Posts Tagged ‘communicatie’

Drenthe wil proeftuin worden voor Internet of Things

Posted 28 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

De provincie Drenthe heeft maandag de aftrap gegeven voor het Drents Internet der Dingen Initiatief, kortweg DIDI. Daarvoor trekken GS bijna 70.000 euro uit. Drenthe moet een proeftuin worden voor technische ontwikkelingen.

Zo regelt de provincie voor alle inwoners en bedrijven gratis toegang tot LoraWAN, het Long Range Wide Area Network. Het gaat om een technologie voor machine tot machine-communicatie over een lange afstand.

Er komen netwerkpunten bij de brandweerkazernes en op hoge plaatsen zoals de politietoren in Assen, de Ondernemersfabriek Assen, theater De Tamboer in Hoogeveen, Streekradio in Zuidwolde en de Rijksluchtvaartschool in Eelde, meldt RTV Drenthe.

Nationaal Park Drentsche Aa gaat experimenteren met het netwerk voor het monitoren van bezoekersstromen. Ook is er een plan voor grondwatermonitoring.



Lees het volledige bericht op Emerce »

WhatsApp voor zorgverleners krijgt bredere opzet

Posted 28 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

BeterDichtbij, de onlinedienst die patiënten makkelijker met artsen wil verbinden, wordt per 1 januari 2018 een zelfstandig bedrijf.

De huidige initiatiefnemers van BeterDichtbij, de dertig regionale ziekenhuizen die lid zijn van de Vereniging van Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen (SAZ), hebben ingestemd met de oprichting van het nieuwe bedrijf. Hiermee wordt de dienst, gestart eind 2016, beschikbaar voor alle zorgorganisaties in Nederland.

BeterDichtbij is een soort WhatsApp voor zorgverleners. Voortaan kunnen alle ziekenhuizen, huisartsenpraktijken en GGZ-instellingen, maar ook eerstelijns psychologen en -verloskundigen,  deelnemen aan het BeterDichtbij concept. Dit initiatief, van voor en door de zorgsector zelf, wordt daarmee toegankelijk voor alle patiënten en cliënten in Nederland.

De BeterDichtbij BV wordt opgericht door de SAZ, het bedrijf Medworq en het nieuwe managementteam bestaande uit Godfried Bogaerts en Sander Bijl. Bogaerts is vooral bekend als oprichter van digitaal bureau Mirabeau. Sander Bijl zet zich al jaren in voor digitale vernieuwing in de zorg, onder meer bij Medworq. Het onderliggende communicatiesysteem Doktr.nl wordt ingebracht door Medworq, dit systeem zal door BeterDichtbij worden doorontwikkeld.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo ziet Evidence Based Growth er in 2024 uit

Posted 27 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zeven jaar geleden kwamen de eerste schaalbare oplossingen voor a/b-testen op de markt. Inmiddels heeft elk groot bedrijf een proces geïmplementeerd voor continue optimalisatie. De komende zeven jaar zal dit verder groeien in kwantiteit en kwaliteit, terwijl verandert wat en hoe we optimaliseren. Vier kernpunten:

Data duiding

Over zeven jaar zijn we heel goed in staat om de gebruiker zelf te herkennen. Nu optimaliseren we veelal nog voor device-/browsercombinaties op basis van cookies, maar device graph oplossingen zullen over zeven jaar de norm zijn. Adobe loopt op dit moment voorop in deze markt met haar Marketing Cloud ID, waarin bezoekersinformatie van al haar klanten wordt gebruikt om te begrijpen welke gebruikers achter welke device-/browsercombinatie zitten. We kunnen daardoor veel sneller leren van onze experimenten, omdat vervuiling van datapopulaties verleden tijd is.

Algoritmes

Nu is optimalisatie veelal nog de kunst van het maken van keuzes. Je kunt niet alles toetsen omdat je genoeg bezoekers nodig hebt om significante uitspraken te doen. Over zeven jaar zullen onze statistische formules beter passen bij de bedrijfsomgevingen waarin we werken. Een oplossing zoals Google Cloud Prediction API zal op basis van jouw weinige data heel gericht al effectieve uitspraken kunnen doen. Optimalisatie is dan de kunst van zoveel mogelijk elementen voeden aan het optimalisatiesysteem omdat razendsnel kan worden getoetst wat nu een positief effect heeft op welk segment bezoekers en wat niet.

Spraakinterfaces

De afgelopen jaren zijn we van de eerste mobile e-commerce via mobile first naar mobile leading gegroeid. App-optimalisatie geeft je al minder creatieve vrijheid, omdat je moet werken vanuit frameworks. Spraakinterfaces zijn het nieuwe mobile. Nu nog de eerste stappen via Google Home en Amazon Echo, maar over zeven jaar heel overheersend. En ook de hoofdinput voor andere apparaten zal spraak zijn. Vormgeving van de online dialoog wordt daardoor bij verkoopoptimalisatie ondergeschikt. Het gaat om de user experience van de gesproken tekst. Relevant, met de juiste woorden op het juiste moment.

Klantcontact

Verkoop van producten zal over zeven jaar nog meer plaatsvinden via platformen waarvan jij geen eigenaar bent. Bedrijven zoals Facebook, Google, Apple en Amazon zullen de grote marktplaatsen zijn waar jij je product kunt aanbieden, maar waar je weinig onderscheidende ruimte hebt. En dus zal de user experience-optimalisatie verschuiven naar het moment waarop de klant jouw product in bezit heeft. Dan pas heb je ruime controle over communicatie met de gebruiker. Klantbehoud en klanten die het product promoten, worden de belangrijkste optimalisatie-KPI’s. En community-optimalisatie de standaard.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Chat en voice bepalen de toekomst van digitale communicatie

Posted 27 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Als je naar Wechat in China kijkt en de ontwikkelingen rond chatbots op Messenger, dan duurt het niet lang meer voor we ook hier in Europa massaal gebruikmaken van conversational interfaces, of dat nu spraakassistenten of chatapps zijn. Wat zijn de gevolgen hiervan voor ontwerpers, marketeers, programmeurs en onderwijsinstellingen?

Die vraag stond centraal tijdens het Freshheads Debat dat we op tijdens de Dutch Design Week in Eindhoven hielden met panelleden Gijs van de Nieuwegiessen (Flow.ai), Emiel Krahmer (Tilburg University), Wilbert Baan (KLM) en ikzelf namens Freshheads. Vier stellingen werden besproken en we delen graag de uitkomsten met je.

 1. In de toekomst is digital design overbodig want grafische interfaces verdwijnen

Je kunt je natuurlijk afvragen wat er nog valt te ontwerpen als je tegen iemand praat. Vooral de manier waarop digital design wordt aangepakt zal verdwijnen, was dan ook de consensus tijdens het debat. Nu ligt de focus op hoe het er grafisch uitziet. Straks is dat de conversatie die het bedrijf of merk met de gebruiker van de dienst of koper van het product wil hebben. De designer wordt een scenarioschrijver die zich bezighoudt met de persoonlijkheid en tone of voice van de conversatie. De rol van de digital creative wordt gemarginaliseerd in dit proces als hij of zij aan de pixels vast zit gebeiteld. Gelukkig is dat meestal niet het geval. We zien dat de markt meebeweegt en dat digital designers massaal cursussen in creatief schrijven en communicatie volgen om zich deze nieuwe skills eigen te maken.

 2. Merken doen er straks niet meer toe

Op zich is het natuurlijk niets nieuws dat merken direct aan de consument verkopen. Dat rechtstreekse contact wordt gemakkelijker gemaakt door conversational interfaces, is de verwachting. Op productniveau biedt deze manier van verkopen kansen als je een sterke merknaam hebt. Iemand zal immers niet zo snel vragen om een paar gympen, maar wel om een paar Nikes. De vraag is wel of tussenpersonen zichzelf sterk genoeg gepositioneerd hebben om relevant te zijn in conversational commerce. Het maakt de meeste consumenten waarschijnlijk niet zoveel uit waar het product vandaan komt, als ze maar snel geleverd krijgen wat ze nodig hebben tegen een goede prijs. De AH’s en Jumbo’s krijgen het dan ook moeilijk, tenzij ze zelf een conversational platform aanbieden zoals Amazon dat doet met Alexa. Tweede optie is dat ze een partner worden van de bestaande conversational platforms van Google, Amazon en Apple en zo de positie van voorkeursleveranciers veroveren. En de derde mogelijkheid is aan hun merk te bouwen door toegevoegde waarde te leveren, zoals AH doet met recepten, instructiefilmpjes en wijnadvies. Maar een combinatie van de drie is natuurlijk ook mogelijk.

Voor marketeers betekent dit een andere rol. De conversational app regisseert de zoekresultaten. Als iemand op pizza zoekt, is het niet ondenkbaar dat er straks een real-time bieding wordt uitgeschreven waarna de drie restaurants die het meest betalen als mogelijkheid worden genoemd in het gesprek met de klant. Dat wordt natuurlijk geautomatiseerd, op een manier die vergelijkbaar is met programmatic advertising. Marketeers zullen zich dan ook vooral bezighouden met het bouwen van het merk en niet zozeer met de uiteindelijke conversie.

 3. Programmeurs gaan verdwijnen

Twee jaar geleden moest je flink in de materie van machine-learning duiken wilde je er wat mee kunnen. Nu zijn er programma’s als Watson en Flow,ai, waarmee je als commercieel medewerker al volledige conversational interfaces kunt maken. Dit duidt erop dat programmeurs in de toekomst ofwel zullen worden ingezet aan de achterkant voor de ontwikkeling van AI, ofwel dat hun rol wordt overgenomen door mensen die de vaardigheid hebben complexe constructies in elkaar te zetten; die logische koppelingen kunnen maken op basis van if this, then that-regels.

Uiteraard is de mogelijkheid dat robots de rol van programmeur volledig overnemen ook ter sprake gekomen. Er zijn reële aanwijzing voor dit scenario. Google is druk bezig met machine-learning en die ontwikkelingen gaan dusdanig snel dat er nauwelijks nog programmeurs nodig lijken te zijn. Voor Google Translate werd er een test gedaan met vertaalalgoritmen. De computer zette zelf een eigen taal tussen de twee talen in om het vertalen makkelijker te maken. Via reverse engineering viel niet te achterhalen wat die zelfverzonnen taal betekende, maar de resultaten waren goed. Tot waar heb je nog developers nodig als computers efficiëntere oplossingen verzinnen?

 4. Leren we onze studenten de juiste dingen?

Het antwoord op deze vraag was een unaniem nee – met nuances. We moeten veel sneller naar de praktijk toe waarbij studenten meedraaien bij een bedrijf, omdat wat je in een vierjarige opleiding op school onderwezen krijgt, bij de diploma-uitreiking vaak al achterhaald is. Er wordt opgeleid voor functies die over een paar jaar helemaal niet meer bestaan. Het studiestelsel moet aan dat gegeven worden aangepast: in plaats van je committeren dat je gedurende vier jaar een bepaalde richting opgaat, ga je je hele leven leren, voor een baan die nu misschien nog niet bestaat. Studenten moeten dus kunnen omgaan met uitdagingen in plaats van per issue te leren hoe ze die in kunnen vullen. De waaromvraag analyseren en probleemoplossend vermogen ontwikkelen, dat is belangrijker dan een vaststaand stappenplan kunnen volgen voor een specifiek probleem.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Staatssecretaris Keijzer op werkbezoek bij postbedrijven

Posted 27 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat gaat vandaag op werkbezoek bij de twee grootste spelers op de Nederlandse postmarkt. De staatssecretaris bezoekt ‘s middags de thuisbasis van Sandd in Apeldoorn. ‘s Avonds is de bewindspersoon in Nieuwegein te gast bij één van de grootste sorteercentra van PostNL.

Eerder deze week had Keijzer al kennismakingsgesprekken met de directievoorzitters van beide bedrijven: Herna Verhagen (PostNL) en Rob Brakenhoff (Sandd).

De brievenbus en de tas van de postbezorger raken leger door verregaande digitalisering. Tegelijkertijd zijn de huidige eisen aan de bezorging hoog. Dat betekent, dat ik heldere keuzes moet maken over de toekomst van de post in Nederland.

Uit de onderzoeken is duidelijk geworden dat digitalisering een steeds grotere invloed heeft. Zo staat qua communicatiemiddel WhatsApp inmiddels op de eerste plaats, gevolgd door mobiel bellen en e-mail. Post is gedaald naar de zesde plaats. 62 procent van de ondervraagden vindt communiceren via post ‘gedoe’, terwijl in 2011 in hetzelfde onderzoek nog 52 procent post juist als ‘makkelijk’ typeerde.

Nederlandse bedrijven en consumenten versturen echter jaarlijks nog altijd 2,8 miljard poststukken zoals brieven. Het overgrote deel daarvan is zakelijke post: 2,6 miljard. Nederlanders versturen en ontvangen inmiddels op jaarbasis 350 miljoen pakketten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Angela Pellaupessy over first price bid auctions

Posted 23 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een nieuw pricingmodel in programmatic advertising dient zich aan: ‘first price bid auctions’. Drie experts geven hun visie. Vandaag als tweede Angela Pellaupessy, Benelux-baas Improve Digital.

Ben je bekend met ‘first price bid auction’? Waar zie je het gebeuren?

Dit is zeker een bekend concept, en het begint steeds meer momentum te krijgen binnen programmatic advertising. Daar is een aantal redenen voor. De eerste is het feit dat de logica van headerbidding kan zorgen voor minder scherpe biedingen voor SSP’s en de SSP’s dus ontzettend lage succestarieven ervaren.

Er wordt daarnaast ook in de adtechbranche geroepen dat eerlijke, second price veilingen niet meer bestaan. Bepaalde SSP’s hebben de veilingen verstoord met hidden fees en manipulatieve veilingdynamieken. Overgaan van een second- naar een first-price model zal helpen om het vertrouwen in programmatic weer op te bouwen.

Wat betreft de Nederlandse markt denk ik dat het nog niet actief wordt gebruikt, maar het is een topic dat flink wordt besproken. Nederlandse media owners c.q. uitgevers werken met partijen die soft floors in de technologie hebben geïntroduceerd, wat soms wordt gezien als gelijke aan first-price auction logica.

Waarom is deze materie interessant?

Het volgt de discussie van transparantie in de waardeketen tussen adverteerders en media owners en uitgevers, en meerdere discussies die plaatsvinden over de marges die dikwijls op een intransparante manier in rekening worden gebracht – door zowel demand als supplypartijen. Het wordt ook aangewakkerd door de toepassing van headerbidding, wat nu overal gebeurd. Bij hot topics zouden first-price veilingen een meer transparante omgeving mogelijk kunnen maken.

Begint second price een achterhaald concept te worden?

Door de bovengenoemde trends is de first-price auction meer in trek, juist omdat het duidelijke en eerlijke communicatie tussen de demand en de supplykant stimuleert over de veilingregulaties. Gebaseerd op het veilingmodel, zal de demandkant zijn strategie en algoritme moeten aanpassen om de gewenste resultaten voor hun klanten te behalen.

Op welke termijn zie je first price zich breder manifesteren op de markt?

Ik kan met zekerheid zeggen, dat dit concept binnen de volgende twaalf maanden ook in Nederland wordt toegepast, en dat tegen dmexco volgend jaar, iedereen er mee bezig is. Maar, dit is wel afhankelijk van de buy-side, en de vraag of hun technologie hier klaar voor is. Als SSP zijn wij nu met gesprekken begonnen met de buy-side om hier mee van start te gaan, en dat zouden anderen ook moeten doen. Wij geloven dat de first price auction echt door zal zetten.

Veel supply partijen in Nederland leggen de focus ook op het optimaliseren van hun yield, en ook bij Improve Digital zijn we hier mee bezig. We bouwen tools voor uitgevers om hun yield te optimaliseren. We zien adverteerders de focus op hun ROI leggen in deze markt, en hun demandpartners zijn daarmee ook gedwongen om daar nieuwe tools voor te ontwikkelen. Adverteerders kunnen daarmee hun strategie optimaliseren, en dit nog beter doen met een first-, dan een second- price auction solution. Samenwerking is essentieel in deze industrie en dus ook met het ontwikkelen van first price auction.

First price auction is een gedegen mogelijkheid voor de SSP’s en de sell-side van deze markt, maar dit werkt alleen goed voor partijen die al een transparant businessmodel hanteren, waarbij dus niet ongemerkt marges worden achtergehouden, want dat verdienmodel wordt steeds moeilijker gemaakt met de first price auction, wat positief is voor het vertrouwen in de markt als geheel

Wat zijn daarbij de drijvende krachten?

Vanuit een internationaal perspectief komt de FPA op een moment waarop de industrie om meer transparantie roept, zowel op het vlak van commerciële en inventory-aspecten gaat. De sell-side wordt gevraagd om tegen fraude en viewability issues te vechten. Overgaan van een second-price naar een first-price auction model zal de branche helpen om hun vertrouwen in programmaticverder te herstellen.

Om te zorgen dat dit ook echt succesvol gebeurt, is transparantie essentieel. De partijen aan de supply-side moeten duidelijk zijn over hun biedingsregels naar de demand zijde. De demandzijde moet op haar beurt haar algoritmen en technologie optimaliseren om de campagneresultaten in first-price auctions te optimaliseren. Dit betekent een serieuze verandering in strategieën voor DSP’s en kopers, evenals een investering in het bouwen van nieuwe technologie.

Tot slot is het altijd goed te zien dat het IAB ook al voorsorteert op deze trend, aangezien zij in het RTB protocol de mogelijkheid biedt om de ‘auction type’ mee te geven in de bid request die de veiling in gaat, waarbij dus kan worden aangegeven of de veiling op first of second price wordt afgerekend.

Foto: Andre Chinn (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlandse datamarketeers ‘bewust onbekwaam’

Posted 23 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het is vooruitgang, maar marketeers in Nederland scoren nog niet beter dan ‘bewust onbekwaam’ met datagedreven klantcommunicatie.

Bijna de helft van de organisaties (46%) neemt beslissingen nog op basis van onderbuikgevoel en niet op grond van feiten. Dat blijkt uit het Data Driven Marketing Onderzoek van DDMA, dat dit jaar voor de tweede keer is gehouden. Het onderzoek werd zojuist gepresenteerd op de Data Dag.

Gekeken is onder andere naar hoe bedreven organisaties zijn in datagedreven marketing. Dat wordt immers gezien als dé toekomst omdat klantdata niet alleen de inhoud maar ook de timing, het kanaal en de vorm van de boodschap helpen bepalen. Minder dan de helft van de 163 respondenten, overwegend senioren en directeuren, zegt bovengemiddeld of zeer bedreven te zijn.

Hieruit vloeit ook voort dat weinigen een centraal klantbeeld hebben of überhaupt een gecentraliseerde database.

Het zijn meestal de afdelingen Marketing & Sales die zichzelf een voldoende geven op dit punt. IT & Operations, Management en Directie zijn hooguit ‘gemiddeld bedreven’, wat te weinig is.

DDMA concludeert: “Het vakgebied verplaatst zich binnen de leercirkel van ‘onbewust onbekwaam’ naar ‘bewust onbekwaam’. In deze fase van de leercirkel wordt men zich bewust van de beperkingen, maar ook dat er genoeg te leren valt.”

Foto: Rich Bowen (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dentsu Aegis koopt Oxyma

Posted 22 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dentsu Aegis Network (DAN) maakt bekend dat de bedrijvengroep Oxyma overneemt. Deze overname betekent de lancering van het label Merkle in Nederland onder de vlag van Dentsu Aegis Network Nederland. Oxyma groep zal verder gaan onder de naam Merkle Nederland.

Dat maakten de partijen zojuist bekend. Hoeveel geld met de overname is gemoeid, houden de partijen voor zich.

“Merkle past perfect bij ons”, zegt Jos van de Loo, CEO Oxyma groep en vanaf nu dus countryleader Merkle Nederland in een persbericht. “Ze erkennen het belang van wat we doen: het helpen van grote ondernemingen met digitale transformatie en het ontsluiten van klantwaarde. Dat zullen we blijven doen op onze eigen vertrouwde manier van werken. Merkle is tegelijkertijd onderdeel van Dentsu Aegis, wat zorgt voor nieuwe gecombineerde expertise en internationale schaal die wij aan onze klanten kunnen bieden. Deze acquisitie is een acceleratie voor beide bedrijven in de ambitie om uit te groeien tot de onbetwiste marktleider in EMEA op het gebied van CRM, data en technologie”.

Oxyma groep heeft kantoren in Rotterdam, Amsterdam, Breda en Dubai. In totaal zijn er meer dan 340 professionals werkzaam.

Oxyma zette in 2015 een groeiversnelling in en schakelde daarvoor het geld en de kennis van het private equity-fonds Nordian Capital in. Dat verwierf iets meer dan de helft van de aandelen. De verkoop nu aan Dentsu Aegis komt eerder dan de partijen verwachtten maar ze konden zich geen betere gelegenheid dan deze voorstellen.

Sinds de investering kocht het de labels aFrogleap, Oogst Online, OFS en Your Social.

Het Nederlandse bedrijf heeft sterke partnerships met de softwareleveranciers IBM, Adobe, Salesforce, Google en Selligent. Een belangrijk aandachtspunt zal zijn om het partnership van Merkle met Pega in Nederland uit te breiden. Dat past bij zijn expertises CRM-, marketingtechnologie-, data-analyse- en klantwaardeprogramma’s. De Rotterdammers werken voor partijen als KPN, Air France KLM, Audi, Unilever, Vodafone en Ziggo.

Dentsu Aegis is een van ’s werelds grootste bedrijvennetwerken voor marketingcommunicatie. In Nederland is het bekend van labels als Achtung!, Carat, Isobar, iProspect en Social Embassy.

Foto: domantasm (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe gebruik je je travel data voor personalisatie?

Posted 20 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoe kun je data benutten om potentiële klanten naar je toe te trekken, in plaats van wachten totdat ze op je website op de aanvraagknop klikken? En wanneer ze eenmaal bij je zijn, hoe meet je dan het effect van je inspanningen?

Dit zijn twee van de vraagstukken waarmee reisondernemers worstelen als het gaat om datamanagement, bleek tijdens de roundtable die Emerce samen met Datatrics over dit onderwerp hield voor TravConnect-leden.

In de traditionele funnel wordt voor elke stap een of meer tools gebruikt, van het werven van nieuwe klanten, via verhogen van de conversie, retargeting van potentiële klanten tot het creëren van loyaliteit. In elke fase worden door die tools data verzameld, maar die informatie wordt vaak niet gecombineerd tot één beeld van de bezoeker of klant, laat staan dat er actiematige inzichten uit worden gehaald. “Eigenlijk wil je je data kunnen gebruiken om de toekomst te voorspellen,” zegt Bas Nieland, CEO van Datatrics. “Maar dat moet wel concrete acties opleveren en er moet zo min mogelijk handwerk bij komen kijken. Je hebt dus een zelflerend systeem nodig dat je data aan elkaar knoopt en met behulp van algoritmen bepaalt hoe effectief je marketingactiviteiten zijn.”

Relevant communiceren op basis van data

Nieland houdt zich met Datatrics sinds 2012 bezig met het relevant maken van de customer journey voor klanten als Van der Valk, SNP en Hampshire Hotels. “Het gaat erom dat je relevant communiceert met de reiziger, zodat je niet als irritant wordt ervaren. Hoe groot je database daarvoor moet zijn? Wij gaan uit van minimaal duizend transacties wil je een zinvolle analyse doen. Het hangt wel af van hoe homogeen je doelgroep is. Bij een allround touroperator hebben de algoritmen meer datasets nodig dan bij een nichespeler.”

Als voorbeeld van hoe zo’n geautomatiseerde analyse in zijn werk gaat, laat Nieland de fictieve klant Sarah zien. Zij heeft geklikt op een advertentie voor romantische weekendjes weg, heeft de website van je hotel in Brugge bezocht en is daar lid geworden van de nieuwsbrief. Ze zoekt een kamer voor volgende maand, heeft je geliket op Facebook, woont in een postcodegebied met hoge inkomens en boekt wanneer de weersvoorspelling goed is. “Deze data kun je uit je interne en externe bronnen halen. Op basis van haar online gedrag en aankoophistorie, maar ook door te kijken naar vergelijkbare personen, kun je afleiden dat ze over te halen is met autoriteit, zich op dit moment in de oriëntatiefase bevindt, in het segment trouwe klanten valt, het beste te bereiken is via Instagram-advertenties om 19.00 uur en dat ze een voorkeur heeft voor de panoramasuite. Ook haar lifetime value, betrokkenheid, salespotentie en de waarde daarvan zijn uit al deze gegevens te herleiden.”

Vervolgens pas je de communicatie aan op het klantprofiel, te beginnen met de website, gevolgd door e-mailmarketing, social media en advertising. Dat hoeft niet met een big bang te gebeuren, zegt Nieland. “Je kunt bijvoorbeeld in een e-mailcampagne vijf standaard aanbiedingen laten zien en vijf gepersonaliseerde en zo kijken wat het effect is.”

In het geval van klant Sarah zou je bijvoorbeeld een gepersonaliseerde post op Instagram kunnen laten zien, op de website de honeymoonsuite onder de aandacht brengen op de landingspagina van het hotel in Brugge en in e-mail een aanbieding waarbij je bijvoorbeeld een fles champagne geeft bij de boeking.

Bron: Datatrics

Voor elke fase van de customer journey en elk klantprofiel kun je op deze manier gepersonaliseerde content klaarzetten. De boodschap bepaal je zelf, het systeem berekent wanneer wat aan wie moet worden getoond. Uiteraard wordt van elke actie de resultaten gemeten en inzichtelijk gemaakt en wordt er eventueel bijgestuurd door de algoritmen.

Haken, ogen en kansen

De technologie bestaat, maar er zitten organisatorisch wel wat haken en ogen aan datamanagement, blijkt uit een inventarisatie onder de roundtable-deelnemers. Hoe ga je bijvoorbeeld om met de nieuwe regelgeving rond persoonsgegevens (GDPR)? Als je besluit gebruik te maken van een data tool dan is het natuurlijk belangrijk om er een te kiezen die GDPR-compliant is. En voor alle communicatie die is gebaseerd op persoonsgegevens heb je een opt-in van de klant nodig, dus het is zaak om op een goede manier toestemming te vragen. Verder is het volgens de deelnemers belangrijk om de grens tussen ‘cool’ en ‘creepy’ bij deze manier van personaliseren te bewaken. Ook moeten medewerkers goed worden getraind in het gebruik en verzamelen van data, zodat er geen onzuivere profielen ontstaan.

Maar als je dat alles goed voor elkaar hebt, dan biedt datamanagement grote kansen, aldus de reisondernemers. Je verkrijgt een beter inzicht in de customer journey, het heeft een positief effect op de slagkracht en groei en je maakt effectiever gebruik van de beschikbare resources. Er ontstaan nieuwe product-marktcombinaties en je hebt intern minder discussie over hoe je je marketing inricht, omdat alles wordt gemeten en er niet meer wordt gewerkt vanuit een onderbuikgevoel.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Diploma-informatie op LinkedIn vaak niet correct’

Posted 20 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ruim een derde van de NIMA-gediplomeerden die via LinkedIn of een online bedrijfsprofiel aangeeft te beschikken over NIMA A, B of C blijkt in werkelijkheid geen diploma te hebben of heeft een lager diploma dan wordt beweerd. Dat blijkt uit een recente steekproef die de beroepsvereniging voor professionals in marketing, communicatie en sales heeft uitgevoerd.

Door de waarde die het diploma op een cv vertegenwoordigt, stijgt ook het risico op misbruik en fraude. Van de honderd gelichte cv’s bleken er 38 niet in orde. Uit de steekproef bleek dat deelcertificaten soms worden geïnterpreteerd als volledig diploma. Ook gezakten bleken zich na hun opleiding als diplomahouder te profileren.

NIMA roept personeelsfunctionarissen en marketingmanagers op om goed te controleren of sollicitanten werkelijk over de diploma’s beschikken die ze beweren te hebben. Daarnaast roept NIMA gediplomeerden op om een rechtstreekse link naar het register op te nemen in hun digitale cv’s.



Lees het volledige bericht op Emerce »

CEO Otonomo: ‘Car data is de nieuwe goudmijn’

Posted 18 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nu steeds meer auto’s connected zijn, ontstaat er een geheel nieuw ecosysteem rondom car data. Met het Israëlische Otonomo als een van de frontrunners. Een twee jaar oude startup die als hub fungeert tussen autobezitters, autofabrikanten en commerciële marktspelers. “Wij zijn de Amazon van de car tech”, aldus CEO en medeoprichter Ben Volkow (44).

Het idee van een op cloud gebaseerde dataexchange voor de connected auto ontstond toen Volkow een paar jaar geleden op verzoek van een aantal autofabrikanten bezig was met het verzamelen van autodata. “In eerste instantie was ik nogal sceptisch over dergelijke gebruikersdata. Maar toen ik er dieper in dook, werd de enorme potentie ervan me duidelijk. Zowel voor de bestuurder en de fabrikanten als voor mogelijke serviceproviders. Een geheel nieuwe markt waar ik al de nodige ervaring mee had opgedaan met een van mijn vorige bedrijven, Traffix Systems. Alleen ging het toen over mobiele datacommunicatie.”

In nog geen paar jaar tijd telt de startup zo’n vijftig medewerkers, waarvan een dertigtal zich vanuit Israël bezighoudt met R&D. “De rest focust zich op sales en businessdevelopment en houdt veelal kantoor in de Verenigde Staten, Azië en Europa.” Binnen een jaar verwacht Volkow het personeelsbestand te hebben verdubbeld. “Met dank aan het groeiend aantal slimme auto’s en de diensten die eromheen zullen worden aangeboden. Uiteindelijk zal de markt van car data ook groter zijn dan die van de verkoop van auto’s. Zo’n 450-750 miljard dollar medio 2030, aldus een recent rapport van McKinsey.”

Wat maakt jullie uniek?
“Door ons platform kunnen autofabrikanten alle data die de connected car genereert makkelijk ontsluiten. Iets waar vaak niet hun expertise ligt en ze maar weinig ervaring mee hebben. Al die info – tussen de 0,5 GB en 25 GB per uur, afhankelijk van de soort auto – wordt door ons geïnterpreteerd en geclusterd. Mede met behulp van kunstmatige intelligentie. Waarna de fabrikanten, maar ook andere bedrijven, er gebruik van kunnen maken.”

Aan wat voor data moet ik dan denken?
“De veelal twintig tot honderd datasets per auto registreren bijvoorbeeld hoeveel mensen er in een auto zitten, hoe snel iemand rijdt, hoe vaak hij de rem intrapt, hoeveel brandstof er wordt gebruikt, welke muziek er wordt geluisterd… Informatie waar niet alleen verzekeraars, banken, creditcardmaatschappijen, maar ook mediabedrijven graag voor betalen. In ruil krijgen wij, evenals de autoproducent, een revenue share en ontvangt de autobezitter allerlei voordelen. Van servicealerts voor de auto tot kortingen op verzekeringen en op geolocatie gebaseerde aanbiedingen onderweg. Van coupons voor een kopje koffie tot aanbiedingen van benzinestations die weten wanneer je weer moet tanken.”

Dat zijn nog best basale features…
“Klopt. Iets wat echter ook kan, en zo zijn er nog legio voorbeelden te geven, is het meekijken met de camera in je auto. Waardoor we bijvoorbeeld kunnen vaststellen waar nog parkeerplekken zijn. Gegevens die we weer kunnen doorzetten naar andere weggebruikers via bijvoorbeeld navigatiesoftware. Maar ook banken en creditcardmaatschappijen hebben interesse. De hoeveelheid reparaties of kilometers die je rijdt, zeggen wat over je kredietwaardigheid dan wel hoe succesvol je bent voor bepaalde beroepsgroepen. Als je wilt, zou je onze data zelfs kunnen inzetten om een aardbeving te detecteren…”

Hoeveel marge ontvangen jullie gemiddeld?
“Een exact getal mag ik niet noemen, maar als je weet dat de marge op deze data honderd procent is, begrijp je dat er veel geld in om kan gaan. Ook voor de fabrikanten die tot nu toe veelal genoegen moeten nemen met een marge van slechts vier tot zes procent. En dan te bedenken dat de hoeveelheid data dagelijks enorm toeneemt. Zo halen we eind dit jaar de vijfmiljoenste gebruiker – terwijl we begin dit jaar nog op een miljoen stonden – en verdrievoudigt dit aantal eind 2018 naar de vijftien miljoen. Ook andere spelers op dit gebied zullen een forse groeicurve laten zien. Van Google, Tesla, GM tot enkele nieuwkomers. Met bijna tachtig partners – waaronder Daimler, BMW en tal van retailers, banken, serviceproviders, maar ook smart cities – denk ik dat wij uitermate goed gepositioneerd zijn om tot de uiteindelijke top drie te behoren.”

Hoe zorg je ervoor dat de auto-eigenaren al die data willen delen?
“Voor alle duidelijkheid: de data is en blijft altijd van hen. En zodra de autorijders bepaalde informatie niet meer willen delen, kunnen ze dat aangeven en opt-outen. Hetzij via het scherm in de auto dan wel via de car app. We delen overigens alleen die data die via een bluetoothverbinding wordt verzonden. Soms gebeurt dat real time, maar veelal in batches van een paar minuten. Schakel je datasharing uit, dan kunnen we je echter ook niet helpen in geval van nood. Zoals bij een auto-ongeluk, waarbij we instant relevante data – zoals het aantal mensen in de auto, de impact van de botsing, of er benzine lekt en dergelijke – aan lokale hulpdiensten doorzetten. Daar redden we levens mee.”

Neemt niet weg dat het delen van car data de nodige wenkbrauwen zal doen fronsen…
“Om consumenten te laten wennen, zullen we ze ook niet vanaf dag één overladen met allerlei kortingen of aanbiedingen. Maar bouwen we dat geleidelijk op. Volgens marktprognoses zal het – als we het goed aanpakken – mogelijk zijn om uiteindelijk zo’n honderd dollar per auto per jaar te verdienen. Zover is het echter nog lang niet, een auto doet nu gemiddeld genomen jaarlijks zo’n twintig dollar.”

Tot slot, hoe zorg je dat de privacy van de dataeigenaar is gewaarborgd?
“Ons systeem weet welke privacyregels er per land gelden. En wat wel en niet gedeeld mag worden. Dat maakt het voor onze partners ook zo handig, en dat zonder enig omkijken. In welk land je ook bent. In Duitsland is men daar het strengst in, en de Verenigde Staten het makkelijkst. Momenteel ligt onze focus nog geheel op de Amerikaanse en Europese markt, maar Azië lonkt. Voordat we daar actief worden, moeten we eerst lokale partnerships afsluiten. Van India en Indonesië tot Japan. Een enorme groeimarkt die voor volgend jaar in de planning staat. Met dan zo’n tachtig procent van de markt in handen zullen we definitief het grootste ecosysteem c.q. platform voor car data in de wereld zijn.”

* Dit artikel verscheen eerder in het novembernummer van Emerce magazine (#162).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Fortinet waarschuwt voor zelflerende hivenets en swarmbots

Posted 17 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Online beveiliger Fortinet waarschuwt alvast voor de opkomst van zelflerende hivenets en swarmbots. Botnets worden vervangen door intelligente clusters van geïnfecteerde apparaten, hivenets genoemd, om effectievere cyberaanvallen uit te voeren.

Hivenets maken gebruik van zelflerende functionaliteit om op ongekende schaal effectieve aanvallen op kwetsbare systemen uit te voeren, waarschuwt Fortinet. Ook de zombies die deel uitmaken van deze netwerken zullen slimmer worden en instructies kunnen uitvoeren zonder input van de beheerder.

Hivenets kunnen exponentieel groeien als zwermen, die ook moeilijker te bestrijden zijn. Hoewel cyberaanvallen momenteel nog geen gebruikmaken van zwermtechnologie, bevat hun code daar reeds de ingrediënten voor. FortiGuard Labs registreerde begin dit jaar in één kwartaal maar liefst 2,9 miljard pogingen tot communicatie met botnets. Dit geeft een idee van de omvang van de schade die hivenets en swarmbots zouden kunnen aanrichten.

Ook ransomware blijft een bedreiging, waarvan het einde nog lang niet in zicht is. Aanbieders van cloudoplossingen en andere zakelijke diensten zullen volgend jaar naar alle waarschijnlijkheid de belangrijkste doelwitten van ransomware vormen. Fortinet verwacht dat cybercriminelen kunstmatige intelligentie zullen combineren met aanvalsmethoden die zich op meerdere kanalen tegelijk richten om kwetsbaarheden in de omgeving van cloud providers op te sporen en misbruiken.

Ook verwacht Fortinet malware die volledig door machines is ontwikkeld. Door kunstmatige intelligentie in te zetten voor de ontwikkeling van geavanceerde nieuwe code kan het detectiemechanismen sneller omzeilen. FortiGuard Labs registreerde in 2017 in één kwartaal 62 miljoen malware-detecties. Daarvan waren 16,582 malware-varianten afkomstig van ruim 2.534 malware-families.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Infographic: op welke travel technologie zetten de vier grote OTA’s in?

Posted 17 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

De vier online reisgiganten Expedia, TripAdvisor, Ctrip en Priceline bepalen hoe consumenten reizen zoeken en boeken. Maar hun dominante positie is niet veilig, zegt onderzoeksbureau CB Insights en daarom investeren ze in mogelijk disruptieve nieuwkomers.

Travel tech startups krijgen tractie en Airbnb blijft groeien. Beide zijn bedreigingen voor de vier gevestigde namen, stelt CB Insights. Expedia, TripAdvisor, Ctrip en Priceline zitten daarom zelf ook niet stil en hebben sinds 2013 in totaal vijfentwintig travel tech bedrijven overgenomen en in tien start-ups geïnvesteerd om zo marktaandeel de consolideren, nieuwe markten te betreden en het serviceaanbod uit te breiden.

CB Insights heeft in kaart gebracht welke technologieën de warme belangstelling hebben van de grote vier. Expedia en TripAdvisor zijn de meest actieve investeerders. In de afgelopen vier jaar hebben zij in tien bedrijven geïnvesteerd of die overgenomen. Ctrip zit op acht en Priceline op zeven.

Travel tech investeringen door de grote vier OTA's

Expedia:

In 2015 deed Expedia zijn grootste aankoop met de acquisitie van HomeAway voor 3,9 miljard dollar. In het derde kwartaal van dit jaar investeerde Expedia 350 miljoen dollar in de Indonesische OTA Traveloka dat inmiddels actief is op zes markten in Zuidoost-Azië. Daarnaast heeft Expedia geïnvesteerd in het hotelcommunicatieplatform ALICE en in SilverRail, een boekingssysteem voor treintickets.

TripAdvisor:

Sinds 2013 heeft TripAdvisor het boekingsplatform voor cruises CruiseWise (website bestaat niet meer, niet duidelijk wat er met het bedrijf is gebeurd), huisverhuursites Niumba, Vacation Home Rentals en House Trip, en reisplanners Tripbod (geïntegreerd in TripAdvisor-site), Viator en ZeTrip gekocht. Verder heeft TripAdvisor geïnvesteerd in Traxo, dat data-analyses doet voor reisbedrijven. Daarnaast heeft TripAdvisor deals gesloten met bedrijven die zich bezighouden met het reserveren van restaurants en recensiewebsites, met name in Europa.

Ctrip:

Ctrip heeft geïnvesteerd in TuJia, een vakantieverhuurserviceprovider en de online reisagent LY.com. Buiten thuismarkt China heeft Ctrip onder andere metazoekmachine Skyscanner gekocht in het vierde kwartaal van 2016.

Priceline:

In de Priceline Group zitten Priceline, Booking.com en Kayak. Sinds 2013 heeft de groep onder andere metazoekmachine Momondo en de boekingsplatformen Mundi en HotelUrbano gekocht. Daarnaast heeft Priceline geïnvesteerd in de hotelmanagementplatformen buuteeq en PriceMatch (beide inmiddels onderdeel van BookingSuite), loyaliteitsprogramma Rocketmiles en autodeelservice FlightCar (in juli opgeheven en het platform is verkocht aan Mercedes Benz). Buiten de reisbranche heeft Priceline in 2014 voor 2,6 miljard dollar de Amerikaanse restaurantboeker OpenTable gekocht.

Foto: Alex wong op Unsplash



Lees het volledige bericht op Emerce »

Spoedklussite Zoofy naar België

Posted 15 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zoofy, gespecialiseerd in spoedklussen, breidt uit naar België. Volgens medeoprichter Arthur de Leeuw is België qua taal en afstand de meest logische keuze om te internationaliseren. Tegelijkertijd verschillen Belgen en Nederlanders qua communicatie wel van elkaar. “Mede daarom willen we eerst ervaring opdoen in Antwerpen en vervolgens snel doorgroeien in België.’

Zoofy werd opgericht in juli 2015 en richt zich vooral op kleinere klussen waarvoor geen uitgebreid offertetraject nodig is. Bij Zoofy bestellen consumenten een vakman tegen een vast tarief en maken zij direct een afspraak met een loodgieter, elektricien of andere vakman.

De situatie op de klusmarkt in België lijkt verder veel op die in Nederland. De tarieven zijn vergelijkbaar en ook in België is er een toenemend tekort aan goede vakmensen.

Op de foto oprichters Arthur de Leeuw (40) en Yannick Veys (32).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe Sir Pence de spaarbot is gebouwd

Posted 14 nov 2017 — by Emerce
Category nieuws

Nu online bankieren de norm is en face-to-face contact met klanten sterk is afgenomen, zoeken banken naar nieuwe manieren om de klant te bedienen, betrekken en beïnvloeden. Deloitte Digital ontwikkelde daarom bij wijze van proef de spaarbot Sir Pence.

Het definiëren van financiële doelen en motiveren van de klant om die te bereiken is één van de manieren waarop banken opnieuw contact maken met hun doelgroep. De grote vraag is natuurlijk in welke vorm je dat het beste kunt doen. Een aantal jonge ontwerpers bij Deloitte Digital heeft als proof of concept een spaarbot met een eigen karakter ontwikkeld. Dit geeft meer eigenheid en verrijkt daarmee de conversatie. Zo werd Sir Pence geboren, een enigszins bekakte butler die de klant helpt om zijn spaardoelen te halen en tips geeft die te maken hebben met het spaardoel.

Sir Pence leert van de reacties van de klant op de conversatie. Wanneer hij/zij bijvoorbeeld beter reageert op boodschappen die ‘s ochtends worden verstuurd, zal de bot daar rekening mee gaan houden. Stort de gebruiker vaak extra geld bij in de spaarpot gemotiveerd door Sir Pence? Dan zullen dit soort coachende berichten vaker terug komen. Ook zou de bot kunnen leren van de voorkeur van de klant voor een bepaalde communicatiestijl. Reageert hij bijvoorbeeld goed op tips van autoriteiten dan worden die vaker gegeven.

Van concept naar proof of technology

Voor ons was het project ook bedoeld om ervaring op te doen met de techniek rond onze chatbot. Op basis van bovenstaand initiële concept hebben we met bestaande componenten een platform gebouwd om de mogelijkheden van de technologie te testen. Er zijn veel opties om een chatbot te bouwen. Met Amelia en Google TensorFlow hebben we al eerder gewerkt. In dit geval hebben onze engineers voor wit.ai gekozen om daar ook ervaring mee op te doen.

Onderstaande screenshot en architectuuroverzicht geven inzicht in de Facebook Messenger chatbot die we gebouwd hebben op basis van de wit.ai language processing en conversation functionaliteiten. We hebben dit platform onder andere gekozen vanwege de beschikbaarheid in het Nederlands. We konden testen met een conversatie in het Nederlands en het verschil tussen Nederlands en Engels onderzoeken. Daarnaast is Facebook de eigenaar van wit.ai en is integratie met Messenger hierdoor efficiënt te realiseren.

Hoe werkt het in de praktijk en welke beperkingen zijn er?

Het wit.ai platform, dat in 2015 onderdeel is geworden van Facebook, is interessant omdat het uitgaat van configuratie op basis van een AI-getraind language processing netwerk en meerdere talen ondersteunt.

In de praktijk bleek dat het configureren en verder ‘inleren’ van de scenario’s met betrekking tot de intentie van de gebruiker en extra parameters zoals het moment van de dag en het spaardoel, vrij vlot te realiseren is. De documentatie is goed.

Naast het extraheren van intentie is het natuurlijk mogelijk om de chatbot te integreren met lerende systemen en andere slimme op artificial intelligence gebaseerde systemen. Zo kun je inspelen op andere gebeurtenissen in het leven van de klant, zoals een gift, reis naar het buitenland of loonsverhoging die hij bijvoorbeeld deelt op social media. De output (een combinatie van de intentie en concrete parameters op basis van de reactie van de gebruiker) van het wit.ai platform is hier goed geschikt voor. Met dit soort systemen kunnen de automatische adviezen richting de klant nog persoonlijker en slimmer worden. Voor dit prototype hebben we deze integraties echter buiten beschouwing gelaten. Bij het doorontwikkelen van de bot gaan we hier wel mee aan de slag.

Omdat wit.ai een generieke oplossing is, moet het systeem alle context eerst leren. Het heeft een beperkte kennis van de echte wereld. Om het beste resultaat te behalen moet het domein van de conversatie zo specifiek mogelijk zijn.

Doordat alle invoer en correcties gedeeld worden door hetzelfde systeem, leert wit.ai van alle applicaties en gebruikers die ermee werken. Dit heeft als voordeel dat het leren van het gehele wit.ai-systeem steeds sneller gaat. Wel is het belangrijk om na te denken over transparantie richting de gebruiker als je zo’n bot besluit uit te rollen. Het systeem weet meer van de gebruiker dan alleen diens spaartransacties, maar ook waar hij voor spaart, welke content hij bekijkt en op welke triggers hij reageert. Een deel van die informatie ligt bij de bank en een deel bij Facebook. Controle over de data wordt dan ook lastiger, aanzien het op de servers van Facebook staat. Je kunt dit ondervangen door bijvoorbeeld zelf het chatdeel te hosten. Dan is het voor externe systemen lastiger om de directe link met een individuele gebruiker te leggen. Over dit alles moet je als bedrijf transparant zijn door de gebruiker inzicht en controle in zijn data te geven.

De eerste experimenten in het Engels zijn erg veelbelovend: met relatief weinig training zijn de resultaten heel acceptabel. Spelfouten en synoniemen zijn niet snel een probleem.

In het Nederlands is dit heel anders. Er is meer training nodig om de basis van het gesprek in het systeem te krijgen, omdat Nederlands op internet minder vaak gebruikt wordt als taal dan Engels. Zelfs na training moeten de vragen ook goed lijken op het getrainde materiaal om de juiste respons te krijgen. Spelfouten zorgen er snel voor dat er geen duidelijke intentie kan worden bepaald. Daarnaast komen nieuwe functionaliteiten van wit.ai zoals het herkennen van specifieke patronen rond tijd, locatie, bedragen, groeten & afscheid, et cetera later beschikbaar in het Nederlands en werken deze door gebrek aan training minder goed.

Het is overigens ook mogelijk om met spraak te werken. Dit is echter nog niet geïntegreerd met Facebook Messenger en ook het genereren van een spraakantwoord is geen onderdeel van het wit.ai-project. Om deze reden hebben we dit onderdeel niet verder getest voor dit prototype.

Naast het ontleden van taal, moet er natuurlijk ook een gesprek gevoerd worden. Hiervoor heeft wit.ai een eenvoudige set mogelijkheden. Voor een simpel scenario binnen een goed getrainde taal werken deze prima. Als het scenario echter iets complexer wordt of de taal wordt niet goed geïnterpreteerd, dan valt dit onderdeel door de mand. Wit.ai heeft daarom ook aangekondigd dat ze niet verder gaan hiermee. Er zijn voldoende diensten die veel volwassener alternatieven bieden. De alternatieven die wit.ai noemt zijn:

–        https://chatfuel.com/ cloud-based variant, die gebaseerd is op configuratie in plaats van coderen;

–        https://botpress.io/ self-hosted, voor developers door developers.

Wat zijn de conclusies en next steps?

Ons prototype toont aan dat het heel goed mogelijk is om in een korte tijd op basis van standaardcomponenten een eenvoudige chatbot op te zetten die zinvolle feedback geeft op de situatie van de klant. De belofte dat je de Nederlandse taal kunt gebruiken binnen wit.ai is deels ingelost, hoewel duidelijk is dat werken in het Engels aanzienlijk eenvoudiger is.

Koppelingen met backend systemen en externe gebeurtenissen kunnen de conversatie persoonlijker maken. Afhankelijk van de specifieke doelstelling en je budget zijn andere uitgebreidere chatbotsystemen zoals bijvoorbeeld Amelia en Google TensorFlow wellicht een beter aansluitende keuze. Daarin zijn de benodigde koppelingen namelijk vaak al aanwezig, terwijl je die bij wit.ai zelf moet programmeren.

Als eerste snelle stap (start small!) is ons prototype echter goed werkbaar. Wij gaan aan de slag om de combinatie van externe gebeurtenissen en de spaardoelen van onze voorbeeldklant te gebruiken bij het verder uitwerken van ons prototype. Dit alles met als doel om de interactie nog rijker te maken.

Uiteraard wordt het echte succes niet bepaald door het concept of de techniek. Gaat de klant gebruikmaken van de functionaliteit en spaart hij zo sneller het geld voor zijn spaardoel bij elkaar? Dat willen we graag de komende tijd testen bij een selecte groep klanten van een financiële instelling, waarvoor we nog een partner zoeken. Wordt vervolgd.

Dit artikel is geschreven door Franklin Heijnen in samenwerking met Michiel de Vries en Matthijs Abma.



Lees het volledige bericht op Emerce »