Smartphones: innoveren in een krimpende markt

Geen reacties
Tags: , , , , , , , , , ,
Posted 14 dec 2019 in nieuws

Smartphonefabrikanten buitelen over elkaar heen met de nieuwste modellen smartphones, maar de markt krimpt. Consumenten wachten langer met vervanging en zien te weinig innovatie. Terwijl hun schermtijd blijft groeien. Wat moet de markt gaan redden?

Het is onderhand een vast ritueel geworden; de presentatie in september van de nieuwste iPhones. Ook nu weer vlogen de superlatieven over de iPhone 11 (Pro) je om de oren: een baanbrekend triple camerasysteem dat volgens Apple ‘massa’s nieuwe intuïtieve mogelijkheden’ biedt. Een ‘ongekende sprong in batterijduur’. En een ‘buitengewone chip’ die fors inzet op machine learning en daarmee de grenzen verlegt van wat een smartphone allemaal kan, aldus Apple.

Grootste verschil met vorig jaar: zelden zijn in korte tijd zoveel concurrerende smartphones gelanceerd. Samsung trapte het seizoen af met de Galaxy Note, Huawei onthulde kort na Apple in München de Mate 30 Pro en Mate 30, OnePlus volgde met de OnePlus 7T en half oktober kwam Google met de Pixel 4. En dat is nog maar een greep uit het aanbod.

Intussen blijft het aantal verscheepte smartphones wereldwijd maar dalen. Gartner schat de daling dit jaar op vier procent, waarmee een nieuw diepterecord wordt bereikt. Alleen China en Brazilië laten nog enige groei zien. Het is in het algemeen kommer en kwel, want ook pc’s en tablets zorgen niet voor substantiële groei. Niet meer dan één procent.

Vooral Apples iPhone glijdt weg, in het tweede kwartaal was er sprake van een daling van 13,8 procent. Voor heel 2019 verscheept Apple naar schatting 170 miljoen exemplaren. Dat waren er nog 213 miljoen in 2017. Met vijf miljard smartphones wereldwijd is de markt zo langzamerhand verzadigd.

Middensegment
De belangrijkste oorzaak: consumenten wachten langer met de vervanging van hun smartphone. Amerikanen, die nog altijd de grootste smartphonemarkt vormen, ruilen hun oude toestel nog maar eens in de 33 maanden in voor een nieuw exemplaar. Bij de topmerken is de cyclus wel korter: 18 maanden voor een iPhone en 16,5 maanden voor een Samsung. Consumenten noemen als reden de hoge kosten in combinatie met gebrek aan innovatie. Slechts zeven procent is bereid meer dan duizend dollar voor een smartphone te betalen.

Geen wonder dus dat het Finse bedrijf Nokia, met Ericsson ooit smarphonepionier, niet inzet op concurrentie met de duurdere merken, maar zich doelbewust richt op het middensegment. Het bedrijf introduceert allerlei functies, zoals drie camera’s, in toestellen die nog geen 250 euro kosten. Het grote gevecht op de markt vindt vooral in dit segment plaats en zet de prijzen van duurdere modellen onder druk. Dat is op zich geen goed nieuws voor de markt, die met minder marges genoegen zal moeten nemen.

HMD Global, het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de productie van Nokia-smartphones, wil nu ook de prijzen voor 5G-smartphones omlaag brengen en overweegt volgend jaar een 5G-budgettoestel te introduceren. Juho Sarvikas, chief product officer bij HMD Global, spreekt over een bedrag dat de helft lager ligt dan dat van de huidige 5G-toestellen.

Ook Apple lijkt bekend met de trend. Het bedrijf zou een nieuw model van zijn goedkopere iPhone SE willen uitbrengen in het voorjaar van 2020. Die moet dan de concurrentie aangaan met goedkopere telefoons van Huawei. Apple introduceerde zijn iPhone SE voor het eerst in 2016. In feite was het gewoon de iPhone 5S met 4 inch-scherm, maar dan met een snellere processor. Het nieuwe model zou het 4,7 inch-schermformaat krijgen van de oude iPhone 7 en 8.

Licht
Dat fabrikanten zo langzamerhand van gekkigheid niet meer weten wat ze nu weer moeten verzinnen, blijkt wel uit het drama rond de vouwbare smartphones. Het idee: door de smartphone open te klappen heb je een soort minitablet.

Samsung wilde iedereen voor zijn en bracht in april overhaast de Galaxy Fold op de markt. Toen journalisten allerlei gebreken ontdekten, werd de introductie uitgesteld. Samsung-topman DJ Koh ging door het stof om de mislukte lancering. Van de weeromstuit besloot ook Huawei zijn eerste opvouwbare smartphone, de Mate X, uit te stellen. De Fold is inmiddels, vergezeld van een uitgebreide handleiding vol waarschuwingen, opnieuw op de markt verschenen.

Het is de vraag of deze deuk in het vertrouwen nog hersteld kan worden, al was het maar vanwege de pittige prijzen van tweeduizend euro of meer. LG presenteerde op de IFA in Berlijn trouwens een alternatief: de LG G8X ThinQ heeft een Dual Screen-hoesje, waardoor je twee grote schermen naast elkaar kan gebruiken. Maar of de markt daarop zit te wachten? De Zuid-Koreanen gokten ook al eens mis met de G5-smartphone die met modules was uit te breiden. Het is wellicht veelzeggend dat Apple het vouwbare mobieltje tot nu toe links laat liggen. Dat bedrijf heeft blijkbaar meer vertrouwen in de (eveneens krimpende) tabletmarkt. Niet eerder zijn zoveel verschillende modellen iPads gelanceerd.

Wellicht is het ook niet redelijk om voortdurend maar innovaties van fabrikanten te verwachten. De televisiemarkt is onder invloed van LCD- en OLED-schermen en hogere resoluties tot 8k het laatste decennium eindelijk weer in beweging gekomen, maar heeft decennialang nagenoeg stilgestaan. Ook de smartphone raakt een keer uitontwikkeld, zoals dat eigenlijk ook het geval is met laptops of desktop-pc’s.

De belangrijkste ontwikkeling van de laatste jaren is ongetwijfeld het scherm. Van LCD gingen fabrikanten over op OLED. Een LCD-scherm heeft een aparte lichtbron die het scherm verlicht als er stroom doorheen gaat. OLED is daarentegen gemaakt van organisch materiaal en de pixels zijn een lichtbron op zich. Niet alleen is het contrast daardoor hoger, het verbruikt ook minder stroom.

Zelfhelend
Met de opkomst van OLED verdwenen ook de randen (bezels) rond het scherm. Dat had als grootste nadeel dat selfiecamera’s en andere sensoren moesten worden weggestopt in een inkeping of notch boven aan het scherm, wat er niet mooi uitziet. Huawei koos daarom voor een druppelnotch, en OnePlus en nog een aantal andere merken kwamen zelfs met een fysiek pop-upcamerasysteem. De grote uitdaging wordt om de camera, maar bijvoorbeeld ook een vingerafdrukscanner, in het OLED-display zelf te verwerken. Apple zou dat van plan zijn voor de modellen die volgend jaar uitkomen. Xiaomi heeft al een toestel aangekondigd dat een en al scherm is: de achterkant en zijkanten dus ook. Slechts een smalle strook van de Mi Mix Alpha is bestemd voor camera’s en antennes.

Toekomstige schermen worden wellicht gemaakt van zelfreparerend (oprekkend) polymeer: een scherm dat compleet gebarsten is, zou in 24 uur weer heel moeten zijn. Enkele van die polymeren, zoals polyether-thioureas repareren zich bij 21 graden en druk die door vingers wordt uitgeoefend.

Een andere ontwikkeling zijn de camera’s. Toestellen met drie camera’s zijn inmiddels al gemeengoed, en de resolutie gaat steeds verder omhoog, waardoor smartphones steeds dichter in de buurt komen van spiegelreflexcamera’s. Voormalig Oppo-dochtermerk Realme heeft onder meer de XT aangekondigd, waarvan de primaire camera een resolutie heeft van 64 megapixels. Toestellen met vier of vijf cameralenzen zijn er al. Dergelijke innovaties appelleren echter alleen aan gebruikers die intensief fotograferen of filmen. Zelfs AR-toepassingen die mogelijk zijn geworden door dieptewaarneming zijn nog amper van de grond gekomen.

Meer innovaties: de klassieke simkaart gaat vermoedelijk binnen enkele jaren verdwijnen door de opkomst van de eSIM. Gebruikers hoeven dan geen fysieke simkaart meer te verwisselen en downloaden alleen een eSIM-profiel. T-Mobile is als eerste grote Nederlandse telecomaanbieder begonnen met het ondersteunen van de eSIM en diverse fabrikanten hebben al toestellen zonder fysiek simslot.

Of de opmars van 5G grote invloed heeft op de smartphonemarkt zal nog moeten blijken. Telecomaanbieders richten zich met 5G in eerste instantie op de professionele markt. Ook al zijn er inmiddels enkele tientallen 5G-smartphones, voor de consument is er geen reden om meteen een 5G-toestel aan te schaffen, al helemaal niet in Nederland, waar de frequentieveiling nog moet plaatsvinden. Gartner houdt overigens wel rekening met een sterke toename van 5G-toestellen van 46 procent tot 2023. Tegen dat jaar zal de helft van de toestellen 5G hebben.

Nieuwe businessmodellen
Waar nog flinke stappen kunnen worden gemaakt, is de batterijduur. De accu blijft het zwakste punt van de moderne smartphone. Het einde van de dag wordt zelden gehaald bij intensief gebruik. Apple heeft dit opgelost door zijn iPhone 11-toestellen weer iets dikker en daarmee zwaarder te maken, waardoor er een grotere accu in past en de iPhone 11 Pro zelfs vier tot vijf uur langer meegaat.

Wat opvalt is dat nieuwe batterijtechnologie niet snel wordt geadopteerd. Nanowetenschappers uit Noorwegen combineren sinds kort siliconen met grafiet, waardoor accu’s drie tot vijf keer langer meegaan na het opladen. Daarnaast zorgt deze hybride batterij ervoor dat de accu langer zijn capaciteit behoudt. Onder de naam Silicon X test het bedrijf Kjeller de hybride batterijen reeds voor gebruik.

Samsung werkt eveneens aan een opvolger voor de lithium-ion-batterij. Grafeenaccu’s kunnen in minder dan een halfuur volledig worden opgeladen en ze komen met grotere capaciteiten en lagere prijzen. De nieuwe grafeenbatterij zou tegen 2021 in toestellen kunnen worden gebruikt.

Een punt van zorg blijft het milieu. De hoge omloopsnelheid van smartphones leidt tot steeds meer afval. Er liggen inmiddels drie miljoen afgedankte telefoons in Nederlandse kasten en lades. De belangrijkste oorzaak van de slinkende grondstofvoorraden is de stijgende consumptie van elektronische apparaten. Alleen al in de afgelopen tien jaar werden wereldwijd zeven miljard smartphones geproduceerd. Niemand is gebaat met de groeiende berg elektronisch afval.

Een andere aanpak is dan ook gewenst. Te denken valt aan makkelijk te vervangen onderdelen en langere ondersteuning voor oudere toestellen. Te veel Android-toestellen die niet meer worden voorzien van systeem- en beveiligingsupdates, kunnen na twee jaar eigenlijk alweer worden afgedankt.

Fabrikanten zouden ook na moeten denken over de frequentie waarmee zij telkens maar weer nieuwe modellen op de markt brengen. Sommige fabrikanten proberen gederfde inkomsten te compenseren met eigen entertainmentdiensten, zoals Apple met Apple Tv Plus of het gameplatform Arcade. De werkelijke innovatie zit hem dan ook niet in nieuwe hardware, maar in de transformatie naar geheel nieuwe businessmodellen.

Verschuivende marktaandelen
Van de top vier meest verkochte telefoons in Europa in het tweede kwartaal waren er drie van Samsung, met de Galaxy A50 als koploper met 3,2 miljoen exemplaren. Apple blijft derde na Huawei.

In Nederland hebben Samsung, Apple en Huawei ongeveer tachtig procent van de markt in handen. De opmars van Huawei zou echter weleens verleden tijd kunnen zijn. Het bedrijf lijdt flink onder de handelsrestricties van de Verenigde Staten. Zo mogen er geen diensten meer van Google op de smartphones worden gezet. Toekomstige toestellen draaien onder een aangepaste versie van Android. Gebruikers hebben geen toegang tot de Play Store, maar zijn aangewezen op een alternatief.

Andere Chinese aanbieders willen graag de plaats van Huawei innemen. Xiaomi staat in Europa op plek vier, met een marktaandeel van 6,5 procent. HMD Global (Nokia) is vijfde met 3,2 procent. In 2019 betrad een recordaantal Chinese merken als Xiaomi voor het eerst ook de Nederlandse markt.

Fairphone
Het Nederlandse Fairphone doet er rustig vier jaar over om zijn volgende model uit te brengen. Het bedrijft wat andere fabrikanten nalaten. De nieuwste versie van de smartphone die geeft om mens en milieu moet jarenlang meegaan. Deze is evenals zijn voorgangers zo ontworpen dat cruciale onderdelen (zoals de camera, luidspreker en het scherm) zonder problemen door de gebruiker kunnen worden gewisseld als deze stuk gaan, of kunnen worden geüpgraded. Ook let Fairphone op de ethiek rond basismaterialen als goud of coltan die vaak onder vage omstandigheden worden gewonnen. Sympathiek, maar mede daardoor met beperkte slagkracht. Van de eerste twee generaties Fairphone verkocht het Amsterdamse bedrijf er zo’n 180.000.

Groeiende schermtijd
We kunnen niet meer zonder smartphone. Sterker nog: Nederlanders zitten 34 dagen per jaar op hun smartphone, zo blijkt uit een representatief onderzoek van Simyo. Gemiddeld gaat het om twee uur en vijftien minuten per dag. Apple-gebruikers zitten per dag zelfs tien minuten langer op hun smartphone dan gebruikers van een ander merk.

Vrouwen behalen met 2 uur en 28 minuten net wat meer schermtijd dan mannen, die goed zijn voor 2 uur en 7 minuten.

Kijkend naar leeftijd, zitten Nederlanders tot dertig jaar het meest op de smartphone. Zij behalen gemiddeld 3 uur en 21 minuten aan dagelijkse telefoontijd. Dit is ruim vijftig dagen per jaar.

Ruim de helft van de mensen tot dertig jaar onderneemt actie om het gebruik te verminderen, tegenover slechts 23 procent van de 65+’ers. Denk hierbij aan het uitzetten van de notificaties en de smartphone buiten handbereik leggen.

* Dit artikel is eerder gepubliceerd in het novembernummer van Emerce Magazine #174.



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment