SxSW: waarom kopiëren (g)een goed idee is

Geen reacties
Tags: , ,
Posted 16 Mrt 2017 in nieuws

‘Goh, jouw nieuwe telefoon lijkt wel erg veel op een iPhone.’ Zonder dat we het echt door hebben zijn alle telefoons op elkaar gaan lijken. Waar ze in de jaren ‘90 nog van elkaar verschilden in kleur, vorm en omvang is zowat elke telefoon nu zwart, van glas, met een knopje onder het scherm en een achterkant die in drie kleuren verkrijgbaar is: zwart, grijs of iets fels, zoals roze of blauw. Het is dan ook niet vreemd dat er tussen telefoonfabrikanten al jaren rechtszaken lopen over het kopiëren van elkaars design, wat soms zo opzichtig gebeurt dat je geen rechter hoeft te zijn om te kunnen beoordelen dat er iets niet in de haak is.

Het kopiëren van werk vinden we in het westen geen goede zaak – we veroordelen het moreel en juridisch, maar toch zien we vaak genoeg spullen die overduidelijk 1-op-1 gekopieerd zijn. Kijk maar naar auto’s op straat, designmeubelen in woonkamers en kleding in winkels. Maar het zijn niet alleen spullen die fabrikanten klakkeloos van elkaar overnemen; websites en ontwerpen worden net zo goed gekopieerd.

Kopiëren is vakmanschap

Een land dat de kroon spant in het kopiëren is China. In de talk van Raymond Chin van SapienNitro vertelt hij hoe kopiëren diep in de cultuur van China zit geworteld en al op jonge leeftijd begint bij het perfect leren namaken van Chinese symbolen, genaamd Hanzi. Kopiëren wordt daarom in China niet beschouwd als een negatief verschijnsel, maar eerder als een logisch gevolg van vakmanschap. In China noemt men een kundig kopieerder ‘the other master’ of ‘the new master’, zoals de wereldberoemde Xiaoyong Zhao die zijn hele leven al Van Gogh schilderijen tot op de penceelstreek namaakt.

Ook in de digitale industrie is kopiëren niet ongebruikelijk, al is het maken van exacte kopieën niet vaak het geval. Het gaat meestal om kopieën van onderdelen van een ontwerp of interactie, maar de grens tussen kopiëren en inspiratie opdoen is dun.

Origineliteit vs. gemak

Karwai Ng & Will Anderson, ook van SapientNitro, riepen tijdens hun talk juist op om te breken met de traditie om digitaal ontwerp te baseren op het werk van grote, toonaangevende digitale bedrijven. We moeten volgens hen als digitale ontwerpers niet kijken naar Facebook, Airbnb of Amazon, omdat daardoor alles hetzelfde blijft.

Maar juist in een tijd waarin gebruikers met heel veel verschillende schermen, apps en websites interacteren is het de vraag of dat wel the way to go is. Als elke interface compleet origineel en anders is, moet de gebruiker steeds weer wennen aan andere interacties en patronen. Precies daarom zijn design-patronen in de digitale wereld zo sterk geworteld in een blauwdruk – de gebruiker geeft immers vooral om gemak en minder om originaliteit, zo blijkt keer op keer, en design-patronen zorgen daarvoor. Men zou dus kunnen zeggen dat deze patronen ook kopieën zijn.

Kopiëren als innovatie

Dat sluit aan bij de boodschap van Raymond Chin: met kopiëren is niks mis, zolang we vermelden wie we kopiëren (‘name the other guy’) en trots zijn als we gekopieerd worden, zoals Dieter Rahms dat bij Apple heeft gedaan. Sterker nog, Chin ziet kopiëren als een agile en slimme manier om te innoveren. Hij wordt in die mening gesterkt door het feit dat veel Chinese kopieerders inmiddels vooroplopers zijn in design en tech. Neem Xaomi, dat door kopiëren nu in staat is beter te zijn dan veel reuzen in de tech. Voor Chin is kopiëren dé manier om als industrie beter te worden, want door te kopiëren sta je “on the shoulders of giants”.

Voor beide visies op kopiëren is wat te zeggen en de waarheid ligt vermoedelijk ergens in het midden, maar het is hoe dan ook goed om bij design na te denken over wanneer bewezen ontwerp the way to go is en wanneer innovatie en originaliteit juist de boventoon moeten voeren. Dat hangt uiteraard af van het doel van je ontwerp, je doelgroep en de context waarin je het maakt.



Lees het volledige bericht op Emerce »


Add Your Comment