Posts Tagged ‘communicatie’

Home & Deco zoekt contact met de klant

Posted 23 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Home & Deco-branche is niet snel met vernieuwen. Toch dringt het veranderende consumentengedrag ook hier door. “Je kunt al online een auto bestellen, waarom zouden mensen dan nog wel voor een keuken langskomen?”

Tijdens de Home & Deco Connect-roundtable op EDAY bespraken verschillende spelers uit de branche, van meubelfabrikant tot groothandel, wat hen bezighoudt. Dit zijn de zes belangrijkste trends en uitdagingen die uit het gesprek kwamen.

 1. Meerwaarde bieden aan wederverkoper en eindklant

“Een beddenfabrikant zei laatst tegen mij: ik maak geen bedden, ik verkoop uitgerust wakker worden.” 

Zowel de groothandels als de fabrikanten zijn op zoek naar manieren om wederverkopers en de eindklant aan zich te binden. Daar is een cultuuromslag voor nodig, zeker bij marketing. “Wij willen zo graag toegevoegde waarde bieden, dat we een softwarebedrijf hebben overgenomen zodat we de benodigde technologie zelf kunnen ontwikkelen,” aldus een van de deelnemers. “Dit heeft onder andere geleid tot een productconfigurator die onze wederverkopers aanbieden aan hun klanten. Het is een groot succes qua gebruikersgemak en conversie. We kijken nu of we nog meer van dat soort oplossingen kunnen bouwen.”

 2. D2C: kanaalconflicten

“In onze branche lijken kanaalconflicten heviger te zijn dan in andere sectoren.”

Je ziet in de keten integratie plaats vinden naar de consument toe. Nieuwe spelers zoals Made.com starten meteen online als direct-seller. Maar de digitale kloof is groot: gevestigde namen hebben hooguit een soort catalogus online staan, zonder e-commerce mogelijkheden en vaak zelfs zonder prijsindicatie.

Verder zie je dat ondernemers steeds vaker direct contact opnemen met de producent en schakelen zo de groothandel uit. Er zijn ook winkeliers die rechtstreeks in China inkopen. Dan moeten ze langer wachten op de spullen dan wanneer ze het via de groothandel spelen, maar daar staat tegenover dat ze hun eigen marge kunnen bepalen. Een groothandel zonder eigen label heeft dan ook geen bestaansrecht – je moet toegevoegde waarde bieden.

 3. Rol van de retailer verandert

“Wij helpen onze klanten om hun klanten te helpen. Zo zie je dat bouwmarkten niet meer de uitstraling van een voorraadplek hebben maar als showroom fungeren.”

Het aantal bezoekjes aan de dealer voordat er een nieuwe auto wordt gekocht is van vier naar één gegaan. De dealer is dus een servicecentrum geworden waar je het product kunt zien. Configureren en bestellen gebeurt vervolgens online.

Hetzelfde fenomeen zie je in Home & Deco. Dit betekent dat de rol van de retailer verandert. Fysiek en digitaal blijven naast elkaar bestaan, is de overtuiging. Mensen willen het product kunnen zien. Zelfs augmented reality-toepassingen waarmee je virtueel een meubelstuk in je huis kunt plaatsen om te zien hoe het staat, lossen die behoefte niet helemaal op.

De winkelier fungeert dus niet meer als dozenschuiver maar als showroom waar de consument komt voor advies en service. Dit hoeft natuurlijk niet in een klassieke winkelomgeving te zijn: designmeubels worden steeds vaker op bijzondere locaties getoond die de doelgroep bezoekt. Denk aan luchthavenlounges of een heel goed restaurant.

 4. De mens wordt nog belangrijker in de winkel

“Het product dat je verkoopt is niet de sleutel tot succes, dat kun je overal kopen. Het gaat om de ervaring die je biedt.”

De consument verwacht dat je met hem communiceert en wil snel antwoord. Winkeliers zijn niet de beste partij hiervoor, vinden de fabrikanten in het gezelschap. “Er is een kleine groep die actief nadenkt over on- en offline communicatie. Maar de meeste richten zich op dozenschuiven. Als wij als fabrikanten het niet oppakken, glijdt het weg.”

Er zijn zelfs winkeliers die de merknamen van meubilair afhalen zodat de klant niet komt proef zitten en vervolgens de bank online koopt. “Dat is de omgekeerde wereld – als je goed kunt verkopen, gaat die klant niet meer naar een webwinkel.”

 5. Klantrelatie opbouwen is moeilijk

“Wij maken designmeubilair dat in hun levenscyclus twee tot drie keer opnieuw wordt gestoffeerd. Voor ons is dat een belangrijke inkomstenbron maar de winkelier loopt er niet zo hard voor. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de eindklant, die we niet kennen, toch voor ons kiest?”

De consument wil zoals gezegd duurdere producten kunnen vastpakken, voelen, ruiken. Online is daardoor nog klein in Home & Deco. Dat is zowel het geluk als een beperking voor de winkelier. Het verzamelen van data over je klant vindt immers vooral online plaats en die inzichten missen de retailers. Daardoor is het lastig om een relatie met de klant op te bouwen. Die wordt pas zichtbaar als hij al een beslissing heeft genomen over zijn aankoop. Hoe kom je alsnog online in contact met die klant? Een platformstrategie is een interessante optie: je verkoopt je producten in een community waar de eindklant terecht kan voor service en advies maar bijvoorbeeld ook informatie over trends en andere leuke content.

 6. Economische bloei – maar niet iedereen profiteert

“Online marktplaatsen zullen de kwetsbaarheid van de branche blootleggen. Er gaan woonwinkels als gevolg van die concurrentie omvallen.”

Vorig jaar groeide de Nederlandse economie met 3 procent. De consument heeft het vertrouwen hervonden en daar profiteert Home & Deco van mee. Net als in andere productcategorieën zie je weliswaar dat de omzet stijgt, maar dat dit niet gelijk verdeeld is over de verschillende segmenten.

Ikea blijft de grote favoriet vanwege de prijskwaliteitverhouding. Retailers Primark en H&M deden het goed in de categorie woontextiel. Het aandeel online is nog relatief klein, maar groeit snel. Wanneer online marktplaatsen een goede omnichannel strategie weten op te tuigen, zullen ze ook in de productcategorieën waar ‘voelen’ belangrijk is, aan de winnende hand zijn.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Interne communicatie moet oorkleppen afdoen en voelsprieten weer gebruiken’

Posted 22 okt 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Huib Koeleman over de inclusieve organisaties en de grootste opdrachten voor interne communicatie.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Emerce Home & Deco: ‘Showroom essentieel bij verkoop sanitair’

Posted 20 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Personalisatie van je customer journey, al jaren een hype, maar hoe pak je dat nu aan? Hans Reijnen vertelt op Emerce Home & Deco, op donderdag 1 november, waarom Sanitairwinkel gekozen heeft voor een datamanagement platform (DMP). Voor Sanitairwinkel heeft Reijnen gewerkt bij Belvilla en bij BlueMango Interactive voor klanten als Vodafone, Ditzo en Eneco.

Sanitairwinkel.nl opende in 2007 niet alleen een webwinkel, maar ook een showroom. Inmiddels zijn er meerdere showrooms. Hoe belangrijk zijn deze showrooms voor onlineverkoop? En wat is het percentage klanten dat eerst komt kijken?

“Momenteel hebben we vijf showrooms, waarvan vier in Nederland en een in België. De combinatie van showrooms en webwinkel zijn een gouden combinatie gebleken voor Sanitairwinkel. Bij iedere opening van een nieuwe showroom zien we dan ook dat de onlineverkopen stijgen in de regio. Een showroom verhoogt de naamsbekendheid in de regio en zorgt voor een stukje zekerheid bij de klant. We meten samen met Google of klanten die ons online bezocht hebben, ook naar de showroom komen. Dit aandeel hebben we het afgelopen jaar flink kunnen laten groeien. Helaas is het technisch en wettelijk nog lastig om dit andersom te meten.”

Gaan jullie nog uitbreiden? Ik neem aan dat er geen directe verkoop plaatsvindt omdat veel van de artikelen toch thuisbezorgd moet worden. In die zin dus bewust geen fysieke winkel?

“Momenteel worden er showrooms gebouwd in Alkmaar en Brussel. Daarnaast zijn we aan het kijken waar er nog meer interessante locaties zijn voor ons. Voorlopig ligt de focus voornamelijk op Nederland en Vlaanderen. Maar ik sluit niet uit dat we in de toekomst ook in Frankrijk showrooms gaan openen. Hier zijn we al wel actief onder de naam Magasinsalledebains.

“De meeste artikelen worden inderdaad later thuis bij de klant bezorgd, met uitzondering van kleine artikelen zoals accessoires, die direct zijn mee te nemen. Daarnaast zijn we ook aan het kijken of we bepaalde hardlopende producten op voorraad kunnen leggen bij de showrooms. Of vervangingsproducten, denk aan een doucheslang. Iets dat je direct wilt hebben wanneer het thuis kapot is.”

Wat is de typische uitdaging voor jou als marketeer bij sanitair? Is dat niet een moeilijk te verkopen product waarbij consumenten vaak eenmalig iets nodig hebben (zoals een badspiegel)?

“De uitdaging is dat we voor iedere verkoop een klant opnieuw moeten winnen, omdat het inderdaad een product is dat je wat minder vaak aanschaft, zeker wanneer het over de verbouwing van een complete badkamer gaat. Dat doe je maximaal twee keer in je leven. Maar we bieden veel meer dan de complete badkamer. Zo geef je je badkamer een nieuwe look en feel met een andere aankleding van accessoires. Daar leggen we dan ook meer focus op, hoe kunnen we na die verbouwen nog toegevoegde waarde bieden aan onze klanten.”

Kun je iets vertellen over het datamanagement platform (DMP) dat jullie hebben opgezet ten behoeve van een persoonlijke customer journey?

“Het beste advies wordt gegeven door onze medewerkers in de showrooms en aan de telefoon. Deze houden namelijk volop rekening met de persoon waar op dat moment mee gesproken wordt. Hoe mooi zou het zijn als alle overige communicatie ook gepersonaliseerd is. Een DMP is voor ons de uitkomst. Met het DMP gaan we zo veel mogelijk data koppelen om zo en compleet beeld te krijgen van de potentiële klant. Aan de hand daarvan wordt de boodschap aangepast. Zo krijg je niet langer een banner die een douchewand promoot wanneer je die al aangeschaft hebt, maar zou het zomaar kunnen dat er een mail met aanbieding voor een anti-kalk behandelmiddel gestuurd wordt. Tenzij het natuurlijk een douchewand is die al een antikalk laag heeft. Zo willen we minder irritatie opwekken, maar juist relevant zijn en een betere relatie opbouwen met onze klanten.”

Wat worden de uitdagingen voor de branche de komende jaren?

“Een van de ontwikkelingen die we de afgelopen periode zien is een tekort aan vakmensen. We krijgen vaak de vraag in de showroom of we ook de installatie kunnen doen. Dat doen we momenteel nog niet, maar ik sluit het niet uit voor de toekomst.

“Daarnaast is de markt momenteel gefragmenteerd en er komen meer partijen die sanitair aanbieden. Ook van buiten de branche, denk aan bol.com en Amazon. Dit jaar zagen wel wel een consolidatie, waarvan we verwachten dat die zich doorzet. De uitdaging is om daarin gezond te blijven, mede daarom hebben wij ook Badkamerconcurrent overgenomen om naast Sanitairwinkel in de markt te zetten.”

Emerce Home & Deco vindt dit jaar voor het eerst plaats in Pakhuis de Zwijger. Kaarten hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gemeente Amsterdam boycot redactie City

Posted 19 okt 2018 — by Villamedia
Category nieuws

De gemeente Amsterdam weigert medewerking te verlenen aan journalisten van het nieuwe huis-aan-huisblad City. De hoofdstedelijke communicatie-afdeling adviseert de stadsdeel-voorlichters niet in te gaan op verzoeken tot een-op-een interviews met bestuurders…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Nederlanders waarderen mailings van webshops

Posted 19 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ons e-mailadres is de sleutel om toegang te krijgen tot social media, om zowel reclame als officiële berichten te ontvangen en is het – onder andere –  het adres waarop aankoopbevestigingen binnenkomen. In het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 wordt voor het eerst gevraagd hoe wij deze webshopmailings waarderen: Wij waarderen het mailverkeer van webshops, al zijn er wel opmerkelijke verschillen in leeftijd op te tekenen.

Jonge Nederlanders ontvangen het liefst gepersonaliseerde mailings

Deze leeftijdsverschillen zie je vooral terugkomen als je naar de waardering kijkt van gepersonaliseerde mailings. Uit het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 komen de volgende cijfers:

Welke mailings ontvang je graag van je webshops?

Jonge Nederlanders tot 25 jaar geven aan dat ze e-mail niet meer gebruiken voor berichten aan familie en vrienden. Niet verbazingwekkend: WhatsApp is met 86% hiervoor het meest gebruikte platform. Voor Nederlanders die ouder zijn dan 55 ligt dit percentage op 39%. Oudere Nederlanders sturen liever een e-mailtje naar vrienden en familie. Uit het onderzoek blijkt dat 50% van de 55-plussers hiervoor kiest.

Ergens zou je verwachten dat die laatste groep Nederlanders gepersonaliseerde e-mails van webshops prima vinden. Ze gebruiken e-mail immers ook als kanaal voor het versturen van persoonlijke berichten. Toch houdt dit gebruik van e-mail niet automatisch in dat er ook een voorkeur voor gepersonaliseerde mailings bestaat. Het is eerder andersom.

Het zijn juist de jonge Nederlanders die met 49% aangeven graag gepersonaliseerde mails te ontvangen. Oudere Nederlanders komen niet verder dan 34%. Het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 probeert deze cijfers te duiden. Er zijn drie deskundigen geïnterviewd die elk vanuit uit hun eigen expertise commentaar geven op de conclusies van het onderzoek. Eén van hen is Peter Rijcken, marketingdocent aan de Hogeschool Leiden. Hij zegt: ‘Communicatie via social media is veel meer “praten met” vrienden en familie. Bij een e-mail ga je echt iets schrijven aan een geadresseerde. Die moet je heel bewust kiezen.’

Misschien dat oudere Nederlanders wel heel bewust bezig zijn als ze een persoonlijk e-mailbericht schrijven en dat ze ook heel secuur een geadresseerde kiezen. Wie weet, vinden ze het om deze redenen vervelend als commerciële webshops ze op dezelfde manier aanspreken. Het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 geeft hiervoor niet direct een verklaring, maar de opgenomen interviews geven wel food for thoughts.

Verder valt op dat nagenoeg alle Nederlanders verjaardagsmails weten te waarderen. E-mailmarketeers weten uit zowel benchmarkgegevens als eigen gegevens dat verjaardagsmails hoge ratio’s scoren. Open ratio’s van boven de 70% zijn niet uitzonderlijk. Het is interessant om te zien dat de Nederlander deze waardering voor verjaardagsmails onderstreept. Om precies te zijn: dit geldt voor gemiddeld 47% van de Nederlanders.

Aantal online bestedingen blijft toenemen

Voor webshopeigenaren is het goed nieuws dat Nederlanders hun mailverkeer weten te waarderen, want dat mailverkeer zal toenemen. Uit de laatste cijfers van Thuiswinkel.org blijkt dat wij in de eerste helft van dit jaar 11% meer online hebben besteed dan in de eerste helft van 2017. Het Nationaal E-mail Onderzoek bevestigt deze stijgende trend. Zo gaf vorig jaar 49% van de Nederlanders aan dat ze maandelijks iets online aanschaften en 17% wekelijks. Dit jaar zie je de frequentie toenemen:

Hoe vaak doe je online aankopen?

In 2018 zijn de wekelijkse shoppers toegenomen van gemiddeld 17% in 2017 naar 21% in 2018. In het Nationaal E-mail Onderzoek is ook een interview opgenomen met Richard van Welie. Hij werkt bij Thuiswinkel.org. Hem is gevraagd waardoor het komt dat wij online steeds meer besteden: ‘Er zijn verschillende redenen waarom de e-commerce de laatste jaren een vlucht heeft genomen. Zo raakt de consument steeds vertrouwder met het kopen via internet, is de economie aangetrokken en is het online aanbod enorm gegroeid.’

En e-mail speelt in deze toegenomen e-commercemarkt een belangrijke rol. E-mail is ons voorkeurskanaal voor de ontvangst van reclame, het is het online kanaal dat ons het meest verleidt tot online shoppen en het is kanaal waar we het meeste vertrouwen in hebben. Cijfers uit het Nationaal E-mail Onderzoek bevestigen dit.

Dubbel devicegebruik nog springlevend

Vraag is dan nog met welk device wij al deze online aankopen doen. Het is opmerkelijk dat wij onze smartphone voor zo’n beetje alles gebruiken, maar dat we enige huiver voelen om er online bestedingen mee af te ronden. Zo lezen wij onze e-mails bij voorkeur (46%) op een smartphone, maar als zo’n mail ons weet te verleiden tot een online aankoop dan klappen we onze laptop open (40%). Uit het onderzoek:

Via welk device doe je het vaakst online aankopen?

Richard van Welie is ook gevraagd of hij kon aangeven wat de smartphone nog nodig heeft om populairder te worden als koopdevice. Zijn antwoord komt neer op: meer gemak en meer veiligheid. Richard: ‘De grootte van het scherm speelt een rol. Maar dat gaat goed komen, want uit een onderzoek van marktonderzoeksbureau GfK blijkt dat smartphones met grotere schermen steeds populairder worden in Nederland. Daarnaast wordt het ook steeds gemakkelijker en veiliger om via je mobiel aankopen te doen, bijvoorbeeld via one-click buy, two-way verification, vingerafdrukken of gerzichtsherkenning.’

Nationaal E-mail Onderzoek 2018

Naast de duiding van Richard van Welie en Peter Rijcken geeft ook e-mailspecialist Jordie van Rijn commentaar op de uitkomsten van het onderzoek. De interviews met deze drie heren plus het kwantitatieve deel van het onderzoek onder 2.055 Nederlanders geven een mooi beeld van ons e-mailgedrag. Het Nationaal E-mail Onderzoek 2018 is een samenwerking tussen de e-mailserviceprovider Spotler en marktonderzoeksbureau CG Selecties.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twee directeuren Communicatie en de moeder aller ziekenhuisfusies

Posted 18 okt 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Jan Hol (VUmc) en Frank van den Bosch (AMC)over de merkoperatie naar het nieuwe Amsterdam UMC.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Waarom campagnes niet werken bij vaccinatiesceptici, en subtiele communicatie wel

Posted 17 okt 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Hoe haal je vaccinatievijanden uit een taaie paradox, bekend als het Dunning-Kruger-effect?

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Snelle internationale groei bij B2B e-commerce

Posted 16 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Vorig jaar bereikte de verkoop in de wereldwijde B2B e-commerce-markt $7,7 biljoen. Volgens Statista’s 2017 B2B E-commerce Report, is de B2B-markt nu groter dan de B2C-markt. De enorme kansen die zijn gecreëerd door de wereldwijde B2B e-commerce zijn eenvoudigweg te groot om te negeren. Maar hoe pak je dit efficiënt aan?

Wereldwijd groeien is niet makkelijk. Het vergt een hoop werk om een gloednieuw doelpubliek voor je te winnen. Maar B2B-bedrijven kunnen een aantal dingen doen om de reis naar mondialisering iets gemakkelijker te maken.

Het optimaal benutten van marktplaatsen

Amazon, Alibaba en ebay domineren in e-commerce en zullen dit voorlopig blijven doen. Ze zijn alle drie toonaangevend, hebben een buitengewoon wereldwijd bereik en enorm veel succes. In 2018 behaalde de marktkapitalisatie van Amazon het ongelofelijke bedrag van $1 biljoen.

Ondanks hun dominantie moeten internationale marktplaatsen echter gezien worden als een mogelijkheid voor B2B-bedrijven die zich internationaal gezien op de kaart willen zetten.

Deze marktplaatsen worden internationaal erkend als merken die consumenten kennen, en belangrijker nog, vertrouwen. Ze vormen dan ook een goed uitgangspunt voor een bedrijf dat nieuwe markten wil aanboren.

Marktplaatsen bieden bedrijven veel meer dan alleen een platform en een publiek om hun producten aan te verkopen. Ze ondersteunen de bedrijven die willen verkopen op een internationale markt ook. Zo heeft Amazon bijvoorbeeld een Fulfilment by Amazon-programma dat is opgericht om bedrijven te helpen die mogelijk niet aan al hun bestellingen kunnen voldoen. Deze bedrijven mogen vervolgens voorraad opslaan in distributiecentra van Amazon, die de verzending van deze producten verzorgt.

Mondialisering bereiken door lokaal te beginnen

Bij het toetreden tot nieuwe markten is lokalisatie van groot belang. Uit onderzoek blijkt dat de meeste online shoppers geen aankopen doen op een website die niet beschikbaar is in hun eigen taal of valuta. Volgens Shopify’s 2017 ‘Global E-commerce and International Growth Trends’-verslag, koopt 59 procent van de consumenten zelden of nooit op websites die alleen in het Engels beschikbaar zijn, 67 procent geeft de voorkeur aan navigatie en inhoud in hun eigen taal en 75 procent wil producten kopen in hun eigen moedertaal.

Een kwalitatieve, professionele website in de lokale taal is enorm belangrijk voor het opbouwen van vertrouwen, wat weer aanleiding geeft tot bekendheid en meer betrokkenheid. Klanten associëren een slecht vertaalde website automatisch met een onprofessioneel of, erger nog, onbetrouwbaar bedrijf.

Hoewel hulpmiddelen als Google Translate nuttig zijn, leveren ze vaak letterlijke vertalingen, met alle gevolgen van dien. Een goed B2B-voorbeeld hiervan is de lancering van Taco Bell in Japan, waarbij een slechte vertaling tot grote verontwaardiging leidde. Het product ‘kaaschips’ werd namelijk letterlijk in het Japans vertaald als ‘chips van slechte kwaliteit’. Als een bedrijf ten volle wil profiteren van globalisatie, dan moet het op een juiste manier kunnen communiceren met zijn publiek.

Investeren in vertaaldiensten die samenwerken met moedertaalsprekers of met hoogwaardige vertaalprogramma’s voorkomt dit soort fouten. Vooruitgang in machinevertalingen en neurale machinevertalingen bieden B2B-bedrijven met grote klanten een kans om meer, sneller en goedkoper stukken te laten vertalen.

Lokalisatie betekent ook dat je content creëert en op maat maakt die is toegespitst op het nieuwe doelpubliek. Wat werkt in een bepaald land of cultuur, hoeft niet per se te werken in een ander land. Een bedrijf dat nieuwe markten wil aanboren, moet inhoud kunnen creëren die past bij de culturele verwachtingen.

Uiteraard moeten ook zaken zoals betaalvoorkeuren in beschouwing genomen moeten worden. De meeste kopers zien af van hun aankoop tijdens het betaalproces. Waarom? Voornamelijk omdat de voorkeursbetaalmethode van de koper niet beschikbaar is, of omdat de koper het betaalproces niet veilig acht.

PIM – één bron voor productinformatie

Het is niet makkelijk om toe te treden tot een nieuwe markt. Dit is echter nog moeilijker voor bedrijven die geen inzicht hebben in de gegevens die ze nodig hebben om hun nieuwe markt en doelpubliek te kunnen begrijpen. Forrester is van mening dat PIM-systemen (Product Information Management) hiervoor onmisbaar zijn.

Dit zijn een soort live informatiecentra waarin bedrijven al de gegevens kunnen beheren en opslaan die ze nodig hebben om hun producten te kunnen verkopen en te kunnen adverteren. Een PIM-systeem levert waardevolle inzichten in de voorkeuren van consumenten en in trends, waardoor een bedrijf met internationale ambities deze gegevens niet alleen kan gebruiken om nieuwe kansen op de markt te ontdekken, maar ook om persoonlijke campagnes op maat te maken, zodat de inhoud aantrekkelijk is voor het nieuwe doelpubliek.

Een efficiënt PIM-systeem helpt een B2B-bedrijf om zijn digitale toevoerketen te optimaliseren, waardoor de bedrijfsinformatie toeneemt en een consistentere klantervaring geleverd kan worden. Dit is op alle markten van belang, dus ook op nieuwe.

Andere mindset

Internationaal ondernemen vergt een andere mindset van je medewerkers. Een sterke interne cultuur is van essentieel belang voor het succesvol toetreden tot nieuwe markten. Investeren in een wereldwijde mindset bij alle medewerkers, en niet alleen bij het management, kan strategisch gezien belangrijk zijn. Het verbetert de communicatie, helpt om nieuwe kansen te creëren en kan helpen bij het uitbreiden van het groeipotentieel van een bedrijf. Door te stoppen met nationaal denken, kan elk bedrijf internationale groei bewerkstelligen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Elastique benoemt Michel van Honk tot managing director

Posted 16 okt 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Van Honk (56) is voormalig partner van communicatiebureau BvH, bestuurslid VEA en voorzitter Sire.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Personalisatie: vijf redenen waarom het niet goed lukt

Posted 16 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

We kunnen het gedrag van klanten online in kaart brengen en daar inzichten aan ontlenen om personalisatie toe te passen. Maar de scheidslijn tussen slimme campagnes en irritante of zelfs enge content is dun. Hoe blijf je aan de goede kant?

Een recente studie van Inmoment laat zien dat driekwart van de consumenten personalisatie vaak nogal eng vindt. De helft van de bedrijven is zich hiervan bewust en zijn het hier zelfs mee eens. Waar de consumenten over vallen, zijn onder andere:

  • het geven van een telefoonnummer als ze een product kopen;
  • retargeting op websites die niets met de retailer te maken hebben;
  • stelselmatig mails krijgen over het product dat de consument in het winkelwagentje heeft gedaan, maar niet heeft gekocht;
  • Google die vraagt of ze een plek willen recenseren waar ze net zijn geweest;
  • apps die toegang vragen tot contacten, foto’s, et cetera.

Betekent dit het einde van personalisatie in de marketing? Natuurlijk niet. Er bestaat niets mooiers dan een nieuwsfeed die alleen maar voor jou relevante berichten toont of je favoriete winkel die altijd met de juiste aanbieding komt. Hoe vaak dit echt goed lukt, kun je zien in je eigen e-mail inbox. Dit zijn de vijf belangrijkste redenen waarom personalisatie niet van de grond komt:

 1. Machine-learning is niet hetzelfde als personalisatie

Personaliseren is niet een kwestie van een algoritme loslaten op je data en dan gaat alles vanzelf. Machine-learning is de motor die personalisatie mogelijk maakt. Maar je moet ook actuele data kunnen verzamelen en deze snel verwerken, waarvoor je een veilige en flexibele infrastructuur nodig hebt. Voordat je op schaal gaat personaliseren, moeten het platform, de data en de gebruikersfeedback worden geïntegreerd. Daarna kun je aan de slag met algoritmen.

De enige manier waarop je accurate, interactieve en contextgedreven personalisatie kunt toepassen, is door de feedback van consumenten op je producten te blijven meten. Alleen zo begrijp je je gebruikers, hun voorkeuren, aarzelingen en acties en kun je daarop inspelen.

 2. Voor het grootste segment gaan

Personalisatie valt niet bij iedereen in goede aarde. Wat nu vaak gebeurt, is dat als 75 procent van de gebruikers bijvoorbeeld goed reageert op dynamische content en 25 procent niet, de dynamische content als een succes wordt bestempeld en wordt gehandhaafd. Maar je raakt dan wel een kwart van je gebruikers kwijt.

De oplossing: je systemen moeten gebruikers onthouden. Zo kun je iedereen een beleving bieden die hen aanspreekt. De 25 procent die niet blij is met de dynamische content op de website kun je bijvoorbeeld de standaardversie tonen zodat je ze niet kwijtraakt.

 3. Design voor data laten gaan

De waarde van personalisatie zit hem niet in hoe het eruitziet of werkt, maar hoe goed de inzichten zijn waardoor je de gebruiker kunt verrassen met precies de juiste content op het perfecte moment en via het beste kanaal. Die inzichten kun je ontlenen aan machine-learning maar het kunnen ook eenvoudige ‘als, dan’ business rules zijn.

 4. Aannames doen op basis van één aankoop

Het gebeurt iedereen: je koopt een cadeau voor een ander, zoals LEGO voor een nichtje of een PSV-shirt voor je broer. Zelf speel je niet meer met LEGO en ben je geen voetballiefhebber, maar toch blijft de verkoper je mailen met aanbevelingen voor speelgoed of PSV-parafernalia.

De logica hierachter is begrijpelijk: promoties worden gepersonaliseerd op basis van je aankoophistorie. Het probleem is alleen dat de verkeerde conclusie wordt getrokken over de interesses van de klant omdat er maar één datapunt wordt gebruikt. De oplossing: ga niet af op de eerste interactie maar baseer de personalisatie in eerste instantie op een aantal personas of kies een datapunt dat belangrijk is voor het personaliseren van de content, zoals de locatie van de klant. Vraag vervolgens in de welkomstmail of de klant wil aangeven waarin hij geïnteresseerd is, zodat je hem niet lastigvalt met content waar hij geen behoefte aan heeft.

Om relevant te personaliseren moet je de context van je producten begrijpen en hoe deze past in de context van je klanten. Daarvoor heb je demografische en locatiegegevens nodig, maar wil je bijvoorbeeld ook weten wat de klant aan het doen is (forenzen, werken, relaxen), waar hij zich bevindt in de customer journey, de motivatie om naar een product op zoek te gaan, eerdere ervaringen met je bedrijf, maar ook het seizoen, de dag en tijd, de rol van je product in het leven van je klant, et cetera.

 5. Te opdringerig communiceren

Personalisatie is bedoeld om je relevantie te verhogen maar leidt in de praktijk vaak tot irritatie bij de klant. Twee veel voorkomende voorbeelden: eindeloze retargeting terwijl de consument het product allang heeft gekocht en bij elk websitebezoek een popup met de vraag lid te worden van de nieuwsbrief terwijl de bezoeker dat al is of heeft aangegeven niet geïnteresseerd te zijn. Ook hier geldt dat de oplossing hem zit in herkenning: als je het gedrag van de bezoeker analyseert, kun je beoordelen hoe groot de kans is op een aankoop en daar je retargeting op afstemmen. En die pop-up laat je natuurlijk niet meer zien als je weet dat de bezoeker er niet in is geïnteresseerd.

Herkennen van anoniem klikgedrag

Veel van de hierboven beschreven redenen waarom personalisatie niet (optimaal) werkt, zijn terug te herleiden op een incompleet klantbeeld. Op het moment van personaliseren is niet alle klantinformatie aanwezig om relevant te kunnen communiceren. Vaak kan de combinatie tussen anoniem online gedrag (oriëntatie op websites) en offline gedrag (CRM, aankopen) niet worden gelegd. Er zijn echter mogelijkheden om dit probleem op te lossen. Door het vastleggen van trackers (e-mail GUID, digital fingerprinting, cookies, login-id’s) wordt het mogelijk om de klant achter het anonieme klikbedrag te herkennen.

Schematisch werkt dit als volgt:

Een bezoeker bezoekt een website en klikt op links. Alle clicks op de website, inclusief de gedefinieerde trackers en tags, worden op basis van definities die zijn vastgelegd in de code in het Google Analytics-script opgeslagen. Via de Google Analytics API wordt de clickdata opgehaald naar je eigen data-omgeving. Hier vindt matching plaats tussen clickdata en klantdata. Door deze matching kan (een gedeelte van) de clickdata worden toegewezen aan uw individuele klanten en prospects. Het voorheen anonieme clickgedrag wordt hierdoor (deels) identificeerbaar.

AVG

Tot slot, is het identificeren van je bezoekers AVG-proof? Uiteraard moet je in je privacy-statement netjes melden wat je vastlegt, wat je met de verzamelde data doet en moet je de klant hiervoor toestemming vragen zodra hij of zij de website bezoekt. Maar als je hierover eerlijk en transparant communiceert dan kun je zonder problemen je bezoekers proberen te identificeren.

Meer relevantie, minder irritatie

Het herkennen van je websitebezoeker geeft je mogelijkheden om klantprofielen te verrijken door het combineren van oriëntatiegedrag (op websites) met klantprofielen en transacties (CRM). Met deze klantkennis kun je de communicatie richting je klanten, prospects en bezoekers verder optimaliseren. Met als resultaat: meer relevantie en minder irritatie.

Headerfoto: Graeme Nicholl op Unsplash



Lees het volledige bericht op Emerce »

Veiligheid van algoritmes in de praktijk: Harver

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Onlangs schreef ik een artikel waarin ik inging op de manieren om veiligheid van AI toepassingen te waarborgen. Ik was nieuwsgierig naar hoe bedrijven hiermee in de praktijk omgaan. Daarom ging ik op bezoek bij Harver, een aanbieder van AI recruitment software en onlangs door WIRED magazine verkozen als één van Europa’s ‘hottest startups’.

Harvers software brengt de competenties en persoonlijkheid van een sollicitant in kaart. Daarna filtert een algoritme met behulp van machine learning en data-analyse de meest geschikte kandidaten uit de inzendingen voor de desbetreffende functie. Op het hoofdkantoor van Harver aan het IJ in Amsterdam, vroeg ik CEO Barend Raaff hoe zij omgaan met de vraagstukken omtrent de veiligheid van systemen, algoritmen en AI.

In een recent brancheonderzoek van Tata Consultancy Services geven de auteurs aan dat bedrijven voornamelijk de volgende twee maatregelen zouden moeten nemen om kunstmatige intelligentie (AI) ook in toekomst duurzaam en consistent succesvol in te kunnen zetten:

– Beveilig het systeem tegen hacken;

– Ontwikkel een systeem dat goede, betrouwbare en veilige beslissingen neemt.

Hoe gaan jullie bij Harver om met deze twee punten?

“Het eerste punt dat je aanhaalt, het beveiligen van systemen tegen hacken, is wat ons betreft niet enkel een AI of machine learning topic maar dient z’n weerslag hebben op de gehele organisatie. Wat hier van belang is, is dat je de juiste certificeringen nastreeft en cybersecurity een prioriteit binnen de hele organisatie maakt. En dat geldt dan voor iedere afdeling en bij alles wat we doen.

Dan heb je het dus over policy omtrent het opslaan van data, het delen van informatie tussen collega’s onderling tot zelfs de indeling van het kantoor. Overal moet over nagedacht zijn om het vanuit een cybersecurity oogpunt zo veilig mogelijk te maken. Daarbij zien wij security niet als een incidenteel iets, maar als een doorlopend proces. We zijn continu bezig om niet alleen onze software, maar ook onze processen, communicatie en policy op het gebied van security aan te scherpen. Het is een apart agendapunt waar we constant aan werken. Ontwikkelingen op het gebied van cybersecurity gaan razendsnel, het is dan ook van belang dat de gehele organisatie up to date blijft en voldoet aan de laatste standaarden op dit gebied.

Het tweede punt dat je aanhaalt is zeer interessant. Het ontwikkelen van een systeem dat betrouwbare data presenteert is vooral binnen de recruitmentsector van het grootste belang. Het begint met de manier waarop we kandidaatdata verzamelen. Met behulp van deze data gaat een recruiter in de nabije toekomst een besluit nemen. Het is dus van het grootste belang dat de data valide is. Bij Harver gebruiken we daarom alleen wetenschappelijk gevalideerde assessments om kandidaat data te verzamelen. Zo weten we zeker dat de input betrouwbaar is. In recruitment hoor je steeds meer over het scrapen van data van social media, of het automatisch scannen van CV’s op zoek naar bepaalde keywords die het potentieel van een kandidaat moeten voorspellen. Daar geloven wij niet in. Je hebt in dat geval geen enkele context en raakt de controle over de validiteit van de data kwijt.

Vervolgens, wanneer we de data hebben, vinden we het belangrijk dat de data initieel enkel gebruikt wordt als ‘decision support’. Wat dit betekent: de data helpt de recruiter puur om keuzes te maken, het systeem werkt niet autonoom. Bij Harver is het dus niet zo dat wij het definitieve besluit nemen, we geven een advies. Op basis daarvan kan een recruiter zelf nog besluiten; ik volg het advies wel of ik doe het niet.

Een derde element is wat wij ‘performance feedback’ noemen. Met andere woorden: om een systeem slimmer te maken, moet je weten of de besluiten die je geadviseerd hebt kloppen of niet. Als een sollicitant door onze systemen gaat, geven we onze klanten de mogelijkheid om deze mensen te volgen gedurende hun arbeidstijd bij die werkgever. Dus elke drie, zes, negen maanden krijgen we data terug over hoe een sollicitant het doet en op basis van die data gaan we kijken of het besluitadvies wat we hebben gegeven juist is of niet. Met die informatie maken we het systeem steeds slimmer en worden we continu beter in het geven van advies.

Het vierde element is gericht op het beschermen van kwetsbare groepen en ervoor te zorgen dat verhoudingen niet uit de pas gaan lopen. We monitoren daarom de verhoudingen man/vrouw, leeftijd, en andere zaken die aan kunnen geven of er een onbalans ontstaat en kunnen het systeem bijsturen als dit nodig blijkt.”

AI Now, een non-profit organisatie, die voor algoritmevrijheid pleit, werkt met een simpel principe: als de designers/ontwikkelaars van een algoritme een beslissing niet kunnen verklaren, zou je de applicatie niet mogen gebruiken. Welke visie heeft Harver hierop? 

“De uitkomst van een algoritme wordt onvoorspelbaar, als je niet meer weet op basis van welke data je traint. Een mooi voorbeeld uit onze wereld: je hebt partijen, die zeggen: ons algoritme kopieert het besluit van een recruiter. Maar als deze recruiter van de duizend mensen er vijfhonderd afwijst omwille van ‘unconscious biases’ dan zullen deze biases ook in het algoritme opgenomen worden. De naam zegt het al, unconscious biases komen vanuit het onderbewuste en zijn onmogelijk te identificeren. Op zo’n moment wordt het verklaren van een algoritme een lastig verhaal.

Wij bepalen daarom zelf welke assessments wel en niet opgenomen worden in het uiteindelijke advies dat we presenteren aan de recruiter. Het systeem kan niet naar data kijken, waarvan we niet zelf van tevoren hebben vastgesteld dat het relevant is. We kijken niet naar namen of adressen of zelfs cv’s. Het is enkel gevalideerde assessment data in combinatie met het oordeel van de recruiter.”

Hoe ontwerpen jullie algoritmes? Wie werkt daaraan?

“Het team dat bij ons aan de algoritmen en assessment benchmarks werkt, bestaat uit mensen die allen een achtergrond hebben in arbeidspsychologie en/of datawetenschap. Daarbij wordt altijd een manuele toets toegevoegd. Dat kunnen we bij Harver nog goed zelf managen omdat de dataset waar we mee werken nog te overzien is.

Wanneer we een nieuw traject ingaan met een klant combineren we onze eigen expertise met de kennis van de klant, dat is tweeledig. Soms is dat op basis van data uit het verleden. In de callcenterindustrie bijvoorbeeld, hebben we zoveel klanten dat we bepaalde dingen uit het verleden kunnen leren. Verschillende industrieën en organisaties zijn natuurlijk zeer divers, daarom is het altijd goed om zoveel mogelijk de klant bij het proces te betrekken. Zo krijg je een systeem dat customized is naar wat de klant nodig heeft.”

Jullie werken met verschillende grote klanten, zoals bijvoorbeeld Booking.com of Heineken. Zien jullie een effect met betrekking tot het opstapelen van data?

Wat spannend is bij Harver is de ‘performance feedback loop’. Binnen de low-entry-jobs bijvoorbeeld (volumebanen) is vroegtijdig verloop een groot probleem. Mensen worden aangenomen en vertrekken weer na twaalf weken. Bij Harver kunnen we na één jaar inzien hoeveel van deze mensen nu succesvol zijn en nog steeds in dienst zijn. Op basis van deze feedbackdata kunnen we bepalen welke van de datapunten die we aan de voorkant hebben verzameld, het beste toekomstig succes voorspellen. Op basis hiervan kan het systeem aangepast worden en kun je uiteindelijk het recruitmentproces optimaliseren. Deze eigenschap is uniek binnen de recruitmentindustrie. Dat lerende element, dat in de online marketing al heel normaal is, is binnen recruitment echt iets nieuws. Het draait allemaal om testen en experimenteren: wat werkt goed, wat werkt niet goed. En op basis van wat werkt, verbeter je.”

Waar zie je Harver in de toekomst? Wat is je visie?

“Wat we willen, is twee dingen bereiken. Enerzijds, als een sollicitant aan een werkgever gekoppeld wordt, willen we met de hoogst mogelijke zekerheid kunnen vertellen of het een goede match gaat worden. Anderzijds, als die match er niet is, willen we de sollicitant inzicht kunnen geven in een mogelijk alternatief. Dus stel, je solliciteert bij een klant van ons en je wordt daar niet aangenomen, dan willen we functies aanbieden waar de kans op een baan voor iemand met jouw profiel een stuk hoger is.

Wat je vaak ziet is dat, wanneer je ergens niet wordt aangenomen, het sollicitatieproces een doodlopende weg is, met veel frustratie tot gevolg. Hier willen wij verandering in brengen, maar dit gaat stapsgewijs. Vijf jaar geleden kreeg de sollicitant een mailtje: “Helaas, je bent het niet geworden”. De eerste versie van ons systeem voegde hier een persoonlijk scorerapport aan toe. Wat we nu al doen is aangeven wat de goede kwaliteiten van een kandidaat zijn zodat ze hier iets mee kunnen bij hun volgende sollicitatie. De volgende stap is dat we daarmee iemand echt verder op weg kunnen helpen en meerdere opties kunnen geven. “Je bent het hier niet geworden, maar kijk nou eens naar dit alternatief.” Als dat allebei lukt, hebben we echt een groot probleem opgelost.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

ASOS test Google Assistent

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Webwinkel ASOS onderzoekt of en hoe het Google Assistent kan inzetten in de communicatie met zijn klanten.

Daartoe heeft ASOS eind vorige week een bot gelanceerd in de spraakbutler van Google. Dit is te bereiken via de assistent die in mobieltjes zit ingebakken maar ook via Google Home-achtige apparaten.

De kledingwinkel is nog op zoek naar de rol die de bot, Enki genaamd, kan spelen in zijn dienstverlening. Hij is opgetuigd om zoekopdrachten naar kledingstukken aan te kunnen. Het aanbod van kleding is echter zo groot en bevat zoveel variabelen dat voice een mobiele of webapp niet zomaar verslaat.

ASOS waarschuwt ook: “Enki vertelt wat er nieuw is in zes productcategorieën voor mannen en vrouwen. Maar vergeet niet: Enki is nog aan het leren.”

Foto: Tina Leggio (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Van Hulzen heet weer gewoon Van Hulzen

Posted 15 okt 2018 — by Adformatie
Category nieuws

Bureau vanhulzen•gummo•kicks wordt Van Hulzen Communicatie.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Takeaway.com: optimale customer journey door personalisatie

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Takeaway.com wil de communicatie met de consument verder personaliseren. Doel hiervan is gemak te bieden in het kader van retentie, zodat er vaker wordt besteld bij de aangesloten restaurants.

De ambitie van Takeaway.com, dat in 2000 in Nederland begon als Thuisbezorgd.nl, is om dé etenbestelsite te blijven in tien landen in Europa, Israël en Vietnam, een marktplaats die de schakel vormt tussen consumenten en restaurants. Nick Peng is CRM Lead bij Takeaway.com en zorgt in die hoedanigheid voor high value traffic. Oftewel: de consumenten die eten bestellen bij de aangesloten restaurants moeten dat prettig en gemakkelijk vinden en zo vaak mogelijk doen. “Wij zijn de brug tussen het restaurant en de consument. Onze rol is om meer omzet te creëren en zowel de consument als de deelnemende restaurants tevreden te houden. Aan acquisitie hangt een prijskaartje – het is mijn verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat een nieuwverworven consument vervolgens blijft terugkomen.”

CRM speelt volgens Nick een belangrijke rol in retentie en loyaliteit. “Wij beschikken over de informatie die nodig is om het kooppatroon in stand te houden. Als een consument vaak via ons eten bestelt en daar ineens mee stopt, dan signaleren we dat. Van één keer per maand een maaltijd naar twee maanden helemaal niets – dat triggert een heractivatiecampagne.”

Nieuw restaurant tippen

Bij het verhogen van het aantal bestellingen speelt personalisatie een steeds belangrijkere rol. Op dit moment is het zo dat Takeaway.com de informatie in nieuwsbrieven en andere e-mailcampagnes afstemt op de voorkeuren en het bestelgebied van de consument. “Als een consument een aantal keer Indiaas heeft besteld en er komt een nieuwe Indiaas restaurant in de buurt bij, dan krijgt hij of zij van ons een e-mail met de suggestie deze uit te proberen.”

In de toekomst moeten deze aanbevelingen nog veel persoonlijker worden, zegt Nick. “Er zijn bijvoorbeeld veel verschillende soorten pizza: Amerikaans, Italiaans, Turks. Ons business intelligence team heeft de gerechten die worden aangeboden gelabeld zodat we restaurants in de juiste categorie kunnen indelen. Maar dit geeft natuurlijk ook een goed beeld van de voorkeuren van consumenten. Door die informatie te gebruiken en te extrapoleren willen we aanbevelingen gaan doen op basis van de orderhistorie van de consument of door naar lookalike audiences te kijken. Op dit moment sturen we zoals gezegd aanbevelingen over nieuwe restaurants in het bestelgebied van de consument. Dat willen we de komende zes tot twaalf maanden strakker gaan inregelen. Als we bijvoorbeeld weten dat iemand alleen Indiaas eten bestelt, dan krijgt hij of zij alleen Indiase restaurants getipt. Maar als we zien dat liefhebbers van Chinees ook vaak Thais bestellen, dan raden we ook Thaise restaurants aan. Op die manier willen we relevant communiceren met de consument.”

Personaliseren op basis van gerechten

In de volgende fase gaat Takeaway.com voor zover mogelijk nog een niveau dieper door de ingrediënten van het gerecht dat wordt besteld mee te nemen bij het doen van aanbevelingen. “Chinees is Chinees maar als je de ingrediënten weet, kun je die informatie extrapoleren naar soortgelijke producten uit andere keukens. Dat is technisch ingewikkeld omdat we zo’n breed aanbod van restaurants hebben. Maar we geven al allergie-informatie op de website en in de app, dus op zich zijn we hier al goed mee bezig. Dergelijke informatie willen we slim gebruiken.”

Die personalisatie moet Takeaway.com doen op basis van vrij weinig informatie als je het vergelijkt met bijvoorbeeld een online retailer. Het bedrijf weet alleen wat de consument op een bepaald moment heeft besteld en waar hij dat laat bezorgen. “We kunnen dus personaliseren op basis van het bezorggebied en favoriete keuken. In de toekomst gaan we consumenten misschien wel vragen om meer informatie te verstrekken zodat we hen beter van dienst kunnen zijn, zoals hun lievelingsgerecht. Maar dat is nu nog niet aan de orde.”

Dynamische content en behoeften voorspellen

Daarnaast wil Takeaway.com met behulp van de beschikbare informatie dynamische content tonen op de website en in de e-mailcampagnes, waarbij restaurants worden gerangschikt op basis van de orderhistorie. Nu gebeurt dat met behulp van de afstand tot het bezorgadres en de kwaliteit en populariteit van de restaurants. “We willen dat de consument straks nog gemakkelijker zijn of haar weg kan vinden op de site.”

Wat verder in de toekomst wil Takeaway.com met behulp van machine-learning de behoeften van de consument begrijpen en voorspellen. “Deze inzichten ‘voeden’ de recommendation engine. Zo kunnen we straks bepalen hoe waarschijnlijk het is dat iemand een bepaalde keuken lekker vindt en daarop inspelen in onze communicatie.”

Om deze ‘next level’ personalisatie vorm te geven maakt Takeaway.com gebruik van Salesforce Marketing Cloud. “Dat is een krachtige tool als je het juist gebruikt. Personalisatie goed doen is heel complex. Elke e-mail die we versturen is anders – de inhoud hangt af van waar de consument woont en wat hij bestelt. De content wordt dus feitelijk bepaald door de ontvanger. Data geven ons hiervoor de inzichten, technologie maakt het mogelijk om erop te acteren door aanbevelingen te doen die passen bij een specifieke consument. Daar willen we de komende tijd naartoe.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Binnenkort virtuele supermarkt voor diabetici

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam gaan een virtuele supermarkt ontwikkelen, speciaal voor mensen met diabetes type 2. Met deze toepassing kunnen gebruikers zichzelf trainen om verleidingen beter te weerstaan en zo gezondere keuzes te maken.

In een supermarkt is het vaak moeilijk gezonde keuzes te maken. Al winkelend worden consument verleid door de lekkere dingen die worden aangeboden. Voor volwassenen met diabetes is dit extra moeilijk. Ongezonde keuzes hebben bij hen een nog grotere schadelijke impact op de gezondheid.

Een team van communicatiewetenschappers en psychologen van de Universiteit van Amsterdam gaat nu samen met het VUMc aan de slag met een virtuele supermarkt speciaal voor mensen met diabetes. In deze supermarkt kunnen mensen ‘levensecht’, maar in een VR-omgeving, boodschappen doen en zichzelf daarmee trainen in het maken van gezondere keuzes. Het doel is de virtuele supermarkt als app voor de mobiele telefoon aan te bieden.

Voor het ontwikkelen van de toepassing, voeren de onderzoekers momenteel een studie uit onder gezonde volwassenen, volwassenen met prediabetes en volwassenen met diabetes type 2. Daarbij kijken ze welke rol externe afleidingen (het ongezonde eten dat je in een supermarkt aangeboden krijgt, de drukte in de winkel, de achtergrond muziek) en interne afleidingen (hongergevoel op dat moment) spelen.

Uiteindelijk moet er een mobiele applicatie komen waarmee mensen zichzelf kunnen trainen om minder aandacht voor interne en externe verleidingen te krijgen en gezonde producten te kopen ook in het echte dagelijkse leven.

De toepassing van de virtuele supermarkt bouwt voort op een conceptversie die in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam gerealiseerd is. Met de doorontwikkeling wordt de ervaring verbeterd.

Diabetes Fonds en ZonMw financieren het maken van een zogenaamde Proof of Concept.



Lees het volledige bericht op Emerce »