Posts Tagged ‘anp’

Websiteoptimalisatie: richt je je op de juiste pagina’s?

Posted 23 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Voor websiteoptimalisatie kijkt men vaak eerst naar de traagst ladende pagina’s en er wordt vooral geïnvesteerd in het sneller maken van deze pagina’s. Maar is deze focus de juiste? Kijk verder dan alleen de laadtijd.

Een goed werkende website is complex. Ga maar na: bezoekers komen via verschillende devices binnen, verwachten allemaal een persoonlijke ervaring en journey met hoogwaardige content zoals video en interactieve toepassingen. Maar een dergelijke – onvermijdelijke – complexiteit vergroot de kans op traag ladende pagina’s of een langzaam reagerende interface. En dat leidt weer tot hogere bounce rates.

Hoe trager een pagina laadt, hoe groter de kans dat bezoekers hun heil ergens anders zoeken. Zo wordt 53% van de mobiele websitebezoeken na drie seconden afgebroken. En een vertraging in de laadtijd van slechts twee seconden zorgt al voor een stijging van het aantal bounces met 103 procent. Uit The State of Online Retail Performance komt naar voren dat de ideale laadtijd voor een webpagina tussen de 700 milliseconden en 1,2 seconde ligt, ongeacht het device dat gebruikt wordt.

Wanneer je maar een paar seconden hebt om de aandacht van de websitebezoeker te grijpen, kun je je dus geen vertraging veroorloven. Continue websiteoptimalisatie is daardoor onvermijdelijk. Maar hoe pak je dit het beste aan? Belangrijk is om te beginnen met het effectief monitoren van de prestaties van verschillende pagina’s en op basis daarvan vervolgstappen te nemen.

Monitoren

Begin met het vaststellen van je huidige performance en identificeer waar verbetermogelijkheden liggen. Met behulp van Real User Monitoring (RUM) software kan bezoekersgedrag worden gemonitord en wordt inzichtelijk gemaakt hoe bezoekers zich binnen een website bewegen, waar de langste wachttijden zijn en waar zij afhaken. Bepaal vervolgens met behulp van real user behavior de omzetmogelijkheden op basis van performance door te berekenen welke laadtijd voor de hoogste conversie zorgt. Bekijk daarna waar een verbetering van performance de grootste positieve impact heeft op de omzet, dat is namelijk de plek waar optimalisatie het meeste effect zal hebben.

Optimaliseren

Het kan dus voorkomen dat de pagina’s die de meeste ROI opleveren door optimalisatie, niet de pagina’s zijn die het traagst laden. Neem het voorbeeld van een website waar de langzaamste pagina’s de checkout-pagina’s zijn; een plek waar bezoekers vaak niet eens meer komen omdat het laden van de productpagina’s al te langzaam gaat. Het optimaliseren van de productpagina’s zal in dit geval prioriteit moeten krijgen boven de optimalisatie van de checkout-sectie.

De focus van optimalisatie moet dus liggen bij de pagina’s waar de meeste bezoekers op binnenkomen. In de praktijk zullen dit meestal de homepage, campagnepagina’s of SEO-pagina’s zijn.

Valideren

Wanneer een pagina of website-onderdeel is geoptimaliseerd, is het zaak om te controleren of de aanpassingen inderdaad de performance en gebruikerservaring verbeteren. Waar nodig kunnen aanpassingen worden doorgevoerd, Met behulp van RUM-data kun je bovendien realistische tests uitvoeren, waarbij op basis van geografie, device en schaalgrootte daadwerkelijke user paths worden gevolgd om te controleren of er momenten zijn in de klantreis die verbeterd kunnen worden.

Door deze stappen te volgen bij website optimalisatie, zorg je ervoor dat optimalisatie daadwerkelijk invloed heeft op je performance. En dat is essentieel wanneer je wilt overleven in de huidige digitale economie, want 28 procent van de klanten keert niet terug naar een langzame website. Wanneer je performance niet op orde is, raak je dus ruim een kwart van je potentiële klantenbestand kwijt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

DNB-programma tegen cyberaanvallen vindt navolging

Posted 22 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Een programma van De Nederlandsche Bank (DNB) waarmee de financiële kerninfrastructuur effectief getest wordt op cyberaanvallen, vindt navolging. Het testraamwerk TIBER, kort voor Threat Intelligence Based Ethical Red Teaming, wordt ingezet voor een pilot in de energiesector.

De reden voor het testen van de financiële kerninfrastructuur is het gegeven dat geavanceerde maar ook minder geavanceerde aanvallen de beschikbaarheid van de belangrijkste financiële diensten in het betalings- en effectenverkeer ernstig kunnen verstoren, aldus DNB.

Bij de testen binnen het TIBER-programma wordt getest op livesystemen, met als uitgangspunt dat er onder geen beding daadwerkelijke verstoringen kunnen plaatsvinden. In de praktijk worden door de geteste instellingen ook crisismanagementoefeningen gedaan waarbij de testscenario’s gebruikt kunnen worden.

De TIBER-aanpak vindt inmiddels zijn weerslag in het in nauwe samenwerking met de Europese Centrale Bank (ECB) ontwikkelde Europese testraamwerk. In mei 2018 is door de ECB het TIBER-EU raamwerk gepubliceerd, en in augustus 2018 zijn richtlijnen voor het inkopen van zogenoemde ‘redteam’-diensten gepubliceerd door de ECB.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google’s ‘exact match’ wordt steeds minder exact

Posted 22 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google Ads plaatste stilzwijgend een nieuw artikel in het helpcentrum over de veranderende werking van exact match, zonder er uitgebreid aandacht aan te besteden. Sinds 1 oktober 2018 zijn, in eerste instantie Engelse, exacte zoekwoorden nog minder exact geworden. Wat moet een adverteerder ondernemen? 

De matching van exacte zoekwoorden wordt namelijk uitgebreid met ‘zelfde betekenis en intentie’. In eerste instantie wordt dit doorgevoerd voor Engelse zoekwoorden en andere talen zullen in de volgende maanden volgen. Welke veranderingen heeft exact match ondergaan, wat houdt de nieuwe verandering in, waarom heeft Google dit besloten, welke aandachtspunten zijn er en welke acties moet je als adverteerder ondernemen?

Verloop exact matching in Google Ads

Het is niet de eerste keer dat Google besluit om aanpassingen te maken in de matching van exacte zoekwoorden. Hierbij de veranderingen die exact match is ondergaan in de afgelopen jaren:

2012 “toen exact nog gewoon exact was’’

Voor 2012 werd een zoekterm alleen aan een zoekwoord gematcht indien deze woorden exact hetzelfde waren.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Camping Exact hetzelfde


Wat was dit een heerlijkheid toch? Lekker simpel, zonder verrassingen.

2012, de eerste wijziging

In 2012 introduceerde Google een nieuwe vorm van exact matching, waarin meervoudsvormen en misspellingen werden meegenomen. Ook wel ‘close variants’ genoemd. Echter werd nog wel de optie gegeven om dit uit te schakelen, zodat je enkel gematcht werd als de zoekterm en het zoekwoord exact overeenkwamen.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Campings Meervoud
Capming Misspelling

2014

De opt-out functie voor ‘close variants’ verdween uit Google Ads en er was geen keuze meer om wel al dan niet gematcht te worden aan meervoudsvormen en misspellingen. Uiteraard was er nog wel een script beschikbaar om alsnog de ‘close variants’ uit te sluiten.

2017

Google Ads besloot om exact matching, voor zover we dit dan nog exact konden noemen, nog verder uit te breiden, door de toevoeging van functiewoorden en het toestaan van een andere woordvolgorde.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Frankrijk Camping in Frankrijk Functiewoord
Frankrijk Camping Woordvolgorde

Wat verandert er in 2018?

Naast dat zoektermen met meervoudsvormen, misspellingen, functiewoorden en woordvolgorde gematcht kunnen worden aan ‘’exacte’’ zoekwoorden, heeft Google bekend gemaakt dat nu ook zoektermen met dezelfde betekenis en intentie gematcht kunnen worden aan exacte zoekwoorden. Je kunt je afvragen of ‘exact match’ met deze nieuwe veranderingen überhaupt nog wel zo genoemd kan blijven worden.

Als de machine learning van Google begrijpt dat de intentie of de betekenis van de zoekterm hetzelfde is als het exact ingezette zoekwoord, kan dit gematcht worden. Hierbij een voorbeeld op hetzelfde zoekwoord:

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Frankrijk Kampeerplek in Frankrijk Zelfde intentie
Kampeerterrein Frankrijk Parafrase
(zelfde betekenis)

Hierbij kunnen we onszelf afvragen of kampeerterrein en camping voor de consument daadwerkelijk dezelfde intentie heeft. Dit is wat de prestaties van de zoekwoorden moeten gaan uitwijzen.

Daarentegen begrijpt Google wel dat ‘Hotel Frankrijk’ niet dezelfde betekenis of intentie heeft als ‘camping Frankrijk’, waardoor hier ook niet aan gematcht zal worden.

Waarom verandert Google dit?

De afgelopen jaren is er veel veranderd binnen het landschap van adverteren en wordt machine learning steeds belangrijker. Het machine learning systeem van Google Ads begrijpt steeds beter hoe zoekwoorden en de intentie van een zoekopdracht aan elkaar gematcht kunnen worden. Daarnaast helpen wij als marketeers het algoritme van Google, door het uitsluiten danwel toevoegen van zoekwoorden op basis van de zoektermrapporten.

Tevens geeft Google aan dat 15% van de dagelijkse zoekopdrachten nieuw is. Het uitbreiden van matching aan exacte zoekwoorden, geeft adverteerders de kans om vaker zichtbaar te zijn met hun advertenties, zonder ellenlange zoekwoordlijsten in accounts. (Lees: Google heeft een manier gevonden om meer advertenties te vertonen en inkomsten te genereren.) De eerste test toonde volgens Google aan dat er met deze nieuwe uitbreiding gemiddeld 3% meer klikken en conversies behaald werden op exacte zoekwoorden. De grootste uplift kwam voort uit zoektermen die op dat moment nog niet getarget werden.

Now what?

Deze nieuwe uitbreiding zal niet gelden voor brede zoekwoorden, BMM en zinsdeel zoekwoorden. Google geeft aan nog steeds de voorkeur te geven aan het exact matchen van zoekwoorden aan zoektermen, maar toch zorgt deze uitbreiding van exact matching voor een grote verandering. De matching van exact wordt steeds breder, terwijl bij zinsdeel de zoektermen nog altijd in dezelfde volgorde moeten voorkomen als het zoekwoorden dat getarget wordt. Hiermee lijkt de matchoptie ‘zinsdeel’ steeds meer in de richting van exact te komen en wie weet zijn de phrase match keywords voor jouw business wel veel interessanter vanuit performance perspectief.

Daarnaast zorgt deze uitbreiding van exact matching ervoor dat de zoektermrapporten nog belangrijker worden dan ze al waren. Hiermee kan achterhaald worden aan welke zoektermen de zoekwoorden worden gematcht en of dit wel wenselijk is.

Ons advies? Houd je SQR goed in de gaten en voeg negatieve zoekwoorden toe als de matching niet naar wens is.

Noot: Bing Sync

Tot op heden heeft Bing geen wijzigingen aangekondigd in hun manier van exact matching. Binnen Bing worden meervoudsvormen, andere woordvolgorde en misspellingen meegenomen, de zogenoemde ‘close variants’.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Frankrijk Campings Frankrijk Meervoud
Capming Frankrijk Misspelling
Frankrijk Camping Woordvolgorde

Stel dat na de doorvoering van de nieuwe vorm van exact matching in Google blijkt dat zinsdeel zoekwoorden beter presteren dan exacte zoekwoorden voor jouw account en je hierop overgaat dan moet je wel overwegen of dit ook de beste optie is voor Bing. Doordat Bing geen wijzigingen aanbrengt in exact match is de verwachting dat exact match binnen Bing beter zal blijven presteren dan zinsdeel. Gezien veel adverteerders gebruik maken van een automatische synchronisatie naar Bing, zal je dit in de gaten moeten houden en wijzigingen doorvoeren in je Bing Sync.

Checklist

  • Heb je een script lopen om je exacte zoekwoorden exact te houden? Check dan eens of deze nog goed blijft werken.
  • Voer periodiek zoektermrapportanalyses uit om de matching aan exacte zoekwoorden te monitoren en bij te sturen waar nodig;
  • Voeg waar nodig uitsluitingen toe om irrelevante matches te voorkomen;
  • Test of zinsdeel inzetten als matchoptie beter werkt dan exact match wanneer je in je SQR ziet dat hier een goede reden toe is;
  • Houd rekening met je Bing Sync wanneer je deze hebt lopen.

Dit artikel werd samen geschreven met Sandra Folkerts (SEA Consultant). 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Zo schrijf je een goede blog – nee, een fantastische blog – in 17 stappen

Posted 19 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Een goede blog schrijven moet toch niet zo moeilijk zijn? Waarom kost het je in real life geen enkele moeite om een verhaal te vertellen en slaat voor het lege scherm je writers block ongenadig toe?

Ben je het ook zo zat? Dat je urenlang ploetert op een artikel en het dan drie keer geliket wordt op Facebook. Waaronder je tante – die sowieso alles liket.

Lekker romantisch op je typemachine – bron: Drew Coffman/Flickr

Schrijven is gelukkig geen exclusief talent waarmee alleen de Grunbergs of Dijkshoorns gezegend zijn. Nee, jij kan het ook. Echt waar.

Het is gewoon een vak. Het zijn gewoon trucjes. Het is oefening. Dat vooral. Dat betekent trouwens ook dat je na het lezen van dit artikel niet ineens prachtige verhalen opschrijft. Je moet serieus aan de slag willen. Gewoon beginnen. Die eerste woorden op papier zetten.

Je blog bovenaan in Google krijgen

Maar dit artikel gaat niet alleen over schrijven an sich. Ik ga ook dieper in op het waarom van een blog. Wat wil je ermee bereiken? Hoe zorg je ervoor dat het ook echt goed gelezen wordt? Dat het gevonden wordt via Google? Dat je je commerciële doelen ermee haalt.

4 elementen van een goede blog (doel, structuur, stijl, techniek)

Grote kans dat je sommige tips in dit artikel al kent, trouwens. Van je eerdere schrijfcursus, een andere blog, je bijdehante copywriter.. Dat is helemaal niet erg. Je kunt hier gewoon lekker doorheen scannen. En pak het er nog eens bij wanneer je gaat tikken. De beste tips om anno 2018 & 2019 een super blog te schrijven heb ik opgedeeld in vier hoofdstukken:

  • Doel (voor wie schrijf je? wat wil je bereiken? wat is je thema?)
  • Structuur (hoe ga je te werk? hoe deel je je blog in?)
  • Stijl (wat maakt een goed verhaal? hoe zorg je voor spanning?)
  • Techniek (zorgen dat je gevonden wordt in Google)
Nog even over de titel: maak het leuk & uitdagend voor jezelf!

Voor we beginnen: Ik zat erover te denken om dit stuk ‘een goede blog schrijven in 17 stappen’ te noemen. Dat is in wezen ook waar het over gaat. En zo heb ik het juiste keyword te pakken voor Google (waarover meer in het hoofdstuk ‘techniek – zorgen dat je gevonden wordt’).

Verveeld luipaard. Bron: Tambako/Flickr

Maar het is ook… saai. Wat nu we als we afspreken dat je niet alleen naar een goede blog, maar juist ook naar een fantastische blog streeft?

Naar een verhaal waar je lezers van genieten, waar ze wat mee kunnen, wat ze in groten getale – en niet alleen je tante – willen delen. Zo maak je het schrijven de moeite waard. Krijg je er energie van. Maak je het luipaard hierboven eindelijk aan het lachen. Ok… daar gaan we!

Waarom het doel van je blog zo belangrijk is

Noem me een cynische klootzak, maar volgens mij heeft iedereen wat te verkopen. Of het nu je training, gedachtegoed of simpelweg producten in een webshop zijn. Er is een reden dat je een blog schrijft.

#1 Stel het doel vast – wat wil je bereiken?

Dit doel moet je duidelijk voor ogen hebben. Dat is overigens iets anders dan het er letterlijk de hele tijd over hebben. Stel je voor dat je een dieetcursus verkoopt…

#2 ‘Ik ben toch zeker Sinterklaas niet’ – Jawel! (contentmarketing)

Amerigo en Sinterklaas alweer tien jaar geleden 

Nu kun je in een artikel je dieetcursus voortdurend aanprijzen. De vraag is of het je veel verkopen gaat opleveren. Bovendien ben je dan niet echt een blog aan het schrijven, eerder een salespagina (wat ook een vak apart is).

Slimmer is het om in een blog je doelgroep met een probleem te helpen. Zoals ik nu bijvoorbeeld doe door mijn kennis over schrijven gratis met je te delen. Of in het geval van diëten: een bijzonder recept uit je boek. Maar waarom zou je dat doen? Je wilt die recepten toch juist verkopen? Laat me je dan een tegenvraag stellen: Hoe gaan mensen anders over je dieetcursus horen? Ga je adverteren? Dat kost ook geld – en veel! Je speelt dus een klein beetje Sinterklaas.

#3 Kijk eens naar het verlanglijstje – voor wie schrijf je?

Overigens geeft Sinterklaas nooit zomaar wat weg. Hij houdt in zijn grote boek – wat nou privacy – tot op het kind nauwkeurig elk verlanglijstje bij. Wij simpele zielen moeten het helaas met iets minder informatie doen. We kunnen wel via Google raden waar onze doelgroep naar verlangt.

Maar het gaat verder. Zoekwoorden verraden niet alles over je doelgroep. Ga met ze praten! Praat ook met collega’s en zakenpartners over het onderwerp. Wat is het dat jouw klanten beweegt? Zo kom je er misschien achter dat je dieetdoelgroep paradoxaal genoeg juist heel graag wil snoepen. Een hitblog zou kunnen zijn:

‘Heerlijke brownies waarmee je toch afvalt’ – (Ik verzin even iets.)

#4 Vergeet niet te scoren (call-to-action)

Dankzij je fantastische blog over gezonde brownies komt afvallend Nederland ineens en masse op je website en… je doet er niks mee.

Hoe vaak ik wel niet websites zie die vergeten een duidelijk call-to-action op te stellen; een knop, link, pop-up, wat dan ook, waarin je de bezoeker vertelt wat ie moet doen! Het is zo verschrikkelijk jammer om al dat harde werk aan een blog verloren te laten gaan.

Overigens is de stap om na het lezen van een blog direct een product of dienst te kopen best groot. Wil je een hogere kans op conversie? Dan kan je call-to-action ook inschrijven voor een nieuwsbrief zijn.

Een structuur voor het schrijven van je blog

Nu je weet voor wie, waarom en waarover je (ongeveer) wilt schrijven, is het tijd om aan de slag te gaan. Hoe pak je dat praktisch gezien aan?

#5 Leg die laptop weg

Jij en je laptop met een leeg wit scherm. Denk je echt dat dat de beste manier is om te beginnen? Sommige mensen kunnen het – en ik heb er respect voor – maar meestal begint schrijven toch ergens anders.

#6 Eerst praten dan schrijven

Vertel me nu eens wat je eigenlijk wilt schrijven. Serieus. Zeg het maar hardop tegen het scherm. Nog beter: bespreek het met een collega of een klant. Let op de vragen die ze stellen. Snappen ze gelijk wat je bedoelt? Zijn ze überhaupt geïnteresseerd?

Spreektaal helpt je om de essentie van je blog te formuleren. Probeer je verhaal daarom (grofweg) een paar keer gesproken te vertellen, voordat je het in een tekstverwerker gaat opschrijven. Tip: Elke smartphone heeft tegenwoordig spraakherkenning. Maak je gesproken aantekeningen in Evernote of Google Keep

Bonustip: Voor mij helpt het in deze fase om een korte wandeling te maken. Beweging stimuleert de hersenen. Voor een ander is het misschien een fietstocht of juist een warme douche.

#7 Braindump of geraamte?

En dan toch de computer aan – want hoe romantisch typemachines ook lijken, praktisch is anders. Je kunt nu grofweg twee tactieken hanteren:

De braindump

Ga gewoon lekker tikken. Schrijf alles op wat in je opkomt over het onderwerp. Gebruik geen backspace en stop niet om na te denken. Deze tactiek vergt wat oefening, maar het is een fijne manier om aan voldoende basismateriaal te komen. Wellicht dat het je helpt om in een prikkelarme omgeving te schrijven. Je kunt daarvoor een speciale tekstverwerker zoals Q10, Write of Focuswriter gebruiken.

Het geraamte

De andere methode is om eerst een geraamte voor je blog te maken. Je bepaalt een werktitel, een intro alinea en tussenkopjes voor elk hoofdstukje. Schrijf een korte (max. 1 zin!) samenvatting per hoofdstuk. Een geraamte voor je blog maken is in ieder geval aan te raden wanneer je een stuk van meer dan 800 woorden wilt schrijven.

Combineren

Beide methodes kun je prima combineren. Probeer het eens uit.

#8 Stop met researchen

Ik hoef je niet uit te leggen hoe Google werkt. En ik hoef je al helemaal niet uit te leggen hoe je research doet in je vakgebied. Waarschijnlijk kom je al doende op verschrikkelijk veel ideeën en heb je nu 20 tabbladen openstaan (of een stapel boeken naast je liggen).

Wat ik je wil vertellen is: Stop. Je kunt nooit alle relevante informatie verzamelen. Op een gegeven moment heb je je genoeg ingelezen. Dan is het tijd om te gaan schrijven. Maak nu je blog grotendeels af voor je (gericht!) de laatste feiten checkt.

#9 Laat je blog lekker sudderen

Ik wilde wat over draadjesvlees vertellen – maar misschien vind je dat helemaal niet lekker. Denk dan aan je favoriete gerecht dat door een langere bereidingstijd alleen maar smakelijker wordt..

Sorry als je hierdoor ineens heel erg zin krijgt in Tiramisu

Ook je blog wordt beter als je hem een nachtje in de koelkast laat liggen. Lees hem nog een keer. Pas aan wat beter kan. Leg hem nog eens aan een collega of andere proeflezer voor..

#10 De deadline is je beste vriend

Maar dan is het klaar. De beste blogs worden namelijk nooit gelezen. Weet je waarom niet? Omdat de schrijver té perfectionistisch was. Stel dus van tevoren een duidelijke deadline vast. Op dat en dat moment ga je het blog (laten) publiceren. Vaste terugkerende deadlines hebben nog meer voordelen:

  • Je krijgt er de nodige discipline door
  • Je lezersschare groeit sneller
De (schrijf)stijl van je blog – wat maakt een goed verhaal?

Goed schrijven vergt oefening. Maar het is zonde om alles helemaal zelf uit te moeten vinden. Ik heb een paar best practices uitgekozen waarmee je een overtuigender verhaal vertelt.

#11 Zorg voor problemen

Op een dag was iedereen blind.
Op een dag werd Gregor Samsa wakker als een insect.
Op een dag wilde je afvallen, maar had je enorm zin in een brownie.

In de literatuur beginnen verhalen vaak met een probleem. Dat zorgt voor spanning. Je kunt hetzelfde principe toepassen op je blog.

#12 Gedurende het verhaal is er een omslagpunt

Er is weinig aan als de beginsituatie in het verhaal eindeloos voortduurt. Daarom wil je een omslagpunt, of op zijn minst een ontwikkeling. Op YouTube vond ik deze analyse over meesterverteller Jim Carrey. Het gaat hier weliswaar om een gesproken anekdote, maar ik denk dat je er qua opbouw van een verhaal nog steeds veel aan kan hebben.

#13 Zet je koe een hoedje op

Het lijkt me fantastisch als je bij elke blog weer met iets nieuws kunt komen. Maar soms is dat gewoon niet het geval. Soms voel je als een koe die noodgedwongen (bijvoorbeeld omdat mensen er nu eenmaal op zoeken in Google – en het direct raakt aan je bedrijf) bekende problemen en oplossingen aan het herkauwen is. Zet je koe dan in ieder geval een hoedje op. Voeg iets persoonlijks toe! Een anekdote. Een voorkeur. Een inzicht.

Sean D’Souza van Psychotactics heeft hier een interessante blog over geschreven. Hierin vertelt hij hoe je van een clichématig concept een origineel verhaal maakt.

#14 Tips om je schrijfstijl te verbeteren

Weet je wat het verhaal is?
Voor wie je het schrijft?
Wat je ermee wilt bereiken?

Dan kun je met deze schrijftips de betrokkenheid van je lezers vergroten:

1 – Schrijf een killer intro

Ik ben al een tijdje erg gecharmeerd van de Agree, Promise, Preview (APP) methode. Het komt kort gezegd hierop neer:

Je begint met een statement waar de lezer het mee eens is (Agree) ‘Baal je ook niet dat je tijdens een dieet geen brownies meer mag eten?’

Dan komt de belofte. Deze moet je wel waar kunnen maken (Promise) ‘Wat nu als ik je vertel dat het toch mogelijk is, zonder aan te komen! In dit artikel geef ik je het geheime recept van…’

En nu alvast een lekkermakertje voor de rest van de blog (Preview) ‘De reactie van Georgina Verbaan op deze gezonde brownies wil ik je alvast niet onthouden. Lees zometeen waarom zij…’

Deze methode is afkomstig van marketinggoeroe Brian Dean. Meer erover lees je in zijn geniale blog: SEO Copywriting. 17 Powerful Tips.

2 – Cijfers en beschrijving tussen haakjes in de titel

Behalve een intro is ook de titel van je blog heel belangrijk. In dit artikel lees je meer over de ins- en outs van een goede headline.

Nu alvast een snelle tip: op oneven cijfers wordt meer geklikt dan op even.. ‘7 praktische tips om…’ > ‘6 praktische tips om…’ Ook een korte beschrijving van de vertelvorm tussen haakjes kan helpen. ‘Waarom Georgina Verbaan stopte met brownies [podcast]’

3 -Voer een gesprek met je lezer

Ik laat mezelf (en mijn voorkeuren) zien in deze blog en ga het gesprek aan met jou als lezer. Daardoor voel je je hopelijk meer betrokken.

Zelfs als je de ik-persoon achterwege laat kan het nog steeds een goed idee zijn om je artikel op een gesprek te laten lijken.

4 -Voorkom suffe werkwoorden

Het omgekeerde moet je in ieder geval voorkomen: dat je met allerlei suffe werkwoorden (zullen, worden, kunnen, laten) een onpersoonlijke situatie creëert. Ik heb daar laatst een video over gemaakt:

5 -Maak indruk met cijfers

Zeker in een B2B blog wil je je beweringen graag onderbouwen met cijfers. Verwijs daarom naar gerespecteerde bronnen. Bovendien is het een goede reden om infographics in je tekst te verwerken.

6- De regel van drie

Winston Churchill gaf ooit een toespraak over bloed, zwoegen, zweet en tranen. Alleen dat herinnert niemand zich meer. Wij kennen nog: Bloed, zweet & tranen. Op een of andere manier blijven zaken in drievoud beter hangen dan in twee- of viervoud. Doe hier je voordeel mee (maar overdrijf niet!).

7 – Gebruik synoniemen

Nederlands is zo’n rijke taal. Neem voor de grap eens een kijkje in deze lijst met mooiste Nederlandse woorden. Maar ook als je geen woorden als ‘lapjeskat’ of ‘zonnedauw’ in je blog wilt gebruiken, is het goed om een beetje af te wisselen. Hou de volgende stelregel aan:

Gebruik je hetzelfde woord meerdere keren in één alinea? Ga dan op zoek naar synoniemen. Bijvoorbeeld via deze site.

8 – Hou het bij één stijl

Wanneer je een blog op een bepaalde manier begint (bijvoorbeeld in de ik-vorm en opiniërend) zorgt het voor verwarring wanneer je dit halverwege het artikel ineens verandert.

In deze aflevering van De Snijtafel kun je goed zien wat er gebeurt wanneer in één verhaal ineens verschillende genres voorbij komen.

9 – Wissel af in ritme

Ellenlange meanderende zinnen vol met komma’s en bijwoorden lezen niet erg prettig. Alleen maar korte zinnetjes ook niet. De truc is om langere en korte zinnen met elkaar af te wisselen. Ik kan je hier geen precieze wiskundige formule voor geven, maar het helpt in ieder geval om je teksten voor te lezen. Dan voel je vanzelf of het loopt.

#15 Wissel je teksten af met plaatjes, audio, video’s & polls

Een blog met alleen maar woorden? Het kan. Zeker als het bijvoorbeeld om een beknopte column gaat.

Maar in de regel waardeert je lezer het wanneer je foto’s, animaties, infographics, tweets, posts, video’s, polls enz. enz. toevoegt. Natuurlijk moet de toegevoegd media wel relevant zijn voor het verhaal.

Technische optimalisatie – zo komt je blog hoger in Google

Tot nu toe heb ik het nog helemaal niet over SEO-richtlijnen gehad. Je blog moet zo- en zoveel woorden lang zijn om hoger in Google te komen. Of dit zoekwoord moet je daar- of daar plaatsen.

Ik zie in de praktijk namelijk té veel schrijvers die hiermee beginnen.

De basis van een goede blog is niet een magische SEO-formule.
De basis van een goede blog is een ijzersterk verhaal.

#16 Automatiseer je onpage SEO

Dat betekent overigens niet dat je zoekmachine optimalisatie (SEO) dan maar links moet laten liggen. Integendeel! Juist met een ijzersterk verhaal wil je ook zoveel mogelijk bezoekers bereiken via Google.

Heb je een WordPress site? Dan kun je gebruikmaken van de populaire Yoast SEO Plugin. Deze geeft aan wat je kunt veranderen om nog beter te scoren op de door jou geselecteerde focus zoekterm.

Deel van het SEO dashboard in Webtexttool

Zelf maken we bij CopyRobin alweer enige tijd gebruik van het uitgebreidere Webtexttool voor het schrijven van SEO-teksten.

Maar welke software je ook gebruikt, laat de SEO in elk geval in dienst staan van het inhoudelijke verhaal.

Leestip: Dit zijn de belangrijkste SEO Trends in 2018

Conclusie: Zo schrijf je een fantastische blog

Bron: Sarah Schmidt/Giphy

Urenlang ploeteren moet je nog steeds. Maar met de tips uit dit artikel levert dat ook wat op!

DOEL

Zo weet je nu dat een duidelijk doel (#1) essentieel is, je net als Sinterklaas kleine cadeautjes geeft (#2), aan mensen van wie je het verlanglijstje kent (#3) die je daarna verleidt met een call-to-action (#4).

STRUCTUUR

Een goede blog begin je niet op je laptop (#5), maar door te praten met je klanten (#6), vervolgens ga je lekker tikken en maak je een geraamte (#7), je blijft niet eindeloos researchen (#8), als je voor 90% klaar bent laat je je blog een nachtje sudderen (#9), en je stelt in ieder geval en deadline anders komt ie nooit af (#10).

STIJL

Je hebt problemen nodig voor een goed verhaal (#11), net als een spannende wending (#12), clichés vermijd je door persoonlijke elementen (#13) en pas bekende schrijftrucs toe om je lezer te blijven boeien (#14) dat geldt natuurlijk ook voor video, audio, graphics en foto’s, want niemand heeft zin in alleen lange lappen tekst (#15).

TECHNIEK

Zoekmachineoptimalisatie (SEO) is van belang voor de vindbaarheid van je blog. Gelukkig heb je tools die dit deels automatiseren (#16).

#17 Huh, maar er mist nog een stap?

Goed opgelet 😉 Dit is stap zeventien: volg dit plan niet zomaar blindelings op.

En tenslotte..

Vergeet je blog niet te promoten. Gratis via je eigen kanalen, of betaald via LinkedIn, Facebook, Google, etcetera. Dit blog is geschreven op basis van mijn ervaringen en die van schrijvers bij CopyRobin. Misschien werkt het bij jou weer net even anders. Vertel me in de comments hoe jij een fantastisch blog schrijft. Ik ben benieuwd!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Game- en goksector gaan praten over vermenging tussen gaming en gambling

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

De game- en goksector en andere betrokkenen, zoals zorginstellingen en verslavingsdeskundigen, gaan de komende tijd verder praten over de risico’s als gevolg van de vermenging tussen gaming en gambling. Dat is eerder deze week besloten tijdens een bijeenkomst over dit onderwerp.

De toezichthouder constateert al langer dat steeds meer gokelementen in online spelletjes opduiken. Eerder dit jaar trok de Kansspelautoriteikt aan de bel over deze schatkistjes in games die tegen betaling kunnen worden verkregen. Op wat er in de loot boxes zit is geen invloed uit te oefenen. De Kansspelautoriteit concludeerde na onderzoek dat deze loot boxes soms, als ze buiten het spel om economische waarde vertegenwoordigen, in strijd zijn met de Wet op de kansspelen.

Maar de Ksa waarschuwt ook voor loot boxes als ze niet in strijd zijn met de wet, omdat er aanwijzingen zijn dat ze kansspelverslaving in de hand werken. Joop Pot, bestuurslid van de Ksa, noemde het ‘verheugend’ dat een aantal aanbieders na de waarschuwing van de Ksa, aanpassingen deden aan hun spel.

De spelletjesindustrie is in korte tijd explosief gegroeid. Zij verdienen vaak meer aan microtransacties tijdens spelletjes, bijvoorbeeld de aanschaf van een loot box, dan met de verkoop van de spellen zelf.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Googles ‘exact match’ wordt steeds minder exact

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Google Ads heeft stilzwijgend een nieuw artikel in het helpcentrum geplaatst over de veranderende werking van exact match, zonder hier verder uitgebreid aandacht aan te besteden. Sinds 1 oktober 2018 zijn, in eerste instantie Engelse, exacte zoekwoorden nog minder exact geworden. De matching van exacte zoekwoorden wordt namelijk uitgebreid met ‘zelfde betekenis en intentie’.

In eerste instantie wordt dit doorgevoerd voor Engelse zoekwoorden. Andere talen zullen in de komende maanden volgen. Welke veranderingen heeft exact match ondergaan, wat houden ze in, waarom heeft Google dit besloten, welke aandachtspunten zijn er en welke acties moet je als adverteerder ondernemen?

Verloop exact matching in Google Ads

Het is niet de eerste keer dat Google besluit om aanpassingen te maken in de matching van exacte zoekwoorden. Hierbij de veranderingen die exact match is ondergaan in de afgelopen jaren:

2012 – toen exact nog gewoon exact was

Voor 2012 werd een zoekterm alleen aan een zoekwoord gematcht indien deze woorden exact hetzelfde waren.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Camping Exact hetzelfde

Wat was dit een heerlijkheid toch? Lekker simpel, zonder verrassingen.

2012, de eerste wijziging

In 2012 introduceerde Google een nieuwe vorm van exact matching, waarin meervoudsvormen en misspellingen werden meegenomen. Ook wel ‘close variants’ genoemd. Echter werd nog wel de optie gegeven om dit uit te schakelen, zodat je enkel gematcht werd als de zoekterm en het zoekwoord exact overeenkwamen.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Campings Meervoud
Capming Misspelling

 2014 – einde op-out

De opt-out functie voor ‘close variants’ verdween uit Google Ads en er was geen keuze meer om wel al dan niet gematcht te worden aan meervoudsvormen en misspellingen. Uiteraard was er nog wel een script beschikbaar om alsnog de ‘close variants’ uit te sluiten.

2017 – ‘exact’ matching verder uitgebreid

Google Ads besloot om exact matching, voor zover we dit dan nog exact konden noemen, nog verder uit te breiden, door de toevoeging van functiewoorden en het toestaan van een andere woordvolgorde.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Frankrijk Camping in Frankrijk Functiewoord
Frankrijk Camping Woordvolgorde
Wat verandert er in 2018?

Naast dat zoektermen met meervoudsvormen, misspellingen, functiewoorden en woordvolgorde gematcht kunnen worden aan ‘exacte’ zoekwoorden, heeft Google bekendgemaakt dat nu ook zoektermen met dezelfde betekenis en intentie gematcht kunnen worden aan exacte zoekwoorden. Je kunt je afvragen of ‘exact match’ met deze nieuwe veranderingen überhaupt nog wel zo genoemd kan blijven worden.

Als de machine learning van Google begrijpt dat de intentie of de betekenis van de zoekterm hetzelfde is als het exact ingezette zoekwoord, kan dit gematcht worden. Hierbij een voorbeeld op hetzelfde zoekwoord:

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Frankrijk Kampeerplek in Frankrijk Zelfde intentie
Kampeerterrein Frankrijk Parafrase
(zelfde betekenis)

Hierbij kunnen we onszelf afvragen of kampeerterrein en camping voor de consument daadwerkelijk dezelfde intentie heeft. Dit is wat de prestaties van de zoekwoorden moeten gaan uitwijzen. Daarentegen begrijpt Google wel dat ‘hotel Frankrijk’ niet dezelfde betekenis of intentie heeft als ‘camping Frankrijk’, waardoor hier ook niet aan gematcht zal worden.

Waarom verandert Google dit?

De afgelopen jaren is er veel veranderd binnen het landschap van adverteren en wordt machine learning steeds belangrijker. Het machine learning systeem van Google Ads begrijpt steeds beter hoe zoekwoorden en de intentie van een zoekopdracht aan elkaar gematcht kunnen worden. Daarnaast helpen wij als marketeers het algoritme van Google, door het uitsluiten dan wel toevoegen van zoekwoorden op basis van de zoektermrapporten.

Tevens geeft Google aan dat 15 procent van de dagelijkse zoekopdrachten nieuw is. Het uitbreiden van matching aan exacte zoekwoorden geeft adverteerders de kans om vaker zichtbaar te zijn met hun advertenties, zonder ellenlange zoekwoordlijsten in accounts. Lees: Google heeft een manier gevonden om meer advertenties te vertonen en inkomsten te genereren.

De eerste test toonde volgens Google aan dat er met deze nieuwe uitbreiding gemiddeld 3 procent meer klikken en conversies behaald werden op exacte zoekwoorden. De grootste uplift kwam voort uit zoektermen die op dat moment nog niet getarget werden.

Now what?

Deze nieuwe uitbreiding zal niet gelden voor brede zoekwoorden, BMM en zinsdeel zoekwoorden. Google geeft aan nog steeds de voorkeur te geven aan het exact matchen van zoekwoorden aan zoektermen, maar toch zorgt deze uitbreiding van exact matching voor een grote verandering. De matching van exact wordt steeds breder, terwijl bij zinsdeel de zoektermen nog altijd in dezelfde volgorde moeten voorkomen als het zoekwoord dat getarget wordt. Hiermee lijkt de matchoptie ‘zinsdeel’ steeds meer in de richting van exact te gaan en wie weet zijn de phrase match keywords voor jouw business wel veel interessanter vanuit performance perspectief.

Daarnaast zorgt deze uitbreiding van exact matching ervoor dat de zoektermrapporten nog belangrijker worden dan ze al waren. Hiermee kan achterhaald worden aan welke zoektermen de zoekwoorden worden gematcht en of dit wel wenselijk is.

Ons advies? Houd je SQR goed in de gaten en voeg negatieve zoekwoorden toe als de matching niet naar wens is.

Noot: Bing Sync

Tot op heden heeft Bing geen wijzigingen aangekondigd in hun manier van exact matching. Binnen Bing worden meervoudsvormen, andere woordvolgorde en misspellingen meegenomen, de zogenoemde ‘close variants’.

Zoekwoord Zoekterm Matching
Camping Frankrijk Campings Frankrijk Meervoud
Capming Frankrijk Misspelling
Frankrijk Camping Woordvolgorde

Stel dat na de doorvoering van de nieuwe vorm van exact matching in Google blijkt dat zinsdeel zoekwoorden beter presteren dan exacte zoekwoorden voor jouw account en je hierop overgaat dan moet je wel overwegen of dit ook de beste optie is voor Bing. Doordat Bing geen wijzigingen aanbrengt in exact match is de verwachting dat exact match binnen Bing beter zal blijven presteren dan zinsdeel. Gezien het feit veel adverteerders gebruikmaken van een automatische synchronisatie naar Bing, zal je dit in de gaten moeten houden en wijzigingen doorvoeren in je Bing Sync.

Checklist
  • Heb je een script lopen om je exacte zoekwoorden exact te houden? Kijk dan eens of deze nog goed blijft werken;
  • Voer periodiek zoektermrapportanalyses uit om de matching aan exacte zoekwoorden te monitoren en bij te sturen waar nodig;
  • Voeg waar nodig uitsluitingen toe om irrelevante matches te voorkomen;
  • Test of zinsdeel inzetten als matchoptie beter werkt dan exact match wanneer je in je SQR ziet dat hier een goede reden toe is;
  • Houd rekening met je Bing Sync wanneer je deze hebt lopen.

Deze blog werd geschreven in samenwerking met Sandra Folkerts, SEA Consultant bij Traffic4u. 

 



Lees het volledige bericht op Emerce »

Maakt nieuw beleid van Google het kapen van merknamen mogelijk?

Posted 18 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Misschien heb je vorige week ook een bericht gekregen van Google over de update van het handelsmerkbeleid. Dit lijkt misschien op een normale aanpassing waar je alleen even snel doorheen bladert, maar het is in feite slecht nieuws voor hotels. Heel slecht nieuws.

In de e-mail staat dat ‘adverteerders een handelsmerk in de advertentietekst mogen gebruiken als zij een reseller zijn of bijpassende componenten of onderdelen voor of informatie over producten en services aanbieden die betrekking hebben op het handelsmerk.’

Als je dit juridische jargon vertaalt naar gewone-mensentaal, dan lijkt het erop dat online reisagenten (OTA’s) en zoekmachines binnenkort vrijelijk handelsmerken kunnen kapen van hotels op het zoeknetwerk van Google. Oftewel, als je een meer gangbare term wilt gebruiken, ze kunnen affiliate brand bidding toepassen.

Het lijkt enorm simpel te zijn om te voldoen aan de criteria van het nieuwe beleid. Zolang de bestemmingspagina ‘een duidelijke manier biedt om de producten of services te kopen of commerciële informatie (zoals tarieven of prijzen) over de producten of services bevat’ mogen resellers zoekwoorden die handelsnamen bevatten gebruiken, dus ook de naam van jouw hotel.

Op vergelijkbare wijze kwalificeren informatieve websites, zoals recensieplatformen of blogs, zich hiervoor als ‘het belangrijkste doel van de bestemmingspagina van de advertentie het leveren van informatie is over producten of services die betrekking hebben op het handelsmerk’.

Volgens MarkMonitor is de reisbranche een ‘complex online ecosystem dat vertrouwt op meerdere derde partijen om de zichtbaarheid van een merk op het internet te vergroten en zo traffic te genereren’. Het bedrijf waarschuwt voor ‘mogelijke conflicten die optreden als derde partijen gaan concurreren met merken voor hetzelfde verkeer’. MarkMonitor stelt dat de economische schade van ‘merkkapingen’ meer dan 2 miljard dollar per jaar bedraagt.

Kosten

Bescherming op zoekwoordniveau is al bijna tien jaar niet mogelijk. Maar hotels konden wel klachten indienen wegens inbreuk op het merkrecht bij Google, zodat resellers de merknaam van het hotel niet in advertentietitels en -teksten mochten gebruiken in de EU en EVA-regio. De revisie van het beleid lijkt hotels deze mogelijkheid te ontnemen.

Het beschermen van je hotelmerknamen op advertentieniveau was niet zo effectief als OTA’s verbieden om je handelsmerken te gebruiken. Maar die bescherming speelde wel een belangrijke rol in de gemiddelde CPC die hotels moesten betalen om resellers te overbieden.

Doordat bijvoorbeeld Booking.com je hotelnaam niet mocht gebruiken in advertenties, beïnvloedde je de kwaliteit van de advertenties van de OTA, waardoor het meer moest bieden om toch nog hoog in de zoekmachineresultaten voor te komen. Voor de hotels betekende dit lagere CPC’s, hogere kwaliteitsscores en betere zichtbaarheid op de resultatenpagina’s. Dat is te zeggen, zo was het tot vorige week.

Nu mogen OTA’s zolang zij een landingspagina hebben voor je accommodatie die ‘hoofdzakelijk is bedoeld voor de verkoop’ van je kamers (en waarom zouden ze dat niet doen?) en ‘commerciële informatie (zoals tarieven of prijzen) over de producten of services bevatten’ kunnen ze je merk weer kapen.

Dit is koren op de molen van talloze gewetenloze reclamebureaus, omdat hotels veel meer zullen moeten investeren om de resellers bij te houden, vooral in de EU/EVA-regio, waar voorheen bescherming gold op advertentieniveau.

Zoals Expedia’s CEO Mark Okerstrom eerder dit jaar zei tijdens een Goldman Sachs-conferentie: ‘iedereen biedt op tegen iedereen’.

Volgens Google wordt het nieuwe beleid ‘de komende maanden’ ingevoerd. Op de webpagina over het handelsmerkbeleid staat nog dat ‘voor advertentiecampagnes die gericht zijn op de Europese Unie en de Europese Vrijhandelsassociatie, het beleid geldt voor handelsmerken in advertentieteksten en zoekwoorden’.

Waar het op neerkomt: kijk goed naar de gemiddelde CPC van je advertenties in merkcampagnes want die kosten worden aanzienlijk hoger. En geen enkel handelsmerk gaat je redden.

PS: We hebben Google om een reactie gevraagd. Dit is het antwoord:

‘Het Google Ads-beleid ten aanzien van resellers en informatieve sites is al sinds 2010 van kracht in het Verenigd Koninkrijk. We implementeren het nu op andere markten, zodat het beleid gestroomlijnd wordt voor adverteerders en merkhouders wereldwijd.’

Dit artikel is eerder in het Engels verschenen op Tnooz.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe je pakkende verhalen schrijft voor je blog en sales e-mails

Posted 16 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

We zijn gek op goede verhalen. Het liefst met een beetje spanning erin. Ze zorgen ervoor dat je langer je aandacht erbij houdt. Logisch dus dat je graag verhalende elementen in je blog of acquisitie e-mails gebruikt. 

Maar elke keer weer een goed verhaal verzinnen is nogal lastig, toch? Niet als je de tips in dit artikel opvolgt. Of luister naar de originele Engelstalige podcast.

Voorkom het ‘gaap-moment’ – over clichés in je verhalen

Ik weet nog hoe m’n vader altijd begon over die ene keer dat ie een prachtige ijsvogel tekende terwijl ie nog op de basisschool zat.

Ik vond het een heerlijk verhaal, maar hij vertelde het zo vaak dat ik op een gegeven alleen nog maar dacht: ‘Gaap, hoe kom ik hier weg?’

En dat is precies het gevoel wat je lezer ook krijgt wanneer je een platgetreden pad bewandelt in je blog of sales e-mail.

De ondernemer die ‘zijn hart volgt’, ‘the sky is the limit’

Je kent ze wel. Je hebt ze al ergens gelezen. Een stuk of honderd keer.

Daarom komen dit soort clichématige uitspraken misschien het eerste in je op wanneer je zelf een artikel schrijft. Maar alsjeblieft, doe het niet.

Wanneer besluit je een cliché te vermijden?

Hetzelfde geldt voor vergelijkingen. Hoe vaak je wel niet een verhaal leest over iemand die een voetbalwedstrijd vergelijkt met een situatie in de politiek. Of een analogie over leren fietsen en ondernemen. Maar soms hoef je zo’n cliché niet helemaal te vermijden. Je kunt hem ook aanpassen. Beter maken.

Laat ik een voorbeeld geven: In het boek ‘Brain Audit’ staat een analogie over het wachten op je koffer bij de bagageband op het vliegveld. Wat is daar interessant aan? Het is een voor veel mensen herkenbare situatie, maar als analogie nog niet zo vaak gebruikt als ‘leren fietsen’ of ‘een voetbalwedstrijd’. Dat maakt dat je doorleest.

Je kunt – moet – het nog interessanter maken

Dit is het moment waarop je een persoonlijk element toevoegt. Stel je voor dat je op die koffer aan het wachten bent. Wat gebeurt er? Wat voel je op het moment dat je net in een vreemd land aangekomen bent, misschien wel een vreemd continent, wachtend op die koffer?

In ‘Brain Audit’ is het niet zomaar een koffer, het zijn ‘zeven rode koffers’. En terwijl het verhaal zich ontvouwt, blijkt één van die koffers te ontbreken. Vraag je je nu af wat er mee gebeurd is? Mooi. Dat is ook precies de bedoeling. In plaats van een platgetreden pad, een bekend cliché, verras je de lezer. Je zorgt dat hij meer wilt weten.

De sleutel tot een beter verhaal: persoonlijke elementen toevoegen

Probeer jezelf voor te stellen op dat vliegveld. Waar is het? Hoe voel je je? Hoe ruikt het? Wat hoor je? Waar doet het je aan denken? Waar is de teleurstelling, angst, hoop, verlangen?

Zelfs als je een meer clichématig voorbeeld gebruikt – voetbalwedstrijd, leren fietsen – kunnen deze elementen je nog steeds helpen om een beter verhaal te schrijven.

Een clichématig concept, origineel verteld.

Laat ik een voorbeeld geven. Dit is een verhaal over leren fietsen (de auteur groeide niet op in het vlakke Nederland).

Alleen een idioot zou leren fietsen zoals ik.

De meeste mensen zoeken een veilige vlakke omgeving op wanneer ze leren fietsen. Ik niet. Ik nam mijn fietsje mee naar de steilste hellingen met rode modder. Elke keer dat ik viel – en dat waren er nogal wat – zat ik onder de vlekken en schaafwonden. Leren fietsen op een helling betekent ook dat je voortdurend in gevecht bent met de zwaartekracht.

Maar, lang nadat alle schaafwonden geheeld waren, nadat alle rode modder uit mijn kleding was gewassen, is de ervaring me altijd bijgebleven. En ik kan fietsen als de beste.

Maar wat nu als je geen verhaal over jezelf wilt vertellen?

Dan vertel je het verhaal over je lezer. Wat ik daar precies mee bedoel? Laten we het bovenstaande voorbeeld nog een keer gebruiken:

Waarom je niet moet leren fietsen in het park.
De meeste mensen zoeken een veilige vlakke omgeving op wanneer ze leren fietsen. Maar stel je voor dat jij het anders doet. Dat je je fietsje meeneemt naar de steilste hellingen met rode modder. Elke keer dat je valt – en dat zullen er nogal wat zijn – zit je onder de vlekken en schaafwonden. Leren fietsen op een helling betekent ook dat je voortdurend in gevecht bent met de zwaartekracht.

Maar, lang nadat alle schaafwonden geheeld zijn, nadat alle rode modder uit je kleding is gewassen, blijft de ervaring je altijd bij. En kun je fietsen als de beste.

Zie je hoe het verhaal niet te clichématig is, hoe het niet over jezelf gaat en hoe het nog steeds lekker leest? (als een trein – o nee, wacht.)

Dit is dus precies wat je moet doen wanneer je merkt dat je een cliché aan het gebruiken bent:

  1. Wat is het ongebruikelijk element? – zoals bij de zeven rode koffers
  2. Nog beter is het om er een persoonlijk verhaal van te maken
  3. Of als je dat liever niet doet, schrijf het dan over de lezer
Beperk je niet tot blogs

Er is altijd ruimte voor een goed verhaal. De beste schrijvers en marketeers weten dit. Zij gebruiken het op een effectieve manier in alle vormen waarmee je met je klanten communiceert. Ze gooien er metaforen, anekdotes en analogieën in. Vaak ook in spreektaal. Terwijl de amateur simpele clichématige saaie tekstjes schrijft.

Stop met die clichés.

Wees creatief.

Wees geen oom op een verjaardagsfeestje.

Combineer persoonlijke anekdotes met verrassende elementen. En zorg ervoor dat het ‘gaap-momentje’ verdwijnt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Drie winnaars Cares Lab van Booking.com: reisplanner, raadsels en minder plastic

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Booking.com heeft bekendgemaakt welke innovatieve teams een geldbedrag ontvangen in het kader van het eerste Cares Lab dat in Amsterdam werd gehouden.

Tien Europese teams werden gekoppeld aan een mentor van Booking.com en werkten gedurende drie dagen aan innovatieve, oplossingsgerichte projecten in drie aandachtsgebieden:

• Verspreiding van toerisme: de druk op veelbezochte toeristische plekken verminderen;

• Inclusieve groei: iedereen in de stad laten delen in de kansen die het toerisme biedt, met speciale aandacht voor een nog breder aanbod aan lokale diensten; en

• Bewuster gedrag: bezoekers meegeven hoe ze meer rekening kunnen houden met de bewoners van de stad, bijvoorbeeld op het gebied van afval en zwerfvuil, lawaai en recycling.

Het hoogtepunt van het programma bestond voor alle teams uit een pitch van hun plannen. De pitch werd door een jury van experts beoordeeld.  Hiermee kon een geldbedrag van €10.000 tot €25.000 gewonnen worden waarbij TravelTime Platform by iGeolise de grootste beurs van €24.000 mocht ontvangen. Andere teams die een beurs ontvingen waren Clio Muse voor €20.000, Secret City Trails voor €19.000 en Seavents voor €18.000. De teams hebben nu 30 dagen om hun ideeën tot leven te brengen en de voorgestelde oplossingen voor Amsterdam te implementeren. De teams die op dat moment de meeste vooruitgang laten zien, komen in aanmerking voor een aanvullende beurs.

iGeolise

Met activiteiten in Nederland zijn iGeolise de makers van de TravelTime platform-API, een technologie die reistijden vanaf één oorsprongspunt voor maximaal 2000 verschillende bestemmingen in minder dan 300 milliseconden kan berekenen.

Met deze technologie als basis zal iGeolise hun technologie gebruiken samen met externe ontwikkelaars om meerdere apps te maken die toeristen helpen activiteiten en dingen te ontdekken buiten de centrale grachtengordel van Amsterdam. Hierbij laten zij zien hoeveel plekken toeristen kunnen ontdekken met het openbaar vervoer in een reistijd van 30 minuten of minder.

Secret City Trails

Secret City Trails begon in Amsterdam en biedt nu meer dan dertig games waarbij toeristen de stad kunnen ontdekken op veertien bestemmingen in heel Europa. Door hun stedelijke avonturengames lossen reizigers en inwoners een spoor van raadsels op. Als een raadsel is opgelost, ontsluiten ze verhalen over de bezienswaardigheden en het gebied, evenals aanbevelingen voor verborgen juweeltjes en prachtige lokale cafés en bars. Op deze manier wordt zowel cultureel erfgoed gepromoot en een breed scala aan lokale bedrijven ondersteund. Met Amsterdam als bestverkopende bestemming willen zij de subsidie gebruiken om hun activiteiten op te schalen en nog meer games toe te voegen aan hun portfolio voor de stad.

Seavents

De Nederlandse oprichters van Seavents willen het probleem van plasticvervuiling bij de bron aanpakken door evenement- en festivalmanagers te laten zien dat het een no-brainer is om geen afval te produceren. Door composteermachines op locatie te gebruiken en aantrekkelijke afvalsorteerstations met duidelijke signalisatie aan te bieden, moedigt Seavents festivalgangers aan om op een positieve manier met afval om te gaan. Tijdens de pilotfase van hun project zijn ze van plan om meer dan 58 duizend ton afval te besparen door verbranding, alleen al op festivals in Amsterdam.

De andere deelnemende teams van het Amsterdam Booking Cares Lab waren CultureMee, De Gezonde Stad, Landmrk, Tourmerang, Wander Technologies en YourTour Ventures.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mathijs Visser verlaat Happy Horizon

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Directeur Mathijs Visser van Happy Leads verlaat de Happy-bedrijvengroep.

Een verschil van inzicht over het te voeren beleid en wijze van management wordt opgegeven als reden voor het afscheid. Wie Visser bij de Happy Horizon-groep opvolgt, staat nog niet vast.

De bedrijvengroep uit het centrum van Eindhoven staat zich voor op een data- en resultaatgerichte aanpak van crosschannel marketing.

Foto: Martijn Aukema (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

B2B roundtable: ‘Zonder e-commerce ga je dood’

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

E-commerce is voor steeds meer B2B-bedrijven een logisch onderdeel van de commerciële strategie. Maar hoe krijg je sales mee? En met welke andere uitdagingen moet je rekening houden? Een inventarisatie.

Op B2B Digital vroegen wij tijdens een roundtable diverse B2B-bedrijven (zowel qua grootte als qua activiteiten) naar hun ervaringen. De één onderzocht de mogelijkheden, de ander had al een succesvol model gecreëerd en geïmplementeerd. Waar ze het allemaal over eens waren, is dat B2B e-commerce een totaal andere manier van zakendoen is dan het enkel werken met verkoopmedewerkers in de binnen- en buitendienst. Of zoals een van de roundtable-deelnemers het verwoordden: “Wij willen van dozen schuiven naar klantgerichte digitale initiatieven.”

De motivatie om met e-commerce bezig te gaan is redelijk homogeen: allen willen de klant optimaal bedienen en kijken hoe het onlinekanaal binnen dat streven past. De belangrijkste genoemde pluspunten zijn:

  • Transparante informatie 24/7 beschikbaar maken in combinatie met offline kennis van medewerkers;
  • Verlagen van de drempel om te bestellen;
  • Voor frequente klanten de herhaalorders automatiseren en het portfolio uitbreiden;
  • Inzichten uit data gebruiken voor datadriven en predictive selling;.
  • Data gebruiken om aanvullende kansen in de bestelling te bepalen – hoe kun je cross- en upselling toepassen?

Om dit alles te bewerkstelligen zijn er organisatorische aanpassingen nodig. Allereerst moet er een goed digitaal team worden samengesteld dat de nieuwe digitale touchpoints, naast sales, gaat managen. Daarnaast zal er iets moeten gebeuren met de data die je door de e-commerce activiteiten verzamelt. “We hebben alles beter en gemakkelijker gemaakt voor de klant. Dat levert gigantisch veel data op waar we nog niets mee doen,” was een van de opmerkingen.

Sales meenemen in de verandering

Een belangrijke vraag die naar voren kwam was: als je digitaliseert, hoe kun je er dan voor zorgen dat sales en e-commerce samenwerken? Ten eerste is het belangrijk dat de verkoopmedewerkers worden meegenomen in de verandering, was de consensus tijdens de roundtable. “Wij staan aan de vooravond van de update van onze online bestelomgeving. Het is een orderprocesomgeving waarbij we de input van salesmensen hebben gebruikt om het redesign vorm te geven. Het projectteam bestond voor de helft uit sales, zowel vertegenwoordigers van ZZP’ers als multinationals. Zo hebben we de grote pijnpunten opgespoord. Dat komt de kwaliteit en betrouwbaarheid van het platform ten goede. Gehoord worden is dus een belangrijke stap.”

Ook een goede tip: “Wij benadrukken de positieve punten. Voorheen moest de vertegenwoordiger een offerte gaan afleveren en getekend mee terug nemen. Nu we dat online doen is er veel meer tijd en ruimte voor advies. De omzet komt gewoon op naam van de vertegenwoordiger.”

Ten tweede mag de online omzet niet ten koste gaan van die van de salesmedewerkers, want dan zijn ze niet gemotiveerd om het nieuwe e-commercekanaal onder de aandacht te brengen. “De vertegenwoordiger moet de digitalisering aanjagen. Als je die omzet niet meetelt bij zijn target, dan is dat killing voor je e-commerce. Wij geven dan ook een bonus als er een bepaald online aandeel is bereikt.”

Denk ook niet dat e-commerce je verkopers kan vervangen. Acquisitie gebeurt veelal door de vertegenwoordiger. Klanten die alleen de webshop gebruiken, zijn niet trouw. Omnichannel klanten bestellen vaker en meer, is de ervaring van de roundtable-deelnemers. “Meer interactie met klanten is geen doel op zich van digitalisering. We willen de kosten van de afwikkeling van orders verlagen.”

Niet iedereen komt mee

E-commerce is dus een aanvulling op de vertegenwoordigers, maar die moeten er wel mee om kunnen gaan. “Wij gaan van dozenschuiver naar sales consultant. Dat doen we met een top-bottom aanpak. De beste medewerkers zijn lighthouses die een voorbeeld zijn voor de rest. We investeren in training en overleg. Willekeur werkt niet, je moet bij de betere verkopers beginnen. Als je een top-3 hebt, dan wil nummer vier daarbij horen. Ons bedrijf is met divisies en regionaal ingedeeld. Als je overal de lighthouses identificeert, dan trek je de rest mee. Er vallen altijd mensen af die het niet oppikken, maar 85 procent gaat erin mee.”

De offline uitblinkers worden dus niet automatisch de online toppers. “Wij hebben in het eerste jaar key users aangewezen die een dag per week beziggingen met e-commerce. Daar zaten mensen bij die nog nooit hun target hadden gehaald en die nu met vier dagen in de week werken al in de elfde maand hun bonus binnen hadden. Dat overtuigde de rest ook van het nut.”

Nog een goede tip: vergeet de relatie met de leveranciers niet. Mogelijk ontstaan er kanaalconflicten wanneer je als B2B partij een e-commerce oplossing introduceert waarmee de eindklant direct bij jou kan bestellen. Veel kun je niet doen aan die wrijving. “Wij respecteren tot op zekere hoogte de marge van de tussenhandel. Maar zij raken onherroepelijk de klant kwijt als ze niets toevoegen aan diens ervaring. Je moet de tussenhandel goed opvoeden en uitspreken waar je mee bezig bent. Zonder e-commerce ga je dood – zonder tussenhandel ook?”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Samsung Galaxy A9 met Quad Camera

Posted 15 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Samsung heeft de Galaxy A9 aangekondigd, een smartphone die volgens het bedrijf zelf is gemaakt voor mensen die er graag op uittrekken. Met de Quad Camera heeft Samsung in elk geval een wereldprimeur, nooit eerder verscheen er een smartphone met vier camera’s aan de achterkant.

De vier lenzen bieden volgens Samsung ‘eindeloze mogelijkheden’. AI Scene Recognition herkent situaties en past de instellingen razendsnel en automatisch aan voor de beste foto. Met de Depth Lens kun je handmatig de scherptediepte en het focuspunt van de foto aanpassen.

Naast een flinke 3.800 mAh batterij heeft de Galaxy A9 128 GB opslag.

De Galaxy A9 verschijnt in de kleuren Caviar Black, Lemonade Blue en Bubblegum Pink voor 599 euro.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Waarom warenhuizen winnaars worden en V&D terug moet komen

Posted 13 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

De retail staat aan de vooravond van een ongekende bloeiperiode. Juist: de fysieke retail. Waarom Stenen Winkels Winnen? Wij weten het. En wij melden het. Aan jou.

Drie jaar geleden, in november 2015, schreven wij dit verhaal over winnaars in retail. Maar ook een relaas over de verliezers. Een optimistisch artikel. Maar ook een realistisch stuk. Enig Darwinisme is de retail namelijk niet vreemd. Later werd dit artikel getransformeerd tot hoofdstuk 7 van #WatNouEindeVanWinkels. Wat waren de belangrijkste conclusies destijds? En wie zijn de huidige winnaars en verliezers? Wie worden de winnaars van de toekomst? En waarom is het warenhuis niet ten dode opgeschreven? En komt het middensegment terug van nooit weggeweest? In dit artikel de antwoorden.

Samenvatting eerdere artikel ‘Winnaars en verliezers, namen en rugnummers’ (2015)

In 2015, dus nog vóór het faillissement van V&D, schreven wij het volgende:

<<<De lijst van (volledig of deels) verliezende winkels is lang. Miss Etam, Dixons. It’s, Polare, de Schoenenreus, Videoland, V&D. Waarom vielen deze ketens om? Of moest er doorgestart worden? ‘Geen kennis van klanten’. Geen kennis van een veranderende tijd. Geen contact meer met doelgroep. Geen aanpassing van de formule.

Gaan al die oud-klanten dan naar ‘het internet’? Nou, in het geval van Videoland wel. Maar in de meeste branches is er wat anders aan de hand. Nieuwe fysieke aanbieders blijken de grootste concurrenten van de vaak wat stoffige bestaande ketens. De Action en Flying Tiger doen de Blokker en HEMA pijn. En de Primark is concurrerend voor de gehele branche van modeaanbieders in het lage en middensegment. In de doe-het-zelfbranche hebben Gamma en Praxis last van Hornbach. En verder zijn veel winkelketens ‘stuck in the middle’. Middenaanbieders en generieke aanbieders als V&D hebben het vaak moeilijk (en gaan kapot).

De lijst van winkelwinnaars – in 2015 – is ook indrukwekkend. Denk aan Action en Rituals. Maar denk vooral ook aan buitenlandse ketens. Zoals Primark, Urban Outfitters, Zara, Pull & Bear, Topshop en Apple. En binnenkort ‘Japanners’ als Muji en Uniqlo. In het supermarktlandschap doet Lidl het uitstekend. Kernwoorden: kwaliteit voor weinig geld (Lidl). Of: een modieus artikel voor weinig geld (Primark). Of: een duidelijke merkpositionering tegen een forse prijs, zoals Rituals.

Maar ook kleinere ketens doen het goed. Waarbij het onderscheid tussen horeca en retail is vervaagd. Hutspot, Stach, Ace & Tate. Of zij het redden? Sommige wel, andere weer niet. En dat is prima. Dynamiek is de motor van de retail. Als de trend aanslaat, nemen grotere ketens deze over.

Zijn er nog andere winnaars? Jazeker. Sommige webwinkelaanbieders, degenen die zich ook fysiek gaan manifesteren, zijn misschien uiteindelijk wél in staat om winst te gaan maken.En de zelfstandige winkeliers? Sommigen floreren in de aanloopstraten. Het is niet kiezen voor: óf ketens óf zelfstandige winkeliers. Het is én-én. Beide winkeltypen zijn van groot belang voor een florerend winkelgebied.

En wie zijn – anno 2015 – de verliezers bij de winkelcentra en winkelgebieden? Allereerst zijn er te veel meubelboulevards (137). Verder doen binnensteden in de periferie van Nederland, zoals Delfzijl, Den Helder en Geleen, het niet goed. Deze moeten inkrimpen en ‘compactiseren’. Ook steden die vermalen worden door buren met een groot winkelbestand zijn gedwongen tot gedeeltelijke sanering. Bijvoorbeeld Schiedam in relatie tot Rotterdam en Vlaardingen. Of Helmond ten opzichte van Eindhoven. De zogenaamde ‘kleinere middelgrote steden’.

En de grotere middelgrote steden? Dat is een gemengd beeld. Als de ene stad (bijvoorbeeld Maastricht) het goed doet, kan dat ten koste gaan van een andere nabijgelegen stad (met een minder sterke identiteit, bijvoorbeeld Heerlen). Dat geldt ook op kleinere schaal. Uden doet het goed. Maar Veghel niet. Zo zijn er legio voorbeelden.

Een vergelijkbaar verhaal tekent zich af bij stadsdeelcentra. Weinig onderscheidende stadsdeelcentra (vooral die met meerdere eigenaren, dus zonder dominante eigenaar) kunnen het lastig hebben. Zeker als er geen sprake is van een heldere positionering en marketingvisie.Dan de wijkwinkelcentra en de buurtcentra. Ook binnen deze categorie vind je verliezers. Bijvoorbeeld in de buurtcentra met geen of maar één supermarkt (en dus onvoldoende massa).

Tegelijkertijd moet je dan niet vreemd opkijken als een ander wijkcentrum (op bijvoorbeeld een kilometer afstand) het dan wél goed doet. Twee of drie supermarkten zijn vaak een vereiste. En een volledig aanbod aan andere ‘dagelijkse goederen’. Misschien moeten we maar eens af van ‘Christaller’. Het lukt niet om twee winkelcentra – die op 500 meter afstand van elkaar liggen – tegelijkertijd te laten floreren. Maak een wijkwinkelcentrum dat het al goed doet sterker (en dus ook groter). En saneer de slecht draaiende kleinere wijkcentra.

Maar dan: de winnaars in winkelgebieden en winkelcentra. Om te beginnen de vijf grote binnensteden. Amsterdam-Centrum wordt steeds meer één groot kernwinkelgebied. Rotterdam doet het ook uitstekend. Er is een prachtige winkelas ontstaan van Lijnbaan via de Koopgoot naar de Markthal. Den Haag-centrum is interessanter en drukker bezocht dan ooit. Met de Spuistraat, Grote Marktstraat, de Oude en Nieuwe Passage én het nieuwe project Amadeus. Utrecht heeft een fenomenale historische binnenstad. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat de omzet hier jaarlijks toeneemt. En dat terwijl de binnenstad één grote bouwput is. Verder is Eindhoven een trendy high-tech- en designstad met Demer, Rechtestraat, de Heuvel en Piazza als uitstekende hoofdwinkeldestinaties.

De les: soms schept aanbod vraag. Kijk bijvoorbeeld naar de Markthal. Met niet alleen kijkers, maar ook veel kopers. Of: De Hallen in Amsterdam-Oud West. Maak iets dat de mensen leuk en aangenaam vinden en ze zullen komen en veel geld besteden.

Maar er zijn ook grotere middelgrote binnensteden die je als winnaars kunt bestempelen. Bijvoorbeeld Den Bosch. Haarlem. Of Maastricht. Maar ook jonge steden (qua bevolkingsopbouw) als Groningen zijn absolute winnaars. De trek naar deze stad is enorm.Ook grote regionale winkelgebieden/stadsdeelcentra met één dominante eigenaar zijn vaak succesvol. Bijvoorbeeld Stadshart Amstelveen. Gelderlandplein Amsterdam. Alexandrium Rotterdam. Leidsenhage Leidschendam (binnenkort: The Mall of the Netherlands). Minder opvallende winkelcentra kunnen het eveneens goed doen, vanwege de ligging en omdat alle grote ketens hier een filiaal hebben. Zoals Kronenburg Arnhem, CityPlaza Nieuwegein, Stadshart Zoetermeer en Zuidplein Rotterdam (niet gelegen in een rijk verzorgingsgebied, maar toch heel succesvol). Zolang je branchering, aanbod en uitstraling maar matchen met je doelgroep, zijn de mogelijkheden voor dit soort centra legio.

En dan de sterke wijkwinkelcentra, zoals Schelfhorst Almelo (jawel, ook in Almelo kan dat), Ellekoot Veenendaal en Vleuterweide Utrecht. En veel andere verrassend goed draaiende wijkcentra. Meestal met meer dan één supermarkt. Als je bereikbaarheid, parkeren en aanbod maar op orde hebt. >>>

Tot zover onze analyse in 2015, toen nog niet velen overtuigd waren van herstel. Wij denken dat de situatie in dat jaar redelijk compleet door ons is opgesomd en dat veel van wat toen is beschreven nog steeds geldt. Maar er zijn ook anderen die interessante studies hebben uitgevoerd. Wij willen die van Lindenaar & Co bijvoorbeeld niet onvermeld laten.

Onderzoek Lindenaar & Co (2017)

Wie zijn de winnaars in retail – in de niet dagelijkse sector – volgens dit bureau?

De winnaars zijn in vier categorieën te onderscheiden:

  • schaalbedrijven;
  • merken;
  • discounters;
  • nichespelers.

Bij de schaalbedrijven is de omzet in de jaren 2011-2016 gestegen met gemiddeld bijna 4 procent per jaar. Dat betreffen IKEA, Wehkamp, Coolblue, Swiss Sense en Nelson. Deze partijen profiteren van schaalvoordelen. Het zijn generalistische partijen. En zij verkopen (soms) merken van anderen. Maar vaak ook eigen merken. Bij sommige van deze partijen staat de winstmarge overigens wel onder druk.

De merken (brandspelers), zoals Rituals, Scotch & Soda, Suitsupply en Rivièra Maison, doen het vaak uitstekend. Door herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van het merk zijn consumenten sneller geneigd om in de merkwinkels te kopen. Merkretailers ondervinden minder concurrentie. Omdat de functionele eigenschap van het product vaak onderschikt is aan het merk. Consumenten zijn vaker bereid méér te betalen. Hierdoor profiteren brandspelers van gunstiger marges. Met een hogere winstgevendheid als gevolg.

Bij de discounters, oftewel de prijsvechters, draait alles om de beheersing van de inkoop, transport en distributie. Action, Jysk, terStal, Decathlon en New Yorker zijn voorbeelden. Zij boekten gemiddeld bijna 16 procent omzetgroei in afgelopen jaren. Door procesbeheersing, efficiëntie en standaardisatie kan de retailer zijn producten tegen een zeer concurrerende prijs aanbieden. Consumenten hebben niet altijd een binding met de prijsvechters. Zodat de lage prijs doorslaggevend is.

En dan de nichespelers. Dat zijn retailers als De Bijenkorf. Bever. Schoonenberg Hoorcomfort.  En Schaap & Citroen. Zij richten zich op een specifiek, afwijkend marktsegment. Vaak een duur marktsegment. Dit zijn relatief kleine, maar potentieel winstgevende niches. Waarin je van schaalvoordelen niet veel hoeft te verwachten. Gemiddeld groeiden zij jaarlijks met 6,5 procent in de afgelopen vijf jaar.

De winnaars, oftewel de overlevers, bestaan nog omdat zij ingespeeld hebben op de behoefte van de consument en zijn blijven innoveren en investeren. Nu de Nederlandse retailmarkt weer in de lift zit en de macro-economische ontwikkelingen gunstig zijn, is er volop reden om te denken dat ook de toekomst er rooskleurig uitziet voor de overlevers.

Winnaars en verliezers volgens Locatus (2018)

En de situatie nu? Hoe brengen wij deze in kaart? Wij zijn groot fan van Locatus, omdat dit bedrijf een schat aan informatie biedt. Nu heeft Locatus geen inzicht in de omzetten en de winstgevendheid van de retailbedrijven. Maar dit bedrijf registreert wel elk jaar consistent het aantal vestigingen van retailers. Wie zijn de grootste dalers in aantallen winkels in de periode 2013-2018? En wie zijn er verdwenen? Afbeelding 1 geeft uitsluitsel. Sommige retailers zijn gefailleerd. Zoals Free Record Shop. Anderen zijn gekrompen. Met Blokker als opvallende naam. Weer anderen zijn opgegaan in andere formules. Zoals C1000, dat Jumbo (of Coop) is geworden. Of Bart Smit, dat nu bijna overal Intertoys heet.

Winnaars in het aantal winkelvestigingen zijn er ook, zoals te zien in afbeelding 2. Anderen zijn (sterk) gegroeid. Waaronder vrij veel goedkope discountachtige aanbieders. En weer anderen zijn door overnames gegroeid, zoals Jumbo en Coop.

In welke binnensteden/centrumgebieden (plaatsen vanaf 30.000 inwoners) is de leegstand het hoogst in 2018? En in welke het laagst? Afbeeldingen 3 en 4 vertellen een helder verhaal. De verliezers komen nog vrijwel naadloos overeen met het eerdere verhaal in 2015. In deze (vaak) kleinere middelgrote steden (vaak in de periferie of vlakbij een veel grotere stad) ontkom je niet aan sanering. Doen! Die Hoogstraat in Schiedam gaat ‘m echt niet meer worden.

Maar winnaars zijn er ook. Zoals de centrumgebieden van Amsterdam, Haarlem, Utrecht en Amstelveen. Waar de leegstand erg gering is, dat wil zeggen op of onder de frictieleegstand van 4 à 5 procent (de ‘gezonde’ leegstand). Opvallend is dat er ook kleinere plaatsen als winnaar zijn te beschouwen, zoals Heemskerk en Nieuw-Vennep. En verder (valt net buiten de ‘top’ centrumgebieden): de grotere middelgrote steden doen het tegenwoordig allemaal uitstekend. Aan het lijstje winnaars kunnen moeiteloos Tilburg en Enschede worden toegevoegd. In die laatste stad moet vaak nee worden verkocht aan retailers, omdat er geen plek is op dit moment.

En als alle typen winkelgebieden en -centra van Nederland in afbeelding 5 worden weergegeven? Wie zijn dan de winnaars en verliezers? Waar is de hoogste leegstand? En de laagste? En hoe heeft de leegstand zich ontwikkeld van 2013 tot en met 2018? Verliezers vind je met name in hoofdwinkelgebieden (dat zijn dus de kleinere middelgrote steden, buiten de top 17 grootste binnensteden). De kernverzorgende centra (dat zijn de kleinere steden). En met name de stadsdeelcentra. Hier is de leegstand toegenomen.

Maar er zijn ook winnaars, zoals de binnensteden van de zeventien grootste steden. De binnenstedelijke winkelstraten (ook in de top 17). De grootschalige concentraties (dat is opvallend, buiten de binnenstad). En onder de zogenaamde ‘verspreide bewinkeling’. Hier is de leegstand afgenomen.

Horeca en blurring

Daarnaast doet de (betere) horeca het uitstekend. Zo zijn de volgende uitbaters hip and happening:

  • Food and beverage: koffie- en theetentjes, biercafé, wijnbars;
  • Streetfood (Vietnamees, Thais) en fastfood (Burgers, Mexicaans, Sushi).

Maar ook Wagamama, Five Guys, Vapiano, TGIF en andere ketens zijn sterk expansief;

Verder neemt ‘blurring’ een grote vlucht. Wij zien steeds vaker nieuwe ontwikkelingen, zoals de uitzendbar (in plaats van het uitzendbureau), stomerijbar, fietsenbar, kappersbar. En ga zo nog even door.

Winkels die terugkeren naar de binnenstad

Maar er zijn nog meer trends van belang. Bijvoorbeeld de bouwmarkten en webwinkels die ineens opduiken aan de rand van de binnenstad. Zoals de Praxis Citystore. Of Futurumshop (sportartikelen, begonnen op het internet). En verder, komt woninginrichting terug naar binnenstad? De IKEA experimenteert met stadswinkels. En de Søstrene Grene, uit Denemarken, vestigt zich op de Grote Markt in Groningen en in ‘de Post’ in Utrecht. Heerlijk, toch? Welkom in de binnenstad. Succes verzekerd.

Waarom Warenhuizen Winnaars Worden

De naam Blokker is al gevallen. In dit artikel is door een van de auteurs al aangegeven dat Blokker weer terug moet naar zijn roots. Blokker moet weer een gezellig, knus warenhuis in huishoudelijke artikelen worden. Met meer keus en huismerken. Blokker moet weer je beste vriendin zijn. En wat blijkt? Blokker neemt dit advies ter harte, zo blijkt uit de laatste berichten.

Al eerder benoemd is het gigantische succes van Action, die niet alleen fors uitbreidt maar ook enorme winsten behaalt. Action is in feite een warenhuis. Want je kunt er alles kopen, zelfs kleding. Het concept slaat aan. ‘Grabbelen en graaien’. Dat is de kracht van het warenhuis, zeker als de prijzen belachelijk laag zijn. Het spreekt de Nederlander aan. En het spreekt de buitenlander aan. Want in elk land is er een grote groep koopjesjagers. En in elk land waar Action zich vestigt is deze een doorslaand succes.

Zou dat ook kunnen lukken voor het middensegment? Het segment boven de discounters? Wij denken van wel. Wij weten van wel. Uiteindelijk willen veel consumenten in Nederland en daarbuiten gewoon een goede deal maken. Niet alleen maar ramsj kopen of veel te dure kwaliteitsspullen bij De Bijenkorf. Nu hebben wij al de HEMA, die het met enig vallen en opstaan weer steeds beter gaat doen. Vroeger bevond de HEMA zich in het lage segment. Maar met de komst van de Action vormt HEMA eigenlijk het nieuwe middensegment. HEMA gaat het redden. Maar alleen de HEMA in het middensegment is niet genoeg. Zijn er mogelijkheden voor een groter warenhuis in het middensegment? Een warenhuis met bewust een breed assortiment? Met een herkenbare profilering? Waar de consument uiteindelijk veel meer spullen afrekent dan hij/zij van plan was te kopen? Een warenhuis waar een lange kassabon wordt gehaald?

Maar het gaat toch overal slecht met de warenhuizen in het middensegment, zal je misschien denken? Niet alleen in Nederland, maar ook in Amerika, Engeland en Duitsland? Nou, deels wel. Maar niet overal. Zo maakt het Duitse Karstadt weer winst. In het Verenigd Koninkrijk zijn Harrods (meer dan uitstekend) en John Lewis (heel redelijk) monumenten die nog steeds fier overeind staan. Is Macy’s in de Verenigde Staten nog steeds goed bezig. En in Nederland bewijst Miss Etam (OK, meer een modewarenhuis voor de niet al te piepjonge vrouw) dat je een oude formule toch weer gezond nieuw leven in kunt blazen.

Waarom ging V&D kapot?

Het verdriet over het verlies van de V&D was groot. Maar bij sommigen, waaronder bij ons, overheerste ook de opluchting. ‘Die V&D, dat kon toch echt niet meer?’ Inderdaad, niet in de vorm van 2016. Want waarom heeft de V&D het niet gered? Onze analyse – en er zijn zeker nog meer redenen te bedenken – is als volgt:

  • De boeken- en de platenafdeling waren marktleider. En in deze hoek vielen de meeste klappen. Hoewel de boekenverkoop – en jawel, ook de vinylverkoop – de laatste tijd weer in de lift zit, hebben streamingdiensten muziek en dvd voor een groot deel vervangen;
  • De supermarkt was vaak de basis van de V&D, door schaalvergroting in de totale branche hebben deze te kleine supers het niet gered;
  • Te weinig en steeds minder eigen merken;
  • Te veel shop-in-shop merken (hoogwaardig en middle-of-the-road door elkaar). Vervreemding van de basisconsument. Deze houdt niet van Desigual, Replay of Diesel. Deze hield van Liv, het huismerk;
  • Jarenlang slecht beleid en leeggeroofd door de hedgefunds.
Het gat dat V&D achterlaat en de forse steken die Hudson’s Bay laat vallen

Goed, V&D is weg. Maar Hudson’s Bay komt ervoor in de plaats. En met Hudson’s Bay gaat het volgens velen niet lukken, dus ook niet met het warenhuis als concept. Maar is dat wel zo? Hudson’s Bay heeft fout op fout gestapeld. Dat wil niet zeggen dat het warenhuis als concept kansloos is. Wat is er misgegaan?

Allereerst arrogantie. Hudson’s Bay kent een fors aantal medewerkers dat het vak bij De Bijenkorf heeft geleerd. ‘Wij weten hoe je een warenhuis bouwt.’ Nu is dat zeker waar. Maar Hudson’s Bay lijkt meer een gouden kooi: mooi ontworpen maar elke warmte mist. Elke connectie met de Nederlandse klant ontbreekt. De verbinding met de oude V&D-klant had eerst hersteld moeten worden. Dan had je meteen krediet opgebouwd bij deze best nog omvangrijke klantenkring. Vergis je niet: de V&D’s in Groningen en Amstelveen bijvoorbeeld waren nog sterk winstgevend. Was bijvoorbeeld begonnen met de klantenkaart van V&D. Had de oud-klanten de mogelijkheid geboden om de punten over te zetten naar een klantenkaart van Hudson’s Bay.

En dan de collecties. Er had onderzoek moeten plaatsvinden onder de oud-klanten van V&D én onder de beoogde nieuwe doelgroepen om bevestigd te krijgen dat de ideeën over de collecties juist waren. V&D had ten tijde van het faillissement nog altijd een omzet van ruim 600 miljoen euro. Hudson’s Bay heeft deze omzet al grotendeels laten liggen door zich niet te richten op deze oud-klanten. En hun voorkeuren voor de collectie. Topman Beukema vertelde in 2017 exact wat de Hudson’s Bay in Nederland niet zal zijn. ‘Wij richten ons op een jong en trendy publiek’. En: ‘Je moet een t-shirt van 120 euro wel begrijpen.’ Tja, in één keer ben je dan de sympathie kwijt van al die oude V&D-klanten.

Verder zou Hudson’s Bay vooruitstrevend zijn en innovatief. Terwijl Hudson’s op een slap aftreksel van De Bijenkorf lijkt. Waarom heeft Hudson’s de belofte niet ingelost? Bijvoorbeeld als het gaat om de mogelijkheden die de digitale revolutie biedt? Zoals grote beeldschermen? Tablets bij de medewerkers? Kassa’s op de handheld van de medewerkers? Dan was de pers lovend geweest en was de consument naar de winkel gelokt. Dan was Hudson’s inderdaad vernieuwend geweest en innovatief.

Nu ogen de winkels zeker niet slecht. Vele malen beter dan de V&D ooit was. Er zijn uitstekende professionals aan de slag geweest. Maar toch mist het interieur warmte. Het is er te wit. Het licht is te fel. Of soms juist niet sterk genoeg. En de winkels zijn (te) rustig. Er wordt te weinig gekocht. Het nieuwe trendy publiek laat de winkel vaak links liggen. Dus zie je er meestal de oude V&D-klant rondlopen (voor zover al niet afgehaakt). En die komt niet voor een t-shirt van 120, euro maar voor het oude V&D-gevoel in een mooi nieuw jasje. Maar deze consument vindt er maar weinig van zijn gading en bezoekt daarom Hudson’s niet nog een keer. Je kunt een winkel nog zo mooi inrichten maar zonder publiek oogt zo’n winkel koud en kil.

En de collecties? Er is sprake van een allegaartje. Te veel merken die je overal kunt kopen en dan met een beter assortiment. Hudson’s Bay is domweg niet onderscheidend genoeg.

En dan de horeca. De Bijenkorf had onder leiding van de vorige directie goed in de gaten dat klanten ook culinair verwend willen worden. Na de koerswijziging en de verbouwing van de bovenste etage tot mini foodhall kreeg de Bijenkorf vele lovende kritieken. Het zit er dan ook continu stampvol. Kijk daar eens naar, als Hudson’s.

En dan het personeel. Het huidige personeel bij Hudson’s is jong, onervaren en maakt een slecht opgeleide indruk. Een gemiste kans.

Nu willen consumenten, ook de millennials en de generatie Z, wel degelijk fysiek winkelen. Maar dan moeten die winkels er wél toe doen. Dat geldt voor ‘local heroes’ en goede ketens maar ook voor warenhuizen. Nu zal een zelfstandig winkelier nooit de massa bereiken. Dat is ook niet zijn of haar doel. Klantcontact, service en onderscheidend vermogen bepalen zijn/haar succes. Maar het warenhuis richt zich wel op een groot publiek. Per definitie. En met meer dan 15.000 merken en leveranciers in Europa kan een warenhuis óók inspireren, innoveren en klanten aan zich binden met collecties. Vernieuwend zijn in retail? Hoe doe je dat? Het is vrij simpel: ken je klant, weet wie je doelgroepen zijn en focus daar voor de volle 100 procent op. Wees in staat om met die klant een connectie te maken. En kies duidelijk je assortiment.

Niet alle warenhuizen zijn verliezers. De Bijenkorf bewijst dat je zeer succesvol kunt zijn. De Action bewijst het. De HEMA bewijst het weer steeds meer, ondanks een wat zwalkend genderneutraal beleid. Hudson’s Bay zou het ook kunnen bewijzen. Al is het de vraag of Hudson’s Bay er als formule volgend jaar nog is.

De succesvolle terugkeer van de stenen V&D

Het Duitse Karstadt (met Oostenrijkse eigenaar en weer winstgevend, als eerder al gemeld) en Galeria Kaufhof (eigenaar van Hudson’s Bay) zijn onlangs gefuseerd en gaan een gemeenschappelijke Duitse formule uitdragen. Dat betreft waarschijnlijk een warenhuisformule in het middensegment, analoog aan de huidige Karstadt.

Een dergelijke positionering zou hoogstwaarschijnlijk wél aanslaan in Nederland. Maar deze formule moet geen Duitse naam hebben, dat valt niet goed. Ook een Engelse naam als Hudson’s Bay werkt vervreemdend. Dus moet het warenhuis een andere naam krijgen. Een Nederlandse naam. Noem het bijvoorbeeld ‘Ons warenhuis’. Of beter: noem het ‘V&D’. Koop die merkrechten op van Roland Kahn en start een nieuw warenhuis met de oude merknaam. Als je het nu maar wél slim doet. Met moderne winkels, een groot en mooi assortiment en met superpersoneel. Dat wordt een groot succes. Knus. Gezellig. Van alles wat. Grabbelen en graaien. De winkel voor de gewone Nederlander. De ‘Middenlander’.

Wij zien het helemaal zitten. V&D terug in het straatbeeld, in die prachtige oude V&D-panden, die door de vastgoedeigenaren en Hudson’s Bay waanzinnig goed gerenoveerd zijn. Ga weer mooie (kortings)campagnes bedenken, daar zijn Nederlanders gevoelig voor. Laat de Circusweken terugkomen of noem het desnoods De Dolle Dwaze Dagen (als die rechten niet meer bij de Bijenkorf in handen zijn). Creëer veel eigen merken en geef La Place een prominente plek. Met een goede prijs-kwaliteitverhouding ben je in staat om een goede deal met de Nederlander te maken. Deze wil een acceptabele kwaliteit voor niet al te veel geld. Van alleen ‘ramsj’ van de Action wordt niemand gelukkig.

En de HEMA?

De HEMA is op de goede weg, met beter voedsel, gezellige zithoekjes, mooie winkels en veel typische HEMA-producten en eigen merken. Alhoewel? Dat laatste lijkt wat te verwateren. Focus dus juist weer méér op de eigen merken en het typische HEMA design. Stop verder met rare experimenten als genderneutrale kleding. Dat is grachtengordelonzin waar 95 procent van de mensen helemaal niet mee bezig is. De HEMA moet ‘gewoon’ zijn. En tegelijkertijd eigenwijs met betaalbaar Dutch Design. Kortom: de HEMA moet Nederlands zijn en van ons allemaal. Inderdaad: de HEMA moet zich op zo veel mogelijk doelgroepen tegelijkertijd richten. Ook dat is een keuze. En tevens de juiste keuze.

Fysieke retail is terug

De fysieke retail heeft zich opgericht en is als een feniks uit de as herrezen. Alhoewel: de retail was nooit echt dood maar was in slaap gesukkeld. En dan komt een zware economische crisis hard aan. Feit is dat sinds 2015 er sprake is van een fors herstel. De retail als branche is bezig aan een opmars. Een grote bloeiperiode is nakende. Veel winkelgebieden zijn weer succesvol en veel winkels doen het weer geweldig. Zelfstandige winkeliers, ketens en ook warenhuisformules als Action en De Bijenkorf.

In Nederland ontbreekt echter het echte middensegment. Hudson’s heeft veel te hoog ingezet. Een meerderheid van de Nederlanders is echter nogal ‘middle of the road’. De meeste mensen wonen niet in de grachtengordel. Voor deze gewone Nederlanders, de Middenlanders, dient er dus een nieuwe warenhuisformule te komen. Juist. In het middensegment. Noem die formule dan V&D. Waarom niet? Volg de adviezen in dit artikel op, dan verwachten wij dat succes aanstaande is. En als Hudson’s die merkrechten van V&D niet opkoopt? Dan doen wij het zelf. Opschieten, dus!

Dit artikel is samen met Marcel Reinartz en Ernest Schaapman geschreven. Marcel Reinartz is directeur van RMA, Stedelijke Ontwikkeling en Vastgoed en is enkele decennia actief in de retail- en vastgoedsector als adviseur en projectmanager bij ontwikkeling, renovatie en transformatie van winkels, winkelgebieden en binnensteden.

Ernest Schaapman werkt op dit moment in de laatste fase aan een start-up in Stealth modus tezamen met partners Samsung en MoodMedia. Hij is altijd in de moderetail werkzaam geweest bij vele bedrijven en heeft ‘het centraal stellen van de klant’ tot kunst verheven.

Met dank aan Koen Visser, projectleider bij Strabo voor het maken van de grafieken en met dank aan Gertjan Slob van Locatus voor het leveren van waardevolle data.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Industry 4.0: hoe IoT een kortere time-to-market en lagere kosten realiseert

Posted 12 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Industry 4.0 is begonnen en Internet of Things speelt daarin een cruciale rol. In slimme, modulaire fabrieken worden machines gekoppeld, data uitgelezen en decentraal autonoom beslissingen genomen zodat de productie wordt geoptimaliseerd. Wie er nu mee aan de slag gaat, heeft een voorsprong op de rest. Maar hoe pak je dat aan?

De Vierde Industriële Revolutie is begonnen en Internet of Things (IoT) is de drijvende kracht. Een stukje geschiedenis: de eerste twee revoluties draaiden om de ontwikkeling van machines die de productie op het land en in fabrieken efficiënter maakten. Bij de derde revolutie verschoof de focus naar computers en automatisering: alles onder controle en zoveel mogelijk beslissingen vooraf automatiseren. Dat heeft geleid tot vaste gedragsregels en monolithische productiestraten die één ding heel goed en voorspelbaar kunnen.

Industry 4.0 gaat over slimme machines. Combinaties van sensoren, IoT en artificial intelligence (AI) leiden tot decentrale systemen die monitoren en bijsturen op basis van een veelheid aan informatie. De aanname dat alles van tevoren kan worden bedacht, is overboord gegooid. In plaats daarvan ontstaat een industrie die zichzelf bijstuurt op basis van feiten.

Drie technologieën

Industry 4.0 is veel meer dan het verbinden van devices en machines. Bedrijven die nu al businesswaarde (BW) uit IoT halen, gebruiken op een slimme manier de data die beschikbaar zijn vanuit de volgende technologieën:

  • Operationele technologie (OT): genereert en managet data uit productiesystemen;
  • Informatietechnologie (IT): managet informatie in CRM-, ERP- en andere enterprisesystemen en zorgt voor nieuwe mogelijkheden in de vorm van machine-learning, predictive analytics en workplacesystemen;
  • Toekomstige technologie (TT): hieronder vallen geavanceerde toepassingen van robotica, onbemande voertuigen, wearables en video-analytics.

Schematisch weergegeven is dit de succesformule van een IoT-ecosysteem: OT/IT + TT = BW. Oftewel: door sensoren te plaatsen en te combineren met andere technologieën verzamel je data die je kunt omzetten in inzichten die leiden tot een gedragsverandering.

De waarde van Industry 4.0 zit hem dus niet in het feit dat we sensoren op apparaten kunnen plakken, maar in contextbewuste, relevante data die leiden tot inzichten waarop direct actie kan worden ondernomen. Die acties hebben onder meer een kortere time-to-market en lagere kosten als doel. 

Procesoptimalisatie

Denk bijvoorbeeld ook aan het voorspellen van de voorraad door sensoren te gebruiken, zodat je producten kunt traceren door de hele waardeketen en ziet waar een tekort dreigt op te treden. Algoritmen kunnen de patronen analyseren zodat je – als je voldoende datasets hebt verzameld – weet welke producten zullen worden gekocht en die alvast kunt leveren. Waar Industry 4.0 om draait, is dat je je complete proces op basis van deze inzichten direct en zonder menselijke tussenkomst kunt bijstellen.

Amazon heeft hier een bekende test mee gedaan in New York. Vrachtwagens werden alvast geladen met producten die nog niet besteld waren, maar waarvan het bedrijf kon voorspellen dat het ging gebeuren. Door die ‘mobiele warehouses’ centraal te positioneren kregen Amazon-klanten hun bestelling razendsnel thuisbezorgd en worden de voorraadkosten geminimaliseerd.

Ook om de productie draaiende te houden kan een IoT-ecosysteem van onschatbare waarde zijn. Het helpt bijvoorbeeld inzicht te verkrijgen in wanneer een machine kapot zal gaan. Dat kun je dan ofwel voorkomen door onderhoud te plegen ofwel door ervoor te zorgen dat er voldoende reserve-onderdelen aanwezig zijn zodat de machine zo kort mogelijk stilstaat.

Veiligheid is eveneens iets waar IoT een bijdrage aan kan leveren. Zo heeft DHL in Singapore tests gedaan met wearables die gezondheidsdata registreerden van medewerkers. Als daaruit bleek dat iemand vermoeid werd, dan werd een pauze aangeraden. En wanneer de medewerker in de buurt van bewegend materieel (zoals heftrucks) kwam, werd daar een waarschuwing voor gegeven.

Klantenbinding

Het is niet meer genoeg om sec producten en/of diensten aan te bieden – koopbeslissingen worden evenzeer genomen op basis van de kwaliteit van het geleverde als de additionele dienstverlening. Er moeten services aan je aanbod worden gekoppeld die het verschil maken voor de consument. Dit biedt kansen voor klantenbinding.

Waar je immers voorheen een product leverde en hooguit contact had met de klant als er iets voortijdig kapot was, ga je nu een lange-termijnrelatie aan doordat de aanverwante services tot veel meer contactmomenten leiden. Je leert de klant beter kennen, hebt meer contact en kunt meer uit de relatie halen. Denk bijvoorbeeld aan een luierfabrikant die automatisch een seintje krijgt als de luiers bijna op zijn en een nieuw pak stuurt.

Plan van aanpak

Elke productieproces is uniek en elke machine ook. Industry 4.0 behelst veel meer dan het plakken van een paar sensoren delen we de drie stappen die je moet doorlopen om IoT en AI in te zetten op een manier die snel waarde toevoegt en eenvoudig kan worden uitgebouwd.

Stap één is begrijpen waar de kansen liggen. Op welke plekken loont het om operationele en informatietechnologie bij elkaar te brengen? Hiervoor is niet alleen kennis van IoT en AI maar vooral ook de input van de fabrikanten hard nodig. Zij weten hoe de machines werken en de processen verlopen.

Nadat er een duidelijk beeld is ontstaan van de (on)mogelijkheden is de tweede stap om de doelstellingen hiermee op één lijn de brengen. Doelstellingen starten vaak bij operationele efficiëntie (kostenbesparing, ketenoptimalisatie), groeien door naar verbeterde klantervaring (kwaliteitsverbetering, innovatie) en komen uit op transformatie van producten en diensten.

Op basis van wat er kan en waar de wensen liggen, wordt bij stap drie een blauwdruk gemaakt van de nieuwe wereld. Hierin staat vaak een cloudgedreven IoT-platform samen met een analyseplatform centraal, waarin alle informatiestromen bij elkaar komen en verworven beslissingen worden omgezet in concrete acties. Deze blauwdruk vormt de basis voor de roadmap, waarop iteratief verbeteringen worden doorgevoerd. De laatste tijd zien wij hierbij steeds meer een rol voor IoIT: Internet of Intelligent Things, waarbij de field devices zelf steeds meer intelligentie herbergen om de juiste beslissingen te nemen.

Uitdagingen

Geen revolutie zonder uitdagingen. De wereld van IoT en AI is volop in beweging en dat brengt een aantal uitdagingen met zich mee, op technisch, organisatorisch en maatschappelijk vlak:

Technisch

Er is (nog) geen standaardisatie. Er zijn al veel bestaande dataprotocollen en devices die niet allemaal even gemakkelijk met elkaar of met een centraal platform kunnen praten. Dat centrale platform moet enorm schaalbaar zijn, omdat er bijna altijd grote hoeveelheden data snel verwerkt moeten kunnen worden. Een cloudplatform ligt dan voor de hand, maar daarmee wordt het onderwerp van beveiliging niet eenvoudiger. De risico’s van een beveiligingslek moeten dan ook in elke blauwdruk worden afgewogen.

Organisatorisch

De technologie kan veel maar je medewerkers moeten wel wat met de verkregen inzichten doen (en willen doen). Een productiemedewerker zal niet het advies van een algoritme willen opvolgen als hij of zij niet betrokken is geweest bij de totstandkoming daarvan.

Zo hebben we bij een gasturbineverhuurder geconstateerd dat een bepaalde machine altijd op woensdagochtend kapotging. Uit de data bleek dat bepaalde medewerkers de machine stationair lieten draaien als deze niet werd gebruikt en daar bleek de machine niet tegen te kunnen. Zelfs met dit inzicht in de hand heeft de benodigde gedragsverandering geruime tijd op zich laten wachten. De mens vertrouwde de machine en daarmee het inzicht niet.

Maatschappelijk

We zitten middenin de volwassenwording van IoT. Er is heel veel mogelijk en er zijn nog niet zoveel restricties. Dat maakt het interessant en vernieuwend, maar ook lastig als je als bedrijf ermee aan de slag wilt gaan. Hoever kun, wil en mag je straks gaan?

Er komt een periode waarin de discussie losbarst over van wie de verzamelde data zijn. Een bedrijf dat heftrucks huurt, wil weten waar deze zich bevinden en wat ze tillen. Maar zijn die gegevens nu van dat bedrijf, van de verhuurder of van de fabrikant van de heftruck?

Industry 4.0 vereist IoT en IoT vereist discipline

Onze ervaring is dat veel van onze klanten nog geen visie hebben op IoT. Ze weten niet waar ze moeten beginnen of hoe ze het tot een succes kunnen maken. Wij zijn ervan overtuigd dat je een schaalbaar, centraal platform moet neerzetten in je IT-landschap waarop je IoT-initiatieven bij elkaar brengt. Vroege vogels vangen de dikste wormen, oftewel: op tijd beginnen is van groot belang. Industry 4.0 verandert wat er wordt gemaakt, de manier waarop dat gebeurt en hoe producten worden gebruikt. Bedrijven die dit gegeven te gelde weten te maken, zijn toekomstproof.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Column: Hoor eens even…

Posted 12 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Lang wachten wordt beloond voor slechthorenden – zo’n tien procent van de gehele wereldbevolking. Hoortoestellen zijn namelijk eindelijk online te bestellen en tot veertig procent goedkoper dan in de winkel. Wat Ace & Tate voor de brillenmarkt deed, doet Onlinehoortoestel.nl voor gehoorapparaten. Schijnbaar werd de markt zo gecontroleerd door een aantal grote fabrikanten dat er online simpelweg niet verkocht mocht worden. Veelal met de reden dat het product door een professioneel audicien aangemeten moet worden. In die gedachtegang geloven we anno 2018 natuurlijk al lang niet meer.

De markt voor gehoorproducten is overigens geen klein bier en wordt geschat op een dikke negen miljard dollar in 2023 – met maar liefst vijfhonderd procent groei per jaar. Mede doordat gehoorproblemen vooral onder jongeren steeds vaker voorkomen. En laat het nou net die doelgroep zijn die niet anders gewend is dan dat je online kunt shoppen.

De situatie vertoont gelijkenissen met de (zonne-)brillenmarkt enkele jaren geleden. Het Amerikaanse Warby Parker betrad toen de markt met een eigen bril die zich wat kwaliteit en vernuftig design betreft kon meten met de toonaangevende brillenproducenten. Nu verkoopt Online Hoortoestel geen eigen producten, maar kan het niet missen dat zij de bekende marktdisruptie in gang zullen zetten. Want een prijsverschil van veertig procent ten opzichte van de winkel is te groot om recht te praten.

Hoe het werkt? Het hoortoestel wordt na online aanschaf in een aanpascentrum door een gediplomeerd audicien ingesteld op het gehoorverlies van de slechthorende. Zo blijft de kwaliteit van het product gewaarborgd en is slechts één bezoekje voldoende voor een volwaardig en functionerend hoortoestel. De deal is immers online al gesloten.

De verwachting is dat traditionele grote audiciens onder deze ontwikkelingen gaan lijden en de markt meer online spelers gaat zien.

Maar er is meer. Dat met 3D-scans en -prints van de gehoorgang gehoordefecten eenvoudiger op zijn te sporen, kan de markt verder veranderen. Aangezien daarmee bijvoorbeeld ook ontwikkelingslanden eenvoudiger toegang kunnen krijgen tot online hoorproducten. Mede door deze technologische ontwikkelingen en product-upgrades zal de competitie onder de audiciens dan ook verder toenemen. En staan we nu aan de vooravond van een ontwikkeling die een domino-effect in de markt teweeg zal brengen, met lagere prijzen en transparantie als resultaat. Laat dat maar aan het web over.

*) Dit artikel verscheen eerder in het oktobernummer van Emerce magazine (#167).



Lees het volledige bericht op Emerce »