Verplichte datadeling Google en Facebook geen goed idee

Geen reacties
Tags: , , , , , ,
Posted 28 apr 2017 in nieuws

Onlineplatforms zoals Google en Facebook mogen zich verheugen in een groot en groeiend aantal gebruikers. Tegelijkertijd nemen de zorgen over dit soort ondernemingen toe, evenals de roep om strenger toezicht. Als probleem wordt genoemd dat een datavoorsprong markten doet ‘tippen’: een platform met een kleine datavoorsprong kan een beter product aanbieden, waardoor het aantal gebruikers stijgt, de datavoorsprong toeneemt, het product beter wordt, het aantal gebruikers toeneemt, etcetera.

Deze volgens sommigen vicieuze cirkel kan worden doorbroken met datadeling, stellen de onderzoekers Jens Prüfer en Christoph Schottmüller. Toegepast op de markt voor zoekmachines zou dit voorstel inhouden dat Google en Bing hun search logs met elkaar moeten delen. Het positieve effect van deze verplichte datadeling is volgens Prüfer en Schottmüller  dat platforms meer gaan innoveren.

Deze vorm van platformregulering gaat naar mijn mening te ver. Het is onduidelijk of data tot dominantie leidt. Verder is het onzeker of datadeling innovatie stimuleert of juist beperkt. Een groot probleem is bovendien dat datadeling in de praktijk vraagt om het bepalen van een toegangsprijs.

Veel data hoeven niet uitgewisseld te worden

Veel data zijn breed beschikbaar of vervangbaar door vergelijkbare data. Binnen de grenzen van de privacywetgeving kunnen allerlei ondernemingen (gebruikers)data verzamelen over bijvoorbeeld leeftijd, interesses en aankoopgedrag. Deze data hoeven dus niet onderling uitgewisseld te worden.

Toegang tot data is geen voldoende voorwaarde voor succes

Data kunnen diensten beter maken (bijvoorbeeld bij zoekmachines zoals Preston McAfee, hoofdeconoom van Microsoft, laat zien) maar leiden niet zonder meer tot dominantie. Zelfs sommige onlineplatforms kunnen succesvol worden zonder het gebruik van big data. Anja Lambrecht en Catherine Tucker bespreken een aantal voorbeelden waaronder Uber, AirBnB, Tinder, Candy Crush en WhatsApp.

Bovendien wordt de kwaliteit van veel online diensten niet alleen bepaald door de hoeveelheid data maar ook door de kwaliteit van de gebruikte algoritmes. Xavier Amatriain, voormalig Director of Algorithms Engineering bij Netflix, stelt dat meer data niet compenseert voor een slechter algoritme. Toegang tot data is daarom geen voldoende voorwaarde voor succes.

Meerwaarde van meer data wordt steeds kleiner

Zoals voor veel productiefactoren geldt ook voor data de wet van de afnemende meeropbrengsten. Dit betekent dat hoe meer data een onderneming heeft, hoe kleiner de meerwaarde is van nog meer data. Een datavoorsprong impliceert daarom niet onvermijdelijk dominantie. Dit is afhankelijk van hoe sterk meeropbrengsten van data afnemen en vanaf welke hoeveelheid. Het zal per markt verschillen hoeveel ondernemingen de ‘minimum efficiënte dataschaal’ kunnen bereiken.

Schade dominante platforms is onduidelijk

De schade van dominante platforms voor consumenten is onduidelijk. Prüfer en Schottmüller betogen dat een eenmaal getipte markt wordt gekenmerkt door te weinig innovatie. Dit lijkt geen sterk argument want verschillende online platforms met hoge marktaandelen zijn zeer innovatief.

Verder wijst eerder empirisch en theoretisch onderzoek op een omgekeerde U-relatie tussen marktmacht en innovatie: weinig concurrentie is niet goed voor innovatie maar te veel ook niet. Dit betekent dat zelfs als data tot dominantie leidt, dit niet noodzakelijk slecht is voor innovatie.

Gratis toegang is geen goed idee

Verplichte datadeling is een te simpele oplossing. De impliciete veronderstelling is immers dat concurrerende platforms gratis toegang krijgen tot de data van het dominante platform. Gratis toegang is sowieso geen goed idee. Dit lokt toetreding uit totdat alle (advertentie-)inkomsten zijn afgeroomd. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid voor platforms om vaste kosten van R&D terug te verdienen en dat is nu juist een cruciale voorwaarde voor innovatie.

Onzekerheden maken kans op falen overheid groot

De implicatie is dat verplichte datadeling het bepalen van een toegangsprijs vereist. De juiste prijs vaststellen is complex. Bij een te hoge prijs kopen concurrenten geen toegang, maar een te lage prijs lokt te veel toetreding uit waardoor innovatie daalt. De regulerende instantie moet daarom onder meer inschatten hoeveel toetreding een bepaald prijsniveau uitlokt, wat daarvan het effect is op de kwaliteitsverschillen van de concurrerende diensten, tot hoeveel overstappende consumenten dit leidt, en wat het effect is op advertentie-inkomsten van platforms en, uiteindelijk, innovatieprikkels. Vanwege alle onzekerheden die hiermee gepaard gaan is de kans op falen van de overheid groot.

Bijvoorbeeld mededingingstoezicht is aantrekkelijker

Mijn conclusie is dat de case voor verplichte datadeling niet sterk genoeg is. Het feit dat we weinig weten over de relatie tussen marktmacht en innovatie is hiervoor een belangrijk argument. Dit argument impliceert ook dat bij online platforms lichtere vormen van overheidsingrijpen, zoals het mededingingstoezicht, vooralsnog aantrekkelijker zijn. Het mededingingsrecht biedt de mogelijkheid om platforms die aantoonbaar een economische machtspositie hebben misbruikt, bijvoorbeeld door concurrenten uit te sluiten, aan te pakken.

*) Dit artikel is ook gepubliceerd op de website van Autoriteit Consument & Markt.



Lees het volledige bericht op Emerce » Did you https://www.justdomyhomework.com/ increase membership a lot when president or did you increase membership by 50%


Add Your Comment