Posts Tagged ‘anp’

Welke kansen biedt AI de reisbranche?

Posted 10 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Voor de reisbranche biedt kunstmatige intelligentie een aantal interessante use cases. Juist een sector die zo gericht is op mensen moet zich terdege bewust zijn van de kansen die automatisering biedt.

Dit stelt Sabre in het rapport Emerging Technology in Travel.

Sabre zegt daarin dat je als bedrijf je beter kunt richten op hoe de vaardigheden van een werknemer kunnen worden benut dan door te kijken welke taken hij of zij kan verrichten. Een groot deel van de repetitieve taken kan namelijk worden weg geautomatiseerd.

“Aan de voorkant heeft travel een enorme fysiek infrastructuur nodig – auto’s vliegtuigen, wegen, start- en landingsbanen, hotels, hoogbouw, restaurants, resorts, havens en parkeerplaatsen, maar ook de mensen om dat alles te bemannen en onderhouden.

Aan de achterkant heeft de reisbranche een vergelijkbare complexe infrastructuur die wordt gevormd door de inventaris, reserveringen, afhandeling, medewerkersplanning, identiteit, veiligheid, compliance, transacties (in honderden valuta en spaarsystemen), vertalingen (in honderden talen) en ontelbare andere details die vaak onzichtbaar zijn voor de reizigers. Die achterkant is al flink geautomatiseerd in de loop der jaren. Met de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie is de voorkant nu ook aan de beurt, aldus Sabre.

Robots verrichten de routine-handelingen

Sabre ziet meer rollen in travel waar de routinematige, datagedreven taken kunnen worden geautomatiseerd zodat de medewerkers zelf meer ‘human engagement’ vaardigheden nodig hebben.

Als voorbeeld geeft het reisdistributiesysteem de reisagenten. Zij zullen veel minder tijd doorbrengen met het doorzoeken en vergelijken van tarieven en het optimaliseren van reisschema’s. In plaats daarvan kunnen ze die tijd gebruiken om de interactie met klanten te verbeteren en maatwerk te leveren. “De opkomst van boetiek-reisbureaus in de afgelopen paar jaar toont aan dat er een vraag is naar betere service en meer nuance in het plannen van een reis. In veel gevallen maken die boetiek-bureaus gebruik van automatisering, bijvoorbeeld in de vorm van een chatbot, om routinetaken uit te voeren en herinneringen te versturen, zodat de reisagenten meer tijd hebben om met de klant in gesprek te gaan tijdens diens customer journey.”

De angst om vervangen te worden door een robot is in dit scenario niet aan de orde, aldus Sabre. Zover is de technologie namelijk nog lang niet. Chatbots en Robotic Process Automation zijn relatief eenvoudige systemen die niet zelflerend zijn. Technologieën die zijn gebaseerd op machine-learning kunnen wel zelf fouten opsporen maar daarvoor hebben ze ofwel enorme gelabelde datasets voor nodig (bijvoorbeeld om beelden te herkennen of vertalingen te maken) of een duidelijke set regels en uitkomsten (bij spelletjes als poker en schaken). Een machine-learning algoritme kan een foto van een kat tegen een achtergrond van sterren identificeren als ‘kat in de ruimte’ maar zal zich nooit afvragen waarom die kat in de ruimte is en of dat überhaupt wel kan.

Use case 1: zelfrijdende auto’s

Dat is meteen de reden waarom het lastig is om een echte zelfrijdende auto (dus zonder menselijke interventie) te ontwikkelen. In een gesloten omgeving met vaststaande regels werkt zo’n auto prima. In de echte wereld krijgt het constant te maken met uitzondering: een verkeersregelaar, sneeuw op de weg waardoor het zicht slechter is, wegwerkzaamheden die niet goed zijn aangegeven, enzovoorts.

Daar komt bij dat ook nog eens elk moment een mens of dier de regels op zijn kop kan zetten. Dat wil niet zeggen dat autonoom rijden een utopie is – de ontwikkelingen gaan juist razendsnel. Maar er moeten wel aanpassingen worden gemaakt om dit te faciliteren. Sabre noemt als voorbeeld een snelweg waar alleen zelfrijdende auto’s op vaste trajecten rijden. Dan is het gemakkelijker om externe factoren uit te sluiten en zou het concept fantastisch kunnen werken.

Use case 2: personalisatie

Een andere belofte die AI op het punt staat om in te vullen is echte een-op-een personalisatie waarbij mogelijkheden op basis van de voorkeuren van individuele reizigers kunnen worden gefilterd. Dit is vooral interessant voor frequente en zakenreizigers.

Er is op dit gebied al een en ander gebeurd: een reiziger die een bepaalde status heeft bij een airline via het frequent flyer programma en die vluchten zijn in overeenstemming met het reisbeleid van zijn of haar werkgever, dan laat de tool GetThere deze vluchten als eerste zien. De zakenreiziger is blij omdat zijn puntensaldo stijgt en het bedrijf omdat er wordt geboekt bij een luchtvaartmaatschappij waarmee prijsafspraken zijn gemaakt. Hetzelfde geldt voor hotels – de voorkeurshotels van de reizende medewerker die binnen het reisbeleid vallen staan bovenaan de lijst van zoekresultaten.

Sabre stelt dat met de voortgang die wordt geboekt met machine-learning algoritmen het steeds gemakkelijk wordt om de keuzes van de reiziger te monitoren en op basis daarvan diens voorkeuren mee te nemen bij het tonen van mogelijkheden. Dat kan zover gaan dat als het systeem detecteert dat op een bepaalde vlucht geen gangpadstoelen meer beschikbaar zijn, deze niet wordt getoond aan de zakenreiziger die aan het gangpad wil zitten.

Het plannen van een reis wordt hierdoor ook gemakkelijker omdat het algoritme kan voorspellen welk reisschema de grootste kans heeft om geboekt te worden. Hoe accurater de personalisatie wordt toegepast, des te groter is het vertrouwen in en de acceptatie van de technologie, in de vorm van chatbots en boekingsalgoritmen.

Use case 3: hotelconciërge

De rol van de hotelconciërge is tekenend voor het serviceniveau dat consumenten verwachten van de reisbranche. Er zijn verschillende digitale initiatieven ontwikkeld in de afgelopen jaren die de traditionele conciërge moeten vervangen. Dit zijn meestal chatbots die nu al in staat zijn om aanbevelingen en antwoorden te geven die je van een mens ook zou kunnen krijgen. Daar staat tegenover dat zo’n bot niet het netwerk heeft dat een ervaren menselijke conciërge heeft opgebouwd waardoor hotelgasten toch een tafel kunnen krijgen in een vol restaurant.

Wel ziet Sabre mogelijkheden waarbij de chatbot een aanvulling vormt op de conciërge. Deze kan bijvoorbeeld eenvoudige vragen beantwoorden zoals de check-out tijd of hoe laat het ontbijt wordt geserveerd, spabehandelingen of theatertickets reserveren en lokale attracties aanbevelen. De bot kan ook social media-kanalen in de gaten houden en mogelijke problemen of vragen signaleren die de menselijke conciërge kan oplossen of beantwoorden. Automatisering en menselijke vaardigheden versterken elkaar op deze manier, waarbij de bots onzichtbaar op de achtergrond werken en de medewerker het gezicht zijn van het bedrijf.

Meer weten over de toepassing van machine-learning in de reisbranche? Tijdens Emerce Travel op 7 juni a.s. geeft Andrej Makovicky, Head of Search bij Kiwi.com een kijkje in de keuken. Kijk hier voor informatie/tickets.

Daarnaast houden ANVR, Jaarbeurs Utrecht en Emerce op donderdag 13 september de Travel Tomorrow AI Meetup. Save the date, meer informatie volgt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe je de klant- en medewerkerservaring verbindt voor de optimale customer journey

Posted 09 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Financiële instellingen investeren veel geld in het digitaliseren en innoveren van klantcontact om de klantervaring te optimaliseren. Daarbij richten ze zich op de processen en wordt de medewerkerservaring vaak vergeten. Terwijl het juist de verbinding is tussen de klantervaring (customer experience) en medewerkerservaring (employee experience) die het verschil maakt. Met de juiste hulpmiddelen zijn medewerkers in staat om een klantreis onvergetelijk te maken.

Technologie heeft een enorme impact op de financiële sector. Traditionele verdienmodellen raken snel achterhaald of zijn dat al. De Payment Service Directive 2 (PSD2) zet de deur open voor nieuwe diensten en spelers. Robotisering en artificial intelligence (AI) zorgen ervoor dat administratieve processen zeer efficiënt, gestandaardiseerd en geautomatiseerd worden uitgevoerd.

Dat leidt weliswaar tot enorme kostenbesparingen, maar zorgt er ook voor dat de dienstverlening van financiële instellingen steeds meer op elkaar gaat lijken en ze zich nauwelijks nog onderscheiden. En dat in een markt waar klantgedrag aanzienlijk veranderd is: er is geen sprake meer van langdurige loyaliteit waarbij alle producten bij dezelfde bank of verzekeraar worden afgenomen. Klanten bepalen tegenwoordig per behoefte welke partij het beste daarbij past. Banken en verzekeraars zijn hierdoor voortdurend in gevecht om relevant te blijven voor hun klanten.

Hoe maak je het verschil?

Vooruitstrevend zijn in innovatie en technologie is voor de financiële sector niet meer voldoende om onderscheidend te zijn. Op de lange termijn is het niet alleen prijs, maar zijn het juist zaken als merk, kernwaarden, cultuur, imago en dus de medewerkers die voor binding en toegevoegde waarde zorgen.

De sleutel tot succes en relevantie is de klantbeleving en hoe je medewerkers in staat stelt om daarin het onderscheid te maken. Daarbij is technologie belangrijk, maar om echt het verschil te maken geven vooral menselijke empathie, warmte, kennis van zaken en flexibiliteit de doorslag.

Veel banken en verzekeraars vergeten om die verbinding tussen de klantreis en de medewerkerservaring tot stand te brengen en investeren vooral in nieuwe en betere klantervaringen. Hoewel het uiteraard logisch is om bij de klant te beginnen omdat daar het geld wordt verdiend, moet het gat tussen de klantreis en medewerkerservaring niet te groot worden.

Bouwstenen voor de verbinding tussen de klantreis en medewerkerservaring

Om medewerkers in staat te stellen de klantreis proactief en positief te beïnvloeden is het belangrijk dat ze inzicht hebben in de klantbehoefte. Advanced analytics, AI (voor het herkennen van bijvoorbeeld trends, intent en sentiment) en een CRM-systeem zijn daar belangrijke bouwstenen voor.

Daarnaast hebben medewerkers tools nodig om hun klanten via elk gewenst kanaal te kunnen bedienen: telefoon, mail, video, website, app en chat. Tot slot is er een intelligente tussenlaag nodig die vragen en behoefte van klanten verbindt met de meest geschikte medewerker om die vraag te beantwoorden. Omdat een succesvolle omnichannel strategie nog steeds leunt op fysieke aanwezigheid in de omgeving van de klant, kunnen die medewerkers zich overal bevinden: in lokale bankfilialen, bij een klant, op het hoofdkantoor of op klantcontacthubs. En door de veranderde balans tussen werk en privé, ook vaak thuis of onderweg.

Dit is een behoorlijke shift vergeleken met wat er nu meestal gebeurd: klantinteracties centraliseren in grote contactcentra, waar generalisten zijn samengebracht om standaardvragen te beantwoorden, afspraken in te plannen en door te verwijzen. Voor al te specifieke vragen en situaties moeten ze al snel escaleren naar collega’s. Het contactcenter fungeert dus als een proxy en distribueert klantvragen naar gespecialiseerde medewerkers. Dit zorgt voor frictie in de klantreis, omdat de klant het traject als omslachtig ervaart. De afstand tussen klant en medewerker wordt groter, terwijl voor een onvergetelijke klantbeleving juist belangrijk is dat de klantvraag via de kortst mogelijke route en door de meest geschikte medewerker wordt beantwoord.

De eerdergenoemde intelligente tussenlaag maakt juist het dynamisch routeren van klantvragen naar beschikbare en geschikte medewerkers mogelijk en brengt vraag (klant) en aanbod (medewerkers) geautomatiseerd bij elkaar.

In plaats van een grote centrale groep van medium-skilled adviseurs die als doorgeefluik fungeert, combineer je bots (zowel op basis van tekst als gesproken woord) die het routinewerk afhandelen met decentrale clusters van high-skilled medewerkers (die op locatie of thuis aan het werk zijn) wanneer menselijk contact daadwerkelijk waarde toevoegt. Op die manier bereik je ook nog eens meer efficiency en dalen de kosten. Technologie is  zo de katalysator waarmee je medewerkers in de positie brengt om onderscheidend te zijn.

Advies op afstand

Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Er zijn steeds meer financiële instellingen die een Unified Communications-platform als Skype for Business inzetten als oplossing voor advies op afstand. Dat platform is niet alleen te gebruiken voor communicatie tussen medewerkers onderling en met bijvoorbeeld partners, maar ook om digitale klantinteractie mogelijk te maken.

Zo kan een klant een conversatie starten met een intelligente bot die na kwalificatie door de bot wordt ‘afgeleverd’ als videogesprek bij een medewerker. Een voorbeeld: een potentiële klant begint vanaf een pagina over hypotheken voor ZZP’ers een chat. Middels een aantal kwalificerende vragen van de bot wordt snel vastgesteld wat de hulpvraag is en wordt een leadscore toegekend. Die leadscore kan de aanleiding zijn om de juiste ‘skilled’ adviseur in te zetten die meteen waarde kan toevoegen aan de klantreis van deze ZZP’er. Dit is niet alleen cruciaal voor het binden van klanten, maar ook om conversie te verhogen en cross- en upsell mogelijk te maken.

Iemand die bijvoorbeeld een hypotheek wil afsluiten en in staat is twee ton eigen vermogen in te brengen kan een interessante klant zijn voor meerdere producten. Dan is het slim om de chatbot niet alleen het rentepercentage te laten doorgeven, maar meer tijd en aandacht aan deze lead te besteden. Een adviseur die hiervoor nodig is wordt bij het gesprek gehaald als het algoritme inschat dat dit een logische next step is en de medewerker beschikbaar is.

Technologie maakt mogelijk, de medewerker maakt het verschil

Technologie is op deze manier niet de onderscheidende factor, maar wel de cruciale randvoorwaarde. Het maakt mogelijk dat een klant die zijn reis bijvoorbeeld op een vergelijkingssite of zoekmachine begint uiteindelijk optimaal wordt bediend, ongeacht het gekozen kanaal. Vaak zal dat volledig geautomatiseerd kunnen, maar in specifieke situaties zoals bij vragen of uitzonderingen dient de klant uit te komen bij de medewerker die het beste in staat is om de klantvraag te beantwoorden.

Dat brengt organisatorische uitdagingen met zich mee. De impact van deze manier van klantcontact op medewerkers is natuurlijk groot: er komt meer en meer ad hoc klant contact bij kijken dat niet alleen plaatsvindt als medewerkers fysiek op kantoor op hun vaste werkplek zijn. Uiteindelijk bouw je zo een groot virtueel kantoor waarin medewerkers even laagdrempelig met klanten communiceren als ze met elkaar doen. Dat is een totaal andere aanpak dan ze gewend zijn, maar wel één die waarde toevoegt voor zowel klant als medewerker en dus voor het bedrijf.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Interessemanagement: ga in de schoenen van je klant staan

Posted 08 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Hoe goed ken je je klant? Via het gebruik van interesse tags in marketinguitingen leer je zijn affiniteit en voorkeuren pas echt kennen. Met die data kun je bijvoorbeeld de Nike-liefhebber op het juiste moment, via het juiste kanaal, het juiste aanbod voor een nieuw paar sportschoenen doen. Het is de volgende stap in customer engagement.

In de begindagen was marketing niet meer dan één boodschap waarin de voordelen van het merk of product werden gecommuniceerd. Pas later kwam het klantgericht differentiëren, met diverse boodschappen voor verschillende doelgroepen. Nog altijd was hierbij sprake van een eenzijdige communicatiestroom.

Tegenwoordig zetten marketeers in op geïndividualiseerde gepersonaliseerde marketing. Deze ontwikkeling vergt een heel andere aanpak; de marketeer dient echt in te spelen op de behoefte van de klant. De focus ligt niet meer op de sterktes van het merk of product, maar bij de interesses en affiniteit van de individuele klant. Online gedrag en campagneresultaten worden gemeten en gebruikt om het klantprofiel te verrijken en de dialoog aan te gaan met de doelgroep.

Hoe reageert de klant op de nieuwsbrief? Voelt hij zich gespamd of klikt hij door? Wat doet hij met de ontvangen kortingscoupon; snelt hij naar de winkel voor de aankoop of vindt er nooit conversie plaats? Door dit te meten en hier goed op in te spelen worden gepersonaliseerde marketinguitingen niet meer gezien als opdringerig, maar gaat de klant deze beschouwen als extra service.

Interessemanagement

De volgende stap in de ontwikkeling van customer engagement is dan ook het verder verbeteren van de segmentatiestrategie met behulp van interessemanagement. Door interesse tags mee te geven aan website-artikelen, social mediapromoties en campagnes, kun je per klant bijhouden welk effect een marketinguiting heeft op de klant. Zo kun je ook hun affiniteit met een specifiek product of merk achterhalen om daar vervolgens heel gericht jouw boodschap op af te stemmen.*

Een voorbeeld: dankzij de interesse tags ‘Nike’ (merknaam), ‘sportschoenen’ (productgroep) en ‘voetbalveld’ (topic) mee te geven aan uitingen op Facebook of in een nieuwsbrief, weet de marketeer aan de hand van likes of klikgedrag wie hij het beste kan benaderen voor een campagne voor een nieuwe voetbalschoen van Nike. Alle klanten met andere voorkeuren (Adidas) of andere interesses (hockey) kun je eruit filteren en dat stimuleert de conversie enorm.

Alles staat of valt hierbij met de juiste interesse tags. Technisch is dit niet zo ingewikkeld. De beschikbare IT-tooling laat zich eenvoudig koppelen met vrijwel elk ERP-ordersysteem, CMS of marketingprogramma en is zelfs zelflerend. Voorwaarde om hiermee te kunnen werken voor organisaties is natuurlijk wel dat zij online actief zijn en op social media data van campagnes vergaren en de conversie meten en sturen op resultaten.

De meeste bedrijven beschikken wel over veel data, dat is niet het probleem. De uitdaging is vooral die relevante data eruit te pikken die specifiek nodig zijn. (lees ook het artikel Hoe maak je de data-explosie relevant).

In de praktijk wordt voor een goede meting en analyse meestal gebruikgemaakt van drie of vier tags. Door de campagneresultaten (conversie) te vertalen naar gedrag en interesses en vervolgens de juiste woorden te achterhalen die de klant gebruikt, kom je tot de juiste interesse tags. Daarvoor is creativiteit van de marketeer nodig. Niet voor niets worden hiervoor regelmatig kennissessies of co-create discussies voor georganiseerd. Dat is geen overbodige luxe, want het gebruik van de juiste interesse tag is heel belangrijk – je wilt een fervente Adidas-klant niet benaderen met een aanbod voor een nieuwe Nike-schoen.

Contextuele marketing

Houd je niet alleen rekening met de motivatie, intenties en interesses van de klant, maar ook met zijn omgeving en gedrag, dan spreek je van contextuele marketing. Als je de eerdere aankopen van de klant kent en weet dat hij nooit op jouw website komt, maar wel actief is op Facebook, dan probeer je hem met een nieuw aanbod uit de Nike-productlijn te bereiken via een sponsored Facebook-post. Voor contextuele marketing is het nodig de (wereld van de) klant te leren kennen en je nog meer in hem verplaatsen.

Hierin investeren loont de moeite, want contextuele marketing maakt ook cross selling mogelijk. Kan je op basis van interesse tags achterhalen dat een klant een man is, ouder dan 18 jaar en weet je via Facebook-likes dat hij fan is van toptennisser Roger Federer, die als celebrity ook Gillette promoot, dan kan je die combinatie van data gebruiken hem een gericht aanbod van Gillette te sturen.

Evolutie van customer engagement

Eerder schreven we over de klantreis en het zo effectief mogelijk beïnvloeden van dit pad. Cruciaal is om op ieder moment relevant en uniek te zijn, om steeds weer de klant te verrassen. Daartoe moet elk contactmoment zo persoonlijk mogelijk worden gemaakt.

Contextuele marketing en interessemanagement moet je daarbij zien als de evolutie van customer engagement. Door de interesses van de klant nog beter te kennen en hier nog gerichter op in te spelen kom je tot nog betere conversie en wordt die loyale klant een promotor van jouw merk. Door in de schoenen van de klant te gaan staan, wordt jouw boodschap door de klant niet ervaren als spam, maar als echte service die hem helpt tijdens zijn klantreis.

 * Over de privacy-wetgeving (GDPR/AVG) die in mei van dit jaar ingaat, hoeft de marketeer zich overigens geen zorgen te maken. De tooling die gebruikt wordt voor het plaatsen van interesse tags bekijkt gedrag (interesses) van klanten op collectief niveau dat geanonimiseerd wordt vertaald naar specifieke klantdata.

Meer weten over ontwikkelingen in de segmentatiestrategie en hoe je in de huidige processen winst kan behalen? Of wil je weten hoe contextuele marketing vertaald naar tooling? Schrijf je dan in voor het gratis webinar ‘Leer je klant kennen: de waarde van segmentatie’ op donderdag 31 mei om 10.00 uur.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit zijn de 10 belangrijkste learnings van BrightonSEO

Posted 07 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

SEO will never die! Zo opende oprichter van BrightonSEO Kelvin Newman zijn conferentie. Daar werd bewezen dat SEO springlevend is. Dit zijn de tien SEO-lessen van die conferentie. 

1. Technische SEO is nog altijd de basis van SEO
HTTP/2   

HTTP/2, hreflang tags en crawl budget, zonder technische kennis geraak je niet ver meer als SEO’er. Je mag dan wel duizenden euro’s spenderen aan SEO-teksten en blogposts, maar zolang je website technisch niet op orde is zal je nooit hoog ranken.

Één van de belangrijkste technische factoren is laadsnelheid. Er zijn verschillende manieren waarop je deze kunt verbeteren, zoals compressie van afbeeldingen, GZIP compressie en browser caching. Maar heb je als eens gehoord van HTTP/2? Tom Anthony illustreerde op visuele wijze uit hoe HTTP/2 in zijn werk gaat. De uitleg met de trucks besparen we je voorlopig, maar schakel gewoon een CDN (vb. Cloudflare) in of bel eens naar je hostingprovider.

Bij het switchen naar https is een SEO-migratie nodig. Bij het switchen naar HTTP/2 is dit niet nodig, omdat er helemaal niets verandert aan de opbouw van je url’s. Lekker makkelijk dus!

Slides: https://www.slideshare.net/TomAnthony/an-introduction-to-http2-service-workers-for-seos

Hreflangs

Een foute implementatie van je hreflang tags kan ervoor zorgen dat je website niet gevonden wordt in het land of de taal die je wilt bereiken. Emily Mace leerde ons welke fouten je zeker moet voorkomen. Denk hierbij aan hreflangs die niet overeenstemmen met je canonicals, verzonnen taal-en landcodes en hreflangs die verwijzen naar 404’s.

Emily sloot haar talk af met één boodschap, “IP SERVING: JUST SAY NO!”. Klaar en duidelijk dat je niet moet doen aan IP serving, aangezien de Googlebot je meestal bezoekt vanuit Amerika. Wanneer je dan werkt met een IP serving die users redirect naar een bepaalde taal zal Google nooit je volledige website kunnen crawlen PUNT.   

Slides: https://www.slideshare.net/OBAN-IDForum/hreflang-tags-brighton-seo-april-2018-emily-mace-95224630

2. Be a Data Scientist

Door machine learning worden zoekmachines steeds slimmer en hierdoor in staat steeds relevantere matches aan te bieden op zoekvragen via de SERP- zowel organische als betaalde resultaten. Maar hoe kan je hier als SEO of Online Marketing expert effectief op inspelen? Zowel Chris Liversidge als George Karapalidis geven hetzelfde antwoord: “Be a Data Scientist” en “SEO is changing – Embrace the mindset of a data scientist”! Om in te spelen op Machine Learning moet je als search specialist data (heel veel data) gebruiken om betere rankings en een hoger rendement binnen search te behalen.

Drie adviezen van de sprekers om beter in te spelen op AI:

  1. Bouw een effectief attributiemodel gebaseerd op mensen in plaats van op sessies. Gebruik historische audience en performance data vanuit verschillende fasen in de customer journey. Verwerk deze data in een voorspellend model dat omzet maximaliseert en kosten verlaagt; onder andere door de biedingen in search hierop aan te passen (Chris Liversidge, QueryClick).
  2. Let op crawl budget en relevantie van je site! Begrijp welke metrics algoritmes gebruiken voor crawling, indexing, ranking en re-ranking. AI en machine-learning speelt hierin een steeds grotere rol. Help zoekmachines je site beter te crawlen door te letten op zaken als: crawl budget, pagina diepte, navigatie shortcuts, duplicate content, sitespeed en mobile first indexing. Ranking is namelijk gebaseerd op een combinatie van kwalitatieve (technische) en relevantie (semantische) scores (Lionel Kappelhof, OnCrawl).
  3. Gebruik een combinatie van Search Console en Google Analytics data om een model te maken dat generieke en (semi)branded zoektermen clustert op basis van aankoopintentie om de meest winstgevende te targeten (George Karapalidis, Vertical Leap). Ook bGenius maakt gebruik van een dergelijk model door dagelijks organische klik data te koppelen aan AdWords en GA performance data op zoektermniveau.
3. Gebruik Blockchain en Neuromarketing om online performance te boosten

Van de sessies binnen het “Experimental” blok vielen vooral de presentaties van Danny Richman over neuromarketing en David Lockie over Blockchain op.

Lockie start zijn presentatie met een uitleg over en een uiteenzetting van de voordelen van Blockchain. Voordelen van blockchain zijn onder andere dat de data gedecentraliseerd wordt verzameld, verwerkt en opgeslagen. Dit heeft een positief effect op de transparantie, integriteit en beschikbaarheid van deze data en de snelheid waarmee het kan worden uitgewisseld.

De nieuwe crypto-economie die door blockchain is ontstaan verandert ook verschillende aspecten van digitale marketing. Zo kan eigendom van content beter vastgelegd worden via digitale contracten en dienen SEO’ers er rekening mee te houden dat blockchain certificaten ook de juiste structured markup meekrijgen.

Richman testte de menselijke motieven en waarden vanuit de Limbic Map (opgedeeld in drie groepen: stimulans, dominantie en balans) in search adcopy om het effect op de CTR te meten. Het gebruik van emotionele USP’s in plaats van rationele bleek het relatieve aantal klikken naar de site enorm te verbeteren. Vergeet niet dezelfde emotionele USP’s op de landingspagina te communiceren om ook de site performance te boosten.

4. Niet crawl budget maar crawl prioriteit

Als ex-Google engineer weet Fili Wiese als geen andere op welke manier Google je website crawlt. Hij kwam dan ook af met enkele straffe uitspraken.

‘Crawl Prioritisation is the New Crawl Budget’, iedereen is wel bekend met de term crawl budget maar wat is het eigenlijk? Noemen we het niet beter crawl prioritisation? Wanneer de Googlebot je website voor het eerst ontdekt crawlt hij deze top-down. De bot start bij de homepage en volgt dan de structuur van je site. Daarna gaat de Googlebot willekeurig te werk en crawlt hij de links die te vinden zijn.

Zorg ervoor dat je belangrijkste pagina’s zo goed mogelijk te bereiken zijn op je website. De Googlebot is namelijk opgedragen om je website nooit te laten te crashen. Wanneer de bot te veel moeite moet doen om bepaalde pagina’s te crawlen en dus teveel vraagt van je site, verlaat hij het feestje.

Zo weinig mogelijk conflicten? Daarbij kan een canonical tag op de pagina of een extra lijntje in de robots.txt goed van pas komen.

5. Leer duidelijk te communiceren over SEO

We kennen het allemaal, je voert een audit uit van een site, je schrijft tientallen pagina’s met optimalisatie adviezen en stuurt deze door naar de developers. Een paar dagen of maanden later voert hij deze uit, je controleert de aanpassing… en de helft van je voorstellen zijn op de verkeerde manier uitgevoerd. Door een misverstand in de communicatie zijn enkele zaken verkeerd gelopen.

Er werd ons nogmaals op het hart gedrukt hoe belangrijk duidelijke communicatie is. Maak voor de developers een gedetailleerd actieplan met duidelijke instructies die niet verkeerd begrepen kunnen worden. Geef zoveel mogelijk voorbeelden om misverstanden te voorkomen.

6. Een content audit is als een lenteschoonmaak

Deze prachtig uitdrukking kwam uit de mond van Sam Marsden, SEO & content manager bij Deepcrawl. Hij vertelde ons hoe ze bij Deepcrawl een content audit uitgevoerd hebben van hun eigen website. Bij elke audit vragen zij zich vier dingen af:

  1. Welke content doet goed en welke minder?
  2. Wat doen we met content die niet goed presteert.?
  3. Hoe krijgen we meer return uit content die goed presteert?
  4. Hoe kunnen we de content blijven optimaliseren?

Start met een crawl van je website, bundel alles in spreadsheet en pas die vier vragen toe. Wat presteert goed of niet goed. Dit kun je enkel bepalen door naar verschillende metrics te kijken zoals pageviews, social shares, backlinks en page value.

Een vraag die opkomt is ‘wat doen we nu met content die niet presteert?’. Simpel, één van de onderstaande zaken:

  1. KEEP (behouden)
  2. CUT (verwijderen)
  3. COMBINE (combineren)
  4. CONVERT (omzetten of aanpassen)

Content die wel goed presteert kan je verder gaan optimaliseren. Focus je hierbij op het aanpassen van de metagegevens, interne & externe links, structured data of optimaliseer de pagespeed. We wensen je alvast veel succes met je schoonmaak.

Slides: https://www.slideshare.net/DeepCrawl/cut-the-crap-running-content-audits-with-crawlers

7. Structured data is the way to go

Het gebruik van structured data wordt steeds meer ondersteund door verschillende zoekmachines. Je kunt je niet inbeelden hoeveel verschillende markups er bestaan. Alexis Sanders somt de belangrijkste voor ons op en geeft wat tips en insights mee.

Structured data helpt je bij het structureren van de informatie op je website. Daarnaastet helpt het Google en andere zoekmachines ook om de inhoud van je website beter te gaan begrijpen. Op dit moment zijn er twee manieren waarop je dit duidelijk kunt maken, microdata & json-LD. Die eerste is het meest gebruikt maar json-LD wint meer en meer terrein.

Die structured wordt ook gebruikt door spraakassistenten zoals de Google Home. Het gebruikt namelijk de antwoorden vanuit de featured snippets. Een reden te meer om je voor te bereiden op de toekomst van voice search.

Het implementeren van die structured data gaat niet altijd van een leien dakje, één fout in de markup zorgt ervoor dat deze niet wordt weergegeven. Volg de guideline van Google en schema.org tot in puntjes als je wilt dat ze getoond worden. De structured data testing tool van Google kan je daarbij helpen.

Slides:

https://www.slideshare.net/sandersal1/brightonseo-structured-data-by-alexis-sanders

8. Low authority, less effort

De meeste jonge en enthousiaste SEO’ers focussen zich enkel op links van websites met een hoge autoriteit. De talk van Greg Gifford toont echter aan dat ook low DA links waardevol zijn voor SEO. Een lage autoriteit van je lokale voetbalclub of vereniging kan nog steeds een bijdrage leveren aan je organische prestaties.

Het kost je soms enorm veel moeite en geld om die hoge DA links te bemachtigen. Voor lage DA links hoef je veel minder moeite te doen en ze dragen nog eens bij aan je lokale SEO ook. Staar je dus niet blind op links van grote websites, maar start met het bemachtigen van links uit je eigen stad of gemeente. Let er natuurlijk wel op dat die websites kwalitatieve content hebben en geen linkfarm zijn.

Slides:

https://www.slideshare.net/GregGifford/the-ray-stantz-guide-to-real-world-link-building

9. 15% van de internetgebruikers blokkeert javascript

Opnieuw een krachtige uitspraak van Fili Wiese die nog maar eens aantoont hoe technisch SEO kan zijn. Maar liefst 15% van alle internetgebruikers blokkeert Javascript, bewust of met een Adblocker. Dat maakt het er niet gemakkelijker op voor SEO’ers. Javascript frameworks schieten als paddenstoelen uit de grond en zullen niet snel verdwijnen.

We zullen moeten leren omgaan met deze nieuwe webtechnologieën. Op welke manier wordt de website gerenderd, kan de Googlebot elke pagina bereiken en crawlen, … deze vragen moet je zeker stellen wanneer je website met javascript framework gebouwd is zoals react.js en Angular JS.

10. Leer van andere SEO’ers

Tijdens de lunch en na de conferentie zijn we niet op het strand gaan liggen, maar hielden we een mini SEO Benelux meetup. Een meetup van Belgische en Nederlandse SEO’ers, georganiseerd via het nieuwe SEO-collectief: SEO Benelux. In een gezellige pub in het centrum van Brighton deelden we onze kennis en ervaringen over SEO met elkaar. Wij leerden hier evenveel of zelfs meer van elkaar dan op de conferentie zelf.

Dit artikel werd geschreven door Frederik Vermeire (WiSEO), Guillaume Navarro (WiSEO), Rick Post (Increase), Marloes Zweers (Traffic4u) en Mathias Noyez (WiSEO)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zoekwoordenonderzoek met Google Trends: 7 tips

Posted 07 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Als je zoekwoordenonderzoek doet, ben je bekend met  Google Trends. Maar hoe maak je er nu echt goed gebruik van?

Dit is hoe Google Trends werkt

Met Google Trends kom je meer te weten over de populariteit van een onderwerp of specifieke zoekterm in een bepaalde periode. Maar over hoe dat precies werkt, bestaat een belangrijk misverstand. Veel mensen denken namelijk dat de trendcurve een directe weergave is van het zoekvolume voor een bepaalde term (zoals je dat ook ziet bij de Zoekwoordplanner (/Keyword Planner) van AdWords).

Maar dat is niet precies hoe het werkt! Zie bijvoorbeeld onderstaande grafiek voor het zoekwoord ‘flowers’ in zowel Google Trends als de Keyword Planner.

Zoals je ziet komen ze redelijk overeen, maar niet volledig. De Keyword Planner meet namelijk absolute getallen, terwijl Google Trends ook naar de relatieve populariteit van een term kijkt. Dit is wat Google Trends Help erover zegt:

“Google Trends past zoekgegevens aan om het vergelijken van termen gemakkelijker te maken. Anders zouden plaatsen met het hoogste zoekvolume altijd bovenaan in de rangschikking staan. Hiervoor wordt elk gegevenspunt gedeeld door het totale aantal zoekopdrachten van de bijbehorende geografie en periode om de relatieve populariteit te vergelijken.”

Oftewel: relatieve populariteit wordt berekend door het aantal zoekresultaten voor één term af te zetten tegen het totale zoekvolume. “De cijfers die hier uitkomen, worden vervolgens geschaald naar een bereik van 0 t/m 100.” Trends negeert daarbij herhaalde zoekopdrachten van dezelfde persoon (binnen een korte periode). Ook goed om te weten is dat Trends alleen data laat zien voor populaire termen (anders staat er: zoekvolume 0).

Hier zie je de Google Trendgrafiek voor de term ‘Facebook’ in de afgelopen twaalf maanden.

Om je te laten zien hoe Google Trends de ‘interesse in de loop der tijd’ berekent, ga ik er even van uit dat ik dezelfde data als Google heb (was het maar zo’n feest).

Deze cijfers zijn dan ook slechts aannames, puur ter illustratie om te laten zien hoe de grafiekopbouw werkt.

Aanname 1: het totale aantal zoekopdrachten op Google in Nederland is 500 miljoen per maand.

Aanname 2: het zoekvolume voor de term ‘Facebook’ bedraagt 24 miljoen zoekopdrachten per maand.

Hieronder zie je de tabel die ik voor deze simulatie heb gemaakt.

Om vervolgens een grafiek te krijgen zoals Google Trends die berekent, moet je de volgende stappen nemen:

  1. Bereken de relatieve populariteit van het aantal zoekopdrachten voor een keyword afgezet tegen het totaal aantal zoekopdrachten.
  2. Zorg voor een schaal waarbij 100 het maximum is.
  3. Zet de stippen op de grafiek.

Uit dit voorbeeld kun je twee conclusies trekken:

  1. De populariteit van een zoekterm verandert wanneer er meer naar wordt gezocht (maar dat spreekt hopelijk voor zich).
  2. De populariteit van een zoekterm verandert ook wanneer het totale zoekvolume wijzigt, zelfs als het zoekvolume voor het keyword gelijk blijft.

De ‘populariteit’ in Google Trends hoeft dus niet altijd overeen te komen met het zoekvolume van een keyword. Maar meestal is wel dit wel zo.

Neem bijvoorbeeld de zoekterm ‘Star Wars’. Als je Google Trends en Ahrefs Keyword Explorer naast elkaar legt, zie je dezelfde piek.

Dit ondanks dat de Keyword Explorer de trend in zoekvolume toont en Google Trends de ‘populariteit’ berekent.

Oké. Tijd om te laten zien hoe je Google Trends succesvol inzet voor je online marketing en specifiek je zoekwoordenonderzoek.

#1 Seizoenstrends ontdekken

Het ligt voor de hand dat sommige zoektermen enorm seizoensgebonden zijn.

Kijk bijvoorbeeld eens wanneer we naar ‘pepernoten’ zoeken

Of in dezelfde categorie ‘chocoladeletter’

Dat de piek zo ergens begin december ligt, zal niemand verrassen.

Maar je kunt nog meer informatie uit deze data halen.

Zie bijvoorbeeld hoe de aanloopperiode voor pepernoten veel langer lijkt te zijn. In de week voor Sinterklaas zochten we driemaal zoveel (79>24) op pepernoten, maar mid-oktober was dat verschil veel groter (17>1).

Dit soort informatie is hartstikke handig wanneer je seizoensgebonden producten of diensten levert.

Je kunt er op twee manieren gebruik van maken:

  1. Relevante content publiceren tijdens de piek: als banketbakker kun je je zorgvuldig samengestelde ‘luxe chocoladelettergids’ flink promoten op het moment dat er het meest naar wordt gezocht. Mid-oktober heeft dat nog weinig zin.
  2. Relevante pagina’s al ruim voor de piek optimaliseren: heb je al veel goede content over chocoladeletters? Dan kun je 2-3 maanden van tevoren beginnen met het updaten van je bestaande artikelen. Een linkbuildingcampagne in oktober zorgt waarschijnlijk voor een kleine trafficboost in december. Verkoop je zowel chocoladeletters als pepernoten? Dan weet je nu dankzij Google Trends dat je moet beginnen met de pepernootoptimalisatie.

Leestip: SEO-teksten schrijven: Zo pak je het écht slim aan

#2 Laat je niet in de maling nemen door ‘keyword unicorns’

Ben je op zoek naar een goed onderwerp voor je volgende artikel? Zet dan geen woord op papier voordat je onderzoek doet met Google Trends.

Ik zal je vertellen waarom.

Met Ahrefs’ Keywords Explorer zag ik vorig jaar dat de zoekterm ‘fidget spinner’ een gemiddeld maandelijks volume van 903.000 had.

Terwijl er voor ‘yoyo’ maar 47.000 zoekopdrachten per maand waren.

Beide termen hadden een vergelijkbare keyword difficulty (concurrentie in de organische zoekresultaten). Dan is het logisch om je op de ‘fidget spinner’ te richten, toch?

NOPE.

Hier zie je een vergelijking van beide zoektermen in Google Trends:

In de lente van 2017 waren Fidget Spinners razend populair.

Maar zo snel als de trend kwam, was-ie ook weer afgelopen.
De interesse in jojo’s is bescheidener, maar tevens stabieler.

Sterker nog: als je genoeg inzoomt zie je dat de good-old jojo tegenwoordig meer wordt gezocht dan zijn hippe neefje.

#3 Vind relevante topics die NU trending zijn

Met populaire zoekopdrachten vind je keywords waar de afgelopen 24 uur flink meer op is gezocht.

Maar waarom zou je dat willen weten?

Stel: je runt een showbizzblog

Op 4 maart 2018 bekijk je de populaire zoekopdrachten:

De Oscars zijn trending!

Maar betekent dit niet dat je al te laat bent met het maken van eventuele content over de Oscars?

Niet per se.

Hieronder zie je de trendgrafiek voor de term ‘Oscars’ in de week van 2 tot 9 maart.

Je ziet dat 4 maart – de dag waarop je ‘oscars’ als trending topic ontdekte – niet de daadwerkelijke piek was. Die was op 5 maart.

En op 6 maart daalde het zoekvolume dan weer snel.

Hoewel je niet lang de tijd hebt, helpt een blik op de trending topics je soms om van tevoren een piek te identificeren.

Je kunt er alleen niet van uitgaan.

Soms wordt een onderwerp pas trending op de dag zelf.

Neem bijvoorbeeld ‘moederdag’. Pas op 14 mei werd dat een ‘populaire zoekopdracht’ volgens Google Trends. Op Moederdag zelf is het trending topic. Een dag later zoekt bijna niemand er meer op.

In dit geval ben je dus te laat als je moederdag pas ontdekt wanneer het in Google Trends’ populaire zoekopdrachten verschijnt. Tenzij je natuurlijk al wat content klaar had staan.

Maar hoe weet je nu of een zoekterm snel over zijn piek heen is?

Als het om een jaarlijks terugkerend onderwerp gaat, kun je prima even naar de eerdere pieken kijken.

Neem moederdag een jaar eerder. In 2016 viel het op 8 mei. Ook toen zag je de piek op de dag zelf.

Door historische data te onderzoeken, krijg je een goed beeld van hoe snel de aandacht voor een zoekterm toe- of afneemt.

#4 Gebruik Google Trends voor je contentkalender

Laten we nog even teruggaan naar de Oscars.

Als je naar de afgelopen 5 jaar kijkt, zie je dat de piek zich elke keer zo rond begin maart bevindt.

Dit omdat de Oscars elk jaar ook begin maart plaatsvinden.

Voor een site over films of celebrities is dit dus een goed moment om alvast in de contentkalender te noteren. Zo heb je elke keer op tijd relevante artikelen over het filmgala.

(Ja duh.. hoor ik je al denken. Alsof dit niet allang in je contentkalender staat. Welke gossipblog weet nu niet wanneer de Oscars zijn?)

Maar er zijn ook minder voor de hand liggende voorbeelden:

Hier zie je ongeveer elke maand een piek.

Al enig idee welke zoekterm het is?

“Volle maan”

Hoe kun je je contentkalender hier dan op aanpassen? Het lijkt vrij onzinnig om elke volle maan met een nieuwe blog te komen.

Klopt. Maar je kunt ook één fantastisch artikel schrijven en dit voortdurend updaten.

Kijk bijvoorbeeld eens hoe Space.com dat in de VS heeft gedaan:


(En ze ranken niet geheel toevallig #1 op ‘when is the next full moon?’. In het Nederlandse taalgebied is dit nog niet zo slim toegepast.)

Het enige wat ze hoeven te doen is af en toe de blog te updaten met wat kleine weetjes en feitjes. Weinig investering, veel opbrengst.

Leestip: Zoekwoordenonderzoek: Zo vind je de ‘winnaars’

#5 Gebruik ‘gerelateerde zoekopdrachten’

Google Trends laat ook zien welke gerelateerde zoekopdrachten mensen gebruiken voor een bepaald keyword.

Iemand die op ‘sneakers’ zoekt, typt ook vaak de woorden ‘Nike’ of ‘Adidas’ in.

(Let er trouwens op dat je zowel de ‘snel stijgende’ gerelateerde zoektermen kunt selecteren, als de ‘populairste’. In bovenstaand voorbeeld gebruik ik die laatste categorie.)

Dit is niet alleen een mooie gelegenheid om nog wat meer interessante zoektermen te vinden, het geeft je ook beter inzicht in de behoeften van je klanten en de ‘zoekreis’ die ze maken.
Maar je kunt nog een stap verder gaan. Wat nu als je op de gerelateerde zoektermen van de gerelateerde zoektermen klikt?

Zie hier bijvoorbeeld wat de verwante keywords voor ‘Nike sneakers’ zijn (eerder afgeleid uit het zoekwoord ‘sneakers’):

En nu je toch bezig bent…

Je kunt deze suggesties van Google Trends ook gebruiken in de Keywords Explorer. Zo krijg je nog meer ideeën.

Door te filteren op zoekvolume en keyword difficulty vind je de nodige pareltjes.

BONUSTIP: Content over je concurrenten

Wie je bedrijfsnaam intypt op Google, zoekt ook vaak op de concurrentie.

Maar op welke concurrenten precies?

Ook daar is Google Trends erg handig voor.

Neem bijvoorbeeld het succesvolle Twentse boekhoudprogramma Moneybird.

Behalve de Kamer van Koophandel, zakelijke bank Knab en vragen over de login, staat ook concurrent Accumulus in het lijstje met snel stijgende gerelateerde zoekopdrachten.

Daar zou Moneybird op in kunnen spelen. Bijvoorbeeld met een vergelijkingsartikel over de verschillen tussen beiden pakketten.

Verschillende partijen hebben dit al slim gedaan.

Zo zocht ik bijvoorbeeld op thuisbezorgdiensten Foodora & Deliveroo (wie is er beter?).

Raad eens wie ik in de top 5 resultaten terugkwam?

Domino’s.

Leestip: Google Search Console voor Marketeers

#6 Zie precies waar ze je nodig hebben

Met Google Trends kun je zien in welke regio (land, provincie, stad, metropool) een zoekterm populair is.

Hiermee beantwoord je een belangrijke vraag: waar is het meeste vraag naar mijn producten of diensten?

Stel je voor dat je grasmaaiers verkoopt:

In Drenthe zitten ze op je te wachten. In Utrecht is er relatief veel minder vraag.

Maar je kunt nog verder inzoomen.

(Oké Helmond, Hengelo & Heerlen, jullie grasmaaiers komen eraan!)

Hoe kun je dit inzetten?

Het meest voor de hand ligt om:

  1. Deze regio’s te targeten in AdWords – want waarom zou Martin uit Amsterdam op vijf hoog achter je advertentie voor een grasmaaier moeten lezen?
  2. Nuttige content maken voor specifiek deze regio’s – bijvoorbeeld een artikel over waarom Drenthe de mooiste tuinen van Nederland heeft en hoe je eigen (versgemaaide) gazon daar ook een steentje aan bij kan dragen.

Met Google Trends kun je trouwens ook verschillende regio’s met elkaar vergelijken (dit ontdekte ik zelf ook pas kortgeleden!).

Dit is hoe je dat doet:

  • Klik op vergelijken.
  • Typ dezelfde zoekterm in.
  • Klik op de drie rondjes naast de zoekterm.
  • Klik op ‘filters wijzigen’.
  • Hier kun je vervolgens de regio of plaats instellen.

Hier zie je bijvoorbeeld hoeveel mensen er in Nederland en België op het Wereldkampioenschap Voetbal zochten.

Het zal je vast niet verbazen dat daar in België nu net iets meer aandacht voor is dan in Nederland.

Zelfs al zijn er in absolute zin meer zoekopdrachten vanuit Nederland (dat ook +/-50% meer inwoners heeft).

BONUSTIP: Gebruik deze tactiek voor lokale SEO-kansen

Stel je voor dat je als accountantskantoor op zoek wilt naar nieuwe klanten.

Hoe weet je dan waar op dit moment de meeste vraag is?

Zoek eens op ‘boekhouder’ in Google Trends.

In Zeeland blijkt er relatief veel vraag naar boekhouders.

Wellicht interessant om een landingspagina specifiek op Zeeuwse klanten te gaan richten. Wat zijn de problemen waar ze specifiek mee worstelen?

#7 Verbeter je videostrategie

YouTube is onderdeel van Google. Maar dat betekent nog niet dat de zoektrends op beide platformen overeenkomen. Verre van dat zelfs.

Kijk bijvoorbeeld eens hoeveel er wordt gezocht op ‘trekhaak monteren’.

De piek voor deze zoekterm vind je vlak voor de zomervakantie van 2011, toch alweer 7 jaar geleden.

Hoe zou dat op Youtube zitten?

(Klik hiervoor in het drop-down menu op ‘Google zoeken’ en selecteer in plaats daarvan ‘Zoeken op Youtube’).

Hier ligt de piek van het relatieve aantal zoekopdrachten in de lente van 2017, nog maar een jaar geleden!

Blijkbaar willen Nederlanders steeds liever videocontent zien over dit onderwerp. Als ondernemer in de autobranche kun je hier natuurlijk slim op inspelen door kwalitatieve YouTube-filmpjes te gaan maken.

Gebruik AHREFS Keyword Explorer voor een dubbelcheck

Het is best wel logisch dat steeds meer mensen op YouTube op ‘trekhaak monteren’ zoeken.

Maar soms wil je zo’n trend even dubbelchecken.

Daar kun je de Keyword Explorer handig voor gebruiken. Vul je zoekterm in en bekijk wat de resultaten zijn.

Staat daar ook een videoresultaat tussen? Dan is de kans groot dat zoekers ook daadwerkelijk op zoek zijn naar videocontent.

Leestip: Het gebruik van video in de customer journey

Tot slot: Google Trends is stiekem nog best handig

Google Trends is nooit specifiek gemaakt als tool voor contentmarketeers en SEO. Maar – zoals je hebt gelezen – het kan wel degelijk erg handig zijn voor je zoekwoordenonderzoek.

Er is geen andere tool beschikbaar die zulke verse informatie geeft over wat er NU trending is.

Ik ben benieuwd of je Google Trends zelf ook inzet voor je marketing. Laat het mij hieronder weten in de comments.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘ANP heeft ambitie om beste persbureau van Europa te worden’

Posted 04 mei 2018 — by Villamedia
Category nieuws

Talpa heeft persbureau ANP gevraagd om investeringsplannen te maken. Dat meldt directeur van het ANP, Martijn Bennis, in het radioprogramma MediaMatters op New Business Radio. Talpa Network nam recent…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Kunstmatige intelligentie centraal in nieuwe koers Adobe

Posted 04 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Adobe gaat zijn investeringen op het gebied van kunstmatige intelligentie fors uitbreiden. Dat vertelde CTO Abhay Parasnis donderdag in Londen op de Adobe Summit, het jaarlijkse marketingcongres dat zo’n 5000 klanten uit heel Europa trekt.

Adobe Sensei is het onderliggende platform van Adobe voor kunstmatige intelligentie (AI), waarmee ook de creatieve software van Adobe zoals Photoshop, Illustrator, Indesign, Premiere en After Effects kan worden verrijkt. Zo worden objecten automatisch herkend en waar nodig beeldelementen gecorrigeerd.

Daarnaast kan Adobe Sensei, alweer gelanceerd in 2016, ook grote hoeveelheden content op een diep niveau doorzoeken en analyseren, zelfs het sentiment van documenten.

Maar Adobe wil kunstmatige intelligentie naar een nog hoger niveau tillen door ook het creatieve proces te automatiseren. “Je moet toch wel een beetje een expert zijn als je een programma als Photoshop wilt gebruiken,” vertelde Parasnis gisteren tijdens een vragenuurtje voor de pers. “Terwijl kunstmatige intelligentie je ook kan ondersteunen bij het creatieve proces, zodat iedereen Photoshop kan gebruiken. Wij zien dan ook een veel bredere gebruikersgroep voor onze software in de toekomst.”

Donderdag gaf Adobe daarvan al een concreet voorbeeld. Sensei is onder meer in staat om een vrije ruwe potloodschets van bijvoorbeeld een filmposter zelf aan te vullen met stockfotografie en lettertypes. Sensei kan vervolgens die poster afstemmen voor de beoogde doelgroep, op basis van A/B testen uit het verleden. Het creatieve proces dat normaal nodig is voor dit soort schetsen wordt daarmee ingekort.

Adobe wil kunstmatige intelligentie ook inzetten voor het automatisch ‘taggen’ (labelen) van webpagina’s. De nieuwe techniek Launch IT wordt later vandaag gedemonstreerd.

Launch It scant een website, analyseert alle elementen en komt met aanbevelingen voor de meest optimale tagging structuur, op basis van onder meer natuurlijke taalverwerking.

Een ander voorbeeld is Video Ad AI, waarmee videocampagnes kunnen worden verbeterd. Een reclame van 60 seconde wordt eerst automatisch vergeleken met vergelijkbare content, waarna Adobe Sensei aanpassingen adviseert, bijvoorbeeld om de reclame in te korten of juist uit te breiden. Er is een automatische koppeling met het montageprogramma Adobe Premiere Pro.

“We zien Sensei niet als vervanging van het creatieve proces, wel als een verrijking,” benadrukte Adobe donderdag.

Om de potentie van Sensei te vergroten wordt ook gekeken naar koppeling met Big Data en is een speciaal programma opgestart om ontwikkelaars te betrekken bij toepassingen voor Sensei.

Adobe lanceerde verder Sensei Agent & Graph, een tool die moet zorgen voor een natuurlijke interactie met taal en stem. Stemgestuurde applicaties hebben de toekomst, aldus Adobe.

De aanpak doet sterk denken aan Einstein, het platform voor kunstmatige intelligentie van Salesforce dat onderhand met alle diensten is verweven.

Niet alles op Adobe Summit gaat over kunstmatige intelligentie. Nieuw bij Adobe is een centraal opslagsysteem voor het Adobe Cloud Platfom dat niet alleen alle klantdata bundelt en standaardiseert, maar ook de opgeslagen data beheersbaar maakt zodat personalisatie op grote schaal mogelijk wordt.

Het is onderdeel van het streven van het bedrijf om klantgegevens uit de hele organisatie samen te voegen in een samengesteld klantprofiel waarmee ondernemingen real-time inzicht kunnen krijgen in hun klanten.

Een term is veelvuldig valt op Adobe Summit is content velocity: merken moeten tegenwoordig snel grote hoeveelheden online content creëren, beheren en personaliseren. Werkprocessen van creatieven en marketeers worden nog meer geïntegreerd.

Tijdens het congres vandaag en morgen spreken onder meer CMO Claire Cronin van Virgin Atlantic, Claire Hepworth van Ford en vertegenwoordigers van LEGO en Amazon.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

24AM’s ambitie: ‘Voorbij de clicks, merkeffecten door mobiele reclame’

Posted 03 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Mobiel mediabureau MobPro is een creatief bureau gestart, 24AM. Het bedrijf wil creatie en media beter op elkaar afstemmen. Reclame en mobiel hoeven niet per se een slecht huwelijk te hebben, denkt oprichter Hans Veldhorst. “Een goed verstandshuwelijk is zeker mogelijk.”

Oprichters Veldhorst en Diederick Ubels (MobPro) vonden elkaar in een gedeelde frustratie. Een hoop mobiele advertenties worden ontwikkeld voor de korte termijn – slechts de clicks staan centraal. En dat terwijl de twee denken dat het mobiele scherm zich ook heel goed leent om een merk te ontwikkelen. Met 24AM willen ze creativiteit, media en mobiele technologie goed samenbrengen. Voor hun eerste werk voor Albert Heijn en Luzac is het bureau in ieder geval op de longlist geplaatst voor de SAN Accent ‘New Kids On The Block’.

In de aankondiging was te lezen dat het samenspel van mobiel en creatie nog belangrijker wordt. Er zijn wel meer bureaus waar dit in samenkomt. Welk gat in de markt zie je nog?

Veldhorst: “Ja inderdaad, bureaus ‘doen meer’ met mobiel. Maar merkcommunicatie wordt nog te veel ontwikkeld vanuit traditionele massamedia. Je ziet dit bijvoorbeeld aan de online reclamevideo’s van nu. Het zijn vaak ingekorte tv-commercials en zelden een goede oplossing. Het past namelijk niet bij de ervaring van consumenten daar. Terwijl mobiel adverteren juist veel mogelijkheden biedt om consumenten te raken: dat kan door de creatieve, technische en data mogelijkheden te combineren.

“Creatie en media moeten in deze tijd goed op elkaar zijn afgestemd. Dat is zo makkelijk nog niet want mensen multitasken en wisselen tussen apparaten en de diverse platformen. We willen merken de mogelijkheid geven om die consument te raken op een manier die aansluit bij die verschillende platformen. Dat doen we vanuit een mobile first gedachte omdat voor steeds meer mensen mobiele apparaten hun ‘first go-to devices’ zijn.”

Wat zijn je persoonlijke beweegredenen om je hierop te storten?

“Toen ik als strateeg bij grote reclamebureaus werkte (Veldhorst werkte onder andere voor Ogilvy & Mather en TBWA, red.), hadden we natuurlijk ook veel aandacht voor digitale creatie. Toch lag de digitale media-inzet vooral bij het mediabureau. Mijn ervaring is dat die scheiding tussen creatie en media echt effectieve oplossingen in de weg staat. Dat kan dus beter.

“Diederick Ubels, die uit de digitale bureauwereld komt, ergerde zich ondertussen groen en geel aan de focus op de korte termijn. Vooral clicks en conversies tellen in die wereld. We geloven beiden dat die visie leidt tot slechte en irritante reclames. Hierdoor doen consumenten nog meer hun best ze te ontwijken. Digitale marketeers kunnen op hun beurt alleen nog meer weinig kwalitatieve advertenties tonen. En dat allemaal om die éne click te claimen.

“Die negatieve spiraal moet doorbroken worden. We zijn ervan overtuigd dat dit lukt door merkdenken, media en mobiele technologie samen te brengen.”

Kun je aan de hand van een voorbeeld concreet maken welke meerwaarde 24AM wil bieden?

“Voor Luzac hebben we bijvoorbeeld een leuke campagne ontwikkeld. Het doel was om de Nederlandse eindexamenkandidaten kennis te laten maken met examentrainingen en voor een positieve associatie te zorgen met Luzac als merk. Omdat deze doelgroep sterk vertegenwoordigd is op verschillende sociale platformen werd dit een mobile first social media campagne.

“Al tijdens het creatieve proces kijken we naar hoe die verschillende platformen – Snapchat, Facebook en Instagram – optimaal zijn in te zetten om Luzacs boodschap voor iedere plek zo aantrekkelijk mogelijk te maken. Dit resulteerde in een serie korte video’s die hier vervolgens op aan zijn gepast. Zo sluit de creatie maximaal aan bij de gebruikerservaring. Omdat we direct toegang hebben tot de campagnedata kunnen we testen en de creatie continu blijven optimaliseren.

“Dit is een wezenlijk andere benadering dan traditionele bureaus hebben. Die bedenken eerst een creatief concept waarna een uitvoerende partij dit op op zoveel mogelijk kanalen wegzet. De aandacht gaat vervolgens alleen maar naar het maximaliseren van het aantal clicks, waarschijnlijk ten koste van die positieve merkervaring die je wil bieden.”

Adverteren en het mobiele scherm zijn vanuit de gebruiker gezien geen gelukkig huwelijk. Welke ontwikkeling zie je daarin?

“Ik geloof niet dat het een slecht huwelijk hoeft te zijn. Het vraagt wel om meer inspanning en investering vanuit begrip hoe adverteren op het mobiele scherm echt werkt. Mobile biedt veel mogelijkheden om een relevantere advertentie te tonen. Denk dan aan de beschikbare informatie over tijd, locatie en interesses. Bovendien zijn er, door het touchscreen en de gyroscoop in de telefoon, op het creatieve vlak ook interessante opties voor merken om te flirten met gebruikers. Ik zal niet beweren dat de gebruiker ooit hoteldebotel wordt op mobiele reclame. Maar een goed verstandshuwelijk is zeker mogelijk.”

In de aankondiging is te lezen dat jullie zowel het gedrag van consumenten als de ontwikkeling van het merk willen beïnvloeden. Hoe zie je dit laatste voor je?

“We zijn ervan overtuigd dat je met digitale reclame ook heel goed merkeffecten kunt verwezenlijken. Onderzoek laat ook zien dat dit kan als de creatie maar is afgestemd op de behoefte van de doelgroep. Door technologie en data in te zetten en creatie en media op elkaar aan te sluiten, zorgen we voor positieve associaties en merkontwikkeling.

“Daarbij is het essentieel om die merkeffecten net zo transparant en meetbaar te maken als het gedragseffect. In samenwerking met Blauw Research ontwikkelen we nu op basis van de nieuwste inzichten een aanpak om het merkeffect van mobile first advertising inzichtelijk te maken. Daarmee kunnen we campagnes nog beter monitoren en de mobile first media-inzet verder optimaliseren. Ik verwacht dat we hierdoor een verdere verschuiving gaan zien in de inzet van mobile first advertising: van korte termijn performance-activiteiten naar structurele merkdoelstellingen.”

Je hoort bureaus nogal eens spreken over ‘impact hebben’. Wat betekent dit voor jou?

“Voor mij betekent dit simpelweg meetbare merkperformance realiseren. Dus niet alleen prestaties die betrekking hebben op vermeend gedrag, maar ook op welke merkassociaties je creëert in het hoofd van de consument. En daarmee op de opvallendheid van het merk. Het zou mooi zijn als we door een tegenwicht te bieden aan de nog steeds heersende kortetermijnvisie kunnen bijdragen aan een verandering in ons vakgebied. Impact betekent dus dat digital en mobile echt een volwaardig alternatief worden om merken op te bouwen.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Goudkoorts rond ransomware lijkt voorbij

Posted 03 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

De goudkoorts rond ransomware lijkt voorbij te zijn. Weliswaar nam het aantal ransomware-aanvallen in 2017 met meer dan 400 procent toe, maar dat kwam vooral door de virtuele worm WannaCry. Aanvallen met andere ransomware-varianten namen het afgelopen jaar juist af, zegt F-Secure in het rapport The Changing State of Ransomware.

Veel voorkomende ransomware-families waren Locky, Cryptolocker en Cerber. WannaCry liet zich in 2017 het meest gelden. De beruchte worm was goed voor negen op de tien van alle ransomware-detecties.

Met name amateur-cybercriminelen lijken hun belangstelling voor ransomware te verliezen, professionele afpersers hebben het tegenwoordig vooral gemunt op bedrijven, meestal via openstaande RDP-poorten. De ransomware-familie SamSam is berucht om deze aanpak en infecteerde dit jaar diverse Amerikaanse organisaties zoals de gemeente Atlanta.

De koers van bitcoin is vermoedelijk de meest belangrijke factor in de afname. Die maakt cryptomining aantrekkelijker voor cybercriminelen en waarschijnlijk minder riskant.

Ook hebben slachtoffers weinig vertrouwen in de belofte van hackers om data na betaling van het losgeld te ontsleutelen.

Ondanks deze ontwikkelingen blijft ransomware een bedreiging. Cybercriminelen zullen niet nalaten om misbruik te maken van makkelijke doelwitten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

AVG: dit is het effect op Customer Experience Optimization

Posted 03 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

De AVG raakt vrijwel alle vakgebieden binnen digital marketing. Wat wordt de impact op Customer Experience Optimization (CXO)? En hoeveel data ga je verliezen als consumenten meer aan de knoppen zitten? 

“AVG staat voor Algemene Verordening Gegevensbescherming. De AVG is een directe afgeleide van de Europese verordening genaamd GDPR: General Data Protection Regulation. Met AVG en GDPR wordt dus naar dezelfde wetgeving verwezen. De AVG, die per 25 mei 2018 gehandhaafd wordt, vervangt de huidige Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).”

Toestemming nodig?

GDPR brengt nieuwe regels met zich mee als het gaat om het verzamelen van persoonlijke data. In de volgende paragraaf wordt dieper ingegaan over wat allemaal onder persoonlijke data valt. In de meeste gevallen heb je toestemming (consent) van de bezoeker nodig om persoonlijke data te mogen gebruiken

De manier waarop je deze consent mag verkrijgen verandert ook. Met GDPR moet consent aan de volgende eisen voldoen:

  • Het mag niet dubbelzinnig zijn;
  • Opt-in/Opt=out mogelijkheden;
  • Het bevat eenvoudig taalgebruik;
  • Het bevat een duidelijke uitleg van wat er met de data gebeurt;
  • Het bevat de doelmatigheid van de data;
  • Het bevat de bewaartermijn van de data;
  • Het vermeldt profilering die plaatsvindt;
  • Het vermeldt de (rechts)personen waarmee data wordt gedeeld (“Verwerkers”);
  • Het toont het recht tot inzage, wijziging, verwijdering of overdracht van gegevens;
  • Het toont de mogelijkheid tot het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Nu is de vraag: Hoeveel data ga ik verliezen, omdat mijn bezoekers geen toestemming geven voor het verwerken van persoonsgegevens? Dit is waar veel bedrijven tegenaan gaan lopen en is ook zeker een dreiging voor het verzamelen van gegevens voor digital marketing.

Naast consent, is het in zeldzame gevallen zo dat je geen toestemming nodig hebt van je bezoeker, omdat je te maken hebt met een zogeheten Legidimate Interest. Hierbij is het voldoende om in je Privacy Statement te vermelden dat de data wordt gebruikt en hoeft hier geen toestemming voor worden gegeven. Helemaal met de gedachte in het achterhoofd dat een groot deel van je bezoekers geen toestemming zal geven en je dus een groot deel van je data verliest, zou je denken dat dit de oplossing is. Echter kun je Legidimate Interest pas toepassen als:

  • Het niet gaat om het verzamelen van persoonsgegevens (minimale tot geen privacy impact);
  • De data kan niet op een andere manier verwerkt worden;
  • Er een rechtvaardige overtuiging is voor de verwerking van de data.

Als je ervoor kiest om te vertrouwen op Legidimate Interest, neem je een extra verantwoordelijkheid voor het beschermen van de persoonsgegevens van je bezoekers.

Wat is persoonlijke data?

Dit is een vraag die we veel terug zien komen, want wat valt nou precies onder persoonlijke data? In deze paragraaf worden een aantal voorbeelden van persoonlijke data gegeven. De vraag die je jezelf altijd moet stellen is:  “Is deze data te herleiden naar een individu?” Ja? Dan gaat het om een persoonsgegeven. Heb je geen consent of legidimate interest voor het verwerken van deze data? Dan ben je in strijd met GDPR en kun je boetes krijgen die oplopen tot €20.000.000 of 4% van de wereldwijde jaaromzet.

Goed om te weten dus: wat zijn voorbeelden van persoonsgegevens?

  • NAW-gegevens
  • E-mail adres
  • Telefoonnummer
  • Geboortedatum
  • Paspoortnummer
  • Kenteken
  • Locatiegegevens
  • Credit card nummers
  • Gebruikersnaam (login naam)
  • IP-adres
  • User/Transaction ID’s
  • Psuedo anonieme gegevens: data die niet direct, maar alleen in combinatie met andere gegevens, te herleiden is naar een individu (User/Transaction ID’s, Hashed IP-adressen);
  • Cookies met unieke identifiers.

Alle bovengenoemde gegevens zijn te herleiden naar een indivdu, dus je hebt Consent of Legidimate Interest nodig.

GDPR en CXO

In de wereld van Customer Experience Optimization focussen we ons op – de naam zegt het al – het optimaliseren van de gebruikerservaring. Om dit te kunnen doen, moeten we deze gebruiker leren kennen. Dit doen we op basis van een grondige data-analyse. Vervolgens gebruiken we deze data om gericht actie te ondernemen met o.a. aanpassingen op de website, A/B testing en/of personalisatiecampagnes. Bij elke stap in dit proces komen persoonsgegevens kijken en dit maakt dat GDPR wel degelijk impact heeft op CXO-werkzaamheden.

Data-analyse

Zoals benoemd, begint het optimalisatieproces altijd met een grondige data-analyse. Deze data vormt de basis en hier wordt een A/B-testproces of personalisatiecampagne dan ook op ontworpen, gestuurd en beoordeeld. Tijdens de data-analyse worden verschillende bronnen gebruikt, waaronder Google Analytics en Hotjar. Voor beide databronnen moet actie worden ondernomen om GDPR-proof te worden.

Google Analytics

AVG/GDPR heeft uiteraard invloed op de manier van dataverzameling van bezoekers. Vanuit CRO verzamelen we data voornamelijk uit Google Analytics. Met data uit Google Analytics komen we te weten wat bezoekers doen op de website en brengen we de websiteprestaties in kaart.

Het belangrijkste om te weten is het volgende:

“De gebruiker, in dit geval de bezoeker van je website, hoeft geen toestemming te geven dat je analytische cookies plaatst om het bezoek te kunnen meten. Zolang met deze cookies geen persoonsgegevens of pseudo-anonieme gegevens worden verzameld, is er dus geen toestemming nodig. Belangrijk om te weten is dat je dan geen IP-adressen mag opslaan. Hierdoor is de locatiedata in analytics minder nauwkeurig en kun je dus ook geen IP-adressen meer filteren om het gedrag op je website van een bepaalde locatie, bijv. je eigen kantoor, uit te sluiten.” 

Felipe beschrijft in zijn bijdrage aan deze blogreeks wat precies de impact is op Digital Analytics. Hierin vind je ook direct een concreet actieplan voor iedereen die gebruik maakt van Digital Analytics.

Hotjar

Met Hotjar vullen we de kwantitatieve data-analyse uit Google Analytics aan. Met behulp van heatmaps, user recordings en user feedback komen we te weten hoebezoekers over de website bewegen. Erg nuttig voor ons, maar uiteraard wel iets om bij stil te staan als het gaat om AVG/GDPR.

Hotjar geeft op haar website aan te streven naar volledige GDPR compliancy vanaf 25 mei:

“Hotjar began to dedicate internal resources to the GDPR in June 2017, almost a full year before the deadline. We did this because we value our customers (and their customers) rights to privacy. Compliance with and to international law and regulations are very important to us.”

In de tussentijd zijn er al een aantal acties die je kunt ondernemen om het gebruik van Hotjar GDPR-proof te maken:

  1. Communiceer dat je Hotjar gebruikt en verwerk dit in je voorwaarden en Privacy Policy
  2. Sluit een Data Processing Agreement met Hotjar.
  3. Persoonlijk identificeerbare data verwijderen uit Hotjar

Vooral dit laatste punt vergt aandacht. Met Hotjar kunnen we user recordings bekijken die, zonder actie te ondernemen, niet GDPR-proof zijn. Met behulp van user recordings kruipen we in de huid van de bezoeker en komen we veel te weten over de motivatie, frustratie en concentratie. Deze Hotjar functie is voor ons dan ook onmisbaar in het optimalisatieproces.

Echter zijn dergelijke recordings volgens legal experts erg risicovol. We kunnen namelijk niet alleen muisbewegingen volgen, maar ook persoonlijk identificeerbare data zien zodra bezoekers bijvoorbeeld een formulier invullen op de website. Maar hoe zorgen we er dan voor dat data uit dergelijke user recordings worden verborgen? Gebruik hiervoor onderstaand stappenplan:

Stap 1: Record geen keystroke data

Bij het aanmelden van een website in Hotjar, wordt bij Site Settings gevraagd naar de URL. Ook wordt hieronder met behulp van een checkbox gevraagd of keystroke data zichtbaar moet zijn in recordings. Met keystroke data worden alle persoonlijk identificeerbare data die bezoekers in invoervelden kunnen invullen bedoeld. Het is dus heel belangrijk om deze checkbox niet aan te vinken.

Hotjar keystroke data

Let op: deze checkbox NIET aanvinken!

Stap 2: Blokkeer data die de bezoeker niet zelf invoert

Met de eerste stap zorgen we ervoor dat we geen gegevens verzamelen die bezoekers zelf invoeren. Er zijn echter ook gegevens die op andere manieren worden verzameld, zonder dat de bezoeker dit bewust doet. Bijvoorbeeld wanneer de browser gegevens automatisch invult. Deze gegevens vallen niet onder keystroke data in Hotjar en deze data moeten we op een andere manier blokkeren. Om dit te doen, moet het data-hj-suppress attribuut worden toegevoegd aan de verschillende invoervelden die je wil blokkeren (invoerveldem die persoonlijk identificeerbare data bevatten). Dit kan veel werk opleveren, waardoor een tweede oplossing mogelijk is. Hiervoor moet onderstaande code worden toegevoegd aan de website (via GTM of hardcoded). Let op! Deze code moet boven de Hotjar snippet worden geplaatst op elke pagina waar Hotjar draait:

//note: this is a jQuery example, recode to vanilla JS //if jQuery is not available on your website. $(‘input[type=”text”]’).attr(‘data-hj-masked’,”); … rest of the Hotjar tracking code …

Stap 3: Blokkeer persoonsgegevens buiten invoervelden

Deze laatste stap is erg belangrijk, maar wordt vaak vergeten. Je hebt bij stap 1 en 2 gezorgd dat invoervelden waar persoonlijk identificeerbare data (al dan niet door de bezoeker) wordt ingevoerd, wordt geblokkeerd en niet wordt getoond in recordings en heatmaps. De bezoeker is de funnel door en krijgt vervolgens een pagina te zien waarin alle ingevoerde gegevens nog eens mooi worden opgesomd. Deze pagina krijg jij ook te zien in je recording…Voeg dus ook aan de gegevens op deze bevestigings-/overzichtspagina het data-hj-suppress-attribuut toe om te zorgen dat ook deze data niet zichtbaar is in je heatmaps en recordings.

Benieuwd hoe het toevoegen van het data-hj-suppress-attribuut er uit komt te zien in de website code? In dit artikel geeft Hotjar tips om te checken of het attribuut werkt.

A/B testing

Als de data is verzameld bet behulp van Google Analytics en Hotjar en we een actieplan hebben opgesteld, gaan we aan de slag met het A/B testprogramma. Je wil natuurlijk niet een groot deel van je testgroep verliezen, doordat ze toestemming moeten geven voor het gebruik van een A/B testingtool. Om te zorgen dat je A/B testingtool met Legidimate Interest in plaats van Consent mogelijk is, dient de tool te voldoen aan de volgende eisen:

  • Geen persoonsgegevens verzamelt en bewaart van je bezoeker: IP adressen, user ID’s, locatiegegevens, etc. Het belangrijkste hierbij is dat de data niet herleidbaar is naar een individu;
  • Geen unieke identifier hebt in de cookies die worden gebruikt voor de tool. Een unieke identifier kan een cookie laten gelden als persoonlijk identificeerbare data

Kortom: de enige manier om 100% van je testverkeer te behouden, is om te zorgen dat je A/B testing tool GDPR compliant is en dus geen persoonsgegevens opslaat van je bezoeker. Dennis van der Heijden, CEO van Convert,  zegt hier het volgende over:

“Convert wordt volledig herschreven. Dit houdt in dat we geen persoonsgegevens meer opslaan in de tool en dat onze cookies geen unieke identifiers meer bevatten. Kortom: we slaan geen records op van individuele bezoekers of pageviews. Hierdoor kun je Legidimate Interest toepassen als je Convert gebruikt en kun je 100% van je verkeer behouden.”

In dit artikel wordt dieper ingegaan op de verschillende raakvlakken van GDPR met A/B testing tools en wordt een checklist gegeven om na te gaan of je GDPR complient bent op dit gebied.

Conclusie: de impact is erg groot en we moeten alle tools die we gebruiken voor CXO zó inrichten, dat er geen persoonlijk identificeerbare data in wordt verzameld en opgeslagen. En dit geldt alleen nog maar voor CXO. GDPR heeft impact op álle gebieden van digital marketing (SEO, SEA, Content Marketing, Display Advertising, Social Advertising en Digital Analytics). Met nog maar een maand te gaan, is het van groot belang dat alle risicogebieden in kaart worden gebracht.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom standaardisatie van productclassificaties een goed idee is

Posted 02 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Voor wie echt toegevoegde waarde wil halen uit het PIM-systeem, zijn productclassificatiestandaarden een interessante ontwikkeling. Deze vorm van standaardisatie maakt dat productinformatie eenvoudiger uitwisselbaar is door de hele keten, wat tijd bespaart en fouten voorkomt.

Bedrijven met een Product Informatie Management-systeem (PIM) leggen daar zoveel mogelijk informatie in vast, zowel commerciële als functionele, technische, logistieke en campagnespecifieke kenmerken. Het gaat dan bijvoorbeeld om maten en gewichten, materiaaleigenschappen, verbruikskenmerken, verpakkingsinformatie, keurmerken en zoekmachineoptimalisaties maar ook commerciële aanbevelingen, (sfeer)afbeeldingen, handleidingen en brochures. De informatie wordt gebruikt door alle schakels in de keten – van fabrikant tot verkoopkanaal – en moet relevant, betrouwbaar en volledig zijn. Het PIM-systeem wordt daarom ook wel een single source of truth genoemd.

Idealiter wordt deze informatie gestandaardiseerd. Als zowel de fabrikant als afnemers gelijke kenmerken in hetzelfde format vastlegt dan gaat de datakwaliteit omhoog, is de informatie uitwisselbaar en kunnen er geen fouten ontstaan als gevolg van interpretatieverschillen.

Lagere kosten, minder schadeclaims

Daarnaast worden mogelijke schadeclaims afgewend die ontstaan door ontbrekende of incorrecte productinformatie. Een fabrikant die nalaat te vermelden dat een product sporen van noten kan bevatten waarna iemand een allergische aanval krijgt kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld (wet voedselinformatie). Maar denk bijvoorbeeld ook aan constructieproblemen als gevolg van ontwerpfouten doordat de maatvoering op de productinformatie niet klopte.

Twee standaarden in Nederland: GS1 en ETIM

Standaardisering is dus belangrijk en er zijn veel partijen mee bezig om productclassificaties te bedenken, uit te breiden en in de branche bekend te maken. In Nederland worden twee standaarden veel gebruikt: GS1 en ETIM. GS1 wordt met name in de retail gebruikt. Het is ooit ontstaan in de VS met levensmiddelen en in de jaren zeventig door Albert Heijn naar Nederland gehaald. Daarna zijn andere branches aangehaakt. De standaard is inmiddels goed toepasbaar voor producten van voedselfabrikanten, drogisterijen, gezondheidszorg en bouwmarkten. De tweede standaard, ETIM, is vooral binnen Europa wijdverbreid onder bouw- en installatiebedrijven.

Waarom wordt standaardisatie nog niet door de hele keten toegepast?

Gezien de genoemde kostenvoordelen zou je verwachten dat deze productclassificatiestandaarden door de hele keten worden omarmd. De praktijk is echter weerbarstiger. Veel fabrikanten maken al gebruik van gestandaardiseerde productkenmerken of zijn van plan om dat te gaan doen. Bij groothandels en online retailers kom ik veel ‘tailormade’ classificaties tegen die in de loop der tijd zijn ontstaan vanuit een publicatiebehoefte naar de verschillende kanalen.

Ruimte voor verbetering

Het ideale plaatje is dat de fabrikant gestandaardiseerde data (conform een productclassificatie) aanlevert bij een datapool, een soort marktplaats voor fabrikant en groothandel waar productdata op een gestandaardiseerde manier zijn opgeslagen. Afnemers kunnen deze data gebruiken voor hun eigen PIM- of CMS-systeem. 2BA is bijvoorbeeld zo’n datapool waar producten volgens de ETIM-standaard zijn geclassificeerd. Tweede mogelijkheid is natuurlijk dat de fabrikant die data rechtstreeks aan de retailer of groothandel aanlevert in een gestandaardiseerd uitwisselformaat. PAB2- en BMEcat- bestandsformaten worden veel gebruikt om ETIM-data uit te wisselen.

 

Er is in de gehele keten dus nog genoeg ruimte voor verbetering. Ik zie de volgende kwesties:

  • Classificatiestandaardorganisaties dienen de toepassing daarvan laagdrempelig te maken, tijdig nieuwe klasses te bieden en bestaande klasses te actualiseren op basis van de behoeften van de branche (lees: de klant).
  • Fabrikanten moeten op hun beurt nadenken over hoe ze hun afnemers kunnen overtuigen van het nut van dezelfde productclassificatie gebruiken. Misschien is het een idee om de kostenbesparing die zo wordt gerealiseerd door te geven aan de klant? Daarnaast is het belangrijk dat betrokken brancheverenigingen proberen meer draagvlak te creëren.
  • Retailers kunnen hun e-commerce platforms beter geschikt te maken voor het ondersteunen van classificaties als GS1 en ETIM en standaard data-uitwisselformaten. Een PIM-systeem dat deze standaarden ondersteunt kan uitkomst bieden. Typische functionaliteiten zijn bijvoorbeeld automatisch actualiseren van de gebruikte classificatiestandaard, wizards voor het automatisch koppelen van de juiste klasse, versneld invoeren van klasse-attributen met behulp van bulkupdate, automatisch publiceren van geclassificeerde data in datapools, enzovoorts.

Het PIM-systeem verenigt daarmee het beste van twee werelden: het is een platform waar marketeers hun producten kunnen aanprijzen en waar productdatamanagers specificaties vastleggen die uitwisselbaar zijn met de hele keten.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

De veranderende rol van de SEO-specialist en het belang van Syntax

Posted 02 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Wanneer organisch bezoekersverkeer een belangrijk aandeel van al je verkeersbronnen is, is SEO vanzelfsprekend topprioriteit. Minder vanzelfsprekend lijkt het daarentegen te zijn dat factoren als User Experience en Structured Data Markups, zeer belangrijk zijn geworden voor het boeken van resultaat in zoekmachines. 

Een SEO-specialist houdt zich niet alleen bezig met linkbuilding, zoekwoordrapportages en teksten SEO-proof maken, maar moet ook rekening houden met bijvoorbeeld javascript code en het crawlproces van Google. De SEO-specialist van de toekomst is dan ook een “SEO-technicus” die Google, net als gebruikers, voorziet van geoptimaliseerde website content dankzij ‘state of the art’ webtechnologie.

SEO Resources OrangeValley

Wat komt er allemaal op ons af op het gebied van SEO? Welke factoren beïnvloeden ons vakgebied vandaag de dag? En hoe wapenen wij ons hiertegen?

Google in een notendop: De antwoordmachine

Het zoekgedrag van gebruikers verandert. Zoekopdrachten worden uitgebreider en complexer, omdat gebruikers van Google steeds vaker zien (en verwachten) dat Google een goed antwoord geeft op een aan Google gestelde vraag.

Zo bleek ook uit een analyse waarbij nog maar 2,8 procent van alle ‘Googlers’ slechts één enkel woord als zoekopdracht gebruikt. Google heeft dan ook mede als doel, om het beste antwoord te geven op de miljoenen vragen die dagelijks aan de zoekmachine gesteld worden.

Long Tail SEO

Hoe ziet het werkveld van de SEO-specialist er tegenwoordig uit?

Google tracht de beste antwoordmachine te worden door regelmatig de werking van haar zoekmachine aan te passen met technische updates. Die aanpassingen worden steeds beter zichtbaar voor gebruikers in de zoekresultaten en voelbaar voor SEO-specialisten. De website content presteert namelijk beter of slechter in de zoekresultaten.

Als SEO-verantwoordelijke betekent dit dat je regelmatig overrompeld wordt door updates. Én dat je Google structureel zal moeten “voeden” met het beste ‘recept’, waar Google op dat moment behoefte aan heeft. Google biedt gelukkig voldoende hulpmiddelen en kennisbronnen aan om de ingrediënten van haar ‘lievelingsrecept’ kenbaar te maken. Immers wordt Google er ook beter (en slimmer) van wanneer zij meer websites, op een makkelijker manier kan indexeren. Denk voor hulpmiddelen bijvoorbeeld aan alle functionaliteiten die de onlangs vernieuwde Google Search Console biedt, van waaruit diepgaande inzichten verworven kunnen worden over historisch zoekgedrag, crawlers en de historische prestaties van website content in zoekmachine resultaten. Of denk aan de Google Webmaster Central Blog met tips, tricks en insights. Ook de spraakmakende ‘Mobile First Indexing’ update spreekt boekdelen, waarmee Google niet langer de desktopwebsite, maar de mobiele website als primaire bron voor haar indexering beschouwt.

De SEO Value Pyramid: De belangrijkste invloedsfactoren voor SEO in één overzicht

De grootste uitdaging die met deze updates en veranderingen in Google gepaard gaan, is voor SEO-specialisten dat zij nooit precies weten uit welke ingrediënten het recept voor Google moet bestaan. Toch zijn er een viertal overkoepelende invloedsfactoren te noemen die de zoekmachineresultaten bepalen. Op basis van deze factoren kan een SEO-specialist structureel het recept bereiden met de ingrediënten waar Google behoefte aan heeft.

De SEO-specialist die echt grenzen wil verleggen en voorop wil blijven lopen, daagt zichzelf dan ook uit om op de hoogte te zijn en blijven van alle (technische) factoren die invloed hebben op SEO. Deze ‘zoekmachine invloedsfactoren’ hebben wij opgedeeld in vier hoofdelementen: Syntax, Semantics en User Experience en Artificial Intelligence. Deze factoren hebben wij ondergebracht in de zogenaamde ‘SEO Value Pyramid’.

SEO Value Pyramid

Syntax staat in deze piramide voor de mate van toegankelijkheid van uw website voor zoekmachines. Deze ‘mate van toegankelijkheid’ wordt bepaald door een aantal basiscriteria. Onder andere het doorgronden van de werking van Google, zoals haar indexering- en crawl-processen, wordt wat betreft Syntax voor SEO steeds belangrijker.

Know your Syntax for SEO

Google kunt u tegenwoordig niet alleen meer zien als zoekmachine. Het is een middel waardoor gebruikers een antwoord of oplossing hopen te vinden op een zoekvraag.

Als website eigenaar en/of SEO-specialist is het daardoor cruciaal om te weten hoe de indexerings- en crawlprocessen van Google werken: Hoe gedraagt Google zich op mijn website? Welke elementen van mijn website bekijkt Google? Hoeveel tijd kost het Google om pagina’s te crawlen? Hoe wil Google informatie aangeboden krijgen? En wat kan ik doen om dat zo effectief mogelijk te doen?

Kijken naar Google als een website gebruiker

Anderzijds willen wij weten hoe wij hier invloed op uit kunnen oefenen met (SEO-) technische optimalisaties. Dit alles om Google het beste recept aan te bieden, zodat Google als gebruiker een laagdrempelige, makkelijke, snelle en prettige ervaring ‘beleeft’. Daar stopt het alleen niet, want naast deze processen zijn Semantics en User Experience onmisbare kennisgebieden voor de SEO-specialist. Hierover leest u in latere artikelen meer.

Aan ons de taak om te onderzoeken wat voor een informatie Google als gebruiker zoekt, hoe Google deze informatie het liefst (gestructureerd) aangeboden of gepresenteerd krijgt en wat wij beter kunnen doen ten opzichte van concurrerende website

Een snelle ervaring is wat mensen (en dus ook Google) willen

Niet onbelangrijk is te weten wat ervoor nodig is om informatie zo snel mogelijk beschikbaar te maken voor Google. Een trage website is namelijk één van de belangrijkste redenen voor gebruikers om af te haken tijdens een bezoek. Levert een website die informatie ook niet snel of makkelijk aan Google crawlers? Dan haakt deze net als een website-bezoeker al snel af, met een slechte indexering van pagina’s als gevolg.

‘De gebruiker’ wordt zodoende het synoniem voor Google. Waarbij het leveren van (mobiel) gebruiksgemak, hoge kwaliteit content, de beste webtechnologie en datastructuur de pijlers vormen waarop de website ingericht moet zijn.

Zes elementen die ervoor zorgen dat Google uw content beter indexeert:

Beter gevonden worden in Google is afhankelijk van een zestal elementen. Wanneer je rekening houdt met deze belangrijkste elementen, help je Google om je website snel en succesvol te laten indexeren en content op waarde te laten schatten:

De zes elementen van Syntax voor SEO:
  • Crawlen
    Doorgrond het belang van mobile first crawling processen. Content die niet meer zichtbaar is op de mobiele versie van de website, kan bijvoorbeeld een negatief effect hebben op de posities in zoekresultaten. Maak het de Google crawler makkelijk om jouw mobiele website te crawlen, zodat het ‘crawl budget’ effectief besteed wordt.

  • Indexeren
    Maak website content snel indexeerbaar voor Google door deze gestructureerd aan te leveren.


Dit kan door interne links op een effectieve manier te gebruiken, de XML Sitemap goed in te richten en een RSS feed te configureren. Verlies hierbij niet de gebruikerservaring uit het oog.

  • Content
    Voorkom duplicate content en maak gebruik van redirects of canonicals. Zorg eveneens dat de kwaliteit van content goed is (en meet dus ook de indicatoren voor content kwaliteit) en dat de content op natuurlijke wijze inspeelt op zoekgedrag. Dat wil zeggen: Maak content voor gebruikers in plaats van zoekmachines.“We never index all known URLs, that’s pretty normal. I’d focus on making the site awesome and inspiring, then things usually work out better.”
    (John Mueller
    , Google – Webmaster Trends Analysis)

  • Structuur
    Zorg voor een overzichtelijke website structuur en site navigatie. Dit maakt het voor Google makkelijker om te begrijpen welke hiërarchie er gehanteerd wordt en dus ook welke pagina’s belangrijk zijn om door Google geïndexeerd te laten worden. Voorkom eveneens de welbekende 301 chains en interne 404’s, waardoor het voor Google niet duidelijk is wat geïndexeerd moet worden en de Google crawler afhaak.

  • Sitemaps
    Zie de sitemap als de inhoudsopgave van de website. Zónder deze ‘inhoudsopgave’ kan Google informatie niet snel opzoeken en biedt het de mogelijkheid om nieuwe pagina’s met Google te delen.
  • Development
    Om content effectief te laten crawlen is de wijze waarop content gepresenteerd wordt én de structuur waarmee content gemaakt wordt van groot belang. Hanteer als vuistregel dat content altijd hulpvol, populair of actiegericht moet zijn. Houd anderzijds rekening met techniek zoals mobiel gebruiksgemak (mobile usability), een korte laadtijd van webpagina’s, een ‘clean code’ en gebruik precieze (long-tail) keywords. CMS is de verbindende schakel tussen developers, SEO ontwikkelingen en Content medewerkers. Wanneer je gebruik maakt van meerdere CMS systemen wordt het lastiger en kan een CMS in de weg zitten. Realiseer daarom een flexibel & SEO vriendelijk CMS systeem.

Google: de notenkraker

Het gedrag van Google is te vergelijken met dat van een notenkraker. Zie je website als noot. Google kraakt de noot en deze valt in verschillende stukken (data) uiteen. Elk stukje wordt door Google zorgvuldig bekeken en geanalyseerd (lees: gecrawld). Vervolgens beoordeelt Google het geheel op smaak (indexering) door de noot te ‘proeven’.

SEO Techniek onderdelen

Het is aan jou om de noot zo goed mogelijk op smaak te brengen, zodat Google vaker langskomt om je‘noot’ te kraken en eventuele nieuwe smaken te ontdekken die je toegevoegd heeft, naar de wens van Google.

De zes Syntax elementen laten zien dat Search Engine Optimization in toenemende mate afhankelijk is van technische expertise. U moet als ‘SEO-pro’ de crawl- en indexering processen van Google doorgronden om voorop te lopen. Heeft u deze basis eenmaal op orde, dan kun je aan de slag gaan met Semantic search optimization, maar dat is een ‘tough nut to crack’.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Facebook stapt in dating

Posted 01 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Facebook wordt binnenkort ook een datingapp. Facebook topman Mark Zuckerberg maakte dat bekend op de ontwikkelaarsconferentie F8 in het Californische San Jose. Wie op zoek is naar een partner voor een duurzame relatie, kan een profiel aanmaken.

Ook al lijkt Facebook niet meteen te willen concurreren met Tinder, gebruikers moeten specifiek aangeven dat hun profiel wordt gedeeld, beleggers lieten Tinder-exploitant Match Group vanavond meteen vallen. De koers daalde met 9 procent.

Het datingprofiel is overigens niet zichtbaar voor vrienden, alleen de voornaam en een foto worden gedeeld. Geïnteresseerden kunnen via een speciale chatruimte, niet gerelateerd aan Messenger, contact met elkaar zoeken. Wanneer de datingdienst beschikbaar komt, is nog niet duidelijk.

Ook nieuw is een optie om bij incidenten, zoals branden, snel met vrienden te communiceren, zodat die snel op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.

Facebook introduceert binnenkort ook Clear History. Daarmee kunnen gebruikers hun geschiedenis van activiteiten wissen, op dezelfde manier als je cookies in een browser verwijdert.

Zuckerberg ging vanavond wederom in op de aanpak van nepnieuws en het dataschandaal van Cambridge Analytica. Hij herhaalde wat Facebook daar aan gaat doen, zoals de inzet van feitencheckers.

Zuckerberg ligt nog steeds onder vuur vanwege het dataschandaal waarbij gegevens van miljoenen gebruikers zijn gebruikt voor politieke doeleinden.

Het Brits parlement stelde vandaag zelfs een ultimatum aan Zuckerberg. Als de Facebook topman niet vrijwillig op komt dagen om te getuigen, wordt hij daartoe formeel gesommeerd zodra hij voet zet op Brits grondgebied. Zuckerberg had vandaag technisch directeur Mike Schroepfer gestuurd.

Zuckerberg bedankte vanavond ook Jan Koum van WhatsApp, die besloten heeft om Facebook te verlaten vanwege verschil van inzicht over privacy. WhatsApp krijgt binnenkort, zo meldde Zuckerberg, ondersteuning voor videochat voor groepen. Facebook Messenger krijgt een volledig nieuw ontwerp, waarbij privé en zakelijke gesprekken beter van elkaar gescheiden worden.

Zuckerberg ging ook nog in op Oculus, de VR-dochter brengt zijn langverwachte VR bril Go vandaag uit voor de Amerikaanse en ook Nederlandse markt. De aanwezige ontwikkelaars gaan deze week allemaal met een gratis bril naar huis. In Nederland kost de bril 220 euro.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom agile niet werkt en wat er tegen te doen is

Posted 01 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Agile is allang onderdeel van de software-industrie en is verder gegaan: een agile manier van werken heeft ook haar weg gevonden in HR management, marketing, banken en zelfs overheidsinstanties. Maar wat als agile simpelweg niet werkt bij jouw bedrijf? En moet je energie investeren om het te laten werken?

Het antwoord is steevast ‘ja’. Agilelevert direct meerwaarde voor je bedrijf vanaf de eerste weken van de productontwikkeling omdat je direct werkt richting een Minimum Viable Product (MVP). Neem de ontwikkeling van een website als voorbeeld. Een homepagina is de MVP. Er staat niet veel op maar je kunt deze pagina al gebruiken om content te uploaden en om klanten aan te trekken.

Agile vraagt ook om regelmatige feedback. Hoe frequenter de feedback, hoe minder middelen gestoken moet worden in de implementatie van veranderingen. Een agile manier van werken stelt je in staat om nieuwe producten sneller en goedkoper te leveren.

Ondanks al deze voordelen wil ik agile niet in alle omstandigheden aanraden. Dit brengt me tot de eerste reden waarom agile niet werkt voor jouw bedrijf.

  1. Jouw onderneming is niet geschikt voor agile

Agile is geen universele toverstaf. Sommige producten, bedrijven en teams kunnen niet effectief werken met agile. Dat kunnen bedrijven zijn in de gezondheidszorg, financiën of andere organisaties die strikte processen kennen. De producten in deze organisaties zijn doorgaans gemaakt in een bestaande structuur, dus je weet exact wat voor vereisten jouw product zal hebben en welke stappen nodig zijn om daar te komen. Je verwacht geen grote verandering in het ontwikkeltraject. Het gehele proces is vrij strikt.

Andere bedrijven die niet met agile overweg kunnen zijn bedrijven die erg standaard producten leveren. Denk aan landing pages of online shops.

Als jouw organisatie in een van de twee categorieën valt dan is er geen noodzaak om agile uit te proberen. Agile is ideaal voor het type producten waar je een algemeen beeld hebt van wat het eindresultaat zou moeten zijn, ondanks dat je veel wijzigingen verwacht gedurende het ontwikkelproces. Vaak zijn de potentiële gebruikers van het product hevig betrokken bij de ontwikkeling.

Als jouw product daar niet op lijkt dan is agile simpelweg niet voor jou. Ontwikkel in dat geval gedetailleerde productspecificaties, een stap-voor-stap projectplan en werk met traditionele ontwikkel methodologieën zoals Waterfall. Maar als jouw product op de bovenstaande beschrijving lijkt dan kan het zijn dat agile niet werkt omdat…

  1. Jouw team ziet niet de meerwaarde van Agile

Als iemand in jouw team, of misschien het gehele team, denkt dat agile gewoon een hippe term is zonder enige applicatie in het echte leven dan is het onmogelijk om agile effectief te gebruiken.

Andere mensen inzetten is een oplossing. Dat klinkt nogal radicaal maar als je echt die verandering in je organisatie wilt dan is het noodzakelijk om te werken met mensen die net zo enthousiast zijn over agile als jij.

Als het niet lukt om mensen te vervangen dan kun je proberen om een agile coach te gebruiken. Niemand kan beter de principes van agile uitleggen dan een professional. De coach helpt ook bij de implementering van de praktische kant. Zo zal de coach toezicht houden gedurende de eerste maanden om ervoor te zorgen dat de implementering succesvol is.

Wees je bewust dat er door de populariteit van agile tal van organisaties zijn die certificaten aanbieden. Helaas zijn sommige van hen erg matig van kwaliteit. Ik geef het advies om gebruik te maken van ICAgile en Scrum.org certificaten. Beide organisaties hebben open registers van gecertificeerde professionals, waardoor je via LinkedIn een coach kunt zoeken bij jou in de buurt.

Vergeet niet om gebruik te maken van jouw netwerk. Vraag aan andere product owners of ze een goede agile coach kunnen aanraden. Blijf in ieder geval uit de buurt van mensen die geen portfolio hebben aan succesvolle transformaties.

Maar wat als jouw team een agile mindset heeft maar dat je nog steeds niet de resultaten krijgt die je verwacht?

  1. Je implementeert agile verkeerd

Samenwerking tussen de business en development is de basis van agile. Als het ontwikkelteam agile werkt maar het management is niet bereid om tijd en energie te steken in dagelijkse communicatie en regelmatige feedback, dan is deze aanpak vrij nutteloos.

Wanneer business en development geïsoleerd zijn dan krijgt het ontwikkelteam niet genoeg informatie om efficiënt te werken. En het management krijgt niet genoeg informatie om hun requirements aan te passen. Dit is een begin van een vicieuze cirkel van onbegrip waarin niemand weet wat de rest doet en uiteindelijk niets op tijd geleverd wordt.

Zorg in de implementatie dat zowel het ontwikkelteam als het management dagelijks samenwerken. Schroom niet om een coach in de arm te nemen als je denkt dat je dit pad niet alleen kunt bewandelen.

Nog een veel voorkomende incorrecte implementatie van agile is om selectief agile principes toe te passen. Er zijn veel teams die zichzelf agile noemden terwijl het enige ‘agile’ dat ze uitvoerden dagelijkse stand-ups waren. Dagelijkse communicatie is belangrijk, maar verwacht niet dat je alle voordelen van agile plukt tenzij je de principes volop implementeert.

Wanneer je agile toepast, maak dan gebruik van ShuHaRi. Dit is een Japanse vechtsport dat de verschillende leerprocessen beschrijft, van beginner tot meester. Begin eerst met het letterlijk implementeren van agile principes zonder wijzigingen (Shu). Zodra het team hierin geslaagd is kun je de werkwijze aanpassen, indien nodig (Ha). Uiteindelijk heb je een geheel originele manier van werken (Ri).

Natuurlijk kunnen de bovenstaande drie redenen niet alle omstandigheden beschrijven. Echter, deze drie redenen maken de drie regels voor een succesvolle Agile transformatie:

  1. Kijk of agile past bij jouw onderneming en waarden
  2. Zorg dat het team betrokken is bij de principes van agile
  3. Transformeer de gehele organisatie, niet alleen het ontwikkelteam. Zowel de business als development moeten zij aan zij werken met een agile mindset.



Lees het volledige bericht op Emerce »

bol.com wil universele database duurzame producten

Posted 01 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

bol.com maakt zich sterk voor een universele database van bekende duurzaamheidskenmerken als Max Havelaar, Fairtrade NL en Global Organic Textile Standard (GOTS). Klanten kunnen bij bol.com al filteren op een duurzaam kenmerk, maar de informatie moet nu nog handmatig worden ingevoerd.

In het Belgische dagblad De Standaard roept directeur Huub Vermeulen van bol.com de e-commercebranche, producenten en aanbieders van keurmerken op om de handen ineen te slaan voor de digitalisering van duurzame keurmerken.

Standaarden ontbreken. Nog niet alle keurmerken hebben een database en wanneer dat wel het geval is dan heeft iedere organisatie vaak haar eigen aanpak. Artikelnamen worden anders opgeschreven en artikelnummers verschillen.

Op dit moment worden vijf keurmerken binnen Bol.com getoond en gekoppeld aan circa 3.000 artikelen, terwijl dat er volgens bol 16.000 zouden kunnen zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »