Smartphoneverslaving: wat de geschiedenis van het roken ons leert

Geen reacties
Tags: , , , , ,
Posted 10 jul 2018 in nieuws

Verslaafd aan het beeldscherm, en met name de telefoon, is een hedendaags probleem. Misschien niet voor marketeers en adverteerders, wel voor consumenten. Hoe kun je het beste met deze ‘verslaving’ omgaan? Na deze tien lessen uit het nicotine-tijdperk kun je prima omgaan met je telefoon. “Misschien zou de smartphone moeten waarschuwen dat Candy Crush met jou speelt in plaats van andersom.”

Ik ben geboren in 1971. Tijdens de kraamvisites stond mijn kinderkamer regelmatig blauw van de rook. Een paar jaar later was het mijn taak om tijdens verjaardagen ervoor te zorgen dat de glaasjes met sigaretten altijd gevuld waren. Wanneer we op vakantie gingen, zaten mijn broer en ik op de achterbank van onze auto en rookten mijn ouders. Met de raampjes dicht. Mijn dokter rookte tijdens het spreekuur. Zelfs de spelers van de briljante Nederlandse elftallen uit de jaren ’70 staken in de rust een sigaret op.

Vergis je niet. In die jaren wisten we al lang dat tabak slecht voor ons was. Het interesseerde ons alleen weinig. Bijna iedereen rookte. Altijd. Overal. Zonder er bij na te denken. Als je niet rookte, dan had je wat uit te leggen. Roken was de norm. Precies zoals we nu onze smartphone gebruiken. Iedereen doet het. Altijd. Overal. Zonder er bij na te denken. En als je het niet doet, dan heb je wat uit te leggen.

Gelukkig roken we veel minder. Het percentage Nederlanders dat rookt is gedaald van 86 procent in de Jaren ’70 naar 22 procent nu. En we houden meer rekening met elkaar. Roken in de kinderkamer is zó passé. Dat is goed nieuws en het werpt een interessante vraag op: kunnen we iets leren van de geschiedenis van het roken om beter met onze smartphone om te gaan? Het antwoord is ja. Natuurlijk, kunnen we dat. Ik zet de tien belangrijkste lessen op een rij.

Les één. Smartphonegebruikers zijn géén daders maar slachtoffers

In de jaren ’70 had je veel redenen om te roken. Roken was cool. David Bowie rookte. John Travolta rookte. Iedereen rookte. Overal had je advertenties. Sigaretten waren goedkoop. Maar de belangrijkste reden was – zonder twijfel – nicotine. Roken is ontzettend verslavend en inmiddels begrijpen we dat mensen niet roken omdat zij dat willen. Ze roken omdat iemand anders dat wil. Rokers zijn géén daders. Het zijn slachtoffers.

Hetzelfde geldt voor smartphonegebruikers. Negentig procent van de tijd dat we onze smartphone gebruiken, gebruiken we een app. Meestal een app die ontworpen is om verslavend te zijn. Of, zoals de industrie het formuleert: een ‘gewoonte-vormende’ app. App-ontwerpers zijn daar heel goed in. Ze hebben ons door en ze weten op welke knoppen ze moeten duwen. We gebruiken onze smartphones omdat iemand anders dat wil. Mensen die verslaafd zijn aan hun smartphone zijn daarmee slachtoffers. Geen daders. Dat inzicht is ongelooflijk belangrijk. Immers, daders moet gestraft worden. Slachtoffers geholpen.

Les Twee. Je hebt het recht om niet mee te roken

Vanaf het moment dat er gepraat werd over de gezondheidsrisico’s van meeroken wist de tabaksindustrie dat ze in de problemen zaten. Als mensen het recht hebben om te roken, zoals de tabaksindustrie lobbyde, hebben ze ook het recht om niet mee te roken. De gezondheidsrisico’s van passief roken was de drijvende kracht achter strengere regelgeving en een compleet andere houding ten opzichte van roken en rokers.

Er is ook zoiets als mee-appen. Onvrijwillig slachtoffer worden van andermans smartphonegebruik. Bijvoorbeeld wanneer je overreden wordt door een appende truckchauffeur. Maar er zijn subtielere vormen van mee-appen. Stel je voor dat je een presentatie hebt voorbereid voor een vergadering en tijdens je verhaal staart iedereen naar zijn telefoon. Of je gesprek verslechtert omdat je gesprekspartner voortdurend zijn telefoon checkt. Of je bent een leraar die staat te praten tegen Apple,- en Samsunglogo’s. Of je bezoekt Auschwitz en ziet toeristen selfies maken met  ‘Arbeit macht Frei’ op de achtergrond. Of misschien ga je naar een concert en merk je dat je omringd bent door mensen die foto’s maken, filmen, posten en dan elke vijf minuten checken hoeveel likes ze hebben. Het is, las ik eens, geen probleem dat mensen hun smartphone gebruiken in de wachtkamer. Wachtkamers zijn saai! Het is wel een probleem als je wereld, je feestjes, je bbq’s, je etentjes beginnen te lijken op een wachtkamer.

Ik ben er van overtuigd dat mensen soms het recht hebben om niet blootgesteld te worden aan andere smartphonegebruikers. Het wordt tijd dat we mee-appen serieus nemen.

Les Drie. Smartphonegebruik. Samen komen we er niet uit!

Kent u deze slogan nog: Roken? Samen komen we er wel uit. Raad eens? We kwamen er samen niet uit. Dat was ook niet verrassend want de slogan was bedacht door de tabaksindustrie. Het was een afleidingsmanoeuvre. Ze wisten ook wel dat we er samen niet uit zouden komen. We hadden regels nodig en een beetje wetgeving. Hetzelfde geldt voor smartphonegebruik.  

Bijvoorbeeld: Ik verplicht mijn studenten om hun smartphone op te bergen tijdens de les. Veel van mijn collega’s doen dat niet. Ze geloven niet in verbieden. Ze geloven in zaken als verleiding en motivatie en inspiratie. Ik denk dat dat naïef is. Je gaat namelijk de strijd aan met een apparaat dat studenten gebruiken op de fiets, in druk verkeer. Een apparaat dat zo verleidelijk is, dat ze hun leven riskeren om het te kunnen gebruiken. Neem van mij aan, dat ga je nooit winnen ook al ben je de beste leraar ooit bent. En dat ben je niet.

Natuurlijk moeten we praten. Moeten we motiveren. Moeten we inspireren. Maar wat we vooral nodig hebben is een paar regels en wat wetgeving. Samen komen we er namelijk niet uit. Hieronder staan een aantal voorbeelden uit de geschiedenis van het roken.

Les Vier. We hebben meer smartphonevrije ruimtes nodig

Eerst rookten we overal. Daarna kwamen er langzaam meer ruimtes waar je niet mocht roken. Tegenwoordig vind je jezelf, als roker, soms terug in een stinkend aquarium op het vliegveld. Dit werkt. Ik denk dat er ook meer ruimtes zouden moeten zijn waar je niet mag appen. Hier en daar heb je restaurants en kroegen met een smartphonebeleid. Soms zie je een advertentie voor een duur resort zonder internetaansluiting. Offline is tenslotte de nieuwe luxe. Maar het moet normaler worden. Vanzelfsprekender. Concerthallen, treincoupés, kantoren, klaslokalen, vergaderzalen, conferentiezalen, bioscopen, bars, vakken in het voetbalstadion en ga zo maar door. Niet om mensen te irriteren of te frustreren, zeker niet. Immers, mensen die hun smartphone niet kunnen weerstaan zijn slachtoffers die geholpen moeten worden. Smartphoneloze ruimtes helpen je om je te concentreren op hetgeen waarvoor je gekomen bent en tegelijkertijd hou je rekening met die mensen die liever niet mee-appen. Het zou kunnen dat we dit zelf regelen. Ik twijfel. Ik denk dat we hier en daar wat regels nodig hebben, net zoals we zien op middelbare scholen in Frankrijk.

Het idee van smartphonevrije ruimtes is ook thuis heel effectief. Het is beter en gemakkelijker om regels af te spreken over plaatsen wáár je je smartphone gebruikt dan over tijd. Niet in de slaapkamer. Niet aan de eettafel. Niet voor de TV. Bij mij thuis noemen we dat ‘double dipping’ als een verwijzing naar de twee schermen. En het mag niet.

Les Vijf. Het wordt tijd dat we voor onze apps gaan betalen

We heffen accijns op tabaksproducten om roken te ontmoedigen en om het geld te gebruiken voor anti-rookcampagnes of gezondheidszorg. Waarom heffen we geen accijns op onze apps? De meeste zijn gratis. Natuurlijk, we betalen met onze data, maar de meeste mensen interesseert dat niet. Of ze begrijpen het niet. De reden om dit te gaan doen is niet zozeer om gebruik te ontmoedigen maar om gebruikers aan het denken te zetten. We vergelijken kosten en baten om tot een besluit te komen maar als er géén kosten zijn, dan doen we dat niet. Het resultaat is dat we ook geen betere apps eisen. We gebruiken onze ‘gratis’ apps zonder erbij na te denken. Als we willen dat gebruikers veranderen in kritische consumenten, dan moeten we een einde maken aan de ‘gratis’ apps. We kunnen accijns heffen of een wet opstellen die de technologiebedrijven dwingt om hun producten te verkopen. Voor geld. Het is tenslotte ook verboden om gratis sigaretten uit te delen.

Les Zes: We moeten betere apps eisen voor onze smartphones

Sigaretten veranderen maar weinig. Zelfs in science-fiction films. Schrijvers verzinnen vliegende auto’s, gevoelige robots, kweekvlees en reizen naar Mars, maar de personages roken meestal nog steeds gewone sigaretten. Oké, er zit gemiddeld steeds minder nicotine en teer in een sigaret maar het resultaat is vooral dat rokers harder aan hun sigaretten trekken. Maar, goed nieuws, sinds een aantal jaren is er een e-sigaret. De risico’s zijn nog niet bekend maar het lijkt er op dat dampen in ieder geval veiliger is dan roken.

We hebben sneller betere apps dan betere sigaretten. We hoeven er alleen maar om te vragen. We bepalen wat we willen met ons geld. Daarom zijn er salades bij de McDonalds. Waarom vragen we niet om apps die weten dat we in de auto zitten of aan het fietsen zijn, en ons dan niet lastig vallen. Mijn dochter van 13 fietst dagelijks door druk verkeer terwijl een apparaatje in haar zak keihard aan het werk is om haar aandacht te trekken. Dat is bijna immoreel. We moeten vragen om apps die weten dat we aan het eten zijn en ons dan met rust laten. Apps die leren welke notificaties belangrijk zijn en welke niet. Apps die begrijpen dat als onze kinderen drie afleveringen Sponge Bob hebben gekeken, dat het dan tijd wordt om buiten te spelen, in plaats van oneindig afleveringen te voeren. Of apps met ingebouwde gebruikslimieten.

Misschien hebben we ook technologie nodig die het mogelijk maakt om onze smartphones thuis te laten. Nu is alles er op gericht om alle functionaliteiten in de smartphone te stoppen, maar dan moet je het apparaat dus altijd meenemen. En dan word je weer afgeleid. Maar er zijn ook andere ontwikkelingen. Armbanden die ons ‘knijpen’ zodat we de weg kunnenn vinden, of kunnenn laten weten dat je aan iemand denkt. Kleine apparaatjes waarmee je naar Spotify kunt luisteren. Hardloopschoenen die data verzamelen, betalen met een chip onder je huid en ga zo maar door. Er is meer en meer. Vergeet niet, technologische problemen los je ook op met betere technologie. We hebben kunstmatige intelligentie nodig. En blockchain. En chatbots. Maar alleen als die technologie onze waarden centraal stelt.

Les Zeven: Op onze smartphones moeten waarschuwingen staan

Als ik een roker was, zou ik altijd pakjes sigaretten kopen met de volgende waarschuwing: Roken Veroorzaakt Impotentie. Als een vader van twee kinderen klinkt dat een stuk beter dan Dodelijke Longkanker. Er is veel gezegd en geschreven over de effectiviteit van dit soort waarschuwingen maar er is duidelijk bewijs dat de waarschuwingen het bewustzijn bij de consument vergroten. Smartphones zouden ook moeten waarschuwen. iOs12 en Android P bewegen al in die richting. Ze informeren de gebruiker over de tijd die ze doorbrengen op hun smartphone. Maar dat kan nog veel beter. Misschien zou de telefoon ons ook moeten waarschuwen over de negatieve gevolgen van het teveel gebruiken van social media. Of wanneer je je telefoon gebruikt vlak voor je gaat slapen. Of als je aan het fietsen bent. Of in de auto. Of als je in een filterbubbel zit. Of misschien zou de smartphone moeten waarschuwen dat Candy Crush Saga met jou speelt in plaats van andersom.

Les Acht: Elk bedrijf zou een smartphone-etiquette moeten hebben

Een jaar of tien geleden was het toegestaan om in ons kantoorgebouw te roken, maar er waren wel regels. Je mocht niet roken tijdens vergaderingen en rokers zaten bij elkaar op kantoor. Later was het verplicht om buiten te roken en nu mag er alleen nog maar gerookt worden op een klein, afgezet gebied. We hadden ook een mail-etiquette. Dingen als: ga nou niet iedereen mailen om te vragen of iemand jouw sleutels heeft gevonden. Antwoord niet iedereen. Gebruik geen bcc. En zo nog wat meer afspraken. Maar wij hebben geen smartphone-etiquette. De meeste bedrijven hebben dat niet. Ik denk dat dat wel tijd wordt.

Je zou lockers kunnen installeren en afspreken dat je je privé-smartphone in de locker laat en alleen gebruikt tijdens pauzes. Koffie. Sigaretje. Smartphone. Misschien spreek je af dat je je privé-smartphone niet meeneemt naar het werk. Of in ieder geval niet naar een vergadering. Of dat je je smartphone weg doet tijdens één-op-ééngesprekken. Of tijdens conferenties. Of, wat dan ook. Het belangrijkste is dat je er over nadenkt en experimenteert met gedragsregels.

Les Negen. Een behandeling voor smartphoneverslaving moet gedekt worden door je verzekering

Wanneer je wilt stoppen met roken dan zal je baas je meestal ondersteunen en zijn er uitgedachte behandelingen beschikbaar, die vergoed worden door je ziektekostenverzekering. Als je je smartphonegebruik onder controle wilt krijgen, dan moet je dat zelf uitzoeken én betalen. Je smartphone teveel gebruiken is nog géeén vastgestelde verslaving en als gevolg niet gedekt. Het gevolg is dat behandelingen meestal ook zeer experimenteel en onvolwassen zijn. Wat we nodig hebben is een Allen Car (die van stoppen met roken) maar dan voor smartphonegebruik.

Les Tien. We willen geholpen worden!

Telkens wanneer de overheid roken verder in het verdomhoekje duwt, wanneer roken weer ergens verboden wordt, zelfs in rookruimtes in de kroeg of in voetbalstadions of wanneer de sigaretten weer duurder worden, is er geen echt protest. Ik denk dat dat komt omdat de meeste rokers diep van binnen willen stoppen. Het zijn geen trotse rokers. Hetzelfde geldt voor smartphonegebruikers. Ik heb met veel mensen gesproken en ik heb een hoop presentaties gehouden over de absurditeit van ons smartphonegebruik, over dat we niet nadenken, over hoe we worden gemanipuleerd door bedrijven en mensen worden nooit kwaad. Meestal zijn ze het met me eens, en dan kijken ze weer naar hun scherm.

De reden hiervoor is, denk ik, dat ook smartphonegebruikers geholpen willen worden. Diep van binnen verwelkomen ze ruimtes waar je niet mag appen, betere technologie, waarschuwingen op hun smartphone en zelf accijnzen. De technologiebedrijven zullen lijden onder deze maatregelen, niet de gebruikers.

De tien lessen hierboven zijn slechts een gedeelte van de rookmetafoor. Er is veel meer. Leeftijdsrestricties, Big Tobacco/Big Tech, roken/appen na de seks, het dwangmatige, het kalmeren van je zenuwen en ga zo maar door.

Het meest belangrijke is echter het volgende: als we terugkijken naar de jaren ’70 dan lijkt dat nu een absurde periode vol met rokers, altijd en overal. Een tijd die we ons moeilijk kunnen voorstellen. Een tijd waarin de collectanten voor het KWF rammelend met hun bus en rokend langs de deuren gingen. Een tijd waarnaar we niet terug willen. Het is nu veel beter. Ik zou het fijn vinden om in 2030 op dezelfde manier terug te kijken naar deze tijd. Maar ik ben bang dat als we geen actie ondernemen, als we niet leren van de geschiedenis van het roken, dat we in 2030 wensen dat het 2018 was.

En dat is een zorgwekkende gedachte.



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment