Posts Tagged ‘advertentie-inkomsten’

‘Facebook en Google profiteren meest van reclamevrije NPO’

Posted 15 jul 2019 — by Emerce
Category nieuws

De kans is groot dat niet de commerciële omroepen maar Facebook en Google het meest profiteren van het verdwijnen van reclame bij de publieke omroepen.

Dat schrijft ABN AMRO in een nieuw sectorrapport over de media- en telecombranche.

Kasper Buiting, Sector Econoom Technologie, Media en Telecom bij ABN AMRO, baseert zich daarbij op buitenlandse ervaringen. “Tien jaar geleden heeft de Franse regering ook een reclamevrije publieke omroep ingesteld. Vanaf 20:00 uur mocht er geen reclame meer te zien zijn. De commerciële omroepen konden hier niet van profiteren, de Amerikaanse techreuzen daarentegen wel. Dit komt voornamelijk doordat publieke omroepen andere doelgroepen aanspreken dan commerciële omroepen.”

De reclame-inkomsten die STER bij de publieke omroepen realiseert daalt al jaren, zo laten cijfers van afgelopen voorjaar zien:

In diezelfde periode zag RTL Nederland de omzet stijgen van 457 miljoen euro in 2014 naar 549 miljoen in 2018. Dat is een stijging van twintig procent. Hoeveel daarvan wordt toegeschreven aan digitale kanalen is niet bekend. Wel is bekend dat de STER niet de meest optimale exploitatiestrategie van digitale NPO-kanalen voerde. De online omzet daalt er zelfs en lag in 2018 onder de vier miljoen.

De toekomstige inkomstenderving bij de NPO wordt geschat op circa 53,7 miljoen euro. Dat bedrag is gebaseerd op de raming van de STER voor 2019. Hoeveel daarvan aan de commerciëlen zal toevallen is niet bekend, maar ABN AMRO vermoedt een beperkt deel.

Aangezien zeventig procent of meer van de digitale budgetten naar Facebook en Google gaat, vangen zij zonder moeite tientallen miljoenen euro’s extra wanneer de NPO reclamevrij wordt tot 20:00 uur.

Het is niet uitgesloten dat deze ontwikkeling de commerciële leegloop bij de publieken versnelt. Meerdere onderzoeken laten zien dat adverteerders de jongere generatie al niet meer weet te bereiken met alleen maar televisie. Ze moeten een steeds complexere waaier van digitale media inzetten.

Afhankelijk van welke onderzoeker wordt ingezet, luidt de algemene verwachting dat in 2019 of 2020 voor het eerst meer dan de helft van alle reclamebudgetten naar digitale kanalen gaat. Traditionele media als radio, televisie en print verliezen po dit vlak terrein. Enkel het medium buitenreclame geniet, juist vanwege de digitalisering, groeiende interesse.

Met 2,2 miljard euro beslaan de online advertentie-inkomsten 49 procent van de totale mediabestedingen in Nederland.

Nieuw onderzoek van Multiscope laat ook zien dat het aandeel in kijkminuten voor video on demand groter is dan lineaire televisie. “Een kantelpunt in de mediawereld”, aldus onderzoeker John Kivit. Voor het eerst wordt er langer naar diensten als NPO Start, Videoland, RTL XL, Netflix en Amazon Prime Video gekeken dan naar de reguliere uitzendingen van NPO, RTL en SBS. Netflix en YouTube zijn goed voor meer dan de helft van de kijktijd.

Foto: 70023venus2009 (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nederlanders betalen (nog) niet vaak voor onlinenieuws

Posted 12 jun 2019 — by Emerce
Category nieuws

Tot nu toe was onlinenieuws voornamelijk gratis. Daar komt langzaam verandering in en steeds vaker wordt gevraagd om voor onlinenieuws te betalen. Maar het aandeel Nederlanders dat in het afgelopen jaar een betaalde onlinenieuwsdienst heeft gebruikt, is met 11 procent nog altijd laag en niet toegenomen. In de meeste andere landen is het aandeel dat gebruikmaakt van betaald onlinenieuws niet veel anders. Dat blijkt uit de Mediamonitor 2019 van het Commissariaat voor de Media.

In de laatste jaren zijn dagbladuitgevers begonnen betaalmuren op te richten, in Nederland vooral zogenoemde ‘metered paywalls’. Dit zijn betaalmuren die pas na het lezen van een beperkt aantal artikelen in een bepaalde periode verschijnen. Maar vier van de tien Nederlanders komt ten minste eens per week een paywall tegen.

Nederlanders zijn in het onderzoek (pdf) gevraagd aan te geven welke abonnementen ze in de komende twaalf maanden zouden nemen als ze er drie mochten kiezen. Van hen noemde 13 procent als eerste keuze een abonnement op een onlinenieuwsdienst. Dit is minder dan het aandeel dat voor een videostreamingsdienst kiest. Toch is het de op een na grootste groep, nog voor een muziekstreamingsdienst. Als ze drie diensten mochten kiezen, dan loopt het aandeel dat voor een nieuwsabonnement kiest op tot 30 procent. Bijna evenveel als het aandeel voor muziekstreamingsdiensten.

Nederlanders lijken zich nog steeds breed oriënteren voor nieuws en gemiddeld meerdere nieuwsmedia van verschillende aanbieders tot zich nemen; slechts een kleine minderheid gebruikt sociale media als voornaamste nieuwsbron. Dat blijkt uit de Mediamonitor 2019 van het Commissariaat voor de Media.

Aan de voorwaarde om in een filterbubbel te belanden, wordt daardoor nauwelijks voldaan. Ook over nepnieuws maken Nederlanders zich verhoudingsgewijs nog steeds zeer weinig zorgen.

Nederlanders hebben veel vertrouwen in de nieuwsmedia. Natuurlijk vooral in de titels die ze zelf gebruiken, maar ook in nieuwsmerken in het algemeen. Ook vinden Nederlanders dat de nieuwsmedia voor actuele berichtgeving zorgen, die diepgang biedt en voldoen aan een waakhondfunctie.

Het vertrouwen in het nieuws in het algemeen is met 53 procent wat lager dan in 2018, maar nog steeds verhoudingsgewijs hoog.

Het gebruik van traditionele media daalt wel continu en onlinegebruik neemt steeds meer toe. Internationale spelers als Google en Facebook verzorgen – voor met name jongeren – online het nieuws zonder redactionele verantwoordelijkheid. En dankzij breed gebruik zorgen zij er ook voor dat onlineadvertentie-inkomsten naar het buitenland verdwijnen.

Foto Pixabay



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe scoort je video? De evolutie en toekomst van het YouTube-algoritme

Posted 29 mei 2019 — by Emerce
Category nieuws

Waarom scoren sommige video’s niet en andere wel? Om die simpele vraag te beantwoorden, is kennis van het YouTube-algoritme cruciaal. En anders dan veel mensen denken is dit algoritme geen ‘black box’, maar is YouTube relatief open over de werking ervan en de evolutie die het in zijn bestaan heeft doorgemaakt.

YouTube, veruit het grootste videoplatform ter wereld, bestaat veertien jaar. In al die jaren maakte het platform een enorme ontwikkeling door. Het is niet alleen ontzettend populair bij gebruikers, maar ook steeds meer merken en uitgevers zijn actief. Langdurig succes op YouTube begint met het begrijpen van de werking van dit algoritme. Het algoritme bepaalt namelijk hoe vaak je video’s worden vertoond in zoekresultaten en worden aanbevolen aan gebruikers. 

Het begin: alles voor de kliks

Het was in februari 2005 dat drie voormalige PayPal-werknemers, Chad Hurley, Steve Chen en Jawed Karim, vanuit een garage YouTube begonnen. De allereerste video ‘Me at the Zoo’ werd twee maanden later geüpload en slechts anderhalf jaar later was de site zo populair dat Google besloot het over te nemen voor $1,6 miljard. De populariteit dankte het aan de belofte dat YouTube het eerste online videoplatform was waar iedereen gemakkelijk zijn eigen video’s kon uploaden en eenvoudig kon tonen op andere sites. Dat gebeurde dan ook massaal. In de begindagen waren de populairste video’s niezende panda’s, bijtende kinderen en ontelbare katten- en babyfilmpjes.

Piraterij op YouTube

Maar er was nog een andere belangrijke reden voor de populariteit van de site: piraterij. Naast de duizenden filmpjes die door gebruikers zelf werden gemaakt en gedeeld, werd de site overspoeld met geripte fragmenten, video’s en hele films van auteursrechtelijk beschermd materiaal. Toen YouTube werd gekocht door Google moest de nieuwe eigenaar hier – mede onder hevige druk van filmstudio’s, TV-netwerken en platenmaatschappijen – iets aan doen. De oplossing die ze daarvoor hadden was tweeledig: ten eerste investeerden ze flink in Content ID, het systeem waarmee ze video’s die inbreuk maakten op auteursrecht massaal konden herkennen, blokkeren en laten verwijderen.

Ten tweede gaven ze in het algoritme een grote voorkeur aan content waar het systeem oorspronkelijk voor bedoeld was: originele video’s. De focus van het algoritme lag volledig bij het zoveel mogelijk pushen van deze video’s. Dat deden ze aan de hand van twee belangrijke criteria: het aantal views en CTR. Ongeacht hoe lang gebruikers naar een bepaalde video keken; als (genoeg) gebruikers op die video klikten en begonnen met kijken, werd die video steeds vaker aanbevolen bij de gebruiker. Door deze gigantische focus op het maximaliseren van kliks creëerde YouTube een machine aangedreven monster dat zich vroeg of laat tegen het eigen platform ging keren. Waarom? Deze focus resulteerde in click bait titels en thumbnails die de verwachtingen van de gebruikers alles behalve waarmaakten. Het resultaat: enorm veel kliks en views, maar tegelijkertijd veel gefrustreerde gebruikers omdat ze niet keken wat ze wilden.  

2012: van kliks naar kijktijd

Dat er iets moest veranderen aan het algoritme besefte Chris Goodrow snel. In 2011 was hij aangetreden director of engineering for search and discovery bij de videogigant. In zijn eerste jaar prioriteerde zijn team het totaal aantal video views boven al het andere, maar toen ze zich dieper in het gebruikersgedrag gingen verdiepen kwamen ze achter de frustratie van veel gebruikers. Daarom werkten ze aan een verbeterd algoritme. Eén waarbij de focus niet lag op views (hoe kort ook), maar juist op kijktijd.

‘We realiseerden ons dat het aantal kliks niet de juiste inschatting was om de waarde die een gebruiker uit YouTube haalt te bepalen’, gaf Goodrow aan in een interview met Business Insider uit 2015. ‘In plaats daarvan realiseerden we ons dat als een gebruiker een video langer blijft kijken, dit een veel betere indicator voor kwaliteit is. Ons doel is dat we gebruikers meer laten kijken en minder laten klikken.’

Op 15 maart 2012 ging na eindeloze meetings, tests, data-analyses en onderzoeken het vernieuwde algoritme met de focus op kijktijd live, met op het eerste gezicht dramatische gevolgen: een daling van het aantal views van 20% van de één op de andere dag. Ondanks de paniek die bij sommige YouTube-werknemers uitbrak, bleven ze vasthouden aan het vernieuwde algoritme. Uit de interne cijfers bleek al snel dat de site nog steeds even goed bezocht werd en veel belangrijker: de totale kijktijd nam significant toe.

Over de precieze opbouw van hun model publiceerden drie YouTube-medewerkers later in 2012 ook een wetenschappelijk artikel, waarin ze de verandering van focus van CTR naar Watch Time verder uiteenzetten. Zoals ze daarin stellen “Our final ranking objective is generally a simple function of expected watch time per impression. Ranking by click-through rate often promotes deceptive videos that the user does not complete (“clickbait”) whereas watch time better captures engagement.”

Forse toename lengte YouTube-video’s

Wat je naast de totale kijktijd ziet, is de gemiddelde lengte van YouTube-video’s die de afgelopen jaren is toegenomen. Gedreven door de verandering van het algoritme is sinds de wijziging in 2012, de gemiddelde lengte van een video op YouTube toegenomen van 5,2 minuut naar meer dan vijftien minuten in 2018.

Paniek bij creators

Er brak ook grote paniek uit bij veel creators en influencers (alhoewel ze toen nog niet zo werden genoemd). Want waar ze eerder door het algoritme werden beloond door veel en vaak video’s te publiceren met misleidende titels, werden ze opeens gestraft door het nieuwe algoritme en daalden hun views en inkomsten drastisch.

Maar het markeerde ook de opkomst van een nieuw soort YouTube-ster. De maker die én originele content produceerde én snapte hoe hij zijn of haar publiek langer moest vasthouden. Deze combinatie van kennis en kunde resulteerde in de opkomst van enkele van de meest populaire influencers van vandaag de dag.

Wellicht het bekendste internationale voorbeeld is de Zweedse Felix “PewDiePie” Kjellberg die in 2012 zijn scholierenbestaan vaarwel zei, omdat hij kon leven van zijn YouTube-kanaal. Nationaal zijn dit tegenwoordig overbekende influencers zoals Enzo Knol en StukTV die beiden in 2013 hun eerste stappen op YouTube zetten. De namen die bij veel Nederlanders nog steeds als eerste binnen schieten bij het horen van de naam YouTube.

De risico’s van extremistische content

De kijktijd en lengte van video’s nam de afgelopen jaren op YouTube enorm toe, maar de focus op watch time bracht ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Zo wordt het platform al enige tijd beschuldigd van het op grote schaal promoten van extremistische content en samenzweringstheorieën. Door New York Times-columnist Zeynep Tufekci werd het platform zelfs “The Great Radicalizer” genoemd, door de eenzijdige focus op kijktijd (en in het verlengde daarvan advertentie-inkomsten). Volgens hem worden gebruikers blootgesteld aan goed bekeken, maar gevaarlijke video’s waardoor mensen in een loophole van steeds extremistischere videocontent terechtkomen.

Daarnaast vormden sommige van de eerder door YouTube zo geprezen creators opeens ook een risico. Door de jaren heen werd YouTube een thuis voor contentcreators. Dit was jarenlang een gouden huwelijk: zij bezorgden het platform unieke content, YouTube beloonde hen daarvoor met views en subscribers, maar bovenal met de kans om hun hobby uit te bouwen tot serieus werk (met in sommige gevallen zeer lucratieve inkomsten).

YouTube leunt ook sterk op deze creators met hun unieke content om zichzelf te onderscheiden van streamingdiensten zoals Netflix, Hulu en in Nederland Videoland. Doordat deze creators vrijwel geheel afhankelijk zijn van YouTube-inkomsten (en dus zeer sterk afhankelijk zijn van kijktijd, ergo het algoritme) en de toegenomen concurrentie, gaan ze ook steeds vaker extremere zaken ondernemen om hun kijkers te blijven binden. Adverteerders en mediabureaus willen zich echter in toenemende mate niet associëren met deze content, en dreigen te stoppen met adverteren op YouTube. Vooralsnog blijft dat bij kleine onderbrekingen en dreigingen, maar YouTube wil dit risico niet lopen.

2019: de shift naar ‘kwaliteitskijktijd’ en premium content  

Dit tezamen vormt voor YouTube aanleiding om het algoritme wederom aan te passen. Om de heftige kritiek tegemoet te komen en adverteerders te behouden, is YouTube aan het testen en uitzoeken hoe het ‘kwaliteitscontent’ beter beloond kan worden door te focussen op ‘responsibility’. Maar hoe bepaal je objectief wat goed of slecht is? Over deze worsteling berichtte Bloomberg onlangs. Ze focussen zich niet langer enkel op ‘watch time’ maar ‘quality watch time’: content die mensen voor langere tijd boeit, maar ook geschikt is voor een breder publiek en alle adverteerders (brand safety).

Daarnaast scherpten ze in januari 2019 hun algoritme verder aan, waardoor content die nét niet hun richtlijnen overtreedt, borderline content noemen ze dat, minder vaak wordt aanbevolen. Dit alles om tegemoet te komen aan de kritiek van gebruikers en adverteerders. Ook is Google actief nepnieuws en misinformatie aan het bestrijden rondom politieke verkiezingen.

De opkomst van premium content en het belang van brand safety

Adverteerders en mediabureaus zitten niet stil en nemen maatregelen om wel op YouTube te kunnen adverteren, maar enkel bij vooraf goedgekeurde content. Meerdere grote uitgevers, waaronder in Nederland RTL en TMG, mogen hun eigen ad inventory verkopen en zien een toename in de populariteit hiervan. De advertentiebudgetten verdwijnen dus niet van YouTube maar het budget wordt verschoven naar enkel kanalen beheerd door premium content publishers.

Ondertussen zien steeds meer uitgevers YouTube als kanaal waar daadwerkelijk omzet mee kan worden behaald. Juist door deze verstevigde focus op premium en veilige content en kwaliteitskijktijd wordt dit steeds interessanter.

Ook ontwikkelt YouTube steeds meer mogelijkheden voor adverteerders om het platform niet alleen voor awareness campagnes in te zetten, maar ook voor performance: het genereren van leads en sales. Hiermee richt het platform zich nadrukkelijk op adverteerders die grote budgetten beschikbaar hebben voor searchcampagnes, maar die budgetten ook uitgeven aan concurrenten zoals Facebook en Instagram. YouTube performance advertising staat in de kinderschoenen, maar de mogelijkheden en budgetten zullen de komende jaren steeds groter worden. Daarvoor heeft YouTube wel het vertrouwen van adverteerders nodig. Het platform moet hen overtuigen dat het een veilige plek is voor adverteren.

Wat de toekomst verder brengt 

YouTube wordt volwassen en het platform heeft de ambitie om het #1 entertainment- en educatieplatform te blijven. Het platform neemt de content en kritiek steeds serieuzer. Wat niet alleen voordelen oplevert voor gebruikers, maar ook steeds meer kansen biedt voor zowel publishers, merken en adverteerders. ‘Slechts’ veertien jaar oud, maar al jaren niet meer weg te denken uit ons mediagebruik. We zijn benieuwd wat YouTube ons de komende veertien jaar gaat brengen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Sanoma Nederland ziet omzet dalen door verkoop Linda. en minder advertentie-inkomsten

Posted 30 apr 2019 — by Adformatie
Category nieuws

De omzet daalt 11 procent ten opzichte van vorig jaar.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Boete FTC drukt cijfers Facebook

Posted 24 apr 2019 — by Emerce
Category nieuws

Facebook reserveert alvast 3 tot 5 miljard dollar voor een nog nader vast te stellen boete van toezichthouder FTC in verband met privacyovertredingen. Dat bedrag drukte de winst per aandeel, ook al waren de cijfers verder goed.

In januari was al duidelijk dat de FTC Facebook een recordboete zou opleggen voor het dataschandaal rond Cambridge Analytica. Die had gegevens van miljoenen gebruikers aangewend voor politieke advertenties. In 2011 had Facebook aan de FTC beloofd dat het expliciet toestemming zou vragen aan gebruikers als hun gegevens zouden worden gedeeld met derden.

Ook uit andere voorvallen blijkt dat het bedrijf deze gegevens niet goed wist te beschermen. In september bleek dat de gegevens van 50 miljoen gebruikers op straat waren komen te liggen.

Facebook realiseerde in het eerste kwartaal een winst van 2,4 miljard dollar op een 26 procent hogere omzet van 15 miljard dollar versus 11,9 miljard een jaar geleden. 14,9 miljard kwam van advertenties. Wederom steeg het aandeel mobiele advertenties, van 91 naar 93 procent.

Volgens Merkle, die een dezer dagen zijn Digital Marketing Report Q1 2019 uitbracht, zouden de (Amerikaanse) advertentie-inkomsten van Instagram in het eerste kwartaal met 44 procent zijn gestegen, terwijl die voor Facebook 2 procent zou zijn gedaald. Merkle signaleert al langer een teruggang bij Facebook. Aangezien Facebook zijn advertentie-inkomsten niet uitsplitst valt niet na te gaan of dat ook klopt.

Het aantal dagelijks actieve gebruikers groeit nog steeds, met 8 procent naar 1,5 miljard. Het aantal maandelijkse gebruikers bedroeg 2,3 miljard.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Labels native advertising vaak onduidelijk’

Posted 08 mrt 2019 — by Emerce
Category nieuws

Onderzoek van UAntwerpen bewijst dat lezers meer vertrouwen hebben in een nieuwsmedium en in de adverteerder als er duidelijkheid is over native advertenties. De huidige labels zijn niet transparant genoeg.

Steeds meer nieuwswebsites bevatten native advertenties: advertenties in de vorm van gesponsorde nieuwsartikelen, die bijna niet van het echte nieuws te onderscheiden zijn. De reclamewetgeving verplicht adverteerders en nieuwsmedia om duidelijk te maken dat het het gesponsorde bijdrage betreft. Maar heel precies is dat niet vastgelegd. Met als gevolg dat lezers labels als ‘ADV’, ‘brandvoice’ en ‘partner content’ als native advertentie moeten kunnen herkennen. Spoiler: dat kunnen ze dus niet.

Simone Krouwer, communicatiewetenschapster op UAntwerpen, heeft in experimenteel onderzoek vastgesteld dat 453 Belgische online nieuwslezers vier verschillende labels voor gesponsorde nieuwsartikelen maar amper kunnen onderscheiden. Het label ‘partnercontent’ was het minst herkenbaar. Het tweede label ‘gesponsord door… ‘ bevatte in ieder geval al de naam van de adverteerder.

Daarnaast werden nog twee labels met gedetailleerde uitleg getest. Het eerste label benadrukte het belang van advertentie-inkomsten voor de nieuwsmedia. Het andere label benadrukte de onafhankelijkheid van journalisten (de advertenties worden geschreven door een aparte afdeling, of de adverteerder zelf).

Native advertenties met een gedetailleerd label wordt als transparanter beoordeeld. Het label ‘gesponsord door’ werkte al een stuk beter dan ‘partnercontent’, maar de twee gedetailleerde labels met extra uitleg werkten uiteindelijk het beste.

Dat nieuwswebsites native advertenties plaatsen, is begrijpelijk. Verreweg de meeste Belgen en Nederlanders betalen nog altijd niets voor het lezen van online nieuws. Ook gebruikt een steeds groter gedeelte een zogenoemde ad blocker, die traditionele banner advertenties volledig blokkeert. Maar de journalisten die ons dag in dag uit van nieuws voorzien, moeten op de een of andere manier toch betaald worden.

Wat nieuwsmedia en adverteerders moeten voorkomen, is dat dit tot een verdere beschadiging in het lezersvertrouwen leidt, duidt de communicatiewetenschapster. Duidelijke uitleg over de creatie en het waarom van native advertenties, kan het begrip van lezers verhogen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Afschaffen STER absurd plan’

Posted 20 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het afschaffen van de STER-reclame is een absurd voorstel. Dat zegt STER-baas Frank Volmer in het AD.

De NPO wil niet langer afhankelijk zijn van de reclamemarkt en pleit daarom zelf voor het stapsgewijs afschaffen van de STER-reclameblokken. In Den Haag heeft men daar wel oren naar. Wel moet de publieke omroep dan worden gefinancierd via de belastingverhoging van een slordige 80 cent per Nederlander per maand.

Het jaarlijkse mediabudget voor de publieke omroep wordt voor ongeveer een kwart betaald uit reclamegeld (ruim 200 miljoen euro). De advertentie-inkomsten daalden de afgelopen vier jaar met zo’n 40 miljoen euro omdat steeds vaker wordt gekeken via digitale platforms.

Volmer vindt het onverstandig als afscheid wordt genomen van inkomsten die zorgen voor een solide basis onder de mediabegroting.

Ook de Bond van Adverteerders ziet niets in de plannen. Via de publieke omroep kunnen adverterende organisaties specifieke doelgroepen bereiken. Doelgroepen die niet of nauwelijks via andere media kunnen worden bereikt.

De STER kan de inkomsten wel op het historische niveau terugbrengen door in te zetten op de groeiende markt van digitaal en een evenredige digitale positie in te nemen, zo suggereert de bond.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twitch: van gameplatform naar YouTube-concurrent

Posted 02 feb 2019 — by Emerce
Category nieuws

Het in de gamewereld gewortelde Twitch ontwikkelt zich tot een steeds bredere videodienst. Inmiddels gaat het stevig de strijd aan met YouTube. En dat brengt groeiende commerciële mogelijkheden met zich mee.

Be positive, avoid cursing and don’t feed the trolls. Het mantra van Christine, de ster van de populaire live kook- en bakshow CookingForNoobs, vat goed samen wat Twitch beoogt: betrokken community’s waarvan de leden elkaar niet onderuit proberen te halen, maar samen hun interesses en kennis verdiepen. Een missie die het bedrijf zelf niet zo concreet benoemt, maar toegedicht krijgt door de vele gebruikers van het platform. Het is een van de aspecten waardoor Twitch een eigen plek in het social landschap heeft veroverd. Met een minder ‘giftige’ gemeenschap dan YouTube en veel langere content dan de snackable items waar Facebook en Snap op inzetten. En bovenal: alleen maar live-uitzendingen. Wie er niet bij is, heeft pech en mist de interactie die door vele tools wordt gestimuleerd.

Voor dit laatste introduceerde Twitch ruim een jaar geleden de mogelijkheid om interactieve lagen te gebruiken – Extentions genaamd. Deze door derden ontwikkelde tools zijn een belangrijke driver voor het hoge engagement. Zie het als slimme varianten van de nieuwstickers en sportstatistieken die kijkers op televisie extra proberen te boeien. Streamingapp Streamlabs wordt door makers bijvoorbeeld veel gebruikt om uitzendingen aan te kleden en te customizen. Waarbij gebruikers met hun Twitch-account kunnen inloggen. En wie muziek wil afspelen tijdens zijn uitzending kan via Snip de titel en het artwork van een nummer laten zien via een connectie met diensten als Spotify en iTunes.

Gamification
In de korte tijd dat ze bestaan, zijn onder andere heat maps, realtime gamedataoverlays, minigames, muziekverzoekjes en leaderboards populair geworden. Waarbij creators veel keuzevrijheid hebben waar en wanneer ze de elementen aan hun feed willen toevoegen. Een belangrijk gegeven daarbij is dat het gros van de makers alles in zijn eentje doet, zegt Jeroen Elfferich, CEO en medeoprichter van Ex Machina Group, dat onder meer extensies ontwikkelt voor Twitch. Er zit geen team achter de uitzendingen, het zijn geen professionele producties. En dus worden de interactietools veelal gratis aangeboden. Daarbij komt er bijvoorbeeld bij de maker een transparante laag in beeld die een heat map toont van waar gebruikers op klikken. Waardoor hij direct feedback van de kijker krijgt en er ook vragen over kan stellen. Welke actie een streamer moet ondernemen in een game bijvoorbeeld. Of met welke ingrediënten er moet worden gekookt in een van de populaire kookprogramma’s op het platform.

Andersom zijn er vele toepassingen voor kijkers, zoals overlays met statistieken bij e-sports- of reguliere sportwedstrijden en steeds meer mogelijkheden om te kunnen gokken en voorspellen. “Kijkers vinden vaak dat ze verstand hebben van de spellen en willen daar hun zegje over doen. Steeds meer partijen spelen daarop in.”

Amazon lijkt Twitch daarbij te zien als proeftuin voor gamification, die een voorbode kan zijn voor het overige aanbod van de techgigant. Zo streamt het Amerikaanse bedrijf dit seizoen elf avonden wedstrijden van de National Football League (NFL), waarbij kijkers realtime voorspellingen kunnen doen en antwoorden kunnen geven op vragen over de spelverwachtingen – denk aan het aantal touchdowns, de hoeveelheid balbezit en afgelegde meters per wedstrijd. De punten die zij hiermee verdienen, resulteren in een ranking die zichtbaar is in de feed.

Filmhit
Ondertussen nemen ook de commerciële mogelijkheden binnen Twitch toe. Elfferich wijst als voorbeeld op de persconferentie van gamepublisher Bethesda bij de start van het game-event E3 in juni – waar diverse nieuwe games werden aangekondigd – die interactief is gemaakt. Niet alleen met extra informatie en de optie om reacties te geven, maar ook de mogelijkheid om games direct te bestellen. “Het shoppable maken van de stream maakt van een groot aantal passieve kijkers actieve consumenten. Met een directe transactie.”

En ook Amazon zelf heeft de stap naar commerce op Twitch gezet. Tijdens hun Prime Day – en recentelijk Black Friday – had de Amerikaanse e-commercegigant er continu een kanaal voor allerlei gamegerelateerde zaken, die middels een shoppable-extensie direct te koop waren in de webshop. Een vergelijkbare constructie is er met de NFL-uitzendingen. Daarbij kunnen kijkers vanuit de stream direct naar een fanshop om merchandise van hun favoriete teams aan te schaffen.

Maar ook voor creators zijn er steeds meer mogelijkheden om hun activiteiten te gelde te maken. Betaalde abonnementen en ‘tips’ zijn hierbij belangrijke opties. Maar ook via de extensies ontstaan nieuwe toepassingen. Modebedrijf DesignByHumans, dat kleding met actuele en nostalgische popculture thema’s verkoopt, lanceerde onlangs bijvoorbeeld een extensie waarmee broadcasters een eigen, custom shop kunnen runnen, die als banner zichtbaar is tijdens hun stream. Waarbij de uitzenders ook eigen designs kunnen aanbieden in hun winkeltje.

Daarnaast wordt het platform langzaamaan ontdekt voor promotiedoeleinden. Zo promootte Walt Disney de dvd-uitgave van de filmhit Black Panther via Twitch.

Beloning
Inmiddels is er een ware strijd ontstaan tussen Twitch en YouTube. Of anders gesteld: tussen Amazon en Google. Waarbij eerstgenoemde naar verluidt prominente makers gegarandeerde inkomsten biedt tot enkele miljoenen dollars, alsook een deel van de toekomstige advertentieverkopen en abonnementsinkomsten. En makers met de interactiviteitsmogelijkheden weet te verleiden. Tekenend is bijvoorbeeld de stap naar Twitch van YouTuber Jack Douglass. Douglass, die een show host waarin hij zijn publiek vragen voorlegt en een dag later de meest opvallende antwoorden voorleest, kiest ondanks zo’n 4,3 miljoen abonnees op YouTube om niet op het hem bekende platform, maar op Twitch te starten met een livevariant van zijn programma. Zodat er met honderden tegelijk gespeeld kan worden. “YouTube heeft de technologie er niet voor”, verklaart hij. Ondertussen blijven zijn reguliere video’s overigens gewoon op YouTube verschijnen. Naar eigen zeggen is de move vooral bedoeld om kijkers een andere beleving te bieden.

Er gaan echter geluiden op dat makers bij Twitch meer overhouden aan hun verdiensten dan bij Googles videoplatform. Het te gelde maken van kanalen is dan ook een van onderdelen waarop de platformen de strijd met elkaar aangaan. Waarbij ze elkaar naar goed gebruik in de socialmediabusiness na-apen. Zo lijkt YouTubes begin 2018 geïntroduceerde Super Chat-functie, die het kijkers mogelijk maakt om makers fooien te geven waarna hun comments prominent in beeld komen, sterk op de ‘bits’ waar Twitch-kijkers hun favorieten mee kunnen belonen.

Bij YouTube blijkt de functie vooralsnog echter niet zo populair onder makers. Zij moeten namelijk dertig procent van hun inkomsten uit de tool afstaan aan het platform. Waardoor gesponsorde content en advertentie-inkomsten voor velen lucratiever blijven. Een push van YouTube door verschillende makers honderden tot duizenden dollars te bieden voor het gebruik van de nieuwe toepassingen ten spijt, meldt Bloomberg.

Real life
Twitch heeft ondertussen zijn commerciële ambities flink opgeschroefd en mikt op één miljard dollar aan advertentie-inkomsten dit jaar, een ruime verdubbeling van de huidige omzet. Vanwege de doelgroep die het platform weet te binden – jonge mannen die zich doorgaans weinig van advertenties aantrekken – is er vertrouwen uit de markt. Want waar de heren in kwestie veelal hun televisieabonnement op hebben gezegd en adblockers inzetten, schakelen ze wel iedere dag in om gamestreamers te bekijken. Kijkers zijn er bovengemiddeld betrokken en vele malen langer actief op een dag, weet ook Elfferich. Waardoor je er langere verhalen kunt vertellen. “Daar staat wel tegenover dat je moet boeien. Gamers houden van interactie en zijn gewend aan de tools die daarvoor nodig zijn”, verklaart Elfferich. Wat geldt voor zowel kijkers als makers.

Sinds de overname door Amazon is Twitch’ focus langzaamaan breder geworden dan gaming alleen. Zo werd een jaar na de transactie Twitch Creative gelanceerd, dat non-gamers ondersteunt in het maken van livestreams. Ook startten er kanalen met marathons van cultseries, waaronder schilder Bob Ross, Saturday Night Live en kookprogramma’s. Mede door de financiële ambitie is die verbreding recent in een stroomversnelling gekomen. En dat is terug te zien in de cijfers. Waar de top 100-kanalen – die voornamelijk gaminggericht zijn – het afgelopen jaar een kleine daling in het aantal kijkuren lieten zien, zorgen vooral de kleinere, non-gamingkanalen voor de positieve cijfers. Zo werd er in het derde kwartaal van dit jaar 41 miljoen uur meer gekeken naar ‘real life’ streams dan het eerste kwartaal. Uitzendingen waarbij de makers hun publiek periodiek enkele uren een inkijkje geven in hun leven. Wat resulteert in langere, niet-geëditte tegenhangers van vlogs – het genre wat juist weer populair is op YouTube. Dat Twitch hier sterker op inzet, blijkt ook uit de recente opdeling van de IRL-categorie in subcategorieën als music, food & drink, ASMR en beauty.

Sing along
De komende tijd zullen de verdienmogelijkheden verder uitgebreid worden door nauwere samenwerking met merken als Adobe, Tiltify, Spotify en Snap, meldde Twitch tijdens zijn eigen event TwitchCon, afgelopen oktober. Daar vond ook de lancering van Snap Camera plaats, Snaps nieuwe standalone desktopapp die met een custom extension op Twitch werkt.

Gelijktijdig maakte het bedrijf bekend de sponsormogelijkheden te verbreden door zijn Bounty Board open te stellen voor een dertigtal extra bedrijven. Een select aantal partners en affiliates in de Verenigde Staten en Canada kan daar inmiddels gebruik van maken. Vanaf volgend jaar zal dit ook mogelijk zijn in andere landen, om te beginnen in het Verenigd Koninkrijk.

Qua categorieën lijkt het bedrijf ook wat verrassingen in petto te hebben. Met karaoke als eerste grote, nieuwe aandachtsgebied. Onder de noemer Twitch Sings kunnen makers hun karaokekunsten met de wereld delen en desgewenst samen met hun community liedjes zingen. Het perfecte startpunt voor verdere verbreding, meent de organisatie: “Het is live, altijd vermakelijk en wanneer het wild wordt, verdwijnt de scheidslijn tussen het publiek en het podium volledig.”

Concurrent
Afgelopen augustus was de gamewereld ineens in rep en roer, nadat op Steam.tv korte tijd een op Twitch lijkend platform in de lucht was. Een foutje, claimde eigenaar en gameontwikkelaar Valve achteraf, maar kort erna ging er daadwerkelijk een nieuw streamingplatform live. Hoewel het in essentie aan Twitch doet denken, heeft het (nog) niet de veelzijdigheid: er worden enkel e-sporttoernooien op uitgezonden. Wat nog niet gepaard gaat met veel interactiviteit. Interessant is echter dat de site gekoppeld is aan de Steam-accounts waarmee veel online gamers hun spellen kopen. Gebruikers kunnen er na inloggen chatten en groepen creëren. En gezien de prominente plek die Valve in de gamewereld heeft, liggen de verwachtingen voor doorontwikkeling hoog.

Kijkcijfers
YouTube is qua kijkcijfers over zijn hele platform heer en meester binnen videostreaming. Inzoomend op livestreaming is Twitch met gemiddeld zo’n 750 miljoen maandelijkse kijkers echter veruit de grootste, en goed voor ongeveer 2,5 miljard kijkuren in het derde kwartaal van 2018. Onderzoek door StreamElements laat wel zien dat YouTube de kloof steeds kleiner maakt. YouTube Live startte het jaar met vijftien procent van de totale kijkuren (op de livestreamingmarkt) en groeide naar zo’n 25 procent in september. Op een rijtje gezet ging het in die maand om 813 miljoen uur voor Twitch, 226 miljoen uur voor YouTube Live en 13 miljoen uur voor Micrsofts Mixer.

* Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van Emerce magazine (#169).

Beeld: Annemarie Gorissen (in opdracht van Emerce)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Videoland dit jaar met 119 procent gegroeid

Posted 08 nov 2018 — by Emerce
Category nieuws

Videoland groeit gestaag, zo blijkt uit de cijfers van moeder RTL Group. Het aantal betaalde abonnees van de online videodienst nam dit jaar met 119 procent toe. Ook werd er flink meer gekeken in de eerste negen maanden. RTL schrijf het succes toe aan lokale producties. Het aandeel van Videoland aan de omzet van RTL Nederland is overigens niet bekend.

De Nederlandse tak zag zijn advertentie-inkomsten dit jaar licht toenemen, resulterend in een omzet van 352 miljoen euro versus 331 miljoen over de eerste negen maanden. Het bedrijfsresultaat ging van 45 naar 55 miljoen euro (pdf).

In het derde kwartaal zette de RTL Groep (inclusief de Duitse en Luxemburgse dochters) 1,4 miljard euro om, grotendeels dankzij inkomsten van producent Fremantle. Het bedrijfsresultaat viel met 254 miljoen echter wat tegen door lagere advertentie-inkomsten. De winst daalde ook: van 114 miljoen naar 106 miljoen.

De omzet over de eerste negen maanden is sinds januari met 2,7 procent licht gestegen naar 4,4 miljard euro, terwijl het bedrijfsresultaat eindigde op 892 miljoen. Tv advertenties vormen iets minder dan de helft van de omzet. Digitaal is goed voor 14 procent.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe ga je goed om met de complexiteit van inventory quality?

Posted 26 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Programmatic buying brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van inventory quality die verder gaan dan advertentiefraude. Ook het vervalsen van de waarde van bezoekers en het uitlokken van clicks op advertenties, ondermijnen het rendement van adverteerders en kunnen uitgevers benadelen. Waar kun je mee te maken krijgen? 

Er zijn veel manieren waarop kwaadwillenden adverteerders en  uitgevers schade kunnen toebrengen. Op dit moment zijn dit de vier belangrijkste:

Niet-menselijk verkeer

Bots die je website bezoeken, bijvoorbeeld om de inhoud te crawlen of vanwege browser pre-rendering, zijn bekende vormen van niet-menselijk verkeer die niet slecht bedoeld zijn. Ze zijn gemakkelijk te detecteren en tellen niet mee in het aantal impressies. Er is echter ook een keerzijde: bots die zich voordoen als legitieme gebruikers, adware, malware, devices die gegijzeld zijn, enzovoorts. Deze situaties zijn lastiger op te sporen – je hebt uitgebreide analytics en zelfs menselijke interventie nodig om te kunnen beoordelen of er sprake is van zogeheten Sophisticated Invalid Traffic (SIVT).

Er zijn twee veelgebruikte SIVT-methodes. Ofwel er wordt een botnet opgezet door malware op computers te verspreiden. Die worden daardoor zelf een bot en onderdeel van het botnet van nog duizenden besmette computers. De tweede is cloud-based: er worden cloud-accounts gemaakt voor headless bots en het verkeer loopt via proxy’s zodat het niet wordt herkend als komend van een datacenter.

Stap twee is in beide opzetjes hetzelfde: bots worden naar hooggewaardeerde websites gestuurd zodat er een cookieprofiel wordt opgebouwd dat overeenkomt met dat van echte consumenten. Die zogenaamde consumenten bezoeken de websites van de fraudeur waar programmatic advertenties op worden getoond. Door de hoge waarde van de nepconsumenten ontvangt de frauduleuze publisher flinke inkomsten uit programmatic veilingen, terwijl de impressies in werkelijkheid niets waard zijn.

Laagwaardig menselijk verkeer

Je zou denken dat als een advertentie wordt gezien door een mens op de website waarop de adverteerder heeft geboden, er geen vuiltje aan de lucht is. Maar ook hier is ruimte voor dubieuze praktijken. Er zijn publishers die websites bouwen met als enige doel advertenties te verkopen. Er is geen sprake van originele content of een trouw bezoekerspubliek. De sites kenmerken zich door clickbait waar de bezoeker door wordt gelokt, waarna hij zich door allerlei advertenties heen moet worstelen om bij de daadwerkelijke content te komen. Of de bezoeker wordt simpelweg omgeleid naar een advertentiepagina in plaats van naar de gewenste content.

Met name adverteerders die merkbekendheid als campagnedoel hebben, lopen het risico om het slachtoffer te worden van deze advertentiefuiken. Wanneer je een direct doel hebt met een advertentie, zoals het installeren van een app, conversie, registreren voor een nieuwsbrief of evenement, enzovoorts, dan zie je vrij snel aan de cijfers welke websites niets bijdragen aan je campagnes. Bij merkcampagnes is dat lastig inzichtelijk te krijgen.

Wat je kunt doen, is de backlinks naar een bepaalde site analyseren. Hoe meer links met hoogwaardige websites, des te beter de reputatie van de website en des te kleiner de kans dat die bedoeld is om consumenten te lokken naar commerciële boodschappen.

Daarnaast is er een aantal signalen dat erop wijst dat een website laagwaardig traffic genereert: er staan geen echte auteurs bij artikelen, de traffic heeft rare pieken die wijzen op ‘gekocht’ verkeer, de ‘over ons’-pagina is generiek en de domeinregistratie is lastig te traceren.

Misleiding & bedrog

Er zijn veel verschillende manieren waarop de herkomst en de waarde van een impressie kan worden opgepoetst, witgewassen of verborgen. De bekendste is domain spoofing: de fraudeur gebruikt een code op de ad exchange die lijkt op die van een premium website. Adverteerders bieden en denken dat hun advertentie verschijnt op de hoogwaardige site, maar die wordt in werkelijkheid vertoond op de nepsite.

Het goede nieuws is dat het ads.txt-initiatief van branchevereniging IAB door steeds meer publishers en adverteerders wordt omarmd. Hiermee kunnen publishers alle bedrijven in de programmatic keten identificeren die hun inventaris mogen verkopen. Adverteerders kunnen op hun beurt zien of een publisher bonafide is.

Op deze manier zijn veel, maar niet alle problemen opgelost. Zo vallen mobiele apps er niet onder en daar is domain spoofing juist een groot probleem. En sommige fraudeurs kletsen zich met list en bedrog alsnog binnen en worden dan in de ads.txt files opgenomen als bonafide publishers.

Websites die met clickbait werken, passen vaak ook technieken toe om de advertentie-inkomsten per gebruiker te maximaliseren. Denk aan transparante 0x0 iFrames waardoor de publisher impressies kan tellen zonder dat er een advertentie wordt getoond.

Een ander veelvoorkomende vorm van fraude: via malware kunnen fraudeurs inventory verkopen op sites waar ze niets mee te maken hebben. De illegaal verkochte advertenties vallen over de legitieme advertenties heen of worden op pagina’s geplaatst waar geen inventory wordt aangeboden. Om dit tegen te gaan is ads.cert ontwikkeld, een digitale handtekening die zorgt dat fraudeurs zich niet kunnen bemoeien met de keten van het inkopen tot en met het plaatsen van de advertentie.

Ook met de user experience kan een publisher dusdanig marchanderen dat de advertentie-inkomsten omhooggaan. Denk aan het volstoppen van een pagina met verschillende formaten advertenties, gebruikers dwingen om een slideshow door te lopen om meer impressies te genereren en het automatisch afspelen van video met het geluid standaard aan. Op zich is dit natuurlijk geen fraude, maar de consument raakt wel geïrriteerd, wat afstraalt op de adverteerder. Bovendien doet een grote hoeveelheid advertenties afbreuk aan de impact, omdat de bezoeker zijn aandacht moet verdelen over veel verschillende boodschappen.

Mobiele in-app inventariskwaliteit

Fraude met advertenties in mobiele apps is moeilijk op te sporen, omdat het plaatsen van detectie-tags zoals gebruikelijk is op websites, hier niet werkt. Desktop tracking gebeurt immers op basis van cookies, terwijl mobiele apps dat doen met behulp van device-identificatie. Om toch fraude te kunnen detecteren zijn Software Development Kits (SDK’s) nodig die in de app worden geplaatst om data te analyseren. Daarnaast is het lastiger om op grote schaal de kwaliteit van apps te controleren, omdat je ze daarvoor eerst moet downloaden.

Spoofing is de belangrijkste manier waarop een loopje wordt genomen met adverteerders in mobiele apps. Zo kan een app het doen voorkomen dat er sprake is van een grote groep unieke gebruikers door data over devices, IP-adressen, het toestelmerk en -type te stelen of vervalsen. Dit wordt device spoofing genoemd. App spoofing is ook mogelijk, waarbij malafide apps gebruikmaken van de identificatiecode van een bonafide app, zodat ze aantrekkelijker lijken voor adverteerders. Verder komt location spoofing voor: de geografische data doen voorkomen alsof de app-gebruiker zich bijvoorbeeld in New York bevindt terwijl het in werkelijkheid Timboektoe is. De adverteerder biedt op een target audience dat zich op een bepaalde locatie bevindt maar komt bedrogen uit.

Ook tegen appfraude heeft de branche een oplossing ontwikkeld, Open Measurement SDK. Deze kunnen publishers eenmalig implementeren zodat er gemeten kan worden wat er gebeurt. Als dit de standaard wordt, dan is dat de eerste verdedigingslinie tegen misbruik van apps door malafide publishers. Daarnaast is het handig om alleen te adverteren op apps waar de gebruiker content consumeert, dus bijvoorbeeld niet op een zaklampapp. De volumes van dergelijke apps zijn weliswaar hoog maar de gebruiker heeft geen aandacht voor de getoonde advertenties. Andere tips zijn: bied alleen op apps uit de iOS of Android store en beperk je tot de duizend populairste.

Inventariskwaliteit is iedereens verantwoordelijkheid

De discussie over de betrouwbaarheid van programmatic buying heeft zich tot nu toe vooral toegespitst op het gebrek aan transparantie in de keten en het oplossen van kosteninefficiëntie. Maar het budget van de adverteerder kan op meer manieren schade oplopen doordat het niet optimaal wordt ingezet. Inventariskwaliteit is dus een belangrijk en breed aandachtsgebied. De verschillende programmatic spelers zijn zich daarvan bewust en er zijn allerlei goede initiatieven die adverteerders en publishers helpen om het kaf van het koren te scheiden. Honderd procent fraudevrij is een utopie maar als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, komen we wel zo dicht mogelijk in de buurt van de ideale situatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Topman Oah (AOL, Yahoo) weg

Posted 11 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

CEO Tim Armstrong houdt het naar verluidt voor gezien bij Oath, het koepelbedrijf van AOL en Yahoo onder Verizon. Dalende advertentie-inkomsten zouden de oorzaak zijn.

Verizon betaalde 4,4 miljard dollar voor AOL in 2015 en nog eens 4,5 miljard voor Yahoo in 2017, maar een ‘advertentie powerhouse’ is Oath tot nu toe niet. Sterker nog: marketeers klagen dat er met de afdeling moeilijk te werken is.

Oath zou marktaandeel verliezen aan Google, Facebook en anderen, volgens eMarketer. De omzet over het afgelopen kwartaal bedroeg 1,9 miljard dollar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Begin september visie op rol Hilversum in ‘Media Valley’

Posted 27 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Mediastad Hilversum loopt niet leeg. De instroom van bedrijven is groter dan de uitstroom. Dat zegt mediawethouder Wimar Jaeger tegen Spreekbuis aan de vooravond van Dutch Media Week.

Het Media Park is ondanks haar matige uitstraling vrijwel geheel gevuld. Er staat nauwelijks nog een omroepgebouw in de mediastad leeg. De uitstraling van het Mediapark kan wel beter, zegt Jaeger. De eerste week van september komt de gemeente met een visie op de toekomst van het Media Park als kloppend hart van Media Valley.

Jaeger erkent wel dat de industrie in een razend tempo verandert. Lineaire televisie loopt, qua marktaandeel in de consumptie van beeld en geluid, sterk terug. Dat heeft zijn weerslag op advertentie-inkomsten; het verdienmodel van de traditionele omroepen. Dit noopt de mediaondernemers naar andere en effectievere manieren te kijken hoe de kijker te bereiken en te boeien.

Het zijn vooral de creatieve start-ups en scale-ups die nieuwe energie geven aan Hilversum, zegt Jaeger. ‘Ik ben er van overtuigd dat Hilversum het juiste (ondernemers)klimaat heeft en de juiste infrastructuur om digitale creatieve bedrijven tot bloei te brengen.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mobiele spel Krudoku gestopt

Posted 03 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het populaire mobiele spel Krudoku, ontwikkeld in Winsum, is gestopt. Ontwikkelaars Jaap-Jan en Ingrid Hellinga hebben het spel vijf jaar geleden gemaakt en was aan updates toe, maar er stonden nauwelijks inkomsten tegenover. De advertentie-inkomsten vielen tegen.

‘Het is geen Wordfeud geworden. Daar hadden we wel op gehoopt. We hoopten qua populariteit op een sneeuwbal effect. Dat is er niet van gekomen. Dat is weggelegd voor maar een paar spelletjes’, zegt Hellinga tegen RTV Noord.

Jaap-Jan Hellinga had zijn vaste baan opgezegd voor het spel. Inmiddels is hij weer in loondienst. Wel heeft hij nu een baan in de app-industrie en programmeert hij applicaties.



Lees het volledige bericht op Emerce »

13 miljoen euro voor Italiaanse maaltijdbezorger

Posted 22 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Italiaanse maaltijdbezorger Supermercato24 heeft 13 miljoen euro aan financiering opgehaald in een ronde geleid door FII Tech Growth.

Supermercato24 is vergelijkbaar met Instacart in de VS. Het bedrijf haalt boodschappen op bij de supermarkt en bezorgt die nog dezelfde dag. De Italianen claimen het marktleiderschap in eigen land. 65 procent van de klanten zijn vrouw.

Supermercato24 is actief in 23 Italiaanse steden en zegt winstgevend te zijn. Klanten betalen voor de bezorgingen, maar er zijn ook advertentie-inkomsten. Adverteerders zijn merken van voedingsmiddelen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twintig procent advertentie-inkomsten dagbladen via digitale platformen

Posted 19 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

In 2017 werd 20 procent van de advertentie-inkomsten van Nederlandse krantenuitgevers gerealiseerd op digitale platformen. Dat percentage groeit permanent vanaf 2011 (8 procent) toen het voor het eerst werd gerapporteerd. Dat schrijft de bekende dagbladenonderzoeker Piet Bakker.

Landelijke kranten halen in 2017 zelfs 28 procent uit digitale advertenties, regionale titels 9 procent.

Tot het begin van deze eeuw kwam de helft of meer van de inkomsten van uitgevers van tradiotonele advertenties. In 1998-2000 lag het net onder de 60 procent. De laatste vijftien jaar daalt dat percentage permanent. In 2013 dook het voor het eerst onder de 25 procent, in 2017 was het 20 procent. De categorie ‘overig (e-commerce)’ is bescheiden met minder dan 2 procent in 2017.

Sinds de eeuwwisseling dalen de inkomsten van dagbladuitgevers, maar toch doen ze het niet slecht. Dagbladuitgevers behaalden in 2017 gemiddeld een winst van ruim 20 procent, een resultaat dat vooral te danken is aan forse bezuinigingen. De grote landelijke kranten renderen het beste.

Grote titels met een bereik van 357.000 (AD, De Telegraaf, Metro, de Volkskrant en NRC) scoren een EBITDA van 25,4 procent, middelgrote en kleine titels respectievelijk 18,8 en 7,7 procent.

Verschillen tussen soorten kranten zijn er volgens Bakker wel: grote kranten doen het beduidend beter dan kleine kranten en landelijke kranten doen het beter dan regionale titels.



Lees het volledige bericht op Emerce »