Posts Tagged ‘advertentie-inkomsten’

Holland Media Combinatie wil stoppen met Almere Vandaag

Posted 24 Mrt 2017 — by Villamedia
Category nieuws

De directie van Holland Media Combinatie is van plan om de stekker te trekken uit Almere Vandaag. Dat meldt Almere Vandaag. De tegenvallende advertentie-inkomsten…

Lees het volledige bericht op Villamedia »

Coalition for Better Ads luidt de noodbel: Nu stoppen met irritante online advertenties

Posted 23 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Een brede coalitie van brancheverenigingen op het gebied van online adverteren heeft gisteren opgeroepen om te stoppen met irritante advertentieformaten. Autoplay video, popups en paginavullende scrollovers zorgen voor toenemend gebruik van adblockers, zo waarschuwt Coalition for Better Ads, die gisteren in zowel Brussel als Washington D.C. vrijwillige advertentiestandaarden aankondigde.

Op basis van uitgebreid onderzoek onder 25.000 webgebruikers zijn zes typen desktop en twaalf typen mobiele advertenties geïdentificeerd die grote irritatie veroorzaken en wat Coalition for Better Ads betreft niet meer gebruikt moeten worden.

Het onderwerp adblockers kreeg de laatste tijd nauwelijks nog aandacht, maar dat betekent niet dat het probleem uit de wereld is geholpen. Adblockers werden vorig jaar op maar liefst 615 miljoen pc’s of mobiele apparaten gebruikt, dertig procent meer dan een jaar eerder. Facebook trok in 2015 al aan de bel over adblockers en het bedrijf schrapte een groot aantal advertentieformaten.

‘Als we deze formaten blijven gebruiken, zullen advertentie-inkomsten dalen,’ waarschuwde Randall Rothenberg CEO van het IAB. Dat is vooral slecht nieuws voor uitgevers, die grotendeels van advertentie-inkomsten afhankelijk zijn.

De Coalition for Better Ads werd vorig jaar gelanceerd op de vakbeurs Dmexco in Keulen. Men begon toen meteen een studie naar onder meer laadtijden, het aantal trackingpixels en andere technische aspecten.

De coalitie bestaat uit belangengroepen uit Engeland, Duitsland, Frankrijk en de VS (onder meer IAB en ANA), internetbedrijven als Google en Facebook, en adverteerders als Procter & Gamble en Unilever. Ook enkele uitgevers, waaronder News Corp en Thomson Reuters, zijn lid. Opvallend genoeg zijn geen consumentenorganisaties uitgenodigd.



Lees het volledige bericht op Emerce »

The Social Conference: ‘Snapchat is er niet alleen voor tieners’

Posted 21 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Pinterest is voor vrouwen van 40+. Snapchat zet je in als je tieners zoekt. Insta voor als je iets met mooi beeld doet. En YouTube is leuk voor de advertentie-inkomsten, maar leidt niet tot conversie. Vooroordelen worden vermorzeld tijdens een arena op The Social Conference. Vier experts verdedigen hun favoriete kanaal en verzorgen een update over welke doelgroep waar welk gedrag vertoont. Een van hen is Luuk de Haardt, die crossmediale marketingcampagnes voor RTL heeft bedacht.

Je onderzoekt mogelijkheden met Snapchat op het gebied van jongerenmarketing. Blijft Snapchat een jongerenmerk nu ook veel ouders de app (omwille van hun kinderen) gebruiken?
“Snapchat is een app die draait om fun, verhalen vertellen en blijven ontdekken. In Nederland is het voor jongeren de go-to app wanneer zij met vrienden willen communiceren of willen delen wat zij op dat moment aan het doen zijn. Uit Amerikaans onderzoek blijkt zelfs dat jongeren Snapchat drie keer eerder dan Facebook en twee keer eerder dan Instagram openen.

“Uit de cijfers van het Nationaal Social Media onderzoek en de cijfers die Snapchat zelf vrijgeeft blijkt inderdaad dat de leeftijd van de Snapchat gebruikers verschuift. Als je kijkt naar voorgaande platformen, zou je verwachten dat jongeren Snapchat verlaten als er meer ouderen opkomen, maar ik denk niet dat dat gebeurt. Snapchat is namelijk voor jongeren ontworpen en voor ouderen is de interface niet logisch, waardoor zij meer moeite hebben met het gebruiken van de app. Ook is het voor jongeren mogelijk om hun verhaal af te schermen voor bepaalde personen (de ouders). Hierdoor blijft het voor jongeren een app die niet overspoeld voelt door ouderen en zo blijven zij content creëren en consumeren.”

Welke cases heb je in dit verband voor RTL en verschillende adverteerders ontwikkeld?
“Samen met een collega zijn er verschillende cases opgezet waarbij Snapchat een belangrijk onderdeel was van een crossmediale campagne. Voorbeelden hiervan zijn het Snapchat-kanaal RTL Basecamp en een crossmediale campagne voor influencer Onnedi in samenwerking met Hasbro en Trolls. Bij deze case konden de volgers van Onnedi voor de YouTube-video meebepalen hoe het verhaal zou verlopen. Dit deden zij door middel van screenshots van hun favoriete Troll te maken. Door deze interactie mogelijkheid was Snapchat een logisch en belangrijk onderdeel in de campagne voor Trolls. Vervolgens hadden meer dan duizenden jongeren een foto van de trollen op hun telefoon en hebben zij bij kunnen dragen aan het verhaal.

“Een ander voorbeeld is de samenwerking rondom jongerenkanaal Concentrate samen met GOGO Tours. Hiervoor hebben we een unieke Snapchat-campagne opgezet waarin men kon volgen wat de hosts op vakantie meemaakten. Snapchat werd daarnaast ingezet om engagement te creëren. Door verschillende interactieve Snapchat-challenges waren duizenden jongeren iedere dag hoog betrokken bij Concentrate en GOGO. Een van de acties betreft de Snaphunt: ‘In heel Nederland zijn stickers met de Concentrate Snapcode verstopt. Volg de aanwijzingen op Snapchat en vind de stickers! Gevonden? Zet jezelf er op een originele manier mee op de foto en stuur deze via Snapchat’. Door deze interactieve uitdagingen was er een verdubbeling in het aantal views per snap en een gemiddeld uitkijkpercentage van boven de 95 procent gerealiseerd. In een tijd waar aandacht schaars is zijn dit hele belangrijke succesfactoren.”

Je neemt deel aan een panel waarbij ‘vooroordelen worden vermorzeld’. Welke vooroordelen mogen wat jou betreft verdwijnen?
“Het grootste vooroordeel is de leeftijd; ‘Snapchat is alleen voor tieners’. In de VS gebruikt 60 procent van de (jong)volwassenen tussen 13-34 jaar Snapchat en 77 procent daarvan is boven de 18 jaar. Ook uit de cijfers van het Nationaal Social media onderzoek en de cijfers die Snapchat zelf vrijgeeft blijkt dat de leeftijd van de Nederlandse Snapchat gebruiker groeit en verspreid is over de leeftijd van 13 t/m 35 jaar.

“Ook de kreet ‘Als merk kun je niks met Snapchat’ is een vooroordeel. Jongeren willen op Snapchat best communiceren met een merk, maar wel op hun eigen manier. Op Snapchat moeten merken op een andere manier communiceren dan dat de meeste gewend zijn. Het vraagt meer van merken. Op Snapchat is namelijk wekelijks (liefst dagelijks) zichtbaar zijn, open en authentiek communiceren en interacteren met de doelgroep een must. Op die manier kun je als merk een 1-op-1 relatie creëren die heel waardevol kan zijn. Een ander ingrediënt dat vaak ontbreekt is creativiteit. Met creativiteit kun je namelijk als merk toegevoegde waarde bieden en een impact achterlaten bij de volgers.”

We weten alles over het gebruik van Instagram en Facebook in Nederland, maar heeft Snap in Nederland wel bereik nu uit onderzoek blijkt dat het gebruik onder jongeren terugloopt?
“Jazeker. In november gaf Snapchat aan dat het huidige aantal Nederlandse gebruikers ‘in de miljoenen’ loopt. Ook uit het eerder beschreven Nationaal Social Media onderzoek blijkt dat Snapchat minimaal de twee miljoen aantikt. Daarnaast is het dagelijks aantal gebruikers van Snapchat het meest gegroeid van alle platformen ten opzichte van 2016. Deze is namelijk met 77 procent gestegen! Het bereik is niet zo groot als Facebook, maar de echte kwaliteit van Snapchat zit hem niet in de aantallen, maar in de trouwe en hoog betrokken gebruikersbase.”

Met welke trends in sociale media moeten we de komende jaren rekening houden?
“Het belang van mobile-only en live interactie gaat alleen maar toenemen. Daarnaast verwacht de consument steeds betere content van merken. Om de consument te kunnen blijven bereiken en vasthouden, moet niet alleen de kwaliteit van de content stijgen, maar ook de mate van creativiteit en relevantie moet toenemen. AR/VR en storytelling zijn hierbij belangrijke tools om een rijkere content-ervaring te kunnen bieden en de consument te kunnen verbinden aan een merk. Snapchat is hiermee een stap voor op de rest door onder andere de introductie van de Spectacles en AR-(wereld)lenzen. Zij geven hiermee namelijk de mogelijkheid om vanuit het gezichtspunt van iemand anders mee te kijken en zo de kijkerservaring en betrokkenheid te verhogen.”

The Social Conference wordt 23 maart gehouden in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Tickets hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

The Social Conference: ‘Verschuiving van communicatie in tekst naar beeld zal zich steeds meer doorzetten’

Posted 17 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Pinterest is voor vrouwen van veertig plus. Snapchat zet je in als je tieners zoekt. Insta voor als je iets met mooi beeld doet. En YouTube is leuk voor de advertentie-inkomsten, maar leidt niet tot conversie. Vier experts verdedigen op The Social Conference hun favoriete kanaal en verzorgen een update over welke doelgroep waar welk gedrag vertoont. Maarten Bierman gelooft heilig in Pinterest.

Vertel eerst eens iets over het bedrijf The Pinfluencers. Speciaal opgericht voor Pinterest marketing?
“​Ik kwam met Pinterest voor het eerst in aanraking eind 2012, tijdens een van mijn vele surftochten op het web. Omdat ik visueel ben ingesteld viel letterlijk en figuurlijk mijn oog op dit platform en dacht gelijk: dit is e-commerce. Ik ben een salesdier in hart en nieren en zag zakelijke kansen. Er is en was geen enkel marketingbedrijf in Nederland wat gespecialiseerd is in Pinterest. Ik geloof in specialisme omdat ik van mening ben dat je nooit alle kanalen voor een klant optimaal kan beheren. Er gebeurt gewoon te veel, te snel. Ik heb ik mijn bedrijf The Pinfluencers opgericht in 2013 en zijn nu met vier mensen gevestigd in Den-Haag.

​Je leidt een panel waarbij ‘vooroordelen worden vermorzeld’. Dat betreft dan vooral de doelgroepen die merken willen bereiken via sociale media. Welke vooroordelen verdwijnen wat jou betreft?
“Pinterest is wat mij betreft geen social media-platform. Het is een visuele zoekmachine waar mensen inspiratie en ideeën opdoen met een koopintentie opdoen. Het grootste vooroordeel is dat Pinterest een platform is waar alleen maar vrouwen aanwezig zijn die bruidsjurken pinnen. De verdeling man/vrouw is in de VS dan nog wel 70/30, maar een op de drie nieuwe gebruikers is man. In Nederland is de verhouding 60/40 procent. Juist mannelijk gerelateerde content zoals verbouwen en klussen leent zich perfect voor Pinterest.”

“Het gezegde toys for boys is zeker van toepassing op Pinterest. Glimmende Harley-Davidsons, de meest prachtige handgemaakte horloges en exclusieve schoenen om maar een paar voorbeelden te noemen. Koop je een Harley-Davidson online? Nee, maar die ene vette accessoire die je HD net anders maakt en op Pinyterest hebt gezien wél.

We weten alles over het gebruik van Instagram en Facebook in Nederland, maar heeft Pinterest in Nederland wel bereik?
“Jazeker. Afgelopen december bracht GfK een rapport naar buiten waaruit bleek dat in november ruim 4,5 miljoen mensen Pinterest hadden gebruikt. Het grote probleem is, de kopers zijn er wel, maar de aanbieders niet! De oorzaak hierin ligt dat maar weinig marketeers en e-commerce managers weten wat Pinterest nu precies voor een kanaal is en hoe deze goed in te zetten voor traffic, engagement en conversie.”

Met welke trends in sociale media moeten we de komende jaren rekening houden?
“De verschuiving van communicatie in tekst naar beeld zal zich steeds meer doorzetten. Beeldentaal wordt steeds belangrijker. VR en AR zullen een verschuiving teweeg brengen in het social media landschap. Daarnaast zal social selling een steeds grotere en belangrijkere rol krijgen. Kopen van produkten en diensten zal plaatsvinden omdat je buurman of een familielid een product of dienst heeft gekocht en daar zeer tevreden over is​. Ook de leen- en deeltrend zal zich uitzetten op social media. Het gaat niet meer om het hebben van goederen, maar om het gebruik. Het subscription based business model zal de komende jaren uitgroeien tot het verdienmodel. Social media speelt hierin een grote rol.”

The Social Conference wordt 23 maart gehouden in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Tickets hier.



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Minder inkomsten uit Instant Articles en Google AMP dan verwacht’

Posted 14 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Uitgevers moeten kiezen: zelfgemaakte content distribueren via Facebooks Instant Articles, Google AMP of Snapchat of het gewoon houden bij de eigen kanalen? Voor de advertentie-inkomsten hoeven ze het nog niet te doen, zo blijkt uit een gelekt rapport.

De verandering in consumptiegedrag heeft ervoor gezorgd dat uitgevers van nieuws en andere online content nieuwe manieren van distributie overwegen en uitproberen. Zo is YouTube inmiddels vast onderdeel van de contentstrategie, publiceert menig uitgever de content integraal via Facebooks Instant Articles, Apple News of in Google AMP-variant. In plaats van de content (uitsluitend) op de eigen site of in de app te plaatsen, publiceren uitgevers op een plek die ze niet zelf onder controle hebben. Ze profiteren van het bereik van anderen, die beloven als tegenprestatie voor de advertentie-inkomsten te zorgen.

Dat klinkt leuk, maar hoeveel levert het op om je product uit handen te geven? Tot nu toe veel minder dan werd verwacht. Dat concludeert uitgever Business Insider na het zien van een uitgelekt rapport van Digital Content Next (DCN). Deze branchevertegenwoordiger verzamelde de data van negentien mediabedrijven, waaronder The Financial Times, Bloomberg, NBC en The New York Times. Onder acht van de leden nam het ook interviews af over de ervaringen met distributie via derden en de inkomsten hieruit.

‘Veel minder dan verwacht’

Gemiddeld genomen was YouTube de belangrijkste inkomstenbron voor deze uitgevers. Ongeveer de helft werd verdiend op het videoplatform. Het geld dat via andere distributiekanalen is verdiend, is met name afkomstig van Facebook, gevolgd door Twitter en Snapchat.

De platformen geven weinig aanleiding om de content op die manier te distribueren, concludeert Business Insider. De content zorgt ervoor dat bijvoorbeeld Facebook als betrouwbaar wordt gezien door gebruikers en adverteerders, maar de vermarkting valt ze tegen. Uitgevers zien de bedrijven bovendien nog steeds als concurrent, daar verandert niets aan. Aan beide kanten wordt immers dezelfde aandacht gestreden.

Het blijft voor uitgevers een te kraken noot. Wel of niet je kostbare content uit handen geven? Anderen hebben dan de controle. Onder meer over de inkomsten en de gebruikersdata. Of de platformen voor extra verkeer richting de eigen website zorgen, is ook niet duidelijk.

Britse media zijn ook nog niet bovenmatig enthousiast, zo bleek uit een publicatie van afgelopen najaar. Met Instant Articles wordt geld verdiend, maar zoals een betrokkene ook zei: ‘it’s pennies not pounds’.

Toch lijken de meesten de distributie via derden in ieder geval een kans te willen geven. Buzzfeed kwam in 2015 al tot de conclusie dat het er niet omheen kon. De uitgever investeerde in een team van redacteuren dat special voor andere platformen content moest produceren. Waarom? Buzzfeed zei serieus rekening te houden met een tijd waarin mensen hun content niet meer bij uitgevers zelf consumeerden, maar op de plekken die ze toch al vaak bezoeken.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Dalende opbrengsten maar wel winst voor TMG

Posted 08 Mrt 2017 — by Adformatie
Category nieuws

Advertentie-inkomsten uit print daalden in 2016 met 14 procent.

Lees het volledige bericht op Adformatie »

Kleine winst voor TMG in woelige tijden

Posted 08 Mrt 2017 — by Emerce
Category nieuws

Ondanks dalende opbrengsten realiseerde TMG in 2016 toch nog een kleine winst. De nettowinst van bedroeg 1,6 miljoen tegenover een verlies van 23,6 miljoen in 2015, zo laat TMG weten in een voorlopig verslag.

In verband met de biedingenstrijd tussen Mediahuis en Talpa daarvan is besloten om de volledige goedgekeurde jaarrekening en het jaarverslag binnen enkele weken te publiceren. Ook de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) die voor 19 april 2017 stond gepland, wordt uitgesteld.

Toch geeft TMG alvast kerncijfers vrij. De opbrengsten daalden afgelopen jaar met 6,9 procent naar EUR 421,0 miljoen, met name als gevolg van lagere advertentie-inkomsten uit print.

De inkomsten uit abonnementen namen af met 2,9 procent van 185,1 miljoen euro naar 179,7 miljoen.

Het EBITDA-resultaat verbeterde naar 9,0 miljoen (2015: EUR 7,7 miljoen).



Lees het volledige bericht op Emerce »

Markt e-sports in 2020 naar 1,5 miljard dollar

Posted 20 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De markt voor e-sports zal dit jaar een omvang bereiken van 517 miljoen dollar, zo verwacht de Nederlandse marktonderzoeker Newzoo. In 2020 moet het zelfs gaan om 2020 naar 1,5 miljard dollar.

Van dit bedrag komt ongeveer 155 miljoen dollar voort uit advertentie-inkomsten, 266 miljoen dollar uit sponsorcontracten en nog eens 95 miljoen dollar uit mediarechten. 64 miljoen dollar wordt verdiend met ticketverkoop en merchandise.

Onder e-sports wordt het in toernooivorm spelen van online games in bomvolle stadions bedoeld. De fans kijken niet alleen mee via de streams van Twitch en YouTube Gaming, maar komen ook bijeen in stadions waar ze de gameverwikkelingen op een groot scherm gadeslaan.

Voor adverteerders zijn e-sports met name interessant, omdat de kijktijd naar games op sites als Twitch extreem hoog is

Het aantal toeschouwers stijgt jaarlijks. In totaal zal de e-sportssector in 2017 naar verwachting 385 miljoen kijkers bereiken, 20 procent meer dan in 2016. Noord-Amerika blijft daarbij de grootste e-sportsmarkt met 241 miljoen euro aan omzet, oplopend naar 570 miljoen euro in 2020.

Het 2017 Global Esports Market Report is de derde marktverkenning van Newzoo.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Forse omzetgroei Expedia in 2016

Posted 10 Feb 2017 — by Emerce
Category nieuws

De Expedia Group heeft in 2016 een omzet van bijna 8,8 miljard dollar gerealiseerd, een toename van 32 procent vergeleken met 2015. Het operationele resultaat was 467,1 miljoen dollar, een afname van 7 procent.

De meeste omzet haalt Expedia uit hotelboekingen (61 procent). De media- en advertentie-inkomsten die met name Trivago binnenhaalt, zijn goed voor 9 procent. De verkoop van vliegtickets maakt eveneens 9 procent uit van het totaal. HomeAway doet 8 procent en 13 procent valt onder het kopje overig.

In 2016 hebben de klanten van Expedia voor meer dan 72 miljard dollar aan reizen geboekt. In het vierde kwartaal alleen was dat 16,1 miljard, een groei van 8 procent. De verblijfsduur steeg in de laatste vier maanden met 15 procent. Dit alles komt volgens Expedia door investeringen in mobile. App-gebruikers komen twee keer zo vaak terug als gewone websitebezoekers. Bijna een op de drie transacties werd in 2016 mobiel gedaan en 45 procent van het online verkeer vond plaats op mobiele devices.

Tot de hoogtepunten van 2016 behoort volgens CEO Dara Khosrowshahi van Expedia de voltooiing van de integratie van de Orbitz-merken. “De synergie-effecten nu al zichtbaar. Orbitz het met een aangepaste EBITDA van 224 miljoen dollar beter dan zij alleen had kunnen doen.”

HomeAway is goed op weg om het beoogde wereldwijde e-commerce boekingsplatform voor vakantiehuizen te worden, aldus Khosrowshahi bij de presentatie van de jaarcijfers. “We hebben de reizigersservicefee geïmplementeerd, aangekondigd dat het gelaagde abonnementsmodel wordt opgeheven en fors meer geïnvesteerd in online marketing, product en technologie. We liggen financieel op koers met een aangepaste EBITDA van 163 miljoen dollar in 2016 en een zeer agressief investeringsplan in 2017, wat moet leiden tot een EBITDA van 350 miljoen in 2018.”

Trivago was in 2016 goed voor een omzet van 836 miljoen dollar, een toename van maar liefst 56 procent.

De Expedia Group bestaat uit de volgende merken: Expedia.com, Hotels.com, Orbitz Worldwide, Expedia Affiliate Network, Trivago, HomeAway, Egencia, Travelocity, Hotwire, Expedia Media Solutions, Wotif Group, Hotwire, Classic Vacations, CarRentals.com, Expedia Local Expert en Expedia CruiseShipCenters.



Lees het volledige bericht op Emerce »

Gebruik Marktplaats nog maar 23% via desktop

Posted 31 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Marktplaats.nl wordt in drie kwart van de gevallen met een mobiel toestel gebruikt. Meer dan de helft van de internetters in Nederland bezoekt de site minstens een keer per maand.

Zo laten nieuwe gebruikscijfers van de handelssite uit de eBay Group zien (infographic).

Ruim zestig procent van het gebruik komt via telefoons en vijftien procent via tablets. De site en apps zijn dermate goed geoptimaliseerd voor mobiel gebruik dat men er gemiddeld tien minuten per sessie besteedt. Dat is een tijdsduur waar menig webwinkel en uitgever jaloers op zou zijn.

De verschuiving van de vaste computer en laptop heeft ook financiële consequenties. Negatieve consequenties, zo vertelde Scott Schenkel van eBay vorige week bij de toelichting op de kwartaalcijfers. “De toename in mobiel gebruik zorgt voor een daling in de advertentie-inkomsten.”

Niettemin zag Classifieds, het eBay-onderdeel waar Marktplaats.nl onder valt, de jaaromzet met dertien procent groeien tot 791 miljoen dollar (PDF). De elf marktplaatsmerken in vijftien landen verwerkten in 2016 maandelijks 250 miljoen bezoekers. Bij Marktplaats.nl lag dat op 8,2 miljoen.

Foto: newtown graffiti (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

‘Facebook en Google niet aansprakelijk voor (onjuiste) informatie’

Posted 13 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Gisteren las ik, met veel genoegen overigens, het meest recente essay van Rob Wijnberg op de Correspondent. De auteur, filosoof en bedrijfskundige Rob Wijnberg, zet in zijn essay vrij helder uiteen dat we een drietal verschillende waarheden kennen: de gegeven waarheid, de gevonden waarheid en de gemaakte waarheid. Hoe zit dat bij Facebook en Google?

Volgens Wijnberg raakt het idee van de gemaakte waarheid, een waarheid die door de mens zelf wordt gecreëerd, ‘meer en meer in zwang’ en is tegenwoordig zelfs steeds meer sprake van waarheid als product. Dit zou te maken hebben met de ‘commercialisering van onze informatievoorziening’: doordat multinationals nieuwsmedia in handen zouden hebben, en bijvoorbeeld kijkcijfers en advertentie-inkomsten steeds meer leidend worden, wordt het nieuws (en daarmee: de waarheid) als het ware door deze commerciële prikkels bepaald. Tot nu toe allemaal vrij helder en sterk onderbouwd, en bovendien, zeer vermakelijk om te lezen.

Er volgt hierna echter een passage die niet helemaal (juridisch) juist is. Het gaat om de volgende passage: “Nee, het voornaamste verschil is dat bijna niemand de bron van waarheid – het algoritme – nog doorgrondt of snapt. En belangrijker: dat niemand de morele verantwoordelijkheid draagt of aansprakelijk gesteld kan worden voor de waarachtigheid van de informatie die eruit komt. […] Voor Google en Facebook geldt niets van dit alles. Ze zijn niet aansprakelijk voor de informatie die ze verspreiden; ze dringen de informatie aan hun gebruikers op in de zoekresultaten of tijdlijn, de waarachtigheid ervan is slecht of niet in te schatten, het bereik is wereldwijd en hun morele verplichting gaat uitsluitend uit naar aandeelhouders.”

Het eerste gedeelte begrijp ik nog: niemand, behalve (enkele) werknemers van de bedrijven zelf, snapt de algoritmes van Google en Facebook. In dat opzicht zijn onze informatiestromen vrij intransparant, en dat is op zich best kwalijk te noemen. Wel wil ik daar de kanttekening bij plaatsen dat we vroeger (en daarmee doel ik op de tijd van de papieren media) ook geen idee hadden hoe nieuwsberichten werden samengesteld of hoe werd bepaald welk nieuws een ‘headliner’ was, en welk nieuws niet. Een zeer groot verschil met vroeger is er wat mij betreft dus niet echt.

Aansprakelijkheid tussenpersonen op internet

De schrijver stelt daarnaast echter dat Google en Facebook geen morele verantwoordelijk dragen, en evenmin aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de informatie die ze verspreiden. Wie het juridische nieuws volgt, en bijvoorbeeld dit blog leest, zou echter beter moeten weten. Internet Service Providers (hierna: ISP’s) worden in de juridische wereld immers steeds minder als slechts neutrale tussenpersonen bestempeld.

Leidraad daarbij is dat als de ISP wetenschap heeft van de onrechtmatigheid van de informatie, de ISP zelf onrechtmatig handelt door deze informatie beschikbaar te houden. In recente ontwikkelingen wordt dit beeld steeds opnieuw bevestigd: zo  moest Facebook van de rechter meewerken in ‘de wraakpornozaak’, worden ISP’s op regelmatige basis verplicht NAW-gegevens te verstrekken, moeten Usenetwebsites maatregelen treffen om auteursrechtinbreuken te verminderen, en werd Tom Kabinet (meermaals) in het ongelijk gesteld.

Bovendien houdt het ACM momenteel streng toezicht op online platforms, waardoor er ook sancties kunnen volgen vanuit de publieke sector. Dat ISP’s (zoals ook Facebook en Google) slechts neutraal zijn, en nooit aansprakelijk kunnen zijn voor informatie die door hun platforms vloeit, is dus simpelweg niet waar. Wel is het zo dat deze partijen standaard een beroep lijken te doen op hun beweerdelijke neutraliteit, maar goed, dat zou ik ook doen als ik hen was.

De vraag of ISP’s aansprakelijk kunnen zijn voor de ‘waarachtigheid’ van de informatie die zij verspreiden, dient ook niet met een definitief ‘nee’ te worden beantwoord. Zo heeft Facebook recentelijk besloten nepnieuws tegen te gaan, nadat het kritiek kreeg over potentiële beïnvloeding van de Amerikaanse verkiezingen.

Niet voor niets wordt er in de Verenigde Staten momenteel een hevig debat gevoerd over Facebook’s beweerdelijke onafhankelijkheid. Ongetwijfeld zullen er in de VS claims volgen, als Facebook alsnog zal besluiten niet in actie te komen tegen nepnieuws en zich blijft verschuilen achter zijn onafhankelijkheid. Het lijkt er dus op dat Facebook een steeds grotere verantwoordelijkheid krijgt (of eigenlijk: zichzelf aanmeet) in het kader van ‘onjuiste’ informatie.

Het ‘recht om vergeten te worden’ bij Google is ook interessant in het kader van de onderhavige kwestie. Op grond van een in 2014 door het HvJEU gewezen arrest, is Google onder bepaalde omstandigheden verplicht om zoekresultaten over personen op het internet te verwijderen. Dat informatie bijvoorbeeld onjuist is, kan meespelen in het verwijderen van de informatie (juridisch gekwalificeerd als ‘recht van verzet’) over de betreffende personen.

Indien Google er derhalve onterecht voor kiest om onjuiste informatie over bepaalde personen op het internet beschikbaar te houden, kan Google zelf worden aangesproken. Wat op dit moment al gebeurt, is dat de rechter dwangsommen aan Google oplegt, indien onterecht niet wordt voldaan aan verwijderverzoeken. Civiele aansprakelijkheden zullen ongetwijfeld volgen in de toekomst. Google lijkt dus ook ergens aan een soort ‘waarheidstoetsing’ onderhevig te zijn.

Slot

Het is inderdaad zo dat Google en Facebook een traditie lijken te hebben in het zich verschuilen achter hun (beweerdelijke) neutraliteit. Al dan niet op eigen beweging is hier echter verandering in aan het komen, en wordt zelfs het verspreiden van onjuiste informatie steeds meer tegengegaan. Het tot nog toe volledig legitieme argument ‘dat hep op Feesboek gestaan’, lijkt dus steeds meer op te gaan. Dat kan ik alleen maar aanmoedigen!

*) Dit artikel is tevens gepubliceerd op de website van SOLV.



Lees het volledige bericht op Emerce »

DDMA en IAB kritisch op voorstel nieuwe cookiewet

Posted 11 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Europa wil de opt-in voor het plaatsen van cookies via de browserinstellingen gaan regelen, niet meer via pop-ups op websites. De DDMA en het IAB in Europa en Nederland vinden dat niemand daarbij gebaat is.

“Goed dat de Europese Commissie eindelijk onderkent hoe belangrijk reclame-inkomsten zijn om gratis content te financieren, maar de verordening zal onmiskenbaar schade toebrengen”, aldus Townsend Feehan, de CEO van IAB Europe in een reactie.

Feehan reageert op het voorstel van de Europese Commissie, dat nu naar de Raad en het Parlement gaat, om de cookiewall van websites te laten verdwijnen. Het toestemmingsproces moet via de browserinstellingen gaan plaatsvinden. Een laag dieper, onzichtbaarder. Standaard opt-in, dus zonder dat personalisatie en tracking zijn geactiveerd. Daar is niet iedereen even blij mee.

Directeur Jeroen Verkroost van IAB Nederland liet zich eerder al in vergelijkbaar scherpe bewoording uit. Hij signaleert dat het huidige advertentiebeleid rondom cookieplaatsing niet werkt. Internetgebruikers willen helemaal niet steeds goedkeuring moeten geven om een cookie te plaatsen. Bovendien kan de overheid de wet die hiertoe verplicht niet handhaven. “Tijd voor een duurzaam advertentiebeleid”, roept hij op. Maar het voorstel dat gisteren uit Brussel kwam voldoet daar niet aan in zijn optiek.

Het via de browserinstellingen regelen van cookieplaatsingen is volgens Verkroost een slechte zaak. “Niet alleen voor adverteerders en uitgeverijen, maar ook voor internetgebruikers. Want doordat browsers standaard trackingcookies van derde partijen gaan blokkeren, is het bedrijfsleven veel minder goed in staat om consumentgericht te adverteren. Het gevolg? De inkomsten van uitgevers zullen dalen. En internetgebruikers zullen niet minder vaak advertenties zien, maar wel veel vaker irrelevante en irritante reclame.”

De DDMA reageert desgevraagd met: “De Europese Commissie wil twee dingen bereiken met dit nieuwe wetsvoorstel: betere bescherming van de consument en stimuleren van digitale innovatie. De vraag is of de consument er echt beter van wordt, terwijl het bedrijfsleven wordt opgezadeld met hoge kosten en weer nieuwe regels. Als consumenten cookies weigeren, komt er minder kwalitatieve ‘gratis’ content beschikbaar online en daar wordt niemand beter van. En uiteraard is er het gemis aan advertentie-inkomsten. Daarnaast wordt het voor nieuwe spelers steeds moeilijker de markt te betreden, wat innovatie blokkeert.”

Foto: Brandon Grasley (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Snapchat vestigt internationaal hoofdkantoor in Londen

Posted 10 Jan 2017 — by Emerce
Category nieuws

Snapchat wijst Londen aan als zijn internationale hoofdkantoor. In tegenstelling tot andere grote internetbedrijven gebruikt moederbedrijf Snap Inc. geen belastingroutes via Nederland en Luxemburg.

De maker van de foto-app landde twee jaar geleden al in Londen en begon met zes man personeel. Inmiddels is de organisatie gegroeid tot 75 man.

De Financial Times meldt de nieuwe vestiging in de krant van vanochtend.

Snap Inc. kiest voor Engeland, en ondanks de mogelijke brexit niet voor een andere Europees land, omdat daar veel internationale bedrijven in Engeland zijn gevestigd. Bovendien zitten er zeker tien miljoen Snap-gebruikers aan de andere kant van de Noordzee. Internationaal heeft het bedrijf 150 miljoen dagelijkse gebruikers, waarvan de helft buiten de VS.

In 2015 boekte Snapchat een omzet van 367 miljoen dollar. Naar verwachting gaat dat bedrag, overwegend advertentie-inkomsten, in 2016 over de miljard dollar heen. Een API heeft Snapchat niet.

Afgelopen november diende Snap Inc. documenten in bij de financiële toezichthouder om het proces voor een beursgang in gang te zetten. Daarmee hoopt het 25 miljard dollar op te halen.

Foto: pestoverde (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »

Consumenten betalen wél voor online content

Posted 20 Dec 2016 — by Emerce
Category nieuws

Of toch niet, zoals de meeste blogmakers denken? Nederlandse contentsites zoals Linda.TV, Ajaxshowtime.com en Margriet.nl zijn terughoudend om geld te vragen aan consumenten want ‘die betalen toch niet voor content’. Nederlandse experimenten en ervaringen uit het buitenland schetsen een ander beeld. Wat zijn de opties voor Nederlandse blogs?

Het probleem

Drie ontwikkelingen maken het steeds lastiger voor Nederlandse contentsites om (genoeg!) geld te verdienen met advertenties: de komst en het enthousiaste gebruik van de adblocker, de verschuiving naar mobiel internetgebruik en de versnippering van advertentie-inkomsten.

  1. Het adblockertijdperk
    Zo’n 20 procent van de totale Nederlandse bevolking heeft een adblocker, aldus het IAB. ‘Go native’ is inmiddels de veel gehoorde oplossing om de bannermoeheid en adblockertoename te pareren (lees meer over native advertising). Deze uitwijk kent alleen ook zijn grens: consumenten negeren sponsored content zoals ze de betaalde vermeldingen bij Googles zoekresultaten mijden.
  2. Mobiele consumptie
    Ruim 80 procent van de Nederlanders bezit inmiddels een smartphone en gebruikt die in toenemende mate voor alle internetactiviteiten, waaronder het lezen van digitale magazines of blogs. Naar verwachting van Mediaonderzoek zal dit fenomeen alleen maar toenemen. En dat terwijl de advertentiemogelijkheden op een mobiele contentsite veel beperkter zijn dan op de reguliere desktopversie.
  3. Versnippering advertentie-inkomsten
    Bij het MGW congres 2016 was de stelling: Te veel mensen verdienen te veel geld aan digital advertising. Onder de verdieners lijken alleen niet de blogmakers te zitten. Er zijn te veel partijen actief waardoor er uiteindelijk maar heel weinig van een reclame-euro bij de uitgever terecht komt. Minder dan de helft zelfs. Thijs Boon van Vice waarschuwt dat de uitgevers dit op termijn niet meer gaan volhouden. De content moet hoe dan ook gefinancierd worden. Als er minder overblijft voor de media houdt dat dus vanzelf op. Tijd dus voor digitale contentmakers om zoveel mogelijk andere inkomstenbronnen aan te boren. Wat is er allemaal mogelijk?
‘Alle content is waardeloos’

Hoe krijg je als contentmaker de bezoekers nu van gratis sitebezoek naar betalend? Kevin Kelly, voormalig hoofdredacteur van Wired, gaf al aan dat content zodra het op het web verschenen is, ‘waardeloos’ wordt. Door het delen en de verspreiding van de content kan een consument altijd alles wel ergens gratis krijgen. Hoe dan toch ‘waarde’ te blijven bieden? Kelly geeft acht motieven op basis waarvan consumenten bereid zullen zijn om te betalen:

Probeer als blogmaker zoveel mogelijk van bovenstaande betaalmotieven rondom je content te ontwikkelen. Velen doen dat al, zoals Libelle.nl met de Libelle Zomerweek (Embodiment), Spotify.com (Findability) en Woordkunsten.nl (Patronage). Het motief ‘Embodiment’ wordt vaak als meest logisch en relevant gezien om in te zetten. Heb je een site waarvoor een event relevant is, dan zeker doen!

Welke motieven zijn daarnaast voor een Nederlanse contentsite nu het meest interessant?

  1. Authenticity: als contentmaker ben je immers expert/bekend/bewezen.
  2. Personalisation: op het moment dat inspiratie/reisidee/recept op maat is te maken voor iemands persoonlijke behoefte, dan heb je daar geld voor over.
  3. Accessability: het nieuws van de dag is bijna overal verkrijgbaar, maar als je ook ouder materiaal kunt bieden, dan is dat waardevol voor een deel van je bezoekers.
Zorg wel voor een freemiumconstructie!

Houd het wel aantrekkelijk voor je bezoeker: zorg voor zowel gratis content, als een betaald gedeelte. Je kunt kiezen uit twee soorten freemium: trialware: alle content voor een betaalde tijd gratis of freeware: een deel van de content is altijd gratis.

Een totale betaalmuur opzetten voor consumenten werkt immers tot nu toe behoorlijk averechts. Zo is Linda.TV al snel na haar start gratis geworden (in plaats van de beoogde €4,95 per maand), is Paper van de Persgroep na een jaar verkocht aan Blendle en is internationaal de New York Times weer snel gestopt met de totale betaalmuur.

Daarnaast wil je je bezoekersaantallen vanuit advertentie-overwegingen natuurlijk minimaal op peil houden.

Wat verdien je dan met een freemium aanbod?

Een van de grootste freemium contentaanbieders op muziekgebied, Spotify, claimt dat het platform zo’n 30 procent betaalde abonnees heeft. Uit eigen onderzoek binnen de Nederlandse markt blijkt vijf tot tien procent betalende consumenten haalbaar. Internationale bronnen schrijven dat LinkedIn inmiddels twee procent betalende gebruikers gebruikers heeft. Met een premiumabonnement van zo’n 200 euro per jaar, en ruim vier miljoen Nederlandse LinkedIn bezoekers, levert deze freemiumconstructie hen een aardige inkomstenbron van zo’n zestien miljoen euro per jaar. Een Nederlands experiment met een abonnement op betaalde videocontent resulteerde in zes procent betalende abonnees.

Vier aandachtspunten….

…. zijn van belang als je voor een contentsite een freemium model overweegt:

  1. Bepaal zelf welk duwtje je kunt geven
    Bij het kiezen van een freemiumaanbod (op basis van trialware of freeware) is het belangrijkste dat er een duidelijk ‘verwacht voordeel’ is. Waarom zou een consument willen overstappen van een hem bekende, gratis situatie? Wat is er zo interessant dat hij de moeite wil doen om een account aan te maken en een betaling te verrichten? Is het vrijwaren van advertenties voldoende? Of wil de bezoeker exclusieve content, persoonlijke aandacht, offline mogelijkheden, etcetera. Is de entertainmentfactor wel hoog genoeg?
  2. Geef de bezoeker tijd
    Eerder onderzoek geeft aan dat bezoekers gemiddeld pas na 652 dagen de overstap maakten van gratis naar betaald (muziekbranche). Geduld is dus een schone zaak. De consument kan slecht inschatten welk voordeel de betaalde variant hem concreet oplevert voordat hij daartoe daadwerkelijk toegang heeft. Geef de bezoeker de tijd om verknocht te raken aan de gratis versie. Maak daarnaast mogelijk dat tevreden betalende bezoekers hun ervaringen delen via social media, communities en reviews. Reputatie en een vlekkeloze technische kwaliteit zijn de belangrijkste factoren voor een overstap naar betaald.
  3. Herken de opoffering
    De consument die overstapt van ‘free’ naar ‘fee’ moet moeite doen om die stap te nemen. Het is immers makkelijker alles bij het oude te laten. Hoe beter een contentsite weet welke moeite de consument ervaart (en daar op inspeelt), des te makkelijker stapt de consument over. Denk daarbij aan het te betalen bedrag maar ook aan elementen als het installeren van software, het begrijpen van de extra features, etcetera.
  4. Reputatie telt
    Hoe beter de reputatie je merk is, des te groter is de kans dat de consument overstapt naar betaald gebruik. Die reputatie hangt sterk samen met de technische performance van de site, maar ook de bekendheid van het merk. Investeer dus in de merkbekendheid door de content goed deelbaar te maken, zoekmachineoptimalisatie (ook mobiel!) en een uitgekiende paid-strategie.

Er valt dus echt wel wat te verdienen via de consument. Het loont daarom de moeite om de teruglopende advertenties-inkomsten via deze weg aan te vullen tot een bestendig verdienmodel. Kwaliteit heeft immers een prijs!



Lees het volledige bericht op Emerce »

Hoe blij is men met Googles AMP en is de webstandaard altijd nodig?

Posted 25 Nov 2016 — by Emerce
Category nieuws

Met de begin dit jaar geïntroduceerde webstandaard AMP wil Google de mobiele gebruikerservaring verbeteren. Of een website gebruikmaakt van AMP speelt inmiddels ook een rol in Googles zoekresultaten. Wat zijn de recente ervaringen en is het altijd nodig AMP te gebruiken?

Een klein jaar geleden lanceerde Google samen met enkele internetbedrijven Accelerated Mobile Pages (AMP). Samen met bedrijven als LinkedIn, Twitter en WordPress heeft het een ‘open’ webstandaard ontwikkeld die ervoor zorgt dat de mobiele gebruikerservaring naar een hoger niveau wordt getild. De code is zodanig geoptimaliseerd dat er een lichtgewicht website overblijft. HTML-elementen die normaal voor vertragingen zorgen zijn vervangen door een alternatief of gewoon geblokkeerd.

schermafbeelding-2016-11-18-om-18-10-27Hoewel Google heeft aangegeven dat AMP geen factor is in de rangschikking van zoekresultaten, wordt de laadtijd daarin wel steeds belangrijker. Volgens Google zelf laden de met AMP geoptimaliseerde pagina’s vier keer sneller. In een terugblik op het eerste jaar stelt het zoekbedrijf dat uitgevers 44 procent meer bezoekers krijgen. Zichtbaarder is de ‘Top Stories’ carrousel die aan het einde van de zomer ook in Nederland zijn intrede deed. Nederlandse uitgevers als De Persgroep moeten met die carrousel profiteren van hun omarming van AMP.

Google heeft al aangegeven dat ook andersoortige content (niet-nieuws) in de zoekresultaten het ‘keurmerk’ AMP zal krijgen. Met een nieuwe tool kan ieder bedrijf en site-eigenaar alvast bekijken welke code niet AMP-proof is.

’10 tot 15 procent verkeer naar AMP-pagina’s’

Waar lang niet alle uitgevers blij zijn met Instant Articles (waar AMP toch deels een alternatief voor is) reageren ze nu bijzonder enthousiast. De (voornamelijk) nieuwsuitgevers zeggen dat zo’n 10 tot 15 procent van het totale verkeer al richting zulke AMP-pagina’s trekt. Een anonieme uitgever laat aan Digiday weten dat de pagina’s wel 95 procent sneller laden. En – belangrijker nog – het bouncepercentage (het aandeel bezoekers dat direct weer vertrekt) zou 50 procent lager zijn. ‘Bizar’ zegt de betrokkene.

Is er dan helemaal geen kritiek? Natuurlijk wel. Zo zou een serieus aantal media de inkomsten zien teruglopen. De AMP-pagina’s leveren per bezoeker minder advertentie-inkomsten op dan ze gewend zijn van de eigen mobiele site. Enkele bedrijven laten aan The Wall Street Journal weten het zelfs met de helft minder omzet te moeten doen.

Dat is vooral een gevolg van de beperktere mogelijkheden. In AMP zijn een aantal gestandaardiseerde advertentieformaten opgenomen, volledige vrijheid is er dus niet meer. De reclames zijn alleen via ‘AMP ready’ elementen op te roepen. Zo houden Google en de anderen de content die hun beleving storend voor de gebruikerservaring is buiten de deur. Google zelf stelt in een reactie dat de bedrijven gewoon nog niet bedreven genoeg zijn. ‘Uitgevers die alle tools weten te benutten, verdienen net zoveel als met de gewone mobiele pagina.’

‘Webstandaard helemaal niet nodig’

Maar is het eigenlijk wel nodig om de webstandaard te implementeren? Nee, stelt Ben Jacobson met een tegengeluid in het online magazine Search Engine Watch. ‘Wat Google je niet vertelt is dat je AMP niet nodig hebt om de sitesnelheid te verhogen.’ Bestaat de website bovendien uit ‘third-party’ tools voor leadgeneratie of wordt er gewerkt met advertentienetwerken die niet door AMP zijn ondersteund dan is het goed de keuze nog eens te heroverwegen.

Met het gebruik van een content delivery network (CDN) is AMP in zijn ogen niet nodig. Veel CDN’s maken al gebruik van slimme regels voor caching en algoritmes om om de laadtijd van een site zo veel mogelijk te laten afnemen. Als alternatief kun je kiezen voor ‘lazy loading’, een techniek waarmee afbeeldingen pas worden geladen zodra ze in beeld komen. De bezoeker kan de lichtere content hierdoor heel snel al lezen.

Is een site mobielvriendelijk dan is er in zijn ogen sowieso weinig reden tot overstappen. Mobielvriendelijk betekent natuurlijk niet ‘responsive’ – zoals bij veel bedrijven het geval is – maar dat de site voor ieder apparaat is geoptimaliseerd en de voor dat apparaat onnodige code niet laadt. ‘Je hebt AMP niet nodig om die mobielonvriendelijke plugins en JavaScripts te deactiveren.’



Lees het volledige bericht op Emerce »