Posts Tagged ‘advertentie-inkomsten’

Online content: welke bezoekers willen betalen en waarvoor?

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Steeds meer digitale contentpublishers kijken naar hun bezoekers als mogelijke inkomstenbron, vooral als gevolg van de teruglopende advertentie-inkomsten. Zoals eerder op Emerce beschreven: Consumenten betalen wel voor online content. Niet alle bezoekers, maar sommigen zijn – zo blijkt uit dat onderzoek – zeker betalingsbereid. Alleen: hoe weet je welke van jouw bezoekers gaan betalen?

Blijvende zoektocht

De opties om geld verdienen met online content is een veelgehoorde topic op seminars en congressen. Betalen consumenten voor nice-to-know content, zoals shownieuws, kookrecepten, opvoedtips, en zo ja, hoeveel, wanneer, op welke manier?

Tijdens het jaarlijkse grote internationale publisherscongres van FIPP bijvoorbeeld was één van de zeven besproken kernthema’s: monetisation. Verschillende merken, zoals de nieuwssite Quartz, gaven aan dat zij willen verschuiven van advertentiegedreven content naar consumenteninkomsten. Maar hoe dat zou moeten, bleef nog hangen in algemeenheden.

Een van de vaak genoemde opties is het freemiummodel: hierbij is een deel van de content voor een groot publiek gratis, en zijn extra’s (al dan niet in de vorm van content of services) beschikbaar voor de groep die daarvoor wil betalen. Laat bijvoorbeeld je bezoekers betalen voor het downloaden van een collage (Picsart) of voor het maken van een langere video (Animato). Al in 2009 beschreef Chris Anderson van Wired in zijn boek ‘Free’ (mooi toepasselijk qua freemium-constructie: gratis te lezen voor iedereen!) de vele mogelijkheden op dit gebied.

Subscription commerce of freemium

In Emerce Magazine (5/2017) beschrijft Jeroen Mirck de mogelijkheden van subscription commerce als verdienmodel: de consument ‘moet’ abonnee worden. Geen probleem als je Netflix, FTM.nl of HelloFresh bent, maar als een ander (soms groot) deel van je inkomsten bestaat uit advertisinginkomsten, dan loop je liever geen traffic mis. Een deel van je bezoekers zal nooit voor je content gaan betalen, maar zorgt wel voor indirecte inkomsten.

Kortom: voor een contentpublisher die primair stuurt op veel traffic, lijkt het freemiummodel de meest interessante optie als je (ook) geld aan consumenten wilt verdienen. De gratis toegang bied je als contentmaker adverteerdersinkomsten, en de premiumvariant additionele inkomsten aan consumentenzijde. Bij de ontwikkeling van zo’n freemiumaanbod is het dan wel belangrijk te weten wie van jouw totale doelgroep wil gaan betalen voor de content.

Internationaal onderzoek naar betalers

In 2013 onderzocht marketingprofessor Girish Punj van de Universiteit van Connecticut (VS) de relatie tussen betalingsbereidheid en consumenteneigenschappen: welke bezoekers zullen eerder betalen voor content? Hij stelde – in lijn met de meeste Nederlandse digital publishers – dat alle content ook gratis op het web te vinden is. Toch zullen mensen de afweging maken of zij willen betalen voor het gemak de content ‘direct’ te krijgen, of te accepteren dat zij een zoektocht naar een gratis variant moeten maken. De conclusies uit dit grootschalige onderzoek waren opvallend: geslacht en leeftijd bepalen sterker of mensen bereid zijn te betalen voor content dan opleiding en inkomen. Vrouwen betalen eerder (maar minder!) dan mannen. Rijk en hoogopgeleiden betalen minder vaak, maar als zij betalen, vaak wel weer meer dan de lager geschoolden. Lezers die in principe prima in staat zijn om te betalen voor content, zijn daar dus niet erg toe bereid.

Een betalende doelgroep overhalen

Uit dit onderzoek van Punj blijkt dus dat vooral laagopgeleide vrouwen bereid zijn om te betalen voor de content op je site. Misschien richt je je al op deze groep? Mooi! En anders: zorg dat je ook interessant wordt voor deze groep. Niet dat je een andere redactionele koers moet gaan varen, maar een freemium-constructie en paar meer marketinggerichte ingrepen kunnen al aanzienlijke resultaten opleveren.

Wat kun je daarvoor doen?

  • Start met testen: welke koppen, welke foto’s en welke kleuren spreken de lager opgeleide vrouwen uit jouw doelgroep het meeste aan? Neem deze uitkomsten mee in de daaropvolgende publicaties.
  • Vrouwen betalen wel eerder, maar ook minder dan mannen. Zorg dus voor een gedifferentieerd prijsaanbod in je premiumomgeving. Grote freemiumsites doen dat al: Spotify, New York Times, Mailchimp.
  • Onderzoek wijst uit dat een koper online bijna altijd kiest voor het ‘middelste’ aanbod. Zorg dus voor een drietal premiumvarianten, waarbij de middelste voor jouw business het meest rendabel is.

De keuze om te betalen komt voort uit twee factoren: de tijdwinst (in plaats van zelf over het net te moeten surfen en zoeken) en het gemak (alles op de juiste plek, met bronnen, etc.). Benadruk beide elementen dus expliciet in je premium aanbod.Met een grote groep lager opgeleide vrouwen in je bezoekersgroep werk je vanzelf aan bestendig verdienmodel op basis van consumenteninkomsten!



Lees het volledige bericht op Emerce »

De rol van AI in media-inkoop: wat als de mens overbodig raakt?

Posted 22 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Dat algoritmes een steeds grotere rol spelen bij de media-inkoop moge duidelijk zijn. Maar draait het erop uit dat kunstmatige intelligentie straks bepaalt waar bedrijven hun marketingeuro’s besteden? En wat betekent dit voor de mens en het creatieve proces?

Eerder dit jaar vertelde Coca-Cola’s digitale baas op serieus grote schaal te gaan experimenteren met artificiële intelligentie (AI). Algoritmes zijn natuurlijk al belangrijk in de geautomatiseerde inkoop van advertenties, maar hij voorziet een nog grotere rol voor AI binnen het bedrijf. Een zelflerend systeem kan wat hem betreft zorgen voor goed getimede social media-berichten, reclames en zelfs voor de creatie van commerciële uitingen. Met een jaarlijkse investering van bijna vier miljard euro in reclame leidt een net iets betere verdeling van de uitgaven al gauw tot een serieuze verbetering van de ROI.

En Coca-Cola is niet de enige dat kansen ziet in AI. IBM gebruikt sinds kort de ‘supercomputer’ Watson voor de media-inkoop. Online zou het daardoor de cost per click gemiddeld met 31 procent kunnen drukken. Adgorithms zette al een aantal jaar terug Albert in de markt. Naar eigen zeggen het eerste AI marketingplatform dat volautomatisch campagnes inricht. Bedrijven hebben hier helemaal geen mediabureau voor nodig, meent het bedrijf. Slimme software vervangt met gemak de marketeer die nu nog naar Excelsheets zit te turen voor opbrengsten en vervolgstappen. De mens kan zijn biezen wel pakken.

‘AI voor strategie en mediaplanning’

Ook in Nederland is AI geland, zegt Menno van der Steen die bij IPG Mediabrands werkt als Chief Data & Tech Officer. “Al is AI tegenwoordig een breed begrip”. Veel van de kunstmatige intelligentie waarmee bedrijven werken is onderdeel van de adservers die partijen als Google, Facebook en Turn aanbieden, vertelt hij. “Vooral programmatic buying is daardoor al in hoge mate geautomatiseerd. Algoritmes voorspellen wat voor profiel mensen hebben of wat ze gaan doen.”

Behalve AI-technologie van de techpartijen zegt Van der Steen gebruik te maken van intern ontwikkelde algoritmes. Met name voor de optimalisatie van de crossmediale campagnes. “Denk daarbij aan modellen voor de conversie-attributie en de toepassing van econometrische marketingmixmodellen. De AI wordt gebruikt in de strategie en mediaplanning.” De ervaring die IPG Mediabrands heeft opgedaan met het gebruik van AI heeft daarnaast geleid tot het platform Unity. “Op den duur zal Unity zelf beslissingen maken en dus automatisch budget verschuiven wanneer dat tot betere resultaten leidt.” Zo zijn er recent met behulp van machine learning duizenden reclame-uitingen getest, vertelt hij. Daardoor kan het bedrijf nu voorspellen hoe specifieke creatieve kenmerken zoals de positie van een logo en het soort beeld de doorklikratio van een online advertentie beïnvloeden. Het onderzoek is genomineerd voor een Hans du Chatinier AMMA voor het beste mediaonderzoek van afgelopen jaar.

‘Dit wordt echt een mooi spelletje’

Maar hoewel er dus voldoende reuring is, valt de impact van AI in praktijk eigenlijk nogal tegen zegt Walter Flaat, Managing Director van DAN DNA. “Op dit moment is het vooral een buzzword. Iedereen belooft de meest sexy case: volautomatische media-inkoop met ‘NASA-achtige’ technologie en feilloos voorspellende modellen.” Leuk, maar hij ziet dat er vooral een wereld is te winnen met eenvoudigere toepassingen. Zo heeft DAN DNA een aantal traditionele regressiemodellen die bijvoorbeeld berekenden wat het effect is van een mediumtype op een resultaat vervangen door machine learning. “Het voordeel is dat je een klassieke model voor ieder onderzoek moest afstellen. Met machine learning laat je dit over aan een zelflerende algoritme. Niet heel aansprekend misschien, maar je kunt ineens dagelijks analyses leveren die je vroeger op kwartaalbasis maakte. Dat levert veel optimalisatiekansen.”

Echt leuk wordt het wat Flaat betreft als AI wordt gecombineerd met de real-time veilingen van reclameplekken. “Stel je voor dat een AI gevoerd wordt met driehonderdduizend nieuwe regels gegevens per seconde en het systeem dit gebruikt voor slimmere biedingen. Dat wordt echt een mooi spelletje. Maar eerlijk: dat duurt nog wel een paar jaar.”

Over de toepassing van AI op langere termijn zijn de twee eensgezind. Zowel Van der Steen als Flaat geloven in de kracht ervan. “Ieder commercieel bedrijf streeft naar efficiency”, legt Van der Steen uit. Vooral op het gebied van dataverzameling en de verwerking is automatisering nuttig en noodzakelijk. Het helpt bij de analyse en voorspelling van consumentengedrag. “Het is allemaal vrij simpel”, zegt Flaat. “Computers zijn bizar goed in rekenen. In combinatie met de wiskundige vaardigheden levert een zelflerend systeem een enorm nuttig profiel op. In de media heeft dit met name impact op de campagneanalyse, de voorspelling van media-impact en automatische optimalisatie.”

‘Mens wordt grotendeels overbodig’

De vraag is dan wat de komst van zelflerende en ondernemende software betekent voor media-bureaus en de mens in de talloze processen. “Met het risico dat ik ruzie krijg met mijn collega’s aan de bureauzijde: ik denk dat de mens grotendeels overbodig wordt”, kijkt Flaat vooruit. Voor ieder doel van een adverteerder – of dat nu awareness of verkoop is – bestaat er theoretisch een beste mediaplan. “Er is op elk moment een wiskundig optimum dat te bereiken is. Door met AI miljoenen scenario’s te evalueren kom je tot dat punt.” Of hij daarmee zit? “Persoonlijk niet nee. Veel te veel mediaplanning gebeurt op basis van onderbuik en ‘zo doen we dat altijd’. De data spelen dan wel een rol, maar geregeld alleen om het plan te dichten. Ik geloof in een data-first aanpak.”

Hoewel Van der Steen onderschrijft dat de mens niet meer nodig zal zijn voor zaken als de dataverwerking, denkt hij ook dat een machine één ding zeker niet kan: namelijk het bedenken van de hypotheses. “Een deel van ons werk zal inderdaad worden overgenomen door computers. Toch blijft de mens voor een groot deel nodig. Iemand moet bedenken wát we gaan vertellen aan verschillende doelgroepen en controleren of dat wat de machine doet ook klopt.” Het zal er voor de mens om draaien doelgroepen echt te begrijpen. Iemand moet de creatieve analyse maken van het gemeten gedrag en vervolgens de intelligente doelen stellen. “Het draait dus om de combinatie van data en creativiteit. De creativiteit is nog lang niet te vervangen”, denkt Flaat.

Hij verwacht dat bureaus hierdoor meer hun best gaan doen aansluiting te vinden bij de wens van consumenten. Dat zou met relevantie en extra services tot fantastische resultaten kunnen leiden, maar even goed een drama kunnen worden. “Ik ben hoopvol omdat ik denk dat marketing alleen duurzaam is als je in het belang van de consument handelt. Maar ik moet toegeven dat er zorgelijke signalen zijn. Zo zien we al dat AI wordt ingezet voor het slim vullen van tijdlijnen op social media om de advertentie-inkomsten maar te maximaliseren. Dat leidt ook tot zaken als de filterbubbel en populariteit van nepnieuws. We hebben helaas gezien waar dat toe leidt.”

‘Doe ervaring op met data-analyses en econometrie’

Van der Steen adviseert adverteerders vooral ervaring op te doen met data-analyses en econometrische modellen. De grote uitdaging en kans ligt wat hem betreft in het samenbrengen, analyseren en het automatisch herkennen van patronen in de eigen data. Een Data Management Platform zou daarom een goede eerste stap zijn. “Leg hier een laag van AI overheen en laat dit bepalen welk gedrag het beste rendeert. De AI kan vervolgens geautomatiseerd media inzetten en content tonen die past bij de consument.”

De technologie zorgt ervoor dat processen rondom mediamanagement snel veranderen. Afdelingen die elkaar nauwelijks zagen moeten hierdoor heel nauw samenwerken. “Het wordt steeds meer een vak van analyse en technologie”, vat Van der Steen samen. De komst van AI zal dit alleen maar versterken. Want wat als de op AI-gabaseerde oplossingen ook onderdeel worden van het ‘gewone’ leven en een koelkast automatisch de boodschappen doet, vraagt Flaat zich af. “Met een beetje fantasie zie ik een programmatische veiling ontstaan waarop leveranciers dan mogen bieden om een pak melk te mogen leveren. Hoe zorg je er dan met de media-inkoop voor dat mensen die zich laten leiden door AI jouw producten kopen?” Dat zijn wat hem betreft de toekomstscenario’s waar bedrijven mee te maken krijgen. “Evolve or die zal altijd blijven gelden.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Weer daling oplages Amerikaanse kranten

Posted 06 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

De oplages van Amerikaanse kranten dalen nog steeds. In 2016 wederom met 8 procent naar 35 miljoen exemplaren per dag en 38 miljoen op zondagen, aldus nieuwe cijfers van Pew Research.

Als gevolg hiervan namen ook de advertentie-inkomsten af naar 18 miljard dollar, 10 procent minder dan in 2015.

Digitale advertenties maken voor 29 procent deel uit van die omzet.

De oplages van de kranten dalen nu al 28 jaar lang, maar er zit wel groei in het digitale bereik. De New York Times noteerde alleen al een groei van een half miljoen nieuwe digitale abonnees. The Wall Street Journal kreeg er 50.000 bij.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Google bouwt adblocker in Chrome: drama of goed voor adverteerder?

Posted 06 Jun 2017 — by Emerce
Category nieuws

Google introduceert een adblocker – of adfilter zoals het bedrijf het liever noemt – in Google Chrome. Website-eigenaren en adverteerders krijgen in ieder geval zes maanden de tijd om wat te doen aan de ‘foute reclame’. Is dit een gedurfde zet of een (gevaarlijke) stap om de eigen macht nog wat verder te vergroten?

Google zal in navolging van andere browserbouwers Chrome voorzien van een ingebouwde adblocker. Volgens ingewijden waarmee The Wall Street Journal heeft gesproken werkt het blokkerend mechanisme zowel op mobiele apparaten als desktops. Advertenties die voor een slechte gebruikerservaring zorgen worden in dat geval standaard van het scherm geweerd.

Interessant is dat de druk om wat aan storende reclameformaten te doen zowel bij het medium en de afzender wordt gelegd. Bevat een site te veel verboden reclame dan worden namelijk alle advertenties gefilterd. En niet alleen de meest storende. Via de speciale webtool ‘Ad Experience Reports’ kan de site-eigenaar nagaan of er nu advertenties worden getoond die in het vervolg worden geweerd. In een toelichting zegt Google dat advertenties die via Googles eigen servers zijn ingekocht niet worden ontzien. Fout is dus fout.

Afbeelding: voorbeeldrapport

Googles mogelijke motieven

Het nieuws dat Google Chrome wil voorzien van een standaard geactiveerde adblocker komt niet uit de lucht vallen. De eerste (hardnekkige) geruchten dateren al van eind april. Dat de eerste berichten hierover van The Wall Street Journal niet zijn bevestigd, heeft ruimte gegeven voor een hoop speculatie. Want waarom zou het bedrijf dat ironisch genoeg afhankelijk is van advertentie-inkomsten online reclames bestrijden?

De adblocker zou iedereen vooral als advertentiefilter moeten zien. Daarmee biedt Google een antwoord op de (eerder) stormachtige opkomst van adblockers als Adblock Plus. Deze populaire software is in feite ook geen blocker, maar eerder een filter tussen adverteerders en de consument. Tegen betaling laat Adblock Plus de reclames van ‘gekeurde’ bedrijven namelijk wel door. Iets dat Google nu een hoop geld kost. Door Chrome met een vergelijkbare oplossing uit te rusten zit dit bedrijf in ieder geval niet meer in de weg.

Er zijn inmiddels nogal wat theorieën die Googles overweging verklaren – keurig op een rij gezet door uitgever Digiday. Het meest voor de hand liggende motief is geld. Is Google bij machte om bepaalde advertenties te weren dan zullen bedrijven meer geld uitgeven aan adblocker-vriendelijke tekstadvertenties of videoreclame op YouTube. Een andere theorie is dat Google bedrijven als Outbrain en Taboola wil dwarsbomen, verantwoordelijk voor de contentaanbevelingen die rondom veel online artikelen verschijnen. Iedereen zal beamen dat die netwerken naast geld vooral vervuiling opleveren en voor de term ‘native advertising’ weinig goeds betekenen. Slecht voor de gebruikerservaring dus en ook weer een bedreiging voor Googles portemonnee. Volgens oudere geruchten zou de gigant al enige tijd werken aan een alternatief.

‘Nog minder controle voor de rest’

Het laat zich raden dat er in de kritiek op het plan met name aandacht is voor Googles machtspositie. Meagan Lopez, de Global Business Director van The New York Times verwoordde het helder: Google beheerst hiermee ieder aspect van de advertentiewereld. Van de techniek om te kunnen zoeken, tot het uitserveren van reclames en het meten van het effect ervan. Daar zou dan de positie van poortwachter voor Chrome-gebruikers bijkomen. ‘Dat betekent dat alle anderen alleen maar minder controle hebben.’

En inderdaad: wie zegt dat Google de eigen advertenties geen voorrang geeft? Volgens de plannen zoals die er nu liggen is Google niet van plan in zijn eentje voor scheidsrechter te spelen. De ‘Coalition for Better Ads’ zal leidend zijn en de spelregels opstellen. Deze coalitie heeft al eerder laten weten zich vooral te storen aan pop-ups, videoreclames die automatisch starten met het volume op honderd en reclames die gedurende enkele seconden de site-inhoud blokkeren. 

Of dit samenwerkingsverband echt onafhankelijk opereert valt te betwijfelen. Google is er niet alleen oprichter van, algemeen wordt aangenomen dat het ook een dikke vinger in de pap heeft. Facebook en News Corp (met CEO Rupert Murdoch – moederbedrijf van The Wall Street Journal) zijn andere deelnemers. Dat plotseling  de reclames van Googles eigen YouTube worden bekritiseerd lijkt daarom vrijwel uitgesloten. 

En de gebruikerservaring?

Het zou flauw zijn om alleen de inkomsten als mogelijk belangrijkste motief aan te voeren. Kan het Google inderdaad allereerst om de gebruikerservaring gaan? Door de meest storende advertenties van het web te weren doet het vooral de gebruikers immers een groot plezier. Daardoor zouden die Chrome sneller als favoriete browser gaan zien en zo profiteert Google daar indirect van. Achter Googles Accelerated Mobile Pages (AMP) zit een vergelijkbare logica. Door de content te filteren die het mobiele web doorgaans zo langzaam maakt wordt het surfen prettiger. Daar profiteren de gebruikers van en uiteindelijk dus ook de uitgevers en adverteerders.

Tot een vergelijkbare gedachte komt Pepijn Breijder, Managing Director Benelux & Nordics bij Criteo. Dat de selectie van acceptabele danwel onacceptabele advertenties wordt gedaan door een onafhankelijk orgaan wekt in zijn ogen in ieder geval sympathie. Het is wat hem betreft ook vrij logisch dat een bedrijf dat 85 procent van de inkomsten genereert via online reclame de eigen markt wil beschermen. “Als je zelf verantwoordelijkheid neemt over de kwaliteit van zowel de advertenties die je zelf serveert als degene die je accepteert binnen je netwerk zal de drang naar een mogelijk nog agressievere vorm van adblockers afnemen”, zegt hij.

Breijder denkt daarbij ook aan de concurrentiestrijd met Facebook. Dat bedrijf heeft door de gesloten structuur – de eigen app – weinig tot geen last van adblockers. “Google is afhankelijk van het open web en zal moeten meebewegen met het sentiment van de gebruiker. Dan kun je dit net zo goed zelf beheren en er een commercieel model op bouwen”, denkt hij. “Het is over het algemeen een gezond streven om te zorgen voor relevantere en beter gewaardeerde advertenties. Dat is alleen maar goed voor het behoud en de groei van het ecosysteem van exploitant, publisher, gebruiker en ook de adverteerder.”

Nu is het mogelijk Google dat advertenties wil filteren, maar eigenlijk zouden veel meer platformen en bedrijven dit moeten omarmen. Dit stelt Diederick Ubels, CEO van MobPro. “Dit is een tendens waar ieder platform in gaat voorzien”, reageert hij. Er worden grenzen gesteld aan wat gebruikers ‘is aan te doen’. “Advertentieruimte wordt steeds kostbaarder. Minder ruimte zorgt voor schaarste en dus zullen adverteerders echt hun best gaan doen om het maximale uit die ruimte te halen. Dat leidt alleen maar tot een kwaliteitsimpuls en minder irrelevante en overmatig irritante reclames.”

Hij verwacht niet alleen dat meer platformen en apps vergelijkbare stappen zullen zetten, hij raadt het de achterliggende bedrijven sterk aan. Liever dat dan maar zoveel mogelijk ruimte en opdringerige advertentieformaten aan te bieden om een beetje geld te verdienen. “Google neemt de verantwoordelijkheid voor een prettige gebruikerservaring: met AMP en ook met het verdwijnen van de ‘non-skippable’ YouTube-reclame.”

Of de invloed van Google hierdoor nog groter en misschien dus te groot wordt, weet Ubels niet. “Die is al immens. Van iedere euro in deze markt gaat 90 procent naar Google en Facebook. Ik zie dit vooral als slimme zet richting nog meer groei.”



Lees het volledige bericht op Emerce »

Kostenreductie dagbladuitgevers werpt vruchten af

Posted 01 Jun 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Dagbladuitgevers hebben de afgelopen vijftien jaar fors in de kosten gesneden, wat betekent dat zelfs met teruglopende advertentie-inkomsten de bedrijfsresultaten eigenlijk prima zijn. Dat stelt media-onderzoeker Piet Bakker na analyse van jaarverslagen…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Groei voor mediabestedingen in 2016 dankzij online

Posted 31 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

De netto mediabestedingen in Nederland zijn in 2016 met 1,4 procent gegroeid tot bijna 4,7 miljard. In absolute bestedingen bedroeg de stijging 66 miljoen. Daarbij zag internet de bestedingen weer dubbelcijferig toenemen, volgens het Jaarrapport Netto Mediabestedingen 2016 dat Nielsen binnenkort publiceert.

Afgezien van out of home en televisie, daalden de advertentie-inkomsten uit andere kanalen.

Mede door de lage inflatie was er nog sprake van reële groei voor de netto mediabestedingen in 2016. Online neemt alle groei voor zijn rekening. Print noteerde weer flinke verliezen.

De offline media zagen de gezamenlijke inkomsten uit advertenties in 2016 dalen met iets meer dan 3 procent, terwijl de bestedingen aan internet stegen met meer dan 11 procent.

De printmedia hebben in de afgelopen tien jaar 1,5 miljard eoro verloren. Per saldo is er 500 miljoen verdwenen uit de Nederlandse advertentiemarkt.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Omzetdaling voor TMG

Posted 29 Mei 2017 — by Villamedia
Category nieuws

Telegraaf Media Groep (TMG), het moederbedrijf van onder meer De Telegraaf, kampt nog altijd met dalende advertentie-inkomsten. Dat bleek vrijdagavond uit een tussentijds handelsbericht…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

TMG boekt verlies in eerste vier maanden

Posted 26 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

Telegraaf Media Groep (TMG) heeft over de eerste vier maanden van 2017 een omzet gerealiseerd van 127,2 miljoen euro, 7,6 procent minder dan een jaar geleden. De cijfers werden vrijdag hoogst ongebruikelijk nabeurs bekend gemaakt.

De daling wordt voor een groot deel veroorzaakt door de verdere teruggang in print advertentie-inkomsten. Daarnaast is er een nadelig effect van de reorganisatie van de sales- en marketingorganisatie vanaf het begin van 2017 waardoor minder verkopen kunnen worden gerealiseerd.

Het EBITDA-resultaat daalde als gevolg hiervan van van 3,5 miljoen naar min 7,1 miljoen euro.

Over de digitale activiteiten zijn dit keer geen bijzonderheden bekend gemaakt.

De viermaanden-update houdt verband met een aandeelhoudersvergadering komende donderdag. Daar wordt ook gesproken over het aanstaande bod van Mediahuis.

TMG sluit een aantal zeer onrustige maanden af, waarin Mediahuis en Talpa elkaar aftroefden met biedingen. Op 15 juni vindt er op verzoek van Talpa nog een zitting plaats tot het instellen van een enquêteonderzoek naar aanleiding van het tekenen van het fusieprotocol door TMG.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Pamplet bij NRC en Volkskrant tegen ‘vrouwenvernedering’ GeenStijl

Posted 05 Mei 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Volkskrant en de NRC lijken de aanval op GeenStijl nu definitief te hebben ingezet. In een paginagroot pamflet wordt Nederlandse bedrijven opgeroepen om niet meer op GeenStijl en Dumpert te adverteren.

Het was de bedoeling het pamflet zaterdag te publiceren, maar omdat de tekst is uitgelekt, uitgerekend via GeenStijl, verscheen het pamplet vandaag al op de sites. ‘Normaal luidt het devies: niet reageren, don’t feed the trolls. Maar de aanval op de journalist van de Volkskrant is het zoveelste dieptepunt: reaguurders werden expliciet uitgenodigd om seksueel te fantaseren bij haar foto. Online-intimidatie mag dan al jaren de norm zijn op internet, het is niet normaal. We vinden het tijd om hier als collectief een statement te maken. Door je mond te houden, verandert er niets.’

Het pamflet is mede opgesteld door columniste Rosanne Hertzberger, die regelmatig doelwit is van GeenStijl. Tot de ondertekenaars behoren onder meer Marcia Luyten, Georgina Verbaan, Hella Hueck, Claudia de Breij, Jildou van der Bijl, Katja Schuurman en Femke Halsema.

NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch benadrukt dat de Volkskrant en NRC verder niet betrokken waren bij de tekst, maar dat zij de actie willen faciliteren.

De actie kan TMG, uitgever achter GeenStijl, miljoenen euro’s aan advertentie-inkomsten gaan kosten. Enkele adverteerders, waaronder Hak, Honig, Renault, de Efteling, TUI, ICI Paris en Run for Kika, lieten afgelopen dagen al weten hun advertenties terug te trekken of nieuwe campagnes te heroverwegen. Daar hoort nu ook het ministerie van Defensie bij, dat eerst nog meldde dat men geen reden zag om te stoppen.

GeenStijl maakt deel uit van het bedrijfsonderdeel TMG Digital, met een omzet van 35 miljoen euro. Daarvan is 9,8 miljoen euro afkomstig van advertenties.

Dode bomen in doodsstrijd maken rare sprongen, reageert GeenStijl. ‘Moet het pluriforme medialandschap nog verder worden beknot? Moet de vrijheid van meningsuiting worden gesloopt? Zijn Reviaanse ironie, de hyperbool en snoeiharde satire VERBOTEN in het postmoderne tijdperk van de veel te snel gekwetste safe space-denkers?’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Verplichte datadeling Google en Facebook geen goed idee

Posted 28 Apr 2017 — by Emerce
Category nieuws

Onlineplatforms zoals Google en Facebook mogen zich verheugen in een groot en groeiend aantal gebruikers. Tegelijkertijd nemen de zorgen over dit soort ondernemingen toe, evenals de roep om strenger toezicht. Als probleem wordt genoemd dat een datavoorsprong markten doet ‘tippen’: een platform met een kleine datavoorsprong kan een beter product aanbieden, waardoor het aantal gebruikers stijgt, de datavoorsprong toeneemt, het product beter wordt, het aantal gebruikers toeneemt, etcetera.

Deze volgens sommigen vicieuze cirkel kan worden doorbroken met datadeling, stellen de onderzoekers Jens Prüfer en Christoph Schottmüller. Toegepast op de markt voor zoekmachines zou dit voorstel inhouden dat Google en Bing hun search logs met elkaar moeten delen. Het positieve effect van deze verplichte datadeling is volgens Prüfer en Schottmüller  dat platforms meer gaan innoveren.

Deze vorm van platformregulering gaat naar mijn mening te ver. Het is onduidelijk of data tot dominantie leidt. Verder is het onzeker of datadeling innovatie stimuleert of juist beperkt. Een groot probleem is bovendien dat datadeling in de praktijk vraagt om het bepalen van een toegangsprijs.

Veel data hoeven niet uitgewisseld te worden

Veel data zijn breed beschikbaar of vervangbaar door vergelijkbare data. Binnen de grenzen van de privacywetgeving kunnen allerlei ondernemingen (gebruikers)data verzamelen over bijvoorbeeld leeftijd, interesses en aankoopgedrag. Deze data hoeven dus niet onderling uitgewisseld te worden.

Toegang tot data is geen voldoende voorwaarde voor succes

Data kunnen diensten beter maken (bijvoorbeeld bij zoekmachines zoals Preston McAfee, hoofdeconoom van Microsoft, laat zien) maar leiden niet zonder meer tot dominantie. Zelfs sommige onlineplatforms kunnen succesvol worden zonder het gebruik van big data. Anja Lambrecht en Catherine Tucker bespreken een aantal voorbeelden waaronder Uber, AirBnB, Tinder, Candy Crush en WhatsApp.

Bovendien wordt de kwaliteit van veel online diensten niet alleen bepaald door de hoeveelheid data maar ook door de kwaliteit van de gebruikte algoritmes. Xavier Amatriain, voormalig Director of Algorithms Engineering bij Netflix, stelt dat meer data niet compenseert voor een slechter algoritme. Toegang tot data is daarom geen voldoende voorwaarde voor succes.

Meerwaarde van meer data wordt steeds kleiner

Zoals voor veel productiefactoren geldt ook voor data de wet van de afnemende meeropbrengsten. Dit betekent dat hoe meer data een onderneming heeft, hoe kleiner de meerwaarde is van nog meer data. Een datavoorsprong impliceert daarom niet onvermijdelijk dominantie. Dit is afhankelijk van hoe sterk meeropbrengsten van data afnemen en vanaf welke hoeveelheid. Het zal per markt verschillen hoeveel ondernemingen de ‘minimum efficiënte dataschaal’ kunnen bereiken.

Schade dominante platforms is onduidelijk

De schade van dominante platforms voor consumenten is onduidelijk. Prüfer en Schottmüller betogen dat een eenmaal getipte markt wordt gekenmerkt door te weinig innovatie. Dit lijkt geen sterk argument want verschillende online platforms met hoge marktaandelen zijn zeer innovatief.

Verder wijst eerder empirisch en theoretisch onderzoek op een omgekeerde U-relatie tussen marktmacht en innovatie: weinig concurrentie is niet goed voor innovatie maar te veel ook niet. Dit betekent dat zelfs als data tot dominantie leidt, dit niet noodzakelijk slecht is voor innovatie.

Gratis toegang is geen goed idee

Verplichte datadeling is een te simpele oplossing. De impliciete veronderstelling is immers dat concurrerende platforms gratis toegang krijgen tot de data van het dominante platform. Gratis toegang is sowieso geen goed idee. Dit lokt toetreding uit totdat alle (advertentie-)inkomsten zijn afgeroomd. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid voor platforms om vaste kosten van R&D terug te verdienen en dat is nu juist een cruciale voorwaarde voor innovatie.

Onzekerheden maken kans op falen overheid groot

De implicatie is dat verplichte datadeling het bepalen van een toegangsprijs vereist. De juiste prijs vaststellen is complex. Bij een te hoge prijs kopen concurrenten geen toegang, maar een te lage prijs lokt te veel toetreding uit waardoor innovatie daalt. De regulerende instantie moet daarom onder meer inschatten hoeveel toetreding een bepaald prijsniveau uitlokt, wat daarvan het effect is op de kwaliteitsverschillen van de concurrerende diensten, tot hoeveel overstappende consumenten dit leidt, en wat het effect is op advertentie-inkomsten van platforms en, uiteindelijk, innovatieprikkels. Vanwege alle onzekerheden die hiermee gepaard gaan is de kans op falen van de overheid groot.

Bijvoorbeeld mededingingstoezicht is aantrekkelijker

Mijn conclusie is dat de case voor verplichte datadeling niet sterk genoeg is. Het feit dat we weinig weten over de relatie tussen marktmacht en innovatie is hiervoor een belangrijk argument. Dit argument impliceert ook dat bij online platforms lichtere vormen van overheidsingrijpen, zoals het mededingingstoezicht, vooralsnog aantrekkelijker zijn. Het mededingingsrecht biedt de mogelijkheid om platforms die aantoonbaar een economische machtspositie hebben misbruikt, bijvoorbeeld door concurrenten uit te sluiten, aan te pakken.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Autoriteit Consument & Markt.



Lees het volledige bericht op Emerce » Did you https://www.justdomyhomework.com/ increase membership a lot when president or did you increase membership by 50%

Holland Media Combinatie wil stoppen met Almere Vandaag

Posted 24 Mrt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De directie van Holland Media Combinatie is van plan om de stekker te trekken uit Almere Vandaag. Dat meldt Almere Vandaag. De tegenvallende advertentie-inkomsten…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Coalition for Better Ads luidt de noodbel: Nu stoppen met irritante online advertenties

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een brede coalitie van brancheverenigingen op het gebied van online adverteren heeft gisteren opgeroepen om te stoppen met irritante advertentieformaten. Autoplay video, popups en paginavullende scrollovers zorgen voor toenemend gebruik van adblockers, zo waarschuwt Coalition for Better Ads, die gisteren in zowel Brussel als Washington D.C. vrijwillige advertentiestandaarden aankondigde.

Op basis van uitgebreid onderzoek onder zijn zes typen desktop en twaalf typen mobiele advertenties geïdentificeerd die grote irritatie veroorzaken en wat Coalition for Better Ads betreft .

Het onderwerp adblockers kreeg de laatste tijd nauwelijks nog aandacht, maar dat betekent niet dat het probleem uit de wereld is geholpen. Adblockers werden vorig jaar op maar liefst 615 miljoen pc’s of mobiele apparaten gebruikt, dertig procent meer dan een jaar eerder. Facebook trok in 2015 al aan de bel over adblockers en het bedrijf schrapte een groot aantal advertentieformaten.

‘Als we deze formaten blijven gebruiken, zullen advertentie-inkomsten dalen,’ waarschuwde Randall Rothenberg CEO van het IAB. Dat is vooral slecht nieuws voor uitgevers, die grotendeels van advertentie-inkomsten afhankelijk zijn.

De Coalition for Better Ads werd vorig jaar gelanceerd op de vakbeurs Dmexco in Keulen. Men begon toen meteen een studie naar onder meer laadtijden, het aantal trackingpixels en andere technische aspecten.

De coalitie bestaat uit belangengroepen uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en de VS (onder meer IAB en ANA), internetbedrijven als Google en Facebook, en adverteerders als Procter & Gamble en Unilever. Ook enkele uitgevers, waaronder News Corp en Thomson Reuters, zijn lid. Opvallend genoeg zijn geen consumentenorganisaties uitgenodigd.



If your answer to an essay question is abstract, support it with a concrete example that illustrates your point If your answer to an https://essayclick.net/ essay question is abstract, support it with a concrete example that illustrates your point

The Social Conference: ‘Snapchat is er niet alleen voor tieners’

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Pinterest is voor vrouwen van 40+. Snapchat zet je in als je tieners zoekt. Insta voor als je iets met mooi beeld doet. En YouTube is leuk voor de advertentie-inkomsten, maar leidt niet tot conversie. Vooroordelen worden vermorzeld tijdens een arena op The Social Conference. Vier experts verdedigen hun favoriete kanaal en verzorgen een update over welke doelgroep waar welk gedrag vertoont. Een van hen is Luuk de Haardt, die crossmediale marketingcampagnes voor RTL heeft bedacht.

Je onderzoekt mogelijkheden met Snapchat op het gebied van jongerenmarketing. Blijft Snapchat een jongerenmerk nu ook veel ouders de app (omwille van hun kinderen) gebruiken?
“Snapchat is een app die draait om fun, verhalen vertellen en blijven ontdekken. In Nederland is het voor jongeren de go-to app wanneer zij met vrienden willen communiceren of willen delen wat zij op dat moment aan het doen zijn. Uit Amerikaans onderzoek blijkt zelfs dat jongeren Snapchat drie keer eerder dan Facebook en twee keer eerder dan Instagram openen.

“Uit de cijfers van het Nationaal Social Media onderzoek en de cijfers die Snapchat zelf vrijgeeft blijkt inderdaad dat de leeftijd van de Snapchat gebruikers verschuift. Als je kijkt naar voorgaande platformen, zou je verwachten dat jongeren Snapchat verlaten als er meer ouderen opkomen, maar ik denk niet dat dat gebeurt. Snapchat is namelijk voor jongeren ontworpen en voor ouderen is de interface niet logisch, waardoor zij meer moeite hebben met het gebruiken van de app. Ook is het voor jongeren mogelijk om hun verhaal af te schermen voor bepaalde personen (de ouders). Hierdoor blijft het voor jongeren een app die niet overspoeld voelt door ouderen en zo blijven zij content creëren en consumeren.”

Welke cases heb je in dit verband voor RTL en verschillende adverteerders ontwikkeld?
“Samen met een collega zijn er verschillende cases opgezet waarbij Snapchat een belangrijk onderdeel was van een crossmediale campagne. Voorbeelden hiervan zijn het Snapchat-kanaal RTL Basecamp en een crossmediale campagne voor influencer Onnedi in samenwerking met Hasbro en Trolls. Bij deze case konden de volgers van Onnedi voor de YouTube-video meebepalen hoe het verhaal zou verlopen. Dit deden zij door middel van screenshots van hun favoriete Troll te maken. Door deze interactie mogelijkheid was Snapchat een logisch en belangrijk onderdeel in de campagne voor Trolls. Vervolgens hadden meer dan duizenden jongeren een foto van de trollen op hun telefoon en hebben zij bij kunnen dragen aan het verhaal.

“Een ander voorbeeld is de samenwerking rondom jongerenkanaal Concentrate samen met GOGO Tours. Hiervoor hebben we een unieke Snapchat-campagne opgezet waarin men kon volgen wat de hosts op vakantie meemaakten. Snapchat werd daarnaast ingezet om engagement te creëren. Door verschillende interactieve Snapchat-challenges waren duizenden jongeren iedere dag hoog betrokken bij Concentrate en GOGO. Een van de acties betreft de Snaphunt: ‘In heel Nederland zijn stickers met de Concentrate Snapcode verstopt. Volg de aanwijzingen op Snapchat en vind de stickers! Gevonden? Zet jezelf er op een originele manier mee op de foto en stuur deze via Snapchat’. Door deze interactieve uitdagingen was er een verdubbeling in het aantal views per snap en een gemiddeld uitkijkpercentage van boven de 95 procent gerealiseerd. In een tijd waar aandacht schaars is zijn dit hele belangrijke succesfactoren.”

Je neemt deel aan een panel waarbij ‘vooroordelen worden vermorzeld’. Welke vooroordelen mogen wat jou betreft verdwijnen?
“Het grootste vooroordeel is de leeftijd; ‘Snapchat is alleen voor tieners’. In de VS gebruikt 60 procent van de (jong)volwassenen tussen 13-34 jaar Snapchat en 77 procent daarvan is boven de 18 jaar. Ook uit de cijfers van het Nationaal Social media onderzoek en de cijfers die Snapchat zelf vrijgeeft blijkt dat de leeftijd van de Nederlandse Snapchat gebruiker groeit en verspreid is over de leeftijd van 13 t/m 35 jaar.

“Ook de kreet ‘Als merk kun je niks met Snapchat’ is een vooroordeel. Jongeren willen op Snapchat best communiceren met een merk, maar wel op hun eigen manier. Op Snapchat moeten merken op een andere manier communiceren dan dat de meeste gewend zijn. Het vraagt meer van merken. Op Snapchat is namelijk wekelijks (liefst dagelijks) zichtbaar zijn, open en authentiek communiceren en interacteren met de doelgroep een must. Op die manier kun je als merk een 1-op-1 relatie creëren die heel waardevol kan zijn. Een ander ingrediënt dat vaak ontbreekt is creativiteit. Met creativiteit kun je namelijk als merk toegevoegde waarde bieden en een impact achterlaten bij de volgers.”

We weten alles over het gebruik van Instagram en Facebook in Nederland, maar heeft Snap in Nederland wel bereik nu uit onderzoek blijkt dat het gebruik onder jongeren terugloopt?
“Jazeker. In november gaf Snapchat aan dat het huidige aantal Nederlandse gebruikers ‘in de miljoenen’ loopt. Ook uit het eerder beschreven Nationaal Social Media onderzoek blijkt dat Snapchat minimaal de twee miljoen aantikt. Daarnaast is het dagelijks aantal gebruikers van Snapchat het meest gegroeid van alle platformen ten opzichte van 2016. Deze is namelijk met 77 procent gestegen! Het bereik is niet zo groot als Facebook, maar de echte kwaliteit van Snapchat zit hem niet in de aantallen, maar in de trouwe en hoog betrokken gebruikersbase.”

Met welke trends in sociale media moeten we de komende jaren rekening houden?
“Het belang van mobile-only en live interactie gaat alleen maar toenemen. Daarnaast verwacht de consument steeds betere content van merken. Om de consument te kunnen blijven bereiken en vasthouden, moet niet alleen de kwaliteit van de content stijgen, maar ook de mate van creativiteit en relevantie moet toenemen. AR/VR en storytelling zijn hierbij belangrijke tools om een rijkere content-ervaring te kunnen bieden en de consument te kunnen verbinden aan een merk. Snapchat is hiermee een stap voor op de rest door onder andere de introductie van de Spectacles en AR-(wereld)lenzen. Zij geven hiermee namelijk de mogelijkheid om vanuit het gezichtspunt van iemand anders mee te kijken en zo de kijkerservaring en betrokkenheid te verhogen.”

The Social Conference wordt 23 maart gehouden in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Tickets hier.



Lees het volledige bericht op Emerce » Uk/page/new-zealand 10 pakistan 1 the first rhodes scholar from pakistan took up residence in oxford in 1951, and since that time more than 60 citizens of pakistan have been awarded this prestigious professional essay writers uk scholarship

The Social Conference: ‘Verschuiving van communicatie in tekst naar beeld zal zich steeds meer doorzetten’

Posted 17 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Pinterest is voor vrouwen van veertig plus. Snapchat zet je in als je tieners zoekt. Insta voor als je iets met mooi beeld doet. En YouTube is leuk voor de advertentie-inkomsten, maar leidt niet tot conversie. Vier experts verdedigen op The Social Conference hun favoriete kanaal en verzorgen een update over welke doelgroep waar welk gedrag vertoont. Maarten Bierman gelooft heilig in Pinterest.

Vertel eerst eens iets over het bedrijf The Pinfluencers. Speciaal opgericht voor Pinterest marketing?
“​Ik kwam met Pinterest voor het eerst in aanraking eind 2012, tijdens een van mijn vele surftochten op het web. Omdat ik visueel ben ingesteld viel letterlijk en figuurlijk mijn oog op dit platform en dacht gelijk: dit is e-commerce. Ik ben een salesdier in hart en nieren en zag zakelijke kansen. Er is en was geen enkel marketingbedrijf in Nederland wat gespecialiseerd is in Pinterest. Ik geloof in specialisme omdat ik van mening ben dat je nooit alle kanalen voor een klant optimaal kan beheren. Er gebeurt gewoon te veel, te snel. Ik heb ik mijn bedrijf The Pinfluencers opgericht in 2013 en zijn nu met vier mensen gevestigd in Den-Haag.

​Je leidt een panel waarbij ‘vooroordelen worden vermorzeld’. Dat betreft dan vooral de doelgroepen die merken willen bereiken via sociale media. Welke vooroordelen verdwijnen wat jou betreft?
“Pinterest is wat mij betreft geen social media-platform. Het is een visuele zoekmachine waar mensen inspiratie en ideeën opdoen met een koopintentie opdoen. Het grootste vooroordeel is dat Pinterest een platform is waar alleen maar vrouwen aanwezig zijn die bruidsjurken pinnen. De verdeling man/vrouw is in de VS dan nog wel 70/30, maar een op de drie nieuwe gebruikers is man. In Nederland is de verhouding 60/40 procent. Juist mannelijk gerelateerde content zoals verbouwen en klussen leent zich perfect voor Pinterest.”

“Het gezegde toys for boys is zeker van toepassing op Pinterest. Glimmende Harley-Davidsons, de meest prachtige handgemaakte horloges en exclusieve schoenen om maar een paar voorbeelden te noemen. Koop je een Harley-Davidson online? Nee, maar die ene vette accessoire die je HD net anders maakt en op Pinyterest hebt gezien wél.

We weten alles over het gebruik van Instagram en Facebook in Nederland, maar heeft Pinterest in Nederland wel bereik?
“Jazeker. Afgelopen december bracht GfK een rapport naar buiten waaruit bleek dat in november ruim 4,5 miljoen mensen Pinterest hadden gebruikt. Het grote probleem is, de kopers zijn er wel, maar de aanbieders niet! De oorzaak hierin ligt dat maar weinig marketeers en e-commerce managers weten wat Pinterest nu precies voor een kanaal is en hoe deze goed in te zetten voor traffic, engagement en conversie.”

Met welke trends in sociale media moeten we de komende jaren rekening houden?
“De verschuiving van communicatie in tekst naar beeld zal zich steeds meer doorzetten. Beeldentaal wordt steeds belangrijker. VR en AR zullen een verschuiving teweeg brengen in het social media landschap. Daarnaast zal social selling een steeds grotere en belangrijkere rol krijgen. Kopen van produkten en diensten zal plaatsvinden omdat je buurman of een familielid een product of dienst heeft gekocht en daar zeer tevreden over is​. Ook de leen- en deeltrend zal zich uitzetten op social media. Het gaat niet meer om het hebben van goederen, maar om het gebruik. Het subscription based business model zal de komende jaren uitgroeien tot het verdienmodel. Social media speelt hierin een grote rol.”

The Social Conference wordt 23 maart gehouden in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Tickets hier.



Lees het volledige bericht op Emerce » Let me share with you what I www.phonetrackingapps.com found on opening dragon dictation

‘Minder inkomsten uit Instant Articles en Google AMP dan verwacht’

Posted 14 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Uitgevers moeten kiezen: zelfgemaakte content distribueren via Facebooks Instant Articles, Google AMP of Snapchat of het gewoon houden bij de eigen kanalen? Voor de advertentie-inkomsten hoeven ze het nog niet te doen, zo blijkt uit een gelekt rapport.

De verandering in consumptiegedrag heeft ervoor gezorgd dat uitgevers van nieuws en andere online content nieuwe manieren van distributie overwegen en uitproberen. Zo is YouTube inmiddels vast onderdeel van de contentstrategie, publiceert menig uitgever de content integraal via Facebooks Instant Articles, Apple News of in Google AMP-variant. In plaats van de content (uitsluitend) op de eigen site of in de app te plaatsen, publiceren uitgevers op een plek die ze niet zelf onder controle hebben. Ze profiteren van het bereik van anderen, die beloven als tegenprestatie voor de advertentie-inkomsten te zorgen.

Dat klinkt leuk, maar hoeveel levert het op om je product uit handen te geven? Tot nu toe veel minder dan werd verwacht. Dat concludeert uitgever Business Insider na het zien van een uitgelekt rapport van Digital Content Next (DCN). Deze branchevertegenwoordiger verzamelde de data van negentien mediabedrijven, waaronder The Financial Times, Bloomberg, NBC en The New York Times. Onder acht van de leden nam het ook interviews af over de ervaringen met distributie via derden en de inkomsten hieruit.

‘Veel minder dan verwacht’

Gemiddeld genomen was YouTube de belangrijkste inkomstenbron voor deze uitgevers. Ongeveer de helft werd verdiend op het videoplatform. Het geld dat via andere distributiekanalen is verdiend, is met name afkomstig van Facebook, gevolgd door Twitter en Snapchat.

De platformen geven weinig aanleiding om de content op die manier te distribueren, concludeert Business Insider. De content zorgt ervoor dat bijvoorbeeld Facebook als betrouwbaar wordt gezien door gebruikers en adverteerders, maar de vermarkting valt ze tegen. Uitgevers zien de bedrijven bovendien nog steeds als concurrent, daar verandert niets aan. Aan beide kanten wordt immers dezelfde aandacht gestreden.

Het blijft voor uitgevers een te kraken noot. Wel of niet je kostbare content uit handen geven? Anderen hebben dan de controle. Onder meer over de inkomsten en de gebruikersdata. Of de platformen voor extra verkeer richting de eigen website zorgen, is ook niet duidelijk.

Britse media zijn ook nog niet bovenmatig enthousiast, zo bleek uit een publicatie van afgelopen najaar. Met Instant Articles wordt geld verdiend, maar zoals een betrokkene ook zei: ‘it’s pennies not pounds’.

Toch lijken de meesten de distributie via derden in ieder geval een kans te willen geven. Buzzfeed kwam in 2015 al tot de conclusie dat het er niet omheen kon. De uitgever investeerde in een team van redacteuren dat special voor andere platformen content moest produceren. Waarom? Buzzfeed zei serieus rekening te houden met een tijd waarin mensen hun content niet meer bij uitgevers zelf consumeerden, maar op de plekken die ze toch al vaak bezoeken.



Lees het volledige bericht op Emerce » It rarely comes naturally to applicants to think and write my essay service about their accomplishments and failures, career background and goals, leadership and teamwork experiences, and turning points in life