Posts Tagged ‘anp’

Digitale transformatie in Energy & Utilities: Van push naar partnerschap

Posted 06 Okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Energie- en nutsbedrijven profileren zich niet langer als leverancier, maar als partner van de consument. Die krijgt inzicht in en hulp bij het besparen op energiekosten. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen voor de rol van de CMO.

Sinds de liberalisering in 2004 is de Nederlandse energiemarkt vrijgegeven. Nieuwe spelers betraden de markt en hebben als disruptors de herpositionering van energie- en nutsbedrijven versneld. Dit alles uiteraard onder invloed van de klant, die beter geïnformeerd is dan ooit en daardoor hoge eisen stelt aan de bedrijven waarvan hij producten en diensten afneemt.

Zoveel mogelijk stroom en gas verkopen past niet meer bij deze tijdsgeest. De klant verwacht dat energiebedrijven hun verantwoordelijkheid nemen nu het eind van de voorraad fossiele brandstoffen in zicht is. Eneco speelt hier bijvoorbeeld op in met de WarmteWinner, een mini-warmtepomp die warmte uit de lucht in huis haalt en via de cv-ketel weer afgeeft aan het verwarmingssysteem. Als het te koud wordt, dan schakelt de cv-ketel in om mee te verwarmen. Volgens Eneco levert dit tot 60 procent minder gasverbruik op. Of het initiatief een succes wordt, is nog even afwachten – het product is nog niet op de markt beschikbaar, maar Eneco accepteert al wel voorinschrijvingen op haar website.

Toekomstbeeld

De Amerikaanse energie-expert Jeremy Rifkin is ervan overtuigd dat we aan de vooravond van een revolutie in de energiesector staan. Zijn toekomstbeeld is dat we allemaal in elektrische voertuigen rijden, alleen duurzame energie gebruiken en energie met elkaar delen, vergelijkbaar met hoe we informatie delen via internet. Bestaande gebouwen worden in Rifkins visie groene micro-elektriciteitscentrales waar duurzame energie kan worden opgewekt en opgeslagen. Zo drastisch als Rifkin het schetst is de energiemarkt nog niet hervormd, maar een aantal trends en ontwikkelingen is wel in overeenstemming met zijn ideeën:

 1. Transparantie

Hoe meer spelers op een markt, des te groter de behoefte aan transparantie bij de klant. Het vergelijken van energietarieven is dankzij vergelijkingssites heel eenvoudig. Maar transparantie houdt wat de klant betreft niet op bij het afsluiten van een contract. Hij wil zelf zoveel mogelijk controle hebben over zijn energiekosten en de afrekening. Oxxio heeft daarop ingespeeld met de Oxxio App. Die is niet alleen beschikbaar voor klanten van Oxxio zelf, maar ook voor andere energieverbruikers. In plaats van een keer per jaar bij het afrekenen zien gebruikers van de app per maand, per week en zelfs per uur (als ze een slimme meter hebben) wat hun energieverbruik is. Zo is er ruimte om in te grijpen als er te veel wordt verbruikt of het maandbedrag aan te passen wanneer de energiebehoefte is veranderd.

 2. Internet of Things

Energieleveranciers zijn koplopers bij de toepassing van IoT. De slimme thermostaat zoals die van Eneco (Toon) en Essent (met Nest) belooft inzicht in het verbruik en is op afstand bedienbaar, zodat de klant op weg naar huis alvast de verwarming aan kunt zetten. In de VS houdt Nest bovendien rekening met de tarieven: wie een contract op basis van piek- en dalstroom heeft, kan instellen dat de thermostaat op ‘dure’ momenten 2 graden lager staat. In Groot-Brittannië breidt Hive (van British Gas) de dienstverlening uit met slimme lampen (peertjes) die via een app aan en uit kunnen worden gezet. Goed om inbrekers af te schrikken of om het energieverbruik te verminderen door vergeten lampen alsnog uit te zetten, aldus de makers.

 3. Big Data

De Topsector Energie ziet big data als een van de belangrijkste trends met impact op de energie- en nutssector. Grote volumes aan data van klanten, interne operaties en waardeketens kunnen na een goede analyse bijdragen aan tastbare verbeteringen in de prestaties. Met als eindresultaat een betrouwbaar, betaalbaar en duurzaam energiesysteem, aldus de Topsector Energie.

 4. Deeleconomie: gezamenlijk inkopen van energie

Vorig jaar wisselden 2,3 miljoen huishoudens en bedrijven van energieleverancier. Dit is 15,1 procent van de totale markt. De verwachting is dat het aantal overstappers de komende jaren naar 4 miljoen zal stijgen, zegt de branchevereniging Energie in Nederland. De belangrijkste oorzaken zijn energieveilingen en vergelijkingssites. Organisaties als de Consumentenbond en Vereniging Eigen Huis organiseren die veilingen, waar consumenten zich als deelnemer op kunnen inschrijven. Gezamenlijke inkoop levert volumeafspraken op en dus lagere tarieven bij een gemiddeld verbruik.

 5. Duurzaam/zelfvoorzienend

Fossiele brandstoffen maken plaats voor hernieuwbare bronnen en decentrale energievoorziening. Zonnepanelen op het dak zijn een zichtbare uitwas van de behoefte van de klant om zelf energie op te wekken. Dat kan uit kostenoogpunt zijn, om minder afhankelijk te zijn van anderen of uit duurzame overwegingen.
Bron: Capturing Customer Momentum Cognizant

Tips voor de CMO-nieuwe stijl

Natuurlijk is de CMO nog altijd verantwoordelijk voor het uitbouwen van het merk. Juist daarom vertegenwoordigt hij de stem van de klant binnen het bedrijf. Uit het onderzoek Capturing Customer Momentum dat Cognizant onder ‘digital executives’ van zeventig toonaangevende Nederlandse bedrijven hield, blijk dat de digitale klantstrategie veel raakvlakken heeft met marketing. Contentstrategie, mobile marketing, loyaliteit en merkactivatie en –trouw werden onder andere als belangrijke onderdelen genoemd van een klantgedreven digitale transformatie. Dat zijn typische marketingonderwerpen.

Voor de CMO die de spil wil zijn van de digitale transformatie zijn drie zaken belangrijk om in de gaten te houden: 

  • Kennis van IT en technologie is onontbeerlijk voor de CMO. Het grootste gedeelte van het IT-budget van een gemiddelde onderneming wordt namelijk ingezet voor marketingdoeleinden, zoals optimalisatie van de website, content creëren en het opzetten en onderhouden van social media-platformen. Van de CMO wordt verwacht dat hij weet waar het geld naartoe gaat.
  • Een helikopterview van wat er gaande is in de organisatie is ook van groot belang. Zo voorkom je dat een geïsoleerde focus op digitale initiatieven ontstaat. De concurrent is digitaal geboren, dus een samenhangende, consistente aanpak is noodzakelijk wil het bedrijf echt werk maken van customer-centricity en personalisatie.
  • De data-analysetools die worden gebruikt om het klantgedrag te meten en te voorspellen en de effectiviteit van campagnes te bepalen, kunnen (en moeten) evengoed worden ingezet om de service te vergroten en mogelijke productinnovaties te identificeren. Door dicht op de klant te staan krijg je sneller en beter inzicht in welke vernieuwingen kans van slagen hebben. Inspelen op verandering betekent ook dat de CMO bereid moet zijn fouten te maken en ervan te leren. Risicomijdend gedrag past niet bij de CMO-nieuwe stijl, flexibiliteit en snel bij kunnen sturen wel.
Niet pushen

Het heeft geen zin meer om een product te pushen, de klant wil een waardevolle relatie met zijn energieleverancier. De CMO is de aangewezen persoon om de transitie naar een partnerschap vorm te geven. Hij/zij heeft de meeste kennis van de klant via de verschillende communicatie-/verkoopkanalen waar die actief is.

Digitale transformatie turnt bedrijven om in persoonlijke, realtime partners die sociale media, mobile, analytics- en cloud-technologieën gebruiken om waardevolle interacties aan te kunnen gaan met klanten. De nieuwe CMO is de verbindende factor in dit proces, omdat hij productkennis combineert met kennis van de klant én van de snel veranderende omgeving waarin het bedrijf opereert.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Kapitaalinjectie voor Omnia Retail

Posted 04 Okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Het Nederlandse groeikapitaalfonds Connected Capital neemt volgens het FD voor meerdere miljoenen een minderheidsbelang in Omnia Retail uit Naarden. Dit bedrijf claimt als enige een systeem te hebben waarmee winkelbedrijven zowel prijswijzigingen als online marketing kunnen aansturen.

De software analyseert dagelijks meer dan een half miljard prijzen en voert zeven miljoen prijsaanpassingen door. De marketing module van het bedrijf maakt het voor de retailer mogelijk om zijn marketingkanalen te beheren door gegevens te gebruiken uit de vele bronnen waarmee Omnia is verbonden, zoals interne gegevens, Google Analytics en Google Adwords, en zelfs aspecten als de weersvoorspelling.

Omnia’s oprichters Herman de Jager en Sander Roose hebben meer dan dertig jaar ervaring in alle aspecten van retail: De Jager richtte zijn eerste bedrijf Connective Power op in 1995, waarmee hij een omnichannel platform ontwikkelde voor retailers in een tijd dat e-commerce nog maar net opkwam.

Roose deed praktische retail ervaring op toen hij zijn carrière begon binnen Customer Business Development bij Procter&Gamble. Na P&G werd hij eigenaar van online strategie consulting bureau Harvest, dat later werd overgenomen door Naspers.

Omnia heeft inmiddels zo’n tachtig winkelbedrijven als klant, waaronder bol.com, Wehkamp, Blokker en Decathlon. Wehkamp maakt gebruikt Omnia al sinds 2013.

De kapitaalinjectie zal gebruikt worden om het huidige team van 26 medewerkers uit te breiden en buitenlandse kantoren in te richten.

 

 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

POM: al vijftienduizend gebruikers ervaren hoe leuk betalen kan zijn

Posted 03 Okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

“Wat is er vervelender dan betalen? Er voor moeten gaan zitten omdat je het overzicht kwijt bent.” Aan het woord is Anthony de Bruyn, marketingmanager van Peace of Mind, ofwel POM. Op de Nederlandse markt introduceert de Vlaamse startup binnenkort een gemakkelijke app waarin al je facturen verwerkt worden.

Hoe zou je POM in één tweet omschrijven?
“POM brengt meer gemoedsrust voor de gewone mens en kleine bedrijven die kampen met een groot volume aan inkomende facturen.”

Welk probleem lost POM op?

“Vooral frustratie. Facturen komen van alle kanten binnen: per post, als pdf in de e-mail of door in te loggen op een klantportaal. En de afzenders hanteren elk hun eigen instructies. Intrum Justitia doet regelmatig onderzoek onder consumenten en het blijkt dat betaalverplichtingen talloze frustraties opleveren. Dat resulteert in uitstelgedrag en verstreken betaaltermijnen.”

Hoe neemt POM frustratie weg?

“Wanneer een factuur bij je binnenkomt, kun je een foto maken van papieren versies en ze, net als pdf-bestanden, toevoegen in de applicatie. POM neemt je het precieze werk van cijfertjes overnemen uit handen. Alle te betalen facturen sla je op via de app en je betaalt ze met één klik. Om dat te doen, geef je toestemming aan reguliere betaalapps, zoals iDEAL. POM overziet en regelt betalingen.”

Is POM al beschikbaar op de Nederlandse markt?

“Nee, op dit moment nog niet. Omdat bijna ieder Europees land zijn eigen betaalsysteem heeft, is het nog niet mogelijk om POM buiten Vlaanderen en Wallonië te gebruiken. Zo kennen wij in België Bancontact en Sign2Pay en in Nederland is iDEAL ingeburgerd. Hierop moet de applicatie worden aangepast en dit vergt wat technische aanpassing op de achtergrond. Nederland staat wel als één van de eerste op de planning bij marktuitbreiding in het buitenland.”

Hoe zijn de consumentenreacties tot nu toe?

“Gebruikers reageren onder andere positief op Twitter en uit sommige reacties blijkt goed dat mensen zien en ervaren wat wij voor ogen hadden: de handigheid en tijdsbesparing. Bij Google Play is het gros van de reacties ook zeer positief en krijgt POM momenteel vier van de vijf sterren. Het commentaar dat we krijgen, pakken we meteen op. We zijn al bezig om de begunstigde te vermelden bij een afschrijving.”

 

Wat is de aanleiding geweest voor dit idee?

“In België is een aantal andere systemen op de markt die min of meer hetzelfde beogen. Zij werken vanuit leveranciersperspectief, bijvoorbeeld voor energie- en telecombedrijven. Het achterliggende doel is facturen digitaliseren om ze zo snel mogelijk te innen. En dat blijkt aan het gemak en de realiteit van de gebruiker voorbij te gaan. POM-oprichters Tom Totté en Johannes Vermeire merkten dit op tijdens hun werk in de e-voicing- en e-paymentsector.”

Wie is je concurrent?

“Zoomit is één van onze concurrenten, zij zijn gestart met elektronisch factureren via internetbankier-apps. Van een kleine honderd bedrijven kan Zoomit iedere rekening verwerken, maar van bedrijven die niet met hen samenwerken kan dat niet. Daarnaast is er Doccle, dat je meer moet zien als een digitaal archief voor je facturen en minder als totaaloplossing. Het onderscheidende aan POM is dat alle factureren op papier en digitaal te verwerken zijn. Ook vind ik dat het gemak van de klant bij POM veel centraler staat.”

Wat is het verdienmodel van POM?

“POM-apps zijn gratis voor de gebruiker. De inkomsten voor ons komen uit contracten met leveranciers. We maken het voor de bedrijven gemakkelijker en goedkoper hun facturen te innen. Zo gebeurt het dat ze lang moeten wachten op hun geld of hier nog achteraan moeten. In ruil voor de snellere betaling vragen we een klein bedrag per betaalde factuur. Dit bedrag is afhankelijk van het volume. Als er geen contract is, zijn er voor POM ook geen inkomsten. Er staat daarnaast een pro-versie op de planning die een abonnementsvorm aanbiedt.”

Tegen welke uitdaging loop je op dit moment aan?

“Dat het een uitdaging is om de grote bedrijven te overtuigen. Gebruikers daarentegen zijn er wel, we hebben vijftienduizend actieve gebruikers en inmiddels hebben we voor een bedrag van twee miljoen euro aan betalingen verwerkt. We kijken naar alle mogelijkheden om zowel grote bedrijven als gebruikers zó te prikkelen dat ze overstag gaan.”

Wat staat er voor POM nog op de agenda?

“Nu zijn we nog niet winstgevend. Om dat te worden en te groeien, hebben we investeringen nodig. Zo loopt er een investeringsronde waarmee we twee miljoen euro willen ophalen. Eerder hebben we al 1,1 miljoen aan investeringen binnen gehaald. Hiermee gaan we onze marktpositie in België verstevigen en internationaal uitbreiden in landen als Nederland, Duitsland, Polen en het VK. Daar is de cultuur qua facturatie en omgang met betalingen vergelijkbaar met België. Ook verandert er technologisch veel en met onze zelfgebouwde app moeten we hierop in blijven spelen. Zo willen we bijvoorbeeld de spraakfunctie gaan integreren in de applicatie.”

Hoe heeft deelname aan de Innovation Awards bijgedragen aan de doelen van POM?

“We hebben ingeschreven om aandacht en belangstelling te genereren in Nederland en dit is zeker gelukt. Zowel bij grote bedrijven die klant kunnen worden als bij de consument om bekender te raken met de mogelijkheden van onze app. Wij verwachten nog meer impact te hebben bij een volgende deelname, zodra we ook effectief actief zijn op de Nederlandse markt.”

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Deelfietsdienst Flickbike weg uit Amsterdam

Posted 03 Okt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Deelfietsdienst Flickbike vertrek uit Amsterdam. Dat bevestigt een woordvoerder aan Emerce nadat de gemeente commerciële verhuurders van fietsen te verstaan heeft gegeven dat ze hun fietsen moeten verwijderen.

Begin augustus kondigde Amsterdam aan te gaan optreden tegen de commerciële deelfietsen in de stad. Die leggen een te grote druk op de schaarse openbare ruimte. Als de verhuurders het verbod negeren, worden de fietsen door de gemeente verwijderd en de kosten doorberekend.

Flickbike wil nu kijken of men in andere steden weer aan de slag kan gaan. Daarover zijn echter nog geen afspraken gemaakt.

Donkey Republic uit Kopenhagen blijft wel in Amsterdam, zegt woordvoerder Ben Posetti tegen Emerce. “We gaan onze fietsen onderbrengen bij partners, dat deden we al, maar we gaan het aantal partners uitbreiden.”

Wat oBike uit Singapore gaat doen is niet duidelijk. Het bedrijf reageerde niet op mails van Emerce.

Het bedrijf is inmiddels wel neergestreken in Brussel. De dienst was al beschikbaar in Zürich, München, Londen, Rotterdam en Melbourne. oBike gaat de concurrentie aan met Villo!.

Het belangrijkste verschil is dat de fietsen van oBike geen vaste standplaats hebben. Momenteel zijn er 500 oBikes in Brussel, voornamelijk in het centrum van de stad. Villo! telt inmiddels 5.000 fietsen en 360 stations.

De aanpak van oBike heeft ook nadelen. Zo heeft het bedrijf in Nederland met heel wat vandalisme te maken. Het bedrijf heeft daarom een puntensysteem ingevoerd. Wie zijn of haar fiets niet correct achterlaat, krijgt minpunten.

Waar Brussel deelfietsen omarmt, stoot Amsterdam ze juist af. De deelfietsaanbieders hebben een brief gekregen van de gemeente waarin staat dat zij drie weken de tijd hebben om de deelfietsen zelf weg te halen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Geen verkeersexplosie Vergelijk.nl door Google Shopping

Posted 29 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Alle producten die op Vergelijk.nl staan, staan sinds enkele dagen ook in Google Shopping maar dat heeft nog niet tot een enorme toestroom in bezoekersverkeer geleid.

Zo klinkt de eerste ervaring van Ben Kerkhof, directeur van Vergelijk.nl. “Niet blown away, maar we zijn ook nog maar drie dagen live én onze uitingen zitten in een carrousel. Ze zijn dus niet altijd te zien.”

Twee weken geleden benaderde Google Kerkhofs team met de vraag of ze als eerste hun producten in Shopping willen kunnen presenteren. De ondernemer sloeg er direct op aan. Een bijzonder kans om als eerste praktische ervaring op te doen.

“De klik op de term ‘Van Vergelijk.nl’ zijn nu nog gratis. De andere kliks die direct naar de webwinkel gaan niet. Dat zijn betaalde links waarbij de prijs tot stand komt in een veiling. Maar ja, het is een veiling met Google. We hebben nog geen helder zicht op hoe het biedproces verloopt.”

Over enkele weken wil Google in Europa tussen de tien en twintig vergelijkingssites aansluiten op de veiling achter Shopping. De daarbij aangesloten webwinkels, wat betalende klanten van de vergelijkers zijn, kunnen in theorie meerdere posities in dat overzicht bezetten. Zowel door posities die ze direct bij Shopping inkochten (via AdWords) als via de vergelijkend waarmee ze werken.

Uiteindelijk wil Google in ieder geval rond de tweehonderd partijen toelaten tot Shopping.

De hier beschreven nieuwe opzet van Google Shopping is het directe gevolg van een straf van de Europese Commissie voor monopolistisch gedrag. Google toonde tot enkele dagen geleden prominent resultaten van Shopping en tegelijkertijd drukte het de organische zoekresultaten van prijsvergelijkers weg.

De straf bestond behalve uit een geldboete van 2,4 miljard euro ook uit de plicht om voor 27 september deze illegale praktijk te eindigen. Dat gebeurt nu door derde partijen toe te laten tot het resultatenblok van Shopping. Het gaat om een nieuwe veiling naast de bestaande rondom Shopping, dus een extra bron van inkomsten.

Beslist.nl reageert op Googles aanpassing van Shopping met: “We zijn is verrast en teleurgesteld over de huidige invulling van Google Shopping. Ze hebben de eis van de Europese Commissie, creëer een gelijk speelveld, vrijwel volledig naast zich neergelegd en zijn op oude voet verdergegaan. De enige aanpassing is, dat zij nu ook prijsvergelijkers toelaten binnen Google Shopping. Dit voldoet echter op geen enkele wijze aan de eis om een gelijk speelveld te creëren. Het is nu een farce.”

Foto: Magdalena Roeseler (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Boeken sneller bij de klant door samengaan boekproductie en distributie

Posted 29 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Logistiek dienstverlener CB en digitaal printbedrijf Printforce gaan hun processen volledig integreren zodat (on demand) productie en distributie van het boek naadloos op elkaar aansluiten. CB bekrachtigt de samenwerking door 50 procent van de aandelen Printforce te verwerven.

CB en Printforce zeggen met deze aanpak aan te sluiten op de veranderde markt waarin snelle en brede beschikbaarheid voor de consument steeds belangrijker wordt.

Steeds meer uitgevers kiezen ervoor boeken pas te laten produceren, nadat deze zijn verkocht. Met als belangrijke reden de onvoorspelbaarheid van de vraag en daarmee samenhangend de voorraadrisico’s. Boeken worden pas gemaakt als ze besteld worden, en toch zijn ze altijd snel beschikbaar.

Voor maximale integratie van print en distributie verhuist Printforce zijn productiefaciliteiten in 2018 naar CB in Culemborg.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De beste customer experience begint met de juiste data

Posted 28 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

De data die je in een CRM-systeem verzamelt zijn niet genoeg om te voldoen aan de wensen en behoeften van de klant. Met een datamanagementplatform (DMP) kun je wél de verwachte optimale customer experience creëren, als je de juiste data gebruikt tenminste.

Zelfs als alle klantgegevens zorgvuldig zijn bijgehouden in een goed CRM-systeem, zijn die data slechts in beperkte mate bruikbaar voor het creëren van relevante, gepersonaliseerde aanbiedingen. Met dynamische gegevens, oftewel data die met iedere klantinteractie in waarde stijgen, kom je een stuk verder. En die leg je vast in een DMP.

Het betreft hier dus zowel data van bekende gebruikers, die hun e-mailadres kenbaar hebben gemaakt of een log-in hebben voor een mijn-omgeving, als van onbekende gebruikers, die identifiers krijgen toegekend op basis van hun online gedrag. Het DMP fungeert als de fundering waarop je datagedreven beslissingen baseert die je bedrijfsdoelstellingen ondersteunen. Je vangt de data vanaf de verschillende kanalen en devices die je klant gebruikt, waarna in de DMP-omgeving logica en machine-learning worden toegepast, zodat je leert van de data wie je audiences zijn en individuele klantprofielen zoveel mogelijk worden verrijkt. Vervolgens activeer je de vergaarde kennis via in het DMP geïntegreerde kanalen als social media, DSP’s en Google.

Rauwe data

Belangrijk om je hierbij te realiseren is dat niet alle data gelijkwaardig zijn. Het beste resultaat bereik je met rauwe data uit alle bronnen waarover het bedrijf beschikt, waarbij er geen sprake is van aggregatie of selectie. Met gebruik van machine-learning kun je analyses doen en op basis van de uitkomsten nieuwe segmenten identificeren en campagnes bedenken met een betere ROI als eindresultaat. Je kunt verbanden leggen tussen kenmerken en attributen van profielen en verschillende audience analytics toepassen. De rauwe data die je hiervoor kunt gebruiken zijn vooral afkomstig van de eigen website, mobiel, CRM, social media, offline, beacons, digitale media, e-mail, et cetera. Het zijn dus 1st party data.

Bol.com: 300 procent meer clicks

In Nederland maakt bol.com sinds een halfjaar gebruik van een DMP in combinatie met 1st party data met als doel een effectief advertentiekanaal te vormen voor fabrikanten, leveranciers en winkel. Met ruim 7,5 miljoen actieve klanten in Nederland en België, gemiddeld 1,5 miljoen bezoeken per dag en een brand awareness in Nederland van ruim 95 procent is Bol.com natuurlijk een interessante plek om te adverteren. Per dag wordt er 15 miljoen keer geklikt op de website, wat een schat aan informatie oplevert over de interesses en intentie van bezoekers. Om die grote datasets te managen besloot Bol.com een DMP in te zetten. Het systeem creëert klantsegmenten en bepaalt de koopbereidheid. Als een bezoeker bijvoorbeeld wordt herkend als iemand die de intentie heeft om een smartphone te kopen, dan worden toepasselijke advertenties getoond, zowel op de site van Bol.com als daarbuiten. De CTR van advertenties op Bol.com zelf is hierdoor met 300 procent gestegen. Adverteerders zijn blij omdat ze relevanter kunnen communiceren met de klant. Voor Bol.com betekent het dat de inventaris (de advertentieposities) beter kan worden verdeeld.

2nd party data verrijken klantprofiel

De meeste bedrijven hebben natuurlijk niet de enorme datasets waarover Bol.com beschikt. Hoe kun je dan toch je advertisingstrategie optimaliseren? Wat wij zien is dat 2nd party data in opkomst zijn als manier om de eigen data te verrijken. Deze 2nd party data zijn afkomstig van directe partnerships waarbij bedrijven attributen met elkaar delen. Het kan heel erg interessant zijn om op die manier samen te werken met bedrijven die niet je concurrenten zijn maar wel interessante klanten hebben. Denk bijvoorbeeld aan een brouwerij die data deelt met een evenementenorganisatie. Wie naar een evenement gaat drinkt vaak bier. Toch hebben deze twee partijen heel andere data, wat betekent dat ze elkaars klantprofielen kunnen verrijken. De kwaliteit van deze data is hoog. Het zijn immers de 1st party data van je partner.

L’Oréal: effectiever retargeten

Cosmeticamerk L’Oréal heeft hier in de VS gebruik van gemaakt om targeting toe te kunnen passen. Zij hanteerden naar eigen zeggen een ‘spray-and-pray’ aanpak – ze kenden de kopers van hun producten niet en adverteerden daarom niet gericht. Door 1st en 2nd party data in het DMP te laden konden ze veel beter bepalen welke kopers ze moesten aanspreken met hun campagnes. Het bereik verbeterde met 30 procent en het budget werd effectiever benut doordat er limieten werden gesteld aan de frequentie van retargeting-advertenties. Het publiek van L’Oréal steeg van 5 miljoen bekende klanten naar 100 miljoen consumenten.

3rd party data

Logische vraag is hoe 3rd party data in dit plaatje passen. Deze worden zoals de naam al zegt aangeboden door derden en zijn meestal volledig op cookies gebaseerd, waardoor er weinig context voorhanden is. Is iemand die drie keer op een website over auto’s geïnteresseerd om er een te kopen of is het een kind dat een spreekbeurt voorbereidt? Dat is lastig te bepalen. Als je dus wilt investeren in het verrijken van de database, dan kun je beter kiezen voor 2nd party data.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit zijn de finalisten van de Accenture Innovation Awards 2017

Posted 28 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Accenture heeft de finalisten van de Accenture Innovation Awards 2017 bekendgemaakt. De finalisten krijgen de kans om eind oktober hun concept te presenteren aan een jury, investeerders en accelerators. Diezelfde dag vindt ook de uitreiking van de onderscheidingen plaats.

De Accenture Innovation Awards is een jaarlijks terugkerende innovatiewedstrijd voor de meest innovatieve Nederlandse producten, diensten en concepten op het gebied van onder meer energie, gezondheidszorg, media en retail. Voorwaarde voor deelname is dat bedrijven jonger moeten zijn dan drie jaar.

Dit zijn de finalisten per categorie voor de Accenture Innovation Awards 2017.

Perfect Cities

  • Crowbar (Crowded Cities): Een slimme machine die kraaien traint om sigarettenfilters op straat op te ruimen.
  • Spatial.AI (Spatial): Een locatiedatabedrijf dat gesprekken op sociale netwerken gebruikt om inzicht te geven in hoe mensen zich verplaatsen en de wereld om hen heen ervaren.
  • Homies. (Achmea): Een alarmplatform waarop buren, vrienden en familie elkaar helpen bij brand of inbraak.
  • Marco Zuniga (TU Delft): Maakt gebruik van zonlicht om objecten informatie te laten overdragen.
  • Cortex Shelter  (Cutwork):  Industriële technologie om onder andere metaal met de hand te buigen voor een optimale productie van prefabproducten.

Safe & Secure Society

  • The Great Bubble Barrier Maakt een barrière van bubbels in water om plastic uit het water te filteren.
  • No More Ransom Een platform voor slachtoffers van ransomware om versleutelde data terug te krijgen.
  • Sensara HomeCare (Sensara) Helpt alleenstaande ouderen zelfstandig te blijven wonen en zich veilig te voelen in hun eigen huis.
  • Mine Kafon Drone (Hassani Design) Een systeem om landmijnen te verwijderen.
  • Biowatch (Biowatch) Een draagbare oplossing voor betalingen, ticketing, toegangscontrole en ID-beheer.

Clean & Affordable Energy

  • Aviation Fuel Initiative (Clean Tech Aviation) Een initiatief dat werkt aan een oplossing om de luchtvaartsector een alternatieve brandstof te bieden.
  • Rotor Sail Solution (Norsepower) Een oplossing om windenergie op te wekken en zo schepen te laten varen.
  • Jedlix Smart Charging (Jedlix) Combineert het opladen van een elektrische auto met hernieuwbare energieproductie om zo de kosten voor het opladen te verlagen.
  • Light Energy (Tweetonig) Een sensor om IoT-apparaten op te laden met licht, waardoor batterijen niet meer nodig zijn.
  • The Goodshipping Program Biedt cargo-eigenaren een oplossing om hun COâ‚‚-afdruk te verlagen.

Future Food Solutions

  • Mycoat (Media Distillery) Een methodiek om zaaizaad van een specifieke coating te voorzien, die telers in staat stelt om sneller duurzaam voedsel van hoge kwaliteit te produceren.
  • Natural Branding (Eosta) Plastic verpakkingen voor groente en fruit worden overbodig door middel van een brandmerk op het product om biologische producten te onderscheiden.
  • Green Banana Pasta (Green Banana) Groente- en fruitpasta gemaakt van onder andere groene bananenbloem, met een hoge voedingswaarde en geproduceerd in Oeganda.
  • Asparagus harvesting robot (Cerescon) Een slimme robot die handmatig oogsten van witte asperges overbodig maakt.
  • Agri-wallet (Coin22) Biedt boeren in ontwikkelingslanden een op blockchain gebaseerde virtuele valutarekening die op smartphones te gebruiken is.

Skills to Succeed

  • iThrive Een personal coach on the go, die helpt contraproductieve gewoontes om te zetten in productieve gewoontes.
  • AV1 (No Isolation) Een telepresencerobot voor kinderen en jongvolwassenen met een langdurige ziekte, waardoor zij onderwijs kunnen blijven volgen.
  • Knowingo Een cloudgebaseerd leerplatform dat gebruikmaakt van artificial intelligence en gamification.
  • Knowledge Platform (Maana) Helpt grote bedrijven om beter en sneller beslissingen te nemen.
  • Collaborative Story (Go Pollock) Ondersteunt leraren in de klas door het onderwijs aan te vullen en feedback te geven op het kennisniveau van leerlingen.
  • Restart ONE (Restart Network) Een crowd-sourced school om iedereen gelijk onderwijs aan te bieden, met name op het vlak van technologie.

Circular Economy

  • Dutch Calcite (The Calcite Factory) Optimaliseert het waterzuiveringsproces, waarbij belangrijke stoffen teruggewonnen worden.
  • Immersed Computing (Asperitas) Concept voor een natuurlijke convectie voor koelsystemen in datacenters.
  • Excess Materials Exchange (EME) Een digitale marktplaats waar bedrijven overgebleven materialen en producten uitwisselen.
  • Circular IQ Maakt inzichtelijk waar producten vandaan komen en hoe ze vervaardigd zijn, waardoor circulariteit meetbaar en beheersbaar wordt.
  • Blue Battery (Aqua Battery) Realiseert de opslag van hernieuwbaar geproduceerde elektriciteit.

Delightful Consumer Experience

  • Somnox Een zachte robot die mensen helpt om in slaap te vallen.
  • Knops Oordopjes die omgevingsgeluid aanpassen naar het gewenste volume.
  • 4Suites Sleutelloze, mobiele technologie met smart locks voor de hospitality- en onroerendgoedbranches.
  • IV-Walk Een draagbaar infuusvest dat mobiliteit stimuleert in ziekenhuizen om het herstel van de patiënt te versnellen.
  • Labfresh  Een duurzaam geproduceerd overhemd dat vlek- en lichaamsgeurbestendig is.

Financial Services Reinvented

  • Gavin risk-sharing service (Gavin) Een verzekeringsmodel dat alle kosten van schade verdeelt over de gebruikers.
  • Kandoor (Kandoor.nl) Digitale community van zelfstandige vrijwilligers die middels artificial intelligence antwoord geven op financiële vraagstukken.
  • Ockto Verzamelt financiële gegevens en minimaliseert het papierwerk in hypotheekaanvragen.
  • Otly! Zorgt voor kindvriendelijk bankieren, waarbij kinderen leren over financiën en sparen.
  • Nx change Een beurs die bedrijven en beleggers samenbrengt zonder tussenkomst van een bank.

Health & Wellbeing

  • LEA (Robot Care Systems)  Een interactieve robotrollator die alleenstaande ouderen helpt.
  • MindAffect Hulpmiddel waarmee verlamde patiënten met hersensignalen een computer aansturen.
  • MOMALA-App (Momala) Een app om malariaparasieten te detecteren in een bloedvlek.
  • LegBank Biedt oplossingen voor mensen in afgelegen gebieden, die een prothese nodig hebben.
  • Fited Op maat gemaakte, 3D-geprinte medische braces en protheses op basis van afbeeldingen.

Intelligent Enterprise

  • Snackable Content (Media Distillery) Een zoekmachine die gebruikers automatisch beeld- en geluidsfragmenten biedt op basis van hun interesse.
  • Deep Learning (AI) based Machine Vision (Delft Robotics): Stelt machinebouwfabrieken en robotintegrators in staat om robots toe te passen in nieuwe sectoren.
  • Low Power Global Area Network (Magnitude Space): Levert wereldwijde connectiviteit voor op sensor gebaseerde en IoT-gerelateerde apparaten, door een eigen satellietnetwerk.
  • Accerion  Een infrastructuurvrije positioneringstechnologie voor mobiele robots die de vloer als referentie gebruiken.
  • BeSense Rust gebouwen uit met sensoren die realtime informatie verzamelen over de bezetting om de mate van vervuiling in het gebouw te berekenen.

Seamless Travel & Transport

  • Scoozy Biedt mensen die slecht ter been zijn, een slim alternatief voor de scootmobiel.
  • We4Sea Geeft inzicht in de werkelijke en optimale energieprestatie van schepen en biedt een manier om dit te verbeteren.
  • Accerion Een infrastructuurvrije positioneringstechnologie voor mobiele robots die de vloer als referentie gebruiken.
  • Rotor Sail Solution (Norsepower): Een oplossing om windenergie op te wekken en zo schepen te laten varen.
  • Synple Voorziet de transportsector van realtime, cross-chain samenwerking om de synergie tussen transportbedrijven te vergroten en het bedrijfsmodel te verduurzamen.

De Accenture Innovation Awards 2017 vinden plaats op vrijdag 27 oktober 2017 in deFabrique in Utrecht.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nu ook shoppen vanuit een e-mail: de juridische haken en ogen

Posted 28 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Door een nieuwe techniek wordt het mogelijk vanuit de inbox een aankoop te doen bij een webwinkel. Het op afstand sluiten van overeenkomsten heeft tot gevolg dat je te maken hebt met dwingende consumentenwetgeving, zoals informatieplichten en het herroepingsrecht. Dat betekent dat ook bij het kopen in de e-mail hieraan voldaan moet worden. Maar hoe?

De startup Rebel heeft een technologie ontwikkeld waardoor de consument straks niet meer doorverbonden wordt naar de webpagina, maar de gehele aankoop plaatsvindt binnen zijn eigen e-mail. Dat werkt als volgt: bij het bezoeken van een webshop kan de consument in de webshop aangeven dat hij later nog een keer naar zijn winkelwagen wil kijken. De inhoud van zijn winkelwagen wordt vervolgens naar zijn e-mail gestuurd. In zijn e-mail kan de consument zelf bijvoorbeeld nog de maat of kleur aanpassen en met één klik op de koopknop wordt het totaalbedrag afgeschreven van de gekoppelde creditcard en de order afgerond.

Daarnaast kan het ook goed mogelijk zijn dat de verkoper de consument op basis van zijn interesses gewoon een e-mail stuurt met producten die hij waarschijnlijk interessant vindt. Hierbij moet de verkoper wel altijd rekening houden met de regelgeving voor reclame.

Koop op afstand

De regels van de wet Koop op Afstand zijn van toepassing als er een overeenkomst gesloten wordt met een consument en er gebruik gemaakt wordt van één of meer technieken voor communicatie op afstand. Denk hierbij aan een webshop, maar ook aan websites waar je alleen offerteverzoeken kan indienen. Hiernaast moet de koop gesloten worden in het kader van een georganiseerd systeem. Een e-mailsysteem waarbinnen je aankopen kan doen kun je zien als een georganiseerd systeem omdat het sluiten van de overeenkomst echt op deze wijze is ingericht. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van een communicatietechniek op afstand; namelijk de e-mail.

Het gevolg van de koop op afstand is dat er verschillende verplichtingen zijn voor de verkopers. Zo moeten zij bijvoorbeeld informeren over hun bedrijfsgegevens, het herroepingsrecht, de algemene voorwaarden en het bestelproces. Een bestelproces is hierbij een belangrijk onderdeel en moet zo ingericht zijn dat het voor de consument duidelijk is wat hij bestelt. Fouten moeten gemakkelijk opgemerkt kunnen worden en zo nodig door de consument herstelt kunnen worden. De verkoper kan hieraan voldoen door meerdere pagina’s op te nemen in het bestelproces of door gebruik van een OneStepCheckout met de hierbij horende eisen.

Voor verkopers zijn dit veel verplichtingen. Maar maken zij gebruik van de mogelijkheid om het winkelwagenmandje naar de e-mail te verzenden dan hoeven ze bepaalde informatieplichten niet meer in de e-mail te verwerken. De consument is immers al op de website geweest die, als het goed is, voldoet aan de wettelijke vereisten. Het bestelproces in de e-mail moet natuurlijk wel gewoon voldoen aan de wetgeving.

Ook bij de koopknop in de e-mail zal duidelijk moeten zijn dat de consument een betaalverplichting aan gaat. Gebruik dus bijvoorbeeld “afrekenen” of “kopen”. Daarnaast moeten de algemene voorwaarden ter hand gesteld worden en moet er een controlemogelijkheid zijn. Aan deze twee vereisten kan je voldoen door de volgende zin op te nemen, met link naar de algemene voorwaarden (inclusief pdf): “ik ga akkoord met de algemene voorwaarden en heb mijn bestelling en gegevens gecontroleerd en juist ingevuld.” Denk hierbij ook nog aan het versturen van een goede bevestigingsmail.

Informatie passend bij kanaal

De vraag is of de verkoper ook bij het versturen van e-mails op basis van een klantprofiel, waarmee vervolgens aankopen gedaan kunnen worden, volstaat met de informatie op de website. De consument heeft natuurlijk al eerder op de webshop gekeken en besteld, maar dit kan natuurlijk al een flinke tijd terug zijn. De verkoper moet voor het sluiten van een overeenkomst de informatie aan de consument verstrekken.

De verkoper doet er verstandig aan om de verplichte informatie dan ook binnen de e-mailomgeving aan de consument te verstrekken. De verkoper moet dit doen op een wijze die passend is voor de gebruikte middelen voor communicatie op afstand. Denk bijvoorbeeld door in de e-mail een Pdf-bestand aan te bieden met daarin o.a. informatie over garantie, levering, betaling en herroepingsrecht.

Voor nu betekent het voor de verkoper dat hij zich bewust moet zijn dat de wetgeving voor webshops ook van toepassing is op ‘’mailshops’’. Voldoe je hier niet aan? Dan riskeer je een boete van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en kan de consument tot twaalf maanden gebruik maken van zijn herroepingsrecht.



Lees het volledige bericht op Emerce »

KLM: ‘Service op de grond en online moet even goed zijn’

Posted 28 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

KLM heeft de achterstand op de grond vergeleken met online grotendeels ingehaald. Dit stelt president-directeur Pieter Elbers. “We hebben zoveel geïnvesteerd in social media, dat we daar in het eerste rijtje van de Eredivisie staan. Maar het personeel op de grond moet over dezelfde informatie beschikken. Daar hebben we hard aan gewerkt en investeren we fors in, onder andere door onze cockpit-, cabine- en grondmedewerkers te voorzien van 14.000 iPads.”

Elbers deed zijn uitspraken tijdens de RE-conferentie van branchevereniging NATM en het vakblad Zakenreis.

Volgens Elbers heeft KLM’s digitale strategie twee speerpunten: personalisatie en distributie. “Een derde van onze passagiers vliegt intercontinentaal en is acht à negen uur aan boord. Er is dus genoeg tijd om deze mensen een memorabele beleving te geven. Maar ook op de kortere afstanden kunnen we het verschil maken. Digitalisering geeft ons betere inzichten in de passagier, zodat we een persoonlijke service kunnen bieden aan boord, maar ook in de after sales, het call center, enzovoorts. We hebben negenduizend cabinepersoneelsleden uitgerust met een iPad, zodat zij problemen ter plekke kunnen oplossen. Je overtreft de verwachtingen van de klant als je de balans weet te vinden tussen de menselijke factor en digitale interactie.”

Distributie is een heet hangijzer in de luchtvaart. Van oudsher lag de focus op prijs en beschikbaarheid. Nu airlines steeds meer gebruikmaken van à la carte prijzen, waarbij het vervoer van A naar B de basisticketprijs vormt en de passagier dat product aan kan kleden met betaalde extra’s, is een nieuwe manier van distribueren noodzakelijk. Branchevereniging IATA heeft daarom de New Distribution Capability (NDC) ontwikkeld, een standaard die het mogelijk maakt om door middel van rijke content te laten zien wat de passagier precies kan kopen bij de airline. Elbers is daar blij mee. “Er worden eindelijk stappen gezet zodat we ons product beter kunnen vermarkten. NDC is een moderne manier om ons aanbod te verkopen. Het geeft meer transparantie in pricing en de klant heeft de controle over wat hij boekt.”

Daarbij is de traditionele rol van de reisdistributiesystemen (GDS’en) zoals Amadeus, Sabre en Travelport, geen vaststaand feit. Elbers zegt dat ook KLM ‘direct connect’, dus rechtstreekse links met content aggregators en grote corporates, mogelijk zal maken. “Het is niet zo dat de GDS’en zullen verdwijnen in het nieuwe distributielandschap. Maar dan zullen ze wel hun businessmodel moeten aanpassen en de gebruikers toegevoegde waarde bieden als content aggregator.”

Zijn waar de klant is

Voor KLM zijn de belangrijkste digitale touchpoints de website, social media en de KLM-app. “We proberen een consistent beeld te hebben van onze klanten en de interacties. Daar hebben we veel in geïnvesteerd,” zegt Elbers. “Wat we zien is een duidelijke shift in het gedrag. De gemiddelde klant vliegt 1,4 keer per jaar. Zij gebruiken vijf tot zes apps per dag, zo’n 10 procent van wat ze op hun telefoon hebben geïnstalleerd. Onze conclusie is dat wij moeten zijn waar deze groep zich bevindt in plaats van te proberen ze naar onze app te lokken. Dat is de reden dat we op WeChat, Facebook Messenger en WhatsApp actief zijn geworden. De app blijft belangrijk, omdat de frequente reiziger deze graag gebruikt. Zij vliegen heel vaak en om dat zo gemakkelijk mogelijk te maken, ontwikkelt de app zich in de richting van een reisassistent.”

KLM heeft een voortrekkersrol in de luchtvaart. Zo verstuurde de airline als eerste vluchtinformatie op Facebook Messenger, is het de eerste niet-Chinese airline die betalen mogelijk maakt op WeChat en ook de officiële corporate account op WhatsApp was een primeurtje. Jongste wapenfeit is de chatbot BB waarmee vliegtickets op Messenger kunnen worden geboekt. “We hebben het geluk dat veel technologiebedrijven met ons willen werken. We zijn klein genoeg om niet als bedreiging te worden gezien en met 32 miljoen passagiers per jaar groot genoeg om interessant en relevant te zijn als samenwerkingspartner.”

Dat betekent wel dat een deel van de klantinteracties op platformen van derden plaatsvinden. Wat betekent dat voor de privacy van de passagiers? “De wetgeving speelt daar een belangrijke rol in, de overheid moet de grenzen aangeven. Technologiebedrijven als Google weten veel meer van de reiziger dan wij. Onze passagiers geven zelf aan of ze bijvoorbeeld via Facebook Messenger hun instapkaart willen ontvangen. Met de partijen waarmee wij samenwerken hebben we een duidelijke overeenkomst over welke gegevens gebruikt mogen worden.”

De grote uitdaging voor KLM is om álle touchpoints met elkaar te verbinden. “Er is soms nog een discrepantie tussen de online service en wat de operationele staf kan doen. Het is natuurlijk heel vervelend als onze medewerkers nog in de veronderstelling zijn dat een vlucht op tijd vertrekt terwijl de passagier online al heeft gezien dat dit niet zo is. We investeren miljoenen om dat gat te dichten en dat lukt in toenemende mate.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Conversie-optimalisatie bij weinig bezoekers: enkele opties op een rij

Posted 27 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Hoewel je voor statistisch significante A/B-testresultaten veel verkeer nodig hebt, is er ook van alles mogelijk met lage bezoekersaantallen. 

A/B-testen is nog altijd een belangrijk onderdeel van de conversie-optimalisatie. Uiteindelijk wil je weten of de hypotheses die je aan de hand van je vooronderzoek en analyse hebt opgesteld, valide zijn. Anders loop je immers het risico dat de veranderingen in de website de conversie uiteindelijk niet verhogen, maar juist verlagen. Voor statistisch significante testresultaten heb je echter wel voldoende bezoekers nodig. Bij de conversie-optimalisatie van een website of webpagina’s met weinig bezoekers zijn die niet altijd beschikbaar. In dat geval zul je op een andere manier moeten testen.

Hoeveel bezoekers heb je nodig?

Het aantal benodigde bezoekers verschilt per A/B-test. Dit is afhankelijk van het aantal bezoekers van de te testen webpagina(‘s), het percentage daarvan dat wordt opgenomen in de test, het aantal testvarianten, de bestaande en de gewenste conversieratio en de statistische significantie.

Een belangrijk gegeven is de maximale testduur. Veel marketeers testen net zolang totdat een A/B-test een winnende variant heeft opgeleverd, maar dat is niet verstandig. Bezoekers van de te testen webpagina(‘s) worden namelijk op basis van een cookie toebedeeld aan een controlevariant of aan (één van) de testvariant(en). Dit cookie zorgt ervoor dat zij, zolang de test loopt, dezelfde variant van de betreffende webpagina te zien krijgen als zij de website weer bezoeken. Zou dit cookie van hun pc verdwijnen dan kunnen zij toebedeeld worden aan een andere variant waarop zij ander gedrag vertonen, wat de testresultaten verwatert waardoor de uitkomsten van de A/B test onbetrouwbaar worden.

In de praktijk houden we rekening met een ‘cookie defection time’ van maximaal 30 dagen, en liefst nog korter. Na die tijd verliezen veel bezoekers hun cookies, al dan niet bewust. Dat betekent dus dat de A/B-test binnen maximaal dertig dagen een statistisch significant testresultaat moet kunnen opleveren. Maak je gebruik van een testduur calculator zoals deze van VWO of deze van Optimizely dan kun je uitrekenen of jouw beoogde test binnen deze dertig dagen een statistisch significant testresultaat kan opleveren. En hoeveel bezoekers daarvoor nodig zijn.

Blijkt uit deze calculatie dat er voldoende bezoekers voor de test zijn dan zit je goed. Zijn er onvoldoende bezoekers dan heb je drie opties: zorgen voor meer bezoekers, het wijzigen van de A/B-test of op een andere manier testen dan met een A/B-test.

Zorg voor meer bezoekers

Dit is de meest eenvoudige optie. Gebruik bijvoorbeeld advertising of emailmarketing om meer bezoekers naar de te testen webpagina’s te trekken. Let er hierbij wel op dat je geen bezoekers met een ‘bias’ trekt; bezoekers die niet representatief zijn voor de bezoekers die normaliter de betreffende webpagina’s bekijken. Dit kan gebeuren als je specifieke campagnes opzet die gericht zijn op (de inhoud van) de te testen pagina’s. Campagnes die je normaliter misschien niet voert.

Wijzig je A/B test

Is het niet mogelijk om voor meer bezoekers te zorgen, dan is het raadzaam te onderzoeken of de A/B-test anders is in te richten om toch voldoende bezoekers te kunnen testen en statistisch significante resultaten te kunnen genereren. Daarvoor zijn enkele mogelijkheden:

Test grotere bezoekerssegmenten

Bij veel A/B-testen wordt er gebruikgemaakt van specifieke bezoekerssegmenten. Zijn die te klein om de A/B-test statistisch significante testresultaten te laten genereren, vergroot die segmenten dan zonder dat deze te generiek of niet meer representatief worden.

Test grotere wijzigingen

De te verwachten conversieverbetering van dat ene zinnetje in een productbeschrijving is waarschijnlijk lager dan die van een aanpassing van een call-to-action button. Bij de laatste zal de test dus eerder een significante conversieverbetering meten dan bij de eerste. Voor deze herprioritering kun je deze A/B test frameworks hanteren.

Meet micro-conversies

Vrijwel iedere conversie bestaat uit meerdere stappen die een bezoeker doorloopt voordat diegene het doel (de macro-conversie) bereikt. Denk aan het aanvragen van een offerte of aan het bestelproces in een webshop waar bezoekers vanaf een productpagina de winkelwagen bezoeken en vanaf daar via de checkout op de bedankpagina aankomen. De laatste is de macro-conversie, maar de stappen daarvoor zijn micro-conversies. Heb je onvoldoende bezoekers om op basis van de macro-conversie te kunnen testen, test dan op basis van de micro-conversies. Het meten van micro-conversies als secundaire doelen binnen een A/B test is wat mij betreft altijd aan te raden.

Test op belangrijke pagina’s

Als het A/B-testen op de beoogde webpagina’s niet lukt dan is het beter om te testen op pagina’s die door meer bezoekers gezien worden. Denk aan landingspagina’s of de pagina’s in de checkout funnel.

Combineer vergelijkbare pagina’s in één A/B test

Als je wijzigingen op bijvoorbeeld een landingspagina, een productcategoriepagina of een productpagina wilt testen die hiervoor te weinig bezoekers genereert, voeg dan vergelijkbare pagina’s aan de A/B-test toe. Test dan niet één of enkele pagina’s maar zoveel mogelijk (of alle) pagina’s binnen dezelfde A/B-test.

Verlaag de statistische significantie van je A/B test

Veel A/B-testsystemen staan standaard ingesteld op een statistische significantie van 95-99 procent. Hoe lager de statistische significantie, hoe korter de test kan duren en hoe minder bezoekers er nodig zijn. Voor statistisch significante testresultaten vind ik zelf een statistische significantie van 95 procent (en liefst nog hoger) een vereiste, maar dat wil niet zeggen dat je met een lagere statistische significantie niet kunt testen. Dat is zoiets als zeggen “ik ben een perfectionist, als ik iets niet perfect kan doen dan doe ik het helemaal niet”.

Het is beter om met een statistische significantie van negentig procent of zelfs 85 procent te testen dan hypotheses en wijzigingen helemaal niet te testen en slechts te hopen dat die de conversie uiteindelijk verhogen. Houd echter wel rekening met de lagere statistische significantie bij de interpretatie van je testresultaten.

Test niet met A/B testen

Ook wanneer alle bovengenoemde opties niet mogelijk zijn, wil je nog steeds weten of de veranderingen die je in de website wil doorvoeren goed zijn voor de conversie. In dat geval is het advies om de stappen die je normaliter in het vooronderzoek voor je A/B-testen doet, nog grondiger uit te voeren. Zo word je nog zekerder van de hypotheses. Een grondigere data-analyse, uitgebreidere gebruikersonderzoeken, uitoveriger concurrentie-onderzoek en nog nauwkeuriger onderzoek van de eigen bronnen binnen sales of de klantenservice bieden dan als laatste houvast.



Lees het volledige bericht op Emerce »

VP Liberty Global: ‘We kunnen leren van Netflix’

Posted 23 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

Als grootste kabelaar ter wereld is Liberty Global iedere dag bezig om zijn positie als contentleverancier te handhaven. Ook ten opzichte van nieuwe spelers als Apple en Google. “En dus moeten we een softwarebedrijf worden,” aldus Mark Giesbers, VP Entertainment Products.

Giesbers, verantwoordelijk voor Liberty’s productstrategie en -ontwikkeling op televisiegebied, is van mening dat er weinig werkvelden op dit moment zo interessant zijn als die van de contentdistributie. Jaren geleden was het werk van kabelbedrijven namelijk vooral infrastructureel van aard: het aanleggen en onderhouden van netwerken en het doorgeven van tv-zenders. “De meerwaarde die we konden bieden, was vooral een pakket met nóg meer zenders.”

Tegenwoordig moet het bedrijf, in Europa actief in twaalf landen waaronder in Nederland met een aandeel van vijftig procent in VodafoneZiggo, omgaan met nieuwe concurrentie en veranderend kijkgedrag. “We zitten vol in de transitie van televisieconsumptie naar het breder consumeren van content. En dat gaat razendsnel.” Een prominente ontwikkeling daarbij is dat de traditionele tv-avond langzaamaan verdwijnt. “Dat maakt multiplatformnavigatie weer ontzettend belangrijk: alles kunnen zien op elk device en op elk moment.”

Interface
Een andere trend waar bij Liberty Global veel energie in wordt gestoken, is personalisatie. Door steeds betere aanbevelingen te bieden bijvoorbeeld. Voor het gehele aanbod. “Als mensen niet meer live kijken, doen ze dat wel on demand of via Replay TV. Daar zit op dit moment onze grootste groei. Ook voor omroepen betekent die verandering in kijkgedrag een grote omslag, want je bereikt niet je hele doelgroep meer op hetzelfde moment.”
Al die innovaties zijn hard nodig. Een zorg voor veel kabelaars is namelijk het zogenaamde ‘cord cutting’: klanten nemen alleen nog een bescheiden internetabonnement af, om daarnaast zelf los televisiecontent in te kopen middels abonnementen op Netflix of Hulu. “Gelukkig is dat op dit moment nog vooral een Amerikaans fenomeen en zien we dat in Europa minder,” aldus Giesbers.

Toch voelt de VP wel degelijk de druk van andere partijen. “De concurrentie, waaronder partijen als Amazon en Apple, zit allesbehalve stil. En het is nog afwachten wat bijvoorbeeld Google en Facebook op dit gebied gaan doen. Anderzijds kunnen we ook weer veel van ze leren. Apple TV en Netflix hebben bijvoorbeeld een geweldige interface en de kracht van hun apps is groot. Ons voordeel is dat we bepaalde content hebben die alleen bij ons te zien is. Daarnaast kan je via dergelijke platformen vaak niet zo makkelijk live-tv kijken.”

Exclusief
Om deze ontwikkelingen het hoofd te bieden, zet Giesbers vol in op fluid living. “Alles komt uiteindelijk samen in settopboxen: live-tv, replay, on demand, apps. Daarbij focussen we vooral op het waarmaken van die belofte van ‘any content, any device, anytime, anywhere’. Dat past bij het veranderend leefpatroon van onze klanten.” De benodigde research en productontwikkeling hiervoor wordt voor heel Europa op één plek gedaan, in Schiphol-Rijk. “Europeanen lijken meer op elkaar dan we soms denken. We willen dan ook overal dezelfde kwalitatieve kijkervaring kunnen aanbieden. Zowel in beeldkwaliteit als qua functionaliteit en gemak.”

De ontwikkelingen gaan snel en Giesbers ziet zijn bedrijf steeds meer veranderen in een softwarebedrijf. “Dat is de grootste omslag die we momenteel maken.” Buiten de soft- en hardwareontwikkelingen richten mediabedrijven zich steeds sterker op het aanbieden van eigen of andere exclusieve content. “Onze aanpak daarin verschilt per markt. In Nederland is dat bijvoorbeeld Formule 1 via Ziggo. In andere landen investeren we in een broadcaster, zoals SBS in België. Ook maken we al stappen op het gebied van digitale contentproductie. Willen we voorop blijven lopen, dan moet dat ook. Want de concurrentie komt wel dichterbij.”

* Dit artikel verscheen eerder in het septembernummer van Emerce magazine (#160).

Foto: Frank Ruiter (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dmexco 2017: bedrijven een stap terug in de tijd – bureaus aan zet

Posted 22 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

‘Dmexco is pure business’. Met deze boodschap groots op de banner bij de ingang van het marketingcongres in Keulen werden ruim vijftigduizend bezoekers welkom geheten. In ons werk draait het tenslotte allemaal om ‘the business of doing business’. Met de belofte dat Dmexco ‘disruptive trends’ toont ben ik voor de eerste keer deze immens grote beurs gaan bezoeken: het bleek een stap terug in de tijd.

Gedurende twee dagen ging ik naar ongeveer twintig presentaties en paneldiscussies. Op een paar gezonde uitzonderingen na sprong één overkoepelend thema er duidelijk uit: ondernemen draait om cijfers, niet om mensen. Redelijk ontmoedigend. Zeker in een tijd als deze waar business meer dan ooit toegang heeft tot mensen en de mensen begrijpt en vice versa. Het was een shock om te merken dat hier in het vacuüm van Dmexco totaal geen oog en ruimte voor was.

De rol van Artificiële Intelligentie en de adblocker

AI overheerste alles. Het programma bulkte uit met titels als “Game-changer AI: The impact voor the Advertising Industry” en “AI – The hidden Super Power diving the Experience Business”. Terwijl industrie-experts beleefd met elkaar discussieerden over het gebruik en toepassing van deze nieuwe ‘super power’ en natuurlijk het business potentieel ervan, zagen ze gezamenlijk één kans: het gebruik van AI voor efficiëntere media inkoop. Niet voor een betere gebruikerservaring dus of voor innovaties waarmee merken een meer betekenisvolle rol kunnen spelen in het leven van mensen. Nee, niets van dit! Efficiëntere media inkoop om bereik, clicks en zichtbaarheid te vergroten, daar ging het om.

Iemand die alvast een adblocker wil? De statistieken lopen erg uiteen, afhankelijk van welke informatiebron je gebruikt, maar één ding is duidelijk: aan de groeiende populariteit van adblocking software is direct af te lezen hoe mensen iedere vorm van opgelegde branded message willen vermijden. Het mag misschien geen opzienbarende observatie zijn, maar het is een waarheid die nog niet is doorgedrongen tot de wereld van digital marketeers. Mensen houden niet van opgedrongen reclame. En tegenwoordig hebben ze de middelen om dat (ten dele) te voorkomen.

Een grote uitzondering was National Geographic. Zij presenteerden een verfrissend tegengeluid voor de blijvende obsessie met push communication. Na fotograaf David Guttenfelder vertelde directeur Marco de Reuter op bescheiden toon hoe National Geographic voor het derde jaar op rij dankzij digital storytelling koploper is op social media. Hun succes zou een les moeten zijn voor andere digitale marketeers: geef de mensen iets dat waarde toevoegt en ze boeit. Dan krijg je vanzelf meer aandacht.

‘Pull economy’

Eén van de sprekers op Dmexco zei dat we leven in een ‘pull economy’. Luisterend naar de beste denkers uit de branche leek het erop dat de overgrote meerderheid van de online marketeers zich niet onder dat ‘wij’ scharen. Digitale ontwikkelingen brengen marketeers voortdurend op nieuwe tools en kansen om het succes van hun bedrijf uit te bouwen, terwijl de meest fundamentele verandering in de aanpak nog niet in zicht lijkt.

In tegenstelling tot communicatie via broadcast-mediakanalen, is digital iets dat grotendeels op eigen voorwaarden plaatsvindt. De gebruiker kiest zelf waar hij zijn kostbare tijd en aandacht aan besteedt. Dat is een technologische verschuiving, en geen ‘disruptive trend’. En dat is misschien de reden dat het nog steeds over het hoofd wordt gezien door ondernemers die op zoek zijn naar ‘de’ grote ontwikkelingen voor 2017.

Verdien een plekje in het leven van mensen door iets te brengen wat hun aandacht waard is. Door menselijk te zijn – empathie te tonen – vind je inzichten achter de data en kom je als bedrijf echt dichterbij de mens. Het is voor sommigen wellicht intimiderend om de wereld van de gewone mens – de consument, zo je wilt – binnen te stappen. Maar met alle nieuwe digitale tools die nu beschikbaar komen kan het voor een bedrijf de investering waard zijn om te onderzoeken hoe die spannende stap toch is te zetten.

Welke rol spelen humaniteit en creativiteit in een werkomgeving die zo overduidelijk geobsedeerd is door het adapteren van nieuwe technologie, alleen om de mediaresultaten op de korte termijn te optimaliseren? De bureaus lijken aan zet om hun cliënten te leren hoe belangrijk menselijk inzicht is bij het zoeken naar effectieve communicatie-oplossingen die liever aantrekkelijk dan verstorend zijn.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wijzigingen in hoofdredactie ANP; Marcel van Lingen weer hoofdredacteur

Posted 21 Sep 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Marcel van Lingen keert terug als hoofdredacteur bij het ANP. Met ingang van aanstaande maandag heeft hij weer de leiding over de redactie. Johan Groeneveld – die in april tot…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

B2B marketing: denk ook aan Pinterest en Instagram

Posted 20 Sep 2017 — by Emerce
Category nieuws

In de B2B komen bedrijven vaak niet verder dan een halve Facebookpagina of her en der wat posts op LinkedIn. Pinterest of Instagram komen daarbij zelden in beeld. Waarom eigenlijk? En inderdaad: waarom zou je Pinterest of Instagram wel als B2B Marketing kanaal inzetten?

De grootste valkuil en aanname in de B2B is dat zowel Pinterest als Instagram als consumentenkanaal worden gezien. Dat is natuurlijk gedeeltelijk waar; het grootste gedeelte van de gebruikers zijn consumenten die de kanalen aanwenden in een persoonlijke setting. Maar vergeet niet dat jouw zakelijke relaties óók mensen zijn. Mensen die jouw bedrijf in hun vrije tijd mogelijk op een heel andere manier bekijken.

Maar is dat niet gek, om zakelijk en privé door elkaar te halen? I guess not. Als personen zijn we de hele dag bezig om meningen te vormen over alles. Over ons eigen bedrijf, collega’s, partners waar we mee samenwerken, nieuwe projecten waar je mee gaat starten. En die mening of dat beeld wordt vaak gevoed door social media, waar uiteraard alles zeer visueel wordt uitgebeeld. Door gebruik te maken van die beeldvorming via je social media kun je jouw bedrijf als zodanig gaan positioneren.

Daarnaast wordt user generated content (ugc) steeds belangrijker bij de positionering in B2B markten. Volgens onderzoek naar ugc blijkt dat bedrijven die zich hiermee bezighouden gemiddeld 29% hogere conversies behalen en dat de ‘likeability’ maar liefst 93% hoger ligt. In het kort wordt deze content sterk gewaardeerd vanwege het persoonlijke karakter, maar ook de oorspronkelijkheid ervan. Denk bijvoorbeeld aan een klantreferentie op een extern kanaal.

Daarmee komen we dichterbij de kern: wanneer zet je Instagram of Pinterest dan in? Hiervoor gaan we even terug naar het begin: de bedrijfsdoelstellingen.

Wanneer en in welke fase van B2B marketing zet je Pinterest of Instagram in?

Zoals ik al eerder noemde, houden we bij ons online marketing bureau een intake en inventarisatie van je bedrijfsdoelen en doelstellingen. Belangrijk hierbij is het verschil tussen je hoofddoel en hoe je dat gaat bereiken. Als typerend voorbeeld: “Ons hoofddoel is omzetgroei, en daarom heb we meer leads nodig.”

Maar wat ontbreekt er dan in je B2B marketingaanpak voor leads? Hoe ziet je markt eruit? Wat zeggen je klanten? (of zeggen ze niet?) Samen met het see-think-do-care model kunnen we al snel de pijnpunten vaststellen, inclusief een mogelijke aanpak.

Het bleek dat het om een markt ging waar letterlijk iedereen hetzelfde doet. En een relatief saai product aanbiedt. En hier totaal geen menselijke aspecten in verwerkt.

Naast vindbaarheid via SEO en SEA, speelde vooral de ‘think fase’ een belangrijke rol. Daarin spelen vergelijking en overtuiging de hoofdrol. En precies dit gat kan social media in de vorm van Pinterest en Instagram vullen. Maar ook de ‘care fase’ was belangrijk, want hoe gebruik je social media om retentie uit bestaande leads te halen en te gebruiken als referentie. Dus wat zijn nu concreet de toepassingen?

Toepassingen van Pinterest en Instagram in B2B marketing

Zoals ik al aangaf, speelt overtuiging een grote rol in de B2B marketing. Dit opent gelijk een scala aan toepassingen. Het overkoepelende woord komt sterk overheen met de Branding van je bedrijf: hoe word mijn bedrijf ervaren in de markt.

Dat betekent dat je Pinterest en Instagram kunt inzetten als middel om bijvoorbeeld je branding bij te sturen. De voordelen hiervan lopen zeer uiteen, maar een reeks voorbeelden zijn:

  • Persoonlijkheid en Cultuur: laat zien wie de mensen achter jouw bedrijf zijn. Give it a face! Niemand wil zaken doen met een machine.
  • Klantenbinding: maak duidelijk dat jij net als je klanten om dezelfde zaken geeft. Share a common goal.
  • Showcase je referenties: laat op een sterke manier je goede relatie met je klanten zien.
  • HR: toon jezelf als aantrekkelijke werkgever!
  • Fanbase uitbouwen: bijna ieder niet-sexy product kent hobbyisten die er helemaal weg van zijn. Ken jij de groep #trainspotters of de groep Oil Rig Fans op Pinterest al?
  • Zichtbaarheid vergroten: jouw bedrijf is gewoonweg ook meer online aanwezig.
Maar hoe bereik je de gebruikers nu?

Volgens databox kun je deze social media dus goed inzetten voor jouw doel. Voorbeelden van content die goed kan werken op Pinterest heb ik al eerder opgesteld in een blog over Pinterest voor bedrijven. Maar: wat is de user-base van Pinterest en Instagram? Dit is lastig te bepalen, want officiële gegevens schommelen al jaren naar gelang de meetmethode. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat beide platformen een ander doel hebben en daarmee een andere gebruiksfrequentie.

Pinterest is een verzamel- en oriëntatie platform. Personen zoeken naar inspiratie omtrent een bepaald onderwerp en doen dit wanneer men getriggerd wordt door een onderwerp (tegenwoordig stuurt Pinterest hier pushnotificaties voor). Instagram is een visuele #newsfeed. Net als Facebook is het bedoeld om continue een stroom aan visuele updates te ontvangen over jouw interesses.

Volgens de laatste statistieken van Newcom zijn de gebruikersaantallen van de platformen het laatste jaar flink gegroeid. De teller gebruikers voor Instagram staat op 3.2 miljoen Nederlanders en Pinterest zit aan een stevige 2,4 miljoen. De teller gebruikers voor Instagram staat op 3,2 miljoen Nederlanders en Pinterest zit aan een stevige 2,4 miljoen.

Het grote verschil is het dagelijks gebruik. Instagram kent ongeveer 1,3 miljoen dagelijkse gebruikers, waar Pinterest er 380.000 registreert. Beide platformen zijn daarnaast sterk gericht op mobiel. Instagram helemaal en naar schatting gebruikt 80% Pinterest op een smartphone.

Organisch vs Adverteren

Bij het opzetten van Pinterest en Instagram als B2B kanaal kun je het beste zorgen voor een organische basis. Zorg voor een integratie met je website en de overige social media platformen. Nodig je collega’s en klanten uit om deel van je platform te worden. Regel dat iemand, bijvoorbeeld je content marketeer, het kanaal gaat beheren en interactie voor zijn of haar rekening neemt.

Zodra de basis staat is het zaak om het aantal volgers te laten groeien. Tenzij je een Instagram influencer bent of Pinterest met de paplepel is ingegoten, zul je waarschijnlijk moeten adverteren voor een groot bereik. Gelukkig hebben de platformen niet voor niets bedrijfsaccounts.

Pinterest beweert al jaren dat ze Pinterest adverteren in Nederland gaan uitrollen. Ondanks mijn enthousiasme hiervoor, is dit helaas nog niet het geval. In de VS zijn er echter wel al coole features die Pinterest aantrekkelijk maken voor adverteren: Promoted Pins en Search Ads. Hiermee kun je je (organische) vindbaarheid extra boosten onder jouw doelgroep.

Instagram is via moederbedrijf Facebook echter al een gevestigde naam onder de advertentiekanalen. Via je Facebook Business Manager zet je eenvoudig foto, video, carrousel of story advertenties op. Promoot eenvoudig je content d.m.v. de excellente doelgroepcriteria van Facebook.

Organisch succes met Pinterest en Instagram

Mocht je content bij de doelgroep aanslaan, dan is het zaak om te zorgen voor het juiste community-management. Reageer op berichten en zorg dat je regelmatig nieuwe zaken plaatst. Ook de connectie met andere gebruikers is belangrijk. Bekijk wel of het nog aansluit bij je eerder gestelde doelstellingen.

Succesvolle voorbeelden in de B2B

In mijn uiteenzetting ben ik niet specifiek of inhoudelijk ingegaan op welke content je nu precies deelt op Pinterest of Instagram. Of hoe vaak je post en wat wel of niet werkt. En eerlijk gezegd weet ik dit ook niet precies. Ieder bedrijf, iedere branche en iedere B2B markt is toch weer anders. Daarom kun je beter op zoek gaan naar succesvolle voorbeelden in de markt.

BP: Het Britse petroleum bedrijf heeft een heuse fanbase opgebouwd met hun Instagram account over boorplatformen. Van panorama’s over zee via machines tot het leven op een boorplatform, alles is aanwezig voor de doelgroep. Naast de cultuur tonen, HR promotie en zichtbaarheid heeft het account ook geholpen aan het herstellen van het sentiment na de BP Oliecrisis in de golf van Mexico.

Een ander voorbeeld zijn de online en creatieve sectoren, zoals bijvoorbeeld de e-mailmarketing community. Als voorbeeld zijn er marketeers bezig met e-mailmarketing, die toffe e-mail templates bouwen en hier heel trots op zijn. Deze worden dan vaak gedeeld op Pinterest/Instagram en zijn hiermee ook direct een uithangbord voor je creatieve werk.

Als laatste ben ik altijd fan van de contentmachine van Hubspot. Zowel op Pinterest als Instagram laten zij zowel de menselijke kant van een B2B oplossing zien en delen daarnaast veel tips en tricks voor hun klanten.

Geloof je niet dat Pinterest of Instagram iets voor jouw B2B bedrijf is? You might be right. Or not. Veel van de genoemde voordelen en toepassingen zijn bruikbaar voor B2B bedrijven van een bepaalde omvang die een groot gedeelte van hun bedrijfsvoering op orde hebben. Maar maak het ook niet groter dan het is; met een paar klikken op de knop kun jij ook jouw online aanwezigheid en branding versterken. En jouw verhaal (laten) vertellen.



Lees het volledige bericht op Emerce »