Headless CMS: wanneer is het bruikbaar?

Geen reacties
Tags: , , ,
Posted 15 mei 2017 in nieuws

Een headless CMS lost niet al je ellende op, zo viel afgelopen najaar te lezen op Emerce. Maar wanneer is een systeem dat de distributie van content loskoppelt wel bruikbaar?

Een headless CMS is er puur en alleen voor het beheren van de content. Anders dan met een traditioneel content management systeem levert zulke software de inhoud niet af bij de eindgebruiker. Het creëert namelijk geen webpagina’s. In plaats daarvan wordt de inhoud via API’s richting interfaces gedistribueerd. Hierdoor is de content in principe beschikbaar voor ieder type apparaat of kanaal: site, app of ieder denkbare (nieuwe) gebruiksomgeving. Met name ontwikkelaars zijn hier nogal enthousiast over. Dit soort CMS’en vergroot de flexibiliteit, zeggen zij. Men voelt zich niet langer beknot door de front-end beperkingen van een standaard CMS.

Verreweg het bekendste systeem dat de content op zo’n manier distribueert is Contentful. Een oplossing van het gelijknamige Duitse bedrijf en recent nog op Emerce beschreven. Het CMS is een interface waarin content zoals in ieder ander CMS is te beheren. Na publicatie wordt het artikel  in een Content Delivery Network geschoten. De content is dus vanaf iedere plek beschikbaar. Andere spelers zijn Directus (open source), Prismic, Built.io (door Gartner als ‘Cool Vendor’ aangemerkt) en Osmek. Afgelopen november voegde Kentico zich in dit rijtje met Kentico Deliver.

In een opinie-artikel waarschuwt Boris Kraft (Magnolia International) niet té enthousiast te worden. De vrijheid van ‘ik kan doen wat ik wil’ komt namelijk tegen de prijs van ‘ik moet alles zelf schrijven, debuggen en onderhouden’, merkt hij op. ‘In veel gevallen zal een headless CMS gewoon meer complexiteit voor developers en marketingteams met zich meebrengen.’

Deane Barker is oprichter van Blend, een Amerikaans bureau dat adviseert over content management. Ook hij vindt dat een headless CMS niet altijd een optie is. Hoeft er slechts één kanaal gevuld te worden met content dan loont het de moeite niet om een systeem als Contentful op te tuigen, zegt hij. In negen van de tien gevallen wordt een CMS ingericht om als archiefkast te dienen voor één website. Een WordPress-installatie is dan natuurlijk een veel betere keuze. In andere situaties ziet hij wel veel mogelijkheden.

Publiceren van niet-webcontent: als één of meerdere mobiele apps worden gevuld met content dan is een headless CMS een optie. Een volledig CMS is in zijn ogen dan veel te uitgebreid. Contentful biedt bijvoorbeeld een ‘synchronization API’ die alleen de recent gewijzigde content toont. Een techniek die ook goed werkt in apps.

Multi-channel publiceren: als het de bedoeling is dat content via diverse kanalen wordt ontsloten, maar wel op één plek moet zijn te wijzigen.

Aggregatie: als digitale content uit meerdere bronnen samen moet komen in één systeem zodat het vervolgens geaggregeerd kan worden doorgestuurd naar, bijvoorbeeld, een site. De contentmanagers hoeven dan nog maar op één centrale plek wijzigingen door te voeren. De tool wordt dan in feite ingezet als ‘content warehouse’.

Content management als ondergeschikt proces: als content slechts een klein onderdeel is van een kanaal. Barker geeft het voorbeeld van een app voor online bankieren. Moet de applicatie van wat marketingmateriaal worden voorzien dan is de integratie met een heel CMS overdreven. Een headless CMS kan als alternatief dienen. Ook valt er te denken aan een kleine hulp-module: pas wanneer de gebruiker die activeert roept het via de API wat content op.

Segmentatie van content: als er onderscheid moet zijn tussen twee vormen van content, zou je een headless CMS als aanvulling kunnen gebruiken. Het klinkt wat minder voor de hand liggend, maar zegt Barker, als een website gevuld worden met ongestructureerde marketingcontent én zeer technische data kun je ervoor kiezen de inhoud te splitsen. Een zeer visueel CMS dat marketeers prettig vinden werken voor hun content, een lichtgewicht (headless) CMS voor de data.

Tot slot komt een headless CMS met name gelegen voor de ontwikkelaars die eigenlijk niet met een content management systeem willen werken: te log, te complex, te beperkend. Software zoals Contentful geeft de eindgebruiker in ieder geval het idee met een volwaardig CMS te werken. Ondertussen houdt de ontwikkelaar zelf alle ruimte zijn eigen oplossing te bouwen.

Volgens Barker kun je een headless CMS zien als een totaal nieuwe service die achter de schermen content management verzorgt. Het kijkt niet naar hoe content wordt gebruikt, maar zorgt ervoor dat het op al die plekken is waar het nodig is. Content as a Service is dan ook een naam die er al aan is gegeven.



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment