Posts Tagged ‘anp’

Laurens Gunneweg (Philips Benelux): ‘Programmatic wordt meer mensgericht’

Posted 25 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Steeds meer merken verkiezen insourcing van de programmatic-activiteiten boven het mediabureau. In krap twee jaar zette Philips Benelux de stap via een hybride model naar staan op eigen benen. “We moeten meer zelf leren van de data”, zegt Laurens Gunneweg, Digital Performance Manager.

Hij moet er zelf om lachen. Met zijn ervaring bij start-ups en achtergrond in bedrijfskunde en Japans lijkt Gunneweg niet het meest voor de hand liggende profiel te hebben. Juist daarom stelde Philips hem aan. Om binnen de divisie Personal Health alle programmatic reclameactiviteiten in huis te halen. “Ze zochten verandering. Iemand die op zijn kop zet en daarna verbindt.”

Cijfers van IAB Europe laten zien hoe het insourcen uitgroeit tot nieuwe standaard. In drie jaar tijd is het aantal adverteerders dat programmatic reclame uitbesteedt aan een mediabureau afgenomen van 63 tot 24 procent.

Philips’ keuze is geboren uit noodzaak, stelt Gunneweg. Niet controle, maar de wil om sneller te leren dreef het bedrijf weg van de bureauwereld. Voor zijn komst werd er gedacht in mediadruk op vaste piektijden. “Ging het slecht? Welnee. We hadden alleen te weinig grip op onze campagnes. We waren te weinig bezig met de doorgronding.” Met always-on campagnes voor twaalf productcategorieën in drie landen is het noodzakelijk om reclame als een geheel – holistisch – en datagestuurd te benaderen. “Nu we vaker direct aan de consument willen leveren, moeten we als team zelf leren van de data.”

Activatie
Samen met een nieuw mediabureau kiest hij in eerste instantie voor een hybride aanpak. Philips haalt de technologie voor ad serving, brand safety en een DMP in huis. Het bureau verzorgt advies en de uitvoer. “We hebben bewust kleine stappen gezet. Wat gebeurt er als we dit doelgroepsegment anders benaderen? Of sturen op een andere KPI?” Het heeft volgens Gunneweg weinig zin om met een big bang afscheid te nemen van een werkwijze. “Ik wilde eerst leren zelf kritische vragen te stellen.”

Het zetje richting zelfstandigheid krijgt het alsnog wanneer het mediabureau plotseling de deuren sluit. En Philips ervoor kiest om eigen traders in dienst te nemen en zelf inkoopafspraken te maken met uitgevers. Een resultaat van een “vrij simpele” rekensom en het inzicht dat technologie en vaardigheden alleen niet voldoende zijn. Minstens zo belangrijk is om ook de processen onder controle te hebben. “Ik zie onszelf als de adviseurs van een marketeer. Met lean-kanban werken we nu audience-based aan een campagne. Eén persoon werkt dus omnichannel.

Anders dan verwacht blijkt het ontharingsproduct Philips Lumea op sociale media bijvoorbeeld een oudere doelgroep te activeren. De interne betrokkenheid van een programmaticspecialist maakt het dan gemakkelijker om in te spelen op die teamkennis. “En werken we met een influencer, dan proberen we gezamenlijk meer mediadruk te creëren. Voor verbinding over de kanalen heen moet je continu samen kunnen komen.”

Ingewikkelde discussie
Meer grip heeft geresulteerd in automatisering en schaalbaarheid. Gunneweg werkt aan een tool waarmee uiteindelijk iedereen een campagne kan inboeken. “Ik hoop mezelf overbodig te maken en de inzet van programmatic reclame te democratiseren. Daarmee ontstaat meer ruimte voor het echte marketingdenken.”

Het brengt hem op de ROI. “Natuurlijk” is er op KPI’s zoals viewability en klikratio groei gerealiseerd. Alleen vindt hij dit niet de juiste beoordeling. Nu bedrijven zelf hun campagnes optimaliseren is er een nieuwe visie op performance marketing te ontwikkelen. “Gaat het ons om zoiets basaals als bannerkliks of is het feit dat we als organisatie sneller leren of streven naar kwaliteitsaandacht belangrijker?” Die discussie noemt hij ingewikkeld. “De AVG leert ons dat we richting een nieuw model van programmatic reclame bewegen: minder cookies, meer op de mens gericht. Dat vraagt om een eigen toekomstvisie.”

* Dit artikel is eerder gepubliceerd in het novembernummer van Emerce Magazine #174.

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tien tips voor een optimale omnichannel IT-architectuur

Posted 24 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Voor veel retailers is het bereiken van het optimale omni-channel proces en IT-architectuur geen simpele druk op één knop. Retailers hebben veelal meerdere oudere systemen en processen. In de loop van de tijd hebben ze het aantal kanalen zien groeien en daarmee de complexiteit van datastromen en IT-verbindingen. De optimale omni-channel retail infrastructuur creëren is zelden een greenfield-implementatie van een compleet nieuw landschap. Het is eerder een stapsgewijze evolutie die een duidelijke visie met vooraf gedefinieerde IT design principles vereist.

Om retailers te helpen bij het definiëren van hun IT-visie, volgen hieronder tien tips en suggesties om een optimale omni-channel retail architectuur te creëren.

Kies een Best-of-Breed-architectuur in plaats van een single-box-oplossing

De complexiteit van het IT-landschap in de omni-channel retailwereld is gegroeid, vergeleken met de tijd waarin retailers alleen fysieke winkels hadden. Sommige retailers reageren op deze toegenomen complexiteit door te zoeken naar die ene super oplossing:  een applicatie die ERP, webshop, kassa-systeem, CRM, PIM, oftewel- alles-in-1 is. De belangrijkste reden om deze route niet te volgen, is simpelweg dat één leverancier niet de beste kan zijn in alles. Een ervaren ERP- systeemleverancier zal niet ook een ultramoderne aanbieder van webshop platforms zijn – hetzelfde voor POS-software. Bovendien is de lock-in met één big box-oplossing enorm en waarschijnlijk te groot.

Vermijd onnodige 1-op-1 dataverbindingen

De vele applicaties in het IT-landschap bij retailers zijn vaak verbonden via 1-op-1-verbindingen. Bij het ontstaan ​​van nieuwe verkoopkanalen (webwinkels, marktplaatsen, e-mail, sociale media) werden ze verbonden voor product-, voorraad-, prijs- en promotiegegevens via één-op-één-verbindingen met verschillende toepassingen. Dit resulteert in een zogenaamde “Spaghetti IT Architectuur”. Zie onderstaande illustratieve figuur: 

Implementeer gespecialiseerde middleware als omni-channel engine

Een echte omni-channel retailer heeft minimaal vijf verschillende klantgerichte kanalen. Ze omvatten fysieke winkels, een eigen webwinkel, verschillende marktplaatsen zoals Amazon en bol.com, e-mail, sociale media en de klantenservice. Om de datastroom (producten, voorraad, prijzen, visuals) naar commerciële kanalen te beheren, wordt een gespecialiseerde omni-channel middleware-toepassing geadviseerd. Zie onderstaande illustratieve figuur:

Gebruik één gegevensbron voor elk van de vier P’s: producten, plaatjes, prijzen en promoties

Alle verkoopkanalen hebben vergelijkbare gegevens nodig: rijke productinhoud in vele talen, afbeeldingen in het juiste formaat en consistente prijzen en promoties. Vaak wordt basisproduct data ingevoerd in ERP, commerciële teksten worden beheerd in de back-end van het webshopplatform en een kassasysteem bevat weer andere content. Op het moment dat marktplaatsen in beeld komen, worden deze opnieuw afzonderlijk gevuld met productinhoud.

Het is efficiënter om één ​​enkele bron te hebben voor productcontent, maar ook voor prijzen, promoties en afbeeldingen. Het zorgt voor een snellere go-live van nieuwe producten met minimale inspanning.

Maak totale voorraad beschikbaar in alle verkoopkanalen

De voorraad bij omni-channel retailers bevindt zich fysiek op veel locaties en wordt bijgehouden in verschillende systemen. Dit maakt het moeilijk om kanalen in staat te stellen te verkopen vanuit de totale beschikbare voorraad. Door beschikbare voorraad in de verschillende magazijnen, winkels en externe kanalen met elkaar te verbinden via een centrale voorraad-API, kunnen kanalen real-time beschikbare voorraad weergeven om te verkopen. Dit verhoogt de verkoop enorm en elimineert de noodzaak om te werken met een hoge veiligheidsvoorraad.

Gebruik alle applicaties voor hun kernfunctionaliteit

In een complexere IT-architectuur is het verleidelijk om leveranciers te vragen hun systemen op te rekken om met nieuwe vereisten om te gaan. Nieuwe integratielagen worden gebouwd, POS-systemen worden plotseling PIM-systemen, en orders van winkels worden geladen in het OMS van e-commerce-systemen. Deze patchwork-toepassingen zijn vaak niet toekomstbestendig en missen de performance die nodig is tijdens bijvoorbeeld Black Friday om orders te verwerken . Omni-channel integratie is een specifieke activiteit en vereist een specialist.

Vermijd langdurige maatwerk aanpassingen in het ERP

De meeste aanpassingen in het IT-landschap vinden plaats binnen en rond ERP-systemen. Het is de moeite waard om het ERP afzonderlijk te gebruiken. De meeste ERP’s zijn oorspronkelijk ontworpen om de kernbedrijfsprocessen te beheren. Van inkoop tot productie tot facturering. ERP’s zijn niet ontworpen om grote hoeveelheden consumententransacties mogelijk te maken en  om veel consumentenkanalen te voeden met real-time voorraadgegevens. Het is raadzaam om het ERP te gebruiken voor hun kernmogelijkheid en te voorkomen dat het ERP wordt gestretchd om de volledige omni-channel vereisten mogelijk te maken.

Beheer alle bestellingen in één applicatie

Alle verkoopkanalen genereren bestellingen en orders. Het is essentieel om alle bestellingen op één plaats te hebben om de bestellingen, retouren en terugbetalingen effectief te beheren. Dit kan in het OMS-gedeelte van de omni-channel middleware. Klantenservice profiteert van het niet langer hoeven inloggen in het ERP systeem, de back-end van e-commerce en de verschillende marktplaatsen. De admin-afdeling heeft een overzicht van alle bestellingen, geretourneerde bestellingen en kan automatisch terugbetalen.

Gebruik slimme middleware als bron voor omni-channel rapportage

Het hebben van alle bestellingen op één plek genereert ook een rijke bron voor rapportage aan het management. Gebruik één datalake om alle (bekende en anonieme) winkelorders, e-commerce orders, marktplaatsorders en orders van andere kanalen op te slaan. Dit rijke omni-channel datalake kan met elke business intelligence-tool worden verbonden voor eenvoudige rapportage.

Kies leveranciers die goed samenwerken

In elk best-of-breed landschap helpt het om bestaande connectoren tussen applicaties te gebruiken. Dit vermindert tijd en kosten van implementatie. Het is ook belangrijk om te erkennen dat leveranciers in elke best-of-breed situatie een zekere mate van samenwerking nodig hebben om de vereiste verbindingen te leggen. Het helpt als leveranciers bekend zijn met elkaars technologie, bestaande koppelingen hebben en eerder hebben samengewerkt in vergelijkbare omni-channel retail situaties.

Over de auteur: Koen den Hollander is Co-Founder & CFO bij Wolfpack DCS.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Martin Röttgerding (Bloofusion): ‘Slimme oplossingen zijn gericht op mensen die niet over de middelen beschikken.’

Posted 24 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Martin Röttgerding is Head of SEA bij online marketingbureau Bloofusion in Duitsland. Als echte PPC (Pay Per Click)-nerd houdt hij ervan om nét een stukje dieper te gaan. Dat doet hij door in de mechanismen van Google Ads te graven, tools te bouwen of coole dingen met data te doen. Hij presenteert zijn nieuwste oplossingen op Friends of Search op 4 en 5 februari in Amsterdam en Brussel.

via DDMA

Martin Röttgerding.

Hoe ben je begonnen in Search Engine Marketing?

“Ik werk nu vijftien jaar in zoekmachine marketing. Ik begon als stagiair bij Bloofusion, waar ik voor Markus Hövener werkte. Ik hield mij bezig met zowel SEO als PPC. De stageplaats veranderde in een vaste functie en ik werd in feite de tweede werknemer. Rond 2010 kwamen we overeen dat ik mijn focus zou verleggen naar PPC en dit gebied verder zou ontwikkelen voor het bureau. Ik had gemengde gevoelens om SEO de rug toe te keren, wat ik toen interessanter vond.

Na een tijdje ging ik onderzoek doen naar de kwaliteitsscore en deed een enorme ontdekking: QS is in feite de doorklikkans. De verhalen over kwaliteit, gebruikers geluk, enzovoort, was gewoon marketing. Ik schreef een reeks blogposts genaamd The Secret of Quality Score om mijn bevindingen te presenteren. Het heeft helaas niet de buzz gegenereerd die ik dacht dat het verdiende, veel mensen waren sceptisch. Toch gaf het mij veel vertrouwen en liet het me inzien dat ik iets kan bijdragen in deze industrie.”

Wat is volgens jou het grootste verschil tussen PPC en SEO?

“SEO heeft de reputatie iets magisch te zijn, of een kunst, terwijl PPC meer draait om de cijfers, machines en automatisering. SEO gaat vaak over de coolste strategieën om mensen te laten linken naar, te praten over de inhoud die wordt geproduceerd en deze in zoekmachines te rangschikken. PPC is belangrijk voor de prestaties, maar in vergelijking met SEO zijn er weinig geheime creatieve strategieën. Naar mijn mening zijn er veel getalenteerde mensen in de PPC-industrie, maar niet veel mensen bloggen of praten over wat ze doen. Feedback krijgen is ook een stuk moeilijker dan in de SEO-gemeenschap. Niet omdat de inhoud geheim is, maar het maakt gewoonweg geen deel uit van het PPC-dna.”

Je bent erg innovatief en hebt een breed scala aan creatieve oplossingen bedacht in PPC. Wat is je grootste succes?

“Dat is zeker de zoekterm segmentatiestrategie voor shopping campagnes. De strategie gaat over het gebruik van zoekwoorden waarvan Google niet van plan was ze te gebruiken door een dubbel negatief soort te construeren. Als gevolg hiervan kunt je het verkeer segmenteren en bieden op basis van de waarde – iets wat Google nooit had willen doen.

Die strategie heeft me vijf jaar geleden op de kaart gezet. Het was een kwestie van timing en een geweldig platform om mijn bevindingen te delen. Ik presenteerde dit op Marketing Festival. Vervolgens mocht ik de video van de presentatie op mijn blog plaatsen. Het werd niet meteen opgepakt, maar mensen schreven erover en spraken op andere conferenties, die me vaak de credits gaven. Speciale dank hiervoor gaat naar Kirk Williams, die een groot voorstander is geweest van deze strategie.”

Waar kun je de inspiratie voor deze dingen vinden?

“Ik denk dat mijn inspiratie komt van heel vaak kijken naar een probleem vanuit verschillende invalshoeken. Ik heb niet echt een bepaald proces; ideeën komen als je lang genoeg aan iets denkt. Sommige dingen, zoals de segmentatiestrategie voor shopping campagnes, gaan over eenvoudige logica. Ik heb de luxe om niet elke dag aan klantprojecten te hoeven werken, dus ik kan de tijd nemen om over problemen na te denken en met nieuwe ideeën te komen.

Dat gezegd hebbende, falen is zeker een onderdeel van het proces. Voor elk cool idee waar ik uiteindelijk over kan praten, zijn er vele anderen die het niet halen. Ik probeer veel uit, vooral met tooling. Sommige dingen werken helemaal niet, sommige zijn te specifiek, sommige zijn niet interessant genoeg. De besten komen naar conferenties, let maar op.”

Jouw aanpak met campagne-prioriteiten voor Google Shopping is vijf jaar geleden geïntroduceerd. Is het sindsdien verder ontwikkeld en wat zijn de belangrijkste veranderingen?

“Ik denk dat de strategie door de jaren heen redelijk stabiel is geweest. Het gaat nog steeds over het verdelen van shopping campagnes in twee of drie lagen. Het onderscheid tussen merk en niet-merk blijft belangrijk. Er is wat extra inhoud over probleemoplossing en grote campagnes op mijn blog, maar niet echt veranderingen.

We hebben dit voor veel klanten gedaan, dus natuurlijk hebben we verfijningen doorgevoerd en onze eigen set tools gebouwd om dingen een beetje soepeler af te handelen, maar in de kern is het nog steeds hetzelfde idee.

Soms is het logisch om van het standaardmodel af te wijken en andere segmentaties te gebruiken, maar dit zijn allemaal individuele gevallen. Het mooie van het originele model is altijd geweest dat het voor iedereen goed werkt.

Het is onduidelijk wat de toekomst zal brengen voor de aanpak. Misschien wordt het ooit verouderd omdat slim bieden al rekening houdt met de verschillende niveaus. Misschien schakelen mensen volledig over op slimme Shopping campagnes en geven ze alle controle op – wie weet?”

Google pusht veel van hun slimme oplossingen, wat is jouw visie op die oplossingen?

“Ik denk dat ‘slim’ tussen aanhalingstekens moet staan. ‘Smart’ betekent dat Google dingen voor je doet. De boodschap is natuurlijk dat de systemen van Google uitstekend zullen werken, met modewoorden als ‘machine learning’. In werkelijkheid zijn deze ‘slimme’ oplossingen ontworpen als zwarte dozen. Dit betekent dat alles wat je kunt doen om hun prestaties te beoordelen, is alleen kijken naar de KPI’s die Google biedt – dat is niet goed.

Voor Google zijn deze oplossingen logisch. Het systeem groeit en wordt steeds complexer, met steeds nieuwe kanalen, formaten en andere dingen toegevoegd. “Slimme” oplossingen bieden een manier om deze complexiteit te bestrijden. Het laatste wat Google wil is dat mensen uit de buurt van het systeem blijven omdat het te ingewikkeld is. Het is belangrijk om te beseffen dat sommige ‘slimme’ oplossingen zijn gericht op mensen die iets willen doen, maar niet over de middelen beschikken om het goed te doen.

Persoonlijk hoop ik dat Google beide opties open houdt: de ‘slimme’ oplossingen voor beginners en de meer complexe benaderingen voor geavanceerde adverteerders. Ik weet echter niet zeker of dat is waar we naartoe gaan. Neem bijvoorbeeld lokale campagnes: hoewel het niet in de naam voorkomt, zijn ze in feite een ‘slim’ campagnetype – een zwarte doos met nauwelijks iets dat je handmatig kunt bedienen. Nog een slecht teken: Google duwt adverteerders met reguliere Shopping campagnes om in plaats daarvan Smart Shopping te gebruiken. Ik vind dit een heel slecht idee.”

Waar werk je momenteel aan?

“Tegenwoordig besteed ik het grootste deel van mijn tijd aan tool-ontwikkeling. Mijn huidige aandacht gaat uit naar het Google-ecosysteem. Het is te vroeg om op details in te gaan, maar het idee is dit: voor ons als bureau zijn gestructureerde gegevens zeer waardevol. Het is echter onpraktisch om elke klant te vragen om gegevens te verstrekken die specifiek zijn voor onze behoeften. Toch doen ze het allemaal voor Google. Dus waarom niet hierop voortbouwen?

Het potentieel is vooral groot voor retailers. Alleen al een productdata feed biedt veel potentieel, maar daar hoeft niet te worden gestopt. Google Analytics heeft enkele prestatiegegevens over dezelfde producten. Google Ads heeft gegevens vanuit nog een ander perspectief. En dat is nog maar het begin.

Een belangrijk aspect is dat dingen binnen bestaande structuren moeten werken – je wilt campagnes niet weggooien om een ​​nieuwe tool te gebruiken. Een manier om dit te bereiken, is het gebruik van advertentieaanpassers. Op dit gebied hebben we een nieuwe aanpak bedacht die ik zal presenteren op Friends of Search.”

Wat kunnen mensen verwachten van je sessie bij Friends of Search?

“Mijn sessie gaat over het aanpassen van advertenties en hoe we deze voor iedereen toegankelijker kunnen maken. Advertentieaanpassers is een van deze geweldige functies die mensen zelden gebruiken, omdat het iets ingewikkelder is vanwege de betrokkenheid van gegevensfeeds, buggy-interfaces en slechte documentatie.

Om dit tegen te gaan, hebben we een eenvoudigere aanpak ontwikkeld voor het aanpassen van advertenties. In de kern is dit een rare logische truc die blijkbaar nog niemand eerder heeft gevonden. Je zou het een hack kunnen noemen … het komt er eigenlijk op neer om een ​​paar dingen voor te bereiden en dan nooit meer met datafeeds te hoeven omgaan. Dit is vooral handig voor teams, waar slechts één persoon dit hoeft te doen en dan kan het hele team de vruchten plukken.

In mijn presentatie laat ik zien hoe mijn aanpak voor advertentieaanpassers werkt en geef ik je enkele ideeën over wat je ermee kunt doen. Sommige zullen eenvoudig zijn; anderen zullen echt geavanceerd zijn – tot advertentie-aanpassing op basis van het weer.”

Over de auteur: Martijn Beumer Martijn Beumer is mede-oprichter van Producthero.com.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Jarig ANP suggereert steun overheid als redmiddel

Posted 23 jan 2020 — by Villamedia
Category nieuws

De overheid zou wellicht moeten bijdragen aan het ANP vanwege de maatschappelijke rol die het persbureau speelt. Het is een van de manieren om het voortbestaan van het persbureau te verzekeren. Die suggestie deed ANP-directeur Martijn Bennis donderdag…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Weg met het traditionele online marketingteam, dit zijn de functies van de toekomst!

Posted 23 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Nergens zoveel buzzwords als in de marketingwereld. En het liefst in het Engels natuurlijk: growth hacking, experiential marketing, micro influencers, hyper-targeted advertising en ga zo maar door. Daarnaast zijn er nog een aantal die al jaren worden genoemd in de jaarlijkse clickbait-lijstjes, zoals big data, marketing automation, personalisatie, gamification, voice search; de lijst is eindeloos.

Waar staat marketing nu echt voor vandaag de dag? De American Marketing Association (AMA), een van de meest invloedrijke organisaties binnen de academische marketingwereld, omschrijft marketing als:

“Marketing is een functie binnen organisaties en een verzameling van processen voor het creëren, communiceren en leveren van waarde voor klanten en voor het beheersen van de klantrelatie op manieren die gunstig zijn voor de organisatie en haar belanghebbenden.”

What’s the buzz about? 

Persoonlijk vind ik de term ‘marketing’ ouderwets klinken. De algemene tendens is dat veel agencies de naamgeving wel veranderen, maar de activiteiten niet. Door ‘digital’ voor marketing te plakken of door de term ‘growth hacking’ te misbruiken. Bij Hoppinger heb ik in twee jaar tijd mijn eigen succesvolle marketingteam opgebouwd met oog op talent en specialisatie. Succesvol in de zin dat de marketingactiviteiten die we uitvoeren, in de regel meerwaarde voor de klant opleveren. Maar toch: is een dedicated online marketing team binnen een digital agency nog wel houdbaar in de toekomst? Daarnaast is het begrip ‘marketing’ zo holistisch: dekt deze term de lading van alle huidige en toekomstige activiteiten nog wel? 

De datagedreven samenleving

De evolutie van de menselijke samenleving door de eeuwen heen is gedreven door informatie. Naarmate informatie werd gedigitaliseerd dankzij technologieën, is het maken, delen en doorzoeken van gegevens veel eenvoudiger geworden. Tegenwoordig leven we meer en meer in een data-driven samenleving, waarbij technologie objecten verbindt met mensen; oftewel Internet of Things (IoT). Alledaagse voorwerpen zijn verbonden met een netwerk en via dat netwerk worden gegevens uitgewisseld.

‘Slimme’ objecten spelen hierbij een sleutelrol: met gebruik van sensoren kunnen deze de omgeving in zich opnemen en via ingebedde netwerktechnologie met elkaar communiceren, gebruikmaken van internetdiensten en de interactie aangaan met mensen. Het ideaal van de maak- en meetbare samenleving bloeit bij velen op. De verwachtingen of percepties over big data zijn omgeven door een zekere mythevorming. Er bestaat een groot geloof in big data als nieuwe, objectieve kennisbron. Maar ook big data blijft een statistische analyse, die zijn eigen beperkingen kent.

Een van de uitdagingen van de datagedreven samenleving is dat persoonlijke gedragsgegevens op een enorme nieuwe schaal beschikbaar komen. Bijvoorbeeld doordat locatiegegevens van mobiele telefoons gekoppeld worden aan consumptiegegevens. Omdat mensen steeds vaker creditcards of andere digitale betaalmogelijkheden gebruiken voor zelfs de kleinste aankopen. Gebruikers worden daarom steeds huiveriger voor bedrijven die hun gegevens buiten hun toestemming en zicht gebruiken. In de toekomst ontstaan hierdoor nieuwe functies en organisatiemodellen. Denk aan de functie van identiteitsbewaker of -beheerder en bedrijven die als identiteits-stewards kunnen optreden. Zeker op het gebied van data moeten we als Hoppinger hierin onze rol kennen, nieuwe kansen spotten en onze verantwoordelijkheid pakken. Dit doen we door nieuwe competenties en rollen aan het marketingteam toe te voegen.

Het data-driven marketing-team van de toekomst

Volgens Forrester hebben over vijf jaar enkel nog de organisaties bestaansrecht die digitale kansen benutten om zich te kunnen aanpassen aan klanten, concurrenten en disruptors. Zulk aanpassingsvermogen vraagt om een flexibel organisatiemodel; iedere klant vraagt immers een andere benadering. De organisatie van morgen is ‘shapeshifting’ en richt zich niet zozeer op afgekaderde functies, maar is een taak- en competentiegedreven organisatie. Zo ook op het vlak van marketing: het vermogen om te schakelen en aan te passen aan de dynamiek van de consument binnen enkele uren of zelfs seconden, vormt de basis van de nieuwe marketeer.

Functies van de toekomst

Welke marketingfuncties, of dus eigenlijk competenties, worden dan belangrijk in de toekomst? Cognizant heeft een onderzoek gedaan naar nieuwe rollen die in het vooruitzicht liggen. Ik heb er een paar uitgepikt op basis van de belangrijkste nieuwe competenties.

Algorithm Bias Auditor: Algoritmische besluitvorming en kunstmatige intelligentie (AI) hebben een enorm potentieel en zijn waarschijnlijk economische blockbusters. Maar door de hype bij het introduceren van algoritmen in het bedrijfsleven en de maatschappij hebben we mogelijke risico’s over het hoofd gezien. Denk bijvoorbeeld aan het Cambridge Analytica Facebook-schandaal. Een algorithm bias auditor werkt nauw samen met developers en zorgt ervoor dat ze altijd up-to-speed zijn met betrekking tot wet- en regelgeving. En doet diepgaand onderzoek naar de behoefte van de kerndoelgroep rekening houdend met religie, ras, geslacht, identiteit, familie-samenstelling en meer.

Data Ethnographer: Data-etnografen lezen niet alleen cijfers; ze gebruiken cijfers om een ​​verhaal te vertellen over hoe klanten omgaan met een merk. Een data-etnograaf werkt met massa’s realtime gegevens om klantinzichten te achterhalen en campagne-aanbevelingen te doen aan de rest van het marketingteam.

Purpose Planner: Deze persoon geeft vorm aan toegewijde ‘purpose’-klantreizen. De functie helpt mee om langetermijnplannen te maken bij het definiëren en formuleren van de bijdrage van merken aan de samenleving. En daarnaast de invloed die hun werknemers en eindgebruikers hebben op de maatschappij. De context is hierbij een nieuwe factor in de waarde-uitwisseling tussen merk en gebruiker. We focussen steeds meer op het optimaliseren van de waarde voor de omgeving, ook in design.

Loyalty Engineer: Een Loyalty Engineer houdt zich niet bezig met traditionele loyaliteitsprogramma’s zoals punten sparen, maar richt zich op een nieuwe vorm van loyaliteit: het matchen van de ondernemersgeest van consumenten met de merken die geld kunnen opleveren door ze te gebruiken. Want wat is betere marketing dan consumenten helpen met het verdienen van geld? Door platformen als Uber, Airbnb en eBay leren consumenten hoe zij zich kunnen gedragen als een bedrijf. De Loyalty Engineer identificeert de behoefte van de klant en vertaalt deze bevindingen naar value-based activiteiten.

Sixth Sense Analyst: Een trendspotter die niet alleen een impuls kan geven aan opkomend marktgedrag en kansen, maar verder gaat dan dat en trends voorspelt aan de hand van data voordat ze zich voordoen. 

Oké, en wat betekent dat voor mijn marketingteam?

IoT-zaken als de pratende koelkast gekoppeld aan je Picnic-app, of dijken die dankzij sensoren zelf alarm slaan als onderhoud nodig is: het is niet langer toekomstmuziek. Welke stappen moeten traditionele marketingteams zetten in deze data-driven samenleving? Het grote verschil met de traditionele silo-gedachte is dat er op dit moment steeds meer multidisciplinaire teams ontstaan. Ik constateer dat de grenzen tussen development, design, strategie en marketing vervagen. Het werk van een copywriter en een designer krijgen steeds meer overlap, de UX’er gebruikt data als input om de structuur aan te passen, een developer maakt de website gebruiksvriendelijk en snel ten behoeve van de vindbaarheid in Google.

Door de nieuwe overlap in werk is de dynamiek en samenwerking binnen ieder project aangepast op de waarde die het team kan leveren binnen het project. Een ziekenhuis gericht op duidelijke informatievoorziening vraagt nu eenmaal om een andere benadering dan een B2B-platform gericht op het binnenhalen van leads. De overstap naar taak- en competentiegericht werken vereist meerdere disciplines. Het is daarom een groter organisatorisch vraagstuk. Vanuit het marketingteam gezien, zijn de huidige rollen binnen het team geschikt om die op basis van competentieniveaus toe te wijzen aan projectteams. 

In de toekomst zal hierdoor een verschuiving plaatsvinden van multidisciplinaire teams naar competentiegerichte teams. Dit pleit voor minder traditionele managers en meer strategen die continu bekijken welke competenties aansluiten op de meest urgente klantvraag. Daarnaast zie ik dat bestaande rollen langzaam zullen veranderen in de eerdergenoemde rollen. Zo zal een ervaren SEO-consultant, gewend om met zoekwoordenonderzoeken nichemarkten te ontdekken, zich kunnen ontwikkelen tot een ‘Sixth Sense Analyst’. Een ervaren Data Scientist ontwikkelt zich tot een echte ‘Algorithm Bias Auditor’ door hem of haar bewust te maken van de steeds grotere ethische belangen rondom persoonsgegevens.

Onze plek in de datagedreven samenleving

We zijn allemaal onderdeel van de datagedreven samenleving. Bedrijven moeten zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Als digital partner van onze klanten gaat die verantwoordelijkheid nog een stapje verder. Door de eindgebruiker op een veilige manier verder te helpen kunnen wij op een positieve manier bijdragen aan deze industrie. Nieuwe marketingmodellen en vormen van interacties zorgen voor het ontstaan van competenties waar de huidige marketingspecialisten zich op kunnen en moeten ontwikkelen. Zodat ik over 10 jaar kan zeggen dat mijn team, in wat voor vorm dan ook, nog steeds meerwaarde voor de klant opleveren. Verder praten over de toekomst van digital marketing? Mail me.

Over de auteur: Stefan Fabbro werkt als Head of Digital Marketing bij Hoppinger.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit zijn de drie belangrijkste ontwikkelingen voor frontoffice-transformatie

Posted 23 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Voor het aangaan van duurzame en relevante klantrelaties is een goede frontoffice essentieel. Drie belangrijke ontwikkelingen die de komende jaren een bepalende rol gaan spelen bij frontoffice-transformaties. 

Digital enablement 

Veel bedrijven hebben de afgelopen jaren steeds meer geïnvesteerd in een betere dienstverlening aan klanten. Daarvoor implementeerden ze systemen voor klantrelatiebeheer (CRM) of zogenoemde customer-engagementplatforms. Door het analyseren van klantdata zouden bedrijven beter in staat zijn maatwerk te leveren. Klanten zouden hierdoor loyaler worden, doordat zij zich beter gekend voelen in hun persoonlijke wensen. Dit zou moeten bijdragen aan de omzet door middel van ‘cross- en upsell’.

Nu deze bedrijven de balans opmaken, moeten ze toegeven dat deze platforms niet of onvoldoende hebben opgeleverd van wat ze ervan hadden verwacht. De belofte van de extra waardecreatie, oftewel de ‘return on investment’, voor zowel het bedrijf als de klant is in veel gevallen niet ingelost.

Waardoor komt dit? Het antwoord op deze vraag is vooral te vinden in de manier waarop deze platforms zijn geïmplementeerd. Nog te vaak gaat bij het implementeren de aandacht uit naar de technische realisatie en het ‘live’ brengen van het platform, en houden bedrijven te weinig rekening met de impact van een nieuw systeem op de eindgebruiker, namelijk de eigen frontofficemedewerkers. Bij de implementatie moet de aandacht juist uitgaan naar deze medewerkers en de bijhorende verandering in de manier van werken, het gedrag en de bedrijfscultuur. Het nieuwe systeem of platform kan daarbij ondersteunen en is dus een middel en niet een doel. 

Verandermanagement en adoptie, ook wel ‘digital enablement’ genoemd, zijn belangrijk bij het uitrollen van nieuwe systemen. De eindgebruikers staan meer centraal en worden eerder en nadrukkelijker bij het ontwikkelen en implementeren betrokken. Hierbij kijken bedrijven goed naar hoe het systeem de medewerkers in hun dagelijkse processen kan ondersteunen, maar ook naar welke impact de bijhorende proceswijzigingen hebben op hun rollen en verantwoordelijkheden. Door zo een goede balans te creëren tussen inhoud, technologie en de ‘experience’ waarbij de gebruikerservaring en het gebruiksgemak centraal staan (bij PwC noemen we dat de BXT-aanpak), kan een nieuw platform werkelijk waarmaken wat het op papier belooft.

Responsible artifical intelligence

In hun dienstverlening naar klanten passen organisaties in toenemende mate artificial intelligence (AI) toe. Bij het zogeheten ‘robo-advies’ wordt de adviesfunctie van bedrijven naar klanten steeds vaker door computers ondersteund of zelfs overgenomen. De algoritmes die hiervoor worden gebruikt, worden steeds ingewikkelder. Het gevolg is dat een steeds kleiner deel van de medewerkers ze begrijpt, laat staan dat klanten dat doen. 

Een op algoritmen gebaseerd advies komt tot stand door het gebruik van grote hoeveelheden data. In veel gevallen is niet duidelijk om welke data het precies gaat en hoe die data worden geïnterpreteerd. Daarbij bestaat het gevaar dat niet altijd kan worden aangetoond dat het advies onafhankelijk is en niet discrimineert op basis van bijvoorbeeld geslacht, sociaal-economische achtergrond of andere factoren die voor het geadviseerde product niet relevant zijn. Vooral in de financiële dienstverlening, waar mensen vanuit een zorgplicht recht hebben op toegang tot financiële diensten, is dit een aandachtspunt. Een recent voorbeeld leidde op sociale media tot veel ophef. Daarin maakte een bedrijf onbedoeld onderscheid tussen mannen en vrouwen bij de aanvraag van een creditcard. Als bedrijf kom je er vervolgens niet mee weg door je op ‘computer says no’ te beroepen. 

Wie voor AI kiest, moet dus goed kijken hoe de gebruikte algoritmes kunnen worden getoetst op ongewenste ‘bias’. Zeker omdat door de schaal waarop robo-advies wordt toegepast, de impact van een ingebouwd vooroordeel veel groter is dan bij een persoonlijk één-op-één advies van een medewerker aan een klant. Gelukkig worden bedrijven zich steeds bewuster van de risico’s en heeft dit onderwerp de aandacht van onder meer de compliance- en risicomanagementafdelingen. Zij zullen de komende jaren hun handen vol hebben aan het opstellen van methoden en protocollen voor een juiste omgang met AI en aanverwante technologieën.

Het ontstaan van ecosystemen 

Een derde ontwikkeling is het ontstaan van ecosystemen. Dit hangt nauw samen met de transitie van een productgedreven naar servicegedreven dienstverlening. Voor de uitbreiding van hun diensten kijken bedrijven steeds vaker voorbij de traditionele grenzen van hun eigen industrie. Ze zijn benieuwd wat bedrijven in aanpalende sectoren hun klanten te bieden hebben binnen hetzelfde thema. Met die bedrijven gaan ze samenwerkingsverbanden aan en bieden ze hun klanten vervolgens een geheel van samengestelde producten en diensten. Een mooi voorbeeld hiervan is de beweging van het verstrekken van een hypotheek naar het leveren van diensten op het thema ‘wonen’. Hierbij kun je denken aan samenwerkingen met doe-het-zelfwinkels, verhuisbedrijven en interieuradviesbureaus. Zo ontstaan nieuwe ecosystemen, bestaande uit samenwerkingsverbanden binnen bepaalde thema’s.

Zo’n samenwerking moet natuurlijk wel relevant zijn en goed aansluiten bij de eigen merkbelofte en producten, maar ook bij wat je klant van je verwacht. Als nette bank kun je je bijvoorbeeld niet zomaar met elk willekeurig verhuisbedrijf met een gammel bestelbusje afficheren.

Een bijkomend risico is dat bedrijven hun herkenbaarheid en eigen identiteit verliezen. Wanneer je slechts een schakel bent in het geheel aan geleverde diensten, loop je als bedrijf het risico dat je voor je klanten nauwelijks relevant meer bent. Eén van de oplossingen is dat bedrijven er bewust voor kiezen een zogeheten platformorganisatie te worden. Ze nemen dan een centrale rol in het ecosysteem in, waarbij ze het geheel aan bedrijven en dienstverleners organiseren en orkestreren.

Over de auteur: Timo Koenen is Partner bij PwC Nederland.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Header Bidding – Wat heeft het ons opgeleverd en wat is de toekomst?

Posted 22 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Header Bidding, de afgelopen jaren misschien wel hét buzzwoord onder display marketeers. Het zou een einde maken aan de monopoly van Google op display advertising en eerlijke kansen bieden aan alle publishers (de verkopers), buyers (de marketeers) en exchanges (de gebruikte techniek). Waar we eerst nog afhankelijk waren van de bekende ‘waterval methode’, waar Google bijna altijd aan het langste eind trok met AdManager (voorheen DFP), zijn we met Header Bidding een stuk volwassener geworden en is de inkoop een stuk eerlijker. 

Wat is header bidding ook alweer?

Header Bidding is eigenlijk niets meer dan het verplaatsen van de auction naar de ‘header’ van de website. ‘Vroeger’ werd de auction verricht zodra de advertentie slots ingeladen werden, dat gedeelte is hiermee naar voren gehaald. Zo vindt de auction plaats nog voordat de pagina is ingeladen en is het voor de publisher mogelijk om iedere exchange de kans te geven om te bieden op een advertentie slot. De ouderwetse watervalmethode kreeg dus een extra laag:

Het resultaat?

Het werd hierbij voor buyers mogelijk om op een makkelijke manier toegang te krijgen tot inventory waar ze tot voorheen niet bij konden. Voor de publishers waren er opeens veel meer gegadigden om de advertentie slots die ze aanbieden te vullen, win-win dus! Natuurlijk waren er ook partijen die hier nadeel van hadden en eigenlijk kan je twee groepen maken nadat vrijwel iedereen is overgestapt naar Header Bidding, de winnaars en de verliezers. Wie heeft nou echt kunnen profiteren van deze ontwikkeling en voor wie is het een nadeel?

De winnaars

De Publishers, uiteraard. Zij zijn degene die het meeste profijt hebben gehad van Header Bidding en de reden waarom is natuurlijk voor de hand liggend. Meerdere exchanges die allemaal kunnen bieden op je meest waardevolle inventory hebben gezorgd voor hogere CPM’s en dus voor directe hogere inkomsten. 

De Buyers. We zijn als marketeers ook zeker als winnaars uit de bus gekomen, ook al is het wellicht op de langere termijn. De felbegeerde Premium Inventory is voor alle buyers beschikbaar en de markt is transparanter geworden. Natuurlijk zijn de CPM’s gestegen maar tegenwoordig zal iedere display marketeer geoptimaliseerde strategieën hebben om hier zijn of haar voordeel uit te halen. 

De verliezers

De SSP’s. Misschien wel de enige en dus ook grootste verliezers van de nieuwe techniek zijn de SSP’s, waar zij eerst nog exclusiviteit konden bieden aan buyers van bepaalde inventory is nu alles openbaar en vanzelfsprekend niet meer exclusief. Dit zorgt in-direct weer voor een extra ‘win’ voor de Publishers en de Buyers, de SSP’s moeten het platform dat zij hebben weer aantrekkelijk maken, wat vaak gepaard met lagere kosten en meer mogelijkheden voor de buyers. 

Header Bidding 2.0: Server Side ipv Client Side

Uit cijfers van maart 2019 blijkt dat bijna 80% van de websites over is gestapt naar Client Side Header Bidding. Hier benoem ik specifiek dat ze zijn overgestapt naar Client Side Header Bidding, wat simpelweg betekent dat alle advertentieverzoeken, biedingen etc via de browser van de eindgebruiker gaan. Is dat verkeerd? Niet helemaal. Kan dat beter? Zeker wel. Het schema bij Client Side Header Bidding ziet er als volgt uit:

Met de Client Side techniek komt de druk te liggen op de website van de publisher en de browser van de gebruiker. De publisher moet zorgen dat alle exchanges worden ingeladen in de header van de website zodat deze mee kunnen doen aan de auction. Hierbij komt ook nog kijken dat de website moet wachten totdat alle antwoorden van de exchanges binnen zijn, dus als er ook maar één exchange tussen zit die problemen heeft of als deze traag is dan zal de gebruiker dit merken. Deze moet hierdoor namelijk wachten totdat al deze zaken zijn ingeladen voordat de content naar voren komt, dit leidt tot langzame pagina’s en slechte User Experience. 

De oplossing heb ik hierboven al genoemd, namelijk de overstap van Client Side naar Server Side. De naam doet al vermoeden wat dit betekent, de belasting niet bij de gebruiker leggen maar op de server, die hier veel beter tegen bestemd is. Het schema van de Server Side Header Bidding ziet er iets anders uit:

De werking hiervan is niet heel anders maar een kleine omzetting is noodzakelijk. Waar eerst verschillende requests werden gedaan in de header van de website moet dit nu worden gedaan via 1 call naar een externe server. Het makkelijke hierbij is, is dat de auction nu op de externe server gedaan wordt en niet meer in de header van de website. Deze server communiceert vervolgens weer met de website en afhankelijk van de auction worden de advertentie slots gevuld. Het resultaat is dat de pagina’s weer snel worden en de User Experience van de gebruiker weer verbeterd. 

Daarnaast is er natuurlijk een grote stijging in het gebruik van Video en Rich Media advertenties. Zo gebruikte 81% van de bedrijven video in hun marketingmix en mobiele video stijgt vrijwel elk jaar met 100% (bron: Biteable.com). Rich Media inzet stijgt daarnaast al jaren waardoor de browsers het steeds zwaarder zullen krijgen met deze manier van inkoop. Hierdoor zal Server Side Header Bidding alsmaar belangrijker worden voor de publishers. 

Heeft Server Side dan alleen maar voordelen? Nee, in ieder geval op dit moment nog niet. Zo kan het lastiger worden om gebruikers te herkennen omdat gebruikersdata vaak gefilterd wordt als deze naar een server is verplaatst. 

Google ziet weer een kans

Nu zit niet iedereen te wachten op een technische aanpassing nadat net alles is overgezet op Client Side Header Bidding, dit kan zijn omdat het simpelweg te veel geld kost om dit op te zetten of omdat de kennis er niet is. Uiteraard zagen ze hierdoor bij Google weer een kans om terrein te winnen in het display landschap en toen bekend werd dat Server Side Header Bidding de toekomst was hebben zij hier op ingespeeld door dit zelf aan te bieden met ‘Google Open Bidding’, wat voor nu alleen nog voor een aantal exclusieve partners beschikbaar is. Hiermee maken zij Server Side Header Bidding mogelijk door hun eigen servers en services beschikbaar te stellen. De werking blijft hetzelfde maar de publishers kunnen het moeilijke werk door Google laten opknappen, uiteraard tegen een ‘kleine’ fee. Naast de fee heeft ook dit systeem een nadeel, Google bepaald namelijk welke Exchanges mee mogen doen in deze ‘open market’. Zo blijf je afhankelijk van Google, moet je AdManager blijven gebruiken en zal Google wederom een zeer grote voet in de aarde krijgen op het gebied van programmatic display. 

Focus verleggen

Je kan dus concluderen dat zowel Client Side als Server Side z’n voor- en nadelen hebben en er (nog) geen beste oplossing is. Hetgeen dat we wél met zekerheid kunnen zeggen is dat Header Bidding de programmatic display wereld flink heeft verbeterd en nog steeds aan het verbeteren is. Het begint allemaal weer beetje bij beetje transparanter te worden en de buyers kunnen eindelijk afstappen van de ‘waste-inventory’ en de focus verleggen naar mooie, kwalitatieve advertentie posities en formaten. 

Mijn eigen verwachting is dat naast Google ook de andere grotere exchanges de stap naar Server Side zullen zetten en dit de standaard in de markt zal worden. Vanuit Pink Marketing merken we dat veel publishers zich nog niet bezig houden met deze ontwikkeling, wat logisch is maar naar mijn mening ook zonde. Alleen het afgelopen jaar zijn er al tientallen publishers bijgekomen, dan zou ik het juist interessant vinden als er wordt gedacht aan nieuwe technieken om je als publisher te differentiëren van de rest. 

Is het dus nu al nodig om over te stappen?

Voor de kleinere publishers is het zeker niet nodig om over te stappen op Server Side, het verkeer is hier simpelweg te laag om het verschil te zullen zien. Voor de grote spelers is het echter uitermate interessant om over te stappen op Server Side, als je duizenden bezoekers per dag hebt kan deze oplossing een wereld van verschil laten zien in je performance. 

Over de auteur: Stefan Neuenschwander werkt als Display / Automation Marketeer bij Pink Marketing.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zeven Voorspellingen over Robotic Process Automation (RPA) in 2020

Posted 22 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Je collega links is even naar het toilet. De cursor op haar laptop knippert geduldig op de site van KvK.nl, waar ze een uittreksel uit het handelsregister opvraagt. Je collega rechts is je persoonlijke softwarerobotje en die heeft geen stoel. Flitssnel ververst het scherm zich van de ene website naar de andere, om te rapporteren welke van de 100.000 nieuwe klanten na de overname een mogelijk witwasrisico vormen. 24×7, foutloos en nooit ziek. De analyse van jaarverslagen op risico’s? Secondenwerk. ´Verwelkom Botje in ons team!´

Robotsoftware is al veel groter dan je denkt. Marktonderzoeksbureau Gartner heeft Robotic Process Automation benoemd tot ‘het snelst groeiende segment binnen de wereldmarkt voor bedrijfssoftware’ – en schat dat de markt voor RPA-diensten in 2020 een kleine zeven miljard euro zal bedragen, om vervolgens binnen twee jaar door te groeien naar bijna elf miljard euro.

Bij UiPath onderzoekt Guy Kirkwood, de maatschappelijke en technologische trends: ”RPA wint aan snelheid en breekt in 2020 volledig door, vanwege de economische noodzaak, jonge medewerkers die dol zijn op IT; en de versnelde technologische ontwikkeling die met kunstmatige intelligentie het ongelofelijke mogelijk maakt.

Guy Kirkwood.

Benauwend? Kijk eens wat Google, Uber, Zalando, Bol.com en Thuisbezorgd doen. Wie die aan de bedrijfspoort wil stoppen, moet UiPath´s RPA-voorspellingen juist omarmen en een ‘automatisering voorop’-strategie volgen, vindt Kirkwood. Dat wil zeggen een digitale transformatiestrategie ontwikkelen en automatisch doen wat automatisch kan.

Dit zijn de zeven RPA-voorspellingen die Guy zijn bazen bij UiPath voor 2020 heeft voorgespiegeld:

1. Wereldwijde economische neergang stuwt automatisering

De signalen in de financiële markten zijn negatief. Rabobanks Philip Marey voorziet voor 2020 een recessie in de VS en denkt dat de Fed de rente helemaal naar nul zal laten gaan: ”Mijn voorspelling is dat bedrijven hun bedrijfsmodel onder economische druk zullen aanpassen en in de eerste plaats de efficiëntie van hun medewerkers zullen verhogen door robots in te schakelen, voordat ze eventueel snijden in hun personeelsbestand”.

2. Wat YouTube is voor video, wordt RPA voor automatisering

Per 2020 zal RPA de plaats opeisen als hét centrale platform waarop ook andere bedrijfsautomatiseringstools en softwarecode huizen, ongeveer zoals YouTube dé plaats is waar video-inhoud wordt gehuisvest: ”Softwarerobots zijn nu nog vaak uniek, maar worden algemeen inzetbaar vanuit een centrale plaats binnen de organisatie”.

3. Unieke robots worden breed inzetbaar

In 2020 zullen robots dus steeds meer worden gestandaardiseerd voor gebruik in verschillende toepassingsgebieden en over de verschillende afdelingen van organisaties, en uiteindelijk over verschillende bedrijven en sectoren, volgens Guy: ”Standaardisering en centralisatie zetten de deur wagenwijd open voor veel grootschaliger toepassing van RPA, waarbij de robots zich weinig aantrekken van de verzuiling binnen bedrijven”.

4. Studenten die gaan werken, versnellen de trend

Studenten die in 2020 op de arbeidsmarkt komen, doen niet aan geestdodend routinewerk. Ze hebben al geleerd wat automatiseren is en nemen dat mee naar hun nieuwe job. Ze zijn efficiënter en effectiever en het levende voorbeeld van de voordelen van RPA: “De jongste medewerkers laten zien hoe het kan en dwingen bedrijven om hun processen te transformeren en te moderniseren. Anders lopen ze weg”, zegt Kirkwood.

5. De intelligentie van machines ontwikkelt zich stormenderhand

Kunstmatige intelligentie (AI) blijft zich (vergelijkbaar met de wet van Moore) stormenderhand ontwikkelen. Uniek menselijke taken, worden een peulenschil voor Botje. AI-innovaties en verdere computerisering, staan op de schouders van quantum-computing. Guy zegt: “We verhogen regelmatig het aantal qubits in quantum-computing, en de toepassingsmogelijkheden voor al die rekenkracht zijn enorm. Wat we onmogelijk achtten, wordt mogelijk.

6. Robots worden onderwerp van gesprek op het wereldtoneel

De invloed van automatisering grijpt aan op de samenleving. In 2020 zullen non-gouvernementele organisaties als de Verenigde Naties en het World Economic Forum, en de individuele landen de gevolgen van RPA bespreken voor wat betreft werkgelegenheid, de lonen en de wereldeconomie. Kirkwood: “Het is belangrijk te beseffen dat RPA sociaal-politiek bezien van cruciaal belang is, en dat robots belangrijke spelers zijn om de aankomende economische neergang te bestrijden.

7. Overname van RPA-softwareleveranciers door ICT-dienstverleners versnelt

Gevestigde bedrijven die de RPA-markt betreden, zullen daartoe jonge RPA-leveranciers overnemen en in hun onderneming integreren. De RPA-marktleiders, zoals die zijn bepaald in het Gartner Magic Quadrant voor Robotic Process Automation Software, door Forrester Wave en in de Everest PEAK Matrix-rapporten, zijn daarvoor te groot. Guy Kirkwood voorspelt ook waar UiPath zelf concurrentie vandaan mag verwachten: ”Gevestigde ICT-dienstverleners willen ook toetreden op de RPA-markt, en zullen daartoe jonge, kleine RPA-leveranciers overnemen en die integreren in hun bedrijf om de RPA-marktleiders te bevechten.

Vanuit wat hij dagelijks bij UiPath om zich heen ziet gebeuren, kan Guy Kirkwood alleen maar voorspellen wat 2020 zal brengen: ”Maar zeker is dat de meest innovatieve bedrijven vandaag, de marktleiders van morgen zijn. Want als verandering de toon zet, is aanpassing de kunst.

Over de auteur: Guy Kirkwood is chief evangelist bij UiPath.



Lees het volledige bericht op Emerce »

HvA-lector Somaya Ben Allouch pleit voor mensgerichte aanpak in digitale technologie

Posted 21 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Door de toenemende digitalisering van de maatschappij wordt de rol van digitale technologie bij vernieuwingen steeds belangrijker. Lector Digital Life Somaya Ben Allouch van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) pleit derhalve voor meer aandacht voor digitale technologie vanuit een mensgerichte ontwerpaanpak, specifiek op het gebied van gezondheid en welzijn.

Om ervoor te kunnen zorgen dat digitale technologie een positieve bijdrage levert aan gezondheid, welzijn en participatie, moet allereerst duidelijk worden wat mensen op dat vlak willen en nodig hebben. Om dat inzichtelijk te krijgen, is toegepast onderzoek naar het ontwerp-, gebruiks-, implementatie en evaluatieproces van digitale technologie voor maatschappelijk welbevinden van groot belang.

Technologie verandert voortdurend door de context waarin deze wordt gebruikt. Hierdoor zijn onderzoek en toepassing in specifieke contexten, waarin zowel de technologische als de menselijk aspecten worden meegenomen, cruciaal voor een duurzaam gebruik van technologie in gezondheid en welzijn. Ook is er meer aandacht nodig voor nieuwe evaluatiestrategieën van technologie in gezondheid en welzijn.

Het onderzoek van het lectoraat Digital Life richt zich op innovatieve, digitale technologie waarbij sensoren, hun data en creatieve methodes voor gezondheid, welzijn en participatie in samenwerking met het bedrijfsleven en de beroepspraktijk worden ontwikkeld en geëvalueerd. Onderwijs, onderzoek en kenniscirculatie worden daarbij geïntegreerd en zowel binnen als buiten de regio Amsterdam opgezet en uitgevoerd.

Voorbeelden van recente onderzoeksprojecten zijn: EyeBeacons (een navigatie app om mensen met een visuele beperking te ondersteunen veilig en gemakkelijk hun weg te vinden in de openbare ruimte), De Interactieve Woonkamer (om mensen met dementie langer zelfstandig thuis te laten wonen), PAUL (jet stimuleren van de fysieke activiteit van stadsbewoners door het gebruik van gepersonaliseerde app-technologie) en Robot Pepper in het verpleeghuis om de kwaliteit van zorg in verpleeghuizen te vergroten.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Een holistische visie op onze grenzen

Posted 21 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Elektronische toegangspoorten op luchthavens, een rij vrachtwagens in een veerhaven, een controlepost op de weg – het woord ‘grens’ roept meestal een beeld op van een specifieke plaats die fungeert als een afscheiding: een statische toegangspoort voor passagiers of vracht.

Maar naarmate de globalisering versnelt, worden onze grenzen moeilijker te beheren. Elk uur van elke dag verplaatst een groot aantal reizigers en een ongekende hoeveelheid vracht zich rond de wereld. Hoewel de globalisering veel voordelen biedt, zorgt het ook voor serieuze uitdagingen, waardoor er veel werk voor grensbeambten ontstaat.

Tegelijkertijd zorgen politieke, regelgevende en economische ontwikkelingen ervoor dat we ook steeds meer van onze grensbewaking verwachten. En dat is niet alleen een beveiligingsprobleem. Het aantal wereldwijde passagiersvluchten neemt toe en bedrijven sturen steeds vaker vracht en personeel rond de wereld. Van strengere immigratieregels tot groeiende wereldwijde criminele en terroristische dreigingen, en zelfs de handel in een post-Brexit-wereld: we hebben niet alleen nieuwe manieren nodig om de risico’s aan onze grenzen te beoordelen, we moeten volledig herformuleren hoe we over grenzen denken.

Het belang van pre-screening

Een manier om dit te bereiken is door ‘de grens te exporteren’ en de inzet van screeningcontroles vóór de grens te vergroten. Momenteel is het beoordelen van risico’s meestal gebaseerd op gegevens die zijn verzameld op het fysieke punt van binnenkomst – zoals de controle van een vrachtbrief of een biometrische controle van paspoortinformatie. Maar zoals sommige landen al bewijzen, hoeft de definitie van de grens niet fysiek te zijn en kunnen risicovolle passagiers of vracht worden tegengehouden voordat hun reis zelfs maar begint.

In de VS worden passagiers bijvoorbeeld vooraf gescreend: zelfs passagiers die in aanmerking komen voor visumvrij reizen worden beoordeeld volgens het ‘Electronic System for Travel Authorization’ (ESTA)-proces, dat biografische data verzamelt en bepaalt of een passagier in aanmerking komt voor binnenkomst.

De Amerikaanse Customs and Border Protection introduceerde in 2018 een Air Cargo Advance Screening (ACAS)-programma, voor geavanceerde luchtvrachtinformatie over zendingen die vanuit het buitenland in de Verenigde Staten aankomen. Deze ‘pre-load luchtvrachtinformatie’, of PLACI, wordt gebruikt als aanvulling op voorafgaande risicobeoordeling. Zo kunnen grensbeambten beter geïnformeerde beslissingen nemen, beschikken ze over een screeningmechanisme voordat de goederen worden geladen en kunnen ze het fysieke controleproces aan de daadwerkelijke grens versnellen.

Dit is een goed begin, hoewel het niet alleen op luchthavens moet gebeuren. We moeten ook manieren vinden om dit over land en zee te realiseren.

De verbanden tussen de risico’s

We moeten opnieuw bekijken hoe grensmedewerkers de relaties tussen verschillende risico’s begrijpen en interpreteren. Vroeger hadden grensbeambten zich misschien gericht op specifieke goederen of individuen. Nu moeten instanties hun personeel een omvattender inzicht bieden met samengevoegde informatie over passagiers, vracht, chauffeurs en routes. Alleen op die manier kunnen ze patronen herkennen, risico’s voorspellen en effectief targeten. Dit staat bekend als ‘cross-domein-targeting’ en het helpt grensbeambten om de relaties tussen talloze verschillende factoren te zien. Er ontstaat een vogelperspectief van het risico. Zo wordt intelligent handelen aan de grens mogelijk.

Het implementeren van cross-domein-targeting is deels een kwestie van het verbeteren van de samenwerking tussen instanties. Ondanks de effectiviteit van deze aanpak heeft slechts een klein aantal landen geïntegreerde agentschappen die zowel voor goederen als immigratie verantwoordelijk zijn. In de VS bijvoorbeeld, is Customs and Border Protection (CBP) sinds 2003 een officieel onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid. Op veel plaatsen is dit echter niet het geval, wat het uitwisselen van informatie moeilijker maakt dan het zou moeten zijn.

Tools voor intelligente inzichten

Het erkennen van deze vereisten is een eerste stap, maar het betekent niets tenzij grensbeambten de juiste middelen hebben om adequaat te reageren. Zelfs wanneer er een aanzienlijke hoeveelheid informatie aan de grens wordt verzameld, hebben grensbeambten niet noodzakelijkerwijs de mogelijkheid om deze informatie te koppelen aan bestaande gegevens, trends te herkennen en op de juiste manier te reageren. Dus hoewel de voordelen van een holistische visie op de grens duidelijk zijn, is het ook duidelijk dat deze aanpak technologische oplossingen vereist.

Voor de complexe dreigingen van tegenwoordig moeten we de punten tussen individuen en smokkelwaar met elkaar kunnen verbinden. Traditionele benaderingen waren hier niet toe in staat en hebben bijgedragen aan het probleem van ‘false positives’, waarbij te veel tijd wordt verspild aan het onderzoeken van items of mensen die ten onrechte als bedreigingen zijn geïdentificeerd.

Machine learning

Huidige technologieën en tools voor patroonherkenning kunnen ook worden omzeild door criminelen. Grensbeambten hebben geautomatiseerde en geavanceerde statistische modellen en machine learning nodig. Hiermee kan vooraf toestemming worden gegeven wanneer het risico laag is, met algoritmen die voortdurend bijgewerkt kunnen worden voor het markeren van reizen die een risico vormen. Bovendien kunnen ze plannen op maat leveren voor het omgaan met hogere risicodreigingen, terwijl deze zich voltrekken. Er is ook meer automatisering van handmatige controles nodig, zodat de fysieke handelingen van dounebeambten niet zo’n dringende vereiste zijn.

De 21e-eeuwse grenzen opnieuw bekeken

De realiteit is dat mondiaal grensbeheer alleen maar ingewikkelder wordt. Hoewel we de uitkomst van zaken als Brexit slecht kunnen voorspellen, is het niet moeilijk om je voor te stellen dat grensbeheer een ernstig obstakel voor de handel kan vormen. Aanhoudende wereldwijde immigratiekwesties zullen ook een nieuwe aanpak vereisen. Het automatiseren en herformuleren van de grens als een holistisch geheel met een reeks interventiepunten, kan helpen om deze toenemende last het hoofd te bieden. Dit kan echter alleen op grote schaal worden bereikt als grensagentschappen ernaar streven om samen te werken en te investeren in de juiste tools voor de klus.

Over de auteur: Ray Batt werkt als Director Border Security Programmes bij Unisys Global Public Sector.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit zijn de belangrijkste social trends in 2020

Posted 20 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Ontwikkelingen gaan ook in 2020 razendsnel en voorspellingen doen is bijna onmogelijk. Toch volgt hier een dappere poging en een vooruitblik op wat dit jaar kan brengen. Door het huidige online gedrag te analyseren zijn er namelijk wel degelijk trends te ontdekken.

Personalisatie

Met gepersonaliseerde advertenties ben je als adverteerder relevanter. Het personaliseren van advertenties is niets nieuws meer, maar blijft de komende jaren wel belangrijk. Steeds meer platformen komen met betere targeting opties, zoals de Snapchat Collection Ad en de aangekondigde Pinterest Collection Pin. Ook op deze platformen kunnen via de collection ads de juiste producten worden getoond aan de gebruiker, op basis van zijn of haar gedrag op de website. De producten worden dynamisch ingeladen, zodat deze altijd overeenkomen met de producten op de website. En is de gebruiker nog niet op de website geweest, dan kan binnen het Facebook platform al gebruik gemaakt worden van brede targeting. In dat geval worden producten getoond waarin de gebruiker volgens het algoritme waarschijnlijk wel geïnteresseerd is. Ook hier komen de producten uit een feed en wordt dit dynamisch ingeladen. 

Facebook maakt het steeds makkelijker om gepersonaliseerde advertenties snel op te zetten in de vorm van dynamische creatie van advertenties. Zo kan op snelle wijze veel verschillende creatives worden gecreëerd, waardoor de juiste creative aan de juiste persoon kan worden getoond. Het platform gaat haar eigen algoritmes en gedeelde informatie over de doelgroep gebruiken om de meest relevante dynamische advertentiecampagne uit te leveren. In 2020 is de verwachting dat Facebook blijft voorlopen door middel van geautomatiseerde en dynamische campagnes.

Maar daar houdt het niet op. Dynamische creaties worden steeds geavanceerder. Je kan bijvoorbeeld automatisch je advertenties laten aanpassen op basis van het weer, de locatie, specifieke interesses en de beschikbaarheid van je product. Deze strategie is afgelopen jaar succesvol ingezet voor Pathé. Omdat gebruikers verwachten dat de advertenties die voorbij komen echt relevant zijn, zullen dit soort gepersonaliseerde uitingen steeds meer de standaard worden. 

Binnen Facebook staan er genoeg verandering op het programma voor 2020. Een belangrijke voor adverteerders is het volgende statement van Facebook:

“In mid 2020, we are implementing a limit on the number of ads each Page can run at the same time. The ad limits will impact just a small percentage of advertisers, and we plan to share more details about the limits early next year.”

Het doel van dit limiet is om een overschot aan advertenties te voorkomen. Volgens Facebook leidt een overschot aan advertenties namelijk tot advertenties die niet uit de leerfase komen, en dat zorgt voor mindere prestaties gezien het algoritme niet goed kan bepalen welke gepersonaliseerde uiting bij welke gebruiker past. We zullen in 2020 te horen krijgen wat de precieze limieten worden.

Focus op first party data

Privacy blijft een hot topic. In mei 2018 is de AVG ingegaan en sindsdien lijkt privacy een steeds belangrijker onderwerp te worden. Ook Facebook ziet deze trend en herschreef haar bedrijfsvisie naar een privacy-focused variant. Facebook ziet een trend waarbij mensen steeds meer in privé kringen communiceren in plaats van met het hele internet. Daarom verschuift Facebook naar deze privé-interacties, zorgen ze voor end-to-end encryptie, slaan ze berichten korter op en slaan ze data op in landen waar mensenrechten meer worden gerespecteerd. 

Niet alleen Facebook focust zich meer op privacy, ook Apple volgt de trend naar een anoniemer internet door middel van de ITP: Intelligent Tracking Prevention. Dankzij ITP worden cookies steeds korter opgeslagen of zelfs helemaal geblokkeerd. 

Door deze ontwikkelingen wordt het steeds belangrijker om first-party data op te bouwen. Een eigen klantenbestand kan namelijk worden gebruikt om te targeten binnen Facebook, maar ook via Snapchat en LinkedIn. Via audience matching kan je deze mensen bereiken en er look-a-like groepen van maken om gelijkwaardige, nieuwe personen bekend te maken met je merk. Het voordeel hiervan is dat je veelal meer weet van deze personen, waardoor je nog persoonlijker en relevanter kunt zijn. 

Het zelf opbouwen van doelgroepen is meer werk, maar resulteert uiteindelijk tot echte people-based marketing die persoonlijker is dan marketing via cookie data. 

Kortere aandachtsspanne en vergroot filtervermogen

De laatste jaren horen we steeds vaker dat de aandachtsboog van consumenten korter wordt. Korter zelfs dan die van een goudvis (Microsoft, 2015). Door de grote informatiestroom waar consumenten dagelijks mee te maken krijgen worden ze bovendien steeds beter in het filteren van informatie die ze interessant vinden. Deze trend zal in 2020 alleen maar doorzetten, en dus is het belangrijk om na te denken over hoe je hier als marketeer of merk op in kunt spelen. Je wordt voorbij geswipet voor je het door hebt en dus moet de content meteen relevant zijn voor je doelgroep. Daar houdt het niet op, want vervolgens moet de aandacht ook lang genoeg worden vastgehouden om je boodschap over te brengen. Door de kortere aandachtsboog wordt ook dit steeds moeilijker. De oplossing voor deze trend ligt bij snappy content met een korte boodschap die direct duidelijk is. In plaats van een uitgebreide introductie komt het hoofdpunt van je advertentie idealiter in de eerste drie seconden naar voren.

Video, video, video

Online video wordt steeds groter. Over alles wordt een vlog gemaakt en met de lanceringen van Facebook Watch en Instagram TV spelen ook de grote sociale netwerken op deze trend in. De verwachting is dat de ontwikkeling van video in 2020 alleen maar door zal zetten. Video in advertenties is steeds gangbaarder, al wordt het nog niet door iedere marketeer omarmd. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat het te duur en tijdrovend is. Dit hoeft echter niet zo te zijn. Online creatie studio’s zoals Vyond (voorheen GoAnimate), Promo, of Smartly bieden een makkelijke manier van het creatieve proces en maken daarmee lange en dure opnamedagen overbodig. In plaats daarvan bieden deze tools de mogelijkheid om zelf in een paar uur geanimeerde video’s te maken die overal inzetbaar zijn. Zo maak je gemakkelijk square video’s, story-formaat of juist een portrait of landscape video voor in een nieuwsfeed. Deze creatie studio’s gaan er in het nieuwe jaar voor zorgen dat videoadvertenties niet meer alleen voor bedrijven met grote budgetten zijn. In plaats daarvan worden videoadvertenties voor iedereen toegankelijk. Om in te spelen op deze trend is het daarom belangrijk om na te gaan denken hoe je als organisatie op grote schaal content kan creëren en kan distribueren op de platformen die voor je relevant zijn.

Live content

Wereldwijd kijken steeds meer mensen naar livestreams. Het aantal uur dat naar livestreams wordt gekeken is gestegen van 10,3 miljard uur in 2018 naar 12,7 miljard in 2019. Is live streaming al onderdeel van je marketingmix? Het grote voordeel van live streaming is dat je op deze manier een langetermijn band kan opbouwen met je doelgroep. Tijdens een livestream ben je namelijk constant aan het reageren op de vragen en andere interacties die binnenkomen op de livechat. Een ander voordeel van live streaming is dat het op de meeste platformen mogelijk is om je livestream te downloaden nadat je bent gestopt met de livestream. Deze content kan je vervolgens weer gebruiken en plaatsen op Instagram, Facebook of YouTube. In 2020 zal het wereldwijd ook mogelijk worden om op Linkedin live te gaan. Op welke platformen ben jij van plan om live op te gaan? Kies je voor 1 specifiek platform of ga je live op alle platformen tegelijk? 

Marketing automation via chatbots

Een systeem ontwikkelen om te communiceren met klanten en ze te helpen met vragen zonder dat daar een medewerker aan te pas komt, dat is het idee achter chatbots. Naarmate computersystemen beter ontworpen en getraind worden, zullen chatbots steeds kwalitatiever worden. Het nu nog veel voorkomende bezwaar dat chatbots niet intelligent genoeg zijn, zal dan ook gaan afnemen. Uit onderzoek van Business Insider blijkt zelfs dat 80% van de bedrijven tegen het einde van 2020 een chatbot in gebruik wil hebben. Omdat het voor bedrijven goed is om dichtbij klanten te zitten zullen deze chatbots niet alleen op hun website komen, maar ook op de sociale netwerken. Veel bedrijven werken al met chatbots via Facebook Messenger, maar ook WhatsApp wordt steeds meer gebruikt als klantenservice kanaal. 

Organisaties als Community.com spelen vol in op deze trend. Community.com maakt het voor organisaties mogelijk om in de inbox te komen van je doelgroep. Vooral influencers maken momenteel massaal gebruik van deze nieuwe manier om te communiceren met hun fans. Het zal niet lang meer duren voordat ook organisaties hier gebruik van gaan maken. Wellicht zal deze manier van Text Marketing, E-mailmarketing in de toekomst gaan vervangen. In combinatie met chatbots kan dit nieuwe kanaal een krachtige manier zijn om op een geautomatiseerde manier klantenservice te verlenen en een band op te bouwen met je doelgroep.

Nieuwe platformen

Een nieuw jaar betekent natuurlijk ook nieuwe platformen! En wie dit jaar nieuw platform zegt, zegt TikTok. Deze nieuwste telg in de familie focust op video en is wereldwijd al meer dan 1,5 miljard keer gedownload. Zoals ieder jong kind, zoekt ook TikTok de grenzen op, en gaat deze soms voorbij. Het platform heeft de laatste maanden meermaals het nieuws gehaald, bijvoorbeeld omdat er zonder toestemming data verzameld zou worden en omdat er privacyproblemen zouden zijn. Dat lijkt veel mensen echter niet uit te maken, want de app wordt massaal geïnstalleerd. 

Adverteren gebeurt nu via inkoop bij TikTok zelf en door middel van Facebook’s Audience Network. De verwachting is dat TikTok in 2020 adverteerders de mogelijkheid geeft om ook in Nederland via een business manager zelf advertenties in te stellen. Vanaf dan wordt het een stuk makkelijker om te gaan adverteren op TikTok. De advertentieformaten zijn allemaal gericht op verticale video’s en het interactieve aspect van het platform. De hashtag challenge is een mooi interactief voorbeeld, waarbij de TikTok community actief engaged met je merk. Overigens is het organische bereik momenteel nog erg goed op TikTok, wat voor sommige merken al reden genoeg is om actief te zijn op het platform.

Facebook’s side-businesses steeds belangrijker

Het is algemeen bekend dat Facebook ook eigenaar is van Whatsapp en Instagram, maar er zijn nog meer bedrijven die onder de Facebook Inc. vallen. Ken je bijvoorbeeld ook Portal, Calibra en Oculus? 

Iedere dochteronderneming heeft haar eigen focus. Calibra ontwikkelt de Libra, Facebook’s eigen cryptocurrency. Portal ontwikkelt slimme oplossingen om gemakkelijk te videobellen, met een grote nadruk op privacy en encryptie. In zekere zin lijken de Portal producten erg veel op de Google Home producten. Geen verrassing dat Google’s grote concurrent Amazon ook van de partij is, met een standaard ingebouwde Alexa. En Oculus, die ontwikkelen Virtual Reality brillen en sets. Dat zou mogelijk snel kunnen veranderen, gezien in september 2019 werd aangekondigd dat Oculus ook Augmented Reality brillen gaat maken. 

VR advertenties in 2020?

Facebook ontwikkelt zich volop in de breedte en de verwachting is dat dit in 2020 door gaat zetten. Interessant om in de gaten te houden is welke integraties op termijn zullen komen. Collection ads waar binnen het Facebook platform producten kunnen worden aangeschaft met de Libra? Een Facebook Voice variant als concurrent op Google Voice? Advertenties binnen VR en AR wellicht? Die laatste lijkt op de korte termijn nog het meest haalbaar. Indien Facebook verder gaat met deze ontwikkeling is de kans groot dat VR een nieuwe plaatsing wordt binnen de Facebook Business Manager.

De game-industrie ontwikkelt zich steeds meer op het gebied van advertenties en in-game inkomsten. FIFA is op het gebied van in-game inkomsten berucht, maar ook advertenties zijn volop aanwezig in de game van EA. Zo zijn de ledschermen in de virtuele stadions gevuld met de sponsors van de desbetreffende club. Zeker met een toename aan VR games wordt dit steeds interessanter. VR ontwikkelaar Unity biedt dit soort advertenties nu al aan. Over tijd zullen VR games toegankelijker en populairder worden en zal de strijd om advertentieplaatsing in de juiste games steeds groter worden.

Yokohama tires volop in beeld tijdens het nemen van een strafschop in FIFA20.

Naast performance marketing wordt ook branding belangrijker

Online Marketing is vrijwel volledig gericht op performance. Hoeveel krijg ik terug als ik een euro in bijvoorbeeld Facebook stop? De belangrijkste KPI’s zijn dan ook de CPA en/of ROAS van een campagne. Toch is de verwachting voor 2020 dat ook branding een belangrijkere rol in de strategie gaat krijgen. Met de concurrentiedruk op de bekende platformen stijgen de CPA’s steeds meer. Die ene euro budget levert langzaam minder conversies op.

Daarom wordt het belangrijk om na te denken over hoe je als organisatie je advertentieprestaties kan verbeteren. Eén van die mogelijkheden is om bijvoorbeeld de  CPA te verlagen door het conversieratio en de click through rate te verhogen. In andere woorden, meer gebruikers laten doorklikken en converteren. Op lange termijn kan een merk dit bewerkstelligen door middel van goede branding. Wanneer mensen meer bekend zijn met je merk of product zullen zij eerder geneigd zijn om op een advertentie te klikken. Anders gezegd, branding en performance marketing laten samenwerken leidt tot betere performance.

Een goede branding campagne kan helpen om sneller herkend te worden, bijvoorbeeld door middel van herkenbare vormgeving en logo’s. Smartly, een social tool die wij veelvuldig gebruiken om content te personaliseren, schrijft bijvoorbeeld over hun branding het volgende:

In a world that is over-saturated with visuals, it is difficult to stand out. Our distinctive visual elements are bold and fun – and together with our copy, make our brand.”

Een dergelijke aanpak is een goede basis om een goed herkenbaar merk neer te zetten dat binnen luttele seconden geïdentificeerd kan worden. Op die manier hou je weer meer tijd over voor je boodschap.

Een grote positieve merkbekendheid vraagt om een iets andere strategie. Er is lange termijn content nodig die het merk op een positieve wijze bekend maakt onder de juiste doelgroepen. Red Bull heeft dit door, en post bijvoorbeeld met grote regelmaat nieuwe Instagram TV items. Diezelfde IGTV wordt vervolgens ook gepromoot onder de potentiële doelgroep. Zo krijgt ook de branded content van Red Bull genoeg aandacht, wat uiteindelijk bij het aankoopproces het merk een groot voordeel geeft.

Benieuwd wat Facebook performance advertenties überhaupt opleveren? Dan zou een Incrementality Study een interessante optie zijn. Deze test geeft antwoord op de vraag hoeveel personen in je doelgroep hadden geconverteerd als je helemaal geen Facebook advertenties had gedraaid. Daarnaast krijg je inzicht in wat het kost om die extra conversies binnen te halen.

Divers jaar

2020 belooft een divers jaar te worden met ontwikkelingen in veel verschillende richtingen. Privacy wordt bijvoorbeeld belangrijker terwijl personalisatie steeds meer de norm wordt, een contradictie die toch samen lijkt te gaan. De grote vraag is natuurlijk waar je als bedrijf op moet gaan focussen. Op die kwestie is geen één goed antwoord. Het is erg afhankelijk en veelal specifiek per bedrijf, maar ook afhankelijk van de volwassenheid in je social media strategie. Door middel van een volwassenheidsscan en het leren kennen van je bedrijf kun je de juiste trend(s) voor je bedrijf selecteren in 2020. Veel succes!

Over de auteur Marc van Eck werkt als Online Marketing Consultant bij Merkle Nederland.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De toekomst van affiliate marketing 

Posted 16 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Een verscheidenheid aan grote dilemma’s confronteren momenteel affiliate marketing. Privacyfuncties in browsers zetten de traditionele trackingsmodellen onder druk en het consumentenvertrouwen in online adverteren staat op een nieuw laagtepunt. De industrie heeft bovendien een identiteitscrisis. Hoe ziet de toekomst van affiliate marketing eruit? 

Met 2020 fris begonnen is dit de juiste tijd om de toekomst van affiliate marketing te bespreken. Welke rol heeft affiliate marketing in e-commerce? Hoe draagt het optimaal bij? En wat moet er daarvoor veranderen in de branche? Awin stelde daarvoor een manifest op: 2020 Vision – An Affiliate Marketing Manifesto. Centraal in dit manifest staat de performance piramide. Dit zijn de vier lagen waarmee affiliate marketing in 2020 en verder succesvol kan worden ingezet. Zowel voor individuele programma’s als de bredere industrie met het oog op de toegevoegde waarde naar consument en adverteerder toe. De inzet van affiliate marketing kent vier thema’s die nauw samenwerken en de performance piramide vormen:

Tracking & attributie 

De eerste laag is gericht op de onderliggende fundamenten van alle partnerprogramma’s: tracking en attributie. Zonder het vertrouwen dat deze infrastructuur effectief werkt, stort alles in elkaar. Vanuit een trackingperspectief staat onze industrie momenteel echter voor grote uitdagingen. Nieuwe dataregulering zoals de AVG en de aanstaande ePrivacy Verordening (ePV), toegenomen consumentenbewustzijn rondom commercieel gebruik van hun persoonlijke gegevens en nieuwe privacyfuncties in internetbrowsers. Het traditionele cookie-based trackingmodel staat daardoor onder druk. De industrie heeft een nieuwe flexibele trackingoplossing nodig die zich kan aanpassen aan de verschillende obstakels in de customer journey. In deze blog gaat mijn collega Milan uitgebreid in op Bounceless Tracking. Dit is een nieuwe manier van tracking waarmee adverteerders en publishers zeker kunnen zijn dat hun marketing en tracking werkt en alle sales correct worden gemeten.

Ook attributie zal moeten evolueren. Historisch gezien ligt bij affiliate marketing de nadruk op de laatste klik. Dat resulteerde in een race naar de bodem van de verkooptrechter, met bedrijven die elkaar vooral in de conversiefase beconcurreren. Dat gaat ten koste van de waarde gegenereerd door publishers hoger in de verkooptrechter, bij de fases inspiratie en bewustzijn. Er is nu echter een verandering te zien in de beloningsmodellen met de komst van nieuwe publishers zoals influencers en massamedia-publishers. Voor hen is het affiliate kanaal een interessante nieuwe bron van inkomsten waarvoor ze waarde kunnen genereren. Maak je die waarde meetbaar, dan kun je succes toeschrijven aan de juiste partners. Attributiemodellen moeten zich hier in de branche naar aanpassen en het last click-model is niet meer de meest rendabele oplossing hiervoor.

Rapportage & inzichten

De tweede laag is gericht op het registreren van de waarde die publishers toevoegen en het verkrijgen van inzichten. Daarvoor zijn de juiste tools nodig. Deze laag richt zich daarom op het toegankelijk en coherent maken van gegevens voor partners, klanten en medewerkers, zodat ze vervolgens beslissende actie kunnen ondernemen. Rapportages kosten tijd. Bij Awin bleek bijvoorbeeld dat de helft van alle accountmanagers meer dan vier uur per week bezig is met rapportages. Sommigen zelfs tien uur per week. In hetzelfde onderzoek werd ook gevraagd naar hun voorkeur voor werkzaamheden. Niet verbazend stonden rapportages maken en het verwerken van data erg laag. De toekomst van datarapportage is daarom automatisering. Door rapportages te automatiseren, spelen we steeds meer in op zowel onze sterke punten als onze aangeboren voorkeuren. Hiermee kunnen functies worden hervormd en kunnen medewerkers de juiste rollen krijgen die gericht zijn op die taken waar ze in uitblinken. Dat zijn vooral creatieve zaken zoals het bedenken van klantstrategieën en het leren toepassen van relevante trends.

Strategie & partnerships 

Dat brengt ons bij de derde laag waar we zien dat de menselijke aspecten van de aangesloten industrie echt naar voren komen. Hier zit de ruimte voor creativiteit, strategie en het opbouwen van relaties. Precies die vaardigheden waarvan experts verwachten dat ze niet snel zullen worden vervangen door de enorme golf van automatisering.  

Het vermogen om nieuwe kansen en technologieën te identificeren die een merken en adverteerders ten goede kunnen komen, is iets wat in de toekomst alleen maar belangrijker zal worden. We zien momenteel een enorme toename van nieuwe partners die het affiliate kanaal binnenkomen. Veel van hen zijn vrij onorthodox aan de tradities van onze branche. Of het nu gaat om FinTech banking startups die op zoek zijn naar commerciële partnerships met retailers voor hun trouwe gebruikers, complementaire brand-to-brand campagnes, in-store loyalty cards die linken met marketingplatformen, technische oplossingen gericht op publishers… Al deze nieuwe mogelijkheden vereisen dat onze accountteams bij affiliate netwerken tijd besteden aan het begrijpen van hun proposities en het overwegen van de toepassingen voor de individuele doelstellingen van klanten. 

Samenwerking in de industrie 

Ten slotte hebben we aan de top van de piramide het gebied van industriële samenwerking, gericht op bredere groei en toekomstbestendigheid. Dit is een gebied dat verder kijkt dan de dagelijkse werking van individuele programma’s of affiliate netwerken en in plaats daarvan is gericht op samenwerkingsinitiatieven met als doel het verbeteren van de industrie als geheel. Dit gaat over het naleven van normen, het afwenden van gevaren en het versterken van het profiel van het affiliate kanaal. Deze laag omvat bedrijven uit de hele gelieerde industrie: adverteerders, netwerken, publishers en bureaus. Allen werken samen naar de gestelde doelen.

Het is ongelooflijk moeilijk om een consensus te bereiken tussen de diverse en vaak tegenstrijdige belangen. Maar de gevaren van niet samenwerken zijn aanzienlijk. De bredere, publieke perceptie kan onze branche verpesten voordat het de kans kreeg om de werkelijke waarde ervan aan te tonen. Zoals bijvoorbeeld al is gebeurd bij review sites voor matrassen, door dit Financial Times-artikel. Daarom is het zo belangrijk voor concurrerende partijen om toch tijd en middelen te vinden om samen te werken aan projecten die verder kijken dan de muren van onze eigen wereld. Goede voorbeelden daarvan zijn de diverse Codes of Conducts die zijn opgesteld door de Affiliate Council en het Turn the Talk-initiatief van Acceleration Partners en Connected Path dat streeft om de diversiteit van sprekers en opinieleiders in de affiliate branche te verbeteren. Dit zijn goede initiatieven, maar er moet nog meer worden gedaan. De branche mist nog het leiderschap om het affiliate kanaal sterk te profileren als kernonderdeel van een online strategie.

Wordt 2020 het jaar van affiliate marketing?

Deze vier elementen vormen samen de performance piramide waarmee de toekomst van affiliate marketing wordt gevormd. Dat doet de industrie zelf. Elke laag heeft concrete actiepunten om het affiliate kanaal te versterken. Als industrie staan we hiermee op een kruispunt waarmee we zelf de toekomst van onze industrie bepalen. Als voorbeeld biedt voorgenoemd manifest een blauwdruk voor het overwinnen van veel van de uitdagingen en het schetsen van een positief pad voor onze industrie.

Over de auteur: Jesse le Grand werkt als Hoofd Cliënt Services bij Awin.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dit zijn de vier grote pijlers van conversie-optimalisatie in 2020

Posted 15 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Er zijn altijd veel verschillende onderwerpen die het brede vakgebied van conversie-optimalisatie beïnvloeden. Vanuit de praktijk leerden we echter dat de volgende vier er duidelijk bovenuit springen: machine learning, privacy, statistics en growth mindset. In de rubriek ‘Conversion’ duiken we in Emerce Magazine ditmaal in op deze vier grote pijlers van conversie-optimalisatie.

Machine learning

De opkomst van machine learning in conversiewerk is steeds meer besproken, met de voorlopige conclusie dat dit niet zomaar het werk van specialisten overbodig gaat maken. De grootste toegevoegde waarde van machine learning voor CRO zit de komende tijd in supervised learning. Hierbij wordt op basis van gelabelde data bepaald welke informatie op welk moment aan een bepaalde bezoeker moet worden getoond. Hoe je het toont, is dan weer aan de mens en de uitkomsten van zijn experimenten. Middels Unsupervised learning kan wel worden gezocht naar nieuwe inzichten vanuit ruwe gedragsdata, wat weer input kan zijn voor diezelfde experimenten.

Privacy

De privacywetgeving is geen technische vereiste. Er is dus niet echt sprake van helemaal goed of helemaal fout in de juiste omgang met gebruikersdata. Neem een risico-afwegende aanpak en stel jezelf de vraag: kunnen we het financieel aan dat we mogelijk een boete krijgen? Gebruik hierbij de aanpak van nadenken over de informatie die je minimaal wilt verzamelen in plaats van alles verzamelen en dan later wel zien wat je ermee gaat doen. Wees hier ook duidelijk over richting de gebruikers van jouw diensten en producten. Data is de nieuwe infrastructuur, privacy het nieuwe groen en vertrouwen de nieuwe valuta. De keuze om verantwoord met data om te gaan is aan jou.

Statistics

Experimenten monitoren en analyseren vergt goede kennis van statistiek. Niet elke A/B-test geeft zomaar een uitslag die je kunt vertrouwen. Op de vraag of zij SRM- controles (Sample Ratio Mismatch) uitvoeren, stak zo’n vijftien procent van de aanwezige specialisten zijn hand op tijdens een recent event. Na de vraag wie van hen dan wel eens tegen SRM-fouten aanloopt, bleek dat precies hetzelfde aantal. Iedereen die op SRM controleert, loopt tegen fouten aan en vindt bij zeker één op de tien experimenten een nagenoeg niet mogelijke verdeling van de populaties vergeleken met de originele verwachting van deze verdeling. Controleer dus op SRM voordat je uitspraken doet over je A/B-testresultaat.

Growth mindset

Hoe vind je mensen die openstaan voor continue verandering? Mensen die niet altijd klagen als zaken anders gaan dan verwacht. Collega’s die dit juist als kans zien. Hoe kun je bij sollicitatiegesprekken de Calimero’s van de Calihero’s onderscheiden? Dit kan door bijvoorbeeld eens te vragen hoe ze hun vaatwasser inruimen. Los van de paar mensen die zich hier vooral niet druk om willen maken en dit een mindfulness-moment vinden, zullen de meeste mensen met een growth mindset een vaste methode hebben van inrichten en tevens heel nieuwsgierig zijn naar tips hoe het nog beter kan. Een gesprek over de beste manier om snel en eenvoudig je boodschappen te doen is ook een optie.

* Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van Emerce magazine (#175).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Tips en trucs voor een hogere positie in Google voor je webshop

Posted 14 jan 2020 — by Emerce
Category nieuws

Heb je een eigen webshop? En vraag je jezelf wel eens af wat je qua content aan je webshop doen om nou toch écht eens die ultieme hoge positie in de organische zoekresultaten van Google te verkrijgen? Deze tips kunnen je helpen om je webshop vindbaar te maken, zodat er meer bezoekers naar de webshop komen en je omzet te verhogen. Ontdek mijn hands-on tips in deze blog.

Je webshop hoger in Google? Het antwoord: 100% goede SEO! Maar wat is het? 

SEO of Search Engine Optimization, in het Nederlands zoekmachine optimalisatie, is het verbeteren van je website om zo een hogere positie te verkrijgen in de organische zoekresultaten van Google. Wanneer een potentiële klant met behulp van Google zoekt naar een bepaald product, wil je natuurlijk dat je webshop bij de eerste zoekresultaten verschijnt. Dan is de kans groter dat hij of zij in je webshop terecht komt en daar het gewenste product koopt. Een hoge positie kan je bereiken door goed rekening te houden met wat Google graag wilt zien.

Google’s crawlers (ook wel spiders of bots) doorzoeken en indexeren gedeeltelijk het internet. Wat Google graag ziet? Dat wordt bepaald door hun algoritmes. Deze kijken naar diverse aspecten van je site. Bijvoorbeeld de gebruikte techniek, de snelheid, content, evenals het aantal links van en naar de site en de importantie daarvan.

Tip 1: Doe een zoekwoordonderzoek

De startvraag is natuurlijk: “Op welke woorden wil ik gevonden worden?” Deze pas je vervolgens toe in de teksten op je site. Naast de short tail zoekwoorden (‘t-shirt’), zijn er de long tail trefwoorden (‘zwart dames t-shirt ronde hals’) waarmee je kunt onderscheiden.

Hoe verricht je goed zoekwoordenonderzoek?

Met een zoekwoordonderzoek kom je erachter welke woorden (vaak) worden ingetypt in Google, welke benamingen je het beste kunt gebruiken in je topnavigatie en de rest van de site. Dit kan je doen door binnen je site, in de markt en beschikbare online en offline data te kijken welke zoekwoorden belangrijk zijn. Er zijn een aantal vragen die je mee kunt nemen in je zoekwoordonderzoek.

Stel jezelf de volgende vragen:

  • Hoe wordt er gezocht?
  • Welke woorden worden gebruikt?
  • Wat is het zoekvolume?
  • Wat is de zoekintentie?
Maak het jezelf makkelijk

Het wiel hoef je natuurlijk niet opnieuw uit te vinden. Er zijn verschillende handige online tools voorhanden. Enkele voorbeelden zijn: Google Keyword Planner, Google Trends, je eigen Google Search Console, Google Analytics en Google Adwords account, Keyword Tool en de zoekfunctie in je eigen webshop (waar wordt door je bezoekers naar gezocht?). De tool Toptal kan je gebruiken om verschillende trefwoorden te combineren.

Onderzoek concurrenten binnen je eigen branche

Het is goed om te bekijken op welke zoekwoorden waar je concurrenten goed scoren en welke trefwoorden zij in hun webshop gebruiken. Wellicht zijn er zoekwoorden die jij ook kunt gebruiken in je topnavigatie/webshop, óf zoekwoorden waarop je je wilt onderscheiden. Dan is het beter om ervoor te kiezen om een ander zoekwoord te gebruiken.

Blijf relevant

Het kan zo zijn dat bepaalde zoekwoorden een hoog zoekvolume hebben, en dat wil niet zeggen dat dit de beste trefwoorden zijn voor jou om te gebruiken. Het is belangrijk dat de zoekwoorden die je kiest, ook relevant zijn voor de context van je webshop en dat ze dus matchen met de zoekintentie. Sommige woorden krijgen een hele andere betekenis in een andere context en je wilt wel dat je webshop verschijnt bij de mensen die ernaar op zoek zijn. Een voorbeeld: het trefwoord ‘damesschoen’ zal vast veel zoekresultaten opleveren, maar levert dit ook relevante zoekresultaten en daarmee potentiële kopers op? Bovendien zal je veel concurrentie hebben op dit zoekwoord. Misschien zijn deze zoekers wel op zoek naar een winterjas, een spijkerjack of een damesjas, en daarmee is bijvoorbeeld het zoekwoord ‘damesschoen’ niet per definitie de beste keuze.

Meten is weten voor een succesvol zoekwoordenonderzoek 

Als je alle zoekwoorden die uit je analyse zijn gekomen hebt ingesteld, is het tijd om te meten of het werkt. Hiervoor kan je gebruik maken van Google Search Console en Google Analytics.

Stel jezelf de volgende vragen:

  • Word je webshop beter gevonden op de zoekwoorden die je gebruikt (in je topnavigatie)? 
  • Waar wordt het meeste op geklikt in je webshop? Leidt dit tot meer conversie? 
Tip 2: Metatags optimalisatie

Je kunt je webshop-pagina’s voorzien van meta tags. De belangrijkste zijn title en description. Deze toont Google in de snippet van de zoekresultaten, en geven direct een beeld van de inhoud van de pagina. De title tag is je bedrijfsnaam of merknaam plus je tagline, en de description tag geeft een ultra korte omschrijving van je bedrijfsactiviteit). Het is vergelijkbaar de werking in de winkelstraat, de merknaam op de gevel en uitstraling van de etalage verleiden je ertoe om naar binnen te komen. Gebruik in deze teksten relevante zoekwoorden zodat je snippet bijdraagt aan de zoekmachine optimalisatie. Zorg ervoor dat de title en description begrijp- en leesbaar zijn en een goede beschrijving is van hetgeen je aanbiedt. Het is het eerste wat de bezoeker ziet. Let er ook op dat de tekst niet te lang is, dan wordt de tekst afgebroken en komt je boodschap niet over.

Een voorbeeld van een goede snippet:

Tip 3: Start een blog

Door een blog toe te voegen op je site kan je meer relevante content creëren, wat ervoor zorgt dat je beter te vinden bent in Google. Bloggen op je webshop is dus goed voor je SEO, omdat je meer ‘ruimte’ hebt om relevante content te plaatsen. Als blog fanatiekeling licht ik graag wat redenen om te bloggen aan je toe.

Reden 1: Google houdt van content

De uitdrukking Content in King is nog altijd van toepassing. Als je de zoekwoorden uit je onderzoek gebruikt in je blogteksten, heeft dit een positieve werking op de vindbaarheid. Hoe meer relevante content, hoe beter je te vinden bent op Google. Dit zorgt uiteindelijk voor meer verkeer richting je webshop. Bovendien kan je in je blogposts doorlinken naar andere pagina’s in je webshop, waardoor deze ook beter te vinden zijn.

Reden 2: Inspiratie bieden

Al leent de ene branche zich er wellicht beter voor dan de andere, iedere webshop kan haar klanten inspireren. Of het gaat om een blogpost van een modemerk waarin de laatste trends op het gebied van accessoires worden besproken of een blogpost waarin wordt uitgelegd op welke manier je het beste je doe-het-zelf pakket kunt installeren. Door het bloggen op je webshop komen je producten tot leven.

Reden 3: Profileren als expert

Behalve het bieden van inspiratie, kan je je blogposts ook inzetten om je webshop neer te zetten als expert of zelfs thought leader. Door het delen van relevante en interessante informatie passend binnen je markt, kan je laten zien dat je echt kennis hebt van wat je doet en wat je visie is op de markt. Dit zorgt ervoor dat anderen je content eerder zullen delen en geeft je webshop een betrouwbare uitstraling. 

Deel ook je blog posts op social media. Je zult merken dat dit je bereik met je doelgroep zal vergroten en je ook meer engagement zult creëren. 

Reden 4: Vergroot betrokkenheid 

Betrokkenheid bij ons merk willen we allemaal wel. Door het schrijven van blogposts op je webshop, kan je meer van jezelf laten zien. Hierdoor leren bezoekers je webshop en de organisatie erachter beter kennen. Daarnaast geeft het regelmatig plaatsen van een blogpost je bezoekers een reden om terug te komen en je content te delen met hun eigen netwerk social media. 

Reden 5: Vergroot interactie

Doordat bezoekers kunnen reageren op de blogposts, ontstaat interactie met je doelgroep. Als bezoekers vragen stellen, kan je deze beantwoorden en als ze je complimenteren, bedank je ze hiervoor. Ga het gesprek aan met je bezoekers (potentiële klant) en leer deze zo beter kennen. Zo kun je ook direct beter inspelen op wensen en behoeften.

Ook klagers bieden je kansen. Iedereen snapt dat er ook in je bedrijf fouten worden gemaakt. Het gaat erom dat je laat zien dat je een passende oplossing kan geven, en daarover communiceert. Dan zijn het leermomenten.

Reden 6: Conversiestijging

Het belangrijkste blijft dat al deze bezoekers ook tot aankoop overgaan. Alle bovenstaande punten dragen eraan bij dat de bezoeker eerder een klant wordt. Hij vindt je eerder op Google, raakt geïnspireerd over je producten, heeft vertrouwen in je shop, heeft je ondertussen beter leren kennen en is het gesprek met je aangegaan. Dit maakt de customer experience aangenamer, waardoor het waarschijnlijker leidt tot de ultieme conversie.

Tip 4: Afbeeldingen bewust benoemen

Naast fouten of zelf ontbrekende metadata per pagina, is een andere veel geziene onderschatting de benaming van de gebruikte afbeeldingen op je webshop. Je ziet bijvoorbeeld een bestandsnaam als schoen.jpeg of image 45.png. Beter is om in de bestandsnaam een omschrijving te geven van wat op de afbeelding staat met behulp van zoekwoorden. Ook kan je iedere afbeelding een title- en alt-attribuut meegeven. De title-tekst zie je als je met je muis op de afbeelding gaat staan. De alt-tekst (alternatieve tekst) krijgen bezoekers te zien als de afbeelding (nog) niet kan worden weergegeven. 

Tip 5: Voorkom dubbeling

Unieke content is het beste voor je SEO en daarom is het goed om ervoor te zorgen dat je geen dubbele content op je website hebt. Herschrijf daarom bijvoorbeeld de productomschrijvingen van de leverancier met eigen (inspirerende) teksten met de juiste tone of voice.  

Tip 6: Gebruik interne links

Naast links van externe pagina’s naar je webshop, dragen ook interne links op je website bij aan de vindbaarheid in Google. Het is slim om intern van de ene pagina op je webshop naar de andere pagina te linken, waarbij je gebruik maakt van relevante ankerteksten

Een veel gebruikte manier die goed werkt is een productpagina door te linken naar een soortgelijk product.

Tip 7: Creëer landingspagina’s

Om de vindbaarheid te verhogen, kan je overwegen landingspagina’s te maken voor je merken of productgroepen. Dit geeft je de kans om de pagina’s volledig te optimaliseren voor dat specifieke merk of onderwerp door gebruik te maken van relevante zoekwoorden.

Tip 8: Heading tags

Ook goed voor je SEO is het gebruik van heading tags. Deze wijs je toe aan de kop (h1) en tussenkoppen (h2, h3, h4, etc.), zodat Google weet welk deel van je tekst de kop is en wat de tussenkoppen. Het liefst maak je in deze headings gebruik van zoekwoorden en zet je die ook vooraan.

Tip 10: Zoekmachine vriendelijke URL’s

Maak de URL’s in je webshop zoekmachine vriendelijk, kort en dus leesbaar. Dit is niet alleen gunst voor de vindbaarheid bij Google, het werkt ook beter voor je bezoekers hetgeen leidt tot een hogere conversie. 

Tip 11: Topnavigatie

Crawlers kijken naar je gehele webshop, en een belangrijk onderdeel daarvan is je hoofdmenu (topnavigatie). Dit omdat deze zich aan het begin van je site bevindt en op elke pagina zichtbaar is.

Tip 12: Juiste zoektermen 

Voor je topnavigatie is het belangrijk dat de hoofd- en subcategorieën overeenkomen met de zoekwoorden of te wel keywords die worden gebruikt in Google. Je kunt hiervoor ook een zoekwoordonderzoek doen, zodat je weet op welke manier je potentiële klanten zoeken en waar zij behoefte aan hebben. Als je weet welke woorden vaak worden ingetypt in Google, kan je de benamingen en de indeling van je menu hierop aanpassen. Zo maak je je content altijd meer relevant voor de bezoeker en daarmee aantrekkelijker voor Google.

Tip 13: Technische optimalisatie

Ook op technisch vlak is er het een en ander te optimaliseren. Het is belangrijk dat je topnavigatie goed en logisch gestructureerd is en dat je een goede interne linkstructuur hebt. Maak daarom gebruik van hoofd- en subcategorieën en laat de pagina’s logisch naar elkaar linken. Maar let op! Plaats niet te veel links. Crawlers hebben een bepaalde linkwaarde die zij kunnen verdelen. Wanneer je te veel links gebruikt, zijn er pagina’s die niet buiten de boot vallen in de beoordeling. Crawlers beginnen op de homepagina, vaak dus bij de topnavigatie, en gaan zo dieper je webshop in. Je kunt er dan beter voor kiezen bepaalde categorieën als filter in te zetten. Zorg ook altijd voor een sitemap, dit een overzicht van alle indexeerbare pagina’s. Bedenk goed op welke woorden, pagina’s en links je wilt dat Google je beoordeelt en zorg er daarnaast voor dat dit logisch en relevant is voor je bezoeker. Op basis daarvan kan je je topnavigatie inrichten.

Meeveranderen

Omdat het zoekgedrag van de consument constant verandert, verandert Google mee. Dat betekent dat SEO-campagnes en zoekmachine strategie continu veranderen. Zorg ervoor dat je up-to-date blijft van de ontwikkelingen, om je webshop zo hoog mogelijk in Google te laten verschijnen. Dit doe je natuurlijk door alle artikelen op Emerce te lezen. Ook Google wilt het je graag wat makkelijker maken en spelen daarom ook in met het delen van trends. Op Think with Google blijf je op de hoogte van deze ontwikkelingen.

Zoals je ziet zijn er diverse manieren om een hogere positie in Google voor je webshop te behalen. Het resultaat? Meer bezoekers, grotere naamsbekendheid, hogere conversie en omzet!

Over de auteur: Naomi Verduyn Lunel werkt als online marketing professional bij naomionlinemarketing.nl.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Merkkracht stijgt door gepersonaliseerde aanpak

Posted 14 jan 2020 — by Adformatie
Category nieuws

Hoe kunnen marketeers bijdragen aan meer betekenis geven aan het leven van mensen?

Lees het volledige bericht op Adformatie »