Posts Tagged ‘facebook’

Takeaway.com gaat opgegeten worden, alleen door wie?

Posted 22 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De food delivery market is in een interessant spel terecht gekomen. Ik heb met interesse de beursgang van het meest recente succesvolle beursgang gevolgd: Takeaway. Een typisch internetplatform waar potentieel veel winst in zit. Dat wil zeggen; het bedient twee partijen tegelijkertijd. En Takeaway is de virtuele middle man die aan elke transactie wat overhoudt. Aan beide kanten. Lees hieronder mijn voorzichtige conclusie dat Takeaway overgenomen gaat worden. Het is alleen nog de vraag op welk moment, en voor welk bedrag…

Takeaway is het mooiste bedrijf dat er bij is gekomen op de Amsterdamse beurs afgelopen jaar. Het bedrijf zit in een belangrijke fase waar de kern gigantisch groeit. Tegelijkertijd wordt het zelf alweer aangevallen door de nieuwe spelers in de markt. Het bedrijf begeeft zich plots in een arena met nieuwe vechters zonder dat het nog dezelfde wapens bezit.

Het heeft nu technologie geacquireerd met ‘Bloomsbury food delivery’ om ook — naast alleen orderafhandeling — ook de logistiek van ‘thuisbezorgd’ te doen. Nu is het de vraag of Takeaway daarin niet al teveel achterstand heeft.

Bedrijf Thuisbezorgd

Het initiële model van Takeaway is eigenlijk die van het pre-internet tijd. De lokale pizzabakker opbellen om pizza’s thuis te laten bezorgen. Dat model is naar online getrokken, en vervolgens naar een mooie app en goede mobiele website. Daar is een platform omheen gebouwd zodat de consument de keuze kreeg van de opties in de buurt om eten te bestellen.

Zorgen dat die pizzeria meer orders binnen krijgt is de hoofdtaak van Thuisbezorgd.nl. En vervolgens zijn daar een heleboel andere ‘afhaal-’ restaurants ook op aangesloten. De Chinees, Indisch en de ‘lokale’ Thai. Zij krijgen via een mooi systeempje in de keuken extra orders binnen, het eigen personeel doet controle op de order -de eerste keer vaak nabellen- en brengt die, via de scooters voor de deur, rond in de nabijheid.

De consument krijgt van Takeaway een platform aangeboden waarop het kan kiezen op basis van de postcode en de restaurants die er op zijn aangesloten. Dit is een potentiële miljardenmarkt waarbij de maatschappelijke trend van gemak perfect bediend wordt.

Grote groei in verschillende landen

Daar is Takeaway verdomd goed in geworden, dat niet alleen. Ze hebben ook de rest van de markt uitgekocht of opgekocht zodat zij in de top van deze markt acteren in de landen waar zij actief zijn. Dat is vooral Nederland, Duitsland, Polen, Oostenrijk en België na flinke verschuivingen van activiteiten met de lokale ‘just-eat’ partijen in Europa.

Het gaat goed met Takeaway. De laatste cijfers hebben dan ook er voor gezorgd dat de beurskoers omhoog spoot. Clean en netjes in een kantje het verhaal: Orders +54% year-on-year. Perfect! De waarde van het bedrijf in enkele weken met 30 procent gestegen.

Tipping point

De markt neemt alleen — nu nog met minuscule omvang — een andere wending in de grote steden. Daar is het niet alleen extra orders binnenkrijgen via een platform. Nieuwe spelers in de markt hebben gezien dat er veel gedoe is rondom het uitserveren van het eten. Nabellen van nieuwe klanten, klachten opvangen bij te lang wachten op het eten. Extra personeel alleen voor het rondbrengen van het eten. Veel extra orders betekent ook veel extra problemen voor de restauranthouders die naast piekbelasting in de keuken ook de piekbelasting in de logistiek moeten managen.

Nieuwe spelers hebben al die logistieke taken ook naar zichzelf toegetrokken. Dan kan het restaurant bij zijn of haar kerntaak blijven: Zo goed mogelijk (lekker) eten (op een snelle manier) de keuken uit krijgen.

Dat betekent ook: geen brommeronderhoud, geen personeelonderhoud en allerlei personeel standby hebben staan. En zelfs als service voor de vergrote vraag zijn er extra keukens geplaatst om te doen waar het bedrijf goed in is: gerechten produceren.

Voor al het andere wordt gezorgd, deels door software, deels door de flexibele laag van standby personeel — die net zoals de Ubertaxi’s goed vraag en aanbod opvangen met betrekking tot piekbelasting. Totale ontzorging van de restauranthouders van deze nieuwe service bedrijven.

Deze nieuwe diensten doen namelijk alles van orders binnen halen tot de hele infrastructuur van zorgen dat het bij de persoon thuis komt die besteld heeft. Het lijkt bijna hetzelfde, het is het totaal niet. En dat kan Takeaway pijn gaan doen. Stad voor stad.

Vergelijk het met de mobieltjesmarkt — Nokia was ooit fier koploper in de markt voor mobieltjes die nog gigantisch zou groeien. Nokia zag de iPhone in 2007 gepresenteerd worden maar stond er bij te kijken. Het open platform en het high-end platform zag het in no-time voorbij steken. Wat als high-end begon, veranderde uiteindelijk de totale markt. Nokia heeft misschien langste tijd wel het grootste marktaandeel gehad, van het ‘dumbphone’ segment. Een langzaam uitstervend soort. En dat het snel kan gaan in een industrie, zo laten de opkomst en de neergang van LG, HTC en Nokia wel zien.

Kleurrijk Amsterdam

In Amsterdam is het rond etenstijd een gekrioel van de verschillende ‘kleuren’ op de fiets, eerst al Foodora en Delivero. Vervolgens ook het krachtige ‘zwarte’ Uber Eats met de miljarden dollars achter de hand (en nog iets veel belangrijkers, later meer daarover). En inderdaad, ook nog steeds de oranje Thuisbezorgdscooters.

Zoals Uber stad voor stad de taximarkt heeft veroverd – al dan niet illegaal – zal dat ook zo gaan met deze deliverydiensten in het Westen. Het probleem alleen is dat er nu vier verschillende diensten zijn in Amsterdam. Dat worden er op lange termijn hoogstens twee met misschien nog een sukkelende derde. Een flinke vechtersmarkt dus waar voorlopig verliezen worden geaccepteerd om uiteindelijk als marktwinnaar de monopolie positie ten gelde te maken.

Tornado

Het alweer 20 jaar oude boek Inside the Tornado van Geoffrey Moore legt perfect uit wat er nu in deze markt gaande is. Alles en dan ook echt alles voor marktaandeel en snelle groei. Dat is een kwestie van lange adem, veel geld of ergens een powerknop vinden in je eigen marketing en sales activiteiten.

Daar komt de power van Uber om de hoek zetten. Zij hebben het meest belangrijke: de creditcardinformatie van huidige Uberklanten — de welgestelde carrièredoelgroep die vaak deze manier van eten verkiest uit gemak en snelheid. Het grote voordeel is dat deze doelgroep de prettige Uberervaring kent. Uber Eats heeft een grote drempel verlaagd door deze doelgroep in de steden al bereikt wordt via de Uber App.

Service level up

Uber gebruikt zijn technologie. Én dus nog betere service voor de consumenten die eten bestellen. Je ziet letterlijk je eten naar je toe gebracht worden via de app. Waarbij je ook al — via je creditcard — in twee klikken je eten hebt betaald zonder uit de app te stappen.

Ik heb het zelf geprobeerd en naast de Uber app ook de Uber Eats app gedownload op mijn mobiel. Binnen een druk op de knop waren al mijn gegevens ingeladen binnen Uber Eats, een minuut later eten besteld via de al automatisch gekoppelde creditcard. Zestien minuten later stond het eten voor mijn deur.

Zestien minuten! Voor een restaurant dat een kleine twee kilometer weg lag, okay, het was een burrito met nacho chips. En het was verre van het beste wat die ik ooit gegeten heb. Maar holy shit: in zestien minuten een volwaardig avondmaal gebracht. Waarbij de koerier nog twee minuten voor de verkeerde deur stond ook.

De grootste concurrent komt dus niet van Just Eat (ook het oude Thuisbezorgd / Takeaway concept) maar van Deliveroo, Delivery Hero (Foodera), Uber Eats en …. drumroll …. zelfs Amazon gaat zich roeren in deze markt. (Hoewel dat voorlopig alleen in de States zal zijn).

Het zijn dus de bedrijven die ook de logistiek meepakken van de order en dus aan beide kanten van het platform de service verhogen, want in ‘eigen’ beheer via rating & review. Het is niet alleen markt afpakken, het is ook nog eens de high-end van de markt afpakken van Takeaway, waar het meeste op wordt verdiend.

Investeren voor de toekomst

Dat is de tegenstand, allemaal bereid om flink te investeren in het netwerk en het bedrijf, om later als winnaar op de lange termijn winsten af te romen.

De acquisitiekosten van nieuwe klanten voor Uber kunnen, inclusief het Uber Eats, hoger zijn juist doordat Uber op deze wijze twee markten bediend. Eenmalig kosten maken voor customer acquisition en vervolgens de klanten op meerdere markten bedienen.

Wereldwijd worden de verliezen geschat op drie miljard dollar in het afgelopen jaar voor Uber. No problem. Tegelijkertijd maakt dat het bedrijf zelf 60 miljard dollar waard. (Als het al niet meer is ondertussen). Juist vanwege de achterliggende netwerkeconomie-gedachte. Dezelfde aanpak zie je terug bij Amazon. Elke node extra op het netwerk zorgt voor extra veel waarde van het totale netwerk.

Daar moet Takeaway tegen concurreren. En dus flink geld uitgeven aan de marketingcampagne. Concurrentie is nooit goed, (voor een bedrijf) heeft Peter Thiel ons geleerd in Zero to One. Peter Thiel is een vreemd figuur, hij heeft het alleen businesswise wel vaak bij het juiste eind.

Netwerkmarkten vervallen altijd in hetzelfde patroon. De winner takes all. Zie Facebook, zie Spotify, of geheel vroeger… het Christendom om even een ander voorbeeld te noemen.

Potje risken?

Ergens lijken deze bedrijven een soort van Risk te spelen. (Nico Inberg van IEX vergelijk het met Monopolie tijdens de IPO). Eenmaal gewonnen landen zijn moeilijk te verslaan en het is belangrijk je niet te veel te verspreiden met je huidige legers (lees: cash). Na het veroveren van de markten is het daarna de koehandel met de overgebleven activiteiten die zijn overgebleven in landen die niet kunnen worden gewonnen. Zie de vele uitwisselingen van activiteiten de afgelopen jaren tussen onder andere Takeaway, Just Eat en Delivery Hero (Rocket internet).

Daarbij kan het strategisch zijn om de aanvalsplannen groots te verkondigen om juist andere spelers te misleiden. Zie alle berichtgeving in de Duitse thuismarkt voor Delivery Hero. Met Liefeheld en Foodera is het daar actief in de thuismarkt — die Takeaway claimt te hebben gewonnen maar waar Takeaway miljoenen euros moet investeren in de marketing campagne.

Endgame

Waar sommige nichemarkten nog uiteindelijk gewonnen worden door de liefde voor het product, is het hier heel simpel. Technologie + economische modellen zijn aan het werk. Het is harde business en ‘winner takes all’ markt.

Er zijn vier Nederlandse platformbedrijven waar ik aan moet denken die Takeaway zijn voorgegaan: Booking, Marktplaats, Hyves en KPN. Alle vier zijn zij totaal anders geëindigd.

Er zijn nu vier verschillende scenario’s voor Takeaway- aan de hand van die Nederlandse voorgangers — in mijn ogen, waarvan de eerste drie het meest waarschijnlijk:

  1. Overname door grote partij: Het Booking.com scenario- Takeaway wordt direct overgenomen en kan onder die paraplu doorgroeien als leading brand. Mooie premie op de beurskoers en iedereen blij.
  2. Overname door grote partij: Het Marktplaats scenario — Een overname waarbij de gewonnen landen gelden als cashcow en het operationeel lekker blijft doordraaien zonder grote investeringen of uitbreidingen. De landen zijn verdeeld en Takeaway is overgebleven als kleine lokale sterke speler en wordt voor een kleine premie overgenomen.
  3. Zelfstandig — Het Hyves Scenario — Op de top van de Nederlandse markt en enkele buitenlandse activiteiten die worden ontplooid, maar de grootste internationale speler walst uiteindelijk na een aantal jaar toch het bedrijf omver. Wachtend op de prins op het witte paard wordt het bedrijf uitgemergeld en uiteindelijk weggevaagd.
  4. Zelfstandig — Het KPN scenario — Takeaway zal zich steeds verder terug moeten trekken en opgesloten zitten in het eigen land. Wachtend tot er een keer een overname komt van een grote buitenlandse partij. Hoge marges blijven draaien op de omzet maar weinig groei op de lange termijn. Door zo erg op enkele landen en activiteiten te focussen overleeft Takeaway zelfstandig. Maar geen lange termijn groei meer door gebondenheid aan de geografische grenzen en de merkportefeuille die niet internationaal is.

Nu is Takeaway 1,3 miljard euro waard. Dit is natuurlijk een prachtprestatie van oprichter Jitse Groen. De waardering op de beurs is alleen wel bijna 20 keer de omzet van 2017. Nu weet ik dat exponentiële groei bijna niet te bevatten is en dus dat het — ondanks de mega waardering — ook nog simpelweg goedkoop kan zijn op de lange termijn.

Alleen de absolute waardering op lange termijn zit mijn inziens nu op slot omdat:

  1. De expansie gelimiteerd is aan de huidige landen. Het is nu eerder slim onderhandelingen over huidige activiteiten, dan oorlog voeren en nieuwe ‘werelden’ veroveren.
  2. Er nieuwe concurrenten bij zijn gekomen die extra service leveren. Takeaway moet hier opboksen tegen wereldwijde spelers en loopt simpelweg achter op dit gebied. Ze kopiëren deze ‘logistieke’ spelers nu wel in de steden maar ik vrees dat zij te laat zijn.

In 2016 zal de omzet hebben gelegen op circa 75 miljoen waarbij men zwaar moest investeren in de Duitse tak. En met de 49 miljoen orders is het internationaal gezien nog een kleintje vergeleken met de andere Europese spelers Just-Eat (2016 net onder de 100 miljoen orders) en Delivery Hero die recent ook Foodpanda binnen heeft gehengeld (en nu gezamenlijk 20 miljoen orders per maand verwerkt)

Gaat deze markt vervallen in echt pure wereldwijde monopolie? Zoals Facebook dat is, of in een markt waar landsgrenzen nog belangrijk zijn zoals bijvoorbeeld bij telco’s / kabelaars zoals kpn/ Vodafone? Moeilijk te zeggen. Verdere overnames in deze markt lijken in ieder geval onvermijdelijk.

De vraag is wat dan de huidige lokale marktdominantie waard is? In een groeimarkt, maar waar wel direct alweer aan de stoelpoten wordt gezaagd door de nieuwe spelers met een completer servicepakket.

Welke kant het op gaat? Ik heb een idee, zie het Nokia verhaal. Het zal in ieder geval zorgen voor grote uitschieters van de beurskoers.

P.S. Ik schrijf deze stukken puur uit interesse voor nieuwe technologie en trends. Schrijven helpt mij om de eigen gedachten te ordenen en vooral later terug te lezen hoe fout ik het had. Op moment van schrijven geen positie in bovengenoemde bedrijven.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Snapchat ontbreekt in meeste Nederlandse mediaplannen

Posted 22 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Weinig adverteerders in Nederland hebben Snapchat al in hun mediaplannen staan. Campagnes maken vergt extra inspanning en de resultaten zijn slecht te meten.

Tot die slotsom komt onderzoeksbureau MeMo2. “Voordat de Nederlandse adverteerder instapt, dan moet er nog wat gebeuren”, stelt onderzoeksdirecteur Coen Kempen. “Er zijn weinig campagnes gedaan, dus er is ook amper vergelijkingsmateriaal. Bovendien is het lastig om budget te verantwoorden als het lastig is de resultaten te meten.”

Kempen ziet wel enige kentering in het sentiment ontstaan. “De eerste campagnes worden nu gedaan vanuit testbudgetten, maar dat gaat nog heel terughoudend.”

Snapchat is voor adverteerders een gesloten en afgeschermd systeem. Er zijn geen API’s om reclames in automatisch in te laten lopen, geen targetingopties en geen analyticsdashboards. In die zin is de foto-app, qua commerciële mogelijkheden, het best te vergelijken met adverteren op televisie of outdoor. “Het verschil is dat er voor Snapchat nog geen historie is over wat wel en niet werkt.”

MeMo2 probeert de zielen bij adverteerders te kneden met zijn eigen crossmediale onderzoeken.

“We bieden cijfers over brandingeffecten van Snap Ads, Sponsored Geofilters en Sponsored Lenses. MeMo2 meet de Image- en Videoconsumptie op Snapchat en biedt een kwalitatieve verdieping op de meer generieke cijfers en publicaties die bekend zijn over het platform.” Een generiek getal: 54 procent van de Nederlandse gebruikers tussen de 12 en 24 jaar heeft Snapchat dagelijks open. Op maandbasis is dat zeventig procent.

Een bureau als SnapLabs, onderdeel van SocialEmbassy, bouwt sinds ruim een jaar campagne-ervaring op bij klanten. Dat zijn veelal merken die zich richten op jongeren, alhoewel niet uitsluitend, en het niet om nieuwe kanaal heen kunnen. Metrics of niet.

Sinds kort is duidelijk dat Snapchat in de persoon van Joost Hagesteijn een vertegenwoordiger op de lokale markt heeft. Ook hij zal de vragen over analytics, dashboarding, casestudies en te verwachten campagneresultaten moeten beantwoorden aan belangstellende partijen.

Hoewel ze qua functioneren op elkaar lijken is Snapchat volgens Coen Kempen niet te vergelijken met Instagram. “Dat wordt in de mediaplanning meestal gewoon meegekocht met Facebook.”

Foto: vivoandcapitone (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom Stories in WhatsApp een briljante zet is

Posted 21 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De introductie van Stories in WhatsApp is heeft alles in zich om een geweldig succes te worden. Het vult een gat in wat Facebook zelf heeft achtergelaten. Foto’s en video’s van je dag delen met je vrienden, die 24 uur lang de tijd hebben om ze te bekijken. Waar hebben we het eerder gezien? Laten we het beestje bij zijn naam noemen: de introductie van Stories in WhatsApp is de zoveelste poging van Facebook om Snapchat te verslaan in haar eigen spel.

Facebook probeerde dat al op talloze manieren, tot ronduit zielig aan toe. Voor en nadat Snapchat Facebooks miljardenbod van tafel schoof in 2014, was het sociale netwerk van Mark Zuckerberg al bezig om het succes van Snapchat te imiteren. Er was de app Facebook Poke, waarmee je ontvangen foto’s maar één keer kon bekijken. Gefaald. Er kwam de app Slingshot, waarbij je een ontvangen foto pas mocht bekijken als je er eerst een terugstuurde: ook een flop.

Schaamteloos, maar succesvol

In augustus vorig jaar kwam Facebooks andere adoptiekind, Instagram, al met een Stories-functie. Één op één overgenomen uit Snapchat. Met foto’s en video’s geef je volgers 24 uur lang een kijkje in je leven. Foto’s en video’s, natuurlijk ondergekliederd met krabbels, stickers en teksten – want zo doet die andere app uit Silicon Valley het ook.

Hoe schaamteloos de kopie ook: Instagram Stories sloeg en slaat aan. Anderhalve maand geleden maakte Instagram bekend dat het zo’n 150 miljoen dagelijkse Stories-gebruikers heeft – dat is meer dan het totale aantal gebruikers van Snapchat. Toch is het nog niet de jackpot: Instagram heeft in totaal 400 miljoen dagelijkse gebruikers. Meer dan de helft ziet Stories (nog) niet staan dus.

Instagram Stories: rare spagaat

Dat is helemaal niet zo vreemd ook. De Stories-functionaliteit bezorgt Instagram in de basis namelijk een rare spagaat. Instagram was en is een app die je opent om je mooie kiekjes te delen, of die van anderen te bekijken. Het is een app voor het delen van highlights – een selectie beelden waar je trots op of blij mee bent, die je echt de wereld niet wil onthouden.

Een nieuwe functie die erop is gericht om je meest alledaagse tussendoorse tafereeltjes te delen, is eigenlijk een far stretch van die insteek. Ik zie nog steeds professionele fotografen die hun leven fotofilterperfect vastleggen, en dat niet kunnen rijmen met de rauwe werkelijkheid die Stories blootlegt. Het grote merendeel van mijn vrienden deelt nog steeds liever het uitzicht van de piste dan vijf seconden skiën er vanaf.

Maar nu is er Stories in WhatsApp. Een plek waar het wel hoort.

Het heeft een enorme kans op succes. Niet zozeer omdat de alom geprezen Chinese chatapp WeChat groot is geworden door precies de combinatie chatten en statusupdates, maar omdat Stories in het verlengde ligt van hoe je WhatsApp al gebruikt.

Een andere uitlaatklep

Alle commerciële mogelijkheden van de app ten spijt; WhatsApp is een app die je start om op de hoogte te blijven van je vrienden. Je partner, je vrienden, je familie, teamgenoten en je collega’s. Je opent voortdurend hun ontvangen berichtjes, je leest steeds weer bij in groepen. Je deelt met chatberichten al jaren ‘persoonlijke statusupdates’ in individuele gesprekken of groepen.

Nu geeft WhatsApp de optie om dat in één keer naar al die connecties (of mét uitsluitingen van specifieke vrienden) te doen, in plaats van in chats. Je voetbalteam, je oudelui, je buren mogen best weten dat je bankhangt en voetbal kijkt. Pannenkoeken eet met de kids. Nog steeds blij bent met het uitzicht vanaf de Zuidas.

Het zijn die kleine deelmomenten waar WhatsApp op inspringt. Te alledaags en te ‘lelijk’ om te delen op Instagram, te klein en te tijdelijk om te delen op Facebook. Op Facebook en Instagram deel je de feestelijke foto als het zwemdiploma is gehaald. Hier deel je die twee voor jou uitputtende zwemlessen in de week zelf. ‘Weer hier. Gaan we weer’. Het is een andere uitlaatklep.

Een extra openingszin

Stories in WhatsApp is het kanaal dat Facebook zelf ooit was, voordat het een marketinghemel werd. Voordat Facebook een mediastorm werd van virale video’s en schreeuwerig fakenews. De persoonlijke, de alledaagse aard is Facebook kwijtgeraakt. Op Facebook gebeurt het niet, op Instagram ziet nog niet de helft van de gebruikers het staan – alleen op Snapchat deelt zo’n groot deel van de gebruikers dagelijkse tussendoorse beslommeringen.

Facebook heeft maar één app in Nederland en Europa waarin personen al in zo’n persoonlijke sfeer zitten, waarin alledag wordt besproken, waarin zo veel ge-heen-en-weer plaatsvindt. ‘ Stories voegt er gewoon een extra openingszin aan toe. Een aanleiding voor nog meer chitchat. WhatsApp wás dit al. Het valt nog steeds onder het gouden app-mantra ‘doe één ding en doe dat ene ding goed’. Het heeft alles in zich om een groot succes te worden.

P.S.: wist je dit?

Nog even dit dan. In de eerste versie van WhatsApp kon je alleen maar statusupdates delen met je contacten. De naam is dan ook een woordgrap van ‘What’s Up?’.  De app sloeg niet aan. Toen Apple in 2009 met pushberichten kwam, kreeg WhatsApp een chatfunctie. De rest is geschiedenis…

De statusupdate-functie werd de afgelopen acht jaar niet aangepast, tot nu dus. Je zou stiekem kunnen stellen dat WhatsApp met de update een hommage doet aan zijn eigen roots – al is dat ongetwijfeld niet de insteek geweest. Dat is simpelweg Snapchat verslaan in haar eigen spel, want nu dus wel eens zou kunnen lukken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Klantbeleving wordt belangrijker dan prijs en product

Posted 21 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Forbes verwacht dat in 2020 de klantbeleving de belangrijkste reden is waarom de consument voor een bepaald bedrijf of merk kiest. Hoe de klant de dienstverlening ervaart wordt dus belangrijker dan het product en de prijs daarvan. Dit heeft grote gevolgen voor de marketingstrategie.

Het minder goede nieuws: CMO Council deed onderzoek onder marketingprofessionals wereldwijd en slechts 16 procent vindt dat hun bedrijf een klantbeleving biedt die in overeenstemming is met de merkbelofte. Twee derde slaagt hier soms wel en soms niet in en 14 procent lukt het nooit. Om maximale waarde uit de klant te halen en een lange-termijnrelatie op te bouwen zal marketing een manier moeten vinden om een geïntegreerde, samenhangende beleving te bieden die klanten aanspreekt.

Eruit halen wat erin zit

Kennis van de klant is hierbij belangrijker dan ooit. Die heeft namelijk hooggespannen verwachtingen die je alleen waar kunt maken als je zijn gedrag begrijpt en daarop direct kunt inspelen. De marketingdirecteur van Marston’s, een Engelse bierbrouwer die ook pubs uitbaat, verwoordt het treffend: “Je kunt geen vrienden worden met iemand die je niet echt kent.”

Gebrek aan kennis van en begrip voor de klant heeft gevolgen voor de bottomline. Slechts 3 procent van de marketeers uit het CMO-onderzoek zegt dat zij de maximale omzet uit hun klanten halen. Bijna de helft (47 procent) doet dit niet, 44 procent werkt eraan en 6 procent weet domweg niet hoe ze op dit gebied presteren.

Het goede nieuws: de eerste voorzichtige stap in de juiste richting is door 49 procent van de ondervraagde marketeers al gemaakt: zij werken nauwer samen met sales-, service- en support-afdelingen om de klantbeleving consistent te maken. Silo’s afbreken is heel belangrijk om inzicht te verkrijgen in wat klanten beweegt. Zo blijft cruciale informatie niet hangen bij een bepaalde afdeling of tool en verkrijg je een volledig beeld van de klant.

Data genoeg, nu nog inzichten

Op zich hebben de marketingprofessionals toegang tot heel veel klantdata. De uitdaging is om deze te aggregeren tot een volledig beeld van de klant. Zonder dat ‘360 graden’ inzicht kun je immers geen personalisatie toepassen. Slechts 3 procent zegt dat al hun databronnen volledig zijn geïntegreerd. Zeventien procent heeft de data deels gecombineerd. Bijna de helft (48 procent) verzamelt en analyseert de informatie los van elkaar. Tien procent zegt dat de datastromen te complex zijn om te consolideren. Meer dan een vijfde doet niets aan consolidatie en analyse van klantgegevens.

Eenendertig procent biedt een betere klantbeleving, omdat ze data gebruiken om relevanter te worden voor de klant. Dit gebeurt echter vrijwel altijd op basis van historische data. De volgende zet is om analytics niet achteraf, maar real-time te gebruiken, in de context van de klantreis. Bij elke interactie kun je de uit data verkregen inzichten gebruiken om een natuurlijk, relevant gesprek met de klant te voeren. De klant voelt zich begrepen en gewaardeerd als individu. Zo creëer je betrokkenheid bij het bedrijf of merk.

Marketingsucces

Waar kun je het beste mee beginnen als je echt een klantgericht bedrijf wilt worden? Vier tips op weg naar marketingsucces:

Het is de reis van de klant, niet die van jou
De klant wil de vrijheid om zijn eigen pad te volgen in plaats van een van tevoren gedefinieerd proces te moeten doorlopen. Dit noemen we de customer-managed journey. Het trechtermodel werkt niet meer, omdat de klant via heel veel verschillende kanalen met het bedrijf in contact kan treden. Klanten verwachten nu relevante content die voldoet aan hun individuele behoeften en voorkeuren.

Actiegericht en actueel inzicht versus op campagnes gebaseerde inzichten

Een campagne opzetten en achteraf meten wat het effect is, heeft niet zoveel zin. Benut de beschikbare gegevens om nieuwe, actuele inzichten in het gedrag van de klant te verkrijgen. Als je begrijpt waarom klanten tijdens bepaalde contactmomenten dreigen af te haken, kun je dat voorkomen.

Richt je niet alleen op de bekende gebruikers

Iemand die anoniem je website bezoekt, staat aan het begin van de klantreis. Die mensen kun je negeren, maar dan is de kans klein dat ze daadwerkelijk klant zullen worden. In plaats daarvan kun je tijdens die eerste interactie luisteren, leren en je aanpassen aan de behoeften van de anonieme gebruiker. Ook met mensen die je nog niet kent kun je een relevant gesprek voeren. Iemand die een meubelsite bezoekt om een bepaalde stoel te bekijken, kun je bij het volgende bezoek bijvoorbeeld gratis verzending aanbieden van die stoel. 

Omni-channel personalisatie

Het is niet genoeg om aanwezig te zijn op nieuwe platformen. Een klant die eerst een bericht op je Facebookpagina plaatst en vervolgens een mailtje stuurt naar sales, ziet dat niet als aparte interacties. Het bedrijf moet met één stem spreken in alle online en offline kanalen. De klant vertelt één keer zijn verhaal. Vervolgacties kunnen door alle medewerkers, in alle kanalen, systemen en platformen, worden ondernomen zonder dat het gesprek hapert. Zo werkt menselijke interactie en dat is wat de klant verwacht: behandeld worden als een individu. Personalisatie draait niet om een naam in de aanhef van een e-mail. Het gaat erom dat je weet wie de klant is, zijn gewoonten en voorkeuren – wat, hoe en wanneer hij iets wil.

Meten is weten is winnen

De klant verandert en marketing dus ook. Door on- en offline systemen op elkaar af te stemmen, eilanddenken in het bedrijf tegen te gaan en data te gebruiken om inzicht te verkrijgen in de actuele klantreis kun je direct anticiperen op de behoeften van de klant. Die is koning, maar dient ook een doel: omzet genereren. Investeren in de relatie betekent dat je de maximale omzetpotentie van je klanten benut. De weg naar succes begint bij kennis van de (potentiële) klant.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google mengt zich in influencer marketing: megaplatform in de maak?

Posted 20 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google houdt zich sinds kort bezig met influencer marketing. Het bedrijf koppelt populaire YouTubers aan merken. Op naar het grote Google influencersplatform?

Nu bedrijven inluencers omarmen gaat ook Google zich bemoeien met deze relatief nieuwe vorm van marketing. Het bedrijf heeft afgelopen jaar een nieuw initiatief opgericht, YouTube Labs, dat populaire videomakers heeft gekoppeld aan enkele merken van L’Oreal. Dat deed het door samen te werken met multi-channel network (MCN) en YouTubekanaal AwesomenessTV.

Product in ontwikkeling?

De Amerikaanse tak van L’Oreal werkte tot nu toe als enige samen met YouTube Labs. Google noemt het dan ook een service met een alpha-status. En hoewel dit dus betekent dat YouTube Labs nog een verre van definitief product is, worden komend jaar meer merken geholpen bij het vinden van influencers. In Europa gaan onder meer BMW en Johnson & Johnson ermee aan de slag.

Voor L’Oreal heeft een hele serie aan video’s opgeleverd die goed zijn bekeken. AdAge meldt dat er met name is gewerkt met minder bekende namen uit de beautywereld. De bekendste namen weet het cosmeticabedrijf natuurlijk zelf wel te vinden. Er zijn juist contacten gelegd met andere influencers, bijvoorbeeld een populaire reisvlogger.

Welke rol Google exact voor ogen heeft is nog niet duidelijk. Afgelopen najaar nam het ook al Famebit over, een marktplaats die videomakers met marketeers in contact brengt. Dat resulteert dan vaak in content voor kanalen die niet van de bedrijven zelf zijn. Na de overname werd eveneens gesteld dat dit als een kleine aanval gezien moest worden op MCN’s.

‘Logische stap: steeds lastiger aandacht te krijgen’

Dorit Roest kijkt er niet van op. Zo is ze oprichter van The Influencer Movement (TIM), een marktplaats zoals Famebit. “Ik zou me haast beledigd voelen als Google niet een stap had gezet richting influencer marketing. Het is vooral een compliment als zo’n grootmacht zich op jouw markt begeeft en interesse heeft in een concurrent. Toen we begonnen was er nog niet eens een naam voor, nu wordt het door Google gezien.”

Hoe logisch is het dat Google zich op dit terrein begeeft? Behoorlijk, laat Roest weten. “Mede door de opkomst van adblockers, algoritmes op sociale media en reclamevrije initiatieven als Netflix wordt het steeds lastiger om iemands aandacht op een traditionele manier te krijgen. Bloggers, vloggers en mensen op sociale media hoeven die gewilde aandacht van de consument niet op te eisen, maar verdienen die gewoon dagelijks.” Zij kunnen de boodschap van een bedrijf volgens Roest op een authentieke wijze vertalen. “Natuurlijk wil Google dit stimuleren. Hoe minder storende en irrelevante advertenties, hoe beter.” Ze noemt haar eigen kijk idealistisch: ze gaat uit van het scenario dat Google gaat voor de gebruikerservaring en de kwaliteit van content.

Opvallend is wel dat één van de betrokken influencer netwerken laat weten de helpende hand van YouTube Labs in ieder geval niet als bedreiging te zien. Hoe de commerciële afspraken eruit hebben gezien – en in de toekomst uitzien – is niet bekendgemaakt. Google zegt niets te hebben gerekend voor de ‘match’. Google verdient natuurlijk wel aan de advertenties die het bedrijf rondom de video’s plaatst. Ook zouden de bedrijven de video’s ook op andere platformen – Facebook bijvoorbeeld – mogen gebruiken.

“Natuurlijk kan het ook anders lopen”, zegt Roest. “Een scenario waarin Google het geld achterna gaat. Wat ik helaas vaak zie is dat influencers en merken dan om verkeerde redenen aan elkaar worden gekoppeld. Niet omdat de influencer oprecht enthousiast is over het merk of omdat iemand een relevante doelgroep heeft, maar omdat er exclusiviteitscontracten zijn gesloten of veel geld mee gemoeid is.”

In een commentaar op het recent nieuws is in ieder geval één scenario uitgedacht: Google en YouTube kunnen het algoritme zo aanpassen dat de video’s uit het eigen lab goed worden gepositioneerd. ‘Natuurlijk zal YouTube er een label ‘gesponsord’ opplakken, maar dat valt op den duur niemand meer op’, wordt er opgemerkt.

‘Er is meer dan bereik’

“Wat ik niet wil”, vervolgt Roest haar verhaal, is dat we deze sympathieke vorm van marketing laten afglijden naar een vorm van van adverteren die niemand meer gelooft. Omdat het simpelweg ook niet echt is. Hopelijk komt er naast de aandacht voor iemands bereik vooral aandacht voor wat wij de REAL-factoren noemen: Relevance, Engagement, Authenticity, Likeability.”

Of Google zich op deze marketingvorm stort en hét dominante platform wordt of dat er juist ruimte is voor allerlei kleine nichespelers weet nog niemand. “Maar de wildgroei aan bemiddelaars gaat op termijn normaliseren”, denkt Roest. In bepaalde disciplines, food en fashion bijvoorbeeld, ziet ze al een aantal grotere spelers. “Wat je ziet is dat de ‘winnaars’ zich niet alleen richten op het matchen, maar ook services en advies bieden over bijvoorbeeld campagnes.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

YouTube past reclamebeleid aan

Posted 20 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

YouTube stopt volgend jaar met reclame van dertig seconden of meer die niet weggedrukt kan worden. Kortere reclames kunnen nog wel worden overgeslagen.

Adverteerders zullen vermoedelijk niet blij zijn met dit besluit, maar YouTube zegt dat het de gebruikerservaring wil verbeteren. Kennelijk waren die langere reclames voor veel gebruikers toch te irritant. Mogelijk is het beleid ook ingegeven door de concurrentie van Facebook, die geen weg te drukken video’s kent.

Vorig jaar heeft YouTube al eens een advertentie met zes seconden geïntroduceerd die in zijn geheel moet worden uitgekeken. De verwachting is dan ook dat YouTube dit formaat of de 20 seconden reclame zal promoten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Infographic: is Snapchat houdbaar?

Posted 18 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het bedrijf achter Snapchat prijst zijn aandeel bij beursgang tussen de 14 tot 16 dollar. Dat waardeert het bedrijf als geheel tussen de 19,5 en 22,2 miljard dollar. Bijna de helft van drieduizend ondervraagde Amerikanen denkt dat Snapchat dat niet waard is. Er is vooral twijfel over de houdbaarheid van Snapchat. Aan de andere kant: aan Facebook werd in het verleden ook getwijfeld.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Snapchat vs. Instagram: waarop moet de marketeer zich richten?

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Snapchat en Instagram zijn de snelst groeiende sociale netwerken van dit moment. De kanalen zijn zeer visueel ingesteld en trekken een jonger publiek aan dan bijvoorbeeld Facebook of Twitter. Maar wat zijn de voordelen per kanaal? En op welk kanaal moet je je als marketeer focussen?

Snapchat introduceerde in 2013 Stories; een functie waarmee geplaatste foto’s en video’s na 24 uur verdwijnen. Instagram deed dit pas in 2016. Doordat deze ‘Stories’ maar kort zichtbaar zijn, krijgen gebruikers de kans om vluchtige content te creëren. Het voordeel hiervan is dat zij een minder grote drempel voelen om content te uploaden en dat ze regelmatig het netwerk moeten checken om niets te missen.

Wie bevindt zich waar?

Even de feiten op een rij: Snapchat en Instagram hebben allebei jonge gebruikers (die van Snapchat zijn zelfs nog iets jonger dan die van Instagram.) Het grootste deel van de gebruikers is tussen de 15 en 19 jaar oud. Verder heeft Instagram (2,1 miljoen) veel meer gebruikers dan Snapchat (1 miljoen). Het percentage van het dagelijks gebruik ligt bij Snapchat iets hoger (51%) dan bij Instagram (47%). Ook is de toename van het dagelijks gebruik in 2016 ten opzichte van 2015 van Snapchat hoger.

Wat zijn de verschillen tussen de Stories van Snapchat en Instagram?

Stories is een functie waarvan wordt gezegd dat deze schaamteloos is gestolen van Snapchat, wat eigenlijk ook het geval is. Dit is overigens niet de enige functie die Instagram heeft ‘geïnspireerd’. Waar het tot voorkort alleen op Snapchat mogelijk was om verdwijnende foto’s en video’s naar volgers te sturen, kan dit nu ook op Instagram. Zo groeit Instagram steeds meer naar Snapchat toe.

Wel zijn er kleine verschillen in de functies die beide netwerken aanbieden. Zo hebben gebruikers van Snapchat veel meer mogelijkheden om de foto of video te bewerken met bijvoorbeeld stemvervormers en augmented reality-filters en geo-filters. Toch biedt de ‘rip-off’ van Instagram bepaalde voordelen voor marketeers ten opzichte van Snapchat.

Waar liggen de kansen voor de marketeer?

Een groot voordeel van Instagram is dat je de naam van een persoon/bedrijf kunt intypen, waarna je een aantal suggesties krijgt. Bij Snapchat is dit niet mogelijk; hier moet je de letterlijke gebruikersnaam intypen. De organisatie zal dus via andere (social media) kanalen de gebruikersnaam moeten communiceren. Het toevoegen van nieuwe personen of bedrijven kan op verschillende manieren; bijvoorbeeld door de ‘Snapcode’ van iemand te fotograferen of door op mensen in de buurt te zoeken.

Echter, een open zoekfunctie zou voor bedrijven handiger zijn. Een ander voordeel van Instagram ten opzichte van Snapchat is de mogelijkheid tot het toevoegen van links. Hierdoor is het voor bedrijven makkelijker om de gebruiker naar een bepaalde pagina te leiden.

Is Instagram dan in elk opzicht een beter marketinginstrument dan Snapchat?

Nee. Zoals eerder verteld, heeft Instagram wat betreft organisch bereik voor bedrijven een streepje voor. Wat betreft betaald adverteren is Snapchat in veel opzichten interessanter dan Instagram. Zo is het mogelijk om gratis een community geofilter in te stellen. Dit kan bijvoorbeeld interessant zijn voor city-marketeers of marketeers van een hogeschool/universiteit.

Gebruikers laten graag zien waar ze zich bevinden en maken dan ook veelvuldig gebruik van deze filters. Voor bedrijven die bijvoorbeeld hun eigen logo willen gebruiken als geofilter is het mogelijk om een on-demand geofilter ter goedkeuring in te sturen. Dit kost wel geld; het bedrag is afhankelijk van de tijd dat de advertentie zichtbaar is en de grootte van het gebied waarin het beschikbaar is.

Augmented reality als extra dimensie voor advertising

Een andere vorm van adverteren op Snapchat is door middel van sponsored lenses. Door de augmented reality (AR) techniek van Snapchat is het mogelijk voor gebruikers om actief aan de slag te gaan met deze advertenties. In Nederland heeft Unilever voor het eerst gebruikgemaakt van deze techniek. Voor Magnum Double konden gebruikers hun gezicht voor de helft veranderen in die van een wild dier. Hierdoor speelden de gebruikers met het merk, waarna ze het doorstuurden naar hun contacten. In andere landen is er al meer mogelijk op het gebied van Snapchat-advertising, dus in Nederland zullen er in de toekomst ook meer mogelijkheden tot adverteren komen.

Appels met peren vergelijken?

Ondanks de gelijkenissen in de features van de verschillende social media is de insteek van alles eromheen verschillend. Instagram is een open sociaal netwerk, waar Snapchat eerder gesloten is. Met Instagram is het hierdoor gemakkelijker om een breder publiek te bereiken en is daardoor, organisch gezien, aantrekkelijker voor marketeers.

Wat betreft de funfactor is Snapchat nog wel de baas. Door AR die wordt gebruikt, blijft de app verrassen. Facebook, eigenaar van Instagram, heeft een tijd geleden MSQRD, ontwikkelaar van AR, gekocht. Het is al mogelijk om zogenaamde ‘masks’ te gebruiken in een Facebook Live-video.

Het lijkt dus slechts een kwestie van tijd voordat dit te gebruiken is in Instagram. Als deze wijziging wordt doorgevoerd, zou je misschien denken dat Snapchat weinig voordelen meer heeft ten opzichte van Instagram. Dit is echter maar de vraag. De charme van Snapchat is het persoonlijke, Instagram heeft dat minder.

Voor marketeers is Instagram op dit moment misschien de gemakkelijkere, meer toegankelijke optie. Als Instagram volloopt met reclame-uitingen, zou het zomaar kunnen dat een wat meer gesloten, persoonlijker netwerk de voorkeur van het publiek krijgt. Of dit Snapchat is, zullen we tegen die tijd ontdekken.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Besocialized



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ghostery in Duitse handen

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Scriptblocker Ghostery, een bekende verschijning in de wereld van de adblockers, is gekocht door de Duitse start-up Cliqz. De technologie van beide bedrijven zal worden samengevoegd. Ze willen ‘anti-tracking’ van surfgedrag perfectioneren.

Met de overname, waarvan geen financiële details zijn bekendgemaakt, komt Ghostery onder de strenge Duitse privacywet te vallen. De verkopende partij, die zich omdoopt tot Evidon, gaat zich weer louter op de b2b-markt richten.

Cliqz is een jong bedrijf uit München dat met steun van investeerder Hubert Burda Media een browser en zoektechnologie ontwikkelt die geen surfgedrag meet en gebruikersprofielen aanlegt. Precies niet wat adtech-bedrijven willen en giganten als Facebook en Google.

Ghostery heeft tien miljoen actieve gebruikers en Cliqz een paar honderdduizend. Het richt zich pas sinds enkele maanden op de buitenlandse markt. De aanleiding daarvoor was de investering van Mozilla.

De bedrijven zeggen dat ze in de komende maanden verscheidene proeven gaan doen met integraties van elkaars technologie. Ze zoeken naar nieuwe, aansprekender manieren om de privacy van hun gebruikers nog beter te kunnen beschermen.

Een andere nieuwe browserbouwer die de privacy van zijn gebruikers hoog in het vaandel heeft staan, is Brave. Op het gebied van zoekmachines zijn het partijen als Startpage en Duckduckgo die hun gebruikersaantallen blijvend zien groeien. Op het gebied van e-mail zijn het partijen als Tutanota en Protonmail die Europese privacywetten als verkoopargument hanteren richting de internationale markt. Sinds de aanstelling van de nieuwe president in de VS melden zij sterke stijging in het aantal nieuwe gebruikers.

Foto: Robert Couse Baker (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuw bedrijfsmodel Bugaboo: ‘Houd balans tussen data en intuïtie’

Posted 16 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeg je Bugaboo, dan zeg je kinderwagens. Dat moet veranderen met het afgelopen najaar geïntroduceerde bagagesysteem Bugaboo Boxer. Op het eerste oog alleen een nieuw product voor een nieuwe doelgroep. Intern is er echter heel wat meer veranderd: een nieuw bedrijfsmodel en een digitale transformatie.

Bugaboo staat te boek als vernieuwer in de kinderwagenbranche. “Innovatie zit inderdaad in ons DNA”, vertelt Chief Commercial Officer Mieke Veldhuis. “Maar die innovatie schuilt vooral in ons product. Als bedrijf waren we tot nu toe eigenlijk vrij traditioneel. Kinderwagens verkopen we via veel verschillende kanalen, via distributeurs en retailers.”

E-commerce: van ondersteuning naar centrale rol

Tot nu toe, want met het koffersysteem Boxer verkoopt Bugaboo voor het eerst praktisch alleen via eigen kanalen. Een nieuw bedrijfsmodel: e-commerce is er niet meer ter ondersteuning, maar staat centraal. Dat is best spannend, zegt Veldhuis. “Want je moet dat wat je als merk hebt opgebouwd zien te behouden en bij een klein deel van het bedrijf toch een nieuwe manier van werken introduceren. We zetten dit bewust in de markt als uniek product. Niet als een koffer, maar als koffersysteem. Bij zo’n unieke aanpak hoort in mijn ogen ook een unieke strategie. Anders word je alsnog gezien als een uit duizenden.”

In deze specifieke markt is weinig kwalitatief goede retail, vertelt de Director E-business Ronald van Drunen. Door de “e-commerce first” aanpak houd je als merk alles in eigen hand. “Vrij uniek voor een merkbedrijf.” Vanuit de e-business gezien is het grote voordeel met name dat Bugaboo daarmee dichter bij de consument komt. Concreet: het bedrijf kan data verzamelen die bruikbaar zijn voor marketing en service. Data waarover merkbedrijven doorgaans niet beschikken omdat derden tussen het bedrijf en consument instaan: een distributeur, een winkelketen of een vestiging.

Totaal andere customer journey

Een nieuwe productcategorie en voor het eerst ‘digital first’, dat vraagt ongetwijfeld om een andere aanpak. “Een totaal andere”, reageert van Drunen. Met de reiziger als belangrijkste doelgroep is de customer journey op zijn zachtst gezegd nogal anders dan voor de verkoop aan kersverse ouders. Met behulp van marktonderzoek is die reis van ‘awareness’, oriëntatie, aankoop en het proces daarna uitgetekend en zijn kanalen ingericht.

Die verandering zie je natuurlijk al in de fase van awareness. Geen ‘mamablogs’ en Facebook, maar The Financial Times en Linkedin als belangrijk kanaal. Dat een kinderwagenmerk ineens een veel zakelijkere doelgroep wil aanspreken, valt overigens niet verkeerd, zegt Veldhuis. Ze geeft toe dat ze wat terughoudendheid had verwacht bij de nieuwe doelgroep. “De zakelijke reiziger stelt hier eigenlijk geen enkel vraagteken bij.” Opvallender is juist dat de andere doelgroep wat terughoudender bleek. Die had de stap niet zien aankomen en liever gezien dat alles bij het oude was gebleven.

Door die eigen journey zien de touchpoints er ook anders uit. De productcategorieën zijn op Facebook bewust van elkaar gescheiden: met het eigen account Bugaboo Lugage richt het bedrijf zich op de nieuwe achterban. Daarnaast is er speciale aandacht voor de after-service. “Servicing is wezenlijk anders dan we gewend waren. Een reiziger wil bij een probleem direct een oplossing. In de productontwikkelfase is selfservice daarom een belangrijk uitgangspunt geweest. Dat versterken we door voor andere problemen binnen 24 uur een oplossing te beloven.”

Interne verandering meest ingrijpend

Hoewel deze veranderingen aan de buitenkant het meest zichtbaar zijn, is de interne verandering ingrijpender en ook complexer. Bugaboo is namelijk niet als gehele organisatie in transformatie, zegt Veldhuis. “Voor een groot gedeelte van het bedrijf verandert er eigenlijk weinig.” Maar er is nu wel een kernteam dat agile is, als een holocracy-raamwerk is ingericht en scrumt. Dit team werkt datagedreven en op basis van inzichten die er eerder niet waren.

“De grootste uitdaging is om die beide werelden bij elkaar te brengen. Je moet ervoor zorgen dat de traditionele accountmanager op de weg zich net zo gehoord voelt en wordt gefaciliteerd als het nieuwe team. Je moet beide werelden zien samen te brengen zodat er kruisbestuiving ontstaat. We hebben jarenlang een merk opgebouwd en voegen daar nu een nieuwe dimensie aan toe. Je beschikt over teams die snel schakelen en zich baseren op data. Andere teams richten zich op waarde, emotie en de langere termijn.

“De balans vind je door mensen te vrijheid te geven om uit te vinden wat voor hen werkt. Holocracy wordt niet ineens het nieuwe mantra. Kleine groepen proberen het en halen daaruit wat voor hen werkt. Die lessen deel je vervolgens. Blijf je dichtbij jezelf en laat je je niet alleen maar drijven door wat voor nieuws je hoort en ziet, dan ontstaat samenwerking en innovatie.”

“Je combineert data met intuïtie.”

Verdere digitale innovatie is in ieder geval één van de speerpunten, vertelt Van Drunen. De 3D-productconfigurator die al eerder voor kinderwagens is ontwikkeld, wordt geavanceerder. “Je moet de consument begeleiden in zijn aankoopproces. ‘Guided selling’ spreekt namelijk aan. Daarnaast kijken we naar Virtual Reality en Augmented Reality om te zien wat voor de klant waarde toevoegt. Het nieuwe e-commerceplatform heeft een ‘API first approach’. Dat betekent dat we nieuwe technieken makkelijk kunnen aansluiten.”

“Maar”, haast Veldhuis zich om erbij op te merken: “Het betekent niet dat we iedere nice-to-have zomaar omarmen. De grootste uitdaging van een transformatie als deze is om vanuit het merk gezien alles in balans te houden. Je combineert data met intuïtie. De belangrijkste les is om je niet te focussen op een transformatie, maar op de innovatie door het hele bedrijf.”

Voor Bugaboo is ‘digital’ een ingrediënt. “Maar je moet ook je bedrijfsmodellen blijven innoveren”, zegt Veldhuis. Het Flex Plan – een leaseconstructie voor producten – is daarvan een voorbeeld. Maar ook het faciliteren in een circulaire economie, bijvoorbeeld met de verkoop van refurbished (tweedehands, opgeknapte) producten. “Wed niet op één paard. Innoveren doe je op alle fronten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe maak je sneller en makkelijker betere video’s?

Posted 15 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Video heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een van de belangrijkste hedendaagse media. Het is een fantastische manier om met je gebruikers te communiceren, user-driven informatie te vergaren en conversie te vergroten. Maar hoe maak je succesvol betere, converteerbare video’s die door je doelgroep worden omarmd?

In dit artikel vind je concrete tips die je helpen bij het maken van je eigen video’s of bij het briefen van je productiebureau.

Waarom is video zo populair?

Video wordt steeds populairder en wordt voor steeds meer gebieden ingezet. Video’s worden gebruikt voor het bereiken van de eindklant middels Brand/Culture Video’s, voor interne communicatie, voor videovlogs, webinars en instructies (ter vervanging van of aanvulling op de papieren handleiding).

Uit een onderzoek van Deloitte Digital blijkt dat marketeers in Nederland hun marketingbudgetten de komende drie jaren met een vijfde verhogen. Van het budget zal meer aan (online) video en mobiel worden uitgegeven (bron).

De populariteit van video heeft verschillende redenen:

  1. Volgens een rapport van Forrester Research is de kans dat iemand een video bekijkt 75 procent groter dan de kans dat hij een tekst, e-mail of webartikel leest. Mensen kijken simpelweg liever een video (bron). Daarnaast wordt geschat dat 75 procent van de beluisterde / gelezen / bekeken internetcontent in 2017 uit video’s bestaat (bron).
  2. Zoals blijkt uit deze infographic, verwerken onze hersenen video 60.000 keer sneller dan tekst én zorgt video voor een emotionele band met de kijker. Om deze redenen is video met name geschikt voor het delen van persoonlijke verhalen over een bedrijf of merk of voor het uitleggen van de werking van een product of concept.
  3. Niet alleen het publiek ziet liever video’s, ook Google ziet graag video’s. Video’s op je webpagina zorgen voor een hogere positie in de zoekresultaten van Google. Ook Facebook optimaliseert het platform continu om zo goed mogelijk video af te kunnen spelen.
  4. Video’s zorgen voor een hogere conversie. De video’s met de hoogste ROI (engagement) combineren educatie met entertainment. Als je deze twee goed weet te combineren, is de engagement bij video 60 procent hoger dan wanneer alleen foto’s en tekst worden gebruikt (bron).

De populariteit en voordelen van video mogen duidelijk zijn. Maar hoe maak je nu betere video’s die zorgen voor conversie en door je doelgroep worden opgenomen?

Tips om direct betere video’s te maken
  1. Werk efficiënter door de juiste tools te kiezen voor jouw specifieke video

Zoals in de introductie vermeld, worden video’s ingezet voor diverse doeleinden. Zorg dat je een tool selecteert die geschikt is voor het maken van jouw type video. Voor het maken van een videohandleiding gebruik je andere tools dan voor het maken van een branded video. Een aantal voorbeelden van goede tools zijn:

  1. Zorg ervoor dat video’s goed gevonden worden door onder andere een zorgvuldig gekozen titel

Gebruikers die op zoek gaan naar een video, moeten eerst bepalen op welk platform ze gaan zoeken. Daarna moeten ze een keuze maken uit de beschikbare video’s. De titel van de video is een belangrijke factor bij het maken van hun keuze. Een video die niet gevonden wordt, zal ook niet zorgen voor conversie. Gebruik geen jargon of informele taal in de titel. Als je een instructievideo maakt, dan zou de titel kunnen beginnen met “Hoe maak / krijg ….“ Naast een goed gekozen titel zijn er nog veel meer SEO-tips om je video geschikt te maken voor zoekmachines.

Foto 1 – Deze titel lijkt eenvoudig, maar is zorgvuldig gekozen waardoor de video goed gevonden wordt.

  1. Zorg ervoor dat de boodschap beter wordt opgeslagen door video te combineren met gesproken tekst

Uit onderzoek is gebleken dat mensen informatie beter opslaan wanneer beeld met geluid wordt gecombineerd. Voorzie je video daarom van gesproken tekst. Je kunt hiervoor een voice-over artiest inhuren of een computer gegenereerde text-to-speech stem gebruiken, al wordt dit laatste niet aanbevolen. Uit studies blijkt dat mensen een voorkeur hebben voor een menselijk stem. Deze komt ten goede aan de informatieoverdracht en -opslag.

  1. Verminder de cognitieve belasting door beeld en stem te synchroniseren

De stem in een video moet informatie toevoegen over het beeld dat ook op dat moment te zien is. Als de gesproken informatie afwijkt van het beeld dat te zien is, moet de kijker van de video een beroep doen op zijn geheugen om zich de eerder getoonde informatie weer te herinneren. Als je video opneemt en van een voice-over voorziet, zorg er dan voor dat je exact vertelt wat er op dat moment te zien is.

  1. Zorg dat je video aansluit bij de capaciteit van de gebruiker door de juiste snelheid te kiezen.

Een video draagt informatie over. Na het kijken van een video is het belangrijk dat de informatieoverdracht goed heeft plaats gevonden en dat de gebruiker zich de boodschap van de video herinnert  Kies daarom de juiste snelheid om de boodschap over te brengen door:

  •     Niet te snel te spreken
  •     Een afwisselende intonatie te gebruiken
  •    Natuurlijke pauzes te verlengen met een paar extra seconden.
  1. Gebruik bedieningselementen in je video zodat gebruikers het verwerken van informatie kunnen beïnvloeden

Voeg in ieder geval de volgende knoppen aan je video toe: play/start, stop, pause/pauze, een voortgangsbalk en volumeknop. Deze knoppen geven de gebruiker controle over de video, waardoor hij bijvoorbeeld in staat is bekende delen over te slaan of te pauzeren als hij tijd nodig heeft om informatie te verwerken.

Foto 2 – Bedieningselementen die de gebruiker controle geven over de video

  1. Verminder de cognitieve belasting door een preview te geven

Met een preview introduceert je een gebruiker aan de aanstaande videopresentatie. Doordat de gebruiker zich bewust wordt van wat er gaat volgen, zal hij de informatie die gaat komen beter opslaan.

Als je een storyboard opstelt voor je video: zorg ervoor dat je begint met een samenvatting van wat gaat volgen.

  1. Stimuleer actieve verwerking van de informatie door de eerste of tweede persoon te gebruiken

Uit onderzoek (Mayer, 2005) blijkt dat informatie het best in conversationele vorm kan worden aangeboden. Op die manier zal de gebruiker zich meer betrokken voelen en zich onderdeel van het gesprek gaan voelen. Gebruik daarvoor de eerste of tweede persoon en gebruik consistent voornaamwoorden zoals ‘ik’, ‘wij’ en ‘jij.’

  1. Stimuleer engagement door middel van korte video’s

Het maken van lange video’s is een veelgemaakte fout. Korte video’s zijn beter voor het verhogen van de betrokkenheid van de gebruiker (user engagement) en het opslaan van de boodschap in het geheugen. Maak video’s niet langer dan één minuut. Als je meer te vertellen hebt, maak dan een serie video’s.

  1. Publiceer je video op Vimeo voor het verkrijgen van community feedback

Eén van de grote voordelen van video is het aangaan van interactie met de gebruiker.

De Vimeo-community is aanzienlijk kleiner dan die van YouTube. De betrokkenheid van de Vimeo community is echter groter. Het resultaat is dat er meer waardevolle feedback van gebruikers op Vimeo zal komen. Publiceer je video’s daarom altijd omni-platform; in ieder geval op Vimeo en kies daarnaast zelf nog een of meerdere platforms.

  1. Verzamel data over de kijkers van je video

Via YouTube zijn de meeste statistische gegevens in te zien met betrekking tot je video en de kijker, zoals het aantal views, geslacht, leeftijd, geografische locatie, enzovoort. Maak een terugkerend agendapunt aan voor het analyseren van deze data om zo meer over je gebruikers te weten te komen en aan de hand hiervan vervolgacties te bepalen.

Foto 3 – Voorbeeld van YouTube data analyse



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook lanceert video-apps voor onder meer Apple TV

Posted 15 Feb 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Facebook komt met speciale video-apps voor de Apple TV, de Fire TV van Amazon en voor slimme televisies van Samsung. De video’s uit de Facebook-stream kunnen dan vanaf de bank worden bekeken. De ambities van Facebook om op televisie een plaats…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Facebook kondigt videoapps voor televisies aan

Posted 15 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Facebook kondigt videoapps aan voor Apple TV, Amazon Fire TV en Samsung televisies, waarmee video’s die nu alleen in het nieuwsoverzicht verschijnen ook op een groot scherm te zien zijn.

Voorheen waren gebruikers onder meer aangewezen op AirPlay of Chromecast om Facebook video’s op een tv scherm te tonen.

Facebook maakte ook bekend dat het video’s die automatisch afspelen in het nieuwsoverzicht met geluid aan gaat afspelen. Tot nu toe moesten gebruikers het geluid handmatig aanzetten. Facebook zegt dat het de ervaring wil verrijken, maar vermoedelijk spelen belangen van adverteerders ook een rol.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook schuift met licentie steeds meer richting ‘betalen’

Posted 15 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Beschikken alle banken straks over API’s dan kan het grote innoveren beginnen. Bedrijven kunnen dan digitale diensten koppelen aan de systemen van banken. Hoe waarschijnlijk is het dat ook Facebook zich met ‘betalen’ gaat bemoeien?

De komst van PSD2 moet dit allemaal mogelijk maken. De EU-richtlijn moet in 2018 praktijk zijn en verplicht banken andere bedrijven toegang te geven tot iemands rekeninginformatie. Ook kunnen bedrijven optreden als Payment Initiation Service Provider (PISP) en betalingen verrichten. Uiteraard is voor dit alles wel de toestemming van de klant nodig. De verwachting is dat de richtlijn voor meer innovatie zorgt: nieuwe tools op basis van de rekeningdata of software als alternatief voor het huidige internetbankieren.

Kans behoorlijk groot

Zoals Michael Heering van beveiligingsbedrijf Sophos al opmerkte in een artikel is het niet ondenkbaar dat mensen bijvoorbeeld Facebook die toegang geven. Hoe reëel is het dat Facebook zich gaat bemoeien met ‘betalen’? Behoorlijk. De geruchten waren er al enkele jaren, maar nu heeft het bedrijf in ieder geval een zogenoemde ‘e-money license’ gekregen van de Centrale Bank van Ierland. Techcrunch weet te melden dat ‘Facebook Payments International Limited’ toestemming heeft diensten te ontwikkelen voor het overboeken van geld. Omdat Ierland lid is van de EU mag Facebook de dienst in heel Europa uitrollen.

De site merkt terecht op dat het niet ondenkbaar is dat Facebook ook een PISP wordt en zich direct zal aansluiten op de API’s van banken. Met toestemming van de gebruiker kan het dan acties triggeren bij de bank: dat maakt het mogelijk de vaak ingewikkelde checkout sterk te vereenvoudigen. Voor een dienst als de Marketplace kan vervolgens een one-click checkout worden geïntroduceerd.

Een ander scenario is dat Facebook zal optreden als Account Information Service Provider (AISP). Beschikt iemand over meerdere rekeningen bij verschillende banken dan brengt het bedrijf de data daarvan samen in één financiële tool. Gekoppeld aan de mogelijkheden die het bedrijf heeft op het gebied van chatbots is ineens een toekomst voorstelbaar waarin iemand een chatbot vraagt om een overzicht van de aanstaande bijschrijvingen.

‘Bedrijven willen dé interface worden’

Dat PSD2 in ieder geval voor een hoop opschudding zal zorgen is wel duidelijk. Zoals Erik Driessen van fintechbedrijf The Moneyer recent opmerkte: “Met PSD2 wordt de keten uit elkaar getrokken en kunnen bedrijven daar in stappen. Daarom willen bedrijven dé interface worden. Wie toegang heeft tot de klanten kan die bedienen.”

Of het zover komt dat Facebook hét digitale ecosysteem wordt waarin alles samen komt is zeker niet vanzelfsprekend. Wel steekt het bedrijf de ambitie niet onder stoelen of banken. In 2014 lijfde het voormalig PayPal-topman David Marcus in om de divisie te leiden die Messenger ontwikkelt. Vorig jaar zei CEO Mark Zuckerberg nog met iedereen in de betaalwereld te willen samenwerken. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Crowdselling via social media. Sellify doet het

Posted 14 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zo’n twee miljard mensen maken maandelijks actief gebruik van Facebook. Ook Twitter, LinkedIn en Instagram zijn wereldwijd niet meer weg te denken. Het biedt nieuwe kansen, zoals voor het eerste crowdsellingplatform, Sellify van Lennert Pieters. Via social media trekt hij op effectieve wijze potentiële consumenten aan voor zakelijke klanten. “Sell, satisfy en amplify geven exact aan waar wij voor staan: influencermarketing in een nieuw jasje.”

Hoe zou je Sellify omschrijven in een tweet?

“Deel producten waar je van houdt op social media en je wordt beloond!”

Wat doet Sellify?

“Crowdfundingplatforms – zoals Kickstarter – zijn inmiddels gemeengoed, maar crowdselling is nog relatief onbekend. Sellify is het eerste crowdsellingplatform. Social media hebben een groot potentieel om consumenten te bereiken. Wij geven de stimulans om hippe, bijzondere of innovatieve producten van jonge ondernemers te steunen via social media. Iedereen kan daar influencer én ambassadeur worden van de producten die onze klanten verkopen.”

Wat is de rol van de influencers?

“Influencers zijn de aanjagers op social media. In feite fungeren zij als tussenpersoon, door producten te delen worden ze als het ware medeverkoper. Tot voor kort waren de influencers bekende mensen met een enorm bereik op social media. Sellify geeft iedereen de mogelijkheid om influencer te worden, bekend of onbekend. Als er via ons daadwerkelijk een product verkocht wordt, dan ontvangen de influencers ook een bedrag van de verkoopprijs. Een influencer steunt hiermee niet alleen de ondernemer, maar ook zijn vrienden of volgers met exclusieve kortingen op producten. Een win-winsituatie voor iedereen.”

Hoe werkt het precies?

“De producten van onze klanten brengen wij onder de aandacht bij influencers in ons netwerk. We vragen of zij een product op hun sociale kanalen willen aanbevelen. Wordt het vervolgens verkocht aan vrienden, volgers of andere sociale contacten, dan krijgt de influencer tien procent van de verkoopprijs. Zo ziet influencermarketing in een nieuw jasje eruit.”

Heb je een concreet voorbeeld?

“Stel: ik ben een klant van Sellify en verkoop hippe fietsen. Er loopt een campagne van mijn fietsen en jij deelt als influencer dit product op je Facebook-profiel. Al jouw volgers en vrienden kunnen dankzij jouw gedeelde item op Facebook deze fiets met tien procent korting kopen. Jouw netwerk heeft een bepaalde waarde dat ervoor kan zorgen dat er meer fietsen verkocht worden. Als influencer help je dus de ondernemer én die ene vriendin op Facebook die al een tijdje zoekt naar een toffe fiets. Als beloning ontvang je tien procent van de omzet, die wordt gestort op je bankrekening. Een goede influencer weet waar de interesse van zijn vriend of volger ligt en kan dus best wat bijverdienen.”

Eerst richtte je je op particulieren. Waarom deze transitie naar zakelijke klanten?

“Steeds vaker maakten bedrijven – in plaats van particulieren – gebruik van ons e-commerce-platform. Ze hadden al webshops, maar gebruikten Sellify alleen om een groter bereik te creëren. Voorheen boden wij ook hun webshop-functionaliteit aan, maar hier was in onze toenmalige propositie niet genoeg vraag naar. Dus we besloten om de koers te wijzigen en ons alleen nog te richten op aansprekende en jonge producten. Wij zijn er inmiddels van overtuigd dat producten succesvoller zijn als je ze met social media in de spotlight zet.”

Waar komt de naam vandaan?

“Van sell, satisfy en amplify. Drie woorden die precies vertellen waar wij voor staan: het sneller verkopen van producten, het tevreden stellen van klanten en het bereik van klanten versterken.”

Welk probleem los je op?

Onderzoek van het influencermarketing-platform The Shelft wijst uit dat ongeveer negentig procent van de consumenten meer vertrouwen heeft in de aanbevelingen van iemand die ze niet persoonlijk kennen, dan wanneer de aanbeveling direct van het merk komt. Het digitale marketingbedrijf ODM Group kwam tot de conclusie dat meer dan zeventig procent van alle consumenten social media gebruiken voor hun aankoopbeslissing. Wij haken hier op in.”

Heb je al klanten?

“Drie weken geleden is ons nieuwe platform gelanceerd. Sindsdien hebben we al diverse campagnes lopen met klanten als Gocase, MicGeek en Wooden Made. Een belangrijke vereiste is dat het producten moeten zijn mét liefst een opmerkelijk of verrassend verhaal. Dat doet het goed op social media.”

En heb je concurrenten?

“Nee, niet met hetzelfde businessmodel. Wel zijn er platformen als Buffer en Hootsuite die ook gebruikmaken van een automatische deeltechnologie. Zij houden zich meer bezig met social media management. Wij plaatsen jouw bericht tegelijkertijd op meerdere platformen, zoals Twitter en Facebook. Voor jou, namens jou. Uiteraard doen we dit niet zonder jouw autorisatie.”

Hoe ziet het verdienmodel eruit?

“We hanteren een cost-per-sale-model: als ondernemer betaal je pas wanneer er verkoop plaatsvindt. Bij iedere verkoop houden wij minimaal vijfentwintig procent in op de prijs, afhankelijk van de campagne die loopt. Het bedrag wordt verdeeld over de koper, influencer en Sellify. Wij ontvangen vijf procent van de verkoopprijs. Dat lijkt relatief veel, maar doordat wij een groter bereik aan afnemers genereren wordt dat ruimschoots gecompenseerd.”

Wat staat er nu op de agenda?

“Wij zijn bezig nieuwe sociale kanalen toe te voegen, zoals Instagram en LinkedIn. Ook willen we een hogere conversie creëren door een betere match te maken tussen product en social media-gebruiker. Cruciaal is de merkidentiteit. Om die nog beter kunnen laten aansluiten, leggen we gebruikers een aantal vragen voor over hun interesses. Daarnaast bouwen we de database van influencers uit. Zo kunnen we betere matches voor een grotere groep klanten realiseren.”

En in de toekomst?

“We hebben internationale ambities. Dit eerste kwartaal gaat dat nog niet gebeuren, want we willen eerst aantonen dat Sellify in Nederland goed loopt. Wereldwijd maken miljarden mensen gebruik van social media. Dit maakt het eenvoudig om de grens over te gaan. Trial and error moet uitwijzen waar de grootste markt ligt. Voorlopig willen we ons dit jaar voornamelijk gaan richten op Duitsland, België en Engeland. Dichtbij huis dus.”

*) Dit is een artikel in de serie van de Accenture Innovation Awards dat ik schreef in samenwerking met mijn collega Lotte Anne van Vemde. Sellify was deelnemer aan de Accenture Innovation Awards 2015. Bekijk hier de winnaars van dit jaar.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »