Posts Tagged ‘app’

Eigenaar WordPress krijgt 300 miljoen dollar van Salesforce

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Automattic, het bedrijf achter WordPress, krijgt 300 miljoen dollar van Salesforce tegen een waardering van 3 miljard dollar.

Het is de eerste financiering in jaren. In 2014 haalde Automattic 160 miljoen dollar op, toen tegen een waardering van 1,16 miljard.

Sinds enkele maanden is Automattic eigenaar van blogplatform Tumblr, en naast WordPress behoren ook onder meer contentplatform Longreads, de app Simplenote en deelplatform CloudUp tot het bedrijf.

Saillant detail is dat het bedrijf onlangs ook ZBS CRM, een CRM plug-in voor WordPress, heeft ingelijfd, waarmee het bedrijf het terrein van relatiebeheer betreedt. Mogelijk is hier de connectie met CRM-reus WordPress. CEO Matt Mullenweg ontmoette Salesforce topman Marc Benioff eerder dit jaar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Apple investeert 1 miljard dollar in productie India’

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Apple investeert naar verluidt 1 miljard dollar in productiefaciliteiten in India om minder afhankelijk te zijn van China.

Foxconn zou volgens de Times of India de belangrijkste partner zijn. Dat bedrijf heeft al een fabriek in Chennai. Apple zelf heeft met Wistron, ook uit Taiwan, een fabriek opgezet in Bangalore.

Volgens de krant zou Apple reeds iPhones in India produceren, ook voor de export.

Apple is overigens geen grote speler in India. Drie bestuurders werden in 2018 nog naar huis gestuurd omdat de iPhone verkopen maar bleven dalen. Volgens Counterpoint Research bedraagt het marktaandeel in het land nog geen 1 procent.

Samsung is veruit de grootste fabrikant met 29 procent marktaandeel. De nummer 2 Xiaomi zit Samsung op de hielen met 28 procent.

Foto Pexels



Lees het volledige bericht op Emerce »

Vijf vragen over eDay Next Gen

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Tegelijk met Emerce eDay op 10 oktober wordt, voor de derde keer alweer, voor toekomstige ‘changemakers’ eDay Next Gen gehouden. Niet in de Kromhouthal, maar een flink aantal kilometers verderop in Pakhuis West, een evenementenlocatie met in de basis een rauwe, industriële uitstraling. Vijf vragen over dit evenement.

Wat is E-Day Next Gen precies en voor wie is dit evenement bedoeld?

eDay Next Gen is een kennis en inspiratie-event voor toekomstige ‘changemakers’ in digital en tech. Het evenement focust op business minded tech profielen en tech savvy marketing profielen, zoals (aankomende) junior ontwikkelaars, UX designers, datawetenchappers en digital marketeers. Denk aan eindejaars studenten, net afgestudeerden (graduates) en young professionals (26 jaar of ouder).

In het voorjaar organiseerde Emerce een soortgelijk evenement Next in de Beurs van Berlage, maar gericht op jongeren met een paar jaar ervaring. Vanaf 30 jaar kom je bij Emerce in beeld bij de reguliere evenementen als mid career/senior. eDay Next Gen is bedoeld als een eerste kennismaking met digital & tech. De organisatie rekent op 500 tot 750 bezoekers.

Next Gen is geen banenmarkt?

Een banenmarkt is een term die niet echt bij eDay Next of de doelgroep past. Het is wel een evenement waar jonge mensen zich kunnen oriënteren op hun loopbaan, maar solliciteren kun er niet niet. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer digital marketing, e-commerce, growth hacking, data science & analytics, IoT, mobiel, VR/AR/MR, nieuwe media, design, blockchain en programmeren.

Wat is er te doen?

Next Gen is letterlijk en figuurlijk een side event van eDay en sommige sprekers pendelen dan ook tussen de twee eventlocaties, zoals Viveca Chan van WE, die de keynote zal verzorgen. Marijn Poeschmann beantwoord vragen over YouTube. Aanwezig zijn verder sprekers van Van Ons, 3 Hubs, Accenture, ABN en de Belastingdienst. Het programma wordt nog aangevuld, dus stay tuned.

Welke invloed of rol hebben de sponsors?

Sponsors investeren in het eDay Next Gen concept vanuit employer branding en recruitment doelstellingen. Ze komen graag in contact met de doelgroep, delen kennis en zijn fysiek aanwezig op de vloer. Sponsors zijn dit jaar Rijksoverheid, Accenture, ABN AMRO, RTL, Belastingdienst en Valtech. Enkele sponsors leveren ook sprekers, maar lang niet alle sprekers komen van sponsors.

Hoe meld ik mij als bezoeker?

Via een van de universiteits- en netwerk partners (die krijgen unieke eventbrite code), maar je kunt je ook via de website aanmelden.

Foto Peter Boer



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sterke stijging meldingen datalekken

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

In de eerste helft van 2019 ontving de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) 11.906 meldingen van datalekken. Het gaat om ongeveer 2000 meldingen per maand. Als deze trend zich voortzet dan verwacht de AP voor heel 2019 een stijging van 14 procent ten opzichte van 2018.

Het grootste aantal datalekmeldingen binnen de zorgsector is afkomstig van ziekenhuizen (23 procent) en apotheken (22 procent). De meeste meldingen worden gedaan na het verzenden van persoonsgegevens aan de verkeerde ontvanger. Kleinere zorginstellingen zoals gezondheids- en welzijnsorganisaties , maatschappelijke dienstverlening en tandartsen melden vaker datalekken door hacking, malware of phishing dan grotere zorginstellingen.

Lang niet alle datalekken worden binnen 72 uur na ontdekking gemeld. De AP beschouwt dit als een ernstige zaak. De AP heeft 17 onderzoeken in uitvoering bij organisaties die (mogelijk) een meldplichtig datalek niet hebben gemeld. Er zijn vier onderzoeken gestart naar aanleiding van een te laat gemeld datalek. Deze onderzoeken kunnen mogelijk leiden tot een sanctie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gemeente Den Haag en T-Mobile openen 5G-Lab

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Vanaf deze week kunnen scholen en bedrijven in het 5G Field Lab op het T-Mobile hoofdkantoor in Den Haag experimenteren met op 5G gebaseerde toepassingen. Het Lab werd gisteren officieel geopend door wethouder Bruines van de gemeente Den Haag en CEO van T-Mobile Søren Abildgaard.

Eerder dit jaar kondigden T-Mobile en de gemeente Den Haag al gezamenlijk proefprojecten met 5G-technologie aan.

Het Field Lab is het eerste van drie 5G- onderzoekslocaties in de stad. Binnenkort volgen ook het Living Lab Scheveningen en een onderzoekslocatie bij The Hague Tech.

De onderzoeklocaties zijn een belangrijk onderdeel van de samenwerking tussen T-Mobile en de gemeente Den Haag om de hofstad in 2020 als eerste stad van Nederland te voorzien van een volledig dekkend 5G netwerk.

Verschillende T-Mobile- partners gaven tijdens de opening een voorproefje van wat er mogelijk is met 5G: Veilige buurt is een community-app die alle met 5G verbonden brandmelders toont. Wanneer bijvoorbeeld het brandalarm afgaat van iemand die slecht ter been is, krijgt de gehele buurt een melding, zodat zij te hulp kunnen schieten.

VRiendje is een social virtual reality platform dat mensen op gescheiden locaties met elkaar in contact brengt. Met behulp van 5G en VR live streaming technologie brengt de app klasgenootjes, collega’s en familieleden weer bij elkaar. Zelfs als ze daar fysiek niet toe in staat zijn. En Crossyn meet met een 5G-connectie de wegkwaliteit, verkeersveiligheid, auto-data en geven ze tips om zuiniger te rijden.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Driven wil disruptie van de leasemarkt, mét hoge flexibiliteit

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Startup Driven biedt een vernieuwende kijk op mobiliteit. Het bedrijf is een initiatief van de Louwman Group en springt in op een veranderende vraag in de zakelijke mobiliteitsmarkt. Door files, parkeerproblemen en een roep om duurzaamheid, verschuift de behoefte van persoonlijke leaseauto’s naar flexibele en gedeelde mobiliteit.

Een leaseauto staat gemiddeld zeventig procent van de tijd stil. Met gemiddeld 18.000 euro investering per leaseauto, kun je met een deelauto dus al snel geld besparen. Een fiets van de zaak voor werknemers is gezond en levert zelfs geld op, doordat het maandelijkse leasebedrag kan worden ingehouden op het brutoloon. Als werkgever bespaar je daarmee op de afdracht van sociale lasten. Er zijn minder parkeerplekken nodig en er kan bespaard worden op administratie. Maar het gaat verder dan kostenbesparing. Denk maar aan betere, gelijke arbeidsvoorwaarden en duurzaamheidsambities.

Nieuwe arbeidsvoorwaarden

Hoewel de traditionele insteek van arbeidsvoorwaarden dicteert dat je bijvoorbeeld de salesmensen in je bedrijf op zijn minst een leaseauto geeft, komt er ook op dat gebied een kentering. Een aantrekkelijke werkgever wil graag iedereen een leaseauto of een eersteklas-treinabonnement aanbieden, maar loopt daarin tegen een kostenpost aan. En de vraag is of het ook nog gewenst is.

Met name jongere werknemers hechten steeds meer waarde aan duurzaamheid. Met een pas en app die elke werknemer kan gebruiken, geef je iedereen toegang tot de gemeenschappelijke bedrijfsauto, een pool met bedrijfsfietsen of diverse vormen van het OV. Uit de nationale benchmark Zakelijke Mobiliteit van de NS uit 2017 blijkt dat medewerkers gelukkiger en vitaler worden als ze de auto, het openbaar vervoer en de fiets kunnen afwisselen.

Duurzaamheidsvraagstuk

Mobiliteit kent net als veel andere branches een duurzaamheidsopgave. Daarnaast speelt een groeiende verschuiving naar een duurzame aanpak waarin we van bezit naar gebruik van mobiliteit gaan. Ondernemers hebben nu nog vaak traditionele opties, maar de markt vraagt om meer. Meer flexibiliteit, meer oog voor duurzaamheid en gemeenschappelijk gebruik van vervoer. 

Driven helpt ondernemers op een flexibele en kostenefficiënte manier met de mobiliteit van hun bedrijf en medewerkers omgaan. Uitgangspunt is niet langer een eigen auto, maar mobiliteit in bredere zin. Met één platform is alle zakelijke mobiliteit centraal te regelen: leaseauto’s en deelauto’s, maar ook e-fietsen en toegang tot het openbaar vervoer. 

Op basis van een mobiliteitsscan geeft Driven advies over de inzet van mobiliteit. Bedrijven worden zo bewust gemaakt om creatiever en flexibeler om te gaan met hun mobiliteitspark. Driven gelooft dat dit alles goedkoper, duurzamer, flexibeler en gezonder kan. Het bedrijf focust zich met ‘nieuwe mobiliteit’ op dit moment nog op de Randstad. Een gebied met veel bedrijven, waar de leaseauto nu nog prominent aanwezig is, maar waar een groeiende behoefte is aan gecombineerd vervoer en de deelauto, vanwege parkeerproblemen en files.

Optimale gebruikservaring

Ondernemers en medewerkers die gebruikmaken van deelauto´s en -fietsen krijgen ook een mobiliteitspas, waarmee ze gebruik kunnen maken van OV, parking en tanken. Zo zijn ze altijd vrij in hun keuze voor vervoer en is bonnetjes bewaren verleden tijd. Alles wordt automatisch en centraal geregistreerd en verrekend.

Met een app ontgrendel je de deelauto en kun je deze gebruiken. De sleutels van de auto hoeven dus niet meer opgehaald te worden bij een receptioniste of te rouleren onder medewerkers. Hiermee is de rittenregistratie ook automatisch geregeld en aan een persoon gekoppeld. Kilometerregistraties worden overbodig: alles wordt centraal geregistreerd.

Disruptie van de leasemarkt met hoge flexibiliteit

Wie écht duurzame oplossingen wil bieden, moet ook flexibiliteit waar kunnen maken. Lange leasecontracten zijn niet meer van deze tijd, stelt Driven. Dat heeft uiteraard directe negatieve impact op het verdienmodel van veel leasemaatschappijen. Driven biedt de ultieme flexibiliteit: van looptijden van één dag tot afspraken voor de lange termijn. In het kader van duurzaamheid zorgt het bedrijf er dan zelf voor dat auto’s zo veel mogelijk en het liefst zo lang mogelijk rijden. Traditioneel gezien gaan leaseauto’s na gebruik de verkoop in. Maar voor auto’s die maar een paar maanden gebruikt zijn, zoekt Driven andere opties. Deze worden bijvoorbeeld ingezet als taxi’s of als huurauto’s.

Met haar aanpak wil Driven één van de top-3 mobiliteitsspelers van Nederland worden. Met de belofte van totale flexibiliteit in mobiliteit wil het elke ondernemer uitdagen om meer uit zijn mobiliteit te halen. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Bestellingen AH.nl kunnen met smartphone aan de deur worden betaald

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Bestellingen op AH.nl kunnen aan de deur worden betaald met de smartphone op basis van een ING Betaalverzoek. Dat geldt voor rekeninghouders van alle Nederlandse banken.

Een aantal klanten van AH.nl kreeg de afgelopen maanden de keuze om hun online bestelde boodschappen aan de deur te betalen met een betaalverzoek.

Tijdens de test gaf een meerderheid van de klanten aan de voorkeur te geven aan het betaalverzoek boven pinnen. Daarom start de supermarkt deze week met de landelijke uitrol. Albert Heijn is de eerste supermarkt in Nederland die betalen aan de deur met ING Betaalverzoek bij thuisbezorging en Pick Up Points landelijk invoert.

Klanten die dat willen, kunnen gewoon blijven pinnen.

Foto’s Albert Heijn



Lees het volledige bericht op Emerce »

Android haalt iOS in met omzet uit mobiele games

Posted 19 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Android genereert minder omzet uit apps en games dan iOS. Toch wordt de kloof tussen beide platforms steeds kleiner, zo blijkt uit onderzoek van het Nederlandse Newzoo.

Newzoo verwacht dat de omzet uit mobiele games dit jaar zal uitkomen op 68,5 miljard dollar, 26,7 procent meer dan een jaar geleden. Daarbij leidt China de markt met 21,6 miljard, gevolgd door de VS met 12,1 miljard dollar.

Van de game-omzet komt 33,5 miljard van Apples App Store, meer dan 48 procent van de totale markt. Google (Pay) vertegenwoordigt 24,5 miljard. De resterende 10,5 miljard wordt gegenereerd via andere Android appwinkels als Aptiode. Daarmee loopt Android als platform met 51 procent iets voor op iOS.

Dat groeit echter flink door tot 56 procent in 2022, terwijl iOS achterblijft met 44 procent.

Android had nog veel groter kunnen zijn als de Play Store in China gewoon toegankelijk zou zijn.

Newzoo verwacht dat dit jaar wereldwijd 3,8 miljard smartphones in gebruik zijn, waarvan een kwart in China.

Foto Newzoo



Lees het volledige bericht op Emerce »

Apple deponeert merk Slofie in Europa

Posted 18 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Apple heeft op 13 september het woord Slofie als handelsmerk gedeponeerd bij Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie. Slofie is de term die Apple heeft bedacht voor de slow motion selfies die gebruikers kunnen maken met de nieuwe iPhone 11 en iPhone 11 Pro, toestellen die vrijdag in de winkel liggen.

The Verge meldde vandaag dat Apple Slofie ook als Amerikaans handelsmerk heeft gedeponeerd. Dat kostte nog geen 400 dollar.

De Europese aanvraag is nog onder beoordeling. Opmerkelijk is dat Apple het merk koppelt aan een enorme hoeveelheid diensten en middelen.

Het bedrijf heeft de aanvraag gewoon onder zijn eigen naam ingediend. Doorgaans doet Apple erg zijn best om geen slapende honden wakker te maken. In het verleden werden merken wel eens namens Apple door andere bedrijven ingediend.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook lanceert camera voor je tv

Posted 18 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Facebook levert vanaf november een camera genaamd Portal TV om aan reguliere televisietoestellen te koppelen. Met de Portal TV kun je onder meer videogesprekken via Messenger en WhatsApp voeren. Ook kun je tijdens het kijken videobellen.

Het apparaat ondersteunt ook een aantal streamingdiensten, waaronder Amazon Prime Video, maar het is geen alternatief voor Apple TV.

Het apparaat kost 150 dollar.

Facebook leverde al een zelfstandig Portal scherm en daarvan verschijnt een nieuwe versie. De nieuwe Portal en Portal Mini kosten respectievelijk 180 en 130 dollar en zijn daarmee goedkoper dan de eerste generatie.

In de Benelux zijn al deze apparaten voorlopig niet te koop. Naast de VS en Canada zijn ze al wel te vinden in Australië, Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Spanje.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Er zijn meer winkelmeters in gebruik dan ooit: paniek over winkelleegstand is onnodig

Posted 18 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

De winkelleegstand neemt weer toe. Zo lijkt het althans. Grote paniek in de media, terwijl de afgelopen vijf jaar de winkelleegstand juist significant was gedaald tot een niet zorgwekkend niveau. Maar neemt de leegstand eigenlijk wel echt toe? En is de leegstand dan nu opeens weer dramatisch hoog? Moeten complete binnensteden op de schop? En dienen sommige winkelcentra maar helemaal te sluiten? Gaan we inderdaad tot dertig procent van de winkelmeters weghalen? En ‘klinisch’ uitgedrukt: gaan we een kwart van de winkelruimte ‘saneren’?

Dat is maar de vraag. Sommigen overdrijven namelijk. Of beroepen zich op aantoonbaar valse informatie. In dit artikel daarom de feiten. De allernieuwste feiten. De nuchtere feiten. Bijgewerkt tot en met augustus 2019. Feiten zijn weerbarstiger dan onheilsvoorspellingen. 

Onjuiste informatie

In het recente verleden hebben retailpublicisten en onderzoeksinstituten veel onjuiste informatie over winkelleegstand naar buiten gebracht:

  • In 2011/2012 voorspelde Molenaar dat 33% van de winkelruimte zou zijn verdwenen in 2015. En dat in 2015 meer dan 25% van de winkels leeg zou staan. 
  • Quix beweerde in 2014 dat er in de periode 2008-2014 22.000 winkels verdwenen zouden zijn. 
  • En het CBS en PBL becijferden dat de leegstand 10 tot 11% zou zijn. Met in hun kielzog het initiatief ‘Retailagenda’ dat beweert dat de leegstand 11% en er daarom 20% (?!) uit de markt genomen moet worden.

Terwijl dit de feiten zijn:

  • Qua metrage is er 2,3 miljoen m2 aan winkelruimte bijgekomen in crisistijd.
  • Het aantal winkels is wel afgenomen, maar dan slechts met 1.000 à 1.500 per jaar. 
  • De leegstand bedraagt ongeveer 7%. En geen -meer dan- 10%. CBS en PBL tasten echt mis. 

Winkelleegstand leeft dus onder de mensen. Onder de deskundigen. Maar ook onder de consumenten. Die door al die ramspoedverhalen gaan geloven dat Armageddon echt nabij is. Des te meer reden om de feiten boven tafel te krijgen. Feiten die er al lang zijn. Maar die niet door iedereen als zodanig worden gebruikt. En waardoor er verkeerde besluiten genomen worden. 

Frictieleegstand

Winkelleegstand kun je het beste vergelijken met de werkloosheid. Als deze te hoog is -boven de vier à vijf procent- heb je een probleem. Maar als deze te laag is -minder dan vier à vijf procent- heb je ook een probleem. En kunnen sommige retailers niet goed gehuisvest worden. Dan is er dus een tekort aan winkelruimte. 

Feit is dat de landelijke, gemiddelde leegstand vóór de crisis van 2008-2014 zich inderdaad begaf op dat frictiepercentage van maximaal vijf procent. Met een hogere leegstand op de B- en C-locaties -de aanloopstraten-  en in de ‘provincie’. En een lagere leegstand op de beste winkelplekken. 

De huidige leegstand is zeven procent, niet veel boven de frictieleegstand

Op 1 augustus 2019 zijn er -bijna- 220.000 retailpanden in Nederland. Ruim 15.000 staan er leeg. Er zijn 91.500 ‘gevulde’ winkelpanden en een kleine 113.000 gevulde overige panden (horeca, diensten). Het aantal winkelverkooppunten neemt gestaag af. Van 107.000 in 2004, naar 95.000 in 2017 en 91.500 in augustus 2019. Het aantal panden in de horeca en leisure neemt echter toe, waardoor de totale voorraad aan panden in de retail nagenoeg gelijk is gebleven. Daarbij worden winkels steeds groter, dus het aantal vierkante meters aan winkels is de laatste jaren juist sterk toegenomen.

 

De gemiddelde landelijke leegstand is na het uitbreken de crisis van 2008 echter wel behoorlijk gestegen. Grofweg van 4,5% naar 7,5% -verkooppunten/VKP, oftewel het aantal winkels- of 8% -metrage/WVO, WinkelVloerOppervlakte- in 2015. Dat zijn inderdaad percentages die 2% à 3% boven het gezonde frictiepercentage uitkomen. Dat houdt overigens nog steeds in dat op goede plekken er nog steeds een tekort aan winkelruimte was (leegstand onder de 4%, soms zelfs vrijwel niet existent). En dat je op de minder goede plekken inderdaad een sanering van winkelruimte had kunnen overwegen. Dus daar waar de leegstand de tien a vijftien procent oversteeg.

En de leegstand daalt sinds 2015

De leegstand is echter sinds 2015 ook weer gestaag aan het dalen. Naar 6,7% (verkooppunten) en 6,8% (metrage) in januari 2019. 

Procentuele leegstand 

Om dan sinds kort toch weer te stijgen?

In augustus 2019 is de leegstand echter weer licht gestegen naar 7,0% (verkooppunten) en 7,1% (metrage). Logisch dat dit groot nieuws is. En de percentages kloppen ook. Maar zomaar deze kale percentages de wereld inzenden en dan concluderen dat Armageddon weer nabij is, is te kort door de bocht. 

Kijken wij naar de ontwikkeling van het aantal winkelmeters – dus de totale winkelvoorraad in vierkante meters -, dan zien we dat dit aantal nog tot en met 2015 toenam. Om vervolgens licht te dalen. Die daling lijkt overigens gestopt in augusustus 2019, de voorraad neemt zelfs weer licht toe. Hoe het ook zij, deze winkelmetragevoorraad blijft de laatste jaren hangen op (iets meer dan) 31,0 miljoen m2. Om in augustus 2019 weer door te stijgen naar 31,1 miljoen m2. 

Splitsen we dit uit naar gevulde en leegstaande meters, dan zien we dat de totale winkelvoorraad in Nederland is toegenomen met ongeveer 2,3 miljoen vierkante meter. Op dit moment zijn er ruim 1 miljoen meer gevulde winkelmeters dan dat er op 1 januari 2008 waren. De leegstand is in dezelfde periode echter ook toegenomen en er staat nu ook 1 miljoen vierkante meter meer leeg dan in 2008. 

Winkelvloeroppervlak in m2 

Was de winkelvloeroppervlakte echter niet toegenomen tijdens de crisis, dan zou de landelijke leegstand dus theoretisch gezien onder de ‘0’ uitkomen (gerekend vanaf 2008) of op vier procent vanaf 2011 (een gezond frictieleegstandspercentage). 

Horeca ter vervanging van winkel?

Eerder is al geconstateerd dat het aantal winkels in Nederland aan het dalen is (al geldt dat niet voor het metrage winkels). Daar staat echter tegenover dat het horeca-aanbod en de dienstverlening in aantal panden stijgt. De verblijfsfunctie van een winkelgebied wordt dus steeds belangrijker. Wel is het zo dat de groei aan horecapanden de laatste tijd lijkt te stagneren. 

Aantal verkooppunten detailhandel (winkels, blauw) versus horeca en diensten (rood), van 2004-2019 (tot en met augustus)

Gecorrigeerd voor de voorraad neemt de leegstand niet echt toe

Met een aanhoudend economisch herstel was het te verwachten dat de daling van de winkelleegstand nog wel even door zou zetten. Eind 2018/begin 2019 bedroeg deze -als eerder gemeld- 6,7% -verkooppunten- en 6,8% -metrage-. Maar in 2019 is er toch een lichte kentering gekomen. En is de leegstand met 0,3% toegenomen in augustus 2019 naar 7.0% (verkooppunten) en 7,1% (metrage). Echter, de voorraad is ook weer met (ruim) 0,3% toegenomen. Hiervoor gecorrigeerd is er dus geen sprake van een echte toename van de winkelleegstand naar vierkante meters. Wél is er sprake van een netto toename van leegstand van verkoopunits. Ook omdat de ombouw naar horeca en diensten en niet retailfuncties enigszins stokt.  

Verder blijft in een aantal ‘kleinere middelgrote steden’ de leegstand nog steeds relatief hoog. Daar waar de leegstand in het stadscentrum heel hoog is (in steden als Schiedam, Almelo, Geleen en meer kleinere middelgrote steden) en het ernaar uit ziet dat een gedeelte hiervan structureel van aard is, is het wenselijk dat er gesaneerd gaat worden. Daar staat echter tegenover dat er in veel grote steden, sprake is van een ongezond lage leegstand. Daar is ruimte voor het ontwikkelen van nieuwe meters. Anders is er geen sprake meer van een gezonde marktdynamiek.

Zelfs op beste plekken, waar de huurprijs op dit moment ook niet stijgt, is er ruimte voor nieuwe meters. Stagnerende of lagere huurprijzen leiden tot hogere opnamecijfers. Dat is nadelig voor sommige vastgoedbezitters -de panden gaan een lagere boekwaarde krijgen en dat komt ook ten laste van de winst- en verliesrekening-, maar voor de retail ‘an sich’ zijn lagere huurprijzen een zegen. Daardoor kunnen succesvolle winkels zich vestigen, ook op de plekken die eerst te duur leken. 

Er zijn meer verhuurde winkelmeters dan ooit, paniek over winkelleegstand is onnodig

Feit is dat er op sommige plekken -Geleen met het Centrumplan, De Driehoek in Oldenzaal, , Belcour in Zeist en er zijn nog veel meer voorbeelden- teveel winkelruimte is bijgebouwd in de jaren 90 en aan het begin van deze eeuw. Juist op de plekken waar de bevolking niet meer groeit. En verder vergrijst. Dít zijn de zogenaamde kleinere middelgrote steden -die ook vaak dichtbij een grotere stad liggen-. Zoals Schiedam in de buurt van Rotterdam. Dát -teveel meters bijbouwen en de nabijheid van een veel grotere stad- zijn de échte redenen voor de leegstand op die plekken.

Maar landelijk gezien zijn er nog nooit zoveel winkelmeters in gebruik als in augustus 2019. Of anders gezegd: bezet. Of: verhuurd. Of: gevuld. In totaal is er maar liefst 27,9 miljoen m2 ‘gevuld’. En met een leegstand van 7% zit je maar een paar procent boven de frictieleegstand. Geen reden tot landelijke paniek dus. 

N.B.:n In 2014 en in januari 2019 was het aantal gevulde meters nog een minieme fractie hoger dan in augustus 2019. Dat moet wel gemeld worden, al is een en ander niet significant te noemen. 

Toekomstvoorspelling leegstand en voorraad

De laatste jaren is het aantal winkelmeters in feite gestabiliseerd. Grappig is dat als de voorraad licht daalt, de leegstand ook licht daalt. En als de voorraad weer licht stijgt (zoals het afgelopen jaar weer) dat de leegstand weer iets toeneemt. De verwachting is dat de voorraad daarom ook in de toekomst ongeveer stabiel zal zijn. Of hooguit met een paar procent zal dalen. De lucht in de markt (landelijk gezien) is 2 à 3 procent (7% ten opzichte van een ‘gezonde’ frictieleegstand van 4 tot 5%). En is zeker geen 20%. Zoals CBRE-rapporten en de Retailagenda lijken te suggereren. 

Op goede plekken is er al een tekort aan winkelruimte. Zoals in de grotere binnensteden. En in sterke regionale winkelgebieden. Zoals Stadshart Amstelveen -dat gewoon zou moeten uitbreiden, maar dat niet kan-. Of Gelderlandplein Amsterdam. En daarbij is bijvoorbeeld het gemiddelde leegstandpercentage in de Wereldhave-centra -dat zijn er 17- ook lager dan 3%. Natuurlijk zijn er ook zorgen. In kleinere middelgrote steden. In kleinere stadsdeelcentra. En in sommige wijk- en buurtcentra -waarbij sommige daarvan het juist heel goed doen-. Maar al met al is de verwachting dat de leegstand weer terugkomt op het frictieniveau. Ook als er misschien –dat is nog lang niet zeker- weer een -kleine?- recessie aankomt. En de voorraad met een paar procentjes zal dalen. Weten wij dat zeker? Nee, dat niet. Maar het lijkt die kant op te gaan. Winkelleegstand is in ieder geval geen nationaal probleem. Maar winkelleegstand is soms wel een lokaal probleem.

Conclusies en verdere toekomstbespiegelingen

Waarom is er zoveel paniek als het om winkelleegstand gaat? Bijvoorbeeld zich uitend in de Retailagenda? Natuurlijk zijn er aandachtspunten. Aandachtsregio’s. En aandachtssteden en –dorpen. Maar dat was altijd al zo. Door de crisis – in combinatie met demografische ontwikkelingen en te veel ontwikkelingen op plekken waar bevolking krimpt – is de leegstand tijdelijk opgelopen. Internet heeft hier maar een zeer beperkte invloed op gehad. Maar de leegstand neemt sinds 2015 af. En de recente kleine stijging in 2019 is -gecorrigeerd voor de lichte toename van de voorraad- eigenlijk geen netto stijging. Belangrijk is: stem het aanbod af op de vraag. Zo moeten er meer grote winkelunits komen op de goede plekken. Voor bijvoorbeeld buitenlandse retailers. Dat houdt dus in dat er sprake zal moeten zijn van samenvoeging van winkelunits. En van herverkaveling. 

Kleinere winkels voor zelfstandigen vind je nog steeds in de aanloopmilieus. In Amsterdam bijvoorbeeld in de Kinkerstraat en de Van Woustraat. In Rotterdam in de Witte de Withstraat en de Meent. En in Utrecht in de Voorstraat. Verder moet voldoende winkelruimte gecreëerd worden in de betere wijkwinkelcentra. Zodat meer en grotere supermarkten zich kunnen vestigen. Want fysieke supermarkten groeien als kool. 

En zo zijn we altijd bezig. Maar om nou te zeggen dat wij een landelijk probleem hebben? Nee. En om nou te zeggen dat de toekomst met name somber is? Nee. Er is meer sprake van een afstemmingsprobleem en een reguleringsprobleem dan van een leegstandsprobleem. Hef  bijvoorbeeld alle barrières op als het gaat om het verschil tussen horeca en winkels. 

Laten we nu eindelijk gaan kijken naar de kansen die er liggen. In plaats van de leegstandsproblematiek dood te analyseren. 

Dit artikel is tot stand gekomen met hulp van Drs. Gertjan Slob, directeur onderzoek bij Locatus.



Lees het volledige bericht op Emerce »

5 valkuilen bij replatforming van een e-commerceplatform 

Posted 18 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

In 1995 werd het menens met e-commerce: Amazon verzond de eerste boeken vanuit een garage in Washington en groeide razendsnel. Die groei wordt twintig jaar later nog steeds aangewakkerd door innovatie. Dat gaat met zo’n vaart dat legacy e-commerceplatformen het eigenlijk niet meer kunnen bijbenen. Een merk wil de toekomst tegemoet, maar de kans bestaat dat het huidige platform de strategische ambities niet kan ondersteunen. Als dat zo is moet je een replatforming overwegen. 

Replatforming projecten zijn complex, daar valt niet om heen te draaien. Elke e-commerce professional heeft wel eens een horror story gehoord over hoe vreselijk een replatforming project is misgelopen. We zullen zo dadelijk kijken naar de redenen waarom dat gebeurt. 

Vertragingen brengen de meeste schade aan: zowel vertraging bij het besluit om in een nieuw platform te investeren, als vertraging bij het succesvol afronden van die replatforming. Er is geen tijd te verliezen. De digitale revolutie heeft ons geleerd dat zelfs de meest gerenommeerde merken in een handomdraai uit de gratie kunnen vallen. Tijdverspilling betekent dat de concurrentie hun voorsprong vergroot. De time-to-market van je producten komt in het gedrang en het moreel verslechtert. 

Dit zijn de vijf belangrijkste redenen waarom replatforming-projecten vaak mislukken.

1. Een duidelijke strategie ontbreekt 

Doorgaans geven marketing en/of e-commerce managers het startsein voor een replatforming omdat het huidige platform technisch tekortschiet. Dat zie je ook terug in de RFP. Het is een boodschappenlijstje met technische requirements duidelijk en beknopt, dat wel, want marketing weet heel goed waar het hapert. Maar hoe zit het met de rest van het bedrijf? Een platform gaat over veel meer dan technologie: het moet eigenlijk belichamen wie je bent als e-commerce onderneming. 

Je moet beseffen dat replatforming altijd gepaard gaat met een stuk change management. Hoe je werkt, hoe je je als onderneming organiseert alles is onderhevig aan verandering. Laat je daar niet door ontmoedigen. Integendeel. Als je een algemene strategie opstelt en als onderneming duidelijke doelen nastreeft, verloopt je replatforming project juist veel soepeler. Iedereen begrijpt wat er op het spel staat en iedereen kan bijdragen aan het slagen van je project. 

Dus het is zaak de bredere voordelen en doelstellingen van replatforming in kaart te brengen en deze centraal te stellen in je business case. Op die manier kan iedereen inschatten waarom de replatforming zo broodnodig is, zonder dat de technische aspecten (hoe belangrijk ook) domineren.

2. Onduidelijke rolverdeling en verantwoordelijkheden 

Funest. Iedereen moet weten wat er van hen verwacht wordt. Je moet je stakeholders van meet af aan betrekken bij het proces (en niet een week voordat de RFP wordt opgesteld). Een eerste vereiste is dat je een duidelijk beeld hebt van de verschillende prioriteiten van teams en afdelingen. 

Dat moet niet te ver gaan. Je luistert naar je e-commerce team, maar uiteindelijk moeten er knopen doorgehakt worden. Daar heb je een je projectmanager voor nodig. Die is verantwoordelijk voor een goed end-to-end verloop van het project 

en is bevoegd om beslissingen te nemen zonder iedereen elke keer weer te moeten raadplegen (nog een reden waarom het zo belangrijk is om een duidelijke strategie te hebben). 

Daarnaast benoem je een business owner die uiteindelijk met de software gaat werken. Voor die rol heb je een sterke communicator nodig klantgericht en technisch onderlegd (of op z’n minst heel nieuwsgierig). De rol vereist bovendien de juiste bedrijfs- en je zou haast zeggen politieke ervaring om goede contacten te onderhouden met iedereen in de onderneming, misschien vooral met senior management. Deze business owners zijn sleutelfiguren in de bedrijfsbrede transformatie die een nieuw platform met zich meebrengt.

3. Bestaande werkprocessen 1-op-1 overnemen 

Het lijkt vanzelfsprekend om naar een e-commerce platform te zoeken dat precies aansluit bij je interne processen, maar het kan veel creatiever. Kijk eerst naar je werkprocessen. Waarschijnlijk voer je die processen al behoorlijk lang op dezelfde manier uit; iedereen is er (teveel) aan gewend. 

Grijp de de kans aan om te herzien hoe je bedrijf functioneert en om verbeteringen aan te brengen. Zo kies je een e-commerce platform dat aansluit op een efficiëntere werkwijze en hoef je niet aan je processen te sleutelen als de replatforming een voldongen feit is. 

Het gaat hierom: replatforming heeft altijd impact hebben op je interne organisatie. Dat kan en wil je ook niet voorkomen. Wel moet je het in goede banen leiden. Werknemers moeten de veranderingen begrijpen en aanvaarden. En jij moet begrijpen dat zoiets best moeilijk kan zijn en ook tijd gaat kosten.

4. Voor de “big bang” gaan 

Die fout zie je vaak. Het is natuurlijk verleidelijk om te proberen een hele reeks problemen op te lossen “terwijl je toch bezig bent”. Begin daar niet aan. Een nieuw site design én een nieuw e-commerce platform én een optimization project voor mobiele apparaten (het kan niet op) dat pakt op een gegeven moment verkeerd uit. 

Begin met een MVP. Je kan alle screenshots en technische details hebben die je wilt, maar niets evenaart de ervaring van het omgaan met de software zelf. Een MVP versie van een e-commerce platform geeft je de kernfuncties en dat stelt je in staat om vlijmscherp te focussen op de add-ons die je werkelijk nodig hebt. Vaak blijken deze behoorlijk af te wijken van wat je je had voorgesteld.

5. Prijs leidend laten zijn in e-commerceplatformkeuze

Overstappen van het ene naar het andere platform is een belangrijke investering Dat staat buiten kijf. Maar dat mag niet betekenen dat de prijs van het project leidend is in de keuze die je maakt één en ander moet in verhouding staan met je ambities. Kijk in je business case naar de omzetgroei die je redelijkerwijs van een replatforming verwacht en leg ook uit in hoeverre die groei afhangt van de investeringshoogte. 

Snijd jezelf niet in de vingers. De software waarin je je geld steekt wordt niet zonder reden een platform genoemd: alles wat je doet en uiteindelijk alles wat je bent, rust op de schouders van dit nieuwe platform. 

Bonus tip: SEO migratie 

Veel bedrijven laten dit achterwege of zien het belang er niet van in. Begrijpelijk is dat wel. Een SEO migratie kost weer geld en bovendien moet je er snel aan beginnen niet als je al midden in je replatforming zit. 

Toch is het een valse besparing en een valkuil van jewelste. Want als je je SEO verwaarloost, dalen je bezoekersaantallen en dat is wel het laatste wat je wil. Minder bezoekers betekent minder omzet, hoe je het ook wendt of keert. Als je de schade daarvan wilt beperken geef je ook geld uit, dus is het veel beter vooraf te investeren in een SEO migratie. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Heineken sluit Aziatische bezorgdeal met Grab

Posted 18 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Bierbrouwer Heineken heeft een strategische alliantie gesloten met Grab om in Zuid-Oost Azië zijn bieren te bezorgen en helpen betalen.

Grab uit Singapore is een van de Aziatische zogeheten super-apps, mobiele diensten die meerdere diensten onder een dak bevatten. Gebruikers van Grab kunnen er behalve voedels mee bestellen en betalen dit ook laten bezorgen.

Binnen de samenwerking gaat Heineken samples verspreiden van zijn bieren en ciders, maar krijgt ook een eigen winkel met assortiment in GrabFood. Daarnaast wordt GrabPay de voorkeursmethode van betalen op Heineken-events. Bovendien belooft Heineken dat zijn personeel in Zuid-Oost Azië ritjes zal bestellen met Grab als ze vervoer willen huren en niet concurrent Go-Jek.

De samenwerking wordt het eerst tastbaar op Grabs thuismarkt Singapore en rolt daarna uit naar Vietnam, de Filippijnen, Thailand, Birma en Cambodja.

Foto: Dennis Sylvester Hurd (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe kun je meer klanten identificeren met een Customer Data platform?

Posted 18 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Hoe kun je CDP’s gebruiken om in real time tot wel vijftig procent meer klanten te vinden door middel van (first party) CRM-onboarding? 

Het customerexperience-landschap is in de afgelopen vijf jaar exponentieel gegroeid. Kijk maar naar de verzameling van Scott Brinker met logo’s van marketingtechnologieaanbieders, die een paar jaar geleden de ‘Martech 5000’ werd genoemd. In 2019 is het aantal aanbieders al opgelopen tot 7040. 

Dat zijn nogal wat clouds, suites en platforms die allemaal de heilige graal op het gebied van marketing willen aanreiken: personalisatie op schaal. 

Er zijn echter weinig categorieën, die zo gehypet en gewaardeerd worden als CDP’s (Customer Data Platforms), waarbij klantgegevens worden gecombineerd en georganiseerd via allerlei merksystemen, kanalen en apparaten. Ze worden wereldwijd gebruikt: volgens een enquête van Forbes Insights/Data Treasury beschikt ongeveer 78 procent van de organisaties over hun eigen CDP of zijn ze een CDP aan het ontwikkelen. 

Uit ander onderzoek van de Relevancy Group blijkt dat het CDP landschap alleen maar zal stijgen. Van de marketeers geeft 32 procent aan dat ze van plan zijn om binnen de komende twaalf maanden een CDP aan te schaffen en te implementeren.

Deze generatie platforms, waaronder mParticle, Lotame, Adobe, Tealium, Salesforce, Squeezely, Selligent, Relay42 en Blueconic, bieden een uitgebreid klant inzicht, die voor alle kanalen kunnen worden gebruikt. Eindelijk!

De uitdaging: klanten, prospects of suspects? 

Vaak weten bedrijven niet precies wat het verschil is tussen een klant en een prospect; en hebben klanten vaak het gevoel dat de bedrijven hen behandelen als suspects. 

Denk bijvoorbeeld aan een reclame boodschap voor bestaande klanten, die gaat over een aanbieding die alleen beschikbaar is voor nieuwe klanten. 

Hieruit kun je afleiden dat de interne systemen (CRM, data lake/data warehouse), de eigen kanalen (website, e-mail en app) en de online kanalen (social, display/video en programmatic advertising) niet goed op elkaar zijn afgestemd.

Dat betekent dat bedrijven het risico lopen om hun waardevolle bestaande klanten te verliezen door irrelevante targeting op de verschillende kanalen. Maar dat betekent ook dat er marketinggeld wordt verspild, door een klantenidentiteitscrisis die telkens erger wordt. Waarom?

CDP’s alleen zijn geen volledige oplossing voor 1:1 klant communicatie 

Hoewel CDP’s erg nuttig zijn voor het activeren en organiseren van klantgegevens, vormen ze geen totaaloplossing voor het uitgebreide, allesomvattende klantenoverzicht waar organisaties naar op zoek zijn.

Dit komt doordat CDP’s zijn ontworpen om klantgegevens (zoals e-mailadressen, telefoonnummers, mobiele apparaten en website-indentifiers) te verzamelen en te organiseren. Maar CPD beschikken niet over de connectiviteitsmogelijkheden of het netwerk om deze gegevens te matchen met externe online indentifiers, voor bijvoorbeeld advertising en social. 

CDP’s versterken met behulp van first party CRM-onboarding

Als u een-op-een klant communicatie wilt bereiken, kun je je CDP koppelen aan een CRM-onboarding oplossing, die een brug vormt tussen je eigen indentifiers en externe indentifiers. CRM-onboarding voegt waarde toe aan een CDP, want ze versterken elkaar. 

Een CDP is een hub voor het activeren en organiseren van je eigen klanten data; een first party CRM-onboarding oplossing is een accelerator, waarmee je je huidige klantcommunicatie op digitale kanalen kunt verbeteren en vergroten op zowel eigen (website, e-mail en apps) als betaalde kanalen. Dit gebeurt door middel van het herkennen van de klant en het verbeteren van je klantcommunicatie om de juiste boodschap op het juiste moment te tonen op de verschillende kanalen.

Tim Norris van mParticle zegt hierover: “CDP’s zijn cruciaal geworden om gelijke tred te houden met moderne klant behoefte, maar de meeste CDP’s zijn gericht op de eigen data van een organisatie. Als we de data en indentifiers buiten de eigen kanalen van een organisatie in kaart willen brengen, speelt CRM-onboarding een grote rol. Door CDP’s te verrijken met externe indentifiers voor oa advertising en andere betaalde media, wordt de klant communicatie alleen maar beter en gerichter. Wat zorgt voor een betere klant beleving en ervaring”. 

U hebt de precisie al, maar hoe zit het met de schaal? 

Zoals gezegd, kunnen CDP’s de identiteit van klanten inzichtelijk maken en hun gegevens toepassen op de eigen kanalen van een organisatie, zoals website, e-mail en apps. 

Zoals al aangegeven door Tim Norris kunnen first party CRM-onboarding oplossingen een brug vormen en de waarde van CDP’s verhogen door identiteiten ook op externe digitale kanalen te koppelen. Zo zult u meer van uw huidige klanten herkennen (zogenaamde matchrate) en kan personalisatie ook worden toegepast op kanalen buiten het ecosysteem (Websites, e-mail, apps) van een organisatie.

Maar niet alle CRM-onboardingoplossingen zijn gelijk. Hoe zit het bijvoorbeeld met het toevoegen van inzichten van offline data partijen, zoals demografie en/of doelgroepen? 

Door inzicht te krijgen in de eigen klantdata, kun je een zogenaamd look-a-like audience maken. Zo kun je je meest waardevolle doelgroepen, zoals ‘mensen die voor het eerst een huis kopen’, ‘eigenaren van gezinsauto’s’ of ‘mensen die een vakantiehuis in Barcelona willen kopen’, bereiken. 

CDP-matchrates verhogen door middel van verschillende indentifiers 

CDP’s hebben heel veel waarde als het gaat om het activeren en organiseren van klantgegevens op eigen kanalen. Maar er is een disconnect tussen de eigen kanalen, zoals websites en e-mail, en betaalde kanalen, zoals display, video en social. Want aan wie laat je de advertentie nu echt zien?

Daar komt een first party CRM-onboardingoplossingen, zoals DigitalAudience, om de hoek kijken. Deze oplossingen worden gecombineerd met CDP’s om profielen te verifiëren en te verrijken. Dit wordt gedaan met behulp van miljarden deterministische data punten, die zijn verkregen met de expliciete toestemming van klanten uit bronnen buiten de omgeving van bedrijven zelf. 

Geen valspositieve resultaten meer, in de vorm van irrelevante advertenties en aanbiedingen voor producten die de klant allang heeft gekocht. 

Dankzij CDP’s kunnen bedrijven nu data aan elkaar koppelen en de draden met elkaar verbinden tussen de verschillende toepassingen binnen hun marketinggebied. Maar het aantal gegevensbronnen groeit en een nieuw tijdperk van personalisatie breekt aan. Marketeers moeten actief achter hun klanten aan door ze eerst te identificeren en dan te bereiken. 

Hiervoor hoeven bedrijven niet nog een cloud, suite of platform toe te voegen aan hun enorme stapel toepassingen. In plaats daarvan kunnen ze een CRM-onboardingoplossing implementeren die de dataset van hun CDP herkent, verrijkt en activeert. Een eenvoudige en dynamische manier om zowel op korte als op lange termijn resultaat te boeken en de communicatie met je klant te verbeteren binnen de eigen en externe omgeving. 



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Wij doen het huiswerk voor de huizenkoper’

Posted 18 sep 2019 — by Emerce
Category nieuws

Waar Funda.nl een etalage is, geeft de nieuwe online makelaar Walter Living huizenzoekers de feiten om te helpen beslissen. De start-up lanceert vandaag het Plus-product dat het financiële fundament moet vormen.

“Elke maand worden er in Nederland twintigduizend huizen verkocht. Als de helft daarvan zijn informatie via ons betrekt, kunnen we een mooie business bouwen.” Ondernemer Steven van Wel, eerder bekend van Marvia en Karma WiFi, wil met makelaarsite Walter de Nederlandse makelaardij op zijn kop zetten.

Het bedrijf harkt alle beschikbare data over een huis, wijk en stad bij elkaar en zet die in historische context. Wat is de intrinsieke waarde, wat is de vraagprijs en hoe hebben de m2-prijzen zich in de afgelopen jaren ontwikkeld? Dat soort vragen beantwoord de site gratis. Bovendien geeft het een inschatting wat een realistisch bod is en wanneer dat niet meer realistisch is.

Veel van dit soort data, uit bronnen die makelaars al jaren gebruiken, geeft Walter gratis weg. Sinds enkele dagen is echter ook het betaalde Plus-product live. “Voor twintig euro per object krijgt de belangstellende een totaaloverzicht met alle beschikbare informatie.” Van Wel: “Met Plus doen we al het huiswerk voor jou en tonen eigenaarsinformatie hypotheekinformatie, informatie uit het kadaster en bijvoorbeeld prijsontwikkeling van vergelijkbare huizen in de buurt en de WOZ-waarde.”

“Er is al zó veel informatie beschikbaar, maar de makelaardij loopt echter in de technologische transitie. Beschikbare inzichten moeten bekend worden.”

Directeur Steven van Wel hoopt vooral dat huizenkopers elkaar gaan vertellen over het bestaan van Walter. “We hopen dat Nederland ons stapje voor stapje gaat leren kennen vanwege de successen die we brengen. Volgend jaar stellen we wellicht wat budget beschikbaar om de groei in naamsbekendheid wat te versnellen.”

Een deel van de activiteiten van het bedrijf wordt gefinancierd door geld van informals, voornamelijk andere ondernemers uit Nederland. “We hebben geen haast, want willen vooral een goed product maken, luisteren naar feedback van klanten en dat weer verwerken.”

In de loop van 2020 hoopt Walter een mobiele app te publiceren die huizenzoekers kan helpen bij bezichtigingen van huizen. De app geeft de informatie, checklists en vragen die normaalgesproken een menselijke makelaar inbrengt. “In dat jaar moeten we ook laten zien dat we de transitie naar een heuse digitale makelaar kunnen inzetten.”

Interview met Van Wel op Fast Moving Targets van juni 2019:

Foto: Paul van de Velde (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »