Posts Tagged ‘facebook’

De nieuwe koers van WhatsApp: ‘Berichten sturen gaat geld kosten’

Posted 06 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Nu de oprichters vertrokken zijn, heeft Facebook besloten dat er eindelijk eens geld moet worden verdiend aan WhatsApp. Al gaat het nog altijd met babystapjes.

Niet minder dan 19 miljard dollar telde Facebook vier jaar geleden neer voor WhatsApp, een bedrag waarvan menigeen twijfelde of het ooit kon worden terugverdiend. Omgerekend betaalde Facebook zo’n 35 tot 40 dollar per WhatsApp-gebruiker, wat overigens nog meeviel. Microsoft heeft bij de overname van Skype in 2011 50 dollar per gebruiker betaald.

Bij de overname had de berichtenapp maar één verdienmodel: WhatsApp kostte 1 dollar per jaar. Facebook schafte dit model, waarvan toch al werd afgeweken, af. Daarna groeide WhatsApp explosief, maar werd er geen cent mee verdiend. Sterker nog: Facebook had de oprichters beloofd dat WhatsApp advertentievrij zou blijven.

In april hield oprichter en CEO Jan Koum het voor gezien bij Facebook. De aanleiding schijnt te zijn dat Facebook de strenge encryptie wilde verzwakken voor de zakelijke versie van WhatsApp.

En nu hij vertrokken is, komen er veranderingen, zij het voorlopig alleen bij WhatsApp Business. Dit is een (API) platform dat met WhatsApp in verbinding staat. Bedrijven gebruiken daarbij hun eigen WhatsApp app om met klanten te communiceren.

WhatsApp Business maakt het onder meer mogelijk dat klanten meteen een WhatsApp-gesprek met een bedrijf kunnen starten. Daarvoor zal betaald moeten worden. Evenals voor het versturen van een ticket of instapkaart. Een derde inkomstenbron is het bieden van realtime support. De tarieven daarvan zijn nog niet duidelijk.

Verder worden voortaan advertenties getoond van partners waarmee WhatsApp samenwerkt. Overigens niet in WhatsApp zelf, maar onder meer bij Facebook of bij andere online diensten. Daarop kunnen consumenten ook weer gelijk reageren via WhatsApp. WhatsApp rekent geld als het antwoord meer dan een etmaal op zich laat wachten. Het bedrag varieert, van een halve tot 9 dollarcent.

WhatsApp telt wereldwijd anderhalf miljard gebruikers, dus is het logisch dat Facebook de commerciële potentie beter wil benutten. WhatsApp Business zou al zo’n 3 miljoen actieve gebruikers hebben. Maar een vetpot zoals Facebook dat bakken geld verdient met advertenties zal WhatsApp voorlopig niet worden. Al was het maar omdat bedrijven voor support en communicatie nog tal van alternatieven hebben.

Jeroen van Glabbeek van CM.com vindt de tarifering groot nieuws voor de SMS-industrie. “We gaan nu een nieuwe fase in waarbij bedrijven en consumenten bewuster kunnen kiezen via welke kanalen ze berichten willen uitwisselen,” zo laat hij per e-mail aan Emerce weten. Het zakelijke SMS verkeer is flink aan het groeien, verzekert hij.

Een mobiel nummer wordt in elk geval cruciaal: zowel voor WhatsApp, Messenger als SMS. Berichten sturen gaat dus geld kosten. Dat geeft niks, zegt Van Glabbeek, het voorkomt overdaad.

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Martijn de Kuijper (Revue): ‘We doen niet aan reclame’

Posted 04 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Revue kruist nieuwsbrieven met blogs en verstuurt maandelijks inmiddels ruim tien miljoen mails. Met een nieuwe betaaloptie en mede geholpen door de informatie-overload via social media, stelt oprichter Martijn de Kuijper.

Nieuwsbrieven zijn nooit helemaal uit beeld verdwenen, maar hebben wel een ander karakter gekregen. Waar in de begintijd kennis centraal stond, zijn zij steeds meer een marketingtool geworden. Veelal ingezet door webwinkels en online dienstverleners om aanbiedingen te versturen. “Daar is niets mis mee, maar wij willen een nieuwsbrief weer positioneren voor uitgevers, journalisten en thought leaders, om kwalitatieve content te verspreiden richting een geïnteresseerd publiek,” reageert De Kuijper.
Afgezet tegen de nadelen van sociale media laat de waarde van de nieuwsbrief laat zich volgens hem met name zien. Door social media wordt sneller heen scrollt en de aandacht is beperkt. Bedrijven en uitgevers hebben enorm veel geld geïnvesteerd in bijvoorbeeld Facebook. Terwijl mensen vaak maar tien procent van de berichten die je plaatst ook daadwerkelijk zien. “Als er iets verandert in het algoritme (zoals onlangs is aangekondigd, red.) ben je bovendien een deel van je lezers kwijt. Als al je kaarten erop zet ben je bij een kleine verandering mogelijk zelfs out of business. Een goede mix van uitingen blijft een must.”

Paywall
Nieuwsbrieven zijn ook niet voor iedereen interessant, weet de oprichter.  Het zijn met name redactionele partijen die er baat bij kunnen hebben. “Het werkt niet om mensen vol te spammen met allerhande aanbiedingen. Je komt binnen in iemands inbox en moet daar meer laten zien.” Wat ook één van de redenen is dat steeds meer bedrijven en merken zich als uitgever gedragen. Neem niet weg dat Revue in MailChimp nog steeds zijn grootste concurrent heeft. “Maar je ziet dat zij zich de laatste jaren meer ontwikkeld hebben in de richting van marketing automation software en dus richten op promotie en reclame.”

Inmiddels werkt Revue samen met onder meer de NOS, KRO-NCRV, het Amerikaanse Techstars en een groot aantal individuele journalisten. Ook bij hen vindt een gedachteverschuiving plaats, aldus De Kuijper. “Want je geeft natuurlijk een deel van je content gratis weg. Terwijl je sommige content juist weer achter een paywall wilt zetten.”

Dat lijkt tegenstrijdig, maar volgens hem moet je juist niet bang zijn dat de consument niet meer gaat betalen voor content. Want vaak gebeurt juist het tegenovergestelde. “Een abonnee op de nieuwsbrief komt vaak twee tot tweeënhalf keer zo snel terug om een betalende klant te worden. Die ROI kan je dus meenemen in je hele contentstrategie.”

Revue zelf ziet de oprichter op termijn een netwerk van nieuwsbrieven worden. “Waarbij je bij ons content vindt die door experts als goed is aangemerkt.”

Verdienmodel
Onlangs startte het bedrijf met een dienst waarbij de gebruiker betaalt. Waar voorheen alleen de verzender betaalde voor het aantal e-mails dat hij verstuurde, kunnen sinds april lezers betalen voor de nieuwsbrief. “Het gaat wellicht wat ver om van een sterke opmars te spreken, maar de e-mail als betaalde abonnementsdienst doet in ieder geval gestaag zijn intrede.” Zo gaat er momenteel een paar duizend euro per maand door het systeem. Waarbij Revue zelf een fee van zes procent per betaling verdient.

Een beginnetje dus, waarbij twee belangrijke factoren De Kuijper vertrouwen geven in groei. Namelijk dat consumenten eindelijk vertrouwd raken met het betalen voor online content en de dat behoefte aan kwaliteit toeneemt. Hij wijst ook op het succes van bijvoorbeeld Whatsupnewp, een Amerikaanse uitgever voor lokaal nieuws in Newport, die al met een paar honderd betalende lezers werkt. “Dat is echt een oplossing voor weglopende adverteerders.”

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#166).

Beeld: Renate Dodell (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

IAB Nederland viert 20-jarig bestaan

Posted 02 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

IAB Nederland viert op 4 september zijn 20-jarig bestaan in het Amsterdamse DeLaMar Theater. Tijdens het verjaardagsfeest wil de branche-organisatie zijn leden in één dagdeel bijpraten over de ontwikkelingen binnen de digitale marketing innovaties in Nederland.

De sprekers ‘doen voorspellingen, laten praktijkcases zien of verkondigen een baanbrekende filosofie’, belooft IAB. ‘Maar de essentie is dat het principe erachter óók uitgelegd wordt, dat zij het ook uitvoerbaar maken.’

Op het programma staan Igor Beuker, Facebook’s Ashley Vinson en Tom Peeters van Fresh Food Venture, maar wellicht beter bekend als mede-oprichter van Westwing, een e-commercebedrijf dat inspirerende thuis- en woonproducten online verkoopt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Negentig procent omzet Zynga uit mobiele games

Posted 02 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Nog maar 10 procent van de omzet van gamebedrijf Zynga komt van Facebook desktop games. Negentig procent van de omzet heeft de Amerikaanse studio te danken aan mobiele games.

Zynga sluit een zeer goed tweede kwartaal af dank zij titels als Words With Friends, Zynga Poker en CSR2, maar ook live-evenementen.

De omzet was met 217 miljoen dollar iets hoger dan de 209 miljoen van een jaar geleden. De mobiele omzet was 7 procent hoger.

Ook het aantal spelers nam toe met 12 procent.

Tijdens de verslagperiode nam Zynga het Londense Gram Games over, bekend van casual game Merge Dragons.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook-wijzigingen kosten landelijke media flink wat interactie

Posted 31 jul 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Chef Digitaal bij AD NieuwsMedia Jaap van Zessen dook in de statistieken van Facebook en constateert dat wijzigingen aan de nieuwsfeed die het platform heeft doorgevoerd hun effect op grote media niet missen. In negatieve zin wel te verstaan: iedereen…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Dit zijn de voordelen van native video op je site

Posted 31 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Video’s hosten op een eigen YouTube-kanaal, embedden in je website, posten op Facebook of een eigen videoplatform beginnen; er zijn vele opties om videocontent te verspreiden, maar welke is de juiste? En wat levert de meeste views en traffic op? Naast YouTube-links neemt native video hard toe.

Newcom Research & Consulting publiceerde in januari van dit jaar (2018) cijfers over de grootste (sociale video) platformen. Hieronder de top 5 gemeten naar het aantal actieve gebruikers in Nederland:

  1. WhatsApp – 11,5 miljoen
  2.  Facebook – 10,8 miljoen
  3.  YouTube – 8 miljoen
  4.  LinkedIn – 4,4 miljoen
  5.  Instagram 4,1 miljoen

Op al deze platformen in het mogelijk om video’s native te delen. Native video is video die wordt geüpload naar of gemaakt op sociale netwerken en wordt afgespeeld in de feed, in tegenstelling tot links naar video’s die worden gehost op andere sites. Native video-indelingen zijn specifiek voor elk sociaal platform en zijn ontworpen om video-engagement (dat wil zeggen het aantal weergaven), ontdekking en distributie te maximaliseren. (Wikipedia)

Koploper WhatsApp en nummer 5, Instagram, vallen onder het grootse Facebook-imperium. Dit is ook de reden dat bepaalde video features binnen de apps hetzelfde zijn en er een goede uitwisseling mogelijk is tussen video’s. Zo is het sinds kort mogelijk om je Instagram Stories te delen via WhatsApp. Op deze manier kunnen er nog meer mensen bereikt worden met video.

Ontwikkelingen in Facebook-video’s

Facebook was een van de eerste platformen die zich richtte op native video. Tweeënnegentig procent van de video’s die gepubliceerd worden op Facebook zijn native video’s. Quintly* doet ieder jaar uitgebreid onderzoek naar Facebook-video’s. Een greep uit hun laatste en belangrijkste ontdekkingen:

Facebook-native video’s ontvingen gemiddeld 530 procent meer reacties dan YouTube-video’s. De gemiddelde interactiesnelheid voor native video van Facebook was 168 procent hoger dan YouTube. De piek voor de geanalyseerde periode was in juli toen video’s met Facebook-native video een 304 procent hogere interactie hadden dan YouTube-video’s. Het meest gebruikte videoformaat qua berichten is Facebook-native video met een indrukwekkend aandeel van 89 procent (6.712.181 berichten). Het op een na meest gebruikte formaat is YouTube met 8 procent (574.240 berichten). Vimeo maakt slechts een fractie uit van 0,15 procent (11,549 berichten) terwijl alle andere video-indelingen opgeteld 4 procent voor hun rekening nemen (278,690 berichten).

Ondanks het afnemende succes van YouTube -video’s op Facebook is het nog steeds een heel belangrijk videoplatform. YouTube heeft meer dan een miljard gebruikers wereldwijd. Dat is bijna een derde van alle mensen die internet gebruiken. Niet alleen vloggers, maar ook merken, artiesten, politieke partijen en televisiezenders hebben hun eigen YouTube-kanaal waarop ze dagelijks video’s plaatsen. De doelgroep die ze willen bereiken is in dit geval de YouTube-kijker, niet zozeer de Facebook-bezoeker. Natuurlijk kan het wel zo zijn dat ze de video op beiden platformen verspreiden. In dat geval is er vaak wel sprake van twee versies van de video.

Tot slot is LinkedIn de afgelopen tijd bezig geweest met een inhaalslag op het gebied van video en native video. Sinds augustus vorig jaar (2017) is het pas mogelijk om native video’s te plaatsen op het zakelijke platform. Onlangs, april 2018, rolde het tevens een native sponsored video-functie uit. Hiermee kunnen bedrijven gerichter adverteren en in-feed extra informatie toevoegen aan hun video’s.

Voor- en nadelen

Er zitten voor- en nadelen aan ieder platform met native en niet-native video’s. Wanneer een video op YouTube of Facebook geplaatst wordt, is deze door iedereen, wereldwijd, te vinden, bekijken en eenvoudig met anderen te delen. Bovendien zien deze platformen er over het algemeen mooi en strak uit, zijn ze simpel in gebruik en kunnen ze op vrijwel elk scherm benaderd worden.

Een groot nadeel echter van YouTube is dat het platform je niet in staat stelt de kijkers van je video nader te identificeren en te onderzoeken. Je leert zo niets over wie je kijkers zijn, wat ze leuk vinden en wat ze graag van je zien. Dit soort informatie is iets makkelijker te verkrijgen door platforms als Facebook en LinkedIn, mits kijkers de video liken of er een reactie op geven. LinkedIn geeft informatie over bij welk bedrijf kijkers van je video werken en wat voor functie ze daar hebben. Maar je bent in alle gevallen geen eigenaar van de data en niet in staat je kijkers direct te benaderen.

Een eigen videoplatform?

Dit laatste punt zorgt ervoor dat sommige merken en bedrijven ervoor kiezen een eigen, individueel videoplatform op te zetten om hun video’s te verspreiden. Zo begon Albert Heijn zijn eigen platform Appie Today, Linda startte LINDA.tv en een wat onbekender voorbeeld is het dierenvoeding bedrijf Prins Pet Foods, dat zijn eigen educatieve videoplatform Edupet en lifestyle videoplatform Lifestyle for Pets heeft opgezet.

Voordeel van een eigen platform is dat alle kijkersinformatie in een eigen database verzameld wordt. Zo’n database is dus handig om je doelgroep te analyseren en direct te benaderen, maar je kunt ook potentiële sponsoren en partners inzicht geven in het kijkgedrag van hùn doelgroep.

Er zijn dus vele mogelijkheden als het gaat over het verspreiden van video’s. Wanneer ervoor gekozen wordt breed in te zetten en video’s via verschillende kanalen te verspreiden, doe dan goed onderzoek naar de verschillende resultaten en doelgroepen per kanaal. Maak ook verschillende versies van één video, zodat elke video zo goed mogelijk bekeken word op ieder kanaal. Maak bijvoorbeeld vierkante video’s voor op Facebook, kortere versies voor op Instagram en een langere landscape (16:9) versie voor op YouTube en je eigen website. Informatie over je doelgroep en vanaf wat voor apparaat ze je content bekijken is hierbij ook van belang. Een verticale versie kan namelijk juist weer beter zijn op YouTube wanneer mensen kijken via de YouTube app op hun mobiele telefoon.

 * Quintly analyseerde voor dit onderzoek 187.000 Facebookpagina’s. Meer dan 7,5 miljoen berichten werden gescreend in de periode van januari 2017 tot juli 2017.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Universal Reward Protocol: waarom blockchain ideaal is voor loyaliteitsprogramma’s

Posted 30 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Louis Millon, CTO and co-founder bij Universal Reward Protocol, werkt aan een blockchain voor loyaliteitsprogramma’s. Het wordt hiermee mogelijk om klantenpunten te sparen, zoals Albert Heijn dat doet met de welbekende bonuskaart, van verschillende winkels met één enkel systeem. De winkelier krijgt op haar beurt inzicht in consumentengedrag dat verder reikt dan alleen de aankoop van een product of dienst. Het Franse bedrijf heeft inmiddels samenwerkingen gesloten met Carrefour en warenhuis Galeries Lafayette. 

Kun je vertellen wat de gedachte is achter het URP project?

Universal Reward protocol (URP) is een platform dat, voor retailers en merken, interactie met consumenten op een transparante manier mogelijk maakt. Merken en retailers willen graag data omtrent consumentengedrag verzamelen om klanten goed van dienst te kunnen zijn. URP biedt een nieuw soort loyaliteitsprogramma waarbij er direct met de consument kan worden bemiddeld, zonder tussenkomst van een platform zoals bijvoorbeeld Facebook. Consumenten worden op hun beurt voor deze data beloond.

Hoe verschilt dit loyaliteitsprogramma van de huidige programma’s die we kennen zoals Albert Heijn’s bonuskaart?

De huidige loyaliteitsprogramma’s werken heel erg goed. Het zijn een van de beste marketingstrategieën van de afgelopen vier jaar. Echter, het probleem dat zich omtrent deze strategieën voordoet is tweevoudig. De fragmentatie van de klantervaring wordt alleen maar groter. Klanten hebben namelijk te maken met een groeiend aantal retailers. Het wordt een nachtmerrie om als consument met een groeiend aantal retailers te werken en de beloningen te verkrijgen. Je krijgt beloningen van Albert Heijn, van Carrefour, van Nike, van Adidas en ga zo maar door. Het wordt uiteindelijk enorm omslachtig om alle punten als consument te sparen. Bij URP is de digitale token als beloning universeel. Dat betekent dat er één type beloning is en die kan je bij elke retailer, die op het platform is aangesloten, verkrijgen. Het tweede grote verschil is dat er in het algemeen alleen beloningen worden verstrekt voor het aankopen van een product of dienst; dit is maar één onderdeel van de klantervaring. We zijn van mening dat het van belang is voor winkeliers om ook aan klantenbinding te de doen vóór en na de aankoop.

Kun je een voorbeeld noemen van een klantervaring buiten de daadwerkelijke aankoop?

Als je kijkt naar Albert Heijn en andere fysieke retailers is het belangrijk voor hen om meer klanten op locatie te krijgen. Zo zou het middels ons platform mogelijk zijn dat retailers potentiële klanten belonen als ze überhaupt naar de winkel komen en vijf minuten in de winkel spenderen, zonder ook maar een aankoop te doen. Het idee is dan dat retailers overtuigd genoeg zijn van de kwaliteit van de producten of diensten die ze aanbieden, dat die zichzelf verkopen.

Hoe is het idee voor dit project ontstaan?

Drie jaar geleden richtte ik samen met mijn co-founder een marketingbedrijf op in de retailtech om retailers inzicht te geven in wat er in de winkel gebeurd, met behulp van Internet of Things (IoT) en kunstmatige intelligentie (AI). Zo konden we geolocatie van klanten en ander consumentengedrag bepalen en die vertalen naar marketing inzichten. Die formule hebben we met succes toegepast bij een paar hele grote retailers in Frankrijk. We kwamen er later achter dat we met behulp van blockchain onze diensten kunnen verbeteren.

Maar waarom was juist blockchain de keus voor de toekomst?

Er zijn twee redenen waarom we voor blockchain hebben gekozen. Allereerst is er het transparantie aspect. Retailers en merken verzamelen bijvoorbeeld data omtrent klanten met behulp van Facebook, wat nu niet bepaald transparant is, of met de huidige loyaliteitsprogramma’s. Zoals eerder al aangegeven kennen de huidige loyaliteitsprogramma’s beperkingen. Wij willen graag een compleet transparant systeem bieden zodat de consument weet welke informatie hij of zij verstrekt, de retailer weet welke data er wordt verworven en het duidelijk is dat de informatie niet door de retailer doorgespeeld mag worden. Blockchain biedt hier natuurlijk uitkomst aangezien het een onveranderlijk systeem is; als klant bepaal ik wat ik naar de blockchain stuur en wanneer ik deze informatie er weer vanaf haal. Ook de voorwaarden van een bepaalde marketingcampagne worden op de blockchain bewaard, dus hier kan op geen enkele manier van afgeweken worden. De huidige loyaliteitsprogramma’s genieten niet dezelfde transparantie en onveranderlijkheid. We hebben onderzocht dat als je je een jaar geleden hebt aangemeld voor een dergelijk programma, je als klant je amper kan beroepen op de overeenkomst. Een schriftelijke overeenkomst raken klanten binnen dat jaar meestal kwijt. Ook als de overeenkomst middels een ‘tick box’ online heeft plaatsgevonden is het voor de klant meestal niet makkelijk of zelfs onmogelijk om deze overeenkomst in te zien of te veranderen.

De tweede reden is de universaliteit. We willen graag dat onze token op de blockchain wordt geaccepteerd door alle aangesloten partijen; dit maakt het gebruik ervan een stuk makkelijker. Dit is mogelijk omdat de onze token een eigen waarde heeft buiten de loyaliteitsprogramma’s om. Als de klanten dus niet geïnteresseerd zijn in de loyaliteitsprogramma’s die worden aangeboden op onze blockchain en bijbehorende app, dan kunnen de tokens ingewisseld worden voor fiat geld. De URP token gaat dus fungeren als een soort ‘bemiddelende’ token tussen de beloning die kan worden ontvangen en fiat geld.

En het team achter Universal Reward Protocol?

Er zijn drie co-founders. Yves Benchimol (CEO en co-founder) en ik hebben elkaar ontmoet tijdens onze studie en hebben het eerdergenoemde retail tech bedrijf gehad. Onze COO is voormalig CEO Frankrijk en Regional Director Europe bij Catalina marketing; één van de grootste couponadvertentie bedrijven ter wereld. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring in de retail business en marketing. Het team bestaat in totaal uit tien mensen. We hebben ontwikkelaars, data-wetenschappers, back-end engineers en marketeers. Daarnaast hebben we een team van adviseurs.

Hoe gaat de tokendistributie er uit zien?

Op dit moment zijn we bezig met de private sale. Deze is nu ongeveer twee weken aan de gang en eind augustus hebben we een demo van het product klaar. We zullen vervolgens feedback verzamelen en daarna een public sale lanceren. De public sale zal naar verwachting 1 september live zijn.

Zijn er al concrete plannen voor exchanges waar de tokens zullen worden gelist?

Nog niet echt, maar ik kan hier ook nog niet echt uitspraken over doen, er zijn een hoop non-disclosure agreements (NDA) mee gemoeid.

Vindt er naast marketing gericht op retailers ook marketing plaats gericht op consumenten?

In dit stadium ligt de focus op retailers en merken, om te onderzoeken welke use-cases zij hebben die aan kunnen sluiten op onze blockchain. We weten dat retailers graag winkelbezoek willen stimuleren, want dit doen zij al. Ze geven hier een hoop geld aan uit. We denken dat, als het platform eenmaal live is, de marketing gericht op consumenten makkelijker zal zijn. De app zal ongeveer tussen maart en juni 2019 live zijn en dan zal deze marketing ook van start gaan.

Wat is, afgezien van dit specifieke project, jullie visie op blockchain in het algemeen?

Er is een spectrum tussen de mensen die blockchain als oplossing zien voor alles en mensen die een stuk pessimistischer zijn en van mening zijn dat blockchain niet meer biedt dan Bitcoin en Ethereum. Wij bevinden ons in het midden als het aankomt op wat blockchain kan bieden in de nabije toekomst. De enige applicaties die kunnen zorgen voor mass adoption in de komende twee jaar zullen naar onze mening gebaseerd moeten zijn op blockchain. Het probleem is dat een grote groep mensen zeggen dat smart contracts incompleet zijn, maar als je echt in de materie duikt kom je erachter dat smart contracts heel veel kunnen. Bij URP bewaren we bijvoorbeeld de toestemming van consumenten in smart contracts om zo de transparantie van data te waarborgen. We denken dat dit soort applicaties van blockchain veelbelovend zijn. We zien minder heil in bedrijven die bestaande processen op de blockchain willen plaatsen, omdat het vaak geen meerwaarde biedt en riekt naar sec een motivatie om fondsen te werven met een ICO.

In hoeverre zullen consumenten van het URP platform kennis moeten hebben van blockchain en cryptocurrency?

Voor het gebruik van onze app zal geen kennis nodig zijn van blockchain en crypto. Er zullen wellicht wat ‘expert features’ in de app zitten voor mensen die meer kennis hebben van blockchain, maar we gaan vooralsnog voor een zo breed mogelijk publiek. Op de achtergrond zal een private blockchain draaien die alle transacties verwerkt. Interactie van consumenten met deze blockchain zal alleen nodig zijn op het moment dat URP tokens worden ingewisseld voor fiat geld of een account wordt gedeactiveerd, maar dit zal werken met een druk op de knop. In de back-end vindt dan de communicatie met een exchange plaats. Voor de rest zal de app gewoon werken met een traditioneel inlogsysteem met gebruikersnaam en wachtwoord. Er komt geen wallet of wallet-adres aan te pas. Dat regelen wij als bedrijf op de achtergrond. Uiteraard zal het wel mogelijk zijn voor consumenten om URP tokens te verhandelen op een exchange buiten de app.

We weten inmiddels dat jullie partnerships zijn aangegaan met grote retailers zoals Nestlé en Carrefour. Is er sprake van een bepaalde focus als het aankomt op samenwerkingen?

We hebben een wereldwijde ambitie. Het is uiteraard aantrekkelijk voor ons om samenwerkingen aan te gaan met grote retailers. Zo is Carrefour een business van 100 miljard euro. We zullen ons dus met name focussen op de grote retailers. Deze bedrijven zijn multinationals en werken dus al grensoverschrijdend. Zodoende kunnen we dus een zo groot mogelijke en mondiale user base realiseren.

Wat zijn de market caps van het project?

De hard cap is 20 miljoen euro en de soft cap is 5 miljoen euro. Het bedrag van 15 miljoen euro zal gebruikt worden voor marketingdoeleinden. De soft cap is voor productontwikkeling en een klein deel marketing richting retailers en merken. Als we de hard cap halen kunnen we middels marketing snel de consumenten bereiken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook koopt zakelijke chatdienst

Posted 30 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Facebook heeft berichtenbedrijf Redkix uit Israël overgenomen voor Workplace, de zakelijke versie van de profielensite. Naar verluidt is 100 miljoen dollar betaald.

Oprichters Oudi en Roy Antebi laten weten dat de huidige app gaan verdwijnen en de technologie wordt geïntegreerd met Workplace.

Het bedrijf heeft tot op heden 17 miljoen dollar opgehaald. Precies een jaar geleden werd de eerste app gelanceerd die email en enterprise chat op elkaar af moest stemmen.

Facebook lanceerde Workplace en 2016. Zo’n 30.000 bedrijven maken er gebruik van.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Verzet groeit tegen privacy-instellingen Apples Safari

Posted 30 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

De privacy-instellingen van de nieuwe versie van Apples browser Safari die in september uitkomt, zijn een doorn in het oog van adverteerders. The American Association of Advertising Agencies, American Advertising Federation, Association of National Advertisers, Interactive Advertising Bureau en Network Advertising Initiative waarschuwen dat de maatregelen schadelijk zijn voor online adverteren.

Tijdens de jaarlijkse ontwikkelaarsconferentie WWDC in San Jose heeft Apple in juni maatregelen aangekondigd om te voorkomen dat gebruikers ongewenst gevolgd worden door bedrijven als Facebook. De nieuwe Safari zal bijvoorbeeld een popup tonen wanneer een website gebruik maakt van Facebooks social plugins die je surfgedrag analyseren.

Technieken als digitale fingerprinting worden in Safari sterk beperkt zodat volgens de adverteerders de juiste doelgroep moeilijk benaderd kan worden.

De organisaties zeggen dat Apple het economische model voor een vrij internet op het spel zet en ervoor zorgt dat content vaker wordt weggestopt in betaalde apps. Volgens de organisaties betekent het ook dat content niet goed gepersonaliseerd kan worden.

De opstelling van Apple is bekend: in een toelichting op het aanstaande iOS 12 schrijft Apple dat privacy een ‘fundamenteel mensenrecht’ is. ‘Safari voorkomt dat deelknoppen en opmerkingen­widgets op webpagina’s jou volgen zonder dat je daarmee hebt ingestemd. Ook voorkomt Safari dat adverteerders de unieke kenmerken van je apparaat verzamelen om het te identificeren en op basis daarvan gerichte advertenties plaatsen op websites die je bezoekt.’

Safari blokkeerde al eerder cookies van advertentienetwerken. Met Intelligent Tracking Prevention in de huidige versie van Safari was het al lastig om gebruikers in de eerste 24 uur over meerdere websites heen te volgen. Dit leverde onder andere een aanpassing in Googles Analytics cookie zodat AdWords tracking in stand kon blijven.

Safari mag dan vergeleken met Chrome geen groot marktaandeel hebben, op iOS en macOS is het veruit de meest gebruikte browser.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tencent: van copycat naar wereldmacht

Posted 28 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het Chinese Tencent – vooral bekend van vlaggenschip WeChat – nestelt zich in steeds meer markten. En topt landgenoot Alibaba reeds in marktwaarde. Moet nu ook het Westen zich zorgen gaan maken?

Of er een verschil is tussen Tencent en andere techgiganten, zo luidde de vraag. Op een congres van zakenblad Fortune geeft CEO Ma Huateng onomwonden en misschien zelfs wat geërgerd antwoord. Ja, hij is eigenaar van alles-in-éénapp WeChat, ’s werelds grootste gamebedrijf en talloze Chinese platformen. Maar anders dan concurrent Alibaba heeft zijn bedrijf geen enkele intentie te domineren.

Geruisloos als een sluipmoordenaar heeft Tencent een belangrijke positie weten in te nemen. De techreus behoort nu tot de vijf meest waardevolle bedrijven ter wereld en is in Azië zelfs nummer één. Wereldwijd zijn alleen Apple, Alphabet, Microsoft en Amazon nog groter, Facebook en Alibaba zijn al voorbijgestreefd. Terwijl die laatste de spotlights weet te vinden, zorgt het relatief onbekende Tencent voor kleine scheurtjes in de machtsverhouding.

De oprichter en CEO, beter bekend als Pony Ma, zal er geen feestje om gevierd hebben. Daar is hij de man niet naar. Vanuit zijn twee torens tellende hoofdkantoor in Shenzhen, het Silicon Valley van China, mijdt hij liever de aandacht en focust hij zich op groei. Als entertainment- en mediabedrijf, chatapp, betaaloplossing, retailbedrijf, spellenmaker, Netflix en Spotify van het Oosten. Als vernieuwer voor de gezondheidszorg en de financiële sector. En als China’s belangrijkste grootinvesteerder in technologie. Als wat niet, zou je bijna denken. Het leverde het afgelopen jaar in ieder geval een omzet van omgerekend 36 miljard dollar op, zo blijkt uit de jaarcijfers.

Likkebaarden
Over het hoofd gezien door het Westen heeft het bedrijf vanaf de oprichting eind jaren negentig in de luwte gewerkt aan een succesformule. Anders dan bij veel van de grote techbedrijven bevindt de oorsprong zich in de wereld van chat en games. Met QQ – een kloon van het toentertijd populaire chatprogramma ICQ, een bijbehorend sociaal netwerk en diverse investeringen in spellenmakers wist het bedrijf binnen enkele jaren voet aan de grond te krijgen bij jong en desktopgebruikend China.

Toch komt de echte doorbraak pas als Pony Ma rond 2010 besluit de boel intern op te schudden. Naar verluidt ingefluisterd door een van de ondernemers die hij met een overname in huis heeft gehaald, ziet hij een belangrijke beweging in zijn land. De groeiende welvaart en nieuwe mobiele technologie zorgen ervoor dat veel Chinezen de desktopcomputer overslaan. Hoe zorgt hij ervoor dat ook die nieuwe mobiele populatie zijn digitale diensten gebruikt? Een ingrijpende verandering vraagt om een ingrijpend ander product, zegt hij later tijdens een terugblik. Hij laat zowel de makers van QQ als andere teams naast elkaar aan een nieuw platform bouwen.

Het winnende concept uit 2011 is inmiddels uitgegroeid tot het WeChat dat zo’n beetje iedere inwoner van China vandaag de dag gebruikt. Een app met sinds dit voorjaar maar liefst een miljard gebruikersaccounts. Tencents vlaggenschip waarmee het wereldwijd bekendheid vergaart. Maar wat de gouden formule is? Het blijkt nog altijd lastig daar de vinger achter te krijgen. De veelgemaakte vergelijking met WhatsApp en Facebook doet het bedrijf in feite te kort.

WeChat is een chatapp met alle bijbehorende functies voor het contact met vrienden en familie, het is een sociaal netwerk, een platform om te gamen en elkaars status in de gaten te houden. Het is een plek ook waar bedrijven en instanties goed vertegenwoordigd zijn. Zij draaien binnen het systeem hun eigen minisites en apps. Bij de dokter en bank zijn daardoor afspraken te maken, de rekening van de energieleverancier komt er binnen én wordt er betaald. En natuurlijk kan er bij winkels worden geshopt.

Door slim andere populaire platformen in één ecosysteem te combineren, is WeChat voor velen hét internet geworden. Sterk profiterend van de overheidsban op Westerse platformen – en dus mogelijke concurrentie – is Pony Ma erin geslaagd snel te groeien en anderen likkebaardend richting het Oosten te laten kijken. WeChat is de alles-in-éénapp die hier nog altijd ontbreekt.

Opleving
De lijm die de talloze functies in ieder geval commercieel bijeenhoudt, is het ingebakken WeChat Pay. Met deze mobiele portemonnee betalen gebruikers niet alleen online, ook in de winkelstraat duikt het logo van de betaaloplossing steeds vaker op. Hoewel WeChat en Alibaba elkaar nooit heel erg in de weg zaten, begint het juist hierdoor flink te wringen tussen de twee. Samen met Alibaba’s AliPay strijdt WeChat inmiddels om de machtspositie in het mobiele betaallandschap. Vanwege de inkomsten, maar zeker ook om de (financiële) data. Dat is immers een belangrijke voedingsbodem voor het kunnen uitlenen van geld, een belangrijke groeimarkt voor beide.

Alibaba’s Jack Ma en de zijnen hebben met 54 procent net iets meer dan de helft van de markt in handen, Tencent handelt ruimt 40 procent van de mobiele betaaltransacties af. De verwachting is echter dat de twee elkaar later dit jaar nog naderen. Analist Matthew Brennan volgt de bedrijven al jaren en heeft hiervoor misschien wel het belangrijkste argument: zijn recente onderzoek laat zien dat 59 procent van de consumenten die fysiek winkelen een voorkeur heeft voor WeChats betaalmethode, AliPay is minder geliefd. Tencent zou volgens experts daardoor kunnen profiteren van de enorme groei van het mobiel afrekenen in met name de winkelstraten en China’s buitengebieden.

Los van de vraag wie de slag om het betalen wint, zijn de verwachtingen van het bedrijf op zichzelf al erg hoog. Niet voor niets verdubbelde de beurswaarde in slechts anderhalf jaar tijd. De nummer vijf van de wereld beschikt over zo’n brede waaier aan digitale diensten en bedrijven dat twee derde van de Chinese bevolking wel iets van het bedrijf zou gebruiken.

Behalve WeChat heeft het namelijk onder andere China’s belangrijkste e-mailsoftware, enkele nieuwsbedrijven, meerdere videoplatformen en streamingdiensten in huis. Een keten die muziek en speelfilms produceert, de mobiele browser en appstore maken het lijstje bijna compleet.

Verkoopimpuls
De absolute goudmijn is echter spellenmaker Tencent Games. Dit naar omzet gemeten grootste gamebedrijf ter wereld zette vorig jaar iets meer dan tien miljard dollar om. Talloze bekende shooters en multiplayers kwamen al uit de eigen gamestudio’s of mag het bedrijf na deelnemingen uitbrengen voor de smartphone. Hoe belangrijk de divisie is, blijkt wel uit de cijfers over afgelopen jaar. Bijna 41 procent van Tencents inkomsten komt voort uit deze tak en het einde van de geldstroom is nog lang niet in zicht. Met een hit als Honor of Kings strijken de makers ieder kwartaal met gemak een miljard dollar op.

De Chinezen zijn er telkens als de kippen bij om andere succesvolle ontwikkelaars aan hun stal toe te voegen. Het Amerikaanse Riot Games bijvoorbeeld. En ook Supercell, maker van de online kaskrakers Clash of Clans en Clash Royale, bleek Tencent bijna negen miljard dollar waard. Investeringen die ertoe leiden dat Tencent de verwachtingen blijft overtreffen. Afgelopen kwartaal bleken met name de mobiele spellen een succes: die brachten weer 68 procent meer op dan het jaar ervoor.

Behalve het geld en de kasstroom die hierdoor vrijkomt voor financiering van andere projecten zijn al deze activiteiten ook van strategische waarde. De gamers besteden weer extra uren op WeChat of andere platformen om tactieken en resultaten met elkaar te delen of live hun voortgang te streamen. Ondertussen de mobiele portemonnee trekkend voor extra speltoevoegingen.

Maar hoe lang de lijst van activiteiten ook is, een van de belangrijkste schakels in dit met elkaar samenhangende ecosysteem ontbreekt nog altijd. Terwijl Tencent deel is geworden van ieders privéleven, ging Alibaba er namelijk met de retailbuit vandoor. Met name daarin denkt Pony Ma dan ook nog potten te kunnen breken.

Stap voor stap is er de afgelopen jaren geïnvesteerd in partijen die het direct opnemen tegen Alibaba’s nu nog veel grotere verkoopplatformen. Met een aanzienlijk belang in e-commercebedrijf JD.com, goed voor 55 miljard dollar omzet in 2017, concurreert het bijvoorbeeld met de marktplaats Tmall. De recente investering in de op drie na grootste online speler, koopjesplatform VIP, moet de positie verder verstevigen. Ook social commerce start-up Pinduoduo streek een miljard dollar op. Met behulp van WeChat wil Tencent hierbij voor een verkoopimpuls zorgen.

Messi
Voor zowel Tencent als Alibaba lijkt dit echter slechts een opwarmertje. De eerste helft van de internetrevolutie mag dan online hebben plaatsgevonden, de tweede voltrekt zich in de winkelstraten, zei een van de bestuurders onlangs. Nog altijd 85 procent van de verkopen zou plaatsvinden in de vele winkels die China kent. Door bedrijven te digitaliseren, ze via apps op te nemen in WeChat en aan te sluiten op de eigen betaalmethode, denkt Tencent die retail naar zich toe te kunnen trekken. De recente miljardeninvesteringen in China’s grootste supermarktketen Yonghui, Carrefour en meerdere ontwikkelaars van honderden te bouwen winkelcentra markeren het begin.

Op een wereldveranderende visie zul je Tencent niet betrappen, zeggen sommige analisten cynisch. Maar met Pony Ma’s wijdverspreide tentakels verzekert hij zich op een strategische manier van de kennis en deelname van succesvolle bedrijven. De WeChat-eigenaar is al de grootste investeerder in Chinese unicorns en heeft daarbij steeds meer aandacht voor het Westen. Met tachtig deelnemingen in Amerikaanse bedrijven is het volgens CBinsights bijvoorbeeld al jaren China’s actiefste handelaar.

De onlangs genomen aandelen van vijf procent in Tesla en twaalf procent in Snap worden daarbij als volstrekt logisch gezien. Zo weet Tencent in ieder geval zeker dat zelfrijdende auto’s voortaan met WeChat Pay betalen en er bij Snap geleerd kan worden van de laatste vernieuwingen. Miljardencheques voor Uber-alternatieven als China’s Didi en het Indiase Ola leveren mogelijk een optie op vernieuwende (retail)logistiek.

Kijkend naar het investeringsportfolio heeft Tencent daarnaast een opvallende interesse in de gezondheidszorg. WeChat beschikt al over een ‘Intelligent Healthcare’-platform waarmee patiënten hun afspraken maken bij artsen en ziekenhuizen. Investeringen in start-ups die doktersconsults digitaliseren, technieken voor de monitoring van iemands gezondheid en kunstmatige intelligentie voor het snel detecteren van ziektes kunnen de offline zorg koppelen aan het ecosysteem.

De vraag is of Westerse techbedrijven kunnen rekenen op een confrontatie met dit almaar uitdijende bedrijf. Daarvoor lijken ze voorlopig niet te hoeven vrezen. Na een mislukte poging enkele jaren terug om met voetballer Lionel Messi WeChat onder de aandacht te brengen, kiest Tencent nu alleen nog voor de subtielere toeristische route. Zo worden er samenwerkingen gezocht met winkeliers om Chinese vakantiegangers te bedienen met WeChat Pay.

Monopolie
Toch gaan bedrijven zoals Tencent wel degelijk pijn doen, denkt bijvoorbeeld de gevallen topman van reclamereus WPP, Martin Sorrell. Ze laten zich op termijn voelen via de reclame-inkomsten. Want opvallend genoeg wordt de goudmijn aan data waarover Tencent beschikt maar mondjesmaat te gelde gemaakt. Nog geen vijfde van de inkomsten komt nu voort uit advertenties, waar dit bij Facebook zo’n beetje de honderd procent nadert. Kenners verwachten dat het bedrijf die gebruikersgegevens – het resultaat van de brede waaier én de gebrekkige privacybescherming in het land – uitbreidt en daar snel adverteerders mee weet te lokken.

Terug naar het podium van Fortune benadrukt Pony Ma nog maar eens een toekomst te zien voor zijn bedrijf die anders is dan die van andere giganten. De ambitie mag dan zijn om met zoveel mogelijk digitale diensten, zoveel mogelijk gebruikers te bedienen, hij spreekt van een open platform. Tencent biedt in zijn ogen slechts een plek waarop anderen via bedrijfsaccounts en apps verbinding leggen met consumenten, aldus de topman. Hij concurreert bijvoorbeeld niet actief mee in de retail. ‘Door aandelen te kopen ondersteunen we opkomende industrieën. We hebben er geen enkel belang bij te monopoliseren.’ Al is dat natuurlijk vaker beloofd.

Wedden
QQ, de messaging app die eerder aan de kant werd geschoven voor WeChat, beleeft een opleving. Het team heeft door goed naar anderen te kijken de software zodanig verbouwd dat bijna een miljard jongeren ermee chatten. Tencent-oprichter Pony Ma noemt het wedden op meerdere paarden volstrekt logisch. Jongeren willen namelijk niet dezelfde platformen gebruiken als hun ouders.

Babylon
Als uitbreiding op WeChats gezondheidsplatform is Tencent een samenwerking overeengekomen met het Engelse Babylon Health. Gebruikers kunnen voortaan hun symptomen doorsturen naar Babylons app en ontvangen dan automatisch een medisch advies terug. De Britten lieten eerder al weten in China een volgende groeimarkt te zien, na Engeland, Ierland en Rwanda.

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#166).

Beeld: chen jia (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Groupon moet IBM 83 miljoen dollar betalen

Posted 28 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Een fikse tegenvaller voor Groupon kort voor de kwartaalcijfers: een Amerikaanse jury heeft IBM 83 miljoen dollar toegewezen in een octrooikwestie.

IBM investeert naar eigen zeggen jaarlijks 6 miljard dollar in R&D en zegt dat de koopjessite technologie zonder toestemming gebruikte. Groupon is ook na het vonnis van mening dat zij geen patenten heeft geschonden.

De technologie dateert van de jaren tachtig en heeft betrekking op Prodigy, een tegenhanger van bulletinboards AOL en Compuserve. De webtechnologie was nog niet eens ontwikkeld.

Amazon, Facebook, Google, LinkedIn en Twitter hebben IBM elk 20 tot 50 miljoen dollar betaald aan rechten. Maar Groupon bleef zich volgens de advocaat verzetten tegen het ‘uitpersen’ van bedrijven voor het gebruik van verouderde technologie.

Het bedrag valt wel lager uit dan de 167 miljoen die IBM aanvankelijk had geëist.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Advertentiemotor Twitter draait op volle toeren, 1 miljoen minder gebruikers

Posted 27 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ten opzichte van vorige kwartaal is het aantal Twitter gebruikers met 1 miljoen afgenomen, maar dat komt omdat het microblog heel wat accounts heeft gesloten. Gemeten over een jaar nam het aantal dagelijkse gebruikers met 11 procent toe. Het aantal maandelijkse gebruikers bedroeg 335 miljoen, 9 miljoen meer dan een jaar geleden. Dat blijkt uit de zojuist gepubliceerde kwartaalcijfers. 

Alleen al in mei werden 9 miljoen spamaccounts per week geïdentificeerd, meer dan de 6,4 miljoen van december 2017. Twitter zegt dat het twee keer sneller dan vroeger dit soort accounts sluit. Het aantal spammeldingen neemt dan ook af. Alleen al in juni werd 50.000 verdachte accounts geweigerd.

Financieel viel het kwartaal niet tegen. Twitter zag zijn omzet in het tweede kwartaal met 24 procent groeien naar 711 miljoen dollar, grotendeels dankzij de verkoop van advertenties (pdf).

Twitter verkocht voor 601 miljoen dollar aan advertenties. Uit datalicenties werd 109 miljoen dollar verkregen.

Van de omzet werd 367 miljoen gegenereerd in de VS en 344 miljoen daarbuiten. Japan blijft de sterkste markt na de VS, met 122 miljoen dollar omzet.

Onder de streep bleef een recordwinst van 100 miljoen dollar over (volgens GAAP regels) en het bedrijfsresultaat bedroeg 265 miljoen.

Het aandeel daalde zojuist 17 procent. Beleggers maken zich vooral zorgen over de geringe groei op de thuismarkt, maar de nervositeit rond Facebook zal hiertoe ook hebben bijgedragen.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google Assistant in Nederlands: zo bouw je een toekomstbestendige chatbot 

Posted 27 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

In de wereld van de chatbots bestaan twee soorten messaging: proactief en reactief. De eerste soort geeft proactief informatie aan de klant, de tweede werkt op basis van een vraag-antwoord structuur en is eigenlijk een vraagbaak. Wat de huidige chatbots met elkaar gemeen hebben is dat ze nog relatief dom zijn. Maar, er zijn wel degelijk mogelijkheden om een chatbot op een slimme manier in te richten.

Bij Dept onderzoeken we al enige tijd de mogelijkheden om meer intelligentie toe te voegen aan chatbots. Sommige dictionary-based chatbots zijn best slim, maar vooral de reactieve dialogen lopen regelmatig vast op het begrijpen van de vraag. Zo betekent ‘met spoed’ hetzelfde als ‘snel’, maar kan het zijn dat de chatbot alleen ‘snel’ in zijn woordenboek heeft staan en iemand die ‘met spoed’ typt dus niet kan helpen. In een ideale wereld begrijpt een chatbot niet alleen de woorden zelf, maar ook alle synoniemen van de woorden en de verschillende contexten waarin de woorden gebruikt kunnen worden.

Taalbeheersing

Inmiddels zijn er AI-gedreven platformen, zoals Microsoft Luis en IBM Watson, die taal steeds beter gaan begrijpen. Voorheen was dat vooral Engels, later kwamen daar grote talen als Frans en Spaans bij, en nu wordt ook Nederlands ondersteund in Google DialogFlow (GDF). Google DialogFlow bevat een Natural Language Processor (NLP) die het mogelijk maakt een conversational UI te maken die de afzonderlijke elementen van een vraag kan interpreteren. Van de vraag ‘Hoeveel data heb ik vorige maand verbruikt?’ snapt de chatbot dat het over data gaat, welke periode wordt bedoeld met ‘vorige maand’ en dat het gaat om verbruik. De chatbot weet dus contextueel wat er wordt bedoeld en het gaat in dat geval om veel meer informatie dan alleen een keyword. Op basis van deze extra informatie wordt het mogelijk om een transactional dialogue te gaan voeren, waarbij data wordt opgevraagd en teruggeleverd, of gewijzigd (self-service). Een chatbot is nu dus goed te trainen en kan leren dat ‘snel’ hetzelfde betekent als ‘met spoed’.

Microsoft Bot Framework

Dat een NLP in de cloud zit, betekent ook dat die op afstand zit van de brondata. Dat kan een probleem zijn bij een transactional dialogue, waarin antwoorden op meerdere vragen onthouden moeten worden om tot een definitief antwoord te komen. Het is makkelijker om dat proces dichtbij of in een Digital Experience Platform te laten plaatsvinden. Daarom gebruikt Dept het Microsoft Bot Framework, dat open source is, als framework om de chatbot op te bouwen, met daaraan vast een NLP als Google Dialogue Flow. Het framework zorgt voor een versnelling tijdens de ontwikkeling, omdat we zo gebruik kunnen maken van bestaande elementen. Omdat het Bot Framework dichter op de brondata geplaatst kan worden, zijn transactionele dialogen eenvoudiger te ontwikkelen. Bijvoorbeeld in een API Centric DXP zouden bestaande API’s makkelijk hergebruikt kunnen worden in de dialogen.

Er bestaan al verschillende Software Development Kits (SDK’s) die het mogelijk maken een chatbot in een app te maken, op een website te plaatsen of te koppelen aan Facebook Messenger of Cortana. Het is custom werk, maar het framework is een enorme hulp, omdat er een standaard interface is met de API’s. Developers kunnen zo vrij snel de UI op de front-end applicaties in elkaar sleutelen.

Wat gebeurt er als iemand de slimme chatbot een vraag stelt?

De vraag gaat door het Bot Framework heen, waar een uniforme API op zit. Met behulp van een SDK verschijnt er in de app of op de website een venster waarin de klant kan typen. Als deze een vraag stelt, wordt met een NLP – bijvoorbeeld Google DialogFlow, die wij nu als beste testen – de intentie van de vraag opgehaald. Dat kan twee soorten conversaties opleveren:

  1. Actionable conversation – er wordt een actie gevraagd, bijvoorbeeld de data van vorige maand. Dan is er een transactional dialogue bezig, waarin de vraag codematig wordt verwerkt. Een transactional dialogue is altijd geprogrammeerd.

Als de vraag niet actionable is en dus niet voorkomt in een lijstje van intents, dan is het hoogstwaarschijnlijk een

  1. Conversational dialogue, met een vraag/antwoord-vorm. De antwoorden komen uit een knowledge- of database. De intent van de vraag is de sleutel voor het antwoord. Zo’n antwoord moet chatty zijn, dus verpakt in een zinnetje: ‘Hi Remco, dank voor je vraag. Ik weet het wel, namelijk…’

Het is dus zaak die dialogen goed in te richten. Het moet als een conversatie voelen.

Haal meer uit je chatbot

Er zijn verschillende mogelijkheden om meer uit je chatbot te halen. Zo is het mogelijk om actionable data proactief te tonen, bijvoorbeeld bij het openen van de app:

‘Hoi Eileen, je hebt nog X data over. Ik raad je aan om je abonnement op te schalen. Hier zijn de verschillende opties.’

Of door het toevoegen van sentiment analyses, waarbij emoties van klanten kunnen worden gepeild. Is diegene boos of verdrietig? Dan is het misschien goed om door te schakelen naar een livechat of call. Het is dus aan te raden om livechat ook te integreren met de chatbot, zodat een klantenservicemedewerker kan inhaken op het gevoerde gesprek.

Wanneer je je kennisbank via een interface hebt ontsloten op al je digital touchpoints kun je met behulp van language recognition services als Google translate ook nog de taal aanpassen aan die van de gebruiker.

Een intelligente, toekomstbestendige bot

Met gebruik van Microsoft’s Bot Framework en een NLP zoals Google DialogFlow kunnen we een intelligente bot maken op basis van bestaande kennisbanken. Het maakt het mogelijk met MVP te werken naar nieuwe transactionele dialogen. Wij willen een Bot Framework neerzetten waarin we mee kunnen gaan met alle veranderingen die er de komende jaren gaan plaatsvinden en tegelijkertijd iets stabiels neerzetten voor alle front-end applicaties.

Google Assistant

Bovendien is de noodzaak voor Nederlands bedrijven om aan de slag te gaan met een intelligente chatbot op moment van schrijven nóg groter geworden: Google Assistant is net in Nederland gelanceerd. Later in het jaar volgt met Google Home de bijpassende hardware en zullen consumenten breed toegang hebben tot het platform. Het is dus tijd voor merken om in te stappen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook nestelt zich ondanks boycot toch in China

Posted 27 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Facebook mag dan geblokkeerd worden in China, evenals WhatsApp, de profielensite heeft er toch een dochter opgericht die als innovatiehub voor startups en ontwikkelaars moet fungeren.

Het bedrijf is gevestigd in Hangzhou, de thuisbasis van Alibaba. Als verplichte partner fungeert Facebook Hongkong Ltd.

Facebook heeft soortgelijks hubs in Frankrijk, Brazilie, India en Korea.

Ook Google heeft inmiddels enkele honderden werknemers in China, vooral met het oog op kunstmatige intelligentie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wall Street laat Facebook als een baksteen vallen, ‘grootste koersval ooit’

Posted 26 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Na de slechte cijfers van gisteren, waarbij als gevolg van het dataschandaal Facebook 1 miljoen maandelijkse Europese gebruikers zag vertrekken en er geen enkele groei meer zit in het aantal gebruikers op zijn thuismarkt, nemen ook beleggers afscheid van Facebook. De koers opende zojuist in New York op 174 dollar. Gisteren sloot het aandeel nog op 217 dollar.

Gisteren was Facebook 629 miljard dollar waard, nu nog ‘maar’ 506 miljard. Omgerekend is Facebook 123 miljard dollar armer.

Volgens Bloomberg is het de grootste koersval uit de geschiedenis. Intel leverde 18 jaar terug 91 miljard dollar in en Exxon Mobil in oktober 2008 53 miljard op het hoogtepunt van de kredietcrisis. Overigens zou de koers zich vandaag wel weer enigszins kunnen herstellen.

Facebook was jarenlang de lieveling van Facebook en ieder kwartaal was er goed nieuws. Behalve gisteren. Het dataschandaal met Cambridge Analytica heeft gebruikers kopschuw gemaakt.

Blijkbaar om de aandacht af te leiden kwam Facebook in een telefonische toelichting op de kwartaalcijfers gisteren nog met ‘positief nieuws’, namelijk dat 2,5 miljard mensen in de wereld een van de apps van Facebook gebruiken, namelijk die Instagram, Messenger, WhatsApp en Facebook zelf.

(grafiek Bloomberg)



Lees het volledige bericht op Emerce »