Bull Media House te worden?
“In zekere zin wel. Met content bedoel ik in deze storytelling rondom onze teams en spelers. Iets wat we in tal van concepten kunnen gieten. Van documentaires tot snackable lifestyle videocontent op social media. Indien gewenst in samenwerking met merken. Welke rol we hier precies in willen gaan nemen, daar zijn we nog niet helemaal over uit. Wat we wel weten, is dat we voor e-sports in het algemeen, en onze eigen brand in het bijzonder, videoproducties willen maken. Ondersteund door onze inhouse studiofaciliteiten. Red Bull is daarbij vooral een inspirerend voorbeeld.”

In de gamewereld wordt er nogal eens gebruikgemaakt van illegale software en ongeoorloofde tweaks aan hardware. Speelt dat ook op jullie niveau?
“Nee, alle spelers geven voorafgaand aan een wedstrijd op welke gear ze willen gebruiken. Die wordt vervolgens geheel gesealed en direct vanaf de fabriek naar het betreffende stadion gestuurd. Daar kan de gamer dus tussentijds niet aankomen en wordt pas in de coulissen – in het bijzijn van officials – uitgepakt.”

Tot slot, bijna alle e-sportgames zijn console- en pc-based. Hoe staat het met mobile?
“Dat is absoluut een trend. We hebben zelf ook al een mobile gameteam dat geheel vanaf de smartphone of tablet een game speelt. In dit geval de videogame Vainglory. Hoewel het vooralsnog een beetje weird aanvoelt, kan het zeker een global hardwareplatform worden. Maar dan moet het ecosysteem eromheen, van het aantal gamers, de beschikbaarheid van spellen tot de gamedevelopment nog wel een aantal serieuze stappen voorwaarts maken.”

* Dit artikel verscheen eerder in het meinummer van Emerce magazine (#158).

Foto: Alek (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »