Posts Tagged ‘boek’

Coach Jolan Douwes: Hoe ontploetert een journalist? @LeclaireA @jolandouwes #burnout #stress #journalist

Posted 05 sep 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Elke dag kiezen wat ze echt graag wil. Daar oefende freelance-journalist Annemiek Leclaire in tijdens een ‘ontploeterjaar’. In haar pas verschenen boek ‘Minder moeten, meer leven’ beschrijft ze haar experiment. Loopbaanadviseur en journalist Jolan…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Ank Bijleveld boycot boekpresentatie Huib Modderkolk

Posted 04 sep 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Minister Ank Bijleveld (Defensie) is woensdag niet aanwezig bij de presentatie van het boek Het is oorlog maar niemand die het ziet van onderzoeksjournalist Huib Modderkolk, in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Reden is dat Modderkolk weigerde…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Gameverslaving is een ziekte. Maar hoe zit het dan met serious games?

Posted 04 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

In mei dit jaar verklaarde de verzamelde assemblee van de World Health Organization dat gameverslaving officieel een gedragsziekte is. Daarmee is gameverslaving definitief opgenomen in de ICD 11, de zogenaamde International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems. Dit ondanks hevige protesten vanuit de gamewereld, zoals van de Interactive Software Foundation Europe (ISFE) en de Entertainment Software Association (ESA). Maar ook Games for Health Europe heeft al in een vroeg stadium haar zorgen geuit aan de WHO. 

Hoewel de WHO gezagdragend is, zij hebben niet het laatste woord in de wetenschappelijke wereld. Er valt wetenschappelijk namelijk nogal wat af te dingen op het besluit. Zo stelt Maia Szalavitz, verslavingsexpert, en auteur van het boek Unbroken Brain: A Revolutionary New Way Of Understanding Addiction, dat het opleggen van het stigma “verslaafde”, waarmee aangegeven wordt dat iemand een chronische ziekte heeft, overtrokken is. En vooral voor teenagers, die nog volop bezig zijn om hun identiteit te vormen, kan het in het bijzonder gevaarlijk zijn. Sterker nog, volgens Szalavitz kan het contraproductief zijn om kinderen die problemen hebben met het gebruik van beeldschermen op één hoop te gooien.

Natuurlijk valt niet te ontkennen dat jongeren problemen kunnen krijgen door te veel gebruik van beeldschermtoepassingen. Dit te veel gebruik moet wel in de juiste context geplaatst worden, bijvoorbeeld door meer gericht onderzoek bij kinderen en ouders. Sarah Domhof en Dougles Gentile “A Parent Report Measure of Screen Media ‘Addiction’ in Children,” hebben daar nader onderzoek naar gedaan.

En Gentile vraagt zich daarbij ernstig af of te veel beeldscherm gebruik een symptoom kan zijn van iets anders, zoals depressie, angst of zelfs ADHD. Terecht daarom dat Jurriaan van Rijswijk tijdens het Gamescom-congres dit jaar, in de paneldiscussie over gameverslaving stelde “We should lead further research before being able to categorize gaming as a disorder”.

Maar hoe zit het nou met de Nederlandse jeugd? Als we uitgaan van de richtlijn van de WHO voor gameverslaving, gemiddeld twintig uur beeldschermtijd per week, wat neerkomt op ongeveer drie uur per dag, dan is ongeveer de hele Nederlandse jeugd verslaafd. En dat al sinds 2014. Volgens het Rapport Verkenning Jeugdgezondheid van het RIVM, werd er toen al dagelijks ruim 2,5 uur tv gekeken en is de jeugd ruim vier uur online. Al is de tv dan tegenwoordig vervangen door Youtube en andere kanalen, de totale beeldschermtijd zal zeker niet minder zijn geworden. 

En ik dan, vraag ik mij af? Zit dagelijks meer dan vijf uur achter de pc, en kijk ook nog regelmatig televisie in de avond. Eerlijk gezegd vergeet ik ook wel eens naar het toilet te gaan of te lunchen en mis ik wat er om mij heen gebeurt. Ooit, alweer veel jaren geleden, intensief werkend aan een verhaal, bleek er ineens buiten een dik pak sneeuw te liggen. En ik had helemaal never-nooit gezien dat het buiten sneeuwde! 

Toch mogen we het vele gebruik van internet, sociale media en gamen niet bagatelliseren. Er is zeker wat aan de hand. En met het motto, de jeugd heeft de toekomst, moeten wij er voor zorgen dat vooral deze nog kwetsbare groep niet de nadelige gevolgen van het te intensieve gebruik van moderne technieken en media ondervindt. Tegenstrijdig als het moge klinken in de ogen van de WHO, serious games zijn juist de oplossing om de jeugdgezondheidszorg te ondersteunen. 

Ten eerste is er een groot scala aan serious games op het gebied van ADHD, bij leesproblemen, voor cognitie-training en op andere terreinen. Dit alles is gebaseerd op het simpele feit dat een leerproces of gedragsverandering het meest optimaal ondersteund wordt door spelmatige intelligentie, het thema van het negende Games for Health Europe-congres. Immers, spel zit in het DNA van de mens. Wie heeft er ooit leren fietsen uit een boek? Alleen spelenderwijs is die kunst geleerd. 

Ten tweede, juist het ontwikkelen van serious games door en voor de jeugd biedt kansen om de jeugdgezondheidszorg in Nederland te versterken. Een mooi voorbeeld van door is het spel WAAAW, dat in samenwerking met ervaringsdeskundigen van ’s Heerenloo is ontwikkeld voor jongeren uit de GGZ om hen te ondersteunen bij hun kreet om hulp. 

Nog veel mooier is het gegeven dat het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid en Games for Health de handen ineen hebben geslagen om middels serious games de jeugd “de eigen regie” te geven: jeugdgezondheid niet alleen voor, maar vooral door de jeugd zelf. Daaraan kunt u deelnemen, door mee te denken met keynote spreker Wico Mulder en actief te participeren in de workshop, met Jeroen Boschma, auteur van het boek Generatie Einstein.

Laat de WHO een ding duidelijk worden, door de jeugd gaan zelf serious games ontwikkeld worden om gameverslaving, maar ook andere vormen van verslaving, niet alleen te bestrijden, maar vooral te voorkomen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Telenet overweegt vierde locatie VR speelveld The Park

Posted 03 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Veertien maanden na de opening van zijn eerste VR-speelveld werkt het Vlaamse kabelbedrijf Telenet al aan de vierde locatie. De huidige VR locaties in Antwerpen, Gent en Hasselt onder de naam The Park trokken al 50.000 bezoekers.

In The Park beleef je ‘free roam VR’-avonturen in een virtuele wereld. Met behulp van een VR-bril en een krachtige laptop in een (licht) rugzakje.

De gemiddelde leeftijd van de deelnemers ligt rond 30 jaar. Iets minder dan de helft van de bezoekers is vrouw. Zij betalen 35 euro voor een uur spelplezier.

De groeiende belangstelling voor VR belevenissen is opmerkelijk in een tijd waarin de klassieke pretpark- en bioscoopgroepen, zoals Studio 100 en Kinepolis, hun bezoekersaantallen zien teruglopen.

The Park boekte in zijn eerste jaar 1 miljoen euro omzet. Daar staan flinke kosten tegenover. Sinds kort ontwikkelt men de virtuele spellen zelf. The Park was overigens al in zijn eerste jaar winstgevend.

The Park wil de vierde locatie nog niet prijsgeven, maar het zou gaan om Leuven of Kortrijk, weet De Tijd.

Foto Telenet



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo betrek je de mening van je klanten in de bedrijfsstrategie

Posted 03 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Trouwe klanten vormen de basis van elke onderneming. Natuurlijk zorgen ze voor omzet. Maar hun reacties en feedback kunnen een onderneming ook op verschillende andere vlakken ondersteunen. Daarvoor is het wel nodig een strategie te ontwikkelen om klantervaringen te verzamelen en effectief in te zetten. Dat kan op deze manieren. 

Bereken je NPS

De Net Promotor Score (NPS) geeft een beeld van hoe tevreden klanten met jou zijn en hoe loyaal ze aan jouw bedrijf zijn. De NPS wordt bepaald door klanten slechts één enkele vraag te stellen: op een schaal van 0 tot 10, hoe waarschijnlijk is het dat je deze dienst of dit product aanraadt aan een vriend of collega? 

Op basis hiervan worden klanten ingedeeld in drie categorieën: criticasters geven een lage score van 0 tot 6, passief tevredenen geven een 7 of 8 en promotors delen een 9 of 10 uit. Door het percentage criticasters van het percentage promotors af te halen, krijg je jouw NPS.

Waarom is deze enkele score belangrijk en waarom is het goed de score ook bij jouw bedrijf te gaan toepassen? Omdat is aangetoond dat zowel criticasters als promotors een enorme invloed op je bedrijfsgroei kunnen hebben. Promotors zijn in de meeste gevallen goed voor 80 procent van alle nieuwe klanten die aangedragen worden. 

Ook leveren promotors een bedrijf vaak aanzienlijk meer geld op dan minder enthousiaste klanten. Criticasters zijn op hun beurt weer goed voor tachtig procent van de negatieve mond-tot-mond reclame. Bedrijven met een goede NPS groeien over het algemeen tweemaal zo snel als hun concurrenten.

Door het stellen van één simpele vraag is het dus mogelijk om een goed beeld te krijgen van hoe klanten over jouw bedrijf denken. Deze informatie is vervolgens in te zetten om klanttevredenheid te verhogen. En om meer mensen aan te trekken die iets positiefs over je bedrijf zeggen, zodat zij vervolgens weer nieuwe klanten aan kunnen dragen. Zo geef je je concurrenten het nakijken.

Zet productbeoordelingen in

Als online ondernemer is het verkopen van producten of diensten jouw bestaansrecht. Het is dus zaak de productbeschrijvingen zo nauwkeurig mogelijk te maken, zodat klanten weten wat ze kopen. En het is net zo belangrijk om reviews te tonen. Zo weten klanten niet alleen wát ze kopen, maar ook of het andere mensen bevalt.

Dit geldt voor retailers die fysieke producten verkopen, maar misschien nog wel meer voor leveranciers van diensten. Productreviews kunnen bijvoorbeeld financiële producten een enorme duw in de rug geven. Uit onderzoek van Londonresearch.com blijkt dat 61 procent van de consumenten de aanwezigheid van reviews voor een financieel product ‘belangrijk tot zeer belangrijk’ vindt. Driekwart van de respondenten geeft aan dat een positieve score van andere gebruikers van belang is bij de keuze voor een specifiek product.

In de financiële wereld is vertrouwen nu eenmaal van groot belang. Zeker op het gebied van hypotheken wordt veel bevestiging van andere klanten gezocht. Het direct tonen van reviewscores zorgt ervoor dat klanten eerder geneigd zijn met jou als onderneming in zee te gaan. Het zorgt ook dat jij als bedrijf beter je best gaat doen. 

Dat bewijst Azimo, een start-up waarmee je gemakkelijk geld kunt overmaken. Het bedrijf toont real-time de nieuwe reviews van klanten op hun website. Door zo de conversatie met klanten aan te gaan, toont Azimo dat het niet zomaar wil pronken met een vijfsterrenscore, maar daadwerkelijk luistert naar zijn klanten en direct mogelijke problemen aanpakt. Door constant te luisteren naar de klanten, zorgt het bedrijf dat de klantenservice én producten steeds beter bij de wensen van de doelgroep aansluiten. 

Het tonen van productbeoordelingen geeft de shopper het gevoel iets bekends te kopen. Het laat zien dat anderen dezelfde ervaring al een keer gehad hebben. Natuurlijk is het altijd een risico om klanten het woord te geven op je site. Maar over het algemeen levert het vooral positieve resultaten op. Het alternatief, geen reviews tonen, zorgt ervoor dat je elke klant een duik in het diepe laat nemen. Er zijn er genoeg die daardoor afhaken.

Werk aan de beoordeling van je bedrijf

Anders dan product-reviews hebben bedrijfsreviews geen betrekking op de kwaliteit van een product, maar juist op de verkopende partij. Deze zijn onmisbaar voor elk bedrijf. Ze zorgen voor geloofwaardigheid en dragen bij aan je reputatie.

Accor Hotels gebruikt reviews over het bedrijf om een reputatie-score bij te houden, die door het hele bedrijf beschikbaar is. Zo managen ze niet alleen de kwaliteit van de individuele hotels, maar zorgen ze ook dat het team op de hoofdkantoren doorlopend bezig is om daadwerkelijk de klantervaringen te verbeteren. Accor geeft zelf aan dat hun aanpak ook de conversie vergroot: klanten die reviews over het bedrijf raadplegen, boeken eerder een kamer dan mensen die dat niet doen.

Dat betaalt zich uit. Onderzoek laat zien dat na het opnemen van een bedrijfsscore in nieuwsbrieven, 25 procent meer mensen doorklikken naar je site. Als reviews openbaar gedeeld worden op bijvoorbeeld Facebook of een reviewplatform, kun je ze zien als gratis online content over jouw onderneming. 

Dit zorgt ervoor dat je SEO-ranking een positieve boost krijgt. Hoe meer ruimte reviews innemen in de zoekresultaten, hoe duidelijker het voor potentiële klanten is dat je een partij bent waar ze veilig mee in zee kunnen gaan.

Vraag naar feedback

Consumenten op internet zijn mondig en niet bang om hun mening te geven. Daar kun je gebruik van maken door ze om uitgebreide feedback te vragen. Zie het als een uitgebreide, meer gedetailleerde versie van de hierboven genoemde NPS. Kies bijvoorbeeld voor een formulier of enquête met meerdere vragen in verschillende vormen. 

Dit soort feedback is handig omdat je als bedrijf precies kunt kiezen over welk gebied je feedback wilt krijgen. Het nadeel is dat alleen jij als ondernemer deze feedback in kunt zien. Anders dan bij product- of bedrijfsscores kan niet iedereen profiteren van wat klanten te zeggen hebben. 

Het is belangrijk om op uitgebreide feedback van klanten te reageren. Dan blijven ze niet met het gevoel zitten dat de tijd die zij in de feedback steken voor niets is geweest. Hou daarbij wel in gedachte dat meer en meer sites consumenten bombarderen met online enquêtes. Het kan dus zijn er minder animo voor is.

Kijk wat voor jou werkt

Hoewel het niet nodig is om alle bovenstaande methodes toe te passen, is het wél belangrijk feedback van klanten serieus te nemen. Experimenteer met verschillende manieren om reacties van klanten te ontvangen, te analyseren en te verwerken en kijk wat het beste voor jouw bedrijf werkt. Want zonder de mening van je klant, kun je echt niet meer voor de dag komen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bieslog door VPRO weer online gezet

Posted 03 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

De 6000 berichten en originele audio- en video-items van Wim de Bie, uit de tijd dat Twitter, Facebook of YouTube nog niet bestonden, zijn nu weer online beschikbaar gemaakt door de VPRO.

In 1998 gingen Kees van Kooten en Wim de Bie als duo uit elkaar. De Bie is daarna nog een tijdje alleen doorgegaan op tv. Door de opkomst van online weblogs kwam het idee op om een eigen ‘krant’, met audio en video op internet te gaan maken.

Bieslog draaide op techniek die zo verouderd was dat de site in 2013 niet meer in de lucht kon blijven. Het is financieel onmogelijk om alle websites die de VPRO de afgelopen 25 jaar gemaakt heeft online te houden. Maar de ontsluiting van digitaal erfgoed gaat de VPRO wel aan het hart. Een groot deel van het oeuvre van Van Kooten en De Bie is online beschikbaar via YouTube, Spotify of als gedigitaliseerd drukwerk (Het Groot Bescheurboek). Daarom mag het van oorsprong al digitale Bieslog niet ontbreken.

Bieslog ziet eruit zoals de site er destijds uit heeft gezien. Dat betekent dat plaatjes klein zijn en de video niet de hoge kwaliteit heeft die we nu gewend zijn. Sommige functies werken niet meer en op mobiel doet de site het ook niet goed.

Foto Phil de Bie



Lees het volledige bericht op Emerce »

Loes Daniels (FlightGiftCard), Thalita van Ogtrop (The Next Closet) en Graciëlla van Vliet (Closure) finalisten LOEY Talent Award

Posted 03 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Loes Daniels (FlightGiftCard), Thalita van Ogtrop (The Next Closet) en Graciëlla van Vliet (Closure) zijn de drie finalisten voor de LOEY Talent Award 2019. Tijdens een bijeenkomst van het LOEY Expertpanel werden gisteren de drie finalisten geselecteerd uit een groep van negen talentvolle vrouwelijke internetondernemers.

Loes Daniels is oprichter van FlightGiftCard, de eerste geschenkbon waarmee er bij 300 aangesloten internationale luchtvaartmaatschappijen in 70 landen een vliegticket geboekt kan worden. Naast FlightGiftCard is Daniels ook eigenaar van Hotelgift, een cadeaukaart voor meer dan 200.000 hotels wereldwijd. De cadeaukaarten kunnen worden besteld en verzilverd via de eigen platformen die live zijn in 5 talen, 15 valuta en in meer dan 50 landen worden verkocht. Daniels heeft haar bedrijf volledig zelf opgebouwd en jaar op jaar sterke groei laten zien. Met haar cadeaukaarten wil Daniels in 2022 wereldwijd de beste aanbieder van belevenis cadeaukaarten zijn.

Thalita van Ogtrop is medeoprichter van The Next Closet, een duurzame marktplaats voor tweedehands designerkleding. Van Ogtrop startte The Next Closet in 2013 samen met Lieke Pijpers. Samen streven ze om het modelandschap te verduurzamen en tweedehandskleding gangbaar te maken. Het is een groeimarkt waarin de kaarten nog moeten worden verdeeld. Het team van van Ogtrop bestaat op dit moment uit twintig medewerkers en verdubbelde vorig jaar in omzet. Van Ogtrop geeft aan dat het doel is om de grootste duurzame marktplaats te worden met de hoogste impact. Einddoel is: tweedehands de eerste keus te maken. The Next Closet haalde eerder 3 miljoen euro op aan externe investeringen.

Graciëlla van Vliet is medeoprichter van Closure, een dienst waarmee nabestaanden alle abonnementen, contracten en accounts van hun dierbare kunnen opzeggen. Van Vliet startte Closure in 2017 samen met Chantal van der Velde. Met hun bedrijf zetten zij hun exacte en technische achtergrond in op een manier waarmee zij veel mensen in een emotionele en pijnlijke periode van hun leven kunnen ontlasten. Inmiddels zijn er samenwerkingen gestart met partijen als KPN, Telfort, OV-Chipkaart en Ardanta waardoor Closure elke maand honderden nabestaanden ondersteund. Closure won in 2018 de Philips Innovation Award, stond in de finale van TedxAmsterdamWomen en was finalist in de Sprout 25 onder de 25.

De LOEY Talent Award wordt dit jaar voor de vierde maal uitgereikt aan een ambitieuze online ondernemer die groei en innovatie bewerkstelligt en hiermee anderen in de Nederlandse online industrie inspireert.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Content services platform: Doorgeefluik voor innovatie?

Posted 02 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Innovatieve bedrijven zorgen ervoor dat de industrie waarbinnen zij actief zijn, zich blijft (door)ontwikkelen. Bovendien neemt dit soort bedrijven nooit genoegen met halve maatregelen en zien zij digitalisering niet als bedreiging, maar juist als kans om te groeien. Snellere processen, meer transparantie, betere service, blijere klanten – hoe doen ze dit?

Dat een digitale transformatie nodig is, valt niet te ontkennen, maar in de praktijk er daadwerkelijk toe komen, kan moeilijk zijn. Het veranderproces zal moeizaam en traag verlopen wanneer voor elk digitaliseringsproject iedere keer weer het wiel moet worden uitgevonden. Maar ook te snel handelen werkt contraproductief. Met het groeiende aantal SaaS-oplossingen op de markt, is het voor bedrijven verleidelijk voor de quick-fix optie te kiezen en voor de verschillende afdelingen met allemaal hun eigen vereisten nieuwe applicaties uit te rollen.

Het struikelblok hier is dat geïsoleerde, niet-geordende bestandopslagsystemen – bijvoorbeeld het archiveringssysteem – simpelweg blijven bestaan, maar dan in de cloud. Slechts een verplaatsing van systemen dus. Met meerdere snelle standalone oplossingen voor afzonderlijke afdelingen, vergroot je het aantal informatiesilo’s alleen maar. En dat betekent nog meer chaos in de informatie. Een gestandaardiseerde informatiestructuur is ver te zoeken en het werken wordt alleen maar inefficiënter. 

Innovatie pipeline voor informatiebeheer

Zou het niet mooi zijn als er een doorgeefluik voor innovatie zou kunnen komen, een soort pipeline? Met de juiste technologische basis zou dit realiteit kunnen worden, al klinkt het misschien verrassend en een beetje als sciencefiction. Met een gestandaardiseerd content services-platform waarin uniform meta-gegevensbeheer, ECM en BPM zijn geïntegreerd, leggen bedrijven nu de basis voor toekomstbestendig informatie- en procesbeheer.

Content services zijn dan te combineren tot een oneindige hoeveelheid mogelijkheden voor bestaande en nieuwe toepassingen. Onbeperkte schaalbaarheid is een ander voordeel. Installeer vooraf de diensten op het platform, zodat het makkelijk wordt om, indien nodig, afdelingen en functies toe te voegen. Omdat het een modulair systeem is, is uitbreiden en aanpassen ervan eenvoudig en hoeft er geen tijd en moeite te worden besteed aan een vereiste integratie bij systemen van derden. Op deze manier zal de transformatie naar een digitale organisatie in goed geplande fasen verlopen en met een platform als dit om op te bouwen, kunnen bedrijven een pijplijn van innovaties aanboren.

Stop de wildgroei van microservices

Maar wees voorzichtig: bij het kiezen van het juiste platform loont het om de architectuur en gerelateerde content services echt goed te bekijken. Er bestaat een reëel gevaar om te eindigen met een ongewenste wirwar van microdiensten. Sommige leveranciers gebruiken nieuwe microdiensten – die vaak zijn ontwikkeld door externe leveranciers – om een voorsprong op de concurrent te krijgen. Hoe goed deze diensten kunnen worden geïntegreerd in het specifieke platform valt nog te bezien.

Content services met honderd procent compatibiliteit moeten te combineren zijn met nieuwe oplossingen op een enkel technologisch platform. Het resultaat is een bedrijfsbrede informatiestructuur waarmee nieuwe toepassingen op elk moment kunnen worden geïntegreerd en uitgerold. Zo’n oplossing bevat alle informatiebronnen en maakt informatie toegankelijk voor alle systemen.

Elke afdeling binnen een bedrijf kan het benutten – van development tot sales, van boekhouding tot klantenservice – en, ze hoeven zelf nooit componenten te bouwen. Misschien dat het voor een specifieke afdeling of functie op maat moet worden gemaakt, maar er zijn verschillende sjablonen beschikbaar, waardoor eventuele inspanningen minimaal zijn.

Blijf up-to-date

Wanneer wordt een contentservices-platform een ​​doorgeefluik voor innovatie? Als bestaande diensten continu worden doorontwikkeld en uitgerold via updates; als het toevoegen van nieuwe diensten op elk gewenst moment mogelijk is en als innovatieve technologieën zoals machine learning doorlopend in deze diensten worden geïntegreerd en beschikbaar zijn voor de platformgebruiker.

Op deze manier nemen bedrijven niet alleen deel aan de technologische vooruitgang, maar ook kunnen ze innovatieve oplossingen snel zelf implementeren. Deze aanpak is makkelijker te hanteren en vereist minder inspanning dan om de paar jaar met grote ‘big-bang’ innovaties te komen.

Wat moet een content services platform bieden?
  • Inhoud (content) en processen: Informatie en processen moeten worden gezien als onderdeel van een geheel. De oplossing moet hybride systemen bieden die ECM en BPM echt op één platform samenbrengen. Het loont de moeite dit nader te bekijken, omdat veel leveranciers beweren hybride systemen te bieden. In werkelijkheid zijn ze echter gescheiden. Elk bedrijfsproces is uniek en vereist verschillende structuren, verschillende gegevensinvoer en ander beheer. Met een flexibel hybride systeem kunnen nieuwe, volledig op maat gemaakte oplossingen snel worden gecreëerd en aan het platform worden toegevoegd. 
  • Geen one-size-fits-all benadering: Van sales tot HR, van inkoop tot juridisch: elke afdeling heeft eigen oplossingen nodig, dus de vereiste oplossingen binnen een organisatie variëren sterk. Een content services platform moet flexibel genoeg zijn om afdelingsspecifieke oplossingen op één gestandaardiseerde technologische basis te implementeren. 
  • Integratie: Het platform moet via verschillende toepassingen en applicaties informatie verstrekken. Iedereen, of het nu hoofdgebruikers of incidentele gebruikers zijn, moet de mogelijkheid krijgen om zijn werk te doen. 
  • AI: Cognitieve diensten brengen AI-technologieën naar het informatiebeheer. Contentanalyseprocessen op het gebied van machine learning en natuurlijke taalverwerking helpen bedrijven om kennis te halen uit ongestructureerde content. Met als resultaat, betere inzichten. Op basis daarvan kan men de bedrijfsprocessen aanpassen en verbeteren.  
  • Contentfederatie voor toegang tot informatie, ongeacht de bron: Ongeacht waar content wordt gemaakt of opgeslagen, kan contentfederatie ervoor zorgen dat de informatie toegankelijk is en wordt beheerd. Het resultaat? Gebruikers kunnen altijd, ongeacht de bron, de informatie vinden. Gegevens en documenten van externe bronnen kunnen via koppelingsdocumenten in het ECM-platform worden opgenomen, verrijkt met unieke metagegevens en toegewezen aan bestanden of processen. 
  • Vraag gebaseerde groei – van afdeling tot corporate en zelfs verder: Een systeem moet flexibel genoeg zijn om met een bedrijf mee te groeien – horizontaal, verticaal en in termen van document- en procescapaciteit. Het aantal afdelingen dat gebruikmaakt van het systeem uitbreiden? Het is simpelweg een kwestie van het aantal gebruikers verhogen. Of is inkoop erop gebrand hetzelfde e-archiveringssysteem te gebruiken als de salesafdeling? Voeg dan een ander leveranciersbestand toe aan het contentserviceplatform – de technologie is er immers al. 
  • Beschikbaar en foutbestendig, wereldwijd, 24/7: Het is een gegeven: IT-oplossingen zijn de ruggengraat van organisaties en hun bedrijfsprocessen. Systeemstoringen zijn onacceptabel. Hetzelfde geldt voor een content services platform: hoge beschikbaarheid gegarandeerd vanaf iedere locatie, 24/7. 
  • Stel samenwerking veilig: Vandaag de dag maken organisaties deel uit van grote business ecosystemen. Interactie stopt niet bij de klant en leverancier, maar gaat verder, richting projectpartners, ontwikkelingssamenwerkingen en meer. Op wereldwijde schaal. Een content services platform kan worden opengesteld voor externe partners. Iedereen die bij een proces betrokken is heeft toegang tot dezelfde, betrouwbare bron aan informatie. Virtuele projecten en data rooms kunnen worden gebruikt om documenten, taken en processen te ordenen of om gezamenlijk eraan te werken, maar ook om veiligheid, het naleven van deadlines en traceerbaarheid te garanderen. 

Te veel te snel willen realiseren, zorgt ervoor dat een organisatie te zwaar wordt belast. Aan de andere kant, laat je het als organisatie na om ‘groot te gaan’ dan belemmert dat de voortgang en eindig je met een lappendeken van separate afdelingsoplossingen – in plaats van een samenhangend digitaal ecosysteem. Door een enkel platform te kiezen dat alle toepassingen binnen de organisatie dekt en dat tegelijkertijd de modulaire structuur behoudt, creëren bedrijven hun eigen innovatiepijplijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Aankopen met smartphone in vier jaar bijna verdubbeld

Posted 30 aug 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het aantal consumenten dat minimaal één keer per maand een aankoop doet via een smartphone is in vier jaar tijd, dat wil zeggen tussen juli 2015 en juli 2019, bijna verdubbeld, zo blijkt uit onderzoek binnen het Telecompaper Consumer Insights panel.

Voor het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen algemene producten (kleding, boeken en cadeaus) en producten die specifiek bedoeld zijn voor gebruik op mobiele telefoons, zoals apps en muziek, maar ook accessoires zoals hoesjes, beschermingen en headsets. De smartphone-aankopen van die producten groeide in dezelfde periode met 25 procent.

Het aantal consumenten dat aangeeft minimaal één keer per maand een algemeen product aan te schaffen via de mobiele telefoon ligt momenteel op 40 procent. Dat zijn aankopen waarbij ook de betaling van de aankoop via de smartphone afgerond wordt. Vergeleken met vier jaar geleden is dat bijna een verdubbeling.

Bij consumenten die af en toe een aankoop via de smartphone doen, is wel een verschuiving zichtbaar. Er zijn nu iets meer consumenten die aangeven ééns per half jaar een aankoop te doen (20 procent) dan één keer per jaar (12 procent), maar in totaal is het, net als in juli 2015, nog altijd 32 procent.

Procentueel de grootste stijging van het aankoopgedrag via de mobiele telefoon is gemeten bij de groep consumenten die aangeven wekelijks een product op die manier aan te schaffen. Dat is nu 9 procent, een verdriedubbeling vergeleken met vier jaar geleden.

Foto Pexels



Lees het volledige bericht op Emerce »

Duizend sportaanbieders bij vergelijker Champ

Posted 30 aug 2019 — by Emerce
Category nieuws

Sportstartup Champ heeft deze maand de duizendste sportaanbieder toegevoegd aan haar platform. Daarmee groeit het totale boekbare sportaanbod naar 1500 sportactiviteiten. Sporters kunnen op de website niet alleen reguliere sportlessen, maar ook unieke sportervaringen – zoals apenkooien en boulderen – vinden, vergelijken en boeken. Zonder abonnement.

Sinds juni verzorgt Champ het nationale sportaanbod voor een landelijke spaaractie van een grote supermarktketen die loopt tot maart 2020. De gecontracteerde sportaanbieders zijn gepubliceerd op een campagneplatform van de supermarktketen én op het platform van Champ. Daarmee is het aanbod van de start-up binnen 6 maanden na start gegroeid naar 1000 sportaanbieders, met ruim 1.500 boekbare sportactiviteiten.

Champ is een initiatief van Michiel Huisman en Paul Wiertz, voormalig oprichters van restaurant-boekingsplatform Couverts. Huisman: “Nederland telt ongeveer 40.000 sportaanbieders en een nog veel groter aanbod van activiteiten. Dat aanbod is nu enorm gefragmenteerd en daardoor lastig te vinden, vergelijken en boeken voor de ruim 10 miljoen wekelijkse sporters die we in Nederland hebben.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

De 6 eigenschappen van een innovatietheater

Posted 29 aug 2019 — by Emerce
Category nieuws

Innovatietheater is voor innovatie wat greenwashing is voor duurzaamheid. Een bedrijf zegt aan innovatie te werken, maar is het eigenlijk niet, of althans de inspanningen leiden niet tot innovatie.

Veel innovatielabs creëren geen waarde. Volgens een Capgemini-rapport faalt tachtig tot negentig procent van de innovatielabs. Of voldoen niet aan de verwachtingen. Dit wordt innovatietheater genoemd.

Maar waarom duiken deze labs dan overal op? Labs stellen gevestigde bedrijven in staat hun innovatiestrategie efficiënt en effectief uit te voeren. Het geeft de corporates  het imago van een moderne, wendbare en leuke werkgever. Daarnaast worden aandeelhouders gerustgesteld: het bedrijf is klaar om aanstormende startups die de markt verstoren te slim af te zijn.

Welke aspecten bepalen of een lab een façade is of juist een afdeling die daadwerkelijk waarde levert? Dat bekijken we voor zowel de korte als lange termijn.

En om maar meteen met de deur in huis te vallen: Vragen naar de succesverhalen van een innovatielab helpt je niet om het verschil te zien tussen bedriegers en echt innovatieve bedrijven.

Wil je weten of een lab een theater is of niet? Dit zijn de zes eigenschappen die samen het antwoord geven op deze vraag.

1. Geen ruimte voor falen

Ik geloof niet in innovatielabs waar geen één initiatief faalt. Onderzoek toont aan dat slechts één procent van de opgerichte startups succesvol wordt en voor corporate startups geldt dat nog maar vijftig procent na een jaar actief is. Gezien deze cijfers geloof ik niet in innovatielabs waar alles volgens plan verloopt.

Innovatielabs zijn omgevingen waarin teams in een versneld tempo kunnen leren. Ze leren door experimenten uit te voeren om aannames te valideren of te invalideren. Ze leren van succes, maar leren nog meer van falen. En omdat innovatie onvoorspelbaar is en risico’s met zich meebrengt, is er altijd een aanzienlijke kans dat het verkeerd afloopt.

Het probleem is in veel gevallen dat falen in bedrijfscontext als slecht wordt ervaren. Een veel voorkomende reactie is om een ​​project te stoppen wanneer belangrijke mijlpalen worden gemist of resultaten uitblijven.

In een lab zou de primaire reactie op mislukking moeten zijn: opstaan, indien mogelijk/nodig een pivot te doen, en door te gaan. “Fail fast and cheap” is het credo. Het moet worden gezien en uitgelegd als een positieve stap op weg naar succes.

Ruimte voor falen vereist sterk leiderschap van de sponsoren van het lab. Ze moeten achter de innovatieteams staan ​​en hen blijven ondersteunen, ook in moeilijke tijden. Teams hebben tijd, budget en resources nodig om hun lessons learned in de volgende stap richting succes te verwerken.

2. Geen mandaat (en budget)

Labs (of innovatieteams) die niet worden ondersteund door hoger management, zijn gedoemd te mislukken. Mandaat helpt om de onvermijdelijke interne conflicten te overwinnen die zullen ontstaan wanneer innovatieteams de lopende onderneming belemmeren.

Bijvoorbeeld conflicten die worden veroorzaakt door het afwijken van interne procedures of het benaderen van externe prospects/leads/klanten. Als er geen senior management achter het team staat om te ondersteunen in deze situaties, is het onvermijdelijk dat het innovatieteam vertraagt, stopt of op zijn minst nooit hun volledige potentieel zal bereiken. Met als resultaat: innovatietheater.

Senior executives horen in innovatie te geloven. Ze moeten onderstrepen dat dit een belangrijke manier is om relevant te blijven voor klanten. En ze moeten begrijpen dat het nodig is om concurrenten voor te blijven en om aan de constant veranderende vraag van klanten te blijven voldoen.

De urgentie van innovatie zou moeten leiden tot een strategie, welke op zijn beurt zal leiden tot het ontstaan van een governance structuur en een duidelijk geformuleerd mandaat betreffende middelen, budget en autoriteit voor het innovatielab.

3. Geen focus op nieuwe bedrijfsmodellen en markten

Labs die uitsluitend ideeën uitvoeren om bestaande interne processen te verbeteren, hebben zeker positieve effecten op omzet, kosten en/of klanttevredenheid.

Die innovatie-initiatieven zullen echter geen nieuwe aangrenzende bedrijfsmodellen en markten verkennen, waardoor er veel kansen liggen voor hun concurrenten om te grijpen. Daarnaast kunnen deze projecten worden geleid door afdelingen zelf. Je hebt hier in de meeste gevallen geen lab voor nodig.

Innovatie kan plaatsvinden in drie horizonnen (McKinsey):

  1. Horizon 1 vertegenwoordigt de kernactiviteiten die de grootste winst en cashflow opleveren voor een bedrijf. In deze horizon ligt de focus op het verbeteren van de prestaties om de resterende waarde te maximaliseren.
  2. Horizon 2 omvat nieuwe kansen, het verbeteren van bestaande producten, het verplaatsen van producten naar aangrenzende markten of het servicen van extra klantsegmenten.
  3. Horizon 3 of disruptieve innovatie is waar nieuwe producten worden gecreëerd onder omstandigheden van extreme onzekerheid.

De labs waar ik werk gaan we voor een mix van horizon 1 en 2 projecten. Dit leidt tot quick wins (H1) en nieuwe bedrijfsmodellen en markten (H2). H3 is vaak een te onbekend terrein voor het bedrijf, met te veel risico’s en een te lange periode om winstgevend te worden.

4. Geen kwaliteit in de teams

Net als bij normale startups ligt het succes van het bedrijf in de handen van de teamleden. Die teamleden moeten zorgvuldig worden gekozen. Het kan niet zo zijn dat innovatie teams bestaan ​​uit mensen die toevallig beschikbaar zijn.

Een team bestaande uit stagiaires of young professionals met minder dan een jaar werkervaring bij het bedrijf gaat ook niet werken.

De innovatieteams die ik coach zijn samengesteld uit twee soorten mensen:

  • Intrapreneurs (ondernemende werknemers van de corporate)
  • Entrepreneurs uit onze gemeenschap van pioniers. Mensen die toegewijd zijn om problemen op te lossen en een track record hebben in het creëren van nieuwe businesses

Voordat we aan een innovatieproject beginnen te werken, organiseren we matching-sessies om de beste combinatie van intrapreneurs (van het bedrijf) en ondernemers te vinden.

Intrapreneurs moeten domein expertise hebben en weten hoe ze de hazen lopen binnen de corporate. Ondernemers zorgen voor executiekracht, snelheid, een relevant netwerk en creativiteit.

5. Geen interne resources: innovatie volledig uitbesteden

“Put your money where your mouth is.” Wil je innoveren? Dan moet je ook zo ver willen gaan dat je collega’s de loopgraven in stuurt.

Ik heb corporates gezien die partners inhuurden om waardeproposities voor hen te verkennen. Zonder al  te veel resultaat. Uiteraard zijn er delen die uitbesteed kunnen worden, maar zodra er specifieke kennis vanuit het bedrijf nodig is, of als er samengewerkt moet worden met bedrijfsonderdelen, dan wordt het erg lastig.

Uit ervaring beveel ik altijd een ​​mix van intrapreneurs en entrepreneurs aan (zie # 3 voor meer over teamsamenstelling):

  • Het hebben van intrapreneurs (van het bedrijf) in het team zorgt voor een zachte landing wanneer het startup-team het innovatielab is ontgroeid en er wordt overgedragen aan de bedrijfsorganisatie (een zogeheten spin-in). Zonder intrapreneurs in het team loop je al snel tegen het not invented here syndroom aan.
  • Door intrapreneurs aan innovatieprojecten te laten werken, leren ze nieuwe vaardigheden, bijvoorbeeld een Lean aanpak om problemen te tackelen. Dit moet uiteindelijk leiden tot een meer ondernemende cultuur.

Volledig uitbesteden van innovatie werkt niet om verschillende redenen:

  • Als een bedrijf alleen budget kan bieden, maar geen (key) resources dan geeft dat indirect aan hoe belangrijk de afdeling dit vindt. Helemaal niet belangrijk.
  • Naar mijn mening is het succes van een corporate startup voor meer dan 50% afhankelijk van stakeholdermanagement. Hoe goed kennen de externe partijen uw organisatie? Zijn zij in staat om stakeholders effectief en efficiënt te managen?
  • Je neemt een risico door je bedrijf te laten vertegenwoordigen door iemand van buitenaf. Realiseer je dat zij nieuwe markten verkennen, nieuwe klantsegmenten interviewen, enzovoort. Wanneer je contact zoekt met de buitenwereld, al is het maar om vragen te stellen om de geïnterviewde beter te begrijpen, wil je worden vertegenwoordigd door iemand uit uw eigen organisatie.
6. Geen innovatie framework en coaching

Tot slot. Een lab heeft een innovatie framework nodig voor teams, die worden begeleid door ervaren innovatiecoaches. Teams op training sturen, een Lean Startupboek geven en vervolgens verwachten dat ze de volgende Uber bedenken is niet eerlijk.

Corporate startupteams hebben te maken met veel onzekerheid. Ze proberen inzichten te krijgen uit een zee van vraagtekens, aannames en data die ze verzamelen. Een framework biedt de teams tools, metrics, en een duidelijk proces met mijlpalen die moeten leiden tot een groeiend bedrijf.

Onthoud: een raamwerk is geen magic bullet. Er is innovatie ervaring nodig om te weten welke tools op welk moment gehanteerd dienen te worden.

Daar zijn innovatiecoaches voor. Zij helpen teams om de juiste tools te gebruiken en laten zien hoe ze het effectiefst ingezet kunnen worden. Bovendien ondersteunen ze teams bij het nemen van moeilijke beslissingen en zorgen ze ervoor dat ze afgesproken mijlpalen halen.

Takeaways

Een innovatielab is een manier om te innoveren, en een innovatie cultuur te laten groeien. Het geeft bedrijven controle over innovatie, waardoor het efficiënter en effectiever wordt. Het is een plek waar innovatieteams voortbouwen op de fundamenten van eerdere initiatieven. Lessen worden gedeeld. Nieuw aangeleerde vaardigheden versterken de ondernemersgeest in organisaties. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gaat de macht van de platforms omhoog of omlaag?

Posted 28 aug 2019 — by Emerce
Category nieuws
De macht van de platforms, de buzzphrase van 2019 in het internetrecht. Want waar internet ooit begon als een open ruimte waar iedereen z’n eigen stalletje kon inrichten, zitten we nu met een paar hele grote silo’s waar je moet zijn om je klanten, partners of bezoekers te kunnen bereiken.
Niemand schrijft meer in gastenboeken (rust zacht, guestbook.cgi) maar ze laten krabbels achter op je Hyves, oh nee vindikleuks op je Facebook. Dus daar moet je zijn. En daarmee is Facebook ineens een hele machtige, want als je daar dan niet meer mag zijn dan heb je dus een groot probleem.

Hoe komt dat nu, die macht? Het standaardantwoord is dan het netwerkeffect, het fenomeen dat online diensten exponentieel waardevoller worden met iedere extra deelnemer. Plat gezegd komt het erop neer dat je op Facebook moet zijn omdat iedereen op Facebook zit, zodat iedereen op Facebook blijft. En omdat die bedrijven dan ook nog eens heel handig omgaan met hun macht – mensen ver hun gang laten gaan, geen al te stevige sturing geven en vooral gehaaid adverteren – groeien die diensten vervolgens als kool. Tel daarbij op een gebrekkige handhaving, en je snapt waarom zeg Facebook nu machtiger is dan menig land.

Wat mag er met die macht? Juridisch is daar dus geen antwoord op. Het is geen kartel of monopolist in klassieke zin. Er zijn alternatieven en deze platforms oefenen geen directe macht uit op ontoelaatbare manier om die concurrenten weg te pesten. Dat is waar we het mededingingsrecht tegen zouden kunnen inzetten. Maar kun je het Facebook of Google verwijten dat iedereen daar wil adverteren of publiceren? Is dat misbruik van hun macht? Dat is een hele open vraag, waardoor toezichthouders enigszins naar elkaar blijven kijken en het van handhaving niet echt komt.

Een heel ander probleem blijft voor mij de macht van de EULA. Want over wat er op hun platform gebeurt, hebben die bedrijven natuurlijk forse macht. De EULA (of TOS, hoe je ’t maar wilt noemen) staat vol met regels, en daar heb je je aan te houden. Op zich terecht; hun server, hun regels. Net als een café, zeggen we dan. Maar juist door die grote macht, die onvermijdelijkheid, wordt het ineens een stuk minder gezellig als je iets wilt doen dat niet mag van die regels. Waar moet je dan naartoe? Iedereen zit hier.

En als derde leiden platforms tot nieuwe diensten, vaak in de vorm van bemiddeling, mensen bij elkaar brengen. Disintermediation heet dat dan, de klassieke tussenpersonen of tussenhandel verdwijnt en mensen komen direct bij elkaar. Maar dat platform is natuurlijk gewoon een nieuwe tussenpersoon, die op zijn eigen manier daar geld mee verdient. En dat is prima op zich, alleen botst het vaak met bestaande regels. Recent nog Helpling dat te horen kreeg dat hun verdienmodel niet mocht van de rechter. Maar het valt meestal niet mee te duiden wat die platforms nu precies zijn.

Al deze vragen spelen al jaren, maar je merkt de laatste maanden wel dat er meer en meer gemord wordt over hoe ver het gaat. Ik zie dan ook steeds meer pogingen om deze macht aan banden te leggen, van rechtszaken en bestuursrechtelijk handhaven tot protestacties en boycots. Het zou me dan ook niets verbazen als we over een aantal jaar internet een stuk decentraler vinden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe zit het eigenlijk met auteursrecht op content?

Posted 26 aug 2019 — by Emerce
Category nieuws

We zijn wel dagelijks bezig met allerlei vormen van content. Iedereen. Voor de lol, voor de marketing of omdat we de content zelf verkopen. Dan krijg je automatisch te maken met een aantal rechten en rechtsgebieden. Als je door de bomen het bos niet meer ziet, biedt een bundeltje gekapte bomen uitkomst: het boek #contentrecht.

Nu is contentrecht geen officieel rechtsgebied, maar in mijn boek behandel ik tal van rechtsgebieden waarmee je als producent of consument van content te maken kunt krijgen. In een serie van drie artikelen behandel ik de meest voorkomende kwesties waarmee jij te maken kunt krijgen. Dit is deel één en het gaat over het auteursrecht.

Wat is content?

Content is een heel breed begrip. Het staat voor inhoud, terwijl het lang niet altijd inhoudelijk hoeft te zijn. Eigenlijk is content alles dat we kunnen zien en horen, dat we zelf gemaakt hebben. Teksten, foto’s, video’s, infographics, muziek, illustraties, presentaties en ga zo maar door.

Met alle soorten content krijg te maken met het auteursrecht. Of je nu wil of niet. Goed, als je een zzp’er bent, autonoom unieke content maakt en het je niet kan schelen wat een ander met het werk doet, dan kun je het auteursrecht wellicht naast je neerleggen, maar in alle andere gevallen niet.

Leestip: Content-Marketing Trends 2019

Weten wie de maker/auteursrechthebbende is, bespaart veel geld

Zo moet je bijvoorbeeld wel weten wie de maker of auteursrechthebbende is van het werk. Veel mensen denken dat als zij het gemaakt hebben, ze ook de maker zijn. Logische gedachte wellicht, maar lang niet altijd waar. Tegelijkertijd denken opdrachtgevers vaak dat zij, omdat ze nu eenmaal betaald hebben voor de opdracht, de rechthebbende worden. Meestal niet waar. Dat levert helaas veel frictie en conflicten op. Dat kost iedereen een hoop tijd en geld, terwijl dat voorkomen zou kunnen worden als alle partijen beter zouden weten hoe het zit, vooraf dit beter zouden regelen en elkaar beter kunnen uitleggen hoe het werkt.

Laat ik daar hier een begin bij maken.

Natuurlijk is het uitganspunt wel dat de maker, de persoon die de creatieve arbeid heeft verricht, de auteursrechthebbende wordt. Nu moet je ‘creatieve arbeid’ niet te zwaar opvatten. Het hoeft niet écht creatief te zijn, als het maar niet te banaal en triviaal is. Niet te gewoontjes. Daarover later meer.

Soms zijn er meerdere makers. Zoals het schrijversduo Nicci French, de stylist en de fotograaf of de componist en tekstschrijver. Ze maken samen een werk en moeten daarom telkens samen beslissen hoe dat werk geëxploiteerd mag worden. De ene maker kan nooit zonder de ander beslissen. Het is alsof je bent getrouwd. Zelfs als je gaat scheiden, blijft er altijd een bepaalde band bestaan. Je komt nooit meer écht van elkaar af. Des te belangrijker om vooraf goede afspraken te maken.

Werknemers

Werknemers hebben ook niets te zeggen over wat ze maken. Als het hun taak is om bepaalde dingen te maken, websites te ontwerpen, logo’s te maken, huisstijlen te ontwerpen, foto’s te leveren, video’s te maken, advertenties in elkaar te zetten, teksten te schrijven en wat al niet meer, dan gaat dat auteursrecht linea recta naar de werkgever. Het is zelfs zo dat als een werknemer in diens portfolio wil opnemen wat hij of zij gemaakt heeft, hij of zij daarover afspraken moet maken met de werkgever. Die is immers de auteursrechthebbende. Staat er niets over auteursrecht in de arbeidsovereenkomst? Wees niet verbaasd! Dat hoeft namelijk helemaal niet. De Auteurswet heeft dit allang geregeld.

Opdrachtgevers zien zichzelf vaak als de werkgever en denken om meerdere redenen dat zij ook automatisch auteursrechthebbende worden. Dat is meestal helemaal niet het geval. Alleen wanneer iets ‘onder leiding en toezicht’ is gemaakt en de opdrachtnemer alleen een uitvoerder is, die (bijna) niks creatiefs heeft in te brengen, wordt de opdrachtgever automatisch de auteursrechthebbende.

Opdrachtgevers

Meestal geeft een opdrachtgever wel kaders en richtlijnen. Er zijn wensen. Er is een doel. Maar juist de opdrachtnemer heeft de kennis, kunde en creativiteit om die wensen om te zetten in een werk waarmee het doel behaald kan worden. Als de opdrachtgever dat zelf zo goed zou kunnen, zouden ze het in veel gevallen gewoon zelf doen. Ja, wel iets waar discussie over kan ontstaan, dus om dit nu aan de wet over te laten is misschien niet al te verstandig. Een opdrachtnemer zou dit in de algemene voorwaarden kunnen regelen. Bang dat deze door de opdrachtgever worden uitgesloten, omdat inkoop nu eenmaal heeft geleerd dat het zo moet? Ze het dan gewoon in de offerte, dan gaan ze er vaak gewoon mee akkoord.

Let bij opdrachten ook op dat er afspraken worden gemaakt over de wijze van gebruik. Als het een rechtspersoon is (een openbare instelling, stichting, vereniging of vennootschap, officieel) die het werk eerst zelf openbaar maakt, zonder de naam van de natuurlijk persoon als maker te noemen, dan is de rechtspersoon de auteursrechthebbende geworden. Stiekem. Heel sneaky. Automatisch. Zonder dat ook maar iemand het door had! Nou ja, tenzij je kon bewijzen dat die openbaarmaking onrechtmatig was. Komt ie weer: afspraken maken. Schriftelijk het liefst, anders wordt bewijzen zo lastig.

Kortom, voorkom discussie over wie de auteursrechthebbende is. De Auteurswet beidt handvatten, maar lost lang niet alles op. Rechtszaken zijn duur. Het is zonde daar je tijd en geld aan te spenderen. Liever vooraf iets meer tijd en geld besteden aan een goede overeenkomst, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.

De creatieve drempel

Heel fijn natuurlijk, om te weten wie de maker of auteursrechthebbende is, maar van wat dan eigenlijk? Van een werk. Dat is een heerlijk open begrip. Heb je nog geen zak aan. Wat de rechtspraak erover zegt? Dat het een eigen en oorspronkelijk karakter moet hebben en het stempel van de maker moet dragen. Het moet voldoende creatief zijn en mag niet te banaal en triviaal zijn. Schept dat genoeg duidelijkheid? Nee? Laat me wat voorbeelden geven.

Op een woordenlijst of woordenboek kun je auteursrecht hebben. Door de keuze in woorden, volgorde en uitleg van die woorden.

Je hoeft een werk niet bewust te scheppen, maar er moet wel enige creativiteit in zitten. Het mag niet te banaal en triviaal zijn. Dit was onderwerp van gesprek tijdens de jarenlange procedures over het boek ‘De Endstra-Tapes’, waarbij twee journalisten de ‘achterbankgesprekken’ met de vermoorde Willem Endstra hadden uitgewerkt en in een boek hadden uitgegeven. Erven Endstra waren daarop tegen. Ze vonden dat zij het auteursrecht hadden op wat Endstra had gezegd. Uiteindelijk werd in de rechtspraak besloten dat de onsamenhangende zinnen van Endstra te banaal en triviaal waren en er daarom geen auteursrecht op rustte.

“Zo, nu eerst”

Als ik zeg “Zo, nu eerst”, waar denk jij dan aan? Bavaria waarschijnlijk. We weten allemaal waar het vandaan komt. Het is herkenbaar. Dat noemen we goede marketing, maar dat zorgt nog niet voor een auteursrecht. Toen hostingbedrijf YourHosting inhaakte op het succes van de Bavaria campagne met de radioreclame “Zo, nu eerst naar de cloud”, spande Bavaria een rechtzaak aan tegen YourHosting. De brouwers uit Brabant wonnen bij de rechtbank, waarop ze een aantal kratjes bier bij YourHosting lieten bezorgen.

Maar in hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Den Haag echter dat deze drie woorden normaal Nederlands waren en er dus geen auteursrecht op rustte en dat daarom de commercial van YourHosting gewoon was toegestaan. Die reclame was inmiddels al van de radio af, dus ze hadden weinig meer aan de uitspraak, behalve dat ze geen schadevergoeding hoefden te betalen aan Bavaria. Bavaria had te vroeg gejuicht en YourHosting had een goede vrijdagmiddagborrel.

Foto’s worden meestal voldoende creatief gevonden. Of ze nu met een telefoon zijn gemaakt of met de duurste camera die je kunt verzinnen, dat maakt niet uit. Alleen foto’s waar geen creatieve keuzes in terug te vinden zijn, daar rust geen auteursrecht op. Denk aan de pasfoto voor een identiteitsbewijs. Daar zitten zoveel regels en richtlijnen aan vast, dat er geen ruimte meer is voor ook maar een pixel aan creativiteit.

Ook zogenaamde pack shots, productfoto’s op een witte achtergrond, gewoon goed uitgelicht, geschikt voor catalogi, waar misschien veel werk in zit, maar die zeker niet creatief zijn, daar rust geen auteursrecht op.
Maar al die influencers, die op hetzelfde event zijn en daar van dezelfde tafel met producten een foto maken, waarbij die foto’s allemaal min of meer hetzelfde zijn, daar rust wel auteursrecht op. Misschien slechts een lage bescherming, omdat de foto’s eenvoudig zijn, maar het is wel een auteursrecht.

‘Inspiriteren’

Iedereen mag zich door een ander laten inspireren. Stijlen en ideeën mogen gewoon worden overgenomen, want daar rust geen auteursrecht op. Daarom zijn concepten en formats ook lastig te beschermen. Iedereen moet binnen een bepaald idee zijn of haar eigen gang kunnen gaan.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat sommige mensen niet irritant dichtbij komen. Copycats, noem ik ze ook wel. Ze maken nèt geen inbreuk op auteursrecht, maar maken wel gebruik van het succesvolle idee of de succesvolle stijl. Niks aan te doen? Nou ja, iemand erop aanspreken kan altijd. Niet zozeer op juridisch vlak dus, maar leg ze uit dat concurrentie weliswaar gezond is, maar ze toch beter kunnen dan dit en dat juist originaliteit ze verder brengt, bijvoorbeeld. Dan is er juist voor iedereen meer. Vergeet de boosheid en zoek naar een creatieve oplossing.

Handig gebruik van beperkingen

Weet je nog, al die drukte vanwege de DSM-Richtlijn, omdat vanwege het zogenaamde uploadfilter memes niet meer toegestaan zouden zijn? Allemaal lulkoek! Memes, parodieën en citaten zijn juist expliciet wel toegestaan. Nee, niet altijd door een machine te herkennen. Dat zal nog wel eens tot problemen gaan leiden.

Ons auteursrecht kent overigens nog wel meer uitzonderingen.

Pers mag in sommige gevallen bijvoorbeeld berichten uit andere pers ongevraagd overnemen. Moeten ze wel keurig aan bronvermelding doen natuurlijk.

Citeren

Daarnaast kun je citeren. Moet er wel een geschikt doel zijn, zoals aankondiging, beoordeling, polemiek, wetenschappelijke verhandeling of vergelijkbaar doel. Geen versiering dus. Dat maakt het gebruiken van afbeeldingen als ‘uitgelichte afbeelding’ lastig, wanneer je geen toestemming hebt voor het gebruik daarvan. Die uitgelichte afbeelding voldoet namelijk vaak niet aan een van de doelen, maar dient ter versiering. Bovendien wordt het vaak veel groter gebruikt dan nodig.

Een ander criterium is namelijk dat er niet te veel overgenomen mag worden. Alleen zoveel als ‘maatschappelijk aanvaardbaar’ is. En natuurlijk mogen naam- en bronvermelding niet ontbreken, mag de titel van een werk niet worden aangepast en mag het werk ook niet te veel gewijzigd worden.

Een grapje moet kunnen. Daarom mogen parodieën, memes en satire ook. Ook hier moet het allemaal weer wel maatschappelijk aanvaardbaar zijn. Wat we nu okay vinden, vinden we over tien jaar misschien wel te ver gaan.

Door gebruik te maken van beperkingen op het auteursrecht, kun je op een handige manier gratis gebruik maken van bestaand werk, zonder dat je daarvoor toestemming nodig hebt. Wel opletten dat je binnen de lijntjes kleurt, anders heb je alsnog een schadevergoeding aan je broek hangen.

Met toestemming mag alles

Met toestemming mag alles. Wil je geen risico lopen, dan zorg je dat je rechtmatig aan content van anderen komt, zodat je het kunt gebruiken op de wijze die je zelf wil. Die toestemming noemen we ook wel een licentie.

Let erop dat je die toestemming altijd van de rechthebbende krijgt en bijvoorbeeld niet van de geportretteerde. De geportretteerde heeft tenslotte het auteursrecht niet.

Geen zin om in gesprek te moeten gaan? Maak dan gebruik van werken waar vooraf een licentie voor is gegeven. Denk bijvoorbeeld aan het systeem van creative commons, waarmee zes vaststaande licenties kunnen worden gemaakt. Iedereen mag werken met een creative commons licentie gratis gebruiken. Fotosite Flickr stond bijvoorbeeld altijd bekend om de foto’s met een dergelijke licentie, maar via creativecommons.org zijn nog veel meer bronnen te vinden.

Daarnaast zijn er natuurlijk veel betaalde stocksites voor foto’s, illustraties, vectorbestanden, muziek en wat al niet meer. Let wel altijd goed op de licentie. Past deze bij de wijze waarop je het wil gebruiken? Een licentie is bijvoorbeeld niet altijd geschikt om er een werk mee te maken dat vervolgens aan een opdrachtgever wordt gegeven om te gebruiken. Altijd goed blijven opletten dus!

Leestip: Afbeeldingen voor je website of blog: de ultieme lijst

Grijze rozen

Het leven van een contentmaker of contentgebruiker gaat dus niet over rozen. Er is veel waar je aan moet denken bij het maken en gebruiken van content, bij het anderen toestemming geven om content te gebruiken en bij samenwerkingen. Het lijkt soms ook een groot grijs gebied te zijn. Dit is helaas niet iets waar een artikel van 2000 woorden je meteen een passende oplossing voor kan bieden. Gelukkig helpt het boek #contentrecht met de soms smeuïge voorbeelden uit de praktijk, de handige checklists en overzichtelijke infographics en flowcharts.

Bij content heb je niet alleen te maken met auteursrecht, maar ook met bijvoorbeeld portretrecht en privacy, de vrijheid van meningsuiting en merken en reclame. Deze onderwerpen komen in een volgend artikel aan bod.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Oud-marketingdirecteur bol.com Michel Schaeffer overleden

Posted 23 aug 2019 — by Emerce
Category nieuws

Oud-marketingdirecteur Michel Schaeffer van bol.com is 21 augustus aan de gevolgen van een onverwachte ziekte overleden. Hij zou dit najaar 52 zijn geworden.

Hij begon op 6 maart 2001 als marketing directeur bij bol.com, toen nog een bedrijf met een paar honderdduizend klanten. ‘In 2003 sloten we ons als directie op in een vergaderzaal en besloten we ter plekke dat 250 miljoen omzet in 2015 een mooi ambitieus doel was,’ vertelde Schaeffer jaren geleden aan Management Team. ‘We staarden naar het papier en vroegen ons af of dat niet een veel te hoog doel was.’ Uiteindelijk werd het doel bereikt in 2009.

In 2017 verscheen van zijn hand nog een persoonlijke geschiedschrijving van de ontwikkeling van bol.com.

Schaeffer, die na zijn vertrek zijn dagen vulde met advieswerk voor investeerders, commissariaten en raden van advies en toezicht (onder meer bij CBRE, Hans Anders en Q-Park), hoopte twintigduizend exemplaren van het boek te verkopen.

Vorig jaar was Scheaffer nog enige maanden interim CEO van fonQ.

Huub Vermeulen, algemeen directeur bol.com, zegt over hem: ‘Michel stond aan de wieg van bol.com en heeft het merk van niets tot een van de meest bekende en gewaardeerde merken van Nederland en België weten te maken. Hij was een absoluut marketing-vakman en veel elementen van het huidige bol.com merk zijn nog rechtstreeks te herleiden naar de ideeën van Michel. Daarnaast was hij als directielid breed betrokken bij bol.com en had hij een sterke strategische visie waarmee hij de richting van bol.com gedurende 14 jaar mede heeft bepaald. We gaan een fantastische oud-collega, maar vooral een geliefd mens missen.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bang & Olufsen zoekt koper

Posted 23 aug 2019 — by Emerce
Category nieuws

De bekende Deense producent van televisies en luidsprekers Bang & Olufsen zoekt een koper nu de bedrijfsresultaten tegenvallen. De nettowinst kelderde afgelopen boekjaar van 81 miljoen Deense kroon (10,9 miljoen euro) tot 19 miljoen kroon.

Topman Ole Andersen van Bang & Olufsen zegt ieder bod serieus te overwegen.

De grootste aandeelhouder van Bang & Olufsen is nu het Chinese Qi Jianhong, met bijna 15 procent van de aandelen.

Foto Bang & Olufsen



Lees het volledige bericht op Emerce »