Posts Tagged ‘app’

Toekomstproof CMS kan mobile en personalisatie aan

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Mobile en personalisatie hebben in 2020 de grootste impact op de marketing van organisaties. Wat betekent dit voor het contentmanagementsysteem?

Ooit diende een contentmanagementsysteem (CMS) alleen voor het onderhoud van het internetvisitekaartje van bedrijven. Al snel werd de content op websites minder statisch en inmiddels naderen we de fase waarin iedereen zijn eigen landingspagina te zien krijgt op basis van individueel surf-, zoek- en koopgedrag. En die gepersonaliseerde landingspagina wordt vooral bekeken vanaf mobile devices. Dit stelt nieuwe eisen aan het CMS dat de ruggengraat vormt van alle online communicatie- en verkoopkanalen van het bedrijf.

Uit onderzoek van de Economist Intelligence Unit blijkt dat het gros van de marketeers (59 procent) verwacht dat mobile de grootste impact gaat hebben op hun werk. Het CMS moet dus ook de apps en mobiele sites van het bedrijf kunnen onderhouden.

– Mobile app

Met één app ben je er niet als bedrijf. Met twee besturingssystemen (Android en iOS) en het minimum van twee devices (smartphone en tablet) zul je minstens vier apps moeten bouwen en onderhouden. En de content die je daar presenteert, moet in overeenstemming zijn met andere kanalen zoals de website. De klant verwacht immers consistentie in de communicatie. Idealiter loopt een verandering in bijvoorbeeld de productinformatie door op alle kanalen. Dus heb je een centraal CMS nodig, dat content vertaalt naar elk publicatieplatform.

– Responsive site

Google beoordeelt websites op mobielvriendelijkheid. Vandaar dat een responsive site een basisvoorwaarde is. De uitdagingen van mobiele content zijn bekend: de schermen zijn klein, de processors zijn zwakker en de internetsnelheid is vaak lager dan bij een desktop. Daarnaast zijn er functionaliteiten die je juist op een mobiele site wilt aanbieden, zoals locatiegebonden aanbiedingen. De meeste CMS’en hebben een add-on of plug-in waarmee je reponsive design kunt ‘aanzetten’. Dan bouw je dus eigenlijk voort op de desktopervaring. Voor wie echt mobile- first wil zijn, is het de overweging waard om te kijken naar een nieuw CMS dat is gebouwd op mobiele communicatie. De redacteuren zien direct hoe de content oogt op mobile devices. Er wordt niet meer in pagina’s gedacht, maar in contentblokjes. En dat maakt het weer makkelijker om de eerder genoemde ‘eigen’ landingspagina te creëren – ook op desktop.

Waarom geen MBaaS?

Er zijn bedrijven die Mobile Backend as a Service bieden die specifiek gericht zijn op het publiceren van content op mobiele kanalen. Nadeel is dat deze behoorlijk wat technische kennis vereisen en dus niet de gebruikersvriendelijkheid van een CMS hebben, met een redactionele workflow die intuïtief werkt.

Personalisatie

Vijfenveertig procent van de ondervraagde marketeers denk dat personalisatie de komende drie jaar het buzzword blijft. Dat is terug te zien in de ontwikkeling van CMS- functionaliteiten. Vijf jaar geleden speelde personalisatie nauwelijks een rol en was de gebruiker daarvoor aangewezen op externe tools. Nu kan de content minimaal worden gepersonaliseerd op basis van de locatie, zoektermen en leadscores. Meer geavanceerde systemen bieden personalisatie aan op basis van klantgedrag en -profielen. Deze manier van personaliseren vergt de configuratie van regels. Aan elk kenmerk moet immers een bepaalde actie worden gehangen. Sommige CMS’en automatiseren dit proces. Episerver bijvoorbeeld, laat machine learning en statistische analyses worden los op het gedrag van de bezoeker zelf en dat van peers, zodat productaanbevelingen automatisch kunnen worden gedaan. Doordat het systeem zelflerend is, past het zich aan aan veranderende bezoekerspatronen en campagnes, aldus Episerver.

Conclusie

Een modern CMS publiceert content multichannel en is ingesteld op personalisatie. Het kan zijn dat dit een kwestie is van het bestaande systeem uitbouwen. Als dit niet mogelijk is, dan is het waarschijnlijk tijd voor een nieuw CMS. Voor MKB-bedrijven die daaraan toe zijn, is in dit e-book een stappenplan opgesteld voor het vaststellen van de eisen waar het nieuwe systeem aan moet voldoen. Het vergt wat voorwerk om uiteindelijk toekomstproof te zijn, maar dat betaalt zich volgens de ondervraagde marketeers uit in trouwe klanten en hogere conversie.

New Call-to-action



Lees het volledige bericht op Emerce »

NLE heeft 30.000 klanten voor internet en tv

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

NLE heeft 30.000 klanten voor internet, televisie en telefonie. Dat maakte het bedrijf vanochtend bekend.

Eind 2016 ging NLE als eerste energiemaatschappij naast elektriciteit en gas ook internet, televisie en telefonie leveren. De eerste campagne voor het zogenaamde triple play leverde vorig jaar 10.000 klanten op, begin 2017 kwamen er nog eens 20.000 bij. Het bedrijf mikt erop binnen enkele jaren door te groeien naar 200.000 telecomklanten.

NLE heeft naar eigen zeggen in 2016 het beste resultaat ooit behaald. De EBITDA steeg van 20,0 miljoen euro naar 22,8 miljoen euro, een toename van ruim 14 procent. De nettowinst steeg naar 12 miljoen euro. EBITDA en winst zijn de hoogste sinds de oprichting in 2005.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bitsensor en Plugify op Nederlands Kampioenschap Pitchen

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws
Op 27 maart 2017 wordt de tweede editie van het Nederlands Kampioenschap Pitchen georganiseerd. Op het podium strijden zes  finalisten met elkaar om de titel: Beste pitcher van Nederland. Zij moeten binnen twee minuten het publiek en de jury overtuigen.
Juryleden van het NK Pitchen dit jaar zijn: Eddy Zoëy, presentator en ondernemer, Nathalie Mangelaars, Elevator Pitch Specialist Pitch Queen en initiator NK Pitchen, Remy Ludo Gieling, Hoofdredacteur Sprout en Frank Appeldoorn, Principal Volta Ventures.
De kandidaten dit jaar:
1. Michiel Kalverda (Utrecht) | TMI news. Innovatieve online journalistiek, voor jongeren. Verdienmodel zit in het eigentijds onderzoek met de doelgroep, die weer van waarde is voor bedrijven. 
 
2. Eline Leijten (Amsterdam) | Plugify.  Online marktplaats waar je live muziek optredens boekt. Direct een artiest online boeken, zonder tussenpersoon. Op het moment meer dan 600 artiesten. Toegankelijk en voor elke portemonnee. 
 
3. Alex Dongs (20 jaar, Eindhoven) | Bitsensor. Webapplicatie level bewaking, monitoring en bescherming. Na bedrijven te hebben gehackt, hebben zij laten zien waar beveiligingslekken zitten en hoe belangrijk het is om online beter beschermt te zijn. 
 
4. Ralph de Groot (Rotterdam) | Restoranto. Applicatie waar je de last-minute aanbiedingen van restaurants bij jou in de buurt op ontvangt. Elke maaltijd die wordt geboekt, wordt een een maaltijd gedoneerd aan iemand in hongersnood. 
 
5. Sabrina Bos (Amsterdam) | accesART. ’s Wereld eerste benchmarketing platform voor individuele kunstenaars (kunst van over de hele wereld). Binnen de online shop heeft de artiest zijn eigen shop, hoe meer ze verkopen, hoe hoger de prijs. Dit om de waarde van kunst en positie van de kunstenaar transparant te maken voor (potentiële) kopers. 
 
6. Lucas van der Meulen (Groningen) | Surprise dinner. Platform waar je je kan laten verrassen op culinair gebied. Jij hoeft alleen een thema en stad uit te kiezen. Één uur voordat je uiteten gaat, krijg je te weten waar je heen gaat. Restaurants/Couverts zijn gekozen door foodcuratoren (chefkoks en foodbloggers). 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Western Union mikt met eigen app op jonge klanten

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Geldwisselkantoor Western Union lanceert haar eigen app. Smartphone-gebruikers kunnen voortaan geld overmaken naar agentschappen van Western Union voor cashopnames, direct naar bankrekeningen, of naar mobiele wallets in meer dan 200 landen en regio’s over de hele wereld.

Western Union hoopt met de app jonge klanten aan te trekken die online geld willen overmaken.

De app heeft onder meer een scanfunctie voor creditcard- en betaalpasgegevens en biedt de mogelijkheid om contacten, persoonlijke informatie en betaalmethoden op te slaan.

In de loop van dit jaar wordt extra functionaliteit toegevoegd. Zo wordt het mogelijk op een smartphone een transactie voor te bereiden, gevolgd door een cash-betaling op een locatie van Western Union.

De app is per direct te downloaden via de Nederlandse Google Play Store en de Apple App Store.



Lees het volledige bericht op Emerce »

UX-onderzoekscentrum voor ANWB: ‘Elk onderzoek beter dan geen onderzoek’

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zo’n drie jaar geleden richtte de ANWB een intern ‘UX Center’ op voor onderzoek. Het verving daarmee de gebruiksonderzoeken die door externe bureaus werden verricht. Waarom deed de organisatie dat? En wat levert zoiets op?

Zoals bij veel bedrijven speelt het team dat zich ooit bezighield met de online user experience nu een veel grotere rol in de organisatie. Naast ‘wireframes’ en ‘visuals’ staat de totale klantervaring en het verbeteren van digitale services hoog op de agenda.

Zo niet anders bij de ANWB, waar Iwan Banens ‘Manager Customer Experience & Service Innovatie’ is. “Onderzoek naar hoe klanten en niet-klanten onze producten ervaren wilden we een standaard onderdeel maken van het ontwikkelproces”, vertelt hij. “Voor de oprichting van het UX Center werd er soms wel onderzoek gedaan, maar dat werd verricht door externe bureaus en vaak pas vlak voor de livegang van een product. Daarna had je nauwelijks de tijd om learnings door te voeren. Het was eerder een sanity check, een laatste grove controle.”

45 onderzoeken: helder proces basis van succes

Drie jaar geleden is daarom een eigen onderzoekscentrum opgericht, geleid door een UX-onderzoekster. “Sindsdien onderzoeken we zo’n beetje alles dat belangrijk is.” Voor ieder onderzoek wordt gemiddeld één dag uitgetrokken waaraan zes tot acht respondenten deelnemen. Die respondenten worden apart gezet en krijgen een heldere opdracht mee. “Je beschikt al over een ANWB-lidmaatschap en wil via de app een pechmelding doen. Hoe pak je dat aan? Of je gaat morgen naar Amsterdam en wil weten waar je korting kunt krijgen met de ANWB-pas. Waar vind je dat?” Banens zegt daarbij niet zo zeer te zoeken naar harde fouten of bugs. Het doel is om uit te vinden of services intuïtief bruikbaar zijn. Misschien is de hele propositie en het gebruiksvoordeel niet helder. In zo’n geval moet men terug naar de tekentafel.

Afgelopen jaar zijn er 45 onderzoeken uitgevoerd. “Een hele vooruitgang ten opzichte van de vijf per jaar die we eerder extern lieten doen.” Het belangrijkste voor het succes van het centrum is het hebben van een helder proces, vertelt Banens. “Dat start bij de intake met een business of product owner. Wat wil je precies weten van de respondenten? Wat hoop je met het onderzoek te bereiken? Is dat bijvoorbeeld het vinden van belemmeringen of wil je concreet nagaan hoe je er online voor kunt zorgen dat de druk op het callcenter afneemt? Belangrijk voor het onderzoek is ook om de doelgroep helder voor ogen te hebben. Zijn dat leden of juist de niet-leden? Welk demografisch profiel zoek je? Wil je bijvoorbeeld specifiek iets weten van de mensen die op autovakantie gaan? Of liever recreanten die de fiets pakken?”

Op basis van de onderzoeksopzet wordt een script geschreven dat formuleert welke acties er van de respondenten worden verwacht. Het is belangrijk dat een onderzoekssessie niet langer dan 45 minuten tot een uur duurt, is de ervaring. “Is de opdracht complexer dan kun je die beter opknippen.”

‘Héél belangrijk: lessen delen in de organisatie’

Het grootste voordeel van een intern onderzoekscentrum is dat de interne zichtbaarheid en toegankelijkheid groot is, vertelt Banens. Concreet betekent dit dat iedere geïnteresseerde mag meekijken tijdens de onderzoeken. Marketeers, ontwikkelaars en hele scrumteams lopen binnen en zien van achter een spiegelwand hoe iemand mogelijk worstelt. “Als je iemand ziet worstelen met een product dat in jouw ogen briljant is, is dat veel sprekender dan wanneer je een onderzoeksrapport leest.”

Tijdens het onderzoek laat iedere observator zijn bevindingen achter op post-its die samen met de bevindingen van de onderzoeker in een aanbevelingsrapport belanden. “Héél belangrijk is om die rapporten met alle scrumteams en designers te delen. En niet alleen met diegene die bij dit onderzoek betrokken zijn.” Dat zorgt ervoor dat de lessen ook op andere afdelingen of in andere use cases worden toegepast.

Doorgaans komen er uit een onderzoek zo’n drie tot tien aanbevelingen voort, vertelt Banens. Kleine dingetjes meestal, geen ‘blocking issues’. Slechts één keer is besloten de livegang van een project uit te stellen. Het registratieproces werkte gewoon niet goed. “De oplossing voor dit probleem was niet heel complex, maar we zien dat nog steeds als mijlpaal. De stem van de eindgebruiker werd gehoord.”

Bredere inzet: ook buiten de digitale kanalen

Over de representativiteit van de uitkomsten heeft hij geen twijfels. “Allerlei onderzoeken tonen aan dat je met zes respondenten al 80 procent van de gebruiksproblemen ontdekt. Zeker wanneer je iteratief ontwikkelt en ook een volgende versie van een product laat onderzoeken wordt de kans op grotere problemen nog kleiner.”

Banens vertelt dat zijn plan om het UX Center intern onder te brengen niet direct op iedereen zijn steun kon rekenen. Zowel aan de respondenten als aan de intern gewerkte uren hangt een prijskaartje. Inmiddels is het succes ervan aangetoond en wordt er gekeken hoe een techniek als eyetracking ook buiten het digitale domein is te gebruiken. Afgelopen jaar is er een eerste uitstapje gemaakt naar print en zijn de brieven en facturen onder de loep genomen. Met eyetracking is vastgesteld welke specifieke delen van de brieven en facturen aandacht kregen. Zo bleken ontvangers een insteekkaart in de envelop vaak niet op te merken en konden de betaaloverzichten en de begeleidende teksten wel iets duidelijker.

Een volgende stap is om het onderzoek nog breder in te zetten. Om uit te vinden hoe klanten de apps onderweg of in de winkel gebruiken bijvoorbeeld. “Je kunt eigenlijk niet snel iets fout doen. De vraag is alleen of je al alles uit een product haalt dat erin zit. Ieder onderzoek dat je doet is beter dan geen onderzoek. Anders ontvang je die feedback pas na livegang en dan is de eerste indruk al bepaald.”

Enkele voorbeelden uit de praktijk

WizGo app voor voor theorierijbewijs halen – bewustwording

Binnen de ANWB was er weinig besef van hoe dit product in het nieuwe digitale jasje gebruikt zou worden. Een belangrijke onderzoeksuitkomst was bijvoorbeeld dat gebruikers het gevoel hadden dat de app niet alle stof uit het klassieke rijlesboek bevatte. Iets dat wel het geval is. Door eerst het concept en later de MVP te onderzoeken is de waarde van learnings in het algemeen duidelijk geworden. In de communicatie rondom de nieuwe app zullen de verwachtingen beter worden gemanaged.

Onderweg app voor verkeersinfo, parkeren, tanken – iteratief

Het onderzoek naar deze app wordt maandelijks herhaald. De ANWB ontwikkelt hierdoor minder op basis van aannames en laat zich leiden door inzichten uit data. Uit onderzoeken is bijvoorbeeld naar voren gekomen dat sommige gebruikers een navigatiesysteem verwachten – iets dat geen onderdeel is van de app. Daarnaast begrijpt men niet altijd wat het ‘connecten’ met de auto inhoudt. Duidelijk is dat de meerwaarde van een app goed naar voren moet komen om aan de verwachtingen te voldoen. Gedurende de iteraties is dit verbeterd.

Wegenwacht app – nieuwe en snelle product ontwikkelcyclus

De wegenwacht app is naar het model van Google Ventures ontwikkeld in een designprint van slechts één week. Binnen die korte periode is de ANWB van een concept tot resultaat en validatie gekomen. Naar eigen zeggen een waardevolle ervaring omdat het de organisatie leerde welke volgorde de ‘Pechmelden-flow’ moet hebben. Ook voor deze casus geldt dat het overbrengen van de meerwaarde van een app veel aandacht verdient. De app is gemaakt voor het online melden van autopech. Als de applicatie niet aan de verwachtingen voldoet moet men alsnog de wegenwacht bellen. Dit stelt teleur en leidt ertoe dat de app niet langer wordt gebruikt.

Prolongatie – omnichannel

Een van de eerste onderzoeken naar offline uitingen richtte zich op de jaarlijkse prolongatiebrief voor de verlenging van het ANWB-lidmaatschap. Die brief was nooit eerder onder de loep genomen. Uit het onderzoek is gebleken dat zeer belangrijke informatie door ontvangers wordt overgeslagen. Ontvangers lezen de brief simpelweg niet goed. De bijbehorende flyer bleef bovendien achter in de envelop en werd zo compleet gemist. Enkele inhoudelijke veranderingen zijn doorgevoerd en de flyer wordt nu beter in de brief gevouwen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Google Flights speelt nog geen rol van betekenis’

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google Flights’ invloed op de reisbranche is nog relatief beperkt. Dit blijkt uit onderzoek van OAG onder 2500 Amerikaanse reizigers, van wie slechts 10 procent hun zoektocht naar een vliegreis begint op Google Flights.

Minder dan een kwart (23 procent) gebruikt Google Flights is een later stadium van het organiseren van hun zakenreis of vakantie. Dat lijkt laag, maar volgens OAG is Google een relatieve laatkomer in de reisbranche en ligt het voor de hand dat het marktaandeel nog zal stijgen.

Zover is het echter nog niet. Vandaag de dag start 41 procent hun zoektocht naar een vliegticket op de website of app van hun favoriete airline. Achtentwintig procent kiest voor een online reisagent (OTA) of metazoekmachine en 11 procent gaat voor reisaanbiedingensites en -apps. Tien procent begint zoals gezegd op Google Flights en 4 procent gaat naar het reisbureau.

Het gros van de reizigers meent dus dat de beste deals verkrijgbaar zijn bij de bron, de airline zelf. OAG denkt dat de voorkeursluchthaven van de (Amerikaanse) ondervraagden ook meespeelt: ze weten welke luchtvaartmaatschappij daar het grootste aanbod van bestemmingen heeft en beginnen daar hun zoektocht.

Interessant is dat van de millennials 21 procent eerst naar vliegtickets zoekt op Google Flights. En 62 procent van de ondervraagden zou via Google Flights een ticket boeken als die optie werd geboden.

Reizigers willen prijsvoorspelling

OAG vroeg ook hoe het zoekproces kan worden verbeterd door OTA’s, luchtvaartmaatschappijen en andere reispartijen. De respondenten willen graag dat de volgende informatie wordt vermeld:

  • de waarschijnlijkheid dat de prijs van een vliegticket de komende weken zal stijgen of dalen (53 procent);
  • hoe waarschijnlijk het is dat een overstap wordt gehaald (52 procent)
  • meer duidelijkheid over bagagetoeslagen en andere betaalde extra’s (46 procent)
  • punctualiteit per vlucht (40 procent)

Bij een vergelijkbare prijs en vluchtschema is de ‘on-time performance’ van een vlucht de doorslaggevende keuzefactor, stelt 43 procent.

De roep om prijsvoorspellingen is interessant, omdat slechts 8 procent deze volledig vertrouwt en hun boekingen erop afstemt. Een derde heeft helemaal geen vertrouwen in de voorspellingen en 62 procent vindt de indicatoren handig, maar ze zijn niet doorslaggevend voor het boekingsmoment.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Coalition for Better Ads luidt de noodbel: Nu stoppen met irritante online advertenties

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een brede coalitie van brancheverenigingen op het gebied van online adverteren heeft gisteren opgeroepen om te stoppen met irritante advertentieformaten. Autoplay video, popups en paginavullende scrollovers zorgen voor toenemend gebruik van adblockers, zo waarschuwt Coalition for Better Ads, die gisteren in zowel Brussel als Washington D.C. vrijwillige advertentiestandaarden aankondigde.

Op basis van uitgebreid onderzoek onder 25.000 webgebruikers zijn zes typen desktop en twaalf typen mobiele advertenties geïdentificeerd die grote irritatie veroorzaken en wat Coalition for Better Ads betreft niet meer gebruikt moeten worden.

Het onderwerp adblockers kreeg de laatste tijd nauwelijks nog aandacht, maar dat betekent niet dat het probleem uit de wereld is geholpen. Adblockers werden vorig jaar op maar liefst 615 miljoen pc’s of mobiele apparaten gebruikt, dertig procent meer dan een jaar eerder. Facebook trok in 2015 al aan de bel over adblockers en het bedrijf schrapte een groot aantal advertentieformaten.

‘Als we deze formaten blijven gebruiken, zullen advertentie-inkomsten dalen,’ waarschuwde Randall Rothenberg CEO van het IAB. Dat is vooral slecht nieuws voor uitgevers, die grotendeels van advertentie-inkomsten afhankelijk zijn.

De Coalition for Better Ads werd vorig jaar gelanceerd op de vakbeurs Dmexco in Keulen. Men begon toen meteen een studie naar onder meer laadtijden, het aantal trackingpixels en andere technische aspecten.

De coalitie bestaat uit belangengroepen uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en de VS (onder meer IAB en ANA), internetbedrijven als Google en Facebook, en adverteerders als Procter & Gamble en Unilever. Ook enkele uitgevers, waaronder News Corp en Thomson Reuters, zijn lid. Opvallend genoeg zijn geen consumentenorganisaties uitgenodigd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Just what is the principal assistance of a book document blogger

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category Zonder rubriek

Just what is the principal assistance of a book document blogger

What is the primary assistance of a book report author
Just before you would like to buy publication testimonials, a single want to be knowledgeable about the data regarding the services’ offered for your buyers as well as the overview of the customers, top quality of labor the support provide towards the customers. Read More

Uber betrekt ruimer pand in Amsterdam

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Uber verhuist aan het einde van dit jaar naar het nieuwe kantorencomplex The Cloud naast het Amstel Station. Het internationale hoofdkantoor aan de Vijzelstraat in Amsterdam wordt te klein.

Uber wil de komende tien jaar doorgroeien van vierhonderd naar duizend medewerkers. Het kantoor in Amsterdam is de enige locatie buiten het hoofdkantoor in San Francisco waar ook appontwikkelaars werken.

Uber vestigde zijn internationale hoofdkwartier in 2012. De huidige locatie gebruikt Uber sinds 2015.

Intussen rommelt het nogal binnen de Amerikaanse organisatie door beschuldigingen van seksuele intimidatie en ontduiking van de wet. Programmeur Susan Fowler had geklaagd over de seksuele mores binnen Uber, maar daar werd niets mee gedaan. Het bestuur blijft echter achter oprichter Travis Kalanick staan.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwste versie Chrome biedt ondersteuning voor WebGL 2.0

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google heeft ondersteuning voor WebGL 2.0 in zijn nieuwste Chrome-versie ingebouwd. Met WebGL kunnen 3D-beelden zonder plug-in in een browser worden getoond.

WebGL is een afgeleide van OpenGL ES 2.0, de variant van OpenGL die veel wordt toegepast in mobiele apparaten zoals smartphones.

De nieuwste versie is inmiddels beschikbaar in Chrome 56 voor Windows, Linux en Mac. Op termijn wordt de standaard ook toegevoegd aan Chrome voor Android.

Mozilla Firefox en Opera boden als ondersteuning voor WebGL 2.0.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlands bedrijf komt met online 4K kanaal

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het in Hilversum gevestigde kanaal Insight TV komt binnenkort met een online platform voor programma’s in de hoogste 4K kwaliteit. Met behulp van Android en iOS apps kan dat tegen betaling naar uiteenlopende programma’s in 4K kwaliteit worden gekeken.

Insight UHD werd al enige tijd ongecodeerd via de Astra-1 satelliet aangeboden, maar is daarmee gestopt, meldt ToaalTV. Het signaal is in Duitsland wel beschikbaar via de satelliet, maar in Nederland (nog) niet. De kabelaars in Nederland geven Insight UHD ook (nog) niet door.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Privacywetgeving rond Smart TV onvoldoende’

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam doen een beroep op beleidsmakers op Europees en nationaal niveau om meer te doen aan de privacybescherming van mediagebruikers. Zo worden consumenten onvoldoende geïnformeerd door fabrikanten en aanbieders en wordt hun privacy geschonden door de standaardinstellingen van Smart TV’s.

Kristina Irion en Natali Helberger van de UvA wijzen in hun onderzoek op de problemen die het gebruik van Smart TV’s met zich meebrengen wat betreft de privacy en van gegevens. Net zoals andere op internet aangesloten apparatuur maken Smart TV’s het mogelijk om het gedrag van kijkers on- en offline te volgen. Ook maken ze het mogelijk om informatie over hun sociale achtergrond, gewoonten en kijkvoorkeuren door te geven aan derden.

Uit het verzameld materiaal blijkt ook hoe Smart TV’s nu al privacygevoelige informatie doorspelen. Zo zijn er gevallen gemeld waarin TV’s informatie over het kijkgedrag doorgeven aan de fabrikant of onbedoeld meeluisteren tijdens privégesprekken.

De onderzoekers beoordeelden ook onderzoeken die de autoriteiten in Duitsland en Nederland uitvoerden naar privacyschendingen.

Vreemd genoeg wordt in het Europees mediabeleid niet gerept over kwesties als het volgen en monitoren van mediaconsumptie, de rol van gerichte reclame en mogelijke positieve of negatieve effecten van personaliseringsstrategieën op het pluralisme van de media, zeggen de onderzoekers. ‘Gelet op de belangrijke functie van de media in pluralistische en democratische maatschappijen schiet de huidige situatie volledig tekort, zowel binnen lidstaten als in de EU als geheel.’

Het invoeren van strengere wetgeving voor de bescherming van gegevens over mediagebruik en het extra beperken van het doorgeven van die gegevens aan derden zijn enkele aanbevelingen uit het onderzoek. Dergelijke maatregelen zijn nodig om te waarborgen dat bij het verzamelen van persoonlijke gegevens geen afbreuk wordt gedaan aan het recht op en de toegang tot informatie van gebruikers. De Europese Unie zou er volgens de onderzoekers goed aan doen dit voorstel mee te nemen in haar hervorming van de E-Privacy verordening.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Max Verstappen en Triple verlengen samenwerking

Posted 22 Mrt 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Triple begeleidt het merk Max op het gebied van digital en branding.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Mango bouwt samen met Shazam een in-store muziek-app

Posted 22 Mrt 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Lees het volledige bericht op Adformatie »

WordPress versus Adobe Muse: een wereld van verschil of toch niet?

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

WordPress is het meestgebruikte Content Management Systeem (CMS) en wordt gewoonlijk vergeleken met andere CMS-en als Joomla of Drupal. De gebruikers van deze systemen maken heel vaak gebruik van kant-en-klaar vormgegeven templates die worden ingevuld met eigen content. Voeg er nog een paar plugins aan toe en klaar is kees. Of toch niet helemaal? Wat heeft een programma als Adobe Muse te bieden en met welk systeem kan de klant zijn site het makkelijkst zelf onderhouden?

Laten we de voor- en nadelen van deze systemen eens naast elkaar leggen.

Wie bouwt een WordPress-site?

Als we even afzien van de puristen die zweren bij handmatig programmeren van elke nieuwe site, is de gemiddelde bouwer van WordPress-sites een technisch onderlegde persoon met enige kennis van en affiniteit met HTML, CSS en wellicht javascript. Hij of zij kan in principe zelf de code schrijven, maar wil het wiel niet iedere keer opnieuw uitvinden en maakt handig gebruik van alle templates en plugins die WordPress biedt.

Hij shopt in de WordPress-winkel naar de gewenste vormgeving en alle benodigde functionaliteit, maar vertrouwt nog wel op zijn programmeurskennis, want het aanbod is natuurlijk nooit exact zoals gewenst. En als het ingewikkeld wordt, zal deze bouwer toch zelf een plugin moeten schrijven of expertise moeten inhuren.

De WordPress-klant

Een middelgrote klant heeft een webredacteur en -beheerder in dienst die de website up-to-date houden. Maar de kleine zelfstandige die zijn WordPress-pagina’s of -blog zelf wil onderhouden, zal zich enigszins moeten verdiepen in het systeem (zoals in elk CMS-systeem). Een klein beetje HTML-kennis kan daarbij geen kwaad, want de content-editor van WordPress houdt niet over. Deze kleine klant zal teksten aanpassen en een afbeelding plaatsen. Veel verder zal hij niet gaan, want de afbeeldingsgrootte en tekstomloop rond een afbeelding leveren al voldoende gehannes op.

De wysiwyg-omgeving van WordPress houdt niet over

Wie bouwt een Muse-site?

Dit zijn vormgevers die bekend zijn met Adobe producten als Photoshop, Illustrator en InDesign. Het is maar een vrij kleine stap om dan ook websites te gaan vormgeven en de code te laten genereren door Muse. Deze vormgevers hebben weinig affiniteit met HTML, CMS en javascript en houden van wysiwyg. Ze werken op een reclamebureau en de opdrachten voor webdesign zijn eerder bijkomend dan hoofdzaak.

Ze maken liever zelf vormgevingstemplates dan dat ze die zouden kopen. Als het ingewikkeld wordt, maken ook zij gebruik van plugins, maar in Muse heten die widgets, al blijft het gebruiksgemak voorop staan. Voor echt grote projecten komt Adobe Business Catalyst om de hoek kijken, maar deze uitbreiding van functionaliteit begint op een echt CMS te lijken.

De Muse-klant

Een gemiddelde Muse-klant leidt een midden- en kleinbedrijf of is zelfstandig. Hij of zij heeft een ijssalon of een kleine schoenenzaak, is fotograaf of artiest en wil zijn diensten kenbaar maken via een gelikte website. Erg handig is de mogelijkheid om zelf teksten en afbeeldingen in de eigen browser aan te passen, maar meer kan er niet! Veel kennis is niet nodig en HTML, CSS en javascript al helemaal niet.

Tekst en afbeeldingen kunnen in de browser worden aangepast

Voor- en nadelen

Laten we Muse en WordPress vergelijken op het gebied van organisatie (rollen en permissies), flexibiliteit en efficiency om inhoud en vormgeving aan te passen, uitbreiding van functionaliteit en SEO.

Organisatie (rollen en permissies)

Dit is van cruciaal belang bij grotere organisaties en verenigingen. Het spreekt voor zich dat dit in WordPress goed kan worden geregeld. Muse zelf is hierin uiterst rudimentair: er zijn maar twee rollen: de ‘maker’ van de website en de ‘klant’ die toestemming krijgt om in de browser wijzigingen in tekst en beeld aan te brengen. Dit is weliswaar te ondervangen met Business Catalyst, maar dat verdient een eigen vergelijking met WordPress en staat min of meer los van Muse. Het moge duidelijk zijn dat Muse alleen het niet redt in een organisatie-omgeving waarbij diverse rollen en permissies van cruciaal belang zijn.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing inhoud)

Vanwege de wysiwyg- en in-browser-omgeving is Muse op dit punt efficiënter dan WordPress. Natuurlijk kun je ook vrij gemakkelijk een tekst aanpassen in WordPress, maar als je daarin heel netjes afbeeldingen wilt opnemen, ben je al wat langer bezig. In Muse gaat dit allemaal heel intuïtief.

Voor een eindklant, die nieuwe inhoud wil creëren op een nieuwe pagina is Muse echter minder efficiënt. Hij kan weliswaar teksten en afbeeldingen op bestaande pagina’s gemakkelijk via zijn browser vervangen, maar niet zomaar nieuwe content op nieuwe pagina’s aanmaken. Die pagina’s moet de vormgever eerst voor hem aanmaken. Om nieuwe pagina’s aan te maken, is de WordPress-klant dus in het voordeel.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing vormgeving)

Omdat Muse is ingericht op vormgevers, wint Muse het volledig in dit opzicht. De look & feel van elke pagina kan geheel naar eigen wens worden bepaald en tevens snel en flexibel worden gewijzigd. Zo kan ook een kleuraanpassing gemakkelijk op de hele site worden doorgevoerd of een logo eenvoudig op alle pagina’s worden geplaatst. One-page-design en parallax scrolling lijken wel voor Muse gemaakt! In WordPress is het niet meer dan behelpen.

Uitbreiding van functionaliteit

Wie zou tegen de rijkdom van WordPress-plugins op kunnen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Toch wil ik hier een kanttekening plaatsen. Muse heeft een zodanig marktaandeel in webdesign verworven dat het aantal plugins (widgets genaamd) meer dan voldoende is om uit te kiezen. Sterker nog: deze uitbreidingen zijn vaak gelikter en eenvoudiger in te stellen dan in WordPress. Denk aan responsive menu’s, Google Maps, social media-knoppen, polls, slideshows etc. Maar als u heel specifieke uitbreidingen wenst (specifieke database- en spreadsheetkoppelingen etc.), dan zult u gebruik moeten maken van Business Catalyst of waarschijnlijk alsnog moeten overstappen naar WordPress.

SEO

Er was en is nog steeds discussie over de mogelijkheden van SEO binnen Muse. Hoewel Google Analytics en Tag Manager eenvoudig kunnen worden geïntegreerd, zijn plugins als Yoast voor WordPress (nog) niet beschikbaar voor Muse. Dat gezegd hebbende, zijn er een paar lichte widgets verkrijgbaar voor Muse om de lacune op te vullen. Maar het is aannemelijk dat je een WordPress-site iets beter kunt afstemmen op het gebied van SEO.

Conclusie

WordPress en Muse zijn gebouwd vanuit twee verschillende disciplines en voor twee verschillende websitebouwers: de oorspronkelijke HTML-programmeurs versus de oorspronkelijke drukwerk-vormgevers. Dat beide type bouwers fraaie en functionele websites kunnen maken, mag duidelijk zijn. Maar de voor- en nadelen van beide systemen hangen wel nog steeds samen met de oorspronkelijke disciplines.

In WordPress is het ondanks alle templates en moderne content-editors nog steeds lastig je eigen vormgevingsideeën eenvoudig door te voeren, terwijl Muse voor websites van grotere organisaties nauwelijks een optie is vanwege het gebrek aan bijvoorbeeld organisatie-middelen en database-koppelingen.

Muse verdient de voorkeur als je als vormgever een grafisch gelikte, compacte site wilt bouwen, terwijl WordPress eerder in aanmerking komt als zowel auteurs en redacteuren als webmasters aan gestructureerde content moeten werken of als heel specifieke functionaliteit is gevraagd.



Lees het volledige bericht op Emerce »