Posts Tagged ‘anp’

Conversie-optimalisatie: kansen voor websites met weinig traffic

Posted 24 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Wat doe je als het een jaar duurt voordat je A/B-test significant is? Als je zo weinig verkeer hebt dat testen nutteloos lijkt? Juist. Gewoon blijven optimaliseren! Elke website is geschikt voor conversie-optimalisatie. Ook als je weinig traffic hebt, zijn er optimalisatiekansen.

Conversie-optimalisatie is méér dan alleen A/B-testen. Het gaat om het verbeteren van de gebruikerservaring van websites en daar komt veel bij kijken. Als je niet kunt A/B-testen, betekent dit dus niet dat het daar stopt. Er zijn namelijk erg veel alternatieve methoden om je website te optimaliseren.

Expert review

Allereerst moeten de pijnpunten van de website worden vastgelegd. Een expert review is een goede leidraad om je website te evalueren. Voor deze analyse gebruikt een expert verschillende modellen en frameworks om mogelijke pijnpunten van je site vast te stellen. In deze modellen komen de volgende punten veel naar voren:

  • Duidelijkheid: is het duidelijk waar de website over gaat en wat het aanbod is? Is er een duidelijke call-to-action aanwezig op elke pagina?
  • Waardepropositie: wat maakt jouw merk uniek? En komt dit wel duidelijk naar voren op je website?
  • Verwachtingen: hoe komen bezoekers op landingspagina’s terecht? Sluiten deze pagina’s aan bij de verwachtingen van de bezoekers op dat moment?
  • Vindbaarheid: is de website gemakkelijk te vinden in de zoekmachines? Kunnen gebruikers op de website gemakkelijk informatie opzoeken met behulp van een interne zoekmachine?
  • Toegankelijkheid: is de website toegankelijk voor mensen met een beperking? Zijn de letters te vergroten? Wordt er gebruik gemaakt van genoeg contrast?
  • Afleiding: zijn er elementen op de website aanwezig die de bezoeker kunnen afleiden van het converteren?
  • Frictie: waar vallen bezoekers af en hoe komt dit? Hoe moeilijk is het voor bezoekers om de funnel te doorlopen?

Gebruikersonderzoek

Ook met weinig verkeer kun je gebruikersonderzoek doen. Er zijn verschillende manieren om dit te doen:

User testing

Nodig ongeveer vijf tot tien respondenten uit die representatief zijn voor je doelgroep en laat ze taken uitvoeren op je website. Zorg ervoor dat de respondenten hardop denken. Hiermee kom je erachter:

  • Of ze begrijpen waar je website voor staat
  • Of ze snappen wat er wordt aangeboden
  • Of er enige verwarring of frictie ontstaat tijdens het uitvoeren van de taken
Five second test

Optimaliseer de duidelijkheid van je website door de eerste indruk van bezoekers te meten. Met UsabilityHub kun je een five second test laten uitvoeren. Je uploadt een screenshot van de homepage (of een andere belangrijke landingspagina) van je website. Respondenten zien dit beeld voor vijf seconden en worden dan gevraagd om te beschrijven wat ze zojuist hebben gezien. Als er een grote mismatch zit tussen jouw beoogde waarde propositie en de daadwerkelijke antwoorden van de respondenten, dan is er werk aan de winkel.

On-site klantenfeedback

Je kunt ook online klantfeedback verzamelen. Met tools als Hotjar kun je gemakkelijk surveys, polls en feedback items toevoegen aan je site. Hiermee kun je bezoekers op bepaalde momenten in het aankoopproces vragen om hun ervaringen, meningen en beweegredenen. Als je de ervaringen van bezoekers weet, dan kun je gemakkelijker optimalisatiekansen identificeren die je anders gewoonweg niet zelf had kunnen bedenken.

Heatmaps en user recordings

Met behulp van heatmaps wordt het gedrag van bezoekers visueel inzichtelijk gemaakt. Hiermee zie je in één oogopslag wat belangrijke elementen op een pagina zijn. Met clickmaps zie je precies waar bezoekers veel klikken op een pagina. Movemaps laten zien waar bezoekers met hun muis bewegen en scrollmaps tonen hoe ver bezoekers de pagina naar beneden scrollen.

Het enige probleem met heatmapping is dat er vaak een bepaalde sample size vereist is om een volledige heatmap te creëren. Er zijn ook tools waarbij dit geen vereiste is. Met bijvoorbeeld EyeQuant kun je screenshots van je website uploaden. De tool vertelt je vervolgens iets over het design. Het zijn niet je gebruikers waar je de data vandaan haalt, maar je krijgt alsnog waardevolle informatie waar je direct mee aan de slag kunt.

User recordings geven een gedetailleerd inzicht in het gedrag van je bezoekers. Hiermee zie je hoe je bezoeker écht over je website beweegt. Groot pluspunt: voor user recordings is geen minimale sample size nodig. Elke recording kan je iets zinnigs vertellen over de gebruiksvriendelijkheid van je website.

Wil je hiernaast toch A/B-testen?

Als we het puur en alleen hebben over A/B-testen op websites met weinig traffic, kun je stellen dat dit erg lastig is. Het probleem is als volgt:

Als je weinig verkeer hebt, is de kans groot dat een test heel erg lang moet draaien voordat er significante resultaten te zien zijn. Testresultaten moeten altijd significant zijn. In dit artikel legt mijn collega Joren uit waarom dit belangrijk is. Kijk van tevoren altijd wat de verwachte doorlooptijd is van de test. In dit artikel legt mijn collega Eva uit hoe je dat het beste kunt doen.

Houdt dit je niet tegen en wil je toch A/B-testen? Heel goed! Let dan wel op de volgende punten:

Test alleen veranderingen waarvan je een hoge impact verwacht

Kleine veranderingen kunnen een grote impact hebben op het conversiepercentage. Echter zien we dat dit vaak alleen het geval is bij websites met veel verkeer. Heeft je website weinig verkeer? Dan zal je je tijdens het testen moeten focussen op rigoureuze tests. Dit betekent dat er alleen getest wordt met grote aanpassingen en kan betekenen dat er meerdere elementen tegelijk worden aangepast.

We stappen steeds meer af van de gedachte dat er maar één element per test mag worden aangepast, omdat “we dan niet weten welk element voor de verandering heeft gezorgd”.. Voor bijvoorbeeld een test met de call-to-action, kun je experimenteren met de kleur, benaming en positie (in één variant). Ervaring leert dat rigoureuze tests met meerdere aanpassingen zorgen voor een hogere impact en significante resultaten. Durf hiermee dus te experimenteren. Juist als je weinig verkeer hebt.

Reken tests af op zachte conversies

Het vak heet conversie-optimalisatie en dat betekent in eerste instantie natuurlijk: meer conversies behalen. Maar ‘conversies’ is een breed begrip. Voor websites met weinig verkeer is het niet aan te raden om de tests op harde conversies af te rekenen. Dit komt door de lange tijd die dan nodig is om significante resultaten te behalen.

Als je snel resultaten wil zien, is het daarom beter om de tests op zachte conversies af te rekenen. Hieronder noem ik een aantal voorbeelden van zachte conversies:

  • Website-engagement: voordat bezoekers converteren, bekijken ze je website. Ze zitten eerst nog in de oriëntatiefase. Engagementdoelen voor tests zijn bijvoorbeeld:
    • De tijd op de website verhogen
    • De bounce rate verlagen
    • Het aantal pagina’s per sessie verhogen
    • Leads naar harde conversies verhogen: bijvoorbeeld het invullen van een postcodechecker, het aanvragen van een brochure of het toevoegen van een product aan de verlanglijst.
  • Clicks: clicks vertellen je waar bezoekers op dat moment behoefte aan hebben. Met bijv. clicks op de ‘Bestel’-button kun je al zien dat bezoekers ver zijn in het aankoopproces.

Kies zachte conversies die passen bij het type website. Kijk hierbij ook goed naar het doel, de aanpassingen en de locatie van de test.

Conclusie

Ook websites met weinig verkeer zijn geschikt voor conversie-optimalisatie. Met behulp van heuristische analyses en gebruikersonderzoek achterhaal je waar de optimalisatiemogelijkheden liggen. Wil je deze punten toch testen met behulp van A/B testing? Ook dan zijn er mogelijkheden.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Traffic Builders



Lees het volledige bericht op Emerce »

User testing: hoe pak je dat professioneel aan?

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

User testing betekent niet alleen de gebruiker achter een scherm zetten en kijken hoe hij met je product omgaat. In de beginfase van User testing kan je gebruikers op verschillende manieren betrekken. Het gaat erom een begrip te krijgen van de mensen in je doelgroep, zodat je hierop begrip kunt krijgen. Door gebruikers vroeg al te betrekken zit je sneller in een goede richting dan wanneer je alleen je gut feeling volgt. Onderstaand een kijkje in de keuken van User Testing bij TamTam.

De afgelopen paar maanden zijn we veel bezig geweest met de ontwikkeling van onze user involvement skills. Structureel testen krijg je niet namelijk zomaar in je systeem. Daarom zijn we low key begonnen met het introduceren van Usability Testing. Inmiddels zijn we al een stap verder en worden gebruikers veel eerder en vaker in ons ontwikkelproces betrokken.

Je kunt gebruikers op verschillende momenten in dit proces aanhaken. Voordat je een onderzoeksmoment inplant, is het goed om een stap eerder het doel te bepalen. Wat ga je testen? Het concept of de propositie, de stijl, of gaat het om de usability? Aan de hand daarvan kun je een methode en insteek bepalen.

Hoe kun je in het begin van het project gebruikers betrekken?

In de beginfase van een project, zoals bij sprint 0 of 1, zal het onderzoek met name draaien om concept en stijl. Je bent volop bezig met inspiratie opdoen en het bepalen van een richting. Juist nu is het nuttig om gebruikers al te betrekken, zodat je je ideeën kan valideren. Je kan dit op uiteenlopende manieren doen, zoals met één op één sessies met gebruikers of juist met een panelonderzoek.

Je begint het onderzoek met het bepalen van vraagstukken of onzekerheden over de doelgroep. Je weet bijvoorbeeld niet hoe hun huidige situatie eruitziet of hoe ze over het onderwerp van je project denken. Of: je bent al bent begonnen met een designrichting en je wilt deze onderzoeken. Beide vraagstukken kun je prima beantwoorden tijdens één op één sessies.

Hoe zien één op één-sessies er uit?

Voor één op één-sessies nodigen we zes respondenten uit. We beginnen met een korte introductie en vertellen de respondent dat de sessie wordt opgenomen. Hiervoor tekenen ze een toestemmingsverklaring, waarin we uitleggen wat wij wel en niet met het materiaal zullen doen. Ik zit als onderzoeker met de respondent in een meeting room. De ruimte is casual ingericht en geeft een huiskamergevoel om de gebruiker op zijn gemak te stellen. Daardoor zul je gemakkelijker de eerlijkste antwoorden krijgen.

In een interview gaan we diep in op motivatie, behoefte en pijnpunten. We kunnen de respondent ook vragen hoe hij over een bestaand merk denkt. In enkele gevallen doen we ook opdrachten met een respondent. Niet alle vragen hoef je in vragende vorm te stellen. We wilden voor een verzekeraar bijvoorbeeld ontdekken in welke categorieën gebruikers denken als het gaat om hun inboedel.

In plaats van vragen te stellen, hebben we gebruikers een set kaarten gegeven met daarop allerlei spullen in huis, die ze in categorieën moesten opdelen. Met dit soort trucjes zorg je ervoor dat een interview geen droog gesprek wordt: je haalt er zo een stuk meer uit. Soms moet je respondenten inspireren om het antwoord op je vraag te kunnen geven.

Als we ook een stijlrichting willen toetsen, leggen we die vaak simpelweg aan de gebruiker voor. We laten de gebruiker even kijken naar het design en vragen hem erover te praten. Vervolgens zetten we de Microsoft Product Reaction Cards in om het gevoel en de mening van de gebruiker tastbaarder te maken. Reaction Cards is een set van 118 woorden, die we printen op losse kaarten. De gebruikers kiezen er vervolgens 5 uit die hun gevoel bij het design het beste omschrijven. Op deze manier maken we de uitkomst van het onderzoek enorm tastbaar.

Hoe betrek je gebruikers later in het proces?

Later in het ontwerpproces is het goed om te starten met usability testing. Hiermee ontdek je problemen in de flow en onderzoek je de gebruiksvriendelijkheid van het product. Een bekende valkuil is te veel in één keer willen testen. Dit maakt de test rommelig en zorgt ervoor dat je niet diep genoeg op bepaalde elementen in kan gaan. De beste aanpak is om een klein stuk van de website of app goed uit te werken in een prototype en dit vervolgens te testen.

Ook usability tests voeren wij één op één uit in een gezellige meeting room. We gebruiken live streaming en een eye tracker (bij desktop tests). We zijn ooit low key begonnen met user testing. Dit werkt heel goed als je in een vroeg stadium quick and dirty wilt testen. Maar als je echt op de usability wil ingaan, zul je het iets groter moeten aanpakken. Hieronder beschrijf ik onze aanpak.

Hoe ziet een usability test er uit?

Een usability test begint altijd met een interview vooraf. Hiermee leren we de gebruiker kennen en stellen we hem op zijn gemak. Vervolgens gaan we over op het prototype. Op basis van het testplan hebben we kaartjes geprint waar opdrachten voor de gebruiker op staan. Een voorbeeld van een opdracht: ‘achterhaal de prijs van een creditcard.’

Wij geven de opdracht aan de respondent. Die leest de opdracht hardop voor en voert hem zelf uit. Het voordeel van deze manier van werken is dat de observator zo min mogelijk hoeft te praten en daadwerkelijk de rol van observator op zich neemt. Ook bij een usability onderzoek kun je de Reaction Cards inzetten. Een usability onderzoek combineer je namelijk eenvoudig met een stijlonderzoek.

Je kunt de tests uitvoeren op een desktopcomputer of laptop, maar met een smartphone kan ook. Dit ligt maar net aan het doel van het onderzoek en waar het prototype in is gemaakt. Bij tests op een desktopcomputer gebruiken we een eye tracker, zodat we kunnen volgen hoe de ogen van de gebruiker over het scherm bewerken. We zien precies op welke plekken gebruikers informatie zoeken , waar ze kort of lang naar kijken, en wat ze totaal over het hoofd zien.

Een laatste belangrijk onderdeel van onze usability tests is het meekijken via een livestream. Je betrekt de klant en de designer hiermee actief bij het onderzoek. Zij maken het zelf mee en ervaren zelf het gevoel wat jij anders zou moeten overdragen via een document of presentatie. Daarnaast kan de meekijkende partij direct input geven voor aanvullende vragen en kunnen zij ter plekke al nadenken over verbeteringen.

Hardware en software

De eye tracker die wij gebruiken is van Tobii. Dit simpele usb device past gemakkelijk op elke monitor. De opstelling bestaat verder uit een desktopcomputer met Windows, een toetsenbord, een muis, een externe microfoon en 2 schermen. Scherm 1 heeft een geïntegreerde webcam: de gebruiker zit hier.

Scherm 2 is een extra scherm waarop de onderzoeker meekijkt met de gebruiker. Door de eenvoudige opstelling en de haast onzichtbare webcam heeft de gebruiker niet het gevoel dat hij opgenomen wordt.

Voor onze livestream gebruiken we Wirecast en voor de stream Youtube of Twitch. Deze programma’s werken erg prettig en feilloos. Let er wel op dat je de computer aan bekabeld internet hebt zitten. Over wifi kan streamen minder soepel gaan. We nemen de sessie op zodat we later nog eens terug kunnen kijken en de beelden in de rapportage  kunnen gebruiken. De output is een video waarbij je het scherm van de gebruiker ziet met daarop de uitvoer van de eye tracker en de gebruiker rechts in de hoek. Ook hiervoor tekenen gebruikers een toestemmingsverklaring.

Next steps

Uiteraard is alleen het onderzoek uitvoeren niet alles: juist de analyse en de volgende stappen zijn key voor het project. Wij hebben een manier van documenteren ontwikkeld die lekker snel en efficiënt werkt. We schrijven de belangrijkste bevindingen uit, knippen quotes uit de filmpjes, schrijven sterke conclusies en sluiten af met aanbevelingen en schetsen ter verheldering. Door het document op te leveren als Keynote kunnen we de informatie visueel en behapbaar weergeven.

De aanbevelingen zijn het belangrijkste: dit is het advies van de onderzoeker waarmee de designer direct verder kan. De Keynote wordt vervolgens gepresenteerd aan de klant en de designers. Op die manier bespreken we de resultaten en krijgen we iedereen op één lijn. Daarnaast kun je in de presentatie als onderzoeker benadrukken welke wijzigingen echt doorgevoerd moeten worden.

Uiteraard zijn gebruikers ook maar mensen en hoef je niet altijd alles letterlijk te nemen. Maar onthoud wel dat wij in onze creatieve digitale bubbel leven, waar we lang niet altijd uit durven te stappen. Be brave, test like the big boys.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Turkse krant Daily Sabah geweerd uit Europees Parlement

Posted 23 Mrt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De Turkse krant Daily Sabah mag niet langer worden verspreid binnen het Europees Parlement. Parlementsvoorzitter Antonio Tajani heeft dat na onderzoek besloten, meldt het ANP.

Lees het volledige bericht op Villamedia »

WordPress versus Adobe Muse: een wereld van verschil of toch niet?

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

WordPress is het meestgebruikte Content Management Systeem (CMS) en wordt gewoonlijk vergeleken met andere CMS-en als Joomla of Drupal. De gebruikers van deze systemen maken heel vaak gebruik van kant-en-klaar vormgegeven templates die worden ingevuld met eigen content. Voeg er nog een paar plugins aan toe en klaar is kees. Of toch niet helemaal? Wat heeft een programma als Adobe Muse te bieden en met welk systeem kan de klant zijn site het makkelijkst zelf onderhouden?

Laten we de voor- en nadelen van deze systemen eens naast elkaar leggen.

Wie bouwt een WordPress-site?

Als we even afzien van de puristen die zweren bij handmatig programmeren van elke nieuwe site, is de gemiddelde bouwer van WordPress-sites een technisch onderlegde persoon met enige kennis van en affiniteit met HTML, CSS en wellicht javascript. Hij of zij kan in principe zelf de code schrijven, maar wil het wiel niet iedere keer opnieuw uitvinden en maakt handig gebruik van alle templates en plugins die WordPress biedt.

Hij shopt in de WordPress-winkel naar de gewenste vormgeving en alle benodigde functionaliteit, maar vertrouwt nog wel op zijn programmeurskennis, want het aanbod is natuurlijk nooit exact zoals gewenst. En als het ingewikkeld wordt, zal deze bouwer toch zelf een plugin moeten schrijven of expertise moeten inhuren.

De WordPress-klant

Een middelgrote klant heeft een webredacteur en -beheerder in dienst die de website up-to-date houden. Maar de kleine zelfstandige die zijn WordPress-pagina’s of -blog zelf wil onderhouden, zal zich enigszins moeten verdiepen in het systeem (zoals in elk CMS-systeem). Een klein beetje HTML-kennis kan daarbij geen kwaad, want de content-editor van WordPress houdt niet over. Deze kleine klant zal teksten aanpassen en een afbeelding plaatsen. Veel verder zal hij niet gaan, want de afbeeldingsgrootte en tekstomloop rond een afbeelding leveren al voldoende gehannes op.

De wysiwyg-omgeving van WordPress houdt niet over

Wie bouwt een Muse-site?

Dit zijn vormgevers die bekend zijn met Adobe producten als Photoshop, Illustrator en InDesign. Het is maar een vrij kleine stap om dan ook websites te gaan vormgeven en de code te laten genereren door Muse. Deze vormgevers hebben weinig affiniteit met HTML, CMS en javascript en houden van wysiwyg. Ze werken op een reclamebureau en de opdrachten voor webdesign zijn eerder bijkomend dan hoofdzaak.

Ze maken liever zelf vormgevingstemplates dan dat ze die zouden kopen. Als het ingewikkeld wordt, maken ook zij gebruik van plugins, maar in Muse heten die widgets, al blijft het gebruiksgemak voorop staan. Voor echt grote projecten komt Adobe Business Catalyst om de hoek kijken, maar deze uitbreiding van functionaliteit begint op een echt CMS te lijken.

De Muse-klant

Een gemiddelde Muse-klant leidt een midden- en kleinbedrijf of is zelfstandig. Hij of zij heeft een ijssalon of een kleine schoenenzaak, is fotograaf of artiest en wil zijn diensten kenbaar maken via een gelikte website. Erg handig is de mogelijkheid om zelf teksten en afbeeldingen in de eigen browser aan te passen, maar meer kan er niet! Veel kennis is niet nodig en HTML, CSS en javascript al helemaal niet.

Tekst en afbeeldingen kunnen in de browser worden aangepast

Voor- en nadelen

Laten we Muse en WordPress vergelijken op het gebied van organisatie (rollen en permissies), flexibiliteit en efficiency om inhoud en vormgeving aan te passen, uitbreiding van functionaliteit en SEO.

Organisatie (rollen en permissies)

Dit is van cruciaal belang bij grotere organisaties en verenigingen. Het spreekt voor zich dat dit in WordPress goed kan worden geregeld. Muse zelf is hierin uiterst rudimentair: er zijn maar twee rollen: de ‘maker’ van de website en de ‘klant’ die toestemming krijgt om in de browser wijzigingen in tekst en beeld aan te brengen. Dit is weliswaar te ondervangen met Business Catalyst, maar dat verdient een eigen vergelijking met WordPress en staat min of meer los van Muse. Het moge duidelijk zijn dat Muse alleen het niet redt in een organisatie-omgeving waarbij diverse rollen en permissies van cruciaal belang zijn.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing inhoud)

Vanwege de wysiwyg- en in-browser-omgeving is Muse op dit punt efficiënter dan WordPress. Natuurlijk kun je ook vrij gemakkelijk een tekst aanpassen in WordPress, maar als je daarin heel netjes afbeeldingen wilt opnemen, ben je al wat langer bezig. In Muse gaat dit allemaal heel intuïtief.

Voor een eindklant, die nieuwe inhoud wil creëren op een nieuwe pagina is Muse echter minder efficiënt. Hij kan weliswaar teksten en afbeeldingen op bestaande pagina’s gemakkelijk via zijn browser vervangen, maar niet zomaar nieuwe content op nieuwe pagina’s aanmaken. Die pagina’s moet de vormgever eerst voor hem aanmaken. Om nieuwe pagina’s aan te maken, is de WordPress-klant dus in het voordeel.

Flexibiliteit en efficiency (aanpassing vormgeving)

Omdat Muse is ingericht op vormgevers, wint Muse het volledig in dit opzicht. De look & feel van elke pagina kan geheel naar eigen wens worden bepaald en tevens snel en flexibel worden gewijzigd. Zo kan ook een kleuraanpassing gemakkelijk op de hele site worden doorgevoerd of een logo eenvoudig op alle pagina’s worden geplaatst. One-page-design en parallax scrolling lijken wel voor Muse gemaakt! In WordPress is het niet meer dan behelpen.

Uitbreiding van functionaliteit

Wie zou tegen de rijkdom van WordPress-plugins op kunnen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Toch wil ik hier een kanttekening plaatsen. Muse heeft een zodanig marktaandeel in webdesign verworven dat het aantal plugins (widgets genaamd) meer dan voldoende is om uit te kiezen. Sterker nog: deze uitbreidingen zijn vaak gelikter en eenvoudiger in te stellen dan in WordPress. Denk aan responsive menu’s, Google Maps, social media-knoppen, polls, slideshows etc. Maar als u heel specifieke uitbreidingen wenst (specifieke database- en spreadsheetkoppelingen etc.), dan zult u gebruik moeten maken van Business Catalyst of waarschijnlijk alsnog moeten overstappen naar WordPress.

SEO

Er was en is nog steeds discussie over de mogelijkheden van SEO binnen Muse. Hoewel Google Analytics en Tag Manager eenvoudig kunnen worden geïntegreerd, zijn plugins als Yoast voor WordPress (nog) niet beschikbaar voor Muse. Dat gezegd hebbende, zijn er een paar lichte widgets verkrijgbaar voor Muse om de lacune op te vullen. Maar het is aannemelijk dat je een WordPress-site iets beter kunt afstemmen op het gebied van SEO.

Conclusie

WordPress en Muse zijn gebouwd vanuit twee verschillende disciplines en voor twee verschillende websitebouwers: de oorspronkelijke HTML-programmeurs versus de oorspronkelijke drukwerk-vormgevers. Dat beide type bouwers fraaie en functionele websites kunnen maken, mag duidelijk zijn. Maar de voor- en nadelen van beide systemen hangen wel nog steeds samen met de oorspronkelijke disciplines.

In WordPress is het ondanks alle templates en moderne content-editors nog steeds lastig je eigen vormgevingsideeën eenvoudig door te voeren, terwijl Muse voor websites van grotere organisaties nauwelijks een optie is vanwege het gebrek aan bijvoorbeeld organisatie-middelen en database-koppelingen.

Muse verdient de voorkeur als je als vormgever een grafisch gelikte, compacte site wilt bouwen, terwijl WordPress eerder in aanmerking komt als zowel auteurs en redacteuren als webmasters aan gestructureerde content moeten werken of als heel specifieke functionaliteit is gevraagd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De Stiho Groep opent eigen internetbureau

Posted 22 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Stiho Groep heeft een eigen internetbureau opgericht om de bouwleverancier te begeleiden door de digitale transitie van de hele organisatie. “Onze twee labels Stiho en Baars & Bloemhoff zijn de enige klanten”, licht Nanne Batelaan toe.

Batelaan is Omnichannel Manager bij Sybrand’s Place, de naam van het internetbureau dat begin dit jaar vanuit Stiho werd opgericht. Voor een buitenstaander is het wellicht een vreemde constructie, maar op de keper beschouwd een logische invulling van de innovatieagenda in een conservatieve omgeving als de bouw.

Stiho Groep werd in 1926 opgericht door Gerrit Sijbrand Pelt. De naam Sybrand’s Place is dus een verwijzing naar de oprichter van het moederbedrijf.

“Net als hij willen we de wereld veranderen” licht Nanne Batelaan toe.

“Digitalisering begon bij de groep als project. Vorig jaar werd Intershop door De Nieuwe Zaak neergezet. Het werd duidelijk dat eigenlijk alle kennis van deze voor ons belangrijke, strategische pijler buiten de deur lag. Dat zette me aan het denken en dat leidde, na overleg met de directie en commissarissen, tot het besluit de kernprocessen intern te nemen.”

“Onze ambitie is om het bedrijf te digitaliseren en in 2020 een omnichannelbedrijf te zijn. Het maakt niet uit hoe klant contact met ons opneemt, als we hun werk maar makkelijker kunnen maken. Als we dat punt bereiken, zit het werk van Sybrand’s Place erop”.

De Stiho Groep 34 voorraadhoudende vestigingen in heel Nederland. Het bedrijf stond ook ooit aan de wieg van Gamma en Bouwmaat. De eigen formules die Batelaan onderhanden neemt, zijn: Stiho en Baars & Bloemhoff.

“Sybrand’s Place vertaalt klantinzichten naar bedieningsconcepten. We werken samen met de business units en willen onze kennis aan hen overdragen. We willen nadrukkelijk niet alle beheerstaken van de ondernemingen doen, enkel de ontwikkeling van interface naar de klant op alle touchpoints. De front- en backend hebben we in eigen beheer, SEO/SEA, UX-design en e-mailmarketing huren we in. Operations blijft bij IT.”

Het doel is de opgedane digitale kennis en ontwikkelde serviceconcepten over te dragen naar de zusterlabels. De directie doet actief mee aan de uitvoering van het plan en betrekt medewerkers van boven tot onder in de organisatie bij de plannen. Alleen dan, zo is de gedachte, wordt het nieuwe denken onderdeel van de organisatie. “Het is niet ons verhaal, maar hun verhaal. Zij moeten het vertellen.”

In zekere zin zit De Stiho Groep op achtervolgingskoers. Zijn klanten zijn allang gewend aan WhatsApp, track & trace en mobile first. In hun privé leven en tussen collega’s onderling. Batelaans werkgever wil zich kneden en aanpassen aan deze nieuwe realiteit. “Dat moet wel, want de meeste klanten willen zelf helemaal niet veranderen. Dat kost tijd en geld. Wij moeten ons aan hen aanpassen.”

Batelaan is nog op zoek naar Java-programmeurs. Hij bespeelt daarbij de snaren van ‘ambitie’ en ‘impact kunnen maken’. “Er zijn mensen die het leuk vinden als consultant bij een bureau te zitten. En er zijn mensen die zichtbaar impact willen hebben op een hele organisatie en diepgang willen. Hun code wordt langdurig onderdeel van ons bedrijfsproces en je werkt vanuit een startup-achtige omgeving”, een positionering die vaker wordt gehoord bij organisaties die niet zijn ontstaan als pureplayer.

De Stiho Groep realiseerde in 2015 een omzet van 214 miljoen euro, elf procent meer dan het jaar ervoor (PDF). De winst na belasting bedroeg acht miljoen euro.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dijsselbloem wil Europese BTW-verlaging digitale boeken

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Demissionair minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën laat zich in een vergadering met zijn collega-ministers positief uit over het verlagen van de BTW op digitale media van 21 naar 6 procent.

De Raad ging voor het eerst in op een voorstel van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, om de BTW op digiatale media te verlagen. Volgens het ANP was een meerderheid van de lidstaten akkoord met het voorstel, maar het besluit moeten unaniem zijn.

De Europese Commissie stelde in december voor dat digitale uitgaven op dezelfde manier belast mogen gaan worden als hun gedrukte varianten. Een paar dagen geleden heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in een arrest juist bevestigd dat e-books niet onder een verlaagd btw-tarief mogen vallen.

Foto: Marco Nürnberger (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Wat is crawl budget en moet ik me daarmee bezighouden?

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Crawlen, het is datgene wat Google doet om de inhoud van je site te indexeren. Als je website niet goed gecrawld kan worden, heeft dit grote gevolgen voor de vindbaarheid. Crawl budget is een niet veel gehoorde term, echter we merken dat, vooral grote, websites hier vaak kansen laten liggen. In deze blog vier insider tips voor techies.

Wat is crawl budget?

Dagelijks crawled Google een aantal pagina’s op je website. Dit aantal, ook wel het crawl budget genoemd, kan per dag licht variëren. Op de lange termijn blijven deze afwijkingen vaak echter in lijn. De hoeveelheid pagina’s dat een zoekmachine crawled is afhankelijk van een aantal zaken, zoals de grootte van je website en het aantal links naar je website. Via Search Console kun je het crawl budget voor jouw pagina terugvinden, in onderstaande afbeelding zie je een voorbeeld.

Om snel te kunnen zien of het crawl budget op jouw website geoptimaliseerd kan worden, kun je de volgende zoekopdracht in Google uitvoeren (protocol afhankelijk): “site:website.nl”. Daarna zie je het totaal aantal geïndexeerde pagina’s in Google. Zie onderstaande afbeelding voor het voorbeeld:

Als dit enorm afwijkt van het gemiddelde aantal gecrawlde pagina’s uit de Search Console, dan kun je de conclusie trekken dat niet elke pagina dagelijks wordt gecrawld. Hierbij is het goed in je achterhoofd te houden dat het dagelijkse aantal gecrawlde pagina’s door Google afhankelijk is van meerdere factoren zoals autoriteit, de grootte van de website etcetera.

Waarom moet ik het crawl budget optimaliseren?

Eén van de elementen die vaak van grote invloed kan zijn op je crawl budget is de snelheid van de website. Googlebot besteedt tijd aan het renderen van een pagina, als je deze tijd terugbrengt dan zal Googlebot ook sneller de website crawlen. Op deze manier zullen pagina’s dus eerder bezocht worden. Hieronder laten we een voorbeeld zien waarbij de website snelheid omlaag ging (zie onderste grafiek) en wat dit voor invloed had op het aantal gecrawlde pagina’s per dag (zie bovenste grafiek).

Inkomende links

Inkomende links hebben ook een groot effect op het crawl budget van een website. Hoe meer externe links verwijzen naar je website, hoe meer links Googlebot dus kan volgen en hoe meer tijd er op je website wordt doorgebracht.

Hieronder zullen we vier factoren beschrijven hoe je je website kan optimaliseren op het gebied van crawl budget. Deze tips zullen ervoor zorgen dat Google meer aandacht besteedt aan pagina’s die veel waarde hebben om organisch verkeer binnen te halen. Aan de andere kant helpen deze tips ook om Googlebots geen aandacht meer te laten geven aan pagina’s die niet relevant zijn om geïndexeerd te worden.

  1. Filters en duplicate content

Bij e-commercewebsites heb je veel te maken met product- of categoriefilters, die ervoor zorgen dat een URL er steeds anders uitziet. De verschillende combinaties van filters zorgen zo voor heel veel verschillende URL’s. Filters worden vaak achter een parameter geladen en deze zijn in sommige gevallen niet relevant om door Google gecrawld te worden en aandacht te krijgen.

Een aantal praktische voorbeelden hiervan zijn:

  • Filter op prijs: Stel je voor, je hebt op elke mogelijke categorie een filter waarbij het mogelijk is om op een bepaalde prijsrange te filteren. Als het mogelijk is om te kiezen uit tien mogelijke prijsfilters, dan zorgt dit ervoor dat op elke mogelijke categorie met een unieke URL er tien URL’s bestaan die totaal niet relevant zijn om gecrawld te worden door Google. Voorbeeld URL’s:
    • webshop.nl/rode-schoenen?price=10-20
    • webshop.nl/blauwe-schoenen?price=50-70
  • Zoekresultaten: Een veelvoorkomend probleem bij websites met een interne zoekfunctie is dat deze zoekopdrachten unieke URL’s genereren die niet worden uitgesloten van indexatie. Dit kan op termijn leiden tot een groot aantal aan URL’s waarvan je niet wilt dat deze geïndexeerd worden. Deze URL’s zouden daarnaast mogelijk kunnen conflicteren met de categoriepagina’s op de website. Voorbeeld URL’s:
    • webshop.nl/zoeken?search=rode%schoenen
    • webshop.nl/zoeken?search=blauwe%schoenen

Nu hoor ik je denken, deze twee simpele voorbeelden kunnen slechts enkele URL’s genereren. Bij één van onze klanten hebben we het crawl budget ook geoptimaliseerd, hieronder kun je zien hoe we dat gedaan hebben:

In dit voorbeeld werden er allerlei soorten categoriefilters en zoekfilters geïndexeerd door Google. Als deze pagina’s niet waren uitgesloten van de indexatie, dan zou Google mogelijk 666.445 URL’s crawlen die helemaal geen aandacht horen te krijgen. Door het uitsluiten van de filters zorg je ervoor dat de pagina’s die wel relevant zijn wel gecrawled worden. Dit kan zelfs bijdragen aan een hogere positie in Google, doordat Google vaker op deze (belangrijkere) pagina’s komt.

Het uitsluiten van filters kan op verschillende manieren. Als we de zoekfilters van het bovenstaande voorbeeld willen uitsluiten van de indexatie in Google, dan kunnen we de volgende regel toevoegen in de robots.txt :

  • Disallow: ?search

Voor de techies onder ons; deze disallow regel zegt eigenlijk tegen Googlebot dat URL’s met het pad ?search in de URL niet gecrawld mogen worden. Dit lost alleen nog niet het probleem op met alle URL’s die in de zoekresultaten van Google zullen blijven. Daarom is de beste oplossing in dit geval om eerst een “noindex” regel toe te voegen en daarna een disallow. Daarnaast kun je ook een nofollow tag plaatsen op filter URL’s, dit is een alternatieve oplossing. Hiermee wordt aangegeven dat GoogleBot de URL niet mag volgen, zo wordt deze dus ook niet geïndexeerd.

  1. Duplicate content

Een ander veelvoorkomend probleem is duplicate content, ofwel pagina’s met identiek dezelfde content op een andere URL. Er bestaan veel verschillende varianten van duplicate content, daarom zullen we een voorbeeld geven die we veel tegenkomen bij webshops.

Stel, je verkoopt een bepaalde type bril, deze bril is bereikbaar via verschillende categorieën met elk een eigen URL. Dan betekent dit dat identiek dezelfde content op twee of meer verschillende URL’s staat. Als voorbeeld:

  • webshop.nl/heren-brillen/bril-type-x/
  • webshop.nl/brillen/bril-type-x/

Als dit probleem zich voordoet bij bijvoorbeeld 1000 producten die elk op twee verschillende URL’s beschikbaar zijn, dan betekent dit dus dat Google onnodig twee keer zo lang nodig heeft om alle producten te crawlen. Vervolgens wordt dit dan ook nog als duplicaat gezien.

Om te checken of je te maken hebt met dezelfde producten op verschillende URL’s kun je de volgende zoekopdracht uitvoeren in Google:

  • site:webshop.nl “Productnaam”

Als je vervolgens twee of meer dezelfde resultaten ziet, dan weet je genoeg.

  1. Interne 404’s en redirects

Interne 404-pagina’s zijn een boosdoener voor elke website, dit zien we dan ook regelmatig terugkomen. Wanneer Google links op de website volgt en op een 404-pagina uitkomt, kan dit negatieve gevolgen hebben voor je crawl budget.

Interne 404’s zijn makkelijk terug te vinden via de Search Console onder het kopje “Crawlen → Crawlfouten → Niet gevonden”. Om dit probleem te verhelpen kun je de volgende twee dingen doen:

  • De interne link aanpassen naar een werkende pagina (aan te raden)
  • De URL 301 redirecten naar een werkende pagina

Nu hoor ik je denken “Een 301 redirect lost het probleem toch ook op?” Dat klopt, maar het zorgt wel voor interne redirects waardoor Googlebot meer tijd nodig heeft om op de gewenste URL te komen. Daarom raden we altijd aan interne links die met behulp van een 301 redirect naar de gewenste URL gaan, aan te passen naar de eindlocatie, zodat de redirect wordt vermeden.

Daarnaast kan er nog een groter probleem zijn, namelijk een redirect chain op de website. Dit is een loop van redirects op de website, ook wel een constante herhaling van redirects. Dit probleem zien we minder vaak terugkomen, maar het kan een groot effect op je crawl budget hebben. Hieronder zie je een praktisch voorbeeld waarbij je ziet dat de ene URL redirect naar de ander en andersom.

In dit voorbeeld wordt de Googlebot van de ene URL naar de andere gestuurd zonder dat er ook maar één werkende URL wordt gecrawld.

  1. Analyseer server logs

Een vierde manier om het crawl budget op de website te analyseren is via een server log analyse. Met deze analyse kun je achterhalen of de juiste pagina’s op de website de juiste aandacht van zoekmachines krijgen.

Een server log analyse kun je uitvoeren met een tool als Screaming Frog. Deze analyse laat alle server logs zien, waarbij je de data van de user agent (bijvoorbeeld GoogleBots) die de URL heeft gecrawld ziet. Daarnaast kun je de statuscode, responstijd, aantal keer gecrawld en aantal gedownloade bytes terugvinden.

Een serverlog-analyse is vrij ingewikkeld om uit te voeren, maar het laat wel duidelijk zien hoe user agents (bots) de website crawlen en hoe vaak ze op welke pagina’s zijn geweest.

Conclusie

Met deze tips hopen we dat je ook kunt starten met het optimaliseren van het crawl budget voor je website. Deze tips zijn ook niet alleen handig om je crawl budget te verbeteren, maar optimalisaties zoals pagespeed en navigatie links kunnen ook de gebruikerservaring voor bezoekers verbeteren. Daarnaast zijn inkomende links ook buiten het crawl budget om een erg invloedrijke factor. Realiseer je hierbij dat hoe groter jouw website is, hoe belangrijk crawl budget voor je website is.



Lees het volledige bericht op Emerce »

DoubleClick for search: waarom je wil werken met DS3 – deel 1

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Vorig jaar blogde mijn collega al over het gebruik van DoubleClick en hoe je dit effectief kan inzetten. Inmiddels zijn we een jaar verder en werken we al voor een groot aantal enthousiaste opdrachtgevers met DoubleClick for Search. In dit eerste blog vind je een aantal best practices en welke functies van DS3 heel waardevol zijn.

Nog even kort. Wat is DoubleClick for search (ook wel DS3 genoemd)

DoubleClick is een platform dat je kunt koppelen aan alle zoekmachines waarin je adverteert. Door middel van een keywordtracking url worden alle impressies, kliks en kosten doorgemeten in DS3. Je kan dus al jouw accounts aansturen vanuit een interface.

Het is ook mogelijk om met je Google Shopping feed automatisch campagnes op te bouwen dankzij de Inventory Management tool. Let wel; tot op de dag van vandaag zijn de mogelijkheden nog redelijk beperkt (al volgen de ontwikkelingen elkaar in rap tempo op). Bij een zeer uitgebreid assortiment raden we aan te werken met andere campagne-automatiseringstools als adCore of Channable.

Binnen DS3 valt nog veel te ontdekken, de functionaliteiten zijn eindeloos en vrijwel alles is te automatiseren. In deze blogserie zoom ik in op handige functionaliteiten. In dit eerste deel van de serie over DS3 behandel ik biedstrategieën, tracken van kwaliteitsscore en A/B-testing. In de volgende blogs zoom ik verder in op automatische regels, doelgroepen en nog veel meer!

Biedstrategieën voor DS3

DoubleClick for Search is ideaal voor grote accounts met een zeer uitgebreide campagnestructuur en diverse strategieën en doelstellingen. Waar je zelf als campagnemanager wellicht twee keer per dag in het account kijkt en de biedingen bijstuurt, optimaliseert DS3 de biedingen (bij genoeg volume) maar liefst drie tot vier keer per dag, per zoekwoord óf productgroep! DS3 reageert dus vele malen sneller dan jij ooit kan bijbenen.

Daarnaast weet je hoeveel omzet je wilt maken of hoeveel je maximaal wilt betalen voor elke transactie of conversie. De biedstrategie monitort de prestaties op zoekwoordniveau (of productniveau bij Shopping) en optimaliseert de biedingen om de hoogste aantal conversies, omzet, positie of klikken te realiseren.

DS3 kan ook de biedingen aanpassen op locatieniveau, mobiel (tablet/desktop nog niet) en doelgroepniveau.
Om de biedstrategie meer handvatten te geven kan je een aantal targets meegeven. Je kan ook de biedstrategie hier helemaal op laten bijsturen:

  • Positie, de biedingen worden zo aangepast dat de advertenties verschijnen op de positie die je wenst. Deze is vooral handig voor je Merknaamcampagnes of Brandingcampagnes.
  • Klikken, wil je zoveel mogelijk bezoek naar de website? Laat DS3 dan bijsturen op het maximaliseren van het aantal klikken. Let wel; DS3 houdt dan absoluut geen rekening met conversiedoelen of andere gewenste acties op de website.
  • ROI, als je gebruik maakt van Floodlights of Analytics 360 dan kan je zelfs een strategie opzetten dat zich vooral zal focussen op het optimaliseren van de biedingen om het aantal conversies of omzet te maximaliseren. Hierbij houdt hij dan rekening met de ingestelde CPA, ERS of de gewenste ROAS.
  • Maximaal budget, als je beperkt wordt door een maandelijks budget dan kan ook DS3 je hierbij helpen om dit bedrag ook daadwerkelijk te besteden – geleidelijk verdeeld over de maand.

Uiteraard kan je ook grenzen stellen aan de biedstrategieën door het instellen van minimale of maximale CPC- biedingen, maar houd er rekening mee dat hoe meer je DS3 beperkt, hoe minder ruimte DS heeft om de biedstrategie te optimaliseren.

Voordat je biedstrategieën gaat opzetten: eerst even dit

Het gebruik van DS3 is niet voor ieder account weggelegd, voor data verzamelen en het aansturen van meerdere accounts in een interface wel, maar als je aan de slag wilt met de biedstrategieën dan is het van belang dat er genoeg volume door de accounts gaat.

Idealiter worden er per dag minimaal 20 conversies gerealiseerd en dit aantal conversies is het beste geval verdeeld over meerdere zoekwoorden. De biedstrategie heeft minimaal drie weken conversiedata nodig en heeft ook nog eens zo’n eigen leercurve (variërend van 2 tot 4 weken – afhankelijk van het volume).  Zorg daarnaast, voordat je start, voor een goede implementatie van Floodlights of Analytics360!

Extra tip: gaat er een grote campagne van start, die veel invloed kan hebben op de doelstelling of het volume van campagnes in de biedstrategie? Sluit deze periode dan uit, anders loop je risico dat de biedstrategie beslissingen gaat maken op onrealistische data. Hetzelfde geldt voor foutieve metingen.

Kwaliteitsscore bijhouden in DS3

In AdWords zie je momenteel alleen de huidige kwaliteitsscore, niet heel handig als je veel wijzigingen doorvoert en ook de kwaliteitsscore in de gaten wilt houden. Ook hier is DS3 weer je vriend, je kan namelijk de huidige kwaliteitsscore afzetten tegen de gemiddelde kwaliteitsscore.

De gemiddelde kwaliteitsscore kan je over een lange periode terug zien op keyword niveau en in een grafiek plotten.

A/B-testen van advertentieteksten

Vanuit Traffic Builders hebben we voor elke opdrachtgever altijd minimaal twee advertenties draaien waarbij we een onderdeel of USP (bijv. headline 2) van de advertentie afzetten tegen de ander. Een tijdrovende klus omdat sommige advertenties langer draaien dan de ander en je goed moet bijhouden wanneer de test is gestart. Het is dan ook belangrijk om de A/B-testen continu door te ontwikkelen, wil je hier niet te veel tijd aan kwijt zijn? Maak dan ook hiervoor gebruik van DS3:

  • Start van de test, als de test wordt opgezet dan starten ook alle metrics waar de resultaten op afgerekend worden ook daadwerkelijk op dezelfde dag. De data wordt dus niet vervuild
  • Significantie, waar je eerst zelf de resultaten door een tool moest gooien om te kijken of de resultaten daadwerkelijk significant zijn, krijg je bij DS3 een vinkje te zien als het resultaat significant is (vergeet niet de kolom toe te voegen aan de test; ‘Is significant column’.

  • Doorvoeren, met een druk op de knop kan je alle slecht(er) presterende advertenties pauzeren. DS3 pauzeert de test en pauzeert de slechter presterende advertenties.

Door deze functie is het veel makkelijker om meerdere tests naast elkaar te laten lopen.

A/B-testen van landingspagina’s

Naast het testen van teksten kan je ook testen opzetten voor de landingspagina’s, als DS3 wordt ingezet dan moet je dit ook opzetten via DS3 zelf. De trackers van DS3 worden namelijk op keywordniveau toegevoegd waardoor deze tests in de advertenties zelf niet goed worden opgepakt. Let op; conversiepercentage staat niet tussen de kolommen, maak gebruik van ‘Actions/Visit’.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Traffic Builders



Lees het volledige bericht op Emerce »

2 miljoen euro voor ‘Netflix voor bedrijfstrainingen’

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Nederlandse scale-up Studytube heeft 2 miljoen euro groeikapitaal opgehaald bij Vortex Capital Partners en zijn bestaande investeerder henQ.

Met de nieuwe investering kan het bedrijf zijn online leerplatform verder ontwikkelen. Organisaties maken met Studytube hun eigen selectie uit een aanbod van 25.000 micro-, online, blended en klassikale trainingen. Met behulp van de auteurstool kunnen zij dit aanbod uitbreiden met bedrijfsspecifieke trainingen.

Studytube werd zeven jaar terug opgericht in de studentenkamer van CEO Homam Karimi, toen hij samen met medeoprichter Gerhard Riphagen nog aan de Universiteit van Maastricht studeerde. De startup was in de eerste instantie opgezet als online studiecoach voor rechten- en economiestudenten, maar groeide al snel uit tot een ‘Netflix voor bedrijfstrainingen’.

Inmiddels heeft Studytube meer dan 40 medewerkers en ruim 200.000 gebruikers. Er zijn al meer dan honderd organisaties bij Studytube aangesloten, waaronder de Hogeschool Utrecht, Manpower Group, BMC, Crédit Agricole en Zorg en Zekerheid.

De 2 miljoen aan groeikapitaal is afkomstig van het Amsterdamse Vortex Capital Partners en investeringsmaatschappij henQ. henQ investeerde in 2013 ook al in de Studytube.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Slimme iPhone-hoes komt er niet meer

Posted 20 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dit gaat hem helaas niet meer worden. Popslate, het bedrijf achter de gelijknamige iPhone smartphonehoes waarmee je op de achterkant een boek kon lezen en je afspraken kon inzien, is failliet. De 1,1 miljoen dollar die via Indiegogo werd opgehaald om de Popslate 2 te maken krijgen is in rook opgegaan.

De eerste serie Popslate-hoesjes verscheen nog wel gewoon op de markt, maar dat was alweer wat jaartjes geleden. Vorig jaar ging het al fout met de productie van Popslate 2: Er waren technische problemen en de productie kostte meer geld dan begroot.

Vervolgens werden de prototypes afgekeurd door Apple, omdat de hoes het verzenden en ontvangen van radiosignalen blokkeert. Aanpassen gaat niet meer, want het geld is op.



Lees het volledige bericht op Emerce »

De nieuwe regels van het loyaltyspel

Posted 18 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Customer loyaltyprogramma’s liggen onder vuur. In het digitale tijdperk wisselt de consument namelijk steeds makkelijker van dienst en winkel. En dus ontstaat er vaker twijfel of deze programma’s nog wel voldoende opleveren. Moet het roer rigoureus om?

De Amerikaanse koffieketen Starbucks heeft een van de meest succesvolle customer loyaltyprogramma’s ter wereld. De in 2009 gelanceerde app, waarmee vaste klanten punten sparen, is ruim negentien miljoen keer gedownload. Ondanks felle kritiek van klanten en analisten voerde het bedrijf vorig jaar echter vergaande wijzigingen in het programma door: voortaan moeten vaste klanten veel meer Lattes, Americano’s en Frappucino’s’ drinken om een gratis bakkie te verdienen.

Ook British Airways en American Airlines snoeiden recentelijk tot maar liefst 75 procent van de earning power weg bij aankoop van economy class tickets. En Marriott Hotels liet het aantal punten – dat kan worden ingewisseld voor een gratis nachtje slapen – begin vorig jaar fors stijgen. Mogelijke motivatie hierbij is een onderzoek door Morgan Stanley. De zakenbank toonde eind vorig jaar aan dat reizigers die deelnemen aan een of meerdere loyaltyprogramma’s ook vaker gebruikmaken van Airbnb. Eerder onderzoek wees al uit dat deze frequente reizigers ook graag aan meerdere loyaltyprogramma’s deelnemen, tot acht of zelfs meer.

Kratjes bier
Accenture concludeerde een jaar eerder al dat het aantal consumenten dat deelneemt aan een loyaltyprogramma de voorgaande zes jaar met veertig procent is gegroeid. Tegelijk gaf ongeveer twee derde van de ondervraagde consumenten aan het afgelopen jaar tenminste één vaste leverancier te hebben ingeruild voor een andere partij. En bleek de helft van hen open te staan voor een overstap, mits dat financieel aantrekkelijk is. Zo bezien is het logisch dat bedrijven twijfelen of ze nog wel moeten investeren in deze vaak toch prijzige programma’s. Helpen die überhaupt nog wel om klanten te binden? En zo ja, aan welke voorwaarden moet een programma voldoen om daar succesvol in te zijn?

“Momenteel zie je vooral de gaten die digital in de traditionele loyaltyprogramma’s heeft geschoten”, constateert Ties Top, Managing Director van M-Wise, een loyalty-  en marketing automation-specialist die vanuit het Amsterdamse kantoor onder meer Hunkemöller, La Place en AkzoNobel helpt aan nauwere banden met de klant. “Die programma’s schieten tekort nu merken in staat zijn hun klant via legio kanalen steeds beter te leren kennen. En op basis van die kennis een breed palet aan meerwaarde kunnen bieden.” Hij wijst hierbij onder andere op Apple: geen punten en pasjes, maar wel een hele serie relevante services voor klanten die zich aanmelden met hun Apple ID.

“Loyaliteitsmarketing is nog steeds zeer effectief in volwassen, verzadigde markten waar de verschillen tussen concurrenten klein zijn”, stelt Rik Luttmer van het Utrechtse Dunck, dat actief is voor onder andere Heineken, Unilever en VodafoneZiggo. Een goed passend loyaliteitsprogramma kan volgens hem dan ook net dat belangrijke verschil maken. Volgens Luttmer zijn standaardprogramma’s echter steeds minder effectief door een hoger verwachtingspatroon vanuit de klant. Merken dienen zich hierdoor te onderscheiden met verrassende ideeën. “Zoals het biertje in de kroeg waarvoor kopers van kratjes Heineken kunnen sparen. In mijn ogen ijzersterk en bovendien rimpelloos uitgevoerd, ondanks de zeer complexe achterzijde”, aldus de Loyalty Director.

Context
Moderne loyaliteitsprogramma’s zijn niet te vangen in een one-size-fits-all-model, concludeert ook Louise Keely, Executive Vice President bij onderzoeksbureau Nielsen, dat december vorig jaar een groot onderzoek naar de effectiviteit ervan in de retail presenteerde. “In landen en in consumentengroepen binnen landen lopen de voorkeuren voor bepaalde programma’s sterk uiteen.” Die verschillen hebben onder andere betrekking op de wijze waarop consumenten technologie willen gebruiken om deel te nemen, welke tastbare voordelen ze van loyaliteitsprogramma’s verwachten en zelfs in welke mate klanten er daadwerkelijk om geven. “Retailers moeten dan ook bepalen wie ze vaker naar hun winkel of hun website willen lokken en voor hen een loyaliteitsprogramma ontwerpen”, aldus Keely.

Wie zijn klanten beter wil leren kennen, moet dus eerst maar eens goed nagaan wat hij al van ze weet. “Alle moderne tools en speeltjes ten spijt, begint het uiteindelijk gewoon bij de ouderwetse marketingboeken”, lacht Lead CRM-strateeg Helen Zuurmond van dialoogmarketingspecialist Yourzine. Bijvoorbeeld met het Recency Frequency Monetary-model. Waar zitten de mensen die je frequent bezoeken en welke waarde vertegenwoordigen ze voor jouw organisatie? Besef daarbij wel dat alles draait om context, benadrukt Zuurmond, wiens werkgever onder andere Albert Heijn, Rituals en Samsung ondersteunt bij CRM- en loyaltyvraagstukken. “Iemand die regelmatig producten bij Rituals koopt, kan die ook als geschenk kopen. Dat kun je weten als je klanten regelmatig spreekt via social media, shop-alongs of het nog altijd zeer relevante kwalitatieve onderzoek.”

Korting, nog steeds de grootse motivator om aan een klantprogramma mee te doen, is vooral effectief om nieuwe deelnemers te lokken, zo stellen de ondervraagde experts. Iedereen kan echter korting geven. Een goed programma combineert die rationele component daarom altijd met meer op emotie inspelende content, cadeaus of ervaringen die inhaken op het relevante moment in de klantreis. “Dat betekent dat je dus heel goed moet kijken naar de customer journey die klanten met je maken, en momenten moet identificeren waarop je gewenst gedrag kunt stimuleren”, aldus Zuurmond. Zo doen steeds meer retailers volgens haar seizoensgewijs hele rake productaanbevelingen. Natuurlijk moet er dan wel over voldoende aankoopdata worden beschikt. Cosmeticamerk Sephora biedt klanten die net lid zijn geworden bijvoorbeeld direct exclusieve content die aansluit op de eerste aankoop. Zoals tips om oogschaduw aan te brengen, met een linkje naar de website. “Zo start je gelijk de interactie en het leerproces. Ook als je klant niet meteen in de winkel terugkomt.”

Single sign-on
Dankzij de sterk toegenomen mogelijkheden om klanten direct op relevante onderwerpen aan te spreken, spelen nu ook steeds meer producenten en wholesalers succesvol het loyaltyspel. “AkzoNobel zag voorheen natuurlijk weinig van de gebruikers van hun tientallen verfmerken”, vertelt Top. “Maar met de nieuwe Vizualizer-app kunnen mensen hun huis filmen, in augmented reality ‘inkleuren’ en dit eventueel met hun vrienden delen.” Aan de achterzijde van deze service houden M-Wise en Akzo nauwkeurig bij hoe gebruikers de app inzetten: één op de vijf matcht verfkleuren bijvoorbeeld met kleuren uit het bestaande interieur. Dat genereert handige haakjes voor verdere communicatie via de website, app of social, en een verdiept inzicht in kleurtrends, aldus de Managing Director van M-Wise.

Dat geldt ook voor de nieuwe coalitieprogramma’s die in de plaats komen van voorgangers als Air Miles en FreeBees. “Mensen hadden daarbij eigenlijk meer merkbeleving met het programma dan met de betrokken merken”, aldus Luttmer. Met name in de Verenigde Staten groeiende coalities maken wel wederzijds earnen en burnen mogelijk, vervolgt hij, maar zij doen dat gewoon onder eigen naam. Een voorwaarde hiervoor is wel dat deze merken elkaar op logische wijze aanvullen. Zo kunnen Uber-gebruikers die betalen met een Visa-creditcard sparen voor gratis kilometers en aanbiedingen van bijvoorbeeld (lunch)restaurants, die via gerichte pushberichten extra klandizie kunnen genereren. Kort na bekendmaking van deze mogelijkheid introduceerde Uber-concurrent Lyft direct een soortgelijk programma met onder meer Starbucks als een van de partners.

Het sterk gegroeide aantal kanalen en mogelijkheden voor relevante communicatie met de vaste klant stelt merken echter ook voor grotere uitdagingen. Dat begint al bij de noodzaak van een single sign-on, meldt Top, zodat deelnemers net zo makkelijk kunnen inloggen via de webshop, social of in de winkel. “Daarbij zien we een ontwikkeling waarbij merken ook de engagement via al die kanalen willen kunnen belonen. Bij een van onze klanten krijgen de vaste shoppers daarom niet alleen meer punten of voordelen bij een aankoop, maar als ze een bericht delen op hun Facebook-pagina, een productreview schrijven of deelnemen aan een questionnaire.”

Deze soms intensieve communicatie op basis van klantdata vereist wel een messcherp gevoel voor de juiste balans. “Er zit een dunne scheidslijn tussen relevant en creepy”, bevestigt Zuurmond. “Veel van onze klanten voegen momenteel bijvoorbeeld nieuwe contactmomenten in het customer service-traject toe. Zoals een sms’je om je te vragen of de recente aankoop goed bevalt, met daarbij direct de mogelijkheid de aankoop via social te delen of een ruilafspraak te maken. Verreweg de meeste klanten waarderen dat zeer. En ook de op geotargeting gebaseerde mogelijkheid om langs de winkel lopende klanten uit te nodigen voor een adviesgesprek met hun persoonlijke styliste valt vaak in goede aarde.”

Overschaduwen
Geen van de ondervraagde experts ziet in Nederland op korte termijn branchebreed ‘Amerikaanse toestanden’ ontstaan. Vooralsnog zijn het de high-end retailketens als Saks Fifth Avenue waarbij verkoopmedewerkers een seintje krijgen als high value customers de winkel binnen lopen. De gewaarschuwde medewerkers kunnen de klant dan direct ontvangen om hen – gewapend met door de computer gegenereerde productsuggesties – naar de juiste schappen of aanbiedingen te leiden. “Ik denk dat veel Nederlandse klanten daar nu nog niet klaar voor zijn”, zegt Zuurmond. “In de komende jaren gaat dat echter zeker gebeuren bij ondernemingen die al een goed verzorgde klantreis hebben staan. Bij SuitSupply wordt de klant bijvoorbeeld al zeer persoonlijk geholpen om het best passende pak te selecteren. Herkend worden als je de winkel inloopt, is dan een logische volgende stap.”

De groei aan nieuwe technologieën mag echter niet overschaduwen dat loyalty over mensen gaat, waarschuwt Luttmer. En dat mensen an sich eigenlijk altijd hetzelfde blijven. Een van de pareltjes in het nieuwe loyaltyprogramma van HEMA is volgens hem dan ook de gratis tompouce die vaste klanten op hun verjaardag kunnen afhalen. “Superrelevant en iedereen heeft het erover bij de koffie.” Zo simpel kan het dus zijn.

Privacy vs. loyalty
Het simpelweg vragen aan klanten wat zij wel of niet mooi of interessant vinden, neemt sterk toe in loyaltyland. Merken krijgen daarop ook steeds vaker antwoord, mits ze goed kunnen motiveren welke baat klanten daarbij hebben. De bereidheid van vaste klanten om meer informatie te delen, kan verder worden vergroot door ze hierover grote mate van controle te geven.

Onderzoek door onder meer Forrester en de Britse consumentenorganisatie Citizens Advice Bureau toont ook aan dat consumenten zich vrijer voelen als ze weten dat ze persoonlijke details te allen tijde weer kunnen aanpassen of verwijderen. Daarbij komt dat consumenten het waarderen als zij zelf precies kunnen bepalen waarvoor en hoe de verstrekte informatie wordt ingezet. Bijvoorbeeld door zelf te kunnen kiezen of ze al dan niet op locatie gebaseerde aanbiedingen willen ontvangen.

Keiharde korting
Hoewel relevante diensten en communicatie belangrijk zijn, is keiharde korting nog steeds met afstand de belangrijkste motivatie om aan een loyaltyprogramma deel te nemen. Wereldwijd geldt dat voor 49 procent van alle consumenten, blijkt uit het onderzoek door Nielsen. En in Europa gemiddeld zelfs 62 procent.

Bedrijven die daar slim op inspringen zijn populair. Zo introduceerde het Amerikaanse Walmart drie jaar geleden een Savings Catcher-tool in zijn loyalty-app. De keten biedt klanten al jaren een laagsteprijsgarantie, maar scant nu ook de verkoopprijzen van alle concurrenten. Als de in de winkel gescande producten duurder zijn dan elders, krijgen klanten aan de kassa een Walmart eGift Card voor het vastgestelde verschil. Het gevolg: de navolgende vier maanden groeide het aantal app-gebruikers van vier naar 24 miljoen.

Tenzij je net als Walmart een echte prijsvechter bent, is korting geven alleen echter onvoldoende, waarschuwt Nielsen. Merken die niet in staat zijn ook relevant en verrassend te communiceren op basis van hun kennis van de klant, verliezen uiteindelijk de strijd om hun loyaliteit.

Customer score
Verschillende grote retail-, horeca- en hotelketens kondigden recent forse veranderingen aan in hun loyaltyprogramma’s. De focus kwam daarbij veel nadrukkelijker te liggen op high value customers die het leeuwendeel van de totale omzet binnenbrengen. Een van de voorstanders van deze aanpak is de Amerikaanse marketinggoeroe Peter Fader. Niet elke klant is namelijk gelijk, argumenteert Fader. Als je precies weet welke waarde een klant vertegenwoordigt, bijvoorbeeld door het berekenen van de customer lifetime value, kun je je inspanningen om hem of haar te behouden daarop afstemmen. Waardoor de kans dat je waardevolle klanten daadwerkelijk behoudt groter wordt en je tegelijkertijd voorkomt dat je te veel spendeert aan het behoud van klanten die netto nauwelijks iets bijdragen. Fader stelt voor het resultaat van deze berekening uit te drukken in de customer score, en pleit ervoor om deze score ook direct met de klanten te delen. “Dan begrijpen die precies waarom ze al dan niet in aanmerking komen voor alle extra’s die klantloyaliteit moeten vergroten”, aldus de marketinggoeroe.

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#156).



Lees het volledige bericht op Emerce »

SxSW 2017: de biotech revolutie

Posted 17 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Designer babies, biowapens, het wondermiddel tegen depressie. Wat als ons DNA ge-edit kan worden als een Wordbestandje? Als we met elkaar kunnen communiceren via onze gedachten?

Voor ons als techies lijkt het een ver-van-onze-bed-show, maar biotech is het gesprek van de dag tijdens SxSW. Zo is er de keynote van Jennifer Doudna, zij behoort tot de eersten die met behulp van Crispr vrij eenvoudig directe toegang hebben weten te krijgen tot de bron van ons leven: DNA.

Een tweede die indruk maakt is een interview met Mary Lou Jepsen, voorheen executive director of engineering voor onder andere Facebook en Oculus. Ze vertelt waarom ze eind vorig jaar startte met OpenWater. Een startup voor goedkope MRI-machines die in de verre toekomst wellicht onze gedachten kunnen lezen. De healthcare sector is de early adopter van alle tech die tijdens SxSW is te vinden. Maar zorgt – uiteraard – ook voor ingewikkelde ethische discussies.

Doudna en consorten hebben er met Crispr voor gezorgd dat in principe elke afstudeerder ons DNA kan aanpassen. Het is als ware het nieuwe coden, waarmee je nieuwe cellen kunt editen en bouwen. Tijdens haar presentatie vertelt ze hoe de techniek werkt. Impressive. Helaas geeft ze geen echt antwoord op de vraag wat het betekent als de verkeerden met ons lichaam aan het knutselen gaan.

China maakte afgelopen november al bekend dat er gebruik wordt gemaakt van Crispr-edited cellen in levende personen om kanker tegen te gaan. Er zijn muggen resistent gemaakt voor malaria en vervolgens genetisch zo aangepast dat vrijwel alle nakomelingen ook resistent zijn. Maar wat gebeurt er als we in plaats van genezing aan de slag gaan met biowapens? Wat hebben deze ogenschijnlijk onschuldige modificaties voor effect op onze mensheid?

Mary Lou Jepsen is met OpenWater op pad naar een nieuwe generatie van relatief goedkope en extreem hoge resolutie MRI-machines. Jepsen zelf heeft vroeger een hersentumor gehad en heeft sindsdien de missie om haar techniek voor iedereen beschikbaar te maken. Haar doel? Consumer electronics, Big Data en Artificial Intelligence te combineren tot een MRI op zakformaat. Ze wil via OpenWater elke dokter ter wereld de tools geven om in een vroeg stadium zaken als kanker, interne bloedingen en hart- en vaatziekten bij patiënten te diagnosticeren.

Ze laat een voorbeeld zien van een muts waarin de techniek is verwerkt. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om onze hersenactiviteit continu te meten, en is de eerste stap naar gedachten lezen gemaakt. Zo kan het mensen met bijvoorbeeld hersenletsel de mogelijkheid geven toch te communiceren. Met haar jaloersmakende CV, enorme wil en achtergrond bij MIT en Google heb ik het idee dat we nog veel van haar gaan horen.

Beide vrouwen hebben een groot geloof in hun missie om de wereld een stukje beter te maken. En ze zijn serieus op pad om een verschil te maken. Maar tegelijkertijd ontstaan er natuurlijk ook allerlei discussies. Door de zakelijke startupbenadering van beide vrouwen zou je kunnen beweren dat ze vooral op zoek zijn naar extra miljoenen op hun bankrekening.

De Crispr-technologie is miljarden waard en heeft de potentie om de toekomst van het menselijke ras te bepalen. Na het zien van beide presentaties is dat echter niet het eerste wat mij zorgen baart, eerder dat ‘we’ bezig zijn met dingen die boven onze macht gaan. Het is glashelder dat de wetgeving rondom dit onderwerp ingewikkeld is, en het bij lange na niet de snelheid kan bijbenen die er op dit moment in biotech wordt gemaakt.

Want willen we wel designer babies? Wil ik wel dat mijn gedachten continu gemonitord worden en dat mijn baas gezellig meekijkt? En willen we wel dat de business met dit soort grote dingen aan de slag gaat, terwijl de wet- en regelgeving nog in de maak is? Doudna geeft tijdens haar talk aan dat ze het meeste zorgen maakt om het feit dat alle side effecten nog lang niet onderzocht zijn. SxSW laat ons de power van tech zien om de wereld te veranderen, een mogelijke oplossing voor ‘ongeneeslijke’ ziektes. Eindeloze technische mogelijkheden, nu nog zorgen dat we de mensheid er ook echt mee vooruit helpen.

*) Al het nieuws en achtergronden van onze experts ter plaatse lees je in ons speciale SxSW-topic.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Digitale transformatie in Retail: dieper in de huid van de klant

Posted 17 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Retail is een van de sectoren waar de invloed van de digitale revolutie de afgelopen jaren bijzonder zichtbaar is geworden. De klant winkelt totaal anders dan voorheen, kan overal en altijd shoppen en verwacht zijn aankopen steeds vlotter in ontvangst te nemen. Een veranderende realiteit die een grote weerslag heeft op het retaillandschap.

V&D, Macintosh, Miss Etam; de ene na de andere retailreus valt om, terwijl nieuwe (online) spelers als Coolblue, Bol.com en Zalando terrein blijven winnen. Dus rijst de vraag: wat is de (nieuwe) rol van de CMO binnen de digitale transformatie?

De consument zal zeker in de winkel blijven komen, voorspelt ABN AMRO. Maar alleen als winkelformules de consument actief blijven verleiden. Volgens de bank komt de klant om (een van) drie beweegredenen naar de fysieke locatie, namelijk efficiency, ervaring of expertise. Daar moet de formule duidelijk op zijn afgestemd. En de retailer moet natuurlijk het juiste online aanbod en bijbehorende service leveren.

In dit laatste zit de pijn bij de gevallenen. Zij zagen zich niet alleen ingehaald door nieuwe spelers, maar ook door bestaande partijen die doortastender naar de toekomst kijken. Waar V&D zich bij haar oude koers hield, besloot de Bijenkorf bijvoorbeeld enkele jaren geleden al om haar dure vierkante meters winkeloppervlak te verkleinen en sterker in te zetten op online verkoop. Een keuze die negatieve gevolgen had voor het personeelsbestand – en dus allerminst populair was.

Samenspel tussen off- en online

In de snel veranderende digitale wereld zijn er weinig zekerheden. Waar critici het echter wel over eens zijn, is dat het samenspel tussen off- en online retail cruciaal is. Dat een voorheen pure player als Coolblue steeds meer winkels opent, onderschrijft dat. Het verbaast dan ook niet dat de aandacht binnen retail voornamelijk uit gaat naar omnichannel retailing: de klant via alle mogelijke kanalen bedienen. Van fysieke winkel tot shoppen via computer, tablet, smartphone of wearable. ShoppingTomorrow schetst het volgende plaatje van een ideale omnichannel architectuur:

  • ondersteunt de gehele customer journey;
  • voorziet in alle relevante functionaliteiten en informatie;
  • maakt alle relevante informatie in alle kanalen beschikbaar;
  • heeft voor alle informatie enkelvoudige vastlegging;
  • draagt zorg voor een naadloze integratie tussen informatiesystemen en –kanalen;
  • is betrouwbaar, beheersbaar, betaalbaar, flexibel en toekomst-vast.

Een van de succesfactoren bij online spelers is het bieden van sterk geïndividualiseerde ervaringen op basis van persoonlijke behoeften en wensen. Partijen als Zalando, Coolblue en Bol.com blinken hier bijvoorbeeld in uit. Dit lukt hen door klantdata te verzamelen, analyseren en in te zetten. Informatie uit interne en externe bronnen wordt over elkaar heen gelegd om een gedetailleerd beeld van een klant te schetsen. Een aanpak waar de CMO een orkestrerende rol heeft. Hij/zij vertegenwoordigt de stem van de klant in het bedrijf en dient een verbindende factor te zijn tussen onder andere Sales en IT. Zo’n schakel is belangrijk, omdat bij veel bedrijven de directie niet snel genoeg in technologisch opzicht de knoop doorhakken om in te kunnen spelen op veranderende marktomstandigheden. Dit blijkt uit Capturing Customer Momentum, het onderzoek dat Cognizant deed onder zeventig ‘digital executives’ van toonaangevende Nederlandse bedrijven.

Cognizant

Bron: Capturing Customer Momentum – Cognizant

Van nieuwsbrief tot chatbots

De kunst is verder om altijd in contact te staan met de klant. Of dit nu middels social media, chatapps of een ‘ouderwetse’ nieuwsbrief is. De mogelijkheden hiertoe nemen rap toe, recentelijk bijvoorbeeld door de opkomst van chatbots. Consumenten zijn zich echter steeds bewuster van de waarde van hun data, die zij via verschillende kanalen afstaan. Uit verschillende onderzoeken blijkt overigens wel dat klanten doorgaans bereid zijn om gegevens af te staan of getracked te worden als er een passende tegenprestatie tegenover staat. Het is aan de CMO en zijn team om te zorgen dat consumenten zich prettig voelen bij de gang van zaken.

Vechten om korte aandachtsspanne

Er is grote concurrentie om de aandacht van de klant, die zelf bovendien steeds vluchtiger naar zaken kijkt. Aan de CMO de taak om te zorgen dat klanten een prettige customer experience hebben, zodat zij een positieve ervaring hebben met het bedrijf. Reden voor bijvoorbeeld Media Markt om een oud, geüpdatete ‘wapen’ in de strijd te werpen: het loyaliteitsprogramma. Wie zich voor het programma inschrijft, kan online bestellingen gratis laten bezorgen, heeft een dubbele retourperiode en maakt kans op prijzen bij de maandelijkse loterij. Het loyaltyprogramma is kanaaloverstijgend en werkt dus zowel in de online shop als in de fysieke winkels. Hiermee heeft Media Markt een extra klantkanaal gecreëerd waaruit ze informatie kan putten en waarmee ze contact kan houden met de klant. Wat er uiteindelijk toe moet leiden dat het concern gerichter in kan kopen.

Social shopping

Kijkend naar nieuwe kanalen mag social shopping niet onvermeld blijven. In China is het al een doorslaand succes en ook aan deze kant van de aardbol wint het verschijnsel terrein. Consumenten besteden immers een steeds groter deel van hun tijd op social media en wat is er dan makkelijker dan op een koopknop te klikken bij een product waar je al naar kijkt? Na een game changing invloed op communicatie zullen de nieuwe media ook commercie verder transformeren. Consumenten gebruiken social media om te leren van elkaars ervaringen (50 procent) en over producten en diensten (46 procent), blijkt uit onderzoek van Cognizant. Een meerderheid van de shoppers tussen de 18 en 44 volgt merken en producten ook via de nieuwe media. Ongeveer een derde van hen deelt ervaringen actief en creëert hiermee een cyclus van delen en kopen. En niet alleen dominante platformen als Facebook en WhatsApp zetten hierop in, ook een kleiner platform als Pinterest roert zich. Die maakt de producten op haar platform steeds meer shoppable. Iets waar Google overigens ook aan werkt.

Bijblijven

Maar laten we niet te snel gaan… Hoe zorg je nu dat je bij blijft te midden van alle snelle ontwikkelingen? Enkele tips:

– De klant ziet een winkelbedrijf als één geheel, los van de hoeveelheid kanalen die je biedt, dus presenteer je ook als zodanig. Zorg ervoor dat de informatievoorziening en aankoopmogelijkheden via elk kanaal eenduidig zijn. Hiervoor moeten de basisgegevens op orde zijn en – bijzonder belangrijk – deze gegevens toegankelijk zijn voor alle betrokken medewerkers. Niets werkt averechtser dan kanalen van één concern die langs elkaar heen werken.

– De klantreis is al lang niet meer zo lineair als hij ooit was. Zorg ervoor dat klanten verschillende afslagen kunnen nemen, via verschillende devices, en toch uiteindelijk bij de kassa uitkomen. Of die nu fysiek of virtueel is. En of het nu van online browsen op de bank naar een bezoek in de winkel is of vice versa. Alle richtingen bieden kansen.

– Test, test, test… Veelgebruikt zijn A/B testen, waarbij twee klantgroepen een andere variant voorgeschoteld krijgen om te kijken wat het beste werkt. Pas dit toe op zoveel mogelijk zaken die je de klant aanbiedt, van de plek van een button en het soort productinformatie dat je geeft tot de betaalmethodes die je aanbiedt.

– Focus op conversie. Veel bedrijven richten zich op het aantrekken van zoveel mogelijk klanten. Dat blijkt echter een bijzonder inefficiënte praktijk als er vergeten wordt te sturen op conversie. Zoek uit waarom klanten die je al naar je (off- en online) winkel hebt getrokken niet tot aankoop overgaan.

Keep it simple. Een goede customer experience komt vooral door een doordacht design, dat niet alleen visueel aantrekkelijk is, maar ook eenvoudig en intuïtief werkt. Biedt de klant dus alleen de opties die hij op dat moment nodig heeft.

CMO bewaakt kanalen

Voor succesvolle digitale transformatie is het een must om nog sterker in de huid van de klant te kruipen, dan al gebruikelijk was binnen retail. Dataverzameling speelt hierbij een prominente rol. Aan de CMO de taak om grip te houden op alle kanalen die klanten gebruiken en die van waarde zijn om hem beter te leren kennen. En, niet vergeten, die kansen bieden om de conversie te verhogen. Onder andere de opkomst van social shopping vraagt eens te meer om een proactieve, innovatieve houding.

Dit is het derde deel in een serie van negen over de veranderende rol van de Chief Marketing Officer.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Talent aantrekken en behouden: tips van ING en Indeed

Posted 16 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Voor recruiters is het tegenwoordig niet alleen een uitdaging om talent binnen te halen, maar ook om ervoor te zorgen dat ze aan boord blijven. Hoe zorg je er als bedrijf voor dat je gevonden wordt door zowel actieve als latente banenzoekers?

Volgens Sander Poos, Managing Director van Indeed Benelux, is het allereerst belangrijk om je te realiseren dat het zoekgedrag van potentiële medewerkers totaal veranderd is. De klassieke 80-20 regel – 20 procent is actief op zoek en 80 procent niet – is allang niet meer van toepassing. “Uit eigen onderzoek blijkt dat 79 procent van de medewerkers vacatures bekijkt. Ze willen onder andere weten hoe hun huidige positie zich verhoudt tot de arbeidsmarkt. Online is het heel gemakkelijk om zo’n scan te doen.”

Gusta Timmermans, Global Head of Recruitment & Employer Branding van ING, vindt het een herkenbaar resultaat. “De mentaliteit is veranderd. Mensen blijven niet meer hun hele leven bij een bedrijf. Nu willen medewerkers continu leren en ontwikkelen en kijken ze naar de volgende stap. Door vacatures te bekijken kunnen ze ook zien in hoeverre ze al voldoen aan wat er wordt gevraagd en waar nog een ‘gap’ zit.”

Tweede interessante resultaat van het Indeed-onderzoek is dat 65 procent van de mensen binnen drie maanden nadat ze met een nieuwe baan zijn gestart, alweer vacatures aan het zoeken is. “On-boarding is dus net zo belangrijk als talent aantrekken,” aldus Poos.

Het zoeken van nieuwe mensen moet volgens Poos door middel van een geïntegreerde aanpak, waarbij de optimale mix van gratis inbound verkeer, betaalde campagnes en outsourcing wordt gezocht. Timmermans is het hiermee eens. “Er is heel veel onwetendheid welke kanalen het beste werken en hoe je dat kunt meten. Ik geloof heel sterk in je positioneren als corporate brand. Daar zoek ik kanalen bij die passen bij de doelgroep. Die keuzes moet je continu tweaken. En uiteraard meet je het rendement op de investering.”

Weten hoe je dat doet? Bekijk hier de webinar ‘Hoe zorg je dat talent op zoek gaat naar jou?’ Met daarin ook tips van Poos en Timmermans over hoe je omgaat met heel veel reacties op een vacature, de kwaliteit van sollicitanten vergroot en de kwantiteit verkleint en de cost per hire reduceert.



Lees het volledige bericht op Emerce »

SxSW: Is ‘Googlen’ straks geen werkwoord meer?

Posted 16 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Zoekgedrag is in sneltreinvaart aan het veranderen. Tijdens een interactieve sessie op SxSW geven Microsoft, HotelTonight, Ozlo en Yummly ons een kijkje in de toekomst van search. Wat als de zelflerende assistent onze zoekmachine gaat vervangen?

Rangar Majunger, Group Program Manager van Bing, ziet dat het gebruik van voice search snel toeneemt. Gesproken zoekopdrachten vinden steeds vaker plaats via slimme spraakhulpjes als Alexa, Siri en Google Assistant. Alexa is nu al gekoppeld aan Uber voor het boeken van ritjes. Charles Jolley van Ozlo ziet nog significante beperkingen in het gebruik. Zo laat hij in een demo zien dat Alexa in acht van de tien gevallen niet het juiste antwoord geeft. Het verbeteren van de user experience is volgens Jolley noodzakelijk, wat een kwestie van tijd is. Met Ozlo heeft hij een persoonlijke assistent die op basis van data, natural language detection en eerdere interacties steeds betere resultaten toont. Gluten allergie? Ozlo toont alleen restaurants die glutenvrije gerechten serveren. 

Google wordt gezien als toekomstige winnaar in het virtual assistant ecosysteem, wat zelfs Bings Majunger lacherig toegeeft. Met het koppelen van Google Assistant aan Google Home is Google straks in staat op basis van energiegebruik advies te geven om van leverancier te switchen. Assistant wordt nu al uitgerold op verschillende Android toestellen en geïntegreerd in Google TV. Hierdoor is Google in staat nog beter inzicht te krijgen in ons als gebruikers. Het is een kwestie van tijd voordat ze besluiten om straks ook advertenties te tonen in Assistant.

Amanda Richardson, VP van HotelTonight, stelt dat het op orde krijgen van data haar eerste prioriteit is. Met concurrenten zoals Booking.com – die 300 keer meer aan advertenties uitgeven – past HotelTonight een ‘wait and see’ aanpak toe wanneer het over AI gaat. Wel verwerkt Richardson predictive intelligence in haar marketing. Zo past het bedrijf geautomatiseerd advertenties en vertoonde hotels aan op basis van weersvariabelen.

Daarnaast heeft het geleerd wanneer een gebruiker de intentie heeft een zakelijk hotel te boeken, zonder dat dit een expliciete zoekopdracht was. Brian Wittlin, oprichter van receptenapp Yummly, valt Richardson bij. Predictive intelligence wordt bij Yummly toegepast om nieuwe recepten te ontwikkelen. Hiermee is Yummly in staat duizenden nieuwe pagina’s geautomatiseerd te ontwikkelen en gepersonaliseerde recepten te versturen aan gebruikers. De helft van Wittlins team bestaat inmiddels uit data scientists.

Terug naar search. Wat ziet Majunger als andere belangrijke trends naast voice? Daar is hij stellig over, zoekopdrachten worden steeds langer. Hij ziet zoekers steeds vaker complete vragen stellen in Bing. Ook hij geeft aan dat zoekopdrachten in vragende vorm zorgen voor een belangrijk deel van hun traffic. In plaats van het geven van antwoorden stelt Yummly vervolgvragen, om via een actieve dialoog tot de beste match te komen. Klikken en registraties worden geanalyseerd om de relevantie van vervolgvragen te verbeteren. En conversieratio’s schieten omhoog.

Luisterend naar de panelleden denk ik na over de impact op ons werk. Want AI heeft data nodig om zelflerend te worden. Onze rol wordt steeds belangrijker als het gaat om het structureren en nog beter personaliseren van data. En ook al zijn we nog in de early days als het gaat om spraakherkenning van AI assistants, de technologie ontwikkelt zich razendsnel. 

Wij moeten dus nadenken hoe virtuele hulpjes de business van onze klanten kan disrupten. Snappen hoe we resultaten beter zichtbaar kunnen maken in Alexa en Google Assistant. Googlen, het blijft gelukkig gewoon een werkwoord, maar laten we niet vergeten om als consultants ook buiten de zoekmachine te denken.

*) Al het nieuws en achtergronden van onze experts ter plaatse lees je in ons speciale SxSW-topic.



Lees het volledige bericht op Emerce »