Nieuwe btw-regelgeving elektronische diensten per 2015

Geen reacties
Tags: , , , , , , , , , , ,
Posted 14 okt 2014 in nieuws

Voor EU-ondernemers die tegen vergoeding elektronische diensten verrichten aan particulieren of andere niet-ondernemers uit de EU, treedt vanaf 1 januari 2015 een belangrijke btw-wijziging in werking. Deze elektronische diensten zijn dan niet meer belast met de btw van het land waar de ondernemer is gevestigd, maar met de btw van het land waar de afnemer woont.

Dit leidt tot administratieve verplichtingen. Hoewel er vereenvoudigingsmaatregelen gelden, is tijdig actie ondernemen wel vereist.

Wat gaat er veranderen?

Tot op heden zijn elektronische diensten die door EU-ondernemers worden verricht aan particulieren en andere niet-ondernemers uit de EU belast met de btw van het land waar de ondernemer is gevestigd. Veel aanbieders van elektronische diensten zijn daarom gevestigd in Luxemburg, omdat dat land een laag regulier btw-tarief kent.

Vanaf 1 januari 2015 zijn deze diensten belast met de btw van het land waar de afnemer woont, gebruikelijk verblijft, of is gevestigd. De onderliggende reden van deze wijziging is te realiseren dat de btw-inkomsten toekomen aan het EU-land waar de dienst daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit sluit aan bij de doelstelling van de omzetbelasting, te weten: het belasten van consumptief verbruik.

De wijziging brengt administratieve verplichtingen met zich mee. Aanbieders van elektronische diensten moeten bijvoorbeeld nagaan waar hun afnemer woont. Daarnaast moeten zij de btw aan de lokale belastingautoriteiten voldoen.

Het is belangrijk om te weten dat de wijziging alleen voorziet op elektronische diensten die EU-aanbieders verrichten voor niet-ondernemers uit de EU. Met elektronische diensten bedoel ik in deze bijdrage deze elektronische diensten.

In situaties dat 1) de aanbieder buiten de EU is gevestigd of 2) de afnemer buiten de EU is gevestigd, of 3) de afnemer weliswaar binnen de EU is gevestigd, maar een ondernemer is, geldt nu al dat de elektronische dienst belast is met de van het land van de afnemer.

Welke diensten?

De wijziging ziet op digitale diensten. Dit zijn diensten die langs elektronische weg worden verricht. Artikel 7 van de btw-verordening 282/2011 noemt voorbeelden van elektronische diensten. Daarnaast bevat Bijlage II van de btw-richtlijn een indicatieve lijst van elektronische diensten.

 Voorbeelden van elektronische diensten zijn onder andere:

  • Het leveren van gedigitaliseerde producten, zoals het downloaden films, boeken, muziek en spellen
  • Het downloaden van software, waaronder boekhoudprogramma’s en antivirussoftware
  • het leveren en onderhouden van websites
  • abonnering op onlinedagbladen en –tijdschriften
  • onlinenieuws, -verkeerinformatie en -weerberichten
  • bepaalde online marktplaatsen
  • bannerblockers
  • online geautomatiseerde installatie van firewalls, en filters op websites
  • het verstrekken van onderwijs op afstand

Op 3 april 2014 heeft de Europese Commissie een toelichting gegeven op de nieuwe regelgeving.

Naast elektronische diensten, ziet de wijziging ook op telecommunicatiediensten en omroepdiensten. In deze bijdrage ga ik vooral in op elektronische diensten.

Hoe bepaal ik waar mijn afnemer woont?

Als de afnemer een particulier is, is de dienst belast met de btw van het land waar de particulier woont of gebruikelijk verblijft. Artikel 12 en 13 van de Btw-verordening lichten deze begrippen nader toe.

Als de niet-ondernemer bijvoorbeeld een rechtspersoon is, dan is de dienst belast met de btw van het land waar deze rechtspersoon is gevestigd. Dit is de plaats waar de centrale bestuurstaken worden uitgeoefend, danwel de plaats waar de niet-ondernemer een vaste inrichting heeft om voor eigen behoefte de dienst te kunnen afnemen en te kunnen gebruiken. Hiervoor wordt een nieuw artikel in de btw-verordening opgenomen.

In deze bijdrage hanteer ik omwille van de leesbaarheid alleen het begrip wonen.

Het zou voor ondernemers ondoenlijk zijn om voor elke elektronische dienst na te gaan waar de afnemer woont. Daarom gelden de volgende uitgangspunten:

  • Wordt de dienst verricht op een plaats, zoals een wifi-hotspot, internetcafé, hotellobby of restaurant, waarbij de afnemer fysiek aanwezig moet zijn om de dienst af te nemen, dan geldt het vermoeden dat de afnemer op deze plaats woont.
  • Wordt de dienst verricht via een vaste lijn van de afnemer, dan geldt het vermoeden dat de afnemer woont op de plaats waar de lijn is geïnstalleerd.
  • Wordt de dienst verricht via een mobiel netwerk, dan geldt het vermoeden dat de afnemer woont in het land dat wordt aangeduid met de mobiele landencode van de gebruikte simkaart
  • Is een decoder, soortgelijk toestel of viewing card nodig (en wordt er geen vaste lijn gebruikt), dan geldt het vermoeden dat de afnemer woont op de plaats waar de decoder/soortgelijk toestel zich bevindt, dan wel de plaats waar de viewing card is verstuurd om te gebruiken.
  • In andere gevallen geldt het vermoeden dat de afnemer woont op de plaats die door de dienstverrichter is vastgesteld op basis van twee afzonderlijke en niet tegenstrijdige bewijsmiddelen, die zijn opgesomd in artikel 24 septies van de Btw-verordening.

Als de dienstverrichter hierbij niet wenst aan te sluiten, kan hij uitgaan van een ander land. De dienstverrichter moet dan wel drie afzonderlijke en niet tegenstrijdige bewijsstukken hebben. Met name kan hij de volgende stukken als bewijs gebruiken:

  • Factuuradres van de afnemer
  • IP-adres van het door de afnemer gebruikte toestel
  • Bankgegevens van de betaling, zoals de plaats waar de betrokken bankrekening wordt aangehouden
  • Mobiele landencode van het IMSI-nummer van de gebruikte simkaart
  • De plaats van de vaste lijn (als de dienst via een vaste lijn is verricht)
  • Andere zakelijke gegevens

Elektronische diensten die op eigen naam worden verricht in combinatie met de verstrekking van accommodatie, worden verricht op de plaats van de betrokken accommodatie.

Status van de afnemer

Vanaf 2015 zijn elektronische diensten altijd belast met de btw van het land waar de afnemer woont. Toch blijft het nodig om na te gaan of de afnemer een ondernemer is.

Er geldt namelijk een verplichte btw-verleggingsregeling als de afnemer een ondernemer is. In andere gevallen moet de dienstverrichter zelf de lokale btw voldoen.

Als de dienstverrichter niet beschikt over het btw-nummer van zijn afnemer, kan hij ervan uitgaan dat de afnemer geen ondernemer is. De dienstverrichter moet dan zelf de verschuldigde lokale btw voldoen. Hij moet dan in beginsel ook een lokaal btw-nummer aanvragen.

Mini-éénloketsysteem

Om te voorkomen dat aanbieders van elektronische diensten lokale btw-nummers moeten gaan aanvragen, wordt vanaf 1 januari 2015 het zogenoemde Mini-éénloketsysteem geïntroduceerd. Het systeem is optioneel.

Het systeem houdt in dat de dienstverrichter in zijn vestigingsland per kwartaal een btw-aangifte indient voor alle elektronische diensten die hij heeft verricht aan niet ondernemers uit andere EU-landen, samen met de voldoening van de lokale btw. De Belastingdienst van het vestigingsland stuurt de btw-aangifte, samen met de lokale btw, vervolgens naar het de desbetreffende EU-land..

Wat te doen?

Op goed voorbereid te zijn op de veranderingen, moeten ondernemers onder andere:

  • De gevolgen in kaart brengen;
  • Nagaan welke informatie nodig is om de woonplaats van de afnemer vast te stellen;
  • Veranderingen doorvoeren in de IT- en ERP-systemen;
  • Nadenken over prijsvormingsstrategie, met oog voor de sterk variërende btw-tarieven binnen de EU;
  • Nadenken over onder andere het veilig opslaan van persoonlijke klantgegevens;

 Ondernemers zouden de volgende roadmap kunnen hanteren:

e-commerce



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment