Posts Tagged ‘advertentie-inkomsten’

Videoland dit jaar met 119 procent gegroeid

Posted 08 nov 2018 — by Emerce
Category nieuws

Videoland groeit gestaag, zo blijkt uit de cijfers van moeder RTL Group. Het aantal betaalde abonnees van de online videodienst nam dit jaar met 119 procent toe. Ook werd er flink meer gekeken in de eerste negen maanden. RTL schrijf het succes toe aan lokale producties. Het aandeel van Videoland aan de omzet van RTL Nederland is overigens niet bekend.

De Nederlandse tak zag zijn advertentie-inkomsten dit jaar licht toenemen, resulterend in een omzet van 352 miljoen euro versus 331 miljoen over de eerste negen maanden. Het bedrijfsresultaat ging van 45 naar 55 miljoen euro (pdf).

In het derde kwartaal zette de RTL Groep (inclusief de Duitse en Luxemburgse dochters) 1,4 miljard euro om, grotendeels dankzij inkomsten van producent Fremantle. Het bedrijfsresultaat viel met 254 miljoen echter wat tegen door lagere advertentie-inkomsten. De winst daalde ook: van 114 miljoen naar 106 miljoen.

De omzet over de eerste negen maanden is sinds januari met 2,7 procent licht gestegen naar 4,4 miljard euro, terwijl het bedrijfsresultaat eindigde op 892 miljoen. Tv advertenties vormen iets minder dan de helft van de omzet. Digitaal is goed voor 14 procent.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe ga je goed om met de complexiteit van inventory quality?

Posted 26 okt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Programmatic buying brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van inventory quality die verder gaan dan advertentiefraude. Ook het vervalsen van de waarde van bezoekers en het uitlokken van clicks op advertenties, ondermijnen het rendement van adverteerders en kunnen uitgevers benadelen. Waar kun je mee te maken krijgen? 

Er zijn veel manieren waarop kwaadwillenden adverteerders en  uitgevers schade kunnen toebrengen. Op dit moment zijn dit de vier belangrijkste:

Niet-menselijk verkeer

Bots die je website bezoeken, bijvoorbeeld om de inhoud te crawlen of vanwege browser pre-rendering, zijn bekende vormen van niet-menselijk verkeer die niet slecht bedoeld zijn. Ze zijn gemakkelijk te detecteren en tellen niet mee in het aantal impressies. Er is echter ook een keerzijde: bots die zich voordoen als legitieme gebruikers, adware, malware, devices die gegijzeld zijn, enzovoorts. Deze situaties zijn lastiger op te sporen – je hebt uitgebreide analytics en zelfs menselijke interventie nodig om te kunnen beoordelen of er sprake is van zogeheten Sophisticated Invalid Traffic (SIVT).

Er zijn twee veelgebruikte SIVT-methodes. Ofwel er wordt een botnet opgezet door malware op computers te verspreiden. Die worden daardoor zelf een bot en onderdeel van het botnet van nog duizenden besmette computers. De tweede is cloud-based: er worden cloud-accounts gemaakt voor headless bots en het verkeer loopt via proxy’s zodat het niet wordt herkend als komend van een datacenter.

Stap twee is in beide opzetjes hetzelfde: bots worden naar hooggewaardeerde websites gestuurd zodat er een cookieprofiel wordt opgebouwd dat overeenkomt met dat van echte consumenten. Die zogenaamde consumenten bezoeken de websites van de fraudeur waar programmatic advertenties op worden getoond. Door de hoge waarde van de nepconsumenten ontvangt de frauduleuze publisher flinke inkomsten uit programmatic veilingen, terwijl de impressies in werkelijkheid niets waard zijn.

Laagwaardig menselijk verkeer

Je zou denken dat als een advertentie wordt gezien door een mens op de website waarop de adverteerder heeft geboden, er geen vuiltje aan de lucht is. Maar ook hier is ruimte voor dubieuze praktijken. Er zijn publishers die websites bouwen met als enige doel advertenties te verkopen. Er is geen sprake van originele content of een trouw bezoekerspubliek. De sites kenmerken zich door clickbait waar de bezoeker door wordt gelokt, waarna hij zich door allerlei advertenties heen moet worstelen om bij de daadwerkelijke content te komen. Of de bezoeker wordt simpelweg omgeleid naar een advertentiepagina in plaats van naar de gewenste content.

Met name adverteerders die merkbekendheid als campagnedoel hebben, lopen het risico om het slachtoffer te worden van deze advertentiefuiken. Wanneer je een direct doel hebt met een advertentie, zoals het installeren van een app, conversie, registreren voor een nieuwsbrief of evenement, enzovoorts, dan zie je vrij snel aan de cijfers welke websites niets bijdragen aan je campagnes. Bij merkcampagnes is dat lastig inzichtelijk te krijgen.

Wat je kunt doen, is de backlinks naar een bepaalde site analyseren. Hoe meer links met hoogwaardige websites, des te beter de reputatie van de website en des te kleiner de kans dat die bedoeld is om consumenten te lokken naar commerciële boodschappen.

Daarnaast is er een aantal signalen dat erop wijst dat een website laagwaardig traffic genereert: er staan geen echte auteurs bij artikelen, de traffic heeft rare pieken die wijzen op ‘gekocht’ verkeer, de ‘over ons’-pagina is generiek en de domeinregistratie is lastig te traceren.

Misleiding & bedrog

Er zijn veel verschillende manieren waarop de herkomst en de waarde van een impressie kan worden opgepoetst, witgewassen of verborgen. De bekendste is domain spoofing: de fraudeur gebruikt een code op de ad exchange die lijkt op die van een premium website. Adverteerders bieden en denken dat hun advertentie verschijnt op de hoogwaardige site, maar die wordt in werkelijkheid vertoond op de nepsite.

Het goede nieuws is dat het ads.txt-initiatief van branchevereniging IAB door steeds meer publishers en adverteerders wordt omarmd. Hiermee kunnen publishers alle bedrijven in de programmatic keten identificeren die hun inventaris mogen verkopen. Adverteerders kunnen op hun beurt zien of een publisher bonafide is.

Op deze manier zijn veel, maar niet alle problemen opgelost. Zo vallen mobiele apps er niet onder en daar is domain spoofing juist een groot probleem. En sommige fraudeurs kletsen zich met list en bedrog alsnog binnen en worden dan in de ads.txt files opgenomen als bonafide publishers.

Websites die met clickbait werken, passen vaak ook technieken toe om de advertentie-inkomsten per gebruiker te maximaliseren. Denk aan transparante 0x0 iFrames waardoor de publisher impressies kan tellen zonder dat er een advertentie wordt getoond.

Een ander veelvoorkomende vorm van fraude: via malware kunnen fraudeurs inventory verkopen op sites waar ze niets mee te maken hebben. De illegaal verkochte advertenties vallen over de legitieme advertenties heen of worden op pagina’s geplaatst waar geen inventory wordt aangeboden. Om dit tegen te gaan is ads.cert ontwikkeld, een digitale handtekening die zorgt dat fraudeurs zich niet kunnen bemoeien met de keten van het inkopen tot en met het plaatsen van de advertentie.

Ook met de user experience kan een publisher dusdanig marchanderen dat de advertentie-inkomsten omhooggaan. Denk aan het volstoppen van een pagina met verschillende formaten advertenties, gebruikers dwingen om een slideshow door te lopen om meer impressies te genereren en het automatisch afspelen van video met het geluid standaard aan. Op zich is dit natuurlijk geen fraude, maar de consument raakt wel geïrriteerd, wat afstraalt op de adverteerder. Bovendien doet een grote hoeveelheid advertenties afbreuk aan de impact, omdat de bezoeker zijn aandacht moet verdelen over veel verschillende boodschappen.

Mobiele in-app inventariskwaliteit

Fraude met advertenties in mobiele apps is moeilijk op te sporen, omdat het plaatsen van detectie-tags zoals gebruikelijk is op websites, hier niet werkt. Desktop tracking gebeurt immers op basis van cookies, terwijl mobiele apps dat doen met behulp van device-identificatie. Om toch fraude te kunnen detecteren zijn Software Development Kits (SDK’s) nodig die in de app worden geplaatst om data te analyseren. Daarnaast is het lastiger om op grote schaal de kwaliteit van apps te controleren, omdat je ze daarvoor eerst moet downloaden.

Spoofing is de belangrijkste manier waarop een loopje wordt genomen met adverteerders in mobiele apps. Zo kan een app het doen voorkomen dat er sprake is van een grote groep unieke gebruikers door data over devices, IP-adressen, het toestelmerk en -type te stelen of vervalsen. Dit wordt device spoofing genoemd. App spoofing is ook mogelijk, waarbij malafide apps gebruikmaken van de identificatiecode van een bonafide app, zodat ze aantrekkelijker lijken voor adverteerders. Verder komt location spoofing voor: de geografische data doen voorkomen alsof de app-gebruiker zich bijvoorbeeld in New York bevindt terwijl het in werkelijkheid Timboektoe is. De adverteerder biedt op een target audience dat zich op een bepaalde locatie bevindt maar komt bedrogen uit.

Ook tegen appfraude heeft de branche een oplossing ontwikkeld, Open Measurement SDK. Deze kunnen publishers eenmalig implementeren zodat er gemeten kan worden wat er gebeurt. Als dit de standaard wordt, dan is dat de eerste verdedigingslinie tegen misbruik van apps door malafide publishers. Daarnaast is het handig om alleen te adverteren op apps waar de gebruiker content consumeert, dus bijvoorbeeld niet op een zaklampapp. De volumes van dergelijke apps zijn weliswaar hoog maar de gebruiker heeft geen aandacht voor de getoonde advertenties. Andere tips zijn: bied alleen op apps uit de iOS of Android store en beperk je tot de duizend populairste.

Inventariskwaliteit is iedereens verantwoordelijkheid

De discussie over de betrouwbaarheid van programmatic buying heeft zich tot nu toe vooral toegespitst op het gebrek aan transparantie in de keten en het oplossen van kosteninefficiëntie. Maar het budget van de adverteerder kan op meer manieren schade oplopen doordat het niet optimaal wordt ingezet. Inventariskwaliteit is dus een belangrijk en breed aandachtsgebied. De verschillende programmatic spelers zijn zich daarvan bewust en er zijn allerlei goede initiatieven die adverteerders en publishers helpen om het kaf van het koren te scheiden. Honderd procent fraudevrij is een utopie maar als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt, komen we wel zo dicht mogelijk in de buurt van de ideale situatie.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Topman Oah (AOL, Yahoo) weg

Posted 11 sep 2018 — by Emerce
Category nieuws

CEO Tim Armstrong houdt het naar verluidt voor gezien bij Oath, het koepelbedrijf van AOL en Yahoo onder Verizon. Dalende advertentie-inkomsten zouden de oorzaak zijn.

Verizon betaalde 4,4 miljard dollar voor AOL in 2015 en nog eens 4,5 miljard voor Yahoo in 2017, maar een ‘advertentie powerhouse’ is Oath tot nu toe niet. Sterker nog: marketeers klagen dat er met de afdeling moeilijk te werken is.

Oath zou marktaandeel verliezen aan Google, Facebook en anderen, volgens eMarketer. De omzet over het afgelopen kwartaal bedroeg 1,9 miljard dollar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Begin september visie op rol Hilversum in ‘Media Valley’

Posted 27 aug 2018 — by Emerce
Category nieuws

Mediastad Hilversum loopt niet leeg. De instroom van bedrijven is groter dan de uitstroom. Dat zegt mediawethouder Wimar Jaeger tegen Spreekbuis aan de vooravond van Dutch Media Week.

Het Media Park is ondanks haar matige uitstraling vrijwel geheel gevuld. Er staat nauwelijks nog een omroepgebouw in de mediastad leeg. De uitstraling van het Mediapark kan wel beter, zegt Jaeger. De eerste week van september komt de gemeente met een visie op de toekomst van het Media Park als kloppend hart van Media Valley.

Jaeger erkent wel dat de industrie in een razend tempo verandert. Lineaire televisie loopt, qua marktaandeel in de consumptie van beeld en geluid, sterk terug. Dat heeft zijn weerslag op advertentie-inkomsten; het verdienmodel van de traditionele omroepen. Dit noopt de mediaondernemers naar andere en effectievere manieren te kijken hoe de kijker te bereiken en te boeien.

Het zijn vooral de creatieve start-ups en scale-ups die nieuwe energie geven aan Hilversum, zegt Jaeger. ‘Ik ben er van overtuigd dat Hilversum het juiste (ondernemers)klimaat heeft en de juiste infrastructuur om digitale creatieve bedrijven tot bloei te brengen.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Mobiele spel Krudoku gestopt

Posted 03 jul 2018 — by Emerce
Category nieuws

Het populaire mobiele spel Krudoku, ontwikkeld in Winsum, is gestopt. Ontwikkelaars Jaap-Jan en Ingrid Hellinga hebben het spel vijf jaar geleden gemaakt en was aan updates toe, maar er stonden nauwelijks inkomsten tegenover. De advertentie-inkomsten vielen tegen.

‘Het is geen Wordfeud geworden. Daar hadden we wel op gehoopt. We hoopten qua populariteit op een sneeuwbal effect. Dat is er niet van gekomen. Dat is weggelegd voor maar een paar spelletjes’, zegt Hellinga tegen RTV Noord.

Jaap-Jan Hellinga had zijn vaste baan opgezegd voor het spel. Inmiddels is hij weer in loondienst. Wel heeft hij nu een baan in de app-industrie en programmeert hij applicaties.



Lees het volledige bericht op Emerce »

13 miljoen euro voor Italiaanse maaltijdbezorger

Posted 22 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De Italiaanse maaltijdbezorger Supermercato24 heeft 13 miljoen euro aan financiering opgehaald in een ronde geleid door FII Tech Growth.

Supermercato24 is vergelijkbaar met Instacart in de VS. Het bedrijf haalt boodschappen op bij de supermarkt en bezorgt die nog dezelfde dag. De Italianen claimen het marktleiderschap in eigen land. 65 procent van de klanten zijn vrouw.

Supermercato24 is actief in 23 Italiaanse steden en zegt winstgevend te zijn. Klanten betalen voor de bezorgingen, maar er zijn ook advertentie-inkomsten. Adverteerders zijn merken van voedingsmiddelen.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Twintig procent advertentie-inkomsten dagbladen via digitale platformen

Posted 19 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

In 2017 werd 20 procent van de advertentie-inkomsten van Nederlandse krantenuitgevers gerealiseerd op digitale platformen. Dat percentage groeit permanent vanaf 2011 (8 procent) toen het voor het eerst werd gerapporteerd. Dat schrijft de bekende dagbladenonderzoeker Piet Bakker.

Landelijke kranten halen in 2017 zelfs 28 procent uit digitale advertenties, regionale titels 9 procent.

Tot het begin van deze eeuw kwam de helft of meer van de inkomsten van uitgevers van tradiotonele advertenties. In 1998-2000 lag het net onder de 60 procent. De laatste vijftien jaar daalt dat percentage permanent. In 2013 dook het voor het eerst onder de 25 procent, in 2017 was het 20 procent. De categorie ‘overig (e-commerce)’ is bescheiden met minder dan 2 procent in 2017.

Sinds de eeuwwisseling dalen de inkomsten van dagbladuitgevers, maar toch doen ze het niet slecht. Dagbladuitgevers behaalden in 2017 gemiddeld een winst van ruim 20 procent, een resultaat dat vooral te danken is aan forse bezuinigingen. De grote landelijke kranten renderen het beste.

Grote titels met een bereik van 357.000 (AD, De Telegraaf, Metro, de Volkskrant en NRC) scoren een EBITDA van 25,4 procent, middelgrote en kleine titels respectievelijk 18,8 en 7,7 procent.

Verschillen tussen soorten kranten zijn er volgens Bakker wel: grote kranten doen het beduidend beter dan kleine kranten en landelijke kranten doen het beter dan regionale titels.



Lees het volledige bericht op Emerce »

ACM bestudeert nieuwe verdienmodellen in de mediasector

Posted 15 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

De ACM start een marktstudie naar veranderende verdienmodellen in de mediasector. Met deze studie wil de toezichthouder meer inzicht krijgen in de gevolgen van deze verdienmodellen voor de concurrentie in de mediasector en voor de consument.

Het medialandschap verandert, constateert ACM. Met de verdergaande digitalisering zijn nieuwe partijen ontstaan die zich met nieuwe diensten begeven op de terreinen waar van oudsher mediabedrijven zoals kranten en omroepen actief waren. Sociale platforms brengen nieuws en opinies. YouTube biedt een gratis podium voor iedere gebruiker die content wil plaatsen, waaronder influencers. Netflix biedt juist series en films via een betaalde streamingdienst, en via apps als Spotify worden ook radio en muziek gestreamd.

Adverteerders verruilen de ongerichte advertenties op radio en tv steeds vaker voor meer gepersonaliseerde advertenties op platforms als Facebook en YouTube, waardoor de advertentie-inkomsten van de traditionele omroepen teruglopen.

ACM wil onder meer weten hoe nieuwe verdienmodellen de concurrentie in de mediasector beïnvloeden en wat consumenten van deze veranderingen merken.

De digitale economie is dit jaar één van de speerpunten van de ACM. De marktstudie naar verdienmodellen in de mediasector past binnen dit ACM-thema.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Moeten we minderen met Social?

Posted 15 jun 2018 — by Emerce
Category nieuws

Steeds vaker klinkt de vraag of we ons zorgen moeten maken om het nog immer groeiende socialmediagebruik. Er wordt echter met twee maten gemeten.

Grote partijen als Facebook en Google hebben aangegeven mensen bewuster te willen maken van de tijd die ze online doorbrengen. Dit staat echter haaks op de ontwikkelingen van deze platforms en hun acquisitie-intenties. Facebook bood immers zeshonderd miljoen voor de uitzendrechten van het Indiase cricket en is nu samen met Twitter, YouTube en Amazon in de race voor de mobiele rechten van de NFL. En na de overname van kijkcijferkanon ‘Top Gear’ is Amazon nu zelfs bezig met een tegenhanger van de Formule 1. In plaats van mensen minder online actief te laten zijn, zal dit juist de airtime op de genoemde platformen alleen maar doen toenemen.

Verontwaardiging
Er is kritiek op het feit dat de sociamediabedrijven er alles aan doen om je zolang mogelijk vast te houden (lees: verslaafd maken). Maar is deze kritiek wel terecht wanneer je alle rekeningen moet betalen uit advertentie-inkomsten? Deze aanpak verschilt dan ook niet met die van televisie en radio. Tot op de seconde worden daar programma’s geanalyseerd en commercials ingepland om kijkers zolang mogelijk vast te houden. Dit leidt tot hogere kijk- en luistercijfers, wat weer leidt tot hogere advertentie-inkomsten.

Met andere woorden: er is gewoon sprake van een verschuiving van de beschikbare kijktijd in de markt. En de verontwaardiging is vooral een selectieve. Dat er al jaren uren per dag televisie wordt gekeken, vinden ‘we’ vokomen normaal. Terwijl de verontwaardiging over het gebruik van de smartphone, die veel verschillende media en functionaliteiten combineert, regelmatig oplaait.

Opvolgers
Interessanter is de ontwikkeling dat deze social platforms steeds meer hun grenzen opzoeken en zichzelf ontwikkelen tot contentontwikkelaars en -distributeurs. Waarmee ze feitelijk afstand nemen van de het predicaat ‘social media’. Het kenmerk daarvan is immers dat gebruikers de inhoud verzorgen, zonder tussenkomt van een redactie. Nu content wordt aangekocht (of zelf ontwikkeld) is de vraag hoe zij zich verder gaan ontwikkelen. Gaat YouTube de NFL prioriteren boven andere content, waardoor ze steeds meer afstappen van het ‘objectieve algoritme’?

Hoe dan ook, het aantal beschikbare vrije uren per dag zal niet veranderen. Deze uren zullen we grotendeels blijven besteden aan het consumeren van content. Vroeger op geschrift, later op televisie en via games, nu grotendeels op social media via onze smartphones. Het is altijd de voorganger die zich zorgen maakt over de opvolger. Totdat die weer door de laatste ontwikkeling wordt ingehaald.

* Dit artikel verscheen eerder in het juninummer van Emerce magazine (#166).

Beeld: michael davis-burchat (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Groei digitale abonnees compenseert daling van digitale advertentie-inkomsten bij NYT

Posted 07 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

De New York Times verdient steeds meer aan digitale abonnementen. De toename van 139.000 digitale abonnees compenseerde zelfs de daling van digitale advertentie-inkomsten, zo blijkt uit cijfers van de uitgever.

In totaal heeft de krant 2,8 miljoen abonnees die de krant alleen digitaal consumeren.

De omzet uit abonnementen over het eerste kwartaal steeg met 7,5 procent naar 260 miljoen dollar. De totale omzet nam daardoor ook toe, naar 414 miljoen dollar.

Voor het eerst sinds het tweede kwartaal van 2016 daalden de inkomsten uit digitale advertentie-inkomsten, met zes procent tot 46,7 miljoen dollar. Advertenties via print deden het beter dan verwacht. Het was zelfs het beste kwartaal sinds sinds het derde kwartaal in 2015.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Nieuwssite 925.nl naar Follow the Money

Posted 01 mei 2018 — by Emerce
Category nieuws

Eric Smit en Arne van der Wal, oprichters van Follow the Money, nemen nieuwssite 925.nl over van Jort Kelder. ‘Er is al genoeg verwarring en versnippering in tijden van nepnieuws, dus dragen we onze nooit helemaal volgroeide puber over aan een, zoals ze zichzelf typeren, het ‘multimediale onderzoeksplatform Follow The Money”, zegt de oprichter in een afscheidsartikel.

Op 1 juni 2008 ging Nine to Five als ‘site voor de betere kantoorknuppel’ live. Als redacteuren waren onder meer Alexander Klöpping (nu Blendle) en Bert Brusse (nu Post Online) aangetrokken.

Kelder in zijn afscheid: ‘We verbrandden zo’n 40 mille per maand, wat reuze 2000 klonk, maar voor ondergetekende, om maar iets te noemen, toch al snel vijftig keer keer tafelheren chez DWDD betekende. Van dat soort bleeders gaat op een dag ook je schmink lekken.’

Gemiddeld bereikt 925 nog altijd zo’n 130 duizend unieke bezoekers per maand, met uitschieters ‘naar het dubbele’.

Aandeelhouder Ronald van de Laar laat aan Quote weten dat dat de site per saldo niets heeft gekost, maar ook niets heeft opgeleverd. ‘We hebben natuurlijk van Vice, TMG en FTM bedragen ontvangen en gegarandeerde advertentie-inkomsten van Vice’, appt Van de Laar.

De site wordt voorlopig gewoon voortgezet. Kelder wenst Eic Smit sterkte met het managen van chef de bureau, Arno Wellens. ‘Dat wordt een ferme klus, want Wellens is allesbehalve een 9 tot 5-type. Er kan altijd een Tinderdate of een tripje naar een duikbestemming tussendoor komen, waarvoor uiteraard alle begrip.’



Lees het volledige bericht op Emerce »

Ondanks ophef weer prima kwartaal voor Facebook

Posted 25 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

Ondanks alle ophef over datamisbruik heeft Facebook toch weer een indrukwekkend kwartaal afgesloten, waarin de omzet opliep naar 11,9 miljard dollar, ruim boven verwachting van analisten. De winst was ook weer hoger: 4,98 miljard.

Het aantal dagelijkse actieve gebruikers eindigde (pdf) wederom 3,5 procent hoger, beter dan de 2,18 procent van het laatste kwartaal. Het aantal maandelijkse actieve gebruikers groeide naar 2,2 miljard, 3,2 procent meer dan een kwartaal geleden. Gemeten over een jaar kwamen er 13 procent mee gebruikers bij.

Mobiel was wederom goed voor 10,7 miljard dollar, nu al 91 procent van alle advertentie-inkomsten. Een jaar geleden ging het nog om 89 procent.

Mark Zuckerberg benadrukte nog eens in een toelichting dat Facebook meer verantwoordelijkheid zal nemen met betrekking tot persoonsgegevens, maar ook dat het bedrijf meer middelen zal ontwikkelen om mensen in contact met elkaar te brengen.

Om beleggers tevreden te houden koopt Facebook koopt voor 9 miljard dollar eigen aandelen in. Het aandeel schoot nabeurs 3,5 procent hoger.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Online video: zoektocht naar verdienmodellen

Posted 21 apr 2018 — by Emerce
Category nieuws

De online videoconsumptie ontwikkelt zich in hoog tempo. En is een van de redenen dat online advertentievolumes inmiddels groter zijn dan die van tv. Toch is serieuze business genereren allerminst vanzelfsprekend in deze jonge branche. Rijst de vraag: is er toekomst voor online video in Nederland?

Internationale en Nederlandse cijfers laten al enige jaren een flinke stijging in kijktijd van online video zien. Zowel op open platformen als bij betaalde diensten. In alle leeftijdscategorieën, hoewel het groeitempo varieert. Waarbij jongeren tussen de 18 en 34 volgens GfK vorig jaar al dagelijks ruim drie en een half uur online videocontent keken. Wat zo’n drie uur meer is dan bij 55-plussers.

Qua consumentenbehoefte gaat het de sector dus voor de wind. Businesswise zijn er echter grotere uitdagingen. Zo is het lastig om alleen via Google AdSense – de monetizationtool achter onder andere YouTube – de productiekosten terug te verdienen, stelt Frank de Wit, Hoofd Endemol Beyond Nederland, de online videotak van het mediabedrijf. Snel rekenend: ongeveer één euro voor duizend views betekent dat één miljoen views slechts duizend euro oplevert. “Dat is niet rendabel voor ons, tenzij je een productie heel lean houdt en het concept zo neerzet dat het jaren succesvol meekan.”

Lucratiever blijken sponsoring en campagnes. Zoals bij Endemols gamekanaal Legends of Gaming. Een format dat geadopteerd is van de Britse tak van het moederbedrijf en lokaal is vertaald. “Doordat we van tevoren al wisten wat het succes in het buitenland was en wat de productiekosten zijn, hebben we het als één campagne kunnen verkopen. Vanaf de start honderd procent gesponsord dus, maar wel ons eigendom.” Ook succesvol: campagnes per video verkopen, zoals bij Endemols reiskanaal Wander. En dus komt een groot deel van de videoverdiensten vooralsnog uit marketingbudgetten van merken.

Balans
Daar ligt ook de kans voor de contentcreatiekant, gezien de groeiende behoefte aan video’s. Met name door formats te bedenken en te maken die herkenbaar zijn en richting geven, kun je als maker uitgroeien tot partner, zegt Arthur Clement, tot voor kort General Manager van Tiny Riot!, de digital contentstudio van FremantleMedia. “Zeker wanneer je concepten doorvertaalt naar andere landen en opschaalt. Wat mij betreft het belangrijkste verdienmodel voor creatives.”

Tegelijkertijd ziet hij ook knelpunten voor uitgevers, aangezien video relatief duur is en er geen gegarandeerde ROI is. “Video moet dan ook nooit een doel an sich zijn, maar vooral een middel om een merk te bouwen. Je moet altijd andere modellen eromheen hebben.” Wijzend op Tiny Riot!’s (online) boyband Continuum: “De naamsbekendheid bouwden we op YouTube op, gecombineerd met wat je met muziek nog meer kunt, zoals verkoop, merchandise en events.”

Merken op hun beurt kunnen volgens Clement een groter succes behalen door de ‘always on/always relevant’-gedachte goed tussen de oren te krijgen. Social tijdslijnen staan volgens hem nu nog te vol met content met commerciële boodschappen. “Dat komt omdat merken vaak alleen nog geadviseerd worden door reclamebureaus. Waardoor er een groot gat is op editorial contentgebied. Iets wat je makkelijk kunt dichten door te gaan denken als een uitgever.” Oftewel: video inzetten als loyaltymiddel. Middels een continue stroom aan video’s de doelgroep inhoudelijke verhalen vertellen of vermaken. “Dat herstelt ook de balans met adverteren.”

Of zoals Jonatan de Boer, Managing Director van producent OnLane, het stelt: een bestemming creëren waar mensen content kunnen vinden die ze graag willen zien. Een plek waar zij uit eigen beweging heen gaan. Coca-Cola doet dat met CokeTV op YouTube volgens hem al een tijdje goed. Met content waarin het merk zelf niet de hoofdrol speelt. En waar consumenten niet naartoe ‘gejaagd’ worden door influencers. “Coca-Cola wil geen tijdelijke aandacht, maar klanten voor het leven. Dan doe je automatisch ook wat rustiger aan.”

Twee werelden
Bij RTL MCN, dat online videomakers ondersteunt, gaan adverteerders nu echt over de streep naar online. Met de targetingmogelijkheden en data die online video oplevert als voornaamste reden. Plus het samenspel met andere disciplines. Zo wordt het fragmentarische karakter van online aangevuld met het bereik van tv. Een combinatie van sterke content, hoog bereik en daardoor impact bij de doelgroep, stelt Erik Kepper, Managing Director. “Je kan content maken, maar als je het bereik niet hebt, dan realiseer je geen impact.” Dus wordt bij nieuwe formats bedacht hoe deze zijn door te vertalen naar verschillende platformen. Zo is voor Videoland de jongerenserie DARE gemaakt, waarin verschillende influencers die RTL MCN onder zijn hoede heeft een rol spelen. En is ook een actualiteitenprogramma als Juice op online platform Concentrate – waar regelmatig verschillende YouTubers aanschuiven – een voorbeeld van de kruisbestuiving. Waarbij de invulling wordt gedaan door dezelfde producent als RTL Boulevard: “Het is voor ons een groot voordeel dat we zo toegang hebben tot een sterke redactie.”

Mede door de targetingmogelijkheden liggen er ook kansen in niches. “Denk aan een hengelsportadverteerder”, zegt De Boer. “Als die op tv adverteert, zal wellicht twee procent van de kijkers zo’n onderwerp interessant vinden. Maar online kun je juist die groep direct aanspreken. En hoef je dus niet te betalen voor de andere 98 procent.” Hierin kunnen adverteerders zeker nog een stap maken, meent hij. “Ondanks de mogelijkheden wordt er in onze business vaak nog erg lineair gedacht.”

Voor toekomstig succes is het nodig om niet meer in twee werelden te denken, stelt Clement. Elk online kanaal zou je volgens hem dan ook niet een eigen naam moeten geven, zoals bij tv-bedrijven gebruikelijk is. Maar als één platform positioneren. “Daar kun je dan alle content neerleggen en nieuwe dingen toevoegen.”

Musical.ly
Zijn uitgevers in deze überhaupt nog wel nodig? Volgens Clement niet. Hij ziet distributie als een commodity. “Merken kunnen dat prima zelf.” Ook hij is er voorstander van om goed naar de persona te kijken die je wilt bereiken en content te maken vanuit de merkgedachte waarnaar de doelgroep zelf op zoek is. Onder andere BankGiro Loterij en Olvarit hebben dat spel volgens Clement al goed door. En gebruikten Facebook-data om te bepalen welke content passend is. Bij Olvarit aangevuld met data van Google Zoo, het marketingbureau van de zoekgigant. “Daarmee kun je heel specifiek persona’s onderzoeken. En kwamen we erachter waar de doelgroep eigenlijk echt over praat.”

Kepper verwacht eveneens dat merken steeds vaker zelf verhaallijnen zullen ontwikkelen en vertellen. “Wat eerder een bedreiging is voor de creatieve sector dan mediabedrijven.” Adverteerders zijn volgens hem namelijk minder snel dan voorheen geneigd om direct via platformen als Facebook te adverteren. “Vaak missen ze toch wel het bereik dat een combinatie van platformen hen kan bieden. En ervaren ze dat uitgeven en een mediamerk bouwen toch wat anders is dan producten verkopen.”

Wat betreft distributie door de merken zelf zijn er nog wel stappen te zetten, vervolgt Clement. “Veelal worden video’s door hen nog geclusterd op eigen websites. Maar waarom niet op YouTube om een eigen minizender te bouwen? Zodat ze ook als editorial video toegevoegd kunnen worden aan een nieuwsbrief.” Waardoor er ook meer balans ontstaat tussen commerciële en redactionele content. “Door titels die video’s krijgen te laten corresponderen met de SEA die je inkoopt en kennis vanuit SEO kun je het effect nog eens flink versterken. Dat besef ontbreekt nog vaak.”

Hoewel YouTube nog steeds de beste plek is om business te bouwen, worden ook jongere platformen als Instagram, Snap en Musical.ly. steeds aantrekkelijker. “Musical.ly is vergelijkbaar met waar YouTube vijf jaar geleden was, een echte speeltuin”, aldus De Boer. “Maar de adverteerders druppelen inmiddels wel binnen. Mede doordat de tarieven nog lager liggen dan bij YouTube.” Ook bij Facebook zijn ontwikkelingen gaande. OnLane draait daar onder meer mee in een monetization pilot. “Een experimentele fase en nog niet publiekelijk beschikbaar. Maar als dat open gaat, kan het nog wel eens oorlog worden tussen de videoplatformen.”

Big entertainment
Ook de platformen zelf zijn nog zoekende hoe om te gaan met verdienmodellen. Om het vertrouwen van adverteerders terug te winnen na incidenten met schokkende filmpjes en koppeling van advertenties aan extreme content, stelde YouTube recent zijn criteria voor advertentie-inkomsten bij. En dienen kanalen nu minimaal vierduizend uur kijktijd in de afgelopen twaalf maanden te hebben en meer dan duizend abonnees. Wat op weerstand stuit vanuit de community. Kleine makers zien hun kansen hierdoor namelijk slinken. Voor professionele YouTubers en producenten is het echter een gunstige ontwikkeling, stelt De Wit. “Het is nog best het Wilde Westen. Iedereen jat bij elkaar om maar aan AdSense te verdienen. Dat kanalen die zomaar het web op zijn geslingerd op deze manier worden afgestraft, is een teken van professionaliteit.”

Desondanks blijft het een uitdaging om eenvoudige content tegen lage kosten te produceren. Dit kan tegenwoordig immers al met een gemiddelde smartphone. “En dus zoeken we voortdurend naar programma’s die alleen bedrijven als wij kunnen maken”, vertelt De Wit. “Lowcostproducties met hele goede ideeën of grote studioproducties, big entertainment. Maar ook bij die tweede moeten we goed op de kosten letten. Anders prijs je jezelf uit de markt.”

De eerdergenoemde budgetgroei zal er ook voor zorgen dat de kwaliteit van content en producties de komende jaren verder omhoog gaan, verwacht Kepper. Wat zich vertaalt in sterke mediamerken met een internationaler karakter. “Internationalisering is een belangrijke volgende stap voor de sector. Iets waar wij als RTL de komende tijd dan ook op inzetten.”

Aggregator
Waar het de komende tijd businesswise heen gaat? De Wit ziet vooral kansen voor video als aanjager van andere diensten, zoals Amazon dat al doet. Bijvoorbeeld om een online abonnement extra aantrekkelijk te maken met exclusieve content. En conversie vanuit video naar de verkoop van producten en diensten. De Boer benadrukt de vroege fase van verdienmodellen waarin de sector nog zit. De richting is nog niet geheel duidelijk. “Dat content data driven wordt, zal wel nieuwe deuren openen. Komend jaar staat het meten van resultaten en die weer meenemen in de volgende creatie dan ook centraal.”

Los daarvan ziet hij ook mogelijkheden als een tip jar, zoals Twitch heeft, en directe betalingen door consumenten, zoals bij Patreon, dat vooral in de Verenigde Staten terrein wint. Waar mensen zich tegen betaling kunnen abonneren op (exclusief) werk van muzikanten, kunstenaars en andere makers. “Dat gaat makers wegtrekken bij YouTube.”

Als het aan Clement ligt, wordt er uiteindelijk meer platformoverstijgend gewerkt. De kijker weet met alle losse diensten volgens hem namelijk steeds minder waar hij aan toe is. “Er ligt voor de industrie een grote kans om content vanuit een geaggregeerde omgeving aan te bieden. Als branche moeten we dan ook meer denken vanuit de consument, hoe we bijvoorbeeld de gebruiksvriendelijkheid voor hem kunnen verbeteren. Wat mij betreft betekent dat: op één plek starten en van daaruit naar andere omgevingen gaan. En alleen betalen voor wat je echt consumeert, met minder abonnementsvormen. Dat is pas echt on demand.”

Facebook Watch
Enkele maanden na de lancering van Watch – Facebooks nieuwe videoplatform dat vooralsnog alleen beschikbaar is in de Verenigde Staten – blijkt het al populair onder de leden van het social platform. Veertig procent van de Amerikaanse Facebookers maakt er wekelijks gebruik van, wijst een peiling van Morgan Stanley onder veertienhonderd consumenten uit.

De dienst blijkt daarbij in trek bij een jong publiek. De veertig procent die dagelijks naar de video’s kijkt, is tussen de 16 en 34 jaar. In het licht van Facebooks problemen om jongeren bij zich te houden, is dat onverwacht goed nieuws. En bijzonder relevant, stellen de onderzoekers, die Watch (en online video in bredere zin) zien als een van Facebooks belangrijkste langetermijndrivers voor engagement en monetization.

Crypto YouTube
Ook online video ontkomt niet aan pogingen om met behulp van blockchain tot een democratischer ecosysteem te komen. Na partijen als Flixxo, Viewly en Stream haalde de Amerikaanse start-up Lino onlangs twintig miljoen dollar op middels de uitgifte van een eigen crypto token. Om net als bij vele andere blockchaininitiatieven tussenpersonen overbodig te maken. En een platform te creëren waarbij contentmakers en anderen die zorgen voor interactie middels microbetalingen en advertentie-inkomsten direct (virtueel) geld kunnen verdienen.

Tv-avond
Cord-cutting is in opkomst, maar het tv-scherm blijkt nog lang niet dood. Voor YouTube is de televisie zelfs het snelst groeiende scherm met een toename van zeventig procent in het afgelopen jaar. En hoewel mobile zestig procent van de kijktijd op het platform uitmaakt, blijken kijkers op ‘heilige’ tv-momenten als prime time en weekenden nog steeds voor een groot scherm plaats te nemen. De kijktijd piekt op die momenten flink, aldus YouTube.

* Dit artikel verscheen eerder in het maartnummer van Emerce magazine (#164).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Investeringen Videoland drukken resultaat RTL Nederland

Posted 07 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

Videoland lijkt RTL Nederland steeds meer geld te gaan kosten. De investeringen in in filmplatform hebben mede geleid tot een lager bedrijfsresultaat van 87 miljoen euro tegen 96 miljoen vorig jaar, zo blijkt uit de jaarcijfers van RTL Group die zojuist zijn vrijgegeven. Ook de advertentie-inkomsten liepen terug.

De omzet van RTL Nederland ging van 514 miljoen licht achteruit naar 502 miljoen.

Het is vooral de Duitse markt die heeft bijgedragen aan de goede cijfers van het moederbedrijf, dat tegenwoordig wordt geleid door Nederlander Bert Habets. De omzet steeg 2,2 procent naar ruim 6 miljard euro. Het bedrijfsresultaat ging 3,8 procent omhoog naar 1,4 miljard. Onder de streep eindigde een winst van 739 miljoen.

De digitale omzet steeg zelfs 23,3 procent naar 826 miljoen euro.

Mediegruppe RTL Deutschland droeg met 743 miljoen euro EBITDA vooral bij aan het resultaat en ook contentdochter FremantleMedia deed het afgelopen jaar goed.

Voor de komende jaar houdt RTL rekening met een ‘bescheiden groei’. RTL verwacht de komende jaren wel significant meer omzet uit online video. Die markt groeit tot 2020 met 4 procent per jaar.



Lees het volledige bericht op Emerce »

NLConnect: geen heffing voor Nederlandse content

Posted 05 mrt 2018 — by Emerce
Category nieuws

NLConnect, de vereniging van telecom- en kabelbedrijven, verzet zich hevig tegen het advies van de Raad voor Cultuur om een heffing op tv-pakketten in te voeren om zo unieke Nederlandse content te kunnen bekostigen. Op deze wijze zou Nederland het hoofd kunnen bieden aan grote Amerikaanse bedrijven als Netflix, Google, Facebook en Amazon.

Ook het plan om de gezamenlijke onlinedienst NLZiet beter te promoten vindt directeur Mathieu Andriessen van NLConnect maar onzin. ‘Waarom zouden omroepen specifiek NLZiet promoten en niet gewoon de marketing verbeteren rondom hun Nederlandse content in algemene zin? Van de 7,7 miljoen Nederlandse huishoudens hebben er immers 7,4 miljoen al een abonnement op de content van NPO, RTL en Talpa, via hun TV-pakket. En waarom zou NLZiet, dat volop internationale commerciële producties bevat, moeten worden gezien als de vaandeldrager van Nederlandse producties?’

Andriessen erkent dat de lineaire kijktijd door technologische ontwikkelingen onder druk staat, met alle gevolgen van dien voor de advertentie-inkomsten van omroepen, maar de dreiging van buitenlandse partijen ziet Andriessen niet. De meeste distributeurs bieden naast de lineaire kanalen uitgebreide functies om content terug te kijken (replay, opnemen op de settop box of in de cloud), maar ook om zenders te bekijken via uiteenlopende schermen zoals tablets en smartphones, alles ook nog in hoge (beeld)kwaliteit.

In principe is onlineplatform NLZiet niets meer of minder dan een klein televisiepakket met bovengenoemde moderne functionaliteiten, aldus NLConnect. ‘Waarom zou één platform in aanmerking komen voor meer mogelijkheden voor ‘promotie’, terwijl (kijkers van) andere platforms worden opgezadeld met een heffing? Het is de wereld op zijn kop. Er is geen reden om uitsluitend te pleiten voor promotie van één dienst die Nederlandse content bevat. Omroepen moeten gewoon een betere marketing voor hun (Nederlandse) content op poten zetten om teruglopende reclame-inkomsten het hoofd te bieden.’

De houding van NLConnect is natuurlijk niet zonder enig eigenbelang. Jaarlijks maken omroepdistributeurs vele miljoenen euro’s over aan Nederlandse omroepen en rechthebbenden om televisieprogramma’s en on demand films en series aan kijkers te mogen doorgeven. Van een heffing kan alleen daarom al geen sprake zijn, vindt de belangenvereniging.

De vereniging wil merkt op dat Nederlandse zenders omroepdistributeurs voor hun gehele portfolio nog altijd een brede bereiksgarantie te eisen, waardoor men zenders desgewenst niet individueel of in een klein pakketje aan kijkers aan kan bieden. ‘Dat is een concrete belemmering voor vernieuwende vormen qua tv-aanbod en daarmee voor de toegang tot Nederlandse producties.’



Lees het volledige bericht op Emerce »