eDay: ‘Producten verkopen is een kapot verdienmodel’

Geen reacties
Tags: , , , , ,
Posted 11 okt 2013 in nieuws

Bedrijven die hun geld puur verdienen met het verkopen van producten, hanteren een verkeerd verdienmodel. “Dat is kapot. Platformbedrijven die anderen helpen geld te verdienen, dat is de toekomst”, zegt Marshall van Alstyne van MIT.

De Amerikaanse wetenschapper was gisteren een van de sprekers op Emerce eDay in Amsterdam.

“Kijk naar de lijst met meest waardevolle bedrijven ter wereld. Jaren en jaren stond Coca-Cola daar fier aan de top. Nu zijn dat bedrijven als Apple en Google. Kijk je verder in de toplijst dan zie je nog meer typische platformenbedrijven: Amazon, Oracle, SAP, eBay en Samsung. Zij nemen de leidende posities van Finance en Energie over.”

“Blackberry is een goed voorbeeld. Dat verkocht jarenlang met succes een product zonder platformgedachte. Net als Apple dat lanceerde een goede computer, maar werkte met een gesloten systeem. Microsoft daarentegen opende zijn systeem Windows voor derden en groeide enorm.”

De reden dat platformbedrijven zo groot kunnen worden, van een afstand bekeken, vrij eenvoudig. Een bedrijf dat zelf producten ontwikkelt en verkoopt maakt veel kosten in een vaak concurrerende markt bij lage marges. Bedrijven daarentegen die de platformgedachte omarmen benaderen de markt anders. Zij helpen anderen om te handelen via hun platform. Zijn dat bijvoorbeeld bol.com, Wehkamp en Zalando.

“Nike is dan weer een uitzondering. Dat is een productbedrijf, maar wel een die sensoren in schoenen stopt. Met de verzamelde data kan de sporter connecten met een online gemeenschap.”

Van Alstyne laat ook zien dat gratis platformen goed geld kunnen verdienen. De ene gebruikersgroep mag het platform gratis gebruiken, terwijl de andere ervoor moet betalen. In de fysieke wereld geldt het voorbeeld van café’s. Sommige gelegenheden geven vrouwen als lokkertje korting op de drankjes. De mannen volgen vanzelf. Online is dat zo eenvoudig als het feit dat Twitter of Facebook gratis zijn voor privé gebruik, maar niet voor adverteerders.

“Een ecosysteemstrategie is iets anders dan een productstrategie. Producten hebben features, platformen hebben communities. Hoe groter het aanbod, hoe groter de vraag. Google financierde Androidontwikkelaars, met als gevolg dat de vraag naar apps op gang kwam. Google gaat heel vel in de platformgedachte. Je kunt alle functies van diens product embedden in producten van anderen”, denk bijvoorbeeld aan Maps en Google+-berichten.

De wetenschapper denkt dat we deze platformbenadering vaker gaan zien. “Een stad kun je ook als platform beschouwen. Dat is een complex geheel van databronnen die je kunt kanaliseren en ontsluiten voor derden om de (mechanische kant van de, red.) stad te besturen. Hetzelfde geldt voor energievoorziening met smart grids. Als de energievraag te groot is, kan consumenten gevraagd worden hun verbruik terug te dringen of zelf opgewekte energie aan het net te leveren.”



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment