Waarom iedereen het over de serverless IT-toekomst en FaaS heeft

Geen reacties
Tags: , , , ,
Posted 14 Jun 2017 in nieuws

De aandacht voor serverless-platformen groeit. De belofte is dan ook groots: bedrijven hoeven zich niet meer druk te maken over servers en infrastructuur en hoeven alleen de portemonnee te trekken voor de code die ze daadwerkelijk draaien. Onder meer SaaS-bedrijven staan te springen.

Bedrijven die software of applicaties ontwikkelen draaien hun producten doorgaans in huis (on-premise) of in de cloud. Dat betekent dat er vooraf berekend moet worden hoeveel servers (of capaciteit) er nodig zijn om bijvoorbeeld een bepaalde hoeveelheid gebruikers aan te kunnen. In een situatie waarin er een serverless platform wordt gebruikt is dat niet meer het geval. Er wordt betaald naar effectief gebruik.

Function as a Service

Het moet gezegd: de term ‘serverless’ is natuurlijk een beetje misleidend. Ergens moet immers hardware draaien die de nodige capaciteit biedt. ‘Function as a Service’ (FaaS) is daarom een veelgehoord alternatief dat beter beschrijft waar het in praktijk om draait. De functie is in dezen het mechanisme dat iets in gang zet. Het platform laat zich op afroep gebruiken. Alleen wanneer een gebruiker met zijn handelingen een bepaald stuk code activeert of wanneer twee machines zonder tussenkomst van de mens informatie moeten uitwisselen, wordt de servercapaciteit ingeroepen. Het is dus praktisch mogelijk oneindig op te schalen, een bedrijf betaalt alleen naar gebruik. Daarom zou de technologie zo goed passen bij een agile manier van werken. Het maakt bedrijven flexibel (zie ook onderstaande infographic voor de belangrijkste interne veranderingen).

Amazon Web Services was een van de eerste namen die een grote toekomst voorspelde voor deze toepassing – met het eigen product Lambda speelt het daarop in. Microsoft werkt inmiddels aan Azure Functions, Google heeft Cloud Functions in huis. Verwacht wordt dat binnen een aantal jaar ieder cloudplatform een vergelijkbaar systeem op de markt brengt.

Architectuur van services

Behalve dat bedrijven zich niet meer druk hoeven te maken over de onderliggende infrastructuur, de schaalbaarheid en de kosten, brengt een serverless-architectuur namelijk praktische voordelen mee. Zo verwachten deskundigen als Pete Johnson van Cisco dat bedrijven massaal overstappen op een actiegedreven architectuur waarin allemaal microservices worden opgenomen. In een hypothetische situatie neemt een front-end gesproken woorden op stuurt deze vervolgens door naar Amazons ‘Polly’. Deze service zet de spraak om in tekst. Vervolgens is het resultaat daarvan te versturen naar IBM Watson voor een sentimentanalyse.

Bedrijven zijn zo niet meer gebonden aan één ecosysteem of leverancier, voorspelt Johnson. Iedereen is in staat precies die tools te omarmen die als beste worden gezien. Al die bouwstenen zijn klein en flexibel genoeg om met elkaar te verbinden.

Om het opzetten van zo’n systeem nog wat gemakkelijker te maken springen er naast de techreuzen ook interessante startups in. Het bedrijf van oud Amazon-consultant Austen Collins, ‘Serverless’ genaamd, haalde eind vorig jaar nog enkele miljoenen op voor het open source framework dat het ontwikkelt. Met dit raamwerk kunnen ontwikkelaars gemakkelijk hun eigen software geschikt maken voor de platformen van Amazon, Google en Microsoft.

Austen Collins op Serverlessconf over zijn kijk op de ontwikkeling

Zoals Dennis Overbeeke recent nog beschreef is de technologie relatief nieuw. Dat maakt dat nog niet alle (specifieke) functies zijn uitgekristalliseerd en de best practices en juiste documentatie soms ontbreken. Maar Collins zelf is ervan overtuigd dat dit de heilige graal is voor ontwikkelaars. Zoals Amazons CTO, Werner Vogels, eerder al op Emerce zei is de toekomst van IT serverless. Een kleine revolutie dus.

Foto: Leonardo Rizzi (cc)



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment