Legaltech: kentering in een conservatieve sector

Geen reacties
Tags: , , , , , , , ,
Posted 11 jan 2020 in nieuws

De investeringen in de digitale transformatie van de rechtsgang zijn de laatste jaren fors omhoog gesprongen. De conservatieve sector heeft te maken met relatieve nieuwkomers die na standaard automatisering voor juristen in toenemende mate de klantreis onder de loep nemen. Daarmee ligt er een markt open waarin learnings uit onder andere Finance en Retail erg waardevol zijn.

Racistische robotrechters en Chinezen die na automatische boetes niet meer mogen vliegen of geen lening kunnen krijgen. Wie op het wereldnieuws afgaat, komt al gauw de excessen van de technologisering van rechterlijke processen tegen. Het meest verstrekkende voorbeeld is wellicht nog het sociaal kredietsysteem dat in China wordt opgetuigd. Een zo autonoom mogelijk werkend systeem waarbij een sociaal dossier wordt opgebouwd van burgers over hun gedrag en betrouwbaarheid. Veelal gezien als één masteroperatie, maar in feite een aaneenschakeling van verschillende toepassingen. Op verschillende plekken in het immense land zijn verschillende systemen actief, die bovendien deels door de overheid en deels door de markt worden gefaciliteerd. Zo kunnen burgers die door rood lopen automatisch op de bon geslingerd worden. En heeft ook het niet (op tijd) betalen van boetes of lawaai maken op plekken waar dit niet is toegestaan invloed op de sociale score. Op de vraag waarom antwoordt de Chinese overheid met één woord: vertrouwen. Zij ziet het als het belonen van vertrouwen. Want wanneer er weinig vertrouwen is, zal iemand eerder iets illegaals uitspoken. En aan vertrouwen is nogal een gebrek in het land, stellen verschillende critici. Mede veroorzaakt door voedselschandalen, vervuiling en werknemers die na gedane arbeid naar de hun beloofde centen kunnen fluiten. Wanneer de juiste systemen en data worden gecombineerd, komt er meer grip op hoe dit te voorkomen, luidt de visie. Allemaal leuk en aardig, maar het is de staat erom te doen burgers in de tang te houden, is het weerwoord hierop. Een complex geheel dus, met felle voor- en tegenstanders. En niet zelden gelinkt aan de dystopische toekomstbeelden die de futuristische Britse serie Black Mirror schetst.

Incubators
Ondertussen betekent het wel dat er op schaal geëxperimenteerd en ervaring opgedaan wordt met de toepassing van computervisie, AI, Machine Learning en meer. Iets wat we ook bij de digitale transformatie van onderwijs in het land hebben gezien. Met daaruit voortvloeiende producten die nu op westerse markten worden gepusht. Een ontwikkeling die voor juridische zaken nog ver weg lijkt – of door het verschil in rechtssystemen wellicht onmogelijk – maar er is ook in het Westen een kentering te zien in de houding ten opzichte van legaltech. De afgelopen twee jaar is er bijvoorbeeld fors meer geïnvesteerd dan in de jaren ervoor. Nadat er in 2016 en 2017 voor respectievelijk 224 en 233 miljoen werd gefund, schoot dit in 2018 omhoog naar 1,66 miljard dollar, becijferde marktvorser Tracxn. En ook dit jaar zal er in totaal ongeveer zo’n bedrag de sector in vloeien. Onder andere door bekende namen als Insight Venture Partners, Menlo Ventures en Y Combinator. Daarbij ontstaan er ook steeds meer incubators en andere initiatieven die start-ups helpen technologische producten en diensten voor de sector te ontwikkelen. Fuse, opgericht door internationaal advocatenkantoor Allen & Overy, is een van de bekendere, en in ons land kennen we Legal Tech Studio, waarachter ARAG Rechtsbijstand schuilgaat.

Grofweg strekken de investeringen zich uit over eDiscovery (bedrijven die een platform aanbieden om onder andere e-mails, documenten en mediabestanden voor geschillen te beheren), marktplaatsen voor advocaten, contractmanagement en online platformen om disputen te beslechten.

Achterstand wegwerken
Tot op heden wordt technologie vooral ingezet om juristen te helpen hun werk sneller en beter te doen. Met behulp van artificiële intelligentie wordt contractinformatie bijvoorbeeld eenvoudiger geclassificeerd en gestructureerd, wat het automatisch detecteren van specifieke clausules en risico’s mogelijk maakt. Een groeiend domein is ook digitale intelligentie loslaten op cases om bijvoorbeeld overeenkomsten te vinden en zaken sneller op te lossen. Waarmee ingespeeld wordt op een duidelijke behoefte bij juristen. Ruim zeventig procent van de westerse advocaten stelt namelijk dat zowel het toegenomen volume en grotere complexiteit van informatie als de noodzaak tot grotere efficiëntie en productiviteit vragen om technologische oplossingen, blijkt uit onderzoek van Wolters Kluwer. Daar is wel hulp bij nodig. Want meer dan de helft verwacht dat AI, big data, predictive analytics en machine learning invloed gaan hebben op hun vak, maar iets minder dan een kwart zegt deze technologieën ook te snappen.

Het zijn disciplines die het ministerie van Justitie in Estland naar een volgend plan wil tillen. Daar wordt namelijk gewerkt aan een digitale assistent voor rechters, die hen moet helpen om claims tot zeven duizend euro te behandelen. In de hoop dat het systeem een voortdurende grote achterstand in zaken weg kan werken. Het project bevindt zich nog in zijn beginfase en richt zich waarschijnlijk ten eerste op contractgeschillen. Op een wijze waarbij twee partijen documenten en andere relevante informatie uploaden, de AI een beslissing zal nemen, waartegen dan weer beroep aangetekend kan worden bij een menselijke rechter.

Regie houden
Hoewel dit al enige impact heeft op ervaringen van de ‘klant’, onder andere doordat het proces sneller verloopt, ligt de nadruk nog te veel op processen voor juristen, stelt Kaspar Scheltema, medeoprichter van scheidingsplatform uitelkaar.nl. “Er wordt nog weinig gekeken naar hoe je een proces prettiger kunt vormgeven voor cliënten. Hoe zou een klant graag willen dat een procedure loopt? En wat heeft hij daarvoor nodig?” Reden voor Scheltema’s organisatie om te kijken hoe een dialoog op gang komt binnen een scheidingsproces. “Mensen komen elkaar na een scheiding vaak weer tegen – bijvoorbeeld voor de kinderen – en willen er dikwijls samen uit komen.” Waar uiteindelijk een geïntegreerd digitaal platform uit is gekomen, waarop stellen gezamenlijk op een effectieve en de-escalerende wijze hun scheiding met goede begeleiding kunnen regelen. Kort gesteld doen beide partijen een uitgebreide intake door feitelijke en reflectievragen te beantwoorden over hoe zij hun scheiding voor zich zien. Waarna wordt ingezoomd op antwoorden die niet overeenkomen. “We geven dan suggesties op basis van de inmiddels ruim vierduizend cases die we hebben gedaan. Hoe meer cases, hoe beter het platform werkt.”

Wat ook kan betekenen dat er een mediator wordt aangehaakt, want de menselijke maat is leidend. Zo is er via het hele traject een casemanager beschikbaar en dient een advocaat de zaak in bij de rechtbank waar een rechter het eindoordeel geeft. “Door het hele proces online vast te leggen en te monitoren, kunnen wij snel interventies doen, wat veel ellende en kosten achteraf bespaart. Bovendien krijgt een rechter niet slechts twee documenten met eisen van beide partijen, maar inzage in de hele aanloop naar de rechtszaak, waardoor hij een veel beter beeld heeft van het geheel.”

Buiten dat dit het proces prettiger maakt, liggen de kosten ook lager. Zo’n acht- tot negenhonderd euro tegenover drie- tot vijfduizend euro voor een gemiddeld regulier proces, aldus Scheltema. Volgens hem is het kostenaspect in veel gevallen niet leidend. “We zien veel vraag naar zelf iets kunnen doen, regie houden over de scheiding.” Om die reden is er met de overheid ook een online scheidingsloket ontwikkeld, waar mensen kunnen bekijken welke routes er zijn. “Trajecten gaan veel transparanter worden. Bijvoorbeeld door alle aanbieders in kaart te brengen. Het is nu nog heel erg juridisch aangevlogen.”

Toegang
De conservatieve, versnipperde markt met ogenschijnlijk onwrikbare businessmodellen maakt het een uitdagende omgeving om te innoveren. Een andere remmende factor is dat niet alle diensten eenvoudig te kopiëren zijn naar andere landen. En dus vaak alleen nationaal vlot schaalbaar zijn. De reden hiervoor is dat er een ecosysteem gebouwd moet worden. Scheltema: “We hebben er een aantal jaren over gedaan om rechters en advocaten te overtuigen dat de procedure die wij hebben ontwikkeld ook een goede route is. Een systeem kan dus goed werken in buitenland – daar krijgen we ook vraag naar – maar een voorwaarde is dat je wel de ingang moet hebben tot het ministerie, de rechterlijke macht en de advocatuur.”

En dat brengt ons weer bij Estland, waar de overheid al enige jaren actief haar diensten digitaliseert – op een hoger tempo en innovatievere wijze dan menig ander land. Daarvoor beschikken de inwoners over een nationale ID-kaart waarmee ze gebruik kunnen maken van digitale diensten, zoals online stemmen en belastingzaken afhandelen. Met het resultaat dat er al een infrastructuur is opgebouwd om data te delen, waarop de nodige partijen zijn aangesloten.

Neemt niet weg dat ook overheden in andere landen de ontwikkeling van digitale toepassingen toejuichen. Zo wordt er in Canada succes geboekt met online dispuutoplossing. Het British Columbia Civil Resolution Tribunal (CRT) is het eerste online tribunaal van Canada en richt onder andere op disputen omtrent gemotoriseerde voertuigen, gedeelde accommodaties en algemene kleine zaken (tot vijfduizend dollar). Waarbij betrokkenen gratis juridische informatie krijgen, voorbeeldbrieven en keuzes, met hun tegenpartij kunnen onderhandelen via een digitaal platform, een casemanager beschikbaar is indien de partijen er niet uitkomen en bij blijvende onenigheid een CRT-lid uiteindelijk een besluit kan nemen dat rechtsgeldig is. Een collaboratieve aanpak volgens de bedenkers ervan. Die ervoor zorgt dat betrokkenen een dispuut waar en wanneer zij willen kunnen oplossen. Tegen lagere kosten. Tot en met september dit jaar zijn er ruim dertienduizend disputen in behandeling genomen en blijkt uit eigen onderzoek dat 84 procent van de betrokkenen de manier van werken aan andere zou aanbevelen.

Ook Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming in ons land, laat in zijn plannen weten heil te zien in online oplossingen. “We ontwikkelen komend jaar een goed, laagdrempelig webportaal (voor rechtsbijstand, red.), dat iedereen de weg kan wijzen. Daarmee valt al een wereld te winnen”, zei hij in een recent interview. Een van zijn speerpunten is toegang tot het recht voor minder draagkrachtigen. De buitenlandse voorbeelden laten zien dat technologie hierbij dus kan helpen.

Als reactie op de investering van twee miljard euro in kunstmatige intelligentie die staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken) onlangs bekendmaakte, gaf Dekker wel aan richtlijnen te hebben opgezet voor de inzet van kunstmatige intelligentie door de overheid. “Zo verbetert de transparantie rond het gebruik van algoritmes en minimaliseert het risico op fouten.”

Hoewel de betrokken partijen uiteraard scherp moeten blijven op technologische risico’s onderstreept Scheltema de invloed van veranderende en toenemende verwachtingen van cliënten. Die zijn door ervaringen met retail en financiële instellingen gewend geraakt aan soepelere processen. “Zij willen betalen voor geleverde waarde in plaats van de gewerkte uren, met vlotte toegang tot service en expertise.”

* Dit artikel is eerder gepubliceerd in het novembernummer van Emerce Magazine #174.

Illustratie: Sjoerd van Leeuwen



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment