Posts Tagged ‘anp’

‘Marcel van Lingen leidt nieuwsmerk Talpa’

Posted 22 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Marcel van Lingen, hoofdredacteur en mediadirecteur van het ANP, gaat het nieuwe nieuwsmerk van Talpa Network opzetten. Dat suggereert journalistensite Villamedia. Van Lingen wordt per 1 april directeur Journalistiek van Talpa Network. In deze functie is hij verantwoordelijk voor de journalistieke content van Talpa.

Wat Van Lingen precies gaat doen wil hij niet zeggen, maar de intentie lijkt wel duidelijk. Mediamagnaat John de Mol vertelde vorig jaar bij Pauw dat Talpa mogelijk een eigen nieuwsapp gaat lanceren om de concurrentie met de kranten, omroepen en vooral NU.nl aan te gaan.

Toen de De Mol vorig jaar het ANP overnam voor een onbekend bedrag, gaf hij aan dat hij het persbureau wilde gebruiken voor een nieuwsprogramma op zijn eigen tv-zenders. ‘Ik zie veel nieuwsbronnen op mijn mobiel, daar moet Talpa tussen staan.’

Het ANP wordt in de nieuwe opzet echter hooguit nieuwsleverancier. Van Lingen legt namelijk al zijn functies bij het ANP neer. Het persbureau levert onder meer aan Nu.nl, de nieuwssite die De Mol naar verluidt al eens had willen overnemen.

Marcel van Lingen is sinds 2011 hoofdredacteur van het ANP en sinds 2014 ook directielid. Eerder was hij chef van de politieke redactie en chef opinie van Het Parool, hoofdredacteur en algemeen directeur van de GPD en vicevoorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren.

Het nieuwsmerk komt volgens Spreekbuis in het Talpa kantoor aan de Amsterdamse Rietlandpark, oftewel het voormalige onderkomen van SBS Groep. De studio’s die daar zitten gaan vanaf september naar de Bergweg in Hilversum, het huidige onderkomen van Talpa Radio.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoofdredacteur ANP stapt over naar Talpa Network

Posted 22 feb 2019 — by Villamedia
Category nieuws

Hoofdredacteur en mediadirecteur van het ANP, Marcel van Lingen, stapt over naar Talpa Network. Hij is per 1 april benoemd tot directeur Journalistiek van Talpa Network. In deze functie is hij verantwoordelijk voor de journalistieke content van Talpa.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Verdienmodel voor digitaal bureau: eigen start-up en de verkoop ervan

Posted 21 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Her en der zoeken digitale bureaus naar alternatieve verdien- en samenwerkingsmodellen. De Wortel van Drie richtte daarom de zorgstart-up Fello op. Maar besloot deze uiteindelijk toch weer te verkopen aan DELA. Ze zou het zo weer doen, zegt bureaupartner Elien Phernambucq. Maar wel anders. “De ontwikkeling van een start-up is als een mikadospel, zo nauw als het luistert. Elke beslissing raakt tien andere.”

Er ging niet één specifiek moment aan vooraf, herinnert Elien Phernambucq zich. Het is eerder een groeiend inzicht waardoor appbouwer De Wortel van Drie vorig jaar besloot de eigen start-up van de hand te doen. Het ging goed met Fello – de app voor mantelzorgers. Maar niet snel genoeg.

Impact en eigen verdienmodel

Een kleine vier jaar ervoor zag het bureau de druk op mantelzorgers van dichtbij toenemen. Met name de complexe logistiek er omheen, leidt binnen families tot uitdagingen, vertelt ze. Samen met haar bureaupartners ziet ze een gat in de markt: aan een digitale oplossing die het leven van de mantelzorger gemakkelijker maakt is ongetwijfeld veel behoefte, zo redeneren de ondernemers. Met een app waarin familieleden onder meer een agenda hebben en de zorgtaken goed kunnen verdelen, is een maatschappelijke bijdrage te leveren.

Zou het bedrijf erin slagen het product goed te vermarkten dan heeft het bovendien een nieuw verdienmodel in handen. “Veel leuker nog dan andermans projecten maken, vinden we het om aan een eigen onderneming te werken”, legt Phernambucq uit. “Daarmee heb je nog meer directe maatschappelijke impact.” Het bureau is nooit op een verkoop uit geweest. Met een andere inkomstenstroom dan uurtje factuurtje kon de ‘klantkraan’ wat dicht en die van het ondernemerschap verder open.

Slagkracht

Hoe het bureau de ontwikkeling van een eigen start-up aanpakte? Waar het bedrijf normaal via de eerste wireframes langzaam tot een oplossing of product komt, was ditmaal een eigen visie het vertrekpunt. Als goed ontwerpers betaamt staken ze met name tijd in de bouw en UX van Fello, voor een deel bekostigd uit de inkomsten van het bureau. “Als er 7000 uur werk in zit, zou me dat niets verbazen.”

De inspanning leidt tot een serieus aantal eerste gebruikers. En een paar keer tot de winst van ondernemerswedstrijden en challenges. “De geldprijzen zorgden ervoor dat we een serieus team konden opbouwen met een redactie, marketing en klantsupport. Heel nobel natuurlijk, maar om impact te maken is het nog noodzakelijker je geldzaken op orde te hebben.”

Met de bedrijfsgroei, nemen namelijk ook de kosten toe. Het maakt de noodzaak van een verdienmodel volgens Phernambucq alleen maar groter. “Wat je als start-up eigenlijk wil, is dat de eindgebruiker betaalt. Dan blijft voor iedereen het belang om die eindgebruiker volledig te dienen het grootst.” Een tweede mogelijkheid is om gebruikers diensten van derden aan te bieden – in de zorg niet ongebruikelijk. Voor een thuiszorgorganisatie is een Fello-gebruiker bijvoorbeeld een goede lead.

Hoe Phernambucq en haar collega’s ook rekenden met de diverse businessmodellen, het kwam gewoon niet uit. “We wilden een rendabel bedrijf ontwikkelen, maar uiteindelijk bleken we daarvoor een wel heel lange adem nodig te hebben. Wil je als ondernemer een groter publiek bereiken, dan heb je dus marketinggeld nodig. Fello groeide organisch, snelheid vraagt echter om slagkracht en serieuze budgetten.”

De Wortel van Drie: Phernambucq en collega’s Michael Noom en Niels Meijssen

Corporate met juiste intenties

Voor die slagkracht kun je natuurlijk terecht bij een investeerder of een grotere partij waarbij de onderneming is onder te brengen. Voor dat inzicht moesten Phernambucq en haar collega’s wel even hun ego opzij zetten. “Je beseft toch iemands hulp nodig te hebben.” Zowel met externe financiers, impactfondsen als corporates zijn er gesprekken gevoerd. In misschien wel twintig soorten en maten. Een grote zorgverzekeraar toonde serieuze interesse, maar de daadwerkelijke klik volgt als er een gesprek is geweest met de uiteindelijke koper, uitvaartverzekeraar DELA. “Dat klinkt misschien niet voor de hand liggend, maar DELA’s innovatie-afdeling zoekt telkens naar vernieuwingen voor een gezondere oude dag. Fello past perfect in die visie.”

Een overnamesom deelt ze niet, maar in algemene zin waren de gesprekken de spannendste uit haar leven. “Laat ik vooropstellen dat Nederland geen Amerika is. In de start-up wereld leeft het idee dat een bedrijf met een paar duizend gebruikers direct een paar miljoen waard is. Zo werkt het hier niet. Je moet met de billen bloot en in zekere zin geldt ‘wat de gek ervoor geeft’.”

Ze heeft ervan geleerd te zoeken naar een partij met de juiste intenties. Voor De Wortel van Drie was het een harde eis om Fello zelf te kunnen blijven doorontwikkelen. De garantie van bureau-omzet is natuurlijk lekker. Maar belangrijk nog is het gevoel dat hierbij meespeelt. Het bureau is nog niet los van de eigen ambitie met Fello. “Tijdens de gesprekken heb ik geprobeerd aan te voelen of DELA bereid zou zijn meerdere jaren te investeren zonder zicht op direct rendement. Dat het een coöperatie is die zich daardoor automatisch wat meer op impact richt en dat met andere producten aantoont, speelde zeker mee.”

Lessen geleerd

Sinds de verkoop aan DELA gaat het Fello nog een stuk beter. Er is wat je noemt momentum. Het aantal gebruikers is de afgelopen tijd meer dan verdubbeld. En indirect heeft het bureau er bovendien alsnog een nieuw samenwerkingsmodel aan overgehouden. De ervaringen die De Wortel van Drie opdeed zet het nu in voor andere start-ups. In plaats van de “u vraagt, wij draaien-projecten”, werkt de Wortel van Drie veel vaker in een constructie van aandeelhouderschap. De klant betaalt een gereduceerd tarief, het bureau neemt het risico in te stappen.

Wat Phernambucq betreft zou die samenwerkingsvorm veel vaker moeten voorkomen in bureauland. “Ik geloof erin dat bedrijven en producten die ‘digital’ in hun kern hebben, niet zomaar de ontwikkeling ervan moeten uitbesteden. Door een bureau mee te laten investeren, zorg je voor een heel andere relatie. “Het werk dat je hieraan overhoudt is in mijn ogen veel leuker. De klant benadert je niet om iets te maken, maar om ons mee te laten kijken naar het businessmodel. We worden benaderd als mede-ondernemer en zoeken samen naar de risicovolle aannames.”

Mocht de kans zich voordoen dan zou ze zonder enige twijfel zo weer een onderneming starten binnen haar bureau. Maar dan met een andere aanpak. Behalve direct te kijken naar het business- en verdienmodel, zet ze er dan een full-time CEO op. “We verkeerden in de bureauwereld waarin we uren moesten maken en hadden daarnaast een onderneming die tijd vroeg. Die belangen schuren weleens.” Wil je een bedrijf uitbouwen en er omzet mee generen dan is een leider nodig die ongeremd kan werken, zo ziet ze in. En niet deels met zijn hoofd bij klantprojecten is. “Als ontwerpers heb je weleens de neiging tweehonderd uur te steken in een functionaliteit die maar voor twee procent van de gebruikers écht belangrijk is. Je hebt iemand nodig die makkelijker durft te schrappen en ego’s niet in de weg laat zitten.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sonic branding: laat horen wie je bent

Posted 21 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Voice shopping zal in 2022 alleen al in de VS en het VK goed zijn voor een omzet van meer dan veertig miljard dollar. Dat betekent dat de visuele component van je merkidentiteit niet altijd zichtbaar zal zijn. Hoe blijf je als merk overeind in een schermloze wereld? Met behulp van sonic branding.

We zien sonic branding als een geluidsarchitectuur die aan de merkidentiteit hangt. Het is een extra dimensie naast beeld. Geluid is een superkrachtig medium – in gevallen waar mensen met je merk te maken hebben maar het niet zien, kun je met behulp van geluid herkenbaarheid creëren.

Sonic branding gaat veel verder dan de muziek die wordt gedraaid in een winkel of de jingle van een radiocommercial. Je creëert een audiotaal voor het merk die is gebaseerd op de merkwaarden, -belofte en persoonlijkheid. Die taal wordt gebruikt op alle touchpoints, van website en apps tot beurzen, commercials, winkels, enzovoorts. Net zoals je je visuele merkidentiteit aanpast aan elk medium, doe je dat ook met audio.

Emotie, geheugen en geluid

Het is dus een totaalconcept waarbij geluid wordt ingezet om bedrijfsdoelstellingen te behalen, zoals het creëren van naamsbekendheid en zelfs loyaliteit. Om muziek te verwerken gebruiken we dezelfde delen van ons brein als voor emotie en geheugen. Oftewel: bekende deuntjes roepen emoties en herinneringen op.

Dit gebeurt niet altijd bewust – het opstartgeluid van een Macbook associeer je met Apple en roept positieve, negatieven of neutrale gevoelens op, afhankelijk van wat je van het merk vindt, zonder dat je daarbij stilstaat. Het geluid waarmee Intel reclames afsluit is een van de bekendste ter wereld, terwijl bijna niemand ooit een Intelchip in handen heeft gehad. En de iconische ringtone van Nokia wordt van Alaska tot Fiji feilloos geneuried.

Voice shopping stimulans voor sonic branding

Sonic branding is geen nieuw concept maar had tot voor kort bij veel wereldmerken niet de hoogste prioriteit. Daar lijkt verandering in te komen. De populariteit van muziekstreamingdiensten en podcasts gaf sonic branding al een zetje in de rug. Maar nu steeds meer mensen gebruikmaken van spraakassistenten zoals Google Home en Amazon Alexa, wordt geluid als onderdeel van de merkidentiteit echt heel belangrijk. In 2022 wordt de markt voor voice shopping geschat op 40 miljard dollar.

SNCF: na twee noten herkend

Er zijn desondanks nog niet zoveel grote bedrijven met een echte sonic branding-strategie. De Franse spoorwegen SNCF zijn hierop een uitzondering. Zij ontwikkelden een audiostrategie met als doel leiderschap, comfort en zorgzaamheid uit te stralen

De bijbehorende muziek klonk in tv-commercials krachtig terwijl het op stations bij het uitzenden van actuele informatie juist geruststellend van toon was. Toch werd dezelfde melodie gebruikt. De muziek werd aangepast voor de klantenservice om het wachten te veraangenamen, vergaderingen, corporate communicatie, advertenties, enzovoorts.

Het resultaat was dat 92 procent van de luisteraars de audio associeerden met SNCF. Achtentachtig procent wist het merk zelfs al na twee noten te benoemen en de perceptie van leiderschap steeg met 18 procent.

Ontwikkelen van je geluidsidentiteit

Bij Mastercard zijn we net begonnen met sonic branding als nieuw onderdeel van onze merkidentiteit. Er zijn merken met een bekende sign-off, zoals waarmee T-Mobile commercials afsluit. Er zijn ook geluiden gekoppeld aan bepaalde handelingen, zoals wanneer een betaling is geaccepteerd. Wij voegen daar ook de muziek voor commercials, het aankondigen van sprekers bij een congres, et cetera aan toe. Het is een totaalpakket waarmee we herkenbaarheid, vertrouwen en merkbinding willen bewerkstelligen.

De uitdaging van het ontwikkelen van zo’n geluidsidentiteit is ten eerste natuurlijk dat het in lijn moet zijn met je merkwaarden. Daar komt voor internationaal opererende bedrijven bij dat het door verschillende culturen moet worden omarmd. Dat verzin je natuurlijk niet zelf. De Mastercard-geluidsarchitectuur is in samenwerking met verschillende specialisten gecomponeerd, van grote productiestudio’s tot artiesten als Mike Shinoda van Linkin Park, en is uitgebreid getest in verschillende regio’s.

De melodie komt in allerlei varianten terug. Het zijn herhalingen van het thema met variaties op de context en omgeving. Tijdens een gesponsord festival in India zal het iets anders klinken dan tijdens een zakelijke bijeenkomst in Nederland. Maar het heeft wel dezelfde sound. Die zal niet na één keer bij iedereen blijven hangen – herkenning heeft tijd nodig. We voegen hiermee een nieuwe dimensie toe aan onze merkidenteit. Overal waar consumenten contact hebben met ons merk, of dit nu digitale of fysieke interacties zijn, biedt de Mastercard-melodie herkenbaarheid.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederland tegen de concepttekst voor de nieuwe EU-auteursrechtrichtlijn

Posted 21 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Nederland, Luxemburg, Polen, Italië en Finland kunnen zich niet scharen achter de omstreden concepttekst voor de nieuwe EU-auteursrechtrichtlijn. Zij hebben dan ook tegengestemd.

Er zou geen balans zijn tussen de bescherming van de rechthebbenden en de belangen van individuele burgers.

Een week geleden werd achter gesloten deuren al overeenstemming bereikt over de auteursrechtrichtlijn, inclusief de omstreden artikelen 11 en 13, oftewel de ‘linktaks’ en ‘uploadfilters’.

Europa voert de maatregelen met betrekking tot de uploadfilters alleen in voor de grote platforms zoals Google en Facebook, niet voor diensten die minder dan drie jaar beschikbaar zijn, jaarlijks minder dan 10 miljoen euro omzetten en per maand minder dan 5 miljoen unieke bezoekers hebben. Voor deze partijen verandert er niks.

Voor de definitieve goedkeuring moet de concepttekst nog door het Europees Parlement worden goedgekeurd. Deze stemming vindt eind maart of half april plaats. Dan nog moeten individuele lidstaten de wetgeving nog aanpassen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Engelse operator Three: klaar voor 5G

Posted 20 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De Engelse mobiele aanbieder Three, dat tien miljoen Britten bedient, zegt dat de kern van zijn mobiele netwerk klaar is voor 5G.

Three UK is met interne proeven begonnen om de techniek, stabiliteit en opties van het cloudgebaseerde Nokia-netwerk te onderzoeken. De leiding hoopt de testen in de loop van het jaar af te ronden.

Na afronding van de interne testen wil Three commerciële 5G-diensten gaan aanbieden. Dat zou nog voor 2020 moeten plaatsvinden.

Behalve het kernnetwerk zouden ook de masten al 5G-ready zijn, sinds december 2018.

Het bedrijf, onderdeel van CK Hutchison, was in Engeland destijds de eerste die 3G gingen aanbieden op het UMTS-netwerk. Later volgden ook de zusterbedrijven in Ierland, Denemarken, Zweden, Oostenrijk en Italië.

5G zal binnenkort een van de hoofdthema’s zijn op het Mobile World Congress in Barcelona. Naar verwachting maken meerdere grote operators dan details bekend over de 5G-upgrades van hun netwerken.

Deze nieuwe generatie mobiele breedbandnetwerken is vooral voor internet of things-bouwers interessant. 5G is geschikt om heel veel apparaten tegelijk met een netwerk te verbinden tegen, in theorie, hele lage latency. Dat is bijvoorbeeld voor in real time opererende ecosystemen, zoals zelfrijdende auto’s, noodzakelijk.

Nederland behoort niet tot de koplopers wat 5G-activatie betreft. Voor consumenten en bedrijven maakt dat ook niet veel uit, want er is nog bar weinig 5G-specifieke apparatuur verkrijgbaar – zoals telefoons – om mee te werken.

Foto: hernanpc (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

CRO voor de lange termijn: Van A/B-test naar gedragsinzicht

Posted 19 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De naam conversieratio-optimalisatie (CRO) doet tekort aan wat het proces daadwerkelijk inhoudt en met name, aan wat het je als organisatie oplevert. Het valideren van je aannames door middel van online experimenten leidt tot meer dan alleen een stijging in je conversieratio. Op de lange termijn levert het je kennis over het gedrag van je klanten op. Onmisbare informatie die je in staat stelt om te anticiperen op mogelijke veranderingen in dit gedrag. Maar wie doet dit al?

Op congressen over CRO hoor ik vaak enthousiaste verhalen over het opzetten en structureren van teams, het meekrijgen van de organisatie, het verhogen van de betrouwbaarheid en snelheid van het optimalisatieprogramma en alle succesvolle en minder succesvolle A/B-testen.

Nauwelijks hoor ik organisaties delen hoe ze hun inzichten opslaan en wat ze leren van de kennis die ze opbouwen over het gedrag van hun bezoekers door middel van CRO. Of het helemaal niet gebeurt weet ik niet, maar het wordt in ieder geval niet (genoeg) gedeeld. En dat is jammer, want dat is precies waar een groot deel van de waarde van optimalisatie te vinden is.

Van CRO naar gedragsmodel

Maar hoe kom je erachter waarom een bepaalde variant wel of niet beter presteert? Hoe bouw je kennis op over het gedrag van je klanten, zodat je het later ook organisatiebreed kunt inzetten?

Op basis van mijn ervaring als gedragswetenschapper onderscheid ik vijf factoren die van invloed zijn op de kwaliteit en dus de waarde van je inzichten:

1. Structuur

Een open deur, maar zeer belangrijk wanneer je inzichten wilt opbouwen. Door een duidelijke structuur te hanteren binnen je experimentatie programma voorkom je chaos en behoud je de validiteit en betrouwbaarheid van je resultaten. Je bent je bewust van de keuzes die gemaakt worden, hoe ze gemaakt worden en door wie ze gemaakt worden.

Dit zorgt ervoor dat wanneer er iets gebeurt – bijvoorbeeld wanneer er een bug is of een campagne aangaat die invloed heeft op de resultaten van je A/B-test – je hierop kunt anticiperen of achteraf de keuze kunt maken het experiment opnieuw in te plannen.

2. Data kwaliteit

Zonder betrouwbare metingen weet je niets. Je kunt je aannames nergens op baseren en daarnaast zijn de resultaten die je experimenten opleveren niet bruikbaar. Zorg altijd dat je data klopt, check het zelf of laat het door iemand controleren. Meet je alles wat je wilt meten? Worden alle metingen op het juiste moment ingeschoten? En zijn je data op de juiste manier gestructureerd? 

3. Zorg dat je test wat je wilt testen

Het optimalisatie proces is één grote samenwerking tussen verschillende disciplines. Een van die cruciale punten in de samenwerking vindt plaats wanneer het design afgestemd moet worden op de hypothese.

Een hypothese is in principe niets meer dan een stelling met daarin de verwachting die je hebt over het gedrag. Het design is de uitwerking van deze hypothese in de vorm van een (kleine) aanpassing die het gedrag van de bezoeker op jouw site wel of niet zal beïnvloeden.

In de spiegel-momenten die plaatsvinden tijdens het vertalen van de hypothese in een design is een aantal elementen belangrijk:

Hoe groot maak je de aanpassing? Wordt je aanpassing gezien door de juiste groep bezoekers en is de aanpassing groot genoeg om een verandering teweeg te brengen in het gedrag?

Liggen alle aanpassingen in het design in lijn met de hypothese? Worden er misschien elementen aangepast die een ander effect kunnen hebben op het gedrag van je bezoeker en zo je resultaten kunnen vervuilen?

Soms hebben we de behoefte om toch nog een extra element aan te passen omdat het er dan net wat mooier uitziet of misschien omdat je ergens een foutje of bug hebt ontdekt. Al deze aanpassingen kunnen al dan niet een effect hebben op je resultaat.

Zorg dat je design zuiver is en er echt maar één factor verschilt van de controle variant. Alleen zo kun je met redelijke zekerheid zeggen wat de oorzaak is van de verandering in het gedrag van je bezoekers.

4. Ga op zoek naar alternatieve verklaringen

Heb je een effect gevonden? Ga dan vervolgens op zoek naar alternatieve verklaringen. Blijf niet zoeken naar bevestiging maar wees de advocaat van de duivel. Zijn er potentieel andere verklaringen voor het effect dat je hebt gevonden? Zo ja, test ze!

Net als in de wetenschap probeer je telkens je eigen bevindingen te weerleggen; je hypothese is waar zolang je geen bewijs hebt gevonden die je aanname onderuit haalt. Zo verzamel je veel sneller, veel meer en veel betrouwbaardere kennis over het gedrag van je bezoekers (dan wanneer je telkens je eigen aannames aan het bevestigen bent).

5. Hertest je bevindingen

Dit punt ligt een beetje in lijn met het vorige punt, maar is daarom zeker niet minder belangrijk. Gedrag is niet alleen complex en onderhevig aan ongelofelijk veel verschillende (interne en externe) factoren, het verandert ook nog eens constant.

Een experiment dat je uitvoert in februari kan bijvoorbeeld een compleet ander effect hebben wanneer je het midden in de zomer uitvoert. De doelgroep bij wie je het experiment hebt uitgevoerd kan door te tijd heen andere voorkeuren ontwikkelen. En dan hebben we het nog niet eens over de kleine contextuele verschillen die per seconde per persoon weer anders kunnen zijn.

Zorg daarom dat je blijft hertesten. Ten eerste om te zien of er andere factoren invloed hebben gehad op het gedrag van je bezoekers en ten tweede om erachter te komen of en hoe het gedrag van je bezoekers door de tijd heen verandert.

Van gedragsmodel naar innovatie kans

Samengenomen zorgen de bovenstaande punten ervoor dat je experiment voor experiment nieuwe kennis verzamelt over je klant. Hoe maakt je klant een keuze, welke oorzaken hebben invloed op deze keuze en welke rol kun jij als organisatie spelen binnen dit keuzeproces?

Op den duur ga je patronen herkennen in het gedrag van je klant en kun je een gedragsmodel maken dat je niet alleen in staat stelt om op de juiste manier in te spelen op de wensen en behoeftes van je klant maar ook om te anticiperen op veranderingen in deze behoeftes en wensen.

Ze zeggen dat ieder product of iedere dienst, hoe populair ook, ooit ingehaald wordt door nieuwe ontwikkelingen. Dit voorkomen kan niet, maar de verzameling van inzichten die jouw experimentatieprogramma kan opleveren zorgt er in ieder geval voor dat je als een van de eerste in de markt zicht hebt op deze verschuivingen en erop kunt reageren.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Taxichauffeurs demonstreren vandaag tegen Uber

Posted 19 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Taxichauffeurs uit Amsterdam en Rotterdam gaan dinsdag demonstreren in Den Haag tegen Uber. Zij willen een stop op het aantal taxichauffeurs in hun stad.

Aanleiding zijn de recente dodelijke ongevallen waarbij Ubertaxi’s betrokken waren. Ook moeten er bovengrenzen worden ingevoerd voor taxi’s in de grote steden. Het aantal actieve taxi’s in Amsterdam is de laatste jaren hand over hand toegenomen, mede door de komst van Uber.

Na een reeks ongelukken met Uber-chauffeurs, waarvan drie en mogelijk zelfs vier met een dodelijke afloop, heeft Uber zelf al maatregelen genomen. Er komt een minimumleeftijd van 21 jaar, en wie wil rijden voor Uber moet minstens een jaar zijn rijbewijs hebben.

Amsterdamse taxi’s rijden vanaf 11.00 uur vanaf verschillende plekken in de stad in colonne naar Den Haag. Daarbij willen ze een snelheid aanhouden van 60 kilometer per uur, meldt het ANP.

De Amsterdamse taxichauffeurs lijken deels geïnspireerd door de protesten tegen Uber in Spanje. Naar aanleiding daarvan heeft de Catalaanse regering maatregelen genomen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De technische SEO-trend van 2019: Wat is Edge SEO? 

Posted 18 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Edge SEO is een nieuwe trend binnen technische SEO, wat gebruik maakt van edge computing-technologieën om totale HTTP(s)-verzoeken (incl. URLs, status, headers en body content) aan te passen, zonder toegang tot de broncode of server van de website. Denk aan Google Tag Manager, maar dan voor SEO.

Deze oplossing biedt website-eigenaren, digital marketing-teams en SEO-specialisten de mogelijkheid om relatief snel en eenvoudig: URL’s door te verwijzen (301-redirects), alle inhoud van een pagina aan te passen en technische SEO-features te testen, zonder enige tussenkomst van DevOps. De mogelijkheden zijn eindeloos. Om te begrijpen wat dit mogelijk maakt, moeten we eerst de onderliggende technologieën bekijken; edge computing en service workers.

Wat is edge computing?

Edge computing is een methode voor het optimaliseren van cloud computing-systemen door het verwerken van gegevens uit te voeren aan de rand (“edge”) van het netwerk, dicht bij de bron van de gegevens, los van de (gecentraliseerde) webserver. Er cirkelen meerdere definities rond omdat edge computing, net als edge SEO, nog een relatief nieuw begrip is. De bovenstaande is geschreven voor website-eigenaren, maar edge computing is nu voornamelijk trending in de IoT-wereld.

Service workers en Cloudflare

Voor wie zich bezig houdt met de laadsnelheid van websites moet Cloudflare een oude bekende zijn. Deze partij staat vooral bekend om zijn (gratis) CDN en DDoS-bescherming. Met uitrol van van Cloudflare Workers begin 2018, biedt Cloudflare alle gebruikers de mogelijkheid code uit te voeren in het CDN netwerk van meer dan 165 edge-locaties over de hele wereld. Cloudflare Workers zijn als service workers (bekend van PWA’s), maar draaien volledig op het netwerk van Cloudflare, niet in de browser. Service workers maken gebruik van serverloze technologieën om JavaScript uit te voeren en HTTP(s)-verzoeken te onderscheppen en te bewerken.

Met de workers van Cloudflare heb je volledig toegang tot de Cloudflare Cache en bepaal jij wat eindgebruikers (en (Google)bots) uiteindelijk krijgen voorgeschoteld. Iets aanpassen gaat snel (via de V8 JavaScript engine in minder dan dertig seconden vanaf het moment dat je het script opslaat) en is relatief eenvoudig, probeer het zelf maar eens in de Cloudflare Workers Playground.


bron https://docs.sloth.cloud

Edge SEO had waarschijnlijk nooit zo’n vlucht genomen zonder de lancering van Cloudflare Workers. Wil je aan de gang met edge SEO, dan betekent dit dat Cloudflare, of een andere CDN met soortgelijke functionaliteit, geïmplementeerd moet zijn. Hier zijn extra kosten aan verbonden. In het geval van van Cloudflare Workers: 5 dollar per maan voor de eerste tien miljoen requests, 0,50 dollar per miljoen daarna.

Edge SEO: WIIFM?

Het Britse StrategiQ introduceerde vorige maand al een tool genaamd Spark, een meta-CMS voor SEO teams, op basis van Cloudflare Workers.

Ze zijn druk bezig met de ontwikkeling van een eenvoudige web-omgeving, te vergelijken met Google Tag Manager, om SEO’s te helpen bij het testen en implementeren van SEO-gerelateerde wijzigingen, zonder gedoe met ontwikkelaars. Dit is een van de grootste obstakels waarmee SEO’s te maken hebben en de reden voor het bestaan van edge SEO (net als GTM trouwens): Volledige controle over webpagina’s (in het geval van GTM: trackingcodes) zonder tussenkomst van webbouwers.

Mogelijkheden (en risico’s) van edge SEO zijn eindeloos

Het eerste wat in mij opkwam qua mogelijkheden van edge SEO:

  1. Direct controle over de robots.txt.
  2. Eigendomsverificatie van Search Console via de HTML-file.
  3. Goede en snelle redirect manager “on the edge”.
  4. De ultieme (SEO) A/B test omgeving, die ook werkt zonder JavaScript.

Allemaal no-brainers, de mogelijkheden (voor SEO, CXO en WA) zijn echt eindeloos. De risico’s daarentegen ook:

  • Nog een schakel in het systeem waartoe de toegang moet worden gecontroleerd en bewaakt.
  • Wie controleert en test de code op deze omgeving?
  • Hoe en wie maakt dit onderdeel van je DevOps?
  • Wie heeft uiteindelijk volledig inzicht in wat de eindgebruiker te zien krijgt en is eindverantwoordelijk?

Het gebruik van GTM is ondertussen ook volledig ingeburgerd, dus ik ben positief. Zo maar enkele mogelijkheden van edge SEO:

  • Wijzig HTTP(s)-requests, URL’s, -status, -headers en de volledige HTML-content.
  • Binnen enkele seconden simpele (SEO) bug-fixes doorvoeren.
  • Parallelle requests naar verschillende diensten en het combineren van deze data.
  • Prerender dynamische content (Dynamic Rendering?).
  • Log files genereren (ook voor SaaS systemen zoals Lightspeed en Shopify?).
  • Beveiligingsregels en filters om ongewenste bezoekers en bots te blokkeren.
  • Controle over het caching-gedrag van Cloudflare.
  • Voer A/B-tests uit tussen verschillende back-ends.
  • Analytics zonder zonder code in de browser van de gebruiker uit te voeren.
  • Unieke application security.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De vier succesingrediënten van B2B-e-commerce

Posted 18 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Succesvolle B2B-e-commerce bestaat uit vier pijlers: effectieve klantsegmentatie, differentiatie, heldere doelstellingen en de juiste mensen, processen & technologie. Wie dit op orde heeft, behoort tot de top van de online verkopers, aldus Forrester. Veel van mijn B2B-relaties zien dit als het fundament van hun online groei.

Negenentachtig procent van de B2B-inkopers doet online onderzoek alvorens tot een aanschaf over te gaan. En 57 procent van de koopbeslissingen is al genomen voordat er contact is met sales. De B2B-bedrijven signaleren zelf ook dat ontwikkelingen in het koopgedrag op de consumentenmarkt hun weerslag hebben op hoe inkopers en geautoriseerde bestellers in de B2B-markt zaken willen doen.

Voor herhaalaankopen hoeft er natuurlijk geen vertegenwoordiger langs te komen, die zou je online moeten kunnen afhandelen. Maar de B2B-prijsstructuur en het assortiment maken de herhaalaankoop wel aanzienlijk ingewikkelder en uitgebreider dan bij consumentenproducten het geval is. Ook het risico dat verbonden is met de aankoop is totaal anders. Een verkeerde bestelling kan misschien wel tot stilstand van het productieproces en dus tot hoge kosten en ontevreden klanten leiden. Een een-op-een kopie van een B2C-e-commercemodel implementeren is dus zinloos. Hoe ziet een goede blauwdruk er dan wel uit? Volgens Forrester zijn er vier kwesties waar je goed over na moet denken wil je als B2B-partij succesvol zijn in e-commerce:

 1. Effectieve klantsegmentatie

Veel B2B-bedrijven gaan ervanuit dat het profiel van hun online klanten hetzelfde is als dat van offline klanten. Maar het koopgedrag en de kenmerken van die twee groepen verschillen sterk. Het is dus zaak om erachter te komen wie je beste online klanten zijn en welke offline klanten online worden beïnvloed in hun inkoopproces. Dat doe je door allereerst de interactie tussen de B2B-koper en je bedrijf nauwkeurig in kaart te brengen. Als je de customer journey over alle contactmomenten heen goed in beeld hebt, ontdekt je of er frictie in het proces zit die conversie in de weg staat. Die drempels wil je natuurlijk wegnemen.

De tweede stap is om vast te stellen welke klantsegmenten het belangrijkst (lees: winstgevendst) voor je zijn. Het RFM-model, een model voor de analyse van de customer value, is hiervoor een goed beginpunt. Focus je op de top 25 procent van je klanten en ga daarna kijken hoe je vraag kunt omzetten in conversie vanuit andere belangrijke segmenten. Hierbij is het belangrijk dat van alle klanten en leads de customer lifetime value wordt bepaald. Dit is al heel gebruikelijk in B2C maar in B2B gebeurt het nog niet zo vaak, terwijl het informatie is die je helpt om je marketingbudget en salestijd effectief in te zetten.

 2. Differentiatie is van levensbelang

Online is het vechten om aandacht, dus het is van levensbelang hoe je je merk positioneert. Een objectieve SWOT-analyse die je regelmatig opnieuw uitvoert, geeft je inzicht in waar je staat op de markt, ook ten opzichte van je concurrenten. Doe de analyse vanuit het perspectief van de klant, dan zie je echt waar je kansen liggen.

Als je uitblinkt op een bepaald gebied, houd daar dan aan vast. ERIKS, de webshop voor technische producten, is bijvoorbeeld groot geworden met een hoog serviceniveau. Toen besloten werd om ook de low-touch segmenten te gaan bedienen, werd ervoor gekozen om daar een apart bedrijf voor op te richten, met een passend businessmodel: ZAMRO. Zo ontstond er geen frictie bij de bestaande klantengroep van ERIKS en konden er toch nieuwe markten worden aangeboord.

 3. Heldere doelstellingen (en meten of je die bereikt)

Wat je wilt bereiken met je e-commercestrategie geef je weer in doelstellingen die medewerkers motiveren en de voortgang en waarde aantonen. Wees reëel maar durf ook ambitieus te zijn. Tijdens de roundtable die we samen met Evident hielden op B2B Digital liet een van de deelnemers, een leverancier van agrarische producten, weten dat het gros van de bestellingen nog via sales binnenkomt. Online is goed voor 20 procent en 10 procent van de orders wordt zelfs via de fax geplaatst. “De webshop is nu vooral ondersteunend aan sales. Wij willen echter naar 75 procent online verkoop groeien door onze digital capabilities te ontwikkelen, zowel op het gebied van data als van e-commerce.”

De KPI’s die je kiest om te meten of je op weg bent om je doelstellingen te behalen, moeten de verschillende kanten van je business belichten. Dit is ook een van de populairste onderwerpen geweest van de B2B Digital Commerce Group. De klanttevredenheid meet je bijvoorbeeld met de NPS-score of door het social sentiment in relatie tot je merk te laten meten. De verkoopkant wordt belicht met behulp van de gemiddelde orderwaarde, totale jaarlijkse uitgaven en het aandeel herhaalaankopen. Aan de kostenkant zijn de KPI’s gericht op bijvoorbeeld de kosten per order en de kosten van klantenservice.

 4. De juiste mensen, processen & technologie

Een plan is zo goed als de medewerkers die het uitvoeren en de processen en technologie die ervoor zijn ingericht. Op het B2B Digital-event van 2018 kwam dit uitgebreid aan de orde. Neem mensen aan met een digitaal DNA die tegelijkertijd geobsedeerd zijn door de klant, is het advies van Forrester. Natuurlijk moeten de bestaande medewerkers ook mee worden genomen in de digitalisering. “Het feit dat we nu een webshop hebben betekent dat onze medewerkers zich moeten transformeren van dozenschuiver naar sales consultant. Dat doen we met een top-bottom aanpak. De beste medewerkers zijn lighthouses die een voorbeeld zijn voor de rest. Als je een top-3 hebt, dan wil nummer vier daarbij horen. Door binnen alle divisies en afdelingen die uitblinkers te identificeren, trek je de rest mee.”

Je hoeft niet alle expertise in dienst te nemen – andere samenwerkingsvormen zijn ook prima, zolang de medewerkers maar de vrijheid hebben om best practices in e-commerce toe te passen. Waar het om gaat, is dat iedereen dezelfde mindset heeft en erop is gericht om te excelleren.

Snelheid is ook heel belangrijk en dat betekent dat je je budget voor twee jaar plant met de flexibiliteit om op veranderingen in te spelen. Als er ineens expertise nodig is voor iemand die alles weet van mobile e-commerce, dan moet het budget mee kunnen bewegen.

Verder moet je natuurlijk de juiste IT-infrastructuur hebben om e-commerce te doen en eenvoudig kunnen integreren met alle relevante systemen, zoals met een ERP-, CRM-, Order Management en Product Informatie Management-systemen. Welke oplossing geschikt is, wordt niet alleen door de gewenste mate van integratie gestuurd, maar wordt vooral bepaald door de rol die je wilt spelen op de markt.

Heb je de ambitie om een leidende positie te pakken dan zijn bijvoorbeeld ook uitgebreide standaard B2B-commercefunctionaliteiten, een hoge mate van schaalbaarheid en mobile-ready onmisbaar. Je wilt immers niet telkens van platform wisselen omdat je snel groeit, een touchpoint toevoegt of internationaal uitbreidt. Is je organisatie minder ambitieus en/of vind je het niet zo’n probleem om al na een paar jaar van platform te wisselen, dan kan je mogelijk volstaan met een eenvoudigere e-commerceoplossing.

En een vijfde bonus-succesingrediënt: flexibiliteit

Tot zover de vier succesingrediënten van B2B-e-commerce. Wat je verder nodig hebt, is een lange adem, aldus Forrester. Verandering kost tijd – houd rekening met een periode van drie tot vijf jaar voordat de volle potentie is bereikt. Dat betekent dus ook dat je commerceplatform de flexibiliteit moet hebben om snel on-par te geraken en eenvoudig met je mee te groeien, in te spelen op veranderingen in koopgedrag en nieuwe technologieën te adopteren. Die wendbaarheid heb je eveneens nodig als er dingen verkeerd gaan. Digitale transformatie vergt de lef om te experimenteren en daar hoort falen bij. Zolang je dat met een ervaren partner doet en een back-up plan hebt voor als het misgaat, is dat geen enkel probleem en word je er alleen maar sterker van.

Ter inspiratie deel ik tot slot het verhaal van Würth met je, een technische groothandel die een indrukwekkende digitale transformatie heeft ondergaan, waarbij de kern van het businessmodel is behouden maar aangepast aan de eisen van nu.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Yoastcon: Google komt met eigen WordPress plugin voor implementatie van Analytics, Adsense en Pagespeed Insights

Posted 18 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Hoewel Yoastcon vooral een SEO-conferentie is, was er zeker ook aandacht voor aanverwante online marketing disciplines. Yoast, bekend van de wordpress-plugin, toonde haar bezoekers de laatste inzichten in CRO, websitemigraties en laadsnelheden. 

CRO – Conversion Rate Optimization

Zo vertelt CRO-expert Els Aerts over gebruikersonderzoek. Zij maakte de brug naar SEO door een uitspraak van Wolfgang Blau (Condé Nast) aan te halen: “An SEO’s job is to make it easy for people who want to find you, to find you”. Met andere woorden: het gaat om de gebruikers die ook echt tot je doelgroep behoren. Hoe kom je te weten wat zij belangrijk vinden, wat hen motiveert?

Els geeft aan dat er te vaak wordt teruggegrepen naar kwantitatief onderzoek, dat vooral de vraag beantwoordt wat er gebeurt op je site, en hoe vaak het gebeurt. Je zou moeten beginnen met kwalitatief gebruikersonderzoek dat zich richt op hoe en waarom bezoekers zich gedragen.

Een van de kwalitatieve onderzoeksmethoden waar veel fouten bij worden gemaakt, zijn ‘targeted surveys’; die vragenlijstjes die je ergens in het klantproces krijgt voorgeschoteld. Belangrijk hierbij zijn timing (waar in het proces bied je het aan) en ‘open vragen’. Geef bezoekers de gelegenheid om echt hun mening te geven in plaats van dat ze alleen voorgekauwde antwoorden kunnen aanvinken.

Mooiste uitspraak komt op een vraag van een congresbezoeker (“Waarom zijn producten soms niet ontwikkeld volgens de echte wensen van gebruikers?”). Antwoord: “Because people sit in rooms, drink lattes and assume shit!”

Websitemigraties

Aleyda Solís is al jaren een expert op het gebied van websitemigraties. Zij weet alles wat je moet regelen om te voorkomen dat je bij websitemigraties “uit Google dondert”. Gesneden koek voor een ervaren SEO’er maar het gebeurt helaas nog te vaak dat een bedrijf zijn organisch verkeer met meer dan vijftig procent ziet dalen. Want er is niet gedacht aan het juist redirecten van de oude pagina’s.

Ze ziet zes hoofdoorzaken waardoor websitemigraties verkeerd gaan:

  1. Ontbreken van een helder doel. Is het een redesign, of een rebrand? Gaat het om een overgang naar https of om het consolideren van diensten/producten? Er zijn vele soorten migraties en hoe meer je tegelijk wilt aanpakken, hoe lastiger het te managen is.
  2. Gebrek aan flexibiliteit om gaandeweg veranderingen door te voeren
  3. Gebrek aan ondersteuning om veranderingen door te voeren
  4. Belangrijke pagina’s zijn niet meegenomen in de verhuizing
  5. Belangrijke pagina’s zijn onvolledig of verkeerd verhuisd
  6. Belangrijke pagina’s worden naar voor SEO slecht geoptimaliseerde pagina’s geredirect.

Een groot deel van het verhaal ging over de stappen en checks die je tijdens het migratieproces moet doen, kijk deze vooral eens na in haar presentatie.

Google en WordPress

Yoast is natuurlijk vooral bekend van de Yoast SEO WordPress plugin. Het onderwerp WordPress speelt daarom altijd een rol tijdens de conferentie. Google besteedt de laatste tijd meer aandacht aan ondersteuning van het open web, en ze zien WordPress als een speerpunt, blijkt uit een Q&A van Joost de Valk (Yoast) met Alberto Medina van het Google Content Ecosystems team. Dit leidde tot de vraag of Google WordPress gaat overnemen, waarop Medina meteen teruggaf dat dit niet in Google’s belang zou zijn. Google heeft juist belang bij een open web, en wil daarbij best practices voor web standards promoten.

Zo komt er binnenkort een door Google zelf ontwikkelde WordPress plugin waarmee je gemakkelijk de implementatie van Google Analytics, Adsense, Search Console en Pagespeed Insights kunt regelen. Dit is de eerste ‘native’ Google plugin, tot nu moest je hiervoor gebruik maken van plugins van derden – waaronder die van Yoast.

Ook zijn er veranderingen bij AMP (Accelerated Mobile Pages) op komst waardoor je er binnenkort voor kunt kiezen om onderdelen van AMP in te zetten, in plaats van ‘alles of niets’.

Laadsnelheid

De conferentie plande twee presentaties over het verbeteren van laadsnelheid achter elkaar. De eerste van developer Maura Teal (Pagely), de tweede was van ex-Googler Fili Wiese (SearchBrothers). Wiese stortte zoals meestal een vloed aan optimalisatietips over het publiek uit. De titel van Teal’s presentatie, “Optimize all the things!” paste daarom eigenlijk beter bij die van Wiese. Daarmee vergeleken was de presentatie van Maura Teal best wel basic.

Een paar take aways:

  • De belangrijkste redenen om laadsnelheid te verbeteren:
    • De gebruiker vertrekt als het te lang duurt, met als gevolg: minder conversies.
    • Door de slechte indruk van je merk is de kans groot dat de gebruiker ook niet meer terugkomt.
    • Google kan meer pagina’s crawlen bij elk bezoek
    • Laadsnelheid is een (kleine) SEO ranking factor
  • Goede tools om performance te checken zijn: Google’s Pagespeed Insights, GTMetrix, WebPageTest, Pingdom en Google Lighthouse. Deze laatste zit nu ook ingebakken in Chrome Developer tools.
  • Probeer zoveel mogelijk te cachen. Zorg ervoor dat bij elk paginabezoek alleen nieuwe onderdelen met een request naar de server worden opgehaald.
  • Tools als PageSpeed Insights laten vooral frontend optimalisatiemogelijkheden zien. Dat is niet het hele verhaal, je moet ook kijken naar backend optimalisaties als servercapaciteit en configuratie, welke versie van PHP je gebruikt etc.
  • Sterke kant van Google Pagespeed Insights is dat er ‘real life’ data wordt gedeeld, afkomstig van de vele Chrome gebruikers. Dit heeft duidelijk meerwaarde ten opzichte van ‘lab data’.
  • Pas zo veel mogelijk het principe van ‘progressive web enhancement’ toe: waarbij je voor browsers met weinig mogelijkheden een basisversie van je pagina kunt tonen, en indien mogelijk in andere omgevingen meer functionaliteit laat zien.
Paneldiscussie

De traditionele paneldiscussie aan het eind van de conferentie ging deze keer vooral over ‘content’; het advies is altijd dat content uniek moet zijn, maar wat maakt nu het verschil? Rand Fishkin (voorheen MOZ, nu Sparktoro), copywriter Kate Toon, en de mensen van Yoast (Marieke van de Rakt, Jono Alderson en Joost de Valk) gingen vooral in op het verband tussen content en ‘merk’. Rand Fishkin is met zijn Whiteboard Fridays natuurlijk één van de beste voorbeelden van het over een lange periode opbouwen van je merk. Samengevat:

  • Zie content niet als een kostenpost, en publiceer niet voor Google. Publiceer voor je gebruikers.
  • Werk aan de relatie met je publiek. Betrek het publiek al voor publicatie bij het ontwikkelen van je content.
  • Er zijn vele klantreizen mogelijk en al die touch points kunnen bepalend zijn voor hoe jouw merk bij gebruikers overkomt. Schenk dus aandacht aan details, zorg dat onzekerheden weggehaald worden en vertrouwen kan ontstaan.
  • Werk aan je autoriteit in jouw niche. Oftewel: blijf dicht bij waar jouw merk voor staat.
  • Let op consistentie in output, blijf met regelmaat publiceren.
  • Ook goede content heeft ‘amplification’ nodig, een promotiestrategie.

Dit alles zorgt er voor dat er na verloop van tijd vertrouwen ontstaat bij je publiek of klant, waardoor ze bij het zien van een resultaat eerder zullen doorklikken en ook vaker zullen terugkomen.

Dit artikel is samen geschreven met Arne van Elk, Senior SEO Consultant bij Traffic4u.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Snel vooruitdenken: TUI versnelt website door een nieuwe manier van werken

Posted 15 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Nu consumenten niet alleen zoeken maar ook steeds meer kopen op hun smartphone, worden bedrijven die concurreren op prijs zich steeds bewuster van het belang van een website die snel laadt. Performanceprojecten vereisen echter structurele ondersteuning en vaak een andere houding ten opzichte van ontwikkeling. TUI Scandinavië wist dat een totaal nieuwe aanpak nodig was om deze groeimogelijkheden optimaal te benutten.

Tijdens een snelheids-hackathon met Google hebben engineers Emil Wiklund en Daniel Cala van TUI geweldige resultaten behaald, die het gesprek over de snelheid van de website aanzwengelden. En stakeholders en het management waren bereid te luisteren naar hun bevindingen. “We waren al aan het nadenken over hoe we klantgerichter konden worden. Dus toen de engineers ons vertelden over de snelheid van de site, beseften we dat het aanpassen van prijzen geen enkel verschil zou maken als bezoekers de site voortijdig verlaten omdat die zo traag is,” vertelt Martin Bystedt, hoofd van de afdeling User Experience & Digital bij TUI Scandinavië.

Het ligt voor de hand om te denken dat verbetering van de sitesnelheid de verantwoordelijkheid van de engineers is. Maar om een performanceproject van de grond te krijgen, moet de hele organisatie meedoen en is een dialoog nodig tussen management, stakeholders en ontwikkelaars. Oude werkwijzen moeten op de schop en agile processen moeten worden geïmplementeerd. Zonder deze operationele ondersteuning lopen performanceprojecten vaak achterstanden op of zijn ze vóór de volgende campagne alweer vergeten. “Bij verbetering van de sitesnelheid gaat het niet alleen om codering,” legt Martin uit. “Wil je het goed doen, dan is daar de juiste organisatiestructuur en mindset voor nodig.”

Blik op de toekomst

Echte resultaten van snelheidsprojecten worden pas zichtbaar als zowel de technologie als de werkprocessen zich ontwikkelen. TUI ondervond dat enkele belangrijke uitgangspunten van essentieel belang waren voor hun succes:

  • Buy-in van het management, helemaal tot aan CEO Alex Huber;
  • Samenstelling van multifunctionele teams, waardoor er een dialoog kan plaatsvinden tussen bedrijfsvertegenwoordigers en ontwikkelaars;
  • Aan de slag gaan met een test-en-leer-mindset.

“We moesten allemaal onze manier van werken omgooien. Onze UI-ontwerpers namen snelheid bijvoorbeeld op in hun ontwerpproces en werkten samen met de ontwikkelaars aan innovaties. Tegelijkertijd bleven we op elk niveau binnen de organisatie praten over de voordelen van snelheid. Door het relevant te maken voor de aandachtsgebieden van afzonderlijke personen, bijvoorbeeld door het bouncepercentage te bespreken met SEO-mensen of de financiële pluspunten met het financiële team, werd het een gedeelde visie,” vertelt Martin.

Bij verkoop via digitale platforms moeten zakelijke beslissers naar digitale experts luisteren, of dat nu gaat om de code-expertise van engineers of de ontwerpaanbevelingen van het UX-team. In het geval van TUI leidde deze uitwisseling van kennis tot een afname van het bouncepercentage en de laadtijden. Maar wat misschien nog belangrijker was: het kweekte vertrouwen. Lukas Edenfelt, leidinggevende van de afdeling Development van TUI Scandinavië, legt uit, “Vertrouw de ontwikkelaars: zij zijn de experts. Geef ze de mogelijkheden om uitdagingen op de best mogelijke manier te benaderen en bied hen de technologische vrijheid om bedrijfsproblemen op te lossen.”

Samenwerken; bouwen voor snelheid

Wil een performanceproject echt van de grond komen, dan moet de mentaliteit van het management vooruitstrevend en flexibel zijn. Daarbij moeten engineers zoveel mogelijk autonomie en verantwoordelijkheid krijgen. Door multifunctionele teams op te zetten, ontstaat een dynamische dialoog zodat beslissingen snel kunnen worden genomen, met input van zowel het management als de ontwikkelaars.

Deze agile aanpak kan worden vergemakkelijkt met verschillende nieuwe ontwikkelingstechnieken:

  • Werk met een Kanban-systeem (van de lean-methode, waarbij de taak wordt opgesplitst in deeltaken en visueel op een bord wordt uiteengezet, zodat alle deelnemers elke fase van het proces kunnen bekijken), zodat het team zich op één ding tegelijk kan concentreren;
  • Start met Mob Programming, waarbij alle ontwikkelaars samen aan één taak werken op één scherm en ze om beurten achter het toetsenbord zitten. Dit levert meer zakelijke waarde op dan individueel werk. De constante dialoog verbetert bovendien de kwaliteit en maakt onboarden eenvoudiger terwijl problemen met offboarden worden weggenomen;
  • Gebruik statistieken als time-to-market en klantverloop om te bewijzen dat de nieuwe manier van werken zowel kwaliteit als snelheid oplevert, waardoor het vertrouwen en de ondersteuning door het management toenemen;
  • Stap over op een platform waarop frequente wijzigingen op de site mogelijk zijn, om releasecycli te verkorten en een test-en-leer-cultuur te bevorderen.

“De mogelijkheid om dagelijks meerdere wijzigingen te implementeren is van cruciaal belang geweest. Productieomgevingen verschillen altijd van testomgevingen, vooral als het gaat om gegevens en scripts van derden. Door een verandering te optimaliseren, te implementeren, de impact te meten, weer te optimaliseren en dat tien tot twintig keer op een dag te herhalen, lukt het ontwikkelaars veel sneller om de snelheidsdoelen te behalen,” aldus Lukas Edenfelt.

Het is ook heel belangrijk om tijd in de ruimen voor snelheidsoptimalisatie. TUI Scandinavië heeft een systematische benadering van tijdmanagement toegepast. “We kwamen met het management overeen dat ontwikkelaars maximaal 80 procent van hun tijd zouden besteden aan zakelijke vereisten. Daardoor kunnen ze 20 procent besteden aan onderhoud en snelheidsoptimalisatie,” vertelt Lukas.

Klaar? Af!

Sinds de implementatie van deze nieuwe processen en technologieën zag tui.se de bouncepercentages dalen met 31 procent en werden de laadtijden 78 procent korter. Dit is een aanzienlijke verbetering: niet alleen omdat snelheid een belangrijke factor is voor de positie in zoekresultaten, maar ook omdat veel studies een rechtstreeks verband aantonen tussen snelheid en conversies op zowel desktop als mobiel. Dit voorbeeld van TUI laat een bijzonder opvallende impact zien op mobiele bezoekers, met een stijging van 11 procent in het conversiepercentage voor mobiel ten opzichte van desktop. Aangezien mobiel geleidelijk aan het primaire apparaat wordt, zullen ontwikkelingen op dit gebied steeds belangrijker worden voor groei.

Op de weg naar succes draait alles om samenwerking, meent Lukas Edenfelt. “Zet betrokken, bekwame mensen met verschillende disciplines bij elkaar en er gebeuren geweldige dingen. Iedereen heeft meer plezier, mensen zijn trots op wat ze doen – en ze gaan graag naar hun werk.”

Dit artikel is ook verschenen op Think with Google.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Search: Automation is belangrijk, maar menselijke maat blijft onmisbaar

Posted 14 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De mogelijkheden van Voice, Artificial Intelligence, Machine Learning en Automation zijn eindeloos, maar de menselijke maat in marketing zal altijd blijven bestaan. Dat is wat duidelijk werd tijdens het event Friends of Search. 

Wat waren de key take aways van Friends of Search?
  1. Denk na over hoe de afgegeven intent van gebruikers/ klanten goed en efficiënt gebruikt kan worden om je dienstverlening te verbeteren. Blijf niet wachten tot gebruikers zelf iets zoeken en op een resultaat klikken, een app downloaden of je product afnemen.
  2. Machine Learning is uitermate geschikt voor accurate keuzes wanneer veel data beschikbaar is. Algoritmes kunnen snel zien wat wel en niet presteert, mensen kunnen vaker zien waarom zaken wel of niet presteren. Gebruik machine learning voor het aandragen van opties en aanbevelingen, laat de experts definitieve keuzes maken. Hiernaast moeten experts ervoor zorgen dat de juiste data voorhanden is voor het algoritme voor optimaal resultaat en competitief voordeel.
  3. Zorg dat je in gesprek blijft met je doelgroep. Hierbij zijn verschillende technologieën en mogelijkheden beschikbaar (IQ) maar het is essentieel dat je een goede relatie opbouwt met de klant, dit kan niet zonder de menselijke connectie (EQ).
Wat zijn de inzichten met betrekking tot paid search?

Waar automatiseren voorgaande jaren vooral een rule based inslag had ging het dit jaar meer over machine learning. We hebben het niet enkel meer over geautomatiseerde reporting of een “if this – then that” uitwerking binnen tools, maar over computergestuurde beslissingen op basis van 200+ signalen. Hierbij rijst al snel de vraag of machines ons werk overnemen.

Het antwoord hierop volgde in koor: nee. Computers kunnen mede door machine learning heel snel de juiste data interpreteren en hier statistische adviezen over geven, maar de menselijke inzichten zullen vooralsnog nodig zijn om deze adviezen te interpreteren, te kunnen overrulen of bijschaven indien wenselijk. De PPC-expert zal verantwoordelijk zijn én blijven voor de performance welke de algoritmes leveren. Hiernaast zal de PPC-expert zich moeten richten op het verrijken van het algoritme met relevante business data om zo de concurrentie voor te blijven. Zie dit niet als bedreiging, maar als een kans.

Eén van de onderdelen waarbij machine learning wordt toegepast is het bid algoritme van Google. Hierbij kan het algoritme één ding erg goed: zijn doel behalen. Target CPA en target ROAS zijn goede voorbeelden van machine learning toepassingen binnen het PPC werkveld. Voor goede smart bidding middels machine learning zijn enkele onderdelen van cruciaal belang om het tot een succes te maken:

  1. Selecteer een duidelijk een doel per campagne/campagne groep;
  2. Geef het systeem de juiste data om beslissingen op te nemen;
  3. Geef de juiste conversiewaarde mee in het systeem;
  4. Reken de campagne alleen af op het doel wat bij stap 1 is gedefinieerd en hou er geen tweede agenda op na.

Hier worden vaak fouten in gemaakt. Wat moet dan de juiste waarde zijn? De waarde waar het bedrijf op aanstuurt. Rapporteer op je omzet vanuit een analytics pakket, zorg er dan voor dat dezelfde waarde binnen het PPC platform beschikbaar is voor optimalisatie. Wanneer je een target ROAS als doelstelling hebt, blijf dan ook niet kijken naar de hoeveelheid traffic die je realiseert maar focus je op je ROAS. Wanneer je minder traffic realiseert met minder conversie maar je ROAS toeneemt, is het dan een succes?

De rol van de mens bij smartbidding is om te zorgen dat het platform algoritme de juiste data tot zijn beschikking heeft. Na het configureren van de algoritmes moet de specialist deze wel blijven monitoren en blijven tweaken om de machines het maximale te laten bereiken. Zo kan je een Target CPA of Target ROAS nog altijd aanpassen om agressiever of behoudender de veiling te benaderen wanneer je bijvoorbeeld black friday, cyber monday of een sale periode voor de deur hebt.

Aanscherpen van de query reports

Ook Scripts, API koppelingen en programmeer taal kreeg aandacht vanuit automation perspectief. Frederick Vallaeys van Optmyzr en Christopher Gutknecht van Norisk gaven goed aan wat hun visie op automation is en hoe ze dit willen toepassen binnen PPC. Frederick gaf aan dat scripts een goede mogelijkheid bieden om repeterende taken eenvoudig te kunnen vervangen of om eventuele wijzigingen binnen het searchlandschap tijdelijk ongedaan te maken. Om scripts te gebruiken heb je geen programmeerkennis nodig, wel de juiste manier van denken.

De visie van Frederick op PPC, automation en scripts krijgt in dit interview ook ruim aandacht. Ook andere programmeertaal kan gebruikt worden, onder andere Python, in combinatie met Ads scripts om het leven van de marketeer te vergemakkelijken, of dit nou gaat om campagnestructuren aanscherpen of het aanscherpen van de query reports en targeting. Frederick en Christopher gaven mooie bruikbare tips over het gebruik van scripts of het gebruik van een programmeertaal in combinatie met bestaande API’s of cloud functies voor het optimaliseren van PPC campagnes. Het playbook van Christopher kan hier nageslagen worden. Hierin geeft Christopher aandacht aan zoekterm-analyses, ngram analyses via bigquery en een oplossing voor toepassing van machine learning bij het opstellen van meta descriptions.

There will be no search, there will only be found

Binnen PPC zijn we gewend om vanuit keywords en queries te werken. Door het toevoegen van diverse doelgroepen en segmenten kan hier al meer context omheen ontstaan. De trend om van keywords naar intent te gaan is niet nieuw maar geeft wel aan dat ons vakgebied aan het veranderen is. De manier van zoeken veranderd en de technologieën om vraag en aanbod bij elkaar te brengen veranderen ook. Denk dus nu alvast na hoe je dit voor jouw organisatie kan gebruiken.

Binnen voice is één antwoord mogelijk, de 0-positie, als deze trend doorzet is er straks maar één antwoord op een vraag. Hoe kan je ervoor zorgen dat je als bedrijf dit ene antwoord geeft? Bing ging in op het hete hangijzer “Hoe zit het met advertising en voice?” Bing liet weten dat het niet de intentie heeft advertentiemogelijkheden te bieden binnen voice toepassingen. Dit omdat er eerst vertrouwen opgebouwd moet worden bij de gebruikers van voice toepassingen zodat het kan groeien. Hierna zal eventueel advertising ter sprake komen..

Inzichten met betrekking tot owned en organic search

Ook dit jaar was er veel aandacht voor Conversational Search, met  presentaties van Microsoft en Google over het gebruik van de voice assistants en tips van Aleyda Solís voor het optimaliseren voor spraakgestuurde zoekopdrachten. Met de praktische (technische) SEO presentaties van Barry Adams, Wouter Kiel en Martin Splitt kon je bovendien direct aan de slag met het oplossen van veelvoorkomende issues op je site. De praktische tips van Wouter Kiel staan hieronder weergegeven:

Een overzicht van de beste tips:

  • Voeg structured data toe aan je content, omdat rich snippets voor een uplift in je CTR kunnen zorgen. Bij Travix resulteerde de toevoeging van prijs in de snippet in een 9% uplift.
  • Gebruik speakable structured data (momenteel in bèta) om voice search te optimaliseren
  • Zorg er wel voor dat je de json-LD mark-up in je header plaatst en hier geen javascript boven zet. Alleen dan kan Google de structured data goed verwerken in een rich snippet.
  • “(Bad) JavaScript is Evil” (Adams en Splitt)
    • Javascript kan voor problemen zorgen bij het crawlen en renderen van webpagina’s en links.
    • Zorg ervoor dat crawler links al tijdens het ophalen van de HTML (voor het renderen) alle links op een pagina goed kunnen uitlezen; verstop de ( a href) links daarom niet in Javascript. Een veel voorkomend issue bij single page app designs en Progressive Web Apps.
    • Minimaliseer het aantal JavaScripts op je pagina om de laadtijd te verbeteren. Hoe sneller een crawler een pagina kan downloaden; hoe meer pagina’s ze zullen crawlen per uur, dag, week..
    • Zorg er ook voor dat een pagina de juiste HTTP status (bijv. 404, 301 of 200) teruggeeft om crawl budget te besparen. Voorkom het renderen van geredirecte of verwijderde pagina’s door het (onjuiste) gebruik van Javascript.
  • Implementeer hreflang tags om het juiste domein te laten indexeren in het gewenste land.
  • Gebruik hierbij geen automatische geo redirects op basis van het IP adres van de gebruiker. Crawlers zijn namelijk ook gebruikers, welke websites vaak bezoeken vanuit de VS. Door de geo redirect kunnen ze overige lokale pagina’s niet bereiken. Het gevolg is een grote drop in zichtbaarheid in alle landen buiten de VS.
  • Elke link geeft ongeveer 85% waarde door aan de volgende pagina. Dit is het geval bij redirects, externe én interne links (hoewel bij laatstgenoemde deze damping factor wat lager is). Voorkom daarom waar mogelijk zoveel mogelijk het gebruik van interne redirects.
  • Wil je je autoriteit vergroten? Gebruik dan kwalitatieve tactieken om op natuurlijke wijze backlinks te verkrijgen. Voorbeelden zijn Ego Baiting (bekende influencers benoemen in je content) of je kennis over een onderwerp gebruiken om waardevolle (en makkelijk deelbare) content te publiceren.
  • Identificeer spraakgestuurde zoekopdrachten die (deels) een visueel antwoord nodig hebben. Pas je voice optimalisatie hierop aan door ook visuele content, zoals tekst en afbeeldingen, te bieden. Door de opkomst van voice assistants met scherm is dit mogelijk.
  • En tenslotte: test álles! SEO tips zijn niet generaliseerbaar. Wat werkt op de ene site, werkt averechts op een andere site.
Aandacht voor kanaalintegratie

Kanaalintegratie stond centraal in de presentatie van Will Critchlow. Hij kaart een bekend issue aan: CRO-adviezen die een negatieve impact hebben op de SEO-prestaties en vice versa.

De oplossing die hij aandraagt is het testen van alle CRO- en SEO-aanpassingen via de A/B testmethode en hierbij KPI’s voor de hele funnel in kaart te brengen. Dus zowel de impact op verkeer als op conversiepercentage (Full Funnel Testing). Een waardevol advies, omdat we dit IQ-component nodig hebben om onze performance te kunnen verbeteren.

Een grote kanttekening bij de testvoorbeelden die Critchlow gebruikt zijn echter de aannames die hij op basis van de inzichten doet. Zo neemt hij aan dat een daling in sessies op een testpagina veroorzaakt moet zijn door een verminderde organische positie. De drop in sessies kan echter ook veroorzaakt zijn door door seasonality, een daling in branded searches of een verminderde CTR. Geen van deze factoren worden meegenomen in de test. Ons advies? Test alles, maar waak voor ongegronde aannames op basis van de uitkomsten.

Waarom moeten we de consument weer centraal stellen en ons niet blindstaren op IQ?

Het begrijpen van je doelgroep en de conversatie aangaan is nog nooit zo belangrijk geweest. Om hier succesvol in te zijn is het van belang dat definitief alle silo’s worden doorbroken. Als merk wil je de conversatie aangaan door te luisteren naar je doelgroep en de content over alle kanalen naadloos aan laten sluiten bij de vragen van je doelgroep. Silo’s tussen marketingkanalen, afdelingen of online & offline weerhouden je hiervan.

HEMA en Schiphol lieten met twee verschillende cases zien dat zij dit umfeld begrijpen en de doelgroep centraal stellen door technologie, kanaal integratie en een portie lef te combineren.

Met het credo: ‘there are no online or offline buyers, there are only HEMA buyers’ zet HEMA een goede stap naar het integreren van afdelingen. HEMA liet zien hoe je ze getest hebben welke impact online advertising heeft op offline conversies. HEMA lijkt sterk afhankelijk van de traditionele brochure maar wist tegelijk dat 58% van de offline sales digitaal beïnvloed wordt. Is de brochure dan nog nodig of moeten we beide combineren? HEMA liet zien hoe ze getest hebben met een control en een test groep binnen winkels met dezelfde omgevingskenmerken. Hier is de online inzet vergroot in de testgroep en de folder niet gedistribueerd. De control bleef een folder ontvangen en online advertising niet opgeschaald. Bij de test is gekeken naar store visits vanuit Google en offline omzet in de filialen. Het resultaat? 2% betere resultaten in de testgroep dan de controlegroep en een hogere ROI.

Door slim gebruik te maken van individuele doelgroepsegmenten en additionele signalen als device, locatie, tijd en winkel kenmerken in combinatie met dynamische content binnen Facebook en display streeft HEMA naar een waardevolle online conversatie met haar klanten in plaats van irrelevante advertenties. De moeilijkheid ligt volgens HEMA momenteel vooral in het attribueren van de juiste waarde per onderdeel. De vraag is echter of dit relevant is, de gedachte van HEMA is om offline en online los te laten en te spreken over HEMA-resultaten en echt HEMA-klanten.

Schiphol liet zien hoe zij met hun team van specialisten en DMP tool haar klanten meenemen in de reis vanaf het boeken van een vlucht tot aan het daadwerkelijk vertrek vanaf Schiphol naar de vakantiebestemming. Met als doel hun eigen producten (Schiphol parking, de winkels en de app) aandacht te geven voor vertrek. Schiphol begon met een analyse op haar doelgroepen met vragen als “Hoeveel dagen van te voren boekt men een parkeerplaats?” “Wanneer download men de app?” Vanuit deze analyses kregen ze duidelijke antwoorden welke ze gebruikte om meerdere cookie pools te maken met als uitgangspunt het aantal dagen voor vertrek. Op deze wijze kan Schiphol op het juiste moment de juiste boodschap communiceren aan haar reizigers. Hiernaast wordt het retargeten van reeds vertrokken vakantiegangers vermeden en waste binnen het campagnebudget gereduceerd. De belangrijkste punten vanuit Schiphol voor een goede implementatie van een DMP en use case waren:

  • Neem de tijd om het project goed uit te schrijven;
  • Maak een goede prognose van je doelgroep, zowel voor haalbaarheid als interne verwachtingsmanagement;
  • Zorg ervoor dat deze doelgroepen groot genoeg zijn in verband met minimale aantal cookies per lijst;
  • Onderschat het werk niet, een DMP kan helpen in het aanleveren van de doelgroepen, niet bij het uitwerken van de use case en implementatie binnen de kanalen.

Besteed genoeg tijd aan het creëren van een blueprint waarbij je antwoord geeft op de who, what, when en where vragen. Hierbij moet je niet vergeten dat techniek geïmplementeerd moet worden of zijn en content & campagnes gerealiseerd moeten worden.

Dit blog werd samen geschreven met Frank Benschop, Productmanager Search Advertising bij Traffic4u, Youri Wanders, Senior Online Marketing Consultant en Marloes Zweers, SEO Product Manager bij Traffic4u.



Lees het volledige bericht op Emerce »

BriqBank: digitale identiteit vereist flexibiliteit

Posted 14 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Betalen in de supermarkt met je smartphone. Een Tikkie sturen na een etentje. Binnen drie minuten klant worden bij een bank vanuit je luie stoel. Een paar jaar geleden was dat nog niet mogelijk. Een mix van technologie, wetgeving en nieuwe toetreders zorgt voor een versnelde verandering in de financiële sector. Hoe houden banken dit tempo bij én blijven privacy, veiligheid en gemak gewaarborgd? Digitale identiteit speelt daarbij een sleutelrol. Om te laten zien hoe dit kan, bouwden we de BriqBank.

Delen van gegevens betaalrekening

Met de Europese richtlijn PSD2 wordt het voor consumenten vanaf 14 september 2019 mogelijk een derde partij toegang te geven tot hun betaalgegevens. Deze derde partij heeft speciale toestemming nodig van De Nederlandsche Bank. De klant moet daarnaast expliciet instemmen met het delen van zijn gegevens en deze toegang altijd weer kunnen intrekken.

Deze derde partij kan voor klanten bijvoorbeeld een overzicht samenstellen van hun financiële situatie, eventueel over meerdere bankrekeningen en banken heen. Aanbieders van financiële diensten zullen ook om deze gegevens gaan vragen zodat ze sneller de kredietwaardigheid van een klant kunnen beoordelen, bijvoorbeeld voor het afsluiten van een lening of een hypotheek.

Dat is een mooie ontwikkeling. Maar ook hier geldt dat klanten zelf de controle over hun gegevens willen houden. Uit de historie van een betaalrekening is immers heel simpel persoonlijke informatie af te leiden: de hoogte van het salaris, contributie aan een politieke partij, vakbond of geloofsgemeenschap, hoe vaak iemand fastfood eet, of waar hij of zij op een bepaald moment was (het café, de drogist, de apotheek of het treinstation).

Banken en klant torsen veel historie mee

Een van de manieren om deze gegevens te beschermen, is authenticatie. Een klant van een bank heeft vijf à zes verschillende manieren om te bewijzen dat hij is wie hij zegt te zijn, of in banktermen: om je te authenticeren. Voor elk kanaal en/of product is er een ander authenticatiemiddel. Denk aan gebruikersnaam en wachtwoord om in te loggen op internetbankieren, de pincode bij een betaalpas, de aparte pincode voor een creditcard, een vingerafdruk om een bankieren-app te openen, een identiteitsbewijs voor op het bankkantoor of bijvoorbeeld controlevragen (‘wat is de naam van je eerste huisdier’) om geholpen te worden door het callcenter.

De reden hiervoor is dat de meeste banken, ook in Nederland, al vele decennia bestaan. De meeste zijn begonnen als fysieke bankkantoren, later werden ze uitgebreid met callcenters. In de jaren tachtig konden we voor het eerst op grotere schaal pinnen bij geld- en betaalautomaten. De afgelopen twintig jaar werden online bankieren en vervolgens bankieren-apps toegevoegd aan de kanalenmix. Steeds werd er dus een nieuw stukje aan de bank ‘geplakt’. Wanneer dit gebeurde, werden ook weer nieuwe, aparte authenticatiemiddelen geïntroduceerd.

Mede door deze stapsgewijze uitbreiding vind je achter de schermen bij deze organisaties vaak een onontwarbare kluwen van ICT-systemen. Ook zijn authenticatiemiddelen vaak maar voor één kanaal of product te gebruiken.

Hoe makkelijk zou het zijn als een klant maximaal twee authenticatiemiddelen nodig heeft voor al zijn bankzaken? Dat hij geen papier meer hoeft te ondertekenen als hij zijn bankzaken liever helemaal digitaal regelt. Of als hij zelf kan kiezen hoe hij inlogt. Het goede nieuws is dat dit vandaag al kan. Dit willen wij niet alleen vertellen, maar ook laten zien. Daarom hebben wij onze eigen demo-bank: de BriqBank.

BriqBank: bouwblokken gebaseerd op het concept van Lego

Als het om bankieren gaat, zijn we ervan overtuigd dat het Lego-concept de toekomst heeft. Lego heeft als eigenschap dat het bestaat uit kleine blokjes die je oneindig kunt combineren en hergebruiken.

Op dit principe is ook de BriqBank gebaseerd. In de demo-uitvoering laten we zien hoe banken op basis van bestaande technologie, gebaseerd op open standaarden, razendsnel gebruikersmogelijkheden kunnen bouwen waar klanten van houden, die veilig zijn en die voldoen aan wet- en regelgeving. Net als bij Lego kun je een creatie eenvoudig aanpassen zonder de bouwstenen zelf kapot te maken.

BriqBank draait in de cloud  

In deze digitale omgeving kunnen we banken een specifieke klantreis daadwerkelijk laten zien en waar gewenst die samen direct aanpassen. Daarbij richten we ons op het werven van een klant, het managen van toestemming door de klant en het geven van een vrije keuze in authenticatiemethoden. De oplossing is grotendeels gebaseerd op technologie die toonaangevende banken al gebruiken.

Het mooie van deze modulaire aanpak is dat bij aanpassingen, bijvoorbeeld het toevoegen van een authenticatiemiddel, de oplossing niet vanaf de grond af aan moet worden herbouwd. Wil de klant touch-ID als authenticatiemogelijkheid? Dan is die mogelijkheid met een paar muisklikken beschikbaar. Andersom geldt dat als de bank aanwijzingen heeft dat er malware op de smartphone van een gebruiker is geïnstalleerd, ze kan besluiten touch-ID te deactiveren totdat de situatie is verholpen.

De financiële dienstverlener bepaalt uiteindelijk wat er beschikbaar komt voor (toekomstige) klanten. De ene dienstverlener neemt genoegen met een foto van het identiteitsbewijs en een selfie. De ander wil ook nog een 1-centtransactie via iDeal. Dit hangt mede af van het product dat wordt aangeboden. Een spaarrekening heeft een ander risicoprofiel dan een betaalrekening of een lening. Met de technologie achter BriqBank staat een oplossing niet in steen gebeiteld, maar houdt de dienstverlener de flexibiliteit om eenvoudig zaken aan te passen.

Bij dit alles speelt vertrouwen een cruciale rol. Aan de ene kant bepalen banken niet meer volledig hoe de relatie met de klant eruitziet, maar zit die klant veel meer zelf aan het stuur. Voor die klant is het daarbij onbegrijpelijk dat hij als bestaande relatie bij het aanschaffen van een nieuw product weer moet vertellen, zelfs bewijzen, wie hij is, waar hij woont en wat zijn e-mailadres is.

Aan de andere kant willen banken een hoge mate van zekerheid hebben dat een klant is wie hij zegt te zijn. Banken die de kennis over de digitale identiteit op verantwoorde wijze (dus met toestemming van de klant en conform de privacywet AVG) kunnen hergebruiken, hebben goud in handen. Zij kunnen allerlei nieuwe diensten ontwikkelen voor hun klanten en zo de relatie verdiepen. Daarbij zijn veiligheid en privacy absolute vereisten, maar staat gemak centraal: de klant zal altijd kiezen voor de partij die een zo prettig mogelijke gebruikerservaring biedt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

ACM dwingt juiste prijsvermelding autobanden af

Posted 14 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft na een controle vastgesteld dat nog niet alle aanbieders van autobanden hun online prijzen inclusief alle onvermijdbare kosten vermeldden.

De regels schrijven voor dat prijzen alle onvermijdbare kosten, zoals bij banden de verwijderingsbijdrage, bevatten. Als de montage van de banden onderdeel van het aanbod is, moet de prijs van de band inclusief de montagekosten worden vermeld. De brancheorganisaties VACO, BOVAG en RecyBEM waren actief betrokken bij deze aanpak.

Ondanks herhaalde aanmaningen weigerde het bedrijf autoenanders.nl de prijzen aan te passen. Pas nadat de ACM het bedrijf een last onder dwangsom had opgelegd, heeft het de prijzen op zijn website aangepast. Het bedrijf vermeldt de prijzen nu inclusief de verwijderingsbijdrage en hoeft daarom geen dwangsom te betalen.



Lees het volledige bericht op Emerce »