Posts Tagged ‘app’

De groeiende business van privacy

Posted 20 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Online zoeken zonder dat er geprofileerd wordt, digitaal winkelen met zo min mogelijk klantgegevens en de touwtjes omtrent je data in handen houden op social media. Na plug-ins en blockers krijgen ook andere producten en diensten die gebouwd zijn rond privacy meer tractie.

Privacy mag geen luxegoed zijn, stelde Google-CEO Sundar Pichai onlangs, waarmee hij een verlate reactie geeft op een statement van Eric Schmidt, voormalig bestuurder van de zoekgigant, enkele jaren geleden. Het opiniestuk in de New York Times dat Pichai hiervoor aangreep, zette nog eens op een rijtje waar de nadruk op lag tijdens Googles meest recente developerdag: ‘Ja, we verzamelen enorm veel data, maar dat is een goede zaak, want daarmee kunnen we je leven aangenamer maken. En dus spannen we ons hard in om je gegevens goed te bewaken.’ Hiermee erkent de techgigant publiekelijk het taboeonderwerp dat het een dataslurper is. Overigens wel rond de tijd van de introductie van een feature om automatisch je data te verwijderen na drie of achttien maanden. Wat weer een verlate reactie is op onduidelijkheid en discussie omtrent het volgen van gebruikers buiten de eigen toepassingen.

Hoewel dat vanuit gebruikersperspectief een stap in de goede richting is, is er op andere plekken in de techsector een trend van ‘simpelweg’ minder verzamelen van data te signaleren. “Het is een mythe dat je persoonlijke data nodig hebt om goede zoekresultaten te bieden of een succesvol bedrijf te bouwen”, stelt bijvoorbeeld Robert Beens, CEO en oprichter van Startpage.com. “Je groeit alleen minder hard.” Zijn bedrijf biedt sinds 2005 een privacyvriendelijke zoekmachine, later aangevuld met een e-maildienst en extra services zoals maps, en is een van het groeiende aantal partijen dat van privacy zijn corebusiness maakt. Wat in eerste instantie nog niet zoveel opleverde, door gebrek aan bewustzijn bij consumenten. De laatste jaren is het echter in een stroomversnelling gekomen. Niet vreemd, stelt Boot. In het verleden was het een technisch verhaal dat zich onder de oppervlakte afspeelde, nu is het mede door retargeting ads op andere plekken dan waar de data is ingewonnen zichtbaarder. “Dat wekt argwaan.”

Startpage.com haalt zijn inkomsten bij search ook uit advertenties, maar dat zijn ads uitsluitend gekoppeld aan de zoekwoorden, niet aan de zoekhistorie van de zoeker. “We kunnen dus niet kijken hoe lang iemand bij ons blijft of terugkomt, want iedereen is anoniem.” Toch levert dat voldoende op voor winstgevendheid. “We verdienen minder aan advertenties. Maar genoeg om de kosten te dragen en te investeren in ontwikkeling.”

GDPR-lite
Dat er momentum is, ziet ook Fatemeh Khatibloo, VP, Principal Analyst bij Forrester. Zij stelt dat 2018 een tumultueus jaar was, waarin niet alleen de AVG/GDPR van kracht werd, maar ook de staat Californië de Consumer Privacy Act aannam, terwijl de schandalen rondom privacyschendingen zich opstapelden. Met Facebook en zijn aaneenschakeling van incidenten als grootste windvanger. Reden voor consumenten om niet langer af te wachten, meent Khatibloo. Forrester-gegevens tonen aan dat 79 procent van de online volwassenen in de Verenigde Staten ten minste één tool gebruikt om zijn digitale privacy en beveiliging te beschermen. Het bedrijf verwacht dan ook dat gedurende dit jaar de druk vanuit enerzijds consumenten en anderzijds overheden verder zal toenemen. Waarbij individuen hun privacy actief beschermen en zich zullen laten horen over slechte actoren. “We voorspellen een piek in de acceptatie van privacytools en het gebruik van opt-outinstellingen en rechten van betrokkenen waardoor ‘hyperpersonalisatie’ een praktische en ethische uitdaging wordt.” Consumenten zullen daarmee privacyhandhavers worden, die toezichthouders waarschuwen over misdrijven, class-action rechtszaken indienen en bedrijven boycotten die hun privacy niet beschermen.

Tegelijkertijd proberen overheden ook grip op de zaak te krijgen. Zo namen politici in Vermont een wet aan die ‘data brokers’ ertoe verplicht zich te registreren en hun datapraktijken inzichtelijk te maken, inclusief datalekken. Iets wat met veel steun van het publiek gebeurde. Daarbij verwacht Khatibloo dat, mede door het gesoebat op nationaal niveau, meer staten federale wetten zullen formuleren en aannemen, gelijk aan een GDPR-lite.

Kluif
En ook vanuit het bedrijfsleven neemt de druk toe. Zoekbedrijf DuckDuckGo – dat zich net als Startpage.com richt op privacy – wil de Do Not Track-optie in browsers wettelijk verplicht stellen in de VS. Het stelt dat derde partijen internetgebruikers niet langer zouden mogen volgen als zij de Do Not Track-functie hebben ingeschakeld. Ook data die op plek A verzameld is, inzetten op plek B – denk aan een één-tweetje tussen WhatsApp en Instagram – moet hiermee voorkomen worden. Het wetsvoorstel dat het bedrijf hiervoor heeft geschreven, kan echter nog niet op veel steun rekenen onder politici. Neemt niet weg dat DuckDuckGo onder internetters een steeds groter bereik heeft, en het zoekbedrijf hoopt via de publieke opinie druk te zetten. Vorig jaar werd de grens van één miljard zoekopdrachten per maand overschreden.

Naast search zijn er ook op socialmediavlak verschillende privacygerichte initiatieven. Veelal met een decentrale opbouw. Zoals het langst lopende Diaspora* Project, dat gestart is in 2010. In plaats van alle persoonlijke gegevens in de centrale servers op te slaan, wordt gebruikgemaakt van lokale servers (pods) die overal in de wereld kunnen staan. Waarbij alle informatie eigendom blijft van de gebruikers en dus niet wordt overgedragen aan het medium. En gebruikers ook hun identiteit niet prijs hoeven te geven. Wat volgens de makers vrijheid moet geven, maar waar in het verleden ook al misbruik van werd gemaakt door IS-sympathisanten, toen zij geweerd werden van de mainstream social media. Het gebruikersaantal is door de genoemde opzet lastig vast te stellen, menen de makers. Naar schatting zijn dat er meer dan zeshonderdduizend.

Mastodon, dat in 2015 startte na onvrede over Twitter en zich aardig in de kijker speelde, zit met ruim achthonderdduizend gebruikers wat hoger, maar laat eveneens zien dat het lastig is om het grote publiek aan nieuwe initiatieven te binden. Het platform kenmerkt zich naast de decentrale opzet door een set antimisbruiktools en heeft moderators die vrij vlot kunnen ingrijpen.

Recenter nog, en dichter bij huis, is er Openbook dat al enkele jaren bezig is. Het verzamelt naar eigen zeggen geen persoonsgegevens, er zijn geen advertenties en de populariteit van bijvoorbeeld bedrijfspagina’s wordt niet bepaald door het aantal volgers. Plus: de berichten worden op de tijdlijn zelf versleuteld. Geld zal er verdiend worden met premiumfuncties, vertelde oprichter Joel Hernández Fernández eerder aan Emerce. Zoals een limiet op het aantal reacties en likes. Eveneens een initiatief dat op interesse kan rekenen, en zich naast het rumoer omtrent Facebook ook gesteund ziet door recente incidenten als het lekken van contactinformatie van miljoenen Instagram-influencers, bekendheden en merkaccounts. Maar desondanks een kluif zal hebben aan de groei in gebruikers.

Instemming
Een andere factor is de afhankelijkheid van big tech. Ook een partij als Startpage.com heeft ze nodig voor zijn diensten. Want het maakt gebruik van de zoekindex van Google. Beens: “Daar betalen we netjes voor. Het bijhouden van zo’n enorme index is alleen voorbehouden aan enkele grote spelers, zoals Google, Yahoo, Bing, Yandex en Baidu.” Maar, benadrukt hij, Google krijgt alleen te zien in welke taal gezocht wordt en in welk land. “Dat is de minimale informatie die nodig is om resultaten te bieden, want woorden kunnen meerdere betekenissen hebben.” Ondanks de behoefte aan privacy is er voor sommige zoekopdrachten aanleiding voor lokalisatie. “Als je in Amsterdam zit en een timmerman zoekt, wil je dat wel lokaal kunnen doen, niet in heel Nederland. Dat kan door specifiek voor zo’n opdracht met een random IP-adres uit die regio te kunnen zoeken. De gebruiker krijgt dan én privacy én lokale relevantie.”

Wat minder data verzamelen met zich meebrengt voor marketeers, wordt onder andere duidelijk bij Lush, dat zichzelf heeft opgelegd om het werk te doen met zo min mogelijk data over klanten. Het verwerkt online bestellingen bijvoorbeeld op basis van gegevens die daadwerkelijk nodig zijn voor levering, zoals naam en adres. Inzage in betaalgegevens heeft het bedrijf niet. Ook is de traffic geanonimiseerd en kan het klanten niet op de persoon nauwkeurig volgen, waardoor personalisatie niet mogelijk is. Hiervoor kiest de cosmeticaretailer een andere weg, blijkt onder andere uit customer-experienceonderzoek door KPMG: het (winkel)personeel gaat het gesprek aan.

Fatemeh Khatibloo (Forrester) ziet op haar beurt verrassend genoeg ook marketingkansen in de fel bekritiseerde opzet van social credit scoring, zoals we dat kennen van China. Dat kan ondanks het nachtmerriescenario dat het oproept volgens haar zorgen voor transparantie. Met potentie voor onder andere high profile lifestylemerken. Khatibloo voorziet dat een merk als Everlane of goop een dergelijke methode zal testen als uitbreiding van zijn influence-marketingprogramma. Waaraan klanten zullen willen deelnemen als het is gebaseerd op transparantie en instemming. En het daadwerkelijk waarde toevoegt.

Gemak
Het zal echter een flinke inspanning en missiewerk vergen om de status quo te veranderen. Beens: “Wij zijn te klein om awareness bij grote groepen te realiseren. Dat zal vooral door nieuws over datalekken, machtsmisbruik en dergelijke moeten komen.” Wat helpt is de AVG, zoals ook Forrester al aanhaalt. Bedrijven overwegen daardoor welke data ze willen delen met de wereld, merkt Beens, die het zakelijk verkeer naar zijn zoekmachine ziet groeien. Ook organisaties zijn zich bewuster van de risico’s. “Denk aan de researchafdeling van Philips die voortdurend zoekt naar patenten. Daar zijn patronen uit te halen.” Want die patronen tekenen zich sneller af dan mensen zich doorgaans realiseren, vervolgt hij. Zoals bleek uit een database met zoekgegevens van 650.000 mensen over drie maanden, die de Amerikaanse internetaanbieder AOL in 2006 online zette. Zonder IP-adres, maar wel met een uniek nummer. “Mensen waren door het samenstellen van hun zoekopdrachten vlot te identificeren.”

En dan is er naast bewustzijn en bekendheid nog een belangrijke uitdaging: gemak. De producten die in ruil voor persoonlijke data zijn te gebruiken, zijn uiterst verfijnd, erg gemakkelijk in gebruik en mede daardoor vervlochten in het dagelijks leven. Wat een drempel opwerpt. Want op het moment dat Facebook WhatsApp overneemt, wordt al gauw geroepen dat we beter met de chatapp kunnen stoppen. Door de netwerkfunctie – ‘iedereen zit er al’ – blijven mensen er echter toch. En dus zullen alternatieven nog overtuigender moeten zijn.

Solid
Op één centrale plek nagenoeg alle digitale persoonlijke gegevens bewaren, van foto’s tot adresboeken. Waarbij gebruikers het eigendom behouden en de gegevens kunnen delen met anderen. Dat is de gedachte achter Solid, een initiatief van Tim Berners-Lee, uitvinder van het World Wide Web. Gebruikers kunnen zo bedrijven als Facebook toestemming geven een deel van de gegevens te gebruiken, maar kunnen die toestemming ook op elk moment intrekken. Als een private website met je eigen API, aldus de bedenker.

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#172).

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Office 365 en Google Docs verboden op scholen in Hessen

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Office 365 mag op sommige Duitse scholen in de deelstaat Hessen niet worden gebruikt vanwege privacyredenen. Ook Google Docs en Apples iWork worden niet geaccepteerd.

De Hessense toezichthouder op het gebied van databescherming vreest dat persoonlijke informatie over scholieren en docenten in Amerikaanse handen komt. De verwerking van de data is onder de huidige Europese wetgeving volgens Hessen illegaal.

Opslag in de cloud is niet het probleem. Veel scholen maken daar al gebruik van. Voorheen werden gegevens van Microsoft in een Duits datacenter gebruikt, maar die lijkt al enige tijd terug te zijn opgeheven.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

HU-studenten ontwikkelen app voor medische patiëntinformatie

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Studenten van de HU-opleidingen ICT en Technische Bedrijfskunde hebben een app ontwikkeld waarin patiënten die thuis beademd worden hun medische gegevens kunnen bewaren. Ze ontwikkelden de app in opdracht van het Centrum voor Thuisbeademing van het UMC Utrecht. Bij de ontwikkeling zijn patiënten nauw betrokken.

De app geeft informatie over hij is, zijn thuissituatie en professionele achtergrond én zijn medische informatie: welke ziekte hij heeft, welke behandelaar en waarop gelet moet worden bij fysiotherapie, revalidatie, narcose en medicatie; welke vorm van beademing hij heeft, welke instellingen de machine heeft, de afdeling waar iemand mag liggen, maar ook algemene medische adviezen die met de zeldzame ziekte te maken hebben.

De app is een aanvulling op de Elektronische patiëntendossiers (EPD). Een EPD bevat alleen de medische patiëntengegevens van van één enkele organisatie, zoals een ziekenhuis. Terwijl patiënten die thuis beademd worden meestal behandeld worden door specialisten van diverse ziekenhuizen. Bijvoorbeeld een neuroloog bij het ene ziekenhuis, thuisbeademing bij het UMCU en een revalidatiearts op een derde locatie.

Met de patiëntenvereniging is er een panel georganiseerd over de doorontwikkeling van de app.

Foto HU



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat zijn de kansen en bedreigingen van de deeleconomie?

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De deeleconomie groeit. Men deelt woningen bijvoorbeeld via Airbnb en auto’s via SnappCar. De jeugd verdient geld bij bedrijven als Deliveroo en Helpling. De kwestie blijft echter hoe men van een grotere afhankelijkheid van deze platformen kan blijven profiteren en tegelijkertijd behoed kan blijven voor negatieve gevolgen.

Deze vraag stond op 27 juni 2019 centraal in een avond paneldiscussieronde met als titel “Towards an Inclusive Platform Economy” in Tivoli Vredenburg in Utrecht. 

Deelplatformen voor het goede doel 

Peter Baeck, hoofd van de Britse innovatiedenktank Nesta, concludeert dat de deeleconomie aan de ene kant grote voordelen kan bieden voor de samenleving, maar beleidsmakers moeten zowel de negatieve gevolgen ervan actief reguleren als een ecosysteem van sociale innovatie financieren en koesteren. Anderzijds zal men innovators moeten opleiden en aanmoedigen om te experimenteren met eigendom en modellen te gebruiken die waarde overdragen aan de lokale economieën.

Hieronder een aantal voorbeelden van online platformen, die zich vooral op welzijnsdenken focussen in hun activiteiten: 

  • Beam biedt hulp voor dakloze mensen. Men kan via het platform een donatie geven om een training voor een dakloze te financieren. Beam faciliteert in het traject de trainingen en zoekt werk voor de kandidaat. 
  • Equal Care Co-op bouwt aan een samenwerkingsplatform in de Upper Calder Valley in het Verenigd Koninkrijk dat de relatie tussen de zorgontvanger en de verzorger centraal stelt binnen hun dienstverlening. De platform geeft een echte stem en macht aan mensen, die zowel ondersteuning geven alsook ontvangen. 
  • Good SAM is een app welke levens redt met behulp van technologie. Via de app is een gemeenschap van goede Samaritanen aangesloten, welke graag voor het geval de dichtstbijzijnde persoon in nood helpen. Velen zijn gepensioneerde dokters, verpleegkundige, paramedici en andere leden van hulpdiensten. Ze zijn vooral getraind op het gebied van eerste hulp. Ze kunnen een luchtweg onderhouden, ondersteunen een bloeding te stoppen en als nodig kunnen ze ondersteunen bij het uitvoeren van levensreddende reanimatie. 
  • De Hearts Milk Bank is de nieuwste melkbank in het Verenigd Koninkrijk. Het platform biedt een rechtvaardige toegang tot donormelk voor premature en zieke baby’s, en meer moeders ondersteunen om melk te doneren vroegtijdig geboren en zieke baby’s. 
  • ShareTown, ontwikkeld door Nesta, schets een toekomstig stadsbeeld dat de veranderende relatie tussen burgers, technologie en lokaal bestuur verkent. De focus ligt vooral op een rechtvaardiger sociaal gerichte sharing economie. Uiteindelijk zal meer macht moeten gaan naar lokale groeperingen. 

Wat zijn de argumenten vanuit de maatschappij om te investeren in dit soort van welzijnsinitiatieven: 

  • Ze starten iets nieuws
  • Ze laten iets herleven dat braak heeft gelegen of dat op het punt staat stilgelegd te worden  
  • Ze willen meer financiële zekerheid
  • Ze willen groeien
  • Ze willen de community bij betrekken
Hoe de big 5 tech-bedrijven steeds meer indringen in de samenleving

Prof. dr. José van Dijck, coauteur van het boek ‘The Platform Society’ en Universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht geeft in haar pleidooi aan dat zij niet graag de term sharing economy gebruikt maar zij verwijst vooral naar de term platformsamenlevingen. In deze context speelt het verzamelen van data een belangrijke rol. In haar betoog geeft zij aan dat men afstand zou moeten winnen van de markten en zich meer zou moeten richten op de behoeften van de samenleving. De gezelschap wordt steeds afhankelijker van de grote zogenaamde big 5 platformen: Alphabet, Amazon, Apple, Facebook, Microsoft. Het is duidelijk dat Google (onderdeel Alphabet) in toenemende mate een dominante machtspositie inneemt in verschillende sectoren zoals de publieke en private sector. 

Bron: Visual Capitalist (2019)

Hoe de big 5 indringen in de publieke sector

Binnen de publieke sector worden scholen in toenemende mate platformiseert door de big 5. Het zijn in dat opzichte geen neutraal te beschouwen leeromgevingen meer. Voorbeelden uit Amerika laten zien, hoe bijvoorbeeld Jeff Bezos van Amazon scholen wil oprichten waarin schoolkinderen als consumenten worden behandelt, zoals het in dit artikel op the Verge wordt beschreven. Facebook is van plan om in een samenwerking eveneens gepersonaliseerde leeromgevingen aan scholen aan te bieden. Google heeft eveneens plannen om volledig het leslokaal over te nemen.

Zo verkoopt het bedrijf bijvoorbeeld Chrome laptops met reeds geïnstalleerde software en apps, zodat Google elke handeling van een student kan monitoren. Daarbij communiceert Google in richting van de scholen een reeks aan voordelen, namelijk leeromgevingen op maat, betere educatie, meer vrije tijd voor leerkrachten. De vraag is echter of deze beloftes ook daadwerkelijk waar zijn. Uiteindelijk wordt op deze manier meer geld in technologie investeert, maar dat geld zou eigenlijk beter terecht komen bij de leraren welke ook onder druk staan. 

Wat betekent dit voor de publieke waarden binnen de publieke sector? 

Met betrekking tot privacy wordt het complete leerproces van studenten vastgelegd, de interactie, de communicatie en de administratie. Op het vlak van autonomie wordt het onderwijs in toenemende mate gestuurd op basis van commerciële waardes. Men weet echter niet wat de effecten van deze leerplatformen zijn. Het is interessant dat Google leraren rechtstreeks lijkt te benaderden om ingangen te vinden in de scholen. Ze richten hun pijlen niet op bijvoorbeeld het management of bestuur. 

Daarnaast is er uiteraard een discussie gaande om reputatie systemen voor leraren in te voeren. De term reputatie is in deze context al gecommercialiseerd. Zo zijn er bijvoorbeeld al platformen zoals Rate my professors en Teach Point die het beoordelen van docenten mogelijk maken. Het zijn voornamelijk eveneens niet-transparante systemen. Geldmiddelen zijn vooral een issue binnen het onderwijs. 

Oproep om een goede omgang met data te koesteren

Een issue bestaat erin dat veel scholieren en mensen in het algemeen niet zo een groot belang daaraan hechten hoe met hun data wordt omgegaan. Het zou wel van belang zijn dat het onderwijs hier in toekomst meer belang aan besteed. Met de Algemene Verordening Gegevensbescherming zijn wel de eerste stappen gezet, maar men zou deze reglementen nog verder moeten uitbreiden. 

De rol van het stadsbestuur in deze context

Het stadsbestuur zou met betrekking tot deze belangen veel meer ondersteuning moeten bieden voor lokale onderwijsinstellingen. Een bepaalde mate van verantwoordelijkheid is in deze context verplicht voor alle betrokken partijen. Daarnaast zouden leraren gestimuleerd worden om met open source software en open data te werken. 

Deemly: een insteek om de deeleconomie te reguleren

De grote vraag blijft hoe men deze deeleconomie nog kan blijven reguleren. Een insteek biedt Sara Green Brodersen met haar opgezette platform Deemly. Het Deense reputatieplatform Deemly helpt gebruikers hun opgebouwde reputatie op verschillende platformen, zoals airbnb en eBay centraal te bundelen op één platform, zodat men niet van één platform afhankelijk wordt. 

Bron: Deemly (2019) 

Er zal nauwkeuriger moeten worden onderzocht wat de effecten van platformen voor de samenleving zijn en hoe men ook vooral gemeenschappelijke belangen centraal kan stellen binnen deze platformen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Citizen science gaat health-industrie helpen

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Wetenschappelijk onderzoek met ondersteuning van de crowd is één groot spel. Met z’n allen puzzelen om oplossingen te vinden of voorspellingen te maken; het wordt ‘citizen science’ genoemd. Wat houdt het precies in, en wat kun je ermee?

Heeft het te maken met internet? Tegenwoordig wel. Toch gaat citizen science terug tot 1890. In de Verenigde Staten startte de National Weather Service het “Cooperative Observer Program” om meteorologische waarnemingen te verzamelen. Het Smithsonian Instituut bouwde dit netwerk uit tot zo’n 8000 observatoren. Pas zo’n honderd jaar later, sinds 1990, werd dit vervangen door een netwerk van sensoren. 

Vele projecten volgden daarna, gebaseerd op onderzoek met behulp van menselijke intelligente. Deze waren vooral gericht op onderzoek in de natuur, zoals naar het gedrag van vogels (ornithologie), planten (botanie), amfibieën (herpetologie), insecten (entomologie) en sterren (astronomie). Het eerste citizen science project op medisch gebied was Foldit, in mei 2008 gestart door de Universiteit van Washington.

Dit was meteen ook het eerste citizen science project gebaseerd op een game. Nog steeds wordt Foldit actief gespeeld. Meer dan 240.000 spelers hebben al  gewerkt aan meer dan 1690 puzzels om eiwitstructuren op te vouwen. Daarmee leveren zij een essentiële bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen of stoffen die toxische chemicaliën kunnen afbreken. Een doorbraak is dat Foldit Players recent een zogenaamd ‘de novo’ eiwit hebben ontworpen, een eiwit dat niet gebaseerd is op de structuur van natuurlijke eiwitten

Hoe zien zoogdieren bewegingen?

In 2012 startte Amy Robinson het Eyewire project bij MIT Medical. Ook hier wordt van een game gebruik gemaakt. De spelers bouwen een 3D model van de neuronen verbonden met de retina, het lichtgevoelige deel van het oog, op basis van elektronen microscoopopnames. Het doel van het project is om te leren begrijpen hoe zoogdieren via het oog bewegingen kunnen zien. Meer dan 250.000 spelers uit 150 landen leveren een bijdrage aan het bouwen van dit model. 

Het belang van citizen science en games blijkt ook uit Mozak, een videogame eveneens op het gebied van hersenonderzoek, vergelijkbaar met Eyewire. Dit spel, gestart in november 2016,  is ontworpen om 3D modellen van neuronen in verschillende delen van de hersenen van mensen en dieren te bouwen. Per dag wordt dit spel door 200 mensen gespeeld. Gezamenlijk zijn zij in staat om 3,6 keer sneller dan voorgaande methodes neuronen te reconstrueren. En die reconstructies zijn zeventig tot negentig procent volledig, terwijl de meest efficiënte computer gegenereerde modellen niet verder komen dan tien tot twintig procent. 

Science gebaseerd op games?

Er valt slechts te speculeren over in hoeverre citizen science middels games meerwaarde hebben boven die projecten die geen gebruik maken van gametechnieken. Van de meer dan 1100 citizen science projecten zijn er nog geen vijftig gebaseerd op games. Echter, Foldit en Eyewire overtreffen de projecten zonder game techniek verre in aantal deelnemers. Een verklaring daarvan zou kunnen zijn dat doel en motivatie van elkaar losgekoppeld zijn. Het doel van projecten als Foldit, Eyewire en Mozak is om modellen te bouwen. De motivatie van de spelers is vooral om de beste wetenschapper te zijn.

Zo weten wij van StallCatchers, een citizen science project dat onderzoek doet naar de oorzaak en mogelijke bestrijding van Alzheimer, dat veel deelnemers te vinden zijn onder mantelzorgers. Het doel van het project is om bloed blokkades in de kleine hersenvaten te ontdekken,  de motivatie van veel deelnemers is hun betrokkenheid bij Alzheimer van verwanten.  

Zombies op Lowlands

Het belang van citizen science wordt onderstreept door de European Citizen Science Association (ESCA), opgericht in 2013. Opvallend om te constateren dat van de zestien Nederlandse leden geen enkele de medische sector vertegenwoordigt.

Hoewel op kleine schaal, was het LowlandZ Zombiespel eigenlijk het eerste Nederlandse citizen science project. Het doel van het spel was om de verspreiding van een virtueel virus in kaart te brengen, en daarmee een model te ontwikkelen gebaseerd op de praktijk. Eerdere modellen waren alleen gebaseerd op wiskundige aannames. Hoe belangrijk de game factor is bleek tijdens de uitvoering. Waren voor een goed onderzoek ongeveer 300 deelnemers nodig, uiteindelijk waren er na afloop 8000 deelnemers. Met dit spel zette Games for Health de eerste stap op het gebied van citizen science.

De volgende stap wordt een spel om een vaccin tegen lymfklierkanker te ontwikkelen, in de sfeer van Foldit, Eyewire en Stallcatchers. Tijdens de negende Games for Health Europe conferentie zal op maandag 7 oktober de aftrap plaatsvinden door Bernhard van Oranje van de stichting Lymph & Co. Het zal het eerste grote Nederlandse citizen science project worden, waarmee Nederland zich eindelijk kan scharen onder de vele grote internationale projecten die impact gaan hebben op wetenschappelijk niveau en gebaseerd zijn op spelmatige intelligentie. 

Persoonlijk juich ik dit enorm toe. Omdat Nederland daarmee op de kaart van citizen science projecten zal worden toegevoegd. En, omdat dit een boost kan betekenen voor de Nederlandse serious game industrie in de internationale game sector.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Maandbereik online winkelen apps stijgt naar 51 procent in eerste halfjaar

Posted 19 jul 2019 — by Adformatie
Category nieuws

Het hoogste online bereik is onder 35-49 jarigen.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Waarom apps een onmisbaar hulpmiddel zijn in e-commerce

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Mobile commerce is onlosmakelijk verbonden met de groei van in-app-aankopen. In een snel evoluerende en competitieve branche als e-commerce is het inspelen op trends en veranderingen simpelweg een must. Merken zullen zich dus moeten richten op in-app-aankopen.

eMarketer voorspelt dat de uitgaven voor mobiele advertenties in 2019 wereldwijd zal oplopen tot 232,34 miljard dollar. Bovendien groeit het wereldwijde mobiele dataverkeer tussen 2018 en 2021 met 300 procent, volgens Statista. De reden hiervoor is dat steeds meer smartphones worden gebruikt, waarbij de gebruikers 87 procent van hun tijd in-app besteden. De toenemende snelheid van het internet draagt ook een steentje bij aan deze groei. 

In e-commerce is het van belang dat nieuwe technologieën worden toegepast en de klanten worden betrokken bij het merk. Wanneer dit niet gebeurt, zal het merk verdwijnen. Daarom is de belangrijkste vraag voor marketeers niet ‘moeten we gokken op mobiel?’, maar ‘hoe gebruiken we het volledige verkooppotentieel van mobiel?’. Elk merk zou apps moeten behandelen als een nieuw verkoopkanaal en een nieuwe vorm van verbetering van de klantervaring met het merk.

Mobiele app versus voor mobiel geoptimaliseerde website

Volgens TechCrunch hebben mobiele apps een veel hogere betrokkenheid dan websites die zijn geoptimaliseerd voor mobiel. De conversiepercentages liggen dan ook 100 tot 300 procent hoger. Deze verkoopstimulans wordt veroorzaakt door een toename van het volume en de frequentie van de bezoeken. Zoals een Bain & Co-analyse aangeeft, gaan gebruikers van een mobiele app drie keer sneller door de customer journey en zien ze ruim vier keer zoveel producten dan gebruikers van andere kanalen. 

Een mobiele app heeft – vergeleken met voor mobiel geoptimaliseerde websites – verschillende voordelen, zoals dat een app sneller werkt, altijd up-to-date is en zich binnen duimbereik van gebruikers bevindt. Mensen maken veel gebruik van mobiele apparaten en apps, waarmee ze slechts één klik verwijderd zijn van een merk. Volgens een rapport van App Annie groeide de tijd besteed aan shopping-apps tot 18 miljard uur wereldwijd in 2018. Met een app staat een adverteerder in directe verbinding met de gebruiker, wat marketeers veel kansen biedt om hen aan te trekken – natuurlijk via de app, maar ook via push-berichten, e-mails, meldingen, enzovoort. 

Het belangrijkste kenmerk van mobiele apps en de belangrijkste reden om ze in te zetten: personalisatie. Apps maken het mogelijk om gepersonaliseerde aanbiedingen en updates aan te bieden door middel van loyaliteitsprogramma’s en het gebruik van geolocatie en helpen bij het bewaken van de gebruikersbetrokkenheid. Over het algemeen is de app-omgeving ook een uitstekende omgeving om verschillende marketingbenaderingen en -tactieken te testen, wat uiteindelijk tot hogere conversiepercentages leidt. Daarnaast blijkt uit een Compuware-analyse dat 85 procent van de consumenten een app verkiest boven mobiele websites.

Mobiele conversies – de real deal komt eraan

Zoals App Annie meldt, zullen apps zestig procent meer inkomsten genereren via in-app-reclame in 2019. Maar nog steeds zijn veel marketeers niet op de hoogte van advertentiemogelijkheden binnen de app-omgeving. Dat is verrassend, omdat de concurrentie tussen merken steeds moeilijker en veeleisender wordt, evenals het gedrag, de behoeften en de verwachtingen van de gebruikers. 

Volgens Adjust, dat wereldwijd acht miljard app-installaties analyseerde, worden apps gemiddeld binnen 5,8 dagen verwijderd nadat ze voor het laatst zijn gebruikt. Natuurlijk zijn daar vele redenen voor, zoals bijvoorbeeld niet genoeg opslagruimte, systeemfouten, slechte gebruikerservaring, of simpelweg de app vergeten en niet gebruiken vanwege een gebrek aan betrokkenheid. En dit brengt ons bij het onderwerp retargeting.

Merken gebruiken retargeting met succes om actieve klanten of “dormant” gebruikers over te halen om terug te komen en de aankoop in hun online winkels te voltooien. In slechts enkele jaren werd het een must-have tool in marketing. Toch wordt het door veel marketeers nog niet gebruikt voor shopping-apps. Volgens data van RTB House is meer dan 80 procent van de totale inventory al beschikbaar op mobiele apparaten. Met dit in het achterhoofd moeten bedrijven zich drukker maken over in-app retargeting dan over hun e-shop retargeting. 

Wees niet bang om te veranderen – integratie is het gemakkelijkste deel

Een andere reden om retargetingtools niet te integreren met apps is de terughoudendheid van merken. Ze gaan er vaak vanuit dat het een complex proces is, maar gevestigde retargetingbedrijven hebben veel leveranciers en platforms vaak al geïntegreerd. Dus wanneer het merk een applicatie heeft opgezet op een dergelijk platform, is de integratie binnen een mum van tijd gebeurd.

Bovendien volgt in-app retargeting dezelfde principes als web-retargeting. Het zorgt dat gebruikers betrokken blijven en vaker terugkomen, stuurt conversies en verkopen aan met gepersonaliseerde advertenties en relevante aanbiedingen op het juiste moment. Daarnaast verhoogt retargeting de gebruikerservaring en toont relevante producten.

Vanzelfsprekend kunnen campagnes volledig worden aangepast en ingericht naar de wensen van de marketeer. In-app retargeting verschilt wat dat betreft niet veel van klassieke retargeting, behalve het groeiend aantal mobiele klanten. Statista-gegevens laten zien dat 67 procent van de gebruikers aangeeft dat ze door de ervaring van mobiele apps een product hebben gekocht. Het potentieel is reëel en de klanten staan te poppelen, in afwachting van een merk dat binnen hun duimbereik komt!



Lees het volledige bericht op Emerce »

24Baby.nl lanceert gratis app

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

24Baby.nl lanceert een nieuwe Zwangerschaps-App. Met die app kunnen (aanstaande) ouders de ontwikkelingen rondom hun zwangerschap en baby volgen en met elkaar in contact komen.

Na een testperiode van een maand, is de app deze week officieel gelanceerd. Tijdens de testperiode is de app al door ruim 15.000 personen geïnstalleerd, zijn er meer dan 1000 onderwerpen geopend en zijn er 15.000 berichten op het forum gepost.

In de geboorteclubs zitten ouders die in dezelfde maand hun kindje verwachten of van wie de baby in dezelfde maand geboren is. Zo zijn er altijd mensen die op precies hetzelfde moment in hetzelfde schuitje zitten.

24Baby.nl heeft maandelijks ruim 1,2 miljoen unieke bezoekers en 5 miljoen impressies.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Omzet voor refurbished naar 159 miljoen euro

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

In de afgelopen twaalf maanden zijn in Nederland 369.000 refurbished iPhones verkocht die een omzet vertegenwoordigen van 103 miljoen euro. Keurmerkretailers Forza Refurbihed, leapp en Renewd maakten de cijfers vandaag bekend.

De gemiddelde verkoopprijs van een gereviseerd toestel bedraagt 280 euro. In een jaar tijd werden naast iPhones ook nog 64.000 refurbished laptops en 62.000 tablets verkocht.

De retailers verwachten dat de totale omzet voor refurbished dit jaar uitkomt op 159 miljoen.

De refurbished smartphonemarkt bestaat voor 95 procent uit iPhones. Dat heeft vooral te maken met de prijs van nieuwe toestellen die steeds verder toeneemt.

Refurbished iPhones zijn minder prijzig, terwijl ze wel een hoge kwaliteit bieden, een lange levensduur en een langdurige ondersteuning van het besturingssysteem door Apple.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo laat Vakmedianet haar bezoekers gepersonaliseerde content zien

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Door inzet van een integraal klantbeeld en slim opgebouwde campagnes maakt Vakmedianet niet alleen nieuwsbrieven dynamisch maar ook de content op zijn websites. Met een fors hogere click through ratio als resultaat, vertelt Stephanie Gillisse, Marketing Manager Data & Development bij Vakmedianet.

Als b2b-uitgeverij met meer dan vijftig titels streeft Vakmedianet voortdurend naar relevantie voor haar lezers. Hiervoor werkt het bedrijf al een tijd met een klantbeeld dat is samengesteld uit verschillende databronnen: klantprofiel, abonnementen, transacties, nieuwsbrieven en klikgedrag. Met deze informatie weet de uitgever waarin professionals uit verschillende vakgebieden en branches geïnteresseerd zijn. En dat gebruikt ze voor een betere afstemming van haar communicatie. Sinds enige tijd wordt getest met dynamische en persoonsgerichte inhoud op de websites. Met inzet van de tool Ternair Profile.

Herkennen

“Op basis van data in Ternair bepalen we welke content een specifieke bezoeker op de website juist wel of niet ziet”, zegt Gillisse over de pilot. Met behulp van digitale ‘fingerprints’ – waarvoor een bezoeker in de cookiewall wel eerst toestemming moet geven – wordt een unieke gebruiker achter het klikgedrag herkend. Deze data is vervolgens bruikbaar binnen de Ternair-omgeving. 

Wanneer duidelijk is om welke bezoeker het gaat, wordt een systeem in werking gesteld die voor passende content moet zorgen. Zowel redactionele artikelen als producten als events en whitepapers. Zo kijkt de toepassing bijvoorbeeld of de bezoeker in kwestie al geabonneerd is op de nieuwsbrief. Zo niet, dan kan een pop-up getoond worden voor aanmelding. Indien hij al geabonneerd is, kies je er bijvoorbeeld voor niets te laten zien of vervolgstappen in te stellen. Heeft hij bijvoorbeeld de jaargids met opleidingen aangevraagd? Of: heeft hij zich al aangemeld voor het grootste event de komende tijd? Afhankelijk van het antwoord wordt al dan niet een passende pop-up of contentblok getoond.

Relevante artikelen

Behalve pop-ups zijn ook andere onderdelen te personaliseren. Gillisse: “In de side bar kunnen we relevante artikelen laten zien. Niet alleen op basis van wat iemand nu leest, maar ook wat hij eerder las.” Of, wanneer iemand nog niet aan een lopend onderzoek mee heeft gedaan, kun je hem in een contentblok op de website nog eens tot deelname uitnodigen. Of daar een gratis te downloaden whitepaper tonen indien de persoon in kwestie dat nog niet eerder heeft gedownload, maar er al wel interesse in toonde door er op een eerder moment bijvoorbeeld naar door te klikken. Het zijn slechts enkele voorbeelden, want vele andere toepassingen zijn mogelijk. 

Deze aanpak vroeg om een aantal aanpassingen in de gestandaardiseerde websites, die middels de pilots in kaart is gebracht. Denk aan aanpassingen als het kunnen doormeten van de resultaten en het bepalen van gepersonaliseerde contentblokken. Na testen met één titel loopt nu een pilot met vijf titels om volgens planning volgend jaar over te gaan tot volledige implementatie. Die versnelling kan volgens Gillisse doordat een campagne die eenmaal is ingericht, gewoon door kan blijven draaien. Het succes dat het bedrijf daarmee boekt, neemt het mee naar nieuwe titels en projecten. “Dat staat komend jaar centraal.”

Stijging CTR met factor 3 tot 10

De resultaten tot dusverre liegen er niet om. Met name de click through ratio (CTR) is fors gestegen. Op een commerciële banner die aan iedereen getoond werd, werd gemiddeld door tussen de 0,1 procent en 0,3 procent van de bezoekers geklikt. Sinds de nieuwe werkwijze is dat gemiddeld rond de één procent. Met zelfs een uitschieter naar dertien procent. “Je kunt meer banners tonen aan verschillende, kleine, relevante groepen”, verklaart Gillisse. “We zien dat alle resultaten omhoog gaan. Ook de conversie van het abonnementenformulier bijvoorbeeld. Dat is veel hoger dan voorheen.”

De pilot heeft Gillisse enkele belangrijke lessen opgeleverd, zoals:

  • Start met je website en kies je mogelijke uitingen en posities;
  • Er bestaan handige plugins voor WordPress en Sitecore die kunnen helpen;
  • Begin simpel met 1 a 2 stappen. Bijvoorbeeld enkele ja/nee-vragen;
  • Test op één website en titel;
  • Haak qua team een Ternair-expert, databasemarketeer en webspecialist aan;
  • Wanneer je het eerste project hebt gedaan, kun je vlot verder met meerdere websites, posities of stappen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Matthias Scholten RTL’s nieuwe wapen tegen Netflix

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Matthias Scholten verlaat RTL Nederland om voor het hoofdkantoor de nieuwe tak Format Creation Group op te tuigen. Dat moet videoformats gaan ontwikkelen die exclusief voor RTL zijn, om de zendergroep te wapenen tegen concurrentie van Netflix, Disney en Amazon.

De Format Creation Group, intern aangeduid met FC Group, wordt een autonome eenheid binnen de mediagroep. Scholten gaat komende maanden een klein creatief team om zich heen verzamelen van vijf à zes man. Gefinancierd door RTL Nederland, RTL Deutschland en Groupe M6 gaan zij nieuwe formats verzinnen.

De formats, voor televisie en RTL’s eigen online kanalen, worden exclusief voor de Europese zendergroep gemaakt. De productie kan per land bij een ander bedrijf liggen, maar het intellectueel eigendom is in handen van RLT Group.

Managing director Matthias Scholten rapporteert aan Andreas Fischer, RTL Group’s hoofd Business Development.

De nieuwe tak zal vanuit Nederland opereren en richt zich puur op non-scripted ‘big entertainment’, realityshows bijvoorbeeld.

Format Creation Groups oprichting is een defensieve stap. Online giganten als Netflix, Disney en Amazon investeren honderden miljoenen euro’s in de productie van eigen series en films. Dat betekent dat die nooit elders op de markt komen voor andere zenders.

Scholten: “Productiebedrijven besluiten steeds makkelijker om hun succesvolle shows terug te trekken bij tv-zenders. Of ze verhogen de prijzen. Met de komst van nieuwe streamingdiensten wordt het ook moeilijker om bewezen successen aan te schaffen voor onze tv-kanalen.”

“We werken voor tv en online. Met de inzichten van de VOD-platformen leren we waar we onze creatieve processen moeten beginnen.”

De nieuwe tak wordt gezien als een toevoeging op RTL’s internationale rechtenhuis Fremantle.

RTL Group investeert jaarlijks 3,5 miljard euro in content. Hoe groot de investeringen in Format Creation Group zijn, kon de woordvoerder in deze fase niet aangeven.

De Duitsers zijn op meerdere fronten actief zich te wapenen tegen de concurrentie van de online giganten. Dat is ook de reden dat de MCN-activiteiten uit Scandinavië, de Benelux en Duitsland worden samengevoegd onder het een label van Divimove. Daarnaast wordt achter de schermen gewerkt aan de bouw van een gedeelde technische infrastructuur voor de VOD-platformen in de afzonderlijke RTL-landen.

De functie van directeur Content, Scholtens vorige werk, is sinds februari in handen van Peter van der Vorst.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlanders kopen steeds vaker bij buitenlandse webwinkels

Posted 19 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Ieder jaar shopt de Nederlander meer bij buitenlandse webshops. Zo deed 9 procent van de Nederlanders hun online aankopen vorig jaar enkel bij webwinkels over de grens. Nog eens 40 procent maakte zowel gebruik van webshops in Nederland als in het buitenland. In 2016 was dit respectievelijk 7 en 32 procent, aldus het Ecommerce rapport 2019 dat in samenwerking met SAP Customer Experience is opgesteld.

Het aantal mensen dat enkel in Nederland online winkelt daalde in die periode van 63 naar 51 procent.

Wanneer Nederlanders in het buiteland winkelen kiezen ze meestal voor Chinese webwinkels. 45 procent van de buitenlandse aankopen komt daarvandaan. Ook in Frankrijk (26 procent) en Engeland (21 procent) wordt veel online gewinkeld.

Niet iedereen is happig op het online winkelen in Azië. Een derde van de Nederlanders vertrouwt de kwaliteit van de producten niet. Daarnaast vindt 32 procent het gemakkelijker om via een Nederlandse webshop te bestellen en is een kwart bang dat het pakketje niet aan zal komen.

Opvallend is dat er niet veel aankopen vanuit de Verenigde Staten komen. 72 procent van de Nederlanders heeft hier nog nooit iets gekocht en slechts vier procent shopt regelmatig bij webshops uit de VS. Gemiddeld genomen zijn Europa en Azië ongeveer even populair. Het percentage dat regelmatig shopt in Azië ligt echter wel zeven procent hoger dan in Europa.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nog meer emoji’s en FaceApp is een hit

Posted 18 jul 2019 — by Adformatie
Category nieuws

Social content bureau Blauw Gras praat je bij in de #lekkersociaal.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Wat CRO heeft geleerd van het WK vrouwenvoetbal

Posted 18 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

Tijdens het afgelopen WK vrouwenvoetbal was er in het begin weinig enthousiasme en positiviteit over de Nederlandse voetbaldames. Het spel viel tegen en dit ging volgens ons, de experts voor de televisie, niet leiden tot succes. Maar de Leeuwinnen hebben dit tij gekeerd. Meer dan vijf miljoen mensen keken zowel naar de halve finale en finale. Maar wat heeft dit nu met conversieratio-optimalisatie te maken?

Zonder team, geen succes en zonder resultaat, geen zichtbaarheid. Hoe creëer je een succesvol team en optimalisatieprogramma? 

Wat heb je nou liever? Een goed elftal of elf goede ééntallen 

Elk team heeft verschillende rollen nodig. Alleen maar aanvallers in een elftal werkt net zo min als een team met alleen maar analisten. Je kan een team hebben met de allerbeste analisten, UX-designers en/of psychologen, maar dat is geen garantie voor succes. Als je voor elke positie de beste speler kiest, heb je nog geen sterk elftal maar een team dat als los zand uiteen valt. Daarnaast is in je eentje vaart maken heel erg lastig. Het succes zit het met name in de transformatie van een groep specialisten naar een dedicated multidisciplinair team. 

Je moet blijven aanvallen om je scoringskans te verhogen

Als je begint met experimenteren, kijken andere afdelingen sceptisch naar je als team en de manier van werken. Bij het starten van een optimalisatieprogramma gaat het om meters maken, de eerste testen draaien én blijven testen. Niet stoppen als je bij de eerste testen geen winnaars vindt. Vaak merk je dat naarmate je meer testen hebt gedaan, er een steeds groter deel winnaars blijken. En het mooie is: je ziet dat als je succes hebt, je ook de sceptici meekrijgt.

Succes moet gevierd worden

Zorg ervoor dat je successen deelt. Je moet de mensen meenemen in je verhaal, ook als het minder gaat, want zo maak je ze er onderdeel van. Zo werk je, zelfs op korte termijn, toe naar een winnend team. Bij CRO is het daarom enorm belangrijk dat je succes met elkaar viert. Het delen van succes is ook voor de sceptici belangrijk. Zij zullen, naarmate er meer successen geboekt worden, steeds positiever en actiever worden. 

Het belang van een manager

Naast een goed en multidisciplinair team is ook support van bovenaf nodig om een goed optimalisatie programma van de grond te krijgen. Er is een manager nodig die het team stuurt en gelooft in experimenteren. Alleen een groep specialisten het werkveld insturen, zonder geloof en sturing door een manager, werkt niet. Je hebt een manager nodig die een duidelijke taakverdeling meegeeft en het team steunt. Iemand die ook niet bang is om in te grijpen als het nodig is. 

Je gaat het pas zien als je het doorhebt

Het is natuurlijk een beetje een open deur om te stellen dat hoe meer je wint, des te beter de resultaten. Maar het is wel zo: hoe meer je test, des te meer winnaars ga je vinden. Door veel ervaring op te doen ga je leren van de resultaten die je hebt behaald en dit zorgt ervoor dat je echt stappen gaat maken. Winst of verlies is hierbij niet van belang. Je leert namelijk ook van de verliezers. Vaker testen zal leiden tot een beter optimalisatieprogramma, meer successen en enthousiasme vanuit de hele organisatie.

Wie een aantal jaar geleden had gezegd dat ik het Nederlandse vrouwenelftal zou aanmoedigen op weg naar de finale van het WK, had ik voor gek verklaard. Maar je ziet, we willen allemaal successen vieren. Dus… hup CRO hup! 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Voetbal International verkocht, personeel overweegt juridische stappen

Posted 18 jul 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Het personeel van Voetbal International overweegt juridische stappen tegen de directie van WPG, meldt het AD. WPG Uitgevers meldde in een persbericht vandaag de overname van het blad door Digital Enterprises. Financiële…

Lees het volledige bericht op Villamedia »